Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Hellfest 2013 – vrijdag 21 juni 2013 - een geslaagde 8ste editie!

Geschreven door

Hellfest 2013 – vrijdag 21 juni 2013 - een geslaagde 8ste editie!
Hellfest 2013
Festivalterrein
Clisson (Fr)

Hellfest Day 1: 21/06/2013

Na een lange rit, een tweetal uurtjes slaap en het potje koffie waren we er klaar voor. Hellfest 2013 beloofde alweer een top-editie te worden. De ontvangst voor de pers was alweer dik in orde en in een mum van tijd stonden we op het festivalterrein.

We begaven ons naar The Temple voor het optreden van Stille Volk. Stille Volk is een Franse band die Occitaanse (Provençaalse) en Middeleeuwse invloeden met elkaar mengt. De band – die gebruik maakt van o.a. een draailier, strijkers, een akoestische gitaar en percussie – baseert zijn teksten op het erfgoed en cultuur in de Pyreneeën. Openen deden ze met het fantastische “La Danse de la Corne”, wat direct voor een vrolijke sfeer zorgde, gevolgd door “Le Réveil de Pan”. De bandleden voelden zich op hun gemak op het podium en dat was te merken aan het publiek dat al snel aan het meezingen was en danste op de vrolijke tonen. Na “Ai Vist Lo Lou” trakteerde de band ons op een cover van Iron Maiden’s “To Tame A Land”, geheel in eigen versie en vertaald naar de langue d’oc als “Adoumestica Una Terro”. Afsluiten deden ze met “Le Roi des Animaux” en “Banquet”. Voor mij was dit de perfecte opener voor de komende 3 dagen, een vrolijk concert dat er direct de sfeer in bracht.

Voór het concert van Hate maakten we even gebruik van de tijd om de persruimte en VIP-ruimte te gaan inspecteren. De VIP-ruimte was ingericht met een eigen bar met enkele dranken die niet op de rest van het terrein te verkrijgen waren. Ook kon men niet enkel met jetons betalen, maar ook met cash geld of bancontact of creditcard. In het midden van de tent stonden enkele tafels en stoelen, alsook tuinsalons die dienden als comfortabele zetels. De buitenruimte was voorzien met een terras, hangmatten en leuke kunstwerken uit ijzer.

Tijd voor HATE. Ondanks het drama van dit jaar (het overlijden van Mortifer op 6 april) stond Hate toch op het podium van The Temple, met zowaar een vrouw die Mortifer zijn baskunsten verving. De Poolse Death/Black Metal band gaf een ijzersterke show, gewapend met hun corpse paint en de symbolische vlaggen aan weerszijden van het podium. Net als veel van hun landgenoten is Hate een ware oorlogsmachine, die hun kennis van de zware en brutale sound keer op keer bewijzen. Openen deden ze met “Watchful Eye Ov Doom”, gevolgd door “Luminous Horizon”, “Omega”, “Hex”, “Festival Ov Slaves” en “Alchemy Ov Blood” als afsluiter.

De volgende band die het podium van The Temple mocht betreden was niemand minder dan Týr. De bekende Faeröerse Folk/Viking metalband zingt uitsluitend over de Noorse Mythologie, zowel in het Engels als in het Faeröers. Hoewel het slechts amper middag was, zag de tent reeds zwart van het volk en probeerden ze allemaal een plaatsje te bemachtigen voor het podium van The Temple. We letten ook op de afwezigheid van drummer Kári Streymoy, die de band in het begin van het jaar moest verlaten wegens gezondheidsproblemen. Wie zijn vervanger was op Hellfest kunnen we helaas niet meedelen. Wat we wel kunnen zeggen is dat hij een feilloze, strakke set gespeeld heeft. De band voelde zich comfortabel op het podium en dat reflecteerde in geweldig geluid, nummers die goed gekoppeld waren en bijgevolg een feestje in het publiek die enthousiast meezong en de heidense goden en hun attributen vereerden. Een energiek concert die geopend werd door “Flames of the Free”, gevolgd door “Tróndur í Gøtu”, “Shadow of the Swastika”, “Hail to the Hammer” en “Ramund Hin Unge”. Eindigen deden ze uiteraard met “Hold the Heathen Hammer High” en “The Lay of Thrym”.

Terwijl de zon volop schijnt en de bijhorende warmte brengt trekken we opnieuw richting de tent van The Temple om te zweten voor een sterk staaltje Aura Noir. De Noren weten de invloeden van de black/trash in balans te houden voor een sound die menig metalhead kan smaken.  Persoonlijk vond ik de trash-invloeden net iets té aanwezig, en de cover van Slayer’s “Fight Till Death” (die overigens wel goed uitgevoerd was) overbodig, maar het geluid zat goed, het publiek was volledig mee en ze gaven zich weer volledig. Al bij al een deftig concert met nummers als “Hell Fire”, “Shadows of Death”, “Hades Rise” en “Conqueror”.

We blijven nog wat rondhangen aan The Temple voor Absu, een van de bands waar ik het meest naar uitkeek op deze eerste dag. En dat was zeker terecht! Deze Texanen omschrijven hun muziek als “Mythological Occult Metal”, een mix van black, trash en death metal met thema’s als de Keltische en Sumeriaanse mythologie. Een drummer/zanger is zeldzaam, we zien soms enkele drummers die backing vocals verzorgen, maar Russ Givens (a.k.a Proscriptor McGovern) is “the real deal”. De man maakt goed gebruik van zijn drum, hij slaat snel, hard en strak en combineert dat met een dodelijk stemgeluid. Alles in combinatie klinkt Absu als een waar bombardement, die je meeneemt en niet meer loslaat.
Openen deden ze met “Apzu”, gevolgd door “Night Fire Cononization”, “Morbid Scream” (cover), “Skrying in The Spirit Vision”, “Amy”, “Manannan”, “Swords and Leather”, “Highland Tyrant Attack” en “Never Blow Out The Eastern Candle”. Dit concert is samen te vatten in volgende woorden: Geweldige show, geweldig geluid, geweldige band!

Na deze killer band trokken we toch even richting Mainstage 1 voor het concert van Europe. Velen waren van gedacht dat de Zweden van Europe niet thuishoorden op Hellfest, maar toch zagen we redelijk wat publiek aan Mainstage 1. Daarnaast waren er ook veel mensen die dachten dat Europe niet meer bestond, integendeel, ze zijn levendiger dan ooit.
Openen deden ze dan ook met het eerste nummer van het laatste nieuwe album: “Riches To Rags” (van het album ‘Bag of Bones’, uitgebracht in 2012). Europe klinkt nog steeds melodieus, maar toch een pak zwaarder in vergelijking met hun albums uit hun hoogtijdagen van de jaren ’80. Voor de standaarden van Mainstage 1 was het geluid zeer deftig, de setlist was goed opgebouwd, oudere en nieuwere nummers werden afgewisseld. “Riches To Rags” werd gevolgd door “Firebox”, “Scream of Anger”, “Superstitious”, “Girl From Lebanon”, “The Beast”, “Rock The Night”, “Last Look At Eden” en er werd uiteraard –hoe kan het ook anders? – afgesloten met “The Final Countdown”. Het publiek kwam los en genoot van de show. Zelfs de technici van Testament (die aan het opzetten waren op Mainstage 2) waagden zich even aan een stukje luchtgitaar of luchtdrum. Europe verliet het podium onder groot applaus na een feilloos concert en bewezen daarmee dat ze ook thuishoren op een metalfestival.

We blijven rondhangen aan Mainstage 1, want Twisted Sister kwam aan de beurt. Dee Snider zag er alweer op zijn best uit, zwerend bij zijn strakke broeken en fluoroze microfoonstandaard. Hij staat actief op het podium, loopt alle kanten uit en blijft toch een helder stemgeluid behouden. Hij zorgt voor een glimlach op quasi alle gezichten van het publiek en straalt een feelgood enthousiasme uit.
“You Can’t Stop Rock ’n Roll” was de opener, gevolgd door “Shoot ‘Em Down”, “The Kids Are Back”, “Stay Hungry” en “The Beast”. Tijdens “We’re Not Gonna Take It” ging het publiek uit zijn dak en uiteraard liet Dee Snider het publiek enthousiast participeren in het nummer (maar het enthousiasme die het nummer teweeg bracht tijdens GMM 2012 werd evenwel niet geëvenaard). Daarna kwamen nog “The Price”, “Burn In Hell” en “The Fire Still Burns” aan bod. Afsluiten deden ze met “I Wanna Rock” en de herwerkte versie van The Rolling Stones’ “It’s Only Rock ’n Roll”.

Terug naar The Temple voor een van mijn favoriete bands, Carpathian Forest. De Noorse Black Metalband staat steeds op het podium met alles erop en eraan; corpse paint, omgekeerde kruisen, een ritueel mes (die overigens bot is – ongdergetekende heeft het reeds in de hand gehad – met als reden dat ze zichzelf niet vertrouwen indien het geslepen zou zijn), enzovoort. Bij de eerste toon kwamen er vlammen uit de voorkant van het podium waardoor het publiek onmiddellijk hysterisch werd en meegesleurd werd voor een uur lang (dat veel te snel ging) in de wondere wereld van Carpathian Forest. Nattefrost houdt het mysterieus, langzaam volgens zijn eigen ritueel, met trage passen en zwaaiend met zijn khukuri (mes gebruikt in Nepalese messengevechten) of omgekeerd kruis. Het geluid is uitstekend, helder en krachtig. Carpathian Forest zoals ze moeten zijn, op hun best! Alle aanwezigen hebben hier vanavond een les gekregen in de Trve Norwegian Black Metal.
Hun set bevatte de nummers “It’s Darker Than You Think”, “Mask Of The Slave”, “The Suicide Song”, “Hymne Til Døden”, “The Frostbitten Woodlands Of Norway”, “Knokkelmann”, “Black Shining Leather”, “He’s Turning Blue”, “Return Of The Freezing Winds”, “Diabolism (The Seed And The Sower)” en “The Well Of All Human Tears”. Carpathian Forest is een aanrader voor iedere Black Metalliefhebber, je kan er opnieuw en opnieuw van genieten, en nooit willen dat het stopt.

Tijdens het nagenieten van deze overheerlijke band begaven we ons terug naar de Mainstage, waar het terrein al vol stond in blijde verwachting van Def Leppard. De Fransen waren in hun nopjes, want het was maar liefst 17 jaar geleden dat Def Leppard in Frankrijk optrad. Helaas stonden de Britten vrij emotieloos op het podium. In contrast met het vroeger enthousiasme leken ze nu op automatische piloot te staan en had het concert erg veel weg van een afscheidsconcert, met video-intermezzo’s in zwart/wit die de geschiedenis van de groep gaf. De set, met meer dan 20 nummers, vond ik persoonlijk te lang en de intermezzo’s waren overbodig. Na 19 nummers traden ze het podium af, en hoewel ze weinig tot niet werden teruggeroepen door het publiek werden we toch getrakteerd op twee bisnummers. Spijtig, want ik had stukken meer van verwacht.
Als opener speelden ze “Good Morning Freedom”, gevolgd door “Wasted”, “Let's Get Rocked”, “Foolin”, “Action”, “Brigin' On The Heartbreak”, “Switch 625”, “Women”, “Rocket”, “Animal”, “Love Bites”, “Pour Some Sugar On Me”, “Armagedon It”, “God Of War”, “Don't Shoot Shotgun”, “Run Riot”, “Hysteria”, “Excitable” en “Love And Affection”. Bisnummers waren “Rock Of Ages” en “Photograph”.

Na deze geslaagde eerste dag verpozen we nog even in de VIP-ruimte met de heren van Carpathian Forest en enkele kannen Whiskey-Cola, niet willen beseffen dat het opstaan een pak moeilijker ging gaan de volgende dag…

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/hellfest-2013/
Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Hellfest 2013 – zaterdag 22 juni 2013 - een geslaagde 8ste editie!

Geschreven door

Hellfest 2013 – zaterdag 22 juni 2013 - een geslaagde 8ste editie!
Hellfest 2013
Festivalterrein
Clisson (Fr)

Hellfest Day 2: 22/06/2013

Met een ferme kater trekken we opnieuw naar The Tempel, om twee redenen. Ten eerste om te ontvluchten aan de zielige motregen die aanhoudt, en ten tweede om een band te zien die hoog op mijn verlanglijstje stond, namelijk Koldbrann. Ik had er nog maar weinig van gehoord, maar na wat youtuben stonden ze al snel vrij hoog op mijn lijstje. Deze Noren staan strak op het podium, in corpse paint en bezaaid met armbanden met spikes. Ze spelen zuivere, klassieke Trve Norwegian Black Metal, wat ik erg kan smaken. De muziek is goed opgebouwd, heel precies, gevarieerd en gedrenkt in een vleugje satanisme, zoals we het graag hebben. De song met als titel “Russian Vodka” werd opgeluisterd door een speciale gast, Renton Of Death, die met ontblote torso en vliegeniersbril een vrolijk deuntje op trompet kwam spelen. Het minpunt van dit concert was een storing in de microfoonkabel die voor krakende en piepende geluiden zorgden. Jammer, want op zich was dit een zeer stevige show.

Opnieuw blijven we hangen voor het podium van The Temple. Volgens zanger Robert “Robse” Dahn moeten we de muziek van Equilibrium benoemen als “Duitse Epische Metal”. Het recept van deze benaming is een mengeling van Folk, Black en Speed Metal die samen een catchy en melodieuze sound krijgen. De Duitsers zijn erg gegeerd, en dat was te merken aan het publiek. De tent puilde uit van het volk. En terecht! Vanaf de eerste toon zat het er knal op en werd er non-stop geheadbanged. Zanger “Robse” was tevreden, en dat was duidelijk te zien aan zijn glimlach. Na een drietal nummers werden we opgeroepen tot een Wall of Death en brak de hel los. Openen deden ze met “Der Ewige Sieg”, gevolgd door “Heimwärts”, “Unter der Eiche”, “Himmelsrand” (die we kennen als de themesong van Skyrim), “Wingthors Hammer”, het alombekende “Blut Im Auge”, “Met”, “Mana” en als aflsuiter “Unbesiegt”. Equilibrium heeft een onberispelijke show neergezet en dat kan iedere toeschouwer beamen.

Bij het buitenkomen van de tent is er opnieuw een miezelregen aan de gang (gelukkig stonden we tijdens de stortregen nog te genieten van Equilibrium) maar we trotseren het en gaan klaarstaan voor de Mainstage 1 voor een concert die bovenaan mijn verlanglijst stond. Blijkbaar zijn de Amerikanen van 3 Doors Down net iets minder bekend in Frankrijk, want het terrein voor het podium was vrij pover bevolkt. Maar ik was in mijn nopjes, mijn kater was bijna over en ik ging eindelijk (!) 3 Doors Down zien. Spijtig genoeg kan ik enkel zeggen dat het geluid perfect zat en dat de nummers technisch zeer correct gespeeld werden. Het was een vrij zwakke set, het enthousiasme zat er niet in en het publiek wou niet mee. Jammer, want naar mijn mening hebben ze veel sterkere nummers in hun repertoire om op een festival als Hellfest mee uit te pakken. Zanger Brad Arnold gaf het publiek ook herhaaldelijk een “God Bless You”, wat bij de bende metalheads ook niet echt gesmaakt werd. Daarenboven beëindigden ze hun set 20 minuten voor tijd, zonder enige uitleg. Pas nadien ben ik te weten gekomen dat het aan een of ander probleem aan de gitaar lag. Openen deden ze met “Time Of My Life”, gevolgd door een van mijn favorieten “Duck and Run”, “It’s Not My Time”, “Let Me Go”, “There’s A Life”, “One Light”, het uitgemolken “Here Without You”, “Believer” en afsluiten deden ze uiteraard met “Kryptonite”. Voor een show op Hellfest miste ik zeker en vast “Smack” en “Sarah Yellin’”. Ik ben teleurgesteld, een beetje boos zelfs, dat 3 Doors Down maar een zwakke prestatie heeft geleverd.

Terug richting Temple dan voor nog een beetje Noorse Black Metal. En blijkbaar was ik niet de enige. Ondanks dat de zon er terug doorkwam bleven toch een groot aantal metalheads staan voor de mannen van Kampfar. Tot mijn groot jolijt was het geluid weer top en de koude sfeer van Kampfar werd opnieuw versterkt door de ijzige stem van Dolk. Eindigen deden ze met het sterke “Ravenheart”. Het was een goed opgebouwde, sterke show zoals we van Kampfar gewend zijn, maar ik heb de Noren toch al een sterkere performance weten neerzetten.

Na een kleine plaspauze en ons terug te voorzien hebben van een goudgele pretcilinder trokken we opnieuw richting Temple om elnkele lichaamsdelen en dierenskeletten te zien, in elkaar gestoken op een manier dat ze perfect als microfoonstandaard dienden. Jaja, het was weer tijd voor de bloederige en agressieve muziek van Belphegor. De duivelse blackened death metal van deze Oostenrijkers kon menig metalhead bekoren met hun strakke set. Mezelf incluis.

De keuze van de Hellfest-organisatie om ZZ Top en Kiss op dezelfde dag te zetten was strategisch. En we kunnen wel zeggen dat de operatie succesvol was. Rond 20u30 zag het zwart van het volk voor de hoofdpodia en werd het bijna onmogelijk om door het volk te manoeuvreren. De Texanen van ZZ Top voelden zich op hun gemak en het geluid zat alweer zeer goed voor de standaarden van de Mainstage. Het publiek liet zich rustig meeslepen doorheen de ganse set van classic blues rock en ging uit zijn dak tijdens de verwachte – en bijna verplichte – bekendere nummers.
Openen deden ze met “Got Me Under Pressure”, gevolgd door “Waitin' For The Bus”, “Jesus Just Left Chicago”, “Gimme All Your Lovin'”, “Pincushion”, “I Gotsta Get Paid”, “Flyin' High”, “Foxy Lady” (herwerking van The Jimi Hendrix Experience), “My Head's In Mississippi”, “Chartreuse”, “Sharp Dressed Man”, “Legs”, “Tube Snake Boogie”, “La Grange / Sloppy Drunk / Bar-B-Q” en “Tush”.

3 keer raden waar we vervolgens heen gaan… Juist ja, naar The Temple, want het was tijd voor de vrolijke Finnen van Finntroll. De tent stond proppensvol, en bij het aanschuiven in de rij van de fotografen zat de sfeer er ook vrij goed in… Tot op het moment dat ze begonnen spelen. Geen frontlicht? Dikke kak! Mijn humeur zakte tot op een laag pitje en na wat observeren en luisteren naar de feedback van collega-fotografen heb ik dan maar besloten het te laten voor wat het was en van de show proberen te genieten. Dat lukte wel, het publiek hield een feestje op de tonen van de humppa-metal, maar op het podium leek het mij allemaal wat té georchestreerd. Het spontane dat we van de band kennen  zat heel ver, wat voor mij toch een gevoel van teleurstelling gaf. De setlist zag er als volgt uit: “Blodsvept”, “Solsagan”, “Mordminnen”, “Nar Jattar Marschera”, “Nattfodd”, “Under Bergets Rot”, “Skogsdotter”, “Trollhammaren” en afsluiter “Jaktens Tid”.

Nostalgiegewijs kon ik het niet laten om me even te begeven naar de Mainstage 2 waar Bullet For My Valentine bezig was. Het geluid zat wel ok, en ze speelden hoe het hoorde, maar in mijn ogen was het vrij saai. Toen ik op het punt stond weer te vertrekken begonnen ze aan “4 Words (To Choke Upon)” waardoor ik besliste toch nog even te staan. Het bleef echter vrij pover dus besloot ik om na het volgende nummer, “Suffocating Under Words Of Sorrow” te vertrekken. Nostalgieplicht vervuld, me dunkt!

De menigte verzamelde zich opnieuw voor Mainstage 1, en het ganse terrein was gevuld, want het was tijd voor Kiss. Ik was op voorhand vrij kritisch, en helaas werd mijn vermoeden bevestigd. Quasi dezelfde show zoals ik ze al enkele malen gezien heb. Niet veel speciaals dus. Het podium was weer gedecoreerd met het gigantisch lichtgevende logo van Kiss, de drum stond weer op een platform die meters hoog de lucht in ging, net als de rest van de band op hun mini-platformpje. Zanger Gene Simmons die opnieuw zweefde naar de PA om van daar een liedje te zingen, alweer wat vuurwerk en confettikanons enzovoort. Het enige wat er aan de show was veranderd was dat ze wat gesleuteld hebben aan de setlist.
Vreemd genoeg werd er besloten om onder andere “Date Night” en “I Was Made For Loving You” niet op te nemen in die setlist, die er als volgt uit zag: “Psycho Circus”, “Shout It Out Loud”, “Let Me Go, Rock 'n Roll”, “I Love It Loud”, “Hell Or Hallelujah”, “War Machine”, “Deuce”, “Say Yeah”, “Shock Me”, “Outta This World”, “God Of Thunder”, “Lick It Up”, “Love Gun”, “Rock And Roll All Nite”, “Detroit Rock City” en “Black Diamond”. Ik vond het allemaal niet zo speciaal en besloot dus maar om even richting Altar te trekken om een stukje van het voor mij vrij onbekende Candlemass te gaan bekijken. De Zweedse Doommetalband kon mij gelukkig wel bekoren, waardoor ik besloten heb de band in het vervolg toch wat meer te gaan volgen.

Einde van dag 2, nog even napraten in de VIP-area en dan vlug ons bed in, want er staat ons nog een dag te wachten…

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/hellfest-2013/
Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Hellfest 2013 – een geslaagde 8ste editie!

Geschreven door

Hellfest 2013 – zondag 23 juni 2013 - een geslaagde 8ste editie!
Hellfest 2013
Festivalterrein
Clisson (Fr)

Hellfest day 3: 23/06/2013

Uitgerust opstaan met zicht op de wijnranken die eindeloos lijken. Zalig! Na een potje home-made koffie trokken we opnieuw richting festivalterrein voor de laatste dag van Hellfest. Eeenmaal aangekomen was het reeds tijd om opnieuw richting Temple te trekken, waar  Svart Crown speelde. Svart Crown brengt een stevige portie death/black metal, en dat al zo vroeg op de dag! Ik denk dat ik gewoon nog niet wakker genoeg was om hen ten volle te appreciëren. Jammer, want ze stonden nochtans op mijn verlanglijstje. Het geluid zat net iets minder naar wat ik ondertussen al van The Temple gewend was, maar klonk nog steeds niet dramatisch. Als er een ding duidelijk mag zijn, dan is het wel dat de Fransen van Svart Crown er een grote lap op geven, of het nu in de late ochtend of de late avond is.
Na een intro kwam “Apocalyptic Triumph”, gevolgd door “Into a Demential Sea”, “In Utero : A place Of Hatred And Threat”, “Nahash the Temptator”, “Ascetic Purification” en afsluiter “Revelatio : Down Here Stillborn”.

Opnieuw in The Temple – waar ook anders – wachten we op de komst van Inquisition. Dit duo (half Colombiaans, half Amerikaans) brengt rauwe black metal van de bovenste plank. Het geeft wel een vrij vreemd gevoel, slechts 2 muziekanten op een podium. Maar slim zijn ze wel, hoe minder groepsleden, hoe makkelijker het is om op elkaar in te spelen, wat ze al doen sinds 1996, wanneer de huidige opstelling van Inquisition gevormd werd. Wat de band ook zo populair maakt is het rauwe, aparte stemgeluid van Dagon, die vocals en gitaar verzorgt. Het zicht op het podium is triest maar tegelijk ook facinerend. Samengevat: een deftig, correct en strak concert. Niet meer, niet minder.

We blijven rondhangen aan The Temple en horen vanop The Altar de geluiden van Cryptopsy wegebben. Dat wil zeggen dat het tijd was voor de zwarte zondagsmis van Seth. Gekleed in bullet belts, kettingen en wat andere attributen leken de bandleden er klaar voor en gaven ze het beste van zichzelf. Hoewel ik grote voorstander ben van de Franse Black Metal scene kon dit concert me maar matig bekoren. Alles was goed uitgevoerd en het publiek leek hen ook erg te appreciëren, maar ik miste net dat tikkeltje meer die me volledig wegsleept uit de realiteit.
Openen deden ze met “ Let Me Be The Salt In Your Wound”, gevolgd door “La Quintessence Du Mal”, “Die Weihe”, “Scars Born From Bleeding Stars”, “Killing My Eyes”, “In Aching Agony” en afsluiter “...A La Mémoire De Nos Frères”.

Feestjestijd! De volgende die The Temple mogen betreden zijn niemand minder dan de Finse jongens van Korpiklaani. Frontman Jonne Järvelä – of hoe ik hem graag noem: de blonde Jack Sparrow – gaf weer geniale entertainment op het podium en de Finse humppa-muziek deed iedereen in de tent huppelen en dansen. Deze jongens gaan er steeds van uit dat hun publiek een bende alcoholiekers zijn en zingen dan ook over alles wat met alcohol en drinken te maken heeft. De combinatie drinken en humppa maakt een bende metalheads vrolijk, en dat zien we ook aan de sfeer. Ondergetekende kon het dus ook niet laten om mee te huppelen en een dansje te placeren. Openen deden ze met “Cottages Ans Saunas”, gevolgd door “Journeyman”, “Vodka”, “Wooden Pints”, “Tequila”, “Iron Fist (Motörhead cover)” en “Beer Beer”.

Na al dat gedans op muziek over alcohol had ik verfrissing nodig, dus trokken we even naar de Mainstages om bij te tanken aan een van de bars en even te kijken naar Gojira, die aan het publiek te zien en te horen was een zeer sterke performance neerzette. Helaas minder mijn ding en moesten we ons terug naar The Temple spoeden, waar een band ging beginnen dat in de top 3 van mijn verlanglijstje stond. Ik heb het weliswaar over de Zweedse satanisten van Dark Funeral. Gehuld in hun grote lederen harnassen en hun corpse paint zetten ze vanaf de eerste toon de tent op stelten. Openend met “The Arrival of Satan’s Empire” maken ze ons meteen duidelijk waarom hun nummers satanische symfonieën genoemd worden. Alle nummers waren goed aan elkaar gelinkt en telkens even geniaal als de vorige. “Vobiscum Satanas” werd gebracht met een bijna verontrustende intensiteit, bij “Atterus Totus Sanctus” werd het refrein gezongen door de rest van de band en tijdens “My Funeral” werd je gewoonweg meegesleurd in de intensiteit en genialiteit van het nummer. Het is moeilijk uit te leggen welke emotie dit concert teweegbracht bij het publiek (of toch alleszinds bij ondergetekende), maar ik denk dat ik het gewoon ‘magisch’ zal noemen.

Terug naar de Mainstage nu, want nummer 1 van mijn verlanglijstje komt eraan. De Amerikanen van Stone Sour maakten hun intrede met “Gone Sovereign” die uiteraard gekoppeld werd aan “Absolute Zero”, een waar festijn voor de fotografen, want we kregen maar liefst 8 minuten de tijd om onze shots te halen! Corey Taylor en co gaven er een ferme lap op, muziekaal en vocaal heel erg sterk en vol enthousiasme. Ze stonden er met plezier en dat zag je ook. Helaas kwam het publiek net iets minder los, maar dat was voor ondergetekende geen enkel probleem. Het enige spijtige was dat Stone Sour een 15tal minuten voor tijd stopte, en weinig tot niet terug geroepen werd door het publiek. Voor mij mocht het gerust nog wat langer duren. Na de openers kwam “Mission Statement”, gevolgd door “Made of Scars”, “Do Me a Favor”, “RU486”, “Children of the Grave” (cover Black Sabbath), “Say You'll Haunt Me”, “Nutshell” (cover Alice in Chains), een akoestische versie van “Bother”, waarbij je Corey Taylor zijn ziel voelde insteken, alsook een akoestische versie van “Through Glass”, die me bijna deed smelten en eindigen deden ze met “Hell & Consequences”, “Get Inside” en “30/30-150”.

Onze afsluiter van Hellfest vond plaats op het podium van The Altar. De Zweedse death metalband Hypocrisy gaf een show zoals het hoorde, een geweldige lichtshow, een geweldig geluid en geweldige sfeer bij het talrijk publiek. Een geslaagde afsluiter voor een geslaagde 3-daagse.
Openen deden ze met “End Of Disclosure”, gevolgd door “Tales Of Thy Spineless”, “Fractured Millennium”, “The Eye”, “Fire In The Sky”, “Necronomicon”, “44 Double Zero”, “Elastic Inverted Visions”, “Warpath”, “Roswell 47” en “Eraser” als afsluiter.

Tijd om ons terug te trekken naar de VIP-ruimte en met enkele goudgele pretcilinders na te genieten terwijl we een deftige set van Volbeat en geniale tonen van Ghost op de achtergrond hoorden. Dat nagenieten is uitgelopen tot een ware afterparty waarbij we voorgesteld werden aan de prettige combinatie van Jägermeister en Red Bull (toch niet voor iedere dag hoor). Tot de volgende, Hellfest!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/hellfest-2013/
Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Macklemore & Ryan Lewis

The Heist

Geschreven door

‘Hippe’ Hiphoppers zijn het die ons overrompelden , met een paar aanstekelijke , twinkelende singles  « Same love », «  Thrift shop » en « Can’t hold us » door hun rhymes & beats. De twee ‘blanke’ heren manifesteren zich als radiokillers . Macklemore is goed bij stem en rapt, Lewis ondersteunt het met geluidjes, relaxte en pompende breakbeats  en allerhande loops op z’n The Streets. Een rijkelijk gevulde cd , van wel 15 nummers.
Het album klinkt toegankelijk en gladjes , maar weet z’n doel te bereiken als hitmachine . Live geven de heren een boost aan de nummers , waardoor ze levendig , energiek en dynamisch klinken , wat ‘een feestje bouwen’ inleidt .
Hiphopsensatie met vele gezichten !

Mister & Mississippi

Mister & Mississippi

Geschreven door

Een Nederlands bandje dat we in het oog mogen houden zijn het kwartet Mister & Mississippi. Ze komen aandraven met uiterst heerlijke dromerige songs , pakkende gitaarpartijen , kleurrijke keys en een harmonieuze meerstemmige zang .
Duidelijke invloedssfeer: Local Natives – Fleet Foxes – Patrick Watson, Bon Iver en ons eigen Isbells .
“Follow the sun” , “Calm” , “Running” en “Nothern sky” hebben een sterke opbouw , zwellen aan en klinken bezwerend . Ook in de sobere aanpak weet het kwartet te raken, luister maar eens naar “See me” , “Six feet under” en “Coloured in white” .
We zijn alvast benieuwd naar de respons als ze hier in ons landje optreden .

Willy Moon

Here’s Willy Moon

Geschreven door

Willy Moon, aka William Sinclair, is een Nieuw-Zeelander die in London woont; hij is er eentje die ons terugbrengt naar de fifties, zowel in zijn podiumact als in zijn nummers : strak in het pak, brillantine in het haar, en een crooner op z’n Buddy Holly’s die de link maakt naar de huidige generatie door rauwe , smerige rock’n’roll retro te vermengen met bebop , hiphop en breakbeats .
Het geheel werkt uitermate aanstekelijk op de heup – en dansspieren; de pak songs in 35 minuten ‘shaken’ , zijn energiek , soms explosief , uit de hel nedergedaald . Hij is zelfs niet vies enkele covers toe te voegen .
Fijn plaatje alvast!

Collapse Under The Empire

The Silent Cry

Geschreven door

Voor postrockadepten zal Collapse Under The Empire geen onbekende zijn. Dit duo uit Hamburg bestaat al een tijdje en bracht heel wat interessant materiaal uit.  De heren Chris Burda en Martin Grimm hebben bovendien ambitie getuige het tweeledige concept album waaraan ze nog steeds aan het knutselen zijn. 
Zo brachten ze in 2011 ‘Shoulder & Giants’ uit en in het najaar van 2013 volgt het  het vervolg ‘Sacirifice and Isolation’. 
In tussentijd brengen ze met ‘The Silent Cry’ een zoethoudertje bestaande  uit zes nummers.  De composities  handelen over thema’s zoals het menselijk bestaan, vrijheid, eenzaamheid en de dood en dit wordt gereflecteerd in de zeer afwisselende postrock. 
Stevige gitaren, drum en bass worden gevarieerd met trage, ingetogen piano en strijkers.  Bovendien wordt de muziek van Collapse Under The Empire vakkundig opgebouwd, niet alleen in maar ook tussen de verschillende songs. 
De diverse nummers zijn  donker en sinister en klinken bovendien zeer cinematografisch.  Op ‘The Silent Cry’ levert Collapse Under The Empire eigenlijk de perfecte  soundtrack voor een obscure wetenschappelijke film. 
Voor de volledigheid vermelden we nog dat het tweede nummer “Stjarna” een instrumentale cover is van Depeche Mode (de song stond op de B-side van de single “Little 15”).
Meer info vind je op
http://collapseundertheempire.com/ .  

Frightened Rabbit

Pedestrian Verse

Geschreven door

Indierockfans die dit jaar Pukkelpop bezoeken, passeren op zaterdag best langs de Chateau : de Schotten van Frightened Rabbit mogen voor de tweede keer op het festival  spelen en te horen aan hun meest recente album ‘Pedestrian Verse’ gokken we dat dit meer dan de moeite waard zal zijn!  Hun vierde plaat bestaat uit twaalf hitgevoelige tracks die fans van The National, Arcade Fire en Mumford And Songs zeker zullen smaken.   Folkrocknummers zoals “Backyard Skulls”, “The Woodpile”, “Late March, Death March” en “December’s Traditions” bevatten prachtige, zachte melodieën en hebben bovendien een zeer  hoog dansbaar-gehalte waardoor we vermoeden dat Frightened Rabbit in hetzelfde rijtje kan komen als genoemde bands!

Mxrcxl

A laughing matter

Geschreven door

Voor wie houdt van ‘90s grungepop in de voetsporen van Nirvana , komt zeker aan z’n trekken op de EP van Mxrcxl rond een zekere Marcel . Vier snedige songs horen we, aangevuld met ‘80s keys , waarvan de eerste twee een donkere tune hebben . Niet verrassend misschien, maar de songs steken goed in elkaar , hebben armslag en weten te raken .

Most Unpleasant Men

Most Unpleasant Men

Geschreven door

Op de nieuwe plaat van het Nederlandse Most Unpleasant Men is hun sfeervolle aanpak duidelijk breder geworden . We horen mooi uitgewerkte broeierige pop , die door keys en percussie kleur en drive hebben , en onderhuids niet vies zijn van een wavetune  en beats . Door de dromerige zang blijft de gevoeligheid in het materiaal primeren .
Een afwisselend album en een spannende sound zorgen bij het sextet ervoor dat de plaat uitermate boeiend blijft !
http://www.mostunpleasantmen.nl   

Celestial Wolves

Wood For Wood

Geschreven door

Celestial Wolves overtuigt met een sterk cinematografische plaat . Hun instrumentale sound , waar af en toe een voicesample is in verweven, klinkt sfeervol , ingetogen en levendig door frisse, aanstekelijke , opbouwende en exploderende gierende ritmes .
Natuurlijk kan je niet omheen de invloed van Mogwai en Godspeed , maar in de forsere aanpak heb je welige postmetal. Het vijftal wordt door het Dunk!festival ondersteund , gezien hun muzikale outfit volledig past in het plaatje van Dunk! . Boeiende plaat.

http://www.celestial-wolves.be

Best Kept Secret Festival 2013 – zondag 23 juni 2013

Geschreven door

Best Kept Secret Festival 2013 – zondag 23 juni 2013
Best Kept Secret Festival 2013
Beekse Bergen
Hilvarenbeek

De derde dag van Best Kept Secret sprak ons op papier het meeste aan, waardoor we ondanks onze vermoeidheid toch met veel enthousiasme het festivalterrein opliepen. Enthousiast, dat waren ook de jongens van Traumahelikopter. De groep met de coolste naam gaf een stomend punkoptreden, dat ons meteen helemaal wakkerschudde. De muziek was iets te standaard om echt bij te blijven, maar amusant was het zeker en vast.

De lo-fi garagerock van Black Lips was eveneens energiek en een uitzinnig publiek moshte zich een ongeluk op onder meer “Bad Kids”. Memorabel werd het ook hier nergens, maar toch wist de band met hun hipsterlooks en catchy songs onze aandacht te behouden gedurende het hele optreden.

Local Natives begon meteen daarna op de Mainstage hun set in de gietende regen. Het meeslepende en emotionele “You and I” zette meteen de toon en wanneer de zon op het refrein van “Breakers” doorbrak kon het optreden al niet meer stuk. Kippenvel en tranen in de ogen van gelukzaligheid. De band bracht netjes evenveel van hun debuut als van ‘Hummingbird’, en bleef het hele optreden op een waanzinnig hoog niveau spelen. De zomerige en sprankelende indiepop klinkt toegankelijk zodat het een groot publiek kan aanspreken, maar bevat ook voldoende uitdagende arrangementen en emotionele diepgang om de kritische muziekfan te bekoren. Waanzinnig ook hoe mooi de samenzang tussen de verschillende bandleden klonk. Ondertussen had het publiek weer een fikse regenbui over zich heen gekregen, maar tijdens afsluiter “Sun Hands” kwam de zon weer opdagen. Het refrein ‘When I Can Feel With My Sun Hands, I Promise Not To Lose Her Again’ werd uitzinnig meegezongen door de fans, waarna we getrakteerd werden op een flinke portie gitaargeweld. Wat een optreden!

De groep No Age, die bestaat uit een drummer en een gitarist, was helaas de teleurstelling van de dag. De massieve noiserock van de band klonk te eentonig en statisch en was eerder slaapverwekkend dan adrenalineopwekkend. Wellicht was het deels de schuld van de geluidsmix die niet goed zat, maar we misten vooral dynamiek en enige subtiliteit. Nu klonk het allemaal als een onmelodieuze, warrige geluidsbrij.

Suuns daarentegen bewees één van de meest vooruitstrevende bands van het moment te zijn. De tegendraadse ritmes, bezwerende zang en dreunende baslijnen zorgden weeral voor een begeesterende luistertrip. De combinatie van postpunk en elektrorock leek elk moment te kunnen ontploffen, maar pas bij het laatste nummer “Sweet Nothing” werd het gaspedaal helemaal ingedrukt. De rest van de set klonk minimaler, maar des te spannender door de dreiging die telkens in de lucht hing. Dansbaar is de muziek ook zeker, en vooral uiterst geschikt om enkele spastische moves op uit te proberen. Deze hevige koortsdroom was na een uur helaas al gepasseerd, maar met Portishead in het vooruitzicht hadden we alweer iets nieuws om naar uit te kijken.

Ondanks dat zangeres Beth Gibbons niet zo heel sterk bij stem was en de geluidsmix ook niet goed uitkwam op de plek waar we stonden, genoten we toch heel hard van dit optreden van Portishead. Er werd vooral materiaal gespeeld van hun triphopdebuut ‘Dummy’ (dat al van 1994 afstamt!) en van hun comebackplaat ‘Third’, die nog een stukje zwaarder op de maag ligt dan zijn voorgangers en niet gespeend is van enig experiment. Geen muziek om vrolijk op te dansen, maar voer voor de getormenteerde ziel die zich graag eens wentelt in een dosis tristesse. Enkele hoogtepunten waren het heftige en industrial-achtige “Machine Gun”, het enorm zwoele “Glorious Box” en het breekbare, bloedmooie “The Rip”.

De IJslandse postrockband Sigur Rós beloofde de ideale afsluiter te worden van dit driedaags festival, maar loste die verwachting maar half in. De groep speelde veel nieuw materiaal en had een koor vrouwen meegebracht die ook nog eens goed overweg konden met hun blaasinstrumenten. Helaas werden van onze favoriete albums (‘Ágætis Byrjun’ en ‘()’ ) enkel “Popplagið” gespeeld. Naast de nieuwe nummers van hun recentste worp ‘Kveikur’, die een stuk steviger waren dan we gewend zijn van de band, werd de set opgevuld met voorspelbaar materiaal zoals “Festival”, “Glósóli” en “Hoppípolla”. De iets toegankelijkere songs dus, die ook gesmaakt worden door mensen die nog nooit naar de groep geluisterd hebben. Daardoor kwam het optreden echter wat routineus over. Het had een mooie geste geweest naar de fans toe om ook wat minder bekende parels te brengen zoals een “Olsen Olsen” of een “Vaka”. Slecht kan een optreden van Sigur Rós echter nooit zijn, maar het verwachte kippenvel bleef op enkele momenten na uit. 

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/best-kept-secret-festival-2013/
Organisatie: Best Kept Secret Festival (Friendly Fire)

Dead Can Dance

Dead Can Dance - Muzikale subtiliteit , finesse , schoonheid en klasse

Geschreven door

Na ruim 16 jaar stilte komt Dead Can Dance terug op het voorplan , een return met een grote R. Letterlijk was er vorig jaar de herrijzenis met een nieuwe plaat ‘Anastasis’, en live moesten ze niet onderdoen , want in september ll speelden ze een imponerend , indrukwekkend , loepzuiver optreden in het KC, Brussel. De overdonderende respons bracht hen nu naar een grotere club als Vorst Nationaal , met opnieuw het bordje ‘uitverkocht’ , meer zelfs ze zullen op een paar zomerfestivals te zien zijn, weliswaar niet in ons landje , maar o.m. op Festival Nîmes (Fr), Roskilde (Denemarken) en Rockwave (Griekenland).

Iets apart is de muziek van Dead Can Dance toch , geleid door de Engelse Ier Brendan Perry en de Australische Lisa Gerrard, die van in de beginjaren ’80  ergens zweven tussen neoklassiek, middeleeuwse folk, ambient , cold wave, gothic pop , romantiek, new age en prog, niet vies van Keltische, Oosterse invloeden en world.
Iets uniek door het gebruik van een niet alledaags instrumentarium (oude en niet Westerse) als draailier en een Chinees hakkebord , de hemels bezwerende, bedwelmende  (glossolalie) (sirene) zang van Gerrard en de diep gravende baritonstem van Perry in combinatie met keys, percussie en beats . Een subtiele, symfonische aanpak , moeilijk ergens onder te klasseren , een Orientaals geluid , ondersteund van een prachtige lightshow die een breed publiek weet aan te spreken . Nu dat dreampop en chillwave zich steeds meer opdringen , was dit Muziek om weg te dromen bij sterrenhemel en onder volle Maan , zei de persoon naast mij en gelijk had hij na de twee uur durende set van Dead Can Dance , met een vierkoppige begeleiding , waaronder twee percussionisten .
We waren sterk onder de indruk van de pak knappe , ingenieuze songs , een bijzondere sound en  ritmiek , die boven zichzelf uitstijgt . In het materiaal van Dead Can Dance neemt de symboliek een voorname plaats in .
We waren meteen verkocht op “Children of the sun”  en “Agape” , twee nummers van de nieuwe cd , waaruit natuurlijk rijkelijk geput werd . Kenmerkend is de mooie harmonie, de kwetsbaarheid , de schoonheid die in de nummers schuilt , de gezamenlijk en wisselende zangpartijen . Het publiek kon het enorm waarderen , vooral als Lisa Gerrard in de picture kwam . Ook de repeterende , opbouwende  gitaarlijnen en het getokkel tilden het niveau van de songs naar boven , zoals het donkere etherische “Kiko” . In een song als “Amnesia” schuilde de dreiging en daarmee had je het eerste half uur een reeks nieuwe songs gehoord . Afwisselend in de set kwamen de oudere songs als “Rakim” en “Nierika” , die een filmisch bezwerend karakter hadden ; of de sober, ingehouden “Sanvean”  en “The host of Seraphim”,   vocale hoogstand  van Lisa Gerrard, die zo kon geplukt worden uit  de zondagsmis. “Ime Prezakias” was een oud Grieks nummer , en “All-in good times” besloot het eerste deel van de set, als een lichte frisse windbries, die zich een weg baande in de grote zaal.
Magie straalde het combi ongetwijfeld uit en we kregen op die manier een reeks variabelen te horen . In de bis kwam die world, Keltische sounds en die neoklassieke Middeleeuwse folk wat meer op het voorop als “The ubiquitous Mr Lovegrove”  en op de definitieve afsluiter “The return of she-king” . Tussenin twee sterke covers die Dead Can Dance groots maakten, een helder indringende , “Dreams made flesh” van Lisa Gerrard , gehaald van de This Mortal Coil producties , en een innemende “Song to the siren” (origineel van Tim Buckley , maar ook al op de compilatie van This Mortal Coil met Cocteau Twins te vinden!), van Brendan Perry .

Wat een geslaagde terugkeer van dit duo ! Muzikale subtiliteit , finesse , schoonheid en  klasse wat we hier gepresenteerd kregen . Dit is een band die zeker op een Festival Dranouter ten volle tot z’n recht zou komen onder de zomerzon in het Heuvelland . Volgend jaar misschien !?

Organisatie: Live Nation

Best Kept Secret Festival – zaterdag 22 juni

Geschreven door

Best Kept Secret Festival 2013 – zaterdag 22 juni
Best Kept Secret Festival  2013
Beekse Bergen
Hilvarenbeek


Voor Kashmir aan hun set begon gingen we nog snel eens gaan piepen bij French Films, een Fins kwintet dat een vrij conventionele combinatie van dromerige postpunk en garagerock bracht. Op plaat vinden we de muziek wel goed klinken, maar live kwam het nog niet helemaal tot zijn recht.

De Deense band Kashmir timmert al een tiental jaar aan de weg, bracht een aantal goed onthaalde albums uit, maar bleef desondanks bij het brede publiek onder de radar. Dat dit totaal onterecht is bewezen ze ook op BKS. De groep speelde een gevarieerde set, en was niet te schuw om af en toe wat elektronica toe te voegen aan de arrangementen. De frontman was een sympathieke kerel en een beetje zot en wist het publiek zo gemakkelijk voor zich te winnen. Kashmir brengt intelligente muziek die soms wat wordt vergeleken met Radiohead. Mooie luisterliedjes en stevigere gitaarstukken, ze beheersen het beide.  

Mozes And The Firstborn is een Belgisch-Nederlandse band waarvan de leden gemiddeld 18 jaar oud zijn. We hoorden nonchalante popnummers met weinig inhoud. De melodieën gingen het ene oor in en het ander uit. Eén van de mindere dingen die we dit weekend zagen.

Terug naar de Mainstage dus en met Efterklang stond daar weeral een groep uit het Noorden geprogrammeerd. De Denen waren de bescheidenheid zelve en leverden een sympathieke, gezellige set af. We kregen mooie luistermuziek voorgeschoteld met intelligente arrangementen. Het klonk allemaal weliswaar een beetje afstandelijk, waardoor de barokke nummers ingekleurd met elektronica niet echt een emotionele snaar wisten te raken.

Het Belgische Balthazar wisselde daarna geniale momenten af met mindere. De nummers van de eerste plaat waren zonder enige twijfel de hoogtepunten. Zelfs met materiaalpech blijft het nonchalante “Fifteen Floors” een parel van een popnummer met zijn fantastische groove. Ook het heerlijk meanderende “The Boatman” wist meer dan te bekoren. Met de nummers van hun tweede plaat “Rats” daarentegen hebben we wat minder, en bij momenten werden we bijna in slaap gesust. Die plaat is zeker en vast niet slecht, maar door een gebrek aan energie zijn het geen nummer die erom smeken om live gespeeld te worden op een Mainstage.

Een kwartiertje voor tijd besloten we om door te gaan, zodat we een goede plek zouden hebben voor Swans. Die band staat al dertig jaar bekend om zijn inktzwarte en oorverdovend luide optredens. Op BKS viel het al bij al wel mee, we zijn erger gewoon van Swans. Frontman Michael Gira ging desalniettemin maniakaal tekeer terwijl zijn groep alle registers opentrok. De nummers waren lang en werden geduldig opgebouwd. Dit is de muziek die Satan wellicht zou maken mocht hij een instrument kunnen bespelen. De twee drummers zorgden voor een dichtgemetselde en loodzware sound en ondertussen vlogen de drones en noise je rond de oren. Wel jammer dat de band niet ’s avonds laat stond geprogrammeerd, want dan was de muziek wellicht nog wat beter tot zijn recht gekomen.

The History Of Apple Pie moet haast wel de grappigste naam hebben van alle bands die dit weekend op BKS aantraden. Het jonge kwintet speelde een wat rommelige set vol met lichtvoetige shoegaze. Bij dat genre is het weliswaar de bedoeling dat de stem wat op de achtergrond blijft, maar het feit dat we de twee meisjes die de vocalen verzorgden helemaal niet hoorden, was toch wel een groot minpunt. Mits de band nog wat werkt aan hun livesound en wat meer een eigen geluid creëert ziet hun toekomst er redelijk rooskleurig uit.

Two Door Cinema Club bracht happy en springerige indiepop, die het publiek aan het dansen kreeg. Vooral de meisjes hadden het zichtbaar naar hun zin op deze feelgood muziek . Een aangenaam optreden om even op adem te komen na al dat gitaargeweld. Echt boeien deed het echter niet, daarvoor waren de songs te veel dertien in een dozijn.

We besloten dan maar om al naar het tweede podium te wandelen waar Alt-J binnen een halfuur aan zijn set ging beginnen. We waren echter niet de enige met dat idee en al snel puilde de tent helemaal uit. Omdat we niet altijd houden van die immense drukte en we goede berichten hadden gehoord over het optreden van Melody’s Echo Chamber op het Primavera Sound festival in Barcelona beslisten we om naar de kleinste tent te verhuizen. Onze beste beslissing dit weekend zou snel blijken, want deze groep leverde een haast perfect optreden af. Melody Prochet, het liefje van Kevin Parker (Tame Impala), is de frontvrouw en bracht met haar band muziek die daar enigszins mee te vergelijken valt. De dromerige psychedelica klonk teder, maar kwam met momenten ook stevig uit de hoek. Steeds weer werden we verrast door  één of andere wending, en de muzikanten toonden aan grote klasbakken te zijn. Fantastisch hoe de band tegelijk dromerig, stevig, ontroerend, en dansbaar klonk. Prochet pakte met haar zwoele stem het hele publiek in, dat enthousiast reageerde na elke song. Absoluut het beste wat de zaterdag de bieden had.

Helemaal in extase door Melody’s Echo Chamber, zakten we vervolgens naar de Mainstage af voor Damien Rice. Helemaal alleen bracht de kluizenaar hoofdzakelijk intieme, breekbare nummers. Het klonk ons iets te zagerig, al kan dat ook gelegen hebben aan het feit dat we op dat moment niet in de stemming waren voor zo’n muziek. Een “9 Crimes” blijft natuurlijk een ontroerend nummer waar we helemaal week van worden, maar toen Damien Rice er vervolgens nog een vijftal ballads achter plakte, hielden we het voor gezien en besloten we om naar het tweede podium te stappen.

Koreless is een Schotse DJ en draaide een gruizige en futuristische set. Het tempo lag eerst nog redelijk laag (onder meer met een remix van Foals’ “Late Night”), en de nadruk lag op sfeerzetting in plaats van het produceren van beats. Naarmate de tijd vorderde werden zijn mixes iets dansbaarder. Net als de nummers zelf bouwde hij zijn set dus zeer intelligent op.

Daarna mocht Pantha Du Prince het feestje verderzetten, en die hanteerde de zelfde opbouw als zijn voorganger. Hendrik Weber zijn muziek klonk echter een stukje helderder en ging meer de richting van minimal op. Na een kwartiertje kregen de beats het voor het zeggen en werd het feestje echt ingezet. Het publiek begon (vaak met de ogen toe) te dansen en de avond werd zo mooi afgesloten. Het was eens wat anders dan de vele dubstep-, drum & bass-, en hitparade-dj’s die zo vaak het festivalpubliek de nacht in mogen leiden. Een goede keuze, want zo weet Best Kept Secret zich te onderscheiden van andere festivals.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/best-kept-secret-festival-2013/
Organisatie: Best Kept Secret Festival (Friendly Fire)

 

Best Kept Secret Festival 2013 – vrijdag 21 juni 2013

Geschreven door

Best Kept Secret Festival 2013 – vrijdag 21 juni 2013
Best Kept Secret Festival 2013
Beekse Bergen
Hilvarenbeek

Best Kept Secret Festival profileerde zich tijdens de aanloop van deze eerste editie als een festival voor mensen die muzikaal graag eens uitgedaagd worden. Kleinschaliger dan Lowlands,  gewaagder dan Pinkpop. De marketingcampagne fixeerde zich op de sociale media, en al snel ontstond er een hele buzz rond BKS. Als de eerst lading namen Arctic Monkeys, Sigur Ros, Portishead en Alt-J bevat mag dat ook niet verwonderen. Naast een handvol grote bands, bleek al snel dat het festival zich vooral focuste op beginnende, beloftevolle groepen. Zowel hiphop-, elektronica - als rockacts werden gestrikt. Ondanks dat de organisatie pech kende door afzeggingen van Modest Mouse, Belle & Sebastian, King Krule, Iceage en Child Of Love werd er toch een knappe affiche afgeleverd. Het festival verkocht dan ook helemaal uit, waardoor elke dag een 15000-tal bezoekers afzakten naar de Beekse Bergen.

Na een flinke treinreis belandden we in het station van Tilburg waar we een pendelbus pakten naar het festivalterrein. Best Kept Secret ligt midden in de Beekse Bergen, een vakantiedomein en safaripark. Snel werd duidelijk dat de wondermooie locatie één van de belangrijkste troeven van het festival is. De mainstage bevindt zich vlak bij een groot meer, terwijl de andere kant van het terrein afgebakend wordt door bomen. Zelfs met het druiligere weer kreeg je daardoor een vakantiegevoel, waardoor je je afvroeg wat het zou gegeven hebben bij hogere temperaturen.
Het eten was er iets duurder dan elders, maar ook tien keer zo lekker dan wat je krijgt voorgeschoteld op andere festivals. Frieten gebakt in biologisch vet, hamburgers met echt rundsvlees, heerlijke pastasalades, kaasfondue en nog veel meer. Het aanbod was zo groot dat je onmogelijk alles kon proberen op de drie dagen. Dat de organisatie goeie smaak heeft bewezen ze ook door Jupiler en Leffe te serveren aan het festivalpubliek.

dag 1 – vrijdag 21 juni 2013
Maar goed, het belangrijkst zijn uiteraard de bands. Hoe brachten zij het er vanaf? Als opener op vrijdag kozen we om Drenge te gaan bekijken op het tweede podium, in de grote tent. Het Britse duo (en broers) bracht hevige en energieke garagerock die ons deed denken aan een rauwere en minder melodieuze versie van The White Stripes. De twee jongen honden smeten zich helemaal op het podium en openden het festival in stijl. Niets spectaculairs of vernieuwends, maar wel een leuke binnenkomer. De afsluiter was echter een mislukte poging om een catchy popsong voor een breder publiek te schrijven, waardoor het optreden met het slechtste nummer van de set werd afgesloten.

Money stelde vervolgens lichtjes teleur. We waren benieuwd naar deze groep, want een unieke sound bezitten ze zeker en vast. De wazige dreampop met een vleugje shoegaze betoverde echter alleen tijdens Bluebell Fields, het overige materiaal viel iets te licht uit en wiegde ons in slaap. De frontman was ongetwijfeld de blikbanger van band. Hij liep voor het optreden nog een rondje in de tent terwijl hij enkele vreemde, poëtische verzen declameerde, verborg zijn homoseksualiteit niet en nodigde een meisje uit het publiek uit om even de vocals voor haar rekening te nemen. (Helaas was die laatste niet zo excentriek als de zanger). De entertainmentfactor lag hoog en de sound zat goed. Nu nog werken aan betere songs en dan komt het volgens ons wel in orde met deze jonge band.

The Maccabees lijken sinds de release van ‘Given To The Wild’ wat meer bekendheid verworven te hebben bij het brede publiek en mochten als beloning dan ook op de Mainstage hun ding doen. Helaas klonken ze live niet zo vol als op plaat en moesten we ook vaststellen dat frontman Orlando Weeks niet bepaald een goede zanger is.  De band koos resoluut voor hun meest toegankelijke materiaal en won daardoor het publiek wel voor zich. Alleen vinden wij dat er tientallen betere en uitdagendere indiepopbandjes rondlopen dan The Maccabees. Met hun songs die op enkele uitzonderingen na (“Feel To Follow”!) te licht uitvielen, en een zwakke livesound wisten ze ons niet te overtuigen.

Van Bloc Party hadden we geen hoge verwachtingen. De band maakte onlangs bekend dat ze na de zomerfestivals voor een onbepaalde periode (weeral) uit elkaar gaan en bovendien was hun laatste worp ‘Four’ bepaald geen hoogvlieger. Toen we de band zonder vaste drummer Matt Tong zagen opkomen, vreesden we het ergste. Gelukkig was stand-in Sarah Jones (New Young Pony Club, Hot Chip) niet enkel knap om naar te kijken maar sprong ze ook enorm vaardig om met de drums. Bovendien speelde de band een soort van best-off setlist met slechts twee nummers van ‘Four’ (“Octopus” en “Truth”). Songs zoals “Positive Tension” en “Hunting For Witches” stoken het vuur aan de lont en lieten het publiek ontploffen. Hoogtepunt was het duo “Song For Clay/Banquet”. Die eerste is een rocktrack die halverwege op geniale wijze explodeert, de tweede een perfect popnummer met een gitaarriff die je dagenlang in je hoofd blijft meeneuriën. “This Modern Love” blijft één van hun prachtigste nummers en zorgde voor torenhoog kippenvel, en tijdens de halve dancetrack “Flux” mochten de voetjes nog eens van de grond. Afsluiter “Helicopter” was ten slotte de gedroomde afsluiter, die nog eens bewees wat voor geniale nummers Bloc Party op zijn repertoire heeft staan. Zeker met de wetenschap in ons achterhoofd dat deze band na de zomer misschien nooit meer op een podium zal staan, waren wij meer dan blij om hier bij te zijn. Jammer, want Bloc Party blijft één van de betere Britse indierockbands die als paddenstoelen uit de grond schoten in de jaren ’00. Maar goed, een album als ‘Four’ bewees misschien wel dat het beter is om te stoppen, vooraleer de band een parodie wordt op zichzelf.

Van de Arctic Monkeys pikten we vervolgens slechts een halfuurtje mee omdat we per se Fuck Buttons wilden bekijken. De band klonk veel strakker dan enkele jaren geleden en bewees dat ze nog steeds groeimarge hebben. Alex Turner staat nu met meer charisma dan ooit op het podium en straalde een lichte arrogantie uit, die perfect past bij de muziek die ze brengen. De jeugdige, onbezonnen Britpopsound is tegenwoordig  ingeruild voor een iets volwassener en smeriger geluid, waardoor de groep live gevarieerd uit de hoek kan komen. Er werden netjes nummers gekozen uit alle vier de albums en een blik op de setlist zorgde ervoor dat we het enorm jammer vonden dit optreden niet helemaal bij te kunnen wonen.

Spijt hadden we echter niet, want Fuck Buttons bezorgde ons een schitterende show. Andrew Hung en Benjamin John Power stapelden laag per laag synthesizermelodieën over elkaar heen. De spacy elektronica klonk psychedelisch en trippy en liet ons een uurtje wegzweven. Het duo nam geruim de tijd om hun nummers op te bouwen, maar toch kenden de songs genoeg wendingen om ons te blijven boeien. Soms klonk het als postrock, maar dan met elektronica in plaats van de gebruikelijke instrumenten. Ook moesten we denken aan shoegaze door de grootse geluidsmuren die werden opgetrokken. De euforische sound zorgde voor een adrenalinekick en wij hebben dan ook zelden met zo’n brede glimlach een optreden bijgewoond.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/best-kept-secret-festival-2013/

Organisatie: Best Kept Secret Festival (Friendly Fire)

The Black Crowes

The Black Crowes - retrorootsrockende nostalgische trip

Geschreven door

Nostalgische hoogdagen binnen de retrorootsrock …Na Neil Young & Crazy Horse en het komende concert van Patti Smith houden andere americanarockers twee keer halt in de AB, The Black Crowes van de van de broers Robinson ,die twee jaar terug tekenden voor een geslaagde return op Blues Peer . Hun diep in de Amerikaanse seventies gewortelde sound overtuigt met soul, blues, gospel invloed en leverde toen drie schitterende platen op , ‘Shake your money maker’ , ‘The southern harmony and musical companion’ en ‘Amorica’; die hen naar alle grote festivals bracht , zelfs tot afsluiter. In hun ruim 20 jarige carrière refereert de band graag naar die periode van de early 90s , en ook vanavond live werd gretig de klok teruggedraaid in dat materiaal.

‘Spelen en uitvoeren’, want de band houdt ervan de nummers uit te spinnen in lekkere vettige, slepende, groovy  jams , en dan kwam je  uit op de sterkte van o.m. een snedige “High head blues” en intens sfeervolle,  broeierige “Wiser time” en “Thorn in my pride”. De gitaristen Rich Robinson en Jackie Green wisselden af in de solopartijen, de ‘70s toetsen en drumpartijen hitsten op en kleurden de sound. En Chris zette blootsvoets en losjes danspasjes in , de ogen gesloten, de handen half gestrekt en de vingers vooruit met een licht heupwieg. Een nauwe band in ‘campfire stijl’ sloot hij vriendelijk en glimlachend met z’n  publiek . Ze waren dus een ‘brave world’ ingeslagen waar het heerlijk genieten was, die liefdevol met een handvol covers nog wat meer elan kreeg o.m. van Traffic “Medicated goo”, waarvan de psychedelica afdroop, of een scherpe “Hard to handle” (Otis Redding ) waaromheen “Hush” (Billy Joe Royal/Deep Purple) werd geweven .
We hadden te maken met fris, meeslepend en gedreven ‘on the road’ songs , die een boost kregen door de herkenbaarheid van directe emotievolle songs “Jealous again” ( opende de set) en “Hotel illness”, aangevuld met het ruwe “Thick’n thin” , de rock’n’soul van “Soul singing” en het dromerige deels semi-akoestische “She talks to angels”, dat schitterend aanzwol .
De ruimte voor de soli en het instrumentarium werd uitermate geapprecieerd, en het onthaal was sterk! Na anderhalf uur was er een korte adempauze en een van onder het stof gehaalde “Oh sweet nothing (Peace anyway)” van de VU , gedragen door de vocals van broer Rich, zette de bis in . Tot slot kon een gevoelig op gospel geleest “Boomer’s story” de set vervolledigen.

Een vijftiental songs in twee uur tijd leverde een uiterst genietbare retrorootsrockende nostalgische trip op van de broers Robinson , die over een hechte, goed op elkaar ingespeelde groep beschikt en houdt van uitgesponnen liveshows vol jams.
The Black Crowes leverden een potje top americanasoulbluesgospel!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/black-crowes-21-06-2013/

Organisatie: Live Nation

 

Biffy Clyro

Opposites

Geschreven door

Het Schotse trio Biffy Clyro van de broers Johnston en Simon Neil hebben al een pak platen uit en werken hier gestadig aan hun carrière . Ze trakteren ons op een gevarieerde dubbelaar , ‘The land at the end of our toes’  - ‘The sand at the core  of our bone’. Het oorspronkelijke album ligt als een ‘deluxe edition’ . Hun mainstreampop klinkt gevarieerd , is uitgebalanceerd en bevat een gedoseerde balans bombast en progrock; snedig , gedreven en slepend, spannend materiaal dus. Er is ruimte voor enkele ballads.
We noteren hier geen echte tegenvallers,  maar een reeks boeiende broeierige rocksongs ,en dan kom je uit op de kwaliteit van de single “Black chandelier” , “Sounds like balloons” en “Different people” (gitaarrifs, sterke drum en krachtige heldere stem). Of een song met bagpipes , “Stingin’ belle”, die hun verleden verraadt .
Na al die jaren is Biffy Clyro nog steeds bij de leest en klinken ze als zichzelf!

The Boxer Rebellion

Promises

Geschreven door
Het vanuit Londen opererende The Boxer Rebellion zit boordevol ambitie , alleen krijgen ze het publiek nog niet (volledig) naar hun hand . De vorige cd ‘The cold still’ van het kwartet (1 Usa, 1 Aus en twee Britten) was al netjes afgemeten . Epische indierock met onheilzwangere wavesynths  en een majestueus aanzwellende sound ; tweede linie stadionrock als Biffy Clyro,  maar die ergens houden van The Bravery, Interpol en The Simple Minds .

De meeste songs zijn sfeervol opgebouwd , toegankelijk en radiovriendelijk , uitermate genietbaar en emotievol.
De songs zijn subtiel uitgewerkt en uitgekiend en hebben een dromerige ondertoon. Openers “Diamonds” , “Fragile” en “Always” vormen alvast de barometer. Een paar andere zitten knus in elkaar .
Een evenwichtig nieuw album , waarvan de kwaliteit er is, en zij hopen nu dierbaar op die verdiende definitieve doorbraak …

Palma Violets

180

Geschreven door

Palma Violets zijn jonge Britse wolven die een overtuigend spontaan, speels , leuk , fris , aanstekelijk debuut uithebben . Ze hangen ergens tussen The Fall , The Libertines , The Strokes, Arctic Monkeys en The Vaccines. Een heerlijk potje rauw, ongepolijst melodieus rock’n’rollmateriaal van elf songs met dromerige psychedelische keys , die een zekere hitpotentie hebben , en gedragen worden door het donkere stemgeluid van Sam Fryer.
Een pak goede songs noteren we als “Best of friends”,  “Rattlesnake highway” en “Tom the drum”. Af en toe minderen ze vaart en zakt het tempo en het niveau wat in , maar desondanks boeien die jonge  gasten voldoende en kunnen ze op onze sympathie rekenen door hun onbezonnen ontspannende , speelse aanpak!

Walk Off The Earth

R.E.V.O.

Geschreven door

De happy Canadezen kwamen in de belangstelling met de cover van Gotye’s “Somebody that I used to know”. Vijf muzikanten op 1 gitaar … Het werd een You-tube knaller . Ze hebben eigenlijk al een pak hits onder handen genomen, deze neo-folkies. Ze zijn al toe aan hun derde cd . Ze passen volledig binnen het kader van de optimistische folkpop op z’n Lumineers en Mumford & sons … Het zijn multi-instrumentalisten die je dag kleuren door een uitgebreid arsenaal aan banjo’s , ukelele’s, bongo’s en trompetten; sfeervolle , ingehouden , dromerige en uptempo songs wisselen elkaar af , gedragen door een meerstemmige zang.
Aangename introductie naar Europa toe met een uitermate fijn plaatje!

Papier Tigre

7’’

Geschreven door

Papier Tigre is een eigenzinninge band uit het Franse Nantes die sinds 2007 drie full albums uitbracht.  Nu zijn er met deze ‘7”’ die twee nieuwe songs bevat: de single “Personal Belongings”  en “The Difficult Age”.  Het is tevens de eerste release bij het Amerikaanse Sick Room Records die eigenlijk de aanleiding vormt voor een korte tour door de States.  De muziek van het Franse drietal kenmerkt zich door grilligheid en variëteit. Met twee gitaren, drums en vocalen maken ze een eigenzinnige mengeling van punk, postpunk, pop en stevige mathrock.  De twee songs op dit plaatje zijn intelligent, complex maar desondanks catchy en zeer dansbaar.   Wie bijvoorbeeld  houdt van de artiesten op het Luikse Honest House-label komt bij Papier Tigre zeker aan zijn trekken! 

Pagina 347 van 498