Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15408 Items)

Denvis And The Real Deal

Join the circus

Geschreven door

In thuisland Nederland mag Dennis Grotenhuis zich eigenlijk een cultfiguur in wording beginnen noemen. Niet alleen stond het turbulente (al of niet verzonnen) leven van deze man als voorbeeld voor Leon Verdonschot’s rockroman maar naast muzikant is onze vriend ook nog eens aktief als TV-presentator, regisseur, toneelspeler en avonturier.
Af en toe is deze Brabantse duizendpoot ook muzikant en dan mag je hem aanspreken als Denvis en samen met een zevental vrienden maakte hij deze ‘Join the circus’-cd waarbij je meteen denkt aan het rockcircus dat ooit ene Mick Jagger op poten zette in de jaren ’60.
Deze cd valt meteen op door zijn niet alledaagse verpakking dat zich presenteert als een soort van kleuterboekje met circusprentjes die weliswaar niet voor kinderogen bestemd zijn.
De muzikale keuze van Denvis and the Real Deal is al even gevarieerd als diens levenswandel ook al verlaat men nooit het pad van de traditionele rock.
Deze in eigen beheer uitgebrachte cd bevat een bonte mengeling van pop, bluesrock, alt rock en zelfs wat country. Wie op zoek gaat naar vernieuwing zal hier zeker zijn gading niet kunnen vinden want ook al getuigt ieder nummer van kwaliteit hoor je ook overduidelijk waar Dennis de mosterd haalt.
Zo is “Tao” duidelijk verwant met wat  The Rolling Stones deden op “Exile On Main Street” of horen we bij “Chickensoup” zowaar de oude Elvis Costello nog eens terug.
Beweren dat deze cd een meesterwerk is, zou overdreven zijn maar hij misstaat zeker niet naast het werk van vroegere goden als Green On Red of The Hoodoo Gurus …

Zach Hill

Face Tat

Geschreven door

In het experimentele muziekmilieu is de drummer Zach Hill al lang geen onbekende meer want deze muzikale duizendpoot kon je  steeds wel ergens op een podium zien met groepen als Prefuse 73 of Wavves. Blijkbaar had hij nu weer terug tijd om de studio in te duiken voor een nieuw solo-album, ook al is deze Zach Hill een geval apart.
’Face Tat’ is op het eerste (en ook waarschijnlijk op het honderdste) gehoor één kakafonie waar allerlei muziekstromingen door de muzikale mengmolen worden gedraaid. We kunnen moeilijk gaan beweren dat deze geluidsaanval spek voor ieders bek zal zijn maar wie het ziet zitten om Albini-achtige geluidjes die op een manier verwerkt worden zoals alleen een Alec Empire dat kan zal aan deze ‘Face Tat’ heel wat plezier beleven.
We zijn er ons ook echter ten volste van bewust dat heel wat lezers de knop zullen omdraaien na enkele minuten. Zach Hill is een muzikale gek en dat hoor je, een tip voor zij die een open geest hebben.

Foals

Foals – Total Life Forever Foals! is op z’n plaats

Geschreven door

Twee bands die ik graag in één adem opnoem, én die beiden staan voor ijzersterke optredens zijn het Canadese instrumentaal spelende Holy Fuck en het uit Oxford opererende Foals. Vanavond stonden Foals in de spotlights … Een groot spandoek met de letters van de band werd achteraan het podium gehangen.

Het publiek ging prat op deze beloftevolle band, die aan hun tweede plaat ‘Total Life Forever’ toe zijn, die het in 2008 verschenen ‘Antidotes’ opvolgt; een uitverkochte Splendid in Lille was dan ook het resultaat.
Het kwintet van zanger/ gitarist Yannis Philippakis speelt een boeiende combinatie van postpunk, punkfunk en postrock en refereert aan bands als Talking Heads, Bloc Party, !!!, Friendly Fires en Battles. De songs worden gekenmerkt van een intrigerende, opzwepende opbouw, hyperkinetische ritmes, een nerveuze melodie, hoekige strakke riffs en ondergaan verrassende wendingen. De toegevoegde elektronica geeft een eigen specifieke toets en de zang van Philippakis waait over de songs heen.
Live klonk het materiaal doeltreffend, pakkend, dartelend en twinkelend. De energie was gebald, hoekig, snedig, scherp, en kende intense uitspattingen en explosies. Het jonge publiekje was meteen weg van die aanstekelijke ritmes en sprong op en neer. Sommigen skydive-den en rolden naar het podium op de repeterende, opbouwende en ophitsende ritmes en op de aanzwellende, krachtiger wordende melodieën van “Olympic airwaves”, “Cassius”, Balloons en de titelsong “Total Life Forever”.
Eerder zetten ze al de toon met een uitgesponnen “Blue blood”, opener van de recente plaat en van de gig. Hier viel de zweverige, soms (hogere) galmzang van Yannis en de beheerste instrumentatie op van de bandleden, die elkaar perfect aanvoelden. Een band op kruissnelheid! Inderdaad, anders kom je er niet toe het publiek zo snel in te palmen.
Maar dit hou je natuurlijk niet de ganse tijd vol. Wat we op plaat hoorden, hoorden we ook live, namelijk middenin de set kwam de klemtoon op en de meer epische, sfeervolle, aan math/progrock verwante stukken: een zalvende, gelaagde opbouw, zachte en strakkere motieven en jams van “Miami”, “What remains” en “Spanish Sahara”. Iedereen genoot wel van het meeslepende materiaal en de band werd dan ook terecht warm onthaald. Het triggerde de band om af en toe een forsere kopstoot toe te dienen. Een mooie afwisseling die indrukwekkend was. Tussenin imponeerden ze nog met het langgerekte “After glow”.
Tot slot lieten ze hun fans niet meer los en kwamen ze met een sterke ‘final touch’ en bis door een concept van hypnotiserende ritmes, stuwende baslijnen, frisse, slepende en strakke gitaren en bezwerende, opzwepende drums: “Red socks pugie”, “The French open” en de prijsbeesten “Electric bloom” en “Two steps , twice”. Yannis was niet meer te houden, sprong op de boxen, pijnigde z’n gitaar, was met drumsticks bezig en liet de eerste rijen z’n bezwete lichaam bepotelen …

Kijk, dit was een concert ‘pur sang’ … Yannis en Foals zijn niet de grote sprekers, maar lieten net de muziek voor zich spreken in zulke structuren. Ze herinnerden zich hun optreden nog van twee jaar terug in datzelfde pittoreske zaaltje van tijdens het Festival les Inrocks toen ze samen met Holy Fuck de anderen het nakijken hielden.
Foals is een unieke live ervaring en wij hebben het geweten, dedzju! Schitterend dus! ‘Foals - Total Live Forever’!. Binnenkort in de Bota!

Eveneens uit GB is het trio The Invisible. Deze support creëerde een apart sfeertje, een soort rocklounge door de repeterende songopbouw, de bezwerende trancy ritmes, de lichte grooves, een beheerste dosis elektronica en overwaaiende vocals; een handvol langgerekte songs in een combinatie van postrock, punkfunk en wave elektronica intrigeerden …

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ikv Ground Zero Festival)

The Hundred in the Hands

The Hundred In The Hands - Shoegaze met New Order-beats

Geschreven door

Dankzij de mensen van de Democrazy werd de Gentse binnenstad de laatste weken, en ook de daarop volgende, omgetoverd in een soort van Camden Town waar je naast bekende namen ook tal van onbekend talent kon gaan opsnuiven.

Voor het project The Big Next Thing waarbij het Nederlandse concept van London Calling als spiegel diende is de concertzaal van Café Charlatan de trouwe speelplaats geworden. Het lijkt ondertussen bijna routine geworden maar ook deze keer koos men weer voor wat binnenlands talent als opener, ook al kun je Elko Blijweert niet echt meer als een beginneling gaan bestempelen. Deze sympathieke mens werkte eerder reeds met mensen als Rudy Trouvé en Daan Struyven maar de laatste tijd voelt hij zich veilig aan de zijde van Saar Van Der Leest met wie hij tegenwoordig het duo Tip Toe Topic vormt. Een speelse naam die meteen ook veel over de muziek vertelt want van bij de start is het duidelijk dat we hier te maken hebben met een allesbehalve ordinair popbandje.
Terwijl Saar zich over haar klarinet en Casio buigt, brengt Elko die omgeven is door een gigantische muur van effektpedalen gitaargeluiden die gaan van distortion, garagerock, funk tot zelfs een zomers surfgitaartje.
Gisteren bracht dit duo een leuke set ook al is een nummer als “The King” waarbij een gooi gedaan wordt naar het werk van The Residents iets te hoog gegrepen maar Tip Toe Topic is zonder een twijfel een groep die Vlaanderen een meerwaarde kan bieden ook al hebben we niet echt iets radiovriendelijks gehoord, maar soms hoeft dat ook niet.

Wie zonder probleem wel op de radio kan is het nieuwe wonderduo The Hundred In The Hands. Nu ja, de dagen dat Warp aanzien wordt als het hippe label ligt blijkbaar ook al ver achter ons want wat de Britse pers ook mag beweren, van een overrompeling in de Charlatan was er jammer genoeg geen sprake. Zoals je kon vermoeden wederom ten onrechte want ook al klinkt hun debuut best leuk maar net iets te poppy, bewezen gisteren
Eleanore Everdell en Jason Friedman dat ze heel wat meer in hun mars hebben dan zomaar een verzameling leuke popliedjes.
Meteen ontpopte de bloedstollend mooie Eleanore zich tot een rockdiva met een act die verduiveld veel leek op die van Crystal Castles terwijl de dandyesque Jason voor de nodige geluidsmuur zorgde. Inderdaad, op cd zijn deze Amerikanen slechts een doorslagje van Dubstar maar op een podium zijn het twee gedreven rockers die evenveel respect hebben voor de fuzzgitaar van The Jesus & Mary Chain als voor de drumbeats van de vroegere New Order.
Na een uur wees Eleanore ons terug de weg naar de dichtgetrokken mist maar we waren ook weer getuige geweest van een groep die je binnenkort ongetwijfeld terug zult zien en mits wat nodige airplay zal het hoogstwaarschijnlijk een groter podium zijn.

Zij die er gisteren wel bij waren kunnen het misschien ooit aan hun kleinkinderen vertellen dat zij ooit op een mistige dag tot die happy few behoorden, misschien …

Organisatie: Democrazy, Gent

Two Door Cinema Club

Two door cinema club – Nood-Ierse college students zorgen voor een dampende herfstavond

Geschreven door

De Noord-Ierse teenagers van Two door cinema club slaagden er bijna in een Aéronef te laten vollopen. De jonge ‘college’ gasten hebben nog maar 1 plaat uit, ‘Toursist history’, tien frisse, lieflijke, fijne, catchy, dansbare indiepopsongs die kort, vaardig en kernachtig klinken. De springerige gitaarsongs zitten knap in elkaar, hebben opbouwende, aanstekelijke melodielijnen en meezingbare, soms neuriënde refreinen. Synths en beats spreken de dansspieren aan en een gillende gitaarpartij zit er mooi tussenin verweven. Een eenheid vormen ze, hebben de juiste drive en worden gedragen door de jonge, hoge, dromerige stem van zanger Alex Trimble.
Ze zitten duidelijk in de lift bij het jonge volkje. Doe het hen maar na om al meteen zoveel ‘jonge’ mensen op de been te krijgen. Chique! De popmelodietjes bleven in het hoofd hangen. Zwierig, leuk en opzwepend allemaal wat het kwartet presteerde … “Cigarettes in the theatre”, “Do you want it all”, “Hands off cash, monthy” en de bruisende singles “Undercover Martyn”, “Something good can work” waren de sfeermakers van in het begin. Boeiend hielden ze het door de tempowisselingen, de forse injectiestoten, de gitaarriedels en de herkenbare tunes van o.m. “This is the life”, “You’re not stubborn” en “What you know”. Ook de nieuwe “La novelle chanson”, “Kids” en “Costume party” moesten niet onderdoen en konden exploderen met dansbare grooves. Telkens werden de jonge wolven sterk onthaald.
Drie songs gooiden ze nog te grabbel in de bis, “Eat that up, it’s good for you”, “Come back home” en “I can talk”.

Die kerels zijn net als Air Traffic, een paar jaar terug, klaar om het grote publiek te bereiken. Ze hebben de kunst om toegankelijke, speelse en intense goede popsongs te schrijven! Dit popvaatje kan een mooie toekomst bieden …

Supports waren het Franse Teenagers en Florrie. Teenagers speelden doorsnee poprock, waarvan de melodieën nu niet direct bleven hangen. Ze voegden er een vleugje ’80s wave en punkfunk aan toe. Charmeren konden ze wel maar muzikaal had het niet veel om handen …
Florrie bracht het er beter van af. Ze verdiende haar strepen al als drumster van Girls Aloud en Pet Shop Boys en die electro en dansbare tunes voegde de jonge Britse singer/songschrijfster uit Bristol, die nu in Frankrijk verblijft, met plezier toe aan de eigen broeierige, funkende electropop. Toegegeven, niet alle songs waren spannend, maar ze hadden de juiste groove en heerlijke overgangen. Watch that lady …

Organisatie: Aéronef, Lille

M.I.A.

M.I.A. - Vrouw met ballen hitst Trix op

Geschreven door

Als vrouwen al ballen zouden hebben, dan is M.I.A. toch wel van een serieus klokkenspel voorzien. Haar stijl, attitude en muziek is een welgemeende ‘fuck you’ naar marketinggestuurde plastieken poppen als Lady Gaga, Beyoncé of Rihanna (zet uw tv op TMF of MTV en vul naar believen het lijstje verder aan). Qua rebellie, boosheid en ‘fuck you’ gehalte is er maar één madam die een beetje in M.I.A. haar buurt komt en dat is Peaches, maar dat is dan weer een zodanig manwijf dat we een sterk vermoeden hebben dat ze wel echte ballen heeft …

Het concertje van M.I.A. kon je op zijn minst ophitsend noemen. De beats en raps mistten hun doel niet, ze waren luid, explosief en messcherp. De algemene teneur was nogal militant en pompend. Een drum, een knallende beatbox (met samples van onder andere scheurende racewagens en luid knallende geweerschoten) en een paar onstuimige dansers in combat outfit waren de perfecte begeleiding voor de snauwende en knarsende raps van M.I.A.
Een uiterst agressieve song als “Born Free”, gebouwd op die beukende Suicide sample uit “Ghost rider”, was een regelrechte aanval richting onderbuik. Die knaller (en nog steeds onze favoriet) zat trouwens vroeg in de set, maar het explosieve en bitsige sfeertje werd nadien wel sterk aangehouden met opjuttende dance tracks als “Story to be told”, “Bamboo Banga” en “Boyz”… tot een stroompanne roet in het eten kwam gooien.
Doodjammer en de nachtmerrie van iedere band of artiest, maar iedereen heeft er vroeg of laat wel mee te maken. Bij M.I.A kwam die technische panne dan nog net op het moment dat de dame (met knalgele pruik nota bene) haar publiek al danig had opgejut en er een gloeiend temperatuurtje in de zaal hing. Balen is dat.
Maar kom, na de veel te lange onderbreking hitste M.I.A. de gemoederen alweer op en bij “Paper planes” (voortdrijvend op het prachtige Clash nummer “Straight to Hell”) gingen de poppen alweer aan het dansen en kookte het potje algauw weer over.
Helaas was het kort daarop al gedaan. Veel te kort dus. Ook daarom hadden wij de indruk dat het op de Lokerse Feesten misschien allemaal iets beter en heter was, maar daar had dan ook niemand de stekker uitgetrokken. Is de Kreun in Kortrijk gewaarschuwd volgende week?!

Desalniettemin toch weer een stomend potje dance, rap en jungle van het betere soort.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Danko Jones

Danko Jones - stevig avondje vettige rock & roll!

Geschreven door

Zondagavond 14 november stond er in Trix een stevig potje rock & roll op de agenda. Het Britse 5-tal Young Guns, opende de avond, maar laten we daar verder niet veel woorden aan vuil maken. Keihard was het, maar bij gebrek aan sterke songs en een vrij matige zanger, best snel te vergeten ! Geef ons dan maar het rauwe rock & roooooooll geweld van noorderburen Peter Pan Speedrock, die tussenin geprogrammeerd stonden in de Trix Club. PPS tracteerde ons -naar aloude gewoonte- op een portie uiterste smerige en snelle rocksongs, zo mogelijk nog vettiger dan hetgeen ons later op de avond nog te wachten stond.
We pikten maar een half uurtje mee, maar krakers als “Resurrection” en “We Want Blood” zinderden nadien nog de hele avond door !

Na zijn doortocht op de zomerfestivals (Bij ons o.a. Pukkelpop) schuimt Mr. Jones dit najaar terug de zalen af ter promotie van zijn nieuwste schijf ‘Below The Belt’. Een knappe CD, die weliswaar -wat ons betreft- niet kan tippen aan ‘Born a Lion’, zijn onovertroffen ‘piece de resistance’ uit 2002. Een avondje Danko Jones staat steevast garant voor een stevige portie vettige ‘straight in your face’ rock ’n roll’ en het was zondagavond in Trix dan ook niet anders!
Na een -naar Jones’ normen- gezapige start met “I think Bad Thoughts” & “Active Volcanoes”, het openingstweeluik uit de nieuwe plaat, was het er met “Play the Blues” knal op! Geen slepende blues song, maar simpelweg een dijk van een rocksong, zoals we die graag horen (uit die ‘Born a Lion’ CD).
Het startschot was gegeven en de band (DJ + bassist John ‘JC’ Calabrese en drummer Dan Cornelius) bleef gedurende de ganse avond het strakke tempo aanhouden: een schitterend “Forget my name” en “Code of the Road” gingen de eerste publieksbabbel vooraf. Als rasechte entertainer wist Jones zo af en toe het publiek wat op te jutten (en vanavond ook vice versa !) met zijn stoere praat tussen de songs in. Dat waren dan ook de enige ‘rustpunten’ in de set! Het publiek was ondertussen voldoende opgewarmd (en opgejut) om meezinger “First Date” de Trix in te slingeren en iedereen luidkeels te laten meebrullen.
Midden in de set onthouden we vooral het uitmuntende “Full of Regrets”, sterkste song uit de nieuwe CD, en het zoete duo “Sugar Chocolate” en “Sugar High” ging er inderdaad in als zoete koek!
Nagenoeg alle Danko Jones songs zijn gefundeerd op hetzelfde recept: meestal korte puntige rocksongs met vettige riffs. Op plaat leidt dit soms tot een zekere ‘uniformiteit’, maar live leent dergelijk materiaal zich perfect tot het creëren van een waar rock & roll feest.
Tegen het einde van de set was het dan ook niet verwonderlijk dat de crowdsurfers ons nagenoeg continu boven het hoofd gesmeten werden. Na een sterk “Invisible” (uit de ‘Sleep is the Enemy’ CD) was “Loverscall” wat mij betreft het absolute hoogtepunt van de set: alweer een dijk van een song en alweer uit die ‘Born a Lion’ CD (voorafgegaan door Jones’ deskundige uitleg over het hoe en wat en waarom van deze meestersong). Bij het ingaan van de bisronde (het publiek permitteerde de heren absoluut niet om een lange pauze te nemen!) vroeg Jones welke song we wilden horen.
”Caramel City” was één van de requests en alhoewel het volgens Jones zelf een 8 jaar geleden was dat hij dit nog gespeeld had, zette hij de song toch in. De band kon niet volgen (wegens niet ingestudeerd) en de song werd prompt afgebroken, waarop Jones besloot om dan maar de setlist te volgen en een knallend “Dance” de zaal instuurde. (Een snelle search op het net leerde ons dat de setlist de voorbije weken nagenoeg altijd identiek was, inclusief bisnummers. Zouden de bindteksten tussen de songs dat ook zijn ?).

De show werd afgesloten met “She’s Drugs” en de amper anderhalve minuut durende mokerslag “Samuel Sin”, een waardig slot van een stevig avondje vettige rock & roll !

Organisatie: Trix, Antwerpen

The Gaslight Anthem

The Gaslight Anthem - Passievolle straight-forward rock

Geschreven door

De AB werd in gang gereden met de poppunkertjes van Sharks, zo een groepje van dertien in een dozijn. Piepjonge kereltjes die helemaal nog niet rijp waren voor een concerttempel als de AB. Hun geslaagde cover van de onsterfelijke Clash klassieker “I fougth the law” was het enige vermeldenswaardige momentje.

Een stuk beter was de doortocht van Chuck Ragan, in een vorig leven nog frontman van emo-punkers Hot Water Music. Het bleek een goedgemutste struise kerel te zijn met een doorleefde, rauwe en naar Springsteen neigende stem. Hij vertolkte, vergezeld van een naarstige violist, op akoestische gitaar zijn songs met veel bezieling en kon op nogal wat respons van het publiek rekenen.
Wij wensen de man nog een glorieuze toekomst, maar een beetje meer variatie in de songs zou hier wel op zijn plaats zijn. De chuck mocht later trouwens met The Gaslight Anthem nog een potje komen meespelen en zingen, hij bleek een vertrouwde makker te zijn.

The Gaslight Anthem stond vanavond garant voor een aardig staaltje powerrock met de spirit van The Clash, de passie van The Replacements en de schwung van -we kunnen er echt niet omheen- Bruce Springsteen. Er zijn immers te veel raakpunten (die stem, die gedrevenheid) om The Boss niet te vermelden, maar laat toch duidelijk zijn dat The Gaslight Anthem niet zomaar een bandje zijn die hun grote voorbeelden naspelen, ze hebben wel degelijk een eigen geluid ontwikkeld, en wat voor één.

Je voelde en hoorde dat de heren een punk verleden hebben, en daar hebben ze de juiste drive aan overgehouden. Songs als “1930”, “Stay lucky” en “The backseat” waren er het levende bewijs van, dingen die zonder omkijken rechtdoor stormden en niet te veel omwegen opzochten.
De kracht van The Gaslight Anthem zit hem trouwens in de puntigheid van de steeds kort gehouden efficiënte rocksongs die met zijn allen sterk op hun poten staan. Maar liefst 24 nummers kregen we voorgeschoteld in anderhalf uurtje. Geen ruimte voor solo’s of onnodige muzikale opschepperij dus. Heel even nam frontman en uiterst sympathieke peer Brian Fallon de tijd om de zaal toe te spreken, maar voor de rest gaf de groep er zonder veel commentaar een geweldige lap op met gebalde rocksongs voorzien van ijzersterke melodieën, zoals de uiterste knappe en goudeerlijke “Diamond church street choir”, “The Queen of lower Chelsea” en “Miles Davis and the cool”, om er maar een paar te noemen.
Eigenlijk zat het vuur er al van bij de aanvang goed in, maar toch bleek de band naarmate de set vorderde meer en meer onder stoom te komen en ontmondde het hele optreden in een heuse climax. De jonge wolven speelden met een ongedwongen drive en passie en zonder enig zweempje van arrogantie. En om te tonen dat er ook een portie soul door hun bloedvaten stroomt, brachten ze een knappe eigen versie van de onverslijtbare Wilson Pickett kraker “In the midnight hour”.
Trouwens een bijzonder goede inval van Fallon om zonder het podium te verlaten al meteen de bisronde aan te vangen. “Laten we hier gewoon blijven staan en die overbodige pauze overslaan, zo kunnen we meer songs spelen”, zei Fallon. Groot gelijk had ie en daarop zette The Gaslight Anthem al van ver de eindspurt in met een splijtende demarrage met pure Philip Gilbert allures. Het dak ging er af met de gloeiende knalpotten “Great expectations” en “The ’59 sound” (hebben ze elders al een paar keer met nonkel Springsteen hemzelve tot een spetterend vuurtje uitgebouwd) en het almachtige “American slang”. Dan werd er heel eventjes gas teruggenomen met een mooi “Here’s looking at you, kid” om vervolgens finaal te ontploffen met de felle punkrocker “The backseat”.

Kijk, The Gaslight Anthem was nu een groepje volledig naar ons hart …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

I Love Techno 2010 – geslaagd en terecht 15 kaarsjes uitgeblazen

Wie houdt van dansmuziek kan niet omheen het megaspektakel van I Love Techno. De organisatie vierde feest, want ze waren toe aan de 15e editie. Net als de vorige jaren geraakte het event, dat de verschillende dansstijlen van techno, electro, house, drum’n’bass, ambient, dubstep enz samen brengt, uitverkocht. 35000 liefhebbers van de elektronische muziek konden er terecht voor één groot feest.
Echt grote kleppers hoefden niet op het grootste indoorfestival van Europa; 5 rooms werden gevuld met live acts, dj’s, opkomend talent en gevestigde waarden. Hier troffen de feestvierders, omgetoverde discotheken, carnavaleske toestanden, de beats en de chills elkaar.
I Love Techno was en is de reikende hand voor de kleinere broertjes als Sensation White, 10daysoff, Tomorrowland, Landry Day en het Elements Festival.
Vóór de feesteditie losbarstte werden de Elektropedia Vanguard Awards uitgereikt aan Front 242, de broers Dewaele, José Pascual & Frie Verhelst (USA Import), vzw 5voor12 en Marc Meulemans (postuum). De Brusselse Fuse werd ‘beste Belgische club aller tijden’.
Een honderdtal geïnteresseerden en ouders kreeg meer tekst en uitleg over het event door de politie, het parket en de drugsontwenningskliniek.
De bezoekers worden steeds internationaler. Naast de 20.000 tickets aan Belgen was de rest aan Fransen, Duitsers, Spanjaarden, Italianen, Britten, Zwitsers en Amerikanen.
Steeds meer bezoekers komen per trein, en de controles in het verkeer boden een ‘keep it safe on the road’.
En muzikaal verder dan: dit jaar konden we er terecht om Underworld, die geschiedenis binnen de techno en de dance schreef, aan het werk te zien en verder waren er o.m. Bloody Beetroots, Vitalic, Crookers, Goose, Magnetic Man, Booka Shade, Sound Of Stereo, Ellen Allen, Kele en Dave Clark, één van de spilfiguren van de happening.

We proefden lekkers van een stomend nachtje ILT ingrediënten

Kele heeft even het populaire Bloc Party op non actief geplaatst en amuseert zich met het eigen speeltje onder z’n eigen naam. Rockmusic met elektronische ritmes, grooves en vibes, wat er al zat aan te komen met de laatste plaat ‘Intimacy’. Hij werd begeleid met een live drummer en twee toetsenisten/knoppendraaiers (waaronder een erg bevallige, jonge, hyperkinetische dame). Kele stoeit met elektro, techno, trance, drum’n’bass, tribalritmes en pop, en bracht een evenwicht tussen de electroclash van de soloplaat, de singles “Tenderoni” en “Rise” voorop, met een knipoog aan het materiaal van LCD Soundsystem, enkele Bloc Party afleggertjes en een BP medley van “Blue light”, “The prayer”, “One more chance” en “Flux”.
Live koos Kele met z’n begeleiding voor bruisende energie, amusement en ambiance, maar het was niet direct ‘the cup of tea’ voor het overgrote deel van de dansfreakende jongeren …

Die waren wel te vinden voor één van de toppers in de huige dance, Magnetic Man, die met “I need air” een grote hit op zak hebben. In hun agenda stonden ze genoteerd, want het was aanschuiven geblazen. De hitgevoelige opbouwende lagen trancy dubstep werden gekenmerkt door drum’n’bass en grillige uitstapjes. Mainstream, goed verteerbaar en energiek met plaagstootjes dus …

Een gezellige drukte heerste bij Underworld, die al voor de vijfde keer aanwezig waren. In tegenstelling tot andere jaren was de zaal niet helemaal volgelopen. Daar zal ongetwijfeld de recente cd ‘Barking’ wel voor iets hebben tussen gezeten. De zesde studioplaat van de heren Hyde – Smith verscheen onopvallend binnen de huidige rits releases. Minder trancefloorkillers als voorheen.
Behoorlijk wat nieuw materiaal kregen we voorgeschoteld, maar aan klassiekers ontbrak het gelukkig niet; met “Rez”, “Cowgirl”, en “Two months off” weerklonken steeds meer de hits, met als apotheose “Born Slippy”. Na al die jaren prijkten ze nog waardig op de affiche.

Ook Goose palmde Flanders Expo in. Na de overweldigende liveset op Pukkelpop, verscheen onlangs de nieuwe plaat ‘Synrise’. En Goose is ‘hot’ … ze zorgden voor een geweldig feestje. Hun electropop, punkfunk, ‘80s waverock en beats’n’pieces hadden een onweerstaanbare groove en een pompende beat. Tja, ze zijn ergens tussen LCD Soundsystem, Soulwax ‘Nite Versions’, Kele en Daan te situeren. Het bonkte en echo-de er maar op los daar in de Flanders Expo met songs als “Can’t stop me now” en “Words” uit de pas verschenen ‘Synrise’ en de classics “Black gloves”, “Bring it on” en “British mode”. Goose kan na de AB gerust naar Vorst Nationaal hoor …

En The Bloody Beetroots deden er nog een tandje bij met ‘harder & faster’ wordende beats  een staaltje krachtiger dan de Prodigy. Een nieuwe lichting dansliefhebbers lonkt na Underworld en de Chemical Brothers!

Vitalic is op plaat een outsider, maar live schaaft hij de zaken grondig bij. Door de opzwepende techno en de diverse tempowisselingen, sluit hij duidelijk aan bij de doorsnee danceliefhebber. Ook hier noteerden we ‘hot temperatures’.

Ook Booka Shade is een publiekslieveling en een vaste waarde bij de ILT organisatie. De sympathieke Duitsers legden er de pees op en gingen compromisloos te werk. Snel hadden ze het publiek naar hun hand. Een medley met krachtige, harde, zware beats vlogen om de oren. Het nieuwe materiaal is grilliger en sloeg nog niet meteen aan.

Je kon voor een portie goed gekruide old-school techno terecht bij Dave Clarke, de resident DJ van ILT, waar hij (gelukkig) niet van afwijkt. De aanwezigen waren laaiend enthousiast. Als één van onze all-time favorits is zo’n set dan te snel voorbij. De 15 ILT kaarsjes waren de kers op de taart.

Het lukte echter Robert Hood niet om het volk in extase te houden. Na een korte minimalistische intro was het tijd voor harder werk. Hij triggerde ons om langzamerhand de uitgang te zoeken en huiswaarts te rijden … Misschien zat het vroege uur er wel voor iets tussen …

I Love Techno is een feest waar iedereen kan en mag uit de bol gaan in een vrij ongedwongen, relaxte sfeer. De muziek was verscheiden en er vielen leuke live acts te noteren.
Elk jaar moeten we kiezen en proeven van het degelijke grote aanbod en hebben we het gevoel van ‘die zou ik toch nog moeten gehoord hebben’ …

I Love Techno, tot volgend jaar !!!

Organisatie: I Love Techno - Live Nation

Vieux Farka Touré

Vieux Farka Touré - Gemengde gevoelens

Geschreven door

Wat heb ik lang moeten nadenken om dit te kunnen plaatsen, Cut In The Hill Gang. Wanneer John Wesley Myers (die zich tegenwoordig laat aanspreken als James Leg), frontman van de Black Diamond Heavies , één van de beste livebands van de laatste jaren, en Johnny Walker, zanger van de Soledad Brothers, één van de beste livebands in de jaren daarvoor, zich vervoegen in één groep, dan zijn de verwachtingen uiteraard bijzonder hooggespannen. Voeg daarbij nog nieuwe gitarist (en zanger) Reuben Glaser, voorman van Pearlene, dan mag je wel spreken van een supergroep.
Maar je voelt het al komen, het resultaat was niet bepaald gelijk aan de som der delen. Nochtans begon het indrukwekkend met een slepende blues waarbij Walker, pompend op mondharmonica, heerlijk uithaalde op slidegitaar.
Wat volgde was nooit echt ondermaats (buiten dat nummer, gezongen door de drummer) maar ik bleef toch behoorlijk op mijn honger zitten. Daarvoor wrong het beestje toch te veel. Die natuurlijke flow, die zo kenmerkend was voor de Black Diamond Heavies en de Soledad Brothers ontbrak hier volledig. Zonde ook dat een talent als pianist John Wesley Myers nauwelijks hoorbaar was. Zelfs een gegarandeerde stomper als "Roadrunner" van Bo Diddley bleef deels in het moeras steken.
Naar het einde toe kwam het uiteindelijk toch nog opwindend met ondermeer het onverwoestbare " Gospel according to John", bekend van de Soledad Brothers. Achteraf was ik verre van overtuigd hoewel ik er meteen moet bij zeggen dat wanneer dit een totaal onbekend Amerikaans groepje in één of ander zompig café was geweest ik wellicht superlatieven tekort kwam om deze ontdekking wereldkundig te maken. Nu bleef het gevoel hangen dat er veel meer in gezeten had. Stilaan tijd voor een reünie van de Soledad Brothers, zeker?

Vieux Farka Touré kon dus één en ander goedmaken maar ook dat gebeurde slechts gedeeltelijk. Wie kwam in de hoop wat woestijnblues, zoals we die kennen van vader Ali, te horen was eraan voor de moeite en Vieux mag dan al beweren zich te laten inspireren door jazz, op het podium was daar alleszins niets van te merken. Wat we kregen was vrij stevig gebrachte, aanstekelijke Afropop met veel aandacht voor de percussie maar die toch gedomineerd werd door de gitaar. Want Vieux Farka Touré is een begenadigd gitarist die zijn kunnen soms teveel exposeert.
‘De Santana van Afrika’ hoorde ik iemand fluisteren. Zover zou ik het nu ook weer niet drijven om hem te vergelijken met één van de vervelendste gitaarvirtuozen op deze aardkloot. Zijn gitaar had best wel iets te vertellen en wist het publiek behoorlijk op te hitsen. Eén vrouw kon het niet langer houden en sprong op het podium om daar als een bezetene te dansen onder luide aanmoedigingen van Vieux' muzikanten.
Net toen ik dacht dat het stilaan genoeg geweest was bracht hij op een indrukwekkende manier een nummer van zijn vader en werd duidelijk dat de muziek van Ali Farka Touré heel wat meer inhoud kent dan hetgene we hier gezien hadden. Je zal zijn zoon maar wezen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Kele

Kele verzekert danceparty!

Geschreven door

Kele Okereke, spil van het populaire Britse Bloc Party, heeft de band even op non-actief geplaatst en leeft zich wat meer uit op rockmusic met elektronische ritmes, grooves en vibes. Het zag er aan te komen na de cd ‘Intimacy’, want hun postpunk, doorspekt van funk en ‘80s wave, omarden ze van een harder industrieel geluid en elektronica loops. Kele werd begeleid met een live drummer en twee toetsenisten/knoppendraaiers (waaronder een erg bevallige, jonge, hyperkinetische dame). De single “Flux” leidde het in 2008 al in, en op dezelfde leest is het solo album gebaseerd.

Kele stoeit met elektro, techno, trance, drum’n’bass, tribalritmes en pop. Hij beleefde er alvast muzikaal plezier aan, grapte er maar op los, kon inspelen op het (jonge) publiek en heeft met “Tenderoni” en “Rise” twee hits op zak. Opvallend weinig volk opgedaagd, die de benen konden strekken op de clubsound. Het bedierf de pret niet, want we beleefden een klein uurtje lang een fijne avond, die een evenwicht bracht tussen de electroclash van de soloplaat, met een knipoog aan het materiaal van LCD Soundsystem, enkele Bloc Party afleggertjes en een BP medley.
Full Metal Jackets “Drill instructor” leidde de partycocktail in en meteen kregen we een salvo electrobeats om de oren van “Walk tall”. Even energiek en bruisend klonk “On the lam”, pompende, hitsende beats en opzwepende drums, waarvan de heldere vocals van Kele sterk doorkwamen en overtuigden. De flashlights sierden het concept. “Everything you want” en “Unholy thoughts” (gebaseerd op één van de vele boeken die Kele las!) klonken broeierig, hadden een leuke groovende basstune en intrigeerden door pianoloops. Hier omarde Kele ook even een gitaar; de songs gingen wat meer richting Bloc Party en die BP pijler is niet weg te denken in het geluid. Een medley volgde, “Blue light”, “The prayer” en “One more time”, die in elkaar vloeiden. Op het einde van de set durfde Kele met z’n begeleiding exploderen met stevige electroversies van “This modern love” en “Flux”. Tja, dat hij nog een groep als BP heeft, was wel duidelijk.
Natuurlijk steeg de temperatuur op de singles “Tenderoni” en “Rise” … de krachtige, dynamische ritmes en beats kregen door de xylopartijen warmte en kleur; ook “Yesterday’s gone” en “All the things I could have” beantwoorden het best aan het laatste materiaal van Kele’s eigen band door een intens spannende rockopbouw en de elektronica speldenprikjes.

Op plaat klinkt het concept wat gematigder en sfeervoller, live koos Kele met z’n begeleiding voor bruisende energie, amusement en ambiance. Leuk allemaal wat hij bracht zonder dipjes en verveling. Op die manier is Kele een soloproject zoals het hoort …

De van Londen naar Berlijn verhuisde ‘jonge’ Mama was de support. Zij probeerde leven in de brouwerij te steken. Enkel op het podium te zien met een laptop en een aan Macy Gray ontleende stem, zorgde voor een portie bezwerende elektronische soulpop, die misschien niet indrukwekkend was, maar een aangenaam opkikkertje en opwarmer was …

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

The Warlocks

The Warlocks toont de tanden binnen de huidige retrostonerpsychedelica …

Geschreven door

Het Amerikaanse Warlocks van zanger/gitarist Bobby Hecksher, is al zo’n goede tien jaar bezig en zijn te situeren binnen de rock’n’roll/psychedelica, toen in de voetsporen van BRMC, The Music en Dandy Warhols; ze haalden de mosterd van de VU, Jesus & Mary Chain en legden een link met Ride en Monster Magnet. Een hypnotiserende, bedwelmende, galmende sound creëerden ze door de repeterende en opbouwende ritmes, soms gekenmerkt van gierende gitaren, fuzz en pedaaleffects. Ze blijven in de belangstelling, mede door de huidige rits Black Mountain, The Black Angels en Tame Impala.
Maar zoals bij vele bands ontwikkelde het uitgebreide combo met de jaren een gevoelige touch, wat hen gematigder en meer slepend en ingehouden deed klinken. Overdonderen met platen als ‘Rise & Fall’ en ‘Phoenix’ doen ze wel niet meer, maar nog steeds weet hun materiaal ons te raken. Onlangs verscheen ‘The mirror explodes’. De uit LA afkomstige band onderneemt nu een heuse world tour en houdt halt in de Grand Mix en de Bota (eind november).

Heel wat volk was opgedaagd om de doorwinterende spacerockende ratten aan het werk te zien, die lekker grossierden in hun heuse collectie. De set moest eerst wat op gang getrokken worden met “Red camera” en “Isolation”. De afwisseling van drie gitaren, synths en pedaaleffects werkten gaandeweg verslavend en aanstekelijk; het uitgesponnen “Shake the dope out” werd een hoogtepunt. Eerder genoten we van “Song for Nico”, een VU hymne en “Baby blue”. Publiek en band vonden elkaar en een ‘rolloverlaydown’ gevoel hadden we door een perfecte afstemming: de tempowisselingen en de aanzwellende, swingende ritmes in hun slepende, overwaaiende sound klonken overheerlijk, ondersteund van de zweverige vocals. Enkele nummers vloeiden op die manier in elkaar over.
Het aanstekelijke “Come save us” was een terechte afsluiter, kreeg middenin een avontuurlijke, alternatieve draai en werd op het eind in een poel van wah wah en pedaaleffects gedropt!
Het warme onthaal tijdens de nummers gaf de band een hart onder de riem; op vijf extra nummers trakteerden ze ons. In een juiste dosis ‘muzikale dope’ stelden ze o.m. onderbouwd en gevat “You make me wait”, “Starpower we need” en “Eyes saw …” voor. Op het podium zagen we binnen deze ‘wall of sound’ donkere schimmen die hun instrumenten deden afzien zonder zich te verliezen in oeverloze fuzz en distortion.

The Warlocks toonden hun tanden binnen de huidige retrostonerpsychedelica bands… Ze waren nog eventjes de grotere, wijzere broer en bewezen dat ze nog niet afgeschreven zijn …

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Davila 666

Davila 666 - Puerto Ricanen slaan pas gensters in het laatste kwartier

Geschreven door

Alles stond klaar om Davila 666 te laten beginnen toen alsnog het Griekse Acid Baby Jesus kwam opdagen. Er werd dan maar besloten ze nog drie nummers te laten spelen. Nadat het tergend lang had geduurd eer ze opgesteld raakten kwamen ze tot de vaststelling dat de basversterker het niet deed. Ook een aangereikt tweede exemplaar bood geen oplossing. Kortom: chaos troef op het podium en exit Acid Baby Jesus. Geen nood echter: voor wie het nog zou willen, staan ze binnen een tiental dagen in het voorprogramma van The Demon's Claws in Doornik (hopelijk hebben ze tegen dan hun horloges bijgesteld). Met het verdwijnen van de Grieken bleken plots ook alle versterkerproblemen van de baan ...

Davila 666 is een zestal uit Puerto Rico, een eiland in de Caribische Zee die je niet direct met rock-'n-roll associeert. Toch zorgden ze voor een flinke pot enthousiast gebrachte punkrock vol sixtiesinvloeden waarbij de zang centraal stond. Kon ook moeilijk anders met twee, flink met de tamboerijnen rammelende, frontzangers en een gitarist en bassist die voortdurend meezongen. We hoorden korte en vinnige songs terwijl een tweede, wat verborgen gitarist achteraan voor wat contrast zorgde door voortdurend seventies klinkende gitaarlicks door zijn versterker te jagen.
Invloeden van de Black Lips waren onmiskenbaar aanwezig maar het niveau van de Amerikanen blijft voorlopig onbereikbaar voor de Davila broertjes. Na een blitzstart kenden ze al vlug een serieuze dip: inferieure nummers of moesten we ons toch aanpassen aan dat Spaans? Gelukkig kwamen ze het laatste kwartier weer op kruissnelheid en bewezen ze dat ze niet voor niets een plaat uithebben op ‘In The Red’. Olé!

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Shrinebuilder

Shrinebuilder- heavy mantra’s voor gevorderden

Geschreven door

Kingdom (b) is het zijproject van bassist Colin H Van Eeckhout en gitarist Mathieu Vandekerckhove van Amenra met daarnaast drummer Tim Byron van The Black Heart Rebellion. Na hun debuutplaat ‘Kingdom’ uit 2007 brachten ze onlangs het schitterende ‘Hemeltraan’, hun tweede full length, uit. Nog een stap voorwaarts en de benaming zijproject valt hierdoor in het niet want ondertussen zijn ze uitgegroeid tot een volledig op zichzelf staande groep, klaar om in de voetsporen te treden van grote broer Amenra. Kingdom startte hun set met “Cendre” uit hun debuutplaat, dat overvloeide in “.Ruina. Where men go to die”, een zoektocht naar de donkere kant van het bestaan en een nummer dat verder open bloeide naarmate het vorderde. Een vat vol emoties.“Rivers Rage” volgde: razende kolkende rivieren voor ogen, een snoeiharde gitaar en een pompende bas, geruggensteund door mokerslagen op drums. Out of the blue schakelde het over in een trager middenstuk waar Van Eeckhout eerst de longen uit het lijf krijst om dan plots “Oh Lord, have mercy” als een soort middeleeuwse elegie met een zoetgevooisde stem aan te heffen en deze mantra-gewijs blijft herhalen, ondersteund door drones die doen denken aan het legendarische Sunn O)). Het rustigere “Elude” gunde ons trommelvlies wat welgekomen rust. “Wiech”een sludge-wiegelied mondde uit in het orgelpunt en tevens hoogtepunt van hun set: het magistrale “Throne”. In het land van sludge en drone is Kingdom koning, daar is geen speld tussen te krijgen.

Daarna waren de verwachtingen hooggespannen voor het optreden van dé stoner/doom monstergroep van de eeuw: Shrinebuilder! Met een line-up om U tegen te zeggen: drums = Dale Crover (Melvins), guitar = Scott Kelly (Neurosis), guitar = Scott “Wino” Weinrich (Saint Vitus) en last but not least bass = Al Cisneros (Sleep / Om) en het resultaat mocht er wezen: een groot uur werd er getapt uit een stoner/doom ‘Grand Cru’ vat. We werden meegezogen in een aanhoudende mantra van heavy riffs, een hypnotiserende bass en drumpartijen om duimen en vingers van af te likken. Menig hoofd schudde onophoudend mee op de tonen van deze superband.
Ego’s werden langs de kant gelaten en het was mooi om zien dat elk lid zijn eigen unieke stijl kon toevoegen aan dit magistrale geheel. Scott Kelly’s aardbevingopwekkende riffs, Wino’s doom leads, Al’s trippende baslijnen en Dale’s vloeiende en passende drumpartijen: alle aparte stukjes vielen perfect samen. Voeg daar nog de afwisselende zangpartijen toe: Wino’s soulvolle stem, Scott’s beestachtig gebrul en Al’s spacy -chants en wat je krijgt is een intrigerende set die je onder hypnose meeneemt op een doomrollercoaster waar je onmogelijk emotieloos onder kan blijven.
Er stond een groep van vrienden op het podium die plezier wilden maken en speelden alsof ze thuis een jamsessie deden. Het was ook op die basis dat het in 2009 uitgebrachte debuut ‘Shrinebuilder’ werd opgenomen in een tijdspanne van slechts 3 dagen. Een mijlpaal in de stoner/doom geschiedenis. Het waren dan ook merendeel songs uit deze debuutplaat die Shrinebuilder van het podium liet bulderen met een kracht die gerust een 10 op de schaal van Richter kon evenaren.
Eén cover op de setlist: “Effigy”, een vergeten donkere ballade van Creedence Clearwater Revival uit het in 1969 uitgebrachte ‘Willy and the Poor Boys’. Apotheose van de avond: “Pyramid of the moon”, wat het best samenvat waar deze groep tot in staat is. Van het begin tot het einde een memorabel optreden om te blijven koesteren.


Met rokende oren en een grote smile op ons gezicht verlieten we De Kreun. Niets kon ons nog raken die avond! De volgende dag was het gelukkig wapenstilstand en konden we genieten van wat welverdiende rust.

Setlist Shrinebuilder:  Science of anger The Architect Blind for all to see Effigy (CCR-cover) We let the hell come Solar benediction Nagas 1&2 Pyramid of the moon

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Gilles Peterson

Gilles Peterson - Wereldmuziekgoeroe pakt Leuven in

Geschreven door

Een van de leuke dingen aan Het Depot zijn de zalige filmzaalstoelen waar je in achterover kan leunen en alles zo’n beetje op je af kan laten komen. Dat is dan ook wat we gedaan hebben op deze Labelnight van Brownswood, DJ Gilles Peterson eigen label waarop een aantal acts staan die vanavond zo maar eventjes aanwezig waren. Vorig jaar nog was er een grote tevredenheid van het publiek en blijkbaar ook van de teruggekeerde Gilles Peterson. Hij is zo'n beetje de god van de wereldmuziek in de UK, met zijn programma ‘Worldwide’, trouwens ook op StuBru te horen. Reden genoeg om nog eens naar Leuven af te zakken. …

Opener Ghost Poet gaf een soort dubreggae ten beste. De man deed hard zijn best om het publiek mee te krijgen en gezien het vrij vroege uur lukte dat nog aardig ook. Geen pakkende dingen gehoord, maar het vloeide erg aangenaam met een biertje in de zoals gezegd zalige stoeltjes.

Baloji is van Kongolese afkomst, een bonenstaak van een vent, die, ja, veronderstel ik World – Kongo Pop muziek brengt, hoewel ik niet veel meer ken dan “Konono nr. 1”. Maar goed, de typische lichte percussie, de zweverige vocalen en de ritmes deden sterk aan Nigeria of Kameroen denken. En hier was sprake van een goede interactie met het publiek.

Erna was het de beurt aan de meester zelf, Gilles Peterson, om een DJ-set te geven. Bij Peterson weet je altijd waar je aan kan verwachten en net weer niet, eclecticisme van alles wat dansbaar is, blijft zijn devies. Dus hoor je hip-hop en dubreggae door elkaar, naast Cubaanse en Braziliaanse ritmes of pure percussietracks, … en is het allemaal te obscuur om aan namedropping te doen, het publiek wist het zeer te smaken. Een volle dansvloer met hier en daar een rare vogel, met een raar hoedje of een Mondriaan-T-shirt. De afsluiter tegen een uur of twee van zijn set was Bill Withers’ “Lovely Day” en dat geeft toch nog altijd kippenvel.

Erna nam Lefto het over met een vergelijkbare mix tot in de vroege uurtjes die we uiteindelijk niet meer meegemaakt hebben.

Organisatie: Depot, Leuven

Lindstrom & Christabelle

Real Life is No Cool

Geschreven door

Uit Noorwegen komen verfrissende synthdiscohouse tunes aandraven. Inderdaad, elektronica/ knoppendraaier Lindstrom deed ‘losvast’ beroep op de zwoele, sexy fluisterstem van Christabelle en we horen broeierige en vrolijke, zomerse, hippe jaren ’70 en ‘80’s spul dansmuziek met een zeker kitschgehalte, ja, met een knipoog naar de Jackson 5 en Donna Summer  zoals op “Baby can’t stop”, “Let’s practise” en “High & love”. Erg overtuigend is de single “Lovesick” met die opvallende lome electro swingbeats.
Aanstekelijk zijn de tranceritmes, de repeterende grooves en de sfeervolle, dromerige, zalvende en vette beats. Het is in die stijl best een boeiende plaat geworden, door een goede dosis hitgevoeligheid en gestructureerde chaos én de toevoeging van spacey synthlijntjes en funky gitaarriffs. De dansmuziek werd aardig verknipt in de elektronicatrommel met een positief resultaat als gevolg …

The Tallest Man On Earth

The Wild Hunt

Geschreven door

De Zweedse troubadour Kristian Matsson ontpopt zich als een kleinzoon van Bob Dylan, een zoon van Bonnie Prince Billy, een broer van Bon Iver en een jonge Nick Drake. Hij komt er alvast glansrijk mee weg. Een singer/songwriter ‘pur sang’ die z’n songs uitermate boeiend houdt met z’n akoestische gitaar, het - getokkel en z’n bezielde, emotievolle stem. Gekluisterd worden we aan de melancholisch dromerige, gevoelige akoestische bluesy, folky gitaarsongs, de ene wat soberder, intenser en ingetogener, de andere wat sneller gespeeld.
Het afsluitende “Kids on the run” is het enige op piano, maar we likkebaarden op de ingehouden “Burden of tomorrow”, “Troubles will be gone” en de titelsong naar de forsere “You ‘re going back”, “The driving of the lawns” en “King of Spain” tot de elegantie van “Love is all” en “A lion’s heart”.
De folkysing/songwriterpop van tien nummers zijn subtiel, doordacht en intrigerend mooi. Terecht werd de jonge gast op Pukkelpop warm onthaald!

Tide

Regeneration

Geschreven door

Politici mogen het dan wel van de daken staan schreeuwen dat Europa één is, maar dit vertaalt zich geenszins op cultureel vlak tenzij u één Sloveense band kan citeren (en neen, Laibach telt niet mee).
Tide is zo’n Sloveense groep die er van droomt om buiten de grenzen heen hun stadionrock te verkondigen maar ergens voor hun vrezen we dat dit eeuwige wishful thinking zal blijven, en dat kunnen ze misschien in de eerste plaats aan zichzelf wijten.
Niet dat Tide zo slecht zou zijn maar hun geluid grijpt teveel terug naar dat van pompeuze 80’s rock waarbij we wel eens durven lonken naar het latere (lees inferieure) werk van Simple Minds wat in Tide’s geval vaak nog voorzien wordt van niet al te intelligente teksten.
De huidige muziek heeft eenvoud nodig en wanneer zangers zich opwerpen als een soort van Messias werkt dit anno 2010 enkel averechts.
Moest deze plaat zo’n tien jaar geleden uitgebracht zijn, konden we het nog met de nodige mantel der liefde bedekken maar we vrezen dat dit vandaag de dag enkel als “voorbijgestreefd” kan worden bestempeld. Jammer, maar zo gelden nu eenmaal de wetten in muziekland.

Ghost of a chance

Nd miles to go before I sleep

Geschreven door

Sommige zullen misschien zeggen dat het de verstand van jaren zijn die komen, wat dat ook mogen betekenen. In ieder geval zullen de fans van Tobias Heiland raar opkijken indien ze zijn nieuw werk te horen krijgen.
Ook al weet geen mens hier wie of wat die Tobias is, toch is hij in het hardcoremilieu wat men noemt iemand van aanzien. Deze mens die vroeger bij A Sailor’s Grave en Proud Youth speelde, heeft zich echter met zijn alter ego Ghost OF A Chance ‘bekeert’ tot de wereld van de alternatieve folk.
Heiland heeft misschien wel geleerd hoe de hardcoregitaartjes aan de muur te hangen maar ze hebben hem er blijkbaar niet bij verteld dat je in het folkwereldje enkel iets kan betekenen als je daadwerkelijk iets origineels te schrijven hebt.
Het is net daar waar het schoentje wringt want Ghost of A Chance bezit alle ingrediënten om een kwaliteitsvolle plaat af te leveren want jammer genoeg blijft het bij wat aanmodderen terwijl je hoort dat er heel wat meer potentieels in deze plaat zat.

The Sails

A Headful Of Stars

Geschreven door

Het is mij toch wat met die Britten en hun oneindige fascinatie voor The Beatles. Terwijl de huidige muzikale generatie volop terug grijpt naar de jaren ’80 is er alweer een nieuwe golf van talent die het licht heeft gezien in de golden sixties.
Je kan er best veel geld op verwedden dat er ooit terug een Britpoprevival zal zijn en ik denk zelfs niet dat dit zo lang op zich zal laten wachten. Misschien is het nu wat te vroeg maar als het van deze Britse groep uit Woking afhangt mag deze wederopstanding vandaag reeds beginnen want op deze cd tovert meesterbrein Michael Gagliano de meest theatrale sixtiesnummers uit zijn mouw die je alleen maar kon verwachten bij The Kinks.
Een nummer als “The man who broke in half” is net alsof The Verve bezoek kreeg van de geest van George Harrison zelve en ze zijn er zelfs niet te beroerd voor om het orgeltje van “Strawberry Fields Forever” in één van hun nummers te brengen, om maar van het Byrdsgitaartje uit “Here comes the winter” of The Tremeloes-sfeer van “Liar”niet te spreken.
Deze release, die de adem van Bond Street in de nek heeft, is nog maar eens een bewijs dat echte Britpop nooit van deze aardbol zal verdwijnen en geen mens die daar treurig om zal zijn. Tip!

Info www.myspace.com/thesails

Aloe Blacc

Good things

Geschreven door

De dertigjarige E. Nathaniel Dawkins debuteert met een puike retrosoulplaat. ‘Good things’ van Aloe Blacc is meteen een schot in de roos. Een ‘One Hundred & Eighty’ score door de aanstekelijke single “I need a dollar”, die door smachtende rock, een swingende groove en dampende funkbeats inwerkt op de dansspieren.
Hij haalt de mosterd bij artiesten als Sam Cooke, Bill Withers, Marvin Gaye, Stevie Wonder en Isaac Hayes en plaatst zich met de plaat probleemloos naast Jose James en Jamie Lidell. De ‘70s toetsen klinken fors door en de songs kunnen breder omlijst worden door blazers en vioolpartijen. Een gevarieerd overtuigend resultaat in z’n geheel.
We vinden alvast nog zo’n paar leuke nummers als “Green lights”, “Miss Fortune”, “Life so hard” en “Loving you is killing me”. Ook de VU cover “Femme fatale” brengt hij er goed van af. Songs als “Take me back” en de titelsong verbazen door een repetitieve toets en gitaarloop. Ook het ingetogener werk valt in de smaak.
‘Good things’ is ‘a real good thing’, die de dollars gaan doen rollen … 

Pagina 422 van 498