logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15408 Items)

Dez Mona

Dez Mona - Unieke Vlaamse pracht charmeert Handelsbeurs

Geschreven door

Soms is een mens fier dat hij Belg is en op andere momenten twijfel je er aan of het alsnog een voordeel is om deze nationaliteit te bezitten, bij het horen van de muziek van Dez Mona overkomt je net datzelfde gevoel. Er is een zekere trots maar diep in het achterhoofd weet je dat Gregory Frateur een zeer grote mijnheer zou zijn moest er op zijn identiteitskaart een andere geboorteplaats staan want dit is een groep die gewoonweg met eenvoud kan wedijveren met het beste wat Antony & The Johnsons te bieden hebben en dat werd gisteren in een bijna uitverkochte Handelsbeurs ruimschoots bewezen.

Het optreden van gisteren maakte deel uit van de ‘Quite Sessions’-tour waarbij Frateur en zijn kompanen het beste gaven uit hun drie cd’s en nog wat andere lekkernijen.
Het debuut ‘Pursued Sinners’ werd trouwens niet enkel in een nieuw jasje gestoken maar ook terug voor het publiek verkrijgbaar gemaakt want de originele persing werd ooit uitgebracht in eigen beheer en de voorraad daarvan is ondertussen reeds volledig uitgeput.
Niemand kon ooit vermoeden dat Gregory, die debuteerde als achtergrondzanger bij Daan, zou uitgroeien tot één van de meest beklijvende stemmen van Vlaanderen en als je daar nog het geniale contrabasspel van Nicolas Rombouts aan weet te koppelen dan bekom je al vlug wat men noemt artistiek vuurwerk.
Het is moeilijk Dez Mona nu echt te gaan omschrijven want ergens zweven ze tussen avant garde, neoklassiek, gospel, neojazz en eigenlijk zelfs pop waarbij natuurlijk de stem van Gregory Frateur meer dan geregeld een wandelingetje weet te maken in de wereld van Kurt Weill en Bertold Brecht.
Vooraf werd aangekondigd dat dit een heel speciale tournee ging worden waar Dez Mona ruim twee uur op zoek zouden gaan naar het beste uit hun zelf. Naast een fraaie bloemlezing uit hun oeuvre kregen we ook aangrijpende versies te horen van nummers die je als concertganger niet zo vaak horen krijgt. Een mooi voorbeeld hiervan was het aangrijpende “Candy Man” dat ooit door Sammy Davis Jr. werd geschreven voor de kindermusical ‘Charlie and the chocolate factory’ of zelfs één of andere obscure gospel die door Gregory (zonder micro en volledig a capella) op magistrale wijze naar voren werd gebracht.
Het concert was er eentje met een zeer intieme sfeer waarbij het podium als een soort kinderkamer fungeerde waar de groep hun dromen konden uiten. Speelsheid is trouwens het kernwoord want dan steeds weet Gregory op een kolderieke manier de ernst te relativeren door tussendoor grapjes te vertellen.
Het is misschien deze gezonde schizofrenie die hun grandioos maakt want het ene moment weet Gregory een hilarische anekdote uit het radionieuws op te vissen om enkele seconde daarna volledig zijn bloot ziel te geven in bijvoorbeeld “A30 E30”, één van de nieuwere nummers die geschreven werd tijdens een ellenlange file in Kopenhagen.
Dez Mona besloot hun concert zoals ze dat meestal doen, nl. met “It goes/who knows where the time goes” dat Gregory heeft leren kennen door zijn eeuwige muze : Nina Simone.

Wie er aan twijfelt, Dez Mona zul je niet meteen in één of andere afrekening tegenkomen maar ze zijn wel groots.

TRACKLIST: ONCE THERE WAS A BOY, FORGIVE MY TEARS, MY FRIEND, JACK’S HAT, GET OUT OF HERE, ARID SONG, CANDY MAN, BLUE GIRL, BROTHER YESHEAD, SHE SAYS IT’S NOT FOR LONG, THE MAN, A30 E30
SISTER, CARRY ON, LACK OF LOVE, TRIAL/O’DEATH, I GOT TO KNOW, IT GOES/WHO KNOWS WHERE THE TIME GOES


Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Robyn

Robyn - New Queen of pop!

Geschreven door

Blijkbaar was de vorige passage haar bijgebleven want de knusse Orangerie in de Botanique was opnieuw het decor voor de doortocht van Robyn. De warming up gebeurde ditmaal niet door een band maar wel door het dj duo Rebecca & Fiona. Deze 2 Zweedse deernes uit het thuisland van Robyn stonden heupwiegend en vol overgave een uur lang achter de knoppen om het publiek in de juiste mood te krijgen. Wat daarbij opviel was dat het schaarsgeklede duo niet wisselde van cd's en zodoende dus wat stond mooi te wezen op actuele en andere voorgeprogrammeerde partytracks. Een gimmick van de bovenste plank...

Rond half tien verschenen 4 mannen in witte overalls doorheen de knipperende stroboscopen, het ene duo vatte post achter 2 drumkits en de overige vonden rechts en links op het podium hun stek achter de keyboards. Na een leuk opgebouwde intro vervoegde witkop Robin Myriam Carlsson ofte Robyn haar kompanen.Ze opende met “Fembot” en “Cry when you get older” uit haar 'Body talk pt 1' album dat begin dit jaar verscheen en het eerste deel was van haar trilogie. De geluidskwaliteit was niet ideaal maar na wat sleutelen stond na 10 minuutjes alles op punt. Het poppy “Cobrastyle” kwam daardoor erg vet uit de speakers , bracht de zaal voor het eerst collectief ten dans en ging even later naadloos over in huidige single “Hang with me”.
Dit was het sein om enkele nieuwe tracks uit 'Body talk pt 2' te brengen en aan de reacties van het publiek te horen waren dit album al aardig ingeburgerd. Het volgende hoogtepunt was “Dancing on my own” waarin een goede balans werd gevonden tussen dance en melancholie en die kracht werd bijgezet door een wondermooie uitvoering van “Dream on” die in een nieuw jasje was gestoken. Welgekomen rustpunt na al deze electropop was het pakkende en zeemzoete “With every heartbeat” waarin Robyn haar zangtimbre etaleerde en het publiek met zoveel emotie deed verstommen maar hen op het eind toch uitnodigde om het refrein mee te zingen. De Botanique hing aan haar lippen en snakte naar meer.
In de bisronde kregen we haar typische sound in “In my eyes” en "Konitchiwa bitches” met als apotheose het swingende “Be mine” dat synoniem stond voor haar ‘feelgood music’. In de 2de bisronde opende ze met “Dancehall queen” een nummer dat drijft op een reggaebeat met dancehallinvloeden en voor een verrassende noot zorgde in de playlist. Als slotakkoord bracht ze een eigenzinnige versie van het onvermijdelijke “Show me love” waarmee ze haar doorbraak kende en ze hier haar anderhalf uur durende stomende set mee afsloot.
Uitkijken is het naar volgende maand wanneer haar laatste album uit de trilogie: 'Body talk pt 3' in de rekken ligt en wanneer we haar volgend jaar op Werchter of Pukkelpop kunnen terugzien, al gaat onze voorkeur uit naar dit soort zalen waar deze popdiva volledig tot haar recht komt en dit ook uitstraalt naar de zaal.

Haar samenwerking met toppers als oa Royksopp, Dyplo enn Snoop Dogg en voorpogramma's voor Kelis en Madonna zijn slechts een voorbode van het hoge niveau die ze vandaag de dag en de komende tijd zal bereiken!

Playlist 1.Fembot 2.Cry when you get older 3.Cobrastyle 4.Hang with me 5.We dance to the beat 6.Love kills 7.The girl & the robot 8.Dancing on my own 9.Dream on 10.With every heartbeat 11.In my eyes 12.Konichiwa bitches 13.Be mine 14.Dancehall queen 15.Show me love

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

The Jim Jones Revue

Burning your house down

Geschreven door

In wezen verschilt deze ‘Burning your house down’ niet veel van zijn voorganger ‘The Jim Jones Revue’ uit 2008, waarmee we bedoelen dat de extreem hoge graad van intensiteit en energie gelukkig gebleven is. Wilde en smerige rock’n’roll dus, met een op hol geslagen piano, verwoestende gitaaruithalen en ontspoorde vocals, alsof Little Richard bij MC 5 aan het uitfreaken gaat.
The Jim Jones Revue serveren een kolkende pot driftige en hoogst ontvlambare rock’n’roll verpakt in elf genadeloze lappen van songs die keer voor keer uit hun voegen barsten.
Echte rock’n’roll moet zo heet mogelijk geserveerd worden, The Jim Jones Revue doet dat.
Ober, meer van dat !
Op 31/10 in de 4 AD te Diksmuide bijvoorbeeld.

The Black Angels

Phosphene dreams

Geschreven door

Dat The Black Angels niet vies zijn van een flinke portie retro, is een understatement van jewelste, maar zo sixties als op “Sunday afternoon” en “Telephone” hebben ze nog nooit geklonken, het zijn songs met een vette knipoog naar Beatles en Kinks. Ook The Doors zijn alom aanwezig in “Yellow Elevator 2” en de geest van The Velvet Underground hangt over zowat de hele plaat.
Een en ander doet ons vaststellen dat dit de meest gevarieerde Black Angels plaat tot op heden is, wat maar goed is ook, want de band dreigde na voorganger ‘Directions to see a ghost’ nogal in dezelfde poel te blijven rondzwemmen. Versta ons niet verkeerd, dat was wel een stomend plaatje, want in die poel zat er nog genoeg gevaarlijk ongedierte om het boeltje spannend te houden, maar toch kwam het spook van de eenzijdigheid een beetje te dicht bij de wal staan.
The Black Angels hebben het begrepen en leggen op ‘Phosphene dreams’ wat meer verscheidenheid voor de dag zonder daarbij hun typische dreigende en onheilspellende sound kwijt te spelen. Het zijn nog steeds een bende rare neo-hippies (de psychedelica vloeit weer aardig in het rond) die al eens iets van Joy Division durven op te zetten onmiddellijk na een Black Sabbath plaat.
Ze schuiven ons een bijtend zuurtje voor de neus met “River of blood”, een gemene motherfucker van een song die alles aan flarden scheurt. Ook machtige uitbarstingen als “Bad vibrations”, “The Sniper” en “Entrance song” dragen een constant sluipend gevaar in zich en zijn dan ook beestig goed. De bezwerende stem van Alex Maas dompelt het goedje nog wat meer de donkere mist in, zodat de atmosfeer op dit album alweer duister, hypnotisch en kosmisch is.
Iets minder donker misschien dan debuutplaat ‘Passover’ en een stuk afwisselender dan ‘Directions to see a ghost’, doch vooral terug een onmisbare schakel in het nog jonge Black Angels repertoire.

Weezer

Hurley

Geschreven door

Het was  een opvallend bericht in een aantal media een tijdje geleden: een Amerikaan zette een geldinzameling op om 10 miljoen dollar bij elkaar te krijgen en zo de band Weezer een halt toe te roepen.De fan was het namelijk kotsbeu dat zanger Rivers Cuomo jaar na jaar belooft om het beste album sinds klassieker ‘Pinkterton’ uit te brengen, waarna in de praktijk blijkt dat die dan veel en veel minder goed zijn... De actie van de Amerikaanse fan lijkt ons wat overdreven, maar het is een feit dat Weezer het niveau van hun eerste twee albums (waaronder naast ‘Pinkterton’ het Blue album met klassiekers “Sweater – The Undone Song” en “Buddy Holly) nooit meer gehaald hebben.
Het was dus afwachten hoe de heren het er zouden afbrengen met hun eerste release op het Epitaph-label. Meteen valt op dat alle overbodige elektronica en andere experimenten van de vorige plaat ‘Raditude’, overboord werden gegooid. Rivers Cuomo bewijst bovendien dat hij nog steeds een patent heeft op het schrijven van catchy college-rocksongs.
Het eerste deel van de plaat barst van de goeie songs waarbij de indierockballad “Rulllng me”, “Trainwrecks”,  “Unspoken” en het best grappige “Where’s my Sex” de absolute uitschieters zijn. In tegenstelling tot vorige platen weet Weezer dit hoge niveau ook op de rest van de plaat te behouden. Als bonus vinden we tenslotte nog vier tracks met daaronder een verschrikkelijke cover “Viva la Vida” van Coldplay en  een remix van “Represent”, hun officieuze WK-lied dat ze schreven voor de Amerikaanse voetbalploeg.
Weezer is terug de goeie weg ingeslaan, fans kunnen zich deze plaat dus zonder schrik aanschaffen en volop genieten van de heerlijke deuntjes van Rivers Cuomo en de zijnen.

Jef Neve Trio

Imaginary Road

Geschreven door

Vooraf … eventjes een korte schets van Jef Neve … Hij droomde al van kleinsaf om componist te worden. Hij volgde pianoles aan de stedelijke academie van Geel. Verder studeerde hij aan het Lemmensinstituut in Leuven, en volgde hij bijscholingen bij o.m. Jozef de Beenhouwer en Toots Thielemans. Naast zijn opleiding in klassieke muziek en jazz is hij ook geïnteresseerd in pop- en rockmuziek. Al vroeg was hij actief muzikant in plaatselijke bandjes waardoor hij ook in contact kwam met jazz en bluesmuziek.
Veelzijdig is hij in ieder geval, hij maakte deel uit van jazzbezettingen, klassieke formaties, showorkesten, popbandjes, theaterproducties en studiosessies. Buiten het musiceren zelf, componeerde hij ook voor klassieke bezettingen. Hij schreef tevens de soundtrack voor ‘Dagen zonder lief’ en ‘De helaasheid der dingen’. En er is ook de favoriete filmscore ‘Babel’ van Gustavo Santaolalla. Op Klara heeft hij een radioprogramma.
Begin 2009 toerde hij met het acteursechtpaar Antje de Boeck en Rony Verbiest voor ‘Tom Waits until Spring’, waarbij ze covers brachten uit het oeuvre van Tom Waits en wat later met Gabriel Rios. Tot slot toert hij tegenwoordig rond als het Jef Neve Trio.
’Imaginary Road’ is een album waarmee hij zijn trouwe aanhangers veel plezier doet. Mierzoete ballades zoals "SayingGoobye on a Small Old Ugly White Piano" en "Sofia" wisselen af met stukken als "Colours and shades" waarin hij zijn klassieke scholing verraadt.
De soundscapes van de Zweedse componist Esbjorn Svensson is merkbaar in de korte nummers, waaronder "Atlas" en ""She came from the east". Luister ook eens naar het einde van "Endless DC".
Puristen zullen misnoegd zijn met de crossover van Neve, maar voor de fans is het weer genieten geblazen.

Disturbed

Asylum

Geschreven door

‘Never change a winning team ‘ moeten de heren van Disturbed gedacht hebben. Op hun vijfde studio-album vind je namelijk weer alle typische ingrediënten terug die je ook op de vorige platen van deze Amerikanen aantrof: staccato rifs en dito zanglijnen, energieke drums en de prima stem van David Draiman. De band start met de instrumentale en langzame openingstrack “Remnants” waarna het titelnummer lekker in de boxen knalt. Op deze dik vijftig minuten tellende plaat vinden we nog een aantal andere knallers zoals “Innocence”, “Warrior” en “The Infection”. Ook het wat tegendraadse “Another way to die” weet ons in positieve zin te bekoren. Jammer genoeg is niet het hele album van dezelfde kwaliteit en dat geldt vooral voor de bonustrack. Net als op vorige albums koos Disturbed voor een cover en dit keer is dit U2’s “I Still Haven’t Found What I’m Looking For’.... Het nummer past jammer genoeg totaal niet bij de band en vlug skippen is dan ook de boodschap.
‘Asylum’ is zeker geen slecht album geworden maar wel een zeer voorspelbaar. Eens flink de batterijen opladen en creatief herbronnen na de huidige tournee lijkt me aangewezen voor de mannen van Disturbed ...

Willemsson

Blind

Geschreven door

Het is ondertussen al meer dan bekend dat achter Willemsson Augustijn Vermandere schuilgaat die inderdaad de zoon is van. Zou het nu eigenlijk een voordeel zijn om diens zoon te zijn of niet als je het wil maken in de muziekwereld?
Iedereen die een beetje eerlijk is met zichzelf zal moeten toegeven dat je hier willens of niet onmiddellijk alle spotlights naar je toe krijgt maar als je het wil maken in de indiepopwereld is het natuurlijk een ander paar mouwen.
En Willem mag nu nog zo veel over zijn West-Vlaamse patatten zingen, deze kerel heeft steevast voor de Engelse taal gekozen en nog minder voor kleinkunst.
Ook al is het een vooroordeel hield ik mijn hart vast toen ik deze cd in de lade schoof maar het resultaat is meer dan verdienstelijk, is het meer dan duidelijk dat het voorbeeld ergens tussen Tom Helsen en Elliot Smith ligt.
Het enige waar aan moet gesleuteld worden zijn de soms banale teksten, maar dat kan met een vader als Willem geen probleem zijn!

Nona Mez

Radio Rain & Hard Luck Stories

Geschreven door

Nona Mez is het alter ego van de Leuvenaar Geert Maris. Hij komt sterk voor de dag met de 2CD ‘Radio Rain & Hard Luck Stories’, dat op het label van Milow, Jonathan Vandenbroeck is verschenen. Sober ingehouden semi-akoestische songs gedragen door een fluwelen stemgeluid, af en toe ondersteund van bas, piano, toetsen, en drums. Het zijn eenvoudige, pakkende, ingetogen songs, die weten te raken. CD I klinkt misschien iets krachtiger dan CD 2. Ook de tweede stem van Milow op “Hard luck stories” of de emotievolle backing vocals van Juliet Coy op “Best out of three” en “Happy thoughts” bieden een meerwaarde aan het doeltreffende materiaal van Maris … grootse songs van de kleine dingen des levens. Subtiel uitgewerkte songs die ervoor zorgen dat de dubbelplaat erg overtuigend klinkt …

Rox

Memoirs

Geschreven door

Binnen de soulpop beweegt het met de 21 jarige Roxannne Tataei, zangeres/gitariste van Jamaicaanse/Iraanse origine, die debuteert met ‘Memoirs’. We horen vaardige, frisse en lichtvoetige songs, die bezield en met een popappeal zijn. De composities zijn bruisend, springerig, dromerig, sfeervol, en soms fraai georkestreerd, rijk en volgroeid, waarin haar roots verweven zijn.
Vergelijkingen met Lauryn Hill, Amy Winehouse en Joss Stone duiken op. Met “My baby left me” heeft ze alvast een grote hit op zak, maar “I don’t believe” en “Precoious moments” moeten niet onderdoen. Leuk allemaal van deze aangename belofte!

Grinderman

Grinderman 2

Geschreven door

Grinderman is een waardige band geworden naast Nick Cave & The Bad Seeds. Drie leden van The Bad Seeds stal maken er deel uit van uit, violist/gitarist Warren Ellis, bassist Martyn Casey en drummer Jim Sclavunos, naast Cave, die gitaar en toetsen bedient. Linken met The Birthday Party zijn op hun plaats. Beiden zijn stevige bands die houden van potige, zompige, rauwe, wilde en intens slepende, ronkende rockende bluestrash/rock’n’roll. Wild, impulsief, maniakaal, chaotisch, messcherp en doorleefd …, lief, fijnzinnig, zalvend en sfeervol. Grinderman zorgt dat elke Cave-vijftiger meteen 30 jaar jonger wordt. Een verjongingskuur ‘pur sang’ van mensen van middelbare leeftijd.
Na het indrukwekkende debuut in 2007 gaat ‘Grinderman 2’ evenzeer van een ingehouden, broeierige spanning tot opzwepende, dynamische, felle uitbarstingen. Muzikaal wordt het omschreven als een ‘rollarcoaster ride’. Aanstekelijk en beklijvend werkt de tweede plaat opnieuw in.
Ook tekstueel laat Cave zich volledig gaan. Een world freakshow van geperverteerde kerels, losgeslagen, goddeloze vrouwen enz . Als giftig venijn sluipen de nummers als “Mickey Mouse and the goodbye man”, “Heathen child”, “Evil” en “Kitchenette” in de aderen. Het afsluitende “Bellringer blues” laat net als de song “Grinderman” van het debuut je verdwaasd achter in een donkere, slechtruikende en slecht verlichtende steeg. Enkel het sfeervolle “What I know” zorgt voor verademing binnen het Grinderman concept. Wereldplaat!

Joe Cocker

Joe Cocker: hippe zestiger …

Geschreven door

Joe Cocker - De legende is terug! Na drie jaar wachten (Lotto Arena 2007) kwam, zag en overwon hij nu Brussel. Een overweldigende set noteerden we. De man, van het juiste hout gesneden, én die zo maar je vader kon zijn, slaagde erin het overwegend ouder (?) publiek in Vorst in te palmen.

Na een rustige start waarbij hij zijn oudere bekende hits bracht als "Feeling Alright" en "The letter" kwam "When the night comes", gekenmerkt door z’n typisch herkenbare kreet, die door hart en ziel trekt. Even later bezorgde hij ons kippenvel door het emotievolle "Unforgiven". Uitermate smaakvol klonken "Summer in the city", begeleid door saxofoon en "The simple things”, die kleur kreeg door mondharmonica. Cocker liet z’n begeleidingsband de nodige ruimte. Btw, Cocker zelf speelt geen instrument. Bij "Up were we belong" was er die prachtige backing vocal, wat een stem trouwens, waarna het immer bekende "You are so beautiful" volgde, bepaald door pianotunes en toetsen. Het aanstormende publiek klapte, zong mee en begon te dansen ... Zijn sprongen op het eind is hij nog niet vergeten, wat uitermate werd geapprecieerd. Zijn handgebaren ( soms speelt hij echt luchtgitaar) nodigden uit om hem bij te springen en dringend te gaan helpen. De nieuwe titelsong "Hard Knocks" moest nog herkauwd worden en werd hierdoor lauwtjes ontvangen. "Hitchkock Railway", "N' oubliez jamais", "Come together" en "Leave your hat on" werden dan op hun beurt ferm gesmaakt. Bij "Unchain my heart" werd het ijs helemaal doorbroken en "With a little help from my friends" kreeg een stevig applaus. Afsluiten deed hij met het recente "Thankfull", die recht naar het hart ging. De finalereeks deed ons helemaal wegdromen. Hij gaf nog twee bissen en bedankte het warme publiek.

Joe blijft één van m’n old time favorits. De 66 jarige zanger bewees dat hij ondanks z’n gezegende leeftijd er nog steeds staat en wij kunnen maar ons hartje ophalen en denken, “Joe wanneer zie ik je weer?” …

Organisatie: Live Nation

Heather Nova

An acoustic evening with Heather Nova

Geschreven door

Taylor Rankin, een kunstenaar in zijn muziekwereld. Het voorprogramma van Heather Nova werd gebracht door een verrassende jongeman met roots uit Japan, Canada en Bermuda. “Bend, slap, scratch and scream at it, then you’ll know how to play the violin.” Deze woorden van Taylor geven een reëel beeld weer van hoe hij zijn originele creaties op de Leuvense Depot losliet. Beats, grooves, spiritual sounds en electronica, hij toverde het allemaal uit viool en stem. Een half uurtje beeld van intense mimiek en expressie, vergezeld van klanken met moderne verrassende spirituele ritmekronkels. Hier horen we ooit meer van...

En dan was het de beurt aan Hare Engelachtige Grootheid: Heather Nova. ‘The Jasmanian Angel’ uit Bermuda.

Eenvoud siert, zegt men. De verschijning van Heather in haar gewone zijn - gitaar in de hand - en de volle vasttone hoge intro van “Island” zorgden meteen voor een ijselijke stilte in de zaal. De eerste klanken gingen weliswaar aangenaam door merg en been.
Een hele verschijning zowaar, waarbij de kracht in Heathers stem, de sierlijkheid van de Jasmine Flower geprojecteerd op doek en de lelies rond haar statief meer dan voldoende waren om met gesloten ogen te kunnen meezweven op haar hoogstaande stemallures doorheen haar show. Dit aangevuld met de professionaliteit van haar muzikant die zowel cello, piano, contrabas en gitaar beheerste.
Heather was vereerd - en dat was ook het publiek - om in Het Depot aanwezig te (mogen) zijn. Haar hele crew houdt van het warme onthaal in België en zij neemt er het shoppen met haar zoontje maar al te graag bij. Nee, dat vertelde ze niet, maar we liepen haar – o toeval - in de namiddag bijna tegen het knappe lijf in de Bondgenotenlaan!
Ze serveerde ’s avonds een mix van oudere nummers zoals “Heart & shoulder”, “Like lovers do”, afgewisseld met hits als “Someone new”, “Walk this world”, en ook recentere songs “Out in New Mexico”,... en echt nieuwe nummers als “Aquamarine” en “Everything changes”.
Ze liet ons genieten van haar uitgebreide repertoire en trakteerde ons tot tweemaal toe op bis-nummers met als verrassend einde “Like a hurricane” van één van haar grote idolen Neil Young...

Een show waarin we Heather Nova kennen zoals ze is: muzikaliteit ten top, een sfeer van rust, mijmeren naar vroeger, een blik naar de toekomst, vragen en bedenkingen over de wereld van vandaag...niks vernieuwend maar wel Heather, just like she is!

Playlist: Island, Maybe tomorrow, Walk this world, Talk 2 me, What a feeling, Gloomy, Sunday, Miss my sky, Heart & shoulder, Save a little piece of tomorrow, Fool 4 you, Doubled up, London rain, Spirit in you, Aquamarine, Like lovers do, Someone new, Everything changes, Sugar, Out in New Mexico, Heal, Like a Hurricane

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Depot, Leuven

Someone Still Loves You Boris Yeltsin

Someone still loves you Boris Yeltsin: frisse collegerock

Geschreven door

Waar naar toe op een frisse dinsdagavond in oktober? Geen betere plaats dan de Gentse Charlatan, waar Democrazy een mooie dubbelaffiche neergezet had: over het Gentse Mary & Me meer verderop, maar laten we dus maar beginnen met Amerikaanse viertal Someone still loves you Boris Yeltsin. Net als Chuck Berry en Sheryl Crow afkomstig uit Missouri, het mid-westen van de US of A, dus, opgericht door twee high school vrienden; de jeugdige leeftijd verklaart wellicht de ietwat bizarre groepsnaam en ondertussen zitten ze al aan hun derde, door Chris Walla, van Death Cab for Cutie geproducete album op het Polyvinyl Record label, dat ook Vivian Girls, Japandroids en Deerhoof verdeelt.

Someone still loves you Boris Yeltsin is op een kleinschalige Europese tour, geen roadie dus in de Charlatan om de soundcheck te doen ,maar vier ‘college kids’ (de Weezer-look) die rustig hun instrumenten stemmen alsof ze in hun repetitiehok bezig zijn. Een soundcheck die naadloos overgaat in het eerste nummer: we wisten meteen dat het een leuke avond zou worden: powerpop met frisse gitaarlijnen, a capella zang van de drummer en gitarist en melodieën die soms aan de vroege REM of Posies doen denken en onvermijdelijk ook naar Weezer en Fountains of Wayne refereren. Waar Weezer al een tijdje het noorden kwijt is (fans proberen nu tien miljoen dollar te verzamelen om die band er mee te laten ophouden), klinkt dit fris. Ergens halfweg de set zette Boris Yeltsin een stoelendans in: de bassist werd drummer, de drummer nam de gitaar en zang over, en de gitarist omgordde dan maar de bas. Twee bands voor de prijs van één dus, wat zeker een pluspunt is: een nieuw geluid en een net nog iets meer energieke podium act. Topnummer van de avond was zeker “Modern Mystery”.

Mary & Me is een Gentse band rond zangeres Elke Andreas Boon en Pieter-Jan De Waele.
De songs blijven niet allemaal hangen, gemakkelijk radiovoer is het zeker niet, maar de groep heeft een heel eigen identiteit: de voordracht van de zangeres is bij momenten heel cabaresk (denk aan de Dresden Dolls), de teksten zijn donker en ongemakkelijk, maar het zijn uitstekende muzikanten, de nummers zitten ingenieus in mekaar en de tempoversnellingen geven extra kleur aan de nummers. Een band met potentie, als ze er in de toekomst in slagen om hun songs net dat tikkeltje extra herkenbaarheid te geven.

Democrazy  mag zeker meer van dit programmeren om kille herfstavonden op te fleuren.

Organisatie: Democrazy, Gent

Jeff Beck

Jeff Beck - wat een muzikale onderneming

Geschreven door

Hét quizweetje omtrent Jeff Beck (onlangs 66 geworden) is dat hij als gitarist Eric Clapton opvolgde bij de Britse bluesband The Yardbirds, na een introductie door een goede kennis, Jimmy Page (in 1965). Hij verliet de groep om in ’67 de Jeff Beck Group op te richten, met o.a. Rod Stewart en Ron Wood. Nadat deze groep splitte (Rod ging bij de Faces) vielen na een zwaar ongeval, zijn plannen in duigen om een trio op te richten met Appice en Bogert. In ’72 kwam dat er toch van, maar de samenwerking was van korte duur.
Van meer belang bleek een samenwerking met Jan Hammer (keyboard bij Mahavishnu Orchestra) dat resulteerde in Becks gewaardeerde album ‘Wired’ (’76). Beïnvloed door deze nieuwe contacten, profileerde Jeff Beck zich meer en meer op het terrein van jazz/fusion. Typisch is dat hij zich graag voor jaren terugtrok uit de belangstelling maar telkens hij met nieuwe projecten voor de dag kwam die erg goed ontvangen werden.
Als instrumentalist viel hem echter nooit het commerciële succes ten deel zoals dat voor de andere voorlopers van zijn generatie het geval was. Jeff is dus blijven doorgaan, ondanks zijn tijdverslindende passie voor het sleutelen aan oude Fords. Voor muzikale bijzonderheden uit de jaren '80, '90 en na de millenniumwisseling, moet ik u in dit bestek naar internet verwijzen.

Op het podium, op enige afstand, ziet Jeff Beck er vandaag in de uitverkochte Ancienne Belgique in Brussel uit als een ondeugende dertiger, wat misschien aantoont dat men zich niet te druk hoeft te maken om zijn carrière. Ik ben geen grote kenner van zijn werk en begin hier graag met wat mij het meest opgevallen is tijdens dit concert: ‘he had a stratocaster with a whammy bar’. Dit zong Zappa over de beginnende band in Joe’s Garage, maar misschien is deze regel wel het meest typerend voor Jeff Beck. Hij heeft namelijk een heel persoonlijke techniek om zijn gitaar te bespelen: sinds lang gebruikt hij geen plectrum meer en beroert dus met zijn blote vingers de snaren, terwijl zijn handpalm continu in de buurt blijft van het  vibratohendeltje dat uit zijn Fender steekt.
Het resultaat is een subtiele klank die als het ware aan een zijden draadje hangt: zonder complete concentratie gaat dergelijk gitaarspel de mist in. Dit blijkt echter het sterke punt van de vaak nagevolgde virtuoos te zijn; constant neemt hij het risico om van de helling te glijden, maar blijkt heel gevoelig elke misstap voor te zijn, wanneer hij behendig op een volgende schuivende rotslawine springt. Enkel af en toe in de trage nummers balanceert hij net iets te lang in de gevarenzone zodat een ietwat valselijke toon in een hymne of een ander gevoelig nummer binnensluipt (sommige decadente gitaarfreaks houden hier echter van). Dit moet hem alleszins vergeven worden want er zijn geen andere geslaagde gitaristen die zich hieraan zelfs durven te wagen.
Over de band van deze tournee: wat Jeff Beck hier op zo’n grandioze wijze neerpoot is nochtans enkel mogelijk door de ruggensteun en de feedback van een werkelijk uitmuntend stel begeleiders. Met de drummer, Narada Michael Walden heeft Jeff ooit een van zijn beste platen gemaakt (‘Wired’ ’76), maar Walden ontpopte zich nadien tot producer/songwriter. Als drummer pikt hij nu pas, na bijna 35 jaar, weer de draad op en zet hij stevig zijn schouders (of: zijn stevige schouders) onder het project van deze wereldtournee. Klassebeesten zijn ook bassiste Rhonda Smith en keyboardspeler Jason Rebello die in de loop der jaren elke wending in funk en jazz geabsorbeerd hebben.
Er wordt een gevarieerde set afgeleverd. Sommige nummers doen denken aan de betere Pink Floyd als de gitaar onze gevoelens meevoert tot ijle hoogten, waar de luisteraar zich ondersteund weet door een solide ondergrond, gelegd door Rhonda op haar bas en Narada Mike op zijn drumstel. De toetsen van Jason weven er de nevelslierten tussen. Er zijn ook heel wat funky songs: dan is het mooi om zien en horen hoe Jeff Beck telkens verbeten en nogal ‘vuil’ een aanval afslaat van de drums en tegelijk de abrupte stopzettingen en hernieuwde charges van de bas opvangt. Wat een genoegen om van een dergelijke creativiteit getuige te mogen zijn. De opeenvolgende korte solostukjes van elke muzikant hebben alle een functie en vormen een onderdeel van het verhaal achter de muziek.
We krijgen ook nog wat opgefunkte rock’n’rollcovers : Muddy Waters’ “Rollin’and Tumblin’” en “I wanna take you Higher” (Sly and the Family Stone): aan afleiding geen gebrek. Het zeldzame vocale gedeelte van het concert is voor rekening van de bassiste en van de toetsenman die hiervoor op een grappige manier van de elektronica gebruik durven te maken.

Jeff Beck houdt duidelijk van al deze songs en genres en haalt voor dit doel alles uit zijn fretten. Hij voelt zich zeker en sterk, het plezier druipt van hem af. Vele woorden gebruikt hij niet: een aimabel dankwoord aan zijn muzikanten en zijn publiek volstaan. We onthouden dat het deze combinatie van geweldige muzikanten is die het recept vormt voor een erg geslaagde muzikale onderneming. Oh, what a night!

Setlist (onvolledig en met enige reserve):
 …, Stratus, Led boots, Corpus Christi, Hammerhead (nieuwe CD), Bass solo, People get ready, Rollin' and tumblin', Big block, Over the rainbow, Blast from east, Angel, Dirty mind, Brush with the blues, I want to take you higher, A day in the life (Beatles)
Bisnummers: How high, Nessun dorma

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

A-Ha

A-Ha: de laatste hoge noten van Morton Harket & co

Geschreven door

Iets minder dan een jaar terug speelde de Noorse band A-Ha een uitverkocht clubconcert in de Brusselse AB. Toen kondigde de band meteen ook aan dat het na 25 jaar lief en leed welletjes was geweest. Eind dit jaar valt in hun thuisland definitief het doek en wordt deze Noorse synthpopband definitief naar de archieven verwezen. We blijven het jammer vinden want de band was de voorbije jaren terug erg goed op dreef. Getuige daarvan zijn de twee recente albums: ‘Analogue’ uit 2005 en ‘Foot Of The Mountain’ uit 2009, beiden erg sterke synthpop albums! De band gaat er prat op 25 jaar te bestaan (al vergeet ze er wel bij te vertellen dat de groep tussen 1994 en 1998 op non-actief stond) en bracht daarom (nog eens) een nieuw dubbel compilatiealbum uit. Hun 25ste verjaardag was reden genoeg om Vorst Nationaal te laten vollopen voor een feestje vol tijdloze pophits. Een feestje met een wrange bijsmaak. Want de ‘Ending On A High Note’ tour die hen tot in Brussel bracht werd meteen ook de allerlaatste kans om deze Noren in ons land live aan het werk te zien.

Supportact van de avond was de uit New Jersey afkomstige Amerikaan Jimmy Gnecco. Deze soloartiest had een stevige band meegebracht die ons experimentele, alternatieve gitaargeïnspireerde songs liet horen waarbij invloeden van bands zoals o.a. U2, Radiohead en Jeff Buckley duidelijk in de groepssound de bovenhand namen. De man deed z’n uiterste best maar helaas werden wij er koud noch warm van. Meer dan een beleefdheidsapplausje kreeg hij niet.

Na een zeer lange intro waarin o.a. de Eurosong-hymne verweven zat opende de band A-Ha net zoals het jaar ervoor met één van hun allergrootste hits: “The Sun Always Shines On TV”. De eerste hoge noten van zanger Morton Harket brachten Vorst meteen op kruissnelheid. De 51 jarige sexy zanger zag er bijzonder afgetraind uit en mede door zijn wat verlegen, ongrijpbare imago deed hij ook nu menig vrouwenhart sneller slaan. Woordvoerder van dienst was ook nu keyboardspeler Magne Furuholmen. Alvorens “Stay On These Roads” werd ingezet bedankte hij het publiek voor 25 jaar maar tevens deelde hij ook koel mee dat dit echt het allerlaatste optreden was in Brussel. Wie wat verder af zat kon alles mooi mee volgen op de diverse ledscreens. De productie in de Ancienne Belgique vorig jaar leek op maat gemaakt voor de grotere zalen. Hierdoor kwam zowel video- als lichtspel deze keer een stuk beter tot z’n recht. Het werd geen exacte kopie van wat we vorig jaar hadden gezien, maar helaas waren er toch te weinig verrassingen om dit afscheidsconcert als origineel te bestempelen.
De grote lijnen werden ook in de setlist behouden waarbij de klemtoon nog iets meer op ouder songmateriaal kwam te liggen. Morten Harket kon je hier en daar wel eens betrappen op een wat minder zuivere noot maar over het algemeen was de tienergod van weleer opnieuw vrij goed bij stem. Enkele memorabele momenten zullen ons voor altijd bijblijven. Zoals het waanzinnig mooie: “Hunting High And Low”, dat zachtjes werd meegezongen door de 8000 aanwezige fans én de finale met “Take On Me”, de onsterfelijke wereldhit die de groep op de kaart plaatste.
Tussendoor veel hits en vooral erg veel sterke melodieën. “The Bandstand”, de -The Everly Brothers cover- “Crying In The Rain”, tot de allerhoogste noot in “Summer Moved On”, allen brachten ze de fans een laatste maal in extase.
Vorst Nationaal kreeg wat het had verwacht. Een waardig afscheidsconcert dat ons net iets te weinig bij de keel greep. Na 21 songs probeerden we te aanvaarden dat dit het einde was. We pinkten een traan weg en wuifden Harket, Furuholmen, Waaktar-Savoy & co het allerbeste toe voor de toekomst. “A-Ha ended on a high note”, weinige bands doen het hun na.

Bekijk zeker ook de uitgebreide videoreportage met live sfeerbeelden van dit afscheidsconcert

Setlist:
*The Sun Always Shines on TV                                      (Video Part 1)
*Move To Memphis
*The Blood That Moves The Body                                   (Video Part 1)
*Scoundrel Days
*Stay On These Roads                                                  (Video Part 2)
*Manhattan Skyline                                                      (Video Part 2)
*Hunting High And Low                                                 (Video Part 3)
*The Bandstand                                                           (Video Part 3)
*We’re Looking For The Whales
*Butterfly, Butterfly (The Last Hurrah)                           (Video Part 4)
*(Seemingly) Nonstop July
*Crying In The Rain                                                      (Video Part 4)
*Minor Earth Major Sky
*Forever Not Yours
*Summer Moved On                                                      (Video Part 5)
*I’ve Been Losing You
*Foot Of The Mountain                                                   (Video Part 5)
---------
*Cry Wolf
*Analogue                                                                     (Video Part 6)
*The Living Daylights                                                     (Video Part 6)
----------

*Take On Me                                                                 (Video Part 7)

Video Live Reports: (Videoplaylist A-Ha 2010 @ Brussel: Part 1 - Part 7)

http://www.youtube.com/view_play_list?p=7106F02B4BD34280

Organisatie: Live Nation

Supertramp

Supertramp: een Classic Hit Tour 70 - 10

Voor de nostalg-pieten onder ons was het uitkijken naar het optreden van Supertramp. De band rond de muzikale genieëntandem Rick Davies en Roger Hodgson bracht in de (eind) jaren ‘70 en beginjaren ’80 een resem dromerige, romantische en melancholische (zoetgevooisde) classichits uit als “Give a little bit”, “The logical song”, “Breakfast in America”, “Dreamer” en “It’s raining again”. Maar in ’83 liep het artistieke huwelijk tussen beide sleutelfiguren spaak en ging Hodgson solo. In ’85 vocht Supertramp bikkelhard terug met de plaat ‘Brother where you bound’, met die schitterende bezwerende rocker “Canonball”.

Het gemis van Hodgson is groot, maar tijdens de worldtours wordt het ‘as good as possible’ opgevangen door een Londense zanger/instrumentalist, die de hogere vocale standjes van Hodgson benadert.
Een twee uur durende set speelden Davies en de oorspronkelijke bandleden John Helliwell, Doogie Thomson en Bob Siebenberg, aangevuld met heuse rits klassemuzikanten: een trompettist/backing vocal, 2 extra gitaristen, een keyboardspeler en een backingvocaliste, die de gekende sound meer diepgang en kleur gaven en zorgden voor een bredere invalshoek. Vanavond ging het ‘em muzikaal om een pure orkestrale beleving. Saxofonist Helliwell onderhield de communicatie en pas na een uur en drie kwartier gunden ze zichzelf een korte pauze.
De grootste hits zaten achteraan in de set, maar eerder konden we al genieten van het indrukwekkende oeuvre, waarbij een handvol meesterlijke songs letterlijk werden afgevuurd, die de stoeltjesmensen deden rechtveren; enthousiast werd meegezongen en met de handen geklapt. Kortom, ze konden rekenen op een sterke respons.
Een duidelijk gevarieerde keuze: een sfeervolle opener “You started laughing” , het gemoedelijke “Gone Hollywood” (prima nummer voor een autorit in de stad tijdens een druilerige nacht), het countrynummer “Put on your old Brown shoes”  en “Ain’t nobody but me” warmden het publiek op. Het onmiskenbare talent van Davies werd uitgespeeld op piano en toetsen.
Ook de hits van Hodgson werden en verve opgevolgd, waaronder “Breakfast in America” , die praktisch niet te onderscheiden was van de originele zang. De Londense zanger/multi-instrumentalist zou die vocale huzarenstukjes nog diverse keren met brio overdoen. Trouwens, hij kon schitterend overweg met toetsen, piano, akoestische en elektrische gitaar. Via “Cannonball”, de filmische gangstermovie “Poor Boy” en”From now on” ging het naar een eerste hoogtepunt met … opnieuw die Londense zanger, “Give a little bit” !
Na het solo gebrachte, maar minder bekende, “Downstream” was het 7 minuten intens genieten van “Rudy” (met de toffe treinvideoclip op de achtergrond), sober ingezet, die forser, krachtiger en sneller naar een climax ging. Het was de aanzet naar de hit finalereeks van “It’s raining again”, “Another man’s woman”, “Take the long way home”, “Bloody well right” en de fenomenale meesterwerken “Logical song” en “Goodbye stranger”.
Met nog drie supernummers “School”, “Dreamer”  en “Crime of the Century” besloten ze overtuigend hun optreden.

Zonder te vervallen in bombast, bewezen Davies en C° dat ze er nog steeds staan. Hun ‘Greatest Hits Tour - 70 –10’ bracht een fijn nostalgisch concert in Antwerpen door het brede instrumentarium, een goed op elkaar ingespeelde band en een tweede zanger die terecht in de spotlights mocht staan. Maw een uniek legendarisch concert van een even …legendarische Supertramp!

Organisatie: AJA concerts

Cheap Time

Cheap Time - Wat potiger dan de vorige keer

Geschreven door

Ik werd onverbiddelijk naar voren gezogen door een zinderende brok psych rock van het me tot dan totaal onbekende J.C. Satan. Het Europese antwoord op Thee Oh Sees is een feit! Datzelfde voortdenderende ritme, die vreemde stemmen, het gefriemel op antieke elektronica, maar wat geeft het... dit was minstens even opwindend. Wat een stomp in de maag, die opener. Wat volgde bleek onvermijdelijk iets minder maar toch wisten deze drie jongens uit Bordeaux en twee meisjes uit Turijn het vuur erin te houden tot het eind. J.C. Satan : een naam om te onthouden.

Jeffrey Novak blijft met Cheap Time (Nashville, Tennessee) koppig zijn eigen weg volgen. Of hij hiermee ooit verder raakt dan de Pit's blijft de vraag maar hoeft dat eigenlijk wel? Opnieuw werden we getrakteerd op een stevige pot powerpop met flarden garage en glamrock. Novak zong wat zeurderig met een stem die het midden houdt tussen Julian Casablancas en Syd Barrett en leek wat verbeten bezig met die gekrulde bovenlip. Naast hem, uitstekend op een hitsige bas, Stephen Braren, warempel gehuld in een t-shirt van het bejaarde Zwitserse metalcombo Krokus! Derde man Ryan Sweeney timmerde het geheel vakkundig aaneen op drums. Ze hielden het mooi strak maar net als bij hun vorige doortocht moest ik opnieuw vaststellen dat er toch enkele te licht bevonden nummers werden gespeeld. Die zouden er toch eens uit moeten temeer daar de nieuwe songs steeds kwamen bovendrijven. 
Hun nieuwste plaat ‘Fantastic Explanations (and similar situations)’ is trouwens ook een heel stuk beter dan hun vorige.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Steve Miller Band

Steve Miller Band eindelijk terug

Geschreven door

Het was een moeilijke keuze zondagavond: Supertramp in het Sportpaleis of de Steve Miller Band in de Lotto Arena. Het was meer dan twintig jaar geleden sinds Steve Miller de laatste keer in België optrad, en dat gaf voor mij de doorslag.
De Arena was door de concurrentie met Supertramp maar matig gevuld. We keken naar een doek met daarop de bekende Space Cowboy, en toen dat zo’n kwartiertje te laat (letterlijk) viel, konden we een smaakvolle set bewonderen met een massa afbeeldingen van kleurrijke gitaren. Gitaren zijn dan ook uiterst belangrijk voor Steve Miller. Als kind ontmoette hij thuis op een ongedwongen manier een aantal blueslegendes, dank zij zijn muzikale vader. Les Paul was een huisvriend, en het was hij die de vijfjarige Steve zijn eerste gitaarakkoorden bijbracht.
Miller begon in de sixties met de eerste uitgave van zijn band, die ook het woord ‘blues’ in zijn naam mee droeg. En dat Steve nog altijd een bluesman is hoor je heel duidelijk in ‘Bingo!’, zijn nieuwste studioplaat (na 17 jaar!).

In Antwerpen verscheen een vijfkoppige band op het podium, met drummer Gordy Knutsom, gitarist Kenny Lee Lewis, keyboardman Joseph Wooten en tweede zanger Sonny Charles.
Deze laatste ontpopte zich als een man met elastieken benen, maar bleek later toch over een prachtige, soulvolle stem te beschikken.
Het publiek werd een beetje opgewarmd met enkele hits: “Jet Airliner” en “Take the Money and Run” maakten het bezadigde publiek wakker, maar dan kwamen een aantal nummers van de nieuwe CD en ook een aantal oudere nummers: meestal simpele, twaalfmatige bluesnummers.
De solo’s waren best te genieten, vooral toen Miller samen speelde met Lewis, de ene op een Gibson, de andere op een Fender. Maar het was pas toen de nummers harder en “Swampier” werden dat het vuur in de pan sloeg. Miller groeide op in Texas, en dat is duidelijk te horen.
Dan was het tijd voor twee akoestische nummers, door Steve solo gebracht: eerst “Wild Mountain Honey”, en daarna “Nature Boy” als hommage aan zijn grote voorbeeld Les Paul.
Nog even opmerken dat dit één van die zeldzame concerten was waar het volume draaglijk was en waar we geen gehoorschade opliepen. Ik moest tijdens de akoestische nummers zelfs enkele omstaanders verzoeken even te stoppen met hun luidruchtige conversatie.
Dan werd het stilaan tijd voor de typische hitsound van de band uit de seventies. Een aantal nummers van ‘The Joker’ en ‘Book of Dreams’ kwamen aan bod, maar ‘Fly Like an Eagle’, hun bestverkopende plaat uit 1976 werd bijna volledig gespeeld. “Abracadabra” werd voorzien van een iets afwijkende zanglijn, waarbij het nummer veel van zijn oorspronkelijke charme inboette. Maar dat was voor mij de enige echte afknapper.

Het werd mij weer eens duidelijk hoeveel hitsingles de band op zijn naam staan heeft. “Fly Like an Eagle” werd lang uitgesponnen, met verschillende solo’s en de typische spacegitaar klank van Miller: een waardige climax. “The Joker” liet als toegift het publiek nog één maal uit de bol gaan, waarna we, zoals we dat schreven in onze opstelletjes toen wij en Steve Miller nog jong(er) waren, moe maar tevreden huiswaarts trokken.

Organisatie: Live Nation

Melt Banana

Melt Banana vs Dub Trio – een muzikale meltdown voor lichaan en geest

Het uit Brooklyn, New York afkomstige Dub Trio liet horen dat instrumentale muziek niet perse saai, voorspelbaar en 'moeilijk' hoeft te zijn. Hun pittige, unieke en compromisloze cocktail van rock, metal, punk, dub en reggae kon op een goede respons rekenen.
Belangrijkste referenties en invloeden in hun totaalgeluid waren uiteenlopende acts als The Bad Brains, Mogwai, Helmet, Mr Bungle, Lee 'Scratch' Perry en King Tubby. Toch was er sprake van een eigen gezicht. Het trio doorwinterde studiomuzikanten die hun strepen verdiend hebben met hiphopgrootheden als Mos Def, Common, 50 Cent, Macy Gray en The Fugees wisten ons een kleine drie kwartier te boeien met wat op papier een onmogelijke combinatie leek.
Met behulp van keyboards, samplers, loops en effectpedalen recreëerden ze King Tubby's originele dubstijl. De dubinvloed was een klein ingrediënt dat af en toe eens opdook gedurende hun set, dit was vooral een goed op elkaar ingespeelde rockgroep. De wisselwerking van het betere harde gitaarwerk van DP Holmes, de knetterende en diepe baslijnen van Stu Brooks en de inventieve drumpatronen van Joe Tomino waren een voltreffer.
Live werd er vooral geput uit hun doorbraakalbum ‘New heavy’ met puike en broeierige vertolkingen van “Cool out and co-exist” met halsbrekende en strakke riffs en het snoeiharde “Angle of acceptance”. Van hun inmiddels twee jaar oude ‘Another sound is dying’ passeerden het dynamische “Who wants to die?”, “Not for nothing” voorzien van stevige gitaarinjecties en het energieke “Jog on” de revue. De handvol nieuwe songs “Swarm”, “Blast”, “Ed” en “Noise” maakten ons nieuwsgierig naar hun volgende langspeler.
We waren onder de indruk van de verrichtingen van het drietal en kijken alvast reikhalzend uit naar hun volgende doortocht. Dit was stevige kost waar we meer van lusten...

… Van stevige kost gesproken: headliner Melt Banana, het in 1992 ontsproten noise-rockgezelschap uit Tokyo, lustte er wel pap van… het contrast met Dub Trio kon niet groter zijn! Hier geen sporen van dub of reggae te bekennen, wat volgde was een groot uur teringherrie van de bovenste plank, zoals alleen Japanners die kunnen brengen (cf. stadsgenoten Zeni Geva).
De set werd ingezet in een volledig verduisterde zaal, enige lichtpunten waren de mijnwerkerslampjes rond de hoofden van zangeres Yako (Yasuko Onuki) en gitarist Ichouro Agati, die voor de start van deze gig zijn gitaar ter zijde liet staan. De overige 2 bandleden mochten nog wat uitrusten in de kleedkamer. Een kwartier lang werden we geterroriseerd door chaotische Japanse noise. Yako schreeuwde zich de longen uit het lijf, terwijl Agati voortdurend een soort van elektronische theremin molesteerde. Dit resulteerde in hevige distortion die - doorspekt met fucked-up hardcore electronica - de zaal werd ingestuwd. Om in deze wall of sound songs of songtitels te herkennen, moet je een muzikaal genie zijn, maar dat er stevig werd geput uit hun laatst uitgebrachte CD ‘
Melt Banana Lite Live Ver. 0.0’, staat buiten kijf! Deze live-cd was de aanleiding om nog eens hun schiereiland te verlaten om sinds eind augustus Europa te doorkruisen tijdens hun ‘ERUOPE TOUR’ (dit is geen typefout, maar staat wel degelijk zo vermeld op hun officiële site) – MELT-BANANA Official Site – Japanners en Engels: het zal nooit goed komen J.
Flabbergasted na deze eerste terreuraanslag op onze oren, moesten ook onze ogen even wennen aan het tweede deel van hun set: na een kwartier totale duisternis eindelijk licht op het podium! Terwijl Agati nog hevig stond na te hijgen in zijn SARS-mondkapje (een item dat onlosmakelijk verbonden blijft bij Japan), kwamen de overige twee leden van de band (bassiste
Rika Hamamoto en drummer Toshia Sudoh) uit de coulissen tevoorschijn om het duo te vervoegen. Het was tijd voor the real deal!
Agati ruilde zijn theremin in voor de gitaar en een collectie aan effectpedalen om U tegen te zeggen. Geen tijd om uit te blazen want Melt Banana in full force deed er nog een schepje bovenop. Waren we al ‘godsmacked’ na het eerste kwartier, dan werden we nu getrakteerd op een ‘Chinese muur’ van noise en distortion waarbij Yako alle moeite had om haar hysterisch gekrijs nog te laten gelden. In deze omstandigheden was het onmogelijk om aparte songs te ontwaren, temeer deze gewoon in elkaar overliepen zonder het publiek een rustpauze te gunnen. Dat publiek bleef dan ook niet onbewogen bij deze teringherrie: er werd stevig geheadbanged en heen-en-weer getrek was schering en inslag in de voorste regionen van de Vk*-concertzaal.
Melt Banana had duidelijk de touwtjes in handen en toen er abrupt een einde kwam aan deze noise-overload en de bandleden stande pede het podium verlieten, volgde een minutenlang gejoel en geschreeuw om bisnummers van de naar Brussel afgezakte noiseliefhebbers.
De Japanners konden dit onmogelijk negeren en kwamen dan toch maar uit de kleedkamer om deze aanhoudende vraag naar meer van het publiek op een ludieke manier te beantwoorden.
Yako kondigde namelijk – in haar typisch verhakkeld Japans/Engels – aan dat er nog twee bisnummers zouden volgen, waarop Melt Banana in de volgende 15 minuten Ramones-gewijs zeker 10 aparte songs brachten, telkens onderbroken door Yako, die het nu wel de moeite vond om het publiek op haar unieke grappige wijze, in te lichten welke song er volgde. De songtitels waren echter langer dan de songs ‘an sich’. Japanse humor die we best konden smaken, zeker na wat we voorgeschoteld hadden gekregen van een band die middenin zijn Europese tour als een geoliede machine, tekeer ging als een kudde losgelaten stieren onder invloed van een overdosis testosteron! Geen wonder dat Steve Albini, KK Null, John Zorn en last but nog least Mike Patton grote fans zijn van deze brok Japans graniet.

Met “ringing ears” trokken we de Brusselse nacht in, nog nagenietend van een schitterende en gevarieerde muzikale Vk*-avond. We want more!

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Joe Jackson

Joe Jackson - Old shit, but still fresh

Geschreven door

Voor u begint te lezen: wij waren fan, wij zijn fan en we blijven fan. Van de JJ-band, van Joe zelve. Het zijn die vinyls die we af en toe nog steeds graag horen kraken. Op de laatste stoomstoot van de zomer stonden we met veel dertig- en veertigers met dezelfde ingetogen verwachtingen. Hij loste ze bijna allemaal in.

Twee jaar tevoren had hij de Ancienne Belgique al warm gemaakt voor ‘Rain’, zijn toenmalige nieuwsteling. Intussen heeft hij met zijn dubbele ‘At the BBc-cd’, een nieuwe jongste release. In tegenstelling met de voorstelling van ‘Rain’ spreidde Sir Joe Jackson zijn hele muzieklaken uit over het zachte publiek. Een laken van dertig jaar oud. Hij schoot het er zelf tussendoor even in: ,Where have all those times gone?’
Was hij een week eerder nog wat kort van stof (en setlist) in Nederland, dan had de Britse ‘revolutionair’ van de seventies en eighties er in Brussel heel veel zin in. Geflankeerd door bassist Graham Maby en drummer Dave Houghton – twee lakeien van het eerste uur – vormde hij zijn nieuwe mini-band.  Van de oude garde ontbreekt alleen  gitarist Gary Sanford. En de drums zijn nu elektronisch geworden. Op dat gebied misten we echter het ‘echte’ (slag)werk. Een Gary of een andere leadguitar er weer bij en nog een backing vocal en het zou nog echter/voller/authentieker geklonken hebben.
Hoe meer hij verwees naar de legendarische albums waaruit hij diepte (‘Look Sharp’, ‘I’m the man’, ‘Beat Crazy1’, ‘Night & Day’ en consoorten) hoe meer hij retrotrieste doch relativerende opmerkingen liet ontvallen. ,Some more old shit’, glimlachte hij. Maar old shit met een nieuwe smell, als je ’t ons vraagt. En het rook fris.
Hij opende op zijn eentje met “Different for girls” en bewoog heel energiek en vlot over naar “Tomorrow’s World” met de ‘full band’ erbij. “Maby” ging zelfs even mee de hoge tonen aandikken, want af en toe bleek het hoogste werk bij Jackson zelf wat haperingen te vertonen. Ergens had dat zelfs een charmant kantje (we waarschuwden u al dat we fan waren, zijn en blijven).
Met een melodica zette hij “Fools in Love” in en het kreeg meteen een zware beat in een downtempo versie. Het nieuwe kleedje zat niet eens ongemakkelijk. Zalige versie.
”Uptown train” kondigde hij aan als een happy optimistic song, maar relativeerde dat meteen door aan te geven dat hij wel doorhad dat niemand hem geloofde. Het klonk jazzy en het beleefde ritmisch geklap steeg zowaar even uit de zaal. Jackson heeft altijd geflirt met latino & jazzy ritmes. Het bekomt hem nog steeds. Ook “Sunday Papers” kreeg zo’n nieuw arrangement.
,Tijd om de jongens wat rust te gunnen’, teasede hij zijn kompanen en hij zat weer alleen op het podium, weer alleen achter zijn piano. Voor ons nog de sterkere momenten van het concert. “You can’t be too strong” leende hij even van Graham Parker voor een innig moment en het tweede solonummer was een adembenemende versie van “Real Man” waar het volgzame publiek zachtjes overnam. Bang als ze zijn ook maar één tel van zijn muziek of één schel van zijn stem te missen. Respect voor muziek – tot de laatste noot – het is een in- of aangeboren levenskenmerk van elke JJ-fan.
Het ‘tweede deel’ startte hij op met alweer een leentjebuur. “Can we still be friends” van Todd Rundgren, met wie we hem samen enkele jaren geleden een super dubbele gig zagen doen in de Bozar.
Na het jazzy “Going Downtown” en behoorlijk groovy-funky “Another World” vloeide het lekker stevig over in “Good bad boy” en dan het onvermijdelijke “Is she really going out with him”. Pas daarna kwam hij recht en op het upspeedy “Got the time” stelde hij zijn podiummakkers voor die elk even hun ding mochten doen.
Tachtig minuten JJ, het was mooi. Maar hij had nog zin. Hij pikte een hit uit de sixties (“Music to watch girls go by” van Andy Williams) en liet zijn band eindigen met “Stepping out” om zelf opnieuw solo af te sluiten met “Home Town”.

Al bij al drie covers voor een man met zo’n uitgebreide kist vol intelligente hits en swingende nummers. Het mag, want zo krijgen we elke keer opnieuw een ander beeld van wat er in het hoofd van de veelzijdige artiest JJ spookt. En zoals gezegd: we waren, zijn en blijven fan van de man.

Setlist 1. Different for girls 2. Tomorrow’s World 3. Citizen Sane 4. Fools in Love 5. Uptown Train 6. Obvious song 7. China Town 8. Sunday Papers 9. You can’t be too strong 10. Real men 11. Can we still be friends 12. Going Downtown 13. Another World 14. Good Bad Boy 15. Is she really going out 16. Got the time
Bis 17. Music to watch girls go by 18. Stepping out 19. Home town

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 425 van 498