logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Crobot

Crobot - Stevige retro hard-rock

Geschreven door

Crobot - Stevige retro hard-rock
Scorpion Child en Crobot
Kreun
Kortrijk
2015-12-02
Sam De Rijcke

Het lekker ouderwetse hard-rock collectief Scorpion Child (volop seventies, zowel qua looks als qua sound) uit Austin Texas trekt nog altijd de wereld rond met als enige bagage die voortreffelijke titelloze debuutplaat. In hun live set is toch al behoorlijk wat nieuw werk gesijpeld en dat klinkt veelbelovend. Ze blijven zweren bij een klassieke hard-rock sound met wortels bij het onvermijdelijke Led Zeppelin en bij bands als Grand Funk Railroad, Deep Purple en Wolfmother.
Aryn Jonathan Black is een fel entertainende frontman met het vocale bereik van de jonge Robert Plant, hij legt de nodige ziel en animo in zijn act en vormt daarmee het speerpunt van deze classic hard-rockband. Andere sterkhouder is gitarist Christopher Jay Cowart die met een stel splijtende riffs  en beknopte solo’s er een enorme drive in houdt. Met nieuwkomer Aaron John Vincent , die bij momenten heel stevig uithaalt op de keyboards, is de sound wat uitvergroot en klinkt het geheel organischer. Een uur lang bijt Scorpion Child zich vast in een stijl die dan wel als retro mag omschreven worden, maar die gretig, fel en fris van het podium komt gewaaid. Het is een band die de soul van de hard-rock bands uit de jaren zeventig op een energieke manier terug tot leven wekt en daarbij de langdradige jams uit die tijd achterwege laat. En anno 2015 klinkt dit verdomd aardig.

‘Something Superantural’ uit 2014 is tot op heden het enige album van Crobot. De plaat heeft een vrij robuuste klassieke hard-rock sound die wel eens neigt naar Clutch en The Sword, maar die niet echt overloopt in variatie. Daar wringt ook live het schoentje. Op het podium staat het viertal krachtig te spelen, maar de songs verschillen maar weinig van elkaar. De hoge vocale uithalen van Brandon Yeagley overheersen wel, maar zijn zanglijnen lijken in iedere song wel dezelfde. Voor zijn podiumact heeft hij echter duidelijk het grote Steven Tyler handboek geraadpleegd en het moet gezegd dat hij de boel beduidend onder stoom weet te houden.
Wat ons ook is opgevallen, is dat Chris Bishop een verdomd sterke gitarist is die de mosterd voor een groot stuk is gaan halen bij Tom Morello van Rage Against The Machine, waarschijnlijk veel meer dan hij zelf zou willen geloven. Met dat hoge stemmetje van Yeagley er bovenop komt dan ook Audioslave ons voor de geest.
Je kan Crobot hoegenaamd geen gebrek aan drijfkracht en energie verwijten, maar er mag wel iets meer variatie in hun sound en songs gepompt worden.

Bij Scorpion Child snakten we naar nog een toegift, bij Crobot vonden we dat het genoeg was geweest. Dan weet je wel welke band hier het sterkst voor de dag kwam.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/scorpion-child-02-12-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/crobot-02-12-2015/

Organisatie: Alcatraz Music (ism Kreun, Kortrijk)

STOMP

STOMP - Dans , muziek en theater verenigd!

Geschreven door

STOMP - Percussief vernuft, doordachte choreografie en visuele humor schuilt in STOMP, een totaal theater spektakel . Al 24 jaar toeren ze over de hele wereld … Ingenieus , subliem wat dit combo allemaal doet , hoe ze op elkaar zijn ingespeeld om professioneel, enthousiast geconcentreerd met handen , voeten (tapdans) , bezems , stokken, deksels , potten, pannen, buizen, lucifer (doosjes), kranten, vuilbakken, winkelkarren rubber, schroot en wat nog allemaal , om in een juiste timing GELUID en RITME zo aanstekelijk, opzwepend te maken . ‘Dat alles en nog allemaal wat’ is impressionant, uniek en onnavolgbaar . 
Een dynamiek die getuigt van een enorme creativiteit en speelsheid . De drummers zijn zowel performer; danser als percussionnist.
Ze waren voor enkele voorstellingen in ons land en opnieuw was het een ware belevenis voor jong en oud . Dans , muziek en theater zijn hier opnieuw verenigd … én opnieuw werden we overdonderd . Mooi!

Organisatie : Upstars

The Black Box Revelation

Highway Cruiser

Geschreven door

The Black Box Revelation is een dijk van een live band, maar nog nooit hebben ze de adrenaline en de ongebreidelde spankracht van hun energieke live sets op hun platen kunnen evenaren.
Voor de nieuwe ‘Highway Cruiser’ hadden we stiekem gehoopt op een brok vette garage-rock met onkuise blues in de aderen, maar onze natte dromen worden maar sporadisch ingewilligd.
Met de voorloper “Gloria” hadden we al zo een donker vermoeden, iedereen was vol lof over die single maar wij dachten bij de eerste beluistering dat we The Scabs hoorden. Niks mis met The Scabs trouwens, maar zelfs in het repertoire van die ouwe rockers zou dit één van de mindere songs zijn.
Een vuile bluesrocker als “Riverside” is dan wel weer volledig ons ding, dit is het soort modderbeslag die wij verwachten van BBR maar die op ‘Highway Cruiser’ veel te weinig de kop opsteekt. Met “Walk Another Line” gaat de spanningsmeter terug een beetje de hoogte maar over ’t algemeen moeten we tot onze spijt vaststellen dat de songs te licht uitvallen en dat de vocals van Paternoster op den duur wat zagerig gaan klinken.
Wij hebben hen trouwens betrapt op jatwerk uit onverwachte bron. Beluister de laatste song “I Can’t Find It” en zoek dan eens “Fly To The Rainbow” van The Scorpions op. Nooit gedacht dat Jan Paternoster zijn solo’s ging stelen bij Uli Jon Roth (de gitarist die The Scorpions enig bestaansrecht gaf, pas na diens vertrek zijn het beschamende poedelrockers geworden).
Het siert BBR misschien dat ze niet in herhaling vallen en wat avontuurlijker proberen te klinken, maar door een het gebrek aan echt onvergetelijke songs, komt ‘Highway Cruiser’ een beetje slapjes uit de coulissen. Hun zwakste plaat tot nu toe.

Billy Gibbons & The BFG s

Perfectamundo

Geschreven door

Billy Gibbons lijkt zich bijzonder goed te amuseren op deze solo plaat, de rosse baard heeft er zin in en hij trekt van de bruine kroeg door de urban steegjes naar de dansvloer. Hij doet het met een fijne kruisbestuiving tussen zompige rock en Zuid-Amerikaanse ritmes. Een territorium waar Los Lobos heer en meester zijn, maar Gibbons komt hier wel een dikke neus aan het venster steken.
De piano en een groovy seventies orgel brengen een flinke geut Booker T & The MG’s naar binnen en Gibbons draait daar nog wat drummachines en eighties invloeden van zijn ZZ Top pronkstuk ‘Eliminator’ door.
De bluesmicrobe huist ook nog steeds in die imposante baard (die inmiddels een stuk werelderfgoed is geworden) en er zijn zelfs sporadisch enkele flarden r&b en hip hop te bespeuren. Een beetje een te bont allegaartje zien we u denken, maar al deze invloeden vloeien wonderwel in elkaar en nergens klinkt dit gekunsteld.
Bovendien haalt  Gibbons geregeld zijn schitterende gitaarcapriolen naar boven zodat ook de doorwinterde ZZ Top fans niet ontgoocheld zullen zijn. Het plaatje is dus ook geschikt voor noeste bikers, maar die mogen voor de gelegenheid eens een Hawaii hemdje aantrekken in plaats van hun leather jacket.
Billy Gibbons heeft nog nooit zo funky geklonken. De laatste ZZ TOP ‘La Futura’ was ook al een heel fijn weerzien, en met deze swingende soloplaat kunnen we niet anders dan besluiten dat deze ouwe kraker weer helemaal hot is.

Wire

Wire

Geschreven door

De postpunk van het eerste uur zit (opnieuw) in de lift . Terug van weggeweest zijn er Gang Of Four, The Pop Group , de samenwerking tussen FF en The Sparks (onder FFS) en verder zijn bands als Pere Ubu en The Fall in die 35 jaar nog steeds actief . Ook Wire , ¾ intact in dezelfde bezetting, levert met regelmaat van de klok een plaat af . Na ‘Change becomes us’ (2013), ongebruikt oud materiaal als basis voor nieuwe songs , zijn ze er nu met deze hier,  eenvoudigweg ‘Wire’ genaamd.
De snedige arty laat al jaren meer ruimte voor pop , stemmige sfeerstukjes en broeierige songs. Ook al is de cd niet helemaal spannend , we vinden van Colin Newman enkele pareltjes als “Blogging” , die de plaat opent en de mooi uitgesponnen , broeierige “Sleepwalking” en “Harpooned” die we met plezier inlijsten.
We horen een band die een rits goede dromerige popsongs aflevert . Halfweg gaat het tempo wat omhoog en krijgen we een strakkere sound .
Verrassen doet Wire niet echt meer , maar na al die jaren zijn ze nog steeds in staat om goede, pakkende, subtiele nummers te brengen.

Lieven Tavernier

Eerste sneeuw

Geschreven door

Lieven Tavernier - Eerste sneeuw - alle liedteksten met cd
Weinig mensen (ook wel een beetje mijzelf) kennen Lieven Tavernier. Toch is het iemand die in de kleinkunst en het Nederlandstalig lied welbekend is, vooral als songleverancier van mensen zoals Jan De Wilde en Erik Van Neygen, …
De bijdrages van Lieven Tavernier leverden al een aantal klassiekers op, zoals natuurlijk "Eerste sneeuw" en "De fanfare van honger en dorst". Sedert enige tijd krijgt hij wat naambekendheid, dit vooral omdat mensen zoals Koen Gisen, de man achter The Bony King of Nowhere de productie verzorgde van één van zijn laatste cd's.
En nu is dus het boek met in bijlage een cd , smaakvol uitgegeven door Lannoo. Een wonderlijk boek trouwens, gevuld met persoonlijke getuigenissen van bekenden en vrienden, zoals Marc Didden en Betty Mellaerts. En daarnaast de verzamelde songteksten, en zoals iemand in het boek schrijft, teksten over de Verlegene, de Grijnzende, de Wenende, de Betekenisvolle en de Afscheidnemende.
Op deze CD staan covers van een paar van zijn bekendste liederen, uitgevoerd ondermeer door Gabriel Rios, Raymond van het Groenewoud en Kris Debruyne. Muzikaal zijn deze nummers geënt aan het folkrockgenre, mijlenver verwijderd van het geitenwollensokken repertoire waarin zijn vroegere vertolkers zich bevonden. Mooie, donkere nummers met een tijdloos karakter, waarin heimwee, melancholie en afscheid primeren. Beste nummers hier zijn "Vossie", "Patty Smith" en "Donkere dagen".
Kortom, een boeiende en smaakvolle kennismaking van een ondergewaardeerd artiest. 

Torres

Sprinter

Geschreven door

Een niet te onderschatten artieste is Torres aka Mackenzie Scott . De 24 jarige heeft nu haar tweede album uit en kan hier doorbreken in de voetsporen van Courtney Barnett . Haar rauw gevoelige rocksongs zijn intens doorleefd, spannend , broeierig en hebben soms een donker, duister randje .
PJ Harvey, Anna Calvi zijn naast Barnett voorname raakpunten , maar op de innemende, donkere tracks, met een deels praatzang, sijpelt Amanda Palmer/Dresden Dolls en Margo Timmins van Cowboy Junkies door .
Meteen zijn we met de eerste twee tracks “Strange hellos” en “New skin” al fel onder de indruk van die opbouw en intensiteit . Ook “Cowboy guilt” en de titelsong moeten niet onderdoen . Het zijn ijzersterke tracks , die haar talent doen bovendrijven. De twee lange nummers “Ferris wheel” en “The exhange” zijn sober ingehouden en eerder akoestisch toongezet.
Een afwisselend album, die haar talent onderstreept . Sterk!

The Guru Guru & Brutus

Brutu Guru

Geschreven door

Pop/Rock
Brutu Guru
The Guru Guru & Brutus
Funtime Records
2015-12-03
Sam De Rijcke

Fijn conceptje, twee eigenzinnige en dwarse bands die elkaars songs een beurt geven en dat alles verpakken in een fraai vinyl pakketje. The Guru Guru doet iets zinnigs en drastisch met de Brutus song “Julia”, Brutus ramt “Dance With Me” van The Guru Guru door een soort post-punk-metal draaimolen. Samen geven ze dan nog eens een flinke noise dreun aan de Sinead O’Connor klassieker “Troy” die hier bijna onherkenbaar gemaakt wordt. Een cover zoals een cover moet klinken, gedurfd, verrassend en toch geen verkrachting van het origineel. Het was zowaar bijna een postuum eerbetoon geworden, we vernemen zopas dat de kale furie maar op het nippertje gered werd na een overdosis. Verwondert ons niet, dat mens was al een tijdje het noorden kwijt, haar laatste platen waren niet te pruimen. Misschien kan iemand dringend een exemplaar van dit plaatje sturen naar haar afkickcentrum, zodat ze weet dat een stel creatieve en tegendraadse geesten in België iets voortreffelijks aanvangen met haar song.

The Guru Guru heeft er ook nog een aardig en compromisloos singletje bijgevoegd met daarop twee snedige tracks. “Backdoor” heeft iets van de jonge dEUS (hun eerste plaat dan wel, van toen er nog hardnekkige weerhaken in hun songs zaten) en “Hole In The Ground” heeft de intensiteit en agressie van het onvolprezen Fugazi.

Check beide bands op www.theguruguru.be, www.wearebrutus.com, www.funtimerecords.com

Trixie Whitley

Trixie Whitley- Eén brok emotie

Geschreven door

De eer om te mogen openen voor Trixie Whitley was andermaal weggelegd voor Echo Beatty. De band maakt sferische donkere melodische muziek die sterk doen denken aan o.a. PJ Harvey. Het duo opende sterk in de AB met “Spastic Dansers”, een nummer waarbij Annelies Van Dinter meteen het beste van haar zelf gaf. De hoge zanglijnen deden hier en daar ook denken aan Trixie Whitley. De nummers waren goed , maar misten hier en daar wat extra punch. Het was geen slechte opener maar ik werd er ook niet meteen warm van.

Waar ik wel warm van werd, was de plotse toestroom van toeschouwers voor dame Trixie Whitley, voor de tweede avond op rij met haar band in de AB ... iets na 21u. Later zou blijken dat de korte vertraging te wijten was aan haar dochter Phoenix die voor de gelegenheid haar eerste concert zou meemaken …
“A thousand thieves” start ingetogen maar miss Whitley blijkt meer in haar mars te hebben dan vroeger. Het nummer ontploft, de nieuwe band heeft duidelijk een invloed achtergelaten. Het energieke drumwerk, de strakke baslijn tilt het vroegere rustige nummer naar een hoger niveau. Iets wat we de rest van de avond mogen meemaken bij de oude nummers. Het nummer “Ireen” opgedragen aan de orkaan die New York indertijd teisterde, rolt als een golf over het publiek heen. Het nummer is steviger, rauwer dan ik ooit hoorde. Maar ook de nieuwe plaat kan zich staande houden in de AB.
De nummers leunen sterk aan bij de eerste cd, de uitwerking op het podium is van beide cd’s steeds anders. Midden in de set zakt het niveau even. We krijgen een aantal rustige nummers voorgeschoteld waarna Trixie zelf achter de drums kruipt, een golf van verwondering door de zaal wanneer ze dan ook nog andere schoenen aantrekt. We krijgen een versie van “Nature Boy” te horen (origineel van Nat King Cole). Het is een slaapliedje, maar ons in slaapwiegen doet het zeker niet. Het hele nummer straalt jazz uit, we kunnen niet anders dan in trance meebewegen op het ritme van de beat.

De avond laat een overweldigende indruk op me achter, van het ingetogen meisje is weinig overgebleven. Trixie is een vrouw met ballen en je zal het geweten hebben. De set was puur emotie en een plezier om het te mogen beleven. De nieuwe bandleden helpen hier zeker aan mee om sound in z’n totaliteit naar een hoger en strakker niveau te tillen.

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

Chris Spedding

Chris Spedding - Rock mooi samengevat

Geschreven door

Peter Robinson ,beter gekend als levende legende Chris Spedding, is één van de meest gevraagde sessiemuzikanten, mullti-intrumentalist, singer songwriter, producer, noem maar op. Verantwoordelijk voor een aantal tracks op Brian Eno’s ‘Here Come The Warm Jets’, een aantal Roxy Music nummers tot en met Sex Pistols. Spedding vond het ook niet nodig om mee in het verhaal van de Stones te stappen, want dan kon hij niet meer zijn liefde voor muziek bedrijven zoals hij het wilde.  En hij heeft daar geen gram spijt van. Van zijn talrijke solowerken zal “Motor Bikin’” wel bij de liefhebbers bekend in de oren klinken.

Welnu, de andere Peter, van Den Trap, is er zomaar eventjes in geslaagd dit heerschap in zijn kroeg te halen. Spedding vatte zaterdag met zijn retrospective heel mooi de betere rock ’n roll samen. Opener “Wild In The Street” is een portie pure onversneden rock en  “Wild Wild” knipoogt duidelijk naar Zijne Rifheid Zelve Keith Richards. Je voelt direct aan dat je met topmuzikanten te maken hebt. Ook de sound is meer dan prima.  Terwijl “Gloria” heerlijk gemixt  wordt met “Riders On The Storm”, proeven we ook van Johnny Cash. The Stones worden gecultiveerd met hier een daar een rifje (“Star Me Up”).
Zou hij dan toch spijt hebben? JJ Cale passeert ook en “Summertime Blues” doet de nekharen overeind staan. Zelden zo’n versie gehoord. “Shakin’ all Over” boost en Spedding blijft ons met de rifjes om de oren slaan. Het publiek smult gretig. “Purple Haze” jumpt “Jack” en “Layla” met “guns”. Zo hoort een medley te zijn. “Wild Thing”. Inspiratieloos? No fucking way! Je ziet en hoort niet alle dagen één van de beste muzikanten. En zeker niet in uw stamkroeg.

Organisatie: Den Trap, Kortrijk

Albert Hammond Jr

Albert Hammond Jr. - Gitarist van The Strokes etaleert veel speelplezier

Geschreven door

… 26 januari 2002, we waren er bij toen The Strokes hun legendarische debuut ‘Is this it’ kwamen voorstellen in de AB. We weten nog dat het een heel goed concert was, no fillers en all killers. Vooral “Take it or leave it” maakte een grote indruk. Op dat moment was het nog niet uitgemaakt of The Strokes of The White Stripes de grootste band van het nieuwe millennium gingen worden.  Sindsdien is het eigenlijk alleen berg af gegaan met deze New Yorkse garagerockers: ieder nieuw album was minder, de albums lieten ook lang op zich wachten, en er werden vreemde uitstapjes richting reggae en andere genres gemaakt op ‘Angles’. Ook live waren The Strokes heel weinig te zien in Europa, of het nu in zaal was of op een festival. Om Lil Kleine te parafraseren: drank en drugs deden The Strokes te veel chillen.

Drie bandleden hielden zich bezig met soloprojecten: songschrijver en zanger Julian Casablancas richtte The Voidz op en deed ook mee als gastzanger bij de laatste Daft Punk, bassist Nicolas Fraiture heeft sinds kort een nieuwe band met Summer Moon, maar de meest geslaagde solo-experimenten komen toch van gitarist Albert Hammond Jr., die we vanavond gingen bekijken in de Grand Mix. Met ‘Momentary Masters’, heeft die zijn derde album uit, zijn beste tot nog toe.
Live is Albert Hammond Jr. een vijftal, met twee gitaristen naast Hammond zelf, zodat die niet altijd hoeft te spelen maar ook gewoon de zang voor zijn rekening kan nemen. Op plaat klinkt Hammond heel poppy, soms zelfs iets te geproducet. Live knalt en rockt het, zoals in opener “Strange tidings”, met een perfecte Strokes-riff en een gouden zanglijn. Hammond heeft dan wel niet de meeslepende rock’n’roll grain zoals Julian Casablancas, maar stemgewijs trekt hij zich goed uit de slag: dit is niet de typische ‘gitarist probeert ook eens te zingen omdat instrumentale nummers toch maar saai zijn en is pijnlijk onvast in de zang’.  In “GFC” zong Hammond over zijn frustraties in een kwikzilver popnummer, denk aan Real Estate of Grizzly Bear. Hammond had nog meer drie-minuten popsongs in de aanbieding, waarbij opviel hoe dikwijls hi-hat en bas het nummer op touw namen, met vrijheid voor de gitaren om te soleren. “Caught by my shadow” ging de mosterd gaan zoeken bij The Artic Monkeys, en deed dat goed. “Touché”  zat dan weer vol new wave invloeden, als een vrolijke mix van Vampire Weekend en Interpol. Veel raakpunten met goeie bands dus, en met een cover werd de absolute held van Hammond geëerd: Robert Pollard’s Guided by Voices , de koningen van de lo-fi, kregen een passende hommage met ”Postal Blowfish”, een out-take uit de tijd van ‘Bee Thousand’. Verder ging het met “Loosing touch”, Interpol zonder de grafstem van Paul Banks. In een ander nummer moesten we dan weer denken aan Jim James van My Morning Jacket, door de zang en de uitgesponnen gitaarsolo.

Ook de bis bewees dat Albert Hammond Jr. in wellicht de beste vorm van zijn carrière verkeert, met sprankelende popnummers die The Strokes al lang niet meer maken.


Setlist
Strange tidings –Rude customers -        101 – Power hungry – Carnal cruise – GFC – caught by my shadow - touche - Postal blowfish- losing touch – razor’s edge – Intransit – st justice –egas – born slippy –spooky couch – side boobs

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Therapy?

Therapy? - verandert de Kreun in een rocktempel!

Geschreven door

Om hun 10-jarig bestaan te vieren lijkt het dit jaar geen probleem voor Jobrock om grote namen te strikken in de Kreun (Kortrijk). In april eerder dit jaar lukte het al om Dog eat dog over de vloer te krijgen, en nu volgen ze met Therapy?. Het blijkt een succesformule te zijn, aangezien dit concert opnieuw uitverkocht was.

Als opwarmer kregen we de jonge en toch zeer verrassende Black Tolex te zien, een West/Oost-Vlaamse band die op 6 mei hun eerste full album ‘Cayo’ uitbracht, gemasterd door Brain Lucey (Arctic Monkeys, Black Keys,…). Het verbaasde me hoe zo’n jonge groep twintigers al zo’n sound kon produceren.  In de zaal werden ze genoemd als ‘de nieuwe Blues Rockrevelatie’. De combinatie van de vette baslijn van Matthijs Machtelinckx, het technische drumwerk van Simon Lamont en de prachtig verdeelde gitaarriffs tussen Guillaume Lamont en Milo Meskens lijkt toch sterk beïnvloed door de sound van de Black Keys. Deze invloeden zijn te horen in nummers zoals “Stand your ground” en “Killer rail”, … Tot op vandaag dient de band als opwarmer, maar volgens mij zal het niet lang meer duren vooraleer deze band zelf een hoofdact wordt. Zeker een aanrader voor diegenen die van dit genre houden.

Vervolgens was het de beurt aan Therapy?, waar duidelijk iedereen voor kwam. Het zag ernaar uit dat er veel echte fans aanwezig waren van deze ‘alternatieve metalband’, die ontstond in 1989 in Noord-Ierland. Dit zag je aan de donkere kledij, lederen jassen, en het ietwat oudere publiek. Maar Therapy? bewijst dat het niet blijft stilstaan, aangezien in maart hun nieuwste studioalbum ‘Disquiet’ uitkwam, het 14de maar liefst!

De zanger/gitarist Andy Cairns heeft duidelijk veel ervaring op het podium. Vanaf de eerste minuut kreeg hij het publiek mee, dat hem begroette met hevig applaus en bijkomend geschreeuw. De wat kleinere zaal ontplofte onmiddellijk met het openingsnummer “Still Hurts” (van het nieuwste album). Vervolgens begonnen ze aan een minisalvo van de bekende nummers “Isolation” en “Die laughing”, die gesmaakt werden door het publiek met het nodige headbangen. De bassist Michael McKeegan zorgde naast zijn stevig baslijn ook voor de nodige sfeer op het podium. Door zijn wilde bewegingen en eerder grappig voorkomen kreeg hij het publiek mee.
Tussenin werd er veel gemixt tussen nieuwe en oudere nummers, zoals “Tides”, “A moment of Clarity”, “Stories”, … Zo kon je merken dat het nieuwere werk en het oudere nog steeds dezelfde sound hebben. Slecht nieuws voor de relatief nieuwe drummer Neil Cooper, want hierdoor moet hij in zijn drumwerk nog steeds halve mitrailleursalvo’s afvuren. Ondanks het stevige genre en de gewelddadige teksten (met veel Fucks) bracht de zanger Andy Cairns nog een kleine ode aan de gebeurtenissen in Parijs. Hij zei: “Het doet er niet toe wat jouw geloof is, hier op deze plaats hebben we maar één geloof. En dat is Rock en luide muziek. Dit is onze tempel.”

Om het concert te beëindigen, kon het ook bijna niet anders dan dat het eerste bisnummer “Diane” zou worden, duidelijk te zien dat dit emotioneelste nummer hun bekendste is. Hierbij kwamen vele gsm’s naar boven en werd de volledige tekst meegezongen (zelfs door de stoere mannen met hun lederen jassen). Het allerlaatste nummer was “Nowhere” dat nog een laatste keer de Kreun in brand stak.
Al bij al een stevige avond en een duidelijk bewijs dat Therapy? nog ver van uitgeblust is.  

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/therapy-27-11-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/black-tolex-27-11-2015/

Organisatie: Kreun , Kortrijk ism Jobrock

AC/DC

AC/DC – Rock or bust!

Geschreven door

AC/DC – Rock or bust!
AC/DC
Domain Stadium
Perth (Australi
ë)
27-11-2015
Marilien Bultinck

Na
meer dan 40 concerten in Amerika en Europa eerder dit jaar, is de legendarische rockband AC/DC met de Rock or Bust World Tour eindelijk in het Australische Perth geland. Op vrijdagavond 27 november 2015 konden de vijf Australische rockers er een – fantastiche - ‘thuismatch’ spelen. 

Voor deze bijzondere gelegenheid baanden horden grote, bebaarde,
getatoeëerde en vooral - niet bepaald jonge - mannen hun weg naar het Domain Stadium in Perth. Echter, ook voor gezinnen met pubers en zelfs voor de oudere generatie die voor hun lichamelijke stabiliteit dienden te vertrouwen op een looprekje of rolstoel bleek het concert een gegeerde bestemming. Misschien niet meteen wat je als publiek van een (hard) rock concert zou verwachten, maar geef toe, met een gemiddelde podiumleeftijd van 64 jaar en een gecombineerde rock-energie van onmeetbare ‘High Voltage’ is AC/DC ook zeker niet de doorsnee rockband. 

De Zweedse rockgroep The Hives had de eer om het publiek op te warmen voor wat een ongelofelijke show zou worden. Terwijl zij het rockgevoel in het stadium stilaan versterkten, maakte de zon langzaamaan plaats voor duisternis en begonnen duizenden flikkerende rode duivelshoorntjes het stadium te verlichten. Het duurde nadien niet lang alvorens ook die ene grote duivelshoorn op het podium verlicht werd en daarmee het begin van het concert een feit was. De vijfkoppige rockgroep werd als het ware vanuit de ruimte op het podium gekatapulteerd en opende het concert met, jawel, het nummer Rock or Bust van AC/DC
Zonder Malcolm Young (vervangen door diens neef Stevie op de ritmische gitaar) en zonder de veroordeelde drummer Phil Rudd (vervangen door Chris Slade), waren alle ogen vooral gericht op zanger Brian Johnson en lead gitarist Angus Young, die wegens de afwezigheid van broer Malcolm nog als enig oorspronkelijk lid overblijft van de in 1973 gevormde groep. Met een overvloed aan energie losten zij alle verwachtingen in en brachten het concert volledig op dreef met Shoot to Thrill, Hell Ain’t a Bad Place to Be en Back in Black. Angus bleef ook tijdens dit concert zijn schooljongens imago en typische beenbewegingen trouw en ook Brian Johnsons oh-zo-typerende-stem blijft (na al die jaren) nog steeds een wonderbaarlijk, logopedisch mysterie. Dit alles in samenwerking met een fantastische drum, bas en ritmische gitaar bezorgden de AC/DC fans een muzikaal orgasme op Dirty Deeds Done Dirt Cheap, Thunderstruck, High Voltage en Rock ‘n’ Roll Train.
Daarna was het tijd voor een paar imposante accessoires op het podium, waaronder een indrukwekkende klok tijdens Hells Bells en nadien een immense, wulpse en rondborstige opblaaspop tijdens Whole Lotta Rosie.

Gedurende het hele concert bleef AC/DC barsten van energie en een nummer als T.N.T. was dan ook heel erg op zijn plaats. Afgezien van de liters zweet die vloeiden over het podium, kon geen teken van vermoeidheid worden gespot bij deze rockende 60-plussers. (Ik moet bekennen dat ik als jongedame van 25 dankzij dit concert mijn definitie voor het woord ‘oude man’ met minstens 30 jaar heb opgeschoven).

Het schooljongetje in Angus was reeds zijn onschuld verloren op het nummer Sin City - waarbij zijn das van rond zijn nek dienst begon te doen als strijkstok voor zijn elektrische gitaar – en na deze ‘ontdassing’ van de schooljongen gingen echt alle Angus-remmen los, met een muzikaal hoogtepunt op het nummer Let There Be Rock. In een spectaculaire 15 minuten lange solo, op een verhoogd platform boven het podium, rees de 60–jarige gitarist zichzelf naar de top en speelde zich kort nadien – letterlijk – plat. Een meesterlijk spektakel dat zijn welverdiende appreciatie vond in confetti-vuurwerk en enthousiast gejuich van het publiek.
Met Highway to Hell kon het publiek nog een laatste keer helemaal uit het rockdak gaan alvorens AC/DC uit te wuiven op het niet zo onverwachte laatste nummer For Those About to Rock (We Salute You). Tijdens deze laatste muzikale groet werd het concert afgesloten met een sterk stukje vuurwerk boven het podium, dat in concurrentie trad met het licht van de nietsvermoedende volle maan, die mooi boven het podium hing als maakte ze deel uit van de act.

Voor AC/DC zit de World Tour er bijna op en kunnen ze weldra genieten van wat welverdiende rust, al hopen we natuurlijk dat ze het nog niet voor bekeken zullen houden.
… AC/DC rocks. Na al die jaren, nog altijd. 

Noveller + Thisquietarmy

Reveries

Geschreven door

Zeer bijzonder, nieuw werk  op het Gentse Consouling Sounds!  Het betreft een heruitgave van een samenwerking uit 2014 tussen Noveller en thisquietarmy, twee zeer actieve muzikanten die continu met diverse zaken bezig zijn. Noveller is het solo-project van Sarap Lipstate uit Brooklyn terwijl thisquietarmy het alter ego is van Eric Quach uit Montreal.  Dit plaatje verscheen al in 2014 , verkocht toen  zo snel uit dat Consouling Sounds nu besloot om het opnieuw uit te geven met twee bonus nummers en nieuw artwork.  Het album bestaat  uit zes nummers: “Reveries I, II, III, IV, V en VI”.
Nou ja, nummers kunnen we het bezwaarlijk noemen want iedere compositie bestaat louter uit  repetitieve, emotieve  soundscapes en drones van piano en gitaar.  Ongetwijfeld de ideale soundtrack bij een mediatiesessie maar niet evident om dit in een hokje te stoppen.  Drone, ambient, avantgarde of postrock? We zouden het niet weten maar duidelijk is dat dit geen spek voor ieders bek is.  Zelf ontdekken kan op www.consouling.be .

Sardonis

III

Geschreven door

In onze lang vervlogen kindertijd was het not done om een aflevering van de populaire kinderserie Merlina te missen.  Vooral de figuur van Sardonis, de gemaskerde schurk sprak tot de verbeelding en doet ons in onze dromen nog altijd wat huiveren... Al enkele jaren timmert een Belgisch tweetal aan de muzikale weg onder dezelfde naam van deze boef! Het lijkt ons dat deze bandnaam bewust gekozen is want de sound die gitarist Roel Paulussen en drummer Jelle Stevens uit hun instrumenten toveren, zorgt voor de perfecte versterking van  de sfeer en de emoties rond het televisiefiguur!
Hun mix van stoner, metal, doom, sludge en postrock gaat door merg en been en weet te intrigeren van begin tot eind.  De vijf tracks zijn louter instrumentaal, lang uitgesponnen (geen enkele song klokt af onder de zes minuten) en opgebouwd rond één of meerdere magistrale riffs.  Paulussen en Stevens weten hun laaggestemde gitaren en stuiterende drums vernuftig op mekaar af te stemmen en zijn een meester in de opbouw van gelaagde nummers.  Een song als “Roaming The Valley” bijvoorbeeld vindt de perfecte balans tussen traag en snel en tussen melodie en agressie.  Ook slottrack “Forward To The Abyss” zit ingenieus in mekaar: 
Sardonis start met donkere, broerige doom en sludgje, enkele trashy rifffs zorgen vervolgens voor een ongelooflijke explosie waarna het tweetal opnieuw gas terugneemt.  ‘III’ is wat ons betreft een absolute aanrader voor de liefhebber van het betere, stevige genre!

Temptations For The Weak

Black Vision

Geschreven door

De jonge honden van Temptations For The Weak kunnen al een mooi aantal adelbrieven voorleggen. Pas ontstaan in 2011 maakte deze band uit Heist (bij Antwerpen) vrij snel een eerste album ‘Spoken Silence’.  Het  plaatje werd vrij  positief onthaald en  verschillende  shows in het binnenland zorgden voor een solide live reputatie.
In 2014 deed Tempations For The Weak mee aan de Redbull Bedroomjam,  het leverde hen prompt een plaatsje op Graspop 2014 op!  Een jaar later is er met ‘Black Vision’ een tweede schijf die voor de absolute doorbraak moet zorgen! 
Wat ons betreft moet dit lukken want van de 10 composities op deze plaat zitten er verschillende knallers. Zo  zijn “Feed Off,  “Controlled” , “Trade This Life” en “Obey” heerlijke metalcoresongs die swingen als een tiet!  De gitaarpartijen van Djoni Tregub en Jonas Heylen zijn werkelijk om duimen en vingers van af te likken en ook de screams en cleane vocalen van Djoni zijn top!
Het Antwerpse viertal weet  op een meesterlijke wijze brute gitaarrifs met melodieuze passages te combineren en mag zonder blozen zijn voet zetten naast buitenlandse gelijkgestemden als Trivium en Killswitch Engage. 
Zelf ontdekken kan via http://temptationsfortheweak.com/ .

Hitherside

Hitherside

Geschreven door

Toegegeven: zogeheten Female Fronted Metal is verre van ons favoriete muziekgenre.  Voor Hitherside uit Brasschaat schuiven  we echter onze vooroordelen aan de kant.  Deze formatie ontstond in 2011 toen frontvrouw Jennifer en gitarist Sam enkele nummers en video’s componeerden.
Na de eerste EP in 2013 treden nog twee muzikanten toe tot de gelederen  en kunnen we spreken van een volwaardige band.  ‘Hitherside’ is het eerste full album in deze bezetting en bestaat uit twaalf stevige songs waarbij rock en metal naadloos gecombineerd worden.  Tracks als opener “Karma Comes calling”, “Insignificant Other”  en “Out Of Line” zijn verdomd catchy en knallen lekker uit de boxen. 
De vocalen van Jennifer doen de rest en stuwen het geheel naar een hoger niveau.  Haar stem lijkt trouwens op twee druppels water als die van ene Dolores O’ Riordan maar dat lijkt ons geen misse vergelijking...
Wie aanknopingspunten wil, vindt die vooral bij Evanescence, Karnivool en Halestorm.  Zelf ontdekken kan op www.hitherside.com

Flo Morrissey

Tomorrow will be beautiful

Geschreven door

De jonge Britse twintiger ‘FloMo’ is een beloftevolle sing/songwriter die haar materiaal ent op de neofolkypop. De songs zijn ontdaan van enige franjes ; ze hebben een sobere omlijsting, klinken sfeervol, gevoelig en worden gedragen door haar innemende , indringende hoog uithalende vocals . De single “Pages of gold” was hier een overtuigend nummer. “Show me” en “Sleeplessly dreaming” laten de rootsamericana doorsijpelen. Soms doen ze wat orkestraal aan zoals “Betrayed” , “Wildflower” en “Why”. Door de klassieke klemtoon nestelt ze zich ergens tussen Kate Bush , Joanna Newsom, First aid kit in , en in die kenmerkende stijl hebben we een Devandra Banhart en Jeff Buckley.
FloMo laat op die manier een traditionele sound  erg mooi klinken !

Patrick Watson

Love songs for robots

Geschreven door

We zijn al toe aan de vijfde plaat van deze Canadese sing/songwriter , die weet te fascineren met die aparte stijl van indie, pop en americana . Een muzikale speeltuin van fijnzinnige composities die balanceren tussen dromerigheid en geheimzinnigheid . Ze zijn sfeervol door het popgeluid, het unieke gitaarspel, het -getokkel , de elektronica en z’n fluisterende falsetstem , én ze zijn niet vies van wat grimmigheid door de vervreemde gitaareffecten,  steelpedal en ijle soundscapes .
Hij tracht zijn eigen sound te creëren binnen die dromerige , intieme sfeer, met een verfrissende wind en een duister kantje. “Bollywood” , “Hearts” intrigeren door de verrassende wendingen en “Grace” heeft een psychedelische tune ; evengoed word je overstelpt door de weemoed van “Alone in this world” en “Places you will go” .
Tien songs die er verdomd staan en getuigen van een veelzijdig , onderhouden geluid dat ontroert en je meevoert en –sleept. Sterk dus!

Helsinki

The Band Not The City

Geschreven door

Thomas Vanelslander, de bezieler van het Gentse Helsinki, is op een blauwe maandag nog actief geweest in K’s Choice en heeft ook het voorprogramma weten te versieren voor hun komende Benelux tour. Met K’s Choice als referentie zal je bij ons echter niet scoren, wij lopen niet echt hoog op met een overschat popgroepje die jarenlang geteerd heeft op het internationale succes van één toevalstreffer (“Not An Addict”) en met hun laatste plaat alsnog hardnekkig probeert om als rockgroep door het leven te gaan.
Helsinki daarentegen is wel degelijk een rockgroep, geen indie en ook geen metal maar een heuse compromisloze rockband. Op zich is dat best Ok natuurlijk, maar een heikel punt in hun zoektocht naar een eigen geluid is dat zij in dezelfde val trappen als veel gelijkgezinde bandjes, ze willen namelijk met zijn allen de Vlaamse Queens Of The Stone Age zijn. Nu goed, er zijn ook nog een hoop bands die persé de Vlaamse Foo Fighters willen zijn en die werken pas echt op de zenuwen (of op de lachspieren, kan ook). Of nog zo iets, het Limburgse aanstellerige Zornik probeert al jaren de Vlaamse Muse te zijn maar is daarbij nog niet verder gekomen dan het equivalent van een derde provincialer die in de kleuren van FC Barcelona speelt. Waarmee we maar willen zeggen, streef naar een eigen geluid, daar kom je altijd verder mee.
Er valt toch ook wel wat deugdelijks te zeggen over ‘The Band not the city’. Een song als “Fire Fire Fire” bijvoorbeeld heeft een schwung die ons terugbrengt naar Screaming Trees, de eerste boreling van Mark Lanegan, en over iets wat we met Lanegan associëren hebben we nog nooit een slecht woord gehad. Ook “Fever” heeft withete spanning in de aanbieding, en dat doom-metal middenstukje is best wel goed gevonden. Quasi alle groepsleden hebben ook een aardig muzikaal cv voor te leggen en die ervaring resulteert in een kloeke sound, strakke songs, potige riffs en een stevige ritmesectie. Alleen moet hier duidelijk nog geschaafd worden aan een eigen smoel, want het QOTSA spook komt iets te nadrukkelijk om de hoek lonken.
Tot slot nog dit : het is echt geen goed idee om Nick Cave in een QOTSA kleedje te steken. Cave coveren is sowieso altijd een hachelijke en gedurfde onderneming, maar dit kan echt niet door de beugel. En dan nog “Red Right Hand”, hoe durven ze ?

Steak Number Eight

Kosmokoma

Geschreven door

Een jonge explosieve band waar we bijzonder trots mogen op zijn. Ze wonnen de Rock Rally toen ze nog maar net uit de pampers waren, en dat met een mammoetsound en machtige songs waarin geen enkel jeugdpuistje was te bespeuren. Hun post-metal stond vanaf ‘When The Candle Dies Out’ al meteen als een huis en werd met elk album nog steviger uitgebouwd. Met platen als ‘All Is Chaos’ en ‘Hutch’ werden de grote voorbeelden niet geëvenaard maar gewoon voorbijgestoken. We hebben het nochtans over ijzersterke bands als Pelican, Neurosis en dan natuurlijk ook nog die onvermijdelijke groep waarvan we u de naam zullen schuldig blijven, anders hebben we hier de anti-terreur brigade op ons dak (hun frontman Aaron Turner gaat dezer dagen onverhoeds door met het produceren van brutale herrie onder de schuilnaam Sumac, moet je echt eens checken).

Voor zover dat nog mogelijk was, heeft Steak Number Eight met ‘Kosmokoma’ alweer een stap vooruit gezet. De impressieve sound is verder uitgediept en de schreeuwzang van Brent Vanneste snijdt zowaar nog dieper door merg en been, maar elders staat hij dan weer opvallend helder te zingen. Steak komt gevarieerder voor de dag, de jongens verkennen paden waar ze voorheen nog niet geweest zijn en jagen daarbij vooral in het begin geregeld het tempo de hoogte in.
Opener “Return Of The Kolomon” is bijvoorbeeld regelrechte And So I Watch You From Afar, hectisch en opzwepend als een losgeslagen stier in de straten van Pamplona. De flitsende stroomstoot “Principal Futures Of The Cult” is Mastodon die 65DaysOfStatic hebben ingelijfd om achter de mixtafel post te vatten, een bijzonder korte song naar SNE normen maar heetgebakerd als een wreedaardige pitbull in een kippenhok.
Steak Number Eight is een band die lawaai maakt, veel lawaai, maar dan van die aard dat we er zwaar opgewonden van geraken. Wij komen superlatieven te kort voor een monumentale song als “Gravity Giants”, wellicht de beste track op deze plaat, die klinkt bovenaards, uiterst energiek, majestueus, meedogenloos en tegelijkertijd bloedmooi. Tussen het onnavolgbare geweld vallen er bij Steak altijd bijzonder fraaie en prachtige melodieën te ontwarren, zo mag “Knows Sees Tells All” naast het beste van Deftones plaatsnemen en kan “It Might Be The Light” zich zonder blozen meten met het strafste van Baroness. De imposante afsluiter “Space Punch”, die boven de negen minuten afklokt, is een mokerslag van een afsluiter, een indrukwekkend slot van een overweldigende plaat zoals er dit jaar in ons land geen twee gemaakt zijn.

Steak Number Eight gaat met deze fameuze plaat de hort op en passeert, na een ommetje langsheen Nederland en Duitsland, onder meer in Brussel , Oostende, Leuven, Gent, Hasselt en Kortrijk. Check hun website voor de volledige concertagenda.

Pagina 289 van 498