AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15378 Items)

…And You Know Us By The Trail Of Dead

The century of self

Geschreven door

Het Texaanse gezelschap doet al zes platen waar ze goed in zijn …met name het spelen van groteske, compacte ‘alternative’ gitaarrock, goed gedoseerde bombast en met uitstapjes naar de psychedelica, onder diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen. Ze balanceren tussen avontuur en toegankelijkheid. Gitaar - en percussie hoogstandjes worden aangehaald en ze houden het netjes binnen de lijnen. … Trail Of Dead verliest zichzelf niet en houdt het geheel op die manier uiterst boeiend.
Zij hebben met ‘The century of self’ een meeslepend album uit, waarbij ze sommige songs mooi laten aanzwellen en kunnen krachttoeren uithalen, “The far pavillons”, “Isis unveiled” en “Ascending”. Ze klinken ietwat pompeuzer op “Halycon days” en “Belles of creation”; of ze kiezen voor de subtiliteit en intimiteit, “luna park”, “inland sea” en “insationable (I)”.
De hemelbestormingen en – uitbarstingen zijn misschien niet meer zo uitgesproken als op hun meesterlijke ‘Source tags & codes’ (’02), maar ze gaan nog steeds niet onderuit en weten diverse sferen te creëren…Trail Of Dead brengt het nog allemaal op 1 plaat!

Iron & Wine

Around the well – 2CD

Geschreven door

Sam Beam, de Amerikaanse singer/songwriter achter Iron & Wine, heeft met ‘Around the well’ een 2CD verzameling klaar van b kantjes en materiaal dat door de jaren niet eerder werd uitgebracht.
Totnutoe had hij sinds 2002 vier cd’s, enkele EP’s en singles uit. Het laat een prima overzicht en evolutie horen van deze talentrijke songwriter. Z’n folkamericana kent een introverte start op akoestische gitaar en –tokkels en een pianotoets om dan gaandeweg iets extraverter te klinken. Op de vorige cd ‘The Shepherd’s Dog’ merkten we al de bredere aanpak en op deze overzicht dubbelaar horen we gaandeweg zo’n sobere begeleiding.
Dromerig, sfeervol en intiem pakkende songs van vervlogen tijden, in de geest van Cat Stevens, Donovan, Nick Drake en Paul Simon, gedragen door mans warme, melancholische stem. En moeiteloos zet hij composities van anderen om naar zijn hand, waaronder Ben Gibbard’s (DCFC) “Such great heights”, The Flaming Lips’ “Superman” en “Love vigilantes” van New Order.
’Around the well’ vormt een mooi carrière overzicht van deze interessante Amerikaanse singer/songwriter …

Muse

The Resistance

Geschreven door

De Britse groep Muse brengt al zijn vijfde studioalbum uit. Hun laatste en misschien wel beste werk dat ze brachten, Black Holes & Revelations, dateert alweer van 2006. In de tussentijd werden we wel getrakteerd op een puike live-cd van hun concerten in Wembley Stadium voor hun HAARP-tour met muziek van de bovenste plank en een totaalspektakel die zijn gelijke niet kent. Nu is het trio terug met 'The Resistance' die ze zelf geproducet hebben. Volgens hen liep dat heel wat gesmeerder dan mét een producer (zo zijn ze veel sneller klaar met hun album dan ze aanvankelijk durfden hopen) en zouden ze het meest Muse klinken van alle platen. Het échte Muse dus. Eens benieuwd of de revoluties die zanger Matthew Bellamy beloofde terug te vinden zijn.
”Uprising” is het eerste nummer van de plaat en is de huidige single. Muzikaal vrij simpel, maar verdomd aanstekelijk. Zeker de 'C'MON!' zal het live heel goed doen volgens ons. Tweede nummer is de titeltrack van het album en is vrij catchy te noemen, met de nodige bombast. Bombast zul je zeker nog terugvinden op dit album. De klassieke muziek hier en daar, de buitenaardse klanken die Bellamy uit zijn gitaar kan toveren, machtige samenspelen van gitaar en drums, meer synths dan op andere platen van hun, de lange duur van de nummers (5 minuten gemiddeld)... dat alles maakt van elk nummer een unieke belevenis.
Het derde nummer op het album “Undisclosed Desires” is dan weer het compleet omgekeerde van waar Muse voor staat. De muziek is hier het meest pop georiënteerd en klink zelfs als r&b. Verrassend! “United States Of Eurasia” zal je vrijwel meteen aan Queen laten denken vanaf de pianoklanken weerklinken en zeker wanneer er gezongen wordt in het refrein, middenin klinken er nog Arabische klanken. Het lijkt bijna alsof ze met dit nummer ons meenemen door het hele Euraziatische continent. Afsluitend hoorden we nog een ingetogen pianostukje en een straaljager voorbijvliegen. “Unnatural Selection” lijkt dan weer heel sterk op “New Born” als je de piano door een orgel zou vervangen. De laatste drie nummers op de plaat vormen samen een symfonie, maar kan je perfect als afzonderlijke delen bekijken. Een heel orkest werd erbij gehaald en samen met Muse brengen ze een bombastische en soms zelfs
postapocalyptische symfonie.
We zijn dus heel erg onder de indruk van wat Muse hier presteert. Enkel “Guiding Light” en “I Belong To You” vonden we iets minder overtuigend. De beloofde vooruitgang is waargemaakt.

Sleepy Sun

Embrace

Geschreven door

Deze beloftevolle nieuwe band uit San Francisco heeft op ‘Embrace’ een geluid gecreëerd die baadt in de psychedelica van eind jaren zestig en tegelijkertijd refereert naar de jaren 80 en 90 sound van pakweg Spiritualized en Spacemen 3. Ze hebben ook een zweem Americana in hun borrelende spacy cocktail verwerkt. De groep sluit hierbij aan bij geestesgenoten als Brightblack Morning Light, The Black Angels en Black Mountain, niet toevallig ook bands die bij The Velvet Underground, Pink Floyd (Syd Barret periode), Hawkwind, The Doors en zelfs Black Sabbath de mosterd gehaald hebben. Let wel, de groovy trip-rock van Sleepy Sun staat wel degelijk met beide voeten in het heden, dit is dus geen bestofte hippie plaat die van het nodige haar moet ontdaan worden. Het album schittert in al zijn variatie, het evolueert van psychedelica en mooie dromerige pop (“Golden Artifact”) naar furieuze rock en hier en daar een brok noise. De stem van Bret Constantino wordt geregeld bijgekleurd door de ijle zang van Rachel Williams en dat komt de atmosferische sound alleen maar ten goede.
‘Embrace’ opent ijzersterk met het lange “New Age” die nog het meest doet denken aan The Black Rebel Motorcycle Club. Beklijvend is “White Dove” waarin zware gitaren afwisselen met rustige momenten, halverwege wordt de song op regelrechte SonicYouth wijze opengescheurd om dan terug in een bedwelmende plooi te vallen. Verder is het genieten van “Snow Goddess”, waarin na een trage en mistige aanloop de gitaren tegen alle muren uiteenspatten, en van het bluesy “Sleepy Son” dat opent met een harmonica en sluimerende vocals die zich in de woestijn wanen, waarna de rust deftig wordt verstoord met een gemene Sabbath-riff (Tony Iommi is weer helemaal hip, beste mensen). Zo blijft de spanning gedurende gans het album aanhouden, via knappe songs die het ene moment inhouden en het andere moment volledig openbreken.
Dit begeesterend schijfje is sowieso één van de beste debuutplaten van het jaar. Benieuwd tot wat deze gasten nog allemaal in staat zijn.

Zoot Woman

Things are what they used to be

Geschreven door

Het Britse Zoot Woman draait rond de synthbroertjes Stuart (= beter bekend als Les Rythmes Digitales/Jacques Lu Cont) en Blake Price en Jasmin O’Meara op bas. Ze hebben pas nu hun derde cd uit … in 10 jaar tijd. We kennen het synthpopbandje van vroegere hits “Grey day”, “It’s automatic” en “Living in a magazine”
Ook op die nieuwe plaat merken we op dat ze een handvol toffe pophits klaar hebben waaronder “Lonely by your side”, “Saturation” en de titelsong. Het zijn nét die songs die aanstekelijk zijn, iets krachtiger klinken en prikkelend inwerken op de dansspieren. Ze zorgen ervoor dat het nieuw geformeerde trio meer freakend en minder cool klinkt op deze plaat.
Zoot Woman blikt terug naar de ‘80’s wavetronica van The Human League en combineert het met poprock, disco, funk en trancegerichte beats. Goed in het gehoor liggende popelektronica met een pompend beatje dus.
Op “Just a friend of mine” horen we onderhuids de discokitsch van Pet Shop Boys! Warmer binnen deze synthpop klinken de ingetogen en sfeervolle “Take you higher” en “Blue sea”. Toch verloochent Zoot Woman hun coolness niet, met de electropop “Witness” en “Memory”. Toch kan de plaat niet volledig beklijven, daarvoor zijn ze muzikaal te zoekend en missen een paar songs diepgang, “More than ever” en “Lust forever” zijn hierin de beste voorbeelden.
Een uitgesponnen groovy “Live in my head” vangt deze ‘mindere’ nummers op, wat het gepolijste, wisselende plaatje eervol kan besluiten.
Na april vorig jaar een tweede keer te zien in ons landje …op 20 september in de Bota …

Mr. Big

Mr. Big: Still ‘Alive & Kickin’’

Geschreven door

Begin dit jaar werd de reünie van de melodieuze rockband Mr.Big aangekondigd. Mr.Big werd eind jaren tachtig opgericht door bassist Billy Sheehan. Die verdiende eerder zijn sporen bij de band van David Lee Roth (Van Halen). Billy Sheehan wordt tot op heden nog steeds als een der beste basgitaristen van deze aardbol beschouwd. Naast Sheehan treffen we hier ook gitaargod Paul Gilbert aan. Samen met Pat Torpey op drums en frontman Eric Martin staat het herenigde Mr.Big in de oude bezetting terug op de planken.
Zegt de naam Mr. Big U nog steeds niets dan hebt u toch ongetwijfeld de wereldhit “To Be With You” wel al eens gehoord. Die monsterballad uit het album “Lean Into It” haalde wereldwijd overal de nummer één positie. De band was actief tot in 2001 en bleef vooral bijzonder populair in het land van de rijzende zon.
In juni begon ook deze reünietournee in Japan. De vele Youtube filmpjes laten een band zien die er speelt voor vele tienduizenden enthousiaste fans. Japan is Mr. Big duidelijk nog niet vergeten. Nu was Europa aan de beurt, waarbij gelukkig tourpromotor Rocklive het opportuun vond om deze band ook in België te programmeren. Het vernieuwde Hof Ter Lo, tegenwoordig Trix, mag meteen een grote naam op haar palmares toevoegen.

De opkomst was op deze zondagavond nogal beperkt. Jammer want de afwezigen hadden weer eens ongelijk want Mr. Big gaf gedurende ruim twee uur het beste van zichzelf! Geen overbodig voorprogramma deze keer maar meteen een droomstart met het waanzinnig knappe: “Daddy, Brother, Lover, Little Boy” ook wel ‘The Electric Drill Song’ genoemd. Daarna kwam “Take Cover” voorbij….één van mijn persoonlijke Mr.Big favorieten. De song werd ook aangekondigd als voorkeursong van Billy Sheehan. “Green-Tinted Sixties Mind” klonk als een bom en even sterk als toen dit in 1991 een bescheiden hitje was. De band had er duidelijk zin in en het aanstekelijke spelplezier sloeg over op het publiek. Hoogtepunten waren er in overvloed…vooral in de vorm van echte songs. Minder had ik het begrepen op het oeverloos ten toon spreiden van hun technische vaardigheden. Dergelijke klasse muzikanten vinden het blijkbaar nog steeds nodig om hun kunsten met waanzinnig gekke maar vaak langdradige solo’s extra te etaleren. Overbodig en vaak ook erg oninteressant. De zeer monotone bascapriolen van Billy Sheehan, in een overigens veel te lange solo, waren ronduit slaapverwekkend. Een stuk beter en vooral melodieuzer was het gitaarspel van het (met koptelefoon spelend!) gitaarwonder Paul Gilbert. Toch waren het vooral de echte songs die het hem deden zoals “Next Time Around”, een fonkelnieuwe song uit een zoveelste recente ‘Best of..’
Bijzonder opmerkelijk was ook zanger Eric Martin die raasde doorheen de set en nog niets aan stemkracht had verloren. Een stevige versie van de Argent cover uit 1972 “Hold Your Head Up” was meer dan de moeite waard. Ook de gevoelige snaar werd geraakt tijdens de ballads: “Wild World” en het bijzonder mooie “Just Take My Heart”. Maar Mr. Big kon ook erg stevig rocken en liet dit horen in het uitmuntende vierluik: “Take A Walk”, “The Whole World’s Gonna Know”, “Rock & Roll Over” & “Addicted To That Rush”.
Natuurlijk mocht ook hun grootste hit “To Be With You” niet ontbreken. Niet dat ik daar op zat te wachten. Toch werd het een bijzonder aangrijpend moment, waarbij het publiek elk woord meezong. Bissen deed men via het ‘fielder’s choice’ concept, waarbij het publiek samen met Billy Sheehan ‘de encores’ mocht aangeven.

Twintig jaar na het eerste studioalbum: ‘Mr. Big’ is de band weer helemaal terug. Of dit verhaal nog een vervolg krijgt is niet te voorspellen want voorlopig is een nieuw studioalbum niet aan de orde.
Weeral eens tevreden keerde ik huiswaarts na een avond vol hardrockklassiekers en onvervalste nostalgie!

Setlist: *Daddy, Brother, Lover, Little Boy, *Take Cover, *Green-Tinted Sixties Mind, *Alive And Kickin’ , *Next Time Around, *Hold Your Head Up, *Just Take My Heart, *Temperamental, *Price U Gotta Pay , *Wild World , *Take A Walk, *The Whole World’s Gonna Know, *Rock & Roll Over, *Addicted To That Rush
*To Be With You, *Colorado Bulldog
*Shy Boy *Baba O’Riley

Photo Slideshow:
http://www.slide.com/r/AJehvuEo7D-CLwvk4ZuvChiXboo1mwML?previous_view=lt_embedded_url

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foro’s

Organsatie: Rocklive ism Trix, Antwerpen

Magnolia Electric Co.

De alt- country van Magnolia Electric Co. intrigeert …

Geschreven door

Jessie Evans bracht haar eerste plaat live samen met drummer Toby Dammit. Op het podium zag je Jessie met haar saxofoon in een soort voodoo kabinet, je hoorde een mix van Mexicaanse 50’s muziek, pop, electro en afrobeat. Jessie zelf beweert echter dat ze zoveel muzikale invloeden heeft dat ze haar muziek niet kan omschrijven. Het album ‘IS IT FIRE?’ heeft ze opgenomen in Berlijn en Mexico, met live drums /percussie door Toby Dammit (Iggy Pop, Swans) met gastmuzikanten Budgie (The Creatures, Siouxsie and The Banshees), Martin Wenk (Calexico), en Namosh.
Optreden en muziek maken is voor Jessie een manier om de grenzen tussen mensen te doen vervagen. Ze wil tussen de mensen staan dansen en hen ertoe bewegen zich te laten gaan. Ze vindt dat op optredens de mensen vaak te passief aanwezig zijn en wil, in haar eigen woorden, proberen “to break down the bullshit between people”. In de Grand Mix begon dat op het eind van haar set aardig te lukken.

Jason Molina en Magnolia Electric Co. kan je gerust zien als een hommage aan Neil Young, met twee gitaren en een alt-country set van nummers met teksten over de duivel, de nacht, wolven,... Songschrijver Molina komt steeds met dezelfde beelden terug. In elk nummer refereert hij naar ghosts, highways, the moon of the blues, … Die nummers kwamen vooral uit de laatste twee releases van ‘Magnolia Electric Co.: the Sojourner Box’ en ‘Josephine’. De nieuwe nummers kregen het publiek makkelijk stil, wat ervoor kan zorgen dat hun laatste plaat ‘Josephine’ een meesterwerk kan worden. De lap steel gitaar van hun vorige tournee was er ditmaal niet bij, het rockgehalte was daardoor iets minder groot.
Magnolia Electric Co. maakte met een cover van Warren Zevons “Lawyers, Guns and Money” hun live reputatie echter meer dan goed.

Dat Politics dan. Zij speelden een thuismatch, en een mooi feestje werd het zeker. Met minder bizarre elektronica die we van hen gewoon zijn, maar met meer ruimte voor vrolijk dansbare melodieën. Nee, een refreintje moet je wel niet zoeken, dit zijn soundscapes die draaien rond geluiden en gevoelens. Niet dat we dit nog nooit gehoord hadden, maar de ganse hap werd verdorie snedig en zeer avontuurlijk aan de man gebracht!

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing (ism 4AD Diksmuide) ikv Radar Festival

Shearwater

Shearwater: snedige rock tegenover dromerige intimiti

Geschreven door

Het Amerikaanse Shearwater was in het voorjaar te zien op het mini indoortje Pukkelpop, Polsslag, waar hun romantisch, ontroerend en meeslepend materiaal van alternatieve indiefolk en americana een krachtig muzikaal kleedje toegestopt kreeg. De teksten van Jonathan Meiburg zijn doorspekt van natuurbeelden, want naast muzikant is deze songwriter een vogeldeskundige, en hij laat z’n ervaringen duidelijk doorschijnen. De vernuftig in elkaar gestoken songs hadden toen een opwindende draai.Vanavond kozen ze voor een evenwichtige aanpak, klonken ze minder heftig en de snedige songs van het vorig jaar verschenen ‘Rook’ stonden tegenover enkele dromerige intimiti.

De band werkt aan een nieuwe cd en wou het talrijk opgekomen publiek in de Balzaal trakteren op enkele try-outs van het materiaal in de steigers. De sfeerschepping stond voorop door het afwisselende en uitgebreide instrumentarium, die kleur en subtiliteit gaven, gedragen door de helder, indringende, soms hoog uithalende vocals van Meiburg (Buckley meets Bon Iver).
We waren de eersten zijn om te horen hoe ze live “Meridian  en “Landscape” speelden, hoogst waarschijnlijke de titels van hun nieuwe sfeervolle, dromerige on-the-road pop. Ze stapten over naar de broeierige intensiteit van “Rook” en “Sing, little birdie”; ze wisselden ze op hun beurt af met het stevige “Century eyes” en “74/75”. Ze verloren o.a. op “Hidden” en het gekende ”The snow leopard” die verdomde subtiliteit van geluidjes van xylo, flute, cello, een soort zingende zaag, een soort speciaal houten plaat met staafjes, en zachte toetsen en piano niet uit het oog, songs gekenmerkt door een sterke, steeds forsere opbouw. Meiburg zong alsof z’n leven er van af ging. Op het eind trok de band verder de lijn door van ‘Rook’ en haalde behoorlijk uit op de nieuwtjes “Corridors” en “Castaways”.

Het waren tot de verbeelding sprekende songs in een herfstig decor; hun trip en trektocht besloten ze na een klein uur met “Hail Mary” in welige outtro soundscapes en distortion …

Het sympathieke Limburgse Krakow trad aan als support; hun breekbare americana/countrypop werd smaakvol ontvangen. Door het feit dat we de band de dag eerder aan het werk zagen in het OLT Rivierenhof, was de set nagenoeg hetzelfde. Hun oprecht, eerlijk, puur tedere sound en de afwisselende stemmenpracht ontroerde …

Organisatie: Vooruit Gent ism Democrazy, Gent

Explosions In The Sky

Explosions In The Sky: een vertrouwde, emotionele droom’postrock’trip!

Geschreven door

Explosions In The Sky stal z’n naam niet op deze ‘nine – nine – o/nine’. Ze lieten het aan onze verbeelding over of de wereld nu op deze avond zou vergaan. De instrumentale, filmische postrock van de Texanen gaat al een paar platen mee. Het kwartet trok op tournee zonder een nieuwe plaat in het verschiet. Trouwens, ‘All of a sudden I miss everyone’ dateert al van 2007! Op de daaropvolgende tour leek het einde nabij, want de zenuwslopende agenda liet sporen na … Wisselende optredens qua dynamiek, enthousiasme en intensiteit!
De band kan in ons landje rekenen op een horde ‘die-hard’ fans, die net als de band trouw zweren aan de (aanstekelijke, licht verteerbare) postrock ‘pur-sang’, zonder elektronisch vernuft en vocodervocals. Het kwartet was dan ook verwonderd van de massale belangstelling op deze feerijke, idyllische plaats in het Rivierenhof.

Anderhalf uur dompelden ze ons onder in hun broeierige, aanzwellende en uitwaaierende gitaren, distortion, pedaaleffects, gitaarstormen, repetitieve, dreunende bastunes en bezwerende, opzwepende percussie. Een frisse, hard-zacht aanpak met forse uitspattingen op regelmatige basis. Een vertrouwd concept weliswaar, maar de bezinning had de batterij terug opgeladen. Ze kozen voor een rauwe en subtiele melancholische sound, die net de routine kon omzeilen en een vinnig optreden bood! Ze lieten de vervlogen pianotunes zelfs achterwege.
Sfeer creëren, daar ging het ‘em finaal om bij het sympathieke kwartet; tot het EITS –decor behoorden de trance, het lichtjes heen en weer bewegen met hun instrumenten en door de knieën zijgen.
De nummers werden aan elkaar geregen. We hoorden alvast de sobere, slepende, snedige en krachtige elegantie van “Six days at the bottom of the ocean”, “First breath after coma”, “Your hand is mine” en “The only moment we wore alone” (op het eind) uit het bepalende en ongenaakbare ‘The earth is not a cold place …’, wat hier en daar op een kreet van herkenning werd onthaald door de fans van het eerste uur. En regelmatig waren er de explosies, de donderslagen en de verbeten felle partijen ( o.a. door dubbele percussie) van stukken “Birth & death of the day” en “great death”. Zalvend werkten de sfeervolle tussenstukjes.

Explosions In The Sky slorpten hun publiek op in een adembenemende emotionele droomtrip.
Een puike live prestatie van een band die het spelplezier terugvond en enthousiast, schuchter met de woorden “Thanks for your time, you’re very kind listening to us” besloot. Overduidelijk tijdens deze gig was dat zij dé pleitbezorgers zijn van de ‘oer’postrock!

Ook de breekbare americana/countrypop van het Limburgse Krakow werd smaakvol ontvangen. Het kwintet, onder de afwisselende vocale tandem Piet de Pessemier (gitaar) – Niné Cipoletti (toetsen/piano), balanceerde ergens tussen de slowcore van Low, de country van Sparklehorse en het dromerige Young’s ‘Harvest’. Het ging van het aanstekelijke “Far-away look” (titelsong van de tweede cd) naar het intieme “What a woman” … verstilde pracht, puur, echt en vol tederheid, dat af toe forser en krachtiger klonk zoals op het afsluitende rauwe “Dinosaur”. Een verdiende respons van het publiek dat ook de leden van Explosions ontroerde …

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne ism Arenberg, Antwerpen

The Dodos

The Dodos: heerlijk warme subtiliteit

Geschreven door

We waren We Were Promised Jetpacks dankbaar omdat ze net hun set afgewerkt hadden in de Witloof Bar tegen dat The Dodos aan hun gig begonnen in de Rotonde …Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos, Meric Long (zang/gitaar)), Logan Kroeber (drums/zang), is inmiddels aangevuld met een derde groepslid, Keaton Snyder op xylo/vibrafoon/klokkenspel en synths.
Ze speelden zich in de kijker op Pukkelpop vorig jaar en ook hun optreden in de VK was er eentje om van te snoepen. In afwachting van de nieuwe derde cd ‘Time to die’, die ‘Visiter’ opvolgde, konden we hen deze zomer nog zien op het Dourfestival. We hoorden een avontuurlijk warm geluid in een zompig, freakende oase van bluesrock, americana, folktronica en psychedelica onder de onvaste, licht doordrammende zang van Long. Ze stelden een pak nieuwe songs voor, die sfeervoller, breder, beheerster en toegankelijker klonken door het creatieve, intens aanstekelijke gitaargetokkel, het slagwerk en de subtiele geluidjes. Ook de bijdrages met strijkstok op de vibra, boden een meerwaarde! Deze lijn werd duidelijk behouden tijdens het clubconcert in een afgeladen volle Rotonde!

Het trio stak in hun melodieus rammenlende, verfijnde songs nogal wat vaart, en kon me niet van de indruk ontdoen alles snel af te gaspelen. Ondanks de knappe overgangen was er sprake van een onwennige zoektocht van de fijnzinnige subtiliteit van de nieuwtjes “Fabels”, “Small death”, “Two medicines”, “Troll night” en de rauwe aanpak van de ‘oudjes’ “Paint the rust”, “Fools” en “Jodi”. Het gedreven geluid van nerveuze, gejaagde, opzwepende ritmes en onverwachtse wendingen zijn geëvolueerd naar een meer lieflijke, meeslepende intimiteit. …meer richting Tunng en Bon Iver, iets wat bluesrockers Black Keys hen al voordeden.
In de bis hoorden we nog een snedige “Red & Purple”, die na een klein anderhalf uur keurig de broeierige set besloot. Telkens kon het trio rekenen op een sterke respons.

De stomende feestjes die ze vorig jaar o.a. in de VK afdwongen, waren nu niet aanwezig. De klemtoon kwam trouwens op een heerlijk warmer, sfeervoller geluid!

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Botanique, Brussel

We Were Promised Jetpacks

We Were Promised Jetpacks: band met toekomst!

Geschreven door

De Botanique komt aandraven met een heus najaarsprogramma. We Were Promised Jetpacks viel tussen de mazen van het net van de intense festivalzomer, ondanks het feit dat ze toe waren aan de laatste avond van hun tour. Ze konden nog nipt hun plaatsje bemachtigen om de clubconcerten in de Bota op gang te trekken.
En inderdaad 45 minuten lang konden we genieten van hun debuut ‘These four walls’, frisse, vitale en energieke postpunk in jachtige, stuwende ritmes, te horen in de snedige, pittige “Ships with holes will sink” en de single “Quiet little voices”. Het jonge kwartet, amper 21 jaar, was onder de indruk van de pittoreske Witloof Bar. Ze gingen er gretig tegenaan en maakten hoekige danspassen … “It’s going to be a party, we want to have some fun”, declameerde de charismatische zanger Adam Thompson vol overgave. Ze speelden ook enkele opbouwende songs als “It’s thunder & lightning” en “Roll up your sleeves”, die boeiende, verrassende wendingen ondergingen (door o.a. xylotunes); ook lieten ze ruimte voor gevoelige, broeierige popsongs, “Conductor” en “This is my house, this is my home”, waarop de licht zweverige stem incluis het Schotse accent van Thompson tot z’n recht kwam.

We Were Promised Jetpacks is een band met potentieel, bewees dit op plaat en ook live waren ze niet van hun stuk te brengen. In een dosis emotionaliteit balden zij hun korte, krachtige en dynamisch sprankelende rocksongs samen. Kortom, band met toekomst!

Organisatie: Botanique, Brussel

of Montreal

Skeletal lamping

Geschreven door

Een niet alledaags combo vormt Of Montréal uit Athens, Georgia. De groep romdom Kevin Banrnes is al bijna tien jaar bezig, is al toe aan hun negende plaat en blijft in het indie undergroundcicruit floreren. De groep brengt geen reguliere pop, zweeft (letterlijk) ergens tussen indie, neopsychedelica, glamrock en experimental r&b. Ze stralen sfeertjes uit van de oude Bowie en de huidige Scissor Sisters style.
We horen vijftien dromerige tracks vol muzikale ideetjes. De songs onderstrepen de gevarieerde en veelzijdige aanpak; keerzijde vormt de wisselvalligheid. Barnes en de zijnen verwachten soms ietwat teveel inspanning van hun luisteraars, door de onverwachtse wendingen en de dosis avontuur. De groep bewijst veel in huis te hebben met songs als “An elurdian instance” en “Gallery piece”, houden je in de ban met enkele uitgesponnen nummers “Nonpareil of wisdom” en “Plastis wafer” en laten je even op adem komen met enkele intermezzo’s om er dan opnieuw freewheeling tegenaan te gaan, luister maar naar “Wicked wisdom”, “For our elegant castle” en “Triphallus, to punctuatel”. In deze creatieve sound lijkt er voor elk wat wils. Maar het is geen evidentie om er van te houden …

Lisa Ekdhal

Give me that slow knowing smile

Geschreven door

De bevallige blonde Zweedse singer/songwritster Lisa Ekdahl is al vijftien jaar bezig en heeft al enkele Grammy’s op de schouw staan als één van de best debuterende artiesten in ’94. Ze bracht een paar jaar terug een mooie compilatie uit en slaagt er nog steeds in overtuigende platen te maken, waarvan ze het materiaal solo, met twee of met een kwartet brengt.
We horen op deze nieuwe plaat (slechts) negen sfeervolle, dromerige songs, gedragen door haar fragiele, hemelse stem en geruggensteund door een sobere begeleiding van akoestische gitaar, piano, toetsen en viool. De sensuele songs zijn subtiel uitgewerkt en liggen in een zelfde lijn. Haar Engelstalige songs refereren aan de muzikale aanpak van An Pierlé & White Velvet. Ze hebben een jazzy ondertoon en overtuigen door hun emotionele sterkte. Lisa Ekdahl heeft alvast haar steentje bijgedragen in de Zweedse female pop!

Oi Va Voi

Travelling the face of the globe

Geschreven door

Het Londense Oi Va Voi staat bekend voor hun broeierige mix van pop, folklore, zigeunermuziek, klezmer en jazz. De band laat zich niet in één hoekje duwen en koos voor een brede, sfeervolle aanpak, wat een pak boeiende songs oplevert. Het ‘vaste’ kwartet kende een pak tegenslagen met hun violiste Sophie Solomon en hun zangeressen KT Tunstall, Alice MacLaughlan, die een solocarrière wensten uit te bouwen. Maar met de zalvende vocals van Bridgette Amafahs en de bevallige begeesterende violiste Anna Phoebe heeft Oi Va Voi een nieuw houvast. We horen net als op de twee vorige platen, dromerig en groovy materiaal. Maw Oi Va Voi zweert bij voldoende afwisseling en variatie. Op een nummer als “The magic carpet” goochelt de band met latino en Midden –Oosten percussie.
De band stoeit graag met stijlen en  zorgt voor een uiterst kleurrijke sound op ’Travelling the face of the globe’. Een puik resultaat van deze lieflijke band, die je beslist live eens aan het werk moet zien, want dan klinken ze extravert, snedig en dansbaar!

Crammerock 2009: zaterdag 5 september 2009

Geschreven door

Na de bakken regen die op de eerste dag vielen (gelukkig gaat het festival door in een tent), was het zaterdag een prachtige, zonnige dag. Zaterdag stonden er vrijwel alleen groepen uit Nederlandstalig grondgebied. We kijken eerlijk gezegd al uit naar editie 2010, want dan blaast dit festival 20 kaarsjes uit. Misschien dan wel op een ander terrein, want met een uitverkocht festival kan je niet verder doorgroeien.

El Gusto?!
El Gusto?! is een heel jonge band die zichzelf omschrijft als stonerockers. Ze speelden een goede set met het meer zwaardere werk. De wake-up call van dag twee was geslaagd.

Selah Sue
Een stralende verschijning maakte het mooie weer. De twintigjarige Selah Sue (née Sanne Putseys) stond alleen op het podium met een akoestisch gitaar en een prachtige stem. Ze haalt soms invloeden uit de reggae, dancehall en dubstep voor haar zang. Tijdens het concert vroeg ze iedereen om te gaan zitten en te luisteren naar haar muziek en heel de tent ging uiteraard gaan zitten voor haar. Ze deed dit eerder al op Dour en Pukkelpop. Ze zei ook dat haar bindteksten op niets trokken, maar wij vinden het tegendeel. Het heeft een charmante meerwaarde aan het concert. Selah Sue is dé toekomst van de Belgische muziek.

Jasper Erkens
Nog een jonge artiest op de planken vandaag. De zestienjarige Jasper Erkens heeft dit jaar een fantastisch debuutjaar achter de rug. Vorig jaar (op zijn vijftiende dus) was hij nog tweede op Humo's Rock Rally. Toen maakte hij furore met de cover “Crazy” van Gnarls Barkley. Dit jaar scoorde hij hits met “Waiting Like A Dog” en “Staying Alive”. Andere nummers van hem zijn soms uptempo, al dan niet begeleid door een bandje. Maar de akoestische gitaar die Erkens bespeelt, blijft domineren. De band wordt duidelijk toch naar de achtergrond verdrongen op die manier. Tijdens het concert stonden er heel veel gillende meisjes vooraan voor het piepjonge popidool. Wij vonden het echter maar een matig concert. Jasper Erkens kwam niet echt over. Dat zal de gemiddelde Vlaamse tienermeisjes een worst wezen.

Absynthe Minded
Een vierde plaat voor de mannen van Absynthe Minded met als titel ... ‘Absynthe Minded’. Deze kwamen ze fier voorstellen op Crammerock. We waren alvast onder de indruk. De nieuwe nummers zijn wat trager van tempo. Nummers die zeker aanslaan waren “Papillon”, “Heaven Knows” en “Envoi”. Ze grepen weinig terug naar ouder werk. Doorbraaksingle “My Heroics, part 1” werd niet vergeten, net als “I Am A Fan”, “People Of The Pavement”, “Stuck In Reverse” en “Plane Song”. Absynthe Minded gaf een sterk optreden, maar ze blijven live sukkelen met hetzelfde euvel. De viool dat op plaat een extra dimensie geeft aan de muziek klinkt op de plaat altijd subliem, maar live is die nauwelijks te horen wat we een spijtige zaak vinden.

De Heideroosjes
De Heideroosjes bestaan dit jaar 20 jaar en dat verdient een tournee om dit te vieren. Voor het derde concert van hun tournee hielden de Nederlanders halt in Stekene en gaven een ‘old skool’ punkrockconcert om U tegen te zeggen. Veel moshpits, crowdsurfers en mensen die langs de palen omhoog klommen dus. “Scapegoat Revolution”, “Time Is Ticking Away”, “Nothing’s Wrong”, “Iedereen is gek, behalve jij”, “Ik wil niks”, “Johnny en Anita” en “Damclub Hooligan” staan nog steeds op hun setlist en zorgen steevast voor een feestje. De bindteksten van zanger Marco Roelofs zijn stuk voor stuk hilarisch, soms aangevuld met droge commentaar van gitarist Frank Kleuskens, en dragen bij tot een geslaagd optreden.

De Jeugd Van Tegenwoordig
Opnieuw een Nederlandse groep, en nog zo'n groep dat je deze zomer niet kunt gemist hebben: De Jeugd Van Tegenwoordig. Ze stonden zelfs op Werchter dit jaar. Puberaal gezwets waar wij Vlamingen geen snars van begrijpen, begeleid door zware beats en catchy geluiden, dat is De Jeugd in een notendop. Naar gewoonte maakten ze weer een dik feest. Wie ze voor het eerst zag, zal toch wel even de wenkbrauwen gefronst hebben bij de opkomst van de groep. “Waar zijn die sletten?” riepen ze. Al hun hits zoals “Watskeburt?”, “Deze donkere jongen”, “Holleleer” en “Wop Wop Wop” passeerden allemaal de revue.

Vive La Fête
Leve het f(b)eest, Vive La Fête! Zij zetten het feestje van De Jeugd Van Tegenwoordig moeiteloos voort met hun Franse elektropop/new wave, geïnspireerd door de jaren '80. Danny Mommens is helemaal terug na zijn ongeval deze zomer. Vele hits werden gespeeld, begeleid door de schrille, hoge en soms schreeuwerige stem van zangeres Els Pynoo. Hier zagen we heel wat dansende mensen staan mee te shaken op de muziek.

Sarah Bettens
Geen K's Choice, maar nog steeds Sarah Bettens solo. Het is één van haar laatste concerten, want K's Choice komt terug in oktober. Bettens maakte er alvast promotie voor. Ze had er ook een dubbel gevoel bij. Enerzijds is ze blij dat ze terugkomt met haar oude band, anderzijds valt het afscheid met haar huidige band wat zwaar. Ze speelde met haar huidige band een verrassend goed concert op Crammerock. Zowel eigen werk als nummers van K's Choice werden gespeeld met als hoogtepunt “Not An Addict”, waar Bettens slecht twee woorden moest zingen en de rest van de tent moeiteloos volgde. We moeten toch nog even een vermelding geven voor de gitarist links van Sarah Bettens, want hij was overdreven energiek tijdens het concert.

Therapy?
De enige groep op zaterdag die niet uit de Lage Landen kwam was de Ierse punkrockband Therapy?. De groep draait ook al mee sinds begin jaren '90, maar klinken nog altijd fris. Zo speelden ze een harde versie van hun grootste hit “Diane” wat wel verrassend was. Ze brachten ook een ode aan Michael Jackson met “Die Laughing”. Therapy? was groots en een terechte headliner voor Crammerock.

Zita Swoon
Na al dat rockgeweld was het tijd voor iets rustiger. Iets te rustig dachten wij, en zo ook velen die tijdens het concert afdropten. De groep brengt vooral psychedelische songs maar werd niet echt gesmaakt. Ook stonden ze niet erg enthousiast op het podium. Daar brachten de hits weinig verandering in. Een gemiste kans.

Organisatie: Crammerock, Stekene

Crammerock 2009: vrijdag 4 september 2009

Geschreven door

Het was alweer de 19de editie van Crammerock. Dit jaar stonden heel wat topacts op het podium die vooral van eigen grondgebied waren. Het festival vindt plaats pal in het centrum van het Oost-Vlaamse Stekene. De podia staan ook in een leuk concept opgesteld. De twee hoofdpodia staan in één grote tent. Als er een concert gedaan is, kan je je gewoon 180 graden draaien en naar het volgende concert kijken. Enig nadeel: tijdens het soundchecken van het andere podium kan er wel eens een sfeerbreker zijn tijdens het andere concert. Ook staat er op het festivalterrein een andere tent waar er de hele middag door DJ's het beste van zichzelf staan te geven.

Een overzicht van de eerste dag vrijdag 4 september 2009

Lady Linn and Her Magnificent Seven
Wie deze zomer de Gentse schone Lady Linn nog niet gezien heeft, heeft gewoonweg geen festivals gedaan, want zo stond zowat overal op de planken met haar Magnificent Seven. Voor Crammerock zag ze het weer volledig zitten. “Het is niet omdat de tent niet volstaat, dat we geen feestje gaan bouwen”, sprak ze moedig. De jazz die ze brachten werd gesmaakt en bij aanvang van zowat elk nummer zagen we hier en daar mensen aan het swingen slaan. Hoogtepunt van haar concert waren de drie opeenvolgende nummers “Here We Go Again” (waar ze zelf achter de piano kroop), “Cool Down” en absolute meezinger “I Don't Wanna Dance”. De tent stond dus niet vol, en dat zorgde ervoor dat de sfeer een beetje ontbrak.

Clement Peerens Exposition
Moeten wij nog de mannen van over 't water nog aan u voorstellen? De groep die ooit als grap begon is uitgegroeid tot een waar fenomeen. Eén brok testosteron klom op het podium en speelde een geslaagd optreden dat ergens tussen heavy rock en stand-up comedy kan geklasseerd worden. Niet alleen de teksten die in een vet Antwerps dialect gezongen worden, maar ook de bindteksten zijn hilarisch. “Are you in form?”,“We love you all, especially the wifes” en “How is yous feelings tonight” om er maar enkele op te noemen. Ook de show in het algemeen is grappig door de outfits en de gimmicks die Sylvain opvoert. De muziek klonk zeer heavy. We zagen dat oudere nummers zoals “Foorwijf”, “Vinde gij mijn gat” en “Dikke Lu” het best scoorden bij de toeschouwers (vooral mannen aan het geroep te horen). Ook “The Architect” was een subliem live nummer.

A Brand
Tijd dan voor de discorockers van A Brand. Met vijf staan ze op het podium, netjes in een wit kostuum, vier gitaristen en één drummer. En wat een concert speelden zij! Ze speelden de tent plat met hun hits zoals “Mad Love, Sweet Love”, “Time”, “Riding Your Ghost” en “Hammerhead”. Voor het podium stond een uitbundige menigte en de ambiance was ten top. Op de Lokerse Feesten speelden ze vrijwel dezelfde set, maar daar was de sfeer toch iets verder te zoeken dan hier. Zelf leken de mannen ook onder de indruk van de respons die ze kregen.

Joost Zweegers
Admiral Freebee stond normaal gezien gepland, maar Tom Van Laere lag met een keelontsteking te bed. Wij wensen de Admiraal alvast veel beterschap toe. Joost Zweegers werd dan maar opgetrommeld. Eigenlijk was het gewoon ‘Novastar: Greatest Hits & Unplugged’ te noemen. Zweegers trapte af met een cover van “Oh Darkness” zodat Admiral Freebee toch wat aanwezig was op Crammerock. Daarna volgde een hele resem hits van eigen hand zoals “Wrong”, “Never Back Down”, “Mars Needs Women”, “Because” en “Lost And Blown Away”. Er zat zelfs een cover tussen van “Can't Stand Losing You” van The Police. Joost Zweegers speelde afwisselend op piano en gitaar, soms aangevuld met mondharmonica. De sfeer tijdens dit concert was geweldig, met dank aan de vele hits die hij speelde. Jammer dat er soms wat problemen met het geluid waren en dat Zweegers de tijd niet helemaal volmaakte. Maar hij werd dan ook onverwacht opgetrommeld om in te vallen.

The Wailers
De legendarische begeleidingsband van Bob Marley kwam ook langs en bracht natuurlijk de muziek die we konden verwachten …reggae van de bovenste plank en natuurlijk de grootste hits van de grote meneer met wie ze jaren geleden samengewerkt hebben. Met negen mensen op de bühne brachten ze de klassiekers “Stir It Up”, “Jamming”, “I Shot The Sheriff”, “One Love” en het onmisbare “No Woman, No Cry”. Het was een rustig concert en hier en daar werden er wat roesmiddelen gebruikt.

Stereo MC's
Eerst Joost Zweegers met meeslepende pop, dan The Wailers met reggae en dan opeens Stereo MC's met hun hiphop en dancemuziek. Crammerock leek er nog niet klaar voor. De meesten waren zich al voor het andere podium aan het verdringen voor Milk Inc. die later op de avond volgden. En zo kon Stereo MC's niet op veel aandacht rekenen in Stekene. Ze speelden jammer genoeg ook maar een matig concert. “Step It Up” en “Connected” konden daar geen verandering in brengen. Doodzonde, want hier hadden we veel meer van verwacht.

Milk Inc.
De dansformatie rond Regi Penxten, Milk Inc stelden vele dansspieren op de proef. De groep rukte aan met een hele liveband, een heuse videowall en zelf wat vuurwerk. Kosten noch moeite gespaard dus. De hele tent zong uit volle borst mee met het grote repertoire aan hits die Regi en Linda rijk zijn. Het dak ging er af (figuurlijk bedoeld natuurlijk). Wij vonden dat, hoe sympathiek wij Regi ook vinden, hij op zeer ongepaste momenten in de liedjes tussenbeide kwam. Maar de handen gingen wel massaal de lucht in als hij het vroeg. Milk Inc was een echte topact, wij vonden het echter een beetje fout.

Organisatie: Crammerock, Stekene

Pukkelpop 2009 in de ogen van …

Geschreven door

Pukkelpop 2009 in de ogen van …

Samen met het Dour festival moet Pukkelpop zowat de hoogmis vormen van de alternatieve muziekscene op de Belgische zomerfestivalkalender. Tijdens een driedaagse marathon geven bijna 200 groepen en artiesten ter hoogte van het onooglijk kleine stukje Limburg genaamd Kiewit acte de présence op acht verschillende podia: zappen van noise naar beats, van hard naar zacht, van het mega gevoel van de Main Stage naar de intimiteit van de Chateau. Een goed voorbereid man is er dus twee waard, timing is of the essence wil je voldoende waar voor je geld. Ziehier de hoogst onbetrouwbare neerslag van mijn muzikaal parcours op Pukkelpop 2009...

Dag 1, 20 augustus 2009

Vrij onverwacht begon onze muzikale rondreis met een valse noot van formaat in de bloedhete Shelter. De emocore van het Amerikaanse RIVAL SCHOOLS (**) wist acht jaar na hun triomfantelijke doortocht op Pukkelpop nu nog nauwelijks te boeien, en dit ondanks een uitgelezen selectie uit hun klassieke debuut ‘United by Fate’. Klassenummers als “High Acetate”, “Undercovers on” en “Used for Glue” werden door de weinig geïnspireerde frontman Walter Schreifels en zijn bijwijlen erg slordig musicerende band gewoon met te weinig pit en te routineus de tent ingestuurd. Omwille van hun status als één van de pioniers in het genre blijft de groep bij vele fans echter respect genieten, het wordt dus uitkijken naar het langverwachte tweede album, en vooral, de verhoopte herkansing in het Belgische clubcircuit.

Toegegeven, de loden hitte zat er zeker voor iets tussen toen we de schaduw van de immer donkere Chateau opzochten voor de set van SOAP & SKIN (****). We blijven de Limburgse middagzon echter eeuwig dankbaar, want zonder haar hadden we bijna één van dé ontdekkingen van Pukkelpop 2009 gemist! Achter dit éénmansproject gaat de frêle Oostenrijkse fee Anja Plaschg schuil die onlangs debuteerde met ‘Lovetune for Vacuum’. Vanachter haar zwarte grand piano declameerde dit 19-jarige natuurtalent een resem gitzwarte songs doorweven van tristesse, verder enkel begeleid door onheilspellende samples.  Hoogtepunten in overvloed, maar als we toch moeten kiezen: het autobiografische “Spiracle”.

Na de massale opkomst voor de (on)begrijpelijk populaire Dizzee ‘Bonkers’ Rascal had het overwegend jonge festivalvolkje weinig boodschap aan de knappe americana van WILCO (****) in de Marquee. Al hebben Jeff Tweedy & co met ‘Wilco (The Album)’ net een relatief poppy album afgeleverd, live trok de groep echter ongemeen stevig van leer. Naast de ongeschoren Tweedy blijkt vooral gitarist Nels Cline de absolute sterkhouder van de groep, zoals hij overvloedig bewees tijdens een heftig “Impossible Germany”. Als dit slechts een voorproefje was van wat de heren in petto hebben voor hun najaarstour zou ik wel weten wat gedaan op 6 november ter hoogte van de AB...

Na de naar verluid zeer makke vertoning van Razorlight deden DEFTONES (****) wat van hen verwacht werd: de lont aan het vuur steken en voor de eerste keer de Main Stage laten ontploffen. Het was al meteen goed raak met de furieuze opener “Feiticeira”, meteen gevolgd door publiekslieveling “My Own Summer (Shove it)”. De scherp ogende frontman Chino Moreno ging vervolgens ook even persoonlijk zijn fans begroeten, en weg waren we voor een memorabele set emometal van de bovenste plank. Moreno fluisterde, brulde en krijste zich een weg door de setlist, met als ultieme afsluiter het claustrofobische “Change (In the House of Flies)”.

Onder een onbehaaglijk ogende gitzwarte hemel dreven de (on)weer(s)goden ons vervolgens naar de Club alwaar het New Yorkse kwartet GRIZZLY BEAR (***) kwam bewijzen waarom er zoveel fuzz wordt gemaakt rond hun jongste worp ‘Veckatimest’. Hun barokke en bijzonder ingenieus in elkaar geknutselde meerstemmige huiskamerpop werd fel gesmaakt terwijl het buiten oude wijven regende. Net als op plaat behoorden “Cheerleader” en de instant classic “Two Weeks” tot de absolute hoogtepunten. Het lijkt wat vroeg op het jaar, maar noteer ‘Veckatimest’ alvast ergens in de bovenste regionen van jullie persoonlijke albumlijstjes.

De tijd dat THE OFFSPRING (**) zich even de hipste punkrockers op deze planeet waanden ligt intussen ruim 15 jaar achter ons, maar toch konden ze Chokri & co overhalen om voor hen een plaats op de Main Stage warm te houden. De overigens pretentieloze muzikale formule van frontman Dexter Holland, gitarist Noodles en hun kornuiten is al jaren ongewijzigd maar lijkt wonderwel ook de nieuwe generatie festivalgangers aan te spreken. En de fans van het eerste uur, ach, die waren al gauw tevreden toen ze helemaal vooraan de set met “Come Out and Play” en “Bad Habit” twee klassieke meezingers uit de millionseller ‘Smash’ kregen voorgeschoteld.

Op Guns ‘n’ Roses na (headliner in 2002) was er nog nooit zoveel te doen rond de komst van een groep op Pukkelpop als de Surprise Act die donderdag na Wilco in de Marquee zou aantreden. De eerste geruchten bleken bewaarheid te zijn toen de leden van THEM CROOKED VULTURES (****) op het podium verschenen, oftewel de nieuwste supergroep in het alternatieve rocklandschap bestaande uit Josh Homme (Queens Of The Stone Age), Dave Grohl (Foo Fighters) en John Paul Jones (Led Zeppelin). Van een primeur gesproken: de één uur durende set op Pukkelpop was immers pas het derde officiële optreden sinds het oprichten van de groep, en bestond bovendien uit uitsluitend nieuwe nummers die nog geen hond ooit had gehoord. Maar ook zonder een feest der herkenning wisten de Stone Age Zeppelin Fighters (zoals ze inmiddels op diverse blogs worden omschreven) te imponeren met hun monumentale sound die naast de onvermijdelijke vergelijkingen met Queens Of The Stone Age en Led Zeppelin ook de geest van Cream, Mountain, Cactus en Masters of Reality ademde. Voor de afwezigen blijft het wonden likken en nagelbijten tot 23 oktober wanneer het debuut van Them Crooked Vultures, ‘Never Deserved the Future’, wereldkundig wordt gemaakt.

Ook de zanger van OPETH (***) bekende zonder schroom dat Them Crooked Vultures de lat wel heel erg hoog hadden gelegd voor hun eigen set in de Shelter. Tijdens de afgelopen twee decennia hebben deze sympathieke Zweden echter al voldoende credibility opgebouwd in het progressieve metalgenre, niet in het minst dankzij het fenomenale koppel stembanden van frontman Mikael Åkerfeldt. De ene keer klinkt hij even zoetgevooisd als een zondagse koorzanger, de volgende seconde als grafstem uit een slechte horrorfilm. Een gemiddeld Opeth nummer klokt gemakkelijk af op 10 minuten en lijkt wel een een mini-opera op zich volgestopt met onverwachte tempowisselingen en symfonische intermezzo’s. Tip: wie zich afvraagt hoe een muzikaal huwelijk tussen death metal, psychedelica en jazz klinkt slaat er best even hun vorig jaar verschenen ‘Watershed’ album op na.

LADYHAWKE (**) maakt onschuldige pop voor onschuldige meisjes. De Club was dan ook volgelopen met exemplaren van deze laatstgenoemde diersoort die met volle teugen genoten van catchy doch licht verteerbare 80s popdeuntjes. De groep had haar radiohits mooi opgespaard tot op het einde van de set: na een eerder mak “Back of the Van” en een strak “Paris is Burning” deed vooral de nieuwe single “My Delirium” de plankenvloer van de tent trillen van ... onschuldig genot?

Wie vooraf geld had gezet op FAITH NO MORE (*****) als één van de absolute toppers van Pukkelpop 2009 kwam niet bepaald berooid terug van zijn/haar weekendje Kiewit. Want geef toe, wie had zich kunnen indenken dat de terugkeer van een 90s icoon dat ruim 10 jaar geleden de handdoek in de ring gooide, en bovendien geen nieuw materiaal op stapel heeft staan, zou leiden tot een ronduit verbluffende performance op de Main Stage? De heren in wit maatpak openden de set met een zo mogelijk nog kleffere versie van “Reunited” dan de originele hit van Peaches & Herb, gevolgd door het manische “Land of Sunshine” uit hun doorbraakalbum ‘Angel Dust’. Dit straf staaltje zelfrelativering kon het schizofrene karakter die de groep altijd heeft getypeerd werkelijk niet beter demonstreren, balancerend tussen retestrakke crossover (“Epic”, “Midlife Crisis”) en zeemzoeterige ballads (“Evidence”, “I’m Easy”). Voeg daarbij nog de rekbare stembanden van podiumbeest Mike Patton, en je bekomt het perfecte recept voor een dik uur alternative adult entertainment. Ook op z’n 41ste lijkt Patton trouwens maar weinig wilde haren te zijn verloren: hij intimideert fans met een stalen blik, draait ze een tongzoen of spuwt in de camera als een onbezonnen tiener. Met de heftige toegift  “We Care a Lot” besloot Faith No More een fenomenaal best of feestje dat nog lang in ons muzikaal geheugen zal blijven nazinderen.

Wie om 1 uur ’s nachts nog voldoende wakker was en een portie oorverdovende dramatiek wel kan smaken moest uiteraard van de partij zijn in de Marquee voor MY BLOODY VALENTINE (***). Net als Faith No More heeft deze legendarische, van oorsprong Ierse indieband rond opper-shoegazer Kevin Shields na jaren van afwezigheid opnieuw de rangen gesloten, maar is het onduidelijk of er ook nog nieuw werk aankomt. Phil Spector vond ooit de wall of sound uit, The Jesus And Mary Chain gooiden daar fuzz gitaren bovenop, maar het was My Bloody Valentine die in de allesovertreffende trap dit alles nog eens drapeert met een dissonante noisebrij en atmosferische soundscapes. Echte songs waren in de Marquee dan ook ver te zoeken, maar decibels waren er des te meer in overvloed. Gezien hun legendarische status in het indielandschap is dit een band die je één keer moet gezien hebben, maar mijn trommelvliezen smeken mij om het bij deze ene keer te houden.

Dag 2, 21 augustus 2009

Nu een heropstanding van New Order na de zoveelste egoclash weinig waarschijnlijk is ligt de weg wijd open voor mogelijke troonopvolgers. In de Marquee toonde het Britse viertal DELPHIC (***), toevallig of niet tevens afkomstig uit Manchester, dat het zeker kan meedingen naar die titel. Met lange, soms freaky nummers opgebouwd rond electronische bliepjes en glasheldere gitaarlijntjes lijken deze Mancunians intussen al het juiste geluid gevonden te hebben, nu nog de wereldsongs.

Het Canadese METRIC (***) timmert intussen ruim 10 jaar aan de weg, maar heeft pas dit voorjaar enige naambekendheid verworven aan de andere kant van de grote plas met de radiohit “Help I’m Alive”. Een lang uitgesponnen versie van dit nummer stak helemaal voorin hun set op de Main Stage, maar de groep bewees over genoeg andere troeven te beschikken om niet de geschiedenis in te gaan als one-hit wonder. We onthouden hierbij vooral de niet onaardige frontvrouw Emily Haines die nu en dan de show kwam stelen door lekker loos te gaan op haar knetterend orgeltje, maar zich tijdens het afsluitende ‘Stadium Love” toch wel lichtjes vergaloppeerde als volksmenner.

Op basis van hun muzikale bio, waarin wordt gerefereerd naar schoon volk als The Band, My Morning Jacket en The Black Crowes, klonk het optreden van ALBERTA CROSS (**) in de Marquee veelbelovend. Helaas verloren deze naar New York uitgeweken Londenaren zichzelf al te veel in oeverloze jamsessies, en waren beklijvende songs waar hun grote voorbeelden garant voor staan meestal ver te zoeken.

Het optreden van A PLACE TO BURY STRANGERS (***) in de Shelter hadden we vooraf in het programmaboekje aangeduid met drie uitroeptekens. Dit New Yorks drietal is met name één van dé vaandeldragers van de nieuwe lichting noise-adepten die de eerste platen van The Jesus And Mary Chain en Suicide op eigentijdse en originele manier recycleren. We kregen een dik halfuur stofzuigernoise van de bovenste plank geserveerd waarin, in tegenstelling tot de set van My Bloody Valentine, de meest moedigen onder het publiek nu wel afgewerkte songs en melodieën konden ontwaren. Gitaren worden door frontman Oliver Ackermann het liefst met zo weinig mogelijk respect behandeld, maar ach, zolang dat resulteert in aanstekelijke indienoise die bij vlagen zelfs deed terugdenken aan de begindagen van Ride kunnen wij daar weinig of niets tegen in brengen.

Toegegeven, de Dance Hall is niet het natuurlijk biotoop van ondergetekende maar hitgevoelig als we zijn (!?) leek de set van PAUL KALKBRENNER (***) ons een absolute must. Deze kale Berliner uit de BPitch Control stal van Ellen Allien (die de volgende dag de Boiler Room op kritische temperatuur zou brengen) permitteerde het zich om het inmiddels grijsgedraaide “Sky and Sand” helemaal voorin zijn set weg te moffelen. Net daarvoor mocht Kalkbrenner voor dit nummer uit de soundtrack van de film ‘Berlin Calling’ zelfs een gouden plaat in ontvangst nemen, maar hij liet zich verder niet van de wijs brengen tijdens zijn strakke set vol heerlijk minimale electro. Als afsluiter deed Kalkbrenner nog iets leuks met “Mad World” van Tears For Fears (een aantal bakvissen rond mij hadden trouwens een geheel ander nummer van ene Gary Jules herkend?!).

Zo nu en dan komt een groep aandraven waarbij je na de eerste kennismaking minuten lang moet bekomen van de onverwachte adrenalinepunch die je net werd verkocht. Een muzikale ontdekking heet zoiets, en het optreden van THE CHAPMAN FAMILY (*****) in de Chateau loopt wat ons betreft met die eer weg. Deze Noordengelse band heeft namelijk alles wat een opwindende indieband moet hebben: een typische sound (New Model Army meets Joy Division), songs die één voor één beklijven, een charismatische frontman die suicidaal worstelt met zijn microfoonsnoer en, last but not least, een attitude alsof elk optreden het laatste zou kunnen zijn in de nog jonge geschiedenis van de groep. Kingsley, Paul, Pop en Phil Chapman hebben vooralsnog geen album uit, maar het feit dat na elk optreden een deel van hun instrumenten naar het hiernamaals worden gecatapulteerd zit hier misschien voor iets tussen...

Op het podium van de Club kon de arty gitaarpop van THE VIRGINS (**) op redelijk wat bijval rekenen. De deuntjes van dit New Yorkse gezelschap refereren niet toevallig naar de kale strakke sound van stadsgenoten The Strokes en de vroege Talking Heads, terwijl de stem van frontman Donald Cumming warempel als twee druppels water leek op deze van Glasvegas strot James Allan. We zagen een jonge band aan het werk wiens geluid ondanks een bescheiden hype nog moet rijpen om een eigen stempel op hun 12-in-een-dozijn gitaarpop te kunnen zetten.

Scotland’s finest GLASVEGAS (***) hangen hun songs graag op aan een wall of sound en lijken als eerste de missing link tussen bombastische croonerpop en shoegaze te hebben gevonden. De Marquee liep aardig vol voor deze sympathieke Scotsmen die het leven graag doorspekt zien van de nodige dramatiek en pathos, getuige hun doorleefde versie van de Korgis klassieker “Everybody’s Got to Learn Sometime”. Een leuk tussendoortje, dat samen met de radiohits “Geraldine” en “Daddy’s Gone” voor het nodige herkenningsapplaus zorgde in een voor de rest gitzwarte set die qua troosteloosheid niet moest onderdoen voor de achterbuurten van thuisstad Glasgow.

THE JESUS LIZARD (***) gelden als generatiegenoten van Nirvana, maar bleven bewust uit de schijnwerpers toen hun tegendraadse noise plots grunge werd genoemd. In de Shelter waren we getuige van de reünie van deze legendarische band uit Chicago waarvan verschillende leden intussen vlotjes de kaap van de 40 gepasseerd zijn. Hun beproefde recept, met overstuurde gitaren, dwarse baslijnen, aritmische drums en de maniakale zang van opper-Lizard David Yow als voornaamste ingrediënten, zijn ze alvast nog niet verleerd. Bericht aan de vrouwelijke fans: Yow beperkte zijn traditionele striptease deze keer tot een topless act.

Een propvolle Marquee was op de afspraak voor de doortocht van VAMPIRE WEEKEND (****), het studentikoze New Yorkse viertal dat tot één van de absolute revelaties van vorig jaar dient te worden gerekend. De okselfrisse gitaarpop met Afrikaanse invloeden uit hun titelloos debuut werd afgewisseld met nieuwe nummers uit de opvolger die momenteel in de studio wordt afgewerkt. Op het eerste gehoor lijken deze nieuwe songs de afropopsound van Vampire Weekend nog verder op te schuiven richting Paul Simon’s ‘Graceland’ album, maar voor het publiek leek gewoon elk nummer wel een feest van herkenning. Zanger Ezra Koenig is geen veelprater, maar leek toch heel erg gecharmeerd door zoveel enthousiasme van het Pukkelpop publiek. Hoogtepunten waren er werkelijk teveel om op te noemen, dus laten we het maar houden op de ronduit aanstekelijke afsluiter “One (Blake’s Got a New Face)” waarvan het refrein zich voor de rest van de festivaldag comfortabel in ons hoofd had genesteld.

Waarom THE GET UP KIDS (***) met hun aan Jimmy Eat World, Weezer en The Posies refererende meerstemmige gitaarpop ooit in het emocore hoekje zijn terecht gekomen zal voor ons altijd wel een raadsel blijven. Net als Faith No More en The Jesus Lizard was deze sympathieke bende uit Kansas City naar Pukkelpop afgezakt om hun recente reünie muzikaal luister bij te zetten, en op de prangende vraag “Kunnen ze het nog?” dienen we op grond van hun prestatie in de Shelter volmondig “Ja!” te antwoorden. Kids van het eerste uur Matthew Pryor en Jim Suptic tekenen nog steeds voor doorleefde vocals maar rammen terzelfdertijd stevig door op hun respectievelijke gitaren, en ook op het enthousiasme van keyboardspeler James Dewees lijken de jaren vooralsnog geen vat te hebben. Vers materiaal zou op de plank liggen, maar een wereldnummer als “Action and Action” -live alweer goed voor het nodige animo op de eerste rijen- maken deze Kids waarschijnlijk nooit meer.

In een vlaag van postnatale inspiratie heeft Karin Dreijer Andersson, de helft van de Zweedse broer-zus combinatie die schuil gaat achter The Knife, met FEVER RAY (****) een nieuw soloproject boven de doopvont gehouden. De live-set van Andersson’s nieuwe muzikale vermomming in de Marquee was in vele opzichten uniek te noemen! Vermoedelijk op uitdrukkelijk verzoek van de groep zelf was dit bijvoorbeeld het eerste optreden van de dag waarbij het publiek eindelijk gespaard bleef van Peter Van de Veire’s overbodige feel good introductie. Bovendien lijken de leden van Fever Ray liefst zo onzichtbaar mogelijk te blijven om de aandacht maximaal te concentreren op de sobere, bijna onaardse muziek. De bezwerende opener “If I Had a Heart” zette meteen een erg onheilspellende toon, en dankzij een sobere belichting met lampenkappen en een deken van laserstralen slaagde de groep er in om een spooky sfeertje te creëren. Andersson waagde zich ook aan een extreme makeover van Nick Cave’s “Stranger Than Kindness” dat nagenoeg onherkenbaar verscholen zat midden in de set. Wie zich had verheugd op de opgefokte beats van The Knife was er wel enigszins aan voor de moeite, en naarmate de set vorderde zagen we de Marquee tent dan ook langzaam maar zeker leeglopen. De etherische schoonheid van Fever Ray’s minimale sprookjespop leek wel enkel weggelegd voor een select publiek dat zich heel even op de donkerste planeet uit ons zonnestelsel waande.

Tom Barman & co kregen het van Chokri gedaan om twee dagen op rij de Marquee in schoonheid en stijl te mogen afsluiten, met als unieke tegenprestatie dat er voor beide avonden een totaal verschillende setlist zou worden samengesteld. Met het venijnige “Everybody’s Weird” opende een erg gretig klinkend dEUS (****) de eerste van twee sets op vrijdagavond die uiteindelijk zou uitgroeien tot een indrukwekkend feest der herkenning waarop ook enkele gasten waren uitgenodigd. Fever Ray’s Karin Dreijer Andersson bleef haar ijzige zelf tijdens een beklijvend duet met Barman op “Slow”, Snow Patrol frontman en ideale schoonzoon Gary Lightbody zorgde voor een verrassing van formaat door een heel erg fraaie interpretatie van “Hotellounge” neer te zetten, en ook Hickey Underworld strot Younes Faltakh mocht een nummer komen meebrullen. Tussendoor staken ook een aantal nieuwe nummers de kop op die vocaal werden aangekleed door een vierkoppig jazzkoortje in zwarte cocktailjurkjes. dEUS blijft haar artistieke grenzen dus verder aftasten, maar lijkt met elk nieuw album steeds dichter bij de mainstream aan te (willen) leunen. Dat Barman & co al in de jaren ’90 hun beste werk hebben afgeleverd zullen weinigen betwisten, zeker wanneer je na elkaar “Serpentine”, “Theme From Turnpike”, “Fell Off the Floor, Man”, “Instant Street” en “Morticiachair” krijgt geserveerd. De kers op de taart werd bewaard voor het onvermijdelijke “Suds & Soda” dat onverwacht bezoek kreeg van De Jeugd Van Tegenwoordig die er een flard “Hollereer” tussen gooiden. Slotsom: dEUS had tijdens dit eerste van twee optredens zowel voor zichzelf als voor het publiek de lat al heel erg hoog gelegd, en het was dus maar zeer de vraag of dit huzarenstukje 24u later nog kon worden geëvenaard (zie verder).

Hoe krijg je een volstrekt onhippe groep als KRAFTWERK (****) als headliner op de Main stage verkocht aan het jonge Pukkelpopvolkje? Luc Janssen deed eerder op de dag alvast een verdienstelijke poging: “Goeiemorgen Pukkelpop, ik heb goed nieuws en slecht nieuws. Het slechte nieuws is dat de Duitsers komen, het goede nieuws is dat ze maar één avond blijven”. Feit is dat zowat alles en iedereen die tijdens de drie festivaldagen acte de présence gaf in de Dance Hall en de Boiler Room op de één of andere manier schatplichtig is aan het electronische pionierswerk van Ralf Hütter en Florian Schneider, de twee overblijvende leden en feitelijke stichters van Kraftwerk. Wie er bij was op Rock Werchter 2005 wist ongeveer waaraan het publiek zich mocht verwachten: een unieke symbiose tussen beeld en geluid die tot in de kleinste details is geperfectioneerd door vier stokstijve heren op leeftijd, halfverscholen achter hun laptop. De nuchtere vaststelling dat de set op Pukkelpop nagenoeg een blauwdruk bleek van de Werchter show, inclusief de schitterend georkestreerde gedaanteverwisseling van mens tot robot tijdens “The Robots”, was dan ook het enige minpuntje dat we ons kunnen herinneren. Voor een selectie van de hoogtepunten verwijzen we graag naar de betere Kraftwerk compilatie, maar ook meer recente nummers als “Vitamin” en “Aerodynamik” konden zich moeiteloos meten met de echte electroklassiekers van de groep. Op de eindeloze tonen van “Musique Non Stop” werd beleefd afscheid genomen van het publiek dat nu meer dan ooit moet gaan twijfelen of er werkelijk zoiets bestaat als een generatiekloof...

Dag 3, 22 augustus 2009

Onder een immer enthousiaste middagzon mocht het Engelse viertal THE RIFLES (***) de derde en laatste festivaldag op gang trappen vanop de Main Stage met hun melodieuze meerstemmige punkrock in de beste traditie van The Jam en The Undertones. Deze sympathieke jongens spelen vooralsnog niet in dezelfde eredivisie als The Kooks en Kaiser Chiefs, maar hebben met “She’s Got Standards” en “Peace and Quiet” toch reeds twee radiohits op hun conto. Nu nog iets doen aan dat wat suffe Britpop imago en de heren kunnen zich gaan opmaken voor de volgende cover van NME.

De Londense hot young lad JACK PEÑATE (***) kreeg moeiteloos de Marquee gevuld voor een zeer gevarieerde set met nummers uit zijn beide albums. Profileerde hij zich op zijn debuut nog als het softe neefje van Billy Bragg dat te veel naar ska en skiffle heeft geluisterd, op de onlangs verschenen opvolger ‘Everything is New’ gaat Peñate op zoek naar De Perfecte Popsong die hij liefst opdient met een Afrikaans sausje. Op het podium beleeft hij de songs alsof ze elke vezel in zijn lijf raken, en tijdens “Let’s All Die” voegt hij bijna de daad bij het woord door een halve dodensprong richting frontstage te maken om even later met een gescheurd shirt terug het podium op te klauteren. Met de zomerse pop van “Tonight’s Today” en “Be the One” speelde Peñate zijn meest commerciële troeven pas helemaal op het einde uit.

Net zoals voor de meeste andere comedy en muzikale acts van eigen bodem die in de Wablief?! tent geprogrammeerd stonden was het buiten aanschuiven geblazen om een glimp op te vangen van TEAM WILLIAM (***). Sinds het behalen van een bronzen plak op Humo’s Rock Rally 2008 en de recente release van hun redelijk bejubelde debuutalbum is deze groep uitgegroeid tot zowat het belangrijkste exportproduct van Ninove en omstreken. Hun aan Weezer, The Rentals en Fountains Of Wayne refererende frisse gitaarpop mag dan niet bijster origineel heten, aanstekelijk is het des te meer. Komt daarbij dat deze piepjonge twintigers, ondanks de ruime media aandacht, zichzelf en hun succes perfect weten te relativeren. Zo werd midden in een nummer de gitaar plots overhandigd aan een fan op de eerste rij die ter plekke een nieuw Team William nummer componeerde, of werd een gigantische kartonnen replica van het groepslogo (de inmiddels gekende driekleurige halve schietschijf ) het publiek ingekelderd met het uitdrukkelijk verzoek om daar geen spaander van heel te laten. Na het nog steeds geweldige “Lord of the Dogs” sloot de groep, naar eigen zeggen tegen de wil van haar management in, hun triomfantelijke doortocht op Limburgse bodem af met het nagelnieuwe “All We Ever Do is Fuck”. Kan tellen als Valentijnslied...

Het optreden van DEERHUNTER (***) in de Marquee omschrijven is allesbehalve een makkie. Dit uit Atlanta afkomstige viertal brouwt een redelijk uniek mengsel van indierock, noise en psychedelica, en beschikt met de aan het syndroom van Marfan lijdende frontman Bradford Cox (boomlange gestalte en extreem lange vingers) over een bijkomende, zij het ietwat zonderlinge troef. De set nam een aarzelende, gedesoriënteerde start, maar toen de veelgelaagde nummers vorm begonnen te krijgen werden we spontaan herinnerd aan het epische werk van Broken Social Scene en Motorpsycho. We durven Deerhunter op basis van deze performance in de categorie ‘ongrijpbaar, onvoorspelbaar en onwaarschijnlijk’ te rangschikken. Als dat maar geen juiste voorspelling van hun succes wordt...

De roots van CREATURE WITH THE ATOM BRAIN (***) liggen verspreid in zowat de helft van alternatieve scene die Vlaanderen het jongste decennium heeft voortgebracht, of wat dacht U van het indrukwekkende rijtje Millionaire, Evil Superstars, Sexmachines, Vandal X en Mauro & The Grooms? De grootste gemene muzikale deler van al dat geweld heeft uiteindelijk geresulteerd in epische stonerrock in de beste traditie van Kyuss, Karma To Burn en de vroege Monster Magnet. En ja, het kan natuurlijk geen kwaad dat zanger/gitarist Aldo Struyf (ex-Millionaire) tijdens het opnemen van platen Chris mag zeggen tegen superproducer en Masters Of Reality brein Chris Goss en al eens een pint gaat pakken met de donkerste aller treurwilgen Mark Lanegan. Op de Wablief?! stage zorgden de strakke riffs, de loodzware ritmesectie en de bezwerende zang van Struyf voor een werkelijk verslavende set die wat ons betrof nog een uur of drie langer had mogen duren. Alleen spijtig dat Dr. Frankenstein dit niet meer heeft mogen meemaken.

Groot was onze euforie toen DINOSAUR JR. (***) in de eerste lijst met namen voor Pukkelpop 2009 opdook, maar even groot was onze ontgoocheling toen bleek dat J. Mascis, Lou Barlow en Murph naar de Main Stage werden verbannen. Ook in werkelijkheid bleek dit een organisatorische flater van formaat, want de melancholische noise van Dinosaur Jr. verdraagt weinig of geen zonlicht en intrigeert enkel op de eerste rijen van een groot podium. Opener “Just Like Heaven” ging bovendien volledig de mist in door een slechte geluidsmix en onhoorbare zang van Mascis, en alhoewel er duchtig aan de knoppen werd gedraaid kon dit euvel nooit meer helemaal worden weggewerkt. In het eerste deel van de set werd vooral geput uit het alweer uitstekende nieuwe album ‘Farm’ waarbij Barlow ook een nummer voor zijn vocale rekening mocht nemen. Maar toegegeven, het adrenalinepeil ging pas echt de hoogte in tijdens het indrukwekkende rijtje “The Wagon”, “Out There”, “Feel the Pain” en “Freakscene”. Aan de songs lag het dus zeker niet dat dit een behoorlijk maar geen memorabel concert van Mascis & co was, we gunnen hen binnenkort een klinkende revanche in de tent van Leffinge.

Bij de release van hun debuut ‘Myths of the Near Future’ werd het Engelse trio KLAXONS (****) twee jaar terug gebombardeerd tot de vaandeldragers van de zogenaamde ‘nu rave’. Ondanks het integreren van electro, house of breakbeats verliest het jonge drietal de popsong echter nooit helemaal uit het oog. In een bomvolle Marquee bewees de groep dat ze alle studiosnufjes ook live aan de man kan brengen, getuige de zeer poppy en strakke set die ook reeds een aantal nummers bevatte uit hun nog te verschijnen tweede album. Op deze nieuwe nummers lijken Klaxons wat afstand te willen nemen van de hapklare ravepop, en hebben een aantal persoonlijke demonen er blijkbaar voor gezorgd dat het nieuwe werk heel wat donkerder en introverter klinkt. Het publiek maalde er niet om en lipte vrolijk mee met de meer luchtige radiohits “Golden Skans”, “Not Over Yet” en  “Gravity’s Rainbow”. “I’ve seen the future of pop, and its name is Klaxons”.

LIFE OF AGONY (****) kreeg de eer om na drie dagen punk, emocore, progrock, noise en ander geweld de Shelter tent definitief te sluiten. Dit New Yorks kwartet mag ondertussen tot de oudjes van de hardcore scene worden gerekend, maar lieten er ondanks het uitblijven van nieuw albumwerk weinig twijfel over bestaan dat ze hun plek als headliner meer dan waard waren. Ondanks een turbulente levenswandel lijkt de gekwelde stem van frontman Keith Caputo steeds beter te worden met de jaren, en bij vlagen benaderde hij zelfs het oerstrot van voormalig Kyuss zanger John Garcia. Met de ultrakorte adrenalinestoot “River Runs Red” uit hun memorabele debuut liet de groep al heel vroeg een eerste bommetje vallen en kon de rest van de set eigenlijk al niet meer stuk. Ook het onnavolgbare “Weeds” blijft een welgemikte uppercut die door het Shelter publiek bijna woord voor woord werd meegebruld. Beste Chokri, graag meer van dat volgend jaar!

In tegenstelling tot de opzwepende set op vrijdagavond zou het laatste deel van de dEUS (**) tweedaagse volgens Tom Barman meer opbouwend zijn, en zouden een aantal nieuwe nummers worden uitgeprobeerd. In de praktijk kon het contrast met de avond ervoor echter niet groter zijn, en even vroegen we ons zelfs af of dit wel dezelfde groep was die we pakweg 24u terug op hetzelfde podium hadden zien schitteren! Gedurende het eerste saaie concertuur noteerden we op “Nothing Really Ends” na geen enkele muzikale vonk, en moest het publiek het stellen met het vierkoppig jazzkoortje in plaats van de trits zingende gasten die de avond ervoor zo uniek hadden gemaakt. Toen uiteindelijk dan toch voorzichtig een blik klassiekers werd opengetrokken bleken dit met “Instant Street” en “Fell Off the Floor, Man” nummers te zijn die daags voordien ook al in de set staken, terwijl wereldnummers als “Via”, “Little Arithmetics” en “Sister Dew” spijtig maar helaas in de kast bleven. Uiteindelijk werd het optreden maar ternauwernood van de vergetelheid gered door bruisende versies van “The Architect” en “Roses”, maar toch kunnen we niet anders dan besluiten dat één keer dEUS per festival ruimschoots volstaat.

ARCTIC MONKEYS (***) mogen dan al over een indrukwekkend arsenaal songs beschikken, de vraag die velen bezig hield was of ze hiermee de rol van festival afsluiter op de Main Stage konden waarmaken. Een podiumbeest heeft de groep immers nog steeds niet in haar rangen, en ook met lang haar profileert Alex Turner zich zoals gewoonlijk als een ijzige, weinig communicatieve frontman. Wie echter minder gesteld is op imago en zich enkel laat meevoeren door de muziek kreeg misschien wel het beste Monkeys concert ooit op een Belgisch zomerfestival te horen. De groep is sinds haar debuut duidelijk geëvolueerd van springerige en compacte songs naar een breder geluid waarbij naast tempowisselingen en keyboards ook een aantal tragere nummers plaats hebben gekregen. Deze laatste zijn te horen op de kersverse schijf ‘Humbug’ die de vier rotgetalenteerde snotters uit Sheffield onder de productionele leiding van grote broer Josh Homme opnamen in Los Angeles. Naast nieuwe songs zoals de vooruitgeschoven single “Crying Lightning” en een fraaie cover van Nick Cave’s “Red Right Hand” serveerden Turner & co een best of uit hun eerste twee albums. Met o.a. “Fake Tales of San Francisco”, “I Bet You Look Good on the Dancefloor”, “Brianstorm”, “Fluorescent Adolescent” en “505” hebben Arctic Monkeys op geen tijd een oeuvre van instant classics verzameld die ook live nog fris van de lever klinken. Enkel “When the Sun Goes Down” bleef uit, net als bisnummers trouwens, maar na drie dagen van overdadige decibels en hoge temperaturen leek dit eigenlijk niet eens zo erg...

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

The Neon Judgement

Smack

Geschreven door

Het Leuvense The Neon Judgement is terug onder ons … Sinds begin jaren tachtig waren zij een vertrouwde naam in de alternatieve electro/waverock scène in ons landje, maar ook ver daar buiten. De primair machinale beats in een mix van snokkende gitaarrifs van TB en de ruw-analoge synthesizer klanken van Da Davo zijn iets unieks, én toch zo herkenbaar.
‘Smack’ is hun eerste studio-cd sinds ‘Dazsoo’ (1998); The Neon Judgement bewijst nog steeds niets aan relevantie te hebben ingeboet. Nummers als “The Great Consumer”, “Leash”, en “We Are Confused” doen terecht vermoeden dat het bloed nog steeds kookt en hun songs nog altijd eigentijds, hard en compromisloos zijn. Binnen de heropleving van de ‘80’s wave en electro lijkt het erop alsof ze nooit zijn weggeweest! Uit deze plaat zijn de singles “The Great Consumer” en “Leash” de voortrekkers van de full cd.

Info op http://www.theneonjudgement.com of http://www.myspace.com/theneonjudgement

Ansatz Der Maschine

Painting Bad Weather on Her Body

Geschreven door

In 2006 zetten de mensen van Ansatz der Maschine een nieuwe standard neer in de Belgische pop met indietronica en de schitterende plaat ‘The Postman Is A Girl’. De opvolger ‘Painting Bad Weather On her Body’ is terug een geslaagd project. Mathijs Bertel bewijst met zijn tweede soloplaat dat er groei zit in de band. Zowel in het studio werk als op de live performances, horen we de subtiele elektronica, evenwichtig vermengd met akoestische viool, blazers, drums, elektrische gitaar en zang. Het resultaat is een warme mengelmoes van goeie songteksten, productie en muzikaliteit.
Op het nieuwe album is de live band nu volledig geïntegreerd. De leuke visuals maken het live werk nog exceptioneler. Kortom Ansatz der Maschine klinkt fantastisch op cd en is live een geheel omvattende belevenis.
Bandleden : Mathijs Bertel; Bram De Vreese, Jan Dhaene, Ruben Vercaemer

Info op http://www.myspace.com/ansatzdermachine

Pissed Jeans

King of jeans

Geschreven door

Er bestaat nog zo iets als brutale hardcore met een gezonde dosis inhoud. Eerder kwam de Canadese band Fucked Up met dergelijke fijnzinnige herrie aanzetten op ‘The chemistry of common life’, hier doet Pissed Jeans uit Los Angeles het met een beukende portie lawaai nog eens met brio over. ‘King of jeans’ is hun tweede album na het al even waanzinnige ‘Hope for men’ (2007) en het beukt als een drilboor doorheen uw schedelpan.
Zanger Matt Korvette gaat vanaf de machtige en agressieve opener “False Jesi part 2” al tekeer als een halve gek, denk aan David Yow van The Jesus Lizard of aan een jonge Henry Rollins in zijn Black Flag periode. De band ramt er een heftige geluidsmuur van gitaren bovenop en straalt zo een primitieve oerkracht uit : hard, vet en to the point.
De overwegend korte tracks zijn niet zelden prettig gestoord en stormen aan een razend tempo recht door de muren, zo overtreedt “Human upskirt” alle mogelijke snelheids- en geluidsbeperkingen, die song is een hardcore splinterbom. Uitzonderingen, maar niet bepaald rustpunten, zijn de zware sleper “Request for masseuse” en vooral het meer dan 7 minuten durende “Spent” dat zich tergend traag en dreigend voortbeweegt in een duistere en onheilspellende omgeving ergens tussen Black Sabbath, Shellac en The Birthday Party.
Dit album is een rauwe lap punk, hardcore en oerrock en is een aanwinst voor elke fan van hierboven genoemde bands.

The Horrors

Primary Colours

Geschreven door

Het Britse The Horrors werd twee jaar geleden al gehypetet met hun debuut ‘Strange house’. Een doorbraak bleef uit, aangezien de plaat nét niet voldoende kon overtuigen en beklijven door de rommelige en rauw rammelende aanpak.
Deze vijf in zwart geklede (graatmagere) heren grijpen terug naar de ‘80’s waverock en halen er de muzikale stijlen garagerock’n’roll, punk, galmende shoegaze en glamrock bij. Op de opvolger ‘Primary Colours’ gingen ze doordacht en bezield te werk. Het geheel klinkt beheerst, toegankelijk en melodieus wat de song op zich ten goede komt; ze raken dieper en  vormen een gestroomlijnd, opwindend en boeiend geheel.
The Horrors situeren zich ergens tussen The Cramps, Joy Division, The Cure, Psychedelic Furs, Jesus & Mary Chain en My Bloody Valentine.
Binnen dit concept brengt het vijftal voldoende variaties aan in gitaren, pedaaleffects, synths en vocals. De eerste songs “Mirror’s image” en “Three decades” rocken stevig met shoegaze en galm; het gaat dan over in poppier songs, “Who can say” en “Do you remember”. Vervolgens horen we sfeervoller materiaal, “Scariet fields” en “I only think of you”. De groep zweert alvast trouw aan de ‘80’s waverock/shoegaze en overtuigt hierin met “I can’t control myself” en de titelsong van de cd. De vijf Londenaars besluiten en verve met het acht minuten durende, de in fuzz gedrenkte electrowave –er “Sea within a sea”, waarin alle stijlen eens overhoop worden gehaald.
The Horrors bijten van zich af als vaandeldragers van deze onder het stof gehaalde stijl …

Pagina 451 van 497