Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Cactus Club, Brugge - concerts

Cactus Club, Brugge - concerts 2026 02-04 The Hickey Underworld, Bed rugs 05-04 Breaking waves: Knives, The Rats 09-04 Tom Smith @Sint-Jakobskerk 11-04 Tortoise (ism Kaap) 12-04 The Tool Experience (FKA The Perfect Tool), Carneia (Org: Devil in a box) 13-04…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Hooverphonic

Dido

Girl who got away

Geschreven door

De carrière van Dido Armstrong , zus van Rollo , die instond voor het succes van Faithless, ging in een stroomversnelling door die hit met Eminem “Stan” gehaald van het oorspronkelijke “Thank you” . Haar debuut ‘No angel’ ,  samen met de opvolger ‘Life for rent’ brengen emotionele melancholische pop en warme keys samen .
Een dromerig , sfeervol herkenbaar geluid met wat heupwiegende , trippende beats en haar gevoelige vocals, vinden we in een juiste formule terug , tien jaar na deze twee platen , ‘Girl who got away’ spoelt die tussenperiode door en ze heeft met “No freedom” , “Sitting on the roof of the world” en de titelsong enkele sterke songs uit. “Love to blame” brengt electropop op het voorplan en de hiphop met Kendrick Lamar dringt door op “Let us move on”.
Voor de rest krijgen we prettig in het gehoor liggende , lieflijke pop , die ervoor zorgt dat we opnieuw een spannende Dido kunnen horen .

The Happy

Guilty pleasure

Geschreven door

The Happy - Een muzikaal project van vier dames en 1 heer . Bekenden zijn Isolde Lasoen , drumster bij Daan en Reinhard Vanbergen , gitarist bij Das Pop. The Happy wordt verder aangevuld met Naima Joris (o.m. Isbells) , Janne Vanneste (zus van Brent Vanneste, Steak N° 8) en Charlotte Caluwaerts .
We hebben te maken met sfeervolle , leuke en pittige indiepop , die leunt aan het werk van Goldfrapp . Songs als “218”, “Moonshine”, “No A&R” en “Miracles & Wonders” weten ons meteen te overtuigen . Het getuigt ook van de afwisseling dat we op het plaatje vinden . The Happy voert electrokeys in , kan rocken en houdt van een broeierige , dromerige aanpak . ‘deathpop’ omschrijven ze zelf hun muziek . Ondanks deze notie ervaren we voldoende ‘fleur’ in het songmateriaal om U voldoende happy te maken en te houden . De ‘oudere’ single “Walkman” kan je alvast gratis downloaden op hun website!

Nick Cave

Push the sky away

Geschreven door

De muziek van Nick Cave hoeft geen introductie meer . Meneer Cave kom telkens aandraven in z’n unieke declamerende praatzangstijl, creëert telkens een apart sfeertje, gepast en gevat door z’n Bad Seeds, of het nu ingenomen , donker , meeslepend , broeierig , aanstekelijk of gedreven klinkt . In z’n ruim 35 jarige muzikale carrière moeten we zeggen dat hij een groot artiest/talent is , authentiek is, z’n relevantie niet verliest , en samen met z’n band altijd wel iets ontdekt , en aandacht heeft voor details en vondsten .
Na het eerder uitbundige ‘Dig lazarus dig’ en de wilde uitstappen met Grinderman, is er opnieuw plaats voor kalmte en ingetogenheid , uitermate smaakvol en die weet te raken. De lange nummers “Jubilee street” en “Higgs boson blues” klinken intens bezwerend, bouwen op, en zijn minutieus, subtiel uitgewerkt . Ook de andere ‘gewone’ songs moeten niet onderdoen . Al meteen worden we in Cave’s ‘wondere’ wereld ondergedompeld met het schitterende “We no who U R” , dat Cave’s songwriterschap en de muzikale sterkte van z’n begeleidingsband optimaal onderstreept!
Een eenvoudig doordachte aanpak zorgt ervoor dat we hier opnieuw een ‘Grand Cru’ plaat hebben . Dit is een artiest op sterk water en die kunnen we maar beter zo goed mogelijk koesteren en bewaren!

Les Nuits Botanique 2013 – Johnny Hostile – Savages (Girlpower voor gevorderden!)

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – Johnny Hostile – Savages (Girlpower voor gevorderden!)
Les Nuits Botanique 2013
Botanique (Orangerie)
Brussel

De wereld zal nooit meer hetzelfde zijn sinds 2 oktober 2012. In het weinig benijdenswaardige gezelschap van o.a. Lisa Marie Presley, Neil Sedaka en Mumford & Sons kreeg BBC2 icoon Jools Holland die avond het Londense Savages over de vloer voor wat later een spraakmakend televisiedebuut zou blijken. Het jonge all-female kwartet kreeg toen nauwelijks drie minuten toebedeeld, maar dat bleek ruimschoots voldoende om het nietsvermoedende publiek met een furieuze versie van hun debuutsingle “Husbands” vlotjes van haar sokken te blazen.
Zowat gans postpunkminnend England heeft intussen door dat Savages misschien wel het langverwachte gezelschap is dat het ingedommelde genre nieuw leven kan inblazen. De rest van de wereld moet en zal volgen, dus waren de samenstellers van Les Nuits Botanique er zoals gewoonlijk als de kippen bij om deze nieuwe sensatie naar een net niet uitverkochte Orangerie te lokken. De timing kon echt niet beter, want Savages heeft sinds begin deze maand met ‘Silence Yourself’ een kopstoot van een eersteling gebaard die nu al druk solliciteert naar de hoogste regionen van menig eindejaarslijstje.

Met de verbeten opener “City’s Full” leverde het kwartet meteen een indrukwekkend visitekaartje af. Muzikale echo’s van iconische postpunk pioniers als Siouxsie & The Banshees, The Slits, The Fall en The Au Pairs klonken dan wel redelijk vertrouwd in de oren, toch kan je de groep bezwaarlijk een copycat noemen. Met Savages lijkt namelijk eindelijk nog eens een jonge band met een eigen filosofie te zijn opgestaan wiens songs niet zelden in de eigen ziel kerven, en die nummers live ook nog eens overtuigend en zelfverzekerd kan neerzetten.
Alhoewel de groep met Gemma Thompson (gitaar), Ayse Hassan (bas) en Fay Milton (drums) drie gepassioneerde muzikanten in huis heeft, is het toch overduidelijk dat Savages valt of staat met de enigmatische girlpower van zangeres Jehnny Beth. In een vorig leven heette deze naar Londen uitgeweken Française nog Camille Berthomier en verdiende ze de kost als actrice, maar het gitaarminnend volkje is maar wat blij dat ze de cameralens intussen heeft ingeruild voor een microfoon. Met haar tenger lijf, kort zwart piekhaar en indringende blik lijkt ze overigens wel de vrouwelijke verpersoonlijking van Ian Curtis, met dit verschil dat Beth rondhuppelt als een dartel veulen en niet vies is van een rondje shadow boxing. Vocaal leunt ze afwisselend aan bij collega drama queens Siouxsie Sioux, PJ Harvey, Anna Calvi en Yeah Yeah Yeahs’ Karen O, maar als het op emotionele geladenheid en verbetenheid aankomt wint Beth het met de vingers in de neusgaten van haar voorgangers.
Na een verschroeiende start duwde de groep met “I Am Here” en “She Will” nog eventjes verder op het gaspedaal, en liet het publiek pas na een kwartier een eerste keer op adem komen met het nieuwe en voorlopig onuitgegeven “Fuckers”. Althans, daar leek het aanvankelijk toch op. Beth dolde een beetje in het rond door het publiek te waarschuwen dat deze te mijden mensensoort altijd en overal, en ja zelfs in de Orangerie kan opduiken. Wat begon als een soort militante white rap song, drijvend op de repetitieve mission statement “Don’t Let The Fuckers Get You Down”, barstte uiteindelijk toch los in een gecontroleerde woede aanval van Beth in een decor van dissonante noise. Na de bevlogen punk van “No Face” volgden met “Strife” en “Waiting For A Sign” de enige twee relatieve rustpunten van de avond, waarin de getormenteerde uithalen van een theatrale Beth en de abstracte gitaareffecten van Thompson de hoofdrol opeisten.
Toen het tempo in de laatste concerthelft opnieuw genadeloos de hoogte werd ingejaagd kwam het gevreesde spook van de eenvormigheid toch heel eventjes de kop opsteken. Nummers als  “Flying To Berlin”, “Another War” en “Hit Me” zijn op zich prima postpunk uppercuts, maar herbergen in deze volgorde iets te weinig variatie om de opgebouwde spanning lang vast te houden. Dat laatste lukte wel met het brutale “Shut Up” en een stomende versie van “Husbands”, dat intussen is uitgegroeid tot dé signature song van Savages.
We hadden jullie maar wat graag verder laten watertanden over hoe fantastisch de bisnummers wel klonken, maar dat was buiten de eigenzinnige filosofie van Savages gerekend waarin voorlopig geen plaats is voor encores. En eigenlijk, waarom iets opsparen tot de tweede ronde als je alles in één stomend muzikaal orgasme kwijt kan? Het publiek maalde er niet om, in de wetenschap dat het net één van die zeldzame grand cru optredens had meegemaakt die nog lang zal blijven nazinderen.

Het olijke Pukkelpop duo Chokri en Eppo knikten goedkeurend vanuit een donker hoekje in de Orangerie, al zijn ze er volgens ons nog lang niet aan uit in welke tent ze Savages straks gaan huisvesten nabij het anders zo vredige Kiewit. Een middagspot op de Main Stage zou een fatale vergissing zijn, de afsluiter in de Club om Eminem door te spoelen daarentegen een zegen.

Als opwarmer hadden Savages gewoon de producer van hun viersterren debuut, ene Nicolas Congé aka Johnny Hostile, meegetroond naar Brussel. Samen met Savages frontvrouw Jehnny Beth vormde hij trouwens tot voor kort het lofi indie duo John & Jehn, en in 2011 richtten ze hun eigen Pop Noire label op waar o.a. Savages ondertussen onderdak heeft gevonden. In een pikdonkere Orangerie vergreep Hostile zich wat te vaak aan de back catalogue van Suicide om echt van een eigen muzikaal smoelwerk te kunnen spreken. Enkel bij vlagen sloeg de manische electropop wat gensters, met als enig echt memorabel moment het door Beth voorgedragen “Pricks”. Én producer, én platenbaas én performer? Een mens moet niet alles willen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/savages-13-05-2013/
Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

 

Godflesh

Godflesh - Industrial snipers on the loose

Geschreven door

Godflesh - Industrial snipers on the loose
Pneumatic Head Compressor – Godflesh
Magasin 4
Brussel

Vanavond landen de heren van Godflesh in Magasin 4 na jaren van absentie. Ze stonden eerder dit jaar nog op de affiche van Roadburn, vorig jaar op Dour en hier in het ondergronds gewelf  mochten ze hun eerste optreden van een internationale tour geven.

Pneumatic Head Compressor is het voorprogramma en zijn de alter ego’s van twee vaste medewerkers uit Magasin 4. Een storm van experimentele electro post hardcore die geen bepaald ritme vasthoudt en onderbroken wordt door hevig geschreeuw blaast als een woeste adem over de zaal. Pneumatic Head Compressor behelst een zanger/gitarist die zich eveneens ontfermt over de samples en een bassist. Een soort psychotische Vandal X. De visuals die dit schouwspel begeleiden zijn talrijk en het is niet evident een lijn te vinden in dit alles. Deze jungle van geluiden zien we meer tot z’n recht komen als achtergrond bij een art expositie, eerder dan dat het een optreden is die aan je ziel blijft plakken.  

Godflesh hoeft weinig introductie. Na een pauze van zo’n acht jaar gaven ze hun eerste reünieshow op Hellfest in 2010 gevolgd door SuperSonic festival waar ze samen met Swans headlineden. Hoewel het niet hun primaire opzet was, hebben die twee optredens hun terug de drive gegeven om de comeback officieel te maken. 
Ze staan er, net zoals ze gestart zijn in de late jaren ’80, als scherpschutters bij en vuren hun drumprogramma’s samen met slepende, krachtige gitaarklanken op het publiek af. Godflesh is Justin K. Broadrick en G.C. Green, en hoewel ze samen Godflesh vormen is er op het podium weinig interactie tussen beiden. Na jaren samenwerking kennen beiden hun plaats en spelen ze hun ding in een perfect evenwicht. Hier vinden we duidelijk wel ritme en balans in een industrial metalen pakje. Ze vallen met verschillende genres samen want je hoort er duidelijk invloeden in van ambient, noiserock en heavy metal in een experiment met synths en samples. Godflesh is voor Justin K. Broadrick symbool voor de vloed aan emoties die hij in z’n leven ervaart en via de muziek een uitweg, een transformatie voor zoekt. Dit resulteert in knalharde beats en een daverende bas die je doen twijfelen of je je oordoppen wel in hebt, een zieleschreeuw die onverbloemd de ruwheid van emoties weergeeft en stalen samples die het geheel dragen als ware het een atoombom die op punt staat te ontploffen.
Na hun laatste nummer vragen ze of er nog tijd is voor een bis, en dit wordt met een pak enthousiasme onthaald. Het mag gezegd dat Godflesh één van die bands is die de tand des tijds heeft doorstaan en de visie waarmee ze begonnen zijn nog steeds hun drijfveer is.

Niet enkel voor Godflesh als band, maar ook voor het trouw publiek die hun uitwuift met een daverend applaus! In januari 2013 zouden ze een nieuw album op de markt gooien die volgens Justin K. nog steeds de essentie van hun industrieel gebroed zou weergeven. Het stopt duidelijk niet bij deze tour en Godflesh is niet langer een eenmalige comeback maar een blijver.


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/godflesh-13-05-2013/

Organisatie, Magasin 4, Brussel

Death Grips

Death Grips – Muzikale gekte, maar niet geniaal!

Geschreven door

Moeilijk definieerbaar wat er allemaal muzikaal gebeurt als het Californische Death Grips het podium opstormt . Jawel ‘MC Ride’ Stefaan Burnett in ontbloot gespierd bovenlijf vol tattoes , hitst als een losgeslagen dolgekke stier in woord (ongeëvenaarde felle, diepe raps) en gebaar (allerhande armbewegingen ) zijn publiek op. Hij wordt geruggensteund door elektronicatechneut/toetsenist/effectmoduleur Andy Morin , kap over het hoofd, die soms wat olie op het vuur gooit. Twee donkere silhouetten op een podium in een mistig rookgordijn.
Grote afwezige was kompaan Zach Hill , drummer, die bezig in de studio’s is voor een soundtrack van Death Grips materiaal. En hem misten we vanavond , want hij zorgt nét dat de sound harder en loodzwaarder kan klinken . Hij bracht het nodige gekletter tijdens die verpletterende gig in Magasin 4 vorig jaar.

Ohja, Death Grips biedt de hiphopscene alternatieve en boeiende wendingen . Death Grips ademt de friste van een Public Enemy, Dälek, Bad Brains en 24-7 Spyz . Mee met de tand des tijd wordt dit aangevuld met punk, noise, hardcore, industrial, electro , dancehall, breakcore en dubstep . Een potpourri van donkere, lugubere , loeiharde , stampende songs . Het draait ‘em om een ‘weird’ veelheid aan ideeën , die onrustig , gejaagd, dreigend, agressief  klinken en een ‘fuck you’ uitstralen . Te gek en prettig gestoord dus .
Met ‘The money store’ vielen ze met de deur in huis . Talrijke platenlabels vlogen erop , maar bij de redelijk snel verschenen opvolger ‘No love deep web’ kwamen ze in stokken met het management en sloegen een dubbelslag door ‘em zomaar op het internet los te laten .
‘Loslaten’ dat is de ‘right word on the right place’, gezien zij intens hard, strak, compromisloos kunnen zijn . Maar door de afwezigheid van hun rechterhand Hill klonk het iets minder opwindend vet en geniaal ; wel kwam de klemtoon op een dansbaar , groovy geluid en kwam het oude Meat Beat Manifesto en de digital hardcore van Atari Tenage Riot om de hoek piepen in hun helse rit .
“Lost boys” en “Guillotine” waren al meteen twee knallers , opgezweept door een rits onnavolgbare raps , in een wek van stroboscoops en in een mistig decor. Stoorzender elektronica, stuiterende beats en knettergekke ritmes waren op zijn  plaats op songs als “The fever (aye aye)” en “I’ve seen footage” . Tja, het neigde naar een soort gabberhouse door de diverse tempowisselingen om dan loos te gaan in scheurend en schurend materiaal “Takyon”, “The hacker” en “Lock yr doors” . Het ongenoegen  en de frustraties werden letterlijk uitgezweet en -gefreakt op zo’n closing final .
En dan oeps, na 40 minuten, de stekker uit, de lichten aan, en weg was het duo …, een dreunende neurotische beat achterlatend op het publiek …

Death Grips zou nog meer hebben overdonderd met de drummer , die een belangrijke rol inneemt in de dynamiek en explosiviteit. Nu zaten we verweven in een ietwat bezwerende trance van hun  meedogenloos geluid, maar kijk, wat ze brengen blijft toch wel een uniek verhaal en ‘een must see’

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/death-grips-13-05-2013/

Organisatie: de Kreun , Kortrijk

Mark Knopfler

Mark Knopfler - Muzikale eenvoud loont altijd

Geschreven door

Het is nu al een slordige 20 jaar geleden dat Mark Knopfler de stekker uit Dire Straits trok. Dat was toen ook geen minuut te vroeg, want de band was zo mega en bombastisch geworden dat het niet meer gezond was.
Knopfler keerde terug naar de essentie en de roots van de muziek, wat zich vertaalde in een handvol soundtracks en een pak soloplaten waarin hij vooral zijn goesting deed, ver weg van alle gangbare trends.
Zijn laatste soloplaat ‘Privateering’ is wat dat betreft een mooi staaltje pure muziek, een plaat waarop een bedreven singer/songwriter zich ingraaft in een wereld van Keltische bronnen en geregeld ook flirt met die goede ouwe vriend de blues.

De folky en bluesy geest van ‘Privateering’ was ook het opzet voor zijn passage in een zo goed als uitverkocht Sportpaleis. Het was een sobere terugkeer naar de roots zonder een imposante podiumopstelling, flashy lichtshow of allerhande mega uitspattingen. De muziek stond op de eerste plaats, en als die goed genoeg is dan hoeft die geen spektakelshow als omkleding. Misschien kwamen de op nostalgie uit zijnde Dire Straits fans hier wat bedrogen uit omdat Knopfler en zijn bandleden zich beperkten tot amper vier Dire Straits songs waarvan er dan nog twee een beetje overbodig klonken (een eerder ongeïnspireerd “Romeo and Juliette” en in de bisronde “So Far Away”, sowieso al één van de zwakste Dire Straits nummers). 
Het was vooral het minder gekende waarmee de band uitblonk. Het sierde Knopfler dat hij in alle bescheidenheid gewoon een resem knappe songs bracht die, volledig ontdaan van enige vorm van bombast, overliepen van muzikaal meesterschap. Hij mag dan al miljoenen platen verkocht hebben, van sterallures was hier hoegenaamd geen sprake (voor Knopfler geen rood wc papier of geen nieuwe bril na elke kakbeurt). Hier stond geen ego op het podium, wel een fraaie gitarist begeleid door een schare rasmuzikanten. Knopfler’s geniaal gitaarwerk was uiteraard te bewonderen, maar het stelde zich niet boven het vakmanschap van zijn muzikanten. Het gezelschap klonk als een hechte band waarin iedereen van even groot belang was.
Vooral de folky instrumenten als fiddle, dwarsfluit en zelfs een doedelzak schitterden. Een Keltische ondertoon werd prachtig benadrukt in “Privateering”, “Father and Son”, “Hauled Away”, “Piper to the end” en het briljante en lange “Marbletown” dat zich kroonde tot hoogtepunt van de avond, hoewel de song verstoord werd door een bende idioten in het publiek die meenden te moeten in de handjes klappen tijdens de meest intieme momenten. Dit soort concertgangers zouden ze moeten ze verbannen (naar een concert van One Direction bijvoorbeeld).
In de heerlijke bluessongs “Corned Beef City”, “I used to could” en “Gator Blood” was eens te meer te merken dat J.J. Cale nog steeds één van Knopfler’s grote voorbeelden is. Knopfler en de zijnen speelden hun blues in die typische laid back stijl waarvoor wij de grootmeester J.J. Cale altijd al bewonderd hebben.
Tijdens het Zuiders klinkende en luchtige “Postcards from Paraguay” nam Knopfler de tijd om zijn voortreffelijke band voor te stellen. De song die in zijn oorspronkelijke zomerse vorm te bewonderen is op ‘Shangri-La’ kreeg hier een feelgood folky bewerking waarmee de ervaren muzikanten nog eens in de schijnwerpers werden gezet.
Wat betreft de Dire Straits momenten, het onvermijdelijke “Sultans of Swing” was fenomenaal maar de staande ovatie was nog uitbundiger na het werkelijk sublieme “Telegraph Road”, waarin het gitaarvernuft van Knopfler in al zijn glorie werd tentoongesteld zonder dat de man zich liet verleiden tot allerlei ‘kijk eens wat ik allemaal kan’ uitspattingen.
Maar mocht Knopfler het Dire Straits blik volledig dichtgelaten hebben, dan nog spraken we hier van een subliem concert, sierlijk in al zijn eenvoud.

Oh ja, als u in het Sportpaleis meer show wil zien in plaats van goede muziek, ga dan kijken naar dat verwaand nest Beyoncé, die al meer faam heeft verworven met haar gouden kont en gefotoshopte bikini lijn dan met haar muzikale capaciteiten. En check dan al gauw even de kleur van het wc papier.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/mark-knopfler-12-05-2013-3/

Organisatie: Live Nation

 

Les Nuits Botanique 2013 – Roscoe - Two Gallants ( erg goeie nummers, maar vergeten het in een vloeiende set te smeden!)

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – Roscoe - Two Gallants ( erg goeie nummers, maar vergeten het in een vloeiende set te smeden!)
Les Nuits Botanique 2013
Botanique (Chapiteau)
Brussel

Het was verlengd weekend, maar het weer was niet echt schitterend geweest, dus waarom niet op zondagavond naar Les Nuits voor een goed concertje in de beschutting van de Chapiteau-tent?

Het Luikse Roscoe is een Waalse band die voor ons part in Vlaanderen veel meer aandacht mag krijgen. Dit vijftal stelde zijn album ‘Cracks’ voor, dat overal heel goed onthaald werd, en wij waren ook verkocht. We zien af en toe wel Waalse bands in de Botanique staan, en meestal zijn die een stuk minder dan de bands uit het noorden van het land, maar bij Roscoe is dat zeker niet het geval. Een volle sound, sterke nummers, veel afwisseling, kortom, goeie alternatieve rock die er staat als een huis.

Two Gallants,  zijn een folk/rock duo uit San Francisco, en brachten vorig jaar na vijf jaar pauze hun vierde album ‘The Bloom and the blight’ uit. Adam Stephens neemt de zang en gitaren voor zijn rekening, terwijl Tyson Vogel de vellen van zijn oversized drumstel teistert. Je denkt dan onmiddellijk aan The White Stripes of The Black Keys, maar Two Gallants doen iets compleet anders met de beperking van het rockduo: dit is veel meer folkrock dan blues- of garagerock, en hoewel de speelstijl veeleer rauw is, ligt de nadruk op melodie in de songs, eerder dan op het neerzetten van een groove.

Stephens begon vanavond met zijn Gretsch-gitaar (dat denk ik toch gezien te hebben van aan de PA, niet dat ik zo een gitaar-expert ben), en dat is altijd een goed teken, we hebben nog geen enkele gitarist gezien die die gitaar gebruikt die slechte nummers brengt, denk maar aan Richard Hawley). Stephens zang was vrij hoog, maar om Alex Callier te citeren, wel met een ‘grain’, die karakter aan de zanglijnen gaf. De man zijn stem deed mij denken aan Feargal Sharkey of één van de zangers van de Britse indie rootsrockers Gomez.
Two Gallants waren nog maar net uit de States toegekomen, en misschien zaten ze nog met jetlag, in ieder geval sputterde de machine vanavond een beetje, door de vele pauzes tussen de nummers bij het wisselen van de vele gitaren die Stephens meegebracht had. Het positieve aan die vele instrumentenwissels was dan weer dat Two Gallants nooit eenvormig of eentonig klonk, ondanks de beperking van het duo. Ook Vogel legde veel inventiviteit in zijn drumspel, met onder meer gebruik van maracas en paukenstokken. In een aantal nummers kregen we een mooie duo-zang, Stephens liet naar het einde van de set zelfs de gitaren voor wat ze waren, en bracht nog een tweetal nummers op piano, en Vogel nam een akoestische gitaar ter hand, wat hem goed af ging. De cover van de avond was er eentje van Tom Petty, met “A thing about you”.

Het begon buiten redelijk sterk te regenen, dus buiten een pintje gaan halen, zat er niet meer in, maar we zaten gezellig in de Chapiteau met een band die de aandacht er bij wist te houden als ze aan het spelen waren, maar iets te veel tijd nodig had tussen de nummers, en dat haalde wel de vaart uit het optreden. Niettemin dit minpunt, was het grootste deel van het publiek heel dankbaar om wat Two Gallants hun vanavond serveerde. De band zelf was ook heel tevreden en wist ons te vertellen dat ze altijd heel graag in Belgie spelen.Hun volgende passage in ons land is op 26 mei in Leffinge, deze zomer passeren ze ook in Dour. De homo turisticus zou zeggen, “Checkt dat af”.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/two-gallants-12-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/roscoe-12-05-2013/

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Les Nuits Botanique 2013 – AlunaGeorge – Kan groots worden!

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – AlunaGeorge – Kan groots worden!
Les Nuits Botanique 2013
Botanique (Rotonde)
Brussel

We kregen de afgelopen periode al een paar BBC talenten voorgeschoteld als Chvrches , Laura Mvula en natuurlijk niet te vergeten deze AlunaGeorge. Nog geen cd uit , ‘Body Music’ verschijnt pas in juli (!), was het concert als één van de eerste tijdens Les Nuits Bota uitverkocht . Bijgevolg , in een volgepakte Rotonde konden we een kleine 45 minuten kennismaken met het kwartet, dat draait rond het duo, de bevallige schone Aluna Francis en elektrotechneut George Reid . Ze zorgt er alvast voor dat de hiphop en r&b breder kan en mag geïnterpreteerd worden , stevig gekruid van zalvende , prikkelende , zwierige , dansbare soul/electrobeats van synths, van de effectsmodule , de diepe basses en  de opzwepende drums , die zelfs de 2step/drum’n’bass van een paar jaar terug wat nieuw lieven inblazen. Tja, in de UK omschrijven ze het als ‘advanced minimalistic polyrhythmic beats as well as bashment, experimental hip-hop, ’90’s R&B and house’. Kwestie van weten!

Terecht een revelatie als je intussen de handvol singles en samenwerkingen op nahoudt . Onlangs in de belangstelling met Disclosure’s “White noise” , die hier vanavond niet kon ontbreken, en wat meer diepte kreeg door een repeterende diepe basstune , forsere beats en haar soulfulle stem .
In het clubcircuit houdt AlunaGeorge het momenteel graag nog intiem, knus en gezellig, vandaar hun optreden in de pittoreske Rotonde . Ze konden de Orangerie zelfs uitverkopen, want met songs als “Just a touch” , “You know you like it” , “Attracting flies” en “Your drums your love” heeft dit Engelse gezelschap al interessant materiaal uit! Live staan deze songs meer dan overeind door de elektronische loops , de verrassende wendingen, tintelen ze de dansspieren en krijgen ze nog een dwingend dampend sfeertje door de sensuele danspassen van deze schone , die tot de verbeelding sprak met haar lange benen, topje en haar kort leren schortje . Een jong huppelend (duracell) konijn, die elke m2 van het kleine podium benutte , af en toe zich achteroverboog  en tipte aan haar plastic flesje water. Ze kwam wel wat verlegen over en hield het telkens op een welgemeend ‘thank you’.  Maar het kwartet genoot van de warme respons, het sterke onthaal en de dansbare rijen vooraan.
Niet alle nummers spraken de dansspieren aan en konden wat ‘chill’ relaxt zijn als “We are chosen” , “Kaleidoscope love” en de titelsong van het debuut  , maar de voortdurende switch van de nummers zorgden net dat het (korte) optreden bleef boeien , en broeierig hot klonk.

Niks verkeerd dus aan hun toegankelijke pop met duidelijk hitpotentieel , waarbij we moeiteloze wisselingen van dansbare grooves en relaxte sounds noteerden  . Het was heerlijk genieten van deze pop en de honingzoete verschijning van Aluna Francis namen we er maar al te graag bij!  

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Les Nuits Botanique 2013 – Lou Doillon - Engelstalige folk uit Frankrijk

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – Lou Doillon - Engelstalige folk uit Frankrijk
Les Nuits Botanique 2013
Koninklijk Circus
Brussel

Na halfzus Charlotte Gainsbourg,  waagt zich nu ook model en actrice Lou Doillon aan een muzikale zijsprong. Vorig jaar bracht deze telg uit de Birkin-clan het debuutalbum ‘Places’ uit, geproduced door Etienne Daho. Het leverde haar bij de zuiderburen meteen een Victoire op voor beste vrouwelijke artiest. Lou Doillon vertoefde jaren in de schaduw van haar succesvolle bloedverwanten, tot ze in 2006 de Orpheus in zich ontdekte in New York. Sindsdien sleutelt ze voortdurend aan nieuwe nummers en groeide het zelfvertrouwen voor een eerste soloplaat.

In tegenstelling tot haar zus – die zich het liefst verbergt achter een mengpaneel – lanceert Lou Doillon zich als een volwaardige singer-songwriter, begeleid door een uitstekende live-band. In het Koninklijk Circus plaatst ze zichzelf schijnbaar zonder moeite in de schijnwerpers, alhoewel haar bindteksten en stage attitude nog wat onzekerheid niet kunnen verbergen. “One Day After Another”, een mid-tempo nummer over het hectische leven van alledag en de nood om af en toe halt te roepen, heeft een leuke melodie en kabbelt als een bergbeekje. De zangeres zingt niet echt – ze spreekt poëtisch melodieus op het ritme van de muziek – met een stem die varieert van hoog en scherp naar laag en zwoel. Soms laat ze die lage bas uitspinnen, wat erg grappig klinkt. De ballad “Jealousy” heeft een jazzy ondertoon, terwijl “Make a Sound” dan weer heel erg folky klinkt. De single “I.C.U.”  over een onbeantwoorde liefde die ze ten onrecht waarneemt in het stadsgewoel, is een waardige ballad met catchy refrein die  luidkeels wordt meegezongen.
Een concert van anderhalf uur kan ze nog niet brengen met haar debuutalbum, dus laat ze ook wat covers op ons los, een akoestische versie van “Should I Stay and Should I Go” van The Clash en ook “I Go To Sleep” van de Pretenders passeert de revue.
Hoogtepunten van de avond komen op het einde met onder meer “Hushaby”, een song over hoe kinderen op een bepaald moment in het leven de verzorgende rol van hun ouders overnemen. Lou Doillon refereert daar misschien naar de momenten waarop ze stiefvader Serge Gainsbourg  in bed moest leggen na een nachtelijke escapade met teveel drank? “Places” heeft een mysterieus pianomelodie en leidt tot een soort psychedelische climax, waarbij de zangeres mee beweegt met lijf en haar – stijlvol en charismatisch in een wit hemd met opgestroopte mouwen, bretellen en jaren ’80 blazer – wat nog extra cachet aan het nummer geeft.
Bij het derde bisnummer geeft Lou Doillon nog haar ongezouten mening over het dronkenschap.
“J’adore les moments pathétiques”, declameert ze, “Si on est bourré, on le sait et on est fier!”, waarna ze de prachtige ballad « Real Smart » inzet.

Ondanks het atypisch stemgeluid overtuigt Lou Doillon moeiteloos met haar zelf geschreven repertoire, waaraan altijd een donker kantje zit. Ze hoeft zich nu alvast niet meer de ‘vilain petit canard’ van de familie te voelen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/lou-doillon-12-05-2013/
Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Pagina 639 van 964