logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15378 Items)

Yo La Tengo

Yo La Tengo: kwarteeuw klasse

Geschreven door

Het Depot werd woensdagavond ingepalmd door twee acts die al lange tijd meegaan. Men zou op wapenstilstandsdag van een bende oud-strijders durven spreken, ware het niet dat zowel Wreckless Eric als Yo La Tengo hun strijd nog niet gestaakt hebben.

De Brit Eric Goulden debuteerde in 1977 als Wreckless Eric op het fameuze Stiff-label (zie ook Elvis Costello, Nick Lowe en Ian Dury), zijn ‘Whole wide world’ wordt over het Kanaal als een hoogtepunt van de punkrockgeschiedenis beschouwd, dit terwijl zowel de uitvoerder als het lied zelf weinig belletjes doen rinkelen in onze contreien.
In Leuven liet deze vrolijke Frans zich bijstaan door zijn echtgenote Amy Rigby die in “Raising the bars” klonk als Patti Smith om enkele nummers later vocaal de ene keer heel licht richting Joni Mitchell en de andere keer richting Lisa Loeb te zweven. In de eerste helft van het nogal rommelige optreden beperkte het echtpaar zich tot gitaar en keyboards, nadien verraste Wreckless Eric het publiek door plots een beatbox in gang te steken hetgeen de aandacht wat kon afleiden van ’s mans povere zangpartijen. De tekst van “Bobblehead Doll” zorgde, in combinatie met de naar Sinead O’Connor neigende vocalen van Rigby, voor een mooi contrast met de eerdere vrolijke geluiden die de reeds vermelde beatbox teweeg bracht. Het daaropvolgende nummer werd gelardeerd met een opzwepende samenzang en enkele danspasjes van de basgitaar bespelende Wreckless Eric. We hoorden geen wereldnummers maar weinigen namen daar aanstoot aan want het publiek slikte tien songs lang de allesbehalve verfijnde hutsepot die het sympathieke koppel opdiende. Wie kan immers geen vergiffenis schenken aan een pretentieloos duo dat excelleerde in zelfrelativering? De in het voorlaatste lied gezongen zinsnede “Together we were crap” spreekt wat dat betreft boekdelen. Ook het feit dat Wreckless Eric afsluiter “Whole wide world” aan The Proclaimers (die het nummer in 2007 effectief coverden op ‘Life with you’) toeschreef, illustreerde dat de vele lof die hij voor dit nummer toegedicht krijgt hem aan zijn reet kan roesten.

De kern van Yo La Tengo bestaat al sedert zijn ontstaan uit het echtpaar Ira Kaplan en Georgia Hubley. Bassist James McNew was dus de enige die woensdagavond zonder zijn halve trouwboek op het podium stond. Meer dan eens monden songs van Yo La Tengo uit in hevige distortion, in de openingssong gebeurde dit op gitaar terwijl Kaplan in de twee daaropvolgende nummers ook het orgel voluit liet janken. Hubley nam voor het eerst de lead-vocals voor haar rekening tijdens “Little eyes” (uit het in 2003 gereleaste ‘Summer Sun’). Hoewel deze groep ondertussen al een kwarteeuw meegaat, bewijst het veelvuldig putten uit hun recentste platen (het sublieme ‘I am not afraid of you and I will beat your ass’ en het recente ‘Popular Songs’) dat ze – in tegenstelling tot de meeste andere acts die al enkele decennia meegaan - niet teren op oud werk. Voorts valt de grote afwisseling op, er was in Het Depot zowel plaats voor een poppy song (zoals “Mr. Tough” dat met zijn hoge vocalen erg doet denken aan enkele van de meer vrolijke deuntjes die Ween op plaat perste) als voor de naar Sonic Youth neigende feedback-orkanen die tijdens enkele extreem lang uitgesponnen nummers weerklonken. Na een uurtje kregen we zelfs twee nummers lang rust gegund, vooral het door Hubley gezongen “I feel like going home” deed velen extra onderuitzakken in hun comfortabele zetel…..om direct daarna bruusk gewekt te worden door de keihard snerpende gitaar van Kaplan.
De instrumental die na anderhalf uur de reguliere set afsloot, deed ons – mede door de manier waarop Kaplan met lijf en leden opging in zijn gitaarspel – terugdenken aan het uitstekende optreden dat we Explosions in the sky twee en een half jaar terug op hetzelfde podium zagen brengen. Op een bepaald moment bleek de flow even weg waardoor het leek alsof Yo La Tengo zich even verslikte in de massaal meanderende akkoorden. Lang duurde deze hapering echter niet want het drietal (dat tijdens die afsluiter aangevuld werd met een stoïcijns spelende organist) is zodanig goed op elkaar ingespeeld dat ze alles snel weer op de rails kregen.
Een dubbele bisronde was het logische gevolg van dit alles. Eerst mochten Wreckless Eric en Amy Rigby nog eens bewijzen dat ze zelfs een classic als “Dizzy” (van Tommy Roe) de vernieling in kunnen zingen. Vervolgens etaleerde Yo La Tengo zijn klasse in “Our way to fall”. Ook op verzoeknummers van de Leuvense fans gingen ze in. Terwijl men pas na zes nummers een eerste woord tot het publiek gericht had, ontdooide Kaplan zich in de bisnummers dus tot de perfecte gastheer. Voor het laatste lied kwam Hubley nog eens van achter haar drumstel vandaan om - samen met haar (zichzelf op de akoestische gitaar begeleidende) man – een mooi orgelpunt te zetten achter dit zeer degelijke concert.

Ooit zagen we Yo La Tengo al indrukwekkender voor de dag komen, maar dit weerhoudt ons er niet van om te concluderen dat ze na 25 jaar nog steeds moeiteloos bewijzen dat ze hun plaats aan het rockfirmament meer dan verdienen. The Rock’n’Roll Hall of Fame weet dus meteen voor wie ze een plaatsje mogen reserveren. Alhoewel, we gaan niet eisen dat ze daar snel in opgenomen zullen worden aangezien die ‘hall’ vooral bevolkt wordt door artiesten die hun beste tijd al gehad hebben…iets wat in het geval van Yo La Tengo allerminst opgaat.

Organisatie: Depot, Leuven

Lady Linn & Her Magnificent 7

Here we go again

Geschreven door

Muzikale duizendpoot Lien De Greef legde zich na haar werk met trippop Bolchi, de hippop van Skeemz en haar werk met DJ Red D (zanglijnen verzorgen en soms zelf eens mee dj-en) toe op haar voorliefde voor jazz. De charismatische en talentrijke Lien kon al evenzeer rekenen op even talentrijke muzikanten en formeerde Lady Linn and her Magnificent Seven, die groeven in het muzikale archief van de ‘50’s jumpin’ jive, ballroom jazz en bebop. Ze toerden twee jaar met covers van jazz- en swingnummersuit de jaren ’30 tot ’50. Sensueel, zwoele en broeierige jazzysoulpop dus.
Ze begon zelf ook eigen nummers te schrijven, wat resulteerde in de vorig jaar verschenen cd ‘Here we go again’. Naast vaste man Jeroen de Pessemier (ook Subs), plaatste de ganse Gentse scène zich achter dit project, dat tot op de dag vandaag een groots succes is in het reguliere clubcircuit en op de festivals.
Het is een uiterst genietbare cd waar de verschillende instrumenten, de blazersectie en haar emotievol pakkende stem op elkaar zijn afgestemd. Songs als “A love affair”, “Cool down” en Eddie Grant’s “I don’t wanna dance” hebben een lekkere groove; ze worden afgewisseld met een uiterst sfeervol gehouden “Waiting” en de titelsong “Here we go again”; “Shopping” lijkt gegrepen uit de jive stal van één van de platen van Joe Jackson en met “I am aware” ( met Bert Ostyn – Absynthe Minded) heeft ze een ontbrekende ‘50s crooner uit.
Ze won dit voorjaar nog de MIA, als beste vrouwelijke artieste en hierbij liet ze Natalia, Kate Ryan en Sandrine achter zich …Kortom, een terecht verdiende doorbraak!

Wilco

Wilco (the album)

Geschreven door

Dat Jeff Tweedy troostende kracht put uit z’n muziek horen we op het recente ‘Wilco the album’. Onze talentrijke songschrijver toont een realistische, berustende kijk op allerlei kommer en kwel en straalt meer gemoedsrust uit… Muzikaal vakmanschap horen we in de knap opgebouwde rootsrock/alt.country. Er zijn de aanstekelijke rockers als “Wilco (the song)”, “Bull black nova” en “Sonny feeling”, alsook de sfeervol dromerige songs “One wing”en “I’ll flight”. Sober, ingehouden en intiem klinken “Deeper down”, “Country disappeared”, “Solitaire” en “Everlasting everything”. Het verstilde duet met Leslie Feist “You & I” vormt hierin een hoogtepunt. Wilco grijpt terug naar de doeltreffendheid van de klassieke gestructureerde song, geraakt niet verstrikt in de kunstzinnigheid van vroeger platenwerk en beschikt over een resem klassemuzikanten die de sfeerschepping van een Crazy Horse onderstrepen onder Tweedy’s zalvende, emotievolle stem.
’Wilco (the album)’ bevat subtiel uitgewerkt songmateriaal, en toont een band die zich in zijn oud vertrouwde stijl graag vernieuwt , wat een puik resultaat oplevert …!

Fight Like Apes

… And the mystery of the golden medaillon

Geschreven door

Binnen het hokje van de alternative rock mogen we gerust het jonge kwartet Fight like Apes plaatsen, afkomstig uit Dublin, Ierland. .Ze staan garant voor uptempo gedreven synth/poppunk. Inderdaad, de synths staan tegenover de gitaar en de songs worden gedragen door de indringende, verbeten stem van zangeres Mary Kate (Maykay). Hun straight forward songs klinken leuk, dynamisch en opzwepend met “Battlestations”, “ Do you karate?” en “Something global”.
Ze speelden zich al in de kijker op het Noorderslag en op het Pukkelpopfestival en werden al een paar keer genomineerd in eigen land. Fight like Apes brengen na twee beloftelvolle DIY Ep’s een voortreffelijk debuut uit …

Morrissey

Morrissey’s verrijzenis: te kort maar krachtig

Geschreven door

In 1987 werd het fanlegioen van The Smiths abrupt verscheurd in twee kampen. In het ene kamp de fans van het eerste uur, die de creatieve spil Morrissey (aka The Moz) en Johnny Marr op dezelfde eenzame hoogte als Lennon & McCartney de hemel in prijzen, maar Morrissey als solo performer maar een verschrikkelijke zage-vent vinden. In het andere kamp de ware Moz adepten, die in hun platenkast naast oude Smiths albums evengoed ‘Viva Hate’, ‘Your Arsenal’ of ‘Vauxhall And I’ hebben staan. Voor die laatste groep fans leek 2009 heel even het jaar van de ultieme vervloeking te worden: een groot deel van Morrissey’s voorjaarstour werd geschrapt wegens ziekte, en toen de Moz dit najaar dan eindelijk terug op het podium verscheen was het plezier wel van heel erg korte duur toen de prille vijftiger twee weken terug in het Engelse Swindon al tijdens het eerste nummer zijn band in ijl tempo moest inruilen voor een medisch interventieteam. Afgelopen dinsdag klaarde de hemel dan eindelijk toch op boven Rijsel waar een herrezen Morrissey en zijn bijzonder gretig musicerende begeleidingsgroep neerstreken ter gelegenheid van de ‘Swords Tour’.

Ondanks zijn recente medische geschiedenis was Morrissey duidelijk niet afgezakt naar de tot de nok gevulde l’Aéronef voor een gezondheidswandeling. Want geef toe, wie opent met een bijzonder snedige versie van de Smiths evergreen “This Charming Man” krijgt probleemloos iedereen op zijn hand en kan rustig freewheelend nummers uit het jongste album ‘Years Of Refusal’ tussen dergelijke klassieke oudjes smokkelen. Morrissey & co trekken op dat album overigens ongemeen stevig van leer, en ook op het podium werden nummers als “Black Cloud” en de Calexico pastiche “When I Last Spoke To Carol” als potige rockers het publiek ingeslingerd. Maar even goed deed Moz zijn vermeende homosexualiteit alle eer aan en ontpopte hij zich tot een gentlemen crooner op de knappe single “I’m Throwing My Arms Around Paris” en het in vitriool gedrenkte “One Day Goodbeye Will Be Farewell”. Onze favoriete Mancunian bleek overigens opvallend goed geluimd, schudde regelmatig handjes met het publiek en nam dankbaar geschenkjes aan. Het stond allemaal wat in contrast met de ongeziene restricties waaraan elke concertganger zich diende te onderwerpen op expliciete vraag van Morrissey’s management: iedereen werd grondig gefouilleerd, en al wie ook maar aanstalten maakte om met zijn mobieltje een kiekje te nemen werd beleefd op andere gedachten gebracht door de talrijk aanwezige security. De onverlaten die dit laatste toch aan hun laars lapten werden in geen tijd bij de kraag gevat en niet altijd even discreet de zaal uitgezet.
Wie het enkel op de muziek had begrepen kreeg intussen een eigenzinnige ‘best of’ selectie voorgeschoteld. Uit het geslaagde come-back album ‘You Are The Quarry’ (’04) werden “First Of The Gang To Die” en “Irish Blood, English Heart” opgevist, en voor de fans van het eerste uur werd ook een blik Morrissey/Marr composities open getrokken. “Cemetry Gates”, een vergeten pareltje uit het onvolprezen ‘The Queen Is Dead’ (’86) werd op Moziaanse wijze opgedragen aan “people from the city with nothing to do, much like you really”. Nog meer zelfrelativering bij het nog steeds bijzonder catchy “Ask”, waar Morrissey de enthousiaste reacties van het publiek fijntjes counterde met “You see, the oldest songs are the worst”. Maar het prijsbeest van de avond bleek zonder twijfel en tot niemands verbazing toch weer “How Soon Is Now?”. In de persoon van Boz Boorer en Jesse Tobias waren er weliswaar twee gitaristen nodig om Johnny Marr even te doen vergeten, maar het was vooral The Moz zelf die met het nodige gevoel voor pathos deze 80ies classic deed herleven.

Met een vers hemd om het lijf opende Morrissey de bisronde met een verbeten “Something Is Squeezing My Skull”, en net toen het publiek al een volgend verzoeknummer in gedachten had nam hij droogjes afscheid met “Thank you Lille, and of course, thank me!”. De fans keken elkaar dan ook met blikken vol ongeloof aan toen de zaallichten luttele seconden later daadwerkelijk aanfloepten. Misschien moest The Moz zijn set wel beperken tot 75 minuten op doktersadvies? Hoe dan ook, de muzikale verrijzenis van Morrissey is een feit, al had de trip naar the light that never goes out beslist wat langer mogen duren.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Agauchedelaune, Lille

Yes

Yes: YES, we (still) can!

Geschreven door

“Yes We Can”, moet zowat het motto geweest zijn toen dit Yes besloot om zonder Jon Anderson op tournee te gaan. Doorheen de geschiedenis van deze Progrock dinosauriërs zijn er trouwens al heel wat bezettingswijzigingen geweest. In 1980 werd de line-up ook al eens drastisch aangepast toen gelijktijdig twee nieuwe leden (toen waren dat Trevor Horn & Geoff Downes) Yes mochten vervoegen. Hoewel het album ‘Drama’ die de band toen maakte een schitterende plaat was, werd de afwezigheid van Jon Anderson door de fans toen als erg pijnlijk ervaren. In 1982 keerde Jon Anderson terug en zou actief blijven bij Yes tot 2004. Na 2004 ging Yes de koelkast in en was er plaats voor talrijke nevenprojecten. Jon Anderson werd ziek. Hij kreeg ernstige ademhalingsproblemen en moest noodzakelijkerwijs de geplande tour van 2008 afzeggen. Een beetje onrespectvol werd de man aan de kant gezet waarop bassist Chris Squire (het enige Yes lid dat op elk album actief was) op zoek ging naar een nieuwe Yes line-up.
“This is now Yes” verklaarde Squire toen hij onlangs aankondigde dat de nieuwe leden Benoit David & Olivier Wakeman nu officieel deel uitmaakten van het nieuwe Yes. Deze ‘In the Present’ tournee moest het dus vooral hebben van de nieuwe line-up want een nieuw album was er (nog) niet. Olivier Wakeman, zoon van Rick Wakeman (ook al voormalig Yes lid) mocht in zijn vaders sporen treden en zich ontpoppen tot toetsentovenaar. De onmogelijke en ondankbare taak om Jon Anderson te vervangen werd door de sympathieke Canadees Benoit David echter met open armen ontvangen. Het lijkt wel een trend maar ook hij werd weggetrokken bij een coverband die onder de naam Close To The Edge als Yes tribute band opereerde. Chris Squire merkte de man op in de vele Youtube video’s en vond in hem een waardige vervanger voor mister Anderson. De machtige akoestiek van de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen moest ook ons overtuigen van dit vernieuwde Yes.

De zaal liep onverwacht vol met zo’n 1500 ouwe rockers & hun zonen die vanuit hun comfortabele fluwelen zitjes de band het best konden gadeslaan. Ooit is het anders geweest met uitverkochte concerten in grotere zalen. Het podium was opvallend lelijk aangekleed met hangend boven de muzikanten vleermuisachtige witte doeken. Zo was er de ganse avond visueel erg weinig te beleven met een wat ondermaatse lichtshow. Vanaf “Siberian Khatru” zat de sfeer er goed in en was het duidelijk dat de fans dit Yes een kans wilden geven. Zanger Benoit David maakte meteen een goede indruk. Zingend met de falset stem kwam hij dicht in de buurt van Jon Anderson’s stembereik. Echter vanaf de opener was het duidelijk dat Steve Howe opnieuw de man van de avond zou gaan worden. Met zijn virtuoze gitaarstijl en knotsgekke bekken bracht hij het publiek meermaals in totale extase. Zo was zijn solospot middenin de set bijzonder indrukwekkend! Vooral het akoestische “ Laughing With Larry”, die hij maakte met het Jazz combo Steve Howe Trio, klonk buitenaards.
Andere hoogtepunten waren het sublieme “And You And I” (met een eerste staande ovatie!) en het schitterende “Onward”. Verrassend waren de twee tracks uit het ‘Drama’ album met o.a. “Tempus Fugit” in een erg heavy uitvoering. Helaas waren er ook wat minder sterke momenten in de show. Tijdens “Yours Is No Disgrace” ging het helemaal mis toen tijdens het grootste deel van de song de versterking richting zaal volledig uit viel. Vreemd om een band gedurende vele minuten live te horen spelen enkel op de podiummonitors. Ook de finale had wat verrassender mogen zijn. De uitvoering van “Heart Of Sunrise” kon mij niet echt overtuigen en tijdens de encore ronde met “Roundabout” en “Starship Trooper” nam de automatische piloot te veel de overhand. Een duidelijk vermoeide band nam na bijna 150 minuten hoogstaande ‘progressieve rock old school’ afscheid van het dolenthousiaste publiek.

Het nieuwe Yes met ploegbaas Chris Squire aan het hoofd en de nieuwkomers Benoit David en Olivier Wakeman kon mij toch wel bekoren. Wel twijfel ik of deze line-up wel de toekomst is voor Yes. De mystieke spiritualiteit van Jon Anderson bleek toch een ernstig gemis maar ik moet toch wel toegeven “YES, They Still Can!” en daar zullen de fans vooral heel erg gelukkig mee zijn.

Setlist: *Siberian Khatru *I’ve Seen All Good People *Tempus Fugit *Onward *Astral Traveller *And You And I *Yours Is No Disgrace *Steve Howe: Surface Tension/Laughing With Larry *Owner Of A Lonely Heart *South Side Of The Sky *Machine Messiah *Heart Of Sunrise
*Roundabout
*Starship Trooper

Organisatie: Live Nation

The Flaming Lips

The Flaming Lips: Song en Show uitgekiend!

Geschreven door

The Flaming Lips hebben zo hun eigen plaatsje in het muzieklandschap … Ondanks het feit dat ze een sprookjesachtige sound hebben weten te ontwikkelen, kleur- en beeldrijk ineen, pendelen ze tussen droom en werkelijkheid; de heren onder zanger/gitarist Wayne Coyne gaan de strijd aan om er een betere, leukere wereld van te maken; een boodschap, die hij tussen de nummers liet doorschijnen … ‘a wonderful life & happy faces’ ondanks dat sommigen het in deze wereld niet echt menen.

Twee uur lang konden we genieten van hun wondere, fantasierijke muzikale leefwereld, met als doel een onvergetelijke feestavond. Ze houden van een dosis experimenteerdrift op hun platen. Het recente ‘Embryonic’ bundelt de vroegere platen ‘Transmissions from the satellite heart’ (uit ’93 – met de instant klassieker “She don’t use Jelly”) het poppier ‘The soft bulletin’ (’99) en de mystieke psychedelica van ‘Yoshimi battles the pink robots’ (’02) en ‘At war at the mystics’ uit 2006. Het lijkt een soort ‘Space Odyssey: watching planet earth in 2009’ in achttien nummers weergegeven en omschreven als een sci-fi trip.
The Flaming Lips hebben hun succes ook te danken aan het totaalspektakel binnen hun optreden in een club of op festivals. Al op voorhand lag door een luchtkanon de zaal vol oranje snippers en hingen papierslingers in de AB omkadering. De instrumenten werden geplaatst door de in oranje stadswerkplunje geklede roadies, de FL leden deden zelf de soundcheck, waar al een woordje commentaar werd geleverd. Coyne verwittigde de eerste rijen van z’n ‘space bubble’; hij legde uit dat je maar beter je pint of ander drankje uit had. En inderdaad, bij de aanvang van hun spacey trip, rolde Coyne in een reuzengrote ballon het publiek in. Een indrukwekkende start en een luid onthaal …Ze vatten ”Race for the prize” aan…, wat spectaculairder werd door de ingegooide ballonnen en het blazen van confetti en papiersnippers… Moest er nog zand zijn?
En er was érg veel te zien …Coyne maakte nog gebruik van een filmcamera aan z’n microfoon, flashy stroboscoops, een videowall met kitscherige pictures, de tragiek van schrijnende pics en erotiek (bij de intro hoorden we dreunende psychedelica en werden we allemaal in een vibrerende vagina gestopt); langs de beide kanten van de zaal zagen we een groot dierenbos van lukraak gekozen mensen uit het publiek, die zich hadden verkleed om de ganse set te staan huppelen en dansen; en tot slot een rookgordijn. Het bracht allemaal bij om die unieke sound van The Flaming Lips speels te houden en leuk in te kleuren. Muzikaal bewegen ze ergens tussen ‘70’s Pink Floyd, Spacemen 3, Ozric Tentacles, Mercury Rev, Air en de drone van Sunn O))). En dat oudjes Pink Floyd en Spacemen 3 invloedrijk waren, hoorden we vooral op het recente materiaal waaronder een mooi uitgesponnen “Silver trembling hands”, al vroeg in de set, die elan kreeg door de screamo’s van huilende wolven van het publiek en Coyne die op een verklede dansend, lachende gorilla zat. Het tempo hielden ze nog strak door de single “The yeah yeah yeah song”. Wat een eerste half uur van sound en entertainment. Op adem konden we even komen met een uiterst sfeervolle “Fight test”. “Morning of the magicians” benaderde de ‘psyche rock’ van Pierre Henry, een aparte muzikale trip met Kermit frogs op het podium. Het was een broeierig, slepende song, met zin voor experiment en gedragen door ontstemde vocoders van de gitarist en Coyne’s bedwelmende zang!
Ze gingen de geflipte psychedelica toer op met “Convinced of the hex”, een donkere dreiging met synths, orkestraties en cimbalen, die de ‘evil things on this planet’ bestreed, wat niet toevallig werd verder gezet door het aanzwellende “Evil”, van vervlogen gitaarpartijen en straffe synths. Onder de indruk waren we van die soepele, speelse, avontuurlijke, energiek geïnjecteerde, intrigerende psychedelicatrips en showelementen. Zelfs in een minimaal sfeervol gehouden “Yoshimi battles the pink robots” slaagden ze erin het publiek uit hun dak te laten gaan; de tekst werd luidkeels meegezongen. De sfeercreatie was ten top op “Pompeij am götterdämmerung” en op “The w.a.n.d.”, niet voor de hand liggende bezwerende songs die zeggingskracht kregen door in een rookgordijn confetti te blazen, vuurwerk en een oase van stroboscoops. Een grote gong werd zelfs bovengehaald en Coyne zong door de trompetopening en door een megafoon. Verrassend en gek! De doorbraak “She don’t use jelly” vormde het sluitstuk, klonk uiterst gevarieerd en werd sober ge-outtroëd op piano. Kers op de taart was een strak gespeelde “Do you realize?”, die het magnifieke optreden definitief besloot van een dolenthousiaste band, die song en show schitterend kon uitkienen. Een daadwerkelijke ‘feelgood’- ervaring …Kortom een ‘fantasmatische’ blijver …

Support was Stardeath and white dwarfs, eveneens afkomstig uit Oklahoma City en deel utmakend van de Coyne crew. Qua titel een persiflage op de ‘Death Star’ van de Star Wars serie, maar muzikaal overtuigde het jonge kwartet met krachtig opbouwende psychedelicarock; de poppy sound was doordrenkt van fuzz en distortion. De Madonna cover “Borderline” overtrof de andere nummers van hun gig.

Organisatie: Live Nation

Grizzly Bear

De stemmingen van Grizzly Bear vormen een melodieus apart gevoelig, dromerig geluid

Geschreven door

Grizzly Bear is een kwartet uit Brooklyn, NY; elk van de bandleden krijgt een evenwaardige rol toebedeeld. Inderdaad, ze staan met vier netjes op een rij tijdens de live gigs en er is een meerstemmige zang (gevarieerd en wisselend) van de gitaristen Ed Droste en Daniel Rossen, ondersteund van de andere twee.
Ze braken definitief door met de derde cd ‘Veckatimest’, opvolger van de in 2004 verschenen ‘Horn of plenty’ (Droste in z’n eentje!) en ‘Yellow house’ in 2006.

Ze speelden een uitgekiende, uitgebalanceerde set in een decor van naast elkaar hangende lichtjes in steriliseerbokalen en een spaarzame belichting. Een fijne vondst in een knus KC, die hun magistraal warme, sfeervolle opbouwende folky/americana/psychedelica/jazzy aandoende popsongs beter uit de verf deed komen.
De band put energie uit songwriters Elliott Smith en Devandra Banhart, refereert aan Beach Boys meets Fleetwood Mac meets Fleet Foxes door de dromerige opbouw en er zijn de bedwelmende stemmen - hoog uithalend en bedeesd -, het handelsmerk van de band. Ze bieden op plaat betoverend ontroerende, zweverige songs, die zich door de fijne gitaarakkoorden, de willekeur aandoende gitaaraanslagen en de intrigerende zalvende drums laten ontdekken; hun subtiel uitgewerkte melodieën worden gekenmerkt door boeiende muzikale kronkels, die onverwachtse wendingen ondergaan en ondersteund zijn door allerhande geluidjes van synths, klarinet, dwarsfluit, sax en een autoharp. Live kregen ze soms een wt meer stevige injectie.
Een klein anderhalf uur lang dompelde het kwartet het publiek onder in deze muzikale leefwereld. “Southern point” en “Cheerleader” waren de geslaagde openers, die snedig, direct als meeslepend en zweverig klonken door de kenmerkende GB sound en zang. De prachtsingle “Two weeks”, die een deuntje elektronica verstopte, zat middenin in de set. We hadden al sfeervolle poppareltjes gehoord: “Fine for now” greep in de intense opbouw terug naar de ‘70’s retro en americana en mocht zelfs iets rauwer zijn; oudje “Lullabye” hielden ze sober en in het bezwerende “Knight” klonken de drums iets forser, naast het gitaargetokkel. De band hield z’n publiek in hun klauwen en laveerden op boeiende wijze doorheen de set: een donker intrigerend en aanzwellend “Colorado” (ook uit 2006 ), een broeierig “Ready able” en de lieflijk “I live with you” en “Foreground” konden ingehouden en breder zijn en gingen moeiteloos in elkaar over; het staartje van deze twee kreeg een rockend My Morning Jacket van de laatste jaren mee.
Een magische droomwereld ging voor ons open , die kon worden verder gezet met “While you wait for the others”, bepaald door de vocale stemmenpracht en het rauw ontstemde gitaarspel. Tot slot deinden ze uit in de sixties Beach Boys pop met “On a neck, on a split”, een te vroeg einde van hun set.
De band werd enorm sterk onthaald. Die warme appreciatie zetten ze om in een emotievol beklijvend bis van “Hit me and I felt like a kiss”.

Grizzly Bear houdt van stemmingen … de instrumentatie als de vocale pracht vormden de pijlers van hun melodieus apart gevoelig, dromerig geluid. Terecht een fel bejubelde band!

Ook de support mocht er zijn, St. Vincent aka Annie Clark. Ze stond er deze keer alleen voor na haar tour in Dour en in de clubs. Haar dromerige indie/freefolk klonk eenduidiger; songs als “Marry me”, “Actor out of … “ en “Marrow” waren ontdaan van venijnige grillen en experimenteerdrift; de beperkte omlijsting - enkel gitaar (soms rauwer), computerbeats en soundscapes- voelde als een ijzige wind in ons gezicht. Vocaal klonk ze zacht, teder en hemels, maar durfde soms verbeten uit te halen, wat haar ergens tussen Bjork, Polly Harvey, Feist en Joan Wasser bracht …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation in coprod Botanique, Brussel

Gov’t Mule

Gov’T Mule: authentieke stevige ‘no bullshit’ rock rules …

Geschreven door

Tussen de resem ‘Greatest hits’ en ‘Best of’s die traditioneel het eindejaar aankondigen, verschijnt er gelukkig ook nog wat interressant nieuw werk. Zoals ‘By a thread’, de jongste studio CD van het fijne gezelschap Gov’T Mule. Ondertussen reeds hun 9de studio album, en het mag gezegd, één van hun beste. Potige heavy blues rock zonder veel franjes, zoals het hoort ! Ter promotie hiervan zijn ze momenteel op de hort in Europa en deden ze zaterdag ll. de Trix in Antwerpen op zijn grondvesten daveren. Voor wie ze niet kent : Gov’t Mule is de band van gitarist Warren Haynes, in thuisland VS immens populair, maar slechts sporadisch in Europa te bewonderen (vanwege hier niet zo ‘immens populair’). Slide gitarist extra-ordinaire Haynes’ roots liggen in de ‘Southern Rock’, want sinds begin jaren ’90 is hij gitarist van de legendarische Allman Brothers Band. In 1994 richt hij samen met Allman Bros maatje Allen Woody (bas) en Matt Abts (drums) Gov’t Mule op, waarmee meteen ook het (typisch Amerikaanse) verschijnsel ‘Jam Band’ in het leven wordt geroepen. ‘The Mule’ is immers op zijn best live : Authentieke stevige ‘no bullshit’ rock met lange uitgesponnen jams, doordrenkt van smeuige blues, swingende jazz en alle denkbare andere stijlen tussenin.

En zo was het zaterdag ook in Borgerhout : Na een gezapige start met ‘Hammer and nails’ en ‘Million miles from yesterday’ schakelden Haynes, Abts, Danny Louis (keyboards) en nieuwe bassist Jorgen Carlsson meteen een tandje bij met een spetterend “Rocking horse” gevolgd door het slepende, dreigende “Temporary saint”, beiden van hun debuut CD uit ’94. Na de obligate ballad “Soulshine”, een Haynes compositie nog daterend uit zijn pre-Mule Allman Brothers tijd, volgde een tenenkrommende uitvoering van “Broke down on the brazos”, het prijsbeest op de nieuwe CD en een absolute Mule klassieker in wording ! Op de CD met een glansrol voor special guest ZZ TOP’s Billy Gibbons (doet ons al uitkijken naar de nieuwe CD van de ‘little ol’ band from Texas’ zelf ), hier in A’pen weliswaar zonder Gibbons, maar toch meteen goed voor een eerste hoogtepunt van de nog prille (alhoewel al een klein uur bezig!) avond.
Nog 2 nieuwe nummers volgen: het zeer Southern klinkende ‘Railroad boy’ en ‘Monday morning meltdown’, alvorens deel 1 van de set af te sluiten met het jazzy (en een een dik kwartier durende) “Sco Mule”, oorspronkelijk een nummer uit de ‘The Deep End’ CD van 2001, waarin Haynes bijgestaan - of uitgedaagd - werd door jazz gitarist John Scofield. Naast zijn bezigheden met Gov’t Mule, The Allman Brothers en ook nog als vaste gitarist bij ‘The Dead’ (zijnde de herrezen Grateful Dead, na de dood van frontman Jerry Garcia), is Warren Haynes immers een vrij bezig baasje, getuige de legio samenwerkingen met andere artiesten van allerlei pluimage. Zo was hij te gast op platen van ondermeer Blues Traveler, Atomic Bitchwax, Bottle Rockets, Mountain, Corrosion of Conformity, ....  En voor wat hoort wat : op diverse Gov’t Mule CD’s waren o.a. reeds te gast : Flea (Peppers), Jack Bruce (Cream), Les Claypool (Primus), Billy Cox (Hendrix’ Band of Gypsys), Jason Newsted & James Hetfield (een of ander metalbandje), P-funk legende Bootsy Collins, John Entwistle (The Who),  etc...
Na de pauze haalde Danny Louis zijn trompetje tevoorschijn voor “The shape I’m in”, opener van deel 2 en een track uit het ‘dub & reggae’ experiment ‘Mighty High’ uit 2007 (waarop Spearhead’s Michael Franti als special guest). Een krachtig “Monkey hill” (terug uit de debuut CD) volgt, waarna even gas terug genomen wordt met de oude blues standard “Need your love so bad”, gespeeld volgens het Peter Green (Fleetwood Mac) recept, zonder onder te doen voor deze blues grootmeester zelf (alhoewel ik sterk betwijfel of Green deze classic zelf nog met dergelijke overtuiging kan brengen). Na dit rustpunt wordt terug voluit gegaan met het licht fantastische, lang uitgesponnen swingend jazzy meesterwerk “Devil likes it slow”. Drummer Matt Abts mag vervolgens een staaltje van zijn kunnen ten gehore brengen – 10 minuutjes drumsolo, voor velen tijd voor een plaspauze – gevolgd door “About to rage” en een schitterend “Steppin ligtly” uit de nieuwe CD.
Deel 2 (de avond is ondertussen een kleine 3 uur gevorderd) wordt afgesloten met een daverende versie van terug een absolute Mule klassieker “Blind man in the dark” uit de 2e studio CD ‘Dose’ (1998), misschien wel de ultieme Gov’t Mule song : de perfecte samensmelting van door merg en been gaande gitaren, een dreigend basritme en de immer doorleefde soulvolle bluesy stem van Haynes.
Gebist wordt er ook nog : “Nothing but the blues” met Robert Johnson’s “Come on in my kitchen” (Haynes solo) en een stevige uitvoering van de Elmore James classic “Look on yonder wall”, samen terug goed voor een 20 minuten durende finale !

De derde doortocht van Gov’t Mule in ons Belgenland (voorheen te zien in Rivierenhof 2005 en Peer BRBF 2007) was dus weerom uiterst genietbaar voor de liefhebber van een stevige lap (= 3 uur ! Altijd waar voor je geld bij Gov’t Mule) ‘no nonsense’ rock & roll ! Voor wie er niet bij was : Naast de 9 studio albums kunnen vooral de vele live albums wat soelaas bieden ! Sterk aanbevolen zijn : ‘Live at Roseland Ballroom’ (1996) en ‘Live ... with a little help from our friends’ (1999). Check it out !

Organisatie: Trix, Antwerpen


Editors

Editors slaagt in examen om bij de grote jongens te horen

Geschreven door

Editors zijn zo stilaan een topact aan het worden, hun vorige passages in België passeerden nog via de AB en de Vooruit, nu moet Vorst Nationaal er al aan geloven, en ze zijn er klaar voor.

De nieuwe plaat ‘In this light and on this evening’ blijkt een zegen voor de band, de koerswijziging die ze ermee hebben aangegaan wordt ook doorgetrokken in hun live act en net dit zorgt voor een aangename variatie in hun live set. De koele synthesizers van het nieuwe album wisselen mooi af met de meer gitaargerichte songs van de eerste twee platen. Het geheel baadt meer dan ooit in een eighties sfeer die afwisselend naar Joy Division, Depeche Mode, The Cult en The Sound lonkt. Songs van hun drie platen wisselen elkaar vlot af en zo wordt de drive en de schwung er gans de tijd ingehouden. Want Editors mogen dan al een donker geluid tevoorschijn toveren, hun muziek klinkt nooit echt depressief als bij grote voorbeelden Joy Division. Door een eerder opgewekte sound begint Editors zo stilaan ook van dat Joy Division etiket af te geraken. Een andere sterkte is de warme krachtige stem van Tom Smith die de vaak donkere songs mooi verteerbaar maakt. Met sterke nummers als “Racing rats”, “Blood”, “Munich”, “Lights” en “Smokers outside the hospital door” is de herkenbaarheidsfactor hoog en hangt het volk aan hun voeten. Het nieuwe materiaal stoot bij het publiek nog op wat onwennigheid, maar wij vinden dat een beetje onterecht want “Eat raw meat = blood droll”, “In this light and on this evening” (indrukwekkende opener) en “Bricks and mortar” zijn uitstekende songs. Het ultieme toetje, de kraker van het moment “Papillon” wordt gespaard tot helemaal op het einde en brengt Vorst in volle extase, ook al wordt naar onze mening de song een beetje te rap en te zenuwachtig afgehaspeld. Doch, laat dit een zweempje van detailkritiek zijn, want we gaan niet morren, Editors bewijzen hier wel degelijk bij de grote jongens te horen.

De band heeft duidelijk een eigen smoel gekregen en speelt zonder scrupules op een overtuigende manier een zaal als Vorst Nationaal plat. En, reken maar, volgende zomer ook Rock Werchter, en ’t zal niet onderaan de affiche zijn.

Organisatie: Live Nation

Florence and The Machine hoogtepunt van tweedaagse Festival les Inrocks

Geschreven door

Het Inrocks Festival bestaat al een aantal jaren en is een showcase festival waar nieuwe, beloftevolle groepen worden voorgesteld over een aantal concertzalen in verschillende Franse steden.
De puike editie van 2009 werd geplaagd door een aantal afzeggingen, zo zegden onder meer The Big Pink en La Roux af, de eerste wegens verplichtingen in het voorprogramma van Muse, de tweede wegens ziekte. Gelukkig kon de organisatie voor vervangers zorgen, op donderdag kregen we Violens en op vrijdag Two Door Cinema Club.

Festival les Inrocks 2009 - donderdag 5 november 2009
Wegens het vroege aanvangsuur pikten we maar in tijdens Amanda Blank. Amanda Blank is een Amerikaanse rapster uit Philadelphia die al sinds 2005 actief is met o.m. samenwerkingen met Spank Rock, Santigold en M.I.A. Op haar debuut ‘Ilove you’ kreeg ze hulp van onder meer Spank Rock, Diplo en David Sitek (van TV on the Radio) Een Dj zou ons eerst vijftien minuten opwarmen, met een elektrische set met veel jaren tachtig invloeden, old school hiphop, Madonna en Italo-disco, maar ook met vuile hedendaagse electro in de stijl van Crookers. Het was duidelijk dat niet iedereen in het publiek hier op zat te wachten, maar ook bij de oudere rockfans werd de aandacht gewekt toen Amanda Blank tenslotte op het podium verscheen: zeker toen ze haar boksercape afgooide en er een mooi stel benen en billen tevoorschijn kwamen. De link naar Lady Gaga was duidelijk gelegd, niet alleen in de uitdagende verschijning, maar ook in de stijl van de nummers die elektropop met hiphop vermengden. Natuurlijk kwam er een song ‘for the ladies in the house’, en daarnaast kregen we nog een ode aan de vuilbekkende eighties rappers van 2 Live Crew (herinner u “Me so horny”), maar de meest memorabele song was toch “Might like you better”.

Na Amanda Blank, kregen we direct een complete stijlbreuk met Black Lips, een garage rock groep uit Atlanta. In 2009 werd deze groep opgepikt in het alternatieve circuit met hun vijfde album, ‘200 Million Thousand’. We kregen een heel afwisselende set, waarin de ritmesectie een bepalende rol speelde. We hoorden en zagen heel veel sixties invloeden (de vloeistofdiaprojecties op de achtergrond), en ze deden ons met momenten heel erg denken aan de vroege Beatles (in hun Hamburg periode), ook al omdat de zanger een basgitaar bespeelde die wel heel erg op die van Paul McCartney leek. Naast die sixties-invloeden, refereerden Black Lips ook naar The Clash en The White Stripes. Black Lips waren op hun best wanneer ze mid-tempo songs speelden, omdat dan de melodieuze kracht van de nummers de overhand haalde.

Ebony Bones!, een Engels zevental rond zangeres Ebony Thomas, mocht de donderdagavond afsluiten. We keken onze ogen uit toen deze groep het podium betrad: het leek wel of de Antwerpse modeacademie zijn afstuderende ontwerpers een forum gaf: we zagen een Egyptische farao of het kan ook een Perzische prins geweest zijn op gitaar, op keyboards een rastafari met een Zorro-masker, de drumster had zwarte lipstick op, er waren twee danseresjes met blauwe en paarse pruikjes, en het fantastische middelpunt was Ebony Thomas, een kop blond kroeshaar aka Kelis, met een roodgroen ballonjurkje en een legging waarvoor ze wellicht een aantal van de 101 dalmatiers gevild hadden. De muziek dan: een feestige mix van indie-rock, electronica, en punkfunk met soulinvloeden. Ebony Thomas kreeg het Franse publiek op handen, en slaagde er zelfs in ditzelfde publiek tot zijwaartse danspasjes te verleiden. Een geslaagde afsluiter van de eerste dag, ook al omdat afgesloten werd met een leuke versie van Iggy’s “I wanna be your dog”.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Aéronef, Lille

Florence and The Machine hoogtepunt van tweedaagse Festival les Inrocks

Geschreven door

Het Inrocks Festival bestaat al een aantal jaren en is een showcase festival waar nieuwe, beloftevolle groepen worden voorgesteld over een aantal concertzalen in verschillende Franse steden.
De puike editie van 2009 werd geplaagd door een aantal afzeggingen, zo zegden onder meer The Big Pink en La Roux af, de eerste wegens verplichtingen in het voorprogramma van Muse, de tweede wegens ziekte. Gelukkig kon de organisatie voor vervangers zorgen, op donderdag kregen we Violens en op vrijdag Two Door Cinema Club.

Festival les Inrocks 2009 - vrijdag 6 november 2009
We konden nog net twee nummers van Two Door Cinema Club meepikken, en die konden ons overtuigen met hun dansbare UK indie rock in de stijl van Friendly Fires of Maximo Park.

De tweede act van de avond, Lissy Trullie, kon ons minder overtuigen. Lizzie McChesney is een model en singer-songwriter uit New York die een Ep’tje uit heeft, waarin ze zwaar naar de eighties refereert. Haar indierock bleef niet echt hangen, enkel een leuke cover van Hot Chip’s “Ready for the floor’ bleef ons bij. Modellen of actrices die ook beginnen zingen, meestal is het geen geslaagde combinatie (zie ook Juliette and The Licks of Scarlett Johansson).

Hoogtepunt van de tweedaagse was zeker en vast Florence And The Machine. Florence Welch haar debuutalbum, ‘Lungs’, mag zeker tot een van de belangrijkste van 2009 gerekend worden, een jaar waren jonge vrouwelijke popartiesten de toon aangegeven hebben (La Roux, Bat for Lashes, maar waarom ook niet Lady Gaga).
Op Pukkelpop waren we met moeite de Club ingeraakt en hadden we maar een kort stukje kunnen meepikken, zo populair is Florence And The Machine al op korte tijd geworden, dus we waren benieuwd hoe ze het er in een volledige set zou vanaf brengen. Florence had opnieuw haar kenmerkende zwarte cape en ditto korte broekje aan, maar deze keer stond er geen gigantische ventilator op het podium, dus wapperende knalrode haren zouden we vanavond moeten missen. Een harp hadden The Machine wel meegebracht, en hierop werd dan ook “Between 2 lungs” ingezet. Het was lang geleden dat we nog zo een Stem met een grote S gehoord hadden,  ergens tussen Heather Nova en Sharon Den Adel van Within Temptation in. Waar Heather Nova echter een totaal gebrek aan podium présence heeft, en Within Temptation aan de verkeerde kant van theatraal zit, heeft Florence and The Machine nu nét die présence, en weet ze perfect op het randje van de theatraliteit te balanceren. Een stem met een enorme soepelheid en ongelooflijk bereik. Nummers die we absoluut onthielden waren “Drumming”, “Dog days are over”en“If I had a heart”. Tijdens één van deze nummers moesten we zelfs aan Robert Plant denken, wat toch wel bewijst hoe uniek de stem van Florence is. Het Franse publiek was superenthousiast, zodat de set stomend afgesloten werd met de disco-klassieker “U got the love” (cover van Candi Station) en finaal natuurlijk “Rabbit Heart”.

Na Florence and The Machine zou Passion Pit het moeilijk krijgen om beter te doen. Dit vijftal uit Massachussets brengt elektropop a la Hot Chip of Friendly Fires, heel dansbaar en inventief dus. Passion Pit was zeker niet slecht, maar wat voor mij het optreden een beetje de das omdeed was de falset stem van zanger Michael Angelakos, die ook veel te dicht tegen Mika aanschuurde. Het publiek was ook niet echt overtuigd, het was maar naar het einde van de set dat kopjes goedkeurend op en neer gingen. Afgesloten werd met “The reeling”.

Al bij al was deze editie van Les Inrocks opnieuw zeer geslaagd, met bands uit heel verschillende genres, waarbij Florence And The Machine met vlag en wimpel boven de rest uitstak.

Neem gerust een kijkje naar de pics.

Organisatie: Aéronef, Lille

Wilco

Wilco verzorgt ultieme herfstsoundtrack in bomvolle AB

Geschreven door

“Tijd heelt alle wonden” ... het zou het levensmotto van Wilco opperhoofd Jeff Tweedy kunnen zijn. Tweedy’s getormenteerde levensverhalen ten tijde van het opus magnum ‘Yankee Hotel Foxtrot’ (’02) maakten op daaropvolgende platen beetje bij beetje plaats voor gemoedsrust en sereniteit, en op het recentste Wilco album is er zelfs sprake van humor en speelplezier. Of hoe anders moeten we de titel van hun jongste worp, ‘Wilco (The Album)’, en het openingsnummer “Wilco (The Song)” interpreteren? Tweedy heeft zijn persoonlijke demonen vertaald in muzikaal vakmanschap, en bewijst met de George Harrison pastiche “You Never Know” en het verstilde duet “You And I” met de Canadese Feist dat Wilco eigenlijk veel meer is dan de alt.country groep waarvoor ze wel eens wordt versleten. Op de bloedhete openingsdag van Pukkelpop kregen we reeds een voorsmaakje van de nieuwe tour, maar dat Wilco een groep is die je bovenal in zaal moet zien bewezen ze afgelopen vrijdag opnieuw in een tot de nok gevulde AB.

Sinds een paar jaar kent Wilco een vaste bezetting die live schijnbaar moeiteloos overschakelt van feelgood pop naar intieme americana, en van akoestische eenvoud naar gedoseerd experiment. Zo ging “Bull Black Nova”, wat ons betreft het manische hoogtepunt van Wilco’s jongste schijf, naadloos over in het overstuurde en aritmische “I Am Trying To Break Your Heart”. Dit fabuleuze openingsnummer uit ‘Yankee Hotel Foxtrot’ botste brutaal op een wall of noise waarbij gitarist Nels Cline zich heel even extra groepslid van Sonic Youth mocht wanen. De voormalige gitarist van The Geraldine Fibbers kreeg ook in andere nummers een ruime vrijgeleide; rond “Handshake Drugs” werd door Cline vakkundig een sonische geluidsmuur opgetrokken, en tijdens “Impossible Germany” werkte deze Josh Homme lookalike langzaam maar zeker naar een solo climax toe die eindigde in een ware gitaarelektrocutie.
Maar geen nood voor de verstilde americana fans, zowel tempo als decibels werden meermaals naar beneden gehaald door Tweedy & co. Tijdens de intro van het nieuwe “One Wing” kon je werkelijk een speld horen vallen, en “Reservations” zou niet misstaan op de ultieme herfstsoundtrack. Heel zelden werden echte oudjes uit de Wilco catalogus opgevist zoals het luchtige “Misunderstood” uit doorbraakplaat ‘Being There’ (’96). De eerder introverte Tweedy ontdooide langzaam maar zeker naarmate het optreden vorderde en probeerde, zij het wat onhandig, contact te zoeken met een aantal drinkebroers op de eerste rijen. De frontman beseft echter maar al te goed dat hij geen groot volksmenner is en dat Wilco’s grootste podiumkwaliteiten te vinden zijn in de muzikale interacties tussen de groepsleden die stuk voor stuk klassemuzikanten zijn. Ze bewezen dit nog eens met verve tijdens “Spiders (Kidsmoke)”, net zoals op ‘A Ghost Is Born’ (’04) goed voor een ruim tien minuten durende spanningsboog die het eerste deel van de set met grandeur afsloot.
Het hoogtepunt van de avond moest dan eigenlijk nog komen. Tijdens het eerste bisnummer nodigde Tweedy het publiek uit om het breekbare “Jesus, etc” mee te lippen, en tot diens eigen grote verbazing bleek een groot deel van de zaal de tekst van begin tot einde te kennen als betrof het een ‘onze vader’. Zichtbaar tevreden en voldaan gooide de groep er nog een handvol songs bovenop zoals het hippe “Heavy Metal Drummer”, en met “Hate It Here” en “Walken” werden ook twee blijvertjes uit het ‘Sky Blue Sky’ album geserveerd.

Met een stevig “I’m The One Who Loves You” besloot een gelouterde Tweedy een alweer memorabele doortocht van Wilco op Belgische bodem. Wedden dat, wanneer binnenkort albumlijstjes van het voorbije muzikale decennium her en der worden samengesteld, onze Amerikaanse vrienden tot één van de meest toonaangevende en productieve bands zullen worden gerekend?

Organisatie: Live Nation

Buena Vista Social Club

BVSC presents Eliades Ochoa: Todo por la grande familia

Geschreven door

Buena Vista Social Club presents Eliades Ochoa. Dat was de affiche. Dat was de afspraak voor wie een zwak heeft voor Cuba en zijn muziek, of nostalgisch de film van 1999 eens live wou beleven. Het werd in de Antwerpse Arenberg una noche om je vingers van af te likken.

Buena Vista Social Club is een groep Cubaanse muzikanten die samen met twee Amerikaanse musici eind jaren negentig een band vormde en meteen een wereldhype werden, vooral door Ry Cooder die ook mee speelde en door de film die in 1999 ingeblikt werd.
Allemaal oude knarren waren het toen al. Met vergeten muzikanten als Ibrahim Ferrer, Omara Portuondo, Ruben Gonzalez, Compay Segundo, werd Cuba en zijn muziek plots op een andere manier op de wereldkaart gezet.  Eliades Ochoa was de jongste (geboren in 1946) en intussen de laatste overlevende vocalist van toen.
Ochoa  stond er vrijdag in Antwerpen en blonk in zijn 63-jarig vel. De vurig verdediger van de traditionele Cubaanse muziek (son, guaracha, bolero, afros) wordt ook wel eens de ‘Cubaanse Johnny Cash’ genoemd en hij deed die naam en faam in de Arenberg alle eer aan.
Nog voor hij zijn mond had open gedaan, had hij de zaal al mee. La grande familia, noemde hij het aanwezige publiek herhaaldelijk. ,My English not good’, dus richtte hij zich maar in het sappige Cubaanse Spaans tot de zaal. En je hoefde geen Castillano te kennen om te voelen wat hij bedoelde. Een ode aan ‘zijn’ muziek en land, was wat hij bracht, de man met de cowboyhoed die zijn zeven companeros in een grijs werkuniform had gestopt. Zelf betokkelde hij zijn hoog opgehouden gitaar met verbluffend vingerwerk en zette de Arenberg met zwepende canciones in beweging.
Vooral in deel 2 (,Men heeft me gezegd dat jullie allemaal een copa de vino gaan drinken, dus moet ik wel pauzeren’) ging het warmbloedpubliek stelselmatig rechtstaan en heupwiegen.

Een Cubaanse avond in een druilerige Antwerpse binnenstad. Muchas gracias, grande padre de la familia !

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

De Nachten 2009: de brug tussen Antwerpen en Berlijn – dag 3 -

Geschreven door

Dag 3 bracht weer een hoop volk op de been. Eerst wat staan luisteren naar de jonge auteurs die onder de titel ‘Print is Dead’ een gezamenlijk verhalenbundel hebben uitgebracht. Literair jong grut en dat moet ook de conclusie zijn : er is nog veel werk aan de winkel.

Customs bracht donkere rechttoe-rechtaan rock die de mosterd bij Editors of dan weer hun voorgangers uit de jaren tachtig haalde en ze deden dat goed. Er moet misschien nog hier en daar aan de identiteit van de songs geschaafd worden, maar wat ze als nieuwe band brachten, was knap. Ze moeten alleen beseffen dat het een risico is om een wereldsong als “Shine On” van de House of Love te coveren als die moet contrasteren met het eigen werk.
Daarvoor hadden we al Tom Lanoye en Tom Naegels bezig gehoord. Aardige en bij momenten grappige teksten, maar niet meer dan dat, en ze moeten beiden echt iets aan hun schabouwelijke dictie doen.
Wat veel beter beviel was het Kiteman’s Hiphop Orkest, dat een keur aan (wereld)-muziek door de gehaktmolen haalde en daar met onverwachts goede resultaten uitkomt. Het zijn allemaal erg professionele muzikanten en het samenspel loopt gesmeerd. Moeiteloos springen ze van reggae naar hiphop naar iets wat op free jazz lijkt. De eerste keer dat het publiek in de Rote Bühne zo enthousiast was. Een feestje was geboren.
De documentaire We Call It Techno, was er een waar ik erg naar had uitgezien. Ze ging over het ontstaan van de techno in Duitsland in de vroege jaren negentig. Daaruit bleek dat het beestje een naam moet hebben, want wat ze in Frankfurt techno noemden was bij ons gewoon new beat. Erg boeiend oud filmmateriaal gezien, en dan valt het op dat de mode toch wel vreselijk was toen. Maar goed, techno is ook in Duitsland een massafenomeen geweest, wat tot excessen en commercialisering wel haast moest lijden, wat de idealisten van het eerste uur wel moesten betreuren. Het gebeurt altijd opnieuw. Muzikaal vraag ik me wel af wat er van het hardste materiaal op termijn zal overblijven, toch zeker vergeleken met het etherischer werk uit Detroit uit die periode, maar het zal ooit wel weer ontdekt worden. Ik schat nog vijf jaar.

Toen was het plots zowat drie uur, en als je dan uit een filmzaal komt zou ik denken dat het om films van bedenkelijk allooi gaat. Nu ja het is eens iets anders. Afgesloten hebben we met Riders on the Storm van The Doors, niet je alledaagse afsluiter op een evenement als De Nachten, maar het was goed geweest. Volgend jaar weer present.

Organisatie: 5 voor 12, Villanella en de Singel

De Nachten 2009: de brug tussen Antwerpen en Berlijn – dag 2 -

Geschreven door

Tweede nacht van De Nachten en dus voor vandaag geen Worstclub, maar Mieke Maaikes Obscene Kapsalon. Nu ja, U moet zelf maar eens fantaseren wat het zou kunnen zijn. Er was in ieder geval al veel meer volk dan op donderdag en dat was wel net zo aangenaam. Op voorhand een programma uitgestippeld, waar ik me niet altijd consciëntieus aan gehouden heb, maar dat hoort er denk ik bij.

In de Kino kwam ik terecht bij Madensuyu die erg stevige instrumentale gitaarmuziek maken die ergens tussen instrumentale Big Black en Wire in ligt, en dit laten begeleiden door ik zal maar zeggen avant-garde-film. Best te pruimen, maar ook luid.
Efterklang was een band waar ik erg naar uitgekeken had en they delivered the goods. Op plaat kabbelt het soms net iets te rustig, maar live hadden ze er echt wel in zin blijkbaar. Hun prachtige emo kwam in een mooie zaal als de Rote Bühne heel mooi tot haar recht. Een rustmoment en echt een prachtig concert.
De formule van De Nachten is ook uitermate geschikt om wat te zappen tussen het aanbod en dat is ook een beetje het gevaar. Veel mensen doen dit wat de sfeer niet altijd ten goede komt. Met name in de Tanz Club zorgt dit er toch voor dat er eigenlijk weinig sfeer was. De DJ’s horen goed te zijn en wat ik in flarden van Kissogram en DJ Polska Root gehoord heb, was op zich wel goed, maar gedanst werd er dus niet, en zelfs trainspotters waren er amper, als ik mezelf even niet mee reken. Maar zoals gezegd de tafeltjes aan de helling of de heerlijk ligzakken in de Konditorei waren ook wel interessante plekken om te vertoeven en cultureel correct je theorieën te verkondigen over het concept van De Nachten en de richting die cultuur in de toekomst hoort uit te gaan. Wat ondergetekende bij momenten dan ook gedaan heeft.

Afgesloten met Pitchtuner en een stuk Apparat, toch een van de redenen waarom ik naar De Nachten wou komen, en als je abstractie van de wat afwezige sfeer maakt, was het muzikaal zeker in orde. Bij Pitchtuner wat abstracter, dan een Apparat dat dacht ik geen eigen nummers gespeeld heeft, maar hun selectie was klasse. Jammer van de toeslaande vermoeidheid.

Organisatie: 5 voor 12, Villanella en de Singel

Motörhead

Motörhead: vertrouwd, maar oppermachtig

Geschreven door

“We are Motorhead and we play rock’n’roll”, al zo een dertig jaar begint Lemmy zijn optredens met deze inmiddels legendarische woorden. Wat er steevast op volgt is een salvo van potige hard-rock songs, steeds hard, luid en altijd rechtdoor. Geen overbodige lichtshows, geen mega videoschermen, geen opblaaspoppen, geen vuurwerk, geen toeters en bellen. Niets van dat, gewoon straight forward luide rock’n’roll. De hondstrouwe fans die naar een Motorhead concert gaan, weten wat ze mogen verwachten, ze worden nooit ontgoocheld door Lemmy en co en gaan steeds opgewekt naar buiten.

Ook in Vorst Nationaal was dit niet anders. We stellen vast dat er nog geen sleet zit op de unieke Motorhead formule, ook al is het allemaal zo voorspelbaar als wat. Motorhead stond ook hier weer enorm fel en verbeten zichzelf te zijn, ze ramden er een interessante setlist door met werk van de laatste cd ‘Motorizer’ tussen de klassiekers door.
We onthouden brutale mokerslagen als “Iron fist”, “Killed by death”, “Over the top”, “Rock out with your cock out” (subtiel!), ”Going to Brazil”, “Metropolis” en “Bomber”.
Ook de finale was er weer patat op met eerst een zeldzame adempauze met “Whorehouse blues” (Motorhead zowaar akoestisch, je moet het gezien hebben om het te geloven), daarna een loeiend “Ace of spades” en helemaal op het einde de ultieme explosie “Overkill” (natuurlijk een hoofdrol voor ‘The best drummer in the World’ Mikkey Dee).

Jaja, we wisten dat allemaal op voorhand, maar we gingen weer volledig voor de bijl, want Motorhead was oppermachtig, levende legende Lemmy (‘the coolest guy on earth’) zijn hese strot klonk als geen ander (leve de whiskey) en onze oren piepen dat het niet meer mooi is. Iedereen content!

Organisatie: Live Nation

Orchestre International du Vetex

Orchestre International du Vetex: Feestelijk aanschuiven aan de Balkan Banquets

Geschreven door

De Kortrijkse Schouwburg donderdagavond 5 november 2009 zat lekker vol en schoof graag aan voor de Balkan Banquets van het Orchestre International du Vetex, een zootje ongeregeld dat ooit begon als een fanfare van buurtmuzikanten, maar intussen uitgroeit tot een muzikaal knap ensemble dat telkens meer dan twintig man op de bühne brengt.

Een speciale avond, luidde het aankondigingwoordje. Speciaal omdat Vetext sowieso al een speciale groep is. Speciaal omdat het concert met de steun van de Doornikse regionale zender Notélé voor een latere tv-release en een DVD-box werden ingeblikt, wat voor een deel van het publiek wel storend was.  Maar het is voor het nageslacht (en de commerce). Want Vetex wordt groot(s). ‘Balkan Banquets’ wordt immers georganiseerd binnen het kader van het grensoverschrijdende Interreg IV-project Vis-a-Vis en wordt ondersteund als Internationaal Project door de Vlaamse Gemeenschap.
Een mooie beloning en bekroning voor het Orchestre International du Vetex dat intussen vijf jaar bestaat en had als eerste bedoeling muzikanten uit West-Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk samen te brengen om tot een leuke kleurrijke buurtfanfare te versmelten. En wie de Vetex de eerste jaren aan het werk zag wist dat het feest was. Altijd één groot feest. Met een eigen geluid en dat legden ze vast op Le Beau Bazar (2005) en Flamoek Fantasy (2007).
Van de buurtfeesten en festivals in Zuid-West-Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk  trok de groep intussen steeds verder het buitenland in en – het viel niet te verwonderen – vooral richting Oostblok dan waar onder andere Praag, Sarajevo, Jelenia Gora werden aangedaan. Al die trips brachten Vetex niet enkel in contact met de muziek van de Balkan, maar ook met de mensen.
Het gevolg is dus: ‘Balkan Banquets’, een wok-feestje van het eigen oeuvre van Vetex aangekruid met Balkanspecerijen die accordeonist Ivica Vucelja, de Bosnische zangeres Jelena Milusic en zanger-trompettist Ivan Susac kwistig rondspreidden. Adela Jusic, geboren in Sarajevo, zorgde voor de visuals, een eigenzinnige projectie van authentieke Oostblok-beelden op de achtergrond.
De week voordien zagen we nog Shantel & Bucovina aan het werk in de AB van Brussel en dat was één groot vuurwerk. De Balkan Banquets van Vetex kwamen bij momenten tot aan de feestenkels van Shantel, maar waren verder vooral inniger, diepgaander. Geen botsing, maar een ontluistering van Westerse door Oosterse clichés. En omgekeerd. Muzikaal minstens even hoogstaand.
Jelena Milusic omschreef het pakkend: ,Haast alle songs lijken mij over liefde te gaan. Maar als je de tekst niet verstaat, maak daar geen probleem van. Laat de muziek je meevoeren en geniet van het spel van seduction.’ En de zwarte diva met het korte haar uit het voormalige Joegoslavië weet trouwens hoe te verleiden. Zowel trompettist Susac, accordeonist Vucelja  als klarinetman Michiel Deblauwe speelden on stage meermaals een verfijnd muzikaal spelletje met haar. Telkens voerend naar een hoogtepunt, zij het in ambiance of ontroering.
Wat onthouden we naast een sfeerrijke avond? Het liefdeslied Mostarski Ducani met Vucelja aan de micro. Een schitterend intiem accordeonduo op Valse du Dentiste, het eerste bisnummer, met op de achtergrond een koppeltje dansers tegen een draaiende parasol. Djelem Djelem, de movende on the roadsong met Milusic. En vooral: het zootje ongeregeld dus dat zich kostelijk amuseerde en bij momenten echt uit zijn dak ging.

Nee, geen podiumkruipers of stagedivers zoals in de AB een week eerder bij Shantel, al nodigde en daagde Milusic bij de bisnummers het publiek nadrukkelijk en herhaaldelijk daartoe uit. Toch ging de Kortrijkse Schouwburg wel rechtstaande meeshaken op het slotakkoord Cajorije Sukarije.

Playlist  1. Baski Cocek 2. Mostarski Ducani 3. Slava Istocni 4. Jovano 5. Sta Ces Da Mi Das 6. Etna part II (Lights of Catania) 7. Tarentelle n° 2 8. Nesanica 9. Black Hat 10. Stockholm 11. Sailor’s Song 12. Tango 13. Balkan Cocek 14. Verdomme Veerboot 15. Stare Mesto 16. Djelem Djelem
Bisnummers
17. Valse du Dentiste  18. Moj Dilbere 19. Cajorije Sukarije

Organisatie: Cultuurcentrum, Kortrijk

Club Midi: De Staat, Team William en Customs

Geschreven door

Op donderdagavond 5 november viel de regen met bakken uit de lucht. Gelukkig vonden er enkele gezellige, warme clubconcertjes plaats in de Balzaal van de Vooruit, georganiseerd door de Democrazy- crew. Op de affiche stonden De Staat, Team William en Customs, elk goed voor een 40-tal minuten durende set.

De Staat trapte de avond af. De Nederlands rockers brengen iets dat aanleunt tegen stonerock, maar schuwt geen invloeden uit de surfrock en de pop (de koebel!). Het kwintet bracht heel enthousiast veelal broeierige instrumentale stukken, en dat vooral naar het einde toe. Ze beleefden hun hoogtepunt ergens in het midden van de set met “You'll Be The Leader”.

Tweede op het programma was het hedendaagse beste Ninoofs exportproduct. De grieperige jongens van Team William (het is dan ook herfst) palmde het publiek moeiteloos in met hun chaotische en humoristische stijl. Zo speelde zanger Floris Dedecker “Judo Kid” op slechts vijf snaren en werd er tijdens dat nummer een geheel nieuwe dimensie aan het woord 'interactiviteit' gekoppeld. Een jonge knaap mocht op het podium klimmen en speelde het nummer moeiteloos verder. Toen hij zich ook aan een zangpartij waagde, greep Dedecker snel in. Ook stelden ze hun nieuwe single “You Look Familiar” voor. Ze schatten hun speeltijd ook fout in, maar konden de organisatoren toch overtuigen verder te spelen. Tijdens dat laatste nummer werd al het één en ander afgebroken om het materiaal van de volgende groep klaar te zetten en dat terwijl Team William nog stond te spelen. Het blijven wel beleefde jongens.

Strak afgelijnder dan Team William was de afsluiter van de avond. Customs is bezig aan een succesverhaal. Met “Rex” stonden ze wekenlang op 1 in De Afrekening en huidige single “Justine” doet het ook goed. De groep bracht vorige week pas hun debuutalbum uit ‘Enter The Characters’ en het concert in De Vooruit liet ons horen wat we daarop mogen verwachten. Indiepoprock met wat invloeden uit de postpunk. Het gitaargeluid en de zangstem van Kristof Uittebroek neigen bij momenten naar het oudere werk van Editors. Enkele leuke nummers waren “Tonight We Stand Out”, “We Are Ghosts”, “Finals”, “Shine on” een cover van House Of Love (die ook een grote invloed heeft op de sound van Customs) en het onvermijdelijke “Rex”. “Justine” besloot de set, waarna er nog twee bisnummers werden gebracht. En die waren samen met “Justine” het beste dat we die avond van deze band gehoord hebben.

Organisatie: Democrazy, Gent

Soulsavers

Soulsavers feat. Mark Lanegan gaan live de goede kant uit ...

Geschreven door

De Britten Rich Machin en Ian Glover brachten reeds drie albums uit onder de naam Soulsavers. Terwijl hun debuut (‘Tough guys don’t dance’ uit 2003) grotendeels instrumentaal was, gooien ze het sedert het in 2007 gereleaste ‘It’s not how far you fall, it’s the way you land’ over een andere boeg door Mark Lanegan een wel heel erg prominente rol te gunnen. Het feit dat dit manusje-van-alles toegevoegd werd aan Soulsavers, verklaart waarom deze groep in de gerenommeerde concertzaal van de Vooruit geprogrammeerd staat, elk van ’s mans projecten kan immers op algehele bijval alsook enige populariteit rekenen. Zonder exhaustief te zijn, denken we hier aan zijn bijdragen aan The Screaming Trees, Queens of the Stone Age en The Gutter Twins en niet in het minst aan zijn betoverende samenwerking met Isobel Campbell. Ook Lanegans solowerk ging niet onopgemerkt voorbij, getuige bijvoorbeeld het ondertussen klassiek geworden ‘Bubblegum’-album.

Het optreden begon met de twee eerste nummers uit ‘It’s not how far you fall, it’s the way you land’; na het instrumentale “Ask the dust” maakte Lanegan zijn opwachting in “Ghosts of you and me”. Vanaf de eerste noot was het duidelijk dat er geen enkele sleet zit op zijn karakteristieke stembanden. Meer nog, jaar na jaar lijkt het hem minder moeite te kosten om dat diepe, dreigende geluid te produceren. Onze favoriete brombeer ging op zijn elan door in “Some misunderstanding”, een door Gene Clark (van The Byrds) gepende klassesong die één van de vele hoogtepunten vormt op het recent verschenen “Broken”. “Jesus of nothing” greep opnieuw even terug naar de voorgaande plaat (en naar onze keel!) waarna er een ‘Broken’-drieluik volgde om duimen en vingers bij af te likken: het dreigende “Death bells”, het van Will Oldham geleende “You will miss me when I burn” en “All the way down”. Dit laatste nummer werd weliswaar met een valse start ingezet maar de groep herpakte zich vrij snel om de ‘Broken’-hattrick met verve af te kunnen ronden.
Net toen we begonnen te hopen dat we getuige waren van een optreden dat kans maakt om in eindejaarslijstjes te belanden, zorgde een fletse versie van het op plaat erg meeslepende “Paper money” ervoor dat die hoop ijdel bleek. De grote kracht van de versie die op ‘It’s not how far you fall, it’s the way you land’ prijkt, schuilt in de dialoog die een brullende Mark Lanegan aangaat met de dienstdoende achtergrondzangeressen. We begrijpen daarom ook niet waarom net tijdens dit lied de naar Gent meegereisde backing vocalistes een pauze gegund kregen. Misschien heeft men tijdens de repetities moeten vaststellen dat ze live niet in staat zijn om de op plaat vastgelegde pracht te reproduceren? Wat er ook van zij, we vinden dat men “Paper money” beter van de setlist had geschrapt, het zou ons een pak teleurstelling bespaard hebben. Na “Kingdoms of rain” bracht men “Spiritual”, een cover die in de verf zet dat Soulsavers heel wat affiniteit vertoont met Spain. Beide groepen wagen zich immers graag aan muziek die zowel tekstueel als muzikaal erg religieus aandoet. Josh Haden van Spain was trouwens de enige die een vocale inbreng had in de al eerder vermelde debuutplaat van Soulsavers.
Veel applaus weerklonk na “Hit the city”, een nummer dat prijkt op Lanegans ‘Bubblegum’. We vrezen echter dat het applaus vooral te wijten was aan het feit dat dit lied veel herkenning genereerde. Snedig was de in de Vooruit te horen versie ervan namelijk allerminst. Het uit ‘Broken’ afkomstige “Rolling sky” zorgde voor het meest jazzy moment van de avond, vooral de puik bespeelde saxofoon verdient een eervolle vermelding. Na “Jesus just left Chicage” (van niemand minder dan ZZ Top) bracht “Unbalanced pieces” ons tot het besef dat de (weliswaar subtiele) inbreng van Mike Patton op de albumversie wezenlijk, om niet te zeggen ‘onmisbaar’, is. Zoals wel vaker vonden we de groep tijdens dit lied immers niet zo overtuigend klinken, het werd toch wel duidelijk dat het om een soort gelegenheidsgroep gaat van muzikanten die ontegensprekelijk talent hebben maar te weinig op elkaar ingespeeld zijn om een hecht blok te vormen. “Unbalanced pieces” had zijn titel dus niet gestolen. We hoorden zelden een valse noot maar al te vaak bleek dat ‘de mayonaise (nog) niet pakt’, dit ondanks het feit er weinig op te merken valt op elk van de ingrediënten op zich. De reguliere set werd na een uur afgesloten middels het met een stevige gospel-touch gelardeerde “Feels so good”. Dit laatste nummer konden wij woensdagavond niet meteen thuisbrengen, iets waar de door een nieuwe staking geplaagde NMBS trouwens evenmin in slaagde. Enig opzoekwerk bracht echter aan het licht dat het origineel afkomstig is van het psychedelische Spacemen 3.
Net als het concert zelf vatte de bisronde aan met een lied zonder Mark Lanegan, de achtergrondzangeressen kregen aldus even de gelegenheid om hun kunsten te etaleren tijdens “Through my sails”. De apotheose kwam er met het ongemeen sterke “Revival”, een lied dat dan weer wel een bewerking kreeg waarop weinig valt aan te merken en dat ondergetekende alsnog met een tevreden gevoel de miezerige nacht instuurde.

Meer dan goed durven we het optreden echter niet te noemen. Op ons eindejaarslijstje getiteld ‘beste concerten van 2009’ zullen er dus geen Soulsavers prijken, vergeleken met hun blitz-bezoek aan editie 2007 van het Cactusfestival (een blijkbaar verplicht nummer waar ze zich veel te snel vanaf maakten) gaat het echter wel al de goede kant op. Het valt te betreuren dat Soulsavers feat. Mark Lanegan voorbije zomer laattijdig afzegden voor Feest in het Park, anders was het in de Vooruit misschien al ‘derde keer, goede keer’ geweest. Laten we bij deze allen hopen dat ze later nog eens België aandoen tijdens een volgende tournee. Indien hun shows immers eenzelfde progressie vertonen als hun studiowerk, reserveren we alvast een plaatsje op een toekomstig eindejaarslijstje.

Vooraf kregen de vroege vogels een viertal te horen dat muzikaal verwant is aan Morphine, Pixies, Joy Division en Interpol. Er werd een best wel interessante mix van de door die groepen gebrachte muziekstijlen gepresenteerd waarbij het wel nog te bezien valt of dit voorprogramma ooit zal evolueren tot een even blijvende waarde. De 35 minuten in de Vooruit waren te kort om zulks nu al goed te kunnen inschatten. We kunnen u wel meegeven dat ze na een ietwat aarzelende start uiteindelijk toch een redelijk goede indruk nalieten. Hadden we op het moment dat de zanger eindelijk enkele woorden tot het publiek richtte en de bandnaam onthulde niet net aan de bar onze bestelling staan doorbrullen, we hadden u nog kunnen meedelen om wie het ging ook…..jammer maar helaas.

Organisatie: Democrazy, Gent

De Nachten 2009: de brug tussen Antwerpen en Berlijn – dag 1 -

Geschreven door

Berlijn was dus het ordewoord op deze editie van De Nachten en daarbij beperkten de organisatoren het niet tot high-brow kunstvormen maar had ook de oer-braadworst met Senft een prominente plek gekregen in de culturele potpourri die ons geserveerd werd. Ik ben nu dus van de worstclub, en denk er ernstig over na om morgen mijn worst te laten tatoeëren. Hele leuke act en ditto schnapps. De organisatoren waren zover gegaan om de sfeer na te bootsen dat ze een jaren zeventig gedrocht in Antwerpen hadden neergepoot, compleet met namaakhout-wanden en veel glas recht uit een twijfelachtige seventiesserie of een Stasi-bureau. Als je daar dan op strategische plekken allerlei leuke lichtjes op plaatst, dan is het effect gegarandeerd.

Het begon met Cees Nooteboom die herinneringen mocht ophalen aan zijn decennialange betrokkenheid met Berlijn, waarbij hij het ook al door de vragen van de interviewer vooral over de geschiedenis die nu door twintig jaar gevallen Muur weer extra in de belangstelling staat. In zekere zin bleef ik wat op mijn honger zitten, omdat niet werd ingegaan op Berlijn als vrijplaats voor allerlei tegenculturen waar Berlijn ondanks alle politieke verwikkelingen van de afgelopen eeuw een enorme traditie in heeft opgebouwd. Aan de andere kant is Nooteboom een heel aangename voorlezer en had zijn prachtig rode broek als van een tuinkabouter vast wel iets te betekenen als boodschap aan niet alleen het literaire establishment.

Minder gecharmeerd was ik over Oscar van den Boogaard, die op typisch Nederlandse wijze zijn preoccupatie met Duitsland in een enigszins lollige tekst had verpakt, maar het speelde te veel met clichés die meer over hem dan over Duitsland zegde. Ook Tom van Laere, Admiral Freebee zelve, slaagde er niet in te overtuigen. Zijn samenwerking met Einstürzende Neubauten- lid Jochen Arbeit was aardig maar niet meer dan dat. Het kon nergens beklijven en als je dan een soort spoken word wil geven in een van god weet welke inspiratiebron gepikt plat Amerikaans waar het Antwerps constant doorheen klinkt zonder inhoudelijk ook maar ergens heen te gaan, dan is dat behoorlijk tenenkrullend.

Je kan gelukkig nog veel andere dingen doen op De Nachten en zo kan je bijvoorbeeld de hele tijd films kijken. Waarschijnlijk heb ik ook veel gemist, maar op goed geluk ben ik terecht gekomen bij een aantal Poolse art-films uit de jaren tachtig die erg leuk waren, maar vooral ook het gevoel overbrachten dat een band met die jaren voor wie het niet meegemaakt heeft zo ongeveer onmogelijk geworden is. Verder ben ik dan maar een beetje gaan dwalen door de Strasse der Liebe om uiteindelijk op de lege dansvloer van de Tanzclub terecht te komen, waar de Biergarten Boys, geef toe de naam lijkt nergens op, bijzonder coole italo-disco in de beste traditie van Baldelli aan het draaien waren. Muzikaal erg goed, maar geen grein sfeer op een donderdagavond. Morgen beter dus.

Organisatie: 5 voor 12, Villanella en de Singel

 

Pagina 447 van 497