logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15378 Items)

Soap&Skin

Soap & Skin Ensemble: adembenemende, huiverende performance

Geschreven door

We waren aan de grond genageld van de adembenemende, intrigerende en huiveringwekkende en niet-van deze- wereld gig van de 20 jarige Oostenrijkse Anja Plasch, die haar optreden in het najaar van 2009 noodgedwongen moest annuleren door stemproblemen.
Het getalenteerde, schuchtere, maar geëmotioneerde wonderkind is een perfectionist. Ze kwam in de AB bikkelhard terug met een strijkerensemble. Zelf legde ze zich toe op haar intense pianospel en laptopgeluiden van donkere, dreigende soundscapes en logge, lome synthbeats; verder vulden violen, cello, trompet, contrabas en een backing vocaliste aan.

Op Pukkelpop zagen we haar nog solo, was iedereen muisstil en liet ze ons helemaal verdwaasd achter in de kleine tent; we hadden enkele minuten nodig om terug tot dit aardse bestaan te komen. En ook vanavond, moesten we na de set even bekomen. De jonge deerne, behaalde vorig jaar talrijke prijzen met haar debuut ‘Lovetune for Vacuum’/ ‘Marche Funèbre EP’, sfeervolle, donkere, onheilspellende songs, doordrenkt van melancholie en tristesse en gedragen door haar indringende, soms hoog uithalende en schreeuwerige stem.
Het op klassieke leest repertoire greep bij het nekvel, deed filmisch aan en kon door merg en been gaan. Soms ontbond ze duivelse demonen en hadden ‘living deads’ de wereld veroverd. Op die manier versmolten de hemelse onbevangenheid van Elisabeth Frazer, Hope Sandoval en Kate Bush met de magie van Sigur Ros en de helse gothic van Nico((ex) V.U.), Jarboe (ex Swans) en de doom & drone/ apocalyptica van Sunn O ))). De verschillende sfeerscheppingen kwamen aan bod; een ijzige, kille, gitzwarte sfeer en pijnlijk, kwetsbare momenten wisselden elkaar af tot een claustrofobisch mooi geheel. Een veld van melodieuze schoonheid, dreigende spanning en apocalyptische taferelen …
Ze was totaal uit haar lood van het warme onthaal en de belangstelling, want de AB was zo goed als uitverkocht; ze prevelde zelfs of ze nog wel een tweede kans zou verdienen om haar songs te spelen, want deze vond ze soms niet sterk genoeg gespeeld. Ze barstte bijna in tranen uit… De jongedame is soms niet te vatten waar ze mee worstelt, maar OK we willen geen verkeerde linken leggen hoe in het leven te staan …
Duidelijk was dat iedereen overspoeld werd van de wondere, bevreemdende muzikale (leef)wereld. Op een soundscape van gekeelde varkens kwam ze onwennig het podium op. We hoorden heerlijke, fijnzinnige en breekbare composities als “Cynthia”, “The gaunt pt 1000”, “Cry wolf”, “Brothers of sleep” en het instrumentale “Turbine womb”, bepaald door het begeesterende virtuoze, intieme en zwaarmoedige pianospel, de laptopsounds, de subtiel gedoseerde klankkleur van het strijkerensemble en de golvende, hemelse backing vocals … stukken die kippenvel bezorgden en die door haar stem en piano beklijfden.
En op andere nummers haalde de onderwereld het van het aardse bestaan door de onheilspellende, dreigende elektronica-soundscapes en experimentjes. Plasch kon vocaal erg hoog uithalen, schreeuwde en spuwde letterlijk gif in de donkere, duistere en gruizige nummers. “Sleep” en “Fall foliage” waren inleidende triggers naar de duivelse huiver van “Thanatos”, “Surrounded” en “O Tannenbaum (?)”, die vertwijfeling, onzekerheid, angst, bevreemding en chaos boden. Alsof dit nog niet genoeg was, kwelden de demonen op de synths van “Marche Funèbre” en “Ddmmyyy” haar zo erg, dat ze die op alle mogelijke manieren trachtte van zich af te schudden en te verdrijven. En in de bis overtrof ze met de holocaust hymne “Zog nit keynmol”, een jiddisch partisanenlied. Enkel een dimmende spotlight zagen we op het podium, waardoor we een makkelijke prooi waren van de angstaanjagende sound.

Soap & Skin verlegde grenzen, liet de kwelling afdruipen en ging soms naar de tegendraadse grilligheid en complexiteiten van Aphex Twin. Wat een adembenemende performance …

Ook de support Nils Frahm verbaasde en overtuigde. Hij kreeg ruim 45 minuten toebedeeld en ging in z’n instrumentale pianostukken van zachte, ingetogen en dromerige naar hevige, verbeten stukken. Het boeiende, gevarieerde spel straalde een soundtracksfeertje uit. De 25 jarige Duitser gaf een pianoles en bracht lange bezwerende songs, die een aandachtig publiek lokten. Ook hier kon je een speld horen vallen …
Wat een AB- avondje …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel 

Coeur de Pirate

Vlaanderen mag zich gewonnen geven voor Coeur de Pirate

Geschreven door

Het aantal Vlamingen waren afgelopen dinsdag waarschijnlijk op 1 hand te tellen. Coeur de Pirate aka Béatrice Martin, 21 lentes jong, een getatoeëerde schoonheid met blonde haren, uit Montréal, Quebec/Canada, palmde Frankrijk en onze Franstalige vrienden in met haar gevoelige, kwetsbare, intieme, pakkende en broze pianopop; maar naast haar ingetogen, begeesterende partijen op de grote vleugelpiano, werd ze omringd door vier muzikanten, die de nummers spaarzaam en breder omlijsten, en de dromerige songs een zalvende popkleur gaven.
Coeur de Pirate zingt in het Frans en spreekt alle leeftijden aan; ouders waren er met hun kinderen en jongeren en volwassen luisterden naar één van de nieuwe sensaties, die de Franse pop en chanson wereld verovert. Ze geraakte met “Comme des enfants” in de Franse top, en het werd verkozen tot song van het jaar tijdens het prestigieuze ‘Victoires de la Musique’. Na het optreden kreeg ze nog een gouden plaat overhandigd.

De mooie blondine werd letterlijk het podium opgeroepen en we waren op z’n minst gezegd verbaasd van de respons en de uitzinnige reacties. De refreinen werden zelfs meegezongen door de jongsten. Haar sfeervolle pop klonk meer dan goed, onder haar fluwelen gouden stem. Een immer glimlachende, spontane Martin (ze knoopte losse gesprekjes aan) begon uiterst sober en elegant de set met “Le long du large”, “Fondu du noir” en “La vie est ailleurs”. Op ingehouden wijze vergezelde de band haar bij de drie nummers. “Berceuse” – une chanson très jolie – ging richting melancholie en donkere kroeg door de broeierige ondertoon van akoestische gitaar, viool en contrabas. Forser klonk het ensemble op het ruimer gearrangeerde “Tout reste du pareil au même”, één van de nieuwe songs. De lichtjes van het grote hart, dat als achtergrond geprojecteerd stond, flikkerden nog meer …
Tijd om de liefdesperikelen op een rijtje te zetten … solo hoorden we bloedstollende versies van “Corbeau” en “Playground love” van Air (probleemloos in het Engels gezongen); elke pianotokkel, -tune en haar adembenemende stem bezorgden kippenvel en onderstreepten dat ze heel wat in haar mars had.
Een dosis ‘Coeur de Pirate’- pop hoorden we in de folky swing van “Le primtemps”; ze had intussen haar piano verlaten en zong rechtopstaand. Het was de aanzet van enkele opbouwende songs als “Pour un infidele”, “C’est salement romantique” en de nieuwtjes “Place de la Republique” en “La petite mort”. Af en toe kregen de nummers een verrassende lichte swing en sierlijke viool- en cellopartijen vulden aan.
Ze besloot na een klein uur de harmonieus sfeervolle, dromerige, intieme set. Maar zoals eerder al aangegeven, Béatrice Martin werd op handen gedragen. Ze breidde er nog een aangename bis aan en gaf enkele plaagstootjes om naar die ene grootse Franse elegante hit van haar te gaan, “Comme des enfants” … een poppy versie van Phoenix’ “Lasso” waar het refreintje “Where would you go?” luidkeels werd meegezongen en de folky ballad, “Loin di’ici”. Verder kregen we nog een in elkaar lopende medley van Rihanna’s “Umbrella” vs “Bad romance” van Lady Gaga … Spitsvondig met een leuke, zwierige melodie.

Tot slot maakte iedereen een hartje met de vingers wat het ingetogen “Francis” elan gaf. “Quelles chansons magnifiques”, hoorde ik naast mij fluisteren … Coeur de Pirate brengt daadwerkelijk goede pop waarvoor we gewonnen zijn … na deze gig en een puik concert in de Bota vorig jaar, kunnen we haar nog eens aan het werk zien in het Koninklijk Circus in mei … Vlaanderen mag nu veroverd worden …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Him (Finland)

Screamworks – Love in theory and practise – chapters 1 - 13

Geschreven door

De Finnen van HIM zijn met ‘Screamworks: Love in theory and practice’ al aan hun zevende album toe. De groep is bij ons vooral bekend omwille van hun cover van Chris Isaak’s hit “Wicked Game”. In 2000 schopten ze het zelfs tot het hoofdpodium van Werchter. De band krijgt nogal vaak het label gothic opgeplakt, de groep zelf beweert eerder een soort ‘love metal’ te maken. In ieder geval klinkt Screamworks meer poppy dan metal en dit heeft ongetwijfeld te maken met producer Matt Squire die vooral bekend staat vanwege zijn werk met Panic! at  the Disco, Katy Perry en Boys like Girls.
Tekstueel ligt Screamworks volledig in het verlengde van de vorige albums want ook nu handelen de 13 nummers  over de thema’s liefde en dood. Muzikaal combineert Him nog steeds snedige en leuk in het gehoor liggende riffs met synths, zeer aanwezige drums en de karakteristieke stem van Ville Vallo.
Uitschieters op de plaat zijn de catchy single “Heartkiller” , “Ode to solitude” (wat een heerlijk  refrein) en het geweldig openende “Like St Valentine”.
Screamworks is een stuk luchtiger dan voorgaand werk maar betekent allerminst een stijlbreuk. Trouwe fans kunnen de plaat dus blind aanschaffen en voor mensen die minder bekend zijn met Him is het misschien het moment om kennis te maken met deze Finnen.

The Van Jets

Cat Fit Fury!

Geschreven door

Eerste vaststelling: Met die knoert van een Bowie fixatie waar The Van Jets zouden mee zitten valt het reuze mee. Enkel op de laatste song, de knappe ballad “Our heads”, is Bowie prominent aanwezig.
Tweede vaststelling : Bepaalde media die al wel eens een belangrijk tweejaarlijks rockconcours organiseren moeten altijd de door hen ‘ontdekte’ beloftevolle bands volledig de hemel in prijzen, hierbij morsend met de superlatieven dat het geen naam meer heeft. Als u het ons vraagt, hebben bijvoorbeeld de Deus klonen van Mintzkov het talent van een regenworm op sterk water. Toch een beetje relativeren en wat voorzichtig zijn met bepaalde lofbetuigingen, bedoelen wij daarmee.
Met dit in het achterhoofd kunnen we stellen dat The Van Jets een vitaal, consistent en pittig rockplaatje hebben gemaakt maar dat er toch ook wat wisselvalligheid is te bespeuren. Het is op zijn beste momenten allemaal lekker vinnig, maar de ene song blijft toch al wat meer hangen dan de andere. “The future” bijvoorbeeld, die als opener zijn entree niet gemist heeft, en een geweldige kraker als “Givers & takers” doen ons volop naar de luchtgitaar graaien. De puntige gitaarsolo’s op de plaat grijpen ons trouwens evenveel naar het nekvel als die op dat wervelende plaatje van The Soft Pack van begin dit jaar (recensie moet u maar eens nalezen op deze site). De schwung en het hitsige tempo maken van “Dancer”, één van onze favorieten, in het duivels knappe “Comes the crying” huist een flinke streep White Stripes en op “Matador” wordt er gescheurd dat het een lust is.
Dingen als “Onawa” en “Teevee” klinken dan weer zeer matig en zouden zelfs in tweede klasse in de degradatiezone bengelen.
Het venijn zit hem duidelijk in de staart, want de betere songs nestelen zich in de tweede helft van de plaat.
De balans helt echter wel naar de positieve zijde. Overtuigend plaatje dus, met een paar struikelmomenten.

Tom McRae

The alphabet of hurricanes

Geschreven door

Plaatjes van Tom Mc Rae, vrolijk gaan we er nooit van worden. Den Tom weet het zelf ook wel en geeft het grif toe in interviews, hoezeer hij ook probeert om optimistische dingen uit zijn pen te schudden, toch komt hij altijd bij iets droevigs uit. Het is tegelijkertijd zijn sterkte, want zo klinken zijn songs altijd eerlijk en oprecht. Zijn droefgeestige debuutplaat uit 2000 met heel integere en breekbare liedjes blijven wij koesteren, het is een pareltje die hij met de drie opvolgers niet meer heeft kunnen evenaren, ook al waren dit knappe werkjes. ‘The Alphabet of hurricanes’ zullen we mogen bij die drie indelen, menen wij. Weer staan er prachtige mijmeringen en mooie songs op, maar het niveau van het onvolprezen debuut wordt (net) niet gehaald.
La tristesse nestelt zich deze keer in “Summer of John Wayne”, “American spirit”, “Out of the walls” en “Fifteen miles downriver”, kommer en kwel vertaald in mooie songs met diepe groeven.
Soms gaat het er iets luchtiger aan toe. Een meer opgewekte song als “Please” is zijn oor gaan leggen bij Paul Simon, in “Told my troubles to the river” springt Mc Rae mee op de momenteel hippe trein van groepjes met een folky inslag (Mumford & Sons en allerhande volgelingen) en in het fijne “Won’t lie” schuilt er zelfs een Balkan toets.
Tom Mc Rae is vooral zichzelf op ‘The alphabet of hurricanes’, meer moet hij niet doen.

Hot Chip

One life stand

Geschreven door

Het Britse kwintet Hot Chip, onder de tandem Alexis Taylor en Joe Goddard, hebben al een handvol leuke singles uit hun vorige platen waaronder “And I was a boy from school”, “Over & over”, “Ready for the floor” en “Hold on”. Binnen hun dancepop/elektronica houden ze van variatie en originaliteit, waardoor invloeden te horen zijn van ‘70’s psychedelica, ‘80’s wave, drum’n’ bass, postpunk, dwarrelende geluidjes en bleeps. Misschien niet altijd even geslaagd, maar ingenieus, gewaagd en leuk. Hot Chip heeft al de nodige credits opgebouwd.
Al van op de vorige cd ‘Made in the dark’ hielden ze van een dromerige aanpak en sfeervolle, zalvende melodielijnen, een lijn die ze op de huidige cd verder zetten, zij het iets minder donker, maar relaxt en luchtig.
’One life stand’ valt op door de poppy koers en biedt linken met disco, soul, house en psychedelica. Het is een vernuftige, consistente plaat, zeemzoeterig, melancholiek en dansbaar en onderstreept het credo van ‘happiness is what we all want’!
Hot Chip vaart zo z’n eigen koers en dat maakt de band uniek binnen de dancepop. De band bouwt gestaag verder aan een compleet eigen universum. De afwisseling biedt een paar uitschieters als “Hand me down your love”, “I feel better”, “Brothers”, “Slush”, “We have love”, “Take it in” en natuurlijk de titelsong van de cd.

The Scene

Liefde op doorreis

Geschreven door

In 2007 kwam de Nederlandse The Scene, onder de tandem The Lau en Emilie Blom-Van Assendelft, terug samen. Ze brachten toen een soort doorstart album uit van vnl. herbewerkingen van bekende nummers en ondernamen een heuse club en festival tour. Drie jaar later krijgt hun Nederlandstalige pop nu z’n eerste volwaardig vervolg, ‘Liefde op doorreis’, binnen het vertrouwde recept van poprockers en ballads, onder de doorleefde, gevoelige, emotievolle stem van The Lau.
Krakers als in de begindagen horen we o.a. met “Mijn land”, “Atlanta” en “Straat” die een stuwende opbouw hebben. Maar de heren en de dame van The Scene zijn al een jaartje ouder en de intimiteit sijpelt door, wat een pak sfeervolle pop, fijnzinnig van aard en mooi uitgewerkt, oplevert. Ze krijgen kleur door piano en toetsen, waaronder “Vrouw”, “Breek de ban”, “Vier seizoenen” en “Paradijs”. De laatste twee songs, “Tijd” en “Sterven op de planken” (xtra track!) zijn bloedmooi, broos en breekbaar.
De teksten zijn opnieuw poëtisch, beeldend en surrealistisch, wat het geheel van de cd sterkt en ervoor zorgt dat we na achttien jaar spreken van ‘The Scene staat opnieuw op de planken’ en ze een harmonieus homogene eenheid vormen.

Megafaun

Gather, Form & Fly

Geschreven door
De bebaarde mountainhakkers van Megafaun van de broers Cook en Joe Westerlund zijn goede vrienden van Bon Iver. Zij bleven achter om in North Carolina te werken aan de eigen specifieke variant van de americana van de tweede plaat ‘Gather, Form & Fly’. Megafaun tuimelt naar de periode van Crosby, Still en Nash en The Band met hun sfeervolle, dromerige en ingetogen pop.
In de eerste helft van de plaat horen we een voller geluid en klinkt de instrumentatie van mandoline, banjo en viool door, aangevuld met  een bezwerende percussie, handclaps en de meerstemmige zang, toch wel het handelsmerk van het trio; “Kaufman’s ballad”, “The fade”, “The process” en “Solid ground” zijn mooie voorbeelden. Live geven ze de nummers een solide dosis schwung en pit en klinken ze intens broeierig en hitsig. Het zijn elegante, frisse uitvoeringen.
Het gevoel voor drama en intimiteit horen we dan in “Columns”, “The longest day” en de titelsong, misschien op zich niet steeds goede composities, maar wel songs die piekfijn zijn uitgewerkt en een doordachte subtiliteit hebben. Dat ze het experiment niet schuwen en houden van half instrumentale nummers is te horen aan “Impressions of the past” en “Darkest hour”. En ze sluiten en verve af met de finesse van “Tides” en “Guns”, een sfeervol opbouwende sterke song, die elan krijgt door de dreunende soundscapes.
Spannend plaatje die varianten biedt in die typische americana …
Toch even meegeven dat Megafaun past in het plaatje van de freakende en hemels folkrock, country/americanapop en retrobluesrock. Deze sound oogst de voorbije jaren meer en weet een breder publiek aan te spreken …vertrekkende van uit de ‘60’s/’70’s Beach Boys, The Byrds, The Band, C, S & Nash, Crazy Horse naar het muzikaal vakmanschap van The Black Crowes, Wilco, Centro-matic, My Morning Jacket, Devandra Banhart en Black Keys tot de jonge exploten als Iron & Wine, Bon Iver, O’Death, Tunng, Vetiver, Fleet Foxes, Grizzly Bear, Akron/Family, Patrick Watson en Fredo Viola. Tot slot, kunnen we in dit geheel niet omheen de soli van Lift to Experience, Page’s solo’s (Led Zeppelin) en de doorbraak van de Monsters Of Folk en Mumford & Sons.
Elk elementje binnen deze stijl vinden we wel binnen het geboden concept van Megafaun, de ene keer wat toegankelijker, zachter, intiemer, de andere keer harder, ruiger of meer neurotisch met een dosis experimenteerdrift maar met behoud van de klassieke songmelodie dito emotionaliteit.

Blood Red Shoes

Blood Red Shoes: elektriciteit & vuurwerk

Geschreven door

De twee jonge wolven van Blood Red Shoes leverden twee jaar terug met ‘Box of Secrets’ een schitterend debuut af: een rauw, fris melodieus plaatje met catchy bondige nummers, snedig gebalde riffs, opzwepende drums en afwisselende en mooi in elkaar vloeiende zangpartijen, kortom beklijvend harmonieus materiaal van een full-on rockband, die weet te intrigeren en naar de keel te grijpen. ‘Fire like this’ is de pas verschenen nieuwe, tweede cd en het duo doet waar ze goed in zijn en durven af en toe iets breder te gaan en de songs meer ruimte te bieden. De speelse, ongedwongen stijl en attitude wint het en net als het debuut hebben we een uiterst genietbare plaat, onstuimig en opwindend door die energie, riffs, vaart, hooks en power.

Het sympathieke man-meisje duo, Laura-May Carter (zang/gitaar) en Steve Ansell (drum/gitaar), heeft een hele horde jonge fans die samen met het duo er een stomend feestje van maken. Blood Red Shoes kon rekenen op een volle AB Box. Sommige momenten spatten de vonken er van af en gingen de jongeren aan het springen, aan het dansen, maalden niet om een skydive meer of minder en hielden er van op het podium te klauteren en zich te laten vallen op de eerste rijen. Taferelen die herinnerden aan de Magnapop, Nirvana en Urban Dance Squad nineties …
Het was hun ‘biggest show’ dat ze totnutoe in ons landje in zaal speelden. Ze wisselden een oudere met een nieuwe song af, wat de aandacht en intensiteit hoog hield. “Doesn’t matter much”, “It is happening again”, “I wish I was someone better”, “Light it up” en “It’s getting boring by the sea” waren dynamische songs, strak, pittig, gedreven en broeierig.
Steve was vol lof en bewondering over het enthousiaste publiek, die er hun avondje van maakten. Laura-May, de zwarte haren voor de ogen, liet alles wat over zich komen, deed een beetje denken aan een jonge Chrissie Hynde Pretender en toverde felle, soms punky akkoorden … Ongelofelijk wat het duo met maar twee instrumenten presteerde … een huppelend, tintelend ritme, opbouwen en exploderen … Onstuimig, beheerst en doordacht … “Count me out” en “When we wake” (glansrol Laura-May!) boden ademruimte en refereerden aan een Breeders aanpak. En explosies volgden op “This is not for you”. Tot slot schoten alle remmen los, ontbonden alle duivels en raasden over ons heen met stevige, hevige en vaardige, snelle nummers, “Don’t ask” (wat een song!), “Say something, say anything”, “Keeping it close” en “Heartsink”. Blood Red Shoes overrompelde

De nieuwe songs stonden duidelijk naast de aanstekelijke oudjes. Meer van hetzelfde, maar nog altijd voltreffers, die door de fans erg gewaardeerd werden … De bis was er eentje om van te snoepen en om de veters toe te trekken, een strak gespeelde “You bring me down” en een uitgesponnen “Colours fade”, die zelfs een minutenlange, oorverdovende outtro had; Steve grapte met de RHCP, toen hij in ontbloot bovenlijf verder drumde en het publiek indook. Elektriciteit en vuurwerk gaf het …

Support was het uit Leeds afkomstige Pulled Apart By Horses. De wild enthousiaste jonge bende speelde een stevige portie gitaarrock, grunge en noise, de pedaaleffects stevig ingedrukt. De schreeuwerige zang gaf zeggingskracht. Ze speelden een korte, puike set en gingen fel tekeer. Terecht was hun EP’tje in de kortste tijden uitverkocht … Bandje om in het oog te houden …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Live Nation concert: Kasabian

Geschreven door

KASABIAN
ANCIENNE BELGIQUE, BRUSSEL
MAANDAG 31 MEI 2010 – 20u
Welcome back Kasabian! Want sinds hun passage in een uitverkochte ABBox november 2007 ging het snel voor de band rond zanger Tom Meighan en gitarist Sergio Pizzorno. Met hun derde studio album ‘West Ryder Pauper Lunatic Asylum’ en de daarbij horende hitsingle ‘Fire’ plaatst de band zich definitief in de Champions League van Britse rockbands die in hun thuisland moeiteloos stadions vullen. Een album vol rock noir dat 12 songs lang weet te bekoren en dat de perfecte soundtrack lijkt bij een in Frankrijk gedraaide Tarantino film. ‘West Ryder …’  is ondertussen bijna een jaar oud en het stond 2 weken op 1 in de Britse charts; leverde hen (alweer) een podiumplaats op het gerenommeerde Glastonbury festival op; werd genomineerd voor de Mercury Prize en was Best Album op de Q Magazine Awards. Nadien werd Kasabian ook nog Best Group op de Brit Awards 2010 en kaapte ‘West Ryder …’ nog Best Album weg op de NME Awards. Die ijzersterke reputatie zullen ze dus nogmaals waarmaken op 31 mei in de Ancienne Belgique.
Info & tickets :
Ticketprijs: 22 euro (excl. reserveringskosten)
De tickets kunnen gereserveerd worden via
Proximus Go For Music : 0900 2 60 60 (0,5 euro per minuut. prijs incl btw )  www.proximusgoformusic.be
Artistinfo :
Website: www.kasabian.co.uk ; www.myspace.com/kasabian
Record company: SONY MUSIC
Album: “ West Ryder Pauper Lunatic Asylum ”

INFO http://www.livenation.be

Why ?

Why?: de mysterieuze leefwereld van de Wolf- broers

Geschreven door

Why? … Een apart bandje toch wel, het Amerikaanse gezelschap van de broers Wolf uit Oakland, California. Ze zijn al een kleine vijf jaar bezig en krijgen met de huidige vierde cd ‘Eskimo Snow’ voet aan de grond. Intussen zijn ze uitgegroeid tot een kwintet. Een terechte, verdiende doorbraak, want het weirde gezelschap zorgt voor een avontuurlijke, creatieve aanpak van hun leuke, hypnotiserende, bezwerende, intens opbouwende indie/rootspop/americana, die onderhuids Pink Floyd en Grandaddy psychedelica verraadt. Ze zijn niet in een hokje te duwen, die er alternative hiphop, folk en garagerock aan toevoegen. Door hun instrumenten geven ze de songs verrassende wendingen, allerlei geluidjes en bleeps, zorgen voor een kleurrijk palet en balanceren tussen doordachte subtiliteit en georchestreerde chaos.

We werden een goed uur ondergedompeld in die mysterieuze muzikale leefwereld van de Wolf broers. En de neurotische zegrap, beatbox en spastische bewegingen van Yoni maakte het nog specialer. De songs van de recente ‘Eskimo Snow’ sprongen al meteen in het oog “These hands”, “January twenty something” en “Against me”. Een opgefokte, ijsberende zanger op z’n Mark E Everett gaspelde en reeg de dwarrelende, broeierige, dromerige en sfeervolle songs aaneen. Hij leek de tussenpersoon tussen hemel en aarde, die de boodschappen van bovenaf moest meedelen aan het aardse publiek.
Uitzinnige partijen hoorden we, en sommige songs klonken op het gevoel af, lofi en gaven de indruk dat ze abrupt afgebroken werden, maar niemand die er zich aan stoorde, integendeel, het behoorde tot het Why?- concept, die een schitterende finalereeks klaarstoomde met “Into the shadows of my embrace”, “Berkeley by hearseback”, “Eskimo Snow” en “Gemini (birthday song)”. Het oudere materiaal van (vooral) de vorige cd ‘Alopecia’, “Good friday”, “Song of the sad assassin”, “A sky for shoeing horses under” en “By torpedo or Crohn’s” onderstreepten de aanzwellende toegankelijke opbouw, maar ook de niet-van-deze-wereld groove. Tot slot konden we niet omheen de verpletterende mokerslagen, het aanstekelijk gegoochel op drums en de sounds van “These few presidents” en “The vowels pt2” die ‘en honneur’ en overtuigend de set beëindigden. Jaknikkend moeten we besluiten dat They Might Be Giants uit de nineties een belangrijke referentie waren qua huppelende ritmes, muzikale kronkels en rapzang.

Ook de support I might be wrong intrigeerde …genoemd naar een album van Radiohead. Het kwintet met zangeres Lisa von Billerbeck is toe aan de tweede cd ‘Circle the yes’. De band uit Berlijn integreert invloeden van hun grote voorbeeld, maar haalt elementen Notwist en Lali Puna aan; sfeervolle zweverige indiedroompop onder een licht klaaglijke, zacht zalvende vrouwstem. Net als bij Why? stonden de bassist en de gitarist op de tweede rij op het podium, en ook hier kwam de klemtoon op de toetsen/piano/synths/drums en de zangstijl. We hoorden broeierige songs, die een betoverende melodie en boeiende opbouw hadden. Zij kregen de kans zich te profileren, want ze speelden een ruime set en kregen een warm onthaal. Chique wat de jonge band presteerde en een ontdekking waard. De bedeesde zangeres namen we er bij .

Tot slot was er nog ruimte voor werk van de eigen Why?-stal van één van de broertjes Wolf. Inderdaad, drummer Josiah Wolf kan naast drums ook gitaar spelen en zingen; begin 2010 bracht hij ‘The trailer & the truck’ uit; hij deed het met enkele in Mississippi gedrenkte akoestische ‘desertblues’ songs, die sober, ingetogen en spaarzaal begeleid werden, gedragen door opvallende goede vocals. Hij ontpopte zich als een multi-instrumentalist. U weze gewaarschuwd van het diverse en afwisselende werk van de Wolf-brothers …

Organisatie: Botanique, Brussel

The Fleshtones

Vlammende soulpunk versus kolkende garage-rock: The Bellrays en The Fleshtones geweldig op dreef

Geschreven door

Waar er op de albums van The Bellrays wat rustpunten te bespeuren zijn in de vorm van knappe soulnummers, is dit op een podium nauwelijks het geval. Enkel met het mooie “Have a little faith in me” ging men een beetje op de rem staan, voor de rest was de stomende set van The Bellrays een sneltrein van korte soulpunk songs die loeihard en quasi zonder adempauzes de zaal werden ingeramd. De soul zit hem vooral in de krachtige stem van Lisa Kekaula, een indrukwekkende madam met een strot die niet zelden een orkaan veroorzaakt en met een imposant afro kapsel waar een heuse nest spreeuwen zich in kan huisvesten. De solide sound van The Bellrays is een uiterst vitaal huwelijk van soul, punk, snedige gitaren en een madam met ballen. Op het podium vertaalde zich dat in vuurwerk.

De heren van The Fleshtones zijn blijkbaar dikke vriendjes met The Bellrays. Op het einde van de set van The Bellrays kwamen zij al een deuntje mee rammen en voorts speelde de drummer ook gewoon verder op hetzelfde drumstel. Het stak allemaal zo nauw niet.
Overigens geen makkelijke taak om de overweldigende prestatie van The Bellrays te evenaren, laat staan te overtreffen. The Fleshtones lieten algauw merken dat zij het perfect opgewarmde publiek niet zouden ontgoochelen. Dit via hun ophitsende mengeling van garage rock, ronkende funrock en sixties toestanden. Een geestige bende die de bruisende songs in spoedtempo aan elkaar reeg. Een zanger (Peter Zarembe) die een beetje de fleur had van New York Doll David Johansen en een gitarist (Keith Streng) die alle uithoeken van de zaal ging opzoeken om zijn potige riffs te spelen en er ondertussen een paar vlammende vocals uit te schreeuwen. De afwisseling in zang tussen de twee heren kwam de set alleen maar ten goede en ook bassist JM Pakulski mocht al eens aan de micro gaan lurken terwijl Zarembe terloops zijn smoelschuiver bovenhaalde om het zaakje nog wat meer op te vrolijken. Het typische Fleshtones orgeltje was ook meegekomen maar had vanavond toch maar een bescheiden rolletje gekregen, de nadruk lag meer op de gitaar en vettige rock’n’roll in de juiste mood. Simpel, opzwepend, rechtdooor. Een groepje als pakweg The Hives kwam ons wel eens voor de geest vanavond. Dikke fun was het.

Bijzonder geslaagde avond met twee uiterst energieke acts!

Organisatie: Democrazy, Gent

The BellRays

Vlammende soulpunk versus kolkende garage-rock: The Bellrays en The Fleshtones geweldig op dreef

Geschreven door

Waar er op de albums van The Bellrays wat rustpunten te bespeuren zijn in de vorm van knappe soulnummers, is dit op een podium nauwelijks het geval. Enkel met het mooie “Have a little faith in me” ging men een beetje op de rem staan, voor de rest was de stomende set van The Bellrays een sneltrein van korte soulpunk songs die loeihard en quasi zonder adempauzes de zaal werden ingeramd. De soul zit hem vooral in de krachtige stem van Lisa Kekaula, een indrukwekkende madam met een strot die niet zelden een orkaan veroorzaakt en met een imposant afro kapsel waar een heuse nest spreeuwen zich in kan huisvesten. De solide sound van The Bellrays is een uiterst vitaal huwelijk van soul, punk, snedige gitaren en een madam met ballen. Op het podium vertaalde zich dat in vuurwerk.

De heren van The Fleshtones zijn blijkbaar dikke vriendjes met The Bellrays. Op het einde van de set van The Bellrays kwamen zij al een deuntje mee rammen en voorts speelde de drummer ook gewoon verder op hetzelfde drumstel. Het stak allemaal zo nauw niet.
Overigens geen makkelijke taak om de overweldigende prestatie van The Bellrays te evenaren, laat staan te overtreffen. The Fleshtones lieten algauw merken dat zij het perfect opgewarmde publiek niet zouden ontgoochelen. Dit via hun ophitsende mengeling van garage rock, ronkende funrock en sixties toestanden. Een geestige bende die de bruisende songs in spoedtempo aan elkaar reeg. Een zanger (Peter Zarembe) die een beetje de fleur had van New York Doll David Johansen en een gitarist (Keith Streng) die alle uithoeken van de zaal ging opzoeken om zijn potige riffs te spelen en er ondertussen een paar vlammende vocals uit te schreeuwen. De afwisseling in zang tussen de twee heren kwam de set alleen maar ten goede en ook bassist JM Pakulski mocht al eens aan de micro gaan lurken terwijl Zarembe terloops zijn smoelschuiver bovenhaalde om het zaakje nog wat meer op te vrolijken. Het typische Fleshtones orgeltje was ook meegekomen maar had vanavond toch maar een bescheiden rolletje gekregen, de nadruk lag meer op de gitaar en vettige rock’n’roll in de juiste mood. Simpel, opzwepend, rechtdooor. Een groepje als pakweg The Hives kwam ons wel eens voor de geest vanavond. Dikke fun was het.

Bijzonder geslaagde avond met twee uiterst energieke acts!

Organisatie: Democrazy, Gent

Sensation White 2010 - Be part of the night - dress in white

Geschreven door

Voor de tweede maal op rij was de Hasseltse Ethias Arena het decor voor één van ’s lands grootste dance-events. ‘Sensation White’ was dit jaar terug goed voor meer dan 18000 in het wit geklede feestvierders. De immense omvang, het prachtige decor, de top van de internationale DJ-wereld en de diversiteit van het massaal opgekomen “witte”publiek. Dat alles samen maakt van dit internationaal gebeuren elk jaar een onvergetelijke gebeurtenis.

Martin Solveig
Laurent Garnier, David Guetta, Bob Sinclar, Daft Punk, Vitalic, Justice, … en zo kunnen we nog even doorgaan. De Franse lichting van house en electro  producers is enorm. Daar kan je Martin Solveig ook bijreken. Hij wist de laatste jaren zijn stempel te drukken op de hedendaagse electro-scene. Ook dit jaar was hij één van de hoofdrolspelers op ‘Sensation White’. Hij wist iedere bezoeker te boeien door z’n brede selectie. Zo wist hij zonder moeite Kelis, Justice, Zombie Nation, Daft Punk en zelf Nirvana aaneen te mixen. Zonder twijfel één van de supersterren binnen de house en electro scène …

Megamix en Mr. White zorgden voor de opwarming die ons dan uiteindelijk deed uitkomen bij wat voor ons het hoogtepunt was van de avond, Sebastian Ingrosse. De Zweed die samen met Axwell en Steve Angello de Swedish House Mafia vormt, is één van de grootste opkomende talenten. Zijn grote doorbraak kwam er echter met zijn superhit “Leave the World behind” en dat was meteen ook de trendzetter voor 90 minuten dansplezier. Een man die zich duidelijk zichtbaar volledig gaf en de fans in extase bracht. We zagen hem vorige zomer aan het werk in zijn ‘bijna thuisland’ Ibiza en we konden op de editie van ‘Sensation’ merken dat de Ethias arena en de ‘Pacha’ dichter bij elkaar liggen dan je zou vermoeden. Daar zorgde de man voor die duidelijk geen uitdaging uit de weg ging. “Smack my bitch up” van The Prodigy was één van de hoogtepunten … Wij zijn fan!

Sander Van Doorn
We kunnen het wel eens hebben over de invloeden uit Berlijn en Parijs op de hedendaagse house-music maar rond de invloed die onze noorderburen hebben op de hedendaagse house-scene kunnen we ook al lang niet meer heen. Marco V, Tiësto, Armin van Buuren, Ferry Corsten, … één voor één grote namen. Voeg daar maar de relatief jonge (31jaar) Sander van Doorn aan toe. Hij staat niet voor niets in het rijtje van de tien beste DJ’s ter wereld. Hij mocht de editie 2010 van ‘Sensation’ in Hasselt feestelijk afsluiten. Hij wist de schijfjes te vinden (Wippenberg, Monolythe, Marco V, …)die volledig in het thema van ‘Sensation’ thuis hoorden en duwde de witte menigte zo mogelijk nog dieper in een witte roes.
Deze editie kende een ideale afsluiter met deze internationale topdj. Zoals het hoort!

We mogen ervan uitgaan dat deze editie van Sensation White, de zesde in ons land terug een succes genoemd kan worden. Een praatje slaan met een vriendelijke Noor en even daarna een Portugese sjaal in je gezicht gegooid krijgen.
Sensation white 2010 was nog meer dan ooit een internationaal event waarbij iedereen elkaar vindt in een sprookje dat volledig wit kleurt. Het is uitkijken naar de volgende editie. Volgend jaar, of voor de liefhebbers, in april slaat Sensation hun tenten op in Brazilië en Chili om dan uiteindelijk op 3 juli terug te keren naar hun roots, Amsterdam.

Organisatie: Sensation White + ID & T

The Neon Judgement

The Neon Judgement, niet te stoppen !!

Geschreven door

Dirk DaDavo en TB Frank stichtten The Neon Judgement in Leuven en schudden in 1980 de wereld wakker met hun eerste bommen “Suffering”, “TV Treated” en “Factory Walk”. Dit eerste werk was gedomineerd door synthesizers en drummachines en geïnspireerd door de elektronische muziek van Kraftwerk en Suicide. Daarna kwamen er meer gitaar- en rockinvloeden in meespelen, maar de elektronische beats bleven toonaangevend. Samen met Front 242 stonden ze aan de wieg van een nieuw geluid in dance; EBM of Electrowave. In 1998 hield The Neon Judgement er mee op, maar zowat 10 jaar later herlanceerden ze zich met (een) ‘Smack’ en toeren ze weer met succes. Deze legendarische grondleggers van de Elektrowave of EBM kwamen, zagen (weliswaar weinig door hun zonnebrillen) en walsten de Balzaal van de Gentse Vooruit plat.

Vooraleer we echter aan The Neon Judgement toe kwamen, werden de oren opgewarmd door de vlotte beats van Radical G. Een soloproject van Glenn Keteleer, die begin dit jaar zijn eerste volwaardige album ‘Unleashed’ op de scène losliet. Uit torens vol elektronica, versterkers en keyboards tovert hij een aanstekelijke mix van hedendaagse beats, jaren ’80 melodieën en teksten die lang blijven na zinderen. “Move your hipps honey, don’t be shy…” De bijpassende lichtshow toverde de ruimte om in een ware Balzaal.

The Neon Judgement betrad het podium met droog “Boe!” en trok direct de juiste sfeer op met ‘Smack’, gevolgd door zowaar nieuw werk. Daarna draaiden ze de tijd terug naar ‘Cockeril Sombre’ uit 1982 met “The Fashion Party” en “One Jump Ahead” en naar 1987 met “Chinese Black”, oorspronkelijk van op de 12” ‘A man ain't no man when he ain't got no horse, man’. Even snel katapulteerden ze zich terug naar het heden met “We Are Confused” van op ‘Smack’ uit 2009. Daarna ging het volume en het tempo de lucht in met een snoeihard “Nion” dat het publiek luidkeels mee scandeerde en “Concrete” uit 1981. Ondertussen werd datzelfde publiek getrakteerd op een lichtspektakel, felle stroboscopen en een reeks bijpassende projecties.
De set werd met een pompend “TV Treated” afgesloten om het feestje compleet te maken. Of toch niet, want na een outfit switch van TB Frank verwende The Neon Judgement het publiek met maar liefst vier ‘encores’, waaronder “Leash” en natuurlijk “Tomorrow In The Papers”. Een volmaakte ’80’s avond die nog lang zal na daveren!!

Organisatie: Amusez-Vous

Gabriel Rios

Rios – Neve – Proesmans:1+1+1=4

Geschreven door

Wat was dat! In uitroepvorm, niet met een vraagteken erachter aan. We willen de ingebeelde vraag ook niet beantwoorden. Het bakmengsel Rios – Neve - Proesmans rijst en knabbelt zo lekker dat je amper beseft dat je manna binnen gelepeld krijgt. Van een goed recept wil je de ingrediënten wel kennen, maar een chef op zijn plaats geeft die niet. Sorry voor de superlatieven, maar Rios – Neve - Proesmans: wat was dat !?

Ze probeerden - nee, deden het - twee jaar geleden al. Dat het muziekwereldje eerder kruisbestuivend dan kruisbedruipend is, is geweten. Toen Rios en Neve na de Zamu Awards enkele jaren geleden het idee opperden om eens samen wat te jammen, ontsproot er al een tournee die overal volle zalen lokte en om een vervolg smeekte. En Proesmans, die was al langer een handlanger van Rios, zorgde al meermaals voor de slag op een aantal Rios-platen. Het muzikaal triootje lag voor de hand.
Drie artiesten op gelijke hoogte – zoals op het podium duidelijk blijkt – van verschillende komaf en strekking, dat kan vonken geven. Dat deed het twee jaar geleden al, maar deel 2 – de cd is af en ligt eerstdaags in de winkel – sublimeert het vorige. Nu, zoveel verschillen de heren ook weer niet. Ze staan alle drie even open voor…van alles. Proesmans studeerde in Havana (Cuba) – vandaar zijn meezingmoment als backing vocal in de Spaanstalige nummers - en ondersteunde of collaboreerde in het verleden al met heren of groepen van stand als Arno, dEUS, El Tattoo del Tigre en Zita Zwoon.
De breedte van het publiek is ruim dus, net als bij maatje Rios. Nu hadden wij het persoonlijk zelf niet zo voor het bakviszwijmgehalte van de Puertoricaans Belg, maar met Jef Neve (sinds kort ook publiekgewijs steeds breder uitdeinend) en Proesmans wilden we nog eens proberen. Het feit dat de zalentournee schouwburgen aandoet én vol doet lopen, zegt iets over de toegankelijkheid van de muziek. En voorwaar, de mensen komen terug. De hele centiboutique is nu al uitverkocht. Rios is op weg om niet enkel zestienjarige meisjes kreetjes te laten slaken. Op weg? Nee, hij is er al. Als een groot muzikant. Zo kenden we hem niet.
De Puertoricaan – in stevig kostuum - leidt de dans, zowel latino als intiem. Neve kijkt naar Rios en volgt. Neemt zelfs over. En Proesmans – misschien het meest genegeerd on stage – is eigenlijk de draad door het filmische verhaal dat ze schrijven. Eigen nummers, oude Puertoricaanse ballads als “El Raton”, een aantal uitgeboorde nummers van Rios zelf. Het combineert en slaat aan.
Achteraf hoorden we dat de versterking van Rios niet optimaal afgesteld stond, maar geen kat die het hoorde, laat staan zich eraan stoorde. Integendeel, het was fijn te merken dat het geen concert van Rios was met wat ondersteuning. Het waren drie muzikanten die hun eigen instrumenten ook op gelijke geluidshoogte plaatsten. Zo moest het ook.
Soms jazzy-bluesy, soms fluisterrockerig akoestisch, soms strak maar kleurrijk licht en zonnig, soms ludieke uitstapjes met orgeltjes en getingeling. Het heel heterogene publiek genoot en deinde mee, deed zelfs mee. En vooral ook omdat ze het enthousiasme, het plezier, de pretoogjes van alle drie de heren merkten. Gekoppeld aan vakmanschap. ,Ik heb nu al vier albums uitgebracht, maar ik ben zo blij dat ik dit heb’, voegde Rios er overbodig aan toe. “Ik weet niet wat ik met mijn energie zou doen zonder dit”. 
”You gonna get the album?” vroeg hij luidop. “Wel, je krijgt het voor niets. Download het maar, het kan me niets schelen. Als je maar blijft terugkeren als we weer eens in de buurt zijn. En koop af en toe eens een t-shirt”.
Rios-Neve-Proesmans: 1+1+1 = 4 !

Neem gerust een kijkje naar de pics.

Organisatie: Cultuurcentrum, Kortrijk

The Four Tops vs The Temptations

The Four Tops – The Temptations: memorabel duoconcert van Tamla Motownlegendes

Geschreven door

Op vrijdagavond 12 maart zat het Kursaal van Oostende tot de nok gevuld voor een spetterende Tamla Motownshow. Stipt om 20.00 u kregen we The Four Tops te horen en na de pauze was het de beurt aan The Temptations. Het was drie jaar geleden dat beide groepen België aandeden en de lovende kritieken van de vorige passage hadden er voor gezorgd dat het concert uitverkocht was.

Deze twee legendarische groepen voorstellen hoeft haast niet. Ze waren allebei op hun manier uiterst succesvolle componenten van de Tamla Motown hitmachine in de zestiger en zeventiger jaren. De vraag was of zij deze reputatie ook zouden kunnen waarmaken op het podium: van beide groepen is namelijk slechts maar één origineel lid meer overgebleven. Vooral voor The Four Tops betekent dit een handicap: ze slaagden er bijna vier decennia in met dezelfde samenstelling op te treden, en het is waar: zonder het zo specifieke stemgeluid van de overleden leadzanger Levi Stubbs klinkt de groep toch wel even anders. Maar desalniettemin slaagde de huidige bezetting er in het originele geluid goed te benaderen, zij het dat we de opzwepende Motown snaredrum moesten missen.

Bij
The Temptations wisselde de samenstelling nogal eens over de jaren heen, maar men bleef de “legacy” trouw door dezelfde arrangementen, dezelfde danspasjes en dezelfde gimmicks te gebruiken als jaren geleden. En baszanger Joe Herndon wist met zijn bijdrage de imitatie van het typische Temptations-geluid op verbluffende wijze te vervolmaken. 

Beide groepen werden begeleid door een tiental topmuzikanten die alles van de partituur afspeelden. De blazers klonken heel zuiver en goed georchestreerd. Er was hier duidelijk niet beknibbeld op het budget ten koste van de kwaliteit. Het viel mij wel op dat de meeste muzikanten blank waren. Een beetje vreemd voor het optreden van twee zwarte groepen...
Maar beide shows sloten heel goed bij mekaar aan en zelfs de setlists leken op mekaar afgestemd: er werd telkens een “greatest hits”- revue ten gehore gebracht, afgewisseld met enkele bekende ballads, om daarna naar een denderende climax toe te werken. Wat mij wel stoorde waren de flauwe prestaties van de zangers tijdens de eerste nummers. Onvoldoende gesoundchecked, of gewoon een slecht afgeregelde klankbalans ? Wie zal het zeggen? Feit is dat alles uiteindelijk telkens goed kwam vanaf de tweede helft van beide shows. De synchronisatie van de bewegingen van The Four Tops was niet zo goed: op sommige momenten stond iedereen zo maar wat te bewegen en met de handjes te wapperen. The Temptations hadden hun danspasjes duidelijk beter ingeoefend en dat kon het publiek warm appreciëren.

Al bij al dient gezegd dat het twee geslaagde optredens werden, perfect opgebouwd, met prachtige gepolijste stemgeluiden en goed uitgekiende en ingestudeerde danspassen. De kostumering was in orde, met alle nodige glitter die past bij zo’n soort concert. En ja: de meezingmomenten voor de zaal en het GSM gezwaai waren voorspelbaar. Maar dat neem je er graag bij, zeker als je een vol Kursaal spontaan ziet rechtspringen om “My girl” uit volle borst mee te zingen…
Wat een schril contrast met de fake playbackshow van Demis Roussos enkele maanden geleden in hetzelfde Kursaal!

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

Jacques Dutronc

Jacques Dutronc: tegendraadse charmante gastheer

Geschreven door

Vorst Nationaal liep vrijdagavond aardig vol voor de komst van de Franse chansonnier/rockster Jacques Dutronc, die sinds het begin van dit jaar met zijn best-of tour door Frankrijk en België trekt. Mogelijk is dit ook zijn laatste ooit, want Dutronc is geen écht podiumbeest: zijn laatste optreden dateert van 1993 en toen was het reeds twintig jaar geleden dat hij nog live aan het werk te zien was. Dutronc, 66 jaar ondertussen, trekt zich liever terug op het eiland Corsica waar hij klusjes opknapt voor zijn eega Françoise Hardy (Tous les garçons et les filles…) en geniet van het paradijselijke dolce far niente met zijn Corsicaanse vrienden.
Geen doorgedreven muzikaal parcours dus, maar Dutronc profileert zich sinds begin jaren ’70 wel als acteur. Hij heeft reeds 39 films op zijn palmares en werd daarvoor ook bekroond met een César. Zelf minimaliseert Dutronc zijn succes, op zijn gekende nonchalante manier: zanger worden was geen grote ambitie en acteur worden al evenmin. Zijn volledige carrière zou hij te danken hebben aan toevalligheden en veel chance. We wisten dus niet goed wat te verwachten van zijn deze avond…

Een spot vestigt de aandacht op Jacques Dutronc zittend in een leren zetel, volledig in het zwart uitgedost, inclusief leren vest en zonnebril (never change a winning team…). Na een kort intermezzo waarin hij met plezier zijn terugkomst naar België benadrukt, zet hij de tonen in van het aanstekelijke Et moi, et moi et moi, titelsong van zijn eerste plaat uit 1966. Het eerste wat opvalt: de stem van Dutronc klinkt nog net zo krachtig en standvastig als 40 jaar geleden! De whisky’s en sigaren (Dutronc staat bijna altijd afgebeeld met sigaar in de mond) hebben duidelijk geen schade toegebracht. De eerste nummers, o.a. On nous cache tout, on nous dit rien en La fille du père noël  zijn simpelweg ouderwetse rocknummers met zware baslijn, obligate gitaarsolo’s en achtergrondzangeressen. Naïef en gedateerd misschien in deze postmoderne tijden, maar niemand blijft onberoerd bij zoveel ritme en melodie en de zaal danst gewillig mee. Niet vergeten dat deze Franse rockabilly-muziek erg populair was in de jaren ‘60 (zie ook Johnny Halliday en Eddy Mitchell) en het net deze muziek was waarmee Dutronc zijn eerste muzikale stappen zette (zijn eerste EP bracht hij uit met een groep genaamd El Toro et Les Cyclones, vrij gebaseerd op The Shadows…).
Dutronc schuwt in zijn muziek humor en zelfspot niet, zoals in L’Opportuniste en de schlager Gentleman cambrioleur en L'hymne à l'amour (moi l'nœud). Aan het laatste nummer schreef ook Serge Gainsbourg mee. De Franse zanger en producer Etienne Daho was voor de gelegenheid afgezakt naar Vorst om het duet Tous les goûts sont dans ma nature luister bij zetten, een nummer dat in 1995 werd opgenomen voor de cd Brèves Rencontres waaraan ook Dutronc’s zoon Thomas meewerkte (deze is zelf ook een succesvol artiest, zijn laatste album verkocht 400.000 exemplaren).
Het eerste hoogtepunt van de avond was ongetwijfeld de ballad J’aime les filles, uit luide borst meegezongen door het publiek. Een aantal koppels waagt zich zelfs aan een slow voor het podium, zodat we het gevoel krijgen deel te hebben aan een t dansant. Het nummer wordt onderbroken door een in een rood avondkleed gehulde vrouwelijke dwerg die, provocatief zoals Dutronc is, een aantal flauwe Belgenmoppen komt vertellen (dit tegen de zin van het publiek die de moppen blijkbaar maar matig kan appreciëren…). Zijn liefde voor l’île de beauté bewijst Dutronc wanneer de vrouw hem een Corsicaanse vlag aanreikt én een Belgisch bier, waarop Dutronc repliceert dat hij toch een voorkeur heeft voor het Corsicaanse bier (waarop het publiek alom weer begint te rommelen).
Maar Dutronc zou Dutronc niet zijn als hij hierop niet al zijn charmes in de strijd gooit: hij breidt voort op J’aime les filles en past het refrein aan in J’aime les filles de Bruxelles; hij gaat op dit élan door met Les Playboys. Dutronc toont zich ook een ware crooner met het nummer Le petit Jardin, en kan gemakkelijk naast Tony Bennett staan (het idee is ooit gegroeid, maar nooit uitgevoerd, om met Tony Bennett een cd op te nemen). Twee gitaren en een fluit begeleiden Dutronc bij Paris s’éveille, waarschijnlijk zijn meest gekende nummer en tweede hoogtepunt van de avond. Nooit is de ochtendlijke bedrijvigheid in een stad zo mooi beschreven en bezongen als in Parijs….
Dutronc sluit af met een bombastisch Merde in France (Capaboum), waarin ook een tapdanser figureert. Hij komt nog eens terug en brengt, om één of andere reden andermaal, Et moi, et moi, et moi, aanvankelijk solo op gitaar, vervolgens komt de ganse band het nog eens overdoen, wat het naar het einde toe net iets te langdradig maakt.

Jacques Dutronc deed dus wat er van hem verwacht werd: hij bracht, als tegendraadse maar toch charmante gastheer, met overtuiging zijn grootste hits (quasi alle uit zijn beginjaren), met een professionele, perfect op elkaar ingespeelde band. Jammer dat  er sommige klassiekers ontbraken (o.a. Mini, mini, mini) en Dutronc geen meer intimistisch moment inlaste met zijn gitaar (hij is zelf ook een begenadigd muzikant).
Ps: voor de afwezigen … Jacques Dutronc kan je nog eens aan het werk zien in Vorst Nationaal op 21 mei 2010.

Setlist
Et moi et moi et moi, Onnous cache tout, onnous dit rien, Commentellesdorment, Qui se soucie de nous, La Fille du Père Noël, L'Opportuniste, Gentleman cambrioleur, L'Hymne a l'amour (moil'noeud), Le plus difficile, Sur unenappe de restaurant, Tous les goûtssont dans ma nature, J'aime les filles, Les Playboys, Fais pas ci, fais pas ça, Madame l'Existence, Les cactus, Le Petit Jardin, Il est cinqheures, Paris s'éveille, La Compapade, Merde in France
BIS: Et moi et moi et mo

Organisatie: C-Live, Lux

Katzenjammer

Het is altijd lente met … Katzenjammer

Geschreven door

De vier Noorse deernes uit Oslo, Katzenjammer en de organisatie van Folkdranouter hebben een mooi pact gesloten. Drie keer op 1 jaar tijd wordt de leuke, vrouwelijke bende gecontacteerd! Katzenjammer debuteerde met een wonderlijk frisse, sprankelende en pakkende plaat ‘Le Pop’ en bepaalde vorig jaar mee de feestvreugde op het Festival.
Hun zaalconcert zorgde voor een eerste lenteprik en eind april kunnen ze nog de zandkorrels doen opwaaien met hun concert op Dranouter-aan-zee. De vier vrolijke meiden in de roodwitte bloemetjes- en spikkeljurkjes dompelden, in een stemmenpracht, hun eigenwijze en gevoelige folkloristische Scandinavische muziek onder in een onstuimige mix van klezmer, mariachi, hoempa, circusdeunen, zigeunermuziek en bluegrass.
Hun kattengejank is iets aparts … een sound van huppelende melodieën, cabaretier en jaren ’30 vaudeville door een divers, afwisselend instrumentarium van accordeon, banjo, mandoline, trompet, balalaikabas, klokkenspel, drums, piano en toetsen. Soms zijn het zeemansliederen, in whisky gedrenkte folk, cowcountrypunk of druipt de dramatiek ervan af. Katzenjammer brengt Kaizers Orchestra, Dresden Dolls, Tunng, Pogues en Tom Waits tesamen.

Ze speelden meer dan anderhalf uur lang een set van verschillende sfeerscheppingen. De dames zijn multi-instrumentalisten, wisselden van instrument alsof het een peulenschil was en straalden een enorm enthousiasme uit.
Meteen zat de sfeer erin met aanstekelijke, trippende, dansbare, zwierige nummers, “Der kapitan”, “Le pop” en “Tea with cinnamin”, dé triggers die inwerken op de dansspieren. De vaardige nummers gaven een soort French Can Can gevoel. Probleemloos veranderden ze van instrument, of speelden ze twee instrumenten tegelijk (waaronder de gitaar, trompet en drums), boden elkaar vocale ruimte of nét vloeiden hun stemmen in elkaar over. “Mother Superior” deed ons zelfs hollen naar een plaatselijk circus van een zigeunerbende.
Katzenjammer toonde ook z’n andere kant …een gevoelsmatige sfeer hadden we met “Virginia Clemm”, “Lady Marlene” en “Wading in deeper”, die intiem en intens sfeervol klonken door de warme klanken, de spaarzame begeleiding, het klokkenspel en de vocale pracht.
Ze trokken richting Antwerpse kaai/ cabaret / vaudeville en hadden onderhuids iets van de Andrew Sisters in “Shephards song”, “Cherry pee” en “Play my darling, play”. “Hey ho on the devil’s back”, later in de set, bracht de broeierige intensiteit van het Katzenjammer Kabaret ten top en was nauw verwant aan Amanda Palmers Dresden Dolls. De frivole dames stonden dicht bij elkaar en gaven de songs een handige verrassende draai door het getokkel op mandoline, banjo, akoestische gitaar en die speciale bas. En tot slot overladen ze ons met hun blijdschap in de uptempo meezingliederen “Demon Kitty rag”, “To the sea”, een pastiche op Genesis “Land of confusion” vs ‘Zorba de Griek’en het nieuwe “Listening”.
Zo zie je maar hoe origineel, gevat en creatief ze te werk gingen op hun instrumenten en hoe ze hun publiek (verleidelijk) entertainden. Het donker bezwerende, gospelneigende “God’s great” breidde er nog een leuk staartje aan.

Zoals we wel konden verwachten, werden de dames op handen gedragen en hoorden we nog een snedige, gedreven bis van een tweetal cowcountry/folkpunknummers, “Gypsy flee” en “A bar in A’dam”, waarmee het kwartet vorig jaar de aandacht trok binnen onze regionen.
Katzenjammer was een schot in de roos, de aanstekelijke trigger om er nu eens een mooie lente van te maken …

Organisatie: Folkdranouter, Dranouter

Black Rebel Motorcycle Club

Beat the devil’s tattoo

Geschreven door

Na de shoegaze sound van hun eerste twee albums namen BRMC een drastische koerswijziging met het fantastische ‘Howl’, een rootsy en naakt album met wortels in de blues en country, en met een flinke scheut Dylan. Met hun vierde ‘Baby 81’ traden ze nadien terug in de voetsporen van de eerste albums. Na de lovende recensies voor de koersverandering op ‘Howl’ werd de terugkeer naar de vertrouwde sound met ‘Baby 81’dan ook op gemengde gevoelens onthaald,  wij waren alvast wel weer overtuigd dankzij sterke songs als “Weapon of choice”, “666 conducer” en “American X”.
Eind 2009 kwam BRMC nog op de proppen met een door ons fel gesmaakte live cd en dvd, waarop zij hun beste songs van de eerste vier platen op overtuigende wijze stuk voor stuk voorzien van een potige live uitvoering.
De nieuwe ‘Beat the devil’s tattoo’ is een bijzonder geslaagde best of both worlds. De diepgang en roots van ‘Howl’ gecombineerd met de noise en de donkere lagen van ‘B.RM.C’, ‘Take them on your own’ en ‘Baby 81’. De band speelt al zijn troeven uit en het resultaat mag er zijn.
Bij de opening, in de bezwerende titelsong, dwaalt duidelijk nog de geest van ‘Howl’ rond, alsook in de naakte ballads “Sweet feeling”, “The toll” en het aan de Beatles schatplichtige “Long way down”.
Verder komen BRMC verdomd smerig uit hun pijp. Zo wild en vettig als op “Conscience killer” en de gemene sleper “War machine” hebben we hen nog maar weinig gehoord. En wat te zeggen van het snerpende “River styx”, geweldige shoegazer-blues als het ware. De Velvet Underground sluimert dan weer in een gedreven en naar een bruisende climax toegroeiende “Evol”. Onheilspellende spanning huist in het scheurende “Aya”, de song breekt opent als de muil van een bloeddorstige boa constrictor. Het album eindigt met de flink uitgerokken track “Half state”, traag, dreigend en met sluipende gitaren uitmondend in een bijtende eruptie, terwijl de song en de melodie moeiteloos overeind blijven.
Het trio (met nieuwe drumster, gejat van The Raveonettes) heeft met deze ‘Beat the devil’s tattoo’ een kanjer van een plaat afgeleverd. Ze hebben het juiste evenwicht gevonden tussen noise, psychedelica, roots, melodie en ferme brokken van songs. Misschien wel hun beste tot op heden. …Op 14/05 in de Botanique. Be there !

Drive By Truckers

The big to-do

Geschreven door

Nogal een productieve bende, deze Drive By Truckers. ‘The big to-do’ is al hun elfde plaat in evenveel jaar en wij zijn de eerste om u te vertellen dat er bij hun nu al indrukwekkende back catalogue geen of weinig kaf tussen het koren zit. Hun voorlaatste studio album, het even fameuze als ambitieuze ‘Brighter than creation’s dark’ (19 songs, beste mensen !) dateert van 2008. Het jaar daarop kwamen ze aanzetten met ‘Fine Print’, een fijne collectie rarities en b-kantjes, en ook nog eens met een live album ‘Live from Austin Texas’. Tussendoor heeft frontman Patterson Hood leukweg het voortreffelijke solo album ‘Murdering Oscar’ ineengebokst. U merkt het, die gasten hebben niet stilgezeten.
Door zo’n productiviteit is, hoe kan het ook anders, de sound nu al redelijk vertrouwd geworden en wordt het dus aartsmoeilijk om nog verrassend uit de hoek te komen. En dat is ook zo op ‘The big to-do’, een album dat niet de geschiedenis zal ingaan als DBT’s beste (daarvoor moet je bij  ‘Southern rock opera’, ‘The dirty south’ of ‘Brighter than creation’s dark’ zijn), wel één waar nog maar eens beresterke songs op staan in goeie ouwe rock- en americana traditie. Neem nu het lekker voortdrijvende “The wig he made her wear” waar Patterson Hood in zijn typische vertelstijl doorheen floreert, of de denderende rock’n’roll song “Get downtown” waarbij men zich spontaan een ritje in een onvervalste fifties cadillac voorstelt met in de passagierszetel een wulpse dame met opgestoken kapsel die zin heeft in feesten en de aangename geneugtes die daar wel eens zouden kunnen op volgen. Voorts zijn er de stevige voortrollende classic rocksongs als “Drag the lake Charlie” en “After the scene dies”. Een aangenaam buitenbeentje is “You got another”, een scherpe ballad die gedragen wordt door de ijle stem van bassiste Shonna Tucker.
‘The big to-do’ is gewoon een fijne staalkaart van waar Drive By Truckers voor staan, niks meer, maar vooral ook niks minder.

Pagina 440 van 497