logo_musiczine_nl

Cactus Club, Brugge - concerts

Cactus Club, Brugge - concerts 2026 18-01 Xink (ism Stricto Tempo) (new date) 19-01 Lydia Lunch & Marc Hurtado play Suicide (+ the songs of Alan Vega) 23-01 Axelle Red (ism Stricto Tempo) 24-01 Nah Mean, NewYear celebration (Org: Do vzw) 28-01 Nicolas…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (14971 Items)

Matt Bioul

Daystripper

Geschreven door

Brusselaar Matthieu Bioul legde zich eerder toe op z’n sing/songwriterschap en maakte eerder al twee Franstalige albums. Voor deze nieuwe plaat paste hij z’n naam wat aan, trok naar Engeland, maakte een Engelstalig album en dompelde z’n nummers onder in typische Britpop. We horen een warme sfeervolle, dromerige, broeierige sound, die veelvuldig omlijst wordt door achtergrondkoortjes. Deze koortjes en orkestraties zijn eigenlijk even goed als slecht … ze duiden enerzijds op een breder geluid, anderzijds voelen ze ietwat kitscherig aan.
Er is aanstekelijke feelgoodmusic op songs als “Mister”, “Back to 5”, “Waiting for the sun”, “Lucy Brown” en de titelsong. “On my own” lijkt zo weg van The Beatles. Naar het eind van de cd gaat Bioul op ingetogen wijze te werk.
Over de hoes zijn we nu niet echt te spreken en proberen we het ego van de man te plaatsen binnen ‘daystripping’, maar laat dit terzijde en geniet van de uiterst sfeervolle plaat, wat nog steeds het uitgangspunt is van onze vriend.

Info op http://www.mattbioul.com

Waldorf

Twelve seconds to none

Geschreven door

Waldorf is gegroeid rond Wolfgang Vanwymeersch, gitarist bij The Van Jets. Een week vóór de cd verscheen, werden we dagelijks bestookt met een brief waarop 1 woord te vinden was. Eind die week begon de puzzel steeds meer in elkaar te passen. Een zwarte, grijpgrage, boze wolf wil zich meester maken van z’n luisterende prooi, en van het toegevoegde cd’tje hoorden we een soort ‘rewind’ geluid; we waren dus duidelijk nieuwsgierig om wie het hier nu eigenlijk ging. De kat kwam op de koord toen we kort nadien de échte cd ontvingen. Voorzichtiger dan Roodkapje openden we de post …om …hop … de tweede cd van Waldorf in ons handen te krijgen.
We horen potig, bedreven gitaarrock en een stonerwind blaast om de oren. Waldorf is in één adem met Creature with the atom brain en Hulkk op te noemen. “2012”, “Information” en “Good to know” (wat een huiveringwekkende synths op deze song) zijn alvast sterke kanjers. De groep refereert aan de Queens en de Masters Of Reality, maar komt op “It’s you, it’s me” gevaarlijk in de buurt van het oude Screaming Trees en Kyuss door de logge ritmes, rauwe gitaren en een declamerende zang.
Waldorf & Statler van de Muppets mogen vanuit hun loge met respectvolle blik neerkijken op hun kleinzonen …

Info op http://www.abandcalledwaldorf.com

Why ?

Eskimo Snow

Geschreven door

Het Amerikaanse Why?, uit Oakland California, bepaald door de broers Wolf, is al zo’n kleine vijf jaar bezig en hebben met hun vierde plaat, de opvolger van ‘Alopecdia why?’, mét band uit. Ze maakten van hun pseudoniem de groepsnaam Why. We horen op ‘Eskimo Snow’ tien bezwerende, leuke intens opbouwende indie/rootspopamericana songs. Ze zijn soms rijkelijk ondersteund door allerlei instrumenten en geluidjes (piano, toetsen, xylo, blazers, …) en zorgen voor een kleurrijk palet. Op die manier klinkt het geheel broeierig, dromerig en sfeervol. De zegrap van Jonathan ‘Yoni’ Wolf maakt het nog iets specialer. De vroegere hiphopinvloeden zijn duidelijk ondergeschikt geworden, wat ruimte biedt aan de country en folk van de twee andere groepsleden. Pareltjes zijn alvast “Into the shadows of my embrace”, “Berkeley by hearseback” en “This blackest purse”.

Wild Beasts

Two dancers

Geschreven door

Het Britse Wild Beasts uit Leeds, onder de tandem Hayden Thorpe en Tom Fleming, heeft een uiterst sfeervolle plaat uit, met songs die per beluistering steeds beter uit de verf komen. Aanstekelijke doordachte popsongs, die door een fris tintelend gitaarspel en piano/toets dromerig en broeierig zijn, en zelfs richting freefolk overhellen. Daarvoor is de falsetzang van Thorpe verantwoordelijk, een bepalende factor binnen de sfeerschepping, die de band creëert. Hij kan soms hoog uithalen en durft te gillen, maar net op tijd wordt dit opgevangen door de warme stem van bassist Tom Fleming, wat net niet verglijdt in een theatraal aandoende Muse.
We horen een vleugje The Veils, Shearwater en Antony (die van the Johnsons) terug. ‘Two dancers’ is een groeiplaatje met enkele overtuigende songs, die zeer zeker een ruime aandacht verdienen: “The fun powder plot”, “Hooting & howling”, “This is our lot” en “The dancers story”. “All the king’s men”, “We still got the taste …” en ook het afsluitende “Empty nest” tonen een bredere stijl aan, en weten door hun meeslepende emotionaliteit en de intrigerende, spannende opbouw als lieflijke rootspop te klinken. ‘Two dancers’ vormt de aanzet tot een geslaagde prachtplaat …

The Big Pink

A brief history of love

Geschreven door

Na het beluisteren van dit plaatje van het Londense duo Robbie Furze en Milo Cordell is het me wel duidelijk dat deze The Big Pink een ‘real’ big pink is. ‘A brief history of love’ is een debuutplaat om U tegen te zeggen …broeierig, intens meeslepende shoegazepop. Inderdaad, het zijn goed in elkaar gestoken beheerste popsongs, met gedoseerde industriële beats en gevatte galmende wave; door hun opbouw en invloeden her en der klinken ze uitermate boeiend. De eighties wave, de indiewave van de jaren ‘90 en de psychedelische retrotrips schieten ons rond de oren; en dat betekent dat namen als Jesus & Mary Chain, My Bloody Valentine, Ride, Spacemen 3, Curve, BRMC en de huidige rits Horrors meets Black Angels de referenties vormen.
Feit is dat The Big Pink een band is met groeipotentieel; “Dominos” zorgt voor de definitieve doorbraak en biedt de kans om oudere singles als “Too young to love” en “Velvet” terug op te loaden! Aanstekelijk en fris klinkt het allemaal; terecht mag deze band ‘high hip’ worden!
Ze overtuigen sterk door een eigen geluid aan die verschillende stijlinvloeden te geven … Ze hebben alvast héél véél in petto, luister maar eens naar de opener “Crystal visions”, “At war with the sun”, “Golden pendulum”, “Frisk” en “Count backwards from Ten”.
Vorig jaar was er Glasvegas, dit jaar kan de fakkel overgedragen worden aan deze ‘big next thing’, The Big Pink!

Micachu & The Shapes

Micachu & The Shapes: tussen toegankelijkheid en experiment

Geschreven door

De Botanique stelde vanavond twee prille bands voor die al een lange periode samen op tournee zijn. Beiden bieden een niet alledaagse sound, die origineel, gewaagd en gevat klinkt. Ze waren in het voorjaar al te zien op het Dominofestival als supports van The whitest boy alive.

The Invisible trok net als Micachu & The Shapes Matthew Herbert aan als producer. Het trio maakt een eigen bereide sound door een potpourri aan stijlen van pop, funk, soul, jazz en elektro, en halen hierbij de new rave en de punkfunk overhoop. Zelf noemen ze het ‘Experimental Spacepop’. We horen invloeden van A Certain Ratio, Foals, !!! en TV On The Radio. De zachte soulstem van de imposante zanger/gitarist, Dave Okumu, zweeft boven en tussen de instrumentatie van synths, bas gitaar en drums. Soms klonk het geheel van deze som wat etherisch. Groovy stukken als “Monster’s waltz” en “London girl” wisselden met intens sfeervoller werk. “Jacob & the angel” bracht de twee sferen  samen.
Ze balanceerden tussen toegankelijkheid en experiment.

Micachu & The Shapes is evenzeer afkomstig uit Londen en kon ook rekenen op de steun van knoppenfreak Matthew Herbert. Een avontuurlijke combinatie van garagerock, postpunk en elektronica, die onverwachtse wendingen ondergaan en tegendraadse ritmes hebben; de sound kan explosief en zacht zijn en is doorspekt met de (excentrieke) stemvariant van MC Mica Levi. Een versmachtende popmelodie is te horen binnen hun gewaagde aanpak van synths, drums en Levi’s ‘chu’ , een zelf geprepareerde gitaar waaraan een bassnaar is toegevoegd en een pedaal werd bevestigd om het gitaargetokkel scherper en rauwer te laten klinken, zijn de basis . Het debuut ‘Jewellry’ kwam vanavond in de spotlights, aangevuld met enkele EP nummers en één nieuw nummer die ze tijdens de tour in elkaar al hadden geflanst (niet pejoratief bedoeld!). Openers “Curly teeth” en “Vulture” klonken behoorlijk stevig en strak, terwijl “If I could eat your heart” en “Lips” grillig klonk. Ook de wisselende soms vervormde vocals speelden een rol.
De sfeer en toon van het concert was als bij The Invisible, een variatie tussen toegankelijkheid en experiment. “Turn me well” teerde op sfeerschepping en stemvariatie, terwijl “Wrong “ bijvoorbeeld het moest hebben van het aparte geluid. “Guts” en “Golden phone” volgden en lagen in dezelfde lijn.
Het trio eindigde met een sober gehouden en stemmige “Hardcore (?)” en “Not so sure”, bepaald door het gitaargetokkel, de onverwachtse wendingen en de stemmen van Levi en tweede dame Raisa Khan.

Micachu & The Shapes en The Invisible waren niet alledaagse nieuwigheden, die het bordje ‘te ontdekken’ opgehangen kregen …

Organisatie: Botanique, Brussel

The Drones

The Drones: stomende, broeierige rock’n’roll blues on a monday night

Geschreven door

Het Australische The Drones is al een goede vijf jaar bezig en bevindt zich binnen de zompige broeierige rock’n’roll met een doorleefd bluesy randje. Hun eerste platen en EP’s klonken smerig, gemeen en bedreven. Op het recentste ‘Havilah’ neemt het kwartet wat gas terug en laat de propere subtiliteit van een song horen. Ze halen invloeden aan van landgenoten Beasts Of Bourbon en Cave’s Birthday Party; in de venijnige, slepende, beheerste en bezielde songs horen we Crime & The City Solution, Two Gallants en zelfs Woven Hand!

Live putte de band uit hun verschillende cd’s. Hun broeierige rock’n’roll sound ontspoorde pas op het eind met een muur van distortion, feedback en gitaargeseling. Het sympathieke kwartet begon alvast met twee sterke nieuwe songs, “Nail it down” en “The minotaur”, meteen goed voor ruim tien minuten spannend, bedreven en intens slepende rauwe rock’n’roll, onder een spervuur van teksten. De oudjes van hun debuut uit 2005 ‘Wait long by the river …’, “Freedom in the loot”, “Sitting on the edge” en “Sharkin’ blues” volgden; ze bewezen een frisse aanpak en bezetenheid door boeiende wendingen en mate van subtiliteit. Na een paar beheerste songs werden alle registers opengetrokken en pedaaleffects ingedrukt. Ze klonken rauwer en lieten hun instrumenten spreken door gitaarexplosies en soli, waaronder “She had an abortion that she made me” en de definitieve afsluiter “Millers daughter uit 2006 als absoluut hoogtepunt.

Vier gewone gasten (waaronder een vrouw op bas!) gaven een goed half gevulde Rotonde een uurtje stomende, broeierige rock’n’roll blues on a monday night. De Rotonde was eventjes een rokerig domende kroeg …

Organisatie: Botanique, Brussel

Massive Attack

Massive Attack: Lekker indrukwekkende trips

Geschreven door

Het trendsettende Britse Massive Attack neemt ruim de tijd voor zijn producties. Ook de concerten van de trippopformatie zijn op 1 hand te tellen. Na de ‘100th Window’ tour (2003-2004) was er nog een ‘Best of’ cd met optredens op Pukkelpop (2006) en de Lokerse Feesten (2008). Een fortcoming album komt begin 2010. Zowel op de Lokerse Feesten als vanavond in Vorst lieten ze met de EP ‘Splitting the atom ‘, die deze maand verscheen, horen dat ze terug diep graven in de triphopscene van midden de jaren ’90 van diep repetitief bezwerende, hitsige gitaar- en basloops, donker, dreigende synths en een dubbele percussie: stemmig, sfeervol en intrigerend, een vleugje mystiek, avontuur en geheimzinnigheid, wat beklemmend en pakkend kan zijn… voortkabbelende trippy beats naar een bruisende climax en een bezielde trance, zonder het poppy gevoel uit het oog te verliezen. De soul die we vooral van het memorabele debuut ‘Blue lines’ haalden, blijkt definitief op het achterplan geraakt.

Sterk nieuw materiaal dus, waar we halsreikend kunnen naar uitkijken van de spil 3d (Robert del Naja) en Daddy G Marshall. De groep ontsluierde een pak nieuwe songs en wisselde ze mooi af met het ouder werk, waarvan de klemtoon kwam op het in ’98 verschenen ‘Mezzanine’. Drie guestvocalisten vulden aan, Deborah Miller voor het ouder werk, Horace Andy voor de kippenvelmomenten en Martina Topley –Bird (voorheen Tricky, nu al twee soloplaten en support van Massive trouwens) wakkerde het triphopvuur aan. Ze werden ondersteund door een heus nest synths, bas, gitaar en twee drums.
Op het podium zagen we een indrukwekkende lichtkrant die refereerde aan de ‘Close Encounters’ …lichteffects en visuals om met elkaar in contact te treden, nieuwsfeiten en kritische wijzers in de Nederlandse en Franse taal.
Meteen werden we ondergedompeld in die triphopsfeer met songs als “Bullet proof love”, “Heartcliff star”, “Babel” en “16 seeter”. Die unieke stijl kreeg een scheutje cognac door de rauwe zegzang van beide heren en Martina’s zang (die vocaal een groot deel van het nieuwe materiaal voor haar rekening nam!). Sommige van deze songs kregen meer groove , een krachtiger intenser gitaarspel en een virtuoze,dreunende bastune…
Na een klein half uur klonk de factor herkenbaarheid met “Rising son” en “Futureproof”. Deze oudere tijdloze klassiekers kregen een ietwat nieuwere bewerking door de prikkelende dreiging en melancholie. Ondanks het feit dat niemand anders dan Elisabeth Frazer “Teardrop” zo sterk kan zingen, was Martina’s interpretatie de moeite waard.
De aandacht verslapte op geen moment in de keuze van het songmateriaal en in de vocale afwisseling: een prettig gestoorde spooky “Mezzanine”, een hemels mooie “Angel” (met Horace Andy) en een betoverende versie van “Safe from Harm” (met Deborah Miller) door een pompende, stuwende beat volgden; een uitgesponnen begeesterende versie van “Inertia creeps” besloot de set.
In deze slepende boeiende trips zagen we op de visuals allerlei citaten en nieuwsfeiten van de dag, waaronder een RIP Jef Nijs’ ‘Jommeke’ en een cancel van Morrissey’s optreden.
De titelsong van de pas verschenen EP ‘Splitting the atom’ huiverde door een kermiscarrousel uit de dertiger jaren . De guestvocalisten van vanavond stonden op één rij, en zongen lichtjes naast 3d en Daddy G. Een closing final hoorden we van “Unfinished sympathy”, “Marakesh” en “Karmacoma”, die de wervelende gig en show compleet maakte. De songs waren indrukwekkend door de spannend verrassende wendingen en maakten een plaatsje vrij in ons geheugencentrum … Om maar te zeggen dat deze charismatische band enthousiast te werk ging en duidelijk in 2010 zal imponeren!

Martina Topley-Bird bracht het er beter van als gastvocaliste bij Massive dan op haar eigen werk. De zaal was veel te groot om haar ingetogen, innemende, donkere (grimmige) songs tot hun recht te laten komen; de sound was te minimaal om net die trippende kick te geven. Naar het eind kwamen verschillende subtiele geluidjes samen en durfde ze venijniger te werk gaan. Een kaart die ze achterna gezien beter eerder trok …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Michael Nyman

Music In Mind 2009: Michael Nyman & Band

Geschreven door

Als je als rockliefhebber naar een klassiek concert gaat, dan voel je je zoals een bierkenner die naar een wijnproefavond gaat: een beetje beschroomd, omdat je de woordenschat van de wijnwereld niet kent. Anderzijds ben je wel onbevooroordeeld , niet gehinderd door enige voorkennis van wat je volgens de kenners goed zou moeten vinden: je weet ook wel wat je lekker vindt, en wat niet, en je kijkt sneller door het elitaire gedoe en de bla-bla heen (bio-dynamische teelt, leisteen en kalkterroirs en andere bullshit-terminologie).

Vanavond waren we dus naar het Concertgebouw afgezakt voor een concert van Michael Nyman & Band in het kader van het Music in Mind festival. Michael Nyman (63 ondertussen) is een Engelse componist, die bij het grote publiek vooral gekend is van zijn filmsoundtracks, waarvan de soundtrack van ‘The Piano’ (Film van Jane Campion met Holly Hunter, Sam Neill en Harvey Keitel, 1993) wellicht de bekendste en meest beklijvende is. Michael Nyman is een echte renaissance man, naast componist van soundtracks, schrijft hij ook opera, stukken voor ballet, en hij is daarnaast ook pianist en bandleader van zijn Michael Nyman Band. Michael Nyman was ook de eerste om als recensent de term minimalisme te lanceren, en in zijn muziek vindt je dat minimale dikwijls terug: korte muzikale thema’s worden dikwijls herhaald, maar  subtiele variaties doorbreken het basisthema en laten het stuk in verschillende richtingen evolueren.
Het publiek en de setting vanavond waren toch iets anders dan op een gemiddeld rockconcert: een iets ouder publiek, tussen de dertig en de zestig, iets chiquer gekleed, een vestiaire, geen bier in plastic bekertjes in de zaal en genummerde plaatsen.

Iets na halfnegen kwam de Michael Nyman Band op het podium: een elftal muzikanten, vooral koperblazers, en een viertal strijkinstrumenten. Als laatste kwam de man zelf op het podium, in een ietwat te groot uitgevallen rokkostuum met veel te lange slippen. De hele avond zou de man met zijn rug naar het publiek zitten aan zijn piano. De band, en dan vooral de koperblazers,  zouden centraal staan vanavond. We waren benieuwd welke stukken gebracht zouden worden, en of de filmmuziek ook zonder beelden zou werken. Het eerste halfuur kregen we up-tempo stukken van vier tot zes minuten, met een ondergeschikte rol voor de strijkers, en Michael Nyman die rudimentair op zijn piano hamerde om zo de baslijnen van de composities te verzorgen. Dit eerste halfuur overtuigde niet echt, het was allemaal heel goed gespeeld, maar het raakte mij niet echt. Door de prominente rol van de klarinet en de andere koperblazers, deed het soms aan achttiende eeuwse klassieke kamermuziek denken, zodat je je ergens op een jachtpartij of een bal in een of ander Engels kasteel waande.
De koperblazers zaten echt wel heel prominent in het geluid, de vier strijkinstrumenten konden niet optornen tegen de 6 blaasinstrumenten. Sommige nummers hadden ook wel iets weg van kubistische jazz, zeker omdat het geluid van de koperblazers absoluut niet traditioneel klonk (de blazers klonken zoals de saxofoon bij “The man with the red face” van Laurent  Garnier.

Na een halfuur mocht de band even pauzeren, en bracht Michael Nyman een aantal solostukken op piano. Hij begon met de eerste drie vier nummers van ‘The Piano’. Zo passeerden onder meer “The Heart asks pleasure first”/ “The Promise” en “Big my secret”, maar ook een heel breekbaar “Wonderland”. Het viel op dat Michael Nyman eigenlijk geen superpianist is, we konden hem zelf op een foutje betrappen. De muziek blijft natuurlijk prachtig, we hadden onmiddellijk zin om nog eens naar ‘The Piano’ te kijken.
Na dit korte intermezzo, kwam de band er weer bij, en zouden we nog een leuk laatste deel van het concert krijgen: de strijkers mochten een prominentere rol spelen en ook de inbreng van de blazers mocht er zijn. Stukken zoals “Chasing sheep is best left to shepherds” (van de soundtrack ‘The Draughtman’s Contract’) en “Miranda” bouwden naar een climax toe en lieten ieder instrument mooi tot zijn recht komen.
Na bijna een uur en een kwartier was het tijd voor de bissen. “Time Lapse” (van ‘Drowning by Numbers’) was een schitterende afsluiter, hoewel die een beetje komiek van start ging met een koperblazer die bijna als een misthoorn klonk. Het publiek trakteerde de volledige band dan ook op een staande ovatie.

Als een niet-kenner hadden we toch wel echt van dit avondje hedendaags klassiek genoten, waarbij we wel moesten wennen aan het feit dat je live een geïntegreerd geluid krijgt van prominente blazers. Als je naar de soundtracks luistert, zij het via een hi-tech hoofdtelefoon, of in een cinemazaal, dan hoor je de afzonderlijke instrumenten links of rechts, zodat de piano en strijkers veel sterker uit de verf komen. Dat is wellicht het onderscheid tussen een soundtrack, waar de compositie de beelden ondersteunt en versterkt, en een live-uitvoering van een soundtrack, waar het totaalgeluid belangrijker is.

Om kort te zijn, deze bier- en rockkenner was blij om eens van hedendaags klassiek te kunnen proeven. Na afloop van het concert hebben we trouwens nog een pintje gedronken.

Organisatie: Cactus Club ism Concertgebouw, Brugge (ikv MIM 2009)

 

Demis Roussos

Stralend van gelukzaligheid - Demis Roussos

Geschreven door

Demis Roussos is een sympathieke en gevatte zestiger. Dat mochten we in het interview in ‘De Laatste Show’ ondervinden. Op een vraag over zijn stem die erg veranderd is sinds zijn gloriedagen antwoordde hij ontwijkend dat je stem zich automatisch aanpast aan het soort muziek dat je brengt. Wij waren benieuwd of hij de hoge noten nog haalde. Op deze vraag gaf hij toen helemaal geen antwoord.
Demis Roussos werd in 1946 geboren in Alexandrië in Egypte uit Griekse ouders. Hij stond ineens aan de top toen hij in 1968 een reusachtige hit scoorde samen met Vangelis Papatanassiou en Lucas Sideras in de groep ‘Aphrodite’s Child’. “Rain and Tears”, gebaseerd op de bekende Canon van Pachelbel, liet toen de dansvloer vollopen. De song paste in een reeks gelijkaardige popexperimenten uit de tijd. Denk maar aan “A Whiter Shade of Pale” van Procol Harum en “Bourrée” van Jethro Tull. Het gouden trio nam aanvankelijk zijn hits op in Parijs, in dezelfde kwaliteitsstudio waar ook ‘Majority One’ (“Because I Love”) en ‘Jupiter Sunset’ (“Back in the Sun”) hun stek vonden, vandaar een zekere similariteit in de sound van deze nummers.
‘Aphrodite’s Child’ leverde een drietal LP’s af en ze hadden aan aantal hits die zeer te pruimen waren. De hoge stem van Roussos en het muzikale genie van Vangelis vormden een gouden combinatie.
Nadat beiden hun eigen weg gegaan waren in 1971 werd Vangelis wereldberoemd met zijn filmmuziek en indrukwekkende instrumentale werkstukken, terwijl Roussos het op de populaire toer gooide en monsterhits scoorde in Europa en Zuid Amerika. Vanaf 1978 werd het stil rond hem, maar later begon hij toch weer op te treden. Toen bleek dat de fans hem niet vergeten waren. Dat merkte je ook in het Kursaal in Oostende.

Na een bombastische zoeklichtenshow op de tonen van “Also Sprach Zarathustra” van Richard Strauss zette hij “Quand je t’aime” in. De zaal zette het meteen op een gillen.
De stem van Demis klonk indrukwekkend zuiver en sterk. Ook de hoge tonen kwamen er vlotjes uit. Het contrast met het daaropvolgende “Rain and Tears” kon niet groter zijn: het werd gezongen met een zwakke, knarsende stem, die alle hoge noten omzeilde. Maar geen nood: “Forever and Ever” en “We Shall Dance” klonken weer monumentaal. En de hits rolden er uit: “Follow Me”, op de muziek van het Concierto de Aranjuez” van
Joaquín Rodrigo was een muur van geluid. Niet te geloven wat vier muzikanten en één achtergrondzangeres kunnen presteren.
In “Bella Notte” slaagde de zangeres er in op haar eentje het geluid van een heel vrouwenkoor te produceren. De drummer gaf korte breaks met de stokken in de lucht! De fans lieten het niet aan hun hart komen: in de mooie brede zaal van het Kursaal was het mooi om te zien hoe ze rechtop in de handen stonden te klappen met een extatische uitdrukking op het gezicht. Vooraan stond een groep fans met een spandoek met daarop een reuzengroot rood hart in ware adoratie mee te wiegen. Een waar feest! Toen de gitarist er in slaagde tijdens “My Friend the Wind” met een gewone elektrische gitaar het geluid van een bouzouki te reproduceren was het hoog tijd om tijdens de pauze wat te bekomen van al deze technische hoogstandjes.
Daarna vielen wij weer van de ene verbazing in de andere. Na “A Whiter Shade of Pale” ontpopte Demis zich als een ware Italiaanse volkszanger met “Santa Lucia”. Ook opera moest er aan geloven: begeleid door een batterij onzichtbare violen vatte hij “Una Furtiva Lagrima” aan van Donizetti. Ook “Ma Musique” en “Mamy Blue” (bekend van ‘The Pop Tops’) kregen een beurt.
We vroegen ons af waarom er drie geluidstechnici nodig waren voor zes muzikanten. Blijkbaar hadden de stem van de zanger en het geluid dat de muzikanten produceerden heel wat hulp van de moderne technologie van doen. We leven in een tijd van playback- en soundmixtoestanden en daar deed Roussos duidelijk zijn voordeel mee. Ook ‘The Who’ en ‘Pink Floyd’ gebruikten al heel vroeg samples om hun optredens bij te kleuren. Maar dit was van een heel andere orde. Ik hoorde iemand in de buurt spreken van ‘boerenbedrog’.
Tussendoor bewees Demis dat hij echt ‘bezorgd’ is voor zijn publiek door ongeveer twintig keer te vragen of ‘everybody OK’ was en door ons even zoveel keren zijn liefde te verklaren.

Toen hij met “Goodbye My Love, Goodbye” en een slordig gemonteerde potpourri afsloot waren de fans stilaan op het kookpunt gekomen en ze verlieten stralend van gelukzaligheid de zaal. Liefde is blind, zegt men, en dat bleek ook vanavond.

Organisatie: Kursaal Oostende

I Love Techno 2009: lekker opwindend

Geschreven door

Zaterdag 24 oktober 2009…, zachtjes tikt het winteruur tegen … maar de rode loper werd voor de 14e maal uitgerold voor de elektro- en technohoogmis van het jaar. Het megaspektakel van I Love Techno is het grootste in zijn genre. Meer dan 35000 bezoekers verspreid over vijf omgetoverde discotheken en één ‘chill room’. We trokken uiteraard ook onze dansschoenen aan en gingen met de oordopjes bij de hand op het geluid af richting Gent en hadden volgende stopplaatsen
Speedy J
Eén van onze graag geziene noorderburen is Speedy J. Hij kende zijn doorbraak met de hit “Pullover” begin jaren ’90. Hij staat erom bekend een liefhebber te zijn van het hardere technowerk maar is onderhuids beïnvloed door de gouden jaren ’90 retro. Hij mocht twee uur lang de ‘Red Room’ donkerrood kleuren en kon de aandacht naar zich toe trekken; maar heel wat liefhebbers hun kennis over deze DJ ging niet verder dan die ene monsterhit “Pullover”.

Joris Voorn
Na ‘Tommerowland’ afgelopen zomer staat Joris Voorn opnieuw op het podium van een groots elektrofestival. Deze Rotterdammer speelde in zijn jonge jaren vooral viool en gitaar maar vond met de jaren de weg naar de draaitafel. Hij is nu al ruim tien jaar lid van de hedendaagse techno-scene en slaagde er de laatste vijf jaar in om geregeld met eigen werk op de proppen te komen. “Incident”, één van de betere technonummers, kregen we dan ook te horen tussen 23u en 00.30u in de ‘Green Room’. Onvervalste techno, mooi in elkaar geswitcht door Joris Voorn. Een naam voor de toekomst…

Laurent Garnier – The Subs
De vader van de Franse techno en de voorganger van hedendaagse helden als Vitalic en Justice ... Laurent Garnier werd aangekondigd met live-band en dat concept is ons niet vreemd. Vanavond was dat beperkter … de grootmeester zelf achter zijn computer bijgestaan door een saxofonist en trompettist. Zijn mixen van beats en jazzinvloeden zorgen op het ene moment voor een loungy intens gevoel maar dat kan snel omslaan in een hevige uitbarsting van stevige, opzwepende beats.
Ondertussen gingen we even een kijkje nemen bij The Subs om dan het einde van de set niet te missen van Garnier. We gokten er namelijk op dat hij het sterkere (en het bekendste) zou houden tot het einde. En onze voorspelling kwam uit. “The man with the red face” was de overtuigende closing final.
The Subs blijven één van onze paradepaardjes binnen de dance. Ondanks het feit dat we deze clubdancers al voldoende aan het werk zagen, kunnen we er maar niet genoeg van krijgen!
Vanaf de eerste tune en beat ging de hele zaal uit z’n dak. Hun opzwepende mengeling van trance, techno en elektro ging erin als zoete broodjes. De zaal sprong en schreeuwde mee alsof hun leven ervan af ging. Er werden soms niet al te mooie woorden gebruikt maar soit, dat maakt het ‘em nu net ook bij die beats’n’pieces. Een eerste hoogtepunt tussen middernacht en één … De hel brak los in de ‘Blue Room’ en niet toevallig zaten The Subs daar voor iets tussen.

Vitalic
Deze ruim 30-jarige DJ wordt door velen beschouwd als een outsider als het op punten aankomt. Nadat we hem nu aan het werk zagen, kunnen we onze mening grondig bijschaven. Als je van opzwepende techno houdt met diverse tempowisselingen dan sluit hij duidelijk aan bij de doorsnee danceliefhebber. Hij zorgde meteen voor een ‘hot’ temperature. Een grootse, boeiende set! Wat een hoogtepunt!

Boys Noize
De headliner van deze editie was ongetwijfeld Boys Noize. Deze Duitse technoproducent stond voor de vierde opeenvolgende keer achter de draaitafel van I Love Techno, een resident van het event. Zijn nieuwe plaat ‘Power’ is klaar en dat is meteen ook de reden van zijn bezoek. Hij is zonder twijfel de publiekslieveling die in geen tijd de zaal in rep en roer bracht. Van in het begin legde hij er de pees op: harde compromisloze no-nonsense clubmuziek, lomp en zwaar, twee uur lang, de techno van deze jaren !

Dave Clarke
Dave Clarke is één van de tekende figuren van I Love Techno. Zijn passie en gedrevenheid achter de draaitafels, zijn gevoel voor ritme en zijn liefde voor Detroit is verweven in zijn unieke stijl van dj-en. Hij zorgde er letterlijk voor dat de tijd bleef stilstaan en mocht aan het einde van zijn één uur durende set de klok één uurtje terugdraaien…

Fake Blood
Wie nog niet op de tonen van “Mars” gedanst heeft dit jaar, mag zich ernstig vragen beginnen stellen. We hebben het niet over dat snoepje of de planeet maar over de monsterhit van Fake Blood. Tot voor kort was het raden naar de identiteit van deze dj. Even werd zelf gedacht dat de broertjes Dewaele achter dit project zaten. Niets is minder waar. Het gaat hier over de Londense DJ Touché, die al jaren verscheidene namen gebruikt om zijn muziek de wereld in te sturen. Het is alvast het jaartje voor de Londenaar, die een stevige pot elektro en house door de boxen knalde.

Tiga
Nog zo’n publiekstrekker, ‘Tiga live from Montreal’. Even na drieën trad hij aan én dat was spijtig genoeg al voor een halve zaal. Deze ervaren producer en remixer bood een intrigerende mix van techno, house en drum’n’bass. Hij is er dan natuurlijk ook graag bij in zijn tweede thuisland; dat respect is wederzijds. Nog even de laatste energie eruit gehaald om dan richting huis te keren.

I Love Techno 2009 was er weer eentje om te kaderen. Zowel de artiesten als de omgeving zorgden ervoor dat deze editie terug ten top was. Zal de editie van 2010 die van dit jaar overstijgen? We pleiten ervoor, want de organisatie zal feestvieren voor zijn 15e uitgave. Tot op 13 november 2010.

Organisatie: I Love Techno – Live Nation

Handsome Furs

Handsome Furs: catchy en aanstekelijk van een sterk op elkaar ingespeeld duo/koppel

Geschreven door

Het Canadese koppel Handsome Furs, Dan Boeckner – Alexei Perry, overtuigen met snedige, weerbarstige, strakke en hoekige rock’n’roll en pop, opgejaagd door een ‘80’s electro dreunende drumcomputer, gedragen en bepaald door de doorleefde, declamerende zang van Boeckner, die live heel wat galm meekreeg en deels vervormd klonk. De elektronica kwam op de recentste tweede plaat ‘Face control’, opvolger van ‘Plague Park’ meer op het voorplan. Met gemak plaatst het duo zich naast een The Kills, Joe Gideon & The Shark en Fiery Furnaces.

Op het podium was het meer dan moeite waard om dit goed op elkaar ingespeelde duo/koppel aan het werk te zien: hij leefde zich uit op z’n gitaar en versterker; de bevallige Alexei Perry op haar beurt, stortte zich letterlijk op haar synths en drumcomputer; gevolg: er was sprake van een evenwichtige aanpak van beide instrumenten … rauwe rock’n’roll meets ‘80’s slepende, soms bonkende en avontuurlijke electronicabeats. Het koppel daagde elkaar letterlijk uit en moest elkaar maar een blik gunnen om die intens broeierige sound catchy en aanstekelijk te maken. Leuk! Als een krolse kat en ballerina ging ze tekeer en te werk en viel na praktisch elk nummer op de grond. Dan ontpopte zich als een jonge Jon Spencer en Lux Interior!
Songs als “Evangeline”, “All we want baby it’s everything”, “ I’m confused”, “Nyet Spasiba” en “Thy will be done”, van de recentste plaat, klonken harder en krachtiger. Van hun debuut haalden ze van onder het stof eerder de rauwe wave/elektro rockers, waaronder “Swung our like satellites” en “He hates his babies most of all”.
We hoorden een (ultra) korte, kernachtige set van nog geen uur, waarbij de rock’n’roller en de elektronicafreak in ons elkaar vonden. Het duo was alvast z’n publiek erg dankbaar voor het warme onthaal, wat ervoor zorgde dat ze er nog een schepje bovenop deden in hun act en show. Op het eind sprong Alexie op Dan. Mooi om zo’n muzikaal koppel lief, teder en energiek, gedreven te zien met dat vlinders-in-de-buik gevoel.
Oh ja, naast Handsome Furs maakt Dan Boeckner nog deel uit van het indierockende Wolf Parade met toetsenist Spencer Krug … Hou hen best in het oog en Wees alert voor hun materiaal …

Organisatie: Botanique, Brussel

Sizzla

Vlammende Sizzla & The Firehouse Crew

Geschreven door

Sizzla Kalonji is geboren in 1977 als Manuel Orlando Collins. Zijn ouders waren devote rastafari’s uit het August Town district van Kingston. Hij debuteerde bij het Exterminator label van Phillip Burrell en stapte later over naar het label van Bobby Digital. Hij behoort samen met Anthony B en Capleton tot de Bobo Ashanti beweging, een nevenbeweging van het rastafarisme, waarbij nog meer nadruk gelegd wordt op culturele en spirituele idealen.
De belangrijkste albums (meer dan 30) tot nu toe zijn: ‘Black woman and child’, ‘Bono Ashanti’,en tevens ‘Ghetto Youth-Ology’ (zijn laatste cd, opgenomen met de Firehouse Crew).

In de AB trad hij op met deze begeleidingsband, één der beste Jamaicaanse sessiebands van de voorbije decennia. We kregen tijdens het concert een vlammende mengeling van hitsige raggariddims, ‘old school’ studio one riddims en nu en dan eens een one drop riddim, dit overgoten met wat vage R&B invloeden en een scheutje nyabinghi. Sizzla zong, schreeuwde, rapte en krijste alsof zijn leven er van afging en bracht de zaal voortdurend in extase. Hierbij werd hij ondersteund door de lichtelijk fantastische Firehouse Crew, die naaldloos en zonder overgang de verschillende riddims aan mekaar reeg. We herkenden geweldige versies van “Dry cry”, “Bless me” en “All over the World”. Na een goeie 1 uur 45 was het feest jammer genoeg voorbij.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Jim Jones Revue

The Jim Jones Revue

Geschreven door

Als u uw rock’n’roll echt vuil, gortig en smerig wil dan moet je bij The Jim Jones Revue zijn, een bende vunzige rioolratten uit London die hun sporen verdiend hebben in de garage underground van Thee Hypnotics en Black Moses.
In amper 48 uren hebben zij op 4 sporen hun debuut op plaat gekwakt in een -hoe kan het ook anders- extreem rauwe en gure productie (Raw Power van The Stooges, iemand ?).
Jones zingt met het geweld van een op drift geslagen Little Richard, hij huilt en schreeuwt als vuile honden Lux Interior of Jon spencer. De sound is ruig als The Sonics en splijtend als MC 5. Een stel wilde gitaren barsten niet zelden uit hun voegen en een piano wordt op regelrechte Jerry Lee Lewis wijze zwaar gemolesteerd. In amper een half uurtje worden er aan een hels tempo tien ongeschoren gruizige lappen van songs doorgejaagd. Eigenlijk zijn het simpele -maar soms compleet ontspoorde- rock’n’roll songs voorzien van een ongezonde dosis buskruit.
The Jim Jones Revue staat voor vuile blues, gestoorde hard-rock, gemene rock’n’roll en de goorste garage-rock. Hoera !
Wat ons betreft is dit geweldige rioolrock. We just love it !

Cascada

Evacuate the dancefloor

Geschreven door

Als je dacht dat Cascada nog maar een jonge spruit was, die nu de dancefloor heeft veroverd dan heb je het even verkeerd voor. Cascada bestaat uit het producersduo Manuel Reuter (DJ Manian) - Yann (Yanon) Pfeiffer en de bevallige blonde zangeres Natalie Horler (van Britse origine, maar die naar Bonn uitweek). Cascada is een Ultratopper in de voetsporen van Laurent Wolf, Daniel Bovie, Lady Gaga, Pink en andere talrijke dancelady’s, ons eigen Lasgo, Sylver en Milk Inc. en kan moeiteloos stappen in de projecten van DJ Rebel, David Guetta en Armand van Helden. Cascada weet zich een voornaam plaatsje toe te eigenen! In 2006 scoorden ze al een aardige hit met “Everytime we touch”.
‘Evacuate the dancefloor’ klinkt eigentijds dansbaar, en naast een paar dancefloorkillers, “Ready or not”, “Breathless”, “What about me” en de titelsong, vinden we aardige sfeervolle nummers terug, “Hold your hands up” en “Draw the line”. Bijgevolg is dit een leuk plaatje en dus waarschijnlijk meer dan een ‘one hit’.

Night Of The Proms 2009 - 25 Years …

Geschreven door

Donkere dagen, winteruur in zicht … Dat betekent tijd, naar jaarlijkse traditie, van het begin van Night Of The Proms. Het moest iets speciaal worden want het is dan ook dit jaar een jubileumeditie. Reeds 25 jaar lokt NOTP duizenden bezoekers naar het Sportpaleis en ook nu zal het niet anders zijn. Zoals gewoonlijk begon het evenement met Also sprach Zarathustra van Richard Strauss. Fine Fleur stelde zich voor als vuurdragers met glinsterende pakjes aan. Een waar spektakel.

Als eerste gasten kregen we de tweelingsbroers Peter & Zoltan Katona , twee virtuoze gitaarspelers. Deze twee kunnen er wat van. Dit klassiek gitaarspel is ronduit geweldig.
Il Novecento trakteerde ons daarna op de Bloemenwals, waarbij we bloemen te zien krijgen boven het orkest en waarbij een spray met bloemengeur door de zaal werd verspreid.
Tweede gast was Toots Thielemans. 25 jaar geleden was hij er ook al bij en wat hij nog presteert op 87 jarige leeftijd is fenomenaal. Aan bod kwamen onder meer ‘Bluesette’, ‘Turks fruit’ en ‘Baantjer’. Toots kreeg een staande ovatie en was wel even onder de indruk! Hij hoopte er binnen 25 jaar terug bij te zijn…
Daarna was het de beurt aan Sharon den Adel,zangeres van Within Themptation. Deze gothic heavy rockende zangeres bracht eerst “Ice Queen” waarbij Fine Fleur als witte geesten uit de grond kwam. Vuureffecten maakten tijdens het tweede nummer “Stand my ground” het spektakel compleet.
Vervolgens kwam Roxette, het Zweedse duo waarvoor ik eigenlijk was gekomen. Ze brachten een eerste nummer “I wish I could fly”. Allebei zagen ze er goed uit, de hoge noten waren een beetje moeilijk voor Marie, maar wie kan haar dat kwalijk nemen na de helse strijd die ze heeft moeten leveren.
Ouverture uit ‘Dichter en boer’ van Franz von Suppé bracht ons naar het volgende duo: Orchestral Manoeuvres in the Dark oftewel OMD zette “Maid of Orleans” in en dan komen er heel wat herinneringen terug. Na een korte medley kregen we nog “Enola Gay”.

Na de pauze iets helemaal anders: jongeren met 25 verschillende nationaliteiten dansten samen. Het project ‘Let’s go Urban’ is een project van de stad Antwerpen.
De gitaartweeling voorzag daarna nog eens van een medley met o.a. “Sweet home Alabama”, “Bad”, “Black or White” en “Smells like teen spirit”. Samen met John Miles kregen we “Stairway to Haven” te horen.
En daarna was Toots er terug met een versie van “A wonderful World” met het portret van Louis Armstrong op de achtergrond. Hij bracht ook nog “If I could” samen met John Miles.

Na een hulde aan 25 jaar NOTP met de bolero van Ravel was het terug tijd voor de hoofdact Roxette. Het publiek was dolenthousiast. “The look”, “It must have been love”, “Joyride” en “Listen to your heart” werden moeiteloos meegezongen. Het was fijn ze te kunnen zien en de staande ovatie was echt verdiend!

Als “Land of hope and glory” wordt ingezet weet men dat het einde nabij is. Maar niet voordat we ook nog eens het onvermijdelijke “Music” van John Miles te horen krijgen.

Deze editie met zoals steeds gastheer en presentator Carl Huybrechts, was eens te meer geslaagd. Puike organisatie en een aanrader voor iedereen die nog eens lekker uit de bol wil gaan op klassieke muziek gecombineerd met pop en rock. Er zijn nog enkele kaarten te verkrijgen. Kijk vlug op www.notp.com. De concerten vinden nog plaats tot 11 november 2009… Be there!

Organisatie: Sportpaleis, Antwerpen

Amenra

Amenra - 10 years Church of Ra: geen alledaagse eucharistieviering!

Geschreven door

Om hun uiterst succesvolle en uitputtende ‘Mass IIII’-tour met felbegeerde slots op onder andere Pukkelpop, Dour, het Franse Hellfest, het Nederlandse Roadburn en een korte Europese doortocht met Neurosis, af te sluiten, koos de West-Vlaamse postmetal/sludgeband Amenra ervoor om dat te doen op een uitzonderlijke en weldoordachte manier. Geen doorsnee show dus. Er werd geopteerd voor een multimediaal concept met naast het muzikale aspect ook een heuse tentoonstelling. De tentoongestelde kunst, fotografie, prints en video-installaties was door de bandleden en bevriende kunstenaars gemaakt. Een mooi en felgesmaakt initiatief dat op positieve reacties werd onthaald. Het prachtige en sfeervolle kader van de Kortrijkse Schouwburg was hiervoor deuitgelezen locatie. Een onvervalste thuismatch voor het vijftal met roots in de Kortrijkse periferie.

De mis werd voor deze unieke gelegenheid geopend met een korte akoestische set waarbij de leden van Amenra, gezeten op authentieke kerkstoeltjes, enkele intieme breekbare songs brachten. De fragiele en cleane vocals van Colin van Eeckhout en de repetitieve en minimale gitaarakkoorden van Lennart Bossu en Mathieu Van de Kerckhove, stonden hier centraal. Dit was Amenra 'unplugged'. Iets wat beslist een unicum mag genoemd worden. Dit was nog maar de appetizer voor wat komen zou. De echte ceremonie moest dan nog beginnen. We waren alvast razend benieuwd.

Na een lange en onheilsspellende intro, gingen de gordijnen eindelijk open en werd er afgetrapt met de pletwals "The pain it is shapeless" van ‘Mass IIII’. De logge gitaarsalvo's, de beukende ritmesectie en de intense, schreeuwende vocals van Van Eckhout vormden een hypnotiserende en massieve wall of sound. Op de achtergrond waren er duistere en groezelige zwartwit visuals te zien die perfect aansloten bij de pikzwarte en apocalyptische muziek. Zanger Colin van Eeckhout stond, zoals gewoonlijk, met zijn rug naar het publiek gekeerd en was volledig in trance, in zijn eigen wereld. De innerlijke demonen werden hier uitgedreven. Exorcisme van de ziel, een helende therapie.
Twee witte, naakte figuren zorgden met hun knappe en aparte choreografie voor een extra filmische dimensie tijdens "Aorte.nous sommes du même sang" en "Le gardien des rêves". De aanwezigen waren duidelijk onder de indruk van wat er zich afspeelde. Een volgend memorabel moment diende zich aan gedurende "De dodenakker". Hier bewoog een wit geverfd mannelijk duo ritmisch het hoofd op de buik van een zwangere vrouw. De 'bebloede' dame zorgde voor verbijsterende reacties bij de toeschouwers. Symboliek en (religieuze) beelden kregen zo een plaats naast de overdonderende muziek. Verbazing en ongeloof alom.
Bij het oudje "Am kreuz" gaven de hemelse en etherische engelenvocalen van gastzangeres Delphine Delegorgue (van de band Yolk, goede vriendin + lid van de kerk!) een fraai contrast met de oerkreten van Van Eeckhout. Met loodzwaar materiaal als "Silver needle.golden nail" en "Razoreater" werden de aanwezigen terug wakker geschud. De rust was van korte duur geweest. Bij de lang uitgesponnen afsluiter "Ritual" kwam er een derde gitarist en percussionist/drummer het gezelschap versterken. Een vrouwelijke priester leidde de slotdienst in goede banen met furieus en ijzingwekkend gegrunt. Er was geen ontkomen meer aan, de apocalyps was onvermijdelijk! De monsterlijke song bereikte zijn climax toen Van Eeckhout langzaam opgetakeld werd aan haken en touwen en letterlijk 'opgehangen' werd. Een ‘crucifix suspension’ noemt men zoiets … De cirkel was op deze manier rond. Confronterend om het nog zacht uit te drukken.

Na een dik uur gingen de theatergordijnen terug dicht en waren we getuige geweest van een ervaring die we niet vlug zullen vergeten. Een muzikale hoogmis die we waarschijnlijk nooit meer zullen meemaken en die lang in ons geheugen zal gegrift blijven. Zeer gedurfd en verbluffend!! Voor de onwetenden onder ons: Ra rules!! All join the Church of Ra!!

Organisatie: CultuurCentrum, Kortrijk


Sonic Youth

Sonic Youth op automatische pilot

Geschreven door

Het was niet zozeer omwille van het feit dat Sonic Youth zeer rijkelijk putte uit hun nieuwste cd ‘The Eternal’, want dat vinden wij een prachtplaat, het was eerder de manier waarop waardoor wij een beetje op onze honger bleven zitten. Sonic Youth speelde weliswaar strak en snel maar ze kleurden te veel binnen de lijntjes, op een paar uitzonderingen na zoals in “Death valley 69” helemaal op het einde, maar toen was het kalf al verdronken. Enige vormen van noise, feedback en lange gitaaruitspattingen, wat ons betreft Sonic Youth’s almachtige handelsmerk, werden volledig achterwege gelaten. En dat hadden wij nu echt niet verwacht.

Het bijzonder sterke album ‘The Eternal’ kreeg op het podium geen enkele meerwaarde, de songs werden gewoon (te) netjes gebracht en konden in de live uitvoering dan ook niet boven zichzelf uitstijgen. Let wel, een nummer als “Anti Orgasm” is en blijft absoluut fantastisch en was ook in de AB een hoogtepunt, net als het ingetogen “Shadow of a doubt”, één van de weinige oudjes die vanavond in de set mochten. Waarmee we maar willen zeggen : Niets was echt slecht, goeie songs blijven goeie songs, en zo heeft SonicYouth er wel een pak op hun palmares en ook in de AB was dit niet anders.
Na het concert wisselden gemengde indrukken elkaar af. Wij hoorden termen als ‘gecontroleerd’, ‘berekend’, ‘subtiel’ en ‘afgelijnd’. Afgelijnd ??? Als wij een afgelijnd concert willen dan zullen we wel naar fuckin’ Pink Floyd gaan kijken, maar van Sonic Youth verwachten we wilde gitaren die op geniale wijze naast de pot pissen. En wie enkele jaren geleden de woorden ‘gecontroleerd’ en ‘berekend’ met Sonic Youth in één hap in de mond durfde te nemen zag zijn kop algauw onder de guillotine belanden.

Dit was een concert die niet-Sonic Youth fans geweldig zouden vinden, maar als fan kunnen wij enkel maar ontgoocheld zijn, temeer daar wij de band een dik jaar geleden nog schitterend zagen scheuren op de Lokerse Feesten.
Wij vermoeden dat het in de AB wel hun bedoeling zal geweest zijn, eigenwijs als ze zijn, om eens een proper concertje te spelen. Voor hetzelfde geld trekken ze bij hun volgende doortocht terug alle registers open dat onze oren er drie dagen later nog zullen van piepen. Dat is ook de reden waarom we er de volgende keer terug bij zullen zijn. Want, dit mocht dan al een zeer propere Sonic Youth zijn, we hoeven toch nog niet echt te vrezen dat ze op één van de volgende edities van Night of The Proms zullen staan…

Organisatie: Live Nation

Nouvelle Vague

Nouvelle Vague gaven de perfecte sensuele (tong) kus

Geschreven door

Het Franse Nouvelle Vague zijn producers uit Parijs, Marc Collin en Olivier Libaux, die net zoals ik de jaren ’80 hebben meegemaakt en een zekere voorliefde behouden. Maar ik beluister eerder graag die platen terug en ga retrobands bekijken, terwijl zij als muzikanten al drie cd’s uitpakken met een keuze van bekend en minder bekend werk van ‘80’s (punk) pop en new wave classics. De coversongs hebben een zwoele, groovy ondertoon en krijgen leuke, frisse, knappe en creatieve impulsen. Het geheel klinkt bevreemdend, sensueel en romantisch, bepaald door de vocals van twee charmante zangeressen, die een prominente rol innemen. Er is oudgediende Melanie Pain (in glitterjurk), met haar broeierige, fluisterende sexy stem in navolging van de Cocorosie dames, die groots is in het lichtvoetig materiaal en er is de performster Nadeah Mirande (in avondjurk), een blonde diva, die als een bezetene kon tekeer gaan en grauw en grimmig kon uithalen … een podiumbeest … de lange blonde haren wild om zich heen slaand, wat de mannen hun fantasie op hol deed slaan … De dames voelden elkaar heel erg goed in hun wisselende en gevarieerde zang.
Op de recente Nouvelle Vague cd horen we minder de bossonova en reggae inslag. Een diepe contrabas, sfeervolle psychedelica toetsen, een tokkelende gitaar en bezwerende, zalvende drums vormden de toonaard en boden de ideale cocktailparty, die op de dansspieren inwerkte, opwindend en hitsig kon zijn en soms veel aan de verbeelding overliet …Letterlijk voelden we hun adem en knuffel, de ‘perfecte sensuele (tong) kus’ van hun recentste plaat.

In loungestijl opende het gezelschap met “So lonely” van The Police, die buiten de tekst, muzikaal moeilijk herkenbaar was. De danspasjes van de bevallige dames zagen we op “Master & servant” en “Ever fallen in love”. Verleidelijk klonken “Road to nowhere”, “Human fly” en “The guns of Brixton”. We voelden de zweetparels van de uitzinnige perform van Nadeah, die zich in de zaal smeet op de Dead Kennedy’s klassieker “Too drunk to fuck”; het refrein werd eerst zachtjes, dan harder meegezongen. Een moment van rust ervaarden we door een beheerst gehouden “God save the queen”, gedragen door Melanie’s fluisterstem in een meezingdialoog, wat gevolgd werd door een schitterend origineel gecoverde versie van Madness’ “Grey day”, die qua act naar een soort duiveluitdrijving neigde. Om totaal loos te gaan, was nog een paaldanseres tekort op het podium.
Er viel naast de muzikale originaliteit veel te beleven op het podium. Een boeiende gig, die het dromerig met het meer uptempo werk afwisselde en verrassende wendingen bood: van “I just can’t get enough”, “Blister in the sun”, naar obscure versies van “All my colours” en “Parade” (van Magazine), tot een freefolkversion van “Friday night, saturday mornings” (van The Specials) en een waverockende “Dance with me”. “Love will us tear us apart” van Joy Division was de terechte afsluiter na anderhalf uur. De song klonk gaandeweg krachtiger en de dames lieten het publiek de ruimte om het refrein mee te zingen en de herkenbare sound mee te neuriën.

Ook de bis was om van te snoepen … een huiveringwekkende “Bela Lugosi’s dead” van Bauhaus, die de dreigende spanning en wave behield van het origineel , een groovy “Not knowing” en een ingehouden “Manner of speaking” (Tuxedomoon), op cello en akoestische gitaar.
Om maar even te zeggen hoe sterk en overtuigend Nouvelle Vague de gecoverde nummers verrassende, avontuurlijke en aangename wendingen gaf, van meezinghits tot van onder het stof gehaalde ‘80’s classics.

Ook de support mocht er best zijn …The Error Team, een trio op synths (Hammond), piano en drums, bracht de Nouvelle Vague’s bossonova , de latin/exotica van Gotan Project, de Cinematic Orchestra’s filmmusic en een ‘50’s jazzy boombal samen. Een instrumentaal uiterst beheerste lounge en easy listening …

Organisatie: Democrazy, Gent

The XX

XX

Geschreven door

The XX is een jong Londens kwartet, 2 meisjes, 2 jongens, die zich in de spotlights plaatsten met hun ‘XX’ debuut. Ze maken deel uit van de huidige lichting The Maccabees, Chairlift, Big Pink en verder hebben ze een connectie met de groove van o.a. Hot Chip. Ze houden het op broeierig intense, intieme ‘darkwave’ songs. Fluisterpop die een bijzondere spaarzame mix bevat van indiepop, postpunk, ‘80’s wavepop en r&b. Een ‘pop noir’, die door ‘the less is more’ aanpak van minimalisme intrigerende, subtiele songs met een ingehouden spanning oplevert. Een boeiende sound dus. Het ‘spooky’ gitaarspel en getokkel, de prikkelende, gestripte synths en beats en de prachtduetten van Romy Madley Croft en Oliver Sim bepalen dit hemels debuut. De groep linkt aan het vroegere Young Marble Giants (een paar jaar geleden brachten ze nog de verzamel 3 cd ‘Colossal Youth’ uit - een terechte aanrader, trouwens!), halen elementen funk en r&b aan en zoeken het in de subtiliteit en finesse van Cocteau Twins sferen, een psychedelisch Stereolab en een donkere Chris Isaak.
Na de inleidende intro zijn er meteen prachtsongs “VCR”, “Crystalised”, “Islands” en “Heart skipped a beat” … intiem sfeervolle, emotievolle songs; na de tweede instrumental “Fantasy” hebben we in het tweede deel van de cd overtuigende, sterke songs als “Shelter” en “Basic space”.
Betoverend melancholisch plaatje van deze vier twintigers …

Monsters Of Folk

Monsters Of Folk

Geschreven door

Een sterke cohesie en kracht vormt de samenwerking tussen de songschrijvers M. Ward (She & Him), Jim James (My Morning Jacket) en Conor Oberst (Bright Eyes, …). Het trio had in 2004 soms een paar gezamelijke optredens en vanuit die contacten begon het drietal deze optredens als de Monsters Of Folk. Naast hun eigen projecten en bands, doken ze vanaf dan regelmatig de studio in met Mike Mogis van het label Saddle Creek, die als producer en vierde bandlid fungeerde. Deze plaat kwam uiteindelijk tot stand, met een overbrugging van een goede twee jaar. Rustig werkten de heren, individueel – gezamenlijk, aan het materiaal. Hun americana/rootsrock doet denken aan de Traveling Wilburys (ook al zo’n vervlogen project) en Crosby, Stills, Nash & Young. Ook aan de hoes maak je onmiddellijk die link.
De songs krijgen een vervaarlijk monsterlijk hoge score; we horen pittig , gedreven songs , “Man named truth” en “Losin to head”, broeierig dromerig materiaal met een lichte groove als “Dear God”, “Say please” (de single), “Whole lotta losin’” en “Ahead of the curve”, en er zijn innemende ballads, die door de gitaarslides en steelpedal een hoge emofactor hebben, “The right place”, “Goodway”, “Temazcal”, “Magic marker” en “His master’s voice”.
Het weze duidelijk dat deze drie gerenormeerde artiesten deze stijl perfect beheersen, de songs vocaal, ofwel apart ofwel tesamen, zeggingskracht geven en aandachtig zijn voor allerlei subtiele geluidjes.
Grootse artiesten, die een uniek en gevarieerd plaatje uithebben … te koesteren dit ‘Monsters Of Folk’ project.

Pagina 435 van 483