Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15378 Items)

Built To Spill

There is no enemy

Geschreven door

Built To Spill, onder Doug Martsch, zijn samen met Galaxie 500 één van de pijlers van de ‘independant’ indierock eind’80’s. Slepende, hemels klinkende gitaren, repetitief opbouwende en uitgesponnen gitaarlagen gelinkt aan Neil Young’s Crazy Horse en The Feelies, gedragen door de dromerige, melancholische en breekbare stem van Martsch. Ook de nieuwe plaat, ruim vier jaar na de vorige cd, moet écht niet onderdoen aan het vroegere materiaal. De sympathieke band heeft met “Good ol’ boredom”, “Done”, “Things fall apart” en “Tomorrow” enkele uiterst genietbare gitaarparels uit, songs soms aangevuld met blazers.
Mijmerende, aanstekelijke, aantrekkelijke hoogstaande gitaarpracht horen we op de songs, die knipoogt naar hun oudbakken formule, maar ook ruimte biedt voor een breder instrumentatie. Met opgeheven hoofd slaagt BTS er na al die jaren nog in zich te manifesteren in de huidige indie-boom. Ontegensprekelijk besluiten we dus met respect voor zo’n band!

MGMT

Congratulations

Geschreven door

Een goede twee jaar terug waren zij één van de meeste hippe bands, Management aka MGMT, het leuke gezelschap onder Ben Goldwasser en Andrew VanWyngaerden. Hun geestesverruimende pop, rock’n’roll en dancepsychedelica zetten ze om in enkele meesterlijke hits als “Time to pretend”, “The electric feel” en het meezingbare- fluitende “Kids” van de plaat ‘Orucalar Spectacular’. De plaat werd een wereldsucces. De band, die tuimelt in de ‘70’s retrosychedelica, haalde de sound van Pink Floyd, Pavlov’s Dog , Hawkind, Bowie, The Doors en jongere bands Flaming Lips, Mercury Rev en Ozric Tentacles van onder het stof. Ze maakten er een kleurrijke ‘peace en love’ van.
De opvolger ‘Congratulations’ is andere koek. Het duo verbleef lange tijd op het strand van Malibu voor het schrijven en opnemen van nieuwe songs. Ze putten uit een creatief psychedelisch vaatje en borgen de hitgevoeligheid op. Een drietal toegankelijke nummers horen we binnen hun poppsycherock, “Flash delirium”, “Brian eno” en de titelsong. “ Siberian breaks” is het epos van de cd, ruim twaalf minuten, én wel in vier stukken verdeeld: een dromerig concept, verrassende, onverwachtse en gewaagde wendingen, slepende melodieën, (vocoder) stemmen, synths, (akoestische) gitaarloops, symfo en orkestraties. Samen met “Lady Dada’s nightmare” is er sprake van een lang instrumentaal stuk en een elektronische outtro. Eerbetoon aan The Beatles en Brian Eno zijn op z’n plaats.
Ze benaderen op die manier wat Flaming Lips op hun laatste plaat deed. Pete Kember, die in de ‘90’s deel uitmaakte van de poppsychedelica van Spacemen 3 en Sonic Boom stond mee in voor de productie.
’Congratulations’ is een apart plaatje, apart muziek, een muzikale rijkdom, maar waar soms geen touw aan vast te knopen is …

Arkona

Goi, Rode Goi

Geschreven door

Help, de Russen zijn daar! De Russen!!! En ze hebben dan nog eens goede muziek mee ook! Wie zijn de Russen? De Russen zijn Arkona. Wat is de goede muziek? Dat is hun nieuwste album ‘Goi, Rode Goi!’
Arkona is een Russische Slavian Pagan Metalband die in 2002 opgericht werd door de blonde zangeres Maria Arichipowa. Na enkele bezettingswisselingen staan ze er nog altijd. Intussen hebben ze al vier studio-albums, een live-album en dvd en toch bestaat het dat ik nog nooit van deze band gehoord had. Tot nu, want met hun vijfde album ‘Goi, Rode Goi!’ hebben ze me grondig wakker geschud. Rusland is blijkbaar ook in staat om goede Folk/Pagan Metal af te leveren.
En dan halen ze het in hun hoofd om na een uitstekend openingsnummer en twee goede nummers er onmiddellijk al een episch, muzikaal avontuur tegenaan te gooien in de vorm van “Na Moey Zemble”. Het nummer duurt ruim een kwartier en bevat enkele opmerkelijke gastbijdrages. Zo hoor je o.a. Nederlandse zang van de zanger van Heidevolk, aan aangename verrassing tussen al dat onverstaanbare Russisch. Let wel, geen slecht woord over dat Russisch. Die taal leent zich er uitstekend voor om zo'n liederen te zingen.
Tjah, het hele album gaat verder met dit hoge niveau en deze mengelmoes van Folkinstrumenten en het Metalen geweld. Alsook de kruising van Russische folkzang en grunts.
Een klein minpuntje is de lange speelduur van 78 minuten. Want dit soort muziek vergt toch wel veel aandacht van de luisteraar en die aandacht gaat na een tijdje toch verminderen. Ondanks dit is het toch een heerlijk album geworden!

The Hotrats

Turn ons

Geschreven door

The Hotrats, genaamd naar dat fantastische Zappa album, zijn het hobbyclubje van Danny Goffey en Gaz Coombes van Supergrass en Radiohead producer Nigel Godrich.
Met ‘Turn Ons’ hebben zij een fris plaatje vol met covers gekwakt. Fijne, veelal straightforward rockende versies van bekende en minder bekende songs van de betere der aarde. Een vrij aardige selectie met maar een paar uitschuivers.
“Fight for your right” van de Beastie Boys is op hoogst originele wijze omgebouwd tot een sixties song in regelrechte Who- en Kinks traditie. The Kinks hun “Big sky” wordt hier trouwens ook met verve gecoverd. Costello’s “Pump it up” heeft nog nooit zo stevig gerockt en “The Lovecats” van The Cure is zo opzwepend dat we met graagte het origineel (wat ook al niet mis was) onderaan in de kast gaan opbergen. “I can’t stand it” van de Velvet Underground is nog feller en verbetener dan het al grillige origineel (wij durven wedden dat ouwe knorpot Lou Reed deze versie maar niks zou vinden maar wij zijn er helemaal weg van, en wij zijn wel degelijk VU-fan !) en The Doors hun “Crystal ship” krijgt een extra portie dynamiet toegediend. En we hadden er nog nooit eerder bij stilgestaan maar “Queen Bitch” van Bowie is een verdomd krachtige song. Met de psychedelica van Syd Barrett’s Pink Floyd in “Bike” weten ze ook wel raad en de eighties klassieker “Damaged Goods” van The Gang of Four krijgt een uiterst potente viagra injectie.
Het is evenwel niet altijd feest, “Up the junction” (Squeeze) is wat slapjes, met “Love is the drug” (Roxy Music) hebben The Hotrats bitter weinig aangevangen en The Sex Pistols’ “E.M.I” is ontdaan van al zijn punk energie, en dat kan niet de bedoeling zijn geweest.
Desalniettemin, heel fijn coverplaatje.

Yeasayer

Odd Blood

Geschreven door

Begin 2008 verschenen verschillende bands uit de New Yorkse wijk Brooklyn op het alternatieve rocktoneel. MGMT, Vampire Weekend, White Rabbits…. Ze profileerden zich allen als eigenwijze bands met een eigen geluid waarbij ze rock en pop wisten te vermengen met wereldse en spirituele invloeden.
Ook Yeasayer mag je als een van de vaandeldragers van deze muziekscène beschouwen. Hun eerste plaat ‘All hour Cymbals’ , een  mix van psychedelische samenzang, experimentele pop, hoekige gitaarrifs, exotische sferen, dreigende ritmes, bizarre tempowisselingen en al even vreemde teksten sloeg in als een bom. Zelf  omschreven ze hun sound als ‘Middle Eastern-pscyh-snap-gospel’!
Net als de meeste van reeds genoemde groepen komt ook Yeasayer dit voorjaar met een nieuwe plaat op de proppen. ‘Odd Blood’ is allesbehalve een doorslagje van het debuutalbum en Yeasayer heeft duidelijk niet voor de gemakkelijkste weg gekozen; er wordt op deze plaat volop geëxperimenteerd met een wirwar van instrumenten. De band componeerde tien zeer uiteenlopende nummers die wonderbaarlijk genoeg toch één geheel vormen.
Nog steeds overheerst het psychedelische geluid van de eerste schijf maar ‘Odd Blood’ klinkt toch iets toegankelijker (uitgezonderd dan het dreigende openingsnummer “The Children”). De zweverige zang van Chris Keatin is niet meer weggestopt in de geluidsmix maar knalt fris uit de speakers. Opvallend ook is dat de percussie meer op de voorgrond staat en dat levert met het poppy “One”, “Rome” en het zeer catchy “Love me girl” enkele zeer dansbare nummers op. De iets tragere composities zijn evenzeer de moeite waard, uitschieters zijn de single “Ambling Alp” en het liefdesliedje “I Remember” dat door de synths nogal doet denken aan Kraftwerk.
Het is duidelijk dat  Yeasayer in al zijn experimenteerdrift er opnieuw in geslaagd is een zeer fijn plaatje te maken die het zeker op de zomerfestivals prima zal doen.

Chapel Club

Chapel Club: Hype uit de UK - kort, krachtig, beloftevol

Geschreven door

Sinds een tijdje organiseert de Brusselse Botanique onder de noemer ‘New Talents, Cool Prices!’ optredens van bands die het waarschijnlijk zullen maken, en dit zoals we van ze gewoon zijn aan zeer scherpe prijzen.
Het definieert meteen de geest van Botanique die zich reeds meer dan een decennia zonder schaamte de alternatieve rocktempel van België mag noemen want het aantal groepen die hier hebben gespeeld en nu op een overvolle weide te bewonderen zijn, is ontelbaar geworden.
Dinsdag 20 april viel de keuze op de Engelse Chapel Club, een groep die nota bene nog hun debuutcd ‘Oh Maybe’ op de markt moeten uitbrengen maar nu al door de Britse pers als absoluut heilig beschouwd wordt. Dat enthousiasme is deels te verklaren door het feit dat de Britse pers nu eenmaal werkt via hypes maar een andere verklaring heeft natuurlijk ook alles te maken met de terugkeer van de shoegazescene.
Voor de oudere lezers (niet daar iets mis met is want ondergetekende kan ook al aankijken op een grijze baard) zal dit zeker een belletje doen rinkelen, maar voor de jongere lezers misschien een woordje uitleg.
De shoegazescene ontstond zo’n 20 jaar geleden wanneer groepjes zoals Slowdive, Ride, Moose, My Bloody Valentine, Chapterhouse of The Telescopes het gitaargeluid van Jesus & The Mary Chain en Cocteau Twins herontdekt hadden. De meeste van die groepen brachten het meestal niet verder dan een memorabele lp maar niemand kan de impact van deze muziekbeweging ontkennen.
Deze scene die zo genoemd werd door een Britse journalist omdat die groepjes altijd naar hun schoenen staarden, werd een halt toegeroepen door ene Kurt Cobain die plots van Seattle het Mekka van de alternatieve muziek maakte.
De tijden veranderen zong Bob Dylan ooit en in het geval van de shoegazescene had hij nog gelijk ook want 20 jaar later is er plots in het land dat de shoegazescene doodde, Amerika dus, een ware shoegaze-boom aan de gang. Groepen als A Place To Bury Strangers of Veil Veil Vanish teren voort op de noisegitaren van Slowdive en Jesus & The Mary Chain en worden nu door de pers als de nieuwe gitaargoden ontvangen.

England kon ook niet wegblijven en na de opmerkelijke entree van The Big Pink is er dus nu Chapel Club uit Londen die hetzelfde truukje uithalen. Chapel Club is een groep uit de My Space-generatie, zoveel is duidelijk.
Ze zijn niet uniek, ze hebben gewoon het uniek geluk dat zij het winnende lot waren.
De pers overtuigen is een gave, maar het publiek in België overtuigen moet nog moeilijker zijn want ondanks het feit dat zij aangekondigd waren als de nieuwe Joy Division of de opvolgers van The Smiths (origineel in woorden is de Britse pers nooit geweest) kwamen hier maar zo’n 50 tal Belgen voor opdagen. Een blik op de setlist leerde ons vrij vlug dat deze groep ons 7 nummers zou brengen. Maar, en laten we daar maar meteen eerlijk over zijn…het waren 7 nummers die konden tellen en ook al gaat de groep nu al gebukt onder een vorm van arrogantie (had je iets anders verwacht van een Britse hype?) toch hebben ze een groepsgeluid die er staat. En trouwens, beter 7 goede nummers dan 14 slechte!
Van bij de opener “Surfacing” zagen we niet alleen piepjonge smoeltjes van de Londenaars maar ook een blik die een kruising uitstraalde tussen twijfel en arrogantie.
“Bonsoir” zei zanger Lewis Bowman en meteen verschool de band zich achter een geluidsmuur van gitaartjes die je doen zweven, de zang onverstaanbaar maken maar ook ons even deed terugtuimelen in de tijd want hoewel ik vanaf het eerste moment tot het laatste moment genoot, had ik toch het gevoel dat ik ergens in 1991 naar Ride stond te staren.
Deze heren hebben overduidelijk talent maar hebben ook ontegensprekelijk het geluk dat de pers besloten heeft om in 2010 een shoegazerevival te organiseren want dit geluid zou tien jaar zeker weg gelachen zijn door diezelfde pers die toen zijn heil zag in post-grungegroepen.
En is Chapel Club nu de nieuwe Joy Division?
U kent het antwoord zonder het optreden te hebben gezien ook al deed de starende blik van zanger Lewis ons wel eens denken aan Ian Curtis. Na een dikke 35 minuten was het optreden afgelopen en na meer dan 25 jaar intens het Belgisch concertleven te hebben gevolgd moet dit, op Babybird na, misschien het kortste optreden dat ik ooit gezien heb, maar ik reed tevreden naar huis.
De toekomst had ik niet gezien, maar wel een verdomd goed groepje.

Organisatie: Botanique, Brussel

The Unthanks

The Unthanks: de ideale tea-set op een zondagavond

Geschreven door

Binnen de Britse folkrock kunnen we momenteel niet omheen de zusjes Rachel en Becky Unthank uit Northumberland, UK. Ze brachten al een paar platen uit en kwamen vorig jaar in de spotlights met ‘The bairns’, toen nog onder de groepsnaam Rachel Unthank & The Winterset. Ze zijn te situeren binnen de folkie songwriters Maddy Prior, June Tabor en Eliza Carthy.
De wisselwerking tussen Rachels ongepolijste en Becky’s lieflijke zang vormen een meerwaarde aan de folkroots van de band met o.m. echtgenoot Adrian McNally op piano en toetsen. Verder worden ze nog bijgestaan door 2 multi-instrumentalisten, die gitaar, bas, contrabas en drums afwisselen en 2 dames waaronder een celliste en supportlady Lucy op viool.

De zusjes speelden sober, ingehouden materiaal maar ook songs die een vollere instrumentatie hadden; de gevarieerde aanpak gaf elan aan het vakmanschap, die we in de nummers horen. Tekstueel groeven ze in ijzingwekkende geschiedenisverhalen en klaagliederen. Het familiale gezelschap zorgde voor een amicale sfeer en bracht ons in de pittoreske Rotonde nog dichter bijeen. Ze lieten ons lekker wegschuiven, dagdromen en huiveren in hun neofolky, ideaal passend bij een tea-set op zondagavond. De songs kwamen van de drie cd’s ‘Cruel sister’, ‘The bairns’ en de huidige cd ‘Here’s the tender’.
De stemmenpracht van de zusjes kwam meteen in de spotlights: de traditional “Sandgate” door Rachel geopend, “Riverman” door Becky en samen zongen ze, ergens middenin de set, “John dead” en “The testinomy of patience Kershaw”. Voor de rest wisselden ze hun intens ingetogen songs als “20 long weeks”, “Lucky gilchrist” en “Annachie Gordon” af met elegante, broeierige, soms aanzwellende “Sad february”, “Sexy sadie” en “Flowers of the town”. Naast de brede omlijsting in deze nummers, was er ietwat ruimte voor de leuk meegenomen footsteps/tapdance van de twee zusjes, wat het geheel soms deed denken aan een balorkest. En ook support Johnny sprong bij op toetsen.
Vooral een ouder publiek was te vinden voor de ingetogen, warme, gezellige muziek van het sympathieke Britse gezelschap. Terecht werden ze dan ook sterk onthaald …

Johnny en Lucy leidden de Unthanks in.  We hoorden sobere traditionele folkpop op akoestische gitaar en viool. De zangpartijen vulden elkaar aan. Tussenin vertelden ze verhalen en indrukken van hun tour.

Kijk, The Unthanks als Johnny en Lucy bezorgden ons een fijne, sfeervolle, ontspannende avond; ze straalden gemoedelijkheid en rust uit en waren de geleiders om een stressvolle werkweek aan te kunnen vatten!

Organisatie: Botanique, Brussel

RPWL

RPWL: Ganz Prima!

Geschreven door

RPWL, de Duitse Progressieve rockband waarvan de groepsnaam gevormd werd uit de beginletters van de achternamen van diens bandleden: Phil Paul Rissettio, Chris Postl, Kalle Wallner en Yogi Lang, vierde zijn tienjarige bestaan in de Spirit Of 66 in Verviers. De jonge progband is bijzonder geliefd in het progmilieu; al zijn er ook heel veel mensen die serieuze vraagtekens plaatsen bij de bijzondere hoge dosis Pink Floyd elementen die ze zeer rijkelijk in hun sound importeren. Ondertussen is ook de line-up van de band gewijzigd en vinden we naast zanger/frontman Yogi Lang, gitarist Kalle Wallner en bassist Christ Postl, nu ook nieuwkomers Marc Turiaux (op drums) en Markus Jehle (keys) in de huidige RPWL groepsbezetting. Voor dit 10-jarig bestaan bracht de band de dubbel-cd 'The Gentle Art Of Music' uit. De eerste disk bevat een compilatie met studio-opnamen. Op de tweede cd zijn herwerkte akoestische versies van ouder werk te horen.

Zondagavond, dus kende het optreden naar goede gewoonte in de Spirit Of 66 een vroege start. Even na 19.00 begon de band eraan met “Astronomy Domine”, jawel de Pink Floyd cover uit ‘The Piper At The Gates Of Dawn’, de eerste track uit Pink Floyd’s debuutalbum. De overgang naar “Start The Fire” gebeurde naadloos en met een ongelooflijke sterke kwalitatieve sound. Hier geen klachten over een oorverdovend pijnlijk zaalgeluid maar wel een professionele geluidstechnicus die de beperking van deze kleine club eerbiedigde. “Spring Of Freedom” liet de eerste zwakheden binnen deze band horen. Zanger Yogi Lang had het bij momenten moeilijk om de hoge noten uit zijn stem te toveren en ook het publiek afwisselend toespreken in het Engels en het Duits had beter gekund. Het is duidelijk dat deze band, als het echt in gans Europa wil gaan doorbreken, nog wat kan werken aan een meer internationale uitstraling. Kwaliteit heeft deze band nochtans genoeg en dat liet ze horen in een zeer aanstekelijke “This Is Not A Prog Song” medley waarin tientallen fragmenten van prog- en rockklassiekers verweven zaten. “Solsbury Hill”, “Owner Of A Lonely Heart”, “Kayleigh”, “I Want To Know What (Prog) Love Is”, “Firth Of Fifth”, “Heat Of The Moment”,….deze band kende duidelijk haar klassiekers. Het opbouwende “3 Lights” sloot deel 1 wervelend af, waarna de band voor een klein kwartiertje het podium verliet. Na de rookpauze (eindelijk is deze club ook echt rookvrij!) nog meer hoogtepunten met o.a. “Day On My Pillow” dat, met “I Know What I Like” (Genesis), een schitterend uitlopertje kreeg. Tijdens het stevige “Silenced” liet de band ook horen wat krachtiger te kunnen uithalen. Vooral de riffs en het melodieuze gitaarspel van Kalle Wallner maakten bijzonder veel indruk. Wallner is wat mij betreft de absolute ster binnen deze band. Een schitterende gitarist, een lust voor oor en oog! Op een verjaardagsfeestje mag een taart natuurlijk niet ontbreken. Tijdens “Cake”, minimalistisch aangekondigd als ‘A song About A Cake’, deelde Yogi Lang toepasselijk taartjes uit aan de eerste rijen en kwam er ook een zeer uitgebreide voorstelling van de band. “Roses”, de bekendste RPWL song die oorspronkelijk werd ingezongen door Ray Wilson (ex-Genesis), sloot de reguliere set af met een bom. Al vlug werd de band teruggehaald voor een eerste bisronde die startte met de Pink Floyd cover “Have A Cigar” en eindigde met de allereerste RPWL song “Hole In The Sky” uit het debuutalbum ‘God Has Failed’ uit 2000….en zo was de cirkel volledig rond!
Toch kwam de band nogmaals terug en was het al bijna 22 uur toen de band definitief afscheid nam met een schitterende versie van de King Crimson cover “Court Of The Crimson King” en het bluesy “Biding My Time” van Pink Floyd.

Dit verjaardagsfeestje van RPWL zullen we nog lang blijven herinneren. Het werd een perfecte Progressieve Rock avond. RPWL is een zeer brave, toegankelijke band met een zeer beperkt rock’n’roll gehalte. Doch de band wist te imponeren met technisch kunnen en een grandioze mix van eigen composities en enkele sublieme covers. Deze avond gaf ons een perfect overzicht van de tienjarige carrière van RPWL: ‘Ganz Prima’!

Setlist:
*Astronomy Domine *Start The Fire *Spring Of Freedom *Breathe In, Breathe Out *In Your Dreams *Gentle Art Of Swimming *This Is Not A Prog Song/Prog Classic Medley *Medley:: How It Is / Crazy Lane / I Don’t Know (What It’s Like) / Wasted Land *3 Lights
*Trying To Kiss The Sun *Sleep *Day On My Pillow / I Know What I Like *Silenced *Cake *Roses
*Have A Cigar *Hole In The Sky
*Court Of The Crimson King *Biding My Time

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Karma Hotel 2010: Muzikale zeebries doet stofwolk opwaaien ter hoogte van Oostende!

Geschreven door

Door de stofwolk wordt de line-up van vanavond wat door elkaar geschud. Geen Howie & Lynn, geen Tiefschwarz en geen  Buraka Som Sistema. Geen paniek verzekert de presentator, alles komt goed! Het werd goed! Namen als Goose en Hermanos Inglesos zorgden voor waardige vervangers.

Superlijm is de opener van vanavond, door de stofwolk begint Selah Sue een uurtje later. Als Oostendse band spelen ze op Karma Hotel een thuismatch. Gewonnen volgens mij! Enthousiaste en ook erg grappige band. Met hun asymmetrische kapsels, jeansvestjes, skinny pants, de nerdy-hip look, stáán ze er! De snerpende gitaartonen en de poppy sound doen de luttele vijftig man enthousiast meewiegen op hun hit “Michael Jordan”.

Op naar Selah Sue! Op youtube ook bekend als ‘white girl rhymes like a Jamaican’. Selah Sue, vroeger een klein bedeesd meisje op dat grote podium is een madam -mét band- geworden. Ze staat er, ze danst, trekt gekke bekken, maar heeft ook gewoon vooral een klok van een stem! Het optreden bestaat vooral uit veel nieuwe nummers waaronder het prachtige “Crazy Vibes” maar ook hits als “Raggamuffin” en “Black Part Love” worden niet vergeten. De nieuwe nummers bevestigen opnieuw haar veelzijdigheid, qua stem en qua genres. Een voorprogramma bij onder andere Jamie Lidell bewijst dat de wereld klaar is voor Sanne Putseys, ‘the future queen of soul’!

Het gaat Balthazar voor de wind: recent nog de Poulains van Flip Kowlier op Studio Brussel, begin april hun debuutplaat ‘Applause’… Dat belooft! Vooral nieuwe nummers passeren de revue en bewijzen wederom de veelzijdigheid van de band. De groep blijft groeien! Dit bewijzen ze nogmaals met hun nieuwe single “Hunger at the door” alle vier op één rij, alle vier in koor “We’ll get older”! Er verschijnt spontaan een glimlach op je gezicht. De mix van pop, rock en elektro zorgt onmiddellijk voor een hierop-staan-we-niet-stil-gevoel! De snijdende viool van Patricia zorgt voor dat net ietsje meer. Vooraleer ze afsluiten met hun hit “Fifteen Floors” draagt Maarten nog een nummer op aan dé band van het moment: The Van Jets. We kijken er al naar uit!

We snellen van Balthazar in de Delvauxzaal naar Nouvelle Vague die reeds begonnen is op de mainstage. Door het weinige volk is er veel plaats vooraan. Gelukkig maar! Eén blik van de madammen van Nouvelle Vague betovert de eerste rijen! De ene in een doorzichtig zwart kleedje, felrode lippen en angstaanjagende ogen, de ander lang, mager en guitig, maar allebei ongelooflijk knap. Samen stralen ze pure seks uit op het podium. Dit bewees ook de blik van Olivier Libaux, aan de gitaar, die het volledige optreden vol bewondering keek naar ‘zijn madammen’. Een ongelofelijk sterke show in combinatie met de covers van New Wave klassiekers als “Ever Fallen in Love”, “Too Drunk to Fuck” en “God Save the Queen” laat het volk toch nog toestromen. En terecht!

Tupolev soundcrash wordt omschreven als een mix van baile funk, nuevo cumbia, tropical bass, barefoot, dubstep en third world rave alarm. Met een encyclopedie aan genres zijn de verwachtingen hoog. Onterecht blijkbaar. Met een overvloed aan sirenes, alarms, fluittonen en pompende beats kan Tupolev Soundcrash niet langer dan tien minuten boeien.

Op  naar ‘dé band van het moment’ , “iets waar we hier in West-Vlaanderen trots op moeten zijn!” zo kondigt de presentator The Van Jets aan. En gelijk had hij! Rock’n’roll to the bone! The Van Jets hebben het publiek onmiddellijk mee, iedereen is in de ban van furieus tierende frontman Johannes. Hun nieuwe plaat ‘Cat Fit Fury’ met daarop onder andere “Matador”, “Damage” en dé hit van het moment “Future Words” wordt duchtig meegezongen. Ook nummers als “Our Love is Strong” en “What’s going on”, bijna klassiekers geworden, blijven overtuigen! Een flinke dosis rauwe, strakke rock ‘n roll, een overdosis show en een resem meezingers maken hen inderdaad tot dé band van het moment!

Daarna nemen we een kijkje bij Eppo Janssen. Een echt feestje als je het mij vraagt. De wild dansende Krushclub aanwezigen gaan akkoord! Eppo Janssen als Pukkelpop-programmator en Duyster-samensteller kent er iets van! Van Béyoncé naar David Bowie tot The Strokes, het publiek kan deze uiteenlopende dj set wel smaken!

De eclectische dj set van Hermanos Inglesos belooft nog enkele uren door te gaan met het feestje in de Krushclub. Op de mainstage nemen Goose en Sound of Stereo het over terwijl in de Delauxroom Chase & Status voor een pompende drum’n’bass afsluiter zorgt.
Het belooft nog een lange, opzwepende dansnacht …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: VZW de Zwerver, Leffinge + Jong Oostende

Les Paradis Artificiels 2010: Triggerfinger, The Black Box Revelation en Iggy & The Stooges

Geschreven door

Een avondje ’Extremely Raw Power’
Vooraleer de levende legende kwam aantreden mocht het Franse publiek kennis maken met de crème van de Belgische rock.
Frankrijk was onder de indruk van de sherpe en luide hard rock van Triggerfinger. Potig en loeihard beukte Triggerfinger de stomende riffs in de Fransen hun hersenpan, Ruben Block ging bovenop de verstekers staan om afsluiter “On my knees” af te vuren, dit kon qua rock’n’roll gehalte nogal tellen.

En dat de vettigste garage rock dezer dagen ook uit België komt, weten de Fransen nu ook. The Black Box Revelation wisten de zaal stevig op te hitsen met hun rauwe rock’n’roll.
Wij denken niet echt dat Iggy er wakker zal van gelegen hebben, maar zijn publiek kon nooit beter opgewarmd geraken dan met het geluid van deze Vlaamse kwade honden.

Wij zullen Iggy Pop eeuwig dankbaar zijn dat hij na het jammerlijke overlijden van Ron Asheton een telefoontje pleegde naar James Williamson en vroeg om The Stooges verder in leven te houden. Williamson moest nog niet te lang nadenken en haalde prompt zijn gitaar van onder het stof. Drummer Scott Asheton en bassist Mike Watt (ook een legendarische naam voor wie enigszins een beetje thuis is in de alternatieve scène) waren nog aan boord, dus The Stooges konden weer op de rails gezet worden.

In ’73 werd James Williamson voor de eerste keer aan de haak geslagen, toen om de The Stooges hun derde klassieker op rij ‘Raw Power’ in te blikken. Nog nooit werd een album beter omschreven door zijn eigen titel.
Anno 2010 is de live uitvoering van dit monument nog even rauw, intens, vuil, gortig en smerig als destijds. Quasi de volledige plaat werd er gewelddadig doorgeramd met een volop ontketende Iggy aan het roer. Het onvermijdelijk stuiterende “I wanna be your dog” was bij wijze van uitzondering de enige overblijver uit de pré Raw Power periode. Verder werden we aangenaam verrast door ronkende uitvoeringen van “Johanna”, “Kill City” en “Beyond the law”, vergeten parels uit ‘Kill City’, de ietwat uit het oog verloren schitterende plaat die Pop en Williamson in ’77 maakten. En wat te denken van het geile en vuile “Open up and bleed”, dat in een oerversie ook staat te pronken op de rommelige live plaat ‘Metallic KO’ ?
Dat Iggy de enige echte ‘godfather’ van de punk is, stampte hij er hier nog maar eens in met kolkende punksongs als “I got a right”, “Raw power”, “Death trip” en “Search and destroy”. De zwaar ontvlambare en gemene slepers “Penetration”, “I need somedoby” en “Gimme Danger” waren vuiler en dreigender dan ooit.
Op geen enkel moment misten wij de nochtans beestig goede songs van de eerst twee Stooges platen, en al zeer zeker niet het puike post Stooges werk. Dus dat wil wat zeggen. Iggy’s bedoeling vanavond was duidelijk : Give those motherfuckers some raw power !

Beste mensen, het beest Iggy Pop was alweer fenomenaal, extatisch, overdonderend, explosief en verpletterend.
Wij weten niet wat u gaat doen op uw zestigste, maar als het maar een greintje in de buurt komt van wat deze halve gek op een podium weet te presteren, dan bent u nog geen klein beetje prettig gestoord.
Tot slot geven wij u nog een naam en een datum, doe er iets mee : Rock Zottegem, 9 juli !!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Les Paradis Artificiels 2010: The Black Box Revelation, Triggerfinger en Iggy & The Stooges

Geschreven door

Een avondje ’Extremely Raw Power’
Vooraleer de levende legende kwam aantreden mocht het Franse publiek kennis maken met de crème van de Belgische rock.
Frankrijk was onder de indruk van de sherpe en luide hard rock van Triggerfinger. Potig en loeihard beukte Triggerfinger de stomende riffs in de Fransen hun hersenpan, Ruben Block ging bovenop de verstekers staan om afsluiter “On my knees” af te vuren, dit kon qua rock’n’roll gehalte nogal tellen.

En dat de vettigste garage rock dezer dagen ook uit België komt, weten de Fransen nu ook. The Black Box Revelation wisten de zaal stevig op te hitsen met hun rauwe rock’n’roll.
Wij denken niet echt dat Iggy er wakker zal van gelegen hebben, maar zijn publiek kon nooit beter opgewarmd geraken dan met het geluid van deze Vlaamse kwade honden.

Wij zullen Iggy Pop eeuwig dankbaar zijn dat hij na het jammerlijke overlijden van Ron Asheton een telefoontje pleegde naar James Williamson en vroeg om The Stooges verder in leven te houden. Williamson moest nog niet te lang nadenken en haalde prompt zijn gitaar van onder het stof. Drummer Scott Asheton en bassist Mike Watt (ook een legendarische naam voor wie enigszins een beetje thuis is in de alternatieve scène) waren nog aan boord, dus The Stooges konden weer op de rails gezet worden.

In ’73 werd James Williamson voor de eerste keer aan de haak geslagen, toen om de The Stooges hun derde klassieker op rij ‘Raw Power’ in te blikken. Nog nooit werd een album beter omschreven door zijn eigen titel.
Anno 2010 is de live uitvoering van dit monument nog even rauw, intens, vuil, gortig en smerig als destijds. Quasi de volledige plaat werd er gewelddadig doorgeramd met een volop ontketende Iggy aan het roer. Het onvermijdelijk stuiterende “I wanna be your dog” was bij wijze van uitzondering de enige overblijver uit de pré Raw Power periode. Verder werden we aangenaam verrast door ronkende uitvoeringen van “Johanna”, “Kill City” en “Beyond the law”, vergeten parels uit ‘Kill City’, de ietwat uit het oog verloren schitterende plaat die Pop en Williamson in ’77 maakten. En wat te denken van het geile en vuile “Open up and bleed”, dat in een oerversie ook staat te pronken op de rommelige live plaat ‘Metallic KO’ ?
Dat Iggy de enige echte ‘godfather’ van de punk is, stampte hij er hier nog maar eens in met kolkende punksongs als “I got a right”, “Raw power”, “Death trip” en “Search and destroy”. De zwaar ontvlambare en gemene slepers “Penetration”, “I need somedoby” en “Gimme Danger” waren vuiler en dreigender dan ooit.
Op geen enkel moment misten wij de nochtans beestig goede songs van de eerst twee Stooges platen, en al zeer zeker niet het puike post Stooges werk. Dus dat wil wat zeggen. Iggy’s bedoeling vanavond was duidelijk : Give those motherfuckers some raw power !

Beste mensen, het beest Iggy Pop was alweer fenomenaal, extatisch, overdonderend, explosief en verpletterend.
Wij weten niet wat u gaat doen op uw zestigste, maar als het maar een greintje in de buurt komt van wat deze halve gek op een podium weet te presteren, dan bent u nog geen klein beetje prettig gestoord.
Tot slot geven wij u nog een naam en een datum, doe er iets mee : Rock Zottegem, 9 juli !!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Les Paradis Artificiels 2010: Iggy & The Stooges, The Black Box Revelation en Triggerfinger

Geschreven door

Een avondje ’Extremely Raw Power’
Vooraleer de levende legende kwam aantreden mocht het Franse publiek kennis maken met de crème van de Belgische rock.
Frankrijk was onder de indruk van de sherpe en luide hard rock van Triggerfinger. Potig en loeihard beukte Triggerfinger de stomende riffs in de Fransen hun hersenpan, Ruben Block ging bovenop de verstekers staan om afsluiter “On my knees” af te vuren, dit kon qua rock’n’roll gehalte nogal tellen.

En dat de vettigste garage rock dezer dagen ook uit België komt, weten de Fransen nu ook. The Black Box Revelation wisten de zaal stevig op te hitsen met hun rauwe rock’n’roll.
Wij denken niet echt dat Iggy er wakker zal van gelegen hebben, maar zijn publiek kon nooit beter opgewarmd geraken dan met het geluid van deze Vlaamse kwade honden.

Wij zullen Iggy Pop eeuwig dankbaar zijn dat hij na het jammerlijke overlijden van Ron Asheton een telefoontje pleegde naar James Williamson en vroeg om The Stooges verder in leven te houden. Williamson moest nog niet te lang nadenken en haalde prompt zijn gitaar van onder het stof. Drummer Scott Asheton en bassist Mike Watt (ook een legendarische naam voor wie enigszins een beetje thuis is in de alternatieve scène) waren nog aan boord, dus The Stooges konden weer op de rails gezet worden.

In ’73 werd James Williamson voor de eerste keer aan de haak geslagen, toen om de The Stooges hun derde klassieker op rij ‘Raw Power’ in te blikken. Nog nooit werd een album beter omschreven door zijn eigen titel.
Anno 2010 is de live uitvoering van dit monument nog even rauw, intens, vuil, gortig en smerig als destijds. Quasi de volledige plaat werd er gewelddadig doorgeramd met een volop ontketende Iggy aan het roer. Het onvermijdelijk stuiterende “I wanna be your dog” was bij wijze van uitzondering de enige overblijver uit de pré Raw Power periode. Verder werden we aangenaam verrast door ronkende uitvoeringen van “Johanna”, “Kill City” en “Beyond the law”, vergeten parels uit ‘Kill City’, de ietwat uit het oog verloren schitterende plaat die Pop en Williamson in ’77 maakten. En wat te denken van het geile en vuile “Open up and bleed”, dat in een oerversie ook staat te pronken op de rommelige live plaat ‘Metallic KO’ ?
Dat Iggy de enige echte ‘godfather’ van de punk is, stampte hij er hier nog maar eens in met kolkende punksongs als “I got a right”, “Raw power”, “Death trip” en “Search and destroy”. De zwaar ontvlambare en gemene slepers “Penetration”, “I need somedoby” en “Gimme Danger” waren vuiler en dreigender dan ooit.
Op geen enkel moment misten wij de nochtans beestig goede songs van de eerst twee Stooges platen, en al zeer zeker niet het puike post Stooges werk. Dus dat wil wat zeggen. Iggy’s bedoeling vanavond was duidelijk : Give those motherfuckers some raw power !

Beste mensen, het beest Iggy Pop was alweer fenomenaal, extatisch, overdonderend, explosief en verpletterend.
Wij weten niet wat u gaat doen op uw zestigste, maar als het maar een greintje in de buurt komt van wat deze halve gek op een podium weet te presteren, dan bent u nog geen klein beetje prettig gestoord.
Tot slot geven wij u nog een naam en een datum, doe er iets mee : Rock Zottegem, 9 juli !!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Les Paradis Artificiels 2010: Wax Tailor en Archive

Wax Tailor stond vanavond in het voorprogramma van Archive. In Vlaanderen is deze Franse hiphop-artiest totaal onbekend, maar in Frankrijk is Jean-Christophe LeSaout razend populair. Wax Tailor brengt een mix van hip-hop, down tempo en trip-hop, ergens tussen DJ Shadow, RJD2, Portishead en US3 in. Live bestaat Wax Tailor uit een collectief van zeven, met een voorname rol voor cello, viool en  dwarsfluit, aangevuld met gast rappers en vrouwelijke vocalistes. In de mindere momenten, vooral aan het begin van de set, kabbelden de nummers rustig verder, en had je het gevoel naar iets te staan kijken wat vijftien jaar geleden wel fris was, maar ondertussen door veel interessantere genres allang voorbijgestoken was. Vooral het niveau van de rapper viel tegen, met rijmpjes ala “Yes yes y’all, to the beat y’all” waar je in 2010 niet meer mee moet afkomen. We vreesden dat de Fransen weer vijftien jaar na datum een genre aan het ontdekken waren dat ondertussen al lang passé composé is, maar we moesten gaandeweg toch onze mening bijstellen. De set kreeg meer en meer variatie, de dwarsfluit stukjes deden ons met een glimlach terug denken aan de beste instrumentals van de Beastie Boys ten tijde van ‘Check your head’ of ‘Ill communication’, denk maar aan “Transitions”, “Sabrosa”of “Groove Holmes”, en we kregen een afwisseling van ballads die net een niveau onder die van Massive Attack  stonden en feestfunk nummers met een zwarte soulmama waar Basement Jaxx een patent op heeft.
Het plaatje begon te kloppen, ook naar de visuals toe, waar beelden van de eerste atoombom gemixt werden met cartoons van hiphop kids tijdens “’Positively Inclined’.” Que sera “ en de samenwerking met Charlie Winston, “I own you” kregen een sterke respons van de aardig gevulde Zénith, waarna de twee MCs met een furieus rappend “Say yes” de zaal finaal inpakten. Franse hiep-hop, ge gaat er nog van horen, bijvoorbeeld op het Dour festival deze zomer.

Het uit Londen afkomstige Archive staat garant voor filmisch bezwerende, huiveringwekkende trips. Daar is hun unieke combinatie van ritmisch, slepende melodieën, sferische soundscapes, trippop, industriële beats, ‘70’s psychedelica en indierock voor verantwoordelijk. Archive, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, levert boeiende, broeierige werkstukken af door de repeterende, opbouwende lagen gitaar, dreigende toetsen, pompende synths en strakke percussie onder een rapzang (Rosko John), een aparte zang die soms hemels is en hoog kan uithalen (door Dave Pen en Danny Griffiths zelf) en nog kan ondersteund worden door de soulfulle stem van Maria Q. Muzikaal komen ze hier het dichtst in de buurt van Massive Attack, Portishead, Tricky, Spacemen 3, Sigur Ros en Pink Floyd.
Opvallend is dat de band eerder onze Franstalige vrienden warm maakt en nagenoeg links wordt gelaten aan Vlaamse kant.
Eerder dit jaar zagen we hen aan het werk in Maubeuge. Toen klonken ze bloedstollend en overweldigend. Vanavond was misschien even het verrassende element er van af, maar opnieuw konden we genieten van hun sound en werden we ondergedompeld in hun apart gecreëerde fatalistische wereld; ze sleutelden wat aan de songkeuze tav de vorige keer. De huidige twee ‘Controlling Crowds’ stonden voorop. De titelsong was de ideale barometer van de Archivetrip door de repetitieve basis van synths/piano die door de opbouwende drumpartijen en de krachtiger wordende gitaarlagen aanzwol. En daarop boden ze voldoende variaties aan, zoals in “Pills” door de soulfulle vrouwelijke vocals op z’n Massive’s, een ijzig, dromerig “Finding so hard”, het sfeervolle hiptrippende “Bastardised ink”, een broeierige “Lines”, sterk door de meerstemmige zang en raps of zoals op het donker dreigende “You make me feel”.

’Sfeer - schepping’, daar draait het ‘em om bij Archive. De finalereeks van “Bullets”, “Danger visit” en “Pulse” klonken mooi door de boeiende wendingen en de breed uitwaaierende partijen gelinkt aan de repeterende melodielijnen.
Anderhalf uur werden we betrokken in Archive’s unieke subtiliteit. De band kon rekenen op een warm onthaal en was hun publiek uiterst dankbaar.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille 

Les Paradis Artificiels 2010: Archive en Wax Tailor

Wax Tailor stond vanavond in het voorprogramma van Archive. In Vlaanderen is deze Franse hiphop-artiest totaal onbekend, maar in Frankrijk is Jean-Christophe LeSaout razend populair. Wax Tailor brengt een mix van hip-hop, down tempo en trip-hop, ergens tussen DJ Shadow, RJD2, Portishead en US3 in. Live bestaat Wax Tailor uit een collectief van zeven, met een voorname rol voor cello, viool en  dwarsfluit, aangevuld met gast rappers en vrouwelijke vocalistes. In de mindere momenten, vooral aan het begin van de set, kabbelden de nummers rustig verder, en had je het gevoel naar iets te staan kijken wat vijftien jaar geleden wel fris was, maar ondertussen door veel interessantere genres allang voorbijgestoken was. Vooral het niveau van de rapper viel tegen, met rijmpjes ala “Yes yes y’all, to the beat y’all” waar je in 2010 niet meer mee moet afkomen. We vreesden dat de Fransen weer vijftien jaar na datum een genre aan het ontdekken waren dat ondertussen al lang passé composé is, maar we moesten gaandeweg toch onze mening bijstellen. De set kreeg meer en meer variatie, de dwarsfluit stukjes deden ons met een glimlach terug denken aan de beste instrumentals van de Beastie Boys ten tijde van ‘Check your head’ of ‘Ill communication’, denk maar aan “Transitions”, “Sabrosa”of “Groove Holmes”, en we kregen een afwisseling van ballads die net een niveau onder die van Massive Attack  stonden en feestfunk nummers met een zwarte soulmama waar Basement Jaxx een patent op heeft.
Het plaatje begon te kloppen, ook naar de visuals toe, waar beelden van de eerste atoombom gemixt werden met cartoons van hiphop kids tijdens “’Positively Inclined’.” Que sera “ en de samenwerking met Charlie Winston, “I own you” kregen een sterke respons van de aardig gevulde Zénith, waarna de twee MCs met een furieus rappend “Say yes” de zaal finaal inpakten. Franse hiep-hop, ge gaat er nog van horen, bijvoorbeeld op het Dour festival deze zomer.

Het uit Londen afkomstige Archive staat garant voor filmisch bezwerende, huiveringwekkende trips. Daar is hun unieke combinatie van ritmisch, slepende melodieën, sferische soundscapes, trippop, industriële beats, ‘70’s psychedelica en indierock voor verantwoordelijk. Archive, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, levert boeiende, broeierige werkstukken af door de repeterende, opbouwende lagen gitaar, dreigende toetsen, pompende synths en strakke percussie onder een rapzang (Rosko John), een aparte zang die soms hemels is en hoog kan uithalen (door Dave Pen en Danny Griffiths zelf) en nog kan ondersteund worden door de soulfulle stem van Maria Q. Muzikaal komen ze hier het dichtst in de buurt van Massive Attack, Portishead, Tricky, Spacemen 3, Sigur Ros en Pink Floyd.
Opvallend is dat de band eerder onze Franstalige vrienden warm maakt en nagenoeg links wordt gelaten aan Vlaamse kant.
Eerder dit jaar zagen we hen aan het werk in Maubeuge. Toen klonken ze bloedstollend en overweldigend. Vanavond was misschien even het verrassende element er van af, maar opnieuw konden we genieten van hun sound en werden we ondergedompeld in hun apart gecreëerde fatalistische wereld; ze sleutelden wat aan de songkeuze tav de vorige keer. De huidige twee ‘Controlling Crowds’ stonden voorop. De titelsong was de ideale barometer van de Archivetrip door de repetitieve basis van synths/piano die door de opbouwende drumpartijen en de krachtiger wordende gitaarlagen aanzwol. En daarop boden ze voldoende variaties aan, zoals in “Pills” door de soulfulle vrouwelijke vocals op z’n Massive’s, een ijzig, dromerig “Finding so hard”, het sfeervolle hiptrippende “Bastardised ink”, een broeierige “Lines”, sterk door de meerstemmige zang en raps of zoals op het donker dreigende “You make me feel”.

’Sfeer - schepping’, daar draait het ‘em om bij Archive. De finalereeks van “Bullets”, “Danger visit” en “Pulse” klonken mooi door de boeiende wendingen en de breed uitwaaierende partijen gelinkt aan de repeterende melodielijnen.
Anderhalf uur werden we betrokken in Archive’s unieke subtiliteit. De band kon rekenen op een warm onthaal en was hun publiek uiterst dankbaar.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille 

Blood Red Shoes

Blood Red Shoes: bloedrode triomftocht met de veters los

Geschreven door

Goed twee jaar na hun veelgeprezen debuut stelde Blood Red Shoes in Aéronef Club ‘Fire Like This’ aan ons voor. Het album volgt een iets experimentelere koers dan zijn voorganger en toont aan dat Laura-Mary Carter en Steven Ansell gegroeid zijn als band. Er werd meer aandacht besteed aan creativiteit en tempowisselingen in de opbouw, zonder de eigen power over het hoofd te zien. Blood Red Shoes is powerpop/neogrunge van de betere soort en dat bewezen ze opnieuw met deze kippenvel bezorgende liveshow. De oeuvrekoek was - met hier en daar een knipoog naar de serie Twin Peaks - ook netjes verdeeld tussen ‘Box Of Secrets’ en ‘Fire Like This’.

Aftrappen deed het duo met “It’s Getting Boring By The Sea”, waarmee ze meteen de toon zetten voor de rest van de set… strak, rechttoe-rechtaan, ongedwongen en elektrisch geladen. “It is happening again”, één van de klasserijke hoogtepunten op hun tweede plaat, werkte zeer aanstekelijk. De zaal stond echter pas helemaal in vuur en vlam met “I Wish I Was Someone Better”. Een schot in de roos om het publiek zo vroeg in de set voor zich te winnen. En wat gezegd van het catchy “Light It Up” en het bijzonder opzwepende “Keeping It Close” (dat refrein!)?
Een hoofdrol was weggelegd voor rockengel Laura-Mary in het uitgesponnen “When We Wake”. Zowat het enige rustpunt in de set voordat het grungenummer “Say Something, Say Anything” door de boxen schalde. “How long do you miss someone?” vraagt de band zich af in dit nummer. Wat ons betreft minstens tot op de weide van Pukkelpop! “Don’t Ask”, de opener van hun 2e album, is een aan de waarschijnlijkheid grenzende hitsingle. “This Is Not For You”, het nummer vanop “Box Of Secrets” die het dichtst aanleunt bij ‘Fire Like This’, werd gevolgd door de strakke wervelstorm “You Bring Me Down” en het uiterst dankbare en punky “Heartsink”.
Als toegift kregen we o.a. nog het prachtige en knap uitgewerkte “Colours Fade”. Beter afsluiten dan dit kon niet… de fade out die we tot in het diepste van onze botten voelden ten spijt

Wat Blood Red Shoes in Aéronef liet zien getuigde van grote klasse. Wie drie jaar na elkaar de affiche van Pukkelpop haalt, verdient meer dan de geringe opkomst in Lille… al hoor je ons niet klagen over deze kleinschaligheid! Het is onwaarschijnlijk wat dit duo kan doen met dit instrumentarium! Dit optreden was een onstuimige, opwindende en energieke splinterbom. Het deed ons soms denken aan The Breeders, al kwam ook de grunge van wijlen Nirvana ook af en toe om de hoek kijken.

Support van dienst was King of Conspiracy, een band uit Parijs met te veel ideeën en te weinig songs. We zagen de precisie van Shellac, maar dan met een overmoedige zanger die de zaak naar verloop van tijd kapot speelde door te tonen wat hij allemaal wel kon met zijn instrument.

Organisatie: Aéronef, Lille

Balkan Beat Box

Balkan Beat Box: Feestgedruis , maar eentje met inhoud!

Geschreven door

De vrolijke NYse bende Balkan Beat Box houdt van een feeststemming … maar eentje met een boodschap van ‘love, peace, understanding en unity’. Iets wat we al in het vaandel droegen door Michael Franti, trouwens één van de invloeden van dit bont allegaartje.

Balkan Beat Box is na drie jaar ‘back in town’, met de cd ‘Blue eyed black boy’ en de komende maanden zullen we opnieuw kunnen dansen op hun sound van beats & basses, melodieuze saxen en  opzwepende drums en percussie; een inventieve, explosieve en brede mengelmoes van Balkan, zigeuner/gypsy, rock, folk, fanfare, polka, Mediterrane klanken (Arabisch – Aziatisch) en hiphop, met uitlopers naar de klezmer en bhangra (N –Afrikaanse invloeden) . Kortom, een moeilijk te vatten stijl, die zorgt voor een broeierig sfeertje en verbroederingsfeestjes.
Ze toonden met hun ‘global grooves’ aan een geoliede feestmachine met diepgang te zijn. Af en toe bonden ze wat in, maar de power, de energie en de fiësta zorgden voor opwinding en een happy dansgevoel.
Het bonte gezelschap put kracht uit Taraf de Haïdouks, Mano Negra, Rachid Taha, Kocani Orkesatar, Asian Dub Foundation en Transglobal Underground (feat. Natacha Atlas) en plaatst zich naast een Shantel, Gogol Bordello en Goran Bregnovic.
De zomerse cocktail, de raps en de op Värttina leasing gezangen, sloegen aan bij het talrijke (jonge) publiek, die uitbundig reageerde. Kleur kreeg het partygehalte door de golvende bewegingen, de crowdsurfende jonge gasten en de V –vingers in de lucht.
De aanstekelijke, dansbare melodieën, de repeterende trancy ritmes, de Balkan fiësta, de afro ‘Leftfield’ klanken, de slangbezwerende instrumentale tussendoortjes en de raps vingen het mainstream middendeel meer dan goed op, zorgden voor variatie, dreven het tempo op en hitsten de menigte op, wat een schitterende finalereeks opleverde en de temperatuur deed stijgen.

Welke song het ook betrof, van “Move it”, “Marche dela vida”, “Gypsy queens” of de titelsong van de huidige cd, Balkan Beat Box speelde feestelijke knallers voor een wervelende livegig, zonder de Oost-Europese authenticiteit te verliezen. Op het einde kon iedereen mee het podium op!
Dat belooft voor de festivals, de komende zomer. Feestgedruis , maar eentje met inhoud!

Ook de Balkanworld en beats’n’pieces vòòr en na de show was mooi meegenomen, een ideale warming up om er de sfeer in te houden … de juiste beats’n’grooves dus!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Aéronef, Lille 

M

M blijft Mister Mystère …

Geschreven door

M-, alias Mister Mystère, alter ego van Matthieu Chedid (de M trekt zich zelf door tot in zijn kapsel), stelde in december vorig jaar zijn laatste album ‘Mister Mystère’ (2009) voor in de AB. Vorige week donderdag was hij te zien Vorst Nationaal, goed voor twee uitverkochte avonden. Chedid, alvast geboren onder een gelukkig gesternte als zoon van zanger Louis Chedid en schrijfster en dichteres Andrée Chedid, profileert zich als multi-instrumentalist en producer (hij producete o.a. het album Divinidylle van Vanessa Paradis en verzekerde de gitaarpartijen op haar tournee in 2007). In 1999 zet hij voor het eerst een stevige plaat neer, Je Dis Aime, waarvoor hij een Victoire krijgt voor beste concert en gelauwerd wordt als beste mannelijke performer (in 2000 en 2005).

Jammer genoeg lijken deze eretekens zich niet te vertalen naar 2009 (tenzij men in Frankrijk andere criteria hanteert). De Morgen berichtte over het concert in december en schuwde de kritiek niet: Chedid werd geportretteerd als carnavaleske volksmenner die zich van elk rockcliché bediende: ellenlange gitaarsolo’s, een vervelende drumsessie als interludium, hanerige gitaristenposes (G. Van Assche, Virtueel curiosium in een ‘time warp’, De Morgen, 21 december 2009). Ook in Vorst meer van hetzelfde:klassiekers zoals Je Dis Aime en Le Roi des Ombres waren onherkenbaar onder zoveel gitaargeweld. Chedid wilde zich blijkbaar als Jimmy Hendrix-descendent in de verf zetten: gedurende zeker 20 minuten rende hij de zaal door om af en toe een stevige rif neer te zetten. De melodieën van deze klassiekers waren onherkenbaar, onafscheidbaar van elkaar geworden.
Tragere en eenvoudigere nummers als La Bonne Etoile (met zijn zus als adembenemende tweede stem) en La Fleur kwamen dan weer beter tot zijn recht en ookde techno-interludia en electro-popsongs als Hold-Up kwamen nog goed uit de verf tegen het witte retro-futuristische decor. Maar dit kon niet op tegen missers zoals de franstalige cover Close tot Me van The Cure, dat volledig van zijn bezwerende mysterie werd ontdaan. Bovendien werd ik een beetje moe van zijn pogingen om het publiek te ‘entertainen’ (éénmaal kon hij het publiek niet stil krijgen omdat iemand tijdens het moment suprême telkens weer “à poil” door de zaal scandeerde…).

Conclusie: Chedid is gezegend met een magnifieke stem waarmee hij alle toonaarden aankan, heeft zich als producer bewezen en beschikt over een talent om de perfecte popsong te componeren (denk maar aan het aanstekelijke Onde Sensuelle). Alleen jammer dat we daarvan niet te veel meekregen donderdagavond. We weten ondertussen wél dat hij de gitaar zelfs met de tanden kan bespelen…

Chedid toert nog tot volgend jaar met de Mister Mystère-tour doorheen Frankrijk, inclusief een twintigtal optredens in de Olympia in Parijs.

Setlist (tot de bisnummers): Crise, Myster Mystère, Tanagra , Le roi des ombres, Close to Me, ça sonne faux , Hold up, La Fleur, Est-ce que c'est ça ?, La Bonne Étoile, Délivre , Je les adore , Jam, Je dis aime, Je me démasque , Le Complexe du corn-flakes , Je me suis fais la belle (Louis Chédid cover) (with Louis Chédid) , Amssétou

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Midlake

Hoed af voor de muzikale moed van Midlake

Geschreven door

Le Grand Mix liep behoorlijk vol voor de Texanen van Midlake. Een deel van het Franse publiek werd ongetwijfeld ook gelokt door Cascadeur, een ons onbekende Fransman die dringend de landsgrenzen moet oversteken want de breekbare muziek die deze excentriekeling liet horen verdient een internationaal publiek. Zijn stem deed ons bij enkele uithalen denken aan Jeff Buckley terwijl ze bij ingetogen gebruik erg appelleert aan Anthony zonder zijn Johnsons, een associatie die versterkt werd aangezien deze solo optredende artiest zich grotendeels beperkte tot zang en piano. Na een uitvoerig dankwoord sloot hij zijn eerder intimistische set af met het speelse “Bye Bye” waarin hij volop gebruik maakte van de elektronische speeltjes die hij op het podium gesleurd had.
De pracht die Cascadeur ons presenteerde betrof allesbehalve het ruwe geweld dat men op basis van zijn naam en uiterlijk (voortdurend houdt hij een soort catch-masker op) zou verwachten. Hou deze kerel in de gaten want het zou ons niet verbazen indien hij ooit ook buiten Frankrijk komt stunten.

Onze avond was dus al vroeg geslaagd en dan moest de hoofdact er nog aan beginnen. Het zevental dat het podium betrad had geen nood aan een opwarmingsronde want onmiddellijk klonk hun rijke klank smetloos. Het ligt niet meteen voor de hand dat vier gitaristen, één bassist, een drummer en een dwarsfluitspeler van bij de aftrap harmonieus musiceren, Midlake bewees echter dat het kan. Opener “Winter Dies” vloeide naadloos over in “The Courage of Others” en toen ze vervolgens met “Van Occunpanther” en “Young Bride” teruggrepen naar hun doorbraakalbum (het vier jaar oude ‘The Trials of Van Occupanther’) hadden we moeite om jubelkreten te onderdrukken.
Het merendeel van de set bestond logischerwijze uit materiaal dat prijkt op het splinternieuwe ‘The Courage of Others’. Nadat de openingsnummers ons al overtuigd hadden van het feit dat ook hun recentste worp eeuwigheidswaarde verdient, bevestigden ze dit met verve in hun vier volgende songs: het erg naar Pink Floyd (en in iets mindere mate naar Radiohead) neigende“Bring Down”,het voor de verandering eens met blok- i.p.v. dwarsfluit opgeluisterde “Fortune”, het met een vrij stevige elektrische gitaren op gang gebrachte “The Horn” en “Small Mountain” waarin frontman Tim Smith zelf ook even de dwarsfluit ter hand nam. Waren we zo belachelijk/oud (schrappen wat niet past) om een hoed te dragen, dan zouden we er ons dan en daar ostentatief van ontdaan hebben want dat muzikale salvo was meer dan ‘Chapeau’!
Net toen we dachten dat ze er in één ruk gans hun laatste plaat gingen doordraaien, weerklonk eerst “Bandits” en zette men nadien het eveneens uit ‘The Trials of Van Occupanther’ stammende “Roscoe” in. Dit laatste gebeurde met een stevige jam die gewoonlijk gehanteerd wordt om een lang einde te breien aan een song terwijl Midlake dus de omgekeerde beweging maakte. Spijtig genoeg bleek men in die intro-jam veel pijlen verschoten te hebben want toen men uiteindelijk aan het spelen van hun grootste hit zelf toekwam, hoorden we de eerste foutjes in hun samenspel sluipen. Tijd om wat gas terug te nemen en dat deden ze gelukkig ook met het grotendeels akoestisch gebrachte “Acts of Man”. Toen er weer wat slordigheidjes kropen in “Rulers, Ruling All Things” was het duidelijk dat er wel degelijk wat vermoeidheid in het zevental geslopen was, iets wat we ze niet euvel kunnen duiden want ze hadden reeds een dik uur op een extreem hoog niveau gemusiceerd. Tot onze opluchting bleek het slechts een dipje te zijn want in “Core of Nature” hoorden we op het einde wel een scheurende gitaarsolo en mocht ook de drummer zich eens uitleven maar waren we vooral opnieuw getuige van het harmonieuze samenspel waarin Midlake zo excelleert.
Luid en lang applaus werd hun verdiende deel waarna het hemelse “Branches” weerklonk in een dromerige versie die muzikaal niet zou misstaan op de soundtrack die Air brouwde bij ‘The Virgin Suicides’. Na een lang uitgesponnen maar beheerst gebrachte gitaarsolo namen de Texanen afscheid van het dankbare publiek.
Niet veel later werd Le Grand Mix getrakteerd op een erg gedreven versie van toegift “Head Home”, één van de vele uitschieters die pronkt op hun voorlaatste plaat. Na anderhalf uur zetten de Texanen een punt achter hun set die volledig teerde op hun laatste twee albums. Op weg naar buiten hoorden we iemand beweren dat hij ‘too much guitars’ gehoord had, een conclusie waar we ons als liefhebber van het betere snarenwerk niet bij aansluiten.

Op 23 april speelt Midlake in de Antwerpse Trix en op 1 juli vindt u ze in de Pyramid Marquee te Werchter. Wie affiniteit heeft met de betere folkrock en daarbij niet vies is van een paar gitaartjes meer of minder, weet dus waarheen. See you there!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Les Paradis Artificiels 2010: The Subs, Crookers en The Prodigy

Geschreven door

Het Britse The Prodigy staat terug vooraan in de linie binnen de dance, die het doen met een liveband. Het raverockende trio Howlett (productionele brein achter Prodigy btw), Maxim R en Keith Flint klonken even strijdvaardig als in hun roemrijke jaren, midden de jaren ’90. Platen als ‘Experience (92)’, ‘Music for the Jilted Generation (’94)’ en ‘Fat of the land (’97)’ en de singles “Out of space”, “Voodoo people”, “Poison”, “No good”, “Smack my bitch up”, “Breathe” en “Firestarter” zijn in ons geheugen gegrift. Hun sound wordt omschreven als een hardcore rave van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder vlijmscherpe schreeuwerige zegraps.
Ze legden alvast de ‘fond’ van de huidige house, techno en elektroscene, gaven de aanzet naar de Bonzai toestanden en waren alvast de wegwijzer naar de dubstep en dance van Partyharders, Justice, The Bloody Beetroots, Boys Noize, Fake Blood, Sound Of Stereo, Shameboy en de supports van vanavond The Subs en Crookers.
Na een stuurloze comeback ‘Always outnumberd, Never outgunned’ in ’94, chaotische, lome tegenvallende livegigs (btw ze willen nu (terecht) die tumultueuze periode achter zich laten) zijn de ‘real warriors of dance’ alive & kicking met de ‘Invaders must die’ plaat.

De drie heren stonden er als vanouds mét band (aangevuld met een drummer en een gitarist) op het podium en plaatsten de oude hits netjes binnen het nieuwe. Resultaat was een grandioze party en een overweldigende set door de opzwepende beatsalvo’s, mokerslagen van drums, scherpe gitaarriffs en fel, verbeten raps en schreeuwerige vocals. Genadeloos … Ook nam Maxim R het voortouw tav Flint, die op die manier (terecht) wat minder in de picture stond. Een goede zet om niet te ontsporen in een chaotisch declamerende brij, ondanks het feit dat we houden van mans “Breathe” en “Firestarter”.
Ze fokten hun publiek op, palmden het in en scheurden over hen heen als razende Formule 1 rijders. We waren vorig jaar al onder de indruk toen ze hun comeback en verve inluidden op Rock Werchter en in Vorst Nationaal. Nu, een goede vijf maand later schieten ze nog altijd met scherp. Ook de lightshow mocht er best wezen: enorme lichtbundels, lampen, stroboscoops en lichtflitsen vlogen in het rond, een ‘fake’ Star Wars of Battlestar Galactica oorlogsscène …
Het tempo lag uitermate hoog , enkel de intermezzo’s brachten ons even op adem, want op elke noot … euh beat … van elke song ging het jonge publiekje uit z’n dak. Springende, dansende gasten, golvende bewegingen, klappende handen, het was mooi om aan te zien in een volgepakte Zénith! En in de nummers waren er de geniale adrenaline vondsten als “Bring some fxx noise”, “Fight the power”, “Fxx moving” en “Fxx that noise”. “Worlds on fire” trok de boel en de party op gang en legde de lat hoog. Tweede in de rij was “Breathe”, die voor verhitte temperaturen zorgde. En op die manier wisselde Prodigy nieuw met oud af en hield het tempo strak. Een opwindende “Omen”, “Poison”, “Warriors dance” en een aangepaste dubversie van “Thunder” volgden. Schurende gitaren kwamen in de daaropvolgende songs nog wat olie op het vuur gooien en hitsten het geheel nog meer op, wat me deed denken aan de muzikale avonturen van Atari Teenage Riot; “Firestarter” en een weird klinkende “Run with the wolves” gingen richting anarchopunk.
Na deze helse rit kwam de factor herkenbaarheid met “Voodoo people”, de toegankelijke, bezwerende, sprankelende hippopdance van “Dieselpower” en een ‘closing final’ met een hard verbeten en felle “Smack my bitch up”. Flint en MaximR maakten rondedansjes en deden iedereen rechtveren. Ook hun huidige housefloorkiller “Invaders must die” paste mooi in het rijtje.

Verschroeiend haalden ze uit in de bis: in “Take me to the hospital” hoorden we een mallemolen van hardcore, house en elektro, “Outta space” leek de ideale StuBru ‘mishmash’ en tot slot kregen we een overtuigende breakbeatende rocksteady van “Their law”, met gierende gitaren op het eind. De drie songs kregen een zwierige draai door het uitgesponnen karakter. Verstomd lieten ze ons achter, en dwongen respect en peace af. Instant klassieker “Babe’s got a temper” zit er daadwerkelijk niet meer bij in hun setlist , maar na deze adembenemende krachtige set is het hen vergeven!

Inleidend op The Prodigy kregen we twee ideale opwarmers Eerst ons eigen The Subs, Jeroen de Pessemier, Wiebe Loccufier en Stefan Bracke. “Kiss My Trance”, “Music is the new religion” en “My punk” en de huidige single “Misubitchi” gingen erin als zoetenbroodjes bij het dansminnende Franse publiek. Ze boekten al puike resultaten op diverse festivals en dance events als I Love Techno, 10 Days Off en Tomorrowland. De beatbastards deden met hun mengeling van electro, house, techno, wave, breakbeats, dancehall en een soort voodootrance de boel ontploffen! Ze haalden de eighties en nineties door de mallemolen; een soort Beats’n’Pieces, ergens tussen Bonzai, Prodigy en Underworld trance.
Inderdaad, een energieke, opzwepende en dynamisch set; het was zelfs zo leuk waardoor de zanger op de apparatuur sprong, het publiek indook en fel tekeer ging op de versie van  Prodigy’s “Breathe”, dat hij er eventjes moest van kotsen! “Funk da shit” …Totally weird!
 
Het Italiaanse danceduo Crookers maken ook furore. Onlangs verscheen de cd ‘Tons Of Friends’, met een heel aardige gastenlijst, die de EP ‘Knobbers’ opvolgt. “Remedy”, “Put your hands on me”, “no security” en “Knobbers” haalden het feestbeest naar boven. De eerste tracks klonken meer bezwerend en refereerden aan Orbital, Sabres of Paradise en Underworld. Zalvende beats en trance die gaandeweg aanstekelijk, groovy en dansbaar werd. De gesampelde voices van de gastenlijst pasten mooi binnen het concept. Ze bouwden de set op en klonken straffer, steviger en zorgden voor een wilde versmelting van retroacid, dubstep/basstunes en elektro. Een uiterst gevarieerde set van het duo, die flarden van hun nummers naadloos aan elkaar regen. Een vreugdevolle party, die de Zénith omtoverde in een housetempel.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Les Paradis Artificiels 2010: Crookers, The Subs en The Prodigy

Geschreven door

Het Britse The Prodigy staat terug vooraan in de linie binnen de dance, die het doen met een liveband. Het raverockende trio Howlett (productionele brein achter Prodigy btw), Maxim R en Keith Flint klonken even strijdvaardig als in hun roemrijke jaren, midden de jaren ’90. Platen als ‘Experience (92)’, ‘Music for the Jilted Generation (’94)’ en ‘Fat of the land (’97)’ en de singles “Out of space”, “Voodoo people”, “Poison”, “No good”, “Smack my bitch up”, “Breathe” en “Firestarter” zijn in ons geheugen gegrift. Hun sound wordt omschreven als een hardcore rave van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder vlijmscherpe schreeuwerige zegraps.
Ze legden alvast de ‘fond’ van de huidige house, techno en elektroscene, gaven de aanzet naar de Bonzai toestanden en waren alvast de wegwijzer naar de dubstep en dance van Partyharders, Justice, The Bloody Beetroots, Boys Noize, Fake Blood, Sound Of Stereo, Shameboy en de supports van vanavond The Subs en Crookers.
Na een stuurloze comeback ‘Always outnumberd, Never outgunned’ in ’94, chaotische, lome tegenvallende livegigs (btw ze willen nu (terecht) die tumultueuze periode achter zich laten) zijn de ‘real warriors of dance’ alive & kicking met de ‘Invaders must die’ plaat.

De drie heren stonden er als vanouds mét band (aangevuld met een drummer en een gitarist) op het podium en plaatsten de oude hits netjes binnen het nieuwe. Resultaat was een grandioze party en een overweldigende set door de opzwepende beatsalvo’s, mokerslagen van drums, scherpe gitaarriffs en fel, verbeten raps en schreeuwerige vocals. Genadeloos … Ook nam Maxim R het voortouw tav Flint, die op die manier (terecht) wat minder in de picture stond. Een goede zet om niet te ontsporen in een chaotisch declamerende brij, ondanks het feit dat we houden van mans “Breathe” en “Firestarter”.
Ze fokten hun publiek op, palmden het in en scheurden over hen heen als razende Formule 1 rijders. We waren vorig jaar al onder de indruk toen ze hun comeback en verve inluidden op Rock Werchter en in Vorst Nationaal. Nu, een goede vijf maand later schieten ze nog altijd met scherp. Ook de lightshow mocht er best wezen: enorme lichtbundels, lampen, stroboscoops en lichtflitsen vlogen in het rond, een ‘fake’ Star Wars of Battlestar Galactica oorlogsscène …
Het tempo lag uitermate hoog , enkel de intermezzo’s brachten ons even op adem, want op elke noot … euh beat … van elke song ging het jonge publiekje uit z’n dak. Springende, dansende gasten, golvende bewegingen, klappende handen, het was mooi om aan te zien in een volgepakte Zénith! En in de nummers waren er de geniale adrenaline vondsten als “Bring some fxx noise”, “Fight the power”, “Fxx moving” en “Fxx that noise”. “Worlds on fire” trok de boel en de party op gang en legde de lat hoog. Tweede in de rij was “Breathe”, die voor verhitte temperaturen zorgde. En op die manier wisselde Prodigy nieuw met oud af en hield het tempo strak. Een opwindende “Omen”, “Poison”, “Warriors dance” en een aangepaste dubversie van “Thunder” volgden. Schurende gitaren kwamen in de daaropvolgende songs nog wat olie op het vuur gooien en hitsten het geheel nog meer op, wat me deed denken aan de muzikale avonturen van Atari Teenage Riot; “Firestarter” en een weird klinkende “Run with the wolves” gingen richting anarchopunk.
Na deze helse rit kwam de factor herkenbaarheid met “Voodoo people”, de toegankelijke, bezwerende, sprankelende hippopdance van “Dieselpower” en een ‘closing final’ met een hard verbeten en felle “Smack my bitch up”. Flint en MaximR maakten rondedansjes en deden iedereen rechtveren. Ook hun huidige housefloorkiller “Invaders must die” paste mooi in het rijtje.

Verschroeiend haalden ze uit in de bis: in “Take me to the hospital” hoorden we een mallemolen van hardcore, house en elektro, “Outta space” leek de ideale StuBru ‘mishmash’ en tot slot kregen we een overtuigende breakbeatende rocksteady van “Their law”, met gierende gitaren op het eind. De drie songs kregen een zwierige draai door het uitgesponnen karakter. Verstomd lieten ze ons achter, en dwongen respect en peace af. Instant klassieker “Babe’s got a temper” zit er daadwerkelijk niet meer bij in hun setlist , maar na deze adembenemende krachtige set is het hen vergeven!

Inleidend op The Prodigy kregen we twee ideale opwarmers Eerst ons eigen The Subs, Jeroen de Pessemier, Wiebe Loccufier en Stefan Bracke. “Kiss My Trance”, “Music is the new religion” en “My punk” en de huidige single “Misubitchi” gingen erin als zoetenbroodjes bij het dansminnende Franse publiek. Ze boekten al puike resultaten op diverse festivals en dance events als I Love Techno, 10 Days Off en Tomorrowland. De beatbastards deden met hun mengeling van electro, house, techno, wave, breakbeats, dancehall en een soort voodootrance de boel ontploffen! Ze haalden de eighties en nineties door de mallemolen; een soort Beats’n’Pieces, ergens tussen Bonzai, Prodigy en Underworld trance.
Inderdaad, een energieke, opzwepende en dynamisch set; het was zelfs zo leuk waardoor de zanger op de apparatuur sprong, het publiek indook en fel tekeer ging op de versie van  Prodigy’s “Breathe”, dat hij er eventjes moest van kotsen! “Funk da shit” …Totally weird!
 
Het Italiaanse danceduo Crookers maken ook furore. Onlangs verscheen de cd ‘Tons Of Friends’, met een heel aardige gastenlijst, die de EP ‘Knobbers’ opvolgt. “Remedy”, “Put your hands on me”, “no security” en “Knobbers” haalden het feestbeest naar boven. De eerste tracks klonken meer bezwerend en refereerden aan Orbital, Sabres of Paradise en Underworld. Zalvende beats en trance die gaandeweg aanstekelijk, groovy en dansbaar werd. De gesampelde voices van de gastenlijst pasten mooi binnen het concept. Ze bouwden de set op en klonken straffer, steviger en zorgden voor een wilde versmelting van retroacid, dubstep/basstunes en elektro. Een uiterst gevarieerde set van het duo, die flarden van hun nummers naadloos aan elkaar regen. Een vreugdevolle party, die de Zénith omtoverde in een housetempel.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Les Paradis Artificiels 2010: The Prodigy, Crookers en The Subs

Geschreven door

Het Britse The Prodigy staat terug vooraan in de linie binnen de dance, die het doen met een liveband. Het raverockende trio Howlett (productionele brein achter Prodigy btw), Maxim R en Keith Flint klonken even strijdvaardig als in hun roemrijke jaren, midden de jaren ’90. Platen als ‘Experience (92)’, ‘Music for the Jilted Generation (’94)’ en ‘Fat of the land (’97)’ en de singles “Out of space”, “Voodoo people”, “Poison”, “No good”, “Smack my bitch up”, “Breathe” en “Firestarter” zijn in ons geheugen gegrift. Hun sound wordt omschreven als een hardcore rave van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder vlijmscherpe schreeuwerige zegraps.
Ze legden alvast de ‘fond’ van de huidige house, techno en elektroscene, gaven de aanzet naar de Bonzai toestanden en waren alvast de wegwijzer naar de dubstep en dance van Partyharders, Justice, The Bloody Beetroots, Boys Noize, Fake Blood, Sound Of Stereo, Shameboy en de supports van vanavond The Subs en Crookers.
Na een stuurloze comeback ‘Always outnumberd, Never outgunned’ in ’94, chaotische, lome tegenvallende livegigs (btw ze willen nu (terecht) die tumultueuze periode achter zich laten) zijn de ‘real warriors of dance’ alive & kicking met de ‘Invaders must die’ plaat.

De drie heren stonden er als vanouds mét band (aangevuld met een drummer en een gitarist) op het podium en plaatsten de oude hits netjes binnen het nieuwe. Resultaat was een grandioze party en een overweldigende set door de opzwepende beatsalvo’s, mokerslagen van drums, scherpe gitaarriffs en fel, verbeten raps en schreeuwerige vocals. Genadeloos … Ook nam Maxim R het voortouw tav Flint, die op die manier (terecht) wat minder in de picture stond. Een goede zet om niet te ontsporen in een chaotisch declamerende brij, ondanks het feit dat we houden van mans “Breathe” en “Firestarter”.
Ze fokten hun publiek op, palmden het in en scheurden over hen heen als razende Formule 1 rijders. We waren vorig jaar al onder de indruk toen ze hun comeback en verve inluidden op Rock Werchter en in Vorst Nationaal. Nu, een goede vijf maand later schieten ze nog altijd met scherp. Ook de lightshow mocht er best wezen: enorme lichtbundels, lampen, stroboscoops en lichtflitsen vlogen in het rond, een ‘fake’ Star Wars of Battlestar Galactica oorlogsscène …
Het tempo lag uitermate hoog , enkel de intermezzo’s brachten ons even op adem, want op elke noot … euh beat … van elke song ging het jonge publiekje uit z’n dak. Springende, dansende gasten, golvende bewegingen, klappende handen, het was mooi om aan te zien in een volgepakte Zénith! En in de nummers waren er de geniale adrenaline vondsten als “Bring some fxx noise”, “Fight the power”, “Fxx moving” en “Fxx that noise”. “Worlds on fire” trok de boel en de party op gang en legde de lat hoog. Tweede in de rij was “Breathe”, die voor verhitte temperaturen zorgde. En op die manier wisselde Prodigy nieuw met oud af en hield het tempo strak. Een opwindende “Omen”, “Poison”, “Warriors dance” en een aangepaste dubversie van “Thunder” volgden. Schurende gitaren kwamen in de daaropvolgende songs nog wat olie op het vuur gooien en hitsten het geheel nog meer op, wat me deed denken aan de muzikale avonturen van Atari Teenage Riot; “Firestarter” en een weird klinkende “Run with the wolves” gingen richting anarchopunk.
Na deze helse rit kwam de factor herkenbaarheid met “Voodoo people”, de toegankelijke, bezwerende, sprankelende hippopdance van “Dieselpower” en een ‘closing final’ met een hard verbeten en felle “Smack my bitch up”. Flint en MaximR maakten rondedansjes en deden iedereen rechtveren. Ook hun huidige housefloorkiller “Invaders must die” paste mooi in het rijtje.

Verschroeiend haalden ze uit in de bis: in “Take me to the hospital” hoorden we een mallemolen van hardcore, house en elektro, “Outta space” leek de ideale StuBru ‘mishmash’ en tot slot kregen we een overtuigende breakbeatende rocksteady van “Their law”, met gierende gitaren op het eind. De drie songs kregen een zwierige draai door het uitgesponnen karakter. Verstomd lieten ze ons achter, en dwongen respect en peace af. Instant klassieker “Babe’s got a temper” zit er daadwerkelijk niet meer bij in hun setlist , maar na deze adembenemende krachtige set is het hen vergeven!

Inleidend op The Prodigy kregen we twee ideale opwarmers Eerst ons eigen The Subs, Jeroen de Pessemier, Wiebe Loccufier en Stefan Bracke. “Kiss My Trance”, “Music is the new religion” en “My punk” en de huidige single “Misubitchi” gingen erin als zoetenbroodjes bij het dansminnende Franse publiek. Ze boekten al puike resultaten op diverse festivals en dance events als I Love Techno, 10 Days Off en Tomorrowland. De beatbastards deden met hun mengeling van electro, house, techno, wave, breakbeats, dancehall en een soort voodootrance de boel ontploffen! Ze haalden de eighties en nineties door de mallemolen; een soort Beats’n’Pieces, ergens tussen Bonzai, Prodigy en Underworld trance.
Inderdaad, een energieke, opzwepende en dynamisch set; het was zelfs zo leuk waardoor de zanger op de apparatuur sprong, het publiek indook en fel tekeer ging op de versie van  Prodigy’s “Breathe”, dat hij er eventjes moest van kotsen! “Funk da shit” …Totally weird!
 
Het Italiaanse danceduo Crookers maken ook furore. Onlangs verscheen de cd ‘Tons Of Friends’, met een heel aardige gastenlijst, die de EP ‘Knobbers’ opvolgt. “Remedy”, “Put your hands on me”, “no security” en “Knobbers” haalden het feestbeest naar boven. De eerste tracks klonken meer bezwerend en refereerden aan Orbital, Sabres of Paradise en Underworld. Zalvende beats en trance die gaandeweg aanstekelijk, groovy en dansbaar werd. De gesampelde voices van de gastenlijst pasten mooi binnen het concept. Ze bouwden de set op en klonken straffer, steviger en zorgden voor een wilde versmelting van retroacid, dubstep/basstunes en elektro. Een uiterst gevarieerde set van het duo, die flarden van hun nummers naadloos aan elkaar regen. Een vreugdevolle party, die de Zénith omtoverde in een housetempel.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Pagina 437 van 497