logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15458 Items)

Buena Vista Social Club

BVSC presents Eliades Ochoa: Todo por la grande familia

Geschreven door

Buena Vista Social Club presents Eliades Ochoa. Dat was de affiche. Dat was de afspraak voor wie een zwak heeft voor Cuba en zijn muziek, of nostalgisch de film van 1999 eens live wou beleven. Het werd in de Antwerpse Arenberg una noche om je vingers van af te likken.

Buena Vista Social Club is een groep Cubaanse muzikanten die samen met twee Amerikaanse musici eind jaren negentig een band vormde en meteen een wereldhype werden, vooral door Ry Cooder die ook mee speelde en door de film die in 1999 ingeblikt werd.
Allemaal oude knarren waren het toen al. Met vergeten muzikanten als Ibrahim Ferrer, Omara Portuondo, Ruben Gonzalez, Compay Segundo, werd Cuba en zijn muziek plots op een andere manier op de wereldkaart gezet.  Eliades Ochoa was de jongste (geboren in 1946) en intussen de laatste overlevende vocalist van toen.
Ochoa  stond er vrijdag in Antwerpen en blonk in zijn 63-jarig vel. De vurig verdediger van de traditionele Cubaanse muziek (son, guaracha, bolero, afros) wordt ook wel eens de ‘Cubaanse Johnny Cash’ genoemd en hij deed die naam en faam in de Arenberg alle eer aan.
Nog voor hij zijn mond had open gedaan, had hij de zaal al mee. La grande familia, noemde hij het aanwezige publiek herhaaldelijk. ,My English not good’, dus richtte hij zich maar in het sappige Cubaanse Spaans tot de zaal. En je hoefde geen Castillano te kennen om te voelen wat hij bedoelde. Een ode aan ‘zijn’ muziek en land, was wat hij bracht, de man met de cowboyhoed die zijn zeven companeros in een grijs werkuniform had gestopt. Zelf betokkelde hij zijn hoog opgehouden gitaar met verbluffend vingerwerk en zette de Arenberg met zwepende canciones in beweging.
Vooral in deel 2 (,Men heeft me gezegd dat jullie allemaal een copa de vino gaan drinken, dus moet ik wel pauzeren’) ging het warmbloedpubliek stelselmatig rechtstaan en heupwiegen.

Een Cubaanse avond in een druilerige Antwerpse binnenstad. Muchas gracias, grande padre de la familia !

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

De Nachten 2009: de brug tussen Antwerpen en Berlijn – dag 3 -

Geschreven door

Dag 3 bracht weer een hoop volk op de been. Eerst wat staan luisteren naar de jonge auteurs die onder de titel ‘Print is Dead’ een gezamenlijk verhalenbundel hebben uitgebracht. Literair jong grut en dat moet ook de conclusie zijn : er is nog veel werk aan de winkel.

Customs bracht donkere rechttoe-rechtaan rock die de mosterd bij Editors of dan weer hun voorgangers uit de jaren tachtig haalde en ze deden dat goed. Er moet misschien nog hier en daar aan de identiteit van de songs geschaafd worden, maar wat ze als nieuwe band brachten, was knap. Ze moeten alleen beseffen dat het een risico is om een wereldsong als “Shine On” van de House of Love te coveren als die moet contrasteren met het eigen werk.
Daarvoor hadden we al Tom Lanoye en Tom Naegels bezig gehoord. Aardige en bij momenten grappige teksten, maar niet meer dan dat, en ze moeten beiden echt iets aan hun schabouwelijke dictie doen.
Wat veel beter beviel was het Kiteman’s Hiphop Orkest, dat een keur aan (wereld)-muziek door de gehaktmolen haalde en daar met onverwachts goede resultaten uitkomt. Het zijn allemaal erg professionele muzikanten en het samenspel loopt gesmeerd. Moeiteloos springen ze van reggae naar hiphop naar iets wat op free jazz lijkt. De eerste keer dat het publiek in de Rote Bühne zo enthousiast was. Een feestje was geboren.
De documentaire We Call It Techno, was er een waar ik erg naar had uitgezien. Ze ging over het ontstaan van de techno in Duitsland in de vroege jaren negentig. Daaruit bleek dat het beestje een naam moet hebben, want wat ze in Frankfurt techno noemden was bij ons gewoon new beat. Erg boeiend oud filmmateriaal gezien, en dan valt het op dat de mode toch wel vreselijk was toen. Maar goed, techno is ook in Duitsland een massafenomeen geweest, wat tot excessen en commercialisering wel haast moest lijden, wat de idealisten van het eerste uur wel moesten betreuren. Het gebeurt altijd opnieuw. Muzikaal vraag ik me wel af wat er van het hardste materiaal op termijn zal overblijven, toch zeker vergeleken met het etherischer werk uit Detroit uit die periode, maar het zal ooit wel weer ontdekt worden. Ik schat nog vijf jaar.

Toen was het plots zowat drie uur, en als je dan uit een filmzaal komt zou ik denken dat het om films van bedenkelijk allooi gaat. Nu ja het is eens iets anders. Afgesloten hebben we met Riders on the Storm van The Doors, niet je alledaagse afsluiter op een evenement als De Nachten, maar het was goed geweest. Volgend jaar weer present.

Organisatie: 5 voor 12, Villanella en de Singel

De Nachten 2009: de brug tussen Antwerpen en Berlijn – dag 2 -

Geschreven door

Tweede nacht van De Nachten en dus voor vandaag geen Worstclub, maar Mieke Maaikes Obscene Kapsalon. Nu ja, U moet zelf maar eens fantaseren wat het zou kunnen zijn. Er was in ieder geval al veel meer volk dan op donderdag en dat was wel net zo aangenaam. Op voorhand een programma uitgestippeld, waar ik me niet altijd consciëntieus aan gehouden heb, maar dat hoort er denk ik bij.

In de Kino kwam ik terecht bij Madensuyu die erg stevige instrumentale gitaarmuziek maken die ergens tussen instrumentale Big Black en Wire in ligt, en dit laten begeleiden door ik zal maar zeggen avant-garde-film. Best te pruimen, maar ook luid.
Efterklang was een band waar ik erg naar uitgekeken had en they delivered the goods. Op plaat kabbelt het soms net iets te rustig, maar live hadden ze er echt wel in zin blijkbaar. Hun prachtige emo kwam in een mooie zaal als de Rote Bühne heel mooi tot haar recht. Een rustmoment en echt een prachtig concert.
De formule van De Nachten is ook uitermate geschikt om wat te zappen tussen het aanbod en dat is ook een beetje het gevaar. Veel mensen doen dit wat de sfeer niet altijd ten goede komt. Met name in de Tanz Club zorgt dit er toch voor dat er eigenlijk weinig sfeer was. De DJ’s horen goed te zijn en wat ik in flarden van Kissogram en DJ Polska Root gehoord heb, was op zich wel goed, maar gedanst werd er dus niet, en zelfs trainspotters waren er amper, als ik mezelf even niet mee reken. Maar zoals gezegd de tafeltjes aan de helling of de heerlijk ligzakken in de Konditorei waren ook wel interessante plekken om te vertoeven en cultureel correct je theorieën te verkondigen over het concept van De Nachten en de richting die cultuur in de toekomst hoort uit te gaan. Wat ondergetekende bij momenten dan ook gedaan heeft.

Afgesloten met Pitchtuner en een stuk Apparat, toch een van de redenen waarom ik naar De Nachten wou komen, en als je abstractie van de wat afwezige sfeer maakt, was het muzikaal zeker in orde. Bij Pitchtuner wat abstracter, dan een Apparat dat dacht ik geen eigen nummers gespeeld heeft, maar hun selectie was klasse. Jammer van de toeslaande vermoeidheid.

Organisatie: 5 voor 12, Villanella en de Singel

Motörhead

Motörhead: vertrouwd, maar oppermachtig

Geschreven door

“We are Motorhead and we play rock’n’roll”, al zo een dertig jaar begint Lemmy zijn optredens met deze inmiddels legendarische woorden. Wat er steevast op volgt is een salvo van potige hard-rock songs, steeds hard, luid en altijd rechtdoor. Geen overbodige lichtshows, geen mega videoschermen, geen opblaaspoppen, geen vuurwerk, geen toeters en bellen. Niets van dat, gewoon straight forward luide rock’n’roll. De hondstrouwe fans die naar een Motorhead concert gaan, weten wat ze mogen verwachten, ze worden nooit ontgoocheld door Lemmy en co en gaan steeds opgewekt naar buiten.

Ook in Vorst Nationaal was dit niet anders. We stellen vast dat er nog geen sleet zit op de unieke Motorhead formule, ook al is het allemaal zo voorspelbaar als wat. Motorhead stond ook hier weer enorm fel en verbeten zichzelf te zijn, ze ramden er een interessante setlist door met werk van de laatste cd ‘Motorizer’ tussen de klassiekers door.
We onthouden brutale mokerslagen als “Iron fist”, “Killed by death”, “Over the top”, “Rock out with your cock out” (subtiel!), ”Going to Brazil”, “Metropolis” en “Bomber”.
Ook de finale was er weer patat op met eerst een zeldzame adempauze met “Whorehouse blues” (Motorhead zowaar akoestisch, je moet het gezien hebben om het te geloven), daarna een loeiend “Ace of spades” en helemaal op het einde de ultieme explosie “Overkill” (natuurlijk een hoofdrol voor ‘The best drummer in the World’ Mikkey Dee).

Jaja, we wisten dat allemaal op voorhand, maar we gingen weer volledig voor de bijl, want Motorhead was oppermachtig, levende legende Lemmy (‘the coolest guy on earth’) zijn hese strot klonk als geen ander (leve de whiskey) en onze oren piepen dat het niet meer mooi is. Iedereen content!

Organisatie: Live Nation

Orchestre International du Vetex

Orchestre International du Vetex: Feestelijk aanschuiven aan de Balkan Banquets

Geschreven door

De Kortrijkse Schouwburg donderdagavond 5 november 2009 zat lekker vol en schoof graag aan voor de Balkan Banquets van het Orchestre International du Vetex, een zootje ongeregeld dat ooit begon als een fanfare van buurtmuzikanten, maar intussen uitgroeit tot een muzikaal knap ensemble dat telkens meer dan twintig man op de bühne brengt.

Een speciale avond, luidde het aankondigingwoordje. Speciaal omdat Vetext sowieso al een speciale groep is. Speciaal omdat het concert met de steun van de Doornikse regionale zender Notélé voor een latere tv-release en een DVD-box werden ingeblikt, wat voor een deel van het publiek wel storend was.  Maar het is voor het nageslacht (en de commerce). Want Vetex wordt groot(s). ‘Balkan Banquets’ wordt immers georganiseerd binnen het kader van het grensoverschrijdende Interreg IV-project Vis-a-Vis en wordt ondersteund als Internationaal Project door de Vlaamse Gemeenschap.
Een mooie beloning en bekroning voor het Orchestre International du Vetex dat intussen vijf jaar bestaat en had als eerste bedoeling muzikanten uit West-Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk samen te brengen om tot een leuke kleurrijke buurtfanfare te versmelten. En wie de Vetex de eerste jaren aan het werk zag wist dat het feest was. Altijd één groot feest. Met een eigen geluid en dat legden ze vast op Le Beau Bazar (2005) en Flamoek Fantasy (2007).
Van de buurtfeesten en festivals in Zuid-West-Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk  trok de groep intussen steeds verder het buitenland in en – het viel niet te verwonderen – vooral richting Oostblok dan waar onder andere Praag, Sarajevo, Jelenia Gora werden aangedaan. Al die trips brachten Vetex niet enkel in contact met de muziek van de Balkan, maar ook met de mensen.
Het gevolg is dus: ‘Balkan Banquets’, een wok-feestje van het eigen oeuvre van Vetex aangekruid met Balkanspecerijen die accordeonist Ivica Vucelja, de Bosnische zangeres Jelena Milusic en zanger-trompettist Ivan Susac kwistig rondspreidden. Adela Jusic, geboren in Sarajevo, zorgde voor de visuals, een eigenzinnige projectie van authentieke Oostblok-beelden op de achtergrond.
De week voordien zagen we nog Shantel & Bucovina aan het werk in de AB van Brussel en dat was één groot vuurwerk. De Balkan Banquets van Vetex kwamen bij momenten tot aan de feestenkels van Shantel, maar waren verder vooral inniger, diepgaander. Geen botsing, maar een ontluistering van Westerse door Oosterse clichés. En omgekeerd. Muzikaal minstens even hoogstaand.
Jelena Milusic omschreef het pakkend: ,Haast alle songs lijken mij over liefde te gaan. Maar als je de tekst niet verstaat, maak daar geen probleem van. Laat de muziek je meevoeren en geniet van het spel van seduction.’ En de zwarte diva met het korte haar uit het voormalige Joegoslavië weet trouwens hoe te verleiden. Zowel trompettist Susac, accordeonist Vucelja  als klarinetman Michiel Deblauwe speelden on stage meermaals een verfijnd muzikaal spelletje met haar. Telkens voerend naar een hoogtepunt, zij het in ambiance of ontroering.
Wat onthouden we naast een sfeerrijke avond? Het liefdeslied Mostarski Ducani met Vucelja aan de micro. Een schitterend intiem accordeonduo op Valse du Dentiste, het eerste bisnummer, met op de achtergrond een koppeltje dansers tegen een draaiende parasol. Djelem Djelem, de movende on the roadsong met Milusic. En vooral: het zootje ongeregeld dus dat zich kostelijk amuseerde en bij momenten echt uit zijn dak ging.

Nee, geen podiumkruipers of stagedivers zoals in de AB een week eerder bij Shantel, al nodigde en daagde Milusic bij de bisnummers het publiek nadrukkelijk en herhaaldelijk daartoe uit. Toch ging de Kortrijkse Schouwburg wel rechtstaande meeshaken op het slotakkoord Cajorije Sukarije.

Playlist  1. Baski Cocek 2. Mostarski Ducani 3. Slava Istocni 4. Jovano 5. Sta Ces Da Mi Das 6. Etna part II (Lights of Catania) 7. Tarentelle n° 2 8. Nesanica 9. Black Hat 10. Stockholm 11. Sailor’s Song 12. Tango 13. Balkan Cocek 14. Verdomme Veerboot 15. Stare Mesto 16. Djelem Djelem
Bisnummers
17. Valse du Dentiste  18. Moj Dilbere 19. Cajorije Sukarije

Organisatie: Cultuurcentrum, Kortrijk

Club Midi: De Staat, Team William en Customs

Geschreven door

Op donderdagavond 5 november viel de regen met bakken uit de lucht. Gelukkig vonden er enkele gezellige, warme clubconcertjes plaats in de Balzaal van de Vooruit, georganiseerd door de Democrazy- crew. Op de affiche stonden De Staat, Team William en Customs, elk goed voor een 40-tal minuten durende set.

De Staat trapte de avond af. De Nederlands rockers brengen iets dat aanleunt tegen stonerock, maar schuwt geen invloeden uit de surfrock en de pop (de koebel!). Het kwintet bracht heel enthousiast veelal broeierige instrumentale stukken, en dat vooral naar het einde toe. Ze beleefden hun hoogtepunt ergens in het midden van de set met “You'll Be The Leader”.

Tweede op het programma was het hedendaagse beste Ninoofs exportproduct. De grieperige jongens van Team William (het is dan ook herfst) palmde het publiek moeiteloos in met hun chaotische en humoristische stijl. Zo speelde zanger Floris Dedecker “Judo Kid” op slechts vijf snaren en werd er tijdens dat nummer een geheel nieuwe dimensie aan het woord 'interactiviteit' gekoppeld. Een jonge knaap mocht op het podium klimmen en speelde het nummer moeiteloos verder. Toen hij zich ook aan een zangpartij waagde, greep Dedecker snel in. Ook stelden ze hun nieuwe single “You Look Familiar” voor. Ze schatten hun speeltijd ook fout in, maar konden de organisatoren toch overtuigen verder te spelen. Tijdens dat laatste nummer werd al het één en ander afgebroken om het materiaal van de volgende groep klaar te zetten en dat terwijl Team William nog stond te spelen. Het blijven wel beleefde jongens.

Strak afgelijnder dan Team William was de afsluiter van de avond. Customs is bezig aan een succesverhaal. Met “Rex” stonden ze wekenlang op 1 in De Afrekening en huidige single “Justine” doet het ook goed. De groep bracht vorige week pas hun debuutalbum uit ‘Enter The Characters’ en het concert in De Vooruit liet ons horen wat we daarop mogen verwachten. Indiepoprock met wat invloeden uit de postpunk. Het gitaargeluid en de zangstem van Kristof Uittebroek neigen bij momenten naar het oudere werk van Editors. Enkele leuke nummers waren “Tonight We Stand Out”, “We Are Ghosts”, “Finals”, “Shine on” een cover van House Of Love (die ook een grote invloed heeft op de sound van Customs) en het onvermijdelijke “Rex”. “Justine” besloot de set, waarna er nog twee bisnummers werden gebracht. En die waren samen met “Justine” het beste dat we die avond van deze band gehoord hebben.

Organisatie: Democrazy, Gent

Soulsavers

Soulsavers feat. Mark Lanegan gaan live de goede kant uit ...

Geschreven door

De Britten Rich Machin en Ian Glover brachten reeds drie albums uit onder de naam Soulsavers. Terwijl hun debuut (‘Tough guys don’t dance’ uit 2003) grotendeels instrumentaal was, gooien ze het sedert het in 2007 gereleaste ‘It’s not how far you fall, it’s the way you land’ over een andere boeg door Mark Lanegan een wel heel erg prominente rol te gunnen. Het feit dat dit manusje-van-alles toegevoegd werd aan Soulsavers, verklaart waarom deze groep in de gerenommeerde concertzaal van de Vooruit geprogrammeerd staat, elk van ’s mans projecten kan immers op algehele bijval alsook enige populariteit rekenen. Zonder exhaustief te zijn, denken we hier aan zijn bijdragen aan The Screaming Trees, Queens of the Stone Age en The Gutter Twins en niet in het minst aan zijn betoverende samenwerking met Isobel Campbell. Ook Lanegans solowerk ging niet onopgemerkt voorbij, getuige bijvoorbeeld het ondertussen klassiek geworden ‘Bubblegum’-album.

Het optreden begon met de twee eerste nummers uit ‘It’s not how far you fall, it’s the way you land’; na het instrumentale “Ask the dust” maakte Lanegan zijn opwachting in “Ghosts of you and me”. Vanaf de eerste noot was het duidelijk dat er geen enkele sleet zit op zijn karakteristieke stembanden. Meer nog, jaar na jaar lijkt het hem minder moeite te kosten om dat diepe, dreigende geluid te produceren. Onze favoriete brombeer ging op zijn elan door in “Some misunderstanding”, een door Gene Clark (van The Byrds) gepende klassesong die één van de vele hoogtepunten vormt op het recent verschenen “Broken”. “Jesus of nothing” greep opnieuw even terug naar de voorgaande plaat (en naar onze keel!) waarna er een ‘Broken’-drieluik volgde om duimen en vingers bij af te likken: het dreigende “Death bells”, het van Will Oldham geleende “You will miss me when I burn” en “All the way down”. Dit laatste nummer werd weliswaar met een valse start ingezet maar de groep herpakte zich vrij snel om de ‘Broken’-hattrick met verve af te kunnen ronden.
Net toen we begonnen te hopen dat we getuige waren van een optreden dat kans maakt om in eindejaarslijstjes te belanden, zorgde een fletse versie van het op plaat erg meeslepende “Paper money” ervoor dat die hoop ijdel bleek. De grote kracht van de versie die op ‘It’s not how far you fall, it’s the way you land’ prijkt, schuilt in de dialoog die een brullende Mark Lanegan aangaat met de dienstdoende achtergrondzangeressen. We begrijpen daarom ook niet waarom net tijdens dit lied de naar Gent meegereisde backing vocalistes een pauze gegund kregen. Misschien heeft men tijdens de repetities moeten vaststellen dat ze live niet in staat zijn om de op plaat vastgelegde pracht te reproduceren? Wat er ook van zij, we vinden dat men “Paper money” beter van de setlist had geschrapt, het zou ons een pak teleurstelling bespaard hebben. Na “Kingdoms of rain” bracht men “Spiritual”, een cover die in de verf zet dat Soulsavers heel wat affiniteit vertoont met Spain. Beide groepen wagen zich immers graag aan muziek die zowel tekstueel als muzikaal erg religieus aandoet. Josh Haden van Spain was trouwens de enige die een vocale inbreng had in de al eerder vermelde debuutplaat van Soulsavers.
Veel applaus weerklonk na “Hit the city”, een nummer dat prijkt op Lanegans ‘Bubblegum’. We vrezen echter dat het applaus vooral te wijten was aan het feit dat dit lied veel herkenning genereerde. Snedig was de in de Vooruit te horen versie ervan namelijk allerminst. Het uit ‘Broken’ afkomstige “Rolling sky” zorgde voor het meest jazzy moment van de avond, vooral de puik bespeelde saxofoon verdient een eervolle vermelding. Na “Jesus just left Chicage” (van niemand minder dan ZZ Top) bracht “Unbalanced pieces” ons tot het besef dat de (weliswaar subtiele) inbreng van Mike Patton op de albumversie wezenlijk, om niet te zeggen ‘onmisbaar’, is. Zoals wel vaker vonden we de groep tijdens dit lied immers niet zo overtuigend klinken, het werd toch wel duidelijk dat het om een soort gelegenheidsgroep gaat van muzikanten die ontegensprekelijk talent hebben maar te weinig op elkaar ingespeeld zijn om een hecht blok te vormen. “Unbalanced pieces” had zijn titel dus niet gestolen. We hoorden zelden een valse noot maar al te vaak bleek dat ‘de mayonaise (nog) niet pakt’, dit ondanks het feit er weinig op te merken valt op elk van de ingrediënten op zich. De reguliere set werd na een uur afgesloten middels het met een stevige gospel-touch gelardeerde “Feels so good”. Dit laatste nummer konden wij woensdagavond niet meteen thuisbrengen, iets waar de door een nieuwe staking geplaagde NMBS trouwens evenmin in slaagde. Enig opzoekwerk bracht echter aan het licht dat het origineel afkomstig is van het psychedelische Spacemen 3.
Net als het concert zelf vatte de bisronde aan met een lied zonder Mark Lanegan, de achtergrondzangeressen kregen aldus even de gelegenheid om hun kunsten te etaleren tijdens “Through my sails”. De apotheose kwam er met het ongemeen sterke “Revival”, een lied dat dan weer wel een bewerking kreeg waarop weinig valt aan te merken en dat ondergetekende alsnog met een tevreden gevoel de miezerige nacht instuurde.

Meer dan goed durven we het optreden echter niet te noemen. Op ons eindejaarslijstje getiteld ‘beste concerten van 2009’ zullen er dus geen Soulsavers prijken, vergeleken met hun blitz-bezoek aan editie 2007 van het Cactusfestival (een blijkbaar verplicht nummer waar ze zich veel te snel vanaf maakten) gaat het echter wel al de goede kant op. Het valt te betreuren dat Soulsavers feat. Mark Lanegan voorbije zomer laattijdig afzegden voor Feest in het Park, anders was het in de Vooruit misschien al ‘derde keer, goede keer’ geweest. Laten we bij deze allen hopen dat ze later nog eens België aandoen tijdens een volgende tournee. Indien hun shows immers eenzelfde progressie vertonen als hun studiowerk, reserveren we alvast een plaatsje op een toekomstig eindejaarslijstje.

Vooraf kregen de vroege vogels een viertal te horen dat muzikaal verwant is aan Morphine, Pixies, Joy Division en Interpol. Er werd een best wel interessante mix van de door die groepen gebrachte muziekstijlen gepresenteerd waarbij het wel nog te bezien valt of dit voorprogramma ooit zal evolueren tot een even blijvende waarde. De 35 minuten in de Vooruit waren te kort om zulks nu al goed te kunnen inschatten. We kunnen u wel meegeven dat ze na een ietwat aarzelende start uiteindelijk toch een redelijk goede indruk nalieten. Hadden we op het moment dat de zanger eindelijk enkele woorden tot het publiek richtte en de bandnaam onthulde niet net aan de bar onze bestelling staan doorbrullen, we hadden u nog kunnen meedelen om wie het ging ook…..jammer maar helaas.

Organisatie: Democrazy, Gent

De Nachten 2009: de brug tussen Antwerpen en Berlijn – dag 1 -

Geschreven door

Berlijn was dus het ordewoord op deze editie van De Nachten en daarbij beperkten de organisatoren het niet tot high-brow kunstvormen maar had ook de oer-braadworst met Senft een prominente plek gekregen in de culturele potpourri die ons geserveerd werd. Ik ben nu dus van de worstclub, en denk er ernstig over na om morgen mijn worst te laten tatoeëren. Hele leuke act en ditto schnapps. De organisatoren waren zover gegaan om de sfeer na te bootsen dat ze een jaren zeventig gedrocht in Antwerpen hadden neergepoot, compleet met namaakhout-wanden en veel glas recht uit een twijfelachtige seventiesserie of een Stasi-bureau. Als je daar dan op strategische plekken allerlei leuke lichtjes op plaatst, dan is het effect gegarandeerd.

Het begon met Cees Nooteboom die herinneringen mocht ophalen aan zijn decennialange betrokkenheid met Berlijn, waarbij hij het ook al door de vragen van de interviewer vooral over de geschiedenis die nu door twintig jaar gevallen Muur weer extra in de belangstelling staat. In zekere zin bleef ik wat op mijn honger zitten, omdat niet werd ingegaan op Berlijn als vrijplaats voor allerlei tegenculturen waar Berlijn ondanks alle politieke verwikkelingen van de afgelopen eeuw een enorme traditie in heeft opgebouwd. Aan de andere kant is Nooteboom een heel aangename voorlezer en had zijn prachtig rode broek als van een tuinkabouter vast wel iets te betekenen als boodschap aan niet alleen het literaire establishment.

Minder gecharmeerd was ik over Oscar van den Boogaard, die op typisch Nederlandse wijze zijn preoccupatie met Duitsland in een enigszins lollige tekst had verpakt, maar het speelde te veel met clichés die meer over hem dan over Duitsland zegde. Ook Tom van Laere, Admiral Freebee zelve, slaagde er niet in te overtuigen. Zijn samenwerking met Einstürzende Neubauten- lid Jochen Arbeit was aardig maar niet meer dan dat. Het kon nergens beklijven en als je dan een soort spoken word wil geven in een van god weet welke inspiratiebron gepikt plat Amerikaans waar het Antwerps constant doorheen klinkt zonder inhoudelijk ook maar ergens heen te gaan, dan is dat behoorlijk tenenkrullend.

Je kan gelukkig nog veel andere dingen doen op De Nachten en zo kan je bijvoorbeeld de hele tijd films kijken. Waarschijnlijk heb ik ook veel gemist, maar op goed geluk ben ik terecht gekomen bij een aantal Poolse art-films uit de jaren tachtig die erg leuk waren, maar vooral ook het gevoel overbrachten dat een band met die jaren voor wie het niet meegemaakt heeft zo ongeveer onmogelijk geworden is. Verder ben ik dan maar een beetje gaan dwalen door de Strasse der Liebe om uiteindelijk op de lege dansvloer van de Tanzclub terecht te komen, waar de Biergarten Boys, geef toe de naam lijkt nergens op, bijzonder coole italo-disco in de beste traditie van Baldelli aan het draaien waren. Muzikaal erg goed, maar geen grein sfeer op een donderdagavond. Morgen beter dus.

Organisatie: 5 voor 12, Villanella en de Singel

 

Daan

Manhay

Geschreven door

Daan vernoemde de cd ‘Manhay’ naar het Waalse dorpje waar hij frisse lucht opsnoof inspiratie op te doen om nieuw materiaal te schrijven. Bij z’n vorige band Dead Man Ray werd ook al een cd vernoemd naar een gemeente, met name ‘Berchem’, waar hij toen woonde.
Hij gooide het muzikaal over een andere boeg. De synth/electropop van ‘Victory ‘ en van het fletse, voorspelbare ‘The player’ zijn duidelijk tot een minimum beperkt. We horen eerder de essentie van de pure popsong, die kleur krijgen door sfeervolle toetsen en piano. Songwriters als Dylan, Cave , Faithfull, Gainsbourg en Cash en bands als Fleetwood Mac en REM hadden een belangvolle invloed.
Onze ‘James Dean’ lookalike met z’n grauwe, doorleefde stem en brabbelzang en een sigaret in de hand, legde de klemtoon op z’n singer/songwriterschap met enkele mooie ingetogen donkere songs (“Brand new truth”, “Bad boy, bad girl” en “A great retriever”), maar hij klinkt intenser, steviger met compacte, broeierige rocksongs als singles “Exes”, “Crawling from the wreck en  “Your eyes beauty calls collect” . Op ”Icon”, een echte country filler, charmeert hij één van z’n idolen Bobbejaan Schoepen. Breder omlijst door toetsen, piano en blazers  zijn “Friendly fire” en “Decisions”. Spijtig is dat het resultaat in deze nummers niet stedds geslaagd is. Op die manier hebben we met een gevarieerde plaat te maken van hecht klinkend songmateriaal.
Daan wist op het juiste tijdstip duidelijk te herbronnen en ging niet oeverloos verder in die ‘80’s kitsch electro. De ‘new face’ en ‘sound’ van Daan besluit met een hommage aan Johnny Cash, het intiem, breekbare “The stealing kind”.
De broeierige rock/pop/vaudevile americana op ‘Manhay’ betekent een happy return naar het archief van ‘Profools’, ‘Bridge burner’ en een knipoog aan z’n Dead Man Ray periode. Hij beschikt nog steeds over een erg geoliede band met vaste kompanen Steven Jansen, Jeroen Swinnen en de bevallige drumster Isolde Lasoen.

Lovvers

Ocd Go Go Go Girls

Geschreven door

De jonge Engelse pubrockers Lovvers hebben na een paar (korte) EP’s hun debuut uit: rauw rammelende rock’n’roll/punkrock, (mes)scherp, stuwend en broeierig. De songs lijken regelrecht van het repetitielokaal te komen. Twaalf songs in een dertigtal minuten, rechttoe- rechtaan en zonder al te veel franjes. Sommige nummers hebben onbeduidende songtitels, “1-2-34 count”, “Axtxtx…” en “D.boon”. De groep grijpt terg naar de 1, 2, 3, 4 van de Buzzcocks en refereren nauw aan die andere strakke band Wavves en de eerste Thermals. Op een drietal songs klinken ze nog feller en gaan ze harder tekeer (“100 flowers”, “Alone with a girl” en “Human hair”). De zang is er soms over … moeilijk verstaanbaar en overstuurd. Het draagt allemaal bij tot het punkwiel van the good old jaren ’70, die de band hoog in het vaandel draagt.

The Low Anthem

Oh My God Charlie Darwin

Geschreven door

The Low Anthem was een goed bewaard geheim van drie muzikanten uit Rhode Island, Ben Knox Miller, Jeff Prystowski en Jocie Adams. Eerst was hun cd enkel verkrijgbaar via de internet downloads, maar door een groeiende belangstelling en respons werd de plaat op het Nonesuch label uitgebracht. Opzoekingwerk leverde op dat het hier gaat om een do-it-all-self-band, ze aan hun tweede plaat toe zijn, opvolger van het in 2007 verschenen ‘What the crow brings’, waarbij 27 verschillende muziekinstrumenten werden gebruikt over de twaalf songs. De groep put uit de indie/americana en graaft in het verleden van de sing/songwriting van Cohen - Dylan – Young – Waits en plaatst zich geruisloos naast een Bon Iver, Sparklehorse, Great Lake Swimmers en Ray LaMontagne. We horen vooral ingetogen materiaal door de brede omlijsting, wat de songs uitermate gevoelig sfeervol maakt (o.a. “Charlie Darwin”, “To Ohio”, “Home I’ll never be” en “Cage the songbird”). Af en toe mag het eens rocken, beuken en rauw klinken, “Ticket taker”, “The horizon is a beltway” en “Champion angel”). Verslavend inwerkende songs, die bijdragen tot de gevarieerde aanpak. The Low Anthem onderscheidt zich van de doordeweeks americana bandjes …

Muse

Muse: beste stadionrock van het moment

Geschreven door

Als er vandaag één band is waar de term stadionrock voor uitgevonden is dan is het Muse wel. Meer nog dan U2 zijn zij de absolute live act van het moment. Terwijl U2 nu meer dan ooit teert op hun status en de credibility die zij vooral in het verleden verworven hebben, is Muse de groep van het moment, met een nieuw album dat weliswaar bol staat van het bombast en theatraal gedoe, maar de formule werkt wonderwel, op een podium nog meer dan in de studio.

Aan kosten is er niet gespaard in hun live act. Prachtige videobeelden en een originele opbouw met wolkenkrabbers op een rond podium zorgen voor een maximale respons bij de fans. Hun repertoire met uitmuntende songs doet de rest. Schitterend nieuw werk als “Uprising”, “United States of Eurasia”, “Unnatural Selection” en zelfs het semi klassieke “Exogenesis symphony, part 1” (hier in de bisnummers opgenomen), staat mooi te pronken tussen de klassiekers van de vorige platen. Enkel de fletse ballad “Guiding light”, ook al een zwak broertje op ‘The Resistance’, valt door de mand wegens te weinig om het lijf. Maar voor de rest: super !!
Matthew Bellamy is de grote man achter Muse. Zijn stem die eenzame hoogten bereikt en vooral zijn machtige gitaarspel maken van de man een supertalent. Tevens weet hij op de rustige momenten, een geweldig “Feeling good” en een intiem “Unintended”, fijne klanken uit een vleugelpiano te toveren. Hij mag dan al een beperkte pianist zijn, hij slaat de juiste toetsen aan op het juiste moment.
Het bombast waarvoor wij een beetje vreesden na beluistering van ‘The Resistance’ blijft live binnen de perken en dat is de sterkte van dit ganse optreden. Muse speelt krachtig, luid, loepzuiver en vooral geweldig.
Hoogtepunten, vraagt u ? Het volledige optreden is één lang hoogtepunt. Laat ons als mega fantastische momenten de volgende eruit halen : Een machtig “New Born”, een uiterst fel “Plug in baby” en als absolute knaller een immens wervelend “Knights of Cydonia” dat een ideale intro meekrijgt met een hier volledig op zijn plaats staande schitterende interpretatie van “The man with the harmonica” uit ‘Once upon a time in the West’ van Morricone.

Muse is dé supergroep van het moment. Ook een zekere Herman S. kan hier niet aan voorbijgaan.

Organisatie: Live Nation

The Congos

The Congos slagen in een héél frisse set

Geschreven door

The Congos mochten een afgeladen Minnemeers verwelkomen, nog maar eens het bewijs dat de reggae-scene ook in België springlevend is. Knap ook om te zien hoeveel er alleen al in België georganiseerd wordt, met vaak artiesten die enkel bij de liefhebbers van het genre een belletje doet rinkelen. In veel opzichten is het dus een ‘way of life’.

Merkwaardig toch ook hoe tieners kwamen kijken naar artiesten die hun opa konden zijn. Niet je reinste rock’n roll, om het zo te zeggen en ik stel me daarbij toch de vraag in hoeverre ze The Congos hun platen echt kennen of dat ze slechts meedraaien in het circuit van reggaeconcerten, die qua sfeer en publiek op zich inderdaad ook al een belevenis zijn. Zelfs een ma met tienerdochter gezien, dus is het misschien gewoon erfelijkheid. Het was weer erg aardig om de gigantische mutsen en dreadlocks tevoorschijn te zien komen, het publiek loom of ook wel op het ritme te zien meedeinen terwijl ze het rookverbod achteloos aan hun misschien wel sandalen lapten. Dat laatste heb ik niet gecontroleerd. Een sfeertje kortom waar je wat mee aankan.
En het moet gezegd, de Congos hadden er zin in. Ze draaien al sinds hun legendarische plaat ‘Heart of the Congo’s’ uit de verre jaren zeventig mee en zijn ondertussen getransformeerd tot krasse knarren met zilveren baarden die met ijle kopstemmetjes de leadzanger begeleiden, soms springen als jonge apen en er vooral heel veel lol aan leken te beleven. Hun geluid sluit, meer nog dan op plaat, heel erg aan bij pure dub, maar het is de combinatie met de vocalen die hen toch tot een van de meest originele reggae-bands maken.
We hoorden een wel heel erg herwerkte versie van en haast als afsluiter een klassieker als “Fisherman’s Row”, maar het gaat toch vooral om de flow van het concert. De nummers gleden naadloos in elkaar over, werden soms behoorlijk uitgesponnen en dat was uiteindelijk misschien een punt van kritiek. Een genre als reggae lijdt soms wel wat aan een gebrek aan variatie, ook al omdat de groove aangehouden dient te worden, wat inderdaad net het punt hoort te zijn bij een stomend reggaefeestje.

Maar goed, net een band als The Congos slaagt er meer dan andere reggaegroepen in door de vocale acrobatieën hun nummers fris te houden en al bij waren we getuige van een leuk reggae-feestje en dat op nota bene een maandagavond.

Organisatie: Democrazy, Gent

Sinner’s day Festival 2009: the kings of new wave & punk all together – uiterst geslaagd!

Geschreven door

Zwart Zwart en nog eens Zwart! Wie vandaag wou opvallen in Hasselt had best geen ‘Black’ uit zijn kleerkast genomen. Een donker geklede massa stond reeds om 13u aan te schuiven aan de Ethias Arena, allemaal met één doel, ‘Back (of eerder ‘Black’) In Time’ te gaan…
En ja hoor, de organisatoren waren er weldegelijk in geslaagd om een ‘wow-effect’ te creëren: een zwarte omlijsting met de nodige rookgordijnen en een indrukkwekkende videowall. Nu afwachten of de helden van vroeger dit gevoel konden doortrekken.

Om 14u stipt mochten onze Belgische jongens Dirk Da Davo & T.B. Frank de KickOff geven: en of ze dit deden! Met “Chinese Black” en “Miss Brown” was de toon gezet, strak en vol overgave. Daarna “Tomorrow In The Papers”, en aansluitend de inside klassieker “The Fashion Party”, die de 1ste maal de zaal aan diggelen (figuurlijk) bracht. Ook nieuw werk uit hun huidige CD ‘Smack’ mocht niet ontbreken en dit o.a. met “Leash”. Als bis mocht de Neon Judgement een extra nummer (“TV Treated”) brengen; de samenstellers hadden hier ook door dat een 30minuten durende set van dit kaliber veeeeeeeeeeeeeel te kort was. Het 1ste nostalgie-moment van de dag was een feit.

Tweede in de rij was Lydia Lunch. Van het hevige noise gedoe van vroeger bleef weinig over, een goede ‘rock’ set die met kleine mate werd geproefd door het publiek. Geen uitschieter en uiteindelijk zal ook wel blijken dat men ‘Lydia en haar Lunch’ vlug zal vergeten zijn.

Hoe zegt men dit ook alweer … ‘andere en betere’, en ja hoor daar zijn The Bollocks. Zanger Jock McDonald. (gekleed in een soort damboord in 1-stuk-pyama met grijze en zwarte vlakken) zette meteen de toon: “Faith Healer”, intens, meeslepend en direct de kop eraf. Daarna volgde “Harley David Son Of A Bitch”, in een ‘rock’-versie gespeeld. Na de “Bunker” mocht de ex-drummer van Nacht Und Nebel hun “Beats of Love” als tussendoortje ten berde brengen, wat direct luidkeels werd meegezongen! Ook Jock’s zoontje (nog een heel stuk bedeesder dan zijn papa) mocht het Belgische publiek eens toespreken. Na “Horror Movies” was het tijd voor een korte pauze, dacht leadzanger Jock, hij ging de stage af met “Pretty Vancant” als gevolg; lang leve de punk van de Sex Pistols. Dit schitterende optreden werd overtuigend afgerond met “King Rat & Count Dracula”.

Tijd voor wat verademing en poëzie om op te dansen. Inderdaad Anne Clark… Opkomend met strakke lederen jekker en haar poëziebundel onder de arm.
Het 1ste gebrachte deel, met songs als “Virtuality”, “Killing Time“, “The healing” en “Leaving”, was woord en muziek, in een vertel-fluister-schreeuw stijl. Ook het 2de gedeelte, “Echoes remains Forever”, “Seize The Vived Sky” en “Full Moon”, was af, met een bepalende invloed van zware beats. Ook het langverwachte “Sleeper In Metropolis” en bisnummer “Our Darkness” waren opzwepend in pure onvervalste hedendaagse dansstijl verweven. Dank Anne voor uw performance.

De vervangers van The Psychedelic Furs waren Gang Of Four. 4 gedreven gasten, bepalend voor de Engelse postpunk. Zanger Jon King ging als een beest te keer op het podium, een jonkie van 20 leek hij wel. Wat een drive en energy ging er van die gasten nog uit, chapeau! Bij het begin, met nummers als “Return The Gift” en “Ether & Great Men” was er weinig belangstelling, maar door hun enthousiasme en opzwepende groove kwam het publiek dichter te staan.
Bekende songs als “What We All Want”, “Anthrax” & “I Love A Man In A Uniform” konden zeer gesmaakt worden. Ook de act met de microgolf en baseball-bat - die als extra drum fungeerde bij het nummer “He’d Send In The Army” zal in ons geheugen gegrift staan.

… De klok wees reeds 19u30 …: tijd voor de 1ste hoofdact: Gary Numan
Hierbij kunnen we vaststellen dat Gary meer industrial -metal minded was op Sinner’s Day dan een poging te wagen de sfeer van de ‘80’s op te roepen. Zijn t-shirt was blijkbaar ‘de hint’: NiN (Nine Inch Nails). Het recentere werk zoals “Jagged” was dus industrial-goth getint. Zelfs de enige grote meezinger deze avond “Are Friends Electric” was hard tot snoeihard. Dit was niet wat het publiek verwacht had van Gary Numan op Sinner’s Day, maar dit neemt niet weg dat we mogen besluiten van een knap, sterk en verrassend optreden.

Na de hevige sound van Gary naar de mega synth pop van The Human League. In een 6-koppige bezetting en zanger Philip Oakey, in zwarte stijlvolle pardessus met daaronder een spierwit hemd en zwarte das, begonnen ze met “The Lebanon” en “The Sound Of The Crowd”: het publiek reageerde uitzinnig op deze nummers. Een prachtige set waarvoor het massaal meebrullende publiek gekomen was. En ja, het is eigenlijk onvoorstelbaar wat voor Hit-machine deze band wel is: “Love Action”, “Open Your Heart”, “Empire State Human”, “Fascination”, “Mirror Man” en “Don’t You Want Me”; het vroegere werk passeerde de revue en was feilloos gebracht. “Being Boiled”, het bisnummer met de fabelachtige intro, was de kers op de taart. Thx !!!

En ja, nog was het niet gedaan, want de Electronic Body Music van Front 242 was ongelofelijk, zeer veel energie en in een echte commando stijl; ook de frontmannen hadden hun oude commando kleren aangetrokken. Zowel oude als nieuwe songs (o.a. “Happyness”, “Moldavie”, “Tragedy”, “Commando”, “Quite Unusual”, “No Shuffle” en “Headhunter”) konden het publiek zonder moeite overtuigen en het verwachtte hoogtepunt van de avond inlossen!

Ja hoor, de reeds voorzien datum van 31 oktober 2010 staat in onze agenda met stip aangeduid. De daarbij horende opgeblonken puntschoenen, zwarte t-shirt en Arafat-sjaal liggen reeds klaar. Als de heren organisatoren deze mix van Punk-Wave-Pop-Electronic kunnen aanhouden zal ook deze dag een zwarte dag zijn in de Hasseltse geschiedenis. CU Next Year.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Sinner’s day Festival

Muse

Muse: the next story in theatraliteit

Geschreven door

Eventjes vooraf: le Stade Couvert Régional de Liévin is een spliksplinternieuwe grote zaal waar ruim 12000 bezoekers terecht kunnen. Mooi, imposant, groots en een loepzuivere akoestiek zijn zaken om even de aandacht naar de andere kant van Brussel of Antwerpen te richten, met name op zo’n 80 km over de grens in Noord-Frankrijk … Een DéCouvert …

’Rock for clever people’ lezen we op de site van het Britse Muse … Ze zijn uitgegroeid tot één van de gezichtbepalers van het nieuwe millennium. Er was het groeipotentieel met de cd’s ‘Showbizz’ en ‘Origin of symmetry’ naar de ‘real’ stadionrock en theatrale bombast op ‘Absolution’ en ‘Black holes & revelations’. De pas verschenen nieuwe cd, de vijfde in de reeks, gaat nog een stapje verder en wordt overspoeld door de dramatiek van potsierlijke pathos van Queen’s ‘A night in the opera’ en Chopin, te horen door de elektronica en de opera accenten en –koortjes.
Muse maakt dus de link tussen rock, klassiek, bombast en symfo door een pittig, gedreven en sfeervolle, dramatische sound, gedragen door de gekwelde zang van Matthew Bellamy. Toegegeven, de hoogdravende dramatiek is er misschien op de laatste plaat soms over, waardoor ik als fan van het eerste uur, soms even de draad moet loslaten. Anno 2009 staat Muse dus garant voor pompeuze stadionrock of ‘scifi rock’, wat tegenwoordig de juiste term is ... Gelukkig hoorden we nog het ‘ouderwets’ gas geven op een handvol nummers en in hun liveset.
We waren nog steeds getuige van een opwindende, sterke liveband; het enthousiaste trio, (Bellamy – Wolstenholme –Howard) aangevuld met vierde groepslid op toetsen en synths, ging nog steeds als een muzikale wervelwind tekeer en koos voor een gevarieerd wisselende aanpak. We hadden snedige, krachtige en subtiele gitaarpartijen, ondersteund door een diepe, soepele (soms dreunende) bas en opgezweept door de drums. Bellamy legde zich meer toe op z’n gitaarspel, en liet de vierde man de ruimte om de pathos te laten doorklinken. Maw Muse zorgde voor het gepaste evenwicht zonder te verzuipen  in die pompeuze dramatiek van de “Exogenesis symfonies” van de laatste cd.
Gedurende twee uur liet de band een rits gekende songs op ons los, afgewisseld met het gevarieerde, brede materiaal van hun ‘Resistance’ plaat. Ook op het podium viel er wat te beleven. De bandleden speelden eerst apart op een soort verkapt verhoog. De visuals van de drie en een overdaad aan licht en laserlights beklemtoonden de stadionallures. Na “Uprising” en “The resistance” daalden de leden naar de dagdagelijkse realiteit op een ‘ stage’.
Wat een dynamische start, waarbij de songs op gepaste wijze rijkelijk gearrangeerd waren. Het tempo hielden ze strak door “Newborn”, “Maps of the problematique” en “Supermassive black hole”; ze stapten dan moeiteloos over naar de potsierlijkheid en het elektronisch vernuft van “Guiding light” en de Queen’s pastiche “United States of Eurasia”, waarbij Bellamy zelf piano speelde. Zonder echt te verglijden in de Chopin lijkende bombast, trok de band de aandacht met een steviger en opbouwende “Hysteria” en de klassieke motiefjes van “Undisclosed desires”, bepaald door de harmoniumgitaar van Bellamy.
Tientallen ballonnen werden net als de vorige keer het publiek ingegooid en gaf de aanzet van een schitterende ‘closing final’: van het poprockende “Starlight”, de knallende rocker “Plug it in” naar “Time is running out”, waarvan het refrein luidkeels werd meegezongen en de band letterlijk op handen werd gedragen! Ohja, in de set hoorden we dikwijls een ‘interlude’ naar de volgende song . Ook hier maakten ze er handig gebruik van om even op adem te komen en de overgang te verzekeren naar “Unnatural selection”, een klassieker in wording btw!, die de beide Muse stijlen integreert, en een terechte afsluiter was. Enkel “MK Ultra” misten we nog in deze apotheose …
 
We kregen een deel van het drieluik van het ambitieuze “Exogenesis” te horen, balancerend tussen klassiek, de dreiging van Halloween en een lichtpuntje rock. Ze hadden voor deze gelegenheid zelf een duivels pak aan en speelden de demonen letterlijk van hun lijf met dampende rockversies van “Stockholm syndrome” - waarop de drie heren hun spelvirtuositeit kwijt konden -, en “Knights of Cydonia”, een definitief wordende afsluiter op hun concerten, die eerst ingeleid werd door bassist Wolstenholme, die ‘The man with the harmonica’ van Ennio Morricone speelde. De song was letterlijk een knaller van formaat, want op het eind van het refrein “You & I, fight for our rights, you & I, fight to survive” verdween Muse in een rookgordijn …

Duidelijk was dat deze band nog niks heeft ingeboet aan vitaliteit. Ze smeten zich letterlijk voor een opwindende show, bezeten, gedreven en enthousiast. De symfonische stukjes die Muse een eigen identiteit gaven met de jaren zitten feilloos in het totaalconcept en –spektakel van de band. Muse wordt de niet te ontbreken band op de komende festivals …

Hun landgenoten The Horrors konden de uitnodiging van Muse niet weigeren om met hen op tournee te trekken. Daardoor weken hun eigen clubconcerten. Hun punk/garagerock&rollende electrowave klonk uiterst beheerst en gestroomlijnd. Geen rommelige kantjes te bemerken, maar een toegankelijk, melodieus geluid, wat een doorbraak kan betekenen naar een breder publiek. Toch blijkt een immense zaal als le Stade Couvert Régional of het Sportpaleis iets te hoog gegrepen om te beklijven …

Organisatie: France Leduc Productions, Lille

Johann Johannsson

Music In Mind 2009: Johann Johannsson - Verbeelding aan de macht

Geschreven door

Een festival dat zichzelf aankondigt als ‘een gebeuren dat letterlijk tot de verbeelding wil spreken’ en als ‘een atmosferische trip door een fascinerend geluidsuniversum’ kon zich eigenlijk moeilijk permitteren om Jóhann Jóhannsson links te laten liggen. Wie erin slaagt om op amper 6 jaar tijd met ‘Englabörn’, ‘IBM 1401, A User’s Manual’ en ‘Fordlandia’ 3 tijdloze, ‘tot de verbeelding sprekende’ albums op ons los te laten, had die avond zijn bekroning als hoofdact zeker niet gestolen.
Met dit ijzersterke repertoire onder de arm heeft Johann Johannsson de voorbije jaren heel wat klassieke concertzalen en kerken afgeschuimd in Europa en daarbij een uitstekende reputatie opgebouwd. Ook in het Brugs Concertgebouw stelde hij niet teleur.

Tijdens nummers, of beter gezegd ‘composities’ als “Fordlandia”, “Sun’s Gone Dim” en “Odi Et Anno” nam Johann Johannsson zelf plaats achter de piano om een eenvoudig, repetitief motief in te zetten dat naar verloop van tijd werd aangezwengeld met een strijkkwartet en elektronische arrangementen om uiteindelijk los te barsten in een overrompelende climax die weinig concertgangers onberoerd liet. “Melodia (Guidelines For A Space Propulsion Device Base don Heim’s Quantul Theory)” vulde het imposante Concertgebouw, dat qua volume de omringende middeleeuwse kerken naar de kroon steekt, tot de nok met luide decibels terwijl de interactie van violen en elektronische drums tijdens “The Rocket Builder” griezelig perfect klonk.
Klassieke muziek puristen zullen hoogstwaarschijnlijk hun neus opgehaald hebben voor deze blasfemie waarbij het geluid van ‘kille’ machines infiltreerden met dat van ‘natuurlijke’ klassieke instrumenten. En laat dat nu juist hét handelsmerk zijn van Johann Johannsson!
Ook de knappe, zwart wit projecties, waarbij woest beukende zeegolven afgewisseld werden met industriële bouwwerven, illustreerden de fascinatie van de IJslandse multi-instrumentalist en producer voor de interactie tussen mens en natuur, en dan meer bepaald voor het grenzeloze vooruitgangsoptimisme van eerstgenoemde, met alle gevolgen van dien. Zo is ‘Fordlandia’, het vorig jaar verschenen album waaruit live de meeste nummers gebracht werden, zelfs integraal gewijd aan een mislukt utopisch experiment om een rubberplantage neer te poten midden in het Amazonewoud. Wat onszelf betreft in ieder geval een interessanter en diepzinniger inspiratiebron dan de bemoste lavavelden, zwaveldampen en afsmeltende gletsjers waarmee Johann Johannsson en zijn artistieke landgenoten de laatste jaren tot vervelends toe geconfronteerd worden.

Al na 75 minuten kwam Johann Johannson zich stuntelig excuseren dat hijzelf en zijn begeleidingsband niet meer songs in petto hadden. Toch wel een anticlimax voor een voor de rest bij momenten erg beklijvend concert en een ruw ontwaken uit de ‘atmosferische trip’.

Organisatie: Cactus Club ism Concertgebouw, Brugge (ikv MIM 2009)

Placebo

Placebo herboren

Geschreven door

Op de tournee die Placebo maakte na ‘Meds’ uit 2006 gaven de heren een beetje een uitgebluste indruk. Ze stonden toen ook op Rock Werchter maar gaven daar in geen geval een onvergetelijk optreden, integendeel, wij waren geen klein beetje ontgoocheld.

Maar kijk, het kan verkeren, anno 2009 werd de band nieuw leven ingeblazen en dit vooral via nieuwe drummer Steve Forrest die met ware Dave Grohl allure zijn trommels molesteert. Ook de uiterst vinnige nieuwe plaat ‘Battle for the sun’ zorgt ervoor dat Placebo er weer helemaal staat. Dit album is zo sterk dat de band er hier maar liefst 9 songs uit puurde, waarvan de kleppers “For what it’s worth” , “Ashtray heart” en “Battle for the sun” al helemaal vooraan zaten. Hiermee was de toon gezet voor een pittig en krachtig optreden. Op het podium is Placebo niet langer een trio, een extra gitarist en bassist en een ravissante blondine die af en toe de strijkers en toetsen beroerde, zorgden voor een volle en krachtige sound. Die extra muzikanten bleven netjes onopvallend op de achtergrond zodat half vrouw half man Brian Molko en lange wapper Stefan Olsdal, die bijna gans het optreden gitaar speelde in plaats van bas, als gewoonlijk de show konden stelen. Beiden waren trouwens goed op dreef en speelden al hun songs met power en vuur.
We kregen niet zozeer een greatest hits ( met uitzondering van “Every you en every me” dat in een ander kleedje zat werden de eerste twee albums volledig achterwege gelaten) maar dat misten we nergens.
De set was evenwichtig, barstte van sterke songs en was van een constant hoog niveau. Placebo hield er twee uur lang een strak tempo op na en werd dan ook door een tevreden publiek op handen gedragen.

Setlist : For what it’s worth - Ashtray heart – Battle for the sun – Soulmates – Speak in tongues – Follow the cops – Every you and every me – Special needs – Breathe underwater – Because I want you – 20 years – Julien – Neverending why – Blind – Devil in the details – Meds – Song to say goodbye – Bright lights – Special K - Bitter end – Trigger happy – Infra red – Taste in men

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Warp Label Night

Music In Mind 2009 – Warp label night – Red Snapper, Plaid

Geschreven door

Het door de organisatoren van de Cactus Club opgezette festival Music In Mind probeert de vinger aan de muzikale pols te houden, en dan kan je slechtere dingen doen dan bijvoorbeeld het Warp-label voor een avond in huis halen. Dit label is onder electronica-adepten in de jaren 90 vrij legendarisch geworden met releases van projecten zoals Autechre en lag ook aan de basis van de vaak verguisde term intelligent techno. Voor velen was het probleem dat je op intelligent techno helemaal niet kon met de benen kon benen en slechts wat meewiegen op het ritme in je hoofd. Muziek kortom die te veel enkel voor het hoofd gemaakt was.
Na al die jaren heeft Warp ondertussen wel een aantal artiesten in huis die niet meer in dat hokje gestoken kunnen worden en deze avond gaf ook de gelegenheid om dat te ontdekken.

Red Snapper maakt niet eens elektronische muziek, wat ik nou niet per se als blasfemie wil beschouwen. Ze maken een soort instrumentale jazz, die steeds gekenmerkt wordt door een goeie groove. Heel ritmische muziek die soms wat te weinig punch had en ergens ook wel last van een gebrek aan variatie. Kwaliteit zonder meer, maar er ontbrak iets wat de songs boven de middelmaat deed uitsteken. Op het einde ging iedereen enthousiast op vraag van de frontman recht staan maar meer dan wat meedeinen op de groove werd er door de meesten ook niet gedaan, behalve dan door die ene enthousiasteling helemaal vooraan. Leuk moment.

Dan was ik meer bekoord door Plaid, een echte Warp studio-act, die hier haar typische abstracte soundscapes bracht, ondersteunt door sterke visuals. Het kraakte en knisperde dat het een lust was. Dit is zo een act die in het verlengde van de dubtech monumenten als Basic Channel en Rhythm & Sound ligt, maar er zit nog meer dynamiek in, onder meer door de bijkomende breakbeats. De visuals waren heel atmosferisch en ik denk dan haast iedereen wel heel erg op ging in het geheel. Later kwamen er meer afgewerkte filmpjes waarvan ik gerust zou willen weten wie ze in elkaar gestoken heeft. De muziek evolueerde ook mee naar minder vloeiende klankexperimenten, wat ik op zich geen verbetering vond. Het satirisch filmpje op het eind deed vermoeden dat deze gasten in de linkse hoek gezocht moeten worden, maar in dat aspect heb ik me ook niet verder verdiept.

De afterparty heb ik niet meer gehaald, en dat kon ik niet anders dan jammer noemen.

Organisatie: Cactus Club ism Concertgebouw, Brugge (ikv MIM 2009)

 

White Lies

White Lies tekenen voor de nieuwe lichting waverock …

Geschreven door

Kijk, soms kan een live review in alle eenvoud worden opgemaakt …Het Londense White Lies leverde één van de debuten van het jaar af met hun donkere, intens bedreven en meeslepende waverock/postpunk; ze dingen (het oude) Editors en Interpol naar de kroon en staan probleemloos naast de ‘80’s bepalende waverockers The Chameleons (remember “Up down the escalator”), The Lords Of The New Church (remember “Dance with me”), The House Of Love (remember “Shine On”), Teardrop Explodes en Echo& The Bunnymen. Kortom, een CV om U tegen te zeggen.
Inderdaad, het kwartet onder de vriendelijke, licht nerveuze zanger/gitarist Harry McVeigh wist zich op een jaar tijd letterlijk uit de vergetelheid te spelen, van een handvol geïnteresseerden op Pukkelpop 2008, naar een onmiddellijk uitverkochte Bota Rotonde in maart jongstleden, een ijzersterke set op de Mainstage in Werchter en nu … een uitverkocht concert in de AB. Zo zie je maar …

White Lies stak vaart in de songs; we kregen een broeierig sfeertje door hun strak snedige rock. Binnen deze wave explosie zijn er sommige bands, waaronder ook iLikeTrains die hun dosis dramatiek van een krachtiger, directer en steviger geluid voorzien. Het rockte …goed en elk instrument kwam goed uit de (zwarte) verf.
Ze vielen met de deur in huis met de huidige single “Farewell to the fairground”. Ze trokken de lijn van een forser geluid door in een opbouwende “The price of love”, “To lose my life” en “Unfinished business”, gekenmerkt door een bezwerend uptempo ritme en bepaald door de invloedrijke, indringende, heldere vocals van McVeigh. Hij zong de ziel uit z’n lijf en ging soms totaal op in z’n teksten.
White Lies moest niet inboeten in die typische ‘80’s ’darkwave’, integendeel de verschillende invalshoeken gaven een sterk elan en fundament. Hun melodramatiek, met een dreigende, donkere ondertoon, kwam door in “Taxidermy”, een b side nummer; de toetsen namen een prominente rol in, wat we ook hoorden op “A place to hide”, “Fifty on the foreheads” en “Nothing to give”. Ze refereerden hiermee sterk aan de melancholie van Joy Division, The Sound en Ultravox. En op het podium hielden ze de belichting uiterst sober door staande witte spotlights.
In de bis speelden ze een onverwachte cover van de Talking Heads, een opwindend rockende “Heaven”, een broeierige “From the stars” en tot slot de doorbraaksingle “Death”, die de nodige adrenalinestoten toebedeeld kreeg als apotheose. Het refrein werd luidkeels meegezongen en in een rookwolk verdween het kwartet van het podium.

We zagen een uiterst geconcentreerde en perfect spelende band, die een goed uur voluit ging, Voor White Lies is een mooie toekomst weggelegd. Hun kernachtige, krachtige en emotievolle sound en présence onderscheidt zich duidelijk binnen de huidige rits retrowave …Een terechte hype ...

Het Californische vijftal Darker My Love trad aan als support. Zij speelden catchy americana rock, waarin waverock en shoegaze (vooral in het tweede deel van de set) onderhuids aanwezig waren. Ze tekenden voor een boeiende, broeierige, emotievolle set door de subtiele, snedige gitaarpartijen en een meerstemmige (zweverige) zang.
Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Absynthe Minded

Absynthe Minded: een warme, aangename, onderhouden avond

Geschreven door

Om een druilerige herfstavond door te spoelen repte ondergetekende zich naar Kortrijk waar 2 vliegen in één klap te vangen waren met de cd voorstelling van Absynthe Minded en de 'nieuwe' locatie van de kreun.
De nieuwe zaal oogde fris en trendy en deed denken aan een mini AB, daar het Gentse vijftal op zich liet wachten werd het nieuwe gebouw van kop tot teen gekeurd en goed bevonden.
Iets voor 21u kwam de band onder leiding van Bert Ostyn bijna geruisloos het podium op en nam plaats achter hun respectievelijke instrument.
Er werd afgetrapt met de opener van hun nieuwe album “If you don't go, I don’t go”, meteen was de toon gezet voor het eerste halfuur waarbij we ahw op een trein zaten met een constante 'lage' snelheid maar waarop het aardig toeven was.
”Multiple choice”, “Heaven knows “( wordt zeker een single) en “Paramount” werden volgens het vaste ingetogen recept gebracht en goed bevonden maar gaven ook weinig duiding van vernieuwing in hun oeuvre.
Na het openingshalfuur met 6 nieuwe tracks was het uptempo “Plane song” een verademing in de set waarin duidelijk was geworden dat de rocky gitaren volledig verdwenen waren en alles nog meer jazzy klonk en de balkan invloeden nooit veraf waren.
Het knappe “Weekend in Bombay” leidde ons naar de Hugo Claus vertolking “Envoi” wat voor het éérste hoogtepunt uit hun set zorgde, kort daarna gevolgd door het onvermijdelijke “My heroics” en het speelse nieuwe “Fortress Europe”.
Lag het aan het makke publiek of de lauwe reacties van de band feit was dat er de hele avond een behouden 'sit and relax' sfeertje hing in Kortrijk.
Eindelijk werd er een versnelling hoger geschakeld en met “Stuck in reverse” en “There is nothing” beiden uit hun vorige langspeler kwam er meer animo en schwung in hun set, we klokten na een kleine 90 minuten reeds af op 17 tracks.

In de bisronde volgden de klassiekers “I like you when you're sad”, “I'm a fan” en “Twisted” wat voor de spreekwoordelijke apotheose zorgde, we zagen een goed geoliede band zonder veel verrassingen volgend het aloude Absynthe Minded recept, een warme, aangename, onderhouden avond.

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Brendan Benson

Brendan Benson: overtuignede poppy retro-rock

Geschreven door

Iets na acht uur begon de ons onbekende Cory Chisel aan zijn half uur durende set. In dat korte tijdsbestek werden we echter meteen omgetoverd tot fans voor het leven. De appel is duidelijk niet ver van de boom gevallen want deze zoon van een predikant (met een naar het schijnt erg hoog showgehalte) bleek getooid met een stem die vol bezieling het ene kippenvelmoment na het andere teweeg bracht. Normaliter tourt hij met The Wandering Sons, een zevenkoppige band waarvan hij in de Rotonde enkel toetseniste Adriel Harris kon presenteren. De bewuste selectie gebeurde volgens een goedgeluimde Chisel enkel maar omdat de optredens aldus meer geld zouden opbrengen. De combinatie tussen de zichzelf op akoestische gitaar begeleidende Chisel en de af en toe ook hemels zingende Harris was voldoende om al meteen van een geslaagde avond te spreken. Enkel al “Your love is so wrong for me” (waarin Harris de toetsen - maar alleszins niet onze harten - onberoerd liet door met de handjes op de rug haar vocale inbreng te doen) deed ons stante pede besluiten om in de toekomst blindelings alle platen van Cory Chisel aan te schaffen, iets wat niet evident is want hij excuseerde zich dat er na afloop van het concert enkel t-shirts beschikbaar waren. Eén van de komende dagen reppen wij ons dus naar de platenboer in de hoop aldaar ’s mans debuut, getiteld ‘Death won’t send a Letter’, aan te schaffen. Evident zal dit niet blijken want als we het goed begrepen hebben zou het hier slechts in maart 2010 beschikbaar zijn. Eén van de daarop prijkende songs, “Born Again”, schreef Chisel trouwens in samenwerking met Brendan Benson en Adriel Harris. Dat wondermooie lied was de afsluiter van een korte set die ons nog lang zal bijblijven. De manier waarop Cory Chisel zong, deed ons doen vermoeden dat hij vaak naar Bruce Springsteen, Elvis Costello en Tom Petty geluisterd heeft. Ook Tom Waits heeft een belangrijke invloed gehad, iets waarvoor Chisel Waits wilde bedanken middels een heel eigen versie van “Rosie” (uit het onvolprezen “Closing Time”). In tegenstelling tot de zonet vernoemde grootheden bedient ons nieuwe idool zich echter steeds moeiteloos van loepzuivere stembanden, geen enkele noot kwam geforceerd uit zijn strot hetgeen dus wel frequent het geval is bij elk van die tijdens de jaren ’70 gedebuteerde idolen.

De pauze tussen voor- en hoofdprogramma was welgekomen want het gebeurt niet vaak dat je nietsvermoedend een concertzaal betreedt om iets later volledig verbluft te worden. Er werd dus gretig gebruik gemaakt van de beschikbare zitplaatsen want wie niet omver geblazen werd door de schoonheid van hetgeen Cory Chisel gepresenteerd had, was ons inziens doof (of zou het moeten zijn want zo iemand verdient het niet om over gehoor te beschikken!). Maar bon, genoeg over de ondertussen al genoeg opgehemelde ‘sound of CC’, tijd om verslag uit te brengen over ‘the sound of BB’.
Brendan Benson bracht enkele weken terug zijn vierde solo-album (‘My Old, Familiar Friend’) uit., het eerste sedert hij aan de zijde van Jack White als Raconteur grote bekendheid verwierf. Deze singer-songwriter wijkt af van de meeste hedendaagse collega’s aangezien hij niet de neo-folk-toer opgaat doch opteert voor een iets meer poppy retro-rock.
De openingstrack van zijn laatste plaat, “A whole lot better”, zette meteen de toon voor een snedige show waarin aan een hoog tempo de voor het merendeel catchy songs elkaar afwisselden. Tot tevredenheid van Benson veerde het publiek na het eerste lied massaal op om plaats te vatten in het staanplaats-gedeelte voor het podium. Pas na een viertal nummers uit zijn jongste worp (waaronder “Don’t wanna talk” en “Eyes on the Horizon”) greep Benson met “Good to me” (uit het in 2002 verschenen “Lapalco”) terug naar ouder werk.
Daarna schakelde Benson over naar de akoestische gitaar maar dit niet om een meer intimistisch nummer te brengen want zijn band bleef nog steeds voluit gaan. Als Benson twee songs later terug de elektrische gitaar ter hand nam, leek het alsof Costello’s versie van de Nick Lowe-klassieker “What’s so funny ‘bout peace, love and understanding” verweven werd met de ritmische rock van “I can’t stand up for falling down”. Costello bleef door onze hoofden spoken als in het volgende nummer diens “Pump it up” vermengd leek met “I’ll be there for you” van The Rembrandts. Tijdens sommige songs drongen zich echter nog andere vergelijkingspunten op, nu eens meenden we “Lucky Man” van The Verve te herkennen, dan is het alsof Joe Jackson zijn oude vorm hervonden heeft, een andere keer neigde het naar The Beatles en soms (zoals in “Poised and Ready”) kwam je tot de conclusie dat de inbreng van Benson in The Raconteurs allesbehalve minnetjes geweest is. Het verschil met deze laatste band is dat Benson solo minder de experimentele (lees: vaak nogal gecompliceerde en minder toegankelijke) toer opgaat, zijn muziek krijgt bijna altijd een poppy injectie die ervoor zorgt dat ze nooit moeilijk te verteren valt. Nu en dan levert dit alles eerlijk gezegd wel iets te vlotte (en dus eigenlijk weinig grootse) songs op, maar niet van die aard dat die schaarse mindere nummers in ons waardeoordeel de doorslag geven.
Na een 15-tal songs (die er trouwens aan een heerlijk strak tempo doorgejaagd werden) verlieten Benson en zijn band het podium om zo’n vijf minuten later terug te keren. De bisronde werd afgetrapt met “What I’m looking for” uit ‘The Alternative to Love’. Nadien bracht hij “Listen to her Heart” op een zodanige manier dat we plots beseften dat het tijd wordt dat Tom Petty zelf nog eens naar ons land komt afgezakt. Wanneer vervolgens Cory Chisel vanachter de coulissen gehaald werd om mee te zingen tijdens “American Girl”, kregen we de bevestiging van hetgeen we eerder op de avond vermoed hadden: Cory Chisel verslaat moeiteloos alle soundmixshow-concurrentie wanneer hij een nummer van Tom Petty ten berde brengt. Die “American Girl” was voor ons persoonlijk misschien wel het hoogtepunt van de avond want eindelijk konden we zelf ook eens van de eerste tot de laatste noot meezingen…..spijtig genoeg dan wel tijdens een nummer dat diegenen die de rest van de avond met Benson meebrulden tot zwijgen bracht. Die anderen zijn dus meer vertrouwd met het oeuvre van Benson dan wijzelf. We waren in de Rotonde echter zodanig ‘verkocht’ dat we beloven om die achterstand tegen ’s mans volgende passage goed te maken.

Concluderend kunnen we stellen dat het niet eerlijk is om beide artiesten tot copycats te reduceren. Ze zijn ontegensprekelijk hevig beïnvloed door verschillende voorgangers maar die invloed dringt niet dusdanig door dat hun songs slechts afkooksels zouden zijn van de sterke originelen. Zowel Chisel als Benson drukken immers hun eigen ferme stempel op het vele lekkers dat ze ons presenteerden. De volgende keer dat ze in de buurt zijn, zullen we dus weer van de partij zijn. We raden U ten zeerste hetzelfde aan.

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Pagina 450 van 499