Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15390 Items)

PQ

You’ll Never Find us Here

Geschreven door

Hoewel onze muzikale voorkeur uitgaat naar bands die stevig uit de hoek komen, zijn we toch als een blok gevallen voor het debuutalbum van het Belgische PQ. Het betreft hier een duo (Samir Bekaert en Maarten Vandewalle) dat na een eerste single “Louise on Earth” hun eerste volwaardige cd op de wereld loslaten.
Op ‘You’ll Never Find Us Here’ horen we dertien ingetogen ambientnummers die afwisselend bestaan uit akoestische gitaar, piano, cello, synths en filmische scoundscapes.
Het eerste gedeelte van de plaat start zeer sober met de nadruk op gitaar en piano. Een opvallend nummer is “Louise on Earth” waar we de ijzige stem horen van de amper veertienjarige Louise Raes, dit is trouwens de enige track waar er gezongen wordt.
Geleidelijk aan wordt het tempo van de plaat opgedreven en horen we meer synths en zachte beats. Hoogtepunten voor ons zijn de laatste drie nummers “In Praise” (waar een elektrische gitaar op het toneel verschijnt), “Hidden Track” en “Hold me”.
Hoewel de groep het beste voor het laatste spaart, is ‘You’ll Never Find Us Here’ over de hele lijn een prachtplaat die zich ongetwijfeld ideaal laat beluisteren tijdens donkere dagen.

RotoR

4

Geschreven door

Het zijn mooie tijden voor de fans van stevige, psychedelische rock. Het fijne Elektrohasch-label weet hen immers de laatste maanden flink te verwennen met nieuwe releases van ondermeer Josiah, My Sleeping Karma en Hypnos 69. Eén van de paradepaardjes van Elektohasch is zonder twijfel Rotor. Dit drietal uit Berlijn pakt grandioos uit met het nieuwe album ‘4’. Met “Praludium C.V.” start de band opvallend rustig met een pianostukje maar daarna is met “Gnade Dir Gott” de toon gezet voor de hele plaat: furieuze stonerrock waar de adrenaline met beken vanaf druipt met daarbij ruimte voor jazzy en psychedelische tussenstukken.
Zoals op voorgaand werk zijn bijna alle songs instrumentaal. Uitzondering vormen twee nummers. Op “An3R4”, ons favoriete nummer dat swingt van begin tot einde en waarbij Rotor klinkt als een kruising tussen Helmet, de Melvins en Karma To Burn, is het Andre Dietrich van de band Dyse die de vocalen voor zijn rekening neemt. Daarnaast is er “Neatz Brigade”, een cover van The Obsessed die wordt ingezongen door Nico Kozik van Gods of Blitz.
Met of zonder zanger, het maakt ons eerlijk gezegd niet zoveel uit want ‘4’ blijft even leuk om naar te luisteren en het toont alleen maar aan hoe goed de muzikanten van Rotor wel zijn.
 Dit plaatje blijft alleszins nog een heel eind in onze cd-lader steken.

Pussy Sisster

Pussy Sister

Geschreven door

We waren eerlijk gezegd wat verbaasd toen dit plaatje op onze redactie binnenviel… Blijkbaar bestaan er anno 2010 nog glam metalbands en leveren die af en toe een nieuwe album af.  Zo zijn er de Duitsers van Pussy Sisters die sinds 2002 actief zijn en ongetwijfeld tot de absolute top willen doorstoten.
’Pussy Sister’ is hun derde langspeler en na slechts een handvol luisterbeurten begint dit plaatje ons mateloos te vervelen. De mannen spelen een soort van glammetal in het verlengde van bands als Mötley Crüe, Tisted Sister en Aerosmith. Op geen enkel nummer weten ze ons ook maar even te overtuigen want hoewel ze misschien proberen om een flink potje rock’n’ roll te spelen klinkt alles veel te tam en te voorspelbaar. Over de clichématige ballads waarbij ze ongetwijfeld hun grote helden willen evenaren, willen we het niet eens hebben ... Afvoeren en weg met die handel...

The 4 Skins

The Return

Geschreven door

Niets zo leuk om op je oude dag je punkband van dertig jaar geleden te reïncarneren, moeten de heren van The 4 skins gedacht hebben. De formatie werd oorspronkelijk opgericht door vier skinheads uit East End, Londen die mekaar leerden kennen tijdens de voetbalwedstrijden van West Ham United of tijdens het volgen van bands als Sham 69 en Menace.
The 4 Skins hielden het aanvankelijk vijf jaar vol en maakten drie albums vol degelijke Oi!Punk. In 2007 pikten zanger Gary Hodges en bassist Steve Hammer de draad terug op en samen met twee nieuwe bandleden namen ze een paar songs voor een compilatie-cd op.
In 2008 ging de band verder als Gary Hodges’ 4 Skins waarna ze twee nieuwe nummers opnamen (twee covers van Slade) en een aantal optredens deden.
Nu is er eindelijk een nieuw studio-album onder de originele groepsnaam en het lijkt alsof de klok dertig jaar bleef stilstaan. Op ‘The Return’ vinden we een aantal nieuwe nummers (“The return”, “Take no More” ) maar tevens verschillende oude nummers in een nieuw jasje(“Jealousy, “Evil”, “Sorry”, “One Law for them”). Ook de twee covers van Slade (“Come on feel the Noize” en “Thanks for the memories”) horen we terug op de plaat.
De band klinkt nog steeds zoals in de jaren tachtig en speelt ouderwetse streetpunk vol eenvoudige maar catchy gitaarrifs, rauwe vocalen en trage drums. De echte skinheads die van dit genre houden, moeten niet twijfelen over de aankoop van dit plaatje maar of The 4 skins echt veel nieuwe zieltjes zullen winnen, betwijfelen we ten zeerste..

of Montreal

False Priest

Geschreven door

Ze noemen zichzelf wel Of Montreal maar in werkelijkheid komt deze bende uit Anthens, Georgia. Wie tot op heden nog niks van ze gehoord heeft zal dat wellicht nooit doen want deze ‘False Priest’ is ondertussen hun 10e cd geworden. Naast muzikant is frontman Kevin Barnes ook schilder en dat hoor je overduidelijk want hier is werkelijk alles toegelaten. Muziek die geen grenzen kent, kan bij momenten uiterst gevaarlijk zijn want het zou niet de eerste groep zijn die zich vergalopeert in een muzikale brij die alleen de artiest nog weet te appreciëren.
Gelukkig ligt dat bij Of Montreal anders, je hoort wel dat ze zich te pletter amuseren waarbij hun psychedelische rock meerdere malen een funky aanpak krijgt die je soms het gevoel geeft dat dit de ‘Sgt Pepper’s Lonely’s Heartclub Band’ van een Prince zou kunnen zijn.
’False priest’ is ongewone meezingpop dat evenveel elementen van Supergrass als van Funkadelic bevat waardoor deze cd het soort ervaring geworden is die ooit Alice in haar Wonderland meemaakte.
Iets geheel anders, en toch geheel toegankelijk. Waar zijn die paddestoelen nu gebleven?

Kid Creole & The Coconuts

Kid Creole & The Coconuts - feestelijk erotiserende cocktailparty

Geschreven door

We beleefden ‘a fine time’ met het immer sympathieke gezelschap Kid Creole rond de oorspronkelijke leden August Darnell (zang/performer)en Bongo Eddi (percussie), die geflankeerd werden door drie tot de verbeelding sprekende dames, The Coconuts, in (Tarzan &) Jane plunje. Darnell is een entertainer eerste klas die als geen ander het publiek naar z’n hand krijgt, weet warm te maken en de menigte aan het dansen brengt.

Op het podium zagen we wel dertien leden, want naast Kid Creole en z’n drie Coconuts, hadden we een toetsenist, gitarist, bassist, een Vlaamse drummer, aangevuld met een blazersectie (sax/trompet/trombone) en Christina Channee, de bevallige backing vocaliste met Indianenbloed.
Beïnvloed door members als Earth, Wind & Fire, James Brown en Chic, droop de funk, disco en clubdance er van af. In ’82 bereikte de band z’n hoogtepunt met de plaat ‘Tropical gangsters’; de latin van salsa, samba, limbo, rumba, merengue, conga, chacha en afro drongen door.
Op die manier genoten we van de feestelijke, erotiserende cocktailparty. De sensuele, exotische synchrone danspassen van de dames riepen een ‘Lekker Live’ gevoel op. Een uiterst leuke, genietbare, zorgeloze en ontspannende avond dus, die wel onreine en onkuise gedachten deed opborrelen …
Op de ophitsende en aanstekelijke tunes van “Caroline was a drop out” kwamen de bandleden één voor één op, Bongo Eddie voorop, zagen we de opmerkelijke aan Prince refererende outfit van Darnell, en klap op de vuurpijl - niet te ontbreken - de drie deernes in schaars geklede tijgerplunje. Wat een onthaal. Wat volgde was een wervelende show van sprankelende, zwoele uitgesponnen versies van “I’m a wonderful thing”, “No fish today” en “Stool pigeon”. Een perfect op elkaar ingespeelde band en een samenhorigheidsgevoel noteerden we. Soms leek het erop dat het OLT Rivierenhof was omgetoverd tot een gospel kerkje, die de zondagmis inleidde …
Het dipje zat middenin de set toen de knappe Indiase – voor de gelegenheid gekleed als een ‘Heidi-aus-Tirol’ schoolkind -, zelf een nummer mocht zingen, “My Boy Lollipop”, die muzikaal nergens naartoe ging. Maar zoals het bij een mis kan horen, waren we vergevingsgezind en kon ze in vrede gaan. Darnell gaf de zegen van “If you don’t love yourself, love someone else”. Wat op z’n beurt “Annie, I’m not your daddy” inleidde, voor alle ‘Annies’ die vanavond nog wilden doorfuiven. Alle mogelijke Zonnige en Zuiderse stijlen werden op een hoopje gegooid, en door de opbouwende, vollere instrumentatie ging het naar een climax; “Welcome to the lifeboat party” was de gelijke die de party nog meer aanwakkerde.
The Coconuts, in vele gedaantes te zien, kwamen tot slot in de spotlights op “Don’t take my Coconut”. De bijhorende, ingestudeerde act van aantrekken en afstoten en de ‘Egyptian walks’ vormden een speelse afsluiter.
We misten kleppers als “Endicott” en “The sex of it” niet echt, want in de anderhalf uur durende set bleef de glimlach behouden, zorgde voor ‘body heats’ en zette aan tot vingertics, handclaps, heupwiegen en dansen.

Leki And The Sweet Minds warmden de party op en dat deden ze meer dan verdienstelijk. De dame knipoogt naar de Motown stal en geeft een groovy tik aan haar soulfunkypop. We hoorden een onweerstaanbare streling voor oog en oor en ze straalde een ‘positive vibe’ uit. Vooraan het podium was er sprake van een familiehappening met huppelende kids, die zich rot amuseerden. De multi-getalenteerde singer/songschrijfster met Kongolese roots heeft ook een boodschap te vertellen en komt op voor de zwaksten door ‘Goede Doel’ projecten. Niet alle nummers waren sterk, maar wat ze met haar band speelde, was meer dan de moeite waard!

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg) 

Here We Go Magic

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick

Geschreven door

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Caribou

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick

Geschreven door

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Black Mountain

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick

Geschreven door

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

LCD Soundsystem

LCD Soundsystem houdt de punkfun ‘flame alive’ …

Geschreven door

Het NY-se LCD Soundsystem liet in het voorjaar weten dat ze er na de worldtour van de nieuwe cd ‘This is happening’ zullen mee stoppen. Bijgevolg hielden we de clubtour goed in het oog. Na een fijn ‘hot hotter’ concert in de AB, overtuigde de band van James Murphy en ‘lovely lady’ Whang op Rock Werchter en werden we nu met een tweede concert nog eens op de wenken bediend; na een intense festivalzomer is de band blij te besluiten in het clubcircuit. Ze waren alvast onder de indruk van de authenticiteit van de Vooruit.
De recente worp klinkt minder overweldigend en bevat afgelijnd, zalvend materiaal binnen een pop/punkfunkstijl.

Betreffende die punkfunk, een goede vijf jaar recycleerde LCD een geheel van elektro, wave, rock, punk, funk en disco uit de stal van Suicide, Cabaret Voltaire, Gang Of Four en New Order, manifesteerde met bands als !!!, The Rapture, The Klaxons, Radio 4 en bracht de hippe dance van Underworld en Daft Punk in een muzikaal jasje van trancy bezwerende, repetitieve, dansbare ritmes en een rockende stijl, wat gegarandeerd feestjes opleverde. Songs met een intrigerende opbouw, een fris tintelend, aanstekelijk, groovy geluid, verwoestende beats en Murphy’s trefwoorden; iets unieks toch door de hitsende, dreigende (eighties) elektronica, vervormde sounds, opzwepende percussie en de bleeps & belletjes. Hun debuut dito optreden was toen in ons geheugen gegrift. De band houdt nu wel ‘the flame alive’, maar onweerstaanbaar is het toch niet meer.
Versta ons niet verkeerd, we hebben uitermate genoten van de bijna twee uur durende set van het sextet, die afwisselend putte uit de drie cd’s, maar probleemloos kon je het nieuwe materiaal van het oude onderscheiden. “Us vs them” werkte onmiddellijk in op de dansspieren, “Drunk Girls” refereerde aan de kitsch en glamour van David Bowie en “Get innocuous” benadrukte de geliefde‘80s electro. Het oude “Your city’s is a sucker” is nog altijd een instant klassieker binnen de punkfunk door de gitaarriedels, de diep dreunde basses, de doortastende bleeps en de opbouwende groove. Murphy spuwde z’n praatzang de overgemoduleerde microfoon in. Losgeslagen gekte die door de ontspoorde en repeterende ritmes van de andere songs van het debuut, “Trials & Tribulations”, “Movement” en de afsluitende klassesong “Yeah, yeah” een hoogtepunt bereikte. Tussenin rockte LCD met rauwe en retestrakke versies van “Pow pow” en “Daft punk is playing at my house”. Ook de uitgesponnen single “All my friends” paste mooi in dit rijtje. Hier lieten de eerste rijen zich makkelijk gaan. De security moest de handen uit de mouwen steken om de talrijke dansende jongeren van het podium te houden. Even kwamen we op adem bij de doorsnee leuke popelektronica van “All I want” en “I can change”, die aardige, spannende en stekelige wendingen hadden.
Af en toe doken wat technische problemen op, die speels en trefzeker met de glimlach en de mantel der liefde aangepakt werden door frontman Murphy, even roadie van de band. De gemoedelijkheid straalde van de band en plezier beleefden ze alvast aan de gig.
LCD liet z’n fans zeker niet bleekjes achter; we hoorden een ruim half uur durende bis door het rustige, sfeervolle “Someone great” en een geniale “Losing my edge”, hallucinant door de opbouwende lagen elektronica, drums en Murphy’s klaaglijke praatzang. In de ingetogen pianoballade “NY I love you …” schemerde Frank Sinatra’s voorliefde voor de Ground Zero stad door en hoorde je samples van Jay Z feat. Alicia Keys’ “Empire state of mind”. De song werd krachtiger om dan net op tijd te draaien, innemend te zijn en te eindigen in een acapella versie … Mooi op een boogscheut van Nine Eleven …

We genieten nog steeds van een avondje punkfunk van de warrige, verwaaide Murphy. Samen met z’n band slaagt hij er op venijnige wijze in met scherp te schieten. Of het liedje van LCD nu uitgezongen zal zijn, laten we voorlopig in het midden, maar indien toch, stoppen ze op hun hoogtepunt …

Organisatie Vooruit ism Democrazy, Gent

Ostend Powers

Ostend Powers

Geschreven door

We fronsten toch eventjes de wenkbrauwen toen we dit plaatje binnenkregen en de nogal flauwe naam van de band lazen. Amper één luisterbeurt ver gooiden we alle scepsis overboord en moeten we concluderen dat deze vijf metalheads een ongelooflijk lekker debuutalbum hebben gemaakt.
Zeer straffe gitaarrifs, funky basgeluiden, groovende drums, synths en bovenal machtige vocalen zijn de ingrediënten van deze titelloze plaat. De band haalde duidelijke inspiratie bij verschillende grootheden uit de (nu-) metalwereld zoals Tool, System Of A Down, Limp Bizkit, Korn en Faith No More. Dat je bij momenten denkt naar een FNM-album te luisteren heeft alles te maken met de stem van zanger Guy die soms identiek lijkt op die van Mike Patton maar globaal gezien klinkt Ostend Powers toch een stuk harder dan Patton en de zijnen.
Onze favoriete nummes zijn de felle opener “Booya”,  “All Rise” dat nogal Oosters start waarna enkele zeer stevige riffs volgen, het donkere “The Prophecy” dat een fijn rustpunt vormt en het catchy “Deadstop” waar Mike Patton wel heel erg dicht  in de buurt lijkt.
Kortom, een straf plaatje dat fans van bovengenoemde bands blind kunnen aanschaffen!

Dial P For Panic

Dial P For Panic

Geschreven door

Dat de mannen van Dial P For Panic  stevig kunnen rocken is het minste wat je kunt zeggen na het beluisteren van deze debuut EP. De vijf heren uit Genk houden allen van stevige rock'n'roll en na enkele jaartjes repeteren en optreden vonden ze het tijd voor wat  studiomateriaal. Dial P For Panic ontstond uit de hardcore band One Man March maar veel hardcore-invloeden vinden we niet terug op dit debuutplaatje; heerlijke stonerrockriffs des te meer en bovendien lijkt het ons dat Dial P For Panic ook een voorliefde heeft voor hardrockmuziek uit de jaren zeventig.
 Op de zeven nummers kunnen de heren probleemloos wedijveren met bands als Black Sabbath en de Queens of the Stone Age (luister maar eens naar opener “Better Luck in Vegas”) en ook een garagerockband als The Hives zou jaloers zijn op songs als “Stay Home” en “City of Industry”. Het mag duidelijk zijn dat Dial P For Panic op de goeie weg is.
Wil je dit plaatje aanschaffen, dan kan dit voor slechts zeven euro.  Stuur daarvoor  als de bliksem een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. !

Here We Go Magic

Pigeons

Geschreven door

Terechte belangstelling is er voor het uit NY, Brooklyn opererende Here we go magic van Luke Temple, die verdraaid iets mee heeft van Finn Andrews van The Veils. De band brengt spannend meeslepende zweverige poppsychedelica en indiefolk door de veelheid aan zalvende melodieën en een gelaagd kleurenpalet van synths, gitaarriedels, drums, bleeps en belletjes, gedragen door warme onvaste vocals. Het siert de repetitief opbouwende tracks, die dromerig als springerig , opzwepend kunnen zijn. “Hibernation”, “Collector”, “Bottom feeder” en “F.f.a.p.” intrigeren, maar niet alle songs zijn sterk. Nee, Zo gaan “Moon” en de afsluitende “Vegetable or native” en “Herbie I love you, now I know” de mist in en verzuipen ze in een psychedelische brij …
Live staat het ensemble er overduidelijk en geven ze hun songs een broeierige opbouw en een krachtige (noise) injectie, wat hun naam alle eer aandoet …

Yoav

A foolproof escape plan

Geschreven door

Een mens is nooit te oud om te leren en eerlijkheidshalve hoorde ik het letterlijk in Keulen donderen toen ik deze cd van Yoav onder mijn neus geschoven kreeg want ik had nog nooit eerder van deze singersongwriter uit Israël gehoord, ook al kun je hem binnenkort (op 6 oktober om precies te zijn) gaan bewonderen op de planken van de Brusselse Botanique.
Singer songwriter’s kunnen wel eens gevaarlijk ééndimensioneel uit de hoek komen maar deze Yoav heeft wel degelijk goed opgelet tijdens de les muziekgeschiedenis want eigenlijk bewandelt hij op iedere nummer een nieuwe weg.
Het zwakste nummer is jammer genoeg ook het openingsnummer geworden maar single “Yellowbrite smile” is ontegensprekelijk even aanstekelijk als het leukste van The Drums.
“Spidersong” getuigt van donkere zielroerselen die dicht bij Velvet Underground liggen, “Moonbike” heeft een funky touch en “Anonymous” is dat nummer die Lennon en McCartney nooit hebben samen geschreven.
Een klasseplaat? Niet echt meteen maar zeker eentje die je aandacht verdient.


www.yoavmusic.com

 

Good Riddance

Capricorn One

Geschreven door

Een van de fijnste melodieuze punkrockbands die de VS voortbracht, is ongetwijfeld Good Riddance. In 2007 speelden de heren hun laatste show, legden alles op tape vast en brachten  vervolgens het laatste album ‘Remain in Memory – The Final Show’ uit. Nu is er: ‘Capricorn One’, jammer genoeg geen nieuw maar wel een zogeheten ‘singles and rarities’ album.
Dat betekent 21 songs die eerder al uitgebracht werden op diverse EP’s (waaronder gezamenlijke releases met Ignite, Ensign, Reliance en Ill Repute) en op een aantal Fat Wreck Chords-compilaties. Daarnaast vinden we zes nooit eerder uitgebrachte nummers: vier dateren uit de beginperiode in de jaren negentig, twee songs (“My Republic” en “Great Experiment”) dateren uit 2006.
De 21 nummers zijn niet chronologisch opgebouwd en dat is best jammer. Het zou nl mooi illustreren hoe de band doorheen de jaren evolueerde. In de vorige eeuw kwam Good Riddance hard uit de hoek en klonken de vocalen van zanger Russ heel agressief en rauw; vanaf het album ‘The Phenomenon of Cravin’ (2000) klonk alles een stuk melodieuzer en evolueerde het geluid van GR in de richting van bands als Pennywise en Bad Religion.
Voor wie alle werk van Good Riddance al in z’n kast liggen heeft, is dit een overbodige release. Punkrockliefhebbers die niet in dat geval zijn, kunnen de aanschaf van dit plaatje zeker overwegen.

The Real McKenzies

Shine Not Burn

Geschreven door

Het moet ongetwijfeld frustrerend zijn om steeds vergeleken te worden met Flogging Molly en The Dropkick Murphys... Nochtans zijn The Real Mc Kenzies al enkele jaren vroeger opgericht dan beide bands en telt de formatie naast oprichter en zanger Paul Mc Kenzie enkele gerenomeerde muzikanten  in de gelederen zoals Dave Gregg ( van de legendarische Canadese hardcore-band D.O.A), Karl Alvarez ( van The Descendents) en Sean Sellers (van Good Riddance).
‘Shine Not Burn’ is de tweede live-cd van deze Canadezenen en die werd opgenomen ‘Wild at Heart’, een of andere kroeg  in Kreuzberg, Berlijn. In tegenstelling tot de vorige albums komen er geen versterkers aan te pas want alle 21 songs zijn volledig akoestisch. Daar door hoor je hoe folk The Real McKenzies wel zijn en uit welk divers instrumentarium hun geluid bestaat.
Folkmuziek staat voor velen gelijk aan ongeremd zuipen en dat komt tot uiting in de setlist (“Drink The Way I Do”, “10 000 shots”, “Whiskey Scotch Whiskey”). Daarnaast vinden we een aantal traditionele Schotse covers terug zoals “My Bonnie” en “Scots Wha’ Ha’e”. In ieder geval zijn alle nummers best leuk en met een biertje of een whiskey in de hand lijkt het alsof je zelf live in de pub zit mee te luisteren naar deze Canadezen.
The Real Mc Kenzies bewijzen met dit album dat hun ijzersterke live-reputatie meer dan terecht is.

Black Mountain

Wilderness Heart

Geschreven door

Een kanjer van een plaat als ‘In the future’ evenaren, laat staan overtreffen, is quasi een onmogelijke opdracht geworden voor Black Mountain. En, u raadt het al, met ‘Wilderness heart’ heeft de groep een meer dan behoorlijke opvolger afgeleverd die -hoe kan het ook anders- toch een tikkeltje ondermaats is aan zijn superieure voorganger. Feit is dat de heren (en dame) zichzelf wat hebben ingetoomd. De songs klokken allemaal netjes af binnen de vijf minuten. Dit zorgt ervoor dat we aan de ene kant nogal een hecht en compact album krijgen maar anderzijds missen we toch wel een beetje de lange psychedelische uitspinsels. Het is op deze ‘Wilderness heart’ bijvoorbeeld vergeefs zoeken naar een wervelwind van een song als “Bright lights”.
Maar goed, er is nog genoeg om van te smullen. “Old Fangs”, de song die het album voorafging en die ons naarstig deed watertanden naar meer is een heerlijke rocker met al het goede van de seventies in vier minuten gebald. Als de groep echt heavy wil klinken dan doen ze dat ook met overtuiging in “Wilderness heart” en “Rollercoaster” met de zware gitaren naar goede stoner-gewoonte nogal laaggestemd. In het bijtende, snelle en onstuimige “Let spirits ride” barst het boeltje zelfs volledig uit zijn voegen, een buffelstoot van een song die even gevaarlijk is als de witte haai die op de cover pronkt.
Elders worden er andere en soms meer folky horizonten verkend, “The hair song” en “Radiant hearts” zijn knipoogjes naar Led Zeppelin III (het fenomenale album waarop Page nogal wat akoestische dingetjes deed). Een mooi en overwegend akoestisch rustpunt is “Buried by the blues” met zwevende keyboards en fijne overgang van de stemmen van Amber Webber en Stephen Mc Bean. Webber’s stem broeit overigens het ganse album ergens tussen PJ Harvey, Patti Smith en Grace Slick en in combinatie met de vaak gruizige vocals van Mc Bean geeft dit vaak vonken.
Maar het is niet allemaal even fantastisch, want de plaat eindigt een beetje in mineur. De ballad “The space of your mind”, die maar op een half idee is gebouwd, valt een beetje licht uit en ook afsluiter “Sadie” komt, ondanks de dreiging die in de song schuilt, nooit echt uit zijn schulp.
Eindbalans : sterke plaat, maar geen ‘In the future’.

Crammerock 2010: vrijdag 3 september 2010

Geschreven door

Crammerock blaast dit jaar 20 kaarsjes uit, en dat werd meteen beloond met een uitverkocht festival. Het was er drukker dan de vorige editie en dat merkte je als je op het terrein liep tussen de 20.000 mensen. Het tweedaagse feestje dat in het hart van Stekene doorgaat verwelkomde 37 artiesten, doorgaans van eigen bodem. Grootste troef van dit festival is de unieke opstelling van de twee podia. Ze staan lijnrecht tegenover elkaar in één grote tent. Als de ene groep stopt, begint de andere vijf minuten later aan de andere kant. Er is nog een derde podium waar er non-stop dj’s hun platen aan elkaar mixen.

De eerste groep die we aan het werk zagen waren The Opposites. De Nederlandse hiphoppers hebben tegenwoordig hun tweede verblijfplaats op de Belgische festivals, want ze waren deze zomer zowat overal te zien. Het was onmiddellijk een eerste poging om de grote tent af te breken met dreunende bassen die tegen een onverantwoordelijk niveau opliepen. Wie de Jeugd Van Tegenwoordig ooit aan het werk zag, weet ongeveer hoe het eraan toe ging in Stekene. We kregen zowaar zin in een Broodje Bakpao na het optreden.

Wie The Opposites boekt, blijkt daarbij ook School is Cool en Customs in één beweging mee te boeken, want dit trio prijkte het vaakst op de affiches deze zomer. Rock Rally-winnaar School is Cool hebben we jammer genoeg moeten missen, maar een strak spelende Customs verzachtte het leed. Of toch gedeeltelijk, want ze overtuigden ons niet helemaal. De set kwam traag op gang, ondanks een puike versie van “Shut Up, Narcissus”, maar het duurde tegen “Justine” voordat ze ons meekregen. Daarna ging het een pak vlotter met songs als “Where The Moons Spends Its Days”, “We Are Ghosts” en natuurlijke “The Matador” en “Rex”.

Stijn Meuris doet het dezer dagen solo met zijn band… Meuris. We waren nog niet vertrouwd met het solowerk, maar blies ons omver met een fantastische set. De muziek was heel goed, de charismatische frontman was overtuigend, maar het publiek bleek minder overtuigd te zijn. Stijn Meuris schuwde geen nummers van Monza of Noordkaap, maar hij stak ze in een aangepast jasje. Zo hoorden we een subliem “Van God Los”. Afsluiten deden ze verrassend met een cover van “Arme Joe” van Will Tura. Het eerste hoogtepunt was al een feit.

Het Britse The Levellers deed bij de doorsnee bezoeker niet meteen een belletje rinkelen. Totdat ze “What A Beautiful Day” en “One Way” speelden natuurlijk. Ze brachten folkrock en wat je zou verwachten van een concert in dit genre gebeurde ook. Spontaan brak er veel gedans uit. Waar een viool allemaal niet goed voor is. The Levellers stonden enthousiast te spelen en de sfeer zat heel goed. Absoluut hoogtepunt was het nummer “The Devil Went To Georgia”.

Voor het volgende optreden was de opkomst massaal. We stonden tijdens The Levellers redelijk vooraan, maar toen we ons omdraaiden om Sum 41 te zien was het moeilijk om een kijkje dichterbij te gaan nemen. Het Canadese Sum 41 is een groep die een deel van onze jeugd uitmaakt (wij waren 12 toen “Fat Lip” uitgebracht werd) en het was voor ons een nostalgisch moment. Zonder veel aankondiging werd “The Hell Song” ingezet. De skaterock/punkrock werd zeer gesmaakt en tot ver in het publiek werden er crowdsurfers en moshpits gespot. Tussen de songs door was er veel randanimatie. Basgitarist Jason McCaslin was jarig en nodigde af en toe wat mensen uit om aan de zijkant van het podium de band beter te kunnen volgen en zanger Deryck Whibley (ex van Avril Lavigne nota bene) vond het publiek in Stekene ‘crazy’. Het was verbazingwekkend hoe songs als “Still Waiting”, “Motivation” en “Over My Head” na al die jaren zo diep in ons onderbewustzijn zijn gebleven. We hadden ze al enige tijd niet meer gehoord en toch konden we ze moeiteloos meebrullen. Ook werden “Paint It Black” en “Master Of Puppets” gecoverd. Natuurlijk ontbraken “Into Deep” en “Fat Lip” niet op de setlist. Het concert was snel gedaan (ze waren iets later dan gepland begonnen met spelen) en het publiek hoopte op meer, maar na een droog dankwoord kwam de groep niet meer terug. Sum 41 mocht zeker headliner van de avond geweest zijn, en het talloze publiek dacht daar waarschijnlijk hetzelfde over.

Front 242 mikte duidelijk op een ander publiek die zijn jeugd wou herbeleven. De legendarische elektrogroep uit de jaren ’80 zijn de voorlopers van de techno en de new beat. De donkere muziek werd gebracht door twee keyboards en een drumstel, terwijl er al even donkere visuals geprojecteerd werden. De iets oudere bezoeker werd zo ook verwend.

2009 was het jaar van Daan, bekroond met 4 MIA’s. De extravagante zanger (met grote zonnebril) was in bloedvorm. Er werd vooral nieuw werk gespeeld, maar beginnen deden ze toch met “Exes” en “Crawling From The Wreck”. Tussen het nieuwe werk (dat van hoge kwaliteit was) zat af en toe een oudere hit, en naar het einde toe kwamen er steeds meer en meer. Wat ook opvalt is dat Isolde Lansoen, de drumster, een uithangbord geworden is van de band. Het was vooral een leuk concert om naar te kijken.

Als afsluiter van dag één stonden we voor een dilemma. Vaste waarde Felix Da Housecat of opkomend DNB-artiest Netsky? Wegens ziekte van Felix Da Housecat was de keuze opeens een stuk gemakkelijker (hij werd vervangen door Discobar Galaxie). Netsky speelt geregeld de pannen van het dak in het Verenigd Koninkrijk en in Oost-Europa, maar geleidelijk aan krijgt hij voet in eigen land. Hij speelde een goede DNB-set, ideaal om nog een laatste feestje van de dag te vieren.

Organisatie: Crammerock, Stekene

Crammerock 2010: zaterdag 4 september 2010

Geschreven door

Een stralende zon op dag twee van Crammerock in Stekene. Op de twee grote podia stond ons een dag vol contrasten te wachten.

De weide kwam langzaamaan op gang. De meesten genoten van het zomers zonnetje tijden Intergalactic Lovers en Harvey Quinnt. Beide groepen brengen een ietwat dromerige poprock en was dus zeer aangenaam om op gang te komen. We waren vooral onder de indruk van Harvey Quinnt.

In stevig contrast stonden The Van Jets. Ze bezorgden Crammerock de eerste goed gevulde tent van de dag. Ze speelden krachtig, rauw en opzwepend hun nummers en hadden niet enkel hun hits nodig om leven in de brouwerij te brengen. Ze maakten echter de fout om de eindfases van hun nummers zodanig uit te rekken dat de schwung verloren ging. Desalniettemin een geslaagd rockoptreden, compleet met zanger Johannes Verschaeve die in het publiek sprong en een afgedankte gitaar die in datzelfde publiek verdween. “Down Below” en “The Future” zijn ook twee overtuigende singles uit hun laatste album ‘Cat Fit Fury’ en waren naast “Ricochet” en “Electric Soldiers” de hoogtepunten van de set.

Opnieuw een contrast was Flip Kowlier. De sympathieke West-Vlaming besloot voor zijn nieuwe cd ‘Otoradio’ de reggae/dub tour op te gaan. We zagen dat deze stijl hem geweldig goed afgaat. In een groen voetbalshortje bracht Kowlier jamrock alsof hij nooit iets anders gedaan heeft. Niet enkel hits als “Zwembad” of “Mo Be Nin” worden in deze stijl gebracht, ook zijn oude nummers kregen een groen-geel-rood-vestje aangemeten. Zo begon “De Grotste Lul Vant Stad” nog met zijn gekende intro, maar daarna was het een rustig nummer zonder het gitaargeweld. Andere songs als “Welgemeende” en “Bjistje In Min Uoft” kregen ook een geslaagde metamorfose. Flip Kowlier blijft vooral een entertainer met gevoel voor humor.

Dog Eat Dog bezorgde ons opnieuw een contrast, zelfs tijdens het optreden zelf. Het Amerikaans zootje ongeregeld brengt hardcore, maar tussen de nummers door wordt er ook gerapt op hiphopnummers die op band staan. De rechtlijnigheid was hier ver te zoeken en je kon het bezwaarlijk een echt concert noemen. We onthouden vooral dat ze fans zijn van milfen en gratis koud bier (ironisch genoeg stond de zanger Jupiler op te hemelen terwijl hij Maes in zijn hand had).

Gabriël Rios speelt deze zomer slechts drie concerten in ons land, en hij doet dat ook nog eens solo. U raadt het: wat een contrast. Rios staat alleen met een gitaar op het podium, maar zijn muziek blijft rechtstaan als een huis. Het deed ons vooral denken aan de optreden van José Gonzalez. Hij ontpopte zich zelfs bij momenten als een echte flamencospeler. Gabriël Rios vertelde op het eind van het concert dat hij niet zo zelfzeker was over zijn solo-optreden, maar hij hoeft niets te vrezen. Ingetogen en sfeervol, zo kan je het samenvatten.

Aan de overkant begonnen er ballonnen en plastic palmbomen op het podium te verschijnen. Voor het podium stond al een bescheiden massa. Das Pop kwam er aan. Het moet gezegd worden, het optreden van Bent Van Looy in een bekend televisieprogramma heeft de populariteit van de groep een ongeziene boost gegeven. Maar wat betekent populariteit als de muziek niet goed is? Gelukkig gaf Das Pop een gezellig en felgesmaakt optreden. Bent Van Looy was heel energiek op het podium, zowel als zanger als pianospeler en zelfs in een rush op de drums. Zijn bindteksten waren filosofisch en ietwat chaotisch. De groep had ook iets te vieren, want drummer Matt Eccles (uit Nieuw Zeeland) was jarig. Vooral het einde was gedenkwaardig met de nummers “Wings” en “Never Get Enough”. Die laatste zorgde voor een meezingmoment, gedirigeerd door de frontman.

Minder uitbundig, maar daarom niet minder sfeervol, was het optreden van Absynthe Minded. Net zoals voor Daan die we gisteren aan het werk zagen, was 2009 een uitstekend jaar voor de Gentse band. Vorig jaar speelden ze ook al op Crammerock, en de set was nagenoeg onveranderd. Live werken de nieuwe nummers van het laatste album ‘Absynthe Minded’ iets minder goed dan eerder werk. Zo zagen we een fantastische “I Am A Fan”, en dat nummer is van hun eerste album. Natuurlijk werd monsterhit “Envoi” als laatste gespeeld en werd er veel meegezongen.

In plaats van Novastar te gaan bekijken, besloten we de grote tent te verlaten en de kleinere tent een bezoekje te brengen voor Mish Mash Soundsystem. Het controversiële radioprogramma bevat naast de grove commentaren de betere elektromuziek. De bekendste nummers uit het programma galmden door de boxen, maar er werd ook gekozen voor mash-ups van klassiekers die je op elke lokale Chiro- of Scoutsfuif nog kan horen (“Song Two”, “Killing In The Name Of” en “Smells Like Teen Spirit”). Dat ze over de nodige humor beschikken, bewezen ze met hun remix van “Head Will Roll” en “Where’s Your Head At?”. En laten we de toeter niet vergeten. Geslaagd geschift feestje.

Onze aflsuiter van het festival waren de Audio Bullys. Eén dj en één mc die het geheel aan elkaar rapt terwijl er muziek gedraaid wordt die ergens het midden houdt tussen dance, hiphop en punk. Spijtig genoeg was het publiek na Novastar dusdanig uitgedund dat de opkomst voor de Britten bedroevend laag lag. Dat kwam de sfeer niet ten goede en zorgde voor een domper op de feestvreugde van 20 jaar Crammerock. Het beperkte aantal hits van deze groep kan ook een reden geweest zijn …

Organisatie: Crammerock, Stekene

Massive Attack

Massive Attack - Kritische aanbidding van een legende

Geschreven door

Massive Attack is een vaste waarde op Belgische bodem. Vorig jaar deden ze nog en de Lotto Arena (het kleine zusje van het Sportpaleis) én Vorst aan en die waren in een zucht uitverkocht. Het (grote) Sportpaleis vullen lukte hen op 3 september 2010 echter niet. Ondanks (toch niet ‘net door’ nemen we aan?) hun langverwachte nieuwe album dat begin dit jaar als ‘Heligoland’ gedoopt werd. Bizar eigenlijk voor een groep met zo’n curriculum, maar er waren nogal wat lege plekken in de Antwerpse muziektempel waar de bovenste ring niet eens open was.

Het decor dat de groep klaar had laten zetten, oogde sober grijs, met een horizontaal gestreepte tuinomheiningachtig bouwwerk achter de instrumenten. Het was wachten tot 21u30 vooraleer de band het podium betrad  en meteen werd - naar gewoonte – het publiek niet enkel op hun stevige trance en hiphop sound , maar tegelijk op een bibliotheekvol (naast Engelse en Spaanse ook Nederlandse- én Franstalige) woorden en teksten getrakteerd. In zoverre dat het bij sommige songs – spijtig genoeg - de overhand nam.
De lichtshow is altijd scherp, fijn georkestreerd en afgelijnd bij Massive Attack, maar het leidde in Antwerpen bij momenten de aandacht af van het – voor ons toch - essentiële, de muziek. Nu weten we dat Robert 3D Del Naja en Grant Daddy G Marshall hun (soms nogal pretentieuze) missie willen etaleren, maar toch. Cijfers over wapenwedloop, internationale politiek, armoede en honger, vormden de tegenhanger voor wat later volgde met boodschappen over het Vlaamse BV-landschap en zelfs een citaat waarin PS en N-VA een slag onder de gordel kregen. En welke zever nog meer? Bier wordt duurder, Justine is een vechter, een statement over Wim Delvoye, … pff… Ja, het was er echt ten dele over. Op ‘Teardrop” was het visuele aspect – met schitterende closeups– er dan weer wel recht op.

Eigenlijk was de gig op zich goed tot af. Niet het summum dat we de jongste jaren gewoon waren van de Briste trendsetters (als daar nog sprake van is). Ze deden hun ding, kenden enkele absolute hoogtepunten en speelden in hun eerste deel vooral uit ‘Heligoland’, terwijl ze voor hun laatste vijf nummers in hun succesrijke verleden groeven. Het moet gezegd dat het publiek het bundeltje met “Mezzanine”, “Teardrop”, “Angel”, “Inertia Creeps” en “Safe from Harm” danig meer kon smaken, al kreeg ‘Heligoland’ van menig recensent de jongste maanden een superquotering.
Martina Topley-Bird was ok en Robert Del Naja was wel duidelijk geëngageerd. Tijdens de tunes waar hij niet mee zong, bewoog hij on stage als de frontman-leider die hij eigenlijk is.  Het eigenlijke hoogtepunt blijft voor mij (en was het die vrijdag ook) “Angel” met een sublieme Horace Andy die met zijn donkere, hol-volle timbre dat nummer tot leven wekt zoals nooit iemand hem ooit nog zal (kunnen) nadoen. Hij blijft onlosmakelijk verbonden met Massive Attack. En ook voor het nieuwe “Girl I love you” is wat uit zijn strottenhoofd rolt, de perfecte drager.
Topley-Bird – rode bril op haar gezicht geschilderd en in cocktaildress - was fysiek imposant aanwezig, maar ook muzikaal was ze omnipresent, zowel vocaal als op synthesizer. Haar vrouwelijke collega Deborah Miller vonden we minder impressionant, al kan onder andere het arrangement van “Teardrop” daar ook toe bijgedragen hebben.
Na een lang gerekt einde van “Safe from Harm” – met de wellicht heel symbolische quote van ‘Eine kleine Rebel’ naast een pak andere levensverbeterende statements– trok de band zich na een tiental minuten langzaam weer op gang voor een bisronde. “You were just leaving” was hun try-out en viel ons wat tegen. Nog wat hits ertegen dan maar en afsluiten met “Karmacoma” én een publiek – dat een uur en driekwartier voorbeeldig geluisterd had - op de banken.

Conclusie: Massive Attack is de blijvende grootheid als zowat de invloedrijkste elektronische act van de jongste twintig jaar. Ze torsen een legende-status en die mag je wel kritisch aanbidden, toch?

Set list 1. United Snakes 2. Babel 3. Risingson 4. Girl I love you 5. Future Proof  6. Psyche 7. Splitting the Atom 8. Mezzanine 9. Teardrop 10. Angel 11. Inertia Creeps 12. Safe from Harm

Bis 1. You were just leaving 2. Unfinished Sympathy 3. Atlas Air 4. Karmacoma

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie Greenhouse Talent

Black Diamond Heavies

Black Diamond Heavies - voorlopig afscheid van een fenomenale band

Geschreven door

Black Diamond Heavies live bezig zien kan bijzonder verslavend werken, zo was hun optreden in de Trix de elfde keer dat ik hiervan getuige was. Nu kreeg ik daar ook ruimschoots de kans toe want het duo is haast voortdurend op de baan en maakte de laatste vier maand alleen al driemaal de oversteek naar Europa.

John Wesley Myers schreeuwt zich met zijn donkerbruine schuurpapieren stem de ziel uit het goed getrainde lijf terwijl hij fenomenaal tekeergaat op zijn Fender Rhodes en daar bovenop nog op een tweede toetsenbord voor een pompende bas zorgt. Dat hij telkens opnieuw alles geeft wat hij in zich heeft bewijst de plas zweet (letterlijk) waarin hij zijn optredens steevast eindigt. Hierbij wordt hij perfect aangevuld door de wonderbaarlijke drummer Van Campbell die John telkens blindelings vindt. Hierbij lijkt hij wel te communiceren met zijn drumstel door het met de vreemdste blikken te taxeren.
Een setlist kennen ze niet en hun optreden in de Trix bestond zeker uit drievierden andere songs dan de avond voordien in La Chimère in Lille. Niets dan hoogtepunten waarbij ik toch een weeral indrukwekkend "Fever in my blood" en een verschrikkelijk stompend "Poor brown sugar" wil vermelden. Naast die eigen nummers hebben de Black Diamond Heavies zich een hele reeks covers eigen gemaakt die het origineel soms ver overstijgen. Zo zou je bij hun versie van "Ain't talkin' about love" (nu uit op single) bijna vergeten wat voor een kutband Van Halen eigenlijk was. Ook hier "Oh, sinnerman" van Nina Simone, één van de weinige nummers die ze altijd spelen en steeds langer en imposanter lijkt te worden door de geniale tussenstukjes. Toch was er één song die alles overtrof: Junior Kimbrough's "Baby, please don't leave me" dat een gitzwarte bewerking kreeg en waarbij het leek alsof de demon zelf in John Wesley Myers was gevaren. Nooit eerder zag ik zijn ogen zo vuur schieten. Nog maar eens een weergaloos optreden, dat kon zelfs een pianopanne (die John in de kortste keren met een schroevendraaier oploste) niet verhinderen.
Voorlopig worden de Black Diamond Heavies op non-actief geplaatst en gaan beide heren zich met andere projecten bezig houden. John wordt lid van ‘Cut In The Hill Gang’, de nieuwe groep van Soledad Brothers opperhoofd Johnny Walker en komt zo reeds op 12 november naar de 4AD. Van Campbell gaat in de States toeren met stadsgenoot (Louisville, Kentucky) Bonnie ‘Prince’ Billy en maakt zo deel uit van ‘The Cairo Gang’.

Voor de Heavies hadden we Elliott Brood uit Toronto ook al een erg overtuigende set zien spelen. Dit drietal bedacht voor hun muziek de term ‘death country’ maar hun uptempo nummers klonken toch verdacht opgewekt. Daarvoor zorgden rammelende akoestische gitaren, banjo's en ukeleles. Toch waren het vooral de tragere songs die de diepste indruk nalieten. En de momenten waarop een zittende Casey Laforet, die tevens op zijn sokken een stel baspedalen bediende, atmosferische klanken uit zijn elektrische gitaar kneep werd het akelig mooi. Die combinatie van opzwepende folk, country of hillbilly en meer dreigende hypnotiserende lappen rock werkte verrassend goed en maakt van Elliott Brood een redelijk unieke band.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Trix, Antwerpen

Pagina 427 van 497