logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Seasick Steve

Sonic Soul surfer

Geschreven door

Sedert de doorbraak op zijn ouwe dag blijft Seasick Steve met de regelmaat van de klok nieuwe platen maken. Zijn laatste wapenfeit heet ‘Sonic Soul Surfer’ en de 74 jarige ouwe makker surft er verder op de gekende formule, rauwe blues en boogie gebouwd op de erven van John Lee Hooker en met af en toe een tedere ballad er tussenin.
Dat er weinig evolutie zit in de sound is in zijn geval alleen maar goed nieuws. Hij heeft hoegenaamd geen pogingen ondernomen om zijn blues op te schonen en blijft spelen op rammelbakken van gitaren die hij zelf met een hoop schroot in elkaar heeft geflanst. Aan de spontaniteit die uit deze plaat sprenkelt merken we dat Seasick Steve er nog heel wat plezier aan om de blues te verkondigen. Ons zal hij er in ieder geval niet mee vervelen, want hoezeer deze sympathieke baardmens ook blijft wandelen op de geijkte bluespaden, zijn songs komen steeds fris en potig voor de dag. Dat komt omdat die in zijn geval altijd rechtstreeks vanuit de onderbuik komen en niet uit één of ander berekend brein.
Wij zouden zelfs durven stellen dat deze ‘Sonic Soul Surfer’ één van zijn sterkste werkjes is, omdat er een handvol venijnige en straffe boogierockers opstaan (“Roy’s Gang”, “Sonic Soul Boogie”, “Barracuda ‘68”,…) waarin Steve zijn gitaar lekker smerig laat rammelen. Daarnaast kan de rustige swamp-blues van “We Be Moving” en vooral “Your Name” zich meten met het beste van Tony Joe White. Steve kan ook het op zijn akoestische eentje, het album eindigt heel stilletjes met een fraaie ballad, het veelbetekenende “Heart Full Of Scars”.
Seasick Steve is nog zo een trouwe kerel die de blues in de vingers, het hart en de nieren heeft en hij heeft geen virtuoze gitaaruitspattingen nodig heeft om dat aan de wereld te bewijzen. Moge hij nog lang plaatjes als deze ‘Sonic Soul Surfer’ maken.

Taxiwars

Taxiwars

Geschreven door

Onze muzikale duizendpoot en nationale trots heeft nooit zijn liefde voor jazz en Beefheart onder stoelen of banken gestoken. Herinner u “Theme from Turnpike” en Barmans compilaties voor Blue Note en Impulse. Onze eeuwige hyperkineet heeft dus ook even tijd gehad om naast zijn zevenhonderd andere projecten Taxiwars op te richten. Wat een heerlijke naam, uit ‘Taxi War Dance’ van Count Basie uit 1929.  Het is niet frontman Tom Barman met een jazztrio als rugdekking - saxofonist Robin Verheyen, contrabassist Nicolas Thys, drummer Antoine Pierre, maar een heuse en (h)echte band.
Met de typische lichte arrogantie zorgt  Barman voor gedreven en gekunstelde zanglijnen  -luister naar zijn Kermit-de-kikker op “Questionsong”-  om je meteen naar de strot te grijpen. Het speelplezier druipt  er zo wat af. Vooral saxofonist Robin houdt de boel bij elkaar.
De nummers zijn eerder kort, maar zeer energiek en krachtig. En nu eens parlando, dan eens zingen en nog eens met stemvervorming deed je al snel vermoeden dat Don Van Vliet wel degelijk gereïncarneerd is.
Zonder Barman staat bijvoorbeeld ook het instrumentale “Your Soul or Mine” als een huis. Deze vrolijke, tijdloze en zeer hippe freejazz van Taxiwars zal ook wel aarde aan de dijk brengen. Er wordt danig geïmproviseerd en gegrooved dat stilzitten of onbewogen blijven uitgesloten is. En Taxiwars blijft heel subtiel zijn grenzen bewaken. Ze gaan niet overdreven improviseren en durven wel eens flirten met kitsch. Getuige hiervan het zwierige “Lets get killed”.
Onze kettingroker is met dit project in zijn nopjes en er hangt zeker een vervolg in de lucht. We kunnen dus  enkel maar hopen dat Tom en Co het niet bij een eenmalig project houden. Vlaanderen heeft nu ook zijn Jules Deelder.
Beste Tom Barman, vergeef me mijn grootsheidswaanzin en sta me toe u een tip te geven: zet alles wat je met dEUS gemaakt hebt opnieuw op plaat met uw jazzband Taxiwars en je zal verdomme veel potten breken.  

Slipknot

5: The gray chapter

Geschreven door

Deze metal band uit Iowa klinkt met de jaren melodieuzer , minder prettig gestoord , en behouden als status hun olievaten en maskers van vroeger .
Ze klinken als vanouds  krachtig , hard ; tribal drums en scratches vullen aan , maar ze denderen , donderden en pompen minder . De songs zijn toegankelijker , zijn aanstekelijk en mooi uitgekiend.
Hun materiaal is in het gebalde , harde genre gelaagd, goed gemusiceerd , en kan zelfs radiovriendelijk zijn . Venijnige, gedreven ‘old skool’ horen we op een “AOV” en “Cluster”; “The devil  in I” en “If rain is what you want” zijn op hun beurt aangenaam luistervoer voor de doorsnee rocker .
Slipknot brengt oud , nieuw samen en scoort nog steeds op die manier!

Archive

Restriction

Geschreven door

Het Britse Archive, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, blijft creatief bezig; nog geen jaar na ‘Axion’ is er al nieuw werk , die terug gaat naar de Archive basis , een apart en uniek geluid van symfonische rock en triphop, die bombast en theatraliteit niet schuwen .
Een aanhoudende spanning ervaren we door de lagen repeterende, wisselende als zalvende , forsere  ritmiek. “Kid corner” en “End of our days” zijn twee puike songs . Af en toe kan er wat rust ervaren worden door de pianotunes in “Half built houses” en “Greater goodbye”, maar in de songopbouw is er de donkere klankkleur en de broeierige, dreigende sounds , die eroverheen zweven.
Heerlijk wegdromen en huiver blijven de centrale thema’s . Archive weet na al die jaren nog steeds te overtuigen en is een must see. Checken dat materiaal van Archive!

Belle & Sebastian

Girls in peacetime want to dance

Geschreven door

De uit Glasglow opererende band rond Stuart Murdoch is al een goede twintig jaar bezig en probeert zoveel mogelijk breed de indiepopscene te bespelen . Op deze nieuwe hebben ze er een discokitsch aan gegeven .
Rode draad blijft natuurlijk de dromerige uitvalsbasis , en dat levert een reeks fijne , emotievolle songs op, die een lentegevoel ademen . De songs zijn sfeervol , zwierig , groovy en aangenaam . Op de single “The party line” en het zeven minuten durende “Enter Sylvia Plath” mag er zelfs gedanst worden; ze zijn niet vies van wat Pet Shop Boys- tunes. De titel ‘Girls in peacetime want to dance’ wordt hier alle eer aangedaan.
Belle & Sebastian overtuigt niet steeds op de nieuwe , maar de melodielijn is en blijft iets opvallends mooi en schoon. 

Labadoux 1-2-3 mei 2015 – Is en Blijft een heerlijk Festival!

Geschreven door

Labadoux 1-2-3 mei 2015 – Is en Blijft een heerlijk Festival!
Labadoux 2015
Festivalterrein
Ingelmunster
2015-05-01
Filip Gheysen

Deze editie bracht niet de grote buitenlandse namen die we vorige jaren mochten verwelkomen, maar dat werd ruimschoots goedgemaakt met het puikje van de Vlaamse scene: Bart Peeters en Yevgueni op vrijdag, Amatorski en Laïs op zaterdag en Lady Linn om de zondag af te sluiten. Die namen zorgden telkens voor een volle concerttent!

Daarnaast bouwt Labadoux verder aan een traditie die onbekende namen een kans geeft in de club- en de pubtent. De fijnproever kan er proeven van echte (en nagemaakte) Keltische folk of deltablues van Vlaamse bodem. Je hoort er jonge snaken met swing uit de roaring twenties of fiestabands die salsa en zuiderse sferen brengen, al haalden we buiten met moeite 20°. Ze hebben gelijk: LABADOUX is een HEERLIJK FESTIVAL!

dag 1 - vrijdag 1 mei 2015

Labadoux bracht dit jaar op vrijdag reeds het grof geschut in stelling. Met twee van de populairste namen van Vlaanderen op de affiche verzekerden de inrichters zich van een grote opkomst op deze eerste mei. Voor Yevgueni en Bart Peeters werden de stoelen uit de grote concerttent gehaald want de muziekliefhebbers kwamen massaal naar Ingelmunster afgezakt op deze vrije Dag van de Arbeid. In de pubtent werden we aangenaam verrast door o.a. Hat Fitz & Cara terwijl singer-songwriters zoals Peter Doran hun ding konden doen in de Clubtent.

Barluath
Deze vijfkoppige band is sinds 2010 bijeen. Ze leerden elkaar kennen tijdens hun studies aan het Royal Conservatoire of Scotland en brengen sindsdien traditionals en hedendaagse Keltische muziek om vingers en duimen van af te likken. Ze beheersen de kunst van de samenzang en bespelen een heel scala aan traditionele instrumenten. De zangeres lijkt één van de verleidelijke dames uit een Rode Ridder strip. Als twee doedelzakken op het einde van het optreden door de tent schallen, klappen de folkies mee met het opzwepende ritme. Het nummertje tapdansen dat zangeres Ainsley ten beste geeft, wordt beloond met een daverend applaus. Naar goede gewoonte blijft Labadoux trouw aan de Keltische muziek en dat kunnen wij ten zeerste appreciëren!

Hat Fitz & Cara

Intussen was een vreemd duo aan hun optreden begonnen in de pubtent. Hat Fitz, een bluesman from down under en de Ierse Cara Robinson noemen zichzelf ‘the beauty en the beast’. Fitz, de grote beer met de lange baard en de ruige stem, is ‘the beauty’ volgens Cara. (Wij zouden hem eerder de akoestische vader van ZZ-Top noemen). “And I am the beast”, voegt ze eraan toe. Het omgekeerde leunt dichter bij de waarheid aan! Met haar pijpenkrullenkapsel lijkt ze een soort vooroorlogse versie van onze eigen Isolde Lasoen: ze bedient het slagwerk met een ijzeren ritmegevoel en heeft een stem waarvan kristallen glazen zouden stuk springen.

Opnieuw een keurmerk van Labadoux: ze geven net die artiesten een podium waar de meesten onder ons nog nooit van gehoord hebben, maar die achteraf niet meer vergeten worden! Dit was een aangename verrassing en we kijken al uit naar de volgende passage van dit duo want dit schouwspel willen we zeker nog eens te zien krijgen!

Yevgueni
Reeds voor de derde keer doen Delrue en kompanen dit festival aan! We herinneren ons de vorige keer nog, vijf jaar geleden. Zij zijn de eerste grote publiekstrekker van dit weekend en de grote concerttent loopt dan ook lekker vol! We horen hier en daar nog klagen dat de stoelen zo vroeg reeds verdwenen zijn uit de tent. “Ze spelen ten slotte toch luisterliedjes?” Maar als de muziek losbarst, is het duidelijk dat de organisatoren het hier bij het rechte eind hadden. Er wordt gedanst en gezongen dat het een lust is! Eigenlijk is het onvoorstelbaar hoeveel klassiekers deze groep in hun eerste decennium reeds bij elkaar geschreven heeft “Als ze lacht”, hun eersteling, is een Vlaamse hymne geworden en met noeste ‘arbeid’ hebben ze verder getimmerd aan de lange weg naar de top.
Een sabbat drong zich op en in die welverdiende pauze gingen de groepsleden hun eigen ding doen. Het meest in het oog sprong natuurlijk de Franstalige plaat van zanger Klaas. Intussen is de ‘rust’ achter de rug en kwamen ze opnieuw bijeen voor hun vijfde plaat. Het oude concept, groepsleden zetten muziek op teksten van Klaas, werd volledig omgegooid. Nu mocht Klaas teksten verzinnen bij de aangeleverde songs. Zelf bracht hij inspiratie mee uit Zuid-Afrika. Het is nu al duidelijk dat deze jongens niet in de val getrapt zijn van de sleur en de routine. Binnen vijf jaar weer op Labadoux?


Sons of Racketeers
In de pubtent moet het er niet al te serieus aan toe gaan, het zou anders geen pubtent meer zijn. Daar staat dan ook het gepaste podium voor de vrolijke bende uit Zwevezele. Op een bedje van bas, gitaar en drums zet het accordeon de tent in vuur en vlam. Met hun witte hemden en bijpassende gileetjes doen deze racketeerskinderen zich sjieker voor dan ze zijn. (Racketeers zijn namelijk oplichters-afpersers-maffiosi). Maar met hun geruite petjes lijken ze de vermoorde onschuld. In de traditie van Flogging Molly en Dropkick Murphys krijgen ze het publiek op hun hand en kan de avond niet meer stuk!

Bart Peeters
Het publiek van Yevgueni is voltallig op de festivalweide gebleven om ook deze vader-spring-in-’t-veld te zien: heel wat jongelui voor het podium maar ook heel wat vijftigplussers, verder in de tent. En die zeiden het achteraf (jaloers?) luidop: “Waar haalt hij de energie vandaan?” Vanaf de eerste noot stond hij al op de basboxen vóór het podium te springen alsof hij meteen wou crowdsurfen: “Labadoux!!! Zijn jullie wakker???” Hij heeft iets… maar naar ‘t schijnt geen ADHD. Het doet ook geen pijn maar het is wel besmettelijk!
Waar anderen hun set voorzichtig opbouwen met het minder bekende werk in het begin, kan Peeters kwistig omspringen met zijn materiaal en de ene hit na de andere spelen. Het zangfeest begint meteen met “Heist aan zee” en “Lepeltjesgewijs”. Hij krijgt wat later de sympathie van het oudere publiek als hij zijn afkeer voor dieetvoedsel bezingt in “Konijneneten”. En zo dendert deze sneltrein verder.
Op een gegeven moment staat hij zelfs op de nadars vlak voor het publiek, alleen overeind gehouden bij de broeksriem door twee mannen van de crew. Of moeten die hem tegenhouden om niet de massa in te duiken? Die krijgt in ieder geval waar voor zijn geld (al ware dit het enige optreden van de avond) want de meezingers blijven komen. Ook met jazz-zangeres Tutu Puoane scoorde Bart Peeters met ‘Dicht bij mij’ een wereldmuziekhit. Deze zomer doen ze twaalf festivals aan, Labadoux is het eerste. Mooie spits hebben ze afgebeten!


Fiddler’s Green
In de grote tent wordt de eerste dag afgesloten door de Duitse Ieren (of is het omgekeerd?) van Fiddler’s Green. Geïnspireerd door de folkrock van voorbeelden zoals The Pogues spelen ze aanstekelijke folk met de traditionele instrumenten (viool, bodhran, accordeon). Met gitaren en drums mengen ze er een flinke scheut punk doorheen. Het jonge volkje dat nog opgebleven is, kan nog eens flink uit de bol gaan terwijl de vijftigers al onder de wol liggen… Ieder zijn meug!

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/labdoux-2015/
Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

 

 

Labadoux 1-2-3 mei 2015 – Is en Blijft een heerlijk Festival!

Geschreven door

Labadoux 1-2-3 mei 2015 – Is en Blijft een heerlijk Festival!
Labadoux 2015
Festivalterrein
Ingelmunster
2015-05-02
Filip Gheysen

Ook op de tweede festivaldag komen de grote namen vooral uit ons land. Op de affiche prijken vandaag twee jonge groepen die snel groot in eigen land geworden zijn, Gepetto & The Whales en Amatorski. Als het duister gevallen is, komen de niet meer zo jonge meisjes van Laïs hun twintig kaarsjes uitblazen. Opnieuw is het full house terwijl de folkliefhebbers aan hun trekken komen in de pubtent met bv. Strograss en de bluesliefhebbers in de clubtent met Tiny Legs Tim die waarschijnlijk de grote tent ook had kunnen vullen!

dag 2 - zaterdag 2 mei 2015

Adrian Crowley
Als we rond 14u30 in de grote tent komen, zien we op het podium een man met de baard en de pet van Fidel Castro aan een orgel. Door de boxen klinkt zijn warme weemoedige bariton die onmiddellijk aan Leonard Cohen doet denken. De klank van het orgeltje gooit ons terug in de tijd, rond 1980 - Waregem - De Hoop - Nico op een orgel met voetbediende een blaasbalg… Dezelfde klanken hoor je inde eerste 10 seconden van Strawberry Field Forever van de Beatles. De weemoed klinkt ook door in de teksten. Denken we niet allemaal, in een bui van neerslachtigheid, wel eens “Our days are galopping away”? Of beluister eens “The saddest Song”. Het mooie arrangement van strijkers doet ook denken aan “Day is Done” van Nick Drake. Crowley heeft een diploma architect op zak en zette 10 jaar geleden een punt achter een carrière in de fotografie. Intussen schreef hij filmmuziek en bracht al vijf albums uit. Zijn ‘Seasons of the Sparks’ wordt in 2010 uitgeroepen tot ‘Iers album van het jaar’. Ryan Adams omschrijft deze  laatbloeier als ‘De beste singer-songwriter waar je nog niet van hoorde!’ . Daar heeft Labadoux bij deze verandering in gebracht!

Grant – Cecilia
Een uur later kan het muziekminnende volkje kiezen tussen de Clubtent met ‘Grant’ en de Pubtent met ‘Cecilia’ op het podium. Alweer twee uiteenlopende stijlen op hetzelfde festival! Grant brengt vier Vlamingen samen rond singer songwriter Dominiek De Groote. “Alles goed?” vraagt de frontman. Met zijn gitaarspel en krachtige stem zijn erin ieder geval geen problemen! Engelstalige songs over liefde of conflicten wisselen elkaar af: beluister even “Talk to me”. Labadoux meldt zelf op hun website: Grant bracht in 2013 een tweede CD uit ("Until Dawn"). Meteen een sterke plaat die een mooi uitgebalanceerd geheel laat horen.
Cecilia staat perfect geprogrammeerd in de pubtent waar j bij hen terecht kan voor het dansplezier. Ze putten uit het rijke aanbod traditionele muziek in Vlaanderen en Frankrijk en smeden er zelf hun verrassende songs mee. “We worden allemaal nat, want we spelen nu Scottish in bad” kondigt Greet Wuyts (op accordeon) aan. Met de bourdon- en fluittonen van Jan Leeflang en de draailier en cister van Thomas Hoste is het trio compleet. Nee, als het van Labadoux afhangt zal de traditionele muziek in Vlaanderen niet verloren gaan!

Gepetto and the Whales

Deze groepsnaam (bruikbaar in diverse themarondes in muziekquizzen) hebben we allen al gehoord maar velen hebben hen nog niet live gehoord.  Het openingsnummer “Black Hand” begint met orgelklanken en eventjes lijkt Ray Manzarek aan de toetsen te zitten. Onmiddellijk krijgen we een muur van gitaargeweld over ons heen. Terwijl deze zaterdag kalm was begonnen, moeten we nu plots weer onze oordopjes boven halen. Maar ze hebben meer in hun mars! Ook in samenzang (Indian Summer) blinken Sander Sterkens en Kobe Dupont uit. Hierbij moeten we ook aan de sixties terugdenken met de vroege Pink Floyd of aan Nick Drake als ze 1814 spelen. Merkwaardig dat hun geluidsman achteraf toegeeft dat hij ook al Syd Barett genoemd heeft. De jonge Whales moesten die naam toch even googelen!

Na hun eerste deelname aan de Humo's Rock Rally in 2010, scoorden ze hits op Radio1 en Studio Brussel. Hun groeiende live- reputatie resulteerde in een tweede deelname aan de Humo's Rock Rally, waar ze als publieks- en persfavoriet de finale haalden. Met een platencontract bij EMI en diverse optredens in binnen- en buitenland maakten ze ‘de grote sprong vooruit’. Gepetto & the Whales spelen geen drie-minuten-popsongs maar ingenieuze composities met verrassende ritmewisselingen. Achteraf ontmoeten we Kobe en Sander nog even. De eerste is niet tevreden over het optreden. Blijkbaar legt hij de lat altijd olympisch hoog. Maar zoals altijd horen de insiders foutjes waar het publiek geen weet van heeft! Vanaf nu nemen ze een jaar sabbat om nieuwe songs te smeden! Benieuwd wat er nu uit hun koker zal komen…

Strograss-Rogier Pelgrim

Opnieuw is het kiezen tussen Club- en Pubtent. Dit maal een Nederlands trio in de Club. Misleid door het androgyne uitzicht en stemgeluid van zanger-gitarist Rogier Pelgrim, denken we in eerste instantie aan The Indigo Girls. Maar we weten  wel beter als we hem een geëngageerde inleiding geven op het volgende nummer. Het thema ‘vluchtelingen’ was voor hem al aan de orde toen in Amsterdam 200 vluchtelingen op straat gezet werden. Keep Moving was een daaruit volgende nummer. Hij zegt zelf: “Het is actueler dan eerst bedoeld.”  Wie zich afvraagt waar ze op Labadoux die Rogier Pelgrim gevonden hebben: hij wordt in 2012 bekend door zijn deelname aan het televisieprogramma ‘De Beste Singer Songwriter van Nederland’ en wint later dat jaar de Grote Prijs van Nederland, ook als ‘beste muzikant’ kaapt hij de eerste prijs mee.

Strograss houden folk en roots springlevend. Accordeon, viool, banjo, gitaren, bas en, vooral, veel stemmen zorgen voor een fris en helder geluid! Een gedeelde passie voor akoestische rootsmuziek bracht dit levendige vijftal samen. Met producer-songwriter HT Roberts, maakten ze in 2011 hun eerste 'Strograss'-album. Het 'Stro' refereert aan de diverse muzikale invloeden van de groepsleden, terwijl '-grass' verwijst naar de wortels in de Europese en Amerikaanse folktradities. Hun authentieke rootsmuziek met poëtisch- filosofische teksten wordt met een ferme scheut humor overgoten in de bindteksten. We genoten van dit optreden!

Amatorski
Opnieuw naar de grote tent waar opnieuw een jonge Vlaamse groep klaar staat. We citeren even: “Met Amatorski haalt Labadoux een Vlaams buitenbeentje naar Ingelmunster. Vanuit een abstracte gedachte of vanuit een verhaal wordt een nieuwe melancholische song geboren. Het idee groeit verder en elke muzikant legt er zijn stuk eigenheid in. Het eindresultaat is telkens opnieuw een eigenzinnig, mooi geweven muzikaal tapijt. Amatorski zoekt steeds nieuwe grenzen op, crossovers zijn de muzikanten niet vreemd.”
Deze omschrijving komt perfect overeen met het optreden. In de plaats van hun radiohit “Come home” horen we muziek waarbij je zelf de beelden kan verzinnen van een film, een documentaire of een artmovie met je eigen keuze aan kunstwerken erin. Je moet je laten drijven op de klanken om het helemaal te smaken. Misschien is dat niet voor iedereen in de tent gelukt? Aangezien Labadoux ‘afwisseling’ ook hoog in het vaandel voert, mogen de synthesizers van Amatorski er gerust bij horen. Maar de stroboscooplichten die nu en dan de zaal in lichterlaaie zetten, waren misschien wel wat teveel van het goede?
Nog een wist-je-datje: In de weken na Pasen hoorden we elke avond op radio 1 in het gelegenheidsprogramma Kraakland de eigenzinnige muziekkeuze van een BV. Frontvrouw Inne Eysermans mocht op maandag 13 april 2015 haar goesting doen. Dit uurtje aangenaam oorsmeer is nog altijd te vinden via “herbeluister”! Aan u om te ontdekken met welke muziek Inne is opgegroeid...

Ra Federation - Scrappy Tapes
Opnieuw is tegenstelling troef in de kleine tenten. RA Federation is ontstaan in de electro-dance, maar waagde zich ook aan roots in rock, folk en latin. We horen hen in het Spaans bezig als we binnen komen in een tent waar het publiek als haringen in een ton zit. Het wordt meteen duidelijk dat ze een thuismatch spelen met groepsleden uit Izegem en Rumbeke. De kleurige jurken en de latin getinte muziek doet de zon eventjes doorbreken.
Tegelijkertijd laten Scrappy Tapes hun vintage swamp- garage- roots- blues door merg en been klinken. Ter vergelijking schiet ons The Black Box Revelation als eerste te binnen. Songs recht vanuit de buik, omwonden met de pure rauwheid van een gitaar en voortgestuwd door een drum. Het energieke geluid van dit duo werkt aanstekelijk. Het is fantastisch om te zien hoe deze jonge wolven blues uit de jaren '30 en de rockabilly van de jaren '50 en '60 een eigentijdse schwung geven. Met Serge Feys als producer aan de zijlijn blikten ze vorig jaar "Pickin' Marmeldade".in. Bekijk zeker eens hun
filmpje van Like A Little Boy.

Laïs

Op hun carrièretaart blazen de dames van Laïs dit jaar twintig kaarsjes uit. Een half jaar geleden zagen we hen nog in de kerk van Ledegem met hun Midwintertales en toen kregen we stemmige, soms melancholische muziek. Nu worden de liefhebbers in de grote tent getrakteerd op een ‘best of’ die meteen op een liveplaat kon gezet worden! Gesteund door een vijfkoppig orkest krijgen we weer een optreden zoals in de hoogdagen van Dranouter, toen ze nog drie jonge veulens waren die de folkweide kwamen ingestormd. Zoveel jaren en kinderen verder hebben ze nog niets ingeboet aan frisheid of meerstemmigheid. Ze maken met hun publiek een reis door twintig jaar optredens in Europa terwijl ze herinneringen ophalen aan andere grootheden zoals Garbiël Yacoub van Malicorne. Als sidekick herkennen we een oude bekende uit Kadril: Hans Quaghebeur op draailier, accordeon,
fijfer, hakkebord, banjo, … Hij zorgt voor het authentieke geluid ‘van vroeger’.
Het einde van het optreden wordt ontsierd door een ongelukkig incident met Nathalie Delcroix. Net als ze “’t Smidje” zingen, slaat ze haar voet om en komt er een zwelling op, zo groot als een ei. Het laatste dansje doet ze eerst nog met haar voet steunend op één hak, maar algauw gaat ze op het podium van de drummer zitten met een ijszak op de pijnlijke plek. Later horen we dat de ligamenten verrokken zijn, maar dat alles in orde zal komen en dat de tournee, tijdens de rest van de zomer, wel zal kunnen doorgaan. Volgens de laatste berichten zal dat toch iets minder snel gaan als eerst werd voorspeld… Sterkte, Nathalie!

Tiny Legs Tim
In de Clubtent hadden we nog één naam aangestipt op ons lijstje. Blijkbaar waren we niet alleen: alweer was er geen plaatsje meer te veroveren. Misschien moet er uitgekeken worden naar een groter exemplaar tegen volgend jaar? Labadoux slaagt er weer in om relatief onbekende artiesten te programmeren die toch heel wat meer publiek lokken dan de tent kan slikken. Ieder nadeel heb zijn voordeel (en vice versa).
En meteen worden alle beloften aan een grote toekomst ingelost. Alleen gewapend met de gitaar speelt Tiny Legs Tim de deltablues. Slagwerk en begeleiding doet hij met zijn dunne beentjes… Hij opent met
The Happiest Man in Town en speelt dan naar gelang het hem invalt eigen nummers en bluesklassiekers zoals Standing at the Crossroads. Zelf vertelt de bluesgitarist hierover: “Het origineel -Crossroad Blues- is van Robert Johnson maar geïnspireerd op Johnsons nummer, heb ik er een eigen tekst op gezet die beter aansluit bij mijn eigen crossroads”. Dat hoor je al in de eerste zin: “I’m standing at the crossroad, empty pillbox in my hand”. De rest van het nummer beluister je best zelf. Worried Man is dan weer een nummer van Leadbelly. Het is duidelijk dat hij zich op het podium als een vis in het water voelt. Met spitse humor loodsen de bindteksten het publiek van deze covers naar eigen nummers zoals Get It Back, Big City Blues of Death Of A Parasite. Het leukste is nog dat deze ‘oude muziek’ van (meestal dode) bluesmen niet alleen de grijzende luisteraars bekoort, maar ook heel wat jonge gasten! Deze bluesrocker moeten we in het oog houden, mensen! Later deze maand toert hij op door Portugal en Spanje, maar later deze zomer kan je hem zien in de Banana Peel, Hookrock en in Den Ouden St-Pieter in Izegem! Zeg niet dat we het niet gezegd hebben!

Revere
Na de grote Vlaamse kanonnen maakte nog een relatief onbekende Britse band zijn opwachting in de concerttent. Heel wat mensen zijn al naar huis en de tent Frontman Stephen Ellis, begint het eerste nummer met de stem vervormd door een vocoder. Meteen komt bij ons een gevoel van afkeer op. Maar dit blijkt slechts een gimmick te zijn voor de intro want kort daarna horen we de échte warme stem van Ellis. We blijven luisteren en worden geraakt door de prachtige muziek van deze Britten. Als I Won't Blame You weerklinkt herkennen we het nummer van radio 1. En de tent begint zich opnieuw te vullen met luisteraars die nog in andere tenten verzeild waren. Opnieuw presenteerde Labadoux ons een verrassing als afsluiter van de tweede festivaldag!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/labdoux-2015/
Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

 

Labadoux 1-2-3 mei 2015 – Is en Blijft een heerlijk Festival!

Geschreven door

Labadoux 1-2-3 mei 2015 – Is en Blijft een heerlijk Festival!
Labadoux 2015
Festivalterrein
Ingelmunster
2015-05-03
Filip Gheysen

Zoals beloofd zorgen de weergoden dat het op de derde dag niet droog blijft. Maar wie dacht dat dit voor een magere opkomst zou zorgen, zat er lelijk naast! Labadoux is uitverkocht en daar zit kapitein Winokio zeker voor iets tussen. In de grote concerttent lijkt het wel een bijeenkomst van de Gezinsbond met heel veel jonge kinderen en hun (jonge) ouders. Zowel jong als oud genieten met volle teugen! Naar goede gewoonte sluit een Vlaamse klasbak dit weekend af. Dit keer mag Lady Linn de tent in vuur en vlam zetten. En met de avond komt na regen weer zonneschijn! Labadoux sluit in schoonheid af. Het is mooi geweest! Benieuwd wat volgend jaar brengt…

dag 3 - zondag 3 mei 2015

Kapitein Winokio
De weergoden laten het afweten op zondag en na twee bewolkte dagen met opklaringen, regent het nu écht. We verwachten dan ook een flauwe opkomst voor deze laatste festivaldag. Het is wel even schrikken als we de grote concerttent betreden. Daar lijkt het wel een grote feestdag van de Gezinsbond met heel wat jonge (groot)ouders en een bende peuters en kleuters die de kapitein komen begroeten. Na een kwartier moeten de zijflappen van de tent al omhoog. Binnen wordt het zomers warm!
Na diverse projecten begon Winok Seresia In 2004 als Kapitein Winokio met het brengen van traditionele kinderliedjes in een hedendaagse uitvoering. De man met de zeemanspet brengt hij kindernummers met vele bekende Vlaamse en Nederlandse artiesten. De brede erkenning in Vlaanderen kwam er toen hij in 2011 de MIA voor kidspop won, die voor de eerste keer werd toegekend.
De thema’s zijn uit de kinderwereld gegrepen met titels als: Poetsen, Limonade, Ruzie maken of Zwemmen. Hij brengt ook covers zoals Zo Mooi van Henny Vrienten. Het leuke is dat de tekst van dit nummer eerder voor de papa’s en de mama’s geschreven is, terwijl de kinderen er ook van kunnen genieten. Daar ligt misschien wel het geheim van zijn succes dat nu al ruim een decennium duurt: de kinderen hebben er iets aan en de volwassenen genieten mee. Zo kennen wij Het Vogeltje nog van een cd waarop Guy Mortier dit knotsgekke nummer op onnavolgbare manier inzong. Het eindigt in het “Spaans”: Pablo Neruda, Bahamontes, Vargias Llosa… Als je het werk van Studio 100 vergelijkt met suikerwafels, lekstokken en cola; dan kan je kapitein Winokio vergelijken met appels, bio-wortelen en bronwater! Het is aan de ouders om te beslissen wat ze hun spruiten voorzetten...

Dip Dive on the Mess O’Jive
De groepsnaam betekent in de Afro-Amerikaanse Jazz-terminologie gewoonweg: “Let's have some fun!” En met dit motto staat deze groep perfect geprogrammeerd in de pubtent op Labadoux! Dit muzikale buitenbeentje bestaat uit een groep Lierse twintigers die muziek brengen uit de twenties. Naast deze oude swing- en jivenummers van Louis Armstrong of Django Reinhardt brengen ze ook eigen nummers. De blazerssectie speelt aanstekelijke dansritmes. De gitarist wekt de geest van Django, de Belgische muzikale Eddy Merckx. De groep amuseert zich kostelijk en dat geldt ook voor het publiek!

Breabach
De Schotten op het podium van de grote tent weten de sympathie van de Vlamingen ervóór meteen te wekken met deze onliner: “Sorry we don’t speak Flemish, we barely speak English.”
Op de website noemt Labadoux deze groep ‘één van de vaandeldragers uit de nieuwe Schotse folkscène’. Het werd stilaan tijd dat we weer wat Keltische klanken te horen kregen. De groep brengt rustige ballads en zinderende traditionals. Buiten komt de zon door de wolken en de verregende melomanen uit de tenten piepen. De doedelzak speelt mee met de baslijnen van de contrabas en het publiek krijgt zangles. Als de zangeres op het einde nog een nummer tapdansen op zijn Iers ten beste geeft, krijgt ze een staande ovatie van de inmiddels volgelopen tent! Er staan dan ook geen stoelen meer in de tent… We worden allen welkom geheten in hun eigen Schotland. Een mens zou zin krijgen om ‘s anderendaags meteen te vertrekken naar de Highlands!

Cesair
Vooraleer we afsluiten met de headliner in de grote tent, trekken we nog eens naar de pubtent: Net zoals vorige jaren hebben ze voor Labadoux weer een stel Nederlanders gevonden dat met speciale outfits een eigenzinnig soort folk op het podium brengt. Cesair zou een mythologische prinses geweest zijn die 5000 jaar geleden de wereldzeeën bevoer. De groep presenteert zich als een soort heidense Gothic middeleeuwers die “epische folk” brengen waarbij uit de meest uiteenlopende vaatjes getapt wordt. Na een stukje uit de Carmina Burana, kondigt de frêle zangeres een nummer aan dat nog door Sappho geschreven werd. (Ter info: Daarmee zitten we in de Griekse oudheid op het eiland Lesbos.) Geflankeerd door de robuuste violiste van de groep, speelt ze het ritme op een bódhran terwijl ze de “zang” aan de de gitarist overlaat. Die debiteert de teksten met een Rammsteinstem. Een apart geluid dat opnieuw in de smaak viel van de pubtenters!

Lady Linn
Net zoals op eerdere edities slaat weer het fetivalitisvirus toe: met een goed humeur en goed voorzien van drank, komt het publiek kletsend en babbelend de tent binnen en gaat niet zwijgen als The Lady aan de piano  solo van wal steekt. Waar artiesten zoals Jan Dewilde of Angelo Branduardi zich hier vroeger duidelijk aan stoorden, laat Lien De Greef het niet aan haar hart komen. Als de blazerssectie (allen in het rode pak) in actie komt met gitaar en drums als ruggensteun, hoor je ook geen babbelaars meer! Ze stomen over het lawaai heen en spelen een strakke set. Toch opmerkelijk hoeveel nummers we al kennen van Lady Linn. I don’t wanna dance, een cover van Eddy Grant, wordt dan ook uitbundig meegezongen door het zaalkoor op de tonen van reggaeritmes van de basgitaar! De frontvrouw houdt het publiek in de hand en verdeelt de zaal volgens de sexen: “Vrouwen zingen mee met mij en de mannen zingen mee met de bandleden!”
Het feest kan niet meer stuk. Zoals elk jaar is de afsluiter van Labadoux een schot in de roos. De mensen trekken tevreden naar huis. Benieuwd wat we volgend jaar mogen verwachten...


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/labdoux-2015/
Organisatie: Labadoux, Ingelmunster
 

 

Errol Brown van Hot Chocolate overleden

Geschreven door

Op de Bahama's is Errol Brown gestorven. Dat heeft zijn manager meegedeeld. Brown is vooral bekend als de zanger van Hot Chocolate, de band die in de jaren 70 en 80 hits scoorde als "It started with a kiss", "Every 1's a winner" en "You sexy thing".

Groezrock 2015 - Tweedaags Punk Rock Hardcore Festival – vrijdag 1 mei 2015

Geschreven door

Groezrock 2015 - Tweedaags Punk Rock Hardcore Festival – vrijdag 1 mei 2015
Groezrock 2015
Festivalterrein
Meerhout
2015-05-01
Hans De Lee en Yentl Stée

1 mei (en 2 mei) was dit jaar niet enkel de Dag van de Arbeid maar ook de Dag van de Punkrock! In Meerhout stond dit jaar alweer een indrukwekkende verzameling bands uit het populaire genre op de affiche. Samen met heel wat ‘collega’s’ uit de hardcore scene werd het een 2-daags aangenaam maar stevig feestje in de niet zo Stille Kempen.
De opkomst lag iets lager dan vorig jaar (minder combitickets verkocht) maar er was toch, van rond het middaguur, al behoorlijk veel volk op de immense vlakte tussen de 5 stagetenten en de talrijke eet-en drankkramen.

dag 1 - vrijdag 1 mei 2015

De dag opende alvast met een sisser, ik keek eerlijk gezegd behoorlijk hard uit naar Set Things Right. Niet dat ik nog steeds de grootste fan ben van hun muziek, maar een viertal jaar geleden vond ik ze fantastisch. Na goed gegeten te hebben zette ik dus aan richting Impericon Stage voor de eerste show van Groezrock (de gigantisch dronken show van Gino’s Eyeball de dag ervoor niet meegerekend). Al van de eerste noot was het duidelijk dat het niet veel soeps ging zijn, de band deed nochtans hun uiterste best, maar de eerder middelmatige Metalcore raakte mij totaal niet. Wat het geheel nog duizend keer erger maakte was het ronduit abominabel geluid in die tent. Je hoorde enkel een geluidsbrij die soms wegviel met een wel heel scherp geluid en geruis (wat trouwens in de loop van de dag er niet beter op werd). Toen mijn medefestivalganger toen voorstelde om op ons gemak nog een pintje te gaan drinken voor Brutus begon moest ik niet lang twijfelen en zijn we vertrokken. Spijtig.
(Yentl)

Na wat verfrissing in de vorm van een pintje , zette ik aan richting Back to Basics, een best wel coole stage waar er net zoals The Revenge stage een lager podium was zonder frontline. Naast wat ik opgezocht had was ik niet echt bekend met Brutus. Het ene nummer die ik beluisterd had klonk wel veelbelovend dus het was nu zien wat het zou worden. Ik was niet teleurgesteld. Een mix van Post-Rock, Punk, Sludge, Stoner en nog heel wat lekkers verwende onze oortjes voor een halfuurtje. Het meest interessante gegeven was wel de combinatie van drums, vocals en een de meest onhandige paardenstaart ter wereld gebracht door Stefanie (althans die naam staat toch op hun facebook). Blijkbaar stond deze Leuvense band al eens op Desertfest en heb ik ze toen gemist, zal na deze show zeker geen 2e keer gebeuren.
(Yentl)

Op naar de Deathcore band waar menig zichzelf te serieus nemend Death Metal-fan afvraagt of ze het leuk mogen vinden omdat het Deathcore is. Neen het is niet Whitechapel, maar wel Carnifex. Het was toch wel al weer een 6 jaar en enkele albums geleden dat ik ze nog eens live gezien had dus dit was het moment. Ze hebben ook net weer een dijk van een plaat losgelaten dus het kon niet mislopen. Of toch wel want blijkbaar stonden ze ook in de Impericon tent. En jawel hoor, ook nu was het geluid weer het equivalent van een kapotte mixer. Gitaren waren nauwelijks hoorbaar en wat er wel te horen was waren de vocals en de drum. Best wel indrukwekkend, maar zonder gitaarwerk niet echt iets om lang naar te luisteren. Het duurde tegen de laatste nummers dat het geluid goed zat en maar best ook. Als “Hell Chose Me” en “Lie To My Face” verneukt werden door het slechte geluid ging ik die tent platbranden. Een amusante show dat veel meer kon geweest zijn dan het was.
(Yentl)

Onder een frisse lentezon startte ik mijn muzikale estafette voor de Monsterstage alwaar ik de gasten van Masked Intruder aanschouwde. Net als enkele maanden geleden bij het optreden in de Kavka te Antwerpen opende de band met het heerlijke “Stick’Em Up” en meteen was de toon gezet voor een fijn half uurtje pretpunkrock! Korte, snedige en catchy nummers, dat is het recept van dit kleurrijk gemaskerde 4-tal. Het publiek reageerde enthousiast en ondersteunde moeiteloos nummers als ondermeer “I don’t wanna be alone tonight”, “25 To Life” en het recente “Crime Spree”.
(Hans)

Terug naar Back to Basics om één van de beste bands van Antwerpen, namelijk Toxic Shock. Al een paar keer gezien en ze vervelen nooit, dus sowieso gaan zien was het verdict. Nu waren we niet met veel die hetzelfde gedacht hadden want de tent was behoorlijk toen ze begonnen. Toegegeven, hun Crossover Thrash Metal/Hardcore Punk is nu niet echt het meest originele dat je ooit gaat horen, maar het is wel enorm goeie. Ook nu brachten ze het er goed vanaf live met al belangrijkste natuurlijk de gestoorde frontman Wally. Die trok zich geen bal aan van de lage opkomst en ging er zoals gewoonlijk volledig voor. Lekkere muziek, een bescheiden pit en een frontman die in de lichtmasten klimt (iets waar menig dronkaard voor buiten gezwierd werd tijdens de afterparty) om vervolgens plat op z’n bek te gaan tijdens een stage dive en geen noot mist, wat heeft een mens nog meer nodig?
(Yentl)

The Dwarves is heel andere koek en live altijd een speciale belevenis! Al viel het deze keer wel mee, op de poedelnaakte Nick Oliveri na, die enkel zijn schoenen en basgitaar had gevonden alvorens het podium te betreden. Deze band bestaan al sinds de jaren 80 en heeft een stevige reputatie opgebouwd. In Meerhout stonden ze garant voor een vette sound met een lekkere garagegroove. “Let’s fuck”, “Anybody out there”, “Sluts of the USA” en “Let’s get high” konden op de meeste bijval rekenen. En als zanger Paul Cafaro (alias Blag Dahlia) beslist om even te gaan crowdsurfen, neemt Nick Oliveri met plezier de micro over.
(Hans)

Na een tussenstop op de camping passeerden we toevallig de Macbeth/Blackstar stage waar Not on Tour de boel aan het afbreken was. Dit gezelschap komt uit Israël en wie Kids Insane vorig jaar op hetzelfde podium aan het werk zag weet dat Punk uit Israël behoorlijk lekker is. In dit geval was dit dus ook, Not on Tour combineert Hardcore Punk met zodanig melodie dat het bijna Pop-Punk wordt (zonder belachelijk slecht te klinken zoals Pop-Punk). Vul dit aan met een vrouwelijk stemgeluid om u tegen te zeggen en je weet dat je gebakken zit voor een goeie show.
(Yentl)

Op de mainstage staat intussen Against Me! klaar om van jetje te geven en de tent is aardig volgelopen voor dit heerschap uit Florida. Al is heerschap misschien geen goede woordkeuze voor wie de voorgeschiedenis van zangeres Laura Jane Grace een beetje kent. De band speelt een potige set en de fans brullen van bij de aanvang de nummers probleemloos mee. Oude nummers worden afgewisseld met de beste songs van hun recenste CD ‘Transgender Dysphoria Blues’ uit 2014. Opener “I was a teenage anarchist” kon mij het meest bekoren, samen met pareltjes als “Fuckmylife666”, “Unconditional Love” en “True Trans”.
(Hans)

Tijd om terug te gaan naar de Back to Basics waar Cold World z’n duivels mocht gaan loslaten. Ik zag ze vorig jaar op Ieperfest en was enorm onder de indruk van dit Amerikaanse gezelschap. De stevige mix van Old-School Hardcore met een stevige Hip-Hop beat bij, klinkt eigenlijk best wel gruwelijk op papier, maar live (en op album) slaat het in als een bom. Dit was ook duidelijk hier waar de tent zich ontpopte tot een zandstorm door de harde pit. Alhoewel dit er cool uit zag was het nogal behoorlijk irritant voor zowel band als publiek in die tent aangezien het ademhalen enorm moeilijk maakte. Na een stevige show besloot ik dan ook om een arafat rond mijn muil te binden als ik nog eens in die tent binnen moest indien ik niet in een levende zandbak wou veranderen.
(Yentl)

Op de Impericonstage stonden de meeste hardcore en metalcore bands geprogrammeerd. Stick to your guns leek me de moeite waard om te bekijken en daar dachten heel wat liefhebbers van het genre ook zo over want nog voor de set begon was het al drummen voor het podium. Wat een krachtig optreden was me dat! Na de intro werd meteen moordend uitgehaald en speelde de band moeiteloos de ganse tent aan flarden. De respons was massaal, de breaks en tempowissels overweldigend en de zanger (Jesse Barnett) van dienst was één brok rondhossende energie. Hardcore pur sang! Het nummer “We still believe” is grote klasse. “Amber” en “What choice did you gave us” mochten er anders ook wezen! Voor de fans maakte het echter weinig uit, van opener “Nobody” tot het einde van de set gingen ze helemaal loos.
(Hans)

Lekkere Southern/Stoner Rock gemixed met heerlijke Hardcore Punk, jawel het was tijd voor Cancer Bats. Ooit nog live gezien in een klein jeugdhuis en sindsdien ken ik een onvoorwaardelijke liefde voor deze band. Ik bond dan ook mijn sjaal rond m’n kop en baande me tot midden vanvoor het podium. Ergens had ik wel twijfels over deze show, mijn enige ervaring met hen op een festival was op Graspop en die show was op z’n best ‘teleurstellend’ te noemen. Gelukkig hebben deze jongens geen festival-vloek en ging deze show gewoon vanaf de eerste noot enorm hard. Ongeveer zevenduizend crowdsurfers op m’n bek, een stevige pit achter mij en een frontman die een beetje boos in m’n gezicht stond te brullen. Zelfs het zand die achter mijn lenzen aan het kruipen was kon dit niet meer verpesten. Kwam dan plots Oathbreaker nog een beetje meespelen en het hek was volledig van de dam.
(Yentl)

Terug naar de Macbethstage waar ik kort de jonge honden van Under the infuence (UK) ging keuren. Voor mij werden ze de ontdekking van de dag omdat ze een geslaagde mix brachten van metal/rock met subtiele rap en hiphop invloeden. Verrassend matuur en met veel lef gebracht. Hun debuut CD ‘The Struggle’ is nog niet zolang uit maar deze kerels verdienen zeker de nodige aandacht in de toekomst. Ik ben fan.
(Hans)

Atreyu is een band die al 15 jaar meegaat en 5 CD’s op de teller heeft staan. Na een rustpauze van zo’n 2 jaar zijn ze sinds vorig jaar weer helemaal terug en brengen ze binnenkort nieuw werk uit. Hun moderne mix van metal en hardcore klinkt van bij de aanvang van het concert complexloos en snel. Al moet de band en vooral frontman Alex(ander) alles uit de kast halen om het afwachtende publiek volledig mee te krijgen. Na een tijdje lukt hij daar vrij goed in en herkennen fans nummers als “A song for the optimists”. Hoogtepunt evenwel is het snelle nummer “When two are one”, met knap tussenstuk, met drummer die deels de zang op zich neemt en met een immense circle pit! Verder in de set wordt nog een nieuw nummer gespeeld en moet het nummer “You gave love a bad name” van Bon Jovi eraan geloven.
(Hans)

Eigenlijk moet ik hier geen review schrijven want zodra je de naam Iron Reagan ziet weet je gewoon dat het goed was (die band met die zanger van Municipal Waste voor de niet-kenners). Waar Municipal Waste zich vooral beroept op lekkere Old-School Crossover Thrash Metal beroept Iron Reagan zich op Old-School Hardcore Punk met een stevige knipoog richting Thrash Metal. Iets origineels hoefde je hier niet te verwachten, maar dat boeit niet als het zo goed is. Vanaf de eerste noot kwam er al een harde pit op gang en die is niet meer gestopt. De korte nummers waren absoluut geen probleem en ook verdeed de band geen tijd met nutteloos gezever, enkel wanneer het eens tijd was om iets te zeggen deden ze dat. Volgend jaar nog eens?
(Yentl)

Op de ‘Revengestage’ vang ik een glimp op van de groep Knapsack. Ik had van deze band nog nooit gehoord ook al blijken ze reeds meer dan 20 jaar te bestaan. Ze spelen eerder ruige indierock of garagerock dan punkrock maar kunnen bogen op het betere gitaarwerk van de dag en op een begenadigd zanger. Vooral door de iets tragere opbouw van de nummers en het oog voor melodie en compositie steken ze wat af tegenover de meeste andere bands op de affiche maar dat geldt zeker niet voor de gebrachte kwaliteit op het podium. En het opgekomen publiek weet hun aanpak zeker te waarderen.
(Hans)

Nu was de tijd aangebroken voor de band waar ik het hardst bij twijfelde dat ik ze wel zou gaan bekijken (Feed the Rhino speelde op hetzelfde moment). Ik heb het over Ceremony. Wie Ceremony kent , weet perfect waarop ik doel, maar aangezien er waarschijnlijk wel wat mensen zijn die niet zo bekend zijn met deze band zal ik het even uitleggen. Ceremony was in z’n beginperiode zonder twijfel één van de beste Hardcore Punk/Powerviolence bands ooit, het album ‘Violence, Violence’ is één van mijn favoriete albums ooit. En toen gebeurde het, ze besloten eens wat anders te spelen. Niet dat ik één of andere narrow-minded kloot ben die wil dat een band iedere keer hetzelfde album uitbrengt, integendeel een genre-wissel kan leuk zijn. In het geval van Ceremony was dit niet zo, plots speelden ze Post-Punk/New-Wave en niet echt goeie. Toen ik binnen kwam leek het ook dat ik niet lang ging blijven, ze openden met een nieuw nummer. Toegegeven, live klinken die nieuwe nummers zo slecht nog niet, maar toch…
Het nummer liep op z’n eind, het geluid bleef nog een beetje hangen en het was tijd voor het volgende nummer. En toen gebeurde het, het was bijna magisch te noemen, er klonk me iets bekend in de oren, de persoon naast mij en ik keken elkaar aan met dezelfde vragende blik “zou het Kersed zijn?”, enkelen hadden het al door en waren duchtig het podium aan het platwalsen en toen de frontman het bevestigde , ontplofte de boel. Als een bezetene repte ik mij de pit in en kwam er niet meer uit tot alles en iedereen pulp was (sorry mensen die naast mij stonden en duidelijk aanwezig waren voor de New-Wave/Post-Punk, maar jullie stonden in mijn weg). Omdat één muzikaal orgasme niet genoeg was besloten ze ook nog eens om “Pressure’s On” te spelen en mijn avond kon niet meer stuk. De mix tussen oud en nieuw materiaal bleek trouwens perfect te werken, het nieuw materiaal werkte een beetje als een deksel op een stoomketel die alles lekker liet borrelen om dan alles los te gooien met oude nummers erna. Nooit meer twijfel ik nog of ik een Ceremony show ga bekijken, ongetwijfeld de topper van Groezrock.
(Yentl)

Alvorens naar mijn favoriete act van de dag te gaan kijken (Lagwagon) probeer ik nog even de sfeer op te snuiven van de doortocht van The Ghost Inside in de Impericontent. Er heerst dezelfde sfeer als bij Stick to your guns, tent afgeladen vol en van bij de intro een geweldige sfeer. De band uit Los Angeles brengt een brutale explosie aan hardcore, met soms loodzware zang en dito wall of sound. Het overwegend jonge publiek, met schijnwerpers in het gezicht, geniet met volle teugen, hoe extreem hard de muziek ook is. Luister maar eens naar de laatste CD van deze heren ‘Dear Youth’ uit 2014.
(Hans)

Lagwagon is helemaal terug van nooit weggeweest. Ze brachten eind 2014, na 6 jaar, nog eens een CD uit : het ijzersterke ‘Hang’. En na Pukkelpop vorig jaar was het nu de beurt aan Groezrock om deze band te verwelkomen. De intro van The A-team liet al het beste vermoeden, de sfeer zat er meteen in en frontman Joey Cape en zijn gevolg hadden er duidelijk zin in. Zijn heel herkenbare stemtimbre past verdomd goed bij de old school punkrock die de band al sinds 1988 brengt. In het begin van de set zaten nummers als “After you my friend” en “Island of shame”. Daarna kwamen enkele sterke nummers van ‘Hang’ aan de beurt, “Obsolete Absolute” met catchy refrein en “Made of broken parts”. Het plezier spatte van de heren hun gezicht en de fans brulden de meeste nummers luidkeels mee. Even werd wat gas terug genomen , werd een nummer opgedragen aan alle overleden dierbaren (Heartbreaking Music) en aansluitend bracht Joey Cape solo op gitaar het mooie “Alien 8” uit 1997.
Evenals “Making Friends” van de CD ‘Double Plaidinum’. “May 16th” en “Razor Burn” sloten een zeer geslaagd concert af! Alleen jammer dat het nummer “In your wake” van ‘Hang’ niet in de setlist zat!
(Hans)

Na die prachtige show was het tijd voor Trash Talk, toch wel de band waar ik het meest naar uit keek. In het verleden nog eens live gezien en het was één van de hardste shows van mijn leven, ik was klaar voor meer. Hoe hard ik teleurgesteld was bij hun show op Groezrock valt niet in woorden uit te drukken. Niet dat het een slechte show was, integendeel, zowat iedereen die ze nog nooit gezien had was ronduit euforisch na de show, ze waren gewoon zoveel minder dan de vorige keer ik ze zag. Om te beginnen speelden ze wel heel kort, niet dat ik verwachtte dat Trash Talk hun volle tijd ging uitspelen, maar ongeveer 7 minuten was toch wel heel kort. Dit alles zou nog niet zo erg zijn (7 minuten is perfect voldoende om iedereen verrot te kloppen) als die 7 minuten in een rotvaart achter elkaar gespeeld werden. Jammergenoeg moest die 7 minuten opgesplitst worden in verschillende stukken waarbij achter zowat ieder nummer de (niet bijster nuchtere) frontman langer dan het nummer zelf begon te praten. Normaal zou ik dit niet zo erg vinden (het was behoorlijk grappig), maar het haalde echt wel de vaart uit de show. Geen idee of de rest van het publiek dezelfde mening was aangedaan, maar aangezien de set eindigde met (letterlijk) een berg mensen op het podium vermoed ik van niet.
(Yentl)

Over het optreden van Pennywise kan ik heel kort zijn. Niet dat het optreden slecht was, integendeel, maar iedereen kent intussen de band en de alomgekende nummers die ze live nog steeds met veel gretigheid brengen. Er sluipt natuurlijk een zekere routine in en echte verrassingen tijdens de set van een uur kan je niet verwachten maar de band blijft trouw aan haar roots en wijkt zelden af van hun gekende punkrock recept. Zoals het nummer “Same old story” verloopt het concert…maar het blijft wel een ‘succes’ story en “Bro Hymn” zal altijd het nationaal volkslied van punkrockland blijven! De cover “Stand by me” werd opgedragen aan Ben E King, die de dag vòòr het optreden was overleden.
(Hans)

Na al die ‘boze meneren/mevrouwen/mensen die zich niet tot één van deze twee rekenen, maar ook boos waren’- muziek was het tijd voor iets helemaal anders. Een beetje meligheid is best wel ok dus droop ik voor de eerste keer dat weekend af naar The Revenge-stage voor een beetje Title Fight. Wat daar te zien was was best wel ok, niet schitterend, niet slecht, maar ok. De mix van Melodic Hardcore, Emo, Shoegaze en Punk-Rock kwam wel goed over en ook het publiek kon er van genieten, maar bij mij kwam het niet echt over. Dit kon ook echter zijn omdat ik iets te hard uitkeek naar de volgende band.
(Yentl)

En die band was Defeater, wat voor mij de headliner van de avond werd (Social Distortion kon voor mijn part gestolen worden). Ik had ze nog nooit live gezien, maar deze koningen van de Melodic Hardcore hebben een live-reputatie om u tegen te zeggen dus mijn verwachtingen waren vrij hoog. Gelukkig werden die ingelost, na een rustige akoestische intro was het tijd voor een potje huilen tijdens het boos zijn (ze bezingen niet echt de meest vrolijke thema’s). Het publiek genoot en dat was overduidelijk hetzelfde voor de band die duidelijk plezier had in het spelen. Een mooie afsluiter van een mooie dag.
(Yentl)

Social Distortion, opgericht in 1978, stond voor het eerst op Groezrock en had de eer de eerste festivaldag te mogen afsluiten. Met hun ouderwetse gangsterpunk of maffiarock streken ze in Meerhout neer met de bedoeling het jubileum CD van 25 jaar oud ‘Social Distortion’ integraal te spelen. Opener “So far away” zette meteen de toon! Heerlijke, doorleefde, onversneden en rauwe rock’n’roll die deed denken aan het decor van een gansterfilm uit de gloriedagen van Al Capone.
“Story of my life”, “Sick boys”, “Ball and chain”…, allemaal passeerden ze de revue. De coole uitstraling van levende legende Mike Ness maakte het plaatje compleet! Het heerlijke “Ring of Fire” zorgde voor een waar feest in Meerhout en voor een uiterst geslaagde 1 mei!
(Hans)

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/groezrock-2015/
Organisatie: Groezrock, Meerhout

Groezrock 2015 - Tweedaags Punk Rock Hardcore Festival – zaterdag 2 mei 2015

Groezrock 2015 - Tweedaags Punk Rock Hardcore Festival – zaterdag 2 mei 2015
Groezrock 2015
Festivalterrein
Meerhout
2015-05-02
Hans De Lee en Yentl Stée

1 mei (en 2 mei) was dit jaar niet enkel de Dag van de Arbeid maar ook de Dag van de Punkrock! In Meerhout stond dit jaar alweer een indrukwekkende verzameling bands uit het populaire genre op de affiche. Samen met heel wat ‘collega’s’ uit de hardcore scene werd het een 2-daags aangenaam maar stevig feestje in de niet zo Stille Kempen.

zaterdag 2 mei 2015 – dag 2

Wat later dan oorspronkelijk gepland kroop ik mijn tent uit om te merken dat de bands al bijna gingen beginnen. Uiteindelijk kwam ik net op tijd aan in de Impericon tent om The Interrupters aan het werk te zien. Blijkbaar had ik bij het checken van de bands deze band niet beluisterd anders had ik deze band vast en zeker aangeduid want hoe kan je nu beter je dag starten dan met wat lekkere Ska. Niet dansen was bij deze band vrijwel onmogelijk en al snel stond de hele tent in beweging. Toch wel bizar hoe je een set zo lang interessant kan houden met eigenlijk constant hetzelfde deuntje te spelen. Daarnaast was vooral de zang van Aimee Allen het beste van de gehele set, over een krachtige stem gesproken… Een ideale starter van de dag, ik heb nog steeds medelijden met één van m’n campingmaatjes die besloot om wat uit te kateren op de camping en dit gemist heeft.
(Yentl)

Nasty staat voornamelijk bekend voor brute, oersimpele Beatdown Hardcore. Dit genre kent een heel resem aan bands die zodanig slecht zijn dat het zelfs niet meer grappig is, maar Nasty behoort niet tot deze categorie. Zodra de alfa-beatdowner a.k.a. de frontman van Nasty op het podium kwam met zijn boze gorilla op steroïden blik wist je dat het hard ging gaan. En dat ging het ook, het werd een mix van nieuwe en oude nummers waarbij alles enkel en alleen maar zwaarder en trager werd. Eigenlijk zou Nasty best wel nog een goeie Slam Death Metal band zijn. De pit bleef vreemd genoeg nog behoorlijk beschaafd voor beatdown-normen, maar dat boeide niet echt want de frontman wat boos over het podium zien rondlopen was al entertainend genoeg. Oorspronkelijk was ik van plan om wat vroeger te vertrekken zodat ik nog de volledige show van Your Highness kon bekijken, maar daar had ik na de eerste minuut al geen zin meer in. Één van de betere shows van Groezrock.
(Yentl)

Na platgeklopt te zijn bij Nasty werd het rennen naar de Back to Basics om nog zoveel mogelijk van Your Highness te kunnen oppikken, onlangs bracht deze Antwerpse Sludge/Stoner Metal band nog een dijk van een plaat uit en was ook best wel een unieke toevoeging aan de line-up. Bon, veel mensen dachten daar blijkbaar anders over en de opkomst viel wat tegen maar dat belette ons niet om er een feestje van te maken. Muzikaal viel het allemaal goed mee en de lage opkomst boeide niemand. Een fijne show, maar ik heb ze toch al beter gezien.
(Yentl)

Tijd voor het grotere werk op de mainstage of Monsterstage, waar Teenage Bottlerocket zijn opwachting maakte om 15u. Sinds hun vorige doortocht op Groezrock (2011) hebben deze punkrockers uit Wyoming heel wat fans en naambekendheid gewonnen. En terecht! Hun aanstekelijke ‘Ramones achtige’ songs van maximaal 2 minuten (en steevast voorzien van grappige teksten) liggen aangenaam in het oor en blijven steevast hangen. Zeer recent kwam hun 6de Cd uit ‘Tales from Wyoming’ waaruit ze ondermeer het nummer “They call me Steve” speelden maar het oudere werk kon toch nog op iets meer respons rekenen. De intro van The Black Eyed Peas gevolgd door “Skate or Die” kon tellen als opener en nummers als “Bigger Than Kiss” of een mix van Van Halen (Panama), Ramones (Blitzkrieg Bop) en Metallica (One) zorgden voor heel reactie vanuit het publiek. Als afsluiter krijgen we het magistrale “Headbanger” voorgeschoteld, heerlijke, plezante pretpunkrock op zijn best! Bigger than Kiss zullen ze allicht niet worden maar het geloof erin verzet alvast bergen en het vele touren levert heel wat nieuwe zieltjes op.
(Hans)

Turnstile had wat goed te maken (voor mij dan toch). Toen ik ze op Ieperfest zag vorig jaar was het een toch eerder teleurstellende show geweest. Het was dus ergens wat hopen dat het beter ging zijn dan voordien. Ze brachten alvast een leuke plaat uit eerder dit jaar dus er was hoop. En die hoop bleek terecht te zijn, de tent stond afgeladen vol en vanaf de eerste noten ging het publiek volledig los. Zelf had ik eerder achteraan plaats genomen, maar als ik het feestje voor het podium zag moest ik toch tot de conclusie komen dat dat misschien niet mijn strakste plan ooit was. De band zelf was ook volledig in vorm en smeet zich helemaal, er was eigenlijk niets negatiefs op te merken aan deze show. De eerder tegenvaller van op Ieperfest was helemaal terug goed gemaakt.

Turbowolf op de Impericon stage stond net voor Psycho 44 geprogrammeerd. Ik wilde absoluut een paar nummers meepikken van deze veelbelovende band uit de UK die en ongeëvenaarde en gedurfde mix brengt van seventiesrock, stoner, metal en wat psychedelische toestanden. De zanger, die precies voortdurend in trance was, leek net de jonge broer van Frank Zappa en de bassiste was een stevige rock’n’roll chick met heel wat glitter. De muziek was een ware melting pot van allerlei genres maar werd wel gesmaakt door het opgekomen publiek. Soms hoorde je Black Sabbath, dan weer Jane’s Addiction en verder The Stooges of zelfs QOTSA en At the drive in…De pers is alvast lovend over hun debuut CD, mij kon het iets minder bekoren!
(Hans)

Op een ander podium zou later op de dag een 2de inlandse band een al even goede beurt maken : Psycho 44 bewees dat de Antwerpse scene meer dan ooit leeft en kwaliteit aflever! Hun complexloze mix van (garage)rock, hardcore en een snuifje electronica sloeg vrijwel onmiddellijk aan. Hun CD ‘Suburban Guide to Springtide’ is een voltreffer. Wie geregeld naar StuBru luistert hoorde ongetwijfeld ooit het nummer “All my demons have distortion”. Verder zijn “Dance MTHRFCKR Dance” en het meeslepende “Suburban Guide to Springtide” 2 meesterwerkjes. Zeer geslaagd optreden!
(Hans)

Reign Supreme is een naam die menig Hardcore-fan niet onbekend in de oren zal klinken en dat is zeker niet onterecht. Voor mij is het echter pas een recente ontdekking en deze show werd dan ook mijn (en die van Groezrock) Reign Supreme-ontmaagding. Alvast eentje die ik me zeker niet beklaag want het was een enorm vette show. De Metallic Hardcore van deze band van Philadelphia sloeg in als een bom (wat eigenlijk te verwachten was want ze zitten bij Deathwish, een ware goudmijn aan goeie bands blijkbaar). Frontman Jay Pepito (vroeger gitarist bij Blacklisted) komt misschien wat over als je doordeweekse hardcore-frontman, maar de energie en passie die deze man op het podium brengt mag menig andere frontman uit het genre gerust jaloers op zijn. Het publiek at uit z’n hand. Indien je de kans krijgt om deze band eens te zien is het alvast een aanrader.
(Yentl)

Nooit eerder had ik gehoord van The Loved Ones’ (USA) of van zanger Dave Hause. Maar het bleek om alweer een fijne punkrockband te gaan die melodieuze old school punkrocksongs speelde met een hoog meebrulgehalte. Een prijs voor originaliteit zit er allicht niet in voor deze heren maar catchy nummers als ondermeer “The Bridge” bewezen wel hun vakmanschap en kende heel wat bijval bij het publiek voor het podium. Leuk optreden, zonder meer.
(Hans)

Angel Du$t (Lees: Angel Dust Money) was een vrij late toevoeging aan de affiche (yay) doordat Emmure moest cancellen (nog meer yay). Alhoewel deze band old-school als de pest klinkt zijn ze toch een beetje een vreemd eendje in de Hardcore-bijt. Hun muziek die je nog het best als Hardcore Skate Punk kan omschrijven is iets dat je toch niet echt vaak hoort. Op Ieperfest het jaar ervoor had ik ze vrijwel volledig moeten missen doordat mijn tent besloot om in te storten net toen ze begonnen dus nu was het tijd om ze eens deftig aan het werk te zien. Daarvan ga ik geen seconde spijt hebben want het was een show zoals iedere show hoort te zijn. De muzikanten hadden er zin in, het publiek had er zin in en er was geen enkele afstand tussen band en publiek. Hier een review over schrijven is eigenlijk moeilijk aangezien je er eigenlijk bij moet zijn om hetzelfde gevoel van plezier te ervaren die je bij dergelijke shows voelt, maar geloof me, dat gevoel was er zeker.
(Yentl)

Met Good Riddance stond op het hoofdpodium alweer een band op de planken met heel wat jaren van dienst! Opgericht in begin jaren ’90 maakte de band al vlug heel wat opgang en doorheen de jaren bouwden ze een stevige live reputatie op en brachten ze 7 CD’s uit…tot in 2007 de band het voor bekeken hield. In 2012 was er sprake van een korte reünie en kijk, sindsdien zijn ze weer helemaal terug en hebben ze recent een nieuwe CD op de fans losgelaten : ‘Peace in our Time’ (Fat Wreck Chords). Live zat het allemaal nog goed in elkaar en speelde de band een krachtige en gebalde set met weinig of geen rustpauze. Nieuw werk werd vakkundig afgewisseld met oude en meer gekende nummers : “30 day wonder”, “Last believer”, “Weight of the World”,… allemaal van de eerste CD’s van Good Riddance, zaten vooraan in de set…ondermeer “Half measures” en “Running on fumes” van de recentste CD kwamen in de 2de helft van het optreden aan bod.
(Hans)

Ontdekking van de dag is The Deaf uit Den Haag. Een stelletje knettergekke lefgozers die verdomd goed weten hoe ze een feestje moeten bouwen! Hun muziek past eigenlijk mindergoed op een punkrockaffiche maar dat zal deze heren (en dame) en het publiek worst wezen. Zeer aanstekelijke partyspeedrock die de ideale kruising blijkt tussen The Hives en Lords of Altamont. Wat een performance! Zeker de moeite om te gaan bekijken deze zomer op ondermeer Sjockrock, Fonnefeesten, Zwarte Cross enz.
(Hans)

Volgende op het lijstje was Off!, een legendarische Hardcore Punk band rond de al even legendarische Keith Morris (Black Flag, Circle Jerks). Zelf was ik niet echt gekend met het materiaal van die band, maar ze werden mij als absolute aanrader meegegeven dus ik dacht wel dat het de moeite was om eventjes te gaan bekijken en dat was het zeker. Het werd een trip door de Hardcore Punk van de jaren 80 waarbij adempauzes of rustige stukken taboe waren. Eigenlijk was er niets aan te merken op deze show naast dat de tent eigenlijk te groot was voor deze band. Niet dat er weinig volk was, maar door de grootte van de tent stond een groot deel van het publiek stil en haalde dat soms toch wel wat de vaart uit de show (alhoewel dit ook wel gold voor zowat iedere andere band in de Back to Basics of The Revenge tent).
(Yentl)

Zoals reeds eerder gezegd ben ik meer een liefhebber van punkrock dan van hardcore maar elk genre heeft natuurlijk zijn toppers en in die optiek besluit ik een optreden van Comeback Kid uit Canada mee te pakken. Ze staan reeds voor de 5de maal op de affiche van Groezrock en dat wil toch wat zeggen. De tent staat propvol en fans wachten vol ongeduld om een portie stevige metalcore. Ze krijgen waar voor hun geld want Comeback Kid begint bijzonder agressief en intens aan hun set en trekken een wall of sound op die zal duren tot het einde. Het publiek reageert massaal en vliegt er al even pittig in als de band zelf. Ik onthou vooral het nummer “Wake the dead” dat zich als een scherf van een handgranaat in mijn hoofd boorde.
(Hans)

Afsluiter van het festival voor mij werd Basement (ja ik ging normaal American Nightmare en The Refused gaan zien en nee, ik vergeef het mezelf nooit dat ik dat niet gedaan heb). Enkele jaren terug leerde ik deze band kennen via het nummer “Covet” en was op slag verliefd. Toen ik zag dat ze op Groezrock speelden hoefde ik dan ook geen seconde te twijfelen om er naar te gaan zien. Dit bleek geen foute keus te zijn want de mierzoete mix van Emo, Indie en Punk werd perfect gespeeld. Opvallend was wel dat het publiek nogal hard los ging (met een stevige pit) op wat toch eigenlijk vrij rustige muziek was. Zodra “Covet” werd ingeluid kon het voor mij niet meer stuk en werd deze show eigenlijk wel een heel aangename ervaring. Zeker eentje om over te doen en een mooie afsluiter van Groezrock voor mij.
(Yentl)

En dan nu eindelijk tijd voor een portie opwindende skarock uit Boston! The Mighty Mighty Bosstones gaan al 30 jaar mee en hadden een grote invloed op menige punkrockbands die flarden ska in hun muziek introduceerden. Denken we maar aan Less Than Jake en Voodoo Glow Skulls.
De 9-koppige band onder leiding van zanger Dickie Barrett en met een 3-koppige blazerssectie speelt in maatpak en das en hun muziek vormt een ware verademing tussen al het luide en snelle geweld dat we al 2 dagen voorgeschoteld krijgen. De Monstertent wordt omgetoverd tot één grote partytent met een reuze dansvloer en een onvermoeibare menigte muziekliefhebbers. Het feelgood nummer “Everybody’s better”, het ruig ingezette ”Where’d you go”, de die-hard fan die een dansje mag placeren met zijn idolen…maken van dit optreden een heerlijk feest! The Bosstones zijn echt mighty en etaleren hun kunnen in het 2de deel van de set ondermeer tijdens het prachtige “Don’t worry Desmond Dekker” en nog een hele resem andere ska en rocksongs. Voor mijn part hoeft de band niet opnieuw 5 jaar te wachten om terug Groezrock aan te doen!
(Hans)

Bij de signeersessie eerder op de avond was al duidelijk dat Millencollin na al die jaren nog steeds heel populair is onder het punkrockvolkje. Reeds in 1998 stonden deze Zweden met hun potige punkrock op de affiche van Groezrock. Anno 2015 touren ze nog steeds over gans de aardbol en hebben ze zelfs een verse CD uit ‘True Brew’. In totaal haalden 4 songs van de nieuwe CD de setlist, oa. opener “Egocentric Man” (dat ook de CD opent) en “Chameleon” klonken stevig en fris en hebben nog steeds dat typische sing along karakter wat de groep zo geliefd maakt. Natuurlijk werd daarna stilaan overgeschakeld op de bekendste nummers (zoals “Fox”) uit het rijke verleden van Millencollin en reageerde de fans net dat iets enthousiaster bij het aanhoren van deze klassiekers. Tijdens de uitgebreide bisronde kwam dan de apotheose met “Penguins & Polarbears”, “Farewell my hell” en de traditionele afsluiter “No cigar”. Zweden boven! En daar zou The Refused nog een schepje bovenop doen door op overtuigende en eigenwijze manier de Groezrock editie van 2015 geslaagd af te sluiten!

De zomer is nog heel lang en als Groezrock met deze editie de toon zet voor het komende festivalseizoen, dan wordt het zeker en vast een hete, muzikale en spannende periode waar iedere liefhebber reikhalzend naar uitkijkt!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/groezrock-2015/
Organisatie: Groezrock, Meerhout

John The Conqueror

John The Conqueror - Schitterende powervolle sound bleek net niet voldoende

Geschreven door

De eerste band, het lokale The Salvador Statement moest ter elfder ure verstek geven wegens ziekte. Te laat om een vervanging te zoeken maar ter compensatie werden we een drankbonnetje aangeboden door het immer attente 4AD personeel!

Na wat aangemodderd te hebben in het punkbandje The Slack Republic verkast Pierre Moore (opgegroeid in Jackson, Mississippi) samen met zijn neef, drummer Michael Gardner, naar Philadelphia waar ze bassist Ryan Lynn ontmoeten. Het klikt meteen en John The Conqueror, genoemd naar een Afro-Amerikaanse volksheld die als slaaf ondanks alle ellende zijn trots en onafhankelijke geest intact wist te houden, was een feit. Intussen heeft de groep twee platen op haar actief en is mede-oprichter Michael Gardner, die het touren niet meer zag zitten, onlangs vervangen door Adam Williams.

Het begon wat mak maar eenmaal de motor aangeslagen bleek hun bluesrock best te pruimen. Pierre Moore heeft een mooie, donkerbruine, gruizige stem en zijn gitaarspel, waarvoor hij naar eigen zeggen zijn eerste lessen kreeg van een dakloze, zorgde voor heel wat vuurwerk. Samen met de imponerende bassist, Ryan Lynn, en de adekwate drummer produceerde hij een stevige, heerlijke sound die niet zelden aan The Jimi Hendrix Experience deed denken. Zelfs de valkuilen eigen aan het genre (vervelende gitaarsolo’s, eindeloos uitgerokken nummers,...) werden handig vermeden en ze bleven het erg strak houden.
Alles leek te kloppen en toch ontbrak er iets. De songs! Die konden niet echt verrassen en klonken meestal te voorspelbaar. De groep heeft duidelijk behoefte aan wat meer klappers zoals “3 more”, een nummer uit hun eerste plaat, waar de gensters wel van afsprongen. En “Got my mojo working” (nochtans mooi gebracht) coveren getuigt ook al niet van veel inspiratie.
Bovendien was er iets vreemds aan de hand. Pierre Moore keek zijn publiek niet aan, laat staan dat hij ermee communiceerde. Slechts tweemaal, toen het concert reeds ver gevorderd was, richtte hij het (onverstaanbare) woord tot de zaal. Voor de rest ging hij tussen de nummers steeds met de bassist wat keuvelen alsof ze in het repetitiekot waren terwijl hij de whisky met sloten naar binnen kapte. Er diende duidelijk het een en ander weggespoeld te worden.

Dat laatste miste zijn effect niet en het ging er, naarmate de set de eindstreep naderde, wat ruwer en wilder aan toe, wat niet noodzakelijk een nadeel was. Dat terwijl die magnifieke sound onwrikbaar overeind bleef.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Gov’t Mule

Gov’t Mule – ‘Jam band’ bij uitstek!

Geschreven door

The mighty Mule bestaat 20 jaar ! DE ‘jam band’ bij uitstek viert dit met de release van 4 concerten uit hun rijk gevulde archiefkast  : in totaal 8CD’s , 2 LP’s en 3 DVD’s met onuitgebracht live-werk om duimen en vingers bij af te likken !!

Gov’t Mule is het vehikel van gitarist Warren Haynes, die de band in 1994 oprichtte als spin-off van de legendarische Allman Brothers Band, waarin hij en -inmiddels overleden- bassist Allen Woody tot dan het mooie weer maakten naast overgebleven brother Gregg Allman. Meteen werd ook de term ‘jam band’ in het leven geroepen :  Bands die live het jammen en improviseren niet schuwen en een doorsnee 3-minuten song moeiteloos tot een kwartier en langer kunnen rekken (zoals dit bon ton was in de vroege jaren ’70 en waarin ook de Allman Brothers uitblonken als geen ander,  getuige hun ‘Live at Fillmore East’ dubbelaar uit ‘71). 

De kunst om een song  ‘uit te melken’ zonder dat  moeder verveling toeslaat is nu net Gov’t Mule’s grote sterkte. Voeg daar nog aan toe dat een Mule show steevast garant  staat voor gemiddeld een 3 uur muzikaal vakmanschap, waarvoor de band put uit een immens repertoire en bovendien bij opeenvolgende optredens quasi totaal verschillende setlists bovengehaald worden.  ‘Waar voor je geld’ dus, in tijden waar de gemiddelde band tegenwoordig een ganse toernee lang eenzelfde setlijst van ‘één uur en een bisje of 2’ afhaspelt ....

Verwachtingen torenhoog gespannen dus voor deze eerste show in het Europese luik van de '20 Years Strong Tour', pas hun 7e passage op Belgische bodem in die 20 jaar, dit maal in het Depot te Leuven. Vanaf opener “Thorazine shuffle” wisten we al dat het snor zat : Een strakke, goed geoliede live machine, die alle kanten uit kan. Bassist Jorgen Carlsson zette een vette groove in op deze Mule klassieker uit hun beginjaren en meteen kon meestergitarist Haynes al zijn duivels ontbinden.
Zo ook in “Monkey hill” uit hun debuutplaat, en de felle -door 70's ZZ-Top geïnspireerde- rocker “Bad little doggie”. Ronduit magistraal was het slepende “About to rage”, met subtiel ingetogener gitaarwerk dat zich langzaamaan toewerkte naar woeliger spannender regionen, gevolgd door het al even magistrale “Brand new angel”, een rocker pur sang gedragen door een killer van een gitaarriff.
Na goed een uur en een kwart  rondde de band set één af met The Beatles' “She said, she said” & “Tomorrow never knows” met in die laatste op knappe wijze “Stand by me” verweven als eerbetoon aan de daags voordien overleden soullegende Ben E King : Haynes kent zijn klassiekers en eert maar al te graag zijn helden (Bij een eerdere passage in Belgie jaren terug, zagen we hem on the spot een hommage aan de toen diezelfde dag overleden RL Burnside uit zijn mouw schudden). 

Startschot van set twee was weerom een cover, zij het dan één met een grote C : Een ronduit verbluffende versie van Neil Young's “Cortez”. Verleden jaar was dit van Ome Neil zelf met zijn crazy Horse al een hoogtepunt op de Lokerse Feesten, en deze Mule versie moest hier niet voor onderdoen ! Haynes excelleerde hier 20 minuten lang, bijgestaan door Danny Louis die de keyboards even liet voor wat het was en knap aanvulde op gitaar. “Cortez” : Een dijk van een song, een onvolprezen meesterwerk uit de jaren 70. 
Een meesterwerk uit de eigen back-catalogue is “Mule”, uit de al even voortreffelijke 'Dose' CD uit 1998 : Hun lijfsong, voortgestuwd door een vettig groovende baslijn van Carlsson -die hier alle ruimte kreeg- en dito jazzy heavy spel van Haynes. Matt Abts, drummer van het eerste uur kreeg vrij spel in de obligate drumsolo, vrijwel de enige 'song' die in elke Mule show de revue passeert, en zette daarna prompt het knappe rustige “Whisper in your soul” in. “Driving rain” voerde het tempo terug op : Een song uit 'The deep end' CD's van begin jaren 2000, oorspronkelijk ingezongen door Metallica's James Hetfield, toen met gastbassist Les Claypool van Primus.
Haynes laat immers geen kans onbenut om ‘joint ventures’ aan te gaan met muzikanten van alle pluimage, zij het op eigen of op andermans platen en live shows. Hij stond zowat met alle groten der aarde reeds op het podium. En met groten bedoelen we echt groten van deze aardkloot : Haynes stond in 2012 o.a. ook op het podium in het Witte Huis, toen Barack Obama spontaan een paar lijnen “Sweet Home Chicago” zong met een 'gelegenheidsbandje' met o.a. BB King, Mick Jagger, Jeff Beck, Buddy Guy en nog een trits anderen (check YouTube).
In de US heeft Gov’t Mule bovendien net een toernee afgerond met jazzgitarist John Scofield. De Euro tour moet het stellen zonder special guests, wat echter geen gemis blijkt. Met “Soulshine”, een eigen soul-evergreen uit zijn Allman Brothers periode, met daarin flarden “Tupelo honey”  van Van Morisson, werd set 2 afgerond.

Slechts één bis, maar wat voor één : Tijdens “Blind man in the dark” werden nog eens 10 minuten lang alle registers opengedraaid. Al in 2009 -na hun concert in Trix- schreven we op deze eigenste site over deze Mule klassieker : 'Misschien wel de ultieme Gov’t Mule song : de perfecte samensmelting van door merg en been gaande gitaren, een dreigend basritme en de immer doorleefde soulvolle bluesy stem van Haynes', en dit geldt nog altijd ! Schitterende finale van een 3 uren durend potje eerlijke rock, blues & soul zonder franjes en dikdoenerij : meer moet dat niet zijn !

Set 1 : Thorazine Shuffle - Million Miles From Yesterday - Monkey Hill - Bad Little Doggie - About To Rage - Brand New Angel - Captured - She Said, She said - Tomorrow Never Knows / Stand By Me
Set 2 : Cortez - Mule - Little Toy Brain - Thelonius Beck - Drumsolo - Whisper in Your Soul - Drivin' Rain - Soulshine / Tupelo Honey
Encore : Blind Man In The Dark

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/gov-t-mule-01-05-2015/
Organisatie: Depot, Leuven

White Hills

White Hills vs Glowsun - een nieuwe plaat, een nieuw begin

Geschreven door

Een avondje muziek in Magasin 4 om U tegen te zeggen. Zo beloofde deze line-up toch op voorhand. Maar de hooggespannen verwachtingen werden jammer genoeg niet volledig ingelost.

Opener van de avond was Glowsun. Deze Franse Stoners draaien al enkele jaren mee in de muziekwereld. Sinds 2005 om precies te zijn. Al jaren schuimen ze Europa af om iedere zaal hun kunstjes te tonen. Vanavond is Brussel dus aan de beurt. Wat dit 3tal wil bereiken, is onmiddellijk duidelijk: een psychedelisch stonerfeestje in gang steken. Ze beginnen met volle overtuiging en enkele stevige riffs aan hun set en hebben mij bijna mee in hun verhaal. Maar na enkele nummers wordt duidelijk dat de band iets te vaak uit hetzelfde tapt  en zichzelf wat herhaalt. Hierdoor zakt na enkele nummers mijn aandacht wat weg. Maar niet te min een puike prestatie. En een leuke opwarmer voor de eigenlijke hoofdact van de avond.

New York bulkt van het muziekaal talent. Eén van deze toppers is White Hills. 2 man en 1 vrouw maken zich sterk in de alternatieve muziekwereld. Na eerdere doortochten in De Kreun, Le Grand Mix en Trix (daar heb ik ze toch nog gezien) is Brussel aan de beurt.
De vorige optredens (die al enkele jaren achter de rug liggen) hadden mij doen uitijken naar deze show. Toen wisten ze mij te overtuigen met hun donkere sound en dito présence op het podium.
Deze keer komen ze met een nieuw album naar Europa afgezakt. Deze nieuwe plaat heb ik nog niet gehoord. En ik denk ook niet dat ik mij er snel aan zal wagen. Want het eerste deel van de show bestond uit vooral nieuw werk. En dat blijkt drastisch te verschillen van hun eerdere albums. Het duistere heeft plaats moeten maken voor een meer elektronisch en poppy geluid. Er kan zowaar op gedanst worden.
Waar vroeger de zaal werd volgespoten met verstikkende rook, is het nu het licht dat regeert op het podium. De band baadt in het licht. En dit alles maakt dat ik toch wat teleurgesteld was.
Een band moet inderdaad wel een zekere evolutie doormaken. Je kan niet eindeloos blijven jezelf herhalen. Maar de verandering is te groot, het verschil te bruusk.
Het tweede deel van de set veranderen ze het geweer weer van schouder en keren ze terug op hun stappen. Maar voor mij was het toen al te laat. Het schip was al gezonken.  

Jammer maar helaas heeft deze avond niet gebracht wat ik ervan had verwacht. Maar niet getreurd: er zijn genoeg optredens om nog naar uit te kijken.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/glowsun-1-5-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/white-hills-1-05-2015/
Organisatie: Heartbreaktunes (ism Magasin 4, Brussel)

Roots & Roses Festival 2015 – 6e editie - strikt Mudhoney & Wovenhand

Roots & Roses Festival 2015 – 6e editie - strikt Mudhoney & Wovenhand
Roots & Roses Festival 2015
Terrain Ancien Chemin d’Ollignies
Lessines
2015-05-01
Sébastien Leclercq & David Vanhee

De zesde editie van het Roots & Roses Festival  bewees dat  het succes van de vorige jaren geen toevalstreffer was. Uitstekende optredens binnen de moderne vormen van folk, blues en rock op de podia Roots en Roses, in combinatie met (een beetje) zon en een uitstekende catering met kwaliteitsvolle lokale producten. Het festival stelde, na La Rose vorig jaar, een nieuw eigen bier voor: Roots. Meer moet dat niet zijn.

Ook voor deze editie had Roots & Roses een zeer aantrekkelijk programma in elkaar geknutseld, met Mudhoney en Wovenhand als afsluiters. Voor het zover was, stond nog heel wat fraais op het programma.

We arriveerden net op tijd om nog een deel van The Glücks (B) mee te pikken in Roses. Een energiek koppel, man en vrouw op respectievelijk gitaar en drum, dat zichzelf omschrijft als ‘Bonnie & Clyde psyched out primitive Rock n Roll Garage Fuzz Trash Punk twosome sexplosion!’ Invloeden van The Sonics, The Meteors en The Cramps… Een zalige ontdekking en stevige opener voor het festival. De vette garagesound schud je wakker. Als dat het niet deed, dan schrik je wel even als de gitarist de set afsluit met een duik in de drums.

Vlug naar de Rootstent, waar Boogie Beasts (B) aftrapt. ‘Are you ready to boogie with the Beasts?’ Deze band bestaat uit Limburgers en Luikenaars, 2 stuks elk, en levert een combinatie van rauwe delta blues en garage rock. De mondharmonica primeert en vervangt moeiteloos de sax in het Honey White van Morphine. Kippenvel! Boogie Beasts werkt momenteel aan een full-cd. Klaar tegen het najaar. Wie zo lang niet kan wachten pikt beter nog een concert mee!

Bij het onderzoek naar de meest geschifte band die deze editie van Roots & Roses zou verblijden, viel  Louis Barabbas & The Bedlam Six (UK) op. Bedlam refereert naar het Bethlem Royal Hospital waar psychiatrische patiënten werden behandeld en het woord suggereert chaos en waanzin, lezen we in het magazine. Niet overdreven als je ze bezig ziet. Met “Mother” en “I Ain’t Done (Being Young)” zorgt de bekkentrekkende en beenopgooiende Louis Barabbas en de zijnen voor een combi van folk, gipsy, rock en soul aan een hoog tempo, vol humor. Het looprondje door de tent tijdens
“The Tell-Tale Hound” bewijst de power en energie die achter deze band schuilt. Als je naast de mimiek van Barrabbas kan kijken, merk je ook o.a. Biff Roxby op. Nog zotter op een trombone (met fluogroene ontstopper) spelen is een opdracht !

Op dit festival staat steevast een bluegrassband en dit jaar wist de organisatie The Hackensaw Boys uit Virginia (USA) te strikken. Al 15 jaar doen ze met hun typische sound de podia over de hele wereld aan. De  huidige bezetting bestaat uit David Sickmen, Ferd Moyse, Jimmy Stelling, Brian Gorby en Jon Goff. Op hun site lezen we dat het als volgt werkt: iedereen zingt een beetje – lead & harmony – en de meeste leden weten wanneer ze moeten zwijgen. Lawaai wordt verder gemaakt met banjo, gitaar, mandoline, viool, harmonica, bas en percussie met charismo (a home-made tin can contraption). Hoe ze het ook doen, ze zwepen de tent op.

Daddy Long Legs (USA) is de volgende in de Rosestent.  Een jonge band die in een korte tijd een serieuze reputatie opbouwde en het perfecte voorbeeld van de blues roots revolutie, gestart door Jon Spencer. Frontman – vol distortion – Daddy Long Legs wordt bijgestaan door gitarist Murat Aktürk en drummer zonder cymbalen Josh Styles en samen brengen ze stevige moderne blues. Dat bewijzen ze onder andere met de nummers “Blood from a Stone”, “Evil Eye on You” en “Motorcycle Madness”.

Het is ondertussen 15 uur en van muzikale
rustpauzes is hier – zoals steeds – geen sprake. Honger lijden op een festival dat catering hoog in het vaandel draagt kunnen we echter niet.  Niet minder dan vijftig koks zijn aangesteld en brengen het beste uit de keukens van Mexico, Japan, Italië, Mauritius en natuurlijk ook onze eigen Belgische frieten en de Rootsburger. Keuze genoeg, net zoals op de drankenkaart waar enkel lokale producten worden aangeboden. Fruitsap en water uit de regio, het lokale Saison Dupont en regionale bieren zoals Cuvée des Trolls, Bush, Moinette, etc ... die je nog per 75 cl. fles kan kopen. Genoeg om even te genieten.

Op de achtergrond klinkt het zachte geluid van Rory Block (USA), van de
wereldhit “Lovin’ Whiskey”. De grootste vrouwelijke blues muzikante staat 50 jaar op de planken met een dertigtal albums en besloot dat dit haar afscheidstoer wordt. Starten doet ze met “Crossroad Blues” en verder passeert werk van o.a. de legendes Mississippi John Hurt en Son House’s “Preachin’ Blues”.

Na 16 uur gaat het volume terug omhoog met The Computers (UK). Pure Rock’n Roll met een snuifje soul en garage. Hun debuutalbum ‘This Is The Computers’ heeft er sinds kort een broertje (of zusje) bij “Love Triangles – Hate Squares”, waarop ze minder punk en hardcore klinken. Live energiek en geschift. Zo hebben we het graag.

We kunnen er niet rond, Gordon Ramsay is het eerste waar we aandenken bij de naam Hell’s Kitchen (CH). De vettige underground blues van de Zwitsers Bernard Monney, Christophe Ryser en Cédric Taillefert is echter een stuk rustiger dan de vuilgebekte Britse kok.

Binnen het onderzoek naar de meest geschifte band op deze editie van Roots & Roses was, naast  Louis Barabbas & The Bedlam Six (UK), ook Romano Nervoso (B) kanshebber. Deze band is bekend in Wallonië, en dan vooral in Henegouwen waarvan de vier leden afkomstig zijn. Ze eren hun stad La Louvière met een straatbord dat de zanger op het podium meesleept. Ook hun Italiaanse roots staan centraal, met verwijzingen naar alles dat Italiaans is in dit land; Rocco Siffredi, Salvatore Adamo of Elio Di Rupo. De leader Giacomo Panarisi heeft in het verleden al zijn strepen verdiend in de wereld van de Belgische rock met Hulk en Les Anges. De band krijgt een warm onthaal in Lessines en brengt een 5-sterren optreden van garagerock, boogie-boogie met punk accenten. “Glam Rock Christmas”, “Mangia Spaghetti” en een Waals/Italiaanse versie van “Aline” van Christophe, ofte “Maria” zetten de tent in vuur en vlam. Ook de verItaliaanste versie van “Roots & Roses”, vorige editie gecomponeerd door Fred Lani van Fred & The Healers, kan smaken en “Straight Out of Walifornia”. Wel dat nummer vangt de geest van de groep. Wat we hieruit leerden? Misschien moeten de Vlaamse ‘alternatieve’ zenders toch vaker de mosterd in het zuidelijk landsgedeelte van dit land halen. Woop woop !

Ander excitement dan met The Excitements (ES).
Albert Greenlight, Adrià Gual, Antonio Torres, Daniel Segura en de koperblazers Nico Rodríguez Jauregui en Jordi Blanch met leading lady Koko-Jean Davis brengen onvervalste vintage soul en rhythm & blues uit de vorige eeuw. Als je de 6 man strak in pak en de leading lady ziet, wel dan verwacht je helemaal niet dat ze uit Barcelona komen. Swingen en fun! Het mocht nog wel even doorgaan.

Terug naar de Rosestent, naar de hoofdagen van de Seatle grunge aan het begin van de 90’s van vorige eeuw met Mudhoney (USA). Na een trage start bij het Sub Pop label, profiteerde het kwartet uit Seattle van de explosie van de succesvolle grunge. Ze vonden dan ook vlug hun weg naar het major label Reprise Records. Ondertussen overleefde Mudhoney verschillende splits en in 2013 brachten ze hun ‘Vanishing point’ uit, terug op Sub Pop. Een jaar later gaf de band een historisch optreden, waarvan het live album ‘On Top! KEXP Presents Mudhoney Live on Top of the Space Needle’ zal uitkomen.
En nu speelden ze op het podium van het Roots and Roses festival. Een geluid dat onmiskenbaar grunge klinkt, met VS rock accenten, en een stem van de leider Mark Arm vergelijkbaar met die van Iggy Pop. De hoogte punten van de set waren titels zoals “Touch Me I'm Sick”, “I'm Now” of de afsluitende titel "The Only Son of the Widow From Nain".
We kregen ook de volledige setlist te pakken: Into the drink / I like it small / You got it/ Where is the Future / FDK / 1995/ Judgement, Rage, Retribution en Tyme / Flat out Fucked/ Sweet young thing/ Touch Me I’m Sick/ Neutral/ I’m now/ The final course/ The Money will roll right in / Chardonnay/ The Only Son of the Widow From Nain.


Het wordt langzaam donker en de perfecte sfeer creëert zich in de Roots tent voor headliner Wovenhand (USA) uit Denver Colorado. Ze zijn altijd al zeer populair geweest in België en dat heeft David Eugene Edwards – 16 Horsepower – te danken aan de Belgische muzikant Peter van Laerhoven naast hem en hij was ook actief in de Gentse filmindustrie. Als we het over Wovenhand hebben, gaat het over de donkere kant van country, religie, … perfect gebracht door de rauwe stem van David Eugene Edwards en in een duistere sfeer gezet door een minimaal gebruik van verlichting. Het schept bijna een religieuze interactie tussen band en publiek.
De setlist is echter lang voor een al even lange dag en het publiek vermindert naar het einde van de set toe. Maar het maakt niet uit, we houden van Wovenhand. Een prachtige manier om deze drukke maar alweer prachtige festivaldag af te sluiten.


Alweer een topper voor 1 mei. Roots & Roses is het festival met de perfecte organisatie, (h)eerlijk eten en drinken en vooral een festival waar iedereen zich perfect thuis voelt. Respect en zeker tot in 2016!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/roots-roses-2015/

Neem gerust een kijkje naar de FR review
http://musiczine.lavenir.net/fr/festivals/festival/roots-roses-2015-vendredi-1er-mai/

Orgainsatie:
Organisatie: Roots & Roses, Lessines  

 

Ben E. King overleden

Geschreven door

Ben E. King is dood. Dat meldt de BBC op gezag van zijn agent. De Amerikaanse soulzanger is wellicht het meeste bekend om zijn hit "Stand by me". Hij is 76 geworden.

Smokestack Lightnin’

Smokestack Lightnin’ en Co - Verdienstelijk, maar net geen rockabilly psychosis

Geschreven door

De puike organisatie was er ingeslaagd om een affiche samen te stellen om u tegen te zeggen. Dan nog in een van de mooiste locaties op ons zakdoekje Vlaanderen: Casino in Sint-Niklaas. Helaas moesten de ploerten van The Legendary Shack Shakers te elfder ure afbellen ten voordele van een kleinere Amerikaanse toer. Zoek maar eens een vervanger….  Locale Baboons en Crystal vulden met een zekere glans die leegte in door beiden hun nieuwe schijf voor te stellen.

Onze binnenlandse rootspioneers Baboons kwamen hun derde ‘Uptown and Back Again’ voorstellen. De invloed van de Seatsniffers lijkt ietwat weggedeemsterd en ook hadden ze enige moeite om  -zoals ze gewoon zijn – de zaal in vuur en vlam te zetten.  Mij iets te veel clichés: kilos grillcreme, staande contrabas, jeans met duidelijke overslag, nep gretsch. Applaus voor toetsenman, op Nord dan nog. De drummer sloeg er soms enkele kilometers naast waardoor ze deze keer niet echt overtuigend waren. Ze hebben een mooie thuismatch gemist. De versie van Art Nevilles “I’m just a fool to care” mocht er best wel zijn.

Crystal and runnin’ wild was dan iets betere koek. Het frêle zangeresje doet wat timide aan wanneer ze het podium opschuift. Tot ze haar misthoorn van keelgat openzet, ons zowat omver blaast en samen met de voortreffelijke ritmesectie Johhny Trash en Dan Blackwolf voor een stevige start zorgt. Ze zweept met haar stem en sneaky moves het publiek wat op, zoadt een deel aan het publiek zich aan haar stond te vergapen en even de muziek vergat. Verse gitarist Thomas Beardslee in nog niet ten volle ingespeeld maar heeft duidelijk meer dan de nodige kwaliteiten op zak. De Johnny Cash interpretatie mocht er best wel wezen, maar ontbrak aan kippenvelfactor. “Demons” zal echter lang blijven hangen.

Opper- Seatsniffer Walter Broes  haalt International Lieven Declerq en Baboon Bas Verstaen op het podium om met WB & The Mercenaires een overzichtje te geven van zestig jaar, roots en rock’n roll te geven. Met verbazend gemak doen deze  met drieën beter  wat de vorigen met vijf deden.  Bas Verstaen komt hier dus beter tot zijn recht. Beginnen met een instrumentaaltje en dan meteen de pees erin. Comme il faut. Fuck electronica. Speelplezier troef. Respect. Broes en co razen door hun set , en alsof dat nog niet genoeg is, slaat Walter de slide aan om in een soort John Spencer Blues Explosion Trance te treden. Oeps, oordoppen vergeten.
Die gasten van Smokestack Lightnin’ zetten je op het verkeerde been.  Ze noemen zich naar een nummer van Howlin’ Wolf, ze zijn zo roots, americana, country rock,…noem maar op, ze ademen zo Amerikaans dat je compleet vergeet dat het eigenlijk  Duitsers zijn.  Johnny Cash  en Jimmy Reeds geesten dwarrelen op het podium.  Zanger Bernie en vriend van onze –ja- upperseatsniffer Walter gebruikt  zijn diepe stem en zijn rechtopstaande bas om de meest opzwepende countryrock te spelen.

Besluit: Het wegvallen van de Legendary Shack Shakers werd al bij al goed opgevangen door een bende rockabillies die elkaar goed kennen en perfect uitwisselbaar zijn. Ik had iets meer rockabilly waanzin en garageziekte verwacht. Doe mij maar drie en half sterren.

Organisatie: Casino , Sint-Niklaas

The Spectors

The Spectors - Straffe shoegaze van eigen bodem

Geschreven door

Sluimerende gitaren, drie straffe madammen en een sound die rechtstreeks vanuit de  beginjaren van de shoegaze komt. The Spectors hebben de Muziekodroom club plat gespeeld! Ze hebben hun nieuwe album ‘Light Stays Close’ in stijl gebracht en kwamen ons nog maar eens duidelijk maken van wat voor topmuzikanten zij zijn.

“Wish Me Away” zorgde ditmaal voor het kippenvel moment, het begon heel rustig en ontplofte naar het einde toe. Ook onze persoonlijke favoriet “Drone” mocht niet ontbreken, een nummer die het bloed in onze aderen sneller deed stromen. Marieke en Company joegen het mooie “Ariel” (geschreven door drumster Stefanie Mannaerts), “Like Sand”, “One eigthy”, “Flakey Wrong” en “Light Stays Close” door hun setlist.
Hun debuutsingle “Nico” die uitkwam in 2014  wist tijdens de show ook nog een waardige plaats te bemachtigen.

Een Wall of Death zat er tot Marieke haar grote spijt niet in deze keer, maar we hebben genoten van een fantastisch concertje en kijken nu al uit naar nieuw materiaal.

Organisatie: Muziekodroom, Hasselt

Les Nuits Botanique 2015 - Godspeed You! Black Emperor – Na 20 jaar nog steeds Fascinerend!

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2015 - Godspeed You! Black Emperor – Na 20 jaar nog steeds Fascinerend!
Les Nuits Botanique 2015
Koninklijk Circus
Brussel

De Canadezen van Godspeed You! Black Emperor zijn al zo’n twintig jaar bezig en geven aan de postrock een aparte , unieke touch . We horen instrumentaal intens grillige, venijnige, rauwe muziek , beeldend , groots, emotioneel en meeslepend. De donkere , duistere ; grauwe apocalyptische toon maakt op de nieuwe cd ‘Asunder, sweet and other distress’ ruimte voor hoopvolle, lichtgevende , sprankelende tunes , die we natuurlijk vanavond live konden horen, gezien Godspeed in een al lang op voorhand uitverkocht KC , er de klemtoon op legde.
In Noord-Frankrijk stond men er nog niet zo op te springen als bij ons; hun optreden in de l’Aéronef  was bizar genoeg moeilijk uitverkocht geraakt .

Hun abstract hypnotiserende , bezwerende muziek wordt ondersteund met  fascinerende projecties , een beeldtaal in zwart/wit (van verlaten steden, appartementsgebouwen in vogelperspectief , puin en allerhande begrippen, knipsels met een maatschappijkritische blik!).
Bon soit , het uitgebreid ensemble met 8 wel op podium , werkt met een dubbele bezetting om hun sound dieper , pakkender, breder , extraverter ,intenser te laten klinken . Hier overheen zweven gevoelige en huiverende vioolpartijen. Ze zorgen ervoor dat de spanningsboog wordt opengetrokken, traag (ondraaglijk) opbouwend is, aanzwelt, de aandacht vasthoudt en al of niet rustig weet te ontladen , alsof een vulkaan op uitbarsten staat en het onder onze voeten écht heet wordt van de lava … Delirante filmisch bezwerende soundscapes , drones , feedbackgeraas vullen aan door de pak (pedaal) effects die op de grond gestald staan .
Eén voor één betreden ze het podium , één voor één gaan ze er van af, in een halve cirkel opgesteld, de blik afgewend naar het publiek , gefocust en geconcentreerd op hun instrument en de knopjes .
“Hope drone” trekt de set op gang , om dan in de gekende stijl een immense spanning vast te houden . Ongelofelijk hoe alles op zijn plaats valt , hoe eigenzinnig en subtiel het combo te werk gaat. 
Je wordt letterlijk meegesleept , -gezogen in die aparte leefwereld en indringende scherpe muziek , die angst, huiver, wantrouwen , rust , hoop , schoonheid inboezemt. Welke emotie ook opborrelt, ze baant zich een weg in je hersenen …
Naast het nieuwe werk druppelt “Mdlac” van de vorige cd door . Naar een climax gaat het met het zwierige , slepende “Piss, crowns are trebled” , die net als op de cd de set besluit , met minutenlang doordrammende geluidjes, noise effects  en geruis . Eentje die zich ook weet vast te hechten en ons denken kidnapt …

Een immense waardering is en blijft weggelegd . Godspeed is een glorieuze band met even glorieuze muziek na al die jaren …

Ook werd er voldoende ruimte vrijgemaakt voor de support Xylouris White . Een Griekse luitspeler en een Australische postrockdrummer vinden elkaar. Ze waren al eens te horen als support bij Mark Lanegan , maar vanavond klonk het duo veel levendiger . De sound was hard, intens, vaardig en snel; de drumslagen en tics vlogen om de oren , geruggensteund door een soort folky Griekse tragediezang . Een verrassende clash van stijlen . Net als Godspeed toch wel even uniek en apart . Op het eind kwam één van de bassisten van Godspeed op contrabas het duo vervoegen. Ook hier  terecht een warm en sterk onthaal.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/xylouris-white-29-04-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/godspeed-you-black-emperor-29-04-2015/


Organisatie : Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2015)

Bony King

Wildflowers

Geschreven door

Bram Vanparys heeft de naam wat ingekort tot Bony King , maar brengt z’n materiaal nog steeds tot de pure essentie van folky amerciana sing/songwriterpop, dat eerlijke, oprechte, poëtische, dromerige soft country brengt , ons doet mijmeren over de dagdagelijkse zaken en de lang vervlogen tijden .
Hij trok naar de VS en deed beroep op Amerikaanse muzikanten voor de nieuwe plaat . Naast Parsons , Dylan , Young of Cohen hebben we hier echt Amerikaanse rootssongs , die de hand reiken aan Wilco, South san gabriel  en Bright eyes (Conor oberst) .
We horen een warme melancholie van sfeervol , ingetogen , onderhouden songs , die gezapig voortkabbelen en getuigen van eenvoud en vakmanschap . Toegegeven , het klinkt niet buiten de lijntjes en een indringende gitaarsoli mocht er wel zijn.
Emotievol materiaal , van “Sad rosanne” naar “Summer nights” tot de pure naaktheid van “River child”. 
Bony King – een talentvol zanger , met een gouden zalvende stem, die er nog steeds in slaagt heerlijk wegdromende muziek te maken!

K's Choice

The Phantom Cowboy

Geschreven door

Wie had het nog gedacht dat broer en zus Gert en Sarah Bettens met een rockplaat pur sang gingen aankomen .Samen aan een album werken gaf de nodige vonken . Geen meligheid te bespeuren; K’s Choice durft zelfs terug aan te sluiten bij hun begin . K’s Choice medio 2015 rockt en popt ongelofelijk , en weet de jongeren naar zich toe te halen . Mooi!
Sommige nummers als “Woman” , “Come alive” , “Down” en de single “Private revolution” gaan als een sneltrein . Alain Johannes gekend van QOSA, Them Crooked Vultures hielp mee aan de plaat.
Kort, stevig , krachtig, goed en knap! Ook de andere nummers overtuigen . Ze zijn intenser  en broeierig; het afsluitende “I was wrong about everything” laat de zompige bluesslides wat meer doorsijpelen .
De hernieuwde samenwerking van vijf jaar terug is nu op zijn explosiefst! K’s Choice is er klaar voor om verschillende generaties samen te brengen.

Pagina 302 van 498