logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten 2025 Arsenal, nieuw album ‘okan okunkun’, Vooruit, Gent op 1 + 2 december 2025 NAFT, Pomrad, Vooruit, Gent op 4 december 2025 Equal Idiots, Spare kid, Club Wintercircus, Gent op 4 december 2025 Promis3 Clubsuit 360 rave, Club…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (14915 Items)

The Gaslight Anthem

Geslaagde eigen ‘feel and touch’ van het Amerikaanse The Gaslight Anthem

Geschreven door

The Gaslight Anthem, het kwartet uit New Jersey, onder zanger/gitarist Brian Fallon, heeft z’n folky punkroots op hun tweede volwaardige plaat ‘The ‘59’ sound’ een spannende draai gegeven, want naast de vaardige, puntige punkrock wordt hun sound nog meer doorspekt van americana en classic American poprock van Springsteen. De groep laat eenzelfde groei horen als een Against Me!, die ver buiten de geijkte folkpunkpaden durft te treden. Want we horen zelfs hun erkenning voor soul legendes Cooke, Gaye en jazzvirtuoos Miles Davis (er is trouwens een song aan hem gericht!). Hier kan een band als Dropkick Murphys iets van leren.
Vanuit deze invloedssfeer baant The Gaslight Anthem zich een weg tussen ‘de ‘80’s revival The Clash, This Model Army, The Replacements, Big Country en The Men They Couldn’t Hang.

De groep ging anderhalf uur lang met een eenzelfde oprechte energie, dynamiek en vitaliteit te werk. Melodieus gestroomlijnd materiaal, aanstekelijke refreinen, snedige gitaarpartijen en opzwepende drums. Muziek ‘straight from the heart’! Goed onderbouwde songs en prachtig sentiment, die muzikaal, vocaal als qua uitstraling Bruce ‘the boss’ niet kunnen wegsteken.
Leadzanger Fallon en bassist Alex Levin leken de verpersoonlijking wel van sixtie rock’n’roller James Dean, krachtpatsers met een body vol tatoeages. Ook de twee andere, drummer Benny Horowitz en gitarist Alex Rosamila, moesten niet onderdoen qua tatoeages, maar leken eerder uit een rockende garagescène te zijn ontsnapt.
Het sympathieke kwartet speelde bijna integraal hun recentste cd, de ene nummers wat strakker, openers “Great expectations” en “High lonesome”, de andere wat meer opbouwend en broeierig: “Old white Lincoln” (eerste single van de cd), “Cowgirls get the blues”, “Film noir” en tot slot “Where fore art thou, Elvis”, ingeleid door “It’s a mans mans mans world” van James Brown. Of ze klonken rauwer als op “Boomboxes & dictionairies”, één van de drie oudere songs in de set.
De snedige rockers “We came to dance”, “Drive” en afsluiter “The backseat” behielden het aardige, geestdriftige tempo van de band. Het zat allemaal goed in elkaar! En dat ze ook subtiele, poppy droomsongs kunnen spelen, hoorden we op het bloedmooie “Here’s looking at you, kid”.
The Gaslight Anthem bracht ijzersterk materiaal waarvan ik me kan voorstellen dat de doorsnee hardcore/punkrockliefhebber eerder wat terughoudend kan zijn door de subtiele switchs van de band, maar wetende dat de songs recht vanuit het hart komen, moet hen wel over de streep trekken.
De sterke respons deed het kwartet daadwerkelijk deugd, na hun drie man en een paardenkop optreden in de Frontline, nog vóór de cd midden vorig jaar uitkwam, wat zorgde voor een uitgebreide bis; in de paar sfeervolle songs refereerden ze aan Bruce Cockburn’s “Rocket Launcher” en het filmische ‘Wild at heart’. De rock’n ‘rollers onder ons waren zeker te vinden voor de puike versies van “I’d called you Woody, Joe” en “Cassanova Baby”. Een messcherpe versie van Billy Bragg’s “A new England” tussen bard Frank Turner en Fallon besloot definitief de set van het leuke, zonder enige stoerdoenerij, The Gaslight Anthem.
 
Zonder in te boeten aan die unieke punkrock/hardcore sloeg het kwartet aan met hun flirt naar andere stijlen; een gepaste, gevatte en geslaagde eigen ‘feel’ om uit diverse vaatjes te tappen!

Ook de supports mochten er duidelijk zijn. The Polar Bear Club, uit NY, hield het bij de strakke en krachtige melodieuze hardcore, die richting punkrock durfde in te slaan , onder een fantastisch brullende, charismatische zanger.

Maar het was vooral de tweede act, singer/songwriter Frank Turner, die iedereen met verstomming sloeg. Hij beschikte over een heldere, angry gouden stem, geselde z’n gitaarsnaren en plaatste de power in een song centraal. Deze jonge bard uit Z-Londen palmde solo probleemloos het publiek in en onderscheidde zich binnen de twee krachtige bands van de avond.
Een ‘man van de barricaden’ stond hier enthousiast, bezield en overtuigend te spelen. Een jonge Billy Bragg zonder veel gezeur (!) vormde met z’n publiek één team. Solidariteit en samenhorigheid, zoals we het in jaren niet meer gehoord hadden op een podium. En hij hield het leuk en plezierig en brabbelde zelfs à l’improviste een kort nummer in ‘t Frans. Hij bezorgde ons kippenvel door enkel met z’n indringende stem een song te brengen. We kijken er alvast naar uit als hij in november terug langskomt …

Organisatie: Botanique, Brussel

Bota@AB 2009 - Part I - Papa Dada, Selah Sue, Vismets, Jeronimo

Geschreven door

Actueel en alert. Zo labelde de derde editie van de tijdelijke samensmelting van de Ancienne Belgique en de Botanique zich. Op vrijdag 27 februari opende de AB zijn Box en zijn Club voor een line up van vier muzikale variëteiten. Papa Dada opende, Selah Sue en Vismets vervolgden, Jeronimo sloot: de Vlaams-Waals-Brussels openingsavond van de dubbelaffiche was alvast een succes.

Voor Papa Dada was de Club nog niet nokvol, maar de opwarmer bracht rechttoe rechtaan pretentieloze rock met tempoversnellingen, af en toe melodisch gedragen door de keyboards. Aangekondigd als de verzamelaars van geluiden allerhande, bleven de winnaars van Finale Concours Circuit 2008 toch binnen de heel muzikale lijnen, al zijn ze misschien nog wat op zoek naar maturiteit. Hun composities houden de baan wel, er is een podiumattitude en de muziek doet je bijwijlen glimlachend mee schuifelen. Dat  de Franstalige leadzanger er bij ‘Heb jij mijn kat’ gezien aan toevoegde dat hij dit nummer straks helemaal in het Nederlands zal zingen als zijn taalbeheersing beter is, maakte de interactie alleen nog leuker. All I Want to do is Dance, Art Gallery, and Silverscreen echoden lekker. Te volgen.

Een stap verder, zij het vrijdag letterlijk een etage lager, staat de haast maagdelijk ogende Leuvense Selah Sue (Sanne Putseys)  die onder andere met “Black Part Love” al behoorlijk wat airplay kreeg op StuBru. De ontdekking van Milow – ze kan het niet nalaten naar haar muzikale vader te verwijzen – genoot van haar eerste ‘eigen show’. We zagen ze nog onwezenlijk bedeesd als voorprogramma van Jamie Lidell, maar op het podium van de AB ontpopte ze zich tot een podiumperformance en zelfs niet echt meer in wording !
Ontroerend, grappig, breekbaar (net als haar stem eigenlijk) en zelfs stevig en funky hield ze de Box een drie kwartier ademloos in de ban van haar eigenste expressieve persoontje.
Sterk vocaal en de synergie van haar volwassen stem met haar meisjesuiterlijk verkoopt het hele plaatje nog beter. Iets wat zus aan de ingang van de AB ondervond aan de ‘promostand’ met haar EP-tje. Hopelijk raakte ze haar writer’s Block (‘al zo’n vier maanden’, dixit Sue) snel overschreven.

Dé verrassing van de avond voor ons was toch Vismets. De Brussels gang of three bestaat sinds oktober 2007 en hoopt tegen oktober 2009 hun eerste album op de markt te hebben. Hun four track title EP klinkt stevig en geolied, maar tipt niet aan hun live-act. ‘Dan Klein’ (Dany Desmet) instrueert als een Romeinse keizer centraal achter zijn keyboards. Een coole group, zo willen ze door het leven zingen en ze plukken graag uit de eighties of dat nu de new wave de disco of de metal-punk is. Het gesmede geheel krijgt dan ook moeilijk een naam, al zou symfonische punkrock niet misstaan. Het gevecht tussen de gloeilampen en de stroboscoop maakte het er alleen maar karakteristieker op.
Even dachten we terug aan de Belgische ontdekkingsavond van de Kaiser Chiefs enkele jaren terug in de Bota: luid, hard, rechtdoor en toch/zelfs dansbaar. Cool dus, vandaar de naamsverwijzing. Niet enkel naar de Brusselse vismarkt (vismet), maar naar de stoere leather jacket boys die indertijd rondhingen in de Brusselse côté. Dat hun sound wat minder was door het late aandienen en korte soundchecken wegens een traffic jam (“Bruxelles c’est la merde pour ça”) kon hun enthousiasme achteraf niet drukken. We hoorden dus al en horen zeker nog van Vismets !

Moeilijker hadden we het met ouderdomsdeken Jeronimo (Jerome Mardaga), nochtans heel populair, zo bleek, bij het overwegend Franstalig overgebleven gedeelte van het publiek. Hun opstart klonk zeurderig, op het randje van het schlager-chanson-achtige. Vervelend zelfs even en voorspelbaar. De songs pikten ook iets te nadrukkelijk riffs en grooves. Uiteindelijk evolueerde het kwartet wel naar een heviger genre, wat ons zijn ‘geheel’ in twijfel deed trekken. Even duwde hij “Putain Putain” van TC Matic nog in een chaotisch einde vooraleer hij biste met een slow over Oostende. Een paar hoogtepunten waren wel “Ma femme me trompe” en “Moi je voudrais”, maar toch leek de routinier van de avond ons te huilerig. Jammer, voor iemand die toch een gedegen verleden in zijn gitaar zitten heeft. Of is het juist dat? Te weinig actueel en alert?

Neem gerust een kijkje naar de live foto’s

Organisatie: Bota@AB, Brussel

Contradiction

Life In Motion – Chapter one – Desperate desires

Geschreven door

De EP ‘Desperate desires’ is het eerste deel van een trilogie van het trio rondom de contrabassiste/zangeres Ineke Van den Zegel. Van CO.ntradiction vinden we vier songs terug, waarvan de eerste twee,”no no no” en “neuritoc” groovende jazzypop zijn en zwoel klinken. Ze spreken tot de verbeelding … een beetje  “I wanna be loved by you” - Marilyn Monroe. De twee volgende “forever off course” en “please stop” hebben een broeierige spanning en zijn eerder donker en dreigend van aard.
Het verhaal van wanhopige verlangens krijgt elan door haar aanpak en haar overtuigende, heldere, doorleefde soulstem. Ergens tussen Joan Wasser (van JAPW), Phoebe Killdeer (één van de zangeressen geweest van het Franse Nouvelle Vague), Dani Klein (Vaya Con Dios) en Feist.
De songs zijn een intrigerende mix van pop, jazz en film noir, en worden naast contrabas kracht bijgezet door sax, gitaar en drums.
De EP werd, naast de vaste line-up van drie, opgenomen in samenwerking met enkele gastmuzikanten waaronder Elko Blijweert en Karel de Backer.

Info op http://www.contradiction.be

The Galacticos

EP Phone Home

Geschreven door

Een fris, sprankelend EP’tje horen we van het energieke, leuke kwartet The Galacticos uit Limburg. Ze werden eerder al Libomania winnaar en behaalden een finale plaats op Humo’s Rock Rally 2008. En verdiend, want we horen opwindende, aanstekelijke poprock met catchy melodieën en meezingbare refreinen: springerig, opgewekt met subtiele, zwierige toetsen. Het speels rommelig ondertoontje nemen we er maar al te graag bij!
Het jonge bandje refereert aan het oude Rentals, Weezer en Pavement en gaat hand in hand met het uit Wales afkomstige Los Campesinos.
Vier vrolijke gasten, die houden van interplanetaire stuff en de uitstraling hebben van I’m From Barcelona In Space, zo te zien op de cd hoes.
Hun vijf nummers tellende EP werkt in op de dansspieren. Oorstrelende feel good music… charmant bruisende pop. Met de single “Humble crumble” heeft het kwartet alvast een aardige hit op zak. Verdiend!
Info op http://www.myspace.com/thegalacticos

The Bony King Of Nowhere

Alas my love

Geschreven door

Het zag eraan te komen … Het Gentse The Bony King Of Nowhere won een paar jaar terug het lokale Beloften concours om zich dan in de schijnwerpers te plaatsen als supports en op festivalletjes. En nu hebben ze een puik debuut uit!
Spil is zanger/componist Bram Vanparys, die in de zang doet denken aan Girls In Hawaii en Absynthe Minded. Hij biedt op de elf songs een verstilde, ingetogen en sobere aanpak van emotievol semi-akoestisch gitaargetokkel, kleurrijke keyboards en een ingehouden percussie. De melancholisch romantische pop krijgt nog elan door contrabas en een tweede gitaar. Sommige nummers klinken hierdoor wat meer doorleefd en hebben wat meer diepgang, waaronder “The sunset”, “There I am”, “Everything I like” en “Taxidream. Kippenvelmoment vormt “Favourite”, minimaal begeleid en gedragen door de dromerige, indringende, licht overwaaiende vocals van de zanger. Een talentrijk zanger en een goed op elkaar ingespeelde band dus, die een aan Radiohead/Sigur Ros klanktapijt niet schuwt door toetsen en soundscapes, als op “Maria”, “Losing gravity” en de intieme afsluiter op piano, “My invasions”.
‘Alas my love’ bevat broeierig spannende groeisongs, waarbij de groepsnaam z’n ‘King’ waardig draagt. Ze plaatsen zich geruisloos tussen een Bonnie ‘Prince’ Billy, Iron & Wine, Bon Iver, Low en Cowboy Junkies.

The End Of All Reason

Fragmented EP

Geschreven door

Ik moet eerlijk toegeven dat ik niet zo op de hoogte ben van de hedendaagse Belgische Death Metalscene. De band The end of all Reason was dan ook volledig onbekend voor mij. Enig opzoekingswerk toonde aan dat de heren al een vijftal jaar aan de slag zijn en met ‘Fragmented’ aan hun tweede EP toe zijn.
Dat het Belgische combo al wat ervaring heeft opgedaan valt onmiddellijk te merken. Over de opbouw van de CD is ongetwijfeld goed nagedacht. ‘Fragmented’ is namelijk voorzien van een reeks intro’s en outro’s die sterk bijdragen aan de sfeer op het album. Bovendien brengt de band technisch goed uitgewerkte progressieve death metalnummers. Hier en daar merk ik ook enkele –core invloeden die naar mijn mening de nummers wat naar beneden halen. Vooral op het openingsnummer “Chariots from the Beyond” vallen deze invloeden sterk op.
Naarmate de EP vordert worden de nummers wat meer doorspekt met Thrash riffs, waardoor bijvoorbeeld het nummer “Redemption” een pak volwassener klinkt. De heren beheersen hun instrumenten zeer goed en brengen de nummers met heel wat enthousiasme. Bovendien zorgen de screams van de gastzangers Gert Sergeant en Sven Janssens voor een aangename afwisseling van de diepe grunts van Vincent Boedts. Algemeen bekeken zitten de nummers ook sterk in elkaar. Op bepaalde plaatsen hapert er naar mijn mening nog wel iets, maar de gedrevenheid waarmee de nummers ten gehore gebracht worden, zorgen er al snel voor dat dit over het hoofd wordt gezien.
Met deze EP kon The End of all Reason mij alvast overtuigen van hun passie. Hierdoor ben ik ook erg benieuwd naar wat deze heren er live van terecht brengen!

Vetiver

Tight Knit

Geschreven door

Het Amerikaanse Vetiver past mooi binnen het plaatje van de free(‘freak’)folk, maar geven hun sfeervol, dromerig en zeemzoeterig materiaal een aardige americana draai door steelpedal en slides, waardoor de Devandra Banhart (dito Joanna Newson) stijl mag gelinkt worden aan de South San Gabriel van Will Johnson.
De band rond het duo Andy Cabic/Sanders Trippe biedt een open, warme sound, ‘on the road’ songs, die af en toe wat meer vaart hebben en krachtiger mogen klinken.
We zien beelden van een ondergaande zon aan het strand en van het rustig, voortkabbelende water voor de ogen op “Sister”, “Everyday”, “Down from above” en “At forest edge”; Kampvuursongs eigenlijk, waar eens een rondedansje mag worden uitgevoerd zoals op “Rolling sea”, “More of this” en “Another reason to go”. Na zo’n mooi dagje kunnen we totaal uitgewaaid naar huis toe met “Through the front door”, “On the other side” en “Strictly rule”. Kijk op die manier hebben we aan alle Vetiver sferen beantwoord binnen een kleurenpalet. Easy listening met een groovy inslag.

The War On Drugs

Wagonwheel Blues

Geschreven door

Uit Philly, Pennsylvania komen we het trio The War On Drugs tegen, die op zich niet te maken met ‘de drugwar’ in de VS. De band bracht vorig jaar al een interessante EP uit, ‘Barrel of batteries’. Ze zetten de lijn van verfrissende indiefolk verder op deze volwaardige debuutplaat. We horen in de songs de semi-akoestische aanpak van Dylan, de doorleefde countryrock van Green On Red (met Chris Cacavas nog!), de ‘80’s folkrock van The Waterboys en de psychedelica van zZz.
’Wagonwheel Blues’ bevat aanstekelijk materiaal door de riffs en opzwepende drums, bepaald door de bedwelmende, emotievolle zang van Adam Granduciel. Luister maar eens naar “Arms like boulders”, “Taking the farm” en “Buenos Aires beach”, die een puike opbouw hebben en soms wat krachtiger kunnen klinken tav het ingetogen broeierige “There is no urgency” en “Show me the coast”. “A needle in your eye” wordt op z’n beurt overspoeld door intrigerende psychedelica. En tot slot besluit “Barrel of batterie” op intieme wijze het prettig, in het gehoor liggende album. Een herkenbaar geluid, maar dat mooi en eigenwijs durft te zijn. Tof debuut!

The Sedan Vault

Verbluffend staaltje muziek en kunde

Geschreven door

Het is de prangende vraag of Girls vs Boys nog bij elkaar zullen komen, want Scott McCloud voelt zich goed, heel goed met z’n soloproject Paramount Styles; hij wordt onder meer begeleid door z’n vaste drummer Alexis Fleisig en hij beschikt opnieuw over een goed op elkaar ingespeelde band (gitarist, bassist en celliste). Volmondig kunnen we spreken we van een unplugged G vs B, want McCloud weet hetzelfde sfeertje te behouden op het nieuwe materiaal als vroeger: een sfeervol indringend geluid, een intens broeierige, donkere spanning creëren en een intens opbouw, onder z’n rauw hese en zacht ingehouden, warme vocals. De songs worden eerst akoestisch toongezet, zwellen aan naar een zinderende finale om tot slot te exploderen. Tja, zo’n muzikaal verhaal kennen we ook bij Robin Proper-Sheppard van Sophia vs The God Machine.

McCloud weefde een gans verhaal van z’n ervaringen met de politie en het kortverblijf in de gevangenis, tussenin hoorden we leuke opmerkingen van z’n drummer om de story luchtiger te maken. Het draaide vanavond rond de soloplaat ‘Failure american style’. De set vatte gemoedelijk aan met het ingetogen “Paradise happens” en “Race ya till tomorrow”, maar klonk scherper, krachtiger, zelfs beangstigend en beklemmend op ”Hollywood tales 2”, “Come to NY” en “Losing you”, door een sfeervolle cello, de drumslagen, het intrigerende soms dreigende gitaarspel en mans krakende stem. “One last surprise” klonk op z’n beurt broos, intiem, breekbaar en pakkend!
In ons landje beschikt McCloud over een trouwe fanbase en doet verschillende clubs aan. Een hart onder de riem alvast, waarbij z’n verslavende, beklijvende aanpak een mooie apotheose kreeg met “More than alive” en het nieuwe “Come the way you are”, opbouwende gitaarsongs in de beste leest van G vs B.

Contrasten, daar houdt McCloud van: een rustig, voortkabbelende en aangrijpende sound en dan op het gepaste moment, als een slang op z’n prooi, meedogenloos toeslaan!

Het tweede volwaardig concert kwam van The Sedan Vault, het kwartet onder de drie broers Meeuwis en Johan Buyle (drums), die vorig jaar verschroeiend uit de hoek kwamen met de tweede cd ‘Vanguard’, die ze (bijna) integraal loslieten op het publiek. Ze situeren zich ergens tussen Mars Volta, Don Cabellero, Battles en de donkere synths van Suicide.
Een helse infernosound van verschillende gitaarlagen (hard - zacht), avontuurlijke en toegankelijke ‘70’s retrogitaarriffs, distortion, bezwerende drums en dreigende en psychedelische synths. Het geheel onderging talrijke ritmewisselingen en onverwachtse wendingen, bepaald door een aan Bixler leunende heldere, huilende en krijsende zang. De band bood als het ware een soundtrack van een post-apocalyptisch landschap. Ze speelden hun spannend bevreemdende songs op overtuigende wijze: van “Communism by the gallon”, “Autochtonic” naar “130 through the borough” tot de single “Unidentified flying subjects”, de meest toegankelijke song van de plaat. Op het oudje “Read demonologies” (uit het debuut ‘The mardi gras of the sisypha’, wat een mooie titel!) kregen we beelden te zien van een autorit door een mistroostige, druilerige stad in Oost-Europa. Het nummer klonk venijnig, grillig, sober en explosief en de stroboscoop effects gaven elan. Donkere soundscapes besloten een verbluffende staaltje hectische hallucinante muziek en kunde. Woorden als ingewikkeld, eigenwijs, intens en vurig schoten ons te binnen bij deze band uit Sterrebeek!

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Paramount Styles

Paramount Styles: een ‘Unplugged’ G vs B

Geschreven door

Het is de prangende vraag of Girls vs Boys nog bij elkaar zullen komen, want Scott McCloud voelt zich goed, heel goed met z’n soloproject Paramount Styles; hij wordt onder meer begeleid door z’n vaste drummer Alexis Fleisig en hij beschikt opnieuw over een goed op elkaar ingespeelde band (gitarist, bassist en celliste). Volmondig kunnen we spreken we van een unplugged G vs B, want McCloud weet hetzelfde sfeertje te behouden op het nieuwe materiaal als vroeger: een sfeervol indringend geluid, een intens broeierige, donkere spanning creëren en een intens opbouw, onder z’n rauw hese en zacht ingehouden, warme vocals. De songs worden eerst akoestisch toongezet, zwellen aan naar een zinderende finale om tot slot te exploderen. Tja, zo’n muzikaal verhaal kennen we ook bij Robin Proper-Sheppard van Sophia vs The God Machine.

McCloud weefde een gans verhaal van z’n ervaringen met de politie en het kortverblijf in de gevangenis, tussenin hoorden we leuke opmerkingen van z’n drummer om de story luchtiger te maken. Het draaide vanavond rond de soloplaat ‘Failure american style’. De set vatte gemoedelijk aan met het ingetogen “Paradise happens” en “Race ya till tomorrow”, maar klonk scherper, krachtiger, zelfs beangstigend en beklemmend op ”Hollywood tales 2”, “Come to NY” en “Losing you”, door een sfeervolle cello, de drumslagen, het intrigerende soms dreigende gitaarspel en mans krakende stem. “One last surprise” klonk op z’n beurt broos, intiem, breekbaar en pakkend!
In ons landje beschikt McCloud over een trouwe fanbase en doet verschillende clubs aan. Een hart onder de riem alvast, waarbij z’n verslavende, beklijvende aanpak een mooie apotheose kreeg met “More than alive” en het nieuwe “Come the way you are”, opbouwende gitaarsongs in de beste leest van G vs B.

Contrasten, daar houdt McCloud van: een rustig, voortkabbelende en aangrijpende sound en dan op het gepaste moment, als een slang op z’n prooi, meedogenloos toeslaan!

Het tweede volwaardig concert kwam van The Sedan Vault, het kwartet onder de drie broers Meeuwis en Johan Buyle (drums), die vorig jaar verschroeiend uit de hoek kwamen met de tweede cd ‘Vanguard’, die ze (bijna) integraal loslieten op het publiek. Ze situeren zich ergens tussen Mars Volta, Don Cabellero, Battles en de donkere synths van Suicide.
Een helse infernosound van verschillende gitaarlagen (hard - zacht), avontuurlijke en toegankelijke ‘70’s retrogitaarriffs, distortion, bezwerende drums en dreigende en psychedelische synths. Het geheel onderging talrijke ritmewisselingen en onverwachtse wendingen, bepaald door een aan Bixler leunende heldere, huilende en krijsende zang. De band bood als het ware een soundtrack van een post-apocalyptisch landschap. Ze speelden hun spannend bevreemdende songs op overtuigende wijze: van “Communism by the gallon”, “Autochtonic” naar “130 through the borough” tot de single “Unidentified flying subjects”, de meest toegankelijke song van de plaat. Op het oudje “Read demonologies” (uit het debuut ‘The mardi gras of the sisypha’, wat een mooie titel!) kregen we beelden te zien van een autorit door een mistroostige, druilerige stad in Oost-Europa. Het nummer klonk venijnig, grillig, sober en explosief en de stroboscoop effects gaven elan. Donkere soundscapes besloten een verbluffende staaltje hectische hallucinante muziek en kunde. Woorden als ingewikkeld, eigenwijs, intens en vurig schoten ons te binnen bij deze band uit Sterrebeek!

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Secret Machines

Emotionele bezwerende trips van Secret Machines

Geschreven door

Een dik uur werden we ondergedompeld in een adembenemende, bezwerende trip van het uit Dallas, Texas afkomstige trio Secret Machines, onder de broers Ben en Brandon Curtis en Josh Garza, die geestesgenoten Aereogramme en Oceansize zelfs deden verbleken . Een goede vondst was dat ze in de pittoreske Rotonde in een halve cirkel stonden opgesteld. Ze putten gretig uit hun instrumentarium van toetsen, synthesizers, gitaar, bas, pedaaleffects en drums.

Secret Machines brengt avontuurlijk materiaal. Ze hebben drie cd’s uit. De doorbraak ‘Now Here is Nowhere’ en het recente, titelloze album onderscheiden zich. De songs moeten aanzien worden als een concept en ondergaan onverwachtse wendingen. Het verwonderde ons niet dat een muur werd opgetrokken van massieve orkestraties en spannend dreigende en hypnotiserende sounds en ritmes.Filmische muziek die het daglicht schuwde en pas tot z’n volle recht kwam als de avondstilte viel, in een lichtdecor van een paar witte spotlights, die naast hun instrumenten stonden. Een gevarieerde aanpak die gaat van hard, strak en stevig naar zacht en ingetogen. Een bundeling van repeterende, opbouwende drums, een intens broeierig gitaarspel, een diep, dreunende bas en ‘70’s Doors toetsen. De psychedelica van Pink Floyd, Flaming Lips en de ‘70’s retro van Zeppelin/The Who linken ze aan de Butthole Surfers, Black Mountain, Archive en Motorpsycho.
Uit elke cd haalden ze een paar nummers. Ze hielden de bijna uitverkochte Rotonde in hun greep. Ze overdonderden met puik materiaal als de intens sfeervolle psychérockers “Lightning blue eyes”, “Atomic heels” en “Now you’re gone”. Het broeierige “Sad & lonely” werd ingeleid door een psychedelische fuzztrip en klonk krachtiger. Een hallucinante opbouw creëerden ze rond “The walls are starting to crack”, van indie, progrock, ‘70’s psychedelica en de slingerbeweging van een sfeervolle, dromerige opbouw als van hevig feedbackgeraas en fuzz, in een lichtweb van stroboscoops, wat refereerde aan de set van A place to bury strangers. Met een snedige versie van het oude “Nowhere again”,besloten ze hun overtuigende set.
Het trio was goed op dreef en speelde een puike bis van twee slepende nummers, “Alone, jealous& stoned” en het prachtige “First wave intact”, opener van hun debuut. Wat een intense opbouw door die begeesterende toets- en drumpartijen en verloren gewaande gitaar-en basakkoorden.

De beeldrijke sound en de bedwelmende emotionele trip van het Amerikaanse Secret Machine raakte ons heel diep in het hart.

Het uit Luik afkomstige 7EvenPM kon ook al rekenen op een sterke respons met hun frisse, strakke soms dromerige rock. De uitnodigende presentatie en de krachtige gitaarsoli gaven elan. “Memphis” en “And now” waren alvast twee songs die hun set naar een hoger niveau brachten.

Organisatie: Botanique Brussel

Vetiver

Vetiver:Young folk, goed volk

Geschreven door

Jong. Dat is het nieuwe kleedje dat folk heden ten dage draagt. Dranouter trekt al enkele jaren de geitenwolken sokken niet meer aan en niet enkel omwille van de zomerse temperaturen. Nee, er is een nieuwe generatie opgestaan die folk bevolkt en bevrucht. De fans waren er – zij het in beperkt aantal – bij toen op maandag 23 februari 2009 het Amerikaanse Vetiver de Balzaal van de Gentse Vooruit met zoetgevooisde gitaarklanken en dito stemmen kwam opwarmen.

Folk nieuwe stijl, in de lijn van Fleet Foxes, Bright Eyes en Devendra Banhart, labelde de Vooruit zelf op zijn programmatie. Vooral die laatste was de rode draad die avond. De echte opwarming werd immers verzorgd door Simple Brain, een trio uit Sint-Niklaas dat nu anderhalf jaar in deze bezetting bezig is en waarvan zanger-gitarist Pauwel Demeyer (amper 19) op Pukkelpop 2007 met Banhart het podium op mocht. Innemende stem die Pauwel en een ware performance attitude. Hun nummers hebben ook wel iets, al bleek de samenzang met Jasper De Pagie (21) en Jan Verstraeten (19) niet echt een meerwaarde te brengen. De contrabas daarentegen wel.

Dan was het de beurt aan ‘freak folk’ Vetiver. Geen poespas. Even soundchecken en er meteen in vliegen. Of eerder bij momenten dromerig wégvliegend, jammer genoeg met iets te weinig interactie met de fans een halve meter voor hen. Ogen dicht, mond open muilenmakend om toch maar het juiste geluid eruit te krijgen, een watertje lebberend, …het had iets ivoren torens, waar het folksgewijs net dat niét mocht zijn.
Maar muzikaal zat het combo goed. Zanger-inspirator-locomotief Andy Cabic diepte de helft van de songs die avond uit hun vierde full length album ‘Tight Knit’ dat pas uit was. Een album als een roadtrip die verschillende richtingen in slaat. Van het betere kampvuurlied over wat upbeat poppy gitaarwerk tot een verloren gelopen en weinig passend triangeltje.
Het hele concert had achter alles een open en warme sfeer, opgewekt zelfs bij momenten, bluesy en lekker country op andere, vooral gedragen door Cabic-met-pet-en-houthakkershemd. En ze hadden er zelf blijkbaar meer zin in dan in Tourcoing twee dagen eerder, want de bisnummers kwamen er nu wel. Dat Stubru ze intussen in de laatavonduitzendingen airplay geeft, is een plus en een samenvatting van een groot deel van hun oeuvre: easy listening en zoete, volgzame folk. Doe het licht en die geitenwollen sokken dus maar uit en relax.

Setlist: “Oh Papa”, “Rolling sea”, “Maureen”, “Sister”, “Through the front door”, “Every day”, “You may be blue”, “On the other side”, “Pardon”, “Been so long”, “Strictly Rule”, “Another reason to go”, “Idleties”, “Wishing well”, “Down at the El Rio”, “Won’t be me”;

Organistie: Vooruit Gent (ism Democrazy Gent)

The Sisters Of Mercy

The Sisters Of Mercy: ondanks alles … op handen gedragen

Geschreven door

Even van onder het stof gehaald - The Sisters Of Mercy uit het cd archief en van live edities: Britse gothic/waverockband – spil Andrew Eldritch – bepalend tussen ’83 – ’90 – voorliefde voor theatrale, gothicmusic – zwarte kledij – make-up, hoog opgetoupeerde kapsels – passieve houding op het podium – een galmend, pathetisch, episch doom geluid in hun donkere romantiek – dreunende, repeterende synthibeats, trage, slepende ritmes en breed uitwaaiende gitaren – tenoren: Bauhaus, Siouxie & The Banshees, Killing Joke, Sex Gang Children, Christian Death en  … Sisters Of Mercy - drie cd’s: twee belangvolle: ‘First & Last & Always’, ‘Floodland’ en een handvol (bootleg) EP’s.

Vijfentwintig jaar later … kan de band nog steeds goed teren op de ‘80’s, maar zijn ze slechts, binnen hun rockende wavegothic stijl, een schim van wat het ooit was. De groep brengt sporadisch een nieuw nummer uit, speelt wisselende optredens en moet het vooral hebben van het oude materiaal. De band beschikt over een trouwe fanshare, waardoor hun optredens in ons landje steeds uitverkocht zijn. Hun nostalgische trip kun je de fans voor geen prijs afpakken! Veertigers die uit hun dak te gaan. De coole Andrew Eldritch beseft dit maar al te goed en is z’n publiek erg dankbaar om nog steeds zo enthousiast te pogoën, refreinen luidkeels mee te zingen en rituelen in arm- en handbeweging uit te voeren.
Een kleine tien jaar terug hield ik het persoonlijk voor bekeken om Eldritch (en de steeds wisselende bandleden) aan het werk te zien, want toen ze een tweede keer naar de Brielpoort kwamen, was de gig en de vertoning zo wansmakelijk, vervelend en cool, dat ik even de band liet voor wat ze was.

Tien jaar later … In de AB werd de aftrap gegeven van hun Europese tour. In het mistig decor door het rookgordijn (minder erg dan vroeger toen we slechts enkele schimmen op het podium zagen staan!) kwamen The Sisters Of Mercy deze keer iets beter op het voorplan: een geluidsbrij van rockende gitaren, synthesizers en voorgeprogrammeerde, dreunende beats. De twee gitaristen namen zelfs een prominente rol in (bezield/enthousiast) om de repeterende synthi beats en elektronisch gedreun in een breder perspectief te plaatsen.
Het optreden kende hoogtes en laagtes. Eldritch, kale kop, zwarte zonnebril en in een witte trui, aanschouwde z’n troepen en fans en was vocaal met z’n grafstem erg onvast. De set ving met songs als “Crash & burn” en “Ribbons magertjes aan. Pas met de uitvoering van “Alice” en “Marianne” ging het de goede richting uit, ware het niet dat de nummers wat aangepast klonken met de tand des tijd dito beats. Maar we treurden nog niet, want op de ‘80’s revival optredens van Neon Judgement en Front 242 hoorden we het ook. Beter ging het met de rockende aanpak op “Flood I en II”, “Good things” en een uitgesponnen “Dominion/Mother Russia”, niet voor niks standvastige klassiekers. De trager, meer slepende songs die daarop volgden, brachten vaart en passie uit de set. Pas met “This Corrision” hitste Eldritch en de zijnen het publiek terug op, wat zorgde voor heftige danstaferelen vooraan ‘de stage’. Met spannende songs als “Vision things”, “Lucretia my reflection” hoorden we een overtuigende bisstart. Ook het ingetogen, sfeervolle “Neverland” en “Somthing fast” waren te pruimen. Tot slot trakteerden ze ons op krachtige gitaarlicks als inleider op de ‘80’s fuifklassieker “The temple of love”, die live flets klonk en het concert op een wrange nasmaak besloot. “Black Planet”, “Walk away” of een “First & Last & Always” lieten ze doodleuk in de koelkast. Nochtans zouden ze een meerwaarde hebben betekend binnen het nostalgisch concept.

Sisters Of Mercy werd dus van onder het stof gehaald, met een set ten dele goed, ten dele teleurstellend, maar OK, velen maalden er niet om en droegen Eldrich en zijn Sisters een warm hart toe … tot in het graf, zo te zien en te horen.

Als support trad de beloftevolle wavepostrock band IliKETRAINS op, die op een onmenselijk vroeg uur 19u30 geprogrammeerd stonden. We misten hun halte in de AB! Nochtans hadden we ze graag aan het werk gezien, want ze speelden al overtuigende gigs in de Bota Rotonde en op Polsslag…De band nestelt zich ergens tussen Swans, Joy Division, Explosions in the Sky en Sigur Ros en intrigeert door repetitief traag opbouwend ritmes en aanzwellend feedbackgeraas; de baritonzang van David Martin, die nog het nauwst leunt aan Ian Curtis van Joy Division, ontroert een pak fans. Hun ‘dark music for happy people’, nemen we zeker mee bij de volgende stop in ons landje…Wordt vervolgd.

Organisatie: Live Nation

Vetiver

Vetiver moet het van de factor ‘sfeerschepping’ hebben

Geschreven door

Volgens de Wikipedia encylopedie is Vetiver een Indische grassoort waarvan de aromatische wortels gebruikt worden voor de bereiding van ‘vetiver’olie, dat in nogal wat parfums gebruikt wordt. De band Vetiver bestaat al sinds 2004, opereert vanuit San Francisco en hebben zopas hun vierde album uit, ‘Tight Knit’, op Sub Pop records. Vetiver wordt dikwijls ingedeeld bij de nieuwe folk beweging rond Joanna Newsom, Devendra Banhart en Coco Rosie, maar eigenlijk staan ze ver af van de experimenteerdrift van die artiesten en brengen ze een traditioneel geluid dat naar de ‘70’s teruggrijpt. Het commerciële succes is dan ook veel minder dan eerst genoemde artiesten, zodat de Grand Mix vanavond maar voor de helft gevuld was.
Vetiver liet dit echter niet aan hun hart komen en ging direct over van de sound check naar het eerste nummer. We hoorden vrij traditionele folk en zuiderse rock die aan de Jayhawks en Lucinda Williams deed denken. Vooral de hese stem van Andy Cabic, die verdacht veel op een jonge Bob Dylan leek, viel op. Naast elektrische en folkgitaar, werden de nummers opgesmukt met keyboards en mondharmonica. Het song materiaal was niet echt verbluffend, zodat we het vooral van de sfeer moesten hebben. En die sfeer zat goed, je kon je zo voorstellen dat je midden in de zomer  in een veldschuur ergens in Tennessee naar dit vijftal zat te luisteren. Na minder dan een uur hield Vetiver het voor bekeken, een bisronde zat er niet in.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

De Nieuwe Snaar

De Nieuwe Snaar - Foor 11

Geschreven door

De Nieuwe Snaar van de broers Kris en Jan De Smet, aangevuld met muzikant Walter Populiers en acrobaat/muzikant Geert Vermeulen, hebben alweer een volgende productie in hun al indrukwekkende oeuvre sinds ’77 klaargestoomd. Al 25 jaar lang de absolute top in het muziektheater! Woorden als kleinkunst, pop, rock’n’roll, chanson, entertainment, humor, acrobatie, circus en cabaret, schieten ons te binnen. En na de vorige productie ‘Helden van Vandaag’ (nog maar van 2007 geleden trouwens!), verbaasden de ‘Ouwe Zakken’ (zoals de Jan zichzelf omschreef in het begin van de set!) met hun traditioneel instrumentarium in een twee uur durend, uiterst origineel en creatief geheel van show, spektakel en muzikale diversiteit.

De maatschappij wordt op de korrel genomen in ‘Foor 11’ en biedt stof tot nadenken in deze té snel draaiende wereld, waarbij niet meer kan stilgestaan worden zaken te laten rijpen en groeien. Een overaanbod van informatie, die we niet meer verwerken! Letterlijk zien we de carrousel door een reusachtig rad/skilift/kermismolen, die op het podium in het midden staat opgesteld.
Het begint allemaal leuk, grappig en onschuldig met eenvoudig, ingetogen popliedjes met een Balkannoot door het ruime assortiment aan blazers, als “Mijn hart dat zingt” en “Graven in gruizig zand”. De vier rasechte multi-instrumentalisten breidden vele muzikale miniverhaaltjes aanéén en sleurden ons gaandeweg mee in die gek draaiende wereld van “Ons Irene” of “Daar beeft de grond”.
In de show bouwden ze het spektakel op, er komen halsbrekende stunts en vliegwerk aan te pas, repeterende orgelriedeltjes, akoestische/elektrische gitaren, drum/trommels, Balkanblazers en allerhande soms dolgedraaide instrumentjes. Een schouwspel met een bijna spooky beangstigend einde …

De Nieuwe Snaar vond zichzelf opnieuw uit … en bood met ‘Foor 11’ een volgende stap in hun al verrassende Universum. Ga het allemaal zien wat het allemaal inhoudt, van exposé, straffe verhalen over de liefde en vrouwen, vuur spuwen, over glasscherven lopen, krachttoeren uithalen en onverwachts (zotte) situaties … Kassa Kassa aan de Kermismolen van de Foor van ‘De Nieuwe Snaar’.

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Bénabar

Het effect Bénabar

Geschreven door

Fotoverslag Bénabar - verslag vertaling site fr Musiczine.net ...
De’ Dhr Inféquentable’ van de Franse pop en chanson, Bénabar, heeft nieuw werk uit en brengt een reeks frisse en levendige shows. In ons landje is hij erg populair bij onze Franstalige vrienden, want de twee concerten in Brussel waren in een mum van tijd uitverkocht.

Support was de beloftevolle, jonge blonde dame Charlotte Marin,
die humor met het intimistische Franse lied combineerde en teksten schreef van onredelijke wijsheden en gekte: “Et en plus, je cuisine“, “Jamais revoir ses ex”, “Demain j’arrête”, “Crazy du Shopping”, en “Croqueuse d’homme”, …

Bénabar is samen met Cali één van de publiekslievelingen. In Vlaanderen een nobele onbekende, maar in het Franstalig gedeelte slaagt de songschrijver erin met het eenvoudige Franse chanson (jonge) meisjesharten sneller te doen slaan. Hij overschouwde met een brede, stralende glimlach, als een prins de nokvolle AB. Luidkeels werd hij verwelkomd. Hij overtuigde met een puik overzicht van z’n oeuvre.

Neem gerust een kijkje naar de fotosessie op Musiczine.net

Organisatie: Ubu concerts


Agoria

De house- en technoworld van Butch en Agoria

Geschreven door

De Petrolclub is back … met een toffe voorjaarsprogrammatie. Tijd om ons eens te oriënteren in één van Belgisch meest befaamde clubs …U raadt het al: … na een herbronning hebben de verantwoordelijken van ‘5 voor 12’ terug een aantrekkelijke affiche klaargestoomd. Als je weet dat zij ook instaan voor de organisatie van ‘10 Days Off’ tijdens de Gentse Feesten is het niet zo gek moeilijk dat er ook in hun club aandacht wordt besteed aan de huidige trends in de elektronische muziek. Eén van de namen die meteen in het oog sprong was die van Agoria. De Franse dj uit Lyon, mag na twee albums ‘Blossom’ (2003) en ‘The Green Armchair’ (2006) gerekend worden bij de top van de hedendaagse Franse house- en technoscene.
Sébastien Devaud zorgde in Antwerpen zoals verwacht voor een feilloze DJset van donkere techno waarbij hij een unieke groove ontwikkelde. Hij is een DJ waar Frankrijk fier mag op zijn en bewees dat hij thuishoort in de internationale clubwereld waar hij al aan de zijde
stond van Jeff Mills, Carl Cox, Ritchie Hawtie,...Met de huidige single “Dust “ als hoogtepunt!

DJ
Butch op z’n beurt is lang niet zo bekend en heeft een veel kleiner palmares dan Agoria.
Amper twee jaar na zijn debuutalbum ‘Pappillon’ heeft deze Duitser toch ook al zijn plek gevonden in de hedendaagse housewereld. Hij heeft al een aantal nominaties gekregen voor zijn betere remixwerk en zijn prestaties als jonge technodj. Hij scoorde hoge ogen in de Ultratop met de single "Amelie", die meteen die avond een knaller was. Een getalenteerde dj die rustig op het elan van Agoria doorging en zorgde voor één lange mix van gedreven house- en technomusic.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Roland Van Campenhout

Roland + Peter Green & Friends: ouderwets bluesavondje

Muziekcafé en concertzaal De Zwerver koos meteen voor twee levende legenden die het podium van hun gerenoveerde muziekmekka mochten betreden. Vaderlandse bluesgod Roland mocht hierbij als voorprogramma de spits afbijten, gevolgd door één van diens grote voorbeelden, de ietwat zonderlinge Engelse bluesrock pionier Peter Green. Voor deze dubbelaffiche liep de heropgefriste Zwerver aardig vol met hoofdzakelijk Westvlaamse liefhebbers van het genre die beleefd en zachtjes heupwiegend een mooie bluesavond beleefden.

ROLAND is een zelfverklaard Peter Green adept van het eerste uur en kon zijn bewondering voor de man tijdens zijn (te) korte solo set dan ook niet onder stoelen of banken steken. Nochtans moet hij niet onderdoen voor Green: zelf een begrip in Vlaanderen en ver daarbuiten sinds de oprichting van diens Bluesworkshop begin jaren ’70, en de laatste jaren opnieuw bijzonder goed bezig met als recent opus magnum de muzikale samenwerking met Admiral Freebee die begin 2008 resulteerde in het broeierige ‘Never Enough’ album. In het verleden blonk Roland live wel eens uit door langdradigheid en verloor hij zichzelf te veel in eindeloze jamsessies, maar gezien de korte tijd die hem was toegemeten koos de snarentovenaar wijselijk voor een fraaie afwisseling van bluesstijlen die ook voor niet ingewijden geen seconde verveelde. We onthouden hierbij o.a. de virtuoze akoestische blues van “Frankie & Johnny” en de heavy slideblues van “Going Back to Black Mountain” waaraan Roland moeiteloos een stukje “You Are My Sunshine’ breidde. Als afsluiter koos de grijnzende bluesbard voor een nummer uit ‘Never Enough’: tijdens “Midnight Star” werd Roland vergezeld door een live geprogrammeerde sitar box waardoor een dreigend voodoo sfeertje à la Woven Hand werd gecreëerd. We hadden Roland graag nog een uurtje zien doorgaan op dit elan, maar ook hij keek halsreikend uit naar het hoofdprogramma van de avond.

Samen met o.a. Alexis Korner en John Mayall stond PETER GREEN midden jaren ’60 mee aan de wieg van de Britse ‘white blues’ boom. Bij het grote publiek raakte Green vooral bekend als oprichter van Fleetwood Mac, toen nog een toonaangevende bluesrock formatie die hij in 1969 om religieuze redenen verliet. Daarna verdween hij zowat twee decennia van het toneel en kwijnde bijna weg in de psychiatrie en ontwenningsklinieken. Green pikte medio jaren ’90 de muzikale draad terug op met diens Splinter Group, en staat thans opnieuw in de belangstelling dankzij een recent verschenen retrospectieve 4CD box.
Wie echter dacht dat Peter Green & Friends in De Zwerver het publiek zouden verwennen met een carrière overzicht was er toch wat aan voor de moeite. Green en zijn vierkoppige begeleidingsband hadden in plaats daarvan een eigenzinnige reeks covers in petto waarmee de oude bluesmeester eerbetoon wou brengen aan een paar van zijn persoonlijke favorieten. Ietwat symbolisch werd er geopend met het innemende “The Blues Don’t Change”, waarmee Green leek te willen aangeven dat ondanks zijn turbulente levenswandel er eigenlijk weinig is veranderd sinds zijn eerste stappen in de blueswereld. De keuze van de covers getuigde alleszins van een brede smaak: na “Many Rivers to Cross” (Jimmy Cliff) volgden ondermeer het luchtige instrumentaaltje “Dance On” van The Shadows en een jazzy uitvoering van “Guess I’m a Fool” (Memphis Slim).
De nummers werden afwisselend gezongen door Green en diens gitarist; de performance van deze laatste, die niet echt bleek te beschikken over een begenadigd bluesstrot en eerder uitblonk in meligheid, stond in schril contrast met de dunne doch doorleefde stem van Green. De voornaamste taak van de gitarist bestond er dan ook in om de grootmeester alert te houden en hem af en toe eens te laten rusten. Bescheiden als hij is had Green zich aan de zijkant van het podium verschanst in een comfortabele stoel van waaruit hij met onvaste hand zijn tekstvellen beroerde. Het viel bovendien op dat Green niet het minste oog- of ander contact zocht met het publiek, wat zijn reputatie als muzikale zonderling opnieuw alle eer aandeed.
Green & Friends citeerden dan wel hoofdzakelijk uit andermans werk, maar oogstten met de Fleetwood Mac evergreen “Albatross” uiteindelijk toch het meeste applaus. Het tempo werd hierna wat opgedreven met de swingblues van Willie Dixon’s “When the Lights Go Out”. Als laatste nummer noteerden we een lang uitgesponnen versie van “The Thrill is Gone”, een Ron Hawkins original die in tientallen versies het licht heeft gezien en BB King zijn grootste hit bezorgde.
Verrassing troef toen vervolgens een pauze werd aangekondigd... maar de groep echter niet meer terugkeerde! Het maakte een wat abrupt einde aan een ouderwets gezellig bluesavondje waar we het voorrecht hadden om oog in oog te staan met een guitige Roland en een broze, doch innemende Peter Green.

Organisatie: VZW De Zwerver, Leffinge - Leffingeleuren

Funeral Dress

Funeral Dress en Belgian Asociality: Belgische punkbands vieren feest

Geschreven door
Er was heel wat volk opgedaagd om de twee oudgediende Belgische punkbands Belgian Asociality en Funeral Dress aan het werk te zien. De ene fan haalde z’n oude punkjasje en streepjesbroek uit de stofferige kleerkast op zolder (waarbij hij hoopte er nog in te kunnen!), de andere was letterlijk met vrienden blijven hangen in de roemrijke beruchte ‘70’s punkjaren. De jongere aanwezige wou wel eens weten waar de huidige hardcore/punkrock/nu-metal bandjes (uit eigen streek) de mosterd vandaan haalden. De basis van een goede keuze met deze twee bands.

Funeral Dress, op z’n beurt, vierde in het Depot z’n 1000ste concert en stelde meteen ook de nieuwe cd ‘Global warning’ voor. De groep uit Herentals/Heist-op-den-Berg ontstond ook al midden de jaren ’90 en is ondertussen uitgegroeid tot één van de bekendste Belgische rockbands in de USA. Hun springerige en dynamische punkrock met folkinvloeden, brak definitief door in 2002 toen ze hun lijflied “Party On” in de hitparade zagen staan. Zij bundelen de kritische blik op anarchie en de muzikale rijkdom van Dropkick Murphys, Flogging Molly, Green day, Blink 182, en oudjes Exploited, Dead Kennedy’s samen.
Ook zij overtuigden een uur lang met twintig korte snedige en felle punksongs. We hoorden songs met spraakmakende titels als “Death and glory”, “Rebel radio”, “Speed psycho”, “Cops are  no …”, “Belguims burnin” en “Angel suicide”, in combinatie met de party klassiekers “Pogo”, “Oi”,“Beer and woman” en “Party on.
Hun ’All for one, and one for all’ klonk als één brok samenhorigheid, want de fans waren één en al respect voor hun favoriete band …

Het Antwerpse kwartet Belgian Asocialty bestaat twintig jaar en vierde het met de langverwachte voorstelling van de nieuwe cd, waarvan we naar BA traditie U de titel moeten onthouden. De uitdrukking ‘Eenvoud siert’ werkt doeltreffend als je deze band, onder de ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige punkpop Mark Vosté (zang) en Tom Lumbeek (bas), aan het werk ziet. Ze halen invloeden uit de hardcore, ska, metal en country. Hun prettig gestoord, meezing-/brulbaar rammelende pretpunk (kort, rechttoe-rechtaan, opzwepend) met humoristische en cynische no-nonsens teksten, blijft populair en werkt aanstekelijk op de dansspieren! Onterecht wordt hun ‘gezonde boereleute’ amateurisme en gemakzucht verweten, door het feit dat ze door de jaren misschien altijd (meer) van hetzelfde doen. Het publiek ging in de moshpit bij momenten fel tekeer: sky- en stagediven, duw en getrek en pintjes gooien in de lucht; het was leuk om te zien hoe jong en oud zich verenigde op het oude als ook het nieuwe materiaal.
Meteen zat de vonk erin, met prijsbeesten als “BA”, “Feasty boys”, “Keerbergen” en “Stagediv”. De nieuwe songs als “Twee”, “Die van ons”, “Preekwoorden”, “Treimeloe city” en “Tuinkabouter”, zaten mooi verweven binnen de oude klassiekers. Ondanks dat ze wat ‘meer song’ om zich hadden, was het tempo hoog en strak. Ook de bindteksten van het ‘Sergio entertainbeest’ Vosté waren na al die jaren ferm leuk om te horen. Het feestje was compleet met “Jupiler”, “Boerderie”, “Van mijn erf”, “Belg-Ie” (persiflage van het ons volkslied), “De gefrustreerde automobilist”, “Bompa punk” en “Non non rien ne va changer, tout va continuer”. De punkattitude kreeg nog een staartje in de bis met “De moshpit”, de klassieker “Morregen”, “Anarchie” en “Het is gedaan, ’t is weer goed geweest”. En dat het goe was geweest, merkten we alvast toen thuis onze kleren nog naar sigaretten en het gekegelde bier roken, een beetje als op de vroegere plaatselijke chiro- en scoutsfuif. Soms moet da echt niet meer zijn…

Organisatie: Depot, Leuven


Belgian Asociality

Belgian Asociality en Funeral Dress: Belgische punkbands vieren feest

Geschreven door

Er was heel wat volk opgedaagd om de twee oudgediende Belgische punkbands Belgian Asociality en Funeral Dress aan het werk te zien. De ene fan haalde z’n oude punkjasje en streepjesbroek uit de stofferige kleerkast op zolder (waarbij hij hoopte er nog in te kunnen!), de andere was letterlijk met vrienden blijven hangen in de roemrijke beruchte ‘70’s punkjaren. De jongere aanwezige wou wel eens weten waar de huidige hardcore/punkrock/nu-metal bandjes (uit eigen streek) de mosterd vandaan haalden. De basis van een goede keuze met deze twee bands.

Het Antwerpse kwartet Belgian Asocialty bestaat twintig jaar en vierde het met de langverwachte voorstelling van de nieuwe cd, waarvan we naar BA traditie U de titel moeten onthouden. De uitdrukking ‘Eenvoud siert’ werkt doeltreffend als je deze band, onder de ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige punkpop Mark Vosté (zang) en Tom Lumbeek (bas), aan het werk ziet. Ze halen invloeden uit de hardcore, ska, metal en country. Hun prettig gestoord, meezing-/brulbaar rammelende pretpunk (kort, rechttoe-rechtaan, opzwepend) met humoristische en cynische no-nonsens teksten, blijft populair en werkt aanstekelijk op de dansspieren! Onterecht wordt hun ‘gezonde boereleute’ amateurisme en gemakzucht verweten, door het feit dat ze door de jaren misschien altijd (meer) van hetzelfde doen. Het publiek ging in de moshpit bij momenten fel tekeer: sky- en stagediven, duw en getrek en pintjes gooien in de lucht; het was leuk om te zien hoe jong en oud zich verenigde op het oude als ook het nieuwe materiaal.
Meteen zat de vonk erin, met prijsbeesten als “BA”, “Feasty boys”, “Keerbergen” en “Stagediv”. De nieuwe songs als “Twee”, “Die van ons”, “Preekwoorden”, “Treimeloe city” en “Tuinkabouter”, zaten mooi verweven binnen de oude klassiekers. Ondanks dat ze wat ‘meer song’ om zich hadden, was het tempo hoog en strak. Ook de bindteksten van het ‘Sergio entertainbeest’ Vosté waren na al die jaren ferm leuk om te horen. Het feestje was compleet met “Jupiler”, “Boerderie”, “Van mijn erf”, “Belg-Ie” (persiflage van het ons volkslied), “De gefrustreerde automobilist”, “Bompa punk” en “Non non rien ne va changer, tout va continuer”. De punkattitude kreeg nog een staartje in de bis met “De moshpit”, de klassieker “Morregen”, “Anarchie” en “Het is gedaan, ’t is weer goed geweest”. En dat het goe was geweest, merkten we alvast toen thuis onze kleren nog naar sigaretten en het gekegelde bier roken, een beetje als op de vroegere plaatselijke chiro- en scoutsfuif. Soms moet da echt niet meer zijn…

Funeral Dress, op z’n beurt, vierde in het Depot z’n 1000ste concert en stelde meteen ook de nieuwe cd ‘Global warning’ voor. De groep uit Herentals/Heist-op-den-Berg ontstond ook al midden de jaren ’90 en is ondertussen uitgegroeid tot één van de bekendste Belgische rockbands in de USA. Hun springerige en dynamische punkrock met folkinvloeden, brak definitief door in 2002 toen ze hun lijflied “Party On” in de hitparade zagen staan. Zij bundelen de kritische blik op anarchie en de muzikale rijkdom van Dropkick Murphys, Flogging Molly, Green day, Blink 182, en oudjes Exploited, Dead Kennedy’s samen.
Ook zij overtuigden een uur lang met twintig korte snedige en felle punksongs. We hoorden songs met spraakmakende titels als “Death and glory”, “Rebel radio”, “Speed psycho”, “Cops are  no …”, “Belguims burnin” en “Angel suicide”, in combinatie met de party klassiekers “Pogo”, “Oi”,“Beer and woman” en “Party on.
Hun ’All for one, and one for all’ klonk als één brok samenhorigheid, want de fans waren één en al respect voor hun favoriete band …

Organisatie: Depot, Leuven

The Bony King Of Nowhere

CD presentatie van het beloftevolle The Bony King Of Nowhere

Geschreven door

Het Gentse The Bony King Of Nowhere won een paar jaar terug het lokale Beloften concours om zich dan in de schijnwerpers te plaatsen als supports, Folkdranouter 2007 en 25 jaar Vooruit. Een verstilde, ingetogen en sobere aanpak van emotievol semi-akoestisch gitaargetokkel, kleurrijke keyboards en een ingehouden percussie. De groep, bepaald door zanger/componist Bram Vanparys, heeft nu z’n debuut uit, ‘Alas my love’, werd en wordt lovend onthaald en staat voor de immense uitdaging hun muziek van innemende, broeierige en melancholisch romantische pop en de opgedane podiumervaring verder ‘en verve’ uit te werken. Sinds de band werkte aan het debuut kwam er nog een contrabassist en een tweede gitarist bij, die de songs wat meer diepgang geven en wat meer doorleefd laten klinken. Ook de dromerige, indringende, licht overwaaiende vocals van de zanger passen in dit muzikaal plaatje. De groep doet denken aan Bonnie ‘Prince’ Billy, Iron & Wine, Bon Iver, Low en Cowboy Junkies en in de zang aan Girls In Hawaii en Absynthe Minded.

Ondanks de onwennigheid en licht onzekere houding op het podium hoorden we een dosis sfeervolle songs binnen een ‘Duyster’ concept, “The sunset”, “Everything I like” en “There I am”, die door de huidige instrumentatie wonnen aan zeggingskracht. Ontdaan van enige franjes en bepaald door lieflijk gitaargepingel en een verloren gewaande diepe contrabassnaar waren “Taxidream”, “My favorite” en de titelsong, die door handclapping een extra toets kreeg. Perfect gedoseerd binnen de ‘Bony’ context speelden ze een tweetal krachtige songs, “The darkness” en in de bis “Eleonore” (beiden niet op het debuut), die het meeste vaart gaven en zeker iets zijn om in de toekomst mee rekening te houden van een gevarieerde setlist. Een aan Radiohead/Sigur Ros refererend klanktapijt hoorden we door toetsen en soundscapes op “Maria”, “Losing gravity” en “Visitor”. Het intiem pakkende “My invasions” op piano besloot de cd voorstelling. Op het eind kregen de songs zelfs meer impact door Bram’s fluisterzang.

Een klein uur zagen we een talentrijk muzikant en een goed ingespeelde band. Broeierig spannende groeisongs, die door hun intimiteit een pracht zonder praal waren; kortom, klassewerk en een doorbraak die niet mag ontbreken. Vanparys en de zijnen profileerden zich als een de Bony ‘Prince’ Of Nowhere en droegen de naam van een ‘King’ waardig!

Ook de mensen van Keremos hadden iets in petto. Hun tweede ‘The Next Big Thing’ stelden volgende beloftevolle bands voor in de Minnemeers, The Galacticos, Roadburg, Team William, Arquettes en Steak Number Eight.
Na het optreden van The Bony King Of Nowhere konden we nog de springerige, aanstekelijke poprock van The Galacticos meepikken en zagen we Team William (derde plaats op Humo’s Rock Rally vorig jaar!) aan het werk, die overtuigden met hun gevarieerde, snedige en speelse indierock. Het was me duidelijk dat hier bands stonden, die dit jaar een airplay moeten verdienen van hun EP/cd …

Organisatie: Democrazy, Gent (ism Vooruit Gent)

Pagina 447 van 482