logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15378 Items)

Patrick Watson

Patrick Watson stroomlijnt dromerige chaos

Geschreven door

Patrick Watson (dertig jaar geleden ter wereld geworpen in Californië) en zijn gelijknamige Canadese band deden op hun Europese promotietour voor hun nieuwe album ‘Wooden Arms’ op maandag 25 mei ook de Brusselse AB aan. Experimenteel en avant-gardistisch. Filmisch en kakofonisch. Een getormenteerd brein, zou je denken, al blijkt hij op de keper beschouw een dromerige en getalenteerde jonge man op zoek naar zichzelf en een wereld die niet bestaat.

Dachten we vanuit zijn voorbije werk dat Patrick Watson een einzelgänger was die enkel met zijn eigenste zelve een zaal kon boeien, dan bleek die zomerse maandag dat hij drie al even freaky muzikant-collega’s-vrienden in zijn tourbus mee had. Een bonte en boude mengeling: de zanger-met-de-pet, de bassist-met-de-hoed, de bassist-met-de-sigaar en de drummer-met-de-gitaar. Het uitzicht alleen al dreef je naar verrassende einders en door-de-nacht-overvallen-stranden.
De donkere lichtshow nam gedwee zijn rol op in het sfeeropbouwende geheel van dissonante klanken die Watson met zijn piano als een volleerd orkestleider telkens weer ter orde riep. De fijne coupletten hadden kippenvelmomenten, de instrumentaliteit van wanorde die telkens volgde was de voorloper in de chaos die het viertal schiep.
Watson zelf had er uitermate veel plezier in. Zijn fijne lachjes tussenin zorgden voor wat op- en verluchting in het existentialistische ‘film noir oeuvre’. Hij amuseerde zich duidelijk, kreeg op tijd zijn bekertje whisky (?) aangereikt, noemde het AB-publiek ‘awesome’ en bleef vooral experimenteel bezig met stem- en andere klankvervormers, toeters en carnavalblazers.
Een Frans orgelmuziekje neigde naar het gedurfde werk van Kurt Weil en de link naar The Doors was bijwijlen niet van de lucht, al dacht het Belgische AB-deel dan weer af en toe aan dEUS. Verwarrend soms, verrassend vooral. Zeker toen hij voor twee nummers een luchter-imitatie-constructie met luidsprekers aantrok en zich met de hele band in het publiek liet opslorpen om er een akoestisch feestje te brouwen. Als een kind dat zijn nieuwste speeltje wil demonstreren. Het kinderlijke en spelerige zijn trouwens nooit ver weg bij Watson.
Hij verliet zichzelf in een tweetal improvisatienummers waarin hij en zijn band zichzelf overstegen, uitbarstten en een chaos creëerden die hij achter alles toch weer fijntjes stroomlijnde. Een beetje zoals hij zijn bindteksten ertussendoor duwde: snel en onduidelijk en toch kreeg je telkens de boodschap mee.

Alsof we twee uur lang naar een cultfilm met een open einde hadden gekeken.
Play list 1. Fireweed. 2. Tracy’s waters. 3. Beijing. 4. Wooden arms. 5. Big bird. 6. Travelling salesman. 7. Drifters. 8. Down at the beach. 9. Man like you. 10. Where the wild things are. 11. Hearts in the park  (met megafoonpak). 12. The storm  (met megafoonpak).  Bis 1. Luscious life. Bis 2. Improvisatie 1. Bis 3.  Improvisatie 2. Bis 4. The great escape.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Bowerbirds

Bowerbirds: het thuisgevoel van een Amerikaans kwartet

Geschreven door

Het Amerikaanse Bowerbirds uit North Carolina, genoemd naar de gelijknamige Australische vogel, onder de tandem Phil Moore en Beth Tacular, kwamen vorig jaar voor het eerst naar ons landje als support van Bon Iver. Meteen viel op dat dit een bandje was met potentieel. Inderdaad, hun folky americana ligt ergens tussen de freakfolk van Banhart/Newsom, de lofi van Mountain Goats en de pop van Lavender Diamond, maar had vooral iets mee van de americana/countryrock van Band Of Horses en South San Gabriel.

Ze zijn op tour om hun nakende tweede cd ‘Upper air’ (die begin juli verschijnt!) te promoten, die het anderhalf jaar verschenen ‘Hymns for a dark horse’ opvolgt. Dromerige herfstige muziek, die met regelmaat krachtiger klonk en kon rocken; de sfeervolle songs op hun beurt straalden gemoedsrust uit.
Ze brachten voldoende variaties aan door de combinatie akoestische gitaar, bas, accordeon, toetsen en spaarzame drums, waardoor de songs van hun twee cd’s spannend en broeierig waren.
Een charismatische band met een muzikale ideeënrijkdom die genoot van het aandachtige , dankbare publiek, wat mooi meegenomen was in de ‘nice little room’/huiskamer van het Maison des Musiques, waar hoogstens een zestigtal mensen konden postvatten. Het was er warm, heel erg warm zelfs wat elan gaf aan het innemende, knusse materiaal. Het kwartet putte afwisselend uit de twee cd’s: van “Hooves” en “My oldest memory” van het debuut naar “Beneath your tree”, “House of diamonds”, “Chimes”, “Silver clouds” en “Teeth”, songs geënt op een warme melodie en mooi in elkaar verstrengelde man – vrouw vocals. En op die manier ging het de ganse set door. “Bur Oak” en “Northern lights” waren de intieme songs, “In our talons” had een folkier ondertoon en met “Slow down” en “Dark horse” had het kwartet alvast twee poppy rockers op het appel! Om nogmaals hun muzikale rijkdom te onderstrepen.
De groep kon rekenen op een sterke respons en speelde met plezier er een paar bovenop, waaronder een sober gehouden “Olive hearts” op akoestische gitaar en accordeon.

Kwalitatief songmateriaal van een fijne band, die alle troeven heeft om groots te worden.

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

The Drones

The Drones, Great Lake Swimmers en Phosphorescent: drie op een rij!

Geschreven door

Wij zijn nooit echt liefhebbers geweest van pure country en hadden dan ook wel een beetje schrik van de set van Phosphorescent (USA), die mocht naar ons gedacht toch niet te veel gevuld zijn met songs uit hun laatste plaat, het lauw onthaalde ‘To Willie’, die een eerbetoon is aan countryzanger Willie Nelson, niet bepaald ons idool. Wij hadden geluk, amper een drietal songs werden eruit gespeeld en voor de rest kregen we knappe Americana en mooie intieme liefdesliedjes met veel overtuiging gebracht door frontman Mathew Houck, duidelijk de drijvende kracht achter deze interessante band. Een gevarieerde set waarin rokerige americana werd afgewisseld met fragiele uitgeklede songs.

De folk-rock van de Canadese Great Lake Swimmers was mooi en oprecht, maar ook een beetje te keurig. Te veel binnen de lijntjes gekleurd, te weinig variatie in het totaalgeluid. Toch hoorden we een aantal knappe songs, vooral uit het laatste fijne album ‘Lost Channels’, en konden we dus helemaal niet van een tegenvaller spreken.

Met The Drones werden er een paar voltages meer aan elektriciteit door de zaal gejaagd. Onder een muur van distortion, feedback en reverb bracht de band hun bezielde songs met een razernij zoals we die ook kennen van The Birthday Party (of Grinderman, zoals u wil) en The Jesus Lizard. De tendens van de nieuwste plaat ‘Havilah’, die wat intiemer en rustiger klinkt dan zijn voorgangers, werd deze avond alvast niet doorgetrokken, op een paar zeldzame momenten na. Hun songs kregen hier en daar wat ademruimte maar The Drones waren toch overwegend fel, hard, bezeten en gemeen, soms wel ten koste van de subtiliteit van enkele nummers, maar daar maalden wij niet om, want de energie die deze band uitstraalde was fenomenaal. Op hun vier platen staan ondertussen al een hoop onsterfelijke kanjers van songs, waarmee de groep op vandaag al probleemloos een set van meer dan twee uur zou kunnen samenstellen zonder ook maar een seconde te vervelen. Helaas, een broeiend uurtje was ons deel en het was afgelopen. Het wordt dus wachten tot de volgende passage van deze bezeten Australiërs. Nb in de Botanique! Wij zullen zeker (terug) van de partij zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics van de drie bands …

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Sophia

Sophia: Is het einde in zicht voor Sophia?

Geschreven door

Het was alweer vier jaar geleden dat hij nog eens on stage stond in de AB en ook Robin Proper-Sheppard  zelf had zaterdag door dat het voor een pak minder volk was dan eertijds. ,But I don’t care. Bedankt om even uit jullie vakantie te komen om ons te zien’, opende hij. Beangstigender echter was zijn slot. ,Ik weet niet waar het naartoe gaat met Sophia, maar iedereen van de band leidt steeds meer zijn eigen leven en doet zijn eigen ding. We zien wel’.  Drama en sad news feelings, het zou Sophia niet zijn zonder.

This band really kicks ass’. We hadden het zelf kunnen opmerken, maar de man achter Sophia was ons voor. Het tienkoppig ensemble – inclusief vier strijkers - is top, instrumentaal af, zowel in de innige, donkere en eigengereide weeping songs als in het bombastische indien nodig. Proper-Sheppard dirigeert het ook allemaal, maakt Sophia tot wat Sophia is. Het is zijn ding, al mocht hij voor ons part een paar bandleden wat meer hun ding laten doen. Vooral Astrid zou een grotere sidekick mogen worden/zijn. Het duet “Something” was van een weergaloze schoonheid.
De set wisselde mooi af. Beginnend met het epische “The Sea” schakelde het donkere sfeertje over naar wat ‘midtempo’ “Birds” om dan het poppy (nu ja, meer poppy) “A last dance” de avond in te jagen. Even gas terug nemen met weer meer melodie in “Storm Clouds” en dan “Obious” en hun hitje “Pace”. En hij gaf bij dat laatste nummer toe: ‘I fucked up some words in that song, but I was just emoting the moment. So what?’.
Halfweg geeuwde wel eens iemand even bij het zeurderige “Swept back” dat hij na vijf seconden onderbrak voor een lolletje met drummer Jeff, gevolgd door “Ship in the sand”, maar de manier waarop hij sterk en zwaar “The desert song No2” deed aflopen was indrukwekkend. “Signs” was dan meer wat opgedreven, maar met zijn ‘alltime favourite’ “Something” bereikte Sophia een eerste echt hoogtepunt.
Zijn tweede zou volgen als laatste bisnummer – na “Lost” (een ode aan zijn mama op het sterfbed)  en twee oldies -  met “The River song”,  een ‘full band rock moment’ dat iedereen overspoelde in een golf van zwart geluid, fijntjes georkestreerd door een schimmenspel dat de lichtman magistraal tekende. Officieel het einde van een avondje Sophia in de AB, maar Robin had zich al laten ontvallen dat hij zich goed voelde (tot spijt van wij hem liever ‘sad’ bezig zag) en hij kwam terug. Met nog twee extra nummers. En de melding dat hij aan ‘zijn happiest tour’ ever bezig was, meteen echter ook insinuerend dat Sophia misschien wel zelf aan zijn ‘last breaths’ toe is. ,What’s gonna happen? I don’t know.’

Emo dus. Tristesse avant la lettre, met de ingesneden verhalen erbij. Dat Astrid die morgen bij een koffie en croissant flauw viel en hij in volle paniek niet besefte hoe hij het wegvallen van zijn vriendin zou moeten doorkomen.  Stof genoeg voor een nieuwe, in zwartheid blinkende Sophia-song, als je het ons vraagt. Al kon die niet meer op het pas verschenen album ‘There are no goodbyes’, zowat het donkerste wat de getormenteerde muzikant tot nu al op muziek en papier zette. Komt er dus toch nog een vervolg ? Al was het misschien wel onheilspellend dat Robin het concert afsloot met de woorden ‘laat ons eindigen met de song waarmee voor Sophia alles begon’…

William Fitzsimmons: De zwaar bebaarde singersongwriter William Fitzsimmons mocht de AB inspelen en kreeg van Sophia zelf nog een bakje lof over zijn kaboutermuts gegoten. Niet verwonderlijk, want de zoon van blinde ouders schrijft en zingt even trieste liedjes vol weltschmerz van het puurste Goethegehalte. Maar…met vele knipoogjes tussen de songs door  die heel grappig en nuancerend aandoen. En een sterke stem. Te volgen !

Play list Sophia: 1. The sea. 2. Birds. 3. A last dance. 4. Storm clouds. 5. Obvious. 6. Pace. 7. Swept back. 8. Ship in the sand. 9. The desert song No 2. 10. Sings. 11. Something. 12. I l leftyou. Bis1. Lost. Bis2: If only. Bis3. Oh my love. 4. The River song. Bis5: Heartache. Bis 6. So slow

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Madensuyu

Madensuyu & Jan Mast | Collapsing Stories - D is Done: ambivalente beeldenstorm

Geschreven door

We noteren januari 2004. Ondergetekende bracht toen affiches en flyers van de preselectie van Humo’s Rock Rally in Gavere bij PJ Vervondel thuis. Het was een eerste kennismaking waarvan het einde niet te voorspellen valt. Het verhaal is genoegzaam bekend: Madensuyu veroverde toen brons op die bewuste Humo’s Rock Rally en bracht met de EP ‘Adjust We’ en 1e plaat ‘A Field Between’ twee door ons gekoesterde pareltjes uit. Intussen zagen we Madensuyu minstens 10 keer aan het werk, die ons zo goed als zeker in de positie van fan en bewonderaar heeft gewrongen. De set van afgelopen woensdag was voor ons ook al het vierde aanschouwmoment sinds het uitbrengen van de zeer verslavende tweede langspeler ‘D is Done’. In navolging van de intense en overdonderende shows in Le Chantier te Ledeberg en vooral in de N9 in Eeklo (we zagen hen nooit beter dan toen), was dit optreden in samenwerking met visueel kunstenaar Jan Mast alweer een zegen voor de zintuigen. Emotionele geladenheid en passionele overgave gaven elkaar de hand en gingen ietwat aarzelend en bevreemdend in dialoog met het geprojecteerde videowerk.

Madensuyu speelde integraal en in de juiste afspeelvolgorde ‘D is Done’ af, wat het verhaal gemakkelijk om volgen maakte gezien onze verslaving aan het album. “Woman” kondigde als een kanarie in een mijnschacht aan dat er iets op til was en liep naadloos over in het onweerstaanbaar rusteloze “FAFAFAFUCKIN”. Jan Mast voorzag beide nummers van abstracte stadsbeelden. Het uitgesponnen “Write or Wrong” werd voorzien van een schijnbaar stilstaand beeld van een een plukje onkruid. Enkel de wind en - voor de aandachtige kijker - een kevertje eisten een hoofdrol in de coulissen op. Op het moment dat het ritmische stomende “Oh Frail” op ons werd losgelaten, bracht Mast beelden van een rusteloos meisje dat net als het nummer ietwat frenetiek ageerde. Het epische en tijdloze “Ti:ME”, onze absolute favoriet op plaat, werd door Jan Mast voorzien van beelden van de heren van Madensuyu zelf en is - zo u wilt -  te (her)bekijken via YouTube. “MY” werd door Peter Vermeersch en Frans Van Isacker ingeleid met een krankzinnige sax die zorgde voor ietwat, door de drums gejaagde, hysterische freejazz. Geweven met beelden over de heldentocht op een autosnelweg was dit - naast de uitvoering van “Ti:ME” - een hoogtepunt in de set! Na het met beukende drums en krassende gitaar doorspekte “Tread On Tread Light” kwam het stuwende “Little F” aanzetten. De beelden beperkten zich deze keer tot een met sparren beboste heuvel in de ochtendnevel. Afsluiten deed Madensuyu met titeltrack “D is Done”, een nummer van zo’n 9 minuten lang dat reflecteert over de aangerichte veldslag. Het beeldmateriaal van Mast gaf ons op de één of andere manier ook het gevoel deze samenvatting te maken.

Madensuyu bracht ‘D is Done’ eens op een andere, meer kunstige manier. Het optreden was - ondanks het concept - niet de allesverwoestende beeldenstorm die we van Madensuyu gewoon waren. Dit was Madensuyu met een andere intensiteit, misschien iets minder explosief en daardoor beperkter ravage veroorzakend. We houden het bij anders dan anders, maar daarom zeker niet minder kwalitatief. Wellicht had ook het feit dat dit om een zittend concert ging veel te maken met hoe we de voorstelling beleefden. Beide heren stopten hun hart en ziel in hun muziek en zo hebben we het graag. De filmische beeldenstorm van foto’s volgens de stop-motion techniek was alvast een bijzondere ervaring.

Organisatie: Vooruit, Gent

Hayseed Dixie

Hayseed Dixie: Fun en Bier

Geschreven door

Te oordelen aan hun muziek en outfit mogen we een groepje als Hayseed Dixie niet al te ernstig nemen. Het is in de eerste plaats een coverband gericht op ambiance en humor van het vettige soort. De formule is even grappig als geslaagd : Het spelen van bekende (hard)rocksongs in een hillbilly versie. Instrumenten van dienst zijn mandoline, viool, bas, gitaar, banjo en … een frigo. Ze hebben immers geen drummer en daar waar normaal op het podium een drumstel staat hebben de heren leukweg een heuse frigo neergepoot, gevuld met Duvel en Vedett, twee welgekomen Belgische ontdekkingen voor deze dorstige Amerikanen. Songs van Motorhead, Kiss, Led Zeppelin, Greenday, Black Sabbath, Queen, Judas Priest, Aerosmith, The Scissor Sisters (jawel, u leest het goed) en vooral AC/DC worden met veel vuur en aan een razend tempo door de hillbilly molen gedraaid, met daartussenin ook nog wat eigen werk gewurmd. En ook al hebben die zotten het vooral op de fun gemunt, het moet gezegd dat het wel heel bedreven muzikanten zijn. Een knappe en geschifte versie van de klassieker “The Dueling Banjo’s” daarvan als sluitend bewijs. Deze song sloot meteen ook het lekker gestoorde optreden af. Het publiek was er wild van, het bier vloeide rijkelijk. Meer heb je niet nodig met optredens van dit kaliber.

Organisatie: Democrazy, Gent

Angelo Branduardi

De droompop van Angelo Branduardi

Geschreven door

De Italiaanse musicus - troubadour – componist en zanger Angelo Branduardi wordt zestig. Hij laat de (trouwe) fans niet in de steek en onderneemt een heuse tournee, waarbij hij twee keer ons landje aandeed. Branduardi beheerst het vioolspelen en akoestische gitaarspel als geen ander: meesterlijk, intens en bedreven. Hij was erg succesvol midden de jaren ’70 met platen als ‘Alla fiera del’lest’ en ‘La Pulce d’Acqua’. We horen een gevarieerde stijl van middeleeuws, renaissance, barok tot modern. De Bijloke leek alvast de ideale locatie om deze stijlvarianten te laten horen. Ook haalde hij inspiratie uit de Yeats’ gedichtenbundels, schreef hij filmmuziek en is hij goed bevriend met Ennio Morricone.

Hij vertelde boeiende verhalen over z’n muziek, instrumenten en bronnen. Hij zorgde ervoor dat zijn muzikale ervaringen hand in hand gingen met z’n gevarieerde luchtige romantiek
Branduardi grossierde doorheen z’n oeuvre en liet moderne klanken op elektronica en toetsen horen met uitstapjes naar Balkan en Indiase sounds. Dit was vooral te horen in de eerste deel van de set, met songs als “Il sultano di Babilonia”, “Il lupo di Gubbio”, “Il trattato dei miracoli”, “Elle paludi di Venezia” en “La predica della perfetta letizia”, waar zelfs kerkklokken (van de Bijloke?) in te horen waren. In deze nummers fungeerde Branduardi eerder als dirigent. Het bekende “Il cantico della creature breve” besloot het eerste deel.
Heel voornaam bedankten Branduardi en z’n leden hun publiek en telkens konden ze rekenen op een warm onthaal.
Branduardi nam twee solomomenten op zich de ene keer op viool, de andere keer op akoestische gitaar. Sober en elegant speelde hij een paar grootse hits; op viool “Alla fiera dell’est”, “Cogli la prima mela” en op gitaar “Momo” en “Tango” (één van de vier geschreven liefdessongs). Ook spaarzaam klonk “O solo mio”, een eerbetoon aan Placido Domingo. Op het eind van deze solomomenten kwam de band er terug bij en kregen we op virtuoze wijze verbluffende versies van “La Pulca d’Acqua” en “Cercando l’oro/escono tutti”.

Bijna twee uur lang konden we genieten van deze Italiaanse bard, die enkele meesterlijke zetten plaatste door z’n viool- en gitaarvirtuositeit. Z’n unieke sound bleef overeind na al die jaren en werd soms aangepast door de klankkleur van elektronica en toetsen.

Organisatie: VZW De Verenigde Muze ism De Bijloke (+ Greenhouse Talent)

Various Artists

Dark was the night

Geschreven door

Met dank aan een goed doel …De ‘Red Hot’ compilaties bieden na ongeveer twintig jaar de zoveelste bijzondere verzameling songs waarmee de anti-aids organisatie aandacht vraagt en financieel bijdraagt aan het bestrijden van de HIV besmetting. Eerdere edities als ‘Red Hot & Blue’ en ‘Red Hot & Rio’ en zo veel meer waren voorbeelden van puike samenwerkingen. Ook op deze editie is de lijst van meewerkende artiesten indrukwekkend. Alle hedendaagse interessante artiesten leveren hier een bijdrage met een exclusief nieuw nummer, een orginele cover of een onverwachts samenwerkingsverband. Twee cd’s lang geïnspireerd, boeiend materiaal en fijne collectors.
Enkele voorbeelden CD 1: Feist – Ben Bibbard, Dirty Projectors – David Byrne, The Books feat José Gonzalez, Justin Vernon –Aaron Dessner of de opnames van Grizzly Bear, My Brightest Diamond, (members of) The National en Sufjan Stevens. En van CD 2: Spoon, Beirut, Dave Sitek, The New Pornographers, Stuart Murdoch, …
Kortom te koesteren!

PJ Harvey & John Parish

A Woman A Man walked by

Geschreven door

'A Woman A Man walked by’ is een vervolg op het geprezen ‘ Dance Hall at Louse Point’, de samenwerking tussen Polly Harvey en John Parish. Beiden doen regelmatig op elkaar beroep, Parish als muzikant, componist, producer en Harvey voor de liedjesteksten. Opnieuw horen we de wisseling van sfeervol, ingehouden nummers als grillig, venijnig werk. Van broeierig bezwerende songs als “Black hearted love” en “Sixteen, Fifteen, Fourteen” naar de etherisch donkere composities “The chair” en “Leaving California” of naar de intieme, sfeervolle “April” en “The soldier”. Parish houdt ook van weirde ingewikkelde nummers, waarin de zang van Polly moeiteloos inpast, luister maar eens naar “Pig will not“en de titelsong. Van Polly Harvey horen we een lieflijke, charmante zang of ze haalt gekweld hard uit met een verbeten schreeuwerige zang op z’n Grinderman’s Cave of RATM’s Zack de la Rocha. Sound en zang zijn met veel gevoel voor dramatiek en dynamiek.
’A Woman A Man walked by’ is een veelzijdige luisterervaring, donker dreigend en indringend. Begeesterend, aangrijpend, beklemmend en krachtig!

Ghinzu

Mirror Mirror

Geschreven door

De Franstalige Brusselaars hebben lang, héél lang op zich laten wachten om de opvolger klaar te hebben op de in 2004 verschenen tweede plaat ‘Blow’. Het lijkt zowat een beetje een vaste formule voor onze Waalse vrienden, want ook Girls In Hawaii nam de tijd te werken aan hun ‘Plan Your Escape’. Muzikaal ligt ‘Mirror Mirror’ in het verlengde van de vorige cd: broeierige gitaarrock, soms snedig en scherp uit de hoek komend, met een vleugje bombast en kitsch.
Ghinzu staat voor een Japans merk voor messen, en naarmate ze vaker gebruikt worden, snijden ze beter. Ook met het groeiplaat is dit het geval, dat per beluistering zich beter nestelt in je hersenen. Songs als “Cold love”, “Take it easy”, “Mother Allegra”, This light” en de titelsong overtuigen sterk, op “The end of the world” neigen ze naar The Veils , en de eigen Franse taal horen we op het intense “Je t’attendrai”. Ook zijn ze niet vies van een wat electrorock, “Kill the surfers”.
Een doorbraak is Ghinzu zeker gegund, nu dat Waalse bands als Girls In Hawaii, The Tellers, Experimental Tropic Blues Band en de tweede linie Hollywood Porn Stars en Showstar duidelijk in de lift zitten.

Olivia Ruiz - concert AB op 19 mei 2009

Geschreven door

De Franse songschrijfster Olivia Ruiz (geboren Olivia Blanc) kon haar muzikaal talent al aan het grote publiek voorstellen met de French TV Show ‘Star Academy’. Naast haar solocarrière, die zich centraliseert in het Franse chanson en pop, werkte ze reeds samen met diverse Franse songschrijvers en is een veel gevraagde zangeres voor duetten . Ze was te gast voor een concert in de AB. Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

James Yuill

James Yuill: singer/songwriting versmelten met een hippe clubsfeer

Geschreven door

James Yuill is een Britse singer/songwriter die op de tafel een sliert elektronica-apparatuur, toetsen, een laptop en een microfoon heeft staan en onder de arm een akoestische gitaar. De tweede plaat ‘Turning down water for air’ bracht al enkele poppareltjes voort van sfeervolle pop indie/elektronica als “You always do”, “She said in jest”, “Head over heels” en “How could I lose”.

Het deed toch wat vreemd aan, een man alleen te zien met z’n instrumenten die zowel de romantische zielen als de danslustigen tracht aan te spreken. Het waren liedjes met een kalme, zalvende elektronicabeat die af en toe wat krachtiger klonk; op het eind zette hij eens alle schuivers open in het pittoreske zaaltje van de MaZ, dat hij plots omtoverde in een trendy club.
Yuill haalde bands aan als Tunng, Postal Service, The Notwist en ons eigen Styrofoam, en plaatste deze invloeden naast z’n songwriterschap of naast de vettige, schurende basses van Justice, de Chemical (break) beats en de‘80’s electro van Depeche Mode.
De jonge Woody Allen lookalike (ronde montuurbrilletje, blonde haren) bracht een gevarieerde set van dromerige en aanstekelijke popdance. Hij zette aan tot een danspas waaronder een sprankelende “No surprise”, “Head over heels” en “Somehow”. Hij wist twee wisselende versies te brengen van “This sweet love”, innemend op akoestische gitaar en prettig in het gehoor liggend door een frisse, dansbare elektronicabeat.

James Yuill: man van vele kunstjes, die een perfecte samensmelting zocht tussen singer/songwriting en een clubsfeer …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

DM Stith

DM Stith: juweeltjes van een te koesteren artiest

Geschreven door

David M Stith: een talentrijk singer/songwriter die z’n complexe leefwereld vertaalde in de ‘Heavy ghost’ plaat, opvolger van de verschenen EP ‘Curtain Speech’: het zijn intrigerende composities, meeslepend en intiem van aard, dromerig, gevoelig als - door het klankuniversum van drumroffels, strijkers (celliste/violiste) en mans bezwerende zang (een ietwat engelachtige stem) -, onheilspellend en mysterieus. Ze hebben een intense songopbouw, een broeierige spanning en klinken boeiend door de aanzwellende partijen. Vroeger kon Stith z’n creativiteit via poëzie en beeldende kunst kwijt. Na enkele muzikale omzwervingen werkte hij samen met Shara Worden (My Brightest Diamond), kwam in contact met Sufjan Stevens, en begon dan aan eigen werk.

Een charismatisch artiest zonder rockallures, een student ‘lookalike’, wat nerveus, twijfelend als worstelend op het podium, maar éénmaal een song wordt aangevat, nam hij een zelfverzekerde houding aan van z’n adembenemend soms bevreemdend materiaal, wat het wereldje van Sufjan Stevens en Bon Iver opriep. Hij maakte z’n debuut op Belgische bodem …
Een klein uur lang wist deze jonge gast ons in z’n greep te houden: “Pity dance” opende sfeervol en dan kwam de warm, innemende sound en de ritmische uitbarstingen op “Thanksgiving moon” en “Around the lion legs”: Stith zette ze sober in, liet ze mooi aanzwellen, bouwde de instrumentatie op en tot slot dreven de tromroffels de onvoorspelbaarheid op. Of hij liet ons wegdromen met songs als “Pigs” en “Fire of birds”, “Morning glory cloud” en “Brad of voices”, die zelfs aardig in de buurt kwam van Simon & Garfunkel: een spaarzame begeleiding en een fijngevoelig samenspel, gedragen door Stith’s impressionant zachte tot soms hoog uithalende vocals. Het afsluitende “Just once”, van z’n EP, ontroerde door de resonantie van spookachtige soundscapes van rode, flexibele plastieken buizen (door het zwaaien begonnen ze op een boemerang te lijken).

Een onderhouden set, die de wisselende emoties van op de plaat moeiteloos kon weergeven, tekenend voor een groots artiest in wording; hij wist de puike composities geniaal met z’n begeleidingsband te spelen. Juweeltjes van een te koesteren artiest.

Ook de singer/songschrijfster en violiste Marla Hansen overbrugde de afstand naar het publiek met haar zacht, ingetogen materiaal, bepaald door vioolgetokkel, een akoestische gitaar en een spaarzame cello, gedragen door haar lichthese, emotievolle stem (nauw verwant aan Suzanne Vega). Samen met de celliste maakte ze deel uit van Stith’s band en speelde ze al een rolletje bij The National, My Brightest Diamond en Sufjan Stevens. Het ging er erg gemoedelijk aan toe op het podium. Ze liet ruimte voor spontaniteit, wat een warm, sfeervolle set opleverde. Ook de U2 cover “One tree hill” klonk sober en elegant in deze muzikale outfit. En op het eind kwam Stith met de zijnen nog de sound verstevigen. Een gezellig onderonsje door de freakende folkpop aanpak.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Milow

Sfeerrijke Milow klaar voor Europese zomer

Geschreven door

Milow is back. Back in Belgium. Want de voorbije maanden tourde hij in Nederland en Duitsland. Met succes. Of net door het succes. Van zijn 50 Cent cover “Ayo Technology” vooral dat hij van een pornosong omturnde tot een melancholische meezinger. Het legde hem geen windeieren, want alles wat hij hier in de Benelux aanraakt verandert in goud. De AB-concerten van Jonathan Vandenbroeck (27) zijn al weken uitverkocht. En terecht ! Dat merkten we in een in alle opzichten warme Vooruit.
,Het is vijf maand en elf dagen geleden dat we nog eens in België stonden en het voelt goed’, opende hij glimlachend zijn gig in de Gentse Vooruit. Indrukwekkend hoe hij en zijn band het podium en de zaal beheersten en begeesterden. Een gevarieerde set, met af en toe wat rock ‘n’ roll, maar vooral serene en knap gedragen luistersongs die je een goed gevoel bezorgden.
‘I don`t know if Neil Young would love these songs’, liet hij zich ontvallen. Weten we ook niet, maar het zou wel kunnen aangeslagen hebben bij één van zijn idolen. De Young-invloeden zijn er, net als die van Springsteen bij momenten. En van Van Morrison, Leonard Cohen, Bob Dylan, the Beatles en Jackson Browne, de klassiekers zeg maar. “Brown Eyed girl” werd een leuke toevoeger aan zijn “Canada”-song, zijn vierde van de avond toen. Klassiekers schreven we, maar Milow klinkt o zo 21e eeuws en heeft duidelijk meer in zijn mars dan het poppygehalte dat we – ja we zijn eerlijk – hadden verwacht.
Het publiek zat de hele tijd niét te wachten op zijn grote hits “Technology” en “You don’t know”. Hij boeide, met een genot van een podiumbeest, en brieste naar het einde van de reguliere set zelfs tot tweemaal toe voor zijn microstandaard, de zaal tot in de botten ophitsend.
Zwaar wereldverbeterend zijn Milows teksten niet, al refereerde hij met “Stephanie” wel naar de moord op het meisje in Mechelen in 2005.  Hij nam zijn tijd voor bindteksten en al geraakte hij er soms zelf wat in verstrikt, het bleef uitnodigend. Maar vooral muzikaal zat het prima in elkaar. Tot in de details van een kerkorgeltje bij “The Priest”.
En met Nina Babet wist Vandenbroeck ook een evenwaardige zingpartner te strikken. Het concert had en Milow heeft haar nodig. Ze draagt op de fijne momenten het geheel mee en af en toe neemt ze zelfs de bovenhand, leidt de man uit Leuven zachtjes en sensueel (en sterk wilder op “One of it”) mee in de paring der muzieknoten.
Voor het onvermijdelijke “Technology”  liet hij de zaal sfeerrijk lichtjes opsteken en het werd (bijna uiteraard) lekker lang uitgesponnen zonder dat het verveelde of langgerekt leek.  Met You don’t know als afsluiter – zachtjes afzwakkend om dan uptempo te eindigen - liet hij zijn fans vanzelfsprekend hunkeren naar meer.
En die bissessie wordt een voltreffer op Folk Dranouter deze zomer. Een akoestische set ‘pur sang’ met één microfoon en de hele band – zelfs op afstand  - erom heen geposteerd. Mooi, innig en grappig want Jasper Hautekiet – de lokale Gentse held aan de contrabas toen – kreeg zonder het te beseffen het hele publiek achter zich. Straatmuzikanten, zo leek het wel met een schitterende versie van “Dreams and Renegades” als slotakkoord met voor ieder bandlid een vooraanstaande en afzonderlijke rol. Voorwaar een gevarieerd  en bevlogen concertje om in te lijsten.  Klaar voor de grote Europese doorbraak, want deze zomer trekt hij verder Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland in.

Support Douglas Firs: Schattig onbeholpen talent
Douglas Firs  (Gertjan Van Hellemont ) – na Selah Sue een  nieuwe ontdekking van Milow – mocht de Vooruit opwarmen. Een heel stemvaste jonge singer-songwriter die dat met verve deed, al waren enkel de eerste tien rijen van de zaal beleefd genoeg om te luisteren. En het loonde de moeite. Hij zwierf van akoestische gitaar over piano (“Childhood fevers”) naar elektrische gitaar (“Dirty Dog”). Zalig onbeholpen wel, maar onschuldig goed in wat hij deed. Schattig zelfs. Al zal hij dat zelf wellicht niet zo’n leuk compliment vinden.

Playlist Milow
1. The Ride. 2. Stepping Stone. 3. Until the morning comes. 4. Canada. 5. Darkness Ahead and Behind. 6. Stephanie. 7. One of it. 8. Out of my hands. 9. The Priest. 10. Ayo Technology. 11. Born in the eighties. 12. You don’t know. Bis 1. This city is on my side. Bis 2. House by the creek. Bis 3. Dreams and Renegades.
Playlist Douglas Firs
1. I will let you down. 2. Apple. 3. Cocainemurder. 4. Love you now. 5. Childhood Fevers. 6. Dirty dog. 7. Baby Jack

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

George Thorogood & The Destroyers

George Thorogood & The Destroyers: Eén formule: Rocken!

Geschreven door

Er zijn nog zekerheden in het leven. Je kan er je huis op verwedden dat een concert van George Thorogood & The Destroyers nooit zal tegenvallen. Waarom ? Klasse en jarenlange ervaring in de rock’n’roll business is het antwoord. Natuurlijk is alles zeer voorspelbaar en daardoor weinig verrassend (wie op voorhand een setlist durfde samenstellen zat er geen vijf nummers naast). So what ? Iedereen is hierheen gekomen voor een portie potige rock’n’roll, niet voor de nieuwste experimentele trendy geluidjes. En het publiek kreeg wat het wilde, strakke rock en blues, waarvan de wortels bij John Lee Hooker, Howlin’ Wolf en vooral Bo Diddley liggen, door George en zijn Destroyers voorzien van een extra pak elektriciteit.

Thorogood, die er op zijn 58 ste nog behoorlijk vitaal uitziet, is in tegenstelling tot het beeld van bad guy en dronkelap die hij in zijn songs opvoert een echte professional, en een ervaren entertainer ook. Het publiek ophitsen kan hij als geen ander en ook al is het allemaal een beetje te Amerikaans, hij komt er mee weg. Op het podium is hij duidelijk de baas maar is er zich terdege van bewust dat er een ijzersterke band achter hem staat. The Destroyers zijn ervaren rotten die hun boss al jaren hondstrouw volgen en die op vandaag nog altijd de pan uit swingen. Typerend voor het Destroyers geluid is steeds die swingende sax die lekker doorheen de nummers rolt, onmisbaar en ongeëvenaard. Thorogood zelf steelt natuurlijk de show met zijn vlijmscherp rockende gitaar, doch achter hem heeft hij met Jim Suhler ook nog een begenadigd gitarist staan, die zich weliswaar moet inhouden in functie van de baas (we hebben die kerel ooit in Peer nog met zijn eigen band bezig gezien en geloof ons vrij, ’t was behoorlijk indrukwekkend).
De band speelde naar goede gewoonte een verzameling van hun beste songs als de Bo Diddley klassieker “Who do you love”, de ultieme krakers “Bad to the bone” (een gemene motherfucker van een song, hier nog maar eens een beresterk hoogtepunt), “I drink alone” , “Move it on over”, “Night time” en natuurlijk de onvermijdelijke John Lee Hooker boogie “One bourbon, one scotch, one beer”, een song die inmiddels een statement geworden is voor het imago van de band. De drive en het tempo zaten gans het optreden strak in hun vel, er waren geen storende lange solo’s of uitgesponnen songs, alleen maar bruisende rock’n’roll en stomende boogie, anderhalf uur lang. De groep beloonde een uitverkochte AB (voor een groot deel gevuld met ouwe rockers met gezonde bierbuiken) op een splijtend en wervelend slot met “Madison blues”, nog zo een klassieker van het eerste uur. U ziet het, weinig of geen nieuwe songs, geen kat die daar om maalde want niemand was daarvoor gekomen.

George Thorogood & The Destroyers waren in de AB nergens verrassend, maar altijd fantastisch, energiek en barstend van de klasse. Kortom, een band die zonder omwegen doet waar ze het best in zijn : Rocken !

Met het jonge gitaartalent Scott MC Keon (UK) was de avond al op een aangename manier ingezet. Mc Keon en zijn band (trio) speelden bij vlagen felle blues en rock met een swingend soul-en funkrandje en meerdere fijne gitaarhoogstandjes (denk even in de richting van Chris Duarte en Rorry Gallagher). Wij hoorden een handvol sterke songs en verwachten dat we in de komende jaren hier nog zullen van horen.

Organisatie: Live Nation

Les Nuits Botanique 2009: Bat For Lashes: volwassen talent en overtuigende live act

Geschreven door

Het concert van het Britse Bat For Lashes (Brighton), onder de bevallige Natasha Khan (Britse van Pakistaanse afkomst) was al maanden uitverkocht en werd ‘last instant’ verplaatst van de pittoreske Rotonde naar de Orangerie; de sombere, dreigende, etherische gothic folkpop kwam daar evenzeer tot z’n recht. Een mediahype ontwikkelde zich door haar podiumprésence, extravagante outfits en haar prijzige sets met o.a. Radiohead. Ze weet met de nieuwe tweede cd ‘Two suns’ en de single “Daniel” het grote publiek aan te spreken.

We merkten vanavond – gelukkig - minder pose, maar een dame die vorm en inhoud bracht aan haar materiaal en samen met bassiste Charlotte Hatherley (van Ash), drumster Sarah Jones en (?) Ben Christophers (elektronica/toetsen) een hecht klinkende band vormde.
Ze nestelde zich met gemak tussen Kate Bush, Tori Amos, Goldfrapp, Björk en Anne Clark. Ze riep de breekbare pop op van bands van Elisabeth Frazer (Cocteau Twins), Alison Shaw (The Cranes), Lamb (Louise Rhodes) en combineerde het met de rock en roots van PJ Harvey, Joan Wasser (Joan as Police Woman) en Cat Power. Ze leek de verpersoonlijking wel van Toni Halliday (Curve, tja, waar is de tijd!) en oversteeg probleemloos ‘de lookalikes’ van de Evanescences (Amy Lee) en Within Temptations (Sharon den Adel).
Natasha Khna is een opkomend talent die muzikaal beheerst te werk ging op toetsen, piano en gitaar en kon variëren in haar stem, van een lichthese, zachte naar een hoge zang of naar een dwingende voordracht.
Haar innemende, sombere soms dreigende songs kregen elan in het decor van een knusse huiskamer: er stonden beeldjes, een opgezette hertenkop en nachtlampjes op het podium en er lagen doeken van afgebeelde wolven aan de synths. Niks bleek aan het toeval overgelaten … We hoorden een duidelijke afwisseling in toetsen, piano, een diepe bas en synthbeats, waarbij vooral de doffe, apocalyptische drumroffels en de prikkelende elektronica meer ruimte kregen, zonder dat haar belangvolle vocals werden weggedrukt. Bijna alle songs van de recente plaat werden gespeeld: een donker en traag slepende “Glass”, het lichtvoetig duistere “Siren song” met Indiase invloeden (dankzij Yeasayer op plaat) en de dromerige ballads “Travelling woman” en “Peace of mind”. “Horse and I” kreeg zeggingskracht door clavecimbel en de stemmenpracht van de dames. “Sleep alone” klonk krachtiger door de synthbeats en de ‘80’s wave; samen met de oudjes “Tahiti” en “What’s a girl to do” was dit het meest groovy nummer. Een traditionele aanpak hoorden we dan op “Sarah” en een dreunende, repeterende bas bepaalde “The wizard”.
Overtuigend vuurde ze haar korte, bedwelmende en betoverende liedjes op haar publiek af, wat een warm onthaal opleverde en haar duidelijk wist te ontroeren.
En ook de bis was om van te snoepen: “Prescilla” en “Moon & Moon” waren prachtige pianoballads, op het intense “Good love” experimenteerde ze met haar vocals en op het dynamische “Two planets” maakte ze zelfs een soort regendansje. Tot slot speelde ze een tweede keer haar doorbraaksingle “Daniel” in een ‘radio edit version’, met een basrifje dat vervaarlijk aan Pixies’ “Monkey gone to heaven” deed denken. Al vroeg in de set had ze er een uitgekleede versie op nagehouden, bepaald door een sobere elektronicatoets, zachte beats, en gedragen door – opnieuw - de vrouwelijke stemmenpracht.

De sombere zweverigheid van Bat For Lashes wist ons te raken: een volwassen talent, twee puike platen, een goed op elkaar ingespeelde band en een overtuigende live act!

Organisatie . Botanique Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

Bat For Lashes

Bat For Lashes: volwassen talent en overtuigende live act (Les Nuits Botanque 2009)

Geschreven door

Het concert van het Britse Bat For Lashes (Brighton), onder de bevallige Natasha Khan (Britse van Pakistaanse afkomst) was al maanden uitverkocht en werd ‘last instant’ verplaatst van de pittoreske Rotonde naar de Orangerie; de sombere, dreigende, etherische gothic folkpop kwam daar evenzeer tot z’n recht. Een mediahype ontwikkelde zich door haar podiumprésence, extravagante outfits en haar prijzige sets met o.a. Radiohead. Ze weet met de nieuwe tweede cd ‘Two suns’ en de single “Daniel” het grote publiek aan te spreken.

We merkten vanavond – gelukkig - minder pose, maar een dame die vorm en inhoud bracht aan haar materiaal en samen met bassiste Charlotte Hatherley (van Ash), drumster Sarah Jones en (?) Ben Christophers (elektronica/toetsen) een hecht klinkende band vormde.
Ze nestelde zich met gemak tussen Kate Bush, Tori Amos, Goldfrapp, Björk en Anne Clark. Ze riep de breekbare pop op van bands van Elisabeth Frazer (Cocteau Twins), Alison Shaw (The Cranes), Lamb (Louise Rhodes) en combineerde het met de rock en roots van PJ Harvey, Joan Wasser (Joan as Police Woman) en Cat Power. Ze leek de verpersoonlijking wel van Toni Halliday (Curve, tja, waar is de tijd!) en oversteeg probleemloos ‘de lookalikes’ van de Evanescences (Amy Lee) en Within Temptations (Sharon den Adel).
Natasha Khna is een opkomend talent die muzikaal beheerst te werk ging op toetsen, piano en gitaar en kon variëren in haar stem, van een lichthese, zachte naar een hoge zang of naar een dwingende voordracht.
Haar innemende, sombere soms dreigende songs kregen elan in het decor van een knusse huiskamer: er stonden beeldjes, een opgezette hertenkop en nachtlampjes op het podium en er lagen doeken van afgebeelde wolven aan de synths. Niks bleek aan het toeval overgelaten … We hoorden een duidelijke afwisseling in toetsen, piano, een diepe bas en synthbeats, waarbij vooral de doffe, apocalyptische drumroffels en de prikkelende elektronica meer ruimte kregen, zonder dat haar belangvolle vocals werden weggedrukt. Bijna alle songs van de recente plaat werden gespeeld: een donker en traag slepende “Glass”, het lichtvoetig duistere “Siren song” met Indiase invloeden (dankzij Yeasayer op plaat) en de dromerige ballads “Travelling woman” en “Peace of mind”. “Horse and I” kreeg zeggingskracht door clavecimbel en de stemmenpracht van de dames. “Sleep alone” klonk krachtiger door de synthbeats en de ‘80’s wave; samen met de oudjes “Tahiti” en “What’s a girl to do” was dit het meest groovy nummer. Een traditionele aanpak hoorden we dan op “Sarah” en een dreunende, repeterende bas bepaalde “The wizard”.
Overtuigend vuurde ze haar korte, bedwelmende en betoverende liedjes op haar publiek af, wat een warm onthaal opleverde en haar duidelijk wist te ontroeren.
En ook de bis was om van te snoepen: “Prescilla” en “Moon & Moon” waren prachtige pianoballads, op het intense “Good love” experimenteerde ze met haar vocals en op het dynamische “Two planets” maakte ze zelfs een soort regendansje. Tot slot speelde ze een tweede keer haar doorbraaksingle “Daniel” in een ‘radio edit version’, met een basrifje dat vervaarlijk aan Pixies’ “Monkey gone to heaven” deed denken. Al vroeg in de set had ze er een uitgekleede versie op nagehouden, bepaald door een sobere elektronicatoets, zachte beats, en gedragen door – opnieuw - de vrouwelijke stemmenpracht.

De sombere zweverigheid van Bat For Lashes wist ons te raken: een volwassen talent, twee puike platen, een goed op elkaar ingespeelde band en een overtuigende live act!

Organisatie . Botanique Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

Les Nuits Botanique 2009: Pink Mountaintops en Sleepy Sun

Geschreven door

Stephen Mc Bean houdt het liever niet bij één bandje. Als Black Mountain kan doorgaan voor zijn eigenste Black Sabbath, dan is Pink Mountaintops zijn Velvet Underground. Terwijl hij met Black Mountain meer op een seventies spoor zit, schuilen in Pink Mountaintops de sixties.

In de Rotonde van de Botanique kwamen Pink Mountaintops hun nieuwste cd ‘Outside love’ voorstellen. In tegenstelling tot de lange groovy stukken van de eerste platen opteert de band nu meer voor songs met een kop en een staart. De set van één uur kwam wat moeilijk op dreef, Mc Bean maakte in het begin een beetje een verveelde indruk, maar naarmate de band zich meer intens in hun songs worstelde werd er heviger en meer gedreven gemusiceerd. Een sixties orgel beklemtoonde het sixties karakter van de nummers en een zwevende viool zette de VU invloeden nog sterker in de verf. Wij liepen vooral warm van de tweede helft van dit optreden toen de band volledig losgekomen was, maar vertellen er graag bij dat we Mc Bean toch liever aan the werk zien met Black Mountain, omdat die gasten op een podium een stuk meer ronken en bruisen. Wij zullen namelijk nooit vergeten wat Black Mountain anderhalf jaar geleden in de Antwerpse Trix presteerde, helemaal paf stonden wij van die heerlijk geschifte psychedelische stoner-rock. Nu was dit niet het geval, maar toch waren we getuige van een meer dan behoorlijk optreden met knappe nieuwe nummers. Een mooie afwisseling ook tussen de ingehouden songs en een paar stevige brokken opborrelende rock.

Verrassing van de avond was echter Sleepy Sun, een bende jonge gasten uit California wiens optreden we jammer genoeg voor de helft moesten missen door het pokkeweer onderweg en de vervelende Brusselse files. Maar wat we zagen en vooral hoorden was behoorlijk indrukwekkend. Psychedelische spacey blues vermengd met bedwelmende rock, ergens tussen The Doors, The Black Angels, Zen Guerilla, de Velvets (alweer) en vroege Pink Floyd. Een gedreven zanger (Jim Morrison hing in de lucht), kosmische gitaren en een handvol knappe songs zorgden voor een begeesterend totaalgeluid.
Smaakt duidelijk naar meer. Sleepy Sun, onthou die naam en zoek hun debuutplaat ‘Embrace’.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

The Black Box Revelation

The Black Box Revelation: klaar voor de rest van de wereld

Geschreven door

Na hun tweede plaats, na winnaar The Hickey Underworld, op Humo’s Rock Rally 2006 is het snel gegaan voor The Black Box Revelation. Hun single “Kill for Peace (& Peace Will Die)” van de ‘Introducing EP’ en het nummer ‘Fighting with the Truth’ die prijkt op een compilatie van Poppunt kregen al de nodige aandacht. Drummer Van Dijck en zanger/gitarist Paternoster brachten daarna met ‘Set Your Head On Fire’ hun bejubelde debuutplaat uit waarmee ze met een pak singles heel wat airplay verdienden op Studio Brussel en waardoor ze niet uit De Afrekening waren weg te slaan. Ook in de Verenigde Staten oogsten de twee jonge snaken heel wat lof, The New York Times berichtte over hen en al snel werd hun song “I Think I Like You” in het stadion van The Pittsburgh Pirates (uitkomende in The Major League Baseball) voor en na de wedstrijd gespeeld. Daarna volgden nog optredens in LA, San Francisco en New York: ‘Dollars Are Sweet, They Say'! In afwachting van de festivals en enkele buitenlandse concerten in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië en Zwitserland speelt The Black Box Revelation ook nog enkele uitverkochte clubconcerten in o.a. De Zwerver te Oostende, Depot te Leuven en Trix Antwerpen.

The Black Box Revelation heeft nieuwe nummers klaar en speelde die voor het eerst live tijdens hun mini-clubtournee. Beide heren staken meteen van wal met “Love, Love Is On My Mind” waarbij het drumstel van Van Dijck meteen wist waar het het volgende uur aan toe was en waarbij de raspende stem van Paternoster rauw in de strijd werd gegooid. Na het aanstekelijke “Gravity Blues” gooide het duo “Stand Your Ground” onder onze stilaan op kooktemperatuur gebrachte hersenpan. Alweer een bijzonder aanstekelijk en vet bluesrocknummer dat niks of niemand uit de weg ging! Toen de band daarna ook nog huidige single “High On A Wire” door de speakers joeg begonnen we te vrezen dat de band meteen al zijn meest krachtige vuurpijlen de zaal had ingejaagd. Niks bleek minder waar! De parel “We Never Wonder Why” lag mooi ingekapseld tussen twee nieuwe nummers waarvan eentje “Five O’Clock Turn Back The Time” werd gedoopt. Het nieuwe materiaal klinkt goed uitgewerkt en op en top Black Box Revelation: rauwe, bluesy rock’n roll zonder scrupules, makkelijk meezingbaar en doorspekt met de schijnbaar ontoonvaste stem van Paternoster. Het publiek ging helemaal uit zijn dak toen beide heren hun meesterlijke ballade “Never Alone/Always Together” inzetten, een ingetogen nummer met een bijzonder geluid dat fel gesmaakt werd door de talrijk opgekomen jonge meute. Bij song “nummer 9” kriebelden we WOW op ons papiertje. Paternoster toverde menig gitaarsolo uit zijn gitaar, nam zijn kompaan op sleeptouw, en schreeuwde vol overtuiging “You don’t have to call me by my name, I don’t want it!”. Fantastisch! Verrassend volgde dan hun catchy debuutsingle “Kill For Peace (& Peace Will Die)” met in het kielzog het sublieme, met een indrukwekkende bluesriff verheven, “I Think I Like You”. Als toegift trakteerde de band op nog twee nieuwe nummers en titeltrack “Set Your Head On Fire”, waarbij het publiek een laatste keer bij het nekvel werd genomen en naar huis werd gelaveerd.

The Black Box Revelation bracht een indrukwekkend optreden met een onwaarschijnlijk vette sound. Ondanks hun beperkte numerieke bezetting vulden zij zonder scrupules het podium en de zaal! Met The Black Box Revelation heeft ons land een eigen sterk duo zoals er in het buitenland een paar te vinden zijn: Blood Red Shoes, The Black Keys, The White Stripes of The Kills om maar enkele straffe bands te noemen. Ongetwijfeld is The Black Box Revelation, samen met de heren van Madensuyu, het sterkste wat er momenteel live te zien is in ons land! De band bewees dat ze klaar zijn voor het grote werk: de festivals (waaronder Cactusfestival en Boomtown!) en het buitenland. Er wacht hen ongetwijfeld een grote toekomst!

Organisatie: Democrazy, Gent

Sons Of Seasons

Gods Of Vermin

Geschreven door

We schrijven 2007. Oliver Palotai, Daniel Schild en Luca Princiotta waren leden van Blaze, de band rond voormalig Iron Maiden zanger Blaze Bayley. Omdat ze niet akkoord waren met de beslissingen van Blaze zijn nieuw management, verlieten ze de band. En dan besloot Oliver Palotai om Sons Of Seasons op te richten, samen met zijn twee collega's van bij Blaze. Niet veel later werden ze vervoegd door bassist Jürgen Steinmetz. Oorspronkelijk ging Tijs Vanneste van Oceans Of Sadness de zang voor zijn rekening nemen, maar dit ging niet door vanwege zijn tourschema. Dus hebben ze het klusje laten doen door Henning Basse.
Tot zover een korte biografie van deze nieuwe Symphonic Power Metalband die onlangs een debuut heeft uitgebracht in de vorm van ‘Gods Of Vermin’. Dit is een band met een goede zang en deftige solo's. Maar de muziek zelf, ik vind er eigenlijk niet zo veel aan. Het is wel goed uitgevoerde Symphonic Power Metal. Maar alles klinkt wat te middelmatig, te gewoontjes. Het zijn nummers die niet blijven hangen, die het ene oor in gaan en het andere oor weer uit gaan (bij wijze van spreken). Men probeerde het niveau nog wat op te krikken door Simone Simons, die tevens de verloofde is van voorgenoemde Oliver Palotai, wat gastbijdrages te laten leveren. Akkoord, “Wintersmith” klinkt wel een stuk aardiger zo. Maar ondanks dit ben ik nog steeds niet overtuigd van dit album en van de muziek van Sons Of Seasons. Nergens verrassingen, nergens iets wat opvalt tussen de andere nummers. Kortom, een album zoals er ongetwijfeld nog veel zijn.

Green Day

21st Century Breakdown

Geschreven door

Vijf jaar na ‘American Idiot’ is het Amerikaanse punkrocktrio Green Day, onder Billie Joe Armstrong, er terug als vanouds bij en bewijzen twintig jaar na ontstaan, dat ze nog steeds in de running zijn; ze behouden de punkpop een fris, levendig, eigentijds en jeugdig gezicht met hun ‘to the point’, melodieus opbouwende rock en meezingbare refreinen: catchy, vaardig en gedreven. 18 songs vinden we terug, die ‘oude’ bands als The Offspring, Rancid en reeds teloorgegane Blink 182 en Sum 41 het nakijken geven. En jonge bands mogen opkijken naar deze ‘dolle’ veertigers …
De meeste songs liggen in dezelfde lijn als hun snedige single”Know your enemy”, maar af en toe gaat men richting melige ballad, “Last night on earth” en “21 guns”, “Restless heart syndrome” begint op dezelfde wijze, maar al gauw wordt het overstelpt door de 1-2-3 gitaar, een opzwepende bas en drums; een country inslag horen we dan op “Peacemaker” en “Viva la gloria (little girl)”. Het zorgt voor een gepaste variatie op dit album. “American Eulogy”, dat in twee stukken is onderverdeeld, verwijst naar de punkrockopera van de vorige cd.
Dit is Muzikaal Speelplezier en Entertainment vol Emotie. Puik werk van deze gasten.

Pagina 457 van 497