AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 06-01-26 – Gelukkig Zijn sessie @De Markten 14-01-26 – Slaughter to Prevail (Org: Biebob) 15-01-26 - randjess 17-01-26 – Siglo xx – 40Y 17-01-26 - Luiza 18-01-26 – Marcus & Martinus (Org: Greenhouse Talent)…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten 2025 Arsenal, nieuw album ‘okan okunkun’, Vooruit, Gent op 1 + 2 december 2025 NAFT, Pomrad, Vooruit, Gent op 4 december 2025 Equal Idiots, Spare kid, Club Wintercircus, Gent op 4 december 2025 Promis3 Clubsuit 360 rave, Club…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (14940 Items)

AC/DC

Black Ice

Geschreven door

Na acht jaar heeft AC/DC eindelijk weer eens een nieuwe plaat gemaakt. En wat voor eentje!
Ik ben eigenlijk nooit een grote fan van AC/DC geweest en heb dus ook nauwelijks een volledig album beluisterd. Maar ik heb me toch gewaagd aan dit nieuwe werkje, getiteld ‘Black Ice’.
Black Ice klinkt zoals een album als ‘Back In Black’, wat veel fans wel zullen appreciëren. De heren van AC/DC mogen dan wel een paar jaartjes ouder zijn, ze kunnen nog steeds rocken zoals het hoort!
Luister maar naar nummers als “Rock ’N Roll Train” en “Big Jack”, wat mijn twee favorieten van het album zijn. Veel nummers op het album dringen vreemd genoeg maar door na meerdere luisterbeurten. Dan pas ontdek je hoe goed deze plaat eigenlijk is. Elk nummer heeft wel iets te bieden. Van fillers is er niet echt sprake.
Ik ga er niet veel woorden meer aan vuil maken. Of je nu een fan van AC/DC bent of niet, geef dit album een kans en zet het volume zeker hoog genoeg. Zo horen de buren ook nog eens iets goeds!

Living Colour

Living Colour, hard en virtuoos

Geschreven door

We herinneren ons nog levendig de twee schitterende passages van Living Colour tijdens hun hoogdagen begin jaren negentig in de Brielpoort te Deinze (toen nog een voorname zaal in Belgisch rockland, nu zo goed als gedegradeerd tot ontmoetingsplaats voor gepensioneerde kaarterclubs). Zelfs  één maal brachten zij als support act Rage Against The Machine mee, een band die nadien veel groter zou worden, maar daarom niet beter, helemaal niet (ook niet mis, wel veel beperkter). Living Colour hun mix van funk en metal was toen helemaal in en zorgde voor onvergetelijke kolkende concerten.

Dinsdagavond in de Brusselse Botanique was het dus een aangenaam weerzien met deze sympathieke zwarte rockers en al meteen bleek dat de power immer aanwezig is en dat Living Colour op een podium nog steeds gloeiend heet is. Naarmate de jaren gevorderd zijn moeten we meer en meer constateren dat de heren stuk voor stuk verbluffende muzikanten zijn en dit kwamen ze in Brussel nog eens duidelijk in de verf zetten. De groep kwam in de Botanique verduiveld hard en snedig uit de hoek en er zat een behoorlijke dosis kennis en virtuositeit in de geniale chaos. Er werd geput uit de drie klassiekers ‘Vivid’, ‘Time’s up’ en ‘Stain’. Vooral de hardere songs daaruit werden met klasse en vuur vertolkt. Bassist Doug Wimbish, drummer William Callhoun en de wonderlijke gitarist Vernon Reid hebben er inmiddels allemaal enkele solo cd’s opzitten, platen die zich eerder situeren in jazzmilieus, funkmiddens en world music kringen, geen millionsellers dus, maar wel uitstapjes waar ze uitgebreid hun muzikale genialiteit konden bijschaven. Het was er aan te horen dinsdagavond, de veelal keiharde songs waren voorzien van een ongeziene virtuositeit. Even ging Living Colour toch een beetje te ver, de drumsolo van meer dan tien minuten getuigde inderdaad van pure klasse maar was er toch wel een beetje over, al is dit detailkritiek.
Naast de klasse van Reid, Wimbish en Callhoun was er ook nog eens de soulvolle stem van Cory Glover die er voor zorgde dat dit hier een uitmuntend concert was. Razende versies van “Elvis is dead”, “Type” , “This little pig”, “Pride” en “Time’s up” wisselden af met die zeldzame momenten waarin even wat gas werd teruggenomen als “Glamour boys” en “Bi”. Prijsbeesten als “Cult of personality” en “Love rears its ugly head” deden op het eind de boel helemaal ontploffen samen met een loeiharde interpretatie van The Clash hun “Should I stay or should I go”.
Tussen al die schitterende songs van indertijd heeft de band ons ook laten kennismaken met materiaal van een nieuw album dat er zit aan te komen en, het moet gezegd, dit klonk veelbelovend. De nieuwe songs waren minder snel en hevig maar hadden een welgeplaatste groove en konden ons meer dan bekoren.

Twee volle uren hebben de heren ons weten te overspoelen met hun felle mix van rock, metal, soul en funk. Het was in een flits voorbij, dit heb je dan met geweldige concerten.

Organisatie: Botanique, Brussel

Lightning Bolt

Lightning Bolt breekt nieuw record

Geschreven door

Daniel Higgs uit Baltimore is als solo artiest een ouwe rot in het vak die reeds 25 jaar op zijn actief staan heeft, en hij ziet er ook zo uit. Higgs is vooral gekend als zanger van de post-punk band Lungfish, dat onder hetzelfde Dischord label van o.a. Fugazi, Joe Lally en Jawbox, sedert de jaren ’80 de wereld onveilig maakt. Sologewijs gooit Higgs het over een rustigere boeg.
Gewapend met zijn 5-snarige banjo en mondharp bracht Higgs in de living van het knusse én met open haard verwarmde Scheld’Apen, op een sterk verhalend wijze zijn psychedelisch klinkende folksongs, die met een weinige fantasie zo uit de Ierse grond konden getrokken worden. Qua uiterlijk heeft Higgs wat weg van Steve Wold alias Seasick Steve, en trok hij al zingend een zodanig expressieve muil dat het leek alsof hij van op de ‘Brug des Doods uit Monthy Python and the Holy Grail’ gezellig naar het podium geschoten werd. Drinkend van zijn tasje thee voelde Higgs zich duidelijk op zijn gemak, en het publiek luisterde dan ook aandachtig naar wat deze lyrische bard te vertellen had. Higgs speelde folk met zijn ziel, en stond qua stijl in schel contrast met de noise van Lightning Bolt, wat hem misschien des te meer geschikt maakte als opwarmer van wat ons straks te wachten stond.

Lightning Bolt uit Providance, Rhode Island bestaat uit Brian Chippendale op drum/zang en Brian Gibson op bas. Met zo’n familienamen kan men in het leven toch moeilijk mislukken nietwaar? Lightning Bolt speelt uiterst agressieve experimentele noise rock op z’n rauwst, groeide in een kleine tien jaar uit tot een ware cultband en is in het underground leven een ware rage, mede door de memorabele stijl die het duo hanteert bij hun live acts. De Brian’s weigeren steevast om op een podium te pronken, maar verkiezen om tussen het publiek te spelen. Het publiek staat hierbij in guerrillastijl rondom de band opeengepakt en zodoende onderging men in Antwerpen een nieuw Belgisch noise-bombardementen record.
Na het solo optreden van Higgs liep het café van het Scheld’Apen leeg, en het opstellen van de gear van Lightning Bolt bleef maar op zich wachten. Enkele trappisten later konden we niet anders dan de menigte volgen en liepen we, verrast en vol verstomming, langs het modderpad door de achtertuin naar het schurencomplex dat het Scheld’Apen van De Petrol afscheidt. Eén voor één werd het publiek binnen gelaten in een grote schuur, waar in het midden van het steengruis het materiaal van de band op enkele planken opgesteld stond. Een indrukwekkende muur van zowel bas- als gitaarkasten stond als een fort achter het duo, dat met hun fluorescerende stickers ingepakte bas en krammiekelig drumstel een pokkeluid, hyperagressief en dynamisch opzwepende set gaf.
Brian Gibson zijn bass sound werd vnl. getypeerd door het (ver boven de concertnorm) hoge aantal decibels, waarbij hij fel experimenteerde met het snel aan en uitslaan van diverse voetpedalen (distortions, octaver, delay, whammy) die in diverse combinaties de gewenste sound bracht. Experimenteren was duidelijk wat de groep dreef, en naast een ongewone bas stemming én besnaring (met 2 banjosnaren!), speelde drummer Chippendale met een stoffen hoofdmasker dat zijn microfoonelement tussen zijn lippen hielp fixeren. In chronologie met het hypersnelle drumritme schreeuwde en krijste Chippendale onverstaanbare kreten die klonken als messteken doorheen hun enorme wall of sound. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de menigte, althans degenen die vòòr de kastenmuur stonden, volledig uit zijn dak ging, rond zich heen stampte, trok en stagedivede alsof er nooit iets anders bestaan had. Gibson bespeelde zijn instrument en sound op een meesterlijke wijze, en had te allen tijde de controle over de feedback en noise die hij als een golf over zijn Van Halen-achtig virtuoos basspel liet waaien. Ook Chippendale speelde de pannen van het dak en drumde niet enkel met zijn stokken en armen, maar met zijn hele lijf, dat daverde alsof hij in een snelgroeiend nest van dodelijke poskok slangen aan het hakken was.
Na een set van anderhalf uur excessief hard en wild motten kon zijn lichaam zelfs niet meer registreren wat te voelen en vroeg hij de menigte of het nu warm of koud was in de schuur, en besloot dan maar om zonder aarzelen een pilletje dat iemand uit het publiek hem aanbood, naar binnen te slikken.

Lightning Bolt speelde een memorabele show en degenen die erbij waren zullen dit niet al te gauw vergeten. Ze klonken als een losgeslagen duo uit een psychiatrische instelling en sleepten het publiek mee in de dynamiek van hun sound. Discussiëren over de kwaliteit leek bij deze show overbodig. Enkel het al dan niet kunnen genieten van deze guerrilla noise en de vraag of er nog een grens te overschrijden viel waren bedenkingen die Lightning Bolt ons met een glimlachende mond vol tanden en met verstomming achterliet. Deze show was er eentje om op te hangen in de kelders van onze hersenen.

Organisatie: Scheld’Apen, Antwerpen

Swell

Heerlijk wegdromen op de tunes van Swell

Geschreven door

Het uit San Francisco afkomstige Swell onder David Freel is al bijna 20 jaar bezig en is een goed bewaard geheim binnen het indie circuit, samen met American Music Club, Red House Painters, en zoals iemand terecht zei Arab Strap (dankjewel dus).
De groep zweert trouw bij sfeerschepping, melancholie en sfeerschepping. Een boeiend broeierig en dromerig geluid.
Onlangs verscheen ‘South of the rain and snow’, dat klinkt als de oude plaatjes ‘41’ en ‘Too many days without thinking’. Maar eigenlijk brengen ze al jaren dezelfde plaat uit. Het zijn sober gehouden songs door het akoestische gitaargetokkel, niet al te dwingende ritmes, een krachtiger klinkende (slide)gitaar, die daar doorheen snijdt, en een bezwerende drums, omfloerst door synth/soundscapes. Songs met een repetitieve slepende en hypnotiserende opbouw, die zich langzaam van je meester maakt, onder die zachte, grauwe zanglijn van Freel.

Het trio speelde een onderkoelde set en liet zich leiden door de rustig, voortkabbelende soms zwoele songmelodie. De nieuwe songs “Trouble loves you” en “Good, good, good” openden de set. En op die manier ging het rustig verder, zonder echte ups & downs, maar waar vervaarlijk verveling kon toeslaan. Middenin de set waren het vooral het sfeervolle “What I always wanted” en het opbouwende “Sunshine everyday”, toevallig beiden uit ’97, die het meeste respons verkregen. Het intieme nieuwe “Saved by summer” mocht na een goed uur de set besluiten. Ze speelden nog twee overtuigende songs in de bis, een lang uitgesponnen “Bridgette, you love me” en titelsong van de nieuwe cd ‘South of the rain & snow’. Freel en de zijnen bedankten voorzichtig hun publiek. Tot een volgende keer dan maar, binnen een paar jaar!

Ook het uit Los Angeles afkomstige Radar Bros kreeg ruim de tijd om hun sfeervolle ingetogen indie americanasongs voor te stellen. ‘Auditorium’ is hun recentste plaat, waaruit ze rijkelijk putten: een sferisch klanktapijt, voortsjokkende ritmes en de warme stem van zanger/componist/gitarist Putnam. Fijngevoelige en heerlijk wegdromende muziek, die af en toe iets forser klonk, maar net als bij Swell schuilt de factor voorspelbaarheid en verveling om de hoek.

De Cactus Club kon op geen beter tijdstip als de zondagavond deze twee bands programmeren. Goed gevonden.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Asian Dub Foundation

Music with brains en dansplezier met het Londense Asian Dub Foundation

Geschreven door

’For the consciousness of the nation’ is één van de zinsnedes gegrift in m’n geheugen. Het is afkomstig van de Londense Pakistani Asian Dub Foundation die medio de jaren ’90 sterk voor de dag kwamen met hun politiek geladen geëngageerde teksten (anti racisme en mensenrechten!) en hun gebalde, opwindende en dansbare crossover van rock, hiphop, electro, dub, jungle, ragga en etno. Samen met Nitin Sawhney, Talvin Singh, Transglobal Underground, Cornershop, Loop,Guru , Senser en Natacha Atlas waren zij de smaakmakers van deze Indiase scene.

De percussie en de Indiase beats klinken, naast de stevige, directe en militante rockaanpak op de vorige platen, terug meer door op het recente ‘Punkara’, die teruggrijpt naar hun onvolprezen debuut ‘Facts & Fiction’ (’95). Bizar genoeg wordt de plaat door de Vlaamse media links gelaten. Samen met de twee MC’s, de ruimte voor instrumentals en de combinatie bewustwording –muziek, bezorgden ze ons een fijn en gezellig avondje dansplezier en ‘music with brains’! Elk van de leden kreeg ruimte om ‘hun ding’ te kunnen doen, wat net de sterkte is van dit worldcollectief.

Al een paar weken was het concert ‘sold out’; de band wordt alvast door onze Franstalige vrienden sterk ontvangen. De trancy soundscapes van “Bride of Punkara” was de aanzet van de bijna twee uur durende set. Het kwintet balanceerde tussen de strakke sound van songs als “Take back the power”, “Living under the radar”, “Target practise” en “Burning fence”, die voorzien waren van krachtige soms gierende gitaarloops en een diepe bas, en de ‘old school’ van “Riddim’”, “Rise to the challenge” en “Speed of light”, die kleur hadden door etno, zalvende beats en een intrigerende percussie.
Hun ongedwongen enthousiasme werd sterk geapprecieerd. Ze betrokken aanhoudend hun fans bij de nummers, die zich maar al te graag lieten gaan op die zalvende worldsound, hun rockaanpak en hun stevige beats.
De percussionist kwam in de schijnwerpers op de instrumentals “SOCA”en “Taa deem”, hun eerste ooit verschenen nummer. “Fly over” was samen met het afsluitende “Oil” de singalong, en op “Super Power” klonk men als het Indiase Public Enemy. In de bis speelden ze een schitterende versie van “Buzzin’”, die een sterke opbouw had en doordrongen was van trance.
En tenslotte kon ”Fortress Europa” niet ontbreken, de aanklacht tegen het VB en een oproep naar gelijk(waardig)heid. Het waanzinnige publiek kon de band nog overhalen om hun “Rebel warrior” in een aangepaste muzikale outfit te spelen; de ganse massa stond te springen op deze instant klassieker!

Kijk, Asian Dun Foundation tekende voor een energiek en dynamisch concert, waarin de band hun roots voor etno behoudt. Hun ‘Community Music’ heeft een rechtvaardig plaatsje in ons hart …

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Blood Red Shoes

Stomend concertje van het Britse duo Blood Red Shoes

Geschreven door

Het Britse Blood Red Shoes, van het man - vrouw duo Laura –May Carter (de haren voor de ogen en als een Chrisse Hynde lookalike op gitaar) en de Muppet ‘Animal’ meppende drummer Steve Ansell, overrompelde ons met een zompig, rauw martelend en fris gitaargeluid, opzwepende strakke drums en een sterke samen ‘schreeuw’ zang. Meer moest dat eigenlijk niet zijn!

Ze leverden met ‘Box of Secrets’ één van de meest veelbelovende debuten van het jaar af! Live waren we al eens onder de indruk toen ze als support optraden van Maxïmo Park, van hun passage tijdens les Nuits Bota en op Pukkelpop, toen ze in de Clubtent besloten na de show van Metallica. Ook vanavond verwezen ze naar dit optreden, met enige nuance en relativering naar hun mega reuzengrote peter en speelden ze “Forgive nothing”. Kijk, dit goed op elkaar ingespeelde duo gaf andere gitaarrockende duo’s als The White Stripes, The Kills , The Yeah Yeah Yeahs en The Raveonettes het nakijken! In snelvaart gaven ze een overtuigende straffe, energieke en retestrakke set! Ze imponeerden op het (overwegend) jonge publiekje, die met plezier hun speelse, ongedwongen attitude van “We’re the Blood Red Shoes en we hope you like this one” onderging. Fris en snedig klinkende rock, waarbij de eerste rijen naar hartelust mochten pogoën, skydiven en op de koop toe mochten meedansen tussen de twee artiesten op het podium.
In een decor van ‘lampedeires’ en een rode gloed openden ze meteen met een paar opwindende knallers als “Doesn’t matter much” en “Say something, Say anything”. Laura –May Carter liep langs alle kanten van het podium, wat de groepscohesie intenser maakte. Na de mokerslagen op “You bring me down”, stelde het duo een paar nieuwe tracks voor, die even dynamisch en opzwepend klonken als hun ander materiaal. Opbouwend en aanstekelijk waren “Try harder”, “Take the weight” en “It’s getting bored by the sea”.
Het zijn allemaal nummers binnen een dozijn, die net door dié kleine variant interessant, boeiend en attractief zijn. “I wish I was someone better” mocht na een goede 45 minuten het stomend setje besluiten om even op adem te komen, want de groep was al meteen te vinden voor een rauwe bluesy instrumental in de bis, wisselden moeiteloos van instrument en koppelden er een “Smells like teen spirit” aan; “Adhd” kreeg zelfs een adrenalinestoot door de galmende schreeuwzang. Ansell liet zich finaal letterlijk op handen dragen door een uitgelaten menigte, wat het rock’n’ roll feestje compleet maakte.

Noteer het maar in uw agenda: Blood Red Shoes: talentrijke band voor de toekomst. Zeg niet dat we het niet gezegd en geschreven hebben!

Support act The Xcerts wist ons ook al aangenaam te verrassen. Dit jonge Britse trio is de eerste keer op tournee in Europa en stond garant voor broeierige en pittige indiepoprock, en had de kunst om goede songs te schrijven …én te spelen. Een intense opbouw, mooie ritmischer overgangen, een vleugje durf, boeiende soli en een warme stem . Check ‘em out!
Ze waren onder de indruk van een terecht enthousiast publiek. Op het eind stak Ansell (van Blood Red Shoes) zelfs een ‘handje’ toe, wat kon tellen voor een band die zich wou onderscheiden als support.

Organisatie: Botanique, Brussel

Novastar

De vier seizoenen van Novastar.

Geschreven door

Het was inmiddels alweer vier jaar geleden dat Joost Zweegers met Novastar nog iets nieuws uitbracht. Na het schitterende ‘Another Lonely Soul’, een album uit 2004 werd het alweer angstvallig stil rond Joost Zweegers. De man geraakte in onvrede met zijn platenmaatschappij Warner Music en zelf kampte hij met ernstige gezondheidsproblemen (hij was maanden out door een verbrijzelde hiel na een val van een podium). Hierdoor werd zelfs het optreden op Pinkpop 2008 afgelast. Maar nu is hij er dan eindelijk het langverwachte derde Novastar album ‘Almost Bangor’, verwijzend naar het Bretoense dorpje Bangor waar Joost zijn inspiratie opdeed en vanwaar hij als een herboren man terugkeerde. Meteen veranderde de man ook van koers wat het nieuwe album is in alle opzichten soberder, zuiverder en meer singer-songwriter pur-sang. We waren dan ook reuzenbenieuwd hoe dit alles live zou klinken!!

Over Matthias Sturm, die als opwarmact mocht fungeren, kunnen we heel erg kort zijn en beschrijven als totaal overbodig. Deze verwaaide cabaretier zong en dichtte in het Engels, Frans en Duits maar wist het Novastar publiek niet echt te bekoren. Wel slaagde hij erin om de AB Bar te doen vollopen zodat de kassa stevig werd gespijsd.

Na enkele try-outs was de AB de locatie en de test voor het grote publiek. Al maandenlang hing het bordje uitverkocht aan de deur voor deze Novastar tweedaagse. De verwachtingen waren dan ook erg hoog gespannen. Na het concert waren we het allen eens. Dit was opnieuw een concert van wereldklasse. In een erg gevarieerde setlist ging Joost Zweegers nog steeds op zoek naar de perfecte popsong.

Het begon vrij aarzelend met het evenwel mooie “Bangor”. Niet meteen de opener die ik verwachtte en ook het publiek was duidelijk nog niet echt mee. Met de tweede song “Weller Weakness” (refererend naar Paul Weller) greep Joost ons wel bij de keel en liet ons pas na ruim negentig minuten terug los. “Tunnelvision”, geïntroduceerd met een wondermooie gitaarsolo werd de derde song die Zweegers plukte uit zijn nieuw album.
Tijdens “Never Back Down” barstte de AB uit haar voegen en ging de vierkoppige band echt voluit. Zeer opmerkelijk was dat tijdens de elektrisch gebrachte songs de arrangementen voorzien werden van een erg stevige gitaarbasis. Pianopartijen maakten plaats voor een stevige gitaarmuur en dit was toch wel eventjes wennen! Zo kreeg “When The Lights Go Down On The Broken Hearted”, met Joost op basgitaar een erg ruig kantje. Persoonlijk kon ik deze nieuwe versie wel erg appreciëren maar ik kan me voorstellen dat dit voor vele fans toch iets moeilijker te verteren was. Gelukkig waren er ook veel momenten van herkenning. “Wrong” werd luidkeels meegezongen en ook “The Best Is Yet To Come” was een topmoment waarin vlot gecommuniceerd werd met het publiek. Terug naar het debuut met “Caramia” en “Do Run”. Op en top schitterende popsongs! Gedurfd waren ook de momenten toen Joost Zweegers zijn band van het podium stuurde en zich blootgaf tijdens “Making Waves” en “All Day Long”. Het haalde wel de vaart wat uit de set maar een mens moet af en toe ook eens naar adem kunnen happen, nietwaar?!
De finale werd gespeeld met “Because”, de schitterende nieuwe single in Nederland en de huidige Belgische single “Mars Needs Woman”, deels gezongen zonder versterking vooraan in de zaal. Subliem, ontroerend en vooral wondermooi!
Bissen deed Novastar met “Miles”, een song waarin Joost terugkijkt op de tijd toen hij nog op straat musiceerde, en “Carelessly Dating”.

Ook anno 2008 is Novastar live grote klasse. Zweegers is nog steeds die gedreven, wat verkrampte, nerveuze rasartiest, die zijn band opzweept tot ongekende hoogten. Live werden we ondergedompeld in verschillende sferen. Nu eens liefelijk zacht en melancholisch, dan weer furieus en uiterst verbeten, alsof er nog zoveel opgekropte energie moet losbarsten.
Crowded House maakte ooit de song “Four Seasons In One Day”. Zo voelde ook dit geslaagde optreden aan van Novastar tijdens de eerste AB avond.
Nog te zien in februari in de Lotto Arena in Antwerpen!!

Setlist: *Bangor *Weller Weakness *Tunnelvision *Never Back Down *Sundance *Faith *Smooth Flavours *When The Lights Go Down On The Broken Hearted *Wrong *Making Waves *All Day Long *The Best Is Yet To Come *Caramia *Do Run *Tomorrow Never Comes *Because *Mars Needs Woman *Miles *Carelessly Dating

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Shantel

Shantel & Bucovina Club Orkestar: krankzinnig opzwepende Balkanbeats

Geschreven door
Producer en DJ Stefan Hantel aka Shantel is - in tegenstelling tot wat men zou vermoeden -  niet afkomstig uit één of ander Oost-Europees land maar uit Frankfurt am Main in Duitsland. Hij is een nakomeling van de Boekavina-Duitsers die aan de vooravond van WOII vanuit Czernowitz (in het huidige Oekraïne en op de grens met Roemenië) naar Duitsland vluchtten. Na jarenlang rondploeteren in  de wereld van de housemuziek  bracht een vakantie in Boekovina hem weer naar zijn roots. Shantel kreeg in 2001 carte blanche van de schouwburg in Frankfurt om clubavonden te organiseren in de foyer.  Zijn project had zoveel succes dat hij intussen ook buiten Duitsland bekend is geworden en overal waar hij speelt met zijn zeskoppig  Bucovina Cluborkest wint aan naam en faam.
De muziek die Shantel & Co brengen kan nog het best omschreven worden als opzwepende, energieke Balkanmuziek die steeds krankzinniger versnelt en het publiek onmogelijk onbewogen laat. Shantel (ook wel ‘The King of Balkan Pop’ genoemd) slaagt erin om - zonder de muziektraditie an sich oneer aan te doen - zelfs het grootste ijskonijn uit zijn dak te laten gaan op een mengsel van feestelijke tonen van traditionele volksmuziek en ‘electronica’.

Zo ook in de Handelsbeurs waar we mensen de vreemdste bewegingen en capriolen zagen maken, alsof de duivel van hen bezit had genomen en ze geen oplossing vonden voor de pakkende muziek vol verrassende wendingen. Ook wijzelf waanden ons even op de zigeunerbruiloft uit Emir Kusturica’s ‘Black Cat, White Cat’. Criticasters zullen wellicht aangeven dat alle songs naarmate de set vorderde op elkaar begonnen te gelijken maar wij hoorden alvast volgende nummers de revue passeren: “Mahalageasca”, “Koupes -  I’ll Smash Glasses” dat niet door zangeres Petkovic maar door Shantel zelf werd gezongen, “Bucovina”, het prachtig door zangeres Vesna Petkovic gezongen “Ta Travudia’” (oorspronkelijk van The Rootsman), “Borino Oro” , de voor het gros van het publiek bekende hit “Disko Partizani” en nog enkele songs vanop de gelijknamige plaat uit 2007. De nummers op ‘Disko Partizani’ vertegenwoordigen het geluid van het nieuwe Europa met verenigde invloeden van Midden- en Oost-Europa, Turkije, Griekenland, Armenië, Oekraïne en verder richting Midden-Oosten. Wellicht verklaren die invloeden deels het succes van Shantel en de vereenzelviging - van een over het algemeen jong publiek - met zijn muziek. Uiterst bewonderenswaardig om te zien welke dansenergie Shantel met viool, accordeon, gitaar, drums, (schuif)trompet en saxofoon kan opwekken!
Pionierswerk voor Shantels’ Bucovina Club werd gedaan door ‘Goran Bregovic’ die de muziek uit de Balkan op de wereldkaart heeft gezet. Bregovic componeerde ook de soundtrack van Emir Kusturica’s ‘Underground’. Shantel lijkt wel in de voetsporen van Bregovic te treden, niet in het minst omdat hij de traditionele muziek naar een eigentijds publiek weet te vertalen, maar ook omdat hij verantwoordelijk is voor de soundtrack van ‘Auf der anderen Seite’ van regisseur Fatih Akin (die o.a. ook ‘Gegen die Wand’ op zijn naam heeft staan). Ook vermeldenswaardig: Shantel werd ook geïnspireerd door gypsybands als Fanfare Ciocarlia (vorig jaar nog in de Handelsbeurs) dat op 28 november opnieuw is te zien in 4AD te Diksmuide. Voor wie gisteren zijn ziel heeft verkocht of verloren aan Shantel moet ook zeker deze band eens gaan bekijken!

Organisatie: Handelsbeurs, Gent


Barbie Bangkok

People and Geometry

Geschreven door

Het Gentse Barbie Bangkok haalde in 2004 al de finale van Humo’s Rock Rally. Na de EP ‘Oh My God’ verscheen na bijna vier jaar hun langverwachte debuut . We horen een breuk met het verleden, waarbij de groep de kaart kiest van catchy popsongs die leuk en luchtig zijn en uiterst relaxt en ontspannend klinken. Er wordt vastgepind aan bands als Talking Heads, Sailor en B 52’s door de jachtige, opzwepende ritmes, een juiste groove en een snedige aanpak. Songs als “New Delhi”, “El saviour”, “Don’t catch no light” en “Altamira “ maken van de plaat een fijn debuut.
Info op http://www.myspace.com/barbiebangkokmusic

Cafeneon

Cafeneon

Geschreven door

Het Brusselse kwintet Cafeneon haalt de mosterd uit de pop, electro, disco, dub, pyschedelica en Franse chanson. De afwisselende zang of samenzang van Rudolphe Coster (rauw) en Cathérine Brevers (zweverig, dromerig) zorgen ervoor dat de band zich ontpopt als een jonge Gainsbourg/Birkin.Ze brengen uiterst smaakvolle songs met een ‘80’s wave, die een broeierig, dreigende spanning hebben, of die traag, slepend klinken. Afwisselend intrigerend, toegankelijk materiaal met wortels van Joy Division/New Order. Met songs als “Patiné”, “Yssandon”, “Snoopy” en “La voix” als absolute uitschieters van dit relatief kort debuut.
Info op http://www.myspace.com/cafeneon

Asian Dub Foundation

Punkara

Geschreven door

De Londens Pakastani Asian Dub Foundation grijpt met deze recente cd terug naar hun onvolprezen debuut ‘Facts & Fiction’ (’95). De percussie en de Indiase beats klinken, naast de stevige, directe en militante rockaanpak terug meer door. Hun crossover van rock, hiphop, electro, dub, jungle, ragga en etno klinkt aanstekelijk , groovy, dansbaar en opwindend. Ze houden een vinger aan de wonde van anti racisme, mensenrechten en de oorlog in Irak.
De combinatie bewustwording – muziek blijft iets unieks van dit gezelschap, dat al ruim dertien jaar bezig is. We horen een mooie afwisseling met strakke nummers als “Target practise”, “Burning fence”, “Ease up Caesar” en “Living under the radar”, die soms voorzien zijn van een krachtiger en gierende gitaarloop. Kleur krijgt de plaat door de zalvende Indiase etno beats en percussie op “Speed of light”, “Stop the bleeding” en de instrumentals “Soca” en de “Bride of Punkara”. Enkele de reprise van Iggy ’s “No Fun” is de misser van deze ‘Community’ band, die met ‘Punkara’ tekent voor een erg gevarieerde, kleurrijke plaat.

Beck

Modern Guilt

Geschreven door

Beck Hansen brengt op het eerste zicht misschien geen wereldplaten meer uit als in het begin (‘Mellow gold’, ‘Odelay’, ‘Midnite vultures’), toch weet hij ons telkens te raken , ook al werden de twee vorige cd’s ‘Guero’ en ‘The information’ grotendeels links gelaten door het brede publiek.
Hij is en blijft een begenadigd songschrijver en performer. Vakmanschap en kunde! Het recente ‘Modern Guilt’ is een frisse, leuke ontwapende plaat, klinkt gevarieerd en staat garant voor popsongs, die een rauw tintje kunnen hebben ( “Soul of a man” en “Profanity prayers”) of hij combineert ze met folk, funk, soul, hiphop, dance en psychedelica. Luister maar eens “Orphans”, “Gamma ray”, “Walls” en de titelsong. “Replica” is de meest avontuurlijke song. Brian Burton aka Danger Mouse (van Gnarls Barley ) zorgde voor die formule toegankelijkheid vs heerlijke experimentjes. Overtuigende plaat.

Phoebe Killdeer

Weather’s coming

Geschreven door

Phoebe Killdeer was één van de twee zangeresjes van het Franse Nouvelle Vague. Op haar debuut, die btw werd geproduced door het meesterbrein van Nouvelle Vague, Marc Collin; weet de Australische zangeres/componiste met haar gevoelige stem te raken. Van eigenwijze covers van new wave klassiekers is er op haar debuut geen sprake. De songs zijn een mix van pop, jazz, blues en film noir soundscapes. Ze benadert ergens Waits, Cave, Feist, Joan As Police Woman en Twin Peaks in haar geluid en stem.
De songs klinken broeierig en dreigend (verraderlijk vrolijk!) op “Paranoia” (wat een huiveringwekkende opener), “He’s gone”, “Never tell a lie” en “Looking for a man”. Iets sfeervoller en dromerig zijn “Jack” en “Lilorice skies”. De donkere songs “Stuck inside” en “He’s late” worden bepaald door toetsen, cello, xylo en soundscapes. “How far” is de meest poppy song van de plaat. En op het eind horen we Killdeer op haar best, met een acapella “Somebody”.
Het zuchtende , kreunende meisje op de platen van Nouvelle Vague onderstreepte dat ze meer in haar mars had en ze deed dat met een geslaagde debuutplaat die qua songstructuur en stemkwaliteit hoog scoort.

The Moody Blues

Na lang wachten terug in het land: The Moody Blues

Geschreven door

Het gaf een merkwaardig gevoel: een publiek van overwegend vijftigers en zestigers, comfortabel weggezonken in de fauteuils van het Casino Kursaal van Oostende, en dat voor een popconcert. Ik was echt benieuwd of de Moody Blues er in zouden slagen de handen op elkaar te krijgen en de zaal te bewegen tot iets anders dan rustig genieten.

De zaal was goed gevuld, althans het parterre. Het balkon was gesloten wegens iets te weinig belangstelling. Dit deed mij even fronsen, vooral als je dan hoort dat ze in Nederland twee keer voor een uitverkochte zaal optraden en zeker na een gesprekje met een koppel echte fans, die voor de vierde keer een optreden van deze najaarstournee meemaakten en daarvoor speciaal uit Engeland kwamen.
Nochtans hebben de Moodies, die uit Birmingham komen, de eerste stappen op het podium gezet terwijl ze een drietal maanden in België verbleven. Dat was in Moeskroen. Best een gezellig stadje, maar het stond in de sixties toch niet bekend als het swingend hart van de popmuziek.
Van de succesvolle samenstelling uit de seventies blijven alleen Justin Hayward (gitaar, zang), John Lodge (bas, zang) en Graeme Edge (drums) over.
Maar dat zijn natuurlijk wel diegenen die zorgen voor de prachtigste zangpartijen.
In totaal stonden er nog vier andere muzikanten op het podium: twee keyboardplayers, een fluitiste en een extra drummer die het fysiek belastende werk voor zijn rekening nam. Edge is er immers ook al 67!
Het voorspelbare openingsnummer was “Lovely To See You”. Meteen daarna vuurden ze “Tuesday Afternoon” op het publiek af, één van hun mooiste nummers. Al vond ik dat wel iets te vroeg. Ik denk dat ik niet de enige ben die wat tijd nodig heeft om in de juiste stemming te komen om volop te kunnen genieten. De rest van de nummers voor de pauze waren iets minder bekend en zorgden nog niet echt voor vuurwerk. Maar “The Story In Your Eyes” als laatste nummer bracht er stilaan de sfeer in.
Het was echter wachten tot na de pauze vooraleer er echt beweging in de zaal kwam: aanvankelijk werd er wat aarzelend meegeklapt, maar naar het einde toe stond bijna iedereen mee te dansen. “I’m Just A Singer In A Rock And Roll Band” zorgde voor een eerste grote golf van enthousiasme. Toen kwam het moment waar iedereen op wachtte: “Nights In White Satin” was hemels, met een fluitiste die niet alleen mooi was om naar te luisteren, maar ook om naar te kijken. “Question” en “Ride My See-Saw” waren mooie afsluiters, die ons naar meer deden verlangen.
De zaal van het Casino Kursaal is aangenaam, ruim én zorgt voor een goede akoestiek. Het was rustig genieten van de perfecte klank en de prachtige stemmen. Om nog maar te zwijgen over die mellotron! Hayward zingt nog steeds hemels, ook in de hoge registers. Voor mij heeft hij, naast Colin Blunstone, één van de mooiste stemmen voor het zingen van ballads.
Toch waren er ook enkele minpunten: de playlist van hun optredens is al jaren ongeveer dezelfde, dus zeer voorspelbaar. Niemand verwacht echter nog echt vernieuwende dingen van de Moody Blues, want ze hebben reeds bewezen wat ze kunnen. Alleen luisteren en genieten is genoeg. We blijven ook luisteren naar Mozart, hoewel die ook al een hele poos geen nieuwe composities meer uitbrengt.

Ik miste een aantal nummers zoals “Voices in the Sky”, “Melancholy Man”, “For My Lady”, “Had To Fall In Love” en “Boulevard De La Madeleine”,  maar het is pas als je die begint op te schrijven dat je beseft hoe groot de keuzemogelijkheden zijn uit hun prachtige oeuvre. En waarom geen solo-uitstapje van Hayward met “Forever Autumn”? Maar uiteindelijk is dat detailkritiek, zeker als je achteraf de zalige glimlach zag op de meeste gezichten.

Tot slot nog de setlist: Lovely To See You, Tuesday Afternoon, Lean On Me (Tonight),  Never Comes The Day, Steppin’ In A Slide Zone, The Voice, One More Time To Live, I Know You’re Out There Somewhere, The Story In Your Eyes, Your Wildest Dreams, Isn’t Life Strange?, The Other Side Of Life, December Snow, Higher And Higher, Are You Sitting Comfortably? (Yes!), I’m Just A Singer (In A Rock And Roll Band), Nights In White Satin, Question, Ride My See-Saw.

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

Keane

Keane: warm onthaald en geslaagde comeback

Geschreven door

Het Engelse Keane uit Kent beet na een troosteloze periode terug sterk van zich af met een hartverwarmende set, de steun van het publiek en een boodschap van hoop, liefde en vertrouwen. Ze waren onder de indruk van de respons. Een geslaagde comeback en aftrap van hun wereldtournee!

Als trio braken ze door met het debuut ‘Hopes & Fears’, melodieuze poprock met aanstekelijke refreinen, te situeren binnen de muzikale noemer van Coldplay, Travis, Semisonic, Snow Partrol en Starsailor. De sound wordt bepaald door het intense en bedreven pianospel van Tim Rice-Oxley en de helder melancholische stem van Tom Chaplin. Met hun ontroerend en dromerig materiaal verkregen ze meteen een wereldstatus. Maar na het tweede meeslepende ‘Under the iron sea’ stond de band bijna op springen door de wisselende gigs, deels veroorzaakt door de porto- en cocaïneverslaving van zanger Chaplin. De frisse, bezielde optredens en het sympathieke imago verdwenen als sneeuw in de zon.
Op de onlangs verschenen derde cd ‘Perfect symmetry’ horen we een herboren band en zanger. De band zwoer de pianoballads deels af en naast Rice-Oxley, Hughes en Chaplin, beschikt Keane over een vierde vaste lid, bassist Jesse Quin. Hun subtiele pop kreeg een breder concept door een krachtiger rocklijn, en soms zijn ze eerder een synthband door het geflirt met elektronica, psychedelica en bleeps. Een louterende, zalvende plaat, ook al zijn niet alle songs even boeiend en toegankelijk door de mindere opbouw.
Keane zorgde voor een overtuigende performance door de (betere) nieuwe songs mooi in te passen in de gekende romantische songs. De gevarieerde aanpak had impact op het van alle leeftijden publiek. Maar meer fans zullen ze wel niet winnen!
Onze verbazing was groot toen Chaplin meteen de gitaar omarde, en met “The lovers are losing in” het concert op gang trok; op het rockende “Again & again” en “Pretending that you’re alone” namen de bassist en hijzelf een prominente rol in. Hoogtepunt vormde “Bend & break” hierin, die Chaplin alleen aanvatte op akoestische gitaar en werd gedragen door z’n rakende stem. Trouwens, het viel op hoe sterk Chaplin bij stem was en wat voor een uitstekend zanger hij wel kan zijn. De dramatische tics van vroeger liet hij achterwege.
De respons was groot op het emotievolle materiaal van de twee vorige cd’s: de hapklare pop van het dromerige en broeierige “Everybody’s changing”, “Nothing in my way”, “Somewhere only we know , “This is the last time” en “Crystal ball” stemden ze perfect af op de titelsong van “Perfect symmetry” en de  ‘woohwooh’ meezinger “Spiralling”. Zelfs het avontuurlijke op ‘80’s synthi gebaseerde “You haven’t told me anything” (bepaald door elektronica, beats, bleeps en een trom) bleef overeind en klonk gestoffeerd en bevallig.
Ze voorzagen net als bij Coldplay een ‘unplugged’ moment, waaronder een sobere “Try again”. Het intieme “Love is the end” kon na anderhalf uur de set besluiten. Een pakkend sfeervolle “Atlantic” vatte de bis aan, het opbouwende “Isn’t it any wonder” klonk verschroeiend en tenslotte stuurde de emotievolle ballad “Bedshaped” ons tevreden richting huiswaarts!

Het Gentse Barbie Bangkok, rond zanger Tom Goethals en drummer Laurens Smagghe, mocht op de laatste knip de avond openen. In 2004 haalden ze de finale van Humo’s Rock Rally (toen The Van Jets wonnen btw!). Na de EP ‘Oh My God’ verscheen onlangs hun debuut ‘People & Geometry’. Hun catchy popsongs klonken snedig en de single “New Delhi” ondersteunde de frisse, relaxte aanpak!

Organisatie: Live Nation

The Bronx

Lekker outfreaken met drie stevige bands: The Hickey Underworld, The Rones en The Bronx

Geschreven door

Een avondje stevige Minnemeers te Gent, lekker gitaargeweld van drie fris dynamisch klinkende bands, waarvan twee van eigen bodem, die hun debuut voorstelden, en de derde die ons trakteerde op een potje strakke hardcore/punk.

Het Antwerpse The Hickey Underworld won als underdog twee jaar terug de Humo’s Rock Rally. Ze speelden een paar opmerkelijke supports, interessant om podiumervaring op te doen en om hun noiserock verder te exploreren. Ze namen de tijd voor hun onlangs verschenen full cd. De band speelde in de zomer op Dour en Pukkelpop en doen nu uitgebreid het clubcircuit aan.
De groep zweert aan de ‘90’s noiserock, goochelt met bands als The Pixies en Mudhoney, haalt de gebalde sound aan van The Cult en Quiksand en weet het pittig te kruiden met de stoner van QOSA. Ook het strakke, avontuurlijke van Millionaire en Mauro en de retro van The Van Jets hoorden we. Maar so what, het kwartet speelde met lef en in een hels moordend tempo een stevige, rauwe set met songs als “Sick of boys”, “Zero hour”, “Blonde fire”, “Future words “ en de toegankelijke single “Mystery bruize”. Het enthousiasme droop van het kwartet! Wat een muzikale stroomstoot! De grauwe, onvaste  en schreeuwerige vocals stoorden totaal niet, integendeel zelfs, het paste mooi binnen hun muzikaal concept!

Het Amerikaanse The Bronx, genoemd naar één van de vijf wijken in NY, is merkwaardig genoeg afkomstig uit Los Angeles. The Bronx is toe aan hun derde (titelloze) cd. Dit kwintet is al een kleine zes jaar bezig en krijgt gaandeweg meer armslag binnen de hardcore/punk scene. De energieke band deed denken aan Sick of it All, New Bom Turks en Rocket from the Crypt. Een krachtige, strakke, rechttoe-rechtaan aanpak. Zanger Caughthran was een publieksmenner eerste klas en hield zich niet in om het alle-leeftijden-publiek op te hitsen en aan te manen tot skydiven. De groeiende fanshare ging op de eerste rijen totaal uit z’n dak.

Openingsact waren de jonge Limburgse twintigers The Rones, die deze kans optimaal benutten om hun debuut ‘Sinner songs’ (waaraan Luuk Cox van Shameboy en Aaron Perrino (van Sheila Divine /Dear Leader) meewerkten nota bene!) voor te stellen;. Muzikaal was het kwintet nauw verwant aan The QOSA, zelfs de zanger was een Josh Homme lookalike. Ze dompelden hun intense stonerrock onder in stevige, gierende gitaren, op zoek naar een eigen identiteit…

Organisatie: Democrazy, Gent

Girls In Hawaii

Girls in Hawaii: schaamteloos genegeerd maar in absolute topvorm

Geschreven door

Girls in Hawaii behoort tot het selecte clubje van 'de beste (live)groepen van België'. Het is onbegrijpelijk dat de radiomakers deze band, die met 'Plan Your Escape' voor een fantastische opvolger van het bejubelde 'From Here To There' zorgden, compleet en schaamteloos blijven negeren (enkel de vooruitgeschoven single "This Farm Will End Up In Fire" haalde bijvoorbeeld een beperkte rotatie op Stubru). Ook het Vlaamse publiek blijkt de weg naar hoogstaande kwaliteit van over de taalgrens maar niet te vinden. Getuige: de magere opkomst in Nijdrop te Opwijk afgelopen vrijdag. Alle pluimen op de hoed van de organisator echter die de programmatie van kwaliteit - gelukkig - hoog in het vaandel blijft dragen. Live bewijzen 'les Girls' telkens weer dat ze het brengen van gelaagde, intelligente rock als geen ander beheersen.

Starten deed Girls in Hawaii met "The Fog" en het uitdijende en dromerige "Bored". "Time To Forgive The Winter", met melodieuze zanglijnen en het grote contrast tussen strofen en refrein, zorgde samen met Girlsklassieker "Found In The Ground" en "Short Song For A Short Mind" voor een drieluikje vanop hun debuutplaat. Het psychedelische "Road To Luna" dreef het tempo en volume de hoogte in en "Bees & Butterflies" werd ook nu aan een hoger tempo door de molen gedraaid dan op de debuutplaat te horen is. Het ietwat vreemde en volks aandoende "Couples On TV", bezongen door bassist Offermann, richtte de invulling van de verdere set volledig op nummers vanop 'Plan Your Escape'. "Colors", een nummer die zowel dromerig zacht is en tegelijkertijd beklijft, werd gevolgd door het sterk gelaagde "This Farm Will End Up In Fire" waarbij de drums de melodie ingenieus aandrijft. Na het energieke en catchy "Grasshopper" was het tijd voor het absolute hoogtepunt van de set: het uptempo en kloppende "Birthday Call" en het heerlijk en hallucinerend slepende "Fields Of Gold".
Girls In Hawaii werkte op deze manier heel erg sterk toe naar het einde van de reguliere set. Bij wijze van toegift trakteerde zanger Antoine Wielemans met "Plan Your Escape" nog op een ijzersterke en prachtige ballad. Met het waanzinnige “Flavor” zond de band ons de natte herfstnacht in.

Austin Lace, ook al van over de taalgrens, stelde in Nijdrop zijn nieuwe album 'The Motherman' voor. We hoorden hier en daar een beetje funk maar ook goedgemutste melodieuze deuntjes voor aangename herfstdagen.

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Amanda Palmer

Overtuigende en indrukwekkende performance van Amanda Palmer

Geschreven door

Dresden Dolls zangeres en pianiste Amanda Palmer kwam in het prachtige en sfeervolle decor van de Gentse Handelsbeurs haar solodebuut ‘Who killed Amanda Palmer?’ voorstellen. Het album, geproduceerd door singer/songwriter Ben Folds in Nashville, USA, ligt in het verlengde van The Dresden Dolls, grootste verschil is dat haar wederhelft en drummer Brian Viglione niet van de partij is. Voorlopig neemt het punkcabaretduo een pauze.Benieuwd of het hierbij zal blijven.

Ondanks enkele technische problemen met haar keyboard tijdens het begin van de show, weet ze toch haar mannetje te staan en het publiek voor zich te winnen. Live werd ze bijgestaan door violist Lyndon Chester en het vierkoppige Australische theatergezelschap 'The Danger Ensemble' die het visuele aspect van de songs versterkten middels passende en dramatische acteerprestaties. Een leuk en knap spektakel om te aanschouwen.

Er werd geopend met enkele nummers van haar solo-album: "Astronaut", "Ampersand" en "Blake says" (handelend over moorden op enkele Amerikaanse scholen). Daarna passeerden "Bad habit" en "Mrs. O" van The Dresden Dolls de revue. Sterke vertolkingen van "Runs in the family", "Strenthg through music" en het felle en energieke "Guitar hero" waren daarna aan de beurt. Publieksfavorieten "Coin-operated boy", "Girl anachronism" en "Half Jack" deden de temperatuur nog wat stijgen en werden fel gesmaakt. Er werd afgesloten met enkele uitbundige en stomende covers: Wat dacht je van "Umbrella" van Rihanna, het melacholische "Amsterdam" van Jacques Brel, Bon Jovi's meezinger "Living on a prayer" en de Radiohead-classic "Creep"?. Een memorabel optreden van deze getalenteerde en unieke dame. En achterna in de foyer beloofde ze ons bij het volgend optreden in België een nummer te spelen van AC DC, een verplichte toegift voor het Australische theatergezelschap …

De bij ons totaal onbekende Jason Webbley uit Seattle, USA, mocht de 200 aanwezigen opwarmen met zijn onemanshow. Basisinstrumenten van de troubadour/zwerver waren de accordeon en de akoestische gitaar. Echo's van Gogol Bordello, The Pogues, Tom Waits, O' Death, Seasick Steve, en (oude) Nick Cave schemerden door in zijn 'zeemansliederen' of zoals hij ze treffend omschreef 'happy songs about death'. Toch was er sprake van een redelijk eigen geluid, daarvoor waren zijn songs krachtig en persoonlijk genoeg. Tijdens "While the sky crashes down" verdeelde hij de aanwezigen in twee groepen: de ‘violins’ en de ‘trombones’ en liet hij hen uit volle borst meezingen. Ook liet hij hen enkele rondjes draaien rond hun eigen as, hiermee zorgde hij voor een uitbundig en gezellig sfeertje en bewees hij een rasentertainer te zijn. Een opzwepend en dampend concertje van deze piraat, die net van het ‘Festival l’Accordeon’ kwam te Roubaix.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

The Godfathers

The Godfathers, strak in het pak en in de rock’n’roll

Geschreven door

Het moet niet altijd bij de groten zijn dat de reünies het mooie weer maken. Ook de minder bekende bands komen graag nog eens bijeen, en hier heeft het veel meer met speelplezier te maken dan met het grote geld, want het valt maar zeer te betwijfelen of een band als The Godfathers rijk zal worden met deze herrijzenis. De opkomst in Gent was trouwens ook heel bescheiden maar het waren wel echte fans die naar de Handelsbeurs waren afgezakt.
De meest succesvolle periode van deze band situeerde zich ronde eind jaren tachtig met drie kleppers van platen als ‘Hit by hit’, ‘Birth school work death’ en ‘More songs about love and hate’, daarna maakten ze nog een tweetal mindere platen en een live album en dan was het liedje al uit.

De set van deze avond was helemaal gevuld met songs uit deze drie eerste albums en het was om van te smullen. Net als hun songs zaten de bandleden strak in het pak. Het deed verschrikkelijk deugd om die knallende songs van weleer nog even levendig en puntig voor de dag te zien komen. Er werd al meteen begonnen met het prijsbeest “Birth school work death”, zo van ‘dit hebben we gehad, laat ons nu maar bewijzen dat de rest van de songs evenveel knallen als deze oerklassieker’. En dat was ook zo, er zat geen sleet op de formule, de songs kwamen krachtig op ons af, de psychedelische uitstapjes “Strangest Boy”, “When am I coming down” en “Those days are over” tussen de krachtige punky stroomstoten “Obsession”, “She gives me love” en “Cause I said so” en rockers als “STB”, “Can’t leave her alone” en de geweldige ode aan de Johnny Cash “Walking talking Johnny Cash blues”, hier bijzonder fel gespeeld. Een wervelend “Cold Turkey” was de uitzinnige afsluiter van een voortreffelijk optreden van deze immer sympathieke Britten.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Various Artists

Elliott Smith Tribute Show: een ‘Nice Try’ van de artiesten

Geschreven door

Elliott Smith - Steven Paul Smith – geboren 6 aug 1969, gestorven 21 oktober 2003 in Californië. Deze Amerikaanse singer/songwriter viel op met de singles “Miss Misery” (uit de film ‘Good Will Hunting’) en “Waltz 2”. Medio de jaren ’90 bracht hij puik platenwerk uit met ‘Either/Or’, ‘X/O’ en ‘Figure 8’. Z’n muzikale stijl: weemoedige songs met een ’60’s gehalte die subtiel gearrangeerd zijn met full band of intiem, pakkend klinken door gitaar en z’n dromerige, warme stem. Maar vijf jaar terug maakte hij een eind aan zijn leven.
Tim Vanhamel, artist in residence’ in de Trix dit jaar, fungeerde als ‘host’ voor een hommage aan Elliott Smith. Naast de songs die hij met z’n band bracht, had hij enkele vrienden - muzikanten (Pascal Deweze, Bert Ostyn , Elkie Vanstiphout en Yannick van Pornbloopers) uit Antwerpen en Gent uitgenodigd om een ode te brengen aan het oeuvre van Smith.
Het was alvast geen makkelijke klus om het sentiment en de gedachtekronkels van deze kwetsbare songwriter voor de fans te spelen. Een ‘nice try’ was de conclusie van de avond, niet meer dan dat.
Vóór de start zagen we eerst een korte documentaire, ‘a day in the life of’ Elliott Smith. We zagen Vanhamel & artists een goed aan uur aan het werk. De artiesten hadden zich duidelijk verdiept in Smith’s werk en probeerden de juiste stemming van het intens gevoelige gitaarspel en mans emotievolle stem zo sterk mogelijk te benaderen. Ze speelden een afwisselende, gevarieerde set van poprock en sober ingehouden materiaal.
De solomomenten van Pascal Deweze en Bert Ostyn creëerden de beste sfeer, met songs als “Angel in the snow” en “Needle in the hay”. Deweze speelde zelfs een eigen compositie om Smith’s dwarrelende leefwereld te weerspiegelen, wat een intense spanningsboog verwezenlijkte tussen artiest en publiek. Yannick van Pornbloopers ondernam een moedige poging om “Stupidity tries” en “Baby Britain” (twee ingenieuze nummers van opbouw en intensiteit!) te spelen.
Tim stopte met z’n band “Sweet Adeline”, “Bottle up & explode” en “Amity” in een krachtiger en strakker jasje: Maar Tim is spijtig genoeg niet de beste zanger; z’n stem was soms te onvast om composities als “Waltz 2”, “Between the bars” en “No name” te kunnen dragen. Op z’n gitaar kon hij er een eigen swing aan geven.

Maar de passie voor muziek van deze bekende artiesten aan het adres van Elliott Smith leverde de ‘tribute show’ een verdiende pluim op!

Organisatie: Trix, Antwerpen

Oceans Of Sadness

The Arrogance Of Ignorance

Geschreven door

Het gebeurt heel zelden dat er in België een album wordt uitgebracht dat origineel en dan nog eens supergoed is ook. Zo’n momenten moeten we koesteren. Want Oceans Of Sadness, die al jaren aan de top van de Belgische Metalscene staat, heeft onlangs zo’n album uitgebracht. Dit met de titel ‘The Arrogance Of Ignorance’. Eenzijdige zielen hoeven al niet verder te lezen, want dit is een album met inhoud en diepgang.
Opener “Roulette” maakt ons meteen al duidelijk dat dit geen basic Metalplaat is. Na een jazz organ intro gaan we over van rust naar… tjah, Metal natuurlijk! Naast de gebruikelijke tempowisselingen krijgen we ook weer voldoende meezingelementen. ”Self-Fulfilling Prophecy” is zo’n nummer dat wat moet groeien. Maar na enkele luisterbeurten weet het me toch vast te grijpen met o.a. het refrein en enkele experimentele riffs die hand in hand gaan met het keyboard. “Subconscious” kan door gaan als de ‘single’ van het album(moest die er geweest zijn). Deze blijft lekker hangen. Ook hier krijgen we de eerste guest appearance op dit album, namelijk die van Annlouice Loegdlund, wiens passage voor een leuke aanvulling zorgt. Haar tweede zangstuk doet me zelf wat denken aan het oude werk van Nightwish.
”Some Things Seem So Easy” is een nummer van een heel ander kaliber. Dit is het meest complexe en afwisselende nummer van de plaat, wat toch al iets wil zeggen. Het is een sfeervolle reis doorheen zacht en hard, agressie en emotie. En zanger Tijs Vanneste bewijst dat hij het lang niet slecht zou doen als zanger van een Black Sabbath/Ozzy Osbourne coverband. Dit kan gerust tot één van de beste Oceans Of Sadness nummers gerekend worden. “The Weakest Link” is dan weer voor het grootste deel lekker up-tempo en tot mijn verbazing zitten er enkele polka invloeden in. Maar verwacht daarom nog geen Finntroll toestanden. Het is en blijft Oceans Of Sadness, dat doorheen de jaren toch een eigen sound en stijl heeft weten te verwerven. ”Between The Lines” start met een riff die me wat doet denken aan een nummer op Therion’s laatste album, “Gothic Kabbalah”. Ook komen er enkele Oosters klinkende lead guitar stukjes voorbij de revue. Volgende nummer is “In The End”. Wat een riff! Dit is gewoon een catchy nummer dat ook een gastbijdrage bevat van niemand minder dan Johan Liiva. Met “From Then On” komen we aan bij het zwakste, euh… ik bedoel minst goede nummer van de plaat. Allemaal wel heel sfeervol en zo, maar dit nummer is toch wat minder als je het vergelijkt met de andere nummers. Maar misschien is dit gewoon een nummer dat nog wat langer moet rijpen. “Failure” is een heavy nummer met o.a. roepkoorzang(ik weet niet hoe ik dit anders moet beschrijven) en een gezonde dosis Oceans Of Sadness om ons nog eens duidelijk te maken dat dit album gerust in de cd-speler mag blijven zitten. Helaas zijn we met “Hope” aan het einde gekomen van deze trektocht door het muzikale kunnen van Oceans Of Sadness. Een sfeervol pianostukje dat ideaal is als outtro vertelt ons dat het tijd is om weer naar nr. 1 te gaan.
Is er dan werkelijk geen punt van kritiek te bespeuren op dit album? Ik ben van mening dat dit hier niet het geval is. Met ‘Arrogance Of Ignorance’ heeft Oceans Of Sadness werkelijk zijn hoogtepunt bereikt. Het is in ieder geval al uitkijken naar de volgende plaat, laat ons hopen dat dit hoge niveau behouden zal blijven…

Pagina 454 van 482