logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15459 Items)

Michael Nyman

Music In Mind 2009: Michael Nyman & Band

Geschreven door

Als je als rockliefhebber naar een klassiek concert gaat, dan voel je je zoals een bierkenner die naar een wijnproefavond gaat: een beetje beschroomd, omdat je de woordenschat van de wijnwereld niet kent. Anderzijds ben je wel onbevooroordeeld , niet gehinderd door enige voorkennis van wat je volgens de kenners goed zou moeten vinden: je weet ook wel wat je lekker vindt, en wat niet, en je kijkt sneller door het elitaire gedoe en de bla-bla heen (bio-dynamische teelt, leisteen en kalkterroirs en andere bullshit-terminologie).

Vanavond waren we dus naar het Concertgebouw afgezakt voor een concert van Michael Nyman & Band in het kader van het Music in Mind festival. Michael Nyman (63 ondertussen) is een Engelse componist, die bij het grote publiek vooral gekend is van zijn filmsoundtracks, waarvan de soundtrack van ‘The Piano’ (Film van Jane Campion met Holly Hunter, Sam Neill en Harvey Keitel, 1993) wellicht de bekendste en meest beklijvende is. Michael Nyman is een echte renaissance man, naast componist van soundtracks, schrijft hij ook opera, stukken voor ballet, en hij is daarnaast ook pianist en bandleader van zijn Michael Nyman Band. Michael Nyman was ook de eerste om als recensent de term minimalisme te lanceren, en in zijn muziek vindt je dat minimale dikwijls terug: korte muzikale thema’s worden dikwijls herhaald, maar  subtiele variaties doorbreken het basisthema en laten het stuk in verschillende richtingen evolueren.
Het publiek en de setting vanavond waren toch iets anders dan op een gemiddeld rockconcert: een iets ouder publiek, tussen de dertig en de zestig, iets chiquer gekleed, een vestiaire, geen bier in plastic bekertjes in de zaal en genummerde plaatsen.

Iets na halfnegen kwam de Michael Nyman Band op het podium: een elftal muzikanten, vooral koperblazers, en een viertal strijkinstrumenten. Als laatste kwam de man zelf op het podium, in een ietwat te groot uitgevallen rokkostuum met veel te lange slippen. De hele avond zou de man met zijn rug naar het publiek zitten aan zijn piano. De band, en dan vooral de koperblazers,  zouden centraal staan vanavond. We waren benieuwd welke stukken gebracht zouden worden, en of de filmmuziek ook zonder beelden zou werken. Het eerste halfuur kregen we up-tempo stukken van vier tot zes minuten, met een ondergeschikte rol voor de strijkers, en Michael Nyman die rudimentair op zijn piano hamerde om zo de baslijnen van de composities te verzorgen. Dit eerste halfuur overtuigde niet echt, het was allemaal heel goed gespeeld, maar het raakte mij niet echt. Door de prominente rol van de klarinet en de andere koperblazers, deed het soms aan achttiende eeuwse klassieke kamermuziek denken, zodat je je ergens op een jachtpartij of een bal in een of ander Engels kasteel waande.
De koperblazers zaten echt wel heel prominent in het geluid, de vier strijkinstrumenten konden niet optornen tegen de 6 blaasinstrumenten. Sommige nummers hadden ook wel iets weg van kubistische jazz, zeker omdat het geluid van de koperblazers absoluut niet traditioneel klonk (de blazers klonken zoals de saxofoon bij “The man with the red face” van Laurent  Garnier.

Na een halfuur mocht de band even pauzeren, en bracht Michael Nyman een aantal solostukken op piano. Hij begon met de eerste drie vier nummers van ‘The Piano’. Zo passeerden onder meer “The Heart asks pleasure first”/ “The Promise” en “Big my secret”, maar ook een heel breekbaar “Wonderland”. Het viel op dat Michael Nyman eigenlijk geen superpianist is, we konden hem zelf op een foutje betrappen. De muziek blijft natuurlijk prachtig, we hadden onmiddellijk zin om nog eens naar ‘The Piano’ te kijken.
Na dit korte intermezzo, kwam de band er weer bij, en zouden we nog een leuk laatste deel van het concert krijgen: de strijkers mochten een prominentere rol spelen en ook de inbreng van de blazers mocht er zijn. Stukken zoals “Chasing sheep is best left to shepherds” (van de soundtrack ‘The Draughtman’s Contract’) en “Miranda” bouwden naar een climax toe en lieten ieder instrument mooi tot zijn recht komen.
Na bijna een uur en een kwartier was het tijd voor de bissen. “Time Lapse” (van ‘Drowning by Numbers’) was een schitterende afsluiter, hoewel die een beetje komiek van start ging met een koperblazer die bijna als een misthoorn klonk. Het publiek trakteerde de volledige band dan ook op een staande ovatie.

Als een niet-kenner hadden we toch wel echt van dit avondje hedendaags klassiek genoten, waarbij we wel moesten wennen aan het feit dat je live een geïntegreerd geluid krijgt van prominente blazers. Als je naar de soundtracks luistert, zij het via een hi-tech hoofdtelefoon, of in een cinemazaal, dan hoor je de afzonderlijke instrumenten links of rechts, zodat de piano en strijkers veel sterker uit de verf komen. Dat is wellicht het onderscheid tussen een soundtrack, waar de compositie de beelden ondersteunt en versterkt, en een live-uitvoering van een soundtrack, waar het totaalgeluid belangrijker is.

Om kort te zijn, deze bier- en rockkenner was blij om eens van hedendaags klassiek te kunnen proeven. Na afloop van het concert hebben we trouwens nog een pintje gedronken.

Organisatie: Cactus Club ism Concertgebouw, Brugge (ikv MIM 2009)

 

Demis Roussos

Stralend van gelukzaligheid - Demis Roussos

Geschreven door

Demis Roussos is een sympathieke en gevatte zestiger. Dat mochten we in het interview in ‘De Laatste Show’ ondervinden. Op een vraag over zijn stem die erg veranderd is sinds zijn gloriedagen antwoordde hij ontwijkend dat je stem zich automatisch aanpast aan het soort muziek dat je brengt. Wij waren benieuwd of hij de hoge noten nog haalde. Op deze vraag gaf hij toen helemaal geen antwoord.
Demis Roussos werd in 1946 geboren in Alexandrië in Egypte uit Griekse ouders. Hij stond ineens aan de top toen hij in 1968 een reusachtige hit scoorde samen met Vangelis Papatanassiou en Lucas Sideras in de groep ‘Aphrodite’s Child’. “Rain and Tears”, gebaseerd op de bekende Canon van Pachelbel, liet toen de dansvloer vollopen. De song paste in een reeks gelijkaardige popexperimenten uit de tijd. Denk maar aan “A Whiter Shade of Pale” van Procol Harum en “Bourrée” van Jethro Tull. Het gouden trio nam aanvankelijk zijn hits op in Parijs, in dezelfde kwaliteitsstudio waar ook ‘Majority One’ (“Because I Love”) en ‘Jupiter Sunset’ (“Back in the Sun”) hun stek vonden, vandaar een zekere similariteit in de sound van deze nummers.
‘Aphrodite’s Child’ leverde een drietal LP’s af en ze hadden aan aantal hits die zeer te pruimen waren. De hoge stem van Roussos en het muzikale genie van Vangelis vormden een gouden combinatie.
Nadat beiden hun eigen weg gegaan waren in 1971 werd Vangelis wereldberoemd met zijn filmmuziek en indrukwekkende instrumentale werkstukken, terwijl Roussos het op de populaire toer gooide en monsterhits scoorde in Europa en Zuid Amerika. Vanaf 1978 werd het stil rond hem, maar later begon hij toch weer op te treden. Toen bleek dat de fans hem niet vergeten waren. Dat merkte je ook in het Kursaal in Oostende.

Na een bombastische zoeklichtenshow op de tonen van “Also Sprach Zarathustra” van Richard Strauss zette hij “Quand je t’aime” in. De zaal zette het meteen op een gillen.
De stem van Demis klonk indrukwekkend zuiver en sterk. Ook de hoge tonen kwamen er vlotjes uit. Het contrast met het daaropvolgende “Rain and Tears” kon niet groter zijn: het werd gezongen met een zwakke, knarsende stem, die alle hoge noten omzeilde. Maar geen nood: “Forever and Ever” en “We Shall Dance” klonken weer monumentaal. En de hits rolden er uit: “Follow Me”, op de muziek van het Concierto de Aranjuez” van
Joaquín Rodrigo was een muur van geluid. Niet te geloven wat vier muzikanten en één achtergrondzangeres kunnen presteren.
In “Bella Notte” slaagde de zangeres er in op haar eentje het geluid van een heel vrouwenkoor te produceren. De drummer gaf korte breaks met de stokken in de lucht! De fans lieten het niet aan hun hart komen: in de mooie brede zaal van het Kursaal was het mooi om te zien hoe ze rechtop in de handen stonden te klappen met een extatische uitdrukking op het gezicht. Vooraan stond een groep fans met een spandoek met daarop een reuzengroot rood hart in ware adoratie mee te wiegen. Een waar feest! Toen de gitarist er in slaagde tijdens “My Friend the Wind” met een gewone elektrische gitaar het geluid van een bouzouki te reproduceren was het hoog tijd om tijdens de pauze wat te bekomen van al deze technische hoogstandjes.
Daarna vielen wij weer van de ene verbazing in de andere. Na “A Whiter Shade of Pale” ontpopte Demis zich als een ware Italiaanse volkszanger met “Santa Lucia”. Ook opera moest er aan geloven: begeleid door een batterij onzichtbare violen vatte hij “Una Furtiva Lagrima” aan van Donizetti. Ook “Ma Musique” en “Mamy Blue” (bekend van ‘The Pop Tops’) kregen een beurt.
We vroegen ons af waarom er drie geluidstechnici nodig waren voor zes muzikanten. Blijkbaar hadden de stem van de zanger en het geluid dat de muzikanten produceerden heel wat hulp van de moderne technologie van doen. We leven in een tijd van playback- en soundmixtoestanden en daar deed Roussos duidelijk zijn voordeel mee. Ook ‘The Who’ en ‘Pink Floyd’ gebruikten al heel vroeg samples om hun optredens bij te kleuren. Maar dit was van een heel andere orde. Ik hoorde iemand in de buurt spreken van ‘boerenbedrog’.
Tussendoor bewees Demis dat hij echt ‘bezorgd’ is voor zijn publiek door ongeveer twintig keer te vragen of ‘everybody OK’ was en door ons even zoveel keren zijn liefde te verklaren.

Toen hij met “Goodbye My Love, Goodbye” en een slordig gemonteerde potpourri afsloot waren de fans stilaan op het kookpunt gekomen en ze verlieten stralend van gelukzaligheid de zaal. Liefde is blind, zegt men, en dat bleek ook vanavond.

Organisatie: Kursaal Oostende

I Love Techno 2009: lekker opwindend

Geschreven door

Zaterdag 24 oktober 2009…, zachtjes tikt het winteruur tegen … maar de rode loper werd voor de 14e maal uitgerold voor de elektro- en technohoogmis van het jaar. Het megaspektakel van I Love Techno is het grootste in zijn genre. Meer dan 35000 bezoekers verspreid over vijf omgetoverde discotheken en één ‘chill room’. We trokken uiteraard ook onze dansschoenen aan en gingen met de oordopjes bij de hand op het geluid af richting Gent en hadden volgende stopplaatsen
Speedy J
Eén van onze graag geziene noorderburen is Speedy J. Hij kende zijn doorbraak met de hit “Pullover” begin jaren ’90. Hij staat erom bekend een liefhebber te zijn van het hardere technowerk maar is onderhuids beïnvloed door de gouden jaren ’90 retro. Hij mocht twee uur lang de ‘Red Room’ donkerrood kleuren en kon de aandacht naar zich toe trekken; maar heel wat liefhebbers hun kennis over deze DJ ging niet verder dan die ene monsterhit “Pullover”.

Joris Voorn
Na ‘Tommerowland’ afgelopen zomer staat Joris Voorn opnieuw op het podium van een groots elektrofestival. Deze Rotterdammer speelde in zijn jonge jaren vooral viool en gitaar maar vond met de jaren de weg naar de draaitafel. Hij is nu al ruim tien jaar lid van de hedendaagse techno-scene en slaagde er de laatste vijf jaar in om geregeld met eigen werk op de proppen te komen. “Incident”, één van de betere technonummers, kregen we dan ook te horen tussen 23u en 00.30u in de ‘Green Room’. Onvervalste techno, mooi in elkaar geswitcht door Joris Voorn. Een naam voor de toekomst…

Laurent Garnier – The Subs
De vader van de Franse techno en de voorganger van hedendaagse helden als Vitalic en Justice ... Laurent Garnier werd aangekondigd met live-band en dat concept is ons niet vreemd. Vanavond was dat beperkter … de grootmeester zelf achter zijn computer bijgestaan door een saxofonist en trompettist. Zijn mixen van beats en jazzinvloeden zorgen op het ene moment voor een loungy intens gevoel maar dat kan snel omslaan in een hevige uitbarsting van stevige, opzwepende beats.
Ondertussen gingen we even een kijkje nemen bij The Subs om dan het einde van de set niet te missen van Garnier. We gokten er namelijk op dat hij het sterkere (en het bekendste) zou houden tot het einde. En onze voorspelling kwam uit. “The man with the red face” was de overtuigende closing final.
The Subs blijven één van onze paradepaardjes binnen de dance. Ondanks het feit dat we deze clubdancers al voldoende aan het werk zagen, kunnen we er maar niet genoeg van krijgen!
Vanaf de eerste tune en beat ging de hele zaal uit z’n dak. Hun opzwepende mengeling van trance, techno en elektro ging erin als zoete broodjes. De zaal sprong en schreeuwde mee alsof hun leven ervan af ging. Er werden soms niet al te mooie woorden gebruikt maar soit, dat maakt het ‘em nu net ook bij die beats’n’pieces. Een eerste hoogtepunt tussen middernacht en één … De hel brak los in de ‘Blue Room’ en niet toevallig zaten The Subs daar voor iets tussen.

Vitalic
Deze ruim 30-jarige DJ wordt door velen beschouwd als een outsider als het op punten aankomt. Nadat we hem nu aan het werk zagen, kunnen we onze mening grondig bijschaven. Als je van opzwepende techno houdt met diverse tempowisselingen dan sluit hij duidelijk aan bij de doorsnee danceliefhebber. Hij zorgde meteen voor een ‘hot’ temperature. Een grootse, boeiende set! Wat een hoogtepunt!

Boys Noize
De headliner van deze editie was ongetwijfeld Boys Noize. Deze Duitse technoproducent stond voor de vierde opeenvolgende keer achter de draaitafel van I Love Techno, een resident van het event. Zijn nieuwe plaat ‘Power’ is klaar en dat is meteen ook de reden van zijn bezoek. Hij is zonder twijfel de publiekslieveling die in geen tijd de zaal in rep en roer bracht. Van in het begin legde hij er de pees op: harde compromisloze no-nonsense clubmuziek, lomp en zwaar, twee uur lang, de techno van deze jaren !

Dave Clarke
Dave Clarke is één van de tekende figuren van I Love Techno. Zijn passie en gedrevenheid achter de draaitafels, zijn gevoel voor ritme en zijn liefde voor Detroit is verweven in zijn unieke stijl van dj-en. Hij zorgde er letterlijk voor dat de tijd bleef stilstaan en mocht aan het einde van zijn één uur durende set de klok één uurtje terugdraaien…

Fake Blood
Wie nog niet op de tonen van “Mars” gedanst heeft dit jaar, mag zich ernstig vragen beginnen stellen. We hebben het niet over dat snoepje of de planeet maar over de monsterhit van Fake Blood. Tot voor kort was het raden naar de identiteit van deze dj. Even werd zelf gedacht dat de broertjes Dewaele achter dit project zaten. Niets is minder waar. Het gaat hier over de Londense DJ Touché, die al jaren verscheidene namen gebruikt om zijn muziek de wereld in te sturen. Het is alvast het jaartje voor de Londenaar, die een stevige pot elektro en house door de boxen knalde.

Tiga
Nog zo’n publiekstrekker, ‘Tiga live from Montreal’. Even na drieën trad hij aan én dat was spijtig genoeg al voor een halve zaal. Deze ervaren producer en remixer bood een intrigerende mix van techno, house en drum’n’bass. Hij is er dan natuurlijk ook graag bij in zijn tweede thuisland; dat respect is wederzijds. Nog even de laatste energie eruit gehaald om dan richting huis te keren.

I Love Techno 2009 was er weer eentje om te kaderen. Zowel de artiesten als de omgeving zorgden ervoor dat deze editie terug ten top was. Zal de editie van 2010 die van dit jaar overstijgen? We pleiten ervoor, want de organisatie zal feestvieren voor zijn 15e uitgave. Tot op 13 november 2010.

Organisatie: I Love Techno – Live Nation

Handsome Furs

Handsome Furs: catchy en aanstekelijk van een sterk op elkaar ingespeeld duo/koppel

Geschreven door

Het Canadese koppel Handsome Furs, Dan Boeckner – Alexei Perry, overtuigen met snedige, weerbarstige, strakke en hoekige rock’n’roll en pop, opgejaagd door een ‘80’s electro dreunende drumcomputer, gedragen en bepaald door de doorleefde, declamerende zang van Boeckner, die live heel wat galm meekreeg en deels vervormd klonk. De elektronica kwam op de recentste tweede plaat ‘Face control’, opvolger van ‘Plague Park’ meer op het voorplan. Met gemak plaatst het duo zich naast een The Kills, Joe Gideon & The Shark en Fiery Furnaces.

Op het podium was het meer dan moeite waard om dit goed op elkaar ingespeelde duo/koppel aan het werk te zien: hij leefde zich uit op z’n gitaar en versterker; de bevallige Alexei Perry op haar beurt, stortte zich letterlijk op haar synths en drumcomputer; gevolg: er was sprake van een evenwichtige aanpak van beide instrumenten … rauwe rock’n’roll meets ‘80’s slepende, soms bonkende en avontuurlijke electronicabeats. Het koppel daagde elkaar letterlijk uit en moest elkaar maar een blik gunnen om die intens broeierige sound catchy en aanstekelijk te maken. Leuk! Als een krolse kat en ballerina ging ze tekeer en te werk en viel na praktisch elk nummer op de grond. Dan ontpopte zich als een jonge Jon Spencer en Lux Interior!
Songs als “Evangeline”, “All we want baby it’s everything”, “ I’m confused”, “Nyet Spasiba” en “Thy will be done”, van de recentste plaat, klonken harder en krachtiger. Van hun debuut haalden ze van onder het stof eerder de rauwe wave/elektro rockers, waaronder “Swung our like satellites” en “He hates his babies most of all”.
We hoorden een (ultra) korte, kernachtige set van nog geen uur, waarbij de rock’n’roller en de elektronicafreak in ons elkaar vonden. Het duo was alvast z’n publiek erg dankbaar voor het warme onthaal, wat ervoor zorgde dat ze er nog een schepje bovenop deden in hun act en show. Op het eind sprong Alexie op Dan. Mooi om zo’n muzikaal koppel lief, teder en energiek, gedreven te zien met dat vlinders-in-de-buik gevoel.
Oh ja, naast Handsome Furs maakt Dan Boeckner nog deel uit van het indierockende Wolf Parade met toetsenist Spencer Krug … Hou hen best in het oog en Wees alert voor hun materiaal …

Organisatie: Botanique, Brussel

Sizzla

Vlammende Sizzla & The Firehouse Crew

Geschreven door

Sizzla Kalonji is geboren in 1977 als Manuel Orlando Collins. Zijn ouders waren devote rastafari’s uit het August Town district van Kingston. Hij debuteerde bij het Exterminator label van Phillip Burrell en stapte later over naar het label van Bobby Digital. Hij behoort samen met Anthony B en Capleton tot de Bobo Ashanti beweging, een nevenbeweging van het rastafarisme, waarbij nog meer nadruk gelegd wordt op culturele en spirituele idealen.
De belangrijkste albums (meer dan 30) tot nu toe zijn: ‘Black woman and child’, ‘Bono Ashanti’,en tevens ‘Ghetto Youth-Ology’ (zijn laatste cd, opgenomen met de Firehouse Crew).

In de AB trad hij op met deze begeleidingsband, één der beste Jamaicaanse sessiebands van de voorbije decennia. We kregen tijdens het concert een vlammende mengeling van hitsige raggariddims, ‘old school’ studio one riddims en nu en dan eens een one drop riddim, dit overgoten met wat vage R&B invloeden en een scheutje nyabinghi. Sizzla zong, schreeuwde, rapte en krijste alsof zijn leven er van afging en bracht de zaal voortdurend in extase. Hierbij werd hij ondersteund door de lichtelijk fantastische Firehouse Crew, die naaldloos en zonder overgang de verschillende riddims aan mekaar reeg. We herkenden geweldige versies van “Dry cry”, “Bless me” en “All over the World”. Na een goeie 1 uur 45 was het feest jammer genoeg voorbij.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Jim Jones Revue

The Jim Jones Revue

Geschreven door

Als u uw rock’n’roll echt vuil, gortig en smerig wil dan moet je bij The Jim Jones Revue zijn, een bende vunzige rioolratten uit London die hun sporen verdiend hebben in de garage underground van Thee Hypnotics en Black Moses.
In amper 48 uren hebben zij op 4 sporen hun debuut op plaat gekwakt in een -hoe kan het ook anders- extreem rauwe en gure productie (Raw Power van The Stooges, iemand ?).
Jones zingt met het geweld van een op drift geslagen Little Richard, hij huilt en schreeuwt als vuile honden Lux Interior of Jon spencer. De sound is ruig als The Sonics en splijtend als MC 5. Een stel wilde gitaren barsten niet zelden uit hun voegen en een piano wordt op regelrechte Jerry Lee Lewis wijze zwaar gemolesteerd. In amper een half uurtje worden er aan een hels tempo tien ongeschoren gruizige lappen van songs doorgejaagd. Eigenlijk zijn het simpele -maar soms compleet ontspoorde- rock’n’roll songs voorzien van een ongezonde dosis buskruit.
The Jim Jones Revue staat voor vuile blues, gestoorde hard-rock, gemene rock’n’roll en de goorste garage-rock. Hoera !
Wat ons betreft is dit geweldige rioolrock. We just love it !

Cascada

Evacuate the dancefloor

Geschreven door

Als je dacht dat Cascada nog maar een jonge spruit was, die nu de dancefloor heeft veroverd dan heb je het even verkeerd voor. Cascada bestaat uit het producersduo Manuel Reuter (DJ Manian) - Yann (Yanon) Pfeiffer en de bevallige blonde zangeres Natalie Horler (van Britse origine, maar die naar Bonn uitweek). Cascada is een Ultratopper in de voetsporen van Laurent Wolf, Daniel Bovie, Lady Gaga, Pink en andere talrijke dancelady’s, ons eigen Lasgo, Sylver en Milk Inc. en kan moeiteloos stappen in de projecten van DJ Rebel, David Guetta en Armand van Helden. Cascada weet zich een voornaam plaatsje toe te eigenen! In 2006 scoorden ze al een aardige hit met “Everytime we touch”.
‘Evacuate the dancefloor’ klinkt eigentijds dansbaar, en naast een paar dancefloorkillers, “Ready or not”, “Breathless”, “What about me” en de titelsong, vinden we aardige sfeervolle nummers terug, “Hold your hands up” en “Draw the line”. Bijgevolg is dit een leuk plaatje en dus waarschijnlijk meer dan een ‘one hit’.

Night Of The Proms 2009 - 25 Years …

Geschreven door

Donkere dagen, winteruur in zicht … Dat betekent tijd, naar jaarlijkse traditie, van het begin van Night Of The Proms. Het moest iets speciaal worden want het is dan ook dit jaar een jubileumeditie. Reeds 25 jaar lokt NOTP duizenden bezoekers naar het Sportpaleis en ook nu zal het niet anders zijn. Zoals gewoonlijk begon het evenement met Also sprach Zarathustra van Richard Strauss. Fine Fleur stelde zich voor als vuurdragers met glinsterende pakjes aan. Een waar spektakel.

Als eerste gasten kregen we de tweelingsbroers Peter & Zoltan Katona , twee virtuoze gitaarspelers. Deze twee kunnen er wat van. Dit klassiek gitaarspel is ronduit geweldig.
Il Novecento trakteerde ons daarna op de Bloemenwals, waarbij we bloemen te zien krijgen boven het orkest en waarbij een spray met bloemengeur door de zaal werd verspreid.
Tweede gast was Toots Thielemans. 25 jaar geleden was hij er ook al bij en wat hij nog presteert op 87 jarige leeftijd is fenomenaal. Aan bod kwamen onder meer ‘Bluesette’, ‘Turks fruit’ en ‘Baantjer’. Toots kreeg een staande ovatie en was wel even onder de indruk! Hij hoopte er binnen 25 jaar terug bij te zijn…
Daarna was het de beurt aan Sharon den Adel,zangeres van Within Themptation. Deze gothic heavy rockende zangeres bracht eerst “Ice Queen” waarbij Fine Fleur als witte geesten uit de grond kwam. Vuureffecten maakten tijdens het tweede nummer “Stand my ground” het spektakel compleet.
Vervolgens kwam Roxette, het Zweedse duo waarvoor ik eigenlijk was gekomen. Ze brachten een eerste nummer “I wish I could fly”. Allebei zagen ze er goed uit, de hoge noten waren een beetje moeilijk voor Marie, maar wie kan haar dat kwalijk nemen na de helse strijd die ze heeft moeten leveren.
Ouverture uit ‘Dichter en boer’ van Franz von Suppé bracht ons naar het volgende duo: Orchestral Manoeuvres in the Dark oftewel OMD zette “Maid of Orleans” in en dan komen er heel wat herinneringen terug. Na een korte medley kregen we nog “Enola Gay”.

Na de pauze iets helemaal anders: jongeren met 25 verschillende nationaliteiten dansten samen. Het project ‘Let’s go Urban’ is een project van de stad Antwerpen.
De gitaartweeling voorzag daarna nog eens van een medley met o.a. “Sweet home Alabama”, “Bad”, “Black or White” en “Smells like teen spirit”. Samen met John Miles kregen we “Stairway to Haven” te horen.
En daarna was Toots er terug met een versie van “A wonderful World” met het portret van Louis Armstrong op de achtergrond. Hij bracht ook nog “If I could” samen met John Miles.

Na een hulde aan 25 jaar NOTP met de bolero van Ravel was het terug tijd voor de hoofdact Roxette. Het publiek was dolenthousiast. “The look”, “It must have been love”, “Joyride” en “Listen to your heart” werden moeiteloos meegezongen. Het was fijn ze te kunnen zien en de staande ovatie was echt verdiend!

Als “Land of hope and glory” wordt ingezet weet men dat het einde nabij is. Maar niet voordat we ook nog eens het onvermijdelijke “Music” van John Miles te horen krijgen.

Deze editie met zoals steeds gastheer en presentator Carl Huybrechts, was eens te meer geslaagd. Puike organisatie en een aanrader voor iedereen die nog eens lekker uit de bol wil gaan op klassieke muziek gecombineerd met pop en rock. Er zijn nog enkele kaarten te verkrijgen. Kijk vlug op www.notp.com. De concerten vinden nog plaats tot 11 november 2009… Be there!

Organisatie: Sportpaleis, Antwerpen

Amenra

Amenra - 10 years Church of Ra: geen alledaagse eucharistieviering!

Geschreven door

Om hun uiterst succesvolle en uitputtende ‘Mass IIII’-tour met felbegeerde slots op onder andere Pukkelpop, Dour, het Franse Hellfest, het Nederlandse Roadburn en een korte Europese doortocht met Neurosis, af te sluiten, koos de West-Vlaamse postmetal/sludgeband Amenra ervoor om dat te doen op een uitzonderlijke en weldoordachte manier. Geen doorsnee show dus. Er werd geopteerd voor een multimediaal concept met naast het muzikale aspect ook een heuse tentoonstelling. De tentoongestelde kunst, fotografie, prints en video-installaties was door de bandleden en bevriende kunstenaars gemaakt. Een mooi en felgesmaakt initiatief dat op positieve reacties werd onthaald. Het prachtige en sfeervolle kader van de Kortrijkse Schouwburg was hiervoor deuitgelezen locatie. Een onvervalste thuismatch voor het vijftal met roots in de Kortrijkse periferie.

De mis werd voor deze unieke gelegenheid geopend met een korte akoestische set waarbij de leden van Amenra, gezeten op authentieke kerkstoeltjes, enkele intieme breekbare songs brachten. De fragiele en cleane vocals van Colin van Eeckhout en de repetitieve en minimale gitaarakkoorden van Lennart Bossu en Mathieu Van de Kerckhove, stonden hier centraal. Dit was Amenra 'unplugged'. Iets wat beslist een unicum mag genoemd worden. Dit was nog maar de appetizer voor wat komen zou. De echte ceremonie moest dan nog beginnen. We waren alvast razend benieuwd.

Na een lange en onheilsspellende intro, gingen de gordijnen eindelijk open en werd er afgetrapt met de pletwals "The pain it is shapeless" van ‘Mass IIII’. De logge gitaarsalvo's, de beukende ritmesectie en de intense, schreeuwende vocals van Van Eckhout vormden een hypnotiserende en massieve wall of sound. Op de achtergrond waren er duistere en groezelige zwartwit visuals te zien die perfect aansloten bij de pikzwarte en apocalyptische muziek. Zanger Colin van Eeckhout stond, zoals gewoonlijk, met zijn rug naar het publiek gekeerd en was volledig in trance, in zijn eigen wereld. De innerlijke demonen werden hier uitgedreven. Exorcisme van de ziel, een helende therapie.
Twee witte, naakte figuren zorgden met hun knappe en aparte choreografie voor een extra filmische dimensie tijdens "Aorte.nous sommes du même sang" en "Le gardien des rêves". De aanwezigen waren duidelijk onder de indruk van wat er zich afspeelde. Een volgend memorabel moment diende zich aan gedurende "De dodenakker". Hier bewoog een wit geverfd mannelijk duo ritmisch het hoofd op de buik van een zwangere vrouw. De 'bebloede' dame zorgde voor verbijsterende reacties bij de toeschouwers. Symboliek en (religieuze) beelden kregen zo een plaats naast de overdonderende muziek. Verbazing en ongeloof alom.
Bij het oudje "Am kreuz" gaven de hemelse en etherische engelenvocalen van gastzangeres Delphine Delegorgue (van de band Yolk, goede vriendin + lid van de kerk!) een fraai contrast met de oerkreten van Van Eeckhout. Met loodzwaar materiaal als "Silver needle.golden nail" en "Razoreater" werden de aanwezigen terug wakker geschud. De rust was van korte duur geweest. Bij de lang uitgesponnen afsluiter "Ritual" kwam er een derde gitarist en percussionist/drummer het gezelschap versterken. Een vrouwelijke priester leidde de slotdienst in goede banen met furieus en ijzingwekkend gegrunt. Er was geen ontkomen meer aan, de apocalyps was onvermijdelijk! De monsterlijke song bereikte zijn climax toen Van Eeckhout langzaam opgetakeld werd aan haken en touwen en letterlijk 'opgehangen' werd. Een ‘crucifix suspension’ noemt men zoiets … De cirkel was op deze manier rond. Confronterend om het nog zacht uit te drukken.

Na een dik uur gingen de theatergordijnen terug dicht en waren we getuige geweest van een ervaring die we niet vlug zullen vergeten. Een muzikale hoogmis die we waarschijnlijk nooit meer zullen meemaken en die lang in ons geheugen zal gegrift blijven. Zeer gedurfd en verbluffend!! Voor de onwetenden onder ons: Ra rules!! All join the Church of Ra!!

Organisatie: CultuurCentrum, Kortrijk


Sonic Youth

Sonic Youth op automatische pilot

Geschreven door

Het was niet zozeer omwille van het feit dat Sonic Youth zeer rijkelijk putte uit hun nieuwste cd ‘The Eternal’, want dat vinden wij een prachtplaat, het was eerder de manier waarop waardoor wij een beetje op onze honger bleven zitten. Sonic Youth speelde weliswaar strak en snel maar ze kleurden te veel binnen de lijntjes, op een paar uitzonderingen na zoals in “Death valley 69” helemaal op het einde, maar toen was het kalf al verdronken. Enige vormen van noise, feedback en lange gitaaruitspattingen, wat ons betreft Sonic Youth’s almachtige handelsmerk, werden volledig achterwege gelaten. En dat hadden wij nu echt niet verwacht.

Het bijzonder sterke album ‘The Eternal’ kreeg op het podium geen enkele meerwaarde, de songs werden gewoon (te) netjes gebracht en konden in de live uitvoering dan ook niet boven zichzelf uitstijgen. Let wel, een nummer als “Anti Orgasm” is en blijft absoluut fantastisch en was ook in de AB een hoogtepunt, net als het ingetogen “Shadow of a doubt”, één van de weinige oudjes die vanavond in de set mochten. Waarmee we maar willen zeggen : Niets was echt slecht, goeie songs blijven goeie songs, en zo heeft SonicYouth er wel een pak op hun palmares en ook in de AB was dit niet anders.
Na het concert wisselden gemengde indrukken elkaar af. Wij hoorden termen als ‘gecontroleerd’, ‘berekend’, ‘subtiel’ en ‘afgelijnd’. Afgelijnd ??? Als wij een afgelijnd concert willen dan zullen we wel naar fuckin’ Pink Floyd gaan kijken, maar van Sonic Youth verwachten we wilde gitaren die op geniale wijze naast de pot pissen. En wie enkele jaren geleden de woorden ‘gecontroleerd’ en ‘berekend’ met Sonic Youth in één hap in de mond durfde te nemen zag zijn kop algauw onder de guillotine belanden.

Dit was een concert die niet-Sonic Youth fans geweldig zouden vinden, maar als fan kunnen wij enkel maar ontgoocheld zijn, temeer daar wij de band een dik jaar geleden nog schitterend zagen scheuren op de Lokerse Feesten.
Wij vermoeden dat het in de AB wel hun bedoeling zal geweest zijn, eigenwijs als ze zijn, om eens een proper concertje te spelen. Voor hetzelfde geld trekken ze bij hun volgende doortocht terug alle registers open dat onze oren er drie dagen later nog zullen van piepen. Dat is ook de reden waarom we er de volgende keer terug bij zullen zijn. Want, dit mocht dan al een zeer propere Sonic Youth zijn, we hoeven toch nog niet echt te vrezen dat ze op één van de volgende edities van Night of The Proms zullen staan…

Organisatie: Live Nation

Nouvelle Vague

Nouvelle Vague gaven de perfecte sensuele (tong) kus

Geschreven door

Het Franse Nouvelle Vague zijn producers uit Parijs, Marc Collin en Olivier Libaux, die net zoals ik de jaren ’80 hebben meegemaakt en een zekere voorliefde behouden. Maar ik beluister eerder graag die platen terug en ga retrobands bekijken, terwijl zij als muzikanten al drie cd’s uitpakken met een keuze van bekend en minder bekend werk van ‘80’s (punk) pop en new wave classics. De coversongs hebben een zwoele, groovy ondertoon en krijgen leuke, frisse, knappe en creatieve impulsen. Het geheel klinkt bevreemdend, sensueel en romantisch, bepaald door de vocals van twee charmante zangeressen, die een prominente rol innemen. Er is oudgediende Melanie Pain (in glitterjurk), met haar broeierige, fluisterende sexy stem in navolging van de Cocorosie dames, die groots is in het lichtvoetig materiaal en er is de performster Nadeah Mirande (in avondjurk), een blonde diva, die als een bezetene kon tekeer gaan en grauw en grimmig kon uithalen … een podiumbeest … de lange blonde haren wild om zich heen slaand, wat de mannen hun fantasie op hol deed slaan … De dames voelden elkaar heel erg goed in hun wisselende en gevarieerde zang.
Op de recente Nouvelle Vague cd horen we minder de bossonova en reggae inslag. Een diepe contrabas, sfeervolle psychedelica toetsen, een tokkelende gitaar en bezwerende, zalvende drums vormden de toonaard en boden de ideale cocktailparty, die op de dansspieren inwerkte, opwindend en hitsig kon zijn en soms veel aan de verbeelding overliet …Letterlijk voelden we hun adem en knuffel, de ‘perfecte sensuele (tong) kus’ van hun recentste plaat.

In loungestijl opende het gezelschap met “So lonely” van The Police, die buiten de tekst, muzikaal moeilijk herkenbaar was. De danspasjes van de bevallige dames zagen we op “Master & servant” en “Ever fallen in love”. Verleidelijk klonken “Road to nowhere”, “Human fly” en “The guns of Brixton”. We voelden de zweetparels van de uitzinnige perform van Nadeah, die zich in de zaal smeet op de Dead Kennedy’s klassieker “Too drunk to fuck”; het refrein werd eerst zachtjes, dan harder meegezongen. Een moment van rust ervaarden we door een beheerst gehouden “God save the queen”, gedragen door Melanie’s fluisterstem in een meezingdialoog, wat gevolgd werd door een schitterend origineel gecoverde versie van Madness’ “Grey day”, die qua act naar een soort duiveluitdrijving neigde. Om totaal loos te gaan, was nog een paaldanseres tekort op het podium.
Er viel naast de muzikale originaliteit veel te beleven op het podium. Een boeiende gig, die het dromerig met het meer uptempo werk afwisselde en verrassende wendingen bood: van “I just can’t get enough”, “Blister in the sun”, naar obscure versies van “All my colours” en “Parade” (van Magazine), tot een freefolkversion van “Friday night, saturday mornings” (van The Specials) en een waverockende “Dance with me”. “Love will us tear us apart” van Joy Division was de terechte afsluiter na anderhalf uur. De song klonk gaandeweg krachtiger en de dames lieten het publiek de ruimte om het refrein mee te zingen en de herkenbare sound mee te neuriën.

Ook de bis was om van te snoepen … een huiveringwekkende “Bela Lugosi’s dead” van Bauhaus, die de dreigende spanning en wave behield van het origineel , een groovy “Not knowing” en een ingehouden “Manner of speaking” (Tuxedomoon), op cello en akoestische gitaar.
Om maar even te zeggen hoe sterk en overtuigend Nouvelle Vague de gecoverde nummers verrassende, avontuurlijke en aangename wendingen gaf, van meezinghits tot van onder het stof gehaalde ‘80’s classics.

Ook de support mocht er best zijn …The Error Team, een trio op synths (Hammond), piano en drums, bracht de Nouvelle Vague’s bossonova , de latin/exotica van Gotan Project, de Cinematic Orchestra’s filmmusic en een ‘50’s jazzy boombal samen. Een instrumentaal uiterst beheerste lounge en easy listening …

Organisatie: Democrazy, Gent

The XX

XX

Geschreven door

The XX is een jong Londens kwartet, 2 meisjes, 2 jongens, die zich in de spotlights plaatsten met hun ‘XX’ debuut. Ze maken deel uit van de huidige lichting The Maccabees, Chairlift, Big Pink en verder hebben ze een connectie met de groove van o.a. Hot Chip. Ze houden het op broeierig intense, intieme ‘darkwave’ songs. Fluisterpop die een bijzondere spaarzame mix bevat van indiepop, postpunk, ‘80’s wavepop en r&b. Een ‘pop noir’, die door ‘the less is more’ aanpak van minimalisme intrigerende, subtiele songs met een ingehouden spanning oplevert. Een boeiende sound dus. Het ‘spooky’ gitaarspel en getokkel, de prikkelende, gestripte synths en beats en de prachtduetten van Romy Madley Croft en Oliver Sim bepalen dit hemels debuut. De groep linkt aan het vroegere Young Marble Giants (een paar jaar geleden brachten ze nog de verzamel 3 cd ‘Colossal Youth’ uit - een terechte aanrader, trouwens!), halen elementen funk en r&b aan en zoeken het in de subtiliteit en finesse van Cocteau Twins sferen, een psychedelisch Stereolab en een donkere Chris Isaak.
Na de inleidende intro zijn er meteen prachtsongs “VCR”, “Crystalised”, “Islands” en “Heart skipped a beat” … intiem sfeervolle, emotievolle songs; na de tweede instrumental “Fantasy” hebben we in het tweede deel van de cd overtuigende, sterke songs als “Shelter” en “Basic space”.
Betoverend melancholisch plaatje van deze vier twintigers …

Monsters Of Folk

Monsters Of Folk

Geschreven door

Een sterke cohesie en kracht vormt de samenwerking tussen de songschrijvers M. Ward (She & Him), Jim James (My Morning Jacket) en Conor Oberst (Bright Eyes, …). Het trio had in 2004 soms een paar gezamelijke optredens en vanuit die contacten begon het drietal deze optredens als de Monsters Of Folk. Naast hun eigen projecten en bands, doken ze vanaf dan regelmatig de studio in met Mike Mogis van het label Saddle Creek, die als producer en vierde bandlid fungeerde. Deze plaat kwam uiteindelijk tot stand, met een overbrugging van een goede twee jaar. Rustig werkten de heren, individueel – gezamenlijk, aan het materiaal. Hun americana/rootsrock doet denken aan de Traveling Wilburys (ook al zo’n vervlogen project) en Crosby, Stills, Nash & Young. Ook aan de hoes maak je onmiddellijk die link.
De songs krijgen een vervaarlijk monsterlijk hoge score; we horen pittig , gedreven songs , “Man named truth” en “Losin to head”, broeierig dromerig materiaal met een lichte groove als “Dear God”, “Say please” (de single), “Whole lotta losin’” en “Ahead of the curve”, en er zijn innemende ballads, die door de gitaarslides en steelpedal een hoge emofactor hebben, “The right place”, “Goodway”, “Temazcal”, “Magic marker” en “His master’s voice”.
Het weze duidelijk dat deze drie gerenormeerde artiesten deze stijl perfect beheersen, de songs vocaal, ofwel apart ofwel tesamen, zeggingskracht geven en aandachtig zijn voor allerlei subtiele geluidjes.
Grootse artiesten, die een uniek en gevarieerd plaatje uithebben … te koesteren dit ‘Monsters Of Folk’ project.

Mika

The boy who knew too much

Geschreven door

De jonge 26jarige popartiest Michael Penniman (aka Mika), who knew too much, bezit alvast de kunst om aanstekelijke traditionele pophits te schrijven; ze zijn speels, onschuldig, vrolijk en optimistisch. De Britse artiest met Libanese roots scoorde een handvol commerciële nummers van z’n debuut ‘Life in cartoon motion’, waaronder “Love today”, “Grace Kelly”, “Real, take it easy” en “Lollipop”. Hij balanceert ergens tussen George Michael, Scissor Sisters, Queen, Elton John, Bee Gees en Abba.
’The boy who knew too much’ is geen herhalingstoets , maar een logisch vervolg, waarbij bruisende en sfeervolle pop probleemloos naast elkaar kunnen staan. En hij geeft ze zelfs een handige draai tussen dromen en dansen! “We are golden”, “Rain”, en “Blame it on the girls” zijn alvast drie schitterende openers van de nieuwe cd; “Touches me” rockt en “Toy boy” kon regelrecht uit een musical komen, en met songs als “I see you”, “One foot boy”, “By the time” en “Pick up off the floor” weet hij de gevoelige zieltjes te raken.
Kijk, dit is een echte ‘feel good’ en ‘pur sang’ popplaat, of hoe je erin slaagt met een eenvoudige aanpak grootse nummers te schrijven en grootse dingen te doen …

James Morrison

James Morrison: ‘Big it up for James’!

Geschreven door

Iedereen kent James Morrison waarschijnlijk wel van zijn doorbraakhits “You give me Something” en “Wonderful World”. Zelf zijn we hem nadien eerlijk gezegd wat uit het oog verloren maar dat zal wel aan ons liggen want een uitverkochte Ancienne Belgique illustreerde dat deze Engelsman ook in ons land een ruime aanhang kent.

In het voorprogramma etaleerde Selah Sue haar kunstjes. Op haar 20ste is zij momenteel nog 2 jaar jonger dan Morrison ten tijde van zijn debuutplaat dus in principe heeft deze sympathieke psychologie-studente een lichte voorsprong op hem. De vraag blijft echter of Selah Sue ooit een zelfde internationale doorbraak zal kunnen forceren. In België is zowat iedereen ondertussen sterk overtuigd van het feit dat ze er alleszins de capaciteiten voor heeft.
Het meisje met de nogal problematische initialen charmeerde het Brusselse publiek met haar complimentjes aan enerzijds ‘de liefste vrouw van de hele wereld’ (“Mommy”) en anderzijds James Morrison (die haar ook de voorgaande avond bij onze noorderburen een kans gaf als zijn voorprogramma). Ze stal voorts vele harten door ook een mondje Frans te praten om uiteindelijk als echte Belgische met het Engels als compromis op de proppen te komen.
Na “Black Part Love” meenden we dat het tijd werd om even de gitaar te stemmen want tijdens “Fyah Fyah” hoorden we meer dan één valse noot. Niet dat dit echt stoorde want Selah Sue tracht met opzet niet al te gepolijst te klinken. Een perfect gestemde gitaar zou in combinatie met haar karakteristieke stem trouwens als een tang op een varken slaan. Zoals gewoonlijk dreef ze haar hese stembanden frequent tot het uiterste. Het valt te betwijfelen of we dit als een goede gewoonte mogen bestempelen, haar stemdokter zal er ons inziens alleszins zijn bedenkingen bij hebben. Naar het einde van de 35 minuten durende set toe gooide ze het steeds meer over de “Raggamuffin’”-boeg om uiteindelijk (uiteraard met een vet Jamaïcaans accent) te besluiten met de woorden “Big it up for James!”.

Het gebeurt niet vaak dat een voorprogramma op meer dan een beleefd applausje kan rekenen, in het geval van Selah Sue waren de reacties echter zodanig enthousiast dat James Morrison zich achter de schermen vermoedelijk begon af te vragen of hij ook een dergelijk onthaal zou krijgen. Een klein half uurtje later werd hij meteen gerustgesteld want de stevige opener (“The only Night”) kon op de luidkeels geuite goedkeuring van het publiek rekenen. Een publiek dat trouwens in redelijk grote mate van het vrouwelijk geslacht was, iets wat ons nu ook niet zó erg verwonderde want uiteindelijk was het één van onze persoonlijke drijfveren om James Morrison te gaan bekijken….doch dit geheel terzijde want uiteraard kwamen we zoals steeds vooral voor de muziek. Nu we het daar toch over hebben: tot onze aangename verrassing swingde ook het tweede nummer, “Save Yourself”, meer dan behoorlijk. Daarna deed men het wat kalmer aan. Tijdens “Please don’t stop the Rain” liet Morrison zijn gitaar voor het eerst links liggen en deed hij ons qua gestes denken aan Chris Martin van Coldplay (waar hij met zijn korte coupe ook heel erg op lijkt…al zullen de dames op dit punt mogelijks van mening verschillen). Hierna bracht men een nieuw lied (vermoedelijk “Standing on the same Side” getiteld) dat met zijn orgel-intro en soulvolle zang een stevig gospel-tintje kreeg. Het mooi opgebouwde “Love is hard”, de openingstrack van het vorig jaar verschenen ‘Songs for you, Truths for me’, maakte duidelijk dat de ganse band in een goede vorm verkeerde. Na “You make it real” uitte de zanger expliciet zijn dankbaarheid voor de enthousiaste meute die vervolgens getrakteerd werd op wat sexy time aangezien de bekoorlijke achtergrondzangeres (Miss ‘Foxy’ Beverly Brown) even op de voorgrond mocht treden tijdens “Broken Strings”, een nummer dat voor Morrison een kleine hit werd in duet met de evenzeer bevallige Nelly Furtado. De hoofdrol die de gitarist in het bluesy begin van “If you don’t wanna love me” mocht spelen, klonk erg Jeff Buckley-achtig. Na die hemelse gitaarklanken trok James Morrison in deze erg retro klinkende soulsong vocaal alle registers open. Voor wie nog nooit het voorrecht had om hem te horen zingen: ook zijn stem is hemels en doet qua heesheid niet onder voor die van zijn voorprogramma. De daarop volgende steamy rocksound bracht de afwisseling die eigenlijk het gehele optreden kenmerkte. Ook de uitstekende geluidsmix en de knappe belichting verdienen trouwens een eervolle vermelding.
Als we toch een minpunt moeten vermelden, dan kiezen we voor het te lang uitgesponnen “Call the Police”. Dit lied omvatte wel uitstekend gitaarspel maar viel te zwak uit om minutenlang gerekt te worden middels o.a. geforceerde meezingmomenten. Gelukkig herpakte Morrison zich snel in een opnieuw naar gospel neigend “Precious Love”. De ‘one, two, three, four’ die de overgang naar het daarop volgende nummer verzorgde, klonk alsof Bruce Springsteen zelve “Born to run” aanhief. Spijtig genoeg serveerde James Morrison een veel makkere song dan die sublieme live-klassieker. Het concert eindigde wel goed met zijn eerste hit, het drie jaar oude “You give me Something”.
De bisronde werd afgetrapt met een eerbetoon aan Michael Jackson. Het breekbare “Man in the Mirror” kreeg een gepast sobere versie met enkel keyboards en Morrison zelf op akoestische gitaar. In “Fix the World up for you” mocht opnieuw de volledige band invallen. Voor de volledigheid merken we op dat die verdienstelijke band naast de keyboards-speler bestond uit een organist, een bassist, een drummer, de reeds herhaaldelijk vermelde gitarist en twee achtergrondzangeressen. Zoals verwacht koos Morrison als afsluiter voor “Wonderful World”, ’s mans grootste hit uit het succesvolle “Undiscovered” waarmee hij in 2006 debuteerde. Na afloop maakte de volledige groep enkele diepe buigingen en ging James Morrison uitgebreid handjes schudden met de fans die zich tot op de eerste rijen gewrongen hadden.

Velen zullen zich afkerig houden van James Morrison vanuit het door gebrek aan kennis gevoede vooroordeel dat deze jongeman enkel kleffe ballads brengt. Zelf kunnen we ook slechts zijn twee doorbraakhits mee neuriën en dienen we toe te geven dat die songs de muziekgeschiedenis niet echt ingrijpend veranderd hebben. Wie zich echter met een objectieve en open geest naar de Ancienne Belgique begaf, moest na afloop erkennen dat James Morrison met veel verbetenheid en vakmanschap een zeer degelijk en gevarieerd optreden kan geven. Jong en oud (we zagen niet enkel schoolmeisjes maar ook vele moeders en zelfs grootmoeders!) schonken hem een welverdiende staande ovatie, iets waar vele vernieuwende artiesten niet altijd recht op hebben.
Om Selah Sue te citeren: ”Big it up for James!”.

Organisatie: Live Nation

Athlete

Athlete: evenwichtige set van doorwinterde artiesten

Geschreven door

Als we de muziek van het sympathieke Britse kwintet horen, komen volgende zaken naar boven … Band met hitpotentie… radiovriendelijk, toegankelijk, neigende naar stadionrock … Coldplay, Snow Patrol, Keane en Doves. De band heeft totnutoe vier cd’s uit, waarvan ‘Beyond the neighborhood’ uit 2007 het minst sterk klonk. Maar ze bijten sterk van zich af op het recente ‘The black swan’, dat kwalitatief gerust naast de oudere ‘Vehicles & animals’ en ‘Tourist’ kan staan.
In Engeland zijn ze succesvol, bij ons loopt het veel minder vaart; de singles horen we regelmatig. Athlete is geen hype, nee, het is een bedreven band die de kunst heeft goede Britpop te produceren van dromerig, sfeervol, ontroerend en emotievol materiaal. Ze hebben met Joel Potts een sterke zanger.

Een goed gevulde Orangerie kon een evenwichtige band aan het werk zien die uit elke cd een handvol songs plukte en de huidige cd in de spotlights plaatste. We hoorden gevarieerd materiaal, waarvan de afsluitende song “Light the way” mag ingelijst worden als één van de meest melancholisch pakkende, breekbare songs van het moment. Het zijn doorwinterde artiesten, die zonder enige stress midden de set een stroompanne overwonnen door doodleuk twee songs akoestisch en niet versterkt te spelen. Potts zorgde voor een kampvuursfeertje en betrok onmiddellijk het publiek erbij door handclapping en obligate ‘oohoohs’. Een pluim!
Het nieuwe “Superhuman touch” opende, directe poprock, ondersteund door kleurrijke synths, die op de recente cd een belangvolle rol innemen. De daaropvolgende songs “You got the style”, “Shake those windows” en de oude single “Half light” hadden een intense opbouw, wisten meer aan te zwellen en klonken soms krachtiger. Het ingetogen “The black swan” was gericht aan z’n grootvader, die onlangs was overleden en heldheftig had gestreden in WO II. Na de sfeervolle, dromerige liefdessong “Tourist” viel bij aanvang van “One million” plots de stroom uit. Bij controle bleek er verlies te zijn op hun versterkers; Joel Pott was niet uit z’n lood te brengen en bracht een ‘all together’ gevoel in ‘een singalong’ van “One million” en “Wires”. Na een paar valse starts kon de band terug inspringen met de melodieus aanstekelijke “Westside”, “The outsiders” en “Magical mistakes” die net als bij een Keane bepaald werd door een beheerste dosis elektronica en beats. Athlete besloot krachtiger met “24 hours” en het melodieus broeierige “The getaway”, die op het eind een sterk meezinggehalte kreeg.
Door het speelse karakter en hun spontaniteit kon de groep rekenen op een warm onthaal. Twee toegiften kregen we nog na ongeveer anderhalf uur: een snedige, stevige versie van “Love comes rescue” en “Light the way”, de hartenbreker van het moment!

We hoorden een uiterst verzorgde set van een band, die het verdient naast de groten te staan. Waarschijnlijk zijn het nog te ‘ordinary guys’. Eén ding is wel zeker, Athlete is een kwalitatief sterke band die live staat als een huis …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Botanique, Brussel

Green Day

Green Day: Spektakel en Punkrock zonder scruples

Geschreven door

Vijf jaar na ‘American Idiot’, hun gig op Rock Werchter en eerste zaalconcert sinds mensenheugnis, was het Amerikaanse punkrocktrio Green Day (live met zes!), onder Billie Joe Armstrong, er terug als vanouds bij en bewezen twintig jaar na ontstaan, dat ze nog steeds in de running zijn; ze behouden de punkpop een fris, levendig, eigentijds en jeugdig gezicht met hun ‘to the point’, melodieus opbouwende rock en meezingbare refreinen; hun catchy, vaardig en gedreven geluid dompelden ze onder in een twee en half uur durend totaalspektakel … Amusement en show, zonder hun roots van punkrockers ook maar te verliezen… Hou er zelf maar eens de aandacht bij om te putten uit een rijkelijk gevulde carrière, het publiek op te jutten, in te gaan op reacties van de eerste rijen, ruimte te laten voor enkele jeugdige fans, speelse intermezzo’s toe te laten en alles te laten knallen met een (gezonde) dosis vuurwerk!

Net vóór de aanvang dwarrelde een reuzengroot (dronken) konijn rond op het podium en hitste de menigte op met ‘rock’n’roll high skools’ en ‘YMCA’s. Plots floepten de lichten uit, en stonden we aan de rand van een grootse stad van hels verlichte flatgebouwen, waarvóór de band Green Day stond. Het hyperkinetisch leuke gezelschap (aangevuld met een toetsenist en twee gitaristen (waarvan 1-tje schuin achter de boxen)), onder Billie Joe Armstrong, vloog erin met een paar songs van de recentste cd, “Song of the century”, “21st Century breakdown” en “Know your enemy”. ‘Punkrock without rules’, want Armstrong haalde er al iemand van het publiek bij om het feestje op gang te trekken … refreinen werden luidkeels meegezongen en de menigte zwaaide met de handen in de lucht. ‘A typical American show’, maar eentje die beheerst, doordacht en zonder scrupules was … Een klein jongetje mocht zich een moment een ‘groots artiest’ wanen aan de zijde van Armstrong.
Ze hielden het tempo met “Holiday” en “The static age” hoog. Met dezelfde positieve en enthousiaste ingesteldheid hoorden we meer gematigde versies van “Are we the waiting”, “St. Jimmy” en “Boulevard of broken dreams”, die naadloos in elkaar overgingen en intrigeerden dor een puike opbouw.
Tijd voor wat afkoeling en animatie, dacht Billie Joe dan … hij spoot de eerste rijen met een waterpistool en een tuinslang. Alsof dit nog niet genoeg was, gebruikte hij nog een wc rolschieter, schoot hij met een kanon t shirts het publiek in en knalde het op het podium met vuurwerk. Het gaf elan aan de snedige uptempo rockers “Hitching the ride”, “Welcome to Paradise”, “When I come around”, “Brain stew” en “Jaded”.
Op “Longview” werd een jonge gast uit het publiek heel even Billie Joe op zang, terwijl hij zich dan toelegde op z’n gitaarspel. Zonder podiumvrees zong onze vriend de tekst, wat luidkeels werd onthaald. Een stagedive maakte een eind aan deze sterrentocht ..  “Basket cage” volgde. Refererend aan de skapunk van Rancid (met blazer!), was er plaats voor een volgende medley op “She”; flarden “Stand by me”, “I can’t get no satisfaction” en “Shout” waren te horen. De huidige single “21 guns” en “Minority” besloten na twee uur het feestje en verve.
Ze breidden er in de bis nog een leuk vervolg aan en zweepten het publiek op met verrassende wendingen van “American idiot” en “Jesus of Suburbia”. Wat een apotheose! Groots vertoon van deze artiesten! Terecht kwam zanger/gitarist en frontman Billie Joe in de spotlights en zorgde met de akoestische versies van “Wake me up when september ends” en “Time of your life” voor kippenvelmomenten … Een heerlijk tokkelende gitaar en gevoelige vocals …, waarbij iedereen de refreinen meezong!

Green Day stond garant voor speelplezier en entertainment vol emotie. Doorwinterde punkrockers die weten wat ze willen en kunnen. Kortom, een viersterren concert ‘to remember’ van deze dolle bijna veertigers

Support was Prima Donna, die een half uur doorsnee American Rock speelde. Hun gig verbleekte na het muzikaal concept van Green Day …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Live Nation

Joan Baez

Joan Baez: the voice of an angel

Geschreven door

Joan Baez debuteerde als folkzangeres in 1959 op het Newport Folk Festival. Dit was de start van een lange carrière, die nog steeds voortduurt. Ze ontwikkelde zich langzaam meer als protestzangeres, en dat is ze nu nog steeds. Ze was betrokken bij alle belangrijke gebeurtenissen uit de sixties en later, en dat is geen understatement. Samen met Pete Seeger symboliseerde zij de stem van het volk in het protest tegen de Vietnamoorlog en de beweging voor burgerrechten. Ze nam deel in 1963 aan de mars op Washington, waar Martin Luther King zijn onsterfelijke “I Have a Dream…”-rede uitsprak.
Ze nam Bob Dylan mee op tour en lag daarmee aan de start van zijn schitterende carrière. De twee trokken heel veel samen op en zongen elkaars nummers. Ze inspireerde talloze andere muzikanten, zoals Led Zeppelin en The Animals, door nummers aan hen voor te stellen.

68 jaar oud is ze ondertussen, en nog steeds staat ze op de barricades, met Cesar Chavez, met Nelson Mandela, voor het Iraanse volk in hun vreedzaam protest…
Meer dan 50 jaar, 40 platen en talloze onderscheidingen en awards later, stond ze in de oude Stadsschouwburg in Brugge met haar groep.
En toch is ze weinig veranderd. Niet op gebied van ideeën, niet qua uitzicht. Natuurlijk is haar lange zwarte haar grijs geworden en kort geknipt. Maar haar belangrijkste attribuut, haar stem, heeft nog steeds niets aan kracht ingeboet: een krachtige sopraan met een natuurlijk tremolo en een bereik van drie octaven. Ze vertelde (ja, dat doet ze ook nog steeds heel graag) dat ze op een dag een uitgeputte Martin Luther King moest wakker zingen, omdat hij een toespraak moest houden. Op het einde van de song mompelde King: “I hear the voice of an angel” en sliep verder. Als iemand zoiets over zichzelf vertelt komt dat een beetje opschepperig over, maar van haar wordt dat getolereerd.

De oude Stadsschouwburg is het gedroomde decor voor zo’n concert: prachtige akoestiek, schitterende zaal waar iedereen dicht bij het podium zit. De groep van Baez bestaat uit vier heel goede muzikanten, die verschillende instrumenten bespelen. Zo kregen we piano, fiddle, mandolines, akoestische gitaren, accordeon, contrabas en percussie te horen, allemaal perfect gespeeld. Joan Baez zelf beheerst de akoestische gitaar volledig. Ieder nummer een andere, die dan ook nog rigoureus gestemd werd.
De grote dame begon heel ontspannen aan haar concert en vertelde dat ze tegenwoordig heel gelukkig is, op tournee met haar bandleden en met haar 96-jarige moeder. Ze had zelfs een dankwoordje in de drie landstalen en een pluim voor Brugge, waar het prachtig wandelen is. Zelfs ons klimaat kon haar niet tot negatieve uitspraken verleiden. Het is duidelijk dat ze een levensfase bereikt heeft die haar rust geeft, zonder de ongeduldigheid van de jeugd, maar met dezelfde gerijpte idealen.
“With God on our Side” van Dylan bracht het eerste kippenvel: even waren we terug jong in de vroege sixties. Een gospelsong en een Spaanse song boden dezelfde ingrediënten, die altijd in haar eigen songs opdoken: een grote liefdesgeschiedenis, die eindigt in tragedie en dood. Ze deed er zelf ironisch over, maar staat er wel zelf nog volledig achter.
Verder kregen we ook nog “Angelina” en “Joe Hill” in een wat swingende versie te horen. Tot ze alleen op het podium achterbleef en “Swing Low, Sweet Chariot” inzette. Na enkele maten stapte ze voor de microfoon en zong zonder versterking en begeleiding verder. Een innig mooi moment… Ze ging probleemloos over in “Blowing in the Wind”, een zoveelste hoogtepunt.
Na een staande ovatie kwamen de bisnummers: drie parels. “Love is just a Four-Letter Word” met groep, alleen met “Diamonds and Rust” uit 1975 (‘Well I'll be damned, here comes your ghost again’) en een a capella samenzang met alle bandleden.

Wie al dit moois ook wil meemaken krijgt nog één kans: volgende maand in de Arenbergschouwburg in Antwerpen.

Organisatie: Cultuurcentrum, Brugge ism Greenhouse Talent


The Cult

The Cult anno 1985, maar dan 25 jaar later

Geschreven door

1985… het jaar dat de BRT top 30 werd gedomineerd door Baltimora’s, Sandra’s, A-Ha’s en andere lichtverteerbare hitparadepulp. Liefhebbers van postpunk en gothrock hadden duidelijk weinig te zoeken in deze lijst, totdat plots in maart van dat jaar “She Sells Sanctuary” van The Cult even kwam ruiken aan de onderste regionen van de vaderlandse hitlijst. Deze killertrack met één van de meest mystieke gitaarintro’s uit de 80ies moest de aandacht vestigen op ‘Love’, het tweede en waarschijnlijk ook beste album van deze Engelse groep. Dankzij de unieke combinatie van Ian Astbury’s gekwelde vocals en Billy Duffy’s gotische gitaarlijntjes blijkt ‘Love’ een kwarteeuw later te zijn uitgegroeid tot één van de absolute klassiekers in het genre. Aan de vooravond van de 25ste verjaardag werd het album onlangs heruitgebracht in een geremasterde versie met allerlei extraatjes, en besloten de twee overgebleven originele leden Astbury en Duffy opnieuw de boer op te gaan met de integrale collectie ‘Love’ songs onder de arm. Het Belgische luik van de ‘Love Live’ tour bracht The Cult amper anderhalf jaar na hun vorige passage opnieuw naar de AB voor een niet van enig sentiment gespeende flashback naar 1985.

Lang geleden trouwens dat ik in een concertzaal nog eens werd geflankeerd door muffige T-shirts van Zodiac Mindwarp & The Love Reaction en Fields Of The Nephilim ... dat waren nog eens groepsnamen! Op de tonen van voodoo gezang en onder de troosteloze aanblik van een indiaan op het projectiescherm zette de vijfkoppige band het opzwepende “Nirvana” in. Meteen werd duidelijk dat Ian Astbury’s huilende strot bijzonder goed geolied bleek om dit openingsnummer uit ‘Love’ van de nodige dramatiek te voorzien. Een groot redenaar zal Astbury wel nooit worden, en als alternatief voor overbodige bindteksten verkoos de groep om elk nummer van passende visuals te voorzien. Zo kreeg het publiek een staaltje van Astbury’s uitgesproken fascinatie voor de indianencultuur tijdens één van de zeldzame rustpunten “Brother Wolf, Sister Moon”, en werd een reeks geweldloze wereldverbeteraars opgevoerd in het begeleidende filmpje van een begeesterend “Revolution”. Pathetisch of idealistisch, wat er ook van zij, de symbiose tussen muziek en beeld gaf het optreden wel een extra dimensie. Gitarist Billy Duffy van zijn kant kneep met schijnbaar achteloos gemak de meest loepzuivere akkoorden uit zijn parelwitte Gibson. Tijdens de intro van “The Big Neon Glitter” demonstreerde de blonde virtuoos dat hij eigenlijk niets hoeft te vrezen van The Edge in een robbertje echogitaar, en ontegensprekelijk de muzikale bezieler van The Cult is. De immer coole Duffy had tijdens de intro’s van “Rain” en “She Sells Sanctuary” al aan een halve noot genoeg om de AB keer op keer nabij het kookpunt te brengen, en hij genoot zichtbaar van de kunsten die de talrijke luchtgitaarvirtuozen in het publiek uithaalden tijdens deze gothrock classics. Met een kippevel versie van het profetische “Black Angel” werd het ‘Love’ album en meteen ook het eerste deel van de set besloten.
Na een korte pauze graaiden Astbury en Duffy vervolgens gretig uit de albums die na ‘Love’ The Cult langzaam maar zeker een mainstream publiek opleverden. Reeds vanaf de opvolger ‘Electric’ (’87) hadden de gothic invloeden plaats geruimd voor de rechttoe rechtaan party rock van AC/DC, maar ook na ruim twee decennia klinken “Electric Ocean” en vooral “Wild Flower” nog steeds onweerstaanbaar en werd hier en daar opnieuw de luchtgitaar boven gehaald. De hardste noten kreeg het publiek helemaal op het eind te kraken met het epische “Sun King” en vooral een ongemeen stevig “Rise” uit de onwaarschijnlijke comeback plaat ‘Beyond Good And Evil’ (’01). Met “Dirty Little Rockstar” probeerde The Cult twee jaar geleden zichzelf opnieuw uit te vinden maar mislukten daarin jammerlijk, en het nummer was meteen goed voor de enige valse noot van de avond.

Na ruim anderhalf uur werden de dolle dertigers en veertigers voor het huiswaarts keren nog getrakteerd op een rondje “Love Removal Machine”. En of ze tevreden naar vrouwlief, minnares, moeder, hond of PC konden terugkeren; het zal hen en ons immers worst wezen dat Astbury en Duffy wellicht nooit meer een tweede ‘Love’ op de wereld zullen loslaten. The Cult was vanavond een goed geoliede teletijdmachine waarin meer nog dan sentiment het gevoel van tijdloosheid overheerste.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Phoenix

Phoenix: Over de grens op handen gedragen!

Geschreven door

Buiten de Franse dansscène zijn er maar een handvol rockbandjes van over de grens die de voorbije jaren onze aandacht trokken en de moeite waard zijn. Eentje is alvast Phoenix, vijf jonge gasten die al sinds 2001 bezig zijn. In 2004 vielen ze ons land binnen met enkele aanstekelijke popsingles “Too young”, “If I ever feel better”, “Everything is everything” en “Run run run”. Ondanks het feit dat de huidige cd een afschuwelijke titel heeft ‘Wolfgang Amadeus Phoenix’ vinden we ook hier puike songs terug als “Lasso”, “1901”, “Rome” en “Countdown”, die een respectvolle ‘goed’ mee krijgen.
In Frankrijk is dit eventjes anders … want Phoenix wordt daar op handen gedragen! Genoeg om U te zeggen dat we ginder bij elke noot, elke beweging en elk solopartij gillende en krijsende keelgaten horen. Menig meisjeshart bonkte toen ze het podium kwamen gelopen. Als de band nog zo’n hapklare singles produceert, komen we vervaarlijk in de buurt van Tokio Hotel. Deze maffe toestanden terzijde, beleefden we een leuke avond en overtuigde Phoenix met hun toegankelijke, sfeervolle pop dito meezingbare refreinen. Ze hadden hun broeierig, fris en intens singlepakket mooi verdeeld.
Ze begonnen alvast met vier heerlijke, zwierige hits: “Liztomania”, “Lazy distance call”, “Lasso” en “Run run run”. De synths kwamen wat meer op het voorplan op “Fences” en “Girlfriend”, wat het geheel kleurrijker maakte.
Een geslaagd waagstukje, zowel op plaat als live, was “Love like a sunset (part 1 & 2)”: een lange intro, een subtiel tokkelende gitaar, een diepe bas en zalvende synths, dan een speelse overgang en een intense opbouw, om tot slot rustig uit te deinen. Ze neigden naar de bombast van Muse op die manier. Het was de aanzet van een tweede luik poprock van “Too young”, “Rome” en “Consolidation prize”, die een fris, twinkelend gitaarspel hadden. En net zoals het jongerenbands beaamt (cfr. zie Air Traffic en Tokio Hotel), kon je niet omheen enkele akoestisch gespeelde nummers: “Everything is everything” en Air’s “Playground girl” hadden een uiterst sobere, emotievolle aanpak. De zoet binnenglijdende “If I ever feel better” en “1901” besloten na een klein anderhalf uur de set.

Per plaat beschikt Phoenix over houdertjes die er net voor zorgen dat de band zich voldoende kan openbaren in een boeiende gig. Hun succes en respons zal bij ons zal wel niet zo’n vaart lopen; desalniettemin zagen we eens een Franse popband die het gemiddelde oversteeg!

Organisatie: France Leduc Productions, Lille

Baddies

Baddies: een uurtje stomende postpunk!

Geschreven door

Het Britse energieke kwartet Baddies zagen we als één van de openers op dag 1 van Pukkelpop. Strakke, hoekige, stevige en opwindende, frisse postpunk …Compromisloos, rechttoe-rechtaan en melodieus …We hoorden invloeden van de Hives, het oude Franz Ferdinand, Maximo Park en twinkelende gitaarloops van A Certain Ratio en Gang Of Four. Ze brachten onlangs hun debuutcd ‘Battleships’ uit en stortten zich letterlijk op de clubs om de plaat optimaal te ondersteunen …

Ondanks de matige opkomst ging deze uiterst gemotiveerde band een uur lang bezield en vol overgave te werk. De heren met hun tot aan de hals geknoopt wit hemd, zwarte broek en legerboots, maakten op het podium statische bewegingen, wat refereerde aan de Devo tijd in de jaren ’80. Ook de zanger plaatste zich in de spotlights; hij kon bekkentrekken en keek soms dwars door je heen. Kortom, Baddies zorgde voor een leuke, aangename show.
We werden eerst ondergedompeld in een handvol krachtige korte rocksongs, “Tiffany I’m sorry”, “Call colin’”, “Black it out , “Open one eye” en “Hug the bomb”. Ze klonken iets breder en opbouwend op “At the party” en “Stone” … minder heftig én zonder de snedige gitaarloops en uitspattingen te verliezen!
Het geheel was best gevarieerd, waarbij ze steeds het publiek nauw bij de set betrokken. De zanger mengde zich zelfs op het eind in het publiek om de eerste rijen de refreinen te laten meezingen of -brullen, wat kleur gaf; “I’m not a machine”, “We beat our chests”, “Holler for my holiday” en de titelsong pasten aardig binnen dit concept.
Binnen de postpunk verdient deze bende het alvast een graantje te mogen meepikken. Het ontbrak hen niet van enthousiasme en dynamiek. Ze hebben een rits melodieus vaardige songs klaar en het zal even wachten zijn op die unieke single, die de definitieve doorbraak kan betekenen …

Het Belgische duo Yum, bestaande uit de Canadees/Nederlandse zanger Lennerd Busé en drummer Reinert d’Haene, kwam in de belangstelling een kleine acht jaar terug met het onvolprezen ‘Monokid’. Het duo (live met vier) geeft aan de electropop een subtiele draai, wat hen fraaie singles opleverde als “Caught alive”, “Fake”, “Dreamin’ in colour”, “Day 1” en “All she said”. De groep klonk wat onwennig, moest wat op dreef komen en was ondanks alles in het Brusselse niet echt gekend. Hun singles trokken wel de aandacht van de luisterende toehoorders en werden warm onthaald.

Organisatie : Botanique, Brussel

Pagina 451 van 499