logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (14935 Items)

Guy Forsyth

Guy Forsyth: Knappe set van een onderschatte muzikant, performer en entertainer

Geschreven door

Het zou Guy Forsyth zwaar onrecht aandoen om hem te omschrijven als een bluesmuzikant, want hij is veel meer dan dat.

In de Handelsbeurs bewijst hij een getalenteerd performer te zijn, een virtuoos gitarist, een fantastisch harmonica speler, een uitmuntend zanger en een verdraaid fijne entertainer. Verder ook nog nooit iemand gezien die zo’n mooie klanken haalt met een strijkstok uit een zaag (jawel, een zaag). Zijn muziek is diep geworteld in het Amerikaanse zuiden (de man is van Texas) maar treedt meermaals buiten de paden van de blues. Forsyth speelt ook rock, gospel, hillbilly, americana en New Orleans style jazz. Een mix van stijlen gegoten in verdomd sterke songs waarin Forsyth speels met alle instrumenten omspringt, en niet in het minst met zijn krachtige stem. Wat hij hier vocaal presteert is weinigen gegeven, hij zingt hoog, laag, soms loepzuiver en soms rauw als een regelrechte Tom Waits. Zijn bandleden, een verduiveld sterk roffelende drummer en een bassist die geregeld zijn basgitaar omruilt voor een heuse tuba, vullen hem perfect aan.
In de States speelt durft Guy Forsyth al eens op te treden met een grotere band achter zich, maar al die gasten meenemen op tournee kost geld. Sporadisch komt er in Gent dan ook een op voorhand opgenomen gitaarritme aan te pas. Forsyth kan wel met alle instrumenten bijzonder goed overweg, maar dit ook niet tegelijkertijd. Hij kan immers niet toveren, ook al heb je wel bij momenten zo de indruk.

De knappe set in De Gentse Handelsbeurs duurt langer dan twee uur, maar de sound is zo rijk en gevarieerd dat dit geen seconde tegensteekt. De twee uren zijn dan ook in een wip voorbij. Een wonderbaarlijk concert van een uiterst bedreven instrumentalist en een stel immer sympathieke kerels.
Om met een cliché te eindigen, de afwezigen hebben weer eens ongelijk, en dat zijn er heel wat want de opkomst vanavond in Gent is aan de magere kant. Dat is dan zowat de enige vermeldenswaardige negatieve noot van de avond.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

The Low Anthem

The Low Anthem – Ingetogen of fel, het lukt hen allemaal wonderwel

Geschreven door

De recentste plaat van The Low Anthem, ‘Oh My God, Charlie Darwin’, verscheen reeds vorig jaar maar nadat deze in 2009 werd heruitgebracht en -verdeeld door het Nonesuch label en de daarop geëtaleerde combinatie van folk, rock, country en blues mocht rekenen op uitermate lovende recensies in onder meer diverse gereputeerde muziektijdschriften, begon ook een ruimer publiek hun muziek op te pikken. Ook hier gaat de groep intussen al vlotter over de tongen, in die mate zelfs dat afgelopen donderdag de AB Club in een mum van tijd uitverkocht was voor hun eerste passage op Belgische bodem.

Vooraf mocht Marcisz de temperatuur en de spanning in de zaal al wat doen toenemen met een innemende, overwegend akoestische set. ‘Marcisz’ is het eenmansproject van Erwin Marcisz, vooral bekend als zanger en gitarist van het Limburgse vijftal Mint en verantwoordelijk voor melodieuze popgetinte liedjes als “Your Shopping Lists Are Poetry” (de titel alleen al neigt al naar pure poëzie) en “The Magnetism Of Pure Gold”.
Zopas heeft hij met ‘Songs From Red Brick Road’ een eerste soloplaat uitgebracht. Hierop staan tien tot de basis van folk en rock herleide miniatuurtjes die thuis met enkele microfoons en een 4-track recorder zijn opgenomen en een veruiterlijking zijn van enkele ideeën die niet onmiddellijk pasten in het concept van Mint maar die toch te goed bevonden werden om ze ongebruikt te laten wegkwijnen.
Live werd hij in de AB bijgestaan door niemand minder dan Ilse Goovaerts (alias Neeka) die percussie, achtergrondzang en het bespelen van een oude casio en een xylofoon op zich nam, alsook door Raf Timmermans (alias Lazy Horse) die eveneens instond voor achtergrondzang en percussie maar zich vooral in het gehoor speelde via een resem snaarinstrumenten, zoals slide gitaar (“The Miller’s Wife”), mandoline (“Be Lazy”), jumbus (“The Golden Boy”) en banjo (“Darkness Go!” en “Mad Love”). Mede hierdoor klonk de set straffer dan op plaat en voorzagen de instrumentale extra’s de liedjes van de nodige bijkomende stroomsnelheid en ze zich aldus niet reduceerden tot een voortkabbelend beekje.
Nagenoeg alle nummers van ‘Songs From Red Brick Road’ kwamen aan bod en werden in de volgorde van de tracklist van het album gespeeld. Op het einde kwam er nog een mooie uitgeklede versie van “Enjoy The Silence”. Wat Milow lukte aan airplay en respons met zijn herwerking van “Ayo Technology”, daar zou Marcisz minimaal ook moeten kunnen in slagen met de aanpak van deze klassieker van Depeche Mode.

We vermeldden daarnet dat bij de set van Marcisz enkele malen van instrument werd gewisseld. Welnu, dat was nog maar een fractie van wat The Low Anthem opvoerde tijdens hun concert. Alle 27 instrumenten die de Amerikaanse band uit Providence, Rhode Island aanwendde tijdens de opnames van het recentste album (die overigens plaatsvonden in een tot studio omgebouwd vakantiehuisje), werden donderdag niet meegebracht naar Brussel maar het kleine podium in de Club stond wel aardig volgepakt. We noteerden onder meer een gitaar, klarinet, drumtoestel, contrabas, althoorn, viool, alsook een oud, gerestaureerd orgel en zowaar een crotales (dat hier niet enkel als een slaginstrument werd gebruikt maar ook met een strijkstok werd bespeeld). Voor de groepsleden was het dan ook steeds behoedzaam slalommen tussen en voortdurend wisselen van plaats, en dus ook van plaats. Tot een verlamming van het gebeuren leidde dit niet, integendeel het gebeurde – mede door de gedempte belichting – zo vlot dat het telkens opnieuw uitkijken was waar wie stond opgesteld. En met ‘wie’ bedoelen we Ben Knox Miller en Jeff Prystowski, de samen de groep in 2006 hebben opgericht, en Jocie Adams die hen een jaar later kwam vervoegen.

Vanaf de eerste noten waarbij Ben Knox Miller de hoofdzang voor zijn rekening nam, klonk alles goed en had men de aandacht van het publiek vast en dit zou het komende anderhalf uur niet wijzigen. Niet alleen de diversiteit aan geluiden maar vooral ook het enthousiasme, het gemak, de precisie en vooral de overgave waarmee gemusiceerd werd, was verbluffend.
Hoogtepunten opsommen, het heeft geen zin want het gehele concert mag in feite als een aaneengesloten climax beschouwd worden. Of het nu ingetogen was zoals bij “To The Ghosts That Write History Books” (opener van de avond), “Charlie Darwin”, “Señorita”, “Ticket Taker”, een verbluffende “Cage The Songbird” of een al even wondermooie versie van “This God Damn House” (geschreven door Dan Lefkowitz, die een tijd ook lid van The Low Anthem was en die in de AB de groep tijdens enkele nummers kwam vervoegen), dan wel wanneer de groep een metamorfose onderging en de fraaie samenzang en rustige instrumentatie plaats maakte voor rauwe blues zoals tijdens hun cover van Tom Waits’ “Home I’ll Never Be” (een adaptatie van een tekst van Jack Kerouac) waarbij twee mobiele telefoons dienst deden als nog een extra instrument, het raakte de toeschouwer helemaal en meteen.
Er werd natuurlijk geput uit hun twee albums, ‘What The Crow Brings’ (2007) en ‘Oh My God, Charlie Darwin’, maar behalve “Home I’ll Never Be” werd er ook nog andere covers gespeeld. Zo was er een jazzy “Don’t Let Nobody Turn You Around” (een gospel traditional die reeds in de jaren ’30 door Blind Willie McTell werd opgenomen), “Sally, Were’d You Get Your Liquor From” (van Gary Davis) en een expansief, wild om zich heen schoppende “Cigarettes And Whiskey, And Wild, Wild Women” (neergepend door Tim Spencer).
The Low Anthem grossiert volop in de rijke Amerikaanse muziektraditie en worden meermaals vergeleken met een groep als The Band. Van deze laatste brachten ze een respectvolle, op akoestische gitaar en contrabas gespeelde en van een mooie samenzang voorziene versie van “Evangeline”. Alsof het trio de critici hierop muzikaal van antwoord wilde dienen.
Het eerste deel werd zoals te verwachten afgesloten met “On The Way To Ohio”.
Er werden nog twee bijzonder intieme toegiften gebracht, met name het Dylaneske “Two Sisters” en het al even aangrijpende “(‘Don’t) Tremble”, geschreven voor een vriend in moeilijke tijden. Men kon een speld horen vallen of beter: de deuren van de Club horen klapperen. Toen het geluid van enkele joelende bezoekers aan de set van The Orb (dat plaatsvond in de grote zaal) zich een weg baande naar boven (achteraf zou onze man ter plaatse bij The Orb duidelijkheid verschaffen waaraan het ongenoegen te wijten was), werd op de eerste verdieping van de AB door het publiek gefronst opgekeken. Behalve heel wat applaus (dat het trio beantwoordde met een diepe buiging), was enkel een stil nagenieten toegelaten. Zo zie je maar: twee concerten, twee werelden.

The Low Anthem heeft met ‘Oh My God, Charlie Darwin’ een van de fraaiste albums van 2009 uitgebracht en ook met hun concert in de AB Club mogen ze zich in de bovenste regionen positioneren van wat we dit jaar op een podium te zien en in dit geval vooral te horen kregen.
Op 22 november staan ze ook nog op Crossing Border te Antwerpen. Mis ze niet!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Orb

The Orb: Dr Paterson stoorzender op eigen feestje

Geschreven door

The Orb lag samen met Biosphere, Fsol, The sabres of Paradise en The black dog aan de basis van de ambient scene. De rustige, sfeervolle sound evolueerde verder naar de termen trippende chillout en lounge. Dr Alex Paterson, spil van The Orb, combineerde z’n ambient soundscapes en elektronicableeps met psychedelicaloops, dubby baslijnen (hij deed vroeger o.a. beroep op Jah Wobble, en dat weet u het wel ..), zweverige housebeats en spoken words samples. Een beeldverhaal van golvende spacey trips en zwevende dolfijnen onder een helderblauwe hemel …Een paar platen binnen deze stijl kunnen niet ontbreken, ‘The Orb’s adventues beyond the ultraworld’ (’91), ‘UFOrb’ (’92) en ‘Orblivion’ (’97).

Maar vanavond had de zalvende loungy trip van The Orb, doorheen hun bijna 20 jarige carrière een wrange nasmaak en eindigde de set in groots teneur ondanks het feit dat Paterson zich kennelijk goed amuseerde aan z’n elektronica apparatuur, de knopjes, platen mixen en voicesamples door de boxen sturen. Na ongeveer een uur, op het memorabele “The blue room” was hij plots weg en liet hij de drie andere leden, waaronder die andere knoppenfreak van het eerste uur Thomas Fehlman, een drummer en een dansende rapper alleen achter. Hij liet z’n mixtafel verder dreunen … We hoorden nog een “Billy Jean”- sample en een halfslachtig “Perpetual dawn” waarop dan plots de lichten aanfloepten. Aanvankelijk dacht het publiek dat Paterson zich voorbereidde op een tweede sessie (was The Orb niet gekend van hun ruim twee uur durende sets?!), werd hij nog onthaald op applaus en gejuich, maar toen de roadies kwamen om het materiaal op te ruimen, sloeg de stemming om en werd de sfeer grimmiger, wat ontaardde in boegeroep en drankbekertjes gooien.. Iedereen had er het raden naar wat zich op het podium had afgespeeld: aan de respons en de ambiance lag het alvast niet, maar in de wandelgangen hoorden we praten over een dronken Paterson (hij had alvast een fles straffe drank bij!), die in discussie kwam met z’n drummer …
Wat een domper …het begon nochtans goed bij deze pioniers: de trancy psychedelische soundscapes, de dubs, de deep funkende baslijntjes, reggae invloeden, een opzwepende percussie, het knoppengefreak, de natuur geluidjes en de gepaste voicesamples, af en toe doorkruist met zalvende raps. De visuals van o.a. Close encounters, Star trek, de vloeistofdia’s, de spabubbels en ga zo maar door leverden een prachtig decor voor deze spannende ‘onthaastende’ trip. Paterson en de zijnen plukten enkele songs van het recente ‘The dream’ (’07), “Mother nature” en “Dirty disko dub”, die moeiteloos naast het oudere werk stonden van “Towers of dub”, “Little fury clouds” en “The blue room”. De repetitieve opbouw en de intrigerende zalvende beats en sounds werkten aanstekelijk op de dansspieren. Het leek erop dat The Orb sterk van zich ging afbijten en een lekker stomend feestje presenteerde, met een optie voor een ‘I Love Techno’ event, maar na een uur sloeg het om in dramatiek, wat onbegrip, frustratie en afkeer opleverde. En een classic als “Toxygen” mocht worden opgeborgen…

Ondanks de sterke aanzet, voelden vele fans zich bedrogen van de attitude van den Dr waardoor The Orb niet heeft getekend voor een happy weerzien. Hij was nu zelf het breekpunt op z’n eigen feestje …

Support was het West-Vlaamse Ansatz der Maschine, het indietronica project rond geluidstechneut Mathijs Bertel. Hij kan beschikken over een ruime band, wat z’n dromerige en donkere elektronica doet versmelten met akoestische en elektrische gitaren, blazers, viool en pedaal effects. Ze zorgden voor een warme en een apocalyptische abstracte filmische trip met aangepaste visuals. Door de jazzy aandoende stukken en de ‘70’s psychedelische synths refereerden ze nauw aan ‘Atom heart mother’ van Pink Floyd. Ansatz der Machine plaatste zich probleemloos naast andere bands in het genre als Yuko, Apse, Motek, Toman en The Sedan Vault. Vinger aan de pols kun je houden met hun twee cd’s totnutoe, ‘The postman is a girl’ en ‘Painting bad weather on her body …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Bob Dylan

Together through life

Geschreven door

De grootmeester trekt zich op ‘Together through life’ helemaal niets aan van de huidige nieuwe trends, wat vandaag in de muziekbusiness hip is zal hem worst wezen. Dit is een oerdegelijke plaat die zeer traditioneel en rootsy klinkt en die mooi aansluit bij de beresterke voorgangers ‘Modern Times’ (2006) en ‘Love and theft’ (2001), waar ze overigens niet moet voor onderdoen.
Dylan dompelt zich meermaals in de blues en doet dit meestal op een gezapige toon. Met zijn typische nasale stem schuifelt hij zich op zijn gemak doorheen de simpele maar sterke en goudeerlijke songs. De trekzak van David Hidalgo (u kent hem wel, die dikkerd van Los Lobos) is alom tegenwoordig en benadrukt nog wat meer het rootsy karakter van het album.
‘Together through life’ is misschien niet Dylan’s beste, maar wel een echte retro plaat met beide voeten in de rijke geschiedenis van de Amerikaanse muziek als country, folk, tex-mex, rock’n’roll en vooral de blues.
“It’s all good” luidt de laatste song, en hiermee heeft den Bob op een simpele en efficiënte manier zijn eigen plaatje besproken. Wij gaan het ding een plaatsje geven naast de laatste Ry Cooder ‘I, Flathead’, ook zo een roots album met de wortels op de juiste plaats.

MSTRKRFT

Fist Of God

Geschreven door

Wie nog niet door MSTRKRFT (uitspraak: Masterkraft) werd geremixt, kan het wel schudden qua coolheidsfactor. Het Canadese duo is net zoals zovelen begonnen met remixen, maar brengen ook eigen werk uit. Deze 'Fist Of God' is al hun tweede album en staat garant voor enkele dancefloorfillers met stevige, underground electro. Ze wilden duidelijk een feestje bouwen met dit album. En het lukt hun met verve. Puchy baslijnen (het album heet 'Fist Of God' voor een reden), melodieuze breaks en af en toe een rapper die de boel wat komt opleuken. Onder meer John Legend, Ghostface Killah, E-40 en Freeway leverden hun bijdrage aan het album en zorgen in de nummers voor een duidelijke meerwaarde. Helaas lijken alle nummers nogal sterk op elkaar, waarbij we vooral de breaks bedoelen. Die lijken in elke nummer heel sterk op elkaar, maar dan met een ander melodietje. Ook de tijdsduur is met net geen 40 minuten aan de korte kant, maar maakt de nummers toch wat lichter om te verteren. Desalniettemin staan er wel een reeks topnummers op deze plaat. “It Ain’t Love”, “Bounce”, “Vuvuvu”, “Click Click” en titeltrack “Fist Of God”, allemaal zorgvuldig overlopend in elkaar. De nummers zullen enkele memorabele momenten opleveren tijdens feestjes.
Een stevige slag door de Canadezen van Markeerstift, maar geen mokerslag die je knock-out zal achterlaten.

Hayden

In Field & Town

Geschreven door

Hayden Desser is een talentrijk singer/songwriter uit Toronto, Canada die airplay verkreeg met de cd ‘Elk-Lake Serenade’. De nieuwe cd onderstreept mans songwriterschap van sfeervolle, melodieus pakkende en lichtvoetige rootspop. Het overvolle deel van de cd is gekenmerkt door een sobere aanpak, waaronder “More than alive” en “Damn this feeling”; sfeermakers zijn het gitaargetokkel, een pianotoets, mondharmonica en een blazer. Ook vinden we enkele korte, maar compacte muzikale schetsen als “The van song”, “Weight of the world” en “The hardest part”. Hij refereert aan de sing/songwriterstijl van Dylan en Young. Het album vervalt niet totaal in het drama van de kleine alledaagse gebeurtenissen, want een handvol songs intrigeren door hun catchy karakter en de pittige opbouw, “Worthy of your esteem”, “Did I wake up beside you” en “Lonely security guard”. Soms zijn ze krachtiger door het elektrisch gitaarspel …
In ‘Field & Town’ is een boeiende plaat en zorgt na jaren voor een verdiende erkenning.

The Lemonheads

Varshons

Geschreven door

Het zat er wel eens aan te komen dat Evan Dando een coverplaat zou uitbrengen. We hoorden er al verschillende in de twintigjarige carrière van deze Amerikaan, waarvan “Luka” en “Mrs Robinson” de meest bekende zijn. Platen als ‘It’s a shame about Ray’ en ‘Come on feel The Lemonheads’ kan hij spijtig genoeg niet meer maken. Of beter gezegd, op de daaropvolgende ‘Car button cloth’ en ‘The Lemonheads’ beklijven de nummers minder, ondanks de frisse retour!
De pittige herfstpop is opnieuw te horen op deze coverplaat ‘Varshons’. Hij maakt zich de elf songs eigen en doet er mooie dingen mee, gaande van een uiterst sfeervolle aanpak, “Fragile” van Wire!, “Yesterlove”, “Hey, that’s no way to say goodbye” (Cohen) en “Beautiful”. Hij gaat richting retrorock in de rauwe, snedige maar bloedmooie songs “I just can’t take it anymore” (opener) en “Waiting around to die” van z’n favorits Parsons en Van Zandt. Verder trekt hij die lijn met “The green fuz”, “Dandelion seeds” en “New Mexico”. Tot slot stoeit hij eens met elektronica; een groovende beat is er op het uiterst geslaagde “Dirty robot” van Arling en Cameron. Z’n muzes Kate Moss en Liv Tyler zorgen voor de vrouwelijke stem op twee songs.
Dando bevestigt zich als een ‘the king’ of covers met het uitbrengen van zo’n plaat …

Eva De Roovere

Over & Weer

Geschreven door

Na haar vocale talenten bij de folkpop van Kadril en haar medewerking in andere projecten vond de Vlaamse Eva De Roovere het stilaan tijd zich toe te leggen op een solocarrière. In 2006 werd ze meteen enthousiast onthaald met het debuut ‘De jager’. Ze haalde troeven aan van een zelfverzekerde zangeres en het schrijven van aantrekkelijke en serieuze Nederlandstalige emotievolle popsongs. In haar sound zitten sensualiteit en nostalgie verborgen, gedragen door haar licht melancholische stem. Het maakte van haar tweede plaat ‘Over & Weer’ terug een overtuigende; ze beschikt over een standvastige band en ze levert goede nummers af van verschillende stemmingen, die de luisteraar een warm hart toedragen, waaronder “Orheus”, “Zoals in dat ene liedje”In bruikleen” en “Ingebeelde vriend”. Op de koop toe komt ze de hitparades ingetuimeld met “Fantastig toch (slaap lekker)”, die ze herwerkte met de Nederlandse rapper Diggy Dex.
Eva De Roovere geeft het juiste gevoel weer in een Nederlandstalige song, en krijgt nu de verdiende erkenning voor haar luistersongs …

Kasabian

West Ryder Pauper Lunatic Asylum

Geschreven door

Het Britse Kasabian uit Leicester put rijkelijk uit de Britpop van de Stone Roses, Happy Mondays en de Indiase psychedelicasferen van Cornershop en Kula Shaker. Na hun puik debuut in 2005 en de tegenvallende tweede cd ‘Empire’ (te groots en te veel bombast) komen ze af met een evenwichtig derde plaat. Wat een titel hebben ze die gegeven.
De band rond zanger Tom Meighan tapt uit de vaatjes van de retrorock en de Britpop, zonder hun psychedelica en Indiase elementen uit het oog te verliezen. Ze vergalopperen zich niet en de beats klinken gelaagder. De klemtoon valt soms meer op die retro van Black Crowes en Kings Of Leon, o.a. opener “Underdog”, “Fast fuse” en “Vlad the impaler”. De wereldlijke psychedelica horen we dan in “Take Aim.
Het roer draaien ze om in enkele sfeervolle, dromerige (psychedelica) ‘60’s (Oasis) popsongs, “Thick as thieves”, “West Ryder silver bullet”, “Ladies & gentlemen, roll the dice” en afsluiter “Happiness”. De single “Fire” is het sterkste nummer van de cd door de broeierige opbouw en de spannende dreiging. Er valt dus voldoende afwisseling te noteren in hun muzikale aanpak, wat betekent dat Kasabian klaar is voor een definitieve doorbraak …

J. Tillman

J. Tillman van ‘songs’ naar ‘sounds’

Geschreven door

Het was pas met zijn vijfde plaat, het begin dit jaar verschenen ‘Vacilando Territory Blues’, dat Josh (kortweg J.) Tillman in menig muziekwinkel opdook. Zijn voorgaande platen kenden enkel aftrek bij een heel beperkte incrowd. Sedert de doorbraak van Fleet Foxes, de band waarin hij achter het drumstel zit en van daaruit ook een groot deel van de vocals verzorgt, is de interesse in ’s mans solowerk echter aanzienlijk toegenomen. Misschien is het vanuit de gedachte dat men het ijzer moet smeden als het heet is dat Tillman dezer dagen ondertussen al een zesde langspeler, getiteld ‘Year in the Kingdom’, op de markt brengt.
Ook de concertgangers worden door hem verwend. Solo was Tillman immers ook al begin maart 2009 in de Botanique te bewonderen en die passage maakte een voldoende goede indruk om ook nu weer alle zitplaatsen in de Rotonde volzet te krijgen. Gezien de superlatieven die velen voorbije zaterdag rondstrooiden na Tillmans optreden op Leffingeleuren (superlatieven die trouwens wederkerig waren want Tillman liet niet na om dat festival te bejubelen) hadden we verwacht in een uitverkochte zaal te belanden, maar daarvoor bleek de mond-aan-mond-reclame nog niet snel genoeg gebeurd te zijn. Niet getreurd echter want zodoende kon iedereen zich in de meest comfortabele omstandigheden schrap zetten voor een veelbelovende avond.

Bassist Zack (of Zach ofzo) kreeg een half uurtje de tijd om te bewijzen wat hij solo in zijn mars heeft. Na het eerste nummer vreesden we even het ergste, het flutliedje en ’s mans dertien-uit-een-dozijn gitaarspel maakten immers allesbehalve indruk. Enkele nummers later waren we echter al milder gestemd want de heel eigen draai die Zack aan nummers van Pavement en The Kinks (“Lola”) kon geven, was op zijn minst verdienstelijk te noemen. Ook enkele hilarische tekstpassages (“If I was your lapdog”) zorgden ervoor dat dit voorprogramma uiteindelijk geen groot tijdverlies bleek te zijn.

J. Tillman en zijn vier bandleden begonnen zelf ook rustig aan de set. De eerste vijfentwintig minuten van het concert werden ontsierd door (eerst nog beperkte maar nadien vrij ernstige) storingen met één van de versterkers, een euvel waaronder Tillman initieel weinig leed maar dat na een tijdje alsnog tot moeilijk te maskeren ergernis leidde. Gelukkig ligt het niet in zijn vredelievende aard om dergelijke momenten humorloos te laten passeren. Hij startte een dialoog met het begripvolle publiek in de expliciet geformuleerde hoop dat zulk een afleidend gesprek er toe zou leiden dat het eerste gedeelte van het concert volledig vergeten werd. Bijna slaagde hij daar nog in ook, alhoewel we moeten erkennen dat veel schwung verloren ging ten gevolge van die technische problemen. Naar het einde van het concert toe verschoof de focus almaar meer van songs naar sounds. Het instrumentarium werd uitgebreid met blokfluiten en cimbalen en enkele eerst karig kabbelende liederen mondden minuten later uit in hevige distortions. Het vijftal deed bij dit alles wel degelijk zijn best maar we konden ons niet van de indruk ontdoen dat men zich na de moeilijke start wat gelaten naar het einde van het optreden sleepte. Het feit dat de bandleden niet terugkeerden voor een bis-ronde verbaasde ons dus weinig. Gelukkig vond Tillman zelf nog de moed om twee bisnummers te brengen want alleen al het bloedmooie “James Blues” uit
Vacilando Territory Blues’ maakte de verplaatsing naar de gezellige Rotonde de moeite waard. Hofleverancier van de avond was trouwens datzelfde album, van de nieuwe plaat werd slechts een tipje van de sluier opgelicht.
Als afsluiter zong Tillman letterlijk “I took you in my arms when the devil shook his head” en daarvan was geen woord gelogen want Josh Tillman bekommerde zich de ganse de tijd wel degelijk om zijn dankbare publiek op een avond die bij een minder groot artiest mislukt zou zijn door die duivelse technische storingen.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Botanique, Brussel


Belgian Asociality

Kabaal

Geschreven door

”Wacco’s der aarde, na twee decennia en wel ter ere daarvan heeft Belgian Asociality de eer en het genoegen een hoop onzin in uw richting te stampen  in de vorm van een schijf met muziek” … Het Antwerpse kwartet vierden het met een nieuwe cd, een boreling die we al jarenlang verwachtten; op hun talrijke gigs kregen we er al en toe ééntje te horen.
Eenvoud siert is de doeltreffende formulering als je deze band aan het werk ziet. De ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige punkpop, rond Mark Vosté (zang) en Tom Lumbeek (bas) hebben twintig leuke punkrockers, prettig gestoorde, meezing-/brulbare, rammelende pretpunk (kort, rechttoe-rechtaan, opzwepend) met humoristische en cynische no-nonsens teksten uit. Belgian Asociality weet de (dolgedraaide) veertiger als onze jonge gasten te boeien.
”Lieve burgers, geniet en onderga hun kabaal” met songs als “Anti iedereen”, “De pit”, “Vanalles” en “Tip van de week”. Door de broeierige opbouw hebben “Twee”, “Achterklap” en deze met Luc Devos (niet toevallig “Tip van de Vos”) iets meer ‘song’. “Die van ons” lijkt het uitgangsbord. Een zomerse dubgroove horen we “Bampa punk 2.0” en verder kun je de keel schrapen op het “BA volkslied”, of een rondedansje wagen op de circuscarrousel van “1, 2, C4”.
De oudgediende punklegende van het Belgische front liet terug van zich horen. Oh ja, heb je er nog niet genoeg van? Er is ook nog een schijf met beeld …

Info op http://www.beginanasociality.be

Starfucker

For crying out LOUD

Geschreven door

Starfucker is een jong bandje van 2 meisjes (Marlies – Stefanie) – 2 jongens (Stijn & Mattias),  uit het Leuvense, die refereren naar de gloriedagen van de nineties van L7, Hole en in de platenbakken graaien van de rockgirls Suzi Quatro, Joan jett en Kim Wilde.
We horen lekker in het gehoor liggende, springerige, snedige uptempo rock als “Hotel New Jersey”, “Gimme break” en “Quit their band”. Op een paar songs gaan ze ziedend te werk, geven ze er nog een tandje bij en klinken ze explosief, “Going out alone”, “Boys will be boys”, “Better than that” en “All the way”. Niet onopgemerkt in deze compromisloze rechttoe-rechtaan geluid, is de krachtige, heldere stem van Marlies. Songs met ballen, waaraan jongens als Jane’s Detd en Nailpin een puntje mogen aan zuigen… Kijk, heel wat (retro) bands komen als een flash ons voor de ogen. Starfucker klinkt gevat en gemotiveerd. Door hun dynamische, vitale aanpak, de pittige gedrevenheid (“Sorrow”) en hun onbezonnenheid denken we ook de huidige rits Blood Red Shoes en Be your own pet. Op hun debuut horen we ook één rustige, zachte , intieme song, “Stories”, een aan Sarah Bettens neigende ballade.
Een leuk, overtuigend debuut.

Info op http://www.starfuckerband.com

Leffingeleuren 2009 vanuit de ogen van …

Geschreven door

De jongste editie van Leffingeleuren kan in alle opzichten geslaagd genoemd worden. Stralend weertje, vrijdag en zaterdag uitverkocht, zondag bijna en muzikaal viel er heel wat te beleven. LL blijft als vanouds hét festival waarop alle jongeren van de streek present geven maar dit jaar kon ik me niet van de indruk ontdoen dat er opnieuw meer ware (en oudere) muziekliefhebbers waren komen opdagen.Een gevarieerd programma dat beslist niet enkel op veilig speelde heeft zijn vruchten afgeworpen. Hoogtepunten genoeg waarbij ik u mijn persoonlijke top 5 niet wil onthouden!

1 Eilen Jewell
Een geluk bij een ongeluk : door het jammerlijke afzeggen van Joe Gideon & The Shark verhuisde Eilen Jewell van het café naar de zaal, die toch nog steeds iets comfortabeler is om een concert te volgen. Jewell, afkomstig uit Boise, Idaho, graait met stijl in genres als rockabilly, country, rock-'n-roll en folk. Je zou ze wel eens kunnen vergelijken met een Lucinda Williams of Gillian Welch, qua zang dan, maar op haar laatste plaat kwam er plots wat meer rock-'n-roll ingeslopen. Zo ook zaterdag op het podium en dat was vooral de verdienste van haar band die de sfeer van de vroege rock-'n-roll (eind jaren '50 - begin jaren '60) helemaal terug naar Leffinge bracht. "Wat braaf" hoorde ik iemand zeuren achteraf. Tja, maar de rock-'n-roll was natuurlijk nog braaf in die tijd. Wat gitarist Jerry Miller (niet diegene van Moby Grape) uit zijn snaren toverde was van een zelden gehoorde subtiliteit. Om duimen en vingers bij af te likken. Tijdens de prachtige Johnny Kidd & The Pirates-cover "Shakin' all over" trok hij alle registers open en hoorden we een indrukwekkende reeks citaten uit de rock-'n-roll geschiedenis en dat zonder ook maar één noot teveel te spelen. Duizelig werd ik ervan en dit keer kwam dat zeker niet door een teveel aan decibels. De set eindigde tenslotte veel te vroeg met een Bessie Smith-medley.

2  William Elliott Whitmore
Dit had ik eigenlijk evengoed op één kunnen zetten, want deze boerenzoon uit Iowa, die ooit begon als roadie van een hardcoreband, zette een zo goed als perfecte set neer. Afwisselend op gitaar en banjo en enkele nummers bijgestaan door een drummer, bracht hij erg melodieuze songs met wortels in de delta blues of de appalachian folk. Zijn laatste plaat ‘Animals in the dark’ is een parel en die wist hij ook live te verzilveren. De man beschikt over een fenomenale lage stem (vergelijkingen met Tom Waits of Captain Beefheart gaan eigenlijk niet echt op) en bleek bovendien een geboren performer. Handjes schudden vooraf en achteraf, het publiek op een grappige manier uitvoerig bedanken of een jonge kerel die op het podium sprong ,om tijdens "Mutiny" mee te zingen, beschermen tegen de security: het bleef allemaal even spontaan. We hebben er een nieuwe held bij!

3 Creature With The Atom Brain
Deze Antwerpse band van Aldo Struyf en Dave Schroyen (beiden ook Millionaire) heeft sinds hun ontstaan een hele metamorfose ondergaan. Met zijn vieren brengen ze tegenwoordig lome maar fascinerende gitaarsongs waarin je het zand tussen de snaren hoort knarsen. Als dit al stoner is klinkt het toch totaal anders dan wat een gemiddelde stonerband daaronder verstaat. Hier had ik eerder gitaarbands als Thin White Rope in gedachten en dat kan nooit slecht zijn. Het snuifje progrock dat er hier en daar aan toegevoegd werd was niet altijd even gepast, toch bleef dit optreden boeien tot de laatste seconde.

4 J. Tillman
De prijs van de sympathiekste artiest zal deze J. Tillman (tevens drummer bij Fleet Foxes) wel niet winnen. Hij liep er het ganse optreden op zijn minst gezegd nogal humeurig bij en toen enkelen ritmisch begonnen mee te klappen schoot hij zodanig in zijn wiek dat hij hen de zaal dreigde uit te schoppen. Maar voor de rest mocht hetgeen hij bracht zeker gehoord worden. Op plaat durft zijn muziek nogal eens saai overkomen en ik had zeker geen grote verwachtingen. Maar op de planken koos hij voor een veel forsere aanpak, wat een gouden zet bleek. Zijn band (met o.a. een pedal steel) mocht geregeld voluit gaan en gaven zijn ingetogen songs zo een wat rijper karakter. Moeilijk te plaatsen maar wel verrassend goed.

5 Seasick Steve
Ik vrees een beetje dat zijn immense populariteit stilaan in zijn nadeel zal spelen. Pas op, ik vind hem nog steeds meer dan ok maar hij weet verduiveld goed waar hij mee bezig is en gebruikt zowat alle trucs om het publiek uit zijn hand te laten eten. Zo moet hij intussen toch al genoeg verdiend hebben om zich een nieuwe plunje aan te schaffen maar hij treedt nog steeds op in een gelapte broek, een gescheurd hemd en een bijzonder groezelig marcelleke. Bijgestaan door een andere veteraan op drums gaf de 68-jarige Steve weer een demonstratie met zijn aparte verzameling instrumenten : de éénsnarige Diddley Bow, de three-string guitar of een gitaar gemaakt uit een sigarenkistje. Het bleef mooi en gedreven of zelfs ontroerend (die song waarbij hij een meisje vroeg om gewoon bij hem te komen zitten). Alleen tijdens de bis "Doghouse boogie" dat hij eindeloos uit rekte werd het net iets teveel voor me. Toch een waardige afsluiter.

Ook gezien
The Streets
Mike Skinner lijkt me een heel aardige mens, zo iemand waarmee je uren pinten kan drinken in het café om de hoek. Naar 't schijnt is hij ook echt zo. En op het podium deed hij het verre van onaardig. Van rap heb ik weinig kaas gegeten maar hij liet zich begeleiden door een echte (en goeie) groep en een heerlijke zanger. Mooi maar ongevaarlijk en toen hij met publiekspelletjes begon (publiek laten springen) ben ik vooraan de meute ontvlucht en met iemand anders in de pinten gesukkeld.

Sunset Rubdown
Een bijzonder gedreven band maar hun muziek leek me te beredeneerd om een gevoelsmens als ik te kunnen bekoren.

Blood Red Shoes
Jong Brits duo (meisje op gitaar, jongen op drums) bracht het soort luide indierock waar je je geen buil aan kon vallen. Inzet genoeg maar verder dan wat teenybopper kwamen ze niet.

Alela Diane
De nieuwe look van Alela Diane (Nevada City, Portland) staat haar beeldig. Maar we hadden het hier over de muziek zeker? Die is nog geen spat veranderd. Grootste troef blijft haar fantastische stem die dit keer geruggensteund werd door een volledige band (drums, bas, vader Tom Menig op gitaar en de nog steeds onbeweeglijke Alina Hardin als tweede zangeres). Soms steeg het suikergehalte zodanig dat het glazuur op mijn tanden dreigde te barsten maar bij deze Alela Diane heb ik daar geen problemen mee. Toch zou wat afwisseling beslist geen kwaad kunnen.

Dinosaur Jr.
Sommige van zijn platen blijf ik echt wel sterk vinden maar live zal ik het wel altijd moeilijk hebben met dit trio. Hun naam hebben ze alleszins niet gestolen: hun sound klinkt ronduit verpletterend maar tegelijkertijd ook een beetje lomp en soms wat richtingloos. Het blijft natuurlijk een mooi zicht : Jay Mascis met zijn lange grijze manen voor een muur van Marshall versterkers. Er werd ook wat strakker gespeeld dan enkele jaren geleden in de AB. Maar deze gitaarbrij bleek me toch net iets té dik om met smaak verorberd te kunnen worden. Ik hield er in ieder geval een kleine maagcrisis aan over of zou dat toch aan iets anders gelegen hebben?

Elvis Perkins In Dearland
Bende hippies uit New York rond Elvis Perkins, zoon van Anthony Perkins (de legendarische hoofdacteur uit Hitchcock's ‘Psycho’) en de fotografe Berry Berenson, die op één van de vliegtuigen zat die zich in de Twin Towers boorden. Freakfolk kenden we al, dit leek me eerder freakpop. Maar ondanks de verfrissende impuls van wat minder voor de hand liggende instrumenten (zoals trombone en harmonium) bleef dit eerder aan de zeurderige kant. Naar het einde toe kwam er toch wat beterschap en bleek ‘The Band’ plots niet meer heel veraf.

Dawn Landes
Wint de prijs voor de meest frisse verschijning en tevens voor het meest enthousiaste optreden van gans het weekend en dat uitgerekend in het café! Zelden iemand met zoveel plezier haar ding zien doen en dat was bovendien buiten alle verwachtingen bijzonder goed. Daar zaten de bassist en vooral de drummer die nog met tal van andere zaken bezig was, voor heel wat tussen. Maar Dawn kan natuurlijk ook wel een aardig mondje zingen. Of ze nu countrypop of sixtiespop bracht, het bleef allemaal even ontwapenend. Mooi moment : tijdens de Françoise Hardy-cover "Tous les garçons et les filles" bleek iemand in het publiek die tekst nog te kennen. Tamelijk overrompelend en net geen top 5.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Ohbijou

Ohbijou: verfrissende mix

Geschreven door

Het sympathieke Canadese gezelschap Ohbijou zorgt voor een verfrissende couscous van pop, folk en blues. Een eigenwijze aanpak van die indiestyle wordt overtuigend gebracht.
Onze fotograaf Sindy Mayot was erbij. Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s …
Organisatie: Botanique, Brussel

Leffingeleuren 2009: zondag 20 september 2009

Geschreven door

Rootsrock! was de noemer op deze afsluitende succesvolle dag Leffingeleuren …Met 5000 bezoekers, 500 meer dan vorig jaar op deze derde dag, werd een recordopkomst van 17000 man genoteerd …

De vijf van Absynthe Minded (concerttent) kwamen hun vierde plaat presenteren tijdens hun reeds derde passage op Leffingeleuren. Het was – na Pukkelpop – de tweede keer dat we ze deze zwoele zomer op een podium zagen en dit nu als eerste groep op de laatste dag van de drieëndertigste editie van dit supersympathiek festival. Net als in Kiewit openden ze met “Plane song” en ook de rest van de set bleek overeen te stemmen met wat we enkele weken terug te horen kregen. Niet dat we daarom treurden, integendeel zelfs. De sfeer zat van begin tot eind goed, tijdens “Heaven knows” namen Bert Ostyn en twee van zijn kompanen bijvoorbeeld relaxed plaats op een barkruk, “I am a fan” klonk alsof enkele uitgelaten zigeurners een feestje kwamen bouwen en “People of the pavement” begon broeierig als Nick Cave om uiteindelijk te besluiten in een meer jazzy mood. We zagen mensen in de tentmasten klimmen om vol overgave de hit “My heroics (part one)” mee te zingen en op het einde toonden de bloedmooie Claus-hommage “Envoi”, “Dead on my feet” en “Stuck in reverse” dat het een deugd is dat België in 2005 het verbod op de verkoop van absint weer ingetrokken heeft want na een dergelijk concert wanen we ons meer dan ooit Absynthe Minded.

Elvis Perkins (concerttent) kende in Leffinge veel minder aanhangers dan zijn Belgische voorgangers maar ons inziens heeft hij er toch enkele kunnen bijwinnen. Hij begon solo aan het optreden en meteen bleek dat Bob Dylan een onbetwistbare invloed gehad heeft op de zoon van Anthony “Psycho” Perkins. Tijdens dat openingsnummer, “While you were sleeping”, vielen eerst de contrabas, later de drums en uiteindelijk de trombone in. Zijn goedgemutste bandleden hielpen al vlug om de nummers (en de pauzes ertussen) op te vrolijken waardoor de groep (want sedert zijn laatste CD presenteren ze zich als Elvis Perkins in Dearland) minuut per minuut meer mensen wist te overtuigen. Ook het feit dat men muzikaal niet steeds uit hetzelfde vaatje tapte, kon ons plezieren. Reeds in het derde nummer, “Chains, chains, chains”, kwam de percussionist van achter zijn drumstel vandaan om een grote trommel te beroeren, een instrument dat in “The night without love” trouwens een zeer prominente rol toebedeeld kreeg. De fans kregen met “Stay Zombie stay” een nieuw nummer  (van de in de loop van volgende week te verschijnen “Doomsday”-EP) te horen. Nadien kwamen er reggae-invloeden bovendrijven in het heerlijke “Shampoo”. Voorts hoorden we tijdens het optreden nu en dan een streepje gospel, folk en country. Meestal klonken deze New Yorkers echter alsof ze recht vanuit New Orleans op de luchthaven van Oostende geland waren.
Afsluiter “Doomsday” begon nogal zwaarmoedig middels saxofoon en trombone, niet veel later vielen de gitaar en de trommel stevig in waarna het initieel treurige lied uiteindelijk evolueerde naar  hoempapamuziek die in de tent zelfs verschillende mensen tot wilde groepsdansen bracht. Als deze kerels nog een tijdje hadden kunnen doorgaan, dan zou dit concert nog tot polonaise-toestanden geleid hebben. Elvis Perkins is dus het levende bewijs dat men ondanks grote tegenslagen (zo verloor hij zijn moeder op 9/11) troost en vaak zelfs vreugde kan vinden in de muziek.

Admiral Freebee (concerttent) was de voorbije maanden nauwelijks op een podium terug te vinden dus velen keken uit naar wat hij in Leffinge ten berde zou brengen. Terwijl we persoonlijk verwacht hadden dat hij ‘solo & electric’ wat nieuw werk zou presenteren, had Tom Van Laere zelf eerder zin in een overzicht van het vele moois dat hij op zijn eerste drie platen geboekstaafd heeft. Een akoestisch “Ever Present” opende de set, gevolgd door “Faithful to the night” en “Lucky one”. Vanaf het vierde nummer laat ‘The Admiral’ de duivel in zichzelf los. Hij kakt (figuurlijk uiteraard) op het Idool-gebeuren en hangt de Jimmy Page op akoestische gitaar uit. Het tweetal “I’d much rather go out with the boys” en “Living for the weekend” beklemtoont dat het feestelijke weekend voor hem nog lang niet gedaan is. Vanaf “Oh darkness” wordt de klemtoon stevig op ‘electric’ gelegd, ook “Bad year for rock’n’roll” illustreert dat Admiral Freebee almaar beter met zijn elektrische gitaar uit de voeten kan. Een stevig nieuw nummer doet ons vermoeden dat hij op zijn volgende plaat (die hij volgend jaar belooft uit te brengen) het experiment niet zal schuwen. “Get out of town” brengt Admiral Freebee aan de piano om vervolgens het nummer af te sluiten op gitaar (met ‘pedal-loops’ maar zonder het karakteristieke geschreeuw op het einde, geschreeuw dat volgens ons terecht gepaard moet gaan met stevige percussie). “Recipe for disaster” en “Rags’n’run” zorgen voor een mooi orgelpunt van een aangenaam weerzien dat ons al hevig  doet verlangen naar volgend jaar.

Het enige concert dat op zondag in De Zwerver gegeven werd, was het café-concert van Dawn Landes. Grote honger en een massale opkomst zorgden ervoor dat we slechts tegen het einde van de set een blik konden werpen op deze ravissante verschijning. Wat we daar zagen en hoorden, beviel ons echter enorm. Nooit droomden we meer dat een lied over onszelf ging dan toen Dawn “My bodyguard” stond te zingen.

Terug in de tent keken we – na ’s mans gewaardeerde passage in een hopeloos uitverkocht Koninklijk Circus – uit naar Ray Lamontagne, een Amerikaanse folksinger-songwriter begiftigd met een zeer hese, breekbare edoch prachtige stem. Wat meteen opviel, was dat Lamontagne zelf liever niet opvalt. Net als enkele maanden terug in Brussel verkoos hij om letterlijk zij aan zij met zijn muzikanten (en dus allesbehalve centraal) te staan, voorts was dit het enige optreden waarbij de persfotografen niet welkom waren in de frontstage. Het is best mogelijk dat hij zijn stevige baard laat staan om ook op die manier zo weinig mogelijk tot ‘een gezicht’ gereduceerd te worden. Alle aandacht moet uitgaan naar de muziek en van daaruit hebben we dan ook alle begrip voor zijn volgens anderen ‘arrogante artiestengedrag’ dat ons inziens meer een gevolg is van bescheidenheid. Zijn eerste twee platen, ‘Trouble’ en ‘Till the sun turns black’, waren in België geen commerciële hoogvliegers, maar vanaf ‘Gossip in the Grain’ en meerbepaald vanaf doorbraaksingle “You are the best thing”, doet Lamontagne bij almaar meer mensen een belletje rinkelen. De set werd geopend met ”Be here now” en “Empty”, de eerste twee nummers van “Till the sun turns black”. Daarna kregen we twee songs van ‘Trouble’ (“Shelter” en “Hold me in your arms”) en vervolgens nog “You can bring me flowers” en “Trouble” vooraleer hij met “Sarah” een eerste keer naar zijn laatste plaat greep, een album waaruit hij tijdens het ganse concert trouwens slechts vier songs presenteerde. Muzikaal werd er minder gevarieerd dan bijvoorbeeld de meer uitbundige bende van Elvis Perkins in Dearland deed. Enkel met de scheurende mondharmonica in “Henry nearly killed me (It’s a shame)” en het iets strakkere drumwerk in de ode aan “Meg White” kleurde men even buiten de misschien te slaafs gevolgde lijntjes. Dit alles in combinatie met het feit dat Lamontagne gewoontegetrouw allesbehalve communicatief was en naliet om zijn bekendste nummer (“You are the best thing”) te spelen, bracht ons tot de slotsom dat hij uiteindelijk misschien niet de meest geschikte artiest is om op het hoofdpodium van een festival te poneren. Niemand zal betwisten dat deze muziek het best tot zijn recht komt in een eerder intieme setting waar enkel de echt geïnteresseerden op afkomen. Anderzijds zouden velen het de organisatoren misschien kwalijk genomen hebben indien deze boeiende bard geprogrammeerd stond in een kleine en daarom dus ongetwijfeld volle zaal. Ons hoor je dus niet klagen, al hadden we gehoopt dat zowel de eigenzinnige Ray Lamontagne als een deel van publiek geprobeerd zouden hebben om wederzijds iets meer tegemoetkomend te zijn. Nu dit niet gebeurde, vrezen we dat te veel festivalgangers huiswaarts keerden zonder te beseffen welk een uitzonderlijk talent ze gepresenteerd kregen.

Wie weinig onder de indruk was van Lamontagne, zal ongetwijfeld wel genoten hebben van Seasick Steve (concerttent) die als afsluiter een grote stijlbreuk betekende met zijn voorganger. Samen met zijn uit de Muppetshow weggelopen drummer gaf hij er vanaf het eerste nummer, “Thunderbird”, een stevige lap op. Uit niets kon je afleiden dat deze mannen al lang op tram 6 zitten (Seasisck Steve zelf is ondertussen al 68 jaar!). De rauwe bluesrock die ze uit hun van alle franje (en soms zelfs van meerdere snaren) ontdane instrumentarium wrongen, maakte duidelijk dat deze krasse knarren een stevig orgelpunt aan de geslaagde driedaagse wilden breien. Qua entertainment was dit optreden niet te overtreffen. We trokken niet enkel onze ogen wijd open toen de heren het publiek dansend tegemoet traden, ook hetgeen Seasick Steve te voorschijn toverde uit zijn éénsnarige “Diddley Bow” ging vaak het bevattingsvermogen te boven. Het naar eigen zeggen “mysterieuze” nieuwe nummer dat middels dit instrument gebracht werd, zou in oktober moeten prijken op de opvolger van het geslaagde “I started out with nothin’ and still got most of it left” uit 2008.
Afsluiter “Doghouse blues” werd heerlijk lang gerekt en zelfs doorspekt met ‘handjes in de lucht’-momenten waar Regi van Milk Inc. jaloers op zou zijn. Het dolenthousiaste publiek kon er maar geen genoeg van krijgen hetgeen illustreert dat Seasick Steve een gouden zet van de programmator was. Een meer dan waardig ouder geworden afsluiter van een meer dan waardig volwassen geworden festival. 17.000 people can’t be wrong dus op naar de 18.000 volgend jaar?

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, leffinge

Leffingeleuren 2009: zaterdag 19 september 2009

Stralend weer en een tweede uitverkochte dag op Leffingeleuren (6000 bezoekers). De gevarieerde affiche, de gezellige sfeer en de gemoedelijkheid blijken de voornaamste troeven … En het waren de bands van eigen bodem die het meeste volk lokten in de concerttent en in het Zwerver zaaltje. Ter elfder ure moest Joe Gideon & The Shark hun concert cancellen, wat werd opgevangen door de Amerikaanse folkie Eileen Jewell.

Het Brugse Pepper Assaut won de Verse Vis wedstrijd en beet de spits af op de tweede dag. Persoonlijk sloten we aan bij de tweede band van dienst, het sympathieke jonge Britse man-vrouw duo Blood Red Shoes van Laura-May Carter en Steve Ansell. Al anderhalf jaar toeren zij onophoudelijk. Ze overrompelden met hun debuut ‘Box of secrets’, een rauw en fris melodieus gitaargeluid, opzwepende strakke drums en een afwisselende samenzang. Hun speels jonge, ongedwongen attitude wint het nog altijd, de oude nummers beklijfden maar het nieuwe materiaal moet nog naar de keel grijpen. Afwachten dus. Intussen was het genieten van “Say something, say anything”, “It’s getting boring by the sea”, en “I wish I was someone better”. Enorm gewaardeerd door het jonge publiek..

Creature with the atom brain opende de tweede dag in de zaal. Opvallend veel volk wou de retrorockende band aan het werk zien rond Aldo Struyf en Dave Schroyen van Millionaire, Jan Wygers (Mauro & The Grooms ) en Michiel van Cleuvenbergen. Het kwartet speelde broeierige, snedige rockers, “Spinning the black hole” voorop. Goed bevonden, maar net onvoldoende om vast te houden …

Lady Linn & Her Magnificent Seven. De charismatische, talentrijke Lien De Greef herinnerde alvast haar optreden van vorig jaar nog op Leffingeleuren toen ze in de zaal één van de afsluitende acts was en een definitieve stap richting doorbraak zette! Sensueel, zwoele funky jazzysoulpop, waarbij ze met haar band graaft in het muzikaal archief van de ‘50’s jumpin’jive, ballroom jazz en bebop. Op een jaar tijd was ze overal te zien en met haar band houdt ze het op één woord ‘Enthousiasme’, met songs als “Harlem on parade”, “Here we go”, “Cool down” en “I don’t wanna dance”, die aardig uitgesponnen staartjes kregen. Tot buiten de tent wist Lady Linn de handjes op mekaar te krijgen. Een feestelijk set als perfecte afsluiter van een schitterende zomerdag.

Ons eigen Customs is verantwoordelijk voor aanstekelijke, herkenbare refreinen die naar de ‘80’s waverock teruggrijpen. Customs waren al ‘artist in residence’ in Leuven en scoren een aardige hit met “Rex”. Het gaat dus erg goed met dit beloftevolle bandje, dat op een volle zaal kon rekenen en die hun nakende debuut voorstelde. De groep laveert ergens tussen Interpol, White Lies en het godvergeten House Of Love; terecht maakten ze de link met het coveren van hun “Shine on”! Verder brachten deze waverockers “Ghosts” en “Justine”, die naast de single “Rex” voldoende hitpotentieel hebben.

Alela Diane daarentegen kon misschien beter ook in de zaal gestaan hebben, want heel wat volk had een rustpauze ingebouwd, maar niet om haar innemende, aanstekelijke indiefolk te horen. Kampvuurmuziek tussen droom en nostalgie en een ‘hey ho’ samenhorigheidsgevoel, gedragen door haar heldere, emotievolle stem. Elke keer dat we Alela Diane aan het werk zien, breidt ze haar groep uit: eerst trad ze solo op, dan als duo en sinds de aanvang van haar nieuwe clubtour (in het voorjaar) zijn ze met vijf. Ze werd sober en elegant begeleid door een heuse band (waaronder haar papa!) en een tweede vocaliste, Alina Hardin, die er ook al bij was in de 4AD bij de eerste tournee in België. Alina was ons toen opgevallen omdat ze super schuchter overkwam, maar het vele touren hadden het muurbloempje blijkbaar doen openbloeien. Sfeervolle folky popsongs hoorden we van haar twee platen ‘The pirate’s gospel’ en ‘To be still”, waaronder “The alder trees”, “Every path”, “My brambles” en “To be still”. Uiterst gecharmeerd waren we op het eind, met de intieme, ingetogen pracht van “The ocean” en het spooky“The rifle”. Ze bracht de matige opkomst nog dichter bij elkaar …Mooi toch?

J. Tillman is vooral gekend als de drummer van Fleet Foxes, maar deze timmerman brengt al sinds 2005 solo platen uit. 2009 is een heel productief jaar geweest voor Josh Tillman, naast het schitterende ‘Vacilando Territory blues’, bracht hij ook de ‘Isle Land EP’ en het nieuwe ‘A Year in the kingdom’. Net als de andere Fleet Foxes leden beschikt Josh over een stevige baard en een sterke stem. Hij had een heuse band mee en bracht een pak intense en sfeervolle folkamericana songs, waarbij de leden af en toe eens loos gingen op hun instrumenten, vooral op de gitaren en de steelpedal. Hoogtepunten in de set waren ‘Firstborn” –Fleet Foxes zonder de a capella-, “Barter blues”, een country nummer met veel galm en gevoel, zoals ook Jim James van My Morning Jacket het brengt, en het uptempo “ New Imperial Grand Blues”. Wat een  fijne ontdekking…

Heel veel leuks komt uit Mali met o.a. Ali Farke Touré, Toumani Diabaté en het zeskoppige gezelschap onder het blinde echtpaar Amadou & Mariam. Ze leverden meteen een hartverwarmende en swingende, dansbare set af door de opzwepende dubbele percussie, een fijn aanstekelijk en intrigerend gitaarspel (refererend aan de nomaden van Tinariwen) en de samenzang van het koppel. Ook de bevallige backing vocalistes/danseressen boden kleur en intensiteit.
Het kleurrijke gezelschap kreeg iedereen tot handclapping, heupwiegen en danspasjes maken. De songs kregen een soms forse, krachtige injectie en hadden een repetitieve opbouw om de trance te vergroten en in te werken op de dansspieren. Een schitterend slot speelden ze met “Dimanche à Bamako”, “La réalité” en “Sebeke”, die me onrechtstreeks deden terugdenken aan de sound van de eervolle Israëlische winnaar van het Eurovisiesongfestival in ’78 Izhar Cohen’s “A-ba-ni-bi”. Afroworld pop die de tent in Leffinge op z’n kop zette! Hou er maar eens hun twee laatste platen op na, ‘Dimanche à Bamako’ en ‘Welcome to Mali’.

Klonk The Bony King Of Nowhere in het voorjaar wat onzeker en onwennig om hun debuut voor te stellen, dan heeft de band, onder zanger/componist Bram Vanparys, aan standvastigheid, podiumervaring en intensiteit gewonnen. Ze wisten het publiek sterk te boeien met hun innemende en romantische pop. Daarvoor waren de sobere begeleiding en Vanparys dromerige, indringende en licht overwaaiende vocals verantwoordelijk. Het eerste deel van de set werd akoestisch ingezet, met songs als “The sunset”, “There I am” en “Alas my love”; in het tweede deel kwam de bredere instrumentatie van toetsen (soms refererend aan Radiohead’s klanktapijt), contrabas en percussie aan bod, “Taxidream”, “Losing gravity”, “Eleonaore” en “Vistor”. Een Bony ‘Prince’ of Nowhere die z’n naam waardig van ‘King’ mag dragen. Groeisongs van een groeiband …

Het was iets na negenen, en we zagen een muur van versterkers op het hoofdpodium, dit moest Dinosaur Jr. Zijn. De ‘grunge peetvaders’ , in de originele bezetting van Mascis, Barlow en Murph moesten eerst nog wat op dreef komen … een rommelige start in een donker sfeervol decor, het zoeken naar de juiste geluidsbalans en het afstemmen van Mascis’ vocals, waardoor de eerste songs “Thumb”, “In a jar” en “Imagination blind” wat in de mist gingen. Nu, op elk concert van Dinosaur Jr is het wat zoeken naar deze elementen, net zoals Mascis na elk nummer steeds z’n gitaar moet kunnen afstellen. Dat is net grunge …
Ze kwamen op kruissnelheid vanaf het vijfde nummer, het herkenbare “The wagon”, waardoor het uitermate genieten was van hun gevoelige grungerock/noise, “Plans”, “Feel the pain”, “Over it” en oudjes “Freak scene” en The Cure cover“Just like heaven”. Barlows onverstaanbare bindteksten namen we er maar al te graag bij in deze begeesterende, rauwe, maar melodieuze set. Toch was niet iedereen te vinden voor de formule van deze veteranen …

Anders was het bij Daan, die de concerttent deed vollopen. Hij maakte er een ‘best of’ van, waarbij regelmatig een tipje van de recente vijde cd ‘Manhay’ werd opgelicht. De broeierige rock paste ideaal naast de gekende synth/electropop. Het mooi uitgedoste kwintet - met de bevallige Isolde Lasoen op drums en Daan himself (donkere bril en steevast een sigaret) -, speelde een intens bedreven setje door songs als “Exes”, “Addicted …”, “The player”, “Victory”, “Swedish designer drugs” en “Crawling from the wreck”. Op de koop toe eindigden ze met een uitermate krachtige en mooi uitgesponnen versie van GL Buffalo’s “Fuzzy” en de ‘instant’ klassieker “Housewife”.  Eerder deze zomer zagen we Daan op FeestinhetPark, met praktisch de zelfde set, maar toen ontgoochelde hij en hingen de nummers als los zand aan mekaar. Op Leffinge namen ze met verve revanche als waardige afsluiter van de tweede avond op het hoofdpodium.

Intussen viel er nog wat leuks te beleven met We rock like girls don’t in het Café van de Zwerver, twee dames die PJ Harvey, L7, The Kills en Blood Red Shoes samenbalden en de dance van The Glimmers vs Disko Drunkards in de zaal. Of je moest de electrobeats ondergaan van de DJ set van Riton…Voer voor elk wat wils dus!

Setlists
* Blood Red Shoes: It is happening again, Say something say anything, Count me out, You bring me down, Keeping it close, Its getting boring by the sea, Don’t ask, This is not for you, I wish i was someone better
* Alela Diane: Tired feet, Tatted Lace, Dry Grass and shadows, White as diamonds, The alder trees, To be still, Every path, My brambles, The ocean, The rifle, Bowling green
* Amadou & Mariam: Welcome to Mali, Magossa, Batoma, Masiteladi, Djama, Couloubaly, Djuru, Mon amour ma cherie, Dimanche a Bamako, Realite, Sebeke
* Dinosaur Jr.: Thumb, Little Fury things, In a jar, Imagination blind, Wagon, Get me, Pieces
Plans, Feel the pain, Over it, Back to your heart, I dont wanna go there, Freak scene, Just like heaven, Swan, Sludge
* Daan: Exces, Friendly fire, Radio silence, Addicted, The player, Icon, Woods, Brand new truth, Victory, Decisions, Swedish Designer drugs, Crawling from the wreck, Fuzzy, Housewife

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2009: zaterdag 19 september 2009 - indrukken

Geschreven door

Stralend weer en een tweede dag Uitverkocht Leffingeleuren (6000 bezoekers). De gevarieerde affiche, de gezellige sfeer en de gemoedelijkheid blijken de voornaamste troeven … En het waren de bands van eigen bodem die het meeste volk lokten in de concerttent en in het Zwerver zaaltje. Te elfder ure moest Joe Gideon & The Shark hun concert cancellen, wat werd opgevangen door de Amerikanse folkie Eileen Jewell.

Het Brugse Pepper Assaut won de Verse Vis wedstrijd en beet de spits af op de tweede dag. Persoonlijk sloten we aan bij de tweede band van dienst, het sympathieke jonge Britse man-vrouw duo Blood Red Shoes van Laura-May Carter en Steve Ansell. Al anderhalf jaar toeren zij onophoudelijk. Ze overrompelden met het hun debuut ‘Box of secrets’, een rauw, zompig en fris melodieus gitaargeluid, opzwepende strakke drums en een goede samen- en afwisselende zang. Hun speels jonge, ongedwongen attitude wint het nog altijd, de oude nummers beklijfden en het nieuwe materiaal moet nog naar de keel grijpen. Afwachten dus. Intussen was het genieten van “Say something, say anything”, “It’s getting bored by the sea”, en “I wish I was someone better”. Enorm gewaardeerd door het jonge publiekje.

Creature with the atom brain opende de tweede dag in de zaal. Opvallend veel volk wou de retrorockende band aan het werk zien rond Aldo Struyf en Dave Schroyen van Millionaire, Jan Wygers (Mauro & The Grooms ) en Michiel van Cleuvenbergen. Het kwartet speelde broeierige, snedige rockers, “Spinning the black hole” voorop. Goed bevonden, maar net onvoldoende om vast te houden …

Lady Linn & Her Magnificent Seven. De charismatische, talentrijke Lien De Greef herinnerde alvast haar optreden van vorig jaar nog op Leffingeleuren toen ze in de zaal één van de afsluitende acts was en een definitieve stap richting doorbraak zette! Sensueel, zwoele funkende jazzysoulpop, waarbij ze met haar band graaft in het muzikaal archief van de ‘50’s jumpin’jive, ballroom jazz en bebop. Op een jaar tijd was ze overal te zien en met haar band houdt ze het op één woord “enthousiasme”, met songs als “Harlem on parade”, “Here we go”, “Cool down” en “I don’t wanna dance”, die aardig uitgesponnen staartjes kregen.

Ons eigen Customs is verantwoordelijk voor aanstekelijke, herkenbare refreinen die naar de ‘80’s waverock teruggrijpen. Customs waren al ‘artist in residence’ in Leuven en scoren een aardige hit met “Rex”. Het gaat dus erg goed met dit beloftevolle bandje, dat op een volle zaal kon rekenen en hun nakende debuut voorstelden. De groep laveert ergens tussen Interpol, White Lies en het godvergeten House Of Love; terecht maakten ze de link met het coveren van hun “Shine on”! Verder hadden we van deze waverockers “Ghosts” en “Justine”, die naast de single “Rex” voldoende hitpotentieel hebben.

Alela Diane daarentegen kon misschien beter ook in de zaal gestaan hebben, want heel wat volk had een rustpauze ingebouwd, maar niet om haar innemende, aanstekelijke indiefolk aan te horen. Kampvuurmuziek tussen droom en nostalgie en een ‘hey ho’ samenhorigheidsgevoel, gedragen door haar heldere, emotievolle stem. Elke keer dat we Alela Diane aan het werk zien, breidt ze haar groep uit: eerst trad ze solo op, dan als duo en sinds de aanvang van haar nieuwe clubtour (in het voorjaar) zijn ze met vijf. Ze werd sober en elegant begeleid door een heuse band (waaronder haar papa!) en een backing vocaliste. Sfeervolle folky popsongs hoorden we van haar twee platen ‘The pirate’s gospel’ en ‘To be still, waaronder “The alder trees”, “Every path”, “My brambles” en “To be still”. Uiterst gecharmeerd waren we op het eind, met de intieme, ingetogen pracht van “The ocean” en “The rifle”. Ze bracht de matige opkomst nog dichter bij elkaar …Mooi toch?

J. Tillman maakt deel uit van de Fleet Foxes stal, en heeft intussen een eigen project klaar, waar hij zich ontpopt als een niet te onderschatten singer/songwriter, die net als de andere FF leden over een sterke stem beschikt en gevoelige klanken kan tokkelen op akoestische gitaar. Hij had een heuse band mee en bracht een pak intens broeierige, dromerige en sfeervolle folkamericana songs, waarbij de leden af en toe eens loos gingen op hun instrumenten, vooral op de gitaren en op steelpedal en het gitaarspel. Wat een  fijne ontdekking…

Heel veel leuks komt uit Mali met o.a. Ali Farke Touré, Toumani Diabaté en het zeskoppige gezelschap onder het blinde echtpaar Amadou & Mariam. Ze leverden meteen een hartverwarmende als swingende, groovy dansbare set af door de opzwepende dubbele percussie, een fijn aanstekelijk en intrigerend gitaarspel (refererend aan de nomaden van Tinariwen) en de samenzang van het koppel. Ook de bevallige backing vocalistes/danseressen boden kleur en intensiteit.
Het kleurrijke gezelschap kreeg iedereen tot handclapping, heupwiegen en danspasjes maken. De songs kregen een soms forse, krachtige injectie en hadden een repetitieve opbouw om de trance te vergroten en in te werken op de dansspieren. Een schitterend slot speelden ze met “Dimanche à Bamako”, “La réalité” en “Sebeke”, die me onrechtstreeks deden terugdenken aan de sound van de eervolle Israëlische winnaar van het Eurovisiesongfestival in ’78 Izhar Cohen’s “A-ba-ni-bi”. Afroworld pop die de tent in Leffinge op z’n kop zette! Hou er maar eens hun twee laatste platen op na, ‘Dimanche à Bamako’ en ‘Welcome to Mali’.

Klonk The Bony King Of Nowhere in het voorjaar wat onzeker en onwennig om hun debuut voor te stellen, dan heeft de band, onder zanger/componist Bram Vanparys, aan standvastigheid, podiumervaring en intensiteit gewonnen. Ze behielden de aandacht en wisten het publiek sterk te boeien met hun innemende, broeierige en melancholisch romantische pop. Daarvoor was de sobere begeleiding en Vanparys dromerig, indringende en licht overwaaiende vocals verantwoordelijk. Ook het publiek betrokken ze in die sfeervolle aanpak en pushten hen tot handclapping, wat een duidelijke meerwaarde was. Het eerste deel van de set werd akoestisch toongezet, met songs als “The sunset”, “There I am” en “Alas my love”; in het tweede deel kwam de bredere instrumentatie van toetsen (soms refererend aan Radiohead’s klanktapijt), contrabas en zalvende percussie aan bod, “Taxidream”, “Losing gravity”, “Eleonaore” en “Vistor”. Een Bony ‘Prince’ of Nowhere die z’n naam waardig van ‘King’ mag dragen. Groeisongs van een groeiband …

De ‘grunge peetvaders’ van Dinosaur Jr, in de originele bezetting van Mascis, Barlow en Murph moesten eerst nog wat op dreef komen … een rommelige start in een donker sfeervol decor, het zoeken naar de juiste geluidsbalans en het afstemmen van Mascis’ vocals, waardoor de eerste songs “Thumb”, “In a jar” en “Imagination blind” wat in de mist gingen. Nu, op elk concert van Dinosaur Jr is het wat zoeken naar deze elementen, net zoals Mascis na elk nummer steeds z’n gitaar moet kunnen afstellen. Dat is net grunge …
Ze kwamen op kruissnelheid vanaf het vijfde nummer, het herkenbare “The wagon”, waardoor het uitermate genieten was van hun gevoelige grungerock/noise, “Plans”, “Feel the pain”, “Over it” en oudjes “Freak scene” en “Just like heaven”. Barlows onverstaanbare bindteksten namen we er maar al te graag bij in deze begeesterende, rauwe, emotievolle, melodieuze set. Toch was niet iedereen te vinden voor de formule van deze veteranen …

Anders was het bij Daan, die de concerttent deed vollopen. Hij maakte er een ‘best of’ van, waarbij regelmatig een tipje van de recente vijde cd ‘Manhay’ werd opgelicht. De broeierige rock paste ideaal naast de gekende synth/electropop. Het mooi uitgedoste kwintet - met de bevallige Isolde Lasoen op drums en Daan himself (donkere bril en steevast een sigaret) -, speelde een intens bedreven setje door songs als “Exes”, “Addicted …”, “The player”, “Victory”, “Swedish designer drugs” en “Crawling from the wreck”. Op de koop toe eindigden ze met een uitermate krachtige en mooi uitgesponnen versie van GL Buffalo’s “Fuzzy” en de ‘instant’ klassieker “Housewife”. Een ‘en verve’ afsluiter van de tweede avond op het hoofdpodium.

Intussen viel er nog wat leuks te beleven met We rock like girls don’t in het Café van de Zwerver, twee dames die PJ Harvey, The Kills en Blood Red Shoes samenbalden en de dance van The Glimmers vs Disko Drunkards in de zaal. Of je moest de electrobeats ondergaan van de DJ set van Riton…Voer voor elk wat wils dus!

Uitgebreide reviews volgen 

Leffingeleuren 2009: vrijdag18 september 2009

Geschreven door

De 33ste editie van Leffingeleuren zag er erg goed uit Een gevarieerde affiche van smaakmakers van eigen bodem, ‘alternative’ internationale bands en enkele beloftevolle ontdekkingen. Leffingeleuren, in het pittoresque Leffinge, trok een definitieve streep onder de festivalzomer.
De locatie nodigt uit om een kijkje te nemen. Het festival is letterlijk rond de kerktoren gelegen, met langs de ene kant Zaal De Zwerver, en langs de andere kant het festivalterrein, dat naast de concerttent, mooi was opgedeeld met drank- en eetstandjes. Op het marktplein kon je doorlopend projecties op groot scherm zien, de ‘1 Minute Film & Sound Awards’. En aan de kerk had je tot slot de Berbertent.
De eerste twee avonden waren vooraf al uitverkocht, wat betekende dat er telkens ruim 6000 bezoekers waren! Op zondag kwamen 5000 muziekliefhebbers opdagen. Met 17000 man was het de succesvolste editie ooit! Eén annulatie: Joe Gideon & The Shark moest op het allerlaatste moment afzeggen. Voor de rest verliep alles héél vlot …

Een overzicht

dag 1: vrijdag 18 september 2009
Traditiegetrouw op de eerste avond wordt het dansminnende publiek op z’n wenken bediend, want naast de naast de groovy Britse hippop van The Streets kon je terecht voor de sensuele synthpop van Fagget Fairys, een pompend, bruisende Goose DJ set en de rootsreggae van het Nederlandse Ziggi & The Renaissance Band.

Het wild rauw rockende duo The Black Box Revelation (concerttent) gaf de aftrap en meteen zorgden zij voor een klein uurtje stomende rock’n’roll. Status van het tweetal: een zanger in leren jekker en een ontketende Animal drummer! We kijken halsreikend uit naar de nieuwe cd die met de huidige single “High on a wire”en enkele andere nieuwe broeierige rockers werden afgewisseld met “Gravity blues”, “Set your head on fire”, “I think I like you” en het slepende “Never alone/always together”. Ze beten sterk van zich af door hun boeiende soli …
Meteen kwamen de festivalgangers op temperatuur …

William Elliott Whitmore (de Zwerver) kwam in het voorjaar in de picture als support van Alela Diane. Z’n akoestische Mississippi Delta bluesrock klonk doorleefd, snedig en intiem door z’n akoestische gitaargetokkel, de slides, mondharmonica en een bezwerend droge drums.
Hij wist de eerste rijen naar zich toe te trekken en kon rekenen op een sterke respons. ‘A good time feeling’ was z’n motto … we konden wegdromen en zelf de gitaar hanteren op z’n intrigerende rootsmusic. “I hope I will see you soon” brabbelde hij nog op het eind… Z’n boodschap is genoteerd …

Das Pop (concerttent) onderneemt een heuse clubtournee en stipten ook een paar festivals aan. De klemtoon kwam op het langverwachte nieuwe album. Het kwartet, onder de sympathieke Bent Van Looy, stond op 1 rij en had hun ‘Das Pop’ balloons mee; ze speelden een gretig gevarieerd setje, energiek en zeemzoeterig. Prettig in het gehoor liggend en opwindend klonken ze met songs als “Fool for love”, “You” en “Try again”, die ze afwisselden met de pittige nieuwe singles “Underground” en “Never get enough”. We kijken er naar uit hoe deze sympathieke band het zal vanaf brengen in het clubcircuit. Het was alvast een blij terugzien, na al die jaren …

Sunset Rubdown (de Zwerver)was één van de fijne ontdekkingen die de organisatie voor ons klaar had. Een zijstap van één van de frontmannen van Wolf Parade van broeierig intense indierock, een psychedelica ondertoontje en aparte, bezwerende vocals. Het kwintet onder Spencer Krug speelde een uiterst geconcentreerd setje. Een ideale programmering in het zaaltje …

Mike Skinner en de zijnen stonden deels samen geprogrammeerd met het beloftevolle Fagget Fairys, waardoor het een ‘fifty-fifty’ kiezen was … The Streets (concerttent) bouwden meteen een feestje met de classics “Let’s push the things forward” en “Fit but you know it”; we hoorden een intense spanning van de synths, de neuzelende zegrap van Skinner en de soulfulle warme stem van de tweede vocalist. Na enkele sfeervolle stukken zorgden ze voor een aangenaam dansbaar vervolg; een overtuigend concert dus van deze Britse hippoppers …

Intussen konden we niet omheen het Scandinavische Fagget Fairys, één van de hipste vrouwelijke duo’s van het moment door de zomerhit “Feed the horse”. Ook zij kwamen om een feestje te bouwen in de Zwerver …een tippelende, hyperkinetische MC/zangeres (soms wel een ballerina) en een vrouwelijke DJ zorgden voor een zwoele, prikkelende groove van electro, pop, dubstep, drum’n’bass, kitsch en disco. Zonder schroom zagen we hun hotte liefdesverklaringen en een tongkus op “Feed the horse”. Naast de aanstekelijke dance van “Roll the dice”, “Oçi” en “Mary Jane” hoorden we in het tweede deel uitstapjes richting Technotronic en Public Enemy en was er meer ruimte voor de elektronica en hiphoprhymes…Ze werden op handen gedragen en hun speelplezier zetten ze om in een stomend concertje.

Tot slot konden we terecht voor de DJ set van Goose (concerttent). De leden brachten electropunkfunk bigbeats en koppelden enkele eigen nummers in het huidige dancelandschap.
Ook namen we nog een kijkje naar het Nederlandse Ziggi & The Renaissance Band die de zomerse herfstavond en verve besloten …

Neem gerist een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Tiny Vipers

Tiny Vipers: ijl en broos, bezwerend en huiveringwekkend

Geschreven door

Tiny Vipers had zich deze avond in de Witloof Bar geen meer symbolische concertlocatie kunnen inbeelden. Net als Brussel’s exportdelicatesse bij uitstek verdroegen de intimistische folksongs van de 24-jarige Amerikaanse Jessy Fortino erg weinig daglicht en gedijden ze uitstekend in de donkere, met gewelven versierde kelderverdieping van de Botanique. Gelukkig liet de frèle zangeres zich niet intimideren door deze Gotische (of is het Romaanse?) setting. Openingsnummer “Eyes Like Ours” sloeg de zaal meteen met verstomming, en die behaaglijke stilte zou blijven duren tot en met het wegsterven van de laatste noten van bisnummer “Rainfalls”. Enkel vergezeld van een akoestische gitaar en reverb microfoon slaagde Tiny Vipers er moeiteloos in om het attente publiek te blijven boeien met haar getormenteerde songs, nu eens ijl en broos, dan weer bezwerend en huiveringwekkend.

Jessy Fortino is afkomstig uit ‘grungetown’ Seattle, maar nummers als “Time Takes”, “Development” en “Slow Motion” klonken eerder als reisverslagen van jarenlange omzwervingen langs Keltische kusten, vol van ontbering en heimwee. Vergelijkingen met Joanna Newsom en Cat Power liggen steeds op de loer bij vrouwelijke singer songwriters die vandaag de dag met een spaarzame instrumentatie het podium durven opstappen. Wij daarentegen ontwaarden in het doorleefde stemgeluid van Tiny Vipers vooral zielsverwantschap met de rauwe dramatiek van Sinead O’Connor en met de droomachtige weemoedigheid van This Mortal Coil.
Hoogtepunt van de set was ongetwijfeld “Dreamer”, een ingetogen meesterwerkje dat na verloop van tijd uitmondde in een emotionele uitbarsting die nog lang bleef nazinderen. Alleen al voor dit nummer zijn uw oren het beluisteren van de recent op het Sub Pop label (o.a. Nirvana) verschenen plaat ‘Life on Earth’ zeker waard.

Tiny Vipers nu al vergelijken met PJ Harvey is wellicht (nog) te veel eer voor deze jonge beloftevolle artieste. Toch deed haar optreden naar meer smaken, bij voorkeur deze keer ergens in een met kandelaars verlichte, ver afgelegen middeleeuwse burcht.

Organisatie: Botanique, Brussel

Leffingeleuren 2009: indrukken 18 september 2009

Geschreven door

De 33ste editie van Leffingeleuren ziet er erg goed uit Een gevarieerde affiche van smaakmakers van eigen bodem, ‘alternative’ internationale bands en enkele beloftevolle ontdekkingen. Leffingeleuren, in het pittoresque Leffinge, trekt een definitieve streep onder de festivalzomer.
De locatie nodigt uit om een kijkje te nemen. Het festival is letterlijk rond de kerktoren gelegen, met langs de ene kant Zaal De Zwerver, en langs de andere kant het festivalterrein, dat naast de concerttent, mooi was opgedeeld met drank- en eetstandjes. Op het marktplein kan je doorlopend projecties op groot scherm zien, de ‘1 Minute Film & Sound Awards’. En aan de kerk heb je tot slot de Berbertent … De organisatie nodigt je uit even een kijkje te gaan nemen …
De eerste twee avonden waren al uitverkocht, wat betekent dat er voor de eerste ruim 6000 bezoekers waren!

Traditiegetrouw op de eerste avond wordt het dansminnende publiek op z’n wenken bediend, want naast de naast de groovy Britse hippop van The Streets kon je terecht voor de sensuele synthpop van Fagget Fairys, een pompend, bruisende Goose DJ set en de rootsreggae van het Nederlandse Ziggi & The Renaissance Band.

Het wild rauw rockende duo The Black Box Revelation gaf de aftrap en meteen zorgden zij voor een klein uurtje stomende rock’n’roll. Status van het tweetal: een zanger in leren jekker en een ontketende Animal drummer! We kijken halsreikend uit naar de nieuwe cd die met de huidige single en enkele andere nieuwe broeierige rockers werden afgewisseld met “Gravity blues”, “Set your head on fire”, “I think I like you” en het slepende “Never alone/always together”. Ze beten sterk van zich af door hun boeiende soli …

William Elliott Whitmore kwam in het voorjaar in de picture als support van Alela Diane. Z’n akoestische Mississippi Delta bluesrock klonk doorleefd, snedig en intiem door z’n akoestische gitaargetokkel, de slides, mondharmonica en een bezwerend droge drums.
Hij wist de eerste rijen naar zich toe te trekken en kon rekenen op een sterke respons. ‘A good time feeling’ was z’n motto … we konden wegdromen en zelf de gitaar hanteren op z’n intrigerende rootsmusic.

Das Pop onderneemt een heuse clubtournee en stipten ook een paar festivals aan. De klemtoon kwam op het langverwachte nieuwe album. Het kwartet, onder de sympathieke Bent Van Looy, stond op 1 rij en had hun ‘Das Pop’ balloons mee; ze speelden een gretig gevarieerd setje, soms energiek en zeemzoeterig. Prettig in het gehoor liggend en opwindend klonken ze met songs als “Fool for love”, “You” en “Try again”, die ze afwisselden met de pittige nieuwe singles “Underground” en “Never get enough”.

Sunset Rubdown was één van de fijne ontdekkingen die de organisatie voor ons klaar had. Een zijstap van één van de frontmannen van Wolf Parade van broeierig intense indierock, een psychedelica ondertoontje en aparte, bezwerende vocals. Het kwintet onder Spencer Krug speelde een uiterst geconcentreerd setje.

Mike Skinner en de zijnen stonden deels samen geprogrammeerd met het beloftevolle Fagget Fairys, waardoor het een ‘fifty-fifty’ kiezen was … The Streets bouwden meteen een feestje met de classics “Let’s push the things forward” en “Fit but you know it”; een intense spanning van de synths, de neuzelende zegrap van Skinner en de soulfulle warme stem van de tweede vocalist. Na enkele sfeervolle stukken zorgden ze voor een aangenaam dansbaar vervolg; een overtuigend concert dus van deze Britse hippoppers …

Intussen konden we niet omheen het Scandinavische Fagget Fairys, één van de hipste vrouwelijke duo’s van het moment door de zomerhit “Feed the horse”. Ook zij kwamen om een feestje te bouwen in de Zwerver …een tippelende, hyperkinetische MC/zangeres (soms wel een ballerina) en een vrouwelijke DJ zorgden voor een zwoele, prikkelende groove van electro, pop, dubstep, drum’n’bass, kitsch en disco. We konden niet omheen hun hotte liefdesverklaringen en een tongkus op “Feed the horse”. Naast de aanstekelijke dance van “Roll the dice”, “Oçi” en “Mary Jane” hoorden we in het tweede deel uitstapjes richting Technotronic en Public Enemy en was er meer ruimte voor de elektronica en hiphoprhymes…Ze werden op handen gedragen en hun speelplezier zetten ze om in een stomend concertje.

Tot slot konden we terecht voor de DJ set van Goose. De leden brachten electropunkfunk bigbeats en koppelden enkele eigen nummers in het huidige dancelandschap.
Ook namen we nog een kijkje naar het Nederlandse Ziggi & The Renaissance Band die de zomerse herfstavond en verve besloten …

Uitgebreide reviews volgen …

Malcolm Middleton

Malcolm Middleton – Schots uitwisselingsprogramma met onduidelijke toekomst

Geschreven door

Met The Pictish Trail en Malcolm Middleton was het programma afgelopen dinsdag in de  Botanique integraal Schots gekleurd.

The Pictish Trail is het project van de 26-jarige Johnny Lynch. Deze bezige bij baat samen met Kenny Anderson (King Creosote) het platenlabel Fence records uit, verleende de voorbije jaren hand- en spandiensten aan artiesten als onder meer James Yorkston, King Creosote en Adem, en bracht een hele reeks gelimiteerde EP’s en singles uit. Pas nu verscheen ook zijn eerste volwaardige album, ‘Secret Soundz Vol. 1’ waarop hij onder meer wat steun kreeg van The Earlies en – jawel – King Creosote.
Het handelsmerk van Lynch is grotendeels in zijn kelder opgenomen lo-fi getinte pop/folk in min of meerdere mate opgesmukt met fijne elektronica. In de Botanique trad hij evenwel solo op, louter vergezeld van een akoestische gitaar, enkele pedaaleffecten en een goede stem. “All I Want” en “Words Fail Me Now” klonken aldus nog naakter en directer dan op plaat en blonken uit in alle eenvoud. Zijn “Winter Home Disco” werd recent geremixt door Hot Chip en Lynch bracht dinsdag een mooie, integere versie van hun “And I Was A Boy From School”. Slechts op het einde van zijn concert ging hij tijdens “You Covered The Earth With Your Thumb” wat experimenteren met elektronica. Niet alleen de muziek maar ook de zelfrelativerende humor en de gekke bekken van Lynch tussen de nummers door, werd door het bijzonder aandachtige publiek gesmaakt.

En als we het hebben over zelfrelativering, komen we meteen ook terecht bij Malcolm Middleton. De prijs van de meest positief ingestelde en van vertrouwen blakende muzikant zal deze zanger-liedjesschrijver nooit binnenhalen. U hoeft er maar eens zijn teksten op na te lezen om hiervan overtuigd te geraken. Het bulkt van de zwartgalligheid,  treurnis en twijfel en is niet meer of minder een verder zetten van de teneur die heerste onder zijn vorige groep, het invloedrijke Arab Strap. Ook al was daar de andere spilfiguur, Aidan Moffat, de eigenlijke tekstleverancier, de liedjes gingen toen ook al voortdurend over evenmin bijzonder opbeurende thema’s als overmatig drank- en drugsgebruik, losse sex en gevloek op alles en iedereen.

Is het oeuvre van Malcolm Middleton dan louter een toonbeeld van zwaarmoedigheid? Neen, zeker niet. Zowel op plaat als concertgewijs slaagt hij er steeds in om zijn donkergetinte  liedjes te verhullen in melodieuze, bij momenten opzwepende en zelfs naar lichtvoetigheid neigende arrangementen zodat iedereen er zich kan in vinden. Of zoals Middleton het zelf al eens uitdrukte: hij brengt popmuziek voor de niet popliefhebbers en liefdesliedjes voor de degenen die zich depressief voelen.
Middleton heeft enkele maanden terug onder de titel ‘Waxing Gibbous’ een nieuwe plaat uitgebracht en deze werd dan ook in de Botanique voorgesteld. Tevens greep de Schot  evenzeer terug naar zijn vorige vier albums, mede ingegeven door het feit dat Middleton recentelijk liet weten dat hij zijn solocarrière (een tijdje) voor bekeken houdt en hij zich wil richten op andere projecten. Of we dit als absolute waarheid moeten beschouwen, is niet geheel duidelijk maar alvast is het zo dat hij deze tournee als een soort afsluitend geheel ziet.
Op het podium werd Middleton begeleid door toetsenist Jim, drummer Scott Simpson (indertijd nog gedrumd bij Arab Strap) en – daar gaat de volgende uitwisseling - Johnny Lynch die de tweede gitaarpartijen en de achtergrondzang voor zijn rekening nam.
De set kende heel wat afwisseling. Uptempo nummers zoals “Subset Of The World”, de recentste single “Zero” en “Box & Knife” (allen uit ‘Waxing Gibbous’) werden afgewisseld met rustige passages als het nieuwe nummer “One More Song Of Mine”, “Love Comes In Ways” (Uit ‘Sleight Of Heart’, 2008) en “No Modest Bear”, op de plaat ‘Into The Woods’ uit 2005 volop voorzien van elektronica maar nu solo door Middleton gespeeld en gezongen. Los van het nadrukkelijke Schotse accent moesten we daarbij stiekem terugdenken aan de betreurde G.W. McLennan die we overigens ooit nog aan de zijde van zijn Australische landgenoot Robert Forster in dezelfde Rotonde hebben zien optreden.
Het publiek bleef rustig op de banken zitten en genoot. Een leuk moment was toen er enkele jongeren de benen losgooiden en het op een dansen zetten op de tonen van “A Brighter Beat” uit het in 2006 uitgebrachte gelijknamige album.
Tijdens de toegiften bracht Middleton op akoestische gitaar solo “Four Cigarettes” (uit ‘A Brighter Beat’) en “Devil And The Angel” (uit de debuutplaat ‘5:14 Fluoxytine Seagull Alcohol John Nicotine’, 2002) waarna vergezeld van de andere groepsleden met “Don’t Want To Sleep Tonight” uit het nieuwste album toepasselijk werd afgesloten. We zeggen ‘toepasselijk’ omdat dit liedje voortspruit uit de onduidelijkheid over welke muzikale wegen Middleton in de toekomst zal bewandelen en het gevoel dat bepaalde beslissingen die hij heeft genomen, de verkeerde waren.

Benieuwd wat het gaat worden maar hopelijk maakt hij wél de juiste keuze en verblijdt hij ons nog met mooie platen, al dan niet onder eigen naam.

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Pagina 436 van 482