logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
avatar_ab_05

Stornoway

Stornoway - Pastorale folk met een donderwolk

Geschreven door

Opvallend veel Britten in de Orangerie van de Botanique die avond voor Stornoway. Veel Britser kon het ook niet klinken. Dit viertal uit de omgeving van Oxford charmeert met pastorale, Keltisch geïnspireerde folk pop die je onmiddellijk associeert met zonovergoten groene heuvels in de countryside en waarin de gewone dingen des levens zoals gemiste treinen of dagdromen op zolder even idyllisch als geromantiseerd bezongen worden.

Tijdens de voorstelling van hun tweede album ‘Tales From Terra Firma’ kwamen duidelijk meer wolken langs drijven. Op zich nog geen reden tot paniek, al bedierf het wel soms de pret in de zaal. Erger was dat de inspiratiebron minder rijkelijk vloeide en weinig nieuwe nummers konden tippen aan het niveau dat weliswaar erg hoog gespannen werd op debuutalbum ‘Beachcomber’s Windowsill’. 
Opener “Knock Me On The Head” werd nogal lauwtjes onthaald, waardoor Stornoway zich genoodzaakt zag om direct een versnelling hoger te schakelen met het onweerstaanbare road movie refreintje van “Fuel Up”. Dit was meteen tekenend voor een set waarin het constant aftasten was.   
Overdadige orgel- en vioolarrangementen knepen de noodzakelijke luchtigheid uit nummers als “You Take Me As I Am” en “(A Belated) Invite To Eternity”. Stornoway was slim genoeg om dit zelf te beseffen. Met spaarzame unplugged uitvoeringen van “November Song” en “The Ones We Hurt The Most” kregen ze het publiek wel muisstil en des te enthousiaster achteraf.
Op “The Great Procrastinator” sloeg de verveling toe, terwijl de intro van doorbraaksingle “Zorbing” getrakteerd werd op een luid nostalgisch herkenningsapplaus.   
Gelukkig had Stornoway aan no nonsense spontaniteit nog lang niets ingeboet. Meer zelfs, de charismatische zanger/gitarist Brian Briggs met zijn verrukkelijk hoge tenor stem voelde zich tijdens dit slotoptreden op het Europese vasteland duidelijk in zijn sas in de groene Botanique na enkele minder idyllische settings op toer in Duitsland. En ook de rest van groep wil iedere café uitbater graag over de vloer krijgen voor een live sessie.   

De swingende bisronde die met “I Saw You Blink” en “Watching Birds” integraal opgebouwd was uit nummers van het debuutalbum van 3 jaar geleden stuurde ons met gemengde gevoelens naar huis. De fans van het eerste uur werden uitbundig getrakteerd, maar een Belgische doorbraak zit er met “Tales From Terra Firma” nog niet direct aan te komen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Les Paradis Artificiels 2013 – Archive – Fun – The Bewitched Hands

Les Paradis Artificiels 2013 – Archive – Fun – The Bewitched Hands
Les Paradis Artificiels 2013
Zénith
Lille

Les Paradis Artificiels 2013 is een jaarlijks muziekfestival, een tiental dagen in Lille in diverse clubs . De mensen van AGDLL zorgen telkens voor een mooi divers overzicht wat het hedendaags muzieklandschap allemaal te bieden heeft . Op de affiche heel wat interessante headlines , alsook ontdekkingen en opkomend talent . Het festival heeft al een uitstekende reputatie opgebouwd .
Muzikale diversiteit, tegenstellingen en aanvullingen, alles kan, een belangrijke troef dus. Vanavond was zo’n voorbeeldje: Archive – Fun – The Bewitched Hands …

Eerste band was van eigen boden , met name The Bewitched Hands ; die ook bij ons al enige airplay heeft verkregen. De groep maakt deel uit van de wind Los Campesinos , Architecture in Helsinki, I’m from Barcelona en grijpt naar de jaren Polyphonic Spree , Broken Social Scene en ‘60s Beach Boys. De sprankelende , aanstekelijke , betoverende indiepop van het Franse gezelschap brengt het nodige optimisme; enthousiasme en vitaliteit door de leuke, luchtige en opgewekte tunes .
Het zestal heeft twee cd’s uit ‘Birds & drums’ en ‘Vampiric way’ , waaruit een 45 tal minuten gretig geput werd. Ze betrokken het publiek telkens bij hun korte vakkundige, frisse, broeierige songs . Prima feelgood , vrolijke muziek die meer dan overtuigend werd besloten met die prachtsingle “The laws of walls”.

Totaal andere stuff hadden we om handen met het Amerikaanse Fun , die met de plaat ‘Some nights’ en de single “We are young” ( op plaat met Janelle Monae) een topper hadden in de hitparades vorig jaar . Fun laat letterlijk een ‘happy feeling’ horen als van The Bewitched Hands , zij het dan op een andere manier; we horen popcommercieel werk met grootse arrangementen en een bombastische gladheid , gedragen door een super enthousiaste band en de helder , indringende , soms hoog uitlatende zang van Nate Ruess . The Sound Of Music (van de familie Trapp) , Queen , Mika, My Chemical Romance, de balladpop van Jason Mraz of een mannelijke Kate Perry drongen zich op bij Fun.
Een spring-in-‘t-veld, dit zestal , waarbij ook de pianist/toetsenist/multi-instrumentalist een belangvolle bijdrage levert in het totaalconcept van de jeugdige band . De samenzang speelt een voorname rol , maar was soms overdreven en over-gemoduleerd.
Stadion pop dus, met een paar goede songs, die een doorwinterde muziekfreak maar deels kunnen raken, maar daar zullen de jonge (gillende) meisjes vooraan weinig boodschap aan gehad hebben, want die hadden hun  avond wel met die ‘bubbelgum’pop als “Out on the town” , “One foot”, “It gets better”, “All allright”, “Carry on” en die doorbraaksingle “We are young” . Op het eind schotelden ze hun liefde aan The Rolling Stones voor met “You can’t always get what you want”, voorzien van een snedige gitaarsoli. Hier zou Sam De Bruyn van StuBru een vette kluif aan gehad hebben, sie …

Tot slot ‘something totally different’ om Les Paradis Artificiels te besluiten, met het Britse Archive (zie pics homepag) die een intense en gevarieerde set boden .
Archive geniet in België niet zoveel bekendheid. Onbegrijpelijk, want de groep heeft een unieke sound en het talent van de muzikanten staat buiten kijf. Ze combineren elementen uit de hiphop, electronic, progressive rock en klassieke muziek en brouwen er een eigenzinnig geheel van. De knisperende en broeierige elektronica die we ook kennen van Radiohead vanaf ‘Kid A’ neemt een prominente plaats in en zorgt ervoor dat elk nummer een gigantische spanningsboog kent.
Dat Archive live nog een stukje snediger en intenser uit de hoek komt bewezen ze in Lille. De spanning was te snijden en je had het gevoel dat elk nummer uit het niets kon exploderen. Opener “Fish” was nog iets te langdradig en zoutloos, maar vanaf “Wiped Out” schoot de band met scherp. De minutieus opgebouwde compositie resulteerde in een koude oorlog tussen synthesizer, percussie en gitaren. Donkere wolken tekenden zich boven de Zénith Arena en na elke climax bleef de dreiging van een kernexplosie in de lucht hangen.
De lichtshow versterkte dit effect nog en zorgde voor een hypnotiserende en psychedelische trip. Vervolgens kregen we het groovy en catchy “System” voorgeschoteld.
De band heeft verschillende genres onder de knie, maar toch hoor je steeds duidelijk dat het om een ‘Archivesong’ gaat. Op het dansbare en uptempo “Hatchet” mocht zangeres Holly Martin een eerste keer opdraven en dat deed ze met verve. Met haar  krachtige en soulvolle stem vulde ze met gemak de hele zaal.
Ook in “Violently” met zijn agressieve beats (“When I close my eyes/I think of how you died/Died in me/So violently/Love to close my eyes/Remember how you died/Died in me/So violently”) vertolkte ze een hoofdrol. De mellow violen die op het einde van het nummer opdoken, zorgden voor een mooi contrast, iets waar Archive wel vaker mee speelt.
Het catchy “Fuck U” was nog zo’n hoogtepunt. Doordat de vocalen zich ergens tussen zingen en rappen bevonden zat er een aanstekelijke flow in het nummer en het refrein “So fuck you anyway” smeekte om luidkeels meegekeeld te worden. “Bullets” was dan weer helemaal opgebouwd rond een pianomotief en begon rustig, maar eens de synthesizer inviel, transformeerde de song in een allesverzengende draaikolk. Een betere afsluiter van de reguliere set konden we ons niet bedenken.
De band kwam gelukkig nog terug om “Dangervisit” te spelen, dat van start ging met emotionele zanglijnen maar halfweg overging in hevig gitaargeweld en schreeuwerige vocalen.
Archive zette de puntjes nog even op de ‘i’ en wij waren Fun al lang vergeten.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/archive-12-04-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/fun-12-04-2013/

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ikv Les Paradis Artificiels)

Isbells

Marble Sounds en Isbells in de Vooruit, Gent Twee kanjers voor de prijs van één

Geschreven door

Wie donderdagavond trek had in een flinke portie muziek met gevoel kon afzakken naar de concertzaal in de Vooruit in Gent. Daar werd immers een zogenaamde ‘double bill’ geserveerd. Eerst warmde Marble Sounds het publiek helemaal op, daarna kopte Isbells de voorzet staalhard binnen.

Marble Sounds
Marble Sounds is bezwaarlijk een voorprogramma te noemen. Het vijftal, met Pieter Van Dessel als zanger, stelde in Gent hun nieuwe plaat ‘Dear me, Look up’ voor.
Wat eerst leek op het testen van de instrumenten mondde uit in het begin van “The Summer Of The Sun”. Het publiek werd even verrast maar het duurde niet lang voor iedereen mee was. Na deze opener speelden Van Dessel en co “No One Ever Gave Us The Right” en “Photographs”. Met “My Friend” werd voor de eerste maal teruggegrepen naar het debuutalbum ‘Nice is good’. De songs waren opvallend net en afgewerkt. Toch bleef het melancholisch gevoel dat Marble Sounds typeert steeds behouden. Die pure melancholie maakte tijdens “Ship In The Sand” – een cover van Sophia – zelfs even plaats voor zwartgalligheid. Daarom was het volgens Van Dessel dringend tijd om ‘een vrolijk nummer te spelen’. Met “Dance Clarence Dance” gingen de kopjes inderdaad opgewekt heen en weer. De lichte en fijne melodie zorgden voor een kleine adempauze in een set die vooral zwaarmoedig bleek. Daarna was het tijd voor een vrouwenstem in “Sky High”. Bij de eerste noten haperde Chantal Acda nog wat, maar ze herpakte haar onmiddellijk. Het zorgde voor een mooi en integer nummer. Vooral de overgang van de enkele stem van Acda naar het instrumentele stuk deed deugd aan de oren. Acda was alvast opgewarmd voor het optreden van Isbells, waar zij nog eens ten tonele kwam, maar dan als vast bandlid. (Dat gold trouwens ook voor Gianni Marzo, lid van Marble Sounds en Isbells) . Kortom, een erg geslaagd optreden van de zangeres. Het was dus dubbel spijtig dat het duet “Leave A Light On” niet werd gespeeld.
Het concert liep al bijna op zijn eind wanneer Van Dessel zijn megafoon uithaalde voor “Never Lost, Never Won”. Het toonde aan dat Marble Sounds niet bang is om te experimenteren. Bovendien slagen ze er wonderwel in om die variatie simpel te houden. Het vijftal klinkt zeker niet overdadig.
Als bisnummer kreeg het publiek nog “The Time To Sleep” te horen. Daarin zat er zowaar nog redelijk stevig gitaargeweld. Het vatte het optreden van Marble Sounds samen: tussen de rustig glijdende melodieën door waren meer dan eens scherpe klanken en harder werk te horen. Het zorgde voor een topconcert, al werden nummers als “Good Occasions”, “Redesign” en “Leave A Light On” wel gemist.

Isbells
Het legde druk op de schouders van Isbells. Met het optreden in de Vooruit speelden zij hun laatste concert in België (Marble Sounds en Isbells gaan dit najaar nog samen in Duitsland gaan spelen). Het was de vraag of er na al dat touren in 2012 geen sleet op de band was gekomen. Dat bleek allerminst het geval. Er gebeurde constant wat. Frontman Gaëtan Vandewoude had daarin de hoofdrol en deed zijn verhaal over ‘de prachtige zaal’. Daarmee charmeerde hij onmiddellijk de vele aanwezigen. Bij de intro werd “Stoalin’” – naar de gelijknamige plaat – lang uitgesponnen en kwam de band letterlijk uit het donker getreden. De magische xylofoon en zachte trompetgeluiden werden geleidelijk luider en begeleid door een soort marstrommel. Ondertussen kon men de groep vol in het licht zien en na wat Vandewoude een ‘interactief hey-ho moment a la Snoop Dogg’  noemde, vonden de leden het tijd voor wat snelheid in de set. “Heading For The Newborn” zorgde daarvoor. Het catchy gitaarspel van de band betekende de tweede start van het concert. Even later minderde Isbells alweer vaart met mooie samenzang in een prachtige versie van “Letting Go”. Met “Falling In And Out” deed Vandewoude ons eraan denken dat ‘ruzie maken ook heel romantisch kan zijn’. Na dit nummer kon men zich echter niet meer voorstellen niet verliefd te zijn op de band. Dat gevoel werd nog extra versterkt wanneer ze hun grootste hit “Reunite” speelden.
Dat ook Isbells wel eens wil rocken werd duidelijk wanneer zij “Wolf Like Me” van TV On the Radio coverde. Het feit dat zij dat probleemloos deden, bewees nog meer eens hun muzikaal talent. De spuitende confetti tijdens het nummer waren misschien wat van het goede teveel. Vandewoude en co bleken wat uitgeput door het heen en weer springen.
Ze besloten dan maar tot een akoestisch moment vooraan op het podium.
Ze speelden er “Baskin’” en “As Long As It Takes”. Marzo haalde er zijn banjo voor naar boven. Het publiek nam er de onstembare Chinese gitaar graag bij voor een charmant intiem moment als dit. Voor iemands rinkelende telefoon waren de meesten minder genadig. Vandewoude loste het allemaal op met de glimlach. Die speelsheid kwam terug bij een minder geslaagde cover van Tim Hardins “Reason to Believe”. Vandewoude vergat de structuur van zijn arrangement tot tweemaal toe. Een derde kans kreeg hij niet: het publiek begon namelijk te klappen voor het nummer eindigde om de zanger uit zijn lijden te verlossen. Marzo grapte dat hij hen ‘altijd zo in verlegenheid bracht’. Gelukkig had de band nog “Erase And Detach” als laatste nummer om het foutje recht te trekken.
Als hoogtepunt van de avond kreeg het publiek nog een geheel nieuw bisnummer te horen. Daarvoor werden de mannen van Marble Sounds terug op het podium geroepen. Het bewees dat de leden van de twee bands meer dan goede vrienden zijn, ze kunnen ook erg goed samen muziek maken. Van Dessel en Vandewoude genoten zichtbaar van hun samenzang en iedereen, inclusief het publiek, stond te glunderen van de warmte die van de song “Celebration” afstraalde.
Na dit feest ging het tiental met een theatrale buiging het podium af. Het publiek kon niet anders dan tevreden naar huis gaan.

Marble Sounds toonde in de Vooruit dat zij klaar zijn voor een stap hogerop. ‘Dear me, Look up’ heeft genoeg potentieel om een breed publiek voor zich te winnen. Isbells bewees zich als sterke live band. De spontaniteit van de band en de charismatische Vandewoude kan nog vele harten veroveren.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/isbells-11-04-2013/

Organisatie: Democrazy, Gent  

 

Dez Mona

Dez Mona – De(s)monish

Geschreven door

‘A GENTLEMAN’S AGREEMENT’. Zo staat het op het nieuwe album van Dez Mona, de eigenzinnige band rond Gregory Frateur en Nicolas Rombouts. Om die jongste te werpen moesten ze (symbolische) bergen beklimmen en nu willen ze die aan iedereen laten zien en vooral horen. Wij waren erbij in de Kreun in Kortrijk en aanschouwden een de(s)monische set.

De berg, de rots, waarop ze pronken op hun album staat misschien wel symbool voor een nieuwe (moeilijke?) hindernis voor de band, die naar een meer poppy rockgehalte. Vergeet niet: hun vorige album ‘Saga’ was zowat een operastuk en op hun muzikale cv staat toch vooral intiemer weltschmerzgeladen gevoelswerk met jazzy- tango- of chanson-ondertoon.
Trouwens, op ‘A GENTLEMAN’S AGREEMENT’ staan ze met z’n zessen. ‘Heart & Brains’ Frateur en Rombouts met accordeonist Van Camp zochten en vonden het gezelschap van andere topmuzikanten als Steven Cassiers (drums), Tijs Delbeke (Sir Yes Sir; gitaar, piano en zang) en Sjoerd Bruil (Sukilove; gitaar en zang). Dez Mona beschouwt zich immers niet meer als een groep, maar als een project, een collectief dat zoekt naar muziekmakers die passen bij wat op het menu staat. In deze een poppy rockalbum waarbij je meteen omver geblazen wordt door opener “Soon”, niet toevallig ook de opstart van hun set in de Kreun.
Het is naar verluidt een oorlogsverklaring, geïnspireerd op de Arabische Lente en als vingerwijzing naar onze Westerse lethargie. Mooi, maar vooral indrukwekkend qua overdonderende sound en verrassend voor het geheel Dez Mona. In de Kreun klonk het - het hele album -  trouwens nog rockiger dan op de cd zelf.
Tot halfweg de gig volgden ze trouwens gewoon de cd. “Memory of the sun” was een heel wat rustiger oversteek en ook “Supicion” - met Frateur aan de piano - had bij momenten een originele (Afrikaanse) beat erin die via tango-accenten vlot overvloeide  in “The Passing” waar de gitaren weer prominenter sneerden.
“Harmonie, pathetiek en de stem van Gregory Frateur”: zo vat de kern van Dez Mona hun eigen ‘persoonlijke muziek’ samen. Maar daarmee kan je je onmogelijk een beeld vormen. Precies omdat het beeld telkens weer vervormt.  Maar het was een goeie synthese van het volgende nummer “Funny games” dat – in tegenstelling tot de vrolijke titel – veel melodrama in zich draagt. Het podium – met de beklommen rotsberg op de achtergrond – werd zwart-wit en Frateur eindigde headbangend op de psychedelische kleurklanken.
Zo bombastisch het vorige, zo intiem weer het volgende, “Fools’ days” waar Frateur – in kostuum maar op blote voeten - enkel een aangrijpend duet aanging met accordeonist Roel Van Camp.
Tijd voor een cover, vond de band, met “Everyone who had a heart” van Dionne Warwick, maar dan een doorsnijdende versie met militair tromgeroffel en passie die zo makkelijk uit de mond van Frateur lijkt te komen. Alsof hij helemaal geen moeite moet doen.
Op het uptemponummer “The Back Door” zette de klankman de juiste echo op en daarna grepen ze terug naar wat ouder werk: “Didn’t it rain” dat van een gospel in een eighties gitaarnummer à la Uriah Heep getransformeerd werd.
In schril contrast – daar houden ze van – tot de sneren van “Didn’t it rain” opende de accordeon “A little bit of a dream” en kreeg meteen het gezelschap van de akoestische gitaar van Delbeke. Met “Carry on” volgde nog een oude song en tijdens “A part of us all” – met knappe samenzang van de heren op de eerste rij (Frateur, Delbeke en Bruil) - verscheen pas de titel van het nieuwe album op het scherm: “Gentleman’s Agreement”, het nummer waar Frateur aan de piano zat, vroeger ophield, de stage afstapte en de outro aan zijn band overliet.

Drie bisnummers volgden en uiteindelijk had Frateur amper een woord bindtekst (behalve over de t-shirts die te koop waren) tot zijn publiek gericht. Maar de merci en de dank u illustreerden waar het bij Dez Mona op staat: muziek maken die harmonie en pathetiek verenigt. Dat dit deze keer met een poppy rocktint is kunnen we alleen maar toejuichen en niet alleen omdat ‘A gentleman’s agreement’ radiovriendelijker is, want zo poppy is het geheel nu ook weer niet. Misschien wel wat toegankelijker, maar het blijft desmonisch. Blijft de vraag: wat doet een band met deze kwali- en variëteit eigenlijk nog in kleine (zelfs niet uitverkochte) clubzaaltjes?

Setlist
1. Soon 2. Memory of the sun 3. Suspicion 4. The Passing 5. Funny Games 6. Fools’ Days
7. We own the seasons 8. Everyone who had a heart 9. The back door 10. Didn’t it rain 11. A little bit of a dream 12. Carry on 13. A part of us all 14. Gentleman’s  agreement
Bis 15. Trial 16.
Lack of love 17 Get out of here

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dez-mona-11-04-2013/

Organisatie: Kreun , Kortrijk

 

Goran Bregovic

Goran Bregovic - Bregovic kwam, trok ten aanval en overwon (ikv More Music! 2013)

Geschreven door

Als Goran Bregovic cool het podium komt opgewandeld in zijn witgrijze zijden pak en opvallend blauwe schoenen, zou je het hem niet aangeven dat hij al 62 is. Als je zijn CV bekijkt, wordt die gevorderde leeftijd al meer geloofwaardig. Na zijn studies filosofie en sociologie maakte hij deel uit van Bijelo Dugme (ook gekend onder de naam White Button), de mogelijks meest populaire Joegoslavische rockgroep ooit. Later vergrootte zijn bekendheid dankzij soundtracks voor films van Emir Kusturica en Patice Chéreau. De voorbije jaren stort hij zich meer en meer op theater en opera, zo werkte hij een eigen versie uit van Bizets Carmen en tracht hij Monteverdi naar de kroon te steken door een hedendaagse versie uit te werken van Orfeo. In augustus gaat die laatste ‘opera tarantata’ in première in Taranto. Wie zijn zomervakantie in Zuid-Italië gepland heeft, raden we ten zeerste aan om van de partij te zijn op het spektakel waarbij het publiek volop mag dansen en drinken.

Het dansen en drinken werd in het tot de nok gevulde Concertgebouw uitgesteld tot op het einde. De eerste 75 minuten werd er vooral beleefd geluisterd naar de uitgebreide bende muzikanten op het podium: het Wedding and Funeral Orchestra bestond in Brugge uit een vijfkoppige zigeuner-brassband, een strijkkwartet, een zeskoppig mannenkoor, twee Bulgaarse folkzangeressen en een percussionist die naast Bregovic gezeten ook vocaal regelmatig indrukwekkend uit de hoek kwam. Een bonte mix dus en in zin ook demonstratief voor het respect van Goran Bregovic voor de authenticiteit van elk van de verschillende Balkan-bevolkingsgroepen en muziekgenres. Meer dan wie ook bewijst hij daarenboven dat verschillende etniciteiten wel degelijk tot elkaar kunnen komen dankzij de universele taal van de muziek. Het zal ons dus niet verwonderen als Goran Bregovic bovenop zijn erkenning als componist ooit ook de Nobelprijs voor de Vrede zal krijgen. Wie dat te veel eer zou vinden voor deze artiest, zal ongetwijfeld zijn mening herzien als de laureaat zelf het muzikale deel van de overhandigingsplechtigheid zal mogen invullen.
Bon, genoeg lof gezwaaid op basis van eerdere verdiensten. Jullie zijn uiteraard nieuwsgierig naar hoe Bregovic het er op het More Music!-festival  vanaf bracht.
In vergelijking met de laatste keer dat we hem aan het werk zagen (Sziget, augustus 2012) was onze allereerste indruk eerder negatief. Daar waar we in Boedapest getuige waren van het meest uitbundige feestje dat een mens zich kan voorstellen (zowel op als voor het podium), bleef het in Brugge lange tijd een nogal makke bedoening. Tijdens een melancholische instrumental kwamen de muzikanten druppelsgewijs op het podium, in het volgende nummer hoorden we voor het eerst de typische Balkanbeat maar daar reageerde het publiek dus nogal lauwtjes op. Enkel op de allereerste rijen werd er al meteen enthousiast meegewiegd en –gezwaaid door enkele fanatiekelingen. De rest van de zaal bleef zeer afwachtend waardoor men ook op het podium grotendeels met de rem op speelde.
Niet dat er die eerste 75 minuten niet te genieten viel. Sommige nieuwe nummers, zoals het vooral dankzij de saxofonist erg funky klinkende “Dead man” (bij ons weten nog niet uitgebracht),  illustreren dat het blijft uitkijken naar de toekomstige productie van Bregovic. Het mannensextet maakte een zeer sterke indruk tijdens het inleidende gedeelte van muziek uit de soundtrack voor ‘La Reine Margot’ (Chéreau) waarna beetje bij beetje ook de andere muzikanten zich aansloten om aldus te leiden tot de geslaagde cross-over van klassieke met zigeunermuziek.
Ook nadien werden verschillende nummers gestaag opgebouwd: een vrij intimistisch begin door een beperkt aantal muzikanten, kalmpjes aan vallen de anderen één voor één in en als men zich lang genoeg ingehouden heeft, trekt men alle register open om te eindigen in overweldigende slotakkoorden. Elke apotheose werd onthaald op groot applaus maar het duurde dus wel zo’n 75 minuten vooraleer dankzij het door de herwerking van Shantel extra populair gemaakte “Gas Gas” de vonk echt oversloeg en de mensen massaal durfden rechtveren en dansen. Eens de vlam in de pan zat, speelden Bregovic en zijn orkest daar goed op in door quasi volledig de kaart van de feestmuziek te trekken. Ook tijdens de laatste 75 minuten werd echter af en toe nog subtiel gemusiceerd. Bregovics buurman bracht kippenvel teweeg tijdens zijn vocale intro van “Mesecina” en als een deel van het publiek ritmisch begint te klappen tijdens “In the death car” (uit de soundtrack van Arizona Dream, gezongen door Iggy Pop) durft Bregovic de mensen zelfs vragen om dat achterwege te laten wegens ongepast. Vredelievend als hij is, stelt hij echter meteen een alternatief voor waardoor we ons collectief aan een laid back “lalalalalalala” waagden.
Voor het overige kreeg het publiek dus nog heel wat Balkanpartymusic over zich heen gestort. Als man die zijn geschiedenis kent, trakteerde hij ons na een drinking song uit de Eerste Wereldoorlog met “Ciao Bella” (dat prijkt op zijn laatste CD ‘Champange for the Gypsies’) op één uit de W.O. II. Wanneer men denkt dat de bende er de brui aan zal geven, roept Bregovic de troepen een laatste keer bijeen om zijn “Kalasjnikov” nog eens te laten knallen. Het publiek wordt verzocht om na de overtuigende oproep van de trompettist met volle kracht “ten aanval!” te brullen. Mochten de supporters in het Jan Breydelstadion de voorbije maanden even overtuigende aanmoedigingskreten geslaakt hebben als het publiek van het Concertgebouw, dan ware Club al lang kampioen geweest en streed Cercle momenteel in Play Off 1 i.p.v. Play Off 3.

Omdat het volgens onze Balkanvriend dan nog te vroeg is om te gaan slapen, krijgt Brugge nog een extra bis maar die was al niet meer nodig om ons te overtuigen van het feit dat we uiteindelijk toch weer getuige mochten zijn van een heel geslaagd feestje.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/goran-bregovic-11-04-2013/

Organisatie: Concertgebouw, Brugge (ism Cactus Club Brugge)  

Eels

Eels – Wonderful Glorious!

Geschreven door

Altijd wel iets apart en uniek, een optreden van Mark E Everett en z’n alterego Eels . Inderdaad,  hij is één van die sing/songwriters die al veel ups en downs heeft gekend , maar telkens het verhaalt in uitstekend plaatmateriaal, en altijd wel iets achter de hand heeft bij de optredens.
Nooit is een E-tournee hetzelfde, steeds is het een nieuw ervaren , beleven, gevoel en emotie met een muzikale gedaantewisseling. E steekt ook sommige nummers in een fris arrangementje, afhankelijk van de begeleidingsband. Kortom, E zorgt steeds voor een prachtig muzikaal web . Je hoort en leest het, de loftrompet ten over voor deze artiest, die we hondstrouw zijn, in de letterlijke zin van het woord.

Hij heeft een nieuwe plaat uit ‘Wonderful glorious’, en na het optreden hebben we het wel  geweten, hier lag vanavond de klemtoon op, samen met ‘Hombre lobo , één van het drieluik een paar jaar terug.
Een rockende, rammelende , rommelende , knallende, dreunende Eels, twee avonden in een lang op voorhand uitverkocht KC met vier begeleiders , waaronder ‘vaste’ drummer Knuckles  in Adidasjogging en zonnebril, met ruimte voor enkele gevoelige (rock) ballads . Gruizige klinkende toegankelijke rock vol melodieuze wendingen en ritmische wisselingen, met een peperkoeken hart , zonder al te veel tierlantijntjes of keys . That’s rock’n’roll , mensen!
We hoorden het al vóór het concert met die dromerige ‘summertime’ ochtendgymnastiek op z’n James Last. E voelt zich de laatste jaren goed in z’n vel , dat hoorden we al bij de vorige concerten tijdens z’n clubtour en op festivals Pukkelpop en Rock Werchter. De donkere wolken zijn verdwenen; de zielenpijn behoort tot het verleden , de gemoedsrust heeft zich meester gemaakt bij de pas geworden vijftiger.
Eenvoud en humor krijgen meer ruimte. Op z’n Luc Devos maakt onze E wat grapjes tussenin. Een glimlach op het gezicht, soms moet dat niet meer zijn. Het doet man, band en publiek deugd om zo’n ontspannende avond tegemoet te zien, waar je een positief gevoel aan overhoudt . Leuk dus. That’s rock’n’roll, yeah!
Vanavond ook ‘geen greatest hits’ toestanden; z’n uitgebreid oeuvre laat al bijna een dubbel cd toe met songs als “Cancer for the cure” , “Novocaine for the soul” , “Hey man (now you’re living)” , “I like birds”, “I need some sleep” , “It’s a mothafucker”, “Love of the loveless”, “That’s not really funny”, “Flyswatter”, “A line in the dirt” , “Saturday morning”, … en we kunnen er nog een handvol opnoemen …
Het concert was meer dan af en hij weet waar België voor staat : chocolade, wafels , frieten, en zware bieren . Middenin de set werd hier wat show verkocht en was het heerlijk genieten tijdens een onderonsje van al dat lekkers met een straf biertje Blauwe Chimay! Cheers.
Eels startte stevig met een paar snedige rauwe emotievolle nummers, “Bombs away”, “Kinda fuzzy” en “Open my present”. Eels hield het graag in de rock’n’roll sfeer , want we hadden iets verderop de verrassende wending van “Peach blossoms”  en de lichte explosies op “Prizefighter”. “The turnaround” was dan die song die we al die weken moesten missen bij een ondergaand lentezonnetje . Je kon je laten meedrijven door de bloedmooie intimiteit van “In my dreams” en “On the ropes”. En je had wel eens de inzet van een cover, Fleetwood Mac passeerde deels de revue en besloten werd met het strandgevoel van “Itchycoo park” van The Small Faces.
Kijk Eels presenteerde voor elk wat wils in het genre . De keuze viel dus duidelijk op een directe , strakke, intense en gevoelige aanpak. “New alphabet” van de nieuwe cd ontbrak niet, en een 60’s Beach Boys stijl had je met “Fresh feeling” , één van die krakers op ‘Souljacker’. Drummer Knuckles kreeg natuurlijk ook enige speelruimte en als een Muppet Animal ging hij tekeer voor een solopartijtje .
Het was duidelijk, hier stond Eels garant voor leuke , speelse, ontspannende,  relaxte, emotievolle rock, met wat animatie .
Naast het lekkers had je dan ook de eeuwige trouw tussen E en The Chet , één van z’n bandleden, en vooraf en achterna met de Puddles Pity Party , met een reus van een clown en een vrouw verkleed in een apenmasker en in een kortgerokt Minnie Mouse pak . Spitsvondig!
Eels had tijd . We kregen een uitgebreide bis , met knallers “Souljacker” , een perfecte (party) mix van “My beloved monster/Mr E’s beautiful blues”, en “That look you give that guy”, de knuffelsong bij uitstek.
En onverwachts kwamen ze nog eens terug als de zaallichten al een tijdje aan waren gefloept . Terwijl sommige roadies de rest van ons Belgisch lekkers op het podium aten en dronken, rockten E en de zijnen er nog als losgeslagen wilde buffels op los . Letterlijk werden we met de ganse entourage van Eels uitgezwaaid . “Go Eels … Yeah …”!

Eels slaagt er telkens in  nummers op boeiende wijze aan te passen en te spelen. Hij is één van de meest inspirerende muzikanten . Hij vindt zichzelf telkens uit . Het kan niet anders , Mark E Everett is een muzikale kameleon, die we in ons hart  koesteren!

Support was Nicole Atkins uit New Jersey, die haar sing/songwritermateriaal op uiterst sobere wijze speelde, rauw, ruw, melodieus en gevoelig …Beetje Polly Harvey , beetje Anna Calvi, hoorden we van deze dame , die haar licht dreigende songs , aangevuld met een paar covers, gedegen bracht onder haar indringende heldere vocals .

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/eels-11-04-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/nicole-atkins-11-04-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/puddles-pity-party-11-04-2013/

Organisatie: Live Nation 

 

Ryoji Ikeda

Ryoji Ikeda - Een qubitaire symfonie van bits (ikv More Music! 2013)

Geschreven door

Ryoji Ikeda - Een qubitaire symfonie van bits (ikv More Music! 2013)
Concertgebouw
Brugge

Beeldend kunstenaar Ryoji Ikeda heeft een nieuw project: ‘Superposition’. Een terugblik op z’n 20-jarige carrière, met aangepaste, geüpdate elementen van z’n vroeger werk met nieuwe elementen hieraan toegevoegd. De aanhanger van ultrasonic frequenties, adept van de kwantumfysica en onderzoeker van de fysieke eigenschappen van het geluid, combineert deze tot een symbiose van  beeld en geluid. Japans meest bekende creator van klanksculpturen is er opnieuw in geslaagd een visueel meesterwerk af te leveren. Een ‘must see’ voor de liefhebbers van deze audiovisuele kunstvorm.

Dat Ryoji Ikeda z’n strepen in de klankkunst heeft verdiend, hoeft geen betoog. In 2001 ontving hij nog de Golden Nica Award bij de Prix Ars Electronica. Bij Dump Type heeft hij z’n stempel kunnen zetten, en autodidact als hij is, heeft hij steeds z’n technieken verfijnd.  Hij observeert geluiden, analyseert de structuren en zet deze om in licht en geluid. Voor deze show werkt hij ook voor het  eerst samen met 2 mensen op het podium, Stèphane Garin & Amèlie Grould, die een extra dimensie geven aan het geheel.
Ik had me op voorhand geïnformeerd, en moest dit optreden letterlijk ‘ondergaan’ en ‘beleven’. Dus ik onderga en beleef, maar word direct bij de keel gegrepen door zeer hoge, scherpe tonen, een tsunami van beelden aan ultrasonische snelheid. De 22 videoschermen worden gevuld met cijfers, teksten, natuurbeelden en frequenties. Elk scherm trekt je  aandacht, je wilt je focussen op het ene deel, maar bent je er ondertussen van bewust dat je een deel mist buiten je focusgedeelte. Je probeert je perifeer zicht te vergroten maar het lukt je niet.  Het houdt je scherp en alert, en geeft je een bijzondere kijk op wat geluid met ons doet zonder het te beseffen. Dat is ook de bedoeling van Ryoji, om onze  bewustwording en kijk op de natuur te vergroten.
Verbanden leggen tussen de menselijke perceptie en de wiskundige elementen in natuur, tijd en muziek. De qubit, taal van de kwantuminformatica, omgezet naar mensentaal.
Het waarnemen van de natuur en z’n kleine deeltjes, na dat ze zich in ‘superposition’ bevonden.
Dat Ryoji Ikeda een speciale visie heeft , toont hij ook aan met uniek camerawerk. De 2 ‘acteurs’ voeren onzinnige dingen uit, denk je,  waarvan het nut je totaal ontgaat. Maar dan rustig opbouwend komt het tot een mooi afgewerkt geheel dat je , alweer, doet nadenken. Z’n camerawerk is ongezien. Met behulp van minicamera’s geeft hij zeer originele standpunten weer.
Ook het nummer waar ze gebruik maken van verschillende stemvorken , en ondertussen de verschillende geluidsgolven en frequenties tonen is sterk en uniek in z’n soort.
Impressionant is het feit dat hij kan vertrekken uit het niets en op een ongelooflijke manier een 3D-effect creëert.

Het geheel kwam zeer goed tot z’n recht in de prachtige, modernistische concertzaal van Brugge. Dit was de  Belgische première van deze show. Ook zeer attent van de organisator was het gratis aanbieden van oorbescherming. Daar Ryoji Ikeda werkt met zeer hoge, soms irriterende geluiden, was dit echt wel nodig.

More Music mag trots zijn z’n ‘4 days of mind movin’ Music’ hiermee te openen. Met Ryoji Ikeda zijn ze alvast in hun opzet geslaagd.

Organisatie: Concertgebouw, Brugge (ism Cactus Club Brugge)

Tall Ships

Tall Ships – Everything Touching

Geschreven door

Met ‘Everything Touching’ bracht Tall Ships uit Brighton, UK in de herfst van 2012 een nieuw album uit. Eind februari 2013 tourden ze doorheen de UK en de Nijdrop is de tweede stop van hun Europese tournee met als eindhalte La Peniche in Frankrijk. Jeugdhuis Nijdrop is dan ook hun enige Belgische stop.

Dit quatro heeft over de jaren heen reeds enkele EP’s uitgebracht en kregen vooral het label val mathrock toebedeeld. Hoewel hun eerdere EP’s misschien vallen onder dit label, hebben ze met hun laatste album een groei doorstaan waar er van zuivere mathrock geen sprake meer is.  Tall Ships zijn duidelijk tot volwassendom gekomen en flirten af en toe met postrock crescendos om dan terug te vallen op bijna akoestisch niveau, progressieve noisestoten geven en zo weer stijgen in tempo om abrupt een nummer te eindigen. Want aan lange outro’s of solo’s vegen ze hun voeten. Hun nummers zijn kort maar krachtig. Tall Ships is op z’n minst gevarieerd te noemen. Naast hun instrumentale jungle brengen ze ook meer zachte nummers, vanuit een gebroken hart. Ze vervallen daarbij echter niet in zeemzoeterigheid, maar brengen net vanuit die stilte terug klank in beweging.
Vanavond spelen ze dan ook vooral nummers uit dit laatste album en dat doen ze met verve. Met een nonchalante houding a la Spencer Krug en een look a like feel van Kurt Cobain haalt de zanger het beste uit z’n stem en effectpedalen, begeleid door een diepe bas, vrolijke synthgeluiden en een ritmische drum. Vergeten we niet de catchy riffs die vaak uit de gitaar van de zanger komen - de ene keer dromerig, de andere keer opbouwend naar een hoogtepunt- dan begin je je misschien een beeld van hun muziek te vormen. Experimenteel, zonder franjes, verrassend en variërend. Rode draad doorheen de nummers is hoe alles dooft naar een bijna ongemakkelijke stilte voor het tempo opnieuw wordt opgedreven. Het duurt soms even voor de nummers vorm krijgen maar het dagdromen veranderd altijd in beweging.

Hoewel het Belgisch publiek hun eerder van een timide aard leek, bleven ze tot de laatste noot vol enthousiasme spelen. Door hun gemoedelijke flair en interactie met het publiek was dit naast muzikaal straf gebracht ook gewoon leuk om als luisteraar bij te zijn. Interactie is geen must, en voor handjes klappen passen we nog altijd, maar het publiek toespreken met een vleug humor en gelijkwaardigheid, daar danken we voor. Zowel band als publiek sloten de avond in tevredenheid af!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/tall-ships-10-04-2013/

Organisatie, Nijdrop

Villagers

[Awayland]

Geschreven door

Villagers is het muzikaal project van de Ierse sing/songwriter Conor O’Brien , die wel ergens iets put uit die folk , maar z’n getalenteerd sing/songwriterschap gebruikt in een rits hartverwarmende , dromerige, broeierige songs, die mooi uitgewerkt , uitgebalanceerd zijn en hun invloed hebben uit de americana traditie .
Op de nieuwe plaat komt het ‘band’ gevoel meer naar boven , tav het debuut ‘Becoming a Jackal’, die eerder intens folky, poëtisch, breekbaar materiaal bevat.
Meer ‘band’ gevoel dus , betekent dus ook meer ruimte  voor de arrangementen , naast het (akoestisch) gitaarspel als toetsen , piano, elektronica en soundscapes , gedragen door z’n innemende , indringende stem .
Het is natuurlijk nog altijd sfeervolle sing/songwriting, indiefolk/americana ‘kamer’ pop , die mooi doordacht is , getuigt van finesse en bezieling , forser kan klinken,  en niet vies is van avontuurlijke wendingen .
Spannend allemaal, zoekend , twijfelend én groeiend . Villagers heeft opnieuw een heel boeiende plaat uit , en met de single “Nothing arrived” als motor voor een definitieve doorbraak!

Jacco Gardner

Cabinet of Curiosities

Geschreven door

In Nederland werd hij al met de grote trom onthaald , en ook de rest van Europa en het andere continent valt voor deze jonge gast uit Hoorn, songwriter, multi-instrumentalist en producer . Hij brengt nu niet direct muziek van deze tijd , hij graaf in de late sixties en houdt het gevoelige dromerige poppsychedelica . Syd Barrett is alvast één van de voornaamste inspiratiebronnen .
De songs kunnen mooi omgeven worden door een breed instrumentarium , zijn gelaagd, maar nooit overdreven . Mellotron , orgel, viool, klarinet, klavecimbel vullen aan , wat een som maakt van een goede popplaat vol fraaie harmonieën , droombeelden en mans indringende stem . Natuurlijk weet de single “Clear the air” sterk te overtuigen , maar er valt veel moois te ontdekken als “Help me out” en “The ballad of little Jane” met die 70s toetsen .
Jacco Gardner haalt de sixties-seventies zweverigheid terug naar boven!

Pagina 647 van 964