logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15378 Items)

Maurice Engelen

Moreese.com: de nieuwe trip van Maurice Engelen

Geschreven door

Maurice Engelen, de man achter Praga Khan en Lords of Acid, is op reis. Een trip door Vlaanderen met een reisverhaal van een jongen (Vince) in zichzelf. ,Ik maakte al veel mee’, aldus Engelen, ,maar dit was echt een avontuur. Want ik werk met mensen die geen kansen kregen. Ik gaf ze hen. Dit is een van de mooiste momenten in mijn leven.’ Dit moment is een theatertournee genoemd MOREESE.COM.

If you can dream it you can do it !
Het was het avondje wel van ongekend talent want Engelen is naast muzikant en totaalspektakelman ook jurylid van X-Factor en sinds kort beschermengel van Tom Dice, de jonge man uit Eeklo die ons land gaat vertegenwoordigen op het Eurosongfestival. Hij mocht de Gentse Handelsbeurs opwarmen en deed dat (verrassend) sterk. Stemvast, met de teneur van een performer, soleerde hij met zijn gitaar in vier nummers.  Inhoudelijk zitten zijn nummers misschien nog wat puberaal ineen, maar de stem- en andere artistieke mogelijkheden zitten in Dice verankerd. Losgooien die trossen, Tom. En zo snel mogelijk Eurosong achter je laten, luidt ons advies.

If you don’t risk anything you risk even more
Maar de echte journey was die van MOREESE.COM, het derde totaalspektakelproject van Engelen dat verschillende podiumkunsten in de mixer gooit. In Code Red mengde hij nog een mayonaise die eerder plakte dan pakte, maar MOREESE.COM is af- en gestroomlijnder, vooral muzikaal en multimediaal gebaseerd en dat alles komt het geheel ten goede. Het kitscherige randspektakel – vooral in deel 1 - neem je er dan maar bij want MOREESE staat niet voor niets voor Maurice. Deel 2 leefde meer en volwassener door de schwung en de meer gerichte randattributen.

All children are artists…
Het bindmiddel is simpel, misschien zelfs iets té: het verhaal van een jongen (Vince) die op zoek gaat – gedwongen en/of gestimuleerd door zijn omgeving -  naar zijn eigenste talenten. Vince is the shadowman who didn’t have a chance, zingt Engelen zelve op een manier die ontegensprekelijk zwaar Bowie-getint was, al klonk hij bij enkele ‘hogere’ nummers voor de pauze wat onvast. Toch was de muzikale baseline van de hele trip meer dan voortreffelijk.

…but how to remain an artist when you grow old?
Michel Janssen, opgepikt in het kermismilieu, neemt de rol van Vince op zich. Niet echt de beste keuze, maar gegeven dat Engelen deze zomer op trektocht trok door Vlaanderen op zoek naar ongekend ‘talent’, moeten we Janssen misschien het voordeel van de twijfel geven. Al kunnen we ons niet voorstellen dat er in die duizenden audities geen betere Vince kon gecast worden.

The creative adult is the child that has survived
Engelen onderbouwt zijn Mooreese.com knap met montages van zijn audities en filmpjes die zelfs in de muzikale draad verweven worden. Voor die muziek positioneerde hij links een drummer en vaste Engelengitariste Simi Nah en liet hij hen op de bühne vechten en vleien met een keyboards (de pianist van Lotti) en de gitaar van Erhan Kurkun rechts. Daartussen en in de fijne choreografie van Marc Bogaerts  beweegt Engelen zich zingend als de beschermengel van Vince. Dat hij intussen fijn geselecteerd debiteert uit wat je www.oneliners.com (zie tussentitels) zou kunnen noemen, omstrikt het geheel met een mooi dieper cachet.

Avoiding boredom  is what we should do
Maar Engelen moest zijn ‘creativikitsch’ nog kwijt en tegelijk een plaats geven aan zijn ontdekte figuranten. En dan draait het de we-hebben-een-tof-chiro-feestje-kant uit. Een aantal gimmicks zijn functioneel en knap gevonden (kruipende doeken, fluoriscerende armen en benen, een weergaloos engelmoment met Inja Van Gastel), maar het overgrote deel van rondhuppelende, dwaas aangeklede jeugdclubwezens met ET-gehalte  geven de performance een amateuristisch trekje.
Gelukkig houden de echte talenten MOREESE.COM online. Helena Maes zingt met kippenvelmomenten het project omhoog en Gwen Hamerlynck beweegt en danst het geheel aan naadloos elkaar. Zij – samen met de muziek en de filmpjes - dragen de voorstelling. Vraag is of de pas ontdekte talenten geen steunpilaren waren door het gekke attributenshowtje dat uit de trip van Engelens hoofd vloeide of dat hij zijn eigen quote ‘Everybody is an artist’ toch even moet herbekijken.

Play list Tom Dice: 1. Too late 2. Bleeding Love (cover van Leona Lewis) 3. Why? 4. Always and forever

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

The Big Pink

Noise duo The Big Pink overtuigen met korte set.

Geschreven door

Meer dan twintig jaar geleden, zo ergens tussen 1988 en 1991, was shoegaze een van de vernieuwende stromingen binnen de indie-rock. Een hele resem bands bouwden dromerige soundscapes op basis van noise en distortion, en het genre kreeg de name shoegaze omdat de bandleden veelal naar hun effectpedalen staarden van under hun pagekapsels, en dus weinig of niet in interactie gingen met het publiek. Voorlopers waren Jesus and Mary Chain, absolute vernieuwers waren My Bloody Valentine, en in hun kielzog kwamen een hele reeks bands zoals Ride, Slowdive, Curve, Medicine.De grunge die in 1991 vanuit Seattle overwaaide, zou al deze bands wegblazen.
Alles keert terug in de rock, dus ook shoegaze. In 2009 zette het reünieconcert van My Bloody Valentine een nieuw record qua decibels, en kwam er ook een nieuwe lichting bands op de voorgrond die noise als melodisch element van hun sound zou aanwenden. The Pains of Being Pure at Heart, A Place to Bury Strangers en ook de The Big Pink, die vanavond in Trix hun debuut ‘A Brief history of love’ kwamen voorstellen.

The Big Pink is een Londens duo, Robbie Furze and Milo Cordell. De ene heeft een verleden als gitarist bij de geluidsterrorist Alec Empire, de andere bracht noise bands uit op zijn eigen platenlabel. The Big Pink werd heel snel door de Engelse rockjournalisten opgepikt, met een lichte hype en een voorprogramma van Muse als gevolg.
The Big Pink hadden roze versterkers meegebracht, bij wijze van visueel en auditief statement. Op de tonen van “I want too get high” van Cypress Hill betraden Furze en Cordell zo rond tienen het podium. Net zoals op de plaat, hadden ze versterking bij: de band was uitgebouwd tot een viertal, met als opvallendste verschijning de bevallige Akiko Maatsuura aan de drums, in glitterjurkje.
Er werd snedig afgetrapt met het uptempo “Too young to love” en “Frisk “, dat bij momenten aan de Young Gods deed denken. Naast industrial en shoegaze, haalt The Big Pink ook inspiratie uit rave, en donkere trip en hip-hop à la Massive Attack, maar de melodie blijft altijd op de eerste plaats staan. Het viel ons ook op hoe helder de stem van Furze in de mix zat, het deed ons bij momenten aan Richard Ashcroft van het vroege The Verve denken  ten tijde van ‘A Storm in Heaven’, vooral dan bij de single “Velvet”. Een mooie verrassing was ook “Sweet Dreams”, waar The Big Pink een stukje “Mayonaise” van Smashing Pumpkins in binnengesmokkeld had. Met enkel hun debuut uit, wisten we dat het een korte set zou worden, en dat bleek ook zo te zijn toen na vijftig minuten afgesloten werd met “Dominos”. Geen bisronde, voor meer zullen we moeten wachten op nieuw werk.

Setlist
Too young to love, Frisk, War with the sun, Velvet, Crystal visions, Count backwards, Sweet dreams , Tonight, Dominos

Waldorf is een band uit het Gentse rond Wolfgang Vanwymeersch. Ze hebben net hun nieuwe ‘Twelve seconds to none’ uit, na een aantal jaren stilte sinds hun debuut uit 2005 en de single “Information” passeert wel eens op Studio Brussel. We hoorden melodieuze stonerrock, die gerust naast Them Crooked Vultures kan staan, al zegt dat wellicht meer over de plaat van Them Crooked Vultures dan over Waldorf. Niet slecht, maar we hoorden toch niet veel nummers die potten gaan breken in de Afrekening, en dat zullen ze toch nodig hebben indien ze ruimere bekendheid in Vlaanderen willen ambiëren om maar te zwijgen van buitenlanden als Nederland en Wallonië.Toen de zanger vroeg wie de plaat had, was er niemand in het publiek die reageerde, en dat zegt veel vrees ik.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Channel Zero

Channel Zero een must & lust to see!

Geschreven door
Channel Zero is back in business… twintig jaar na hun oprichting, 6 albums en dertien jaar na de noodgedwongen stop, begonnen ze vorig jaar onder impuls van Marlon W. in een nagenoeg ongewijzigde bezetting te werken aan een reünie, nl. Franky DSVD, Tino DM en Phil B – enkel gitarist Xavier C moest afhaken door oortrauma, maar werd en verve vervangen door Mikey Doling (ex Soulfly).
Het kwartet onderscheidde zich, eiste hun plaats op binnen de Belgische metalscene, had de energie, de look en podiumprésence, maar strandde internationaal ondanks spraakmakende supports (Bodycount, Danzig, Kiss, Megadeth, Biohazard). Erg succesvol was de ‘Unsafe’ plaat (medio de jaren ‘90), met een handvol singles, die ook het rock-mindende publiek bereikte.
Een triomfantelijke reünie kun je achterna wel zeggen, want de zes concerten (oorspronkelijk was er maar eentje voorzien) waren in een mum van tijd uitverkocht. Ze wekten, naast de vroegere fans, de interesse op van de jonge metalheads. Ze bewezen op het podium dat hun terugkeer meer dan terecht was en vielen terecht over de tongen. Ze speelden een fris, gedreven, gebalde set die sterk en oorverdovend was … Meteen plaatsten ze zich middenin de huidige metal … en sloegen een bres, alsof er nooit een gapende leegte had bestaan.
12000 fans zagen de band aan het werk. Het is voor Channel Zero een hart onder de riem en is de aanzet van een geslaagde en happy return, met een nieuwe single, “Black flowers”, een gig op de GMM en de motivatie te werken aan nieuw materiaal. Het kwartet voelt aan dat ze meer dan ooit op dezelfde golflengte zitten … Ook weinig gezien was dat de ABbar goed verkochte. De stevige sound van Channel Zero smaakte des te beter met een stevige pot bier!

De lichten doofden … ”She watch Channel Zero” van Public Eenemy, de hiphopband van de eighties, het nummer waaraan de band destijds zijn naam ontleende, knalde door de boxen … Al subiet werd Channel Zero enthousiast onthaald. In de eerste minuten van opener “Black fuel” was de band afgeschermd van het publiek door een groot wit doek. We zagen de schaduw van de members, achteraan flitste de groepsnaam en er waren projecties van ruis en beelden vanuit een politiehelikopter. Toen het kwartet dan te zien was, werden ze meteen op handen gedragen. De AB barstte uit zijn voegen. Iedereen wou een glimp zien van de vier gespierde, afgetrainde kerels, wou een luchtgitaar vastnemen, het refrein met gebalde vuist mee scanderen, springen of skydiven, maw genieten van elke seconde Channel Zero.
De band zette er verder stevig de beuk in met het energieke “Heroin”: een catchy melodie, pompende, stuwende en dynamische ritmes, een diepe bas, ferme riffs en soli, gitaarexplosies, gevatte tempowisselingen en de helder overtuigende zang van Franky. We hielden Pantera en Metallica in het achterhoofd bij zo’n nummers. Het tempo hielden ze even hoog met “Back to the bone”, die elan kreeg door de snelle riffs, de opzwepende ritmes en waarvan het refrein luidkeels werd meegezongen. Ze deelden de ene na de andere mokerslag uit en waren top.
”Mastermind” klonk iets slepender, maar een snedige “Why” en een opbouwende “My self control” volgden, die sommige momenten explodeerden.
Alles viel in z’n plooi … de muziek … en de entourage van gesplitte projectie schermen, de verhogen waarop de groepsleden hun ding konden doen en een zanger die z’n publiek aanporde, voeling hield, alle kanten van het podium rond draafde en op de verhogen te zien was.
In een verschroeiend tempo hoorden we schurende versies van “Run WTT (With The Torch)”, “Unsafe” en “Dashbord devils”. Ze waren in de vier uithoeken te zien op het dreigende, bezwerende en mooi uitgesponnen “Call on me”. Ook de nieuwe song “Black flowers”, al hoog in onze Belgische charts, kon rekenen op een sterke respons. Het Nederlandse gitaarwonder Marcel Coenen (In Nederland een begrip met z’n instrumentale soms snelle gitaarmuziek) was de special guest en gaf de medley van ‘oudjes’ “Succeed or bleed” – “Inspiration to violence” en “No lights” cachet.
Na een korte pauze vatten ze de classics “Help”, “Fools parade” en “Lonely” aan, die de massa massaal meebrulde, en tot slot explodeerde al de samengebalde energie op “Suck my energy”. Wat een finalereeks! Het afsluitende “Man on the edge” was hierbij eerder een outtro van de anderhalf uur energieke, gebalde set!

Channel Zero moeten we anno 2010 stevig vasthouden. De overweldigende, keiharde set & sound toonde een band in bloedvorm, die sterk op elkaar was ingespeeld! Ze deden de adrenaline stijgen, de harten bonken, brachten genadeslagen toe en sloegen een krater binnen de huidige metal. Kortom Channel Zero is een must & lust to see!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie : CNR ism AB


Sunn O)))

Niet – van – deze – wereld - Sunn O)))

Geschreven door
Het Amerikaanse Sunn O))) is een unicum binnen het muzieklandschap. De band gecentraliseerd rond het – core duo Stephen O’Malley en Greg Anderson, biedt een aparte combinatie van avantgarde, dronemetal, modern klassiek, minimalisme en jazz; een sound van massief, slepende, logge, lome en repeterende gitaarlagen, drones en synths, met de nodige distortion en feedbackgeraas. Deze ‘Masters of Doom & Drone’ hebben sinds hun ontstaan, samen met Earth een tiental jaar terug, een trouwe aanhang en zijn invloedrijk op bands als Neurosis, Isis, Sun ra en Amenra.
Een indrukwekkende rij versterkers en pedaaleffects, een opgetrokken mistgordijn, een sober donker gehouden lichtdecor en heren in een monnikspij wanen ons in een nevelig moeras van een creepy wereld. Het trio maakt de sfeer nog meer angstaanjagend door de huiveringwekkende keelgezangen van Atila Cszihar, te horen op twee nummers van het recente ‘Monoliths & Dimensions’ (“Agatha” en “Big church”) en op songs van de EP ‘Oracle’ van twee jaar terug. Die songs vormden de basis van de anderhalf uur durende set.

Het publiek was uiterst geconcentreerd en gaf zich volledig over aan de hallucinante, meeslepende tranceachtige trip, van verwaaide en verdwaalde sounds en de grauwe, zalvende maar door merg en beende gaande paters – en keelgezangen van Attila, die kippenvel bezorgde op de songs van de recentere platen, het geluid van de psalmen van ‘The Grimmrobe Demos’ en de apocalyptische verzen van Seldom Hunt. Ze verbleekten het logge karakter en de diepe grafstem van Michael Gira in z’n Swans beginjaren. Beelden van Koyaanisquatsi (Philip Glass), nachtelijke offergangen, zwarte magie en van de apocalyps borrelden op…
De zwarte mis ging gepaard met de typische rituelen van handgebaren, kruistekens, aanrakingen en ernstige, coole en ontmoedigende blikken: ijzingwekkend, filmisch, mysterieus, donker en dreigend. Cryptisch kon het worden omschreven als zo hard als staal, log als beton en traag als lava.
Ze openden knarsend de kerkdeuren met het traag slepende “Agatha” en sloten ze piepend en krakend met de rauwe en de ontspoorde ritmes van “Cry for the wheeper” uit de vorige ‘Black one’ cd.
We moesten toch eventjes de tijd nemen om terug tot de realiteit te komen, toen het concert was beëindigd; de muzikale leefwereld van Sunn O))) is geen gewone brok popmuziek, nee, ze is lichtschuw, is hard en meedogenloos en klinkt huiveringwekkend en oorverdovend …

Ook de support Eagle Twin was lekker op dreef met hun straffe cocktail van postmetal, sludge, doom, drone, noise en fuzz, bepaald door een opbouwende, krachtige, slepende, bezwerende gitaar en strakke, opzwepende drums én gedragen door een rauwe soms schreeuwende zang. Eagle Twin speelde één langgerekte brij, zorgde voor een dreigende spanning en bood grauwe, emotionele schoonheid, m.a.w. de ideale aanzet naar Sunn O))) …

Organisatie: Aéronef, Lille


Société Anonyme

Société Anonyme – EP

Geschreven door

Na de sabbatical van de Belgisch beloftevolle indieband Orange Black besloot drummer Micha Onzia nieuwe wegen in te slaan. Hij kon zanger Ludovic Nyamabo, Mathias Onzia en de broers Bens en Larsen Bervoets (Maxon Blewitt) op de kop tikken. Tot slot werd met een blazersectie de Antwerpse band Société Anonyme een feit. Ze hebben hun eerste EP uit in eigen beheer, halen inspiratie bij Sly & The Family Stone, Prince, Amp Fiddler, doen de dagen van het onvolprezen Wizards Of Ooze heropleven, en stralen een Maroon 5 sfeertje uit.
Ze brengen aanstekelijke, frisse en sfeervolle soul/jazz/pop, met dwingende funky ritmes en blazers. De eerste drie songs “Doesn’t matter”, “Last night” en de single “Luvsong” klinken groovy, werken in op de heupspieren en kunnen een stomend setje opleveren. De twee volgende “Gone” en “Dry London Gin” zijn emotievoller en dwingen een rokerige nachtkroeg af. Trouwens Peter Revalk van de oude Wizards trok met het voltallige gezelschap de studio in om de EP in te blikken … Zo zie je maar …

Info http://www.societeanonyme.be 

Yew

White swan on black water

Geschreven door

Het beloftevolle Yew, een Luiks kwintet debuteert met ‘White swan on black water’. Een prachttitel voor een cd trouwens. Het jonge gezelschap put uit de energie van de alternative folkrock van The men they couldn’t hang, The Waterboys en The Levellers, grijpt terug naar de ‘70’s retrofolk van Fairport Convention en Steeleye Span en schiet met stevige Dropkick Murphys punk. Integere en zwierige vioolpartijen kruiden de sound die nog wat meer gevarieerd en breder wordt door uitstapjes naar de americana/blue grass en tropische geluiden. Het draait ‘em rond de klankkleur en leuke, frisse tegenstrijdigheden in de sound en songtitels.
Ze bijten meteen sterk van zich af en scherpen de aandacht met “May I have” en “Jacobites by name” door een bedreven geluid en verrassende wendingen. Stijlvarianten horen we dan o.a. in “Kingston Dublin”, die reggae, punk en folk experiments samenbrengt, een freakfolkende “Mobile beer” en een klassiek neigende titelsong. Ook de instrumentale nummers zijn de moeite waard, zorgen voor een aangename afwisseling en staan mooi verdeeld tussen de andere nummers.
Kortom, Yew lijkt ons een fijne ontdekking.

Info op http://www.myspace.com/yewbelgium 

Living Colour

The chair in the doorway

Geschreven door

Wat ooit een belangrijke band was in de alternatieve scène is nu een quasi vergeten groepje dat moeizaam probeert om terug aan het front te komen met een nieuw album. Helaas zitten daar, ondanks al het moois wat Living Colour in het verleden al gebracht heeft, weinigen op te wachten. Als we er dan bij vertellen dat het vuur, de power en de klasse van ‘Vivid’ (’88) en ‘Time’s up’ (’90) hier maar bij vlagen terug te vinden zijn, dan weet u al hoe laat het is. De levende kleuren zijn wat verbleekt op ‘The chair in the doorway’ en de inspiratie van weleer is voor een groot stuk weggeëbd. Hier en daar komt Living Colour nog wel eens venijnig uit de hoek, maar die momenten zijn te schaars. “Bless those” is zo een kloeke song die volledig onze goedkeuring wegdraagt, ook “Decadence” is een verbeten rocker, maar naar betere songs is het verder toch wel zoeken. Verdienstelijke pogingen als opener “Burned bridges” en het felle “Out of my mind” komen ook nog ergens in de buurt van een geslaagde song, maar dan is het vet van de soep. Alhoewel, met de hidden track “Asshole” mogen ze op het eind toch nog even schitteren : fijne riff, Glover en Reid goed op dreef, lekker rollend nummertje.
De mooie soulvolle stem van Corey Glover is wel immer present en ook het virtuoze gitaarwerk van Vernon Reid komt geregeld de kop opsteken, doch te weinig naar onze goesting. Die dingen zijn ze dus niet verleerd, maar er staan niet echt onvergetelijke dingen op ‘The chair in the doorway’. Wat we horen klinkt allemaal wel onderhoudend en soms wel stevig, maar niets blijft echt hangen, en dat is de zwakte van deze nieuwe plaat. Beetje jammer toch, want ze kunnen het nog, dit hebben we in den lijve ondervonden in de Vk* (eind 2009) en vooral bij hun onvergetelijke vlammend concertje in de Botanique in 2008.

Beak>

Beak

Geschreven door

Portishead producer en multi instrumentalist Geoff Barrow heeft onder de naam BEAK> een raar, donker, minimalistisch en tamelijk onheilspellend plaatje gemaakt die niks te maken heeft met hetgeen hij doorgaans met zijn reguliere band doet. We merken raakpunten met duistere eighties wave, Suicide, krautrock, een beetje dub en een lap Mogwai. Zelfs de donderwolken van Sunn O))) komen ons voor de verdoemde geest.
De plaat is quasi volledig instrumentaal en zit vol met stoorzenders, laaggestemde gitaren en depressieve synthesizers. Heel zelden hoor je op de achtergrond wat verdwaalde vocals die ook al helemaal niet de bedoeling hebben om het boeltje op te vrolijken. Een grimmig en onderkoeld sfeertje wordt hier verwekt maar de plaat werkt wel verslavend en is nogal bedwelmend voor de geest.
Interessant werkstukje, doch iets voor geoefende oren. Om de donkere winterdagen nog net iets meer te verduisteren.

Das Pop

Das Pop

Geschreven door

Deze plaat van het Gentse Das Pop leek eventjes op de Vlaamse versie van de klucht ‘Chinese Democracy’ te gaan lijken wegens zijn talloze verschuivingen in de releasedata. Maar eindelijk is ze er dan, de langverwachte opvolger van ‘The Human Thing’.
Slimmerik Bent Van Looy en de zijnen brengen een plaatje dat bulkt van de zwierige poprock, wat ook niet anders kan met die bandnaam. Opener “Underground” herbergt een heerlijke viool en koebel die samen met Van Looy’s stem een geniaal catchy nummer neerzetten. Die kleine en subtiele keuzes van korte klanken zijn de sterkste punten van het album en Das Pop kan die formule meermaals herhalen. Op en top pop dus. Heel goede pop zelfs.
Het geheel klinkt in tegenstelling dan wat je zou vermoeden niet extreem gelaagd. Voorbeelden te grabbel. Zo hebben we de mandoline in “Wings”, de stevige baslijn met handengeklap op “Try Again”, alweer die viool tijdens hit “Never Get Enough” en tweeluik “Saturday Night” part 1 & 2 moet het dan weer hebben van korte gitaarslagen. De schwung wordt nooit uit de nummers gehaald, maar het geheel is niet dansbaar van a tot z. Zo zitten de ballads “Girl Be A Man” en “September” meer naar het einde toe verstopt, waarna ze er weer wat steviger tegenaan gaan in “Feelgood Factors”.
Producers van dienst zijn de Dewaele broers, maar nergens is hun invloed stevig doorgedrukt. Ze stonden er op dat er géén synths gebruikt werden. Bent Van Looy (wie weet, binnenkort officieel De Slimste Mens) stuurt u de groeten vanuit Fuckland!

Rammstein

Liebe ist für alle da

Geschreven door

Het Duitse Rammstein heeft zich gaandeweg opgewerkt tot een grootse band met hun metal – rock - industrial concept binnen een melodieus toegankelijke lijn. De band rond Till Lindeman geeft elan aan het geluid door totaalspektakel op hun optredens en vunzige, seksuele fantasieën en nihilistische teksten.
Na ‘Reise Reise’ en ‘Rozenrot’ laste de band een noodgedwongen rustpauze in. De gigs eisten hun tol en leverden heel wat interne twisten op. ‘Liebe ist für alle da” is krachtig, rockt, beukt, en klinkt meer aanstekelijk door sfeervolle toetsen. De strakke, straffe riffs en de zwaardere electro (“Rammlied”/ “Ich tu dir weh”, “Waidmanns Heil”) wisselen ze met “Pussy”, “Früling in Paris”/”Mehr”/”Roter sand”, die opbouwend, sfeervol en dansbaar kunnen zijn.
Al bij al is de nieuwe cd toegankelijk door het afgewerkte karakter. Rammstein zorgt voor een avondje fun en ‘all what you think bout …, but afraid to do’ …

Tokio Hotel

Humanoid

Geschreven door

De vier jonge gasten uit Maagdenburg slaagden er twee jaar geleden in het jonge publiek te veroveren. Ze haalden zelfs vier TMF Awards binnen als beste nieuwe artiest, beste album (‘Scream’), beste clip en beste pop. Tokio Hotel, rond de tweeling Bill & Tom Kaulitz, waren het ideale exportproduct voor elke ‘rockmindende’ tiener.
Ook op de nieuwe plaat klinkt de band niet anders dan voorheen. Ze brengen melodieus stevige en pittige poprockers, gaan wat breder door de synths en hebben oog voor enkele ballads. Op die manier hebben we lekker in het gehoor liggende songs. Het zijn vooral “World behind my wall” en “Phantomaider” die sterk bekoren . “Dog unleashed” en “Human connect to human” refereren aan de ‘80’s electro en er klinkt een “Personal Jesus” –riff van DM door. “Zoom into” tot slot doet de meisjesharten sneller slaan. En daarmee heb je het recept gehoord van de toegankelijke poprock van de Tokio Hotel twintigers.

Rolo Tomassi

Hysterics

Geschreven door

We waren de voorbije zomer sterk onder de indruk van de uit Sheffield afkomstige noise band Rolo Tomassi. De band, onder broer James en zus Eva Spence, brengt een combinatie van noiserock, punkjazz en allerlei –core invloeden. De songs kunnen een opbouwende melodie hebben, gaan van hard naar zacht en zijn uiterst avontuurlijk en opzienbarend door de verrassende wendingen, bizarre kronkels en ontspoorde ritmes. We horen waanzinnige gitaar- en toetsenpartijen en opzwepende en strakke drums. En op de koop toe overstelpt de frontvrouwe ons met haar krijsende, schreeuwende en gillende zang. Maar ook deze frêle dame kan zacht klinken in haar vocals. En net precies al die tegengestelden maken de songs erg boeiend en spannend. “Oh Hello ghost” en “I love turbulence” geven de toon aan voor de rest van de plaat. Een song als “Fofteen abraxas” klinkt grauwer en donkerder en de psychedelica klinkt door op “An apology to the universe” en het afsluitende “Fantasia”. We krijgen momenten van rust aangeboden met enkele soundscape instrumentals. De herriemakers zorgen voor een letterlijke pletwalssound op ‘Hysterics’.

Wave Machines

Wave Machines: Surfen op aanstekelijke golven

Geschreven door

Wave Machines is een jong viertal uit Liverpool, maar naar muzikale referenties van spraakmakende stadsgenoten (The Beatles, Echo & The Bunnymen, The La’s,…) hoefde u tijdens de voorstelling van debuutalbum ‘Wave If You’re Really There’ niet op zoek te gaan die avond in de Botanique.

Klonk de opener nog wat aarzelend, dan schakelde Wave Machines met “The Greatest Escape We Have Ever Made” fors enkele versnellingen hoger en nestelden ze  zich moeiteloos tussen het meest aanstekelijke wat Talking Heads en Hot Chip in de aanbieding hebben. “I Go I Go I Go” had het refrein om iedere parochiezaal om te toveren in een stomende Brooklyn nightclub en “Keep The Lights On” klonk live als Bee Gees discopop mét ballen. Ook verderop in de set zocht de besnorde zanger Timothy Bruzon met zijn falsetto stemmetje soms gevaarlijk dicht de kitsch grens op. Toch kreeg je in tegenstelling tot bij Scissor Sisters nooit de vervelende drang om een tailoor in je broek te moeten stoppen.
De toetsenist, die verdacht veel op Walter Van Beirendonck leek (nu we toch in die sfeer zitten), zette met ritmisch handengeklap “Dead Homes” in. Meteen het enige, minder vrolijke rustmoment in een voor de rest bijzonder aanstekelijke en melodieuze set met voldoende synthesizer weerhaakjes en ingenieuze ritmes en hooks om te blijven boeien tot het eind.
De atypische radiosingle “Punk Spirit”, waarvan het refrein “Where Is My Punk Spirit?” ongetwijfeld nu al luidruchtig meegebruld wordt in Ierse pubs aan de Merseyside, sloot de korte set af, waarna nog één bisnummer volgde.

Wave Machines leken oprecht gecharmeerd door de enthousiaste reactie van het publiek en beloofden vlug opnieuw te zullen spelen in België. Graag heren, maar liever volgende keer ergens op een zwoele weide met een cocktail in de hand in plaats van een Witloofkelder op een ijskoude winternacht. Deze zomer op Werchter misschien?

Organisatie: Botanique, Brussel

Local Natives

Local Natives: subtiele charme en verbetenheid

Geschreven door

De vijf Californiërs van Local Natives putten uit de traditie van warme, dromerige, opbouwende indiepop/folk/americana, die al in 2009 sterk werd onthaald met bands als Fleet Foxes, Grizzly Bear, Patrick Watson en Band Of Horses. Ook zij weten met stemmingen te werken. Aan de basis hiervan ligt de combinatie van vier zangers. Op die manier komt de huidige rits bands Megafaun en Fredo Viola na Local Natives bovendrijven.

Local Natives wist in geen mum van tijd een afgeladen Rotonde in te palmen. Ze durfden wat krachtiger en harder te gaan dan hun soortgenoten, gaven aan sommige nummers een groove door kleurrijke en zalvende toetsen, huppelende ritmes en een dubbele, opzwepende percussie, wat hen richting ‘andere geestesgenoten’ Vampire Weekend en Yeasayer bracht. We vergeten hierbij de invloed van het Canadese Arcade Fire niet, maar zeerzeker klinkt de ‘60’s traditie door van Beach Boys, Simon & Garfunkel, Crosby, Stills & Nash, en de ‘80’s funky loops van Talking Heads; niet voor niks staat “Warning sign” op hun grootse debuut ‘Gorilla Manor ‘ als cover. Het is een heel evenwichtige plaat geworden, die net als deze van Band Of Skulls (een tiental dagen eerder in de Bota te zien!) getipt wordt als één van de ontdekkingen van 2010!

Het was mooi om te zien en vooral om te horen hoe de vijf goed op elkaar waren ingespeeld, beschikten over een emotievolle stemmenpracht (vooral Ryan Hahn – Taylor Rice) en speels, gevat konden stoeien met hun instrumenten. Het kwintet kwam live heel sterk voor de dag. De sfeervolle en forser klinkende songs hadden een subtiele melodie en kregen soms een aardig leuk ritme mee.
We hoorden een afwisselende set, die stevig werd ingezet met “Camera talk”. Op het nummer hoorde je al hoe ze hun indiepop konden verfijnen en uitbalanceren. De popgroove klonk door op het opbouwende “World news” en het bezwerende en stuwende “Warning sign”, die het origineel oversteeg! En in deze outfit pasten enkele heerlijk sfeervolle parels als “Cards & quarters”, “Cubism dream” en “Stranger things”, letterlijk in de voetsporen van Simon & Garfunkel. Trouwens, in de bis speelden ze zonder versterking, ondersteund van handclaps “Cecilia” van de heren! “Wide eyes” en “Shape shifter” zaten middenin de set en vormden het hoogtepunt: gevarieerde, aanstekelijke, zwierige songs door de verrassende wendingen en de bezwerende, opzwepende percussie, sambaballen en synths; en de meerstemmige zang bood de dromerige ondertoon.
De groep breidde er een snedig slot aan met “Airplanes”, “Who knows who cares” en een mooi uitgesponnen “Sunhands”, die gekenmerkt werd door enkele instrument- en vocale explosies.

Local Natives speelde vol overgave, kon rekenen op een sterke respons en tekende alvast als één van de doorbraken voor 2010! De band moest het hebben van de wisselende stemmingen, gevoelige en bedreven instrumentatie en ontroerende vocale pracht!

Organisatie: Botanique, Brussel

Henry Rollins

‘Knockout’ door de (spoken) woorden van Henry Rollins

Geschreven door

Henry Rollins verwierf faam als frontman van het legendarische Black Flag alvorens o.a. met zijn eigen Rollins Band te bewijzen dat ‘not all the good die young’. Sedert vele jaren schuimt deze bijna-vijftiger ’s werelds podia af met alom gewaardeerde ‘spoken word’-performances. Na zijn passage op Rock Werchter vorige zomer deed hij deze keer twee opeenvolgende avonden ons landje aan. Zondagavond lag de Gentse NTG aan zijn voeten en maandag hing een uitverkochte Ancienne Belgique aan zijn lippen.

Net als bij de aftrap van zijn concerten vliegt Rollins er tijdens zijn ‘spoken words’ meteen in. Nauwelijks het podium betreden, neemt hij onmiddellijk de houding aan van een op de aanval gerichte bokser. Het lichtelijk gebogen rechterbeen schuin voor het eveneens licht gebogen linkerbeen spuwt hij aan een onnavolgbaar tempo woorden in de als een bokshandschoen gehanteerde microfoon.
Er wordt geen tijd verspild aan een voorzichtige kennismakingsronde want hevige Henry heeft heel wat te vertellen. Zo’n 160 minuten lang laat hij het tempo nimmer zakken, de met indrukwekkende tatoeages beschilderde man beschikt dus niet enkel over veel zichtbare spierkracht maar ook over een meer dan aardig uithoudingsvermogen.
Enkele jaren terug hoorden we hem in dezelfde AB uitvoerig zijn beklag doen over de deplorabele toestand waarin de toenmalige president zijn vaderland gebracht had, maandagavond kwam hij daar slechts sporadisch op terug. Gelukkig maar want niemand zit na al die jaren nog te wachten op een extra portie Bush-bashing. Rollins beschrijft zijn immense vreugde bij het vernemen van de overwinning van Obama maar vindt het blijkbaar nog te vroeg om na één jaar een oordeel te vellen over de beloofde verandering. We zijn alvast benieuwd hoe het beleid van Obama alsook Rollins’ visie hierop de komende jaren zal evolueren, ongetwijfeld komen we dit binnen enkele jaren te weten want het punkrock-icoon sprak de intentie uit om nog zo’n tiental jaar volop te touren. Hopelijk doet hij dit binnenkort ook nog eens in het gezelschap van muzikanten want de energie die deze man nog steeds uitstraalt doet ons vermoeden dat hij ook als zanger iedereen knock out kan slaan.
De rode draad doorheen zijn betoog betrof de oproep om allemaal de wijde wereld in te trekken en te leren van elkaars cultuur i.p.v. zich te laten (mis)vormen door hetgeen de media of de overheid ons voorschotelen. Zelf geeft hij het goede voorbeeld door zo vaak als hij kan zo veel mogelijk landen te bezoeken om met eigen ogen en oren te leren wat er gaande is op onze planeet, dit voornamelijk door in direct contact te treden met de lokale bevolking.
Ook beklemtoont hij de impact die muziek kan hebben. Goede muziek (zoals, om maar één voorbeeld te noemen, The Stooges) heeft de potentie om een wapen te worden tegen de verdrukking die vandaag nog al te veel landen teistert. Indien men er wereldwijd in zou slagen om uitstekende muziek uit te wisselen, is volgens hem de kans reëel dat miljoenen mensen bevrijd worden uit de (al dan niet letterlijke) gevangenschap waarin ze door hun leiders gedwongen worden.
Niet dat Rollins voortdurend de meer gewichtige en politieke toer opging, even vaak weidde hij uit over zijn avonturen in de entertainment-wereld (zoals zijn hilarische belevenissen als jurylid in een door RuPaul geleide travestie-talentenjacht, zijn kennismaking met decadente prinsen, zijn rol als neo-nazi in een Amerikaanse televisiereeks en zijn vriendschap met William ‘Captain Kirk’ Shatner).
Ook de verhalen over hoe hij als jonge snaak vol bewondering optredens van The Damned en Bad Brains meemaakte, deden ons veel plezier. Het relaas van een recent Bad Brains-optreden (en vooral het bedenkelijke gedrag van zanger H.R.) illustreerde dat niet elke punkrock-pionier nog bij zijn volle verstand is.

Een reden temeer om met volle teugen te genieten van de snedigheid die Henry Rollins nog steeds tentoon spreidt….al mocht het een uurtje minder geduurd hebben want murw geslagen als we waren, was het moeilijk om na afloop onze comfortabele zitplaats te verlaten.


Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Maurice Engelen

Maurice Engelen + Friends: postmodern entertainment met de productie Moreese.com

Geschreven door

De grensverleggende theatertournees ‘Code Red’, ‘The next dimension’ en ‘Frame by Frame, where art meets technology’ verweefde de Praga Khna sound van Maurice Engelen en Olivier Adams met spitsvondige technologieën van art, design, dans, choreografie en communicatie.
Moreese.com is de nieuwste productie van Maurice Engelen; hij geeft in z’n show, onder z’n toezicht, aanstormend talent de kans zich te ontplooien. Hij benadrukt het principe van ‘everybody is an artist’. De productie is trouwens gebaseerd op ‘virtuele communities’, die een brug slaan tussen de virtuele en de echte wereld, en die virtuele vrienden worden actief betrokken in de show. Hij zet zijn pionierswerk als creatieve katalysator verder. Moreese.com is een volgende stap in mans al indrukwekkende oeuvre … ‘life is art –take part of the experience’ …

’The creative adult is the child who has survived’… Moreese.com vertelt het verhaal van Vince, een jonge man op zoek naar zijn artistiek talent. De weg ligt bezaaid met doornen, maar gesteund door zijn vrienden en geïnspireerd door zijn grote voorbeelden kan Vince zijn reis tot een goed einde brengen. Mensen en beelden imponeren Vince, met vallen en opstaan, om zijn droom te verwezenlijken en iets van zijn leven te maken. Doorzettingsvermogen en vastberadenheid schenken hem de kracht en het zelfvertrouwen. Het is een gewoon verhaal, dat in een multimediale show is gegoten ….‘You can do it, Vince’ zoals Maurice telkens aanhaalt …

Op een groot scherm werd de communicatie van vrienden geprojecteerd; achteraan het podium speelden bevriende muzikanten van Maurice zachte en krachtige dromerige, sfeervolle en filmische electropop, die soms aardig kon rocken of hemels klassiek kon zijn, met een operazangeres. Wanneer Vince zich niet vooraan op het podium bevond, werd die plaats ingenomen door dansers of zagen we een (leuke) act met flashy lights, wat het geheel op een hoger niveau bracht. Een mix van beelden en gebeurtenissen en Maurice zelf, die overal eens kwam tussenfladderen en het geheel aan elkaar zong of praatte …
Ze probeerden beeld, muziek en show tot één ritmisch concept te versmelten, ondanks het feit dat het verhaal niet altijd te vatten en te volgen was …maar ja, voor niks noemt men dit postmodern entertainment.

Belangrijk was dat de creatieve uitspattingen van Maurices Facebook-vrienden en de talenten aan de captatiewagen, die de afgelopen zomer het ganse land doorkruiste, een mooie, voorname kans kregen met deze tour; een onvoorwaardelijk respect voor Maurice, die steeds opnieuw zichzelf probeert uit te vinden …

Organisatie: Kursaal, Oostende

Wolfmother

Heerlijke pot onvervalste seventies rock met Wolfmother

Geschreven door

Voor een heerlijke pot onvervalste seventies hard-rock moest je vanavond in Het Koninklijk Circus zijn, een leuke zaal trouwens waarmee Wolfmother frontman en showbeest eerste klas Andrew Stockdale volledig in zijn nopjes was.
We vonden het al doodjammer toen wij zo ongeveer anderhalf jaar geleden vernamen dat Wolfmother er mee zou ophouden. Wij waren des te meer opgewekt toen er nieuwe berichten de ronde deden dat Stockdale gewoon een volledig nieuwe band had samengeraapt en onder de naam Wolfmother verder zou rocken.

Hier vanavond bleek dat de nieuwe jongens zowaar nog meer energie konden opwekken dan Stockdale’s voormalige kompanen. Vooral de bassist/keyboardspeler bleek een halve gek te zijn die zijn orgel zonder enig mededogen fel molesteerde. Bovendien was het afro kapsel van de man zowaar nog imposanter dan dat van Stockdale zelf wat diens rock’n’roll gehalte nog wat meer de hoogte injoeg. Een tweede gitarist hield zich iets meer gedeisd maar zorgde wel voor een sterke onderbouw van Stockdale’s wilde riffs en songs.
Wolfmother vloog er in met “Dimension”, de toon was gezet, het komend anderhalf uur zou het gaspedaal onophoudelijk ingedrukt blijven. Al vroeg in de set blies Stockdale er op fenomenale wijze twee van zijn prijsbeesten door, de geweldige kopstoten “New moon rising” en “Woman” (zie het als Wolfmother’s eigenste “Whole lotta love”) strak na elkaar. Even naar adem happen, was dat, maar neen, geen tijd daarvoor, Wolfmother stoomde onvermoeibaar verder.
Led Zeppelin en Black Sabbath hingen natuurlijk weer gans de avond in de lucht, maar ook de brute power van The White Stripes heeft Wolfmother niet ongemoeid gelaten, het explosieve en mega fantastiche “Apple tree” hiervan als levend bewijs. En dan die stem ! enkel Matthew Bellamy van Muse (nog zo een multitalent) kan met dergelijke hoge vocalen overeind blijven, een ander voorbeeld kennen we niet.
De gloeiend hete songs van ‘Cosmic Egg’ als “California Queen” (Sabbath meets Queens of the stone age), “Phoenix” en “In the castle” barstten van de power en stonden mooi te blinken naast de vroegere mokerslagen als “Colossal” en “White unicorn”.
In de zinderende finale ging het dak er helemaal af met “Vagabond” en het helse “Joker & the thief”, de absolute explosie, hoogtepunt der hoogtepunten.
Amai, mijn oren, wat een geweldige avond.

Setlist : Dimension – Cosmic Egg – California Queen – New moon rising – Woman – White unicorn – Colossal – Apple tree – White feather – Phoenix – 10.000 feet – Pilgrim – Back round – In the castle – Vagabond (bis) – Joker & the thief (bis)

Organisatie: Live Nation

Archive

Bezwerende muzikale Archivetrip

Geschreven door

Het uit Londen afkomstige Archive dompelde ons ruim twee uur lang onder in een ‘neverending’ bloedstollende, bezwerende filmische trip. Live klonk hun episch, etherisch, avontuurlijk geluid indrukwekkend. Losgerukt van de tijd overstelpten ritmisch, slepende melodieën, huiveringwekkende, sferische soundscapes, trippop, industriële beats, ‘70’s psychedelica en indierock. Archive, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, is een unieke band die boeiende, broeierige werkstukken aflevert door de repeterende, opbouwende lagen gitaar, dreigende toetsen, pompende synths en strakke percussie onder een rapzang (Rosko John), een aparte zang die soms hemels is en hoog kan uithalen (door Dave Pen en Danny Griffiths zelf) en nog kan ondersteund worden door de soulfulle stem van Maria Q. Muzikaal komen ze hier het dichtst in de buurt van Massive Attack, Portishead, Tricky, Spacemen 3, Sigur Ros en Pink Floyd.

We waanden ons in een nieuw gecreëerde fatalistische wereld, een soort apocalyps met een day after gevoel. De set stond bijna volledig in het teken van de huidige twee ‘Controlling Crowds cd’s. Al van in de opener “Pills” stootten we op een ‘Lost Highway’ sfeertje: in de projecties zagen we door de koplampen van een auto enkel de onderbroken witte strepen van een niet verlichte weg. We hoorden een repetitieve basis van synths/piano die door de opbouwende drumpartijen en de krachtiger wordende gitaarlagen aanzwol. Ze zetten die lijn verder in het oudje “Sane” en het ijzig dromerige “Finding it so hard”. Na ruim een kwartier konden we even op adem komen met het sfeervolle hiptrippende “Rased to the ground”, zonder dat ze écht moesten inboeten aan hun muzikale identiteit.
Ze brachten voldoende variaties aan en behielden die spannende dreiging. “Collapse collide” kon op een Massive album staan door de heerlijke vrouwelijke vocals en de hemelse zang, er was het donkere hiptrippende “Bastarised ink” door de raps, en de bezwerende opbouw van “Kings of speed”.
Ze zweepten dan de sfeer op en grepen bij het nekvel: de verrassende wendingen op “Fuck you”, die door de krachtige instrumentatie een tandje bij kreeg en een groovy klinkende “Lines”, die kleur kreeg door de meerstemmige zang en raps. Ze waren de aanzet van een verbluffende finalereeks; de leden trokken “Blood in numbers”, “You make me feel”/ “Danger visit” en “Lights” open, verhoogden het tempo en freakten uit, wat zorgde voor breed uitwaaierende, soms (git) zwarte composities. En ze breidden er nog een ongelofelijke bis aan van ruim een half uur met o.a. broeierige versies van “Bullets”, “Pulse” en de titelsong van de huidige cd’s. Wat een apotheose!

Ondanks het feit dat “Veins” en “Sit back down” opgeborgen bleven, waren we sterk onder de indruk van de bezwerende muzikale Archivetrip. De band brengt een minimum aan singles uit, wordt weinig gedraaid, maar beschikt over een brede horde trouwe fans, die de band op handen draagt. En dat voelden ze zelf ook aan, want ook zij onthaalden érg warm hun fans …

Org: Agauchedelelune, Lille ism Le Manège, Maubeuge

Drugstore

Drugstore live at Dingwalls, Camden Town London

Geschreven door

Het Britse Drugstore onder de bevallige zangeres/bassiste Isabel Monteiro, van Braziliaanse origine, maar dag en dauw gehuisvest in Londen, gaf de vrouwenpop midden de jaren ’90 elan, in de voetsporen van bands als 4 Non Blondes, The Breeders, Kristin Hersh’s Throwing Muses, Belly, Echobelly en Hope Sandoval’s The Mazzy Star.
Ze boden melodieus broeierige, ingetogen en kwetsbare gitaarpop, die kleur kreeg door cello, toetsen en haar licht melancholische, overtuigende stem. De tweede cd ‘White magic for lovers’ had een handvol instant hits als “Sober, “Say hello”, “Song for Pessoa”, “The funeral” en het duet met thom yorke “El President”. In 2002 hield de band het voor bekeken, maar kijk, zeven jaar later was er de live reunion gig, waarbij bleek dat Monteiro de smaak zal te pakken hebben om in 2010 met nieuw materiaal op de proppen te komen.
We horen live songs van de drie cd’s en enkele opmerkelijke rarities en covers (waaronder Zeppelins “Communication breakdown”; besluiten doet de cd met enkele sober gespeelde nummers van de dame zelf, waaronder een paar nieuwe intieme songs. Turin Brakes kwam er ook nog bij om het feestje compleet te maken. Het wordt dus halsreikend uitkijken wat Drugstore 2010 zal betekenen …

Basement Jaxx

Scars

Geschreven door

Al van op de vorige cd ‘Crazy Itch Radio’ (2006) grijpt het excentrieke leuke Britse duo Ratcliffe/Buxton terug naar hun eerste platen ‘Remedy’ en ‘Roots’. Intussen brachten ze ook nog een compilatie uit. Het duo biedt op die manier meer ruimte aan de muzikale stijlen in hun trancegerichte latindancepop. Er is minder (tot geen) sprake (meer) van overvloedige cocktailstijlen in één song zoals op de ‘Kish Kash’ cd, wat betekent dat het avontuurlijke en de spitsvondigheid op het achterplan is geraakt. Maar we kunnen dit zien als een normale evolutie van elke band.
Centraal blijft natuurlijk de integratie van pop, dance, Brazil/latin, funk en soul, die warm, feestelijk, dansbaar en bovenal toegankelijk klinkt. We zijn fan van Basement Jaxx, want geen enkele dancegroep kan als hen die heerlijk hoekige en leuke ritmes, melodieën en stijlen diverse tempowisselingen en verrassende wendingen geven.
Niet te vergeten zijn de talrijke guestbijdrages. Op de opener en de titelsong “Scars” is er Kelis, op “Saga F” komt Santigold aandraven, “She’s no good” – Eli ‘Paperboy’ Reed, “Stay close” – Lisa Kekaula en Yoko Ono horen we zelfs, “Day of the sunflowers”. Talrijke artiesten hielpen mee, waaronder Sam Sparro (“Feelings go”) , Yo Majesty! (“Twerk”), Amp Fiddler (“A possibility”) en Lightspeed Champion (“My turn”). En we horen een opperbeste fuifstemming op “Raindrops”.
’Scars’: al veel gehoord, geen directe vernieuwing, en ondanks de lichte muzikale vermoeidheid van de heren, nog steeds fijn, gezellig, ontspannend en dansbaar. Ze blijven zich op hun manier onderscheiden.

Yeah Yeah Yeahs

It’s Blitz

Geschreven door

Het NY-se Yeah Yeah Yeahs, onder zangeres Karen O, debuteerde in 2003 met ‘Fever to tell’ Het waren snedige songs met een ‘80’s Siouxie Sioux tint, onder diverse tempowisselingen en Karen O’s krijsende en gillende zang. De band put uit de garage rock’n’ roll van The Cramps, Sleater-Kinney en Boss Hog, de arty ‘80’s Siouxie en Nina Hagen, de shoegaze van My Bloody Valentine/The Raveonettes en de ‘70’s hardrock van Joan Jett. Inderdaad, bepalend waren die schreeuwerige soms zuchtende zang van Karen O, de messcherpe gitaarlicks en de strakke drums.
De opvolger in 2006 ‘Show your bones’, klonk melodieuzer en verfijnder, doch behoudt een spannende, broeierige opbouw. Karen O zingt overtuigender en haar gilzang klinkt nergens overdreven, wat meer finesse gaf. Yeah Yeah Yeahs verwerkten op de tweede cd meer ‘90’s invloeden tav ‘80’s wave invloeden.
En dan is er die derde ‘It’s Blitz’. Synths verdringen de gitaren, maar ze worden niet overboord gehoord. Het is een nieuw element, waarvan het trio gretig gebruik maakte. Het biedt – vooral in het tweede deel van de cd - openheid naar een breder, sfeervoller en meer gepolijst geluid, dat wat meer dromerig en meer bombast kan omvatten, waaronder “Runaway”, “Dragon queen” (met hulp van co-producer Dave Sitek van TV On The Radio), “Hysteric” en “Little shadow”.
Maar de fans van het eerste uur moeten niet treuren: “Zero”, “Skeletons”, “Dull life”, “Shame and fortune” (wat een basstune!) en vooral “Heads will roll” ( in de A-trix remix écht dansbaar geworden!) hebben de typische intens donkere en broeierige spanning, dreiging en groove en zijn opwindende, stuiterende waverockers.
In z’n geheel bekeken is er minder sprake van gekte en scherpe randjes en overtuigt de cd net voldoende. De Yeah Yeah Yeahs konden niet anders dan richting electropop gaan …

Pagina 443 van 497