AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15378 Items)

Sukilove

Static Moves

Geschreven door

Pascal Deweze is de muzikale duizendpoot achter Sukilove. Na het melodieuze rockavontuur van Metal Molly, zagen we hem talrijke leuke bands opstarten als Mitsoobishi Jackson en Chitlin’ Fooks. Sinds een paar jaar is er nu Sukilove. Daarnaast staat hij in voor allerlei producties en duikt hij op in Mauro & The Grooms en Big Star. Het onderstreept mans veelzijdigheid.
Onder Sukilove is hij al bezig sinds 2001, bracht al een paar EP’s uit en na cd’s ‘Sukilove’, ‘You kill me’ en ‘Good in your bones’ voegt hij er nu ‘Static Moves’ aan toe. Hij is met z’n band moeilijk in een hokje te stoppen en dat hoeft ook niet, want we horen hier broeierig, intens slepend, dynamisch materiaal, die oog hebben voor melodie, avontuur en experiment. Geen gladgepolijste popdeuntjes dus!
Er zijn al heel wat mooie zinnen omschreven voor z’n muziek als ‘pop met roestige weerhaken’ en ‘homo erotische rock zonder lipstick’. Kijk, het draait ‘em rond dat Sukilove heerlijk complexe muziek maakt die uiterst gevarieerd klinkt, onverwachtse wendingen ondergaat en doordacht, subtiel is gearrangeerd. Het zorgt er op die manier voor dat de band alle valkuilen kan ontwijken en een eigen geluid heeft, wat nu net de mystiek is van Sukilove. “Rebel” en “Choose your love” zijn alvast uitnodigend, werken prikkelend werken en wekken nieuwsgierigheid op naar de rest van de plaat.

Info op http://www.sukilove.com 

Heathen Foray

Another profile

Geschreven door

Een aanstekelijk en rijkelijk gearrangeerd debuut is afkomstig van de band rondom zanger/pianist Jan Vandecasteele. Hij liet z’n taak van leraar plastische opvoeding even voor wat het was om zich volledig toe te leggen op de uitwerken van deze composities. Samen met de broers Frederik (gitaar)en Simon Segers (drums) en bassist Matthias Debusschere (eerder al Bolchi en Sioen) horen we op ‘Another profile’ broeierige songs die een geheel bevatten van jazzy pop, funk en wave. Het zijn fijne en goed uitgewerkte songs.
Vandecasteele scherpt onmiddellijk de aandacht met “Oh my God”, die a capella start en bepaald wordt door een sober ingehouden pianotoets. Het tweede nummer “Hey hey” ligt in het verlengde, maar klinkt intenser en bedreven. Vocaal doet hij hier denken aan  Antony (van The Johnsons) en Jeff Buckley. Maar in dit nummer durft hij met z’n band al iets voller te klinken, wat op andere songs “Don’t worry” en “Blame” gebeurt met koperblazers en een strijkkwartet. Hij kan in de zang diep gaan (“Hidin’ girl”) en neigt naar Sivert Hoyem van Madrugada of kan hemels en hoog zingen.
Kartasan verrast aangenaam en heeft een sfeervolle, gevarieerde, spannende plaat uit. Als aanzet is dit debuut meer dan hoopgevend voor de toekomst.

Info op http://www.myspace.com/kartasan 

The Flaming Lips

Embryonic

Geschreven door

De weirdo’s van Flaming Lips hebben hun recentste album opgenomen op Mars en hebben daar overvloedig aan de paddestoelen gezeten. Het resultaat is even vreemd als wonderlijk. Zelfs voor een band die van geschifte muziek zijn handelsmerk gemaakt heeft, is dit nog een op zijn minst gezegd buitengewone plaat geworden. Maar het mag dan al een ongewoon album zijn, het ding werkt enorm verslavend. Wayne Coyne, die zich hier ontpopt als de muzikale bastaardzoon van Syd Barret en Captain Beefheart, gaat weer volledig zijn eigen weg en begeeft zich op paden waar nog nooit iemand gekomen is, of ’t moeten dan toch buitenaardse wezens geweest zijn. Coyne gaat meermaals aan het zweven in zijn songs die doorspekt zijn van allerhande spacy vreemde geluidjes, bliepjes en Tarzan kreten. Wat hij hier allemaal staat te verkondigen, weet hij waarschijnlijk zelf niet goed meer, maar het resultaat is even geflipt als boeiend. Traditionele nummers met een kop, een staart en middenrif zijn ver te zoeken, meezingbare refreintjes zijn al helemaal niet te vinden.
Openers “Convinced of the hex” en “The sparrow looks up at the machine” komen nog het dichtst in de buurt van een laat ons zeggen traditionele songstructuur. Het zijn twee fantastische ongeslepen diamanten.
De overige songs mogen lekker piepen, kraken en heerlijk ontsporen, doch ze klinken vooral magisch en avontuurlijk. Zo is het zweverige “Evil” een spacy pareltje, net als “Powerless” dat ondermeer dankzij een gebroken VU- gitaartje een wondermooi brokje emotie is. De gitaren gaan prettig gestoord de meest vreemde richtingen uit in het instrumentale“Aquarius sabotage” en “The Ego’s last stand”, en ook de keyboards hebben aan de acid gezeten in “Worm mountain” en “The Impulse”. De ganse plaat is eigenlijk één buitenaardse trip.
‘Embryonic’ is juist daarom zo goed, omdat je duidelijk hoort dat Flaming Lips hier volkomen hun eigenzinnige goesting gedaan hebben. Ook de productie is rauw en heel open, wat doet blijken dat er niet echt een buitenstaander aan dit kunstwerkje heeft gesleuteld. Was ook absoluut niet nodig.
Het album duurt dik 70 minuten, dus als u eens voor een goed uur van deze aardbol wil verdwijnen, treedt dan binnen in de geestesverruimende wondere wereld van Flaming Lips.

The Raveonettes

In out of control

Geschreven door

Het in LA en New York wonende Deense The Raveonettes, Sune Rose Wagner (zang/gitaar) en de bevallige Sharin Foo (bas/zang), zijn aan hun vierde cd toe, de in 2002 debuterende EP ‘Whip it on’ niet meegerekend. Ze vielen toen op met hun versmelting van ‘60’s gitaar garage rock’n’roll en ‘80’s wave met distortion en feedbackgeraas. Wat hen meteen linkte aan Jesus & Mary Chain, BRMC, The Cramps en Blondie. Door de jaren werd hun sound subtieler en verfijnder, en werd het geluid getypeerd als een soort ‘road movie’ en kauwgomballenpop door de typerende broeierige ‘60’s rock’n’roll stijl, dito gitaargetokkel en de zweverige samenzang. Meer en meer kwamen iconen als The Ronettes en terecht Duane Eddy om de hoek kijken.
De drie vorige cd’s ‘Chain gang of love’, ‘Pretty in black’ en ‘Lust lust lust’ hadden goede dromerige en wervelende songs , maar de ‘jus’ was er toch een beetje van af . Ook de nieuwe cd ‘In out of control’ balanceert tussen een vrolijke en donkere sound, een mix van oud en nieuw in die ‘60’s stijl. Het klinkt allemaal leuk, ontspannend maar ook ingetogen. Zo hebben we de lekker in het gehoor liggende “Bang!” en “Gone forever”, kunnen ze sfeervol en dromerig zijn op de niet voor de hand liggende meezingers “Last dance”, “Boys who rape should all be destroyed”, “Suicide” en “Drugs”, grijpen ze terug naar de ‘80’s wave op “Heart of stone” of durven op een nummer als “Break up girls!” rauw noisy en pittig gekruid te klinken en verwennen ze op die manier de huidige generatie shoegaze fans. Voor elk wat wils dus en goed bevonden, maar ook niet meer dan dat …

Vivian Girls

Everything goes wrong

Geschreven door

De drie rockchicks van Vivian Girls uit NY, zijn misschien wel bloedverwant met de moeder aller rockchicks Kim Gordon; hun sound refereert duidelijk aan Sonic Youth en de ‘90’s vrouwbands als Hole, L7 en PJ Harvey. Ze brengen een frisse wind in navolging van andere andere meidengroepen Shonen Knife en Sleater-kinney.
We horen in een kleine veertig minuten dertien strakke, energieke en opbouwende songs. Spannend en bedreven songmateriaal, met lekkere compromisloze gitaarlicks en –hooks in een Ramones stijl; luister maar eens naar de rechttoe-rechtaan stijl van “Walking alone at night”, “I have no fun”, “The desert” en “Out for the sun”. De groep neemt was gas terug en overtuigt met enkele opbouwende nummers als “Tension”, “I’m not asleep” en “Double vision”. En ze zijn niet vies van de huidige lichting shoegaze van leeftijds- en streekgenoten The pains of being pure at heart, te horen op“The end” en “When I’m gone”.
‘Everything goes’ wrong’ geldt alvast niet voor de knallende, bruisende muziek op de plaat!

Rupa & The April Fishes

Esta Mundo

Geschreven door

Rupa & The April Fishes is een multiculturele band die op anderhalf jaar tijd twee leuke, frisse en charmante platen uitheeft. Al kon de band rond de charismatische, maar kritische Rupa Marya in 2008 nog niet doorbreken met ‘Extraordinary rendition’, dan moet dit zeker lukken met deze opvolger. Rupa Marya is een Indische vrouw die opgroeide in Frankrijk en Noord –Amerika en is momenteel met haar veelkoppige band gehuisvest in San Franscisco. Muzikaal horen we de meertalige teksten in een gezellige ‘mishmash’ van zigeunermuziek, Balkan en chanson binnen een groovy, sfeervolle melodie. Bands als Devotcha, Oi Va Voi, Beirut, Les Negresses Vertes en Manu Chao sluipen om de hoek, maar we kunnen ook niet omheen een vleugje ‘Doe maar’ Nederpop en ons Vaya Con Dios. Ze brengen dit in een breed instrumentarium van blazers, cello’s, accordeon, hobo, contrabas, gitaar en drums.
Ook de teksten en de groepsnaam hebben een bijzonder verhaal: tekstueel is er de veroordeling van cynisme, egoïsme en de terugkeer naar menselijkheid, mededogen en samenhorigheid. April Fish is de Amerikaanse verbastering van wat in het Engels ‘April fool’ wordt genoemd: een idealist, een mens die zo geraakt wordt door de bloesems en beloftes dat hij denkt dat alles mogelijk is, ook al is het onmogelijk; blijven geloven dus, ook als die om je heen ver te zoeken is. Met songs als “Por la frontera”, “Culpa de la luna”, “Soledad” en “Soy payaso” moet het lukken om een breder publiek aan te spreken. Maw deze Rupa & The April Fishes zijn alvast een mooie ontdekking!

Jack Peñate

Leuk, ontspannend en dansbaar avondje met Jack Penate

Geschreven door

Bij het horen van de muziek van de Londense singer/songwriter Jack Penate komen meteen volgende woorden naar boven: leuk, ontspannend, fris, luchtig, bruisend, dynamisch en charmant. In een goede vijftig minuten stelde Penate met z’n vierkoppige band songs voor van z’n twee cd’s ‘Matinée’ en ‘Everything is new’. Een kort, krachtig, ontstressend setje van fraai springerig en sfeervol popmateriaal met aanstekelijke, opzwepende ritmes.

Vanavond bereikte hij ons aan met de ideale muziek om de donkere avonden door te komen en het gure weer van de voorbije dagen even te vergeten; kortom, het ‘Piet-wat-heb-je-geleerd’ recept om je wintervakantie te starten.
Popmuziek als medicament om je zorgen te vergeten, want hij wou iedereen een fijne avond bezorgen, maar hij moest toch wel eerst verdomd veel moeite doen om het publiek warm te krijgen! Het duurde dus even voor de vonk oversloeg naar het publiek, die eerder genoot van die catchy (zomerse) pop, de uitzinnigheid van Penate op het podium en de meezingbare refreinen. De synths en de vrouwelijke backing vocals waren een duidelijke meerwaarde.
De rock’n’roll groove van “Spit at stars” uit het debuut ‘Matinée’ (2007) gaf meteen de juiste maat en tempo, gevolgd door het fris sprankelende “Everything is new”, titelsong van de huidige cd en “So near”. Net als de band kwamen we even op adem met het ingetogen “Every glance”. Maar Penate legde de klemtoon op ‘happy music’, zoals in de dansbare droompop van het opzwepende “Pull my heart away” (klassesong!), de drumbeats van “Let’s all die”, die door de ritmes kon gelinkt worden aan Vampire Weekend en Paul Simon’s ‘Graceland’, “Second minute or hour” was een regelrecht ‘60’s uptempo nummer en van de vaardige “Have I been a fool” en “Today’s tonight” ging het naar het broeierig opbouwende “I’ll be” en “Bodydown”, waarbij Jack de toetsen bespeelde. “Torn on the platform” kon wel de godvergeten doorbraaksingle zijn van ‘Matinée’ en verdient een duidelijke herkansing als men uitgeput lijkt met het huidig single aanbod.
De uitgelatenheid bracht hij in de bis terug aan met een uiterst dansbare en uitgesponnen “Be the one”, die door de diepe bastune de dansspieren sterk injecteerde.

Ondanks de korte set, overtuigden de fraai gearrangeerde, melodieus, relaxte dansbare popsongs, die zich nestelden in onze hersenspinsels. Van deze vrouwelijke Lily Allen konden we al fluitend in de regendruppels huiswaarts rijden. Tof concertje!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Jerry Lee Lewis

Jerry Lee Lewis in concert: familiereünie in het Kursaal Oostende

Geschreven door

Jerry Lee ‘The Killer’ Lewis is een rock’n’roll legende. Hij werd in 1935 geboren in L.A. en ontpopte zich al snel tot een natuurtalent op de boogie woogie piano. Hij scoorde een aantal reuzehits, zoals “Whole Lotta Shakin' Goin' On” en “Great Balls Of Fire” en baarde opzien met zijn pianospel, dat zeer spectaculair was. Jerry Lee bespeelde de piano ook met zijn voeten, danste er bovenop en stak ze soms zelfs in brand.
Hij leidde een turbulent leven vol drank en vrouwen en veegde de vloer aan met moraal en normen. Als jonge twintiger huwde hij zijn 13-jarig nichtje. Een schandaal, dat zijn carrière in het Verenigd Koninkrijk een halt toeriep en waardoor hij in de ban geslagen werd door de moraalridders in de U.S.
Het duurde twaalf jaar voor hij er in slaagde uit het dal te klimmen en beleefde in 1989 weer triomfen met de biografische film ‘Great Balls Of Fire’. De laatste jaren toert de nu vierenzeventig jarige opnieuw. We waren erg benieuwd wat hij er nog zou van terecht brengen.

Maar eerst verscheen zijn zuster Linda Gail Lewis op het podium. Zij is absoluut geen onbekende, maakt ook reeds platen sinds 1969 en nam zelfs een CD vol duetten op met Van Morrison. Het visueel plaatje klopte helemaal: de bandleden, allemaal oudere heren, waren stuk voor stuk rasmuzikanten. Ze zagen er heel authentiek uit, vooral de gitarist met zijn vetkuif en de 62-jarige Linda zelf met haar ouderwetse kapsel en haar grote lederen handtas! Als zuster van de meester speelde ze piano als de beste. Haar bevallige dochter Annie Marie nam ook een deel van de zangpartijen voor haar rekening. Met een resem klassiekers, zoals “Jambalaya”, “Cotton Fields”, “Good Golly Miss Molly”, “Shake, Rattle And Roll” en “Let’s Have A Party” brachten ze de zaal op temperatuur. Helemaal niet slecht, maar ietwat stereotiep, met de typische countrystem van Linda Gail en haar energieke pianospel met iets té veel Jerry Lee loopjes.

Na de pauze keek iedereen in de goed gevulde zaal reikhalzend uit naar de oude meester. Maar hij liet zich nog niet zien. Eerst kwam zijn band, een stelletje uitstekende en grijzende muzikanten uit Memphis (Tennessee), het podium op. Iedereen, drummer, bassist en de twee sologitaristen mochten om beurten een nummertje zingen. Niet slecht, maar iedereen zat toch uit te kijken naar het moment dat The Killer op het podium zou verschijnen.
Toen dit uiteindelijk dan toch gebeurde en de oude, versleten en gebogen legende het podium opslofte, ontplofte de zaal. Jerry Lee liet het zich minzaam welgevallen en plofte zich neer achter de piano. En toen bleek dat hij het métier nog helemaal niet verleerd heeft. Hij bracht een voor zijn doen lange set van 37 minuten met mindere bekende blues en rock’n’roll nummers. Af en toe kon er een flauwe glimlach af en een snedige opmerking, zoals tegen de mensen op de eerste - dure - rijen:
"I don't mind if you don't applaud, as long as you are having a good time". Hij besloot met “C.C. Rider”, “Whole Lotta Shakin’ Goin’ On” en “Great Balls Of Fire”, met grandioze piano- en gitaarsolo’s. Waarna hij, na enkele stramme buigingen richting zaal, terug de coulissen in schuifelde. Totaal uitgeput, dat was duidelijk te zien. Je vraagt je af waarom de man nog steeds blijft optreden.

En, hebben we genoten? Zeker! De pianosolo’s van Jerry Lee zijn steeds inventief, met de meest onverwachte wendingen en twists. Dit viel des te meer op omdat we zijn pianospel konden vergelijken met dat van zijn zuster.  Zijn stem is nog steeds dezelfde, alleen is de dynamiek ver te zoeken. Maar wat wil je? Wie had verwacht dat de man de meeste van zijn beroemde leeftijdsgenoten zou overleven? Zo’n gulzige levensstijl moet zijn tol eisen.
Blij dat we deze laatste kans om hem te zien optreden benut hebben. Laatste kans? Dat zei men vijf jaar geleden ook reeds…

Organisatie: Kursaal Oostende

Crossing Border Festival 2009

Geschreven door

Crossing Border Festival 2009: bijzonder geslaagde eerste editie van het Crossing Border Festival met Patrick Watson en Monsters of Folk als uitschieters

Het Nederlandse Crossing Border Festival in Den Haag bestaat al sinds 1993 en brengt een mix van literatuur, muziek, en alles wat daar rond hangt zoals kortfilms en interviews met muziekjournalisten of fotografen. Crossing Border besliste om dit jaar ook in België dit festival te organiseren, en zo kwam het dat we naar een uitverkochte eerste editie van Crossing Border Antwerpen konden gaan in de Arenbergschouwburg.
De organisatie was er in geslaagd een fantastische affiche samen te stellen, die muzikaal zeker ver boven de programmatie van De Nachten uitstak, dat andere Antwerpse muziek- en literatuurfestival. Het zou dus kiezen worden, een beetje zoals op Pukkelpop dus, en slenteren tussen de grote zaal (omgedoopt tot La Zona Rosa) en de drie kleinere zalen. We kozen er voor om optredens volledig uit te zitten, en niet om zoals op Pukkelpop 25 minuten van een optreden mee te pikken om dan nog 30 minuten van een ander concert te gaan bekijken. Je zal hier dus geen verslagen vinden van Wild Beasts, The Antlers, Steve Earle of Madensuyu …

Het Crossing Border festival werd voor ons geopend door Mumford & Sons, een viertal uit Londen, die hun debuutalbum, ‘Sigh no More’, pas in oktober uitbrachten. Ondertussen is deze Engelse folkrock groep rond Marcus Mumford, opgepikt door de media en is het heel snel gegaan: de single “Little lion man”, met de fantastische zinsnede “But it was not your fault but mine, and it was your heart on the line, I really fucked it up this time, didn’t I my dear” zit bijvoorbeeld in heavy rotation op zowel Radio Eén als Studio Brussel. Een pluim dus voor de organisatie dat ze deze band opgepikt hadden nog voor ze goed en wel bekend waren. Marcus Mumford leek van ver wel een beetje op Greg Dulli van Afghan Whigs of Twilight Singers: stevig gebouwd en een Romeinse, lichte haviksneus. Naast de typerende banjo die in “Little Lion man” gebruikt wordt, hadden Mumford en Sons een ruime set instrumenten: staande bas, drums, gitaren en piano. Ook opmerkelijk is dat de muzikanten dikwijls van instrumenten wisselden en natuurlijk ook de a-cappella zang, die misschien wel niet zo hoog ging als bij Fleet Foxes, maar hoedanook de nummers naar een hoger niveau stuwde. Na vijfendertig minuten zat het optreden er op, maar we hadden alvast een eerste hoogtepunt van Crossing Border meegemaakt.

Over naar de grote zaal dan, waar we nog een nummer of drie van The Low Anthem konden meepikken. Volgens velen is ‘Oh my God, Charlie Darwin’ één van de beste albums van 2009. We pikten nog net drie totaal verschillende nummers mee, een honky tonk blues a la Tom Waits en twee mooie akoestische nummers, met onder meer het spooky geluid van crotales (een soort mini-cymbaaltjes op een rij), die met een strijkstok bespeeld werden.

Na deze twee klasse optredens, naar de Red Eye Fy zal dan, voor een korte fotoprojectie op beats van de Engelse rockfotograaf Kevin Cummins. Eigenlijk louter toevallig heeft Kevin Cummins een hele generatie van essentiële rockgroepen uit Manchester op de gevoelige plaat gelegd, van de late jaren zeventig tot de midden jaren negentig. We kregen dus mooie maar ook grimmige foto’s van onder meer The Buzzcocks, Joy Division, New Order, The Fall, The Smiths, The Stone Roses, Happy Mondays en Oasis en het wereldje rond de legendarische club ‘The Factory’ (zie ook de film ‘24 hour party people’). Cummins heeft eigenhandig mee de rockfotografie veranderd (een beetje zoals Anton Corbijn) en heeft ook een heel groot aandeel gehad in de iconografie van bands zoals Joy Division, door die groepen in ongewone poses af te beelden in het grauwe, door crisis geteisterde Manchester van de jaren tachtig. Tijdens het interview met de man kwamen we te weten dat die klassieke foto’s, eigenlijk niet bedoeld waren om langer mee te gaan dan de volgende editie van de New Musical Express, maar het is anders uitgedraaid. We maakten ons ook de bedenking, dat het grauwe, desolate Manchester van die tijd allang niet meer bestaat. Niettemin, een interessant interview en prachtige foto’s.

Patrick Watson zorgde voor het volgende hoogtepunt. De grote zaal was goed volgelopen, zodat we nog net een plaatsje vonden op het uiteinde van het balkon. Het grote voordeel daarvan was dat we bijna op het podium zaten, zodat we de man van heel dicht in actie konden zien. Deze dertigjarige Canadees, met de iconische pet en de zijden stem die soms aan Jeff Buckley doet denken, bracht in 2009 het album ‘Wooden Arms’ uit, nadat hij al eerder onder meer een belangrijk aandeel had in het album ‘Ma Fleur’ van Cinematic Orchestra. Veel nummers dus uit ‘Wooden Arms’, met onder meer uitschieters zoals “Big Bird in a small cage” en “Travelling salesman”. Intieme ballads werden afgewisseld met cabareteske nummers waar Tom Waits dus niet het alleenrecht op heeft. Zeker een hoogtepunt, wat ook bleek uit de staande ovatie van het publiek. Patrick sloot af met een a-capella “The man under the sea”, waarbij de micro op zij gezet werd en hij de zaal het refrein ‘the fish and the sea’ liet meezingen.

Na dit prachtige concert was het tijd om even te bekomen, een drankje, plus nog een stuk van de akoestische set James Yorkston meepikken, die niet echt kon overtuigen, ook al omdat de man zelf niet voor de volle honderd procent er voor ging.

The Bony King of Nowhere, de enige Belgische groep die we vanavond zouden zien, wist ons te overtuigen, door de warme klank, de stem van Bram Vanparys die wel wat van Nick Drake heeft, en de single “ Taxidream”. Toch wel een verrassend optreden, want de debuutplaat ‘Alas my love’, vonden we niks, vooral dan door het kale geluid op die plaat.

We wisten niet wat we moesten verwachten van Stephen Malkmus solo, net als Evan Dando vanThe Lemonheads, één van mijn jaren negentig indie-helden, maar net als Evan Dando, lid van de orde van de notoire valszingers. En ja, onze vrees leek bewaarheid te worden, de eerste drie nummers was het niet alleen de gitaar die vals klonk, ook de stem van Stephen Malkmus tuimelde ongegeneerd van de toonladders. Het was pas toen de man zijn bril afzette, en een pintje aangereikt kreeg, dat zijn stem en gitaarspel erop verbeterde. En toen kwam het toch nog goed, met een hele reeks briljante Pavement klassiekers zoals “Spit on a stranger”, “Trigger-cut/Wounded kite at :17”, “Heaven is a truck”, “We Dance” (“There is no castration fear”), waarbij rake observaties en complete onzinteksten elkaar afwisselden. Op het einde mochten de Pavement fans nog verzoeknummertjes aanvragen, zodat we nog getrakteerd werden op “Shady Lane” en “Range Life”. Hopelijk passeert de Pavement-reünie ook in België volgend jaar.

We zouden bijna vergeten dat er ook nog literatuur aan bod kwam op Crossing Border, maar door de overvolle muziekprogrammatie, hadden we eigenlijk weinig tijd om ook eens interessante schrijvers bezig te zien. De grote zaal zat overvol voor Monsters of Folk, maar eerst kregen we nog een korte opwarmer door Luuk Gruwez, die korte gedichten bracht waarin hij bommen op Kortrijk wou gooien (zijn geboortestad), reflecteerde over de dood van zijn vader, en het had over dikke mensen en moeders.

Monsters of Folk, begon om kwart na tien aan een marathonconcert van twee uur kwart (het was dus al goed maandagmorgen en werkweek toen het concert afgelopen was). Deze supergroep met Jim James van My Morning Jacket, Conor Oberst van Bright Eyes, M. Ward en Will Johnson van Centro-Matic/ South San Gabriel, had er zin in op de laatste avond van hun Europese tournee. De heren zaten net in het pak, en gingen stevig van start, het leek wel of we in Nashville op een concert van Billy Ray Cyrus beland waren, of in een country and western revue. Jim James leidde zijn boys in, en iedereen kreeg zijn kans om een stukje te zingen. Meest waren we gecharmeerd van de duetten tussen Jim James en M. Ward, want de combinatie van hoge falset met de groezelige stem van M. Ward werkte het best. Spijtig dat Will Johnson maar een nummer mocht zingen, want hij bracht het er schitterend vanaf. Conor Oberst moest het vooral van zijn teksten hebben, want zijn karakteristieke stem biedt weinig variatie. Het best was Monsters of Folk in de rustige folksongs, of in de mid-tempo harmonieën, zoals de triphopballade “Dear God”, waarin zowel Jim James, Conor Oberst als M. Ward een stuk van de zang voor hun rekening namen. De uptempo countryrockers kon ik minder smaken, omdat die songs gewoon minder sterk waren. Aangezien het concert meer dan twee uur duurde, kregen de individuele leden van Monsters of Folk ook de kans eigen solonummers te brengen. Een van de hoogtepunten uit eigen werk was beslist M. Ward’s “Chinese Translation” (What do you do with the pieces of a broken heart), waarna een warm applaus volgde.
Iets voor halfeen sloten Monsters of Folk de eerste editie van Crossing Border af met een razende slotsong waarin alle registers opengezet werden.

De eerste editie van Crossing Border was bijzonder geslaagd, dus volgende jaar mag het zeker opnieuw. Misschien moeten er dan wel een paar groepen minder geprogrammeerd worden, zodat er meer rustpunten zijn, en iedereen ook de literatuur en interview sessies kan meepikken.

Organisatie: Crossing Border ism Arenbergschouwburg, Antwerpen

A Place To Bury Strangers

A Place To Bury Strangers: stofzuigers zonder geluidsdemper

Geschreven door

Het trio A Place To Bury Strangers meende waarschijnlijk dat een vorm van ‘je m’en foutisme’ bij hun muziek hoort en legde dan ook de volgens hen nodige dosis arrogantie aan de dag door hun communicatie met het publiek volledig tot nul te herleiden. Geen woord kregen we, geen simpele hello of thank you. Gewoon opkomen, amper een uurtje spelen, en zonder commentaar terug weg, geen bis of wat dan ook. U mag het arrogant vinden, zij vinden het ongetwijfeld cool, want ze hebben het vroeger hun grote voorbeelden Jesus And The Mary Chain ook zien doen en die waren extremely cool, niet ?

Snoeihard en pokkeluid ramde APTBS hun noise en shoegaze vanaf een quasi onbelicht en in rook gehuld podium door de zaal. Enkel een zuinige schijnwerper richtte een dreigend wit, geel of rood licht de zaal in.
Nu goed, deze opzet paste eigenlijk wel bij hun sound, een wervelwind van donkere en wilde gitaarerupties en loden bastonen onder weinig verstaanbare duistere vocals. Voor wie een beetje vertrouwd was met ‘Exploding head’, het pas verschenen nieuwe album, waren er wel wat herkenbare momenten en sterke songs doorheen de noise te bespeuren. De plaat werd er dan ook bijna volledig doorgeramd via een onophoudelijke geluidsmuur met een duurtijd van 50 minuten en dat was het. Net als op het album werd er afgesloten met “I lived my life to stand in the shadow of your heart” dat uitmondde in een pijngrensoverschrijdende gitaarherrie.

Een wel heel kort concertje, niet onvergetelijk maar zeker ook niet slecht, want dit soort lawaai hadden we eigenlijk ook wel verwacht na het beluisteren van ‘Exploding head’, en wij houden nogal van dat plaatje. Wie geen oorbescherming mee had zit nu volgens ons met onherstelbare schade.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Tortoise

Tortoise: spannend concert van een band die nieuwe horizonten blijft opzoeken

Geschreven door

Kortrijk heeft misschien de reputatie van de stad te zijn van ‘la petite bourgeoisie qui boit du champagne’, maar de laatste jaren is er toch een nieuw elan in de stad, er wordt dikwijls over de grenzen samengewerkt, en als je avant-garde wil zien, ben je in Kortrijk eigenlijk beter bediend dan in Gent of Antwerpen. Het Next Festival, is een mooi voorbeeld waar avant-garde, dans en  theater samenkomt; een tiendaags festival in onder meer Doornik, Kortrijk en Rijsel. In het kader van dit festival, kon je vanavond dus ook naar Tortoise in de Kortrijkse Schouwburg.

Ik was te vroeg aanbeland in Kortrijk, want het concert begon dus maar om tien uur. Ruim tijd genoeg om de Schouwburg te bewonderen: een neogotische facade uit 1920, en binnenin een klein Italiaans theater met 3 balkons, een koninklijke loge, en fuchsiarode zetels en aankleding en een opvallende glaskoepel met dierenriem van de Franse kunstenaar Alberola. Kwa grootte is de Schouwburg eigenlijk wel te vergelijken met de Arenbergschouwburg in Antwerpen. Het publiek was niet alleen uit de streek gekomen, we hoorden ook veel Frans en er waren ook diehard fans van Tortoise die de dag ervoor al het concert in het Stuk in Leuven meegepikt hadden.

Tortoise zijn zowat de vaandeldragers van de post-rock zoals die opkwam in de tweede helft van de jaren negentig, maar eigenlijk doet die term geen recht aan hun muziek, ze staan mijlen af van de typische post-rock gitaargroepen zoals Mogwai, Explosions in the sky, of het Japanse Mono, die hun nummers vooral op spanningsbogen van hard naar zacht laten lopen. Het gebruik van elektrische gitaren, bas en drums, en het ontbreken van zang is eigenlijk het enige wat Tortoise gemeen heeft met die typische post-rock groepen.
Tortoise is het altijd veel avontuurlijker geweest, met uitstappen naar Ennio Moricone, jazz, dub, minimale techno, ambient en nog veel meer. Tortoise bracht eerder dit jaar hun zesde ‘Beacons of ancestorship’, dit vijf jaar na hun vorige ‘It’s all around you’ en stond ook Pukkelpop deze zomer, maar ik had hun eigenlijk een beetje uit het oog verloren, dus ik was benieuwd.

Iets na tienen begon Tortoise er dus aan, en het publiek werd meteen verrast met een furieus begin: de dubbele drumopstelling hakte er op los, terwijl de bas stevig pompte. Een aantal jaren geleden had ik de band rond John McEntire nog in de AB gezien, en toen kabbelde het optreden maar een beetje lusteloos verder, maar dit zou duidelijk niet het geval zijn vanavond: we leken wel op een concert van Battles te zijn.
In het derde nummer werd wat gas terug genomen, het kon “ I set my face to the hillside” of “ Swing from the gutters” geweest zijn, in ieder geval kregen we  een prachtig filmisch nummer, je waande je zo in een Franse of Italiaanse zwart-wit film uit de jaren zestig, met Alain Delon en Catherine Deneuve die in een Citroen DS in de Gorges du Verdon rijden. Dit is een van de grootste sterktes van Tortoise, ze slagen er heel goed in je op een verrassende muzikale trip mee te nemen, met steeds iets nieuws om de hoek.
De nummers van Tortoise lijken soms geïmproviseerd, het lijkt op jazz ,maar ze zijn het niet, ze zijn eigenlijk heel zorgvuldig en kunstig opgebouwd, bijna als een architect die verschillende bouwelementen in mekaar schuift.
Zoals we van Tortoise gewoon zijn, werd er dikwijls van instrumenten gewisseld, en na een halfuur of zo, kwamen we in rustiger vaarwater terecht, met een heel aantal nummers uit wellicht hun beste album ‘TNT’, waarin de marimbas(die mij altijd heel sterk aan Indonesische gamelans doen denken)  en xylofoon het voortouw namen. Zo kregen we onder meer “Ten day interval”, met de marimba die het nummer leidt, waarna het thema ingezet wordt, bijna zoals bij “Clocks” van Pink Floyd en “In sarah menchen, christ, beethoven there were woman and man,” een heel relaxte groove met een jazzy gitaarmotiefje.

Tortoise blijft zijn muzikale grenzen verkennen, zo hoorden we vanavond ook een soulnummer a la Curtis Mayfield, en kon je in “The suspension bridge at Iguazu falls” en “It’s all around you” bossa nova ritmes ontwaren.
Na ruim een uur en drie kwart werden de bissen ingezet (we zouden twee bisrondes krijgen), en die sloten het concert weer even stevig af als het begonnen was. “Yinxianghechengqi” en “Gigantes” , (twee nieuwe nummers) die als een rollende donder over het goedkeurende publiek in de Schouwburg raasden, vormden de mooie apotheose van een spannend en avontuurlijk concert.

Organisatie: Kreun, Kortrijk (ikv Next-festival)

Seasick Steve

Heerlijke non nonsens blues met Seasick Steve

Geschreven door

Seasick Steve blijft niet bij de pakken zitten en maakt gretig gebruik van het onverhoopte succes dat hem nu al twee jaar te beurt valt. In februari zagen we hem nog aan het werk in de Brusselse AB in het kader van de promotie van zijn vorig album ‘I started out with nothing and still got most of it left’, een tournee die hem later op het jaar ook naar de grote festivals, waaronder Rock Werchter, zou brengen. Nu is er alweer een nieuwe overigens prima plaat ‘Man from another time’ waarmee Steve terug de hort optrekt.

Blijkbaar is in Frankrijk de hype rond zijn persoontje nog niet zo hoog opgelaaid, te merken aan de eerder matige opkomst in le Grand Mix in Tourcoing. Steve liet het niet aan zijn hart komen, integendeel. Nu hij het gewoon is om voor uitverkochte zalen te spelen, vond hij het toch bijzonder interessant om nog eens als vanouds in een kleinere club, die dan nog maar halfvol was, zijn duivels te ontbinden. Hier kon hij zich tenminste nog eens volledig uitleven en hij maakte dan ook van de gelegenheid gebruik om zich even tussen het publiek te begeven en aldaar een lekker potje boogie te spelen.
Tourcoing ging dan ook volledig door de knieën voor deze onweerstaanbaar sympathieke ouwe man die onwaarschijnlijke klanken haalde uit de meest primitieve gitaren. Nou ja, gitaren, een sigarenkist en een houten plank met maar één snaar zullen we voor ’t gemak ook maar gitaren noemen. Uit dat laatste ding puurde hij trouwens op geniale wijze de uiterst stomende boogie “Diddley Bo”.
Steve had ook twee trouwe vrienden meegebracht. De eerste was een krachtige en bij momenten wilde drummer die de ideale aanvulling was voor diens rauwe sound, de tweede een goeie ouwe fles Jack Daniels. Een mens moet zo zijn vrienden weten te kiezen.
Heerlijk ook hoe Steve zijn bluessongs telkens inleidde met fijne, uit het leven gegrepen, verhalen. Naast een opmerkelijke gitaarspeler (misschien wel beperkt, maar wel uniek) en een begenadigd blueszanger, is hij vooral ook een zeer entertainende storyteller. Zijn verhaal die “Chiggers” aankondigde, een song over ellendige motherfuckers van beestjes die vreselijke jeuk veroorzaken, was verdomd geestig en de song zelf was werkelijk fenomenaal en rolde als de beesten. Ook de boogie krakers “Thunderbird” en “Never go west” rockten als opgefokte dekstieren, maar Steve kwam ook met een paar wondermooie rustpunten op de proppen. Voor het pareltje “Walking man” nodige hij een dame uit om op het podium naast hem van die heerlijke song mee te genieten (de vrouw in kwestie was trouwens speciaal voor Steve helemaal van het verre Newcastle overgekomen) en samen met de wonderlijke verschijning Amy Laverge (ze lurkte eerst even flink aan de whiskey en kwam daarna met een hemelse stem tevoorschijn) speelde hij een bloedmooie versie van de Hank Williams klassieker “I’m so lonesome I could cry”. Prachtig.
Steve eindigde als verwacht zijn set met een spetterend “Dog house boogie” waarbij hij, na een alweer aangrijpend verhaal midden in de song, op het einde gans de zaal aan het zingen kreeg.

Dit was een onvergetelijk concert waarmee een uiterst goedlachse Seasick Steve zich letterlijk terug onder de mensen begaf. Fantastische man.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Zion Train

Het muzikale leven volgens Zion Train …stomend feestje

Geschreven door

Het Britse Zion Train onder de tandem Neil Perch (DJ/bassist/producer/ knoppenfreak) en de zanger Molara, aangevuld met hun vaste twee blazers, zijn al twintig jaar lang de onvervalste pioniers van de dubreggae/dancehall/rave. Ze hebben een eigen herkenbare sound ontwikkeld en zijn een begrip geworden. Om even te situeren het doorgebroken Buraka Som Sistema haalde voor z’n ‘kuduro’ de mosterd bij deze heren, en van de jaren ’90 onthouden we de worldreggae en –ragga van Transglobal Underground, Banco de Gaia, Suns of Arqa, African Headcharge, Loop Guru en de indietabla’s van Asian Dub Foundation, Talvin Singh, Nitin Sawhney en het onlangs her-geformeerde Cornershop. Voor een paar concerten kwam Zion Train langs in ons landje, wat meteen hoog aangestipt werd door elke gerenomeerde reggaefreak.
Op hun live optredens zorgen zij steevast voor een stomend feestje en wordt het soberder en avontuurlijker geluid van op plaat kracht bijgezet, wat ons brengt tot een venijnig groovy, dansbare sound. In hun intrigerende sound klonk de ‘mishmash’ van world, trance, breakbeats, 2step drum’n’ bass, elektronicableeps en techno beats door. De diepe basses op z’n Jah Wobbles en de overdubte rapzang gaven hierbij de toon.
Een kleine twee uur lang werden we in deze unieke dance getrokken en ging een uitverkochte 4ad uit zijn dak. “Jah holds the key”, “Follow like wolves” en “War on Babylon” vormden de finalereeks, nadat de klemtoon kwam te liggen op de remixreeks van hun recente ‘Live as one’, die in 2007 een reggae Gramma Award wegkaapte.

Respect voor deze veertig- vijftigers (?), die naast de doorwinterde reggaeliefhebber de jonge, jeugdige proever naar zich toe wist te trekken!

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Alice In Chains

Alice In Chains: vergane glorie van weleer herleeft

Geschreven door

Zeven jaar na het overlijden van grunge-icoon en frontman Layne Staley en veertien jaar na hun laatste studio-album kwamen de Seattle rockers van Alice in Chains hun 'nieuwe' zanger en comebackalbum 'Black gives way to blue' voorstellen in een uitverkochte Trix. In 2006 werd de nieuwe rekruut, William DuVall (ex-Comes with the Fall), al enthousiast onthaald middels een meer dan degelijke passage op Graspop. De verwachtingen waren dus hooggespannen.

Er werd afgetrapt met het epische"Rain when I die" van doorbraakalbum en meesterwerk 'Dirt'. Meteen werd duidelijk dat het met de vocale prestaties wel in orde was. De power en het bereik van DuVall waren minstens even opzienbarend als zijn voorganger. Het stemgeluid had natuurlijk wat weg van Layne, maar hij was geen karikatuur van de man. Hij behield zijn identiteit. Met het stuwende "Again" en het snedige "Them bones" werd het tempo hoog gehouden. Het publiek was duidelijk onder de indruk van de verrichtingen. DuVall profileerde zich als een volwaardig bandlid en als de meest charismatische figuur op het podium. Hij genoot zichtbaar van de oprechte reacties.
Het bezwerende "Dam that river" en de recente sfeervolle single, "Your decision" volgden. "Check my brain" met killer riff en catchy refrein deden de temperatuur nog wat stijgen. Bassist Mike Inez en drummer Sean Kinney vormden een solide en goed op elkaar ingespeelde ritmesectie. Daarna kwamen twee songs van het debuut 'Facelift' aan de beurt: "Love, hate, love" kreeg een indrukwekkende en intense vertolking en het zwaar groovende "It ain't like that" deed daar niet voor onder. Cantrell liet zijn gitaar zwaar ronken bij het logge en slepende "A looking in view". Hier was Black Sabbath niet ver weg. Niettemin bijzonder straf.
Er werd even gas terug genomen met een akoestisch intermezzo: "Down in a hole", "No excuses" en "Black gives way to blue". De vocale tandem Cantrell-DuVall bleef goed overeind. De prachtige samenzang en harmonieën herinnerden ons aan de MTV-Unplugged sessie uit '96. Voor velen een absoluut hoogtepunt.
Het moddervette en grimmige"God am", het dissonante "Acid bubble", het duistere "Angry chair" en het onverslijtbare "Man in the box" besloten het eerste deel van de set. De aanwezigen hadden merkbaar nog niet genoeg gekregen en schreeuwden om meer.
Dit kregen ze dan ook. De bisronde werd geopend met het midtempo en melodieuze "Lesson learned". De onvermijdbare en tijdloze hymnes "Would?" en "Rooster" deden de zaal nog een laatste keer ontploffen en werden als één stem luidkeels meegezongen. Dit blijven fenomenale nummers die zorgden voor euforische reacties.
Spijtig genoeg was dit ook het einde van een memorabel optreden. Bandleider Jerry Cantrell was zichtbaar onder de indruk van de sterke respons en nam uitgebreid afscheid van het Belgische publiek met de woorden "Thanks, we needed you!". Daar kunnen we volmondig en zonder enige twijfel op antwoorden: "We needed you too!"

Dit was een herboren groep die bewees nog niet afgeschreven te zijn Alice In Chains klonk als een klok, misschien zelfs beter dan voorheen. We hopen dat ze volgend jaar ons Belgenlandje nog eens aandoen. We zullen alvast present zijn!

Setlist:  Rain when I die – Again - Them bones - Dam that river - Your decision - Check my brain - Love, hate, love - It ain't like that - A looking in view - Down in a hole - No excuses –Black gives way to blue – God am - Acid bubble - Angry chair – Man in the box
Bis: Lesson learned - Would? – Rooster

Organisatie: Rocklive (ism Trix, Antwerpen)


Paolo Nutini

Vrouwentongen spreken …over Paolo Nutini: don’t miss the heartbeats van de jonge Schotse singer/songwriter …

Paolo Nutini … Zijn vader heeft Italiaanse roots, z’n moeder komt van Glasgow en zijn grootvader was de persoon, die hem aanmoedigde om muzikaals iets uit te bouwen …Hij kon Paolo als kind kalmeren met zijn pianomuziek. En tot slot leerde Paolo de knepen van het vak door als roadie met de groep Speedway op tour te gaan. En hoe het allemaal kan gaan … in afwachting dat de groep Sneddon opdaagde, kreeg hij de kans om enkele songs te zingen, en werd daar door een manager in het publiek ontdekt. Zijn carrière ging vroeg van start ( al van de prille, jonge leeftijd van 17 jaar) en hij kon al supports verzorgen van Amy Winehouse en KT Tunstall. In 2006 kon hij zelfs vóór de Rolling Stones zijn ding doen. Hij bracht al de cd’s ‘These streets’, een ‘Live sessions’ en in de zomer van dit jaar ‘Sunny side up’ uit. Invloedrijk zijn ‘big names’ The Beatles, Pink Floyd, David Bowie, Fleetwood Mac, Rod Stewart en U2. Muzikaal treedt hij in de voetsporen van songwriters James Blunt, Damien Rice en houdt hij het op een vleugje Oasis Britpop. Bekende singles in Vlaanderen zijn reeds “Candy” en “Coming up easy”. In Nederland heeft hij met z’n groep al een grotere naambekendheid.
Hij slaagde erin menig meisjeshart sneller te doen bonken; opvallend was hoe hij een breed publiek van ouders en dochterlief wist aan te spreken …
 
Eerst kregen we Kate Walsh, die ondanks haar mooie stem, wat eentonig klonk. Haar spaarzame gitaarsongs bleven wat steken.
Will and the People daarentegen, kon het publiek warmer krijgen door hun jeugdig enthousiasme en eeuwig optimisme in hun reggae-ske popsongs. Het gemengde publiek stond met verwondering te kijken hoe de jonge bandleden overtuigend de verschillende muziekgenres aansneden, iedereen veroverde en in vervoering bracht. De romantische popsongs werden afgewisseld met meer ritmische, die verder richting jazz, country en soul gingen.
Paolo Nutini … In de songs kon hij zonder veel moeite de juiste klemtoon leggen door de wijze waarop hij zijn stem hanteerde van ruig naar zacht; verbazend hoe een jonge kerel als hem over doorleefde vocals beschikte en op die manier gevoel in de songs legde. De jonge Schot zong de ziel uit zijn lijf. Paolo leek net zoals de andere bandleden volledig op te gaan in z’n muziek wat de sound tot een hoger niveau hief. Bijna het hele concert zong hij met de ogen gesloten.
De blaasinstrumenten, basgitaar, drum, gitaar en drums zorgden voor een gevarieerd, veelzijdig geluid en ondersteunden optimaal z’n schorre stem. Ze geloofden en overtuigden in wat ze brachten en beleefden er tevens plezier in!
Ze stonden er als band zonder de attitude van het reeds gemaakt te hebben, dit terwijl menig vrouwvolk wild enthousiast stond te gillen. We kregen die avond het volgende afwisselend op ons bord: “Alloway grove”, “High hopes”, “Loving you”, “Such a night”, “Growing up”, “Candy”, “Chamber Music”, “These streets”, “Worried man”, “Funky cigarette”, “Coming up easy”, “Percit full of lead”, “Mexico”, “Sleepwalking”, “New Shoes”, “No other way”, “Jenny don’t be hasty”, “Tricks of the trade”, “Time to pretend” en niet te vergeten “Last request”. Straight from the heart klonken de nummers: mooi, passioneel, meeslepend, romantisch, warm, ritmisch, opzwepend, gevoelig, ruig, ingetogen, toereikend, vrolijk, harmonieus, sexy en krachtig!
Een schitterende avond werd afgesloten met de woorden: “It was Jean- Claude Van Dammtastic to be here in Belgium!” Meer hadden we niet nodig om ons door deze wonderboy te laten leiden …

Organisatie: Live Nation

Deep Purple

Deep Purple – Monument nog steeds van de sloophamer te vrijwaren

Geschreven door

Nu dat we amper een maand verwijderd zijn van de kerstperiode maken de eerste  muzieklijstjes traditiegetrouw hun opwachting. Of het nu gaat om de geschreven pers dan wel om radio of televisie, elkeen pakt graag uit met een klassement van nummers of albums die naar hun oordeel of dat van hun publiek tot de beste in hun genre worden beschouwd. In de categorie ‘memorabel, onverslijtbaar en tijdloos’ ontbreekt Deep Purple nooit op het appel. Hun onvervalste klassieker “Child In Time” (1970) positioneert zich namelijk steevast in de bovenste regionen, en dit in het gezelschap van andere minutenlange epossen als Queen’s ‘Bohemian Rhapsody’ en Led Zeppelin’s ‘Stairway To Heaven’. Ook “Smoke On The Water”, voorzien van één van de meest efficiënte oerrifs uit de muziekgeschiedenis, dient hiervoor niet onder te doen, zeker omdat op dit nummer nagenoeg iedere rockliefhebber wel eens uit de bol is gegaan, daarbij dansend en/of gitaarspelend (of het daarbij een echte dan wel een luchtgitaar betrof, moet u maar voor uzelf uitmaken).

Wel, dié Deep Purple stond donderdagavond in de Lotto Arena. Opnieuw bleek dat de groep nog steeds mag rekenen op een vaste fanbasis van alle leeftijden. Ook al hield de ‘Rapture Of The Deep’ wereldtournee die in 2006 startte ter promotie van het gelijknamige 18de studioalbum, de voorbije vier jaar telkenmale halt in ons land en hebben ze sinds die plaat geen nieuw werk uitgebracht, dit belette hen niet om de Lotto Arena opnieuw vrijwel helemaal uit te verkopen. Dat in een tijdsspanne van ruim 40 jaar Deep Purple een stevige livereputatie heeft opgebouwd, zal hier niet vreemd aan zijn.
Maar net als zoveel groepen met een lange staat van dienst heeft ook de groep in het verleden met diverse perikelen te kampen gehad. Vooral qua personeelswissels heeft Deep Purple een bewogen carrière achter de rug, in die mate dat de bezetting die in Antwerpen aantrad, al de 8ste in de reeks is.
Het enige lid dat de woelige stormen heeft overleefd en er van het prille begin in 1968 bij was, is drummer Ian Paice. Zanger Ian Gillan en bassist Roger Glover kwamen pas het jaar nadien over van Episode Six (en verlieten op bepaalde ogenblikken zelfs Deep Purple om nadien terug te keren), terwijl gitarist Steve Morse en toetsenist Don Airey veel recenter de groep kwamen vervoegen. Morse (ex-Kansas, Dixie Dregs en Steve Morse Band) verving in 1994 Ritchie Blackmore, terwijl Airey – die meegewerkt had aan platen van klinkende namen als onder meer Cozy Powell, Gary Moore, Ozzy Osbourne, Judas Priest, Black Sabbath, Jethro Tull, Whitesnake, en Rainbow - in 2002 de plaats innam van Jon Lord die zich op andere projecten wou gaan toeleggen.
In deze vorm blijkt Deep Purple opnieuw een solide en goed op elkaar ingespeelde formatie te zijn. Dit werd meteen duidelijk bij opener “Highway Star” uit ‘Machine Head’ (1972), dat samen met ‘(Deep Purple) In Rock’ wellichte tot hun beste studioalbums mag gerekend worden. De goedgeluimde groep trok meteen alle registers open en Morse en Glover gingen harmonieus aan de haal met hun gitaren.
Natuurlijk volgde de ene na de andere, nog steeds vitale oudjes uit de 70’s. Zo waren er onder meer uitstekende versies van het psychedelisch getinte, door Airey van mooie orgelklanken voorziene “No One Came” en “Fireball” (uit het gelijknamige album uit 1971) en uit ‘Machine Head’ werden ook nog het bluesgetinte “Maybe I’m A Leo”, het opzwepende “Space Truckin'” dat door Glover een extra basintro kreeg aangemeten, en “Smoke On The Water” geput. De teksten van deze laatste zijn gebaseerd op de brand die uitbrak tijdens een concert van Frank Zappa And The Mothers Of Invention en die het casino van Montreux helemaal in vlammen deed opgaan. De geprojecteerde beelden spraken voor zich en beklemtoonden dat het nummer in tegenstelling tot het casino, nog steeds onverwoestbaar is.
Enkel bij het al even straffe “Strange Kind Of Woman” vielen er bij aanvang wat ouderdomstekenen te bespeuren doordat de blootsvoetse Gillan moeite had om alle (hoge) tonen even expressief te halen. Ook klonk het gitaarspel van Morse daarbij iets te afgeborsteld.
Wie dacht dat het concert een opeenstapeling van hun bekendste nummers zou zijn, werd verrast door enkele minder voor de hand liggende momenten. Zo zat helemaal vooraan de set “Things I Never Said” dat een bonus track is op de Japanse versie van ‘Rapture Of The Deep’ en nadien werd ook nog het instrumentale “The Well Dressed Guitar”, een outtake van het ‘Bananas (2003)’ album, gebracht.
Met het jazzy en bluesy “Wring That Neck” (uit ‘
The Book Of Taliesyn’, 1968) werd de toeschouwer zelfs helemaal teruggeslingerd in de tijd want de opname gebeurde nog vooraleer Gillan bij Deep Purple de zang overnam van Rod Evans. Mooi hierbij was het gitaarspel van Morse dat middenin het nummer duelleerde met de orgelklanken van Airey.
Jonger van leeftijd waren het zware, progressief opbouwende
“The Battle Rages On” (uit het gelijknamige album, 1993), het zich via onderliggende Oosterse klanken voortbewegende “Rapture Of The Deep” en de minder beklijvende ballade ‘Wasted Sunsets’ (uit ‘Perfect Strangers’, 1984).
Virtuoos Steve Morse mocht zich vooral in het drieluik “Contact Lost” (een instrumentale track uit ‘Bananas’), het reeds aangehaalde “The Well Dressed Guitar” en “Sometimes I Feel Like Screaming” (uit ‘Purpendicular’, 1996) letterlijk en figuurlijk in de spotlights spelen. Dat Deep Purple met hem een fantastische gitarist in de rangen heeft, daar twijfelt niemand aan maar het gebeurde wel eens dat de grens tussen pracht en overdaad bijzonder nauw werd. Ter compensatie kregen ook de andere
groepsleden hun eigen gloriemoment toebedeeld toen ze solerend hun kunde mochten tonen. Airey bijvoorbeeld mocht duidelijk maken waarom hij een veelgevraagd studiomuzikant is en Lord opvolgde.
Als toegift werden twee covers gespeeld, met name een stukje “Green Onions” (Booker T. & The M.G.’s) dat vlekkeloos overging in “Hush”, het eerste commerciële succes ooit voor Deep Purple. Met dit door Joe South geschreven nummer scoorde Billy Joe Royal in 1967 een bescheiden hitje maar de versie van Deep Purple (het jaar nadien), is veel bekender geworden.
”Black Night” (1970) blijft nog steeds een publiekslieveling en fungeerde als terechte afsluiter van de avond. Een uitgebreide basintro door Glover, goede zang door Gillan, de herkenbare gitaarrif gespeeld door Morse (waarin zelfs een passage te horen viel die bijzonder veel verwantschap toonde met “Love Rollercoaster” van de Ohio Players), het mooi aanvullende orgelgeluid van Airey en dit alles vooruitgestuurd door de rake drumslagen van Paice: het zat er allemaal in vervat en het refrein bleef ook na het 1u45’ durende concert door de gangen van de Lotto Arena nagalmen.

Deep Purple onderstreepte nog maar eens hun grote invloed en bestaansrecht. Bij monde van Gillan lieten ze weten niet van plan te zijn het hierbij te laten. In februari 2010 zou een nieuw studioalbum verschijnen. We zijn benieuwd of ook dan het vijftal op een Belgisch podium te zien zal zijn.

Setlist: Highway Star, Things I Never Said , Maybe I'm a Leo, Strange Kind Of Woman,,Wasted Sunsets, Rapture Of The Deep, Fireball, Contact Lost, The Well Dressed Guitar, Sometimes I Feel Like Screaming, Wring That Neck, No One Came, The Battle Rages On, Space Truckin', Smoke On The Water
Green Onions, Hush ,
Black Night

Organisatie: Live Nation

Buena Vista Social Club

Una noche cubana en Bruselas - Buena Vista Social Club

Geschreven door

Twee weken nadat we in Antwerpen met Eliades Ochoa de laatste levende vocalist aan het sublieme werk zagen, mochten we in de Brusselse AB diens oud-collega’s van het Buena Vista Social Club Orquestra gaan ‘bezichtigen’. Antiek, maar kwiek. Althans, sommigen toch. Dat één van de blazers weg had van Fons Verplaetse (gouverneur van de nationale bank) en de parkingsonstijl-drummer op auteur Jef Geeraerts leek, was louter toevallig, maar (ver)wijst enkel naar de gezegende leeftijd van het deels wassenbeeldengezelschap uit Cuba.

Maar een gezelschap dat muzikaal nog altijd fijntjes brengt waarvoor ze in de eind jaren negentig (toen al hadden ze oude knoken) samengebracht werd door onder andere Ry Cooder: de Cubaanse muziek wereldwijd maken. De son, rumba, bolero en andere salsa’s zetten de heel kleurrijk gemixte AB zacht in beweging. Pas in het laatste halfuur ging het er echt Latijns-Amerikaans swingend aan toe.
Het geraamte (what’s in a word?) van de 14-koppige Buena Vista Social Club ‘nieuwe’ stijl bestond nog altijd uit de mannen van toendertijd. Legenden als  Cachaito Lopez, Guajioro Mirabal, Aguaje Ramos, Manuel Galban en Barbarito Torres zijn nog steeds grote senores. De verjongende opsmuk gebeurde in de vorm van een nieuwe zangeres en een nieuwe cantor die – in tegenstelling tot Ochoa – de performance enkel vocaal droegen. Ze misten de présence die de originelen hadden. Het authentieke, het doorleefde. Rolandito Luna aan de piano was dan weer wél een aanwinst.
Vooral de twee trompettisten – twee druppels Statler en Waldorf alleen al door hun pasjes en grapjes -  stalen nog de show en blazen er zowel nostalgie als schwung in.  Na een opwarmronde, waarin iedereen zijn zegje, slagje of blaasje kreeg, gingen de handen in de AB pas voor het eerst boven de hoofden op elkaar bij El Carretero, het vijfde nummer, waarna de vocaliste voor het eerst zelf het mooie La Rosa Oriental vertolkte. Het deinde op en neer en zelfs een jazzie versie van Scherzada kon bekoren.
Met het onvermijdelijke Chan Chan haalden de Maestro’s hun succeskast open en van dan af zat Cuba in Brusselas. Torres demonstreerde zijn gitaarvirtuoisiteit door na een flauw grappig sketchke even met zijn handen op zijn rug te gaan tokkele. Eén van de gedateerde tormpettisten kroop even in de rol van profesor de baila en legende Mirabal bracht Candela nog tot een hoogtepunt en meteen het einde.

Exact twee uur had de Buena Vista Social Club nodig om la historia de la musica cubana te doorlopen en intussen mee te creëren. Want wie BVSC zegt, zegt Cuba. En omgekeerd. Voorwaar nog altijd een prestatie want de Belgen van hun leeftijd lagen tegen dan al minstens twee uur in hun bed in het rusthuis te veel minder muzikaal ronken.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Play list 1. Borderlain Montun 2. Rincon Caliente 3. Cerezo Rosa 4. Bodas De Oro 5. El Carretero 6. La Rosa Oriental 7. De Camino a la Verde 8. El Negro No Quiere 9. Scherezada 10. B.V. En Guaguanco 11. Bodeguero 12. Sr. Trombon 13. Chan Chan 14. Moron 15. Tula
Bisnummers 16. Dos Gardenias 17. Candela

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel/ Jazztronaut

Yo La Tengo

Popular Songs

Geschreven door

Het uit Hoboken, NYC, Usa afkomstige trio Ira Kaplan (gitaar), vrouwlief Georgia Hubley (drumster, knipoog naar Moe Tucker van V.U.) en James McNew op bas, hebben al ruim twintig jaar een eigen unieke kijk op de gitaarpsychedelica, ontsproten uit de‘70’s VU en de ‘80’s Feelies.In moderne termen noemt deze stijl nu indierock, waarbij het trio vooral de weg van een poppy dromerig, loungy en uiterst sfeervol geluid is ingeslagen.
We horen op het recente ‘Popular Songs’ (dertiende cd?) overwegend repetitief opbouwend, onschuldig, ingetogen materiaal. De eerste songs behouden onze aandacht “Here to fall”, “Avalon or someone very silmilar”, “By two’s” en “Nothing to hide”, de meest overtuigende song van de plaat, door z’n broeierig rockende opbouw. Voor de rest kabbelt het trio rustig voort, en balanceren ze tussen aangenaam luistervertier en verveling. In de vocals ondersteunt het echtpaar elkaar of wisselen ze elkaar af!
Pas op het eind begint het leuker en spannender te worden met drie marathonsongs op rij: “More stars than there are in heaven” is z’n titel meer dan waard, het instrumentaal filmisch aandoende “The fireside” volgt en outfreaken doen ze als vanouds met een jammende distortionrocksong “And the glitter is gone”, waarbij we een Kaplan voor ons zien loos gaan op z’n elektrische en akoestische gitaar, de pedaaleffects eens stevig indrukt of het geluid verblijdt door vervorming tegen z’n versterker.
’Popular Songs’ brengt ons minder in beroering dan het drie jaar oude ‘I’m not afraid of you and I will beat your ass’. Oh ja, in aanloop van deze cd brachten ze nog de EP ‘Fuckbook’ in een serie ‘Condo fucks’ met eerder onbeduidende covertjes van Ray Davies, The Troggs en Richard Hell.
Dit voorjaar zagen we hen aan het werk als een ‘freewheeling Yo La Tengo’, die muzikaal entertainment koppelde in talking – enjoying – playing. Maar wij houden het graag op dromerige indie meets garagerock’n’roll meets noiserock. 

The Decemberists

The Hazards of Love

Geschreven door

The Decemberists uit Portland, Oregon wisten door te breken met ‘Picaresque’ uit 2006, wat garant stond voor knap gearrangeerde, sfeervolle en broeierige pop met een folky ondertoon. Het bracht hen ergens tussen Pink Floyd, Belle & Sebastian, Arcade Fire en Sons & Daughters. ‘The Crane Wife’ uit 2007 werd muzikaal vertolkt in een drieluik van freefolkende pop, een volgende stap in hun oeuvre, waarin een oude Japanse volksvertelling over een gewonde kraanvogel schuilt. De tragiek die zanger/songschrijver Colin Meloy verhaalt, komt momenteel in een hoogtepunt door een regelrechte folkrockopera ‘The hazards of love’. E is geen sprake meer van songs op zichzelf (met uitzondering nog van “The rake’s song” die ze als single kozen!), maar ze vormen één concept in een combinatie freefolkrock, progrock en ‘70’s retro. Naast eerder genoemde invloedrijke bands kijken Fairport Convention en Jethro Tull om de hoek.
Het is een ambitieus werkstuk van een uur lang, dat vernuftig goed in elkaar zit. Een boeiende luistertrip die muziek verheft als een hogere kunst in 18 songs van melodramatiek en bombast; in een intens broeierige, dromerige opbouw horen we een groots meeslepende, breed uitwaaierende sound, die soms krachtiger klinkt.
Trouwens het verhaal van ‘The hazards of love’ draait ‘em rond een Shakespeariaans liefdesverhaal gebaseerd op een EP uit 1966 van de obscure Britse folkzangeres Anne Briggs. Shara Worden van My Brightest Diamond speelt een voorname rol als het karakter ‘The forest queen’ en ook Becky Stark (Lavender Diamond) en Jim Jones van My Morning Jacket doen mee . Het draagt tot wat Meloy allemaal in staat is om songs tot iets bovennatuurlijks en hemels lieflijk te maken!

The Dead Weather

Horehound

Geschreven door

Zijproject van Jack White, deel twee. Na het minder succesvolle ‘The Raconteurs’ komt hij op de proppen met een nieuwe groep en daarvoor volgt hij de grootste trend van het jaar 2009: een supergroep. Na Chickenfoot, Monsters Of Folk en het dra te verschijnen Them Crooked Vultures stelt White ons The Dead Weather voor, met het album ‘Horehound’.
The Dead Weather bestaat uit Jack White (The White Stripes, The Raconteurs), Alison Mosshart (zangeres The Kills, Discount), Dean Fertitia (QOTSTA) en Jack Lawrence (The Raconteurs, The Greenhornes). Een indrukwekkend cv’tje als je het ons vraagt. Maar wat Chickenfoot al eerder bewees is dat een supergroep niet gelijk staat aan supermuziek. The Dead Weather brengt het er lang niet zo slecht vanaf.
Ze zetten meteen de toon met “60 Feet Tall” en “Hang You From The Heavens”. We horen hier en daar wat pedaaleffecten en een duidelijke invloed van Jack White (verrassend genoeg op de drums).
Verder vinden we “Threat Me Like Your Mother”, “New Pony” en “Bone House” ontzettend straffe nummers.
Afwisselen proberen ze ook te doen met “3 Birds”, een soort van Queens Of The Stone Age, maar dan instrumentaal gehouden en een americana lied “Will There Be Enough Water?” Jammer genoeg staan er ook wat flauwe nummers op. Daarbij denken we spontaan aan “I Cut Like A Buffalo”, “No Hassle Night” (ondanks een explosief begin) en “So Far From You Weapon” (dat bij vlagen klinkt als “Another Way To Die”).
The Dead Weather maakt een mooier debuut dan The Raconteurs, maar af en toe heeft het album slechts de allures van een gebeten hond, deze ‘Horehound’.

 

A Place To Bury Strangers

Exploding head

Geschreven door

Alles komt terug. Zo ook de shoegaze, u weet wel, het stofzuigergeluid geboren eind jaren tachtig / begin jaren negentig bij bands als Jesus and The Mary Chain, My Bloody Valentine, Ride en Swervedriver. De hedendaagse volgelingen heten BRMC, Amusement Parks On Fire of recenter The Big Pink en deze A Place To Bury Strangers. ‘Exploding heads’ is een hechte en verduiveld sterke plaat. Onder een wall van noise, feedback en distortion zitten uiterst knappe songs verdoken.
De stofzuigers schieten venijnig snel uit de startblokken met “It is nothing”, hiermee is de toon gezet voor een snerpend en stevig album. In “In your heart” is een eighties gitaar geslopen, precies afkomstig van een verdwaalde Bauhaus plaat. “Lost feeling” is een geweldige brok noise en shoegaze, een soort Jesus and The Mary Chain in overdrive. “Deadbeat” opent misleidend met een B 52’s gitaarloopje en gaat dan onherroepelijk aan het scheuren. Het knappe voortrollende “Keep slipping away” had van The Stone Roses kunnen zijn en op het machtige “Ego death” wordt het pad van Jesus And The Mary Chain wel heel nadrukkelijk gevolgd, maar ’t is een duivelse song. “Smile when you smile” begeeft zich ergens tussen Britpop en stonerrock met een gevaarlijk psychedelisch randje, de macho’s van Monster Magnet zouden ook zoiets uit hun mouw durven schudden. Vanaf “Everything always goes wrong” zit A Place To Bury Strangers weer volop in de eighties, alsof Joy Division en Sisters of Mercy hier door de shoegaze mangel worden gedraaid en “Exploding head” is zelfs gebouwd op een Cure basloopje. Het moordende sluitstuk “I lived my life to live in the shadow of your heart” vat alles nog eens goed samen, de song zet furieus en gedreven aan en eindigt in een overweldigende partij noise.
Splijtende plaat. En nu even onze oren laten uitspuiten.

Pagina 446 van 497