logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15458 Items)

Tinariwen

Imidiwan: Companions

Geschreven door

De Touareg nomaden van Tinariwen zijn ontstaan in de rebellenkampen van Khadaffi, leiden een nomadenbestaan en vanuit de onderdrukking speelden ze ‘de tishoumaren’ (= muziek van de werklozen), een soort worldpop, die militant werd ervaren.
Tinariwen brak definitief door met de vorige plaat ‘Aman Iman’. Europa was onder de indruk van hun hypnotiserende retro/world/woestijnblues. Het zijn fascinerende songs die een sterke melodielijn hebben en je in een onweerstaanbare trance brengen door de bedwelmende klanken en ritmes. De gitaargrooves, de bluesy licks en worldpop laten je niet los en krijgen een zuiderse prikkel door de gevarieerde samenzang en de hoge vrouwenstemmen.
Invloedrijk zijn Jimi Hendrickx, Led Zeppelin, Robert Plant, Santana en geestesgenoten Ali Farka Touré en Nusrat Fateh Ali Khan. Ze eigenen zich terecht een plaatsje binnen de Afrikaanse bands uit Mali als Amadou & Mariam en Toumani Diabeté.
Het is heerlijk luisteren naar hun pittige, aantrekkelijke en aanstekelijke songs als “Imidiwan afrik tendam”, “Lulla”, “Tenhert” en “Tahult”, de sfeervolle “Enseqi ehad didagh”, “Tamodjerazt assis” en de onheilspellende trance op de instrumentale afsluiter.
Tinariwen behouden hun roots en deden beroep op hun producer van het eerste uur. Ze zijn een toegankelijke band die het nomadenbestaan vertolken en hun medereizigers een hart onder de riem steken in de Sahara.

The Maccabees

Wall of arms

Geschreven door

Het kwintet uit Brighton, The Maccabees, verrast aangenaam met de tweede cd ‘Wall of arms’. Ze overtuigen met aanstekelijke, broeierige en snedige indiepoprock; de opbouwende songs beschikken over een boeiende melodielijn en zijn gelinkt aan de ‘80’s waverock. Onmiskenbaar is de invloed van Arcade Fire en de zang van Win Butler. Maar we horen ook in de zang van Orlando Weeks Finn Andrews van The Veils weer. Trouwens, The Maccabees deden beroep op Markus Dravs, die eerder al instond voor het materiaal van … jawel Arcade Fire.
De eerste songs “Love you better”, “One hand holding” en “Can you give” vormen de toon van de sterke plaat. Persoonlijk kapen “Young lions” en “No kind words” de hoofdprijs. De afsluitende sfeervolle “17 hands” en “Bag of bones” onderstrepen de klassepopindie. We kunnen enkel maar zeuren over de aartslelijke hoes …

Vaya Con Dios

Comme on est venu …

Geschreven door

Eerst even een korte historiek tot de nieuwe plaat  …Vaya Con Dios werd opgericht in 1986. Dani Klein kwam in de belangstelling als guestvocaliste van Arbeid Adelt en samen met Dirk Schoufs en Willy Willy(Willy Lambregt) richtte ze Vaya Con Dios op. Ze maakten aanstekelijke popgroove van jazz, pop en zigeunermuziek, waarin heel wat Spaanse invloeden zaten. Ze braken door met de cd’s ‘Vaya Con Dios’ en ‘Night Owls’ en scoorden grootse hits als “Just a friend of mine”, “Puerto Rico”, “Nah Neh Nah”, “What’s a woman”, “Time flies” en “Sally”. Willy Willy vertrok en met het overlijden van Schoufs (tgv aids) klonk bij Vaya Con Dios vanaf ’92 de tristesse meer door. Ze liet zich omringen door een totaal nieuwe band en gaf de soul en de Latijns-Amerikaanse sounds meer ruimte. ‘Time flies’ kon nog rekenen op een sterke respons en “Heading for a fall” en de titelsong waren in de hitparade te vinden. De groep was erg populair in Duitsland, Frankrijk, Scandinavië en Z-Amerika.
In ’96 was Dani burnt-out van de muziekbusiness en liet het even voor wat het was. In 2004 werd de band opnieuw opgericht, verscheen eerder een onbeduidende plaat en werd aan de comeback een ‘Ultimate collection’ verbonden.
De meertalige Dani Klein, 55 intussen, liet zich voor de nieuwe plaat inspireren door het Franse chanson. Ze koppelt een Piaf, Brel en Gainsbourg aan Arno’s muzikale leefwereld en haalt pop, soul en jazz aan in de uiterst sfeervolle songs op ‘Comme on est venu …’. Ze kon rekenen op professionele muzikanten uit de jazzwereld en haar zoon Simon Schoovaerts producete de cd. De songs hebben een ‘du vin - du pain’ uitstraling en de klemtoon komt op de piano, akoestische gitaar, contrabas en mondharmonica en is breder door strijkers, toetsen en strijkers. De single “Les voiliers sauvages de nos vies” vormt het uitgangsbord van de sfeervolle plaat. “Matelots”, “Le compte à rebours” en de titelsong volgden. Intiemer klinken “Vingt ans” en “La vie ce n’est pas du gateau”, samen met Philip Catherine. Op “Il restera toujours” speelde Toots mondharmonica en “A en mourir pas”, “Il suffisait d’y croire” en “Pauvre diable” zijn krachtiger door de groove. Flamenco horen we op “La piropgue de l’exode”.
Het maakt van de Franse cd een uiterst gevarieerde plaat binnen zijn stijl. Dani Klein is op die manier in één adem op te noemen met die andere meertalige en ‘La douce France’ chansonniere Jo Lemaire , wat maakt dat het twee perfecte ambassadrices zijn …

Soap&Skin

Lovetune for Vacuum /Marche Funèbre EP

Geschreven door

De 19 jarige Oostenrijkse Anja Plasch brengt intimistisch materiaal, bepaald door haar intens, bedreven en emotievolle klassieke pianospel, wat elektronica, beperkte drums en een band met strijkers en gedragen door haar indringende, soms hoog uithalende stem. Het zijn sfeervolle, sombere, donkere en onheilspellende songs, doordrenkt van melancholie en tristesse. Ze grijpen bij het nekvel en doen soms filmisch aan. Songs als “Sleep”, “Cynthia, “Spiracle” zijn ingetogen en sober door piano en stem. Filmmakers mogen bij haar eens aankloppen om “Turbine woomb” en “Mr Gaunt pt 1000” in de soundtracklist te plaatsen. De andere songs zijn wat breder van opzet en ondersteunen haar songschrijvertalent. Kortom, het zijn heerlijke parels van songs op ‘Lovetune for Vacuum’.

Ze refereert nauw aan oudgedienden Nico (VU), Kate Bush, Alison Shaw (The Cranes) en Hope Sandoval (ex Mazzy Star) en wordt in één adem opgenoemd met de huidige generatie Joan Wasser, Cat Power en Bat For Lashes. Maar even belangvol is dat ze teruggrijpt naar de oude 4ad stal van This Motal Coil, Elisabeth Frazer en Dead Can Dance. Ook horen we de weemoedigheid van 3 Mile Pilot en Black Heart Procession.

De EP ‘Marche Funèbre’ met twee bewerkingen van het nummer op haar debuut en een reprise van “Thanatos” klinkt eerder als een experimenteel project van haar. Op de eerste song druipt de kwelling er van af en de bewerkingen zijn een bevreemdende filmische trip die Soap & Skin’s grenzen verleggen door de (duistere) elektronica. Duivels, bezwerend, onheilspellend en verwarrend, dankzij de supports van Yrasor en DJ Kone. Het onderstreept haar veelzijdigheid als artieste binnen dat muzikaal landschap.

Prefab Sprout

Let’s change the world with music

Geschreven door

’Let’s change the world with music’ …wat een droomtitel van een plaat. Niet verwonderlijk, de romantische songwriter Paddy McAloon van het Schotse Prefab Sprout zit hier achter. Hij intrigeerde midden de jaren ’80 met een paar puike platen dito singles. We plaatsen het even op een rijtje: doorbraak ‘Steve McQueen’ (’85): “Faron young” – “Appetite” – “When loves breaks down”; ‘From Langley Park to Memphis’: “King of rock’n’roll” – “Cars & girls” – “Hey Manhattan” en tot slot ‘Jordon: the comeback’ in ’90, één van de meest prestigieuze en perfect stilistische popplaten, minutieus uitgewerkte sprookjespop van het songschrijftalent, die zich probleemloos naast een John Lennon kon plaatsen.
Na deze meesterlijke plaat, hoorden we nog sporadisch van McAloon: in ’97 verscheen het bleke ‘Andromedia heights’, en de laatste jaren bracht hij solo nog een tweetal platen uit. Getergd van de muziekbusiness en geplaagd door partiële blind- en doofheid trok hij zich terug.
’Let’s change the world with music’ is een demoversie van een verkapt conceptalbum na ‘Jordon: the comeback’ die, ruim vijftien jaar later, ‘opgekalefaterd’ werd door Calum Malcolm. Ze werd toen na een handvol mislukte opnamesessies weg gekieperd. We horen restanten van hun meeslepende elegante, vakkundige, sfeervolle pop/soul/gospel. De eerste songs “Let there be music” en “Ride” hebben wat meer groove en drive, maar de daaropvolgende songs laten de fijnzinnig- en subtiliteit doorschemeren van heerlijke, ingetogen pop als “Music is a princess”, “Falling in love” en “Angel of love”. Een beetje zoals ‘The spirit of Eden’ van die andere befaamde perfectionistische songwriter, Mark Hollis van Talk Talk.

Part Chimp

Thriller

Geschreven door

Tip: beuk eens een deur in met Part Chimp. Hun album ‘Thriller’ is daartoe de perfecte sloophamer. U breekt er meteen best het hele kot mee af, als u dan toch bezig bent, want dit beukt als een dolle bizon die op een dieet staat van adrenalinepillen, red bull, tabasco en speed.
Na ‘The chemistry of common life” van Fucked Up en ‘King of jeans’ van Pissed Jeans is dit al de derde uiterst bronstige en verpulverende plaat die we dit jaar door onze maag gesplitst krijgen. Heerlijke pokkeherrie om buren, schoonmoeders en vervelende huisdieren mee op stang te jagen.
Part Chimp grossiert in een soort stoner rock die, soms tergend traag en slepend als in “Dirty sun” en “Tomorrow midnite”, het bloed van onder je nagels haalt en die hard tegen alle muren inbeukt. Vanaf de overkokende opener “Trad” over het verwoestende “Sweet” (de song is in alle opzichten het tegengestelde van zijn titel) tot de verpletterende finale “Starpiss” moet alles er aan geloven wat ‘Thriller’ op zijn pad tegenkomt.
Tamelijk verpletterend plaatje, niet om aan te horen voor de ene, geniale gekte volgens een ander. Geweldig overdonderende heavy shit volgens ons. Een mokerslag.

Them Crooked Vultures

Them Crooked Vultures

Geschreven door

Drie heren met een roemrijk rockverleden die samen een plaatje maken, dat doet algauw de term supergroep oplaaien. Vooral als het gaat om Josh Homme, John Paul Jones en Dave Grohl. Volgens ons is dit echter vooral Josh Homme’s album. Want, lets face it, de creatieve breinen in Led Zeppelin waren Page en Plant, en niet John Paul Jones. En in Dave Grohl herkennen we vooral een fenomenaal drummer en niet echt een begenadigd songschrijver (de echt goede songs van Foo Fighters kunnen wij op één hand tellen, en we hebben dan nog een vinger verloren bij ons laatste ontmoeting met de cirkelzaag).
Them Crooked Vultures is dus des te meer Homme’s project met een sound die je vooral in de buurt van zijn Queens Of The Stone Age moet gaan zoeken, inclusief vlijmscherpe riffs en potige (hard-) rocksongs zoals een kokend heet “New fang” of een stomend “Dead end friends”. Homme’s werk van de laatste maanden is ook nog vlotjes aanwezig, zo is “Elephants” een fantastisch gelaagde song waarin duidelijk nog wat overblijfselen van zijn avontuurtje met Arctic Monkeys te bespeuren zijn.
Het grote geschiedenisboek der rockgrootheden is eveneens niet dichtgelaten. De psychedelische inslag en het hoge stemmetje dat Homme er in opvoert doen het knappe “Scumbag blues” neigen naar Cream in hun beste periode. Het dichtst in de beurt van Led Zeppelin komt het trio bij “Reptiles”, maar voor de rest horen we weinig invloeden van bassist Jones’ voormalig bandje.
Bij “Bandoliers” zou je gaan zweren dat Homme in het spoor is gaan treden van zijn maatje Mark Lanegan ten tijde van diens Screaming Trees en de lome riff van “Warsaw of the first breath you take” grijpt terug naar het onvolprezen Kyuss, Homme’s formidabele eerste groep.
Homme heeft er dus wel duidelijk een gediversifieerd album van gemaakt, doch eentje naar zijn normen, een rockplaat pur sang met hier en daar een fijn zijstapje, net als bij QOTSA dus.
Met een andere drummer en bassist had alles volgens ons niet echt gek veel anders geklonken, wij hebben zo de indruk dat Dave Grohl en John Paul Jones immers niet zo erg hun stempel gedrukt hebben op dit plaatje. Maar dat ze dat live des te meer zullen doen, daar zijn we dan wel zeker van, want Grohl op drums is een werkelijke belevenis. We hebben hem al eerder fabuleus aan het werk gezien bij, jawel, Queens Of The Stone Age. Niet toevallig, zeker ? Helaas hebben we de man nooit zien uitfreaken bij het geweldige Nirvana, een trauma voor de rest van ons leven.
Them Crooked Vultures wordt dus ongetwijfeld een veel gevraagde band voor het komende festivalseizoen en met die ene plaat kunnen ze een duivelse pot rock’n’roll serveren.
Conclusie, Queens Of The Stone Age … euh sorry, Them Crooked Vultures hebben een ferme rockplaat gemaakt die zich op een podium ongetwijfeld nog veel vetter zal tonen.

Mumford & Sons

Swoon

Geschreven door

Het uit LA afkomstige Silversun Pickups debuteerde drie jaar met de cd ‘Carnavas’ en de singles “Lazy eye” en “Common reactor”. Ze fristen het oude Smashing Pumpkins van het memorabele ‘Gish’ op. Een broeierig, spannend geluid door de snedige gitaarrockende partijen vs gevoelige popmelodie, een diepe bas en bezwerende, opzwepende drums. De aanzwellende riffs gaven kracht en dynamiek.
De opvolger ‘Swoon’ ligt in dezelfde lijn, en boeit door de repeterende en opbouwende ritmes en de dromerige melodieën. De pedaaleffects en fuzz klinken af en toe wat door en de strijkers vullen een sfeervolle toets aan het geheel. De aparte, onvaste en melancholische zang van Brian Auberts en de emotievolle backing vocals van Nikki Monniger passen binnen het plaatje van de grauwe pakkende pop.
De eerste songs “There’s no secrets this year”, “The royal we” en “Growing old is getting old” hebben een spannende opbouw, bevatten voldoende tempowisselingen en gaan naar een climax. De single “Panic switch” vormt hierin een hoogtepunt. Ze omzeilen de éénvormig- en éénduidigheid door de sfeervolle toetsen op “Draining” en “Sort of”, wat de sound breder maakt en zorgt voor variatie. “Catch & release” is door de orkestratie de melige song op de plaat. Op het afsluitende “Surronded of spiralling” herpakt de band zich en klinken ze als vanouds.
Het mooie is alvast dat ze binnen die broeierige intensiteit de gevoelige shoegaze van My Bloody Valentine en BRMC laten horen. Ondanks de sterkte van hun tweede plaat, verdienen ze meer belangstelling …

Archive

Controlling Crowds pt IV

Geschreven door

Archive brengt in een jaar tijd twee platen uit. ‘Controlling Crowds’, die begin het jaar verscheen, heeft een vervolg onder ‘Part IV’. Na beluistering van de nieuwe en een herbeluisteren van de vorige cd, blijkt dat de vorige indrukwekkender klinkt en iets meer bij het nekvel grijpt. De muzikale formule van Archive is nagenoeg hetzelfde. De uit Londen afkomstige band, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, hebben een geheel unieke sound van ritmisch, slepende melodieën, huiveringwekkende, sferische soundscapes, trippop, industriële beats, ‘70’s psychedelica en indierock. Een bezwerende trip en een spannen broeierig geluid door de repeterende, opbouwende lagen gitaar, toetsen en percussie onder een rapzang en een aparte zang die soms hemels is en hoog kan uithalen. Archive komt hier het dichtst in de buurt van Massive Attack, Spacemen 3, Sigur Ros en Pink Floyd.
’Part IV’ is een episch avontuurlijk werkstuk van bombast en emotionele uitspattingen. De eerste songs boeien het meest, “Pils”, “The empty bottle” en de ijzig dromerige “Remove” en “Come on get high”, dan zijn er de psychedelische hip/trippende “Lines” en “Thought conditions”. Vanaf “The feeling of losing everything” gaan de vijf songs in elkaar over tot het afsluitende “Lunar bender”. Ze zijn sfeervoller en meliger en doen ietwat de spanning en intensiteit dalen, maar behouden Archive’s unieke subtiliteit. Ondanks dit minpunt houden we van hun doordachte muzikale trips, die over een brede horde fans beschikt; een band die een minimum aan singles uitbrengt en er op nahoudt weinig gedraaid te worden op de radio!

Creature With The Atom Brain

Transsylvania

Geschreven door

Na ‘I am the golden gate bridge’ vuurt Creature with the atom brain een twee retrorockende plaat op ons af. CWTAB begon als de one-man band van Aldo Struyf van Millionaire, maar werd gauw een vaste band met een tweede Millionaire lid Dave Schroyen; Jan Wygers van Mauro & The Grooms en drummer Michiel van Cleuvenbergen vulden aan. Het kwartet trok naar de VS, konden beroep doen op Chris Goss van de Masters, die instond voor de productie, kregen het gezelschap van Mark Lanegan en trokken Pascal Deweze van Sukilove aan om alles zo goed mogelijk te op te nemen.
We hebben tien afgewerkte songs, waarvan het overgrote deel per beluistering intrigeert. Ze klinken eigentijds met snedige, bezwerende en donkere retro- en stonertrips op de eerste songs van de cd, “I rise the moon”, “The color of sundown”, “Smth is wrong” en de titelsong. Het tij keert op “Darker than a dungeon” en de ietwat vervelende afsluitende tracks als de ‘60’s ‘70’s psychedelica dito zweverigheid de overhand heeft. Maar verder overtuigen “Sound of confusion” en “Spinning the black hole”, wat ervoor zorgt dat de balans al bij al positief overhelt.

Jarvis Cocker

Further Complications

Geschreven door

Britpop en Pulp zijn de eerste gedachten als het over muzikale duizendpoot Jarvis Cocker gaat. Een man van vele gezichten, die z’n rijkdom aan ideeën en stijlvarianten plaatst binnen uitbundige, aanstekelijke, broeierige en intieme songs . Momenteel staat Pulp op non-actief en hoorden we hem in enkele gastrolletjes op platen van o.a. Air en Marianne Faithfull. Opmerkelijk is de samenwerking met Steve Albini die de Cocker sound compacter en directer maakt. Eenvoudige, doeltreffende pop dus.
Hij brengt stomende en dynamische Britpopgekte in “Angela”, “Richard” en de titelsong, maar koppelt het aan enkele ingetogen  nummers als “Leftovers” en “Hold still”. Of je hoort een dromerige crooner “I never said I was deep”. Op het afsluitende uitgesponnen “You’re in my eyes” stort hij zich in de ‘70’s soul/disco, die de sfeer ademt van Rose Royce en Marvin Gaye. Het onderstreept mans veelzijdigheid op het tweede solo –album, drie jaar na ‘Jarvis’.

Rachel Unthank & The Winterset

The Bairns

Geschreven door

De zusjes Rachel & Becky Unthank hebben al een paar platen uit , maar kunnen met ‘The bairns’ meer respons verkrijgen. De uit Newcastle afkomstige zusjes zijn te situeren binnen de Britse folksfeer van de folkie songwriters Maddy Prior, June Tabor en Eliza Carthy. ‘The Bairns’ is een lange zit. Het eerste deel van de cd zit complexer in elkaar en vergt diverse luisterbeurten. Het tweede deel geeft de kans wat meer uit te kunnen blazen en bevat sober, ingehouden, toegankelijke folkpop met enkele kippenvelmomenten. De zusjes met hun sprookjesachtige vocals worden aangevuld met Belinda O’Hooley en Niopha Keegan. De songs spreken tot de verbeelding en stellen piano, toetsen en viool centraal. Dromerig materiaal, die het verdient een breder publiek te bereiken. Intussen doen de zusjes nu verder onder The Unthanks …

The Bollock Brothers

Last will and testament

Geschreven door

Na meer dan 15 jaar hebben The Bollock Brothers, de band rond Jock McDonald een nieuwe plaat uit. Ze maakten voral furore in de jaren ’80 met talrijke EP’s, o.a. “The bunker” en “Horror movies” en een paar opzienbarende platen, ‘The last supper”, “Live performances”, “4 Horses of the Apocalyps” en een aparte versie van de Sex Pistols’ ‘Never mind the bollocks’. Ze waren de vaandeldragers van de Britse wavepunk en hadden zo eigen wave tune ontwikkeld. The Bollocks tellen momenteel ook twee Belgische groepsleden, nl. Jode Husentruyt en Patrick Pattyn (van het vroegere Nacht und Nebel). De sound op deze plaat heeft iets mee van Vive la Fete. Niet verwonderlijk, want ook Danny Mommens werkte mee aan een song, “Queen & Country”. Op de nieuwe plaat horen we enkele geremixte songs als “Harley david son of a bitch” en “The bunker” en worden enkele classics door de mallemolen gehaald, waaronder “Passion” en “My generation”. Leuk allemaal om het nog eens te horen, maar niet meer dan dat …

Slaraffenland

We’re on your side.

Geschreven door

In de voetsporen van het Scandinavische Sigur Ros en Björk treedt Slaraffenland; ze zijn al toe aan hun derde cd en hebben een hechte band met Efterklang. Een klankenwereld opent zich binnen de popfolk en beeldrijke indietronica. ‘We’re on your side’ is de meest toegankelijke plaat totnutoe en kan een doorbraak naar een breder publiek forceren. We horen harmonisch, aanstekelijke melodieën door de verschillende gitaarlagen, knisperende, zalvende elektronica, aangevuld met blazers, orkestraties en een dromerige zang. Het zijn tien fascinerende songs, die een energieke schoonheid uitstralen en onderhuids refereren aan de schone kwaliteit van Arcade Fire.

Peaches

Peaches vermakelijke, ludieke electroclashende bitchpunk

Geschreven door

Wat een guur winterweer moesten we trotseren om een avondje electroclashende bitchpunk van Peaches aka de Canadese Merrill Nisker te kunnen bijwonen. Twee supports had ze mee om op te warmen en onze gedachten op iets anders te zetten dan de toe gesneeuwde wegen …
Ze had het alvast door en wist anderhalf uur lang een ludieke geilshow op te zetten …

De inmiddels 40 jarige bitchqueen kwam in de belangstelling met de cd ‘Fatherfucker’ en haar duet met Iggy Pop “Kick it”. De electropunk werd breder op ‘Impeach my bushes’ door uitstapjes naar de wave, hiphop, r&b en trancy, opzwepende en pompende dansbeats. De sound werd toegankelijker en liet zelfs een meer emotievolle, kwetsbare kant horen op de laatst verschenen sfeervolle cd ‘I feel cream’. Peaches deed beroep op de electro – en knoppenfreaks Digitalism, Simian Mobile Disco en Soulwax en gaf de indruk ouder en wijzer te zijn op plaat.
Live is het nog steeds andere koek. Ze bleef van zich afbijten … afgeilen met een pittige, gedreven, seksueel prikkelende, fantasierijke show. Vettige basses, pompende synthbeats en aanstekelijke, vunzige refreintjes van ‘tits’, ‘dicks’ ‘fucks’, … vlogen om de oren. De spectaculaire show werd op poten gezet met lasereffects, rookgordijnen, de outfits en verkleedpartijen die een ‘Moulin Rouge’ voor ogen hielden, tot de verbeelding sprekende, uitdagende bewegingen, sensuele danspassen en tot slot lichtsabel - achtige instrumenten die het geheel kleur gaven. Het kwartet werd soms aangevuld met enkele schaars geklede danseressen.
Gehuld in een rookgordijn kwam ze op de catwalk … podium gewandeld in een speciaal kostuum, wat deed denken aan de kostuums van Fever Ray en Grace Jones. Op de eerste niet evidente dreigende donkere “Blade runner” en “Mud” werd ze al op handen gedragen; in de daaropvolgende nummers “Talk to me” en “Fxx like a billionaire” voegde ze de daad bij het woord, want ze stapte al wankelend letterlijk op haar publiek. Wat een nummertje voerde ze hier op! Samen met de tweede dame op synths en haar danseressen shakete ze haar ‘tits’ op “Shake your …”. Naast de show en electrobeats hoorden we een steeds krachtiger wordende gitaar en opzwepende drums. Ze deelde wespensteken uit, prikkelde en varieerde haar sound; ze stapte van de aanstekelijke electropop over naar de traag, slepende beats en van wave doordrenkte “I U She”, “Tombstone” en “More”, die een kruising waren van het oude Suicide, Fad Gadget en de Star Wars tunes. Na “Slippery dick”, waarbij ze showde met een levensgrote fluorescerende ‘dick’, kwam in het tweede deel van de set de rockbitch op het voorplan: eerst waren er “Boys wanna be her” en “You love it”; in de bis ontspoorde het in regelrechte electropunk dito attitude van korte, krachtige en snedige songs, “Rock it”, “Rock’n’roll” en “Set it off”, waarbij ze de eerste rijen vroeg hun t-shirts uit te doen of te zwieren met de beha’s. Intussen hadden we ook een paar lekker groovende songs gehoord als “Lose you” en de singles “I feel cream” en “Fuck the pain away”. Tot slot waren we onder de indruk van de lasers en die lightsabel instrumenten op de dreunende trance van “Operate” en “Take you on”. Dankjewel Peaches voor deze goed gevonden act!

De ophitsende uitgekiende show van de dame is alvast met de eindejaarsperiode in ons geheugen gegrift!

We werden voldoende opgewarmd door het Belgische Vermin Twins, een dj project van Lotte Vanhamel (zus van …) en Micha Volders (El Guapa Stuntteam). Geflipte electro/funk/industrial/hiphop ergens tussen Aphex Twin, Prince, Stijn en Leftfield. Zij zong en krijste, bewoog als een spook met een wit tafellaken, huppelde en danste als een bezetene over het podium. Hij leefde zich uit op z’n mengtafel, laptop en knoppen en vervormde z’n vocals. Een tweede MC kwam af en toe een handje toesteken. Ze verwerkten een tweetal covers, Michael Jackson/George Michael, in hun weirde elektronische sound, die op het eind uitmondde in een wild losgeslagen geluid.
We konden even op adem komen op Hawney Troof, een hyperkinetisch Amerikaans duracell konijn die een leuke one man show bracht in een naar Consolidated en Beastie Boys neigende sound. Allemaal om het publiek op te zwepen naar de closing final van Peaches.

Organisatie: Trix Antwerpen

Masters Of Reality

Pine / Cross Dover

Geschreven door

De laatst verschenen plaat van de ‘Godfathers of Stoner’, van de inmiddels 50 jarige Amerikaanse gitarist/songschrijver en producer Chris Goss, dateert al van vijf jaar terug. ‘Give Us Barabas’ was nu niet meteen een sterke plaat gezien het feit dat ze aanmodderde binnen de akoestische folk. Goss slaat met vaste kompaan/drummer John Leamy bikkelhard terug met de nieuwe ‘Pine + Cross Dover’. Inderdaad, we horen hier intrigerende, repetitief opbouwende doeltreffende riffs, bezwerende en opzwepende drums en fijn gearrangeerde zanglijnen, die een trip zijn naar de ‘70’s retro van Cream en Led Zeppelin, vasthouden aan de subtiele melodie van The Beatles en soms stoeien met psychedelica.
De cd is in twee stukken ‘Pine’ en ‘Cross Dover’. “King Richard tlh” en “Absinthe Jim and Me” doen het woestijnstof lekker opwaaien. “Worm in the silk” is de vreemde eend in de bijt en klinkt bevreemdend en onheilspellend in het eerste luik, en toont nogmaals de diversiteit aan van de Masters. “Johnny’s dream” is de psychedelische piano-instrumental (ode aan Johnny McLaughlin) en vormt de overgangssong. Deel twee laat meer ruimte voor de instrumenten. We horen intens broeierige, slepende songs die tot slot uitmonden in een langgerekte instrumentale trip “Alfalfa”. Vooraf aan het nummer kon een samenwerking met Unkle vriend James Lavelle niet uitblijven, “Testify to love”. Compositorisch minder boeiend, maar het onderstreept de dynamiek en puurheid van hun stonerrock!
Kijk, in twintig jaar Masters Of Reality weet Goss als geen ander de sound het best te laten klinken. Bijgevolg, een uitermate sterke zesde plaat dus.

Port O’Brien

Threadbare

Geschreven door

Een niet te onderschatten band is Port O’Brien uit Bay Area, Californië, gecentraliseerd rond het folkduo Van Pierszalowski en Cambria Goodwin. Zomers ging hij in Alaska zalm vangen op de vissersboot van z’n pa, zij voorzag de vissers van brood in de koude havenplaats en ’s avonds gingen ze samen liedjes maken. De zeelucht en de visvangst vormen de muzikale inspiratie, die passen binnen de folk/indiepop. Het debuut ‘All we could do was sing’ verscheen eind vorig jaar en bevatte sfeervolle, ingetogen, dromerige en soms krachtige rocksongs.
Nog geen jaar later is er de opvolger klaar. De akoestische gitaar, de banjo en de viool en de meerstemmige zang staan centraal en geven kleur aan het materiaal. We horen invloeden van Bon Iver’s/Bonnie Prince Billy’s americana en de indie van Arcade Fire en hun resem opvolgers. Ze zijn niet vies van een krachtiger worden rocktune, wat hen naar Pavement doet overhellen. Het plotse overlijden van de jongere broer van Cambria Goodwin was de aanzet van enkele broze ,ingehouden lofi composities, “Darkness invisible” en de titelsong van de cd. Ze staan tegenover het rockende “Sour milk/salt water”, “Leep year” en “Love me through”.
Port O’Brien brengt knappe, aanstekelijke bitterzoete songs. Toegankelijke droompop met een rauw randje. Ondanks het puike materiaal klinken ze minder verrassend. Binnen deze invalshoek en stijl mogen ze gerust eens de tijd nemen om nieuwe impulsen te voorzien.

HEALTH

Get color

Geschreven door

Het uit LA afkomstige jonge Health laat diverse lagen pop, noise, shoegaze, psychedelica en hardcore in elkaar vloeien. Hun rockende overwaaiende indiesound bevat onderhuids knappe melodielijnen. Een aparte sound die nog wordt geïnjecteerd door hemelse vocals.
De groep verwijst naar de energie van Naked City, een NYse avant garde band en beweegt zich ergens tussen Fugazi en Liars. De negen songs zijn op het scherpst van de snede klinken en staan tussen melodie en creativiteit. Door de korte tijdsduur lijken sommige nummers eerder brouwsels, die eigenlijk met enkele andere kunnen gebundeld worden, maar net dit vormt de trefkracht binnen hun concept. “Die slow”, “Death +”; “Severin” en “Eat flesh” springen er uit, maar het afsluitende en mooi uitgesponnen “In violet” biedt het gepaste evenwicht van een intense, broeierige opbouw en de zin voor avontuur, die ze op de volgende derde plaat kunnen uitwerken …

Yann Tiersen

Yann Tiersen toont zijn kunnen

Geschreven door

Multi-instrumentalist Yann Tiersen verwierf vooral bekendheid dankzij de knappe soundtracks bij het sprookjesachtige ‘Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain’ (2001) en het (n)ostalgische ‘Good bye, Lenin!’ (2003).


Bij zijn opkomst in de Botanique stootte Tiersen nogal knullig zijn hoofd aan de microfoon, dit slapstick-moment konden we na afloop bestempelen als de eerste en tevens laatste valse noot van het concert. Een uitverkochte Orangerie werd de eerste minuten ondergedompeld in sfeervolle muziek die ons het gevoel gaf dat we relaxed van een filmpje aan het genieten waren. Plotsklaps viel zijn vierkoppige band echter stevig in en van dan af aan was het duidelijk dat Yann Tiersen gekomen was om zijn publiek te overtuigen van zijn veelzijdigheid. Soms leunde de muziek sterk aan bij de atmosferische postrock die we kennen van Explosions in the Sky, op andere momenten kregen de quasi psychedelische synthesizers een prominente rol en meer dan eens leek het alsof we op een door Emir Kusturica geregiseerd zigeurnerfeestje beland waren. Vaak meenden we een ontketende Warren Ellis te horen maar in tegenstelling tot deze laatste maakte Yann Tiersen er een erezaak van om te etaleren dat zijn vioolspel, ondanks zijn supersnelle vinnigheid, niks aan zuiverheid moet inboeten (daar waar Grinderman Ellis het bij het ontbinden van zijn duivels met opzet ongepolijst houdt). Het staat dus buiten kijf dat jonge Yann goed opgelet heeft in de vioolles die hij als jonge snaak volgde. Ook de gitaar, de piano, het orgel en de xylofoon bespeelt hij moeiteloos.
We konden dinsdagavond dus met eigen oren vaststellen dat Tiersens intensieve muziekopleiding zijn vruchten afgeworpen heeft. Enkel vocaal scheerde hij weinig hoge toppen want een mooie stem werd hem door zijn schepper blijkbaar niet gegund. Aangezien de stembanden in ‘s mans œuvre weinig werk krijgen, werd dit minpuntje nooit ergerlijk en dit mede dankzij het feit dat de schaarse zangmomenten vaak harmonieus opgefleurd werden door de bandleden. Het concert werd bijvoorbeeld afgesloten met een betoverende hymne die een mooi orgelpunt breidde aan 75 minuten schoonheid. Ook in het kwartiertje bisnummers tapte Tiersen uit het vaatje van uiterst sfeervolle muziek.

Na afloop hoorden we het opvallend diverse publiek (zowel jong als oud, man als vrouw, chique als sjofel, blank als zwart, Frans- als Nederlands- als anderstalig,…) gemengd reageren. Terwijl de ene partij de afwisselende arrangementen loofde, merkte een andere op dat er gedurende het volledige optreden eigenlijk slechts één langgerekte toon aangehouden werd. Elk van beide partijen had een punt maar we scharen onszelf toch eerder bij het eerste kamp (dat van ‘de ene’ dus).
Yann Tiersen had, net als enkele van zijn bandleden, immers overtuigend zijn virtuositeit gedemonstreerd waarbij de vele instrumenten - en tempowissels verveling eigenlijk onmogelijk maakten. Ter tegemoetkoming aan ‘de andere’ beamen we dat veel songs inderdaad repetitief opgebouwd werden maar ze klonken – onder andere dankzij hun rijke arrangementen - nimmer al te monotoon. Het feit dat de muziek tussen de songs door zo goed als nooit stilviel (Tiersen laste immers zonder onderbreking bruggen tussen de nummers), wakkerde misschien het gevoel aan dat het concert één langgerekte variatie op hetzelfde thema was maar deze ingreep - die trouwens vele klassieke soundtracks kenmerkt - vonden wijzelf best geslaagd, al was het maar omdat het optreden aldus - ondanks de reeds voldoende vermelde variatie – niet verwaterde tot een met haken en ogen aan elkaar hangende warboel waar maar weinig lijn in te trekken valt. In plaats van een fragmentarische aaneenschakeling van ‘stukjes’ kreeg men dus een mooi coherent geheel. Het feit dat er weinig interactie was met het publiek weze hem vergeven want gebabbel tussen de liedjes zou afbreuk gedaan hebben aan die ene lange trip waarop Yann Tiersen ons die koude winteravond meenam.

Organisatie: Botanique, Brussel + Live Nation

Gabriel Rios

Gabriel Rios en Isbells: flikkerlichtjespop!

Geschreven door

Noteer het maar: Onze Gentse Puertoricaan Gabriel Rios brengt een nieuwe plaat uit in 2010. Eerder hadden we al succesvolle platen ‘Ghostboy’ en ‘Angelhead’ en viel de samenwerking van ingetogener werk met jazzpianist Jef De Neve en percussionist Kobe Proesmans in goede aarde. In afwachting van wat 2010 zal te bieden hebben, nam Rios in deze winterperiode de kans zich in te duffelen met enkele intieme soloconcerten. Enkel Kobe Proesmans treedt in het tweede deel van de set bij, met enkele summiere drumroffels.
De fijnzinnige en kleurrijke mix van pop, latino, salsa, soul en hiphop die we kennen van Rios’ songmateriaal zette hij tijdens deze solo optredens uiterst sober om: hij speelde ze ingetogen, puur, naakt en kaal op z’n akoestische gitaar, liet ze aanstekelijker klinken door de vingertics en zweepte ze af en toe ietwat op, gedragen door z’n warme stem.
Er was heel wat vrouwvolk opgedaagd om deze charismatische singer/songwriter aan het werk te zien. In het begin voelde hij zich nog wat onwennig op het podium. We kregen een vol uur belangvolle oudere songs te horen waaronder “Stay”, “Broad daylight”, “Angelhead”, “Natural disaster” en de zuiderse “El raton” en “Tu no me quiros”; hij speelde breekbare versies van “Voodoo chile” (Jimi Hendrickx) en “Baltimore” van Randy Newman en lichtte een tipje van de sluier van de nieuwe plaat, die trouwens volledig Engelstalig zal zijn, waaronder “Gulliver” en een song over het sterrenbeeld “Orion”. In de bis durfde het duo iets krachtiger en steviger te gaan.

We hoorden een overtuigend intieme set van deze publiekslieveling; hij bekoorde het hartje van de dames met z’n geraffineerd materiaal. Opvallend was wel dat hij het Gentse publiek in het Engels toesprak.

Isbells uit het Leuvense hadden zich op een rij naast elkaar neergevleid op stoeltjes; hun stemmige muziek is te situeren ergens tussen Bon Iver, Iron & Wine, Kings of Convienence, Band Of Horses en Fleet Foxes. De single “As long as it takes wordt momenteel gek gedraaid en is de ideale droom-, kerst-, haard- of kampvuursong. Isbells is het project van Gaëtan Vandewoude, die als gitarist deel uitmaakt van het relatief onbekende Soon, en won één van de selecties van de vi.be on air. Het kwartet brengt de Amerikaanse alt.country/americana, folk en sing/songwriting binnen ons muzikaal landschap. Naast het instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, steelpedal en toetsen, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre door de meerstemmige hemelse zang en de veelvuldige ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’. Zelf dwarrelen ze graag in de muzikale leefwereld van Elliott Smith, Nick Drake en José Gonzalez; het dromerig, beklijvende materiaal van hun titelloos debuut klinkt uiterst gevoelig: pareltjes van songs die ze in een herfstig klankpalet opentrokken: “As long as it takes” trok meteen de aandacht, “Tim’s ticking”, “Reunite” en “I’m coming home” volgden, aangevuld met de broze “My Apologies” en een Frans/Engels gezongen “B.B Chevelle”. Naima Joris en Bart Borremans staan Gaëtan bij en live vult een vierde man aan.

Kortom, eenvoudig, doeltreffend en treffend straffe songs en heerlijke zanglijnen. Een puur, oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Verdiende doorbraak … Vlaamse band met Grootse toekomst …hun flikkerlichtjes pop is te koesteren!

Organisatie: Democrazy, Gent

Isbells

Isbells en Gabriel Rios: flikkerlichtjespop!

Geschreven door

Noteer het maar: Onze Gentse Puertoricaan Gabriel Rios brengt een nieuwe plaat uit in 2010. Eerder hadden we al succesvolle platen ‘Ghostboy’ en ‘Angelhead’ en viel de samenwerking van ingetogener werk met jazzpianist Jef De Neve en percussionist Kobe Proesmans in goede aarde. In afwachting van wat 2010 zal te bieden hebben, nam Rios in deze winterperiode de kans zich in te duffelen met enkele intieme soloconcerten. Enkel Kobe Proesmans treedt in het tweede deel van de set bij, met enkele summiere drumroffels.
De fijnzinnige en kleurrijke mix van pop, latino, salsa, soul en hiphop die we kennen van Rios’ songmateriaal zette hij tijdens deze solo optredens uiterst sober om: hij speelde ze ingetogen, puur, naakt en kaal op z’n akoestische gitaar, liet ze aanstekelijker klinken door de vingertics en zweepte ze af en toe ietwat op, gedragen door z’n warme stem.
Er was heel wat vrouwvolk opgedaagd om deze charismatische singer/songwriter aan het werk te zien. In het begin voelde hij zich nog wat onwennig op het podium. We kregen een vol uur belangvolle oudere songs te horen waaronder “Stay”, “Broad daylight”, “Angelhead”, “Natural disaster” en de zuiderse “El raton” en “Tu no me quiros”; hij speelde breekbare versies van “Voodoo chile” (Jimi Hendrickx) en “Baltimore” van Randy Newman en lichtte een tipje van de sluier van de nieuwe plaat, die trouwens volledig Engelstalig zal zijn, waaronder “Gulliver” en een song over het sterrenbeeld “Orion”. In de bis durfde het duo iets krachtiger en steviger te gaan.

We hoorden een overtuigend intieme set van deze publiekslieveling; hij bekoorde het hartje van de dames met z’n geraffineerd materiaal. Opvallend was wel dat hij het Gentse publiek in het Engels toesprak.

Isbells uit het Leuvense hadden zich op een rij naast elkaar neergevleid op stoeltjes; hun stemmige muziek is te situeren ergens tussen Bon Iver, Iron & Wine, Kings of Convienence, Band Of Horses en Fleet Foxes. De single “As long as it takes wordt momenteel gek gedraaid en is de ideale droom-, kerst-, haard- of kampvuursong. Isbells is het project van Gaëtan Vandewoude, die als gitarist deel uitmaakt van het relatief onbekende Soon, en won één van de selecties van de vi.be on air. Het kwartet brengt de Amerikaanse alt.country/americana, folk en sing/songwriting binnen ons muzikaal landschap. Naast het instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, steelpedal en toetsen, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre door de meerstemmige hemelse zang en de veelvuldige ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’. Zelf dwarrelen ze graag in de muzikale leefwereld van Elliott Smith, Nick Drake en José Gonzalez; het dromerig, beklijvende materiaal van hun titelloos debuut klinkt uiterst gevoelig: pareltjes van songs die ze in een herfstig klankpalet opentrokken: “As long as it takes” trok meteen de aandacht, “Tim’s ticking”, “Reunite” en “I’m coming home” volgden, aangevuld met de broze “My Apologies” en een Frans/Engels gezongen “B.B Chevelle”. Naima Joris en Bart Borremans staan Gaëtan bij en live vult een vierde man aan.

Kortom, eenvoudig, doeltreffend en treffend straffe songs en heerlijke zanglijnen. Een puur, oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Verdiende doorbraak … Vlaamse band met Grootse toekomst …hun flikkerlichtjes pop is te koesteren!

Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 447 van 499