logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

Blood Red Shoes

Fire like this

Geschreven door

Het sympathieke man- meisje duo Blood Red Shoes, Laura-May Carter (zang/gitaar) en Steve Ansell (drum/gitaar) trekken de veters op de tweede cd ‘Fire like this’, opvolger van het schitterende debuut ‘Box of secrets’ (btw op 2 in m’n persoonlijke top in 2008!), nog strakker toe. Ze doen verder waar ze al goed in waren, nl. op speels, ongedwongen wijze uiterst genietbare, onstuimige, opwindende en gecontroleerd, harmonieus beklijvende gitaarsongs toveren. Het is aangenaam luisteren, genieten, dansen en springen op de snedig, gebalde riffs en opzwepende drums. Blood Red Shoes heeft hun nummers de energie, de hooks en power en de ritmes huppelen en dartelen om je heen, bouwen de song op en exploderen, onstuimig, beheerst en doordacht.
De songs klinken wel iets breder en hebben meer diepgang; “When we wake” (glansrol voor Laura-May) en “Count me out” zijn sterke voorbeelden hiervan. We zijn alvast vol lof en bewondering van wat het duo uit de kas haalt met hun aanstekelijke songs; de eerste songs zijn al van een prima klasse, “Don’t ask”, “Light it up” en “It’s happening again”. En ook in het tweede deel van de cd houden ze het tempo hoog met hevige, vaardige en snelle nummers als “Heartsink”. Een full-on rockband heet zoiets. Enkel “Follow the lines” en ten dele “One more empty chair” vallen binnen de BRS dynamiek wat uit de boot. Maar niet getreurd, met het zeven minuten durende “Colours fade” besluiten ze en bieden ze een schitterende ‘closing final’, waarin live nog eens alle duivels worden ontbonden … een heerlijke wind feedbackgeraas waait over.
’Fire like this’ is opnieuw een prima plaatje met tien voltreffers. Jawel bij Blood Red Shoes kunnen gerust The Pretenders, Magnapop en The Breeders aan tafel schuiven voor een leuk rock’n’roll onderonsje …

Tunng

… And then we saw the land

Geschreven door

Als er toch zoiets zou bestaan als een ultiem lenteplaatje dan zou het best kunnen dat deze dit jaar overhandigd wordt aan de Britse band Tunng. Niet dat alles zomaar van een leien dakje liep want toen één van de sleutelfiguren (Sam Genders) besloot om de groep te verlaten, bleef het lang onzeker of deze folktronicahelden dit ooit nog zouden te boven komen.
Niet getreurd echter, want met hun vierde wapenfeit komen ze sterker uit de hoek dan de meeste fans verwacht hadden, ook al zullen sommige zich misschien storen aan het hoog poppy-gehalte van deze plaat.
Tunng was geruime tijd met Tinariwen op toer en zij lieten zich daar dan ook behoorlijk door inspireren, niet dat deze ‘...And then we saw the land’ een plaat met wereldmuziek is geworden maar de term folktronica is niet meer op zijn plaats, dus houden we het maar op indie. Je zou deze aangename plaat het best kunnen omschrijven als een hippieversie van Belle & Sebastian.
Alles is zeemzoet tot op het bot, ook al zitten onze Britse vrienden er niet om verlegen om nogal wat ongewone geluidjes (een voorbij wandelende toerist, een blazersectie die je alleen bij klassieke componisten verwacht, ...) in hun indiefolkriedeltjes op te nemen.
Het resultaat is een meer dan geslaagde plaat die je misschien niet vooraan in je collectie zal plaatsen maar het is wel...tja...een zeer fijn lenteplaatje!

Solex

Amsterdam Throw Down King Street Showdown: nieuwe dimensie

Geschreven door

Amsterdam Throw Down King Street Showdown: nieuwe dimensie
Solex vs Cristina Martinez + Jon Spencer
Dat Jon Spencer een bezige bij is wisten we al langer dan vandaag. De man heeft nog maar net een Europese toer met Heavy Trash achter de rug en hij komt al op de proppen met nieuw werk. De inspirator van dienst was deze keer Solex aka Elisabeth Esselink.
Het indiesprookje van het meisje uit Delft dat in haar platenwinkel oude verloren geluiden via een 8 track-recorder omtoverde in geniale electropopdeuntjes met een experimentele inslag is je ondertussen misschien al bekend. Jon Spencer (Pussy Galore, The Jon Spencer Blues Explosion, recent Heavy Trash) hoeven we niemand meer voor te stellen. De wondermooie Cristina Martinez is niet alleen in het dagelijkse leven mevrouw Jon Spencer, maar ze is ook de frontvrouw van die andere indierocklegende Boss Hog.
Op dezelfde manier zoals ze zelf haar eigen muziekjes samenstelde, realiseerde Solex in een aanzienlijke periode van een paar jaar dit klein meesterwerkje. Het is natuurlijk niet de eerste keer dat artiesten die blijkbaar niks met elkaar te maken hebben besluiten om samen te werken. Het verrassende aan dit samenwerkingsverband is dat deze CD geen verzameling geworden is van oersaaie overbodige remixes. Integendeel. Jon Spencer is een artiest die van veel markten thuis is, maar door de innoverende inbreng van Solex blijkt er alweer een nieuwe dimensie in de rijke carrière van de man te zijn aangebroken.
De luisteraar hoeft niet te vrezen dat de bezieler van de ‘Bloo-ze Explosion’ verloren dreigt te lopen in een verzameling van elektronische beats, want eigenlijk kun je deze CD het best linken aan de sfeer van B-films uit de jaren ‘50. Soms zou je verwachten dat er elk moment een weerwolfgedrocht uit je speakers kan kruipen, maar de luisteraar kan gerust zijn: het is Jon Spencer maar, al lijkt het erop dat hij al zijn innerlijke duivels loslaat. Het vrouwelijke gezelschap van Elizabeth en Cristina staat Jon geenszins slecht want terwijl de bluesrocklegende klinkt als een monsterachtige bariton, is het net alsof de vrouwtjes de opdracht hebben gekregen om de engeltjes van dienst te zijn.
’Amsterdam Throw Down King Street Showdown’ (leer dat van buiten!) is een zeer gevarieerde CD geworden. Ook al klinkt opener “Bon Bon” als een rommelig nummertje dat verdomd veel lijkt op een verloren gewaand Blues Explosion-nummertje, dan wordt de luisteraar al vlug verwend met een nummer als “Galaxy Man” dat zowaar de sfeer bezit van een psychedelisch Hawkwind-nummer. “R is for R-ding” zou kunnen doorgaan als een Air-bewerking, terwijl een song als “The Uppercut” lekker ouderwets klinkt omwille van de Moog. Dan heb je nog zoiets als “Appie” waarop Jon verduiveld veel lijkt op het evenbeeld van Mark E. Smith (hopelijk voor hem alleen vocaal) terwijl de meisjes als een reïncarnatie van The Supremes klinken. Het absolute hoogtepunt van deze CD is echter “Don’t hold back” dat niet zou misstaan op de soundtrack van Vampiros Lesbos.
Wie dacht dat het liedje van Jon Spencer reeds lang uitgezongen was, heeft duidelijk geen rekening gehouden met de plannen van Solex! Een tip? Wat dacht je?

The 11 th Hour

Burden Of Grief

Geschreven door

Na het passende opzoekingswerk kwam ik te weten dat de 11th Hour het soloproject is van Ed Warby, een Nederlander die we kennen van bands als Gorefest en Hail Of Bullets. Deze heer heeft het debuutalbum van dit project de naam ‘Burden Of Grief’ meegegeven.
Ja, deze Ed Warby heeft duidelijk genoeg werk gestoken in zijn album. Enerzijds heeft hij zo’n beetje alle instrumenten ingespeeld, behalve de grunts die soms eens passeren. Deze zijn verzorgd door een zekere Rogga Johnnson (bekend van o.a. Edge Of Sanity, Paganizer, Demiurg). Anderszijds is hij er in geslaagd om zes pakkende Doom songs af te leveren.
Er is gekozen voor een zwaar en donker geluid, wat toch wel een must is bij dit soort muziek.
De cleane zang van Ed Warby wordt op passende wijze afgewisseld door de grunts van Rogga Johnnson, al heb ik toch de voorkeur voor deze laatste. Ik vind de zang van Warby nu niet bepaald super, maar dit kan in smaken liggen.
Over de muziek zelf heb ik niet zo veel te zeggen. Het zijn stuk voor stuk prima Doom Metalnummers die zeker in de smaak zullen vallen bij de gemiddelde liefhebber van dit genre. Verwacht niets baanbrekends, maar verwacht ook geen slechte ‘Wannabe’ Doom Metalplaat. Voor mij is dit een meer dan geslaagd album waar ik met genoegen naar geluisterd heb, ik verwacht van andere Doom Metalliefhebbers hetzelfde.

John Hiatt

The open road

Geschreven door

Met de regelmaat van de klok maakt goeie ouwe songsmid John Hiatt (58 is ie ondertussen al) zo om de twee jaar een nieuwe plaat. De laatste jaren waren zijn werkstukjes zeer degelijk, doch niet onvergetelijk. Voor de betere Hiatt platen moeten we toch al terug naar de periode 1983 tot 1993 (‘Riding with the king’ tot ‘Perfectly good guitar’ en alles wat daar tussenin zat), maar zijn nieuwe komt weer aardig in de buurt.
Met ‘The open road’ betreedt hij geregeld de paden van de blues en dat ligt hem. Het levert een werkelijk schitterende bluessong als “Like a freigth train” op, een nummer waarop hij de eenzame hoogten haalt van het absolute meesterwerk ‘Bring the family’.
Met Doug Lancio heeft Hiatt een knappe gitarist in huis die aardig overweg kan met de slide gitaar en hiermee behoorlijk zijn stempel drukt op de hele plaat. Fijne rockers als “My baby” en “What kind of man” worden op die manier door een bedrijvige Lancio lekker voort gestuwd.
Rustiger gaat het er aan toe in de onvermijdelijke typische Hiatt ballads “Homeland” en “Fireball roberts”, zeer herkenbaar maar ook heel mooi.
‘The Open Road’ is gewoon een oerdegelijk John Hiatt album geworden , wat wil zeggen dat er aan de hoge verwachtingen voldaan is en dat springerige Arctic Monkeys of Yeah Yeah Yeahs fans het ding niet echt zullen aanschaffen. John Hiatt is immers zo hip als een baal stro.

Titus Andronicus

Monitor

Geschreven door

Als Bruce Springsteen wat meer aan de Guinness zou zitten en zijn inmiddels seniele E Street Band zou vervangen door een bende jonge punks, dan zou het resultaat waarschijnlijk klinken als deze nieuwe plaat van Titus Andronicus. De band zit mee in het clubje van The Hold Steady en The Gaslight Anthem, ook twee frisse rockgroepen die de energie van Springsteen overgenomen hebben maar niet de pathos.
Daar waar de debuutplaat ‘The airing of grievances’ nog een rauwe punk kopstoot was, is ‘Monitor’ een stuk breder en ambitieuzer opgevat. Die gasten hebben er geen probleem mee om strijkers, blazers, fiddles, een piano en zelfs een doedelzak (jawel, een doedelzak!) in hun powervolle sound binnen te loodsen (The Pogues en Flogging Molly hangen geregeld in de buurt) en de nummers stijgen in een viertal gevallen boven de zeven minuten uit. Afsluiter “The battle of Hampton Roads” steekt hierin met zijn volle 14 minuten de hoofdvogel af, en ’t is een verdomde motherfucker van een song. Vaak wordt het geweer in één en dezelfde song van schouder gewisseld, in “A pot in which to piss” en “Four score and seven” (allebei kanjers van meer dan zeven minuten) levert dit telkens een knap staaltje strijdlustige, gebalde en emotievolle rock op. Punk en dramatiek gaan hand in hand bij Titus Andronicus, en dat is maar weinig bands gegeven. We vinden er toch wel eentje, The Replacements, de vergelijkingen met Paul Westerberg’s groep zijn dan ook niet uit de lucht gegrepen.
Qua strijdvaardige punk menen wij ook een snuif Stiff Little Fingers te herkennen. U merkt het, ’t zijn alleen maar goeie dingen die ons voor de geest komen. Geweldige plaat.

Arid

Under the cold street lights

Geschreven door

Het Gentse Arid gaf in 2008 nieuw teken van leven met de cd ‘All things come in waves’. Na de succesvolle eerste twee platen ‘Little things of Venom’ (’99) en ‘All is quiet now’ (‘02) nam de band een break, maakte Jasper een solo uitstap, maar werd ook genekt en moest langdurig herstellen van toxoplasmose.
Ondanks het feit dat de vorige cd weinig nieuws onder de zon bracht en een goede afwisseling bood van poprock en ballads, gedragen door Jasper’s vocale capriolen, behielden ze de Vlaamse fans en wonnen zieltjes in Wallonië en Frankrijk. De band werd in ieders armen gesloten; het werd een happy return aan het muzikale front dus.
Het tot een trio gereduceerde Arid, Steverlinck – Du Pré - Van Havere verbaast nu toch wel met hun vierde plaat. ‘Under the cold street lights’ versmelt de eerste twee platen tot één en zorgt ervoor dat hun derde cd een handig tussendoortje werd. Inderdaad het is een meesterlijke nieuwe plaat, een forse stap voorwaarts in hun oeuvre, zoals het al eerder moest zijn. De sound is steviger, venijniger, smeriger en grauwer, zonder aan melodie in te boeten; de songs hebben een onderhuidse spanning, zijn intens broeierig, slepend, gedreven en het ballad gehalte is tot een minimum herleid. Ook de toetsen krijgen een prominente rol en de dubbele zanglijnen betekenen een meerwaarde. Opener “Flood” zet meteen de nieuwe toon van Arid; “Come on”, “All that’s here is all that’s left” en “Custom gold” zijn snedige rockers. “Seven odd years” en “Mindless” zijn Aridsongs als vanouds. En op “Broken dancer” hoor je Arid in z’n meest alternatieve vorm. Variatie en veelzijdigheid troef dus, wat zorgt dat het een erg overtuigende cd is geworden.

The Sonics

Onverslijtbare Sonics serveren protopunk anno 1965

Geschreven door

Laten we beginnen met het rechtzetten van een geschiedkundige blunder: punk ontstond niet in Londen, New York of Detroit maar in Tacoma, Washington. De meest notoire groep die dit onooglijke havenstadje op een steenworp van Seattle ooit heeft voortgebracht, The Sonics, is immers eigenhandig verantwoordelijk voor de eerste geslaagde poging om schreeuwerige vocals, ongepolijste gitaren en een op hol geslagen ritmesectie in elkaar te draaien tot een nieuw opwindend geluid in de popgeschiedenis. Diezelfde rauwe basisingrediënten werden in de jaren daarop ook gebruikt in de muzikale exploten van pakweg MC5, The Stooges, New York Dolls, Ramones en Sex Pistols, maar dé protopunk statement dateert van november 1964 toen The Sonics hun debuutsingle “The Witch” op de nietsvermoedende wereld loslieten. Twee lichtjes fenomenale albums propvol opwindende garagerock avant-la-lettre volgden, ‘Here Are The Sonics!!!’ (1965) en ‘Boom’ (1966), maar zoals de meeste groepen die hun tijd ver vooruit waren gooiden ook The Sonics de handdoek in de ring bij het uitblijven van commercieel succes. Zonder dat ze het zelf beseften groeide hun cult aanhang echter bij elke nieuwe muzikale generatie, en onvermijdelijk moest dat vroeg of laat eens leiden tot een reunie. Sinds 2007 zijn The Sonics terug sporadisch live te bewonderen, en dit voorjaar wordt zelfs een heuse Europese mini-tour ondernomen. In de Gentse Ha’ gaven drie van de originele Sonics vergezeld van twee ingehuurde generatiegenoten acte de présence om hun protopunk aan de tand des tijds te onderwerpen.

“
It’s awful quiet in here, but we’ll soon change all that”: vooraleer de eerste noot was gespeeld lieten de overjaarse opa’s er geen twijfel over bestaan dat ze niet naar Gent waren afgezakt voor een gezondheidswandelingetje. Eén van de ronkende openers, Barrett Strong’s “Money”, blijkt zanger/toetsenist
Gerry Roslie immers nog steeds even lekker op het lijf geschreven als 45 jaar geleden. Roslie kreeg toen het etiket van ‘de blanke Little Richard’ opgespeld, maar die eretitel heeft hij sinds kort moeten afstaan aan de ingehuurde bassist Freddie Dennis. Het strot van deze kleine brulaap kan je bij momenten zelfs vergelijken met dat van John Fogerty in overdrive, een vergelijking die vooral opging tijdens “Cinderella”, “Lucille” en “Dirty Robber”. Heel even stak de roodgloeiende Dennis zelfs wijlen AC/DC frontman Bon Scott naar de kroon op het nieuwe “I Like Your Bad Attitude”, benieuwd trouwens of daar een volledige nieuwe plaat aan vast hangt?
Alsof het nog niet genoeg is hebben The Sonics met de originele saxofonist Rob Lind ook nog een derde zanger in de rangen. Op Richard Berry’s “Have Love, Will Travel” kreeg zijn sax een vrijgeleide waardoor de temperatuur in de Ha’ nog wat verder opliep en het publiek klaar leek voor een stomend garagerock feestje. Dat drummer Ricky Johnson al eens uit de maat durfde te meppen en de gitaar van Larry Parypa tijdens “Keep A Knocking” plots alle dienst weigerde leken dan ook niet meer dan details. Het was ons en iedereen vooral te doen om ultieme Sonics originals als “Strychnine”, “Boss Hoss” en “Psycho” te ondergaan alsof het 1965 was. Het blijven absolute rock’n’roll standards die ook in de Ha’ door jong en oud werden geapprecieerd, van trendy retrokids met bakkebaarden en geketende portefeuilles tot grijzende jongeren op leeftijd.
Na een stomende set van een goed uurtje konden er toch nog twee korte bisrondes af. De opzwepende Sonics interpretatie van “Louie Louie” mocht hierbij uiteraard niet ontbreken, net als die ene halve hitsingle “The Witch”. Trots en beleefd als de heren zijn deden ze Little Richard’s “Keep A Knocking”, het originele B-kantje van voorgenoemde single, tenslotte nog eens over en dit keer zonder technische storingen. Hoorden we in de intro van dat nummer trouwens geen echo van de Ramones?

Op een leeftijd waar hun generatiegenoten genieten van een welverdiend pensioentje of inmiddels het tijdelijke voor het eeuwige hebben geruild slagen de overgebleven Sonics er nog steeds in om het heilige rock’n’roll vuur brandend te houden. Malcolm McLaren R.I.P., but long live The Sonics!

Opwarmer van dienst was het Gentse kroeggezelschap The Wrong. Voormalig Soapstone frontman en schuurpapieren strot Tom Derie mag binnen de Gentse muziekscene gerust een legende genoemd worden; in het gezelschap van zingende broer Staf en een bende geroutineerde muzikanten uit o.a. 50ft Combo, Backstabbers en Secret Agent Men grasduint hij nog steeds in 50 jaar soul, blues en garagerock. De thuismatch van The Wrong in de Ha’ leverde zowel op als naast het podium al meteen enkele zwetende lijven op, benieuwd wat dat straks gaat geven op de Gentsche Fieste…

Organisatie: Handelsbeurs, Gent  

The Sonics

The Sonics: rock’n’roll spirit op pensioengerechtigde leeftijd!

Geschreven door

Openen voor The Sonics, het zal een droom blijven voor menig garagebandje. Die eer viel te beurt aan The Wrong, een soort Gentse supergroep met leden die hun sporen verdienden bij o.a. Soapstone, 50 Ft Combo en Secret Agent Men. Met zijn zessen produceerden ze een perfecte sixtiessound, gedomineerd door het Farfisa-orgeltje van Francis Wildemeersch. Het klonk nogal braaf, zeker in vergelijking met The Sonics later, maar het hoeft niet altijd even wild te zijn. Maar de boel evenwel werd serieus verkloot door de zangers Tom en Stef Derie, die zichzelf oneindig grappig vonden, en door hun geëmmer de vaart er volledig uithaalden. Tijdens de Gentse Feesten zullen deze heren zonder twijfel menig café op stelten weten te zetten, hier bleek het toch een gemiste kans.

Het belang van The Sonics kan moeilijk overschat worden. De groep uit Tacoma, Washington wordt door talloze bands, zoals The Stooges, The Cramps, Nirvana en The White Stripes op handen gedragen en een fuif met een beetje rock-'n’-roll spirit heeft nog steeds "Psycho" op de playlist staan. Toch blijft het verhaal van The Sonics nogal bizar. In hun korte bestaan, tussen '63 en '67, maakten ze twee prachtige LP's, maar het succes bleef uit. De tijd was toen duidelijk nog niet rijp voor dergelijke rauwe garagerock. Daarna volgde de grote stilte, een eenmalige reünie in '72 niet te na gesproken, tot ze in 2007 gevraagd worden op Cavestomp!, een garagerockfestival in New York. Sindsdien is de groep opnieuw bij elkaar met nog drie originele leden : Gerry Roslie (orgel, piano en lead vocals), Larry Parypa (gitaar) en Rob Lind (sax), die intussen allen de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben. Samen met Ricky Johnson (drums) en Freddie Dennis (bas) lukt nu wel wat in de jaren '60 niet kon : optreden in New York en toeren door Europa, wat hen in 2008 al eens naar België (Sjock Gierle) bracht.

Men kan veel aanmerken op het concert van The Sonics in de Handelsbeurs. Zo duurde het een tijdje vooraleer de klank een beetje goed zat, de eerste twee nummers moesten we het zelfs stellen zonder de cruciale sax. Gitarist Larry Parypa bleef op een gegeven moment minuten lang prutsen om zijn gitaar gestemd te krijgen. De paar nieuwe songs waren immense draken en op een fout meer of minder werd niet gekeken (maar dat laatste hoeft niet noodzakelijk een nadeel te zijn in de garagerock).
Ondanks dat alles zagen we toch een spetterende show die weer dagen zal blijven nazinderen. Het blijft verbazen hoe snedig deze gepensioneerden nog klinken. The Sonics scheurden als een bende jonge honden door een rits tijdloze nummers als "Cinderella", "Have love will travel", "Boss Hoss", "Strychnine", "Psycho" of "The Witch" en slaagden er zelfs in om het doodgecoverde "Louie Louie" nieuw leven in te blazen. De nieuwe bassist, die door mijn buurman niet onbegrijpelijk verward werd met Susan Boyle, bleek een echte aanwinst. Met een stem die nog een stuk rauwer leek dan die van Little Richard, huilde hij zich door een handvol pure rock-'n’-roll songs waaronder "Lucille".


Misschien hing er wat minder magie in de lucht dan twee jaar geleden in Gierle, toch kan ik nu al met zekerheid zeggen dat dit één van de hoogtepunten van 2010 zal zijn. En stelt het me enigszins gerust dat het leven na je 65ste niet noodzakelijk hoeft te stoppen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Joe Quarterman

Klasse Soulallnightgroove - Joe Quarterman & Speed-o-meter

Geschreven door

De Democrazy organiseert nog altijd een aantal keren per jaar een onvervalste soul-allnighter, waarbij live-concerten samengaan met DJ-sets om in het beste geval een stomend soul-feestje te brouwen.

Als eerste liveconcert hadden we Mograz, wat staat voor een bont gezelschap met voor vanavond begeleidings-DJ en een niet op haar mondje gevallen zangeres die de soul uitasemde en geen gêne had over haar soepjurk. Ze wist erg goed het publiek erbij te betrekken. Mooie stem en soul volgens de regels van de kunst, maar het grote nummer ontbrak een beetje om het heel gedenkwaardig te maken.

Deze keer was de hoofdact Joe Quarterman, die in de in de geesten van de echte aficionado’s nog heel dichtbije seventies een hit had met “I Got So Much Trouble in My Mind”. De man heeft na al die jaren een respectabele leeftijd maar heeft zijn streken als dansvloertijger geenszins verleerd.
Het was erg leuk zoals hij het publiek ongegeneerd wist te bespelen met shouts die gevaarlijk melig kunnen zijn, maar in de Vooruit heel natuurlijk overkwamen. De heer Quarterman hoort natuurlijk bij de generatie die dit spel waarschijnlijk uitgevonden heeft. We mochten getuige zijn van een aantal uitgesponnen versies van erg oude nummers, en we zagen dat het goed was. Dat was uiteindelijk de dingen die misschien nog wel het meest bijbleven en er ook zo’n leuke avond van maakten: enerzijds het enthousiasme van een jonge hond en dan ook het métier waarop deze grote mijnheer blijk van gaf. Bovenop een stem als een klok. Zijn ietwat twijfelachtige outfit en Stevie-Wonder-dreads hoorden er eigenlijk gewoon bij, net als het omkleden à la James Brown tijdens de pauze.

Een grote pluim moet ook naar de Britse meer-dan-begeleidings-funkband Speed-o-meter gaan. Klasse zoals ze foutloos de groove altijd in stand hielden. En dit zonder één enkel zwart bandlid. Bleekscheten kunnen zoals u ongetwijfeld weet wel degelijk hun funky stuff strutten.
Er was minder volk dan anders op dit soort gelegenheden, ondanks de meer dan waardige vervanger die de Democrazy in de Balzaal van de Vooruit had gevonden. Misschien hadden de mensen toch te veel paaseieren gegeten. De afterparty kwam dan ook niet echt op gang, en had een beetje te leiden onder het euvel van te veel DJ-s die altijd binnen dezelfde lijntjes blijven kleuren. Leuke nummers maar het kwam nooit echt van de grond en een echte soulsleper mag gerust ook wel. Wat dat betreft een volgende keer beter.

Organisatie: Democrazy, Gent

Admiral Freebee

10 Jaar Admiral Freebee - Gretig spelende Admiralen overtuigen!

Geschreven door

Admiraal Tom Van Laere blaast de eerste kaarsen uit, want de vierde cd ‘The honey & the knife’ tekent voor 10 jaar Admiral Freebee. Bij onze vriend staan stadsimpressies centraal en horen we grauwe, doorleefde, poppy, sfeervolle rock/americana/bluesrock.
Ook vanavond hield hij er net als op de laatste plaat tegenstellingen op na, want de sound ging van heerlijk opwindend, strak, stevig naar ingetogenheid, intimiteit, melancholie, en van beroering tot ontroering, onder z’n warme stem en verbeten expressieve zegzang.
We kunnen na de set maar besluiten dat de Admiraal op de huidige toer beschikt over een goed geoliede, puike begeleidingsband, die btw bestaat uit Bjorn Eriksson (was al bij den Admiraal tijdens de vorige tour en ontpopte zich als een belangrijke toegevoegde waarde), Flip Kowlier op bas (ooit was hij basmuzikant) en vrienden van het eerste uur Tim Coene (gitarist/toetsenist) en Jules Lemmens op drums.
Het alterego Admiral Freebee brengt Rolling Stones, The Crazy Horse, The Replacements, Cowboy Junkies, Lambchop, dEUS en Grinderman samen en draagt de songschrijvers Young, Dylan, Bowie, Jagger/Richards, Beck en Cave een warm hart toe.

De nieuwe plaat werd zo goed als helemaal voorgesteld, aangevuld met enkele fijne oudjes, zonder weliswaar over te stappen naar een ‘greatest of’. Ferme AF hits vielen vanavond uit de boot: “Rags’n’run”, “Ever present”, “Einstein brain”, “Oh darkness”, “Recipe for disaster”, “Coming of the knight”en “Perfect town”. Maar er waren nog voldoende van die pittig gekruide songs om te overtuigen.
Als backing vocaliste trok hij deze maal Karolien Van Ransbeeck aan die de fakkel overnam van Nina Babet, Sandrine en Nathalie Delcroix.
De Admiraal bende trok meteen de aandacht met de snedig rauwe retro van “Blues from a hypochondrial”. Het tweede nummer “Last song about you” klonk fel en stevig. In het popgroovende “Always on the run” zat een gevarieerde swing en toonde aan hoe gemotiveerd de heren wel waren door de meerstemmige zang in de refreinen, door het opboksende gitaarspel Van Laere – Eriksson en het opzwepende van de dubbele percussie. Het kwam live de melodie zeker ten goede.
De Admiraal bood ademruimte door enkele sfeervolle ballads: het intimistische “Look at what love has done” op piano en akoestische gitaar en een ingehouden slepende “The longing never stops”. We voelden een sfeer van ‘the city never sleeps’ aan door verdwaalde gitaargetokkel en mondharmonica.
Vanaf dan freewheelde de band graag in het materiaal. “My hippie ain’t hip” klonk anders door de 2 basses – 2 drums, in het mooi uitgesponnen oudje “Admiral for president” kreeg het publiek de ruimte het refrein te scanderen en klonk de stemvervorming van de resonantie door en “Bad year for rock’n’roll” vulde de rustige hymne aan z’n grootvader, “fools like us” aan. Kleurrijke songs werden het van verschillende impressies en belevingen, van stevig – zacht én van traag – slepend - stomend door de heerlijke opbouw, verrassende wendingen en de portie durf en avontuur. De nummers zaten mooi tussen de dromerige, zalvende pianoballad “Carry on” en de luchtige, zwierige en speelse pop van “All thru the night” en “Living in the weekend”. Hiermee onderstreepte Admiral Freebee het afwisselende sfeertimbre!
We hoorden een schitterende ‘closing final’ en een jam in “Get out of town” en “Hymns for demons/Home”, die ruig, smerig, grimmig als broos, breekbaar en gevoelig klonken. Op het eind ontspoorde de sound in een noisy gecontroleerd gefreak. Spijtig genoeg kwamen hier de backing vocals van Karolien onvoldoende door. Het intens meeslepende “The art of walking away” breidde er nog een leuk staartje aan met stomende Young/ Crazy Horse en Lou Reed riffs. Een gevoel creëerden ze van een miezerig, mistig nachtje in hometown Brussels…

En na deze bezwerende finalereeks floepten de lichten aan. Over & Out nu iedereen goed op dreef was gekomen … en dan zit je nét met dat hongergevoel van ‘nog iets meer’ … ‘dat iets meer’ kan er gerust nog komen met de komende clubtour. Duidelijk was dat we een gretig spelende band aan het werk zagen, die je gewoonweg moet gezien hebben!

Tom Van Laere heeft lovende woorden over Few Bits aka Karolien Van Ransbeeck. De frêle jonge dame had een fluwelen stem en speelde enkele dromerige, intieme nummers op akoestische gitaar. Ze moest nog wennen aan de grote zaal, maar bleef voldoende overeind om de aandacht te trekken. Een ruiker bloemen op het laatste nummer zal alvast een hart onder de riem zijn op de komende clubtour met Admiraal Freebee.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Life Of Agony

Life of Agony, na 17 jaar zorgt River Runs Red nog steeds voor rillingen!!

Geschreven door

“By popular demand, LOA will perform River Runs Red in its entirely.” Stond te lezen op de website van Life of Agony. In 2009 had de band hun debuutplaat al terug op podium gebracht in enkele exclusieve shows in de Verenigde Staten. Nu kwamen ze hetzelfde doen in Europa. Slechts drie locaties werden aangedaan en de AB in Brussel was er één van.
Life of Agony ontstond in 1989 in Brooklyn New York en leverde het debuutalbum ‘River Runs Red’ in 1993 af. Dit ging niet onopgemerkt voorbij. Dit conceptalbum handelt over de laatste week in het leven van een gekwelde tiener. Op school lukt het niet, hij leeft in een allesbehalve liefdevol gezin, hij verliest zijn job en zijn vriendin maakt het uit. Moegetergd kiest de jongen zijn leven te beëindigen. Door deze verhaallijn, de combinatie van hardcore met heel donkere, bijna doomachtige passages en de bijna operawaardige stem van zanger Keith Caputo werd het album zowat legendarisch.

In 2010 besloot LOA, in navolging van bvb. Slayer en de ‘Reign in Blood’ tournee, dit album terug integraal te brengen en het werkte. Vanaf de eerste noot van “This Time” was het eerste kippenvelmoment gezet en dat ging zo verder met “Underground”. Het album werd integraal gespeeld, dus ook de intermezzo’s, de schreeuwende moeder, de berichten op het automatisch antwoordapparaat, … passeerden. Ze maken deel uit van het album en de verhaallijn, maar haalden het tempo toch wat uit de show. De bandmembers zelf hadden er duidelijk wel zin in. De stem van Keith Caputo zat bijzonder goed en hij hield zich opmerkelijk nauw aan de teksten en zanglijnen. Ook bassist Alan Robert en gitarist Joey zweepten het publiek geregeld op. Het duurde dan ook niet lang of de pit was vol aan de gang en de eerste divers klauwden hun weg richting frontstage.
Het enthousiasme was van beide zijden groot. Misschien een beetje extra aangedikt door de camera’s die overal in de  zaal stonden opgesteld. I Scream Records zal namelijk een live cd en dvd van de show in Brussel uitbrengen.
Natuurlijk kon deze show niet veel langer duren dan de cd. Dus na een steeds oldskool hardcore klinkend “Method of Groove” volgt “The Stain Remains” en weet je dat het eind nabij is. Letterlijk en figuurlijk dan. Koud en kil klinken de druppels van de outtro doorheen de boksen. Het gegil van de moeder die haar zoon dood aantreft, snijdt doorheen merg en been en daarna blijft het even donker en stil - een sfeermoment dat lang zal bijblijven.
Het publiek liet de band echter niet zomaar gaan, scandeerde LOA! en kreeg de toegiften die het gevraagd had. Met “Other Side Of The River” van ‘Ugly’, “Love To Let You Down” van ‘Broken Valley’ en “Weeds” van ‘Soul Searching Sun’ werden de registers weer terug opengetrokken.
Keith Caputo nam daarna nog even de tijd om het publiek te danken voor het enthousiasme, de goede pitsfeer en de security voor het goede opvangwerk. Diezelfde security werd echter tijdens “Lost At 22” in de maling genomen, want een fan slaagde er in gitarist in de nek omhoog te hijsen. Joey Z kon er om lachen en speelde op een ietwat hoger niveau verder, terwijl de fan triomfantelijk beide handen in de lucht stak. Prachtige beelden voor de live dvd!

’River Runs Red’ terug horen, was een fantastische ervaring. De sfeer was even duister als de herinnering aan het album en bracht menig kippenvelmoment teweeg. Daarnaast konden de bezoekers profiteren van een goed bij stem zijnde Keith Caputo en een energiek LOA. Misschien is dit te wijten aan de exclusiviteit van de show, Life of Agony doet met de ‘20 Years Strong Tournee, River Runs Red Live in Europe’ slechts Eindhoven (Nl), Brussel en Bochum (D) aan, of stimuleerden de camera’s de band om extra goed te presteren. De volle AB in Brussel kreeg een prima concert en de afwezigen hadden dikke pech.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Mintzkov

Mintzkov – Isbells: Een avondje zwerven tussen uitersten

Geschreven door

Extremes meet, klinkt het in het Engels. En dat was in de Zwerver in Leffinge niet anders met Isbells en Mintzkov op één vroege aprilse avond op hetzelfde podium, weliswaar na elkaar, uiteraard. Voorwaar een gedurfd experiment, al kan een mix als deze ook voor ruis zorgen. Wat ook even gebeurde. Maar het West-Vlaamse (Mintzkov?)-publiek werd beschaafd(er) toen de lady of the Isbells-gang het rumoerige publiek terecht wees.

De folky, zweverige noten van Gaëtan Vandewoude en co vouwden meteen een breekbare sfeer open in de Zwerver. ,Ik woon ook in een vlak landschap’, verwees het brein van de groep naar de eindeloze streekeinder. ,En daar gebeurt nooit iets’. Vandaar de rust die de vier muzikanten - met drie stemmen - over het publiek wilden neerleggen. Maar dat lukte pas toen Naïma Joris heel berispend vroeg of er geen café in de buurt was waar de rumoerigen naartoe konden om verder te babbelen. ,Het stoort, we moesten zelfs onze monitors harder zetten’. Juf Naïma had impact en er kon zelfs een glimlach bij haar van af toen vanuit de zaal enkele keren ge-ssssssjjt werd.
De set was puur en mooi – zonder drums, het handgetik van Naïma op een omgekeerde gitaar niet te na gesproken -  en het nieuwe nummer “I know” integreerde zichzelf rimpelloos in het statige, vlakke muzieklandschap. Isbells maakte zelfs even heel toepasselijk gebruik van de melancholische sterrenhemel die Mintzkov had uitgehangen. Een dik halfuur was echter voldoende, Leffinge wou decibels.

Repetitief, hoekig bij momenten met gekartelde stops midden in de nummers, maar vooral loeihard gitaargeweld. Mintzkov dus, anno 2010, met hun pas gebaarde (derde) album ‘Rising sun, setting sun’, het titelnummer dat na “Return & smile” en “Title you” voor een eerste ademhap zorgde. Het geluid van Mintzkov is gebleven, de riffs zijn misschien iets strakker en wellicht stoten we de die-hard fans tegen de borst als we stellen dat de nieuwe plaat nog meer dEUs voelt, ruikt en klinkt. Maar ons stoort het niet, integendeel.
Naast de stevige, nieuwe nummers en het beetje spacy “Author of the play” putte Mintzkov nog wat uit hun eerdere werk en duwde er bovendien een sterke (recon)versie van Marianne Faithfulls “Broken English” in. Ook dat was even een rustpunt in wat verder als een sneltrein zonder veel blabla maar met veel boemboem door de Polders donderde. En nergens hoorden we geroezemoes of geruis. Tenzij in onze oren achteraf.

Setlists
Isbells: BB, Without a doubt, Reunite, Maybe, I know, Dreamer, Coming home, As long …, Time is ticking, My apologies

Mintzkov: Return & smile, Title you, Rising sun, setting sun, One equals a lot, Author of the play, Roadbuilding, Finders keepers, Opening fire, The simple future, Miles ahead, Broken English, Violetta, The state we’re in, Ruby red, Gemini

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Zita Swoon

Zita Swoon & Rosas - ’Dancing with the Sound Hobbyist’

Geschreven door

Vorig jaar bundelde de charismatische zanger/gitarist/componist Stef Camil Carlens 15 jaar ZS samen in ‘To Play, To Dream, To Drift – An Anthology. Drie concerten stonden in het teken van het overzicht, die het retrospectieve tweeluik voorstelden, aangevuld met Moondog Jr tracks, enkele bijzondere songs à la BandinaBox concerten en unreleased nummers. Dit jaar komt de band ZS op non-actief, want Stef Camil plande een muzikale ontdekkingstocht door Burkino Faso en Mali en komt in deze periode op de proppen met een paar voorstellingen van de theater/dansproductie ‘Dancing with the Sound Hobbyist’. De inspiratie en opgedane ervaring kunnen een nieuwe wending betekenen voor de toekomst van Zita Swoon.

Van de broeierige mix van pop, soul, funk, jazz, latingroove, Balkan en cabaret was hier niet echt sprake, maar de band kon wel moeiteloos overstappen van een warme, intieme en sfeervolle aanpak naar een donker dreigend, apocalyptisch alternatief kader, zoals we het al eens hoorden op de muziek van de stomme film ‘Sunrise’, ruim tien jaar terug. En betreffende‘Dancing with the Sound Hobbyist’ is ZS met deze dansvoorstelling niet aan zijn proefstuk toe, voordien was er reeds ‘Plage Tattoo/Circumstances’ in samenwerking met Les Ballets C de la B.
De ervaring van een ijzersterke livereputatie en het gevoelsmatig inspelen op het moment zelf vormden de waaghalzerij en waren de kunstgrepen van de samenwerking met Anne Teresa De Keersmaeker en haar dansgezelschap Rosas. De choreografe coachte de twee zangereszusjes Gysel van ZS en Rosasdanser Simon Mayer.
De band zelf sleepte een hoop instrumenten op het podium en bracht hun materiaal dat anders niet direct paste binnen het gewone klassieke rockcircuit. De avond werd verdeeld in twee stukken waarbij de bandleden van ZS een bedwelmende, filmische muziek- en danstrip maakten. De danser vond zijn plekje tussen de bandleden. De (praktisch) nooit eerder gespeelde ZS composities ademden de sfeer van een ‘Big City’, gelinkt aan het Tom Waits oeuvre, de “Somebody up there likes you” van Simple Minds en de “Nights” van Morphine. Ook een gevoel van gelukzaligheid kwam bovendrijven, want ergens middenin de set hoorden we een dosis circuscarrousel en zigeuner/hoempapapop. Of een spaarzaam gespeelde, breekbare “In a lonely place”, “In a big city” en “Infinite down”, die de ingetogenheid benadrukten. Tot slot was er de notie van durf, experiment en gedrevenheid op z’n Einstürzende Neubauten; het staaltje percussiewerk, de plates, toeters, bellen, klokkenspel en de intiem en intense pianoloops waren hierin sprekend.

’Dancing with the Sound Hobbyist’ hield het midden tussen dans en muziek en vormde een meesterlijke dialoog tussen beweging en klank.

Organisatie: Cultuurcentrum Kortrijk
 

Tom McRae

Van ingetogen tot uitgelaten, altijd aangrijpend – Tom McRae

Geschreven door

Dat de muziek van Tom McRae meestal geassocieerd wordt met weemoed en duisternis weet hij zelf maar al te goed. Hij speelde hier ludiek op in door onbeschaamd grapjes te maken over zijn zwarte imago en zijn deprimerende liedjes. Dat hij veel meer in zijn mars heeft dan alleen maar droevige liedjes maken kwam hij vanavond duidelijk maken in Tourcoing. Het optreden blonk immers uit in afwisseling en variatie. De singer-songwriter had hiervoor een knappe selectie songs uitgeplozen. Een perfect samengestelde setlist, noemen wij dat.

Tom McRae wist heel intieme momenten sterk af te wisselen met meer bezwerende songs waarin zijn omvangrijke band (maar liefst met zijn vijven stonden ze hem bij) een knappe hoofdrol speelde. De band ging subtiel maar furieus tekeer in opzwepende tracks als “Me and Stenton”, “Please” en een verbluffend “Silent boulevard” waarin gitarist Brian Wright (die ook al met een akoestische set voor een gepast en fijn voorprogramma had gezorgd) zijn elektrische gitaar graag deed spetteren. Daarnaast kon de groep zich ook subliem inhouden in dienst van hemelsmooie songs als “Ghost of a shark” (uitmuntend), “American spirit” (prachtig met dat zalvend elektrisch gitaartje), “The summer of John Wayne” en  “Out of the walls” (pijnlijk mooi). Een paar keer deed Mc Rae het helemaal in zijn eentje met (voor ons althans) kippenvel als gevolg, zo opende hij trouwens het concert met een aangrijpend en integer “Alphabet of hurricanes”.
De bijzonder knappe nieuwe plaat ‘The alphabet of hurricanes’ (die overigens beter wordt bij elke beluistering) was terecht vertegenwoordigd met een zestal songs, en dan heeft hij er nog een paar van de betere achterwege gelaten (tevergeefs zaten wij te wachten op het fraaie “Won’t lie”). Uiteraard werd ook zijn onvolprezen debuutplaat uit 2000 niet ongemoeid gelaten met de 18 karaat diamantjes “End of the world news” en “A and B song”, en als absolute prijsbeest een uitgelaten “The boy with the bubblegun” helemaal op het einde. Opvallend ook dat McRae een viertal songs uit ‘Just like blood’ (2003) terug boven haalde. Tot op vandaag vonden wij dat zijn minste plaat maar we moeten die dringend eens opnieuw aanpakken want uit het oog verloren parels als “Walking 2 Hawai” en “Ghost of a shark” waren namelijk adembenemend en “Karaoke soul” en “Human remains” werden door de voortreffelijke groep met verve nieuw leven ingeblazen.

De vorige keer dat we Tom McRae in dezelfde zaal aan het werk zagen ging het er met zijn compacte begeleidingsband iets soberder aan toe. Nu was het geluid wat voller en rijker dankzij de uitmuntende muzikanten. Aan beide concerten zullen wij echter even mooie herinneringen overhouden.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille ism Grand Mix, Tourcoing

Heaven 17

Heaven 17: Beleefd heupwiegen tussen kunst en kitsch

Geschreven door

Geldgebrek, sentiment, de lokroep van het publiek, of gewoon een creatieve heropleving? Het zijn allemaal mogelijk antwoorden op de vraag wat een groep bezielt om 30 jaar na datum hun debuutalbum voor de eerste keer live te spelen. Daar tegenover staat dat je ‘Penthouse And Pavement’, de eerste worp van synthpop pioniers Heaven 17, gerust kan overladen met superlatieven als ‘invloedrijk’ en ‘tijdloos’. Vooraleer ze in 1981 dit opus magnum op de wereld loslieten hadden stichtende leden Ian Craig Marsh en Martyn Ware al een behoorlijk indrukwekkend palmares bij elkaar geprogrammeerd in en rond het kille Sheffield: in het kortstondige Dead Daughters (1977) experimenteerden de twee computernerds met synths en tape loops, in The Human League (1978-1980) kregen ze het gezelschap van modepop Phil Oakey en werd steeds nadrukkelijker richting hitparade gelonkt, en in The British Electric Foundation (B.E.F.) tenslotte werd de synth als lead instrument prominent aanbeden en zou het duo voortaan enkel met gastvocalisten werken. De lage en onderkoelde stem van één van die gastzangers, de voormalige fotograaf Glenn Gregory, bleek echter wonderwel te passen bij de electronische experimenten van Marsh en Ware, en na een nachtje ‘A Clockwork Orange’ kijken werd de groepsnaam Heaven 17 een feit. Drie decennia later maken overgebleven leden Gregory en Ware zich op voor de ‘30th Anniversary Tour: B.E.F. presents Heaven 17 performing Penthouse And Pavement’ die afgelopen donderdag werd afgesloten in de Gentse Handelsbeurs.

Zoals het de rewind formule past werden de nummers tijdens de set in precies dezelfde volgorde gerangschikt als op het originele album. De A-kant van die plaat, ‘Pavement’, laat de eerder speelse en luchtige kant van Heaven 17 horen, maar op de planken van de Ha’ werd de start toch een beetje gemist. De klassieke single “(We Don’t Need This) Fascist Groove Thing” en een lang uitgesponnen “Penthouse And Pavement” klonken wat te vrijblijvend, en bovendien deed de nieuwe zangeres Billie Godfrey veel te hard haar best om de ster van de avond te worden. De echte aanwinst voor de wat kitscherig ogende begeleidingsgroep bleek echter super bassist Randy Hope-Taylor te zijn, die zijn neus voor funky hooks een eerste keer kon demonstreren op “Soul Warfare”. Het eerder makke 40+ publiek stond erbij en keek ernaar, links en rechts misschien wel mijmerend naar de onbezorgde jaren ’80...
Tijdens het tweede deel van de set kropen Gregory en Ware in de huid van B.E.F. anno 1982 en werden drie nummers uit het vergeten coveralbum ‘Music Of Quality And Distinction, Vol. 1’ opgevist. “Wichita Lineman” kaapte hierbij de eer van eerste hoogtepunt van de avond weg, waarbij Gregory’s onaangetaste diepe stem en de panoramische beelden vanop de drie LED walls versmolten tot een wonderbaarlijk geheel van ‘sound & vision’. Nadien mocht Godfrey zich even Tina Turner wanen op een heftig “Ball Of Confusion”, maar het was opnieuw Gregory die zich vervolgens tijdens Lou Reed’s “Perfect Day” ontpopte als een gentlemen crooner en grote vocale indruk maakte. Tussendoor was er ook plaats voor een cynische knipoog naar The Human League toen Gregory enkel begeleid op akoestische gitaar een flard “Don’t You Want Me” inzette, maar halverwege en met een veelzeggende blik het nummer abrupt afbrook.
Na het B.E.F. intermezzo kropen Gregory & co terug in de huid van Heaven 17 om de B-kant van hun debuutplaat, ‘Penthouse’, aan te snijden. De songs op deze plaatkant zijn dreigender en inventiever, en met “Let’s All Make A Bomb” en “The Height Of The Fighting” werden grote wereldthema’s uit die tijd zoals de koude oorlog niet geschuwd. Eigenaardig genoeg klinken deze nummers anno 2010 allesbehalve gedateerd, en dringen hun echo’s zelfs door tot in het repetitiehok van de nieuwste lichting hippe electropop helden als La Roux en Hot Chip. Heaven 17 haalden op hun beurt regelmatig de mosterd bij Kraftwerk, getuige Ware’s onderkoelde synthbeats van onmiskenbare Duitse makelij op “Geisha Boys And Temple Girls”. Met het opzwepende “We’re Going To Live For A Very Long Time” namen de eighties veteranen voor een eerste keer afscheid van de halfvolle Ha’.
De eerste toegiften werden door Gregory aangekondigd als ‘weird stuff’. En ja, onze tenen beginnen te krullen alleen al bij de gedachte dat een Buzzcocks song in handen komt van een electrogroep, maar wat Heaven 17 met “Are Everything” heeft aangevangen kan alleen maar op bewondering rekenen bij ondergetekende. Opnieuw bleek waarom dit B-kantje van de non-album single “I’m Your Money” één van de best bewaarde geheimen uit de Heaven 17 catalogus is en blijft. Het publiek werd vervolgens getrakteerd op een handvol nummers die het trio uit Sheffield met de regelmaat van de klok in Top Of The Pops en andere hitkermissen deed opduiken. Klonken “Come Live With Me” en “Let Me Go” nog even fris van de lever als in 1983, dan was de verschrikkelijke rave update van publiekslieveling “Temptation” met Godfrey alweer in rol van stoorzender een ware aanslag op menige jeugdherinnering. Even vreesden we dat dit een afscheid van Gregory & co in mineur zou worden, maar net op het moment dat de zaallichten dreigden aan te floepen verscheen de groep opnieuw voor een erg gesmaakte remake van “Being Boiled”. De enige noemenswaardige hit van The Human League onder het bewind van Martyn Ware maakte de B.E.F. en Heaven 17 cirkel ineens rond.

Slechts weinig groepen kunnen het zich permitteren om de tournee rond hun debuutalbum 30 jaar uit te stellen, maar Gregory en Ware raken er anno 2010 wonderwel mee weg. De tijdloze pop in kitch decor, Ware’s opgefriste synths en Gregory’s goed geconserveerde strot zaten daar ongetwijfeld voor veel tussen. En ja, een gezonde portie jeugdsentiment helpt natuurlijk altijd om een reunie concert als dit te catalogeren onder de noemer ‘aangename live herinneringen’.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Axelle Red

Axelle Red - ‘Coming Home’ 15 years - Acoustic Tour

Geschreven door

Axelle Red bundelde haar muzikale carrière samen in de huidige ‘Acoustic Tour’. Al ruim 15 jaar is de Belgische dame bezig met sfeervolle, indringende en lichtvoetige Franstalige pop, met een soulfunky groove; de laatste jaren is haar geluid breder door Engelstalige popsongs. Begin vorig jaar verscheen de dubbelaar ‘Sisters & Empathy’ (mmv o.a. Mauro/Barman/ Wigbert) die net de brug maakt tussen haar gekende Françoise stijl en het Engelstalige lied. Het toont aan dat ze een veelzijdige artieste is die het hart op de juiste plaats heeft, maatschappijkritisch is en opkomt tegen het onrecht (lees maar: de aanklacht tegen misbruikte vrouwen, kindermisbruik – en uitbuiting). Een houding en een zicht om U tegen te zeggen!
Ze schrijft goede songs die live mét begeleidingsband als sober duidelijk overeind blijven staan. En daar zitten haar muzikanten én zijzelf voor iets tussen. Vanavond was dit met akoestische en elektrische gitaar, piano, (contra)bas en een softe percussie. Ze levert door haar sensuele, breekbare stem een belangvolle bijdrage aan het materiaal.

Bijna twee uur lang dook ze in haar oeuvre. Ze vatte de set aan, in een spaarzame begeleiding, met enkele Engelstalige songs uit de recente 2CD, “Higher level”, “Mum tell your daughter”, “Don’t want to know” en “Sister”. Ze spuwde letterlijk de indrukken van haar af van de trips die ze maakte aan de andere kant van de wereld. Muzikaal hoorden we in deze songs referenties aan Jim Morrison, Janis Joplin en de Rolling Stones. Iets forser en krachtiger klonken “Présidente” en “A song called chip”. Om dan terug over te stappen naar een integere aanpak. Op z’n Ry Cooders speelden ze “Consolo pensarlo” bepaald door een intens gitaarspel.
De overstap naar het Franse lied was er o.a. met een ingehouden “Vendredi soir” en ze vatte het overzicht aan met een broeierige “Pas compliquer”, “La claque” en “Le monde tourne mal”, die lekker in het gehoor lagen door de lichte swing en de toevoeging van verschillende tunes, waaronder “Sweet home Alabama”. Regelmatig konden we zelfs wegdromen door de begeesterende soli.
Op “Rester femme” betrok ze het publiek, die het refrein zachtjes mee neuriede. Het besluitende “Sensualité” kreeg een portie sensualiteit door de broeierige opbouw, het huppelende gitaargetokkel en de handclaps. Ze kon reken op een warm onthaal van het rustige, genietende publiek, die de modale dertiger, veertiger betrof, en op die manier eens in Het Depot geraakte.
We hoorden nog een ruime bis en ze keerde zelfs twee keer terug op het podium; ze startte met een donker, dreigende trippoppende versie van “Je me fache”, die door de gitaarexperimentjes en pianoloops een alternatief trekje kreeg, en des te meer overtuigde. Ze reflecteerde naar haar studententijd in Leuven en bracht innemende en spannende songs als “Naïeve”, “Perdre un ami” en “Kennedy boulevard”, die verrassende wendingen hadden en wat meer uptempo durfden te klinken.

Een mooie muzikale rit ondernam ze met haar materiaal, spaarzaam of in een bredere omlijsting. Enkel begeleid van haar gitarist bracht ze nog een ingetogen “Je t’attends”, “Manhattan” en in het Nederlands gezongen, “Amsterdam”, door akoestische gitaar en haar stem uiterst breekbaar.
De sfeerschepping, de maatschappijkritische bril en het talent stonden alvast in de spotlights van de frêle Axelle Red en haar begeleidingsband. Ze grossierde in het rijkelijke oeuvre en hield eventjes halt bij de recente ‘Sisters & Empathy’. Op onze sympathie mag ze alvast de komende jaren blijven rekenen!

Organisatie: Depot, Leuven

The Bloody Beetroots

Sensatie met de Bloody Beetroots 'Death Crew 77 (Tour)'!

Geschreven door

Een volgepakt l’Aéronef stond nonchalant te keuvelen tot opeens de lichten doofden en de hel los brak... want The Bloody Beetroots waren ten tonele verschenen …

Wie dacht dat dit Italiaanse duo gewoon schijfjes en plaatjes gingen opleggen, kwam al snel bedrogen uit! Onder leiding van dj/producer Bob Cornelius Rifo op piano/bass en zang, Tommy Tea op synths en met versterking van Edward Grinch op drums werd een live band gecreëerd die deed denken aan Goose en Foxylane, maar ook invloeden van Daft Punk en Justice waren nooit veraf.
Het gemaskerde trio ging furieus van start en de zaal ging direct collectief uit de bol. De opzwepende mix van electro, punk, house, hip hop en rave werd verwoestend hard door de speakers geblazen, een immens dansbare wall of sound nam iedereen mee die het op z'n weg vond.
De diversiteit in de verschillende composities was indrukwekkend, de ene keer de eclectische synths een andere keer de diepe bass-lijnen, ieder nummer zat vol verrassingen en Rifo wierp zich op als de volksmenner bij uitstek. Rifo ook geschoold als klassiek pianist, leidde meerdere nummers ingetogen in via de piano om even later te laten losbarsten in een tornado van samples, beats en een bovenal dansbare sound. Ook zijn voorliefde voor punk en rockabilly droop er vanaf, dit was af te leiden uit z'n UK Subs vest en de hardcore/punk cover van Refused “New noise”. Toen midden in de set floorfiller “Cornelius” werd ingezet, ontplofte de zaal volledig, crowdsurfers werden gespot, het balkon daverde en de band denderde gewoon voort.
Er volgden nog een resem tracks uit hun vorig jaar bejubelde debuutschijf ‘Romborama’ waaruit vooral ”Butter” en “Warp 1.9” hier voor de nodige 'averij' zorgden. Op her en der een pianointro na bleef het tempo hoog liggen en was het tsunami effect na een uur lang gebeuk nog steeds niet uitgedoofd.
I
n de bisronde werden op de tonen van Bach en met steun van een violist voor de laatste keer alle registers opengetrokken, als dit de voorbode was van hun passage op Werchter dan zorgen ze daar best dat de Marqueetent goed vaststaat want deze Italo boys laten een storm van vernieling achter in de goede zin van het woord.

Organisatie: Aéronef, Lile

Kevin Coyne

I want my crown : The Anthology 1973-1980

Geschreven door

Wij zijn nu al een tijdje zoet met met ‘I want my crown : The anthology 1973-1980’, het ultieme overzicht van het eerste decennium van Kevin Coyne’s carrière, verzameld in 4 CD’s oftewel 76 tracks, alstublieft. Bijna allemaal eigen materiaal trouwens, een zeldzame cover van John Lee Hooker niet nagelaten.
Het is een beetje met het schaamrood op de wangen dat wij deze compilatie tot ons nemen, de man heeft immers in 2004 op 60 jarige leeftijd al het loodje gelegd, en wij vinden het nu doodjammer dat we de muziek van deze zwaar onderschatte singer/songwriter niet tijdens zijn leven van naderbij verkend hebben. Het miskend genie Coyne is overigens nooit echt een bestseller geweest, hij is helemaal niet rijk geworden van zijn muziek en, niet te vergeten, van zijn kunst (de man was tevens een fervent dichter en kunstschilder en maakte niet zelden zijn eigen hoesontwerpen). Zijn rijkdom zat duidelijk in zijn werk, niet in zijn portefeuille.
Ook leuk om weten : Kevin Coyne werd ooit gevraagd om de plaats in te nemen van de morsdode Jim Morrison bij The Doors. Hij bedankte vriendelijk, zijn uitleg achteraf : “I didn’t like the leather trousers” .
Tot op heden vond je enkel ‘Marjory Razorblade’ in onze cd collectie, een meesterwerk uit ’73 met daarop zijn enige hit “Marlene” (uiteraard hier ook van de partij), wij schamen ons nog geen klein beetje. De welgekomen nieuwe compilatie is dus onze kans (en ook de uwe) om, helaas postuum, nog één en ander goed te maken. En voor die enkele fans die alles al hadden (bestaan ze echt ?): cd nr 4 bestaat voornamelijk uit onuitgegeven en zeer energieke live opnames waarin Coyne de blues en de rock’n’roll naarstig bedrijft, dus ook zij mogen dit werk aanschaffen.
We ontdekken op ‘I want my crown’ het ene na het andere pareltje. En we gaan die pareltjes niet verklappen zie, want wij vinden dat u ze nu maar zelf eens moet opsporen. U zal daarvoor beloond worden met een rijkdom aan songs, ruwe diamantjes waarvan u niet wist dat ze bestonden.
Kevin Coyne’s roots liggen duidelijk in de blues, maar hij weet ook raad met pure rock’n’roll, glamrock, soul, folk, jazz en zelfs een verdwaalde streep oerpunk. Hij doet dat allemaal op zijn eigen manier en vaak ook in boeiende vertelstijl, met die typische scherpe stem die zich ergens schuil houdt tussen Screamin’ Jay Hawkins, Captain Beefheart, David Thomas (Pere Ubu), Ozzy Osbourne en een verkouden berggeit. Een unieke stem dus die vaak doordrongen is van felle emoties en rauwe agressie (en helaas ook van de drank, Coyne mocht zichzelf na jarenlang geflirt met allerhande soorten vochtige substanties een heuse alcoholist noemen). Drankorgel of niet, hij kan als geen ander volledig opgaan in zijn grillige, rauwe en vaak naakte songs (denk bij wijze van voorbeeld aan jonge zot Joe Cocker die met de nodige spasmen zichzelf destijds in Woodstock een weg baande doorheen “With a little help from my friends”). Coyne liet zich ook steeds omringen door talentrijke muzikanten, onder wie ene Andy Summers die in een later leven bij het bescheiden groepje The Police zijn heil ging zoeken en daarbij een decadent meervoud verdiende van zijn oorspronkelijke karige loontje. Maar hoe goed die muzikanten ook klinken, in quasi alle songs is het Kevin Coyne zelf die de aandacht naar zich toe trekt en de rest mee op sleeptouw neemt in zijn eigen unieke universum.
‘I want my crown’ is een mooie staalkaart van de veelzijdigheid van Kevin Coyne’s muziek, variërend van primitieve rock’n’roll naar mooie intimiteit tot soms experimentele gekte. Een prachtig overzicht van een bewogen carrière ver weg van de glitter en glamour.
Dit is nota bene nog maar een overzicht tot 1980, daarna heeft ie nog zo een vijftiental platen gemaakt. Werk aan de winkel.

Customs

Enter The Characters

Geschreven door

Customs bestormde vorige zomer de hitlijsten als Attila de Hun met het nummer “Rex”. De band was tot daarvoor nagenoeg onbekend, en tot onze grote vreugde bleek het dan ook nog eens om een Belgische band uit het Leuvense te gaan. Customs is ontstaan uit het ter ziele gegane Larsson die nooit echt een doorbraak heeft kunnen forceren.
De stijl van het album ‘Enter The Characters’ is simpelweg als wave/postpunk uit te drukken. Interpol en Editors zijn nooit ver weg bij het beluisteren van het album. Zo klinkt de stem van zanger Kristof Uittebroek als twee druppels water op die van Paul Banks (Interpol). Het grootste verschil met die andere is dat ze beduidend minder somber zijn, zowel in teksten als in muziek.
”Rex” is niet de enige reden waarom dit album de moeite waard is. Tweede single “Justine” staat als een huis, net zoals andere strakke en catchy songs als onze persoonlijke favoriet “Shut Up Narcissus”, “Tonight We All Stand Out”, “We Are Ghosts” en “The Matador”.
Echt vernieuwend is Customs niet, maar ze zetten wel een puike prestatie neer met elf klinkende songs. Helemaal niet slecht en zeker eentje om in het oog te houden.

Sivert Høyem

Moon landing

Geschreven door

Met Madrugada zal het nu wel echt gedaan zijn. Na het plotse overlijden van gitarist Robert Buras toerde de band nog even met een vervanger om de knappe plaat ‘Madrugada’ van 2008 te promoten, maar daarna viel het doek definitief over de band.
Zanger Sivert Hoyem startte hierop een nieuwe band en zette de teller terug op nul. Hij had eerder al twee solo platen gemaakt, doch deze bleken geen onvergetelijke werkstukjes te zijn, zeer zeker niet in vergelijking met de voortreffelijke albums van Madrugada. De huidige nieuwe plaat komt toch al wat beter voor de dag, het is er eentje waarop Sivert Hoyem duidelijk ander horizonten opzoekt, zodanig dat hij niet eeuwig blijft opgescheept zitten met het Madrugada spook. Van bij de eerste noten van de fraaie opener “Belorado” zou je denken dat je naar The Who aan het luisteren bent, alsof Hoyem er meteen paal en perk wil aan stellen dat hij wel eens wat anders wil. Dingen als “Lost at sea” en “Empty house” neigen naar REM en de geest van Jim Morrison waart rond in ”Shadows high Meseta”, mede dankzij een steeds heter wordende gitaarrif één van de hoogtepunten van deze plaat. Nog een favoriet is de knappe sleper “Sister sonic blue” waarin de duistere sporen van Hoyem’s oorspronkelijke band wel terug opduiken.
De algemene teneur op ‘Moon landing’ is opgewekter, minder donker en de sound gaat meer richting classic poprock. Toch is het nog altijd heel herkenbaar en dat heeft natuurlijk alles te maken met die warme melancholische stem, Hoyem’s belangrijkste troef, zo blijkt ook nu weer.

Pagina 441 van 499