Het Depot Leuven - concertinfo 2025 - 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2025 - 2026 events 01-11 Flying Horseman, Emma Hessels 04-11 Stef Bos 06-11 Johannes is zijn naam 07-11 Equal Idiots 08-11 Cool clubnight presents Mr Scruff & MC Kwasi 10-11 Sam Bettens 11-11 Frank Boeijen 12-11 Elmer 14-11 Jah…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten 2025 Dub Fx x Woodnote, Vooruit, Gent op 16 november 2025 Jah Wobble & The Invaders of the Heart (‘metal box’ in rebuilt in dub), Tian Qiyi, Club Wintercircus, Gent op 16 november 2025 Son mieux, Club Wintercircus, Gent op 17…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15022 Items)

Therapy?

Fxx Therapy rock’n’roll …

Geschreven door
Bijna twintig jaar staat het Noord-Ierse Therapy? al garant voor een feestje! Na verpletterende optredens in de AB en op Rock Zottegem, die de laatste cd ‘Crooked timber’ glans gaven, speelden ze de kers op de taart met een derde en een afsluitend optreden in een nokvolle de Zwerver in Leffinge. De muzikale wervelwind van deze dolle veertigers blijft een leuke ervaring. De tandem Cairns (zang/gitaar) – McKeegan (zang/bas) en de jongere Neil Cooper (op drums) gooiden na toppers ‘Troublegum’ en ‘Infernal love’, midden de jaren ’90, de muziekcommercie in de ring. ‘Semi-Detached’ leidde een nieuw hoofdstuk in, zei het grote publiek vaarwel en ging terug naar een ‘back to bascis’ rock’n’roll van retestrakke, energieke en bedreven drie minuten puntige, rauwe songs die ergens dwarrelden tussen ‘70’s hardrock, punk, metal en noise. De laatste worp ‘Crooked timber’ rockt en swingt tegelijk en we horen de invloeden van Killing Joke en Helmet door producer Andy Gill.

  De charismatische, lieflijke maar hyperkinetische band heeft z’n ‘make some fxx noise’ nog niet verleerd en beleeft aan elk optreden het nodige speelplezier. Het trio deed denken aan ons eigen Triggerfinger die z’n publiek verovert en vermaakt door de rechttoe-rechtaan aanpak. Ze onderscheiden zich enkel in het soleren.
Therapy? beet zich niet vast in de hitmachine van weleer, maar speelden een venijnig bruisend concert van hun opzwepend materiaal. Cairns had steeds wel een (politiek) verhaal klaar die de intense en gave rocksongs voorkauwden. Ze trokken meteen de aandacht en creëerden een broeierig sfeertje met de opbouwende “Turn”, “Isolation” en “Stories”. De gortdroge drums, de zwierige bas en het rauwe gitaarspel sierden. De onvaste vocals van Cairns hadden zo hun charme binnen hun uitgelatenheid. Het aan Pantera en Helmet gelinkte “Enjoy the struggle” was de voorbode van het nieuwe materiaal, want “Bad excuse for the daylight” en “Exiles” volgden. De bas bood een donker kantje en dreunde stevig door, het gitaarspel werd scherper en de drums heviger. Strakker klonken dan een paar andere nieuwe songs, die aan een sneltempo voorbij raasden met de titelsong van de laatste cd “Crooked timber” als closing final.
Ze vormden de Zwerver om tot hun “Church of noise” en het publiek als hun discipelen. Het nummer werd in een andere versie gebracht, minder bedreven, ruwer en met meer groove, net als “Potato Junkie”, die ons terugbracht naar hun beginperiode met de gouden zinsnede “James Joyce is fxx my sister”, die door de jaren al door vele fans werd gezongen. Ook de ‘Riverdances’ van Michael Flatley mocht eraan geloven. Een jonge gast kreeg de kans het publiek op te hitsen in dit nummer. Het werd verdomd warm in de Zwerver en het tempo werd hoog gehouden met klassesongs “Knives”, “Screamager” en “Teethgrinder”. De songs klonken ongepolijst en refereerden aan de grunge van Nirvana. Het emotievol tedere “Diane” op plaat leunde nauw aan het originele van Husker Du, namelijk hard, krachtig en gebald en beëindigde de dynamisch frisse set na een goed anderhalf uur.
Het trio had nog steeds wat adrenaline in huis en bracht nog een pittige bis met een knipoog aan The Ramones in “Opal mantra” en “Lonely cring lonely” en droeg “Die laughing” op aan Michael Jackson en lieten tot slot de hel losbreken op “Going nowhere”. Menig geduwtrek en skydiven hoorden erbij om zich ten volle over te geven in deze uitstekende songkeuze.

Therapy? bracht een overzicht van oud en nieuw en werk en slaagde erin z’n fans te entertainen met een ongecompliceerde rockshow ‘pur sang’. Allemaal iets rauwer, ruwer en ongepolijster maar met het hart op de juiste plaats. Voor niks is dit fxx Therapy rock’n’roll …

Support was Ricky Warwick die de band vergezelt op hun toer; als een bard speelde hij enkele snedige gitaarsongs, die kleur kregen door z’n Iers accent.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Living Colour

Living Colour: Te weinig volk voor een bende klasbakken

Geschreven door

Einde jaren tachtig en begin jaren negentig waren wij volledig weg van baanbrekende bands als Pixies en Living Colour. Beide groepen maakten in het toen nog alternatieve circuit furore met enkele essentiële platen en verdwenen dan even snel als ze gekomen waren.
Vandaag worden we overstelpt van reünies en zowel Pixies als Living Colour zijn terug op tournee. Legt u ons nu maar eens uit waarom The Pixies Vorst Nationaal uitverkopen en Living Colour voor ocharme 200 mensen in de Vaartkapoen staat te spelen. Wij snappen er niks van.

Een jaar geleden zagen wij Living Colour al eens aan het werk in de Brusselse Botanique, toen voor iets meer volk, en eerlijkheidshalve dienen we er aan toe te voegen dat het concert van toen iets meer memorabel was. En wel hierom :
Vanavond in de Vk* speelde Living Colour in het eerste deel van de set lekker strak, hard en snedig, ondermeer met uitmuntende buffelstoten als “Ignorance is bliss”, “Go away” en “Elvis is dead”. Tot daar geen probleem dus, maar halverwege de set werd de veer gebroken met een overbodige drumsolo (dat Will Calhoun kan drummen wisten we al, hij hoefde zich helemaal niet zo uit te sloven om ons daarvan te overtuigen), waarna het toch wel een beetje te lang duurde vooraleer de heren terug goed op dreef kwamen. Met knappe uitvoeringen van loepzuivere popsongs als “Bi” en “Glamour boys” was immers al wat gas teruggenomen en daartussenin had Living Colour ook behoorlijk wat nieuw werk gebracht uit hun nieuwste ‘The chair in the doorway’. En dat is nu niet bepaald een onvergetelijk album, ook al kwamen de songs er live sterker door dan de wat kleurloze versies op het album (kleurloos, inderdaad, een beetje een pijnlijke omschrijving voor een band die zich Living Colour noemt). Het vuur bleef dus een beetje te lang weg en de boel ontplofte maar echt opnieuw met “Cult of personality”, nog steeds de beste Living Colour song, zeker live. Dit was echter al het laatste nummer, wij zaten dus tevergeefs nog te wachten op “Love rears its ugly haed” en “Nothingmen”.

Toch hebben we genoten van deze klasbakken, want dat zijn het alleszins. Bij Vernon Reid kon, met uitzondering van de laatste song, er niet echt een lachje af (slecht geslapen waarschijnlijk) maar zijn verbluffende gitaarspel bleef intact. Doug Wimbish viel op met een euh… gitaarsolo op zijn bass (dan nog midden in het publiek) en zanger Corey Glover heeft nog steeds die soulvolle stem. Er waren dus nog genoeg momenten om van te smullen en daarom begrijpen wij echt niet waarom hier zo weinig volk op af kwam.

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

The Fiery Furnaces

I’m going away

Geschreven door

The Fiery Furnaces hebben het deze keer wat eenvoudiger en iets rustiger aangepakt. Voorheen propten ze met graagte 56 ideeën in één song, hier beperkten ze zich meestal maar tot een drietal per stuk. ‘I’m going away’ klinkt dan ook een flink stuk minder nerveus dan zijn voorgangers. Een mens kan dit exemplaar makkelijk in één ruk uitzitten zonder dat ie van ’t kastje naar de muur geslingerd wordt om uiteindelijk compleet zotgedraaid of verdwaasd achter te blijven (de vorige ‘Widow city’ was om te zeggen zo een plaatje waar wij compleet hyper van werden, maar wel een kanjer van een schijf).
The Fiery Furnaces zijn na al die jaren ook al een serieus eind van de Velvet Underground verwijderd. Misschien herinnert u zich nog het prachtige debuutplaat ‘Gallowsbird Bark’ die compleet van de velvets doordrongen was, op ‘I’m going away’ is daar niets meer van te horen. De seventies zijn wel aan bod, deze keer, en dit vooral in de prettige gitaar- en orgelsolootjes van Matt Friedberger. Zusje Eleanor knoopt daar weer die frisse vocals en vreemde teksten aan met een geslaagd, zij het ietwat minder bizar, album als gevolg. Rustiger, vooral dat.
U hoeft echter nog niet te denken dat The Fiery Funaces de nieuwe Yes of -godbetert- Coldplay zijn geworden, hun songs (hier ook vrij kort volgens hun doen) zijn immers in al hun creativiteit nog steeds lekker tegendraads en eisen nog altijd de nodige moeite bij de beluistering. Wees gerust, de hitparade lonkt echt nog niet.

Soulsavers

Broken

Geschreven door
Het derde album van Soulsavers is er terug eentje om van te snoepen. Deze uit het Noorden van Engeland opererende band van Richin Machin heeft een uniek samenwerkingsproject klaargestoomd met de uit LA residerende zanger Mark Lanegan. Een samenwerking die groeide van de vorige cd ‘It’s not how far you fall, it’s the way you land’ (2007). Het duo Machin - Glover verdiende eerder z’n sporen met hun Soulsavers Soundsystem van remix werk (o.a. Beastie Boys en Starsailor) en soundscapes voor series en  films. In 2003 verscheen de eerst ‘echte’ plaat, het elektronica getinte‘Tough guys don’t dance’, met o.a. Josh Haden van het toenmalige Spain als gastvocalist.
We horen prachtsongs die de basis rock –americana - soul – jazz - gospel en triphop hebben; De spannende dreiging en de diepgrauwe, krakende stem van Lanegan en diens teksten passen ideaal in de Soulsavers outfit. Daarnaast zijn er nog een handvol bijzondere gasten: op de rauw rockende “Death bells” en “Unbalanced pieces” komen enerzijds Gibby Haines (Butthole Surfers) en anderzijds Mike Patton langs en Jason Pierce van Spiritualised neemt het orkestrale “Pharaohs chariot” voor z’n rekening. Een glansrol is weggelegd voor de Australische ontdekking Rosa Agostino, luster maar eens naar de sfeervolle “Praying ground” en “By my side”. Na Isobel Campbell scoort ze goed op de duets “You will miss me when I burn” (van Will Oldham geschreven btw!) en “Rolling sky”. “Some misunderstaing” van Gene Clark van The Byrds werd nieuw leven ingeblazen en kreeg een Crazy Horse solo mee. De twee instrumentals, “The seventh proof” en “Wise blood” grijpen terug naar de filmische soundscapes van het Soulsavers avontuur.
’Broken’ is een spannende, intens broeierige plaat die breekbaar pakkende stukken heeft en de knappe collaboratie onderstreept van het duo Machin - Glover, de band en z’n gastartiesten, met Lanegan en Agostino voorop!


The Temper Trap

Conditions

Geschreven door

Het uit Melbourne afkomstige The Temper Trap heeft na hun titelloze debuut EP van drie jaar terug een ijzersterk debuut uit, ‘Conditions’. In eigen land werden ze al sterk ontvangen omdat songs van de EP gebruikt werden in tv series en bioscoopfilms. De doorbraak gebeurt nu iets vlotter door het feit dat de band naar Londen verhuisde en terecht in de spotlights mag komen. We horen op hun debuut groots bezwerende, dromerige poprock, die door doordreinende, krachtige ritmes en een brok psychedelica en bombast voortgestuwd worden. Ze steken voldoende afwisseling in hun sferisch broeierige, catchy nummers. Meer dan overtuigend klinken “Rest”, Down river”, “Soldier on”, “Fools”, Science of fear” en de single “Sweet disposition”. Spil Dougy Mandagi kan hoog uithalen in z’n falsets, en stapt moeiteloos over in een meer directe, rauwe zang, zoals in “Resurrection”. Het lekker mee neuriënde “Fader” geeft dan de eenvoud weer van energieke poprock. In hun sound zijn er duidelijk referenties naar het oude U2, Glasvegas, TV On The Radio en Bloc Party. Voor de productie deden ze beroep op Jim Abbiss (die al instond voor Arctic Monkeys, Unkle, Adele en Bjork).

Wintersleep

Welcome to the night sky

Geschreven door

Danig onder de indruk zijn we toch van het Canadese Wintersleep, die al toe zijn aan hun derde cd; deze plaat laten we niet onopgemerkt aan onze neus voorbijgaan. We horen in de songs een duidelijke variatie van dromerig, ingetogen en krachtig dynamisch werk. Het zijn songs die er duidelijk staan,  van een lief, zacht naar een intens hardere, spannend bezwerende opbouw. De gitaren, piano, toetsen en Paul Murphys diepe vocals zijn de barometer van hun frisse boeiende sound.
Wintersleep barst van de potentie, ze geven hun sfeervol materiaal een stuwende wave ondergrond mee. Ze trekken meteen de aandacht met een broeierige “Drunk on Aluminium” en een snedige “Archaeologists”. De daaropvolgende “Dead letter & the infinite yes” en “Weighty ghost” klinken sfeervoller en hebben een folky tint. Maar sterk overtuigd zijn we van het opbouwende “Murder”, “Laser beams”, het langgerekte -van postrock ontdane – “Miasmel smoke & the yellow bellied freaks” en het in wave gesmoorde “Oblivion”. Wintersleep houdt het bij de Canadese scène van Arcade Fire, maar giet er een flinke scheut Editors en Interpol op!

Toutpartout 15 Years: uitgelezen selectie van artiesten en bands – dag 2 -

Geschreven door

Het Belgische boekingskantoor Toutpartout bestaat vijftien jaar. In die vijftien jaar bouwde spil Steven Thomassen met een handvol medewerkers zijn agency uit tot een Europese naam. Ze vierden dit samen met een uitgelezen selectie van artiesten en bands, die zich twee avonden zouden huisvesten in de verschillende zalen van de Botanique. Een mooie ontdekkingstocht. Op deze tweede avond konden we er terecht voor Phosphorescent, The Black Heart Procession, Dosh, Githead, Lightning Dust en Deer Tick. Een tweede succesvolle avond die de vijftien kaarsen op de taart in één adem uitbliezen van Toutpartout!

Deer Tick (Rotonde), een jong kwartet uit Providence, Rhode Island, intrigeerde in z’n vijfendertig minuten speelduur. Ze putten uit de ‘80’s countryrock van Green On Red, gaven er een rock’n’roll lick op en sloegen richting freakfolk in. De songs klonken intens rauw, broeierig en bedreven. De meerstemmige zang gaf kleur. Twee platen heeft het gezelschap totnutoe uit en het lijkt me naderhand interessant de cd’s te beluisteren, want met songs als “Smith hill”, “Hope is big”, “Easy” en “Straight up storm” overtuigden ze heel sterk! Tja, Toutpartout trekt niet voor niks leuke ontdekkende bandjes aan.

Lightning Dust (Orangerie) is een zijproject van de succesvolle Canadese stoner/psyche/americana band Black Mountain. Het is nu niet eens de bandleider Stephen McBean ( project: Pinkmountaintops), maar zangeres Amber Webber en drummer Joshua Wells die er achter zitten. Ze worden nog aangevuld met een ander vrouw – man duo en brengen overwegend lichtvoetige, breekbare en soms uptempo retrorockende indiepop. De piano/toets en de innemende, nasale en licht neurotische vrouwelijke zang (ergens tussen Janis Joplin en Hope Sandoval) zijn de rode loper. Hier komen geen pedaaleffects of psyche vocals aan te pas. Het gaat van de sfeervolle “Take me back” en “Antonio Jane”, naar het elektronisch neigende “I knew” en de orkestratie van “Dreamer” tot het epische opbouwende “Take it home”. Tot slot een regelrechte rockende prairie/countryfiller, “Wind me up”, toonde aan dat dit gezelschap, naast de gierende geweldpleging van Black Mountain, zich onderscheidde met slepende (rauwe) en rijkelijk gelaagde (emotioneel subtiel) songs op de plaat ‘Infinite Light’.

Colin Newman houdt af en toen eens een Wire-reünie, maar legt zich de laatste jaren vooral toe aan z’n Githead (Rotonde) project dat hij een kleine vijf jaar geleden oprichtte, samen met gitarist Robin Rimbaud, bassiste en vrouwlief Malka Spigel en drummer Max Franken, die al allemaal sporen hebben verdiend bij andere bands waaronder Minimal Compact.
Ze zijn terug op tournee om de recente derde plaat ‘Landing’ voor te stellen. En hier horen we een Githead op z’n best. Ook live werd hun arty pop gekenmerkt door een repetitief intrigerende opbouw en stomende, hitsende ritmes. We zagen een gretig spelende band, die graag een tandje bijzette. Het bevestigde de stelling alvast van vier rasmuzikanten: de tandem Rimbaud – Newman, beiden uiterst geconcentreerd op hun gitaarspel, het diepe basspel van Spigel, en Franken die de maat aangaf en vaart pompte in de songs.We werden meteen opgezogen in de verslavende werking van hun songs. Er was op die manier weinig ruimte voor hun sfeervol dromerige indie van vroeger platenwerk. De aanstekelijke, coherente instrumentale sleper “Faster” vormde het uitgangsbord voor “Drop”, “Live in your head”, “All set up” en de songs die Spigel zong, “Take off” en “Lightswimmer”. “Over the limit” refereerde het nauwst aan de gloriedagen van Wire en met een verbluffende versie van “Raining down” (ruim acht minuten) vatten ze hun hypnotiserende, bezwerende groove, rauwe intensiteit en ruwheid in een puike melodie samen. Het jonge gitaargeweld kan lessen trekken uit de verzengende livegig van Githead.

We waren duidelijk onder de indruk van deze Githead veterans, waardoor we de eclectische sound van Martin Dosh (Witloof Bar) misten …

Van een andere toonaard was The Black Heart Procession, uit San Diego (Orangerie) onder de tandem Paul Jenkins en Tobias Nathaniel. Na ruim drie jaar is het weinig vrolijke gezelschap toe aan hun zesde plaat ‘6’. Het kwintet is gegroeid uit 3 Mile Pilot ‘( in 2010 wordt de langverwachte reünieplaat verwacht!), die de basis was van het ‘Duyster’- geluid van intens pakkende, doorleefde tristesse over dood, verderf, hel, verdoemenis, zelfmoord en drugs. De songs worden bepaald door een monotoon declamerende voordracht in een ware Cave-iaanse stijl, een dreunende gevoelige pianotune, sfeervolle vioolpartijen en een zingende zaag. Ook hier grijpen binnen die sombere stemming de songs bij het nekvel en hebben ze een verslavende werking. Ondanks de zware littekens die de songs uitstralen, klinkt het geheel op de laatste plaat en live wat aantrekkelijker, breder, intenser en krachtiger. Muzikaal zijn zij duidelijk naar Cave & The Bad Seeds en Twilight Singers opgeschoven.
Ze openden met het intieme “All kind of summer” uit hun debuut, minimaal gehouden door een vervlogen piano- en vioolpartij, een zingende zaag en Jenkins’ klaaglijke zang, die even getormenteerd klinkt als Pere Ubu’s David Thomas. Met de ganse band hoorden we een bezwerend forser geluid op het ouder materiaal, “All my steps”, “Release my head”, “Square heart” en “Tropics of love”, die perfect naast de huidige slepende donkere trips staan van The Black Heart Procession als “Wasteland”, “Drugs”, “Heaven & a hell” en “Suicide”, die de subtiliteit en klankkleur niet het oog verloren. De groep kon rekenen op een ruime belangstelling en was z’n fans door de jaren erg dankbaar. We kregen nog twee songs als bis, de donkere intimiteit vs een breder rockende aanpak, waarbij “The church is red” in een rootsamericana kleedje werd gestopt!

De laatste keer dat we Matthew Houck in een full band presentatie Phosphorescent aan het werk zagen, hoorden we een rootsrockende band die de klankkleur van de ingetogen etherische platen stevig injecteerde. Houck besloot solo de tweedaagse Toutpartout happening en keerde terug naar de bron van z’n songs in een pakkend easy listening americana van ontroering, weemoed en melancholie. De dromerige ballads klonken af en toe wat krachtiger, bepaald door z’n begeesterende, bezwerende gitaarspel en z’n hemels klaaglijke zang, wat hem in de lijn bracht van Iron & Wine, Will Oldham en Jason Lyte. Hij smukte z’n ingetogen materiaal op door z’n leuke bindteksten en door de backing vocals van de Deer Tick en Lightning Dust crew (o.a. op “Los Angeles”); heerlijke trips hoorden we van “Joe Tex, these taming blues” en “Cocaine lights”, alsof hij op twee gitaren tokkelde, en een minimaal gehouden “Endless”. Uit de hymne ‘To Willie’ pikte hij o.a. “It’s not supposed to be that way”, “Reasons to quiet” (written by Merle Haggard), “Permanently lonely” en Hank Cochrans “Can I sleep in your arms”. Deze afsluiter bracht de gepaste gemoedsrust na de twee avonden …

Organisatie: Toutpartout ism Botanique, Brussel

The Tragically Hip

The Tragically Hip: positieve balans van 26 jaar music@work

Geschreven door

Canadezen, het zijn best wel eigenzinnige jongens in het muzikale landschap van de jongste decennia. In het rijtje waar ook meestertroubadour Neil Young en meesterproducer Daniel Lanois thuishoren kan The Tragically Hip uiteraard niet ontbreken: een eigen geluid door velen gekopieerd doch nooit echt geëvenaard, het hardnekkig vastklampen aan artistieke integriteit los van commerciële belangen, en bovenal een dijk van een live reputatie. In de vroege 90ies maakte dit sympathieke vijftal zijn groepsnaam zelfs heel even helemaal waar toen ze na de release van het album ‘Fully Completely’ (’93) eensklaps tot één van de grote beloften van de arenarock werden gebombardeerd. De geschiedenis heeft ons intussen geleerd dat het (gelukkig) niet zo’n vaart is gelopen. The Tragically Hip liet in de 90ies wel nog tal van andere klassieke albums los op een hondstrouw legioen liefhebbers van pure rootsrock, maar de eerlijkheid gebiedt ons om de relevantie van Hip’s jongste platen toch te betwijfelen. Over een avondje uit met deze oerdegelijke Canadese rockers moeten we echter geen twee keer nadenken. Afgelopen zondag hield de ‘We Are The Same’ tour halt in de Brusselse AB ter promotie van Hip’s gelijknamige en inmiddels 12de studioalbum. Getuige de grijzende kopjes en versleten Hip shirts, een beleving waar menig dertiger en veertiger met een boontje voor doorleefde rootsrock zat naar uit te kijken...

The Tragically Hip live betekent eigenlijk zoveel als Gordon Downie & band. De manische frontman zoog zoals steeds alle publieksaandacht moeiteloos naar zich toe met zijn onnavolgbare mimiek, een occasioneel schaduwgevecht met de microfoonstandaard en, als rode draad van de avond, zijn talloze visuele kunstjes met een dozijn witte zakdoeken die hij één voor één vanuit de coulissen toegeworpen kreeg. En toch, ondanks Downie’s unieke performance en zijn prima musicerende maats liet de groep gedurende het eerste concertkwartier niet echt een bevlogen indruk. Er werd nochtans sterk geopend met “New Orleans Is Sinking” uit Hip’s debuutalbum ‘Up To Here’ (‘89). De ironie van de recente geschiedenis wil dat dit nummer een tijdlang werd geweerd door verschillende Amerikaanse radiostations na de doortocht van orkaan Katrina in 2005, maar op Europese bodem nooit echt uit Hip’s setlist is verdwenen. Het langdradige “The Depression Suite” en het routineus afgehaspelde “Fireworks” klonken vervolgens toch wat te gewoontjes om van een geslaagde start te spreken, en het duurde tot “Courage (For Hugh MacLennan)” en “Fully Completely” vooraleer de groep echt op kruissnelheid kwam. Spijtig genoeg kon de groep dit momentum niet vasthouden door een foute songkeuze waarbij klassieke oudjes te snel werden afgewisseld met mindere nieuwe nummers. Meteen werd duidelijk waarom het eerder dit jaar verschenen ‘We Are The Same’ als één van de minst memorabele albums uit de Hip catalogus wordt beschouwd. De groep lijkt tegenwoordig te hard zijn best te doen om andere muzikale wegen te verkennen, maar verliest daardoor een stuk identiteit. Het country niemendalletje “Morning Moon” hoort eerder thuis op een vroege Eagles plaat, en met “Coffee Girl” komt de groep zowaar gevaarlijk dicht in de buurt van een afgeborstelde hitparadesong. Nee, dan liever rauwere vintage Tragically Hip nummers als “Poets” en “Love Is A First” die de eerste set afsloten.
Zoals vooraf aangekondigd deelden Downie & co hun optreden op in twee sets van elk tien nummers. Bij aanvang van de tweede set verschenen onze Canadese vrienden op het podium enkel vergezeld van akoestische instrumenten. Het leverde een mooi kampvuurmoment op met naast “Thompson Girl” en “The Last Recluse” een doorleefde versie van “Fiddler’s Green”, het enige rustpunt op onze all-time favourite Hip plaat ‘Road Apples’ (’91). De groep plugde vervolgens de elektrische gitaren in voor een overrompelend “Gift Shop” dat eindigde in ware Crazy Horse stijl. Na ruim een kwarteeuw lijkt niet de minste sleet te zitten op de gitaartandem Bobby Baker en Paul Langlois, en ook Gord Sinclair (bas) and Johnny Fay (drums) geven menige ritmesectie vandaag nog steeds het nakijken. In de tweede set stak overigens nauwelijks een nieuw nummer, waardoor de groep heel wat beter uit de verf kwam dan tijdens de eerder matige eerste set.
Vele van Downie’s teksten mogen dan al doortrokken zijn van dramatiek en melancholie, toch is de begenadigde songschrijver niet te beroerd om als eerste sommige van zijn schrijfsels te relativeren. Volgens de boomlange Canadees had “Ahead By A Century” bij nader inzien (bijna 15 jaar na datum) immers beter “Behind By A Century” kunnen heten. Het publiek reageerde laconiek en genoot met volle teugen van deze zeldzame radiohit uit Hip’s repertoire, alsook van doorleefde versies van “Springtime In Vienna”, “Bobcaygeon” en “Nautical Disaster”. De tweede set werd afgesloten met het enthousiaste “My Music At Work” dat moeiteloos alle handen de lucht in kreeg. Downie slaagde er in om de microfoon tot bijna in het midden van de zaal door te geven, tot groot jolijt van heel wat plaatselijke zangtalenten die in verschillende toonhoogten en Amerikaans/Engelse accenten de titel van het nummer eindeloos meebrulden. De volksmenner in Downie was duidelijk in zijn opzet geslaagd en kon met een welgemeend “Thank you music lovers!” meer dan tevreden de gordijnen induiken.
Een korte bisronde werd op gang getrapt door “Family Band”, al dan niet een verdoken verwijzing naar het feit dat The Tragically Hip sinds 1983 nog steeds bestaat uit dezelfde vijf jeugdvrienden. Een begeesterend “Grace, Too”, het openingsnummer uit ‘Day For Night’ (’95), sloot met verve een ruim twee uur durend concert af en stuurde ons uiteindelijk toch met een voldaan gevoel huiswaarts.

Achteraf gezien bleek het opnemen van nieuwe nummers in de setlist zowel een verdienste als een vloek voor de groep. Fans van het recente afgelikte werk (ja, ze blijken te bestaan!) werden niet ontgoocheld, terwijl de eerste generatie Hip adepten vooral in het tweede concertdeel de vertrouwde vonken van het podium zagen spatten. The Tragically Hip blijft na drie decennia ontegensprekelijk één van Canada’s belangrijkste muzikale exportproducten, doch hopelijk evolueert hun marktaandeel niet tot Billboard’s eenheidsworst…

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Golden Years (2009) maakten hun naam weer waar

Geschreven door

Op zaterdag 28 november maakten 12500 toeschouwers in het Sportpaleis in Antwerpen de 21e editie van The Golden Years mee, één van de oudste manifestaties die hier doorgaan. Volgens de geijkte formule, met de VIP’s aan tafeltjes op het middenplein, werd alles weer gepresenteerd door Carl Huybrechts, die dit keer een aantal groepen mocht aankondigen die het einde van de sixties en de seventies mee kleur gaven. Hij praatte alles vlot aan elkaar en kreeg de zaal telkens aan het juichen toen hij de belangrijkste gebeurtenissen van die jaren overliep, vooral toen hij vijf keer een overwinning van Eddy Merckx in de Tour de France mocht aanhalen.

Daardoor doet het evenement onvermijdelijk aan de Proms denken: zelfde mega-evenement, zelfde locatie, zelfde presentatie. Alleen zonder orkest of koor op het podium. En waar op de Proms de groepen dikwijls verdrinken in de dikke violensaus, kennen de Golden Years een andere probleem: popgroepen van veertig jaar geleden zijn nooit wat ze toen waren: meer en meer muzikanten vallen uit om diverse redenen: ouderdom, ziekte of gewoon omdat ze overleden zijn.
Daardoor zijn de groepen die op het podium staan bijlange niet meer in oorspronkelijke samenstelling. Je kan daar op verschillende manieren tegen aan kijken: ofwel beschouw je dit als een doodzonde, en dan blijf je ver weg ervan, ofwel sluit je compromissen. En dan kan je proberen de groepen op het podium zo objectief mogelijk te beoordelen. Van veel van de groepen uit die tijd zijn alleen één of een paar leden echt gekend bij het grote publiek. Meestal gaat het om een zanger of een gitarist. Het beste is natuurlijk als die er bij zijn, maar voor mij telt dat de klankkleur van de groep niet verandert door de inbreng van de vervangers. Niemand zit op een eigenzinnige persoonlijke interpretatie te wachten van één of ander hitje uit die tijd. Een zanger vervang je door iemand met een even goede, of betere, stem, maar met dezelfde stemkleur, een gitarist moet klinken als zijn voorbeeld.

Met die gedachte in het hoofd zagen wij ‘The Escorts’ als eersten een drietal nummers van ‘T.Rex’ coveren. Goede muzikanten, perfect als opwarmers. ‘Christie’ had niet meer dat enkele hits bij ons, maar kreeg toch een warm applaus: ze klonken dan ook heel goed, vooral door de erg herkenbare stem van Jeff Christie, die er nog steeds bij was. Met ‘The New Seekers’ kregen we dan een meer vocale gerichte groep op het podium. En ondanks hun verdienstelijke prestatie konden zij toch niet verbergen dat de stemmen (vooral van de dames) hun beste tijd gehad hebben. Ze kregen toch veel bijval van een welwillend publiek.
‘Sailor’ moest het in de seventies vooral hebben van hun kostuumpjes en hun act, en dat was nu niet anders. Toch hebben ze een drietal stevige hits op hun palmares, die nog steeds heel goed te pruimen zijn.
Voor ‘Middle Of The Road’ is vooral de unieke stem van zangeres Sally Carr belangrijk. Ze was er bij en ze klonk, na een opwarmingsperiode, best goed!
Het eerste hoogtepunt van de avond kwam er met ‘Slade’. Zanger Noddy Holder is er niet meer bij, maar zijn vervanger zingt minstens even goed. En gitarist Dave Hill kan, ondanks zijn gekke bekkentrekkerij en fratsen, een behoorlijk stukje spelen! Op sommige momenten klonken ze bijna als ‘AC/DC’. ‘Alvin Stardust’ had een aantal hits, maar hij bewees dat hij vooral een echte rocker is, die nog steeds goed bij stem is. Zijn versies van “I Love Rock’n’Roll”, “2,4,6,8 Motorway” en “Johnny B. Goode” mochten er best wezen.
‘The Rubettes feat. Alan Williams’ zijn nog steeds erg flamboyant. Een aantal hits rolden er vlot uit, en ze waagden zich zelfs aan goede a capellaversies van “After The Goldrush” en “Barbara Ann”. Het tweede hoogtepunt kwam er met de slotact. ‘10CC’ trad op met Graham Gouldman, geen spoor van Godley of Creme. Maar de zanger, die de hoge stemmetjes (zoals op “Donna”) bracht, was ronduit schitterend. En ook “I’m Not In Love” klonk echt goed, evenals hun andere hits, met als uitschieter “Dreadlock Holiday”.

Het obligate slotnummer “Rockin’ All Over The World”, met de meeste artiesten op het podium, was eigenlijk overbodig, maar deze ruim drie uur muziekavond mocht er best wel wezen.
Laat editie 22 maar komen…

Organisatie: Sportpaleis – The Golden Years - Antwerpen

Oost-Vlaams Rockconcours 2009: Intergalactic Lovers wint!

Geschreven door

Ieder oneven jaartal zo rond december ligt het episch centrum van het Oost-Vlaamse muziektalent in de Vooruit te Gent waar een finale doorgaat die de 'beste' Oost-Vlaams bands/artiesten verzameld van het moment onder de noemer Oost-Vlaams Rockconcours.
In de finale geraak je door voorrondes te doorstaan georganiseerd in voornamelijk jeugdhuizen, maar liefst 130 inschrijvingen kreeg de organisatie te verwerken waaruit oorspronkelijk 8 voorrondes met 6 bands geselecteerd werden om dan zo naar 4 halve finales te gaan waaruit dus de 8 finalisten gedistilleerd werden.
Het is een cliché maar als je tot de finale doorstootte dan was je eigenlijk al een beetje een winnaar want dan wordt je opgenomen in het 100% Puur project, dit biedt organisatoren de komende 2 jaar de kans om de helft van de gage van een artiest/band uit de finale terug te krijgen ( tot een bep. limiet), dit geldt voor alle finalisten uit alle provincies, een zeer mooi initiatief waarin jonge bands zich wel kunnen vinden.

De finale dan... die stond bol van diversiteit en genres met Maya's Moving Castle, Catatonics, Vegas!, Amatorski, The Curvy Cuties Fanclub, As You Like It, Look & Trees, Intergalactic Lovers en een surprise act.
Door allerlei beslommeringen konden we pas inpikken tijdens de set van As You Like It, de opkomst viel in eerste instantie wel wat tegen, een iets meer dan de helft gevulde zaal in tegenstelling met de vorige editie die stampvol zat. As You Like It liet er geen gras over groeien, met een melodieuze rocky sound probeerden ze iedereen van hun kunnen te overtuigen, een stagediver werd gespot en het publiek lustte er wel pap van.
Vervolgens betrad het bonte allegaartje van Look & Trees de bühne.
Met een sound die deed denken aan Wilco pakte het op z'n eigen manier de zaal in, er was veel cohesie en speelvreugde te vinden in de sound en de band stond er alsof ze al 10 jaar spelen, een leuk en gevarieerd optreden.
Als laatste mocht Intergalactic Lovers hun ding doen, na hun winst deze zomer op de Beloften waren ze volgens velen de topfavoriet voor deze wedstrijd. Met een naturelle flair begon de band aan z'n set, "Gimme", "Soul for hire" en "Fade away" zijn schitterende poprockdeuntjes die bovendien nog sterker kunnen worden mits een goede productie, de band is immers nog maar 6 maanden samen. De lovers waren solide en zetten een sterke set neer zonder veel verrassingen maar wel met een oerdegelijk 'resultaat'.
Na het optreden viel er nog een surprise act uit de lucht... Niemand minder dan Steven H de meest besproken act uit het concours en afvaller in de halve finale mocht nogmaals bewijzen dat hij zeker z'n plaats in de finale had, dat bewees hij door achtereenvolgens "Saai in den backstage" en " 't Zit tegen" het publiek in te blazen, op " 't zit tegen" werd hij nog versterkt door 6 dansers wat het plaatje echt af maakte, jammer dat deze topentertainer over het hoofd werd gezien!

Even later werd Look & Trees derde, bezette Vegas! de tweede plaats en werden Intergalactic Lovers oververdiend tot winnaars gekroond.

Organisatie: Team OVRC

Toutpartout 15 Years: uitgelezen selectie van artiesten en bands – dag 1 -

Geschreven door

Het Belgische boekingskantoor Toutpartout bestaat vijftien jaar. In die vijftien jaar bouwde spil Steven Thomassen met een handvol medewerkers zijn agency uit tot een Europese naam. Ze vierden dit samen met een uitgelezen selectie van artiesten en bands, die zich twee avonden zouden huisvesten in de verschillende zalen van de Botanique. Een mooie ontdekkingstocht. In dat concept moet je natuurlijk keuzes maken om hen aan het werk te zien.
Op dag 1 had men South San Gabriel (feat. Will Johnson), Shit & Shine, Hank & Lily, Tony Dekker, Krakow, Scout Niblett, Joe Gideon & The Shark en Micah P.Hinson geprogrammeerd. Toutpartout kon deze eerste dag rekenen op een sterke belangstelling. Door ziekte van Jason Molina (Songs: Ohia/ Magnolia Electric Co) kwam de ganse crew van Will Johnson, South San Gabriel langs en werden Cave Singers (ook ziekte van één van de leden) vervangen door het Belgisch beloftevolle Krakow.

De Amerikaanse songwriter Micah P. Hinson (Rotonde) gaf de aftrap. Hij benaderde de donkere kantjes van de americana scene. Hij heeft dan ook veel te vertellen want hij heeft al een getormenteerd leven achter de rug. Muzikaal brengt hij z’n ervaringen in bezwerende luistersongs op akoestische gitaar gedragen door z’n bedwelmende, emotievolle vocals, wat hem nauw verwant maakt met Dylan en Drake en de songwriters van Wilco en Lambchop. In die vijfenveertig minuten fascineerde hij met enkele bloedstollende songs, die een spaarzame begeleiding meekregen. Maar hij kon ook krachtiger klinken zowel op z’n gitaar als met z’n stem. Hij stipte even het werk van z’n eerder drie verschenen cd’s aan, maar legde vooral de klemtoon op de recente cd ‘All dressed up & smelling of strangers’, die uit een handvol overtuigende covers van z’n muzikale helden bestond, waaronder “Are you lonesome tonite” (Elvis Presley) - opener van de set-, verder “Not forever now” (van Centro-matic, die andere band van Will Johnson), “Slow & steady” –van de eerder onbekende Pedro the lion -, en tot slot “This old guitar” van John Denver, de song die z’n vader en hem na jaren ruziemaken opnieuw samenbracht. We hoorden nog enkele parels, een innemende “Digging a grave” en een hymne aan één z’n allerbeste vrienden, een zekere Michael Gilmore die hij in 2007 verloor. Hinson houdt van de zaal, hij had hier al een paar keer gespeeld en droeg z’n publiek een warm hart toe, wat wederzijds was. Al meteen een schot in de roos voor de Toutpartout crew.

Het broer-zus duo Joe Gideon & The Shark (Orangerie) schuimde de festivalzomer af; ze brachten een broeierige spanning in hun rauw rockend materiaal. Zij, ‘Viva Seifert’, ‘the Shark’, deed dat op haar drumstel en haalde tussendoor een klanktapijt uit haar keys en xylo, hij ‘Joe Seifert’, ‘de Gideon’, switchte van gitaar en bas, creëerde een spaarzaam zompig geluid en dompelde de songs onder in een grauw galmende zegzang. Hun americana/garageblues had raakvlakken met de vertelkunst van Cave, Waits en Reed tot zelfs een Marianne Faithfull. Ze trokken de aandacht door een persiflage op de ‘80’s iconen Eurythmics. De rauwe intensiteit van de songs had bijna steeds een rustige, voortkabbelende aanzet, zoals op “Miss Kathy Ray”, “Anything you love that much will see you” en de titelsong van hun cd; de ‘Harum Scarum’ nummers vormden hierdoor een filmische soundtrack. Op het eind vervoegde een derde persoon de drums, wat het geheel hitsender maakte.

De Engelse singer/songschrijfster Scout (Emma Louise) Niblett (Rotonde), leek wel een weekendje vrijaf te hebben gekregen in de kostschool. Ze stond daar op het podium met haar blauw kostuumpje met witte knopen, rode kousen en opvallende schoentjes, bijna de voeten tegen elkaar. Een bedeesd meisje, een stil watertje op elektrische gitaar, zo leek het…, maar dan had je buiten de waard gerekend dat deze dame van 35 jaar al een handvol platen uitheeft binnen de indiefolk/americana, en we fronsten even de wenkbrauwen toen ze de gitaar inplugde en begon te zingen . Ze beet sterk van zich af met haar spannend dreigende sound, dissonante riffs en lieflijk getokkel, gedragen door haar indringende, hese soms hoog uithalende stem. Moeiteloos stapte ze over van een ingetogen naar een strakkere, fellere lijn. Ze intrigeerde en bezorgde ons kippenvel door de intrinsieke schoonheid van hartverscheurende ervaringen, eenzaamheid en fatalisme die in de songs schuilde. Polly Harvey meets Liz Phair/Cat Power meets de jongere generatie Soap & Skin en Jolie Holland. In de venijnige set werd op het eind de pedaaleffects stevig ingedrukt; binnen haar muzikale zwerftocht was er één keer een ‘dust in the wind’ moment, toen ze een song op de drums mepte.

De Canadese songwriter Tony Dekker (Orangerie) bood met één van z’n Great Lake Swimmers leden, Erik Arnesen, een mooi overzicht van hun oeuvre. Dekker plukte uit elke cd wel iets en slaagde erin ons hart te veroveren met z’n weemoedige, sfeervolle, melodieuze breekbare americana, geënt op het intieme akoestische gitaarspel, -getokkel en de mandoline, en gedragen door z’n licht klaaglijke zang. In het melancholische recept droomden we zomaar weg, mijmerden we, zagen bij valavond de kust voor ogen en hoorden vanuit een hut het geluid van het klotsende water. Ondanks de meer luchtige aanpak op het recente ‘Lost channels’ bracht Dekker de verstilde pracht van z’n songs. Er waren pakkende versies van “Still”, “Concrete heart” en “Stealing tomorrow” uit de laatste plaat en verder klonken “Moving pictures, silent films” en “Let’s trade skins” groots. Het stemde Dekker gelukkig dat het oude materiaal terug makkelijker verkrijgbaar was, om op die manier mans kwetsbare muziek te leren kennen …

We werden uit onze droomwereld getrokken toen Shit & Shine (Rotonde) aan hun set begon. Ze speelden een loeiharde, bezwerende drone/noisetrip van ontspoorde, vervormde en overstuurde synths en opzwepende drums. Twee drumstellen stonden er deze keer opgesteld. Vorig jaar was het nog anders toen een zestal drummers in de set betrokken raakten. Het draaide ‘em rond noise en ritmiek; doel was het publiek in een soort trance te brengen met die repetitief, voortdeinende sounds. De elektronica en drums stuwden de sound naar een hoger niveau. Ze maakten het ons alvast iets draaglijker door er wat show aan te koppelen. Buiten de drummer waren 2 bandleden verkleed in een soort bunnypak en kwam een derde uit een NYC politiereeks. Het hoorde er allemaal bij om hun loodzware sound te ondergaan. Het was geen hapklare brok wat het vaste duo Clouse en McKayhan ons voorschotelde. Van deze livesensatie waren de meningen verdeeld …

Intussen moesten we de optredens van Krakow en de Hank & Lily show missen, die we eerder al aan het werk zagen; Krakow overtuigde met hun bloedmooie sound van countryrock/slowcore en de theatergig van Hank & Lily, bood een weirde sound van country/garagerockabilly, wat hen een beetje in de voetsporen bracht van Bob Log III.

Tot slot kwam South San Gabriel (Orangerie) opdagen, het tweelingbroertje van Centro-matic (vaste bandleden voor beide bands, naast spil Will Johnson). Door de afwezigheid van Jason Molina konden we dus optimaal gaan voor het sfeervol, intimistisch, weemoedig materiaal van rustige broer South San Gabriel. Muzikaal refereren ze aan de dromerige americana van Crosby, Still, Nash & Young en worden ze in één adem opgenoemd met The Jayhawks, Sparklehorse, Wilco, Lambchop, Bonnie ‘Prince’ Billy en Ryan Adams. We hoorden gevoelige steelpedal, subtiele piano- en orgelpartijen, een voorzichtige percussie en Johnsons breekbare gitaarspel, dito -slides, gedragen door z’n warme, intieme stem. Een muzikale bloemlezing waarbij de groep nogal sterk teruggreep naar hun doorbraak in 2003, ‘Welcome, Convalescene’ met songs als “Smelling medicinal”, “Everglades” en “Saint- Augustine”. Bloedmooie songs die door hun ingetogen karakter gemoedsrust uitstraalden. We hoorden recenter werk met “Feel too young to die” en uit de laatste plaat ‘Dual hawks’ speelden ze “Emma Jane” en “Alabama crusade”. Hoogtepunt vormde een broeierige slow motion version van Lionel Ritchie’s “All night long”. Inderdaad, hun muziek luidde de nacht in. Een overtuigende en terechte afsluiter van een eerste avond Toutpartout. Ook hier uitte Johnson z’n appreciatie voor het warme onthaal en de 15 jaar Toutpartout …

Organisatie: Toutpartout ism Botanique, Brussel

Wavves

Wavves: overdonderend harde beproeving

Geschreven door

Het trio uit San Diego, Wavves, bepaald door zanger/spil Nathan Williams, smeedt nu het ijzer terwijl het heet is. Ze hebben op een goed jaar tijd twee cd’s uit waarvan de ‘vv’’s in de albumtitel gegeerd zijn en nummers van 2x een goede 35 minuten ons om de oren vliegen. De band brengt een potje rauwe, weinig gestructureerde, ontregelde sounds samen. Daaronder zit wel een erg pakkend popliedje verscholen. Het zijn op zich eenvoudige songs bedekt door een dikke laag gierende gitaar, ruis, pedaaleffects en Williams’ galmende zangkoortjes. Wavves biedt ‘alternative’ punk/noise/surf/indie/lofi psycherock, die als ‘nofi’ wordt omschreven. Bands als My Bloody Valentine, Jesus & Mary Chain, Nirvana, Pixies, The Ramones, Therapy, The Thermals, Black Angels en last but not least Ramones trekken ze door hun muzikale maalmolen.

Een ontspannen, charismatische band trad aan en hitste het talrijk opgekomen publiek in het uitnodigend Charlatan rockzaaltje op, maar kon het maar een goede vijfenveertig minuten volhouden. Misschien was de cocktail van ecstay, valium en xanax, die zanger Williams een paar weken terug deed instorten, nog niet voldoende uit mans lichaam! We kregen wel vijfenveertig minuten een wervelstorm van opzwepende rammelende, door de stofzuiger gehaalde overstuurde rock, waaronder “Beach deeemon”, “California gothz”, “Friends were gone” en “No hop kids”. Het tempo werd af en toe eens teruggedrongen door de broeierig slepende opbouw en het stileren van een fijne melodie. Hiervan hadden we “To the dregs”, “Side your on” en de vrolijke “Wavves” meezinger. Op adem konden we even komen met het rustig voortkabbelende “So bored”. Ondanks het praktisch ondoordringbaar geluid, bleek de galm op de zang wat te storend, en kwam het geheel niet steeds ten goede!

Wavves was nu niet direct de revelatie waarover de laatste maanden werd gesproken en moeten dus duidelijk nog sleutelen om er te geraken.

De support was nu ook meteen niet direct van de poes, 1982 bleek alvast leuk, als je er even de google site op nahield en surfte. Ik weet niet of zij eens stilstonden welke belangvolle nieuwsfeiten er in dat jaar waren: Ozzy die de kop van een vleermuis afbeet, het faillissement van scheepswerf Cockerill Yards, de dood van John Belushi (Blues Brothers), Henry Fonda, Brezjnev en Grace Kelly, de bezetting van de Falkland-eilanden, de geboorte van Justine Henin, het WK voetbal in Spanje (btw Italië won!), de vrijlating van Lech Walesa Solidarnosc, een paar (bloedige) aanslagen en neergestorte Boeings. Het zal hen misschien worst wezen als je hun zware ontregelde nosiepop in een ware Mars Volta jam hoorde. Ook hier waren de vocals jammerlijk schreeuwend en overstuurd. Hun muzikaal brouwsel klonk ook uiterst vervormd.

Binnen deze nieuw omschreven nofi scène, zorgden zowel 1982 als Wavves voor een overdonderend harde beproeving.

Organisatie: Democrazy, Gent

Customs

Een onderhouden Customs: band met groeipotentieel

Geschreven door

Op één van de meest herfstachtige dagen van het jaar kozen we de Magdalenazaal in Brugge uit om enkele vaderlandse bands onder de loupe te nemen, namelijk Customs – Superlijm – Intergalactic Lovers

Oorspronkelijk stonden de winnaars van de beloften '07 The Curvy Cuties Fanclub geprogrammeerd maar bij aankomst bleek dat ze vervangen waren door de recentste winnaars van de Beloften wedstrijd, met name Intergalactic Lovers ( en na zaterdag de winnaars van het O-Vlaams Rockconcours!).
Intergalactic Lovers zag in april van dit jaar het levenslicht en schoot de afgelopen maanden als een komeet in de lucht. De jonge bende had een fris, gevarieerd en eigen geluid en pakte de tot dan weinige bezoekers in. Een prominente rol was weggelegd voor zangeres Lara. De eerder in Brugge 'onbekende' band won heel wat zieltjes. "Fade away" en "Soul for hire" zijn mits een goeie productie singlerijp en met wat meer tijd zal dit combo zeker nog van zich laten spreken, de Humo’s Rock Rally finale staat alvast aangestipt ...
 
Even later verscheen Superlijm ten tonele. Toen hun single "Michael Jordan" deze zomer opgepikt werd door StuBru, Jim en TMF ging het voor deze jonge gasten opeens heel snel en hun onlangs verschenen split EP met Winterslag kreeg eveneens enorm lovende commentaren. Het collectief rond Oostendenaar Pieter-Jan Delesie brengt een mix van elektronica overgoten met veel distortion en af en toe wat ingetogen momenten, een hele boterham dus. Toch moesten we vooral denken aan hun vrienden Team William, toen we even onze ogen sloten door de op de voorgrond tredende elektronica riedeltjes.
De gedrevenheid was groot en "Input selector" en "Why bother California" zijn lekkere nummers maar we merkten ook op dat kleine schoonheidsfoutjes in hun set slopen. Doch moesten we na 40 minuten concluderen dat mits wat snoeiwerk in overtollige nummers en een goede begeleiding van de band er zeker plaats is voor een goeie Superlijm.

Met Customs als headliner stond de meest besproken Belgische groep van 2009 op het podium. Begin dit jaar wonnen ze onder de naam Dôppelgangers nog de vi.be on air wedstrijd op StuBru en even later werd onder de vleugels van Alex Callier "Rex" opgenomen en wat dat teweeg bracht, weet U wellicht wel.
Onlangs verscheen hun debuut ‘Enter the characters’ en dat kwamen ze hier voorstellen.
De opzwepende opener van de plaat "The Matador" was tevens de start van een energiek en strak optreden. De ondertussen volgelopen zaal kon het best smaken en OK hier en daar hoor je Interpol en Editors invloeden maar de sound is vooral Customs en dat bewijzen het succes van "Rex" en "Justine".
Het tempo lag zeer hoog en in no time was de gehele plaat de revue gepasseerd, "Shut up,narcissus" was een mooi einde aan een onderhouden en nogmaals herhalen strakke set.
Toen ik ze deze zomer enkele keren live zag, had ik zo m'n twijfels maar met deze passage toonde de band flink gerodeerd te zijn en ieder optreden nog te groeien. Hou ze in de gaten!

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Ian Siegal

Ian Siegal: gematigd positief concert

Geschreven door

Stel: je bent een gevierd bluesartiest en drie dagen voor je op tour vertrekt breek je je duim zodat van gitaarspelen, toch het meest essentiële onderdeel van je show, geen sprake meer kan zijn. Wat doe je: de tour cancellen of alsnog een wonderoplossing zoeken?
Wel, Ian Siegal koos voor het laatste en stoomde in 24 uur de jonge Dusty Ciggaar van The Rhythm Chiefs klaar en het dient meteen gezegd: het ging die laatste bijzonder goed af, daar zal iedereen het wel over eens zijn. Schitterend gitaristje maar of je het publiek hier echt een dienst mee bewijst, blijft de vraag want die kwamen uiteindelijk allemaal om Siegal zelf te zien excelleren op gitaar. Ik had er alleszins een dubbel gevoel bij.

Het concert begon desondanks geweldig met een broeierig "Bo Diddley" gevolgd door een paar zompige nummers waarin je zo de swamps van Louisiana rook. Bij gebrek aan gitaar struinde Siegal dan maar over het podium, een wandelstok en bijna voortdurend een glas wijn in de hand. Hij bleek over een meer dan behoorlijke stem te beschikken waarmee hij zelfs Howlin' Wolf kon imiteren. Na Bo Diddley kreeg ook de onlangs overleden Willy DeVille een speciale vermelding via Warren Zevon's "Carmelita". Allemaal best aardig maar toch zaten er een paar serieuze dippen in de set door enkele te lichtvoetige nummers die zowaar naar pop zweemden. En Dusty Ciggaar durfde zich al eens te bezondigen aan het nodeloos etaleren van zijn kunstjes : zo was het eindeloos herhalen van enkele noten er voor mij te veel aan. Toch was dit slechts een kleine smet op een glansprestatie.
Dat we gans de avond naar een noodoplossing stonden te kijken werd pijnlijk duidelijk tijdens de bisnummers. Toen bleek dat de ingestudeerde songs erdoor gejaagd waren en er werd gekozen voor enkele covers die zowel Ciggaar als Siegal bekend waren. Zo kreeg Chuck Berry's "Nadine" een ellendige bluesbehandeling. Siegal, die even voordien nochtans beweerd had geen blues maar een rock-'n-roll band te zijn, zou beter moeten weten! Nadien volgden nog totaal overbodige versies van "I shall not be moved", "Mystery train", "That's allright mama" en "Folsom prison blues", aan elkaar gebreid in een medley. Zo schopte Ian Siegal een gematigd positieve quotering alsnog onderuit.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Customs

Customs galmt zichzelf in slaap

Geschreven door

Het was ons eerste bezoek aan De Kreun nieuwe stijl in het centrum van Kortrijk en het knusse zaaltje belooft voor de toekomst in het clubcircuit. Met de programmatie van De Staat – Team William – Customs haalden ze een mooie kopie van de Vooruit binnen voor wat een Tweede Student Night gedoopt werd. Veel jong volk dus en niet enkel voor het podium.

De Nederlanders van De Staat rockten de avond op gang. Energetisch, helder en strak afgelijnd met een nadrukkelijk plaats voor drums in wat ze zelf alternatieve rock noemen. Na twee nummers sleepte zanger-schrijver Torre Florim het publiek naar voor en het werkte eventjes. Bij momenten donker en broeierig psychedelisch (en iets te lang gitaarwerk), af en toe wat knappe ritmeveranderingen maar het hele plaatje blijft stevige gitaarrock. Even deed de band uit Nijmegen ons wat denken aan dEUS en voorwaar geen toeval, zo bleek achteraf, want ze vergezelden Barman en co eerder op hun Engelse tournee.
Veel applaus kregen de bovenburen niet van het Kortrijkse jonge volkje en dat moet hen raar gedaan hebben, want in Nederland zijn ze hip en kijkt men al reikhalzend uit naar de opvolger van hun debuutalbum Wait For Evolution, het laatste nummer van hun set. Wij kijken toch uit naar hun ‘Evolution’.

Een stevige opwarmer was het wel voor Team William dat die eigenlijk niet nodig had. Het Oost-Vlaamse viertal is jong en speels, maar brengt volwassen songs. Niet in het minst omdat zanger-gitarist Floris De Decker - met een stem die bijwijlen naar Marianne Faithful - neigt heel intiem volwassen en geanimeerd de sterke en leuke teksten brengt.
Brons in 2008 op Humo’s Rock Rally (na Steak Number Eight en Jasper Erkens), maar intussen al een stuk geëvolueerd, ook al omdat Studio Brussel hen inslikte. Terecht trouwens, want wat ze serveren gaat er makkelijk in. Het is catchy en poppy met een pure onderbouw. Ook live waren ze optimaal in wat ze hun laatste optreden noemden voor de ‘vakantie’, waar vakantie staat voor ‘examens’.
Enkel het op en neer gedraaf van wacko keyboarder Arne Sunaert werkte op de zenuwen en op de (uit)lachspieren. Wat minder spastische trekjes om op te vallen( we kunnen ons moeilijk voorstellen dat dit enkel ‘uitleven’ is) zou het indiepopgehalte een stuk geloofwaardiger maken. Het truukje met de toeschouwer uit het publiek werkt (nog altijd), maar we onthouden gewoon: een sterk kwartet dat elke (Belgische) zaal plat krijgt. Het meezinggehalte van hun hits is inderdaad hoog en ok, the audience has their heart.

Moeilijk dus voor Customs om zich boven Team William en de verwachtingen van het publiek zelf te hijsen. Iedereen had al zijn vergelijking klaar met The Editors of zelfs Interpol en zoals verwacht bracht de Leuvense band een strakke set, maar wel zonder veel opwinding of show. Vooral het geluid zat niet lekker. Te veel bewuste galm op de nochtans briljante stem van Kristof Uittebroek en toch een gebrek aan enthousiasme lieten de avond helemaal niet naar een hoogtepunt glijden. Integendeel, na het laatste nummer kwamen de Leuvenaars schoorvoetend en zonder applaus toch maar eventjes twee bisnummers spelen. Bijna tot verrassing van het publiek.
Jammer, want de eighties sound – jaja ze klinken ook een beetje als Joy Division, Echo & The Bunnymen en zelfs House of Love waarvan ze “Shine on” coverden – die ze in knappe songs vermixen klinkt aanstekelijk.  Hun eerste cd ‘Enter the characters’ werd terecht warm onthaald in het Belgische muziekland. Hopelijk was hun Kortrijkse passage niet meer dan een offday.

Play lists
De staat 1. Sleep tight 2. Habibi 3. My blind baby 4. Leader 5. Devil 6. Journey 7. Wait for Evolution
Team William 1. Lord of the Dogs 2. Everything was a verb 3. FUCK 4.Wonderyear 3 5. Judo Kid 6. First Snow 7. Me + my hobo 8.Hotel 9.70% 10. You have my heart, ok 11. You look familiar 12. London Lofi 13. Peptalk
Customs 1. The matador 2. Tonight we all stand out 3. Talk more nonsense 4. We are ghosts 5. Rex 6. Violence 7.Where the moon spends it days 8. Shine on 9. Justine
Bisnummer 10. There is always time for one more pole dance 11. Narcissus

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Joe Bonamassa

Virtuoze powerblues - Joe Bonamassa

Geschreven door

Als Joe Bonamassa de laatste jaren alom geprezen wordt om zijn supertalent, dan gaat het duidelijk niet om zijn songschrijverschap, maar wel om zijn virtuoze gitaarspel. Zijn songs zijn gebouwd op de aloude vaste structuren die al sinds mensenheugenis vastliggen in de wereld van de bluesrock, maar de man onderscheidt zich door zijn indrukwekkende gitaarspel. De sublieme gitarist refereert vooral naar blanke grote voorbeelden als Jimmy Page, Rorry Gallagher en Stevie Ray Vaughan, van de authentieke zwarte blues heeft hij veel minder kaas gegeten.
Op Bonamassa’s platen vinden we dus niet echt onvergetelijke songs terug, maar voelen we wel in de uitvoering ervan de klasse van het schijfje druipen. De coverkeuze is vaak verassend maar al even vaak een beetje ongelukkig, zo verbrandt Bonamassa zich op zijn laatste plaat aan “Stop” van Sam Brown, “Feeling good” (onsterfelijk gemaakt door Nina Simone) en “Jockey Full of Bourbon” (Tom Waits coveren is altijd riskant, nog nooit heeft iemand een Waits song beter gebracht dan the man himself).

Gelukkig voor ons heeft JB de vermelde coverversies vanavond wijselijk links laten liggen, hij speelde wel het reeds platgecoverde “Further on up the road” maar zijn versie mocht er best wezen.
Bonamassa en zijn puike band begonnen de set meteen met de twee sterkste songs van het laatste album ‘The Ballad of John Henry’, namelijk de titelsong en een snedig en scherp “Last kiss”. Hiermee bewees JB meteen een artiest te zijn die je best live aanschouwt (een virtuoze gitarist op een podium aan het werk zien heeft toch altijd iets meer dan gewoon thuis naar een plaatje te luisteren dat overstroomt van de solo’s). Het was een lust voor oog en oor om die kerel met volle overgave op zijn instrument te zien loos gaan. Bonamassa soleerde er op los, al dan niet met bijhorende smoelentrekkerij, beheerste alle mogelijke truukjes van het genre en kon werkelijk geen enkele keer op een foutje of een scheve noot betrapt worden. Overdaad, zegt u ? Bwah, wie geen liefhebber is van een waterval aan gitaarsolo’s had ook geen reden om hier te zijn.
Bonamassa schakelde geregeld over van stevige rockers als “Bridge to better days” naar powerbluesballads als “So many roads” en een heel mooi en lang uitgesponnen “Sloe Gin”.
Een echte demonstratie was “Woke up dreaming”, in zijn eentje en op akoestische gitaar schakelde Bonamassa in die ene song met branie over van snelle boogie naar blues naar zonnige Spaanse oorden en castagnetten.
En van een goeie coverkeuze gesproken : Om te eindigen trakteerde hij ons op een lange en felle versie van “Just got paid” (tijdloze ZZ TOP klassieker) met daarin op geniale wijze een flinke scheut “Dazed and confused” van Led Zeppelin verwerkt. Een stevig hoogtepunt van een toch wel hoogstaand concert.

Liefhebbers van elektrische powerblues hadden hier een vette kluif aan, fans van meer authentieke blues waren vorige week beter af geweest met Seasick Steve. Wij hebben beiden gezien en vonden het vooral een interessant contrast. Waarom niet beiden op één affiche ?

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent ism AB, Brussel

Sukilove

Static Moves

Geschreven door

Pascal Deweze is de muzikale duizendpoot achter Sukilove. Na het melodieuze rockavontuur van Metal Molly, zagen we hem talrijke leuke bands opstarten als Mitsoobishi Jackson en Chitlin’ Fooks. Sinds een paar jaar is er nu Sukilove. Daarnaast staat hij in voor allerlei producties en duikt hij op in Mauro & The Grooms en Big Star. Het onderstreept mans veelzijdigheid.
Onder Sukilove is hij al bezig sinds 2001, bracht al een paar EP’s uit en na cd’s ‘Sukilove’, ‘You kill me’ en ‘Good in your bones’ voegt hij er nu ‘Static Moves’ aan toe. Hij is met z’n band moeilijk in een hokje te stoppen en dat hoeft ook niet, want we horen hier broeierig, intens slepend, dynamisch materiaal, die oog hebben voor melodie, avontuur en experiment. Geen gladgepolijste popdeuntjes dus!
Er zijn al heel wat mooie zinnen omschreven voor z’n muziek als ‘pop met roestige weerhaken’ en ‘homo erotische rock zonder lipstick’. Kijk, het draait ‘em rond dat Sukilove heerlijk complexe muziek maakt die uiterst gevarieerd klinkt, onverwachtse wendingen ondergaat en doordacht, subtiel is gearrangeerd. Het zorgt er op die manier voor dat de band alle valkuilen kan ontwijken en een eigen geluid heeft, wat nu net de mystiek is van Sukilove. “Rebel” en “Choose your love” zijn alvast uitnodigend, werken prikkelend werken en wekken nieuwsgierigheid op naar de rest van de plaat.

Info op http://www.sukilove.com 

Heathen Foray

Another profile

Geschreven door

Een aanstekelijk en rijkelijk gearrangeerd debuut is afkomstig van de band rondom zanger/pianist Jan Vandecasteele. Hij liet z’n taak van leraar plastische opvoeding even voor wat het was om zich volledig toe te leggen op de uitwerken van deze composities. Samen met de broers Frederik (gitaar)en Simon Segers (drums) en bassist Matthias Debusschere (eerder al Bolchi en Sioen) horen we op ‘Another profile’ broeierige songs die een geheel bevatten van jazzy pop, funk en wave. Het zijn fijne en goed uitgewerkte songs.
Vandecasteele scherpt onmiddellijk de aandacht met “Oh my God”, die a capella start en bepaald wordt door een sober ingehouden pianotoets. Het tweede nummer “Hey hey” ligt in het verlengde, maar klinkt intenser en bedreven. Vocaal doet hij hier denken aan  Antony (van The Johnsons) en Jeff Buckley. Maar in dit nummer durft hij met z’n band al iets voller te klinken, wat op andere songs “Don’t worry” en “Blame” gebeurt met koperblazers en een strijkkwartet. Hij kan in de zang diep gaan (“Hidin’ girl”) en neigt naar Sivert Hoyem van Madrugada of kan hemels en hoog zingen.
Kartasan verrast aangenaam en heeft een sfeervolle, gevarieerde, spannende plaat uit. Als aanzet is dit debuut meer dan hoopgevend voor de toekomst.

Info op http://www.myspace.com/kartasan 

The Flaming Lips

Embryonic

Geschreven door

De weirdo’s van Flaming Lips hebben hun recentste album opgenomen op Mars en hebben daar overvloedig aan de paddestoelen gezeten. Het resultaat is even vreemd als wonderlijk. Zelfs voor een band die van geschifte muziek zijn handelsmerk gemaakt heeft, is dit nog een op zijn minst gezegd buitengewone plaat geworden. Maar het mag dan al een ongewoon album zijn, het ding werkt enorm verslavend. Wayne Coyne, die zich hier ontpopt als de muzikale bastaardzoon van Syd Barret en Captain Beefheart, gaat weer volledig zijn eigen weg en begeeft zich op paden waar nog nooit iemand gekomen is, of ’t moeten dan toch buitenaardse wezens geweest zijn. Coyne gaat meermaals aan het zweven in zijn songs die doorspekt zijn van allerhande spacy vreemde geluidjes, bliepjes en Tarzan kreten. Wat hij hier allemaal staat te verkondigen, weet hij waarschijnlijk zelf niet goed meer, maar het resultaat is even geflipt als boeiend. Traditionele nummers met een kop, een staart en middenrif zijn ver te zoeken, meezingbare refreintjes zijn al helemaal niet te vinden.
Openers “Convinced of the hex” en “The sparrow looks up at the machine” komen nog het dichtst in de buurt van een laat ons zeggen traditionele songstructuur. Het zijn twee fantastische ongeslepen diamanten.
De overige songs mogen lekker piepen, kraken en heerlijk ontsporen, doch ze klinken vooral magisch en avontuurlijk. Zo is het zweverige “Evil” een spacy pareltje, net als “Powerless” dat ondermeer dankzij een gebroken VU- gitaartje een wondermooi brokje emotie is. De gitaren gaan prettig gestoord de meest vreemde richtingen uit in het instrumentale“Aquarius sabotage” en “The Ego’s last stand”, en ook de keyboards hebben aan de acid gezeten in “Worm mountain” en “The Impulse”. De ganse plaat is eigenlijk één buitenaardse trip.
‘Embryonic’ is juist daarom zo goed, omdat je duidelijk hoort dat Flaming Lips hier volkomen hun eigenzinnige goesting gedaan hebben. Ook de productie is rauw en heel open, wat doet blijken dat er niet echt een buitenstaander aan dit kunstwerkje heeft gesleuteld. Was ook absoluut niet nodig.
Het album duurt dik 70 minuten, dus als u eens voor een goed uur van deze aardbol wil verdwijnen, treedt dan binnen in de geestesverruimende wondere wereld van Flaming Lips.

The Raveonettes

In out of control

Geschreven door

Het in LA en New York wonende Deense The Raveonettes, Sune Rose Wagner (zang/gitaar) en de bevallige Sharin Foo (bas/zang), zijn aan hun vierde cd toe, de in 2002 debuterende EP ‘Whip it on’ niet meegerekend. Ze vielen toen op met hun versmelting van ‘60’s gitaar garage rock’n’roll en ‘80’s wave met distortion en feedbackgeraas. Wat hen meteen linkte aan Jesus & Mary Chain, BRMC, The Cramps en Blondie. Door de jaren werd hun sound subtieler en verfijnder, en werd het geluid getypeerd als een soort ‘road movie’ en kauwgomballenpop door de typerende broeierige ‘60’s rock’n’roll stijl, dito gitaargetokkel en de zweverige samenzang. Meer en meer kwamen iconen als The Ronettes en terecht Duane Eddy om de hoek kijken.
De drie vorige cd’s ‘Chain gang of love’, ‘Pretty in black’ en ‘Lust lust lust’ hadden goede dromerige en wervelende songs , maar de ‘jus’ was er toch een beetje van af . Ook de nieuwe cd ‘In out of control’ balanceert tussen een vrolijke en donkere sound, een mix van oud en nieuw in die ‘60’s stijl. Het klinkt allemaal leuk, ontspannend maar ook ingetogen. Zo hebben we de lekker in het gehoor liggende “Bang!” en “Gone forever”, kunnen ze sfeervol en dromerig zijn op de niet voor de hand liggende meezingers “Last dance”, “Boys who rape should all be destroyed”, “Suicide” en “Drugs”, grijpen ze terug naar de ‘80’s wave op “Heart of stone” of durven op een nummer als “Break up girls!” rauw noisy en pittig gekruid te klinken en verwennen ze op die manier de huidige generatie shoegaze fans. Voor elk wat wils dus en goed bevonden, maar ook niet meer dan dat …

Vivian Girls

Everything goes wrong

Geschreven door

De drie rockchicks van Vivian Girls uit NY, zijn misschien wel bloedverwant met de moeder aller rockchicks Kim Gordon; hun sound refereert duidelijk aan Sonic Youth en de ‘90’s vrouwbands als Hole, L7 en PJ Harvey. Ze brengen een frisse wind in navolging van andere andere meidengroepen Shonen Knife en Sleater-kinney.
We horen in een kleine veertig minuten dertien strakke, energieke en opbouwende songs. Spannend en bedreven songmateriaal, met lekkere compromisloze gitaarlicks en –hooks in een Ramones stijl; luister maar eens naar de rechttoe-rechtaan stijl van “Walking alone at night”, “I have no fun”, “The desert” en “Out for the sun”. De groep neemt was gas terug en overtuigt met enkele opbouwende nummers als “Tension”, “I’m not asleep” en “Double vision”. En ze zijn niet vies van de huidige lichting shoegaze van leeftijds- en streekgenoten The pains of being pure at heart, te horen op“The end” en “When I’m gone”.
‘Everything goes’ wrong’ geldt alvast niet voor de knallende, bruisende muziek op de plaat!

Pagina 434 van 485