logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Sleep

Sleep serveert een meeslepende, intergalactische - in doommetal gedrenkte - stonertrip

Geschreven door

Op Pinksteren – de dag van de uitstorting van de Heilige Geest – trokken we richting Antwerpen om er de ultieme stonerband Sleep aan het werk te zien. We hadden het fenomenale optreden van iets meer dan een maand geleden in zaal O13 in Tilburg tijdens het Roadburnfestival nog vers in de trommelvliezen hangen. Achteraf verklaarde bassist Al Cisneros dat hij dit “het beste Sleepconcert ooit” vond. Ook het publiek kon er niet over zwijgen en Sleep werd naast Yob toen hét gespreksonderwerp en hét hoogtepunt van het festival. Benieuwd of ze ook deze keer deze status konden aanhouden.

Sleep bracht voor de gelegenheid 3 supportacts met zich mee. We konden de psychedelische doom van het uit San Francisco afkomstige Jex Thoth wel smaken. Zangeres Jessica “Jex” Thoth kan je nog het best vergelijken met Grace Slick van het eveneens uit SF afkomstige Jefferson Airplane en ook muzikaal is Jex Thoth aan deze legendarische psychedelische rockband schatplichtig.

Harvey Milk uit Athens, Georgia bracht hun experimentele noiserock en sludgemetal met verve. Melvins zijn nooit veraf en het is dan ook hun grote voorbeeld. Ooit hadden ze trouwens ex-Melvin Joe Preston in hun rangen. Gehoord en goedgekeurd.

A Storm of Light gooide het roer over naar de post-doommetal-rock hoek. Krachtige beelden op het achtergronddoek (zanger/gitarist Josh Graham deed vroeger de visuals voor Neurosis) versterkten alleen maar de hevige postrock van deze uit Brooklyn afkomstige band. Hun sound deed nog het meest denken aan mengeling van Tool en Swans. Allemaal leuke opwarmers voor wat nog zou komen.


Iedereen kwam natuurlijk voor legende Sleep naar zaal Trix afgezakt. Getuige ook de bijna uitverkochte merchandise nog voor de eerste band de laatste noten op het publiek had losgelaten. De geremasterde versie van Sleeps magnum opus ‘Dopesmoker’ was al niet meer te krijgen op vinyl en alle bandshirts waren in een mum van tijd de deur uit. Het zijn dan ook gegeerde objecten voor het talrijk opgekomen Sleep legioen.
Een legioen dat rond de klok van tien, toen zijn helden het podium beklommen, een overdonderend applaus en gejoel vanuit de zaal het podium opblies. Gitarist Matt Pike gaf het publiek direct lik op stuk door de alomgekende beginriffs van “Dopesmoker” keihard aan te slaan op zijn trillende snaren. Dit met een ongekend volume waar je broek bijna van af zakte. Zijn broek ging trouwens ook – bouwvakkersgewijs – zeer laag onder zijn ontbloot bovenlijf met zijn door de jaren heen opgebouwde bierbuik. Na 2’40” vonden Al Cisneros (bas) en Jason Roeder (drums) het ‘solo-riffen’ van Pike welletjes geweest en ze kwamen nog meer power steken onder deze aanstekelijk opgebouwde song die in zijn geheel meer dan een uur duurt.
Sleep had echter besloten om hun set rond deze ‘Dopesmoker’ op te bouwen en laste na een half uur een pauze in en zette de rest van de song “on hold”. Een kleine intro (sic) dus. Het bijna 9 minuten durende“Holy Mountain” uit hun gelijknamige, door Billy Anderson geproduceerde, tweede album was aan de beurt. Oorverdovende riffs, ondersteund door een bombastische bas en gegeselde cimbalen en drums werden ons deel en je moest al sterk in je schoenen staan om in de frontlinie niet van je sokken te worden geblazen. Wat een orkaankracht produceerde deze ‘Heilige Drievuldigheid’ op deze sacrale dag.
Een iets stiller en trager gespeeld middengedeelte ontsproot naar het einde toe in een vulkaanuitbarsting van jewelste. Nog niet bekomen van deze krachtsexplosie kregen we titelsong “Dragonaut” in onze maag gesplitst. Naar onze mening één van hun beste songs en een kosmische intergalactische trip om U tegen te zeggen. Een zee van haar in de eerste rijen vol headbangende fans. Zowel mannen als vrouwen gingen volledig uit hun dak bij deze aanstekelijke stonermetal song. De tekst werd dan ook integraal meegezongen. Cisneros zong het ‘Ozzy-gewijs’ en als je je ogen dicht deed, waande je je op een concert van Black Sabbath begin de jaren 70. “Sonic Titan”, de tweede song op het ‘Dopesmoker’-album was een lawine van lawaai en een geseling voor gehoorgang en trommelvlies. Het werd een sonische overdosis aan heavyness. Hamer en aambeeld klopten overuren en de nekspieren stonden overspannen door het hevige geheadbang.
We kregen nog 3 songs uit het ‘Dopesmoker’ album: de uiterst trage en korte instrumentale song “Nain’s Baptism”, het opzwepende en loodzware “Aquarian” en de aanzwellende stonertrip “From Beyond”. Toen raapte Sleep de draad terug op waar het ons na 30’ uit onze “stonerslaap” wakker schudde bij de aanvang van hun concert: de pauzeknop werd losgelaten en we kregen nog een magistrale outro van een groot half uur, het laatste gedeelte van hun ‘Dopesmoker’-song.


Toen was het genoeg. En juist op tijd want onze oren werden er bijna afgeschroeid door zoveel sonische krachtpatserij op het podium. Dit wordt een concert dat nog lang in onze grijze hersenmassa zal opgeslagen blijven. Een muzikale oertrip met enkel hoogtepunten. Onvergetelijk ook het moment dat Tony Iommi op het doek achter drummer Roeder tussen twee songs door werd geprojecteerd en zowel Pike als Cisneros zich eerbiedig bogen naar Black Sabbaths ‘master of the riff’ die momenteel herstelt van kanker. Voor beiden hun held. Voor ons zijn Pike, Cisneros en Roeder de helden van de dag. Een concert om in te kaderen.

Organisatie: Heartbreaktunes ( i.s.m. Trix, Antwerpen)

White Denim

White Denim - Pretoogjes, open mond en stijve nek: allemaal de schuld van White Denim

Geschreven door

White Denim
Ancienne Belgique (Club)
De pret op Pukkelpop 2011 was weliswaar van korte duur, maar duurde uiteindelijk toch lang genoeg om één muzikale ontdekking op de Main Stage te noteren. Ergens vroeg in de middag op die tragische donderdag tekende het energieke viertal White Denim namelijk met de vingers in de neus voor het beste optreden van de dag, en bij uitbreiding, het festival. Op het eerste gehoor zou je dit in Austin, Texas residerend gezelschap gemakkelijkshalve als een retro band kunnen beschouwen, waarvan de leden te lang op een dieet van Allman Brothers Band en Wishbone Ash heeft geleefd. Wie het vorig jaar verschenen opus magnum ‘D’ voldoende luisterbeurten gunt ontdekt naast de onmiskenbare Southern rock feel echter ook verwijzingen naar folk, progrock, psychedelica en godbetert hier en daar zelfs een snuifje country. Hoe vernuftig dit album ook in elkaar steekt, White Denim is bovenal een band die je live moet gaan zien en wiens vibe tot diep in de onderbuik moet kunnen doordringen.

In een matig gevulde AB Club liet het Amerikaanse viertal alvast geen seconde onbenut om het opvallend jonge volkje te overtuigen van hun kunnen. Want als we eerlijk zijn, dan maalt volgens ons weinig of geen mens om de lyrics van White Denim. Nee, de ware aantrekkingskracht van de band zit hem ontegensprekelijk in de muzikale virtuositeit en het bijna atletisch vermogen waarmee de vier heren op elk nummer de spierballen laten rollen. In beste Allmann Brothers of Lynyrd Skynyrd traditie zijn de gitaren van frontman James Petralli en Austin Jenkins zo in elkaar verweven als betreft het één enkel instrument.
Daar waar hun illustere voorbeelden zich echter wel eens durven verliezen in oeverloze jamsessies, schakelt White Denim voortdurend in een hogere of lagere versnelling waardoor het geheel steeds strak, fris en absoluut niet retro klinkt. Het ruim 15 minuten durende openingssalvo waar verschillende nummers uit ‘D’ naadloos in elkaar overgingen liet het publiek op die manier al meteen naar adem happen.
Na een verschroeiend eerste half uur leek de AB Club wel omgetoverd tot een publieke sauna waar je het zweet zo van Petralli’s gitaar zag druipen. De goedlachse frontman blijkt naast een begenadigd gitarist ook een niet onverdienstelijke zanger, al werd zijn stem steevast ondergedompeld in een bad vol reverb en psychedelische echo’s. Tijdens het aan Eagles refererende “Is And Is And Is” en het countryriedeltje “Keys” liet White Denim zich even van zijn meest aaibare kant zien, maar die momenten van relatieve rust waren eerder schaars. Met de in een ijl tempo op elkaar volgende “It’s Him!” en “Burnished” deelde de groep vervolgens twee nieuwe uppercuts van formaat uit met drummer Josh Block in de hoofdrol. Elke vierkante centimeter van ’s mans compacte drumstel werd met achteloos gemak afgedroogd op een manier waar Triggerfinger’s Mario Goossens volgens ons enkel een natte droom aan over houdt.
De eclectische single “Drugs”, die door samenstellers van de Vlaamse radiozenders vakkundig uit de playlists is geweerd, werd tot op het eind van de set opgespaard. Aan de obligate bisnummers hadden Petralli en zijn kornuiten blijkbaar lak, want dat betekent nu éénmaal tijdsverlies. In plaats daarvan werd het anderhalf uur dat de groep van de AB kreeg toegemeten netjes in één lange ruk volgemaakt.

Eens buiten de muren van de snikhete AB Club werden we opgewacht door een horde Netsky fans die, afgaand op de lichtjes in hun pretoogjes, luttele meters verderop in de uitverkochte grote zaal van de AB net het optreden van hun leven hadden meegemaakt. Vermoedelijk vertelde onze blik iets gelijkaardigs over de doortocht van White Denim, en voeg daar gerust maar een open mond en een stijve nek aan toe.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Netsky

Netsky live staat ér …én heerst bescheiden …

Geschreven door

Je zal maar Boris Daenen heten, net je tienerjaren ontgroeid zijn, overvolle zalen platspelen in elke uithoek van de wereld en al een tweede full album uitbrengen op een label als News/Hospital Records. Het uiterst gewaardeerde Britse label Hospital Records uit de drum-'n-bassscene huisvest naast onze übergetalenteerde Netsky ook gevestigde grootheden als London Elektricity en High Contrast en heeft er mee voor gezorgd dat dit goudhaantje wereldwijde faam geniet. En niet onterecht! Met argusogen keken critici uit naar de opvolger van Netsky's titelloze debuutalbum. Deze werden dit weekend netjes de mond gesnoerd na een meer dan geslaagde, uitverkochte tweedaagse in de Brusselse AB.

Net als tien jaar terug lokken DnB-feestjes grappig genoeg nog steeds een tienerpubliek aan. Toch kwamen er ook heel wat drum-'n-bassfans van de eerste generatie opdagen voor deze wonderboy. Het verschil tussen Netsky en de drum-'n-bass van tien jaar terug is dat hij een breder publiek weet te bekoren met zijn melancholische synthmelodieën die net iets radiovriendelijker klinken dan tijdens de jaren '90. Anderzijds blijkt de combinatie van diepe bassen en beats nog steeds een uitstekend recept om een legertje 'DnB-warriors' zwetend te laten huppelen.
Het liveconcept met een buitengewone drummer als Michael Schack en Babl Keys aan de keyboards geven deze danceperformance alleen maar meer cachet. Boris zet er van meet af aan al meteen de beuk en de AB werd in een mum van tijd omgetoverd tot een broeierig hete sauna gevuld met zweterige (tiener)torso's die zich meermaals uitgelaten in een moshpit gooiden.
Klassiekers als “Iron Heart” en “Give & Take”  gooiden alleen maar olie op het vuur. Ook het materiaal van het nieuwe album moet niet inboeten aan kwaliteit. Met tracks als “Come Alive” en “Puppy” bevestigt Netsky meteen dat hij geen random eendagsvlieg is.

Over onze nationale drum-'n-basstrots bestaat geen enkele twijfel dat hij 'Hospital ’News’ waardig' is. Hij is niet langer het opkomende talent! Hij staat er en heerst bescheiden. ‘Netsky 2’, Liquid drum-'n-bass anno 2012, vanaf einde juni verkrijgbaar bij de betere platenboer.  Een niet te missen act op de komende zomerfestivals. Tot gauw Boris ...

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/netsky-26-05-2012/

+ van de try-out gig in de Nijdrop, Opwijk op 22 mei 2012
http://www.musiczine.net/nl/fotos/netsky-22-05-2012/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel  

Howler

Howler – rock’n’roll hart op de juiste plaats …

Geschreven door

Howler, Hong Kong Dong en Hooded Fang
Een beetje ongelukkig zat ons eigen Hong Kong Dong geprogrammeerd tussen de twee buitenlandse garage rockende bands Howler en Hooded Fang . Geen nood, ze kregen heel wat jonge fans in/rond Oostende en uit de eigen streek van Gent op de been. De familie Zeebroek van Kamagurka , Boris en Sarah Yu , hebben met Geoffrey Burton (ex- Arno) een vriend en begenadigd gitarist bij en samen met nog twee andere leden, brengen zij een zomerse cocktail van pop, rock, electro , disco en funk in een glamoureus kitsch pakje . En ze zijn niet vies om wat Oosterse muziek in dit concept. We dachten aan een rockende Scissor Sisters , die aanstekelijke muziek en jeugdig enthousiasme versmolten en hiermee een sterke live prestatie neerpenden . Opwindende muziek , leuke acts , synchrone danspasjes en bewegingen, interactie met het publiek én een Sarah die als een krolse kat zingend en gillend bezig was. Hong Kong Dong ging alvast niet onopgemerkt voorbij . Het van You tube geweerde oude “Lesbians are a boy’s best friend” hoorden we, naast een rits songs van hun debuut ‘Sweet sensations’  . Band vol optimisme en met een positive vibe!

Net vóór hen zagen we nog een paar nummers van het Canadese Hooded Fang van Daniel Lee , die op tour is met Howler. Een geheel van frisse, aanstekelijke, fijne garagepoprockende songs met een‘60-sixties zomers tintje door de roffelende , hitsende, lieflijke ritmes en de scherpe, rauwe gitaren met verrassende breaks.

Tot slot het Amerikaanse Howler uit Minneapolis, die debuteren met ‘America give up’ . Ze zijn intussen gereduceerd tot een kwartet en brachten  op compromisloze wijze in een 45 tal minuten opwindende , treffende ‘60s/70’s rock’n’roll à billy. Ze halen de mosterd bij The Ramones, The Shangri La’s, The Libertines, BRMC en The Strokes en een huidige link aan de Britse Vaccines is niet vreemd .
De songs werden in een sneltempo gespeeld en de zanger/gitarist Jordan Gatesmith onderhield het contact met z’n publiek en gooide er wat leuke anekdotes tegen aan. De band heeft alvast meer potentieel dan die doorbraaksingle “Back of yr neck“, die deels  verbleekte door songs als “Wailing“, “This one’s different” en “Beach sluts”, ophitsende, frisse, strak gedreven korte songs , die het moeten hebben van wat rommelig-, onstuimig- en slordigheid .
De jonge buffels van Howler speelden hun songs met een vurige intensiteit en hebben het rock’n’roll hart op de juiste plaats.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge (Leffingeleuren)

10 Days Off 2012 kondigt nieuw reeks namen aan

Geschreven door

10 Days Off 2012 kondigt nieuw reeks namen aan

Lemakuhlar, Rory Phillips, The Lovely Jonjo, Montevideo, Kr!z, Nosedrip, goldFFinch, Ultravid, Polydor, Ed & Kim, Compuphonic, Red D & Maxim Lany, Borat & Lorin, Guy-Ohm, Down+Out, Sheridan
Dagtickets zullen €16 kosten (exclusief fee)
Een membercard kost €75.
Eerder aangekondigde artiesten
Richie Hawtin (can) . DJ Harvey (uk) . Maceo Plex (usa) . Booka Shade DJ set (de) . Moonlight Matters (b)
Matthew Herbert (uk) . Etienne de Crécy (fr) . Kutmah (uk) . John Talabot (es) . DJ Koze (de)
Matthias Tanzmann (de) . Len Faki (de) . Lindstrøm (no - live) . Salva (usa - live) . Africa Hitech (uk/au - live)
Pachanga Boys (Rebolledo + Superpitcher)(mx/de) . Lapalux (uk - live) . When Saints Go Machine (da - live)
The Time And Space Machine (uk - live) . Compact Disk Dummies (b - live) . Addison Groove (uk)
Teebs (usa) . The Magician (b) . Paco Osuna (es) . Holy Other (uk - live) . Ambivalent (usa)
Gaiser (usa - live) . Jacques Renault (usa) . Dan Drastic (de) . Mark E (uk)
nog meer artiesten worden later aangekondigd.
"op is op".
Dagtickets
Dagtickets zijn beschikbaar zodra de volledige line-up bekendgemaakt is.
Een dagticket kost €16 exclusief fee in voorverkoop en €20 aan de kassa.
10 Days Off: van 13 tot en met 23 juli in Vooruit in Gent.
http://www.10daysoff.be 

Blaudzun

Blaudzun – Groots muzikaal talent uit Nederland!

Geschreven door

De Nederlander Blaudzun aka Johannes Sigmond , overtuigt sterk met ‘Heavy flowers’ . Een handvol Nederlandse artiesten weten me nu écht te ontroeren , en daar behoort deze sing/songwriter, documentairemaker en wielerfanaat zeker bij , want hij schrijft klassesongs. Hij had eerder al twee platen uit en toerde vooral in eigen land met z’n broer en af en toe met band .
Een groots artiest in wording , die in ons landje amper heeft opgetreden (onlangs nog in de Vooruit café). Hij wenst hier ervaring op te doen, en in het najaar zal hij een heuse clubtour in ons landje ondernemen, o.m. Muziekodroom , AB; 4ad, Cactus, de Roma en Stuk . We waren alvast sterk onder de indruk, hij brengt 16 Horsepower, Grant Lee Buffalo en Clannad op één lijn door de innemende, opbouwende, broeierige songs, de emotievolle zang en de songteksten.

In de (vernieuwde) Nijdrop kwam hij met een heuse band aantreden , met zeven waren ze in totaal . De jonge Nand Baert lookalike (remember van Pool tot Evenaar) bracht op sober ingehouden wijze de songs , met een afgewogen rol voor de andere bandleden, of ze werden rijkelijker gearrangeerd met folky poptunes , waarbij ze naar een climax gingen door het bredere instrumentarium , alsof een Arcade Fire naast jou stond , met een ‘alles en nog wat ‘ instrumentenkeuze: banjo, mandoline, lapsteel, toetsen , ukelele, viool , accordeon en blazers . Ruim anderhalf uur behield hij de aandacht van het publiek en werd hij warm onthaald . Het deed Blaudzun en z’n band erg veel deugd .
Meteen werd van wal gestoken met die puike doorbraaksingle “Flame on my head”, die het sing/songwriterschap onderstreept . Een sterk op elkaar ingespeelde band speelde dan een broeierige “Who took the wheel” , en “We both know” explodeerde ergens halverwege . Drie knallers!
Ook in z’n stem stak hij voldoende afwisseling zoals op “Chant des Cigales” en “Wolf’s behind the glass” die eindigde op het getokkel op de ukelele .  De titelsong “Heavy flowers” had dan veel mee van het donkere, mysterieuze en mystieke van Wovenhand door de onheilspellende tokkels en de dwarrelende synths en accordeon . “Sunday punch” en “Jezebell” en een semi-akoestische “Street corner” raakten diep. “Quiet German girls” en “Sunshine parade” klonken  zwierig, dweepten met dubbele percussie en zetten aan tot handclaps . Een folky “Elephants” sloot de set af .
Blaudzun loodste ons moeiteloos door heen die bloedstollende pop. Hier werden ‘parels’ van nummers gespeeld. Majestueus, onthutsend en overrompelend!
De band won aan charisma en werd het podium op geroepen en speelde nog een paar sfeervolle songs o.m. de nieuwe single “Solar”, “Monday” en “Another ghost rocket”.

Een ‘wauw’ gevoel hielden we hier aan over . Hij komt deze zomer nog naar Festival  Dranouter en in het najaar moet je deze man  zeker checken in het clubcircuit die daar stond als een troubadour in een versleten ‘death to the pixies’ shirt, een zwart vestje en een amicale band als muzikaal vangnet .

Love Like Birds is het alter ego van de jonge sing/songschrijfster Elke De Mey, die net op StuBru de vi.be on air in de wacht sleepte . Haar intimistische, dromerige , breekbare songs ontroerden zowel solo als met de beperkte toevoeging van contrabas , drumtics en allerhande tierlantijntjes en geluidjes  . Heerlijk eerlijk materiaal , zowel van de EP als nummers die nog moeten verschijnen. Muzikaal en vocaal sterk gerespecteerd! De elegant gevoelige single “Heavy heart” werd op het einde gehouden .

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/blaudzun-24-05-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/love-like-birds-24-05-2012/

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Beach House

Beach House - Aardig toeven in een sfeervol strandhuis

Geschreven door

 

Terwijl iedereen zijn strandhuis opzocht aan de Belgische kust, wrongen wij ons op drukke banen om het onze in Kortrijk te vinden.  Geen zon of strand in De Kreun, maar wel droompop van de bovenste plank alsook twee (gelukkig voldoende bemande) togen. Opgetogenheid alom dus.

Porcelain Raft fungeerde als opwarmer. Erg moeilijk kan je die taak in deze tropische tijden niet noemen. Tot onze frustratie verkeren we niet in de mogelijkheid om over het bewuste voorprogramma iets meer te vertellen want door die vermaledijde Pinksterweekendfiles waren we te laat op post om ons eigen oordeel te kunnen vellen. Waarvoor onze excuses.

Gelukkig waren we wel present toen Beach House op het podium verscheen.  De avond stond in het teken van ‘Bloom’, hun vierde plaat en opvolger van het door velen eind 2010 in hun eindejaarslijstje geslingerde “Teen Dream”.
Het concert opent met “Wild” en daarmee wordt het publiek meteen ondergedompeld in de zalig ijle sfeer die Victoria Legrand en Alex Scally (aangevuld met drummer Daniel Franz) moeiteloos weten te creëren. Heel even worstelt de geluidsman nog wat met de juiste mix maar tegen “Walk in the Park” is dit euvel al lang hersteld en demonstreert de lichtman dat ook hij zijn steentje weet bij te dragen aan het totaalplaatje, iets wat hij tijdens “Norway” nog eens dik in de verf zet.
We zijn nog geen tien minuten ver maar zien letterlijk en figuurlijk al sterretjes. Wanneer “Other People”, “Lazuli”, “Gila” en “Equal Mind” (de b-kant van de blauwkleurige Record Store Day-single “Lazuli”) ietwat makke versies krijgen, beginnen we echter te vrezen dat de warmte het geheel op een lome bedoening zal doen uitdraaien.
Vanaf “The Hours” blijkt Beach House echter voldoende geacclimatiseerd om niet meer te hervallen in het gewoon afhaspelen van hun materiaal. Gedurende “Silver Soul” wanen we ons opnieuw in hemelse sferen, het ligt dan voor alle duidelijkheid echt niet meer alleen aan die kerel van de belichting dat we sterretjes zien.
Nadat Legrand vroeg wie er in 2007 bij was toen Beach House (samen met o.a. Bony King of Nowhere) concerteerde in de vroegere zaal van De Kreun, trakteert ze de deze keer bevoorrechte getuigen (want de zaal was lang op voorhand hopeloos uitverkocht)  op een zinderend “Zebra”. Ook het nieuwe “Wishes” is puur genieten, vooral als na een tweetal minuten Scally een heerlijke gitaarlick uit zijn mouwen schudt.
Niet enkel een deel van het publiek maar ook de groep zelf had waarschijnlijk te kampen met verkeersproblemen, dat leiden we althans af uit Legrands “I hope that all the people made it through the traffic”. Haar bezorgdheid benadrukt ze vervolgens met het mooie “Take Care”, één van de zes parels uit ‘Teen Dream’ die in De Kreun heropgevist worden. Daar waar “Myth” als opener op de nieuwe plaat prijkt, krijgt het live zijn rol als afsluiter van de reguliere set. Tot onze tevredenheid kreeg de gitaar van Alex Scally in de geluidsmix nu wel een meer prominente plaats toebedeeld, voor het overige wordt bij Beach House live vooral de synthesizer door de boxen gejaagd.
De obligate bisronde trapt af met “Turtle Island” (net als het eerder gebrachte “Gila” afkomstig van “Devotion”). Tijdens “10 Mile Stereo” dachten we opnieuw dat het geheel beter zou klinken als de gitaar in de mix wat meer naar voren zou komen, maar dat is misschien een puur persoonlijke voorkeur want rondom ons zagen we alleen maar gelukzalig glimlachende gezichten. Nadat Victoria Legrand de volledig tot de kook gebrachte zaal bedankte “for sweating with us tonight”, trok men in afsluiter “Irene” nog eens alle registers open om aldus een waardig punt te zetten achter een geslaagd optreden.  

Het blijkt dat Beach House door de jaren heen geëvolueerd is van een gammele constructie (herinner jullie bijvoorbeeld de krakkemikkige indruk die ze vier jaar terug gaven als voorprogramma van Fleet Foxes) naar een groep die er stilaan staat als een huis. Het is nog veel te vroeg om van een monument te spreken, maar het potentieel is er - getuige ‘Teen Dream’ en het prachtig gearrangeerde ‘Bloom’ - op plaat alleszins wel.
Als Alex Scally nu nog op tafel durft te kloppen met de eis om zijn heerlijke gitaarspel live niet te veel te bedelven onder de keyboards van Victoria Legrand, dan zien hen ook nog op het podium tot een absolute topper uitgroeien.
In De Kreun zagen we - alles in het acht genomen - geen verpletterend optreden. Het was echter wel aardig toeven in het strandhuis dat we aan de vooravond van de Sinxen-driedaagse geboekt hadden. Zeker goed genoeg alleszins om Beach House een volgende keer opnieuw een (hopelijk dan wel minder letterlijk) warm onthaal te gunnen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/beach-house-05-05-2012/

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Cloud Nothings

Cloud Nothings - Heerlijk onstuimig en charmant!

Geschreven door

Cloud Nothings , de band rond Dylan Baldi uit Cleveland, wist al de aandacht te trekken met de vorig jaar verschenen titelloze plaat en het onlangs ‘Attack on memory’ , waarbij ze aanklopten bij Steve Albini.
Een leuke hoop ‘lofi’ rammelende grungy punkpopknallers leverden ze af, ‘nofi’ genaamd; ze brengen een ‘back to basics’ geluid, lekker rauw , hard, energiek, fris en aanstekelijk, gekenmerkt van een fijne melodieuze opbouw. Een jong dynamisch bandje dus , die me vorig jaar met het optreden met Yuck in de Bota wist te boeien . Een band naar ons hart dus, die een klein uur lang in de jongste dagen van The Ramones , Sonic Youth en Nirvana voort schuurde…

Openers “Stay useless” en “Fall in” zaten er meteen op en raakten diep ! Een strak tempo in de songs, die wat ruimte liet voor de instrumenten. Songs met de juiste punkattitude! En een zanger die kan zingen en brullen, een valse toon hier en daar inbegrepen; so what, niemand die erom maalde .
De derde, het instrumentale “Separation” werd tot op het bot uitgemergeld: een noisy intermezzo met feedbackgeraas , waarbij het kwartet volledig uit z’n dak ging, met een repetitief , diepe basstune en een wervelende ‘animal’ drums in hun nek . Of je werd volledig meegezogen op het uitgesponnen “Wasted days” . Tja, de link met een Sonic Youth in z’n beginjaren is hier gauw gelegd . Het jonge kwartet ging gretig te werk.
Ze hadden ook enkele broeierige pakkende melodieën klaar  als “Cut you” , “Our planes” en “No future/No past”, of een dreigend “No sentiment”, allen in een potig, luid rammelweb verweven . Nu net in het kader van 30 jaar Democrazy borrelden ‘the good old days’ op van de Reinaertstraat …

Cloud Nothings: onbevangen, speels, fris en opwindend. De kort, krachtige, snelle ‘ oudere’ “Can’t stop awake” en “Not important” sloten ‘en verve’ de muzikale tornado  af. Heerlijk onstuimig, charmant, rakend en beheerst zoiets!

Organisatie: Democrazy, Gent

The Paladins

The Paladins - Hillbilly Hellride

Geschreven door

 

44 Rave komt uit de hoek waar er nog vette modderkluiven aan de blues hangen, waar de gitaren meer scheuren dan vloeien, waar de smoelschuiver vlijmscherp door het beendermerg snijdt. Meer R.L Burnside dan BB King, meer Red Devils dan Robert Cray, meer pitbull dan poedel. Bij 44 Rave komt de blues uit de met olievlekken besmeurde garage, niet uit de opgepoetste toonzaal.
In De Vooruit deden ze het basloos, wat het geheel gortig en smerig deed klinken. Daar hadden wij helemaal geen probleem mee, integendeel. Fijne band.

Met de opwindende rock’n’roll van The Paladins raakten wij vertrouwd toen ze in 1990 met het bruisende ‘Let’s Buzz’ op de proppen kwamen, tot op heden nog steeds hun beste album. In die tijd waren het ook hoogdagen voor de band, hun agenda was propvol, ze speelden voor vrij grote zalen en festivals en hun muziek raakte tot bij een breder publiek dan allen maar het selecte groepje van blues en rock’n’roll puristen. Het was een tijd waarin geestesgenoten als The Blasters, Tail Gators en Evan Johns &The H Bombs mochten meegenieten van het succes.
Anno 2012 is het wel even anders, de meeste succesvolle periode is al lang achter de rug en de Vooruit was, ondanks de uitmuntende live reputatie van deze zeer potente band, amper voor de helft gevuld. Dit wel met lui die stuk voor stuk een exemplaar van ‘Let’s Buzz’ in hun kast hebben staan, daar durven we onze kop op verwedden.

Op rock’n’roll staat echter geen leeftijd, en ook de muziek van The Paladins is tijdloos, getuige hun opwindende optreden van vanavond. De gedrevenheid en spontaniteit van de drie rasmuzikanten is er hoegenaamd niet op achteruit gegaan, het speelplezier droop er af. Hier zagen we drie gasten die echt graag op een podium staan, ongeacht of dat nu voor enkele duizenden of enkele tientallen fans is.
En ook al is de succesvolste periode al twintig jaar achter de rug, de formule is steeds dezelfde gebleven, namelijk een bruisende cocktail van eerlijke, spetterende en strakke blues en rock’n’roll met een ferme scheut ophitsende rockabilly. De band trad bovendien aan in de originele bezetting, met het trio waarmee in de gloriejaren het mooie weer werd gemaakt. Drijvende kracht Dave Gonzalez liet zijn gitaar meermaals subliem rollebollen en soleren, contrabas entertainer Thomas Yearsly (met lekker kitscherig Hawaï hemdje) promoveerde zichzelf tot publiekslieveling en drummer Brian Fahey mepte het boeltje strak bij elkaar.
De set werd ingezet met de surf instrumental “Powershake” en rolde gretig door met een rits tempo rockers als “Daddy Yar”, “Hot rod rockin’” en “Lil’ Irene”.
The Paladins rockten bedrijvig door tot het hek helemaal van de dam ging wanneer ze aan de klassiekers begonnen. Het alom fantastische “Keep on lovin’ me baby” was een fameuze killer en de temperatuur werd nog wat hoger gestuwd met “Mercy” en de all time klassieker “Going down to Big Mary’s”. Wat volgde was een explosief en uitermate geweldig “Follow your heart” met “Lets Buzz” daar direct achter aan. Het kookpunt was bereikt en The Paladins breidden er nog een heftige bisronde aan om het potje nog wat verder te doen kolken.

Een kleine twee uurtjes pure onversneden rock’n’roll, ze vlogen zo voorbij. Dat wil zeggen dat we een schitterend concertje gekregen hebben.
Let’s Roll, baby !

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-paladins-23-05-2012/

Organisatie: Democrazy, Gent

Judas Priest

Judas Priest – Eeuwig Respect!

Geschreven door

 

Op 23 mei 2012 was de Lotto Arena, die zo goed als uitverkocht was, in Antwerpen de volgende stop van de Epitaph tour van Judas Priest, met Saxon en After All op de affiche als voorprogramma.

Na een kleine opzoeking op google blijkt dat de vertaling van Epitaph ‘grafschrift’ wil zeggen, en zoals al langer bekend is, bergt Judas Priest als band hun instrumenten voorgoed op, maar dus niet zonder nog een laatste groet te brengen aan hun fans over de ganse wereld!
Ik was present op dit afscheid in België van één der grootste heavy metal bands in de geschiedenis.

After All was opener van deze avond, met aanvangsuur rond 19u, maar helaas heb ik voor dit optreden verstek moeten geven, dus kan ik er spijtig genoeg niets over kwijt. De 2e band die op het programma stond, meer bepaald Saxon, kon wel over mijn aanwezigheid beschikken. Saxon werd reeds opgericht in het jaar 1976, en wordt ook beschouwd als één van de grote namen uit de NWOBHM stroming, net als Judas Priest. Alhoewel hun carrière niet zo rijk gevuld is qua fans als optredens in de wereld als de headliner van deze avond, kunnen deze Britten toch ook een grote groep trouwe fans op hun conto schrijven, en hebben ze maar liefst 19 studio-albums (dus zonder live platen en compilaties) ter wereld gebracht!!
Een kleine 50 minuten had Saxon om de zaal, vol liefhebbers van heavy metal, op te warmen, en dat lukte hen zonder problemen. Zanger Biff Byford, met bierbuik en nog steeds een massa weelderig lange grijze haren op zijn kruin, is een publieksspeler, en dus een meester in het betrekken van het publiek in zijn belevenis.
Nummers zoals  “Hammer of the Gods”, “I’ve got to rock to stay alive” en “To Hell and back again” waren de minder gekende nummers, maar het werd pas uitbundig toen de bekende hits aan bod kwamen. Zoals bv “Power and the Glory” van het gelijknamig album, een absolute meezinger waarbij talloze vuisten de lucht in gingen, “Strong arm of the law”, een beuker eerste klasse, en “Denim and Leather” waarbij de stem van Biff het moest ontgelden tegen het meezingend publiek.
Uiteraard was de setlist van Saxon enkel bestaande uit de meest favoriete nummers en dus konden “Wheels of Steel” en het prachtige geschreven “Princess of the Night”, tevens afsluiter van de show, niet ontbreken! Om af te sluiten nam Biff de microfoon om mee te delen dat dit nog niet het laatste is wat van Saxon gezien is, want dat ze momenteel bezig zijn met een nieuwe plaat. Goede vooruitzichten dus
J

Een half uur lang werd er druk gewerkt achter de coulissen om de show van Judas Priest voor te bereiden, tijd voor velen om dus eventjes het zweet van het gezicht te wrijven en lekker gerstenat in hun lijf te laten vloeien.
Op de tonen van “War Pigs” van Black Sabbath werd de zaal in het duister gehuld, om direct uit te pakken met “Rapid Fire”. Gehuld in een lange zwarte jas zong Rob Halford zijn fans toe, en qua showelementen waren 2 grote tonnen neergepoot links- en rechtsonder het drumstel van Scott Travis, gewikkeld in metalen kettingen, waar na verloop van tijd 2 gigantische priest-logo’s uit ontsproten.
Tijdens het optreden zelf verdween Halford ettelijke malen om van tenue te wisselen, waardoor hij soms wel wat gemist werd op het podium zelf om eerlijk te zijn.
“Metal Gods” volgde direct na “Rapid Fire”, het liedje dat de belichaming is van de frontman en waarmee hij constant aan verbonden is en zal blijven… Op de achtergrond werd meestal de hoes van het album waarvan de nummers afkomstig waren geprojecteerd, afgewisseld met filmpjes gelinkt aan het titelnummer.
Zo werd onder meer het nummer “Turbo Lover” van het album ‘Turbo’ opnieuw van onder het stof gehaald, “Heading out the Highway” van de plaat ‘Point of Entry’ en “Starbreaker” uit ‘Sin after Sin’. Nummers die volgens mij niet zo veel het daglicht zagen tijdens live-concerten.
Gepaard met vlammen bonkte “Judas Rising” uit de boxen, afkomstig uit het album ‘Angel of Retribution’, de plaat die destijds de wedergeboorte van Rob Halford bij Judas Priest weerspiegelt. Zoals wellicht wel bij de meesten gekend is stopte Rob na de tour van ‘Painkiller’ als frontman, om in 2004 terug aan te sluiten bij de groep. Dezelfde internationale reactie kwam tot stand zoals toen Bruce Dickinson terugkwam bij Iron Maiden, medegrondleggers van de NWOBHM-scene! De magazines stonden er vol van en onder het motto ‘The Priest is Back’ kon verder gewerkt worden na de tegenvallende albums ‘Jugelator’ en ‘Demoliton’ met zanger Tim ‘the Ripper’ Owens, zijn toenmalige plaatsvervanger.
Oké, genoeg historie nu, terug naar de show... Vele gekende nummers passeerde de revue zoals het lange “Victim of Changes” waar gitaristen Ian Hill, de alom gekende Glenn Tipton en Richie Faulkner de show stalen met hun techniek en samenspel, om dan uiteindelijk te eindigen met de lange en hoge uithaal van Rob.
“Diamonds and Rust”, een cover van Joan Baez, begon rustiger dan oorspronkelijk op het album “Sin after Sin” om dan in volle glorie uit te barsten in muzikaal genot. Machtig gebracht!
“Night Crawler”, opnieuw een enorme meezinger, “The Green Manalishi (with the two pronged Crown” “ (tevens cover van Fleetwood Mac) en “Blood Red Skies” hadden ook hun plaats op de setlist.
“Breaking the Law” werd volledig door het publiek gezongen onder zichtbare vreugde van de band, maar het dak ging er volledig af toen het vlugge nummer “Painkiller” ingezet werd door middel van een drumsolo.
Van hun laatste creatie ‘Nostradamus’ werd het nummer “Prophecy” gebracht, waarbij Rob zich had opgemaakt als de grijze ‘Darth Vader’, een nummer die bij de jongste fans met open armen werd aanhoord!
Als toegift kwam Rob het podium op met zijn motor, die de voorkant van de zaal onder de uitlaatgassen bedolf, om “Hell bent for Leather” in te zetten, gevolgd door “You’ve got another thing coming”.
Voor de 2e maal bedankte de band het publiek, maar drummer Scott had er blijkbaar nog zin in want hij begon zelf nog een bisnummer aan te vragen. Uiteraard was dit een ingestudeerde act, maar het publiek volgde de man blindelings en schreeuwde de muzikanten opnieuw het podium op.
De laatste vlammen en rookwolken schoten uit het podium om de laatste stappen van Judas Priest op Belgische bodem af te sluiten met de tonen van “Living after Midnight”, om dan te eindigen met een staande ovatie.
40 jaar Judas Priest, talloze hits, duizenden fans, miljoenen albums verkocht, oneindig veel optredens over gans de wereldbol, …de cijfers liegen er niet om, Judas Priest was geliefd, zal voor altijd in het geheugen gegrift staan, en hun liedjes zullen onsterfelijk blijven!! Helaas was vandaag duidelijk merkbaar dat de stem van de metal God niet meer is wat het geweest was, en dat hij soms moeite had om het tempo aan te houden, en hij veel gebruik maakte van echo’s in zijn zang. Spijtig genoeg staat de tijd niet stil, en kan niemand daaraan ontsnappen.

Rob en co, het ga jullie goed, jullie waren en zijn een inspiratiebron voor velen, en voor veel metal liefhebbers één van de bands waar het allemaal mee begon. Voor eeuwig respect!

Neem gerust een kijkje naar de pics via Sony Music
http://www.musiczine.net/nl/fotos/judas-priest-23-05-2012/

Organisatie: Live Nation

 

The Craving Deer

EYE-shaped Spots

Geschreven door

… Songs in hun meest pure vorm … een akoestische gitaar en twee zangstemmen . We hebben het hier over Rein Vanvinckenroye en Natalie De Man , die samen liedjes schrijven. Intimistisch materiaal , die een mijmerende , verstilde eenvoud hebben. Een aantal nummers worden verrijkt met een ‘verdwaalde’ harmonica van bluesman Steven Troch .
Hun tweede album is een feit; sober, intiem, eerlijk materiaal dat raakt … ‘EYE-shaped Spots’ is een verhalende wereld van eenzaamheid, nachtelijke ontmoetingen met mythologische figuren en odes aan de hartstocht …
http://www.myspace.com/thecravingdeer

V.O.

On Rapide

Geschreven door

Version Original, kortweg V.O.,  is het project van de Brusselaar Boris Gronemberger. ‘On Rapide’ is al z’n derde album ; hij kon aankloppen bij John McEntire van Tortoise in Chicago. De jazzy postrocktunes zijn duidelijk te horen op het elegant, uitgekiende, dromerige, en broeierige  songmateriaal van V.O.
Boris heeft een rits van de Franstalige artiesten meegekregen (o.m. van The Tellers, Soy Un Cabello, Raymondo, Venus, Francoiz Breut, …).
Het filmisch sfeervolle materiaal wordt sober, subtiel of breder omlijst door koperblazers en slagwerk. De meeslepende, bezwerende  songs zijn de moeite en weten door de rustige, voort deinende  en repetitief opbouwende ritmes en vibes te boeien.

http://www.wearevo.com

Syndrome

Now & Forever

Geschreven door

‘Now & Forever’ is één lange compositie, een donkere soundscape op de plaat van Syndrome, het project van gitarist Mathieu Vandekerckhove van Amenra .
Een spannende dreiging binnen de ‘drone’ slowcore, met repetitieve, (licht) grommende , duistere ambient soundscapes en tunes, een snijdend, slepend gitaarspel en een sober, ingehouden zang. Syndrome exploreert in de diepte van ons gemoed en nodigt je uit te stappen in hun filmisch, huiverende trip …

http://www.consouling.be 

 

Frank Black

Live At Melkweg

Geschreven door

Het is al bijna een decennium dat onze muziekhelden van de Pixies nieuw werk uitbrachten.  Gelukkig is er frontman Black Francis die onder zijn artiestennaam met de regelmaat van de klok zorgt voor verse releases.  Zo brengt hij nu ‘Live At Melkweg’ uit,  een registratie van een optreden in de Amsterdamse muziektempel De Melkweg dat plaatsvond op 24 maart 2001. Dit concert was er net na het uitbrengen van ‘Dog in the Sand’, een plaat waar Frank Black duidelijk opteerde voor klassieke rock ‘n’ roll. 
In ieder geval, ‘Live At Melkweg’ is een mooie combinatie van klassiek Pixies-werk (“Gouge Away”, “Monkey Gone To Heaven”, “Mr. Grieves” en  “Where Is My Mind?”) en nummers uit het omvangrijke oeuvre van Frank Black And The Catholics en toont zo de muzikale evolutie van een invloedrijke zanger.
‘Live At Melkweg’ is dus zeker de moeite waard en blijkt bovendien  de prelude van de ‘definitieve’ Frank Black & The Catholics cd-box die later in 2012 op de wereld wordt losgelaten.

Zorita

Amor Y Muerte

Geschreven door

Zorita is een Nederlandse band en finalist van de Grote Prijs Nederland en van de Amsterdamse Popprijs. ‘Amor Y Muerte’ is hun debuutalbum.
Kenmerkend voor deze plaat zijn de gipsy invloeden, een mengelmoes van Les Negresses Vertes, Manu Chao, de rauwheid van een Tom Waits in een minder experimentele fase, en een snuifje Leonard Cohen.  Een tamelijk uniek geluid dus. Leadzanger is Carlos Zorita Diaz en is van Spaans-Belgische afkomst.
Beste nummers zijn “Weeping Willow”, “Close to you” (met zangeres Queax Queax Jones) en het laatste nummer “l’Adieu”. ( in tegenstelling tot de rest van de plaat in het Frans gezongen, wat de zanger eigenlijk meer zou moeten doen) … Allemaal sfeervolle zachte nummers met als achtergrond violen en accordeon.
Een goeie plaat dus, alhoewel voor de uptempo nummers een iets ruigere aanpak gewenst was.  

Garments

The need to belong

Geschreven door

Debuut van een Hollandse indie groep, afkomstig uit Friesland. Opereerde voorheen als Monstertux. Ze zijn sterk beïnvloed door Placebo, dEUS en The Beatles. De meeste nummers op dit album zijn echte luisterliedjes en gaan over verlies, over onzekerheden en het overleven in een maatschappij, waarin niks meer zeker is, en steeds vlugger evolueert.
Sterkste songs op dit album zijn : “Preferences”, “Out of this”, “Fascinating places” en “What a girl
Sterke punten : goeie zangpartijen, fijne melodielijnen en soms stevig gitaarwerk

Conclusie : een geslaagd album dat bij ieder luistermoment blijft groeien

Charlotte Gainsbourg

Stage Whisper

Geschreven door

Charlotte dochter van Serge Gainsbourg en Jane Birkin , had eerder al ‘5:55’ (2006) en ‘IRM’ (2009) uit , platen die zich manifesteren binnen de electro/trippende pop; prikkelende en spannende vindingrijke melodieën, die een brede instrumentatie aankunnen , een sfeervolle, dromerige aanpak hebben en gedragen worden door haar warme, sensuele, zwoele, licht zweverige  ‘crooner’ fluisterstem.
Van de actrice/zangeres verscheen nu ‘Stage Whisper’ die een studio en een live gedeelte bevatten . De eerste 8 songs zijn studiomateriaal en worden aan zien als restanten die ‘IRM’ aanvullen. “Terrible angels” lijkt zo geplukt van Goldfrapp , “Paradisco” en “All the rain” hebben slepende , repetitieve, trippende beats, en tot slot smelten we voor de zalvende en loungy poppy melodieën van “Anna” en “Got to let go” (met Charlie Fink van Noah & The Whale ). Verder vullen “Out of touch” met Connan Mockasin en “Memoir” met Conor J. O’Brien van Villagers aan.
Het livegedeelte is van de ‘IRM’ worldtour en hier horen we geslaagde versies van songs, die mooi uitgewerkt zijn , verrassende wendingen ondergaan , en innemend als grillig kunnen zijn. “Just like a woman” (van Dylan) en “The songs that we sing” zijn alvast hoogtepunten op de live plaat. Een snedige “Trick pony” trekt een dikke streep onder de overtuigende plaat.
Momenteel is ze ‘on tour’ met Mockasin , en samen dompelen ze het materiaal in een droomconcept …

Field Music

Plumb

Geschreven door

Field Music, de band uit Sunderland UK, van de broers David en Peter Brewis, verwerken hun muzikale ideeënrijkdom in een geheel van indie, progrock en droompop. De broers zijn meesters in het brengen van een concept vs soundtrack . Het duo onderstreept hun songschrijverstalent in ingenieus , knappe songs. De eerste drie songs gaan zo elkaar over. Maar in z’n geheel vergt hun materiaal een forse inspanning.
Op de nieuwe plaat ‘Plumb’ vinden we een vijftiental composities terug , die rijkelijk gearrangeerd kunnen zijn ; ze zijn niet direct toegankelijk en makkelijk , maar fascineren door de eigenwijs mooie aanpak.
Een muzikale trip die o.m. XTC, Pink Floyd en Brian Eno aan elkaar doet rijgen.

Fanfarlo

Rooms filled with light

Geschreven door

Smaakvolle, dromerige en fris speelse indiefolkpop uit van het charismatische Fanfarlo, thuisbasis Londen, roots in Zweden, hoorden we op hun debuut ‘Reservoirs’ , wat op de opvolger ‘Rooms filled with light’ verder wordt gezet. Onmiskenbaar in hun sfeervolle folkypop is bij Simon Balthazar en zijn bende de invloed van  Arcade Fire, de Zuiderse americana van Calexico, de donkere tunes van The National en Balkanpop .
Het is alvast een gevarieerd album geworden , dat uitbundig, sprankelend als ingetogen materiaal biedt , die niet uit de bocht gaan qua bombast en barok door het breder aangehaalde  instrumentarium . Fanfarlo biedt opnieuw een subtiel , elegant,  heerlijk geluid !

Soap&Skin

Narrow

Geschreven door

In haar ‘pop noir’ creëert Soap & Skin een intrigerende ‘aparte’ sfeer, een slingerbeweging tussen engelen en duivels; die  baden in een duistere sprookjeswereld. We krijgen een onbehaaglijk, deprimerend, beklemmend gevoel en elementen als treurnis, spanning, angst en huiver komen naar boven … én toch … is er voldoende ruimte voor een wonderschoon, fragiel (hart) verscheurend kantje .
De Oostenrijkse Anja Plasch combineert als geen ander de treurnis  met stemmige klanken , die diep kunnen gaan . De songs zijn breekbaar, sfeervol , gevoelig , pakkend als dreigend en heftig. Elektronica , industrial , laptopgeluiden van donkere soundscapes en logge, lome, diep dreunende  en neurotische synthbeats vullen aan en zorgen voor meer afwisseling dan haar debuut. Haar ensemble komt aandraven met violen, cello, trompet en contrabas . Haar zus neemt ook de rol aan van  backing vocaliste.
Ze haalt straf uit met de melodramatiek van pop, neoklassiek, gothiek en industrial, waaronder “Vater” , een song over de dood van haar vader, “Desireless’ cover “Voyage voyage”, “Big hands nail down” en de “Boat turns toward the port”.  
Gevoeligheid en emotionaliteit worden letterlijk gekruisigd aan angst en kwelling !

Duyster 500: Gravenhurst, Amatorski, Lanterns on the lake

Geschreven door

Duyster, het Stubru-programma van Ayco Duyster en Eppo Janssen, is dikwijls een reden om op zondag de tv uit te zetten, en op een heel eigen ritme het weekend af te sluiten, al twaalf jaar lang. Na een eerder verjaarsdagsfeestje in de AB, met onder meer The Low Anthem, was het verjaardagsfeest voor de 500ste aflevering in het DOK, de site aan het Handelsdok in Gent niet ver van de Dampoort, dat wel iets weg heeft van Christiania, de Deense vrijstaat aan de uitkant van Kopenhagen.

We gaan ons in dit verslag proberen een beetje in te houden qua sfeervolle adjectieven, de tomeloze weemoed en oorverdovende zoetheid laten we aan Ayco over, de imitatie is altijd minder dan het origineel ;-)

Duyster begon voor zijn verjaardagsfeestje vroeger dan gewoonlijk, om zeven uur, zodat het nog klaar licht was toen de Geordies van Lanterns on the Lake (zie foto) de avond mochten openen. Met “Gracious tide, take me home”, maakte dit Engels zestal een van de debuten van 2011. We zagen ze al op Crossing Border in november, en net zoals toen waren ze te goed voor woorden vanavond: een echte Duyster-band, die  weemoed en passie weet op te roepen. Zangeres Hazel Wilde kan zowel breekbaar als verbeten klinken, en de frasering die ze in een nummer als “Tricks” legde, was meesterlijk (alleen Engelsen  kunnen ‘through’ zo sensueel doen klinken). Dit nummer bouwde prachtig op, het had van Arcade Fire kunnen zijn, vooral in de finale die met de viool van Sarah Kemp en de gitaaruitbarstingen van Paul Gregory ook wel iets had van die andere Duyster favoriet, Godspeed You Black Emperor. Met hun zessen brengen Lanterns on the Lake een heel gevarieerd geluid, waarin naast viool, en akoestische en elektrische gitaar, ook glockenspiel, piano, keyboard, en geprogrammeerde soundscapes een rijke en subtiele groepsklank creëren. “I love you, sleepy head” trok zich heel traag op gang, om uit te monden in een magistrale viool-mantra, Mogwai of Explosions in the sky waardig, (met die laatste tourden ze trouwens).
Zoals de andere sets vanavond, kregen we maar veertig minuten tot drie kwartier, maar in die korte tijd, hadden Lanterns on the Lake veel nieuwe zieltjes gewonnen.

Dat Amatorski niet uit het Noorden van Engeland komt, kon je zien toen de band niet zoals LOTL of Gravenhurst in hemd of t-shirt op het podium kwam, maar goed beschermd in parkas plaats nam achter hun instrumenten. De optredens in DOK zijn half en half in openlucht, er was wel een dak dat ons van de regen afschermde, maar na een mooie zonnige namiddag, was het ondertussen redelijk afgekoeld, en zo klonk Amatorski ook vanavond: hun akoestische set klonk bij wijlen koel en uitgebeend, zo zonder de elektronische versieringen.
Hun full album ‘TBC’ is een echte herfstplaat, en in deze live uitvoering werd dit nog versterkt. Tussen de nummers door, en toen de gitaar het liet afweten,  babbelde Inne Eysermans heel gemoedelijk met het publiek, en die connectie met het publiek misten we een beetje tijdens de nummers. Niettemin, de uitvoeringen van “Soldier” en “Never told” op de quatres mains piano, mochten er wezen.

De hoofact van de avond, Gravenhurst, was voor ons de grote onbekende, en dat is wellicht vreemd: de band van Nick Talbot brengt al bijna tien jaar platen uit op het Warp label, (niet-electronica acts op dit label zijn meestal van heel hoge kwaliteit) wordt wellicht dikwijls gedraaid in Duyster, maar toch kenden wij de man niet. Met ‘The ghost in daylight’, heeft hij net zijn vijfde album uit, live had hij twee dames meegebracht, een drumster en een bassiste/keyboardspeelster, om zijn gitaarnummers te ondersteunen. Talbot ziet er een beetje uit als een mengeling tussen de dikke en de dunne van School is Cool, met zijn zwarte brilmontuur, en met zijn armen die zich in zijn gitaar vastbeten, had hij ook wel iets van Daniel Johnston (maar dan wel zonder de manische uitstraling).
Qua sfeer roept Gravenhurst soms Nick Drake of Elliott Smith op, maar zijn stem pakt minder. In andere nummers gaat het er dan weer heftiger aan toe, met stevige gitaarwerk. We kregen vooral nieuwe nummers, maar ook een oudje als “Black holes in the sand”.
Helemaal ondersteboven waren we niet van Gravenhurst, maar  de man heeft zeker goede nummers.
Voor elf uur zat zijn set er op, zodat de metalheads na deze extralange live van Duyster, naar De Zwaarste Show konden luisteren.

Het was een goed verjaardagsfeestje geweest voor Duyster, de constante bij de drie bands was dat de drummer met paukenstokken speelde. Voor mij mocht de running order van de bands omgekeerd geweest zijn, want Lanterns on the Lake stak er echt boven uit, maar je hoort ons niet klagen.
Tot op het volgende verjaardagsfeestje, Ayco en Eppo, of anders tot op zondagavond tussen negen en elf  ’s avonds.

Organisatie: Democrazy, Gent (ism DOK + Duyster)

Pagina 381 van 498