logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Gavin Friday - ...

Black Rebel Motorcycle Club

Black Rebel Motorcycle Club – Rock ’n ‘roll staat op uit de doden

Geschreven door

Rock ’n roll is zoals u allen weet dood, of doodverklaard, wie zal het zeggen, maar dat zeiden ze van God ook ooit. Om het tegendeel toch voor de avond te bewijzen was de Kreun afgeladen vol met lang niet allemaal oude en lelijke mannen, het doelpubliek van rock ’n roll, nee, die oude en lelijke mannen hebben tegenwoordig koters die enigszins volgroeid beginnen te zijn en dat betekende dat het drummen en wringen was om nog maar gewoon aan je pintje te raken, laat staan om headbangendgewijs de eerste rijen te vervoegen zonder het risico op handgemeen, wat natuurlijk altijd heel rock ’n roll is.

De reden voor dit spektakel waren de Amerikaanse vuile rockers Black Rebel Motorcycle Club die als ik het goed heb deel uitmaken van de al weer ter ziele gegane revival van de garagerock begin anno 2000. Dat deden ze met het nog altijd onvolprezen ‘B.M.R.C.’ uit welja, 2000. Rock was het toen, garagerock, waar hun nog altijd hun grootste hits op stonden, maar intussen zijn ze muzikaal behoorlijk sterk geëvolueerd naar eerder introspectieve lullaby’s die je al indertijd op ‘Howl’ kon horen, een sound die ze voor een deel ook meenamen naar hun laatste creatieve worp, ‘Specter at the Feast’ van vorig jaar, maar die bevat ook nog meer dan vaak genoeg de af en forse uithaal van een rechttoe-rechtaan rocker. Naast die garagesound hebben ze ook wat men dan blijkbaar tegenwoordig dreampop noemt, die heel wat invloeden heeft van jaren 90 Britse psychedelische rock als pakweg Spiritualized. Nu ja, die gasten komen niet voor niets uit de Bay Area.

Dat alles kon je ook horen in hun concert dat daardoor mij soms een beetje vaart miste. Introspectieve trage nummers van hun laatste platen, zo zagen we dacht ik ondermeer “Lullaby” en “Firewalker” passeren. Heel intimistisch en het gaf toch wel een andere kant van de band te zien dan wat ik van hen gewend ben. De leeftijd zal het vast zijn, en naar ik aanneem zal ook het overlijden van de vader van Robert Been er voor iets tussenzitten.  Zoals te verwachten was er op het einde tijd voor het hardere werk, waar het publiek ook wel voor gekomen was, met een opzwepend “Spread Your Love”, en bij de bisnummers raar genoeg dan in het begin weer een paar akoestische nummers, die door het wel langzaamaan flink aangeschoten publiek werden verstoord. Beetje rommelig kwam het over en ook niet helemaal geslaagd, maar daarna mocht het dak er weer af met een stomend, u had het al geraden, “Whatever Happened to My Rock ’n Roll”.

Goed concert zonder meer, en het mag de volgende keer nog net iets vuiler.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/black-rebel-motorcycle-club-22-02-2014/

Organisatie: Kreun, Kortrijk

 

The Jazzoline Orchestra

The Jazzoline Orchestra - Swingende jazz en bigband

Geschreven door

Het moeten niet altijd beats of rockgitaren zijn. Vanavond staat The Jazzoline Orchestra op het programma. Koper- en houtblazers die het beste van zichzelf geven.

Met 18 muzikanten en een zangeres mag Jazzoline met recht en reden als een 'bigband' worden omschreven. Ook hun gevarieerde repertoire gaat in dezelfde richting en de referenties heten jazz, funk en soul.
In een zo goed als uitverkochte zaal is het eerste wat ons opvalt dat er zitplaatsen zijn voorzien. Gezien de aard van het concert is dit wel een jammerlijk gekozen detail, hoge tafels en sfeervolle verlichting waren wellicht de betere optie geweest. Maar, flexibel als we zijn, passen we ons aan en zoeken naar een lege stoel. Dansvoetjes komen ook zittend tot beweging.
Jazzoline brengt nummers van alle grootheden zoals Ray Charles, Cab Calloway, Etta James, Duke Ellington en Nat King Cole. We worden getrakteerd op enkele solo’s gespeeld op trombone of saxofoon.  Toch nog even melden, het geluid van de saxofoon herinnert ons er weer aan waarom jazz nog altijd leeft. Heerlijk instrument.
Puur muzikaal gezien verwachten we haast Etta James herself uit de coulissen te zien verschijnen, maar de zangeres kan jammer genoeg niet aan onze verwachtingen voldoen. Hoewel de zang juist was, bracht het niet echt een meerwaarde. Het miste de zekere ‘zsa zsa zsu’ of ‘je ne sais quoi’, die een jazz stem net zo aantrekkelijk maakt, waardoor we toch een beetje op onze honger blijven zitten.

Tijdens de pauze wordt er hier en daar gefluisterd dat de tweede act verschillende verrassingen in petto heeft.

Belgian bluesman PC (Patrick Cuyvers) vervoegt de rangen en bespeelt, tot ons aller plezier, de Hammond. Door een klein technisch probleem gaat zijn eerste nummer een beetje de mist in, waardoor hij twee maal moet herbeginnen. Maar zijn diepe soulstem en natuurlijk ook de Hammond maken dit ruimschoots goed. De meerwaarde waar we in de eerste helft een beetje wanhopig op wachtten is nu duidelijk wel aanwezig.
Een paar duetten verder begint “I just want to make love to you” , het wel bekend nummer van Etta James, dat halverwege de jaren ’90 een nieuwe boost kreeg door Cola light. En net als in de reclame verschijnt er een bouwvakker (een van de muzikanten) en is er volop ambiance in de zaal. Wat animatie betreft is Jazzoline er in geslaagd hier iets onvergetelijk van te maken.
“Minnie the moocher” van Cab Calloway was nog zo een hoogtepunt. En ook zeer opvallend, men gebruikte op de achtergrond de beelden van het gebande Betty Boop filmpje dat bij deze song hoort. We krijgen nog een bigband versie van Queens’ “Crazy little thing called love” en sluiten de avond af met “Zoot suit riot” van Cherry poppin’ daddies.

The Jazzoline Orchestra zorgde voor een zeer swingende avond, al mogen ze volgend jaar de zitplaatsen achterwege laten.  Terwijl we de zaal verlaten, blijven volgende woorden toch hangen:
“shoo-doo-shoo-bee-ooo-bee-doo-bee-doo”

Organisatie: CC Poorthuis, Peer

Black Rebel Motorcycle Club

Black Rebel Motorcycle Club – Rock ‘n’ Roll (zoals het hoort)

Geschreven door

Woensdagavond was James Vincent McMorrow nog te bewonderen in de Botanique, vrijdag was het alweer tijd voor de rockers van Black Rebel Motorcycle Club. Het overwegend hipsterachtige jongerenpubliek werd vervangen door mannen met leren jacks en zwarte band T-shirts, aangevuld door enkele wijven met ballen. Wat het optreden betreft, het was simpelweg indrukwekkend.

BRMC trapte af met twee loeiers van platen van hun nieuwste album, “Specter at the Feast”, met “Beat the Devil’s Tattoo” als aanvuller. “Hate the Taste” en “Rival” waren zo ruig als maar kan en kunnen natuurlijk wel tellen als binnenkomers. Robert Levon Been en Peter Hayes maakten het publiek wild met hun gitaargebulder, terwijl ze zelf van een ongelimiteerde coolness getuigden.
Fans van het oudere werk konden gelukkig hun hartje ophalen, deze set was geen echte voorstelling van de nieuwe plaat. “Ain’t No Easy Way” krijgt altijd zo’n heerlijk blues en country toon terwijl de mondharmonica eroverheen dartelt, ook in andere nummers meesterlijk bespeeld door Hayes. Dat nummer werd dan weer gevolgd door “Berlin”, nog zo’n fantastische song. En kijk, waar andere artiesten dan bijna in de helft van het optreden zitten, heeft BRMC er nog een stuk of twintig klaar zitten. Wat zelfs sterker is, deze rockers gaven zich telkens volledig.
Maar eerlijk gezegd mochten er misschien een paar nummers uit. “Returning” en “River Styx” zijn natuurlijk geen slechte nummers, maar zorgden ervoor dat de aandacht af en toe verslapte. De keuze voor “Lose Yourself” als een soort rockballad na een hevig nummer zoals “Teenage Disease” is bovendien een beetje vreemd. Aan de andere kant was het misschien een mooie kans voor een welgekomen rustpauze in de set. “Teenage Disease” werd door support act Dead Combo nog straffer en pakte het publiek bij zijn nekvel, zo oerend hard was het. Daarmee was de eerste finale helemaal ingezet, met moshen en al. De fotografen vluchtten alle kanten uit met hun camera’s. “Red Eyes  and Tears”, “Six Barrel Shotgun” en “Spread your Love” waren stuk voor stuk geniaal. Niemand kon ontsnappen aan de storm gitaargedonder die onze kant uitkwam. Mensen werden van het podium gehaald, er werd gebruld en deze rock ‘n’ roll vanuit de onderbuik zorgde voor een meer dan geslaagd optreden.
En dan was het tijd voor de tweede finale. Ze lieten wat op zich wachten maar uiteindelijk kregen we nog vier (!) bisnummers. Eerst kregen we een mooie akoestische cover van “Cool Water” van Hank Williams, jammer genoeg kon het opgefokte publiek zich niet stilhouden en leek er zelfs een beetje lacherig gedaan door sommigen. Heel onterecht natuurlijk, want we willen altijd nog eens aan Johnny Cash terugdenken. Daarna speelde BRMC een sterke akoestische versie van “Shuffle your Feet”. Drumster Leah Shapiro kon even in de coulissen blijven staan, want Hayes en Been bleven maar gaan. Voor “Whatever Happened To My Rock ‘n’ Roll” en “Sell It” kwam ze wel weer tevoorschijn. Een meer dan sterke bonus, dreunende bassen met jankende gitaarriffs erbij, wat wil een mens nog meer.

Daarmee sloot BRMC zijn concert in de Botanique af, we konden eindelijk uitgeput maar voldaan huiswaarts keren. Dit was nog eens zo’n optreden met echte rock ‘n’ roll, zoals hij hoort te zijn. Hopelijk zien we deze band nog vaak terug in België, want dit is een echte must see voor alle rockliefhebbers.

Neerm gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/black-rebel-motorcycle-club-21-02-2014/
Organisatie: Botanique, Brussel

Yuck

Yuck – Broeierige , emotievolle set

Geschreven door

Yuck – Broeierige, emotievolle set
Yuck en Cate Le Bon
Grand Mix
Tourcoing

Mooie dubbelaffiche hadden we in de Grand Mix met het beloftevolle Cate Le Bon, die een paar maand terug intrigeerden met ‘Mug Museum’ en het Engelse Yuck , die ons raakt met twee cd’s vol charmante catchy, gruizige gitaarpop.

De uit Wales afkomstige , maar in LA residerende Cate Le Bon is eigenlijk al een tijdje bezig, want ze is aan haar derde cd toe . Meteen valt op hoe sterk de V.U. en Nico in de sound is geïntegreerd . En die invloedssfeer was snel duidelijk met nummers “No God” en “Are you with me”,  in het begin van de set, “Cuckoo thru the walls” en “Wild” op het eind. Een indiepsychedelisch geluid en een bezwerende ritmiek die je bedwelmt en overmeestert .
Het kwartet concentreerde zich op hun instrumenten, maar waren uitermate ontroerd van de warme respons . Een reeks dromerige lofi songs van hoekige ritmes, repeterende orgeltjes en gitaren volgden . Ergens voelden we dan ook een sfeertje van The Doors door dat riedelorgeltje. Heel wat emotie schuilt in hun materiaal , of het nu wat soberder, opbouwender of breder van aard is; nummers als “I can’t help you”, “Duke” , “Mirror me” en “Sisters” gingen van vrolijk relaxt naar mysterieus tot innemend, pakkend .
Cate Le Bon mag dan wat terughoudend zijn , ze ontpopte zich met haar band als een aangename ontdekking!

Ondanks het feit dat de tweede cd door sommige critici maar matig onthaald werd , zijn wij enorm te vinden van wat het Engelse Yuck doet . Ze houden op hun tweede ‘Glow & Behold’ het midden van onstuimige en beheerste noisy (lofi) gitaarpop , niet vies van wat shoegaze pedaaleffects .
De band had het vóór de release van de tweede cd niet voor de wind, gezien het vertrek van (mede) frontman Daniel Blumberg. Op die manier nam Max Bloom het voortouw, en kreeg de bassiste Mariko Doi wat ademruimte qua zang, zoals op “The wall” en de huidige emosingle “Lose my breath”, die vanavond live ook werden gespeeld. Qua vocals moet ze nog wat zelfzekerder en overtuigender voor de dag komen; de gevoeligheid druipt van deze nummers en konden op die manier niet ten volle tot hun recht komen. Een paar dipjes middenin niet nagelaten, genoten we van deze heerlijke meeslepende, melodieuze gitaartrip, die natuurlijk Dinosaur Jr/Pavement/Sebadoh/Buffalo Tom/Built to Spill/Sonic Youth opriepen.
Nummers “Middle sea” (sterke opener van de set btw!), “Another one” en “Holing out” zijn Yuck op z’n best: rauw jengelend en broeierig spannend! Het afsluitende “Operation” linkte zelfs aan de ‘Daydream nation’ plaat van Sonic Youth .
Net als Cate Le Bon konden ze rekenen op een sterk onthaal. Iemand riep hen nog een saluut aan Kurt Cobain toe – op 20 februari ’67 geboren en dit jaar twintig jaar overleden . Yuck pikte er op in , maar had geen song van Nirvana voor handen , maar het alternatief, New Order’s  “Age of consent” uit ’83 (check die plaat maar eens ‘Power, Corruption & Lies’!), was even snedig, bedreven als het origineel. En die  intrigerende wavetune hoorden we ook op het sfeervol opbouwende “Rebirth”.
Yuck beet sterk van zich af en speelde een boeiende, afwisselende set!

Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

Cate Le Bon

Cate Le Bon – Een bezwerende V.U. ritmiek

Geschreven door

Cate Le Bon – Een bezwerende V.U. ritmiek
Yuck en Cate Le Bon
Grand Mix
Tourcoing

Mooie dubbelaffiche hadden we in de Grand Mix met het beloftevolle Cate Le Bon, die een paar maand terug intrigeerden met ‘Mug Museum’ en het Engelse Yuck , die ons raakt met twee cd’s vol charmante catchy, gruizige gitaarpop.

De uit Wales afkomstige , maar in LA residerende Cate Le Bon is eigenlijk al een tijdje bezig, want ze is aan haar derde cd toe . Meteen valt op hoe sterk de V.U. en Nico in de sound is geïntegreerd . En die invloedssfeer was snel duidelijk met nummers “No God” en “Are you with me”,  in het begin van de set, “Cuckoo thru the walls” en “Wild” op het eind. Een indiepsychedelisch geluid en een bezwerende ritmiek die je bedwelmt en overmeestert .
Het kwartet concentreerde zich op hun instrumenten, maar waren uitermate ontroerd van de warme respons . Een reeks dromerige lofi songs van hoekige ritmes, repeterende orgeltjes en gitaren volgden . Ergens voelden we dan ook een sfeertje van The Doors door dat riedelorgeltje. Heel wat emotie schuilt in hun materiaal , of het nu wat soberder, opbouwender of breder van aard is; nummers als “I can’t help you”, “Duke” , “Mirror me” en “Sisters” gingen van vrolijk relaxt naar mysterieus tot innemend, pakkend .
Cate Le Bon mag dan wat terughoudend zijn , ze ontpopte zich met haar band als een aangename ontdekking!

Ondanks het feit dat de tweede cd door sommige critici maar matig onthaald werd , zijn wij enorm te vinden van wat het Engelse Yuck doet . Ze houden op hun tweede ‘Glow & Behold’ het midden van onstuimige en beheerste noisy (lofi) gitaarpop , niet vies van wat shoegaze pedaaleffects .
De band had het vóór de release van de tweede cd niet voor de wind, gezien het vertrek van (mede) frontman Daniel Blumberg. Op die manier nam Max Bloom het voortouw, en kreeg de bassiste Mariko Doi wat ademruimte qua zang, zoals op “The wall” en de huidige emosingle “Lose my breath”, die vanavond live ook werden gespeeld. Qua vocals moet ze nog wat zelfzekerder en overtuigender voor de dag komen; de gevoeligheid druipt van deze nummers en konden op die manier niet ten volle tot hun recht komen. Een paar dipjes middenin niet nagelaten, genoten we van deze heerlijke meeslepende, melodieuze gitaartrip, die natuurlijk Dinosaur Jr/Pavement/Sebadoh/Buffalo Tom/Built to Spill/Sonic Youth opriepen.
Nummers “Middle sea” (sterke opener van de set btw!), “Another one” en “Holing out” zijn Yuck op z’n best: rauw jengelend en broeierig spannend! Het afsluitende “Operation” linkte zelfs aan de ‘Daydream nation’ plaat van Sonic Youth .
Net als Cate Le Bon konden ze rekenen op een sterk onthaal. Iemand riep hen nog een saluut aan Kurt Cobain toe – op 20 februari ’67 geboren en dit jaar twintig jaar overleden . Yuck pikte er op in , maar had geen song van Nirvana voor handen , maar het alternatief, New Order’s  “Age of consent” uit ’83 (check die plaat maar eens ‘Power, Corruption & Lies’!), was even snedig, bedreven als het origineel. En die  intrigerende wavetune hoorden we ook op het sfeervol opbouwende “Rebirth”.
Yuck beet sterk van zich af en speelde een boeiende, afwisselende set!

Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

James Vincent McMorrow

James Vincent McMorrow – Supersereniteit

Geschreven door

De Ierse singer-songwriter James Vincent McMorrow slaagde er afgelopen woensdag in een uitverkochte Orangerie adembenemend stil te krijgen. De artiest stelde er met grote kunde zijn nieuwe album ‘Post-Tropical’ voor. Al kregen we gelukkig ook nog wat van ‘Early in the Morning’ te horen.

James Vincent McMorrow startte zijn set met “The Lakes”, een mooie intro voor anderhalf uur zoetgevooisde fluistermuziek. Voor ons stond een echte vent, met baard en al, waardoor je soms moeilijk kan geloven dat hij echt die perfecte hoge klanken zijn strottenhoofd uit jaagt. Dromerige muziek is de specialiteit van de Dublinner en die werd ondersteund door de lichtpiramides op het podium en de maanachtige achtergrond.
Dat wil niet zeggen dat er geen ruimte was voor meeslepende ritmes. In “Glacier” kreeg hij het overwegend vrouwelijke publiek zelfs aan het bewegen. Het nummer bewijst tegelijkertijd dat stilte erg mooi kan zijn. Het applaus klonk vaak luider dan de zachte liedjes zelf, al was de zaal duidelijk gevuld met doorwinterde McMorrow-volgers.
Die ritmes zijn trouwens een rode draad door het nieuwe album, met het gelijknamige nummer “Post-Tropical” voorop. Er was zelfs even een leuk meeklapmoment, jammer genoeg verpestte McMorrow dat zelf door vreemd genoeg volledig uit het ritme te gaan voorklappen. Het was bovendien het moment dat we ons een ietsepietsje begonnen te vervelen. De muziek is prachtig, niets aan te merken op de zangkwaliteiten van deze artiest, maar soms wordt het geheel een beetje te serieus, te correct gezongen ook. Alles is tot in de puntjes afgewerkt, er is geen hoek af. Nu ja, misschien moet dat wel bij dit genre van kopstemfolk en toegegeven, McMorrow bekritiseren op een te perfecte stem is wellicht wat pietepeuterig.
Gelukkig was het snel de beurt aan “We don’t Eat”, het hoogtepunt in deze set. Schitterend gebracht, vooral doordat de zanger het nummer versnelde door als een gek op zijn trom te gaan slaan.
Vanaf dan gooide James Vincent McMorrow zijn mantel van stilzwijgen af en ging zowaar in interactie met het publiek, waarmee hij bewees best een grappige, zij het bescheiden, man te zijn. Verder maande hij bij “All Points” aan ‘om te dansen als een robot’. Het dansen bleef ietwat achterwege maar er zat wel degelijk dansbaarheid in de song, zeker naar het einde van het nummer.

Als bisnummer kregen we nog het geweldige “And If My Heart Should Somehow Stop” volledig solo. Daarna kwam de band nog eens op om met een haarfijne apotheose “If I Had a Boat” te spelen.

Tuurlijk wordt in dit soort reviews altijd de vergelijking met Bon Iver gemaakt. Qua sound klopt die vergelijking wel maar door dit optreden mogen we James Vincent McMorrow beschouwen als iemand die eigenlijk geen vergelijk kent. James Vincent McMorrow was een uitspatting van fantastische supersereniteit.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/james-vincent-mcmorrow-19-02-2014/
Organisatie: Botanique, Brussel

Big Ups

Eighteen Hours of Static

Geschreven door

Big Ups bedient zich van het soort gruizige punk waar de bloedresten nog zijn blijven aanhangen. Rauw, rudimentair en zonder franjes, uit de school van Big Black, Shellac, Fugazi en Black Flag. Dit klinkt alsof iconen Steve Albini en Henry Rollins hier met hun ongewassen fikken hebben aangezeten.
De onstuimige songs zijn kurkdroog, frontaal en kwaad. Primaire riffs, striemende vocals en loden bassen heersen over de plaat. Eén en ander slaat geregeld over in briesende hardcore (“Grin” en “Disposer”) en maar heel zelden maakt de rauwe energie plaats voor een korte adempauze. Het Pixies-achtige “Wool” lijkt op het eerste zicht zo een rustpunt tot ook hier een meedogenloos eindoffensief wordt ingezet en de song uitmondt in een brok uitgespuwde agressie.
Amper een half uurtje (11 songs) hebben Big Ups hier nodig om een paar muren te slopen en hun ophitsende punkrock recht in ons gezicht te rammen, een pak slaag die we met graagte incasseren.

Jake Bugg

Shangri La

Geschreven door

Jake Bugg, een  jonge Britse sing/songwriter , pas 19 , omgordt de gitaar , beschikt over een gouden fluwelen doorleefde stem en heeft al een sterk visitekaartje afgeleverd met z’n titelloze debuut. Hij is nu aan z’n tweede plaat toe . Ongedwongen , emotievol brengt , schudt hij een reeks innemende, gevoelige, stekelige als onstuimige akoestische en elektrische gitaarsongs af , die een reeks artiesten samenbalt als folky bards Robert Johnson, Bob Dylan, Buddy Holly , als de onmiskenbare Britinvloed van de Beatles , Oasis, Noel Gallagher, Miles Kane en Alex Turner’s Arctic Monkeys .
Het zijn gewone , eenvoudige maar treffende songs . Hij klopte aan bij Rick Rubin voor z’n tweede cd , werd wat in de Nashville/Memphis cultuur  ondergedompeld en noemde de cd  naar de studio’s  van Rubin, ‘Shangri La’. En ergens horen we die voorliefde aan Johnny Cash en Neil Young .
Rock’n’roll hoorden we in al z’n verschillende vormen , melodieuze frisse pop , pure, naakte intieme sing/songwriting en rauwe , primitieve Britrock. Hij wordt bijgestaan door een basgitarist en een drummer , die sobere , dromerige , huppelende ritmes toevoegen .
Op die manier kom je aan een afwisselende , maar overtuigende aanpak als de uptempo’s “There’s a beast and we all feed it”, “Slumville sunrise” en “What doesn’t kill you” , de broeierige “Messed up kids”, “All your reasons” en de intense “Me & you” , ”Pine trees” en “Storm passes away” .
Kwalitatief boeiend, knap, sterk werk , dat intussen een breder publiek heeft. Talent en vakmanschap druipen er van af. Te koesteren dus.

Wooden Shjips

Back to land

Geschreven door

Je kan de twee bands van songwriter/gitarist Eric ‘Ripley’ Johnson, Moon Duo en Wooden Shjips in één adem opnoemen . We ervaren een soort rock’n’roll/spacerock, een welig vertier van slepende , voortdrijvende , repetitieve, bezwerende , gedreven ritmes en psychedelische poptunes . Een hallucinante sound, die in de sfeer hangt van Spacemen 3, Sonic Boom, Spiritualized, Silver Apples en Suicide , minder paranoia, meer wegdromend en rustgevend door de aanstekelijke , bezwerende ritmische onderbouw  , de meeslepende drones, de poppy tunes en de zalvende, ingehouden na-echoënde zang.
Er is voldoende variatie in de 8 nummers , die lekker dreunen, en ons naar hogere regionen voert . Die lofispacerock en sixtiespsychedelica valt dus uitermate te appreciëren!

Lorde

Pure heroine

Geschreven door

Deze 16 jarige Nieuw-Zeelandse jonge schone lady heeft met haar debuut ‘Pure heroine’ meteen een schot in de roos . Ella Yelich-O’Connor is een pittige, jonge, zelfverzekerde , dame die een reeks sfeervolle , groovy electropopsongs uitheeft . De mosterd haalt ze natuurlijk van vroegere elctrobands , van New Order tot The xx en Bjork.
Ze overtuigen en intrigeren door een sterke melodielijn, zijn  mooi en subtiel uitgewerkt,  tintelen en worden bepaald door haar indringende, zalvende, dromerige zang . De nummers slaan duidelijk aan door de lichte groove en beats , luister maar eens naar de singles “Royals” en “Team”. Ook andere nummers als “Tennis court”, “400 Lux” en “A world alone” moeten niet onderdoen .
Eenvoudigweg hebben we hier te maken met een sterk debuut van een talentvolle dame!

Pagina 595 van 964