Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Jonathan Jeremiah

Jonathan Jeremiah – vermakelijk concert

Geschreven door

Een kleine rondvraag leert dat de Britse singer-songwriter Jonathan Jeremiah nog niet zo erg bekend is bij het brede publiek. Nochtans bracht hij reeds drie singels uit die redelijk wat airplay kregen: Hapiness, Heart of Stone en het op Studio Brussel in première gegane Lost. De  29-jarige muzikant, die een afkeer heeft voor alles wat met computers te maken heeft, vond naar eigen zeggen inspiratie in de vinylcollectie van zijn vader – waartoe Cat Stevens en Serge Gainsbourg behoren – en op een road trip die hij als 21-jarige ondernam doorheen de Verenigde Staten. Bijna tien jaar na het begin van zijn muzikale zoektocht raapte hij genoeg centen bij elkaar voor de opname van zijn eerste album Solitary Man, waarmee hij momenteel door Europese zalen trekt.
In een uitverkochte Botanique voerde Jeremiah quasi identiek dezelfde set op als in het Depot in Leuven op 10 oktober (zie vroegere review A.U.). De Orangerie moest qua gezelligheid alleszins niet onderdoen voor het Depot.

Opvallend is dat Jeremiah thuis is in een waaier aan muzikale genres.  Hij trapt af met het folknummer “If you only”, begeleid door cello en schuiftrompet. Zijn voorliefde voor jazz wordt dan weer duidelijk in “See” dat wordt gedragen door een aanstekelijke gitaar. Jeremiah stond deze zomer trouwens ook op de planken van North Sea Jazz met het Rotterdamse Metropole orkest, ‘een droom die uitkomt’, zoals hij het optreden in de Ahoy omschreef.
In het zinderende “Heart of Stone” bewijst Jeremiah dat in soul zijn baritonstem het best tot uiting komt.  Voor een eerste hoogtepunt van de avond moeten we echter wachten op “Hapiness”, een ballad over heimwee naar gelijkgestemde zielen in het thuisland (check ook de officiële video opgenomen aan Engeland’s wilde kustlijn). Opvallend: Jeremiah’s stem doet in dit nummer dromen van Nick Drake...
Minder overtuigend is de knappe zanger solo op gitaar, zoals in “Solitary man” (“het favoriete nummer van mijn moeder”, dixit Jeremiah), waar vooral de melodieën niet echt blijven hangen. “Never gonna” schudt het publiek op tijd wakker en klinkt live dan weer veel spannender dan op de plaat, even dachten we zelfs op een Belle & Sebastian concert te zijn beland.

Afsluiten doet Jeremiah met een verdienstelijke cover van “Protection” van Massive Attack. De conclusie van het concert wordt treffend verwoord door mederedacteur A.U. over het concert in Leuven: zeker niet groots of legendarisch maar zeker vermakelijk. De sympathieke zanger heeft zelfs nog tijd voor een signeersessie en een babbel met de fans, waarvoor dank!

Organisatie: Botanique, Brussel

New Order

Reünie in glans - New Order

Geschreven door

We kunnen op één hand tellen hoeveel optredens New Order in ons landje speelde. Zes jaar terug gaven ze op Rock Werchter met de nieuwe cd ’Waiting for the siren’s call’ in een evenwichtige set een representatief overzicht. En dan moesten we al diep tuimelen in de eighties … Remember Seaside Festival in De Panne. Matige set door onverschillig- en grilligheid …OK, that was the past … De eigenzinnige invloedrijke band uit Manchester , ontstaan uit Joy Division, bracht wavepop, dancerock  en electro dichter bij elkaar.

Of New Order nu tot het verleden behoort, laten we in het midden.  Ze speelden twee comeback concerten , eentje in Frankrijk (Parijs) en eentje bij ons (Brussel). Natuurlijk werden we overspoeld door een ganse rits Engelsen. De reünie van New Order was bedoeld om de ZH kosten te betalen voor één van de vrienden van het eerste uur, videomaker Michael Shamberg, die trouwens ook nog instond voor het befaamde Factory label begin de jaren ’80. Leden van het eerste uur Bernard Sumner (zang/gitaar), Stephen Morris (drums/synths) konden niet meer rekenen op bassist Peter Hook, die met z’n diepe, hoekige , strakke, dreunende bas de sound van Joy Division en New Order bepaalde . In 2007 liet hij New Order voor wat het was en is sinds vorig jaar ‘on tour’ met de ‘Unknown pleasures’ – tribute. Maar toetseniste Gillan Gilbert was terug bij de band. Ze schoof even de taken als zorgdragende moeder opzij en kon de band als vanouds vervoegen. Ze werd warm onthaald toen de eerste synthtunes te horen waren … Tom Chapman nam perfect de rol van Peter Hook over en speelde gemotiveerder dan z’n peetvader. Phil Cunningham (gitaar/keys) is er al een tijdje bij en gaf een ferme kopstoot in New Order’s dromerige, melancholische gitaarspel …
Vóór het optreden bracht een DJ ons op dezelfde golflengte, en een kortfilm volgde , waarin hulde werd gebracht aan de zieke Shamberg …

Op Werchter waren we al behoorlijk onder de indruk. Vanavond kon de band (definitief) een dikke streep trekken met een uitroepteken; op dit afscheidsfeestje noteerden we motivatie, enthousiasme en spelplezier, getriggerd door de jonge bandleden. Sumner bedankte telkens z’n publiek en was niet vies van een vleugje humor.
Het kwintet blikte diep in de ‘80s terug ( ‘Movement’, ‘P, C & L’, ‘Low Life’ en van een handvol EP’s) , vulde het aan met enkele broeierige gitaar- en synthpopsongs. Voldoende nostalgie, variatie en klankkleur dus; een sound, die aanstekelijk werkte op de dansspieren. De onvaste, dromerige zang van Sumner kwam iets sterker uit de verf door de bijhorende galm. En het publiek genoot van de tunes, de vibes, de beats, de gitaarlicks en het beleven op zich, geruggensteund door knappe visuals en een voorliefde aan de Yeah Yeah Yeahs.
De eerste rijen lieten zich volledig gaan op de opbouwende, aanzwellende songs . Het instrumentale “Elegia” was een gepaste opener die meteen een brug sloeg naar het recente materiaal, het prachtige gitaargeoriënteerde “Crystal” uit ‘Get ready’, mooi uitgesponnen, die een forse gitaarstoot kreeg, gewenteld in een bad van zalvende elektronica en drums. Ook “Regret” klonk extravert. De nostalgie droop in de postwave melancholie van “Ceremony”, “Age of consent” en “Love vigilantes”. Het rockende “Krafty” bracht ons naar dit decennium terug.
“1963”, op één van de EP’s te vinden met “True faith” werd al af en toe eens gescandeerd . De sfeervolle tripsong was de aanzet om de electro synths op het voorplan te plaatsen, een chillende “Bizarre love triangle” volgde samen met aanstekelijke, ophitsende  en dansbare versies van “True faith” en “The perfect kiss”, die zelfs een rauw rammelende noise outtro kreeg. De diepe basstunes hadden een belangvolle inbreng binnen het electroconcept.
De  synths van “586”, de ruwe “Blue Monday” song met een knipoog naar Bollock Brothers’ “Harley David son of a bitch”, werd wat aangepast en gevuld met allerhande bleeps en sounds. Een intens meeslepend en bedreven schitterend lang gespeeld oudje vol herfstkleuren en lentebloesems, “Temptation” ( te horen op één van hun EP’s  en op de compilatie CD), besloot overtuigend deze reünie. In de bis ontbrak “Blue Monday” niet en een hartverscheurende “Love will tear us apart” is anno 2011 van treurwilgklassieker uitgegroeid tot een heuse meezinger . Zo zie je maar …

New Order had alvast z’n tweede of derde adem gevonden met de combinatie oude en nieuwe groepsleden. Semi- klassiekers hebben ze bij de vleet en er stonden er nog op ons verlanglijstje maar ze zullen nu waarschijnlijk definitief  in de kast opgeborgen zijn. We houden er hier een fijne herinnering aan over  ..  

Organisatie: Live Nation

The Lords of Altamont

The Lords of Altamont: Praise the Lords!

Geschreven door

In tegenstelling tot 11 oktober laatstleden in Trix was Blackup maandag 17 oktober wel aanwezig in Magasin 4. De groep herbergt 4 Gentse rasmuzikanten die hun sporen al verdienden in bands als Fifty Foot Combo, The Feather, The Ewings, Thee Andrew Surfers en Wolfen. In 2009 ontsproot Blackup, een geolied punkrock- en gestroomlijnd rock-‘n’-roll beest.
Hun debuutcd ‘Ease & Delight’ (in New York onder handen genomen door niemand minder dan Jon Spencer – boegbeeld van o.a. Pussy Galore, Heavy Trash en Blues Explosion) bevat dan ook niets anders dan rechttoe rechtaan no-nonsense songs. Denk aan Wipers, Stranglers, Magazine, Wire en The Jesus Lizard en je krijgt ongeveer een beeld van wat je van deze heren kan verwachten. Ook live werden alle verwachtingen ingelost. Vooral drummer Xavier Benoit viel op door de extreme gedrevenheid waarmee hij zijn cimbalen afranselde en de opgespannen drumvellen van zijn op ontploffen staande drumkit constant lappen rond de oren uitdeelde. De twee gitaristen Piet Stellamans en frontman Steven Gillis lieten hun plectrums schuren langs hun snaren en bassist Miguel Moors liet zijn bassnaren trillen tot ver buiten de hoofdstad. Jake Cavaliere, boegbeeld van de hoofdgroep kwam naast ons een kijkje nemen en knikte instemmend. Goedgekeurd dus en ideale opwarmer voor de hoofdact! En goed nieuws voor de heren van Blackup: ze mogen straks het voorprogramma verzorgen van Hot Snakes tijdens het Europees gedeelte van hun herfsttoer. Laat ze een poepje ruiken, zou ik zo zeggen!

We waren dus al op meer dan kamertemperatuur toen The Lords of Altamont, een stelletje volgetattoëerde bikers van de Amerikaanse Eastcoast die vergezeld waren van een gogo danseres, hun blijde intrede maakten op het podium van Magasin 4. Hun credo: rock die niet gevaarlijk is, is zinloos! Alleen al hun groepsnaam is een gestrekte middelvinger naar alles wat naar love, peace en understanding ruikt.
The Lords of Altamont plunderen vol overgave de oerpunk van peetvaders MC5 en The Stooges, de psychobilly van The Cramps en de garagerock van The Sonics.
Ze kwamen voornamelijk hun laatste album (‘Midnight to 666’ uit 2011) promoten en deden dit en verve. Live komen de songs nog meer tot hun recht dan op hun albums. Vettige rock zoals we het nog maar zelden meemaken.
Als je dan ook nog over een party-animal als uitgangsbord beschikt, heb je in ieder geval iets voor op andere groepen in het genre. Jake ‘The Preacher’ Cavaliere liet geen kans onbenut om zijn orgeltje alle hoeken van het podium te laten zien. Het arme orgeltje moest op een bepaald ogenblik ook het gewicht van de zanger torsen. Scheurende gitaren, een beukende ritmetandem, een scheurend orgeltje en de stem van brulboei Cavaliere: meer moet dat niet zijn! Of toch: het zootje ongeregeld uit Los Angeles had nog een extra troef die ze uitspeelden, nl. gogo danseres Moana Santana. Zij liet geen kans onbenut om haar twee grote troeven (if you know what I mean) uit te spelen tijdens haar suggestieve dansbewegingen bij deze overvloed aan diverse soorten vettige rock. Het publiek genoot er met volle teugen van en liet dat ook telkens blijken toen ‘The Preacher’ meermaals tussen twee songs door vroeg hoe de stemming in de zaal was.
Na een schitterende cover van Roky Erickson’s “Don’t Slander Me” verlieten The Lords het podium. Niet voor lang want het publiek – dat na 14 killersongs nog niet verzadigd bleek - schreeuwde hen terug het podium op.
Ze trakteerden ons nog op 5 encores, waaronder een oerversie van MC5’s anthem “Kick Out The Jams” en een stormachtig “Cyclone”, dat voor een schitterend orgelpunt zorgde! Een concert om in te kaderen en een méér dan tevreden publiek! Praise The Lords!

Setlist The Lords of Altamont:
[1] Soul For Sale [2] You’re Gonna Get There [3] Get In The Car [4] She Cried [5] Gods & Monsters [6] Going Nowhere Fast [7] Save Me (From Myself) [8] (Gettin’ High) On My Mystery Plane [9] Action Woman [10] $ 4.95 [11] Three [12] Bury Me Alive [13] F.F.T.S. [14] Don’t Slander Me //  Encores = [15] Kick Out The Jams [16] Ain’t It Fun [17] Time Has Come [18] The Split [19] Cyclone

Organisatie: Magasin 4 (Brussel)

The Subways

The Subways – It’s a Party!

Geschreven door

Het Britse trio The Subways zorgde ervoor dat we meteen 20 jaar jonger werden door hun energieke, bruisende, opwindende, krachtige en stevige melodieuze rock’n’roll/postpunkpop. Ongedwongen, speels, fris gingen ze te werk en als Duracell konijnen sprongen en hotsten zanger/gitarist Billy Lunn (een jonge Josh Homme lookalike) en de bevallige bassiste Charlotte Cooper (in glitterpak) heen en weer . En de drummer mepte er op los.
Retestrak en fel dus …, al werd af en toe wat vaart geminderd met een handvol intens broeierige rocksongs.

Ze zijn toe aan de  derde cd , ‘Money & Celebrity’ die ‘Young for Eternity’ en ‘All or Nothing’, opvolgt; de nummers zijn veel van hetzelfde , maar live krijgen ze een pittige scheut crazy rock’n’roll . Alle registers worden opengetrokken om er een ‘amazing’, ‘screaming’ rock’n’roll show en party van te maken: handclapping, refreinen meezingen , obligate ‘oohoohs’, crowdsurf en circlepits … Aaah, was is het leuk jong te zijn als je The Subways hoort … Een avondje spelplezier en fun, waarbij ze de melodieuze subtiliteit niet het oog verloren. 16 songs in een uur , en gestoffeerd met een woordje uitleg … doe het hen maar na!
Meteen was het volle gas vooruit met de strak gebalde gespeelde “Oh yeah” en “Young for eternity”, minder hels maar catchy en nerveus waren “Obsession”, “Allright” en “Mary”, die meer finesse ademden. Het nieuwe materiaal lag in dezelfde lijn, op plaat niet steeds rakend of overweldigend, maar door de dynamiek, de opwinding en de extravertie boeiden ze ongelofelijk. De single “We don’t need money to have a good time” (spitsvondige titel) overtuigde enorm … “Pop death”, “Celebrity” en “Kiss kiss bang bang” zijn, ondanks de explosiviteit en heftigheid, muzikaal minder. Maar so what, hier werden alle zorgen even opzij geplaatst en was het genieten van die brok dynamiet. En hun hit “Rock’n’roll queen” van enkele jaren terug, kon niet ontbreken.
De jonge garde houdt van The Subways en er waren opvallend veel Franstalige vrienden hier vanavond  … En The Subways hield van ons . Eenvoud troef en eenvoud overwon … Soms moet dat niet meer zijn … “The Subways it’s a Party” … het was trouwens ook de afsluitende song van deze muzikale wervelwind vol optimisme …

Het Franstalige kwartet The Dukes waren alvast een goede opwarmer . Net als op de tv serie reeks van The Dukes of Hazard gingen ze soms razend tekeer. ‘70s retrogrunge sijpelde door in hun strakke, snedig gespeelde songs . Een jonge gast van de eerste rijen kon zelfs van het lichaam van de zanger niet blijven. Geen probleem , The Dukes’ boys vingen het luchtig op, speelden door en beleefden hier ook wel hun avondje !
Hier werd al eens gecrowdsurfd  op het stevige, ophitsende materiaal. Op het eind kon het niet meer stuk met Nirvana’s “Territirial Pissings”. Onze  zaterdagavond was gelanceerd ‘like in the old days ‘…

Organisatie: Botanique, Brussel

Acid Mothers Temple

Acid Mothers Temple & The Melting Paraiso U.F.O. - psychedelisch gekruide wasabi-trip

Geschreven door

Zaterdag trokken we richting hoofdstad voor de gig van het Japanse viertal Acid Mothers Temple & The Melting Paraiso U.F.O. Hun vliegende schotel hield halt aan Magasin 4, de tussenstop in België voor hun Europese ‘2011: a space ritual tour’. Algemene noemer van dit Japanse ‘soul collective’ is Acid Mothers Temple. Deze psychedelische band uit het land van de reizende zon werd opgericht in 1995 en trad door de jaren heen op onder diverse andere namen en bezettingen (o.a. Acid Mothers Temple & The Cosmic Inferno, de zwaardere versie die meer hardrockgeïnspireerde psychedelica brengt, gebruik makend van een resem effectpedalen en Acid Mothers Rafirampo, de dichter bij freejazz aanleunende band met 3 kernleden van Acid Mothers Temple en 2 leden van Rafirampo). Met andere woorden: muzikale kameleons!

Acid Mothers Temple & The Melting Paraiso U.F.O. is één van hun vele gedaantes en is meer op psychedelische space-rock gericht. Hun songs geven meer ruimte voor improvisatie en experimenten, met geïntegreerde elementen van Amerikaanse psych rock, drone en wereldmuziek. Boegbeeld, bezieler en rode draad door het AMT-verhaal is de langharige gitarist Kawabata ‘speed guru’ Makoto. Zijn partners in crime zijn bassist Tsuyama ‘cosmic joker’ Atsushi, Higashi ‘dancin’ king’ Hiroshi op synths en Shimura ‘latino cool’ Koji op drums.
Zaterdag trakteerden ze ons op een psychedelische muzikale rondreis doorheen het universum waar we achteraf nog lang in bleven hangen. Hoogtepunt was ongetwijfeld het trippy “Dark Stars in the Dazzling sky” dat op een mantra-eske wijze vocaal werd ondersteund door bassist Atsushi terwijl gitarist Makoto in de finale alle frets en snaren op zijn gitaar verkende (denk Zappa meets Hendrix) om dan uiteindelijk enkele snaren te verlossen van hun opgespannen toestand door ze in één ruk los te trekken.
Ondertussen vormt Atsushi ook samen met drummer Koji een solide ritmesessie, terwijl langharige grijsaard Hiroshi het geheel kruidt met scherpe tripgeluiden (bleeps uit een ander universum) uit zijn synths. Onmogelijk om als publiek hier onberoerd onder te blijven. Er werd dan er ook lustig op los geheadbanged, zowel op het podium als in het publiek. Deze improvisatie in psychedelische space rock klokte af boven de 20 minuten! Schitterend! Atsushi is de muzikale duizendpoot van het viertal en niet te beroerd om naast zijn schitterend baswerk al eens een blokfluit in loop te zetten of de kazoo boven te halen. Ook het ingetogen startende “Pink Lady Lemonade” met schitterend gitaarwerk van Makoto en Hiroshi dat uitmondde in een psychedelische improvisatie van jewelste kon op onze goedkeuring rekenen. Deze song duurde maar liefst een half uur! Ook de samenzang van Hiroshi en Atsushi in “La Le Lo” en het daaropvolgende noise-middenstuk met een ontketende gitarist Makoto waren spek voor onze bek.
We kregen in totaal bijna 2 uur aan experimentele songs (Japanese ‘space’ crackers doordrenkt van een pittige psychedelische wasibisaus) voorgeschoteld. Toen vonden deze buitenaardse Japanners het welletjes en lieten ze ons in een purperen waas verweesd achter. We danken de heren voor deze overload aan space rock. We kunnen er weer voor een tijdje tegen.

Organisatie: Magasin 4 (Brussel)  

True Widow

True Widow – Texaanse treurwilgen met lichtpuntjes …

Geschreven door

Uit Texas is het trio True Widow afkomstig en ze omschrijven hun muziekstijl als ‘stonergaze’, pure , intense schoonheid van grunge, slowcore, psychedelica, shoegaze, sludge en doom.  Een muzikale trip van logge, slepende, loodzware , aanstekelijke riffs en lagen gruizige gitaren, waarbij distortion op distortion is gestapeld. De sound kronkelt als een mistbank om je heen en werkt hypnotiserend door mooi uitgesponnen songs; de klaaglijke, soms galmende zangpartijen van Dan Philips (gitaar) en de bevallige Nikki Estill (bas) wisselen elkaar af of vullen elkaar aan. De drums en het cimbaalwerk van Timothy Starks intrigeert, bouwt en dweept de song op. De traag slepende opbouw en melodieën, die in diepe een duisternis baden, hebben een lichtpunt door de erupties en explosies.

Ze zijn voor enkele optredens in ons land, en waren eerder te zien in Diksmuide (4ad ) en AB Brussel. Live kon het trio deze sfeer duidelijk overbrengen en ze speelden op die manier een boeiende set van een handvol songs als “Blooden horse”, “Wither” en de single “Skull eyes”, die het meest directe nummer van de avond was. Een episch concept door de klanklagen die een rits postrock bands opriepen als Low, Codeine, Earth en verder My Bloody Valentine en Sonic Youth.
De nieuwe plaat ‘As high as the highest heavens and from the center to the circumference of the earth’ is een mondje vol als titel, maar geeft ontegensprekelijk ook de brede dimensie en inhoud aan. Subtiele Grootsheid van de Texaanse treurwilgen. Zelfs een gebroken snaar bracht hen niet uit hun lood, integendeel het ijs werd gebroken voor een leuke , ontspannende babbel, wat aangename lichtpuntjes opleverde.

Ook de support Papermouth stond er duidelijk vanavond. Het Belgische kwartet speelde broeierige ‘70s retrorock, americana en songwriting en lieten hun instrumenten spreken; een licht zwevende zang sierde het geheel. Door de variaties en de soms snedige, felle aanpak, boeide dit kwartet uitermate.  Beloftevolle band die binnenkort hun materiaal op de markt zal brengen …

Organisatie: Trix Antwerpen  

Intergalactic Lovers

UUR KULtuur - Intergalactic Lovers op scherp

Geschreven door

UUR KULtuur, een organisatie van de KULeuven, houdt zich bezig met Cultuur naar hun studenten. De start van het Culturele Academie jaar komt er muzikaal met de Intergalactic Lovers. De studenten kunnen gebruik maken van hun cultuurkaart. Het opkomend Belgisch talent bewijst het waard te zijn om in de spotlights te staan.
De band komt de ‘stage’ op en opent met één van hun voorname singles “Shewolf”, een broeierige rockende sfeermaker . Na het eerste nummer gaf zangeres Lara aan wat ziekjes te zijn, wat ervoor kon zorgen dat ze vals zou zingen. Onnodige info achterna, gezien zij & haar band het volle pond gaven. Haar stem klonk warm, venijnig, scherp en uitdagend. De singlereeks “Delay”, “Bruises”  en “Fade away”. werden sterk onthaald.  Drive” en  “Howl” raakten het publiek.
Een aangename afwisseling van hun charmant dromerige gitaarpoprock … Pop met weerhaken dus, dit debuut ‘Greetings & Salutations ‘.
Al bijna het ganse jaar hebben we live hier te maken met een spannende band . Heerlijk zoiets!

Setlist: Shewolf, Like a fool, Fade away, Look at those boys, Drive, Howl, Soul for hire, Bruises, Delay
Pretty baby, Queen of Sighs

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: UUR KULtuur, KULeuven

Hannah Peel

The Broken Wave

Geschreven door

De in Noord Ierland geboren jonge Hannah Peel week al snel uit naar Engeland en heeft na de EP ‘Rebox’ een voortreffelijk debuut uit . Op de EP hoorden we de verwerking van ‘80s klassiekers “Tainted Love” en “Blue Monday”. ‘An artist to watch’ in de Uk, lazen we , en inderdaad , we horen fijn gevarieerde , geraffineerde, genietbare neofolkysongs, die ingetogen, sober, sfeervol als een bredere instrumentatie en orkestratie hebben. Soundscapes en electropop worden niet geschuwd.
Haar roots zitten duidelijk in de folk, luister maar naar “Song for the sea”, “Don’t kiss the broken one”, “Solitude” en “Unwound” ; ze besluit zelfs met twee traditionals op eind van de cd. Haar zweverige, hemelse stem biedt een meerwaarde.
‘The Broken Wave’  werd geproduced door Mike Lindsay van Tunng. De sing/songschrijfster mag zelf ook (na)genieten van dit overtuigend plaatje!

Radiohead

The King of Limbs

Geschreven door

Radiohead haalt de laatste tien jaar de modale muziekliefhebber niet meer over de mangel, sinds ze de overstap van hun talentrijke uitgekiende gitaarpop waagden naar de popelektronica, al of niet met de nodige experimenteerdrift. Er is de evenwichtsoefening tussen beide styles op de recente platen.
De opvolger van ‘In rainbows’ (was btw legaal gratis te downloaden) sluit het nauwst aan bij de reeks ‘OK Computer’ en ‘Kid A’ . Naast een paar sfeervolle, eenvoudige songs (“Codex”, “Give up the ghost”) integreren ze gitaareffects, ingenieuze geluidscollages, knisperende elektronica en ritme-tics in dromerige, broeierige songs . “Little by little” heeft de sterkste melodie en komt het best uit de verf .
Radiohead slaagt er nog steeds in een handvol prachtige songs te schrijven, die klasse, romantiek en elegantie onderstrepen .

Arbouretum

The Gathering

Geschreven door

Arbouretum - Aparte band uit Baltimore, Usa die er al vier platen op nahoudt. Ze brengen een psychedelische retrotrip van lang uitgesponnen nummers, (g)rauw, gruizelig, korrelig  gitaarwerk, fragiele country folk met slepende, met boeiende en broeierige voortstuwende gitaarsoli, niet vies van kruidige fuzz . Grootse rockdramatiek en  een episch concept van het gezelschap in zeven goed uitgewerkte songs.
Opener “The White Bird”, samen met “Waxing crescents” en het afsluitende “Song of the nile” dompelen je meteen onder in deze sfeer. Tussenin krijgen we ademruimte met het trage, integere, sfeervolle “The highway man” . Ook de ‘gewone’ songs qua tijdsduur als “When delivery comes” en “The empty shell” moeten niet onderdoen qua intensiteit. Op die manier hebben we van het ‘houthakkers’ combo een overtuigende plaat!

The 1984

Room 101

Geschreven door

Stevige muziek van eigen bodem, het is een combinatie die we met veel enthousiasme omarmen.  Bijgevolg zijn we heel blij met The 1984, een band uit Brussel die met ‘Room 101’ een eerste full album op de wereld loslaat.
Dit vijftal onder aanvoering van zanger Nicholas Brynin trok speciaal naar Parijs om de plaat op te nemen en het resultaat is meer dan geslaagd.   Gedurende 12 songs trekken de manen fel van leer en serveren ze ons een stevige, groovy mix van alternatieve rock, metal, grunge en stoner rock.
Doe de muziek van bands als Alice In Chains, Soundgarden, Faith No More, Queens Of The Stone Age, Channel Zero en het oude Metallica in een blender, schud er even mee en je hebt een geluid dat je perfect kunt vergelijken dat van The 1984.  Misschien kun je stellen  dat deze Belgen niet zo  origineel zijn, maar daartegenover staat dat ze verdorie wel  goed zijn in wat ze doen.  “Julia”, “Too Late”, “The Wall” en “On The Lake” (zou zo op de laatste van Alice In Chains kunnen staan) zijn echt klassenummers die imponeren van begin tot eind.  We vermelden nog het schitterende artwork wat ons een beetje deed denken aan ‘King For A Day, Fool For A Lifetime’, het voorlaatste album van Faith No More.
Voor meer info rond de band, surf snel naar
http://www.myspace.com/wearethe1984

Love A

EIgentlich

Geschreven door

Wie  naast de platgetreden punkrockpaden wil stappen, moet zeker eens luisteren naar Love A.  De Duitse formatie heette voorheen Love Academy en brengt met ‘Eigentlich’ een eerste album uit. De Europeanen staan garant voor een zeer eigenzinnige mix van punk en  melodieuze indierock met poppy invloeden.  In concreto betekent dat razendsnelle drums, gitaren die voortdurend staccato riffs met melodieuze passages afwisselen, een bassist die vakkundig alle gaatjes vult én een zanger die  onafgebroken spreekt, roept en af en toe zingt. Het is een beetje wennen aan de Duitse taal maar na twee luisterbeurten is dat euvel verholpen en klinkt de muziek van deze formatie uit Trier  verdomd lekker. 
Nummers als “Ramones”, “Individuell” en “Schafe/Wölfe” zijn echte oorwurmen en dat zul je geweten hebben. 
Love A is dan wel een jonge band maar het heeft nu al een volstrekt unieke en eigen sound, iets wat ons niet zo vanzelfsprekend lijkt.  Dit betekent wel dat de meeste nummers vrij goed op mekaar trekken, maar eerlijk gezegd stoort ons dat niet. 
We durven er gif op innemen dat Love A in hun thuisland binnenkort een bekende naam is.

The King Blues

Punk & poetry

Geschreven door

De derde plaat al van deze knapen die wel eens kwaad kunnen worden, getuige de pisnijdige punksong “We are fucking angry”, een agressieve sneer naar het Britse establishment.
The King Blues hun muziek komt voort uit een welgesmaakte mélange van The Clash, Public Enemy, The Specials, Jamie T. en The Streets. De betere punk vermengd met snedige ska en kwade hiphop, een geslaagde cocktail zo blijkt. Laat u dus niet in de war brengen door de groepsnaam want de blues is één van de weinige stijlen die we hier niet op terug vinden.

Frontman Jonny ‘Itch’ Fox heeft een boodschap voor de wereld en spuwt of rapt die eruit, zijn lyrics zijn nogal politiek en kritisch getint en de vertelstijl (beetje à la Jamie T. of Mike Skinner van The Streets) strookt goed met de agressiviteit en spontaniteit van de songs.
“The future’s not what it used tot be” is een heerlijk nummer die aanzet met een luchtige marriachi trompet op een reggae beat, maar die iets verder een fel stuk venijn wordt. Het spitse rockertje “I want you” doet wat aan Bloc Party denken en “Headbutt” is gewoon een ongelooflijke catchy motherfucker van een song, een hit als u het aan ons vraagt, helaas vraagt niemand het aan ons. “Does anybody care about us” en “Everything happens for a reason” zijn eerder radiovriendelijk, meer pop dan punk als je wil, maar nergens banaal.

Ook al is niet alles even scherp en pittig, er zijn geen misstapjes te vinden op ‘Punk & poetry’ en de albumtitel lijkt ons geheel gerechtvaardigd. Waarmee we maar willen zeggen, fijn plaatje.

Los Vigilantes

Los Vigilantes - Rijk zullen ze er niet van worden ...

Geschreven door

Puerto Rico, zo zocht ik op, is een klein eiland naast de Dominicaanse Republiek dat soms wel eens de 51ste staat wordt genoemd. Tot nu toe viel er muzikaal niet heel veel te rapen tenzij u natuurlijk houdt van Ray Baretto, Eddie Palmieri, José Feliciano of arggh... Gabriel Rios. Tot enkele jaren geleden deze blinde vlek op de rock-'n-rollkaart dan toch ingevuld werd door Davila 666, die een contract wisten te versieren bij het prestigieuze 'In The Red'. En nu is er ook nog Los Vigilantes dat tekende bij Slovenly Records en een gitarist in de rangen heeft die al eens durft meespelen met Davila 666.

Dinsdag kwamen ze hun plaat voorstellen in de Pit's en dat optreden werd één adrenalinestoot. Live kwamen de Puertoricanen een stuk snediger uit de hoek dan Davila 666, die het geijkte pad der garagerock al eens durven te verlaten. Los Vigilantes daarentegen zweren bij de sixties garagepunk en raasden zonder omzien door hun set.
Korte, explosieve songs, krachtig gezongen door maar liefst drie zangers en waarschijnlijk rap meebrulbaar mits enige kennis van het Spaans. Naast het onweerstaanbare geram van gitaar, bas en drums mocht een tweede gitarist haast achteloos zijn gitaar fijn de vrije loop laten. De nieuwe Black Lips zijn ze nog niet maar echt veraf leek het nu ook weer niet. Achteraf sleten ze hun LP's aan 10€ en hun CD's zelfs aan 5€, rijk zullen ze er niet van worden...

Vooraf miste ik de helft van het optreden van The Skeptics, een nieuw project van een jongen uit La Rochelle, Frankrijk die zijn sporen reeds verdiende bij Wild Zeros en Mean Things. Wat ik wel hoorde was vrij traditionele garagerock in de "Back to the grave"-traditie, Link Wray ook, gezongen door een stem die duidelijk jaren in een vochtige kelder gelogeerd had. Enkele versnellingen trager dan hetgeen nog komen moest maar lang niet slecht. Spijtig dat enkele technische problemen er op het einde de vaart helemaal uithaalden en het nog snakken werd naar de eindmeet.

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Jonathan Jeremiah

Jonathan Jeremiah - Niet legendarisch, wel vermakelijk

Geschreven door

Begeleid door een vijfkoppige band (cello, contrabass, schuiftrompet, gitaar en drums) trapte Jonathan Jeremiah zijn uitverkochte show in de tijdelijke uitvalsbasis van Het Depot af met “If you only”, de openingstrack van zijn verdienstelijke debuutplaat (‘A solitary man’).
In het daaropvolgende nummer, het als een ware crooner gebrachte “See (It doesn’t bother me)”, werd de ietwat jazzy sfeer in grote mate bepaald door het gevarieerde instrumentarium van dat vijftal. Die eerste twee nummers werden echter iets te gezapig gespeeld om van een werkelijk felle start te kunnen spreken.
Veel vroeger dan verwacht pakte men vervolgens evenwel uit met “Happiness”, een song die enkele maanden terug de ether opvrolijkte. Live kreeg deze hit een indrukwekkende schuiftrompetsolo mee, een inbreng die door het qua leeftijd gevarieerde publiek erg gewaardeerd werd. De als gospelorgel afgestelde synthesizer zorgde er samen met de overeenkomstige vocalen voor dat we ons tijdens “All the man I’ll ever be” even in hogere sferen waanden. De eerste cover van de avond, “These days” van Jackson Browne, illustreerde dat Jeremiah als singer-songwriter goed geluisterd heeft naar de juiste voorbeelden.
Een enkel door cello ondersteund “How half-heartedly we behave” zette opnieuw in op sfeer, waarna sympathieke Jonathan solo het drieluik “Stormy”, “Sweet sunshine” en “A solitary man” ten berde bracht. De flair waarmee hij zich van die taak kweet, toont aan dat deze kerel het podium als zijn natuurlijke biotoop beschouwt waardoor hij er makkelijk in slaagt om zijn publiek op het gemak te stellen. Zodoende voelde de zaal aan de Kapucijnenvoer (die begrijpelijkerwijs niet kan tippen aan het sfeervolle onderkomen aan het Martelarenplein) toch aan als thuis.
De groep kwam na dit solo-moment terug om het soulvolle “Heart of stone” te voorzien van een ware STAX-sound. Opnieuw kon de schuiftrompet, bediend door een kerel die ondanks de hitte in de zaal consequent zijn warme wintersjaal omgesjord hield, op het merendeel van de waardering rekenen. Na “That same old line” sloot jolige Jonathan de set af met de spiksplinternieuwe single “Lost”.
Het enthousiaste publiek deed de man echter op zijn stappen terugkeren. Het eerste bisnummer, “Protection”, kreeg ietwat van een Kings of Leon-touch, vooral in de manier waarop Jeremiah het vocaal inkleurde. Niet dat we denken dat hij ooit in die neefjes hun voetsporen zal treden, enerzijds leent zijn muziek zich daar niet toe en anderzijds denken we ook niet dat hij überhaupt wenst om voor grote stadions op te treden. Laat hem maar rustig verder doen in wat hij goed is, namelijk het verzorgen van leuke optredens op gezellige locaties. Zeker niet groots of legendarisch, maar wel vermakelijk. Zie ook het optimistische “Lazin’ in the sunshine” waarmee hij ons hoopvol de donkere nacht instuurde. Was het leven maar altijd zo mooi….

Organisatie: Depot, Leuven

CW Stoneking

C.W. Stoneking – gemeende onbevangenheid

Geschreven door

Na passages eerder op het jaar in o.a. de Botanique en de Arenbergschouwberg, hield de man uit Australië halt in Brugge voor een zo goed als uitverkocht concert.
CW Stoneking
 werd geboren in Australië en bracht een deel van zijn jeugd door bij de Aboriginals in de buurt van het stadje Papunya. Met zijn gitaar, zijn vermaarde banjo en begeleid door een stel koperblazers heeft hij zich een eigen muzikaal pad gebaand waarbij hij vooroorlogse blues vermengt met voodoo jazz en jungle. De teksten van zijn laatste album ‘Jungle Blues’ brengt hij met een gemeende onbevangenheid, die de door de jaren ’20 getekende muziek overstijgt.
Zijn primitive Horn Orchestra bestaat uit James Clark (Tuba, Double Bass), Kynan Robinson (Trombone), Stephen Grant (Cornet), Ollie Browne (Drums).

Hoge opkomst voor deze Aboriginal-TomWaits figuur, en eerlijk gezegd wist ik niet goed wat te doen met deze metafoor. Na zijn passage bij Jools, had ik het niet zo erg goed voor met de man, maar de lovende recensies van zijn vorige passages brachten me ertoe toch een bezoekje te wagen op de bewuste avond.
CW Stoneking: je houdt ervan of je houdt er niet van. Wie komt om ruwe en scheurende gitaar en-of swamp gitaarblues te horen, is er aan voor zijn moeite. Stoneking moet het hebben van zijn jaren’20-30- klank, waar zijn Hornband dan ook op voortreffelijke wijze voor zorgt. Swampblues, maar dan op vooroorlogse wijze.
Stoneking put voornamelijk uit ‘Jungle blues’, zijn meest recente werk. “Jungle lullaby”, brave “son of America” en vooral het voortreffelijke “Jailhouse blues” swingen als een tiet, ook met voornamelijk akoestische instrumenten. Het is even wennen, maar eens je in de sfeer zit, kan de klank niet meer stuk en wil je ook niets anders meer. De man die wel es last heeft van een sssssspraakgebrek zingt dan ook als hing zijn leven ervan af. “Early in the mornin’” (eveneens uit ‘Jungle lullaby’) opende trouwens de set, en deed ons zonder enige moeite aan de andere Tom Waits denken.
Stoneking was beter bij stem dan enkele dagen geleden. CW breit de set heel gevat in elkaar en voorziet de meeste nummers van passende bindteksten, vaak met een knipoog naar het verhaal achter de nummers.

Don’t go dancing down the darktown strutters hall” passeert nog, waarbij hij op banjo begeleidt… O ja, een pracht van een resenatorgitaar gebruikt de mens. Voor degenen die niet weten wat ’t is: http://nl.wikipedia.org/wiki/Resonatorgitaar

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Kraakpand 2011- Kraakpand 6.1 – De ‘Late’s with Jools Holland’ in Gent …

Kraakpand 2011 - Kraakpand 6.1 – De ‘Late’s with Jools Holland’ in Gent …
Op Kraakpand 6.1 stonden naar goede gewoonte weer 5 uiteenlopende bands met elk hun eigen stijl. Uniek is de opstelling die refereert aan de ‘Late’s with Jools Holland’. De bands staan allemaal naast elkaar opgesteld in een halve cirkel en spelen afwisselend een vijftal nummers ter kennismaking. De hele show werd vakkundig aan elkaar gepraat door Dirk Blanchart die met zijn korte interviews voor een komische noot zorgde.
Kraakpand mag terecht in de spotlights staan, gezien het een interessante kweekvijver is voor debuterende nationale en internationale bands . We koesteren alvast de Kraakpand(en) en z’n formule … Kraakpand kiest voor toekomstmuziek, lazen we in grote letters . We kunnen het maar beamen. De muziekshow bestaat nu vijf jaar …
Op deze Kraakpand 6.1. stonden volgende bands geprogrammeerd
Gabby Young & Other Animals (Uk), Russian Red (Sp), Gregory Page (Usa), Depedro (Sp) en The Phantom Four & The Arguido (Nl). Vijf sterke bands zo bleek achteraf, wat het talent nogmaals dik onderstreept!

Op de tunes van Ennio Morricones “Man With A Harmonica/ Death Rattle" kon de eerste band z’n song inzetten … Een overzicht

Russian Red draait rond de fragiele jonge Spaanse Lourdes Hernández uit Madrid. De kleine, jonge dame die een erg natuurlijke flair tentoonspreidde, beschikte over een erg mooie stem, ergens tussen Feist, Katie Melua, Regina Spektor en Joanna Newsom. Geen ‘girl(s) just wanna have fun’ - attitude meer, zoals we op haar debuut konden horen; de 26 jarige lady begon wat onwennig, maar kwam per nummer sterker voor de dag. Ze was niet benauwd van een heupwiegend danspasje. Ze putte uit de tweede cd ‘Fuerteventura’ (opgenomen met leden van Belle & Sebastian), indiepopfolk,  met de singlereeks “I hate you but I love you” en “The Sun The Trees” … Dromerige, liefdevolle, tedere en hartverwarmende songs. Ook een eerbetoon aan Nick Drake  was er. Ingetogen pracht door pakkend, emotievol gitaargetokkel, dobro, een spaarzame percussie en haar innemende stem.

Depedro is het muzikale alter ego van Jairo Zavala, de  tweede Spanjaard deze avond . Hij heeft eerder al z’n strepen verdiend bij Calexico en bij de begeleidingsband van Amparo Sanchez. Net als zijn landgenote kan hij in zijn thuisbasis op een grote schare fans rekenen; en daar zit het debuut ‘Depedro’ voor iets tussen. Via het PIAS label krijgt Depedro de verdiende airplay; hij palmde moeiteloos het publiek  in met z’n semi-akoestische pop die folk en flamenco integreerde. De begenadigde gitarist en vocalist werd bijgestaan door een drummer en een multi-instrumentalist die de sterke melodieuze songs elan gaf. Betoverende, aanstekelijke Spaanse ballads ,die ook in het Engels werden gezongen . ‘I’m just a musicain’, prevelde hij bescheiden, maar op het podium hadden we te maken met een groots artiest met een Gabriel Rios charisma …

De oudste en meest ervaren muzikant, Gregory Page, kwam uit de States overgewaaid. Zijn afgeborsteld kostuum en muziek ademen een jaren 20 sfeer uit. Hij is een voortreffelijk artiest, moeten we besluiten , maar ook een schrijftalent en extravert zoals hij is , sprak hij meteen het publiek aan en bracht uitgebreide bindteksten . Een crooner, die een heerlijk mix van jazz, blues en jaren ’20 folklore integreerde. Uniek. Dat hij nog niet bekender is, met deze broeierige, aanstekelijke songs, is een raadsel.

The Phantom Four & The Arguido
Halverwege de eerste song van het vijftal begon onze frank te vallen . Hier zijn Urban Dance Squad en The Treble Spankers verenigd … Crossover, surf, rock, world, garage rock’n’roll en hiphop . Het kwintet durfde hard te spelen … een frisse, dynamische, opwindende  rauwe sound. Gejaagd, uptempo  en vol adrenalinestoten! En in de vijf songs, die ze als opgefokte buffels in een razend, fel tempo speelden, brachten ze voldoende variaties aan. Ontstaan als gelegenheidsformatie is er een nauwe samenwerking tussen twee grootheden gegroeid. ‘The Obscure EP’ is alvast veelbelovend . De verbeten rapzang van Rude Boy (nieuw pseudoniem The Arguido ) is nog even militant en deed (even) de oude glorie herleven.

Tot slot Gabby Young & Other Animals (foto) – eerder waren we al onder de indruk van haar op het Festival Dranouter. En ook vanavond kunnen we volmondig ‘ja’ zeggen dat ze een grootse artieste in wording is. Met een niet alledaags instrumentarium van blazers en een contrabas, ondersteund van akoestisch gitaargetokkel en drums overtuigde ze; we hadden cabaret en een vaudeville style van groovy en gypsy  jazzy/spaghetti western/boombal  music. De roodharige lady op z’n Amy’s bewoog , dartelde op het podium en betrok het publiek in haar uitbundige en innemende, ontroerende songs . Ze houdt van wisselende stemmingen (“Whose house” – “We’rell all in this together”) en op het eind  verbaasde ze met het ingetogen, kwetsbare “Honey”. Die jaren ’20 folklore/circusswing schitterde hier …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Handelsbeurs Gent

The Icarus Line

The Icarus Line: molten wax for the soul

Geschreven door

Het Gentse Blackup stuurde vorige zaterdag zijn (zwarte) kat naar Trix en zo waren het de Engelse heren van The Computers die het moesten opnemen tegen het Amerikaanse The Icarus Line. De four lads kwamen volledig in het wit getooid het podium opgestormd. We kregen een groot half uur een muzikale kruisbestuiving tussen McClusky en Danko Jones voorgeschoteld. Alleen ontbrak het vuur aan de lont. De bedoelingen waren goed maar alles kwam iets te gerepeteerd en te geforceerd over, waardoor de vlam niet echt oversloeg op het 50-tal aanwezigen. Een publiek dat op 5 meter van het podium aan de bar bleef hangen, waardoor de zanger het opportuun vond zijn microfoonstandaard 2 meter voor het podium te plaatsen. Het moet een enorm contrast geweest zijn voor deze mannen uit Exeter, die de avond ervoor in de legendarische Brixton Academy in het voorprogramma van Death from Above 1979 speelden. Ondanks de vele verleidingspogingen van de frontman werd het publiek in de Trix-bar er toch niet wild van. Volgende keer iets minder computerachtig en iets natuurlijker spelen en het komt ooit nog goed.

The Icarus Line uit Hollywood (California) toonde hoe het echt moest: organische rock & roll vanuit de onderbuik. Krassende gitaren, opzwepende bas en ontketende drums die alle ledematen door elkaar schudden en je gedwongen lieten meeshaken op deze razernij. Als je dan ook nog over een zanger met tonnen charisma beschikt, kan het niet meer fout gaan. Joe Cardamone kan je vocaal omschrijven als de bastaardzoon van Iggy Pop en fysiek deed hij me denken aan de jonge Nick Cave ten tijde van The Birthday Party. Hij eiste dan ook de hoofdrol op: kronkelend over het podium, zichzelf geen seconde rust gunnend: wat natuurlijk aanstekelijk werkte op het enthousiaste publiek. Als je een tijdje je ogen dicht deed en je oren wijdopen, hoorde je letterlijk de jonge Iggy van in de beginjaren van The Stooges.
Een groot uur werden we begeesterd door deze bende gretige jonge wolven die vooral songs brachten uit het nieuwste album ‘Wildlife’, dat in augustus werd uitgebracht. En een wildlife was het: zowel op het podium als ervoor, dierlijk en rauw! Hoogtepunten waren: “Spit On It” uit het in 2004 uitgebrachte “Penance Soiree”-album en “Slow Death”, een ranzige cover van The Flamin’ Groovies’ song, die ons verraste op het einde van hun magistrale set.
Met gesmolten vleugels lieten de jonge snaken van The Icarus Line ons achter: geen encores, take it or leave it! De eindscore was duidelijk: The Icarus Line vs. The Computers: 5-0 of forfaitscore!

Setlist The Icarus Line:
1] King Baby [2] Spit On It [3] Bad Bloods [4] No Lord [5] Venomous [6] We Sick [7] It’s Alright [8] All The Little Things [9] Kingdom [10] Slow Death [11] Junkadelic

Organisatie: Heartbreaktunes ( ism Trix, Antwerpen)

Goose

Goose - Goose Invades

Geschreven door

Een dikke tien jaar geleden zagen we Goose in een club aan de boorden van de Leie in het hart van Kortrijk aan het werk voor een handvol ‘curieuzeneuzen’. Net daarvoor werd Central Park in New York overrompeld door een invasie van gansen. ‘Goose invaders’ was toen de titel in menig dagblad. Anno 2011, meer bepaald op vrijdag 7 oktober, pakte het Kortrijkse kwartet met ‘Goose Invades’ hun eigenste home town in. Op vijftig meter van hun ‘repetitieho(n)k’ boven Den Bras en Den Trap.

Het was lang geleden dat de elektro-dance-band hun eigenste stede nog aangedaan had. ‘Wij willen hier pas opnieuw optreden als we voelen dat het moment juist is. Als we bijvoorbeeld een eigen avond in elkaar kunnen boksen in een niet voor de hand liggende zaal. Maar dan nog moet de tijd er echt rijp voor zijn’, had frontman Mickael Karkousse laten optekenen in een interview met Indiestyle een jaar eerder.
En zie: een dag na Student Welcome in Kortrijk was het zo ver. Goose bepaalde, De Kreun organiseerde mee. Een democratisch (5 euro) buitenluchtoptreden op het Schouwburgplein voor het grote thuispubliek, een aftershow in De Kreun voor de intimi met de Franse invasie van kleppers als Alex Gopher, Djedjotronic, Black Strobe.
Karkousse, Dave Martijn, Bert Libeert en Tom Coghe maakten er een spetterend feestje van, maar hadden het geluk dat de echte spetters niet naar beneden kwamen tijdens hun gig, wat bij de bevriende SX, eveneens uit Kortrijk, even tevoren wel het geval was geweest. Hun hele show lang had de elektropopgroep, die haar doorbraak kende met “Black Video”, striemende regen voor zich zien neerplensen.

Als bij wonder hield het op toen Goose zijn opwachting maakte en nog wonderbaarlijker: het begon opnieuw te druppelen, seconden na het orgastische einde met “Words”, schitterend in twee delen opgesplitst.
Goose bracht alles wat van hen verwacht werd in een show van een klein anderhalf uur. Openen met “Synrise” – net als in de AB toen ze ons acht maanden eerder overweldigden en tevens ook de opener van jongste album dat ze zelf produceten – waarna alle hits de revue passeerden, stilaan groeiend naar een hoogtepunt.
Minder strak dan in het binnenconcert Brussel toen, maar des te opzwepender. De 5.000 ‘Kortrijkzanen’ deinden mee op en neer. Niet enkel de diehardfans, maar evenzeer de nieuwsgierige vijftigers die even wilden ontrafelen waar dat (internationaal) fenomeen Goose voor staat. Wel, ze ontdekten het: Goose staat voor dance–lightshow–beats–gitaar én synthesizer–moderne eighties-feest ! Zoals het Engels voor ‘goosebumps’ staat voor kippenvel…

Neem gerust een kijkje naar de pics (zie pics concerten Stadsschouwburg)

Organisatie:  Goose (ism de Kreun, Kortrijk)

The Subways

The Subways - Bijzonder aanstekelijke punkpop

Geschreven door

Geen enkele van de drie Subways albums zal de prijs der originaliteit winnen. Maar daar is het er bij dit energieke trio ook niet om te doen. Hun fijne catchy punkpop songs zijn gemaakt om vooral op het podium te spetteren. En of dit het geval is !

De bijzonder sympathieke frontman Billy Lunn is een podiumbeest die in het aangename concertzaaltje Grand Mix zijn publiek danig wist op te jutten dat er in de frontzone voor het podium nogal wild werd gesprongen, gemoshed en geskydived (zelfs een gebroken poot en een stel krukken konden een zwaar uit de bol gaande fan er niet van weerhouden zich in de gevarenzone te begeven). De songs, en vooral de energie waarmee deze gebracht werden, waren dan ook zo aanstekelijk dat stilstaan hoegenaamd niet mogelijk was.
Lunn, zijn bevallige bassiste Charlotte Cooper en drummer Josh Morgan maakten er met hun simpele maar krachtige en puntige songs een geweldig feestje van. Lunn nodigde tijdens het punkertje “Turnaround” de zaal uit tot een massale circle pit, wat zowaar nog meer vuurwerk teweegbracht bij het al uitfreakende Franse publiek, maar tot de verhoopte circle pit kwam het niet echt. De Fransen hadden enkel het woord circle begrepen en maakten er dan maar een soort kusjesdans van. Maar goed, de extreem goedgeluimde zanger kon er wel om lachen en bedankte zijn fans vooral voor het ongebreidelde enthousiasme.
Uiteraard was hun anthem “Rock & Roll Queen” één van de kleppers van de avond, maar een nieuwe song als “We don’t need money to have a good time” was al even sterk en zal volgens ons tot een bescheiden klassiekertje uitgroeien die niet moet onderdoen voor “Rock n roll queen”. Nog twee nieuwe songs heet van de naald waren “Celebrity” en de stampende afsluiter “It’s a party”, heerlijke fuifsongs zeg maar.
Verder rolden The Subways met het tempo van een dolgedraaide metro doorheen een handvol felle rockertjes als “Oh yeah”, “Shake shake shake” en “With you”, allemaal even gedreven en barstend van de adrenaline.

The Subways speelden simpele, maar goudeerlijke en bijzonder potige punkpop samengebald in iets meer dan een uur. Uiterst dynamisch en energiek, meer moest dat niet zijn.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Fink

Fink – heerlijk innemende gitaartrip …

Geschreven door

De Engels DJ/sing-songwriter Fin Greenall is een goed bewaard geheim die het DJ bestaan in de koelkast heeft geplaatst en sinds een zestal jaar melodieus minimale, innemende, akoestische popsongs aflevert gedragen door z’n zachte, nasale, donkere en pastelkleurige stem . De man uit Bristol hielp zelfs nog mee aan het werk van Amy Winehouse.
In het wereldje van de indiefolk sing/songwriters krijgt Fink met de jaren meer respons en de laatste plaat liegt er niet om, ‘Perfect Darkness’ van de charismatische Brit is boeiende luisterpop en klinkt donker en zoet, brengt troost, genegenheid en gemoedsrust, geruststelling. Met een knipoog naar Bruce Cockburn.

Live is Fink een trio en brengen ze gevoelig, treffend gitaargetokkel van een reeks elektrische en akoestische gitaren, spaarzame drums (Tim Thorton) en diepe bas (Guy Whittaker).
Ook het decor was de moeite. Wel vijftig bureaulampjes waren als ruikers bloemen opgesteld. Voor deze gelegenheid kon het publiek zittend het concert bijwonen. Ideaal om de integere sound te laten indringen.
Een kleine twee uur hield Fink het publiek in de ban. De songs werden warm onthaald. Tussenin hoorden we hoe sommige songs tot stand kwamen of hoe ze een andere invalshoek kunnen krijgen op een gig of tijdens een festival. De klemtoon kwam op de recente cd …”Om de nieuwe songs te promoten”, verhaalde hij . We kregen er een pak te horen als “Fear is like fire”, die een zachte en krachtige aanpak had, de spaarzaam gespeelde titeltrack, het subtiel uitgekiende “Yesterday was hard on all of us” en het intens broeierige “Warm shadow”. Sfeervol spannende gitaarsongs dus …
Dicht bij elkaar opgesteld gooide het trio een blok hout op het haardvuur, o.m. op “Trouble’s what you’re in”, “Berlin sunrise” en “Wheels”, gitaargetokkel, een bassdrum en stemcapriolen creëerden sfeer. Ze waren zelfs niet uit hun lood te slaan toen gekraak en een versterker uitviel op één van die sober, prachtig uitgewerkte nummers.
De projecties op de schuin opgestelde doeken gaven elan. Het DJ verleden sijpelde door in de laatste songs van de set, “Sort of revolution” neigde naar Little Axe door de dub-, de bluesy - en pedaaleffects; de gitaarakkoorden klonken feller . Sterk !

“A rich DJ, a poor sing/songwriter” omschreef hij zichzelf, maar iemand die ‘happy days’ beleeft. Intussen had hij het publiek in de ban en door de schreeuw naar toegiften, was Greenall onder de indruk. Solo speelde hij nog heerlijke versies van het oude materiaal, “Pretty little thing” en “Pills on my pocket”.
Wat een emotionele, semi-akoestische trip van Fink , die net als wij diep geraakt was … Zucht …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 400 van 498