logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

TW Classic 2015 - Robbie is a god is a dj

Geschreven door

TW Classic 2015 - Robbie is a god is a dj
TW Classic 2015
Festivalterrein
Werchter
2015-07-04
Hilde Snauwaert


Zo om het half uur passeerde een vliegtuig boven de zonovergoten wei van Werchter. Het beeld voor de piloot vanuit het vliegtuig op het terrein zal eruit gezien hebben als de prikkelende videoclip “Slow” waarin Kylie Minoque elegant kreunend op een veelkleurig lappendeken van badhanddoeken ligt te kronkelen tussen halfnaakte dansers. Want dat was TW Classic jaargang 2015 :  een immense massa van strandlakens, parasols, opblaasfauteuils –  hier en daar een kinderzwembadje met een bodempje water - en extra zeilen en waterverstuivers die zorgden voor een welkome afkoeling op het zeer warme terrein.
De hitte en hoe deze best te trotseren was bij heel wat van de 60.000 bezoekers van het dagfestival het belangrijkste gespreksonderwerp.
De organisatie zorgde op voorhand voor een zeer duidelijke lijst met tips, het terrein werd extra aan de noden aangepast, er was drinkbaar kraantjeswater in overvloed en aan de toog kreeg je twee flesjes water voor de prijs van één. Hierdoor kwam echter in de eerste uren van het festival de lijst aan optredens op de tweede plaats te staan, en de artiesten uit de hitparadehoek die vòòr valavond speelden konden niet volledig het aandacht van het publiek verdienen.


De rond de eeuwwisseling op wereldniveau draaiende Anastacia gaf een weinig sensationeel optreden. Het was tevergeefs wachten op de stroomstoot van een stem die door de jaren heen aan flink wat power moet ingeboet hebben. De Amerikaanse zangeres gaf de aftrap met het elf jaar oude rockuitstapje “Left outside alone” , terwijl de muzikanten correct hun set speelden met op de achtergrond een mooie grote gestileerde A op het doek. Heel vlug passeerden “Sick and tired” en de beetje overbodige Foo Fighters-cover “Best of you”. En dan kreeg je bij het ene na het andere nummer het gevoel dat het epicentrum van de bekende liedjes van Anastacia een hele tijd geleden geweest is, want ook de lovesong “I belong to you”, “One day in your life” en “Paid my dues” zijn ook meer dan 10 jaar oud en al een beetje vergeeld. Eindigen deed ze met haar doorbraakhit “I’m outta love“ uit 2000 en trakteerde ze het publiek op de eerste rijen op selfies, helaas had de rest van het publiek er minder interesse in.

Texas-Frontvrouw Sharleen Spiteri kwam opvallend monter en met klare blik het podium op, haar marinetruitje, klassieke blauwe broek met vouw en witte bootschoentjes zorgden kortstondig voor een beetje frisse wind, maar het zeer saaie “The conversation” kon niet verhinderen dat de eerste worp van het optreden een misser was. Spiteri was wel zeer beminnelijk naar het publiek toe en haar bindteksten bleven even onbegrijpelijk door het vette Schotse accent. De volgende liedjes werden opvallend trager gespeeld dan de versie die we gewend zijn: bij “Halo”, “When we are together” en “Everyday”  had je zin om mee aan de kar te duwen om het tempo vlugger te laten gaan. Het was wachten tot “In a lifetime” waarbij een eerste vonkje stoutmoedige en sexy fruitigheid van weleer op te merken was, en gelukkig voor de wei begon Spiteri (is Texas nu een groep of een zangeres?) een mooi stelletje hits in te koppen met “I don’t want a lover” (de frontvrouw zelf aan de gitaar), “Black eyed boy”, “Here comes the summer sun”, “Inner smile”, het zeer rake “So called friend” en “Say what you want”. Al bij al een geslaagd optreden door de tweede helft en haar afscheidswoorden voor het publiek klonken dankbaar, maar ook nog altijd even onbegrijpelijk.

De nuchtere – en niet meer zo slanke - Anouk begon zonder veel poespas aan haar set, met in haar kielzog een zeer mooi op haar ingespeelde groep. Met de wind in haar blonde krullen startte ze prachtig met het rustige “Wigger” en wou ze op haar compromisloze manier haar levensverhaal vertellen. Zonder woorden vuil te maken speelde ze samen met de muzikanten en de zeer goede achtergrondzangeres (en spitting image van Mia Wallace in ‘Pulp Fiction’) een gebalanceerde set, soms zeer strak in “Everything”, dan weer lekker psychedelisch en tegelijkertijd elegant soulvol in “Good God”, met hier en daar een Janis Joplin-kreet. Na het verstilde “Michele” kwam een extra funky en dreigende “Down and dirty”, waarbij in het middenstuk het plezier van het samenspelen in de jamsessie naar voor kwam.
Echter duurde dat spel iets te lang en had je voldoende tijd om te denken dat Anouk eigenlijk nog geen enkele keer een connectie met het publiek had gemaakt en ze zelf alleen gericht was op de mensen op het podium, waardoor ze precies vergat dat er wel heel veel mensen naar haar aan het kijken waren. De zangeres leefde zichzelf enorm in haar teksten in, wat zorgde voor eerlijke en rauwe versies van “Lost” en “Jerusalem”, maar toen werd het ook echt duidelijk dat Anouk niet voor de plezierkaart ging en het dus niet allemaal zo evident maakte. Uiteindelijk eindigde ze met de classics en nog altijd geloofwaardig gebrachte “Nobody’s wife” en “Girl”.


Bij Robbie Williams ging de entertainmentmeter echter zwaar in het rood, want was dat een ouderwets goede show ! Innovatie en originaliteit waren constant ver te zoeken, en dat was al duidelijk van de start :
Robbie Williams werd met een klassiek aandoende reeks visuals op het grote scherm als de muzikale James Bond geprofileerd. De tekst uit een oude typmachine die daarop volgde kondigde de komst, de reden en ook direct het eerste liedje van de geboren showman aan : “Let me entertain you”. En dat deed hij samen met zijn  uitgebreid orkest en zijn wel zeer toevallig enorm rondborstige achtergrondzangeressentrio op een branie-achtige manier. Zeker van zichzelf, met frisse zelfspot, een immens lelijke blonde kuif en kilt met tijgerslip eronder sprong hij van het ene funwolkje naar het andere : hier en daar eigen liedjes zoals “Come undone”, “Kids”, “Supreme”, het zalig zeemzoeterige “She’s the one” en het bigger than life “Millenium”.
Echter kwamen er nog meer liedjes van anderen in de variétémix en passeerden zo U2, Joan Jett, Lorde, Jay Z, Led Zeppelin en de integrale 6 minuten van “Bohemian Rhapsody” van Queen. Overbodig eigenlijk, maar het showbizzgehalte was top en Robbie Williams bracht het met een gelukzalige glimlach en hier en daar een lovende opmerking op de borsten van een vrouwelijke fan. De zanger was ook op bepaalde momenten eerlijk emotioneel : bij het mooie wiegeliedje voor zijn dochter Teddy die een nachtzoen van haar vader kreeg of bij het opvallend rauwe en volwassen gebrachte “No regrets”. De show sloot zeer voorspelbaar met “Angels” af, maar werkelijk iedereen zong mee en had wel iemand in de armen vast. Robbie Williams bezong zijn eigen afscheid in het bisnummer “My way” en verliet het overwonnen publiek.

Om na zo’n optreden met een nog straffere show te komen is bijna onmogelijk, en was ook voor Faithless te hoog gegrepen. Het speelde ook niet in hun kaart dat heel wat mensen enkel voor Robbie Williams waren gekomen. Bij de start van het optreden van Maxi Jazz, Sister Bliss en hun groep was de golden circle nog voor de helft gevuld. Er werd nochtans stevig ingezet met een beloftevol aandoende housetrack (in overigens een zeer mooie combinatie met de gitaristen op het podium) en er werd direct overgeschakeld naar “God is a dj” en “Mohammad Ali”. Twee van de grootste hits zaten dus in het begin van de show en smaakten naar meer, maar toen zakte alles ineen bij een te trage en oeverloos lang durende “Mass Destruction”. Het daarop volgende “Insomnia” was enkel nog een stuiptrekking en tot het einde was er een eindeloze reeks van onbekende liedjes met een zeer etherisch aandoende platinablonde zangeres en niets bleef nog plakken. Sister Bliss blijft een prachtige ijskoningin en Maxi Jazz heeft persoonlijkheid over, maar als je bij de slotsong “We come 1” aan het denken bent of je makkelijk van de parking zal raken, dan is hun missie niet geslaagd.

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter  

Main Square Festival 2015 – vrijdag 3 juli 2015

Geschreven door

Main Square Festival 2015 – vrijdag 3 juli 2015
Main Square Festival 2015
Citadelle d’Arras
Arras
2015-07-03
Elien De Cock

Vrijdagmiddag trokken wij, voor ondertussen de tweede maal, richting Arras. Het warme zomerweer deed ons nog meer verlangen naar dit fantastische festival. De line-up was alvast veelbelovend!
Een aantal uur later was ons enthousiasme toch wat bekoeld, we waren duidelijk niet de enigen die op weg waren naar Arras. Uren in de file zonder werkende airco, was alvast onze eerste beproeving. Maar hé: no pain, no gain. Tenslotte kwamen we, weliswaar een aantal uur later dan gepland, toe op de festivalweide.

De sfeer zat er al meteen goed in, wat is er nu aangenamer dan de festivalweide oplopen met alvast de zomerse hitsingle “from Eden” van Hozier. Zijn set was een mooie afwisseling van zijn welgekende hitsingles zoals  o.a. “someone new” en zijn minder gekende nummers. Hozier combineerde zijn soulvolle stem met lichte (en minder lichte) pop, voor mij alvast een geslaagde combinatie! Naar het einde van de set toe, was het tijd voor wat hij zelf omschreef als wat ‘fun’. Hij speelde hier samen met zijn band een geslaagde, funky medley van o.m. een nummer van Ariana Grande.
Ik wil toch ook de fantastische backingzangers even in het licht zetten, want zij tilden met hun prachtige samenzang het geheel toch tot een hoger niveau. Hozier sloot af met de single waarmee hij bij het grote publiek is doorgebroken: “take me to church”, de perfecte afsluiter van een zeer geslaagd optreden.

Tijdens het concert van Hozier, speelde in de green room de energieke violiste Lindsey Stirling. Gezien ik mij jammer genoeg nog steeds niet in twee kan splitsen (wat op zo’n festival wel handig zou zijn), miste ik het eerste deel van haar concert. Ik baande mij een weg door de meute, wat beproeving nummer 2 bleek te zijn. Menig ellebogenwerk later, arriveerde ik nog net op tijd om een eigen nummer geïnspireerd op “Thriller” van Michael Jackson te bewonderen. Dat het nummer er duidelijk op geïnspireerd was, was te merken aan invloeden in de melodie en de danseressen die verkleed als zombies op het podium liepen. Toch bleef de eigenheid in haar werk zeker bewaard. Verder kan je Lindsey Stirling beschrijven als een hyperactief bommetje dat zowel hoogstaand vioolwerk als balletstandjes samensmelt met een folk-popsound.

Geen tijd te verliezen, op naar de main stage voor het volgende optreden. Ik besloot om het concert van The Script op veilige afstand te aanschouwen om het risico op gehoorschade door gillende tienermeisjes toch ietwat te verkleinen. Hartendief Danny, ook wel gekend als jurylid in het programma The Voice UK, begon zijn set alvast vol energie. Denk aan: een jongere versie van Bart Peeters die vol energie het podium op en af springt. Tijdens het eerste nummer klom hij al het podium af om het publiek te begroeten. Het werd een aantal flauwvallende tienermeisjes dan ook te veel, of zou dat dan door de warmte komen? Dat laten we voorlopig in het midden.
De energie van de zanger werkte opzwepend want het publiek bleef vlijtig meeklappen/zingen/springen. De groep had dit ook wel nodig, want hoewel ze veel hits speelden zoals “Breakeven”, “Superheroes” en “Hall of fame”, bleef hun muziek wat aan de oppervlakte. Hun nummers kennen geen echte hoog- of laagvliegers, maar lijken allemaal wat op elkaar. Veel ‘oehoe-oe’s’ en ‘oohoo-oo’s’ samengegoten in romantische (lees melige) liefdesliedjes later, liet Danny de meisjesharten nog wat meer smelten door in het publiek rond te wandelen, sfeer alom. Al bij al was het concert leuk om te zien en de muziek kon tellen als aangename achtergrondmuziek op een zwoele zomerse avond.

Plots vingen wij het gerucht op dat George Eszra niet zou optreden op het Main Square Festival wegens ziekte. Deze geruchten bereikten duidelijk het grote publiek niet en zo stonden de eerste rijen voor het podium vol met zijn allergrootste fans. Wie George Eszra verwachtende was, moest toch wel twee keer controleren of hij niet te veel desperados/pintjes gedronken had. Op het podium verscheen, de tot dan voor ons onbekende Isaac le Jeune. Hoewel het een volledig ander muziekgenre is dan die van George, konden wij het wel pruimen. Isaac heeft een zeer hoge zangstem en wordt ondersteund door stevige, doch zomerse electrobeats. Ik zou het genre als electro rockpop omschrijven. Het was de ideale achtergrondmuziek terwijl we ons verplaatsten voor Lenny Kravitz.

Terwijl Isaac le Jeune nog bezig was, moest ik me alweer noodgedwongen vroeger verplaatsen. De meute mensen die voor Lenny Kravitz kwamen was gigantisch. Veel vrouwen met t-shirts van de heer Kravitz passeerden me.  Voor veel Belgen was dit het hoogtepunt van de avond.
Lenny opende net zoals in het Sportpaleis met “Dirty White Boots”  en de toon was gezet. Het publiek werd razend enthousiast bij het aanschouwen van de rockgod die Lenny wel eens genoemd wordt. Onmiddellijk werd het nummer gevolgd door “American Women” hetgeen waarvoor ik gevreesd had , werd werkelijkheid. Ook tijdens zijn festival tour slaagt Lenny er in om de nummers soms oeverloos te rekken, zoals vandaag ook het geval was. Hoewel we zeker fan zijn van solo’s en het kunnen van muzikanten werd het ons (en onze omstaanders) soms wat te veel.
Op een twintig minuten durende “Sister” of “Let Love Ruel” zit niemand echt te wachten. Of toch? Hier en daar zagen we een enthousiasteling mee knikken in het publiek op de maat.  Kunnen we dan concluderen dat het concert gelijk stond aan dat van het Sportpaleis eerder dit jaar? Zeer zeker niet. De sfeer zat naar ons gevoel beter, het showbeest in Lenny benutte het podium optimaal, de fans waren laaiend enthousiast. 
Hoogtepunt van de avond, of toch voor een thirty-somethingvrouw, persoonlijke verjaardagswensen van de Lenny en het nummer “I belong to you”.
Hierna moesten we spijtig genoeg vertrekken om Kodaline te zien. Terwijl we wegwandelden hadden we niet het gevoel dat de sfeer aan het doven was, ook al ging hij ver over zijn tijd, we mochten van veel mensen horen dat het een schitterend concert was!

Helaas kon ik maar een stukje bekijken van het optreden van de Ierse band Kodaline. De naam van de band deed enkel vaag een belletje rinkelen, ik had geen idee wat me te wachten stond. Op set kwam een jonge groep, blijkbaar al sinds hun kindertijd, vrienden. De zanger wist het publiek goed op te warmen en al gauw deed iedereen met hen mee. De muziek is eerder folkgericht, met af en toe een toch wel zeer goed gezongen ballade. Na een korte luistersessie was het terug afzakken naar de Main Stage voor de volgende band.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik naar het einde toch al een beetje moe begon te worden.  Maar zoals ik van iedereen hoorde zou Shaka ponk daar zeker verandering in brengen. Deze Franse band was afsluiter van de avond op de main stage, de verwachtingen waren dus groot. Helaas, smaken verschillen, want ik kreeg het van deze band zeker niet warm (wat moeilijk is als het buiten nog steeds meer dan 30° is). Het was alvast een wervelende show, daar kunnen we niet omheen. Er was wel altijd iets te zien op het podium en de twee zangers stonden op scherp.
Laat ik even het plaatje beschrijven voor jullie: Jannet Jackson meets vervormde en veel te hoge Barbiestem met David Guetta lookalike meets holbewoner. Nu jullie het zich ongetwijfeld levendig kunnen voorstellen, kan ik het hebben over de meer serieuze zaken in het leven: de muziek. De hoge elektronische stem in combinatie met het geschreeuw van meneer de holbewoner en nietszeggende teksten konden mij niet bekoren. Even een greep uit het arsenaal: “Do you think you’re crazy?“ ondertussen wel ja” en “do you like my bonobos?” “Neen, zeer zeker niet”.  En zo komen we bij de laatste beproeving van de dag: een bijna twee uur durende show uitkijken: missie geslaagd! Verdict van de avond: hoofdpijn zonder kater = altijd een flater. Op naar huis, uitslapen voor een ongetwijfeld spectaculaire tweede dag van Main Square Festival.
Even een redactionele ingreep van de fotograaf/boyfriend. Over het algemeen kunnen we het goed vinden op muzikaal vlak en verschillen onze smaken niet zo hard. Behalve dan die occasionele keer zoals nu. Ik weet dat Elien niet te vinden is voor Shaka Ponk (dit heeft ze meer dan duidelijk gemaakt in de bovenstaande tekst), maar ik daarentegen wel. Je moet het voorstellen als een rock versie van ‘Die Antwoord’. Een aantal losgeslagen wilden op een podium die daarbij ook nog eens stevige rock, leunend tegen metal, spelen. De show was fenomenaal, de zanger liep alle kanten van het podium af terwijl de andere bandleden het beste van zichzelf gaven. Het was voor mij de revelatie van de dag. De sfeer, de energie, de muziek, kortom het was een afsluiter om U tegen te zeggen. Spijtig dat ze hier in maar bij onze Franstalige vrienden populair zijn. Hopelijk komt er daar toch eens verandering in …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mainsquare-festival-2015/
Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France

Main Square Festival 2015 – zaterdag 4 juli 2015

Geschreven door

Main Square Festival 2015 – zaterdag 4 juli 2015
Main Square Festival 2015
Citadelle d’Arras
Arras
2015-07-04
Elien De Cock

Na het insmeren met de nodige liters 50+ zonnecrème, waren wij klaar voor alweer een zomerse festivaldag op het Main Square Festival in Arras.

De eerste band die klaarstond op de main stage, Circa Waves, beloofde alvast de ideale opener te zijn voor dit zwoele weer. Hun hit “t-shirt weather”, is al eventjes te horen op de Belgische radiozenders en bij het horen ervan was ik meteen in vakantiestemming. Benieuwd of de rest van hun set evenveel zomerkriebels teweeg brengt.
Circa Waves opende alvast enorm krachtig, ze vlogen er meteen in met hun gitaargeweld. De zanger en twee gitaristen stonden allen op dezelfde hoogte op een rij en het geluid komt zo als een golf (heb je hem?) naar je toe. En ja hoor, niet alleen hun gekend hitje, maar ook de rest van de set bestaat uit stevige rock met een groot hawaï/let’s go to the beach’-gehalte. De perfecte cocktail als je mij het vraagt. De stem van de zanger heeft iets weg van Miles Kane en de band doet denken aan de jongere Arctic Monkeys. Met dat verschil dat de zanger nu al 100 keer meer podiumprésence heeft dan de jonge Alex Turner. De band heeft meteen het publiek mee, wat niet gemakkelijk is als opener van een festival. Petje af voor deze band (of toch figuurlijk want met de brandende middagzon op mijn hoofd liet ik hem liever aan).

De volgende twee bands stelden mij wat teleur. Eerst was het aan Coasts, een band uit het Verenigd Koninkrijk die een mengeling van klassieke rock met Indie-invloeden bracht. Veel kan ik hier niet over zeggen, buiten dat het gewoon niet mijn ding was. De zanglijnen waren voor mij eerder zaaglijnen en in het publiek was er weinig sfeer wat ook weer niet hielp. Vervolgens spoedde ik mij naar Twin Atlantic, in de hoop terug de smaak te pakken te krijgen. Helaas was ook dit niet wat ik ervan verwacht had. Ik kan niet zeggen dat het niet goed was, maar het was zeker ook geen hoogvlieger. De band bracht rock gemengd met een vleugje popmuziek, maar het leek alsof ze in de tijd zijn blijven steken. Niets nieuws onder de zon en dus weinig vernieuwend! Op naar de volgende band.

BRNS
is een Belgische band, en met enige trots voor onze muziekcultuur, had ik hoge verwachtingen. Gelukkig werden deze dan ook met verve ingelost, vive la Belgique!
Voor mij was deze band de revelatie van de dag. Ik had nog nooit gehoord van deze, ik mag toch wel zeggen 4 sympathieke gasten. De band bracht zeer experimentele, haast psychedelische poprockmuziek. Hoewel dit genre mij zelden genoeg kan boeien om een concert tot het einde uit te kijken, bleef ik vandaag vol bewondering verder kijken. Respect voor de drummer/zanger die niet alleen een prachtige zangstem heeft, maar deze ook perfect kan combineren met het spelen van niet eenvoudige ritmische percussiestukken.
Hoe verder in de set, hoe meer mijn mond openviel, wat deze man kan is fantastisch! Ook zijn rechterhand, de immer vrolijke percussionist, was aangenaam om te aanschouwen. Deze man speelt duidelijk met plezier, wie naar hem kijkt , kan het niet laten om ook vrolijk mee te lachen. De band werkt met duidelijke hoogtepunten in hun nummers maar de opbouw hiernaartoe is zeker niet zoals bij andere bands. Dit zorgde ervoor dat de aandacht tot het einde bewaard bleef.

De volgende aan de beurt was Rival Sons, een ervaren band uit de Verenigde Staten. Ze brengen de goede oude rockmuziek uit de jaren 70 terug en ze doen dit met flair. De stem van de zanger doet wat denken aan deze van Jack White, maar zijn stembereik lijkt oneindig. Het plaatje klopte van kop tot teen. De stevige gitaarrock komt als een pletwals naar je toe, grijpt je bij de keel en laat je niet meer los gedurende het hele concert. De présence van de mannen op het podium maakt het af. Tussen hun stevige rocknummers door was er ook tijd om hun gevoelige snaar te tonen. prachtige rockballades zonder melig te klinken, ‘that’s how we like it, yes we do’! Met een gelukzalig gevoel, zak ik af naar de Green Room.

Daar staat James Bay al klaar om te beginnen aan zijn set. Blijkbaar maakte deze jonge muzikant, die zijn eerste album promoot, een al niet onbesproken passage op Werchter. De fans waren toen laaiend enthousiast. Kan hij dat vandaag nog eens overdoen? James Bay bracht met zijn hoedje als handelskenmerk, gevoelige poprocksoulmuziek. Ideaal op een zomerse zaterdag om rustig te genieten. Easy feel good muziek dus! Hij bracht een goede afwisseling tussen meer gevoelige en hardere nummers. Waar ik verwachtte enkel gillende meisjes aan te treffen, trok hij toch ook een mannelijk publiek aan. De afwisseling in zijn set, bracht voor ieder wat wils. Ook speelde hij een degelijke cover van Alicia Keys, 3if I ain’t got you”. Op het einde zette hij het nummer naar zijn hand, door er een zeer geslaagde solo aan toe te voegen. James speelde pas op het einde zijn hit “hold back the river”, wat natuurlijk de kers op de taart was voor het publiek.

Ik was al eerder fan van Royal Blood, dus dan is het altijd spannend of de band ook live presteert. Met de juiste attitude kwam het rockduo op het podium aangetreden. Ze vlogen er meteen in. Met twee creëren ze een muur van geluid waar de meeste muzikanten alleen van kunnen dromen. Het duo brengt moderne rock/blues muziek en weet dit in een perfecte show te gieten. De zanger bespeelt het publiek met een sympathieke arrogantie. De drummer trekt dan weer de aandacht met zijn prettige nonchalance, waarbij hij zich op de juiste momenten 100% smijt. Al vanaf het derde nummer hadden ze de meute volledig mee met een van hun grootste singles: “figure it out”. Hun perfect, heldere rock met stevige bas tot in de maag overweldigde ieder die aan het kijken was. Niemand kon nog stilstaan, het feest was begonnen. En zo ging het wellicht nog een tijdje verder, maar wij moesten alweer vertrekken als we nog een plaatsje voor de headliner van de avond wilden bemachtigen.

Voor vele festivalgangers was Muse le moment suprême van de avond. De meeste fans hadden al een aantal concerten lang hun positie niet meer verlaten, toiletpauzes uitgesteld en het gevoel honger te hebben naar een hoekje ver weg van hun gedachten geschoven. Het was voor ons dan ook moeilijk om een goede plaats te bemachtigen en noodgedwongen installeerden we ons helemaal rechts van het podium. Het moment was daar, de grote opening van het concert van Muse.
Vergezeld van een goed uitgekiende video begon de groep aan hun set. Kwam het nu door de slechte positie, of door het voorgaande topconcert van Royal Blood, het eerste nummer kon mij niet bekoren. Ik verwachtte van Muse een overweldigend gevoel van geluid over mij heen te krijgen maar dit bleef jammer genoeg uit. Dan maar de oordoppen uit wat wel enig soelaas bood. Teleurgesteld beluisterde ik de volgende twee nummers dat op hetzelfde elan doorging. Was dit het dan waar ik zo naar uitkeek? Vanaf het vierde nummer, “plug in baby”, kwam er stilaan meer leven in de set. Er borrelde een sprankeltje hoop voor het vervolg van de avond. De show bouwde op tot een ware climax, elk volgend nummer was beter dan het nummer ervoor. Het feest brak pas helemaal los vanaf hun grote, vroegere hit “time is running out”. Dit is waar ik op gewacht had: een ware overrompeling van prachtige muzieklijnen en sterke vocale prestaties van de zanger.
Een explosie van confetti en het loslaten van reusachtige ballonnen in het publiek volgden perfect getimed met de zang van Matthew Bellamy.
Als je dacht dat het echt niet meer beter kon worden, was het wachten tot de laatste twee bisnummers “uprising” en “nights of Cydonia”. Een perfecte afsluiter van een groots concert. Jammer van het teleurstellend begin (want first impressions do count), maar vanavond zag ik zeker een van de indrukwekkendste concerten in mijn jonge leven.

Eigenlijk had ik na Muse helemaal geen zin in het laatste concert in de Green Room. Het is alsof je na het perfecte dessert terug aan een voorgerecht moet beginnen waarvan je niet weet of het je wel zal smaken, niet aangenaam dus. Om toch een zo volledig overzicht van het festival te geven, offerde ik mijzelf op en loodste ik mij wonder boven wonder een weg door het publiek.
Ik was net op tijd om Charlie XCX het nummer “I love it” van Icona Pop, waar Charlie XCX lid van was te horen. Het nummer was zeker verdienstelijk gezongen, maar jammer genoeg moest je het gedrag van de zangeres er ook bij nemen. Pogingen om het publiek mee te krijgen, kwamen wat kinderachtig en triest over, maar de muziek zelf werd door het publiek wel gepruimd. Ook de rest van haar set volgde dezelfde lijn.

En zo kwam alweer een einde aan een dag op het Main Square Festival. Morgen weer, met meer (slecht) weer.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mainsquare-festival-2015/
Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France

Main Square Festival 2015 – zondag 5 juli 2015

Geschreven door

Main Square Festival 2015 – zondag 5 juli 2015
Main Square Festival 2015
Citadelle d’Arras
Arras
2015-07-05
Elien De Cock

De derde en laatste dag van het Main Square Festival was al weer veel te snel aangebroken. De weergoden waren solidair met mijn sombere stemming en zorgden voor heel wat regen in de vroege namiddag.

Gelukkig klaarde het weer wat op en zo stond ik in de late namiddag klaar om rapper I love makonnen live aan het werk te zien. Door veranderingen in het programma was de set van deze Amerikaan vervroegd en naar Main Stage verplaatst. Was I love makonnen niet tijdig verwittigd door de organisatie of was er een andere opstopping? Geen idee, maar de rapper kwam een kwartier later dan voorzien op het podium aan en speelde een zeer korte set van minder dan een half uur. Hij had duidelijk ook geen tijd gehad om zijn stem op te warmen want het duurde een tijdje voor hij echt in de set kwam. Zijn rap gecombineerd met stevige beats zorgde ervoor dat het publiek een poging tot dansen ondernam. Naarmate de set vorderde stond de zanger wel steviger in zijn schoenen wat zich uitte in een groter showgehalte. Als laatste speelde hij zijn bekende hit “tuesday”, waardoor het volk hem het korte optreden toch kon vergeven.

Tegelijkertijd met het concert van I love makonnen, speelde de Australische singer-songwriter Josef Salvat een heel andere set dan de rapper. Josef is vooral gekend door zijn cover van “diamonds”  van Rihanna. Toch heeft de zanger meer in zijn mars dan enkel het spelen van covers. Zijn muziek is de perfecte achtergrond voor een rustige zondagnamiddag. Melodische ballads met een elektronische touch zijn Josefs handelskenmerk. Spijtig genoeg kon ik enkel het laatste stuk van zijn set beluisteren, maar wat ben ik blij dat ik toch een stukje kon meepikken. Het was alvast een aangename ontdekking.

Daarna was het de eer aan Tiken Jah Fakoly om de Main Stage onveilig te maken. De naam alleen deed mij vermoeden dat we hier geen typisch Main Square Festivalmuziek te horen gingen krijgen. En ik had gelijk. Tiken Jah Fakoly is een reggaeband dat ons doet wegdromen naar Afrikaanse stranden. Het doet ons niet alleen wegdromen, maar ook nadenken over de belangrijke zaken des levens. Muziek met een boodschap dus. Ondersteund door een goede groep backingvocals en muzikanten, bespeelt hij het publiek tot je als het ware in een trance geraakt. Er waren zodoende nog twee opties mogelijk: heupwiegend het publiek vervoegen of een zalig middagdutje doen.  Toch wel een leuke afwisseling met de rest van de line-up.

Om het roer dan volledig om te slaan, kwam er na Tikan Jah Fakoly, een Franse rapband. IAM is een beetje te vergelijken met onze West-Vlaamse ’t Hof van commerce. Leuk om te horen en te zien, maar het had nog fijner geweest om de Franse teksten te kunnen begrijpen en volgen.

Vervolgens was alweer een Belgische topper te zien op het Main Square Festival, Oscar and the wolf. Sinds ze vorig jaar (2014) hun album uitbrachten, en een volledig nieuwe weg qua sound insloegen, gaat het snel voor de jongens. De band wordt alom geloofd en ik was benieuwd of dit ook terecht is.  Het begin van het optreden zat er al boenk op. Met een stevige beat via de drums is de toon meteen gezet. Vervolgens komt de zanger, Max Colombie, op het podium in een toch laat ons zeggen ‘aparte’ kledingstijl. Het volk gaat meteen uit zijn dak, er waren duidelijk veel Belgische fans in het publiek aanwezig. Met de vraag: ‘Are you ready to undress?’, kondigde hij zijn hit “undress” aan. Wees gerust, het publiek bleef zedig en er vlogen geen kleren in het rond, spijtig genoeg ook niet bij Max Colombie want zijn bohemien/Indische klederdracht leidde mij toch wat af van de rest van het concert. Gelukkig waren daar de vette beats om mij terug in de show te slepen. Hoogtepunten van de set waren zijn hits “princess” en “strange entity”. De single met Raving George, “you’re mine”, was een welgekomen uptempo afwisseling met de rest van de set. Ook de covers “freed from desire” en “Jenny from the block”, zorgden voor genoeg variatie doorheen het optreden.

Na het concert van Oscar and the Wolf, speelde de band Lilly Wood & the prick op de Main Stage. Het Franse duo speelde een mengeling van pop met een vleugje folk en zomerse gitaarriffs. Aangenaam om te beluisteren en de Fransen genoten. Voor mij geen echte hoogvlieger. Halverwege begon het volk massaal weg te stromen voor het volgende optreden in de Green Room.

Sam Smith, sowieso een publiekslieveling, trok massaal veel volk naar het al overbevolkte plein voor de green room, voor zijn tweede concert sinds zijn operatie aan de stembanden. Hij opende meteen met een van zijn grootste hits “I’m not the only one”. Vocaal liet hij zich alvast niet tegenhouden door de recente stemproblemen. Hij smeet zich voor de volle 100% en genoot er duidelijk echt van terug te kunnen optreden. Her en der hoorde ik in het publiek: ‘te mooi’, ‘wow’, enz. Iedereen was onder de indruk van zijn groot stembereik en prachtig gebrachte ballades. Ze genoten zelfs zo hard, dat iedereen bleef luisteren, ook al begon het concert van Mumford & Suns. Zo doorstond ik de dertig meest claustrofobische minuten van mijn leven, om naar de Main Stage te geraken.

Daar gekomen was er eindelijk ruimte om te ademen. De recente omschakeling van folk naar rock inclusief elektrische gitaren op de nieuwe cd van Mumford & Sons is reeds genoeg bekritiseerd. Ook ik ben zeker geen fan van hun nieuwe album, maar toch zijn er ook pluspunten. De afwisseling tussen rock/folkrock/alternatieve rock zorgde voor een meer afwisselend concert. Zo kunnen ze een groter publiek aanspreken en blijft het boeiend om het volledige concert te volgen. Oude fans zullen dan weer teleurgesteld en met een wrang gevoel achterblijven. ‘You win some, you lose some’. Hier in Arras was het duidelijk dat laatste, de helft van het plein bleef onbemand. Triest, want ze hebben zeker wat in hun mars. Geef die mannen toch nog een kans!

De afsluiter van de avond dan: Pharrell Williams. Eerlijk gezegd lagen mijn verwachtingen zeer laag. Iedereen weet dat hij een meester in het producen is en dat hij fantastische zomerhits kan schrijven. Pharrell op de radio, dat is een feestje! Zijn liveoptredens hebben echter een minder fraaie reputatie. Even in een notendop: één grote reclamespot voor Adidas en slechte playbackshow. En ja, de commentaren bleken terecht.
Maar wat ook gezegd mag zijn is dat Pharrell verdomd goed Adidas promoot en een verdomde goed (playback)show kan opvoeren. Het concert is luchtig, vrolijk en afwisselend. Meer heb ik niet nodig om met een goed gevoel terug richting huis te rijden.

Bedankt Main Square Festival, het was een fijn wederzien!
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mainsquare-festival-2015/
Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France

AC/DC

AC/DC - Same old fucking brilliant shit

Geschreven door

AC/DC - Same old fucking brilliant shit
AC/DC
Festivalterrein
Dessel
2015-07-06
Lode Vanassche

Na de verdienstelijke en stevige soulrock van Vintage Trouble openden onze ouwe knarren AC/DC letterlijk met knallers en vuurwerk en met ‘Rock or Bust’. Malcolm wordt vervangen door zijn neef en op Malcolms dementie na zie je nauwelijks verschil. Chris Slade zit weer achter de vellen, na de avontuurtjes van Phill Rudd, maar daar trekt AC/DC zich geen moer van aan.

Ze gaan op een uitverkochte weide voor een retestrak concert. “Don’t you fool around with AC/DC”. Veteraan en working class hero Brian Johnson en eeuwige adhd-er Angus palmden moeiteloos heel de weide in.
De helft van het publiek had dan ook een t-shirt van AC/DC aan. Brian verscheurde zowat zijn stembanden en verkeert in uitstekende vorm. Angus braakt noten uit zijn SG alsof het niets is. “
Hell Aint a Bad Place to Be”. Minder nieuwe – “Rock Or Bust”, “Play Ball”, “Baptism My Fire”, “Rock ‘n Roll Train” – nummers worden afgewisseld met ouder werk. Aan klassiekers geen gebrek.  Het vreemde aan AC/DC is dat ze al 42 jaar hetzelfde doen , eigenlijk altijd dezelfde nummers schrijven en er nog mee wegkomen ook. Het is verdomd goed en het verveelt geen seconde . Er valt gewoon weg niet te ontsnappen aan de energie die deze Australiërs op ons loslaten.
Het enige wat hun leeftijd een beetje kan verraden zijn de iets te lange stiltes tussen de nummers door. Zowat ieder nummer zorgt voor een explosie: “Thunder”, het gebed “High Voltage”, “Rock & Roll Train”. “Fucking Hells Bells” en de klok hangt er. “Have a Drink on Me” wordt na enkele decennia weer opgevist en meezinger “You Shook Me” gaat het letterlijke en figuurlijke vuurwerk van “TNT” vooraf.
Pink Floydgewijs komt een gigantische opblaasbare pop het podium op en begint Angus in zijn blote bast aan het onverslijtbare “Whole Lotta Rosie”. “Let There  Be Rock” wordt hét solomoment voor onze eeuwige schooljongen.
We worden definitief gemokerd in de retestrakke bisronde met “Highway To Hell” en “For Those About To Rock, We Salute You”. 

… It’s only rock ‘n roll, but the audience like it! …
Neem gerust een kijkje naar de pics (via Sony Music)
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/ac-dc-06-07-2015/
Organisatie: Live Nation ism Graspop Dessel

Vodz

Into the woods

Geschreven door

Mag dit ‘loon naar werk’ zijn …Vodz uit Borgloon heeft na de EP ‘The road’ een boeiend debuut uit . Het is een afwisselend plaatje van intens; broeierige snedige rocksongs , die een donkere 80s ondertoon hebben en weten te overdonderen .
Een extravert spannend geluid … Hier borrelt een Mark Lanegan op, met o.m. ook z’n vroegere Screaming Trees, of we horen door gedoseerde nosiy aspects een Sonic Youth, die ten tijde met ‘Dirty boots’ de grote menigte kon bereiken. De stoner, grunge waait over de tien nummers heen. Al meteen wordt de aandacht getrokken met openers “Hand of God” en  “Blackness”. De titelsong overrompelt . Sterk .
Band die hun invloeden niet onder stoelen of banken steekt , én songs uit heeft met een eigen smoel . Puike plaat hoor !

http://vodz.be

Jasmien Aernout

Geboetseerd

Geschreven door

Al bijna vijftien jaar schrijft en brengt Jasmien Aernout haar eigen nummers op gitaar. Eerst in het Engels , dan in het Nederlands en nu in het West-Vlaams , haar moedertaal . Uiteindelijk zijn negen songs terecht gekomen op haar debuut , ‘Geboetseerd’ , een afwisselende plaat , die gaat van intimiteit , gevoeligheid via een sobere , ingehouden aanpak (akoestische gitaar en stem) naar een bredere omlijsting van keys , drums , bas en mondharmonica .
Ze observeert  en maakt beschouwingen van de dingen om haar heen en geeft er een laconieke draai aan. Fijne teksten dus , tja, soms nummers met nen hoek af . Haar nummers in het West-Vlaams zitten verdomd goed in elkaar , zijn spitsvondig qua inhoud , vorm en  mogen (dus duidelijk meer) gehoord worden .
Laat U onderdompelen in die unieke muzikale wereld van Jasmien …

http://www.jasmienaernout.be

Zinger

Everybody’s dying these days EP

Geschreven door

Zinger - beloftevol talent rond de tandem Pieter Deknudt en Nick Herweyers. Ze hadden al de Beloften ingelijst in 2011 en deden dat nu met de Nieuwe Lichting . We hebben hier een afweging tussen sing/songwriting en melanchopop , die door een soort Brass band (blazersectie) een intensere, diepere muzikale vorm en  inhoud krijgen . “Grace” en “Beachy head” zijn er al twee om te koesteren, die opvallen door de hoekige ritmiek , de mistige keys en de weemoedige tunes.
Hou die Zinger maar in het oog , want de handvol nummers klinken spannend , broeierig en gevoelig …
Info http://www.zinger.be  of http://www.facebook.com/zingerband

PAON

PAON

Geschreven door

De Brusselse band PAON komt aandraven met een fijne, titelloze debuutplaat . Eerder verscheen al een beloftevolle EP , en nu overtuigen ze sterk met een handvol  nummers,
“Teevee”, “Plastic flower”, “Cool spot” en “Shine over me” . Aanstekelijke gitaarpop , die een psychedelische ondertoon heeft en niet vies is van wat exotica ritmes . Songs die door de  opbouw en de ritmiek verslavend inwerken en balanceren tussen catchy, broeierige pop en een meer grimmige , grillige aanpak .
Girls In Hawaii en Ghinzu hebben een bandje bij  in de rij, die tegen hen aan kan hotsen en botsen . Puik werk van het kwartet !
Info http://www.paonband.com

The Bloodhounds

The Bloodhounds - Jong, fris en onweerstaanbaar

Geschreven door

The Bloodhounds (uit East L.A.) zullen hun eerste optreden in België wellicht niet snel vergeten. Vooreerst kregen ze de eer om de deur van het sympathieke etablissement ‘De Nodige Deugd’ voorgoed dicht te trekken. Gezien de talrijke opkomst en de hitte werd ervoor geopteerd om het optreden op het dak (van de toiletten) te laten plaatsvinden. Mooi maar technische problemen met een versterker zorgden ervoor dat ze pas om 22u konden beginnen. Ik voelde de bui al naderen maar gelukkig bleken de dienstdoende politiemensen erg inschikkelijk en mochten de Latino’s zo’n anderhalf uur ongestoord hun ding doen. Dat viel dus goed mee want ik mag er niet aan denken dat ik ook maar iets van deze set had moeten missen.

Vorig jaar schafte ik me hun debuutplaat, ‘Let loose!’ (op Alive Records), aan en bombardeerde die schijf meteen tot plaat van het jaar. Of dat achteraf bekeken terecht was, laat ik in het midden maar feit is dat ik in geen jaren nog dergelijke rootsrock had gehoord die zo fris en vanzelfsprekend klonk. Het deed me onvermijdelijk denken aan de beginjaren van stadsgenoten Los Lobos die me destijds op dezelfde wijze wisten te overdonderen. Diezelfde onbevangen rock-‘n-roll, alleen waren de Norteño songs als tussendoortjes hier vervangen door jug band music (waarvan tijdens het optreden overigens geen spoor te bekennen was).
De jongens hadden er een nachtje stappen opzitten en zagen er tijdens het lange wachten wegens die technische panne eruit als halve lijken die zich ternauwernood staande hielden. Maar eenmaal die verdomde versterker aan de praat gekregen was , bleken ze meteen springlevend en ging zanger-gitarist, Aaron “Little Rock” Piedraita, zowaar aan het dansen, bijna verongelukkend door de talrijke kabels op het wel erg krappe ‘podium’.
De band begon ronduit verpletterend met “La Caouhila” (te vinden op de dubbel LP “Rock & roll is a beautiful thing – Alive 20th anniversary album”) gevolgd door de Bo Diddley-cover “Crackin’ up”. Retestrakke rootsrock met duidelijk sixties garagerock invloeden en immer heerlijk heldere en sprankelende gitaren. Het zorgde voor een fantastische sound maar ook de songs mochten er zijn. ”Indian highway” vind ik nu al als een klassieker klinken terwijl de talrijke nieuwe nummers het beste beloofden voor de toekomst. Wat me ook erg opviel , was hun frisse neus voor covers. Hun keuze was zeker niet evident waren voor zulke jonge gasten: “Security” (Otis Redding), “Filthy rich” (The Outsiders), “I found a peanut” (Thee Midnighters), “Slow down” (Larry Williams), “Primitive” (The Groupies) en “I’m gonna forget about you” (The Valentinos). Misschien wel het duidelijkste bewijs van de fijne smaak van deze Bloodhounds.

De groep had er duidelijk zin in en gitarist Branden Santos waagde het zelfs om naar beneden te klauteren. De reeks bissen leek oneindig waarbij de afscheidnemende kroegbaas (die ook in een groepje speelt) één nummer voor zijn rekening mocht nemen. Uiteindelijk werd de schitterende blues, “The wolf”, de gedroomde uitsmijter.
Zaterdag nog te zien op Sjock Gierle!!

Organisatie: Stinstage vzw

Good Riddance

Peace In Our Time

Geschreven door

Na negen jaar is er eindelijk nieuw werk van Good Riddance!  De trouwe fans kunnen we meteen geruststellen: veel is er niet veranderd in al die tijd. Good Riddance maakt nog steeds heerlijke no nonsense melodieuze punkrock die perfect in het verlengde ligt van grote voorbeeld Bad Religion.
Het eerste album sinds ‘My Republic’ herbergt weer dezelfde succesvolle ingrediënten: de agressieve maar cleane vocalen van frontman Rus Rankin, snelle, melodieuze gitaren en stevig ‘in your face’ drumwerk. 
De plaat houdt er voortdurend een stevig tempo op na en kent op compositorisch vlak geen inzinking, flauwe  afsluiter “Glory Glory” niet meergerekend. 
Toptracks zijn dan weer  de openers “Disputatio”, “Contrition” en “Take It To Heart”.  Het album spat ook letterlijk uit je speakers, niet moeilijk als je weet dat de band werkte met grootheden als Bill Stevenson en Jason Livermore. 
‘Peace In Our Time’ was duidelijk het lange wachten waard!

Big John Bates

From The Bestiary to the Leathering Room

Geschreven door

Een zeer opvallende band uit de Rookie Records-stal is  Big John Bates.  De rockformatie uit het Canadese Vancouver heeft als centrale figuur John Bates.  De man speelt zowel gitaar, banjo, percussie als mandoline en neemt deels de vocalen voor zijn rekening. Daarnaast is er Brandy Bones die naast haar job als  zangeres ook instaat voor de violen, cello en piano.  Bones’ stem trekt trouwens verdacht veel op ene PJ Harvey.
In tegenstelling tot wat het cv van John Bates laat vermoeden (hij was ooit de frontman van trashband Annihilator) kunnen we de sound van BJB niet situeren in het hardere segment. Integendeel, Big John Bates maakt een donkere mix van country, rock, rockabilly, punk, blues en country.  Wat ons betreft de ideale soundtrack in een gelagzaal als de Titty Twister Bar en dan nog liefst vergezeld met een flinke fles whiskey.  
Referenties vind je bij artiesten als Tom Waits en The Cramps  en bij een rockband als Arcade Fire (maar dan wel de hardere, donkere variant ervan).  ‘From The Bestiary...’ is voor ons de eerste kennismaking met de band maar is al het zesde werk sinds 2010!  Naar verluidt ging Jello Biafra al  na het eerste album overstag. 
Veel  kans dat je na het beluisteren van songs als “Black Timber”, “Black Soul Choir” en Strawman” ook verkocht bent!

Courtney Barnett

Sometimes I sit and think, ans sometines I just sit

Geschreven door

Via de ‘double EP’ hoorden we al een voorproefje van de Australische sing/songschrijfster . Deze beloftevolle dame heeft heel wat talent en kruist garagerock met folkpop in een reeks stoere, kwetsbare songs.
Ze kunnen scherp rocken , “Nobody really cares”, prettig rammelen als “Pedestrian at best” en “Dead fox” of zijn weemoedig , breekbaar , “Depreston” en “Boxing day blues”. De songs doen denken  aan 90s PJ Harvey, Hole en Liz Phair . “Small poppies” (luister maar eens naar die gitaarriedels!)  en “Kim’s caravan” (wat een ritmiek)  zijn dan twee songs die tot op het bot zijn uitgediept , geen seconde vervelen , je meeslepen en ontroeren .
Eigenlijk is dit debuut van kwalitatief sterk niveau , door de intense broeierige , gevoelige spanning. Knap wat deze dame in elkaar heeft gestoken . Puik debuut.

José Gonzales

Vestiges & Claws

Geschreven door

Maar liefst 8 jaar zitten er tussen de vorige soloplaat ‘In our nature’ en deze hier . Niet dat hij stilstond , integendeel er was het werk met Junip , twee platen , het touren en hij stond ook nog in voor een soundtrack.
De nieuwe plaat ligt in het verlengde van vroeger , we horen een reeks melancholische, breekbare songs , geënt op zijn klassieke gitaarspel , - getokkel en de vingertics , gedragen door z’n zalvende, dromerige stem . Het donker randje blijft algemeen wel behouden , ook al durft hij wat breder , sfeervoller te gaan in de instrumentatie en de softe percussieve ritmes. Gonzalez blijft een getalenteerd sing/songwriter , die zorgt voor ingetogen plezier, gedrenkt in weemoed.

Two Gallants

We are undone

Geschreven door

De twee van Two Gallants Adam Stephens (gitaar/zang) en Tyson Vogel (drums/zang) zijn al ruim tien jaar bezig en na wat ups en downs komen ze hier aandraven met een nieuwe cd , die de speelsheid , de spontaniteit en de rauwheid bevat van hun eerste werk . Die duobands blijven toch iets speciaals , en intrigeren door hun eenvoud en puurheid .
Ze herontdekken zichzelf als een bluesy rock’n’roll/american/folkpop band , die het sing/songwriting hoog in het vaandel houdt , messcherp en emotioneel rakend . .De eerste drie nummers “Incidental”, “Fools like us” en de titelsong zijn weergaloos. Het gaspedaal wordt pas op de vierde, het sfeervolle “Invitation to the funeral” wat losgelaten .
Ze wisselen voldoende af , behouden een broeierige spanning en zoeken soms de soberheid op. Het maakt de plaat uitermate aantrekkelijk.
Het duo blijft echter in de schermerzone fungeren, en verdient meer erkenning, zeerzeker als we na tien jaar nog zo’n puike , overtuigende plaat horen! Kwalitatief heel sterk!

Other Lives

Other Lives - breed uitwaaierende Americana

Geschreven door

De hitte had zich gelukkig nog niet vastgezet in het dakgebinte van de Grand Mix, zodat het talrijk opgekomen publiek geen zweet moest laten voor de afsluiter van het concertseizoen in Tourcoing. Na vier jaar kwam Other Lives, een vijftal uit Oklahoma, hun tweede plaat ‘Rituals’ voorstellen.
Wij zagen ze de eerste keer, op de sindsdien ter ziele gegane Vlaamse tak van het Crossing Border festival, en na een gesmaakte passage vorig weekend op Rock Werchter, stonden ze nu dus in de Grand Mix.

De openingsmuziek deed direct een belletje rinkelen. Steve Reich’s “Electric Counterpoint” zagen we twee weken terug uitgevoerd worden door Jonny Greenwood, de slungelige gitarist van Radiohead. Hier diende het als opkomer, dit begon al goed. De band startte met “Reconfiguration”, uit het nieuwe album, een mooie staalkaart waar deze band voor staat: grote muzikale rijkdom, met een voorname rol voor de viool, maar ook met pauken en trompet. Het volgende nummer had zelfs twee violen en een harmonium, een soort mix tussen orgel en accordeon, omdat bijna alle bandleden meerdere instrumenten beheersen, en met gemak overschakelen tussen instrumenten binnen een nummer, wat ook bewijst hoe vernuftig alles in mekaar zit.
Vernuftig mag het zijn, maar toch is dit geen moeilijke muziek, de fans van Balthazar zullen dit zeker smaken.  In “2 pyramids” bespeelde de bassist de zijkant van zijn pauktrom voor een kenmerkend getik, op een bedje van elektronica, met als slagroom op de taart vioolstukjes die op de eerste van Arcade Fire niet hadden misstaan.

De bol haar die zanger Jesse Tabish is, kwam smachtend uit de hoek in “For 12”. Het bekendste nummer van Other Lives, “Tamer animals”, had heel veel dynamiek, en was opgesierd met xylofoon en harmonium.
In het volgende nummer gebeurde iets heel interessants: de trompet werd geloopt en de trompettist ging gewoon verder op viool, terwijl de bassist met de ene hand pauk speelde en met de andere hand keyboards. Je hersenhelften in twee stukken opsplitsen, het is niet iedereen gegeven, maar deze mannen dus wel. 
Bij momenten heeft Other Lives een heel filmisch breed uitwaaierend geluid, als een spaghettiwestern, maar dan zonder de clichés van het genre. Fans van Sigur Ros en Sixteen Horsepower zullen Other Lives zeker kunnen smaken. Om dit te bevestigen, zat er in het laatste nummer voor de bis zelfs een banjo.

In de bis kregen we nog een verrassend cadeautje: “Black tables” een van de eerste nummers van Other Lives dat ‘Tamer Animals’ voorafgaat, en een van mijn Nirvana favorieten, “Something in the way”, hier met viool in plaats van cello.

De band die Frankrijk in zijn hart sluit omdat het een van de eerste landen was waar ze succes kenden, sloot waardig af met de Americana van thuisstaat Oklahoma, ”Dust bowl”.  Tumbleweed rolde door de straten van Tourcoing, de hittegolf was nog maar pas begonnen.


Setlist: Reconfig – Easy Way- As I lay- Landforms-Desert -2 pyramids-Pattern- For 12- Tamer animals- English summer- Dark Horse- weather – for the last-  Bis: Black tables- Something in the way-Dust bowl

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Down the rabbit hole 2015 – vrijdag 26 juni 2015

Geschreven door

Down the rabbit hole 2015 – vrijdag 26 juni 2015
Down the rabbit hole 2015
Groene Heuvels
Beuningen
2015-06-26
Simon Van Extergem

Voor de eerste maal laat ik mij onderdompelen in de wereld van Down The Rabbit Hole. Eigenlijk zou je dit het kleine broertje van Lowlands kunnen noemen, want het zijn dezelfde mensen die achter dit festival staan. Een vergelijking tussen de twee festivals kan ik niet maken. Want ik ben nog nooit op Lowlands geweest. Wat hier wel opvalt is dat er wordt terug gekeken voor de inkleding van het festival naar de jaren 60. En meer bepaald naar de hippieperiode, maar dat deed de naam al vermoeden. Ook het publiek blijkt te bestaan uit een vreemde mix van hippies en hipsters en ook wel een pak ouder volk. Een bonte mix dus. Verder bestaat het festival uit 3 podia met de namen Hotot (grootste tent), Teddy Widder en Fuzzy Lop. Vanwaar de vreemde namen? Het zijn 3 verschillende soorten konijnen. Zoek ze maar even op als je graag schattige konijnenfoto’s ziet …

dag 1 – vrijdag 26 juni 2015

Black Bottle Riot heeft de eer om het festival op gang te trappen. En dat doen ze op gepaste wijze. Met hun rockabilly en bluessound brengen ze de vroege bezoekers al in beweging. Het mag best al eens wat stevig klinken. Maar het klinkt ook een beetje doorsnee. Maar geen onaardige prestatie van deze Nederlanders, die eigenlijk een thuismatch spelen. Want ze wonen in het zeer nabij gelegen Nijmegen. Leuk dat een lokale band ook eens een kans krijgt op een festival van deze orde.

Verder nu naar de Hotot voor Blaudzun. Opnieuw een Nederlandse band dus, maar wel van een heel andere orde dan de vorige. Blaudzun gooit ook in ons land hoge ogen. En sinds zijn 2e album ben ik er ook helemaal weg van. Met een vrij bombastisch geluid, dat wel een beetje geleend lijkt van bij Arcade Fire, zet hij de grote tent in brand. De hits gaan er als zoete broodjes in. En het publiek vermaakt zich. Deze band lijkt gemaakt om op zo’n groot podium te spelen. Want met tal van artiesten zou er op een klein podium gewoonweg geen plaats zijn. Puike prestatie van een goeie band.

Opnieuw bluestijd nu. Maar niet zoals de eerste band. Songhoy Blues maakt bluesrock van topniveau. Enigste verschil met vele andere bands is dat zij uit Afrika komen en die Afrikaanse invloeden mengen met de Amerikaanse en Britse Bluesrock. Denk hierbij ook even aan Tinariwen en Tamikrest. Maar ook niet te lang. Want deze heren maken toch vooral Blues. Ze gaan ook niet gekleed in traditionele gewaden. Maar dragen gewoon jeans. Het funkgehalte bij sommige nummers is ook echt hoog. Een feestje dus in de Teddy Wedder waar de vrolijkheid van af spat.

2 man duiken het podium op van de Hotot. Het zijn de heren van Death From Above 1979. Met niet meer dan een bas en een drum maken ze dus Drum –n - Bass. Maar niet van het elektronische soort. Hun sound is hard en gemeen en neigt naar de punk. Begin jaren 2000 maakten ze furore om dan in 2006 weer uit elkaar te gaan. Maar in 2014 dook er toch een nieuw album op en speelden ze opnieuw. Hoewel de muziek heel hard, rauw klinkt en de punk een grote invloed heeft, blijft de muziek ook zeer dansbaar. Maar jammer genoeg stond het geluid veel te hard, waardoor het geheel als één grote brij klonk en de melodie en dergelijke niet meer te horen waren. Jammer.

Opnieuw een Nederlandse band nu en niet de minste. zZz is wat mij betreft de beste band van de laatste jaren in Nederland. Onlangs waren ze nog mee op tour met A Place To Bury Strangers, onder andere in ons land. En dat is een hele eer. Waarom ze dit mochten doen wordt al snel duidelijk. Ook deze heren zijn een duo: de drummer/zanger en een toetsenist. De muziek is lekker ruig en dansbaar en zet de hele tent zonder problemen in beweging. Met een repetitieve drum, een vuile stem en een keyboard dat alle kanten opstuit, is de band in staat tot grootsheid. Ik hou ook de benen niet stil en laat me meevoeren door zZz op een wonderlijke tocht. Geniaal.

Voor het eerst loopt de Hotot bijna helemaal vol. En dat komt door Oscar & The Wolf. En dat is meer dan terecht. Max en de zijnen slagen erin om de grote tent voor het eerst volledig op hun hand te krijgen. De Seks spat er van af en daalt neer over het publiek. Dat ze in België al hun naam gemaakt hebben is een understatement. Maar in Nederland kennen ze hen blijkbaar ook al. Mocht dat nog niet het geval geweest zijn, dan hebben ze dat nu meer dan bevestigd. Ook nadien hoor ik nog mensen op de weide praten over het optreden. Een mooier compliment kan er niet zijn.

We blijven hangen in de Hotot en wachten vol spanning de komst van Ryan Adams af. Ryan Adams is de man die eigenhandig country van haar keurslijf heeft gered; een moderne wending aan het geheel gevend, met oog voor detail en schoonheid. Een singer-songwriter van grote klasse. Echter blijft hij voor mij vandaag toch onder de verwachtingen. Het kan ook aan het ongeïnteresseerd en pratend publiek gelegen hebben. Maar het optreden lijkt wat te mak en te bleek om een blijvende indruk na te laten. Het kan ook zijn dat de man niet zijn beste dag heeft. Want hij kan zeker beter dan dit.

Een andere grootheid maakt nu haar opwachting. Patti Smith mag samen met haar band integraal haar debuutalbum Horses spelen. 40 jaar is de plaat uit. Das dus al een hele tijd geleden. Maar dat laten de fans niet aan hun hart komen. Waarom ze deze avond niet in de grote tent mag spelen is voor mij nog steeds een raadsel. Het volk trekt massaal naar de Teddy Widder. De tent blijkt dan ook veel te klein. Maar goed. Het gaat om de muziek en die is wel heel goed hoorbaar. En die muziek blijkt uitstekend te zijn. Zowel Patti Smith als de band zelf lijkt met volle goesting aan deze tour bezig te zijn. Ze is als vanouds opnieuw zeer beeldend, expressief en spuugt af en toe heel het podium onder. Maar de muziek slaat nog steeds aan. Dat er niet alleen ouderen zijn die hier staan te kijken, toont ook aan dat de jeugd de helden van vroeger nog niet vergeten zijn. En dat is meer dan terecht. Een grote madam die ook perfect de hippiesfeer belichaamt die het festival uitstraalt.

Maar de ultime topper van deze avond is zonder enige twijfel Damien Rice. De Ierse singer songwriter is een echte headliner geworden. Dat toonde hij vorig jaar al toen hij ook Best Kept Secret mocht afsluiten. Ook vanavond staat hij weer moederziel alleen op het podium, met een sumiere belichting die perfect de warme atmosfeer creeert die nodig is bij zo’n optreden. Wat ik te horen krijg is van het mooiste wat ik dit festivalseizoen heb mogen aanhoren. De breekbaarheid, de vocale pracht, het gitaargetokkel. Alles lijkt zo makkelijk te gaan bij hem. Zonder steken te laten vallen en zonder overdreven melig of mierezoet te klinken blaast hij mij volledig van mijn sokken en worden de ogen weker dan voordien. Het grootste probleem echter was het publiek. De tent loopt helemaal vol.
Maar blijkbaar is niet iedereen even geïnteresseerd. Dit resulteert in een geweldig luid gekakel, dat zelf met momenten de muziek overstemt. Een regelrechte schande en het bewijs dat in Nederland niet altijd respect voor muzikanten en publiek wordt getoond. Het was schandalig, beschamend, zielig en frustrerend. Maar dat ik ondanks het verschikkelijk lawaai toch nog tot tranen toe beroerd wordt, maakt alleen maar duidelijker dat Damien Rice in absolute topvorm is.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/down-the-rabbit-hole-2015/
Organisatie: Down the rabbit hole (Mojo) , Beuningen  

Down the rabbit hole 2015 – zaterdag 27 juni 2015

Geschreven door

Down the rabbit hole 2015 – zaterdag 27 juni 2015
Down the rabbit hole 2015
Groene Heuvels
Beuningen
2015-06-27
Simon Van Extergem

dag 2– zaterdag 27 juni 2015

Na een zalig nachtje in de tent stap ik fris en monter een nieuwe festivaldag tegemoet. JD Mcpherson mag het startschot geven. En dat blijkt een rock ’n roll start van de dag te zijn. Een leuke band die zonder veel zever en show een aardig optreden geeft en wat ideaal blijkt om de dag aangenaam op gang te trekken. Geen memorabel optreden, maar wel een leuk en swingend begin.

De opener in de Hotot vandaag is Rhye.  Het Deens-Canadees duo heeft nog maar 1 plaat onder de arm, maar daar staan wel pareltjes op. Live is het duo wel wat uitgebreider dan een duo. Een karrevracht aan muzikanten staan mee op het podium om de muziek live beter tot zijn recht te laten komen. Het wordt een mooi optreden, maar zonder meer. De ster van de show is de prachtige stem die de rustige muziek met momenten wel de middelmaat doet overstijgen. Maar al bij al is het allemaal wel heel braaf en voorzichtig gebracht. Er mag met momenten wat meer vuur in zitten.

De Teddy Widder nodigt nu aan om te dansen. Want het is tijd voor Glass Animals. Hun zwoele triphop/indiesongs gaan er bij het publiek als zoete broodjes in. En dat is meer dan terecht. Een heerlijk zomers gevoel bekruipt mij tijdens de show. En ondanks dat ik in de tent sta, voel ik vanaf het podium toch de zon schijnen. De Britse jongens van Glass Animals slagen erin om perfect de sfeer te scheppen die past bij een zorgeloze zomerse zaterdagnamiddag. Het heupwiegen begint vanaf noot  1 en stopt past wanneer de laatste is gespeeld. Voor mij een leuke kennismaking met deze heren. Smaakt naar meer.

Zo vader zo zoon, moet Damian Marley  gedacht hebben. En dus is hij ook maar muziek gaan spelen. En wie kan hem dat kwalijk nemen. Dat de geest van zijn vader nooit veraf is, is een understatement. Dat kan ook niet anders als je zelf ook reggae speelt. En als je dan nog wat van zijn nummers speelt is er niemand die nog twijfelt. Damian is echter niet zomaar een doorslagje van zijn vader.  De eigen nummers zijn dan ook van hoog niveau en live bruist hij van energie. De band zorgt ook dat het feestje op gang blijft en het publiek is er zeker niet rouwig om. Want de Hotot gaat uit zijn dak. Naast muzikanten staat er ook constant een man met de Jamaicaanse vlag te zwaaien. Hij doet niet meer en niet minder, maar het zorgt wel dat de sfeer erin blijft. Een uur lang met een vlag zwaaien lijkt mij ook geen makkelijke opdracht. Dus alle respect.

Terug naar de Teddy Widder nu voor The Gaslamp Killer Experience. Heel andere muziek, maar daarom niet minder feest. Voor de gelegenheid heeft hij nu een volledige band rond zich geschaard. Wat dit allemaal inhield: trompet, sax, viool, gitaar,... Een hele landing muzikanten en instrumenten. Hoe klinkt de muziek dan, hoor ik u vragen. Welnu, het klonk allemaal soms een beetje rommelig en verwarrend. Maar de grote lijnen waren toch jazzy en zomers. Dat het jazzy geluid meer naar de freejazz ging is voor mij geen voordeel. Ook de rol van Gaslamp Killer zelf was mij niet helemaal duidelijk: hij scratchte soms, stond wat te roepen in de micro en gebaarde dat hij aan het dirigeren was. De Experience viel dus wel wat tegen. Het was meer een geheel van muzikanten samen, dan dat het echt als een band klonk. Maar het publiek liet zich er niet door kennen en danste vrolijk verder.

We trekken weer richting America, meer bepaald met The Alabama Shakes. Dat Brittany Howard gezegd is met een prachtige stem is een understatement. De kracht, de pijn en de passie die er bij haar afspat is de grote troef van deze band. Enkele jaren geleden waren ze nog de revelatie van het jaar. Nu is het nieuwe er al wat af. Iedereen kent deze band ondertussen. Dat neemt niet weg dat de hele hype van in der tijd niet terecht zou zijn. Wel integendeel. Vanavond bewijzen ze opnieuw dat ze groots zijn in hetgeen ze brengen. Neem echter Brittany weg en er blijft niet zo veel meer over. Zij is de ultieme frontvrouw en ze brengt het ook vandaag allemaal weer met verve. Ook de tent staat voller dan bij de vorige optredens. Wat wil zeggen dat ze nog altijd niet aan populariteit hebben moeten inboeten.

Opnieuw zomerse geluiden bij The Cat Empire. Met hun roots in Australië mag het niet verwonderen dat ze de zon hebben meegenomen. Ze klinken meer Zuid-Amerikaans dan Aussies. Met een bonte mix van Latin, Salsa, Jazz en Funk wordt er opnieuw wat afgedanst in de Teddy Widder. En dat is meer dan terecht want Cat Empire is echt een leuke band. Verwacht evenwel geen wereldschokkende nummers of verrassende wendingen. Gewoon mee gaan in de groove en genieten.

Van Roisin Murphy kan ik maar het begin meepikken. Maar wat ik te zien kreeg sprak mij niet echt aan. Roisin is een superster. Eerst met haar band Moloko en nadien ook solo heeft ze een geweldige reputatie opgebouwd. Maar vanavond blijft daar voor mij niet veel van over. Het leek mij allemaal niet om de muziek te gaan. Na ieder nummer, of zelfs tijdens de nummers, wisselt ze constant van kleren. Rare hoeden, andere gewaden,… Het kan niet op. Het lijkt één grote modeshow te zijn. En mijn aandacht glijdt dan ook snel weg.  Gelukkig staat er in de Fuzzy Lop een andere band te  wachten die ook wat met gewaden heeft.

En die band heet Goat. Goat is één groot mysterie. De band zou zijn origine hebben in Zweden, in Göteburg voor het moment. Waar vroeger nog de volledige band gehuld ging in maskers en gewaden, zijn het deze keer slechts de twee zangers die zich verschuilen. Maar Goat moet het niet hebben van maskers en gewaden. Hun muziek is straf. De debuutplaat ‘World Music’ was één van de beste platen van 2012. En hun laatste, ‘Commune’, is er opnieuw knal op. Hun bevreemdende mix van psychedelische rock en Afrikaanse ritmes en instrumenten slaan aan bij het publiek. De tent blijkt al snel veel te klein voor deze band. Het publiek staat tot ver buiten de tent en probeert een glimp op te vangen. De muziek zweept op en sleept je mee in een trance waaruit het moeilijk ontwaken is. Een uur lang worden we op de vleugels van Goat meegenomen. Een trip die het waard is. En die ons perfect opwarmt voor de laatste band die nog moet komen.

Want nu staat er in de Hotot niemand minder dan Iggy Pop op het podium. En dat zullen we geweten hebben. Het optreden neemt een geweldige start. Iggy jaagt er in 15 minuten al zijn hits erdoor. De gedroomde start dus. En het publiek kan het zeker smaken. Geen opwarming, geen gestaag begin. Maar wel zonder omzien starten en verder doen. De vaart gaat nooit uit de set. En Iggy slaagt er in om op zijn gezegende leeftijd nog steeds meer dan een uur het beste van zichzelf te geven. De band die Iggy mee heeft is één van een meer dan waardig niveau. Solo’s en riffs worden perfect gespeeld. En ze stuwen Iggy naar grote hoogte. Op zo’n manier een festivaldag afsluiten, er zijn slechtere manieren. Dus met de nodige punk in het bloed is het alweer tijd om de tent op te zoeken.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/down-the-rabbit-hole-2015/
Organisatie: Down the rabbit hole (Mojo) , Beuningen

Down the rabbit hole 2015 – zondag 28 juni 2015

Geschreven door

Down the rabbit hole 2015 – zondag 28 juni 2015
Down the rabbit hole 2015
Groene Heuvels
Beuningen
2015-06-28
Simon Van Extergem

dag 3– zondag 28 juni 2015

3e en laatste dag van Down the rabbit hole. En die start voor mij bij Other Lives.  Ze hebben reeds een hele evolutie doorgemaakt. Van stille luistermuziek die het best in je oren wordt gefluisterd, naar nummers met meer bombast en pop die beter geschikt zijn voor de grotere podia. Vandaag tappen ze uit beide vaten. Het geluid zit perfect waardoor het grote scala aan instrumenten perfect tot zijn recht komt. Het publiek houdt echter niet te lang de aandacht en de tent loopt wat leeg halverwege het optreden. Misschien dat de zomerse zon niet echt de ideale omstandigheden zijn voor hen. Maar ik vond het meer dan de moeite.

In de Hotot wacht Andrew Bird op ons luisterend oor. De Amerikaanse singer-songwriter is niet zo makkelijk in één genre te bevatten. Folk is hetgeen er het dichts bij komt. Maar de nummers zijn zodanig verschillend dat je dit moeilijk een folkoptreden kunt noemen. Soms eens jazzy, dan weer klassiek. Dat de man een multi-instrumentalist is mag zeker ook benoemd worden, hoewel het vooral zijn viool is die de show steelt, alsook zijn prachtige stem. Echt makkelijk is de muziek van de man niet te noemen. Door de verscheidenheid aan stijlen, klanken en tempo’s is het niet altijd makkelijk bij te houden. Maar moeilijk gaat ook. En alles klinkt voortreffelijk.

Tijd voor een nodige portie rock’n’roll, meer bepaald met Birth of Joy. De heren spelen een thuismatch, want ze komen uit Nederland. Maar blijkbaar zijn er nog veel Nederlanders die hen willen zien, want de Teddy Widder loopt barstensvol. En dat publiek krijgt een leuke show te zien. De heren zijn niet bijster origineel. Ze spelen rock uit de jaren 60 en doen dat met verve. Blijkbaar had ook het publiek hier even nood aan, want de sfeer is echt goed in de tent en het publiek wil maar wat graag gerockt worden. Rechttoe rechtaan, zonder meer. Maar dat is ook eens leuk.

De rock ’n roll blijft maar komen, want de vervoegen King Gizzard & the Lizard Wizard in de Fuzzy Lop. Dit is echter van een totaal andere orde. De podiumopstelling op zich is al totaal anders. 2 drummers vooraan, de rest achter hen. Met gitaar, mondharmonica, orgel,… klinkt het geheel ook vol en interessant. De zeven Australiërs maken er een coole show van. Wat spelen ze dan wel? Het is een bonte mengeling van garagerock, psychedelica, blues, af en toe zelfs een beetje kraut,… Een veelvuldigheid aan stijlen die aangenaam klinken en die de tent doet rocken op zijn grondvesten. Ze maken er een vuile, trashy show van en de tent smult ervan. Lekker link doen mag af en toe zeker en was meer dan welkom.

Nu tijd voor de oudste man op de affiche, Seasick Steve. Eigenlijk moet deze man niet meer voorgesteld worden. Hij is, ondanks zijn gevorderde leeftijd, nog maar vrij recent uitgegroeid tot een (cult-)held, de held van de jonge bluesliefhebbers. De reden waarom hij op handen wordt gedragen is ook niet moeilijk te vinden als je deze man eens aan het werk ziet. Tegenwoordig heeft hij al een drummer mee, die qua uitstraling nauw aanleunt bij Steve zelf. Maar het is vooral Seasick Steve zelf die de show steelt. Met zijn talloze anekdotes, zijn opzwepende bluesriffs, zijn zelfgemaakte gitaren, de nodige showelementen,… Het kan niet mis gaan. Dat de man dan ook nog eens ongelofelijk sympathiek en dankbaar uitziet versterkt alleen maar zijn appeal. En ook vandaag doet hij waar hij goed in is: blues spelen en verhalen vertellen. Een geboren entertainer, die zonder problemen het volk op de hand krijgt.

Afsluiter van de avond en van het festival is met recht en rede The War on Drugs. De drie beste optredens van 2014 voor mij waren 3 maal The War on Drugs. Zowel in een zaal als op een mainstage slagen ze er zonder problemen in om hun muziek naar het publiek over te brengen. In navolging van ‘Lost in the Dream’ steeg de ster van deze band tot ongekende hoogtes. Het is ook hun compleetste en mooiste album tot op heden. Dat er tijdens hun show vooral nummers uit dit album worden gespeeld mag dan ook niet verbazen. Hoewel de oudere nummers (o.a. “Baby Missiles”) zeker ook van hoog niveau zijn, zijn het vooral de laatste nummers die hoge toppen scheren. The War on Drugs blijft in mijn oren fenomenaal klinken. De gitaarsolo’s van Adam Granduciel zijn van wereldniveau en kunnen moeiteloos naast Neill Young of Bruce Springsteen worden geplaatst. Laag na laag worden de nummers opgebouwd. Zijn specifieke stem maakt het geheel volledig af. Een nummer als “An Ocean in between the Waves” of “Lost in the dream” zijn ongeëvenaard en maken voor mij dat deze band tot de beste hoort van de laatste 10 jaar. Live zeker de moeite dus om eens te kijken. Dus allen naar Pukkelpop.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/down-the-rabbit-hole-2015/
Organisatie: Down the rabbit hole (Mojo) , Beuningen

Rock Werchter 2015 – dag 1 – donderdag 25 juni 2015

Geschreven door

Rock Werchter 2015 – dag 1 – donderdag 25 juni 2015
Rock Werchter 2015
Festivalterrein
Werchter
2015-06-25
Johan Meurisse

Rock Werchter was warm , gezellig , gezapig …
Rock Werchter was goed …
88.000 festivalgangers per dag. Goed voor 150 000  unieke bezoekers.
Ondanks de programmawijzigingen waarmee de organisatie de laatste weken werd geconfronteerd , werd de gapende wonde van Foo Fighters zo goed mogelijk verzorgd met een Faith No More en Royal Blood.
Drie stages … Keuzes moeten worden gemaakt …Festival meer dan ooit …meer groepen, meer mensen, meer terrein, meer mooie momenten …
De twee grote tenten kregen een nieuwe outfit – strak gestyleerd , met een knipoog naar het Sportpaleis.
De North West Walls , een succes vorig jaar en dit jaar opnieuw , als rust en genietplek.
De drank- en een zeer divers aanbod van eetstandjes waren mooi afgebakend. De Shelter, het rustpunt voorbij de tenten en de veilige tournipit (vooraan de Mainstage) deden hun werk … Een blijvertje door de jaren …
Ook de campings waren nog meer verzorgd. The Hive is intussen uitgegroeid tot de feestzaal van het festival .
Rock Werchter is een festival van alle leeftijden, jong en oud houden er hun eigen bands en stijl op na.
Emo-moment: de herdenking voor The Lau en de happy kids van Pharrell.
Rock Werchter kleurt internationaal , blijft Vlaanderens grootste en is het best georganiseerde festival ter wereld …
Een gevarieerde affiche, een tevreden publiek, een tevreden organisatie ...
Summer starts here... Een overzicht van ons parcours – dag aan dag analyse … Cheers mates!

dag 1 – donderdag 25 juni 2015 - parcours

Op de eerste Rock Werchter dag moest de gapende wonde van Foo Fighters zo goed mogelijk geheeld worden . Faith No More en Royal Blood vingen dit erg goed op. Op ons parcours waren we onder de indruk van heel wat artiesten in the barn , waarvan oudje Patti Smith + Band de kroon spande. Beloftevol nog steeds Chet Faker en Jungle; verder een ijzersterke Florence en een Chemical Brothers die ons met een smiley naar huis brachten.

Op het hoofdpodium kon de Britse ‘young family’ Marmozets openen . Hier bij ons weten ze al het jonge publiek in te palmen met de singles als “Hit the wave” en “Why do you hate me?”  …. Ze hebben een levendige zangeres in huis , die zingt , schreeuwt en krijst . Als een dartelend konijn huppelt ze op de podium . De songs zijn stevig , behouden hun melodie , gaan niet uit de bocht , en zijn te situeren tussen Paramore en Hole. Een donkere tune is verweven. Af en toe wordt het wat intenser, subtieler en gevoeliger. Ze zorgden ervoor dat je meteen  in het 4 daags Rock Werchter bad werd ondergedompeld.

Iedereen was op post om het jonge beloftevolle Years & Years te zien. Ze scoorden in het voorjaar al één van de nakende zomerhits met het fris aanstekelijke, optimistische “King” , die we kunnen meeneuriën, - zingen en dansen . Natuurlijk werd dit nummer op het einde gehouden . De danspieren spraken ze aan met aangename deuntjes en aanstekelijke beats van de lekker in het gehoor liggende “take shelter”, “desire” en “real” . Ok op plaat en dus ook live zijn niet alle songs van dit leuke gehalte en in de sfeervolle songs zakte de aandacht weg . Maar in de prachtig ingerichte Barn tent was iedereen in de juiste stemming om deze jonge gasten , in het bijzonder zanger Olly Alexander in jeugdige outfit, op handen te dragen . Die popelektronica , die nog wat groeipijnen moet door spartelen , ging erin als zoetenkoek.

Geen Josh Homme vandaag bij het amicale Eagles of death metal (mainstage) rond Jesse ‘the devil’ Hughes . Een discobeat leidde in , en dan waaide een rock’n’roll sound pur sang ons om de oren . Ze  prikkelden met vettige gitaarsolo’s en houden wel van een erotiserende in-steek. Problemen met het geluid gooide roet in het eten . De nieuwe plaat werd in de klein uur durende set niet vergeten , maar toonbeeld zijn nog steeds de singles “I only want you so hard” en “Speaking in tongues”.  

De dromerige , melancholische rootsfolkpop van de lieftallige Zweedse zusjes Johanna en Klara Söderberg van First Aid Kit (the barn) heeft ons al altijd geïntrigeerd . Ze zijn al toe aan hun derde cd. Onderhuids valt de dagdagelijkse spanning af en worden we maar al te graag meegesleept op hun materiaal , door de leuke , ontspannende, gezellige tunes van hun akoestische , elektrische gitaar , keys en de zangpartijen , die elkaar aanvullen of afwisselen . Live krijgen de nummers een extraverte boost . Kijk , met een “The lion’s roar” , “My silver lining king” of de andere “Waitress song” en “Emmylou” heb je hun emotioneel ontwapende sound die balanceert tussen gevoeligheid en extravertie .

De sferische trippop van de uit Australië afkomstige Chet Faker werd evenzeer sterk ontvangen in de Klub C. Zelf kan hij zich focussen op z’n ‘knoppen’ elektronica , maar met z’n band is ruimte voor de instrumentatie , wat de sound dieper, intenser maakt . De repetitief opbouwende grooves’n’beats , de dubbele zanglijnen en vocoder kunnen soms wel wat zwaarder doorwegen (“Blush”) , maar een lichtvoetige, zwoele sound als op “Talk is cheap”, en een meer soulvolle stem tracht dit voldoende te compenseren. En verder is het zeker overtuigend door een “Cigarettes & loneliness” en “1998” , met een knipoog naar de “No diggity” cover van Blackstreet … Kortom , een sfeervolle trip , soms donker , maar die in het genre ook de duisternis weert …

Het gaat snel voor het Britse duo Royal Blood . Ze kunnen dit weekend twee keer optreden om zo goed mogelijk de gapende wonde van Foo Fighters te helen. De singles “Figure it out”, “Ten tonne skeletons” en “Little monster” tekenden voor de doorbraak , waardoor ze de kleine podium ontgroeien . Hun basics , enkel drums en een bas-spelende gitaar , zorgt voor strakke, groovende rock , met genietbare riffs en hooks. Hun sound tintelt, borrelt, en klinkt fris , aanstekelijk , catchy , opwindend. Hun rock’n’roll vieruurtje palmde het publiek aan de mainstage in ; een heerlijke trip dus. Een broeierige spanning ervaarden we door hun gretigheid, adrenaline en hun unieke samenspel. De headliners van vorig jaar Black Keys , Kings Of Leon of een Arctic Monkeys hebben hier het nakijken als we die vloeiende dynamische overgangen horen.  De twee waren ferm onder de indruk van de respons en hoe het allemaal al is gegaan .
 
Nog zo’n Britse sensatie , maar dan wel in een andere genre is Jungle (Klub C), rond Tom McFarland en Josh Lloyd-Watson . Een dampend sfeertje kregen we door hun mishmash aan stijlen (pop, soul , funk , disco, nightclubbing, …) die radiovriendelijk , glad , toegankelijk is, gedragen door de meerstemmige zangpartijen. Het doet ons (sensueel) wegdromen , brengt je in beweging  en zorgt voor een  smiley op het aangezicht . Je wordt lekker ontspannen meegevoerd en hotst op die groovy tunes  . Het paste allemaal mooi op deze warme , zonnige, zwoele dag . Met een “Julia”, “Platoon”, “Time” en “Busy earnin’” hadden we een handvol kleppers . Heerlijk…

Het was terug één van de oudjes die ons vandaag het meest raakte , zijnde Patti Smith + Band (the barn) die het album ‘Horses’ van veertig jaar geleden integraal voorstelden , samen met ‘Radio Ethiopia’, ‘Easter’ en ‘Waves’, platen van de mid 70s die in het geheugen gegrift staan. Letterlijk als op vinyl met een a en b-side kreeg je de nummers te horen,  grapte de bijna 70 jarige rockdichteres tussenin.
Zij is het toonbeeld van vrede,
vrijheid, gelijkheid en solidariteit . In haar declamerende zang  oppert ze nog even fel en verbeten voor een betere wereld . Die broeierige sound , of die nu intens , gevoelig of hard rauw is , durft te exploderen en laat je niet onberoerd.. Live leek het erop dat elke song wel een hoogtepunt was door die spannende opbouw , het intrigerende samenspel en de verdieping . Alles valt muzikaal op zijn plaats en met haar uitstraling erbij werd het nog emotievoller , pakkender . Jim Morrison , Jimi Hendrickx  werden geëerd, “Gloria”, “Birdlamp”,  “Fake money” , “Elegie”, ga zo maar door, fronsten de wenkbrauwen. “My generation” van The Who werd door de mangel gehaald en op het eind slaagde ze erin elke snaar van haar gitaar kapot te spelen . Om kippenvel van te krijgen . Huiver! Wat een rock’n’roll lady . Pure klasse. Tijdloos!

Nog niet goed bekomen van Patti Smith, waren we al even diep onder de  indruk van de  Britse Florence & The Machine van ‘onze rosse’  Florence Welch . Ze is intussen uitgegroeid tot een  rasechte performster en zorgt voor heel wat dynamiek op de mainstage . Het slaat duidelijk aan . Zij floreert en huppelt van de ene naar de andere kant tot de eerste rijen toe , met haar elegante , witte blouse. Vol overgave en met haar indringende, glasheldere stem geeft zij de sfeervolle , licht groovende gotische pop , deze keer minder omfloerst van bombast, zeggingskracht. De blazerssectie en de backing vocals zijn mooi verweven in haar sound. Melodieus , toegankelijk , aangenaam luistervoer met een vrolijke noot kun je wel zeggen . In een goed uur werden een handvol hits niet vergeten , “Rabbit heart” , “Sweet nothing” , “Spectrum (say my name)” (beiden met een knipoog naar Calvin Harris), “ You’ve got to love” (Candi Station nietwaar!) en “Dog days are over” zorgden voor heel wat handjes zwaaien.
De nieuwe plaat is er binnenkort en daarvan kon natuurlijk wat werk niet van ontbreken, evenals die puike rockende single “What kind of man”. Terecht op de mainstage en eind het jaar in het Sportpaleis!

Oscar & The Wolf (the barn) was vorig jaar nog één van de openers in de Rock Werchter tent. De band explodeerde vorig jaar en heeft ook al een plaatsje bemachtigd in het Sportpaleis . Het gaat hard voor Max Colembie en C° . Intussen zullen ze deze zomer meerdere malen te zien zijn. In z’n aparte habijt kon hij z’n muziek nog meer glamour en kitsch geven . En verve, hij werd letterlijk op handen gedragen van bij de eerste tunes van z’n theatrale, zweverige , aanstekelijke indiepop en z’n neuzelende vocals . Sinds hij aanklopte bij Raving George op “You’re mine” is hij niet vies om nog wat meer forsere beats toe te voegen. Dat nummer sloeg alvast in als een bom; verder moest het nieuwe “Vitamins” , ook al met een ‘80s new beat of Gala’s “Freed from desire” niet onderdoen  . Af en toe verdween die spanning , gebaad in een droomwereld , maar voeg “Undress”, “Princess” en “Strange entity” met wat confetti , slingers en vlammen op het podium aan toe , en de aandacht wordt terug aangescherpt. Het klinkt overrompelend en schept een sfeer van onoverwinnelijkheid. 

Faith No More (mainstage) werd er nog in allerijl bij geroepen om de gapende beenwonde van Dave Grohl te naaien. Een paar jaar terug gaven ze nog een ‘best of’ op Pukkelpop , nu vingen ze samen met Royal Blood dat gat op. En ze hebben 18 jaar na hun laatste wapenfeit een nieuwe  plaat uit, ‘Sol Invictus’ , waar sommige nummers niet moeten onderdoen met hun classics .
Faith No More komt hier met de gekende ingrediënten aanzetten, sterke melodieën, vinnige keyboards, vlijmscherpe metalriffs, gortdroge drums , gewiekste tempowisselingen, een portie uitgelaten gekheid en daarbovenop de bijtende vocals van Patton. En die Patton is de muzikale kameleon , die intussen alle paden heeft verkend in genres en stijlen. Respect dus. Faith No More , de heren in wit pak , troostte Werchter met een bloemetjesdecor en sloot de Foo Fighters fans in hun armen met een strakke, snedige  set, waar ruimte was voor enkele ballads. Op die manier kregen we een uiterst gevarieerde , aangename set van “Motherfucker”, die de set opende , naar “Out of nowhere”, “Caffeine”, “Epic” tot die breekbare “Easy” en “Evidence”. In “Midlife crisis” hoorden we een ode aan de Foo Fighters, met een flard “All my live”. Tussenin kon er wel eens gegrapt worden , why not ? Het nieuwe “Superhero” sloot hier een sterke Faith No More af . Toemaatje “We care a lot” , kon maar de kers op de taart zijn . De FNM party zal de Foo Fighters wel niet doen vergeten, maar opwindend , aangenaam , leuk was het zeerzeker!

Nog een groot stuk van Elbow trachten mee te pikken in the barn voor we konden loos op die typische Chemical beats van de Chemical Brothers …
Die Elbow rond Guy Garvey, de immer sympathieke knuffelbeer, is met de jaren een echte festivalband geworden . Nu gaan ze even van de mainstage naar the barn , maar dan wel om af te sluiten en om hun publiek te omarmen . Ze slagen er moeiteloos in om de intieme sound naar een hoger niveau te tillen , innemende pracht die forser mag klinken door de zalvende , opbouwende , aanzwellende partijen  en explosies, gedragen door het charisma van Garvey . De orkestratie toont net nog meer emotie en gevoeligheid en omzeilt net de bombast , die er anders bij zo’n band te veel aan kan zijn . “The birds“, “The bones of you”, “One day” , “Sad captains” , “Take off & the landing of everything” en een sterke finale van het oude “New born” en “Grounds for divorce”, een mooie keuze.
Het warme onthaal stimuleerde de gretigheid,  zorgde voor massale samenzangen en onderstreepte hun extraverte reputatie , waar het publiek in werd meegezogen . Die enorme wederzijdse betrokkenheid dwong respect af .


de Chemical Brothers (mainstage) van electrowizzards Ed Simons en Tom Rowlands , zijn twintig jaar bezig , hier op Werchter al het meest gepasseerd en vinden nu terug meer aansluiting bij de jongeren dan de voorbije tien jaar . De single “Go” met rapper Q-Tip zal er wel voor iets tussen zitten en we kregen in hun muzikale mix tunes van nieuwe tracks te horen, naast de gekende singles. Ze wisselden het mooi af met hun visuals , die altijd meer dan de moeite waard zijn . Ze slaagden er na al die jaren terug in een stomend party te maken, waarin een adempauze soms graag meegenomen was . “Hey boy, hey girl” gaf meteen de aanzet , “Do it again” , “Go”, “Chemical beats”,  “Galvanize” en “Block rocking beats” zaten mooi verweven , naast psychedelische tracks als “Star guitar”, een rockende Oasis “Setting sun” en wat zalvende soundscapes en  neurotische sounds . De twee broers zijn terug en sloten een fijne eerste dag af …

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Rock Werchter 2015 - dag 2 - vrijdag 26 juni 2015

Geschreven door

Rock Werchter 2015 - dag 2 - vrijdag 26 juni 2015
Rock Werchter2015
Festivalterrein
Werchter
2015-06-26
Johan Meurisse

dag 2 - vrijdag 26 juni 2015 - parcours
Op deze tweede dag konden de folkyroots fans hun gading vinden met Of Monsters & Men, Ibeyi en Mumford & Sons. Alt-J weet hun grillige sound toegankelijk te maken en Balthazar groeit uit tot een grootse Belgische band . Tot slot mag de ‘fake reality’ van Pharrell ons met een smiley uitzwaaien …

We moeten nog eventjes op dreef komen  op dit vroege middaguur … Openers op dag twee was het politieke getinte trio The Last Internationale (mainstage) met RATM drummer Brad Wilk . Broeierige potige pop rock , gezongen door bassiste Delila Paz. Het is hun gitarist Edgey Pires die ons doet stilstaan van wat er gebeurde de voorbije weken omtrent het gebruik van de confederale vlag in de zuidelijke staten van de VS. Tekstueel dik ok , maar muzikaal weinig verrassend of bijzonders .

En er zijn van die bands die je kunt ontdekken op Rock Werchter . Het IJslandse Fufanu (Klub C) gaat gretig te werk en gooit alles wat door elkaar. Heerlijke trips van postpunk , psychedelica en shoegaze , die goed opgebouwd is, durft te ontsporen en te ontploffen . De heren gaan fel tekeer , en de sound krijgt nog meer elan door een verbeten zang . Ze komen zelfs in de buurt van een Archive die ook z’n songs zo onder intense spanning brengt . Fufanu was zeerzeker een aangename verrassing .

Nog altijd versta ik me er totaal niet aan dat het Britse Archive (mainstage) hier in ons Vlaanderen niet weet door te breken . Bij onze Franstalige vrienden en in Frankrijk wordt deze band op handen gedragen; ze weten ook op klaarlichte dag en mede ook door hun prachtige visuals , een ongelijke sfeer te creëren, een apart en uniek geluid van symfonische rock, industrial-trips en trippop, die bombast en theatraliteit niet schuwen . Een donkere klankkleur en een Pink Floyd ‘move’ zorgen voor een aanhoudende broeierige, dreigende spanning door de lagen repeterende, wisselende als zalvende, forsere  ritmiek, effects , die worden gedirigeerd door Darius Keeler en Danny Griffith.
Archive komt nog meer tot z’n recht in één van de tenten, maar hier moesten ze niet onderdoen . Een wall of sound van emotie en gevoeligheid. Een donkere romantiek , begeesterend als meeslepend, waar droom als huiver hand in hand gaan. De wisselende zangpartijen zijn subliem en geven zeggingskracht . Een ondraaglijke heerlijke sound . “Feel it” en “Fuck you” waren al meteen twee kleppers en die spankracht behielden ze tot bij de afsluitende reeks “Ladders” en “Numb”.

Ze werden al getipt op Les Nuits Botanique , in mei ll de tweeling , Naomi en Lisa Diaz, Ibeyi (Klub C), die ergens een sing/songwriting freefolky world geluid creëren . De Frans-Cubaanse dames houden het bijzonder sober met paino/keys , slaginstrumentatie, ritmebox  en vingertics, maar hebben een stemmenpracht die het materiaal naar een hoger niveau tilt . Ze zingen zowel in het Engels als in het Yoruba, de Nigeriaanse taal. We voelen linken naar een Cocorosie en ons eigen Zap Mama. Een harmonieus geheel. A capella zelfs ontroeren ze moeiteloos. Ze betrekken er het publiek bij door handclaps en singalongs als op “River” , wat hun sound interactief maakt. Hun doorbraak “Stranger/love” werd zelfs vergeten, maar dit deed niks afdoend aan hun intens pakkend geluid. Sterk!

John Newman (the barn) liet zich al horen op een song van Rudimental, “Feel the love”, maar heeft ondertussen in de UK al een eigen status opgebouwd met z’n funky soulpop , die natuurlijk  nauw verbonden is met Sam Smith . Hij kan vocaal sterk uithalen , maakt kwieke danspasjes, pirouettes op z’n Michael Jackson (moonwalk) en tracht door de funky loops en ophitsende ritmiek het publiek in de juiste vibe te brengen . Wat veel respons uitlokte. Persoonlijk was ik er niet echt van onder de indruk, maar een song als “Love me again” bracht de set naar een sterker niveau . Verder bleef ik hier muzikaal wat op m’n honger .

Of Monsters & Men (mainstage) uit IJsland hebben nog maar net een nieuwe plaat onder de arm en op het podium staat er veel volk en instrumenten . Een blazerssectie en een dubbele percussie durven hun folkypop meer kracht en diepte geven . Hun doorbraak “Little talks” werd op het einde bewaard en krijgt een volle instrumentatie mee. Dit combo blijft algemeen wel goed met een rits ritmisch sterke, ‘prettig in het gehoor liggende’ songs , die een melancholische, dromerige ondertoon hebben, en sfeervol , speels, onderhouden , zwierig klinken. Tja, bands als The Lumineers als het oude Mumford & Sons (die later de avond nog geprogrammeerd stonden ) koesteren ze . Op deze zomerse dag gaan songs als “Crystals”, “King & lionheart”, “Dirty paws” , “Hunger” tot “Little talks” er probleemloos in , en klinken lekker door de bredere en afwisselende instrumentatie , de elektrische en akoestische gitaren , alsmede de mooie man-vrouw zangpartijen die elkaar konden aanvullen . Een sound waar je op je gemak bij voelt en een zekere ‘feelgood’ uitstraalt …

We konden nog een groot stuk van Death cab for cutie (the barn) meepikken rond zanger/songwriter Ben Gibbard . Een goed bewaard geheim binnen de rootsindierock , die een kleine tien jaar terug de grote doorbraak hadden , maar dan ergens bleven hangen . De dromerige songs krijgen een rauw randje en een extraverte tint mee, maar worden niet in hun schoonheid geraakt . Ergens borrelt een Pavement op . Gibbard hekelde wel eens met John Newman. Hij is een virtuoos muzikant en heeft al een pak goede nummers geschreven die  hier in de uur durende set duidelijk naar voren kwamen als “Crooked teeth”, “Black sun” , “You are a tourist”, “Soul meets boy” en een schitterende “Transatlantic” die een rockboost aangemeten kreeg … Death cab for cutie pootte een sterke set neer en gaf een niet-rommelig, maar zelfverzekerd optreden.

Balthazar heeft door de jaren hard aan de weg getimmerd en is nu één van de bands die al aankloppen in een Vorst Nationaal . Hun plaatwerk brengt grilligheid en melodie mooi samen, gedragen door de afwisselende en meerstemmige zweverige en diepgrauwe zang. De groep is erg goed uitgeslapen en kan de mainstage meer dan ooit aan . Hier vervangen ze een zieke Ben Howard , gezien ze eerst geprogrammeerd stonden in the barn . ‘Thin walls’ is de nieuwe plaat , waar uit wordt gegraaid , maar de band haalt het beste van hun tienjarige carrière naar voor . Wat opvalt in z’n totaliteit is dat die songs toch verdomd ingenieus in elkaar zitten, geslepen, veelkleurig en van finesse getuigen door het brede instrumentarium, de experimentjes en de huppelende, hakkende, stekelige en sfeervolle ritmes. Je komt dan uit op een volgende reeks, “Leipzig”, “The boatman”, “The oldest of sisters”, “Bunker” , “Fifteen floors”, “Sinking ship” en “Do not claim them anymore”.

Alt-J is één van die Britse indietronicabands die het clubcircuit is ontgroeid en met hun dromerige schoonheidspop een jong als ouder publiek weet te raken . Alt-J staat in één lijn met hun instrumenten, en wisselt tussen toegankelijkheid en avontuur . Ze gaan schuil achter een rits blauwe en rode spotlights . Eerder bewezen ze al in Vorst Nationaal dat een groot podium hen niet misstaat , hier ook in de barn waar sommige nummers een ferme aanstekelijke, groovy boost krijgen of wat vertimmerd worden . Openen “Hunger of the pine” was een mooi voorbeeld, een a capella inzet , en dan variëren ze in huppelende en bevreemdende ingewikkelde ritmes. De keys en de percussie drongen zich op , naast die dromerige gitaarriedels, diepe basstunes en nasale zang. Radiohead komt hier om de hoek kijken .
Goed uitgewerkt allemaal en dan kom je uit op schitterende versies van een rockend “Left hand free”, een innemende “Malthilde” , dat luidkeels wordt meegezongen of een twinkelende “Every other freckle”. Ze beheersen hun sound volledig en palmden het publiek moeiteloos in met de afsluitende reeks “Taro”, een creatief aangepakte “Lovely day” van Bill Withers en het frisse “Breezeblocks”. Alt- J heeft heel wat muzikale trucks in huis  die weten aan te slaan , en die verfijnd , toegankelijk of strak klinken .

Die Mumford & Sons hebben een deugddoende (korte) pauze ingelast en zijn er nu terug met een nieuwe plaat ‘Wilder mind’ die hun neo –indiefolky sound op het achterplan heeft geduwd en plaats heeft gemaakt voor aangename (radiovriendelijke) poprock . De banjo’s , mandolines en de speelse onbevangenheid zijn in een sfeervol, direct, gepolijst geluid gestopt. Wat bewaard is gebleven na hun twee uur durende set is het samenhorigheidsgevoel , de sobere elegantie  en de treffende eenvoud van hun roots, het heerlijk genieten , bewegen of wegdromen.  De songs worden naar een hoger niveau getild door hun gretigheid , enthousiasme , dynamiek. De nieuwe songs moeten nog wat hun plaats vinden , tonen een ordinary band van odinary boys, en ze worden door “Tompkins square park” en de twee sterke singles “Believe” en “The wolf” mooi opgevangen . En natuurlijk kunnen ze niet omheen het vroegere imago en de samenzang van een “I will wait” , “Roll away your stone” , “Lover of the light” , “The cave”  en “Little lion man” , die hen groots heeft gemaakt . Niks anders dan happy feelings aan de mainstage dus …

Nog een stuk Roisin Murphy (the barn) kunnen meepikken ... die we natuurlijk kennen van haar Moloko avontuur. Wat kitsch is er nog altijd bij , want in die dampende, funkende, soulvolle electropop , zagen we haar in allerlei gedaantes ; een pak kostuumwissels tot surrealistische maskers die aan een Grace Jones refereerden. We hoorden twee oudjes van het Moloko oeuvre (waaronder “Familiar feelings”) tot een eigenzinnige selectie van haar eigen materiaal , van de nieuwe ‘Hairless toys’ (o.a. “Evil eyes”, “Gone fishing”, “House of glass”). Misschien muzikaal niet steeds even boeiend , maar toch hadden we een grillig setje van een dame die ons steeds weet te verbazen …

Voor of tegen de ‘Adidas’ gesponsorde Pharrell Williams (mainstage), altijd heeft Werchter wel een exclusiviteit die wat ophef mag maken .Hij doopt de stage om tot een catwalk , beschikt over een zalvende soulrap (al of niet op voorhand opgenomen!), plaatst enkele MJ- danspasjes en wisselt N.E.R.D. songs af met een soort juleboxshow. Hij heeft zijn maatje Chad Hugo en een band mee  en de talrijke danseressen zorgen voor een visuele verrijking. Die Pharrell wil alvast een happy gevoel aan zijn publiek meegeven en krijgt hierdoor zeerzeker de wei mee.
“Rock star”, “Lapdance” en “She wants to move” van N.E.R.D.  met jonge dames uit het publiek benaderden het dichtst het rockgevoel. Verder kwamen erotiserende gedachtes naar boven door de zwoele grooves (als “Come get it bae”, “Marilyn monroe”), hadden we z’n samenwerkingen met Robin Thicke (“Blurried lines”), Daft Punk’s “Get lucky”” en tot slot  werd een samenhorigheidsgevoel benadrukt door “Happy” en “Freedom” , waarbij kinderen (‘de Belgische toekomst’) op het hoofdpodium een danspasje plaatsten .
Op die manier kon iedereen , voor of tegen nu, de lach of de frustratie van zich afgooien en met een gelukzalig gevoel naar huis gaan …

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter  

Pagina 298 van 498