Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Steve Winwood

Grasduinen in Winwood’s imposante back catalogue, met focus op de sixties

Geschreven door

Steve Winwood’s setlist was een mooi overzicht van diens lange carrière met verrassend veel aandacht voor het werk van zijn voormalige bands Spencer Davis Group, Blind Faith en Traffic. Minder solo werk dus, en opvallend genoeg al helemaal niets uit zijn bekendste soloplaten uit de jaren tachtig ‘Arc of A Diver’ en ‘Talking Back to the night’.

Geen mens die hierom maalde, want dankzij een goedgeluimde Winwood en een werkelijk schitterende begeleidingsband was dit een optreden om van te smullen. De hits van Spencer Davis Group (“I’m a man”, “Keep on Running” en helemaal op het einde “Gimme Some Lovin’”) gingen er vlotjes in en zorgden voor een uitgelaten sfeertje bij het toch wel ‘oude’ publiek (ondanks onze 47 lentes voelden we ons piepjong wanneer we alle grijze haren rondom ons aanschouwden).
Maar het was vooral met het werk van Blind Faith en Traffic dat Steve Winwood en zijn uitmuntende band schitterden. Met een halve gorilla (Café De Silva) als extra percussionist klonk de band bij momenten zeer soulvol en funky en zat er flink wat groove in de set. Winwood zijn soulvolle stem (weinig blanken kunnen zoveel soul in hun stem leggen) was onaangetast gebleven en uit zijn authentieke sixties orgel wist hij klanken te halen die ons ook al naar vervlogen tijden deden hunkeren. De meest briljante muzikant was echter met voorsprong Paul Booth die fantastische klanken haalde uit saxofoon, fluit en keyboards. Ook al had het gezelschap met José Neto een fenomenale gitarist in de rangen (die een prachtsolo leverde in de Traffic song “Low spark of high heeled boys”), het plezierde ons enorm dat Winwood zelf de gitaar ter hand nam om er een portie heldere seventies rock uit te puren met de Blind Faith klassiekers “Can’t find my way home” en “Had to cry today”. Het typeerde de veelzijdigheid van deze rasartiest, die niet alleen een begenadig songschrijver en dito pianist is, maar ook nog eens een genie op gitaar.

Een paar minpuntjes misschien : “Fly” werd heel netjes en perfect afgewerkt maar klonk helaas ook een beetje vlak en saai,  “Higher Love” mondde ook niet echt uit in het verhoopte feestje en in de Traffic song “Light up or leave me alone” kregen alle muzikanten een beetje te veel tijd en ruimte voor hun obligate solomomentje (vooral die drumsolo was er voor ons te veel aan) waardoor de song wat zoek raakte tussen een overdaad aan virtuoze hoogstandjes.
Een uitmuntend “Dear Mr Fantasy”, waarin Winwood alweer een briljante gitaarsolo uit zijn mouw schudde, maakte alles weer in één klap goed en de Traffic klassieker kroonde zich zo tot het absolute hoogtepunt van de avond.

Het viel ons op dat het gros van de setlist bestond uit heerlijke versies van onsterfelijke songs die inmiddels al ouder zijn dan 40 jaar. Hoegenaamd geen garantie dus voor eventueel splijtend nieuw werk van Meneer Winwood, maar wel goed voor een avondje nostalgie van de bovenste plank.

Ook nog een pluim voor het Belgische beloftevolle bandje Sir Yes Sir, die het halfbejaarde volkje wel even deed opschrikken met een stevig naar rechts gedraaide volumeknop, maar die een handvol puike songs in petto had die werden opgefleurd met een gejaagde saxofoon als aangename stoorzender. Iets om in de gaten te houden.


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/steve-winwood-09-07-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/sir-yes-sir-09-07-2013/

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen )

Eurockeennes 2013 – donderdag 4 juli 2013

Geschreven door

Eurockeennes 2013 – donderdag 4 juli 2013
Eurockeennes 2013
Terrain - La Plage
Belfort

Met een trip van 6 uur voor de boeg doorheen België, Luxemburg en Frankrijk had ik een hele selectie CD’s uitgepikt om de rit wat te verzachten. Maar een defecte CD-speler gooit roet in het eten. Ideale manier om het Franse muzieklandschap te ontdekken aan de hand van de radio. Een tocht langs bergen klassieke muziek, funk, soul, foute 80’s disco, Franse chanson en toch wel een keer of 8 het laatste hitje van Daft Punk. Een zeldzame keer mogen we ook het alomtegenwoordige Balthazar aanhoren. Maar wat blij dus dat we eindelijk aankomen en die verdomde radio mogen uitzetten.

Het adembenemend zicht van op de camping met de omliggende bergen zorgen direct voor een aangenaam vakantiegevoel. Ook het aangenaam weer draagt bij tot deze stemming. Veel beter kan een festival niet beginnen.

Na een toch van een half uurtje over een (hopelijk) oud en ongebruikt treinspoor komen we op de weide terecht waar we 4 lange dagen zullen vertoeven. De locatie is werkelijk prachtig. Het terrein is omgeven door 2 meren en 1 van de podia is zelf letterlijk in het water neergepoot, zodat de toeschouwers hun voeten kunnen warmen aan het zandstrand. Een locatie als deze ben ik in België nog niet tegen gekomen.

Maar dan nu waar het eigenlijk allemaal om draait, de muziek.

Het startschot op de mainstage wordt gegeven door Gary Clark Junior. Waar deze muzikant de mosterd heeft gehaald is niet moeilijk te achterhalen. Met zijn Blues-rock probeert hij de grootmeester Jimmy Hendrickx te evenaren. Daar slaagt hij echter niet in. Maar niet te min laat hij wel een goede indruk na. Voor de 2e gitarist heeft een gemene solo in de vingers die hem de ster van de show maken. De stem van Gary Clark Junior staat echter veel te luid in de mix en verstoort de klank te veel. Ook mag er al eens wat meer gejamd worden. Misschien dat ze dit wel doen bij een volledige show. Ik zou eens gaan kijken, want interessant was het zeker

Tijd voor de 1e hype van het moment. Met “Stoned and starving” hebben de jongens van Parquet Courts een (bescheiden) hit te pakken op Studio Brussel. Daarin maken ze direct duidelijk waar het bij hen om draait: indierock, met een stevige punkinjectie. Vooral de gejaagdheid waarmee ze de nummers brengen valt op. Het heeft het geheel iets opwindends, dansbaar en energiek. Maar een volledig optreden die intensiteit aanhouden is blijkbaar wat te veel gevraagd. Wanneer ze het tempo terug schroeven gaat ook het niveau van het optreden achteruit en deemstert de aandacht van het publiek wat weg. Maar niettemin een interessante band, met 1 van de zangers die het stemgeluid van Thursten Moore benadert. Er zit zeker een grote groeimarge in deze jonge band. Hopelijk krijgen ze kans om verder te blijven groeien en verdwijnen ze niet in de anonieme massa van soortgelijke bands.

Parquet Courts mag dan al wat gehypet worden, in vergelijking met Alt-J is dit echter niets. Ik ben zeer blij dat ik ze eindelijk eens live kan zien, want ik heb nooit begrepen dat deze band zo exceptioneel maakt. En na hun optreden begrijp ik het nog altijd niet. Met hun dansbare indie krijgen ze wel snel heel de weide (of het strand in dit geval) op de hand. Het enthousiasme van het publiek blijkt echter ook een nadeel te hebben. Er wordt luid meege’zongen’ in, wat ik denk, het Engels, maar dan met ongelofelijk veel haar op. Hierdoor verdwijnt de muziek wat naar de achtergrond. Bij heel veel bands zou dit een voordeel zijn, maar het zorgt er voor dat mijn oordeel over het optreden misschien wat verstoord is. Het publiek wordt wel in perfect Frans aangesproken door 1 van de bandleden, wat de pret er alleen maar groter op maakt. Dat de band wat te bieden kan je niet ontkennen. Ze kunnen sfeer scheppen met hun nummers en hun uitstraling. Een goeie band is het zeker, maar zo speciaal is het toch ook allemaal niet. Blijkbaar was dit wel niet hun beste optreden, dus blijf ik nog altijd wat op mijn honger zitten.

Over dan maar naar de eerste Franse band die ik wel eens een kans wil bieden. En een band was het, want Wax Tailor was niet alleen gekomen. Met zang, viool, fluit, gitaar, rapper,… is dit meer dan alleen maar een DJ. Je krijgt het gevoel dat de man een verhaal wil vertellen met zijn nummers, in plaats van louter en alleen het publiek aan het dansen te krijgen. Voor mij zeker geen probleem, alleen jammer dat hij dat dansen met momenten volledig uit het oog verliest. Het optreden resulteerde na een tijd in een mak feestje.

Dan liever snel door naar een andere Fransman die ons mag proberen te overtuigen. En overtuigen doet Chapelier Fou zeker. Hier wel iemand die de band thuis heeft gelaten en het alleen probeert. Met een batterij aan mengtafels, samplers,… voor zich lijkt het een standaard DJ-set te worden. Maar dan haalt hij zijn viool boven en weet hij die perfect te mengen met al die elektronische geluiden. De hele set baadt in een zweverige sfeer en weet bij momenten te raken aan de sound van Boards of Canada en ook wel Cocorosie. De viool geeft de muziek een ongelofelijke meerwaarde, een lyrische kracht die het publiek in vervoering weet te brengen. Het geeft het geheel een speciaal cachet dat voor mij in heel wat elektronische muziek ontbreekt. Het zorgt wel voor een domper op de dansvreugde. Mee wiegen is meer aangewezen bij dit optreden. Aangezien ik mijn dansschoenen toch thuis vergeten was, was dit voor mij niet echt een probleem. Een verfrissende ontdekking binnen de Franse muziekwereld, die ook in ons land wel wat aandacht mag krijgen. Bij deze…

En zo was het al tijd voor de headliner van deze avond, Jamiroquai. De headlinespot is zeker zou 10 jaar geleden zeker geen verrassing geweest zijn. Maar heden ten dage is zijn ster toch een beetje tanend. De verwachtingen lagen dan ook niet echt hoog, maar toch bleef er wat nieuwsgierigheid over om te zien wat deze (voor de muziekwereld dan toch) oude man nog kan. Jamiroquai pakt uit met een indrukwekkende bezetting achter zich: blazers, achtergrondzangers en –zangeressen, bass, drums, gitaren,… Hij brengt zijn muziek met een heel groot funkgehalte, of probeert dat toch. De soul-saus wordt over de nummers gegoten om ze wat extra diepte te geven. Maar echt funkalicious wordt het nooit. Ondanks het groot arsenaal aan hits zijn er toch te veel nummers die zeer weinig om het lijf hebben. Een show van meer 1,5 uur is wat van het goede te veel. Als hij alle beste nummers in een show van een uur had gebundeld was dit zeker een puik optreden geweest, maar ook zonder meer. Ook de lange pauzes tussen de nummers halen ook volledig het ritme uit de set. Van een headliner mogen we toch wat beter verwachten.

Op het kleinste podium mogen de jongens en meisje van La Femme onze avond proberen aangenaam af te sluiten. Ze mochten 15 minuutjes later aantreden omdat Jamiroquai maar bleef doorgaan. Hierdoor kwamen ze heel gretig het podium op. Met bonkende beats proberen ze direct de boel op gang te trekken. La Femme doet trouwens zijn naam alle eer aan, met 1 vrouw in de groep die niet alleen een mooie stem heeft. Het feit dat ze dan ook nog eens in het Frans zingen (Franse band trouwens) zorgt ervoor dat er bij mij snel een link wordt gelegd met Vive La Fête. Maar La Femme is poppier, speelser, toegankelijker en makkelijk dan hun Vlaamse ‘tegenhangers’. Hun nummers kruipen zeer snel in het oor. Ze zijn wel een heel stuk braver, zowel qua podiumact als muzikaal. Niet te min wordt iedereen dansend naar de camping gestuurd om in de tent nog wat na te daveren.

Organisatie: Eurockeennes (Fr)

Eurockeennes 2013 – vrijdag 5 juli 2013

Geschreven door

Eurockeennes 2013 – vrijdag 5 juli 2013
Eurockeennes 2013
Terrain - La Plage
Belfort

De tweede dag van Eurockeennes gaat van start met Deap Valley. Een bandje die vanuit het niets en zonder enig album op alle grote festivals in Europa de affiche mogen sieren. Dat ruikt naar een ijverig label. Wat we te zien en te horen krijgen is weinig memorabel. De band bestaat uit 2 vrouwen (gitaar en drum) die zich op een nogal eigenaardige manier kleden. Het deed mij denken aan 2 goedkope prostituees die je langs de autostrade in één of ander voormalig Sovjetland kan tegen komen. Hun muziek, Amerikaanse garagerock zonder meer, is weinig verrassend en heeft, net als de 2 meisjes, weinig om het lijf. De gitaarsound klinkt met momenten wel zeer mooi. Maar daarmee is ook alles gezegd.

Snel over naar de Greenroom voor Matthew E. White. Het contrast kan bijna niet groter. Een zwaargebouwde, langharige man met de obligatoire baard, die americana brengt, die met momenten heel stevig rockt. Muzikaal is dit zeker een verademing. Gaat van hard naar zacht en van gevoelig naar stevig rechttoe, rechtaan. In de rustige nummers druipt de gevoeligheid eraf, zonder ooit klef of zeemzoeterig te klinken. Af en toe horen we ook stiekem wat country in de set sluipen, wat we alleen maar kunnen aanmoedigen. De optreden is veel steviger dan gedacht, ook al omdat Matthew zich laat bijstaan door een volwaardige band die de nodige snedigheid aan het optreden geven. Alleen jammer de publieke interesse vrij beperkt is. Toch jammer dat veel mensen dit steengoede optreden gemist hebben.

Over Airbourne ga ik zeer kort zijn. Australische hard-rock zonder meer. Al snel komt ACDC in gedachten op, maar dan toch eerder een slap afkooksel. Ze laten dit echter niet aan hun hart komen en brengen hun muziek met een grote gedrevenheid en tonnen energie. Maar ze kunnen toch niet wegsteken dat ze meer op een tributeband lijken dan een volwaardige eigen band met een eigen sound.

Nog een van die nieuwe bandjes die iedere zomer als paddenstoelen uit de grond lijken te schieten: Fidlar. Ze brengen commerciële garage-punk-rock, die wel al heel wat beter klinkt dan Deap Valley, maar toch ook weinig nieuws onder de zon te bieden heeft. Bij vlagen lijken ze soms de wedergeboorte van The Blood Hound Gang, evenwel zonder hetzelfde gevoel voor humor. Ik voelde mij opnieuw 16 jaar toen dergelijke bands alle festivals overspoelden. Het publiek moshte er duchtig op los en ook het crowdsurfen lijkt in Frankrijk nog steeds toegelaten. De weide hield duidelijk van Fidlar, en dat kan ik ze moeilijk kwalijk nemen, want sfeer scheppen kunnen ze zeker. Op de vraag om allemaal het podium te bestormen , reageerde het publiek niet, maar dat had vooral te maken met de imposante security die de frontstage moest bewaken. Geen massale bestorming dus, wat jammer was. Want het ging perfect aansluiten bij de broeierige sfeer die deze jongens van Fidlar weten te scheppen. Een echte liveband dus.

Om het jonge geweld wat te counteren en omdat er op dat moment weinig anders te zien was toch even wat wereldmuziek opgesnoven. Jupiter & Okwess Int. brengen Congolese ritmes, in een modern jasje. De setting was ook perfect voor dergelijk optreden: op het strand met uitzicht over het meer en een stralende zon die de hemel siert. De toeschouwers waren blijkbaar toe aan wat dansen, want op het strand werden er menig beentjes gesterkt.

Woodkid is bij mij volledig onbekend, maar blijkbaar boeren ze in eigen land wel zeer goed, getuige de grote massa die voor de Greenroom staat toe te kijken. Ze stonden aangekondigd als pop en Frans, en het tijdschema had inderdaad opnieuw niet gelogen. Pop was het zeker. Maar Woodkid brengt muziek die mij eigenlijk volledig koud laat. Ze proberen hun muziek een bombastisch cachet te geven, maar vervallen heel snel in een kitscherige sound. Dit zorgt ervoor dat de nummers heel onpersoonlijk klinken en noot een zekere sfeer kunnen oproepen, die de band hoogst waarschijnlijk wil oproepen.
Ook de stem van de zanger draagt niet veel bij en klinkt hoe langer hoe eentoniger. Het feit dat ze kiezen om de grote schermen naast het podium te gebruiken om hun visuals te tonen en niet het optreden zelf , maakt dat het gehele optreden van mij op niet veel bijval kan rekenen. Het zorgt er ook voor dat het publiek steeds dichter probeert bij het podium te raken om toch maar een glimp op te vangen van hun lokale helden.
Dan kies ik er liever voor om rustiger oorden op te zoeken en mij voor te bereiden om dé headliner van vandaag te bekijken.

En de headliner van vanavond :The Smashing Pumpkins. Hun vorige optreden dat ik mocht aanschouwen , staat nog steeds in mijn geheugen gegrift. Het was enkele jaren geleden op Pukkelpop en ik vond het toen zo tenenkrullend slecht dat ik het al na enkele nummers voor bekeken hield. De verwachtingen waren dan ook niet echt hooggespannen te noemen. Maar wat een verschil met enkele jaren geleden. Billy Corgan laat zien dat hij er opnieuw heel veel zin in heeft. Spetterende lichtshow, veel solo’s, een uitgelaten sfeer. Het was alles wat ik hoopte dat het zou zijn en nog meer.
Waar hij vroeger met een ongelofelijke tegenzin de oude (en nog steeds beste) nummers bracht, brengen ze deze nu met ongelofelijk veel respect. Een cover van David Bowie (“Space oddity”) in het begin van de set maakt het optreden alleen maar interessanter. Het was niet altijd even strak gespeeld, maar het klonk wel oprecht en met volle goesting. Aan bindteksten heeft hij nog steeds een broertje dood, maar dat kan geen kwaad. Want de show is een wervelwind die naar een ware climax gaat en uitmond in een prachtige, 10 minuten durende versie van “United States”. Als toemaatje gooien ze er dan ook nog eens al bisnummer “Tonight, Tonight” bovenop. The Smashing Pumpking hebben getoond dat ze tegenwoordig nog steeds relevant zijn en dat als ze willen ze er een wervelende show van kunnen maken. The Pumpkings are back, en ik ben er zeer blij mee.

Even tijd om te bekomen is er niet, want na de headliner staan er nog 2 bands op mijn programma die ik zeker wil zien. Beginnen doe ik bij Electric Electric. Deze, opnieuw Franse band staat aangekondigd als math-rock. Maar uiteindelijk brengen ze veel meer. Ze lijken mij het Franse antwoord op Foals te zijn. En ze starten meteen furieus: een dreigende, dragende beat en snijdende gitaar. Je weet dan al waar ze naartoe willen. De groep bestaat uit 3 man: 1 gitaar, 1 drum en 1 electrowizard. De nummers hebben een hele hoge dansbaarheidsfactor. Maar het hoge niveau van het begin van de show kunnen ze niet constant aanhouden. Soms weet de linkerhand niet goed wat de rechter doet en klinkt alles niet zo zuiver. Bij math-rock is dit vaak het geval en moet het soms een beetje wringen en botsen, maar daar kunnen niet alle bands mee wegkomen. Ook staan de bassen en de drum zodanig luid dat het gitaargeluid bijna niet meer te horen is. Hierdoor klinkt alles wat monotoon en dof. Dat is ook te zien aan het publiek dat steeds trager beweegt op de muziek. Ze hebben zeker goede ideeën, maar er is nog wat werk aan.

Afsluiten doen we vandaag met een band die in Frankrijk en Wallonië  immens populair is, maar in Vlaanderen volledig onder de radar blijft: Archive. Het is één van die bands die ik al lang wil zien, maar om de één of andere reden steeds lijk te missen. Dat ze populair zijn in Frankrijk wordt direct duidelijk. La Plage wordt overspoelt door het publiek (het zal niet de laatste keer zijn op dit festival) en het wordt drummen om nog een plaatsje te vinden waar alles goed hoorbaar is.
Archive brengt trip-hop – rock van de bovenste plank. Ze leveren een staaltje van perfect vakwerk af. De set wordt perfect opgebouwd en wordt gebracht door hele goede muzikanten. Ook de stemmen van de zanger en de zangers zijn van de bovenste plank. Ze brengen La Plage in extase. Het Franse publiek laat zich met plezier inpakken. Voor veel show moet je bij hen niet zijn. Het draait allemaal rond de muziek. Waarom deze band in Vlaanderen geen voet aan de grond krijgt,  blijft na dit optreden voor mij een nog groter raadsel. Ga gewoon eens kijken wanneer ze in de buurt bent. Ik ben er zeker van dat ze in de smaak zullen vallen.

Organisatie: Eurockeennes (Fr)

Eurockeennes 2013 – zaterdag 6 juli 2013

Geschreven door

Eurockeennes 2013 – zaterdag 6 juli 2013
Eurockeennes 2013
Terrain - La Plage
Belfort

Onder de brandende zon krijgen Black rebel motorcycle club de twijfelachtige eer om de Mainstage te openen. De muziek van BRMC is meer geschikt om in donkere zalen te gaan bekijken en beluisteren, in tegenstelling tot een zonovergoten plein. Maar daar lijken ze zich bitter weinig van aan te trekken. Met 3 man doen ze wat we van hen mogen verwachten: rocken. En meer moet dat ook niet zijn. Ze zijn de ideale opener om het festival op gang te trekken. Ze eindigen hun set ook met hun 2 grootste hits, zoals het een festivaloptreden betaamt. Ze tonen dat hun plaats op de Mainstage meer dan rechtvaardig is.

Over naar JC Satàn, een Franse rockgroep die ook al eens over de grenzen van eigen land komen piepen. Ze brengen (hard-)rock zonder meer. Waar de BRMC er mee wegkomen, lijkt dit hier echter wat minder geslaagd. Hun muziek is niets speciaals, maar wel met zeer veel ziel gebracht. De Fransen gaan volledig uit hun dak en de eerste moshpit van de dag is een feit. Als dat zo vroeg al lukt, moet het toch wel gerockt hebben.

Over naar La Plage om eens te horen hoe het echt moet. Bij Dinosaur Jr. hetzelfde probleem als bij Archive: een veel te kleine stage voor veel te veel volk. Maar daar lijken Mascis en de zijne zich zeer weinig van aan te trekken. Dinosaur Jr. speelt een ongelofelijk strakke set. Het is het beste optreden dat ik van hen al heb gezien. Alles klopt: de stem, de sound, het publiek, het strand. J. Mascis is zoals gewoonlijk zijn stoïcijnse zelve, maar Lou Barlow neemt met verve de honneurs waar. Zo weten we ook weer hoe je moet rocken. Verrassen doen ze al lang niet meer, maar ze zijn wel geroutineerde muziekanten die nog altijd spelplezier uitstralen.

Ik wou nadien Von Pariah gaan bekijken. Maar na 1 nummer stak het mij al zodanig tegen dat ik niet ben blijven staan. Ik zal mij dan ook maar wijselijk van alle commentaar onthouden.

De Mainstage loopt aardig vol voor Two doors cinema club. Blijkbaar zijn deze jonge snaken in Frankrijk héél populair. 2 weken geleden had ik ze al gezien op Best Kept Secret en omdat ik daar zo onder de indruk was , wou ik ook nu hun optreden niet missen. Het gaat zeer snel voor deze band. En dat is in dit geval ook volledig terecht. TDCC brengt poppy rock die bulkt van de catchyness. En het publiek kan dit ongelofelijk smaken. Het is de eerste band die de weide voor de Mainstage van het begin tot het einde in beweging krijgt. De band lijkt wel gemaakt om op dergelijke podia te spelen. Het lijkt alsof ze de ene hit na de andere spelen, terwijl je de eigenlijke hits op 1 hand kan tellen. Maar het publiek ontvangt alle nummers met open armen.

Naderhand wou ik nog naar Fauve gaan kijken, maar het was er zodanig druk dat er geen doorkomen aan was.

De headliner deze avond mocht een thuismatch spelen. Phoenix is één van de grootste bands in Frankrijk en ver daarbuiten. Een terechte headliner dus, die ook in België hoog op de affiches staat. De weide loopt vol met enthousiastelingen die maar wat graag hun nationale trots willen aanmoedigen. De verwachtingen zijn dan ook hoog gespannen en worden jammer genoeg niet ingelost. Ik merk dat de band mij geen 1u30 kan boeien. De nummers lijken daarvoor een beetje te veel op elkaar. Ook de vocalen blijven wat te veel op dezelfde toon steken, waardoor het allemaal een beetje gaat vervelen. Ook het publiek reageert veel minder uitgelaten dan bij de vorige groep op de Mainstage.
Ik denk dat een dergelijk festival headlinen voor Phoenix wat te hoog gegrepen is. Misschien waren het wel de zenuwen, want de zanger leek echt onder de indruk. Hij zei ook dat het de eerste maal was dat hij in Frankrijk voor zo’n groot publiek mocht spelen. Jammer maar helaas dus. Misschien de volgende keer beter, want ze hebben zeker genoeg nummers en kwaliteiten om een publiek in vervoering te brengen.

Organisatie: Eurockeennes (Fr)

Eurockeennes 2013 – zondag 7 juli 2013

Geschreven door

Eurockeennes 2013 – zondag 7 juli 2013
Eurockeennes 2013
Terrain – La Plage
Belfort

Dag 4 belooft de beste dag van het festival te worden met enkele serieuze kleppers op de affiche. Eigenlijk is dit de dag waar ik meest naar uit keek.

We gaan niet echt spectaculair van start. Graveyard mag het publiek opwarmen, maar echt warm ben ik er toch niet van geworden. Ze brengen hard-rock in de meest klassieke versie. Ze bewandelen platgetreden paden en bieden geen enkele meerwaarde ten opzichte van ander soortgelijke bands. Dit resulteerde dan ook in een voorspelbaar en inspiratieloos optreden.

Heel anders verging het even later bij Kvelertak. Voor mij de ontdekking van dit festival. Ze brengen geen standaard metal, maar wel een bonte mix van hardrock, trash, punk en hier en daar soms zelfs indierock. We krijgen een heel verrassende en energieke set te zien. Dit is een band die ook bij niet-metalfans (waaronder ik) op grote bijval zal kunnen rekenen. Het blijft natuurlijk wel stevige muziek. Ondanks de vele verschillende genres die door elkaar worden gehaspeld blijft alles wel als één geheel klinken en zijn de nummers echte nummers en geen amalgaam van goede en minder goede ideeën. Een band die ik aan iedereen warm kan aanbevelen.

Op de Mainstage stond er opnieuw een band geprogrammeerd die veel beter tot zijn recht komt in een kleine, donkere zaal. The Black Angels konden mij op Best Kept Secret overtuigen en deden dat vandaag ook opnieuw met verve. Voor mij zijn ze de ongekroonde koningen van de psychedelische rock van hun generatie. Ze hypnotiseren het publiek en dragen ze langzaam maar zeker hun psychedelische wereld binnen. Om gehypnotiseerd te raken moet je er je natuurlijk wel open stellen voor hun lome ritmes, voorzichtige solo’s en geraffineerde sound. Naarmate de set vordert , wordt het gaspedaal meer en meer ingedrukt om te eindigen in 2 stevige rocknummers die mij verweesd en in trance achter laten op de weide.

Back to reality nu want er staat opnieuw psychedelische rock op het menu, deze keer in vorm van Tame Impala. Voor hen is er heel wat meer volk komen opdagen dan voor de Black Angels. Tame Impala is op dit moment dan ook hot. Maar het optreden valt tegen. Het geluid komt niet altijd goed door, maar dat lag aan de band dan aan het podium. Op de schermen worden de visuals geprojecteerd. Maar die zijn zodanig kinderlijk dat het de moeite niet is om ze te bekijken. Ik had liever de band zelf gezien op de schermen. Bij slechts 2 nummers lijken ze de bal volledig juist te slaan. Het zijn niet toevallig de nummers waar ze zich volledig uitleven en die ontaarden in een lange jam. Het zijn de nieuwe nummers die live niet het gewenste effect hebben en die veel te veel pop klinken en veel te weinig rock. Een jammerlijke zaak, want enkele jaren geleden opPpukkelpop hadden ze mij nog volledig weggeblazen. Ik hoop dat ze de draad van hun eerste album snel weer op pikken en live de teugels wat kunnen vieren en gewoon jammen en uit hun poppy keurslijf breken.

Vanaf nu volgen de hoogtepunten zich in een sneltempo op. Er staan 3 absolute wereldtoppers in hun genre op het programma. En de eerste die mag passeren zijn de grondleggers van de Sludge: Neurosis. Deze avond spelen ze in het water, bij het strand, met de ondergaande zon als achtergrond. Niet meteen de setting die je verwacht voor een groep als Neurosis.
Maar al snel kleuren ze de wereld donker en sleuren ze je mee naar de prachtige hel die ze al jaren weten te creëren. Het wordt een orkaan waarbij je niets ander kan dan meegezogen worden in hun eigen wereld. Het was een werkelijk schitterend optreden van één van de beste sludgebands die de wereld al heeft mogen aanschouwen.
Jammer dat er zo weinig volk kwam opdagen om hen aan het werk te zien. Maar ze zijn dan ook niet echt een band die vaak op dergelijke festival te zien zijn. En sludge is nu ook weer niet meteen het meest toegankelijke of populairste genre. Hoewel ik er nog steeds van overtuigd ben dat meer mensen dit goed zouden vinden, indien ze het een eerlijke kans zouden geven.

Na de grondleggers van de Sludge is het tijd voor de godfathers van de shoegaze. Het optreden van My Bloody Valentine op Pukkelpop in 2009 steeds nog steeds geboekt als één van de luidste optredens ooit in België. En iedere keer er weer eens over geluidsnormen wordt gesproken, komt ook dit optreden weer boven water. Vanavond maken ze duidelijk dat ze niet alleen veel lawaai kunnen produceren. Het volume staat nu een heel stuk stiller dan enkele jaren geleden en maar goed ook. Het is opnieuw de muziek die primeert. En dat kan ik enkel maar toejuichen. My Bloody Valentine maakt er een voortreffelijk optreden van. Shoegaze van de bovenste plank, zoals we van hen mogen en zelfs moeten verwachten. Zowel oude als nieuwe nummers passeren de revue en blijken van eenzelfde niveau te zijn.
Wanneer ik na 1,5 uur weer met beide voeten op de grond land en achter mij kijk, blijkt dat er niet zo heel veel volk is blijven staan om het einde van de show mee te maken. Het steekt bij mij wel dat het respect voor deze legendarische band niet groter is. Maar een beetje verder staat een andere legendarische band klaar om zijn opwachting te maken.

De 3e legendarische band die deze dag alsook het gehele festival mag afsluiten is Blur, de enige echte keizers van de Britpop (voor mij dan toch). Na jaren afwezig te zijn geweest van het grote podium staan ze eindelijk weer waar ze thuis horen. Heel wat mensen waren op dit moment aan het wachten. 1,5 uur de tijd kregen ze om de hoge verwachtingen in te lossen. En man, werden de verwachtingen ingelost! En zelf meer van dat. Blur heeft oog voor al hun fans: degene die enkel de hitjes kennen, maar ook de fans van het eerste uur. Iedereen krijgt wat ze graag willen horen. Damon Albarn is in grote doen, alsook de rest van de band. Ook hier druipt de speelvreugde er van af en behandelen de fans die al jaren op een teken van leven wachten met het grootste respect. En even na 1 uur ’s nachts, wanneer de laatste noten van “Song 2” zijn gespeeld , beseft het publiek dat ze getuige zijn geweest van een memorabel optreden.
Een meer dan waardige afsluiter van een prachtig festival dat ik voor altijd in mijn hart zal dragen. Hier zullen ze mij de komende jaren nog terug zien. En ik hoop dat na het lezen van de tekst ook anderen eens bereid zullen zijn om de festivals in eigen land eens achterwege te laten en de moeite doen om eens in onze buurlanden te snuisteren wat er daar allemaal te beleven valt. Ik kan het enkel maar warm aanbevelen. Tot volgend jaar op Eurockeennes.

Organisatie: Eurockeennes (Fr)

Rock Werchter 2013 – dag 1 - donderdag 4 juli 2013

Geschreven door

Rock Werchter 2013 – dag 1 - donderdag 4 juli 2013
Rock Werchter 2013
Festivalterrein
Werchter

2013 - Editie 39 van Rock Werchter was er terug eentje om van (na) te genieten …
Drie stages … Keuzes moeten worden gemaakt …Festival meer dan ooit …meer groepen, meer mensen, meer terrein, meer mooie momenten …
Rock Werchter 2013 was volledig uitverkocht. Het telde 340.000 bezoekers, een evenaring van het record van vorig jaar. Er waren dagelijks 67.000 mensen van een combiticket en 18.000 losse bezoekers. Dat maakt 139.000 unieke bezoekers over vier dagen.
De styling van het festival ging verder en er was kunst op de wei – de opvallende creaturen tekenden mee de entourage en is dus een blijvertje geworden …
De drank- en een zeer divers aanbod van eetstandjes waren mooi afgebakend. De Shelter, het rustpunt voorbij de tenten en de veilige tournipit (vooraan de Mainstage) deden hun werk … Ook een blijvertje door de jaren …
Rock Werchter is een festival van alle leeftijden, jong en oud houden er hun eigen bands en stijl op na. Duidelijk was met al de bands en acts dat ‘rock’ en ‘dance’ ‘hip’ zijn én blijven …

Om de vier vurige dagen Werchter mee te kunnen maken en het muzikaal vol te houden was een goede conditie opportuun …
Een gevarieerde affiche, een tevreden publiek, een tevreden organisatie ...
Rock Werchter kleurt internationaal , blijft Vlaanderens grootste en is het best georganiseerde festival ter wereld …

Tot op 40ste editie van Rock Werchter in 2014. Cheers!

Summer starts here...
Een overzicht van ons parcours – dag aan dag analyse …

Rock Werchter 2013 – dag 1 - donderdag 4 juli 2013
Parcours dag 1 had al meteen een paar rammelende ontdekkingen , nl. Fidlar en Palma Violets. Biffy Clyro wist hier het grote publiek te bereiken; we zagen een magistrale set van The National , één van de bands van het moment en Bloc Party, waarvan de stekker stiekem nog wat mag ingedrukt blijven; tot slot Netsky die het samenhorigheidsgevoel dansbaar aanwakkerde. En het was vandaag ideaal festivalweer 

Veel tijd om de vervangende Pyramid tent te showen kregen we niet , want één van de opkomende talenten Fidlar (Klub C) hadden hun stekkers stevig ingeplugd . Blik op oneindig en verstand op nul serveerde het Amerikaanse kwartet in een klein half uur een pak short minute rammelrockende nummers op de leest van de Ramones . Vier jonge  gasten met punky bruisend, energiek, compromisloos materiaal. Een heerkijke rockshot dus!
Fidlar staat voor ‘Fuck it, dog, life’s a risk’ s, en dat gevoel kreeg je tussen de oren gespietst met woeste “Cheap beer”, “Stoked & broke”, “Wait fo the man” en “Wake bake skate“, waarbij de zanger het publiek indook . Een punkfeestje bij de start van het festival …

Fidlar bracht ons in de juiste rock’n’roll mood; andere , Britse jonge wolven Palma Violets (The Barn), wringen zich tussen de schouders van The Libertines , Arctic Monkeys en The Vaccines. Een heerlijk potje rauw, ongepolijst melodieus garage rock’n’roll, voldoende afgewisseld met een heerlijk zalvende toets en broeierig, dromerige , sfeervol materiaal. Gitarist Sam Fryer en bassist Chilli Jenson vullen elkaar aan of wisselen elkaar af in de zanglijnen. Fel van leer trokken ze met “Rattle snake highway” , stappen , lopen over naar de  melodieuze rauwheid van “Best friends” en “Last of summer wine”, blazen uit met het sfeervolle “14” en eindigen stevig met “Three stars” .

… In de vroege namiddag werden we dus gauw wakker geschud en kregen we met deze twee opkomende talenten letterlijk een Rockend Werchter …

Airbourne (Main Stage) deed het stof van AC DC opwaaien . Niks beter dan AC DC , bijgevolg zijn zij maar een klein deelverzamelingetje uit datzelfde Australië ; dezelfde ritmes en hooks, gitaarriffs , drumslagen ,  maar met minder kracht en jus. Aan show en huppelgedrag ontbrak het niet maar muzikaal klonk het veilig , inwisselbaar en weinig origineel .

The Black Angels (The Barn) brengen al een handvol langspeelplaten psychedelische retrorock’n’roll, die een bezwerende, hallucinante droomwereld en een hypnotiserende, bedwelmende trip oproepen, met pedaaleffects, distortion, fuzz, elektrodrones en een zweverige dromerige galmende zang. Een band die al  jaren meer van hetzelfde speelt , waarvan je moet houden. In die leefwereld waar het heerlijk vertoeven kan zijn , kan een geestesverruimende injectie toegediend worden, maar is er weinig plaats tot interactie .  Paddenstoelenmuziek en een ideale geleider op de set van BRMC .

Al een kleine vijftien jaar zijn ze bezig , de heren van Black Rebel Motorcycle Club (Main Stage) , zanger/gitarist Peter Hayes en bassist Robert Levon Been . Na een welverdiende rustpauze , o.m. met het onverwachts overlijden van Beens pa twee jaar terug , maken ze hun return met ‘Specter at the feast’ . Ondanks de zwarte leren jekkers dito zonnebrillen zijn ze intussen niet ‘rebels’ meer ; ze worden aangevuld met de drumster van The Raveonettes.  Een gezonde dosis gitaarrock’n roll , bluesy slides, die explosief kan klinken, blijft het handelsmerk. Een afwisselende set hoorden we , waarbij de Main Stage niet iets te hoog was gegrepen om volledig geraakt te worden van hun broeierig , slepend soms scheurend materiaal . “Berlin” , “Six barrel shotgun” , “Whatever happened to my rock’n’roll” en “Spread your love” bouwden op, waren stomende knallers en zorgden voor die onderhuidse spanning , maar samen met de andere , meer broeierige en sfeervolle nummers, gingen ze beter tot hun recht komen in de twee tenten, gezien de respons minder warm was dan de gemiddelde  julitemperatuur …

Na de ronkende, donkere romantiek van BRMC , kwamen de zonnestralen piepen op de  speelse, toegankelijke pop van het amicale NY-se gezelschap Vampire Weekend (Main Stage) , die een zomerse ‘positive’ vibe ademt; afro , exotische tunes zijn geïntegreerd in hun westerse pop . De nieuwe plaat ‘Modern vampires of the city’ klinkt breder en live moeten nummers daaruit ietwat hun plekje vinden . Op de Main Stage nodigen ze minder uit tot een heupwieg of danspas en zijn ze iets minder aanstekelijk. Opgelet , “Diane young” en de single “Step” hebben nog altijd die punch, maar het waren oudjes “Cousins”, “White sky”, “Cckk”, “Holiday”, “A punk” , “Giving the gun” en het stevige “Walcott”, die hier de sfeermakers waren en een stralende zomerzon boden.

Het Schotse Biffy Clyro (The Barn) staan in de UK steeds torenhoog op de affiche . Hier  kreeg Biffy Clyro van de broers Johnston en Simon Neil, aangevuld met twee andere leden, sinds kort de verdiende respons met de nieuwe cd ‘Opposites’ en de single “Black chandelier”, opbouwende , slepende, gedreven en snedige mainstreampop, met een gedoseerde balans bombast en progrock. Puike gitaarriffs , krachtige drums en een heldere zang tekenen voor boeiende power’stadion’rock. De spil van de band ging in ontbloot bovenlijf , rijkelijk van tattoes , stevig tekeer en betrok hun fans bij de songs. “The Captain” en “Many of horror” werden half meegezongen. Een fel gebalde “Bubbles” en een opbouwend “Black chandelier” besloten de set  . Biffy Clyro bracht een ‘wall of sound’, die majestueus, verschroeiend kon klinken . Groots in wording …  

Het verhaal van The National (Main Stage) is zowat gelijklopend met Elbow: Gestadig hebben ze gewerkt aan hun muzikale carrière , die door hun bezield materiaal en hun gedreven livegigs uitgegroeid zijn tot een grootse band . De zoveelste plaat in de rij , ‘Trouble will find me’, is opnieuw overtuigend . Tja , op die manier gaan Matt Berninger en C° met hun donker dreigende , spannende muziek grootmeester Cave achterna .
Meer dan uur houden zij hun publiek in de ban, boeien door de bezwerende opbouw en de aanzwellende , krachtige ritmes, aangevuld met twee blazers , die duidelijk een meerwaarde vormen en voor koude rillingen zorgen . Hier hebben we een gretig spelende band  en een gebrild filosoof/zanger die volledig opgaat in muziek en tekst. Hij laat zich drijven door de fans . Al meteen shooten ze enkele prijsbeesten, “Squalor Victoria”, “Don’t swallow the cap”, “Bloodbuzz Ohio” en “Ghost”. We bleven in hun nationaal web geweven door “Demons” , “Afraid of everyone” en “Abel” . Berninger deed z’n microstatief en – kabels afzien en hij was dan ook dicht bij de fans . De security had hun handen vol om Berninger te ondersteunen. “Graceless” en “England” waren iets verderop weer opnieuw twee knallers. Tijdens “Mr November” was hij het publiek ingedoken , die hem bijna letterlijk opslorpte en intussen speelde de band zich de longen uit het lijf. Schitterend! Dit is een festivalband ‘pur sang’ , die sinds mensenheugenis geen slecht optreden meer heeft gespeeld. Groots dus!

Bloc Party mag dan binnenkort op non-actief komen , we zullen van de Britse postpunkrockers een ongelofelijke sterke set onthouden . De band rond Kele Okereke blijft populair; de vaste drummer Matt Tong werd intussen al vervangen door een goed meppende dame Sarah Jones ( van de New Young Pony Club en Hot chip ) , die niet moest onderdoen. Gerust mochten ze op de Main Stage staan , gezien The Barn tot in de nok gevuld was. Toegegeven , op de laatste twee cd’s is Bloc Party ergens blijven hangen en klinkt het materiaal maar zusenzo , maar een ‘Best of’ van hun tienjarige carrière was net als op Pukkelpop meer dan moeite . Songs , die live overeind staan en het publiek triggeren.
We kregen vanavond “Octopus” , ”Hunting for witches” , “Positive tension” die de set openden . Dat een pauze ingelast wordt , is niet vreemd want het nieuwere materiaal beklijft minder . “Banquet” , “One more chance” , “This modern love” ,“Flux “ en “Helicopter” gooiden het op een akkoordje, strakke , levendige songs die de band op dreef houden en een glimlachende Okereke tekenen, die het contact met zijn publiek goed onderhoudt . Hier ging het dak van de tent er bijna af . Een set, die een tijdje in het geheugen zal gegrift staan.

Net als drie jaar terug op Werchter konden we weer twee en half uur weg met de ‘Typical American Show’ van de punkrockers Green Day (Main Stage). Iets minder spektakel dan toen , maar opnieuw een niet bij te houden lijst van songs (hebben ook niet voor niks drie cd’s uitgebracht op een paar maand tijd!) , maar het waren vooral de oudjes die ‘em deden, “Know your enemy”, “Holiday”, “Boulevard of broken dreams” , “Welcome to paradise” , “When I come around”, “Longview” en “Basket case” .
Billy Joe Armstrong staat ook bekend om z’n publiek te entertainen , springt van de ene naar de andere kant , en ook vanavond was dit van ’t zelfde … show ,  meezingmomenten , handjeszwaaien , moshpits, medleys en ga zo maar door . Er wordt dan iemand uit het publiek gehaald, mag dan een nummer trachten mee te zingen en na te spelen .Tja , dat speeltje was er drie jaar terug ook .
Als ze goed op dreef waren , was het dan ook geweldig en krachtig ; doe het hen maar na om continu bij de leest te zijn. De hits gingen er in als zoetenkoek.
Bij een set van een anderhalf uur kan gefocust worden op de (strakke) punkrock van Green Days maar een twee en half uur durende set , zorgt voor overacting en is het show-entertainment gehalte te pas en te onpas storend op wat punkrock nog kan zijn. Desondanks noteren we nog een boeiend slot met “American idiot” , “Jesus of suburbia” en een uitgesponnen “Minorty”, waarbij alles nog eens kan van gekte.

We voelden het al een beetje aankomen na hun set in de AB, een paar maand terug . The Bloody Beetroots (Klub C) kunnen er nog een muzikale gekte van maken door hun harde, furieuze, hitsige , verwoestende beats , maar de ontladingen die hen groots hebben gemaakt knallen nu minder door de orkestratie en pianoloops . Inderdaad , de danspunk, het beukend geweld van deze gemask(e)erde heren , klinkt soms zalvender. Een koerswijziging waarin wat meer kalmte kan heersen …

Netsky live kan niet ontbreken op de dansfeestjes op Werchter .Vorig jaar was hij er al , Pukkelpop besloot hij op één van de avonden , en ook hier mag hij nu de Main Stage afsluiten. Er is geen sprake meer om beroep te doen op DJ’s als Chemical Brothers of Underworld.
Iedereen valt voor de huidige drum’n’bass en dance met poppy invloeden van de bescheiden Boris Daenen. Stond hij vroeger wat op het achterplan met z’n decs , dan treedt hij nu op het voorplan en krijgt hij meer ruimte om zijn ding te doen, met zelfs enkele vocale prestaties op vocoder , zoals op “Anticipate” . MC (Script) rapte de nummers aan elkaar, hitste het publiek op, Michael Shack zorgt voor de nodige adrenaline op de drums , en twee gastzangeressen (Diane Charlemagne en Scarlet(?)) vulden aan en zorgden voor grootse uitvoeringen van “Moving with you”, “Love has gone”,  “Give & take” en “Come alive”.
Een heerlijk leuk , dansbaar en stomend concertje , met special effects , papiersnippers en ga zo maar door . Iedereen shakete er op los! Net als op Pukkelpop haalde hij er z’n ouders bij. Een mooi hartverwarmend gebaar. Respect. Schitterend concert! 

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Rock Werchter 2013 – dag 2 - vrijdag 5 juli 2013

Geschreven door

Rock Werchter 2013 – dag 2 - vrijdag 5 juli 2013
Rock Werchter 2013
Festivalterrein
Werchter

Dag twee – Eerbetoon aan artiesten …
Blur kwam na tien jaar terug opduiken om de Britpop op te stoffen en hoe ze is uitgegroeid . Kings Of Leon rockten volgens het boekje . James Brown herleefde op Charles Bradley die op z’n 65 ste één van de ontdekkingen binnen de soul is, en Gary Clark Jr brengt hulde aan  Jimi Hendrickx. Erotiek werd luguber ervaren bij Kesha , maar werd dan even later opgevangen door de hete seks en de lapdance van Major Lazer , die hier een wild stomend feestje boden. Kijk voor elk wat wils dus …

Charles Bradley & Extraordinairies (Klub C) … Moet kunnen , 65 zijn, en nu pas je doorbraak kennen voor het grote publiek. De man heeft een uniek levensverhaal dat je zeker eens moet nagaan . Op pensioengerechtigde leeftijd beleeft hij de ‘time of his life’. De zon brak meteen door op z’n warme soulpop met funky tunes. ‘Afternoon delight’ op vrijdag middag. Z’n doorleefde, hese, rauwe indringende vocals sieren gospel en klieven je simpelweg middendoor; de songs waren soms breed gearrangeerd, en Bradley heeft dit te danken aan een goed op elkaar ingespeeld combo van o.m. blazerssectie en toetsen. En kijk James Brown is ‘back to life’ door z’n sensuele danspasjes, - standjes , de sex machine en de gewaagde tot de verbeelding sprekende moves met z’n microfoonstandaard. Entertainment dus! En de songs ? Ook heb je niet meteen een soulhart, nummers als “Loving you” en “Strictly reserved” raakten en wisten je in te palmen. Bradley was ‘één’ met z’n publiek .Gepassioneerd en overtuigend ging het combo te werk en terecht werden ze sterk onthaald.

Gary Clark Jr (The Barn) - De redactie had me alvast meegegeven dit concert niet te missen. Gary Clark Jr overrompelde ons met een staaltje retro rock/blues in de beste traditie van The Jimi Hendrickx Experience . Hier was Jimi onder ons . Hier spraken de instrumenten en de tekst haalden we op den duur zelf voor de geest. Een stevige sound met krachtige riffs , die soms konden gieren. De gitaarpartijen van Clark Jr werden in de verf gezet . De souluitstapjes op plaat werden tot een minimum beperkt . Wij op luchtgitaar genoten van de spannende, doorleefde retromuziek van een gitaarvirtuoos en een goed op elkaar afgestemde band, die eigentijds klonk, met respect voor de traditie.

Rock Werchter creëert voldoende ruimte voor opkomende talenten . Eéntje die we best in het oog houden binnen de hiphop  is de Amerikaanse rapster  Angel Haze (Klub C), die na twee afgelaste concerten in de AB uiteindelijk toch op het festival te zien was . Een onnavolgbaar salvo van raps vuurde ze in rhymes en flows, geruggensteund door keys en live drums. Verbeten, scherp en overtuigend klonk ze . “Werking girls” , “Gossip folk” ervaarden we wat hyperkinetisch , maar dit ving ze goed op door af en toe wat vaart terug te nemen in haar raps; ze zong dan eerder op soulfulle wijze richting Missy E en Lauryn Hill. En is er ergens die link met ons eigen Coely? “Hell could freeze” was één van haar doorbraak nummers (met Rudimental btw!) , “Crown” verwees naar de Beasties periode van ‘Check your head’ en op het afsluitende “New York” dweepten groovy ritmes . Angel Haze op kruissnelheid dus …

Het jonge , dynamische Two door cinema club (Main Stage) speelde een rits huppelende; sprankelende spring-in-‘t-veld nummers, die erin gingen als zoetenkoek . Onschuldige, licht verteerbare gitaarpop met twinkelende ritmes die aangenaam ontvangen werden door het publiek . Een zorgeloos bestaan in hun muzikale wereld kreeg je meteen met “Sleep alone”, “Undercover martyn”, “Do you want it all” en “This is the life”. De songs van de nieuwe plaat zijn iets gelaagder en zijn deels een dipje binnen hun frisse aanpak , maar met “Something good can work” , “Handshake” en het afsluitende “Eat that up” werd het tempo op vriendelijke wijze opgetrokken  . Fijn concertje dat bubbelt van levenslust en optimisme .

Even de wenkbrauwen fronsen en liefst niet met een wijdopen mond staan gapen als de Amerikaanse Kesha (Klub C) op het podium verschijnt . Haar girl power in de voetsporen van Britney, Lady Gaga kunnen we nog ok beschouwen , want het jonge publiekje houdt er van . De tent zat afgeladen vol , maar verfijnd entertainment was een andere zaak . Haar erotiserende act en uitdrukkingen tartten soms elke verbeelding . Liefde , erotiek en seks krijgen choquerende wendingen die werkte op de lachspieren of de ogen sloot . De pussy likes, de eyeballs , de immense opblaasbenen – en varkens , de Belgische kleurkip, de roller skating uitdagende vrouwen van lichte  zeden , travestie, … Je kreeg het allemaal … met een korreltje zout te nemen … Niet van goede smaak, maar misschien moet het niet meer dan dit soort freakshow en wat fun zijn . En er was muziek die wel eens rockte , danste, en dan kwam je uit op songs als “Warrior” , “Dirty love” en haar doorbraak nummer “Tik tok”.

Ook een uitpuilende tent voor de Amerikaanse The Lumineers (The Barn), al een tijdje bezig, maar door de boost van Mumford & Sons en Of Monsters and Men nu pas toe aan de verdiende erkenning.  Een afwisselende leuke set hoorden we van uitbundige, sprankelende, meeslepende folkpop door een volle, rijkelijke instrumentatie en lichtvoetige, dromerige, lekker in het gehoor liggende pop . Ze zijn dan ook met vijf en naast akoestische , elektrische gitaren, banjo’s , mandoline, vullen cello , bas, drums en tierlantijntjes aan .
Een campfire gevoel hebben we, op handen gedragen met de nodige singalongs in de zin van “Ho hey” , Oohooh”, “Aah aah” , “Eeh eeh” , en door het getokkel, de stampende ritmes , de foot- en drumtics, de handclaps en de meerstemmige zangpartijen altijd wel iets aanstekelijks , luchtig, fris en opbeurends. De muziek van deze neofolkies zit duidelijk in de lift en de tent barn ging dan makkelijk uit zijn dak ; naast de obligate meezinger “Ho hey” hadden zij nog een handvol sterke huppelende en ontroerende songs . Net als Arcade Fire in hun begindagen , waren ook The Lumineers met een paar middenin het publiek te bespeuren.
Teerrechte titel voor de set was het afsluitende “Big parade”. Eenvoud en klasse … The Lumineers hebben alle kansen aangegrepen om groots te kunnen worden . Rock Werchter was duidelijk hun bondgenoot .

We waren al goed onder stoom van Kesha en goed op dreef gekomen op  The Lumineers, maar Major Lazer (Klub C) ging met de hoofdvogel naar huis op Rock Werchter 2013. Een uitzinnig feest in een barstensvolle tent en ver daarbuiten , want Major Lazer is ‘hot today’. Vorig jaar nog klein in de Bota , dan maar groter op Pukkelpop en in de AB, maar letterlijk op handen gedragen op RW . Geen echte songs waren te horen , maar de eigen aanstekelijke nummers werden afgewisseld van samples reggae, rock en dancehall . Alles werd door de hitmachine van Major Lazer gehaald .
En dan spraken we nog niet van de crew: twee wulpse deernes , die naast danspassen hipshakes als professionele bezigheid hebben , een applausmeester , een DJ en Diplo, spil van de band die het publiek opjutte . Een wild stomend feestje , een ‘harlem shake’ door de mashup van hun materiaal, waarbij natuurlijk flarden “Bubble but” , “Get free” en “Watch out for this , bumaye”  uitgroeiden tot hymnes van het weekend .
Maar de belangrijke boost van Major Lazer was de Hot Stuff en het Entertainment ; t-shirts uittrekken en omhoog gooien , handjeszwaaien, opblaasballen op z’n Flaming Lips, champagnedouches, lapdance, en ga zo maar verder . Iemand werd op de schouders genomen en tot buiten de tent gecrowdsurft .
Is Major Lazer het nieuwe alternatief voor jouw seksueel beleven?! Opwindend heet was het wel … Het was van Beasties geleden dat de tent nog zo daverde . Enkele plankenvloeren sneuvelden … De tent ontplofte! Waar was da feestje ook al weer?

Een handvol gegadigden in de Barn kenden Richard Hawley nog van bij Pulp . Intussen heeft hij als sing/songwriter al een handvol soloplaten uit die voor een warme gloed zorgen: Live werd er soms een stevige geluidsmuur opgetrokken . Boeiend materiaal die tussen intieme pracht en broeierige rock’n’roll balanceert . Van een reeks luistersongs “Don’t stare at the sun” , bracht hij ons naar een romantische “Tonight the street are ours”, het psychedelisch rockende “Leave your body behind” behield een optimale stemming, die tot slot uitmondde in enkele forse uithalen op “There’s a storm a comin’” . Het siert wat de man allemaal met z’n band weet uit te voeren . Fijne set!

Een Franse indierockbandje die onze aandacht weet te  trekken is Phoenix (Main Stage) van Thomas Mars . De band had met de vorige cd een handvol hits , “Lasso” , “Lisztomania”, “Run run run” en “Girlfriend” die hier vanavond niet ontbraken en zorgden voor de meeste respons . “If I ever feel better”, “1901”, “Rome”  en nog drie andere nummers van die cd ‘Wolfgang Amadeus Phoenix’ trokken op het eind de set op . Hun uiterst genietbare, gevoelige, gepolijste pop klinkt net iets te weinig strak, vettig en verbeten om iedereen in beroering te brengen , en het nieuwe materiaal van ‘Bankrupt’ moet verder nog wat inwerken. De eerste single “Trying to be cool” werd alvast al goed onthaald. Een publieksjump gaf nog wat animo, maar hun suikerzoete pop kleefde net onvoldoende op een Main Stage . 

We kunnen aankloppen bij John Legend voor een uurtje relaxt zoerse, passionele soulpop. Relaxte zomerse pop , die uitnodigt tot een danspas en gedragen wordt dfoor de romatische stem van legend zelf . eOok is hij niet vies een superbekend nummer als light my fitre van doors en solo bridge over tru-obled water een andere of sobere wending te geven . Hij nodigde ook iemand van het publeik tot een pasje, ging op de knieeen overhandigde haar een roos  en ontpopte zich als een romanticus pir san,g . een pak lovesongs , waarbij het Niet verwodnerlijk dat de man goed in de makkt bij het (jonge) vrowviolk .

De familie Followil, Kings Of Leon (Main Stage), kunnen goede rocksongs spelen , maar zijn nu niet de animators van dienst bij een optreden . Ze zijn aangevuld met een extra lid en geven hun materiaal een vitale punch , wat ons brengt tot een gedegen rockshow . Er werd rijkelijk gegrossierd uit hun catalogue en een nieuwe plaat is onderweg . De onderlinge verschillen en spanningen voelden minder aan dan twee jaar terug . Stevig werd van start gegaan met o.m. “Crawl” en “Four kicks”. Het opbouwende “Be somebody” klonk snedig, zat ergens middenin, en met “Bucket” hadden we nog één van die oude sterkhouders . Stadionrockers “Use somebody” en “Sex on fire” ontbraken niet en deden hier even de wei ontploffen .

Blur (Main Stage) was in de early 90s met Oasis en Suede één van die bepalende bands in de Britpop scene . Een creatieve band btw, die op originele wijze de paden van de pop verkende en het moeiteloos mengde met rock, dance , psychedelica,  gospel en orkestratie. Of zelfs niet vies was een punkstoot toe te dienen .
Albarn is een muzikale duizendpoot en was aanwezig bij talrijke producties waaronder Gorillaz ons nog het meest bijblijft. De jeugdige indierockers konden hier even hun roots checken of lieten zich verleiden tot de dance van Boys Noize .
Ze zagen er wat afgeleefd de 4 heren , maar spelen en rocken kunnen ze als geen ander . Ze hadden hier acht uur op gewacht en vlogen er meteen in met het groovy “Girls & boys” dat sterk werd onthaald . Het punky “Popscene” volgde en blazers vulden aan . Met “There’s no other way” en een rauw melodieus “Beetle bum” hadden we al snel een goed viertal , die voor de nodige sfeer en ambiance zorgden . “Coffee & tv” , iets verderop, zette opnieuw een aangename reeks gekende stekelige nummers in , het sfeervolle “Tender is the night” kreeg een rockjasje aangemeten en de overtuigende  finalereeks “Country house”, “Parklife”, “End of a century” en “This is a low” boden een Blurs ‘Best of’ .
Even leek het erop dat Blur definitief in de coulissen bleef , maar bouwden opnieuw op met “For tomorrow” , het vorig jaar gecomponeerde “Under the Westway”  en het ontroerende “The universal”, die een samenhorigheidsgevoel creëerden . Tot slot werd op meesterlijke wijze afscheid genomen op de ‘woohoo’ van “Song 2”, een springer van formaat , waarbij iedereen zich nog eens kon uitleven. Na tien jaar stilte is ‘Blur Britpop still alive’ …

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Rock Werchter 2013 – dag 3 - zaterdag 6 juli 2013

Geschreven door

Rock Werchter 2013 – dag 3 - zaterdag 6 juli 2013
Rock Werchter 2013
Festivalterrein
Werchter

De derde dag van Rock Werchter was gefocust op het spektakel van Rammstein . In de namiddag werden de dansspieren aangesproken op Django Django en zomers dansbaar genot kreeg je van Disclosure en Rudimental . Nick Cave mag dan al de vijftig gepasseerd zijn, z’n duivels bezwerende streken heeft hij nog niet verleerd . Enjoy ons parcours van dag 3!

Met Trash Talk (Main Stage) uit Californie was het meteen boenk erop. Wild logelagen buffels die ‘one minute’ songs op de boxen , op de grond en in het publiek speelden . Een compromisloos hard strak en fel geluid, als in de begindagen van Nirvana . Op die manier zijn we even kort als hun songs …

Het is snel gegaan voor Sx (Klub C) . Terecht waren zij één van de ontdekkingen vorig jaar . Hun single “Black video” leverde die boost. Een zelfzeker, gretig spelend trio , zangeres Stephanie Callebaut voorop , die allerhande bewegingen en bezweringen uitvoert over haar synths , en naast andere singles “Graffiti”, “Black video” , imponeerde met “Strange fruit” van Billy Hollyday, die door merg en been ging. Een boeiende , afwisselende set van indiepop – electrowave, die bezwerend , mysterieus , betoverend , sensueel , weemoedig als hypnotiserend klonk. Hun  materiaal kreeg een broeierige spanning door de keys  en het  indringend gitaargetokkel , de popwave en de onheilzwangere zang.
Meerwaarde waren de lichtschakeringen op een groot zilveren schijf, die we ook op ‘Arche’ zagen.

De Zweedse retrorockers Graveyard (Main Stage) stonden garant voor potige, donkere meeslepende psychedelische bluesrock , opbouwende jams en snedige gitaaruitbarstingen. De heren waren volledig geconcentreerd op hun instrumenten en gingen volledig op in hun spel . Toch miste de set wat punch , intensiteit. Graveyard stond wat verloren op de Main Stage , maar muzikaal lieten zij en wij dit niet aan ons hart komen …

De Engelse broertjes Lawrence aka Disclosure (Klub C) zijn hot binnen de Engelse dance. Verschillende artiesten laten graag door hen hun songs remixen en SBTRKT en Hot Chip nam hen al mee op tour . Het Londense duo zorgde voor een ideale afternoon lounge van zalvende retrohouse, dance, disco en dubstep.  Deze elektrotechneuten speelden een soort Studio Ibiza , uiterst aangenaam door de forsere, aanstekelijke beats. Heel wat vooraf opgenomen vrouwelijke voices ondersteunden hun dancesongs en op die manier hadden we o.m. hun doorbraak “Latch” , “White noise” met AlunaGeorge  en de Jessie Ware hymne . Ze hadden niet voor niks een zwart- wit vrouwengezicht geprojecteerd …
 
We zagen nog een glimp van Stereophonics (Main Stage) , die er na vier jaar terug met het volle gewicht tegenaan aan . Een gemotiveerd, gretig spelende band rond Kelly Jones en een nieuwe plaat die hen op het voorplan kan brengen ; hun gekende nummers “Maybe tomorrow”, “Mr writer”, “Just looking” en “Dakota “vuurden ze af in het tweede deel van de set.

Eén van die andere hotte bands is het drum’n’ bass collectief Rudimental die al een paar aardige hits hebben . Hun songs kunnen een stevige beat hebben , maar houden het ook op r&b, soul en hiphop . Het jonge volkje had dan ook al een tijdje postgevat voor de Klub C.
Live hadden we hier een heus combo van keys, drums , gitarist , trompettist , een zanger, twee zangeressen en een hiphopper die de menigte opzweepte , waar nodig .  
Een feestje als bij Major Lazer zat er niet in , daarvoor liet Rudimental te veel ruimte voor hun uitgekiend materiaal en de sterkte van de indringende heldere zangpartijen, die deels ons terugbrachten naar de tijd van gastvocalisten bij bands als Groove Armada en Basement Jaxx. Hun inspiratie haalden zij bij The Fugees , “Ready or not” kon dan ook niet ontbreken . Een goede versie , maar ook niet meer. “Waiting all night” en “Feel the love” waren die ‘hot-in-here’ kleppers die de Klub C even tot het kookpunt brachten …

Een ander feestje was intussen begonnen met het Schotse Django Django (The Barn), die duidelijk, veel live ervaringen hebben opgedaan ; ze gooiden alle registers open op hun keys en percussie gecharmeerd door drumtics , kokosnoten en de zalvende , zweverige harmonieuze zangpartijen  op z’n Franz Ferdinands , die voor een  ‘meestampgehalte’ zorgden. “Storm” , “Firewater” en “Waveforms” waren de sterke knallers van in het begin.
De  speelse, opwindende aanpak en sterke ritmiek richting Caribou sloeg duidelijk aan . “Default” zat mooi middenin de set en de heren stoeiden graag met wat surf en americana wat hen ergens bracht bij The Drums en de Beach Boys. Hier had de band duidelijk het publiek voor zich gewonnen , wat bij Rudimental meer verdeeld was …

Net als een paar jaar terug jaar stond hij opnieuw geprogrammeerd vóór twee bands die metalcore hoog in het vaandel houden . Opnieuw kon hij erop insinueren . Nick Cave (Main Stage)  hoeft geen introductie meer. Hij heeft met The Bad Seeds een nieuwe plaat uit, ‘Push the sky away’ die op de najaarstour wel ruimer aan bod zal komen . Vanavond op Rock Werchter werd matig geput uit die cd en kwam de klemtoon op een ‘Best of’ , waarbij hij met de band als vanouds een apart sfeertje weet te creëren , hels bezwerend klinkt door zwaar aangezette partijen , en op z’n Grindermans de duivels ontbindt .
Na opener “We know who UR” werden zijn troepen opgefokt  en opgezweept , kregen we een verschroeiende tweede deel van “Jubilee street” , dat vernietigend , demonisch klonk. Cave is een sterk entertainer, die z’n songs met stijl , bezieling en overgave brengt met de nodige portie humor . Aan de front hield hij de fans , ‘of ze nu Volbeat/ Rammstein of voor hemzelf’ waren, nauwkeurig in het oog en hij bracht op een ongelofelijk schitterende, declamerende wijze z’n tekstvellen, die letterlijk kippenvel bezorgden en je in een hoekje drumden. Een handtekening kon worden uitgedeeld aan die dame die vroeg of Nick ‘some nursing’ nodig had …
Niks dan lof dus . Hij gaf met een reeks classics de juiste punch voor een sublieme, overtuigende set: “From her to eternity”, “The wheeping song”, “Deanna”, “Jack the ripper” , een vleugje “Tupelo”, “Papa won’t leave you Henry”, “Mercy seat” en “Stagger lee”. Even op adem kwamen we met de lieflijke , intieme “God is da house” en “In my arms” .  Sfeervol als hij begonnen was , eindigde hij de set met het innemend mooie “Push the sky away “. Cave breidde er nog een staartje aan met het spannend slepende “Red right hand” ! Klasse

Het Australische Tame Impala (The Barn) was intussen al een goed kwartier bezig met hun retropsychedische rocktrip . Het kwartet wist de handvol songs lekker uit te spinnen en overgoot het met gitaareffects en 70s toetsen. Twee cd’s hebben ze uit en de twee singles “Elephant” en “Solitude is bliss” zaten lekker verweven in hun muzikaal galacticastelsel . Kevin Parker haalde vocaal soms hoog uit . Tja, soms niet van deze wereld . Minder strak dan hun concert in de AB, maar een gemotiveerde band die houdt van een psychedelische lounge . 

Een sing/songwriter en een weird elektrotechneut – James Blake (Klub C) is simpelweg de beide . Weerbarstige donkere huiverende triphopsounds , rollende dubstep/basstunes , waarover lagen gitaar en drums worden verweven en z’n emotievolle indringende vocals zweven. Een goede twee jaar terug werd hij tegen wil en dank hip en populair met z’n originele aanpak van Feists “Limit to your love” . We worden meteen in die aparte wereld ondergedompeld door de experimentjes van “Air & Lack Thereof”. Ook het tweede  nummer  “I never learnt to shake” intrigeerde , gezien hij hier z’n stem als instrument gebruikt , opneemt en telkens laat doorgalmen  op een dreunende beat . Meer onderhouden klonk hij dan op “Life round here “. Drie songs die de pijlers waren van de set , bevreemdend, spookachtig én dromerig, gevoelig. Ze balanceren tussen toegankelijkheid en experiment . De relaxte aanpak van “I am sold” bood ademruimte . Fris aangepakt was “Limit to your love” , die kon rekenen op een overweldigende respons .
Een talentvol artiest , die speelt met sounds en beats en over twee jeugdvrienden beschikt die muzikaal handig hier op de kar sprongen !

De powerriffs van Volbeat (Main Stage) brachten het publiek in de juiste mood en vibe voor Rammstein , headliner van de avond . Ze hebben intussen ook al een fervente aanhang , gezien ze in het najaar in Vorst Nationaal staan geprogrammeerd . Hun donkere metal/hardcore klonk melodieus stevig, scherp en afgelijnd . Een medley tussenin van RATM, Johnny Cash , Judas Priest en Slayer was een grappig tussendoortje om iedereen voor zich te winnen …

Het podium werd dan volledig verbouwd voor de Show, het Spektakel  en de Muziek van Rammstein (Main Stage) . Het combo van Till Lindeman diende mokerslagen toe en bracht vuur, veel vuur in hun performance , een benzinepomp, brandende microfoonstandaards, vlammenwerpers , vuurspuwende mondstukken , vuurwerk, vuurpijlen en rook . Enkele orgas(ma)tische hoogte- of dieptepunten noteerden we ook , perverse, vunzige teksten, hete standjes op “Buck dich” en o.m de act met het falluskanon , wat we drie jaar geleden ook al zagen . Allerhande andere ingrediënten vulden aan om er knappe show van te maken; een metal circus, de soundtrack bij elke Mad Max film en b-horrormovie.
De muziek was strak en stevig en dan kwam je uit op Rammstein knallers , die luid konden mee gescandeerd en gebruld worden: “Ich tu dir weh” , die de set opende , “Keine lust”, “Feuer frei!”, “Mein tell”, “Ochne dich” , “Du riechst so gut” , “Benzin” , “Links 2-3-4”, “Du hast”, “Rammstein” en “Ich will “ waren in  hun ‘stahlarbeitende’ muziek.
Maar Rammstein raakte ook de gevoelige snaar: “Mein herz brennt” kreeg een  nieuwe bewerking, enkel begeleid op piano van Lorenz en de stem van Lindemann klonk het breekbaar en gevoelig, en toonde hij aan dat hij meer kan dan brullen .  Het publiek kon tot slot nog eens doldraaien op “Sonne” en “Pussy” met een ‘Steck bratwurst in dein Sauerkraut’! Met een vriendelijk oprecht ‘Dankuwel , merci’ en een beleefde buiging namen de heren afscheid . Rammstein: ‘Ruwe bolster , blanke pit’ …

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Rock Werchter 2013 – dag 4 - zondag 7 juli 2013

Geschreven door

Rock Werchter 2013 – dag 4 - zondag 7 juli 2013
Rock Werchter 2013
Festivalterrein
Werchter

Op deze zonnige zondag konden Depeche Mode en Editors hun ervaringen als headliners uitwisselen. Gogol Bordello zorgde voor de namiddag swing, en een ‘positive feeling’ hielden we ongetwijfeld over aan de synthpop van Bastille, de poprock van de zusjes Haim  en de folky tunes van Of Monsters & Men. Op deze afsluitende dag werden we opnieuw goed verwend …
Ons parcours op dag 4

Wie houdt van Mercury Rev, MGMT en Flaming Lips kan zeker bij het Amerikaanse Youth Lagoon (Klub C) terecht . Trevor Powers bracht samen met z’n band nogal wat stevige, rauwe psychedelische tunes in het materiaal, waartegen gitaren en drums moesten opboksen . En zelf heeft hij een nogal onvast, scherp, soms snerpend stemgeluid. Zware kost op de middag. Live klonken de nummers nog krachtiger .

Een pure retrotrip hadden we dan van Matthew E. White (The Barn). Z’n west coast americana bood eerst een ‘lazy sunday afternoon feeling’ , maar de sfeervolle aanpak kwam breder, directer en feller . Een heerlijke trip van uiterst genietbare , meeslepende songs, waarbij enkele nummers mooi werden uitgesponnen.

Massaal zakte het publiek af naar de Klub C voor het Britse Bastille, die met “Pompeii” van het debuut ‘Bad blood’ al meteen een grote hit hebben . Leuk ontspannende , onschuldige groovy pop hoorden we, opgezweept door de synths en de bijhorende troms , die refereerden aan de begindagen van A-Ha. Het kwartet werd telkens warm onthaald. Het bommetje ontplofte naar het eind met “Flaws” , de cover “Rhythm of the night” (met een vleugje “Rhythm is a dancer” ) en natuurlijk “Pompeii”, door de ‘Ow-ei’s, luidkeels meegezongen en – gebruld.

De zusjes Haim (The Barn) uit LA, California zitten ergens tussen de rockende dames Alanis Morissette, Heather Nova  en Melissa Etheridge in. Ze brengen emotievolle , boeiende gitaarpop met een stevige randje, en hebben net als Bastille ook al een hit op zak, “Don’t save me” , van het te verschijnen debuut in september . De drie zusjes worden aangevuld met een drummer, spreken tot de verbeelding ,  maar roepen nu net zelf het publiek op naakt te gaan. Zo ver kwam het allemaal niet , maar ook hier hoorden we fijne, leuke gitaarpop , die op het eind “Let me go”, net als Bastille , het publiek ophitste op met troms. Fleetwood Mac , één van hun inspiraties ontbrak niet met “Oh well!”.

We pikten nog een groot deel van de gekke bende van Gogol Bordello (Main Stage) op . Wie een feestje had op zaterdagnacht kon het deze namiddag zeker verder zetten met hun gypsy punk . Gogol Bordello maakt het niemand moeilijk, zijn sfeer- en partymakers met de nodige singalongs . Niemand die erom maalt welke song hier gespeeld werd , als er maar ambiance was op hun zigeunerpunk. Een hoop losgeslagen piraten uit een vorige eeuw …

Opnieuw en volle Barn voor Alt-J , één van de Britse sensaties  uit Leeds , die muzikaal op vele manieren te omschrijven is . Hun broeierige, weerbarstige als dromerige, gevoelige indie werkte deels op de dansspieren , die ze dan even snel lieten vallen … Toegankelijk, prikkelend , fris en groovy allemaal maar niet vies van onverwachts bevreemdende, avontuurlijke wendingen . Ze werden enorm sterk onthaald , en dat was toch een beetje verwonderlijk bij hun creatieve pop . We konden lekker dwalen op die korte leuke songs en tunes van  “Something good” , “Buffalo”, “Fitzpleasure”, “ Matilda” en “Breezeblocks”.

Op deze zomerse namiddag ging de rootscountryrock  en westcoast pop er aangenaam in van de Amerikaanse Band of Horses (Main Stage) , die al een handvol platen uithebben . Ze graven soms diep in de classic rock en linken nu eerder aan The Eagles
en Crosby, Still & Nash dan naar maatjes My Morning Jacket . Ze klonken gedrevener en snediger dan op de laatste plaat, die rustig voortkabbelt in een melancholiek dromerige sfeer . Oudje “Is there a ghost” was a meteen een huiverende opener; “Laredo” en “Electric music” hielden er het tempo in en met “The funeral” werd finaal sterk geëindigd . Kwamen beter tot hun recht in één van de tenten dan op de Main Stage .

… De Klub C en The Barn waren erg in trek vandaag … Het tempo werd terug omhoog geschroefd bij het IJslandse Of Monsters & Men (The Barn). Hun doorbraak “Little talks”, één van die feelgood nummers die de tent in vuur en vlam bracht , was zorgvuldig gepland in het tweede deel van de set . Ritmisch sterke songs hoorden we van het uitgebreide combo, vrolijk , zwierig, sfeervol én speels enthousiast en onderhouden gespeeld. Een weelderige  instrumentatie van gitaarriedels, vooral keys  en trompet, kleurde en sierde het materiaal, die naar een Arcade Fire lonkte; campfire melodieën , ondersteund door handclaps en obligate “lala’s”.
Naast de mooie man- vrouw zangpartijen die elkaar afwisselden of aanvulden , ging vooral de backing instrumentaliste met de hoofdprijs weg . Ze zijn zeker gegroeid en naast “Litte talks” waren o.m.  “Slow & steady”, “Lakehouse” , “Six weeks” en een opbouwend gierend “Yellow light” sterkhouders.

De Israëli Asaf Avidan (Klub C) bewees meer dan zomaar een “One day/reckoning” te zijn, vooral gekend door de remix van de Duitse DJ Wankelmut. Toegegeven , velen waren hier gekomen om die song te horen en kregen ‘em ook naar het einde , maar dan zonder beats.  Eigenlijk kreeg je een set geserveerd van een sing/songwriter , vier leden om zich heen , waarvan twee bevallige dames , die aanvulde met snedige rock, blues , indie , reggae en leuke danstunes. Vocaal varieerde hij voldoende tussen ‘Helium’ en rauw doorleefd . Iets apart alvast . Hier kon hij een klein uur lang illustreren welk materiaal de moeite was van z’n twee cd’s . 

The Gaslight Anthem (The Barn) uit New Jersey had er duidelijk zin en speelden een uitermate gedreven set . Dat kan ook niet anders met hun energieke, potige, opwindende en broeierige rock , ijzersterke melodieën en aanstekelijk refreinen, ‘American music pur sang’ dus! “Handwritten”, “’59” en “45” waren al meteen de eerste voorbeelden. Spijtig genoeg konden we maar een deel zien , maar het tempo werd af en toe wat teruggedraaid en dan kwam je zelfs uit op een ballad als “Mulholland drive”. Ze hebben hun ‘anthem” niet gestolen, want de band kan rekenen op een hondstrouwe fanbase en refreinen werden meegezongen …

Op die manier kwamen we tot de final closing acts Depeche Mode en Editors . Afsluiter Editors konden opkijken naar deze electrogoeroes van de eighties , gezien de laatste platen enorm die geluiden koesteren.

Depeche Mode (Main Stage) sloot in 2006 het festival af . De persoon die dacht stil te kunnen staan in de eighties vergaarbak en uit de bol wou gaan op een DM electrofeestje was er grotendeels aan voor de moeite . Met mondjes maat wordt er naar teruggeblikt en het duo Gahan – Gore blijven bij de leest met hun huidig materiaal . Opnieuw op wereldtournee zijn ze met ‘Delta machine’ en het eerste half uur werd gretig het nieuwere materiaal gespeeld . Goede behoorlijke luistersynthpop met songs als “Welcome to my world” , “Angel” en “Precious” . “A question of time” was de aanzet van de herkenbaarheid die synths met pop zo sterk met elkaar vermengen . Krakers “Enjoy the silence” en “Personal Jesus” volgden snel en warmden de menigte op . De visuals waren meer dan de moeite en gaven elan aan de luisterset van deze electro grootheden . 
De elektronica werd opgeblonken op hun “Just can’t get enough” , dat heerlijk uitgesponnen werd , een snijdend “I feel you” en letterlijk zwaaiden ze ons uit op “Never let me down”.
Net als enkele jaren terug hadden we hier een goed optreden , maar miste opnieuw dat tikkeltje swing , wat hen vanavond als tweede headliner maakte . In januari voor de fans in het Sportpaleis …

Tom Smith en z’n Editors (Main Stage) voelden onwennigheid om na Depeche Mode op te treden en het festival af te sluiten . Maar achterna bekeken was dit de juiste zet van de organisatie . België houdt van Editors en Editors houden van België. Da’s onderhand wel duidelijk. Vorig jaar bliezen ze nog tien kaarsjes uit , nu heeft Editors in een half vernieuwde bezetting een nieuwe plaat uit ‘The weight of our love’, die zeer zeker voldoende in de spotlights kwam en goed verdeeld werd onder de waverockers die hen groot hebben gemaakt . Gewaagde start solo op piano met het nieuwe “Nothing” , waarna de rest van de band hem vervoegde . De single “A ton of love” volgde, en kwam aardig in de buurt van Echo & The Bunnymen. De temperatuur en de respons steeg nog meer als hierna “Bones” , “Munich” en “Smokers outside the hospital doors” werden gespeeld , met een hoop vlammenwerpers en vuurwerk . Tussenin af en toe een nieuw nummer, die het poprockminded album onderstreepten . De gitarist speelde zich in de kijker , was zelfzeker en is een waardig vervanger  van Urbanowicz , Editors‘ gitarist van het eerste uur .
Iedereen hield van die aanpak, “Bullets” , “Racing rats” waren muzikale stroomstoten en rockten als vanouds . Depeche Mode kon alvast opkijken naar hun ingevoerde electrotunes op  “In this light and on this evening” en op “Raw meat = blood drool” .
Samenhorigheid en een campfire feeling had je eerst met het intieme “No sound but the wind”, obligaat nummer geworden als ze hier in ons landje zijn en Bruce’s cover “Dancing in the dark” , met een knipoog naar TW Classic. De danskraker “Papillon”  kon definitief Rock Werchter besluiten , dat gepaard ging met de tweede reeks vuurwerk!


Een definitieve lijn werd getrokken onder een Rockend Werchter 2013 in al z’n verscheidenheid. Tot volgend jaar op de 40ste editie!

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Beachland 2013 – zaterdag 6 juli 2013 - Blankenberge tovert zich om in Ibiza

Geschreven door

Beachland 2013 – zaterdag 6 juli 2013 - Blankenberge tovert zich om in Ibiza
Beachland 2013
Strand
Blankenberge


De vijfjarige editie van Beachland, het dancefestival te Blankenberge, werd dit jaar een topeditie. De cocktail van zon, zee en zwoele beats bracht heel wat volk op de been. Zes podia met zes verschillende stijlen lokten de danceliefhebbers naar het strand. Voor de eerste keer duurde het festival twee dagen, en dat was meteen een schot in de roos. Wie nog niet in Ibiza was geweest, kon dit weekend zeker en vast het Ibiza-gevoel gaan opsnuiven te Blankenberge.

Zaterdagmiddag stonden al meteen kleppers geprogrammeerd. Dj X-Tof, bekend van Topradio, hitste zijn fans op, en maakte er een feestje van. Hij kon er zijn nieuwe plaat ‘YOLO’ op het publiek afvuren, en zij konden hem wel smaken, net als de rest van zijn set.

Na X-Tof was het de beurt aan Laurent Wéry. Zijn hit “Hey Hey” maakte hem bekend bij het grote publiek, en sindsdien wordt hij frequent opgevoerd als headliner. Laurent Wéry zette het feestje voort op de Main Stage en werkte een behoorlijke set af.

Nadien was het even tijd voor afkoeling onder één van de hippe tenten. Toekijkend vanaf de zijlijn, werd er ons alvast één ding duidelijk; Beachland gaat over zien en vooral gezien worden. Ontblote lijven legden sierlijke tatoeages bloot. Fluo en mini waren de standaard, textiel werd volledig afgezworen. Niet alleen de zon deed de temperaturen stijgen!

We zetten ons vlakbij de Skankerz-Stage, waar de liefhebbers van drum ’n bass en dubstep hun gading vonden. Dj Alpha stond aan de draaitafel, maar zijn muziek werd naar ons gevoel teveel overstemd door de MC, waardoor zijn beats wat naar de achtergrond werden verwezen. De sfeer onder het publiek was slechts matig.

Diezelfde sfeer vonden we allerminst terug bij de Kick da Bass Stage, waar de fans van hardstyle volledig uit de bol konden gaan. Van ’s middags tot ’s avonds stond het strand hier bomvol, waarmee duidelijk werd dat hardstyle zijn weg naar een groter publiek heeft gevonden. Wij zagen Liberty aan het werk, en later ook Ghost vs Dave-D. Dj Ghost, een vaste waarde in het genre harddance-techno-retro, vormt al enkele jaren een duo met Dave-D, een jong talent dat hardstyle uitademt. Vol overgave en met veel goesting hebben deze twee het strand doen springen. De spektakels van rook en vuur op het juiste moment misten hun effect niet, en het publiek was hen zeer dankbaar.

Terug naar de Main Stage nu, waar we nog een kwartiertje Les Mecs aan het werk zagen. Dit trio hoefde zichzelf niet meer te bewijzen, zij staan altijd garant voor één groot feest. Showtek loste het trio af, en gooide meteen een bommetje los in het publiek. Hoewel zijn hit “Cannonball” één van de meest gedraaide nummers op het festival moet zijn, ging hij na een tijdje toch de mist in. Hij werd overklast door de beats van de Quality House Music Stage, waar die andere topper Vince Nova ook aan een set begonnen was. De set van Showtek bestond uit pieken en dalen, maar echt boeien deed hij niet.

Onderweg van de Main Stage naar de Real Retro House Stage hielden we nog even halt bij de Skankerz Stage, waar Dom & Roland B2B Klute aan de draaitafel stonden. Dom & Roland en Klute, hebben afzonderlijk een indrukwekkend palmares in de wereld van Drum ’n Bass, en ook samen lieten ze het publiek uit de bol gaan. Wij zagen dat het goed was en konden door naar Dj Furax, om een vleugje nostalgie op te snuiven. Naast de Kick da Bass Stage was de Real Retro House Stage het tweede genre-podium waar je een hele dag lang veel volk zag en waar het dansen geblazen was. Dj Furax hoefde daarin zeker niet onder te doen. Zelfs al is dit je stijl van muziek niet, toch was het moeilijk te weerstaan om niet mee gaan op de vibes van de muziek.

Zonsondergang was ondertussen ingezet, maar de temperaturen bleven hoog. D-Block & S-Te-Fan legden de lat hoog. Deze harddance-dj’s toonden waarom zij headliner waren op de affiche en deden het publiek compleet uit zijn dak gaan. Ook Yves Deruyter creëerde hoge verwachtingen als we zijn naam zagen verschijnen. Die loste hij volledig in. Hij was een fantastische afsluiter van een lange, warme dag.

Dag 1 van Beachland was een schot in de roos. De sfeer zat er goed in en iedereen was moe gedanst en gesprongen. De toon was alvast gezet voor zondag. Het weerbericht beloofde alvast goede vooruitzichten!

Organisatie: Beachland

Beachland 2013 – zondag 7 juli 2013 - Blankenberge tovert zich om in Ibiza

Geschreven door

Beachland 2013 – zondag 7 juli 2013 - Blankenberge tovert zich om in Ibiza
Beachland 2013
Strand
Blankenberge


Zondagmiddag 15u; het ideale uur om er opnieuw in te vliegen. Eerst lekker uitslapen en nog een beetje bakken in de zon. Het kwik stond weer bovenaan de thermometer, dus het beloofde weer zwoel te worden. De festivalgangers kwamen mondjesmaat toegestroomd, maar we hoefden niet lang te wachten tot de dance vibes het publiek aanwakkerden.

De eerste dj die we vandaag aan het werk zagen was Meliciouz op de Girls Like Dj’s Stage. Dit podium geeft nieuwe talenten de kans om zich te laten horen. Deze blonde meid viel niet alleen op door haar witte koptelefoon, maar ook de pompende beats die ze door de boxen gierde deden onze monden openvallen. Deze meid zal nog van zich laten horen, iedereen is gewaarschuwd!

Dit was niet de enige blondine die ons lokte naar een podium. Bij Nils Van Zandt op de Main Stage luisterden vijf meisjes in bikini het podium op. Nils Van Zandt heeft al mogen samenwerken met grote namen als Pit Bull, Coolio, Will I Am en Snoop Dogg, dus deze man heeft kennis van zaken. Hoewel de meisjes in bikini slechts bescheiden bleven in hun dansen, kreeg Nils het publiek wél mee. Hij sloot af in stijl, en meteen was daar al het volgende duo. Dux & Mr Dum hadden zin in een feestje en meteen gooiden zij alle registers open. Op de tonen van “Watch out for this” van Major Lazer kwamen twee exotische danseressen het podium op, met veel présence, goesting en feeling met de muziek. Dux & Mr Dum lieten geen steken vallen en werkten een foutloze set af. Middenin de set kwamen maar liefst vijf exotische danseressen het podium op én er gingen drie reuzestrandballen het publiek in. It’s entertainment time!

Op de Main Stage was het kwik ondertussen gestegen tot boven 40 graden, maar je kon afkoeling zoeken bij de naburige podia. Housemuziek hoorde je nu op de Level Classix vs Insomnia Stage, en de Skankerz Stage van drum ’n bass had plaatsgemaakt voor het Diepgaan-podium, waar het genre deephouse in de verf werd gezet. Deze podia waren echt gericht op de diehardfans van de muziekstijl, met als gevolg dat massahysterie uitbleef. Veel meer aandacht hebben we aan deze podia dan ook niet gegeven. Klepper Mark with a K stond namelijk al klaar op de Homebase Stage (de Kick da Bass Stage van zaterdag) en die mochten we niet missen.
Als je hardstyle zegt, zeg je in één adem ook Mark with a K. Op dit moment is hij één van de grootste producers die op elk hard dance evenement geprogrammeerd staat. Dat hij populair was, was meteen duidelijk. Het strand was gevuld tot ver achteraan en vele fans zongen de liederen vol overgave mee. Marc with a K ontgoochelde niet. Handjes in de lucht en springen maar!

We rolden van het ene feestje in het andere. Tofke was het Real Retro House podium zeker waardig, maar we waren vooral benieuwd naar hoe de volgende performance zou zijn, namelijk die van niemand minder dan Pat Krimson. Deze naam doet bij velen een belletje rinkelen, dus waren we heel erg benieuwd naar zijn set. Twee keer werd hij in het begin van zijn set genekt door een technisch mankement. Het publiek was vergevingsgezind voor Patje en ze lieten hem zijn ding doen. Ons kon hij echter nooit echt overtuigen om volledig mee te gaan, maar hij is en zal altijd een cultfiguur blijven.

Terug naar de Main Stage, waar ze weten wat feesten is. Een vorige keer dat we Robert Abigail aan het werk zagen, waren we ietwat ontgoocheld van de set die hij had afgeleverd. De setting op Beachland was echter volledig anders, en Abigail heeft bewezen dat hij zijn status als topdj waard is. Waterpistolen en zelfs champagne moesten het publiek afkoelen, om toch maar te voorkomen dat die thermometer niet zou barsten.

Een rode hemel met zonsondergang en een vallende duisternis: het is tijd voor R3hab. Vrouwen in bikini maakten plaats voor special effects van licht en vuur die op dat tijdstip van de dag nóg beter tot hun recht kwamen. R3hab mag dan wel een druk bezette artiest zijn, bekend in alle werelddelen, hij maakte voor het kleine Blankenberge geen uitzondering en zette het publiek naar zijn hand. Guy’do mocht uiteindelijk de avond afsluiten, letterlijk en figuurlijk met vuurwerk.

Dit weekend is ons alvast één ding duidelijk geworden: Beachland kan meedingen met de grote festivals. Hun bekendheid is gegroeid tot ver buiten de provinciegrenzen. Limburgers, Antwerpenaars, … allen komen speciaal naar Blankenberge om de toppers van de dance scene te aanschouwen. Een extra dag heeft het festival zeker goed gedaan, hoewel de zon natuurlijk een grote opsteker was. Toch zullen de fans er altijd zijn, en zullen zij altijd hun weg vinden naar Blankenberge. Op naar volgend jaar!

Organisatie: Beachland

Shineski

Leave You In The Dark

Geschreven door

Ook in de uithoeken van Frankrijk zitten prima rockbands!  Shineski komt uit Mulhouse en brengt met ‘Leave You In The Dark’ een mooie  EP uit die fans van stevige gitaarrock best zullen pruimen.   Het viertal (dat in 2010 een eerste full album ‘The Wild Lane’ uitbracht) levert nu vijf volwassen songs af die het midden houden tussen power rock, stoner, grunge en metal. 
Nummers als “Sorrow and Tears”, het dreigende “Leave You In The Dark” en het stevige “Time To Say Goodbye” tonen de invloed van formaties als Queens Of The Stone Age, Feeder, Foo Fighters en het oude Soulwax. 
Ook een band als Nine Inch Nails is nooit ver weg en dat komt dan vooral door de vocalen van Mathieu Gettlidfe die sterk refereren naar Trent Reznor.  
Deze invloeden storen ons niet want het plaatje luistert lekker weg door de diverse sterke composities.  Enkel slotsong “To The End” had een stuk korter en gebalder gekund dan de bijna acht minuten waarop nu afgeklokt wordt. 
Wie de muziek van deze Fransen wil ontdekken kan dit via http://shineski.bandcamp.com/album/tentacled-records.
 

The Beach Boys

The Beach Boys – een avond vol fun, fun, fun

Geschreven door

Het was meer dan 40 jaar geleden dat The Beach Boys voor het laatst in een Belgische zaal te zien waren. Na hun uiterst succesvolle doortocht op de Lokerse Feesten vorig jaar, gaven The Boys present in het Kursaal van Oostende, een van de mooiste concertzalen van het land en heel toepasselijk aan het zeetje.

Het Kursaal zat echter niet vol. Mede dankzij de intieme setting en de tamelijk hoge ticketprijs, was dit concert er eentje voor de échte fans. De afwezigen en de twijfelaars hadden echter ongelijk, want The Beach Boys leverden een indrukwekkende set af en het Kursaal ging bij momenten helemaal uit zijn dak.
In 2012 hielden The Beach Boys hun ‘50th anniversary tour’. Van de bezetting op die reünieconcerten waren deze keer Mike Love en Bruce Johnston present. Al Jardine, Brian Wilson en David Marks waren er niet bij.
Opmerkelijk hoe de heren vocaal nog bij de les zijn. Hoewel de stem van Mike Love er nog steeds mag wezen, liet hij de moeilijkere zangpartijen hoofdzakelijk over aan de andere bandleden, wat zorgde voor een aangename dynamiek. Drummer John Cowsill bleek verrassend goed bij stem en het was opmerkelijk hoe hoog de basgitarist Randell Kirsch zong.
De set was een komen en gaan van hits, hits en nog meer hits. Openers “Do It Again”, “Little Honda” en “Catch a Wave” waren mooie opwarmers. Op “Hawaii” illustreerde Randell Kirsch voor het eerst hoe hoog hij geraakte. “Surf City” was best aardig, maar op “Surfin’ Safari” sprongen de eerste dames in de zaal recht.
Aan diezelfde dames droegen ze“Surfer Girl” op. Samen met “Wendy” en “Getcha Back” vormde dit trio een aardige brok nostalgie voor de gebroken harten van de aanwezige heren in hawaiihemden. Luchtiger werd het toen de drummer John Cowsill, die zich tot dan als Animal uit The Muppet Show had gedragen, “Darlin” zong met verbazend veel kracht en panache.
De nummers bleven mekaar snel opvolgen en na “Little Douce Coupe” en “409” beiden ‘lovesongs about cars’, was het tijd voor de monsterhit “I Get Around”. Plots veerde heel het Kursaal recht en werd er gedanst dat het een lieve lust was.
The Beach Boys leken er zelf van te schrikken en haalden de vaart wat uit de set. Zo kregen we het ietwat kleffe “Disney Girls” voorgeschoteld door Bruce Johnston (the guy won a Grammy!). Verder waren er opvallend veel verwijzingen naar de uiterst genietbare liveplaat van ‘The 50th Anniversary Tour’.  Een eervolle vermelding is er ook voor “Their Hearts Were Full Of Spring”. The Boys zongen dat laatste nummer a capella en toonden het publiek hiermee dat ze het nog steeds kunnen.

De krop van de set zat evenwel in het tweede deel. Toen “God Only Knows” opgedragen werd aan Paul Wilson en zo hun beste nummer weerklonk, werden heel wat mensen weemoedig. Meteen daarna speelden The Beach Boys heel verrassend en met ontzettend veel overtuiging “California Dreamin’” van The Mamas & The Papas. Het Kursaal stond andermaal recht en deze keer voorgoed.
Want we kregen enkel nog hits, hits en hits. Het publiek zette zelfs de polonaise in bij “California Girls” en al wie toen bij het podium stond ging daar niet meer weg. Love grapte “Wish they could be Belgian girls” en hield het strakke tempo van de set aan. Een vinnig “Good Vibrations”, een enthousiast meegezongen “Kokomo”, het aanstekelijke “Barbara Ann”, en de eerste afsluiter “Fun, Fun, Fun”, het publiek smulde en kreeg er geen genoeg van.

De bis begon met “Summertime Blues” met een solo op gitaar van Scott Trotten, de leadgitaar en de musical director, die niets miste qua snedigheid maar wel een overdosis aan show had. Toen uiteindelijk “Surfin’ U.S.A.” ingezet werd, besefte het publiek dat die hit wel eens de laatste zou kunnen zijn en dat bleek te kloppen. Love en Johnston bleven nog even hangen op het podium om handjes te schudden en handtekeningen uit te delen, maar de lichten waren aan, er speelde wat muzak en het was tijd om naar huis te gaan.

The Beach Boys leverden in Het Kursaal een concert af waar niemand iets op kon tegen hebben. Er waren hits, er was inzet en er was een publiek dat er wel pap van lustte. Toch speelden The Boys bij momenten iets te veel op routine en leken de mopjes en de bindteksten te vaak ingestudeerd. De glorie van weleer was er een beetje af, al leek niemand daar achteraf om te malen. Een avond vol fun, fun en fun.

Setlist
1.      Do it again
2.      Little Honda
3.      Catch a Wave
4.      Hawaii
5.      Surf City (Jan & Dean cover)
6.      Surfin’ Safari
7.      Surfer Girl
8.      Wendy
9.      Getcha Back
10.  Darlin’
11.  Why Do Fools Fall In Love (Frankie Lymon & The Teenagers cover)
12.  When I Grow Up (to be a man)
13.  In My Room
14.  Don’t Worry Baby
15.  Little Deuce Coupe
16.  409
17.  Shut Down
18.  I Get Around
19.  Ballad of Ole’ Betsy
20.  Disney Girls
21.  I Can Hear Music
22.  Isn’t It Time
23.  Cotton Fields
24.  Bluebirds Over The Mountain
25.  Their Hearts Were Full of Spring (The Four Freshmen cover)
26.  God Only Knows
27.  California Dreamin’ (The Mamas & The Papas cover)
28.  Sloop John B
29.  Wouldn’t It Be Nice
30.  Dance, Dance, Dance
31.  California Girls
32.  Good Vibrations
33.  Kokomo
34.  Help Me, Rhonda
35.  Do You Wanna Dance? (Bobby Freeman cover)
36.  Barbara Ann (The Regents cover)
37.  Wild Honey
38.  Fun, Fun, Fun.
Bis:
39.  Summertime Blues
40.  Goin’ To The Beach
41.  Surfin’ U.S.A.

Organisatie: Icanhearmusic events

Main Square Festival 2013 – vrijdag 5 juli 2013 - Een verschil van dag en nacht

Main Square Festival 2013 – vrijdag 5 juli 2013 - Een verschil van dag en nacht
Main Square Festival 2013
Citadelle d’Arras
Arras

Een dag na de opstart van ‘ons’ Werchterdelirium sloeg ook Main Square  Festival het vat aan.  MSF dat is de Franse  zus van Werchter. De kleine zus, als je het vanuit Vlaanderen bekijkt, de grote als je door Franse ogen naar het festival gluurt. Hoe dan ook, het is duidelijk familie, want Live Nation houdt ook hier de vinger op de pols en zelfs een beetje op de knip. Het is ook een beetje familie van ons geworden, want voor de vijfde keer op rij is Musiczine aanwezig. Voor een uitgebreide review van een gezellig festival waar vooral veel (West-)Vlaams volk op afkomt en waar de dag nacht werd.
Voor 2010 was de Grand Place (de Main Square dus) van Arras, een knus stadje, zo’n 40 km onder Lille, de arena voor het groeiende MSF. Sedert 2010 ontgroeide MSF zijn kinderschoenen in de Citadel van Arras, een verlaten kazerne met een speciale sfeer, trouwens vastgelegd op de lijst van UNESCO World Heritage. In een park van verschillende hectares, heel dicht  bij het stadscentrum, is het een ideale en alternatieve festivalbasis.

Candide
En de zon puurde al even door de wolken, alsof de zomer eindelijk ingezet zou worden. Wat ook gebeurde. Opener in de Green Room was Candide. Hun lijzige poppy deuntjes werkten aanstekelijk. Hier en daar zag je wiegende heupen en trosjes meezingende meisjes. De blondgelokte leadzanger liet zich die aandacht welgevallen. Halverwege de vrolijke set haalde hij zijn banjo boven wat hem een open doekje opleverde. En wij, wij dronken van onze eerste pint, leunden achterover en knikten goedkeurend. Voilà, de kop is eraf.

Twin Forks
De grote bühne opende zowaar met de handen op elkaar. Niet moeilijk , want zanger Chris Carrabba, Suzie Zeldin en hun twee kompanen, alias Twin Forks, serveerden meteen hun folky recept. Het meisje op de schouders met de twee vorkjes  had er meteen een lekkere kluif aan.  De New Yorkers  brachten in de lijn van Mumford and Sons de new folk die al enkele jaren de muziek scene doorspekt en deden dat behoorlijk tot goed. Dat ze daarbij (voor hun tweede nummer) de klassieker “And she was” van  Talking Heads aansneden, deed ook ons meteen meewiebelen.  Een geslaagde opener van het hoofdpodium, toch zeker voor de eerste twintig rijen. Misschien kopen die straks wel hun eerste album dat op het punt staat ter wereld te komen.  Jammer alleen dat de kazernegebouwen bij momenten hun geluid  terugkaatsten.

Balthazar

Tristan Tzara, de dadaïst, zou fan zijn geweest. Wat moet je in godsnaam aanvangen met Balthazar? Hun songs zijn zowel intimistisch als groots. Intimistische grandeur, een contradictio in terminis? Niet zo bij Balthazar die de twee moeiteloos weet te versmelten. Onder grote belangstelling – zelfs Candide stond op de weide mee te luistervinken – openden Maarten Devoldere en co cerebraal.
De groep ging helemaal op in de bijwijlen  mesmerizerende songs. Zelfs een defecte gitaar sloeg de band niet uit zijn lood. Een eerste hoogtepunt kwam er met “The man who owns the place”. De vermoeide, haast lethargische stem van Devoldere beklijfde, evenals de perfecte samenzang met de overige bandleden. Even later liet ook het publiek zich niet onbetuigd tijdens “Raise your glass to the night” dat nu al is uitgegroeid tot een anthem.
Live sleutelt de band aan de structuur van enkele songs. Zo verstilde “Fifteen Floors” naar het einde waarna een atonaal slotfestijn à la Sonic Youth volgt. Vervolgens gaf Devoldere een frivole flamencotoets aan het begin van “Sinking ship” waardoor hij erin slaagde dit uitermate deprimerende nummer hoopvol te doen klinken. Straf! Afsluiten deden ze met een funky “Do not claim them anymore”.
Hoewel Balthazar nog wat aan zijn podiumpresence moet werken, speelden ze hier een strakke, zuivere en bezielde set. Hoewel we hen al verschillende keren aan het werk zagen, weten ze ons elke keer met verstomming te slaan. Wat een band!

Rival Sons
Ze hadden al wat verloren geflaneerd op het terrein, die vele T-shirts van Green Day,  maar ze wisten dat de Main Stage hen hun een eerste hartenklop zou geven. En voorwaar, Rival Sons beukte er meteen tegenaan. De mannen uit Long Beach Californië smeedden pas vijf jaar geleden hun banden, maar het lijkt alsof ze recht uit de vettige seventies-eighties dateren.  Gitaarsolo’s, opbouwende riffs en drums, schijvende intro’s. We waanden ons weer (jaja, zo oud zijn we) in de vinyltijd van Jethro Tull en Led Zeppelin met stevige, harde blues, zeg maar klassieke hardrock met de schreeuwstem van Jay Buchannan, wat ons moeder toen langharig tuig zou ge noemd hebben.
Netzo als de klok van het kazernekerkje op iets na drie is blijven steken, was het alsof Rival Sons hun stopwatch al een jaar of dertig stilgelegd hadden. Het was genieten van de groep die al support act was voor grootheden als AC/DC en Alice Cooper. En ja, naar aloude traditie moeten daar ook wat ballads tussen. Voor ons niet echt eigenlijk.

Haim

Free Hugs. Leuke mensen trakteerden de voorbijgangers op een warme knuffel op onze weg naar de drie meiden van Haim. Een voorbode van een knus Haim-moment? Niet echt, want het aaigehalte van de zusjes Este, Danielle en Alane is niet meteen van die aard dat je rustig je koppetje in hun schoot neervleit. Vrij nieuw in de muziek scene, maar meteen talk of the town, want in ons landje gelastten ze zomaar hun concerten in het Sportpaleis en in de AB af. We waren benieuwd naar hun live performance.
Ewel, die beet en krabde. Stokslagen deelden ze uit, letterlijk en figuurlijk. Leek er aanvankelijk minder gemeend applaus te komen van op de Groene Weide dan voor Balthazar, de drie B.I.T.C.H.E.S. (Babe In Tital Control of Herself) en hun drummer (owee de man) sloegen met harde noten en wilde (en sexy) manieren hun publiek wakker. Hun eerste volle plaat komt eerstdaags uit. Benieuwd, want nu kunnen we nog niet echt een stempel op hun oeuvre drukken.

Biffy Clyro
Biffy Clyro, zegt u? Vanwaar die rare naam? Omdat de band deze vraag op de duur kotsbeu werd, maakten ze er een sport van om de zotste theorieën te bedenken. Zo zou Biffy Clyro een Finse voetballer uit de 17de eeuw geweest zijn. De groepsnaam zou ook een lapsus linguae kunnen zijn van Cliffy Byro, een balpen van Cliff Richard die een van de bandleden ooit cadeau kreeg. Alle gekheid op een stokje, het publiek had er alleszins zin in.
Iedereen, al dan niet verkleed als een banaan of pinguïn met hanenkam, keek goedgeluimd – hoe kan het ook anders met zo'n weer – uit naar deze groep. Luttele ogenblikken later verschenen de bandleden onder luid gejuich en in blote bast op het podium.
Met een muur van furieuze gitaren openden ze majestueus en verschroeiend. De toon was gezet. Biffy Clyro staat voor zorgvuldig gecomponeerde emopowerpopsongs die telkens naar een climax toegaan. Het publiek luste er pap van, zeker tijdens het magistrale “Black Chandelier”.

Starvage

Terwijl de affiche en de weide wachtten op een elektronische dupstep/drum’n’bass-act weerklonken over de Groene Weide plots keiharde gitaren die loeiden tegen alle natuurlijke junglegeluiden in. Het duurde even voor we konden achterhalen dat het om Starvage ging. Was de ontgoocheling te groot of de performance te doorsnee? Feit is, onze beoordeling luidde: 13 (in een dozijn). Al moeten we misschien wat milder zijn voor hun eerste optreden op zo’n festivalpodium. En ja, ze vonden het fijn dat we vonden dat ze ergens wel een beetje als Rage Against The Machine klonken.

Thirty Seconds To Mars
We zijn hier nu al een goede vijf uur en pas nu worden we de pregnante geur van braadworsten en hamburgers gewaar. Hoewel we geen vlees eten, voelde het aan als thuiskomen. Ondertussen maakte het kazerneplein zich op voor 30 seconds to Mars.
Op het podium staarde een man met gasmasker minutenlang wezenloos voor zich uit. Een decoratief element, zo bleek later. Wanneer hij zich in de coulissen terug trok, verschenen vier mannen in strak pak en gekleurde bivakmutsen ten tonele. Gelijktijdig speelden ze percussie en bouwden ze gestaag op naar de eerste climax van het openingsnummer. Helaas verknalde Jared Letho de zorgvuldig georkestreerde spanning door te zingen.
Na de clichébegroeting 'Bonsoir, motherfuckers' nam hij het publiek op sleeptouw, een publiek dat enthousiast meebrulde en klapte. De songs en genres volgden elkaar op, maar boeien deed het ons allerminst. Letho en de zijnen lijken wel een boysband die net de baard in de keel ontgroeid is en het etiket ‘wanna be rockers’ opgekleefd heeft gekregen. Had Luc Steeno een baard, lang haar en tattoos gehad, hij zou hier niet misstaan hebben. Begrijp ons niet verkeerd. Dit is een compliment voor Steeno. Toch moet je het 30 seconds to Mars nageven. Ze weten te entertainen. Zo gaf het publiek maar al te graag gevolg aan Letho's oproep 'Let's jump to the stars!”
It was a motherfucking good show, nu nog de muziek.

Bloc Party
Bloc Party is dead. Dat was het laatste bericht voor Werchter, maar daar bleek – een dag eerder dan MSF - dat ze on stage wel zo springlevend waren als een Bloc Party kan zijn. Ze deden Vlaanderen al enkele keren aan, maar  niet altijd met even veel goesting en succes, twee rechtstreeks van elkaar afhankelijke basiselementen. Maar ze blijven een naam. In Vlaanderen, maar even zeer in Frankrijk zo bleek, want het volk drumde dicht op de Green Room Weide. Om getuige te zijn van hun laatste gig? We keken er ook naar uit.

En het beloofde ook dubbelzinnig. Het podium zag er uitnodigend uit  met  vier uitvergrote fotolichtstudiolampen, maar de band – die met drie bussen, jawel drie, het festival binnen gereden was  -  kwam met meer dan een kwartier vertraging het podium op gewandeld.  Of de wisselvalligheid van Kele Okereke en zijn kompanen nu verschwunden was, konden we moeilijk bevestigen of ontkennen, want ze gingen rechttoe rechtaan en zetten een strakke set neer. Naar onze mening iets te strak, Het had iets van een botoxoperatie : het zat niet lekker,  maar ze bleven glimlachen. Hoewel…

Green Day

Nog voor de heren van Green Day het podium beklommen, was de ambiance verzekerd. Het plein ging helemaal loos op Queens “Bohemian Rhapsody”. Vervolgens voerde een roze reuzenkonijn het publiek naar een delirium op de tonen van “Blitzkrieg Bop”. Dit kon niet meer stuk, dachten we.
Billy Joe Armstrong en de zijnen daagden op terwijl de tune van 'The good, the bad & the ugly' uit de speakers schalde. Was Green Day klaar om het duel aan te gaan? Armstrong zweepte de fans op met het sloganeske 'It's gonna be a revolution tonight' en daar was geen woord van gelogen, want de massa had zijn leider gevonden. Er werd gebruld, geklapt, gestampt en gepogood dat het een lieve lust was, en dan vooral op”'Do you know the enemy”. Armstrong sloot het publiek dankbaar in de armen en drapeerde de Franse vlag om zijn schouders.
Hoewel de groep kan putten uit een rijk arsenaal aan nummers, misten we toch wel wat variatie. Hoogtepunt van de set was een kort stukje “Highway to hell” van AC/DC en daarmee is veel zoniet alles gezegd. Niettemin bracht Green Day pretpunk van het hoogste niveau en laten we eerlijk zijn, ze weten verdomd goed hoe ze een publiek moeten entertainen.

Enter Shikari
Zeiden we vooraf al  lachend: liever ‘Enter Shakira’? Ja. En we gingen met een zeker plichtsbesef omwille van onze baas even loeren naar de Britten uit Saint-Albans. ‘Voor het optreden van de dag’, probeerde mijn collega nog met een optimistische knipoog. En ze waren dn nog te laat ook. Maar mijn God, wat was dat. Zelden, nee nooit zo’n cross-over gig meegemaakt. Probeer dat maar te beschrijven. Ach wat, mijn bewoordingen en superlatieven zullen verschrompelen bij de herinnering.
Vier Britten, cool, met een super lichtshow, jaja, maar wat er uit de boxen galmde, was van het soort post-hardcore stijl dat in enkele seconden van een explosie in een implosie manoeuvreerde. Coldfinger op speed, Queens Of The  Stone Age avant la lettre, Evanescence met een krijsstem, digital  hardcore van Skrillex tot drum ‘n’ bass in zijn zuiverste vorm of een opgefokte Tool. Cross-over dus met Jabbedabbedoes van de Flintstones en “Oh baby I love your way” (Peter Franpton)  ertussen gedraaid in de puurste ironie met sarcastische inslag toen ze vroegen: ‘There is nothing like Green Day, HUH?
Obviously since you are here you had no time to listen to their wining.’ Waarvan akte.

Los van de wall of sound stond een performance die zowaar nog adembenemender was. Ze beklommen alles wat ze konden, doken overal op en in, hadden een roadie nodig om extra drumbeats binnen te halen, sleurden biervaten op de scene om hun krachtslagen bij te zetten en zelfs de container next door moest het ontgelden. En dan stelden ze in een ultieme conversatie: jullie hebben straks de onmogelijke keuze;: Netsky of The Prodigy. Nou, die hadden wij ook. Jammer genoeg.

The Prodigy
Het werd dus The Prodigy. Ondergetekende keek  vol verwachting uit naar wat het orgelpunt van de avond moest worden. Ooit hadden we de kans om The Prodigy aan het werk te zien op Pukkelpop, maar elektriciteitsproblemen gooiden roet in het eten. Een tweede kans diende zich aan en die wilden we onder geen beding missen. Vroeger ademde The Prodigy gevaar en dreiging uit, een imago dat de band cultiveerde en vooral te danken had aan Keith Flint, een psychopathische Krusty the Clown From Hell die niet misstaan zou hebben in Stephen King's creepy 'It'. Ze zeggen wel dat een vos zijn haren verliest, maar niet zijn streken. We waren getriggerd!
Het begin was veelbelovend. Onder een vuurrode gloed galmden de eerste noten van het bezwerende  “Voodoo People” uit de boxen. Let the rave begin! De massa golfde en beukte erop los. De Franse meteorologische dienst moet ongetwijfeld een verhoogde seismische activiteit hebben vastgesteld met epicentrum Arras. De breakbeats gierden ons door het lijf. Keith Flint, de oude krijger, en zijn jonge kompaan vuurden het gewillige en enthousiaste publiek constant aan.
The Prodigy mag dan al wat kilometers op de teller hebben staan, toch slaagden ze erin onze ingesluimerde rebellie opnieuw aan te wakkeren. Was hun doortocht dan een onverdeeld succes? Neen, daarvoor misten we wat coherentie in de set. Ook de overgangen konden vlotter, maar klassiekers zoals “Breathe” en “Poison” compenseerden ruimschoots.

Op onze aftocht richting camping ging ons koppeke nog op en neer, minder van vermoeidheid dan van de beats die onze Antwerpse DJ-primus inter pares Netsky over Arras stuurde.  Voorwaar een leuk thuiskom gevoel voor we helemaal horizontaal gingen na een volle dag 1 van Main Square Festival anno 2013. Het was een dag en nacht verschil:  rustig wakker worden overdag om daarna the night away  te dancen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/main-square-festival-2013/
Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France    

 

Main Square Festival 2013 – zaterdag 6 juli 2013 - Jonge ontdekking en oude bevestiging

Main Square Festival 2013 – zaterdag 6 juli 2013 - Jonge ontdekking en oude bevestiging
Main Square Festival 2013
Citadelle d’Arras
Arras

Dag twee van het Main Square Festival kondigde zich aan als een heet feestje. Niet enkel omwille van de muzikale stralen, maar het kwik was gestaag aan het stijgen. En omdat de organisatoren niet wilden achterblijven, draaiden ze vanaf het eerste concert de volumeknop open. Het mini-Werchter (ja, er komen nog steeds een pak bands op beide locaties) lokte een (te) groot pak volk naar de statige Kazerne en de Greenroom. En opvallend, veel meer ouder  volk en daar zat Sting ongetwijfeld voor iets tussen.

Klink Clock
Al voor de eerste noot weerklonk, stond een pak meer volk dan op dag 1. Het Franse duo Klink Clock gaf dan ook meteen de ventilator een draai. Ongecompliceerde maar georganiseerde ravage was wat we te horen kregen van de twee voor ons onbekende Fransen. Zij - een pittig fris ding - deed de driedelige battery constant pijn en hij - marcelleke, tattoo en lang haar - liet zijn gitaar meteen janken. De sound stond er, de meeste toeschouwers zaten nog, al gaven de schuddende hoofdjes teken van goedkeuring. Sterke opener, als je het ons vraagt. En de hogere volumeknop moest daar wel ! Ja, we zagen er goed uit met onze zonnebril, bedankt voor het compliment Miss Klink Clock.

Mike And The Mechanics
Mike & The Mechanics, eerlijk,  ook van hen hadden we nog nooit gehoord. Blijkbaar zouden we hier te maken krijgen met enkele 'oude' knarren die succesvol waren in de jaren '80. Deze groep stapte de Main Stage op zonder begeleidingsmuziek en begon gewoon te spelen. Geen franjes, rechttoe rechtaan laid-back songs op een lazy Saturday afternoon.
'I'm just a drifter on a silver sea', klonk het uit de mond van oprichter Mike Rutherford. Een betere omschrijving konden we niet bedenken. Deze band heeft toch een aantal classics geschreven, zoals “Get up”, “All I need is a miracle”, “Word of mouth” en “Over my shoulder”. Het publiek genoot en applaudisseerde spontaan mee. Pure, onversneden pop-rock. Soms moet dat niet meer zijn.

Kodaline
Terug naar de Greenroom. Het viertal uit Dublin dat het vooral van zijn sfeer en stemming moet hebben, kreeg toen ze opkwamen meteen het eerste deel  recht van de wei die verder vol lag, wellicht vooral omdat daar wél gras stond en voor het hoofdpodium niet.
Het decor nodigde uit of deed op zijn minst verlangen naar een ‘verfrissende duik’, want op een groot spandoek hing de cover van hun eerste album ‘Perfect World’, een prachtig zicht van een blauw meer omringd door bergen met drie mensen in badkledij, duidelijk uit op een frisse plons. “Picture taken in France”, legde zanger Steve Garrigan uit. Arras was al meteen content en toen de frontman even later zijn beste Frans bovenhaalde en beloofde dat hij er werk van zou maken, had hij les coeurs des Français helemaal gewonnen.
Zijn muziek deed dat verder maar gedeeltelijk. Het is mooi, fragiel soms en vooral: het lijkt altijd wel ergens op: ‘Perfect World’ refereert duidelijk naar “Mister Jones” van Counting Crows en er zijn altijd noten en harmonieën die de weg wijzen naar Muse, Coldplay en zelfs U2. En als echte Dubliners hangt er met de harmonica en banjo bij momenten ook een touch of folk aan. Maar songs als “All I want” en “High hopes” staan wel op zichzelf en stralen warmte uit. Nu, warmte was niet meteen wat we nodig hadden op de zonovergoten wei. Maar toch : gaat dat zien op 17 augustus in Pukkelpop.

Local Natives
“Local Natives, from Los Angeles, California”! Zo kondigde Taylor Rice zijn band aan. Onwillekeurig moesten we denken aan de intro van “Roadhouse Blues”, die onvervalste rocker van The Doors. En rocken deden deze heren! Al vanaf de eerste noten was het boenk erop. Catchy melodieën, vloeiende meerstemmige zangpartijen en energetisch gitaarwerk kenmerkten de uitgepuurde en zorgvuldig opgebouwde songs. Een waardige vertegenwoordiger van de rijke schare Amerikaanse gitaarbands. Zet ze gerust naast Band of Horses en The National. Van deze groep hebben we het laatste nog niet gehoord! Onthoud deze naam!

Of Monsters and Men
Ja, ze zijn goed. Ja, ze zijn aanstekelijk. En ja, de weide ging goed loos. Was het de warmte, de ongemakkelijkheid door de overrompeling of de voorspelbaarheid, in elk geval bleven wij rustig onder het handjes zwaaien en klappen en het lalala-gehalte van Of Monsters and Men.
De IJslandse Mumford and Sons, ooit met vier begonnen maar  intussen feesten ze al met zes op het podium, trompetblondine incluis die alles doorspekt en de hitsong “Don’t listen to a word I say” ook op de Groene Weide tot een hoogtepunt blies.
De folky pop slaat echt aan, dat bewezen ze met  de song “Little Talks” en het eerste album ‘Into The Woods’, maar ook “My Head Is An Animal” was een succes. Het werd op Arras alweer een triomftocht, maar - zoals al geschreven - wij stonden even aan de kant en bekeken het  vreugdevol.

Er was trouwens intussen een echt ongemakkelijke drukte gegroeid die de organisatie misschien met zijn beperking in capaciteit confronteerde. Het woord ‘doorgang’ tussen de twee vlaktes was bij momenten die naam echt niet meer waardig.

Asaf Avidan
En toch wriemelden we ons naar de Groene Weide, waar niemand nog recht stond en ook haast niemand nog bij kon, om Asaf Avidan te zien.  Wij kenden de Israëli enkel van de “Reckoning Song”, de Duitse remix dan nog van Wankelmuth. Nee, we hadden nog geen kans gezien om zijn vierde album (’Different Pulses’) te ontdekken en al zeker niet zijn eerste drie. Kunnen we dat dan open minded naar een concert gaan noemen? Wij tippen op ja.
Ook wij waren trouwens aanvankelijk in de veronderstelling dat Asaf een vrouw was. Zijn androgyne, haast hypnotiserende stem (wij zijn toch niet de enigen die dan denken aan Janis Joplin/Marianne Faithfull?) zette al meer mensen op een verkeerd spoor en is samen met zijn poppy-bluesy-elektro achtergrond zijn troef, of toch zeker zijn herkenbaarheidsfactor.  En on stage doet hij echt wel meer dan een inspanning om de menigte, die vrij rustig maar daarom niet gedisciplineerd luisterde, te overtuigen: liggend op zijn rug, diep zijn stem aftastend, zijn whiskysongs naar voren schuivend. Wij vonden het alvast best genietbaar, maar willen hem de volgende keer liefst in een donker zaaltje. Hij is toch meer dan een One Hit Wonder, wat ‘onze baas’ in maart dit jaar al mocht ervaren. (zie concert reviews)

Saez
De zanger van SAEZ opende a-capella. In een soort 'j'accuse' schopte hij het publiek een geweten. Met een ingetogen verbetenheid zette hij de lakse bourgeoisie te kakken en riep hij op tot 'vigilance', want de vrijheid van meningsuiting is een waardevol verworven recht. Ze laat ons toe om te strijden tegen de donkere krachten van het fascisme, een woord dat hij bijna sissend uitspuwde. Onmiddellijk daarna viel de band in. Met de nodige ritmewisselingen hielden ze het tempo strak wat de eruptie van onderhuidse woede en frustratie van de zanger om zoveel onrecht ten goede kwam. SAEZ wil gehoord worden en slaagde daar moeiteloos in, zeker op het einde toen hij het publiek de boodschap meegaf: “le sourire ne se perd pas.”
En o ja, “le feminisme n’a pas des couilles”.S’il vous plaît !

The Hives
Collega's hadden het al vermeld en nu waren ook wij getuige van dit mooie schouwspel. Stof dwarrelde op van tussen het rood-bruine grind en woei in diffuse lichtbundels op, net voor het podium waar vier ninja's opdoken. Luid applaus volgde, maar later bleken die ninja's roadies te zijn.
The Hives hadden zich voor de gelegenheid in Spaanse toreadors verkleed en gaven van bij het begin stevig van jetje. Hoewel ze van wal staken met hun grootste hit, reikte het enthousiasme niet verder dan de eerste rijen. Aan de band lag het niet, want die speelde retestrak en met een haast kinderlijk enthousiasme. De verzengende hitte eiste zijn tol, maar dat kon allerminst de pret drukken.
De leadzanger speelde met het publiek en hemelde  de band voortdurend op. Eigen lof stinkt, wordt wel eens gezegd. Deze vlieger ging niet helemaal op. Hoewel de interactie met het publiek wat gekunsteld overkwam en vaak fungeerde als een verplicht nummertje naar de volgende song, ontbrak het hen zeker niet aan schwung, energie, lef en showbizzgehalte. Alleen de songs misten wat variatie. Niettemin zullen The Hives op elk festival meer dan verwelkomd worden.

Alt-J
Alt-J kreeg de stempel dé revelatie van 2012. We probeerden het uit op onze pc, maar met Alt-J  gebeurde er niets (maar we moeten blijkbaar een Mac hebben). Op Arras dan maar even het podium checken, maar - sorry - ook daar gebeurde bitter weinig (dat ons kon boeien).  Een amalgaam van soorten - gisteren noemden we dat bij Enter Shikari nog lovend cross-over -  bleef kabbelen over de overvolle weide en kreeg er amper een rimpeling in en al zeker geen ‘An Awesome Wave’, de titel van hun bliksemalbum waarvoor ze de prestigieuze Mercury Prize in de wacht sleepten.
De vier (ex- ?)studenten uit Londen mixen al zes jaar hiphop, folk, electronica en andere melodietjes, maar onze indruk was dat Frankrijk (en Zuid-West-Vlaanderen) het niet kon smaken. Sorry voor de fans, maar ook wij vonden het lauw lauw.

Sting
Wie Sting wou zien, moest zich reppen. In een mum van tijd stond het kazerneplein afgeladen vol. Ooit zagen we hem op Werchter. Toen speelde hij zowat iedereen naar huis. Eén van onze beste vrienden legde toen het verschil uit tussen een groep  met gemiddelde bekendheid en Sting. Waar het podium voor eerstgenoemde veel te groot lijkt, en vaak ook is, verdwijnt het als sneeuw voor de zon wanneer Sting zijn opwachting maakt. Bij het horen van een laaiend enthousiast brullende menigte zagen we zijn hypothese nog maar eens bevestigd.
De voormalige frontman van The Police was goedgeluimd en trapte af met twee instant klassiekers. “If I ever lose my faith in you”, een van onze kippenvel-op-je-ziel liedjes, en “Everything she does is magic” lieten het beste vermoeden voor de rest van het optreden. Jong en oud genoot met volle teugen en zong uit volle borst mee.
Vervolgens kregen we nieuw, meer ingetogen werk te horen. Niet elk nummer was vanzelfsprekend, maar wel melodieus, warm en vol. De scherp ogende Sting wisselde nieuw en ouder werk af en kreeg meermaals de talrijk opgekomen fans op zijn hand met nummers als “Wrapped around your finger” en “Roxanne”. Sting is een klasbak die overal waar hij komt een thuismatch speelt. En na vanavond was ook Arras daarvan overtuigd.

dEUS
Laten we maar meteen met de deur in huis vallen: dEUS was magistraal! Na een ietwat aarzelend en voorzichtig begin met onder meer “The Architect”, gooide de groep alle schroom van zich af tijdens een wervelende outro van “Instant Street”, die abrupt werd ingezet maar uitbarstte in een dissonant distortionfestijn van jewelste. Terwijl het publiek nog naar adem hapte, zetten Barman en co een heerlijk geflipte funky versie van “Fell on the floor man” neer. De bassist, wiens rechterarm in het gips zat, leefde zich geweldig uit.
Maar de hele band had er zin in. Zo speelden ze een geweldige cover van Fleetwood Mac  (dank u ‘bassist’ en weidebuurman Pascal). Vervolgens schonk onze Antwerpse grootheid de fans de ene parel na de ander, telkens heel zuiver en right on key gespeeld.
dEUS mag dan een grillige livereputatie hebben, vanavond snoerde het zijn criticasters de mond dicht. Dit was een strakke set, net als sommige wiegende kontjes die we mochten aanschouwen. Wij genoten met volle teugen en voor we het goed en wel beseften volgde de apotheose. Bij “Suds& Soda” ging het spreekwoordelijke dak eraf. Helemaal op het einde gaf Barman ons advies bij monde van Outkast: “shake itlike a polaroid picture”! Wij volgden maar al te graag zijn advies op, maar we shaketen wel iets anders.

C2C
Je had het meteen door tijdens dEUS, de Greenroom was Vlaams. Al wat niet bewoog, had wellicht een Franse tongval maar was toch even komen curieuzeneuzen. Tot het tijd was voor C2C, toen trokken ze naar de Main Stage. Want C2C, dat is Frans: vier dj’s uit Nantes die bij onze zuiderburen groots zijn. In België niet helemaal onbekend, maar wij hadden na dEUS toch straffere koffie nodig om ondanks de visuals wakker te blijven bij het zien van vier draaitafels.

Madeon
En dan was er nog - voor de niet-Fransen - een verplichte electro-dance act van Monsieur Hugo Leclerc, aka Madeon. Désolé, we deden niet meer mee.

Na een zalige zomerervaring trokken we campingwaarts. Moe maar voldaan met enkele ontdekkingen en andere bevestigingen. ‘Oudjesdag’ was meer  dan dag 1 een luisterdag geworden, met twee goddelijkheden als grote kapstok: Sting en dEUS.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/main-square-festival-2013/
Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France   

Main Square Festival 2013 - zondag 7 juli 2013 - Familiedag

Main Square Festival 2013 - zondag 7 juli 2013 - Familiedag
Main Square Festival 2013
Citadelle d’Arras
Arras

Ook op de slotdag brandde de zon ongenadig, maar gehard als we zijn, trokken we ons daar niets van aan. Vandaag keken we uit naar Charles Bradley, Puggy, Volbeat en Stereophonics. Zondag is traditioneel een familiedag. Dat was eraan te merken. We zagen veel ouders met hun kroost genieten van de relaxte sfeer op het plein en de weide.

Charles Bradley & His Extraordinaires
's Mans levensverhaal zullen we u hier niet volledig uit de doeken doen. Weet dat hij een man van twaalf stielen en dertien ongelukken is. Als Black Velvet kreeg hij vooral faam als imitator van James Brown. Een paar jaar geleden werd hij zo ontdekt door een talentscout, wat hem een platencontract opleverde. Momenteel tourt hij met zijn tweede album, 'Victim of Love' door Europa. Vorig jaar op Pukkelpop speelde hij zowat iedereen naar huis. Deze man, die soul en funk ademt, verblufte iedereen met zijn aanstekelijke enthousiasme. Na het optreden omhelsde hij de fans op de eerste rij. Hij schreeuwde zijn liefde voor hen uit en hij meende elk woord! Altijd geeft hij het volle pond … behalve op Arras. Was hij vermoeid, ziek? Wie zal het zeggen? The Screaming Eagle of Soul, ondertussen 65 jaar oud, begon behoorlijk mak aan zijn set. Ook zijn typische James Brown moves waren gespeend van overtuigingskracht. Gelukkig leefde hij op naar het einde met een instant classic als “Strictly reserved for you”. Ook al had hij een mindere dag, Bradley is en blijft een rasartiest wiens band zijn naam niet gestolen heeft.

Left Boy
Left Boy zette er meteen de beuk in met dreunende elektro, breakbeats en drum and bass. Hoewel het nog vroeg was en behoorlijk warm, werd op de eerste rijen een feestje en petit comité gebouwd. Met uitzondering van een sporadische climax misten we coherentie en spankracht. Na zijn derde nummer vroeg de dj of we klaar waren voor Left Boy. Luttele ogenblikken later verschenen twee MC's. Meteen werd uit een ander vaatje getapt. Waar het eerste deel perfect paste in een lounge club, waande je je tijdens het tweede deel pas echt op een festival. Nu was die rode draad er wel. Via de nodige tempowissels werd ook het feestje leuker. Left Boy ging evenwel de mist in toen hij zes assistenten het podium opriep. Elk van hen droeg een papieren Mexicaanse reuzenhoed voor het gezicht. De bedoeling ontging ons volledig. Ook de muziek leek wel weggeplukt uit een of andere kermisattractie. Verdict: soms leuke beats, maar er is nog werk aan de winkel. Nice try though!

Volbeat

Dit moest knallen, althans dat hadden we van horen zeggen. Hun banner was alleszins veelbelovend: tegen een desolate prairieachtergrond keek een gemaskerde boef ons dreigend aan. Even later galmde een mondharmonica door de boxen. De toon was gezet en al helemaal toen de heren van Volbeat cool as fuck het podium opstapten. De pistoleros trokken hun gitaar en vuurden een snedig rondje rockkogels af. Als de kazerne al op het appèl moest worden geroepen, dan was dat alvast gelukt.
Volbeat bracht een mix van rock, heavy metal, punk en country. Niet altijd even geslaagd in het begin, maar gaandeweg wisten de mannen van Volbeat het publiek voor zich te winnen met nu eens vettige en zware en dan weer punky riffs. Dat ze ook van country houden, bewezen ze met “Sad Man’s Tongue”, hun eresaluut aan Johnny Cash. De Denen hebben hun maidentrip in Frankrijk achter de rug en afgaande op de reacties van het publiek mogen ze zeker terugkomen.

La Femme

Met snedige en hypnotische elektropop ontvoerde La Femme ons naar de jaren '80, toen we nog  kinderlijk gelukkig waren met een zakje snoep. Zo'n gevoel bekroop ons toen we hen gadesloegen. Leuk om naar te kijken, maar vooralsnog slaat de vonk niet over.

Puggy
Puggy geniet in Wallonië eenzelfde status als dEUS en dat wil wat zeggen. Onze verwachtingen, die hooggespannen waren, loste de groep volledig in tijdens haar tweede doortocht in Arras. In hun songs verkenden de leden met sprekend gemak de diverse wegen die pop op kan gaan. Ze creëerden een warm, rijk, en avontuurlijk geluid dat ze in perfecte popsongs goten. Het publiek gooide de armen meermaals goedkeurend in de lucht en zong en danste mee met hits als “Last day on earth” en “To win the world”. Puggy is niet voor een gat te vangen. Ze speelden complexloos en met veel overgave. Hun melodieën verankerden zich in je oren als kleine weerhaakjes die niet meer loslaten, en geloof me, dat wil je ook niet. Wie hier niet vrolijk van werd, moet dringend aan zelfreflectie doen. Straffe band!

Stereophonics

Bij hun vorige doortocht in Arras viel de PA al snel uit waardoor Stereophonics zich genoodzaakt zag om de rest van de set akoestisch af te werken. Helaas voor het publiek gaf Kelly Jones er na een paar nummers de brui aan. Niettemin beloofde hij om terug te komen.
En hij hield woord. Stereophonics palmde moeiteloos een bijna volgelopen Main Square in. Stereophonics is zo'n groep die al talrijke hits op de teller heeft, maar waarvan weinigen weten wie ze schreef. En vanavond passeerden nogal wat van die hits de revue. Na een simpel “Let’s go” trapten Kelly en de zijnen af. Mocht Stereophonics een devies hebben, dan was 'No bullshit, just play!' zeker een kanshebber. Stereophonics heeft geen special effects of kostuums nodig. Nee, dit zijn vier plain Welsh lads die parels van songs schrijven en die willen delen met ons.
Enkele nieuwe parels waren “We share the same song”, een typische Stereophonics ballad met veel gevoel voor melodie en emotionele zeggingskracht. Vervolgens liet de band een heel ingetogen “Graffiti on the train” lang uitwaaieren waarna “Indian summer” volgde. Bij dat nummer viel ons op hoe goed de drummer de rest van de groep in het gareel houdt door een strak maar tezelfdertijd soepel ritme aan te houden.
De finale werd ingezet met een bloedmooi “Maybe tomorrow” dat uitdraaide op een ontroerende samenzang met het genietende publiek. Hierna volgden “Mr. Writer”, “I'm just waitin” en de spreekwoordelijke kers op de taart, “Dakota”.
Stereophonics kwam, zag en overwon!

Kendrick Lamar
Deze jonge hiphopper uit Compton was voor ons een aangename verrassing. Geruggensteund door een liveband kwam hij met zijn rhymes aanvankelijk stoer, gevaarlijk en dreigend uit de hoek. Maar deze jonge veelbelovende rapper heeft meer in zijn mars. Naast hiphop heeft Lamar ook soul en R&B met de paplepel meegekregen. Dat bleek alvast uit het heel relaxte en soulvolle “Money Trees” en “Bitch, don't kill my vibe”. Een gast om in de gaten te houden!

Archive

Archive was voor ons de ontdekking van de dag. De heren en dame van Archive brachten een fusie van triphop en progrock ... en die sloeg aan! Trancy synths werden gekoppeld aan de bezwerende stemmen van Pen, Martin en Berrier. Deze laatste plooide en wrong zich in allerlei bochten, grimaste, fronste en kneep de ogen dicht waarmee hij de indringende muziek alleen maar kracht bijzette. We willen u graag een idee meegeven van hoe Archive klonk. Neem een powerversie van The XX en voeg er de monotone dreunen van Underworld aan toe. Dit geheel overgiet je ten slotte met de wanhoop die spreekt uit de stem van Robin Proper-Sheppard. Hoewel dit geen vanzelfsprekende muziek is, luisterde het publiek aandachtig en verdwaalde het maar al te graag in de duistere en mysterieuze wereld van Archive. Een aanrader!

Wax Tailor & The Dusty Rainbow Experience
Wat moesten we ons hierbij voorstellen? LED-kabouters die werken in een circus gerund door een groene Chinees? Nee, Tailor heeft zijn naam niet gestolen. Strak in het pak, een rood hemd en een hoed. Verder ontwaarden we een cellist, een dwarsfluit, een gitaar en een viool. Tailor mixte drum and bass, balkan beats en hiphop tot een licht dansbaar geheel. Voor deze muziek werden de termen eclecticisme, cross-over en avant-garde bedacht. Lichtjes bevreemdend, maar wel interessant.

Indochine

New wave in het Frans? In tegenstelling tot het publiek, dat en masse was afgezakt naar Arras voor de pioniers van de Franse new wave, hadden we onze twijfels.
Hier en daar vingen we commentaren op over Indochine, gaande van The Cure in het Frans tot Mylène Farmer, version masculin. Wij mochten onze twijfels al snel opbergen.
Deze band is echt wel populair. Jong en oud wachtte vol ongeduld op zijn helden. Dit verlangen werd aangewakkerd door een fotograaf die het publiek opjutte zodat hij enkele mooie plaatjes kon schieten. Het podium was gehuld in rook en een rode gloed. De spanning was te snijden, een spanning die mede werd gecreëerd door de mysterieuze en dreigende synthesizermuziek op de achtergrond. Hier zou iets groots zich voltrekken.
Toen Nicola Sirkis en de zijnen tevoorschijn kwamen, barstte een oorverdovend applaus los. Zodra elk bandlid zijn plaats had ingenomen, voerde de groep de synthesizermuziek naar een hoogtepunt. Daarna werden honderdduizenden confettisnippers de lucht ingeschoten. De show kon beginnen.
Indochine bracht een mix van oud en nieuw werk. Hun laatste album 'Black City Parade' kenmerkt zich door een warm en vol geluid dat herinnert aan hun begindagen toen ze voluit de kaart van synthpop en new wave trokken. Vanavond kregen we heel wat nummers uit die nieuwe cd te horen en die zijn best wel te pruimen. Hoogtepunten waren “Memoria” en “College Boy”. Hoewel de teksten gaan over liefde, verdriet, eenzaamheid en andere pregnante gevoelens, verpakten ze die boodschap in warme en hoopvolle muziek waarbij het heerlijk wegdromen was. En onze twijfels ... welke twijfels?

Main Square Festival 2013 zit erop. Na de laatste foto's en verslagen namen we afscheid van onze collega's en van enkele medewerkers. Het was fijn en we kijken nu al uit naar de jubileumeditie van volgend jaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/main-square-festival-2013/

Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France  

Terror

Terror – op scherpst van de snede

Geschreven door

Bij aankomst aan de Factor stond er redelijk wat volk buiten te wachten tot de mannen van Alpha & Omega van start gingen, voordien hadden Headshot en xVisciousx reeds hun setje aan de man gebracht.
Na het passeren van de merchandise-stands (die toch redelijk uitgebreid waren in vergelijking met sommige andere zaalconcerten) bleek dat de 'Factor' niet helemaal volgelopen was om deze mannen uit Los Angeles aan het werk te zien. Persoonlijk had ik ook nog niet direct van deze band gehoord, maar afgaand op hun voorstelling kan ik wel concluderen dat er redelijk wat pit te ontdekken valt bij hen. Helaas kregen ze de zaal moeilijk in extase om de nodige moshpits te verkrijgen en stonden de meeste toeschouwers op een bedenkelijke afstand. Weinigen waagden zich voor het podium, want de bekende danspasjes waarbij de vuisten, ellebogen en voeten willekeurig een doel uitzochten is niet voor iedereen weggelegd. Zeker niet als de hoofdact genaamd Terror nog aan de bak moet, en het niet zo leuk moet zijn mocht je al direct een gebroken neus oplopen voordat je hen aan het werk hebt gezien ;-)

Terror, waarvan onlangs een nieuw album verscheen (‘Live by the Code’), stond paraat om hun boodschap aan het publiek over te brengen. Maar net zoals bij de voorgaande band, moest zanger Scott Vogel ook alles uit de kast halen om de nodige energie uit de toeschouwers te halen. De voorste rijen kwamen stapvoets dichterbij het podium geschoven, maar toch ontbrak het benodigde enthousiasme om er een vette show van te maken tussen band en fans.
Muzikaal gezien sloeg Terror in als een woeste kudde stieren en met nummers als opener "One With the Underdogs", "Stick Tight" & "You're Caught" (waarbij de razendsnelle gitaarpartijen je om de oren sloegen) en "Return to Strength" hebben ze toch enkele pareltjes om de boel te doen ontploffen. Uiteraard mogen nummers als "Always the Hard Way", "Spit My Rage" en "Out of my Face" niet ontbreken aangezien deze nummers het hardcore gevoel beschrijven! In hun set werden ook 2 nummers van hun recentste plaat aan de man gebracht getiteld "The Most High" en "Live by the Code" zelf. Afsluiten deden we met de meezinger "Keepers of the Faith" waarbij nogmaals door de band werd verwoord dat hun hardcore familie het belangrijkste blijft.

Conclusie van de avond was: muzikaal gezien was Terror opnieuw oppermachtig, helaas ontbrak de schwung van het publiek om de typische hardcore sfeer naar boven te brengen!

Organisatie: EyeSpyRecords (+ Heartbreaktunes)

Clutch

Earth rocker

Geschreven door

De Amerikaanse, uit Germantown, Maryland afkomstige band Clutch is ook al zo’n twintig jaar bezig die ons op de nieuwe plaat een goed staaltje rechttoe-rechtaan, zware en broeierige rock op ongecompliceerde wijze serveren. Gecontroleerde power met een knipoog naar Monster Magnet , niet vies van wat strakke , vettige , bluesy riffs , southern rock en stoner zoals we het nog hoorden in de begindagen van Soundgarden .
We horen boeiend , snedig materiaal , vakmanschap, gedragen door die helder indringende en doorleefde zang van de charismatische Neil Fallon. Opnieuw overtuigende plaat!

Vox Von Braun

Rich & On Wheels

Geschreven door

Ze zijn nog maar toe aan hun tweede plaat in vijf jaar tijd ; productief zijn ze dus niet, dit bandje uit Pennsylvania. Ze houden ergens het midden tussen sixties garagepop , ‘70s psychedelica, indie en shoegazepop . Ze vermengen en verdelen het over de elf songs van de plaat . Een uitermate boeiende plaat weliswaar, door die variaties, wat ons brengt van charmante stofzuigerpop van “You look real neat how”, “ To be your love”, de psychosurfrock “Gamma” en “Dig a hole”, de dromerige rock en pop op de rest van de nummers. Met een knipoog naar Black Rebel Motorcycle Club, Raveonettes, Butthole Surfers, Jesus & Mary Chain en linkend aan het materiaal van de Allah-Las.
Interessant bandje dus!

Dear Reader

Rivonia

Geschreven door

Dear Reader aka Charilyn MacNeil uit Z-Afrika is niet aan haar proefstuk toe en heeft opnieuw een mooie plaat uit, die sferisch, hemels, warm , gevoelig , innemend , dromerig en breekbaar klinkt, en aardig in de buurt komt van Joanna Newsom en Agnes Obel .
De dame is afkomstig uit Z-Afrika , maar op de plaat hoor je net geen Afrikaanse instrumenten . De songs zijn sober gehouden en geleest op piano , percussie en haar stem , waaronder “Good hope” en “From now on” en “Back from the dead” . Sommige nummers zijn van cello , hoorns en achtergrondkoortjes omgeven, of hebben een lichte folk inslag , waardoor ze orkestraal aandoen .
Afwisselend plaatje van luistersongs , die een geschiedenisles omhelsen over Z-Afrika.

George Thorogood & The Destroyers

George Thorogood and The Destroyers - Onsterfelijke Boogie rock

Geschreven door

George Thorogood and The Destroyers - Onsterfelijke Boogie rock
George Thorogood and The Destroyers
OLT Rivierenhof
Deurne

Die goeie ouwe George Thorogood en zijn getrouwe Destroyers staan altijd garant voor een lekker rock’n’roll feestje op zijn Amerikaans. ‘t Is te zeggen, George is de baas, de showman en de entertainer, The Destroyers zijn de onmisbare ruggengraat, rock’n’roll is het recept. Simpel, maar uiterst efficiënt, en dat in The Destroyers hun geval nu al meer dan 35 jaar.

Natuurlijk is een gig van deze gasten voor 100 % voorspelbaar, men weet waar men zich kan aan verwachten, tot de setlist toe, maar men wordt toch altijd overstelpt door zoveel klasse.
Met een pak aangename videoprojecties weet George vanavond zijn show nog wat feller in te kleuren, maar natuurlijk is die heerlijke slide gitaar toch weer de ster van de avond. Thorogood laat het ding snijden en duchtig soleren zoals alleen hij dat kan, de vaart blijft er steeds in zitten en de rock’n’roll spat eruit.
Thorogood eert zijn helden Bo Diddley, John Lee Hooker, Willie Dixon, Johnny Cash en Elmore James met splijtende boogie versies van “Who do you love”, “One bourbon one schotch one beer”, “Seventh Son”, “Cocaine Blues” en “Madison Blues”. Het zijn allen onsterfelijke songs die hier van een extra portie vuur voorzien worden.  Dat is de sterkte van Thorogood, hij laat stokoude rock’n’roll en bluessongs steeds spetteren en zet deze met splijtende versies naar zijn hand. 
Naast al die klassiekers heeft Thorogood in die 35 jaren toch ook enkele eigen songs met poten en oren op de wereld gezet. Twee kanjers die in het OLT niet mogen ontbreken zijn uiteraard “I drink Alone” en het altijd opzwepende lijflied  “Bad to the Bone”, de publiekslieveling die op geen enkel van zijn setlisten overgeslagen wordt.

Met zijn simpele rock’n’roll formule weet Thorogood vanavond alweer het publiek volledig in te palmen en daar kan een plensbui weinig aan veranderen. Voor een portie vettige rock’n’roll laten we ons nog altijd graag nat regenen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/george-thorogood-02-06-2013/

Org: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

Pagina 346 van 498