logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Suede 12-03-26

Tindersticks

Tindersticks – Flinterdunne lijn tussen innemend mooi en saai

Geschreven door

Het is 20 jaar geleden dat Tindersticks hun eerste album op de wereld loslieten en om dat te vieren organiseren ze binnenkort een tournee langs enkele grote Europese zalen. Maar eerst kwamen ze nog naar de Vooruit met een uniek concept. Fans konden enkel een ticket kopen waarmee ze niet alleen toegang kregen tot een intiem, akoestisch optreden van de band, maar ook het boek ‘Singing Skies’ ontvingen, waarin frontman Stuart A. Staples zijn teksten heeft neergeschreven. Daarnaast kon men met het ticket ook de tentoonstelling van de vrouw van Staples, Suzanne Osborne bezoeken, die gedurende een jaar elke dag een schilderij maakte van de lucht. En wij maar denken dat koppelverkoop bij wet verboden is!  

Ondanks de relatief hoge ticketprijs was de zaal helemaal uitverkocht. Omdat we onze meegesmokkelde fles whisky niet durfden open te maken, kochten we maar wat pilsjes aan om in de juiste sfeer te geraken. Een goede ‘single malt’ lijkt ons echter de ideale drank om te degusteren tijdens een luistersessie Tindersticks. De muziek van de band klinkt warm en jazzy, en stelt je meteen op je gemak. De mooie, rustige melodieën en mompelende bariton van Staples klinken huiselijk en vredig, zelfs je zure grootmoeder zou de nummers van de groep wellicht appreciëren.
De grote kracht van Tindersticks is tegelijkertijd echter ook hun grootste zwakte. De lijn tussen innemend mooi en ronduit saai is vaak flinterdun, en het hangt er maar net vanaf in welke mood je je bevindt. Het moet gezegd worden dat de band wel zeer traag van start ging. Als je goed luisterde , hoorde je wel dat er enkele emotionele pareltjes tussenzaten, maar over het algemeen lag het tempo van de eerste helft van het optreden toch net iets te laag om te blijven boeien.
Dat Staples tussen de nummers door enkele onverstaanbare dingen mompelde, was ook niet bevorderlijk om bij de les te blijven. Op een bepaald moment kreeg de zanger zelf een krop in de keel, waardoor hij gedurende een tweetal minuten een hoestaanval kreeg, en het nummer noodgedwongen onderbroken moest worden.
Daarna ging het niveau van de songs gelukkig iets de hoogte in en viel er regelmatig te genieten van de intelligent ingekleurde kamermuziek. De band koos resoluut voor ouder werk en van hun laatste album ‘The Something Rain’ speelden ze enkel “Fire of Autumn”.  De urgentie van de albumversie was echter verdwenen, en we kregen een zeer kale versie te horen.
Hoogtepunt was de avond was een onuitgegeven song die Staples geschreven had toen de band op splitten stond (dat denken we toch gehoord te hebben in zijn gemompel). Een emotioneel momentje dat ervoor zorgde dat het concert wat minder routineus overkwam.

De band maakt nu al twintig jaar aan een stuk kwalitatieve muziek en daar kan je alleen maar respect voor opbrengen. Na het concert bleven we echter wat op twee gedachten hinken. Langs de ene kant hadden we zeker in de laatste helft wel pakkende en mooie songs gehoord, maar anderzijds lukte het niet altijd om met ons hoofd bij de muziek te blijven. Zeker op vrijdagavond heeft deze jonge kerel wel eens zin om de ledematen te bewegen. Niet voor niets zat de zaal vooral vol met dertigplussers.

Organisatie: Vooruit, Gent (ikv Vooruit100)

Les Nuits Botanique 2013 - Olafur Arnalds, Valgeir Sigurdsson, Will Samson - IJslandse pracht

Geschreven door

Het Koninklijk Circus was aardig volgelopen voor een IJslandse avond. We pikten nog een tweetal nummers mee van Will Samson, een Engelse folktronica artiest die ons wel kon charmeren met zijn Bon Iverfalset en de warme combinatie van synths en gitaar. Vorig jaar zagen we hem ook al in het voorprogramma van Pinback, en met ‘Balance’ heeft hij zijn tweede album uit.

Valgeir Sigurdsson is een IJslandse producer die verantwoordelijk is voor de speciale sound op de albums  van onder meer Bjork, Múm, Sam Amidon en Coco Rosie, wiens nieuwe album ‘Tales of a grass window’  hij ook geproduceerd heeft. Naast al dit producerswerk, brengt de man ook eigen werk uit: zo zagen we hem een aantal jaren geleden in de Kortrijkse Pentascoop nog ‘Ekvilibrium’ voorstellen. Sigurdsson heeft nu zijn derde album uit, ‘Architecture of loss’ dat hij schreef voor een balletvoorstelling. Sigurdsson werd vanavond begeleid door twee strijkers, terwijl hij zelf de beats verzorgde en op piano speelde.
De nummers die hij vanavond bracht waren redelijk experimenteel, vrij donker en hadden niet altijd duidelijk songstructuren. De strijkers speelden soms afzonderlijke noten, en korte stukjes die abrupt afgebroken werden en dan een totaal andere richting uitgingen.
Sigurdsson is duidelijk een artiest die altijd naar iets nieuws op zoek is, want deze nummers waren mijlenver verwijderd van wat hij op ‘Ekvilibrium’ deed, dat toch veel toegankelijkere, warme elektronica was. Interessant bleef het wel, maar het was toch minder licht verteerbaar.

De hoofdact van vanavond, Olafur Arnalds, kwam zijn laatste album ‘For now I am winter’ voorstellen. De jonge IJslander daagde met een grappig, typisch IJslands het publiek uit om beter te zingen dan het Eindhovens publiek van de avond voordien.  Arnalds had een strijkkwartet meegebracht, en het resultaat was top: prachtige composities ontplooiden zich in het samenspel tussen piano, elektronica , trombone en strijkers: de zaal was muisstil en heel wat mensen genoten met gesloten ogen van de nummers uit ‘For now I am winter’.
Als je van Johann Johannsson, Nils Frahm of A Winged Victory for the sullen houdt, dan was dit van het beste in het genre. Net zoals Valgeir Sigurdsson gooide Arnalds de typische ontploffende lava-beats die we kennen van Bjork’s “Joga” in de strijd. Goed drie kwartier in de set, mocht de violist even soleren, en we waanden ons heel even op de Koningin Elizabethwedstrijd.
In het laatste deel van het optreden trad de elektronica meer op de voorgrond, en op het einde werden we nog getrakteerd op een gastzanger, met een prachtige stem, à la Patrick Watson, zodat het leek of we in een concert van The Cinematic Orchestra terechtgekomen waren.
Volkomen terecht werd Olafur Arnalds dan ook teruggeroepen door het publiek, dit was een dot van een concert dat ons heerlijk liet wegdromen.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Les Nuits Botanique 2013 – Woods (- Phosphorescent: Puike prestatie)

Geschreven door

Matthew Houck doorworstelde na de tour volgend op ‘Here’s to taking it easy’ een moeilijke periode. Nadat zowel zijn huisbaas als zijn vriendin hem de deur gewezen hadden, overwoog hij zelfs om er muzikaal de brui aan te geven. Gelukkig vond hij terug zijn draai en inspiratie in Mexico waardoor Phosphorescent (zie pics homepag) onlangs ‘Muchacho’ in de platenrekken dropte. Een wekenlang op voorhand uitverkochte Rotonde keek reikhalzend uit naar de live-versie van die uiterst positief onthaalde plaat.

Daar waar Houck in het verleden op plaat en podium weinig belang hechtte aan een cleane sound en regelmatig solo de hort op ging met zijn lo-fi-muziek, laat hij zich tegenwoordig bijstaan door maar liefst vijf muzikanten: twee toetsenisten (één die vooral pianoklanken uit zijn keyboard puurde en de – als we ons niet vergissen – halfnaakt op de hoes van ‘Muchacho ‘poserende vrouw die de synthesizersound voor haar rekening nam), een bassist, een drummer en een bongo-speler die eveneens bij momenten de computer mocht bedienen.
Met openers “Terror in the Canyons” en het sublieme, heerlijk lang gerekte “The Quotidian Beast” begeeft men zich op het terrein van de alt.country waar Phosphorescent zich de laatste jaren erg thuis is gaan voelen.
Het meer mistige “A new Anhedonia” dompelt ons een eerste keer onder in de ijle sfeer die - mede dankzij het perfect uitspelen van de breekbare stem van Matthew Houck – tot het unieke geluid leidt dat de muziekliefhebber eind 2007 kon ontdekken op doorbraakalbum ‘Pride’. De perfecte overgang dus naar het uit die klassieker stammende “A picture of our torn up praise”. Live krijgt dit op plaat hartverscheurende lied nu echter een iets meer swingende versie waardoor het in onze oren meteen ook minder beklijvend klinkt.
Geen paniek echter want met “Song for Zula” wordt meteen duidelijk dat de toekomst van Phosphorescent er rooskleurig uitziet. Daar waar we tijdens “A picture of our torn up praise” nog betreurden dat de volledige groep zijn duit in het zakje deed, zorgt de inzet van die uitgebreide bende nu wel voor een flinke meerwaarde. De afwezigheid van de op plaat hemels klinkende violisten wordt bijvoorbeeld heel aardig opgevangen door de vakkundig van haar synthesizer gebruik makende jongedame.  Houck struint tijdens het eerste deel van “Song for Zula” als een ervaren crooner over het podium om naar het einde toe de elektrische gitaar te omgorden en met virtuoos spel de rijkdom van die prachtsong te accentueren.
Tijdens het lekker funky gebrachte “Right on/Ride on” stelden we vast dat de Duvelflesjes van de toetsenist op korte tijd zorgwekkend leeg geworden waren. Het hoefde dus niet te verbazen dat hij met een almaar meer verwonderde blik om zich heen zat te kijken en hoe langer hoe meer aan het zwalpen (of laat het ons met wat goeie wil gewoon dansen noemen) sloeg. Een geluk dus dat de toetsen een minder prominente rol toebedeeld kregen tijdens afsluiter “Los Angeles” (uit ‘Here’s to taking it easy’) waarin de nadruk vooral kwam te liggen op de verscheurende gitaarsolo die Houck door de boxen joeg. Een subliem slot van een na drie kwartier veel te vroeg beëindigd concert.

In de bisronde keerde de frontman terug in de tijd door solo een indrukwekkende versie van “Wolves” te brengen, dit naar oude gewoonte zelfs met inbegrip van de extra laagjes (vervormde) stem en gitaar die hij naar het einde toe als handige knoppenman injecteerde. Wie dus gekomen was voor een snuifje ‘Pride’, kreeg uiteindelijk toch nog waar voor zijn geld. Het van Randy Newman geleende “Days of Heaven” blijkt al anderhalf jaar op ‘s mans setlist te prijken omdat hij naar eigen zeggen niet anders kan dan het steeds maar opnieuw te spelen. En maar best! Voor het laatste lied van de avond, het meer als soft country klinkende “Down to go”, betreedt de voltallige groep opnieuw het podium. Geen onaardige afsluiter, alhoewel het gitaargewijs een extra geut lapsteel zou kunnen verdragen.

Deze passage van Phosphorescent leidde niet tot een echt onvergetelijk optreden maar bevatte zeker wel voldoende hoogtepunten om het als een puike prestatie te klasseren. Mede omdat Matthew Houck nu middels ‘Muchacho’ stilaan tot een sterk oeuvre begint te komen, durven we er geld op verwedden dat zijn groep een lang leven beschoren is. Men weet echter maar nooit dat hij de komende jaren alsnog het slopende leven on the road inruilt voor een sedentair bestaan.
Wie geen risico wil nemen en de man zelf nog eens live aan het werk wil zien, begeve zich dus best op 22 mei naar de Genste DOKbox.

Het viertal genaamd Woods bracht in het voorprogramma een licht verteerbare brok folkrock. De vaak vrolijke muziek deed bij momenten denken aan wat The Magic Numbers enkele jaren terug op de mensheid loslieten. Best verfrissend en onderhoudend voor even, maar uiteindelijk met te weinig weerhaken om een vaste stek in ons geheugen te veroveren.
Spijtig dat zanger-gitarist Jeremy Earl na een half uurtje vocaal versleten was. Al van bij het begin kon men zich trouwens de vraag stellen of de falsetto van Earl de juiste stemkeuze is voor deze groep.
Ook het feit dat er iets te veel op veilig gespeeld wordt, maakt het niet verwonderlijk dat Woods na acht jaar en zeven platen nog niet meteen een wereldwijde doorbraak hoeft te verwachten.
Tijdens het laatste nummer, dat gestoeld was op een best pulserend ritme, duurde het bijvoorbeeld te lang vooraleer men zijn muzikale duivels ontbond. Als Woods het aandurft om zijn frontman wat meer naar de achtergrond te duwen ten voordele van wat intenser en experimenteler gemusiceer, dan zijn we bereid om ze nog een kans te geven. Zo neen, dan bedanken we vriendelijk doch resoluut.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

 

Les Nuits Botanique 2013 – Lescop palmt de Orangerie in

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – Lescop palmt de Orangerie in
Les Nuits Botanique 2013
Botanique (Orangerie)
Brussel

"Ik ben alternatief, maar niet vertrouwelijk", zegt Lescop in de loges na het concert op Les Nuits Bota. "Ik hou niet van de elitaire kant die sommigen er op nahouden in de undergroundscène. De beste bands zoals Einstürzende Neubauten, Joy Division, New Order of zelfs Indochine, hebben we op tv gezien! Ze waren/zijn een onderdeel van de pop(ulaire) cultuur". Deze uitdaging, om alternatieve muziek populair te maken, heeft Lescop perfect gerealiseerd. Zijn minimale 'pop wave' in de taal van Molière heeft zich succesvol ontwikkeld, en hangt ergens tussen Daho, Taxi Girl, Indochine en Joy Division. De lumineuze hit "The Forest" en het gelijknamige album tonen een discreet, getalenteerd muzikant aan het publiek.

Dit is al het derde concert van Lescop in de Botanique in een jaar tijd. In mei 2012 was hij support van de intussen overleden Daniel Darc en in november van datzelfde jaar , was er het uitverkochte concert in de intieme Rotonde. Hij had toen beloofd om terug te keren voor een langere show in een grotere zaal en voila, zo geschiedde .. .
Een volle Orangerie vanavond , om Lescop en z’n band aan het werk te zien; het concert opende met het hypnotiserende "Paris s'endort"  . Lescop staat met stijl en discretie op het podium. Zoals gebruikelijk is hij gekleed in een eenvoudige polo shirt, jeans en Converse schoenen. Hij wordt opnieuw begeleid door Cedric Leroux (ex-Phoebe Killdeer) op gitaar, die iets heeft tussen Prince en Phil Lynott. Aan de rechterkant, Antoine de Saint-Antoine op bas, die al in de eerste band van Lescop, Asyl, speelde. In vergelijking met het concert in de Rotonde, heeft de band twee extra muzikanten: Gaël Etienne, multi-instrumentalist en co-componist van het eerste album, die hier voornamelijk keyboards speelt, en een drummer, die hier het grootste verschil maakt door de energie en de eigen interpretaties.
De groep zet hun muzikale reis verder met "Ljubljana" en "Los Angeles". Tussen de twee nummers, begroet Lescop het publiek en beweert luidiek dat hij  iedereen herinnert van de vorige concerten . "Le Mal, Mon Ange" maakt indruk met zijn hypnotiserend ritme, maar we betreuren de afwezige vocals van Dorothy De Koon.
In het algemeen is Lescop op z’n gemak. Aan de microfoon, de ogen gesloten en geconcentreerd , doet hij denken aan Ian Curtis en voert hij enkele levendige , elegante , lichtjes androgyne bewegingen uit . Toch gaf hij zef in het interview toe dat hij altijd nerveus op het podium is en dat hij zich in een soort trance op een optreden voorbereidt . De  muzikale link wordt dan ook duidelijk naar de volgende titel, "Hypnose", gevolgd door "Marlene", gekenmerkt van een  postpunk accent.
De zeer filmische muziek van Lescop wordt beïnvloed door films, zoals die van Jean-Pierre Melville, Fassbinder of Schlöndorf. De titel "La Nuit Américaine" is een duidelijk bewijs ervan; hij vertelde ons later dat hij de film van Truffaut nog niet gezien had, toen hij de titel schreef. Het lied werd zeer goed ontvangen en we voelden dat het concert een eerste hoogtepunt bereikte. In het midden, wordt de muziek bijna stil maar dan komt een intense electro opbouw die leidt tot een krachtige finale. Kijk eens naar dit fragment hier: https://www.youtube.com/watch?v=3DpBNW77C0c
Geen tijd om te rusten want hier is dé hit, "La Forêt"! Het publiek juicht van harte op de eerste basstunes en minimale drum beat. Lescop staat vooraan, en levert een sterke prestatie. We dansen en schudden het hoofd, betoverd door deze beklijvende melodie. In de instrumentale passages worden de muzikanten echt 'crazy' en Cedric Leroux trakteert ons met een prachtige solo op zijn scharlaken gitaar. Hier is de video: https://www.youtube.com/watch?v=jZDQu-jXfA0  .
Na het nerveuze "Un Rêve", gaat Lescop verder met "Le Vent", een lied over ' warme herinneringen'. Hij draagt het op aan Daniel Darc,  " de man die me heeft geïnspireerd te schrijven", vertelde hij later in het interview. Deze song beëindigt dan ook het eerste deel van het concert .

Na een korte pauze komt het combo het podium terug op voor het erg rustige « Tu m'Ecrivais Souvent », de eerste song die Lescop componeerde, die zal worden opgenomen voor de plaat . "Slow Disco" klinkt een beetje als « La Forêt », maar is langzamer. En tot slot, komt het tweede hoogtepunt van het concert, "Tokyo, La Nuit"; eerst, een beklijvende intro, met zware, bijna metal accenten, dan is er een explosie van gitaren en een hels ritme. Gaël Etienne verliet zijn keyboards en stond dan vooraan het podium met zijn gitaar. Het publiek is enthousiast en zingt het refrein mee, de armen in de lucht.
Lescop is the captain en ook hij zwaait met de armen en toont een  "V"-teken. Op een gegeven moment geeft hij de indruk dat hij in het publiek gaat springen, zoals hij in de Rotonde deed. Maar nee, hij houdt zich in en blijft op het podium. Als een dirigent, benadrukt hij de laatste tunes van deze mooie compositie. Hij  bedankt het geboeide  publiek en verlaat het podium. Bekijk de video van dit moment: https://www.youtube.com/watch?v=qffQM5WxyCo  .

Een geslaagd concert op alle niveau's ! Ik had de unieke gelegenheid om samen met mijn vrienden Vincent en Valeria in de loges een spraakmakend  interview van Lescop te doen, gevolgd door nog een ongelooflijke uitje met de groep in ‘Brussels, La Nuit’...

Setlist: Paris s'endort, Ljubljana, Los Angeles, Le Mal Mon Ange, Hypnose, Marlène, La Nuit Américaine, La Forêt, Un Rêve, Le Vent. Rappels: Tu m'Ecrivais Souvent, Slow Disco, Tokyo La Nuit.

Als support van Lescop, ontdekten we twee Frans 'acts': Superpoze, een jonge beatmaker uit Caen, alleen op keyboards en Akaï controllers , die instrumentale, elektronische muziek speelde, die refereerde aan Ninja Tune en Warp. Dan was er Yan Wagner, die samen met zijn band, een soort 'electropop/new-wave' muziek speelde, maar de accenten waren veel te 'house'/'dance' voor mij.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/lescop-09-05-2013/

Philippe Blackmarquis Vertaling Philippe Blackmarquis – Johan Meurisse

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Les Nuits Botanique 2013 – Piano Club – Efterklang – Miles Kane (in bloedvorm!)

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – Piano Club – Efterklang – Miles Kane (in bloedvorm!)
Les Nuits Botanique 2013
Botanique (Chapiteau)
Brussel

De sympathieke jongens van Piano Club, ontsproten ergens in de bloeiende Luikse muziekscene, leken nog niet helemaal van hun verbazing te zijn bekomen om de Chapiteau te mogen openen. Hun feelgood electro pop zonder veel franjes lag prettig in het gehoor en klonk op zijn beste momenten als New Order die het regenachtige Engeland ingeruild heeft voor de zonnige Caraïben. Een ganse set lang wisten ze echter nog niet te beklijven. Uitschieter: het Pet Shop Boys ‘camp’ liedje “Olivia”.  

Bij welke bands kun je er prat op gaan dat ze boeiender en beter worden naarmate hun discografie verder aandikt? Efterklang, het licht excentrieke, prettig gestoorde gezelschap uit Kopenhagen, behoort zeker tot die uitverkorenen. Aan bizarre vondsten opnieuw geen gebrek die avond. Halverwege de set toverden ze een kartonnen doos tevoorschijn waaruit banale geschenkjes uit München, hun vorige doortocht, rond gestrooid werden in het publiek. De gevoelige afsluiter “Alike” brachten de lefgozers zelfs zonder enige versterking in een volgepakte, rumoerige Chapiteau.    
Maar echt uniek was dat hun muziek op geen enkel moment moest onderdoen voor deze originaliteit, in tegendeel. Van “Apples” en “The Ghost” op het nieuwe, vierde album ‘Piramida’ ging een grandioze, klassieke schoonheid uit en ook “Sedna”, dat de eighties galm van Talk Talk overbrugde met de nineties tristesse van Tindersticks, sloeg niet alleen onszelf met verstomming.   

Eén van de grotere namen deze editie van Les Nuits Botanique was ongetwijfeld Miles Kane, (zie pics homepag) die de dertig nog lang niet gepasseerd is maar wel al meer dan veertig jaar Britse popmuziek (The Kinks, T-Rex, The Jam, Oasis, The Libertines,…) transpireerde vanonder zijn nauw, wit matrozenpakje. Deze Liverpudlian was vroeger een tijdje op de dool met zijn voormalige The Rascals, maar ontpopte zich als solo artiest tot een meer dan begenadigd songschrijver en rasperformer.
Die avond zat hij The Arctic Monkeys van zijn maatje Alex Turner alleszins erg dicht op de hielen zit. Een ultrastrakke ritmesectie hield de breed uitwaaiende gitaren op “Rearrange” nauw in het gelid, maar ook de nummers op het nog te verschijnen nieuwe album ‘Don’t Forget Who You Are’ klonken razend ambitieus en energiek. De minder seculiere gemeenschap had trouwens beter hun zonen en dochters binnen gehouden, want afsluiter “Come Closer” had een verpletterende uitwerking op ledematen en geslachtsdelen tot achteraan de tent. Miles Kane verkeerde overduidelijk in bloedvorm, hopelijk kan hij die nog een tijdje aanhouden tot aan de zomerfestivals.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/miles-kane-09-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/efterklang-09-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/piano-club-09-05-2013/

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Les Nuits Botanique 2013 – Low – Junip, onder de noemer slowcore/americana

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – Low – Junip, onder de noemer slowcore/americana
Les Nuits Botanique 2013
Koninklijk Circus
Brussel

Intrinsiek schoonheid is het sleutelwoord bij een band als het Amerikaanse Low, als je hun muziek oplegt of naar een optreden gaat. Hoe hun slowmotionpop ook klinkt, minimalistisch of gespierd , het is en blijft al twintig jaar bloedstollend mooi. Toegegeven, niet elke song of elke plaat is even sterk, maar de kalme , intieme , licht dreigende , onheilzwangere muzikale aanpak intrigeert in hun ‘less is more’ princiep .

De recente cd van het trio rond Alan Sparhawk (zang/gitaar) – Mimi Parker (zang/drums), aangevuld met een derde lid , Steven Garrington, op piano/bas, ‘The invisible way’, werd onder handen genomen van Jeff Tweedy van Wilco . We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat de laatste platen van Low sterk neigen naar hun ouder werk als ‘Things we lost in the fire’ (’01) en aan het wondermooie ‘The curtain hits the cast’ (‘96) . Low maakt de cirkel terug rond sie!
Juist, verrassend is het niet echt meer maar hun onthaastingspop is en blijft iets unieks; wat ze doen , doen ze al ruim twintig jaar goed, door het beheerst gespeelde spel, de subtiel opbouwende,  aanzwellende dromerige melodieën, de rauwere, grimmige sound of net de sober gehouden instrumentatie, gedragen door de warme mooie stemmen van het echtpaar Sparhawk - Parker. Een hemels samenzijn, die door de projecties op het achterplan nog werd beklemtoond, want hun trip werd nog adembenemender door oude zwart-wit circusvoorstellingen, allerhande vliegtuigstunts en andere leuke zaken .
Letterlijk werd je meegevoerd , in het eerste deel met de een handvol songs van de nieuwe plaat, “Plastic cup”, “Clarence white” , “So blue” en uitschieters “Holy ghost” en het tot op het bot uitgediepte “On my own”, dat met feedbackgeraas zachtjes durfde te exploderen. De instrumentatie kreeg hier de volle ‘breed veertien’. Een eerste hoogtepunt! Ohja, ook de zang van Mimi kreeg meer dan vroeger een voorbestemd plaatsje in het geheel.
Low grossierde vervolgens in hun rijkelijk gevulde oeuvre, lieten een krachtig “Monkey” en “Witches” horen, en nodigden uit tot een sfeervolle “Waiting” en “Words” . Kippenvelmomenten kreeg je opnieuw door een huiverend “Pissing” , “Especially” en het afsluitende “Canada” . Splinterbommen waren het en een Low op z’n best .
Ze kregen nog ademruimte eentje meer te spelen, “I hear goodnight”, die ergens op een ‘in the fishtank’ plaat staat , de ideale tranquillizer, hypnoticum , om de slaap in te leiden.

Een muzikale trip om u tegen te zeggen . De Low formule en mystiek werkt na al die jaren nog even aanstekelijk en beklemmend . Sterk optreden !

We houden van José Gonzalez als band , Junip , liever dan het solomateriaal van de man , dat toch ook al van vijf jaar terug is . Jawel , hij fabriceerde twee onnavolgbare breekbare covers, namelijk “Heartbeat” (The Knife) en “Teardrop” (Massive Attack), en wereldwijd succes verkreeg hij met z’n melancholische ‘treurwilg’ sing/songwriterpop.
Maar met z’n compagnons Tobias Winterkorn (toetsen) en Elias Araya (drums) kwam hij tot  Junip, live met zes, die een gesmaakte , overtuigende fusion presenteren van pop, folk, psychedelica, ‘70s en americana. Het resulteert in twee fijne platen ‘Fields’ en de onlangs verschenen ‘Junip’. In die  hypnotiserende, spannende, broeierige, dromerige songs krijgen toetsen en synths een prominente rol , zonder het ‘band’ gevoel te verliezen . Junip blaast warm en koud tegelijkertijd en laat zelfs afrotintjes (“Suddenly”) , bassloops (“Line of fire”) en Sigur Ros neigende soundscapes (“Walking lightly”/ “Without you”) op ons los .
“In every direction” was een meesterlijke opener, verder we lieten we ons lekker meeslepen op  hun songmateriaal , waarbij de instrumentatie naast de (soms beperkt gehouden) dromerige zang in kracht won. Ze leidden tot een climax op “After all is said & done”  en “Line of fire” … Compositorische diepgang en spelplezier !

Ondanks de geconcentreerde , deels afstandelijke Gonzalez, was zowel band als hijzelf sterk geraakt van het puike onthaal.

Organisatie: Botanique, Brussel  (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Les Nuits Botanique 2013 – Junip - Low, onder de noemer slowcore/americana

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – Junip - Low, onder de noemer slowcore/americana
Les Nuits Botanique 2013
Koninklijk Circus
Brussel

Intrinsiek schoonheid is het sleutelwoord bij een band als het Amerikaanse Low, als je hun muziek oplegt of naar een optreden gaat. Hoe hun slowmotionpop ook klinkt, minimalistisch of gespierd , het is en blijft al twintig jaar bloedstollend mooi. Toegegeven, niet elke song of elke plaat is even sterk, maar de kalme , intieme , licht dreigende , onheilzwangere muzikale aanpak intrigeert in hun ‘less is more’ princiep .

De recente cd van het trio rond Alan Sparhawk (zang/gitaar) – Mimi Parker (zang/drums), aangevuld met een derde lid , Steven Garrington, op piano/bas, ‘The invisible way’, werd onder handen genomen van Jeff Tweedy van Wilco . We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat de laatste platen van Low sterk neigen naar hun ouder werk als ‘Things we lost in the fire’ (’01) en aan het wondermooie ‘The curtain hits the cast’ (‘96) . Low maakt de cirkel terug rond sie!
Juist, verrassend is het niet echt meer maar hun onthaastingspop is en blijft iets unieks; wat ze doen , doen ze al ruim twintig jaar goed, door het beheerst gespeelde spel, de subtiel opbouwende,  aanzwellende dromerige melodieën, de rauwere, grimmige sound of net de sober gehouden instrumentatie, gedragen door de warme mooie stemmen van het echtpaar Sparhawk - Parker. Een hemels samenzijn, die door de projecties op het achterplan nog werd beklemtoond, want hun trip werd nog adembenemender door oude zwart-wit circusvoorstellingen, allerhande vliegtuigstunts en andere leuke zaken .
Letterlijk werd je meegevoerd , in het eerste deel met de een handvol songs van de nieuwe plaat, “Plastic cup”, “Clarence white” , “So blue” en uitschieters “Holy ghost” en het tot op het bot uitgediepte “On my own”, dat met feedbackgeraas zachtjes durfde te exploderen. De instrumentatie kreeg hier de volle ‘breed veertien’. Een eerste hoogtepunt! Ohja, ook de zang van Mimi kreeg meer dan vroeger een voorbestemd plaatsje in het geheel.
Low grossierde vervolgens in hun rijkelijk gevulde oeuvre, lieten een krachtig “Monkey” en “Witches” horen, en nodigden uit tot een sfeervolle “Waiting” en “Words” . Kippenvelmomenten kreeg je opnieuw door een huiverend “Pissing” , “Especially” en het afsluitende “Canada” . Splinterbommen waren het en een Low op z’n best .
Ze kregen nog ademruimte eentje meer te spelen, “I hear goodnight”, die ergens op een ‘in the fishtank’ plaat staat , de ideale tranquillizer, hypnoticum , om de slaap in te leiden.

Een muzikale trip om u tegen te zeggen . De Low formule en mystiek werkt na al die jaren nog even aanstekelijk en beklemmend . Sterk optreden !

We houden van José Gonzalez als band , Junip , liever dan het solomateriaal van de man , dat toch ook al van vijf jaar terug is . Jawel , hij fabriceerde twee onnavolgbare breekbare covers, namelijk “Heartbeat” (The Knife) en “Teardrop” (Massive Attack), en wereldwijd succes verkreeg hij met z’n melancholische ‘treurwilg’ sing/songwriterpop.
Maar met z’n compagnons Tobias Winterkorn (toetsen) en Elias Araya (drums) kwam hij tot  Junip, live met zes, die een gesmaakte , overtuigende fusion presenteren van pop, folk, psychedelica, ‘70s en americana. Het resulteert in twee fijne platen ‘Fields’ en de onlangs verschenen ‘Junip’. In die  hypnotiserende, spannende, broeierige, dromerige songs krijgen toetsen en synths een prominente rol , zonder het ‘band’ gevoel te verliezen . Junip blaast warm en koud tegelijkertijd en laat zelfs afrotintjes (“Suddenly”) , bassloops (“Line of fire”) en Sigur Ros neigende soundscapes (“Walking lightly”/ “Without you”) op ons los .
“In every direction” was een meesterlijke opener, verder we lieten we ons lekker meeslepen op  hun songmateriaal , waarbij de instrumentatie naast de (soms beperkt gehouden) dromerige zang in kracht won. Ze leidden tot een climax op “After all is said & done”  en “Line of fire” … Compositorische diepgang en spelplezier !

Ondanks de geconcentreerde , deels afstandelijke Gonzalez, was zowel band als hijzelf sterk geraakt van het puike onthaal.

Organisatie: Botanique, Brussel  (ikv Les Nuits Botanique 2013)

SX

SX – de hemelse sterrenpracht van SX

Geschreven door

Sinds vorig jaar kun je niet meer omheen de Belgische pop van SX. Ken je SX niet? Wat een vergissing! Deze groep uit Kortrijk, onder leiding van Benjamin Desmet en Stefanie Callebaut,  is onze grote hoop qua alternatieve rock. Ze kwamen in de belangstelling door de StuBru-wedstrijd Vibe On Air en die prachtige eerste single, "Black Video". Ze brachten hun debuut ‘Arche’, vorig jaar uit: een pareltje. Na een pak concerten in het clubcircuit en al in het buitenland, als support van dEUS btw!, keren ze terug naar een uitverkochte AB (AB Box).

Als support, Mittland Och Leo, een Antwerpse duo bestaande uit Joke Leonare Desmet en Milan Warmoeskerken. De naam van de groep is een samentrekking van ‘Mijn land’ in het Zweeds en de namen van de twee leden van de groep. Mittland Och Leo heeft het publiek gecharmeerd met instrumentaal elektronische muziek die erg 'vintage' klonk. Ze spelen uitsluitend op analoge instrumenten, waaronder een oude Crumar, en ze doen ons denken aan Kraftwerk en Jean-Michel Jarre, maar met een modern randje. Een mooie introductie.

Juist vóór het begin van het SX-concert horen we een synth die de eerste akkoorden van "Gold" speelt. Het creëert een zeer psychedelisch sfeertje op z’n Pink Floyds en het is met die single dat de groep uit Kortrijk zijn show begint.
Benjamin Desmet staat aan de linkerkant, met zijn synthesizer, Fender Stratocaster gitaar en Fender Chorus amp.; in het midden staat Stefanie Callebaut achter haar toetsen, helemaal in het zwart, en aan de andere zijde is Jeroen Termote, de drummer. Een grote cirkelvormige plaat staat achter de muzikanten, een hint naar de cover van het album.

De muziek is fascinerend, psychedelische, magnetische dreampop die z’n inspiratie vindt in een brede scala van stijlen. Wij denken natuurlijk aan Beach House wat betreft de etherische klank, maar ook aan Animal Collective, M83 en MGMT. Men vindt ook een sterk soul-aspect terug in de stem van Stefanie Callebaut, waarin spirit schuilt, een sopraan die de hoogste noot kan bereiken. Soms doet haar stem me denken aan Grace Jones en in het donkere "Aurora” aan Zola Jesus, Austra en Kate Bush. Aanvankelijk is haar stem een beetje zwak in de mix maar dit probleem geraakte snel opgelost.
De set focust zich natuurlijk  op de 'Arche'  plaat. Het Griekse woord αρχή 'betekent' begin ', maar ook' principe 'of' ‘beginsel '. Een solied fundament,  want zowel het titelnummer als "Beach" en "Graffiti" zijn zeer sterke composities, die live een andere dimensie krijgen. Stefanie Callebaut zingt en speelt met grote passie, en haar feeling wordt uitgedrukt door  sensuele , theatrale bewegingen.
Iets verderop verlaat ze haar keys en komt vooraan het podium. Het publiek wordt getrakteerd op "Strange Fruit", een gloednieuw lied, bijna a capella gezongen , met slechts een paar synth akkoorden op de achtergrond. Haar ongelooflijke stem heeft kracht en precisie, stijgt boven het publiek en baadt in een religieuze stilte. Stefanie geeft zich volledig in het  soulvolle  nummer . Haar stem concurreert hier  met de grootste zangeressen, Amy Winehouse tot Victoria Legrand (Beach House). Aan het einde gaat ze zelfs een beetje te ver in haar expressiviteit maar we vergeven het haar .
Kijk naar dit bijzondere moment hier: http://youtu.be/ahICZI4stU4
Vervolgens gaat de band door met het complexe "Midnight Hour" en het lumineuze "Pearls". Dan volgt een tweede nieuw nummer: "The DIsc": ook veelbelovend, hoewel de bassen hier veel te sterk waren.
Tot slot komt het langverwachte moment voor de fans: "Black Video”, de hit die SX bekend heeft gemaakt. De interpretatie van dit uitzonderlijk stuk is perfect en aan het einde doet Stefanie een adembenemende vocale improvisatie, waarbij haar vocals letterlijk scheurden. Indrukwekkend!
Ze hadden in feite het concert met dit adembenemende sterke nummer moeten besluiten maar "The Future", minder krachtig maar toch zeer boeiend beëindigde het concert.

Het was een (te) kort concert (minder dan één uur), maar wel een energieke performance. Nogmaals, het zou nog beter zijn als Stefanie Callebaut haar keyboard verliet en haar plaats als 'frontvrouw' ten volle zou nemen om de songs nog meer elan te bieden en draagkracht te geven.
In ieder geval heeft SX ons een sterrenhemel aangeboden,  dreampop van zeer hoog niveau. Geen twijfel mogelijk : SX wordt internationaal groots!

Kijk naar
"Black Video" hier: http://youtu.be/BoTp8ABUEqc

Lees het interview die we vorig jaar op de showcase in het Planetarium van Brussel deden: http://www.musiczine.net/nl/interviews/sx/sx-the-next-big-thing-from-belgium-interview-nav-showcase-planetarium-brussel/

Neem gerust een kijkje naar de pics:
http://www.musiczine.net/nl/fotos/sx-08-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/mittland-och-leo-08-05-2013/


Neem gerust ook een kijke naar de pics van hun set met Vuurwerk, een dag eerder in de Muziekodrom, Hasselt 
http://www.musiczine.net/nl/fotos/sx-07-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/vuurwerk-07-05-2013/

Vertaling Philippe Bauwens - Johan Meurisse

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Les Nuits Botanique 2013 – Conan Mockasin – The Leisure Society – Wave Machines

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – Connan Mockasin – The Leisure Society – Wave Machines
Les Nuits Botanique 2013
Chapiteau
Brussel

Pas halverwege de set, meer bepaald vanaf het Beegees discofunk nummer “Keep The Lights On” kwam er in de tent aardig wat deining opzetten voor Wave Machines, een kwartet uit Liverpool dat niet aan haar proefstuk toe was op Les Nuits Botanique. Niet echt verwonderlijk, want de eerste helft bleek integraal gereserveerd te zijn voor de voorstelling van ‘Pollen’, het nieuwe album dat opvallend minder hitsig en geil klonk dan het debuut van intussen alweer drie jaar gelden. Live had Wave Machines de witte funk gelukkig nog steeds meer dan aardig in de vingers zitten. Wie, zelfs zonder één pint op, stil kon staan op “The Greatest Escape We Have Ever Made” had waarschijnlijk ergens een verlamming van zijn of haar zenuwstelsel opgelopen. Net iets te voorspellend werd afgesloten met “Punk Spirit”, in eigen land uitgegroeid tot bescheiden ‘national anthem’, maar die avond vooral illustrerend voor een muzikale stijlbreuk die we nog niet volledig verwerkt hebben.

Zanger Nick Hemming was duidelijk in zijn nopjes om voor de verandering pal tussen de symmetrische buxus haagjes in de tuin van de Botanique te mogen spelen. Vermoedelijk was zijn Brits geboortedorp op het platteland, waar niemand trouwens ooit al van gehoord, daar niet vreemd aan. En gelijk had hij, want de bucolische folk pop van zijn band The Leisure Society kwam er meer dan aardig tot zijn recht. Vrolijkheid en somberheid zaten perfect gedoseerd in de tijdloze songs die solliciteerden naar een podiumplaats in de Britse hedendaagse folk. Het nieuwe album ‘Alone Aboard The Ark’ is net uit en heeft de potentie om uit te groeien tot één van de betere albums van 2013. 

Eigenlijk zijn we nog steeds niet helemaal ontwaakt uit de roes waarin afsluiter Connan Mockasin (pics homepag) de Chapiteau onderdompelde.  Noch is het ons al volledig duidelijk wie of wat er precies tussen de onderbelichte nevelslierten te ontwaren viel. Want veel meer dan vage, in excentrieke klederdracht gehulde silhouetten die je ’s nachts liever niet alleen tussen de bosjes van de Kruidtuin tegen het lijf loopt kreeg je niet te zien.
Dit bizarre gezelschap uit Nieuw Zeeland, vermoedelijk uit een humusrijke streek waar de paddenstoelen nog niet voor massaconsumptie geteeld worden, slaagde er meesterlijk in om een uur lang een soort van bedwelmend parallel universum te creëren waarin alle muzikale conventies overboord gegooid werden. Galmende Cocteau Twins gitaren, dissonante pianoriedels en benepen, infantiele stemmetjes gaven aan de psychedelische parels “It’s Choade My Dear”, “Forever Dolphin Love” en “Faking Jazz Together” een donker, sinister randje alsof de duivel er mee gemoeid leek.     
Geen wonder dat het publiek van Les Nuits Botanique, altijd open minded voor een muzikaal avontuurtje, er amper genoeg van kon krijgen. Een absolute ontdekking!

Neem gerust een kijkje naar de pics (alle zalen!)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/connan-mockasin-07-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-leisure-society-07-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/wave-machines-07-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/soley-07-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/rebekka-karijord-07-05-2013/

http://www.musiczine.net/nl/fotos/kishi-bashi-07-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/cave-painting-07-05-2013/

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv les Nuits Botanique 2013)  

Deep Purple

Now What?!

Geschreven door

De ouwe hardrockers van Deep Purple (of wat er nog van overschiet) hebben 8 jaar na het te verwaarlozen ‘Rapture of the deep’ nog eens een nieuwe studio plaat gemaakt. Geen mens die er zat op te wachten maar iemand vond het blijkbaar toch verantwoord. Laten we niet vergeten dat Purple, samen met Zep en Sabbath, mee de basisstenen legde van een genre dat men vroeger hard rock noemde en dat later geëvolueerd is tot metal, en nog later tot allerlei extreme (en veelal belachelijke) varianten ervan. Begin jaren 70 was Deep Purple van het hardste wat er in muzikale kringen te beleven viel, nu is het in vergelijking met vele huidige metalacts een softrock band.
‘Now What?!’ is een rockplaat geworden die nog net de groepsnaam waardig is, maar die nergens kan tippen aan klassiekers als ‘In Rock’, ‘Machine Head’ en ‘Fireball’. Daarvoor staan er te weinig onvergetelijke songs op. Vandaar waarschijnlijk dat Purple zonodig meende het een en ander te moeten opfleuren met overtollig bombast waardoor ze al eens op het terrein van AOR rock komen. Dit is misschien goed voor de Amerikaanse markt, maar wij krijgen er puisten van. In de afsluiter “Vincent Price” komt er zelfs een koor aan te pas, hou uw kotszakje toch maar bij de hand.
Deep Purple is met gerenommeerd producer Bob Ezrin in zee gegaan, maar volgens ons hadden ze beter Rick Rubin gebeld, luister naar de laatste ZZ Top en u zal ons wel verstaan.
Oudgediende Ian Gillan weet nog wel een aardig potje te zingen, maar nergens klinkt hij echt gevaarlijk. De macho gitarist Steve Morse (een indringer, wegens geen lid van de originele bezetting ten tijde van de eerder vermelde klassiekers) doet het ook nog behoorlijk, maar hij is Blackmore niet, hé. Vooral de keyboards van Don Airey  (eigenlijk ook een bastaard, maar zat wel bij Rainbow) klinken bijwijlen vintage Deep Purple (o.m. in de degelijke rocker “Après Vous”), en dat is dan weer goed nieuws. Eén van de opflakkeringen is bijvoorbeeld “Body Line”, een funky beestje dat wel het tweelingbroertje lijkt van “No One Came” uit ‘Fireball’.
Over de ganse plaat zijn er zo nog wel flarden van de vroegere Purple die boven water komen, maar we zouden u toch aanraden om vóór uw bezoekje aan de komende Lokerse Feesten eerst even een drietal keer ‘Machine Head’ pokkenluid door uw boxen te jagen in plaats van deze ‘Now What?!’.
Voor de fans zal dit nieuwe album echter geen tegenvaller zijn, en dat is al heel wat.

Pagina 640 van 964