logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15378 Items)

Yann Tiersen

Yann Tiersen toont zijn kunnen

Geschreven door

Multi-instrumentalist Yann Tiersen verwierf vooral bekendheid dankzij de knappe soundtracks bij het sprookjesachtige ‘Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain’ (2001) en het (n)ostalgische ‘Good bye, Lenin!’ (2003).


Bij zijn opkomst in de Botanique stootte Tiersen nogal knullig zijn hoofd aan de microfoon, dit slapstick-moment konden we na afloop bestempelen als de eerste en tevens laatste valse noot van het concert. Een uitverkochte Orangerie werd de eerste minuten ondergedompeld in sfeervolle muziek die ons het gevoel gaf dat we relaxed van een filmpje aan het genieten waren. Plotsklaps viel zijn vierkoppige band echter stevig in en van dan af aan was het duidelijk dat Yann Tiersen gekomen was om zijn publiek te overtuigen van zijn veelzijdigheid. Soms leunde de muziek sterk aan bij de atmosferische postrock die we kennen van Explosions in the Sky, op andere momenten kregen de quasi psychedelische synthesizers een prominente rol en meer dan eens leek het alsof we op een door Emir Kusturica geregiseerd zigeurnerfeestje beland waren. Vaak meenden we een ontketende Warren Ellis te horen maar in tegenstelling tot deze laatste maakte Yann Tiersen er een erezaak van om te etaleren dat zijn vioolspel, ondanks zijn supersnelle vinnigheid, niks aan zuiverheid moet inboeten (daar waar Grinderman Ellis het bij het ontbinden van zijn duivels met opzet ongepolijst houdt). Het staat dus buiten kijf dat jonge Yann goed opgelet heeft in de vioolles die hij als jonge snaak volgde. Ook de gitaar, de piano, het orgel en de xylofoon bespeelt hij moeiteloos.
We konden dinsdagavond dus met eigen oren vaststellen dat Tiersens intensieve muziekopleiding zijn vruchten afgeworpen heeft. Enkel vocaal scheerde hij weinig hoge toppen want een mooie stem werd hem door zijn schepper blijkbaar niet gegund. Aangezien de stembanden in ‘s mans œuvre weinig werk krijgen, werd dit minpuntje nooit ergerlijk en dit mede dankzij het feit dat de schaarse zangmomenten vaak harmonieus opgefleurd werden door de bandleden. Het concert werd bijvoorbeeld afgesloten met een betoverende hymne die een mooi orgelpunt breidde aan 75 minuten schoonheid. Ook in het kwartiertje bisnummers tapte Tiersen uit het vaatje van uiterst sfeervolle muziek.

Na afloop hoorden we het opvallend diverse publiek (zowel jong als oud, man als vrouw, chique als sjofel, blank als zwart, Frans- als Nederlands- als anderstalig,…) gemengd reageren. Terwijl de ene partij de afwisselende arrangementen loofde, merkte een andere op dat er gedurende het volledige optreden eigenlijk slechts één langgerekte toon aangehouden werd. Elk van beide partijen had een punt maar we scharen onszelf toch eerder bij het eerste kamp (dat van ‘de ene’ dus).
Yann Tiersen had, net als enkele van zijn bandleden, immers overtuigend zijn virtuositeit gedemonstreerd waarbij de vele instrumenten - en tempowissels verveling eigenlijk onmogelijk maakten. Ter tegemoetkoming aan ‘de andere’ beamen we dat veel songs inderdaad repetitief opgebouwd werden maar ze klonken – onder andere dankzij hun rijke arrangementen - nimmer al te monotoon. Het feit dat de muziek tussen de songs door zo goed als nooit stilviel (Tiersen laste immers zonder onderbreking bruggen tussen de nummers), wakkerde misschien het gevoel aan dat het concert één langgerekte variatie op hetzelfde thema was maar deze ingreep - die trouwens vele klassieke soundtracks kenmerkt - vonden wijzelf best geslaagd, al was het maar omdat het optreden aldus - ondanks de reeds voldoende vermelde variatie – niet verwaterde tot een met haken en ogen aan elkaar hangende warboel waar maar weinig lijn in te trekken valt. In plaats van een fragmentarische aaneenschakeling van ‘stukjes’ kreeg men dus een mooi coherent geheel. Het feit dat er weinig interactie was met het publiek weze hem vergeven want gebabbel tussen de liedjes zou afbreuk gedaan hebben aan die ene lange trip waarop Yann Tiersen ons die koude winteravond meenam.

Organisatie: Botanique, Brussel + Live Nation

Gabriel Rios

Gabriel Rios en Isbells: flikkerlichtjespop!

Geschreven door

Noteer het maar: Onze Gentse Puertoricaan Gabriel Rios brengt een nieuwe plaat uit in 2010. Eerder hadden we al succesvolle platen ‘Ghostboy’ en ‘Angelhead’ en viel de samenwerking van ingetogener werk met jazzpianist Jef De Neve en percussionist Kobe Proesmans in goede aarde. In afwachting van wat 2010 zal te bieden hebben, nam Rios in deze winterperiode de kans zich in te duffelen met enkele intieme soloconcerten. Enkel Kobe Proesmans treedt in het tweede deel van de set bij, met enkele summiere drumroffels.
De fijnzinnige en kleurrijke mix van pop, latino, salsa, soul en hiphop die we kennen van Rios’ songmateriaal zette hij tijdens deze solo optredens uiterst sober om: hij speelde ze ingetogen, puur, naakt en kaal op z’n akoestische gitaar, liet ze aanstekelijker klinken door de vingertics en zweepte ze af en toe ietwat op, gedragen door z’n warme stem.
Er was heel wat vrouwvolk opgedaagd om deze charismatische singer/songwriter aan het werk te zien. In het begin voelde hij zich nog wat onwennig op het podium. We kregen een vol uur belangvolle oudere songs te horen waaronder “Stay”, “Broad daylight”, “Angelhead”, “Natural disaster” en de zuiderse “El raton” en “Tu no me quiros”; hij speelde breekbare versies van “Voodoo chile” (Jimi Hendrickx) en “Baltimore” van Randy Newman en lichtte een tipje van de sluier van de nieuwe plaat, die trouwens volledig Engelstalig zal zijn, waaronder “Gulliver” en een song over het sterrenbeeld “Orion”. In de bis durfde het duo iets krachtiger en steviger te gaan.

We hoorden een overtuigend intieme set van deze publiekslieveling; hij bekoorde het hartje van de dames met z’n geraffineerd materiaal. Opvallend was wel dat hij het Gentse publiek in het Engels toesprak.

Isbells uit het Leuvense hadden zich op een rij naast elkaar neergevleid op stoeltjes; hun stemmige muziek is te situeren ergens tussen Bon Iver, Iron & Wine, Kings of Convienence, Band Of Horses en Fleet Foxes. De single “As long as it takes wordt momenteel gek gedraaid en is de ideale droom-, kerst-, haard- of kampvuursong. Isbells is het project van Gaëtan Vandewoude, die als gitarist deel uitmaakt van het relatief onbekende Soon, en won één van de selecties van de vi.be on air. Het kwartet brengt de Amerikaanse alt.country/americana, folk en sing/songwriting binnen ons muzikaal landschap. Naast het instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, steelpedal en toetsen, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre door de meerstemmige hemelse zang en de veelvuldige ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’. Zelf dwarrelen ze graag in de muzikale leefwereld van Elliott Smith, Nick Drake en José Gonzalez; het dromerig, beklijvende materiaal van hun titelloos debuut klinkt uiterst gevoelig: pareltjes van songs die ze in een herfstig klankpalet opentrokken: “As long as it takes” trok meteen de aandacht, “Tim’s ticking”, “Reunite” en “I’m coming home” volgden, aangevuld met de broze “My Apologies” en een Frans/Engels gezongen “B.B Chevelle”. Naima Joris en Bart Borremans staan Gaëtan bij en live vult een vierde man aan.

Kortom, eenvoudig, doeltreffend en treffend straffe songs en heerlijke zanglijnen. Een puur, oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Verdiende doorbraak … Vlaamse band met Grootse toekomst …hun flikkerlichtjes pop is te koesteren!

Organisatie: Democrazy, Gent

Isbells

Isbells en Gabriel Rios: flikkerlichtjespop!

Geschreven door

Noteer het maar: Onze Gentse Puertoricaan Gabriel Rios brengt een nieuwe plaat uit in 2010. Eerder hadden we al succesvolle platen ‘Ghostboy’ en ‘Angelhead’ en viel de samenwerking van ingetogener werk met jazzpianist Jef De Neve en percussionist Kobe Proesmans in goede aarde. In afwachting van wat 2010 zal te bieden hebben, nam Rios in deze winterperiode de kans zich in te duffelen met enkele intieme soloconcerten. Enkel Kobe Proesmans treedt in het tweede deel van de set bij, met enkele summiere drumroffels.
De fijnzinnige en kleurrijke mix van pop, latino, salsa, soul en hiphop die we kennen van Rios’ songmateriaal zette hij tijdens deze solo optredens uiterst sober om: hij speelde ze ingetogen, puur, naakt en kaal op z’n akoestische gitaar, liet ze aanstekelijker klinken door de vingertics en zweepte ze af en toe ietwat op, gedragen door z’n warme stem.
Er was heel wat vrouwvolk opgedaagd om deze charismatische singer/songwriter aan het werk te zien. In het begin voelde hij zich nog wat onwennig op het podium. We kregen een vol uur belangvolle oudere songs te horen waaronder “Stay”, “Broad daylight”, “Angelhead”, “Natural disaster” en de zuiderse “El raton” en “Tu no me quiros”; hij speelde breekbare versies van “Voodoo chile” (Jimi Hendrickx) en “Baltimore” van Randy Newman en lichtte een tipje van de sluier van de nieuwe plaat, die trouwens volledig Engelstalig zal zijn, waaronder “Gulliver” en een song over het sterrenbeeld “Orion”. In de bis durfde het duo iets krachtiger en steviger te gaan.

We hoorden een overtuigend intieme set van deze publiekslieveling; hij bekoorde het hartje van de dames met z’n geraffineerd materiaal. Opvallend was wel dat hij het Gentse publiek in het Engels toesprak.

Isbells uit het Leuvense hadden zich op een rij naast elkaar neergevleid op stoeltjes; hun stemmige muziek is te situeren ergens tussen Bon Iver, Iron & Wine, Kings of Convienence, Band Of Horses en Fleet Foxes. De single “As long as it takes wordt momenteel gek gedraaid en is de ideale droom-, kerst-, haard- of kampvuursong. Isbells is het project van Gaëtan Vandewoude, die als gitarist deel uitmaakt van het relatief onbekende Soon, en won één van de selecties van de vi.be on air. Het kwartet brengt de Amerikaanse alt.country/americana, folk en sing/songwriting binnen ons muzikaal landschap. Naast het instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, steelpedal en toetsen, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre door de meerstemmige hemelse zang en de veelvuldige ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’. Zelf dwarrelen ze graag in de muzikale leefwereld van Elliott Smith, Nick Drake en José Gonzalez; het dromerig, beklijvende materiaal van hun titelloos debuut klinkt uiterst gevoelig: pareltjes van songs die ze in een herfstig klankpalet opentrokken: “As long as it takes” trok meteen de aandacht, “Tim’s ticking”, “Reunite” en “I’m coming home” volgden, aangevuld met de broze “My Apologies” en een Frans/Engels gezongen “B.B Chevelle”. Naima Joris en Bart Borremans staan Gaëtan bij en live vult een vierde man aan.

Kortom, eenvoudig, doeltreffend en treffend straffe songs en heerlijke zanglijnen. Een puur, oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Verdiende doorbraak … Vlaamse band met Grootse toekomst …hun flikkerlichtjes pop is te koesteren!

Organisatie: Democrazy, Gent

The Raveonettes

The Raveonettes: Magie in de lucht

Geschreven door

Met ‘In And Out Of Control’ levert het oorspronkelijk Deens, intussen naar New York uitgeweken duo Sharin Foo en Sune Rose Wagner al voor de vierde keer op rij een prima plaat af. Voeg hierbij het feit dat The Raveonettes de voorbije jaren amper op een Belgisch podium te zien waren en de uitstekende casting van het iets wat aftandse concertzaaltje van Het Depot dat hun door de jaren ’50 en ‘60 geïnspireerde rock and roll nummers als gegoten zit. Dan hing bij het begin van dit optreden een zekere magie in de lucht nog vóór we begonnen aan de Stella Pils.

De sterke opener “Gone Forever”, met een in gitaar fuzz gedrenkte kristalheldere melodie die knipoogde naar het ‘Isn’t Anything’ album van My Bloody Valentine, zette meteen de toon van een concert dat al vlug een aaneenschakeling van hoogtepunten bleek te zijn.
Bijna anderhalf uur lang schiepen The Raveonettes, voor de gelegenheid aangevuld met een drummer en bassist, er in Leuven een duivels genoegen in om hun nummers over verderf, geweld, drugs en seks feestelijk te verpakken in afwisselend mierzoete melodieën en breed uitwaaiende geluidsorkanen. In de eerste categorie: “Boys Who Rape”, waarin zangeres Sharin Foo met een kindstemmetje opriep om alle verkrachters te vermoorden. Of het solo gebrachte slaapliedje “Little Animal”, waarin Sune Wagner weg mijmert over zijn oversekste vriendin. Niet meteen de normen en waarden waarop de lokale Leuvense burgervader zijn socialistisch paradijs zou bouwen.
Tijdens het onheilspellende “Dead Sound”, het lang uitgesponnen  “Aly, Walk With Me” en “Break Up Girls!” werden werkelijk alle gitaar registers opengetrokken en werd je als toeschouwer bedolven onder een lawine van noise en stroboscoop licht.
Even naar adem happen kon je enkel tijdens de nieuwe nummers “Oh, I Buried You Today” en “Wine” die Het Depot in een droomachtige Twin Peaks sfeertje deden baden waarin het aangenaam vertoeven was.
Op het moment dat Sharin Foo vervolgens tijdens “The Beat Dies” Moe Tucker gewijs zelf het drumstel bewerkte, had menig Leuvens student in de zaal er ongetwijfeld al zijn onderscheidingen voor over om met deze sensuele frontvrouw… pinten te gaan drinken op de Oude Markt. Tijdens de nieuwe single “Bang!” en het nog steeds onweerstaanbare “Love in A Trashcan” zette het merendeel van de zaal zelfs een bescheiden dansje in als bevonden we ons op een goede, ouderwetse T-dansant.
Het sprankelende refrein van “Last Dance” nodigde tijdens de bisnummers nog eens volop uit tot meezingen en de vaart waarmee het slotnummer en classic “That Great Love Sound” voort denderde, moet de NMBS tegenwoordig wel erg doen blozen.

En zo trakteerden The Raveonettes ons in extremis nog op één van de beste concerten van het voorbije 2009. Moge 2010 even sterk starten!

Organisatie: Depot, Leuven

The Melvins

The Melvins: nog lang niet afgeschreven

Geschreven door

De legendarische en onvoorspelbare meesters van de oergrunge hoeven weinig of geen introductie meer. Het instituut rond Buzz Osborne (zanger/gitarist) en drumgod Dale Crover doen inmiddels al 25 jaar hun eigen ding. Met hun unieke kruisbestuiving van alternatieve metal, sludge, stoner, punk, noise en experiment/avontuur hebben ze hun eigen weerbarstige universum geschapen. We waren benieuwd wat ze vanavond voor ons in petto hadden.

Maar voor het zover was, kregen we eerst nog Porn (de band welteverstaan), voorgeschoteld. Het kwartet uit San Franciso rond gitarist/producer Billy Anderson (oa. Neurosis, Sleep, Fantomas, Eyehategod) serveerde ons een loodzware instrumentale set van sludge, stoner, noise en metal. De twee drummers (waaronder Dale Crover) zorgden voor een aparte beleving met hun perfect synchroon drumwerk. Echte songs waren er nauwelijks te ontwaren. Het had meer weg van één lange jamsessie van dertig minuten. De slepende en heavy riffs en creepy distortion en feedback waren enkel voor de die hard noise en sludge freaks onder ons weggelegd. Een degelijke opwarmer voor wat komen zou.

Een uitverkochte Kreun (zo'n 500 aanwezigen) was getuige van een sterke performance van deze veteranen, The Melvins. Net zoals vorig jaar bij hun welgesmaakte passage in de Vooruit stond hun double drums-concept centraal. Meesterdrummer Dale Crover en Coady Willis (Big Business-slagwerker) mepten er aardig op los en zorgde voor de nodige drive en een adembenemend duel. Zanger/gitarist King Buzzo, met exuberante haardos, zorgde voor het loeiharde maar loepzuiver riffwerk en zijn herkenbare vocalen. Het eerste deel van de set was vooral gereserveerd voor materiaal van hun laatste twee langspelers 'Nude with boots' en 'A senile animal'. We herkenden knappe en weergaloze nummers als het lome en trage "Civilised worm", het snedige "Rat faced granny", het overdonderende "A history of bad men", het hortende "Blood witch" en het korte en krachtige "The kicking machine". Het was een vrij toegankelijke en hard rockende eerste deel.

Na een kleine pauze werd er stevig afgetrapt met de verslavende brok lawaai "Nightgoat" (van meesterwerk 'Houdini'). Roadie Gareth werd eventjes op het podium geroepen, hij vierde zijn vijftigste verjaardag in Kortrijk. Hij werd luid en enthousiast toegezongen door het publiek. Zijn favoriete Melvins-song "Anaconda" kreeg hij als verjaardagstoetje. Met "Revolve " (van 'Stoner witch') en het immer imposante "Hooch" (van 'Houdini') blies het viertal de pannen van het dak. Het absolute kookpunt werd bereikt met de beukklassieker "The bit" (van 'Stag') die de hele zaal aan het headbangen bracht  Wat is deed toch een moordend nummer!!

Spijtig genoeg was het toen plots gedaan en wuifde bassist Jared Warren ons uit met een ons onbekende acapella song. Bisnummers waren niet aan de orde. Het viertal had ons inmiddels al twee sets gebracht van vijfitg minuten. We konden dus tevreden en voldaan huiswaarts keren. Dit was van grote klasse. Op naar de volgende 25 jaar?

Organisatie: de Kreun, Kortrijk

(The) Nits

35 jaar The Nits: artistieke kamerpop van deze doorwinterde Nederlanders!

Geschreven door

Menig muziekliefhebber fronst de wenkbrauwen als we zeggen dat de Nederlandse Nits al 35 jaar bezig zijn en al aan twintig cd’s toe zijn (voorheen The Nits). Deze Amsterdammers vonden elkaar terug in de bezetting van zanger/gitarist Henk Hofstede (stond al in voor heel wat projecten en bracht onlangs nog de Nederpop samen met Frank Boeijen en Henny Vrienten), drummer Rob Kloet en toetsenist Robert-Jan Stips. The Nits kennen het clubcircuit door en door, maar waren de laatste jaren meer te zien in de Culturele Centra.
Midden de jaren ‘80 brak deze charismatische band door met songs als “Nescio”, “Sketches of pain”, “In the dutch mountains”, “Adieu sweet bahnhof”, “The train” en “JOS days”. In hun sfeervolle, weemoedige pop horen we luchtigheid en eenvoud; hun bijdrages zijn elk op hun manier, Hofstede door z’n subtiel gitaarspel, Kloet met z’n variërende drumspel en Robert-Jan op toetsen en piano, die er behoorlijk wat geluidseffects aan toevoegt. De mooi uitgewerkte, fijnzinnige semi-akoestische composities hebben notie van durf en avontuur en zorgen voor een pastelkleurige herfst.

Hofstede zingt niet alleen, hij praat de avond aan elkaar en vertelt hoe sommige nummers tot stand zijn gekomen. Andere kondigt hij dan aan met een vleugje humor. In kader van de pas verschenen ‘Strawberry wood’ trok het trio terug op tournee. De Bota was maar een goede driekwart vol, en kreeg Nederlandstalige fans van middelbare leeftijd en een handvol Franstalige vrienden over de vloer. Gedurende de twee uur durende set kwam de klemtoon op de recentste plaat en blikten ze (even) terug op enkele belangvolle nummers van hun rijkelijk gevulde carrière. Ingehouden, met oog voor detail klonken de nieuwe “Havelka”, “Distance” en “The hours”. Een onvoorwaardelijk respect uitten ze voor Yasmine, die afgelopen zomer zich abrupt van het leven onttrok. Het eerste écht herkenbare nummer na een klein half uur, was het snedig opbouwende “Cars”. Het melancholisch klinkende nieuwe materiaal zat goed verdeeld binnen de set . een sober “Departure” en een ingetogen “Now” door Robert-Jan gezongen, gingen over in de verhaallijn van de vermoorde Theo Van Gogh in “The key shop”. “Nescio” bracht ons naar de psychedelische ’60’s en Nick Drake mocht een weekendje inspiratie opdoen in het huis van John Lennon in “Nick in the house of John”. Een forser klinkende country gaf charme aan de song.
Op die manier was het allemaal wel leuk en ontspannend en klonk de melancholie door: een dromerige “Jisp”, waarvan je de sneeuwvlokken letterlijk zag en voelde, en het aan Dylan / Cohen gelinkte “Tannenbaum” werden afgewisseld met de popgroove van “JOS days”, “Bad dreams” en “Flowers”. Na deze variatie kwam het trio even dichterbij op de rand van het podium, met een beperkt instrumentarium van gitaar/accordeon/handgeroffel en zonder versterking. “La petite robe noir”, die een mondje Frans had, - net als het zwierige “Adieu sweet bahnhof” in de bis, - en een stevig “No man’s land” besloten overtuigend de set. In de bis gingen ze van het innemende “Two times”, naar een meer krachtige en luchtige “In the dutch moutains” en “Adieu sweet bahnhof”, die beiden niet mochten ontbreken in de setlist!

Het was jaren geleden dat we zelf de Nits nog eens aan het werk zagen. Ze speelden beeldrijke songs via hun indrukken en teksten, brachten gevatte bindteksten en behielden dat relaxt gevoel van hun sound. Kortom, we hoorden artistieke kamerpop van deze doorwinterde Nederlanders!

Organisatie: Botanique, Brussel

Zita Swoon

15 jaar Zita Swoon gebundeld in ‘To Play, To Dream, To Drift – An Anthology

Geschreven door

Zita Swoon was al goed opgewarmd door de  twee concerten voorafgaand aan hun driedaagse halte in de AB. Zo was er de tryout in de Kreun en traden ze op in Parijs waar Miossec hen kwam vervoegen. De drie concerten stonden in het teken van de vijftien ZS jaren, die het retrospectief tweeluik, ‘An anthology - 2cd - To Play To Dream To Drift’ bevatten. Hierin zit een ‘best of’ voor wie de groep beter wenst te leren kennen, enkele bijzondere tracks van live performances, zoals van de intieme ‘Abandinabox’ concerten, en een verzameling van nooit eerder gereleased materiaal, nummers van vóór er sprake was van dEUS, Moondog Jr. en Zita Swoon. Maw de ‘Anthology’ is een dubbel cd, die probeert het parcours samen te ballen van de frontman Stef Camil Carlens en als toetje nog enkele speciallekes biedt. Vanaf volgend jaar komt de band op non-actief, worden er nog paar voorstellingen gedaan van de theater/dansproductie ‘Dancing with the sound hobbyist’ en plant Stef Camil een muzikale ontdekkingstocht door Burkino Faso en Mali, waar een project zal worden uitgewerkt met Afrikaanse stemmen. En het kan een nieuwe wenk naar de toekomst zijn zich eens te verwijderen van de tekst en enkel de muziek te laten spreken, zoals we dat al deels kenden van de muziek bij de stomme film ‘Sunrise’.

Zita Swoon heeft door de jaren een broeierige mix van pop, soul, funk, jazz, latingroove, Balkan en cabaret. Net zoals in de tryout groef Stef Camil in de wortels van de blues. Samen met z’n band kon hij moeiteloos van een warme, intieme en sfeervolle aanpak overstappen naar een swingend kader om tot slot volledig los te breken en hun duivels te ontbinden met een stomende partycocktail. Hun muzikale kijk, scherpte en creativiteit zetten ze om in oor- en oogstrelend entertainment. Stef Camil onderstreepte z’n aanstekelijk materiaal met de reeds trouwe zinsnede “Love love love, happy happy happy”.
Aarich Jespers is nog het enige originele lid van de band. Een paar jaar terug strandde de tandem met Tom Pintens, bewandelde gitarist Bjorn Eriksson andere paden en eerder nog stortte Thomas De Smet zich in het Think Of One avontuur. Al enkele jaren maakt Bart Van Lierde, bas/contrabas, en Amel Serra Garcia, tweede man op percussie, deel uit van de ZS bende. Op deze afsluitende tournee misten we toch wel de toetsvirtuositeit van Caluwaerts, maar de bevallige vocalistes, de zusjes Kapinga en Eva Gysel vingen dit zo goed mogelijk op. De songs kregen een kleurrijke tint door saxofonist/fluitist Hugo Boogaerts.
Voor deze (uitverkochte) concerten had Stef Camil een paar gasten mee nl. gitarist / producer John Parish, Arno en Tom Barman, als welverdiende schouderklop; ook in de zaal waren de ZS muzikanten van het eerste uur aanwezig. We zagen een geëmotioneerde Stef Camil van al die steun.

In hun al bijzondere muziekstijl hoorden we sfeerscheppingen, ritmes en tempowisselingen. De gemoedelijkheid van de tryout was ook tijdens de twee uur durende set terug te vinden. In de bijna gelijklopende songkeuze was de instrumentatie breder en met de gasten erbij, was er sprake van nét dat tikkeltje meer om voorlopig een volwaardige punt te zetten achter hun carrière. En die eerste gast was al meteen te zien op het podium. John Parish gaf met Stef Camil “Selfish girl” en “Jo’s Wine song” een portie gevoeligheid mee. Een ingehouden breekbare bluesy “The longing stays inside”, onder z’n lichthese, warme stem volgde, sober en in een beperkte instrumentatie met Bart en de backing vocalistes, de zusjes Kapinga en Eva Gysel. “A lonely place” (uit de ‘Rosas - dancing with the hobbyist’) was ook te vatten binnen deze sfeer.
Op “Hey watshayoudoin’” was de band voltallig te zien. Op aanstekelijke, frisse en broeierige wijze lieten ze de groove in de songs doorklinken, waaronder een uptempo versie van “Intrigue”, mede door Boogaerts blazerspartij en flute, in een ander kleedje gestopt, de krachtige nieuwe “Leave the town” en “Wake up for the trees” en een opbouwende “Alive in the city”. In deze songs zagen we een goed op dreef gekomen band, die erin slaagde het publiek te doen bewegen. Daarna hoorden we terug de andere Zita Swoon, die een sfeervol ingetogen ‘Big City’ gevoel bracht met “l’Opaque paradis” en het oude “Hello Melinda”. Een prominente rol was weggelegd voor Boogaerts. Het tempo verhoogde langzaam op “Je range” en het zwoele, sensuele en zuchtende “Maridadi”, door één van de dames gezongen; deze songs kwamen hier sterk uit de verf door de volle instrumentatie.
Tweede gast was Arno. Een bluesy hommage van twee knarsende, rauwe, doorleefde en slepende songs, “Love, truth & confidence” en “You got to move”, hoorden we in de beste traditie van een RL Burnside en Charles & Les Lulus stijl! Ze hadden een eigen identiteit enkel en alleen al door Monsieur Arno’s grauwe backing zang, mondharmonica, z’n pose en bekkentrekken. Vervolgens ging de band finaal op z’n doel af van aangename, lekkere funkende partyswingers als “Moondance”, “Hot, hotter, hottest” en My bond with you …Disko”. Een op stoom gekomen band haalde er Barman bij. Hij gaf de twee songs “Great americain nude” (klassesong uit de ‘Zea’ EP van dEUS, en nu ook op de pas remasterde cd te vinden!) en “Temptation inside your head” (Velvet Underground song), de juiste dEUS touch: het ene mag zeker eens in de set van dEUS worden opgenomen, en kon gelinkt worden aan “Fell off the floor man” door de repeterende, opbouwende en opzwepende partijen, Barmans overgemoduleerde zegzang en de hese backing vocals van Stef Camil. Een dEUS als vanouds?!; het tweede rockte en John Parish tokkelde een partijtje mee. Ondanks de sterke zang van Barman kon ik me niet van de indruk ontdoen dat z’n alterego niet van de ZS orde is. Maar dit terzijde, het was de aanzet naar een schitterende finale waar de feestneus kon worden opgezet; ze speelden stuwende, goed uitgebouwde en opzwepende soulfunkers in een James Brown outfit met “Everything’s not the same” en “Stamina”. Trouwens, door de jaren is dit nummer niet meer van de setlist te branden, een ‘mishmash’ van funk, soul, hippop en gospel, die elan kreeg door de samenzang van de zusjes Gysel en Stef Camil. Terecht een traditionele afsluiter binnen hun gigs!
Na de bedanking besloot een ingenomen, het aan Blacks “Wonderful Life” gelinkte “Moving through life as prey” de ruim twee uur durende trip…

De afwisselende, gevarieerde set van de drie grootse concerten in de AB zetten voorlopig een dikke punt achter de ZS carrière. We zijn benieuwd na de verdiende break wat Stef Camil en de zijnen in hun mars zullen hebben …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation + AB

Titus Andronicus

The airing of grievances

Geschreven door

Vernoemd naar een een niet zo gekend stuk van William Shakespeare scherpt deze band uit New Jersey onze aandacht met hun debuut. De band haalt invloeden uit ‘70s Stooges en Clash punk, de stadionrock van Bruce, de lofi pop van Violent Femmes en Guided By Voices en kruidt hun gruizige rock’n’roll punk met een sausje folk. Ze zijn in één adem op te noemen met The Gaslight Anthem en Thursday. De eerste songs, “Fear & loathing” en “My time outside the womb” klinken snedig, broeierig en grauw. “Joset of nazareth’s blues” is lofi punk en hun “Titis Andronicus” song de meest rauwe punksong op de plaat. Het kwintet heft een sterke closing final met de opbouwende en mooi uitgesponnen “No future pt 1 & 2” en “Albert Camus”.
Kijk, Titus Andronicus is een beloftevolle band die overtuigt met hun groezelig en schurend materiaal, onder de krijsende zang van Patrick Stickles. 

Woodpigeon

Treasury Library Canada

Geschreven door

Het muzikale landschap wordt altijd wel mooi gekleurd als het over Canadese bands gaat. Een leuke ontdekking die naar Europa komt overgewaaid is Woodpigeon, de band rond Mark Hamilton, zanger/liedschrijver van deze collectie houtduiven. De groep heeft na enkele EP’s al twee volwaardige cd’s uit, waaronder ‘Songbook’ en deze ‘Treasure Library Canada’, soms toegevoegd van de EP ‘C/W Houndstooth’.
De band beweegt ergens tussen Arcade Fire, Belle & Sebastian en Sufjan Stevens en draagt de ‘60’s Beatles, Beach Boys en Crosby, Stills & Nash in het hart. Hun hartverwarmende, dromerige songs hebben een melodieus eenvoudige opbouw, klinken soms broos of worden door de bredere orkestratie kleurrijker; naast het intense gitaarspel en de spaarzame percussie dragen instrumenten als viool, cello, piano, toetsen, blazers en de harmonieuze samenzang bij tot de freaky en emotievolle folkpop. Ook refereren ze aan het singer/songwriterschap van Tim Hardin en Buckley.
Geniet van hun veertien aangename songs die als één trip kunnen beluisterd worden, … door “Knock knock”, “Piano pieces for adult beginners” en “In the battle of sun ..” trekken ze de aandacht en is het allemaal mooi toongezet voor de rest; ze deinen uit met de sfeervolle tintelingen van “Emma & Hampus”, “Now you like me how” en “Bad news brown”. De muzikale droomwereld in een bos wordt met het bezwerende “Tic Tac Toe, Woolen endings” overtuigend besloten.

Kings Of Convenience

declaration of dependance

Geschreven door

Het Noorse duo Erlend Oye en Eirik Boe, twee belangvolle singer/songwriters, namen hun tijd en lieten elkaar de ruimte om dan terug bij elkaar te komen. Het debuut ‘Quiet is the new loud’ dateert al 2001 en lag samen met het materiaal van Turin Brakes aan de basis van de toen heersende new acoustic movement, een voorliefde van eenvoudig en sober gehouden gevoelige, dromerige akoestische gitaarpop, gedragen door een soort engelenzang. Aan het vervolg ‘Riot on an empty street’, drie jaar later pas, eveneens een ‘60’s getinte akoestische plaat , werden af en toe piano, banjo en een blazer toegevoegd; nu lieten de heren vijf jaar op zich wachten. Ondertussen had Erlend Oye z’n handen vol met The whitest boy alive, het deejayen, dancenummers inzingen, het uitbouwen van een solocarrière enz … Boe werkte intussen z’n studie af.
Kijk als de heren elkaar vinden in het ‘so we meet again’ princiep, dan geeft het vonken. Inderdaad, opnieuw horen we die eenvoudig simpel gehouden akoestische folkpop, die zo pakkend klinkt. Het zijn lieve, dromerig uitgekiende prachtsongs, gedragen door hun samenzang of door de zachte fluisterstem van Oye. “Mrs cold”, “Boat behind“ en “Rule my world” kun je probleemloos meefluiten en neuriën. Het kan nog intiemer en kaler, zoals op “My ship isn’t pretty”, “Renegade”, “Power of not knowing” en de afsluiters “Second to numb” en “Scars on land” die enkel door akoestische gitaargetokkel en stem worden bepaald … een vat vol melancholie … voor bij zonsondergang of bij het haardvuur, op donkere winteravonden met een glas rode wijn … genietend van serene rust of het geeft een helende werking na een stressvolle dag! Beperkte bijdrages van viool en contrabas worden toegevoegd.
Simon & Garfunkel zijn één van de voornaamste referenties. Ergens las ik dat Kings Of Convenience de cocktail zijn voor verliefde stelletjes en oude geliefden die elkaar in de armen vallen …zo zie je maar … drama met een happy end!

Zita Swoon

Zita Swoons tryout van ‘To Play, To Dream, To Drift – An Anthology

Geschreven door

Zita Swoon viert z’n vijftiende verjaardag met een retrospektief tweeluik, ‘An anthology - 2cd - To Play To Dream To Drift’. Hierin zit een ‘best of’ voor wie de groep beter wenst te leren kennen, enkele bijzondere tracks van live performances, zoals van de intieme ‘Abandinabox’ concerten, en een verzameling van nooit eerder gereleased materiaal, nummers van vóór er sprake was van dEUS, Moondog Jr. en Zita Swoon. Maw de ‘Anthology’ is een dubbel cd, die probeert het parcours samen te ballen van de frontman Stef Camil Carlens en als toetje nog enkele speciallekes biedt. Vanaf volgend jaar komt de band op non-actief, worden er nog paar voorstellingen gedaan van de theater/dansproductie ‘Dancing with the sound hobbyist’ en plant Stef Camil een muzikale ontdekkingstocht door Burkino Faso en Mali, waar een project zal worden uitgewerkt met Afrikaanse stemmen. En het kan een nieuwe wenk naar de toekomst zijn zich eens te verwijderen van de tekst en enkel de muziek te laten spreken, zoals we dat al deels kenden van de muziek bij de stomme film ‘Sunrise’.

Zita Swoon heeft door de jaren een broeierige mix van pop, soul, funk, jazz, latingroove, Balkan en cabaret. In deze set groef Stef Camil zelfs diep in de wortels van de blues. Samen met z’n band kon hij moeiteloos van een warme, intieme en sfeervolle aanpak overstappen naar een swingend kader om tot slot volledig los te breken en hun duivels te ontbinden met een stomende partycocktail. Hun muzikale kijk, scherpte en creativiteit zetten ze om in oor- en oogstrelend entertainment. Stef Camil onderstreepte z’n aanstekelijk materiaal met de reeds trouwe zinsnede “Love love love, happy happy happy”.
Aarich Jespers is nog het enige originele lid van de band. Een paar jaar terug strandde de tandem met Tom Pintens, bewandelde gitarist Bjorn Eriksson andere paden en eerder nog stortte Thomas De Smet zich in het Think Of One avontuur. Al enkele jaren maakt Bart Van Lierde, bas/contrabas, en Amel Serra Garcia, tweede man op percussie, deel uit van de Zita Swoon bende. Op deze afsluitende tournee misten we toch wel de toetsvirtuositeit van Caluwaerts, maar de bevallige vocalistes, de zusjes Kapinga en Eva Gysel vingen dit zo goed mogelijk op. De songs kregen een kleurrijke tint door saxofonist/fluitist Hugo Boogaerts.

Ongeveer 150 man mocht zich gelukkig prijzen om van deze originele, afwisselende en overtuigende set op deze tryout in de Kreun te genieten. In hun al bijzondere muziekstijl hoorden we sfeerscheppingen, ritmes en tempowisselingen. Op luchtige wijze gaf Stef Camil nog wat aanwijzingen, wat meteen het ijs brak met het publiek. Vooral in het begin was hij nog wat onwennig en zenuwachtig. Terecht, want solo de set en de show op gang trekken is geen evidentie. Hij greep eerst terug naar de bluesy roots; enkele gevoelige gitaarslides sierden “The longing stays inside”, “Blues for Sammy” en “Jo’s wine song”, onder z’n melancholisch lichthese, warme stem. Een mooie sobere, intieme, ingehouden start! Hierop volgend kwamen de charmante zusjes (btw één van de twee zal volgend jaar bevallen!) op het podium en met een beperkte instrumentatie hoorden we breekbare versies van “Selfish girl” en “A lonely place” (uit de ‘Rosas - dancing with the hobbyist’). Een even sfeervol kader hoorden we ergens halfweg de set toen Stef Camil als een jonge RL Burnside spruit twee slepende bluesy nummers speelde, “Love, truth & confidence” en “You got to move”, wat kon gelinkt worden aan Arno’s Charles & Les Lulus.
Op “Hey watshayoudoin’” was de band voltallig te zien. Op aanstekelijke, frisse en broeierige wijze lieten ze de groove in de songs doorklinken, waaronder een uptempo versie van “Intrigue”, mede door Boogaerts blazerspartij en flute, in een ander kleedje gestopt, het krachtige nieuwe “Wake up for the trees” en een opbouwende “Alive in the city”. In deze songs zagen we een goed op dreef gekomen band, die erin slaagde het publiek te doen bewegen. Daarna hoorden we terug de andere Zita Swoon, die een sfeervol ingetogen ‘Big City’ gevoel bracht met  “l’Opaque paradis”, het oude “Hello Melinda” en het aan Miossec ontleende “Quand meme content”. Een prominente rol was weggelegd voor Boogaerts. Het tempo verhoogde langzaam op “Je range” en het zwoele, sensuele “Maridadi”, door één van de dames gezongen. Na de bluesy hommage, ging de band finaal op z’n doel af van aangename, lekkere funkende partyswingers als “Hot, hotter, hottest”, “Everything’s not the same”, “Temptation inside your head” (The Pipettes achterna!) en My bond with you …Disko”. Verder kon met het goede uitgebouwde, opzwepende “Stamina” de feestneus worden opgezet. Door de jaren is “Stamina” niet meer van de setlist te branden, een ‘mishmash’ van funk, soul, hippop en gospel, die elan kreeg door de samenzang van de zusjes Gysel en Stef Camil. Terecht een traditionele afsluiter binnen hun gigs! Zita Swoons plankgas nam af met de sfeervolle “Take ina ride in a big city”, het aan Blacks “Wonderful Life” gelinkte “Moving through life as prey” en “Infinite down”, die de ruim twee uur durende trip besloten.

De afwisselende, gevarieerde set en de komende drie grootse concerten in de AB zetten voorlopig een dikke punt achter de ZS carrière. We zijn benieuwd na de verdiende break wat Stef Camil en de zijnen in hun mars zullen hebben …

Organisatie: de Kreun, Kortrijk

The Mars Volta

The Mars Volta speelt een meer dan degelijke set met weinig verrassingen

Geschreven door

Na hun memorabele en straffe doortocht op Rock Werchter dit jaar, waren we benieuwd of het Amerikaanse progrockgezelschap The Mars Volta ons opnieuw kon imponeren. Met het opvallend conventionele, ingetogen en toegankelijke 'Ocathedron' waren onze verwachtingen eerder bescheiden. Het Texaanse zestal onder leiding van zanger Cedric Bixler-Cavala en meestergitarist Omar Rodriguez-Lopez serveerden ons een vrij afgelijnde show, wat we niet echt verwachtten van deze geweldenaren.

Er werd afgetrapt met "Son et lumière" en "Inertiatric ESP", twee songs van hun indrukwekkende debuutplaat 'De-loused in the comatorium'. Meteen werd duidelijk dat de vocalen van Cedric Bixler-Cavala nog wat opwarming nodig hadden. Met de geluidsmix zat het wel goed, die was helder en uitgebalanceerd wat geen makkelijke opgave was met zes muzikanten op het podium. Nieuwe drummer Dave Elitch was goed ingespeeld maar was duidelijk een maatje minder dan zijn voorganger Thomas Pridgren. "Cotopaxi" van hun nieuwe en meer ingetogen album 'Octahedron' passeerde daarna de revue middels een bruisende en explosieve versie.
Vervolgens kwamen drie songs van het experimentele meesterwerk 'Frances the mute' aan de beurt: het stompende en energieke "L' via l'viaquez", het opzwepende en mooi opgebouwde “Miranda the ghost just isn't that holy amore" en het swingende en groovy "The widow", waarbij keyboarspeler Isaiah Ikey Owens en percussionist Marcel Rodirugez-Lopez een belangrijke rol speelden.
De ballad "Since we've been wrong" deed ons wat denken aan Led Zeppelin en klonk intiem en overtuigend, vooral dankzij de knappe vocale prestaties van Cedric. Met het complexe en proggy "Halo of nembutals" en het funky en met latino-invloeden doorspekte "Teflon" was het genieten geblazen. Er werd duidelijk meer aandacht besteed aan de muzikale kwaliteit en de composities op zich dan aan de oeverloze en vaak slaapverwekkende improvisaties bij hun vorige passages in ons landje. Opvallend is ook dat frontman/zanger Cedric het redelijk 'rustig' aan deed, weinig wilde en spastische bewegingen vanavond.
"Eriatarka" en "Cicatriz ESP" (beide van 'De-loused...') waren complexer en focusten meer op experimentele en orkestrale zijde van de band. Dit was messcherpe, viriele en geniale progrock met een sterk solerende Lopez in de hoofdrol. Toch had dit geen storend effect op het enthousiaste publiek. Ook het uitgesponnen en waanzinnige “Visceral eyes" (van 'Amputechture') en het broeierige en dreigende "Goliath' (van voorganger 'The bedlam in Goliath') konden rekenen op een groot applaus. Bijzonder knap.

De finale was weggelegd voor het oudje en de ultieme adrenalinestoot "Roulette dares", waarbij alles uit de 'kast' werd getrokken. Een onnavolgbare en magistrale wervelwind raasde over de Vooruit en liet ons murw en verdwaasd achter. Bisnummers waren er niet. Dit was ook niet nodig, ze hadden ons inmiddels ruim twee uren meegenomen op een fantastische en meeslepende trip!

Organisatie: Democrazy, Gent

William Fitzsimmons

William Fitzsimmons: verstilde, intieme pracht

Geschreven door

Voorbije zomer slaagde William Fitzsimmons erin om ons in het Brusselse Warandepark uiterst aangenaam te verrassen met zijn passage op de Feeërieën. Ook als voorprogramma van Sophia had hij enkele maanden eerder al hoge ogen gegooid. Niet verwonderlijk dus dat de Rotonde aardig volgelopen was voor deze opvallende verschijning.

Eerst kreeg Kate York de gelegenheid om het publiek op te warmen met de folky liedjes uit haar eerste twee platen, ‘Sadlylove’ uit 2006 en het recente ‘For you’. Ietwat schoorvoetend betrad ze voor het eerst een Brussels podium. We vermoedden dat haar onzekere opkomst te wijten was aan een stille, verlegen persoonlijkheid (iets wat we geaccentueerd zagen in haar twee vlechtjes) maar na het eerste nummer, “Stay with me”, kwam de aap uit de mouw toen ze schuldbewust opbiechtte met een knoert van een kater te kampen. De avond voordien hadden de Belgische biertjes blijkbaar iets te goed gesmaakt. Het weze haar echter vergeven want zowel haar breekbare liedjes (zoals het beklijvende “Rains here too” en “Go”) als haar droogkomische intermezzo’s zorgden ervoor dat op het einde van de verdienstelijke set velen bereid waren om in te gaan op haar verzoek tot meezingen tijdens “Holding on” (dat trouwens eveneens de afsluiter is van haar laatste plaat). Vooraf was York trouwens stomverbaasd toen bleek dat er zowaar een met haar werk vertrouwde fan in het publiek bleek te zitten. Ze schaamde zich dood en excuseerde zich uitgebreid omdat ze niet op diens verzoeknummers in kon gaan. Naar eigen zeggen herinnerde ze zich immers nauwelijks nog de tekst en muziek van die songs, iets waar haar reeds vernoemde kater ongetwijfeld debet aan was. Als troostprijs voor het door die bewuste fan gevraagde “Boys don’t cry” waagde ze zich aan “Always something there to remind me” van Burt Bacharach, iets waar iedereen zich tevreden mee kon stellen.

Als het epitheton ‘buitenbeentje’ op iemand van toepassing is, dan is het wel op William Fitzsimmons. Deze fel bebaarde kerel werd grootgebracht door twee blinde ouders. Tot op heden staan er drie platen op zijn actief waarvan het in eigen beheer uitgebrachte debuut (‘Until when we are ghosts’, 2005) nog niet officieel verkrijgbaar is in onze contreien. Sedert enkele maanden is dit wel het geval voor het initieel in 2006 uitgebrachte ‘Goodnight’, enkele weken terug kon men hier bij de betere platenboer eindelijk ook het vorig jaar op Amerika losgelaten ‘The Sparrow and the Crow’ terugvinden. Opwekkend valt ‘s mans muziek allesbehalve te noemen. Elkaar zien hebben zijn ouders om begrijpelijke redenen nooit gedaan, elkaar graag zien bleek uiteindelijk ook niet meer mogelijk hetgeen tot een pijnlijke scheiding geleid heeft die William bezong op zijn voorlaatste plaat. Op de laatste plaat gaat het er niet veel vrolijker aan toe want daarop bezingt hij zijn eigen echtscheiding. Gelukkig stelt Fitzsimmons het ondertussen al heel wat beter waardoor hij zich meermaals excuseerde voor de deprimerende invloed die zijn muziek op het publiek kan hebben, een impact die hij trouwens voortreffelijk countert door na elk nummer wat toelichting te geven en dit steeds op een dusdanig grappige wijze dat we gisteren tot het besef kwamen dat Kate York en William Fitzsimmons even volle zalen zouden lokken indien ze zich als komisch duo presenteerden. Niet getreurd echter dat ze zich tot op heden tot de muziek beperken want ook daarin excelleert de man die op basis van zijn kinbeharing met een lid van ZZ Top verward kan worden.
De eerste vier nummers bracht Fitzsimmons solo waarna hij zich vanaf het bezwerende “Afterall” liet begeleiden door Kate York op akoestische gitaar, door een bassist annex banjo- en mandolinespeler en door een drummer annex synthesizer- en tamborijnspeler (we beperken ons bij deze twee laatsten voor het gemak tot de voornaamste van de vele door hen bespeelde instrumenten). Tijdens “You still hurt me” werd het publiek opgeroepen om mee te zingen hetgeen aardig lukte. Voorafgaand aan “I don’t feel it anymore (Song of the Sparrow)” biechtte hij op dat de blaam voor zijn scheiding bij hemzelf en zeker niet bij zijn ex gelegd moet worden. Muzikaal week een redelijk stuwend “Everything has changed” licht af van de albumversie. Tekstueel was “Just not each other” de vreemde eend in de bijt aangezien er in dat lied zowaar hoop weerklonk, iets waarvoor hij zich excuseerde bij diegenen die enkel op mistroostige muziek zaten te wachten.
Na “If you would come back home” verdween de groep plots met de mededeling dat ze een minuutje later terug zouden zijn. Het verbaasde publiek werd niet veel later getrakteerd op het adembenemende “Goodmorning” dat (zonder versterking) gebracht werd als een serenade vanop het Rotonde-balkon. Uit dankbaarheid voor de laaiend enthousiaste reacties keerde Fitzsimmons solo op het podium terug met het vroege kerstlied getiteld “Covered in snow”. De verstilde pracht deed het publiek aan ’s mans bebaarde lippen hangen hetgeen hem motiveerde om nog een extra bisnummer toe te voegen aan de sterke set. Ook “You broke my heart” is een in wezen intriest lied, Fitzsimmons beweerde dan ook dat hij niet begreep waarom men hem bleef smeken om bijkomende nummers, temeer daar – en we citeren – “they all sound the same”. Die laatste bekentenis kunnen we niet tegenspreken en is illustratief voor de zelfkennis van deze bescheiden bard.

Terwijl een verwante muzikant als Damien Rice aardig wat variatie in zijn werk incorporeert, beperkt Fitzsimmons zich heel erg tot eenzelfde register. De verstilde pracht van zijn pure muziek is in combinatie met zijn zachte, zalvende zang echter van een dusdanige schoonheid dat we deze troostbrengende troubadour op hetzelfde niveau als Elliot Smith, Iron & Wine en Nick Drake durven te plaatsen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat zijn drie albums na afloop van het concert gretig aftrek vonden aan de merchandising stand.

Organisatie: Botanique, Brussel

Isis

Isis: een bezwerende en verwoestende pletwals

Geschreven door

Na twee knappe en indrukwekkende optredens in de Voouit (Balzaal) en in Dour, kwamen de postmetal grootheden van Isis hun nieuwste en felbejubelde worp, 'Wavering radiant' voorstellen in een goed gevuld Hof ter Lo. We waren benieuwd of ze de hoge verwachtingen konden inlossen.

Maar voor het zover was kregen we eerst de sludgemetal/stoner van Keelhaul uit Ohio, Cleveland voorgeschoteld. De band, die inmiddels al twaalf jaar meedraait en vier langspelers op hun naam heeft, deed dat met een loeiharde en intense set. Hun sound klonk als een kruisbestuiving van Mastodon, The Melvins, High on Fire, Baroness en andere zware jongens. Niet bijzonder origineel of grensverleggend maar wel degelijk en met overtuiging gebracht. Een ideale opener dus voor wat komen zou.

Het Finse Circle kon aanzienlijk minder luisteraars bekoren met hun eigenzinnige en vreemde mix van metal, progrock, psychedelica, avantgarde en krautrock. Het theatrale karakter van hun performance en de Finse teksten zorgden ervoor dat na enkele songs de zaal voor de helft leeggelopen was. Zanger en gitarist, Bruce Duff, deed enkele vergeefse pogingen om de toeschouwers te entertainen met strijdlustige kreten en heldhaftige rockposes. Hier zaten maar weinigen op te wachten. Enkel voor de volhouders.

Isis had duidelijk geen moeite om te imponeren. Vanaf opener "Hall of the dead" namen zanger/gitarist/frontman Aaron Tuner en co ons anderhalf uur mee in een bedwelmende en magische trip. Er werd duidelijk gekozen voor materiaal van 'Wavering radiant' met precisiebommen als het magistraal opgebouwde "Hand of the ghost", het loodzware en logge "20 minutes/40 years", het heldere en sfeervolle "Ghost key" en "Threshold of transformation", dat met zijn uitwaaierende gitaarpartijen en de tribale en hypnotiserende drumpatronen zondermeer het hoogtepunt van het concert vormde.
De nagenoeg perfect afgestelde geluidsmix zorgde ervoor dat het volop genieten was. Bandleider Aaron Turner switchte moeiteloos van brute grunts naar cleane vocals. Dit is niet iedereen gegeven. Indrukwekkend en straf. Ook de ritmesectie van bassist Jeff Caxide en drummer Aaron Harris vormden een goed geoliede machine.
Van voorganger 'In the absence of the truth' herkenden we het verzengende en zware "Holy tears". Verder kwamen ook enkele oudjes aan bod: het fantastische en ietwat verrassende "Wills desolve" (van 'Panopticon') en de kopstoot van jewelste "Carry" (uit blauwdruk 'Oceanic'). Er werd afgesloten met de sublieme sonische geluidsstorm van "Altered course" (uit 'Panopticon'). Perfect opgebouwd met een onafwendbare climax. We hingen in de touwen, wat een allesverwoestende wall of sound!

Met een sterke livereputatie en opvallend toegankelijk en 'gepolijst' materiaal bevestigt het Amerikaanse kwintet zijn status als band van een genre dat zij meegeschapen hebben. Het artistieke hoogtepunt is dus nog niet bereikt. Isis moet je ondergaan, dat staat buiten kijf! We kijken al uit naar de volgende passage!

Organisatie: Trix, Antwerpen

China Express 2009 – Sounds from the underground

Geschreven door

China Express 2009 – Sounds from the underground
2009-12-02 tem 04

China is met het hele Europalia-gebeuren nog meer dan anders hot en ook de Vooruit wou zijn duit in het zakje doen door ons nieuwe muzikale aspecten van de onbekende Aziatische reus te leren kennen met China Express.

Het programma was verdeeld over drie nachten met telkens aandacht voor weer een ander aspect van de laten we zeggen Chinese muziekwereld in de brede betekenis van het woord. Volgens het van Brian Eno afkomstige citaat dat gretig gebezigd werd om het hele gebeuren te promoten is de sfeer in Beijing anno 2009 even opwindend als in New York in 1979 en dat is toch wel een straffe uitspraak, als je nog maar een beetje thuis bent in de New Yorkse underground uit die jaren, die toch grootheden als Keith Haring, Talking Heads, Blondie en natuurlijk ook Madonna en ook nog eens een volledige blauwdruk voor wat house moest worden, heeft voortgebracht.

Het donderdagprogramma bracht een aantal muzikanten van de vele minderheden in China, meer bepaald volksmuziek uit het zuiden van China. Het programma was samengesteld door Gong Linna en was op zich interessant al was het maar door de vele kleurrijke kostuums. Het Chinese gevoel voor toon en melodie verschilt in ieder geval hemelsbreed van wat we in het Westen bekend zijn, en het is dan ook moeilijk om over dat programma zoiets als een gefundeerd oordeel te vellen, maar je bleef sowieso ergens met het gevoel zitten volksmuziek van slechts minderheden te hebben aanschouwd en niet bepaald wat leeft binnen de  beloofde ‘Chinese underground’. Wu Fei bracht daarna veel interessantere muziek die traditionele instrumenten op een originele manier gebruikt om een heel persoonlijk stijl te brengen. De tijd die haar was toebedeeld was eigenlijk te kort, iets wat misschien onvermijdelijk is en sommige van de aanwezige artiesten, zoals met name Wu Fei en Xiao He tekort deed. Het blijft een eerste kennismaking.  Ik ben dan nog een beetje sfeer gaan opsnuiven en de karaoke kort gaan aanhoren in het café beneden, maar veel toptalent viel er nu ook weer niet te bespeuren.

Vrijdag bracht als eerste Xiao He, die blijkbaar een soort enfant terrible van het Chinese artiestenmilieu is en misschien vanwege de taalbarrière een soort prettig gestoorde waanzin bracht, die moeilijk te catalogeren was. In ieder geval was het leukste moment toen hij plots in de gangen rond het podium begon te rennen en een geschreeuw ten beste gaf en daarmee wel zo ongeveer het hele publiek op zijn hand kreeg. Zijn vondsten zijn leuk, maar het blijft moeilijk om in te schatten in welke mate hij zich aan het Westerse publiek aanpast en wat hij zonder een taalbarrière zou brengen.
Het thema van vrijdag was eigenlijk ‘Encounters’, ontmoetingen dus tussen West en Oost. Heleen Van Haegenborgh en Ann Eysermans brachten een improvisatie-oefening met hun respectieve instrumenten. Eerlijk gezegd niet echt mijn cup of tea, maar het kon er mee door. Interessanter was de samenwerking tussen Lander Ghyselinck, percussionist en Li Tie Qiao, volgens de presentator de enige freejazz-muzikant in China. Zaten ze even zonder. Ze hadden ook niet de gelegenheid gehad om veel te oefenen, dus werd het het genre getrouw een improvisatie tussen twee knappe muzikanten. Van de samenwerking tussen Shenggi en Yan Yun heb ik door het late uur slechts het begin meegepikt. Het ging richting heel atmosferische astronautenmuziek, welke sfeer Yan Yun aan zijn jeugd in het kleine wereldje van het Chinese ruimtevaartprogramma, als zoon van de ontwerper van het Chinese astronautenpakje te danken heeft.

Dag drie bracht op papier misschien wel het meest interessante programma omdat de DJ’s die geprogrammeerd stonden niet de steun van de Chinese overheid leken te hebben. Subversief denk je dan, hoewel dat in de elektronica waar teksten zelden verwijzen naar politieke boodschappen misschien vaker nog in de richting van escapisme gaat. We hoorden veel verschillende stijlen, van de redelijk geschifte breakcore van iLoop, in de traditie van een geluidsterrorist als Alec Empire, tot de minimal techno van B6. Het is allemaal niet slecht gebracht en met veel overgave en enthousiasme (zeker het shirtloze moment van iLoop was leuk) maar waarin het dan afwijkt van Europese elektronica is mij niet duidelijker geworden. Dankzij de informatica kan gelijk welke whizz-kid tegenwoordig op zijn slaapkamertje in het beste geval verbazingwekkende dingen maken; dat hoor je tegenwoordig ook dat er een nieuwe generatie artiesten opstaan uit minder verwachte hoek, van Moskou tot Dubai over Buenos Aires; de netwerken doen daar veel aan, maar het bleef toch wat raar om tegen het einde van de avond Paul Kalkbrenner te horen. Absoluut niks op tegen, maar de originaliteitsfactor is niet overdreven groot.

Organisatie: Vooruit, Gent


Therapy?

Fxx Therapy rock’n’roll …

Geschreven door
Bijna twintig jaar staat het Noord-Ierse Therapy? al garant voor een feestje! Na verpletterende optredens in de AB en op Rock Zottegem, die de laatste cd ‘Crooked timber’ glans gaven, speelden ze de kers op de taart met een derde en een afsluitend optreden in een nokvolle de Zwerver in Leffinge. De muzikale wervelwind van deze dolle veertigers blijft een leuke ervaring. De tandem Cairns (zang/gitaar) – McKeegan (zang/bas) en de jongere Neil Cooper (op drums) gooiden na toppers ‘Troublegum’ en ‘Infernal love’, midden de jaren ’90, de muziekcommercie in de ring. ‘Semi-Detached’ leidde een nieuw hoofdstuk in, zei het grote publiek vaarwel en ging terug naar een ‘back to bascis’ rock’n’roll van retestrakke, energieke en bedreven drie minuten puntige, rauwe songs die ergens dwarrelden tussen ‘70’s hardrock, punk, metal en noise. De laatste worp ‘Crooked timber’ rockt en swingt tegelijk en we horen de invloeden van Killing Joke en Helmet door producer Andy Gill.

  De charismatische, lieflijke maar hyperkinetische band heeft z’n ‘make some fxx noise’ nog niet verleerd en beleeft aan elk optreden het nodige speelplezier. Het trio deed denken aan ons eigen Triggerfinger die z’n publiek verovert en vermaakt door de rechttoe-rechtaan aanpak. Ze onderscheiden zich enkel in het soleren.
Therapy? beet zich niet vast in de hitmachine van weleer, maar speelden een venijnig bruisend concert van hun opzwepend materiaal. Cairns had steeds wel een (politiek) verhaal klaar die de intense en gave rocksongs voorkauwden. Ze trokken meteen de aandacht en creëerden een broeierig sfeertje met de opbouwende “Turn”, “Isolation” en “Stories”. De gortdroge drums, de zwierige bas en het rauwe gitaarspel sierden. De onvaste vocals van Cairns hadden zo hun charme binnen hun uitgelatenheid. Het aan Pantera en Helmet gelinkte “Enjoy the struggle” was de voorbode van het nieuwe materiaal, want “Bad excuse for the daylight” en “Exiles” volgden. De bas bood een donker kantje en dreunde stevig door, het gitaarspel werd scherper en de drums heviger. Strakker klonken dan een paar andere nieuwe songs, die aan een sneltempo voorbij raasden met de titelsong van de laatste cd “Crooked timber” als closing final.
Ze vormden de Zwerver om tot hun “Church of noise” en het publiek als hun discipelen. Het nummer werd in een andere versie gebracht, minder bedreven, ruwer en met meer groove, net als “Potato Junkie”, die ons terugbracht naar hun beginperiode met de gouden zinsnede “James Joyce is fxx my sister”, die door de jaren al door vele fans werd gezongen. Ook de ‘Riverdances’ van Michael Flatley mocht eraan geloven. Een jonge gast kreeg de kans het publiek op te hitsen in dit nummer. Het werd verdomd warm in de Zwerver en het tempo werd hoog gehouden met klassesongs “Knives”, “Screamager” en “Teethgrinder”. De songs klonken ongepolijst en refereerden aan de grunge van Nirvana. Het emotievol tedere “Diane” op plaat leunde nauw aan het originele van Husker Du, namelijk hard, krachtig en gebald en beëindigde de dynamisch frisse set na een goed anderhalf uur.
Het trio had nog steeds wat adrenaline in huis en bracht nog een pittige bis met een knipoog aan The Ramones in “Opal mantra” en “Lonely cring lonely” en droeg “Die laughing” op aan Michael Jackson en lieten tot slot de hel losbreken op “Going nowhere”. Menig geduwtrek en skydiven hoorden erbij om zich ten volle over te geven in deze uitstekende songkeuze.

Therapy? bracht een overzicht van oud en nieuw en werk en slaagde erin z’n fans te entertainen met een ongecompliceerde rockshow ‘pur sang’. Allemaal iets rauwer, ruwer en ongepolijster maar met het hart op de juiste plaats. Voor niks is dit fxx Therapy rock’n’roll …

Support was Ricky Warwick die de band vergezelt op hun toer; als een bard speelde hij enkele snedige gitaarsongs, die kleur kregen door z’n Iers accent.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Living Colour

Living Colour: Te weinig volk voor een bende klasbakken

Geschreven door

Einde jaren tachtig en begin jaren negentig waren wij volledig weg van baanbrekende bands als Pixies en Living Colour. Beide groepen maakten in het toen nog alternatieve circuit furore met enkele essentiële platen en verdwenen dan even snel als ze gekomen waren.
Vandaag worden we overstelpt van reünies en zowel Pixies als Living Colour zijn terug op tournee. Legt u ons nu maar eens uit waarom The Pixies Vorst Nationaal uitverkopen en Living Colour voor ocharme 200 mensen in de Vaartkapoen staat te spelen. Wij snappen er niks van.

Een jaar geleden zagen wij Living Colour al eens aan het werk in de Brusselse Botanique, toen voor iets meer volk, en eerlijkheidshalve dienen we er aan toe te voegen dat het concert van toen iets meer memorabel was. En wel hierom :
Vanavond in de Vk* speelde Living Colour in het eerste deel van de set lekker strak, hard en snedig, ondermeer met uitmuntende buffelstoten als “Ignorance is bliss”, “Go away” en “Elvis is dead”. Tot daar geen probleem dus, maar halverwege de set werd de veer gebroken met een overbodige drumsolo (dat Will Calhoun kan drummen wisten we al, hij hoefde zich helemaal niet zo uit te sloven om ons daarvan te overtuigen), waarna het toch wel een beetje te lang duurde vooraleer de heren terug goed op dreef kwamen. Met knappe uitvoeringen van loepzuivere popsongs als “Bi” en “Glamour boys” was immers al wat gas teruggenomen en daartussenin had Living Colour ook behoorlijk wat nieuw werk gebracht uit hun nieuwste ‘The chair in the doorway’. En dat is nu niet bepaald een onvergetelijk album, ook al kwamen de songs er live sterker door dan de wat kleurloze versies op het album (kleurloos, inderdaad, een beetje een pijnlijke omschrijving voor een band die zich Living Colour noemt). Het vuur bleef dus een beetje te lang weg en de boel ontplofte maar echt opnieuw met “Cult of personality”, nog steeds de beste Living Colour song, zeker live. Dit was echter al het laatste nummer, wij zaten dus tevergeefs nog te wachten op “Love rears its ugly haed” en “Nothingmen”.

Toch hebben we genoten van deze klasbakken, want dat zijn het alleszins. Bij Vernon Reid kon, met uitzondering van de laatste song, er niet echt een lachje af (slecht geslapen waarschijnlijk) maar zijn verbluffende gitaarspel bleef intact. Doug Wimbish viel op met een euh… gitaarsolo op zijn bass (dan nog midden in het publiek) en zanger Corey Glover heeft nog steeds die soulvolle stem. Er waren dus nog genoeg momenten om van te smullen en daarom begrijpen wij echt niet waarom hier zo weinig volk op af kwam.

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

The Fiery Furnaces

I’m going away

Geschreven door

The Fiery Furnaces hebben het deze keer wat eenvoudiger en iets rustiger aangepakt. Voorheen propten ze met graagte 56 ideeën in één song, hier beperkten ze zich meestal maar tot een drietal per stuk. ‘I’m going away’ klinkt dan ook een flink stuk minder nerveus dan zijn voorgangers. Een mens kan dit exemplaar makkelijk in één ruk uitzitten zonder dat ie van ’t kastje naar de muur geslingerd wordt om uiteindelijk compleet zotgedraaid of verdwaasd achter te blijven (de vorige ‘Widow city’ was om te zeggen zo een plaatje waar wij compleet hyper van werden, maar wel een kanjer van een schijf).
The Fiery Furnaces zijn na al die jaren ook al een serieus eind van de Velvet Underground verwijderd. Misschien herinnert u zich nog het prachtige debuutplaat ‘Gallowsbird Bark’ die compleet van de velvets doordrongen was, op ‘I’m going away’ is daar niets meer van te horen. De seventies zijn wel aan bod, deze keer, en dit vooral in de prettige gitaar- en orgelsolootjes van Matt Friedberger. Zusje Eleanor knoopt daar weer die frisse vocals en vreemde teksten aan met een geslaagd, zij het ietwat minder bizar, album als gevolg. Rustiger, vooral dat.
U hoeft echter nog niet te denken dat The Fiery Funaces de nieuwe Yes of -godbetert- Coldplay zijn geworden, hun songs (hier ook vrij kort volgens hun doen) zijn immers in al hun creativiteit nog steeds lekker tegendraads en eisen nog altijd de nodige moeite bij de beluistering. Wees gerust, de hitparade lonkt echt nog niet.

Soulsavers

Broken

Geschreven door
Het derde album van Soulsavers is er terug eentje om van te snoepen. Deze uit het Noorden van Engeland opererende band van Richin Machin heeft een uniek samenwerkingsproject klaargestoomd met de uit LA residerende zanger Mark Lanegan. Een samenwerking die groeide van de vorige cd ‘It’s not how far you fall, it’s the way you land’ (2007). Het duo Machin - Glover verdiende eerder z’n sporen met hun Soulsavers Soundsystem van remix werk (o.a. Beastie Boys en Starsailor) en soundscapes voor series en  films. In 2003 verscheen de eerst ‘echte’ plaat, het elektronica getinte‘Tough guys don’t dance’, met o.a. Josh Haden van het toenmalige Spain als gastvocalist.
We horen prachtsongs die de basis rock –americana - soul – jazz - gospel en triphop hebben; De spannende dreiging en de diepgrauwe, krakende stem van Lanegan en diens teksten passen ideaal in de Soulsavers outfit. Daarnaast zijn er nog een handvol bijzondere gasten: op de rauw rockende “Death bells” en “Unbalanced pieces” komen enerzijds Gibby Haines (Butthole Surfers) en anderzijds Mike Patton langs en Jason Pierce van Spiritualised neemt het orkestrale “Pharaohs chariot” voor z’n rekening. Een glansrol is weggelegd voor de Australische ontdekking Rosa Agostino, luster maar eens naar de sfeervolle “Praying ground” en “By my side”. Na Isobel Campbell scoort ze goed op de duets “You will miss me when I burn” (van Will Oldham geschreven btw!) en “Rolling sky”. “Some misunderstaing” van Gene Clark van The Byrds werd nieuw leven ingeblazen en kreeg een Crazy Horse solo mee. De twee instrumentals, “The seventh proof” en “Wise blood” grijpen terug naar de filmische soundscapes van het Soulsavers avontuur.
’Broken’ is een spannende, intens broeierige plaat die breekbaar pakkende stukken heeft en de knappe collaboratie onderstreept van het duo Machin - Glover, de band en z’n gastartiesten, met Lanegan en Agostino voorop!


The Temper Trap

Conditions

Geschreven door

Het uit Melbourne afkomstige The Temper Trap heeft na hun titelloze debuut EP van drie jaar terug een ijzersterk debuut uit, ‘Conditions’. In eigen land werden ze al sterk ontvangen omdat songs van de EP gebruikt werden in tv series en bioscoopfilms. De doorbraak gebeurt nu iets vlotter door het feit dat de band naar Londen verhuisde en terecht in de spotlights mag komen. We horen op hun debuut groots bezwerende, dromerige poprock, die door doordreinende, krachtige ritmes en een brok psychedelica en bombast voortgestuwd worden. Ze steken voldoende afwisseling in hun sferisch broeierige, catchy nummers. Meer dan overtuigend klinken “Rest”, Down river”, “Soldier on”, “Fools”, Science of fear” en de single “Sweet disposition”. Spil Dougy Mandagi kan hoog uithalen in z’n falsets, en stapt moeiteloos over in een meer directe, rauwe zang, zoals in “Resurrection”. Het lekker mee neuriënde “Fader” geeft dan de eenvoud weer van energieke poprock. In hun sound zijn er duidelijk referenties naar het oude U2, Glasvegas, TV On The Radio en Bloc Party. Voor de productie deden ze beroep op Jim Abbiss (die al instond voor Arctic Monkeys, Unkle, Adele en Bjork).

Wintersleep

Welcome to the night sky

Geschreven door

Danig onder de indruk zijn we toch van het Canadese Wintersleep, die al toe zijn aan hun derde cd; deze plaat laten we niet onopgemerkt aan onze neus voorbijgaan. We horen in de songs een duidelijke variatie van dromerig, ingetogen en krachtig dynamisch werk. Het zijn songs die er duidelijk staan,  van een lief, zacht naar een intens hardere, spannend bezwerende opbouw. De gitaren, piano, toetsen en Paul Murphys diepe vocals zijn de barometer van hun frisse boeiende sound.
Wintersleep barst van de potentie, ze geven hun sfeervol materiaal een stuwende wave ondergrond mee. Ze trekken meteen de aandacht met een broeierige “Drunk on Aluminium” en een snedige “Archaeologists”. De daaropvolgende “Dead letter & the infinite yes” en “Weighty ghost” klinken sfeervoller en hebben een folky tint. Maar sterk overtuigd zijn we van het opbouwende “Murder”, “Laser beams”, het langgerekte -van postrock ontdane – “Miasmel smoke & the yellow bellied freaks” en het in wave gesmoorde “Oblivion”. Wintersleep houdt het bij de Canadese scène van Arcade Fire, maar giet er een flinke scheut Editors en Interpol op!

Pagina 445 van 497