Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15378 Items)

Phoenix

Phoenix: Over de grens op handen gedragen!

Geschreven door

Buiten de Franse dansscène zijn er maar een handvol rockbandjes van over de grens die de voorbije jaren onze aandacht trokken en de moeite waard zijn. Eentje is alvast Phoenix, vijf jonge gasten die al sinds 2001 bezig zijn. In 2004 vielen ze ons land binnen met enkele aanstekelijke popsingles “Too young”, “If I ever feel better”, “Everything is everything” en “Run run run”. Ondanks het feit dat de huidige cd een afschuwelijke titel heeft ‘Wolfgang Amadeus Phoenix’ vinden we ook hier puike songs terug als “Lasso”, “1901”, “Rome” en “Countdown”, die een respectvolle ‘goed’ mee krijgen.
In Frankrijk is dit eventjes anders … want Phoenix wordt daar op handen gedragen! Genoeg om U te zeggen dat we ginder bij elke noot, elke beweging en elk solopartij gillende en krijsende keelgaten horen. Menig meisjeshart bonkte toen ze het podium kwamen gelopen. Als de band nog zo’n hapklare singles produceert, komen we vervaarlijk in de buurt van Tokio Hotel. Deze maffe toestanden terzijde, beleefden we een leuke avond en overtuigde Phoenix met hun toegankelijke, sfeervolle pop dito meezingbare refreinen. Ze hadden hun broeierig, fris en intens singlepakket mooi verdeeld.
Ze begonnen alvast met vier heerlijke, zwierige hits: “Liztomania”, “Lazy distance call”, “Lasso” en “Run run run”. De synths kwamen wat meer op het voorplan op “Fences” en “Girlfriend”, wat het geheel kleurrijker maakte.
Een geslaagd waagstukje, zowel op plaat als live, was “Love like a sunset (part 1 & 2)”: een lange intro, een subtiel tokkelende gitaar, een diepe bas en zalvende synths, dan een speelse overgang en een intense opbouw, om tot slot rustig uit te deinen. Ze neigden naar de bombast van Muse op die manier. Het was de aanzet van een tweede luik poprock van “Too young”, “Rome” en “Consolidation prize”, die een fris, twinkelend gitaarspel hadden. En net zoals het jongerenbands beaamt (cfr. zie Air Traffic en Tokio Hotel), kon je niet omheen enkele akoestisch gespeelde nummers: “Everything is everything” en Air’s “Playground girl” hadden een uiterst sobere, emotievolle aanpak. De zoet binnenglijdende “If I ever feel better” en “1901” besloten na een klein anderhalf uur de set.

Per plaat beschikt Phoenix over houdertjes die er net voor zorgen dat de band zich voldoende kan openbaren in een boeiende gig. Hun succes en respons zal bij ons zal wel niet zo’n vaart lopen; desalniettemin zagen we eens een Franse popband die het gemiddelde oversteeg!

Organisatie: France Leduc Productions, Lille

Baddies

Baddies: een uurtje stomende postpunk!

Geschreven door

Het Britse energieke kwartet Baddies zagen we als één van de openers op dag 1 van Pukkelpop. Strakke, hoekige, stevige en opwindende, frisse postpunk …Compromisloos, rechttoe-rechtaan en melodieus …We hoorden invloeden van de Hives, het oude Franz Ferdinand, Maximo Park en twinkelende gitaarloops van A Certain Ratio en Gang Of Four. Ze brachten onlangs hun debuutcd ‘Battleships’ uit en stortten zich letterlijk op de clubs om de plaat optimaal te ondersteunen …

Ondanks de matige opkomst ging deze uiterst gemotiveerde band een uur lang bezield en vol overgave te werk. De heren met hun tot aan de hals geknoopt wit hemd, zwarte broek en legerboots, maakten op het podium statische bewegingen, wat refereerde aan de Devo tijd in de jaren ’80. Ook de zanger plaatste zich in de spotlights; hij kon bekkentrekken en keek soms dwars door je heen. Kortom, Baddies zorgde voor een leuke, aangename show.
We werden eerst ondergedompeld in een handvol krachtige korte rocksongs, “Tiffany I’m sorry”, “Call colin’”, “Black it out , “Open one eye” en “Hug the bomb”. Ze klonken iets breder en opbouwend op “At the party” en “Stone” … minder heftig én zonder de snedige gitaarloops en uitspattingen te verliezen!
Het geheel was best gevarieerd, waarbij ze steeds het publiek nauw bij de set betrokken. De zanger mengde zich zelfs op het eind in het publiek om de eerste rijen de refreinen te laten meezingen of -brullen, wat kleur gaf; “I’m not a machine”, “We beat our chests”, “Holler for my holiday” en de titelsong pasten aardig binnen dit concept.
Binnen de postpunk verdient deze bende het alvast een graantje te mogen meepikken. Het ontbrak hen niet van enthousiasme en dynamiek. Ze hebben een rits melodieus vaardige songs klaar en het zal even wachten zijn op die unieke single, die de definitieve doorbraak kan betekenen …

Het Belgische duo Yum, bestaande uit de Canadees/Nederlandse zanger Lennerd Busé en drummer Reinert d’Haene, kwam in de belangstelling een kleine acht jaar terug met het onvolprezen ‘Monokid’. Het duo (live met vier) geeft aan de electropop een subtiele draai, wat hen fraaie singles opleverde als “Caught alive”, “Fake”, “Dreamin’ in colour”, “Day 1” en “All she said”. De groep klonk wat onwennig, moest wat op dreef komen en was ondanks alles in het Brusselse niet echt gekend. Hun singles trokken wel de aandacht van de luisterende toehoorders en werden warm onthaald.

Organisatie : Botanique, Brussel

Porcupine Tree

Porcupine Tree brengt pure genialiteit!

Geschreven door

Op de avond dat Fleetwood Mac concerteerde in het Antwerpse Sportpaleis, de indierockers van de Pixies in Vorst onveilig maakten, genoten wij van het geniale concert van Porcupine Tree in een uitverkochte Ancienne Belgique.
Een kleine twee jaar terug (22/11/2007) was de band voor het eerst in Brussel. Toen liep de AB aardig vol. Vandaag is Porcupine Tree’s populariteit duidelijk toegenomen want de zaal was uitverkocht en tot de nok gevuld. Opvallend was dat zowel jongeren en zeg maar oudere jongeren deel uitmaakten van het publiek. Een band voor alle leeftijden dus, die zowel psychedelische progrockers als metalfreaks weet in te palmen. Maar in de eerste plaats is Porcupine Tree vooral een zeer energieke live band! De perfecte akoestiek van de AB gaf de band vleugels, waardoor (alweer) een onvergetelijk concert tot stand kwam.

Voor Porcupine Tree aantrad kregen we eerst nog een halfuurtje Robert Fripp voorgeschoteld. Fripp, ondertussen reeds 63, is vooral bekend van zijn gitaarwerk bij de progressieve rockband King Crimson. Robert Fripp leverde ook wat samples en soundscapes voor Porcupine Tree’s ‘Fear Of A Blank Planet’ en nu mocht deze eigenzinnige, maar legendarische, gitarist voor de Britse band openen.
Robert Fripp startte erg vroeg (19.30) waardoor velen Fripp aan het neus zagen voorbij gaan. De afwezigen hebben echter niet veel moeten missen want de mooie, dromerige gitaarklanken en samples konden weinigen echt boeien. Meer dan een beleefdheidsapplausje kreeg de man niet.

Voor het concert van Porcupine Tree begon werden we vriendelijk verzocht om geen foto’s en geluidsopnames te maken. Ook werd er op aangedrongen geen foto’s te nemen met draagbare telefoons. Die boodschap werd niet door iedereen op evenveel enthousiasme onthaald, maar begrip kon men er wel voor opbrengen. Tijdens het optreden heb ik dan ook bijna niemand gezien die zich niet aan deze afspraak hield; wat getuigd van een grenzeloos respect voor Steve Wilson & de zijnen. Zo’n concert zonder GSM’s in de lucht en fotoflashes werkt trouwens ook heel erg bevrijdend!

Erg lang moesten we niet wachten op Porcupine Tree want onverwacht gaf de band al om 20u20 de aftrap.
De bombastische intro van “Occam’s Razor” diende als opener en de band werd onmiddellijk begeleid door bijpassende, synchrone videoprojecties. Bijzonder knappe videoanimaties, gecreëerd door de Deense grafische artiest Lassie Hoile, versterkten visueel de songs gedurende het grootste deel van het optreden.
Dit was de start van “The Incident”, het nieuwe conceptalbum van de band. Bij “Great Expectations” ging het helemaal fout en was de bassound van Colin Edwin zo ernstig verstoord, dat de band na het ophelderen van het technische euvel, de song gewoon hernam. “We willen immers niet zoals Spinal Tap klinken”, gekscheerde Wilson nog. Zoals verwacht speelde de band het ganse nieuwe conceptalbum live. Het werd een opwindende, hallucinerende progressieve rocktrip gebracht door een onvermoeibare band. Hoogtepunten uit deel 1 waren het gedreven “Drawing The Line”, het sublieme “Time Flies” (nu al een echte Porcupine Tree klassieker) en afsluiter “I Drive The Hearse”, waarin de bekoorlijke harmonieuze zanglijnen van Wilson & Wesley nog eens voorop stonden. Na het spelen van het nieuwe conceptalbum ging de band onder een oorverdovend applaus voor 10 minuten de coulissen in. Een countdownklok hield ons bij de les. Niet echt een drank- en plaspauze maar eerder een symbolische break om twee aparte delen te creëren in het liveoptreden. “10, 9, 8, 7……..3,2,1”…..en
Steven Wilson, Richard Barbieri, Colin Edwin, Gavin Harrison en John Wesley stonden er weer voor deel 2.
Dat werd een setlistje vol met oldies. De start was alvast fenomenaal met het wondermooie “Start Of Something Beautiful” en het bijzonder knappe, psychedelische “Stars Die”, welke een tourpremière was. Het lange “Anesthetize” werd ingekort tot de essentie en bracht de zaal in vuur en vlam. Wat een energie en creativiteit! Misschien wel het hoogtepunt van de avond. Vanwege de belachelijke vroege ‘curfew’ van 22.30 verdween “Lazarus” van de setlist en werd naar het einde toe iets teveel de metal-kaart getrokken. Bissen deed mijn dan weer iets te voorspelbaar. Ik had ook de indruk dat Steve niet helemaal tevreden was met die avondklok die hem achterna zat. Ondanks de voorspelbaarheid is het toch altijd mooi om “The Sound Of Muzak” en “Trains” te horen.
Porcupine Tree bevestigde opnieuw waardoor ik, iedereen die open-minded is en iets meer wil dan hedendaagse radiomuziek, deze band dan ook heel erg sterk kan aanbevelen! Geen enkele keer heeft Porcupine Tree mij live teleurgesteld en hun ongekende dynamische creativiteit bezorgt mij live steeds weer een constante opwinding. Absoluut pluspunt is de perfecte geluidsbalans die de band keer op keer neerzet. Ga ze dus zien als je de kans krijgt…je zal er geen spijt van hebben.

Setlist: *Occam’s Razor *The Blind House *Great Expectations *Kneel And Disconnect *
Drawing The Line *The Incident *Your Unpleasant Family *The Yellow Windows Of The Evening Train *Time Flies *Degree Zero Of Liberty *Octane Twisted *The Séance *Circle Of Manias *I Drive The Hearse
*Start Of Something Beautiful *Stars Die *Anesthetize *Remember Me Lover *Strip The Soul *.3 *Mother And Child Divided
*The Sound Of Muzak *Trains

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel


Pixies

Pixies – ‘Doolittle’: Een briljante pot nostalgie

Geschreven door

Vorst Nationaal was volgelopen voor deze lekker eigenzinnige band die eind jaren tachtig en begin jaren negentig vier magistrale en essentiële platen afleverde en er daarna prompt mee ophield.

Tegendraads zijn de Pixies altijd een beetje geweest en ook vanavond startten ze, om het publiek een beetje te plagen, met een viertal obscure b-kantjes. Daarna ontplofte de boel en kwam het publiek ten volle wakker met de integrale vertolking van de klassieker ‘Doolittle’, na 20 jaar nog steeds een mijlpaal in de geschiedenis der rockmuziek. Dat deze plaat van de eerste tot de laatste snik absoluut prachtig is wist iedereen al lang, daarvoor waren ze tenslotte ook gekomen. De songs staan als een huis, en dat was hier niet anders, dus was het ook echt genieten. Tussen de nummers door werd er soms iets te lang getalmd, maar de bevallige Kim Deal maakte er gebruik van om de interactie met het publiek toch een beetje aan te houden, want brompot Frank Black hield als gewoonlijk de lippen stijf op elkaar.
Moet het nog gezegd, de volledige ‘Doolittle’ werd prachtig gebracht, in het tweede deel was de band nog een stuk beter op dreef, onze favorieten van de avond waren dan ook de felle punker “Crackity Jones” en heerlijke versies van “Hey”, “Mr Grieves” en “Number 13 baby”. Kim Deal maakte meer dan duideljik hoe onmisbaar haar geniale basloopjes zijn voor het geluid van de Pixies, Frank Black’s vlijmscherpe strot is intact gebleven en Joey Santiago haalde alweer de meeste splijtende klanken uit zijn gitaar. Bovendien kreeg het sowieso al fantastische ‘Doolittle’ een uiterst gesmaakte meerwaarde in de vorm van originele en indrukwekkende visuals. Bijzonder knap en met een gezonde dosis humor.
Het publiek werd alsmaar uitbundiger en na het geweldige “Gouge away”, dat ‘Doolittle’ op magistrale wijze afsloot, joelde, krijste en stampte men om meer.
Pixies kwamen terug het podium op voor nog enkele b-kantjes met o.a. de fijne slow motion versie van “Wave of mutilation” en, het meest naar onze strot grijpend, een sluipend en volledig in rookwolken gehuld “Into the white” met een ijle Kim Deal in de hoofdrol.
Na wel een beetje lang wachten, was het in een volgende bisronde de beurt aan de prijsbeesten van ‘Surfer Rosa’. Met de zaallichten aan brachten de wervelende Pixies met uitstekende versies van “Vamos” (jaaaaaa !!) , “Gigantic” en absolute kraker “Where is my mind” de zaal in volle extase.

Heerlijk concert van een groep die in de annalen van de rockmuziek echt geschiedenis heeft geschreven, meer nog dan Nirvana of U2.
Het volledige concert is te verkrijgen via pixies.sandbag.uk.com. U kan het bestellen als dubbel cd, USB polsband of digitale download, uiteraard tegen betaling. Doen!

Organisatie: Live Nation

Editors

In This Light And On This Evening

Geschreven door

Zo fronsten we een paar keer flink de wenkbrauwen toen we “Papillon” voor het eerst hoorden. Een onherkenbare metamorfose van Editors. Het was snel duidelijk dat ze voor hun derde album de gitaren in een stoffig hoekje gezet heeft en ze voor een resem synthesizers inruilde. Het is niet de eerste band die dit doet (denk maar aan Franz Ferdinand), maar hier gaan ze wel heel drastisch te werk. Editors lijkt in het niets nog zoals op debuut ‘The Back Room’ of doorbraak ‘An End Has A Start’, bijna alsof het hier gaat om een totaal andere groep gaat (of misschien in extremis een zijproject van Tom Smith). De postpunk is hier nergens meer terug te vinden. Enkel de donkere ondertoon in muziek, tekst én stem is behouden. Joy Division meets Depeche Mode om het zo te stellen. De vorige sound was meer dan oké en het is jammer dat die al afgevoerd wordt. Tijden veranderen nu eenmaal. Of is het een poging om de fans van Interpol te sussen?
We betreurden de verandering zeker niet. Editors mag dan wel vriend en vijand verrassen, ze staan er wel als een huis met hun negen songs. Anders dan vorige albums draagt de stem van Smith het geheel meer. Zoals gezegd een overwegen donkere toon zoals te horen in “In This Light…”, “You Don’t Know Love” en “The Big Exit”. Huidige single “Papillon” klinkt dan nog het opgewekst van al. Overigens heeft dat nummer al geschiedenis geschreven door vanuit het niets op nummer 1 te komen in de Ultratop. Het kinderlijk aandoend deuntje in “The Boxer” klinkt in het begin nogal ridicuul, maar door de opbouw verdwijnt dat idee al snel. We verwachten dat “Bricks And Mortar” en “Eat Raw Meat = Blood Drool” nog in de hitlijsten zal geraken. Die nummers liggen gemakkelijk in het gehoor tussen al de zware kost. Afsluiter “Walk The Fleet Road” laat ons een laatste keer horen dat Smith ons moeiteloos laat meeslepen met zijn stem.
De fans zullen geschokt zijn en we weten nu al dat de meningen grondig verdeeld zullen zijn. Geef ze gerust een kans. Het kan geen kwaad toch?

Sunn O)))

Monoliths & Dimensions

Geschreven door

Het Amerikaanse Sunn O ))), Stephen O’Malley en Greg Anderson, masters of doom en dronetrips, bereikten met de vorige cd ‘Black one’ terecht een ruimer publiek. Hun hallucinante tranceachtige trips werden gestuurd en bepaald door logge, lome en repeterende, donkere ritmes van gitaar- bas feedbackgeraas en Moog synths, onder een muur van versterkers en pedaaleffects … Grensverleggend …doom en drones als kunstmuziek.
Op het recente ‘Monoliths & Dimensions’ staan vier indrukwekkende composities (een trip van ruim 50 minuten) van massief, slepende gitaardrones, ingevuld met keelgezangen, mannen – en vrouwen koren, blazers, violen en synths. Een verbluffend geheel …IJzingwekkend, ontroerend en filmisch.
Sunn O ))) staat garant voor avantgarde, een kruispunt van drone, modern klassiek, minimalisme en jazz. For fans of Earth, Oren Ambarchi, Eyvind Kang en Sun Ra…kwestie dat we deze bands niet zouden vergeten melden …

The Hunches

Exit dreams

Geschreven door

The Hunches uit Portland, Oregon overdonderden in 2004 met de cd ‘Hobo Sunrise’; deze garagerockende band bracht een portie stevig, harde, gedreven smerige rock’n’roll, doorspekt van trashpunk, ‘80’s wave, noise en fuzz, onder diverse tempowisselingen en de schreeuwerige vocals van Hart Gledwill.
Die snoeiharde aanpak horen we op de eerste songs “Actors” en “Ate my teeth” terug … alsof er in die drie jaar niks is gebeurd … Gitaren slaan in het rood … Maar dan is er plots het gevoelige kantje van de heren, want de daaropvolgende songs “Not invited” en “Deaf ambitions” zijn sfeervol en ingetogen. En dan zoekt de band op ‘Exit dreams’ een evenwichtsoefening tussen hard, rauw materiaal en subtiel emotievolle songs, zonder in te boete aan een sterke melodie, “From the window”, “Carnaval debris” en “Your sick blooms”. Meer broeierig klinken “Fell drive” en “Unraveling” en met songs als “Street sweeper” en “Pinwheel spins” balanceert de band tussen The Horrors, The Pains being pure at heart, Blood Brothers en Jesus & Mary Chain. “Swim hole”, rauwe lofi, besluit de plaat.
The Hunches klinken minder verpletterend, kozen voor afwisseling en weten op die manier net de smerige rock’n’roller als de breekbare ziel in ons te bereiken …

Mudhoney

Mudhoney: Punkrock van het betere allooi

Geschreven door

Mudhoney stond begin jaren 90 samen met Nirvana aan de wieg van de grunge scene in Seattle. Beide bands waren even belangrijk voor de grunge beweging, maar Mudhoney is in de underground scene blijven circuleren terwijl Nirvana ondermeer door toedoen van geldruikende businesslui tot wereldact werd gebombardeerd en nu letterlijk onder de grond zit.
In tegenstelling tot verwante bands als Pearl Jam en Soundgarden, wiens sound eerder gericht was op de oer-rock van Led Zeppelin en Black Sabbath, lagen de roots van Nirvana en Mudhoney duidelijk in de punkrock. Tot op vandaag is Mudhoney aan dat rauwe geluid trouw gebleven. De groep is gestaag de clubs blijven afschuimen en bleef ver weg van stadions en mega zalen. Ook op de festivals vond je Mudhoney steevast terug op de kleinere nevenpodia, daar stond je dan welgemutst met uw kop te schudden tussen de echte liefhebbers, die kerel links van u met een Melvins t-shirt, die rechts met één van Dead Moon.
Moet het gezegd dat Mudhoney zich thuisvoelt in een zaaltje als Minnemeers waar de toog zich op enkele meters van het podium bevindt en waar het bier van de muren druipt ?

Het concert kwam een beetje moeilijk op gang. De band putte voor de eerste vijf songs uit hun nieuwste -en wat ons betreft voortreffelijke-  album ‘The Lucky Ones’ en dat was niet bepaald waar de zaal zat op te wachten. Niet slecht maar een beetje braaf, dachten wij zo. Het bleek maar een opwarmingsronde.
Vanaf nummer zes, een ferm “You got it” (uit de prille beginperiode, toen ze hun haren nog niet wasten), plugde ook zanger Mark Arm zijn gitaar in en de groep was vanaf dan goed vertrokken voor een wervelend uurtje punkrock van het betere allooi, gevuld met een mooie greep uit hun 9 platen. Fel en verbeten waren de bloedende kronkel “Sweet young thing ain’t sweet no more” en de publiekslieveling “Touch me I’m sick”, die er met het elan van de vroege jaren keihard doorgeramd werd, punkrock it is.
Mark Arm ging heviger en agressiever zingen naarmate de set vorderde en dat resulteerde in een knallende finale. Helemaal op het eind blies Mudhoney er met een geweldige kwak “In and out of grace “ en “Hate the police “ door, twee uiterst gemene lappen uit hun klassieker van 1990 ‘Superfuzz bigmuff’ (rode draad doorheen dit optreden en dit jaar heruitgebracht, u weet wat u te doen staat), waarmee ze meteen een vettig punt zetten achter een fijn concertje. 

In het voorprogramma mochten de Gentse straathonden Kapitan Korsakov hun nieuwe cd komen voorstellen (het kreng was helaas na de persing in Duitsland blijven steken waardoor ze het niet konden verkopen aan de toog, balen is dat). Ze deden hun ding met veel power, energie, geschreeuw (echt gezongen werd er niet) en korte gemene harde stroomstoten van songs. Tamelijk luidruchtig, maar er zat iets in.

Organisatie: Democrazy, Gent

Sophia

Sophia: gelouterde ziel maakt van de Minnemeers een knusse huiskamer

Geschreven door

Welkom in de droefgeestige leefwereld van Robin Proper-Sheppard. De man overtuigt in giftig en pittig donker songmateriaal over de dramatiek in z’n ‘lief en leed’- relaties. De autobiografische pijn weet ons te pakken …”It hurt writing these fucking songs” .. en ‘de fucks’ vlogen ons tussen de nummers om de oren … de ’terneure’ stemming is z’n inspiratiebron, hij put er energie uit en het is z’n broodwinning. Gelukkig beschikt hij nog nét over die zelfrelativering in z’n zwaarmoedige teksten door een dosis luchtigheid aan de dag te leggen (waaronder vanavond met de Belgisch melocakes). Robin Proper-Sheppard houdt van z’n Belgisch publiek door een bijna twee uur durende set, waarbij hij putte uit de vijf herfstplaten; op het eind bracht hij ons in ontroering door een handvol intieme songs naakt, puur en oprecht te spelen op akoestische gitaar en een vervlogen strijker.

Heerlijk somber materiaal konden we dus horen, bepaald door (slide) gitaartokkels, steelpedal, piano, een spaarzame percussie, het strijkerensemble The Sophia Quartet en gedragen door mans emotievolle diep stem. Proper-Sheppard dompelde de anders zo rockende Minnemeers zaal om tot een knusse huiskamer om die broeierig sfeervolle songs optimaal tot hun recht te laten komen. De laatste jaren zijn de strijkers een constante factor geworden en zorgen in de set voor extra draagkracht door de mooie, aanzwellende partijen. Met negenen waren ze on stage.
In een intiem donker decor openden de dromerige “The sea” en “Swept back”. “Signs” werd gekenmerkt door een intense opbouw en een iets forsere aanpak. Je hoorde op het uiterst breekbare en sober gehouden “Ship in the sand” haast een speld vallen. Hier ontbrak een kamerlamp en een kaars nog … “Storm clouds” bood haast letterlijk het beeld golven en het klotsende water.
Het aandachtige publiek in een haast uitverkochte Minnemeers onthaalde onze gelouterde songwriter en z’n band erg warm. Sophia ging iets breder in een uitgesponnen “Desert song”, “Pace”, “Dreamin’” en “I left you”. De laatste twee ging naadloos in elkaar over. Toch durfde hij en z’n band krachtiger klinken, zoals op “Oh my love” en “obvious”. Traditiegetrouw besloot het broeierig opbouwende “The river song”, z’n eerbetoon aan z’n overleden soulmate Fernandez van The God Machine, na meer dan een uur de set.
Wat we in de ruime bis te horen kregen, was om te likkebaarden, ondanks de verlieservaringen en zelfbeklag, die hij probeerde te relativeren. Solo bracht hij beklemmende versies van “Lost en “Something”, met z’n band o.a. “If only” en tot slot haalde hij van onder het stof met een strijker op de achtergrond “Holidays are nice” en “Directionless” (voor z’n puber-ende dochter!).

We hadden te maken met intens doorleefde, hartbrekende songs. Proper-Sheppard schrijft z’n pijngevoelen van zich af; ze zijn nét de juiste impulsen om richting te geven aan z’n leven. We mogen dus blij zijn dat hij het op die manier kan doen, of we waren de man al (lang) kwijt gespeeld … Kortom, een kalm en sfeervol optreden om te koesteren …

Organisatie: Democrazy, Gent

Under Byen

Underbyen - Danish Night - Underbyen, Our Broken Garden en Mads Langer

Geschreven door

’Eigenzinnigheid en experiment troef op Deense nacht’

Denemarken staat al jarenlang garant voor een van de meest inventieve en verfrissende muziekscènes binnen Europa. Beperkt door een kleine thuismarkt slaagt dit land er bovendien in om haar meest belovende bands succesvol te exporteren naar het buitenland. Zo strijkt op 26 november 2009 al voor het derde jaar op rij een rits veelbelovende Deense groepen neer in de Ancienne Belgique in het kader van ‘Spot On Denmark’. De ‘Danish Night’ in de Botanique bleek méér dan een opwarmertje te zijn.

Our Broken Garden
Bij onze aankomst in de Orangerie stierven juist de laatste woorden van singer songwriter Mads Langer weg. Het publiek in de zaal applaudisseerde beleefd en langdurig, waardoor we ons voor de zoveelste keer voornamen om de volgende keer toch wat vroeger te vertrekken thuis.
Crisis of niet, ieder jaar staat Denemarken bovenaan het lijstje van meest ontwikkelde landen in de wereld. Maar zoals Our Broken Garden klonk moet het leven er geen lachertje zijn. Reden daarvoor waren de prominente, melancholische cello en orgel die door ieder nummer spookten.  Bovendien wist ook gitarist Sören Bigum weinig vrolijke noten uit zijn treurig galmende instrument te toveren.
Nu, een gezonde dosis melancholie en zwaarmoedigheid is op zich geen enkel probleem. Sommigen durven er zich zelfs graag in wentelen, zeker wanneer de bladeren van de bomen beginnen te vallen. Een plaat als ( ) van Sigur Rós tovert ook niet direct een glimlach op je gezicht. Maar terwijl de nummers van deze IJslanders er stuk voor stuk in slagen om te overdonderen en te overrompelen, bleven die van hun voormalige kolonisatoren hopeloos in het luchtledige zweven. Enkel “When Your Blackening Shows” van het gelijknamige debuutalbum (verschenen op het uitstekende “Bella Union” label) wist echt te beklijven.
’Traag’ lijkt nog het beste woord om dit optreden te omschreven. Niet voor niets proberen platenverkopers deze groep aan de man te brengen onder het hokje ‘slowcore’. Drums of enige vorm van percussie waren nauwelijks aanwezig in de set, zodat het optreden futloos voortkabbelde naar het einde. Dat leek ook zangeres Anna Brönsted te beseffen. Tot twee keer toe verliet de frontvrouw met haar etherisch stemgeluid de piano om een draagbare drumcomputer te omgorden teneinde wat extra ritme en schwung in de set te pompen. Maar in combinatie met haar ABBA-achtig blauw mantelpakje, mikte dit eerder op de lachspieren dan op de heupen. Nog een geluk dat ze er ook zelf konden om lachen.

Under Byen
Een pak snediger en gevarieerder ging het er aan toe tijdens Under Byen (spreek uit: ‘Oh’nah Boon’, betekenis: ‘Below The City’). Geniet deze 8-koppige, multi-instrumentele band in thuisland Denemarken een ware cultstatus, dan blijft Under Byen in België tot op vandaag nog steeds een goed bewaard geheim.
Met ieder nummer dat verstreek werd steeds duidelijker hoe jammer dit wel is. Bijna anderhalf uur lang musiceerde Under Byen op het scherpst van de snee, waarbij geen enkel nummer klonk als het voorgaande. Een genrenaam, laat staan muzikale invloeden, op deze muziek plakken lijkt onbegonnen werk, al komt een kruisbestuiving van Tortoise, Motorpsycho, Mercury Rev en Björk misschien nog het dichtst in de buurt.
Under Byen stond op het podium met de attitude van een experimenteel jazzcombo, maar was er niet vies van om haar nummers op sleeptouw te laten nemen door een stuiterende hiphop beat of donkere oorden op te zoeken aan de hand van een huilende elektrische zaag of dreigende violen. Maar, die ingebakken hunker naar experiment zat een goede melodie nooit in de weg, wel in tegendeel!
Percussioniste Stine Sörensen mepte tijdens “Den her sang handler om at få det bedste ud af det” en  “Af samme stof som stof” op een smeedwerk van metalen buizen en ketels als betrof het een toegangsexamen voor plaatslager in de hoogovens van Arcelor Mittal. Voeg daar nog de bedwelmende, poëtische lyrics van zangeres Henriette Sennenvalt aan toe en je begrijpt dat het moeilijk was om niet overstag te gaan voor deze eigenzinnige band. Vraag ons trouwens niet wat de songtitels betekenen, bijdragen tot de ongrijpbaarheid van de muziek deden ze alleszins.
Het concert is de Botanique was het laatste van een Belgisch vijfluik in verschillende cultuurcentra. De kans dat Under Byen volgende keer met haar binnenkort te verschijnen nieuw album voor uitverkochte stadia speelt in ons land lijkt eerder klein. Daar was het concert te grillig en te eigenzinnig voor. Maar ons hoor je niet klagen. Dit is een band die je liefst wil koesteren en niet met teveel mensen wilt delen. En die je vooral zo vlug mogelijk opnieuw aan het werk wilt zien.

Organisatie: Botanique, Brussel

Masters Of Reality

Masters Of Reality: Goss & co vegen alle stonerrock clichés van tafel

Geschreven door

Wie of wat was er eerst: de kip of het ei, God of de mens, Chris Goss of stonerrock? Als bezieler en enige constante factor van Masters Of Reality wordt zanger, gitarist en meesterproducer Goss tegen wil en dank opgevoerd als één van de founding fathers van de zogenaamde woestijnrock, terwijl zijn muzikale smaak heel wat verder reikt dan slepende gitaarrifs, diepe bassen en logge drums. Zo blijkt de inmiddels 50-jarige Amerikaan immers een fervente aanhanger van Cream’s psychedelische powerblues, heeft hij zijn bewondering voor The Beatles (met name John Lennon) nooit onder stoelen of banken gestoken, en is hij dikke maatjes met UNKLE brein James Lavelle met wie hij in 2007 het onbegrepen post-triphop meesterwerk ‘War Stories’ opnam. Masters of Reality is ontegensprekelijk het prototype cult band: ze worden op de voet gevolgd door een hondstrouwe aanhang, produceren tijdloze albums die verder voor geen meter verkopen en kunnen dus op weinig tot geen radio airplay rekenen. Op twee decennia tijd heeft de figuur van Chris Goss lichtjes mytische proporties aangenomen, een gevoel dat enkel maar wordt versterkt doordat het aantal optredens van Masters Of Reality op Belgische bodem gemakkelijk op één hand te tellen is. Het moet intussen van die ijskoude decemberdag in 2001 geleden zijn dat we Masters Of Reality nog eens aan het werk zagen in de inkomhal van het Gentse S.M.A.K.. Ter gelegenheid van de release van het zesde Masters Of Reality studioalbum ‘Pine/Cross Dover’ verkoos Goss ook deze keer Gent als locatie voor hun enige Belgische optreden wat De Vooruit afgelopen zondagavond aardig deed vollopen.

Het late night concert werd ruim na 23u op gang getrapt met “Absinthe Jim And Me” en “Dreamtime Stomp”, twee uitstekende nummers uit het jongste album die boven alles een onheilspellende en psychedelische sfeer uitademen. Het publiek bleef aanvankelijk wat onberoerd bij dit nieuwe materiaal en leek vooral onder de indruk van de imposante verschijning van Goss. Pas toen “The Blue Garden” brutaal werd ingezet kon het feest der herkenning echt beginnen. Dit nummer uit het inmiddels niet meer in de reguliere handel te verkrijgen Masters Of Reality debuut (’88) kan met zijn bombastische openingsrif en vocal harmonies gemakkelijk doorgaan voor de missing link tussen Black Sabbath en The Beatles, en prijkt als publiekslieveling al sinds jaar en dag op de live setlist van de groep. Goss bleef hierna de evergreens uit de Masters Of Reality catalogus kwistig in het rond strooien: het repetitieve “Deep In The Hole” kreeg een symfonische intro aangemeten, het tekstuele niemendalletje “V.H.V.” werd verheven tot een slepende bluesstandaard en “Third Man On The Moon” is nog steeds het beste nummer dat Led Zeppelin vergat te maken.
De innemende Goss leek zijn rol van retrorock peetvader overigens vrij ernstig te nemen. Hij zocht slechts met mondjesmaat contact met het publiek en liet vooral tijdens de meer complexe nummers uit ‘Pine/Cross Dover,’ zoals het psychedelische dub experiment “Worm In The Silk”, een heel geconcentreerde indruk. Vanwege hun laag instant classic gehalte haalden deze nieuwe nummers wat de vaart uit het optreden, maar fraaie versies van de oudjes “Doraldina’s Prophecies” en “Rabbit One” maakten dat de aandacht echter nooit lang verslapte. Midden in de set ging Goss zelfs helemaal op de rem staan tijdens een akoestisch intermezzo. Hierbij werd hij enkel begeleid door soulmate en drummer John Leamy, die voor de gelegenheid overschakelde op keyboards, en beide heren dwongen het publiek zonder veel moeite tot een bijna ijzige stilte. Met breekbare vertolkingen van “Lover’s Sky” en vooral “Hey Diana” kregen de verstokte Masters Of Reality adepten eindelijk ook eens een nummer te horen uit de minder bekende albums ‘Welcome To The Western Lodge’ (‘99) en ‘Give Us Barabas’ (’04).
De finale van de avond werd ingezet met “High Noon Amsterdam”, dat ook zonder het vocale gezelschap van de melancholische opperbrombeer Mark Lanegan moeiteloos overeind bleef. Goss kreeg vervolgens een akoestische 12-string in zijn magische handen gestopt, verloor zichzelf heel even in wat percussie gestoei met zijn maats, maar zette net op tijd de beginakkoorden in van “John Brown”. Indien er één nummer uit de Masters Of Reality catalogus als dronkemanslied kan worden bestempeld dan is dit het wel, en ook het publiek had dit begrepen en scandeerde vrolijk mee met Goss: “Holiday, holiday, I declare a holiday, no matter what the doctors say”.

Na een korte break verscheen de groep opnieuw voor één enkel bisnummer, maar wat voor één! Het retestrakke “She’s Got Me (When She’s Got Her Dress On)” werd ingeleid door een opzwepende jamsessie, en voor het eerst op de avond ontpopte de anders zo serene Goss zich warempel als volleerd publieksmenner. Het bleek een waardig slotakkoord van een ruim twee uur durende retrotrip waar moddervette blues, psychedelica, vintage Beatles en hardrock hand in hand gingen ... de stonerrock ver voorbij dus!

Het publiek werd eerder op de avond opgewarmd door een uitgelezen selectie local celebraties. Tussen de optredens door graaiden de als het DJ duo Janssen & Janssen vermomde Dewaele broertjes gretig in de stoffige platenbakken van papa Zaki. Het leverde een geslaagde trip down memory lane op die spijtig genoeg werd ontsierd door een overdosis aan decibels.

Diezelfde decibels waren er ook in overvloed tijdens de set van Drums Are For Parades, een Gents trio dat door Chris Goss wordt bestempeld als zijn favoriete Belgische band van het moment en dus maar wat graag in diens voorprogramma wou opduiken. De drie heren met baarden beschikken over een monsterachtige sound die op een goeie dag zelfs de Lange Wapper brug tot schroot kan herleiden, en daar ligt precies ook de zwakte van dit gezelschap. Vervaarlijk ogend en snoeihard, dat wel, maar achter hun granieten muur van stonerrock met verankeringen in noise en crossover schuilen momenteel te weinig beklijvende songs om behalve wat pijnlijke oorsuizingen echt indruk te kunnen maken op onze trommelvliezen.

Organisatie: Democrazy, Gent


Joan As Police Woman

Joan As Police Woman: opmerkelijke covers en een voorsmaakje van nieuw werk

Geschreven door

Joan Wasser en België blijft een latrelatie om te koesteren. Samen met producer en multi-instrumentalist Timo Ellis zorgde Joan, in een minimalistische bezetting, voor een warm gevoel op een al even warme herfstavond. In de tussenperiode van haar tweede en derde eigen album bracht ze een coveralbum uit dat enkel te koop is tijdens de ‘Interpretation Domination’ concertreeks, een geslaagde marketingstunt die de Handelsbeurs aardig deed vollopen met fans van het eerste uur die hun limited edition exemplaar op de kop wilden tikken. Opmerkelijk was immers dat het hebbeding met de weinig originele naam ‘Cover’ massaal verkocht werd na het concert. Het werkstuk is een verzameling covers geworden over verschillende genres heen met opmerkelijk eigenzinnige interpretaties van Joan as Police Woman.

Joan vatte haar set rustig aan met een een pianonummer dat opgedragen werd aan Freddy Mercury. Ze beperkte verder, met o.a. “Start of My Heart” en het soulvolle “Save Me”, vroeger werk in de setlist en legde de nadruk op opmerkelijke bewerkingen van bestaande nummers en een voorproefje van nieuw te verschijnen materiaal. Met “Whatever You Like”, een hiphop-nummer van artiest T.I., toonde Joan haar van een stoere vrouwelijke kant. Verder in de set herhaalde ze dit nog eens door het hiphop-nummer “She Watch Channel Zero” van Public Enemy vakkundig te verbouwen tot een echt Joan as Police Woman nummer. Met de Jimi Hendrix-cover “Fire” begaf ze zich op glad ijs. Joan gaf er echter een bijzondere wending aan met zowel hoge als bezwerende uithalen. Knap om van deze oerklassieker iets te maken dat ons als Hendrix-fan van het eerste uur nooit tegen de borst heeft gestoot! Idem eigenlijk voor het bijna onherkenbare “Sweet Thing” vanop Bowie’s ‘Diamond Dogs’. De cover van Britney Spears’ “Overprotected” deed ons met verstomming slaan. Joan bewerkte dit eenvoudige popliedje met schijnbaar gemak tot een catchy rocksong. Verder hoorden we nog een gestripte, ietwat punky versie van “Sacred Trickster” van Sonic Youth en met als bijzondere afsluiter van de avond een naar ons gevoel als eerbetoon aanvoelend “Keeper of the Flame” van Nina Simone. Qua nieuw werk konden we kennis maken met de potentierijke ballade “Flash”, het funky “Be Nervous” en hartenwringer “The Human Condition” in de toegift.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Archive

Archive: een lange, bloedstollende trip

Geschreven door

Fransen zijn geen kiekens… In Frankrijk heeft men al jaren door dat het Britse Archive een fameus groepje is. Terwijl in België de band enkel maar even passeerde in de Hallen Van Schaarbeek, loopt het bij onze zuiderburen storm voor Archive en zijn in het hele land zo een tiental concerten volledig uitverkocht. Niet toevallig ook dat de band hun live album uit 2007 in Frankrijk hebben opgenomen.
En nog zo iets wat die Fransen doorhebben: de nieuwste plaat ‘Controlling Crowds’ is dermate fantastisch dat er zeer waarschijnlijk niemand dit jaar nog beter zal doen, of ze zullen zich toch erg moeten haasten.
Het album heeft zich dus al duidelijk kandidaat gesteld voor de titel ‘plaat van het jaar’, welnu, de live act van Archive doet hetzelfde met de titel ‘concert van het jaar’.

Archive overtuigde van begin tot eind met hun onweerstaanbare mix van trip hop, indie en symfonische rock (normaal een lelijk woord, doch niet bij Archive, geloof ons vrij). De band plaatst zich daarmee ergens op een eiland tussen Massive Attack, dEUS, Primal Scream en Pink Floyd, een plaats waar nog nooit iemand geweest is.
De huidige live set is volledig gebouwd rond ‘Controlling Crowds’. Het album werd voor een overvolle Aéronef (als haringen in een ton, zeggen ze dan) haast integraal afgevuurd op het wel zeer enthousiaste Franse publiek. De opbouw werd zelfs quasi volledig overgenomen, het uitmuntende openingstrio “Controlling crowds”, “Bullets” en “Words on signs“ startte in dezelfde volgorde van de plaat en zette hiermee de toon voor een fantastische en bezwerende set van meer dan twee uur. Variatie genoeg, zowel qua sound als qua vocale prestaties. Dave Pen en Danny Griffiths (groots in “Funeral”) namen elk een deel van de vocals voor hun rekening, allebei klonken ze bij vlagen hemels. De heerlijke vrouwenstem in het wonderlijke “Collapse/Collide” mocht dan al op tape staan, de song was een hoogtepunt. Archive had bovendien met Rosko John een rapper meegebracht om de sfeer nog wat op te zwepen in “Quiet time“ en “Bastardised ink “.
De atmosferische klanken van Archive grepen het publiek zonder ophouden bij het nekvel, het spanningsveld in hun muziek bleef de ganse set aanhouden en wij stonden bijgevolg perplex, alleen maar termen als ‘wonderlijk’, ‘bloedstollend’ en ‘prachtig’ kwamen in ons op. Ook mooi : hoe de groepsleden aan het einde van het eerste deel één voor één het podium verlieten terwijl de muziek mooi verder bleef uitwaaien.
Tot zover het nieuwe werk, waarna de bisnummers (vier stuks, maar wel goed voor zo een dikke drie kwartier extase) het concert naar een zowaar nog indrukwekkender climax loodsten. Archive schakelde nog een versnelling hoger en deed hun songs nog wat meer openscheuren en lang uitfreaken. Het Franse publiek, dat nu al ver over zijn kookpunt heen was, onthaalde de oude songs op een juichend herkenningsapplaus. De absolute apotheose was het geweldige “Again” (meer dan een vol kwartier, geen seconde te veel), de ultieme Archive song, een schitterend einde van een geweldig concert.
Onze eerste live kennismaking met Archive was er eentje om in te lijsten. De Fransen dragen deze band al jaren op handen, het wordt tijd dat wij volgen.
Ik zei het al, Fransen zijn geen kiekens.

Als voorprogramma kregen het trio Birdpen, het nevenproject van zanger Dave Pen, die dus twee keer het podium op mocht. De sound is enigszins te vergelijken met Archive, maar het geheel is een pak grilliger en rauwer, ergens in de richting van Primal Scream ten tijde van ‘XTRMNTR’. De songs hebben soms een opzwepende elektronica-industrial sound meegekregen, elders dan weer een rauwe gitaar aanpak Best wel interessant. Benieuwd of deze band uit de schaduw van Archive zal kunnen treden.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Skunk Anansie

Skunk Anansie is Back!

Geschreven door

”Skunk Anansie is back” scandeerde zangeres en frontvrouw Skin diverse keren. ‘And we’re glad they’re back’, want ze serveerden ons een klein anderhalf uur lang broeierige, springerige en opzwepend dynamisch strakke songs uit hun pas verschenen verzamelaar ‘Smashes & Trashes’ (waarop drie nieuwe tracks staan). Een compilatie van hun oeuvre ’95 -’99, van de platen ‘Paranoid & sunburnt’, ‘Stoosh ‘en ‘Post orgasmic chill’.
Het Britse kwartet haalde in hun melodieuze rock invloeden aan van een Faith No More en Rage, zorgden voor ‘adrenalineverhogend’ materiaal door een bezwerend, ophitsend ritme, een begeesterend en bedreven basspel en een zangeres die haar keelgat als geen ander kon openzetten. Weerbarstig en subtiel songmateriaal dus, waarin de zangeres Skin haar kwetsbaarheid en haar boosheid toonde. Door muzikale armoede hield de groep op te bestaan … en hoorden we Skin met middelmatige soloplaten.

Na tien afwezigheid stond Skunk Anansie er terug ‘alive & kicking’. Die time out deed de band goed om er in te vliegen. Na de support A House klonken de drum’n’bass beats door de boxen en leidden de set in met het strakke “Selling Jesus”, hun eerste single van het prachtige debuut. Skin kwam als een jonge Grace Jones het podium gesprongen in een glitterpak vol glanzende bladeren. Ze behielden die energie en kracht in het tweede “I can dream”. Skin had intussen haar bladerpak afgedaan en schitterde in en zilverpak.
Net als het publiek beleefde de band z’n tweede jeugd. Het enthousiasme droop er vanaf en de sterke respons deed de band deugd. Een bomvolle AB droeg Skin en haar band een warm hart toe!
Muzikaal hoorden we vervolgens opbouwend, zacht - hard materiaal als het sublieme “Charity”, “100 ways (to be good )” en één van de nieuwe “Because of you” (zal wel de derde track worden als single!). Het tempo werd verhoogd met het hoekige “Charlie big potato”, die eerst door een pompende drum’n’bass beat werd aangevat. Klassesongs “Weak” en “Twisted (everyday hurt)” volgden en boeiden door de sfeervolle en krachtige stukken. Die broeierige opbouw en tempowisselingen vormden steeds de rode draad. “Cheap honesty”, “Brazen” en een gloednieuw “I don’t wanna kill you” (pas geschreven tijdens deze reünie en primeur op dit optreden), pasten binnen dit muzikaal plaatje. Haar brede glimlach verraadde een sterk gemotiveerde band. Ze staken er een tandje bij en trokken alle registers open in hun slotreeks “Hotel tv”, “Tear the place up” (eerste nieuwe single) en “Skankheads”. Ze klonken als een wervelwind door het rauwe gitaarspel, de diep dreunende bas en de opzwepende drums. Als een soort ‘voodoo lady’ ontpopte Skin zich tijdens deze nummers.
Ze toonde zich van haar emotionele kant in het sfeervolle “Hedonism” (wat een meezinggehalte) en het ingetogen “Squander” (de huidige single), waarbij ze de akoestische gitaar hanteerde en vocaal werd ondersteund door de andere groepsleden en het publiek op het refrein. “Little baby swastika” besloot definitief krachtig en gebald de set.

De tienjarige afwezigheid heeft de batterijen voldoende opgeladen om er terug fors, enthousiast en gemotiveerd tegen aan te gaan. Het publiek heeft het duidelijk geweten. Hun comeback ging niet onopgemerkt voorbij. Een uiterste voldoening voor band een publiek …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Tomàn

Toman creëert een eigen sfeer en wereld rond zich

Geschreven door

Toman – The Sedan Vault: een ideale clubtournee van twee bands die houden van één lange trip avontuur, creativiteit en verrassingen; songs waarin de groove, soundscapes en onverwachtse wendingen een grote rol spelen, én de melodie, ritme en subtiliteit niet verloren gaan! Beiden maken gebruik van projecties van filmfragmenten en documentaires op het achterplan.

Ter elfder ure moest The Sedan Vault afzeggen, door het feit dat hun zanger/gitarist uitviel ... De druk kwam daardoor op de West –Vlaamse Gentenaars Toman, die hun postrock van vroeger een handige alternatieve draai geven; de sound wordt pittig gekruid met avantgarde, psychedelica, synths en allerhande geluidjes. Het kwintet hield ons ruim een uur lang in hun greep, door de broeierige intensiteit in de songstructuur en de gewaagde en de uiterst originele aanpak, van de songs van het recente ‘Where wolves wear wolf wear’.
Muzikaal baseert Toman zich nu op Slint, Tortoise, Battles, 65daysofstatic, Pavement en niet te vergeten ons eigen de Portables, ondersteund door visuals van natuurdocumentaires (van o.a.beertjes – link naar de l’Ours –film?!), filmfragmenten, tekeningen en flarden teksten. Ze zijn met elkaar verbonden en vormen op die manier één verhaallijn. Hun sound en hun fraai geïllustreerd boekwerk met beeldverhalen vol dieren werd live perfect gebracht!
De (zeg) zang van de gitarist Wouter nam een meer prominente rol in en refereert aan de (dromerige) zang van Girls In Hawaii. De drummer ging fel tekeer en schreeuwde soms hevig een paar refreinen bijeen. Ze reflecteerden aan het fel onderschatte Nederlandse The spirit that guides us. Toman ging naar een spooky beestig einde, door de donker dreigende uitgestrekte soundscapes en de wervelende partijen. De band dreunde zwaar door. Geniaal getoonzet creëerden ze op die manier een eigen wereld en sfeer rond zich …

The Sedan Vault werd vervangen door de Intergalactic Lovers die een goede maand terug nog het Oost-Vlaamse De Beloften wonnen. Een jonge band en een sterke frontvrouw linken met hun sfeervol materiaal aan de ‘80’s van Edi Brickell en Fairground Attraction.

Organisatie: Vooruit ism Democrazy, Gent

Clement Peerens Explosition

Clement Peerens Explosition: dirty vervlogen nineties rockers were back …

Geschreven door

De Clement Peerens Explosition zijn sinds midden vorig jaar terug bijeen en kunnen rekenen op een sterke belangstelling … zeker in A‘pen, want de leuke funteksten van ‘den Clement’ zijn in een vet Antwerps dialect. Ruige, smerige maar onschuldige ‘70’s retro(hard) rock, die teruggrijpt naar de AC DC, Iggy Pop, Jimi Hendrickx en Deep Purple jaren. In de sound en gitaarriffs zijn er van hen duidelijke verwijzingen.

Het gaat ‘em hier rond recht-door-zee rock’n’roll, grappige bindteksten en een soort stand-up comedy. Den Clement (Hugo Matthysen) wordt bijgestaan door de Africa outfit en gimmicks van Sylvain (Ronny Mosuse) en de in wielertenue geklede Dave Depeuter (de nieuwe drummer Aram Van Ballaert die den Swa (Bart Peeters) vervangt). De studentikoze aanpak weet zowel aan te slaan bij de jongeren als bij dertigers en veertigers, die houden van rock’n’roll, humor en sentiment.
In Antwerpen was er het startschot van een nieuwe clubtournee, die vorig jaar noodgedwongen moest worden stopgezet. Het was al meteen raak want de Trix zat afgeladen vol. Een goed uur stelden ze er de compilatie ‘Masterworks’ voor.
De drie weirdo’s vlogen er meteen in en pakten meteen uit met een paar stevige melodieuze rockers “Leve de Clement zijn wijf”, “‘t Is altijd iets met die wijven” en de meezing single “Da kakske na is hier”. Inderdaad, de drie houden ervan een loopje te nemen met de …
Naast de ruige Clement, pepte den Sylvain het publiek op met Engels statements en drummer Dave ontpopte zich als een ‘real Animal’ van de Muppets door enkele sublieme partijtjes op z’n drumstel. Het klonk allemaal lekker, leuk en luchtig!
Iets minder verbeten, maar met meer groove hoorden we “Zeg dat ni waar is” en “Zagen”. En het plezante “Express gedaan”, “Pinokkio” en “Bloemen” waren wat meer ingetogen en opbouwend. Ze verloren de vaart en het tempo niet van hun rockers, want ze gaven er nog ne ferme lap op door meezingers en uitgekiende covers: “In twa gebeten” - met ritmbox-, Amy’s “Rehab”, dEUS’ “The architect” en knallers “Dikke lu”, “Foorwijf” en “Vinde gij mijn gat”.
De band onderscheidt zich van de doorsnee band Vlaamse rockscène door die spontaniteit en speelsheid.
Luidkeels meegezongen was het uitgesponnen “There’s is only one Sylvain”, de Andre Hazes “Only crying/ never walk alone”. De waverocker “Boecht van dun Aldy” besloot de set.

De dirty vervlogen nineties rockers were back … en iedereen zal het geweten hebben tegen dat 2010 begint …

Support was King Freddy & The Lady Intercoolers. Het uitgebreid ensemble (15 koppig!) met maar liefst zes lieflijk ogende backing vocalistes (The Roadbar Beauties) plezierden het publiek met hun Nederlandstalig dampende, rockende mambo (op z’n El Tattoo’s) en truckersgeluid van country, en surfblues.

Antwerpen boven met deze twee gadgets van bands die het publiek moeiteloos naar hun hand zetten …

Organisatie: Trix ism Lintfabriek, Antwerpen

Passion Pit

Manners

Geschreven door

In navolging van MGMT en het daarop volgende Australische antwoord van Empire Of The Sun, brengt Passion Pit net als de andere twee indie electropop, waar ook zij gretig teruggrijpen naar de jaren '80 van de vorige eeuw. Wat ze nog gemeen hebben is dat dit hun debuutalbum is en zeker in de smaak valt.
Passion Pit was tot twee jaar geleden een éénmansaangelegenheid. Het duurde echter niet lang voor Michael Angelakos met zijn laptop wat bekendheid verwierf in Massachusetts en er al snel enkele personen hun diensten aanboden om samen met hem te spelen. Synths zijn daardoor niet langer het hoofdingrediënt van de groep. Zo namen ze een EP op, dat diende als laat Valentijnscadeau voor zijn toenmalige vriendin. Zij kon hem gelukkig overhalen meer kopieën te verspreiden. Op die manier verkregen ze later een contract bij de platenfirma Frenchkiss Records, waar deze 'Manners' hun eerste verwezenlijking van is.
De nummers werden helemaal door Angelakos zelf geschreven en hij verleent ook zijn stem er aan. Hij heeft een ontzettend hoge stem, waardoor een vergelijking met Scissor Sisters en zelfs La Roux (“Make Light”!) zeker op zijn plaats is. De muziek is aanstekelijk, opzwepend en dansbaar, check vooral maar eens “Make Light”, “Little Secrets”, “Sleepyhead” en natuurlijk de bescheiden zomerhit “The Reeling”.

Chickenfoot

Chickenfoot

Geschreven door

Help! een supergroep. En dan nog eentje bestaande uit vergane hard-rock iconen als Sammy Hagar en Michael Anthony (Van Halen), RHCP drummer Chad Smith en gitaarneuker Joe Satriani. Dat kan niet goed komen. En inderdaad, dit album is nog maar net uit en het klinkt al hopeloos verouderd. Hier staat haar op, veel haar. Het bulkt van de typisch Amerikaanse hard-rock clichés, neigt niet zelden naar de belachelijke jaren tachtig poedelrock en heeft op de koop toe nog een paar drakerige ballads te koop (zo is“Learning to fly” echt pijnlijk, geloof ons).
En ja, die gasten kunnen spelen, het zou er nog aan mankeren. Maar met een beetje inspiratie en creativiteit voor de dag komen ? Ho maar. Satriani mag dan al een meer dan bedreven gitarist zijn (hij zwiert hier met de solo’s dat het niet mooi meer is), Mark Knopfler is dat ook, wat nog niet wil zeggen dat hij goede platen maakt (bij deze laatste toch een paar uitzonderingen buiten beschouwing gelaten). De heren kleuren hier volledig binnen de lijntjes van het op zich al belachelijke genre en weten dat ze daarmee, in hun thuisland althans, hun nu al uitpuilende bankrekeningen nog royaal zullen aanscherpen.
In de States is er een markt voor, wij krijgen er diarree van.

Iggy Pop

Preliminaires

Geschreven door

Het is niet omdat ik onvoorwaardelijk fan ben van Iggy Pop dat ik geen bedenkingen zou mogen hebben bij zijn platen. Iggy is tot op heden nog steeds de beste en meeste energieke performer die ik ooit op een podium gezien heb maar in de studio slaat hij nogal dikwijls eens de bal mis.
Zijn nieuwste ‘Preliminaires’ is –godbetert- gebaseerd op het werk van de Franse schrijver Houellebecq, mij (en waarschijnlijk ook u) totaal onbekend, dus dat voorspelt al niet veel goeds. Naar eigen zeggen heeft Iggy die plaat gemaakt omdat hij dat banale gitaarrocken beu was. Het loopt daar niet meer lekker in diens hersenpan.
Met dergelijke aankondigingen deed Iggy dan ook onze verwachtingen dalen naar het nulpunt en, jawel, ze blijken uit te komen.
Het begint al weinig belovend met “Les feuilles mortes” waar Iggy zowaar in het Frans zingt, of zeg maar brabbelt. Potsierlijk. Pop probeert ergens om onbegrijpelijke redenen een soort Gainsbourg te zijn, maar wij denken dat Serge niet meer zou bijkomen van het lachen mocht hij dit hier nog kunnen meemaken.
“King of the dogs” kunnen we nog leuk noemen, vanwege de feestachtige New Orleans stijl, zowat de enige keer waar Iggy iets ongewoons probeert zonder zichzelf daarbij volkomen belachelijk te maken. Ook de akoestische blues “He’s dead / she’alive” is nog geloofwaardig. Elders slaat Iggy meer aan het croonen dan aan het rocken, met uitzondering van “Nice to be dead”, laat ons zeggen een matige rocksong. Vergelijkingen met zijn album ‘Avenue B’, ook al niet bepaald een hoogvlieger, dringen zich dan ook op, alhoewel we deze plaat uit 1999 bij momenten nog iets draaglijker vonden. Deze ‘Preliminaires’ zullen we maar gauw vergeten.
Het enige goede nieuws dat we van Iggy vernamen de laatste tijd is dat hij The Stooges in de bezetting van Raw Power (1973)  terug heeft bijeengeroepen om op tournee te gaan. Laten we vooral daarop hopen.

Barzin

Grace/Wastelands (2)

Geschreven door
Na de helse avonturen van drugs, rechtszaken en vriendinnetjes en de muzikaliteit van Libertines en Babyshambles vond Pete Doherty het tijd om eens een soloplaat uit te brengen. ‘Grace/Wastelands’ is die genaamd. Hij heeft het nog steeds graag over de utopische plek die Engeland in zijn beleven zou moeten zijn. Maar de man van melodieus grillige, rammelende, puntige maar ook hoe-komt-het-uit punkrock, heeft een uiterst sfeervol, gevoelig plaatje uit, dat hij samen maakte met leden van Babyshambles en Blur gitarist (en eveneens solo artiest Graham Coxon. Voor de gelegenheid is er een extra ‘r’ achter zijn voornaam.
’Grace/Wastelands’ is een gevarieerd album binnen die intimiteit, gaande van sober gehouden songs op akoestische gitaar, soms ondersteund door een strijker (viool) of een blazer en mans innemende onvaste stem, waaronder “1939 returning”, “Salomé” en “I am the rain”. Hij combineert het met lichte groovy bluesy en jazzy uitstapjes, zonder aan emotionaliteit in te boeten, luister maar eens naar opener “Arcady”, “Sweet by & by” en “Palace of bone”. De sound kan iets voller klinken door een soft gehouden percussie, een lichte orkestratie, toetsen en/of een pianotoets: “Last of the English roses”, “A little death around the eyes” en “New love grows on trees”. En hij overtuigt toch met popsongs als “Sheepskin tearaway” en “Broken love song”.
Er zijn talloze pareltjes terug te vinden op dit solo album; een uiterst evenwichtig album, waarbij hij niet uit de bocht gaat van de nonchalance die er live kan zijn. De songs krijgen een handige gestroomlijnde draai. ‘Grace/Wastelands’ is een recept van mans talentvol musiceren en vakmanschap, die de punk in hart en nieren draagt …


Future Of The Left

Travels with myself and another

Geschreven door

Het noisepoptrio Future of the Left, gegroeid uit McCluskey, is afkomstig uit Wales, heeft een schitterende opvolger klaar van het debuut ‘Curses’. Het trio zweert aan de strakke, droge, hoekige ‘90’s noisepop van Pixies, Shellac, Barkmarket, Jesus Lizard en NoMeansNo, de crossover van Faith No More en Fugazi en tot slot grijpen ze zelfs terug naar de ‘80’s ‘experimental’ waverock van Virgin Prunes. Aan deze pittig gedreven geluid, voegen ze er bijwijlen gekruide psychedelica aan toe door synths!
Formule: een energieke sound, - heerlijk broeierig, fel en luid -en een hoop vunzige teksten (check er “you need satan more than he needs you” op na!) … één brok dynamiet en messcherp!
We horen een verbeten, krachtig venijnig gitaarspel, een dreunende, ronkende bas en een opzwepende percussie. Toegankelijkheid schuilt wat meer om de hoek en dat is soms nodig om even op adem te komen in hun allesomvattende noisepop! Andy Falkous, (schreeuwzang/zegzang/gitaar), Kelson Mathias (bas/zang) en Jack Egglestone (drums) vallen nergens uit hun rol in deze twaalf songs, die een muzikale wervelwind vormen: noisy, stekelig en intens materiaal, rauw en krachtig voer, zonder de melodie uit het oog te verliezen … met “Arming eritrea”, “Land of my formers”, “That damned fly” en “You need satan ...” als klassesongs.

Pagina 449 van 497