logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten 2025 Dub Fx x Woodnote, Vooruit, Gent op 16 november 2025 Jah Wobble & The Invaders of the Heart (‘metal box’ in rebuilt in dub), Tian Qiyi, Club Wintercircus, Gent op 16 november 2025 Son mieux, Club Wintercircus, Gent op 17…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15022 Items)

Madonna

Werchter Boutique Presents Madonna – ‘Sticky & Sweet Tour’ – Snoep met zure nasmaak

Geschreven door

Ter ondersteuning van haar vorig jaar verschenen album ‘Hard Candy’ trok Madonna met in haar kielzog een immense crew, uitgebreid de wereld rond met een concertenreeks die de naam ‘Sticky & Sweet Tour’ met zich meekreeg. En net als de voorganger(s) bleek ook deze opnieuw qua verkoopcijfers bijzonder lucratief te zijn zodat Madonna hiermee nogmaals haar status als bestverdienende vrouwelijke artieste ter wereld kon bevestigen. Voor België werd toen geen geschikte datum en plaats gevonden.
Toen Madonna echter begin 2009 aankondigde een verlengstuk aan haar tournee te breiden en dat ze in Europa overwegend landen en/of steden zou aandoen die niet eerder in het schema pasten, werd volop nagegaan of de Queen Of Pop deze keer wél voor de eerste maal in haar carrière kon gestrikt worden voor een doortocht in België. Haar overeenkomst met Live Nation vergemakkelijkte de zaken enigszins maar de vraag was waar de plaats van afspraak zou zijn. De keuze viel op de festivalweide van Werchter alwaar het zogenaamde ‘Boutique’-concept werd omgevormd opdat alles in het teken kon staan van die unieke opportuniteit, namelijk het kunnen boeken van de tot megaster geworden Madonna Louise Ciccone.

De ruim 65.000 tickets waren vanzelfsprekend in een mum van tijd uitverkocht en gedurende de afgelopen dagen werd met nog grotere aandacht als voorheen uitgekeken naar dit evenement. Niet alleen omdat er dus voor ons land sprake was van een primeur maar wel omdat het met de Koninklijke familie binnen de muziekwereld tegenwoordig niet zo goed gesteld is. De koning van de pop, Michael Jackson, diende plots het aardse met het eeuwige te verruilen, de prinses van de pop, Britney Spears, reduceert haar ‘concerten’ tot niet meer dan een bombastische playbackshow zodat alle ogen en hoop dus gericht zijn op de koningin van de pop.
De vraag was dan ook of zij afgelopen zaterdag de eer hoog kon houden. Vooraleer hierop een antwoord te kunnen formuleren, werd het geduld van het aanwezige publiek danig op de proef gesteld. Niet alleen moesten de fans van het eerste uur meer dan een kwarteeuw wachten om Madonna op eigen bodem aan het werk te zien, er brak vlak voor het concert nog een onaangekondigde, hevige onweersbui los en aangezien hieraan op een weide moeilijk te ontsnappen valt, waren er tal van toeschouwers helemaal doordrenkt (mede hierdoor ging de dj-set van Paul Oakenfold die als voorprogramma mocht fungeren, aan de aandacht voorbij) maar daar bovenop vond hare majesteit het ook nog eens nodig om vijftig minuten later dan voorzien aan haar show te beginnen. Wou ze dat de lucht donkerder werd en/of dat alles droog geveegd werd op het podium? Een duidelijke verklaring bleef uit.

Omstreeks 22u20 floepte eindelijk de videomuur aan, lichtten twee grote M’en op en werd met ‘The Sweet Machine’ een 3D animatievideo geprojecteerd waarin een snoepje werd gefabriceerd dat zich vervolgens via diverse glijbanen een weg naar buiten baande. Onmiddellijk na deze clip begon de set met “Candy Shop” waarin Madonna wijdbeens zittend op een grote troon het publiek zelfverzekerd aankeek. Als bij “Beat Goes On” eerst Pharrell Williams en nadien Kanye West op de schermen verschenen en meezongen, er vervolgens een witte oude limousine met open dak het podium kwam opgereden en de dansers er omheen het beste van zichzelf gaven, werd meteen nog eens duidelijk gemaakt waar het om draaide, namelijk imponeren met een groots spektakel. Vooral de videoschermen liet Madonna niet onbenut want we zagen daarop bij “Human Nature” onder meer ook Britney Spears opgesloten in een lift haar opwachting maken en een stukje virtueel meezingen uit haar eigen “Gimme More”. “Vogue” werd vervolgens gemixt met “4 Minutes” en “Give It To Me” van Timbaland en na enkele danspasjes verdween Madonna via een liftje van het podium om het eerste deel van de set te laten afsluiten met een vertimmerd “Die Another Day uit de gelijknamige James Bond film waarbij Madonna op het scherm als een bokser te zien was en enkele van haar dansers ook op het podium zelf een improvisatiebokswedstrijd hielden.
En zo zou het patroon zich enkele malen herhalen: opgebouwd rond vier thema’s (Pimp, Old School, Gypsy en Rave) werden de nummers voorzien van remixen of snippets van andere nummers. Zo werd bijvoorbeeld “Into The Groove” verweven met “Toop Toop” (Cassius), “Apache” (Sugarhill Gang), “Double Dutch Bus” (Frankie Smith) en haar eigen “Jump”, kreeg “Dress You Up” het gezelschap van samples als “Anarchy In The UK” (Sex Pistols) en “My Sharona” (The Knack) en waren doorheen “Music” ook flarden “Put Your Hands Up 4 Detroit” (Fedde le Grand) en “Last Night A DJ Saved My Life” (Indeep) te horen. Als bijkomende indeling werden enkele intermezzo’s ingelast die aan Madonna de nodige tijd gaven om zich om te kleden en vooral om op adem te komen.

De behoefte aan dat laatste is niet zo verwonderlijk, gelet op het feit dat de bijna 51-jarige Dancing Queen – die overigens nog steeds met een erg afgetraind lichaam voor de dag kan komen - constant het gehele podium op en af rent en de ingestudeerde danspasjes even vlot uitvoert als haar veel jongere dansers. Daar tegenover stond dat dit natuurlijk in negatieve zin doorwerkt naar de zangprestaties toe. En precies daar wrong het schoentje. Omdat het showgehalte duidelijk primeerde op het vocale luik en synchronisatie en tempo in het middelpunt werden geplaatst, was het merendeel van de zangpartijen vooraf op tape gezet en werd er – net zoals bij de schertsvertoning van Britney Spears enkele dagen terug in het Sportpaleis - volop en heel nadrukkelijk geplaybackt, in die mate zelfs dat met enige timing op dat vlak géén rekening werd gehouden. Zo was Madonna heel vaak te horen terwijl ze gewoon zonder microfoon over het podium aan het hollen was. En om de vergelijking met La Spears helemaal vol te maken, mogen we misschien wel blij zijn dat dit zo opgelost werd want de enkele malen dat Madonna wel haar eigen vocalen verzorgde, klonk dit ronduit vals, met “La Isla Bonita” als een van de absolute dieptepunten. Ook wanneer Madonna gitaar speelde zoals bij “Ray Of Light”, lag het er vingerdik op dat het geluid niet van haar instrument afkomstig was maar dat achter de schermen iemand anders verantwoordelijk was voor de voortgebrachte klank of dat de gitaarpartijen vooraf in- en nu afgespeeld werden. Op muzikaal vlak viel er dus niet zoveel voldoening te halen.
Anderzijds moeten we het Madonna toch nageven dat er vrijwel geen enkele artiest(e) is die zich zo vlot aanpast aan de nieuwste trends en zich op haar platen steeds heruitvindt. Maar soms kan het wel een beetje teveel van het goede zijn. Zo ook wat betreft de show van afgelopen zaterdag. Wie in de Golden Circle stond opgesteld, kon misschien nog alle spectaculaire wendingen op en naast het podium volgen maar al wie verder op de weide had postgevat, dreigde nogal snel het overzicht te verliezen en doordat de trucjes veelal te overdadig en artificieel waren, kwamen ze afstandelijk over en deden ze de aandacht verslappen. Dit deed de sfeer geen goed.
Tevens kwamen velen ook in de eerste plaats om de oudere 80’s classics te horen en te  kunnen meezingen. Maar doordat qua setkeuze vooral geplukt werd uit het laatste album, kwamen er niet zoveel echt oudere hits aan bod en als ze er al waren, dan werden ze meteen ook door de mixer gegooid en voorzien van pompende beats.
Ironisch genoeg kreeg de hommage aan Michael Jackson, waarbij aansluitend op “Holiday” een danser op de tonen van “Billie Jean” en  “ Wanna Be Startin’ Somethin’’ een imitatie bracht van het gewezen idool, nog het grootste applaus toebedeeld.
Waren er dan geen positieve punten te noemen? Toch wel. Hoewel integraal geplaybackt, blonk “Devil Wouldn’t Recognize You” uit in alle eenvoud en werd de song ontdaan van overtollige technologische ballast, vergezeld van een mooie omkadering. Idem voor wat betreft “You Must Love Me”, afkomstig uit de soundtrack ‘Evita’. Ook leuk was toen tijdens “She’s Not Me” enkele vrouwen getooid in outfits die figureerden in enkele overbekende clips (zoals “Open Your Heart”, “Material Girl”, “Vogue” en “Like A Virgin”) plaatsnamen op het podium, Madonna ze een voor een van wat kledij ontdeed en hiermee symbolisch afrekende met enkele van haar vroeger incarnaties. Ook de intussen wereldvermaarde tongzoen met Britney Spears – daar is ze weer – ontbrak niet.
En dat Madonna altijd in is geweest voor de nodige provocatie, werd ook in Werchter nog eens onderstreept. In de setlist van 2009 werden enkele wijzigingen aangebracht ten aanzien van vorig jaar. Zo werd “Hung Up” ingeruild voor “Frozen”, precies de song die zij door een gerechtelijke beslissing niet meer op Belgisch grondgebied mag spelen omwille van plagiaat. Het nummer werd wél gebracht en een fikse boete hangt haar mogelijk boven het hoofd. Maar als grootverdiener zal Madonna daarvoor haar slaap niet laten.

Op het concert – of zullen we het eerder de show noemen – moet met gemengde gevoelens teruggeblikt worden. Wie louter kwam voor een totaalspektakel kreeg een tot in de puntjes verzorgde show geserveerd en zal glimlachend huiswaarts zijn gekeerd maar wie graag ook een echt concert had meegemaakt, zal gemerkt hebben dat het roze snoepje dat als intro werd gepresenteerd 1u50’ later een bijzonder zure nasmaak had gekregen.
Tijd en ruimte voor bisnummers werd niet vrijgemaakt en na “Give It 2 Me” verscheen op de schermen in grote letters ‘Game Over’. Toepasselijker dan met louter deze twee woorden kan de ontgoochelende passage van Madonna in België dan ook niet samengevat worden.

Setlist: Candy Shop, Beat Goes On, Human Nature, Vogue, Die Another Day (Remix) (Interlude), Into The Groove, Holiday (with Hommage To Michael Jackson: Billie Jean & Wanna Be Startin’ Sometin’), Dress You Up, She’s Not Me, Music, Rain (Remix) (Interlude), Devil Wouldn’t Recognize Me, Spanish Lesson, Miles Away, La Isla Bonita, Doli Doli, You Must Love Me, Get Stupid (Interlude), 4 Minutes, Like A Prayer, Frozen, Ray Of Light, Give It 2 Me.

Organisatie: Live Nation (Werchter Boutique)

Cactusfestival Brugge 2009: vrijdag 10 juli 2009

Geschreven door

De 28ste editie van het Cactusfestival zal ingaan als de succesrijkste tot nu toe. Ruim 27000 bezoekers konden genieten van een voortreffelijk programma. Het zal de crew van Cactus een hart onder de riem zijn … ’Hear, See, Feel the world’ luidt hun credo, wat de versmelting betekent van verschillende culturen en muziek, wat de variëteit onderstreept. De formule bleef ongewijzigd: één podium, diverse stijlen van muziek, heerlijke spijzen, animatie, sfeer, gemoedelijkheid en … kindvriendelijk.

dag 1: vrijdag 10 juli 2009
De eerste avond van het Cactusfestival in Brugge was er ééntje van alle leeftijden. Het ging van de jonge beloftevolle Leuvense Selah Sue naar ‘opa’ Bunny Wailer, de 60 jarige stiefbroer van Bob Marley tot ‘papa’ Franti en ‘mama’ Chapman. Zo zie je maar dat de organisatie alle leeftijden kon binnenhalen, naast de muzikale diversiteit en songwriting.

De 18 jarige Selah Sue beet solo de spits van de driedaagse. Het is niet iedereen gegeven om op zo’n jonge leeftijd het vriendelijkste festival in Vlaanderen te openen. De beloftevolle artieste overwon de plankenkoorts met haar akoestische gitaar en haar doorleefde, indringende en emotievolle stem. Ze pootte live enkele opmerkelijke gevoelige luistersongs neer: een pakkende “Mommy”, een overtuigende “Black part love” en een uiterst sfeervol groovende “Fyah fyah”. Songs met inhoud en hitpotentie … Chique wat deze talentrijke jonge dame presteerde op zo’n groot podium.

’Opa’ Bunny Wailer werd op z’n beurt dan geruggensteund door een uitgebreid collectief. Bunny Wailer houdt het bij de traditionele zomerse reggae zonder al te veel zware basses, dubs en drum’n’bass. De Jamaicaanse roots hield hij hoog met aanstekelijke ritmes, grooves en een vleugje ska. De blazersectie en de backing vocals gaven kleur aan het geheel. Hij kon van een handvol Marley klassiekers niet onderuit, “No woman, no cry”, “One love” en “Lively up yourself”. Net als de daaropvolgende act Franti/Spearhand waren ‘Peace, Love en Unitiy’ de sleutelwoorden.

Michael Franti & Spearhead putten ten dele verder uit deze rijkelijke traditie, want samen met de Jamaicaanse gastzangeres Charleen Anderson vatte hij de set aan met “Redemption song”. Wat daarop volgde was - naast vrede, samenhorigheid en verdraagzaamheid -, een opwindende en bruisende cocktail van pop, soul, hiphop, reggae, dub en funk. Een groots feestje bouwde hij op voorzien van danspasjes, handjeswuiven en meezingbare slogans … Entertainment en ‘Feeling Good’ music met een geweten …Het was een wervelende show, waar de songs in elkaar overgingen; tussendoor hoorden we flarden “Billie Jean/Pass the dutchie” en “Tainted love/could it be love”. De plaat ‘All rebel rockers’ deed z’n titel alle eer aan … Franti omzeilde de routine van de jaren door aan de nummers een moedige, handige en frisse alternatieve draai te geven.

Tracy Chapman tot slot besloot de eerste Cactusavond. Al twintig jaar staat deze singer/songschrijfster (‘with a message’ en ‘(broken)lovesongs’)op de bühne. Ze scoorde vooral hoge ogen eind de jaren ’80 met haar eerste twee platen. Samen met leeftijdsgenoten Suzanne Vega, Sinead O’Connor, Natalie Merchant en Joan Armatrading wint ze vele vrouwenharten. Het eerste deel van het Park werd dan ook (terecht) overspoeld door vrouwelijke fans. Melodieuze popfolk, onder haar begeesterende en indringende stem (die door de jaren niks heeft ingeboet aan emotionaliteit btw!) …”Talkin’ about the revolution”, “Across the lines”, “Fast car”, “Mountain o’things”, “Baby can I hold you now” en “Tellin’ stories” wisselde ze af met materiaal van haar recente plaat ‘Our brightest future’, waaronder “Save us all” … Een heerlijk innemende en opbouwende sound. Haar gitaarspel stond voorop, wat muzikaal verder werd ingevuld door een tweede gitaar, bas, drums en/of toetsen. Begeesterende set van een talentrijke dame, die ‘full respect’ afdwong.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2009: zaterdag 11 juli 2009

Geschreven door

Een nieuwe naam in de categorie veelbelovende rockbandjes is Joe Gideon & The Shark, een duo die met ‘Harum Scarum’ een bijzonder interessante debuutplaat heeft afgeleverd. Joe Gideon op gitaar en zang neigde door zijn vertellende zangstijl naar Mark E. Smith van The Fall. Ook de gitaarklanken hebben echo’s van The Fall in zich en verder meenden wij ook Lift To Experience te herkennen (wat is er in hemelsnaam met die schitterende band gebeurd?). De dame die zichzelf ‘The Shark’ noemt, gaf wat overtuigende rake klappen op de vellen en haalde ondertussen allerhande geluidjes uit de keyboards die haar sober drumstelletje omringden. Een sterk en fris optreden met boeiende songs.

65daysofstatic
was heel andere koek. Denk aan de postrock van Mogwai en Explosions In The Sky, maar dan volop in overdrive en opgehitst met hier en daar wat stomende dansbeats. De bandleden stonden hoegenaamd niet stil en creëerden een gezonde dosis herrie die duidelijk een hoop opzwepender klonk dan de wat rustiger sound die wij kennen van hun platen. Fameus concertje.

Retestrakke dirty ass rock’n’roll kregen wij van The Black Box Revelation, een supercool piepjong duo die met volle power hun stomende rock- en garagesongs op kolkende wijze de weide in knalden. De veelbelovende krachtige nieuwe songs deden ons ongeduldig hunkeren van verlangen naar de nieuwe CD die er zit aan te komen. Dit is het beste wat België qua rock’n’roll sedert jaren te bieden heeft. Geen wonder dat ook de buitenlandse pers niets dan lovende woorden publiceert over de overrompelende sound van dit duo. Uitermate fantastisch!

En dan… was het gedaan. De optredens die nog volgden, met uitzondering van de wervelende Paul Weller weliswaar, varieerden van matig tot ontstellend zwak. Toch maar een overzichtje, we zullen het kort houden: Joan As Police Woman was oersaai, haar set kabbelde eindeloos voort, niks van vuur, emotie of enige vorm van spanning. Bovendien had het mens een potsierlijk kruippakje aan en zag ze eruit alsof ze net uit de Tele Tubbies was weggelopen. De Cold War Kids hebben we ook al beter gezien, maar goed, zij hadden tenminste nog een handvol frisse songs en hun optreden verbeterde echt wel naar het einde toe, maar onvergetelijk? No way. De grootste ontgoocheling kwam van Gutter Twins. Wij hadden huizenhoge verwachtingen van deze twee supericonen van de alternatieve rockmuziek. Wat kregen wij? een akoestische set die wel zijn momenten had (Greg Dulli en Mark Lanegan hadden geen elektriciteit maar gelukkig wel hun stem meegebracht) maar die nergens het vuurwerk bracht die wij verwachtten. De Gutter Twins akoestisch is doodzonde, wij vergeven het hen nooit. Nadien zeurde ook Novastar onophoudelijk door waardoor wij, in afwachting van de onvolprezen Paul Weller, niet anders konden dan ons langdurig troosten met bier en wijn.

Gelukkig ontgoochelde goeie ouwe PAUL WELLER niet. Met zijn heftig rollende band speelde hij -zoals gewoonlijk met de nodige dosis vuur en goesting- een flinke greep uit zijn knappe nieuwe plaat ‘22 dreams’. Verder hoorden we één keer Style Council (een soulvol “Shout to the top”) en één keer Jam (een puntig en krachtig “Eton rifles”). Van het oudere materiaal onthouden we vooral een lekker lang en jammy “Porcelain gods’ en de onvermijdelijke powerstoot “Changingman”. De all time klassieker “Wildwood” werd op originele wijze in een ritmisch kleedje gestoken. Dat is wat Weller altijd zo sterk maakt. Zijn optredens en setlist zijn onvoorspelbaar, de man speelt nergens op automatische piloot en is nooit minder dan fantastisch. Ook weer vanavond in het Minnewaterpark had hij gekozen voor een minder voor de hand liggende setlist (dus geen greatest hits), waarmee hij zijn fans en de liefhebbers van de betere rockmuziek een groot plezier deed. Weller was samen met onze eigenste Black Box Revelation het beste wat we vandaag te zien kregen op Cactus.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2009: zondag 12 juli 2009

Geschreven door

Na de filmische postrock van het Japanse Mono en het losgeslagen Franse Babylon Circus, vonden we aansluiting bij de derde act van de middag, het Duitse The Notwist. Net als Mono waren zij, onder de broers Markus en Micha Archer, al te gast op het Dominofestival in april ll. Na talrijke nevenprojecten maakten ze een nieuw album ‘The devil, you + me’. Eigenlijk vertoonde hun set veel gelijkenissen als op Domino: een traag op gang komende stoomlocomotief en rustig, voortkabbelende melancholische indierock. Na “Pick up the phone” bouwden ze een broeierige spanning op: “This room”, “Boneless” en “Pilot” kregen een krachtige injectie en noisier gitaargeluid; en door de knetterende, knisperende en subtiele electronicableeps én de repeterende, ontregelde ritmes een groovy climax. Ze wisselden deze snedige aanpak af met enkele zachtere, ingetogen songs als “Sleep” en de titelsong van de recente cd. Om tot slot een boeiende finalereeks te spelen als “Chemicals”: laten aanzwellen en het strakker en straffer laten klinken met een dreigend ondertoontje. The Notwist won gaandeweg aan belangstelling en leverde bijgevolg een uitstekende set af.

Het Amerikaanse weirde collectief !!! verloor één van z’n frontmannen bij de vorige toer van ‘Myth takes’. !!! zijn live sfeermakers, maar midden in de namiddag openlucht optreden is geen evidentie om fans te winnen. Hun aanstekelijke, hitsige en dansbaar groovende (soms beukende) sound - door keys, elektronisch vernuft, een snedige gitaarloop, een diepe, repeterende bastune en dubbele percussie, soms aangevuld met blazers -, moest ook hier wat op gang komen. De vijfkoppige band grossiert uit het oeuvre van A Certain Ratio, Gang Of Four en Ozric Tentalcles, en sluit aan bij de huidige scene van Radio 4, The Rapture, LCD Soundsystem en Friendly Fires. Ze stelden vooral het nieuw werk voor, met een ietwat strakke, rauw klinkende gitaar; de oudjes in de stijl van “Me & Giulliani” “Heart of hearts” en “Must be the moon” overweldigden door de opgebouwde trance en de opzwepende percussie. Ten tijde van hun Pukkelpop optredens overdonderden ze de massa, nu was vooral de eerste helft van het Park te vinden voor het hyperkinetisch collectief.

Het lijvige vriendelijke Britse Magic Numbers van de familie Stodart (twee broers/zus en Angelo Gannon) zullen in het najaar hun langverwachte derde cd uitbrengen. Hun ‘feel good’ luchtige, dromerige en bitterzoete songs (door subtiele (retro) gitaarakkoorden, toetsen en bezwerende drums), onder een meerstemmige zang, gingen erin als zoetenkoek. Oudjes als “Take a chance”, “Forever lost”, “Love me like you”, “I see you, you see me” en “Mornings eleven” pasten mooi naast het nieuwe “Hurt so good”, “Sound of something” en “The pulse”, die over evenveel lichtvoetigheid beschikken … Enthousiasme en speelplezier dus, dat op het eind een staartje kreeg met een ‘on-the-road-country’ medley. Een terechte verwijzing naar Fleetwood Mac en Supertramp.

Het combo rond Joey Burns (zang, gitaar, bas) en John Convertino (drums) Calexico, bieden een ruime kijk op de americana door het toevoegen van warme, exotische, zuiderse klanken, waarbij ze creatief en broeierig klinken; accordeon, steelpedal, de Mexicaans klinkende trompetten en zelfs een Spaans/Cubaanse zang zijn daar verantwoordelijk voor. Live stond de band op scherp. Kijk, na overtuigende sets op FihP en in de AB, was ook de massa op Cactus te vinden voor deze ‘afro/cuban/ bossanova/ americanapop’ en de vleugjes mariachi/latino, jazz, folk en spaghetti western (waaronder “El gatillo”, “Crystal frontier”, “Inspiracion” en “Writers minor holiday”). Ze wisselden dit moeiteloos af met enkele sfeervolle ingetogen songs. ‘Carried to dust’ verscheen nog maar vorig jaar, maar stiekem hoorden we al dat ze nog meer zuiders zullen klinken op de volgende plaat  … dat belooft dus! “Guero Canelo” en “Corona” breidden een feestelijk einde aan deze zomers geïnspireerde set.

Pop, triphop, soul, drum’n’bass, allerhande trancy beats en breakbeats zijn de muzikale ingrediënten van het Britse Lamb, die na ruim vijf jaar terug van zich laten horen. Lamb, onder de frêle zangeres Louise Rhodes en computerfreak Andy Barlow, sloten hun muzikale carrière af met de in 2003 verschenen vierde cd ‘Between darkness & wonder’, die door het uitblijven van hitpotentie het einde van het duo betekende … Maar de herbronning deed deugd… om het oude materiaal opnieuw overtuigend, gedreven en begeesterend te spelen. Lamb, tegenpolen in sound en stem én tegenpolen qua sfeer creëren van een opgefokte Barlow vs de ingetogen sterkte van Rhodes. Net deze gegevens gaven vonken … Het duo werkte in op de dansspieren en bezorgde ons tegelijkertijd kippenvel door de broeierige spanning van elektronica, beats, de jazzy aandoende electric bass/cello (door een derde lid!) en de breekbare, ijzige en zwoele vocals van Rhodes. De nummers werden ondersteund door visuals, wat elan gaf. Een ‘best of’ die nazinderde. Check er de lijst maar eens op na: “Little things”, “Gabriel”, “Trans fatty acid”, “What sound”, “God bless”, “Gorecki“en in de bis “Cotton wool” en “Bonfire”. Een betere reünie konden we ons niet voorstellen … Lamb was om van te smullen !!!

Jamie Lidell, an Englishman in Berlin, moest ter elfder ure topact Joss Stone vervangen, die vanaf vrijdagavond enkele optredens moest annuleren door ziekte. Gelukkig was de man in ons landje om zich op te warmen voor het komende Gent Jazz en het Dourfestival. Hij gaf ook nog een ‘free’ concert in het Depot in Leuven en kon er een mooie finale aan breien als ‘closing act’ op het Cactusfestival. Eerlijk gezegd, hoorden we hier niemand klagen om deze geluidskunstenaar en z’n smaakvolle cocktail van funk, soul, pop en swing aan het werk te zien. Een schitterende, gepaste en gevatte keuze van de organisatie! Hij zorgde voor een evenwichtige set van toegankelijke, dansbare elektronica van z’n ‘Multiply’ plaat en de funky soul van het recente ‘Jim’. We zagen een energieke, opzwepende en bruisende set met z’n band en een man met een podiumprésence, vocale capriolen en een vleugje gekte en humor om U tegen te zeggen; naast de pak songs als “Figured me out”, “Little bit of feel good”, “Multiply” en “Another day” toonde hij nog eens een staaltje elektronicagestoei/beatboxing/scratches op z’n Jimi Tenors’s/Beastie Boys. “I tried to look like Joss Stone” wierp hij nog op … Een man –van-alle-kunstjes, die eindigde met twee zwoele, sensuele en aanstekelijke P-funk ballads … Overtuigender kon niet meer om een succesvolle Cactuseditie te besluiten …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Rock Zottegem 2009: vrijdag 10 juli 2009

Geschreven door

Rock Zottegem kwam ook in 2009 op de proppen met enkele grote namen die volgens sommigen vergane gloriën zijn maar volgens ons wel degelijk nog steeds in staat zijn om duizenden muziekliefhebbers urenlang te entertainen. Het feit dat men daar bovenop ook nog enkele beloftevolle jongeren kon meepikken, versterkte ons voornemen om volgend jaar opnieuw van de partij te zijn aan de Bevegemse Vijvers. Tot dan!

dag 1: vrijdag 10 juli 2009

Opener The Curvy Cuties Fanclub won vorig jaar het Gentse ‘De Beloften’-concours en trakteert het festivalpubliek deze zomer op een portie rauwe bluesrock. Wie vrijdag op tijd kwam, kon dus zelf vaststellen dat het jonge drietal kans maakt om in de nabije toekomst - samen met The Black Box Revelation, The Hickey Underworld en Team William - de vaandeldragers van de Vlaamse rockscene te worden. De organisatoren van Rock Zottegem oordeelden terecht dat een groep die de voorbije maanden al het voorprogramma speelde van Dirty Pretty Things en The Buzzcocks ook thuishoort op hun podium. Het is dus uitkijken naar de debuutplaat die komende herfst zou verschijnen, we gunnen het de Gentenaars dat het lied “People don’t mind” dan geen betrekking meer heeft op die release.

De tweede groep van de avond, Madensuyu, zagen we de voorbije maanden al regelmatig aan het werk en elke keer slaagde het tweetal erin om ons van onze sokkel te blazen. Ook in Zottegem was het prijs en dat terwijl we zo vroeg op de avond allesbehalve wankel op onze benen stonden. Hun laatste CD, ‘D is Done’, getuigt van grote klasse en het kost beide heren dan ook geen enkele moeite om een set ten berde te brengen die boeit van de eerste tot en met de laatste noot. Het feit dat zo’n sterke groep geen hogere plaats op de affiche krijgt, zouden we kunnen betreuren…ware het niet dat we later op de avond groepen te zien kregen die in het verleden al meer naam gemaakt hebben.

A Brand heeft ondertussen al een zodanig oeuvre bijeengewerkt dat ze hits als “Beauty Booty Killerqueen” en “Time” reeds vrij vroeg in de set durfden spelen. Eén bandlid bracht deze nummers met een geplaasterde arm (en dus zonder gitaar), maar na “Lesser God” had hij er genoeg van en ontdeed hij zich van de bewuste belemmering om op het einde van hun geslaagde concert voluit te kunnen gaan. Monsterhit “Hammerhead” was de mokerslag die het dankbare publiek met graagte ontving.

Op plaat opteerden De Heideroosjes ervoor om hun twintigste verjaardag te vieren met een dubbel tribute-album, op het festivalpodium beperkten ze de odes tot Pennywise (“Wouldn’t it be nice”) en Metallica (“Seek and destroy”) om voornamelijk uit hun eigen werk te kunnen putten. “Lekker belangrijk”, “Nothing’s  wrong”,  “Iedereen is gek (behalve jij)” en “Damclub Hooligan” deden de tent uit zijn dak gaan. Afsluiter “United Scum” werd de perfecte apotheose van een puike set die illustreerde dat de punkrockers duidelijk niet van plan zijn om er de komende twintig jaar de brui aan te geven. Noch de stinkende schoenen die ze naar hun kop gekeild kregen, noch de technische problemen die de gitarist ondervond, waren in staat om deze Hollanders uit hun lood te slaan.

Het Finse Apocalyptica verwierf bekendheid met hun cello-bewerkingen van Metallica-songs. Het waren logischerwijze ook die songs die vrijdag het meeste enthousiasme losweekten bij het publiek. Terwijl we in het begin flarden van kippenvel kregen als bijvoorbeeld “Wherever I may roam” weerklonk, vonden we vanaf “One” dat het stilaan tijd werd om de act af te ronden. De groep is wel degelijk in staat om show te verkopen en een korte set zou dus niet gestoord hebben, maar langer dan drie kwartier blootgesteld worden aan geram op cello’s is ons inziens niet nodig. Het intermezzo met de Viking die twee eigen nummers kwam meezingen (en dat ondanks een aarzelend begin best verdienstelijk deed), was dus meer dan welkom. Nadat men vervolgens opnieuw een paar tientallen valse noten te veel gehoord heeft (ze zouden klassiek geschoold zijn maar we vrezen dat ze al iets te lang niet meer naar de Sibelius-academie geweest zijn om dat niveau vol te houden en door te trekken naar hun metal-bewerkingen), snakt men echter naar iets anders. Eén van de heren vond het uiteindelijk ook nog nodig om zijn schriel bovenlichaam te ontbloten, iets wat ons tot de conclusie bracht dat Apocalyptica letterlijk noch figuurlijk genoeg om het lijf heeft om als topper geafficheerd te worden. Een groot deel van het publiek dacht daar echter anders over dus misschien werd ons gehoor wat verstoord door enkele uren te dicht bij de luide boxen te staan.

Met een bang hart wachtten we af hoe Alice Cooper het er vanaf zou brengen. De levende legende was één van de exclusieve namen die in Zottegem wilden bewijzen dat ze op latere leeftijd nog steeds in staat zijn om de massa in vervoering te brengen. De aftrap werd gegeven met “Hot tonight” en het massaal meegebrulde “No more Mister Nice Guy”. Zowel de groep als de frontman etaleerden hun grote vorm waarbij al vrij vroeg duidelijk werd dat een Alice Cooper-show niet enkel draait om muziek maar minstens evenveel om theater. Tijdens “Only women bleed” en “Dead babies” ging de kitsch-meter nu en dan vervaarlijk in het rood, maar echt deren deed dit niet want velen kwamen speciaal af om de pionier van de schock-rock zijn theatrale zelf te zien zijn. Het almaar langer wegblijven van de zanger tussen twee nummers door (iets wat opgevuld werd met ellenlange drum- en gitaarsolo’s) was het enige dat erop wees dat de man al ettelijke decennia meedraait. Op een bepaald moment hadden we de indruk dat Cooper in de coulissen verdwenen was voor de duur van een volledige naar hem vernoemde test. Naar we vermoeden zat hij achter de schermen eerder energie te tanken dan te verlopen. Best begrijpelijk als je weet dat hij op het podium met zwaarden zwierde, vrouwen afranselde, baby’s vermoordde, dwangbuizen van zich afworp, ….afijn, het leven zoals het is ten huize Alice Cooper. De danseres/actrice die de vrouwelijke hoofdrol vertolkte, bewees eveneens haar veelzijdigheid door zich nu en dan een lid van het ‘Patty Brard’-showballet te wanen hetgeen nogmaals illustreerde dat de goede oude tijden hoogtij vierden in Zottegem. De reguliere set werd besloten met het momenteel weer erg toepasselijke (en dus massaal door de jeugd meegebrulde) “School’s out”. In de bisronde imponeerde Alice Cooper nog een laatste keer tijdens “Billion dollar babies” en het tijdloze “Poison”. Het feit dat hij in dat laatste lied vocaal niet meer in staat bleek om tijdens het refrein voluit te gaan weze de man vergeven want het bewees dat deze levende legende voorafgaand alles uit zijn lijf geperst had om het Zottegemse publiek zijn zin te geven.

Dag 1 bracht dus een geslaagde mix van nieuwe en oude namen. Muzikaal genoten we het meest van Madensuyu maar dankzij de vele moeite die de theatrale Alice Cooper deed (we hebben bijvoorbeeld nog niet vermeld dat hij live on stage verhangen werd), zullen wij later vooral herinneringen ophalen aan de slotshow van de vrijdagavond….iets wat we trouwens met een gelukzalige glimlach zullen doen want het geheel wekte eerder lachbuien dan angstaanvallen op.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

Rock Zottegem 2009: zaterdag 11 juli 2009

Geschreven door

Hoewel Alice Cooper ons geen nachtmerries bezorgde, verschenen we op zaterdag om niet nader vernoemde redenen iets te laat in de tent om getuige te zijn van opener Jasper Erkens. We durven er desondanks vanuit gaan dat zijn optreden een even groot succes was als hetgeen hij een week eerder in de Werchterse Marquee bracht. De hedendaagse jeugd was alleszins vroeg op post om hun idool aan te moedigen, een kerel die trouwens ook de meer volwassen muziekliefhebber weet te overtuigen van zijn talent.

Ook De Jeugd van Tegenwoordig, na De Heideroosjes de tweede Hollandse groep op de affiche, voelde zich in de tent van Zottegem niet minder goed dan in die van Werchter. Onze fotograaf werd samen met de eerste rijen meermaals getrakteerd op een ‘wodka-red bull’-douche hetgeen de nodige afkoeling bracht in de jonge meute die vooraan een feestje van jewelste bouwde. Het hip-hop-collectief werd bekend met “Watskeburt?” en hoewel velen dachten met een ééndagsvlieg te maken te hebben, hebben ze ondertussen al bewezen dat het blijvers zijn. “Hollereer” en het recente “Deze donkere jongen komt zo hard” toverden de ganse tent om tot tijdelijke liefhebbers van het genre, de overige nummers konden enkel de vooraan postgevatte incrowd boeien. Een incrowd die trouwens aanzienlijke proporties aangenomen heeft. Deze grofgebekte doch sympathieke jongens verdienen dus – mede dankzij die enkele ‘berenschijven’ – hun plaats op een groot festival.

Na het jonge geweld was het tijd voor The Neon Judgement die live hun nieuwe worp ‘Smack’ kwamen voorstellen. Het publiek luisterde beleefd maar, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, ook eerder ongeïnteresseerd. De muziek en de licht-show van deze groep past eigenlijk beter in een donkere zaal op een laat uur. Hoe sterk nummers als “The Fashion Party” en “TV treated” ook zijn, zaterdag konden ze ons niet genoeg boeien om met een voldaan gevoel terug te kijken op het optreden van The Neon Judgement. Nieuwe nummers als “The great consumer” klinken niet slecht maar meer we vroegen ons toch luidop af of deze groep niet miscast was op het feestje dat Zottegem zaterdag gepresenteerd kreeg.

Een feestje dat vooral vanaf Therapy? van start ging. Vijftien jaar geleden waren deze Ieren toppers die massa’s naar ’s werelds grootste festivals lokten maar het voorbije decennium verdwenen ze – ondanks een permanente productiviteit die doorgaans vrij positieve recensies krijgt – uit het zicht van het grote publiek. Niet dat ze zich daar veel van aan trekken want het drietal kwam druipend van goesting het podium op om een mooi overzicht te brengen van oud en nieuw werk. Vooral de nummers uit “Troublegum” en “Infernal love” konden op veel bijval rekenen, die twee platen mogen immers geboekstaafd worden als regelrechte klassiekers uit de jaren negentig. Ook andere oude nummers werden vanonder het stof gehaald, de fans van het oude uur konden met hun geluk geen blijf dat ook “Teethgrinder” (uit ‘Nausea’) nog steeds de setlist haalde. Om te illustreren dat ze niet tot een juke-box verworden zijn, durven de veertigers bepaalde nummers volledig anders brengen dan de album-versie. Het van Hüsker Dü ontleende “Diane” klonk bijvoorbeeld veel harder dan op plaat. Therapy? was trouwens de eerste en enige groep die tijdens dit festival een nummer opdroeg aan Michael Jackson. Ze kozen voor “Die laughing” en wie de tekst van dit nummer naleest, zal beseffen dat dit een gepaste keuze was. Wanneer de sterk verwende toeschouwer denkt dat het uitstekende optreden gedaan is en de heren letterlijk als versteend blijven staan, breekt na dik dertig seconden alsnog de hel los middels het onvolprezen “Screamager” en het nog steeds wervelende “Going Nowhere”.

Michael Franti wist dus dat het niet makkelijk zou zijn om zijn voorgangers te overtreffen. Zijn jarenlange ervaring bij Disposable Heroes of Hiphoprisy en Spearhead volstond echter om hem even relaxed als steeds te zien schitteren. Als festivalorganisator ben je met Franti steeds zeker van een geslaagd optreden, de charismatische dubbele meter veegt er nooit zijn (blote) voeten aan en beheerst alle kneepjes van het vak. Eentonig worden zijn optredens nooit, al is het maar omdat hij bovenop zijn eigen nummers ook vaak covers ten berde brengt. In Zottegem hoorden we bijvoorbeeld “Welcome to Jamrock” (van Damian “Jr Gong” Marley) en “Tainted love” (Soft Cell). Niet enkel nodigt hij enthousiaste fans uit op het podium (zaterdag zagen we bijvoorbeeld hete hengst Gert uit de bol gaan met een sexy Spearhead-zangeres, voorts was er een hilarisch intermezzo toen twee zeer jonge fans een gitaar mochten hanteren terwijl de echte gitaristen backstage AC/DC’s “Back in black” inzetten), na het meer dan geslaagde optreden dook hij zelf het publiek in om zijn toeschouwers minutenlang persoonlijk te bedanken voor hun bijdrage aan een onvergetelijk uurtje fun.

Veel van onze superlatieven waren dus al opgebruikt toen er nog twee grote namen gepland stonden. The Pretenders speelden een heel straffe set. Chrissie Hynde is ondertussen ongetwijfeld een vrouw van leeftijd maar daar merkten we zaterdagavond helemaal niets van. Ze zag er ongelofelijk ‘fit’ uit en daarenboven zong en speelde ze – net als de rest van de groep – gigantisch strak. Men kwam ‘Break up the concrete’ voorstellen, een plaat die samen met een ‘best of’ verkocht wordt en ook de set bleek een geslaagde combinatie van nieuwe en oude nummers. Het titelnummer van hun nieuwste CD is een mooi voorbeeld van hoe een oude groep ook in moderne tijden misschien geen vernieuwende maar toch nog steeds relevante muziek kan maken. Zonder exhaustief te willen zijn, sommen we bij deze enkele van de zaterdag gehoorde hits op: “Talk of the town”, “Kid”, “Back on the chain gang”, “Don’t get me wrong”, “Brass in pocket”, “I’ll stand by you” en “Middle of the road”. Op het laatste nummer hoorden we Hynde trouwens schitteren op mondharmonica hetgeen één van de meest memorabele momenten van dit festival opleverde.

Na de meer dan verdienstelijke optredens van Therapy?, Spearhead en The Pretenders hoopten we dat Echo & The Bunnymen zouden tekenen voor een vier op een rij. Spijtig genoeg slaagden de Britten er echter niet in om onze hooggespannen verwachtingen in te lossen. Niet dat Ian McCulloh en de zijnen een zwak optreden gaven, maar na drie heel sterke sets stelden ze toch een beetje teleur. Een voor een topact nogal select publiek genoot met volle teugen van klassiekers als opener “Rescue”, “Stormy Weather”, “Seven seas”, “Bring on the dancing horses”, “The back of love”, “The Killing Moon” en “The Cutter”. Afwezigen moeten watertanden bij het lezen van dit lijstje, maar zij weten zich misschien getroost als we opwerpen dat er soms ook mindere nummers in de set slopen. In de bisronde viel vooral tijdens “Nothing Lasts Forever” op dat McCulloh er vocaal een beetje doorzat, iemand van zeer goede wil zou kunnen beweren dat dit bewust was om te onderstrepen dat werkelijk niks (en dus ook niet ’s mans stembanden) blijft duren. Die stemproblemen bleven zelf trouwens ook niet al te lang duren want afsluiten deed Echo & The Bunnymen met een bij wijlen zinderend “Lips like sugar” dat ervoor zorgde dat we hun concert kwalificeren als goed (zonder meer).

Dag 2 zullen we ons dus vooral herinneren door de onvergetelijke uren die een aanvang namen vanaf het moment dat Therapy? het podium betrad tot en met het ogenblik dat Chrissie Hynde ons een laatste blik op haar strakke kontje gunde.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

Lucinda Williams

Sprookjessetting van Lucinda Williams

Geschreven door

Het mini-amfitheater van het openluchttheater Rivierenhof, omringd door statige ceders en overkoepeld door een sluimerend wolkendek, vormde het feeërieke decor voor een sprankelend concert.
Na een vlammend voorspel van de instrumentale band Buick 6, schreed Lucinda Williams het podium op. Gedurende het verdere concert waren we bevoorrechte getuigen van de chemie tussen Lucinda en haar vierkoppige band. Na een kabbelend begin met “Can’t let go” en “Well well well”, werd het al snel tijd voor zomers geweld en volgde een spervuur van hoogvliegers als “I lost it”, “Tears of Joy”, “Drunken Angel” en “Out of Touch”. Lucinda was in haar element, ze dichtte de setting een sprookjeskarakter toe en waande zich een prinses die naar haar kasteel werd geleid. Het karakter van het concert werd versterkt door de eigenzinnige dresscode van enkele hardcore fans met cowboyhoeden. Wat we misten, waren de prachtige nummers van haar eerste CD sinds de zelfverklaarde zielenrust (‘West’). Het intimistische “Blues” en “Essence” konden dit echter wel compenseren. Bij “Long way to the top” zette ze het publiek naar haar hand.
Na een mooi slot met “Passionate kisses” kregen we nog een akoestische versie van “Drunken angel” als kers op de taart. We werden er helemaal stil van. Zelfs de wolken hielden hun regendruppels in.

Neem gerust een kijkje nar de pics onder live foto’s

Organisatie: OLT Deurne ism Arenberg Antwerpen

Gent Jazz Festival 2009: Brad Mehldau Trio: Met de ogen toe en de vingers in de neus

Geschreven door

Het was ruim 10 jaar geleden – zo gaf Brad zelf aan toen hij na 4 nummers eindelijk es de microfoon ter hand nam – dat hij nog in Gent had gespeeld. De organisatie tracht hem al een tijdje te strikken, en na zovele edities van Gentjazz is het hen dan ook eindelijk eens gelukt.
Brad Mehldau is a coming Starr in het jazzcircuit. De concerttent liep dan ook aardig vol voor een concert waarbij de verwachtingen erg hoog gespannen waren. Immers, Brad Mehldau kan nogal wat diversiteit in zijn concerten tentoonspreiden, gaande van erg ritmische nummers over covers van zijn favoriete popsongs (Radiohead, Nick Drake,…) tot hele trage fragiele composities en originals.
Zijn muziek is een subtiele mix van melancholie en vreugdesprongetjes. Met bassist Larry Grenadier en drummer Jeff Ballard is de verstandhouding optimaal. Samen vormen ze een gracieus en welluidend trio.
Het bewerkte “Got me wrong” van grunge-iconen Alice in Chains (maakten furore midden jaren negentig) toont aan tot welke dingen Mehldau in staat is. Hij zet poppy nummers in zijn blootje en kleedt ze terug aan tot een zeer melodieus geheel, met herkenbare patronen uit de original, maar met eigen touch. Het moet gezegd dat zijn bewerkingen heel vaak het originele overstijgen, al zal deze these vrijwel volledig subjectief zijn…
Een eigen compositie waarvoor de meester op dit ogenblik nog geen titel heeft gevonden.… (dixit Mehldau over het tweede nummer in zijn set). Het toont aan waar het Brad over gaat: de muziek primeert, de rest is bijzaak. Al is het in het verleden – naar verluidt – wel het een en ander raar gelopen. Er is immers sprake van een ‘pedant’ en duister verleden, waarvan een grote tatoeage op zijn rechterarm nog steeds restant en getuige is. Wie weet wat zich in Berkelee College allemaal heeft afgespeeld,
Het concert van Mehldau gaat in crescendo: een bewerking van “Brownie speaks” van Clifford Browne, een nummer van Cole Porter, en het meesterlijke “Erogine” van Sonny Rollins. Het publiek lust het wel, en het lijkt wel of ze het applaus opsparen tot na de songs. Want als Brad ‘aanzet’ op zijn piano, passeert de ene toonladder na de andere langs je oren, maakt hij grappige en onverwacht melodieuze uitstapjes. Ook als Grenadier en Ballard hun kunnen tonen, voegt Mehldau steeds een pianotouch toe om ‘U’ tegen te zeggen. “Chicken skin again”. De coolness waarmee drummer Ballard zijn kapotte baspedaal van zijn drumstel  herstelt tijdens zijn drumsolo en daarna gewoon verder gaat, toont aan over welke raspaarden het we hier hebben.
De set eindigt met een bewerking van een nummer uit een musical “Lady in the dark”, genaamd ‘The Ship’. Het toont aan dat Mehldau ook deze klassieke composities de baas kan, met de vingers in de neus dan nog wel. Oh, en Brad spreekt vloeiend Nederlands. Iets nieuws voor mij, maar gezien zijn getrouwde status met een Nederlandse zangeres (Fleurine?) lijkt me dit vrij logisch.
‘Spelen met de ogen toe’. Heel vaak zie je ze, ook binnen het rockcircuit. Het zou kunnen betekenen (maar je kan niet in mensen kijken) ‘kijk naar mij’ en ‘zie wat ik kan’. In het geval van Mehldau (constant met gesloten ogen en gezicht afwendend van de piano) gaat het om uiterste concentratie en genieten van eigen kunnen. Het weze hem gegund! Zolang wij maar de kans krijgen om af en toe mee te genieten!
Top, die Mehldau!

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz festival, Gent

Les Ardentes 2009: vrijdag 10 juli 2009

Geschreven door

In hartje Luik vond afgelopen weekend de 4 de editie van Les Ardentes plaats. Aan de boorden van de Maas werden terug een 80 tal bands geprogrammeerd over 4 dagen, de brede waaier van genres in combinatie met de gezellige sfeervolle locatie deden dit Waalse festival de laatste jaren flink groeien, deze editie bezochten naar schatting 60000 mensen de diverse podia aan het Parc Astrid de Coronmeuse.
Het festival had de afgelopen weken wel nog 2 late annulaties te verwerken gekregen en dat waren niet van de minsten; Lauryn Hill en Lil Wayne, zij werden vervangen door Emiliana Torrini en Method Man & Redman.

Wij gingen vrijdag een kijkje nemen en kwamen terug met volgende impressie:
We besloten om eerst de 2 indoorstages te gaan bekijken

In het 'Aquarium' – de kleinste zaal-  was er een opeenvolging van dj's waar oa Paul Kalkbrenner, Agoria en Adam Beyer het mooie weer maakten.
Op de 'HF6' was inmiddels Glimmers present Disco Drunkards aan hun set begonnen.
Het colletief rond het Gentse dj duo Mo & Benoeli verzamelde een bont allegaartje muzikanten rond zich met Stephane Misseghers ( Deus), Ben Brunin ( Millionaire, ex Vive la Fête), Francois Demeyer (Foxylane, Soapstarter) en natuurlijk Tim Vanhamel; onlangs verscheen ook hun debuutcd.
Live werden samples in combi met de live band wel gesmaakt, een mix van electro, rock en funk kon zeker bekoren en de “Physical” cover nodigde uit ten dans, helaas was er maar weinig publiek te bekennen mede door de concurrentie op hetzelfde tijdstip met !!! die op het hoofdpodium 'Open air park' ten tonele waren verschenen.

CHK CHK CHK stond hier 2 jaar geleden ook al op de planken toen als één van de openers en dat was de energieke frontman Nic Offer nog niet vergeten.
In de schitterende setting van het park bracht het combo uit Brooklyn funky uptempo discopop en putte uit hun albums ‘Louden Up Now’ en ‘Myth Takes’. “All my heroes are weirdos”, “Yadnus” en “Hearts of hearts” brachten schwung in het publiek en de sympathieke band bedankte met een solide, kwaliteitsvolle performance.

Na het checken van de randanimatie en de eetstandjes was het uitkijken naar de vervangers van Lil Wayne nl Method Man & Redman. Deze leden van Wu Tang Clan en Def Squad waren vorige week nog gesignaleerd in de Vooruit te Gent en brachten hier in Luik ook heel wat aanhangers op de been. Om 21u moest hun set aanvangen maar rond 21.45u was er nog steeds geen spoor van hen zodat we ons naar de HF6 zaal begaven die inmiddels volledig volgelopen was voor de Gentse electrotrashpunksensatie The Subs. Vanaf de eerste beats ontspon zich een feestje dat pas een uur later met electrostamper “My punk” een abrupt einde zou kennen. Traditionele opener “Music is the new religion” bracht de temperaturen direct op kookpunt en de opzwepende woorden van Papillon deden het jonge volkje snakken naar meer. Het herwerkte “Kiss my trance”, Prodigy cover “Breathe” en “Fuck that shit” werden luidkeels meegezongen en als kers op de taart werd een nieuwe track als try out gelanceerd, het trancy werkstuk kon zeer bekoren en doet reeds uitkijken naar een opvolger van ‘Subculture’. Zeer catchy en heavy set die ook hier in Luik op enorm veel bijval kon rekenen.

Door het oponthoud op het hoofdpodium mocht headliner Gossip pas een uur later dan voorzien de bühne betreden. Dit kwartet rond Beth Ditto bracht zopas een opvolger uit voor hun bejubelde “Standing in the way of control”. De volslanke frontvrouw staat als een huis en bracht met haar charismatische verschijning en meeslepende zwoele soulstem het publiek direct in beroering. In tegenstelling tot kolos Ditto staat de frêle drumster Hannah Billie die met haar swingende discodrums en strakke ritmesectie een ook niet onaardig deel van de band vertolkt. Ook de rest van de band moest alert en strak blijven spelen want keer op keer dook Ditto tussen het publiek op en stond ze meer voor dan op het podium. Naast enkele nieuwe nummers uit ‘Music for men’ lag de nadruk toch op hun vorig album, het publiek lustte er wel pap van en “Heavy cross” was het orgelpunt van een stomende dansbare set.

De zeer diverse programmatie met de gezellige sfeer in het unieke idyllisch kader maakt van Les Ardentes een festival dat zekere zijn plaats gevonden heeft in het rijtje van de grotere festivals.
Ook organisatorisch zal alles goed in elkaar wat hen toch wel onderscheid van andere Waalse festivals...

Neem gerust een kijkje naar de livereviews op Musiczine.net, site fr, waar het festival de volle vier dagen werd opgevolgd. Ook de livepics onder live foto’s zijn de moeite waard …

Organisatie: Les Ardentes, Luik

Gent Jazz Festival 2009: Mccoy Tyner trio feat. Bill Frisell & Gary Bartz, Randy Weston ’s African Rythms en Aka Moon

Geschreven door

… ’Een lesje in nederigheid’ …

Als trio blijft Aka Moon opwindend om te zien. Ze kunnen dwingende, complexe muziek maken, jongleren met poliritmiek en polyfonie, glijden van de ene zin in de andere, openen nieuwe harmonische en ritmische wegen. Toch weten ze een publiek op te zwepen. Er zit een heel ongewone, vaak dwarse groove in hun muziek. Dat geeft vonken, en zo ook op Gentjazz. Wat jammer dat ze dit als opener programmeren, een tweede plaats op de line-up zou zeker terecht geweest zijn.
Aka Moon heeft reeds wat op hun palmares, ga er de lijstjes op hun webstek maar es op na (http://www.akamoon.com). Hun samenwerking met DJ’s (Grazhoppa and his DJ Big band), dansgezelschap Rosas en Les ballets C de la B, Afrikaanse percussionisten, en niet in het minst met saxofonist en souljazzfunkfenomeen Steve Coleman.
Resultaat van dit alles is duidelijk hoorbaar in de set van Aka Moon. Michel Hadzigeorgiou – in alle opzichten een Griek - (bas) en vurig bewonderaar van Jaco Pastorius, trekt de band op sleeptouw, stichtend lid Cassol (Sax) die nog samen met Toots in een band zat, geeft vonken op zijn sax, en drummer  Stéphane Galland – het lievelingetje van  Axelle red, blaast zijn drumstel omver alsof het een kerncentrale op uitbarsten betrof.
Meer van dat, en graag gauw…

Wat ik aanvankelijk als tussendoor erbij moest nemen, terwijl ik op mijn all-time favourite Frisell moest wachten, werd uiteindelijk een concert van formaat: Randy Weston African Rythms.
Randy Weston, een boomlange Amerikaanse pianist – weliswaar met Afrikaanse roots, is echt wel een imposante figuur achter die piano. In close-up op zijn piano lijkt het wel of ofwel de piano te klein is, of zijn vingers te lang. Hallucinant beeld. Nog een geluk dat hij ziin zin niet kreeg om basketballer te worden, maar dat zijn moeder hem met alle force achter de piano schoof. Het resultaat mag er wezen…
Weston speelt op een indrukwekkende en heel ritmische manier piano. Met zijn tevens uit Brooklyn US afkomstige bassist (waarover later meer) Alex Blake, en de Panamese percussionist Neel Clarke, is het trio compleet. Het was Thelonious Monk die de grootste invloed op Weston heeft gehad. Meng dat met wat Caribische en Afrikaanse muziek en je hebt Randy Weston.
Weston gelooft in de helende kracht van muziek. Wel, hij heeft gelijk, want lang geleden dat ik zo’n begeesterend optreden zag. Een werkelijk ongelooflijk ritmische band, met Weston toonaangevend en continue hamerend op zijn toetsen.
En wat Alex Blake uit zijn contrabas tovert, deed iedereen verstomd staan. Hij slaat en zalft zowel op zijn snaren als op het hout, speelt gitaarakkoorden, hamert, slapt,… Weston geeft zowel hij als zijn percussionist ruimte om af en toe hun ding te doen.
Ik stond erbij en keek ernaar…
De set van Weston is een hedendaagse versie van een Afrikaans kookboek. Al van bij de intro gaat percussionist voor zo’n 10 minuten op solotoer. Weston kijkt vanop de zijlijn goedkeurend toe.
”Little Niles” – een nummer dat Weston opdroeg aan zijn toen 1 jaar oude zoon – is een eigen compositie, en ook hier is muziek maken vooral ‘zich amuseren’, en dat doen ze, elk op hun eigen instrumentarium, maar steeds in de gepaste groepsdynamiek..
Even later gaat Weston de bluestoer op, een zeer intimistische compositie die aanvankelijk alleen door piano begeleid wordt. Al gauw treden Bas en percussie de compositie bij.
”African Sunrise” is een song die Weston schreef voor Dizzy Gilespie, en afsluiter Blue Mozes zet de tent in vuur en vlam.
Een geweldig trio, een bescheiden les in nederigheid…

Headliner van de avond was pianist Alfred Mccoy Tyner, die voor de gelegenheid met niemand minder dan Bill Frisell (gitaar) en Gary Bartz (Sax) op tournee is.
Dat deze meneer  het zich kan permitteren om deze twee heerschappen mee op toer te nemen, getuigt van het feit dat hij zelf een groot meester is; Bill Frisell en Gary Bartz zijn niet van de minsten, dan wel ware virtuozen.
Nccoy Tyner is reeds 70 en heeft er een verschrikkelijk interessante carrière op zitten. Vooral zijn jarenlange samenwerking met John Coltrane blijft plakken. De man studeerde tevens Afrikaanse dans en ballet, en zo te horen heeft hij al deze ingrediënten in zijn pianospel geïntegreerd.
Zijn sound staat bekend om zijn grote akkoorden en een percussieachtig pianospel. Al van bij het tweede nummer worden beide guests aan het trio toegevoegd. “Wal spirit, talk spirit” kondigt zich aan, en al gauw laat Gary Bartz van zich horen. “Blues on the corner” is een andere compositie waarin uitmuntende muzikanten elk hun eigen ding doen. Bill Frisell is één van mijn grote favorieten, en ook nu weer weet ik waarom: de man ontwikkelt een dusdanig herkenbare en fragiele sound op zijn Telecaster, dat ik het er koud van krijg: chicken skin. Gitaarkenners weten waarover ik spreek.
Op naar een volgende festivaldag…

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Gent Jazz Festival 2009: Fred Hersch Trio +2: Het oor wil ook wat

Geschreven door

Fred Hersch is een van de briljante pianisten van zijn generatie en een ware poëet op de piano. Hij voegde op Gentjazz aan zijn vertrouwde trio twee schitterende blazers toe, waardoor de muziek aan rijkdom wint: Tony Malaby op de saxofoon, Ralph Alessi op de trompet. Zijn tussenstop in Gent kan gerust als uniek bestempeld worden;  Met uitzondering van Amsterdam, Rotterdam en Parijs, was Gentjazz het 4de concert die Hersch geeft op Europese bodem, althans in deze bezetting.

De meester startte zijn concert met een eigen compositie, iets wat later heel vaak zou terugkomen. Zijn pieces van eigen hand getuigen stuk voor stuk van zijn grote muzikale kennis en virtuositeit, iets wat – niet de minste – muzikanten in NY vroeger in hem reeds hadden opgemerkt: Charlie Haden, Joe Henderson, Art Pepper, Stan Getz, Chet Baker,… : allen wisten ze zijn pianospel te waarderen. Zelfs onze eigen Toots Tielemans engageerde hem in het verleden. De compositie was een bewerking van een nummer van trompettist kenny Wheeler, genaamd “A lark”; een geweldige intro, die de toon zette voor een grandioos concert.
”Gentle scream” blijkt een vast nummer op zijn setlist, een titel vertaald uit het Swahili (ik onthou je de details) met een African touch uiteraard, waarbij trompettist Alessi voor het eerst op zijn trompet a la sourdine uit de kast haalde.
Niets is zo saai als een band, waarvan de ingrediënten / muzikanten, iets hebben van ‘kijk es wat ik kan!’. Niets van dit alles bij dit trio + 2. Hersch gaf zijn muzikanten heel vaak en veel ruimte om te soleren, maar steeds begrensd en met behoud van compositie en structuur. De uistapjes van Alessi -met welk sprekend gemak haalt hij die hoge octaven!- en malaby mochten er telkens wezen. Het publiek bedankte hen voor zoveel magistraliteit.
De set kwam pas goed op gang met een Braziliaanse compositie, waarvan ik u de naam liever onthoud, wegens niet goed begrepen; doorspekt met een hemels Zuiderse melodie en met blazers in een perfecte harmonie.
Ook in “Skipping” – opnieuw van eigen hand van de meester – laat hij ruimte voor solowerk, ditmaal van bassist John Hébert (staande bas, hoornen brilletje, petje, cool!) en drummer Nasheet Waits (de man is zwart, klein van gestalte en hyperkineet – wat heeft een drummer meer nodig?)
”Miss B” en “Still here” sluiten de set af. Dat laatste was een nummer die hij opdroeg aan Wayne Shorter met, hoe kan het anders, een uitgesproken rol voor saxofonist Malaby.

Fred Hersch werd op handen gedragen door het publiek. De tent was zeker niet tot de nok gevuld (zoals bij BB King last night), maar de verstandhouding was prima en Hersch en band konden dit uitermate appreciëren.
Hersch, 53, en al 20 jaar seropositief. …Hij outte zich reeds vrij vroeg als homoseksueel, en strijd nu al jaren tegen een verschrikkelijke ziekte. Het heeft zijn pianospel in ieder geval geen windeieren gelegd; Hersch is veel meer. Hij staat op het kruispunt van klassiek, jazz en improvisatiemuziek. Hersch houdt van een intimistisch klimaat. Al kan hij ritmisch scherp uit de hoek komen en omringt hij zich graag met stevige ritmesecties zodat hij alert moet blijven. Niet te verwonderen dat een van zijn leerlingen niemand minder is dan Brad Melhdau, die inmiddels wel beroemder is. Deze laatste zien we – als het God belieft – zondag aan het werk.
Ik kende de muziek van Hersch (nog) niet zo goed, maar vanaf heden heeft Hersch er een fan bij. Ik verlies hem dan ook niet zo gauw meer uit het oog/oor.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Gent Jazz Festival 2009: BB King: BB King zal nooit sterven

Geschreven door

BB KING
Kwatongen beweren dat deze kloeke tachtiger nog steeds zijn laatste wereldtournee aan het rekken is omdat hij zijn vijftien kinderen bij evenveel vrouwen moet onderhouden. Niets van dat. Het is wel zo dat hij het doet uit noodzaak: de eeuwige liefde voor muziek.
Zijn schitterende boogie band (niggers rule the World!) zette meteen de toon en blies ons omver met twee swingende blueskrakers. Beginnen met een hoogtepunt en niet meer afzwakken noemen ze dat. En toen Zijne Ongeschiktheid Voor Fitnesszalen met zijn knokige vingers zijn zessnaar Lucille beroerde en zijn typische klank produceerde, wisten we al meteen hoe laat het was: We ain’t seen nothing yet. Zijn sarcasme en humor tussen de nummers door zijn aanstekelijk.
Zo sneerde hij naar Melty Face: ‘Keep on living when you’re 50, because they can burry you at this time.’ En soms viel hij ons wat teveel lastig met zijn verhaaltjes en anekdotes uit het verleden en moesten wij maar luisteren als waren we kleine kinderen die onder zachte dwang en met een geveinsde interesse de oorlogsverhalen van grootvader ondergingen.
Maar de muziek was er en dat blijft het belangrijkste. Het begon als iets zeer groots en is geëindigd in een heus bluesfestijn met de verplichte drum-, bas-, toetsen-, gitaar- en andere solo’s voor het VIP publiek. U2 kwam ook even om de hoek kijken met het al reeds twintig jaar oude “When Love Comes to Town”, waar ook weer een resem van obligatoire solos ten berde kwamen. Een Belgische finale met onze enige echte stomende kaalkop Paul Ambach, door Zijne Imposantheid voor de gelegenheid “My Sun” genaamd, toonde helaas voor onze Boogie Boy dat hij nog heel wat te leren had, want hij kon de uitstekende band amper volgen.
… BB King zal nooit sterven …

Voorafgaand op de Grootmeester waren volgende artiesten
BENDER BANKAX
Deze voormalige winnaars van het Jong Jazz Talent te Gent zijn met hun akoestische en eigenzinnige jazz meer dan waardige openers voor dit mooie festival.. Daar het thema voor dit jaar piano is liet onze frontman en saxofonist Eric Bogaerts de pianist Christian Mendoza, die we trouwens ook kennen van the Magnifient Seven, rustig virtuoos wezen.
Met een zekere virtuositeit , een minimalistische ondertoon en prachtig opgebouwde stukken met schitterende overvloeiingen probeerden deze jonge snaken met succes het opkomende publiek te begeesteren. Luister naar het geheel en focus je niet op de individuele muzikanten en je hoort een warme, academische mood-setter voor Gentjazz.
Jazz is duidelijk van en voor alle generaties.

CHINA MOSES & RAPHAEL LEMONNIER
Twee vrouwen aan het bewind en toch loopt het goed af. Deze Franse Tv-presentatrice en dochter van Dee Dee Bridgewater die we straks zullen zien op Middelheim, probeert met pianist Lemonnier een ode te brengen aan de reeds 46 jaar geleden overleden blueszangeres Dinah Washington. Haar stem doet inderdaad aan de jaren dertig denken. In de wetenschap dat gezongen jazz niet echt mijn ding is kon deze mooie en sympathieke verschijning mij wel bekoren. De trompettist had eerder het uitzicht van een historicus maar speelde onder andere tijdens Cry me a River de kloten van zijn lijf. Tenslotte kondigde China cokesgewijs vol enthousiasme de komst van BB King aan.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Ozark Henry

Grace

Geschreven door

De trilogie die Ozark Henry van zanger/componist Piet Goddaer wist af te sluiten – ‘Birthmarks’ (’01) – ‘The sailor not the sea’ (‘04) en ‘The soft machine’ (’06) krijgt nog een leuk staartje. ‘Grace’ is een compilatie cd van veertien akoestisch toongezette songs, ontdaan van enige franjes, zacht, puur, naakt en oprecht. De essentie van de songs blijft mooi bewaard, bepaald dor mans piano en stem. Af en toe liet Goddaer al deze aanpak doorschemeren op z’n live acts zoals te horen op “Sweet instigator”, “Vespertine”, “Grace” en “Word up”. Een andere, overtuigende kijk …Het rustige en intieme karakter vult het indrukwekkende oeuvre van Goddaer aan. Sommige nummers worden dan toch spaarzaam begeleid, wat de radiovriendelijkheid ondersteunt, waaronder het poprockende “Godspeed”. “Me & my sister” klinkt zelfs bijna onherkenbaar! Goddaer slaagt erin z’n songs alle richtingen te doen uitgaan. ’Grace’ vormt een mooie aanvulling door het sfeervolle, zalvende en rustgevende concept.
Uitkijken wordt het naar de nieuwe plaat die in het najaar zal verschijnen. Voorproefje hebben we al met de single “Remains” .

Jack de Marseille

Inner Vision

Geschreven door

De elektronica van Jack de Marseille situeert zich binnen de house/techno scene. Al vijf jaar is zijn muziek vooral gestoeld op deep en progressive house met invloeden uit de electro, techno en breakbeat. Uitgangspunt: trance effect bereiken en inwerken op de dansspieren. ‘Inner Vision’, op de nieuwe cd van deze Franse DJ/Producer bundelt hij Chicage house, Detroit techno, Berlin dubs en trance door zalvende repeterende beats. Een sfeer creëren van een loungy laidback gevoel (als op de lange opener “Lovely”, “Spititual life” en “Aminimalogy”); de beats kunnen af en toe iets forser en krachtiger klinken en richting dansvloer gaan, “Echospace” en “Body & mind”. Vooral de langere nummers zijn intrigerende chillende staaltjes electronicasounds, muziek bij zwoele zomerse avonden ‘on the beach’, die door lichteffects een meerwaarde kunnen hebben …

The Von Bondies

Love, hate and then there’s you

Geschreven door

In 2004 werd het Amerikaanse The Von Bondies gebombardeerd als één van de talentrijke ontdekkingen met de cd ‘Pawn Shoppe Heart’ en de aanstekelijke opwindendende single “C’mon C’mon”. Het conflict tussen frontman Jason Stollsteimer en White Striper Jack White was een zwarte bladzijde in de carrière en op de koop toe waren er strubbelingen met een platencontract. Vijf jaar later is alles van de baan en is de band er terug van twee jongens –twee dames en een oud vertrouwd geluid van melodieus krachtige, gebalde en broeierige gitaarrock.
We horen een paar snedige, stevige en hardere songs, “She’s dead to me”en “Chancer; opbouwend binnen het gebalde rockconcept zijn “This is our perfect crime”, “Shut your mouth” en “Pale bride”. De band gaat fijner en laat het arrangement naar voren komen op de afsluitende songs “Accidents will happen”, “Earthquake” en “Modern saints”. Ook de backing vocals van de dames zijn meegenomen.
‘Love, hate and then there’s you’ is een goed in het gehoor klinkende rockplaat en biedt voldoende varianten in vaart en ritme.

Rock Werchter 2009: donderdag 2 juli 2009

Geschreven door

Editie 35 van Rock Werchter was er eentje onder een verzengende, tropische hitte en één gutsende regenbui. Om vier dagen Werchter mee te maken en het muzikaal vol te houden was een goede conditie opportuun.
4 keer 80000 bezoekers konden worden genoteerd door de organisatie, waarbij het opviel dat het festival telkens internationaler wordt. Op onze weg kwamen we Ieren, Spanjaarden, Australiërs en Scandinaviërs tegen, naast Engelsen en Nederlanders.
Nieuw was de ‘tournipit’ vooraan de Mainstage: om te vermijden dat er een te grote druk kan ontstaan in het publiek vooraan, konden via een draaihek een gelimiteerd aantal mensen de toegang krijgen tot de afgebakende ruimte voor het podium.
Rock Werchter blijft Vlaanderens grootste en is het best georganiseerde festival ter wereld. De headliners bevestigden, singer/songwriters konden zich ontplooien en er waren de dansacts en DJ’s ,die zorgden voor afwisseling en variatie. En de gehypte controverse omtrent Milk Inc werd de grond in geboord.
Een tevreden publiek, een tevreden organisatie en ... een tevreden reporter.
Een overzicht van de indrukken van de concerten – ‘Ready to Rock Werchter 2009’…

- dag 1: donderdag 2 juli 2009
Eagles of death metal (Mainstage) gaf de aftrap van de vierdaagse marathon. Het kwartet onder spil Jess ‘the devil’ Hughes dompelde ons onder in een stevige portie stoner rock’n’roll van snedige, rauwe, zompige en strakke gitaarlicks, “Only want you”, “Make a bang”, “Bad dream” en “Wanna be in L.A.”. Rockclichés vlogen om de oren. Ze hielden het bij de eenvoud van de rock’n’roll: een stomend rechttoe-rechtaan setje, zonder al te veel franjes. Moeder Hughes en zijn zoontje waren van de partij in de coulissen, keken toe en zagen dat het goed was. Fijn dat de familie er op die manier kon bij betrokken worden.

Ondanks dat ze uit alle uithoeken komen hebben de heren van Expatriate (Pyramid Marquee) Australië als thuisbasis. De groep kwam in de bekendheid als support van dEUS en speelde een set van melodieus meeslepende, gedreven poprock. De keys verraden een ‘80’s Simple Minds en ook in de zang hoorden we Gavin Rossdale (van Bush) en Jim Kerr van Simple Minds terug. We hoorden een doordeweeks bandje met songs die er niet direct uitsprongen.

Eén van de toppers die al in de namiddag op de Mainstage stond, was Lily Allen. In tijgerbh en legging trok ze de aandacht. Onze felgebekte jonge Londense dame stal volledig de show en had de jongens en meisjes vooraan de stage volledig mee om de refreintjes van haar fijne pop te laten meezingen, als “Everyone’s at it you”, “Smile”, “The fear” en “Fuck you”. Ze trakteerde op een paar overtuigende covers “Oh my God (Kaiser Chiefs), “Day’n’nite” (Kid Cudo vs Crookers) en “Womanizer” van Britney Spears, waarbij ze ondertussen al haar legging had uitgedaan en te zien was in passend tijgerslipje … Een wulpse dame, glimlach op het gezicht, een goed op elkaar ingespeelde band, een heldere zang en wuivende handjes … Beter kon niet onder de stralende zon. Naast enkele aanstekelijke, dansbare nummers hoorden we ook enkele mellow souljazzy zonnebadende nummers, waaronder “He wasn’t there” en “Little things”. “It’s not fair” mocht met een fikse scheut electro het feestje besluiten. “Dit was het meeste naakte optreden dat ik ooit gaf”, scandeerde ze nog. Mooi meegenomen dus…

We pikten nog iets mee van de gig van de sympathieke IJslandse zangeres Emiliana Torrini. Ze brak door met haar derde plaat ‘Me & Armini’ en het opzwepende “Jungle drums”. Maar ze maakt tevens plaats voor haar singer/songwriterschap, wat te horen was in de sfeervolle luistersongs “Big jumps” en “Lifesaver”. Aanstekelijk klonk het met “Heard it all before” en het obligate “Jungle drums”, die het vuur in de pan sloegen in de Pyramid Marquee.

De eerste grote afspraak in de Marquee was met het vijfkoppige Fleet Foxes uit Seattle: dromerige indiepop, psychedelica, americana, folk en ‘60s pop gedragen door warme, hemelse meerstemmige vocale pracht. De band heeft een pak klassesongs klaar, die live niks inboeten aan subtiliteit. Ze werden erg overtuigend gespeeld: “Sun giant”, “White winter hymnal”, “Ragged wood” en “Tour protector”. Het publiek reageerde enthousiast en de band was onder de indruk. Ze profileerden zich tussen My Morning Jacket, Band of Horses, Belle & Sebastian, Beach Boys en Crosby, Stills & Nash. Op het nieuwe “Bedouin dress”, mocht het publiek de maat meeklappen en op “Mykonos”, één van de prachtsingles van de cd, palmden ze letterlijk de tent in. Wat een elegante muzikale schoonheid en wat een blijdschap zagen we op het podium.

Placebo (Mainstage) verkocht in geen mum van tijd het KC uit, zal op één van de Pukkelpopdagen afsluiten en komt begin december terug in het Sportpaleis. Maar eerst was het uitkijken wat ze op de wei in Werchter zouden doen. De band is een uitgebreid collectief geworden met twee gitaristen/keyboards en een violiste. Brian Molko en Stefan Olsdal hebben met Steve Forrest een nieuwe drummer, die de band alvast nieuw leven heeft ingeblazen op de recente cd ‘Battle for the sun’ … een hernieuwde drive die de band ten goede kwam. Als een volleerd QOSA-drummer, mepte hij erop los en gaf vaart aan het geheel. De band speelde strak en stevig, was soms messcherp en stelde eerst een pak nieuw materiaal voor aan een geboeid en dankbaar publiek: “Kitty litter”, “Ashtray heart”, “For what it’s worth”, “Seak in tongues” en de titelsong. De herkenbaarheid van oudere songs hoorden we dan met “Every you & every me” en “Special needs”. De groep, die de ‘80’s rockwave laat doorschemeren in hun sound, gaf jongere bands toch even het nakijken. Ze zetten een ‘best of’ Placebo in: “Meds”, “Come undone”, “Special K” en een fel bedreven en noisy “Sing to say goodbye”. Placebo is uitgegroeid tot een topband en beet z’n ereplaatsje in Werchter af. Het verzilveren gebeurt in Hasselt-Kiewit?!

Het Brits/Australische Pendulum dreunde er op los in de Pyramid Marquee. De band deed vervaarlijk aan het te vroeg heen gegane Atari Teenage Riot van Alec Empire denken door de scherpe metalgitaren, drum’n’bass, bonkende electro beats en trancy soundscapes. Een loeihard pompende set van het gezelschap.

Wie Oasis (Mainstage) in januari ll aan het werk zag , moest bekennen dat Oasis er terug stond: “Fuck the people who say fuck Oasis!”, bleek het besluit van onze redactie, ondanks Liam’s arrogante koelheid en hautaine opstelling, handen op de rug en de lippen genageld aan z’n micro. Ook hier was de band onder een deels nieuwe bezetting te zien, naast de broers Gallagher, wat de sound hechter en homogener maakte. Oasis trok de kaart van de rock’n’ roll die de ‘60’s en ‘70s samenbrengt, en The Beatles onvoorwaardelijk hoog in het vaandel droeg. Het bewijs was er met het afsluitende “I am the wallrus”, dat rauw, hard en nosiy klonk. Anderhalf uur putten ze, zonder al te veel commentaar, uit hun vroegere classics. De taal van de instrumenten sprak: “Rock’n’roll star”, “Lyla”, “Cigarettes & alcohol” en “Roll with it”. Grootse nummers als “What’s the story morning glory”, “Wonderwall”, “Champaign supernova” zaten tussen de broeierig rock van “Slide way”, “Supersonic” en “Live forever”. “The masterpaln”, “Songbird” en het heel innemende “Don’t look in back anger” ( Noel op gitaar en een luidkeels meegezongen refrein door het publiek) waren de paar rustmomenten die de band in z’n set voorzag. Op het eind begaf Liam zich naar de eerste rijen, vroeg een sigaret en keek naar z’n eigen band. Oasis: een band op z’n beste niveau, die erin slaagde een pittig gedreven set te spelen.

Als warming up voor The Prodigy, ondergingen we nog even de deep funky basses en dance van techno, house en drum’n’bass van Tiga (Pyramid Marquee), die België als z’n tweede thuis beschouwt. Onze knoppendraaier pompte er een breed arsenaal van deze stijlen door .

Het Britse Prodigy overweldigde midden de jaren ’90 met een hardcore rave aan breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industral. Dancerock! De daaropvolgende jaren namen ze de tijd, maar de inspiratie bleek zoek: mak stuurloos materiaal wat zich vertaalde in rommelige, schreeuwerige en chaotische livegigs. Howlett (productionele brein achter Prodigy), Maxim R en Keith Flint (uitgangsbord van de band) hebben zich duidelijk hierin herpakt: als ‘real warriors’ gingen ze te werk. Het trio, met band op het podium, klonk strijdvaardig en plaatste de oude hits netjes binnen het nieuwe, wat hun niveau naar boven trok. Ook nam Maxim R het voortouw tav Flint, die op die manier (terecht) minder in de picture stond. Ze fokten hun publiek op met classics als “Breathe”, “Their law”, “Poison”, “Firestarter” en “Voodo people”, naast een “Worlds on fire” en “Warriors dance”. Prodigy had er duidelijk zin in en met hun fans als prooi zorgden ze voor een nachtelijke party op de wei (Mainstage); hun mokerslagen van beats breidden ze uit in de bis: “Diesel power”, “Smack my bitch up”, “Outta space” en de huidige “Invaders must die” en “Take me to the hospital”. Treffende afsluiter!

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Rock Werchter 2009: vrijdag 3 juli2009

Geschreven door

Het was puffen en blazen op deze tweede dag. De vermoeidheid door de loden zon overwonnen we door een rits grote bands op de Mainstage en enkele opkomende talenten. Zij zorgden voor een frisse bries en afkoeling.

Just Jack, het alter ego van de Brit Jack Allsopp, brengt een uitstekende pittige combinatie van groovy pop, rock, soul mellow hiphop, funk en jazz onder z’n zalvende vertelrap/zang. Het waren vooral de songs van z’n debuut van twee jaar terug die bleven hangen om de tweede dag te openen op de Mainstage. “Writers bloc”, “Glory days”, “Starz in your eyes” en “Disco friends” werkten aanstekelijk op de dansspieren. Een ingetogen “The day I died ontroerde. Het toonde aan dat ook de sfeervolle songs konden intrigeren. Een gevarieerde set van een charismatische band en zanger!

Intussen was de Spoken Words van Henry Rollins aan de gang in de Pyramid Marquee. De spierbal hield na z’n carrière met Black Flag en Henry Rollins Band bezig met ‘spoken word performances’. Hij omschreef zichzelf als ‘een trouble maker’, die er net een betere wereld wil van maken; hij trekt de wereld rond om z’n mensenrechtenboodschap, maatschappijkritische blik en leuke verhalen tijdens het reizen te vertellen: de oorlogsjaren tijdens president Bush, de bevrijding door de verkiezing van Obama, de story met de weirde Bad Brains zanger of de benauwdheid die hij creëerde door het lezen van een boek ‘Jihad’ (van A. Rashid) tijdens een vlucht in Australië. Kijk, hij gaf de jongeren vele houvasten mee en had een handig alternatief klaar om de oorlogen te stoppen: bombardeer de wereld met Ramones platen!

Eén van de gehypte ontdekkingen in 2009, het Londense White Lies speelde een overtuigende set met hun donkere waverock/postpunk op de Mainstage. Het kwartet, op deze zomerse dag nu nét even niet in het zwart gekleed, dingen Editors en Interpol naar de kroon met hun meeslepend en bedreven materiaal. Ze verwerken ‘80’s Joy Division, OMD, Teardrop Explodes, Echo & The Bunnymen, Chameleons op sublieme wijze. Ook de heldere, indringende vocals van de vriendelijke zanger/gitarist Harry McVeigh zorgden voor de gepaste dramatiek. Eén plaat uit en al zo veel gasten kunnen boeien op de wei, het is niet voor iedereen weggelegd. Hen lijkt een grootse toekomst weggelegd … Songs als “A place to hide”, “To lose my life”, “Farewell to the fairground” en het afsluitende “Death” stonden garant voor strak snedige rockers en een broeierige intensiteit.

De jonge Priscilla Ahn was duidelijk verbaasd van de belangstelling voor haar gig in de Pyramid Marquee. Ietwat bedeesd vatte ze de dromerige, zoete folky popsongs aan, die elan kregen door haar frêle, emotievolle stem. Spaarzaam werden ze begeleid door bas en toetsen. Het kader van deze tent bleek toch nog iets te overdonderend om volop een uur te kunnen boeien, maar een ticketje mag zeker weggelegd worden in een kleinere stage op Folkdranouter en/of Pukkelpop.

Vorig jaar bracht Amy MacDonald met “This is the life” één van de zomerhits van 2008. In een uitverkochte Bota hoorden we meer van die aanstekelijke, frisse en sfeervolle popfolkdeuntjes. Een relaxte, zwierige aanpak, maar heel leuk om naar te luisteren. Ze straalde op de Mainstage gemoedelijkheid en een ‘positive vibe’ uit. Haar naam stond over het ganse podium geschreven. Ze behield de aandacht met haar gevarieerd songmateriaal van broeierige rockers “Barrowland ballroom”, “Run” en de sfeervolle “Youth of today” en “Road to home”. Naast de singles “Mr Rock’n’roll” en “This is the life” voegde ze er nog twee opmerkelijke covers aan toe van haar favorieten: “Mr Brightside” van The Killers en “Dancing in the dark” van Bruce ‘the boss’. Of ze even geslaagd waren als het origineel, was een andere vraag …

Van elk van de drie volgende bands pikten we een kleine helft mee. M. Ward, Elbow en Jason Mraz. Hartverscheurend alvast als je weet dat M. Ward z’n veelzijdigheid als muzikant onderstreepte op het recentste ‘Hold time’, het enthousiaste Elbow hun subtiele,uitgewerkte pop live elan en diepgang weet te geven, en Jason Mraz als de jonge belofte wordt onthaald …
M. Ward boeide met een potpourri van bluesy rock’n’roll, dromerige rock, georkestreerde country ‘roots’pop en rockabilly. De zompige bluesy gitaarslides waren om van te snoepen. Maar ook hier was de Pyramid Marquee efkes te groot om volledig op te gaan in die broeierige sound. Spijtig genoeg kon het concert onvoldoende beklijven, mede ook door de matige belangstelling en mans brabbelstijl tussendoor.
Elbow opz’n beurt heeft zich door de jaren opgewerkt. Ze leveren nochtans al jaren ontroerende, stijlvolle en heerlijke prachtsongs af, die passen in het rijtje van Coldplay en Radiohead. Het geheel klinkt zowel sfeervol, grillig, somber als zwierig en poppy.
Live slaagt de band, rond de lieflijke zanger Guy Garvey, erin de songs kleur en diepgang te geven. We hoorden een elegante schoonheid, die af en toe wat forser en krachtiger klonk en op de Mainstage de aandacht behield. Een enthousiast gemotiveerde band (dito zanger!), die het nodige spelplezier beleefde en genoot van de sterke respons. We hoorden een schitterende finalereeks met het opbouwende “New born”, een fraai gearrangeerd “Weather to fly” (waarbij iedereen rond de keys stond) en een uitgesponnen orkestrale “One day like this”. Puike set!
En tot slot Jason Mraz in de Pyramid Marquee. Stond Gabriel Rios hier op het podium, kon je je wel afvragen? Vrolijke vriendelijke charmante pop, die een zwoel latin en r& b sfeertje uitstraalde en reggae vibes had, ondersteund van een warme zang. Een handvol herkenbare deuntjes als “Live high”, “A beautiful mess” en “I’m yours” zorgden voor de eerste cocktail bij deze zomerse avond …

Het Britse Bloc Party beheerst samen met samen met The Killers, Kaiser Chiefs, Editors en Franz Ferdinand (Coldplay buiten categorie btw!) het huidig rockpatrimonium.In een kleine vier jaar tijd brachten ze al drie cd’s uit waarbij we naast de energieke en frisse postpunk, meer hoekige ritmes hoorden van harder industriële elektronicabeats zoals op de laatste ‘Intimacy’. Bloc Party lijkt wel onophoudelijk te toeren en gaat nu al zeker twee jaar genadeloos te werk. Van het clubcircuit (twee avonden in AB in het voorjaar!) naar de festivals, met telkens lovende reacties. Ook hun halte in Werchter was opnieuw onweerstaanbaar. Hun ongekende spontaniteit, speelsheid en enthousiasme zorgde voor uitzinnige reacties, wat Kele Okereke en de zijnen een tandje lieten bijsteken. “One month off”, “Hunting for witches”, “Positive tension”, “Talons”, “Banquet”, “Two more years” en het sfeervolle “So here we are” overdonderden! Het gestoei met elektronica kwam vanaf het midden van de set met “One more chance”, “Mercury” en “Flux”. Zelfs de krachtige “Like eating glass” en “Helicopter” kregen wat gelaagde elektronica …Bloc Party heeft al aardig wat hits bij elkaar die iedereen in de juiste stemming bracht voor een rockende party …

En wat een rockoffensief hoorden we van The Killers daaropvolgend op de Mainstage. De band rondom zanger Brandon Flowers brengt wel niet de grootse platen uit, maar hebben een arsenaal aan hits om U tegen te zeggen. De bombast en saloonkitsch van de vorige toer is op het achterplan geraakt. De band uit Las Vegas koos voor een strakke meer directe aanpak. Brandon Flowers en de zijnen hadden alles heel goed onder controle en gingen vakkundig te werk. Een standvastige set, waarbij het stevige en subtiele materiaal elkaar mooi afwisselende; en ze waren niet bang de songs een krachtige kopstoot te geven. Flowers was in goede doen en slaagde er moeiteloos in het publiek op te zwepen; een performer ‘grand classe’: het sfeervolle “Human” kreeg een aardig drumbeat mee en “Somebody told me” zat vroeg in de set en had al meteen de wei mee. De broeierige spanning en de uptempo’s van “World we live” in en “Joyride” bewezen een band op scherp. Met een snedige versie van “Shadowplay” van Joy Division bereikten ze het kookpunt. Het sfeervolle “Smile like you mean it” (op piano/toetsen) was een welgekomen rustpunt. Dan ging het terug richting ‘rocken’ en zette de band alle registers open met “Jenny was a friend of mine” (wat een bastune!), het opbouwende “Read my mind”, het krachtige “Mr Brightside” en “When we were young” als bis. The Killers tekenden die avond voor de grote zalen …

Voor de topacts moesten we ook hier noodgedwongen keuzes maken tussen de wereldband van het decennium Coldplay en de opkomende discobitch Lady Gaga.
Coldplay zagen we in oktober ll in sterke doen met een uitmuntend concert in het Sportpaleis (zie livereview op de site!). Ook was de redactie aanwezig op het Main Square Festival in Arras (zie verslag festivalreviews!). Songs als “Life in technicolor”, “Violet hill”, “Clocks”, “In my place” en “Yellow” onderstreepten meteen de ijzersterke live reputatie van de tandem Martin/Champion. Om maar te zeggen dat Coldplay = de headliner van Werchter 2009! We vonden terug aansluiting op die fundamentele kracht en eenvoud van negen jaar Coldplay met “The scientist” op piano. De “Viva la Vida woohoohs” kreten galmden als een ‘wave’ over de weide. Intussen hadden we gehoord van een intermezzo aan de PA, net als hun optreden in zaal. “Life in technicolor pt 2” en “The escapist” besloten definitief de set van één van de meest gewone bands op deze aardbol … Coldplay !
Lady Gaga tot slot: op nog geen jaar tijd slaagt deze dame erin de andere vrouwelijke artiesten en bands naar de kroon steken; Pussycat Dolls, Pink en Britney Spears verbleken bij deze discoqueen. Wordt zij de nieuwe Madonna? In haar set van ruim een uur zagen we een danseres, een performster, een entertainster en een zangeres. Aanstekelijke catchy dance, een pompend disco/electro beatje en af en toe een sfeervolle toets op piano. De kitsch verkleedpartijen, de acts van de andere dansers/-essen, de danspassen, de opzwepende drums en een gitaarloop misstonden niet tijdens haar optreden. Ze bouwde het feestje op, waarbij het publiek alle refreintjes luidkees meezong. “Love game”, “Just dance” en “Pokerface” (akoestisch ingeleid) zorgden voor jouw rit ‘on a disco stick’. Het akoestisch luikje aan de piano toonde de Lady op haar intiemst. Een Lady in grote doen …

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Rock Werchter 2009: zaterdag 4 juli 2009

Geschreven door

Geen evidente keuze om bands te kiezen die tegelijkertijd spelen, maar het gaf je de ruimte artiesten aan het werk te zien zonder tegen elkaar geprest te zijn; halfweg zo’n marathon kan het wel eens aangenaam zijn…

Triggerfinger schudde ons meteen wakker aan de Mainstage met hun vettige retro rock’n’roll, waarin stoner en blues invloeden voor de hand liggen. Het trio speelde een strakke, uitgekiende, meedogenloze set in maatpak, onder een stralende zon rond dit middaguur. Ze hebben “Commotion” van CCR niet meer nodig om straf te spelen: de meeslepende en martelende gitaarsoli, de diepe bas en de opzwepende drums hoorden we al op “Short term”, die meteen de maat van sexy vibes en rhythmes gaf; “Lil teaser”, “First taste” en “On my knees” waren de klassiekers en “Is it” de opkomende rocker van het begeesterende sympathieke trio. “Bedankt lieve kindjes, jonge meisjes en jongens”, grauwde hij nog op eind …

Social Distortion kon misschien het leuk opgebouwde feestje van Triggerfinger verder zetten door hun rechttoe- rechtaan melodieuze punkrock. In de voetsporen van Bad Religion zijn zij ook al ruim 25 jaar bezig met meer uit hetzelfde vaatje tappen. De Californische band kwam met een hoop nummers af als “Sick boy”, “Highway 101” en “Still alive” en merkten zich op door “Ring of fire” van Johnny Cash en “The story of my life” die ‘de mess’ van zanger Mike Ness samenvatte. Punkrock die weinig potten brak …

Het Mexicaanse Rodrigo y Gabriela stond eerder onverwachts op het hoofdpodium. Hen zagen we liever in de Pyramid Marquee, maar soit, het was genieten van hun geniaal gitaarspel, die met het vleugje flamenco ideaal tot z’n recht kwam. Het duo goochelde met staaltjes bedreven, opzwepende gitaarloops, - tokkels, supersnelle vingertics, (drum)slagen op de gitaar en experimentjes met de snaren, zonder in te boeten aan structuur en ritme. Wat een verbluffend schouwspel!
We pikten ook nog iets mee van Regina Spektor (Pyramid Marquee). Met een knipoog naar An Pierlé, want de dame speelde een resem prachtige songs aan haar vleugelpiano en experimenteerde af en toe met een drumstick op haar stoel. Ze had een band mee die de songs spaarzaam begeleidde op strijkers en drums. Emotievolle pop, waaronder “The calculation”, “Poor littke rich boy” en de gekende singles “Laughing with” en “Samson”, die ze durfde af te wisselen met twee rauwe, rudimentaire songs op gitaar. Haar maatschappijkritische kijk en haar gevoel pasten in het muzikale gevarieerde palet.

De laatste keer dat we het Amerikaanse Limp Bizkit aan het werk zagen was op Pukkelpop 2003 en … het einde was nabij, want als afsluiter toen speelden ze maar een matige, inspiratieloze set, door de songs oeverloos uit te melken. In 2005 ging elk z’n eigen weg, maar kijk, vier jaar later zijn ze terug springlevend, waarbij de rollen werden omgedraaid door de band, die nu eens fier was te rekenen op de steun van hun publiek. De band gaf de nodige adrenalinestoten met hun hard gebalde hiphopcore. Een happy return met een paar snedige onder het stof gehaalde rockers. Ze hadden terug de juiste vibe, groove en tempowisseling gevonden, als “My generation”, “Show me what you got” en “Re-arranged”. In het midden van de set zakte de spanning en het niveau, maar met “My way”, “Nookie”, “Take a look around” en George Michael’s melige “Faith”, speelde de band rond Fred Durst (met de pet op) en gitarist Wes Borland (gezicht en bovenlichaam vol bodypaint!) een schitterende finalereeks.

Franz Ferdinand (Mainstage) namen we voor de helft, gezien het feit dat we ze in het voorjaar al overtuigend zagen spelen in de AB en in de l’Aéronef. In snelvaart raasden ze de eerste songs erdoor; de herkenbare singles volgden elkaar op, “Walk away”, “No you girls”, “The dark of the matinée”, “This fire”en “Do you want to”. Franz Ferdinand liet weinig ruimte tot interactie en koos voor een opwindend rockfeestje.
Mogwai was die ander Schotse band …’at same time as’ Franz Ferdinand in de Pyramid Marquee. Deze wilden we terugzien, gezien ze op OLT Rivierenhof te Deurne, eind augustus 2008 een ietwat lome tegenvallende set speelden (het nieuwe materiaal hadden ze nog niet goed genoeg onder de knie? ). De postrockers pur sang haalden uit elke cd wel iets en deden de songs aanzwellen naar een feller en krachtiger geluid door de gitaarerupties. De melodie hield stand en de stemmige, lieflijke orkestraties van vroeger materiaal, hadden ze mooi ingebed binnen een warm, emotievol en uitgelaten geheel. De groep heeft momenteel het ideale evenwicht gevonden, wat resulteerde in een uiterst spannende, broeierige set. Mogwai op z’n best! Hun keuze viel op “I’m Jim Morrison, I’m dead”, “Hunted by a freak”, “Itheca”, “Friend of the night”, “Summer”, “Helicon” en “2 rights make 1 Wrong” …Their hawk was howling …

Nog maar bekomen van de Schotse pracht van Mogwai en Franz Ferdinand of daar kwam Cave met z’n Bad Seeds aandraven. Samen met de weirde Warren Ellis op viool/gitaar beleeft Cave (de vijftig voorbij!) en z’n band nieuwe hoogdagen. Vorig jaar zagen we beiden nog een verschroeiende set spelen met het Grinderman project; ook vanavond ging het deze weg op met een ‘best of list’ en songs die in een stevig en strak rockpak werden gehuld. Messcherp dus! Het oude “Tupelo” (die hij sinds een paar jaar opnieuw speelt!) opende de set gevolgd door een opzwepende “Dig! Lazarus! Dig!”. Ze behielden de frisse, dynamische aanpak op andere klassiekers: “Red right hand”, “Deanna”, “The mercy seat”, “The weeping song”, “Papa won’t leave you Henry” en “Stagger lee”, dat een prachtige opbouw had en de apotheose van de set vormde. Twee sfeervolle stukken maar, “The ship song” en “We call upon the author” in de bis. Onkruid vergaat niet, dat was wel erg duidelijk met Cave en de zijnen.

En in de closing acts was het terug moeilijk kiezen: Kings Of Leon, die afstevenen naar een goed uitgebouwde carrière en terecht één van de headliners waren die avond en Grace Jones, die vorig jaar tekende voor een nieuwe muzikale wending; ze kon een tweede (of derde?) leven aanvatten met de cd ‘Hurricane’ en gaf al overtuigende optredens tijdens de Lokerse Feesten en in de AB. Het stijlicoon (ondertussen voorbij de zestig!) van de jaren ’80 liet een onuitwisbare indruk na binnen het nightclubbin’ clubdance circuit. Ze zorgde voor songs met een broeierige, sensuele opbouw, groovy, funky dubs en softe dancebeats, gedragen door haar diepe, scanderende zegzang (met een knipoog naar Bowie, Roxy Music en Barry White). Weliswaar een halfuur te laat on stage in de Pyramid Marquee zagen we een overweldigende verschijning; zoals het elke popdiva beaamt, trok ze na bijna elk nummer een nieuw hoofddeksel aan, kronkelde meermaals rond een paal die op het podium stond en slaagde in een minutenlange hoelahoep tijdens een nummer. Op alle vlakken trok ze de aandacht, betrok haar fans bij de set en … genoot zelf van de respons. Het was zelfs zo dat ze op het eind het publiek uitnodigde om te dansen op de stage. Het ging van de funky basses en dubs van “Nightclubbin’” naar “I’ve seen that face before” en “La vie en rose”. De sterkste songs van het recente ‘Hurricane’ (“Well well well” “en “William’s blood”) stonden mooi naast het oudere materiaal. Een puike climax realiseerde ze door “Pull up to the bumper”, “Slave to the rhythm” en Bryan Ferry’s/Roxy Music “Love is a drug”. Wat een wervelende comeback.

De elektro, beats en neurotische trance van Boys Noize (Pyramid Marquee) en het geanimeerde remixwerk van de Dewaele broertjes, 2 Many DJ’s (Mainstage), bekoorden het jongere publiek. Het was dansen aan de beide fronts van de wei. En de 2 Many DJ’s gooiden er massa’s platenhoezen tegenaan op de grote schermen.
Beats’n’pieces en dance was hier op z’n plaats …

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Rock Werchter 2009: zondag 5 juli 2009

Geschreven door

Ook vandaag stonden de groepen zo goed als tegelijkertijd geprogrammeerd. Het hoofdpodium werd ingevuld door hardere (power) bands, en er viel veel aangenaams te ontdekken …

De uit Hollywood afkomstige Metro Station is erg populair bij het jonge publiek door het radiohitje “Shake it”. De jonge snaken vielen wat licht uit op de Mainstage. Hun catchy rock klonk af en toe wat strakker. Te weinig boeiend materiaal. Hun body vol tattoes sprak wel tot de verbeelding …

Geen hapklare metal van het Amerikaanse Mastodon. Als volleerde vikings baanden ze zich muzikaal een weg door onze zenuwbanen. Een loeiharde, massieve sound met een donkere dreigende spanning, vlijmscherpe, complexe en onnavolgbare soli, pompende drums en apart brullende vocals. De band speelde vorige week een trapje hoger op de affiche van GMM. ‘Crack the skye’ betekent de definitieve doorbraak. De twee langharige, bebaarde zangers waren mannen zonder woorden tussendoor, maar zorgden op dit middaguur voor een verwoestende sound die je de hel introk of je in de hemel zoog …

Seasick Steve en z’n drummer klonken als een verademing na die striemende metal van Mastodon. Deze laatbloeier treedt in de voetsporen van R.L. Burnside en John Lee Hooker en heeft iets mee van Ben Harper met z’n boogiebluesrock. Dankzij de passage bij Jools Holland, een goede twee jaar terug, kwam de man in houthakkershemd, overall en John Deere pet uit de vergetelheid. Op het podium bracht hij met z’n drummer entertainment en snedige bluesrockende songs op een gitaar van amper drie snaren, die al verschillende oorlogen leek meegemaakt te hebben. Ook had hij een eigen gebouwde steelpedal mee, in elkaar geknutseld van stukjes hout en met twee snaren. Doorleefd, rauw, venijnig. Puur oprechte, eerlijke rootsrock, wat meteen gebundeld zat in de opener “Thunderbird”. Eenvoud siert dus! Het sympathieke tweetal genoot van de belangstelling, haalden zelfs een meisje uit het publiek om naar hun “Walking man” te luisteren en de flinke geut Jack Daniels gaf Seasick Steve voldoende brandstof om met enkele grandioze gitaarlicks uit te halen (waronder “Dog house blues”).

Het Texaanse Mars Volta, onder de eigenzinnige tandem Omar Rodriguez-Lopez (gitaar) en Cedric Bixler (zang), zijn gekend van hun weirdo, complexe doch gecontroleerde ‘70’s retro/symfo avantgarde rock. Een pak creativiteit en avontuur van zalig gecontroleerde chaos. Een apocalyptisch geheel dat door de plotse plensbui een perfecte soundtrack vormde … Ondanks de stomende pletwals met mokerslagen van drums en retro Led Zeppelinriffs, klonk het geheel toch iets meer gestroomlijnd. Vanuit hun interpretatie was Mars Volta eerder wat ontzet van de lauwe reactie. Het was hectisch hallucinant deze band aan het werk te zien met een paar meesterlijke songs als “Goliath”, “Roulette dares”, “Viscera”, “Drunkship of laterns” en de afsluiter “Wax”.

The Black Eyed Peas waren ook in Werchter toen hun vorige cd ‘Monkey Business’ uit was. De solo-uitstap van de bevallige zangeres Fergie zorgde ervoor dat het ruim vier jaar wachten was op de opvolger ‘E.N.D.’ (The Energie Never Dies). Hun combinatie van hiphop, r&b, pop, funk en ietwat latino leverde de leuke hiphopcrew al aardig wat hits op; de huidige single ”Boom boom pow” moet hier zelfs niet onderdoen en werkt aanstekelijk op de dansspieren. Live bleek het gezellig, fijn en plezierig te zijn, maar ondanks de raps en zang van Will.I.Am en de zijnen was het vooral de warme, zwoele stem en Fergie’s uitstraling die de hoofdprijs wegkaapte. De grooves kwamen door haar vocals beter tot hun recht, zoals op “Meet me halfway” en “My humps”. Een eerbetoon aan Michael Jackson kon niet uitblijven tijdens een geïmproviseerde DJ set. “Let’s get it started”, “Don’t phunk with my heart” en een scheutje “Shut up” waren meteen knallers. De entourage mocht er ook zijn: een paar danseressen, gigantische opblaasrobots en confetti. Live viel het gezelschap niet écht uit de boot, maar kon zich onvoldoende onderscheiden. Het waren vooral de singles die het moesten doen; het nieuwe materiaal kon niet echt een meerwaarde bieden. “Pump it” (twee keer ingezet), “Where is the love” en de huidige hit maakten de finalereeks …

De Franstalige Brusselaars Ghinzu waren onze moedertaal vergeten en drukten zich het liefst uit in het Engels. Hoe het soms kan gaan… Dit euvel terzijde, keken we uit naar wat Ghinzu kon betekenen, want net als Girls In Hawaii lagen de verwachtingen erg hoog voor deze beloftevolle band, die heel lang heeft gewerkt aan hun tweede plaat ‘Mirror mirror’. De broeierige gitaarrock, soms snedig en scherp, heeft een vleugje kitsch en bombast. De elektronica en pianopartijen van spil Stargasm waren niet onbelangrijk binnen dit geheel. De groep ging gedreven en explosief te werk (“Take it easy” wonderwel). Het technisch defect, ergens middenin de set, pijnigde de technici, want het was écht zoeken wat er aan de hand was. Het bracht de band niet hun lood; de vaart, het ritme, de uiterste concentratie en de show toonden een verbeten band die nog enkele krachtige songs “Mine” en “Do you read me” in petto had . We hoorden wat electrorock op het eind, wat snoof naar het Kortrijkse Gooze. Ghinzu kan groots worden als ‘Belgische’ band…

Nine Inch Nails is aan hun laatste toer bezig; toch keek ik uit naar Royksöpp, gezien ik NIN de laatste jaren voldoende aan het werk zag in zaal en op festivals. Het Noorse Royksöpp uit Tronsö kwam in de belangstelling met hun beeldrijke elektronica van de poolvlaktes, met “Eple” als uitgangsbord. Het stoeien met ’80’s electro, trancegerichte dansbeats en pop zijn het meest evenwichtig op de huidige cd ‘Junior’, met een keur aan gastzangeressen, naast de eigen vocodervocals. Ze zweepten alvast de boel op met lekker in het gehoor liggende, dromerige en frisse popelektronica. Zangeres Anneli Drecker (Bel Canto) nam de zang op haar en liet even de andere zangeressen Robyn en Karen Dreijer (The Knife/Fever Ray ) vergeten op de groovy tunes van “You don’t have a clue” en “The girl and the robot”. De classics “Remind me”, “Happy up here”, “What else is here”, “Poor Leno” en “Eple” overtuigden sterk. En de ‘80’s wavedansbeats klonken goed door op “Tricky tricky”. Tot slot zorgden de sfeervolle instrumentals voor een aangenaam rustpunt in de set van een anders ontketend duo met band …

Afsluiters van de vierdaagse marathon, metalrockers Metallica en de hippe dansformatie Milk Inc.uit ons landje stonden rechtlijnig tegenover elkaar. Het grootse Metallica is een graag geziene gast, houdt van de Belgische fans en hun optredens in Werchter zijn op 1 hand niet meer te tellen ( + livereview maart ll op de site).
Benieuwd waren we dus eens naar Milk Inc. … Waarom iedereen er zoveel commentaar op had op voorhand, begrijpen we soms zelf niet. Regi en Linda zijn één van de meest hippe danssensaties en kregen de kans het eens op een ‘zogezegd’ rockfestival te doen. Bewijzen hoeven ze écht niet meer wat ook zij verkopen het Sportpaleis tot drie keer toe uit … Formule: een pompend, opwindende beatje, een herkenbare elektronica tune, Regi’s opzwepende intro’s en de volwassen stem van Linda. ondersteund door twee backing vocalistes. Bijhorende synths, toetsen, drums en backing vocals gaven hun tien in een dozijn songs meer diepte. Milk Inc. ging erin als zoetenkoek. De refreinen van “No angel”, “Sunrise”, “Guilty”, “I don’t care” en “Never again” werden luidkeels meegezongen. Regi maakte nog een ‘80’s/’90’s mix zoals op z’n programma bij de MNM zender. Tom Helsen was van de partij voor een groovy “Night and day”. De positive vibes van “Forever” en “Walk on water” besloten de bruisende cocktailset.
‘Mission succeed’ want de Pyramid Marquee ging helemaal plat voor de hitmachine van Milk Inc. Mag de kritiek nu definitief opgeborgen worden aub …

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Crosby, Stills & Nash

Crosby, Stills & Nash: lieflijke meerstemmige zang van een uiterst gevarieerd concert

Geschreven door

Op dinsdagavond 7 juli konden we de eerste echte ‘supergroep’ uit de popgeschiedenis aan het werk zien in Vorst. Een gelegenheid die we niet lieten voorbijgaan, temeer daar de groep onlangs nog als topact actief was op het Glastonbury Festival.
Crosby kwam uit ‘The Byrds’, Nash was lid van ‘The Hollies’ en Stills maakte deel uit van ‘Buffalo Springfield’. Deze mix resulteerde in één van de meeste succesvolle samenwerkingen uit de muziekgeschiedenis. Ieder lid van de groep bracht verschillende invloeden mee en dit gaf als resultaat een afwisseling van country, liefdesliedjes en zware gitaarrock. Maar zij zijn vooral geliefd om hun prachtige meerstemmige samenzang. Die oefenden zij eerst samen in de woonkamer van Jody Mitchell en de eet(!)kamer van Mama Cass.
Ze kwamen voor het eerst naar buiten met hun muziek tijdens een schuchter optreden op het Woodstock Festival in 1969. Met een onmiddellijk succes tot gevolg. Toen Neil Young de groep kwam vervoegen was het hek helemaal van de dam. Hun LP ‘Déjà Vu’ was een immens succes.
Daarna werd het wat stiller rond de groep. Young werkte verder aan een succesvolle solocarrière, Crosby kreeg zware problemen met het gerecht en bracht 1985 en 1986 in de gevangenis door.
En nu staan ze er weer.

Het concert in Vorst Nationaal begon aarzelend en heel rustig. De groepsleden hadden duidelijk wat stemopwarming nodig. Maar toen ze eenmaal op dreef waren kregen we een fenomenaal optreden te horen. Vergeef mij als ik enkele titels vergat te noteren: een verslaggever is ook maar een mens en kan ook betoverd worden door al die schoonheid.
Ze zetten in met “Helplessly Hoping”. Gedurende de volgende nummers werd het concert heel intimistisch met prachtige samenzang. Ze kondigden een nieuw coveralbum aan met hun 20 favoriete songs, een album dat geproduced wordt door Rick Rubin. Daaruit brachten ze achtereenvolgens “Ruby Tuesday” van de Rolling Stones, “You Can Close your Eyes” van James Taylor, “Reason to Believe” van Tim Hardin en “Girl from the North Country” van Bob Dylan. Dit laatste nummer kon de Zweedse dame naast mij duidelijk heel erg waarderen.
Dan kwamen “Guinnevere” en “Dream for Him” (een nieuw nummer). Ondertussen kwamen nog een viertal muzikanten (een drummer, twee keyboardspelers en een bassist) het podium opgeslopen en werd de sound iets harder. Met “Uncle John’s Band” en “Our House” besloten zij na een uurtje het eerste deel van hun optreden.
Na de pauze kwam er steeds meer vaart in de nummers. De heavy gitaar van Stills sneed soms door merg en been. Alleen miste ik soms wel de gitaarduetten met Neil Young, maar je kan natuurlijk niet alles hebben. We hoorden verder “Marrakech Express”, “Just a Song before I Go”, “Long Time Gone”, Déjà Vu”, en het meeslepende “Almost Cut my Hair”. Ook ‘Buffalo Springfield’ werd niet vergeten: “Bluebird” en “For What It’s Worth” werden prachtig hard en strak gebracht.
Als bisnummers kregen we dan nog prachtige versies van “Wooden Ships” en “Teach Your Children” te horen.

Na meer dan twee en een half uur muziek keerden wij moe maar tevreden huiswaarts, met een erg voldaan gevoel.

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Leonard Cohen

Leonard Cohen zorgt voor magie

Geschreven door

De Canadese dichter en maestro Leonard Cohen wordt samen met Bob Dylan tot één van de meest invloedrijke singer-songwriters uit de vorige eeuw gerekend. Naast optredens in het Minnewaterpark in Brugge, was hij nu voor de derde keer te gast in een grote zaal. De wereldtournee (z’n laatste?), wat tegen wil en dank opgestart, is succesvol te noemen. Net als bij z’n vorige concerten, konden we ook in het Sportpaleis spreken van een memorabel innemend concert … (zie ook concertreview Minnewaterpark in Brugge, juli 2008).
Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s.

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Pagina 443 van 485