logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15407 Items)

Megadeth

Megadeth, RIP 1990 – 2010, … doet zijn naam alle eer aan

Geschreven door

Persoonlijk had ik Megadeth al veel eerder willen en moeten zien, maar op één of andere duistere reden was me dit nog niet gegund. Ik keek er dan ook naar uit de Amerikaanse thrash metal band rond Dave Mustaine op 8 juni in de Brusselse AB te aanschouwen.
Megadeth mag gerust gezien worden als één van de pioniers van de thrash metal. De band werd omstreeks 1983 opgericht in Los Angeles door gitarist en zanger Dave Mustaine, die het Metallica nest had moeten verlaten.
Binnen zijn eigen band kreeg hij de kans om zijn uniek stemgeluid en virtuoos gitaarwerk ten volle te brengen en dat zijn net de twee zaken zijn, die karakteristiek zijn voor het Megadeth oeuvre. De band kende door de jaren heen heel wat veranderingen in de line-up, maar behaalde desondanks ook heel wat successen met ondermeer ‘Rust in Peace’ (1990) en ‘Countdown to Extinction’ (1992). In 2002 was Dave Mustaine verplicht de nodige rust te nemen na ernstige zenuwbeschadiging in zijn linkerarm. Maar Megadeth en Mustaine herrezen in 2004 met ‘The System Has Failed’, gevolgd door ‘United Abominations’ in 2007. Het recentste wapenfeit van Megadeth stamt uit 2009 en werd ‘Endgame’ gedoopt. Deze tournee was echter aangekondigd als ‘Rust in Peace 1990 – 2010’, dus ik verwachtte weinig nieuw materiaal.

Vooraleer Megadeth, met bezetting Dave Mustaine, Chris Broderick David Ellefson en Shawn Drover, het podium betrad werd de AB opgewarmd door Halestorm. Een Amerikaanse rockband die al een hele tijd actief is en momenteel aan populariteit wint. Dat kan te maken hebben met de knappe verschijning van zangeres- gitariste Lzzy en mogelijk ook met het drumwerk van showman Arejay, die niet verlegen is een drumsolo met megasticks te verzorgen. De band speelt strakke maar niet zo opmerkelijke rock.

Omstreeks 21u was de zaal tot de nok gevuld met Megadethfans van alle leeftijden, die luidkeels juichten bij de eerste tonen van de intro – een eigen versie van de intro van Black Sabbath's “Black Sabbath” – en de band enthousiast onthaalden. Megadeth ging in één lijn verder met ondermeer recent werk “Dialectic Chaos” en “Headcrusher” van op ‘Endgame’ en klassiek werk “Wake up Dead” uit het schitterende ‘Peace Sells … But Who’s Buying’. Toen was al duidelijk dat dit niet het optreden zou worden waar ik op gehoopt had. De klank werd geheel overstemd door de bassdrum en de stem van Mustaine, … Hij had ze duidelijk thuis gelaten, of Dave had er gewoon geen zin in.
Met een kort “Here we go” werd “Rust in Peace” aangezet en werden de nummers “Holy Wars… The Punishment Due”, Hangar 18” tot “Rust in Peace… Polaris” zondermeer afgehandeld. De klank was toen al bijgeregeld en de band hield er een stevig tempo op na, wat door het publiek wel degelijk gesmaakt werd. Maar op het podium werd weinig van dat enthousiasme overgenomen. Het enige lichtpunt was het onnavolgbaar en strak gitaarwerk van Dave Mustaine, die de ene riff na de andere afvuurde. Dat kan hij nog steeds als de beste, maar zijn teksten wauwelen tijdens deze show jammer genoeg ook. Gelukkig werd hij geregeld overstemd door het publiek dat er wél zin in had.
Na integraal RIP gespeeld te hebben ging Megadeth verder met “A Tout Le Monde” en met de woorden “These are the last words I’ll ever speak” hoopte ik dat dit de realiteit zou worden. De show ging echter verder met “Trust” en “Sweating Bullets”. Vanaf hier leek Megadeth de drive terug gevonden te hebben, maar het was vooral het enthousiaste publiek dat – ondanks alles – deze show redde en de klassieker “Symphony of Destruction” en toegift “Peace Sells” luid meebrulde.

De show was voor mezelf al iets eerder afgelopen. In de foyer van de AB vond ik een fris pintje en gelijkgestemden die – replicerend op mijn Tshirt – de ‘20 Years Strong Tournee, River Runs Red Live in Europe’ van Life Of Agony veel beter vonden. Vesten werden ondertussen uit de garderobe gehaald, de uittocht was al begonnen. In de zaal waren er gelukkig wel enthousiastelingen voor de performance van Megadeth. Als fan kan ik alleen hopen om in de toekomst nog een goed optreden van hen mee te maken, maar van deze show kan ik enkel beklemtonen dat Megadeth zijn naam waar maakte, het optreden was megadoods.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Harlem

Harlem: dartele veulens vallen live wat licht uit …

Geschreven door

Aangekondigd in het Beurskaffee bleek het concert door te gaan in de Zolderzaal die we na een ellenlange reeks trappen bereikten. Unieke locatie waaraan een prachtig terras hoog boven Brussel is gekoppeld en die tijdens de zomermaanden gebruikt wordt om enkele muziekfilms te projecteren. Ook hier dezelfde ziekte als in zoveel grote steden: veel te lang wachten om het optreden te laten beginnen waarna men de groep voortijdig laat stoppen. Het overkwam hier ook het Israëlische Tv Buddhas, die ik onlangs nog zag schitteren in de 4AD. Hier waren ze een stuk minder maar dat had veel te maken met de akoestiek. Hun aan de seventies schatplichtige harde rock bleef te veel galmen onder de metalen dakplaten. Toch was het weer genieten van die spetterende gitaren, een aan Zen Guerrilla herinnerende brulboei en een ,ondanks haar wel erg rudimentaire spel, adembenemende drumster.

Harlem, afkomstig uit Tucson, Arizona maar inmiddels verkast naar Austin, Texas, had minder te klagen van de klank maar toch bleek dit een slag in het water. Nochtans heeft dit drietal twee behoorlijk goeie platen uit met de niet mis te verstane titels ‘Free drugs’ en ‘Hippies’. Op vinyl weet hun rammelpop, een soort Black Lips light, wel te beklijven maar live viel dit veel te licht uit. De bandleden sprongen als dartele veulens in het rond maar dat kon niet verhelpen dat de voortdurende samenzang wat klungelachtig overkwam. Bovendien was zanger/drummer/gitarist Michael Coomers (het kan ook Curtis O'Mara geweest zijn, beiden spelen gitaar en drums en zingen en wisselen regelmatig van plaats) serieus dronken. Sommigen kunnen dit euvel ombuigen in een voordeel (cfr Jack Oblivian), hier was het ronduit gênant. Na zowat de hele ‘Hippies’ lp erdoor te hebben gejaagd volgden op het einde nog de krakers van de eerste plaat "Psychedelic tits" en "Caroline" maar zelfs dat kon het schip niet meer behoeden van het kapseizen. Maar misschien ben ik gewoon een ouwe zeur want zowat de ganse zaal stond zich in het zweet te dansen en wordt Harlem straks nog een hele grote.

Organisatie: Beursschouwburg, Brussel

Magnapop

Chase Park

Geschreven door

Voor de iets oudere muziekliefhebber doet Magnapop ongetwijfeld een fijn belletje rinkelen. De band rond zangers Linda Hopper en gitariste Ruthie Morris bestaat al sinds begin jaren negentig. De band uit Atlanta won eerst aan populariteit in de Benelux waarna de rest van Europa en nadien ook de VS voor de bijl gingen.
De eerste twee realeases van de band werden  geproduced door ene Michael Stipe, midden jaren negentig zou hij de band zelfs meenemen naar Europa met de ‘Monster’-tournee van zijn eigen band. Magnapop scoorde vooral met de albums ‘Magnapop’ (1992) en ‘Hot boxing’ (1994) en met de nummers “Slowly Slowly”, “Open the door” en de onvervalste klassieker “Lay it Down”.
De band kende nadien wat personeelswissels en verzeilde in de anonimiteit. In 2005 verscheen de band even terug op het toneel met het weinig succesvolle ‘Mouthfeel’.
Anno 2010 doen ze opnieuw een poging om op de voorgrond te treden en brengen ze het album ‘Chase Park’ uit. De band speelde onlangs op het nieuwe ‘Masters of Rock’-festival in Torhout en later deze maand hebben ze nog een aantal andere optredens in België en Nederland.
Het leek ons daarom de moeite om de nieuwe plaat van naderbij te bekijken. Het valt meteen op dat Magnapop na al die jaren als twee druppels op de band uit de begindagen lijkt. De stem van Linda Hopper is nog steeds dezelfde en ook het gitaarwerk van Morris is amper veranderd. De band speelt nog altijd up-tempo nummers  en staat voor pop met een klein punkrandje. Jammer genoeg zijn er op deze nieuwe cd geen nummers te vinden die ook maar een beetje in de buurt komen van de vroegere hits, geen enkel nummer komt zelfs maar even boven de middelmaat. Misschien dat nostalgische fans van het eerste uur hier iets aan zullen hebben, voor ondergetekende is dit album een zware tegenvaller.

Flying Lotus

Cosmogramma

Geschreven door

Binnen de elektronica hebben we er een nieuwe weird bij, Flying Lotus aka FlyLo alias Steven Ellison, Usa. Hij is een elektronicabricoleur, in de voetsporen van Aphex Twin, Squarepusher, Venetian Snares en Mouse On Mars. Geen hapklare songs dus, maar een ingenieus avontuurlijk en broeierig brouwsel van underground elektronica, klassiek, hiphop en dance. De muzieklagen boxen niet tegen elkaar op en gaan niet over elkaar, maar de overgangen zijn er om sfeer te creëren. Een soort ‘I can do all things princip’. We horen alvast een vlammende start van korte gejaagde, verontrustende songs en kunnen even op adem komen op “…And the world laughs with you”, een song met Thom Yorke. Hij neemt wat gas terug en de klemtoon komt op sferische stukken met spacy sounds, jazz en triphop. Een closing final horen we alvast met “Sance op the pseudo nymph” en “Table tennis”, kunststukjes door weergaloze handclaps en pingpongballs.
‘Cosmogramma’ is mans werkstuk genaamd…een nieuw elektronica wonder is opgestaan … Hou er maar rekening mee …

The Black Heart Procession

6

Geschreven door

The Black Heart Procession, de band uit San Diego rond de tandem Paul Jenkins en Tobias Nathaniel, zijn toe aan hun zesde cd, simpelweg ‘6’ genaamd. De cd hoes is sprekend met twee tegenover elkaar staande kruisen. Het weinig vrolijke gezelschap brengt muzikaal een intens pakkende, doorleefde tristesse met verhalen over dood, verderf, hel, verdoemenis, zelfmoord en drugs. Het kwintet is gegroeid uit 3 Mile Pilot ‘( btw dit jaar wordt de langverwachte reünieplaat verwacht!). De songs worden bepaald door een monotoon declamerende voordracht in een ware Cave-iaanse stijl, een dreunende gevoelige pianotune, sfeervolle toetsen, vioolpartijen, gevoelig gitaargetokkel en een zingende zaag. Ook hier grijpen binnen die sombere stemming de songs bij het nekvel en hebben ze een verslavende werking. Ondanks de zware littekens die de songs uitstralen, klinkt het geheel op de laatste plaat aantrekkelijker, breder, intenser en krachtiger. Muzikaal zijn zij duidelijk naar Cave & The Bad Seeds en Twilight Singers opgeschoven, wat een donkere intimiteit in een breder rockend concept betekent. Rootsamericana durft het zelfs te gaan, zoals op “Witching stone”, “Forget my heart” en “Suicide”.
Sfeerdragers binnen hun doom zijn dan “Wasteland”, “Heaven & hell” en “In sulu” zijn dan pareltjes door Jenkins’ klaagzang en het gitaargetokkel, de pianotune en de zingende zaag, die zorgen voor de subtiliteit en klankkleur.
Op ‘6’ komt de band er alvast beter uit dan op vorige platen …

Bear In Heaven

Beast rest forth mouth

Geschreven door

Tja, die psyche roch heeft toch wel iets na de muzikale uitspattingen van Animal Collective, Fuck Buttoms en Yeasayer in de voetsporen van een Flaming Lips en Spacemen 3. Of het nu wat rauwer, dynamischer, lieflijker, dromerig of avontuurlijk klinkt, verrassend blijft het wel. Bear In Heaven uit Brooklyn, NY past probleemloos in het rijtje. Ze hebben op hun doorbraakplaat ‘Beast rest forth mouth’ een boeiende, bezwerende en broeierige luistertrip klaar onder de ruimtelijk zalvende zang van Jon Philpot. Popelektronica, ijle keyboards, indiewave, krautrock en classic rock uitstapjes sieren de plaat. Het zijn niet alledaagse maar onweerstaanbare popsongs, die vernuftig in elkaar zitten en een fraaie, aanstekelijke, groovende sound hebben. We zijn onder de indruk van die pulserende, opzwepende, spannende en minimalistisch opbouwende ritmes. Per beluistering winnen de songs aan zeggingskracht. “Wholehearted mess”, “You do you”, “Lovesick teenagers”, “Dust cloud” en “Casual goodkbye” tonen aan tot wat moois de band in staat is! Laat gerust je fantasie er maar op los, want deze band slaagt erin je mee te drijven in hun zweverige (synth)trips …

Balthazar

Applause (2)

Geschreven door

’Applause’, de eerste plaat van de Belgen van Balthazar is een absolute voltreffer. De band rond Maarten Devoldere en Jinte Deprez is natuurlijk ook niet de eerste de beste. Begonnen in 2004 won Balthazar  al snel Westtalent, het rockconcours van de provincie West-Vlaanderen. In 2006 stond de groep samen met The Hickey Underworld en The Black Box Revelation in de finale van Humo’s Rock Rally. Won Balthazar niet, dan kaapte ze wel mooi de publieksprijs mee. Daarna scoorde de band in diverse hitlijstjes met de eerste twee singles “This is a flirt” en “Bathroom lovin’ situations”. Balthazar speelde al diverse keren in het buitenland én op verschillende grote festivals als Dour, Marktrock en Dranouter.
Nu komen ze eindelijk met hun debuutalbum en die weet ons duidelijk te bekoren. Wie de catchy single “Fifteen Floors” ondertussen niet kent, leefde de voorbije maanden op een andere planeet: een leuk pianodeuntje, een zeer meezingbaar refrein en een dreigende bas. De hele plaat is trouwens opgebouwd rond de (groovy) basgitaar die gecombineerd wordt  met heerlijke melodielijnen en nonchalante en vaak meerstemmige zangpartijen. Op gepaste tijdstippen voegt men er nog wat vioolklanken bij en zo komt men tot elf heerlijke popnummers die stuk voor stuk zeer radiovriendelijk zijn. Hoewel de band beïnvloed is door groepen als Artic Monkeys, Das Pop, Gorillaz, The Streets heeft men onmiskenbaar een eigen geluid.
Iedere luisteraar en fan van de band zal bij het beluisteren van deze plaat zijn favoriete nummers hebben, maar als wij er enkele moeten uithalen zijn dat naast de genoemde single ook het puntige “Morning”, het tegendraadse en Millionaire-achtige “Hunger at the door” en “Blues for Rosann” waarbij de intro nogal aan Portishead doet gelijken. Ook “Throwing a ball” is een fantastisch nummer dat heel lang in je hoofd blijft hangen. Een luid applaus dus voor de debuutplaat van Balthazar!

International Hyper Rhythmique

Uncity Nation

Geschreven door

Bij vele Franse indiepopgroepjes heb je na het beluisteren nogal vaak het ‘net niet’-gevoel en dat is grotendeels te wijten aan het feit dat de Fransen zich wel eens durven bezondigen aan het zich blind staren op buitenlandse kopieën wat hun vaak niet meer maakt dan een flauw afkooksel.
Deze nieuwe band International Hyper Rhytmique zijn echter een uitzondering op de regel en dat merk je meteen al bij de eerste tonen van hun debuutcd, gewoonweg omdat het veel origineler  is dan de rest ook al hebben ze goed begrepen dat shoegaze weer in is. Dit trio kan je ook omschrijven als het familiebedrijf Martial-Guilhem want die zijn broers en zussen (we kunnen moeilijk geloven dat je niet ontroerd zal geraken door de vrouwelijke zang van Laurence) en het is duidelijk dat deze drie perfect op elkaar ingespeeld zijn, ook al lijkt deze plaat soms een beetje op een zoektocht naar welk geluid nu het best bij hun past.
Zo is “Six AM” niet ver af van een poppy Magnapop terwijl een nummer als pakweg “Carry Out” verwijst naar Mazzy Star of is “Fucked Up” iets als Granddaddy met vrouwelijke vocals (en dus geniaal prachtig).
We kunnen inderdaad over ieder nummer wel iets anders schrijven en dat maakt het misschien bij momenten een beetje een onsamenhangend geheel maar het is beslist een groepje die wat aandacht verdient. Volgens de laatste webberichten zou dit Frans trio weldra in de States spelen, als ze dus ooit groot zullen worden dan weet u meteen waar u het eerst over ze gelezen hebt …

The City

The City

Geschreven door

De Antwerpse zwaar getatoeëerde rockers van The City komen met een pittig album op de proppen. We horen vooral Guns ‘n’ Roses, maar de meligheid van die band hebben ze gelukkig niet overgenomen. In plaats daarvan heeft The City wat rauwe punk opgenomen in hun sound, en dat levert knappe brokken punkrock op als “Hate to love you”  en “Ghostship”.
Echt origineel is het allemaal niet, maar de band produceert overtuigend een vettig en stomend hard rock geluid met een punky edge. Pretentieloze straight edge rock, zeg maar. Het klinkt alleszins lekker.

Check op www.myspace.com/thecity13 of
www.faktorecords.be

Pixies

We Love The Pixies

Geschreven door

’We love The Pixies’ …scandeerden we in onze jonge jaren. Frank Black, Kim Deal, Joey Santiago en David Lovering lagen aan de basis van de noisepop en de grunge eind de jaren ‘80. Samen met tijdsgenoten Sonic Youth bepaalden zij het geluid van een Nirvana, Pearl Jam en Soundgarden. De nostalgische sound vormde voor de huidige gitaarbands een voorname referentie.
Een eerste reünie was er op Rock Werchter 2004. We konden spreken van een welgekomen terugkeer waarbij het viertal een frisse indruk naliet, een goede set speelde en aangenaam speelplezier had. Verder was de band te zien op Pukkelpop, waar ze een meer gematigde set speelden. Sinds vorig jaar begonnen ze aan een volgende ronde reünieconcerten in het teken van de ‘Doolittle’ plaat. Eerst was er nog sprake om eventueel in die tussentijd nieuw materiaal uit te werken, maar toen we een paar songs hoorden tijdens de festivals, konden we net als de band zelf besluiten dat ze deze wijselijk hebben opgeborgen.
Vier platen brachten ze uit tussen ’87 en ’93, ‘Surfer Rosa & Come on pilgrim’ (‘87/’88), ‘Doolittle’, ‘Bossanova’ en ‘Trompe le monde’, waarvan de meeste songs in ons geheugen gegrift staan. De eigen carrière van de artiesten, specifiek van Frank Black en The Breeders (de zusjes Kim & Kelly Deal) was muzikaal wisselend, net als hun livegigs. Dat ze het momenteel doen om een aardig spaarpotje te hebben, nemen we er weliswaar bij, zolang ze maar overtuigende optredens spelen.

Na het schitterende optreden in Vorst oktober ll, stonden ze ook vanavond op scherp. De eerste 45 minuten waren bijzonder goed, dan was er een meer gematigd middendeel, en tot slot hadden ze genoeg reserves over om een schitterend derde deel te spelen. Kortom, de drive en de muzikale spetters waren er nog met de selectie songs die ze serveerden. Frank Black kon nog steeds schreeuwen en brullen en ook Kim Deal wist de songs mooi te ondersteunen met haar backing vocals.
Van start gingen ze met korte opwindende en dynamische tracks als “Cecilia”, “Rock music” en “Bone machine”. De eerste rijen konden al wild om zich heen slaan, en de dertig- en veertigers vooraan konden zich al uitleven! Subtieler klonken alvast “Monkey gone to heaven”, “Velouria”, “Dig for fire” en “Hey”, maar de adrenaline bleef door de aderen stromen door de venijnige speldenprikjes en explosies. Ondanks het slepende middendeel boeiden pareltjes als “Planet of sound”, “Debaser”, “Break my body” en een broeierige “Caribou”. ‘They keep the flame alive’ hoorden we ergens boven ons … terecht, want in het derde deel van de set werd het tempo terug voortgestuwd door gitaarexplosies, pedaaleffects, diepe bas en opzwepende drums als op “Tame”, “Isla de encanta”, “Head on” (remember Jesus & Mary Chain), “River euphrates”, “Wave of mutilation”, “Broken face” en “Nimrod’s son”. Alle registers werden nog eens opengezet met een mooi uitgesponnen “Vamos”, die ongelofelijk sterk was door de noise en de dosis experiment. Tussenin ontbraken de melodieuze “Gigantic”, “Where is my mind” en “Here comes your man” niet.
Een dertigtal songs kregen we voorgeschoteld, en net als het publiek genoot het kwartet ervan. Ze bedankten uitgebreid de fans.
Tussenin was het commentaar misschien schaars maar werd eerder onderhouden door Kim Deal.

De Pixies stonden garant om oude herinneringen te koesteren, er eens te kunnen op headbangen en te springen, maar op onze gezegende leeftijd ook te kunnen genieten van hun broeierige songs.

Voor het jonge tienerbandje Bombay Bicycle Club was de Lotto Arena te hoog gegrepen. De aanstekelijke, broeierige en soms rauwe opbouwende gitaarsongs konden niet beklijven. De afwissende rocksound van hard en zacht, uitbundigheid versus donkere melancholiek en de lekker in het gehoor liggende pop konden onvoldoende doorwegen … De vier gasten uit Londen verdienen zeker een volgende kans , zoals eerder dit jaar in de Vk*, toen ze overtuigden in de kleinere zaal …

Organisatie: Live Nation

Gentlemen & The Evolution

Gentleman And The Evolution - Zonnig reggaefeestje op een koude lenteavond

Geschreven door

Ondanks de crisis in de muziekindustrie zijn er nog genres die je nooit hoort op de radio of waar weinig of geen publiciteit wordt voor gemaakt, en toch verkoopt het als zoete broodjes.
Zonder enige twijfel behoort reggae tot deze categorie en enkele weken na het verjaardagsfeestje van Lee Scratch Perry in de Vooruit hadden de mensen van Democrazy het reggaeminnend publiek ditmaal uitgenodigd voor een avondje swingen op Gentleman And The Evolution. Ook al mag een groep als Gentleman & The Evolution voor de modale muziekliefhebber volslagen onbekend zijn, toch slaagde deze Duitser er in om de Vooruit zo goed als vol te laten lopen.

Gentleman And The Evolution hadden voor hun huidige toer (naar het schijnt stoppen die niet met toeren) hadden Soja als voorprogramma meegebracht. Voor mij onbekend maar bij de eerste tonen ging de massa meteen (tja) massaal uit de bol. Door de grote hoeveelheid van iets wat normaliter verboden is (ja hoor, gisteren had het rookverbod in de Vooruit een bijna surrealistische betekenis), de vele rasta’s en een feestvierend publiek had je meteen de indruk dat je in Kingston was belandt. Soja’s reggaemuziek is er één met een hoog popgehalte. Muzikaal niks vernieuwend maar het swingt als een trein en niets kon beter dienen als ideale opwarmer..

Na bijna een uur dolenthousiast te hebben gespeeld gaven ze de fakkel over aan Otto Tillman. Na het uitbrengen van vijf cd’s mag deze Duitser zich zonder twijfelen rekenen tot één van de meest succesvolste reggae-acts van het moment. In thuisland Duitsland haalt hij moeiteloos de eerste plaats van de hitparade maar sinds een paar jaar lijkt ook de rest van de wereld te vallen voor de reggae van deze man, tot in Jamaica toe! Otto werkte samen met de grootste namen uit het actuele reggaemilieu en hij moet het vooral hebben van mond aan mondreclame, ook wel te vertalen als hard werken door op te treden.
Vanaf de eerste minuut is het duidelijk dat Otto een megafeest wil, zelfs als het moet door de muziek een beetje in een vergeethoekje te duwen want het moet gezegd worden : zelden zag ik een man zijn publiek zo gemakkelijk bespelen (want geef toe, doe het maar na om een bomvolle Vooruit gedurende 20 nummers met de armen doen zwaaien en de aansteker in de lucht te houden) maar zoals gezegd, draait hij er ook zijn hand niet voor om door een geweldig nummer op te schorten met slogans die tot doel hebben de concertmeute aan het dansen te laten blijven.
De kritische mens moet echter ook naar de muziek luisteren en het moet gezegd worden: dit is een groep waar geen plaats is voor subtiliteit en dat merk je ook zelfs niet in hun boodschappen want soms tot vervelens toe hoor je Otto het publiek met slogans bestoken die klinken als “Keep the fire burning” of andere van deze reggaeclichés.
Muzikaal verviel Gentleman & The Evolution ook regelmatig in platgereden reggaedeuntjes dat door de mooie vocals van Tamika (in het dagelijks leven mevrouw Tillman) soms omgevormd werden tot mooie soulliedjes. Maar geen mens die zich daar aan stoorde en deze band wist dan ook dat ze gewoonweg om het in hun woorden te zeggen, het vuur brandende moesten houden…en dat deden Gentleman & The Evolution en verve!
Zeker bij de uitvoering van hun hit “Celebration” die de Vooruit door de meebrullende massa bijna deed daveren. Muzikaal niet meteen de hoogvlieger maar als feest kon het wel tellen en dat was voor de bezoekers van dit concert de reden waarom ze naar hier waren afgezakt. Dus toch een geslaagde avond…

Organisatie: Democrazy, Gent

Red Zebra

Aroma di Amore & Red Zebra - Nostalgische Belpop trip naar de donkerste helft van de jaren ‘80

Geschreven door

Het lijkt wat onwerkelijk als je er tegenwoordig de inhoud van De Rode Loper op na slaat, maar er was ooit een tijd waarin Belgische bands het moesten rooien zonder buitensporige media aandacht, dure opnamestudio’s en dito buitenlandse producers. Platen werden eigenhandig opgenomen, eigenhandig geproduceerd, en ja, als het moest zelfs eigenhandig aan de man gebracht. Begin jaren ’80 werd het Vlaamse muzieklandschap overspoeld door een heuse golf van dergelijke D.I.Y. exponenten, waarvan de meeste er niet veel meer dan een cult status hebben aan over gehouden. Naar aanleiding van nieuw (verzameld) werk steken twee van deze vaderlandse cult acts, Aroma di Amore en Red Zebra, momenteel terug de neus aan het venster. Afgelopen zondag kwamen beide bands in eerste instantie de versheidsdatum van hun back catalogue testen in een matig gevulde Balzaal van de Gentse Vooruit.

Net als generatiegenoten De Brassers en -het binnenkort even terug springlevende- Arbeid Adelt! valt het van oorsprong Mechels gezelschap Aroma di Amore (AdA) terug op het Nederlands als muzikale voertaal en is hun geluid te situeren in de minimale, vaak tegendraadse new wave hoek. Sinds hun Rock Rally avontuur in 1982 en enkele meningsverschillen daargelaten bleef de creatieve spil van AdA tot op de dag van vandaag nagenoeg ongewijzigd. Frontman Elvis Peeters (aka Jos Verlooy) oogt naast het podium als een minzame en ietwat verstrooide boekenworm die zo uit de jury van De Gouden Uil geplukt lijkt, maar eens op het podium ontpopt hij zich al vlug tot een politiek (in)correcte linkse activist met een messcherpe tong, onnavolgbare woordenschat en dito gebarentaal. Peeters’ cynische teksten worden muzikaal nog steeds ondersteund door de hoekige gitaarriffs en stuiterende drumcomputer van Fred Angst (aka Gerry Vergult) en de dwingende aan Jah Wobble refererende bas van Lo Meulen.
Ondanks de echo’s van Gang Of Four, Wire en het vroege PIL lijkt AdA’s muzikale formule anno 2010 verre van uitgewerkt. De pompende ritmebox van “Overleven” uit de vergeten mini LP ‘De Sfeer Van Grote Dagen’ (’85) opende een dik uur eigenzinnige bloemlezing uit drie decennia AdA. Ook de recente vinyl compilatie ‘Ongehoord’ met voornamelijk nooit eerder uitgebrachte nummers kwam hierbij aan bod, zoals tijdens het snedige “Snoep Voor Haar”. Zielsgenoten Wire hoorden een fraai vertimmerde versie van hun “Heartbeat” langskomen als “Hartslag”, het enige echt nieuwe nummer in de set dat pas afgelopen februari in muziekcentrum TRIX werd ingeblikt. De Belpop classic “Gorilla, Dans De Samba” (‘83) werd weliswaar geweerd uit de set, maar in ruil werd diens even aanstekelijke B-kantje “Dobberman” geserveerd.
Zonder ooit te vervallen in gepreek deelde de alerte analist in Peeters zoals in de grote dagen hier en daar een linkse uppercut uit aan het politieke establishment zoals tijdens “De Aarzel”, een niet mis te verstane sneer naar de voorstanders van het confederalisme. Ook persoonlijke favoriet “In Jou Maag” ontbrak gelukkig niet, het was opnieuw genieten toen het geniale stukje poezie “Ja ik wou met jou naar bed, maar niet als een maagtablet” voorbij kwam draven. De encores “Mongool” en de bijna-hit “Voor De Dood” besloten een indringende set propvol vaderlandse muziekgeschiedenis. Benieuwd of Vanthilt, Van Roelen & Van Acker dit komende herfst nog kunnen overtreffen...

Vlak na AdA’s uppercut leek het optreden van hoofdact Red Zebra op het eerste zicht wat overbodig. Want laat ons eerlijk zijn: de Brugse punkwave veteranen hebben hun muzikale sporen vooral verdiend in de donkerste helft van de jaren ’80, maar blonken de jongste decennia niet bepaald uit in memorabel songmateriaal. Eén constante valt er echter wel te bespeuren sinds hun Rock Rally deelname in 1980, met name de uitstekende live reputatie van de West-Vlamingen die hen trouwens ook in onze buurlanden momenteel nog heel wat krediet oplevert.
Zoals aangekondigd door organisator New-Wave-Classix koos Red Zebra voor een soort ‘best of’ formule en werden recente of nieuwere nummers (gelukkig) slechts bij vlagen de set binnen gesmokkeld. Opener “Agent Orange” is zo een eerder doordeweekse rocker uit het jongste live album van Red Zebra, maar gaf wel aan dat de groep hecht en strak op elkaar ingespeeld leek. De grappen en grollen van de clowneske frontman
Peter Slabbynck zijn soms wat belegen, maar gelukkig heeft Red Zebra met gitarist Geert Maertens en drummer Johan Isselee nog twee andere oudgedienden in de rangen die de groep anno 2010 de nodige credibiliteit opleveren. Beste bewijs hiervan kregen we tijdens het indrukwekkende trio “The Ultimate Stranger”, “Paradise Lost” en “Shadows Of Doubt” dat ons prompt terug flitste naar de hoogdagen van de vaderlandse cold wave. Minder geslaagd waren dan weer de covers van “Winning” (The Sound) en “Transmission” (Joy Division), twee holy grails uit het new wave tijdperk waarbij de groep weliswaar verdienstelijk musiceerde maar Slabbynck vocaal toch wat te kort door de bocht ging.
Aan het einde van de set werd in de voorste gelederen een bescheiden pogo feestje ingezet met de weliswaar onvermijdelijke doch onverslijtbare Belpop anthems “I Can’t Live In A Living Room” en “The Art Of Conversation”. Uit de twee daaropvolgende bisrondes onthouden we vooral de nog steeds heel knappe cold wave instrumental “Bastogne”, het vergeten B-kantje “Innocent People” van Red Zebra’s eerste single uit 1980 en de obligate mond-vol-banaan act tijdens “Man Comes From Ape”. En wat de covers betrof leek derde keer echt wel de goede keer, want Slabbynck & co slaagden er wonderwel in om via een gedreven versie van Magazine’s “Shot By Both Sides” met brio afscheid te nemen van het publiek.

Aroma di Amore en Red Zebra mogen dan wat uitstraling op en naast het podium betreft wel elkaars tegenpolen zijn, elk op hun eigen manier bezorgden beide bands een leuke new wave avond aan zowel nostalgische oudere fans als aan nieuwsgierige jongelingen. Dus wat dat betreft zit het met de versheidsdatum van het Aroma en (vroege) Zebra oeuvre wel snor...


Organisatie: Amusez-Vous

Adamo

Adamo – ‘rien ne peut détruire un coeur de 20 ans…’

Geschreven door

Voor het mooie lenteweer moest je zondag alvast niet in Oostende zijn. De goden bedienden ons royaal van hemelwater en de zon liet zich pas aanschouwen toen het schemerdonker bijna over het strand was gevallen en de wind de zilte wolken uit het hemeldak had geblazen. Gelukkig konden wij de zee de rug toekeren en achteroverleunen in de fluwelen zetels van het Kursaal om te genieten van wat Siciliaanse warmte. Salvatore Adamo was zondag in Oostende de gastheer van dienst en vergastte ons op variété van de bovenste plank.

Ok, voor de ene een charmezanger, voor de andere de Belgische Aznavour, feit is dat deze arbeiderszoon van Siciliaanse roots één van de succesvolste Belgische artiesten ooit is met een verkoop van om en bij de 90 miljoen platen wereldwijd, en zijn ietwat androgyne stem en aanstekelijke levensliederen niemand onberoerd laat.Adamo staat reeds op de planken sinds begin jaren ‘60 en sprokkelde gedurende zijn carrière een indrukwekkend oeuvre bijeen. De hoogtepunten van de beginjaren (jaren ’60 en ’70) bleken moeilijk te evenaren, maar Adamo blijft een bezige bij: zijn laatste plaat, ‘Le Bal des Gens’, dateert van 2008 en compileert een aantal van zijn hits in een nieuw arrangement. O.a. Olivia Ruiz, de (Belgische en ondergewaardeerde) Maurane en Raphael brengen op de plaat hulde aan de Belgische zanger.

Adamo bracht in Oostende een afwisselende set met oud en nieuw materiaal en liet zich omringen door een resem veelzijdige (jonge) muzikanten die zich bedienden van de cello, contrabas, klarinet, trombone, mandoline, banjo, piccolo, om maar enkele instrumenten te benoemen. De gelaagdheid van de muziek door de perfect op elkaar ingespeelde band, tilde de (toegegeven) soms wat schlager-achtige liedjes, zeker naar een hoger niveau.
Adamo charmeerde meteen met een zomers “Ma tête”, gevolgd door zijn eerste hit “Sans toi ma mie”, dat voluit wordt meegezongen (en dat Adamo later op de avond nog een keer zal brengen op vraag van een fan). “20 ans” grijpt meteen naar de keel door zijn poëtische tekst en afwisselende snelle en trage ritmes, ondersteund door het melancholische  timbre van een gedempte trompet. De bijnaam ‘jardinier d’amour’, waarmee Brel hem bedachte, krijgt meteen bijvalbij het horen van “Amour perdu”, “Une mêche de tes cheveux”, “T’aimer quelque part” en “Ik zie een engel”, een vertaling van één van zijn eigen liedjes door Jan Leyers.
Tombe la neige”, een schlager van wereldformaat en instant karaokehit in Japan, was een tweede hoogtepunt van de avond. Tegen die tijd was reeds duidelijk dat een kwart van het zaalpubliek uit die-hard fans bestond: om de haverklap stond er een dame van middelbare leeftijd voor het podium met één of andere attentie. In de wereld van Adamo gooit men geen bierblikjes op het podium, maar geeft men een boeket bloemen, in de hoop hiervoor bedankt te worden met een tedere handkus…
Adamo is ook een onderschat tekstschrijver, een dichter bijna, getuige een voorbeeld uit “Mourir dans tes bras”: “Y en a qui meurent tous les soirs / Quand le spectacle est terminée / Quand ils retrouvent dans leur miroir / Leur vérité démaquillée”.
De violiste en trombonespeelster Fanny Rome was Adamo’s tweede stem op o.a. het Ella & Louis-gewijze “Ce George” en het prachtige “Pourquoi tu chantes?”, een ode aan Maria Callas. In het lied beschrijft Adamo de stormachtige romance die de operazangeres had met de Griekse zakenman Aristoteles Onassis, die haar veelvuldig vraagt waarom ze zingt: “Hier encore j’étais ton roi / Tu est cruelle indifférente tu chantes et je n’existe pas”. Waarop zij antwoordt: “Si tu demande à l’oiseau pourquoi il vole / Il poursuivra au plus haut sa course de folle / Plus haute que les orages et la tourmente / Le oiseau vole libre et moi je chante…”.
Misschien is dit wel autobiografisch? Adamo geniet écht van het optreden, straalt een enorme energie uit en danst op 67-jarige leeftijd even levenslustig op het podium als Charles Trenet in de jaren ‘30.
De liefde voor de muziek en de behoefte om het publiek een onvergetelijke avond te bezorgen, zijn in het leven van Adamo waarschijnlijk even noodzakelijk als de Belgische kust voor de frigoboxtoeristen. Zoals hij het zelf verwoordt: “Ik bedank jullie voor jullie trouw want ik heb het geluk om voor jullie te zingen”.
De voorlaatste cd van Adamo was maatschappelijk geëngageerd, ook in Oostende verkondigt hij een politieke mening (zelf al herhaalt hij dat het géén politieke song is). Akoestisch op zijn gitaar brengt hij hulde aan de vriendschap tussen de Vlamingen en de Walen en betreurt hij de communautaire twisten in het land, wat op toch wat applaus kan rekenen in het publiek.Even daarvoor bracht Adamo een medley met akoestische versies van o.a. “Quand les roses” en “Viens ma brume”, wat muzikanten met een uitgebreid oeuvre wel vaker doen,maar die de songs, jammer genoeg, absoluut geen eer aandoen.
Na iets meer dan 2u40minvalt het doek over het theater en neemt Adamo afscheid van het publiek met een overdonderende “Inch ‘Allah”, gevolgd door “Vous permettez Monsieur”, “Je te tiens, (je te lâche)” en, toepasselijk, “Les filles du bord de Mer”.

Adamo bracht een volwaardig muzikaal spektakel dat, zeker in het pluchen kader van het Kursaal, nostalgisch terugreikt naar de bal-orkesten van vroeger. Adamo zelf is bewonderenswaardig goed bij stem en heeft zich omringd door een fantastische band. We zullen zeker nog meer van hem horen, ‘rien ne peut détruire un coeur de 20 ans…’.

Setlist: Ma tête, Sans toi ma mie, Une mêche de cheveux, 20 ans, Mon voisin la lune, Amour perdu, Ik zie een engel, Dolce Paola, T’aimer quelque part, Quiero, Un petit caillou gris rose, un petit caillou vert gris, Car je veux, La couleur du vent, Tombe la neige, J’irai au soleil, La beauté des femmes, J’avais oublié que les roses sont roses, Mourir dans tes bras, C’est toi que je préfère, La nuit, Ce Georges, Mon cinéma, Mes mains sur tes hanches, Pourquoi tu chantes?, C’est ma vie, Tous sur le même bateau (gedeeltelijk in het Nederlands)
Medley: N’est-ce pas merveilleux?, Quand les roses, Si jamais, Viens ma brune (Lied over de vriendschap)
À demain sur la lune, Le néon, Petit bonheur, Sans toi ma mie (herhaald op aanvraag), Inch ‘Allah, Vous permettez Monsieur, Je te tiens, je te lâche plus, Les filles du bord de mer

Organisatie: Concertevents ism Kursaal Oostende

John Garcia

John Garcia plays Kyuss – de legende herleefde …

Geschreven door

’Desert ‘rock… Begin jaren ’90 was Kyuss één van pijlers van deze unieke muziekstijl, samen met de grunge verantwoordelijk voor flinke, begeesterende korrelende gitaarriffs, een dreunende en ronkende diepe bas en een zware logge ritmesectie, die je in een trippende, psychedelische trance bracht. Kyuss was een legendarische band en een mijlpaal in het genre. Check er de groepsleden maar eens op na: gitarist Josh Homme die dan z’n eigen weg ging met QOSA, Them crooked vultures, aan de wieg lag van Eagles of death metal en als gastgitarist fungeerde bij Screaming Trees, enz. Nick Olivieri die ook dan ook deel uitmaakte van QOSA, Alfredo Hernandez bij Fu Manchu en Brant Bjork die z’n eigen projecten had. En tot slot zanger John Garcia die met z’n verdwaalde, soms hoog uithalende vocals de grauwe sound elan gaf; hij richtte nog Slo-burn en Hermano op. Een cv om U tegen te zeggen. Om dan nog niet te spreken van hun producer Chriss Goss, die z’n stempel drukte op de woestijnrock en met de Masters of reality z’n eigen ei kwijt kon … Kijk, dit zijn zaken gegrift in onze muzikale encyclopedie …
In de (te) korte muzikale geschiedenis tellen we drie cd’s, ‘Blues for the red sun’ (’92), ‘Welcome to sky valley’ (’94)en de definitieve doorbraakplaat ‘ … And the circus leaves town’ (’95); het kwartet putte uit de energie en dynamiek van Led Zeppelin, Black Sabbath enHawkwind.
Na de uitgebreide, uitputtende wereldtournee in ’95 hield de band het voor bekeken. Intussen hebben we kunnen genieten van enkele memorabele concerten in de Vooruit btw!, en op Pukkelpop van deze niets ontzeggende, in een moeras verzonken, woestijnrock. Een ‘wall of sound’ creëerde het viertal toen, met op elkaar gestapelde boxen zoals we dat nog hebben gezien bij bands als Rollins Band, Foo Fighters, Sunn O)) en Motorpsycho.

15 jaar later is de muzikale legende ‘stills alive’ … het eerste concert was in geen mum van tijd uitverkocht. Een tweede concert werd ingelast in de namiddag en op die manier kon elke doorwinterde en gegadigde Kyuss fan nog eens z’n hartje ophalen. Ons hart klopte beduidend sneller en de adrenaline stroomde door de aderen, toen de band na een klein half uur goed op dreef was gekomen en het publiek overdonderde met onnavolgbare soli en dreunende basstunes die verrassende en onverwachtse wendingen ondergingen, en opgezweept werden door de bezwerende drums met daaroverheen de overwaaiende, indringende vocals van Garcia.
Hij beschikte over een jonge band, die het Kyuss materiaal beheerste: Rob Snijders en Jacques de Haard, ex Celestial Season uit Nederland en Bruno Fevery, die we kennen van z’n werk bij Arsenal en Monza, die trakteerde op geniale riffs. Samen deden zij gedurende een kleine twee uur de Kyuss magie herleven, deden de temperatuur in de Vooruit stijgen en speelden heerlijke jams.
Garcia liet met z’n begeleidingsband een erg ontspannen indruk na en droeg z’n publiek nauw aan het hart. De eerste songs “Molten Universe”, “Demon cleaner” en “Thumb” waren maar vingeroefeningen op wat komen zou … ze brachten al de eerste rijen in beweging. De typische ruige, groezelige, korrelige sound maakte zich meester en explodeerde op de snedige, intens bedreven en slepende songs “Hurricane”, “Allen’s wrench”, “Odyssee”, “Asteroid” en “100 degrees”door de krachtige drums, de cymbalen, en door de gitaarlicks, -hooks en -uitbarstingen. “Spaceship landing” kwam net op tijd om even weg te dromen onder de vloeistofprojectie op de achtergrond, maar werd meteen gevolgd door dampende, kolkende en straffe versies van “El rodeo” en “Freedom run”. “One inch man” hield het tempo strakker. We voelden het opwaaiende zand van de woestijn in de ogen door de spannende, broeierige, rauwe intensiteit van een verbluffend lang uitgesponnen “White water”, die de set beëindigde.

Kyuss produceerde geen ‘wall of sound’ als vroeger, maar de bezwerende, rockende sound was nostalgie ‘pur sang’ … in een soort snelvaart –motorcyclerunning - kregen we er een “Green machine” bovenop, wat maakte dat het kwartet een topconcert speelde. Badend in het zweet en overdonderend van de manier hoe het kwartet op elkaar ingespeeld was, bleven we verdwaald achter. In de originele bezetting zal Kyuss niet meer bij elkaar komen, gaf Garcia nog mee maar zag samen met z’n nieuwe kompanen en een enthousiast publiek dat het erg goed was.

Support was Kingdom, een zijproject van één van de Amenra leden … massief, slepende werkstukken, zacht, zalvend en soms loodzwaar …maar minder dreigend en onheilspellend door de filmische soundscapes en postrock …

Organisatie: Democrazy, Gent

Flip Kowlier

Alternatief reggaefeestje voor de familie

Geschreven door

Ondanks de druilerige regen waren we op weg naar een zonnig feestje. Na lang overwegen werd het uiteindelijk toch niet het optreden van de Kyuss-zanger (dat op dezelfde dag geprogrammeerd was door Democrazy) maar wel naar de voorstelling van Flip Kowlier’s nieuwe cd.
Als opwarmer kregen we eerst een groep uit Gent, Luie Lover. Deze 6 koppige formatie was in de wolken doordat ze de kans kregen om hun muziek voor zo’n groot publiek (want inderdaad ondanks de reggae kan Kowlier blijkbaar nog steeds zalen doen vollopen) te kunnen spelen. Het probleem met Luie Lover is dat ze teveel kijken naar hun grote voorbeeld, Doe Maar. Door de combinatie van ska, reggae, nederpop en een stem die klinkt als één van boven de Moerdijk maakt deze band meer geschikt voor een lokale barbecue dan voor de Balzaal van de Vooruit. Ergens verwacht je op ieder moment een cover van Doe Maar, maar daarvoor moesten we nog een tweetal uurtjes wachten.
De Nederlandstalige bewerking van UB40’s “Food for thought” mocht er best wel wezen maar je moet al van zeer slechte huize zijn om dit reggaemonument volledig om zeep te kunnen halen. Sympathieke jongens, tof feestgehalte maar een zwaar gebrek aan eigen geluid.

Van een echte opwarming kon je dus niet echt uitspreken, dus was het meer uitkijken naar Fllip Kowlier’s nieuwe muzikale obsessie, de reggae.
Zijn nieuwste cd ‘Otoradio’ mag dan wel de sfeer uitstralen van een Jamaïcaans strand maar is toch opgenomen in Bonheiden. Een snelle blik doorheen de zaal deed ons ook al vlug besluiten dat een optreden van Flip Kowlier vooral familie-entertainment geworden was.
Opvallend veel jonge kinderen vormden de eerste rijen van het publiek en op zich is dit een heuglijk feit, alleen…het aantal kinderen op andere rockconcerten is op je één hand te tellen.
Maar neen, Flip Kowlier maakt al lang geen rockconcerten meer.
£Deze West-Vlaamse sympathieke kerel weet al langer dan vandaag dat hij een publiek (en met succes) kan bespelen dat ergens zweeft tussen de alledaagse populariteit van VTM en het alternatieve karakter van Studio Brussel, en waarom zou je deze succesformule nu plots drastisch gaan veranderen?
En toch, durft Flip Kowlier het aan om met een volledige reggae-cd aan te komen draven. Enerzijds kun je met een reggae-cd geen mooier visitekaartje hebben voor de komende zomerfestivals maar anderzijds bestaat er een groot gevaar dat zijn (trouw) publiek wel eens massaal zou kunnen afhaken. Het werd zelfs geen compromis want voor me lag de setlist waar je duidelijk kon op aflezen dat dit een volledig reggaeconcert ging worden. Zelfs de weinige klassiekers (“De grootste lul van ’t stad” en “Welgemeende fuck you”) die hij bracht werden voorzien van een mooi dubreggae-jasje.
Dubreggae, zegt u?
Inderdaad, Kowlier verkoos niet de platgereden reggaemuziek uit de jaren ’80 van UB 40 of Big Mountain maar greep terug naar de essentiële roots en gesteund door schitterende muzikanten begon je wel eens te denken aan de legendarische Sly & Robbie, en vooral wat zij deden op Serge Gainsbourg’s klassieker “Aux armes et caetera”.
Alternatief met een commerciële populaire inslag dus, want ook al dacht men ooit dat Flip Kowlier de nieuwe koning van de luisterliedjes (niet dat als ik Gentenaar er ook maar één woord van versta) ging worden moet toezien dat Kowlier er geen probleem mee heeft om meezingers te componeren.
Dat was ook niet anders toen hij  meteen met het tweede nummer de zaal op de tonen van  “Mo ba nin” met succes het refrein liet meebrullen.
De tropische sferen verspreidden zich al vlug in de Gentse Balzaal (en het was niet door de hitte alleen) en net op het moment dat je denkt dat de commercialiteitfactor in het rood dreigt te springen, redt Kowlier er zich uit met één of ander geniale vondst die je maar zelden in het Nederlandstalige popcircuit tegenkomt.
O en Doe Maar? Als bisnummer koos Kowlier “Is dit alles?” wat samen gebracht werd met die andere Doe Maar-klonen: Luie Lover.

Gezellig concert en als je hem tijdens één of ander festival gaat tegenkomen: blijf kijken…

Organisatie: Democrazy, Gent

Grant Moff Tarkin

Long lost son

Geschreven door

Grant Moff Tarkin is dromerige Americana straight from our country. ‘Long lost son’ is reeds hun tweede album en baadt in een sfeer van desolate landschappen en verlaten moerassen. Fijne akoestische gitaren gaan over in soms venijnige elektrische stuiptrekkingen en de vocals van zangeres Julax geven alles een zweverig karakter. Voortdurend komen de Cowboy Junkies ons voor de geest, er zijn slechtere dingen om mee vergeleken te worden.
De groep durft ook al eens uit te freaken in langere stukken als het bezwerende “Sabah”, beetje Black Mountain zelfs, en dat is een compliment.
Dit album is voorzien van knappe country, folk, rock en blues en gaat nergens de melige kant op. Hier zit muziek in.

Check op www.grantmofftarkin.be of www.myspace.com/grantmofftarkin

Gush

Everybody’s God

Geschreven door

Gush is een jonge band uit Parijs en tapt uit alle vaatjes! We horen speelse, aanstekelijke, catchy dromerige en freakende popsongs, die ergens hangen tussen indie- en theatrale rock. Op die manier zijn bij het beluisteren van hun materiaal Clap Your Hands Say Yeah, Jamie Lidell, Extreme, Queen en Crosby, Still & Nash belangrijke inspiratiebronnen. Ze brengen voldoende variaties aan, maar desondanks beklijven de songs niet echt en slaat de vonk niet over! En toch horen we een paar pareltjes van het sympathieke, enthousiaste kwartet, waaronder “Dance on”, “Vondelpark”, “No way” en “P.nis”. “Jealousy” besluit op acapella wijze de plaat. Fris, energiek, dansbaar en leuk dus. Cocktailbandje las ik ergens en daar kunnen we volmondig ja op zeggen.

Ruben Hoeke

Coexist

Geschreven door

Wat in Nederland toch al min of meer een gevestigde waarde is moet in België nog helemaal ontdekt worden. Als het er in het geval van Ruben Hoeke ooit nog van komt, want bluesrock is in muziekminnend België immers even populair als krulbollen bij bodybuilders.
Talentvol gitarist Ruben Hoeke (33) heeft, als zoon van de in Nederland toch niet onbekende bluespianist Rob Hoeke (jammerlijk in ’99 overleden), de blues trouwens met de paplepel meegekregen. Vanaf zijn veertiende speelde hij al in bluesgroepjes en hij deelde het podium niet enkel met zijn vader, maar ook met een gitaargod als Jan Akkerman.
In 2006 maakte de Ruben Hoeke Band hun eerste cd ‘Sugar’, met medewerking van o.a. The Lau en, alweer hij, Jan Akkerman. In 2008 ontving Ruben Hoeke trouwens de onderscheiding ‘Nederlands Beste Gitarist’. Er zijn er die met een minder indrukwekkend cv door het leven moeten.

Tot zover de geschiedenisles, nu even de plaat.
Als u op voorhand de term bluesrock in de mond neemt, leggen wij altijd de nodige argwaan voor de dag, want geen genre waar de muziek meer verdrinkt in torenhoge clichés als dit. Bands die daar op een gezonde manier weten omheen te spartelen zijn diegenen die onze en dus ook uw aandacht verdienen. Ruben Hoeke Band is, in de meeste gevallen toch, er daar één van. Trouwens, naast bluesrock staat hier ook nog pop, rock, soul en vette boogie op, dit is dus geen eenzijdig plaatje.
De eerste track “A change is gonna come” stelt al meteen het een en ander duidelijk : afgelikte blues is dit niet, gitaren wringen zich in alle bochten, drums roffelen lekker door, er zit gezond venijn in dit ding. Met een gloeiend “Boogie music” wordt er stomend doorgevlamd, en ook “stranger” is hete blues.
Toch kent de groep geregeld een dipje met flauwe poprock als “Close my eyes” en een vermeende poging tot rockballad in “The last goodbye”. Ook het banale rockertje “Midnight man”, dat live misschien wel voor de nodige heupbewegingen zal zorgen, is op plaat een beetje goedkoop, zo eentje van dertien in een dozijn.
Maar verder, geen kwaad woord. Het felle “Walking in the rain” wordt, hoewel geen grootse song, rechtgehouden door prima gitaargeweld van Hoeke en “Backstreet rambler”, dat voorzien is van een onvervalste Stones riff, is een potige rocker.
Afsluiter “True love” is een bluesballad in de trant van Gary Moore’s “Still got the blues”, maar de song overschrijdt nergens de grens van de meligheid, ook al komt er een viool aan te pas. Kan nog net, zeggen wij dan.
Al bij al is dit een knap album dat zich onderscheidt door het fraaie soleerwerk van een heus gitaartalent zonder dat die vervalt in pakweg de fratsen van een Walter –kijk eens mama zonder handen- Trout.

Info op www.rubenhoeke.com en www.myspace.com/rubenhoeke 

Viper Rosa

Viper Rosa

Geschreven door

Een heel bijzonder debuutplaatje is afkomstig van Viper Rosa. Het Oost-Vlaamse ‘outlaw’ kwintet verbaast met hun country/americana/tex-mex/rock, regelrecht uit Arizona of New Mexico, die een spannend, broeierig sfeertje opbouwen en een onheilspellend, dreigend geluid als rode draad hebben. Spooky wel, door een instrumentarium van gitaren, banjo, cello, contrabas en bezwerende drums, die door de vocals van Koen Gallet beklijven. De songs hebben een verdwaasd en apocalyptisch trekje. Enkele sprookjesachtige taferelen laten zonnestralen toe.
Kortom, Viper Rosa kan meteen aan de slag voor een soundtrack van Quentin Tarantino en David Lynch. Een gekbekkende Howe Gelb (Giant Sand), een innemende Calexico en een predikende Dave Eugene Edwards (Woven Hand) halen hen zeker in met open armen.
Maar al te graag nemen we het formaat van het cd doosje erbij. Het draagt bij tot de kwalitatieve kracht van hun materiaal …
 
Info op http://www.myspace.com/viperosa

Field Music

Field Music (Measure)

Geschreven door

Er valt nogal wat te beleven op die plaat van Field Music, de band uit Sunderland UK, rond de broers David en Peter Brewis. De broers verwerken hun muzikale ideeënrijkdom in hun materiaal, en het was dan ook niet verwonderlijk dat de band kort daarna splitte. In 2007 trokken de broers op solopad, maar kwamen vorig jaar terug bijeen.
We horen knap intrigerende, soms zeer ingenieuze songs die toch diverse luisterbeurten vergt … doorworstelen geblazen …
We ontdekken een dromerige aanpak, doeltreffende gitaarlijntjes, een twinkelend pianospel, zalvende en overwaaiende orkestraties en hoekige ‘70’s retrorock die onverwachtse ritmische wendingen ondergaan en gedragen worden door een fraaie harmonieuze samenzang. Rijkelijk gearrangeerd, fascinerend, maar ook loodzwaar!
Er staan wel twintig nummers op de plaat, de toegankelijkheid is broos, maar geen nood, vooral de tweede helft klinkt eenduidiger en compacter, en dan sluipt de eentonigheid om de hoek.
De broers halen invloeden van XTC, David Bowie, Brian Eno, Tom Verlaine (& his Television) en de droomindie van Belle & Sebastian en Midlake aan.
Onderga alvast die grootse, meeslepende ‘Field Music’ trip …

Ellie Goulding

Lights

Geschreven door

De knap ogende Londense artieste Ellie Goulding heeft een even knap debuut uit van treffende pop: onschuldige, subtiel in elkaar gestoken, dromerige, liefdevolle songs, die synthpop, disco en klassieke pop versmelten, met hulp van haar sparringpartners Starsmith en Fraser T. Smith. Haar even knappe vocals geven een geëmotioneerd timbre weer.
De 23 jarige sing/songschrijfster past in het rijtje van die andere beloftevolle artiesten Little Boots, Gabriella Cilmi, La Roux , Florence (& The Machine) en Marina (& The Diamonds). Met songs als “Starry eyes”, “Under the sheets”, “This love (will be your downfall)” en “Your biggest mistake” heeft ze alvast enkele beloftevolle singles uit. Kortom, Aardige Hitparadepop dus, niet meer, niet minder …

Pagina 434 van 497