Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15420 Items)

Yevgueni

Yevgueni - We zijn echte vrienden. Onze onvoorwaardelijke vriendschap zorgt ervoor dat we dit al twintig jaar volhouden met elkaar

Geschreven door

Yevgueni - We zijn echte vrienden. Onze onvoorwaardelijke vriendschap zorgt ervoor dat we dit al twintig jaar volhouden met elkaar

Bij de artiesten die het Kleinkunst gebeuren in ons land nieuw leven hebben ingeblazen, daar rekenen wij Yevgueni sinds enkele jaren zeker en vast bij. De band bestaat volgend jaar twintig jaar en brengt ter gelegenheid daarvan een plaat uit ' Yevgueni 2000-2020: Zo ver, zo goed' . In het gezellige AB salon hadden we op 12 november een fijn gesprek met Klaas Delrue, Geert Noppe en Maarten Van Mieghem over twintig jaar Yevgueni, de toekomst, het verleden en het heden en veel meer:

Yevgueni bestaat in 2020 twintig jaar. Als jullie daarop terugkijken zijn er wellicht veel hoogte en diepte punten. Noem eens enkele die er bovenuit steken?
Mijlpalen waren er enorm veel. Eentje was de Nekka wedstrijd die ons in het begin van Yevgueni heeft gelanceerd. Een ander toen we 'Kanibaal' uitbrachten toen Eddy Merckx kandidaat was voor 'de 100 Beste Belgen' . Pater Damiaan heeft toen gewonnen, maar die song droegen we op aan Eddy Merckx en heeft toch ergens deuren geopend toen. Dat zijn enkele mijlpalen van de zeer vele.

Wat is de toverformule om het zo lang met elkaar te blijven uithouden?
Vriendschap. We zijn echte vrienden. Dat kan soms voor discussies zorgen, maar onze onvoorwaardelijke vriendschap zorgt ervoor dat we dit al twintig jaar volhouden met elkaar.

Op het dubbelalbum, dat ik maandag ochtend eindelijk even heb kunnen beluisteren, staan naast enkele best of ook onuitgegeven versies. En twee nieuwe nummers? Vertel er eens wat meer over - vooral dat nummer dat verwijst naar het feestjaar spreekt tot mijn verbeelding
“Zo ver, zo goed” is één van de twee nieuwe songs op het album en de eerste single. We zijn bewust een beetje op zoek gegaan naar een nummer dat een beetje feestelijk klinkt en ook inhoudelijk een beetje naar onze beginjaren verwijst. Over hoe we vaak pas ’s avonds of ’s nachts echt op dreef kwamen en ook toen al op zoek gingen naar inspiratie en luidop droomden van muziek. Maar tegelijk probeer je het ook een beetje universeel te maken. Het kan dus ook een nummer zijn over durven dromen en ook durven kiezen om ervoor te gaan en je hart te volgen.

Kunnen we stellen dat Yevgueni twintig jaar geleden gezorgd heeft voor een heropleving van het kleinkunst gebeuren? Tegenwoordig boomt de Nederlandstalige/Vlaamse muziek
Ergens wel, voor 2000 was in het Nederlands zingen eigenlijk bijna not done . En wij hebben toch ergens een basis gelegd (wij niet alleen) voor een heropleving van Nederlandstalige muziek. Tegenwoordig vind je ze overal, zelfs in de metal en zo. We willen daarom niet met de eer gaan lopen, maar wat Nederlandstalige muziek betreft kunnen we stellen dat we ergens zeker gezorgd hebben voor een heropleving toen.

Ik houd vooral van het feit dat jullie een beetje als de troubadours uit de middeleeuwen vertellers zijn. Zowel vreugde, verdriet als zelfs ergernis vind ik terug in jullie songs. Zoals “Opinie”. Een song die gaat over ergernissen van mensen die overal een opinie over hebben?
Die song heb ik geschreven vlak na de aanslag in Zaventem. Terwijl iedereen in diepe rouw was na die gebeurtenis, waren er plots al mensen die een mening hadden daarover. Dat vond ik toch straf, het is ook zo dat iedereen opiniemaker is tegenwoordig, vooral hun eigen gelijk willen halen zit diep. Dat zorgt inderdaad voor een zekere ergernis.

“Nieuwe meisjes” daar denk ik iets heel anders bij. Of heb ik het subtiel juist. Een song waarbij ook wat tekst betreft niet volledig in je kaarten laat kijken vind ik
Dat is heel toevallig gekomen. De titel heb ik inderdaad ergens langs de Leuvense Steenweg achter een raam zien staan. Ik had kort daarvoor nog een gesprek gehad met Wigbert over Luc De Vos en hoe Luc erin slaagde om uit de kleinste dingen, een opschrift, een reclamebord of iets dergelijks, de basis voor een song te halen. Vervolgens was het een kwestie van daar de juiste song bij te verzinnen. Ook dat is vrij vlot gegaan. Ik zat in Leuven op kantoor wat door het raam te staren in het begin van de lente en zag de eerste meisjes in jurkjes voorbij fietsen. Dat is een fantastisch fenomeen dat zich elk jaar opnieuw afspeelt bij de allereerste zonnestralen in Leuven of elke studentenstad. De ommekeer is soms zo extreem dat het bijna nieuwe meisjes lijken i.p.v. dezelfde meisjes in andere kleren. Dat leek me dus de ideale aanleiding voor een song met “Nieuwe Meisjes” als titel.

Zijn er nog zo songs die een zeer bijzondere betekenis voor jullie hebben, nu komt het antwoord 'allemaal'... “Adem” is toch zo een song met een speciale betekenis? Dacht ik toch
Adem is geschreven in een periode toen mijn vrouw en ik zes jaar lang hebben geprobeerd om kinderen te krijgen. Een emotioneel bijzonder zware periode, waar het ook moeilijk was om inspiratie te vinden om songs te schrijven, wat toch gelukt is. “Adem” is dus vooral een song die deze periode wat omschrijft en nog meer de verlossing toen het eindelijk toch gelukt was.

Ik vond, en vind dat ook nog steeds, jullie het stempel 'kleinkunst ' opdrukken jullie tekort doen is. Maar ik heb ook ergens gelezen (ik dacht tijdens het interview dat ik had met Geert toen Walrus op Dranouter stond in 2016? Ben niet zeker) jullie best blij zijn met dat label? Hoe zien jullie het zelf eigenlijk
Er is zeker een periode geweest dat we ons daar hebben tegen afgezet, maar gaandeweg moeten we toegeven dat we zeker in dat genre kleinkunst thuishoren, vooral doordat we net als de kleinkunst artiesten van de jaren '70 een verhaal vertellen, alleen steken we dat in een eigentijds kleedje.

Jullie gaan ook op tournee om dit te vieren veronderstel ik, sommige club concerten zijn al uitverkocht. Yevgueni is na twintig jaar nog steeds relevant? Hoe voelt u zich hierbij?
Ik denk dat dit naast onze vriendschap de belangrijkste motor van ons succes is. We zijn nooit echt ontploft of keihard doorgebroken op één moment of met één song, maar juist daardoor wel altijd blijven groeien. En hebben daardoor ook op ons eigen tempo kunnen blijven zoeken naar nieuwe geluiden, nieuwe samenwerkingen, enz… Ons bestaande publiek heeft ons daar altijd in gevolgd en het heeft ook altijd nieuwe mensen overtuigd. Dat zorgt ervoor dat we als slotsom altijd vooruit zijn blijven gaan. Ook nu weer met de voorverkoop van onze wintertour en de verjaardagsconcerten zetten we een stap vooruit.

Wat zijn de inspiratiebronnen als je nieuwe muziek maakt? In het verleden ging dat vaak over gezin en het zien opgroeien van je kinderen en zo?
Het dagelijks leven. Het wordt eigenlijk gaandeweg wel moeilijker dan in het begin. Een gezin geeft wel veel inspiratie maar ook heel weinig vrije tijd om er iets mee aan te vangen. Maar inspiratie voor een echt goede song komt meestal plots en onverwacht om de hoek kijken, waarna we toch weer vertrokken zijn. De inspiratie is zeker nog niet opgedroogd. Integendeel.

Ik heb al veel artiesten mogen interviewen, waaronder Guido Belcanto. Wat Guido Belcanto betreft. Met welke artiest voelen jullie zich het meest verbonden eentje als Belcanto of eerder Vermandere /Van Uytsel?
Belcanto is een topper, die zijn eigen gang gaat in de muziekwereld, maar die staat toch een beetje op zichzelf en komt ook wat uit een andere hoek qua genre. Met Zjef hebben we het geluk gehad om samen te mogen samen werken op de Nekkanacht, een zeer sympathieke man. Hij werd tijdens onze studententijd en onze beginjaren ook vaak opgezet in de vroege uurtjes in onze stamcafés. Dus voelen we ons toch iets meer met die laatste verbonden geven we eerlijk toe.

Mogen we na dit verzamelalbum eigenlijk nog nieuw werk verwachten ook binnenkort?
Op het moment gaan we ons concentreren op de feesten rond dat 20 jarig bestaan, maar uiteraard komt er wel ergens een plaat uit. Wanneer dit is, is koffiedik kijken voorlopig.

Zitten de andere, toch ook succesvolle projecten, nu even in de koelkast? Geert zijn project bijvoorbeeld 'Walrus'. Hoe staat het met de zijprojecten?
De zijprojecten zitten zeker niet in de koelkast. Het lukt eigenlijk steeds beter om die te combineren met Yevgueni. Vroeger moesten we daar echt een sabbat voor inlassen, nu is het vooral kwestie van een beetje schuiven met uren om dubbele boekingen te vermijden. Vooral voor Klaas is het nog steeds moeilijk om als frontman twee projecten tegelijk te doen. Het is dus nog even wachten op een vervolg op zijn Franse plaat.

Na twintig jaar, wat zijn de verre toekomstplannen? Met andere woorden waar zouden jullie graag zien binnen nog eens twintig jaar?
Eigenlijk zouden we al heel blij zijn als we staan waar we nu staan. Dat zou echt al een heel grote stunt zijn. Maar dat betekent niet dat er geen ambities meer zijn. We hebben bij onze goede collega’s van Blof geleerd dat je ook nog op iets latere leeftijd een gigantische hit kan scoren. Het is moeilijk om dat bewust te doen, maar dat mag zeker nog eens gebeuren. En dat mag gerust ook in Nederland zijn als we dan toch bezig zijn. Iets concreter zijn de plannen om zeer binnenkort eens naar Zuid-Afrika te gaan voor een kleine tournee.

Veel succes met de shows rond jullie twintig jarig bestaan. Wat zijn jullie verwachtingen eigenlijk? De eerste reacties zien er hoopvol uit
De jubilee gaat er vooral om onszelf en de fans eens even te verwennen met bijzondere concerten. En onszelf de tijd te geven om eens terug te kijken en des te meer te beseffen hoe blij we mogen zijn met alles wat er tot nu toe al gebeurd en gelukt is.

Bedankt voor dit fijne gesprek. Veel succes met het verjaardagsjaar, en alles wat jullie doen in de verre en nabije toekomst.

Whitney

Whitney - Seventies roadtrip op automatische piloot

Geschreven door

Smaken mogen uiteraard verschillen, maar wij zijn van mening dat de weemoedige folksongs van Whitney uit Chicago, die knipogen naar de seventies, het best gebaat zouden zijn bij een eerder minimale bezetting.  Dat een likje gitaar, wat drumgeroffel en een spaarzame trompet op zich ruimschoots voldoende zouden moeten zijn om de mooie, dromerige falsetstem van zanger/tevens drummer Julien Ehrlich volop te laten schitteren.

Juist daarom deed de keuze om hun tweede, lovend onthaalde album “Forever Turned Around” te presenteren met een keurig uitgedoste 7 koppige band, het vrouwelijk strijkers achtergrondkoortje niet eens meegerekend, ons met de wenkbrauwen fronsen. Jawel, ze bestaan zeker, multi instrumentale indiefolk bands die op ongeëvenaarde wijze live weten te imponeren, denk aan Belle & Sebastian of Beirut bijvoorbeeld. Maar dergelijke hoge verwachtingen kon Whitney helaas nooit inlossen die avond in de Ancienne Belgique, na een nochtans veelbesproken passage eerder deze zomer nog op Pukkelpop.
Openingsnummer “Polly” was vooral een zoektocht naar de juiste geluidsbalans, nog enigszins begrijpelijk. Maar wat daarna volgde, zoals ”Giving Up”, “Dave’s Song”, en “On My Own”, nochtans stuk voor stuk subtiele aanradertjes, bracht helaas niet al te veel verbetering. Het was pas bij het instrumentale “Rhododendron” dat onze oren voor het eerst echt gespitst werden. En op “Golden Days” kon niemand, wijzelf incluis, eraan weerstaan om de “nahnahnahnahnahnah” outtro luidkeels mee te zingen, waarop nog een kort dankwoordje volgde.
Ergens halverwege de set verklaarde frontman Julien Ehrlich dat dit zowat hun vierhonderd twintigste optreden moest zijn. Een ironische opmerking natuurlijk, al kon het even goed een excuus zijn. Want de pijnlijke vaststelling was alleszins dat Whitney ook zo klonk die avond: als een automatische piloot die geroutineerd en zonder veel begeestering een vaste koers voer, zonder nieuwe zijpaden te verkennen.

Al moet het wel gezegd dat de voortreffelijke bisronde met 4 nummers nog veel kon goedmaken. Met onder andere het aan Neil Young schatplichtige “Used To Be Lonely” en “No Woman”, de doorbraaksingle die veel muziekliefhebbers Whitney in hun hart deed sluiten en die, zoals te verwachten viel, het onbetwiste hoogtepunt was van de set.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

August Burns Red

August Burns Red - Straffer dan een dubbele espresso met een stevige scheut vodka

Geschreven door

De Amerikaanse metalcoreband August Burns Red bracht in 2009 hun derde album ‘Constellations’ uit en dit vormde een mijlpaal voor de band. Het is op dit album dat ze hun eigen sound definieerden en het individuele talent van elk lid ten volle ontplooid werd. Krankzinnige en kronkelende gitaren, bonkende drums en een keelgat dat zelfs een tank omver blaast. Dat is de formule van August Burns Red, geperfectioneerd op ‘Constellations’ en dat in één naadloze en vlot in elkaar overgaande luisterbeurt. Het album ontpopte zich tot een publieksfavoriet en kreeg verschillende nominaties en prijzen toebedeeld. Tien jaar later geven ze nu de fans wat ze willen: een tour rond het gehele album, live van voor naar achter gespeeld. Als dat maar goed komt.

Een steviger startschot dan “Thirty and Seven” kan je je moeilijk inbeelden. Het bonkt de deur naadloos open en van schroeven is er zelfs geen sprake meer. De Trix ondervindt na nog geen tien seconden zijn eerste moshpit. Naadloos gaan we over in “Existence” en breakdowns worden aan de mengelmoes toegevoegd. ‘This might be what it takes to wake you up!’ horen we zanger en publiek zingen. Wakker zijn we alleszins! Het einde van het nummer leent zich ook perfect tot het eerste grote meezingmoment. Slechts enkele seconden rust krijgen we met het openen van of “Ocean of Apathy”, meer niet. Het vormt een rustig intermezzo, opbouwend naar de ‘Oceaaaaaan’ schreeuw, wat een publieksreactie ook.
De neurotische openingsgitaar kondigt hitsingle “White Washed” aan. Een echte klassieker en het volk gaat dan ook uit zijn dak. Dit staat in fel contrast met de sombere openingsmelodie van “Mariana’s Trench”. Lang duurt dit echter niet, want daar zijn die donderende drumpatronen weer. Van alle instrumenten die de band onderscheidt van de andere generische metalcore, moeten het wel de drums zijn. Ze vormen niet slechts achtergrondmuziek om de maat te houden, maar een integraal onderdeel dat bijdraagt aan de verwoesting. En nergens is dit meer duidelijk dan op dit nummer. “The Escape Artist” is nog zo een stormwals. Het is metalcore pur sang en één met een levensles: ‘Open your closed mind and close your open mouth!’ Het publiek zingt het gretig mee en de piano levert een wondermooi einde. Waarschijnlijk een van de hoogtepunten van dit concert. “Indonesia” en “Paradox” tonen dat het publiek duidelijk nog niet moegestreden is.
Eindelijk krijgen we even een adempauze met het kalmere “Meridian”. Een nummer waar de christelijke achtergrond van de band waarschijnlijk lyrisch het meest duidelijk naar voren komt, terwijl zanger Jake Luhrs het publiek toespreekt als waren we zijn gelovige kudde. Maar daar is die verduivelde drummer weer en bonkend voeren we het tempo naadloos op met “Rationalist”. En dan belanden we eindelijk bij monsterhit “Meddler”, waarop het publiek uit zijn dak gaat. De lyrics worden meegebulderd alsof het de laatste avond op deze aardbol is. “Crusades” vormt het sluitstuk en een kruistocht was het. Maar gedaan is het nog niet; na een stevige drumsolo als kort intermezzo vervolledigt de band weer het podium om nog vier hits op ons los te laten. “Ghosts”, waarbij de bassist de zangpartij van Jeremy van A Day To Remember op zich neemt, “Invisible Enemy”, “Empire” en “Composure” sluiten het geheel af.

‘Constellations’ in zijn geheel kunnen horen als fan is een geweldige ervaring. Gelukkig heeft de band ook nog eens de capaciteiten om dit staaltje live op geweldige wijze neer te zetten. Van klassiekers als “Meddler”, “White Washed” en “Marianas Trench” tot verborgen parels als “Indonesia” of “Rationalist”. En dan hebben we het nog maar over ‘Constellations’, want de laatste nummers vormden nog eens de kers op de taart. Je weet dat een band live staat als een huis wanneer ze een gehele show overladen met moshpits, circle pits en crowdsurfen zonder er maar een keer om te vragen. Ons hele lichaam doet pijn van kop tot teen, maar dat op de best mogelijke manier.

Setlist: Thirty and Seven - Existence - Ocean of Apathy - White Washed - Marianas Trench
The Escape Artist - Indonesia - Paradox - Meridian - Rationalist - Meddler - Crusades
Encore: Ghosts - Invisible Enemy - Empire - Composure

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
Currents
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/trix-antwerpen/currents-19-11-2019.html
Erra
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/trix-antwerpen/erra-19-11-2019.html
August Burns Red
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/trix-antwerpen/august-burns-red-19-11-2019.html

Organisatie: Trix , Antwerpen

Step In Fluid

Back In Business

Geschreven door

De Franse band Step In Fluid deed er liefst acht jaar over om een vervolg uit te brengen op hun debuutalbum ‘One Step Beyond’ Dan is een albumtitel als ‘Back In Business’ al zeker raak gekozen. Ze grossieren nog steeds in instrumentale metal die schippert tussen freejazz en progmetal, met op dit album ook nog eens uitstapjes naar funk en cinematic rock. Het is allemaal heel onderhoudend en variërend en het speelplezier druipt er van af, maar er zijn ook momenten waarop je denkt dat je al dat vrijblijvende freewheelen al eens eerder gehoord hebt. Een paar decennia geleden dan. Het instrumentale en het feit dat ze al eens vaker naar ongeveer dezelfde breaks en muzikale bewegingen grijpen, maakt dat de tracks soms een eigen gezicht missen. De beste tracks zijn opener “Booty Shake” (dansbare metal!) en “Sex In An Elevator”.
‘Back In Business’ is een prima comebackalbum, maar het had allemaal nog wat frisser mogen zijn.

Seagulls

Regg’n Roll

Geschreven door

Seagulls bestaat uit drie broers die met relaxte chillout-muziek sinds 2015 talrijke podia in vuur en vlam zetten. De jonge Belgische band tourde al door Australië en Europa, eigenlijk liefst overal waar ze ook nog kunnen surfen. Het trio is gewapend met zelfgemaakte gitaren, mondharmonica, stompbox en tal van percussie-instrumenten. Ze brengen zonnige, aanstekelijke rockmuziek die gemixt wordt met reggae en ska. Denk aan het eerste solo-album van Manu Chao en het vroege werk van zijn band Mano Negra, maar dan met minder maatschappijkritiek of politieke boodschappen.
Seagulls’ EP ‘Regg’n Roll’ omvat twee eerder uitgebrachte digitale singles (“The City” en “Dirty Moustache”) en nog vier extra tracks. “The City” doet hard denken aan “Pick It Up” van The Employees en het zou mooi zijn mocht “The City” net zo’n hit worden. “Regg’n Roll” begint met een catchy bluesrock-riff, maar transformeert al snel tot gezapige reggaerock. “Southern Girls” heeft dat ondeugende van Mano Negra, zowel in de muziek als in de lyrics. “Dirty Moustache” gaat over het cliché dat een beetje rockartiest op z’n minst een snor moet hebben. Tegenwoordig is dat eerder een baard, maar kom, ze maken er een grappige en catchy song mee en dan is het ook al goed.
Het akoestische “Rover” heeft een paar draaibeurten nodig vooraleer het een beetje begint binnen te komen, terwijl het geinige “Banana” wel meteen een glimlach op je gezicht tovert.
Van de originele 2Tone- en skabands zijn er niet veel meer over. Seagulls vult die leegte met lichtvoetige skarock. Lyrics die nog net iets dieper graven zullen wel komen als de bandleden wat ouder worden. Tot dan is het leuk skanken op hun ‘Regg’n Roll’.

https://www.youtube.com/watch?time_continue=2&v=NcFYD_Yxmg4&feature=emb_logo

Ixotopia

Choris Tachytita

Geschreven door

Het Griekse duo Ixotopia (afhankelijk van de schrijfwijze vind je ze soms ook als Hxotopia) heeft een intrigerend concept. Oorspronkelijk maakten ze synthwave met dialoogstukjes uit oude films. Dat gaf hun een neo-noir-sound. Hun nieuwe album ‘Choris Tachytita’ (ook wel Horis Tahitita) is net iets anders, maar nog steeds verrassend. De filmdialogen werden vervangen door de stem van George Grammatikakis (professor, schrijver en politicus). Zijn bijdragen zullen voor de Belgische luisteraars misschien wat exotisch en intrigerend klinken, het blijft vooral jammer dat we er weinig van begrijpen.
Ixotopia haalt zijn inspiratie uit zowat de hele elektronische muziek. Soms hoor je echo’s van Telex en Kraftwerk (op ”Mesa”), dan weer zijn er stukken die doen denken aan Kavinsky en Air. Als ze meer naar de ambient soundcapes gaan, hoor je wat Brian Eno. De smoothe synthwave van Enzo Kreft telt ook als referentie. Toch klinkt het nergens voluit retro. De muziek van deze Grieken is goed doordacht en verfrissend. De tracks lopen over van de catchy melodieën en verrassende en toch organische hooks en breaks.
Er zit zelfs een cover verscholen op het album: “Direct Lines” van de Britse 80’s-synthpopband The Electronic Circus wordt hier “Eftheies Grammes”. Als je deze band online wil ontdekken, begin dan bij “Volta” en “Atmos”.

Fenella

Fenella

Geschreven door

Jane Weaver kennen sommigen van haar solowerk dat schippert tussen folk en elektronica. Weaver is ook de drijvende kracht achter Fenella, een trio dat zich waagt aan een ‘nieuwe soundtrack’ bij de psychedelische Hongaarse tekenfilm ‘Fehérlófia’ uit 1981. De cultfilm inspireerde sinds zijn release al menig artiest tot een muzikale bewerking. Nu de film een opknapbeurt kreeg, komt het op deze klassieker gebaseerde vinyl van Fenella netjes op tijd.
Verwacht geen folktronica zoals Weaver brengt bij Misty Dixon, hoewel dat ook had gekund. De Britse countert het visuele van de animatiefilm met koude soundscapes en zuinig gedoseerde ijzige stemmen. Weaver en haar twee bandleden bij Fenella begeleiden de film met regenachtige soundbytes van vervormde synths en niet meer te herkennen gitaren. Het wordt gelukkig wel niet te zwaar op de hand, maar ook weer niet voluit vrolijk. Een paar keer is er een aanzet van wat een complete song zou kunnen zijn, maar dat was waarschijnlijk geen absolute must in dit concept.
Deze nieuwe begeleidende soundtrack is zonder meer intrigerend en spannend, op een wazige, dromerige manier. Als je de oorspronkelijke geluidsband van ‘Fehérlófia’ wegdenkt en bij het luisteren van dit vinyl die beelden in je hoofd oproept, krijg je een heel andere invalshoek, die het psychedelische en mythologishe van het Hongaarse verhaal nog versterkt.

The Dirty Denims

Ready Steady Go!

Geschreven door

The Dirty Denims hebben een nieuw half album klaar. Net als bij ‘Back With A Bang’, het vorige album van deze Nederlandse happy hardrockers, krijgen we eerst een EP met zes nummers en dan later het volledige album. Ook muzikaal is er weinig veranderd: The Dirty Denims brengen potige en aanstekelijke hardrock in het straatje van AC/DC, The Darkness, Suzy Quatro en Joan Jett. Een beetje retro dus.
In de lyrics hoor je uiteraard verhalen over drinken (“Last Call For Alcohol”) en snelle wagens (“Ready Steady Go!”), hoe zou het anders kunnen voor een hardrockband. Maar het gaat soms ook dieper dan dat bij deze Dirty Denims. “Too Much Information” gaat over het ongewild moeten meeluisteren naar persoonlijke gsm-gesprekken als je het openbaar vervoer neemt. “Turn Off The Radio” is dan weer een sneer naar radiozenders die geen rock meer draaien (StuBru mag zich aangesproken voelen).Bij een songtitel als “Thunder From Down Under” zou je je al vanalles kunnen voorstellen, maar het is een al bij al brave ode aan de rockbands uit Australië.
Een leuke knipoog is wat ze zelf de kater-versie noemen van “Last Call For Alcohol”, met enkel een akoestische gitaar, een percussie-eitje en de stemmen van de twee dames in de band.

The Sheila Divine

The Beginning of the End is Where We’ll Start Again

Geschreven door

Deel 1 van The Sheila Divine was kort maar krachtig en duurde van 1997 tot 2003. Het bevatte twee albums en een EP. Iedereen uit die periode zal zich de heerlijke single “Like A Criminal” en “Hum” ongetwijfeld nog herinneren. Hun muziek sloot aan bij de alternatieve rock uit die tijd zoals Sugar, Live en The Afghan Whigs. Hun succes is wel nooit zo groot geweest als deze bands. Na 2003 volgde een hiatus waarin de bandleden zich bezig hielden met hun gezin, job, mid-life crisis etc…
In 2010 startte deel 2 en werd de band nieuw leven ingeblazen. Ze brachten in 2012 en 2015 nieuw werk uit. In 2017 waren ze op tournee naar aanleiding van hun 20ste verjaardag. Nu is er dus terug een nieuw album, hun vijfde, waarmee ze langs de zalen trekken.

Aaron Perrino vertelt dat hij grote bewondering heeft voor Nick Cave omdat die beter wordt met de ouderdom. Dat was voor hem een drijfveer om verder te doen want Perrino worstelde toen met psychische problemen en met zijn ouderdom. Hij vroeg zich af of je nog serieus kan genomen worden als een ouder wordende rock muzikant. Je hoort dit allemaal in de muziek van de nieuwe plaat. Waarin hij tekstueel doordacht, mijmerend en bij momenten haast filosofisch uit de hoek komt. Luister maar eens naar het nostalgisch en mijmerende titelnummer dat de plaat opent. Daarin vertelt hij hoe hij ze begonnen met muziek en hoe het nooit de bedoeling was om beroemd te zijn. Ook hoe hij niet meer is wie hij toen was maar wel nog vasthoudt aan die gedachte van toen. Muzikaal is de song niet mis maar kabbelt ze wat voort. Voor mij is het de tekst die ze echt de moeite maakt. Op “There’s More Than Suffering” maakt de vrijblijvendheid plaats voor rock. En het nummer klinkt vrij vintage. Een mooie song met een heerlijk refrein. “Melancholy, MA” is een krachtig statement tegen een falende overheid met een plezant galmend gitaartje. “Summer of 93” is hun “Summer of 69”. Heel leuk zijn de verwijzingen naar albumtitels: ‘Siamese Dream’, ‘Teenage Dream’, ‘Live Fast and Die Young’ die brengen van 1993 tot 2003. Van een jongen vol verwachtingen tot iemand die nog verwachtingen heeft maar ook volwassen is geworden. “Blow it Up Again” wordt gered door een fijne vocale overgang tijdens ‘It’s you and me’. “Age is Just A Number” is hun vooruitgeschoven single/video. Het is een van de sterkste nummer. Het bevat mooi baswerk en tempoversnelling tijdens het refrein. Echt een nummer uit de goede oude doos van Sheila Divine. Hier voel je echt de oude band tot leven komen. Ook “This Moment This Place” is aangenaam luisterwerk. Denk aan The Stereophonics tijdens een uptempo nummer. “The Beat Goes On” is een eerder semi-akoestisch nummer. Wat introverter maar zeker de moeite waard. Op “Kurt Cobain” vraagt de zanger zich af wat er van al die dode popsterren zou zijn geworden mochten ze in leven gebleven zijn. “Love You To Pieces” is een melancholisch liedje over liefde en zijn moeilijkheden.
We horen een band dat zijn mid-life crisis verwerkt heeft in zijn nieuw album. Een album met een zeker melancholie en ook een vorm van bezadigdheid. Je krijgt het gevoel dat Aaron nu tevreden is met hoe het gaat en terugkijkt met een zekere weemoed naar toen hij jong was. Dat maakt wel dat je niet veel van terugvindt van het jonge vuur dat in hun beginjaren in hun muziek zat. We krijgen gelouterde en volwassen nummers te horen. Maar het album is tekstueel geslaagd, eerlijk en muzikaal is het degelijk met hier en daar wat uitschieters zoals “Age is Just A Number”, “Melancholy MA” en “There’s More Than Suffering”.

The Libertines

The Libertines - Hun charmante rammelrock is nog geen verleden tijd

Geschreven door


Margate, 2018. The Libertines kondigen aan dat hun passage op het Wheels & Finns Festival hun laatste optreden zal zijn van de reünietour die in 2014 in het Londense Hyde Park begonnen was. Hun degelijk derde album, “Anthems for Doomed Youth” (2015), het product van de comeback, was genoeg gepromoot en dus werd het tijd het rondtouren on hold te zetten en te werken aan een vierde plaat.
Baserend op hun voorgeschiedenis verbaast het niet dat The Libertines geen personen zijn die je te allen tijde op hun woord moet geloven, maar toch was het vreemd dat ze amper een jaar later een goedgevulde concertreeks aankondigden zonder enig nieuws omtrent die vierde plaat.
Geld nodig? Vermoedelijk wel. De band is volop bezig met een hotel te openen in het kuststadje Margate, hun nieuwe thuishaven. Met hun prioriteiten zit het alvast goed: de pub is al open, aan de slaapfaciliteiten is wel nog heel wat werk.
Naast de hotelbusiness is er ook nog The Puta Madres, Peter Doherty’s solo/hobbyproject. Doherty gaf al meermaals te kennen dat hij The Libertines nodig heeft voor het financieren van de band waarin hij - in tegenstelling tot bij The Libertines - de volledige vrijheid krijgt z’n chaotische zelve te zijn. Could be worse¸ om geld in te zamelen voor een comebacktournee met Public Image Ltd maakte zelfverklaard anarchist John Lydon ooit reclame voor een botermerk.

The Libertines debuteerden in 2002, wat hen ondertussen al old school maakt. Vorige week zag ik op Sonic City de new school aan het werk, met Shame en een resem andere bands die onder de brede noemer van de South London Scene geplaatst worden. Datzelfde Londen dat de uitvalsbasis van The Libertines was rond de eeuwwisseling. Er vallen naast de Britse hoofdstad ook nog andere paralellen te trekken, zeker. Zo waren The Libertines katalysator van een revival van de Britse indierock, in hun kielzog volgden later Arctic Monkeys en Franz Ferdinand.
Hun “anyone can be a Libertine”-credo kenmerkte hun optredens in de begindagen, geen barrière tussen band en publiek, alles mag. Ook Shame is de voortrekker van een recente nieuwe golf Britse gitaarbands, en hun optredens barsten tevens van de jeugdige branie. Maar waar de kracht van Shame onder meer ligt in hun down-to-earth-mentaliteit, hebben The Libertines altijd iets ongrijpbaars en anachronistisch gehad. Toen Pete en Carl de leeftijd hadden van de jongens van Shame waren ze vooral rare kwieten die dweepten met de romantic poets à la Keats, Wordsworth en Byron, en geobsedeerd waren door Albion, het oude Engeland dat zij een mythische invulling gaven.

De centrale vraag waarmee ik op 18 november richting het Koninklijk Circus trok was of er zich echt een wissel van de macht heeft voorgedaan. Heeft de new school de old school volledig verdrongen, en zijn The Libertines en hun charmante rammelrock verleden tijd?

Het antwoord op die drieledige vraag kan ik alvast verklappen. Dat is namelijk nee. The Libertines weten anno 2019 nog steeds hoe ze een publiek moeten inpakken. De aanloop naar het concert voorspelde nochtans niet veel goeds. Die was namelijk - vintage Peter Doherty - bijzonder chaotisch verlopen. Komt ie, komt ie niet? Amper een week voor hun optreden in Brussel werd Pete opgepakt voor het aankopen van cocaïne in Parijs. Achter de rug van z’n spitsbroeder Carl Barât die had benadrukt een drug free tour te willen. Pete was vrij snel weer op vrije voeten, om vlak daarna opnieuw gearresteerd te worden omdat ie iemand op z’n gezicht getimmerd had. Enfant terrible, ook nu hij veertig geworden is.
De chaotische aanloop bleek dus geen voorbode te zijn van een turbulent optreden. Hun doortocht in het Circus was opwindend, gedreven en bovenal opvallend strak. Dat had alles te maken met Carl Barât die er nauwlettend op toekeek dat de concentratie niet verloren ging. Liep ie gepikeerd door Pete z’n gevangenisperikelen? Moeilijk te zeggen, maar vanaf Pete aan het dollen sloeg (toen hij bijvoorbeeld vroeg of de ober van Chez Max voor wie hij kaartjes geregeld had ook binnengeraakt was), gaf Carl niet toe, en nam hij de teugels strak in de handen. Of zoals het weerklonk in hun opener: “let’s get straight to the heart of the matter.” No-nonsense, spelen godverdomme.
“Heart of the Matter” was het eerste van vijf songs uit de comebackplaat, waarvan “Fame and Fortune” en “Barbarians” ook netjes in het begin zaten. Vooral de andere twee die later passeerden, het door Clash-reggae beïnvloedde “Gunga Din” en het breekbare “Dead For Love” (in de bisronde), golden als hoogtepunten en konden moeiteloos hun voet naast het ouder werk plaatsen.
Het leeuwendeel van de set teerde op dat ouder werk, en al vrij snel bleek dat niemand daar echt om maalde: er werd meegebruld bij “What Became of The Likely Lads” en “Can’t Stand Me Now”, gecrowdsurft op de tonen van “Boys in the Band” en “Time For Heroes”, stevig gemosht tijdens “Horrorshow” en “Vertigo”, en vooral veel gejuicht telkens Pete en Carl een microfoon deelden. En akkoord, her en der werden een paar noten vals gezongen, en zat een gitaarlijntje ietwat scheef, maar dat bleef naar Libertines-normen mooi binnen de perken. Het maakte ook allemaal deel uit van de verdomd strakke onversneden punkset die, op rustpunt “You’re My Waterloo” met Carl aan de piano na, afgewerkt werd in een rotvaart.
Na een verschroeiend “Up The Bracket” verdwenen the likely lads, na een dik uur spelen, zonder enige bedanking in de coulissen, waar ze vervolgens minutenlang gezellig vertoefden. De lichten in de zaal gingen aan en uit, waardoor onduidelijkheid heerste of ze nog zouden terugkomen.
De bisronde kwam er wel degelijk, en opende met het wonderschone “Dead For Love”. Opnieuw nam Carl plaats aan de toetsen, en toen het einde van het nummer naderde kwamen de drie overige Libertines hem vervoegen rond die piano om in samenzang de laatste regels te brengen. Alsof ze wouden aantonen dat ze wel degelijk een collectief zijn, ondanks hun woelig verleden én heden.
Voor het tweede bisnummer, “What Katie Did”, vroeg Doherty wat “what on earth have you done, Katie?” was in de lokale taal. Even mengde hij zich zo in de communautaire kwestie door te vragen of in Brussel Frans of Duits gesproken wordt. “Flemish!” antwoordde iemand, waarna Pete zich wijselijk terugtrok. Het toont in ieder geval aan in wat voor losse sfeer de toegift werd afgewerkt, zo werd ook een flard uit het vergeten b-kantje “Dilly Boys” gespeeld, en moesten “What a Waster”, “Music When The Lights Go Out” en “The Good Old Days” (die wel degelijk op de setlist stonden) verrassend plaats ruimen voor een bijzonder stevige versie van “The Ha Ha Wall”. Het uitbundige “Don’t Look Back Into The Sun” was de gedroomde afsluiter, maar in deze bisronde was geen plaats voor conventioneel gedrag. The Libertines gooiden er nog “Bangkok” tegen aan, een b-kantje van de “Time For Heroes”-single. Een rommelig punknummer, maar het enthousiasme spatte er wel van af.

“Bangkok” was het einde van een vinnig optreden dat twee zaken demonstreerde: (1) dat de schending van hun belofte enkel nog te touren met een vierde album op zak hen gemakkelijk vergeven kan worden, en (2) dat hun charmante rammelrock geen verleden tijd is. Ook aan de vooravond van een nieuw decennium hebben Doherty, Barât & co nog steeds hun bestaansrecht, en dus zullen de new school bands de troon van de Britse indierock nog eventjes met die oude knarren van The Libertines moeten delen.

Organisatie: Live Nation

Vampire Weekend

Vampire Weekend - Strak en oerdegelijk

Geschreven door

In 2008 liet het piepjonge collectief Vampire Weekend een frisse wind uit New York overwaaien, en België (alsook de rest van de aardkluit) was meteen wild van hun vrolijke gitaardeuntjes en clevere teksten. Verschillende keren trad de band in onze contreien op, maar ondertussen was het toch al weer een dikke zes jaar geleden. Het publiek snakte dus naar een sterke liveshow.

Onder een gigantische wereldbol - de hoes van hun nieuwste plaat ‘Father of the Bride‘ - gingen de heren van start met hun recentste single “This Life”, gevolgd door “Unbelievers”. Het valt op dat de sound nog niet echt goed zit, het lijkt eerder een lo-fi concert in een kroezelig café. Bij “Sympathy” wordt dit hersteld, en enkele nieuwe nummers passeren de revue. Hun laatste worp werd door de gespecialiseerde pers met ietwat gemengde reacties onthaald, maar hier bewijst de groep dat de liedjes live best goed overeind blijven.
Bij “Finger Back” wordt geknipoogd naar het refrein van wereldhit “Harmony Hall”, maar “I don’t wanna live like this” mag pas later volop meegezongen worden. Samplen doen ze blijkbaar graag, want “This feels so unnatural, Peter Gabriel too” komt voor in “Cape Cod Kwassa Kwassa”, en later tijdens de bisnummers ook nog eens in “Ottoman”. De band én het publiek komen helemaal onder stoom tijdens de gouwe ouwe nummers vanop het self-titled ‘Vampire Weekend en Contra’.
Wat volgt is een unieke versie van “Step”, een minutenlange, harde gitaarjam tijdens “Sunflower”, en een uiterst subtiele maar zeer verzorgde overgang naar “White Sky”. VW bewijst hier dat ze één voor één topmuziekanten zijn. Zanger Ezra Koenig, gitarist Chris Baio en de twee percussionisten, ze laten complexe muziek toch zo kinderlijk eenvoudig lijken. “Cousins” en “A Punk” doen iedereen dansen, terwijl het maatschappijkritische “2021” de zaal volledig stil krijgt.
De strakke set wordt afgesloten met “Jokerman”, een Bob Dylan cover, en een David Goffin lookalike naast ons geraakt bijna in trance. Hier valt het pas echt op dat de groep de mosterd voor deze mengeling van pop met Afrikaanse invloeden haalde bij ‘Graceland’. Paul Simon als inspiratiebron, New York als gemeenschappelijke thuishaven. Bij de eerste noten van de encore “Big Blue” vallen vier vlaggen naar beneden, elk staan ze symbool voor de vier singles die de band ter voorbereiding van hun nieuwe cd maandelijks de wijde wereld instuurde.
Als slotakkoord worden nog een paar verzoeknummers gespeeld, en met “M79”, “Diplomat’s Son” en “Mansard Roof” worden enkele klassiekers aangevraagd en maar al te graag te berde gebracht. Singles als “Oxford Comma” en “Holiday” zijn zelfs niet nodig om ons te overtuigen.

Traditiegetrouw sluit “Walcott” de gig af, en zo klokt Vampire Weekend af op zevenentwintig (!) nummers, netjes verspreid over hun vier albums, stuk voor stuk pareltjes, elk op hun eigen manier, en live vormt dit alles een erg knap, oerdegelijk geheel.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/vampire-weekend-18-11-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/liss-18-11-2019.html

Organisatie: Live Nation

Steve Harley

Steve Harley & Cockney Rebel - make you smile ? (smiley aub)

Geschreven door

Steve Harley & Cockney Rebel - make you smile  ? (smiley aub)

Sommige popartiesten boeren goed. Het is hen gegund zolang ze hun talenten benutten en hard werken. Laten we het muziekpad even verlaten en ons in de sfeer van Top Gear begeven. De welstand van rocksterren kan je afleiden uit het soort voertuigen waarmee ze rijden. Neem nu Steve Harley. Zijn eerste wagen was een ordinaire Ford Escort. Begin jaren ‘70 scoort hij hits en prompt schakelt hij over op een statige Bentley. “In de States verwarren ze de Bentley meestal met een Roller (Rolls Royce). Soms ging ik op restaurant met mijn vriend Rod Stewart. Nadien grapte hij: ‘Zullen we de Roller naar huis brengen?’ ” In de jaren ‘80 staat er wat minder op de bankrekening en bestuurt hij een Volkswagen Golf of een Volvo. “Ik vroeg me af: ik ben toch een rockster, wat doe ik in een Volvo?” Gelukkig stromen de auteursrechten verder binnen. Bij zijn vorig concert parkeerde hij een immense BMW 7 achter de zaal. Nu tuft hij als James Bond zowaar met een sportbolide rond: een Aston Martin. Een man met smaak (en geld).
Het zijn niet enkel de platenverkoop en SABAM die een artiest rijk maken. Later kom je te weten welke bijkomende weg je lucratief kan berijden.

Ik interview Steve Harley voor de tweede maal. De vorige keer was 4 jaar geleden. Het artikel genereerde online via Musiczine 2.200 extra lezers. Beeld je in, 40 volle autobussen.

Harley is een veel belezen man, dat merk je aan zijn songteksten. Als jij je eerste single (“Sebastian”) - jouw visitekaartje - laat beginnen met:
“Radiate simply, the candle is burning, so low for me.
Generate me limply, can't seem to place your name, cherie.”

weet je dat er potten zullen gebroken worden.
Ik beloof Steve andere vragen te stellen. “Thanks, mate!” Een goed begin want hij lacht.

Laten we het eens over een andere boeg gooien. Welke auteur is volgens jou de beste?
Ik ga voor Virginia Woolf, een van de grootste Engelse schrijvers. Haar boek The Waves betekende een openbaring voor me. Het bestaat uit monologen van zes personages. Ook haar gedichten zijn van uitzonderlijk hoog niveau. Helaas pleegde Woolf zelfmoord omdat ze stemmen hoorde.
Bij de liedjesteksten staat uiteraard Bob Dylan op kop, gevolgd door - verschiet niet - Chuck Berry. Je mag hem als de belangrijkste songwriter van het rock-'n-rolltijdperk beschouwen. Berry leverde scherpe kritiek op de Amerikaanse maatschappij. Hij had als tekstschrijver en gitarist een grote invloed op The Rolling Stones, The Beatles, Bob Dylan en zelfs Bruce Springsteen.

Sommigen vergelijken je stem met die van Bob Dylan
Daarmee ga ik niet akkoord. Ik hou wel ontzettend veel van zijn frasering. Ik volg hem sinds mijn twaalfde. Soms draag ik een T-shirt met een beeltenis van hem. Het is een foto uit ‘69 vanop het Isle of Wight festival.

Klopt het dat je begon als busker / straatmuzikant?
Begin jaren ‘70, toen we nog jong en mooi waren… Ik groeide op met mijn songs in metrostations en op straat, vooral Portobello Road en Hyde Park Corner. Alleen met mijn gitaar. De meesten speelden er folksongs. Ik probeerde er mijn composities uit. Het busken gaf me een platform om te experimenteren. Ik had eentje dat “Sebastian” noemde en het duurde 6 minuten. Evenzeer “Judy Teen” en “Mr. Soft” kwamen embryonaal aan bod. En, ik had geen nagel om aan mijn gat te krabben.

Aan welk optreden heb je een blijvende herinnering?
Ontelbare, elk concert kan je speciaal noemen. Wat me zeker bijblijft: in juni dit jaar trad ik op nadat mijn vader overleden was. Uiteraard dacht ik aan mijn pa en droeg een song aan hem op. Dit gaf me rillingen.
Staat eveneens in mijn geheugen gegrift: Vorst 1975, een magische nacht. Ik had toen drie goedlopende albums uit en een hit met “Make Me Smile”. Of de shows in de Roma, Antwerpen. Wat een briljante zaal. Ze vertelden me dat dit destijds een bioscoop was en dat vrijwilligers de renovatie op zich namen. Wonderbaarlijk. Bovendien een beschermd monument.

Vertel me over je vriend Marc Bolan van T. Rex
Om een zinspeling op zijn voornaam te maken: “He was remarkable.” Een unieke, zowel letterlijk als figuurlijk knappe man. Hij was diegene die begon met glam rock (make up, glitters, plateauzolen… ). Hij scoorde hits met de seksueel getinte singles “Hot love”, “Get it on”, “20th Century boy” … Zijn populariteit kon je op zijn hoogtepunt vergelijken met de Beatlemania. Ik gebruikte vaak het Latijnse gezegde: “Vanitas vanitum. All is vanity, Marc.” “IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid”. Marc was behoorlijk narcistisch. Hij schreef ook poëzie en was eveneens geïnteresseerd in wagens. We hadden veel plezier en deden enkele tv-shows samen. Tot zijn vrienden behoorden ook David Bowie. Hij is veel te vroeg gestorven. Hij crashte met zijn Mini op amper 30-jarige leeftijd.

Word je bewonderd door collega artiesten?
Jawel en ik kan niet ontkennen dat dit plezier doet. De band Elbow - deze van de hit “One day like this” - noemde aanvankelijk “Mr Soft”. Fascinerend, hé. Ik heb hen verschillende malen ontmoet. Het zijn jongere mensen. Er is verdorie een leeftijdsverschil van 20 jaar.
Ook Johnny Marr, ex-gitarist van The Smiths, is gek op mijn werk. Evenals Noel Gallagher van Oasis.

“Make me smile” schreef je na het vertrek van je eerste groep. Wat is er van hen geworden?
Geen flauw idee. Ik heb geen contact meer met hen. Zo weet ik jammer genoeg ook niet wat George Harrison vond van onze bewerking van “Here comes the sun”.

Waarom ga je akoestisch op tour?
Voor mij is het gemakkelijker want met groep gaat het behoorlijk luid. Ik word vergezeld door de originele Cockney Rebel-leden Barry Wickens (viool, gitaar) en James Lascelles (piano, percussie), twee rasmuzikanten. Ik ben altijd al een notoir tegenstander van de elektrische gitaar geweest. Met deze bezetting voel ik me goed in mijn vel. Het zijn de min of meer naakte songs, zonder veel franjes. Zo merk je of een lied overeind blijft. Tussen de nummers door durf ik al eens een monoloogje op te voeren, met hier en daar een knipoog.
Barry is een violist die meer kan dan wat riedeltjes te voorschijn toveren. Zijn solo’s en begeleiding zijn hemels. Toetsenist James tovert diverse klanken uit zijn keyboards. Op die manier heb je de indruk dat je naar een grote groep zit te luisteren.

Het interview zit er op. Terug naar de inleiding, de Bentley en the money maker. Je kan een centje bijverdienen door je songs te laten gebruiken voor advertenties. Arno, een artiest zonder rijbewijs, maakte reclame voor het automerk Lancia. Bij Steve Harley is het eveneens grappig. “Come up and see me, make me smile” wordt gebruikt in een reclamefilmpje om paarse erectiestimulerende pillen aan te prijzen. Ikzelf neem het aanbod van aspirine in overweging.

Met of zonder pillen, Harley gaat als trio en unplugged de baan op. “Sebastian” bijvoorbeeld staat nog altijd als een huis. Het is in de akoestische versie mooier en breekbaarder, zonder al die trammelant.

Steve Harley & Cockney Rebel
unplugged concert
zaterdag 30 november 2019 - 20 uur
cc Zomerloos Gistel
059 27 98 71 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
€ 20 voorverkoop

www.gistel.be

RAMAN

RAMAN - Het perfecte huwelijk tussen melancholie en pure rock-'n-roll

Geschreven door

Minard Gent is een historische locatie met een geschiedenis die teruggaat tot 1847. De schouwburg kwam er dankzij de architect Minard die dit gebouw optrok als reactie op de Franstalige schouwburg en opera in Gent. Bij het binnenkomen, valt de ode op aan personen die nauw betrokken waren bij deze schouwburg, waaronder Romain Deconinck (1915-1994) een iconische Gentse figuur die Gent op de wereldkaart wist te zetten, dan ook onmiddellijk op.
In deze historische omgeving mocht een jong, talentvol gezelschap RAMAN op zaterdag 16 november zijn allereerste EP 'Birth Of Joy' voorstellen. En zo is de cirkel rond. In een interview liet Simon Raman ons weten klaar te zijn om die volgende bladzijde om te draaien. Het volledige interview kunt u hier trouwens nog eens nalezen: http://www.musiczine.net/nl/interviews/item/76226-raman-we-zijn-eigenlijk-veel-verschillende-genres-dat-maakt-het-voor-ons-zo-spannend.html
In Minard kregen we dan ook het perfecte huwelijk voorgeschoteld tussen melancholie en pure rock-'n-roll!

Een ander opkomend talent is Roos Denayer (****). Deze jonge singer-songwriter haalt haar invloeden bij o.a. Joni Mitchel, Nick Drake en Suzanne Vega. Dat is toch heel wat. Ze laat zich op het podium begeleiden door een bassist Trui Amerlinck, die door haar magische inbreng de stem en gitaar van Roos perfect weet aan te vullen. Op een eerder bedeesde en onschuldige wijze zorgt deze laatste, dankzij gezapige bindteksten, voor een glimlach op de lippen. Bovendien gooit Roos Denayer haar uiteenlopend stembereik in de strijd. Puur vocaal, maar ook wat gitaar en bas betreft, zweeft het concert dan ook voortdurend tussen weemoed en lekker loos gaan waarbij zelfs lichtjes wordt geflirt met geluidsnormen overschrijdend gedrag. Die combinatie zorgt ervoor dat Roos zonder problemen iedereen uit haar hand doet eten. Het publiek stil krijgen bij die pakkende tot melancholische momenten, waarbij je een traan wegpinkt. En meeklappen en dansen vanuit de stoelen op de meer energieke songs. Het is er allemaal bij .
Besluit: Roos Denayer slaagt er, in tegenstelling tot veel voorprogramma's, zonder enige moeite in het Gentse publiek - en ook wijzelf - compleet over de streep te trekken. We zagen dan ook een bijzonder talentvolle artieste aan het werk om in het oog te houden naar de toekomst, een toekomst die er zeer goudkleurig uitziet.

Dat laatste kan ook gezegd worden van RAMAN. (****1/2). De band heeft ondertussen in en rondom het Gentse al bewezen uit het goede hout gesneden te zijn. We gaven de EP 'Birth of Joy' al enkele luisterbeurten, en werden van begin tot einde van onze sokken geblazen. Een recensie daarvan volgt nog!
Of dit live ook het geval zou zijn?, vroegen we ons af. Nu, vanaf de eerste song werden de teugels gevierd en de registers compleet open getrokken. Een vat boordevol stomende riffs en drum salvo's, die de Minard op zijn grondvesten deden daveren, werd open gedaan. Feitelijk is hierop stil zitten onmogelijk. Het publiek ging eerder uit de bol door stevig te headbangen en mee klappen, en ook wij werden door een geluidsmuur die op ons kwam murw geslagen. Echter weet RAMAN binnen deze energieke en gestroomlijnde aanpak ook genoeg weemoed en melancholie te verstoppen, met pakkende songs die eerder een krop in de keel bezorgen. Sam is niet alleen een gitaar virtuoos van een unieke soort, hij is eveneens een charismatische frontman met een uiteenlopende stem. Enerzijds breekbaar, anderzijds schreeuwt hij zijn stembanden schor. Gerugsteund door een knallende drum inbreng van Bernd Coene die zijn drumvellen bedient alsof zijn leven daarvan afhangt, aangevuld door een al even knallende en knetterende baslijn van Jasper Peeters. Zorgt dit voor een kruisbestuiving die we niet elke dag tegen komen. Vooral als al die registers compleet worden open gegooid in een stomend instrumentale wervelstorm, telkens werkende naar een verschroeiend hete climax toe, gaan de daken er compleet af in de Minard. Het gemeende, staande applaus, na de regulaire korte set, bewijst dat ook het publiek compleet mee was met de zaak.
Besluit: ''Het is eerder een mengeling van vele genres, waardoor het moeilijk is om daar een stijl op te plakken. Een bewuste keuze trouwens. We zijn vooral een live band, daarom dat catchy en streepje rock-'n-roll in onze muziek.'',  wist Simon ons in het interview dat we hadden met hem te vertellen. Nu, dat laatste wordt meermaals in de verf gezet.
Ook de snoeiharde, quasi instrumentale, bisronde is een mokerslag in het gezicht, compleet murw geslagen.
Het enige minpuntje is de te korte set van amper iets meer dan een uur, want dit smaakte naar meer, veel meer. Voor de rest hoor je ons niet klagen. Dit was een leerrijke avond inéén van de mooiste gebouwen die Gent rijk is.
RAMAN bewijst in de Minard dat ze inderdaad klaar zijn voor het grote werk, niet alleen op maar ook naast het podium. In het oog te houden naar de toekomst toe!

Organisatie: Cunae Management +  RAMAN ism Democrazy/Vooruit, Gent

Luka Bloom

Luka Bloom - Luka en Riverside in bloemen

Geschreven door

Luka Bloom, een man en zijn gita(a)r(en), brengt alle ingrediënten mee voor een topavond in Brugge: een flinke kop thee die moet zorgen voor een heldere stem, een drietal gitaren en een hele resem verhalen. De Ier is een verteller die geen seconde verveelt: de grote zaal van het Concertgebouw noemt hij "a great folkclub". Zoals de meeste artiesten was hij "...happy to be here or as Mick Jagger said: it's great to be anywhere". Hoogstwaarschijnlijk is de heer Bloom er niet van op de hoogte dat dit net het koosnaampje is dat Radio 1 onlangs bedacht heeft voor de actieve jongere oudere; er zaten heel wat jaggers in de zaal en die waren vastbesloten er een onvergetelijke avond van te maken.

In plaats van een taart met 30 kaarsjes stond er een flinke bos bloemen te wachten naast de micro. Zo oud is het album ‘Riverside’ waarmee Barry Moore in 1989 doorbrak als Luka Bloom. We kregen een inkijk in de ontstaansgeschiedenis met verhalen uit het leven gegrepen. Zoals “Gone to Pablo” dat ontsproot uit een artikel in de sportkrant die hij las op de bus in Dublin over Jacqueline Roque, iconisch model van Picasso. Aansluitend volgt “Rescue Mission” met hetzelfde krachtige gitaarspel zoals 30 jaar geleden. Na een slokje van zijn “...lekker kopje thee...” vertelt hij hoe hij lastige vragen over een Ier zonder bier of whisky afwimpelt: “I'm An Irish muslim; that ends the conversation quickly!”
Een lang verhaal (this story is longer than the song!) over een trip in de vrachtwagen van de Hothouse Flowers van Amarillo tot in Vancouver waar hij een zielsgenote ontmoette van dezelfde geboortedatum vertelt het ontstaan van “The Man Is Alive” in het Stanleypark onder de totempalen.
De bindteksten zijn onderhoudend en grappig: “An Irishman in Chinatown” wordt aangekondigd als “A song that is een beetje belachelijk.” en blijkbaar voor 40% waarheid. In New York kon deze Ierse plattelandsjongen niet wennen aan de drukte, maar op de trein ontmoet hij een oude dame, Hudson Lady, die zich na twee dagen bij haar familie in Philadelphia al verveelde en terug naar NY wilde,...
“You” is een herfstsong over verlaten. Net zoals een herfststorm geselt Bloom de snaren van de akoestische gitaar tot er één breekt. “I don't mind that I broke a string because that relationship didn't end Well.” Gelukkig staat ene Johan paraat om de snaar te herstellen.
Dat Luka Bloom een goede relatie heeft met Vlaanderen is geen geheim. In het begin van november was hij te gast in Ieper bij de Last Post Association. Daar bracht hij ook “Lowland Brothers”: “It seemed like a good idea, going to Flanders…” Hij voegde er nog een boodschap van vrede aan toe: laat alle wereldleiders eerst naar Ieper komen voor ze ten oorlog trekken. “I am not at war with anyone, don’t need to be friends with everyone…
We kenden al de cover “I Need Love” van LL Cool J maar vanavond waagde Luka Bloom zich aan “Gangsta’s Paradise”: hij bracht een experimentele versie van deze cover van Stevie Wonder (“Pastime Paradise”),  doorspekt met arpeggio's.
Ook de natuur krijgt een stukje aandacht met “My friend the Old Oak Tree” waarin hij zijn coming out doet als treelover en “Water Is Life” over het protest van de Indianen tegen olieleiding die door hun land wordt getrokken. En hierbij hoort ook een ode aan Greta Tunberg.
“City of Chicago” over de Ieren in de VS, heeft hij sinds 1984 elke avond gezongen: “there are people dreaming of the hills of Donegal”. Hij krijgt er een zaalkoortje mee aan het zingen. Als trotse vader vertelt hij hoe hij na een lange pauze zijn twee zonen weer te zien kreeg via een korte mail: “I have tickets for Bob Dylan en Neil Young…” We krijgen een cover van “Make You Feel My Love” van Bob Dylan die zoals Leonard Cohen zijn beste jaren beleeft tussen 70 en 80. “I have so much hope.”
In “Tribe” komen de schrijvers van Ierland langs: Joyce in Zürich, Beckett in France. Hij vertelt over Oosterzele waar hij een  pot honing kreeg van de bijen die op het dak van het theater leven. Hij gebruikt wat van die honing om de zaal te doen meezingen: “In Belgium you are the best singersHome is a place inside, I take it with me…”
Bij de eerste gitaarklanken van “Sunny Sailor Boy” is het publiek al ‘oewah oewah’ aan het voorzingen... Deze song smaakt even zoet als de kleine zeemeermin van Disney. Ieder zijn meug, maar voor mij iets té zoet.
En wordt een fan op de eerste rij in de bloemetjes gezet: een vrouw die de artiest vooraf mailde dat ze er wegens een operatie de dag ervoor niet bij kon zijn. “And look, here she is!” “You Couldn't Have Come at a Better Time” kwam nooit op een beter moment dan vanavond! En de bloemen op het podium zijn ook voor haar! Luka Bloom is a charming man...

In de bisronde wordt meteen een verzoekje op het podium afgevuurd. Hij probeert het nog af te wimpelen met het voorstel om vooraf eens een mailtje te sturen “people do that all the time”; maar uiteindelijk zwicht hij toch want everything is possible in Gods time: “Blackberry time” past wel bij dit tijdsgewricht: geen jacht en stress maar tijd om van de braambessen te genieten… Voor “Fertile Rock”, kan hij rekenen op een volledig zaalkoor dat hij met steeds stiller gitaarspel tot zijn recht laat komen.
“Black Is the Colour (of my true loves hair)” is het meest atypische bisnummer dat ik ooit hoorde. Een trage lovesong in mineur met een sober gitaarspel zorgt voor een ademloze stilte en gespannen aandacht tot de laatste noot.
En toen was een mooie avond in het Concertgebouw voorbij …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/concertgebouw-brugge/luka-bloom-15-11-2019.html
Organisatie: Concertevents ism Greenhouse Talent

Black Pumas

Black Pumas - Aan straffe soul ten prooi

Geschreven door

Heel lang bestaan ze nog niet, maar toch bestormt Black Pumas de muziekwereld in een razendsnel tempo. De groep rond producer Adrian Quesada en singer-songwriter Eric Burton startte in 2018, en bracht dit jaar het debuutalbum uit. Overal kreeg de plaat lovende woorden en hun show in de AB Club was dan ook al maanden op voorhand uitverkocht. Want naast een goeie plaat geeft de band ook wonderbaarlijke concerten, en dat was in Brussel niet anders.

Maar eerst mocht Anysa het Brusselse publiek opwarmen. De zangeres speelt normaal met een heuse band, maar in de AB deed ze het met enkel een gitarist. Haar warme, soulvolle stem mag dan wondermooi zijn, het miste de muzikale ondersteuning die het geheel wat boeiender had kunnen maken. Nu was het publiek te snel afgeleid en dat zorgde er natuurlijk voor dat de muziek niet zo heel goed overkwam. Maar potentieel, dat zit er zeker in.

Gelukkig moest Black Pumas minder moeite doen om het publiek te boeien. Van zodra frontman Eric Burton het podium bestormde, had hij de zaal al rond zijn vinger gewonden. De man staat dan ook vol energie en passie op het podium, alsof hij nooit anders deed. Nochtans begon Burton gewoon als straatmuzikant, maar ondertussen is hij uitgegroeid tot een frontman die de soulvolle muziek van Black Pumas draagt en naar een hoger niveau tilt.

Er bestaan heel wat soulbands die exact hetzelfde doen als Black Pumas, maar niet met dezelfde passie en inleving. De bandleden hadden elk een eigen kostuum aan, de een al warmer dan de ander, en dat gaf al aan dat er over alles was nagedacht. Ook de twee extra vocals vooraan , zorgden ervoor dat de power van de groep altijd een tikkeltje krachtiger was. Ook Quesada speelde een rol, want met zijn fascinerend gitaarspel, zijn herkenbare pet en nodige gitaarsolo’s, wist hij ieders hart te veroveren.
Er waren veel ingrediënten die samen een heerlijk gerecht maakten dat Black Pumas heet. Ook de gitaarsolo’s en opbouw van de set hoorden daarbij. Er waren wel eens solo’s, maar ze werden niet uitgemolken zoals dat wel eens gebeurt. Ook kregen we een perfecte mix tussen dansbare songs, liefdevolle nummers en de iets meer smooth liedjes. Die balans behouden was nodig, want zo bleef je geboeid luisteren en kwam iedere nieuwe song als een verrassing.
Toch waren er natuurlijk, zoals in iedere show, uitschieters. Bij Black Pumas waren dat vooral de meer dansbare nummers, omdat ze dan echt iedereen mee konden krijgen. Als Burton zelf zijn gitaar bij de hand nam, verdween zijn charisma als frontman en dan zakte de set dus af en toe in. Maar bij nummers als “Black Cat” en “Old Man” kon niemand blijven stilstaan. Het lag ook aan de energie van de frontman, die zich echt volledig smeet. Hij sprong soms gaten in de lucht, vroeg toeschouwers ten dans en begroette ook iedereen persoonlijk.
Maar er was meer. De dynamiek verdween nooit uit de show door onnodige bindteksten. De band loste dat heel slim op door de nummers snel na elkaar in te zetten, en Burton zong dan gewoon maar zijn bindteksten. Fascinerend, want het zou zomaar een lyric in de songs kunnen zijn. Dat deden ze nog het best bij afsluiter “Dirty”, dat, zoals een echte soulshow het betaamt, ieder bandlid voorstelde. Maar zonder daarbij in de clichésolo’s te verzanden, werden ook hier bedankingen aan het publiek gezongen of gespeeld.
Heel veel respect en liefde voor het publiek dus, en dat is natuurlijk waar dit genre voor bekend staat. De groep heeft zich omringd door heel sterke muzikanten, en die zorgden er mede voor dat Black Pumas live fantastisch was om te ervaren. Live krijgen we nog meer funky en groovy invloeden, waardoor je zelden stil blijft staan. Sfeer is dus essentieel, en die was er gisteren in overvloed. De dynamiek bij nummers als “Fire” en hitje “Colors” was adembenemend, alsof een poema op het punt stond je te bespringen en je aan de grond genageld stond. Maar hier werd je enkel maar verscheurd door liefde en passie.

Iedereen zou de band aan het werk moeten zien, want ze krijgen elkeen mee en zorgen ervoor dat je liefde voor soulvolle muziek alleen maar groter zal worden. Bewijs daarvan is het nog lang verder gezongen “Dirty” op het eind van de set. Het publiek bleef gewoon zingen, zelfs al was de band weg en stonden de lichten al aan. Je kon dus niet genoeg krijgen van deze wonderbaarlijke band. Het zou volgens ons niet lang moeten duren vooraleer de band nog grotere zalen platspeelt. Beginnend in Trix in februari, allen daarheen!

Setlist: Intro - Next To You - More Than a Love Song - Black Cat - Old Man - Know You Better - Black Moon Rising - Stay Gold - Confines - I Am Ready - Ain’t No Love - Oct 33 - Etta James - Colors - Fire - Dirty

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Gestapo Knallmuzik

Gestapo Knallmuzik - Knallen mit die Jüngens

Wie op een doordeweekse donderdag goesting had in een Duitse party, moest zich aanmelden voor Gestapo Knallmuzik in de Vooruit. De Gestapo bestaat tegenwoordig uit drie onnozele zeveraars met een fluo trainingspak of regenjas die Duitsklinkende maar Nederlandstalige lyrics naar je kop zwieren. En dat bedoelen echt wel positief. ’t Is ganz original en leutig voor de leute. Verder proberen wij ons, zo goed als het kan, in te perken wat dat Duits gewauwel betreft, al is het ongelooflijk besmettelijk.

Beginnen deed Gestapo Knallmuzik met een tip voor andere entertainers. Op een groot scherm konden we mee aftellen naar de start van het optreden. We zagen de drie gezellig chips aan elkaar voeren, gekke bekken trekken en gewoon wat random dingen doen. En vanaf 10 seconden was het al sfeervol aftellen zoals voor een nieuw jaar. Een goed begin. Zeker als bij het opkomen Kraftwerk klinkt met “Boing Boom Tschak”.
Met eerste song “Wingman Danny” vloog de confetti door de concertzaal en de frontman op het publiek. En onmiddellijk daarna werd “Ich Habe Nicht mit ein Ander Gemoald” met snel ingezongen lyrics en beats op ons af gestuurd. Het repertoire blijkt ook breder dan je zou denken. Want na “Gemoald” met een duidelijk negatieve emotionele lading, komen ook belangrijke levenslessen. “Twaletpapier Gescheurdt” probeert het publiek op te voeden om zich steeds met een drie maal geplooide laag papier af te vegen na een toiletbezoek. Bij deze genoteerd.
Daarna dronken we een pintje tijdens “Komasaufen” en kwam de elektropop van Gestapo op een hoogtepunt tijdens “Heel die Tag Porno”. Twee opzwepende nummers, die bovendien nog eens woord voor woord door de fans werden meegezongen. Moeilijker dan je zou denken, in humoristisch zeverduits.
Af en toe kregen we ook een rustpuntje. Zo kreeg toetsenist Vinzent zijn momentje met zijn dixietoilet in “Dixies Sind ok”. Redelijk absurd, durf je dan te denken. En dat klopt ook wel. Tot je daaropvolgend een song over een kachelwinkel te horen krijgt en naar deze onnozeliteit mag luisteren: "Hë Ruppert, wahr haben sie das kächel gekogt?" "Häha, gewöon, in Kachelwinckel Pëeters." “Ich sei ich wille das thaus in meinen garaach.“
En dan krijg je natuurlijk ook nog je portie pipi- en kakahumor er bovenop. “Ein Natze Pleck” en “Wir Gehen von Grond” zijn daarbij een paar leuke voorbeelden. Hitje van het moment van laatste plaat “Tinkie Winkie ist Dipsy und Steeckt zein Lala ins Po” is “Claudia Schwiffer”. Daarin komen plots enkele kuisvrouwen op het podium dansen, nodig na dit fantastische feestje.
Afsluiten deed Gestapo met “Sabin und Frenk”, waar het publiek eerst mocht juichen bij Sabine haar naam en joelen bij die van Frank. De liefde voor Sabine Hagedoren is duidelijk groot in Gent.

Als bisnummers kregen we nog de liefdesverklaring (inclusief hoog stemmetje) aan “Angela Merkel” en “Schüren mit ein Schürpapier”. Afsluiters van een geniaal grappig en een fantastisch feestje in de Vooruit. Auf wiedersien Gestapo Knallmuzik!

Setsliste: Wingman Danny - Gemoald - Twaletpapier Gescheurdt - Komasaufen - Heel die Tag Porno - Free Willy - Dixies Sind ok - Kachelwinckel Peeters - Ein Natze Pleck - Tanzen - Claudia Schwiffer - Wir gehen von Grond - Sabin und Frenk
Bis: Angela Merkel - Schüren mit ein Schürpapier

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vooruit-gent/gestapo-knallmuzik-14-11-2019.html
Organisatie: MCLX ism Vooruit, Gent

Guitar Wolf

Guitar Wolf - Dementerende rock-‘n-roll

Geschreven door

Guitar Wolf zag in ‘87 het levenslicht in Tokyo maar het was pas in de jaren ‘90 dat de wereld, dankzij een zetje in de rug van Eric Oblivian, met hen kennismaakte. Sindsdien bleef de groep onverminderd touren en platen maken (zo’n 17) en werd zo één van de zeldzame overlevers van de garagerock-revival van toen.
Elke zichzelf respecterende rock-‘n-roll liefhebber zou ze minstens één keer gezien moeten hebben! En hoewel hun interessantste platen, ‘Missile me!’ uit ‘95 en ‘Jet Generation’ uit ‘99, thuis op het schap staan , slaagde ik erin om ze telkens te missen.
Ook dit keer had ik minstens drie redenen om verstek te laten gaan maar besloot uiteindelijk toch dat alles moest wijken en ik heb het me geen seconde beklaagd. Extra argument om door te zetten was de plaats van het gebeuren. Magasin 4 had een dag later ook gekund maar de l’Imposture in Lille, een café niet groter dan de Pit’s, leek me ideaal, temeer daar Guitar Wolf er vorig jaar ook al mocht opdraven. Altijd een goed teken als een groep mag terugkomen!
Net vooraleer de groep verscheen ging Malik, de sympathieke baas van het pand, even voor het podium postvatten om ook de laatste twijfelaars naar voren te wenken. Nadat bassist Gotz en drummer Toru hun instrumenten even gewelddadig beproefd hadden, alsof ze leken te solliciteren bij een jazzrockband, kapten de drie theatraal een volle pint binnen waarna het feestje definitief kon losbarsten.
Guitar Wolf bracht een smeuige mix van dementerende rock-‘-roll, garagerock, noise en seventies punk waarin ik echo’s van zowel The Ramones, Link Wray als de Oblivians hoorde. Zelf noemen ze het ‘jet rock-‘n-roll’ waarbij jet niet staat voor Joan Jett, zoals sommigen beweren, maar voor het harde geluid van een ‘jet plane’. Wat dat harde betreft viel het beslist mee. Luid was het zeker , maar niet té.
Japanners hebben al eens de neiging om te overdrijven maar hier bleek alles (volume, distortion, chaos,..) perfect gedoseerd. Bij een naam als Guitar Wolf zou je misschien exuberante gitaarpartijen verwachten, niets daarvan. Integendeel, de techniek van Seiji was zelfs eerder beperkt maar bij dit soort herrie is dat eerder een zegen dan een handicap.
De set zat clever in elkaar met af en toe een cover (“Gimme some lovin’” (Spencer Davis Group), “Summertime blues” (Eddie Cochran/ Blue Cheer)) om de ambiance kolkend te houden. Halverwege ging de bassist zelfs wat crowdsurfen waarbij hij even aan de airco (?) ging hangen en een daaraan gemonteerde beamer net niet naar beneden stuikte. Alle drie volledig in het zwarte leer en met zonnebril leken ze afstandelijk maar ook dat was slechts schijn. Seiji zocht geregeld contact met het publiek , alleen zorgde zijn zwaar geaccentueerde Engels voor een erg moeizame communicatie. De setlist mee grissen was trouwens zinloos of je moest de Japanse taal machtig zijn.
Na een gebalde set waarin ze ongetwijfeld iedereen over de streep trokken , kwamen ze nog eens terug voor drie bisnummers om er met “I saw her standing there” van The Beatles er een punt achter te zetten. Schitterend optreden en zo kocht ik warempel na precies twintig jaar nog eens een Guitar Wolf plaat: ‘Love & Jett’, uit op Third Man Records.

Organisatie: Imposture, Lille

Mac DeMarco

Mac DeMarco - DeMarco en C° hebben altijd wel ‘iets’ in petto

Geschreven door

Mac DeMarco en zijn olijke viertal mochten gisteren voor een uitverkochte Ancienne Belgique optreden . Wat volgde was een indie show die niet verveelde. Ondanks de soms trage en eentonige liedjes van Mac  bleef de show boeien. Daar had zeker de humor van Mac en de zijnen mee te maken, tussen de nummer door worden allerlei onnozelheden uitgestoken en moppen getapt. Ondanks een gebrek aan radiohits in België weet DeMarco een trouwe schare fans op de been te brengen, die kunnen meezingen van begin tot eind.

De Australische art rockband Methyl Ethel vergezelt Mac & The Gang op hun tour. Twee mannen met synthesizers,  een torenhoge stem en beats die soms zwaar en duister waren. Op de Japanse tekenfilm , die in zijn geheel werd afgespeeld op de achtergrond, na, zat er weinig dynamiek in de set. De set was al bij al statisch, en enkel hun laatste lied bracht was schot in de zaak.

Mac DeMarco - Opkomen doet de band op de tonen van Dean Martin’s “Amore”. Samen met de beelden van de televisieserie De avonturen van Kuifje, gemengd met beelden van de bodybuilderlegende Ronnie Coleman en de erg vertraagde beelden van de band is de humoristische toon gezet.
Zoals gewoonlijk werd de show geopend met “One The Level”. Doorheen de show blijven de aanstekelijke, luchtige deuntjes elkaar opvolgen. Ondanks de rustige aard van DeMarco’s muziek,  reageert het publiek uitbundig bij elk lied. Elk lied wordt meegezongen, er wordt geklapt en gedanst. “The Stars Keep On Calling My Name” kreeg de eerste dansbenen los, en daarna was het moeilijk stil te staan.
 Eerder dit jaar werd zijn album ‘Here comes the Cowwboy’ gemengd onthaald. “Nobody” bleek een sterk, ingetogen nummer en ook andere nummers bleken beter live tot hun recht te komen dan op plaat, op het vervelende “Choo Choo” na, dat eerder lijkt op de laadmuziek van Trainsimulator Pro 2. Nu kan je ook beargumenteren dat dit lied bewijst dat ze zichzelf niet al te serieus nemen, wat nu net de charme is van Mac en de zijnen.
Heel de tijd drinkt Mac water, en de rest van de band pintjes. De gebruikelijke fles rode wijn werd dus achterwege gehouden. Misschien heeft het te maken met de anekdote van hun vorige AB-passage die we voorgeschoteld krijgen. Mac zou in een bar in de buurt een heel bierglas hebben volgekotst, waardoor ze de bar moesten verlaten. Misschien wou hij het deze maal wat rustiger aanpakken in Brussel, wat echter niet wou zeggen dat we hem straks niet konden tegenkomen in een cafeetje om de hoek. Lief nodigde hij ons uit met hem te praten mochten we hem tegenkomen. ‘We don’t bite.’
De harde emoties bij “My Old Man” werden gecounterd door een handstand van Mac en vele oerschreeuwen tussendoor. Zijn vader ging deze avond de pret niet verstoren. Tijdens “Ode To Viceroy”, Macs favoriete sigarettenmerk, werden allerlei peuken naar de band gegooid én een mutsje van cécémel, die hij wijselijk niet wisselde met zijn vissershoedje. “Another One” werd ingezet door de door Mac sexy bevonden vocalen van Andy. Die krijgt de smartphonelichtjes in de lucht en doet de AB meewiegen. Na wat onnozelheden beslist Andy om te bidden, na een onconventioneel gebed, als aanklacht op de katholieke Kerk, breekt één van zijn snaren. God ziet u dames en heren.
Als laatste lied werd voor “Still Together” gekozen. “Move your buttholes!” schreeuwt Mac, gaarne! Nog één keer losgaan op Mac dachten we, alles geven! Afsluiten deden we met een ellenlange solo van Andy, waarvoor Mac en de rest zichzelf neerzetten. Deze bleef maar duren en duren, soms keiharde distortion, soms surfrock, allemaal zeer aanstekelijk. Wat het langst nummer van de set leek te worden bleek een solo van “Still Together”. Het nummer werd opnieuw ingezet, met sit-down nota bene. Er werd voor het eerst gesprongen die avond.

Met zo’n energie kan je je publiek toch niet achterlaten? De verplichte bis werd dus een ongebruikelijke. Op de tonen van Metallica’s “Enter Sandman” vormde zich vooraan een moshpit. We hadden het niet zien aankomen, moshen op Mac DeMarco, de verrassingen zijn de wereld nog niet uit. Hopelijk Mac DeMarco nog lang ook niet.

Setlist: On The Level - Salad Days - Nobody - The Stars Keep On Calling Your Name - Little Dogs March - Cooking Up Something Good - Finally Alone - My Old Man - Ode To Viceroy - Choo Choo - Another One - Preoccupied - Freaking Out The Neighborhood - Rock And Roll Nightclub - My Kind Of Woman - Chamber Of Reflection - Still Together / Andy’s Jam / Still Together (reprise) - Enter Sandman (cover)

Organisatie: Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Miles Nielsen & The Rusted Hearts

Miles Nielsen & The Rusted Hearts - Wat snoeiwerk had niet misstaan

Geschreven door

Mijn verwachtingen hiervoor waren niet al te hoog gespannen en dat kwam niet eens omdat Miles de zoon is van Rick, frontman van het door mij nog altijd onbegrepen Cheap Trick, maar eerder omdat ik voorheen nog nooit iets van deze band uit Rockford, Illinois gehoord had. Nochtans brachten ze reeds drie platen uit op Rotown Records (niet te verwarren met de gelijknamige platenzaak of concertzaal uit Rotterdam). Maar dat is, op zijn zachtst gezegd, een nogal obscuur label (buiten die 3 platen vond ik er niets anders) dat bovendien enige tijd geleden over de kop ging zodat Nielsen zijn laatste lp, ‘Ohbahoy’, dan maar in eigen beheer uitbracht.
Muziek waar niemand op zit te wachten? Bij het eerste nummer viel dat alvast best mee: een lap zalige countrysoul zoals ik die in tijden niet meer gehoord had. Miles Nielsen, zelf op elektrische en een paar keer op akoestische gitaar, had met The Rusted Hearts een uitstekende band meegebracht waarin Adam Plamann (toetsen, baritonsax en klarinet (!)) voor de verfrissende noot zorgde. Een stevige, roots georiënteerde sound, meer dan behoorlijke songs en de uitstekende zang deed me meermaals aan Hollis Brown, die hier een vijftal jaar geleden een memorabele set speelde, denken. Zelfs in het erg trage “Ghosts”, een nummer waar ene Pablo Escobar voor de inspiratie zorgde, bleef de band moeiteloos overeind. Intussen had Nielsen zich tot een aangename praatvaar ontpopt maar dat keerde zich na een tijdje tegen hem. Hij bleef immers maar doorleuteren over zijn Oostendse tourmanager, blijkbaar een gekend figuur hier maar daar had ik hoegenaamd geen boodschap aan.
Ook muzikaal durfde het nu al eens wat minder te worden. Een paar nummers waarvan de samenzang sterk aan The Beatles (in hun mindere momenten dan, die ook zij zeker kenden) deed denken klonken wat melig en de laatste twee nummers, weliswaar met een paar mooie solo’s, waren veel te lang uitgesponnen, iets waaraan hij zich voordien nooit had bezondigd.

Conclusie: mits wat stevig snoeiwerk was dit een prima concertje geweest. Nu sleepte het zich na een uur en drie kwartier naar zijn einde.

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge 

The Tallest Man On Earth

The Tallest Man On Earth - Klein mirakel met een groot hart!

Geschreven door

The Tallest Man On Earth - Klein mirakel met een groot hart!
Na een vermoeiende rit doorheen het hectische verkeer naar Brussel kom ik met een zucht (van opluchting) toe in de muziektempel Ancienne Belgique. Ik keek bijzonder hard uit naar vanavond, want Kristian Matsson’s (alias The Tallest Man on Earth) passage op Cactusfestival 2013 blijft mij bij als een briljant, ontroerend mooi optreden.

Maar eerst was het tijd aan Julie Byrne*** om ons op te warmen. De New Yorkse singer-songwriter was voor mij nog onontdekt terrein, dus ik was benieuwd. Op het podium zag ik een ietwat schuchtere vrouw die na een aantal woorden met hoge, fluisterzachte stem, haar gitaar nam en begon te spelen voor ons. In de zaal was er nog niet overdreven veel volk aanwezig maar toch was veel geroezemoes hoorbaar. Zeker op het balkon (waar ik zat) werd erg veel gepraat. Jammer genoeg was dit zodanig hinderend, dat het mij moeilijk werd om haar muziek ten volle op te nemen, laat staan de teksten te verstaan.
Wat mij bijblijft, was haar zangstem die opvallend vol en zwaar kon klinken, maar ook heel hoog en licht. Een vrij wendbare stem dus, maar toch niet altijd even toonvast. Haar songs waren allen rustig en instrumentaal sober, maar wekten wel veel interesse omdat ik zag hoe Julie zich inleefde in haar muziek.
Na het eerste nummer werd ze bijgestaan door iemand op een oude synth. Tijdens een bepaald nummer zong ze zonder haar gitaar, en was die synth prominent aanwezig. Hier mijmerde ik op vlak van sfeer en geluid kort weg naar Nick Cave and the Bad Seeds, waarvan hun ‘Skeleton Tree’-plaat veel gelijkenissen had met deze song.
Na een zes- à zevental nummers zat de korte set van Julie Byrne erop. Ik bleef achter met een gemengd gevoel: ik was geprikkeld om meer van haar te horen, maar dan liever in een intiemere setting met een discreter publiek.

Klokslag 20u35 kwam Kristian Matsson, vol enthousiasme en duidelijk zichtbare goesting het podium op. Hij begon niet meteen te spelen, maar nam eerst rustig de tijd om vanop verschillende posities van het podium het publiek te bekijken. Het leek alsof hij de energie in de zaal opsnoof, om die dan later te gebruiken als ingrediënt in zijn muziek. En toen was het zover: Kristian ging naar ’t midden van het podium, nam zijn gitaar en werd belicht door drie wit-gouden lichtstralen.
“I sense some kind of fog
Could be helpful with this kind of sunset
When your eyes see too far
And so deep into life you don't know yet”
Met deze prachtige tekst, vanuit “Waiting For My Ghost”, werd de toon van de avond gezet. Het publiek werd - tot mijn grote verbijstering - muisstil. Het viel mij op dat The Tallest Man on Earth*****, nu al, niet alleen mij, maar gewoon iedereen in zijn greep had. Na de eerste twee songs bedankte hij ons allen oprecht, om naar hem te komen luisteren.
Hierna begon hij aan een volgend nummer, vanop zijn gloednieuwe plaat ‘I Love You, It’s A Favor Dream’. Zijn gitaarspel in het nummer “Hotel Bar” klinkt in den beginne fragiel, maar het nummer ontpopt zich af en toe ook tot subtiele krachtigheid. Een kleine, maar zo’n mooie paradox. Ik besef dat dergelijke sterke songs niet worden geschreven door zomaar eender welke muzikant. Hiervoor moet je talent hebben, veel talent.
Zo vuurt Kristian het ene na het andere nummer op ons af, en steeds geeft hij mij ondanks de grote afstand het gevoel dat hij zo dicht staat. Achter hem, staat een rij van houten kisten die met led-verlichting in alle mogelijke kleuren kunnen belicht worden. Ook al heeft hij het volgens mij niet nodig, geven die kisten bij iedere song gepaste kleurschakeringen wat alles extra sfeer en kracht bijzet.
Alvorens ik het ook maar een klein beetje besef, is er al één uur gepasseerd. Dit terwijl ik het gevoel heb dat hij nog maar nèt, bezig is. Kristian is een artist met zoveel charisma, zoveel overtuigingskracht, en vooral… zoveel authenticiteit. Hij doet er niet om, maar toch slokt hij ons spontaan op en brengt hij iedereen in vervoering. Tussen z’n songs door, weet hij ons ook te boeien met opvallende, fijne, grappige en soms zelfs ontroerende bindteksten. Hoe hij het daar allemaal op zijn ééntje weet te brengen, dwingt mij tot diep respect en dankbaarheid.
Minpunten van zijn optreden? Ik kan ze onmogelijk vinden. Moesten ze mij wijsmaken dat hij de zoon is van Bob Dylan, of Neil Young, zou ik het meteen geloven.
De setlist bestond uit een gezonde mix van vele nieuwe nummers en ook ouder, steengoed werk. Z’n nieuwe songs, zoals “Hotel Bar”, “I’m A Stranger Now” en “I’ll Be a Sky” kwamen bij mij heel overtuigend over. Absolute hoogtepunten van zijn concert waren voor mij: “Hotel Bar”, “The Gardener”, “Revelation Blues”, “Like The Wheel”, “Love is All”, “1904”, “King of Spain” en “The Wild Hunt”. Ik weet het… Een hele waslijst, maar het is nu eenmaal heel moeilijk kiezen, tussen songs die allemaal zo sterk geschreven zijn. En… (!) nog sterker gebracht worden.
Uiteindelijk moesten we na deze uitzonderlijk mooie, geestige en betekenisvolle avond met Kristian, afscheid nemen. Hij sprak ons nog éénmaal toe en gaf hierbij de boodschap dat hij al onze positieve energie en enthousiasme met hem zal meedragen. Omdat hij het hiervoor doet, vernoemt hij letterlijk. Zo bewandelt die kleine, excuseer mij, terecht bejuwelde ‘TALLEST Man on Earth’ zijn levenspad.

Moge hij een voorbeeld zijn voor velen, dat kleine mirakel met een groot hart! Ik ben ervan overtuigd dat we lang nog niet alles van ‘m gezien hebben. Het was magnifiek, een concert dat ik eerder uitzonderlijk, maar met overtuiging de volle vijf sterren geef!
En ohja, alvorens ik het vergeet: bedankt AB voor de -opnieuw- puike programmatie, organisatie, het opvallend goed geregeld geluid en de prachtige omkadering. Zonder jullie was dit niet mogelijk.

Setlist: Waiting For My Ghost - To Just Grow Away - Hotel Bar - I Won’t Be Found - The Gardener - What I’ve Been Kicking Around - Revelation Blues - I’ll Be A Sky - The Running Styles of New York - Like The Wheel - Burden of Tomorrow - Little Nowhere Towns - Love is All - Time of the Blue - Somewhere in the Mountains, Somewhere in New York - 1904 - My Dear - I’m A Stranger Now - King of Spain - The Dreamer
Encore: The Wild Hunt - There’s No Leaving Now

Neem gerust een kijkje naar de pics
The Tallest Man on Earth
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/the-tallest-man-on-earth-12-11-2019.html
Julie Byrne
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/julie-byrne-12-11-2019.html

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Cathubodua

Continuum

Geschreven door

Steeds meer Belgische metalbands worden opgepikt door buitenlandse labels. Epic-symphonicmetalband Cathubodua kan terecht bij het gereputeerde Massacre Records voor zijn debuutalbum ‘Continuum’. Dat is het vervolg op de EP ‘Opus 1: Dawn’ uit 2016. Die zat meer in de sfeer van de medieval- en folkmetal, terwijl de band daar vandaag toch grotendeels uitgegroeid is.
Op ‘Continuum’ horen we gelaagde, symfonische metal, met nog flinke dosissen folk-, power- en progmetal. Zelfs fantasymetal  zou een juiste term zijn als je vooral op de lyrics focust. Sara Vanderheyden is één van de grote troeven van Cathubodua. Niet alleen stemtechnisch maakt ze op dit album een grote sprong vooruit ten opzichte van de EP uit 2016, ze heeft ook het talent om je mee te zuigen in de fantasierijke en doorgaans romantische verhalen die ze vertelt.
“Abyss” en  “Hero Of Ages” zijn beide mooie cocktails van agressie en melodie, van dramatische breaks en bijtende riffs. Vanaf “Hydra” krijgen de tracks nog meer tempo en hier hoor je Sara die de hoogste regionen van haar stembereik verkent. Vaak lijkt het alsof de Cathubodua rust op synths, maar het kan net zo goed een vervormde viool of gitaar zijn. Folkelementen hoor je het meest prominent terug in”The Fire” en “My Way To Glory”.  “A Treacherous Maze” klinkt een beetje Oosters.
Voorbij de helft van het album wordt er opgebouwd naar een knallende finale, waarbij de aanloop wordt ingezet met “Legends” en “Nightfall”.  Op “A Tale Of Redemption” wordt een laatste keer gas teruggenomen om via het wisselvallige “Deified” uit te komen bij het magistrale “Apotheosis“.
Cathubodua zal voor veel Vlaamse metalheads nog een ontdekking zijn, maar met een album als ‘Continuum’ zal het aantal fans snel aangroeien.

Pagina 190 van 498