logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15342 Items)

Main Square Festival 2009: Het concert van Coldplay laat zelfs de weergoden niet onberoerd

Het Main Square Festival vindt sinds 2004 plaats in het Noord-Franse Arras, gelegen op amper 60 km voorbij de Belgische grens en op nauwelijks anderhalf uur rijden van pakweg Brussel. Aanvankelijk begonnen als een ééndaags gebeuren met op de affiche Placebo en  Gomm, is dit evenement intussen dermate uitgegroeid dat sinds dit jaar voor het eerst gedurende vier dagen kan genoten worden van een diverse keur aan muzikale topacts. Medeverantwoordelijke hiervoor is niemand minder dan Herman Schuermans. Hij was voordien al gratis raadgever van het festival maar is intussen ook officieel partner geworden. Door de samenwerking met Live Nation en Rock Werchter en het feit dat het Main Square Festival tegelijk plaatsvindt met het ‘beste festival ter wereld’, leidt dit er toe dat via het doorschuifsysteem (het merendeel van de groepen present op het Main Square Festival treden de dag nadien op in Werchter) aldus met een minimum aan meerkosten op beide locaties een prachtig en bij momenten uniek programma kan aangeboden worden. Zo stond bijvoorbeeld dit jaar Coldplay zowel op de affiche van Arras als van Werchter te prijken, en dit terwijl ze behalve Roskilde geen enkel ander Europees zomerfestival aandoen.
Maar ook los van de samenwerking met Schuermans heeft het Main Square Festival heel wat troeven in handen, niet in het minst door de locatie zelf. De concerten vinden namelijk plaats op de Grand’Place, een door de UNESCO beschermd plein en geven aan het geheel een mooie setting. Ook biedt het festivalterrein plaats aan ongeveer 25.000 bezoekers, minder dan een derde dus dan Rock Werchter, en mede daardoor een ideaal alternatief voor wie niet zo happig is op een verblijf op de weide, de grote drukte wat wil ontlopen en ook nog eens dichtbij wil parkeren.
Een deel van de redactie van Musiczine was traditiegetrouw in Werchter aanwezig, terwijl onder meer ondergetekenden een bezoekje aan onze zuiderburen brachten. Op dag één stonden vier artiesten geprogrammeerd, namelijk achtereenvolgens M. Ward, Amy Macdonald, The Ting Tings en absolute hoofdact Coldplay.

M. Ward (17u05 – 17u50)
Iets na 17u mocht Matthew Stephen Ward, beter bekend onder de artiestennaam M. Ward, het festival en dus ook dag één openen. Deze uit Portland, Oregon afkomstige getalenteerde zangerliedjesschrijver bracht onder eigen naam al enkele knappe platen uit, waaronder nog dit jaar het fantastische ‘Hold Time’, maar door het grote publiek wordt zijn mix van country, folk, blues, gospel, rock and roll, rockabilly en Americana tot dusver nog veel te weinig opgemerkt. Integendeel, vreemd genoeg is hij nog het meest gekend door zijn bijdragen op platen van bijvoorbeeld Cat Power, Beth Orton, Norah Jones, Jenny Lewis en Bright Eyes of door zijn samenwerking met Zooey Deschanel onder de benaming ‘She & Him’ waarvan de plaat ‘Volume One’ vorig jaar werd uitgebracht.
Dat hij nu op een groot podium geprogrammeerd stond, was enerzijds positief te noemen in die zin dat – mede dat er in Arras gewerkt wordt met één enkel podium - de aanwezigen niet naast hem konden kijken en luisteren (iets wat de dag nadien in de Pyramid Marquee van Werchter een veel moeilijkere opgave zal zijn) maar anderzijds was het de vraag of zijn bij momenten breekbare muziek mede in combinatie van zijn zo karakteristieke, hese en krakerige stem niet in het feestgedruis verloren zou gaan.
Dat laatste viel best mee. “Chinese Translation” en “Requiem” (allebei uit ‘Post-War’, 2006) kenden eenzelfde crescendo opbouw, “Rave On” (Buddy Holly cover) kreeg net als op de plaat ‘Hold Time’ een erg mooie laidback uitvoering en “Epistemology” (uit ‘Hold Time’) en “Fool Says” (uit ‘Transfiguration Of Vincent’, 2003) werden mooi ingekleurd door slidegitaar. De begeleidingsgroep speelde daarbij telkens lekker relaxt. Maar doordat de stem van Ward ons wat onderdrukt leek, konden we ons echter niet van de indruk ontdoen dat het concert toch wat dynamiek miste en teveel voortkabbelde.
Halfweg de set werd dit duidelijk rechtgezet en kregen we nog prachtige versies te horen van “Right In The Head” (‘Post-War’) en van “To Save Me” en een heupwiegende “Never Had Nobody Like You” (‘Hold Time’), mede door de extra achtergrondzang van de groepsleden. Ondertussen was er ook tijd voor enkele ingetogen passages zoals “Hold Time” en “Poison Cup” (‘Post-War’), waarbij Ward aan de piano ging zitten. Toen hij bij dit laatstgemeld nummer meedeelde dat de rest van de set zou worden opgedragen aan de overleden Alain Bashung, kreeg hij een ruimer deel van het publiek op zijn hand. Er werd afgesloten met een snedig rockende versie van “Roll Over Beethoven” (Chuck Berry) zodat we van een geslaagd concert kunnen spreken.
Jammer dat hij een prachtnummer als “For Beginners” links liet liggen maar dat houden we te goed hij nog eens voor een zaaloptreden langskomt.

Amy Macdonald (18u22-19u17)
Toen Amy Macdonald, intussen voorzien van een geblondeerd kortgeknipt kapsel en afgelopen donderdag getooid in een Egyptisch aandoende witte lange blouse, op het podium verscheen, werd ze meteen erg enthousiast onthaald.
Alles heeft natuurlijk te maken met haar vorig jaar verschenen debuutalbum ‘This Is The Life’ dat voor deze Schotse artieste een inslaand succes betekende en al enkele miljoenen keren over de toonbank is gegaan. Vooral het gelijknamige titelnummer kon je meermaals horen meezingen en -fluiten door – in de eerste plaats – (piep)jonge en vrouwelijke fans en tijdens haar concert in Arras werd dit nog eens vlotjes overgedaan.
Het applaus dat haar bij ieder nummer werd toebedeeld, stond ons inziens evenwel niet in verhouding tot de prestaties vooraan op de planken. Haar begeleidingsgroep stond goed maar in verhouding tot het stembereik van Macdonald, te luid te musiceren met als gevolg dat zij hiertegen niet kon opboksen, heel vaak de bal compleet missloeg en als een overstuurde Dolores O’Riordan in overdrive geraakte.
Enige lichtpunten die te noteren vielen, waren de twee singles “Mr. Rock & Roll” en “This Is The Life” en – laten we mild zijn - de akoestische cover van Bruce Springsteen’s “Dancing In The Dark”. Over die andere cover “Mr. Brightside” van The Killers willen we het liever niet hebben wegens werkelijk tenenkrullend en wat de rest van de set betreft, durven we zelfs het woord ‘hemeltergend’ in de mond nemen.
De duizenden aanwezige meisjes uit de jeugdbewegingen zouden volstrekt onze mening niet delen en jammer voor de vriendelijke Amy, maar dit concert deed teveel onze wenkbrauwen fronsen en was er eentje om snel te vergeten.
Setlist: Poison Prince, L.A., Youth Of The Day, Barrowland Ballroom, Mr. Brightside, A Whish For Something More, Mr. Rock & Roll, Next Big Thing, This Is The Life, The Road To Home, Run , Dancing In The Dark, Let’s Start A Band

The Ting Tings (19u50-21u05)
Wie veel beter de overstap van de kleine plankenvloeren naar de grotere podia verteerd hebben, zijn The Ting Tings. Dit Britse duo gevormd rondom Jules De Martino en Katie White kunnen sinds hun vorig jaar uitgebrachte album ‘We Started Nothing’ en nog meer via de hiervan getrokken singles, op een grote aanhang rekenen. Ze weten niet alleen de aandacht te trekken door middel van de voor hen zo typerende aanstekelijke, opgewekte en goed in het gehoor liggende muziek maar ook via hun steeds bijzonder flashy en dito opvallende outfits. Ook afgelopen donderdag speelden ze deze combinatie met gemak uit op het podium.
Het concert begon met een sferische intro, waarna De Martino op piano de eerste akkoorden van “We Walk” begon te spelen, ging plaatsnemen achter zijn drumstel en gitaar speelde, terwijl wat later White het podium opwandelde en het publiek groette. Het sein voor de aanwezigen om zich te laten meeslepen voor een uurtje ongedwongen dansbare muziek, vooral omdat onmiddellijk na het openingsnummer ook de hit “Great DJ” gebracht werd.
Alle tien de nummers van het album kwamen aan bod en behalve de zonet twee vermelde singles, konden het strakke “We Started Nothing” (waarbij we qua ritme wat gelijkenissen konden horen met !!!), het van extra beat voorziene “Shut Up And let Me Go” en “Impacilla Carpisung” als uitschieters beschouwd worden.
White speelde haar rol als frontvrouw met verve en de trukendoos werd geregeld opengetrokken, al vielen er geen verrassingen te noteren: midden een song onbeweeglijk blijven staan om nadien terug in te vallen, het omver duwen van de drum, het filmen van het publiek en het dj-gewijs spelen van enkele – nagenoeg steeds terugkerende – deuntjes als “Walk This Way” (Aerosmith), “Rapper’s Delight” (Sugarhill Gang), “Ghostbusters” (Ray Parker Jr.) en speciaal voor het Franse publiek “Je T’Aime … Moi Non Plus” (Gainsbourg & Birkin). We zagen het de groep allemaal al meermaals eerder doen.
The Ting Tings brachten niet al te moeilijke muziek, meezingbare refreintjes en veel expressie en waren aldus een prima sfeerbrenger en dé vrolijke noot van de dag. Uiterst genietbaar concert.
Leuk moment was ook toen White haar laarsjes bij het inzetten van het laatste nummer uittrok, op het einde van de set van het podium stapte om wat later snel terug te lopen om haar schoeisel mee te graaien vooraleer in de auto te stappen.
Setlist: We Walk, Great DJ, Fruit Machine, Keep Your Head, Traffic Light, Be The One, We Started Nothing, Shut Up And Let Me Go, Impacilla Carpisung, That’s Not My Name

Coldplay (21u50-23u35)
Met Coldplay had het Main Square Festival een absolute wereldtopper in huis. Jaar na jaar blijft de populariteit van deze Britse groep toenemen en ook op hun muzikale kwaliteit en creativiteit zit nog steeds geen sleet. Dit bewezen ze vorig jaar met hun vierde studioalbum ‘Viva La Vida or Death And All His Friends’ in een productie van onder meer Brian Eno. Zonder drastische omwentelingen te veroorzaken, klinkt deze plaat rijkelijker en gelaagder dan de voorgangers en dat doet zich tegenwoordig ook gelden op het podium. Het was al te merken tijdens hun passages in zaal eind vorig jaar en ook in Arras was dit nu niet anders.
Mede omdat zoals eerder geschreven de groep slechts aanwezig zou zijn op drie Europese festivals, was het festivalterrein op de Grand’Place goed volgelopen toen zij om 21u50 aan hun set begonnen.
Met gele lichtjes in de handen kwamen ze het podium op en speelden “Life In Technicolor” achter een zwarte, licht doorschijnende doek. Bij de begintonen van “Violet Hill” werd deze doek naar beneden gehaald en werd het begin van de triomftocht van Coldplay ook visueel helemaal duidelijk gemaakt.
Met “Clocks” (kleurrijke laserstralen werden het publiek ingestuurd terwijl Chris Martin achter de piano zat), “In My Place” (Chris Martin rende expressief en dartelde als een veulen over een speciaal hiervoor geplaatst zijpodium, zocht het contact met de toeschouwers op, liet zich vallen om vervolgens opnieuw naar het hoofdpodium te spurten) en “Yellow” (gele grote ballonnen werden boven de hoofden van de toeschouwers losgelaten) werd gekozen voor een klassiek drieluik.
De sfeer zat er meteen goed in en rondom ons zagen we zelfs ontroering in de ogen van de toeschouwers. Maar ook de weergoden lieten zich niet onbetuigd en gaven een teken dat ook zij van de partij waren. Na een weekje aanhoudende loodzware temperaturen viel er namelijk zowaar regen uit de lucht die kort erna al even snel weer verdween.
Chris Martin nam plaats achter de piano en speelde “42” en het massaal meegezongen “Fix You”. Na “Strawberry Swing” begaf de groep zich naar een zijpodium om uptempo, met beats overladen versies van “God Put A Smile Upon Your Face” en “Talk” te vertolken. Terwijl de overige groepsleden zich opnieuw naar het hoofdpodium begaven, bleef Chris Martin alleen achter de piano zitten om “The Hardest Part”, “Postcards From Far Away” en een stukje “Billy Jean” als ode aan de zopas overleden Michael Jackson te brengen. Ongetwijfeld een van de hoogtepunten van het concert. Op het einde van dit eerbetoon zette drummer Will Champion het beginritme in van “Viva La Vida”, inmiddels uitgegroeid tot een meezinghymne buiten alle formaat. Extra aangestuurd door de pauken en het klokkengeluid werd nog eens onderstreept hoe deze song in perfecte symbiose leeft met een festival. Chris Martin lag op het einde van het nummer languit op de rug op het podium terwijl hij figuurlijk bedolven werd door het massale gezang van het publiek. Sterk!
Na “Lost!” dat live nog meer overtuigde doordat bassist Guy Berryman extra drumde, baande de groep onder begeleiding van een nog steeds zingend publiek zich een weg naar een ander podium om daar enkele nummers akoestisch te brengen: “Green Eyes”, “Death Will Never Conquer” (gezongen door Will Champion terwijl Chris Martin mondharmonica speelde) en een cover van “I’m A Believer” (geschreven door Neil Diamond maar beter bekend in de hitversie van The Monkees). Het ging er bij deze nummers erg ontspannen aan toe. Er werd heel wat afgelachen, Franse rijmende zinsneden mengden zich onder Engelstalige teksten en gitarist Jonny Buckland werd door Martin uitgedaagd om te zingen hoewel hij hier niet voor te vinden is. Leuk en ontwapenend. Wel is het zo dat dit in een zaal beter tot zijn recht komt dan op een festivalterrein waar het publiek veel meer door elkaar staat te schreeuwen. Wij vermoedden dan ook dat niet iedereen even duidelijk meekreeg wat zich daar aan het afspelen was op die kleine oppervlakte.
Onder de tonen van een geremixte “Viva La Vida” namen de vier hun plaats opnieuw in op het hoofdpodium en speelden een in een volledig nieuw jasje gestoken “Politik” en “Lovers In Japan” dat mooi opgefleurd werd via projecties en het massaal laten neerfladderen van fluorescerende papieren vlinders. Coldplay wordt menigmaal als de nieuwe U2 genoemd en ook al willen we ons tot deze vergelijking niet laten verleiden, dichter dan het kenmerkende gitaargeluid van The Edge kon Jonny Buckland op dat moment inderdaad alvast niet geraken.
Met “Death And All His Friends” werd het eerste deel het concert beëindigd maar als toegift was er nog ruimte voor het onverwoestbare “The Scientist” waarbij Chris Martin eerst solo op piano speelde, Jonny Buckland op akoestische gitaar aanvulde om nadien ook steun te krijgen van bassist Guy Berryman en drummer Will Champion. Met “Life In Technicolor ii” en “The Escapist (Outro)” sloot het viertal het concert na ongeveer 1u45’ definitief af.

Coldplay groeit buiten zijn eigen proporties en de concertenreeks is een duidelijk voorbeeld van een massaproductie maar als u kijkt met welke gedrevenheid er wordt gemusiceerd, met welk (over)enthousiasme er over het podium wordt gedarteld en het contact met het publiek wordt opgezocht, dan doet dit een mens snel vergeten hoe mega de groep is geworden en hoef je als toeschouwer niet veel moeite te doen om ondergedompeld te worden in een uiterst genietbare sfeer. De duizenden aanwezigen die nog een hele poos na het einde van het concert en nadat de roadies het podium al lang ontruimd hadden, “Viva La Vida” nascanderen, sprak daarbij boekdelen.
Van ingetogenheid tot expressie, van soberheid tot extravagantie, van ongedwongenheid tot ernst, van droefheid tot vreugde, het zat allemaal vervat in dat ene concert op de Grand’Place te Arras. Het verliep bij momenten wat nonchalanter dan bij eerdere optredens in zaal – zo liet bijvoorbeeld Chris Martin bij “Yellow” en “Lost!” door zijn spurt- en klimoefeningen vocaal wat steken vallen en waren er her en der wat onzuiverheden te bespeuren -  maar dat zijn niet meer dan kleine aantekeningen bij een voor het overige meer dan uitstekende doortocht. ‘Viva La Vida! Viva Coldplay!’
Setlist: Life In Technicolor, Violet Hill, Clocks, In My Place, Yellow, 42, Fix You, Strawberry Swing, God Put A Smile Upon Your face (Partial Techno Remix), Talk (Partial Techno Remix), The Hardest Part, Postcards From Far Away, Viva La Vida, Lost!, Green Eyes, Death Will Never Conquer, I’m A Believer, Viva La Vida (Remix Interlude) , Politik, Lovers In Japan, Death And All His Friends
The Scientist, Life In Technicolor ii, The Escapist (Outro)

Organisatie: Main Square Festival+ FLP - Live Nation France Festivals

Jack Peñate

Everything is new

Geschreven door

’Everything is new’ is de tweede plaat van de Londense singer/songwriter Jack Penate, (origine van Spaanse en Britse ouders), die heel goed bevriend is met de dames Kate Nash en Adele. Z’n debuut ‘Matinee’ van twee jaar terug, ging aan onze aandacht voorbij; maar door de voorstelling van de opvolger, grepen we even terug naar dit debuut wat onze nieuwsgierigheid fraai springerig popmateriaal opleverde met aanstekelijke, opzwepende ritmes.
’Everything is new’ is een luchtige opvolger: charmant rommelig en catchy zomerse pop, die een relaxte, ontspannende indruk nalaten. Uitgelaten popsongs die neigen naar de sound van Vampire Weekend door de Afrikaase ritmes, percussie, gospelkoren, blazers en ‘80’s keyboards. “Let’s all die” en de titelsong passen ideaal binnen dit concept. Maar de meeste nummers songs hebben een opzwepende groove en bevatten hitpoptentie: “Tonight’s today” voorop, gevolgd door “Pull my heart away”, “Torn on the platform”, “So near en “Be the one”. Popmuziek als medicament om je zorgen je vergeten … Ook enkele ingetogen nummers als het bezwerende “Body down” getuigen van mans volwassen aanpak.
’Evertything is new’ lijkt wel het ideale recept om je vakantie in te zetten: een frisse wind door de vaardige opbouw en een melodieus broeierig en opzwepend ritme. Ze hangen onuitwisbaar in je geheugen. Jack Penate als de vrouwelijke Lily Allen …

Phoenix

Wolfgang Amadeus Phoenix

Geschreven door

Het Franse Phoenix is al enkele jaren bezig en brengt steevast toffe en goed in het gehoor liggende popsingles uit als “Too young”, “If I ever feel better” en “Everything is everything”. Met deze vierde cd hebben ze, ondanks de afschuwelijke albumtitel, een handvol lekkere nummers uit, schuwen ze geen experimentje en overtuigen ze met toegankelijke, sfeervolle poprock. Openers “Lisztomania” en 1901” trekken meteen de aandacht. De psychedelica en experimentjes klinken door “Love like a sunset pt 1” en “Pt 2”. Een geslaagd waagstukje van het Franse gezelschap. En dan borduren ze heerlijk verder met het broeierige, frisse en intense “Lasso”, “Rome” en “Countdown”. Wat doet besluiten dat Phoenix er  aardig in slaagt fans te winnen …

Loch Vostok

Reveal no secrets

Geschreven door

Baf! Zo klonk het in mijn muzikaal hart toen ik op de play knop duwde. In mijn hersenen werd onmiddellijk een signaal gegeven dit dit wel eens een goed album zou kunnen zijn. Nadat het eerste nummer, “Loss Of Liberty”, afgelopen was werd mijn vermoeden nog eens bevestigd. Enkel de grunts/screams staan mij echt niet aan. De rest weet me ongetwijfeld te boeien.
Met ‘Reveal No Secrets’ brengt Loch Vostok ons een soort van moderne Thrash ondersteund door keyboards. In tegenstelling tot de grunts/screams klinkt de cleane zang wel erg goed. Soms, heel soms doet het me zelf wat denken aan meester Bruce Dickinson.
Ik kan u verzekeren dat de hoge kwaliteit behouden blijft op heel dit album, dat een speelduur heeft van een goeie vijftig minuten. Het is dan ook een aanrader van mensen die houden van stevige, melodieuze en vooral goede muziek! Deze band heeft me met dit album werkelijk overtuigd van hun kunnen. Doe zo voort!

The Veils

Sun gangs

Geschreven door

The Veils zijn alvast meesters in het brengen van contrasten van lieflijke, breekbare pop tot weerbarstige americana, ergens tussen Cave, 16 Horsepower, The Triffids en V.U. De tracks van de nieuwe derde plaat ‘Sun gangs’, zoeken dat sublieme evenwicht van broeierige rootsrock en meeslepende emotionaliteit en intimiteit, onder Finn Andrews pakkende, doorleefde en gekwelde stem. De gevarieerde aanpak en de verschillende gevoelslagen zorgen opnieuw voor een grootse plaat, ondanks het feit dat we ons moeten realiseren dat ‘Sun gangs’ een niet makkelijke opvolger is van ‘Nux Vomica’, die op alle vlakken heel sterk scoorde. “Sit down the fire” is een spannende (retro) rocker samen met het pittig en frisse “Killed by the boom” en “Three sisters”. Wat wordt afgewisseld met de melodramatische “It hits deep”, “Scarecrow”, het afsluitende “Begin again” en de titelsong van de cd; de factor gevoeligheid is hoog op deze indringende, sfeervolle songs, die een spaarzame begeleiding hebben op piano en/of gitaar, gedragen door mans meesterlijke vocals. Hoogtepunt is “Larkspur”, een bijna negen minuten durende song, die iets mee heeft van de dreiging van Woven Hand en geënt is op the doors “This is te end”.
’Sun gangs’ is opnieuw een bezielde plaat, waarop The Veils erin slagen je te laten meeslepen in hun bezwerende americana/roots/poprock.

Fucked Up

Fucked Up: naam niet gestolen

Geschreven door

Hoofdact Fucked Up is een band die zeer zeker zijn naam niet gestolen heeft. Wij zouden er zelfs gerust nog een ‘Completely’ aan toevoegen, en dat hebben ze volledig te danken aan hun zanger/krijser Pink Eyes (aka Father Damien), een compleet dolgedraaide dikkerd die zich meer tussen het publiek bevond dan op het podium. Hij rolde over de grond, ging menig partijtje pogo aan met zijn fans, sprong, brulde, kroop en liep in zijn onderbroek als een gedrogeerde stier door de zaal (de enige die qua zwijnerij een beetje in de buurt komt is David Yow, die gek van The Jesus Lizard).
Pink Eyes stond bol van de adrenaline, het publiek vond het geweldig en iedereen zweette zich te pletter. Op het podium stond een band met maar liefst drie gitaristen die een hardcore punk geluidsmuur optrokken waar geen poot meer tussen te krijgen was. De variatie en subtiliteit die op hun voortreffelijke album ‘The chemistry of common life’ nog een beetje te bespeuren was,moest men op het podium ver gaan zoeken, maar de explosiviteit en splijtende energie die van dit combo uitging, maakte alles goed. Dit was een ultraharde kopstoot van een optreden. Zelden zoiets gezien.

Het Belgische Drums Are For Parade keerde terug naar de primitieve brute power van Melvins, vroege Soundgarden en Karma To Burn. Zware gitaren, geen bass en een drummer die zijn ziel er uit schreeuwt. Niet voor doetjes of gevoelige oortjes.

TV Buddha vindt het ook al niet nodig om op het podium te gaan staan. “Wij doen ons ding tussen het volk, fuck the stage” denken ze. In ware White Stripes traditie (een gitarist en een schoon madam op een wel heel sober drumstelletje) wrong dit duo zich doorheen een dosis distortion en moordende riffs (a la White Stripes, Black Keys, Black Sabbath) met af en toe wat huilende zang (denk ergens tussen Jon Spencer en wijlen Lux Interior). Knap, heftig en vooral luid.

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Steely Dan

Left Bank Holiday Tour 2009: Steely Dan

Geschreven door

Goed om weten als je een Steely Dan-concert bijwoont is dat het duo Becker/Fagen altijd een studiogroep geweest is en met de eerste zeven platen bewezen heeft dat perfecte schoonheid wel degelijk van deze wereld is. Als je dan bedenkt dat elk apart nummer na maandenlang sleutelen ingespeeld werd door telkens weer andere topsolisten, is het niet moeilijk te begrijpen dat Walter en Donald nooit zin hadden om rond te touren: zo zouden ze hun zorgvuldig opgebouwd imago van muzikale tovenaars aan al te gemakkelijke kritiek blootstellen. Zeldzame live-opnamen uit die jaren klinken achteraf nochtans wonderlijk mooi. Becker is subliem als begenadigd gitarist met een eigen stijl vol verrassende wendingen. Komt daarbij dat Fagen aanvankelijk de eigen nummers niet wilde inzingen omdat hij niet tevreden was met zijn eigen stemgeluid. We danken het aan producer Gary Katz dat hij hem ervan overtuigde dat zijn nasale klank perfect paste bij de ironische teksten die het duo in elkaar knutselde.

Rond de eeuwwisseling, na een stilte van 20 jaar, lieten de ‘Dan’ eindelijk van zich horen met een achtste plaat. Nieuw was dat de heren besloten hadden alle frustraties omtrent het podium van zich af te gooien en de baan op te gaan! Vandaag was het derhalve de vierde keer dat de inmiddels bejaarde heren ons land aandeden. Alle fans, waaronder zoals bekend veel muzikanten, hebben de groep dus reeds meermaals bezig gezien. Het grootste deel blijft telkens terugkomen, zodat Vorst Nationaal nog voor twee derden opgevuld raakte, hoewel er nog nauwelijks tamtam gemaakt wordt in de geschreven media. Gelukkig voor ons en zelfs voor elke huismoeder, maakt elke samensteller van radioprogramma’s nog bijna dagelijks gebruik van de collectie onverslijtbare songs…
“En het concert?” De uitgebreide band (4 blazers, 3 zangeressen, basgitaar, extra gitarist, piano en een strakke drummer) zet stevig maar zalig in met pure jazz. Met Becker en Fagen erbij worden we getrakteerd op het verrassende, op een lekker lome melodie herschreven “Reeling in the Years”. Het vroege popnummer “Show Bizz Kids” krijgt een andere intro mee en het wordt –typerend- uitgevoerd in een deftige jazzclubversie. “Bad Sneakers” valt daarna eigenlijk wat tegen, misschien omdat je niet tegelijk ‘Against Nature’ kunt zijn en jong maar decadent. Er zit al sleet op Fagens stem, maar we zijn blij dat hij zich over dit ongemak heen durft te zetten, anders hadden we geen concert gehad. “Black Friday”, over de beurscrash, klinkt sterk en krijgt een prachtige gitaarsolo van John Herington mee. Met het obligate “Aja” bedenken we opnieuw dat we best tevreden zijn dat de heren nog hun ‘dime dancing’ niet afgerond hebben. Dan volgt “Hey Nineteen”, onverwoestbaar en in orde op één mankement na: het koor klinkt onvolledig tijdens het refrein. Becker somt tussendoor een reeks sterke dranken op, maar realiseert zich tijdig dat hij in België is en sluit de reeks af met bier. Bedoeling is blijkbaar dat het publiek de woorden ‘Cuervo Gold’ meezingt, en ik die dacht dat het om één of ander ander soort geestesverruimend middel ging, maar dat is dan waarschijnlijk de ‘Fine Colombian’. Interessant is hier de trombonesolo van Slim Jim Pugh die het nummer in oude jazztraditie veel eer aandoet, hetgeen duidelijk maakt dat veel meer de weg van improvisatie op het eind van het nummer zou mogen ingeslagen worden in plaats van een droog en al te abrupt einde. Het slot van “Green Earrings” (uit ‘The Royal Scam’) illustreert dit wat later opnieuw want mede daardoor kan de uitvoering op enorm veel bijval rekenen. Tussendoor komen we nog te weten dat Daddy Becker zijn leven gebeterd heeft want hij zingt vrij aardig dat hij verhuisd is uit New York City. Josie en Peg worden nog getroost (Ricky niet) en op “Kid Charlemagne” mogen de muzikanten toch nog eens loos gaan in een passend slot.
Het bisnummer moet dan natuurlijk “Do It Again” worden zodat we met een ‘smile’ op ons face dorstig wegtrekken na al deze ‘perfection and grace’.

Om nooit te vergeten: terwijl wij als laatste gasten op het terras van de ‘Club des Artistes’ de zwarte luxebus met opschrift ‘Beat the Street’ zien wegrijden met de artiesten aan boord, steekt warempel een vos de straat over om zich te goed te doen aan een gevallen hamburger. De hoes van ‘The Royal Scam’ komt me nog voor de geest wanneer ik onvast rechtkrabbel…

Organisatie: Live Nation

Couleur Café 2009: vrijdag 26 juni 2009

Geschreven door

De twintigste editie van Couleur Café was een schot in de roos. Met zo goed als drie uitverkochte dangen,  klokte de organisatie af op ruim 78000 bezoekers. Couleur Café stond garant voor dansbaar feestelijke muziek op drie podia met animatie, solidariteitsprojecten, workshops, tentoonstellingen, een pak faciliteiten aan dranken en cocktails en een keur aan maaltijden. Ons eerste bezoek (Foei!) aan Couleur Café was hét ontdekken waard … Dag 1 kozen we uit …

dag 1: vrijdag 26 juni 2009
Amadou & Mariam (Titan)
Heel veel leuks komt uit Mali met o.a. Ali Farke Touré, Toumani Diabaté en het zeskoppige gezelschap onder het blinde echtpaar Amadou & Mariam. Ze leverden meteen een hartverwarmende als swingende, groovy dansbare set af door de opzwepende dubbele percussie, een fijn aanstekelijk en intrigerend gitaarspel (refererend aan de nomaden van Tinariwen) en de samenzang van het koppel. Ook de bevallige backing vocalistes/danseressen boden kleur en intensiteit.
Ze braken door met de vorige cd ‘Dimanche à Bamako’ (met dank aan Manu Chao!). Het recente ‘Welcome to Mali’ zorgde voor een evenwichtige opvolger. Het sympathieke gezelschap klinkt op plaat allemaal aanstekelijk en mellow, live speelden ze krachtiger, creëerden een zomers zwoel sfeertje en werkten in op de dansspieren, die het fleurige karakter van CC onderstreepten. De sterke respons aan het hoofdpodium deed de band erg deugd. Hun afroworldpop kwam in de schijnwerpers met songs als “Artistaya”, “Beaux dimanches”, “Coulibaly”, “Sabali”, “Africa” en de titelsong van de nieuwe cd.

We vermoedden het al toen de Duits/ Nigeriaanse zangeres Nneka (Egbuna) (Fiesta) in februari ll optrad in de Botanique. Zij komt naar CC! Haar broeierige afro/soulpop met een groovy beat palmde in geen mum van tijd de tent in. De charismatische Nneka is ergens te situeren tussen Neneh Cherry, Lauryn Hill, Leela James en Kelis. Ze putte uit haar twee platen en wist moeiteloos enkele songs uit te spinnen met haar begeleidingsband door meezingbare refreinen en enkele obligate ‘yeahyeahs’. Ook het handjeszwaaien gaf elan.
Een dame die veel te vertellen had: haar streven naar en de droom van een betere wereld kreeg muzikaal kleur door de meeslepende, bedreven opbouw en exotische klanken, of door een semi –akoestisch toongezette aanpak, gedragen door haar helder indringende en overtuigende vocals. Succesvol waren alvast de herkenbare “Walking” en “Uncomfortable truth” als “Come with me”, het sfeervolle “God of mercy” en het opbouwende “Suffri”.

Ook een aangename ontdekking was Ayo, van dezelfde afkomst als Nneka (Titan), die erin slaagde wereldculturen samen te brengen in broeierige luistersongs. Het recente ‘Gravity at last’ staat bol van die muzikale verbreding. Haar warme, aantrekkelijke stem lijkt nauw verwant aan de vervlogen tijden van Nona Hendrickx. Muzikaal plaatst ze zich tussen Angie Stone, India.Arie, Tracy Chapman en opnieuw … Lauryn Hill. Ook zij was al eerder te zien in clubcircuit.
We hoorden opbouwende songs in een muzikaal palet van afro, blues, funk, soul en gospel bepaald door sfeervolle toetsen en een bezwerende percussie en ondersteund door haar fluwelen, krachtige vocals. Net als twee jaar terug klonk ze even overtuigend en enthousiast! En door als wereldreizigster te fungeren in diverse grootsteden, was een mondje Frans haar niet vreemd, wat haar een sterk onthaal opleverde …

Ook een wereldburger is Keziah Jones (Univers) die van z’n geboortestreek van Lagos/Nigeria naar Londen en Parijs verhuisde. Een man met een boodschap van hoop en samenhorigheid, die een maatschappijkritische kijk heeft, én een man die stoeit met allerlei stijlen van funk, blues, retropop en afrobeats. Hij geeft er een rauwe scherpere speelstijl aan, wat wordt omschreven als energieke blufunk! Live klonk het trio onder deze hyperkinetische zanger/gitarist intens, strak en hevig; de klemtoon kwam op het recente ‘Nigerian wood’, aangevuld met enkele goocheltrucs van covers (o.a. Dylan’s “All Along the watchtower” en Fela Kuti’s “Colonial Mentality”). Jones was een volleerd showman: in ontbloot afgetraind bovenlijf en met hoed op, ging hij volledig op in z’n uniek, meesterlijk gitaarspel, de wahwah pedalen stevig ingedrukt, refererend aan Jimi Hendrickx, en opgezweept door deep funky basses en drums. Hij betrok het publiek nauw bij de songs met de nodige “hey en how’s”, wat hem tussen Prince en James Brown bracht. Hij eerde de creatieve geesten van de worldpop en z’n idolen Miles Davis, John Coltrane en Bob Marley tot .. zelfs Michael Jackson. We hoorden en uitstekende, stomende en bruisende liveset.

Ben Harper & The Relentless 7 (Titan).
Onze Amerikaanse rootsrocker heeft zich duidelijk weten te herbronnen met een nieuwe band The Relentless 7 en de cd ‘White lies for dark times’. Er is sprake van een rauwer en krachtiger bluesy rockgeluid. Harper zingt feller en gedrevener. Kortom, het rockt de pan uit op plaat, en  live speelden ze op pittig overtuigende wijze. De vorige jaren, waaronder de laatste Werchter passage, gaf, klonk en liet Harper een uitgebluste indruk na met z’n Innocent Criminals (btw anders nog steeds zijn begeleidingsband!) door de traag slepende, sfeervolle solopartijen en z’n nasale stemgeluid, wat irritatie kon opwekken.
Op CC was er sprake van een strakke retroset, waarbij Harper z’n Weissenborn gitaar afwisselde met snedige gitaarlicks en z’n akoestische 12-string gitaar. Een knipoog naar de retro ZZ Top, Thin Lizzy en – opnieuw - Jimi Hendrickx. Praktisch al het nieuwe materiaal kauwden ze voor, waaronder “Number with no name” en “Shimmer & shine”; een terugblik naar z’n debuut hadden we met “Walk away” en “Another lonely day” en tot slot een verbluffende cover van Queen’s “Under pressure”. De Californische zanger en z’n drie kompanen wonnen ons hart met een stevige portie bluesrock.

In de verte hoorden we nog de raï van de Algerijnse Khaled in de Univers tent. Bijgestaan door een tienkoppige band hoorden we nog een smeltkroes aan warme stijlen die inwerkten op de dansspieren, met gekend materiaal “Aïcha” en “Didi” als hoogtepunten.

Succesvolle toppers besloten de eerste avond …

Bezoek gerust eens de Franstalige site voor het driedaags verslag van Couleur Café

Neem gerust een kijkje naar de Live pics op de site van Couleur Café op http://www.couleurcafe.be

Organisatie, Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel

Overlijden Michael Jackson ...

Geschreven door
... En op de dag dat het bericht verscheen van het overlijden van Yasmine, hoorden we ook dat Michael Jackson er niet meer is .Hij werd na een hartstilstand in zijn woonst te LA snel naar het ziekenhuis overgebracht, maar kon niet meer worden gereanimeerd. Jaxckson werd vijftig. En net vijftig optredens stonden nog op het appèl in Londen ...

Manufacturer's Pride

Sound Of God’s Absence

Geschreven door

Manufacturer’s Pride is een band die bewijst dat Finland nog iets anders heeft dan goede Folk Metalbands. Dit gezelschap, opgericht in 2006, brengt ons een soort van atmosferische Melodic Death Metal met hier en daar wat Thrash en Black invloeden waarbij er duidelijk kwaliteit wordt geleverd. Erg nieuw in het vak zijn ze niet meer, want in 2007 kwam al hun debuut ‘Faustian Evangelion’ uit. Nu, in 2009 is er dit tweede album onder de naam ‘Sound Of God’s Absence’.
Zware riffs worden ondersteund door atmosferische keyboards. Grunt wordt afgewisseld door cleane zangpassages. Er is dus duidelijk plaats voor afwisseling op dit album. Want het ene moment zit je in een bruut, haast melodieloos Death Metal stuk en het andere moment blijf je zweven in een kalmerende sfeer. Dit album verveelt dus geen seconde en zo hoort het ook!
Enkele hoogtepunten zijn er in de vorm van “Mind and Machine”, “Murder Mandate” en “Stillborn Messiah”. Maar de andere nummers mogen er ook wel zijn. Ben je niet vies van bands die bruutheid met atmosferische keyboards mengt, dan is dit misschien wel iets voor jou.
Alweer een bewijs dat Finland een haast ongezond aantal kwaliteitsvolle bands in huis heeft.

A Certain Ratio

Mind Made Up

Geschreven door

Samen met bands als Gang Of Four, Shriekback, Cabaret Voltaire en New Order gaven zij de elektronica een breder concept door aanstekelijke groovende funk, jazz en loungy soundscapes. Een paar jaar terug lanceerden groepen als een LCD Soundsystem, The Rapture, The Klaxons , Friendly Fires, …een revival naar dit geluid, wat als punkfunk werd omschreven. Ook de warme, relaxte sound van Red Snapper van mellow trip/hip/drum’n’bass, lounge trancy dansritmes en soundscapes horen we terug.
A Certain Ratio is er opnieuw bij. De laatste cd dateert van ’97 ‘Change the station’. A Certain Ratio integreert al die stijlen samen in een evenwichtige plaat van twaalf songs. Ze bieden een afwisseling van synths, gitaargetokkel, diepe basses, blazers, bezwerende percussie en de goed op elkaar afgestemde zang van bassist Jeremy Kerr en Denise Johnston. “I feel light”, “Everything is good” en de herbewerking van “Rialto” (van de plaat ‘Sextet’) zijn uiterst genietbare sfeervolle songs met een zalvende soms iets krachtige beat. “Teri” en “Starlight” zijn de uitschieters van deze puike comeback plaat.
’Mind Made Up’ biedt muzikaal avontuur binnen toegankelijke pop, ontstrest en werkt in op de dansspieren, dus dwz een overtuigende terugkeer van deze uit Manchester opererende band…

Buraka Som Sistema

Black Diamond

Geschreven door

Buraka Som Sistema biedt een verfrissende en vernieuwende wind binnen het danslandschap. Hun muziekstijl ‘kuduro’ genaamd, emigreerde van Angola naar de buitenwijken van Lissabon, met het oog om de ganse wereld te veroveren. Hun losgeslagen mix van reggae, dancehall ,ragga, electro, drum’n’bass, house, trance, Brasil en Cariben klinkt aanstekelijk, broeierig en opwindend. Het harde, pompende ritme, de onverwachtse wendingen, het prachtig zangerig Portugees en de ganse reeks gastzangeressen maken het geheel eigen en uniek.
De nummers beoordeel je het best afzonderlijk van elkaar, want in één ruk de cd beluisteren, vergt toch een ferme inspanning. De debuutplaat ‘Black Diamond’ start overdonderend met “Luanda Lisboa”, “Sound of kuduro”, “Aqui para voces” en “Kalemba”. Het gezelschap werkt verder in op de dansspieren middenin de cd, “Tiroza” en “Yah!”. Om tot slot met “D..D..D.. D..Jay” krachtig en overtuigend te besluiten.
Groepen als Bondo do Role en M.I.A. kunnen hier een puntje aan zuigen …Een energieke sound, een stijl te onthouden, songs die zichzelf ontdekken en winnen aan intensiteit door de avontuurlijke aanpak, ritmes en beats.

My Latest Novel

Deaths & Entrances

Geschreven door

Op de tweede cd ‘Deaths & Entrances’ van het Schotse vijftal My Latest Novel horen we twee muzikale klemtonen: de fraaie arrangementen,de vioolpartijen en de harmonieus lieflijke samenzang doen op de eerste nummers de folkpop goed doorklinken, o.a. met songs als “All in all in all is all”, “Dragonhide”, “Lacklustre” en “I declare a ceasefire”.
Halverwege de cd durft de band directer, zelfs rauwer te zijn met enkele schaarse explosies. Op “Argument against the man”, “If the accident will” en “Re-appropriation of the meme” heerst een broeierige intensiteit.
My Latest Novel doet alvast een verwoede poging om zich een weg te banen binnen het geheel van Arcade Fire , Belle & Sebastian en The Decemberists. De groep put energie uit de ‘80’s Go-Betweens.
Net als het debuut ‘Wolves’ van een paar jaar terug nestelen de songs zich niet na 1 luisterbeurt in het hoofd. ‘Hun sfeervolle, dromerige indie/folkpop rijpt en overtuigt dan …

Yasmine overleden ...

Geschreven door
De sympathieke zangeres en presentatrice Yasmine maakte op 37 jarige leeftijd een einde aan haar leven. Ze begon als 19 jarige zangeres en dwong groots respect af met talrijke tv programma's en aankondigingen.
Een groot verlies van een dame met een groot hart ...

TW Classic 2009: TW Classic meets Rock Werchter

Geschreven door

Traditioneel schiet de festivalzomer in Werchter op gang met de ‘Classic’ version van Rock Werchter. TW Classic vulde al voor de achtste keer de wei met zo’n 40000 muziekliefhebbers van ‘alle’ leeftijden. Elk beleeft het op z’n eigen manier. Als we de affiche erbij nemen stellen we vast dat de overgrote meerderheid van de artiesten al eens te gast waren bij de grote broer Rock Werchter. Meer dan andere jaren lijken beide festivals elkaar te vinden maar toch blijft het publiek een wereld van verschil. Een overzicht:

Motor
Terwijl de wei langzaam vulde, stond Motor klaar om de aanwezigen eens stevig wakker te schudden. Het Frans/Amerikaans duo kon al rekenen op heel wat airplay van grotere bands, want ze trokken op tournee met Kraftwerk en Depeche Mode, niet slecht voor een opkomend beloftevol bandje. Liefst worden ze vergeleken met T. Raumschmiere of Alter Ego. Oliver Grasset, de ene helft van Motor, staat niet weigerachtig om te verhuizen naar Berlijn, de bakermat van de hedendaagse techno. Pompende beats met stevige percussie, goed voor de echte fans maar te heavy voor de doorsnee bezoeker van TW Classic. Een band die beter tot z’n recht kwam op de ‘I Love Techno’ versions, zoals drie jaar terug. De elektrobeats pasten alvast beter binnen deze outfit.

Tom Helsen
Tom Helsen op z’n beurt, was de enige Belgische artiest van deze editie. Zijn catchy popsongs mogen dan voorspelbaar klinken, steeds krijgen ze een extra dimensie door de spanning en variatie. Hij kleurt z’n werk door boeiende samenwerkingen met Geike Arnaert en Regi. Swingende nummers zoals het openingsnummer “Sun in her eyes” en “Longface” worden mooi afgewisseld met de romantische pop van “Change yourself” en de eerste single “Slowly”. Een gezapige set van een man die een tweede keer op TW Classic te zien was.

Duffy
Vorig jaar stond deze dame nog in de tent van Rock Werchter. Ze maakte een zelfverzekerde indruk. De dame met de fluwelen stem overheerste de weide en overtuigde op jong en oud. Het is weinigen gegeven om op zo’n jonge leeftijd en op zo’n korte tijd haar stempel te drukken op de hedendaagse hitlijsten. De debuutplaat ‘Rockferry’(2008) behoort tot één van de ontdekkingen. Het optreden van deze Welse soulpopdiva was uiterst volwassen met songs als “Warwick Avenue” en haar eerste single “Mercy”.

Keane
Het Britse Keane onder Tom Chaplin heeft totnutoe drie albums uit en kende al heel wat ups en downs. Gelouterd uit de strijd staan ze er terug sinds vorig jaar. Het siert hen dat ze de eenvoud blijven bewaren. Chaplin en C° speelden vol overgave en enthousiasme. Keane heeft ondertussen al een aardige singlecollectie uit van “Everybody’s Changing” en “Somewhere only we know” van hun debuutplaat ‘Hopes and Fears’ en “Is it any wonder” en “Crystal Ball” van hun tweede album ‘Under the iron sea’. Je hoort op hun laatst verschenen plaat ‘Perfect Symmetry’ een breder concept met synthesizer en gitaar. Keane klonk fris en emotievol en was verantwoordelijk voor het eerste echte hoogtepunt van TW Classic met een verbluffende eenvoudige set.

Moby
Op 1 jaar tijd gaat ook Moby van Rock Werchter naar TW Classic… Moby heeft door de jaren heen een ijzersterke live reputatie opgebouwd en is overal een graag geziene gast. Het begon in de jaren ’90 allemaal met de wereldhit “Go”, wat meteen één van de hoogtepunten was van de ‘Best of’ set! Hij wisselde rustige momenten van “Why does my heart” af met de ‘real’ poprock van “ That’s when I reach for my revolver”. Een springende en dansende Moby herkenden we aan de songs met techno en house invloeden, aangevuld met percussie, drums en een prachtige zang van Joy Malcolm op “Lift me up” en “Feels so real”, die het festivalterrein deden daveren … Maar ook Moby zelf kon aardig zingen op “Raining Again”. Overtuigend als festivalact!

Depeche Mode
Headliner voor TW Classic 2009 was, net zoals drie jaar terug op Rock Werchter, weggelegd voor het trio uit Engeland, Depeche Mode. De laatste weken was er heel wat te doen rond zanger David Gahan die door ziekte een pak concerten van hun ‘Tour Of The Universe’ moest cancellen. Maar Gahan was goed hersteld en kon aantreden. Heel wat fans uit binnen- en buitenland die een eerder concert al misliepen, zakten massaal af naar Werchter wat duidelijk te merken was vóór en na het optreden. De mede grondleggers van de huidige elektropop kregen twee uur om hun nieuw werk af te wisselen met vroegere successen. Het tweede nummer was meteen raak, “Wrong” uit hun nieuwste album ‘Sounds of the universe’. Toch was het begin passief, wat voor de neutrale fan geen verhoopt succes was. Later ging het de goede richting uit met o.a. “Enjoy the silence” en “ Walking in my shoes”. Een dansende weide zoals bij Moby hebben we tijdens de set van Depeche Mode niet gezien. Een concert dat in zaal misschien nog meer tot z’n recht zal komen … op 23 januari meerbepaald, want dan is Depeche Mode te gast in het Antwerpse Sportpaleis.

Basement Jaxx
Het speeltje van Felix Buxton en Simon Ratcliffe is Basement Jaxx genaamd. Carnaval laat op het jaar omschrijven we het. Op tien jaar tijd heeft deze leuke band een reputatie opgebouwd van energieke, opzwepende, prettig gestoord gekte …Een terechte keuze dat zij nét TW Classic mochten afsluiten in partystemming. Door de jaren bracht het duo al heel wat gekende singles. De toch wel uitgedunde weide ging uit de bol op nummers als “Good luck”, “Oh my Gosh”, “Where’s your head at?” en “Red alert”. Een akoestische versie van “Romeo” was best te pruimen. Niet alleen eigen werk hoorden we, maar met plezier graaiden ze in hun platenbak, waaronder een herbewerking van “She’s a maniac” en werk van Gwen Stefani en Kings Of Leon (“Sex on fire”). Een uitmuntende live-band die overal en door iedereen geproefd en goed bevonden werd.

TW Classic 2009: een geslaagde editie met ongeveer 40.000 festivalgangers die verschillende leuke deuntjes als souvenir meenamen en een litertje bier konden verzetten …

Organisatie: Live Nation

TW Classic 2009: Round Up

Geschreven door

TW Classic 2009 was een fantastisch festival met 40.000 zeer feestende bezoekers. Zomerweer bleef uit. Fris voor de tijd van het jaar maar het was wel droog boven Werchter.
6250 festivalgangers kozen het openbaar vervoer om naar TW Classic af te zakken. De medische diensten verzorgden 250 personen. Zes van hen werden naar het ziekenhuis afgevoerd waaronder één kritiek zieke patiënt.

Gefundeerde review volgt …

Buju Banton

Uitzinnige ragga riddims van master Buju Banton

Geschreven door

Buju Banton (geboren als Mark Myrie, 1973-Kingston) heeft er reeds een lange carrière opzitten. Reeds op 16 jarige leeftijd debuteerde hij als DJ in de dancehall scène. Toen Shabba Ranks, de toonaangevende ragga DJ uit de eighties, een platencontract tekende voor Epic, concentreerde hij zich meer op de Westerse markt. Zijn plaats in Jamaica werd direct ingenomen door Buju Banton, die de toonaangevende stem werd van de jongeren uit de ghetto's.
Zijn eerste hits scoorde hij op het Penthouse label, zoals "Love Black Woman" en "Big it up". Een keerpunt in zijn carrière was de plotselinge dood van zijn vriend Pan Head, die neergekogeld werd (wat wel meer gebeurd met DJ’s uit de ghetto's van Jamaica). Hierover componeerde hij het nummer "Murderer". Langzaam aan bracht hij meer diversiteit in zijn muzikale output, en integreerde hij reggae elementen in zijn muziek. Hoogtepunten uit zijn carrière zijn ‘Til Shiloh’ uit 1995 en ‘Too Bad’ uit 2007, een dancehall meesterwerk.

In de Vooruit te Gent werd hij begeleid door de Shiloh Band, die onmiddellijk een paar Studio One riddims de zaal invlamden, zoals Stalag (origineel van The Techniques ) en Real Rock (origineel van The Soul Vendors). Dit gevolgd door een mix van dancehall, ragga, ska enzovoort. Het opvallende van deze Band was dat ze perfect 50 jaar reggae invloeden in hun stijl verwerkten. Daarna werden we verder opgewarmd door de achtergrondzangeressen die sensueel heupwiegend een selectie brachten van reggae classics zoals "I'm still in love with you" van Alton Ellis en "No No No" van Dawn Penn. Daarna brachten Delly Ranx en New Kidz ons definitief in the mood voor de hoofdact van de avond, Buju Banton.
Buju trok meteen fel van leer met "Me & Ounu”, “Your Night Tonight” en Nothing" uit zijn album ‘Too Bad’. Dit energiek optreden ging zo nog anderhalf uur verder, dit met een mélange van hits "Destiny”, “Murderer”, “Untold stories”, uitzinnige ragga riddims en enkele nummers uit zijn nieuwe cd ‘Rasta got soul’ (die overigens een waardige opvolger is van ‘Til Shiloh’).
Na ruim twee heftige uren kwaliteitsmuziek in zijn genre verlieten we net als de band en de zanger uitgeput en bezweet maar uiterst tevreden de Vooruit te Gent.

Interessante web sites: reggae-vibes. com, jamrid.com (riddims) en bujubanton.net

Organisatie: Democrazy, Gent

Eagles

Eagles strijken statig en harmonieus neer in het Sportpaleis

Geschreven door

Glenn Frey, Bernie Leadon, Randy Meisner en Don Henley fungeerden in 1971 even als begeleiders van Linda Ronstadt maar datzelfde jaar nog sloten ze met David Geffen een contract om onder zijn vleugels een plaat uit te brengen op zijn nog op te richten label Asylum Records. Als groepsnaam werd gekozen voor Eagles en wat daarna volgde, is muziekgeschiedenis. Miljoenen verkochte platen, diverse nummer 1 hits (waaronder een onvervalste klassieker als “Hotel California” uit het gelijknamige album), een opname in de Rock And Roll Hall Of Fame, 6 Grammy Awards en zo kunnen we nog een tijdje doorgaan, zorgden ervoor dat deze Amerikaanse rockgroep zonder twijfel een van de succesvolste bands ooit genoemd kan worden.

De ontelbare ups werden echter ook geregeld afgewisseld met heel wat downs, gaande van muzikale meningsverschillen, egotripperij tussen Henley en Frey tot - onvermijdelijk samengaand met succes – geldkwesties. Dit gaf aanleiding tot diverse personeelswissels. Bernie Leadon verliet zelf de groep in 1975 en werd vervangen door Joe Walsh (onder meer ex-James Gang), Randy Meisner deed hetzelfde in 1977 en zag op zijn beurt zijn plaats ingenomen worden door Timothy B. Smith (die Meisner overigens ook al verving bij Poco), terwijl de in 1974 ingelijfde Don Felder in 2001 via een ontslag gedwongen werd op te stappen.
De diverse strubbelingen werkten ook nefast in op de artistieke kwaliteiten en aldus werden de Eagles tussen 1980 en 1994 gewoonweg op hold gezet. Nadien volgden enkele reünietournees maar echt verbazen deden ze in 2007 door als een feniks uit de as te herrijzen en 28 jaar (!) na hun vorig plaat met een nieuw dubbelalbum op de proppen te komen: ‘Long Road Out of Eden’. Het resultaat was noch vernieuwend noch wereldschokkend maar het betrof wel een werkstuk dat gerust bijzonder degelijk genoemd mag worden en alleszins wederom genoeg inhoud had om zonder moeite de verkoopcijfers en de inkomsten duizelingwekkend te doen toenemen.
Ook de daaraan gekoppelde, gelijknamige wereldtournee volgde tot dusver duidelijk dit voorbeeld en in dat kader stonden afgelopen donderdag Frey, Henley, Walsh en B. Smith te musiceren in een volgeladen Antwerps Sportpaleis. Er werd vooraf aangekondigd dat behalve nummers uit ‘Long Road Out of Eden’ ook heel wat klassiekers de revue zouden passeren en het mag dan ook niet verbazen dat vooral plus veertigers en vijftigers massaal in de zaal vertegenwoordigd waren.

Iets voor 20u45 verschenen de groepsleden in keurig zwart maatpak, wit hemd en zwarte das op het podium en werd de set ingeleid met drie nummers uit het recentste album, meer bepaald “How Long”, geschreven door J.D. Souther (die voor de Eagles ook de hits “Best of My Love”, “Victim Of Love”, “Heartache Tonight” en “New Kid In Town” neerpende), “I Do Not Want To Hear Anymore” (hoofdvocalen Timothy B. Smith) en “Guilty Of The Crime” (met Joe Walsh die meteen een eerste keer de lont aan het vuur stak als zanger en vooral als snedig gitarist, terwijl Michael Thompson op keyboards aan de song extra sturing gaf).
Daarna was het moment aangebroken om terug te blikken op het verleden en op de hits. Als vierde nummer kwam namelijk meteen al de klepper “Hotel California” (uit het gelijknamige album uit 1976) ingeleid door een prachtig stukje trompet bespeeld door Bill Armstrong, aan bod. Op de achtergrond prijkte op het grote beeldscherm de zo kenmerkende cover van het album en de ‘Doubleneck’ gitaar bespeeld door Steuart Smith maakte het plaatje compleet. Of toch weer niet want misschien werd dit nummer iets te vroeg op de setlist geplaatst. Vaststelling was dat drummer/zanger Henley nog niet super op dreef was en duidelijk moeite had met de hoge tonen. Hij maakte dit evenwel helemaal goed met het countrygetinte “Peaceful Easy Feeling” en vooral met “Witchy Woman” (beiden uit ‘Eagles’, 1972). Frey voegde er hierbij aan toe dat dit al een erg oude song betrof, getuige het feit dat de tekst ervan werd geschreven toen de Dode Zee alleen nog maar ziek was, en vermeldde ook dat dit nummer dateerde uit de satanic country-rock fase van de groep (ingestudeerd grapjes die hij al meermaals vertelde overigens). Frey zong daaropvolgend zeer goed op “Lyin' Eyes” (‘One Of These Nights’, 1975), mooi en harmonieus aangevuld door de overige groepsleden.
Het wisselvallige album ‘The Long Run’ uit 1979 was in het eerste deel van het programma  vertegenwoordigd door drie nummers, het (te) zoetig door B. Smith gezongen “I Can Not Tell You Why” dat niet alleen op plaat maar nog meer live volledig in contradictie staat met het door Joe Walsh gezongen “In The City” waarvan deze versie donderdag werd voorzien van een stevige intro. Het vormde meteen een geschikt moment waarop Walsh zijn virtuositeit op gitaar kon demonstreren en hij kon daarbij rekenen op een strakke en soulvolle blazerssectie. Diezelfde blazers gaven ook “The Long Run”, gezongen door Henley, extra kracht. Ondertussen kregen we “The Boys Of Summer” voorgeschoteld, een solonummer van Henley dat door een sanering van teveel keyboardgeluid live nog beter voor de dag kwam dan op plaat.

Na een pauze van ongeveer twintig minuten was de zaal getuige van het feit dat er nog geen sleet zit op de zo kenmerkende vocale harmonieën van de Eagles. Frey, Henley, Walsh en B. Smith hadden plaatsgenomen op barstoelen en werden vooraan geflankeerd door Smith die op enkele meters afstand met gitaar in de aanslag opgesteld stond. Ze lieten het a capella gezongen “No More Walks In The Wood” naadloos overgaan in een erg mooi “Waiting In The Weeds” (mede door piano van Will Hollis en secure gitaarpartijen van steunpunt Stuart Smith). Samen met door Frey gezongen “No More Cloudy Days” (met de Nederlander Christian Mostert solo op sax) vormden ze een bijzonder fraai drieluk uit ‘Long Road Out of Eden’. Een staalkaartje van samenzang werd ook nog afgeleverd via het door B. Smith gezongen “Love Will Keep Us Alive” (uit ‘Hell Freeze Over’, 1994) en door middel van “Take It To The Limit” (uit ‘One Of These Nights’, 1975) waarbij Frey de hoofdvocalen voor zijn rekening nam.
Het dubbelalbum ‘Long Road Out of Eden’ werd nog eenmaal aangesneden via een minutenlange versie van het titelnummer dat mede door fraaie woestijnbeelden, een knappe intro, Walsh op een knalrode gitaar en een immer uitmuntende Smith tot een hoogtepunt van de avond mag gerekend worden. Het publiek zat op het puntje van de stoel (er waren geen staanplaatsen) en genoot. Een erg luid applaus was dan ook zijn plaats.
Walsh mocht zich - baserend op eigen werk – driemaal stevig rockend in de kijker spelen via “Walk Away” (uit het album ‘Thirds’ van James Gang uit 1971), een pompende “Funk # 49” (uit ‘James Gang Rides Again’ van James Gang uit 1970) en “Life's Been Good” (terug te vinden op ‘But Seriously Folks’ een soloplaat van Joe Walsh uit 1978). Hij werd telkens geruggensteund door de blazerssectie. Tijdens dit nummer dat door de grimassen trekkende Walsh werd aangekondigd als een oud nummer en mede door zijn eigen gezegende leeftijd daardoor als een goedwerkende combinatie te beschouwen is, droeg hij een petje met daarop een camera bevestigd zodat het publiek gefilmd kon worden. Het was meteen één van de entertainmomenten van de avond en het maakte ook duidelijk dat Frey en Henley voor vele fans de meest gerespecteerde leden van de Eagles zijn, maar Walsh wellicht de meest geliefde van het gezelschap is. Het spottende “Dirty Laundry” uit Henley’s soloalbum ‘I Can’t Stand Still’ uit 1982 en voorzien van bijzonder grappige, geprojecteerde beelden uit de sensatiepers en roddelbladen waarbij de bandleden een fictieve rol toebedeeld kregen, kon daar niks aan verhelpen.
We hoorden ook nog een mooie versie van het onverwoestbare “One Of These Nights” (‘One Of These Nights’, 1975) met die zo kenmerkende intro waarna uitvoerig de tijd genomen werd om alle groepsleden voor te stellen, een rockende “Heartache Tonight” (‘The Long Run’, 1979) en “Life in the Fast Lane” (‘Hotel California’, 1976) dat zo een ZZ Top nummer zou kunnen zijn en waarbij de blazerssectie opnieuw een groot deel van het laken naar zich toe trok en Walsh zijn gitaar lekker liet gieren.
De groep werd getrakteerd op een staande ovatie, verliet nadien het podium om enkele minuten terug te komen voor twee bisnummers: “Take It Easy” (Eagles, 1972) en een door Frey ingetogen gezongen “Desperado” (‘Desperado’, 1973) voorzien van een mooie piano intro.
De Eagles stonden ruim twee en een half uur te musiceren, brachten vakkundig en stijlvol 26 nummers waarmee ze aantoonden hun plaats op een podium nog meer dan waardig te zijn zonder daarbij een persiflage van zichzelf geworden te zijn.

Voor vernieuwingen, onverwachte wendingen en improvisaties is men als toeschouwer bij de Eagles aan het verkeerde adres: in tegenstelling tot artiesten als Bob Dylan of Bruce Springsteen waarbij de groepsleden worden verondersteld alle nummers instant en onverwacht te kunnen spelen, wordt tijdens de gehele wereldtournee van de Eagles van de setlist nauwelijks of zelfs gewoonweg niet afgeweken. Ook de bindteksten en dito grappen zijn steeds dezelfde en duidelijk voorgeprogrammeerd, terwijl het gehele gebeuren een toonbeeld is van vooraf ingestudeerde synchronie (denken we maar aan het gelijktijdig uittrekken van de kostuumjasjes). Is dit een minpunt? In dit geval niet want de fans verwachten al lang geen drastische omwentelingen meer van een groep die niks meer te bewijzen heeft en kan teren op de megasuccessen van zowat dertig jaar terug.
We wensen hen een behouden vlucht.

Setlist: How Long, I Don't Want To Hear Any More, Guilty Of The Crime, Hotel California, Peaceful Easy Feeling, I Can't Tell You Why, Witchy Woman, Lyin' Eyes, The Boys Of Summer, In The City, The Long Run
No More Walks In The Wood, Waiting In The Weeds, No More Cloudy Days, Love Will Keep Us Alive, Take It To The Limit, Long Road Out Of Eden, Walk Away, One Of These Nights, Life's Been Good, Dirty Laundry, Funk #49, Heartache Tonight, Life In The Fast Lane
Take It Easy, Desperado

Organisatie: Live Nation

 

Live Nation concert: Depeche Mode

Geschreven door

DEPECHE MODE
TOUR OF THE UNIVERSE 2009-2010
SPORTPALEIS, ANTWERPEN
ZATERDAG 23 JANUARI 2010 – 20u30
Het Britse trio Depeche Mode is de trotse eigenaar van een van de mooiste en merkwaardigste succesverhalen uit de muziekgeschiedenis. Een boysband met synthesizers groeit uit tot wegbereider en referentie. Depeche Mode is de eerste elektronische band die voetbalstadions weet te vullen en door rockfans wordt omarmd. Debuut “Speak & Spell” verschijnt in 1981. Single “Just Can’t Get Enough’ levert de doorbraak en een dikke hit op. Heel groot worden ze dankzij “Music for the Masses” (1987) en “Violator” (1990). Het “winning team” (Depeche Mode + Corbijn + topproducer Flood) maakt ook ‘Songs Of Faith And Devotion’ (1993). Het album komt overal in de wereld op 1 binnen. De tol van de roem is hoog. Alan Wilder verlaat de groep, Dave Gahan rekent af met verslavingen. De sobere en grimmige voltreffer ‘Ultra’ (1997) vertelt er uitgebreid over. Toch kampt de groep met een mindere periode. Met ‘Playing The Angel’ (2005) zwengelen ze de machine echter gezwind weer aan. Het 11de studioalbum van de groep is het eerste waarop Gahan als tekstschrijver staat vermeld. De daaropvolgende tournee brengt hen naar een pak nieuwe landen (Roemenië, Bulgarije,...) en oude bekenden (Rock Werchter).  Het nieuwe ‘Sounds Of The Universe’ (2009) gaat door op het elan van zijn voorganger. Volgens de groep is het hun strafste en meest diverse album in lange tijd.  Hun ‘Tour of the Universe’ brengt Depeche Mode vanavond naar TW Classic. En de toernee krijgt een vervolg! Op zaterdag 23 januari geven Gahan, Gore en Fletcher present in het Sportpaleis in Antwerpen. De voorverkoop start komende dinsdag!
Info & tickets :
Ticketprijs: 50 euro – 40 euro – 36 euro (excl. reserveringskosten)
De tickets kunnen vanaf dinsdag 23 juni om 8u gereserveerd worden via
Proximus Go For Music : 0900 2 60 60 – www.proximusgoformusic.be
Per persoon kunnen maximaal 6 tickets worden aangekocht.
Artistinfo :
Website: www.depechemode.com
Record Company: EMI
Album: “Sounds of the Universe”

Info: www.livenation.be

De Fanfaar

Zonder Compasse

Geschreven door

Volgens sommige bronnen is dit ‘Queens Of The Stone Age in het Brussels’. Komaan zeg, wat meer respect voor de Queens hé! Groot was mijn ontgoocheling want dit is de zoveelste dialect plaat uit arm Vlaanderen.
Volgens hun bio starten de gebroeders Jeroen en Sybren Camerlynk een zijproject. Ze wouden rustige liedjes schrijven die ze niet kwijt konden in hun toenmalige metalband. Er werd nog een drummer gezocht: Tom Ramboer en een extra gitarist: Sam Janssens (Toendra,Trezmil,..). Na drie maanden repeteren startten ze al met de Vlaamse podia af te schuimen. In 2005 waren ze zelfs geselecteerd voor de Nekkawedstrijd,waar ze verrassend de finale halen. Verder hebben ze verschillende Vlaamse rockers als Gorki,’t Hof van Commerce en Raymond verblijd met een voorprogramma. In 2007 verscheen dan hun eerste single “Adieu” (opgenomen in de MM studio, met producer ward Neirynck (Stash, Tom Helsen, …)). In 2008 wonnen ze ook de Nederpopprijs.
Wat mij betreft waren er maar twee nummers die konden bekoren, “Armand Pien” en de bonustrack en remix van hun single “Adieu”. Verder vind ik het album even ranzig als de fotomodellen op hun cd-hoes, maar de Vlaamse kleinkunst en rockwereldje zien het wel zitten met De Fanfaar …
Om te kunnen tippen aan Gorki, ‘t Hof van Commerce, Raymond, De Nieuwe Snaar of Hugo Matthijsen mankeren ze nog veel Ballen… Maar over smaak mag men niet redetwisten.

Meer info bij volgende links: http://www.defanfaar.be of http://www.myspace.com/defanfaar

Nomad

Cats and Babies

Geschreven door

Na zijn debuut ‘Lemon Tea’(Hue 2006) volgt een melodieuze opvolger ‘Cats and Babies’. Een tamelijk toegankelijk en onschuldig album! Het grote verschil met zijn debuut is dat de songs door een meer natuurlijke beat werden ondersteund ipv programming. Vooral de piano geeft een breekbaar geheel en zorgt voor een portie gevoeligheid. Zelf zegt Nomad, alias Ruben Kindermans, dat de teksten zeer persoonlijk zijn: “Op mijn 27ste wordt verondersteld dat mijn jeugd over is en ik nu volwassen moet worden…” aldus Kindermans.
De songs zijn inderdaad een nostalgische trip, een ode aan de kindertijd  en jeugd van de man. De sound mag worden gelinkt aan een jonge Neil Young, vooral dan “Little Man”, “Shaping The Clouds” en “The Lake”.
Het album vormt de ideale achtergrond om op een zomerse zondagavond met een lekker gekoeld drankje te mijmeren over vervlogen (gelukkiger) tijden.

Info op http://www.myspace.com/homesicknomad

Pagina 454 van 495