logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15390 Items)

El Boy Die

The black hawk ladies & tambourines

Geschreven door

Van het Semprini-label dat u reeds het debuut van Valleys bracht, verscheen ook onlangs de eersteling van El Boy Die.  Het mag dan wel het debuut zijn van deze uitgeweken Fransman maar toch hield deze muzikant zich reeds meer dan 10 jaar op met mensen als Calvin Johnson (oprichter van het befaamde K-Records label), Truman’s Water en Herman Dune.
Inderdaad, allemaal het soort mensen die er voor opteren om hun muziek steeds iets anders te laten klinken en dat is dan ook wat je van deze man mag verwachten. ‘The black hawk ladies & tambourines’ is een bizarre mengeling geworden van lo-fi folk (denk aan Bon Iver), moderne psychedelica (denk aan Besnard Lakes) en minimalistische singer-songwriting (denk aan Elliot Smith). Net alsof dat alles nog niet genoeg is heeft deze El Boy Die er geen problemen mee om invloeden die niet zo echt vanzelfsprekend zijn (dat gaat van Hare Krishna-gezang tot een blazerssectie zoals we dat van Beirut gewoon zijn) in zijn songs te verwerken.
Het lijken op het eerste zich misschien onvermengbare ingrediënten maar toch is het eindresultaat een opmerkelijke plaat geworden die weliswaar meerdere luisterbeurten vergt, maar na een tijdje aanvoelt als een klassieker in wording.

Valleys

Sometimes water kills people

Geschreven door

Iedereen die de alternatieve muziek op de voet volgt kan er niet langer meer om heen dat folk weer hip is. Niet in het minst door recentelijke grootse releases van groepen als Midlake, First Aid Kit of Beach House want het lijkt er inderdaad sterk op dat de nieuwe folkgeneratie er op uit is om het begrip folk een bredere betekenis te geven, ook al wordt er volop rekening gehouden met de grote voorbeelden uit de jaren ’70.
Valleys uit Montreal is ook zo’n groepje die in deze categorie thuis hoort. Om hun debuutlp de nodige schwung te geven konden Matilda en Marc niemand minder dan Orson Presence strikken om producer van dienst te zijn.
Indien er niet onmiddellijk een belletje bij je rinkelt, Orson was één van de oprichters van de meest toonaangevende post-punkgroepen uit de jaren ’80, The Monochrome Set. Dat hoor je vooral in nummers als “The heavy dreamer” waarin een aardige doorsnee folksong doorprikt wordt met een basgitaar die uit “A forest” van The Cure lijkt weggelopen te zijn, terwijl “Slow Path” de luisteraar meer dan eens zal doen denken aan de hoogdagen van Kim Deal.
’Sometimes water kill people’ is de ideale plaat voor mensen die denken dat folk niet saai en monotoon hoeft te zijn.

Fanshaw

Dark Eyes

Geschreven door

Gelukkig voor u en mij heeft de Canadese zangeres Olivia Fetherstonhaugh (spreek dat uit en hou dat in uw geheugen!) besloten om onder de artiestennaam Fanshaw de muziekwereld in te duiken.
Het heeft vijf jaar geduurd maar eindelijk is de cd klaar en het is misschien nog wat te vroeg om het woord ‘erkenning’ in de mond te nemen maar dit mag gerust geplaatst worden naast het beste wat de vrouwelijke pop tot nu toe dit jaar te bieden had, lees Lonelady en Polly Scattergood.
Vanaf de opener “Diana” smijt Fanshaw alle registers open en op bijna geheel akoestische wijze overtuigt ze de luisteraar van haar kunnen. Dit talent wordt verder ontplooit in prachtige sprookjespop (“Dark Eyes” herinnerde ons zo mooie aan het beste van Stina Nordenstamm), croonercountry (“Vegas” zou even goed van Tammy Wynette kunnen geweest zijn) of zelfs een beetje avant-garde is ook mogelijk want zo verwijst “O Sailor” overduidelijk naar de wereld van Kurt Weill.
Hoogtepunt is echter “Strong Hips”, een sterk synthpopdeuntje dat maar niet uit je hoofd te slaan is.
Dat Fanshaw zal moeten opboksen tegen de huidige zware concurrentie is een feit, of ze door haar talent zal worden opgemerkt is zoals bij zovele muzikanten de grote vraag maar wie 40 minuten wil genieten van iets zuiver moois kunnen we ‘Dark Eyes’ alleen maar aanraden.

Surfer Blood

Astro Coast

Geschreven door

Een beetje te veel groepen willen naar onze goesting vandaag op Vampire Weekend lijken, maar voor Surfer Blood willen wij toch een beetje tijd vrijmaken. Omdat zij ook naar Pavement, The Modern Lovers, The Pixies, Weezer, My Morning Jacket en Band of Horses geluisterd hebben. En omdat zij puntige en frisse songs ineengeknutseld hebben. Daarom.
Elders zal men u misschien vertellen dat zij de mosterd zijn gaan halen bij The Beach Boys, maar laat u vooral niks wijsmaken, daar is nauwelijks iets van aan. Hun naam, afkomst en hun zomerse sound verwijzen natuurlijk wel naar de zonnige Californische stranden, maar Beach Boys it ain’t, gelukkig maar.
Dit is een avontuurlijk, optimistisch en fijn plaatje met exotische uitstapjes (Vampire Weekend, weet u wel) en hier en daar wat stekelige gitaartjes a la Pavement en soms zelf een beetje SonicYouth. Dit werkt aanstekelijk en smaakt naar meer.
Beloftevolle jonge band, zeg maar.

Winding Stairs

Everything

Geschreven door

De laatste jaren werd de alternatieve markt overspoeld met kwaliteitsplaten uit Scandinavië, ook al lag het accent eerder op electro en –synthpop.
Het debuutalbum van het duo Winding Stairs tapt echter uit een volledig ander vaatje.
Het zwaartepunt van deze release ligt echter op de schitterende stemkwaliteit van zangeres Lina Wedin die het best is te omschrijven als een perfecte kruising tussen Beth Gibbons (Portishead) en Harriet Wheeler (herinner u de heerlijke Sundays).
Als je deze plaat toch iets kan verwijten dan is het misschien alsof het lijkt dat deze groep twijfelt welke muzikale richting het uit wil.
Soms hoor je wat trip-hop (“Alibi”), soms ontegensprekelijke pop zoals alleen de Zweden het kunnen (“Shadow Stripes”) of op andere momenten neigt de neo-klassieke sfeer naar het vroegere werk van Tori Amos. Als het accent echter louter op Lina’s stem ligt dan zorgt Martin Wahlqvist (de andere helft van het duo) voor een minimalistische sfeer (gaande van een accordeondeuntje in de verte of een verloren Miles Davis-trompetje).
Het is dus inderdaad zo’n plaat geworden waarbij de details meer en meer bij elke luisterbeurt komen bovendrijven.
Het moet gezegd worden, deze Winding Stairs is ongetwijfeld een groep die op zoek is naar een eigen geluid, maar de kwaliteit is er ontegensprekelijk.

Shy Child

Liquid Love

Geschreven door

Het NYse duo Shy Child, Pete Cafarella (vocals/toetsen) en Nate Smith (drums), kwamen drie jaar terug in de belangstelling met de cd ‘Noise won’t stop’, een avontuurlijk synth geluid van pop, punkfunk, nu rave en psychedelica.
De groep wordt alvast gegeerd binnen de Klaxons, The Rapture en Friendly Fires- middens, en nestelen zich naast een Late of the pier en Metronomy.
Het duo trekt de kaart van de toegankelijkheid op de opvolger en kan een doorbraak forceren naar een breder publiek en naar de ‘dansminded persons’. ‘Put your danceshoes on’ op de frisse, aanstekelijke deuntjes en beats van hun indie synth- en electropop; de zweverige duo zanglijnen maken het geheel nog wat leuker en aangenamer.
’Liquid Love’ is een vermakelijk plaatje waarbij de eerste songs “Disconnected“ en de titelsong de pijlers zijn voor de rest van de cd; de nummers overlappen elkaar een beetje en bieden weinig variëteit. Lekker in het gehoor liggend, met een referentie naar de ‘80’s electropop van Propaganda en kitsch van Erasure. Enkel de sfeervolle, dromerige afsluiter “Dark destiny” en het meer dan 7 min durende “Criss cross”, een opbouwende, bezwerende trip, tonen aan dat het duo veel meer in huis kan hebben en voldoende afwisseling bieden in z’n synthpop. Het is dan ook het prijsbeestje van de cd.
’Liquid Love’ is een goed plaatje, maar verrast niet, m.a.w. wat meer muzikale diversiteit en inventiviteit was op z’n plaats.

Massive Attack

Heligoland

Geschreven door

Samen met Portishead was het Britse Massive Attack één van de trendsetters midden de jaren ’90 van de triphopscène. De groep liet een tijdje op zich wachten om nieuw materiaal uit te brengen; ‘100th Window’ dateert al van 2003, maar de band onder spil Robert ‘3D’ Del Naja zat intussen niet stil, want na de tour in 2003-2004, verscheen er een ‘best of’ en waren er optredens op Pukkelpop en op de Lokerse Feesten. In het najaar van 2009 verscheen de EP waarop die sterke groovy tripdubbende song van Horace Andy als vocalist te horen is.
De nieuwe plaat staat bol van de guestvocalisten: Tunde Adebimpe (Tv on the radio), Guy Garvey (Elbow), Martina Topley-Bird (solo nu na Tricky), Hope Sandoval (ex Mazzy Star), Damon Albarn (Blur) en natuurlijk Horace Andy die met de meest zinnenprikkende songs gaan lopen is , want naast ‘Splitting the atom’ hebben we met “Girl I love you” het tweede puike Massive nummer door z’n broeierige intensiteit en opbouw.
De songs hebben een eigen unieke triphopstemming en zijn mooi uitgekiend en uitgebalanceerd in die duistere multigelaagde sound. “Paradise circus” klinkt zalvend door de pianoloops en strijkers en het uitgesponnen “Atlas Air” graaft als vanouds in het vertrouwde Massive Attack landschap van diep repetitief bezwerende, hitsige en stuwende gitaar- en basloops, donker, dreigende synths en een dubbele percussie: stemmig, sfeervol en intrigerend, een vleugje mystiek, avontuur en geheimzinnigheid, wat beklemmend en pakkend kan zijn… voortkabbelende trippy beats naar een bruisende climax en een bezielde trance, zonder het poppy gevoel uit het oog te verliezen. Tot slot keerde ook Daddy G naar het Massive front terug , wat we maar konden toejuichen.

Nice Nice

Extra Wow

Geschreven door

 

Na Animal Collectieve, Fuck Buttons, Shy Child en Archie Bronson Outfit  is er nu uit Portland, Oregon Nice Nice, gecentraliseerd rond het duo Jason Buehler en Mark Shirazi. Ze brachten al enkele platen uit die onopgemerkt bleven, maar door de huidige instroom van de psyche rock / elektronica kunnen we niet meer om hen heen. Integendeel, deze stijl beleeft hoogdagen en het duo stelt ons op de proef met hun ‘post-everything’ geluid: postrock, psychedelica, noise, Indiase world, knetterende gitaren en repetitief opbouwende, intrigerende melodielijnen en bezwerende, opzwepende ritmes.
Het geheel klinkt heerlijk en geflipt door de elektronica, effectpedals en percussie. De band haalt invloeden aan van Pink Floyd, Spacemen 3 ( we mogen de cd’s van Sonic Boom Pete Kember en Jason Pierce terug van onder het stof halen), Spiritualised, Sonic Youth en de Indiase world van Eno – Byrne, Paul Weller en Afro Celt Soundsystem.
Al meteen zijn we onder de indruk van de opener “Set & setting”. En we fronsen de wenkbrauwen op de broeierige, rauwe noise elektronica van “One hit”. Een heerlijk, bedwelmende, zalvende, vettige, onverwoestbare en ziedende sound brengen de heren. Belletjes vliegen om de oren op de bezwerende trips van “A way we glow” en “Big Bounce” en op songs als “See waves” en “A vibration” zouden Eno - Byrne en Spacemen 3 jaloers op zijn.
Ook de finalereeks is er één om U tegen te zeggen … “A little love” – “Double head” – “Make it gold”, door z’n zalvende, relaxte, dromerige, bezwerende aanpak die ons in een ‘andere’, ‘betere’, ‘nieuwe’ wereld brengt en niet vies is van geestesverruimende middelen.
Je leest het, dit is eenvoudig weg een prachtplaat met talrijke variaties en behoorlijk uniek in z’n genre…

 

The Black Box Revelation

The Black Box Revelation – Landfill - fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics en live foto’s …
Landfill: De support van The Black Box Revelation speelde bijna een thuismatch, gezien het feit dat ze uit de streek zijn, Grimbergen. Ze deden wat denken aan Mintzkov en Team William. Vrolijke en energieke songs, die een sterke toekomst van de band inluiden. Ze stonden niet stil en gaven zich voor de volle honderd procent, wat loonde. We vinden de band terug in de Afrekening met “Antidote”, die in een krachtige versie werd gespeeld.

The Black Box Revelation
Twee keer Depot … twee keer Uitverkocht! De BBR heeft onlangs z’n tweede cd uit, ‘Silver Threats’. Het was dus logisch dat er vooral geput werd uit deze cd, zonder nummers te vergeten van hun debuut.
Het optreden zelf vond ik niet zo spectaculair; het duo speelde eerder op automatische piloot, vooral wat betreft de nummers van de tweede cd.
Op songs als “Gravity Blues”, “Set your head on fire” en “I think I like you” van de eerste cd, barstte het geweld los …In deze nummers was er plaats voor wat improvisatie die het publiek kon bekoren en die het automatisme wat afzwakte! Al bij al viel het nog duidelijk mee en ik denk dat er veel met een tevreden gevoel naar huis gingen.

Organisatie: Depot, Leuven

Popa Chubby

The Blues - Scott H. Biram, Roland-Steven De Bruyn-Tony Gyselinck, Poppa Chubby

Geschreven door

Niet alleen in Diksmuide hebben ze wat te vieren, in Leffinge staat gans de maand mei in het teken van ‘10 jaar zaal de Zwerver’. Een bijzonder mooie reeks optredens werd geopend met een avond die men simpelweg ‘The Blues’ gedoopt had, hoewel geen enkele van de drie artiesten zich strikt aan die term hield.

Het was vooral opener Scott H. Biram (Austin, Texas) die me naar Leffinge had gelokt. Dit authentieke fenomeen omschrijft zichzelf als een ‘dirty old one man band’. Voor hij eraan begon liet hij zijn gitaar eens flink piepen en fluiten, nam dan plaats op een stoeltje en ramde zich door een Son House nummer. De toon was meteen gezet en ik besefte dat ik, worstelend met een slechts half verteerde kater, in de perfecte stemming was voor dit soort garageblues. Dat terwijl Scott afwisselend van zijn biertje en een bekertje met iets hartigers nipte. Huilend en grommend, zijn gitaar molesterend en stompend met een elektrisch versterkte linkervoet ploegde hij zich door zijn set terwijl hij tussen de songs door met een moddervet accent voortdurend geestige opmerkingen maakte. Zo excuseerde hij zich voor het feit dat hij exact dezelfde nummers speelde als eerder die dag op het Roots & Rosesfestival in Lessines. Een erg rammelende versie van "I can't be satisfied" van Muddy Waters liet hij mooi uitmonden in "Shake 'em on down" van Mississippi Fred McDowell. Naast de blues kwamen ook country en hillbilly ruim aan bod en wist hij ons zelfs te ontroeren met songs als "Still drunk, still crazy, still blue". Intussen waren de bluespuristen achteraan aan het zeuren dat de man niet eens gitaar kon spelen. Dat zal wel zo zijn, Scott kreeg op het einde zijn gitaar zelfs niet meer gestemd, maar qua punkspirit kon dit tellen en straalt hij een soort bezetenheid uit die bij de zogenaamde echte bluesmuzikanten ver te zoeken is. En misschien is hij wel echt bezeten want toen hij enkele jaren geleden bij een zwaar verkeersongeval zowat alles brak wat maar kon breken stond hij na twee maanden teug op het podium, weliswaar in een rolstoel en met het infuus nog in de arm. Later op de avond zag ik hem in de zaal rondstruinen, nog steeds twee bekertjes drank voor zich houdend.

Roland had zich omringd door twee topmuzikanten : Steven De Bruyn (El Fish, The Rhythm Kings) op mondharmonica en gitaar en Tony Gyselinck (BRT Jazzorkest, Toots Tielemans, Jo Lemaire,...) op drums en elektronica. Ze openden met een lange, bezwerende instrumental die erg oriëntaals klonk. Nadien trok men toch meer de blueskaart en liet Roland zijn gitaar geregeld flink scheuren. Vooral Gyselinck blonk uit als een bijzonder inventief drummer, hoewel niet steeds duidelijk was waar al die vreemde klanken vandaan kwamen. Ook Roland was op tijd en stond druk in de weer met effectpedalen : zo klonk zijn gitaar op een gegeven moment als het orgel van Jon Lord. Het samenspel tussen De Bruyn en Roland zorgde nu en dan voor flink wat gensters. Alleen naar het einde toe verwaterde de set. "Tiny" van Steven De Bruyn was ronduit flauw en in het laatste nummer "King Kong", dat boordevol elektronica zat, haalde de vernieuwingsdrang het van de kwaliteit. Toch was het jaren geleden dat ik Roland nog zo geïnspireerd heb bezig gezien.

Afsluiter was Poppa Chubby, echte naam Ted Horowitz, 50 jaar geleden geboren in de Bronx, New York en zelfverklaard Jimi Hendrix fan. Deze enorme vleeshomp kon me eerst nog matig bekoren met zijn ferm geoliede bluesrock maar toen hij bij het derde nummer al voor "Hey Joe" koos begon ik ferme twijfels te krijgen. Daarna ging hij zitten (terwijl ik dacht dat de overtollige kilo's hem parten speelden vertelde hij doodleuk dat hij een hardwerkende mens was) en serveerde ons enkele ellenlang uitgesponnen trage bluesnummers waarin hij al zijn kunnen demonstreerde.
Tja, deze man kan spelen maar geef mij toch maar Scott H. Biram. En het ging van kwaad naar erger: ook de zo gevreesde drumsolo werd van onder het stof gehaald terwijl ook Poppa zelf een trommel bewerkte. Toch volgde nog een lichtpunt toen AJ Pappas, die ik de hele tijd al goed bezig vond, op de voorgrond mocht treden en kon bewijzen wat voor een geweldige bassist hij is. Er werd afgesloten met "Ace of spades" van Motörhead, dat zelfs Poppa Chubby niet stuk kreeg. Toch moest hij er nog een totaal overbodig slot, waar zelfs een streepje "Kashmir" (Led Zeppelin) in zat verweven, aan breien. Opgelucht dat het over was en ook het publiek vroeg geen bissen meer.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Roots & Roses Festival 2010 – een festival vol moderne folk, blues & met stevige roots

Geschreven door

Op zondag 2 mei overstemde het festivalgeluid van het Roots & Roses Festival de plaatselijke kermis in Lessen of Lessines. Dit festival was ingericht op een sportterrein gelegen langs de Ancien Chemin d’Ollignies. Onder de twee tenten stond het beste geafficheerd van wat momenteel bestaat in de moderne folk, blues, rock naast gevestigde waarden, de zogenaamde roots.
De organisatie had kwaliteit hoog in het vaandel gezet, zowel voor de namen op de affiche, als voor de inrichting. Het festivalterrein was dan ook gezellig ingedeeld met kraampjes en overdekte eetgelegenheden. Geen grote merken of snelle (vettige) festivalkost, maar kwalitatieve (h)eerlijke producten van plaatselijke producenten die smaakten! Dit kon allemaal betaald worden met festivalgeld, waarvan de waarde gekoppeld was aan de Euro. Een schitterend detail. Ook de twee podia waren overdekt, niet onnodig zo bleek tegen de avond.

De eerste die we meepikten op de Rootsstage was The Experimental Tropic Blues Band. Deze Belgische band met de leden Devil D'Inferno, Dirty Wolf en Boogie Snake brengt ruige moderne blues. Het drietal bracht een verhitte en opwindende live act waar de vonken van af vlogen en die prikkelde om hun nieuw album Captain Boogie beter te leren kennen.

Daarna stond op de Rosesstage Fred Lani & Superslinger op het programma. Deze Belgische gitarist en componist, bekend van Fred and the Healers en X-Three,  keerde terug met een nieuwe band en een nieuw album 'Second life'. Deze set kon in eerste instantie minder bekoren, maar werd na verloop van tijd steviger en interessanter. Een krachtige mix van rock, pop en moderne blues, gevuld met groovy klanken en melodieën, met inspiratie van ondermeer Jimi Hendrix, G Love, Tom Waits, de Rolling Stones en zo veel anderen zodanig dat de bandleden het zelf ‘unstable blues’ noemen.

De eerste echte revelatie op het podium was Slim Cessna’s Autoclub uit Denver, Colorado. Dit zestal staat bekend als één van de stevigste live acts in de huidige Amerikaanse scène en put invloeden uit rock, country en gospel. Hieruit breien ze een unieke sound vol pedal steel, banjo, piano, contrabas en drums geleid door twee zangers. De heren konden ons zowel muzikaal als ‘live on stage’ vermaken op onnavolgbare wijze. Geflipt, gek, zot, prettig gestoord,… zijn zeker termen die door de gedachten van het publiek gingen bij het bekijken van deze band. De twee zangers zetten, tot groot jolijt van het publiek, de security menigmaal op het verkeerde been met hun kapriolen op en naast het podium en eindigden hun set in het publiek. Velen verlieten de tent met een smile op het gezicht en de albums Always Say Please & Thank You’ en ‘Cipher’ onder de arm. Zeker een aanrader!!

Next in line was de eerste legend van de dag Andre ‘Mr Rhythm’ Williams. Dit ondertussen 74-jarige icoon staat bekend om zijn soulvolle krachtige stem en funky groove. Hij serveert pure Blues en American R&B en grijpt geregeld terug naar de oude soul muziek. Zijn set werd op gang getrokken door The Goldstars. Een vierkoppige band die strakke rock and roll brengt met een hoog fun gehalte, want ‘the only way to rock seriously, is by not taking rock and roll too seriously’.
Andre Williams zette zelf direct de toon met zijn fenomenale kleurige opkomst. He is indeed a ‘Baaaad Motherfucker’ en met een gevarieerde lijst van rock and roll, naar blues, naar soulnummers bracht hij de tent in een wat sleazy sfeer. Een zeer warm “I can tell” werd gevolgd door “Bacon fat” dat hij opdroeg aan the new breed. De show werd nog even verstoord door een gesprongen snaar van de gitarist van The Goldstars, maar deze werd ter plekke vliegensvlug vervangen. Band en icoon gingen verder met hun sleazy show en kwamen tot een hoogtepunt met “Mustang Sally”.

De programmatie van het festival was strak geregeld. De optredens op de Roots- en de Rosesstage volgden elkaar met 5 minuten tussentijd op. De afstand tussen de tenten liet dit gerust toe en het is tevens handig om niet te moeten staan wachten tijdens de soundchecks. Anderzijds liet het weinig speling toe om de gezellig ingerichte weide met kraampjes te bezoeken en iets te eten of te drinken zonder iets op te offeren.

Voor mij werd dat Jon Allen. Deze Britse folkzanger draagt de stempel van beste vertegenwoordiger van de nieuwe folk ‘made in London’ en is momenteel de hype in de Britse muziekwereld. Zijn muziek wordt voornamelijk gekenmerkt door de folk en rock scène uit de late jaren ‘60, begin jaren’70. Maar zoals gezegd liet ik deze kelk grotendeels voorbij gaan, om de lokale (h)eerlijke kwaliteitsproducten te nuttigen. De laatste nummers pikte ik wel mee, maar het was heel duidelijk dat deze Britse hype vermoedelijk in de aswolk boven de Noordzee is blijven hangen.

In de Rosestent was ondertussen veel volk samengekomen voor een Belgische hype, The Black Box Revelation. Er werd veel verwacht in Lessines van dit
Brussels duo bestaande uit Jan Paternoster (zang en gitaar) en Dries Van Dick (drums). Vanaf de eerste noten verkende het duo de grenzen van de geluidsinstallatie. Loeihard perste het duo de songs “Our town has changed”, “High on a wire”, “I am the one” en “In touch with the devil” door de speakers. The Black Box Revelation ging, even luid maar erg inspiratieloos en met weinig energie, verder met “I think I like you”. Dit spoorde het publiek wel tot bewegen aan. Ook “Do i know you” en “I don’t want it’, inclusief een lange gitaarsolo, passeerden de revue. The Black Box ging open maar de revelatie bleef deze keer toch uit. Ik bleef nog tot “Set your head on fire” om dan te verhuizen naar de Rootstent voor een echte gitaargod.

Surflegende Dick Dale, is dan misschien bij naam relatief onbekend bij het grote publiek. Quasi iedereen kent zijn nummer “Miserlou” uit soundtrack van ‘Pulp Fiction’ en Luc Bessons’s ‘Taxi’-films en uit het game ‘Guitar Hero II’. De gitaarlijn uit dit nummer diende tevens als basis voor “Pump it” van The Black Eyed Peas, een versie die hij tijdens zijn laatste tournee smalend persifleerde. Dick Dale is back !! Want enkele jaren geleden werd bij de man kanker vastgesteld, waardoor zijn World Tour 2009 werd uitgesteld. Maar na een zware behandeling met chemokuur en bestralingen, die hem naar eigen zeggen binnenin kapot maakten en constante pijn veroorzaken, staat hij terug op podium. Ik had de eer deze 73-jarige koning van de surfgitaar vrijdag al aan het werk te zien in de 4AD te Diksmuide, en ook nu keek ik er naar uit. De tovenaar met de Fender Stratocaster en de mythische uitvinder van surf muziek opende met de typische surfklanken van “Nitro”. Vliegensvlug weven de vingers van Dick Dale uit de gitaarsnaren, de klassiekers “Riders in the sky” en “Smoke on the water” aan elkaar. Met donkere stem ging hij over naar “House of the rising sun” dat het publiek luidkeels meezong. Dat publiek bleef gefascineerd de vlugge vingers over de gitaar volgen bij “Summertime blues”, "The California girls I love the most" (NOT!) en “Let’s go trippin”. En het blijft niet bij gitaar, ook uit een mondharmonica weet Dick Dale het onderste uit de kan te halen. En ook om een beetje reënactement zit de man niet verlegen: “Hey everybody, my name is Johnny Cash !” met “Ring of fire”.
Hoe erg Dick Dale ook lijdt na zijn behandeling, het is uit zijn performance op podium helemaal niet op te maken. Even energiek als voor zijn ziekte bespeelt hij samen met zijn drummer Bryan Head de drum, bewerkt hij de voor- en achterkant van de bass van bassist Sam(my) Bolle, ook bekend van Agent Orange en Slacktone, met de drumstokken en speelt hij trompet. Als afsluiter kreeg het publiek nog “Miserlou” en een eigen versie van “Amazing Grace” voorgeschoteld. Alweer een waar genoegen om op het podium mee te maken!!

De afsluiter van Roots & Roses waren The Paladins. Toegegeven, mij enkel bij naam bekend want ik had nog niet de eer het trio,
Dave Gonzalez gitaar & zang, Thomas Yearsley op contrabas en drummer Brian Fahey, te mogen aanschouwen. Dit trio uit San Diego California was er namelijk een tijd geleden mee gestopt, maar staat nu voor enkele gelegenheden terug op het podium en hoe!! De heren laten direct zien dat ze de kunst van optreden nog niet verleerd zijn. In een swingende combinatie van  rockabilly, country en blues overgoten met Tex Mex saus zweepten ze de tent op. De heren spelen echt alsof hun leven ervan afhangt en zijn voor geen stunt verlegen. De contrabas werd door Thomas ondermeer achter zijn rug bespeeld en om beurten kregen de muzikanten de kans hun kunnen in een solo te verzilveren. Een waar muzikaal genoegen en een waardige afsluiter voor deze eerste editie van het Roots & Rosesfestival in Lessines.

Wij hopen alvast op een sequel van het Roots & Roses festival in 2011!!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Roots & Roses, Lessines

Red Rock Rally 2010 Meuris – Waxdolls – fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics - live foto’s …
Naar goede gewoonte is er op 1 mei in Brugge het Red Rock Rally festival. Elk jaar spelen hier enkele bands gratis. Dit jaar was het niet anders, de organisatie kon ons verblijden met de aanwezigheid van o.a. Waxdolls en Meuris.

Waxdolls: Dit duo weet er altijd wel iets spectaculairs van te maken met hun mix van electro en rock. Ze brengen het publiek in beweging. De hits werden ons om de oren geslagen, en we werden zelfs getrakteerd op een nieuw nummer dat aansloeg.
Het was meer een DJ set, dan ik van hen gewend was. Sporadisch werd de gitaar uitgehaald om er eens stevig op te rammen tijdens de nummers, spijtig genoeg werd de synthesizer op de veer maar één keer gebruikt, maar toch kon het mij bekoren.
Als conclusie kunnen we stellen dat het duo de sokken van ons lijf heeft geblazen en we kijken al uit naar hun volgende cd.

Meuris: De afsluiter van de avond was (Stijn) Meuris die hier was om zijn nieuwe cd te promoten (‘MeurisSpectrum’). De herwerkte nummers konden mij op cd niet echt bekoren, maar tijdens het live optreden heb ik toch voor enkele nummers mijn mening moeten herzien. Het was een krachtig en energiek optreden, een mooie afwisseling van Monza en Noordkaap. De klassieker “Satelliet Suzy” ontbrak niet en het bisnummer “Arme Joe” maakte het optreden af.

Organisatie: Red Rock Rally, Brugge

Krokus

Hoodoo

Geschreven door

Liefhebbers van melodieuze, rechttoe- rechtaan rock mogen blij zijn! Het Zwitserse Krokus is terug met een ijzersterk album ‘Hoodoo’. Deze band bestaat al sinds 1974, bracht voorheen vijftien albums uit waarvan  het meer dan 13 miljoen exemplaren verkocht. De mannen zijn nu terug in de originele line up en rocken als nooit tevoren. Tien nieuwe songs staan er op dit plaatje met welluidende titels als “Rock N’ Roll Handshake”, “Ride in to the Sun”, “Keep Me Rolling” en “Shot of Love”. Daarenboven houden ze zich aan hun principe om op ieder album 1 cover te zetten, deze keer kozen ze voor “Born to be Wild” van het legendarische Steppenwolf.

De muziek van Krokus zit vol heerlijke gitaarrifs, vurige ritmes en de heerlijke stem van Mark Storace die verduiveld sterk aan Bon Scott doet denken!  Dit is de ideale muziek om loeihard door de boxen van je auto te laten knallen en op mooie lentedagen als deze over de weg te scheuren!

Scorpions

Sting in The Tail

Geschreven door

‘Sting in the tail’ is het zeventiende en volgens eigen zeggen laatste album van The Scorpions. Niet verwonderlijk als je weet dat zanger Klaus Meine en gitarist Rudolf Schenker ondertussen 62 zijn en de band momenteel aan een tournee van drie jaar bezig is! In meer dan veertig jaar wist deze Duitse hardrockband overbekende hits te scoren als “Rock you like a Hurricane”, “Wind of Change”, “Still Loving you” en “Send me an angel”.
Met het nieuwe album keert de groep duidelijk terug naar de jaren tachtig. Niet alleen verwijst de titel naar het meest succesvolle album ‘Love at first Sting’ uit 1984, ook qua sound is er duidelijk gekozen voor de jaren tachtig.
The Scorpions hebben er samen met producers Mikael Nord Andersson en Marin Hansen alles aan gedaan hebben om deze cd tot een voltreffer te maken. En het moet gezegd zijn: de plaat staat als een huis, zanger Klaus klinkt jonger als nooit tevoren en er is opnieuw een prima verdeling tussen ballads en stevige rockers.
Een aantal songs vallen in zeer positieve zin op: het retestrakke openingsnummer “Raised on Rock”, het hitgevoelige “The Good die young” , het stevige “No Limit” en het zeemzoete “Sly”. Verder horen we degelijke rocksongs maar jammer genoeg zijn die compositorisch niet altijd van het niveau dat de groep vroeger wel wist te  halen. Toch is ‘Sting in the tail’ een waardige afsluiting van een lange en indrukwekkende rockloopbaan.

Tindersticks

Falling down a mountain

Geschreven door

In navolging van de vorige cd ‘The hungry saw’, die de reünie van Tindersticks inluidde, verschijnt er nu twee jaar later ‘Falling down a mountain’. We horen tien heerlijke, boeiende, romantische luistersongs, onder de typische ‘crooner’, raspende, zalvende stem van Stuart Stapels. De songs klinken broeierig en intens spannend … de opener en titelsong van de cd geeft alvast de toon, wat verder gezet wordt op “No place so alone”, “Factory girls” en “She rode me down”, dat zelfs wordt overstelpt met flutes. “Harmony around my table” en “Black smoke” zijn de meest krachtige nummers. Het ballad en melancholie gehalte is te vinden op “Keep you beautiful” en het in duet gezongen “Peanuts”.
De Tindersticks nummers blijven gedrenkt in smachtende soul en retro en krijgen diepgang en kleur door toevoeging van piano, toetsen, blazers en strijkers. Het filmische “Piano music” besluit de lieflijke, afwisselende plaat!

Dick Dale

Dick Dale - Krasse knar staat nog bijzonder scherp

Geschreven door

Dit concert vond plaats in het kader van ‘5 jaar Kleine Dijk 57’, zeg maar 5 jaar nieuwe 4AD. En die 5 jaar hebben ons intussen al zoveel mooie momenten bezorgd dat dit wel eens gevierd mocht worden. Met Dick Dale, koning van de surfgitaar, wist de 4AD meteen een klepper van formaat te strikken. Samen met The Del-Tones maakte Dale in '61 de allereerste surfsingle "Let's go trippin'" en ontwikkelde in de eerste helft van de sixties een geheel eigen stijl die later veel gitaristen zoals Jimi Hendrix en Eddie Van Halen zou inspireren. In '65 kreeg de man kanker en trok zich noodgedwongen terug uit de muziek. Hij overwon zijn ziekte maar het zou toch tot in '93 duren eer hij zijn comeback maakt met de machtige plaat ‘Tribal thunder’ (op Hightone), waarop zijn surf een serieuze powerinjectie heeft gekregen. Toch wordt Dick Dale pas echt bekend bij het grote publiek wanneer Quentin Tarantino in '94 zijn "Miserlou" oppikt voor de soundtrack van de kaskraker ‘Pulp Fiction’. Later trekt Dick Dale weer geregeld de baan op tot hij vorig jaar zijn tour moest cancellen wegens ziekte.

Eerlijk gezegd waren mijn verwachtingen niet bijster groot. Het laatste concert dat ik van hem zag was slaapverwekkend en werd bovendien helemaal de nek omgewrongen door oeverloos gepreek tussen de nummers. En zou zijn recente ziekte niet te veel sporen hebben nagelaten? Twijfels genoeg dus maar toen Dick minzaam het podium opwandelde verdwenen die meteen. Op zijn 73ste zag hij er scherper uit dan ooit en wapperden zijn manen dankzij enkele strategisch opgestelde ventilatoren als vanouds. Dit werd één lang gitaarfestijn. Eigen nummers, buiten het obligate "Miserlou" en "Let's go trippin'" speelde hij haast niet. En al die covers, de ene al meer bij het haar gegrepen dan de andere, brak hij meestal na een paar minuten af om iets anders te beginnen.
Maar wat maakte het ook uit : of het nu "Rawhide", "Smoke on the water", "Peter Gunn", "House of the rising sun", "Ring of fire", "Louie Louie", "Summertime blues", "What'd I say" of "Fever" was, telkens was er die gitaar die onze oren met honing vulde.
Met open mond zagen we hem de snaren strelen of soms als een piano bespelen. Alles vloeide er zo natuurlijk en vanzelfsprekend uit, terwijl we nooit het gevoel hadden naar een demonstratie te kijken. De muziek primeert weer (wat zijn we daar blij om!), slechts een paar keer gaf hij uitgebreid commentaar (o.a. waarom hij geen setlist gebruikt). Zingen kan de man nog steeds niet maar gelukkig beperkte hij dit tot een minimum. Zijn uitstapjes op mondharmonica en trompet mochten daarentegen wel gehoord worden. Het showelement werd geenszins geschuwd, zo bewerkte hij met een paar drumsticks de basgitaar die de bassist hem voorhield.

Tot slot nog een pluim voor de twee huurlingen op bas en drums, bescheiden maar o zo efficiënt. Hier werd nogmaals ( na The Sonics in de Handelsbeurs) bewezen dat er op rock-'n’-roll geen leeftijd hoeft te staan.

Vooraf zagen we het Gentse kwintet Speedball Jr. , die de zaal behoorlijk op temperatuur wisten te brengen. Bijzonder stevige surf, volledig instrumentaal, maar ook als de voet eens van het gaspedaal werd gehaald bleef de groep overeind. Slechts een paar keer dreigde mijn aandacht te verslappen maar toen verscheen een schaars geklede danseres en klonk de muziek opnieuw stukken beter, toeval of niet? Toen er ook nog een fotografe in hotpants op de boxen klauterde om er te dansen vond ik dat het geschikte moment om aan een bevallige schone die naast me stond te vragen het ook eens te proberen. Jammer genoeg ving ik bot, meteen de enige smet op een schitterende avond.

Wie het rock-'n-rollhart op de juiste plaats draagt kan ik nog volgend concert in de reeks ‘5 jaar Kleine Dijk 57’ aanbevelen : Black Diamond Heavies, die reeds tweemaal verpletterend uithaalden in deze club, op 14 mei !

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Efterklang

Efterklang: verbeten strijd om de onnozelste snor

Geschreven door

Volgens haar biografie werd HeatherWoods Broderick als kind vaak in slaap gezongen met de liedjes van haar ouders. Zo ouders, zo dochter, bleek al vlug, want tijdens het optreden hadden we het zelf ook een paar keer knap lastig om bij de leest te blijven. Met een elektrische gitaar en licht verteerbare, elektronische arrangementen op de achtergrond bracht de uit Maine afkomstige jongedame vijf contemplatieve folk nummers uit haar debuutalbum ‘From The Ground’, geïnspireerd door ‘de alledaagse dingen om ons heen’. Op openingsnummer “Cottonwood Bay” doorschemerde het verdriet voor een zeeman die waarschijnlijk nooit meer zal terugkeren. Kan gebeuren met zo een risicovolle job. Bovendien leek Heather nog te jong om te beseffen dat dit niet noodzakelijk aan een ongeluk te wijten is. 
“Wounded Bird” klonk dan weer als een ode aan het trieste lot van een vogeltje dat ooit tegen haar veranda gevlogen is. Te oordelen aan de treurige ondertoon van het nummer zal het vogeltje erna waarschijnlijk niet lang meer geleefd hebben.
Na amper twintig minuutjes, een cover van de zwarte Amerikaanse folk legende LeadBelly inbegrepen, sloop Heather het podium af. Niet lang erna zou ze ook nog de dwarsfluit en het achtergrondkoortje bij het hoofdact voor haar rekening nemen.

Verbazing en gegrinnik alom bij het publiek toen frontman Casper Clausen van Efterklang in opgerolde roze short en appelblauw zeegroen T-shirt goedgemutst het podium op wandelde. Om nog maar van zijn roze kousjes te zwijgen. Was Casper stiekem de zoveelste fan geworden van Das Pop zanger Bent Van Looy na zijn memorabele zegereeks in ‘De Slimste Mens’? Waren dit wel degelijk die bleekscheten uit Kopenhagen die tot ver buiten de landsgrenzen furore maken met hun veelgelaagde, multi-instrumentale muziek die soms nogal zwaar op de maag ligt?

De flamboyante frontman rechtvaardigde zijn excentrieke klederdracht door de zomerse temperaturen. Toch was hier duidelijk meer aan de hand. Wie zich de moeite getroost had om hun nieuw album ‘Magic Chairs’ vooraf te beluisteren, kon al licht vermoeden dat het er deze keer toch iets luchtiger en popgevoeliger zou aan toegaan dan gewoonlijk. Schipperde het vorige album ‘Parades’ (2007) nog tussen de orkestrale bombast van Arcade Fire en de epische grandeur van Sigur Rós, dan flirten de nummers op de nieuwe plaat ongegeneerd met de boegbeelden van de ‘New Romantics’ van begin jaren ’80, zoals Ultravox, Duran Duran en vooral Roxy Music.
“Alike” liet de muzikale intriges met uitzondering van wat ritmisch geroffel grotendeels achterwege en blonk uit in eenvoudige schoonheid.Ook in “I Was Playing Drums” bleef de heldere zanglijn live stevig overeind en was de bewondering voor Brian Ferry moeilijk onder stoelen of banken te steken.
Doorheen de set vochten frontman Clausen en bassist Rasmus Stolberg (ook in korte broek) niet alleen een verbeten strijd om de meeste aandacht op het podium. Beiden lagen ze ook aardig in balans als het neerkomt op de vraag “wie draagt de onnozelste snor van het gezelschap?”
Intrigerend trouwens hoe de abnormaal lange nek van laatstgenoemde voortdurend ritmisch en heen en weer bewoog en soms zelfs dreigde boven de hoofden van het publiek uit te groeien als betrof het een scène uit The Abyss.
De nieuwe single “Modern Drift” klonk als Grizzly Bear op zijn sterkst en was bijgevolg een logisch hoogtepunt in de set.
£Gelukkig was Efterklang niet te beroerd om ook ouder werk van stal te halen. Tijdens “Step Aside” uit het veelgeprezen debuutalbum “Tripper” knisperde en zoemde de elektronica als vanouds. En op “Caravan” en “Mirador” mochten de theatrale samenzang en epische dramatiek nog eens volop hun vrije loop gaan.

Na bisnummer “Mirror Mirror” volgde een welgemeende buiging voor het matig opgekomen publiek. Misschien deden de leden van Efterklang live op het podium net iets té veel hun best om hun bombastische en artistieke stempel van zich af te schudden. Maar laat dat maar een miniem puntje van kritiek zijn. Met de Scandinavische zwaarmoedigheid hebben we het echt wel gehad nu de zomer voor de deur staat.

Efterklang is live ook nog te zien op zaterdag 15 mei 2010 in het Koninklijk Circus te Brussel in het kader van Les NuitsBotanique, samen met CocoRosie.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Lightspeed Champion

Lightspeed Champion mist focus

Geschreven door

In 2008 bracht Devonté Hynes met ‘Falling on the Lavender Bridge’ zijn debuut uit onder de naam Lightspeed Champion. Terwijl hij in het verleden elektropunk en metalfunk op de mensheid losliet als gitarist van de band met de onvergetelijke naam Test Icicles, vindt men op dit solo-werk grotendeels naar country en neofolk neigende indiepop die soms nogal theatraal aandoet. In de Botanique werd er vooral geput uit opvolger ‘Life is Sweet! Nice te meet you’, een meer gevarieerde plaat waarop de 24-jarige artiest een vrolijker toon aanslaat. Terwijl het nog afwachten is of zijn eerste twee platen al dan niet in de plooien van de tijd zullen verdwijnen, kunnen we na woensdagavond met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat we vrezen dat zijn laatste passage in ons land dit wel zal doen. Niet dat we getuige waren van een slecht optreden, de hoogtepunten waren echter te schaars opdat het zich in ons geheugen vast zou griffen.

We zijn niet vies van een tempowisseling hier en daar, maar bij het beluisteren van Lightspeed Champion wordt er soms zo vaak van de hak op de tak gesprongen dat men weinig vaste opbouw in het geheel kan herkennen. Het valt dus nogal moeilijk om te beweren dat zijn muziek er staat als een huis. Als toeschouwer was het woensdag vaak zoeken naar aanknopingspunten in dat amorfe geheel. Het is niet zo dat we ijveren voor het feit dat een concert een simpele opeenvolging van duidelijk te onderscheiden liedjes moet zijn, wel is het zo dat we geen vlakke brij gepresenteerd willen krijgen wanneer artiesten zo ambitieus zijn om persé te bewijzen dat ze vlot meerdere stijlen en ritmes kunnen combineren. We hebben ons tijdens de vrij korte set dus niet echt verveeld maar evenmin is onze bek tijdens dat uurtje ook maar één keer opengevallen.
Laat ons echter niet al te streng zijn want Lightspeed Champion is ontegensprekelijk meer dan gemiddeld getalenteerd en we hoorden dus wel degelijk mooie dingen. Opener “Marlene” toonde bijvoorbeeld aan dat hij vurig van start kan gaan. Terwijl de uit zijn debuut geplukte songs (“Midnight Surprise”, “Galaxy of the Lost” en "Tell me what it’s worth”) soms ietwat routineus gebracht werden, merkten we meer gedrevenheid tijdens de zeven nummers uit ‘Life is Sweet! Nice te meet you’. Ook de begeleidingsband kon zich meer profileren tijdens dat nieuwere werk, vooral in “Faculty of Fears” trad de gitarist af en toe op de voorgrond met een snerpende solo.
Ook “Madame Van Damme” is het vermelden waard, deze muzikaal (maar allesbehalve tekstueel!) naar The Magic Numbers neigende single werd in de Rotonde massaal begeleid door ritmisch handgeklap. Vermits Lightspeed Champion geen blijf weet met zijn productiviteit, liet hij met “Straight” en “Heavy Purple” twee nummers horen die niet op praat prijken maar gratis ter beschikking gesteld worden aan de downloadende massa.
Afsluiter “Sweetheart” (waarvan de intro enorm appelleert aan Daans “Icon”) bleef gespaard van de vele tempowissels die we de ganse avond al te verteren kregen en schitterde aldus door eenvoud.
Ook de bisronde verliep voorspoedig met het solo gebrachte “There’s nothing Underwater” en een stevige versie van de Beatles-cover “It won’t be long”. Dit laatste nummer vindt men terug op een LP uit de brave beginperiode van de Fab Four (‘With the Beatles’) maar werd door Lightspeed Champion gebracht met de overrompelende kracht die zij pas enkele jaren later in de vorm van het ongemeen sterke “Helter Skelter” op hun witte album lieten persen.

Dankzij dit mooi slotakkoord verlieten we de Botanique dus uiteindelijk wel met een vrij goed gevoel (en het cathy “It won’t be long’ dat nog very long in ons hoofd bleef ronddolen).
Desalniettemin denken we dat Lightspeed Champion meer in zijn mars heeft dan hij woensdagavond liet horen, hopelijk slaagt hij er ooit in om dit vermoeden op plaat en op podium te bevestigen. We blijven bereid om hem nog minstens één nieuwe kans te bieden.

Eerder op de avond maakten Kurran and the Wolfnotes een wat makke indruk. Mildheid is geboden aangezien hun lead-gitarist verstek moest laten gaan, maar toch zijn we er vrij zeker van dat dit vijftal weinig sporen zal nalaten in de muziekgeschiedenis. Na het downtempo “Pouding Down” besloten ze hun set met hun eerste (en tot op heden enige) single getiteld “What a bitch”. Ondanks de vervaarlijk klinkende titel is dit een erg poppy nummer dat woensdagavond voor het eerst (maar niet voor het laatst, zie zupra) aan The Magic Numbers deed denken. We hebben niks tegen dergelijke muziek maar verkiezen wel dat het plaatje past. Dit laatste is niet echt het geval als er zomerse popmuziek gebracht wordt terwijl de zanger op zijn ontblote voorarmen pronkt met ontelbare tatoeages.
Wat ze live brachten kon ons niet motiveren om voor 5 euro hun 5 songs tellende debuut-EP aan te schaffen.
Wat ons het meest bijblijft van dit voorprogramma is het feit dat we tussen het publiek een lookalike van Lightspeed Champion meenden te ontwaren. Nadat we dezelfde opvallende verschijning vervolgens op het terras van de Botanique tegen het lijf liepen, bleek het zowaar om de man zelf te gaan. Met zijn nerd-bril en onbeholpen houding lijkt hij gigantisch op Steve Urkle, net als die über-nerd weet Lightspeed Champion in het dagelijks leven blijkbaar geen blijf met zijn lijf. Op dat moment schreven we dat nog toe aan de stress voorafgaand aan zijn show, na afloop van die show denken we te moeten concluderen dat de jongeman nog veel werk heeft om zijn energie te leren kanaliseren. Zonder focus zal Lightspeed Champion immers nog vaak uit de bocht blijven vliegen.

Organisatie: Botanique, Brussel

The Black Box Revelation

The Black Box Revelation – weerklank is groot, groter, grotesk …

Geschreven door

Het Ierse General Fiasco kreeg de rol van opwarmer opgeplakt, maar in hoeverre is dat nodig bij BBR... Het moet gezegd dat het trio zich enorm goed van z'n taak kweet en dat de indierock een frisse volwassen sound de zaal injoeg.Toen op het einde van hun set de zanger “First impression” aankondigde konden we besluiten dat de eerste kennismaking met hen voor herhaling vatbaar was.

De volgepakte Vooruit zweette en kreunde reeds van bij het startschot toen het Brusselse tweemansorkest Blackbox Revelation z'n eerste noten inzette. Openers “Run wild”, “Where has all this mess begun” en “Gravity blues” maakten meteen duidelijk dat dit een gewonnen match was. Het geluid stond hard maar goed en het uitzinnige publiek antwoordde met zo'n geestdrift dat Jan en Dries direct op hun élan verder gingen. De nieuwe plaat wordt volledig gespeeld afgewisseld met hun oudere nummers. De catchyness druipt eraf bij “High on a wire” maar even later wordt gas teruggenomen met “Sleep while moving” en “Our town has changed for years now”, een zeldzaam weloverwogen rustpunt in de set maar van korte duur...
Even later wordt het 'blik you songs' opengetrokken: “I think i like you”, “Do i know you” en “I don't want you” met daarbovenop “Set your head on fire”, stomende vettige bluesrock op Dilbeekse wijze met groeten aan de chefs.
Het enthousiasme en meezingen van Dries achter z'n drumkit en de inzet en gedrevenheid van Jan maken deze band zo uniek en sterk, maar ook door de eenvoud en hun naturelle flair.

In de bisronde werd gekozen voor “Love is on my mind”, “Never alone” en “Here comes the kick”, wederom diversiteit ten top van een band die nog steeds groeit en door hun komende buitenlandse opdrachten nog meer weerklank zullen krijgen buiten België en dat is gezien hun kunnen en ingesteldheid enkel toe te juichen!

Setlist: Run Wild, Where Has All This Mess Begun, Gravity Blues
High On A Wire, 5 O'Clock Turn Back The Time, Our Town Has Changed For Years Now, You Better Get In Touch With The Devil, You Gotta Me On My Knees, Sleep While Moving
Love Licks, I Think I Like You, Do I Know You, I Don't Want It, Set Your Head On Fire
Bis: Love, love is on my mind, Never Alone / Always Together, Here Come The Kick

Organisatie: Democrazy, Gent

Gentlemen Of Verona

Gentlemen Of Verona – interview nav ‘Brutally Honest’

Geschreven door

Eigenlijk heb ik wel een boontje voor Belgische muziek. Noem het patriotisme (dat is het zeker niet) of wat dan ook maar als er in dit Belgenlandje een groep opduikt waarvan je een “wow”-gevoel hebt dan ben je dubbel gelukkig.
De undergroundpers is laaiend wild van hun nieuwe album ‘Brutally honest’ (wij ook, of wat dacht je?) en vanaf het moment dat je de CD in je speler steekt, weet je waarom : loeiharde en vlijmscherpe rock met vrouwelijke vocals, een garagesound die je terug doet denken aan het betere werk van Touch & Go en een frontvrouw om van achter over te vallen.
En kijk, op momenten dat ze het podium niet onveilig maakt, wil Debby zelfs een uitgebreide babbel met ons doen!

HALLO, ZEG HET EENS….ZIJN HET ALLEMAAL ZULKE VRIENDELIJKE MENSEN IN VERONA?

DEBBY TERMONIA: Vreemde openingsvraag! Maar euhm... Om hierop te antwoorden: Jazeker!
Afgelopen zomer kwamen we tijdens een vakantie in Verona terecht. Een erg aangename verrassing. Fijne mensen, gezellige straten, lekker eten... Niets dan lof dus over Verona.
Het enige minpunt is wel dat ze daar een beetje achterdochtig zijn. Zo staan er aan alle invalswegen van de stad camera’s waarmee de ordediensten de nummerplaten van vreemde auto’s fotograferen. Als je in de stad wil overnachten moeten de hoteliers je kenteken aan de plaatselijke politie doorgeven. Als dat niet gebeurt, slepen ze je wagen weg.
Beetje vreemde werkwijze. Maar ja... Zo heeft iedereen zijn eigenaardigheden.

WE ZULLEN ER REKENING MET HOUDEN ALS WE DAAR OOIT VERZEILD GERAKEN. JULLIE ZIJN EEN VRIJ NIEUWE GROEP MAAR TOCH HEBBEN JULLIE REEDS 2 CD’S OP JULLIE ACTIEF. ZIJN JULLIE WORKAHOLICS?
DEBBY : Wij? Workaholics? Mmmm... Misschien een beetje. Want voor ons was het gewoon vanzelfsprekend dat die tweede plaat er zou komen.
We bestaan ondertussen 3 jaar. Dat is één plaat om de 18 maanden. Geen slecht gemiddelde, toch?
Voor ons is het schrijven van nummers trouwens geen echte opdracht. Het gebeurt gewoon. Al hebben we voor deze plaat wel enkele bewuste schrijfsessies moeten inlassen. We speelden zo vaak dat we soms gewoon geen tijd hadden om te repeteren en aan nummers te werken. Daarop pasten we de deadline-techniek toe. We kruisten een datum aan in onze agenda’s. Voor die dag moesten al onze nummers klaar zijn. Die methode bleek te werken. Onder tijdsdruk presteren we het best.

ZOU IK OOK MOETEN DOEN… HET EERSTE WAT IK DACHT TOEN IK JULLIE HOORDE WAS DAT JULLIE NIET ECHT BELGISCH KLONKEN……
DEBBY: Dat is fijn om te horen! Wanneer we zelf naar platen luisteren merken we altijd een groot verschil op tussen buitenlandse en Belgische muziek.
De manier waarop groepen uit ons land hun muziek opnemen, mixen of masteren herken je meteen. Ze klinken te zuiver. Soms zelf een beetje te braaf.
Tijdens het opnemen kozen we resoluut voor de manier waarop heel wat Amerikaanse garageplaten opgenomen worden. Het mocht allemaal wat vuiler en rauwer klinken. Ook tijdens het mixen en masteren zagen we er nauwlettend op toe dat de weerhaakjes niet verdwenen. Het moest gewoon knallen. Zonder pardon!

EN DAT WERKT BLIJKBAAR OOK… DOORDAT JULLIE MOEILIJK TE CATEGORIZEREN ZIJN, BESTAAT ER GEEN GEVAAR DAT JULLIE DAARDOOR EEN BEETJE UIT DE BOOT VALLEN QUA PERSAANDACHT EN ZO?
DEBBY : Het is in België sowieso niet makkelijk om de pers te halen. In ons kleine landje varen de meeste magazines en kranten mee met de stroom. Tegenwoordig zijn de spotlights gericht op jonge bands die springerige poprock maken. Ook folk en retro-stuff doen het goed.
Of zoiets niet frustrerend is? Niet echt. Het geeft ons de vrijheid om ons eigen ding te doen.
We hoeven ons geen zorgen te maken of een nummer radiovriendelijk genoeg is. Wij houden ons alleen met de kwalteit van de song bezig. Net zoals onze grote voorbeelden dat doen. Die draaien ze trouwens ook zelden of nooit op de radio. Kan jij je nog herinneren wanneer je voor het laatst Grinderman, Iggy Pop of Jon Spencer Blues Explosion op de radio hoorde? Ik niet.

IK HEB GEEN RADIO DUS AAN MIJ MOET JE HET NIET VRAGEN… OVER PERS GESPROKEN….ENKEL MAAR POSITIEVE REVIEWS GEZIEN. VERTAALT DIT ZICH OOK NAAR HET PUBLIEK?
DEBBY: Die positieve recensies zijn erg leuk. Maar ze zijn erg tijdsgebonden aan de release van een album. Ook de positieve mond-aan-mond reclame na een optreden is erg belangrijk. Als we van een concertorganisator te horen krijgen dat hij ons boekte omdat een van zijn vrienden laaiend enthousiast was na het zien van onze show, dan doet dat enorm veel plezier.
Een goede recensie is een ding, maar je moet het als groep natuurlijk ook op het podium kunnen waarmaken. En dat doen we.

AAN JULLIE CD HEEFT ER HEEL WAT BEROEMD VOLK MEEGEWERKT.
ZIJN JULLIE ZELF OP ZOEK NAAR DIE MENSEN GEGAAN OF ZIJN ZE ZELF NAAR JULLIE TOEGESTAPT?
DEBBY: Door ons werk leerden we Willy Willy en Frankie Saenen kennen.
Ze vonden dat we leuke muziek maakten. Wanneer we elkaar tegen het lijf liepen, kwam de band altijd wel eens ter sprake. Toen we aan onze nieuwe plaat werkten hadden we voor een van onze nummers een dreigende piano-riff in gedachten. Omdat niemand van ons dat instrument op de juiste manier kon inspelen, belden we naar Frankie. Hij is drummer, maar speelt een aardig stukje piano. Hij doet dat op een erg percussieve manier. Na enkele takes stond de juiste pianoriedel op band. Willy Willy voegde daar dan nog een ijzingwekkende gitaarsolo aan toe. Alles verliep zonder moeite. Ze wisten meteen wat we nodig hadden. Het zijn echte vakmannen. Het was ook een erg vreemde ervaring. Toen we tieners waren, gingen we naar optredens van The Scabs en hingen er posters met Frankie en Willy in onze slaapkamer.  Nu stonden die kerels in onze studio te spelen. Helemaal uit vrije wil. Gewoon omdat ze onze muziek tof vinden. Dat is toch wel straf, hé?

IK HEB JULLIE MUZIEK NOG NOOIT LIVE GEHOORD MAAR AFGAANDE OP JULLIE CD HEB IK MAAR EEN GEDACHTE : WAT EEN FANTASTISCHE LIVEBAND MOET DAT ZIJN EN ALS JE DE FOTOS ZIET DAN GEEFT DEBBY ZICH HELEMAAL, NIET?
DEBBY: Wanneer we live spelen zetten we ons in voor 100%. Tijdens zo een optreden gaan we volledig op in onze muziek. Dan vergeten we even wat er buiten het podium gebeurt. Een erg vreemde ervaring. De dag na een optreden sta ik gegarandeerd vol met blauwe plekken. Ik heb dan vaak geen flauw benul waar die vandaan komen. Maar als ik de foto’s van onze live-optredens zie, is dat mysterie snel opgelost.”

OM DAAR WAT VERDER OP TE GAAN, IS ER EEN GROOT VERSCHIL TUSSEN DE GROEP LIVE EN OP CD?
DEBBY: “Eigenlijk niet. Op cd kunnen er wel enkel extra gitaren of arrangementen staan, maar in principe klinkt alles hetzelfde. De basistracks van de cd zijn ook live ingespeeld. Op vier uur stonden ze op band. Allemaal samen in een ruimte. Zonder clicktrack want dat beïnvloedt de spontaniteit. Maar zoiets kan natuurlijk alleen maar als iedereen op elkaar ingespeeld is en zijn instrument ten volle beheerst.

IK KON HET OOK NIET LATEN OM DEBBY TE VERGELIJKEN MET PJ HARVEY, RAAK JE DAT NOOIT BEU?
DEBBY: Stilletjes aan wel, ja.  Het stemgeluid lijkt misschien wel wat op elkaar. Maar dat beschouw ik eerder als een compliment.
Bij deze tweede plaat heeft de muziek meer raakpunten met dingen als Jon Spencer Blues Explosion, Iggy Pop, Urban Dance Squad en Rage Against The Machine.

’BRUTALLY HONEST’ IS DAT GEEN VETTE KNIPOOG NAAR GROEPJES DIE ENKEL ROCK ’N ROLL MAKEN OM TOT EEN BEPAALDE SCENE TE BEHOREN?
DEBBY: Niet echt. De titel verwijst gewoon naar de manier waarop we met onze muziek omgaan. What you see is what you get. Gewoon erg opwindende rock’n’roll. Zonder marketingtrucs.

JESSE HOFF HEEFT EEN SPECIALE GITAARVERSTERKER VOOR JULLIE GEMAAKT. HOE KON JE ZO IEMAND OVERTUIGEN? IK BEDOEL DIE MOET TOCH STERK IN DE GROEP GELOVEN OF NIET?
DEBBY: De man kwam ons tegen op my space. Hij vond onze muziek goed en stuurde ons een mailtje om ons te complimenteren.
Toen we hem googleden bleek hij de gitaartechnieker van o.a. The Black Crows, Jeff Beck, Eric Clapton en The Verve te zijn. We stuurden hem dan ook een mailtje om hem wat tips i.v.m. ons gitaargeluid te vragen. Voor we het goed en wel beseften,werkte hij aan een  gitaarversterker die speciaal op ons geluid afgestemd was. We zijn het ding persoonlijk in London gaan oppikken. Jesse trok een hele namiddag voor ons uit.
Hij demonstreerde de amp en deed nog wat kleine aanpassingen. Het geluid van de versterker paste perfect bij onze plaat. Ook live heeft het versterkertje heel wat bijval.
Na elke show komen de gitaarliefhebbers uit de zaal naar het kastje kijken.
En dat is ook begrijpelijk: Vooraan schroefde Jesse een plaatje waar het woord ‘Lajzy’ staat. Een verwijzing naar zijn eigen bijnaam ‘Lazy J’. Ik zag trouwens dat nu ook Pete Thownsend van The Who een Lazy J-versterker heeft. Qua referentie kan dat wel tellen.

JULLIE PLAAT IS IN EIGEN BEHEER OPGENOMEN. HOE VOELT DAT VOOR EEN GROEP IN EEN TIJDPERK WAAR MUZIKANTEN GECONFRONTEERD WORDEN MET DOWNLOADS HIER EN DOWNLOADS DAAR?
DEBBIE: Downloads zijn de toekomst. Onze eerste plaat werd trouwens exclusief uitgebracht door het Belgische download-label THE WAB.
We hebben er geen enkel probleem mee dat onze muziek zich over het internet verspreidt.
We lieten de cd persen omdat heel wat mensen, waaronder wijzelf, veel plezier beleven aan zo een schijfje. Wat naar de hoes kijken, de inlayteksten lezen... Voor wie dat overbodig vindt, is er nog de downloadversie op iTunes.”

HET LAATSTE WOORD IS AAN JULLIE……………….
DEBBIE: Mooi zo! Dan kunnen we even reclame maken.
‘Brutally Honest’ is het makkelijkst te verkrijgen via www.gentlemenofverona.com of tijdens optredens. MP3-liefhebbers vinden ons op iTunes. Haal dus je geld maar boven en... BUY IT NOW! Hahahaha..”

INFO http://www.gentlemenofverona.com

Muffler Men

EP

Geschreven door

Muffler Men is een kwartet uit Oost-Vlaanderen, die het houdt op de ‘90’s melodieuze grungerock van bands als Stone Temple Pilots, Alice In Chains en de subtiliteit toevoegen van een Foo Fighters, The Posies en QOSA. De drie songs op de EP “Every piece of you”, “Shiver” en “Killer on the loose” zijn leuke, broeierige snedige rockers, die oog hebben voor finesse en een broeierige spanning.
MM heeft wat in z’n mars en beschikt over heel wat rockcapaciteit.Bijgevolg smaakt dit duidelijk naar meer. Nu nog dat tikkeltje eigenheid en de spotlight kan terecht op hen worden geplaatst.

Info op http://www.myspace.com/mufflermen

Pagina 436 van 497