Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Harlowe

Harlowe EP

Geschreven door

Een zeer interessante release op het Gentse Consouling Sounds is de titelloze EP van Harlowe.  Het betreft een project van vier muzikanten waarvan Amenra-frontman Colin H. Van Eeckhout de bekendste naam is.  Daarnaast zijn ook gitarist Lennart Bossu (Amenra) en drummer Tim Bryon (Black Heart Rebellion en Hessian) van de partij. Vierde bandlid is de voor ons onbekende Britse zangeres en pianiste Lucy Ann Kinsella doch enig opzoekwerk leert ons dat de bevallige dame tevens actrice en fotomodel is.
Een mooie combinatie dus  die muziek maakt die je niet meteen in verband brengt met de genoemde bands.  Harlowe brengt een mix van intimistische, breekbare pop en folk.  Wat dan wel gemeenschappelijk is met Amenra en BHR is de melancholie en de dreiging die van de diverse nummers uitgaat. 
De a-side van deze EP telt drie nummers en daarbij ligt de nadruk op de piano en de gevoelige stem van Kinsella.  Op de b-side daarentegen staan de rauwe, akoestische gitaren en de cleane vocalen van Van Eeckhout op  de voorgrond. 
Dik de moeite dus, dit plaatje! Meer info vind je op www.consouling.be .  

Satan s Satyrs

Don’t Deliver Us

Geschreven door

Pop/Rock
Don’t Deliver Us
Satan’s Satyrs
Bad omen Records
2015-11-19
Sam De Rijcke

Het langharig tuig Satan’s Satyrs is een nog vrije jonge band uit Virginia USA die een soort metal maakt die teruggaat naar de tijd van toen metal nog niet bestond, vandaar dat men het ook wel eens proto-metal durft te noemen. Hallo, bent u daar nog? Laat het ons zo zeggen, stel u voor dat The Sonics en The Stooges zich met hard-rock zouden ingelaten hebben in plaats van met vuile garagerock, of dat Black Sabbath in New York geboren was en CBGB’s als uitvalsbasis had. Of zoek het misschien in de richting van zompige oer-hardrockbands als Blue Cheer en Pentagram (deze laatste ouwe rotten zijn trouwens ook weer uit de grond gekropen met het voortreffelijke nieuwe album ‘Curious Volume’).
Satan’s Satyrs’ eerste plaat ‘Wild Beyond Belief’ klonk nog alsof die was opgenomen in een galmende rioolput waar Electric Wizard en Bad Brains een robbertje aan het vechten waren. Met opvolger ‘Die Screaming’ werd wat ruis uit het buizenstelsel gehaald maar bleef het gure karakter onaangetast.
‘Don’t Deliver Us’ is daar nu zowat het logische vervolg op. Satan’s Satyrs hebben ergens in een niet al te koosjere buurt hun eigen biotoop gevonden en hebben het daar gelukkig niet al te veel opgekuist. Het album klinkt wederom lekker smerig en de gitaren kraken en scheuren alsof er een zak koffiegruis en een paar asbakken zijn in geledigd.
‘Don’t Deliver Us’ bestaat uit 9 rauwe brokken garage-metal die met een vunzige nonchalance en een luizige punk attitude de metal-wetten vakkundig doorprikken. Er zit flink wat echo en distortion op de gitaren in ronkende songs als “Two Hands”, “Germanium Bombs” en “Creepy Teens”, de solo’s hebben de pest aan overdubs en mogen lekker uitwaaien op freaky songs als het instrumentale “Spooky Nuisance” en de geweldige afsluiter “Round The Bend”.
Dit is het soort hard-rock waar wij nog het liefst van al in rond cruisen, rauw, ongeschoren en met een flinke scheut LSD tussen de trommelvliezen. ‘Don’t Deliver Us’ is een heerlijk vunzig plaatje uit de onderwereld van de hard-rock en metal, daar waar de ratten de baas zijn.
Normaliter hadden wij dit gortige trio samen met Kadavar, The Shrine en Horisont moeten meemaken in het Franse Tourcoing (Le Grand Mix) op 15/11, maar dankzij een stel losgeslagen IS terroristen werd ook dit concert afgelast.
Voor de fans, een herkansing van deze affiche komt er ook in België, meer bepaald op 17/12 in de VK te … en dit is geen grap… Molenbeek.

Clutch

Psychic Warfare

Geschreven door

Clutch is een stevige Amerikaanse rockband die nu al zo een 20 jaar bezig is met het produceren van forse en compromisloze hard-rock, sommigen durven het ook wel eens alternatieve metal te noemen. Na 10 potige albums heeft de groep over heel de wereld gestaag een fanatieke aanhang veroverd, maar een million-seller is Clutch nooit geworden. Uitverkochte sportarena’s zijn vooralsnog niet aan hen besteed en gezien de band min of meer trouw blijft aan de eigen kordate sound en verder lak heeft aan allerlei vormen commercial input of promo (en gelijk hebben ze) zal dat er ook niet direct van komen.
Clutch heeft echter wel een dijk van een live-reputatie (helaas zelf nog nooit meegemaakt, maar we hebben het uit zeer betrouwbare bron) en staat garant voor droge en massieve riff-rock die recht op de man af gaat en live nogal eens zwaar uit zijn voegen durft te barsten.
Het elfde album ‘Psychic Warfare’ is wederom een sterk staaltje van hun solide hard-rocksound en mag gerust tot hun betere werk gerekend worden, het is een meer dan waardige opvolger van het al even gespierde ‘Earth Rocker’ uit 2013.
Er wordt overwegend stevig en fervent gas gegeven met de driftige hard-rockers “X-Ray Visions” en “Noble Savage” op kop. Een potente brok ZZ Top wordt opgevoerd in het zompige “A Quick Death In Texas” vooraleer een fijne ballad als “Our Lady Of Electric Light” met een knappe gevoelige solo wat emotie in het huis komt brengen. Zware jongens mogen ook al eens een moment van weemoed hebben. Ook afsluiter “Son Of Virginia”, met een uiterst knappe intro die lijkt te zijn weggelopen uit ‘True Detective’, ontpopt zich als een fijnbesnaarde ballad waarin terloops ook even het zwaar geschut wordt bovengehaald.
Als u een zwak heeft voor robuuste bands als Helmet, Corrosion Of Conformity, Prong en High On Fire, dan zal u hier ook een vette kluif aan hebben.
Clutch tourt in november en december door Europa, maar helaas is België niet in het schema opgenomen. Balen is dat.

Delaney Davidson

Delaney Davidson – Mocht duisterder zijn …

Geschreven door

Het doek is nu helemaal gevallen over De Nodige Deugd in Moorslede. Het café was eigenlijk al een hele tijd gesloten maar omdat de huur nog liep kon men er nog een optreden laten doorgaan. En er werd in schoonheid afscheid genomen met een artiest die de New Zealand Country Music Album of the year 2013 won en de NZ Country Music Song of the year zelfs drie keer! Mooi einde voor een unieke concertlocatie waar het steeds aangenaam toeven was.


Voormalig Dead Brother, Delaney Davidson ( Christchurch, Nieuw Zeeland), had voor de gelegenheid drummer Joe McCallum en toetseniste Nicole Izobel Garcia, die je zou kunnen kennen van bij Reverend Beat-Man, meegebracht.
Toch begon hij de set solo met een drietal songs, die hij onderbouwde met verschillende lagen, door zijn gitaar ingespeelde, loops, zoals we dat van hem gewend zijn. Davidson’s muziek zou je kunnen omschrijven als een hybride van hedendaagse, licht experimentele countryrock en traditionele roots music uit een ver verleden.
Toen de overige groepsleden hun plaats hadden ingenomen klonk alles plots een stuk makkelijker, minder claustrofobisch en minder donker, maar daarom niet noodzakelijk beter. Zijn laatste plaat zal wellicht niet toevallig ‘Lucky guy’ als titel hebben.
Helemaal luchtig werd het toen Izobel Garcia een paar huppelende Mexicaanse volksliedjes ten beste gaf.

Best aardig allemaal maar ik verkies toch de duistere, bluesier klinkende Davidson boven de verfomfaaide crooner die ik hier soms hoorde. Helemaal tevreden kon ik dus niet zijn. Daar kon zelfs die stevige handdruk, die hij me plots tijdens het optreden gaf, niets aan veranderen.

Organisatie: De Nodige Deugd , Moorslede

Left Lane Cruiser

Left Lane Cruiser - Blues zoals je ze nog zelden hoort!

Geschreven door

Blues lijkt tegenwoordig wel een synoniem voor verveling en klinkt meestal al even gladgestreken als de maatpakken van haar zelfingenomen uitvoerders. Het lijkt wel alsof alle emotie eruit verbannen is en vervangen door gladde virtuositeit. Voor wie zijn blues, net als ik, liever rauw en opwindend geserveerd krijgt n komt Left Lane Cruiser uit Fort Wayne, Indiana als een geschenk uit de hemel. Geen voer voor puristen, maar zijn net zij het niet die de blues eigenhandig de nek omwrongen?

Voor een verrassend goed gevulde Magasin 4 liet Left Lane Cruiser meteen zien waar het op stond met een zinderende versie van “Wild about you baby” van Hound Dog Taylor waarin Freddie J IV verzengend tekeer ging op slidegitaar. Daarna werd het tempo opgedreven met het stompende “Pork n’ beans” uit ‘Bring yo’ ass to the table’, hun eerste plaat op ‘Alive Records’ en tot nader order nog steeds hun beste. Later volgden nog twee songs uit dat meesterwerkje : “Big Momma”, nadat iemand uit het publiek erom geroepen had, en het nog steeds verpletterende “Mr. Johnson”.
Maar de nieuwe songs uit de onverhoopt sterke nieuwe plaat, ‘Dirty spliff blues’, waarop Freddie J IV wel zijn tweede adem lijkt gevonden te hebben, moesten zeker niet onderdoen voor die oudjes. Tussendoor werden er ook nog enkele raak gekozen covers de set in gesmokkeld : “I feel like going home” van Muddy Waters, “Thunderbird” van ZZ Top en een nummer van Junior Kimbrough waarin diens geest haast tastbaar werd. Wat mij betreft was dat laatste hét hoogtepunt van de avond.
Left Lane Cruiser wist de temperatuur in Magasin 4 danig de hoogte in te jagen met op het einde zowaar een moshpit als gevolg. Werd dit dan een vlekkeloze set zonder zwakke momenten? Graag had ik nu volmondig “ja” geroepen maar toen Freddie het had over ‘time for skateboard blues vreesde ik al dat het antwoord negatief zou worden.
Toen een paar jaar terug de superbe Brenn Beck zich terugtrok werd hij vervangen door een nieuwe drummer en meteen ook een bassist, zijnde het voltallige White Trash Blues Revival. Nu kan Pete Dio zeker aardig overweg met de sticks terwijl Joe Bent zich perfect wist te integreren, hoewel ik een bas bij LLC nog steeds overbodig blijf vinden. Sedert hun komst krijgen de twee ook telkens hun moment in de show waarbij Joe Bent dan zijn skiddely-bo (een skateplank met daarop een fles en twee snaren gemonteerd) bovenhaalt. Het doet wat denken aan Seasick Steve en het onconventionele instrument klinkt verbazingwekkend goed, alleen gaat het zingen hem heel wat minder af. Vooral dat eerste nummer, waarbij Freddie J IV zich afzijdig hield terwijl hij zijn gitaar van een nieuwe snaar voorzag, raakte kant noch wal.

Ach, ik wil het niet eens een kleine smet noemen op een vijf kwartier durende set waarin we alles hadden gekregen wat we van Left Lane Cruiser konden verwachten. En het was trouwens enkel de plaatselijke avondklok die een bijzonder goed op dreef zijnde Freddie J IV het zwijgen kon opleggen. Komende vrijdag nog te zien in de 4AD!

Organisatie: Magasin 4, Brussel

Bazart

Bazart - Plaatje van goud

Geschreven door

Indiepop in onze eigen moedertaal. Dat was wat er zondagavond in de AB te ontdekken viel. De club stond stampvol voor de EP release van Bazart. En terecht.

Support kwam van het opkomende Glints. Deze band speelde enkele weken geleden nog voor een goed gevulde Bonnefooi en had gisteren de eer om ook een volle AB club te overtuigen. Neem beats van The Streets, voeg daar het dromerige aspect van Oscar & The Wolf en een Brits accent aan toe en je bekomt het perfecte plaatje dat Glints ons zondagavond in de AB serveerde. Wie deze band nog niet kent zoekt hem beter even op, want Glints zou wel eens sneller groot kunnen worden dan u verwacht.

Een EP releasen is altijd spannend, zeker wanneer het de allereerste is. Bazart had er duidelijk zin in. Het publiek ook. Enthousiast kwam Bazart het podium op en begonnen aan hun, eigenlijk veel te korte, set. Muziek kan je vergelijken met een mengeling van The National en Yeasayer, maar dan in het Nederlands gezongen.
Mathieu Terryn is een frontman met charisma, die weet hoe het publiek in te palmen. Bijgestaan door twee sterke vocalen links en rechts. Oliver Symons, u ook wel bekend van Warhola, ontfermt zich vooral over de synths. Simon Nuytten is dan weer de man achter de dromerige gitaar riffs.  De melodieuze samenzang en diepgaande teksten die Bazart serveert laten ons af en toe wegdromen. Voeg daar nog een extra gitarist en drummer aan toe en het plaatje is helemaal compleet.
Eerste hit “Tunnels” werd hitsig meegezongen, en ook bij de rest van de nummers werd af en toe mee gelipt. Iets minder was het nummer “Sterrenstof”, een cover van De Jeugd van Tegenwoordig. Maar goed, laten we dit gewoon even door de vingers zien. Afsluiten deed Bazart met, het tegenwoordig niet van je radio weg te denken, “Goud”. De Franse vlag verscheen op de achtergrond, want buiten een EP release was het motto ook ‘Play for Paris’.

Bazart stelde niet enkel een gouden EP voor, maar bewees ook aan een overvolle AB club dat ze goud waard zijn. Nederlandstalig, met internationaal potentieel. Wordt sowieso nog vervolgd!

Orgnaisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Night Of The Proms 2015 – Het jaar van de verandering

Night Of The Proms 2015 – Het jaar van de verandering
Night Of The Proms 2015
Sportpaleis
Antwerpen
2015-11-13
Frank Gevaert en Erwin Vanlaere

Na 30 edities werd de concertenreeks van Night of de Proms grondig hertekend. Producent Jan Vereecke kondigde vooraf aan dat er nieuwe manieren gezocht werden om klassieke en moderne muziek met elkaar te verbinden en de voorbije maanden werd meer en meer duidelijk dat de wijzigingen inderdaad ingrijpend zouden zijn.

Geen vertrouwde gezichten zoals dirigent Robert Groslot en presentator Carl Huybrechts meer. Zij werden respectievelijk door Alexandra Arrieche en Kobe Ilsen vervangen. Ook het zangkoor Fine Fleur en de drie achtergrondzangeressen verdwenen uit het zichtveld. In hun plaats kwam het Nederlandse trio The Pretty Vanillas. Wie wel nog het podium zouden betreden, waren John ‘Mister Proms’ Miles, het orkest Il Novecento en de Electric Band.
Er werd door pers en publiek met veel belangstelling uitgekeken naar de impact van deze grondige herbronning. Het doorvoeren van een nieuwe stijl had de betrachting om de Night of the Proms een nieuw elan te bezorgen. Naarmate afgelopen vrijdag de premièreavond van de editie 2015 vorderde, zou evenwel blijken dat niet alle wijzigingen even succesvol uitpakten.      
Een fanfare die zich een weg baande doorheen het publiek, Natalie Imbruglia die onaangekondigd op het podium verscheen en « The Hanging Tree » bracht met de zangeressen van Scala die op hun beurt verspreid in de zaal opgesteld stonden: het was duidelijk dat de organisatie wou inspelen op het verrassingseffect.
De Puerto Ricaanse tenor Fernando Varela verschafte ons een eerste glimp van zijn kunnen  via « Verita », een mooie Italiaanse versie van « De Waarheid » van Marco Borsato, waarna het tempo opgevoerd werd door Basement Jaxx die met behulp van Il Novecento « Samba Magic » een extra zomers tintje gaven. Mooi om zien was ook hoe Alexandra Arrieche vooraf het publiek toeschreeuwde met de vraag of ze klaar waren voor een magische samba. We hebben het Robert Groslot aldus nooit zien doen maar in tegenstelling tot Arrieche, is hij niet van Braziliaanse origine natuurlijk. De verschijning van Arrieche werkte aanstekelijk en viel in de smaak van het publiek. Alleen spijtig dat Simon Ratcliffe (gitaar) en Felix Burton (percussie) van Basement Jaxx er iets te apathisch leken bij te staan om er een uitbundig vervolg aan te breien, laat staan hun versie onvergetelijk te maken.
Na « Flower Waltz » (Tchaikovsky) etaleerde de Amerikaan Gavin DeGraw zich als een rasechte publieksmenner. Toen hij gezeten aan zijn piano via een lift het podium opgehesen werd en « Soldier » inzette, deed hij ons nog wat denken aan een jonge Billy Joel maar bij het snedige « I Don’t Want To Be » zocht hij niet enkel de loopbrug maar ook de voorste rijen van het publiek op, waarbij hij zich meer en meer leek te ontpoppen als een blanke versie van Bruno Mars. De hoogste score qua entertainment mochten op rekening van DeGraw geplaatst worden. Vooral ook toen hij Arrieche innig ging omhelzen.    
Wie evenzeer de harten van het publiek (lees: de ogen van de mannelijke fans) veroverde, was Natalie Imbruglia. Deze Australische is op haar 40ste nog steeds een ravissante verschijning  en pakte de zaal niet enkel in met haar taille en glinsterende ogen maar ook met de vertolking van haar wereldhit « Torn ». Na een rol in de soapserie ‘Neighbours’ werd zij in 1997  eensklaps wereldwijd de nieuwste ster aan het firmament door deze cover van het nummer van Ednaswap (maar oorspronkelijk vertolkt door de Deense Lis Sørensen). De intro tijdens de Proms was erg ingetogen en intiem maar het nummer ontbolsterde via de orkestrale begeleiding. Imbruglia bracht in het Sportpaleis ook « Instant Crush » (origineel van Daft Punk), de eerste single van haar nieuwe album ‘Male’ waarop louter covers van mannelijke artiesten prijken.   
Dan achtte presentator Kobe Ilsen zijn moment gekomen om via een zogenaamde Kiss Cam een zoen te versieren bij Imbruglia. Daar slaagde hij – dankzij een ingestudeerd  nummer – in maar nekte alle spontaniteit door zich te bezondigen aan overacting. Dat de Kiss Cam tot hilariteit ook willekeurig uitgetest werd op het publiek, deed dit gelukkig snel vergeten.
En al helemaal toen exact een maand na de passage van U2 in hetzelfde Sportpaleis, hun «With Or Without You » opnieuw weerklonk in een prachtige vertolking door Scala. Via hun theatrale verschijning kreeg het koor niet enkel iedereen muisstil maar dompelde de zaal ook onder in een pre-kerstsfeer via de lichtjes (inderdaad ze zijn terug) die aan toeschouwers vooraf uitgedeeld werden. Helemaal een speld kon men horen vallen tijdens het door Fernando Varela vertolkte « Nessun Dorma » (Puccini). Varela zorgde hiermee wellicht voor hét hoogtepunt van de Proms en mocht rekenen op een meer dan terechte staande ovatie.       
Nog niet helemaal bekomen van deze prestatie, kreeg het publiek een lange intro van « Red Alert » van Basement Jaxx voorgeschoteld waarbij geëtaleerd werd dat dance en klassieke muziek niet met gekruiste degens tegenover elkaar hoeven te staan. Lag het aan Ratcliffe en Burton die zich opnieuw als vissen op het droge leken te gedragen of aan de onbekendheid bij het aanwezige publiek, feit is dat dit nummer hoewel fraai uitgevoerd, toch wat aan de massa voorbijging. En dat gold helemaal voor « Romeo ». Meer animo viel te bespeuren bij « Good Luck », niet in het minst door de imposante zangeressen Vula Malinga en Sharlene Evette Hector, allebei getooid in opvallende jurken en voorzien van dito pruiken.     

De pauze voorbij mocht Basement Jaxx nog een bijzonder kleine reprise brengen van « Good Luck » (het nut hiervan ontging ons) en verschafte Thuis-acteur Mathias Vergels uitgebreide toelichting bij de dramatische inval van Napoleon in Rusland. Dit ter inleiding van het door Il Novecento uitgevoerde wereldberoemde en historisch getinte « Ouverture 1812 » (Tchaikovsky). 
Na het van extra beats voorziene « Elegantly Wasted » gezongen door Scala, en het enthousiasme van Gavin DeGraw gedurende « Not Over You », brachten Fernando Varela en Michelle Oudeman (The Pretty Vanillas) « Vivo Per Lei » dat jammer genoeg in mineur startte omdat een tijdlang de microfoon van Oudeman niet werkte. Natalie Imbruglia bleef bij « Shiver » gelukkig van een dergelijk schoonheidsfoutje bespaard.
Dan was het moment aangebroken voor Joe Jackson die evenmin vrij was van enkele mankementen van technische aard (de videoschermen weigerden even dienst). Maar de ervaren Brit liet het niet aan zijn hart en nog minder aan zijn pianospel komen en trakteerde ons op mooie versies van « Home Town » (met dank ook aan Pachelbel’s « Canon In D ») en van klassiekers « Steppin’ Out » en « Is She Really Going Out With Him ». Vooral bij dit laatste nummer kreeg hij moeiteloos het publiek mee dat spontaan ritmisch meeklapte. « Slow Song » was misschien het minst bekende van het viertal maar werd wel voorzien van de pakkendste uitvoering.  
Wat een contradictie met Miley Cyrus’« Wrecking Ball » in de versie van John Miles. Een overdaad aan gitaren zorgde er voor dat de figuurlijke sloopkogel alle richting en precisie mistte. Op « Music » viel daarentegen niet zo veel op te merken al hadden we ook dat anthem van de Proms al imposanter horen klinken tijdens vorige edities.   
Ook Regi mocht op het einde van de show zijn duivels ontbinden en wuivende handjes opeisen via een klassiek uitgevoerde party mix waarbij onder meer « Alors On Danse » (Stromae), « Kernkraft 400 » (Zombie Nation), « Levels » (Avicii), « Heads Will Roll (A-Trak Remix) » (Yeah Yeah Yeahs) en « Sun Is Shining » (Axwell /\ Ingrosso) de revue passeerden.
Een verjongingskuur onderging ook het afsluitende lied want dit was deze keer niet van de hand van The Beatles of ABBA maar wel van Mark Ronson. Op de georkestreerde tonen van zijn « Uptown Funk » verschenen alle protagonisten ter afkondiging nog eens op het podium betraden en daarbij bewees vooral Fernando Varela van vele markten thuis te zijn want ook dit moderner werk leek hij volkomen te beheersen.

In deze editie ‘nieuwe stijl’ stonden enkele oudgedienden hun plaats af aan jongere exemplaren, werd er meer werk gemaakt van bewegende podia, moderne projecties en vuurwerk en werden er ook extra beats gepompt in diverse uitvoeringen. Ook werd het pure klassieke werk nog iets meer naar de achtergrond verdrongen. Van de muzikanten eiste Fernando Varela een hoofdrol op en kwam tevens Scala uitstekend uit de verf. Geen enkele  artiest ontgoochelde overigens. Enkel Basement Jaxx bracht niet helemaal wat we van hen zouden mogen verwachten maar het duo kon (opnieuw) rekenen op hun zangeressen. Ook de tussenkomsten van Kobe Ilsen waren niet altijd even geslaagd. Hij probeerde te snel en te onstuimig de zaal voor zich te winnen, schreeuwde zich daarbij hees en zijn humor was soms te cassant om nog echt grappig te zijn.
Maar de editie 2015 van de Night of the Proms stond duidelijk in het teken van de verandering en elke aanpassing moet een leerproces ondergaan. Bovendien zijn er nog shows tot 21 november dus is er gelet op de vakkundige crew, zeker nog ruimte om enkele verbeterpunten aan te brengen.     

Organisatie: NOTP + Sportpaleis Antwerpen

Twenty One Pilots

Twenty One Pilots – Gekke capriolen en opwindende act

Geschreven door

Twenty One Pilots – Gekke capriolen en opwindende act
Twenty One Pilots
Trix
Antwerpen
2015-11-12
Bavo Nys

Na de opwindende Jeremy Loops is het tijd voor de hoofdact, Twenty Øne Pilots. Hoewel sommigen dachten dat dit niet vet kon zijn , waren zij grandioos mis. Vanaf de eerste noot tot de laatste, slaagden Twenty Øne Pilots er in , hun muziek en boodschap over te laten lopen in elkaar.

Het begon allemaal met “Heavy Dirty Soul” en “Stress Out”. The opening beat, de variatie in stijlen tijdens het liedje doen het lijken alsof ze terug naar hun kindertijd en zorgeloze tijd gaan. Wat ook opvalt in de outro is wanneer Tyler’s stem onnatuurlijk laag gaat en zijn alter ego het overneemt. Dit wordt heel mooi geïllustreerd in de muziekvideo, waar zij in conflict zijn met elkaar; de een die het op veilig wil spelen en de ander die alles er uit wil halen en werkt onder zware druk.
Nu gaan we even over naar het laatste liedje, “Car Radio”, opnieuw een van hun grootste hits. De lyrics en manier waarop hij het refrein opbouwt zorgen elke keer voor kippenvel.
There’s faith and there’s sleep
We need to pick one please because
Faith is to be awake
And to be awake is for us to think
And for us to think is to be alive
Zeker een aanrader om live te bekijken!

Verderop zal ik het nog hebben over hun gekke capriolen, zoals Josh Dun die besloot dat het te saai was om zijn drumstel op het podium te laten staan en dus verplaatste naar op het publiek. Zo’n momenten maken van Twenty Øne Pilots geen gewoon optreden maar een groot spektakel!
Tyler Joseph was een aap in zijn vorig leven Dus ik had iets gezegd over het publiek verbazen? Wel, hoeveel artiesten ken jij die halverwege een optreden op een luidsprekerspaal van 21m klimmen? Het antwoord is heel simpel; er is er maar een! Tyler Joseph, de zanger van Twenty Øne Pilots!
En opnieuw was hij vastberaden om iets te doen in Trix. Halverwege “Car Radio” verdween hij, niemand van het publiek wist waar hij was. Tot hij opnieuw opdook… op een paal van 5 meter hoog , van daar uit verder zingend!
Ik zou zo nog verder kunnen gaan over hun acrobatische capriolen die Josh en Tyler deden tijdens hun show, of de passie waarmee Jeremy speelde maar ik zal hier stoppen en jullie meedelen dat dat Twenty Øne Pilots opnieuw in België zal zijn in februari!

Review geschreven door Christopher Hechter voor gauntly.co op http://gauntly.co/jeremy-loops-twenty-one-pilots/  
Vertaling: Bavo Nys

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/twenty-ne-pilots-12-11-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/jeremy-loops-12-11-2015/
Org: Live Nation ism Trix A’pen

Death Cab For Cutie

Death Cab for Cutie breekt potten in de AB

Geschreven door

Benjamin Gibbard van Death Cab for Cutie heeft wel een aantal breuken te verwerken. Zo verliet medesongschrijver Chris Walla de band, en kwam Gibbard’s huwelijk met de actrice Zooey Deschanel ten einde. Die ken je misschien van de sitcom ‘New Girl’, die onlangs nog op 2BE draaide, een verknipte versie van ‘Friends’. Veel materiaal om nummers over te schrijven dus, en dat kreeg zijn beslag op Death Cab’s  achtste album ‘Kintsugi’. Kintsugi is een Japanse kunstvorm waarin gebroken aardewerk met goudkleurige lak terug aan mekaar gelijmd wordt zodat de breuken  versieringen worden. Een heel toepasselijke titel dus.

Wij hadden Death Cab enkel nog maar in openlucht gezien, de laatste keer op het Best Kept Secret festival in Tilburg, en een paar jaar terug ook nog in het Rivierenhof, maar nu keken we uit om de band eens in een clubsetting uitgebreid aan het werk te zien.
De opwarmer van het concert was “No room in frame” uit ‘Kintsugi’, een nummer dat over die breuken gaat, en dat het vooral van zijn tekst moest hebben. Met “Crooked teeth” kwam het concert pas goed op gang: stevige gitaarrock met veel ruimte voor de zang van Gibbard, en een killerrefrein, in de traditie van REM en The Byrds.
Met “Black Sun” bewees DCFC dat ze op hun laatste album terug in vorm zijn, en dit na het toch mindere ‘Codes and Keys’. “The new year” spatte uit de boxen, een mission statement gebouwd met gitaaruitbarstingen, en ook het nieuwe “The ghost of beverly drive” stond als een huis.
“Title and registration”, het tweelingbroertje, zowel tekstueel als muzikaal, van The Postal Service ‘The district sleeps alone tonight’, dreef op de stilte tussen de noten, wat in andere nummers van Death Cab ook een grote sterkte van de composities is. Onvermijdelijk zat er vanavond ook een minder sterk stuk in het concert, met nummers die niet bleven plakken uit ‘Codes and keys’. De drive kwam er weer in met het vrolijke en springerige “No sunlight”. Dat Gibbard een rake observator is, bewees hij met “You’ve haunted me all my life”, een lillende brok ontroering in de vorm van een liefdesverklaring. De vele jonge meisjes in de zaal waren ongetwijfeld aan het wegsmelten.
We konden al concluderen dat ‘Kintsugi’ dus al op zijn minst drie parels aan het oeuvre van Death Cab toevoegde, met dit prachtig nummer , “Black sun” en “The Ghost of Beverly drive”.  Meer ontroering kwam er in “What Sarah said”, waarin Gibbard de gitaar ruilde voor de piano, en een smachtende balad neerzette waarin elke noot en elke stilte juist was.
Hierna liet Gibbard de band vertrekken, en bracht hij solo op gitaar, singer-songwriter-gewijs, “I will follow you into the dark”.  Het beste moest toen nog komen, een hypnotische baslijn zette het epische “I will possess your heart in”, net zoals in Jane’s addiction’s “Three days” groeide het refrein uit tot een langgerekt mantra waarin de muziek aanzwol en weer wegstierf. Nog meer smachtende dynamiek kwam er met “Cath”, wellicht dankzij zijn onconventionele structuur en ritme, een indie-klassieker. Herkenningsapplaus op alle banken kwam er in “Soul meets body” dat stevig meegezongen werd, waarna de reguliere set besloten werd met het stevig rockende “Bixby Canyon bridge”.

De bisronde werd door Gibbard solo ingezet, met het verstilde, naar Nils Frahm neigende piano-niemendalletje “Passenger seat”, waarin de stiltes opnieuw even belangrijk waren als de noten die gespeeld werden. Daarna zakte de bis wat in mekaar, met het oude “Title track”, vreemd toch dat zoveel bands dit doen in hun bissen.
De band raapte de draad nadien weer op met de krautrock van “Doors unlocked and open” en eindigde met een magistraal “Transatlanticism”, een orgelpunt dat je kan vergelijken met The National’s “Mr November” of “Terrible Love”, alleen duikt Gibbard niet het publiek in.


Slotsom: Death Cab for Cutie staan er terug, hun nieuwe album heeft weer een aantal indieclassics aan hun ruime repertoire toegevoegd, alleen heeft deze band zijn sterkste albums in het verleden liggen, en hebben ze niet zoals The National of andere heel grote groepen  een opbouwende lijn door hun hele carrière kunnen trekken.
Maar bon, iedere Alpenrit heeft naast zijn beklimmingen ook zijn afdalingen.


Setlist : No room in frame – Crooked teeth – Live here – Black sun – New Year – Beverly drive – Title and registration – Little wanderer – Codes and keys –No sunlight – President – You haunted me – What Sarah said –I will follow you into the dark – I will possess your heart – Everything’s a ceiling – Tourist – Cath –Soul meets body –Bixby Canyon bridge
Bis: Passenger seat – Title track – Doors unlocked – Transatlanticism

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Festival Les Inrocks 2015 – Dag van de Gitaar

Geschreven door

Festival Les Inrocks 2015 – Dag van de Gitaar  
Festival Les Inrocks 2015
Grand Mix
Tourcoing
2015-11-12
Sam De Rijcke


Voor de eerste van de twee avonden had Festival Les Inrocks duidelijk voor de gitaren gekozen, meer bepaald voor noise, shoegaze, frisse gitaarrock en geflipte hallucinogene rock’n’roll. Het zou een bont en memorabel avondje worden.


Dat wij van Bo Ningen geen easy listening moesten verwachten, hadden wij ook al in het motje. Maar dat die extatische Japanners pokkenluid en met striemende gitaren gedurende een half uurtje de zaal mitrailleurgewijs zouden bewerken, deed ons toch even naar adem happen, ...en naar oordopjes. Wat een herrie. Op de laatste plaat ‘III’ valt er nog wat subtiliteit tussen de teringzooi te herkennen, maar live was dat al minder voor de hand liggend. Hun bonte mengeling van grunge, kraut-rock en psychedelica werd hier vooral door de genadeloze noise-molen gedraaid, als u naar een vleugje melodie op zoek was dan was u er aan voor de moeite. Nu snappen wij weer waarom de Japanners destijds berucht waren omwille van hun kamikaze piloten.

Onze oprechte excuses aan het Britse Wolf Alice. Wij zijn eerder dit jaar te hard geweest voor hun debuutplaatje ‘My Love Is Cool’. Wij hadden toen niet door dat Ellie Rowsell prachtig kon zingen (en door alleen maar de plaat te beluisteren konden we ook niet zien dat het zo’n schoon kind is).
Rowsell wist de nachtegalenstem van Elizabeth Frazer te koppelen aan de verbetenheid van PJ Harvey. Soms klonk die stem misschien nog wat te schuchter, maar dat maakte het dan weer sympathiek. Ook zeer bevorderend voor de strakke set van vanavond was de tijdslimiet waardoor de band wijselijk de zwakke tracks van die debuutplaat uit de setlist moest weren. Er werd resoluut gekozen voor het materiaal waar de snerpende gitaren vrijgeleide kregen, en die gingen een stuk heftiger tekeer dan op het album. We konden opgelucht ademhalen, de Cranberries-neigingen van de plaat waren nergens te bespeuren, Wolf Alice ging eerder de shoegaze toer op of neigde soms naar Blood Red Shoes en zelfs naar vroege Smashing Pumpkins (van de tijd toen Billy Corgan nog alles op een rijtje had).
Prompte rocksongs met snijdende gitaren als “You’re A Germ”, “Lisbon”, “Swallowtail” en “Giant Peach”, dat zijn de stenen waar Wolf Alice verder moet op bouwen, en dat hadden ze vanavond zelf goed begrepen.


Ook in het geval van The Districts moeten we onze mond met zeep spoelen, een paar maanden geleden waren wij niet echt te spreken over ‘A Flourish and A Spoil’, het debuutalbum van deze Amerikaanse band. De plaat deed ons een beetje te veel denken aan Britpop-plagiaat gecombineerd met tweederangs My Morning Jacket. Vergeet wat we toen gezegd hebben, dit bandje heeft ons nu de rekening gepresenteerd, vol in ons gezicht. The Districts schoten met scherp en de songs waren in hun live versies verbluffend energiek en boeiend, en dit niet in het minst door de vocale prestaties van frontman Rob Grote die zich in een dynamisch veld manifesteerde ergens tussen Jim James (My Morning Jacket) en Yannis Philippakis (Foals).
Dit bleek een strakke indierockband die tot grootse dingen in staat is. Nummers als “4th & Roebling” en vooral het geweldige “Young Blood” behoorden tot de strafste songs die we vanavond te horen kregen. We hebben bij onze thuiskomst meteen ‘A Flourish And A Spoil’ terug van onder het stof gehaald om die plaat een verdiende tweede kans te gunnen.


De meest ophefmakende band was ongetwijfeld het Britse zootje ongeregeld The Fat White Family, een fucked up  bende die zichzelf kennelijk al de nodige porties alcohol en vermoedelijk nog een hoop andere substanties had toegediend. Een groep met een knoert van een ‘je -m’en- fous’-attitude, ze deden zich voor alsof de hele wereld hun rug op kon, en dat was ook zo. Maar eenmaal die gasten ontploften in hun dynamische chaos van ophitsende songs, wisten we wat dit niet zomaar het zoveelste Britse groepje was maar wel de toekomst van de rock’n’roll. Wij hebben helaas nooit The Birthday Party live gezien, maar we kunnen ons voorstellen dat het zo iets intens moet geweest zijn, een geniale puinzooi met fel opgestoken middelvinger. Hier hing iets speciaals in de lucht, al duurde het helaas niet lang. Na een kwartier gaf één van de gitaristen er totaal misnoegd (en ook wel ladderzat) de brui aan, twee songs later verdween ook de rest achter de coulissen. Een uiterst woelig publiek bleef verbouwereerd en ontstemd achter, amper twintig minuten had deze denderende janboel geduurd, maar wel twintig van de meest waanzinnige minuten die wij de laatste jaren op een podium hebben meegemaakt. Legendarisch optreden, met een allure van “ge kunt allemaal vierkantig onze kl** kussen”. Rock’n’roll !

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

St Germain

St Germain – Een ‘Joie de Vivre’!

Geschreven door

Een uiterst genietbare , leuke trip kregen we , een goed uur lang , van St Germain , die maar liefst vijftien jaar op zich liet wachten . Afro en desert blues kregen meer ruimte aan zijn gekende stijl. Een muzikale ontdekkingstocht die Moby, Little Axe , RL Burnside, Tinariwen en ons eigen Buscemi samenbracht . Een puik resultaat , waarbij we in hogere sferen kwamen of heupwiegend gedropt in de Sahara of in de jungle.

Ludovic Navarre is de man achter St Germain , die debuteerde in 2000 met ‘Tourist’ , die handig inspeelde op de rage van sensuele, zomerse lounge met jazz , blues en triphopsounds. St Germain had een heuse band achter zich met sax, trompet , flute en percussie, zorgde voor een breed opengetrokken geluid en sprak de dansspieren aan door de rustige , repetitieve voortkabbelende beats, die door de ritmiek en de grooves uptempo konden klinken .
Een avontuur , een ‘joie de vivre’ dat ontspannen, swingend was door songs als “Rose rouge”, “So flute” en “Sure thing”, die vanavond in de setlist mooi verdeeld werden met het nieuwe materiaal.
Hij wou bewust geen herhalingstoets van ‘Tourist’ en ging net als Stef Camil Carlens op avontuur in Afrika. Hij vond Malinese muzikanten en vocalisten, en afro en desert blues kregen een voornaam plaatsje op de nieuwe titelloze plaat, wat sterk overtuigt .

Op het podium plaatst Navarre zich doelbewust niet in de schijnwerpers . Hij staat achter een enorme desk en we zien een heus collectief op de stage met traditionele Afrikaanse instrumenten als de kora, de balafon en de n'goni , broederlijk samengaan met de elektrische gitaren, flutes , piano's, saxofoons en zijn kenmerkende electro-vibes .
Je werd meteen meegevoerd in die zalvende hypnotiserende sound , “Forget me not” die de plaat besluit , werd hier als eerste opgevoerd . De zomerse single “Real blues” volgde, die warm, knus energiek is, met de stem van de legendarische Texaanse bluesman Lightnin' Hopkins op de achtergrond; de gitaarriedels intrigeerden en de ritmische percussie prikkelde, dweepte op en klonk aanstekelijk. Heerlijk zoiets . Een dampend, smachtend sfeertje! Nog sterker onthaald werd “Rose rouge” , in één langgerekte jam,  wat aangepast door de tand des tijds. Je voelde het , dit zat snor met Navarre. Het spelplezier droop er vanaf , synchrone danspasjes werden ingezet op het podium , wat zich moeiteloos overzette op het publiek .
St Germain loodste ons doorheen de set met rustige housy beats en de unieke instrumentatie. “How dare you” (op plaat met Zoumana Tereta) kenmerkt die desert blues , het gitaargetokkel klonk extraverter en zette een hardere sound neer van forsere beats. “Sitting here” dan (met de stem van Nahawa Doumboa) , prachtig ingeleid door het gitaarspel, maakte de reis doorheen Mali compleet . Aangename grooves dwarrelden over ons heen …
Elk instrument kreeg voldoende ruimte op “Famille tree” en op het eind kregen we nog twee killers van formaat , uitgewerkte versies van een “Real blues” (part II) en “Sure thing” die een podiumterugkeer om U tegen te zeggen onderstreepten.

Junglegeluidjes vóór en na de set injecteerden een optimale stemming. Letterlijk werden we uitgewuifd in de ‘joie de vivre’ van St Germain . Bijgevolg machtig optreden!

Organisatie: Live Nation

Taxiwars

Taxiwars - Super goed groovy optreden - Barman regeert

Geschreven door


Onze muzikale duizendpoot en nationale trots heeft nooit zijn liefde voor jazz en Beefheart onder stoelen of banken gestoken. Herinner u “Theme from Turnpike” en Barmans compilaties voor Blue Note en Impulse. Onze eeuwige hyperkineet heeft dus ook even tijd gehad om naast zijn zevenhonderd andere projecten Taxiwars op te richten. Wat een heerlijke naam, uit ‘Taxi War Dance’ van Count Basie uit 1929.  Het is niet frontman Tom Barman met een jazztrio als rugdekking - saxofonist Robin Verheyen, contrabassist Nicolas Thys, drummer Antoine Pierre, maar een heuse en (h)echte band.

Met de typische lichte arrogantie kwamen ze het podium opgeschuifeld om je meteen naar de strot te grijpen. Het speelplezier droop er zo wat af. Vooral saxofonist Robin houdt de boel bij elkaar.
De nummers zijn eerder kort, maar zeer energiek en krachtig. En nu eens parlando, dan eens zingen en nog eens met stemvervorming deed je al snel vermoeden dat Don Van Vliet wel degelijk gereïncarneerd is.
Ik schreef reeds dat jazz langzaam maar zeker het grote publiek aan het bereiken is en deze vrolijke, tijdloze en zeer hippe freejazz van Taxiwars zal ook wel aarde aan de dijk brengen. Er wordt danig geïmproviseerd en gegrooved dat stilzitten of onbewogen blijven uitgesloten is.
En toch hadden we bij momenten een uiterst gedisciplineerd publiek die zich zowat letterlijk zat te vergapen aan wat de volbloedmuzikanten van Taxiwars aan het brengen waren. Je kon bij momenten een speld horen vallen. En Taxiwars blijft heel subtiel zijn grenzen bewaken. Ze gaan niet overdreven improviseren en durven wel eens flirten met kitch. Onze kettingroker was in zijn nopjes en vooral het grootstedelijke ‘Borgerhout Shuffle’ bleef hangen. “Somewhere Down The Crazy River” van Robbie Robertson en “Chez les Yé Yé” van de al even kettingrokende Gainsbourg werden in een nieuw jasje gestoken. We kunnen enkel maar hopen dat Tom en Co het niet bij een eenmalig project houden. Vlaanderen heeft nu ook zijn Jules Deelder.

Beste Tom Barman, vergeef me mijn grootsheidswaanzin en sta me toe u een tip te geven: zet alles wat je met dEUS gemaakt hebt opnieuw op plaat met uw jazzband Taxiwars en je zal verdomme veel potten breken. Alweer een hoogtepunt . Dat belooft …

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

 

Channel Zero

Channel Zero – Unplugged - Ardet nec consumitur

Geschreven door

Channel Zero is zowat hét Belgische uithangbord van de metalscene en heeft zich in de jaren negentig eeuwige roem toegeëigend met kanjers als “Black Fuel” en “Help”. Franky en co hebben al veel watertjes doorzwommen, hebben al hun drummer moeten afstaan. Telkens is de fenix uit zijn as herrezen. Zo ook nu …

In dezelfde jaren negentig traditie gaan ze nu serieus ‘unplugged’ de hort op. Ze ruilen hun typische ‘wall of sound’ en hun vertrouwde biotoop voor cultuurcentra. Met jazzpianist en componist Michel Bisceglia halen ze wereldklasse binnen en zijn ze zekerder van hun stuk. Franky komt het podium opgestoven, is niet verlegen om een kwinkslag en geint met het publiek  dat het geen naam meer heeft. Een wandeling door de loges is het resultaat. Datzelfde publiek bestaat vooral uit die hard fans, die helaas niet goed doorhadden wat hen te wachten stond. Naast de vaste kern met een nieuwe drummer die net iets te hard zijn best deed en te prominent aanwezig was, en de bovengenoemde jazztopper, omringt Channel Zero zich ook met een resem andere gastmuzikanten, waaronder een viertal prachtige deernes van violisten. Het oog wil ook wat.

Na een overbodig introfilmpje waarbij een of ander wit monstertje (Franky’s stem) zich uit een enge machine bevrijdt, opent Channel Zero met “Black fuel” en je voelt meteen dat het geluid én zijn stem goed zitten.
De visuals zijn bombastisch en nemen de aandacht weg van het muzikale gebeuren. Het publiek smult er wel wat van.
Ik miste wel wat begeestering en halverwege was er een dipje te bespeuren. Even dacht ik aan Level Zero. Gelukkig wisten Franky en co zich snedig te herpakken en lieten ze ons meegroeien naar een voorspelbare climax met “Help”.

Er werd gefluisterd dat dit concert werd geregistreerd. Benieuwd naar het resultaat.

Organisatie: Schouwburg Kortrijk, Kortrijk

Public Enemy

Public Enemy belooft real hip hop

Geschreven door

Public Enemy is na 30 jaar nog lang niet aan hun afscheidstournee toe; de hip hop legends deden het Depot daveren op bekende kreten als "Fight the power" en "Don't believe the hype" alsook recent materiaal: "Am I a radical?" herhaalt boegbeeld Chuck D tijdens het opzwepende "Man Plans, God Laughs", meteen ook de titeltrack van hun laatste album. ‘D - the incredible rhyme animal’ mag dan wel de lyrische architect achter Public Enemy zijn, live is het voornamelijk hypeman Flavor "yeaaah boooy" Flav die met zijn overdosis aan ADHD het publiek losmaakt.

Op de beats en het gescratch van vaste waarde DJ Lord en de tonen van een live backing band wist het duo hit na hit af te leveren, compleet met “Black is back”/”back in Black” en “Do you wanna go our way???”/”Simon Says” mashups. Flavor Flav greep de basgitaar voor een uitgebreide "Welcome to the terrordome" en ging op expeditie doorheen de zaal tijdens het explosieve "Fight the power"; een million man march bleef net uit in het geringe maar daarom niet minder bevlogen publiek. Flav dreigde het concert even te ontsporen met zijn solo track “Get lit”, dat zowel de titel als de complete lyrics omvat, maar enkele dames in de zaal werden al snel on stage gevraagd voor een harlem shake compleet met twerking en lap dances.
Odes aan The Sugar Hill Gang, James Brown en Chuck Berry ontbraken uiteraard niet en laat het aan Chuck D om het concert met de nodige soul power en blues te injecteren tijdens het sterke anthem "Harder than you think". DJ Lord op zijn beurt gaf zichzelf volledig tijdens een scratch sessie met het catchy "Smells like Teen Spirit". Opvallend was de afwezigheid van Professor Griff op het podium, maar de militanten van SW1 stonden paraat met de gewoonlijke choreografie.

Flavor beloofde "You're gonna get your money's worth", wat zeker en vast het geval was en op de vraag of het gezelschap naar België mocht terugkeren, klonk het spontaan "yeaaah booooy!".

Organisatie: Depot, Leuven

The Prodigy

The Prodigy: pure rauwheid

Geschreven door

De elektropunkers van The Prodigy kwamen woensdagavond testen hoe het met de funderingen van Paleis 12 gesteld was. Begin dit jaar bracht de band een nieuw album uit, ‘The Day is My Enemy’. Ze beloofden daarmee de terugkeer van hun geroemde en herkenbare geluid dat hen zo groot gemaakt heeft. Ze hebben zich alvast aan hun belofte gehouden.

Waar je net een opbouw zou verwachten met de beste en bekendste nummers op het einde, had je bij The Prodigy meteen een klepper om te starten:”Breathe”. Het nummer bestond woensdag exact 19 jaar, maar na al die jaren blijft het een topnummer. Al werd het meteen duidelijk dat een halve eeuw optreden toch enige indruk heeft nagelaten op hun stem. Begrijpelijk, als je hoort hoe ze zich volledig geven om de nummers tot hun recht te brengen.
Meteen na “Breathe” brachten ze hun eerste nummer van hun nieuwe album: ”Nasty”. Het was duidelijk een nummer dat door de fans goed ontvangen was. Voor wie toen nog niet buiten adem was,  was er toch even een korte test of het publiek goed wakker was. Het geroep vloeide over in handgeklap op ”Omen” en “Wild Frontier”. Deze laatste vind je ook op hun nieuwste album.
Het moet gezegd: de lichtinstallatie van The Prodigy was in-druk-wek-kend! Geen extra visuals op de achtergrond, enkel flitsende lichtbundels die epileptische aanvallen oproepen. Soms een beetje te veel van het goede, maar ideaal om het publiek op te hitsen. Hoewel dat zeker niet nodig was toen de tonen van die andere klepper “Firestarter” door de boxen knalde. Pure rauwheid die soms zelf een beetje pijn deed aan de oren, maar pijn die je verbijt omdat je er wild van wordt. 
Klassiekers werden steevast afgewisseld met nieuwe nummers als “Roadblox”  en “Rok-Weiler”. Hiermee bewezen Maxim en Keith Flint nog eens dat ze echte performers zijn die helemaal op elkaar afgestemd zijn. Met “The Day is My Enemy” sloten ze de eerste helft af, ons achterlatende met trommelvliezen die het nog net overleefd hadden. 
Na een korte - en verdiende - pauze kwamen de mannen terug, alweer met een grote klepper: “Voodoo People”. Het dak van Paleis 12 ging er net niet af. ‘Wat. Een. Feest’. Een feest van verbonden ‘voodoo people’ onder mekaar, met echte ‘fighter hands’. Ideaal dus om “Get Your Fight On” op het publiek los te laten. 
We hoorden daarna even een korte mix van ‘The Day is My Enemy’. Naast het nieuwe album heeft de band ook een spin-off gemaakt van dat album, met de toepasselijke naam ‘The Night is My Friend’. Daarop staan enkele nummers vanop het gewone album, in een iets andere versie. Een ‘rustmoment’, zo bleek, in vergelijking met wat volgde. ”Smack my Bitch Up” maakte het publiek uitzinnig, een ware storm raasde door de zaal. 
Na deze tornado probeerde band nog even een circle pit te creëren, met matig succes. Meer succes hadden de stevige gitaren van “Their Law” en “Wall of Death”. Als afsluiter brachten de mannen ”Take Me to the Hospital”. Wie dan nog overeind stond, kon de mannen uitwuiven op de tonen van “Out of Space”.

Op sadomachistische wijze kregen wij een cocktail van flitsende lichten, rauwheid en puur entertainment op ons afgevuurd. We bleven even op onze honger zitten naar “Poison” en “No Good”, maar we gingen met een tevreden gevoel naar huis. The Prodigy maakt een halve eeuw muziek en mogen op deze manier nog een halve eeuw doorgaan. Wij blijven fan, samen met alle andere ‘voodoo people’. 

Organisatie: Live Nation

Northumbria

Bring down the sky

Geschreven door

We worden ondergedompeld in een trance achtige dronetrip van het Canadese duo Jim Field en Dorian Williamson uit de as van Holoscene . Ze zitten hier in de sferen van Earth, Thisquietarmy en Sunn o))) , maar houden het meer op een donkere , bezwerende;  massieve sound van slepende, logge, lome lagen van doom , drones en synths; de gitaar kan schuren, de bas kan grommen, in een waas van fuzz en distortion , maar nergens gaat het uit de bocht. Ondanks de donkere dreiging ervaren we in hun muzikale wereld van vijf songs , die lekker uitgesponnen kunnen zijn , een hypnotiserend , dromerig karakter en een relatieve rust, die zich maximaal op sfeer toespitst .
Info https://northumbria.bandcamp.com

Simple Pigeons

EP

Geschreven door

Simple Pigeons is een kwintet afkomstig uit de omgeving van Steak Number Eight , Moorsele, Wevelgem en geselecteerd voor de Nieuwe Lichting en terecht wel , want hun dromerige indiepop boeit , rockt , bouwt op en durft te exploderen . Meteen wordt de aandacht gescherpt op “Orphean marriage” en laat je pas los op het afsluitende “Brutus” .
Intrigerend mooi materiaal dat een melancholische ondertoon heeft en lichtjes durft te  exploderen. Sterk overtuigend EP’tje dus!
Info op http://vi.be/simplepigeons

Bergen

EP

Geschreven door

Een interessant EP-tje dwarrelt in deze herfst letterlijk van de bomen onze cd speler binnen ... Een handvol tracks , die postvatten in de postrock,  en uiterst sfeervol , aangenaam zalvend klinken, deels door de toevoeging van  piano en keys. Het kwartet kan hun songs wat doen aanzwellen, maar houdt het beheerst en doet de song niet exploderen .
We horen ingenieus materiaal, goed in elkaar gestoken, voelen een schilderachtig decor aan en ervaren een soundtrackgevoel.
Een mooie ‘emo ‘droom trip, waar natuurlijk vergelijkingen opborrelen van de sound van Explosions in the sky, Earth en Mogwai , die met de jaren meer ingehouden in het genre zijn . De groep heeft alvast z’n naam niet gestolen! Info http://www.bergenband.com  

Grand Blue Heron

Hatch

Geschreven door

Een verdomd vinnig plaatje van een nieuwe band die is verrezen uit de assen van het enkele jaren geleden ter ziele gegane Hitch. Grand Blue Heron komt hier op hun debuutplaat al meteen met een straffe sound en dito songs aanzetten. Laat u niet misleiden door de bijgeleverde info, want die is op zijn minst gezegd nogal misleidend, de referenties waarover men het heeft (The Jesus Lizard, Barkmarket, Earth, Neil Young) horen wij er alvast niet in, met Motorpsycho kunnen we dan wel leven (check die ferme laatste song genaamd … euh “Last Song”).
We zouden het eerder willen hebben over een sound die voor een stuk meedraait op de huidige post-punk revival en daar een vleugje kraut-rock en een flinke scheut ongewassen nineties-rock aan toevoegt (beetje grunge, snuifje Sonic Youth en veel ballen).
We onthouden vooral dat Grand Blue Heron hier met een eigen smoel uitkomt op dit sterke debuut.

Rocket From The Tombs

Black Record

Geschreven door

Rocket From The Tombs is een legendarische proto-punk band die begin jaren zeventig de buurt onveilig maakte samen met verwante zielen als The Stooges, Death en The New York Dolls, allemaal bands die al punk speelden lang voor de term was uitgevonden. Nog voor de groep ook maar één stap in de studio kon zetten waren ze alweer ontbonden en ging de ene helft door als de eeuwig dwarse cultband Pere Ubu (met weirdo David Thomas als iconische frontman) en de andere helft als de rechttoe rechtaan punkgroep The Dead Boys.
Pas jaren nadien (in 2001) verschenen wat ruwe opnames, demo’s en live takes voor het eerst op CD op het unieke document ‘The Day The Earth Met Rocket From The Tombs’.
Ter gelegenheid van een eerste reünie in 2003 (met quasi alle bandleden behalve de overleden Peter Laughner) mochten die rauwe songs en demo’s dan uiteindelijk toch enige studio lucht inademen dankzij Television’s gitarist Richard Lloyd op ‘Rocket Redux’. In 2011 kwam Rocket From The Tombs, terug met Lloyd op gitaar, dan voor het eerste opzetten met een stel nieuwe songs op ‘Barfly’, een best wel interessante plaat maar niet echt een terugkeer naar de frontale rudimentaire sound van weleer.
Anno 2015 is er nu terug nieuw werk met ‘Black Record’, en deze keer is het wel even direct, ruig en straight to the edge als in de prille seventies. Twee oudjes worden hier terug opgevist, een splijtende versie van de oerpunksong “Sonic Reducer”, een ultragemene uppercut die ook steevast deel uitmaakte van de setlist van The Dead Boys, en een al even furieuze herneming van “Read It And Wheep”.
Naast een snedige cover van de Sonics-klassieker “Strychnine” bestaat de rest uit splinternieuwe hondsdolle songs, en deze komen er even ongezouten en wild uit als hun oudere broertjes. “Spooky” leunt nog het dichtst aan bij de avant-garde punk van Pere Ubu, maar voor de rest is het heerlijke primitieve punkrock zoals die vandaag nog nauwelijks gemaakt wordt.
RFTT is kwistig met de vuilste rock’n’roll riffs op “Welcome To The New Dark Ages”, “Nugefinger”, “Hawk Full Of Soul” en “Coopy”, songs die zo smerig klinken dat ze zelfs The Stooges met de staart tussen de benen naar huis sturen.
David Thomas, die voor de gelegenheid zijn oude naam Crocus Behemoth terug heeft aangenomen, gooit er zijn spitse krankzinnige vocals overheen en het resultaat is verbluffend. Geen idee hoe hij het doet, de niet echt kerngezonde man heeft er nog maar net een reünietournee- en album opzitten met  Pere Ubu (yep, wij waren er bij in de N9 te Eeklo), en hij staat hier nu al geniaal van jetje te geven met deze RFTT. De ouwe man is gewoon de rockgeschiedenis aan het herschrijven, en hoe!
Dit legendarische collectief is te bewonderen in de 4AD , Diksmuide op 15/12. U moest al vertrokken zijn.

Shannon & The Clams

Gone By The Dawn

Geschreven door

Een plaatje die ver terug gaat in de tijd, naar de doowop van de fifties en de girl bands uit de prille sixties, of naar de rock’n’roll en rockabilly van toen die nog in de kinderschoenen stonden.
Net als verwante retro-zielen Kitty, Daisy & Lewis, Pokey Lafarge, JD Mc Pherson en Nick Waterhouse wekken Shannon & The Clams oude muziek op een tintelende manier terug tot leven. Alles baadt in een frisse retro sfeer, de surfgitaartjes van “The Bog” incluis, tot Shannon & The Clams er plots een prompte punkrocker “Knock ‘em Down” tegenaan gooien. Het typeert alleen maar de veelzijdigheid van dit dartele Californische trio. ‘Gone By The Dawn’ is dan ook een verrukkelijk funplaatje in een olijk fifties pakje, wat in frontdame Shannon Shaw’s geval wel een pakje met een maatje meer is.

Pagina 290 van 498