logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15458 Items)

Kulturama 2010: SMART met Mauro, Ruben Block, Frank Vander Linden, Jan Hautekiet e.a.

Geschreven door

Kulturama 2010 – SMART - Veel te mooi om niet te vergeten

Frank Vander Linden gaf het publiek in het eerste nummer een heel erg duidelijk advies: “Trouw nooit”. De toon was meteen gezet voor een avondje vol liederen die vooral de minder mooie kanten van de liefde in het licht zetten. De verheerlijking van de onvolprezen smartlappen bleek donderdagavond het ideale tegengif voor hetgeen we in deze Valentijnstijden te pas en te onpas te slikken krijgen. Anton Walgraeve en Mathias Sercu brachten het eerste van de vele duetten die ons in het goed gevulde Depot gepresenteerd zouden worden. De Hollandse Marika Jager mocht even de rol van Willeke Alberti spelen alvorens Walgraeve zijn stadsgenoten trakteerde op “Zondagmiddag Liliane” van de betreurde Louis Neefs. Stijn verkocht gewoontegetrouw veel show tijdens “Rozen voor Sandra”, een lied dat ondertussen al veertig jaar geleden onsterfelijk gemaakt werd door Jimmy Frey. Nadien mocht gitarist Ruben Block een eerste keer imponeren terwijl Bob Benny (of toch diens foto) goedkeurend over diens schouder toekeek. Het vrouwelijke gedeelte van het publiek werd helemaal gek toen plots die andere brok charisma, zijnde Mauro, het podium betrad. “Zo mooi, zo blond en zo alleen” klonk nog nooit zo cool. Marika Jager liet Frank Vander Linden daarna schitteren als “Dokter Bernhard” van Bonnie St. Claire.

U merkt het, beste lezer, afwisseling was troef bij hetgeen deze gelegenheidsband - die voorts nog bestond uit Jan Hautekiet, Mario Goossens, Tom Pintens en Monsieur Paul (ooit nog bassist van The Boxcars) – ten berde bracht. Om deze stelling kracht bij te zetten toverde Stijn wat spooky geluiden uit zijn speeltjes terwijl hij het uiterst obscure “De geschiedenis herhaalt zich” van een zekere Cowboy Gerard declameerde. Gelukkig bleef dit experimenteel intermezzo beperkt tot één nummer en deed Mathias Sercu ons nostalgisch verlangen naar de tijd dat Benny Neyman zelf nog “Ik weet niet hoe” kon zingen. Tom Pintens bleek een spiekbriefje nodig te hebben tijdens “Droomland”, een Johny Jordaan-klassieker die hij aan de bevallige zijde van Marika Jager bracht. Met het oeuvre van John Terra blijkt Pintens meer vertrouwd want “De dag dat het zonlicht niet meer scheen” bleek een koud kunstje. Met een lekkere pint in de ene en een dankzij de gezondheidspolitie tot antiquiteit verworden object als een aansteker in de andere vochten we vervolgens tegen de tranen tijdens het door een uiterst ingetogen Ruben Block gebrachte “Ik mis je zo”. Zelfs de tegenwoordig erg olijke Koningin Fabiola zou donderdagavond meer ontroerd geweest zijn door de versie die Block bracht dan door hetgeen ze tijdens de begrafenis van haar Boudewijn moest aanhoren. Kilo’s kippenvel materialiseerden zich in Het Depot. Bekomen deden we tijdens “Ben” van kindsterretje Silvy Melodie(nu gekend als ‘die van Sylver’), een cover van een cover dus want het nummer werd uiteraard de onsterfelijkheid in gezongen door wijlen ’s werelds allergrootste kindervriend.
Antow Walgraeve herinnerde ons er met “Mijn lijf doet zeer” aan hoeveel Ann Christy geleden heeft. Ook Johnny White stapelde al aardig wat miserie op, Mauro toonde met “Verloren hart, verloren droom” aan dat de liefhebbers van de betere smartlap daar blij om mogen zijn (sorry, Johnny). Een nieuw hoogtepunt diende zich aan toen Mauro zich liet vergezellen door steracteur/-artiest Sercu tijdens “Veel te mooi”, een nummer dat vanneygens massaal meegebruld werd door een almaar enthousiaster wordend publiek. Nadat Stijn een exotisch getinte versie van “Ik voel me zo verdomd alleen” bracht, liet Frank Vander Linden het feestje voortduren middels “Cherie” van Ertveldes meest bekende exportproduct. Ook het door Stijn en Marika Jager gezongen “Het zal je kind maar wezen” swingde als de pest. Toen de veelzijdige Ruben Block de legendarische La Esterella incarneerde bleek dat het orgelpunt van de avond te vormen. In plaats van “Veel te mooi” brulden we “Veel te kort” maar het mocht niet baten.

Het SMART-project was ter gelegenheid van de opening van het M-museum bedoeld als éénmalig. We prijzen ons gelukkig dat de geschiedenis zich herhaalde aangezien deze gelegenheidsgroep in het kader van Kulturama een tweede keer wilde schitteren. Ik weet niet hoe men na zo’n veel te mooi concert droomland kan bereiken, na een quasi slapeloze nacht deed vrijdagochtend mijn lijf zeer maar treuren deden we niet want gedeelde smart is halve smart….en het weekend lag gelukkig voor de deur.

Organisatie: Kulturama ism Depot, Leuven

The XX

The XX: door een minimum aan middelen een maximum aan intensiteit creëren

Geschreven door

The New Puritains slaagden er vandaag niet in de Eurotunnel te kruisen door het helse winterweer. De jonge indierockende band houdt van bezwerende elektronica, stoeit met ritmes en zorgt voor onverwachtse wendingen, zoals we het o.a. kennen van Animal Collective en Yeasayer. Hun optreden zou alvast mooi meegenomen zijn met de Londense hype The XX.
The New Puritains vormen alvast de voorhoede van een nieuwe rits beloftevolle bands in 2010 … In ons landje komen ze in de maand april en zullen waarschijnlijk dan niet meer opgehouden zijn … Intussen legden we hun puike plaat ‘Hidden’ nog eens op…

Maar niet getreurd, alles draaide vanavond rond die andere Britse band The XX. Het jonge Londense trio was nog tot vorig jaar een kwartet. Baria Qureshi (keyboards) kon de druk niet meer aan en liet band en populariteit voor wat het was. Het gemis hebben Romy Madley Croft (lichthese stem (Kim Gordon), zang/gitaar en Tracy Thorn EBTG –lookalike), Oliver Sin (zang/bas en Nitzer Ebb lookalike)  en Jamie Smith (knoppenman/producer en Lou Barlow lookalike) voldoende kunnen opvangen.
De groep kreeg niets anders dan lovende kritieken op hun debuut, die het houdt op broeierige, intense en intieme darkwave pop. Een soort ‘pop noir’, fluisterpop die een bijzondere spaarzame mix bevat van indiepop, postpunk, ‘80’s wavepop en r&b. En die duidt op een ‘less boven more’ princiep: een maximum aan intensiteit creëren door een minimum aan middelen, ontdaan van alle opsmuk door het minimalisme en de intrigerende, subtiele melodieën, die een ingehouden spanning hebben, bitter en koel maar boeiend, warm en zoet.
Het trio verwezenlijkt het door de beheersing en de schoonheid van het spooky gitaarspel, - getokkel en de eenzame reverb gitaarlijnen, die sterk refereren aan de BRMC/Chris Isaak’s verdwaalde, donkere bluesrock’n’roll, de aan Joy Division wave basses en de gestripte synths, toetsen en beats. De sound krijgt nog meer richting door de prachtduetten van Madley Croft en Sim, die op het podium om elkaar cirkelen, elkaars gedachten en blikken weten aan te vullen en zingen in een soort half brabbelende vertelzang en flarden tekst uitwisselen.
Het lijkt wel een soundtrack die het vroegere Young Marble Giants, Low en de Portishead/Tricky triphop bij elkaar brengt.

We waren sterk onder de indruk van hun intieme, sfeervolle broeierige aanpak die een betoverend melancholisch plaatje opleverde van subtiliteit en finessse. Ze overtuigden me nog meer als de muzikale hype van 2009/2010.
De songs zijn te interpreteren als één geluidstapijt en één luisterervaring en, die niet zomaar kunnen geswitcht worden, waardoor de volgorde live op één song na, helemaal gerespecteerd werd. Het emotievolle “Vcr” stak ergens middenin. De intro speelden ze achter een wit doek, meteen gevolgd door de eerste single “Crystalized”, die aangaf hoe minutieus elk geluidje z’n plaats vond binnen het geheel. Donkerder en dreigender waren “Islands” en “Fantasy”, opgetrokken door een glamrockend getokkel. De gedempte spotlights, de stroboscoops en het rookgordijn bepaalden mee de donkere sfeer en romantiek. “Shelter” startte sober en ging naar een crescendo krachtige, felle opbouw. Ook de daaropvolgende “Basic space” en “Nighttime” waren in dezelfde stijl en hadden een forse electrobeat. “Vcr” deed denken aan een oude IlIketraIns song en ( het nieuwe) “Do you mind” – Kyla-cover’ onderstreepte de unieke spannende dreiging. Tot slot ging het met “Infinity” naar een apotheose door de verrassende wendingen en het avontuurlijke karakter; de song werd mooi uitgesponnen, kreeg een krachtige outtro op cymbalen en tilde het door de “Blue Hotel/Wicked game” riff en refrein (van Chris Isaak (jawel!) naar een hoger niveau.
Tussen de nummers hoorden we bedankjes zachtjes onwennig prevelen. De weinige woorden stoorden niet binnen het XX-concept.
Door het warme onthaal en de sterke respons speelden ze een ingehouden “Stars” in de bis, maar net als in het tweede deel van de set kreeg het nummer een stevige eruptie! De coversongs “U got to love” en “Teardrops” werden in de koelkast opgeborgen.

Het succes van The XX is terecht te danken aan hun eenvoud, eerlijkheid en bescheidenheid; de songs zijn ontdaan van alle bombast, pathos en tierlantijntjes. Ze raken met hun cool, catchy, timide aanpak … en soms moet dat niet meer zijn om te kunnen overtuigen …

Neem gerust een kijkje naar de pics van de gig in de AB op 17.02

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Vampire Weekend

Contra

Geschreven door

Vampire Weekend heeft een voortreffelijke tweede cd uit, ‘Contra’ die het titelloze debuut opvolgt. Ze brengen ‘schone’ popliedjes, die rijkelijk geschakeerd zijn door Afrikaanse popritmes. Ze integreren de speelsheid en ritmiek van afropop in hun Westers geluid, wat referenties oproept aan Paul Simon, Talking Heads en Peter Gabriel.
‘Contra’ klinkt even boeiend en is een logische verderzetting, zonder drastische wendingen. Ze behouden de wereldse aanpak van een melodieus aanstekelijke groovy sound en grijpen invloeden van Azië en Z-Amerika aan.
Wat ze allemaal uit hun instrumenten toveren lijkt onwaarschijnlijk. Elke song overtuigt en haalt een invloedssfeer aan die de song grootser en breder maakt door o.a. reggae, funk en dancehall.
Geniet en onderga wat deze band allemaal verwezenlijkt op de tien songs: sfeervol, fris, sprankelend, leuk en toegankelijk. “Horchate”, “White sky”, “Holiday“ en “California English” zijn al meteen super qua ritme, vibe en groove. De orkestraties hebben de doorslag op het ingetogen “Taxi cab”, “Cousins” klinkt directer en de afsluitende reeks “Giving up the sun”, “Diplomat’s son” en “I think ur a contra” zijn sfeervolle tintelende knallers door hun onwaarschijnlijke mix aan stijlen.
De plaat is zeker en vast het gedroomde vervolg op hun debuut en bevat zomaar eventjes vijfsterren klassesongs. ‘Contra’ is dus een zeer rijk album en zorgt dat we in de nog jonge bandgeschiedenis te maken hebben met grootse, inventieve en boeiende, avontuurlijke Vampires.

Biffy Clyro

Only Revolutions

Geschreven door

Het Schotse trio Biffy Clyro van de broers Johnston timmeren hard aan de weg een breder publiek te bereiken, zonder de fans van het eerste uur te willen verliezen. ‘Only Revolutions’, hun vijfde album al, is mainstreampoprock, een gevarieerde, uitgebalanceerde plaat met toegankelijk, geestdriftig, direct en vrolijk materiaal, soms aangevuld met een vleugje bombast door orkestarrangementen.Een ‘larger than life’ op de Foo Fighters manier, zoals ze omschrijven.
De eerste songs “The captain” en “That golden rule integreren oud en nieuw. “Bubbles” (met medewerking van Josh Homme) en “Cloud of stink” zijn snedig en gebald met heftige riffs. Maar we houden het liefst van hun opbouwende songs als “Shock shock”, “Booom blast & ruin” en het afsluitende “Whorses”. En “Mountains” levert hen wel die ideale poprocker en kan de definitieve doorbraak betekenen!
Ondanks de Kings Of Leon attitude klinkt de muziek van de hardwerkende Schotten nog steeds de moeite, wat een doorsnee goed klinkende cd opleverde, genoemd naar het gelijknamig boek van ene Danielewski, die de leden lazen …

Bettie Serveert

Pharmacy of love

Geschreven door

Na zes jaar is de Nederlandse indierockende band bij uitstek Bettie Serveert terug van de partij onder de vaste drie-eenheid Van Dijk – Visser - Bunskoeke. Hun dromerige, meeslepende gitaarrock klinkt levenslustiger dan ooit.
Ze beuken letterlijk het nieuwe decennium in met “Deny all” en houden er een bruisend, dynamisch en fris tempo op na, met “Semaphore” en “Love Lee”. Ze bieden ruimte voor variëteit en diversiteit door een ingetogen sfeervolle “Mossie” en “Change4time”; ze overtuigen verder met subtiele, aanstekelijke rockers “Souls travel” en “The pharmacy”. Tot slot horen we nog twee avontuurlijke songs, het lang uitgesponnen, intens spannende en mooi opbouwende “Calling” (ruim negen minuten!) en het broeierige “What they call love”, die door de percussie meer draagkracht krijgt.
’Pharmacy of love’ plaatst zich als de terechte opvolger van topplaten ‘Palomine’ (’92) en ‘Lamprey‘(’95). Te koesteren na al die jaren …

Owl City

Ocean Eyes

Geschreven door

De vuurvliegen van de 23 jarige Adam Young uit Owatonna, Minnesota teisteren al weken de hitparade! De “Fireflies” zijn nu net het prototype van de beeldrijk dromerige sound van de tweede plaat na de in 2008 verschenen cd, ‘Maybe I’m dreaming’ die aan onze neus voorbij ging.
Het zijn poëtische teksten en tot de verbeelding sprekende songtitels die we horen: “The bird & the worm”, “Umbrella beach”, “The saltwater room”, “Meteor shower”, “The tip of the iceberg” en “On the wing”, maw het zijn oceanen, meteoren en vogels binnen z’n aparte stijl van indietronica, te zien als indie/synthpop, die de mosterd haalt bij The Album Leaf en Postal Service. De toetsen, piano, de orkestraties en de gekunstelde electrozang geven kleur.
Het zijn sfeervolle, gepolijste songs die een puike opbouw hebben en meer groove kunnen bevatten. “Cave In”, “The bird & the worm” en natuurlijk “Fireflies” zijn de uitschieters van het intens broeierige materiaal van de songschrijver.

John Hiatt - Lyle Lovett

You Lovett or you Hiatt it? We doubt it !

Geschreven door

Als twee oude(re) mannen van minuut één beginnen te zeuren over kou en over verhuizen naar warmere oorden, dan laat je hen maar in hun geneuzel en stap je beter zelf de vlokken in. Dat was de boodschap die we aan twee uur John Hiatt (58) en Lyle Lovett (53) over hielden. Het is (even?) winter in beider muzieklevens.

Nochtans kan witte winter wonderschoon zijn. En warm. En knus. Met twee klasbakken van muzikanten in een gezellige en verlangende AB bijvoorbeeld. Het duidelijk oudere publiek stond open. En hier en daar kwam zelfs een jeugdige zonderling - in de vorm van Jef (22) - voor de tweede keer naar Hiatt kijken. Omdat papa trakteerde, akkoord, maar hij was er wel. Opnieuw zelfs. En met zuslief…!  Vol verwachtingen en verlangens. En met wanten vol hoop op een staaltje meesterwerk van twee iconen. Niet dus, die woensdag in februari met Hiatt & Lovett, een combinatie die twee jaar geleden wereldwijd nochtans hartverwarmend lekker gesmaakt werd.
De kracht van twee van de meestersongwriters van de laatste decennia ging verloren na een nochtans aangename opening. Hun (iets te duidelijk ingestudeerde) grappen bonden het eerste deel nog op zijn Muppets veilig aaneen, maar ebden weg na de ingebeelde pauze. Het concert en de heren zakten stilaan onderuit, de songs kookten elkaar bijwijlen af. Ook wij sleepten ons naar de verplichte bisnummers na een tour door de States, al was hun (te weinige) samenspel af en toe een eye-opener. Met steevast de terechte handshake er achteraan.
Nu zijn de heren-op-toch-nog-niet-zo’n-gezegende leeftijd wel eerder beroemd en bekend om hun tekstschrijven dan om hun optredens, maar toch… De meer gitaargedreven Hiatt (voor wie de meeste bezoekers de sneeuw getrotseerd hadden) zwengelde de motor af en toe nog aan met zijn ruwe(re) stem en ruiger en direct rock’n’roll-gehalte, maar zijn afgeborstelde sparring partner paste bij momenten eerder in wassencowboybeeldenmuseum, al haalde hij stemgewijs wel een meer dan behoorlijk niveau met zijn country en soul-songs.
”I am not gone, just dead”, citeerde Hiatt de grafsteen van een vriend. Tja, ze blijven groots, maar waren eventjes doods. Een paar nummers die ons wel bijgebleven zijn: “Tennessee Plates”, “I will rise up”, “Home is where my horse is”, “Nobody knows me”, “She’s no lady”, “If I had a boat”. En o ja, “Have a little faith in me”, maar vooral dan omdat het in een snel-snel-want-we-moeten-voor-elven-in-bed-tempo afgehaspeld werd.

You Lovett or you Hiatt it? Ewel, we doubt it.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Greenhousetalent ism Ancienne Belgique, Brussel

Charlie Winston

Charlie Winston: een overtuigende man-van-alle-kunstjes

Geschreven door

Vorig jaar tijdens Les Nuits Bota waren we onder de indruk van de Britse singer/songschrijver Charlie Winston. De man palmde als muzikant en als performer probleemloos z’n publiek in; live kreeg de innemende pop een fikse injectie, gedragen door z’n fluwelen, gouden stem. We zagen een dampend, stomend concert van de lieve, charismatische songschrijver. Hij dompelde de songs en de show onder in een eigentijdse ‘50’s revival door z’n danspasjes en z’n look (ondervestje, hemd, das en hoed) en leek de reïncarnatie wel van Gene Kelly – ‘Singing in the rain’.
Hij overtuigde vooral onze Franstalige vrienden met z’n tweede plaat ‘Like a hobo’, wat niet te verwonderen is, want hij opereert vanuit Parijs, spreekt al een aardig mondje Frans, staat in de Franse top en probeert nu Europa langzamerhand te veroveren. Hij is een groots artiest in wording, die ergens het midden houdt tussen Ben Folds, Ben Harper, G Love, Andrew Dorff en Soul Coughing.

De Club van Vorst Nationaal zat goed vol met Franssprekenden om Winston en z’n band aan het werk te zien. De kennismakingsronde vorig jaar deed ons uitkijken wat hij in petto zou hebben. Aanstekelijke, frisse nummers waren “Generation spent” (die eerst apart werd ingezet door de toetsenist!), “Tongue tied”, “In your hands” en “Can we do it”.
Hij trok de kaart van de variëteit en behield met “I’m a man” en “Lonely alchemist” de intimiteit en het sfeervolle karakter van op plaat; ze werden sober ingezet en hij gaf ze dan crescendoweg een vollere instrumentatie. Of hij raakte de gevoelige ziel in ons met een akoestisch ingetogen “Soundtrack to fallin’ in love”, samen met z’n zus gezongen, een dromerig orkestrale “Boxes” (we zagen hem in een sterrenhemel op piano!), een ingenomen “Every step” en een liefdevol gepassioneerde “My name”.
De ‘do-it-all’ is een man van alle kunstjes, die gepast kon inspelen op z’n publiek. Hij gaf “Kick the bucket”, “My life as a duck” en “I love your smile vs Hands Perc” elan door een brede instrumentatie, stemvariaties, beatboxing, het neuriën van obligate “Oohoohs” en een show van gekke danspassen. Hij slaagde erin de boel op te zwepen en zorgde die momenten voor een leuk feestje. In de outtro van “Hands Perc” waren er 10 trommels en de band voerde hier zelfs een soort regendans/ voodooritueel uit, wat een uitstekende respons opleverde.
Ze hadden er na anderhalf uur nog niet genoeg van; Winston had z’n eigen instrumentale versie klaar van Morricone’s “Once upon a time” bepaald door een ingehouden gitaargetokkel en flute. De titelsong van de recente tweede cd ‘Like a hobo’, de doorbraak naar het grote publiek, klonk uiterst groovy en werd één van de hoogtepunten. “Bleeding heart” kreeg kleur door sitar en voerde ons naar een onschuldige droomwereld. Een akoestisch solo gespeelde “Calling me” besloot en verve de set, die in z’n totaliteit innemender was dan vorig jaar, maar een groots talent in de schijnwerpers plaatste! De Winston tour werd op die manier overtuigend besloten in ons landje!

Organisatie: Live Nation

The Black Angels

’Tune On , Tune In, Drone out” met The Black Angels

Geschreven door

Als The Black Angels een plaat uitbrengen of in ons land te zien zijn, draaien we even de knop van de dagdagelijkse (harde en stresserende) realiteit om. Ze intrigeren met hun psychedelische retrorock’n’roll, waarin ze een bezwerende, hallucinante droomwereld en een hypnotiserende nighttrip creëren, met pedaaleffects, distortion, fuzz, elektrodrones en een galmende zang. Het kwintet refereert rijkelijk aan oudjes Rocky Erickson, The Doors, Hawkwind en V.U (btw groepsnaam is afkomstig van “The black angels’s death song”), de laatjaren ’80 met Jesus & Mary Chain, de ‘90’s psychedelica van Spacemen 3 en Spiritualized en tot slot komt de rits geestesgenoten bovendrijven The Black Keys en BRMC met hun melancholische en opzwepende retrowaveblues, Dead Meadow, Warlocks, Archive en Black Mountain.
’Tune On , Tune In, Drone out” is het mantra van de psychedelische rockband. Zelf noemen ze het patriottistische psychedelica uit de jaren veertig, twintig jaar voor onze tijd uit, nu 65 jaar achteruitlopend. Wat het ook moge betekenen, het zullen wel de drugs van ‘music is the dope’ zijn die de aparte muzikale trip moeten doen begrijpen.
Bizar genoeg heeft de band nog geen definitieve doorbraak kunnen forceren, maar ze prikkelen alvast de alternatieve muziekliefhebber die houdt van de trips van het debuut ‘Passover’ (2006) en de tweede ‘Directions to see a ghost’, die al wat meer toegankelijke poppier songs bevat.

Een volgepakt 4AD kon het enig optreden in ons landje (hun support van Wolfmother niet meegerekend!) bijna twee uur lang ondergaan!
Live dompelden ze ons onder in ‘hun duistere, andere wondere (droom)wereld’ van aanstekelijke, repeterende ritmes en een trancegericht opbouwend geluid, waarbij de ene keer de gitaren, de andere keer de drums of de synths wat meer doorklonken. Het bezwerende gedreun klonk allemaal iets zwaarder. De moddervette psychedelica (met een knipoog naar de sixties) ontnam de voeten op de grond. Een belangrijke meerwaarde live vormde de spannende, dreigende emotie van de ‘80’s wave.
De toon werd meteen gezet met slepende thrillers “You on the run” en “Mission district” uit de vorige cd en “Black grease” van hun debuut. De ‘60’s invloed van The Beatles was onmiskenbaar aanwezig op het nieuwe “Telephone”, een chaotische kakafonie, die de ‘Sgt. Peppers’ nieuw leven inblies! We hoorden midden de set opstootjes shoegaze, funk, surfrock en rock’roll en een strakker geluid op “The first Vietnamese war” en “Yellow el”/“Haunting” (waarschijnlijk ook nieuwe nummers). Hogere sferen wakkerden ze aan met adembenemende psychedelische versies van het gekende materiaal, “Science killer”, “Doves”, “Young men dead” en “Entrance”. We misten enkel de stroboscoops hier, maar niettemin begonnen de eerste rijen te dansen en te springen. Totaal opgaan noemt zoiets. En The Black Angels verwenden ons af en toe met nieuw materiaal, dat mooi in de andere verweven zat.
Ook in de bis was het zalig genieten en wegzakken van oudjes “Empire”, “Sniper at the gates of heaven” en “Bloodhound on my trail”, die een ongelofelijke eruptie en outtro van noisegalm, fuzz en distortion meekregen!

De Gentse support Needle and the Pain Reaction kwam in eerste instantie maar flauwtjes over met lawaaierige eenvoudige pop, doornsnee snedige power gitaarrock’n’roll, die te pas en te onpas wou refereren aan Iggy & The Stooges, maar halfweg de set overtuigde de band met een pittiger, gevarieerder en boeiender geluid van degelijke en aanstekelijke riffs en een broeierige intensiteit. Kwalitatief sterk, scherp, leuk en emotioneler klonken ze. De set balanceerde tussen voorspelbaarheid en avontuur. Oh ja, het trio is al een kleine tien jaar bezig en debuteert uiteindelijk met ‘Obsessions of an epic womanizer’.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Brett Anderson

Brett Anderson presenteert het singer/songwriterschap in een groots Suederecept

Geschreven door

In de jaren ’90 ontstond er een ware Suede-mania rond Brett Anderson en z’n Londense band, zowel naar hun pose, uitstraling als naar hun ‘70’s opwindende poprock, gekruid van glam en wave. Referenties naar T-Rex, Echo & The Bunymen en The Smiths waren op hun plaats, en het Briticoon kreeg terecht ook de gelijkenis met David Bowie opgezadeld.
Suede werkte naar een uitgebalanceerde, fijnzinnige sound met orkestraties wat de sfeer geladener maakte in de zin van dramatiek, pathos en (pretentieuze) bombast. Anderson hief de band op, ondanks de puike comeback cd ‘A new morning’; het daaropvolgende The Tears werd een misplaatst avontuur (ook al maakte gitarist Bernard Butler, Suede man van het eerste uur, deel uit van de band!). Tot slot waagde hij zich solo. De tijd dat hij gehuld in leren jasje vetgalmende gitaarsongs stond in te zingen, behoren tot het verleden. Hij presenteert zich als een singer/songwriter die intieme liedjes met klassieke arrangementen van diepgang voorziet. Pas met de recente derde cd ‘Slow attack’, die in de winterperiode verscheen, begon hij z’n weg te vinden; de twee vorige cd’s ‘Wilderness’ en het titelloze debuut hadden samen maar een handvol interessante songs. Hij heeft nu een echt compleet solo album uit , waarvan de nummers beter ingekleurd zijn met strijkers en blazers (cfr. vergelijk met de muzikale evolutie van Suede!). Een impressionistisch geluid die terecht Japan’s “Nightporter” en het eerste werk van David Sylvian oproept.

Live kreeg het innemende materiaal een flinke scheut Suede glamrock’n’roll mee. Anderson en de zijnen speelden een gevarieerde set, een directer geluid, zonder brede arrangementen en tierlantijntjes; de intense ingehouden en begeesterende piano- en toetsen en Anderson’s unieke heldere, overtuigende gepassioneerde stem boden de gepaste emotionaliteit.
In de goed halfgevulde zaal drumden die-hard fans om hun halfgod een handdruk te kunnen geven. Het stapje terug in kleine zalen gaf een goed gevoel en zorgde voor een nauw contact met het publiek.
De eerste songs “Hymn” en “Wheatfields” lagen in de lijn van de plaat, hadden een donkere ondertoon en waren indringend. “Hunted” toonde hoe het anders kon; een broeierige spanning, een rauwer geluid en een opbouw die krachtiger klonk. Ook zagen we een bezielde zanger die vol overgave te werk ging; z’n vroegere podiumprésence, de armbewegingen en de danspassen was hij nog niet verleerd. Dan stapte hij over naar een spaarzame “Ashes of you” en “Leave me sleeping”, bepaald en gedragen door breekbare pianotunes en emotievolle vocals.
Hij wisselde verschillende stemmingen af, onmiskenbaar was de oude Suede te horen op bedreven versies van “Julian’s eyes” en “The swans”, die konden rekenen op een warm onthaal. Het werd muisstil toen hij, gezeten op een barkruk, akoestisch “The empress” en “Clowns” speelde. Om kippenvel van te krijgen. Z’n stem alleen al fascineerde en hield je in de ban! Een ingetogen “Chinese whispers”, terug die twee-eenheid stem-piano, en een sober gehouden “A diff’rent place” volgden .In een closing final’ reeks, hoorden we ouder solowerk, “Love is dead” en “Back to you”, in een onversneden intense rockversie, voorzien van de gepaste galm en pathos. Kale nummers op plaat, die live harder en feller waren. Voor de aanwezigen was het de link naar de hoogdagen van Suede!
En of dat ze er nog zin in hadden … een ingehouden ”Scarecrows” en een intens meeslepende, verbeten “Funeral mantra” volgden in de bis. Samen met z’n band haalde hij hier krachttoeren uit, en stopte het in een grootse, stevige jam, die door de pedaaleffects, noise-erupties en repetitieve zware toetsen glans kreeg.

Op die manier tekende Anderson voor een uiterst gevarieerde, avontuurlijke set; de muzikale streken van vroeger waren goed ingebed in de huidige sound! Een oude vos verliest z’n …, maar niet z’n …

Organisatie: Trix, Antwerpen

Machine Head

De ‘Black Procession Tour’ van Machine Head

Geschreven door

Na de traditionele parkeerperikelen in en rond Vorst moesten we Bleeding Through aan ons laten voorbijgaan maar waren we net op tijd om 2de opwarmer van de avond Hatebreed te zien aftrappen.

Dit kwintet onder leiding van zanger Jamey Jasta heeft de laatste jaren in ons landje een enorm fanbase gecreëerd en dat was ook te zien aan de reacties van de bijna volgelopen zaal. De band had er zin in en begon zonder veel compromissen gezwind aan hun set, de metalcore doorspekt met hardcore-invloeden ging erin als zoete koek. In '02 met het album 'Perseverance' kenden ze wereldwijd een enorme doorbraak en hun liveshows zijn steevast een feest voor circle- en moshpitfans en ook in Vorst was het niet anders... Na enkele nieuwe tracks uit het gelijknamig album 'Hatebreed' kwam klassieker "I will be heard" dat enorm onthaald werd, na 45 minuten was de zaal op ideale temperatuur gebracht om de main act te ontvangen. Check ze zeker wanneer ze afsluiten op Groezrock binnenkort.

De headliner van de 'Black Procession Tour' was Machine Head en dat ze niet gekomen waren om op hun lauweren te rusten werd al snel duidelijk...
Volksmenner en frontman Rob Flynn haalde meteen mokerhamer "Clenching the fists of dissent" boven en de zaal ontplofte onmiddellijk. Het gaspedaal ging de hoogte in de volumeknop werd nog een paar decibel omhoog geschroefd en de basdrum ging door merg en been.
Waar het geluid in eerste instantie zeer goed zat, bleek na enkele nummers dat het in de soep aan het draaien was, net op tijd hadden de geluidsmensen door dat er moest bijgesteld worden en even later waren de geluidsgolven weer 'hoorbaar'. Ondertussen genoot het dankbare publiek met volle teugen en gooiden de Bay area trashers met "Old" en "Bulldozer" 2 nieuwe splinterbommen in de zaal.
Toen Machine Head vorig jaar nog als voorprogramma speelde van Metallica in het Sportpaleis mochten we al vaststellen dat ze enorm veel aanhangers kennen hier en dat ze het betere beukwerk nog niet verleerd zijn. Opmerkelijk was wel dat er vooral veel nummers uit hun laatste wapenfeit 'The Blackening' voorbijkwamen terwijl hun absolute krakers vooral uit hun beginperiode stammen.
Maar niet getreurd, door hun enthousiasme in combinatie met de op hol geslagen metalheads konden we enkel respect opbrengen voor dit optreden dat echt af was.
Slotakkoorden "Halo" en het onvermijdelijke "Davidian" werden afgevuurd en een laatste keer ging de volledige zaal loos op de vette riffs uit de loeiharde gitaren van dit viertal uit Oakland California.
Na deze tour duiken ze de studio in een gaan ze sleutelen aan hun 7 de langspeler.
Een plaat waar in metalkringen enorm naar uitgekeken wordt.

Organisatie: Live Nation

Air

Air: perfect onthaasten met een postcoïtaal lovedream recept

Geschreven door

De Franse elektronica freaks Air, Jean-Benoît Dunckel en Nicolas Godin (beiden in het wit gekleed) zoeken niet echt meer naar vernieuwing, maar borduren op hun eigen unieke manier voort in hun ambiente popelektronica van dromerige soundtracksferen, mijmerende midnight summerdreams (zoals JJ Burnel van The Stranglers het zo mooi kan omschrijven!), lekkere chillende saunalounges, transpirerende lichamen, onderkoelde cocktails, ontluikende seksualiteit en zwoele, sensuele, romantische Valentijnen. Kortom, we horen een betoverend, elegant en stijlvol geluid, die alles aan de verbeelding overlaat; de aanstekelijke deuntjes, de zalvende en dreunende beats en de fluister-/vocoderzang schudden ons even wakker en helpen om de dagdagelijkse realiteit onder ogen te zien.
Air = ’Softfocus seksmuziek’, las ik onlangs, wat het ook mag betekenen of wat we ons er mogen van voorstellen… Op de zesde plaat ‘Love 2’ gaat het duo deels terug naar hun nostalgische beginperiode ‘Moon Safari’, basis van de lounge 12 jaar terug!

Het duo, te zien onder een pak elektronica en synths, gitaar, bas en drums, kwamen soberder voor de dag dan op de vorige passage, toen ze zelfs met vijf aantraden en vergezeld waren van Charlotte Gainsbourg (niet toevallig want ze stonden in voor haar plaat ‘5:55’ en de soundtrack ‘The virgin suicides’).
Het duo werd aangevuld met een drummer, plaatste de recente cd centraal, greep sterk terug naar hun memorabel debuut, ‘10000 Hz’ (‘01) en ‘Talkie Walkie’ (’04). De lichte koerswijziging van elektronisch vernuft, Indiase invloeden en de inbreng van guestvocalisten van de vorige cd ‘Pocket Symphony’ werd overboord gegooid. Na bijna elk nummer kwam één van de roadies de apparatuur bijstellen, wat ervoor zorgde dat elk typisch geluidje in een song paste.

’ENJOY’ was de muzikale steekkaart van het trio. De eerste songs “Do the joy”, “So light is her football” en “Love” van de nieuwe cd, straalden een oase van rust uit … ze zijn de perfecte onthaasting of zijn de ideale nummers na een superstressy week als je oververmoeid in de zetel ploft … Het sfeervolle lichtdecor dito projecties hielpen ons op weg. Een gemoedelijke drumpartij en een verdwaalde vocoderstem vulden soms aan … In het oudje “Remember”, al snel door de die-hard fans herkend, hield het typische sfeertje aan door de diverse lagen elektronica en pianoloops. “J’ai dormi” opende letterlijk de ogen door de diepe bassnaar, de zwaardere Hammond en een krachtige beat. Air’s droomwereld hoorden we verder in “Venus” en “Missing the light of the day”; de lichtjes fonkelden in de opbouwende “Tropical disease” en “People in the city”, die een forse, krachtige tune hadden. Dan kwam het gekende werk, “Radian”, die elan kreeg door sneeuwvlokjes, de fijne gitaarloops door Godin op “Cherry blossom girl”, de lichte sensuele groove van “Talisman” en de flutes op “Alpha beta gaga”; ze vormden de perfecte overgang naar een venijnig en broeierige “Kelly watch the stars”, hun doorbraaksingle, die ze in een ander kleedje stopten.
Ook “Sexy boy” in de bis klonk zwierig en scherp door een aangepast elektronicabed. De kers op de taart was “La femme d’argent”, openingssong van hun debuut ‘Moon Safari’ én vaste afsluiter bij hun sets, waarbij we een staaltje elektronisch vernuft en ‘70’s psychedelicatoetsen hoorden van Dunckel!

Ondanks het feit dat we nog een cocktailbar, strandzetels, een ondergaande zon en een handvol singles als “All I need”, “Playground love” en “Sing sang sung” misten, treurden we niet van hun postcoïtale lovedream recept …

Organisatie: Live Nation

Joss Stone

Joss Stone: Feel love & happiness – onvoorwaardelijke liefde voor muziek

Geschreven door

Ongelofelijk tot wat de mooi ogende lieftallige en de immer glimlachende Britse jonge Joss Stone, nog maar 23, in staat is. Ze is al toe aan haar vierde cd, debuteerde op 16 jarige leeftijd met een aparte cover CD, ‘The soul sessions’, en viel op met haar goddelijke, doorleefde, gevoelige, soulstem in de voetsporen van de Motown sound, Aretha Franklin en Dusty Springfield. We horen gave, puntige soulsongs van toegankelijke melodieën bepaald door jazzy blazers, emotievolle orkestraties, funky grooves en logge drums. Het geheel klinkt intens pakkend, warm, sfeervol en broeierig; de uitstapjes naar gospel en hiphop geven een fris, freakende indruk.

Wat een muzikaal talent zagen we on stage! Ze speelde een evenwichtige, gevarieerde en afwisselende set met haar puike, mooi uitgedoste begeleidingsband, die naast de traditionele opstelling aangevuld werd met bezwerende Hammond en sax, vocaal gedragen door fijne, zalvende backing vocals. Joss dompelde ons onder in een wereld van romantiek, verleidelijkheid en bonkende Valentijntjesharten door haar love & peace attitude en haar onvoorwaardelijke liefde voor muziek. Een heerlijk geluid, hoe instrumentatie en zang bij elkaar pasten. We moeten zeggen dat de black music door de jonge blanke dame met de gouden fluwelen stem geestesgenoten Amy Winehouse, Duffy en Adele achter zich liet en het moet mooi zijn om onze eigen Selah Sue te zien groeien naar dit talent.
Ze putte uit haar vier cd’s, zonder écht het recentste ‘Colour me free’ voorop te stellen. Wat wel opviel was dat het tweede album ‘Mind, body & soul’ bijna zo goed als niet aan bod kwam.
Joss trad op in een spannend bloemetjesshirt, was op blote voeten en ging gretig in op de reacties van het publiek. Middenin de set, tijdens “Victims of a foolish heart” kon ze probleemloos de microfoonproblemen omzeilen. Ze bleef even speels, optimistisch en enthousiast.
Het sfeervolle, innemende “Choking Kind” van haar debuut, opende de ruim anderhalf uur durende set. Ze zette dan meteen de zwierige, funkende groove van het schitterende “Free me” in van de huidige cd. Een happy gevoel creëerde ze bij de afwisselende, uitgesponnen versie van “Super duper love”, die niet omheen gospel kon; de ‘Say yeahs’ en de handclaps sloegen om de oren. Om kippenvel van te krijgen.
Als een volleerd fotomodel wandelde ze en als een dartelend veulen swingde ze op het podium. “Put your hands on me” ademde de sfeer van een donkere, rokerige nachtkroeg in gedempt licht en door de broeierige sax klonk de ‘50’s swingjazz door. Ze gaf haar stem meer draagkracht door de armbewegingen, die ook een teken waren over te stappen van een vollere naar een beperktere instrumentatie. Joss Stone ging gepassioneerd te werk, wat overtuigende versies gaf van subtiel uitgewerkte “Fell in love with a boy” en “Could have been you” (bezwerende pianotoets!), een heupwiegende cover van “Some kind of wonderfull” en een opwindende “You had me”. In het afsluitende “Tell me about it” stipte ze een medley aan van verschillende covers waaronder … jawel “You got to love” van Candi Station (het meest gecoverde nummer nu - is ook op de plaat te horen!), konden de groepsleden eventjes soleren en kwamen de twee backing vocalisten op het voorplan.

Joss Stone had een groot charisma en overstelpte haar fans met bloemetjes in de bis. We hoorden een swingende” Big ol’game”, waarin ze elementjes van andere covers verwerkte en “Uncredible”, die ze haar best geschreven song vindt. De twee nummers besloten de uiterst heerlijke, aangename, sfeervolle, broeierige set van een grootse, lieve dame die vooral zichzelf bleef.

Ook de support Jenny Lane mocht er best zijn. De 31 jarige Nederlandse zangeres kreeg de kans een dik half uur de debuut cd ‘Monsters’ voor te stellen. Ze won trouwens de talentenjacht in het Apollo Theatre in Harlem, NY. De vrolijke spring in ‘t veld is van vele markten thuis en brengt een warme, aanstekelijke en groovy sound van soul, pop en jazz. Ondanks de middelmatigheid van de songs, kon ze in sommige songs pit en dynamiek steken, wat ervoor zorgde dat we een prikkelende en bruisende “Say say say”, “Fear” en “Something beautiful” hoorden. De act, de podiumprésence en de sensuele danspassen waren een leuke toevoeging. Ze slaagde als een Lily Allen erin haar publiek op te hitsen en te verleiden tot meezingbare “Oohoohs” en handclaps. Kortom, iemand die je met de glimlach naar buiten deed gaan!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

David Gray

David Gray trakteert een vroege Valentijn …

Geschreven door

Met een ruim twee uur durende meeslepende show bezorgde de Brit David Gray zijn fans een avond vol emotie, melancholie en euforie. De uitverkochte AB trakteerde het popicoon op grenzeloos enthousiasme alsof de zege al vanaf de eerste noot een feit was.
Maar eerst was er nog Phosphorescent die als voorprogramma mocht dienen.

Het blijft een aparte gebeurtenis die opwarmacts in de AB. Allereerst is er het zeer ondankbare vroege uur waarin de artiest zich moet bewijzen. Vaak is de belangstelling uiterst miniem, om de simpele reden dat de meeste mensen op dit vroege uur nog steeds onderweg zijn naar de AB en er dus nog geen kat aanwezig is in de Brusselse muziektempel. Daarnaast zijn er ook vaak de verkeerd geprogrammeerde acts die te weinig gemeen hebben met de hoofdact. Zo was het voor Phosphorescent geen eenvoudige opdracht om het publiek op te warmen voor David Gray.
Phosphorescent, de eenmansband van de Amerikaan Matthew Houck bracht een soort poëtische indie country-folkrock. Zijn belangrijkste troef: zijn klagerig fragiel stemgeluid dat hier en daar wat aan Neil Young en Bonnie Prince Billy deed denken. Zijn songs bleken stuk voor stuk echte gedichten, meestal voorzien van een zeer deprimerende ondertoon.
Een ruim halfuurtje waar we het warm noch koud van kregen.

Bijna exact 4 jaar terug (2 februari 2006) zagen we David Gray & Band een eerste maal in de AB. We waren toen zeer onder de indruk van het optreden. Ik was dan ook zeer benieuwd hoe de man er het deze keer vanaf zou brengen, want in de afgelopen jaren onderging de succesvolle Brit vaak ingrijpende muzikale wijzigingen. David Gray brak definitief door in 1998 met het album ‘White Ladder’. Een plaat die ik nog regelmatig draai en koester. Geen superorigineel album maar gewoon een geniale schijf vol prachtige songs. Nadien scoorde Gray in de UK nog twee nummer één albums. Zeer verwonderlijk was dit succes de aanleiding voor Gray om het over een andere boeg te gooien. Eind 2006 stuurde hij vrijwel de ganse begeleidingsband de laan uit, waaronder ook de excentrieke, podiumgekke drummer Craig McClune. Enkel basgitarist Rob Malone mocht aanblijven. Nieuwkomers in de band zijn: James Hallawell op keyboards, Keith Pryor achter de drumkit en gitarist Neill MacColl. Op het eerste zicht een vrij oude, klassieke begeleidingsband.
Met deze nieuwe groep nam David Gray het vorige jaar verschenen ‘Draw The Line’ op. Op deze laatste schijf ging Gray op zoek naar zichzelf en koos voor een meer singer-songwriter gerichte aanpak. De bombast van vorige albums verdween maar verder bleef de typerende Gray sound behouden. Het nieuwe album werd in de UK echter vrij lauw ontvangen. Gelukkig is het vasteland een stuk positiever voor Gray’s nieuwste creatie.

De titeltrack van het nieuwe album diende ook als opener van de avond. De eerste single uit de nieuwe plaat: “Fugitive” volgde. Een zeer fraai begin van de avond. Al van bij deze start was het geluid in de AB glashelder, de perfectie werd benaderd. Het publiek genoot met volle teugen van Gray, die blijkbaar zonder enige moeite de meest toonvaste stem aan de dag legde. Bij “Kathleen” ging David een eerste maal achter de piano zitten, maar dit kon niet beletten dat deze song ook live toch een van zijn mindere liedjes is. “The One I Love” kreeg een te geknutselde uitvoering aangemeten. De band probeerde deze hit om te toveren tot een echte rocksong…iets te stoutmoedig! Over de rest van het optreden kan ik enkel lovend enthousiast zijn.
De nieuwe band was erg goed op elkaar ingespeeld en gaf ons fijnzinnige pareltjes zoals “Now And Always” en het sublieme “This Years Love”. “Babylon” kreeg dan weer onverwacht een opvallend, sobere, akoestische benadering. Bombast en melancholie troef tijdens de “Slow Motion” finale, een song die ook integraal werd gebruik in mijn favoriete televisieserie E.R. Een ontketende band trok alle registers open tijdens het slotstuk “Nemesis”. Dit pareltje uit het nieuwe album klonk eerst subtiel en breekbaar maar mondde uit in een bombastische oceaan van passie en gedrevenheid. Onder luid applaus werd David Gray teruggeroepen voor een extra bisronde met 4 songs.
De ultieme toegift werd: “Please Forgive Me”, waarin David Gray aan het einde van de song zich eventjes liet verleiden tot wat geflirt met wat elektronica. Het uitzinnige publiek dat zo vaak stilzwijgend en met open mond had genoten, verliet nu al fluitend en dansend de uitverkochte zaal.

Een fabelachtig sterk concert. Valentijn viel dit jaar op 4 februari…dank U David Gray!

Setlist:
*Draw The Line *Fugitive *You’re The World To Me *Sail Away *Kathleen *The Other Side
*The One I Love *Freedom *Now And Always *This Years Love *Babylon
*Falling Down The Moutainside *First Chance *Slow Motion *Nemesis
*Ain’t No Love *Jackdaw *Be Mine *Please Forgive Me

Organisatie: Live Nation

Dizzee Rascal

Tongue ‘n Cheek

Geschreven door

Some people think I’m bonkers/ But I think I’m free/ Ma, I’m just livin’ my life / There’s nothing crazy about me. Veel jongeren zullen dit zinnetje luidkeels kunnen meebrullen, net zoals de rest van het nummer. De grootste zomerhit van 2009 is van de hand van deze Dizzee Rascal, al rappend op de muziek die hij opgestuurd kreeg van Armand Van Helden. Voor Dizzee (né Dylan Mills) betekende dit de doorbraak bij het grote publiek.
Zijn leven liep niet altijd over rozen. Voor Mills bedacht dat muziek een veiligere en meer winstgevende manier was om de kost te verdienen, had hij al een heuse carrière in de criminaliteit, vandaar ook zijn bijnaam en latere artiestennaam. Toen hij achttien was en werd neergestoken, begon hij dan maar aan een rapcarrière. Aanvankelijk met weinig succes. Nu zijn we aan album nummer vier – ‘Tongue ’n Cheek’-  en reikt het fenoneem Dizzee Rascal verder dan het Verenigd Koninkrijk.
De albumnaam zegt ook veel. Wie de uitdrukking “tongue in cheek” niet kent: het betekent zoveel als ‘iets niet serieus nemen, met zin voor humor’. Van de pot gerukte lyrics zoals in “Money, Money” vormen hierbij een prachtexemplaar.
‘Cause my legs are skinny but my wallet ain't thin/ Everytime I bust a smile it's a big money grin.’ Nog een nummer over geld, een belangrijk handelsmerk bij hedendaagse rappers blijkbaar, is het nummer “Dirtee Cash”. Spellen moet blijkbaar op een gansta manier, met klinkende titels als “Dance Wiv Me” (héérlijk nummer, met muziek van Calvin Harris, vergelijkbaar met andere hit “Holiday”), “Can’t Tek No More” (vrij basic nummer met terugkerende sample uit een toespraak) en “Chillin Wiv Da Man Dem” (dat nog het meest doet denken aan de hiphop uit de jaren ’90 met een lager tempo). Tongue in cheek dus.
Monsterhit “Bonkers” heeft op dit album twee soortgelijke broertjes die rap met een vettige elektrosound combineren, namelijk “Bad Behaviour” en “Road Rage”. Zijn verleden blijft een grote inspiratiebron voor de teksten van het duizelige boefje.  

Local Natives

Gorilla Manor

Geschreven door

In 2009 werden we overstelpt met bands in de voetsporen van Fleet Foxes, Grizzly Bear, Patrick Watson en Band Of Horses. Op die manier kwamen de huidige rits bands Megafaun, Fredo Viola na Local Natives bovendrijven.
De vijf Californiërs van Local Natives putten uit de traditie van warme, dromerige, opbouwende indiepop/folk/americana en beschikken zelfs over vier zangers!
Ze kunnen zich een eigen plaatsje toe eigenen, want ze durven krachtiger en harder te gaan, en geven aan sommige nummers verrassende wendingen door een popgroove van kleurrijke en zalvende toetsen, huppelende ritmes en een dubbele, opzwepende percussie, wat hen richting ‘andere geestesgenoten’ Vampire Weekend en Yeasayer brengt. We vergeten hierbij de invloed van het Canadese Arcade Fire niet, maar zeerzeker klinkt de ‘60’s traditie door van Beach Boys, Simon & Garfunkel, Crosby, Stills & Nash, en de ‘80’s funky loops van Talking Heads; niet voor niks staat “Warning sign” op dit grootse debuut ‘Gorilla Manor ‘ als cover.
De plaat is dus een heel gevarieerde en evenwichtige plaat in zijn genre. Aan de basis van hun indiepop liggen de subtiele, verfijnde melodieën, de leuke, speelse ritmes, de emotievolle stemmenpracht (vooral Ryan Hahn – Taylor Rice) en de sfeervolle aanpak, die wat kracht kon worden bijgezet.
De eerste songs, “Wide eyes”, “Sun hands” en “Airplanes” (wat een nummer!) rocken, net als “Camera talk” die middenin de set verstopt zit. Hun gevoelige sound krijgt elan in “Shape shifter”, “Cards & quarters”, “Stranger things” en het afsluitende “Sticky thread” door piano, strijkers en de stemmenpracht. En dan zijn er nog de ingehouden, ingetogen sfeervolle parels “World news”, “Who knew who cares” en “Cubism dream”.
Kortom, dit is een band die het moet hebben van de wisselende stemmingen, gevoelige en bedreven instrumentatie en ontroerende vocale pracht! Moet er nog zand zijn ? Schitterende debuutplaat.

Joss Stone

Colour me free

Geschreven door

Ze is nog maar goed twintig jaar en is al toen aan haar vierde plaat. Wat ons fascineert is de unieke warme, intens pakkende melodieuze soulpop onder haar doorleefde goddelijke, gevoelige stem. Toen ze 16 was waren we onder de indruk van ‘The soul sessions’, coversongs ondergedompeld in een soulbad. ‘Mind Body & Soul’ waren veertien eigen songs, die broeierig klonken en een gevarieerde aanpak hadden. De derde cd was de meest swingende plaat, groovende soulpop met een vleugje hiphop en beats.
Ze neemt nu een stapje terug qua muzikale omlijsting, maar het resultaat is en blijft doeltreffend. Ze koos voor de onvoorwaardelijke liefde in de muziek, want we horen gave, puntige songs van toegankelijke melodieën bepaald door jazzy blazers, emotievolle orkestraties, funky grooves en logge drums, gedragen door haar fraaie stem en de fijne, zalvende backing vocals. Een heerlijke, sfeervolle, verleidelijke sound dus, onder haar alles-veroverende aangrijpende soulstem, waarbij de beats tot een minimum zijn herleid. “Free me” en “Could have been you” zetten de toon van hoe instrumentatie en zang bij elkaar passen; “ 4 and 20”, “Big Ol’ Game”, “Stalemate” en de passende cover van Candi Station “You got to love” duiden op een volwassen plaat die aangenaam, leuk en gepassioneerd klinkt, wat ervoor zorgt dat‘Colour me free’ onweerstaanbaar klinkt!

Devandra Banhart

What will we be

Geschreven door

Een goede twee jaar na ‘Smokey rolls down thunder canyon’ is er nieuw werk uit van de freakfolkgoeroe Devandra Banhart, ‘What will we be’. Hij hanteert en freewheelt in diverse stijlen, wat een gevarieerde, boeiende plaat, maar weinig samenhangende plaat oplevert. Het past bij mans concept van ‘iedereen komt & gaat’ … het toonbeeld van de ultieme vrijheid en de ‘peace en love’ hippe toestanden in muziek en denkpiste.
Het gaat in de veertien songs van freakende folkpop (o.a.“Can’t help but smiling, foolin”) naar mooi breekbare en betoverende droompop (waaronder “First & last song for B”, het leuke “Chin chin & muck muck” en “Walilamdzi”), Spaanstalig songmateriaal (“Brindo” en “Meet me at lookout point” en tot slot ‘70’s retrorock, “16th & Valencia Roxy Music” en “Rats”.
We horen dus een aangename, ontspannende, frisse veelkeurige stijl in een ‘big smile’ concept. We stellen alvast “Angelika” en “Baby” voorop van de fraaie composities – in – een - verknipte aanpak!

Maurice Engelen

Moreese.com: de nieuwe trip van Maurice Engelen

Geschreven door

Maurice Engelen, de man achter Praga Khan en Lords of Acid, is op reis. Een trip door Vlaanderen met een reisverhaal van een jongen (Vince) in zichzelf. ,Ik maakte al veel mee’, aldus Engelen, ,maar dit was echt een avontuur. Want ik werk met mensen die geen kansen kregen. Ik gaf ze hen. Dit is een van de mooiste momenten in mijn leven.’ Dit moment is een theatertournee genoemd MOREESE.COM.

If you can dream it you can do it !
Het was het avondje wel van ongekend talent want Engelen is naast muzikant en totaalspektakelman ook jurylid van X-Factor en sinds kort beschermengel van Tom Dice, de jonge man uit Eeklo die ons land gaat vertegenwoordigen op het Eurosongfestival. Hij mocht de Gentse Handelsbeurs opwarmen en deed dat (verrassend) sterk. Stemvast, met de teneur van een performer, soleerde hij met zijn gitaar in vier nummers.  Inhoudelijk zitten zijn nummers misschien nog wat puberaal ineen, maar de stem- en andere artistieke mogelijkheden zitten in Dice verankerd. Losgooien die trossen, Tom. En zo snel mogelijk Eurosong achter je laten, luidt ons advies.

If you don’t risk anything you risk even more
Maar de echte journey was die van MOREESE.COM, het derde totaalspektakelproject van Engelen dat verschillende podiumkunsten in de mixer gooit. In Code Red mengde hij nog een mayonaise die eerder plakte dan pakte, maar MOREESE.COM is af- en gestroomlijnder, vooral muzikaal en multimediaal gebaseerd en dat alles komt het geheel ten goede. Het kitscherige randspektakel – vooral in deel 1 - neem je er dan maar bij want MOREESE staat niet voor niets voor Maurice. Deel 2 leefde meer en volwassener door de schwung en de meer gerichte randattributen.

All children are artists…
Het bindmiddel is simpel, misschien zelfs iets té: het verhaal van een jongen (Vince) die op zoek gaat – gedwongen en/of gestimuleerd door zijn omgeving -  naar zijn eigenste talenten. Vince is the shadowman who didn’t have a chance, zingt Engelen zelve op een manier die ontegensprekelijk zwaar Bowie-getint was, al klonk hij bij enkele ‘hogere’ nummers voor de pauze wat onvast. Toch was de muzikale baseline van de hele trip meer dan voortreffelijk.

…but how to remain an artist when you grow old?
Michel Janssen, opgepikt in het kermismilieu, neemt de rol van Vince op zich. Niet echt de beste keuze, maar gegeven dat Engelen deze zomer op trektocht trok door Vlaanderen op zoek naar ongekend ‘talent’, moeten we Janssen misschien het voordeel van de twijfel geven. Al kunnen we ons niet voorstellen dat er in die duizenden audities geen betere Vince kon gecast worden.

The creative adult is the child that has survived
Engelen onderbouwt zijn Mooreese.com knap met montages van zijn audities en filmpjes die zelfs in de muzikale draad verweven worden. Voor die muziek positioneerde hij links een drummer en vaste Engelengitariste Simi Nah en liet hij hen op de bühne vechten en vleien met een keyboards (de pianist van Lotti) en de gitaar van Erhan Kurkun rechts. Daartussen en in de fijne choreografie van Marc Bogaerts  beweegt Engelen zich zingend als de beschermengel van Vince. Dat hij intussen fijn geselecteerd debiteert uit wat je www.oneliners.com (zie tussentitels) zou kunnen noemen, omstrikt het geheel met een mooi dieper cachet.

Avoiding boredom  is what we should do
Maar Engelen moest zijn ‘creativikitsch’ nog kwijt en tegelijk een plaats geven aan zijn ontdekte figuranten. En dan draait het de we-hebben-een-tof-chiro-feestje-kant uit. Een aantal gimmicks zijn functioneel en knap gevonden (kruipende doeken, fluoriscerende armen en benen, een weergaloos engelmoment met Inja Van Gastel), maar het overgrote deel van rondhuppelende, dwaas aangeklede jeugdclubwezens met ET-gehalte  geven de performance een amateuristisch trekje.
Gelukkig houden de echte talenten MOREESE.COM online. Helena Maes zingt met kippenvelmomenten het project omhoog en Gwen Hamerlynck beweegt en danst het geheel aan naadloos elkaar. Zij – samen met de muziek en de filmpjes - dragen de voorstelling. Vraag is of de pas ontdekte talenten geen steunpilaren waren door het gekke attributenshowtje dat uit de trip van Engelens hoofd vloeide of dat hij zijn eigen quote ‘Everybody is an artist’ toch even moet herbekijken.

Play list Tom Dice: 1. Too late 2. Bleeding Love (cover van Leona Lewis) 3. Why? 4. Always and forever

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

The Big Pink

Noise duo The Big Pink overtuigen met korte set.

Geschreven door

Meer dan twintig jaar geleden, zo ergens tussen 1988 en 1991, was shoegaze een van de vernieuwende stromingen binnen de indie-rock. Een hele resem bands bouwden dromerige soundscapes op basis van noise en distortion, en het genre kreeg de name shoegaze omdat de bandleden veelal naar hun effectpedalen staarden van under hun pagekapsels, en dus weinig of niet in interactie gingen met het publiek. Voorlopers waren Jesus and Mary Chain, absolute vernieuwers waren My Bloody Valentine, en in hun kielzog kwamen een hele reeks bands zoals Ride, Slowdive, Curve, Medicine.De grunge die in 1991 vanuit Seattle overwaaide, zou al deze bands wegblazen.
Alles keert terug in de rock, dus ook shoegaze. In 2009 zette het reünieconcert van My Bloody Valentine een nieuw record qua decibels, en kwam er ook een nieuwe lichting bands op de voorgrond die noise als melodisch element van hun sound zou aanwenden. The Pains of Being Pure at Heart, A Place to Bury Strangers en ook de The Big Pink, die vanavond in Trix hun debuut ‘A Brief history of love’ kwamen voorstellen.

The Big Pink is een Londens duo, Robbie Furze and Milo Cordell. De ene heeft een verleden als gitarist bij de geluidsterrorist Alec Empire, de andere bracht noise bands uit op zijn eigen platenlabel. The Big Pink werd heel snel door de Engelse rockjournalisten opgepikt, met een lichte hype en een voorprogramma van Muse als gevolg.
The Big Pink hadden roze versterkers meegebracht, bij wijze van visueel en auditief statement. Op de tonen van “I want too get high” van Cypress Hill betraden Furze en Cordell zo rond tienen het podium. Net zoals op de plaat, hadden ze versterking bij: de band was uitgebouwd tot een viertal, met als opvallendste verschijning de bevallige Akiko Maatsuura aan de drums, in glitterjurkje.
Er werd snedig afgetrapt met het uptempo “Too young to love” en “Frisk “, dat bij momenten aan de Young Gods deed denken. Naast industrial en shoegaze, haalt The Big Pink ook inspiratie uit rave, en donkere trip en hip-hop à la Massive Attack, maar de melodie blijft altijd op de eerste plaats staan. Het viel ons ook op hoe helder de stem van Furze in de mix zat, het deed ons bij momenten aan Richard Ashcroft van het vroege The Verve denken  ten tijde van ‘A Storm in Heaven’, vooral dan bij de single “Velvet”. Een mooie verrassing was ook “Sweet Dreams”, waar The Big Pink een stukje “Mayonaise” van Smashing Pumpkins in binnengesmokkeld had. Met enkel hun debuut uit, wisten we dat het een korte set zou worden, en dat bleek ook zo te zijn toen na vijftig minuten afgesloten werd met “Dominos”. Geen bisronde, voor meer zullen we moeten wachten op nieuw werk.

Setlist
Too young to love, Frisk, War with the sun, Velvet, Crystal visions, Count backwards, Sweet dreams , Tonight, Dominos

Waldorf is een band uit het Gentse rond Wolfgang Vanwymeersch. Ze hebben net hun nieuwe ‘Twelve seconds to none’ uit, na een aantal jaren stilte sinds hun debuut uit 2005 en de single “Information” passeert wel eens op Studio Brussel. We hoorden melodieuze stonerrock, die gerust naast Them Crooked Vultures kan staan, al zegt dat wellicht meer over de plaat van Them Crooked Vultures dan over Waldorf. Niet slecht, maar we hoorden toch niet veel nummers die potten gaan breken in de Afrekening, en dat zullen ze toch nodig hebben indien ze ruimere bekendheid in Vlaanderen willen ambiëren om maar te zwijgen van buitenlanden als Nederland en Wallonië.Toen de zanger vroeg wie de plaat had, was er niemand in het publiek die reageerde, en dat zegt veel vrees ik.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Channel Zero

Channel Zero een must & lust to see!

Geschreven door
Channel Zero is back in business… twintig jaar na hun oprichting, 6 albums en dertien jaar na de noodgedwongen stop, begonnen ze vorig jaar onder impuls van Marlon W. in een nagenoeg ongewijzigde bezetting te werken aan een reünie, nl. Franky DSVD, Tino DM en Phil B – enkel gitarist Xavier C moest afhaken door oortrauma, maar werd en verve vervangen door Mikey Doling (ex Soulfly).
Het kwartet onderscheidde zich, eiste hun plaats op binnen de Belgische metalscene, had de energie, de look en podiumprésence, maar strandde internationaal ondanks spraakmakende supports (Bodycount, Danzig, Kiss, Megadeth, Biohazard). Erg succesvol was de ‘Unsafe’ plaat (medio de jaren ‘90), met een handvol singles, die ook het rock-mindende publiek bereikte.
Een triomfantelijke reünie kun je achterna wel zeggen, want de zes concerten (oorspronkelijk was er maar eentje voorzien) waren in een mum van tijd uitverkocht. Ze wekten, naast de vroegere fans, de interesse op van de jonge metalheads. Ze bewezen op het podium dat hun terugkeer meer dan terecht was en vielen terecht over de tongen. Ze speelden een fris, gedreven, gebalde set die sterk en oorverdovend was … Meteen plaatsten ze zich middenin de huidige metal … en sloegen een bres, alsof er nooit een gapende leegte had bestaan.
12000 fans zagen de band aan het werk. Het is voor Channel Zero een hart onder de riem en is de aanzet van een geslaagde en happy return, met een nieuwe single, “Black flowers”, een gig op de GMM en de motivatie te werken aan nieuw materiaal. Het kwartet voelt aan dat ze meer dan ooit op dezelfde golflengte zitten … Ook weinig gezien was dat de ABbar goed verkochte. De stevige sound van Channel Zero smaakte des te beter met een stevige pot bier!

De lichten doofden … ”She watch Channel Zero” van Public Eenemy, de hiphopband van de eighties, het nummer waaraan de band destijds zijn naam ontleende, knalde door de boxen … Al subiet werd Channel Zero enthousiast onthaald. In de eerste minuten van opener “Black fuel” was de band afgeschermd van het publiek door een groot wit doek. We zagen de schaduw van de members, achteraan flitste de groepsnaam en er waren projecties van ruis en beelden vanuit een politiehelikopter. Toen het kwartet dan te zien was, werden ze meteen op handen gedragen. De AB barstte uit zijn voegen. Iedereen wou een glimp zien van de vier gespierde, afgetrainde kerels, wou een luchtgitaar vastnemen, het refrein met gebalde vuist mee scanderen, springen of skydiven, maw genieten van elke seconde Channel Zero.
De band zette er verder stevig de beuk in met het energieke “Heroin”: een catchy melodie, pompende, stuwende en dynamische ritmes, een diepe bas, ferme riffs en soli, gitaarexplosies, gevatte tempowisselingen en de helder overtuigende zang van Franky. We hielden Pantera en Metallica in het achterhoofd bij zo’n nummers. Het tempo hielden ze even hoog met “Back to the bone”, die elan kreeg door de snelle riffs, de opzwepende ritmes en waarvan het refrein luidkeels werd meegezongen. Ze deelden de ene na de andere mokerslag uit en waren top.
”Mastermind” klonk iets slepender, maar een snedige “Why” en een opbouwende “My self control” volgden, die sommige momenten explodeerden.
Alles viel in z’n plooi … de muziek … en de entourage van gesplitte projectie schermen, de verhogen waarop de groepsleden hun ding konden doen en een zanger die z’n publiek aanporde, voeling hield, alle kanten van het podium rond draafde en op de verhogen te zien was.
In een verschroeiend tempo hoorden we schurende versies van “Run WTT (With The Torch)”, “Unsafe” en “Dashbord devils”. Ze waren in de vier uithoeken te zien op het dreigende, bezwerende en mooi uitgesponnen “Call on me”. Ook de nieuwe song “Black flowers”, al hoog in onze Belgische charts, kon rekenen op een sterke respons. Het Nederlandse gitaarwonder Marcel Coenen (In Nederland een begrip met z’n instrumentale soms snelle gitaarmuziek) was de special guest en gaf de medley van ‘oudjes’ “Succeed or bleed” – “Inspiration to violence” en “No lights” cachet.
Na een korte pauze vatten ze de classics “Help”, “Fools parade” en “Lonely” aan, die de massa massaal meebrulde, en tot slot explodeerde al de samengebalde energie op “Suck my energy”. Wat een finalereeks! Het afsluitende “Man on the edge” was hierbij eerder een outtro van de anderhalf uur energieke, gebalde set!

Channel Zero moeten we anno 2010 stevig vasthouden. De overweldigende, keiharde set & sound toonde een band in bloedvorm, die sterk op elkaar was ingespeeld! Ze deden de adrenaline stijgen, de harten bonken, brachten genadeslagen toe en sloegen een krater binnen de huidige metal. Kortom Channel Zero is een must & lust to see!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie : CNR ism AB


Pagina 445 van 499