logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15378 Items)

Girls (San Francisco)

Album

Geschreven door

We hoorden al Lovvers als groepsnaam, nu is er een ban die uit San Francisco Girls noemt. Een kwartet onder Christopher Owens en Liza Thorn. Het jonge bandje brengt twaalf emotievolle, licht melancholische indiegitaarpopnummers, waarin beheerste uitstapjes zijn naar de rock’n’roll, wave en shoegaze. De band heeft iets mee van een zeemzoeterig Jesus & Mary Chain. Ze trekken al meteen de aandacht met opener “Lust for life”, een overtuigende poprocker, die ongemeend verbonden is met Iggy. Verder zijn “Laura”, “Ghost mouth” en “God damned” broeierige popsongs in het verlengde van “Lust for life”. “Big bad mean Motherfucker” biedt een juiste dosis rock’n’roll. Het middendeel van de cd heeft een sobere, sfeervolle aanpak. “Headache” en “Summertime” hebben een minimale instrumentatie en zijn vocaal erg sterk. “Hellhole ratrace” is door de broeierige intensiteit en opbouw het kroonstuk van de cd. Tot slot vormen “Morning light” en “Darling” de link met de ‘80’s wave en shoegaze .
Het is allemaal goed uitgekiend en mooi verdeeld op de debuutcd, die zich onderscheidt met volgende kenmerken: Pop – Intimiteit – Dramatiek – Variatie - Hip

The Dodos

Time to die

Geschreven door

Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos, Meric Long (zang/gitaar)), Logan Kroeber (drums/zang), waren op hun vorige tournee van de cd ‘Visiter’ al aangevuld met een derde groepslid, Keaton Snyder op xylo/vibrafoon/klokkenspel en synths. Hun aanstekelijke melodieën klonken hierdoor warm en kleurrijk.
The Dodos vallen op met hun avontuurlijk geluid in een zompig, freakende oase van bluesrock, americana, folktronica en psychedelica onder de onvaste, licht doordrammende zang van Long. Het creatieve, intens aanstekelijke gitaargetokkel, het slagwerk en de subtiele synths en geluidjes maken die sound uniek. De songs zijn toegankelijker op de nieuwe cd en intrigeren door de brede broeierige, beheerste aanpak. Er is sprake van meer knappe overgangen, en fijnzinnige subtiliteit en minder tegendraadse ritmes en hectische bewegingen. Verslavende nummers horen we dus als “Small deaths”, “Longform”, “Fables”, “Two medicines” en de afsluitende titelsong “Time to die”. Puik plaatje opnieuw van het trio!

Ben Alison

Ben Alison and Man Size Safe: down to Earth …

Geschreven door

In de schitterende Domzaal van de Vooruit in Gent maak ik voor een tweede keer kennis met de uitzonderlijke muzikale kwaliteiten van Ben Alison. Zijn vorige passage op het Kortrijkse Parkjazz in 2008 staat nog in het geheugen gegrift… (passage in Hasselt in februari geskipt! Snif)

Alison is een gezegende bassist. Punt. Alison is geboren in 1966 in New Haven, Connecticut, zijn parcours is ronduit indrukwekkend te noemen:Hij toert momenteel door Europa met zijn band Man Size Safe, een kwintet, die het experiment niet schuwt. Maar Alison blijft toegankelijk, met invloeden uit de pop-, rock- en wereldscene.
De set was grotendeels opgebouwd rond zijn ronduit schitterende nieuwe plaat ‘Think free’ (uitgebracht bij Palmetto Records). Het schitterende “Broker” en “Kramer vs Kramer”, groeien gegarandeerd uit tot standards in het genre, als het van mij afhangt. Ook “vs Godzilla” en “Green All” passeerden de revue. ‘Little things rule the World’, zijn vorige plaat, kwam wat minder aan bod, maar de instrumentale uitstapjes in de composities van deze plaat genieten toch mijn voorkeur. Het zal met de onbekendheid van de plaat te maken hebben.
Zijn muzikaliteit ligt niet zozeer in zijn individuele kwaliteiten, maar in het regisseren van zijn schitterend kwintet. De man is zo down to earth – wat niet van alle jazzmusici kan gezegd worden - , en straalt dit ook constant over op zijn band. Elk krijgt zijn ruimte, niet als het hem uitkomt, maar als het de muziek en de compositie uitkomt. ‘Kijk eens mama, zonder handen’ , staat dan als quote ook niet in zijn woordenboek.
Steve Cardenas op gitaar, Shane Endsly op trompet, Jenny scheinman op viool en Royston op drums.

Een schitterend concert op een schitterende locatie …

Organisatie: Vooruit, Gent

Pere Ubu

Bring me The Head of Ubu Roi - Pere Ubu onthoofd!

Geschreven door

Terwijl we ons na de laatste passage van Pere Ubu wat beklaagden over het feit dat er niet veel nieuws te rapen viel aangezien de set grotendeels overeenkwam met die van de voorlaatste passage, brachten David Thomas en zijn vijfkoppige band deze keer in de Orangerie een volledig nieuwe show. Het zittende publiek werd vergast op ‘Bring me The Head of Ubu Roi’, een soort muziektheater-versie van ‘Ubu Roi’, het uit 1896 daterende toneelstuk van Alfred Jardy. De muziek van deze productie ligt sedert enkele weken in de winkels onder de titel ‘Long live Père Ubu’. Op die studioplaat (alsook tijdens vroegere opvoeringen van de bewuste productie) vertolkt Sarah Jane Morris, in een vorig leven werkzaam bij The Communards, de rol van Mère Ubu. In de Botanique probeerde drummer Steve Mehlman als volwaardige travestiet hetzelfde te doen.

Als theaterliefhebber en bescheiden bewonderaar van Pere Ubu hadden we dus onze zinnen gezet op een boeiende avond. Bij deze kunnen we echter al vertellen dat we na afloop met een gevoel van teleurstelling huiswaarts keerden.
Om acht uur stipt was het showtime, een bij reguliere rockconcerten vrij ongebruikelijke stiptheid maar zoals gezegd werd ons een speciale avond beloofd en conform het theaterconcept viel dus wel te verwachten dat laatkomers ongelijk zouden hebben. Op de tonen van “Ubu Overture” betraden de muzikanten dansend het podium. Tijdens “Song of The Grocery Police” kwam David Thomas het gezelschap vervoegen, zich bedienend van theatrale gestes en vocaal wisselend tussen lieflijke kinderstemmetjes en raspend geschreeuw. Op de achtergrond verzorgden The Brothers Quay allerhande visuals. Zij boden de toeschouwers tevens de ganse avond lang enig overzicht door elke nieuwe act en scène aan te kondigen. Een dergelijk overzicht was best welkom want Pere Ubu zelf raakte al vrij vroeg de draad kwijt.
Het publiek bleef - zoals het een welopgevoed theaterpubliek betaamt - beleefd en lachte de missers weg. Uiteindelijk kunnen deze pioniers van hetgeen ze zelf gekscherend als ‘avant garage’ bestempelen immers rekenen op kilo’s krediet van de kenners die beseffen dat wat wanorde simpelweg thuishoort in een optreden van Pere Ubu. Zelf zagen we er het eerste halfuur dan ook geen graten in en lachten we mee met het vaak komische gestuntel van de alweder in een dichtgeknoopte regenjas getooide David Thomas. Niemand die gadeslaat wat deze man van 56 op twee uur tijd door zijn keelgat giet, is verbaasd over de blunders die hij hoe later (lees: hoe zatter), hoe meer begaat.
Na verloop begonnen we echter wel onze bedenkingen te krijgen bij dat voortdurende gestuntel. We wisten dat men ons allesbehalve traditioneel werk zou presenteren maar als het geheel uiteindelijk een aaneenschakeling van onderbrekingen en ter plekke aangepaste gedeelten betreft, kan men zich de vraag stellen of de hele opvoering überhaupt wel de moeite loont. Thomas merkte - ter verantwoording of ter relativering? - op dat de tekst elke avond herschreven wordt en dat de vele fouten te wijten zijn aan het voortdurend evolueren - of zeggen we misschien beter “devalueren”? - van de voorstelling maar uiteindelijk ziet een blinde dat zijn alcoholconsumptie - die eigenlijk even theatraal aandoet als de rest van het stuk - hem echt wel parten speelt.
Misschien past men deze show effectief voortdurend aan om zelf wat aan het keurslijf van een vaste structuur te kunnen ontsnappen maar indien dit het geval zou zijn, zou men zich beter bezinnen over de vraag of het artistiek wel verantwoord is om maandenlang met deze productie rond te touren. Het almaar knulliger aandoende amateurisme kan misschien wel grappig zijn maar de eerlijkheid gebiedt ons om te besluiten dat de toeschouwer geen waar voor zijn geld kreeg. Pere Ubu strompelde zich immers letterlijk en figuurlijk naar het einde van de avond. Pas nadat “The End” geprojecteerd werd en de groep in de bissen eindelijk de kans kreeg om vrijuit zijn gang te gaan, werd het toch nog een beetje van een feestje. Enkele enthousiastelingen verlieten hun zitje en kwamen vlak voor het podium de armen en beentjes losschudden. Heel erg talrijk werd die bende die-hards echter niet want de vier korte bisnummers waren niet voldoende om de ganse zaal te doen rechtveren. Had men het toneelstuk gelaten voor wat het was en onmiddellijk geput uit het ontegensprekelijk indrukwekkende oeuvre, dan was het hoogstwaarschijnlijk een heel leuke avond geworden en ware een staande ovatie op zijn plaats geweest. Quod non…

Ons respect voor de verdiensten van Pere Ubu zal eeuwig blijven bestaan maar het doet ons pijn aan het hart dat dit respect weinig wederzijds blijkt. David Thomas liet in de bisronde zijn kwaadheid de vrije loop door zich te beklagen over de Europese instellingen en het feit dat die instituten teren op de vele taksen en belastingen die ze zijns inziens onterecht innen. E.U.-bashing die een deel van de immer ietwat anarchistische aanhang als muziek in de oren klonk en waaraan hij zich ook van ons mag bezondigen zoveel als hij wil…..als hij zelf ook maar wat moeite zou doen voor de mensen die geld neertellen voor een avondje Pere Ubu. We hebben niks tegen een portie experiment en anarchisme en zeker niet in het toneel of de muziek, integendeel! We hopen dan wel dat het ofwel beklijft, ofwel beperkt is tot een kort komisch intermezzo.
Honderd minuten slordig alterneren tussen halfslachtig theater en halfslachtige muziek is echter te veel van het goede. Volgende keer beter (lees: wat minder of wat beter theater enerzijds en wat meer muziek anderzijds) of we zullen ons tot onze spijt een andere vaderfiguur moeten zoeken.

Organisatie: Botanique, Brussel

Future Of The Left

Future of the left: rauw, strak en krachtig voer zonder de melodie uit het oog te verliezen

Geschreven door

Noisepoptrio Future of the Left is afkomstig uit Wales en ontstond uit het fel onderschatte McCluskey; de voorbije zomer lieten ze op Pukkelpop al verschillende songs horen van de pas verschenen tweede cd ‘Travels with myself and another’, die het debuut ‘Curses’ van 2007 opvolgt. Het trio zweert aan de strakke, droge, hoekige ‘90’s noisepop van Pixies, Shellac, Barkmarket, Jesus Lizard en NoMeansNo, de crossover van Faith No More en Fugazi en tot slot grijpen ze zelfs terug naar de ‘80’s ‘experimental’ waverock van Virgin Prunes. Aan deze pittig gedreven geluid, voegen ze er bijwijlen gekruide psychedelica aan toe!

Een energieke sound, vunzige teksten, en een uitgelaten trio …één brok dynamiet, fel en messcherp … We hoorden een verbeten krachtig, venijnig gitaarspel, een dreunende, ronkende bas en een opzwepende percussie. Toegankelijkheid schuilt wat meer om de hoek en dat is soms nodig om even op adem te komen in hun allesomvattende noisepop!
Ze trokken meteen fel van leer met een vaardig en snel gespeelde “Arming eratrea” en “Chin music”. De schreeuwzang van Andrew Falkous kwam regelrecht van uit de onderbuik, tergde als een gekeeld varken en kon moeiteloos overstappen naar een meer toegankelijke zangpartij of zegzang, refererend aan Gavin Friday in z’n hoogdagen.
Ze wisselden het nieuwe met het oude werk af, want hierna volgenden “Wrigley Scott”, “Plague of ones” en “Manchasm”, die na twintig minuten een mooi hoogtepunt vormde in de set door de spannende, broeierige opbouw en de huppelende psychedelica, die dan noisy kon  ontaarden.
Bassist Kelson Mathias was het showbeest, deed z’n bas afzien, maakte allerlei hoekige danspassen en daagde graag, zonder bijbedoelingen, z’n publiek uit. Humor en sexuele uitspattingen …En artiesten als Sting, P. Collins en P. Swayze moesten eraan geloven! Op het eind dook hij zelfs met bas en al het publiek in, gaf z’n bas af aan een fan op de eerste rij, die rustig doordramde op het instrument en werd in de pittoreske Rotonde op handen gedragen! De band ging er gretig tegenaan, want ook de drums sloegen halverwege de set door; het probleem werd al gauw door de leden aangepakt en opgelost.
Op geen enkel moment vielen de duivelse bandleden uit hun rol, die achterna op gemoedelijke en rustige wijze een praatje sloegen. Op “God needs Satan more than he needs you” wisselden Falkous en Mathias van instrument. De synths zorgden voor een gepaste groove. De mate van toegankelijkheid hoorden we op “Stand by your Manatee” en “Land of my formers”.
Na een goed uur besloten ze op kruissnelheid met “My fingers became thumbs”, “Gymnastic past” en “Adeadenemysmellsalwaysgood”. De fuzz- en noiseadepeten hoorden we in een jam tussen één van de fans en Mathias die zich na z’n crowdsurf een weg gebaand had richting drumstel. Een ontregeld zootje dat op sterk gejuich werd onthaald …

Future of the Left hield het tempo hoog en was een muzikale wervelwind. Rauw, strak en krachtig voer zonder de melodie uit het oog te verliezen …

Organisatie: Botanique, Brussel

Reverend & The Makers

Reverend & The Makers: opwindend, fris, speels en ontspannend!

Geschreven door

Uit de Arctic Monkeys stad Sheffield komt er een volgend tof bandje aandraven, Reverend & The Makers. Spil is de imposante zanger Jon ‘The Reverend ‘McClure - goede vriend trouwens van Alex Turner -, een man met een typical Britpop uitstraling, maar eentje met het muzikaal hart op de juiste plaats. Samen met z’n band staat hij garant voor Britpop meets indie in een web van aanstekelijke, dansbare synths. Op die manier zijn ze te situeren ergens tussen Blur, Oasis en de psychedelica van Primal Scream.

Ze speelden een afwisselende set van hun twee cd’s ‘State of things’ en ‘A french kiss in the chaos’. We hoorden en zagen een frisse, beweeglijke band en een zanger/performer, die een resem opzwepende, groovy songs bracht, maar al te graag z’n publiek vermaakte en hen nauw betrok bij hun materiaal, wat een dolenthousiaste menigte opleverde, die genoot van de overtuigende set in de Rotonde. Het draaide ‘em rond energie en charme bij dit zestal. De maatschappijkritische, soms messcherpe, teksten van McClure kregen door de vrolijke tunes een luchtig karakter.
Het nieuwe “Silence is talking” trok meteen de aandacht, snel gevolgd door de hitsingle van twee jaar terug “Heavyweight champion of the world”, waarbij McClure zich een gewonnen bokser waande. De zalvende intrigerende synths, de toevoeging van trombone en de backing vocals en danspasjes van Laura Manuel (op keys) gaven elan aan de set, zoals op “Bandits”, “No wood…”, “Open your window”, en het sfeervol opbouwende “Hidden persuaders”. Ze trokken de lijn door van strakke, snedige nummers, huppelende, springerige ritmes en fors klinkende psychedelicasynths op “Miss Brown”, “He said he love me”, “The machine” en afsluiter “Armchair detective”. Compromisloze opzwepende indiepop dus. En tot slot intrigeerde “Manifesto/People Shapers” door de spannende dreiging, het avontuurlijke karakter en de onverwachtse wending, net als het intense “Hard time for dreamers” dat een krachtiger staartje meekreeg, wat duidelijk aantoonde dat deze Reverend & The Makers veel in hun mars had en een ietwat moeilijke tweede cd, live probleemloos kon ombuigen in heerlijke, vrolijke, ontspannen pop!
Reverend & The Makers profileerde zich als een grootse band, die kon rekenen op een dankbaar publiek, die hield van de bindteksten en de grappen en grollen van de zanger McClure. Op het eind nam hij alvast de herinnering mee om het handjesschuddende publiek op foto vast te leggen.
En of McClure van z’n publiek hield … want na de opwindende set in de Bota nam hij iedereen letterlijk onder de arm in de tuinen van de Bota (“You, and me , outside”, haalde hij aan) en breide er nog een aardig geslaagd vervolg aan. Enkel begeleid van akoestische gitaar en stem, bracht hij nog een paar eigen songs (waaronder “State of things” en “Long long time”) en enkele covers, met een obligaat eerbetoon aan The Beatles’ “Revolution”.

Reverend & The Makers: puike liveband, die aanstekelijkheid, speelsheid, groove en stijl onvoorwaardelijk samen bracht …

Organisatie: Botanique, Brussel

Milk Inc

Belgisch dansformatie bij uitstek: Milc Inc. (Première concert!)

Geschreven door

25 september 2009, 20.30u … de populairste dance-formatie die ons land rijk is, begint aan de eerste van zes concerten in het Antwerpse Sportpaleis. Moet er nog zand zijn …we hebben het natuurlijk over Regi en Linda van Milk Inc.

In 2006 stond Milk Inc. voor het eerst in het Sportpaleis in het kader van hun 10 jarig bestaan. Sindsdien is de band met Antwerpen als maar nauwer geworden en vinden elk jaar meer en meer dance-liefhebbers de weg naar de Milk Inc-shows. Wat de vorige jaren ‘Supersized’ en ‘Milk Inc Forever’ heette werd nu gedoopt tot ‘Blackout’.

Een jaar lang werd er naartoe geleefd, zowel door het publiek als door de band zelf, en dan is het zover, iedereen gaat in een muzikaal coma, zoals Regi het zelf filosofisch verwoordde. Hoogtepunten volgden elkaar op met te beginnen, het doek die letter viel bij “Tonight”. Sjiek hé, voegde Regi eraan toe. En of het sjiek was! Een bijna 200 vierkante meter groot scherm kwam tevoorschijn en zorgde voor passende live-beelden en aanvullende achtergrondanimatie.
Dan de handschoentjes. Er werd in de aanloop van deze shows duidelijk op gehamerd om niet in het wit te komen. 12.000 handschoentjes zorgden in combinatie met de geplaatste blacklights voor een wit tapijt op de dansvloer. Over diezelfde dansvloer was het dat Linda zich begaf bij “Walk on Water”. De uitschuifbare brug die een afstand van 48m overbrugde en zo ‘Linda en Regi’ terug herenigde in het midden van de zaal. Op datzelfde podium was het dat jeugdidolen 2 Unlimited voor de verassing zorgden.”Jump for joy” werd zoals vanouds terug letterlijk opgenomen, en de massa ging uit z’n dak.
Ze waren zeker niet de enige gasten van de avond. Zo zorgden 50 dames van Scala voor een waar kippenvelmoment toen de tonen van “I Fail” door de boxen klonk. Ook boezemvriendin Silvy (Sylver) was van de partij en bracht met verve “I don’t care”. En niet te vergeten, Nelson die zich in ware Daniel Bovie -stijl volledig uitleefde bij de hit van het jaar “Love me”.

We kunnen er moeilijk om heen, het is van het beste wat ons land te bieden heeft. Milk Inc zorgde voor verassing, spektakel, afwisseling en vooral voor 150 minuten pure ambiance. Op 10 oktober vind al het laatste concert plaats, enkel voor de voorstelling van donderdag 1 oktober zijn er nog tickets. Als ook die de deur uit zijn gaat de droom van Regi in vervulling en die gaat over zo’n 100.000 fans. We noteren alvast enkele data van volgend jaar: 24 en 25 september 2010 want ook voor de editie van 2010 zijn nu al reeds tickets op de markt. Wees erbij! En laat de kritiek van in Werchter aan U voorbij gaan en geniet van de dance en beats van Milk Inc.

Setlist
I. Intro/Take Us, Back in time, No angel, Blackout, Tonight, Blind, Storms, Oceans, I Fail, Sleepwalker + Land of the living (met Scala), I don’t care, Medley, Sunrise
II. Never again, Race, Stop playing with me + Love me (met Nelson), The sun always shine on TV, Twilight zone, Jump for joy + No limit + Walk on water (met 2 Unlimited), Breathe without you, In my eyes, Insomnia (met Sylvie), Run, La Vache + Go to Hell
Bis: Blackout, Forever, Whisper

Organisatie: Sportpaleis, Antwerpen

The Jr. Walker All-Star Band

The Jr. Walker All-Star Band: 50 jaar Tamla Motown

Geschreven door

Tamla Motown, het legendarische platenlabel uit Detroit dat de zwarte muziek respectabel maakte en in de diverse hitparades bracht, bestaat 50 jaar. En dat hebben we vorige vrijdag gevierd.
In het begin van de sixties kwam uit de Tamla Motownstal een nieuw geluid aanwaaien. Het was het rauwe geluid van de tenorsax van Jr. Walker en zijn band The All-Stars. De sax, gecombineerd met het ongepolijste stemgeluid van Junior Walker ( echte naam: Autry DeWalt Mixon Jr.) was een echte sensatie. In die tijd was het bij ons iedere dag feest bij het afzoeken van de middengolf naar totaal nieuwe sounds, en bijvoorbeeld te belanden bij zeezenders als ‘Radio London’, een met Amerikaans geld opgericht radiostation dat ongekend goede muziek bracht die onmiddellijk door andere – al dan niet obscure zenders - werd overgenomen. Op deze manier werden de hits van Amerikaanse soullabels als STAX, Atlantic, Hotwax, Curtom en natuurlijk Tamla Motown, in gans Europa bekend.
Jr. Walker was één van de vele getalenteerde instrumentalisten van het bekende label uit Detroit. Hij werd op slag beroemd met “Shotgun” in 1965. De vocalist die ingehuurd was om het nummer te zingen kwam gewoon niet opdagen, zodat Jr. Walker zich genoodzaakt zag het nummer zelf in te zingen. Zijn rauwe stem paste wonderwel bij het geluid van zijn saxofoon en Motownpaus Berry Gordy besloot de plaat zo uit te brengen. Eens te meer bewees the boss echt visionair te zijn. Er volgde een gestage stroom hits tot 1972, waarna Jr. Walker andere paden ging bewandelen. Tien jaar later kende zijn carrière nog een korte opflakkering. In 1995 stierf hij aan kanker.
Maar zijn muziek leeft voort en wordt wereldwijd uitgevoerd door de Jr. Walker’s All-Star Band, een samenwerking tussen zeven zwarte muzikanten (waaronder nog twee oorspronkelijke leden) en The Ladeez, drie zwarte zangeressen die de stijl van de Motown meidengroepen levendig houden.

Een balorkest met een soort Tamla Motown Revival Show, zal je denken. Misschien wel, maar dan één met getalenteerde, echte Motownmuzikanten uit Detroit. Deze combinatie is in staat de meest diverse songs te brengen, van Jr. Walker’s hits tot Tina Turner en Michael Jackson! Het optreden in de Magdalenazaal in Brugge was zeer goed opgebouwd en deed het publiek, dat voornamelijk bestond uit jonge goden en deernen van rond de vijftig, serieus uit de bol gaan.
De zaal is zeer geschikt voor zo’n optreden en haast iedereen stond mee te dansen en in de handen te klappen. Vooral vlak voor het podium was de interactie met de muzikanten heel intens.
Door de keuze van “Get Ready” als openingssong, was de toon en de drive van in het begin gezet. Het gehele optreden was goed voorbereid en ingestudeerd en was ook visueel oogverblindend door de cyclaamkleurige ‘spaghetti-dresses’ en de bijhorende lichaamsbewegingen van The Ladeez.
Was alles dan perfect? Neen natuurlijk. The Ladeez waren schitterend als koortje, maar wogen individueel toch wat te licht om in de solozang Tina Turner of Diana Ross te evenaren. Een versterking met middelmatige galm zou beter geweest zijn voor deze zaal, de snaredrum (toch een belangrijk ingrediënt van de Motownsound) was te weinig prominent aanwezig en de kopersectie mocht uitgebreider geweest zijn (met trombone en/of trompet bijvoorbeeld). Eén saxofoon is wat weinig om een vol “soulgeluid” te geven.
Maar ondanks dat hebben we uitbundig genoten van dit optreden. En wat willen we eigenlijk nog meer?

Tot slot de samenstelling van de groep en de setlist:
Ronnie Nelson (drums), Ernest Atkins (keyboards), Tony Washington (drums), Robert Penn (gitaar), Charles Jackson (bas), Acklee King (percussie), Esther Todd (zang), Phyllis Parham (zang), Kimberly Smith (zang), Martinus Montgomery (saxofoon). Tony Washington en Acklee King zijn de enige overgebleven leden van de originele Jr. Walker All-Star Band.

Setlist: Get Ready, Shake & Finger Pop, How Sweet It Is, These Eyes, Cleo’s Back, Pucker Up Butter Cup, Roadrunner, Medley (met Walk The Dog, Mustang Sally en I’m Losing You), Way Back Home, Stop In The Name Of Love, Where Did Our Love Go, Mr. Postman, Dancin’ In The Street, I Heard It Through The Grapevine, I’ll Be There, Billy Jean, Ain’t To Proud To Beg, My Girl, Papa Was A Rolling Stone, Unchained Melody, What Does It Take, Proud Mary, Shotgun.

Organisatie: Cultuurcentrum, Brugge

 

Klaus Schulze & Lisa Gerrard

Klaus Schulze & Lisa Gerrard: Elektronica van de bovenste plank met een kosmisch randje

Geschreven door

Klaus Schulze mocht in de Ancienne Belgique een uitverkochte zaal verwelkomen en dat is ergens toch wel verbazingwekkend. De fans van Krautrock zijn waarschijnlijk best wel talrijk, maar ze vallen niet bepaald op en kwamen dan voor deze gelegenheid talrijk uit hun coconnetjes. Het voordeel was natuurlijk dat door het duo-concert met Lisa Gerrard ook heel wat new-wave-fans de weg naar Brussel gevonden hadden, hoewel ik eerlijk gezegd wat meer vleermuizen verwacht had. Maar goed, de new wave ligt ook al weer ruim twintig jaar achter ons en je mag veronderstellen dat ze ondertussen ook al wel een beschaafd leven opgenomen hebben. In ieder was het op zich boeiend om het toch wel wat oudere publiek te observeren, en het waren in ieder geval muziekliefhebbers met een brede smaak en respect voor het monument dat Klaus Schulze toch is. Er werd geluisterd en ferm geapplaudisseerd wanneer het mocht. En daar was de man, blijkens zijn reactie, zelf erg verguld mee. Het was haast schattig om te zien hoe hij als een toffe opa Lisa Gerrard omhelsde. Als je zijn platen hoort denk je met een kluizenaar te maken te krijgen, zeker als je hem zo ziet zitten tussen zijn felgekleurde toren synthesizers, maar hij leek gewoon een hele aardige vent. Als hij nu nog wat aan zijn jasjes doet is het helemaal goed, maar kom, vergeleken met de vestimentaire gruwel waar hij in de jaren zeventig nog mee pronkte, is er toch wel vooruitgang.

Zo’n concert is op zich vrij moeilijk te recenseren omdat het om een soort uitgesponnen improvisatie gaat waar dan Lisa Gerrard haar Gregoriaanse zanglijnen boven uit doet komen. Het resultaat klinkt heel sacraal en het gaat traag, maar dat is eerder een compliment. Tijdens de beide helften van het concert begon Schulze zijn synth-lijnen te borduren, waarna Lisa Gerrard pas na een tijdje opkwam. Met name in het begin van het tweede deel begon hij behoorlijk zwaar te experimenteren met allerlei spacy geluidseffecten, waar hij wat mij betreft nog wat verder in had mogen gaan. Het deed bij momenten echt denken aan Gas, die in het begin van het jaar nog op Kulturama stonden, maar dan zonder dat alles door de dub-mangel gehaald was. Maar evengoed zat je op het tipje van je stoel, die ik niet had, bij de engelachtige vocale pirouettes die Lisa Gerrard daarna ten beste gaf. Je krijgt toch het gevoel dat dit binnen honderd jaar als de klassieke muziek van onze tijd zal worden beschouw, met toch zeker een grotere kans dan de Regi’s en Britneys dezer wereld. Knap, maar blijkbaar ook wel belastend voor de stembanden want een regelmatige pauze was blijkbaar vereist.

Volgens zijn bio heeft Schulze onderhand zo om en bij de vijftig platen gemaakt, en het is niet iedereen gegeven om die zo maar allemaal te kennen, maar dit concert smaakt zeker naar meer. Elektronica van de bovenste plank met een kosmisch randje.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Guy Forsyth

Guy Forsyth: Knappe set van een onderschatte muzikant, performer en entertainer

Geschreven door

Het zou Guy Forsyth zwaar onrecht aandoen om hem te omschrijven als een bluesmuzikant, want hij is veel meer dan dat.

In de Handelsbeurs bewijst hij een getalenteerd performer te zijn, een virtuoos gitarist, een fantastisch harmonica speler, een uitmuntend zanger en een verdraaid fijne entertainer. Verder ook nog nooit iemand gezien die zo’n mooie klanken haalt met een strijkstok uit een zaag (jawel, een zaag). Zijn muziek is diep geworteld in het Amerikaanse zuiden (de man is van Texas) maar treedt meermaals buiten de paden van de blues. Forsyth speelt ook rock, gospel, hillbilly, americana en New Orleans style jazz. Een mix van stijlen gegoten in verdomd sterke songs waarin Forsyth speels met alle instrumenten omspringt, en niet in het minst met zijn krachtige stem. Wat hij hier vocaal presteert is weinigen gegeven, hij zingt hoog, laag, soms loepzuiver en soms rauw als een regelrechte Tom Waits. Zijn bandleden, een verduiveld sterk roffelende drummer en een bassist die geregeld zijn basgitaar omruilt voor een heuse tuba, vullen hem perfect aan.
In de States speelt durft Guy Forsyth al eens op te treden met een grotere band achter zich, maar al die gasten meenemen op tournee kost geld. Sporadisch komt er in Gent dan ook een op voorhand opgenomen gitaarritme aan te pas. Forsyth kan wel met alle instrumenten bijzonder goed overweg, maar dit ook niet tegelijkertijd. Hij kan immers niet toveren, ook al heb je wel bij momenten zo de indruk.

De knappe set in De Gentse Handelsbeurs duurt langer dan twee uur, maar de sound is zo rijk en gevarieerd dat dit geen seconde tegensteekt. De twee uren zijn dan ook in een wip voorbij. Een wonderbaarlijk concert van een uiterst bedreven instrumentalist en een stel immer sympathieke kerels.
Om met een cliché te eindigen, de afwezigen hebben weer eens ongelijk, en dat zijn er heel wat want de opkomst vanavond in Gent is aan de magere kant. Dat is dan zowat de enige vermeldenswaardige negatieve noot van de avond.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

The Low Anthem

The Low Anthem – Ingetogen of fel, het lukt hen allemaal wonderwel

Geschreven door

De recentste plaat van The Low Anthem, ‘Oh My God, Charlie Darwin’, verscheen reeds vorig jaar maar nadat deze in 2009 werd heruitgebracht en -verdeeld door het Nonesuch label en de daarop geëtaleerde combinatie van folk, rock, country en blues mocht rekenen op uitermate lovende recensies in onder meer diverse gereputeerde muziektijdschriften, begon ook een ruimer publiek hun muziek op te pikken. Ook hier gaat de groep intussen al vlotter over de tongen, in die mate zelfs dat afgelopen donderdag de AB Club in een mum van tijd uitverkocht was voor hun eerste passage op Belgische bodem.

Vooraf mocht Marcisz de temperatuur en de spanning in de zaal al wat doen toenemen met een innemende, overwegend akoestische set. ‘Marcisz’ is het eenmansproject van Erwin Marcisz, vooral bekend als zanger en gitarist van het Limburgse vijftal Mint en verantwoordelijk voor melodieuze popgetinte liedjes als “Your Shopping Lists Are Poetry” (de titel alleen al neigt al naar pure poëzie) en “The Magnetism Of Pure Gold”.
Zopas heeft hij met ‘Songs From Red Brick Road’ een eerste soloplaat uitgebracht. Hierop staan tien tot de basis van folk en rock herleide miniatuurtjes die thuis met enkele microfoons en een 4-track recorder zijn opgenomen en een veruiterlijking zijn van enkele ideeën die niet onmiddellijk pasten in het concept van Mint maar die toch te goed bevonden werden om ze ongebruikt te laten wegkwijnen.
Live werd hij in de AB bijgestaan door niemand minder dan Ilse Goovaerts (alias Neeka) die percussie, achtergrondzang en het bespelen van een oude casio en een xylofoon op zich nam, alsook door Raf Timmermans (alias Lazy Horse) die eveneens instond voor achtergrondzang en percussie maar zich vooral in het gehoor speelde via een resem snaarinstrumenten, zoals slide gitaar (“The Miller’s Wife”), mandoline (“Be Lazy”), jumbus (“The Golden Boy”) en banjo (“Darkness Go!” en “Mad Love”). Mede hierdoor klonk de set straffer dan op plaat en voorzagen de instrumentale extra’s de liedjes van de nodige bijkomende stroomsnelheid en ze zich aldus niet reduceerden tot een voortkabbelend beekje.
Nagenoeg alle nummers van ‘Songs From Red Brick Road’ kwamen aan bod en werden in de volgorde van de tracklist van het album gespeeld. Op het einde kwam er nog een mooie uitgeklede versie van “Enjoy The Silence”. Wat Milow lukte aan airplay en respons met zijn herwerking van “Ayo Technology”, daar zou Marcisz minimaal ook moeten kunnen in slagen met de aanpak van deze klassieker van Depeche Mode.

We vermeldden daarnet dat bij de set van Marcisz enkele malen van instrument werd gewisseld. Welnu, dat was nog maar een fractie van wat The Low Anthem opvoerde tijdens hun concert. Alle 27 instrumenten die de Amerikaanse band uit Providence, Rhode Island aanwendde tijdens de opnames van het recentste album (die overigens plaatsvonden in een tot studio omgebouwd vakantiehuisje), werden donderdag niet meegebracht naar Brussel maar het kleine podium in de Club stond wel aardig volgepakt. We noteerden onder meer een gitaar, klarinet, drumtoestel, contrabas, althoorn, viool, alsook een oud, gerestaureerd orgel en zowaar een crotales (dat hier niet enkel als een slaginstrument werd gebruikt maar ook met een strijkstok werd bespeeld). Voor de groepsleden was het dan ook steeds behoedzaam slalommen tussen en voortdurend wisselen van plaats, en dus ook van plaats. Tot een verlamming van het gebeuren leidde dit niet, integendeel het gebeurde – mede door de gedempte belichting – zo vlot dat het telkens opnieuw uitkijken was waar wie stond opgesteld. En met ‘wie’ bedoelen we Ben Knox Miller en Jeff Prystowski, de samen de groep in 2006 hebben opgericht, en Jocie Adams die hen een jaar later kwam vervoegen.

Vanaf de eerste noten waarbij Ben Knox Miller de hoofdzang voor zijn rekening nam, klonk alles goed en had men de aandacht van het publiek vast en dit zou het komende anderhalf uur niet wijzigen. Niet alleen de diversiteit aan geluiden maar vooral ook het enthousiasme, het gemak, de precisie en vooral de overgave waarmee gemusiceerd werd, was verbluffend.
Hoogtepunten opsommen, het heeft geen zin want het gehele concert mag in feite als een aaneengesloten climax beschouwd worden. Of het nu ingetogen was zoals bij “To The Ghosts That Write History Books” (opener van de avond), “Charlie Darwin”, “Señorita”, “Ticket Taker”, een verbluffende “Cage The Songbird” of een al even wondermooie versie van “This God Damn House” (geschreven door Dan Lefkowitz, die een tijd ook lid van The Low Anthem was en die in de AB de groep tijdens enkele nummers kwam vervoegen), dan wel wanneer de groep een metamorfose onderging en de fraaie samenzang en rustige instrumentatie plaats maakte voor rauwe blues zoals tijdens hun cover van Tom Waits’ “Home I’ll Never Be” (een adaptatie van een tekst van Jack Kerouac) waarbij twee mobiele telefoons dienst deden als nog een extra instrument, het raakte de toeschouwer helemaal en meteen.
Er werd natuurlijk geput uit hun twee albums, ‘What The Crow Brings’ (2007) en ‘Oh My God, Charlie Darwin’, maar behalve “Home I’ll Never Be” werd er ook nog andere covers gespeeld. Zo was er een jazzy “Don’t Let Nobody Turn You Around” (een gospel traditional die reeds in de jaren ’30 door Blind Willie McTell werd opgenomen), “Sally, Were’d You Get Your Liquor From” (van Gary Davis) en een expansief, wild om zich heen schoppende “Cigarettes And Whiskey, And Wild, Wild Women” (neergepend door Tim Spencer).
The Low Anthem grossiert volop in de rijke Amerikaanse muziektraditie en worden meermaals vergeleken met een groep als The Band. Van deze laatste brachten ze een respectvolle, op akoestische gitaar en contrabas gespeelde en van een mooie samenzang voorziene versie van “Evangeline”. Alsof het trio de critici hierop muzikaal van antwoord wilde dienen.
Het eerste deel werd zoals te verwachten afgesloten met “On The Way To Ohio”.
Er werden nog twee bijzonder intieme toegiften gebracht, met name het Dylaneske “Two Sisters” en het al even aangrijpende “(‘Don’t) Tremble”, geschreven voor een vriend in moeilijke tijden. Men kon een speld horen vallen of beter: de deuren van de Club horen klapperen. Toen het geluid van enkele joelende bezoekers aan de set van The Orb (dat plaatsvond in de grote zaal) zich een weg baande naar boven (achteraf zou onze man ter plaatse bij The Orb duidelijkheid verschaffen waaraan het ongenoegen te wijten was), werd op de eerste verdieping van de AB door het publiek gefronst opgekeken. Behalve heel wat applaus (dat het trio beantwoordde met een diepe buiging), was enkel een stil nagenieten toegelaten. Zo zie je maar: twee concerten, twee werelden.

The Low Anthem heeft met ‘Oh My God, Charlie Darwin’ een van de fraaiste albums van 2009 uitgebracht en ook met hun concert in de AB Club mogen ze zich in de bovenste regionen positioneren van wat we dit jaar op een podium te zien en in dit geval vooral te horen kregen.
Op 22 november staan ze ook nog op Crossing Border te Antwerpen. Mis ze niet!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Orb

The Orb: Dr Paterson stoorzender op eigen feestje

Geschreven door

The Orb lag samen met Biosphere, Fsol, The sabres of Paradise en The black dog aan de basis van de ambient scene. De rustige, sfeervolle sound evolueerde verder naar de termen trippende chillout en lounge. Dr Alex Paterson, spil van The Orb, combineerde z’n ambient soundscapes en elektronicableeps met psychedelicaloops, dubby baslijnen (hij deed vroeger o.a. beroep op Jah Wobble, en dat weet u het wel ..), zweverige housebeats en spoken words samples. Een beeldverhaal van golvende spacey trips en zwevende dolfijnen onder een helderblauwe hemel …Een paar platen binnen deze stijl kunnen niet ontbreken, ‘The Orb’s adventues beyond the ultraworld’ (’91), ‘UFOrb’ (’92) en ‘Orblivion’ (’97).

Maar vanavond had de zalvende loungy trip van The Orb, doorheen hun bijna 20 jarige carrière een wrange nasmaak en eindigde de set in groots teneur ondanks het feit dat Paterson zich kennelijk goed amuseerde aan z’n elektronica apparatuur, de knopjes, platen mixen en voicesamples door de boxen sturen. Na ongeveer een uur, op het memorabele “The blue room” was hij plots weg en liet hij de drie andere leden, waaronder die andere knoppenfreak van het eerste uur Thomas Fehlman, een drummer en een dansende rapper alleen achter. Hij liet z’n mixtafel verder dreunen … We hoorden nog een “Billy Jean”- sample en een halfslachtig “Perpetual dawn” waarop dan plots de lichten aanfloepten. Aanvankelijk dacht het publiek dat Paterson zich voorbereidde op een tweede sessie (was The Orb niet gekend van hun ruim twee uur durende sets?!), werd hij nog onthaald op applaus en gejuich, maar toen de roadies kwamen om het materiaal op te ruimen, sloeg de stemming om en werd de sfeer grimmiger, wat ontaardde in boegeroep en drankbekertjes gooien.. Iedereen had er het raden naar wat zich op het podium had afgespeeld: aan de respons en de ambiance lag het alvast niet, maar in de wandelgangen hoorden we praten over een dronken Paterson (hij had alvast een fles straffe drank bij!), die in discussie kwam met z’n drummer …
Wat een domper …het begon nochtans goed bij deze pioniers: de trancy psychedelische soundscapes, de dubs, de deep funkende baslijntjes, reggae invloeden, een opzwepende percussie, het knoppengefreak, de natuur geluidjes en de gepaste voicesamples, af en toe doorkruist met zalvende raps. De visuals van o.a. Close encounters, Star trek, de vloeistofdia’s, de spabubbels en ga zo maar door leverden een prachtig decor voor deze spannende ‘onthaastende’ trip. Paterson en de zijnen plukten enkele songs van het recente ‘The dream’ (’07), “Mother nature” en “Dirty disko dub”, die moeiteloos naast het oudere werk stonden van “Towers of dub”, “Little fury clouds” en “The blue room”. De repetitieve opbouw en de intrigerende zalvende beats en sounds werkten aanstekelijk op de dansspieren. Het leek erop dat The Orb sterk van zich ging afbijten en een lekker stomend feestje presenteerde, met een optie voor een ‘I Love Techno’ event, maar na een uur sloeg het om in dramatiek, wat onbegrip, frustratie en afkeer opleverde. En een classic als “Toxygen” mocht worden opgeborgen…

Ondanks de sterke aanzet, voelden vele fans zich bedrogen van de attitude van den Dr waardoor The Orb niet heeft getekend voor een happy weerzien. Hij was nu zelf het breekpunt op z’n eigen feestje …

Support was het West-Vlaamse Ansatz der Maschine, het indietronica project rond geluidstechneut Mathijs Bertel. Hij kan beschikken over een ruime band, wat z’n dromerige en donkere elektronica doet versmelten met akoestische en elektrische gitaren, blazers, viool en pedaal effects. Ze zorgden voor een warme en een apocalyptische abstracte filmische trip met aangepaste visuals. Door de jazzy aandoende stukken en de ‘70’s psychedelische synths refereerden ze nauw aan ‘Atom heart mother’ van Pink Floyd. Ansatz der Machine plaatste zich probleemloos naast andere bands in het genre als Yuko, Apse, Motek, Toman en The Sedan Vault. Vinger aan de pols kun je houden met hun twee cd’s totnutoe, ‘The postman is a girl’ en ‘Painting bad weather on her body …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Bob Dylan

Together through life

Geschreven door

De grootmeester trekt zich op ‘Together through life’ helemaal niets aan van de huidige nieuwe trends, wat vandaag in de muziekbusiness hip is zal hem worst wezen. Dit is een oerdegelijke plaat die zeer traditioneel en rootsy klinkt en die mooi aansluit bij de beresterke voorgangers ‘Modern Times’ (2006) en ‘Love and theft’ (2001), waar ze overigens niet moet voor onderdoen.
Dylan dompelt zich meermaals in de blues en doet dit meestal op een gezapige toon. Met zijn typische nasale stem schuifelt hij zich op zijn gemak doorheen de simpele maar sterke en goudeerlijke songs. De trekzak van David Hidalgo (u kent hem wel, die dikkerd van Los Lobos) is alom tegenwoordig en benadrukt nog wat meer het rootsy karakter van het album.
‘Together through life’ is misschien niet Dylan’s beste, maar wel een echte retro plaat met beide voeten in de rijke geschiedenis van de Amerikaanse muziek als country, folk, tex-mex, rock’n’roll en vooral de blues.
“It’s all good” luidt de laatste song, en hiermee heeft den Bob op een simpele en efficiënte manier zijn eigen plaatje besproken. Wij gaan het ding een plaatsje geven naast de laatste Ry Cooder ‘I, Flathead’, ook zo een roots album met de wortels op de juiste plaats.

MSTRKRFT

Fist Of God

Geschreven door

Wie nog niet door MSTRKRFT (uitspraak: Masterkraft) werd geremixt, kan het wel schudden qua coolheidsfactor. Het Canadese duo is net zoals zovelen begonnen met remixen, maar brengen ook eigen werk uit. Deze 'Fist Of God' is al hun tweede album en staat garant voor enkele dancefloorfillers met stevige, underground electro. Ze wilden duidelijk een feestje bouwen met dit album. En het lukt hun met verve. Puchy baslijnen (het album heet 'Fist Of God' voor een reden), melodieuze breaks en af en toe een rapper die de boel wat komt opleuken. Onder meer John Legend, Ghostface Killah, E-40 en Freeway leverden hun bijdrage aan het album en zorgen in de nummers voor een duidelijke meerwaarde. Helaas lijken alle nummers nogal sterk op elkaar, waarbij we vooral de breaks bedoelen. Die lijken in elke nummer heel sterk op elkaar, maar dan met een ander melodietje. Ook de tijdsduur is met net geen 40 minuten aan de korte kant, maar maakt de nummers toch wat lichter om te verteren. Desalniettemin staan er wel een reeks topnummers op deze plaat. “It Ain’t Love”, “Bounce”, “Vuvuvu”, “Click Click” en titeltrack “Fist Of God”, allemaal zorgvuldig overlopend in elkaar. De nummers zullen enkele memorabele momenten opleveren tijdens feestjes.
Een stevige slag door de Canadezen van Markeerstift, maar geen mokerslag die je knock-out zal achterlaten.

Hayden

In Field & Town

Geschreven door

Hayden Desser is een talentrijk singer/songwriter uit Toronto, Canada die airplay verkreeg met de cd ‘Elk-Lake Serenade’. De nieuwe cd onderstreept mans songwriterschap van sfeervolle, melodieus pakkende en lichtvoetige rootspop. Het overvolle deel van de cd is gekenmerkt door een sobere aanpak, waaronder “More than alive” en “Damn this feeling”; sfeermakers zijn het gitaargetokkel, een pianotoets, mondharmonica en een blazer. Ook vinden we enkele korte, maar compacte muzikale schetsen als “The van song”, “Weight of the world” en “The hardest part”. Hij refereert aan de sing/songwriterstijl van Dylan en Young. Het album vervalt niet totaal in het drama van de kleine alledaagse gebeurtenissen, want een handvol songs intrigeren door hun catchy karakter en de pittige opbouw, “Worthy of your esteem”, “Did I wake up beside you” en “Lonely security guard”. Soms zijn ze krachtiger door het elektrisch gitaarspel …
In ‘Field & Town’ is een boeiende plaat en zorgt na jaren voor een verdiende erkenning.

The Lemonheads

Varshons

Geschreven door

Het zat er wel eens aan te komen dat Evan Dando een coverplaat zou uitbrengen. We hoorden er al verschillende in de twintigjarige carrière van deze Amerikaan, waarvan “Luka” en “Mrs Robinson” de meest bekende zijn. Platen als ‘It’s a shame about Ray’ en ‘Come on feel The Lemonheads’ kan hij spijtig genoeg niet meer maken. Of beter gezegd, op de daaropvolgende ‘Car button cloth’ en ‘The Lemonheads’ beklijven de nummers minder, ondanks de frisse retour!
De pittige herfstpop is opnieuw te horen op deze coverplaat ‘Varshons’. Hij maakt zich de elf songs eigen en doet er mooie dingen mee, gaande van een uiterst sfeervolle aanpak, “Fragile” van Wire!, “Yesterlove”, “Hey, that’s no way to say goodbye” (Cohen) en “Beautiful”. Hij gaat richting retrorock in de rauwe, snedige maar bloedmooie songs “I just can’t take it anymore” (opener) en “Waiting around to die” van z’n favorits Parsons en Van Zandt. Verder trekt hij die lijn met “The green fuz”, “Dandelion seeds” en “New Mexico”. Tot slot stoeit hij eens met elektronica; een groovende beat is er op het uiterst geslaagde “Dirty robot” van Arling en Cameron. Z’n muzes Kate Moss en Liv Tyler zorgen voor de vrouwelijke stem op twee songs.
Dando bevestigt zich als een ‘the king’ of covers met het uitbrengen van zo’n plaat …

Eva De Roovere

Over & Weer

Geschreven door

Na haar vocale talenten bij de folkpop van Kadril en haar medewerking in andere projecten vond de Vlaamse Eva De Roovere het stilaan tijd zich toe te leggen op een solocarrière. In 2006 werd ze meteen enthousiast onthaald met het debuut ‘De jager’. Ze haalde troeven aan van een zelfverzekerde zangeres en het schrijven van aantrekkelijke en serieuze Nederlandstalige emotievolle popsongs. In haar sound zitten sensualiteit en nostalgie verborgen, gedragen door haar licht melancholische stem. Het maakte van haar tweede plaat ‘Over & Weer’ terug een overtuigende; ze beschikt over een standvastige band en ze levert goede nummers af van verschillende stemmingen, die de luisteraar een warm hart toedragen, waaronder “Orheus”, “Zoals in dat ene liedje”In bruikleen” en “Ingebeelde vriend”. Op de koop toe komt ze de hitparades ingetuimeld met “Fantastig toch (slaap lekker)”, die ze herwerkte met de Nederlandse rapper Diggy Dex.
Eva De Roovere geeft het juiste gevoel weer in een Nederlandstalige song, en krijgt nu de verdiende erkenning voor haar luistersongs …

Kasabian

West Ryder Pauper Lunatic Asylum

Geschreven door

Het Britse Kasabian uit Leicester put rijkelijk uit de Britpop van de Stone Roses, Happy Mondays en de Indiase psychedelicasferen van Cornershop en Kula Shaker. Na hun puik debuut in 2005 en de tegenvallende tweede cd ‘Empire’ (te groots en te veel bombast) komen ze af met een evenwichtig derde plaat. Wat een titel hebben ze die gegeven.
De band rond zanger Tom Meighan tapt uit de vaatjes van de retrorock en de Britpop, zonder hun psychedelica en Indiase elementen uit het oog te verliezen. Ze vergalopperen zich niet en de beats klinken gelaagder. De klemtoon valt soms meer op die retro van Black Crowes en Kings Of Leon, o.a. opener “Underdog”, “Fast fuse” en “Vlad the impaler”. De wereldlijke psychedelica horen we dan in “Take Aim.
Het roer draaien ze om in enkele sfeervolle, dromerige (psychedelica) ‘60’s (Oasis) popsongs, “Thick as thieves”, “West Ryder silver bullet”, “Ladies & gentlemen, roll the dice” en afsluiter “Happiness”. De single “Fire” is het sterkste nummer van de cd door de broeierige opbouw en de spannende dreiging. Er valt dus voldoende afwisseling te noteren in hun muzikale aanpak, wat betekent dat Kasabian klaar is voor een definitieve doorbraak …

J. Tillman

J. Tillman van ‘songs’ naar ‘sounds’

Geschreven door

Het was pas met zijn vijfde plaat, het begin dit jaar verschenen ‘Vacilando Territory Blues’, dat Josh (kortweg J.) Tillman in menig muziekwinkel opdook. Zijn voorgaande platen kenden enkel aftrek bij een heel beperkte incrowd. Sedert de doorbraak van Fleet Foxes, de band waarin hij achter het drumstel zit en van daaruit ook een groot deel van de vocals verzorgt, is de interesse in ’s mans solowerk echter aanzienlijk toegenomen. Misschien is het vanuit de gedachte dat men het ijzer moet smeden als het heet is dat Tillman dezer dagen ondertussen al een zesde langspeler, getiteld ‘Year in the Kingdom’, op de markt brengt.
Ook de concertgangers worden door hem verwend. Solo was Tillman immers ook al begin maart 2009 in de Botanique te bewonderen en die passage maakte een voldoende goede indruk om ook nu weer alle zitplaatsen in de Rotonde volzet te krijgen. Gezien de superlatieven die velen voorbije zaterdag rondstrooiden na Tillmans optreden op Leffingeleuren (superlatieven die trouwens wederkerig waren want Tillman liet niet na om dat festival te bejubelen) hadden we verwacht in een uitverkochte zaal te belanden, maar daarvoor bleek de mond-aan-mond-reclame nog niet snel genoeg gebeurd te zijn. Niet getreurd echter want zodoende kon iedereen zich in de meest comfortabele omstandigheden schrap zetten voor een veelbelovende avond.

Bassist Zack (of Zach ofzo) kreeg een half uurtje de tijd om te bewijzen wat hij solo in zijn mars heeft. Na het eerste nummer vreesden we even het ergste, het flutliedje en ’s mans dertien-uit-een-dozijn gitaarspel maakten immers allesbehalve indruk. Enkele nummers later waren we echter al milder gestemd want de heel eigen draai die Zack aan nummers van Pavement en The Kinks (“Lola”) kon geven, was op zijn minst verdienstelijk te noemen. Ook enkele hilarische tekstpassages (“If I was your lapdog”) zorgden ervoor dat dit voorprogramma uiteindelijk geen groot tijdverlies bleek te zijn.

J. Tillman en zijn vier bandleden begonnen zelf ook rustig aan de set. De eerste vijfentwintig minuten van het concert werden ontsierd door (eerst nog beperkte maar nadien vrij ernstige) storingen met één van de versterkers, een euvel waaronder Tillman initieel weinig leed maar dat na een tijdje alsnog tot moeilijk te maskeren ergernis leidde. Gelukkig ligt het niet in zijn vredelievende aard om dergelijke momenten humorloos te laten passeren. Hij startte een dialoog met het begripvolle publiek in de expliciet geformuleerde hoop dat zulk een afleidend gesprek er toe zou leiden dat het eerste gedeelte van het concert volledig vergeten werd. Bijna slaagde hij daar nog in ook, alhoewel we moeten erkennen dat veel schwung verloren ging ten gevolge van die technische problemen. Naar het einde van het concert toe verschoof de focus almaar meer van songs naar sounds. Het instrumentarium werd uitgebreid met blokfluiten en cimbalen en enkele eerst karig kabbelende liederen mondden minuten later uit in hevige distortions. Het vijftal deed bij dit alles wel degelijk zijn best maar we konden ons niet van de indruk ontdoen dat men zich na de moeilijke start wat gelaten naar het einde van het optreden sleepte. Het feit dat de bandleden niet terugkeerden voor een bis-ronde verbaasde ons dus weinig. Gelukkig vond Tillman zelf nog de moed om twee bisnummers te brengen want alleen al het bloedmooie “James Blues” uit
Vacilando Territory Blues’ maakte de verplaatsing naar de gezellige Rotonde de moeite waard. Hofleverancier van de avond was trouwens datzelfde album, van de nieuwe plaat werd slechts een tipje van de sluier opgelicht.
Als afsluiter zong Tillman letterlijk “I took you in my arms when the devil shook his head” en daarvan was geen woord gelogen want Josh Tillman bekommerde zich de ganse de tijd wel degelijk om zijn dankbare publiek op een avond die bij een minder groot artiest mislukt zou zijn door die duivelse technische storingen.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Botanique, Brussel


Belgian Asociality

Kabaal

Geschreven door

”Wacco’s der aarde, na twee decennia en wel ter ere daarvan heeft Belgian Asociality de eer en het genoegen een hoop onzin in uw richting te stampen  in de vorm van een schijf met muziek” … Het Antwerpse kwartet vierden het met een nieuwe cd, een boreling die we al jarenlang verwachtten; op hun talrijke gigs kregen we er al en toe ééntje te horen.
Eenvoud siert is de doeltreffende formulering als je deze band aan het werk ziet. De ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige punkpop, rond Mark Vosté (zang) en Tom Lumbeek (bas) hebben twintig leuke punkrockers, prettig gestoorde, meezing-/brulbare, rammelende pretpunk (kort, rechttoe-rechtaan, opzwepend) met humoristische en cynische no-nonsens teksten uit. Belgian Asociality weet de (dolgedraaide) veertiger als onze jonge gasten te boeien.
”Lieve burgers, geniet en onderga hun kabaal” met songs als “Anti iedereen”, “De pit”, “Vanalles” en “Tip van de week”. Door de broeierige opbouw hebben “Twee”, “Achterklap” en deze met Luc Devos (niet toevallig “Tip van de Vos”) iets meer ‘song’. “Die van ons” lijkt het uitgangsbord. Een zomerse dubgroove horen we “Bampa punk 2.0” en verder kun je de keel schrapen op het “BA volkslied”, of een rondedansje wagen op de circuscarrousel van “1, 2, C4”.
De oudgediende punklegende van het Belgische front liet terug van zich horen. Oh ja, heb je er nog niet genoeg van? Er is ook nog een schijf met beeld …

Info op http://www.beginanasociality.be

Starfucker

For crying out LOUD

Geschreven door

Starfucker is een jong bandje van 2 meisjes (Marlies – Stefanie) – 2 jongens (Stijn & Mattias),  uit het Leuvense, die refereren naar de gloriedagen van de nineties van L7, Hole en in de platenbakken graaien van de rockgirls Suzi Quatro, Joan jett en Kim Wilde.
We horen lekker in het gehoor liggende, springerige, snedige uptempo rock als “Hotel New Jersey”, “Gimme break” en “Quit their band”. Op een paar songs gaan ze ziedend te werk, geven ze er nog een tandje bij en klinken ze explosief, “Going out alone”, “Boys will be boys”, “Better than that” en “All the way”. Niet onopgemerkt in deze compromisloze rechttoe-rechtaan geluid, is de krachtige, heldere stem van Marlies. Songs met ballen, waaraan jongens als Jane’s Detd en Nailpin een puntje mogen aan zuigen… Kijk, heel wat (retro) bands komen als een flash ons voor de ogen. Starfucker klinkt gevat en gemotiveerd. Door hun dynamische, vitale aanpak, de pittige gedrevenheid (“Sorrow”) en hun onbezonnenheid denken we ook de huidige rits Blood Red Shoes en Be your own pet. Op hun debuut horen we ook één rustige, zachte , intieme song, “Stories”, een aan Sarah Bettens neigende ballade.
Een leuk, overtuigend debuut.

Info op http://www.starfuckerband.com

Pagina 450 van 497