logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15069 Items)

ZZ Top

ZZ Top of ZZ Flop?

Geschreven door

In Vorst zullen ze het geweten hebben. Geen eendagsvlieg uit de hitlijsten. Maar een recht aan toe confrontatie van het legendarische Texaanse ZZ Top. Die al ettelijke decennia hun goed geoliede machine weten draaiende te houden met stevige rock en blues. Het publiek, een allegaartje van leeftijden, had zich van te voren kunnen opwarmen aan het sterke Hasseltse Drive Like Maria. En dat ging uiteraard gepaard met de nodige bekers gerstenat .

Gehuld in zwart pak, dito zonnebril en hoed braken de veteranen Billy Gibbons en Dusty Hill het ijs met “Got me under pressure”, voortstuwend op de strakke drumlijn van Frank Beard. De fans lusten er pap van. En meteen volgde de ene klassieker de andere op.. Een half uur later werd in het zwoele “Cheap Sunglasses” nog eens duidelijk waarom Gibbons een begenadigd gitarist is. Het nummer ging lekker, doch niet al te hard vooruit als bij een achttien wieler en schakelde bij momenten verontrustend hard in de bochten. Net daar bewees Gibbons met mooi solowerk terug zijn staat van dienst. In de laatste strofe jongleerde Dusty met wat tonica akkoorden. Waarop Gibbons zijn Miss Pearly Gates trachtte te temmen door haar snarenwerk te schrobben tegen zijn gitzwarte broek. Waarin hij ook slaagde.
Het gevaarte kwam zonder al te veel weerwerk mooi tot stilstand. En zo hoorde het ook.
Maar er lag nog veel asfalt en de manier waarop dat rubber aan flarden gereten moest worden, kon haast niet sneller gebeuren dan met de inzet van Muddy Waters’”Catfish Blues” en Jimmy Hendrix’ “Foxy Lady”. Beide songs werden vlekkeloos gecoverd. Maar de olie die het handeltje de weg ophield. Kwam wellicht uit die zelfde al 39jaar stuwende machine en kon naar mijn oordeel best wel eens vervangen worden. Want vooral in “Foxy Lady” miste het nummer de kracht en spontaniteit van het origineel. Hopelijk is dit slechts een klein opstakel in een adembenemende anderhalf uur durende rit.
Voorlopig nog geen nieuwe nummers te bespeuren. Voor hun doorbraakhit “Gimme all your lovin’” stuwden ze het stugge “I Got Paid” door de speakers. Waarin Gibbons zijn slidegitaar tot leven bracht Dusty letterlijk heel hard op zijn bas zat te rammen en Beard vanachter zijn indrukwekkende dubbele basdrumkit (met ellipsvormig rack) het tempo opdreef. Waardoor dit nummer terug leven in de brouwerij bracht. Het publiek hield ervan. Vervolgens speelden ze “Sharp Dressed Man”, “Legs” en “Tube snake Boogie”. Maar nog steeds geen verbrand rubber. De routine had zich meester gemaakt van de machine of toch vooral van Frank Beard. Want alleen een strak spel nodigt niet uit tot meer. Naar het einde toe nog werden nog steeds geen nieuwe nummers gespeeld. Wetende dat er een nieuwe plaat in zicht is. Maar niet getreurd. De Texanen gingen voort op hun elan en eindigden de show in schoonheid met alweer 2 grote kanjers “La Grange” en “Tusk”.

Kortom van niks te weinig. Maar ook van niks te veel ging ik met opgeheven hoofd en brede glimlach naar huis. Nice!

Review livegig van 12.06

Organisatie: Live Nation

Yo La Tengo

Yo La Tengo: Freewheeling Yo La Tengo

Geschreven door

Yo La Tengo heeft al twintig jaar een eigen unieke kijk op de gitaarpsychedelica, met groepen van toen: 11 th Dream Day, Seam, Flowerhead, The Wedding Present, Firehose, The Fall en Slint; een muzikaal verkenningspad van een poppy dromerig, sfeervol en loungy geluid tot een bedreven, noisy sound in een tapijt van fuzz en distortion. Avontuurlijk, boeiend en intrigerend.
Het drietal uit Hoboken, NYC, Ira Kaplan (gitaar), vrouwlief Georgia Hubley (drumster, knipoog naar Moe Tucker van V.U.) en Jamers McNew op bas hadden vanavond een speciale formule klaar: ze speelden een semi-akoestische set van hun oeuvre in een soort persconferentiestijl, waar het zittende publiek allerlei vragen kon stellen over hun rijkelijk gevulde carrière, samenwerkingen, ervaringen over filmsoundtracks (o.a. ‘The sounds of the sounds of science’), kennis van Belgische bands, ontmoetingen met andere artiesten (waaronder Rollins/Black Flag, Daniel Johnston) tot zelfs vragen over de Simpsons.

’Freewheeling’ Yo la Tengo staat voor een geheel aan shows van muzikaal entertainment, die ze in de VS regelmatig doen door hun songs spaarzaam te begeleiden. Het is ‘Talking - Enjoying – Playing’. Hierin zitten er geen requests, maar de ‘vraag- antwoord’ vorm werd telkens met een song getrakteerd. In september verschijnt het nieuwe werk; in het begin van de ruim anderhalf uur durende set kregen we enkele intens sfeervolle songs te horen. In het tweede deel van de set klonk de band krachtiger door een repetitief basspel, een ietwat fors klinkende drums en Ira, die eens kon loos gaan op z’n akoestische en elektrische gitaar, waarbij hij vanuit z’n stoel de pedaaleffects stevig kon indrukken of het geluid vervormde tegen z’n versterker!
We hoorden prachtversies van “Big day coming”, “Pass the hatchet, I think I’m good kind”, “What can I say”, “Sugarcube”, “Mr Tough” en “This is YLT”. De afwisselende zang en de samenzang sierden het geheel.
Ze breidden er nog een uitgebreide bis aan met een sober en elegant “Speeding motorcycle” - btw jarenlang geweerd in de setlist, maar … op verzoek nu toch wel gespeeld, Lou Reed’s “Best friend” en het intiem pakkende “I feel like going home”.

Een enthousiaste band en een nieuwsgierig publiek: een los ontspannende formule en interactie die niemand onberoerd liet, en een sterke respons opleverde.

Organisatie: Botanique, Brussel

ZZ Top

ZZ Top: zompig en onverwoestbaar

Geschreven door

De inmiddels al ietwat grijzere baarden van ZZ Top deden voor een uitverkocht en bijzonder enthousiast Vorst Nationaal wat van hen verwacht werd. De blues en boogie spelen, hard en zompig en zonder franjes. Billy Gibbons en Dusty Hill (beiden gans het optreden met zonnebril, zwart pak en Texas-hoed) hielden het showgedeelte beperkt tot enkele synchrone pasjes en een video wall met fijne projecties en clips. De heren zingen na al die jaren nog behoorlijk snedig en Gibbons’ gitaarspel blijft indrukwekkend, er zit hoegenaamd nog geen sleet op die immer bruisende en rokerige totaalsound.

De setlist kwam geheel uit de seventies en natuurlijk uit hun kanjer “Eliminator” uit ’83, zo speelden ze het ijzersterke trio “Gimme al your lovin’”, “Sharp dressed man” en “Legs” in één ruk na elkaar op het einde van de set, met de bijbehorende videoclips op de achtergrond, u weet wel, met die wulpse dames en de legendarische rode ZZ Top mobiel. Zelfs de witte wollen gitaren werden bovengehaald tijdens “Legs”.
Het optreden was al spetterend van start gegaan met een stuwend “Got me under pressure” en het even onvermijdelijke als wonderlijke duo “Waitin’ for the bus” en “Jesus just left Chicago”. Van dan kon het al niet meer stuk en de krasse knarren beukten op dit tempo verder gedurende anderhalf uur. Tussen de sterke seventies klassiekers door, waarvan een beestig “Just got paid” tot onze favoriet van de avond werd bekroond (die heerlijke slidegitaar !!), drenkte het trio zich verder in de blues via twee nieuwe songs (nou, nieuw, eentje ervan was een Muddy Waters cover) waardoor wij een vermoeden krijgen dat de nieuwe plaat (met Rick Rubin achter de knoppen!) wel eens een aardig stukje roots en retro zou kunnen worden. De Hendrix klassieker “Foxy Lady” kreeg een geweldige beurt en de absolute krakers werden netjes tot op het eind gehouden.

ZZ Top biste met de gemene boogie-lap “Tubesnake boogie” en ontplofte volledig met een lange versie van -uiteraard- “La Grange” (met een gloeiend stuk “Bar-B-Q” in verwerkt, nog zo een kraker van het eerste uur) en een wild “Tush” er onmiddellijk achteraan. Een bruisend einde van een geweldig avondje stomende hard-rock, boogie en blues.

Organisatie: Live Nation

New York Dolls

Cause I sez so

Geschreven door

Spreken we eigenlijk nog van de New York Dolls als er maar twee oorspronkelijke groepsleden meer in leven zijn, namelijk Sylvain Sylvain en David Johansen ? Waarom niet ? Bij Lynyrd Skynyrd zijn er inmiddels al dubbel zoveel doden als er effectieve groepsleden zijn (onlangs zijn er nog 2 naar de haaien vertrokken) en de band blijft hardnekkig optreden.
Voor NYD is dit al de tweede come-backplaat sinds de reünie na 30 jaar, dit na de bijzonder gesmaakte ‘One day it will please us to remember even this’, en het is alweer eentje die er zijn mag. Fans van het eerste uur zullen wel even schrikken, het geluid dat hier wordt verwekt kan op zijn minst verrassend genoemd worden voor deze band. De groep heeft met de nieuwe bandleden ook een andere sound gecreëerd, wat resulteert in een gevarieerde en verrassende plaat. De eerste twee songs, de bruisende rockers “Cause I sez so en “Muddy Bones” zijn nog wel vintage NYD, en de afsluitende gemene lap punkrock “Exorcism of despair” is eveneens kenmerkend, maar elders lijkt het soms wel of David Johansen zijn alter ego van een aantal jaren geleden, nl “Buster Poindexter”, terug van onder het mos gehaald heeft (“Tempation to exist” en “Nobody got no bizness”). Ijzersterk is de ronkende blues “This is ridiculous” waarin Johansen met lichte overacting de show steelt, ook weer geen typerende song voor the Dolls maar wel een dijk van een nummer. En dat de heren een loopje nemen met hun verleden benadrukken ze met een wel heel speciale remake van hun klassieker “Trash”, die hier een fris reggae jasje wordt aangemeten.
Door de veelzijdigheid is ‘Cause I sez so’ eigenlijk meer een David Johansen plaat dan een NYD plaat geworden, maar ons hoort u niet morren, want het is een goeie.

Jasper Erkens

The brighter story

Geschreven door

De jonge Jasper Erkens (nog maar 16 btw!) speelde zich met z’n akoestische gitaar letterlijk in de kijker toen hij vorig jaar de publieksprijs en de tweede plaats behaalde op Humo’s Rock Rally. Een bijzonder talent die gevat en sympathiek de verhalen van z’n dagboek (over prille liefdes) zingt, gedragen door z’n helder doorleefde stem op die leeftijd.
Erkens haalde de mosterd bij songwriters als Damien Rice en Jeff Buckley. Z’n sfeervolle, dromerige ‘on the road’ akoestische gitaarsongs, worden soms spaarzaam begeleid en krijgen kleur krijgen door piano, strijkers en percussie. Pop met een dramatische ondertoon. Elf songs die de moeite waard zijn en een handvol uitschieters, “Waiting like a dog”, “How could I know”, “Stay alive”, “Needed”en de weergaloze cover “Crazy” van Gnarls Barkley.
Deze jonge gast uit Diest raakt de gevoelige snaar. Eenmansband die zelfs in een breder concept met band overtuigt.

Empire of the sun

Walking on a dream

Geschreven door

Empire of the sun is een Australisch electroppopduo, Luke Steele – Mick Littlemore, die graag stoeien met elektronica, ‘70’s psychedelica en beats. Ze gieten het in een popmelodieuze structuur en brengen op die manier lekker in het gehoor liggende catchy electropop, waarin een vleugje experiment niet wordt geschuwd. Ook Steele’s karakteristieke stem, die hoog kan uithalen, draagt naast de dromerige, gezapige beats bij tot een zorgeloze droomwereld. Ze brengen flower power en futuristische spacey sounds dichter bij elkaar. “We are the people” en de titelsong komen er heel sterk uit op dit album. Ook de sfeervolle aanpak op “The word” en “Without you” valt mee , maar de experimentjes bieden soms maar een halfgoed resultaat zoals op “Delta bay”. De groep leunt nauw aan de sound van MGMT en kunnen niet omheen invloeden van David Bowie (“Tiger by my side”) en Prince (“Swordfish hotkiss night”). En een hoes die glamour, verleden en toekomst samenbrengt. Of het zorgt voor een grootse toekomst, is een andere zaak!

Overgrass

Hold time

Geschreven door

De Amerikaanse singer/songwriter M.Ward heeft al zes platen; ‘Hold time’ betekent de definitieve doorbraak naar Europa, waarbij hij z’n veelzijdigheid als muzikant onderstreept, een gevarieerd album dat moeiteloos dromerige rock, bluesy rock’n’roll, ballads en georkestreerde country’roots’pop naast elkaar plaatst; hij weet allerlei invloeden samen te voegen wat een leuke, afwisselende plaat van kwalitatief materiaal oplevert dat voortborduurt op de traditionele Amerikaanse wortels; ook schuwt hij jaren ’50 Buddy Holly en Don Gibson niet; luister maar eens naar zijn bewerking van “Rave on” en “Oh lonesome me”; hij deed beroep op Lucinda Williams en actrice Zooey Deschanel, met wie hij nog een cd’tje opnam onder She & Him.
Per beluistering winnen de songs aan zeggingskracht; het levert pareltjes van songs op, “Stars of Leo”, “To save me”, “Hundred million dollar”, “Fisher of men” en de titelsong.
’Hold time’ bevat tijdloze muziek en bevestigt de omschrijving van M. Ward als een ‘modern day troubadour’.

Röyksopp

Junior (2)

Geschreven door

Het Noorse duo Röyksopp uit Tronsö kwam in 2001 in de belangstelling met de cd ‘Melody AM’; de single “Eple” werd meteen het uitgangsbord van de band: beeldrijke elektronica van de poolvlaktes; op de tweede cd ‘The understanding’ combineerden ze pop, ‘80’s electro en trancegerichte dansbeats; drie jaar later is er van het duo Torbjorn Brundtland en Svein Berge de derde plaat ‘Junior’, waarbij ze gaan voor de gulden middenweg, met een keur aan gastzangeressen: Anneli Drecker (van Bel Canto), Karin Dreijer Andersson (The Knife/Fever Ray ), Lykke Li en Robyn.
”Happy up here” is een vervolg op “Eple”; “Silver cruiser” en “Royksöpp forever” laten de ijzige wind voelen en de dames spelen een hoofdrol op de popelektronica van “The girl and the robot”, “Vision one” en “You don’t have clue”; tot slot klinken op “Tricky tricky” diepe ‘80’s wavebeats door, wat de groep dichter bij het vervlogen Suicide brengt.
Röyksopp heeft een evenwichtige cd uit met lekker in het gehoor liggende, dromerige en fris tintelende groovende electropop.

Whitesnake

David Coverdale’s revanche

Geschreven door

Op verkiezingsdag zondag 7 juni stond één van mijn ‘all time favorite bands’ in de Brusselse AB: Whitesnake. De voorbije jaren had ik Whitesnake een aantal keren gezien op enkele festivals. De band met de charismatische frontman David Coverdale kon mij toen geen enkele keer overtuigen en dit vooral vanwege de tegenvallende, wispelturige vocalen van de grootmeester ‘himself’. Met wat ambivalente gevoelens begaf ik mij naar de uitverkochte AB en kwam naderhand aangenaam verrast thuis van een fantastisch concert vol hoogstaande melodieuze rock.

Whitesnake bestaat sinds 1977. David Coverdale richtte de band op nadat zijn avontuur bij Deep Purple was afgelopen. Doorheen de geschiedenis laste de band enkele lange pauzes in. Ondertussen is Whitesnake sinds 2004 terug goed op dreef in wat nu al de vijftiende line-up is. Vorig jaar verscheen dan ook nog eens het uitstekende nieuwe album ‘Good To Be Bad’, de opvolger van ‘Slip Of The Tongue’ uit 1989.

Support-act van de avond was het onbekende Electric Mary. De avond ervoor hadden we de heren al tegen het lijf gelopen bij het concert van John Waite in de Spirit Of 66, waar ze enkele dagen later ook een headline show zouden gaan spelen. Nu mochten ze openen voor Whitesnake, wat ongetwijfeld een hele eer was voor deze sympathieke Australiërs. Stevige ruwe ongepolijste rock-’n-roll, waarbij vooral de schorre, schreeuwerige vocalen van zanger Rusty Brown opvielen. Duidelijk een geroutineerde band, al mikt men nu pas met het vorig jaar verschenen album ‘Down To The Bone’ op internationaal succes. Er was echter één groot minpunt aan de set en dat was de foutieve geluidsbalans, die meer dan eens in het rood ging! Jammer, want om het wat dragelijker te maken zag ik menig doorwinterde hardrockfan de frontlinie verlaten om achteraan in de zaal te gaan luisteren.

Niet zo bij Whitesnake, die meteen de juiste sound neerzette. Na de “My Generation” introtape trapte de band af met “Good To Be Bad”, de openingstrack uit het nieuwe album. De sfeer zat er meteen goed in en het was duidelijk zichtbaar dat de band er erg veel zin in had. David Coverdale, die straks 58 wordt, zag er behoorlijk fris uit. Bovendien was hij deze keer erg goed bij stem, al kun je niet ontkennen dat Coverdale het uiterst moeilijk heeft om de hoge noten te halen. Gelukkig werd hij vakkundig geholpen door een zeer sterke begeleidingsband (die meermaals de vocalen van hem overnam) en kreeg hij ook technische hulp van de man achter de geluidstafel. Over de songs uit de setlist zijn de meningen sterk verdeeld. Er werden vooral songs gespeeld uit de periode na het titelloze album uit 1987. Enkele uitzonderingen hierop waren “Guilty Of Love” uit ‘Slide It In’, een album dat dit jaar zijn 25ste verjaardag mocht vieren. Hoogtepunt van de avond was het bluesy “Ain’t No Love In The Heart Of The City”, de cover uit Whitesnake’s ‘Snakebit EP’ van 1978. Luidkeels meegezongen door de volle AB…een magisch moment. Ook het kleine Deep Purple stukje “Mistreated”, na “Can You Hear The Wind Blow” sloeg erg aan. Verder zaten de nieuwe songs slim verweven tussen de oudere hits. Als ‘love band’ was er natuurlijk ook plaats voor veel ballads. Het sterke akoestisch gebrachte “The Deeper The Love” en “Is This Love” vormden een rustig middenstuk. Naast de hoogtepunten werd het fel uitgesponnen “Got What You Need” het dieptepunt van de avond. Een vrij saaie drumsolo werd voorafgegaan door een overbodig gitaarduel tussen Dough Aldrich en Reb Beach. Voor Coverdale tijd zat om op adem te komen en zijn nieuw ‘Rebel Spirit’ shirt aan te trekken. Want naast de muziek blijven ‘de looks’ voor Whitesnake natuurlijk erg belangrijk.
De finale was weinig verrassend maar daarom niet minder gewenst. “Still Of The Night” blijft natuurlijk het Whitesnake epos bij uitstek en met een grandioze versie van “Fool For Your Loving” werd iedereen voldaan huiswaarts gestuurd.

Anno 2009 blijft het legendarische Whitesnake nog steeds sterk overeind. Mede door een professionele begeleidingsband weet Coverdale de zwakkere momenten te overbruggen en zo kregen we een avond vol pure 80’s hardrock en emotie. De band speelde wel op veilig en persoonlijk had ik liever wat ouder werk gehoord.
Na enkele mindere Whitesnake optredens kan ik nu concluderen dat dit toch een beetje Coverdale’s revanche was en het zou dan ook volkomen fout zijn als we de efficiënte melodische rock van Whitesnake nu (al) zouden afschrijven!

Setlist: * Good To Be Bad *Bad Boys *Can You Hear
d The Wind Blow / Mistreated *Love Ain’t No Stranger *Guilty Of Love *Lay Down Your Love *The Deeper The Love *Is This Love *Got What You Need *Ain’t No Love In The Heart Of The City *All Your Love Tonight *Here I Go Again
*Still Of The Night *Fool For Your Loving

Organisatie: Live Nation

John Waite

De man achter de monsterhit “Missing You”, voor het eerst op een Belgisch podium.

Geschreven door

John Waite is bij het grote publiek vooral bekend van zijn wereldhit “Missing You”. Waite is echter veel meer dan die ene hit. Zo kennen sommigen Waite uit een ver verleden van zijn werk met The Babys of uit de recentere rockgeschiedenis als frontman van de melodic rockband Bad English. Deze gedistingeerde gentleman konden we al live aan het werk zien op het Arrow Rock Festival van 2006 waar hij toen een prima set speelde. De roodharige Brit woonde geruime tijd in New York maar verblijft nu onder de Californische zon. Eindelijk vond hij ook eens de tijd en het geld om naar het vaste continent te komen voor een allereerste Europese minitournee. De programmatie van deze tour verliep echter niet van een leien dakje, zodat helaas enkele shows werden afgelast. Voor het allereerste optreden van John Waite op Belgische bodem reden we tot in Verviers, waar in de oergezellige club Spirit Of 66, Mr. Wonderful een erg gesmaakt optreden weggaf.

Voor aanvang van het optreden had ik het genoegen om Wouter Kramer te ontmoeten. Deze sympathieke Nederlander (ja…ze bestaan toch!) is verantwoordelijk voor de Nederlandstalige John Waite fansite ‘John Waite The Greatest’. De man volgt Waite op de voet en is zo een beetje Waite’s PR man voor de lage landen.
Het concert begon pas na 21.30 en op dit late uur zat de Spirit behoorlijk vol. Wouter vertelde me dat enkele avonden ervoor in Duitsland slechts een veertig tal fans kwamen opdagen. Gelukkig was er hier toch meer interesse.
John Waite opende met “Best Of What I’ve Got” uit het platina bekroonde debuutalbum van Bad English uit 1989. In tegenstelling tot wat de titel deed vermoeden kregen we een erg zwakke start van het concert. Algemeen was het geluid in de zaal te steriel en veel te dof. De gitaarsound trok werkelijk nergens op, terwijl John’s stem wel onmiddellijk goed zat in de mix. Met deze openingssong werd ook duidelijk dat de band toch de aanwezigheid van een keyboardspeler mag ambiëren. Zowel Waite’s solowerk, alsook de songs die hij met Bad English maakte zouden zoveel rijker klinken met wat keys erbij. Een gemiste kans wat ons betreft maar dit belette ons niet om verder te genieten van de afwisselende set. Tijdens “Back On My Feet Again” liet Waite horen nog steeds over een fantastische stem te beschikken.
“Change” werd wat te vlak gespeeld maar met de Bad English hitsong “When I See You Smile” kreeg hij eindelijk de ganse club mee. Deze ‘number one hitsong’, geschreven door Diane Warren werd luidkeels meegezongen en werd veel beter en authentieker vertolkt dan de versie die we op Arrow 2006 hadden gehoord. Ondanks de geweldige respons bleef Waite zichtbaar gespannen en zeer gefocust. Bij “Whenever You Come Around” (uit ‘Figure In A Landscape’) nam John de akoestische gitaar ter hand. Na een korte onderbreking werd de song hernomen en mede door een prachtige slidegitaarsolo van klassegitarist Jimmy Leahey, werd de song één van de vele hoogtepunten van de avond. John Waite bracht ook enkele leuke covers, waaronder het alom gekende “Along The Watchtower” van Bob Dylan en “Rock ‘n’ Roll” van Led Zeppelin. Beide songs deden de ambiance in de club ferm toenemen.
In de finale werd een erg sterk “Missing You” door iedereen meegezongen, terwijl “Isn’t it Time” de kers op de taart was.

Na het optreden maakte John Waite zich vrij voor zijn fans. Een foto- en signeersessie bevestigde de terechte status als ‘Mr Wonderful’.
John Waite live was dik de moeite. Het werd echter zeker geen feilloos optreden, hiervoor was zijn begeleidingband te onervaren. Gelukkig bezorgde vooral de clubsfeer en de stem van Waite ons toch een memorabele rockavond!

Setlist:
* Best Of What I *Back On My Feet Again *Change *When I See You Smile  *In Dreams *Along The Watchtower *Whenever You Come Around *Bluebird Café *Mr. Wonderful *Time Stood Still  *Encircled *Everytime I Think Of You *Midnight Rendezvous *Head First
*Missing You *Isn’t It Time
*Rock ’n’ Roll

JOHN WAITE VIDEOS ON YOU TUBE
Part1
http://www.youtube.com/watch?v=mSiVdIK6DBA
Part2
http://www.youtube.com/watch?v=w3ZX8qRcIhs
Part3
http://www.youtube.com/watch?v=9KAS8X-Gqig
Part4
http://www.youtube.com/watch?v=N2v3okonNWI
Part5
http://www.youtube.com/watch?v=glYN30xnEZQ

PHOTO Slideshow
http://www.slide.com/r/VU9IjQLE5D-xqWbN300VWwLzSX8neNf7?previous_view=lt_embedded_url

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers


Neil Young

Een ‘Best Of’ Neil Young

Geschreven door

Nonkel Neil Young in Antwerpen: vanaf de eerste noot is onze kwieke zestiger er keihard ingevlogen met “Love and only love” en een stampend “Hey hey my my”. Van een vlammende start gesproken: fantastisch!! En het bleef hoogtepunten regenen: oudjes als “Everybody knows this is nowhere”, “I've been waiting for you” en een beukend “Cinnamon girl” (alle drie 40 jaar oud !), een schitterend lang uitgesponnen (en zo hoort het ook) “Cortez the Killer” en enkele rustige momenten met Young op akoestische gitaar. We hoorden enkele prachtige versies van o.a. “Old man”, “Don't bring me down” en evergreen “Heart of Gold”, met oudgediende Ben Keith die schitterde op pedal steel. Onverwachte songkeuzes waren er met “Pocahontas” of een raggend “Mansion on the hill”. Weliswaar zonder z’n Crazy Horse, maar Young's huidige band beschikt over 'long time buddies' Niko 'the bass player' Bolas, drummer Chad Cromwell en Ben Keith, die beslist niet moesten onderdoen voor The Horse; ze rockten constant de pannen van het dak.
Afsluiten werd gedaan met een stomende “Rockin' in the free world”. Minpunten (als we dan toch moeten muggenziften): niets van de nieuwe 'Fork in the road' CD, waar er volgens ondergetekende toch een aantal songs op staan die zich misschien niet kunnen meten met 's mans klassiekers, maar zeker tot Young's beste werk van de afgelopen 20 jaar behoren (Maar anderzijds hadden we dan wat van al het ander fraais moeten missen). En ... slechts één bis: maar dan wel een (weerom knallend) “Like a hurricane” als apotheose van een dan toch al reeds 2 uur durende show! Chapeau ! ... en dat ie nog lang moge doorrocken!

Setlist (+/-):- Love and only love, - Hey hey my my (into the black), - Everybody knows this is nowhere, - Pocahontas, - Cortez the killer, - Spirit road, - I've been waiting for you, - Mother earth, - Old man, - Don't bring me down, - Going back, - Heart of gold, - Comes a time, - Mansion on the hill, - Rockin' in the free world, - Like a hurricane

Organisatie: Live Nation

Jarvis Cocker

Jarvis: hoogtepunt van een ‘middle-class hero’

Geschreven door

Sheffield...Noord-Engelse stad met stalen zenuwen en een rijk muzikaal verleden. Thuishaven van ondermeer Joe Cocker, Def Leppard, The Human League, Moloko, Arctic Monkeys en Pulp. Laatstgenoemde band werd in 1978 opgericht door de 15-jarige (!) Jarvis Cocker en wist zich pas 16 jaar later, nota bene in volle Britpop gekte, te verzekeren van enige roem en faam met het doorbraak album ‘His ‘N’ Hers’. Nog eens drie albums en een handvol radiohits later zet de groep zichzelf (tijdelijk) op non-actief en begeeft Cocker zich op een succesvol solopad. Onder de artiestennaam Jarvis laat hij vanuit zijn nieuwe stekje te Parijs in 2006 een eerste titelloos album op de wereld los, waarop hij zich profileert als het middle-class popster-tegen-wil-en-dank equivalent van grote voorbeelden Scott Walker en Leonard Cohen. Na het doden van de tijd met gastrolletjes op platen van o.a. Air en Marianne Faithfull verscheen een paar weken terug ‘Further Complications’, zijn tweede soloplaat die hij afgelopen zaterdag in de AB kwam voorstellen.

Een zichtbaar relaxte en goedgemutste Jarvis kwam bij het doven van de zaallichten dartel het podium opgewandeld als een skinny dandy; een tweed jacket uit de kringloopwinkel en de zware donkere bril blijken na al die jaren nog steeds zijn uiterlijk handelsmerk, en sinds kort hoort daar ook een stevige ringbaard bij. Vooraleer er ook maar één noot was gespeeld stak Cocker het publiek reeds in zijn broekzak door een roos van een fan op de eerste rij met het nodige gevoel voor Britse kolder in ontvangst te nemen. Het leek er zelfs heel even op dat Cocker de eerste tien minuten van de set als stand-up comedian zou vullen, maar daar stak zijn begeleidingsband gelukkig een stokje voor door met de semi-instrumental “Pilchard” stevig te openen. Jarvis werkte op zijn recentste album samen met hardcore guru en veelzijdig producer Steve Albini, wat duidelijk heeft geresulteerd in een meer rechttoe-rechtaan geluid, ontdaan van onnodige franjes. Ook live klinken nieuwe nummers als “Angela” (de huidige single) en het titelnummer “Further Complications” als stevige hedendaagse glamrock die Cocker verder inkleurt met sputterende synthpartijen.
Jarvis schrijft songs over typetjes uit zijn publiek, en maakt dan ook de nodige tijd om met dat publiek te interageren. Tijdens het eerste rustpunt “Slush” belooft hij pizza en na enig aandringen ook bier aan elk vocaal talent in de overigens slechts matig gevulde AB Box. Wanneer zowel pizza als bier uitblijven weet een ontwapenende Cocker er zich op magistrale wijze uit te lullen en ontpopt hij zich als een first class entertainer. De crooner in Cocker komt vervolgens boven tijdens “Big Julie”, een nummer met hoog ‘spoken word’ gehalte uit diens titelloze debuut, en het nieuwe “Leftovers” met de schitterende openingszin van Cocker in de rol van verborgen verleider: “I met her in the Museum of Paleontology & I make no bones about it; I said: if you wish to study dinosaurs, I know a specimen whose interest is undoubted”. Wie er de tekstvellen eens bijneemt stoot op het nieuwe album trouwens nog op andere geniale vondsten zoals de binnenkomer “I love your body because I lost my mind” uit het slepende “I Never Said I Was Deep”. Het tempo werd naar het einde van de set toe stevig opgetrokken met het withete “Caucasian Blues”, waarop Jarvis zowaar een blokfluitsolo ten beste gaf, om uiteindelijk een eerste keer achter de gordijnen te duiken na een pompeus “Black Magic”.
In de twee rondes met toegiften liet Jarvis zich van zijn meest fitte kant zien tijdens het punky “Fat Children” om vervolgens met het zachtjes voortkabbelende “Hold Still” het publiek terug muisstil te krijgen, enkele luidruchtige Hollanders niet te na gesproken. Na de onvermijdelijke evergreen “Don’t Let Him Waste Your Time” besloten Cocker & co de set met de langgerekte disco pastiche “You’re In My Eyes (Discosong)”. Jarvis nam hierbij uitgebreid de tijd om zijn vlekkeloos musicerende band voor te stellen, en weg was de middle-class hero.

Ongelofelijk toch hoe Cocker, zonder ook maar één keer de indrukwekkende Pulp catalogus open te slaan, ruim anderhalf uur lang wist te boeien. De cynische romanticus, de gelouterde dandy en de sexueel gefrustreerde vrijgezel: we hebben ze zaterdagavond allemaal de revue horen passeren. Een uniek optreden met vele gezichten dus, of om het met de lyrische woorden van Cocker zelf te zeggen “If I could, I would refrigerate this moment. I would preserve it for all time”.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Ancienne Belgique

The Rakes

Klang

Geschreven door

Het Britse The Rakes is toe aan hun derde cd. ‘Capture/Release’ overtuigde met strakke, springerige en snedige pospunkpopsongs. ‘Ten New Messages’ klonk breder door toetsen en door het sfeervoller materiaal minder boeiend en spannend. De derde cd ‘Klang’ laat de energieke aanpak horen van hun debuut.
Deze 2e lijns postpunk band, samen met Futureheads en Maxïmo Park, heeft opnieuw tien songs klaar die vinnig en opzwepend klinken. Kort, krachtig en opbouwend en meeslepend, onder de neuzelende zang van de charismatische Alan Donohoe, die opvalt met z’n typische spastische Ian Curtis elleboog bewegingen en hoekige Piet Goddaer danspassen.
De eerste nummers van de plaat zijn heel sterk: “You’re in it”, “That’s the reason” en “The loneliness of the outdoor smoker”. Ook in het oog springt “1989” en het aanstekelijke basspel op “The light from your Mac”. Af en toe nemen ze wat gas terug en tav de vorige plaat modderen die songs niet weg, “Woes the working woman” en “Muller’s Ratchet”, met pianoloops en toetsen .
The Rakes hebben een broeierig frisse plaat uit en laten zich duidelijk herontdekken …

Great Lake Swimmers

Lost Channels

Geschreven door

Tony Dekker is de spil van het Canadese Great Lake Swimmers. We hoorden al platen van sfeervolle en weemoedige americanapop, geënt op een intiem semi-akoestische gitaarspel en – getokkel, banjo, steelpedal en viool, onder Dekker’s klaaglijke zang. Great Lake Swimmers plaatste zich met gemak naast bands als Timesbold, South San Gabriel, Songs: Ohio, My Morning Jacket en artiesten als Drake, Buckley en Will Oldham.
De nieuwe plaat klinkt uitbundiger en luchtiger. “The Chorus in the underground” en “Still” zijn pure countryfolk, opgezweept door een aanstekelijk gitaarspel, banjo en viool. Ook de kaart van dromerige pop wordt getrokken op songs als “Palmistry”, “Everything is moving so fast”, “Pulling on a line” en “She comes to me in dreams”. “Stealing tomorrow” wordt gedragen door Dekker’s intrinsieke stem en op “River’s edge” en “Union falling into harmony”, net toevallig de twee besluitende nummers, klinkt Great Lake Swimmers vertrouwd en beantwoorden ze aan het gekende melancholische recept.
Great Lake Swimmers heeft een gevarieerde plaat uit binnen zijn softpopgenre, bijt van zich af en bewijst één van de interessantste Canadese bands te zijn van het moment!

Nashville Pussy

From hell to Texas

Geschreven door

In de categorie ‘bier, rock’n’roll en tetten’ heeft Nashville Pussy alweer een voltreffer gescoord. ‘From hell to Texas’ heet hun nieuwe lap lawaai en die is even subtiel als een geile baviaan die schaamteloos ‘en plein public’ al zijn vrouwelijke soortgenoten een beurt geeft. Voor finesse en etiquette is Nashville Pussy radicaal gebuisd, voor vuile praat en vunzige rock’n’roll halen ze een tien op tien.
Vettig plaatje is dit. Motorhead, Alice Cooper, AC/DC en ZZ Top zijn nog steeds de referenties. Gooi daar dan een smak punkrock op en je hebt de formule van Nashville Pussy. Simpel en doeltreffend.
Het is al hun vijfde plaat en, ook al verschilt die qua sound in weinig van de voorgangers, het is hun beste sinds het debuut ‘Let them eat pussy’ van 10 jaar geleden. Vinnig, beestig, vet en rechtdoor.

The Drones

Havilah

Geschreven door

Nog steeds heeft deze wonderlijke Australische band nauwelijks voet aan de grond gekregen in de rest van de wereld. Wij weten echter al langer dan vandaag dat ze de tot op heden al drie wereldplaten hebben gemaakt. The Drones begeven zich qua sound in het vuile en moerassige gebied waar ook The Birthday Party, The Jesus Lizard, Two Gallants, Woven Hand, The Scientists en The Beasts of Bourbon een nest hebben. Op het alweer geweldige ‘Havilah’ wordt wat gas teruggenomen. De plaat is iets properder en rustiger dan zijn voorgangers, maar is even intens. Het begint nog met twee furieuze krakers “Nail it down” en “The minotaur”, maar daarna gaat de geluidsmeter een stuk minder in het rood. Meermaals worden de akoestische gitaren bovengehaald in mooie dromerige songs als “Careful as you go” en “Penumbra”. Onze favorieten zijn “I am the supercargo” en “Luck in odd numbers”, songs die snijden tot op het bot, The Drones op hun best : grillig, scheurend en bloedend. Als we dan toch een zweempje van kritiek mogen hebben, dan is het dat er net iets meer songs van dit kaliber op de vorige twee albums stonden, waardoor deze ‘Havilah’ voor ons half puntje minder scoort dan zijn twee quasi onovertreffelijke voorgangers. Maar dan nog is dit album alweer een nieuw meesterwerk in het repertoire van deze nog jonge band. Minder bruut geweld, evenveel bezieling en gedrevenheid.

Tiga

Ciao!

Geschreven door

De Canadese DJ/producer Tiga is vooral gekend door zijn karrenvracht aan remixes die hij al maakte. Daartussen staan enkele klinkende namen als Felix Da Housecat, Scissor Sisters, Depeche Mode, The Killers en zelfs ons eigenste Soulwax. Nu brengt Tiga Sontag, zoals de man echt heet, een album uit met eigen werk. Het was van 2006 geleden, toen hij ‘Sexor’ uitbracht. Deze ‘Ciao!’ borduurt verder op de formule van dat album en staat weer garant voor enkele puike electrosongs. Ook dankzij de medewerking van onder andere James Murphy van LCD Soundsystem en de Dewaele brothers.
”Beep-beep-beep” is een matig openingsnummer met een donker kantje. De single “Shoes” heb je al ettelijke malen gehoord; de lyrics staan gebrand in je geheugen. Liedjes over schoenen, het is eens wat anders. “Sex O‘clock” volgt de trend van de catchy teksten. Verder zijn “Luxury”, “Turn The Night On” en “Speak, memory” de opgetogen nummers zoals de vorige twee. Voor het zwaardere electrowerk verwijzen wij graag naar “Mind Dimension”, “What You Need” en “Overtime”.
Er staan ook gevoelige nummers op deze plaat. Obscure samples zorgen voor de basis in “Gentle Giants” dat over liefdesverdriet gaat. Meer liefdesverdriet vinden we in de tien minuten durende afsluiter “Love Don’t Dance Here No More”. Een piano zorgt voor de muziek in de eerste twee minuten, waarop de Canadees prompt van idee veranderde en de muziek plots weer een happy niveau haalt. Na dit nummer is de trip van ruim een uur voorbij.
Tiga levert een geniale plaat af. Fans van electro en dance komen hier zeker aan hun trekken.

Gringo Starr

Gringo Starr: vette brokken zoeken in de soep

Geschreven door

Gringo Starr... Prachtige naam vind ik dat. Dit viertal komt uit Atlanta, stad van de Black Lips met wie ze net een tour in Groot Brittanië achter de rug hebben. De vergelijkingen vooraf met grote namen als The Kinks, Dream Syndicate en in mindere mate The Strokes volstonden ruimschoots om me nog eens uit mijn kot te lokken. Dat gegoochel met namen bleek achteraf weer eens niet te kloppen.

Het optreden begon schitterend met een lillende lap rock vol epische gitaren maar helaas waren het niet allemaal zo'n parels als die opener. Er werd voortdurend van instrumenten gewisseld, slechts ééntje nam niet plaats achter de drums (foei!). Alle vier mochten ze ook al eens de leadvocals voor hun rekening nemen en ze konden ook allemaal effectief zingen. Op zich is daar absoluut niets mis mee, deze vorm van anarchie was zelfs het uithangbord van de legendarische Oblivians! Alleen leek het erop alsof de nummers telkens door de respectievelijke zanger geschreven werden en zo switchten we van het ene genre naar het andere, het ene al wat bedenkelijker dan het andere. Mijn absolute favoriet was dat schriele mannetje met het houthakkershemd (vraag me geen namen) die met een schurende stem heerlijk slepende gitaarsongs bracht die me voortdurend deden denken aan The Del Fuegos. Telkens hij aan de beurt was wist je dat er wat ging gebeuren. Niet dat zijn maten er niets van bakten, dat niet maar er zaten toch een paar serieuze stinkers tussen. Het was een beetje vette brokken zoeken in de soep, gelukkig waren er genoeg om mijn honger te stillen. Het lijkt erop alsof het met Gringo Starr twee richtingen uit kan. Ofwel kiezen ze voor dat betere gitaarwerk en blijven we ze aan ons hart kluisteren ofwel kiezen ze voor die gezichtsloze troep en raken ze zo misschien nog, mits wat geluk, ooit eens in De Afrekening. Misschien is er nog een derde optie: ze kiezen niet en blijven gewoon wat aanmodderen. Benieuwd wat het wordt.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: De Zwerver, Leffinge

Wreckless Eric & Amy Rigby

Briljant duo: Wreckless Eric & Amy Rigby

Geschreven door

Eerlijk gezegd, wist ik niet goed wat ik hier van moest verwachten maar mijn sympathie voor overlevers (en hiermee bedoel ik niet groepen als de Rolling Stones die de dollars blijven binnenrijven maar artiesten die koppig blijven doorploeteren in het bruine kroegencircuit) dreef me toch naar De Zwerver. En daar werd ik totaal onverwacht overrompeld door een briljant optreden.

Wreckless Eric kende zijn moment de gloire eind jaren zeventig bij Stiff Records maar leek nadien veroordeeld tot de marge hoewel de man steeds muzikaal actief bleef. Amy Rigby (Amy who?) is reeds van de vroege jaren '80 bezig, eerst in bandjes als The Last Roundup en The Shams, later solo. In 2005 nodigt ze samen met Marti Jones, Wreckless Eric uit voor de show ‘Cynical girls’ en sindsdien zijn ze blijven samenspelen en werden ze zelfs man en vrouw. Het lijkt een eigenaardige combinatie: een Britse pubrocker en een Amerikaanse singer-songwriter maar het werkt perfect, zo mochten we tijdens een bijna twee uur durende set constateren. Eric op elektrische gitaar of bas, Amy op akoestische gitaar en enkele malen op piano en beiden gezegend met een mooie stem, dat volstond ruimschoots.
Ze brachten krachtige heldere songs, zowel van hem als haar, alsook twee covers : ééntje van de ten onrechte vergeten P.F. Sloan, een ander van de Flamin' Groovies. Hier geen geneuzel zoals we zo vaak horen bij de nieuwe lichting. Enkele nummers werden ondersteund door een elektronische beat terwijl Eric ook niet vies was van af en toe een korte onbeholpen scheurende gitaarsolo. Zijn enige hit "Whole wide world" werd netjes opgespaard tot het einde maar slechts weinigen zaten hierop nog te wachten na zoveel lekkers.
Bovendien is Eric een bijzonder grappig man die het optreden doorspekte met talrijke anekdotes waarin o.a. John Mayall en Van Dyke Parks (stond met die laatste op hetzelfde festival de dag voordien) een flinke veeg uit de pan kregen. Meer dan eens werd het zelfs hilarisch zoals bv. in het begin toen hij onoverkomelijke problemen leek te hebben met de belichting waardoor iemand hem een zonnebril aanreikte. Toen iemand er hem op attent maakte dat hij hiermee op Bono geleek volgde een hartgrondig "fuck". Maar laten we niet vergeten dat de bijdrage van Amy minstens even groot was. Wie een song als "Dancing with Joey Ramone" uit de mouw kan schudden heeft bij mij meteen een streepje voor.

Dit was een fantastische avond die bij elke aanwezige nog land zal nazinderen, met dank aan Piv Huvluv die dit stel naar De Zwerver haalde.

Organisatie: De Zwerver, Leffinge

808 State

Hacienda Night: A Guy Called Gerald en 808 State

Geschreven door

Petrol had een Hacienda-night georganiseerd met een behoorlijk indrukwekkende line-up. Daarvoor dient U wel wat de geschiedenis van de house te kennen. De Hacienda was een club in Manchester die in het begin van de jaren tachtig begon met een diverse programmatie die nog zwaar leunde op de Britse new wave-scene. Met name New Order was van in het begin verbonden met de scene in de Hacienda. Pas in de late jaren tachtig vanaf de tweede Summer of Love in 1988 werd de Hacienda een legende toen acid house een begrip werd en ecstacy in industriële hoeveelheden Groot-Brittanië begon te overspoelen. Uit die tijd dateert ook het begrip anthems, nummers die steeds weer gedraaid werden in de club, met name op de piekmomenten tegen het einde van de avond. Twee van die nummers waren “Voodoo Ray” en “Pacific State” waarvan de respectieve auteurs vanavond op de affiche stonden, met name dus A Guy Called Gerald en 808 State. Om de affiche te vervolledigen waren er nog Justin Robertson, de man ook achter Lionrock en Jon da Silva, een van de residents uit de glorietijd van de Hacienda.

De Hacienda is een legende geworden vanwege niet eens zozeer de muziek, die voornamelijk import was, maar wel vanwege de onvergetelijke sfeer. Ondertussen is dit allemaal twintig jaar geleden en was het ook wel te verwachten dat je dat niet zomaar kan kopiëren. Er was wat te weinig volk in deze examenperiode en in Antwerpen komt alles traditioneel traag op gang. Echt veel sfeer was er dan ook niet, hoewel dat aan de andere kant ook inhield dat er ruimte was om te dansen. Je kon ondertussen ook nog eens rustig Jane Fonda in Barbarella bewonderen maar ze mogen onderhand eens iets anders programmeren want het is nu al de derde keer dat ik die film in de Petrol gezien heb. Het blijft een monument van überkitsch. Justin Robertson mocht de spits afbijten als DJ en hij deed het erg goed. Erg leuke dingen gehoord, zoals flarden Go Bang en veel wat ik niet kende, maar de avond moest nog op gang komen.
Daarna was het de beurt aan A Guy Called Gerald, alias voor Gerald Simpson, die volgens Justin Robertson met wie ik in de toiletten nog een leuk gesprek had ondertussen in Berlijn woont en na een jungle-fase zich blijkbaar met nogal monotone experimentele elektronica bezig houdt. Het kon niet echt overtuigen en het mooiste moment was nog “Voodoo Ray” zelf, de plaat waarmee hij geschiedenis maakte. Daarna kwam 808 State die een aantal bijzonder goeie platen maakten rond 1990. Die stijl kwam bij momenten terug in hun DJ-set, die anders ook wel gevarieerd was. Ik heb het einde van de avond die rond 7 uur geprogrammeerd stond wegens oververmoeidheid niet gehaald, maar het was wel degelijk een geslaagde avond.

Alleen met die bedenking dat het een Petrol- avond en geen Hacienda-night was. Het was ook niet te verwachten dat die sfeer nog opnieuw te creëren viel, hoewel ik wel wat meer oudere clubbers verwacht had.
De mensen op de affiche zijn ondertussen ook muzikaal in andere richtingen geëvolueerd en dat is maar goed ook. Het is goed om te weten waar de hedendaagse dansmuziek vandaan komt, maar het belang van de Hacienda zal altijd meer op sociologisch vlak als belangrijkste exponent van de rave-revolutie dan op het puur muzikale liggen. Andere plekken zoals New York, Chicago en zelfs Düsseldorf waren op muzikaal vlak belangrijker.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Daan

Daan sluit clubtournee ‘en verve’ af in de Nijdrop

Geschreven door

Net tien jaar na het eerste soloalbum komt singer/songwriter Daan Stuyven op de proppen met zijn vijfde studioalbum ‘Manhay’. Tijd voor een intieme clubtournee die startte in Kortrijk en eindigde in Opwijk.
Net het laatste concert kozen we uit om Daan te bewonderen in de Nijdrop. De donkere, mysterieuze omgeving waarvan jongeren zich bij hun eerste bezoek soms de vraag stellen: “Is het wel hier?!”. Jazeker, en … een man als Daan past sprekend in de locatie van de zaal die hoort bij het jeugdhuis van Opwijk.
Het concert zelf dan maar. Voor zijn vijfde album ‘Manhay’ werd hij omringd door een vijfkoppige band (gitaar, piano, drum en
synthesizers). ‘Manhay’ is trouwens een klein dorpje in onze Ardennen waar Daan de inspiratie vond bij het schrijven van zijn nieuwe songs.
Slecht was de Ardense buitenlucht alvast niet voor zijn broeierig nieuw materiaal. De gehele nieuwe CD werd voorgesteld met als opener “Exes”, de single die nu de hitparades haalt. We kregen bij momenten intieme momenten waarbij de synthesizers en beats van vorig werk achterwege werden gelaten. Erg mooi klonken “Your Eyes”, “Brand new truth”, “Bad Boy Bad Girl” en “Beauty calls collect”, …volwassen songs die meeslepend en intens spannend waren en een frisse indruk nalieten.Behouden bleef z’n typerende stem, een onbegrijpelijk gemompel, wat hem net zo uniek maakt.
Stiekem hoopten we nog het betere werk van vroeger eens te horen… Midden tussen de tracks van zijn nieuwe CD bracht hij “The player” en als één van de drie bisnummers, meteen ook het stevigste van de avond zoals verwacht, “Housewife”.

Een concert van de ‘new look’, waarbij hij de electroclash achterwege liet en resoluut koos voor ‘de song’ in al z’n aspecten. Een (bijna) uitverkochte Nijdrop in Opwijk mocht er getuige van zijn. Op naar de festivals …

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Pagina 446 van 487