logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten 2025 Arsenal, nieuw album ‘okan okunkun’, Vooruit, Gent op 1 + 2 december 2025 NAFT, Pomrad, Vooruit, Gent op 4 december 2025 Equal Idiots, Spare kid, Club Wintercircus, Gent op 4 december 2025 Promis3 Clubsuit 360 rave, Club…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (14940 Items)

Metallica

Death Magnetic

Geschreven door

Ik wil deze review niet zo cliché beginnen met bv. woorden als “Na bijna twintig jaar…” en blablabla over ‘St. Anger’. Eigenlijk is een review over het meest besproken album van het jaar wat overbodig, want de meningen over deze plaat zullen ongetwijfeld heel verdeeld zijn. Maar ja, hier is hij toch!
Is Metallica er in geslaagd weer een lekkere Metalplaat op te nemen? Ja!
Is St. Anger vergeven en vergeten na het beluisteren van deze cd? Jazeker!
Is dit een tweede ‘Master Of Puppets’ of ‘Ride The Lightning’? Nee.
Ondanks het feit dat het er soms weer lekker thrashy aan toe gaat en enkele elementen uit de eighties om de hoek komen kijken, is Metallica er in geslaagd iets nieuws te creëren in plaats van een kloon te maken van één van hun oudere werkjes. ‘Death Magnetic’ is een heel gevarieerde plaat geworden met voldoende afwisseling tussen thrashy riffs, ’90 era riffs en zelf soms eens een riff die niet misstaan zou hebben op ‘St. Anger’, wat zeker geen minpunt is natuurlijk.
Deze langverwachte plaat begint strak met het thrashy “That Was Just Your Life”, gewoon een lekker nummer in de stijl van nummers als “Battery” en “Blackened”. Zelf de zang van Hetfield doet terug wat denken aan …And ‘Justice For All’. En we zijn natuurlijk heel blij dat de harmonic passages en old skool solo’s terug zijn, wat toch wel een sterk gemis was op de vorige platen. “The End Of The Line” start met de riff die we al kenden van “The New Song”. Hier komt soms al eens een riff langs die nieuw is voor Metallica. Het enige minpunt aan dit nummer is de cleane passage, dat toch wel onpassend overkomt mijns inziens.
Met “Broken, Beat And Scarred” gaat Metallica dan weer een totaal andere kant op dan we van ze gewend zijn, maar het klinkt allemaal heel leuk en dynamisch. Dit wordt een klassieker.
”The Day That Never Comes” was de eerste single van dit album en dat wat denken aan een moderne versie van “One”. Het begint als een ballad in de stijl van “Fade To Black” en “Welcome Home (Sanitarium)”, maar gaat verder in een chaos van riffs waar je toch wel even aan moet wennen.
”All Nightmare Long” is één van mijn favorieten van het album, dat zeker live veel succes zal kennen. Dit nummer heeft gewoon alles. Lekkere riffs, een bijzonder catchy refrein, de nodige solo’s en een hoog verslavingsgehalte(wat op heel dit album van toepassing is eigenlijk).
”Cyanide” was het eerste nummer dat we te horen kregen van ‘Death Magnetic’, maar dan in een live versie. Toen leek dit nummer een topper, maar nu je het op het album hoort tussen de andere songs klinkt het een beetje als het zwakke broertje. Wel enkele lekkere riffs en een solo om u tegen te zeggen, maar de volmaaktheid van nummers als “All Nightmare Long” ontbreekt.
”The Unforgiven III” is een nummer dat ongetwijfeld voor veel reacties zal zorgen. Na een piano- en trompetintro krijgen we een nummer voorgeschoteld dat niet misstaan zou hebben op ‘Reload’, maar dan als het nummer dat net te goed was om op het album te mogen staan. Want ik vind dit een klassenummer, vooral de overgang naar de solo en de solo zelf zijn zoals ik het graag heb.
Dan is het tijd voor alweer een knaller, getiteld “The Judas Kiss”. Heavy riffs, een killer refrein en de langste solo die op heel dit album te vinden is. Heerlijk!
Met “Suicide And Redemption” hebben we er een instrumentaaltje, maar het lijkt eerder op een opgenomen jamsessie. Zelf na meerdere luisterbeurten weet dit nummer me maar niet te boeien en het kan in de verste verte niet tippen aan een “Call Of The Ktulu” of een “Orion”. Het is duidelijk dat Cliff Burton zorgde voor dat speciale element in de instrumentale nummers van Metallica. Daar kunnen we gewoon niet onderuit. En tenslotte zijn we aangekomen bij “My Apocalypse”, wat het laatste nummer van dit album is. Zelf de grootste Metallica basher moet toegeven dat weer pure klasse is!
Metallica is duidelijk terug Thrash met dit nummer, en James Hetfield klinkt soms zelf als Tom Arraya van Slayer. Kortom, een waardige afsluiter voor een album van topformaat. Metallica heeft de weg naar de Metal terug gevonden, misschien kunnen we over een goeie vijf jaar wel een album verwachten dat nóg beter is en het oude werk nóg dichter benadert. Maar een album met dezelfde kwaliteit als ‘Death Magnetic’ zou ook al heel goed zijn voor mij.

Lambchop

Oh (Ohio)

Geschreven door

Nashville’s most fxx –up country band Lambchop, onder zanger/gitarist en componist Kurt Wagner is al 15 jaar bezig en al toe aan hun tiende plaat. Wagner heeft zich met z’n Lambchop een eigen unieke weg geplaveid binnen de alt.country/americana. Slowmotionmusic en elegante haardvuursongs, die goed zijn, maar een beetje teveel van hetzelfde zijn, en dus niet meer écht verrassen. Een sfeervol, melancholisch, dromerig, somber geluid van rustig voortkabbelend materiaal, waarbij de vroegere soul en jazzy invloeden op het achterplan zijn en  Wagner er lappen tekst tegen aan gooit. In deze muzikale wereld is en blijft Lambchop koning!
Elf songs die soms markante songtitels hebben (o.a “National talk like a pirate day” en “Sharing a gibson with Martin Luther King, Jr”), maar die zich spijtig genoeg niet meer onderscheiden.

O’Death

Broken hymns, limbs and skin

Geschreven door

Het New Yorkse kwintet O’ Death kwam vorig jaar in de belangstelling met hun tweede cd ‘Head home’. Ze geven op hun opvallende crossover van rauw rammelende rock’n’roll, country, punk en folk er nog ne ferme lap bij!
De songs worden in een moordend tempo gespeeld; het lijken we zeemansliederen, waarbij het krachtige gitaargetokkel op de banjo, de zwierige vioolpartijen en de opzwepende strakke drums je huiskamer ombouwen tot een party zaal. Ze staan bol van verrassende wendingen en gaan van een gematigd tot een meer uptempo aanpak. Een paar songs minderen vaart en hebben eerder een broeierige opbouw.
Heerlijke muziek van een band die zich ergens tussen The Pogues en Kaizers Orchestra bevindt. Een verdiende wild card voor de dranktent te Dranouter!

Stereolab

Chemical Cords

Geschreven door

Het Britse Stereolab brengt al 15 jaar lang een vertrouwde psychedelische poptrip, onder de onderkoelde zang van Laetita Sadier. Sadier blijft een productief beestje, want de naast de band is ze nog bezig met een eigen project Monade.
We horen doorsnee dromerig, repetitief opbouwende songs bepaald door elektronica, piano, bleeps en strijkerpartijen, een zweverige zang en “Oohaahs” in de backing vocals, zoals op “Neon beanbag”, “One finger symphony”, “Self portrait with electric brain” en “Daisy click clack”. Een aangenaam tussendoortje is het instrumentaal krachtige “Pop molecule”. En op “Valley hi!” en “Silver sands” heeft een poppy geluid de bovenhand. De elektronica soundscapes en de in het Franse gezongen nummers van Sadier dompelen ons onder in een typisch ‘50’s Franse film sfeertje.
Binnen de indie/popelektronica weet deze band door de jaren nog steeds varianten aan te brengen, waardoor Stereolab z’n aanstekelijk fris karakter behoudt.

Heather Nova

Onthaasten met Heather Nova

Geschreven door

Wanneer Heather Nova het exotische Bermuda inruilt voor het sombere Brussel willen we daar maar al te graag bij zijn. Gedurende twee jaar was ze ‘Lost’ ergens in de Atlantische Oceaan. Naar eigen zeggen om de kippen te voeren en haar inmiddels vierjarig zoontje Sebastian op te voeden. Ondertussen werkte Heather ook aan een nieuw album, dat de titel ‘The Jasmine Flower’ meekreeg. Om dit zevende studioalbum te promoten stond Heather Nova op de bühne van een uitverkochte Ancienne Belgique.

Support-act van dienst was de alternatieve indie rockband Scarce. Zelden heb ik zo’n misplaatst voorprogramma gezien. Velen namen de vlucht tot de bar want het half uurtje Scarce was dan ook een echte beproeving. Dit potsierlijke trio bakte er totaal niets van. Slechte songs en een ‘f**k off’ podiumattitude die nergens op leek. Enkel met de knotsgekke podiumbewegingen van bassite Joyce Raskin konden we ons nog aardig amuseren.

Het was dan ook een echte bevrijding toen Heather Nova even na negenen het podium op kwam enkel met een akoestische gitaar. Opener “Ride” uit het nieuwe album werd meteen één van de hoogtepunten van de avond. Melancholisch, ingetogen….Heather Nova op haar best. Zelfs vanuit de verte zag ze er adembenemend uit in een strak wit geborduurd bloemenkleedje…en ja hoor die kristalheldere engelenstem heeft ze nog steeds.
De band kwam op het podium en een stuwende versie van “Heart And Shoulder” werd ingezet. Nova’s begeleidingsband was trouwens in topvorm. Vooral het geniale drumspel van Geoff Dugmore en het wat vreemde, subtiele gitaarspel van gitariste Berit Fridahl waren bij momenten groots. Een volgend hoogtepunt was “Motherland” dat werd opgedragen aan alle moeders in de zaal. Ook het doorbraakalbum ‘Oyster’ kwam ruim aan bod. Het bovenaardse “Heal” en het poppy “Walk This World” werden gepassioneerd opgevoerd.
Tijdens “Fool For You” uit ‘Storm’ nam Heather plaats achter de piano. Alweer een erg intens, emotievol moment.
Halverwege de set bracht Heather twee akoestische songs uit haar nieuwe album. “Beautiful Storm” & “Maybe Tomorrow” staan op het nieuwe ‘The Jasmine Flower’, een album dat voorlopig in België enkel digitaal te downloaden is.
De hit “Someone New” die ontstond door een samenwerking met de Zweedse indiepop band Eskobar stond ook op de setlist. Al is de versie van Heather Nova eerder flauw en te ongeïnspireerd. Zorgde wel voor kippenvel was een ontketende versie van Nova’s allerbeste song, “Island”. Verbazingwekkend loopzuiver gezongen. “Winter Blue”, waarin flarden zaten van Don Henley’s “Boys Of Summer” sloot de mooie evenwichtige live set af. Heather Nova kwam onder luid applaus nog eenmaal terug en nam met een rockende versie van “Renegade” definitief afscheid van Brussel. Een song die ze eerder opnam met Electronic Dance DJ André Tanneberger (ATB).

Heather Nova live kan men gerust weinig verrassend, noch vernieuwend noemen. Wel is Heather Nova nog steeds in staat om ons even uit dit jachtige leven te ontvoeren…naar een wereld vol muzikale schoonheid en eenvoud. La Nova blijft een bewonderswaardige dame waarvoor mijn adoratie onvoorwaardelijk blijft!

Setlist: *Ride *Heart And Shoulder *Blood Of Me *Motherland *All I Need *Not Only Human *Heal *Walk This World *Fool For You *Redbird *Beautiful Storm *Maybe Tomorrow *Someone New *I Wanna Be Your Light *London Rain *Island *Like Lovers Do *Winter Blue *Paper Cup *Renegade

Organisatie: Live Nation

Juana Molina

Juana Molina bracht ons van ons STUK

Geschreven door

Gareth Dickson mocht de spits afbijten in een dan nog grotendeels lege Soetezaal. Zijn intimistische set kon ons maar matig bekoren. Enkele extra gitaarlessen zouden van pas kunnen komen om later wat meer indruk te kunnen maken. Na een drietal steriele songs wou hij ons middels ‘a Celtic tune’ voorzichtig aanmanen tot één of andere collectieve vreugdedans, het verhoopte effect bleef echter uit want de toeschouwers bleven roerloos in hun (trouwens heel comfortabele) zetels zitten. Onze harde conclusie is dus dat de set van Gareth Dickson niet overtuigend was. Wakker hoeft de best sympathieke man daar echter niet van te liggen want - zoals zijn slotnummer luidde - “It’s all nothing”. (Of om het vrij vertaald te zeggen:”Het is allemaal niks, jongske”.)

Een kwartiertje later slaagde Juana Molina er in om ons wel meteen op het puntje van onze stoel te krijgen. De Argentijnse stak namelijk van wal met het titelnummer van haar laatste CD “Un dia”. Geruggesteund door een bassist en een drummer slaagde ze erin om met dit opzwepende lied duidelijk te maken waaraan we ons mochten verwachten. Molina bediende zich volop van haar synthesizer, stem, gitaar en pedalen om middels multitracking ‘loops’ in gang te steken die toelaten om een enorme zuiverheid en kracht te verlenen aan de vaak repetitieve muziek. Ook de twee daaropvolgende nummers waren afkomstig van haar jongste worp waarbij opnieuw opviel dat de tekstpassages het onderspit moesten delven tegen de klanknabootsingen die haar muziek - net dankzij de loskoppeling van één specifieke spreektaal - een universele verstaanbaarheid gaven.
Juana Molina blijkt door de jaren (en haar 5 soloplaten) heen geëvolueerd van een eerder traditionele singer-songwriter naar een vernieuwende artieste, die vrijuit experimenteert met de geluidsmogelijkheden die de elektronica biedt. De nadruk kwam dus almaar meer op de klank te liggen en het stond buiten kijf dat ze deze evolutie aankon. De enkele nummers die ze solo bracht beklemtoonden trouwens dat haar (op zichzelf verdienstelijke) band eigenlijk een overbodige rol vervulde.
Zelf zijn wij niet echt vertrouwd met ’s vrouws oeuvre, noch met de Spaanse taal, dus we gaan ons deze keer niet wagen aan een opsomming van de vele titels die de revue passeerden. Kenners vertelden ons dat ze slechts één ouder nummer bracht en voor het overige putte uit haar recentste albums (‘Son’ en ‘Un dia’).

Het reeds vermelde repetitieve karakter van haar muziek wordt nooit enerverend dankzij het feit dat elk nummer op zichzelf uit een ander vaatje tapte: één enkele keer hoorden we tribale ritmes waartussen schelle synthesizerklanken geweven werden, een andere keer werd het erg ‘groovy’, nu en dan hoorden we een flard “Head hunters” van Herbie Hancock voorbij waaien, één nummer werd gelardeerd met stomende beats en op het laatste meenden we zelfs heel even dat onze eigenste Stijn de knoppen bediende (waarbij Juana echter veel franjelozer op het podium staat dan showbeest Stijn).

Wie dit leest, zal beseffen dat het geheel soms desoriënterend dreigde te worden, maar de aanwezigen die bereid waren tot overgave en zich lieten meeslepen door de maalstroom van klanken, verlieten het STUK met “een smile van Leuven tot in Buenos Aires”. De fysiek frêle Molina stond stevig haar mannetje op het podium, het was een voorrecht om haar van kop tot teen te kunnen aanschouwen want vooral haar voetenspel was vaak fenomenaal. Het zou ons dus niet verwonderen indien ze in haar jonge jaren een balletje trapte met landgenoot Maradonna.

De bisronde werd ingeleid door een ingestudeerd nummertje: met behulp van 1 tafel en 3 plastic bekertjes bracht ze met de band een door ritmisch geklap ondersteund intermezzo dat even origineel als onbenullig was. We durven vermoeden dat hier één of andere weddenschap aan verbonden was (”wedden dat jullie het niet durven om….?”).
Haar half verlegen, half verontschuldigend lachje achteraf maakte immers duidelijk dat we niet al te veel belang moesten hechten aan dit “folieke”. Het publiek zag er echter geen graten in want de enkeling die gedurende het optreden meermaals de moed had om tijdens de liedjes zelf mee te klappen, kreeg na afloop van elk nummer telkens gezelschap van de hele zaal. Die dappere klapper was terecht verbaasd over het feit dat zijn voorbeeld niet massaal werd opgevolgd want af en toe was het inderdaad onmogelijk om de ledematen stil te houden tijdens het overweldigende concert. Het feit dat we nauwelijks bewogen, betekent echter allerminst dat we onbewogen bleven. Of, om het wat toepasselijker uit te drukken: Juana Molina heeft ons in Leuven gewoonweg van ons STUK gebracht. We twijfelen er niet aan dat ze daags nadien ook de Antwerpenaren van hun Arenberg gebracht heeft, als je begrijpt wat we bedoelen…

Organisatie: STUK, Leuven

The Musical Box

The Musical Box Performs Genesis – ‘A Trick Of The Tail’ Tour: Legaal en met

Geschreven door

In 1974 bracht Genesis het dubbelalbum ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ uit. Deze conceptplaat in de ware zin van het woord mag algemeen beschouwd worden als een hoogtepunt in de progressieve rockgeschiedenis maar de keerzijde ervan was dat dit muzikaal knappe werkstuk meteen de aanleiding vormde voor het vertrek van frontzanger Peter Gabriel en daarmee een tijdperk binnen de groep moest worden afgesloten.
Over het waarom en hoe Peter Gabriel het besluit nam om het jaar nadien Genesis te verlaten en zijn weg solo verder te zetten, is al voldoende geschreven maar aan de directe basis lagen onder meer de moeilijke zwangerschap van zijn vrouw en de geboorte van hun eerste kind, het feit dat Gabriel minder en minder compromissen wou sluiten met de andere groepsleden en hij toe was aan het verkennen van nieuwe horizonten, zoals onder meer het laten verfilmen van het verhaal van ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ (een project dat trouwens nooit werd gerealiseerd). Gabriel werkte uit loyaliteit weliswaar nog de 102 shows van de met het album gepaard gaande tournee af, maar daarna zei hij de band vastberaden vaarwel.
Omdat Gabriel niet alleen de zanger maar door zijn excentrieke look eigenlijk ook het boegbeeld van de band was, lag op ieders lippen de vraag hoe de band hierop zou reageren en of Genesis nog wel een commerciële maar vooral ook een artistieke toekomst had. Even werd overwogen om als instrumentale groep verder te gaan maar uiteindelijk werd besloten dat de vocalen voortaan voor rekening zouden komen van de drummer, zijnde Phil Collins. Niet dat deze stond te springen om de plaats van Gabriel in te nemen, maar na tal van mislukte audities bleek hij gewoon de beste oplossing te zijn.
Er werd niet getalmd en tegen eind van hetzelfde jaar 1975 werd nog een nieuwe plaat, ‘A Trick Of The Tail’ afgewerkt. Ondanks de vele twijfels betekende het 7de studioalbum van de band een schot in de roos. De plaat verkocht niet alleen dubbel zoveel als haar voorgangers, ze werd ook nog eens erg goed ontvangen door de critici. Ook de bijhorende tournee (1976) kon de fans bekoren.

Jammer genoeg voor het Belgische publiek deed Genesis daarbij indertijd ons land niet aan maar hierin is 32 jaar later verandering in gekomen. Afgelopen weekend werd namelijk de show tweemaal in België opgevoerd, op zaterdag in Luik en de avond nadien ook in Brussel. Niet door Genesis zelf voor alle duidelijkheid, maar wel door het in Canada opgerichte The Musical Box (inderdaad, genaamd naar de gelijknamige track uit het album ‘Selling England By The Pound’).

Sinds 1993 legt deze groep zich toe op het uitvoeren van de shows die Genesis tijdens het Peter Gabriel tijdperk opvoerde. Hen daarbij een gewone tributeband noemen, zou te simplistisch uitgedrukt zijn, temeer daar The Musical Box zo gedetailleerd te werk gaat dat niet alleen de nummers vlekkeloos nagespeeld worden maar ook de kostuums, de decorstukken, de belichting en zelfs iedere beweging en bindtekst een perfecte en vlekkeloze kopie is van wat de echte Genesis tientallen jaren terug op de planken brachten. Daarbij kan zelfs gerekend worden op de volledige steun en medewerking van Genesis zelf, in die mate dat The Musical Box als enige een beroep mag doen op originele stukken uit het archief van de groep. Tot welk prachtig resultaat dit kan leiden, heeft ondergetekende nog eind vorig jaar mogen ondervinden toen The Musical Box de zogenaamde Black Show van de ‘Selling England By The Pound’ tournee kwam naspelen.
Sinds dit jaar heeft de groep een nieuwe uitdaging aangegaan door voor het eerst in haar bestaan ook een show na te spelen van het Phil Collins tijdperk. De keuze viel daarbij dus op - de chronologie in acht nemend - de ‘A Trick Of The Tail’ tour.
En opnieuw werd er op hoog niveau gemusiceerd. David Myers (Tony Banks), keyboards, mellotron en 12-string gitaar; François Gagnon (Steve Hackett), 6- en 12-string gitaar; Gregg Bendian (Bill Bruford, ex-Yes en King Crimson), drums en percussie; Sébastien Lamothe (Mike Rutherford), bass (pedals) en 12-string gitaar en Denis Gagné (tijdens de tournee afgewisseld door Marc Laflamme voor de drumpartijen) (Phil Collins), zang, tamboerijn en percussie, brachten de nummers alsof de ware Genesis aanwezig was en bezorgden de fans een opwindende trip naar het verleden.
Qua setlist vanzelfsprekend geen verrassingen omdat ook deze integraal gevolgd werd. Bijgevolg werd er aangevat met het openingsnummer van het album ‘A Trick Of The Tail’, “Dance On A Volcano”, om nagenoeg exact twee uur later af te sluiten met “It” dat verweven werd met een instrumentale versie van “Watcher Of The Skies”.
Er waren af en toe wel wat verkleedpartijen en er werden projecties getoond (zoals onder meer tijdens “Robbery, Assault & Battery” waar in de clip de originele leden van Genesis een rol vertolken), er was een tapdansende Phil Collins (Denis Gagné) tijdens het bij Led Zeppelin aanleunende “Squonk”, maar algemeen bekeken is deze tournee natuurlijk minder theatraal en visueel dan de vorige. Wel vielen deze keer de groene laserstralen (zelfs letterlijk) in het oog tijdens het meer dan twintig minuten lange “Supper’s Ready” (uit ‘Voxtrot’). De lasers verwezen niet alleen nog maar eens naar de meer mysterieuze voorstellingen tijdens de periode met Peter Gabriel, het betrof indertijd zelfs de eerste lasershow ooit door een rockgroep gebracht tijdens een concert.
Nummers die verder in het bijzonder te vermelden zijn, waren onder meer het prachtige “Entangled”, voorzien van mooie harmonieën en zacht door François Gagnon en David Myers bespeelde 12-string akoestische gitaren om uiteindelijk door de mellotron van Myers tot een bombastische finale te leiden, “Firth Of Fifth” en het verhalende “The Cinema Show” (allebei uit ‘Selling England By The Pound’), alsook natuurlijk het instrumentale “Los Endos” dat altijd een live favoriet is gebleven in de geschiedenis van Genesis en dat – zoals “The Cinema Show”– gekenmerkt werd  door een dubbele drumpartij.
De zang van Denis Gagné was bij momenten (nog) iets teveel Gabriel gericht (en dat zou dus niet de bedoeling mogen zijn) maar feit is dat The Musical Box er nog steeds met bravoure in slaagt om het publiek de shows die Genesis indertijd bracht, te laten (her)beleven.

Wat het volgende project behelst, wist zelfs de groep nog niet te vertellen maar ze gaven zijdelings wel te kennen zin te hebben om nog eens opnieuw de tournee van ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ te brengen. Mocht dit inderdaad het geval zijn, dan herhaal ik gewoonweg de tip van vorig jaar. Aan wie houdt van Genesis en/of liefhebber is van progressieve en symfonische rock, kan The Musical Box en het spektakelstuk dat ze brengen, sterk aanbevolen worden.

Setlist: Dance On A Volcano, The Lamb Lies Down On Broadway, Fly On A Windshield, The Carpet Crawlers, The Cinema Show, Robbery, Assault & Battery, White Mountain, Firth Of Fifth, Entangled, Squonk, Supper's Ready, I Know What I Like (In Your Wardrobe), Los Endos, It / Watcher Of The Skies

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Riffs’n’Bips Festival 2008: vijfde editie van deze aangename mix van electro en rock

Geschreven door

De organisatoren van het Riffs’nBips Festival te Mons waren aan hun vijfde editie toe van deze gezellige happening in de Lotto Expo met een evenwichtige mix van rock en electro. Volgende bands passeerden al de revue: Vive La Fête, BRMC, Millionaire, Black Strobe, Magnus, Daan, The Young Gods en Agoria. Line up dit jaar: The Von Durden Party Project, Starving, White Rose Movement, Nada Surf, Arid, Cali, Front 242 en Dr Lektroluv. Een fijne, afwisselende affiche en een succesvolle formule, die 6000 belangstellenden lokte…bijna 3000 meer dan vorig jaar. Een groots succes.

Als aanzet naar de ‘grotere’ namen, werd de namiddag aangevat met The Von Durden Party Project, een beloftevol bandje die met de plaat ‘Death Discotheque’ een energieke, bedreven melodieuze rocksound spelen, ergens tussen Subways, Franz Ferdinand en Arctic Monkeys. Trouwens, om de hoek schuilde de Britpop van Blur. Kwalitatief songmateriaal van een groep die op zoek is naar een eigen identiteit.

Het andere Waalse bandje Starving, uit de eigen streek trouwens, liet de ‘80’s wave over zich heen waaien in hun melodieus traag slepende rocksongs. In de spotlights stond de zangeres Claudia die zich als een jongere Jo Lemaire of Alison Shaw (The Cranes) onderscheidde met haar hemelse vocals.

Ook het Britse White Rose Movement liet zich inspireren door de ‘80’s synthirock van The Human League, Depeche Mode en New Order, en de dreigende sounds van The Cure, Bauhaus, Killing Joke en Joy Division. Een aanstekelijke sound met een pompend beatje.

Het sympathieke New Yorkse Nada Surf, onder zanger /componist Matthew Caws, is erg populair bij onze Waalse vrienden. Hun ‘alternative emotional vier minuten collegerock’ was net als het Gentse Arid een aangename verfrissing binnen die electrowave. Spijtig genoeg wordt de band te pas en te onpas gelinkt aan hun wereldhitje “Popular”, die ze vrij vroeg in hun set speelden. We hoorden een gevarieerde set van gitaarrock ‘met ballen’, droom’bubblegum’pop en liefdesliedjes. Snedig, hapklaar en meezingbaar! Van het sfeervolle “Inside of love”, “Always love” en “Weightless” naar de groovende rockers “Hi-Speed soul” en “Fuck it”. Caws babbelde in het Frans alsof het een koud kunstje was, wat sterk werd geapprecieerd.

En Arid kon die emotievolle rockaanpak van Nada Surf rustig verder zetten. Jasper en z’n crew zijn terug ‘alive & kicking’, na de solo uitstap van de zanger en diens langdurig herstel van toxoplasmose. Ze hebben de langverwachte opvolger klaar ‘All things come in waves’ na ‘All is quiet now’ (’02).
Na de stevige recente rockers “When it’s over” en “Tied to to the hand”, bekoorde het kwintet alvast de jonge meisjesharten met hun instant klassiekers “Too late tonight” en “Believer”. Ze speelden een stomende set, waarbij sommige broeierige nummers als “You are”, “Body of you “ en “Why do you run” ietwat krachtiger klonken. De vocals van Jasper mogen dan uniek hoog zijn, ze blijven beperkt, wat het geheel nerveus en vervelend maakt! Arid maakte een goede act de présence in Wallonië met hun romantische zieltjes pop!

De Franse zanger Bruno Cali, uit Perpignan met Catalaanse roots, is in Vlaanderen een nobele onbekende, maar de man is een echte rockster in Frankrijk en Wallonië. Franse aanstekelijke rock met een sectie blazers afgewisseld met enkele intieme songs. Cali was een podiumbeest en groots entertainer … een beetje onze Vlaamse Bart Peeters. Hij flirtte met stijlen, reeg medleys aan elkaar en toonde politiek engagement. Een hyperkineet! Muzikaal niet direct my cup of tea, maar respect voor deze ‘charme’zanger.

Topact van het vijfde Riffs’n’Bips Festival was het Brusselse Front 242, een invloedrijke en baanbrekende band (opgericht in ’81 btw!) binnen de huidige dance/electro/techno/industrial scene; de gedroomde closing act van de organisatie.
Hun electronic body music kon rekenen op een trouwe fanschare.Net als op FihP te Oudenaarde zagen we hen een uitgebalanceerde set spelen; een dynamisch kwartet die het publiek opzweepte en hen onderdompelde van het pompende “Take-one” en “Welcome to Paradise” naar de trance van “Moldavia”. En met songs als een “Religion” en “Headhunter” naar een schitterende finale afstevende. Vooraan slaagden die-hards erin om te pogoën als in hun oude dagen! Spijtig dat het na een klein uur al gepasseerd was en dat sommige klassiekers in de koelkast bleven.

De pulserende, monotone techno- en electrobeats van Dr. Lektroluv, -the man with the green mask -, in maatpak, wit hemd, strik, grote bril en koptelefoon (een hoorn van een oude telefoon!) in de hand, mochten op overtuigende wijze het feestje tot vroeg in de morgen besluiten.

Organisatie: Riffs’n’Bips, Mons

Motek

Met Motek een sfeervolle, ‘Duystere’ avond

Geschreven door

Er zit iets in het Vlaamse kraantjeswater dat talentvolle postrock en emo bandjes voortbrengt. De Cactus bracht vanavond een mooie selectie nieuwe talenten die aantoonden dat er iets aan het bewegen is en we wellicht van een Vlaamse underground scène kunnen spreken. Eat your heart out Holland!…HmmHmm …

Moses zijn een viertal uit Zedelgem, die al sinds 2004 bezig zijn en dit jaar een EP’tje uit hebben. (Check it out op http://www.myspace.com/thebandmoses). Ze hadden een aantal knap verlichte wereldbollen meegebracht en speelden hoofdzakelijk instrumentale, sfeervolle uitgesponnen nummers. Vooral naar het einde van de set hielden ze onze aandacht vast met epische, melodieuze songs. We raden ze aan in die richting door te gaan, omdat dit in het postrock genre de enige manier is om op te vallen tussen de vele Europese en Amerikaanse bands die door bands als Mogwai, Explosions in the Sky en andere beïnvloed zijn.

Penguins know why komen dan weer uit het Meetjesland, hebben een EP uit (verkrijgbaar aan de toog van Bilbo records), en tappen uit een heel ander vaatje. Hier kregen we geen postrock, maar noise en emo. De zanger vroeg bij de soundcheck of het luid genoeg stond, en daarna vlogen ze door de nummers van hun EP. Bij vlagen deden ze mij aan At-the-drive in denken, of aan Sonic Youth in hun meer punky nummers. Goe bezig!

Het was de tweede keer dat ik Motek kon zien dit jaar. In de MaZ kwamen ze sterker over dan deze zomer in de Wablief tent op Pukkelpop; de multimediale aanpak werkt gewoon beter in een concert zaal. Hoewel Motek duidelijk melodieuze postrock speelde, deden ze mij in hun aanpak nogal aan Tool denken: de interactie met het publiek is minimaal; en het zijn vooral de nummers en de visuals die het publiek naar een andere wereld voeren. Zo kregen we beelden van lichamen in een aquarium, die me sterk aan de op formol bewaarde mensenhaai van Damien Hirst deden denken. Hoogtepunten waren natuurlijk de single “Tryer” en het afsluitende “I am your son” van een eerdere EP, waarin Motek zijn duivels ontbond.

Playlist Motek: Swallow, Maybe, Combi collina, Epoxy, Ponderosa, Resist, Another seaman song, Immer blei, Tryer, Corvo, I am your son

Een sfeervol en geslaagd avondje Belgische Underground!

Organisatie: Cactus Club, Brugge

De Jeugd Van Tegenwoordig

Leuven, laat je hóóren

Geschreven door

Vieze Fur, P. Fabergé en Willie Wartaal …velen zullen het horen donderen in Keulen maar als ik “Watskeburt” uitspreek, dan rinkelt er een belletje! Met dat nummer uit hun debuutalbum ‘Parels voor de zwijnen’ uit 2005 stak De Jeugd Van Tegenwoordig meteen het vuur aan de lont. Ze zijn de smaakmaker bij de jongeren en zetten de toon voor een uur onvervalste, Hollandse ambiance. De jongeren zongen de refreinen luidkeels mee, hoe onverstaanbaar ze soms ook waren, en dansten het zweet van hun lijf op de clubbeats die de Neger des Heils, aka Majoor Vlosshart uit zijn synthesizer toverde.
Wat in 2005 leek af te steven op een ‘one hit wonder’ is nu drie jaar laten een hechte rapband geworden, die kan rekenen op een trouwe aanhang. Een uitverkocht bordje ging dan ook aan de deur van Het Depot.
Naast “Watskeburt” waren “Wopwopwop”, ”Kerk (wat werden hier bidhandjes gemaakt!)” en “Hollereer”, uit het recente ‘De machine’ hoogtepunten in dit uurtje fun. De drie MC’s porden aan tot handjeszwaaien, besprenkelden de eerste rijen fans met Red Bull, jutten hen op tot skydiven en prikkelden met de “Hollands Hoeren” bindtekst. Op het eind dook zelfs de 130kg van Willie Wartaal het publiek in.
Vunzige, sloganeske taal die wat achterhaald klinkt, maar net die ongedwongen eenvoud en de pretentieloze attitude sierde hen. Vier Hollandse lefgozers die zichzelf een weg banen tussen soul, hiphop, r&b en drum’n’bass, wist aan te slaan bij ‘de jeugd van tegenwoordig’, en zette Het Depot op z’n kop met hun praktisch onverstaanbare raps en simpele ‘beatjes’!

Het publiek werd opgewarmd dor de hits’n’beats van Mixfitz en met de DJ set van Willie Wartaal himself, de kers op de taart van een geslaagd avondje “Leuven, laat je hóóren…”.

Organisatie: Het Depot, Leuven

Steak Number Eight

Een avondje brute power met Pelican, Torche en Steak Number 8

STEAK NUMBER EIGHT: Toch ronduit verbijsterend dat zulke jonge snaken zo een verpletterende sound teweegbrengen. Volgens ons is het volkomen terecht dat die gasten Humo’s Rockrally hebben gewonnen, ook al hebben we dan de rest niet gehoord of gezien. En wat ons betreft hebben ze vanavond in Le Grand Mix ook de eerste prijs ‘simultaan headbangen’ weggekaapt, drummer inclusief. De muziek zouden we durven omschrijven als bulldozerrock met brains, dus geen hersenloze metal maar een fijne variant ervan, sommigen hebben het over post-metal (hardrock voor facteurs, denkt u dan, maar dat is het niet echt –sorry voor de flauwe woordspeling, ik kon het echt niet laten), het gaat vooral om brute power met af en toe een welkome adempauze. Ze teren echter niet op hun rockrally-succes en hebben ook een tweetal nieuwe nummers gebracht die je , ook niet als postboderocker,  meteen naar de strot grijpen. Onze Brent (zanger/gitarist) mocht gezellig zijn gitaar mishandelen en zoals gewoonlijk enkele snaren naar de filistijnen helpen.
Trouwens, onze steaks komen er vlotjes voor uit dat Isis, Godspeed en Mogwai hun grote voorbeelden zijn en dat is er duidelijk aan te horen, maar dat mag, want Isis en co zijn fantastisch en dit getuigt van een goede smaak. Verder hoorden wij ook flarden Karma To Burn en zelfs The Smashing Pumpkins in het heetst van hun dagen (era ‘Siamese dream’). Het blijft natuurlijk iets voor de liefhebbers van het genre want, maak u geen illusies, zowel Isis als Steak Number Eight zal u nooit of te nimmer op de radio horen, zelfs niet op Studio Brussel. U bestelt dan maar beter Steak Number Eight hun voortreffelijke debuutplaat via Myspace (een recensie kan u hier op uw gemak nog eens gerust nalezen op deze site). We zagen ook de heren van Torche en Pelican tijdens het concert goedkeurend knikken naar deze jonge West-Vlaamse kids van gemiddeld zestien. Een beter compliment kan het achtste biefstuk niet krijgen.

Ook TORCHE zal u niet gauw bespeuren op de radio. Dit viertal grossiert eveneens in een soort lome en zware metal maar houdt de songs vooral kort. Helmet, maar dan met gitaarsolo’s, daar moesten wij nu eens aan denken zie. Toch was deze set niet zo geslaagd als de laatste cd ‘Meanderthal’ deed vermoeden omdat de zang er maar heel flauwtjes doorkwam en het geheel een beetje te veel als een compleet dichtgeplamuurde brei klonk. De gitarist was de enige met lang haar, waarin hij dan weer overdreef, en speelde met de klassieke metal gitaarposes, zijn midlife crisis bevechtend. Maar slecht ? nee, dat hoort u ons niet zeggen.

PELICAN moest zich helemaal niks aantrekken van zangproblemen, omdat er in hun muziek gewoonweg niet gezongen wordt. De band klonk gelaagder, iets subtieler en vernuftiger dan hun twee voorgangers van vanavond, doch hard en zwaar was het alweer. Pelican is de Mogwai van de metal, als u zich daar ergens iets kan bij voorstellen. Wij vonden het allemaal bijzonder indrukwekkend en imposant, net als op hun laatste plaat ‘City of Echoes’. Pelican’s laatste song was een minutenlange formidabele bijtende gitaareruptie, gebaseerd op het eeuwenoude –nou ja- hippie-esk schemaatje in de E D A – akkoordjes, de perfecte apotheose van een geslaagde avond heavy rock. Geen voer voor facteurs.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Madonna

Hard Candy

Geschreven door

Ze mag dan al 50 zijn , ze slaagt er nog steeds in haar stempel te drukken binnen de hitparade met beminnelijke groovy popdance. De hitpotentie is hoog op het eerste deel van de cd: “My candy shop”, “4 minutes”, “Give it to me” en “Heartbeat”. Op vorige platen deed ze beroep op William Orbit, Mirwais en Stuart Price en kwam het pompend beatje, de discotune en de trance in de spotlight. Ze deed appèl voor deze plaat op The Neptunes, Timbaland en Justin Timberlake, wat ervoor zorgde dat haar eigentijds commerciële popdance (met computerbeats, synthi en basslines) beïnvloed werd door hiphop en r&b. Maar spijtig klinkt het tweede deel van de cd matig, gewoontjes tot zelfs inspiratieloos, waardoor de plaat zich niet kan onderscheiden van het vorige ‘Confessions on a dancefloor’.
’Hard Candy ‘ bevat een handvol sterke singles, waar ze er soms flink tegenaan gaat maar al gauw slaat de verveling toe …

Styrofoam

A thousand words

Geschreven door

Het Antwerpse Styrofoam liet z’n melancholisch indiepop verleden van bands als DCFC en The Notwist grotendeels achterwege. Enkel de titelsong en “Lil white boy” refereert nog aan vroeger. De nieuwe plaat ‘A thousand words’ bevat frisse, aanstekelijke, sprankelende en dromerige popsongs. De factor hitgevoeligheid is groot, want het zijn leuke, prettig in het gehoor liggende songs met een dansbaar beatje en meezingbare, fluitende refreinen. “Microscope”, “The other side of town” en “Bright red helmet” klinken prachtig.
Spil Arne Van Peteghem liet een pak artiesten meezingen op z’n songs: Jim Adkins van Jimmy Eat World ondersteunt “My next mistake”, en de dames Erica Driscol op “No happy endings” en Lili De La Mora op “No deliveries list” zorgen vocaal voor een push binnen de sfeervol ontspannende aanpak!
Enkel het afsluitende “Final offer” valt uit de toon door de ongepaste vocodervocals, maar verder niks dan lof voor deze speelse plaat

Shearwater

Rook

Geschreven door

Een interessante plaatje is afkomstig van Shearwater, rondom zanger/componist Jonathan Meibur en Will Sheff, die vroeger deel uitmaakten van het onvolprezen Okkervil River. Shearwater is een beminnelijke band, die doet denken aan Beirut door gevoelige, breekbare en sfeervolle indiefolk/americana te spelen, onder de hoge vocals van Meiburg. De band is vernoemd naar een zeevogel, want Meiburg houdt zich naast liedjesschrijven graag bezig met vogels bestuderen.
Shearwater biedt kleurrijke songs, “Leviathan, bound” en “The hunter’s star”, die klinken als een Elbow, door de strijkerpartijen, blazers, xylo en piano. Een intieme aanpak horen we op “I was a cloud”, “Home life” en de titelsong. Of je word wakker geschud met “Century eyes, een stevige rocker. Opvallendste nummer is “The snow leopard”, een aan Radiohead gelinkte song door de intens broeierige opbouw en sterke vocals.
’Rook’ is een toegankelijk overtuigend plaatje van een band die het verdient door te breken …

Katra

Beast Within

Geschreven door

Katra heeft een goed jaar achter de rug. Na het succes van hun single “Sahara” volgde hun debuutalbum en een tour door Finland. Daarna kregen ze nog eens een aanbod van platenlabel Napalm Records ook. Met dat label hebben ze een nieuw album opgenomen, getiteld ‘Beast Within’.
De Finse Gothic Metal formatie is trouwens niet genoemd naar de gerechtsdeurwaarder van de Nationale Loterij, Meester Katra, maar naar zangeres Katra Solopuro. Wat wel vaker het geval is bij dit soort bands…
Starten doen we met “Grail Of Sahara”, wat mijns inziens toch een ietwat saai nummer is dat me niet kan boeien. Ook Katra’s stem heeft me nog niet weten vast te grijpen, ondanks het feit dat ze soms wat klinkt als een kruising tussen de huidige en vorige zangeres van Nightwish. Het is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven, elke Gothic Metal zangeres zal worden vergeleken met Tarja Turunen. Daar kunnen we nu éénmaal niet onderuit. “Forgotten Bride” is ook zo’n tamelijk rustig nummer met de typische Gothic Metal sfeer. Na het al even middelmatige “Beast Within” wordt het tijd voor wat zwaarders. “Fade To Gray” begint lekker heavy, maar weet me toch niet bij de strot te grijpen. Had Katra de zanglijnen wat anders aangepakt, dan kon het nummer mij misschien nog overtuigd hebben.
”Swear” begint als het nummer waar ik op zat te wachten, met een tamelijk folky intro. Dit is het beste nummer tot nu toe. Het enige minpuntje is de zang in de strofes, die naar mijn mening toch wat hoger of gevarieerder had mogen zijn. Na een zeikerig “Promise Me Everyting” komt “Mystery”, wat ook tot de betere nummers van dit tot nu toe heel middelmatig album behoort.
Eigenlijk hoef ik niet verder meer te gaan. Ook de rest van het album kan mij maar niet overtuigen. Dit is een heel middelmatig en ongeïnspireerd album dat beslist geen luisterbeurt waard was. Fans van Gothic Metal, ga jullie nog wat gaan amuseren met een plaat van Epica, After Forever of Within Temptation. Dit geval kunnen jullie gerust links laten liggen, tenzij jullie nog een onderlegger nodig hebben natuurlijk.

Stephen Stills

Stephen Stills: invloedrijke artiest gehinderd door stem

Geschreven door
Afgelopen maandag stond met de in Dallas geboren Stephen Stills een – gelukkig nog - levende legende uit de rock- en folkgeschiedenis op de planken van de AB. De muzikale piekmomenten van deze inmiddels 63 jarige singer-songwriter zijn in de eerste plaats te situeren tussen eind de jaren ’60 en begin de jaren ’70 toen hij niet alleen deel uitmaakte van de spraakmakende, invloedrijke groepen Buffalo Springfield en Crosby, Stills & Nash (&Young), maar daarnaast ook enkele prachtige soloplaten op zijn naam heeft staan, die niet alleen op de appreciatie, maar nog belangrijker op de medewerking van grootheden als Jimi Hendrix en Eric Clapton konden rekenen.
De laatste twee decennia is het werk dat Stills heeft uitgebracht van een veel minder consistent niveau. Zo was de ‘comeback’ plaat ‘Man Alive!’ uit 2005, erg degelijk maar niet te bestempelen als een klassieker.
Interessantere feiten waren er vorig jaar te noteren. Zo verscheen half 2007 het album ‘Just Roll Tape: April 26th, 1968’, een verzameling songs die Stills 40 jaar geleden solo en akoestisch opnam na een Judy Collins sessie en die nadien uitgewerkt terug te vinden zouden zijn op diverse platen. Ondanks de wat minder geluidskwaliteit, is het een waardevol tijdsdocument dat de diverse grootse nummers in hun eenvoud laat horen en dat door de fans enthousiast onthaald werd. Minder opbeurend nieuws volgde enkele maanden later toen Graham Nash liet weten dat er bij Stills prostaatkanker vastgesteld werd. De muziekwereld hield de adem in en in januari van dit jaar werd hij geopereerd. Gelukkig met succes. In die mate zelfs dat de tournee verder gezet werd en ook België mocht rekenen op zijn bezoek.
Net zoals wat zijn (ex-)kompaan Neil Young bij zijn recentste zaalconcerten deed, deelde ook Stills zijn set op in enerzijds een akoestisch gedeelte, gevolgd door elektrisch uitgevoerde versies van zijn nummers. Qua concept en idee was dit veelbelovend. Maar waar het bij die Canadese grootmeester wel lukte, blijkt dit dezer dagen veel minder goed uit te pakken bij Stephen Stills. Dit is niet te wijten aan zijn zo gereputeerde gitaarspel (het Amerikaanse tijdschrift Rolling Stone verkoos hem in 2003 namelijk niet voor niets als 28ste beste gitaarspeler ooit) maar wel aan zijn stem.

Uit Amerika ontvingen we al dreigende geruchten van het twijfelachtige niveau van de shows die Stephen Stills bracht, in de eerste plaats dus te wijten aan zijn bij momenten erbarmelijk toononvast geworden stem. En ja, om meteen duidelijk te zijn. Dit bleek ook in Brussel het geval te zijn.
Toen hij tien minuten eerder dan voorzien het podium op kwam en begeleid door zijn band, “Helplessly Hoping” inzette, bleek dit al meteen erg duidelijk een euvel te worden. Stephen Stills lachte dit aanvankelijk nog wat weg met de mededeling dat de voorbije show en het verblijf in Parijs heel wat inspanningen gevergd hadden en dat als zijn stem al na één dergelijke show zo klinkt, hij het nut van tijdens een tournee sober te blijven, niet inzag. Maar er is zeker meer aan de hand. Het rockbestaan is zijn tol aan het eisen en zijn voorbije ziekte en operatie zullen daar zeker ook niet in goede zin aan bijdragen.
Stephen Stills is nooit dé uitmuntende zanger geweest maar het was bij momenten pijnlijk om zien en vooral om horen hoe de hogere noten gewoon niet meer gehaald werden en er bij nagenoeg ieder nummer een duidelijke zucht van verlichting kwam van hem dat het nummer afgerond was.
Het was niet dat hij er geen zin in had of zijn show als een bepaalde verplichting afwerkte. Integendeel zelfs, Stephen Stills speelde erg gedreven en geconcentreerd en er kon genoten worden van zijn utstekende, vlugge gitaarspel dat duidelijk intact is gebleven. Bovendien was hij uitermate goedgezind, in voor een babbel en het enthousiasme was overduidelijk aanwezig maar het kostte hem fysisch zoveel moeite. Dit werd des te duidelijker toen meteen na het openingsnummer de nummers solo en enkel akoestisch begeleid op gitaar werden gebracht.
”Blind Fiddler Medley” werd nog pakkend gebracht en “Johnny’s Garden” (een nummer indertijd uitgebracht in samenwerking met een andere bijzondere groep, Manassas) klonk goed. Maar daarmee hebben we het zowat gehad voor wat betreft het akoestische gedeelte. “Treetop Flyer”, “Girl From The North Country” (een Bob Dylan cover), “Change Partners”, “4+20”, en “Daylight Again / Find The Cost Of Freedom” klonken onzuiver en hortend. Ook het sublieme “Suite: Judy Blue Eyes”, geschreven voor en over zijn toenmalige ex-liefje, de folkzangeres Judy Collins en indertijd nog erg knap uitgevoerd tijdens het legendarische Woodstockfestival, kon niet bekoren. Door de inbreng van de band kreeg deze klassieker wel nog een stevige finale en werd het publiek een motief toegeschoven om naar het tweede, elektrische deel van de set uit te kijken.
Na een korte pauze verschenen Stephen Stills en zijn bandleden, Todd Caldwell (keyboard) en oude getrouwen Joe Vitale (drums) en Kenny Passarelli (basgitaar), op de planken om er meteen stevig tegen aan te gaan met het swingende “Love The One You’re With” (afkomstig van Stills’ solodebuut uit ‘70).
Verrassend was dat vanuit een bewondering voor Tom Petty vervolgens een potige versie werd gebracht van diens “The Wrong Thing To Do”, terug te vinden op het eerder dit jaar uitgebrachte album van de opnieuw bij elkaar gebrachte band Mudcrutch.
Wat nadien volgde, was gitaar- en bluesrock uit de oude doos. Stills liet zich niet onbetuigd en nam enkele solopartijen voor zijn rekening (vooral tijdens “Isn’t It About Time”), daarbij steeds geruggensteund door de drie strak musicerende bandleden.
Net zoals gedurende het eerste deel werd vervolgens gegrossierd uit het omvangrijke oeuvre van Stills, gaande van nummers van hem als soloartiest (het door Stills aan de piano vertolkte “Ole Man Trouble”), Crosby, Stills & Nash (“Dark Star”), The Stills-Young Band (“Make Love To You”) en Buffalo Springfield (“Rock n’ Roll Woman” en het onvermijdelijke “For What It’s Worth”). Wat dit laatste betreft, bracht de uitvoering ervan in Brussel niet de verhoopte magie. Het psychedelische effect werd totaal meegesleurd in een bluesgetinte gitaargolf en ook van de zo fameuze, uit de duizend herkenbare intro was geen enkel spoor terug te vinden. Dezelfde sfeer uit de jaren ’60 terughalen is ondoenbaar en ook geen vereiste, maar nu ademde het nummer zelfs geen sfeer uit. Weg kans om er alsnog een onvergetelijke afsluiter van te maken. Ook de toegift “Wounded World” (uit Man Alive!) dat verweven werd met “Rocky Mountain Way”, een nummer van Joe Walsh, kon daar geen verandering in brengen.

Er werd de gehele avond door het publiek steeds vriendelijk geapplaudisseerd en uitbundig gereageerd op het inzetten van al die klassiekers, maar we hadden toch de indruk dat het vooral te maken heeft met het respect voor deze artiest die ons al zoveel schitterende momenten heeft geschonken. Misschien werd er wat teveel van verwacht, maar wat ondergetekende betreft, was het concert van Stephen Stills in de AB verre van om in te lijsten en te koesteren. Het had zijn momenten maar de teleurstelling kreeg duidelijk de bovenhand. Volgende keer toch maar weer de twee heren Crosby & Nash meenemen op tour? En waarom dan ook niet meteen een uitnodiging sturen naar die legendarische Canadees?

Organisatie: Live Nation


Bon Iver

Justin Vernon vs Bon Iver: te onthouden

Geschreven door

Met als bagage amper één plaat gaat Bon Iver op tournee. Een heel sobere, naakte en integere plaat. Benieuwd hoe Bon Iver of beter gezegd Justin Vernon deze op een podium zou brengen.

Vernon treedt echter met een heuse groep op waardoor de songs meer aangekleed zijn en een breder klanktapijt worden aangemeten, ze zijn ook heviger en uitzinniger dan op het album. Grote sterkte is nu juist dat deze formidabele songs hun integriteit met deze live aanpak geenszins verliezen. Ervaar het eerder als een meerwaarde dan een gebrek. Wat op het podium nog meer uitstraalt is die hemelse stem van Vernon die, in combinatie met zijn verfijnd gitaarspel, voor een mooie spanning zorgt. Ook de groep van Vernon past perfect in het plaatje, zalvend en smeulend de ene moment, gecontroleerd uitfreakend de andere keer, en alles steeds in dienst van Vernon’s knappe songs. Maar het ultieme kippenvelmoment is toch dat waar Vernon moederziel alleen het innig mooie “Stacks” akoestisch brengt, ijselijk stil is het in de zaal.

Bon Iver , een nieuwe naam. Absoluut te onthouden.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Coldplay

Coldplay: wereldband van formaat

Geschreven door

Coldplay: de status van een wereldband kregen ze sinds de vorige cd ‘X&Y’(2005) en hun ‘Twisted Logic Tour’. Het Britse kwartet ,onder de tandem Martin (zang/gitaar/piano) en Champion (zang/drums) bevestigde in het voorjaar met de cd ‘Viva la Vida or Death and all his friends’ hun talentrijk songschrijverschap en live reputatie. Ze boeiden bijna twee uur lang met een warme, puur oprechte aanstekelijke set, waarbij er van sterallures geen sprake was. Een zelfverzekerde band die halsreikend mag uitkijken naar een stadionoptreden. Praktisch al de songs van het recente album kwamen aan bod, die ze combineerden met de hitgevoeligheid van de drie vorige cd’s.
Van deze enthousiaste, dynamische band droop het spelplezier af: Chris Martin wisselde van piano en gitaar, holde als een bezetene over het podium en palmde moeiteloos het publiek in. Kijk, in de jaren ’80 hadden we Simple Minds en U2, in de jaren ’90 Live en nu is er …Coldplay, een wereldband met een keiharde livereputatie.

Coldplay opende met een klassieke Tsaikovski intro op hun “Life In technicolor”, waarop ze verschenen achter een wazig gordijn. Ze speelden meteen vier ijzersterke, afwisselende songs op rij: “Violet hill”, “Clocks”, “In my place”en “Speed of sound”. Het sfeerlicht op de reuzengrote ballonnen aan de nok gaven de nummers een extra dimensie. “Cemeteries of London”, “Chinese sleep chant” en “ 42 “ hadden een meer gewaagd, avontuurlijk rockend karakter, wat de gevarieerde aanpak onderstreepte van deze rasmuzikanten. Het sfeervolle “Fixx You” klonk strakker naar het eind; het refrein werd door ruim 15000 kelen luidkees meegezongen. Een ‘Saturday night fever’ podium, dicht bij het publiek, kwam uit de grond op “God put a smile upon your face”, die ze omdoopten tot een grootse discostamper, en er een medley aan breiden met “Talk”. Het ingetogen “The hardest part” vatte Martin solo aan op piano, ondersteund door de zachte backing vocals van drummer Champion. Eens te meer werd duidelijk wat een belangvolle rol hij neemt in de band.
De huidige single “Viva la Vida” was samen met het broeierige “Lost” het ‘cachet’ van de avond. Buiten categorie! Minutenlang hoorden we de ‘Oohoohs’ galmen door het Sportpaleis. Even leek het erop dat dit de set beëindigde, maar plots floepte een wit licht aan toen de band hoog in het stadion enkele akoestische nummers bracht: een op gitaren en mondharmonica gedragen “The scientist” en het door Champion gezongen “Death will never conquer”, die refereerde aan een folky Billy Bragg. Eenvoud aan Coldplay!
Tijdens de korte pauze bonkten de dancebeats van “Viva la Vida” door de boxen, wat de aanzet was naar een snedige finalereeks: een uptempo klinkende “Politik” op piano, een U2/The Edge neigende “Lovers In Japan”, met prachtprojecties op het scherm en papieren vlindertjes dwarrelend op het publiek. En tenslotte besloot, na ruim anderhalf uur, het opbouwende “Death and all his friends” de avond. Coldplay trakteerde voor dit laatste optreden van hun tour op een flinke toegift: het sferische rockende “Glass of water”, een nieuwe sterke song samen met Albert Hammond Jr op gitaar. Opnieuw een bewijs dat Coldplay de kunst van mooie melodieuze popsongs schrijven onder de knie heeft. Een krachtiger “Yellow” en een rustig “The escapist” sloten definitief het prachtig uitgekiende concert af.

De fundamentele kracht van acht jaar Coldplay resulteerde in een subliem, overtuigend concert dito show, zonder weg te zakken in een moeras van voorspelbaarheid.

Minder was Albert Hammond Jr als support . Niet dat de band slecht speelde, maar het ontbreekt hen net aan goede songs schrijven, waarbij het duidelijk was dat Hammond Jr het beter houdt bij het retrorockende The Strokes.

Organisatie: Live Nation

Bon Iver

De herfstige eucharistieviering van Bon Iver:

Geschreven door

Bon Iver - ’For Emma, Forever Ago’: prachtplaat, een immense schoonheid; een nieuw songschrijvertalent is opgestaan onder Justin Vernon, die de plaat opnam na 3 maand totale afzondering in een hut in de bossen, Noordwesten van Wisconsin. Meeslepende en intieme songs van een pakkende weemoed; waren de songs op plaat soms spaarzaam begeleid, dan werd elke song live stevig uitgediept: een intense songopbouw, een broeierige spanning, een repetitief ritme, aanzwellende partijen, een vleugje experiment en galmende noise, wat we te horen kregen op uitgesponnen versies van “Creature fear”, “Lump sun” en “the wolves (act I and II)”, waarbij we aangemoedigd het refrein “What have been lost” telkens zachtjes meezongen.
Maar met z’n band bracht hij ook enkele nummers (opener “Flume” en de singles “Skinny love” en “For Emma”) in een elegante, uiterst sobere begeleiding, bepaald door bakken melancholie en een Gregorgiaans aandoende stemmenpracht (z’n hemels, hoge zang en de warme zang van tweede vocalist Mickey Coyne).
Twee nieuwe songs stelden ze voor: het krachtiger klinkende “Blood bank” en het weerbarstige “Baby’s”, die een dwarrelend pianoriedeltje en een onverwachtse breaks meekreeg. “B side” werkte aanstekelijk op de dansspieren door de dreunende, repeterende beat; het gitaargetokkel, de toetsen en de stemmen waaiden er over heen. Tweede gitarist Mickey kreeg de kans z’n eigen zangtalent te laten horen op Graham Nash’s “Simple man”; een pianotune en Vernon’s dwarsfluit droegen het nummer. Bloedmooi besloot Vernon solo met een prachtversie van “Stacks”, een song over het gevoel dat een persoon heeft na de eerste keer dronkenschap …
Sfeer creëren was de opdracht waar hij met z’n band en verve in slaagde. Het gitaargetokkel, de dobro, de zachte drumslagen, de klankkleur van de toetsen en de meerstemmige zang. Het was immens stil in de Bota; iedereen liet zich meeslepen in dit apart geluid. Wat een spanningsboog verwezenlijkte hij tussen band en publiek, wat deed denken aan Dave Eugene Edward’s Wovenhand.
We zagen een charmante band met een vriendelijke uitstraling, die aangenaam kon grappen en op relaxte wijze hun songs speelde, wat de nodige ontlading gaf. De herfstige vrijdagavond eucharistieviering kreeg een schitterende apotheose, want Bon Iver en Bowerbirds gingen samen voor een intieme acapella/gospel!
Vernon, - talentrijk artiest - , Bon Iver, - grootse band -, zorgden samen voor een tijdloos optreden!

Het Amerikaanse trio Bowerbirds, genoemd naar de gelijknamige Australische vogel, speelde folky americana en hield het midden tussen een Band Of Horses, Mountain Goats en South San Gabriel, met een ‘60’s referentie . Hun materiaal klonk sfeervol, rustig en innemend, waarbij hun songs eenvoudig omlijst werden door een akoestische gitaar, viool, accordeon en een minimale drum, die soms acapella uitdeinden. Net als bij Bon Iver, was er sprake van een dankbaar, aandachtig luisterpubliek, dat in de ban was van deze dromerige, herfstige muziek. Een charismatische band, die hun plaat ‘Hymns for a dark horse’ live onderstreepte.

Organisatie: Botanique, Brussel

Steve Wynn

‘Steve Wynn goes classic’

Geschreven door

Paisley Underground legende Steve Wynn doet het de jongste tijd met zowat iedereen. In het drinkebroersproject Danny & Dusty vergezelt hij de flamboyante Dan Stuart (Green on Red), met Paco Loco (Australian Blonde) vormt hij het vooralsnog onbekende Smack Dab, en met Scott McCaughey (The Minus Five) en Peter Buck (R.E.M.) deelt hij een levenslange obsessie voor baseball wat eerder dit jaar resulteerde in de eerste muzikale worp van The Baseball Project. Waar en met wie Wynn ook lijkt te vertoeven, keer op keer leiden zijn avonturen tot tijdloze nummers. Voor zijn recentste opus ‘Crossing Dragon Bridge’ ruilde Wynn zijn vertrouwde New Yorkse flat in voor een kamertje nabij de studio van Walkabouts-opperhoofd Chris Eckman in het Sloveense Ljubljana, om ter plekke een dozijn nieuwe nummers uit zijn mouw te schudden. Eckman vertrok vervolgens met de akoestische opnames richting Praag alwaar strijkers en occasioneel zelfs een vrouwenkoor werden toegevoegd, en ziedaar, Wynn’s meest introverte en melancholische album in jaren was geboren. Hoe dat alles live moest klinken ging ondergetekende graag persoonlijk verifiëren in de AB tijdens zijn enige Belgische passage deze herfst.

Als betrof het een geroutineerde maestro stelde Wynn bij aanvang van het optreden en met gepaste trots zijn Dragon Bridge Orchestra voor aan een amper half volgelopen AB Club. Naast vaste levensgezellin Linda Pitmon op drums maken verder ook Chris Eckman, orgelvirtuoos Chris Cacavas (Green on Red), bassist Eric Van Loo (Blue Guitars) en de illustere Braziliaans-Italiaanse violist Rodrigo D'Erasmo de dienst uit in dit gelegenheidsensemble. Met een kleine knipoog naar Queen werd de set geopend met “Slovenian Rhapsody I”, op de voet gevolgd door “Bring the Magic”, de eerste single “Manhattan Fault Line” en “God Doesn’t Like it”, allen uit het nieuwe album. De sfeer zat er van meet af aan in door het speelplezier dat vooral Wynn en D'Erasmo uitstraalden tijdens hun wat ongewone doch zeer begeesterende gitaar-viool duels. Eckman van zijn kant, die eerder op de avond het voorprogramma had verzorgd, lijkt de introverte tegenpool van de immer guitige Wynn en koos duidelijk voor een eerder serene rol op de achtergrond. Voorafgaand aan het oudje “Here on Earth as Well” kroop Wynn heel even in de huid van een opjuttende gospelpredikant en liet enkele enthousiaste toehoorders naar hartelust hallelujah’s scanderen. Op deze manier leidde hij het uitgelaten publiek naar onuitgegeven symfonische uitvoeringen van het Byrds-achtige “Tears Won’t Help” uit zijn solo-debuut ‘Kerosine Man’ (’90) en het meeslepende “The Deep End”, het onbetwiste hoogtepunt uit Wynn’s vorig solo album ‘...Tick…Tick…Tick’ (’06).
Op D'Erasmo na mocht het voltallige Dragon Bridge Orchestra even rusten tijdens “Punching Holes in the Sky”, een bloedmooi staaltje melancholie over de vergankelijkheid van de mens die zo leek weggeplukt uit de Nick Drake catalogus. Eckman & co mochten vervolgens terug aantreden tijdens een cover versie van “She Came”, oorspronkelijk van de (althans in onze contreien) illustere Sloveense singer-songwriter Tomas Pengov, op de voet gevolgd door het dronkemanslied “Wait Until You Get to Know Me”. De talrijke dertigers en veertigers onder het publiek werden tegen het eind van de set op hun wenken bediend toen Wynn een aantal onvermijdelijke Dream Syndicate klassiekers boven haalde. Het onverslijtbare “That’s What You Always Say” (’82) kreeg een speels vioolarrangement aangemeten dat wondermooi contrasteerde met Wynn’s jachtige gitaarspel. Tegen het einde van “The Medicine Show” (’84) waande het publiek zich heel even het zesde lid van de Dragon Bridge Orchestra en improviseerde ter plekke een eigen acapella versie van dit nummer. Wynn & co besloten de set zoals die begonnen was; alle bandleden verzamelden vooraan het podium op één rij voor een acoustische versie van “Slovenian Rhapsody II”.

Wie het luidst een verzoeknummer richting podium kon schreeuwen werd tijdens de bisronde prompt op zijn wenken bediend. Deze maal viel de eer te beurt aan een beklijvende uitvoering van “Silence is Your Only Friend” uit Wynn’s vierde solo album ‘Melting in the Dark’ (’96) en een mooi opbouwende versie van de Dream Syndicate evergreen “Boston”. Een strak en opzwepend “Amphetamine”, gedragen door Wynn’s simpele levenswijsheid ‘I’m gonna live until the day I die’, vormde de slotsom van ‘s mans zoveelste triomfantelijke halte langs het Vlaamse clubcircuit. Na goed een kwarteeuw blinkt Steve Wynn dus nog steeds uit door zijn aanstekelijk enthousiasme en muzikaal vakmanschap, voorwaar een zeldzame combinatie in het vaak duffe en ééntonige singer-songwriter landschap.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Kings of Leon

Only by the night

Geschreven door

Toen wij de eerste indrukken van deze nieuwe Kings Of Leon in de pers lazen, moesten we toch wel even slikken.  Namen als U2, Bryan Adams en stadionrock zijn niet bepaald dingen waar wij Kings Of Leon mee zouden willen associëren. Bryan Adams is platte kaas bestemd voor Donna-luisteraars, bij stadionrock moeten wij meestal denken aan draken als Live, Nickelback of Meat Loaf  en U2 daarentegen vinden wij nu nog wel te pruimen, maar bands die als U2 proberen te klinken zijn meestal niet om aan te horen. Om maar te zeggen, met enige argwaan haalden wij dit nieuwe schijfje uit  zijn doosje en we werden toch wel al vrij snel gerustgesteld via ijzersterke songs als de dreigende opener “Closer”, een weerbarstig  “Crawl” en de vooruitgestuurde single “Sex on fire” die bij elke beluistering steeds beter wordt. Met zo een trio een plaat openen, dat is om problemen vragen. The Kings Of Leon kunnen die kwaliteit immers niet de ganse plaat door aanhouden,  het blijft niet overal spetteren, zo zijn songs als “Revelry” en “17” te middelmatig. U2 hebben wij inderdaad meerdere malen ontdekt, meer bepaald in “Be somebody” alsook in het hitgevoelige “Use somebody”  (de U2 boter is er hier wel een beetje te dik op gesmeerd) en in de galmende gitaar van “Manhattan” (waarin wel iets subtieler met de invloeden is omgesprongen). Het album eindigt ook zeer mooi met “Cold desert”, een mijmerende woestijnballad met schitterende flirtende gitaren en weer is The Edge niet ver af. Bryan Adams hebben we gelukkig nergens tegengekomen en met die stadionrock valt het ook best mee.
Ok, de Kings hun sound is wat wijdser en epischer geworden maar om te spreken van opgeblazen stadionrock, neen, dat is echt wel te ver gezocht. Zie ook My Morning Jacket, een verwante band die andere en vooral bredere paden inslaat en hier zeer goed mee wegkomt. Kings Of Leon hebben hun horizonten verbreed, de rechttoe rechtaan benadering van de eerste dagen is voor het grootste deel weg (en hiermee dus ook die vervelende Strokes vergelijkingen), maar de angel is er niet helemaal uit verwijderd en die fantastische schuurpapieren stem van Caleb Followill is wederom uitdrukkelijk aanwezig. De songs zijn toegankelijker en zeer zeker hitgevoeliger geworden zonder dat er gezichtsverlies wordt geleden. Deze ‘Only by the night’ gaat nieuwe richtingen uit (minder seventies, meer eighties) , doch de ziel van de Kings Of Leon blijft behouden. Een interessante stap zouden wij het durven noemen en wij verwedden er onze volledige Led Zeppelin collectie op dat deze creatieve band het roer nog wel eens omgooit en dat de volgende plaat een gemene vuile rocker wordt, en als Kings Of Leon aan dat tempo voortdoen zal dat niet zo gek lang meer duren.

Pagina 455 van 482