logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Guillemots

Guillemots – extraverte liveband!

Geschreven door

Guillemots, de band van sing/songwriter Fyfe Dangerfield , is een speciaal, bijzonder bandje; ze zijn al toe aan de derde cd, vallen op door pop met rijkelijk geschakeerde elektronicageluidjes en schuwen in hun ‘arty farty’ aanpak progrock en musical niet, wat hen richting Yes en Alan Parsons brengt. Guillemots is niet in één stijl onder te brengen en is op die manier een goed bewaard muzikaal geheim … de paar singles worden verwonderlijk geweerd op de radio  … Geen airplay dus … Foei! Ook het recente ‘Walk the river’, oorstrelende muziek, maakt hen totnutoe niet bekender; de songs hebben een dromerig concept met een zekere dramatiek. De klankkleur is erg belangrijk bij deze ingenieuze band. Het kleurrijke pak van de zelfingenomen artiest paste in het muzikale decor.

Vanavond in de bijna twee uur durende gig durfde het kwartet de songs mooi uit te bouwen en konden ze stevig klinken door een laag gitaareffects. Veel boeiende tempowisselingen, eigenzinnig, grillig, maar zonder het toegankelijke karakter uit het oog te verliezen. Live op scherp dus ! We hielden van de aanzwellende kracht en het live karakter!
Ingetogen en traag gingen ze van start; de klemtoon kwam op sfeer scheppen, “Don’t look down” kreeg een forse stoot en explodeerde ergens halfweg . Het muzikaal avontuur en geweld zetten ze zonder schroom verder  op “Go away”, dat gierde en raasde, met gitarist McLord Magrao in een hoofdrol . Wat gas namen ze terug op de oude, sfeervolle “Made up lovesong” en het innemende “If the world ends” … voor de eerste keer kwamen de soundscapes op het voorplan door  toetsen en synths. Guillemots beklemtoonde z’n veelzijdigheid, de rode draad van de set.  
Meteen werden “Vermillion”  en  “The basket”, single van de nieuwe cd, warm onthaald . “I must be a lover” was een hoogtepunt qua popmelodie en qua creativiteit waren we sterk onder de indruk van “Kriss kross”, uit de tweede plaat ‘Red’ … de popsong had een pak onverwachtse wendingen en stijlen en haalde ‘70’s retro naar boven. Van wegdromen was hier geen sprake, Guillemots dropte je  met geweld in de realiteit!
Afsluitende reeks “Trains to Brazil” en “Sao Paulo” werden heerlijk uitgesponnen, - de laatste zelfs ruim 11 minuten -, en  hadden heel wat effects ; de 3 heren en dame gingen lekker loos op hun instrumenten.
Het sing/songwriterschap zat netjes verweven in de set, want solo speelde Fyfe “The devils shoes” en “ I don’t feel amazing now”.  Hij had het publiek voor zich gewonnen  met de wisselende, gevarieerde aanpak. Overtuigend, verbluffend in de bis  was “Yesterday is dead”, met ophitsende ritmes, die leunde aan Jon Anderson van Yes; op het eind had het zelfs een meezinggehalte, gezien de eerste rijen het refrein neurieden.

Guillemots toonde aan een extraverte liveband te zijn. De klankkleur en toegankelijkheid behielden ze; de fijne subtiliteit en het dromerige aspect op plaat maakten plaats voor lagen gitaar- en synth effects. Een totaalconcept dat impact had …

Chloë & the Lonesome Cowboy (Bram) zijn al van 2008 bezig en brachten ingehouden, semi akoestische songs, ondersteund van spaarzame drums . Toetsen vulden soms aan. In het voorjaar verscheen het debuut ‘Right at the sun’ … warme melancholie van sfeervolle, lieflijke melodieën. De zalvende treurzang van Chloë neigt naar Hope Sandoval’s Mazzy Star. Met z’n tweetjes speelden ze intieme, hartverwarmende, sobere pop !

Organisatie: Botanique, Brussel

Black Joe Lewis & The Honeybears

Black Joe Lewis & The Honeybears - Raw Soul Power

Geschreven door

Hedendaagse artiesten die een voorliefde hebben voor authentieke soul van eind jaren zestig en begin jaren zeventig, die kunnen daar twee richtingen mee uit. Er zijn er die het boeltje zodanig opkuisen en met een soort designers soul afkomen waar alle passie en vuur uit verdwenen is, zoals Bruno Mars en Aloe Blacc. Maar dan heb je gelukkig nog diegenen die nog eens extra het vuur aan de lont steken en de soul in zijn heetste vorm te grabbel gooien. Black Joe Lewis behoort tot die laatste soort. Na diens ophitsend nieuwe plaatje ‘Scandalous’ waren wij uiterst benieuwd naar wat dit op een podium zou teweegbrengen. Wat blijkt : live is het allemaal nog een stuk rauwer en opwindender dan op het album.

Black Joe Lewis heeft als kleurling de soul en funk in de aderen zitten. The Honeybears daarentegen zijn, op de saxofonist na, zo blank als een ton Dash Ultra White, maar ze swingen wel de pan uit. Het is rauwe soul die gespeeld wordt met luide en knarsende gitaren (garage-soul als u wil) die voortdurend de confrontatie aangaan met superhete blazers. Het bruist dat het geen naam heeft en is bij momenten zo funky dat wij onze kont uit de naad schudden. De ganse set is op het scherp van de snee, Black Joe Lewis zingt fel en snedig als een jonge James Brown en hij jaagt heftig zijn gitaar doorheen bijtende riffs en solo’s. Een song als “She’s so scandalous” is gemene funk gebouwd op een uitermate sexy riff en “You been lyin’” is superhete en keiharde power-soul.
Naarmate de set vordert schakelen BJL en zijn band nog een tandje hoger, de hele zaal raakt oververhit en de pure soul evolueert naar een soort punksoul. In de bisronde vliegt de bende er in met messcherpe versies van “Surfin’ bird” (de allereerste punksong ?), “Louie Louie” en -driewerf hoera- “I got a right” van Iggy and The Stooges.
Als zowel Black Joe Lewis als zijn bassist zich met de nodige risico’s tussen het uitfreakende volk begeven merken we dat ze er zelf ook met volle teugen van genieten en dat ze hun passage in de Club Aeronef niet snel zullen vergeten.

We mogen hier gerust van een legendarisch optreden spreken, wild en onbezonnen. Zo gemeen en recht voor de raap hebben wij onze soul in jaren niet gehad.

Organisatie: Aéronef, Lille

The Specials

The Specials bouwen propvolle AB om tot een hete Nite Klub

Geschreven door

Sommige bands hebben hun naam echt niet gestolen. Neem nu The Specials, een multiraciaal stelletje muzikale buitenbeentjes dat tijdens de (post) punk hoogconjunctuur aan het eind van de 70ies besloot om een geheel andere kant van het muzikale spectrum te verkennen. Platen van Prince Buster, Desmond Dekker en The Skatalites werden met stapels tegelijk verslonden, wat uiteindelijk resulteerde in het unieke Specials brouwsel met punk, ska, rocksteady en loungepop als hoofdingrediënten, hier en daar wat gedresseerd met de nodige social comment. Volledig volgens de geest van de DIY beweging werden singles en albums van The Specials, maar ook van geestesgenoten als Madness, The Selecter en The Bodysnatchers, geperst in de zelf opgerichte platenstal 2-Tone Records. Ondanks een kort muzikaal leven van ’79 tot ’81 oogt de back catalogue van The Specials ruim drie decennia na de feiten nog steeds redelijk indrukwekkend. Op het live front blijkt de groep sinds hun 30ste verjaardag in 2009 opnieuw springlevend, zij het dan zonder het creatieve mastermind Jerry Dammers maar wel met een ‘waar is da feestje’ mentaliteit om U tegen te zeggen.

Dat het ook op muzikaal gebied echt een feestje zou worden stond al van meet af aan vast. Met “Enjoy Yourself (Reprise)” als intromuziekje stuurden de zeven heren op leeftijd een niet mis te verstane uitnodiging richting publiek, luttele momenten later gevolgd door de heet opgediende krakers “Do The Dog”, “(Dawning Of A) New Era” en “Gangsters”. De propvolle AB mocht dan wel de laatste halte zijn van hun Europese tour, geen van de groepsleden leek echter het minste teken van enige vermoeidheid te vertonen, en op geen enkel moment kon je de groep betrappen op het inschakelen van de automatische piloot.
Nee, anno 2011 zijn The Specials uitgegroeid tot een goed geoliede retro-act die aan een hels tempo, zowaar bijna Ramones gewijs, nagenoeg hun hele oeuvre op goed anderhalf uur er doordraaien.
Zanger Terry Hall, nochtans met voorsprong de bekendste figuur in The Specials rangen, deed zijn uiterste best om zo weinig mogelijk in de spotlights te staan. Die eer kwam Neville Staples toe, die als een volleerde master of ceremony zelfs de meest stijve hark in het publiek een voet deed verschuiven op de tonen van “Monkey Man”, “Rat Race” en “Concrete Jungle”.
The Specials worden misschien wat tegen wil en dank als een party band beschouwd, maar dan wel één met een pak fenomenale muzikanten in de rangen waaronder rockabilly gitarist Roddy Radiation, diens hyperkinetische collega Lynval Golding en de virtuoze drummer John Bradbury.
Met schijnbaar achteloos gemak loodsten zij het publiek zowat integraal doorheen het titelloze debuut (‘79) en de highlights van de toch wat onderschatte opvolger ‘More Specials’ (’81). Met de net niet in elkaar gevlochten “Stereotypes” en “Man At C&A” uit dat tweede album scoorden Hall & co wat ons betreft zelfs de tien meest hoogstaande minuten van de avond. De rest van het publiek was echter een andere mening toegedaan, want zowat iedereen zat te wachten op de zinderende finale. Op de tonen van “A Message To You Rudy”, “Nite Klub”, “Too Much Too Young”, en “Enjoy Yourself (It’s Later Than You Think)” vlogen nu ook de laatste nog gevulde bierbekers genadeloos de lucht (en menige haardos) in.

Ook tijdens de korte bisronde werd het feestje gewoon verder gezet met het van The Skatalites geleende “Guns Of Navarone” en “You’re Wondering Now”. Wie hierna nog hoopte op de enige ontbrekende classic “Ghost Town” kreeg in plaats de zaallichten in de ogen. Eens buiten in de foyer konden die paar licht ontgoochelde die-hard fans zich echter al meteen een officiële live registratie van de AB set aanschaffen om de pensioenkas van Hall & co nog wat te spijzen. Wij zijn hopelijk nog lang niet toe aan ons muzikaal pensioen: ‘Too much (to hear), too young (to stop)’.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Too Much & The White Nots

Hootenanny

Geschreven door

Too Much & The White Nots is een uitgebreid ensemble die de meest uiteenlopende muziekinstrumenten hanteren van ukelele, slide gitaar, toetsen, cello, flutes, viool, mondharmonica …
De band van drie Fransen, drie Belgen en een Italiaan passen perfect in het plaatje van de nieuwe rage feelgood indiefolk , met een melancholisch randje . Op die manier halen we ten dele Noah & The Whale en The Decemberists voor de ogen , maar hun sound gaat breder richting zigeuner & en worldpop. Ook de fijne bezwerende, frisse samenzang (zelfs beetje Damien Rice bij momenten)  zorgt voor een kleurrijk geheel. De songs ondergaan diverse tempowisselingen, zijn sfeervol en zwierig . Op die manier heeft dit debuterend hecht bandje een overtuigende, leuke cd uit .

Info op http://www.myspace.com/toomuchthewhitenots en http://atelier210.be/programme_information-A210-75.html

Release op 13 oktober in Atelier 210 …

Art Brut

Brilliant ! Tragic !

Geschreven door

Vanuit de UK waaien er nogal wat groepjes over, en het zijn dikwijls de minst getalenteerde die als hype gelanceerd worden (vooral dan door NME), niet zozeer omwille van hun capaciteiten maar eerder omdat ze er behoorlijk cool uitzien of zich naar aloude Britse gewoonte tamelijk arrogant gedragen. Hier op het vasteland lopen we echter niet zo hard van stapel en gaan we er telkens even rustig voor zitten vooraleer we bij dergelijke bandjes met overdreven superlatieven naar buiten komen.
Een band waar niet zo veel commotie rond gemaakt wordt, is Art Brut die met ‘Brillant ! Tragic !’ toch al aan hun vierde werkstukje toe zijn. Art Brut is een goed bewaard geheim, zo blijkt. Het is ons een raadsel waarom de Britse pers dit niet de hemel heeft in geprezen, want dit bandje heeft zowat alles waar de Britten op geilen; springerige en venijnige gitaartjes, puntige en hakkende catchy songs, punky vocals en een typisch Britse sound (hoewel geen brave Britpop).
Misschien een beetje te moeilijk of te arty, zou het dat zijn ? Wij zijn er in ieder geval weg van want dit album brengt bij ons de nodige opwinding teweeg. En dat is te wijten aan compromisloze hoekige songs als “Bad Comedian” (waar The Fall nooit ver af is) en “Lost weekend” en vooral aan de venijnige gitaren die om de haverklap zowat elke song kommen opjutten. Eén van onze favorieten is “Is dog eared”, een aanstekelijke brok indie rock die het beste van Wire, Pixies en Franz Ferdinand in één song weet samen te vatten. Maar dit plaatje heeft nog veel meer moois in petto, het strakke “Martin Kemp Welch Five-a-side Football rules” is een to the point volbloed punkertje van amper 2 minuutjes en “Axl Rose” bijt en briest dat de vonken in het rond vliegen. “I am the psychic”, weer zo een heerlijke punky kopstoot, doet denken aan vroege Godfathers die in gezelschap van Billy Childish wild om zich heen schoppen.
Pas op het eind gaat het er wat rustiger aan toe met een razend knap “Ice Hockey” die akoestisch inzet en daarna via hoekige gitaartjes lekker verder dobbert.
Een geweldig plaatje dus van deze Britten die kilo’s meer talent hebben dan de twee omhooggevallen broertjes Gallagher die elkaar op vandaag menen te moeten bekampen met elk een wel heel miserabel laatste plaatje. En wie prijzen ze bij de Britse pers terug de hemel in, denkt u ? Yep, ze gaan het nooit leren.

Joss Stone

LP 1

Geschreven door

U zult onderhand wel weten dat we deze inmiddels 24 jarige souldiva op handen dragen. Voor de vijfde studioplaat heeft ze nu uiteindelijk haar eigen label, ze heeft de artistieke vrijheid en het is meteen een schot in de roos hoor. Het is een plaat met Dave A. Stewart die we in de ‘80s kennen van Eurythmics . Blij dat ze geen kneedbaar popsoulmeisje is geworden , maar een dame die haar soulpop en haar stemkwaliteiten ten volle benut. Vol overgave zingt ze op deze afwisselende plaat.
Gevoelige, aangrijpende, sfeervolle,  meeslepende dromerige , intense soulpop, met een juiste dosis luchtigheid en rock, heerlijk gedragen door een stem met de kracht van een leeuwin of die breekbaar fluisterend kan zijn … Als een Janis Joplin, Aretha Franklin, met een knipoog naar Sharon Jones, die we onlangs leerden kennen.
Een plaat boordevol emotie, luister maar eens naar de sfeer op de broeierige “Newborn”, “Karma”, “Don’ start lying to me now” en “Somehow” of de intimiteit van “Cry myself to sleep”, “Landlord”, “Boat yard” en “Take good care” . ‘We’re stone(d)’, mensen  en ‘we take good care’ van deze lieve, charismatische dame …

Cults

Cults

Geschreven door

Het jeugdige duo Cults (Madeline Follin – Brian Oblivion) debuteert op het label van Lily Allen. Elektronica wordt moeiteloos verweven met ‘60s getinte zeemzoeterige droompop onder de bezwerende stem van Madeline , en die door Brian soms wordt ondersteund .
Een gelaagde, eenvoudige structuur, fris en ongedwongen.  Goed in het gehoor liggende, fijne popsongs , die ingenieus in elkaar zitten, kunnen prikkelen, aanzwellen of ietwat krachtiger klinken, met een link naar Phil Spector. “Abducted”, “You know what I mean” en “Bumper” (opwindende ritmes op z’n Pipettes) zijn de sterkste troeven. In een goed half uur horen we hier elf puike songs van het duo!

Steak Number Eight

All is chaos

Geschreven door

Na het demodebuut ‘When the candle dies out’ is hier het langverwachte debuut van de heren uit Wevelgem onder de vleugels van Brent Vanneste. Steak Number Eight waren de jongste winnaars van Humo’s Rock Rally (15) ooit, zijn nu net volwassen gasten en zorgen ervoor dat hun combinatie van postmetal, sludge/doom en noise een toegankelijker, aardser karakter heeft. Isis, Neurosis, Amenra zijn onmiskenbare invloeden van deze jonge gasten door de donker, dreigende sound, de logge , diepe, rauwe ritmes, de snedige tempowisselingen en de intens broeierige opbouw … 66 minuten duivelse ‘raw power’ … Songs die gaan over chaos, woede en verwarring, onder de oerkreten en – schreeuw van Vanneste.  Songs die uitgesponnen kunnen zijn en ruimte laten voor de instrumenten .  “The perpetual” dompelt ons al meteen onder in die beukende sound .
Verrassend knappe songs dus zoals “Dickhead”, “Pyromaniac” en “The calling”, die een terechte singlekeuze werd om het genre breder te kunnen verspreiden. “Stargazing” en “Trapped” tonen nog maar eens hoe goed allemaal in elkaar zit bij deze jonge wolven .
Steak Number Eight heeft ook een zachte kant … de ontroerende, sfeervolle emotievolle “Track into sky”, met hulp van het Ortier Koor van Wevelgem.
Overtuigend, indrukwekkend debuut!

Ganglians

Ganglians zorgt voor een frisse, galmende indiebries …

Geschreven door

Een sympathiek kwartet, de heren van Ganglians, uit Sacramento , California, Usa. Ze brachten al het behoorlijke lofi klinkende debuut ‘Monster head room’ uit en net na de zomer pronken ze hier met ‘Still living’. Leuke, zomers indiepop, met heel wat psychedelica en swamp rock’n’roll, onderhevig aan heel wat reverbsounds en bepaald door een sterke samenzang. Op die manier gidst Ganglians zich tussen Wavves, Avi Buffalo, The Drums, Black Angels, Grizzly Bear, Local Natives en halen ze oudjes als The Cramps en Beach Boys naar boven.
Geen Ganglians op zomerfestivals in Europa, maar daar kan verandering in komen, want ze speelden een klein uur lang een afwisselende, toegankelijke set van catchy melodieën, die een galmende, licht psychedelische inslag hebben. De tegendraadse ritmes waren uitermate zalvend binnen het concept, wat een mooie klankkleur opleverde, o.m. “Drop the act”, “Jungle” en “California cousins”; door de  inbreng van synths gingen ze over naar funky grooves en een rammelend trancy dance festijn als op “Things to know” en “The toad” . Het mag alvast vrolijk klinken! Het tokkelende gitaarspel had een lichte wave inslag en zorgde voor aanstekelijke, dromerige melodieën. Op het eind trakteerden ze ons nog op een unknown cover en een nieuw nummer, die nog wat ingespeeld moest worden. 
Ganglians is al meteen één van die fijne ontdekkingen in het clubcircuit, dit najaar …

Ook het duo The Lovely Eggs, uit Lancaster Uk, moet echt niet onderdoen; het jonge koppel Holly Ross en David Blackwell zijn al enkele jaren bezig en verdienen een sterkere airplay . Net als geestesgenoten Blood Red Shoes zijn ze erg sympathiek en amicaal. Ze probeerden het publiek goed op te warmen met vaardige, opwindende, genietbare, onstuimige en rauwe gitaarrock’n’roll songs die een punky attitude niet schuwen. Energieke, huppelende eggs dus, niet altijd gaaf, maar ze klonken beheerst, doordacht en zachtaardig.
In een kleine 45 minuten joegen ze er een pak kernachtige, dynamische songs doorheen. De eitjes waren gauw gekookt tijdens deze genotvolle set …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Elements Festival 2011 – groeit uit tot één van de grootste dans events …

Geschreven door

Elements Festival 2011 – groeit uit tot één van de grootste dans events …
De tweede editie van het Elements festival trok alweer enkele duizenden danslustige jongeren aan, onder het gemengde publiek merkten we zowel rasta’s als gothics op, een alternatief allegaartje zeg maar, allen met één doel : Feesten !

Dit is duidelijk een festival voor liefhebbers van drum ’n’ bass, dubstep, darkstep, french core, break core en alle andere aanverwanten. Wie een beetje thuis is in deze genres, wist dat hier de grotere namen en dj’s kwamen aantreden. Verspreid over zes podia  vuurden al die gasten hun pompende beats af op het uitfreakende jonge volkje. Uiteraard ging dat geweld gepaard met indrukwekkende laser- en lichtshows, kwestie van de sfeer tot een climax te drijven, want hier moest en zou gefeest worden.

Te veel acts om die allemaal treffelijk te kunnen opvolgen, hier volgt dus een selectie van wat wij mochten ondergaan.

Limewax is een Oekraniër die al sedert zijn elfde in Nederland woont.  Deze DJ/ Producer is thuis in darkstep, hardstep en skullstep.  Zijn act was ‘zot wè’ (om even de woorden van de modale festivalganger te gebruiken), de muziekstage was meteen opgewarmd voor een nog woeliger en opzwepender DJ duo die daarna zou komen. Met name The Sickest Squad, die verantwoordelijk was voor een aardbeving waar ze zelfs in Japan nog zouden van schrikken. Geen mens die kon stilstaan op de moordende Frenchcore beats met als absolute hoogtepunt het wel zeer ophitsende “Boomshakalaka”, jawel, de titel is al even gek als de track zelf. De adrenaline kolkte constant in onze bovenkamer. Een uur pompen, dat was het, wat resulteerde in een onverzadigbare dorst. In de Villa Bota konden we op ons positieven komen bij Sophics. Een duo die het volkje zeer goed wist mee te krijgen met hun overweldigende drum ’n’ bass tracks. Zwaaiende handen en bewegende zwetende lichamen genoten van de iets rustigere muziek en van de frisse buitenlucht voor ze naar de overheersende beats van Ajapai gingen.  De bass van deze hevige dubstep ging dwars door merg en been zodat wij bij de rustige stukjes een meter boven de grond aan het zweven waren. Even stoom uitblazen en onze hevige dorst lessen voordat we onze goede vriend DJ Radium konden gaan bewonderen. Die begon zijn set een beetje met een sisser, met name “I got a feeling” van The Black Eyed Peas, nogal misplaatst als je ’t ons vraagt. Daarna wist hij zich te herpakken met een stomende frenchcore en hardteck set. Een afknapper van formaat  op de Red Bull Elektropediastage was Hey Today !, te situeren binnen de House en techno wereld, dit kon ons echter helemaal niet bekoren, de muziek was al even stompzinnig als de naam (Hey Today! Wie bedenkt zo iets). Op naar de Suburb Soundz hardtechno stage om Sepromatiq te aanschouwen, helaas was dit ook niet te pruimen, te hard en te veel ‘boenke boenke’. Op de Skankerz stage wist de dubstep act Skism veel goed te maken, één van de grotere namen binnen het genre die zijn reputatie volledig wist waar te maken.

Eigenlijk waren er nog een tiental acts die we wilden meemaken, maar dat is het probleem met dergelijke festivals, een mens zou zich moeten kunnen in vieren delen om van al dat lekkers te proeven. Ons hoofddoel was echter bereikt. Ons dik amuseren en onszelf eens flink laten gaan, net als de duizenden andere uitfreakende festivalgangers. En hiermee was de opzet van Elements volledig geslaagd en mag de organisatie zich absoluut tevreden achten met deze tweede editie van wat nu al één van de grootste dance-evenementen van het land aan het komen is.

Tot volgend jaar !

Organisatie: Suburb Soundz – Elementsfestival, Brugge

Nevermind 20th Anniversary Tribute Night 2011 - Here we are now, entertain us: 1991 revisited!

Geschreven door

Nevermind 20th Anniversary Tribute Night - Here we are now, entertain us: 1991 revisited!

Exact 20 jaar na dato van de release van het legendarische ‘Nevermind’-album van Nirvana wist Trix een affiche samen te stellen om U tegen te zeggen. We waren er dan ook al vroeg bij om de documentaire ‘Hype!’ mee te pikken. Deze registreerde op magistrale wijze een periode van 3 ½ jaar. Van het ontstaan van de ‘Seattle’-scene tot het vercommercialiseren van de ‘grunge’ en alles wat erbij hoorde. We zagen interviews met leden van bekendere bands (Soundgarden, Pearl Jam, Alice in Chains, Melvins) en minder bekende namen (Seaweed, Posies, Tad, Blood Circus, 7 year Bitch, The Thrown Ups) en kregen zo een inkijk in de interne keuken van een scene die de muziekwereld voorgoed zou veranderen. Leuk was het moment toen Nirvana voor de eerste maal “Smells like teen spirit” in een local bar op een verbouwereerd publiek losliet. Rauw en zonder compromissen! Zoals het hoort dus! We waren ‘in the mood’ voor het live gedeelte van de avond.

Om 20h00 startte het Gentse Kapitan Korsakov (KKK) zijn set in het Bar-gedeelte van Trix. De groep met boegbeeld en zanger/gitarist Pieter-Paul Devos (een Cobain look-a-like), bassist Pieter van Mullem en drummer Jonas Van den Bossche liet er geen gras over groeien. Verschroeiende riffs, hoekige drumslagen en een loodzware bas waren schering en inslag. Noiserock, doordrongen van distortion, werd ons rond de oren geslagen. Hun debuut ‘Well Hunger’ uit 2009 werd alom bejubeld. Devos’ stem ligt akelig dicht tegen deze van Kurt Cobain. Luister eens naar “Wild Smile” en je weet wat we bedoelen. Rauwe oersongs “Sinksleeping” en vooral het trashy “When we were hookers” konden onze oren enorm bekoren. Deze laatste song heeft een killerriff die je meesleept in een draaikolk van distortion en de opzwepende bas kan je alleen maar ongevraagd doen headbangen. Kapitan Korsakov kon niet ontbreken op deze tribute affiche en deed wat van ze verwacht kon worden. Een schitterende start van de avond.

Geen tijd te verliezen, want door het werken met 2 podia, stond een 40-tal minuten later het tevens uit Gent afkomstige Drums Are For Parades op het podium van het Clubgedeelte zijn snoeiharde Skygazer-rock in het publiek te spuwen. Er werden zoals gewoonlijk een resem kopstoten uitgedeeld uit hun debuut ‘Master’. Wim Reygaert haalde terug zijn killerblik tevoorschijn en de bebaarde gitarist/zanger liet geen kans onbenut om het publiek in mootjes te hakken met zijn typische alien-riffs. Piet Dierickx deed Animal van de Muppets verbleken en mitrailleerde zijn drumroffels rechtstreeks in onze buis van Eustachius. Gitarist David Dumont kraste ondertussen zijn snaren bijna van zijn gitaar. Retestrakke set en goedgekeurd door ondergetekende!

Rond 21h30 waren Bed Rugs aan de beurt op het andere podium. We hielden het slechts enkele nummers vol. Te braaf en we trokken richting Foyer om er de videoregistratie van het legendarische optreden uit 1991 van Nirvana op het Readingfestival te gaan bekijken “

De ‘grande finale’ werd ingezet door The Rott Childs op het Clubpodium. Het was ondertussen al 22h30 en onze muzikale honger was nog lang niet gestild. De supergroep rond Jethro Volders & Chuck Dexters (ex-Guapo Stuntteam),Wim Coppers (Officer Jones and his Car Patrol Problems) en Ben Younes Zahnoun (Pawlowski, Eat Lions & A Clean Kitchen Is A Happy Kitchen) gaf er direct een stevige lap op. Vettige licks en linea recta indierock werden tot diep in onze ruggengraat geïnjecteerd. Onze ingewanden werden overhoop gehaald door de ‘musical mayhem’ van dit viertal. De directe aanpak van deze heren zorgde voor veel lillend vlees, heupgewieg en bezwete lijven. The Rott Childs zijn een bende smerige, gemene muzikanten die je bij de keel grijpen en je nooit meer loslaten. De ongepolijste edelsteen “Riches will come thy way” vat de overload aan rottende rock mooi samen. We werden er letterlijk wild van! Vuil, vies, maar voldaan lieten The Rott Childs ons na een klein uur gekte verweesd achter!

Net toen we dachten dat dit het hoogtepunt van de avond moest zijn, werden we in extremis nog getrakteerd op een uitsmijter van jewelste. De kers op de taart werd ons voorgeschoteld door de Antwerpse Nirvana-tributeband Nier Van A. Een kruisbestuiving van Antwerps finest: The Hickey Underworld and Deadsets. Tributebands zijn niet echt spek naar onze bek, maar dit was anders! Er volgde een uur magie en kippenvel. Het was alsof we terug in de tijd werden geworpen en aanwezig waren bij het debuut van Nirvana zelf. Wat een rake kopie van het origineel was dit zeg! En het sloeg als een vonk over op het publiek. Er werd meegebruld, gecrowdsurft, gestagedived en gemosht als in de begindagen van de grunge. Overal bezwete (Nirvana) T-shirts, lachende gezichten en een boost aan energie die als een wervelwind door de Trixbar waaide. Wat een apotheose! Ogen dicht en men waande zich in de gure kroeg midden Seattle waar Nirvana voor het eerst zijn muzikale rauwheid op de mensheid losliet. Nier Van A bracht grunge met een grote G en was de winnaar van de avond! Klasse!

Een meer dan geslaagd verjaardagsfeestje! We nemen er de gekneusde ribben en de bloeduitstortingen met de glimlach bij! Jammer dat Kurt Cobain er zelf niet bij kon zijn… hij zou trots geweest zijn en zijn legendarische smeekbede “here we are now, entertain us” ruimschoots beantwoord zien. May he rest in peace…

Organisatie: Trix, Antwerpen

Milk Inc

Milk Inc 2011 – 1000 Bommen en Granaten …

Hard werd er gewerkt aan de eerste fase van de renovatiewerken aan het Antwerps Sportpaleis. Net op tijd raakte het vernieuwde balkon afgewerkt en zo konden 1.332 mensen meer dan de vorige 5 edities genieten van de ondertussen jaarlijkse passage van Milk Inc in Antwerpen. Geen gewone, ‘Duizend bommen en granaten’. Veelbelovend dus …

De concerten van Milk Inc 2011 staan volledig in het teken van hun 15jarig bestaan. Met meer dan 30 top 10 singles zijn zij de meest succesvolste Belgische danceformatie.
Hoe kan je een verjaardageditie beter starten dan de eerste single ooit in een nieuw kleedje te steken. “La vache” leverde bij het prille begin van Milk Inc meteen goud op en nu was het de gepaste opener van Milk Inc 15. Het vuur zat aan de lont en de gig kon ontploffen … En dit was letterlijk zo. Vuurwerk knalde doorheen het Sportpaleis op de makkelijk verteerbare, trancegerichte beats van Regi (handjes in de lucht) en z’n soulmate/zangeres Linda Mertens . Entertainment, fun, dans en show die de dansspieren aanspreekt en instaat voor een zorgeloos avondje. Ze waren niet vies van medleys van eigen materiaal en linken hitparadesongs met ‘90s Eurodance en ‘80s danceclassics. Een hoogtepunt noteerden we hier met 2 Fabiola en Prodigy. En je kon alvast niet stilzitten bij hun tophits “Never again” en “Sunrise”.

Na de pauze ging de thermometer helemaal in het rood. Zuiderse ,zomerse Brazil tunes leidden in … De ene hit volgde de andere in sneltempo op … Een sliert van een 15tal nummers … Naar de beginperiode van Linda gingen we met “Land of the Living”; vervolgens namen ze het vorige decennia door. Er werd zelfs even stilgestaan bij het eerste album dat ooit het daglicht zag, ‘Apocalypse Cow’ met de single “Oceans”. De eerste zangeres An Vervoort lag ons op de lippen, die vorig jaar in april in trieste omstandigheid was overleden. Hier hadden we het gevoel dat het duo haar even close in de armen hield …  
De Franse ‘Rrrr’ van Kate Ryan, de altijd bescheiden Silvy en de knotsgekke Bart Peeters vervoegden de hoofdact van vanavond. Elk op hun manier zorgden ze voor een meerwaarde, “Desenchantée” (Kate Ryan) , “When the morning comes” (Sylvie Silver’s La Luna)  en Bart Peeters met een knipoog naar De Kreuners, “Nu of nooit” en Black Eyed Peas’ “I gotta feeling”; maar de echte hoofdrolspelers van de avond bleven Regi en Linda. “I don’t care”, “Tonight” en “Walk on water” ontbraken intussen niet …

Wat halfweg de jaren negentig een schok veroorzaakte in muziekland, is nu niet meer weg te denken uit de hedendaagse dance-wereld. Op 15jaar is deze formatie uitgegroeid tot een volwaardige Belgische topband en biedt een formule waar nog geen sleet op zit.
Ze gingen eruit voor deze editie van 2011 met “In my Eyes” en de laatste woorden van de avond vonden we terug in een single van 2005: “Go To Hell”. De 20.000 aanwezigen namen de laatste noten positief op en noteerden alvast in hun agenda: 12 of 13 oktober 2012 voor het 7e jaar op rij in het Antwerpse Sportpaleis …

Organisatie: Sportpaleis, Antwerpen

Baxter Dury

Baxter Dury – voorzichtig in de voetsporen van pa Ian

Geschreven door

“There are only 16 rock ‘n’ roll fans in North America”, sneerde Kosmo Vinyl, tourmanager van The Clash doelend op de slechts 16 vernielde stoelen na afloop een optreden in Canada in 1979.
Met dat in het achterhoofd kan je stellen dat er op 21 september in De Vooruit te Gent geen enkele rock ‘n’ roll fan aanwezig was voor het optreden van Baxter Dury.
Ja, Dury, Dury als in ‘Ian Dury’. Dat Baxter Ian’s zoon is, kan hij moeilijk onder stoelen of banken steken. Het zijn niet enkel de teksten, het stemgeluid of de songs, nee, het is ook zo’n gezicht+kapsel, kledij en voor z’n accent die hem ontmaskeren. De kans is dan ook bijzonder groot dat wanneer je aan de aanwezigen in de zaal had gevraagd waarom ze hier waren, je unaniem te horen kreeg omdat Baxter ‘zoon van’ is. Het zal hem een worst wezen, de stoeltjes waren redelijk gevuld voor een woensdagavond.

Samen met z’n begeleidingsband bestaande uit een schuchtere bassist die een gedaanteverwisseling ondergaat eens hij zijn instrument in de handen krijgt, een af en toe geniale solo’s uit z’n mouw schuddende lead –gitarist, een fantastische drummer die alles strak houdt en een blootvoetse keyboardspeelster met een prachtige stem bracht Baxter een geweldige set.
Dat hij zich niet zo op zijn gemak voelde in de all-seater venue werd al snel duidelijk aan de bindteksten, hij had naar eigen zeggen het gevoel een examen aan de universiteit aan het af te leggen zijn.
Met grotendeels nieuw materiaal uit ‘Happy Soup’, en sommige ietwat oudere nummers (zijn vorige wapenfeit dateert al van zes jaar terug) kregen we een bijzondere zomerse sound voorgeschoteld. Persoonlijke hoogtepunten waren “Afternoon”, “Picnic On The Edge”, “Isabel”, “Claire” en het door mij voorgestelde bisnummer “Cocaine Man”. (waarover hij me trouwens backstage vertelde dat het over not liking cocaine gaat.)
Misschien geen muziek om de zaal of stoeltjes bij af te breken, maar mijn voorkeur gaat toch uit naar staanplaatsen. Maar eigenlijk had dit optreden gewoon in een of andere café moeten plaatsvinden, zijn vader is toch niet voor niks een pubrock legende?

Na afloop mocht ik dus nog even backstage van de roadie om mijn ‘New Boots and Panties’ elpee van Ian Dury te laten signeren, want die kleine jongen daar naast Ian op de hoes is, jawel, little Baxter.

Organisatie: Vooruit, Gent

Leffingeleuren 2011 – in de ogen van …

Geschreven door

Leffingeleuren 2011 – in de ogen van …
2011-09-16 t/m 2011-09-18
Dit was misschien niet de sterkste editie van Leffingeleuren, toch viel er weer genoeg moois te rapen om de ware muziekliefhebber te behagen en die vindt opnieuw in steeds grotere getale de weg terug naar dit festival. Leek het er een aantal jaren geleden nog op alsof Leffingeleuren het festival van de plaatselijke jeugdbewegingen was geworden, dan is daar nu toch wel een duidelijke kentering in gekomen. Een doorgedreven inspanning van de organisatoren om beginnende groepen of onbekend talent te programmeren maakt Leffingeleuren ook aantrekkelijk voor muzikale avonturiers. Waar de zaal vroeger soms pijnlijk leeg bleef (zelfs tijdens uitverkochte edities) liep die nu zelfs bij nobele onbekende groepjes behoorlijk vol. Een verheugende vaststelling.

Kan het zijn dat de eerste groep op een driedaags festival meteen ook de beste is? Blijkbaar wel. Screaming Females (vrij-zaal-20u) uit New Brunswick, New Jersey zorgde voor een set dampende rock-'n-roll, iets waar we in dit koude weekend toch wat verstoken van bleven. Frontvrouw Marissa Paternoster kon je bezwaarlijk een babe noemen : piepklein, de ogen verborgen onder het haar en gehuld in een zwart kleed dat nog het meest weg had van een nonnenhabijt. Maar wat ze uitvrat op gitaar deed mijn mond toch openvallen. Gestuwd door een ook al schitterende bassist, King Mike en drummer Jarrett Dougherty bracht ze stevige gitaarrock waarin we invloeden van Dinosaur Jr. en Sleater-Kinney ontwaarden. Ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord en toch heeft Screaming Females reeds vier platen op het actief. Een ontdekking en absoluut te volgen.

EMA (zat-zaal-18u35) , wat staat voor Erika M. Anderson, wordt momenteel ferm gehyped. Op haar debuut ‘Past life martyred saints’, die er kwam na de split van haar vorige (psych-folk) groep Gowns en een relatiebreuk legt ze haar ziel op een pijnlijke manier bloot. Vraag was uiteraard of ze dat ook op het podium kon waarmaken en gelukkig lukte dat grotendeels wel. Misschien klonk haar stem niet doorleefd genoeg om volledig te overtuigen maar muzikaal klopte het plaatje wel. Geheim wapen hierbij was Leif Shackelford op toetsen en viool. En alleen met die elektrische viool slaagde hij er op sommige momenten in de sound richting Godspeed You Black Emperor uit te duwen. Schitterend! Een ander raakpunt was een jonge Nick Cave hoewel EMA toch net iets minder intens voor de dag kwam en dat ondanks die microfoonkabel die ze op het eind rond haar nek snoerde

Wat deed Battles ( vrij-tent-22u) in godsnaam zo hoog op de affiche tussen Das Pop en Goose? Na het concert werd dat duidelijk : Battles is niet langer dat dwarse gitaarensemble maar doet zich tegenwoordig ook te goed aan tonnen elektronica en is zo een heel eind richting dance opgeschoven. Battles (New York) is nog steeds de band van ex-Helmet drummer John Stanier die ook actief is bij het Tomahawk van Mike Patton. De man is onovertroffen achter zijn drumstel met die ene cimbaal die haast tot de hemel reikt, super geconcentreerd ook en het lachen heeft hij jaren geleden definitief afgezworen. Sinds gitarist Tyonday Braxton (zoon van Anthony) vertrokken is komt Ian Williams (ex Don Caballero) meer op de voorgrond. Op gitaar kon ik hem wel smaken maar wanneer hij ter plaatse begon te joggen tussen twee keyboards die hij al lopend bespeelde had ik meer problemen. Nu viel er wel voortdurend wat te beleven met deze drie virtuozen die steeds druk in de weer waren. Het probleem dat de plaat is opgenomen met gastzangers (o.a. Gary Numan)  vingen ze op door ze op een videoscherm te laten meezingen maar dat bleef toch eerder bij behelpen. Battles was spectaculair maar of het goed was laat ik in het midden.

The Fresh And Onlys (vrij-café-00u15) uit San Francisco lieten me een tijdje geleden in Trix met een onvoldaan gevoel achter. En ook hier kwam het bijzonder stroef op gang. Hier en daar hoorde ik wat opflakkeringen die me de Triffids voor de geest haalden maar de meeste tijd bleef de zang gewoon te veel zeuren. Ik had ze eigenlijk al opgegeven toen de complete ommekeer kwam. Hoe het precies in zijn werk ging weet ik niet maar plots viel alles op zijn plaats. Fantastische songs en heerlijk galmende gitaren. Eindelijk werd duidelijk waarom sommigen zo euforisch doen over dit buitenbeentje van ‘In The Red’. De laatste 15 minuten van The Fresh and Onlys waren de beste 15 minuten van gans Leffingeleuren.


Veel had ik niet verwacht van Rainbow Arabia (zat-zaal-16u). De muziek van het echtpaar Danny & Tiffany Preston uit L.A. werd omschreven als een mix tussen postpunk, electro en muziek uit het Midden-Oosten. Voeg daar meteen ook maar wat Afrikaanse ritmes aan toe. Niet onmiddellijk mijn ding maar deze combinatie van stijlen werkte uitstekend. Vooral de innemende Tiffany Preston die, wanneer ze geen gitaar speelde, gans het podium gebruikte om haar bezwerende dansjes uit te voeren, maakte het verschil. Maar ook de sober gehouden elektronica van manlief en de uitstekende, wat weggemoffelde (in een hoekje van het podium) drummer Butchy Fuego (o.a. Boredoms) droegen bij tot dit fijne optreden. Dit was, naar eigen zeggen, hun voorlaatste show, hopelijk pikken ze de draad na de aangekondigde break van anderhalf jaar terug op.

Wie kent hem nog : G. Love (zat-tent-19u25)? Ik was behoorlijk wild van zijn debuut met Special Sauce uit '94 waarop hij de blues met succes wist te combineren met hiphop. Ik kocht nog hun tweede plaat ‘Coast to coast motel’ maar daarna verdwenen ze volledig uit mijn gezichtsveld. En nu dook hij hier plots solo op in Leffinge. Het begin van de set miste ik door een overlapping met de eerder vermelde EMA. Het eerste wat ik hoorde was een cover van Paul Simon's "50 ways to leave your lover" gevolgd door een superbe song die me heel hard aan Dylan deed denken maar waarvan ik jullie jammer genoeg de titel schuldig moet blijven. Het maakte me euforisch en in gedachten had ik het al over het absolute hoogtepunt van het festival maar de koude douche volgde meteen toen de goede vriend die hij op het podium vroeg Admiral Freebee bleek te zijn. Die het presteerde het om één van zijn eigen nummers te brengen, weliswaar met een uitstekende G. Love op mondharmonica. Gelukkig stapte hij daarna weer op en wat volgde was opnieuw de moeite waard maar de magie van dat ene nummer kwam toch niet meer terug. Wel hoorden we nog een flard van Lou Reed's "Walk on th wild side", een song die G. Love op het lijf is geschreven. Het was mooi geweest en ik besefte dat ik G. Love misschien ten onrechte uit het oog verloren was.

Man Man (zat-zaal- 21u35), net als G. Love uit Philadelphia, was toch één van de namen waar ik het meest naar uitkeek. En hoewel ze heel hard hun best deden kon hun laaiend enthousiasme het publiek niet volledig over de streep trekken. Nochtans was dit een bijzonder hilarische show waarvoor ze zeker heel wat mosterd bij Frank Zappa pikten. Met indianenstrepen op het gezicht geschilderd bestormden ze het podium dat volgestouwd stond met ongelooflijk veel instrumenten en allerlei onnozele attributen. De hyperactieve zanger, Honus Honus, ging er volledig voor, waarbij hij een verkleedpartij in vrouwenkleren niet uit de weg ging. Ook muzikaal bleek Zappa een inspiratiebron terwijl The Flaming Lips ook nooit veraf waren. Toch had ik de indruk dat vooral het visuele nog de bovenhand kreeg.

Vooraf las ik dat The Dead Trees (zat-café-23u30) oorspronkelijk van Boston zijn maar via een tussenstop in Portland uiteindelijk in Los Angeles belandden. Komen ze op het podium in Leffinge en verkondigen ze doodleuk dat ze van New York zijn. De prijs voor de meest ontwapenende verschijning op het podium in Leffingeleuren gaat ongetwijfeld naar zanger Ian Cummings die dankzij de aangereikte Duvels aardig zin kreeg om met zijn publiek te communiceren. Zo stond hij vol verwondering over dit festival "tussen de koeien en de schapen", dingen die ze in New York niet eens kennen. Al even gemoedelijk was de muziek van dit viertal : zomerse lichtvoetige pop waar zelfs uw schoonmoeder zich geen buil kon vallen. Naar het einde toe mocht het er al eens wat steviger aan toe gaan en rees meteen de vraag waarom ze dat niet de hele tijd hadden gedaan. Charmant zeker maar net iets te braaf.

Op zondag lik ik traditioneel mijn wonden en daar er niets met weerhaken geprogrammeerd stond had ik daar ruim de tijd voor. Slechts Alpha Blondy (zon-tent-21u45) uit Ivoorkust kon me verleiden om een optreden volledig mee te maken. Geen slecht idee trouwens om een festival met een reggae-optreden af te sluiten. Je hoeft er niet bij na te denken, gewoon wegdrijven op de vibes wat nog net kan na drie dagen festival. Veel ken ik er niet van maar met die blazers erbij klonk het voortreffelijk. En de 58-jarige Alpha Blondy zelf had de nodige kapsones. Zo verdween hij in de coulissen toen hij merkte dat hij gefilmd werd (weliswaar enkel om op het grote scherm naast het podium te projecteren). Bij dit soort artiesten hoort dat erbij zeker?

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge   

Tangled Horns

Klang

Geschreven door

Deze Antwerpenaren houden het niet te proper op hun debuutplaat en gaan voor een soort vuile en gruizige rock die het midden houdt tussen Kyuss, Melvins, The Jesus Lizard en Black Sabbath. Grunge meets metal meets stoner.
Een modderige song als “Heavy rain” had op de vroege platen van Soundgarden kunnen staan, hoewel de zang nogal wat afwijkt van de hoge uithalen van Chris Cornell, en verder halen we er uit als uitschieter “Dead wings”, een loden sleper met smerige gitaren.
De rest van al dat ander zwaar materiaal is best wel OK, maar toch is het vergeefs zoeken naar een song die echt blijft hangen.
De band is er met name in geslaagd om op ‘Klang’ een uiterst potige en vette sound neer te zetten maar er mag wat meer vlees aan de songs hangen van ons.
Het album balanceert de ganse tijd op de grens van grunge en metal (sommigen durven het woord blues laten vallen, doch die is volgens ons ver te zoeken).
Klang is zo een plaat waar de heavyness het haalt van het tempo, niet zo extreem als bijvoorbeeld bij Electric Wizard, maar toch.

Maar goed, er zit iets in, en ’t zijn niet alleen decibels.

Woods

Sun and Shade

Geschreven door

Een mooi bewaard muzikaal geheim in de Amerikaanse lofi alternative americanafolk is Woods, uit Brooklyn NY , gecentraliseerd rond Jeremy Earl, die met Jarvis Tavernier sinds 2005 de kern vormt. Ze kwamen met de vorige cd ‘At Echo Lake’ wat meer in de belangstelling in Europa. In een DIY - attitude zijn ze geëvolueerd van lofi trash folk pop tot meer indie/ psychedelische rock; kwalitatief puike pareltjes van songs met een hoge stemmenpracht, vooral die falsetto stem van Earl.
Dit bandje brengt een fris geluid bracht van semi-akoestisch materiaal, die door klanken en voices van home tapes en cassettes kleur krijgen. Op de nieuwe plaat is het mooi verdeeld en krijgen we een vrij toegankelijke sound die de verschillende stijlen in een overtuigend indiepop kleedje stopt.
Invloeden van V.U., Patti Smith, Nico, Feelies, Galaxie 500, My Morning Jacket zijn duidelijk aanwezig en de groep eigent zich met de vijfde cd terecht een plaatsje toe naast Guided by Voices, Sebadoh, Fleet Foxes en Local Natives. De twee langgerekte bijna instrumental songs “Out of the eye” en “Sol y sombra” intrigeren door de repetitief opbouwende structuur .
Onderschatte kamerpracht in een sfeervol, dromerig kader en creatief opgebouwde songs die zich op “White out “ aan Indian waves wagen … Muzikaal talent , deze Woods

Leffingeleuren 2011 – zondag 18 september 2011

Geschreven door

Leffingeleuren 2011 – zondag 18 september 2011
Na twee helse dagen LL was er op de afsluitende dag meer ademruimte, want de optredens waren gesitueerd in de Concerttent, die een ‘lazy Sunday’ gevoel al gauw doorprikten met het beloftevolle Balthazar die samen met Intergalactic Lovers overtuigende startschoten op Leffingeleuren waren . ‘Applause’ betekende de doorbraak voor het Kortrijkse vijftal, die een intens broeierige, spannende set speelden; naast de puike samenzang viel vooral de zweverige, diepgrauwe  zegzang van Maarten Devoldere op. De band gaat er wel voor en probeert terecht zoveel mogelijk muziekharten te winnen. Spelplezier en enthousiasme sierden de gevarieerde set van o.m. singles “The boatman”, “I’ll stay here”, “Fifteen floors” en de snedige rocker “Hunger at the door”, die nog elan kreeg met de danseressen van ‘t Schoon Vertier …. Een te koesteren band …

De Amerikanaase sing/songwriter Donavon Frankenreiter is net als Jack Johnson een fervent surfer . Voor het exclusief Belgische concert was hij in Leffinge met een heuse band die rootsrock met een intrigerende soulgroove combineert. Een ideale luister zondag-‘matinée’, vorm gegeven door zijn tintelende semi- akoestisch gitaarspel en lichthese vocals. Tja zon, zee & surf sijpelden door met een frisse bries solopartijen. Hij refereerde aan Ben Harper, Van Morrison en Donovan en had op het einde het publiek mee. Martin Sexton, die nog solo optrad in Café de Zwerver hielp een gitaarhandje mee.

Maar vandaag was iedereen gekomen om het Belgische talent Selah Sue te zien . Ze amuseerde zich alvast rot op dit afsluitende festival. Publiek, band en de zangeres leken voor elkaar gegoten. Wat een respons en wat een dynamiek en intensiteit op het podium. Haar sound is een fusion en een bezwerende groove van pop, soul, jazz, funk, r&b, reggae, ragga, dubstep en trippop. Solo of met band , Selah Sue is super (!) en bood de Partycocktail met nummers als “Raggamuffin’”, "This world" en “Crazy vibes” die uitgegroeid zijn tot festivalklassiekers; het nummer “Please” (origineel met Cee-Lo Green) onderstreepte de veelzijdigheid van de dame die heel wat variaties aankan met haar doorleefde soulstem en probleemloos slaagt met raps. Klasse!

En de muzikale overstap naar de reggaetunes was gezet, Alpha Blondy sloot het festival af. Grillig maar overtuigend smeedde hij die tunes aan afro en pop . Muzikaal hebben we niet echt affiniteit met de muziek; we kennen hem van de plaat ‘Masada’ (’92) en de single “Brigadier Sabari” ( beter bekend bij ons als cover “Operation coup de Poing” van 2 Belgen). Een  uiterst genietbare, groovy rastapeace met een politieke achtergrond en humor.

Met de smile vertrokken we naar huis; we hebben veel fijns ontdekt op Leffingeleuren . Een dikke streep trokken we onder de festivalzomer. Wat een geslaagde 3daagse (ontdekkings) tocht.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Alexander Tucker

Alexander Tucker - a trip at the brain

Geschreven door

Vorige week kwam Syndrome (het solo project van Mathieu Vandekerckhove) zijn album ‘Floating Veins’ voorstellen in de Kreun. Mathieu kennen we ook als bandlid van Amenra, Kingdom en Sembler Deah. Zijn album werd gemastered door niemand minder dan Billy Anderson (bekend van zijn werk met bands als Neurosis, Om en Swans).
Het moest zijn dat bijna niemand de weg naar de Kreunzaal vond op deze herfstige vrijdag, want Syndrome startte zijn set voor welgeteld twintig toeschouwers. Wat Syndrome brengt, is natuurlijk geen spek voor de bek van Jan Modaal. Opener “Clot” werd loops-gewijs laag per laag opgebouwd door Mathieu, die na enkele minuten werd aangevuld door Piet Dierickx op drums. Deze laatste, die we ook kennen als drummer van D.A.F.P., was de live-drummer van dienst. De song zwol aan tot een magistrale climax die abrupt werd afgebroken om over te gaan in titelsong “Floating Veins”. Een mooie, gevarieerde song die startte met intimistische ambient en de engelenzang van Zohra Atash en uitmondde in een hypnotische verstrengeling van het gitaargeweld van Mathieu en de drumslagen van Piet.
Op de achtergrond werd het toepasselijke video-artwork van Tine Guns, vriendin van Mathieu, geprojecteerd. Centraal een hemellichaam, voorzien van een wirwar aan aders die vanuit een centraal punt alle kanten opliepen. Achter deze dooraderde bol een synchroon gefladder van een opgejaagde zwerm zwarte vogels of waren het eerder vleermuizen? Volgden nog het onheilspellend openbrekende “Project 5”, doorspekt van zware drones en de logge beats van Piet en het meditatieve, bijna sacrale “Wolf”.
Afsluitende song was “Absence”, de apotheose van deze set! Hier werden alle registers opengetrokken en konden we genieten van een uitbarsting via drones die ons deden denken aan Sunn O)), iele geluidjes genre Young Gods en heavy gitaarriffs die krachtig ondersteund werden door schitterend drumwerk. Dit was grote klasse van eigen bodem! Een gemiste kans voor de afwezigen.

Tien man meer bij de start van de set van Alexander Tucker. What a shame! De Engelsman uit Kent heeft nochtans al een uitgebreid muzikaal parcours afgelegd. Startend in de 90-ies hardcore scene als zanger in de bands Suction en Unhome. Na de split van Unhome in 1999 ging Tucker mee op tour met het uit Detroit afkomstige Fux om er de guitar synthesizer voor zijn rekening te nemen. Daarna ging hij solo en bracht volgende albums uit: ‘Alexander Tucker’ (2003), ‘Old Fog’ (2005), ‘Furrowed Brow’ (2006), ‘Portal’ (2008) en het recente ‘Dorwytch’ (2011). Verder had hij nog zijprojecten met Stephen O’ Malley van Sunn O)) (Ginnungagap, Stephen O'Malley and Alexander Tucker Duo). Met andere woorden: een bezige bij!

Alexander Tucker kwam helemaal alleen afgezakt naar Kortrijk. Ook geen live instrumenten (cello, akoestische gitaar, mandoline) deze keer: enkel een wirwar aan draden verbonden met zijn mengpaneel op een centrale tafel en een resem effectpedalen om U tegen te zeggen. Bij zijn aankondiging in een van echo voorziene mic konden we onze lachspieren niet laten rusten. “Hello (hello, hello,...), I’m (I’m, I’m,...) Alexander (Alexander, Alexander,...) Tucker (Tucker, Tucker,...). Hope (hope, hope,...) you (you, you,...) enjoy (enjoy, enjoy,...) the (the, the,...) show (show, show,...)” … Hahaha, hilarisch  maar wat volgde was i-n-d-r-u-k-w-e-k-k-e-n-d!
Een groot uur werden we door Tucker meegenomen op een psychedelische trip om U tegen te zeggen. Voortdurend op het verkeerde been gezet door overschakelingen van freaky folk over spooky drones naar gitaargeweld dat zich uitstrekt van Led Zeppelin tot My Bloody Valentine. Het ene moment doet hij denken aan de fucked up ambient van Aphex Twin, het andere moment zingt hij de pannen ‘mantra-gewijs’ van het dak tijdens een zachter en melodieus gedeelte, het volgend moment zit je middenin psychedelische gelardeerde folk. Je wordt voortdurend van het kastje naar de muur gestuurd, wat ondergetekende een heerlijke ervaring vond. Eén van de hoogtepunten was de kakofonie van tientallen muziekdoosjes bij de start van een song (denk aan de start van “Time” van Pink Floyd en vervang de klokken en wekkers door muziekdoosjes).Wat een set van deze Engelse psychedelische, bebaarde bard!

Een ‘trip at the brain’ [(c) Suicidal Tendencies] waarop we nog tot diep in de nacht bleven doorgaan! Kippenvel! Alex Tucker: een miskend genie...

Organisatie: De Kreun (Kortrijk)

Leffingeleuren 2011 – vrijdag 16 september 2011

Leffingeleuren 2011 – vrijdag 16 september 2011
De 35ste editie van Leffingeleuren was om van te snoepen … Een gevarieerde affiche van smaakmakers van eigen bodem, ‘alternative’ internationale bands en enkele beloftevolle ontdekkingen. In de pittoreske locatie rond de kerktoren werd er sinds vorig jaar wat aan het terrein gesleuteld, waardoor er meer ademruimte was buiten de grote concerttent. De drank- en eetstandjes zijn beter opgedeeld. Op weg naar het zaaltje van de Zwerver kun je op het marktplein doorlopend projecties op groot scherm zien, en de ‘1 Minute Film & Sound Awards’.
Leffingeleuren is een van de afsluitende festivals; de sfeer, de ambiance zat er écht goed in. Een goede 17000 bezoekers daagden op , goed verdeeld over de drie dagen. We noteren een uitermate geslaagde editie  muzikaal!

Op de eerste avond was het publiek gretig en onthaalde elke band erg warm, wat op het podium ook te zien was. Alvast een klein overzicht … 6000 man waren er al aanwezig …

Een naam als School is cool kon niet beter na de eerste veertien schooldagen het festival openen. De groepsnaam kwam nu goed uit, want het festival is postgevat aan het kleine dorpsschooltje.
De recente winnaars van de Humo’s Rock Rally waren als een verse lading duracell batterijen … Fris, sprankelend en jeugdig enthousiasme … leuk en ontspannend om het festival in te zetten … met strijkers en dubbele percussie traden ze aan, en met singles als “New kids in town”, “In want of something” en “The world is gonna end tonight” was hun optreden van een half uur in een oogwenk voorbij. Wat een schoolbel hoorden we door de uiterst genietbare set van deze schoolboys & - girls.

In de Zwerver ging het trio uit New Jersey Screaming Females van start. Ze zijn al van 2006 bezig , maar zijn hier bij ons een nobele onbekende, maar we waren al meteen onder de indruk van hun rauwe, intense, spannende gitaarset. De groep haalt invloeden aan van Sleater –Kinney, Pixies, Dinosaur Jr. en Barkmarket en met z’n drieën gaven ze de gitaarsongs boeiende wendingen. De zang van Marissa Paternoster was messcherp, zweverig en de schreeuwerige prikjes betekenden een meerwaarde. Ruimte was er voor solopartijen. De songs volgden elkaar snel op en ze hielden overduidelijk het publiek in hun greep. Groep gretig – publiek gretig . Zo eenvoudig was het.

Das Pop is ‘Pop & Hot’ … De groep heeft een paar jaar op zich laten wachten, maar de laatste twee jaar gaat de muzikale carrière als een TGV … Fijne, aangename ‘feelgood’ songs sieren het werk van Bent van Looy en de zijnen. Een gevarieerde set van herkenbare nummers passeerden de revue, “Underground”, “Kiss is not a crime”, “You”, “Skip the rope”, “The game”, “Never get enough” en “Wings”. Wat een enthousiasme en respons . Leffinge op z’n best hier en we konden er om dobbelen , want midden de set werden twee reusachtige plastic dobbelstenen in het publiek gegooid met een maximale score als gevolg …

In het zaaltje was intussen het Gents-Brusselse kwartet Yuko bezig met subtiele, aanzwellende postrock, pop en elektronica, tussen The Notwist, Pinback, Radiohead en Sigur Ros; sfeervol, dromerige songs die live een krachtige uithaal kunnen hebben, zonder de factor gevoeligheid te verliezen. In de kijker: de fijne stem van zanger/gitarist Kristof Deneijs en de verbluffende drums van de getalenteerde Karen Willems. Creatief klonk het allemaal wel met de singles “Dolly Parton” en  “When You Go Blind”. Onthou alvast die plaat ‘As If We Were Dancing’. Het kwintet heeft al overtuigende platen uit en was goed op elkaar ingespeeld. We waren opgewarmd voor Battles ...

Battles: Eerder der het jaar was de kritiek ongegrond van de matige set in de AB … het nieuwe materiaal  met het verlies van Braxton klonk maar flets … Ongelijk … Het trio Battles bracht en brio het nieuwe materiaal van ‘Gloss dropp’ en stopte  er het gekende “Atlas” ergens tussenin … Battles heeft een aparte, unieke muzikale formule … Een hoop elektronica, iets meer dan vroeger misschien, vermengd met frisse gitaren en natuurlijk een opzwepende en pompende drum, nog steeds overduidelijk het handelsmerk van Battles, die met “Africastle”, “Sweetie & shag” en “ My machines”, met de geprojecteerde vocalisten op het scherm, en een schitterend afsluitende “Sundome” overtuigden …

Wat rust konden we ervaren in de Zwerver met de Britse sing/songwriter Jon Allen , die werd aangevuld met een pianist. Sober, elegant, gevoelig speelde het duo  innemende songs met een Dylanesque jaren ‘60/’70  ondertoon .  

Vanavond was het jonge volkje massaal gekomen voor Goose . Al een half uur voor de show van de ‘heren uit Kortrijk’ was het drummen om een goed plaatsje te bemachtigen... Goose staat dan ook garant voor een vet feestje en dat wilde natuurlijk niemand missen... Het begin van het optreden kon gerust doorgaan voor een bisronde want met “Synrise” en “Can’t stop me now” ging het dak net niet van de tent... Het viertal hanteerde van meet af aan een  verschrikkelijk strak tempo dat versterkt werd door een schitterende arty flashy lightschow. Alle hits van de twee albums van Goose kwamen aan bod en daar viel mooi op dat de nummers uit hun debuut (zoals “Bring It On”, British Mode”, “Black Gloves” en “Low Mode” ) songs zijn die meteen ontploffen … ‘Dancefloorkillers’ … De tracks van de laatste plaat zijn sfeervoller, iets trager van opbouw en minder explosief. Het West-Vlaamse publiek liet zich de hele show niet onbetuigd en zong uitgelaten ieder nummer mee. Opvallend was slotnummer “Words”, die na een vrij lange intro naar een ongelooflijke finale ging, die eindeloos leek te duren; hier kwam de voorliefde voor rock van het viertal nog eens tot uiting.  Goose speelde de toeschouwers op Leffingeleuren letterlijk murw en bewees wel de beste Belgische live-act van het moment te zijn. 
Nog dit: wie de heren nog eens wil zien op West-Vlaamse bodem kan dat op vrijdag 7 oktober tijdens een groot openluchtconcert in Kortrijk!


Van onthaasten geen sprake! In het kleine Café hadden we het Amerikaanse The Fresh & Onlys . Het kwartet zit in de indiesferen, maar kruidt het met potige, galmende garagepop en psychedelica. Ze moesten in het begin nog wat op dreef komen en de sfeer snuiven in de muziekkroeg om dan in het tweede deel meer te kunnen overdonderen …

Tot slot The Hickey Underworld . Net als bij Goose wou iedereen deze beloftevolle band die in 2006 de Humo’s Rock Rally won, wel terug aan het werk zien . Ze speelden een tweetal jaar terug de clubs en de festivals plat . Na een welverdiende adempauze zijn ze er terug met vier tot vijf leden om hun rauwe, snedige, krachtige rock soms elan te geven. Zanger Younes Faltakh klaagde dan wel over een rauwe stem maar daar was weinig  van te merken, drummer JimmY Wouters mepte dat het een lieve lust was, gitarist Jonas Govaerts stuurde zijn keiharde riffs richting  alle hoeken van de zaal en  bassist Georgios Tsakiridis kent qua coolness zijn gelijke niet in de vaderlandse muziekscène. 
Oudjes “Zero hour”, “Mystery bruise”, “Flamencorpse” en “Future words” zaten mooi verdeeld tussen het nieuwe, dat beheerst en controleerbaar klonk, waaronder “Whistling”, A Tran”, “Space Barril”, “Frog” en “Cold Embrace”.   op het eerste gehoor de vertrouwde atmosferische combinatie van posthardcore, metal en grunge, en  in het verlengde van bands als Sparta, At The Drive In en Fugazi. 
… We zijn benieuwd …

Op die manier hadden we al een overdonderende eerste Leffingeleuren avond meegemaakt …

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2011 – zaterdag 17 september 2011

Leffingeleuren 2011 – zaterdag 17 september 2011
Deze tweede dag was een cavalerietocht in zaal de Zwerver, want daar stonden een pak fijne ontdekkingen genoteerd. Op het hoofdpodium was er voor elk wat wils. 6500 bezoekers waren er en wie samen met ons deze helse muziekrit besloot, had hier heel wat nieuw spraakmakend talent gezien …

De namiddag begon alvast zomers & kleurrijk met Rainbow Arabia (de Zwerver) en Crystal Fighters (concerttent).
Rainbow Arabia, een Californische band  rond het echtpaar Danny en Tiffany Preston stoeiden met world, Afrikaanse ritmes, synths en drumbeats, vulden aan met gitaarloops, harmonium, tamboerijn, enz . De zweverige vocals van Tiffany zijn bevreemdend en zorgen voor een stukje mystiek. In het begin trok  het echtpaar  (op het podium met 3!) de kaart van de creativiteit en de vernieuwing; hier hadden we eerder invloeden van Yeasayer of Animal Collectieve; in het tweede deel van de set klonken ze aanstekelijk, dansbaar en krachtiger en maakten ze de link met Klaxons en Transglobal Underground.
Het Londense kwintet Crystal Fighters bracht de zomerzon binnen. Hun aanstekelijke, frisse electropop verdreef de druilregen. Traditioneel Baskische instrumenten werden toegevoegd . Een multicultureel geluid van een even multi-culturele band door bezwerende, broeierige en opzwepende tribal ritmes/- drums en warme zangpartijen van zanger Sebastian en de wulpse zangeres Laure. Wat een energie, opwinding en dynamiek!
Het tempo werd hoog gehouden en het meeslepende, aanstekelijke “Plague” , “Champion sound” bouwden op en explodeerden … ‘harder’, ‘faster’ en ‘dansbaarder’. Het dromerige “At home” spande figuurlijk een regenboog tussen het sfeervolle en freakende werk. Crystal Fighters slaagde erin Leffingeleuren ‘hotter’ te maken …

Het electro/indie/ minnende Sx uit Kortrijk heeft met “Black video” al een aardige hit op zak . Ontdekt tijdens Westtalent en door  StuBru , de ‘vibes on air’,  opgepikt, zorgden ervoor dat het snel ging voor het trio; op elk zomerfestival waren ze haast te zien. Het trio houdt het op keys/toetsen , een galmende gitaar, drums en drumbeats . Stefanie Callebaut, spil van de band, plaatste zich duidelijk in de spotlights en gaf het broeierige materiaal duidelijk elan met haar etherische, betoverende, onheilzwangere, hallucinante vocals. Ze bedient sensueel en huiverachtig de toetsen. En ook de sound heeft dezelfde kenmerken.
Hun debuut mogen we in 2012 verwachten. “Stop” en “Graffiti”, ook op de EP terug te vinden, zijn al veelbelovend, maar in de bijna uur durende set, hoorden we heel wat spannende, opbouwende songs binnen een etherische synthwavepoplaag; songs die een ‘nightclubbing’ sfeertje en een donkere apocalyptische ondertoon hebben. Hier flitsten beelden van Kate Bush, Scarlett Johansson, Twin Peaks en Malcom Mclaren’s “Butterfly” voor de ogen. Revelerend bandje, jong talent, dat tekent voor een puike overtuigende performance.

De naar NY uitgeweken Belgische Puertoricaan Gabriel Rios heeft met
pianovirtuoos Jef Neve en percussionist Kobe Proesmans een heel gedegen professionele bezetting, aangevuld met een bassist en tweede percussionist . En wonderwel is het ‘El sympathico’ met knuffelbeergehalte Rios niet meer die zich in de kijker speelt, maar vooral z’n twee muzikale soulmates, die de aandacht in het materiaal behielden en voor sfeer en de ambiance zorgden door het publiek te laten meeklappen en meezingen. Het virtuoze pianospel en de speelse drums zijn belangrijke pijlers. De songs kunnen ingetogen, rijkelijk gearrangeerd zijn en kunnen onverwachtse en originele wendingen hebben. Een evenwicht tussen toegankelijkheid van strakke songs, Rios’ sing/songwriterschap en de Broadway musical, hoempapa van de recente cd ‘The dangerous  return’. Een breder, gevarieerde opzet, een ontspannen karakter en een warme gloed kreeg je met “Dauphine”, “Broad daylight”, “Gulliver”, en door de zwierige ritmes  van “Angelhead”, “El raton” en “Natural disaster”.

Dat de organisatoren van Leffingeleuren een neus hebben voor talent bewezen ze met de komst van EMA, voor de allereerste keer op een Belgisch podium.
Madam Erika M. Anderson had met haar debuut ‘Past life martyred saints’ (check de review op deze site) al een geweldig visitekaartje afgegeven en kwam dat eens dubbel in de verf zetten in de Zwerver. Ze pakte Leffinge in met grillige en bijtende songs als “Milkman”, “The grey ship” en “Anteroom”, die laatste in een veel giftiger aanpak dan de verstilde albumversie. Een goedgekozen cover “Add it up” (van de fantastische Violent Femmes) klonk, ondanks een nogal rommelige aanpak, even energiek als het origineel. De sympathieke blondine en haar band lieten de gitaren nog eens lekker scheuren in een zinderend “Red star” en bij afsluiter “California” moesten we maar even de ogen dicht doen om ons een jonge Patti Smith voor de geest te halen. We zijn het nu wel zeker, EMA is één van de revelaties van 2011.  En die hond op haar t-shirt? … hij spitste de oren en watertandde …

G. Love had voor de oversteek naar Europa zijn vaste band Special Sauce achtergelaten en had in de plaats een paar basisbenodigdheden meegebracht, zijnde een gitaar, een mondharmonica, een pak talent, tonnen ervaring, een welgemutst humeur en een pak prima songs. Meer had hij echt niet nodig om de tent plat te krijgen. Aanvankelijk was het genieten van pure blues- en folksongs met tussendoor ook een cover van Paul Simon’s “Fifty ways to leave your lover”, die weinig toevoegde aan het origineel maar wel fris klonk. Nadien mocht Tom Van Laere (Admiral Freebee) een handje komen toesteken en samen met G Love een prachtversie spelen van zijn eigen onverslijtbare klassieker “Rags and run”. Vervolgens herinnerde G Love ons eraan dat hij een pionier was in het rap-blues genre en bracht hij swingende versies van “Booty call”, “Baby’s got sauce” en een goedgeluimd “Blues music” die hij op een heerlijke manier liet overvloeien in Lou Reed’s “Take a walk on the wild site”. De passage van deze klasbak liet het enthousiaste publiek met een goed en warm gevoel achter, wat een welgekomen afleiding was op deze regenachtige dag.

Ook iets bijzonders was het Canadese Austra. De songschrijfster/zangeres Katie Stelmanis heeft haar gezicht nog niet weggestopt als Fever Ray, maar plaatst zich muzikaal en vocaal naast haar en voegt er opera vocalen aan toe. Synths, drumbeats en twee bijna even ijl zingende engelen boden een spannende, hypnotiserende, broeierige, opwindende gig. Het tempo werd subtiel opgeschroefd met songs als “Lose it” en “The choke”; met de single “Beat and the pulse” en “The future” had de beloftevolle Austra haar publiek volledig in haar greep. ‘Feel it break’ heet de debuutplaat. Aankopen na zo’n bezwerende, meeslepende overtuigende set!

Ook al zijn we na ettelijke concertjes over de jaren heen wel al wat gewoon, op ieder festival is er wel zo een band waar we steil van achterover vallen. Deze zomer in Werchter was dit Grinderman, In Lokeren Kyuss en In Leffinge ongetwijfeld Blood Red Shoes. Amai !
Sedert The White Stripes weten we dat je maar met zijn tweetjes moet zijn om heerlijk lawaai te maken, het Britse Blood Red Shoes is het zoveelste duo die dat soort prachtige herrie tot in de hemel jaagt. De zeer bevallige verschijning Laura Mary Carter (vocals/gitaar) en de alom bedrijvige Steve Ansell (vocal/drums) hebben met de potige albums ‘Box Of Secrets’ en ‘Fire like this’ al bewezen tot wat ze in staat zijn, maar wat ze live presteren is nog een stuk krachtiger en vettiger dan op die plaatjes. Het uiterst energieke duo deed Leffinge uit zijn voegen barsten dankzij gloeiend hete songs als “Keeping it close”, “Light it up”, “It’s happening again” en “Doesn’t matter much”, allemaal voorzien van geweldige gitaarriffs en lekker schoffelende drums. De vocals verdeelden ze netjes onder hun tweetjes en het vuur, de passie en de vlammende rock’n’roll vibe hingen de ganse tijd in de lucht.
Quasi de ganse set was gevuld met uiterst bronstige versies van songs uit de twee voormelde platen, maar een nieuw nummer als “Don’t ask “ klonk bovenal pittig en veelbelovend.
Afsluiter “Colours fade” deed de gitaren lekker uitrazen in een walm van distortion, het was een brandende apotheose van een geweldig concert.
Dit was hun allerlaatste optreden in de tournee die volgde op ‘Fire like this’, nu gaan ze terug de studio in en wij kunnen niet wachten tot wanneer ze er ongetwijfeld met een dijk van een plaat weer uitkomen.

Een zwierige tune kregen we van het Amerikaanse Man Man, die we nog vorige week aan het werk zangen tijdens het Radar Festival in Tourcoing. Ze hebben al vier cd’s uit, maar hebben hier nog geen voet aan de grond . De gekke bende brengt invloeden samen van de psychedelica van Moon Duo en zZz, de retro van Monster Magnet en de hoempapa van Kaizers Orchestra. Ophitsende en opzwepende melodieën van synths, piano, xylofoon en drums gaven een uitzinnig, feestelijk concert tot gevolg.

Arno was weer volledig zijn eigenste zelf. Waarmee we willen zeggen : er is inderdaad een hoek af, en de man ontgoochelt nooit op een podium, maar toch hadden we de indruk dat de automatische piloot gevaarlijk dichterbij kwam. Kortom, wij hopen altijd van zo een rasartiest dat hij ons nog een beetje verrast, maar deze keer bleven we toch wat op onze honger zitten. Was het omdat hij nu al sinds mensenheugenis steeds zijn set eindigt met het onvermijdelijke trio “Oh la la la”, “Putain putain” (hier trouwens in een veel te makke versie met te brave gitaarloopjes) en “Les filles du bords de mer” ? Was het omdat hij voor een eerder tam publiek speelde die nog niet goed bekomen was van het geweld van Blood Red Shoes ? Was het omdat zijn band (en dan vooral de gitarist) toch wat te braaf klonk (wij misten JM Aerts of Geoffrey Burton) ? Of wordt hij nu echt wel een dagje ouder ? Wij weten het zelf niet maar de term ‘voorspelbaar’ is nooit goed in rock’n’roll middens, dat weten we wel. Ook al heeft hij een ongebreidelde creatieve geest, toch moet Arno eens herbronnen.

Een veelbelovend groepje The Dead Trees speelde in café de Zwerver en verblijdde ons met heerlijk klinkende en okselfrisse no-nonsens rock’n’roll liedjes met een knipoog naar Strokes, Alex Chilton en Velvet Underground. Een zeer aangename verrassing. Hun nieuwste album ‘Whatwave’ is trouwens een zeer aardig dingetje waar u best maar eens wat aandacht aan besteedt.

Wie na een drukke dag Leffingeleuren meende lichtjes in slaap te dutten, werd brutaal terug wakker geschud met de uiterst potente post metal van Steak Number Eight. De Westvlamingen gaven er een geweldige lap op bevestigden de ruwe power en tonnen talent die zij op het album ‘All is chaos’ eerder op het jaar hadden vastgelegd. Hun songs overstegen met glans de valkuilen van het metal genre, op het podium van zaal De Zwerver stond de gebalde sound als een huis. Het beukte, stormde, stampte en ramde dat het geen naam meer had en toch schuilden er razend knappe songs onder het bulldozergeweld. Isis zijn de grote voorbeelden, maar qua intensiteit en klasse zijn die nu al bijgebeend. Indrukwekkend, hoogst indrukwekkend.


Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Cloud Control

Cloud Control - ‘Rustige vastheid’ en ‘less is more’

Geschreven door

Net zoals op hun debuutplaat ‘Bliss Release’ verzuimde het Australische indiepop viertal Cloud Control het om nu al een afgelijnde muzikale weg in te slaan in de verrassend volgelopen Rotonde. Een kwestie van (nog) niet willen of niet kunnen, dat laten we hier in het midden, de overdaad aan variatie in de nummers kwam de opbouw en diepgang van de set alleszins niet echt ten goede.

Met veel enthousiasme trapte de band af met “Meditation Song #2”, té veel enthousiasme zo bleek, want de mooie folky samenzang tussen frontman Alister Wright en toetseniste Heidi Lenffer die het nummer op de plaat siert werd helaas al vlug gesmoord in een dikke geluidsbrij.  Zelfde verhaal bij “Ghost Story”, een nummer met een stevige knipoog naar Fleet Foxes dat best aardig en ingetogen begon, maar al vlug ontaardde in schreeuwerige irrelevantie. Het opgewekte, van een aanstekelijk Afrikaans deuntje voorziene “This Is What I Said” leek op haar beurt dan weer gestolen uit het repetitiekot van Vampire Weekend, terwijl  de cover “There She Goes” van The La’s best sprankelde maar ons tegelijk de zoveelste stijlbreuk in de maag spitte dat we er bijna een indigestie van kregen.   
Uiteindelijk rechtvaardigde “There’s Nothing In The Water We Can’t Fight” wél waarom Cloud Control onlangs de Australian Music Prize mee mocht naar huis nemen. Een knappe song met een hemels refreintje dat wat ons betreft zeker meer mag gedraaid worden op de radio. 

Conclusie: Uiteraard verdient  een debuterende groep het nodige vertrouwen en geduld om een eigen sound te ontwikkelen. Wie luistert er vandaag nog dagelijks naar pakweg ‘Pablo Honey’ van Radiohead? Toch bleven we met een gevoel achter dat Cloud Control net iets te vaak haar best deed om de hipste genres van tegenwoordig (folk, psychedelica, Afropop) aan elkaar te rijgen. Tippen aan hun land- en generatiegenoten Tame Impala kan dit gezelschap nog lang niet. ‘Rustige vastheid’ en ‘less is more’ zijn de levenslessen die we aan deze groep willen meegeven in hun verdere zoektocht naar muzikale roem.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 401 van 498