logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Tame Impala

Currents -2-

Geschreven door

De Aussies rond Kevin Parker , Tame Impala zijn het clubcircuit ook ontgroeid. Ze zijn groot geworden . Hun retropsychedelica brengt verschillende generaties dichter bij elkaar . Een kosmische trip hadden we bij het vorig werk , de synths spreken nu nog meer op het recente ‘Currents’ , door de  grooves en (disco)beats, die de dansspieren aanspreken . De dikke laag galm en stoner aandoende gitaarsounds in hun kenmerkend muzikaal galacticastelsel is op het achterplan geraakt . Alle kleuren van de regenboog zie je bij deze muziek .
Naast de aanstekelijke singles “Let it happen” en “The less I know the better” , verder “The moment” en “Disciples” hebben we een rits gezapige , sfeervolle , rustige nummers . “Cause I’m a man” onderscheidt zich hier.
Psychedelica is en blijft de grootst gemene deler ; op deze derde zijn er dus wel minder muzikale weerhaken. Droom en dans worden met elkaar versmolten. Een breed publiek lijkt gewonnen …

David Gilmour

Rattle That Lock

Geschreven door

David Gilmour is het soort muzikant die met de precisie van een gerenommeerd hartchirurg steeds de perfectie nastreeft. Om de zoveel jaren maakt de man wel eens een solo plaat die dan in weinig of niets verschilt van de dingen die hij gedaan heeft met Pink Floyd in de post-Waters periode. Met deze ‘Rattle That Lock’ is dat niet anders. Alles is netjes afgelijnd en niets wordt aan het toeval overgelaten. Gilmour is met zijn microscoop en zijn waterpas de studio binnengewandeld en heeft dagen gewerkt aan het opnemen van één noot.
De muziekpurist heeft zijn songs met de nodige vakkennis en virtuositeit op band gezet en heeft die nadien nog een tiental keren door allerhande scans gedraaid om er zich van te vergewissen dat er toch nergens een vuiltje is ingeslopen. De ingehuurde raspaardmuzikanten wijken geen millimeter af van hun op voorhand uitgekiende partituren en de gitaarsolo’s, die onmiskenbaar Gilmour klinken, komen er steeds netjes opgeblonken uit.
Het zou ons geen haar verwonderen mocht de man een volledige kuisploeg in dienst hebben alleen maar om zijn gitaren te ontsmetten.
Doorwinterde Pink Floyd fans zullen met ‘Rattle That Lock’ niet ontgoocheld zijn. Zij krijgen immers de kenmerkende sound en de technische krachttoeren die ze mochten verwachten. Ze zullen, onderuitgezakt in hun designsofa en met de peperdure Bose koptelefoon om de oren, volop kunnen genieten van een resem muzikale hoogstandjes.
Gilmour heeft met name jarenlange ervaring en technisch vernuft in deze plaat gepompt, maar helaas wat te weinig ziel. De plaat werkt bij ons nu ook niet bepaald op de zenuwen, maar ze heeft ons met uitzondering van het nachtelijke jazz uitstapje “The Girl In The Yellow Dress”, niet toevallig de enige song die on- Pink Floyd klinkt, ook nauwelijks aangegrepen.
Het is hoogwaardig muzikaal behang die weliswaar elke seconde getuigt van een uitmuntende competentie, maar die ook een slaapverwekkende impact heeft op een gewone sterveling. Wij hebben het album een tweede keer moeten opzetten omdat we de eerste keer iets voorbij halfweg al lagen te pitten.

Destroyer

Poison Season

Geschreven door

Destroyer is het alter ego van Dan Bejar die in een ander leven ook wel plaatjes pleegt te maken met het bandje The New Pornographers. Het zal u waarschijnlijk wel ontgaan zijn, maar de eigenzinnige songwriter heeft in amper 10 jaar tijd al evenveel soloplaten uitgebracht. En deze hier is misschien wel zijn ultieme meesterwerk. De plaat komt binnen via de grote poort, Bejar laat zich met de gloedvolle opener “Times Square, Poison Season I” al meteen van zijn meest orkestrale kant bewonderen.
Destroyer laat de blazers en strijkers royaal aanrukken, hij ontwikkelt met een uitgebreid instrumentarium een wonderlijke dramatiek zonder daarbij in pathos te verzuipen. Alles valt op ‘Poison Season’ wondermooi in zijn plooi, de gaatjes worden rijkelijk opgevuld met muzikale heerlijkheid maar nergens loopt er iets over. Net als ‘Berlin’ en ‘Transformer’ van Lou Reed ademt deze plaat de atmosfeer van de grootstad uit, het is een warme en avontuurlijke tocht waarop enorm veel te ontdekken en te beleven valt, een nachtelijke stadswandeling langsheen filmische klanken (“Bangkok”, “Midnight Meet The Rain”), gedempte jazz (“Archer On The Beach”), subtiele kamerpop (“Sun In The Sky”) en weidse rock (“Dream Lover”). De stuk voor stuk prachtige songs lijden allemaal een kleurrijk leven op zich, maar ze presenteren zich toch als één hecht geheel. Samen vormen ze een bijzonder mooi kleurenpalet dat glorieus is aangekleed met fluwelen gitaren, geraffineerde saxpartijen, levendige strijkers en vaak een wonderlijke piano. De plaat baadt in een seventies gloed maar staat toch met beide benen in het heden en heeft de grandeur van Mercury Rev, de finesse van The The, de melancholie van Bill Callahan en de drijfkracht van David Bowie in zijn meest creatieve periode.
In de categorie van fijnzinnige en hartveroverende plaatjes moet deze ‘Posion Season’ dit jaar enkel ‘Goon’ van Tobias Jesso Jr naast zich dulden en verkeert daarmee in zeer fijn gezelschap.

Jacco Gardner

Hypnophobia

Geschreven door

De 27 jarige Nederlandse multi-instrumentalist Jacco Gardner graaft in de late sixties en houdt het op gevoelige, dromerige poppsychedelica. De eerste songs “Another you” , “Grey lanes” , “Brightly” en “Find yourself” worden gekenmerkt door een aanstekelijke groove , daarna komt de (filmische) droomsound nog meer op het voorplan en zijn ze nog meer binnen de indiepsychedelica te situeren door de hypnotiserende tunes. Die muzikale indruk krijg je nog meer door de handvol instrumentals die we op de plaat terugvinden.
Op zich weet het materiaal voldoende te intrigeren en is dit dus wel best een mooi plaatje door die zweverigheid en onschuld .

Great Mountain Fire

Sundogs

Geschreven door

Die Brusselse scene houden we maar best in het oog hier in Vlaanderen . Een nieuwe lichting als Robbing Millions , BRNS en deze Great Mountain Fire , komt na Ghinzu en Girls In Hawaii .
‘Canopy’ was een uiterst gevarieerd , fris aanstekelijk plaatje, de opvolger legt de klemtoon op de psychedelica , zoals die al sterk doorsijpelde bij een Tame Impala. Zij hellen niet over naar de electrokitsch , maar onderhouden een stuwende funkende groove op “5-step fever” en “Four-poster ride” .
Het materiaal op de nieuwe zit dus meer in de sferen van de psychepop, kan een feestelijke kleur hebben , valt op door de subtiele melodietjes, en intrigeert door de verrassende wendingen en de broeierige spanning.
Kortom , deze ‘Sundogs’ is opnieuw sterk!

The Vaccines

The Vaccines - Een trein vol hits!

Geschreven door
The Vaccines kwamen, zagen en overwonnen maandag avond in de Ancienne Belgique. Voor een bijna uitverkochte zaal speelden ze een show vol nieuwe en oude nummers. De focus lag niet enkel op het nieuwe album. De combinatie van ongeveer evenveel nummers uit ‘What did you expect from The Vaccines’, ‘Come of Age’ en ‘English Graffiti’ was echt perfect!


Support kwam van het Amerikaanse Family of The Year. Misschien zegt deze band je niet meteen iets, maar zoek even het nummer “Hero” op en er zal meteen een belletje rinkelen. Een goed uitgebalanceerde mix van indie, pop, de westcoastrock van de jaren '70 en die steeds weer terugkerende knappe harmonieën, is wat je kan terug vinden bij Family Of The Year. De muziek zit goed in elkaar, maar toch konden ze het publiek niet bekoren. De nummers duurden te lang en je zag dat het volk zich begon te vervelen. Na een set van 30 minuten was het afgelopen voor deze Amerikanen. Voor velen een opluchting

Enthousiaste Britten met een hoog rock’n’roll gehalte kunnen we duidelijk appreciëren in ons Belgenland. Openen deden The Vaccines met “Handsome”. En dat was er meteen knal op. Iedereen was mee en had honger naar meer. De rest van het optreden was eigenlijk gewoon een trein vol hits. “Wreckin Bar”, “Dream Lover”, “Teenage Icon”, en zo volgden er nog veel. Geen tijd voor bindteksten vol blabla, gewoon spelen was de boodschap.
Justin Young is een frontman die er staat. Geen al te hoog zangniveau, maar zijn enthousiasme op het podium compenseert dat moeiteloos. Ook de rest van de band zorgt er gewoon voor dat The Vaccines staan waar ze nu staan.
Hoogtepuntje van de set was ongetwijfeld het, u wel bekende, “Post break up seks”. De band stond, net zoals wij, versteld van het overenthousiaste publiek en gooide er in de bis ronde “No Hope” in een akoestisch versie bovenop. Bij het laatste nummer, “Norgaard”, ontstond er zelfs een kleine moshpit.

Het was een optreden dat nog lang zal blijven nazinderen. En terecht. The Vaccines waren tevreden, net zoals iedereen in de Ancienne Belgique. Meer van dat aub!

Organisatie : Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

Roy & The Devil’s Motorcycle

Roy & The Devil’s Motorcycle - Zwitserlands best bewaarde geheim

Geschreven door

Roy & The Devil’s Motorcycle - Zwitserlands best bewaarde geheim
Roy & The Devil’s Motorcycle
2015-10-03
4AD
Diksmuide
Ollie Nollet

De openingsavond van het nieuwe concertseizoen in de 4AD was meteen al goed voor een voltreffer. Waar ik het optreden van Roy & The Devil’s Motorcycle een paar maanden geleden in de Pit’s nog catalogeerde als een twijfelgeval (de omstandigheden zaten hen toen echt niet mee) werd ik dit keer compleet van de sokken geblazen. Maar vooraleer we dit wonder mochten aanschouwen hadden we er al twee groepen opzitten.

Gglory, een duo uit Koksijde, zette meteen de beuk erin met onversneden garagepunk. Een groots zanger zou ik Arthur Pauwelyn niet noemen. Toch vond ik zijn stem iets hebben terwijl zijn gitaar gruizig klonk zoals het hoort en een paar keer van lekker ouderwetse wah wah effecten werd voorzien. Het leuke aan dit soort duo’s is dat de drummer automatisch op het voorplan terecht komt en met een beer als Chris Weyne achter de vellen leverde dat constant vuurwerk op. De songs klonken erg rudimentair en net toen ik dacht ‘nu hebben we het wel gehad’ toverden ze een paar vlezigere nummers, waar duidelijk met wat meer inspiratie aan gewerkt was, uit hun hoed. Rock-‘n-roll uit de Westhoek!

Monster Youth uit Sint-Niklaas werd aangekondigd als een nieuwe sensatie in de Belgische garagerock maar dat viel behoorlijk tegen. Veel ‘garagerock’ viel er überhaupt niet te horen, wel zoete garagepop die zeker niet zou misstaan in de Burger Records-stal. Alleen is dat laatste allang geen garantie meer voor kwaliteit. Monster Youth klonk veel te poppy en die griezelig mooi klinkende stemmen deden me al vlug heimwee krijgen naar het onbehouwener keelgeluid van Gglory. Enkel wanneer de gitaren de bovenhand kregen, wat slechts heel sporadisch gebeurde, bleek Monster Youth dan toch de moeite waard. Dat werd heel duidelijk tijdens het symptomatische laatste nummer dat tergend traag begon met tenenkrullende zang om dan plots te eindigen met een weldadig gitaarepos.

Bij Roy & The Devil’s Motorcycle viel er visueel eigenlijk niet zo heel veel te beleven op het podium. De broers Markus, Matthias en Christian Staehli zagen er, net als in Kortrijk, wat vermoeid uit (ik vermoed dat ze er altijd zo uitzien, drummer Elias Raschle zag er wel patent uit) en er werd al eens met dichtgeknepen ogen of met de rug naar het publiek gemusiceerd. Maar als het muzikaal zo goed zit zal daar wellicht niemand om malen.
Er werd furieus geopend met twee nijdige garagerocksongs waaronder “You better run”, prijsnummer uit hun laatste plaat ‘Tino: Frozen Angel’.
Daarna werd het roer meteen volledig omgegooid en kregen we een ellenlange en adembenemende instrumental waarin de drie gitaren repetitief tegen elkaar op stuiterden en om beurten de sterren uit de hemel speelden. Een gedurfde oefening die jammer genoeg zijn weg naar het vinyl nog niet gevonden heeft.
De rest van de set klonk wat conventioneler maar was daarom niet minder smakelijk. Hun inventieve psychedelische gitaarrock sleurde me mee in een benevelende roes die niet lang genoeg kon duren.

Roy & The Devil’s Motorcycle zijn reeds meer dan twintig jaar actief, hoog tijd voor wat meer erkenning!

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Major Lazer

Major Lazer – Met dank aan het publiek …

Geschreven door

De eerste keer Major Lazer, daar kijk je naar uit. Na lovende recensies na hun passages op Pukkelpop en Rock Werchter de voorbije jaren, geloof je dat dit een feestje is dat je niet mag missen. Tel daarbij het publiek dat deze avond enkel en alleen voor Diplo en co naar Paleis 12 is afgezakt en je krijgt de perfecte basis voor een topavond.

Al bij de eerste beats die de groep loslaat op het publiek merk je dat de sfeer goed zit. Uitzinnig en klaar voor een feestje gaat het publiek mee op de bassen van Major Lazer. Bijna leek het erop dat ze meteen een grote hit “Bumayé” op de pompende massa zouden vrijgeven, met luid gejuich tot gevolg. Maar daar beslisten de mannen even anders over – “Hier zijn jullie nog niet klaar voor” was de boodschap.
Maar àlles werkte: de avond werd gevuld met een mix van eigen nummers en andere toppers van Martin Solveig, Macklemore en House of Pain. Het trio weet bovendien als geen ander hoe ze op het publiek moeten inspelen. Confettikanonnen, papiersnippers, occasioneel een “put your hands up!” – het publiek antwoordde op alles dankbaar met luid gejuich. Onuitputtelijke danseressen inclusief, volgens de band ook de beste danseressen ter wereld.
Op de tonen van Swedish House Mafia liet dj Diplo zich in een gigantische luchtbal opblazen, om zo over het publiek gerold te worden. Leuk idee, zij het dat het leek alsof hij gehaast was om zo snel mogelijk naar zijn podiumstek terug te keren. Een gemiste kans om een groter deel van het publiek te bereiken – de zaal was wel degelijk uitverkocht.
Misschien wou hij op tijd terug zijn om te genieten van de dames die nadien op zijn dj-booth de ziel uit hun lijf werkten. Begrijpelijk.
Tijd voor het vervolg op de echte Major Lazer Sound met “Roll the Bass” en “Jah No Partial”. In ontbloot bovenlijf – wij klagen niet - riep het brein van de groep op om zich van t-shirts te ontdoen. Wanneer hij erom vroeg, mochten de t-shirts in het rond gezwierd worden en zelfs in de lucht gegooid worden. Dat leverde vooral leuke beelden op vooraan in het publiek, waar verbazingwekkend veel t-shirts de lucht in gingen. De temperatuur in de zaal was intussen gestegen naar een niveau waarop het niet meer nodig is om die t-shirts terug aan te doen. Met een mix van Tove Lo en Diplo’s eigenste Bieber-product “Where Are Ü Now” werd daar verder op ingespeeld.
Diplo had duidelijk als missie om zijn jongste album te promoten. “Wie heeft Peace is the Mission al?”, luidde het. Misschien dat “Blaze Up the Fire” de twijfelaars wel nog kon overtuigen. En als dat niet hielp, moesten de vlaggen met “Peace is the Mission” erop hulp bieden. Al vlaggenzwaaiend liet hij het publiek even tot rust komen op het prachtige “Get Free” - ironisch genoeg een nummer dat niet op dat album staat.
Het tempo werd terug opgedreven met Sean Paul, Eva Simons – wiens nummer schaamteloos gepersonaliseerd werd tot “Hey Major Lazer” – en Dr Dre’s “Next Episode”. Opwarmers voor het kontenschuddende “Bubble Butt” én de megahit van House of Pain, “Jump”. Wie toen nog altijd stil stond, deed dat zeker niet meer toen – eindelijk!- “Watch out for this” uit de boxen schalde, met bijpassende glitterslierten. Niks werd gespaard om de springende massa op zijn wenken te bedienen. Jammer genoeg bleek ook hiermee het hoogtepunt van de avond bereikt te zijn.
Eventjes gingen de mannen het podium af voor een kledingwissel en nadien leek het alsof ze niet meer van plan waren om zich in het zweet te werken. Het recente en prachtige “Powerful” bracht geen hysterie teweeg, hier en daar werd het eerder binnensmonds meegezongen. Om terug wat beweging in het publiek te krijgen roepten de MC’s op om zich van links naar rechts te begeven. Op het reggae-achtige “Sound Bang” leek dat toch maar voor de helft van de zaal te lukken.
Na de vrouwelijke live-interventie op “Too Original” werd alles gehuld in een zwart-witte sfeer. In een zee van mist kregen we de melodie van dé megahit van 2015 te horen. “Lean On” deed de mist nog één keer optrekken en werd van begin tot einde meegezongen. De mannen van Major Lazer gaven nog even mee hoezeer ze van België hielden en bombardeerden ons land tot hun tweede thuis. Als dank werd nog een foto genomen en met het toepasselijke “All My Love” namen ze afscheid van hun fans.

Major Lazer toonde in Paleis 12 dat ze weten welke ingrediënten nodig zijn voor een feestje. Toch misten we nog een kers op de taart. Misschien waren het de hoge verwachtingen of de tempodalingen op het einde, maar we gingen niet naar huis met een ‘wow’-gevoel.
Major Lazer kon rekenen op een héél dankbaar publiek dat zich gemakkelijk liet meeslepen. Deze mensen waren gekomen voor een feestje, niet voor minder. De megahits konden onze honger stillen, maar een verlangen naar meer zat er voorlopig niet in.

Organisatie: Live Nation

Christine & The Queens

Zieke Christine (and the Queens) brengt wat ‘chaleur humaine’ naar Brussel

Geschreven door

Zoals de titel al doet vermoeden, was het geen fitte Heloïse Létisser – alias genderbender Christine – die we vrijdagavond op de planken van Vorst Nationaal te zien kregen. Na het openingsnummer “Starshipper” verontschuldigde ze zich voor ontoereikend stembereik wegens ziekte, en later liet ze op haar Facebookpagina verstaan dat de show pas kon doorgaan na een verkwikkende dosis cortisone.
Niet dat ze er zelf geen zin in had: ze wilde coûte que coûte in Brussel het beste van zichzelf geven, om – dixit Héloïse – “terug te geven wat jullie me gedurende anderhalf jaar hebben gegeven”.

Christine and the Queens hebben dan ook op een erg korte tijd het hart van het Belgische publiek veroverd: eerst verzorgden ze het voorprogramma van Stromae, om in oktober 2014 zelf te touren met het debuutalbum ‘Chaleur Humaine’  (Because Music, 2014). De eerste stappen als hoofdact zette Christine hier in de Botanique, ze werd vervolgens  volwassen in de Cirque Royal en tijdens de hete zomermaanden bevestigde ze – met wisselend succes – haar status als electropop-koningin op de weides van Werchter en Pukkelpop. De zegetocht werd tenslotte bekroond met een uitverkocht Vorst Nationaal. Het is natuurlijk maar de vraag hoe vaak men met één album en één show kan blijven verrassen.
Maar Christine heeft duidelijk geen last van concertmoeheid en het ontbreekt haar allerminst aan enthousiasme. Melodieuze nummers geïnspireerd op de synthpop uit de jaren ’80 zoals “Half-Ladies” en “iT”, en de zware technobeats van “Pretty-Ugly”, worden afgewisseld met flarden uit monsterhits zoals “I Feel For you” van Chakha Khan en Technotronic’s “Pump up the Jam”.
De aanstekelijke choreografie van de Franse Marion Motin (zie ook Stromae) die Christine en haar vier dansers opvoeren, fungeert als een verlengstuk van de muziek en is erg boeiend om naar te kijken. Haar meest bekende “Christine”, die in het midden van de set valt, doet de zittende menigte op de flanken recht veren. De theatrale kant van Christine komt dan weer tot uiting in “Here” en de - met dichterlijke vrijheid aangepakte - cover van Michael Jackson “Who is it”, waarbij Christine, even alleen op het podium en onder het witgele licht van één spot haar hartenpijn uitschreeuwt. Via de videowall brengt ze ook andere muzikanten op het podium, zoals in het bedwelmende “No Harm is Done”, een duet met de jonge Amerikaanse rapper Tunji Ige. Het nummer werd uitgebracht ter promotie van de Amerikaanse versie van haar debuutalbum en beschrijft het moment “voordat er iets gebeurt, vooraleer we kiezen welk gevecht we zullen aangaan”.
Het nummer “Jonathan” bracht dan weer een semi-naakte Perfume Genius naar Brussel. Een rustpauze wordt ingelast tijdens “Chaleur humaine”, waarbij Christine met een boeket bloemen een ereronde maakt doorheen het publiek – als een soort (hopelijk tijdelijk) afscheid aan het Belgische publiek.
De bonustracks brengen de zaal nog één keer tot aan het kookpunt, met “Paradis perdus/Heartless” en “Saint Claude”,  de single die ze schreef voor een ietwat onhandige jongen waarvan ze erg veel van had gehouden (terwijl “Who is It” over een vrouw gaat).
De tweede bisronde werd afgesloten met de ballad “Nuit 17 à 52”, die vooral bezuiden de taalgrens veel airplay heeft gekregen. 

Hoewel ze door ziekte misschien niet voluit kon gaan in Vorst, entertainde Christine and the Queens anderhalf uur een erg uitgelaten publiek, en van stemproblemen hebben wij niets gemerkt. Het moet gezegd, de mix van dans, theater en muziek – handelsmerk van Christine & the Queens –  houdt de aandacht wel vast, en ook de sobere scenografie met Dan Flavin-gewijze TL-verlichting, brengen veel sfeer op het podium.
Als de muziek niet altijd even hard kan boeien – niet alle nummers zijn singlewaardig en ook de Engelse lyrics zijn vaak moeilijk verstaanbaar, wat soms vervelend kan zijn – is er nog altijd de erg expressieve présence van Héloïse Létissier om op terug te vallen. Het spel tussen het mannelijke en vrouwelijke, weerspiegelt in de androgyne look van Christine, haar oproep om samen de eigen voornaam te roepen zodat we uiteindelijk allemaal “Christine” worden, haar interesse voor de kleurrijke wereld van de gays en de transgenders – ze vermeldde zelfs de film ‘Paris is Burning’ als inspiratiebron – maken Héloïse Létissier ook buiten de concertzalen een boeiende artieste. En ze is nog maar 27! We zijn alvast erg benieuwd hoe ze, zowel muzikaal als persoonlijk, zal evolueren.

Neem gerust een kijkje naar de pics van haar set vorige week Zénith, Lille
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/christine-and-the-queen-26-09-2015/
Organisatie: Live Nation

Keith Richards

Crosseyed Heart

Geschreven door

‘Crosseyed Heart’ is Keith ten voeten uit, losbandig, ongedwongen, beetje reggae, snuifje country, krakende en snedige rock, oude blues, schaamteloze ballades en vooral een hoop riffs die met verbazend gemak uit die typische losse pols geschud worden. De legende doet hier vooral zijn eigen goesting en vaart in de diverse watertjes waarin hij zich altijd al top heeft gevoeld, hij amuseert zich kostelijk en klinkt nergens berekend of geforceerd. OK, enkele songs vallen wat te lichtvoetig of te clean uit, soms zelf op het melige na, maar fuck it, dit is Keith, en Keith staat boven alles.
Wanneer de riffmeister op dreef is, is ie echt wel goed op dreef, het is smullen geblazen van de roffelige rock en de dirty riffs op “Heartstopper”, “Amnesia”, “Trouble” en “Substantial Damage”. We mogen ook al eens lekker in de sofa onderuitzakken met een whiskey in de hand op “Robbed blind” en “Love overdue” en het doet enorm deugd om met de authentieke titelsong en het vuile “Blues in The Morning” eens gortig in de bluesmodder te mogen ploeteren. Keith staat hier bovendien verdomd scherp te zingen, dat gortige rock’n’roll leven zit samen met ettelijke liters Jack Daniels helemaal in die gure stem vervat. Een stem om zangpuristen de gordijnen in te jagen, maar geen betere ‘slechte’ zanger dan Keith. In de stokoude klassieke ballade “Goodnight Irene” haalt hij ook nog eens een onvervalste Dylan persiflage uit zijn broekzak en zet hij den Bob fijntjes te kakken.
Het is genieten van dit rockicoon in al zijn gedaantes, de dingetjes waarop de stroop een beetje te breed wordt uitgesmeerd (“Suspicious”, “Illusion”, “Just A Gift”, “Lover’s Pea”) zien we dan ook met plezier door de vingers.
Keith is vooral zichzelf op ‘Crosseyed Heart’, en meer zouden we echt niet willen.

Los Lobos

Gates Of Gold

Geschreven door

Los Lobos is al lang geen grensverleggende band meer, en dat is ook hun bedoeling niet. De klasbakken graven op hun 17e studio album nog steeds in de wortels van de americana, rock, blues en tex-mex en ze wikkelen daarbij regelmatig hun muzikale brouwsels in een pittige tortilla. Hoewel ze in 40 jaar een zeer herkenbare sound hebben aangekweekt, blijven ze ons mateloos boeien en komen ze iedere keer met een stel kwieke songs aanzetten die barsten van het leven. Nadat hun laatste reguliere studio platen al bijzonder sterk uit de hoek kwamen (‘The Town and The City’ uit 2006 en ‘Tin Can Trust’ uit 2010) is ‘Gates Of Gold’ wederom een verbluffend staaltje van veelzijdige muzikale klasse en gevarieerd songschrijverschap. De plaat zet in met een klomp furieuze rock “Made To Break Your Heart” en gaat via de creatieve souljazz van “When We Were Free” richting potige boogie-rock met “Miss Treater Boogie Blues”, een song waar ze bij ZZ TOP een moord voor zouden plegen. Ook “Too Small Heart” is zo een hevige rocker die aantoont dat de heren op respectabele leeftijd zich nog als een stel gretige jonge wolven op hun instrumenten storten.
Uiteraard mogen ook nu weer de sombrero en de fles tequila uit de kast gehaald worden op het latino feestje “Poquito Para Aqui” en het authentieke volksliedje “La Tumba Sera El Final”. Voor de heren is het vandaar trouwens een klein kunstje om zich iets verderop volledig in de blues te gaan onderdompelen, een genre dat ze ook al moeiteloos in de vingers hebben getuige de vunzige bluessleper “I Believe You So”.
Het lijkt allemaal zo makkelijk en vloeiend in elkaar te lopen met deze alweer typische Los Lobos plaat, eentje waarin alle windrichtingen van de Amerikaanse rootsmuziek met een ongeziene passie en dynamiek worden verkend.

Moon Duo

Shadow of the sun

Geschreven door

Leuk altijd die platen van Moon Duo , het project van songwriter/gitarist Eric Ripley Johnson, tevens frontman van Wooden Shjips en keyboardspeler/echtgenote Sanae Yamada . Praktisch elke song drijft op twee of drie akkoorden, maar het stoort niet, dit is nu eenmaal het soort bezwerende muziek die Moon Duo produceert.
Op deze plaat weten de twee lekker door te denderen , met aanstekelijk , smaakvol , sfeervol materiaal. De galmende , repeterende, slepende, opborrelende, zwierige gitaarmotiefjes en spacerockende keys zijn met elkaar verweven, onder zweverige zangpartijen . Negen nummers, die afwisselend in het genre klinken; “Wilding” , “Free the skull” en “Slow down low” zwieren het meest , de andere nummers hebben een nog meer voortdrijvende ritmische onderbouw . “Ice” is hier een heerlijk genietbare trip.
Inderdaad , Moon Duo bewijst dat de repetitieve muziek immer boeiend kan zijn, die V.U, Suicide en Wipers hoog in het vaandel draagt …

Azealia Banks

Broke with expensive taste

Geschreven door

Azealia Banks - De jonge NY-se is geen doetje . Ze heeft al heel wat heisa veroorzaakt met andere artiesten , haar platenmaatschappij en zo verder . Altijd viel er wel iets te beleven.
Na heel wat omwegen is uiteindelijk haar debuut uit, met maar liefst zestien songs . Een felle trip binnen het hiphopgenre , een combinatie van aangename , groovy en snoeiharde beats , en haar denderende , onnavolgbare rapstijl . In het genre is er plaats voor veelzijdigheid , met songs die interessante wendingen ondergaan en sampling.
Alle elementen worden samengesmolten tot een uitgebalanceerd geluid , met natuurlijk de opmerkelijke “212” single met Lazy Jay . “Gimme a chance” bevat salsa  , en de electrogrooves vliegen om de oren op nummers als “Heavy metal and reflective”, “Soda” en “Yung rapunxul” . Soms zijn de songs zeer kaal en minimalistisch, evenveel worden de grenzen van het overvolle opgezocht en gaat ze zeer agressief te werk. Aparte lady!

Mad Dog Loose

Signs from the lighthouse

Geschreven door

Het Gentse Mad Dog Loose heeft anderhalf jaar de draad heropgenomen . We moeten al diep in de nineties terugblikken , toen we van de band nog hoorden ; en ze werden net als The Sands beloftevol onthaald in 96 met het album ‘Material sunset’. In hun dromerige, broeierige, innemende rauwe rock’n’roll hoorden we pareltjes als “Versa” en “Shiny side” . Hun songs konden rammelen , hadden een lofi inslag of vielen op door een bloedmooie melodie en intrigeerden door blues-, country- en folkinvloeden.
Het nieuwe materiaal lijkt een logische verderzetting , alsof die vijftien jaar aan hen is voorbijgegaan . We krijgen wel veertien songs te horen , en naast hun kenmerkende stijl durft men wel eens uit de bocht te gaan als op “Stationary ways“.
Oud en nieuw gaan hand in hand bij Mad Dog Loose -  een happy return!

Labasheeda

Changing lights

Geschreven door

We zijn al toe aan de vierde plaat van deze Nederlandse band uit A’dam rond Saskia Van Der Giessen. Ze zitten in de regionen van een Sleater-Kinney , Magnapop, Sonic Youth door die rauwe, rammelende aanpak van broeierig , sfeervol spannend materiaal, die een melodieuze ondertoon behouden . Boeiend in z’n totaliteit , zeker nu, gezien die sound met een Courtney Barnett in de lift zit .
Door het tintelende gitaarspel en de vioolpartijen dwarrelt gevoeligheid , emotie en passie om de songs heen, wat de plaat nog meer doet overtuigen!
Die Labasheeda verdient na al die jaren alvast meer airplay …
Info http://www.labasheeda.nl

King Dalton

Thilda

Geschreven door

Mooi volk is er te horen op King Dalton. Het is de band rond broertjes Pieter en Jonas De Meester (AedO), Jorunn Bauweraerts (Laïs), Tomas De Smet (Zita Swoon, Think Of One, Broken Circle Breakdown Bluegrass Band) en Frederik Heuvinck (A Brand). Jawel, zij samen zorgen voor een geluid die diverse stijlen van pop , rock , folk , funk en blues in een broeierige , sfeervolle als stuwende ritmiek gooit .
Het oude Moondog Jr en Zita Swoon lijkt een voorname referentie om hen muzikaal te situeren . Songs die een sobere als meer rijkelijk geschakeerde aanpak en klankkleur hebben . Intrigerend materiaal dus,  kortom , fijn , overtuigend wat deze band op ‘Thilda’ brengt .

Info http://www.kingdalton.be

Bruce Bherman

Chameleon

Geschreven door

Bruce Bherman komt aandraven met een beloftevolle EP , de songs ademen de sfeer van Lanegan – Campbell in de klankkleur en de sobere aanpak, met de vocale support van Leni Morrison … een doorleefde , deels rauwe (zeg) zang , in combinatie met een hemels , zalvende zang.
Jawel de songs zijn mooi verdeeld in een elektrische en akoestische reeks . ‘Chameleon’ kwam tot stand met Tim Coenen , die ook al instond voor materiaal van Admiral Freebee en Ericksson-Delcroix.
Sfeervol , dromerig broeierig materiaal , waaroverheen een americana en 60s sfeertje hangt . Naast Morrison komen nog een paar andere interessante guests aantreden .
Check gerust de sound en bio van deze Bherman …

http://wwwbrucebherman.com

Blue Daisy

Darker than blue

Geschreven door

Blue Daisy is het project van de Londenaar Kwesi Darko uit Londen , muzikant , vocalist en producer . Hij beweegt en zit in de duistere trippopwereld van Tricky, Portishead , voegt er postdubstep op z’n James Blakes aan toe,  combineert het met elektronica- experimentjes op z’n Flying Lotus en houdt van het aparte filmisch theater van The Residents .
Hij weert allerlei demonen van zich af , vecht er tegen en dat hoor je in die donkere , lome , slowmotion aanpak. Op “Six days” en de titelsong injecteert hij het met een rockende aanpak. De huiver is niet veraf.
Een boeiend concept en een overtuigende plaat die we alvast te horen krijgen …
https://bluedaisy.bandcamp.com

The Neon Judgement

The Neon Judgement - Judgement Day: een dressed in black feestje onder vrienden

Geschreven door

Chokri kan niet anders dan een speciale plaats te reserveren in Het Grote Pukkelpop Boek voor Dirk DaDavo en TB Frank, oftwel The Neon Judgement. Tussen hun passage op de allereerste editie van het festival in ’85 en hun triomfantelijk weerzien in Kiewit afgelopen zomer staken namelijk maar liefst 30 jaar, een periode waarin het Leuvense duo ondanks het afleveren van steeds minder relevante platen steevast kon rekenen op een vaste fanbase. Voor die trouwe zwartzakken was er eerder dit jaar minder prettig nieuws toen de electrowave pioniers aankondigden dat de stekker er binnenkort onherroepelijk uit gaat. Maar niet getreurd, iedereen die de groep nog één keer wou zien knallen kon de afgelopen maanden de soundtrack van de publieke begrafenis live meemaken door zich een ticket voor TNJ Farewell Tour: Time Capsule aan te schaffen.

Tijdens het ultieme afscheidsconcert in een aardig gevulde AB bleek in die tijdscapsule bijna enkel plaats voor de back catalogue die Dirk DaDavo en TB Frank tijdens de 80ies bij elkaar knutselden. Met een mix van culthits, albumtracks en obscure experimenten, waarvan het meeste materiaal ruim een kwarteeuw geleden werd ingeblikt, vulden de heren met sprekend gemak een XL set van twee uur en een kwartier. Bij dergelijke marathonconcerten is het bijna onmogelijk om momenten van verveling te ontlopen, maar The Neon Judgement slaagde er wonderwel in om die tot een minimum te beperken. Hier stonden dan ook geen uitgerangeerde fossielen uit een lang vervlogen tijdsgewricht, maar wel twee kwieke vijftigers die een niets minder dan opzwepende geschiedenisles kwamen geven.
En die geschiedenis ging al meteen erg ver terug in de tijd. De claustrofobische opener “Army Green (WOIII)” dateert van de allereerste cassette van het duo uit ’81 toen de electropunk van Suicide en de industriële new wave van Cabaret Voltaire de belangrijkste bouwstenen aanleverden ten huize TNJ. Lang duurde het echter niet vooraleer het duo daar haar eigen zwartgallige recept ging uit distilleren. De door een ritmebox opgejutte rhythmn & blues van “Sister Sue” maakte nog maar eens duidelijk hoezeer de overschakeling van TB Frank naar gitaar een gouden zet bleek in de muzikale evolutie van de groep. Dat Da Davo en TB Frank op hun beurt als inspiratiebron hebben gediend voor andere bands bleek reeds uit de screening docu die voorafgaand aan het concert werd vertoond. Eminente schijvendraaiers als Dave Clarke en The Hacker lieten zich daarin van hun meest lyrische kant zien om hun respect voor de Leuvenaars aan de kijker duidelijk te maken. Even opmerkelijk was de vaststelling dat tijdens het verschroeiende “I Wish I Could” The Jesus & Mary Chain wel heel erg uitdrukkelijk in beeld, een groep die zich nota bene pas eind jaren ’80 aan dezelfde explosieve cocktail van fuzz gitaren en voorgeprogrammeerde drums waagde.
TNJ mag dan al een groep uit een ander tijdperk zijn, hun boodschap waarin een algeheel wantrouwen tegenover ‘Het Systeem’ zit gebakken blijkt allerminst gedateerd. Zo kreeg het publiek uit eerste hand te horen dat de moord op Kennedy als inspiratiebron diende voor “Tomorrow In The Papers”, één van de meest poppy nummers uit de TNJ erfenis die door het publiek tot hét hoogtepunt van de avond werd gekroond.
Hoogtepunten waren er nog wel meer, zeker wanneer een bevriende collega op het podium werd uitgenodigd. Belpop godfather Jean-Marie Aerts werd als een vriend des huizes aangekondigd, maar bleef zoals gewoonlijk ver uit de spotlights. De manier waarop hij de strakke gothic electro van “Voodoo Nipplefield” inkleurde met de onmiskenbare van “Oh la la la” geleende gitaarriff blijft onnavolgbaar. Met de vakkundige assistentie van dark techno wizard Radical G werd even later het oudje “Schizophrenic Freddy” dan weer getransformeerd tot een new beat anthem avant la lettre. Geen idee of zijn knalgele gitaar echt was ingeplugd, maar alleen al de energieke stage act van Luc Van Acker tijdens sinistere brokken electrowave als “Stoney Wall Doll” en Concrete N.Y.” bood de muzikale meerwaarde waar Da Davo en TB Frank op hadden gehoopt.
Diezelfde drie gasten mochten ook in de encores nog eens samen komen opdraven voor een wild rond zich heen schoppende remake van Van Acker’s “The Fear In My Heart”. Even ervoor had TB Frank voor het meest  introverte moment van de avond getekend door zich enkel gewapend met een akoestische gitaar te wagen aan “The Folk Singer” van persoonlijke held Johnny Cash. Het bleek de inleider te zijn tot een informele afscheidsrede waarin de twee helden van de avond zowat alles en iedereen die het TNJ project al die tijd op de rails hebben gehouden persoonlijk bedankten.

Na zoveel emo-geladen getuigenissen moesten en zouden nog een aantal stroomstoten volgen. Het netjes opgespaarde “TV Treated” en de eresaluut aan The Cramps met “Human Fly” trokken de wat ingedommelde set terug op gang, om uiteindelijk alle remmen los te gooien tijdens het apocalyptische slotsalvo “Nion”. Het publiek liet zich gewillig inpakken tijdens deze Suicide rip-off en scandeerde luidkeels “Nion Nion” als laatste eerbetoon aan de groep die luttele momenten later officieel zou ophouden te bestaan. Deze irreële gedachte maakte al gauw plaats voor enige trots en vooral dankbaarheid om één van de meest invloedrijke vaderlandse bands op ‘Judgement Day’ hun laatste adem te zien uitblazen.
Of om te citeren uit het verzamelde werk van Arno:
‘Merci godverdomme, merci!!!’

Pics homepag - Xavier Marquis (Indiestyle.be)

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Hooton Tennis Club

Hooton Tennis Club – Vlotjes het water over

Geschreven door

Hooton Tennis Club & Happyness
La Péniche
Lille

Voor de gelegenheid hadden ze in La Péniche voor een dubbelaffiche gezorgd. Het moest een avondvullend programma van aanstekelijke Indie Rock worden met Hooton Tennis Club & Happyness.
De twee bands speelden slechts drie concerten samen waardoor dit dus een uniek gebeuren werd. Hooton Tennis Club bracht in augustus hun debuutalbum ‘Highest Point In Cliff Town’ uit dat boordevol rocknummers zat die vermakelijk goed in elkaar zitten. De debuutplaat van Happyness werd al in maart uitgebracht en bevatte meer grungegeluiden dan bij de eerste band. Hierdoor is de groep ook iets populairder dan Hooton Tennis Club, maar toch bleken ze de avond te openen.

Happyness - Dit trio zette hun twee zangers vooraan en de drummer werd wat in de achtergrond geduwd. Op het eerste zicht zijn het drie doodgewone kerels die in hun dagdagelijkse kledij op het podium staan (zie: trainingsbroek). Het is maar wanneer ze echt beginnen met muziek te spelen dat hun klasse opvalt. De grunge spat ervan af en vooral in het begin valt de gelijkenis met Red Kross zeer hard op. Naarmate het concert vordert , doet de band het steeds rustiger aan. Hierdoor komt de verveling snel te voorschijn aangezien het begin zo vernietigend was. Toch slaagt de band er in om met enkele rake opmerkingen het publiek naar hun hand te krijgen, al mocht er wat meer energie in de laatste nummers gestoken worden.

Gelukkig had de organisatie van La Péniche nog een leuke verrassing voor ons in petto met Hooton Tennis Club. De band slaagt er in om de meest zinloze titels aan nummers te geven bijvoorbeeld “P.O.W.E.R.F.U.L P.I.E.R.R.E”, “Kathleen Sat On The Arm Of Her Favourite Chair” of iets simpeler “Jasper”. Maar deze nummers zijn wel stuk voor stuk ‘catchy as hell’. Vandaar ook dat bij ons de vergelijking met The Vaccines al snel naar boven komt bij deze groep. Het viertal is zeer jong maar staat toch op het podium alsof ze nooit iets anders gedaan hebben. Door geniale solo’s te verzorgen en een typische Britse sfeer te creëren ervaren we op de boot waarop ze spelen bijna tsunami’s. Dit door het enthousiasme bij de Fransen dat wordt aangewakkerd door deze gezellige rockmuziek. Nieuw is het helemaal niet, maar wel iets wat iedereen graag hoort.

De avond begon stevig en eindigde ook zo, de bands vullen elkaar perfect aan waardoor het jammer is dat er in totaal maar drie datums van hen samen zijn. Toch raadden we vooral Hooton Tennis Club aan omdat hun muziek het tot op de meest commerciële radio kan schoppen en uitblinkt in eenvoud.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Iron Maiden

The Book Of Souls -2-

Geschreven door

‘The Book Of Souls’ is de ideale plaat voor in de wagen. Start de motor in Gent, scheur de E40 op richting Brussel en neem een willekeurige song uit de plaat. Tussen Gent en Wetteren krijg je een bombastische intro, van Wetteren tot in Erpe Mere zet Bruce Dickinson zijn ellendige schuur open, aan afrit Erpe Mere begint lead gitarist 1 aan zijn solo, in Aalst zet lead gitarist 2 zijn intermezzo in en vanaf Affligem etaleert leadgitarist 3 zijn kunstjes. U bent ondertussen al in Brussel. Maak rechtsomkeer (liefst niet op dezelfde rijbaan, tenzij u uw leven beu bent, wat wij nu ook weer niet zo vreemd zouden vinden met zo een schijf in de cd lader) en herhaal deze handeling. U bent heelhuids terug in Gent geraakt ? Proficiat !

Pagina 293 van 498