logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Gent Jazz Festival 2013 – José James - Jamie Cullum

Geschreven door

Gent Jazz Festival 2013 – José James - Jamie Cullum
Gent Jazz Festival 2013
Bijlokesite
Gent

José James - Jose James is zonder hoed een klein ventje. Maar zijn looks en podiumpresense, zijn warme stem en zijn mix van hip hop en jazz maken hem groots. Op Gent Jazz kwam hij zijn jongste werk ‘No beginning, no end‘ voorstellen. Het talrijk opgekomen publiek wordt uitgenodigd op Spaans aandoend handgeklap tijdens “Sword +Gun” maar daarvoor is het ritme iets te flets.  Met “ Trouble” vindt hij en zijn 4 kompanen ( trompet, drums, keys, en bass) de juiste vibes. Waarop “Ain’t no sunshine” volgt, wellicht een van de meest gecoverde nummers, maar aan zijn zwoele versie, lekker lang uitgesponnen met trompet- en pianosolo, geef ik de voorkeur. In “ Come to my door” bewijst bassist Solomon Dorsey dat hij ook een koperen keel heeft.
Alweer werden jazz grootheden gevierd , Jose bracht een ode aan Ray Charles en Aretha Franklin in “ Do You feel”. De massa kan de soulvolle set pruimen en roept de band terug op het podium voor bisnummers als “ A change is gonna come” en even later gaat Nirvana’s “Lithium voor de bijl. Oké!

Jamie Cullum - Jamie Cullum is een klein ventje, maar een grote publieksmenner. Hij verklaarde ons hoe zijn frustraties tijdens zijn jeugd ( de meisjes keken niet naar hem om ) hem tot de pianovirtuoos van vandaag leiden. Uitgaan met Jose James, vertelde hij, is nog altijd geen optie, want die vangt alle aandacht van de chicks . Jamie is nog steeds de hyperkyneet, staat nog steeds op de piano of gebruikt die als percussie-instrument. Ooit was dat genoeg om een concert lang hoge ogen te gooien, maar verrassend is het niet meer.
Jamie is een lieve jongen die met nummers als “Please don’t stop the music” van Rihanna, “The wind cries marry” en “High and dry” van Radiohead de toehoorders zeker kan plezieren.
Zijn concerten gaan nooit vervelen. De man laat tijdens “When i get famous” 3 muzikanten van Valerie June opdraven, die eerder die avond haar ding mocht doen, en ja samen dompelen ze dit lied in een Dapkingssausje. Best aardig, maar het “Momentum “van Cullum bleek enkel te slaan op de titel van zijn nieuwe CD.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent   

Gent Jazz Festival 2013 - Avishai Cohen - Madeleine Peyroux

Geschreven door

Gent Jazz Festival 2013 - Avishai Cohen - Madeleine Peyroux
Gent Jazz Festival 2013
Bijlokesite
Gent

Gent Jazz blijft bekoren. De vernieuwde Bijloke site zorgt sowieso voor een aangenaam kader en ieder jaar weten ze het kruim in de jazz-scene te strikken. Tel daar bij nog aanhoudend mooie zomerse dagen en wij zijn meer dan welgezind .

Zoook Avishai Cohen, de bassist  van Israelische origine, die vroeger onder de hoede van Chick Corea mocht spelen. Dicht bij het podium gezeten verwonderde ik mij over de jonge schare fans die hij aantrok , vooral van vrouwelijke kunne.
Had dat te maken met het schoon volk op het podium dat hij voor zijn concert in Gent meebracht, waaronder een revelatie aan de drum, de 19 jarige Ofri Nehemya? Aan de piano zorgde  Nitai Herskovits, die ook op zijn laatste album ‘Duende’ van de partij is, voor al even schitterend weer.
Avishai bracht een mix van melodische en ritmische nummers, gebogen over zijn staande bas. Elke vingerzetting straalt virtuositeit uit, maar niets daarvan is gekunsteld. Voor het meer funky werk bediende hij zich van elektrische bas.
Op zijn cd’s uit 2009 ( ‘Seven Seas’) en 2010 (…….) speelt ook zijn Sefardische zang een belangrijke rol, maar in deze boeiende live set kwam dit haast niet aan bod. Dat bleek nog een troef. Zijn basmelodieën spraken voor zich.
Na ongeveer een uur was het mooie liedje bijna uit. De op stoelen gezeten massa veerde recht en trakteerde het kwartet op een eerste staande ovatie.
Voor zijn eerste bisnummer waren die stoelen eerder een belemmering. Met een salsa aandoend nummer kon hij geheel alleen de tent doen swingen. Met “Motherless child” (remember Richie Havens) bleek hij al even verrassend
Avishai was innemend!

Madeleine Peyroux
Madeleine Peyroux heeft niet de verschijning van wat haar stemkleur doet vermoeden. Een mix die me doet denken van Amy Winehouse en Billie Holliday.  Met wat Vlaamse woordjes en een mengeling van blues en jazz probeert ze het iets ouder  publiek te bekoren. Het negenkoppig orkest, inclusief strijkers, laat niets aan het toeval over en de muziek is gepolijst. Perfect om bij de taart van te genieten, maar niet om anderhalf uur te boeien.
Met elke song is er wat meer plaats op de stoelen, want niet  iedereen blijft luisteren naar klassiekers zoals “Bye Bye Love” onder meer bekend van Ray Charles of Le Javanaise van Serge Gainsbourg.
Dus even de  tent verlaten. Dat moet ook Avishai Cohen gedacht hebben. Terwijl Madeleine rustig verder kabbelt zie ik hem rondwandelen, de kinderwagen voortduwend, samen met zijn eega. Een warm beeld dat langer blijft hangen dan de hitte in de tent en de  muziek van Peyroux!

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent   

Dourfestival Dour 2013 – donderdag 18 juli 2013 – indrukken

Geschreven door

Dourfestival Dour 2013 – donderdag 18 juli 2013 – indrukken

Eén van Europa's grootste alternatieve underground festivals gaat sinds jaar en dag door in Dour.
Het festival staat voor een avontuurlijke, muzikale ontdekkingstocht. De sfeer van het vierdaags ‘alternative music event’ is er eentje om te appreciëren.
Hoedanook, het Dourfestival is de uitgelezen kans om in een brede waaier van muziekstijlen een pak nieuwe groepen en alternatieve bands te leren kennen, de ideale windowshop-geleider door ruim 200 bands voor te stellen over zes tot zeven verschillende podia.
…En goed nieuws, qua weersomstandigheden is het Dour als vanouds . Heerlijk dampende muziek , zwetende lijven, de geur van eet – en drankstandjes en het opwaaiende ‘Dour’stof . De blubbermodder van vorig jaar is definitief doorgespoeld .
Bon soit, we staan (even) stil dat ‘Dour’, eventjes vier dagen de muziekhoofdstad is.

… Op de eerste dag ervaren we gretig spelende artiesten en bands , wat uitermate goed werd ontvangen . Een Dour als vanouds dus … 25 years of love – We are Dour …

Ons parcours
In de vroege nam hadden we de fijne pop van The 1975. Ze hebben al een paar leuke, prettig in het gehoor liggende nummers uit, als “the city” , die niet ontbraken . Genietbare pop, de start van de vierdaagse trip!

Nicole Willis & the Soul Investigators en Charles Bradley & His Extraordinaires . Wat een begeleidingsnamen , maar beiden staan voor het beste wat er in de soul kan gebeuren . Sterke présence , uitstaling , intens broeierige, groovy soulpop , funky loops, 70s retro , helder indringende vocals en een bredere waaier aan instrumenten, waarbij de blazers en de danspasjes elan en kleur geven aan het songmateriaal . Heerlijk overtuigende trips .  

We werden iets later overdonderd van de set het uit het uit Austin , Texas sympathieke kwartet White Denim , Wat eerst werd ingezet als ordinaire, meeslepende rock groeide uit tot een uitgelaten , losgeslagen concept, waar de instrumenten spraken en snedig , gedreven klonken . Southern retroamericana op z’n best …

Even de drum’n’bass checken van Murdock. Er was bijna geen doorkomen aan de Balzaal hier . Iedereen ging uit z’n dak op de harde, pompende en trancegerichte beats die zijn drum’n bass een fris kleurtje boden . Een MC vulde aan en hitste op . Een donderdagnamiddag zoals we nog niet veel gekend hebben .

Onze Franstalige vrienden Brns , spreek uit Brains,  is er eentje die we al een tijdje in het oog hebben . Ze hebben in een goede twee jaar tijd een pak live ervaring opgedaan , die z’n weerslag kent in positieve zin op het materiaal . Want hun gespierde indierock , klinkt met nog meer hooks , en houdt van postrock en – metal . Twee percussionisten , boeiende, indringende gitaar –en baspartijen die onverwachtse wendingen ondergaan. Kortom, een gretig , gemotiveerd spelende band. Sterk!

Ook The Horrors hadden er duidelijk zin in , hoor. Ze speelden een goede afwisseling van hun verschenen plaatwerk , met een contactzoekende zanger; muzikaal hielden ze het midden tussen pop, rock en shoewave . Heerlijke variërende trips van “who can say” , “sea within the sea”, “still life” en “moving further away” .

Eén van de zovele projecten van Mike Patton is terug op de rails geplaatst . Na Mr Bungle , Fantomas , de uitstapjes met John Zorn , is Patton er met Tomahawk opnieuw . “We’re an old band” kondigde hij doodleuk aan …  Samen met o.m. ex Helmet , huidig Battles drummer John Stanier (kan niet anders met die hoog opgestoken cymbalen!), brengen ze toegankelijke, avontuurlijke en experimentele arty farty rock,  tegendraads door de tempowisselingen, de  onverwachtse wendingen , de stemvarianten van Patton , de ruizige gitaarlicks , de diepe dreunende bass en de opzwepende drums . Gek genietbaar … ‘First time in Europe since years’ . Overtuigend .

Een stukje Bonobo en Trentemöller deed ons even de wenkbrauwen fronsen . De tent zat afgeladen vol voor de filmische jazzy triphoplounge van Bonobo , die inwerkt op de dansspieren . Soms met vijf op het podium én met een zangeres. De elektronische invalshoek op z’n Cinematic Orchestra’s  imponeerde . Eén van de favorieten uit de Ninja Tune stal . Een hartveroverend aapje dus .
Ook het Scandinavische Trentemöller onderging met de jaren een facelift. Geen DJ sets meer, maar met een full band rond zich , met retro , psychedelische symfonische uitstapjes . De songs klinken pittig, gedreven , rockend en ook hier zorgde een zangeres voor de opsmuk en de friste aan het materiaal . De koele wave elektronica  en ijzige soundscapes als op “moan” die de man kenmerken , smolten als sneeuw voor de zon .

We waren blij met de return van The Yeah Yeah Yeahs . De drie grote ‘Y’s hingen torenhoop op het podium … een happy return dus van Karen O en haar NY-se band . Een ‘typical american’ show brachten ze , die meteen lonkt naar Pukkelpop en Rock Werchter . Toegegeven , het nieuwe materiaal is soms wat flets , maar de live boosts op gitaar, drums en synths  , en de hyperkinetische danspas , zang en gilzang vingen dit op. De melodieus naar ‘80s retro wave ruikende songs klonken snedig , fel en verbeten . Een uptempo electrorockshow die we uitermate konden smaken en een headliner op z’n plaats.

Tot slot laat in de nacht was er nog één van die hiphopsensaties van de nineties The Wu-Tang Clan die op de mainstage afsloot , maar dan was deze net naar huis toe gebold …

Tot op dag 2 in het zonovergoten Dour

Organisatie: Dourfestival , Dour

Shapeshifter

Shapeshifter

Geschreven door

Een dosis gezonde rock’n’roll krijgen we te horen op de titelloze full cd van Shapeshifter . Vergewis u niet met de Nieuw-Zeelandse band. Het is een Belgisch kwartet die  90s rock speelt in de beste traditie van The Scabs, waarbij ruimte is voor snedige , vettige, boeiende soli .  In sommige nummers krijgen de toetsen een prominente rol , of wordt een sax toegevoegd , wat kleur en elan geeft . Fijn rockend plaatje dus bijgevolg!
Intussen is de groepsnaam veranderd in Shapeshifted
Info
https://www.facebook.com/shapeshifted.be
http://shapeshiftedbe.com/

 

Vandel

Existence

Geschreven door

Het Nederlandse Vandel grijpt terug naar die 80s wavepop  met die traag slepende melodieën, diepe bas , indringende synths en vocals . Een vertrouwd geluid , zoals we het maar al te goed kennen (en graag horen) van bands als The Cure, Joy Division , Bauhaus en Sisters. Maar in hun zes nummers sijpelt ook meer het gitaargeoriënteerde The Sound door . Vandel is op ‘Existence’ duidelijk gefocust op die eighties en zal waarschijnlijk op menig revivalparty en – event aan zijn trekken komen .
http://van-del.bandcamp.com

Mosquito

We Are SOCIETY

Geschreven door

Mosquito, Kevin Imbrechts en Nico Kennes uit het Leuvense , hebben hun eerste full cd uit. Broeierige stevige nummers , met een donkere , duistere tune , die ergens het midden houden tussen stoner, sludge, psychedelica , postmetal en -rock  . 
Meteen weet het duo de aandacht te scherpen met “The fall” , “Thrice”, “Ecleptic”, “Front stage façade” en “Paradigm shift” . Ook de opbouwende felle sound van “A senseless saga for the sullen”, “Victim vs vagrant” trekken letterlijk een geluidsmuur op .
Het duo heeft zondermeer een donkere, krachtige overtuigende plaat uit!

http://mosquito.bandcamp.com

Gallops

Yours sincerely, Dr. Hardcore

Geschreven door

Gallops is een gezelschap uit Wales , die met hun instrumentale rock en de elektronica , psychedelica toetsen Battles en het onvolprezen Nederlands Kong doen opborrelen. De muziek van Gallops is minder complex dan twee voorgenoemde bands , is traditioneler in de songstructuur en kent minder onverwachtse wisselingen . Een toegankelijk, fris, meeslepend , opzwepend geluid!
Ze hebben een zekere groove ( o.m. in “Jeff Leopard”, “Hongliday” , “Bromden”), kunnen dansbaar zijn (“Lasers”) , keren terug naar de 70s psychedelica - opener “Astaroth”, en ze klinken in sommige nummers rauwer en directer (“Rhythm is a misery”, “Window FX” en “Skyworth”) . Op afsluiter “Crutches” , ruim 10 minuten , gaat het combo eens gezellig uit hun dak , en mag elk instrument gieren en razen  .
Kijk , Gallops brengt niet echt iets nieuws , maar we houden  wel van dat puike samenspel van gitaar - drums - elektronica .

Bass Drum of Death

Bass drum of death

Geschreven door

Bass drum of death - Interessant garage rock’n’roll duo, die op hun tweede plaat een reeks energieke rauw rockende songs bieden , als “I wanna be forgotten”, “Fine lies” , “Bad reputation” en “You’ll never be so wrong” , die kunnen gelinkt worden aan hard- en punkrock. Het duo duikt met  “Shattered me” en “Faces of the wind” graag terug in de sixties en glamrock .
Met z’n twee brengen ze een uitermate geslaagd album, waarbij ze durven door te gaan , beuken en verwoestend klinken!

Stornoway

Tales from Terra Firma

Geschreven door

De tweede plaat van het charismatische Britse gezelschap uit Oxford Stornoway ligt in het verlengde van hun debuut . Het zijn eenvoudig doeltreffende, dromerige, indiefolkpoppende songs , die rijk aangekleed kunnen zijn , maar zeker niet bombastisch klinken . ‘Tales from Terra Firma’ is minder imposant dan het debuut , maar de onschuldige sound , de catchy vibes en de vocale pracht  blijven het handelsmerk.
Stornoway van zanger/songschrijver Brian Briggs biedt meeslepend en broeierig materiaal, een lieflijke luistertrip, vernuftig in elkaar gestoken. Hier springen niet direct enkele songs uit als bij hun debuut.
Stornoway plaveit zich een weg tussen Belle & Sebastian , The Decemberists, The Unthanks en Megafaun.

Dans Dans

I/II

Geschreven door

Eén van de meest creatieve projecten is Dans Dans , een Belgisch instrumentaal trio rond gitarist Bert Dockx (Flying Horseman), drummer Steven Cassiers (Dez Mona) en bassist Fred ‘Lyenn’ Jacques, die al werkte met Marc Ribot en Mark Lanegan.
Dans Dans is een uniek project , niet onder een noemer te vangen; hun instrumentale muziek is een crossover van garagerock , rock’n’roll , psychedelica , blues , jazz en surf , badend in een film noir soundtrack . Ze zorgen voor een pak eigenzinnige bewerkingen van andermans composities die muzikaal , inhoudelijk en qua spirit een andere interpretatie , invalshoek en dimensie krijgen .
Een uitzonderlijk spel van de drie heren, die avontuur, subtiliteit en grilligheid van nummers kunnen doen opbouwen en naar een climax brengen, in de beste Tortoise sferen. Een zevental songs krijgen een totaal nieuwe outfit , “Yesterday is here” (Tom Waits) , “Some are” van David Bowie, “East timor” van Robert Wyatt of deze van Charles Mingus (“Meditation”) , “The sicilian clan” van Ennio Morricone, “Mothers of the veil” van Ornette Coleman en een Sun ra song. Bijzonder plaatje in een productie van Koen Gisen.

Sigur Rós

Kveikur

Geschreven door

Eerder op het jaar zagen we Sigur Ros al een waarlijk schitterend optreden geven waarin ze mondjesmaat een drietal nieuwe veelbelovende songs prijsgaven, wat ons reikhalzend deed uitkijken naar het nieuwe album dat hier nu voor onze nieuwsgierige neus ligt. ‘Kveikur’ komt er trouwens al vrij snel na het etherische ‘Valtari’, waarop Sigur Ros eerder opteerde voor idyllische soundscapes in plaats van echte songs, maar wel ongelooflijk mooie soundscapes.
Met ‘Kveikur’ begeven ze zich terug op gekend terrein, met een ambient postrock sound, atmosferische gelaagde songs, dromerige strijkers en die typische ijle en compleet onverstaanbare vocals van Jonsi.
‘Kveikur’ klinkt daarom vertrouwd in de oren. Het is ontegensprekelijk Sigur Ros, hoewel het alweer geen herhaling is van hun eerdere werk. Sigur Ros blijft immer steeds boeiend en vernieuwend binnen hun eigen gekende stijl. Ze hebben destijds met het wondermooie ‘Agaetis Byrjun’ de lijnen uitgezet en hebben nadien steeds hun sound verfijnd en in nieuwe windrichtingen geblazen zonder daarbij die innig mooie grondlaag te verloochenen. Op ‘Kveikur’ is dat alweer een geslaagde onderneming geworden, met momenten van verstilde pracht (“Var”), aan Radiohead verwante elektronische uitstapjes (“Yfirbord”) en ritmische uitspattingen die door dampende drums opgejaagd worden (“Blapradur”). De apocalyptische gitaaruitbarstingen waar wij stiekem op hoopten zijn misschien niet meer van de partij, maar er is alweer voldoende fraais om van een zoveelste Sigur Ros pronkstuk te spreken.

Bosnian Rainbows

Bosnian Rainbows

Geschreven door

Muzikaal veelvraat en briljant gitarist Omar Rodriguez Lopez laat zich wederom eens van een andere kant zien. Voor hem is het van progrock naar postrock maar een kleine stap. De ingewikkelde structuren van The Mars Volta en van zijn ettelijke soloplaten hebben plaats geruimd voor beduidend knappe en compacte postpunk songs. Om zichzelf nog wat meer naar de achtergrond te schuiven heeft hij beroep gedaan op de excellent presterende zangeres Teri Gender Bender die met haar aan Siouxsie verwante vocals de plaat een aardige goth toets weet mee te geven. Deze felle madam heeft wel iets mee van de al even fantastische Karen O, maar u mag ons vrij geloven als wij u zeggen dat deze plaat een stuk vetter voor de dag komt dan de laatste van The Yeah Yeah Yeahs.
De echo effectjes die Omar uit zijn gitaar tovert verraden ook al iets van een eighties touch, maar de plaat heeft elders genoeg verrassende wendingen en groovy passages om niet als retro versleten te worden. Uiteraard zijn er nog voldoende fraaie momenten die Omar’s briljante gitaarspel etaleren, maar deze keer laat hij zich niet verleiden tot ellenlange freaky solo’s en staat zijn gitaar volledig in dienst van de songs. En die songs zijn zeer gevarieerd, klinken met zijn allen ijzersterk en zijn steeds verfrissend. Geen zwak broertje te bespeuren.
Bosnian Rainbows komt dit boeiend werkstukje presenteren op zaterdag 17 augustus in Pukkelpop, moet je zeker opnemen in uw persoonlijke Pukkelpop route.

Charlie Boyer And The Voyeurs

Clarietta

Geschreven door

Nu The Strokes met ‘Comedown Machine’ hun zoveelste stinker afgeleverd hebben, wordt het wel eens tijd dat er dan maar iemand anders komt opzetten met een waardige opvolger voor ‘This is it’. De beurt is aan Charlie Boyer and The Voyeurs die met ‘Clarietta’ een verfrissend plaatje hebben gemaakt die aardig naar ‘This is it’ neigt zonder daarbij een eigen smoelwerk te ontlopen. Dezelfde nonchalance, dezelfde drijfveer, maar vooral ook die Television en Richard Hell toets. Voeg daar nog wat Violent Femmes, Green On Red en Gun Club aan toe, en je heb de juiste referenties om voor een knap debuut te zorgen. En dat is ‘Clarietta’ zeker.
Charlie Boyer speelt het klaar om een stel zinderende en strakke songs te leveren waarin rafelige gitaren een strijd aangaan met een gorgelend sixties orgeltje. Heerlijke opwindende dingen als “Go blow a gale” en “You haven’t got a chance” meten zich met trager en slepend materiaal als “Be a complete dream” en het uiterst knappe “Clarinet”. De bijzonder fijne afsluiter “The Central Ton” brengt de groep nog wat dichter bij Televison, het moge duidelijk zijn dat Charlie Boyer in Tom Verlaine zijn grote leermeester heeft erkend.
Eén van de meest viriele debuutplaatjes die we dit jaar al gehoord hebben.

Editors

The Weight Of Love

Geschreven door

Editors worden bij ons op handen gedragen, vooral dan door  het Werchter publiek, maar in hun thuisland gaat het hen zo goed niet voor de wind, ze worden verguisd door de Britse pers en hun nieuwe plaat wordt er genadeloos afkraakt. Na het aanhoren van ‘The Weight of Love‘ zijn wij geneigd om voor één keer de Britse pers te geloven.
De vierde plaat nog maar en het verval lijkt al ingetreden bij Editors. Na twee sterke albums (‘The Back Room’ en ‘An end has a start’) konden ze ons in 2009 nog steeds aangenaam verrassen met het donkere maar moedige ‘In this light and on this evening’, een gedurfd album waarop ze andere niet zozeer voor de hand liggende paden verkenden.
Helaas hebben Editors zich nu definitief laten verleiden door het grote gebaar. Het gevolg is een glad album met hectoliters stroop, gezwollen sentiment en melige songs die volgepropt zijn met tenenkrullende strijkers.
Geen wonder, de groep is deze keer met Jacquire King in de studio gedoken, de producer die eerder al de angel uit Kings Of Leon had gehaald om ze een bombastische stadionsound aan te meten.
De vooruitgestuurde single “A ton of Love” was nochtans een hoopgevende voorloper, een song die Echo & The Bunnymen, The Cult en prille U2 in één catchy voltreffer samenbrengt. Maar verder op de plaat wordt die song nauwelijks geëvenaard, laat staan overtroffen. Het openingsduo “ The weight” en “Sugar” kunnen er nog mee door, maar daarna begint het danig op de zenuwen te werken. De rest van de plaat valt nog het best te omschrijven als stroperige slijmbalmuziek die verdrinkt in opdringerige strijkers en die vooral gericht is op het veroorzaken van vette krokodillentranen. De plaat uitzitten tot aan het einde is een heuse opdracht, recensent zijn is een zware job.
En wij die Editors ooit nog hebben vergeleken met Interpol. Duizendmaal ekskuses aan Interpol, we zullen onze mond met zeep wassen.
Het is nog volop zomer en de eerste alom gevreesde kerstplaat is een feit. Een primeur !

TW Classic 2013 - Bruce Springsteen –– The Boss brengt een uitverkocht Werchter in vervoering

Geschreven door

TW Classic 2013 - Bruce Springsteen –– The Boss brengt een uitverkocht Werchter in vervoering
TW Classic 2013
Festivalterrein
Werchter

Editie 2013 van TW Classic etaleerde zich in schitterende omstandigheden: de barometer voorspelde zonnig en droog weer, met Balthazar en Keane stonden twee groepen op het podium die als ze de standvastigheid kunnen vasthouden mogelijks op weg zijn naar de poort der groten, terwijl met de kranige zestigers Blondie, Charlie Musselwhite (samen met Ben Harper) en Carlos Santana muzikanten op de affiche prijkten die intussen hun strepen in de   muziekgeschiedenis al lang verdiend hebben. Als de organisatoren daarbij niemand minder dan Bruce Springsteen – eveneens een zestiger – konden strikken om samen met zijn E Street Band als hoofdact te fungeren, dan is het niet verwonderlijk dat deze feitelijkheden ervoor zorgden dat enkele dagen vóór aanvang van het festival het bericht de wereld werd ingestuurd dat het zich zonder ticket begeven naar de kassa’s geen zin meer had want alle 60.000 kaartjes  hadden een eigenaar gevonden.

Balthazar (****)
Volgens de overlevering kwamen de drie wijzen uit het Oosten en was het indertijd wanneer men als Koning Balthasar door het leven ging, bon ton om bij een kribbebezoek mirre mee te brengen. Afgelopen weken werd duidelijk dit stukje geschiedenis herschreven want de Belgische groep Balthazar maakten vanuit Kortrijk en Gent een reis in tegenovergestelde richting om op de weide van Werchter te resideren en daar als mogelijks toekomstige muzikale koningen, ook te regeren. Ze prijkten namelijk niet enkel op de affiche van Werchter Boutique en Rock Werchter maar mochten om 13u ook nog eens TW Classic openen.
Erg opvallend was dat er op het vroege middaguur al veel volk was opgedoken om zich te laven aan de geschenken die zij rijkelijk uitdeelden. Geen mirre maar wel fantastische muziek. Of zoals presentator Luc Janssen citerend uit « Jeroen Brouwers (Schrijft een Boek) » (De Mens) bij hun aankondiging zei: “We beginnen met een Belgische band die hier voor de derde maal op het podium staat. Ze weten hoe het moet en ze doen het goed”. En dat is dan geen verdraaiing van de werkelijkheid want unaniem lovende recensies over hun albums ‘Applause’ (2010) en ‘Rats’ (2010) hebben hen extra vertrouwen gegeven en ook op het podium zijn ze volledig ontbolsterd. Dit gaat ook op voor hun passage in TW Classic. Vanaf het eerste nummer « Later » bleek dat hun onderkoelde, verfijnde en bij momenten schijnbaar tegendraadse muziek ook hun effect niet misten op een groot podium. En dit zonder een lichtvoetige hit op zak te hebben. Balthazar tekende voor een fantastische start van een mooie festivaldag.

Blondie (**)
Wie wel een reeks hits op hun conto staan hebben, is de Amerikaanse formatie Blondie. Vanaf halfweg de jaren ‘70 werkten zij zich vanuit de groezelige doch legendarische New Yorkse club CBGB op tot een wereldgroep van formaat. Vooral frontvrouw Debbie Harry groeide uit tot een fenomeen en oefende door haar opvallende verschijning en vrijgevochtenheid een ware aantrekkingskracht op mannelijke fans uit.
Anno 2013 is de inmiddels 68-jarige Harry ondanks minimaal één facelift natuurlijk niet meer de frisse verschijning zoals deze op het netvlies van zoveel fans staat gebrand. Nostalgische jeugdherinneringen werden dan ook wellicht her en der flink ingedeukt (voor de geïnteresseerden: ze verscheen in een soort zwarte legging met fluorescerende gele jasje en bijhorende heupdoek en droeg een witte pruik).
Wij hadden gelet op het leeftijdsverschil meer oog en vooral oor naar de muziek en ook op dat vlak leek er wat sleet op te zitten.    
Aangezien het hun laatste concert van de zomer was, wou de groep (met behalve Harry tevens  Chris Stein en Clem Burke als originele leden in de rangen) nog eens alles geven. Harry probeerde het publiek op te peppen door mee te geven dat ze niet zo schuchter moesten zijn, dat er mocht meegezongen worden of door op te roepen om meer blote bovenlijven te laten zien. Maar hoe ze ook probeerde, het gaf een te krampachtig indruk en de weide reageerde pas sporadisch uitgelaten.
Er werd nochtans fraai ingezet met « One Way Or Another » en ook « Hanging On The Telephone » (The Nerves) en « The Tide Is High » (The Paragons) klonken goed maar door de afwisseling met te licht bevonden nieuw werk als « Rave », de nieuwe single « A Rose By Any Name » en het zomerse « Sugar On The Side » (dat gelijkenissen opriep met Manu Chao maar nooit dat niveau haalde) haalde de vaart én de kwaliteit uit de set. Dat de stem van Harry  niet opgewassen bleek tegen het gitaargeweld deed er al evenmin goed aan.  
Blondie slaagde er in het verleden in om hun vertrouwde mix van punk en new wave te injecteren met disco, reggae, rap en jazz en dat ze nog steeds nieuwe horizonten blijven opzoeken, pleit voor hen maar wat de meerwaarde is van een flauwe versie van « Lights » (Ellie Goulding) blijft een raadsel.
Ook het achterwege laten van hun allergrootste hit « Denis » (cover van Randy And The Rainbows’ « Denise » uit 1963) op een festival dat de naam TW Classic draagt, moet als een grote inschattingsfout beschouwd worden. Niet meteen ons favoriete nummer maar wél eentje waar de weide stond, zat of lag op te wachten.
Naar het einde toe deden extra gitaargetinte versies van « Atomic », « Call Me » en « Heart On Glass » de wei opveren maar konden niet meer verhelpen dat hoewel niet echt slecht, Blondie niet de voldoening gaf waar iedereen op gehoopt had.
Setlist : One Way Or Another / Rave / Hanging On The Telephone / Union City Blue / A Rose By Any Name / The Tide Is High / Maria / Winter / Lights / Atomic / Sugar On The Side / Call Me

Ben Harper & Charlie Musselwhite (****)
Neen, dan veel liever de rauwer klinkende blues van het duo Ben Harper en Charlie Musselwhite. Met ‘Get Up!’ dit jaar verschenen op het vermaarde label Stax Records, zijn ze niet enkel verantwoordelijk voor een fantastisch albums in dit genre maar in Werchter onderstreepten ze hun kunnen en bleef ook live hun combinatie van mondharmonica (Musselwhite) en (slide)gitaar (Harper) mede dankzij een uitstekende begeleidingsgroep, moeiteloos overeind.
Voor het zonnebadende publiek was dit op het vroege namiddaguur misschien geen gemakkelijk verteerbare brok muziek maar voor wie zich liet onderdompelen in de mix van rock, soul en blues was het erg genieten geblazen.
Alles klonk puntig maar tegelijk verzorgd. Als uitschieters golden « I Don’t Believe A Word You Say », « She Got Kick » (mede door de piano die aan Fats Domino, Ray Charles of Jerry Lee Lewis deed denken) en « I’m In, I’m Out, I’m Gone » (met een gitaarrif die even repetitief en kenmerkend was als deze bij Muddy Water’s « Manish Boy »). Ook « Homeless Child » (dat verscheen op Harper’s album ‘The Will To Live uit 1997) was van een hoog niveau.  
Musselwhite met zijn 69 jaar de oudste artiest die afgelopen zaterdag op het podium stond, heeft zelf ruim 20 albums op zijn actief staan en is ook te horen is op platen van onder meer Bonnie Raitt, The Blind Boys Of Alabama, Tom Waits en INXS. Daarom was het mooi dat ook hij enkele malen zelf de hoofdvocalen voor zijn rekening mocht nemen zoals bijvoorbeeld tijdens zijn eigen nummer « The Blues Overtook Me ».
Bindteksten waren er niet, een bedanking op het einde van de set buiten beschouwing gelaten, maar beide heren lieten de muziek voor zich spreken. Meestal nam Harper op een stoel plaats met zijn slidegitaar op de schoot terwijl Musselwhite hem gadesloeg zodat hij op de juiste momenten kon invallen met zijn harmonica. Menige keren moesten we qua manier van musiceren spontaan denken aan onze nationale trots Toots Thielemans die ook steeds  bescheiden en alert op het podium zijn talenten toont zonder de andere muzikanten in de weg te staan.
Hopelijk krijgen we binnenkort van dit duo nog meer te zien want in een donkere, intiemere zaal moet dit nóg beter klinken.
Setlist:
Get Up! / I Don’t Believe A Word You Say / The Blues Overtook Me / Don’t Look Twice / When It’s Good / She Got Kick / Long Legged Woman / I’m In, I’m Out, I’m Gone / Blood Side Out / Homeless Child / I Ride At Dawn / I’m Going Home / When The Levee Breaks

Carlos Santana (***1/2)
Ook de Mexicaanse zanger en meestergitarist Santana is een zestiger. Volgend weekend mag hij overigens 66 kaarsjes uitblazen en te horen aan de bruisende set die hij op TW Classic bracht, leek het alsof het verjaardagsfeest al werd ingezet. Het stralende weer op de weide leende zich dan ook uitstekend voor de mix van latin rock, jazz, blues, soul, R&B, salsa en Afrikaanse ritmes.
Er werd meteen stevig van wal gestoken met « Toussaint L’Ouverture » waarin een stukje « While My Guitar Gently Weeps » van The Beatles in verwerkt werd. Ook in de intro van « Black Magic Woman/Gypsy Queen maakten The Beatles overigens hun opwachting via een streepje « Eleanor Rigby » terwijl « Incident At Neshabur » al evenzeer de muzikale invloed van de Fab Four verraadde.
Santana kan terugblikken op een rijkgevulde carrière. Zo kende hij zijn doorbraak naar een ruimer publiek via zijn passage op het befaamde Woodstockfestival (waarvan we beelden te zien kregen via « Woodstock Chant/Soul Sacrifice ») en samen met The Rolling Stones is hij de enige artiest die in vier decennia een album in de top tien heeft staan. Bijgevolg werden klassiekers als « Oye Como Va » (dé Tito Puente cover) afgewisseld met meer recente hits als « Maria Maria » (minder tenenkrullend dan op plaat) en « Smooth », de hit die hij in 1999 scoorde met Rob Thomas van Matchbox Twenty.
“Some bands move this way, some bands move that way. We go straight ahead” zei Santana en inderdaad daar leek het duidelijk op met behulp van zijn tienkoppige begeleidingsgroep. In één rechte lijn werd een vakkundig bij elkaar gespeelde, zomerse set gebracht. In tegenstelling tot het North Sea Jazz festival maakte Prince zijn opwachting niet maar dat kon de pret niet bederven.   
Setlist:
Toussaint L' Ouverture / Black Magic Woman/Gypsy Queen / Oye Como Va / Maria Maria / Foo Foo / Corazon Espinado / Incident At Neshabur / Smooth / Dame Tu Amor / Woodstock Chant/Soul Sacrifice / Saideira

Keane (***1/2)
Op het eerste zicht lijkt het wat vreemd dat een jonge Engelse groep als Keane waarvan de debuutplaat ‘Hopes And Fears’ pas dateert uit 2004, zo hoog op de affiche geprogrammeerd stond (ook in 2009 waren ze trouwens present op TW Classic). Maar het is en blijft een van de meest succesvolle groepen uit Engeland van de voorbije jaren. Want alle vier de studioalbums (en ook de EP ‘Night Train’ uit 2010) kwamen meteen binnen op de eerste plaats van de hitlijsten in het Verenigd Koninkrijk.
Ook al is bassist Jesse Quin sinds 2011 als volwaardig groepslid opgenomen, het handelsmerk en episch centrum van Keane blijven de pianocomposities van Tim Rice-Oxley (die daarbij meermaals de pianoklanken zodanig vervormt alsof men de indruk krijgt echte gitaren te horen). Voeg daarbij het typische stemgeluid van Tim Chaplin en men heeft meteen een beeld van de ingrediënten die Keane tot zo’n succes maken.
De set die ze brachten had veel weg van een ‘best of’. Er werd nog rustig gestart met « You Are Young » van het vorig jaar uitgebrachte ‘Strangeland’ maar met « Bend And Break », « Everybody’s Changing », « Is It Any Wonder? », « This Is The Last Time », « Somewhere Only We Know » en de gebalde afsluiter « Crystal Ball » volgde de hits elkaar in een sneltempo op. Afgaand op het applaus lijken ook de nieuwe nummers « On The Road », « Silenced By The Night » en « Sovereign Light Café » dezelfde weg op te gaan.
Er was ook aandacht voor enige rustmomenten als « We Might As Well Be Strangers » en « Bedshaped » (waarbij op de zijdelings schermen de zonsondergang mooi in beeld werd gebracht en voor een aparte sfeer zorgde).
Keane verkeerde in topvorm en er werd mooi gemusiceerd en gezongen (Chaplin was opnieuw goed bij stem en heeft zijn problemen ver achter zich gelaten zoals we vorig jaar reeds konden vaststellen op Pukkelpop). Maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat de nummers allemaal zo gepolijst en afgewerkt klonken waardoor het nooit echt beklijvend werd.
Setlist:
You Are Young / Bend And Break / On The Road / We Might As Well Be Strangers / Nothing In My Way / Silenced By The Night / Everybody’s Changing / A Bad Dream / Is It Any Wonder? / This Is The Last Time / Somewhere Only We Know / Bedshaped / Sovereign Light Café / Crystal Ball

Bruce Springsteen & The E Street Band (****1/2)
Beklijvend is dan weer een understatement als we het hebben over het concert dat afsluiter Springsteen met zijn E Street Band gaf.
Tien minuten eerder als voorzien (onmiddellijk na het concert van Keane werd zelfs meegedeeld dat Springsteen er zodanig veel plezier in had dat hij een halfuur eerder zou beginnen aan de set) werden meermaals de woorden “Can You Feel The Spirit?” vanuit de coulissen gescandeerd.  Het was Springsteen zelf die als een leider van een gospelkoor meteen duidelijk maakte dat het publiek zich één mag voelen met de groep. Het is al langer geweten dat Springsteen tijdens zijn concerten steeds een innige band met zijn publiek onderhoudt maar in Werchter werden qua betrokkenheid alle registers opengetrokken toen hij reeds  meteen bij de eerste noten van opener « Spirit In The Night »  het podium afdaalde om de eerste rijen fans te gaan begroeten en te omhelzen. Weinigen doen hem dit na.

Meteen zat de sfeer er in en betekende het startsein van een bijna drie uur durende set die geen enkele (maar werkelijk geen énkele) inzinking zou kennen.  
« Badlands » bruiste van energie en werd massaal meegezonden alsof het een eigen hymne betrof en « Death To My Hometown » en « We Take Care Of Our Own » klonken door hun maatschappijkritiek niet enkel tekstueel bijzonder scherp maar werden ook snedig gebracht.
Sinds enkele jaren is het tijdens een concert van Springsteen gemeengoed geworden dat het publiek verzoekjes mag richten waarna er dan enkele worden uitgekozen. In Werchter viel de keuze op twee grote knuffeldieren, een beer en een eend om precies te zijn, die respectievelijk  pancartes vasthielden met als opschrift « Jailhouse Rock » en « Man’s Job ».
Dit gaat steeds met heel wat spontaniteit gepaard zodat wie deel uitmaakt van The E Street Band een uitstekend muzikant moet zijn omdat men honderden nummers moet kunnen inspelen als erom gevraagd wordt (vaak zelfs door Springsteen zelf). Het verwachte moment houdt aldus ook een mogelijks onverwachte factor in. Dit bleek nog maar eens toen Springsteen nog snel de groep toeschreeuwde in welke toonaard « Jailhouse Rock » moest worden gespeeld en bij « Man’s Job » was er een coördinatieprobleempje toen Curtis King als tweede zanger nog even wou doorzingen terwijl Springsteen al opnieuw de intentie had om over te nemen. Geen zure blik of vermanende woorden werden uitgewisseld. Integendeel, er verscheen een glimlach op het gezicht van Springsteen. Of hoe een perfectionist ook relativerend kan zijn. Toen ook de achtergrondzangeressen Cindy Mizelle en Michelle Moore kwamen meedansen, werden ze na afloop op een kus getrakteerd.
Vervolgens mocht ook Ben Harper zijn opwachting maken om op fraaie wijze « Atlantic City »  op akoestische gitaar mee te begeleiden en te zingen. Dat ook hij onder de indruk was van deze opportuniteit, viel duidelijk te merken.
Na « Wrecking Ball » en « Hungry Heart » waarbij Springsteen nog maar eens zijn fans met een bezoekje ging vereren,  was er een kippenvelmoment toen Springsteen « The River » via mondharmonica inzette en aangevuld werd door secuur gitaarwerk van ‘Little’ Steven Van Zandt. Het blijft een classic pur sang.
Die andere gitarist, Nils Lofgren, liet zich tijdens « Youngstown » niet onbetuigd en gaf een solopartij van jewelste. Een kunstje dat hij herhaalde tijdens het uitmuntende « Murder Incorporated » waarna ook Springsteen en Little Steven beurtelings enkele straffe riffs uit hun polsen schudden.    
« Darlington County », « Bobby Jean » en « Shackled And Drawn » (waarbij Cindy Mizelle haar vocale troeven mocht uitspelen tijdens een gospelstukje) waren de voorbode van een prachtig moment waarbij Springsteen tijdens « Waitin’ On A Sunny Day » een 13-jarig meisje een handkus gaf om haar vervolgens uit het publiek te plukken zodat zij met hem op het podium kon meezingen. Vertederend was toen Springsteen haar zachtjes in de armen nam en haar helemaal persoonlijk terug bij haar moeder bracht.
« The Rising », « Land Of Hope And Dreams » (inclusief een stukje « People Get Ready » van Curtis Mayfield)  en « Follow That Dream » (na vele jaren afwezigheid terug live opgepikt) brachten wat rust in afwachting van het trio « Born In The U.S.A » (inclusief een 80’s klinkende synthesizer bespeeld door Charles Giordano en op het einde een ritmisch strakke drumpartij van Max Weinberg), « Born To Run » (waarbij Jake Clemons nog maar eens bewees uit hetzelfde goede ebbenhout te zijn gesneden als zijn betreurde oom) en « Dancing In The Dark » (de synthesizers op de studioversie werden vervangen door een blazerssectie). Net zoals in de bijhorende clip waar Springsteen actrice Courteney Cox uit het publiek tilde om met hem mee te dansen, werden er nu zelfs drie dames op het podium gevraagd. Eentje had via een pancarte aangegeven te willen dansen met Lofgren, een andere met Jake Clemmons en de dame die met Springsteen mocht dansen was helemaal aangedaan toen ze na ruim dertig concerten van hem te hebben gezien, haar droom werkelijkheid zag worden.   
Via « Tenth Avenue Freeze-Out » werd door middel van foto’s op de zijdelingse beeldschermen een innemende ode gebracht aan twee te vroeg overleden groepsleden,    Danny Federici (2008) en Clarence Clemons (2011).
De finale bestond uit « Twist And Shout » (cover van The Top Notes maar beter bekend in de versie van de Isley Brothers) en een via blazerssectie en percussie conga-uitvoering van « Shout » (eveneens Isley Brothers). Het mooiste werd misschien wel tot het laatst opgespaard toen Springsteen helemaal solo op gitaar « Thunder Road » bracht. We zagen eerder tranen van geluk maar nu rolden er bij vele fans ook tranen van ontroering over de wangen.  

De Belgische passage van Springsteen tijdens zijn ‘Wrecking Ball Tour’ was er opnieuw eentje om te koesteren. Het klinkt misschien wat oneerbiedig maar met alle respect voor de andere groepen op de affiche: hoewel sommigen sterk uit de verf kwamen, leek Springsteen iedereen te degraderen tot tweedeklassers.
Wat we ook zo fantastisch vinden is dat Springsteen muziek en sfeer opnieuw voor zich liet spreken. Het zijn steeds de muzikanten die het doen (iets wat we een tweetal weken terug ook bij Leonard Cohen zagen). Van een uitgebreide lichtshow, acrobatie of verkleedpartijen werd geen gebruik gemaakt en als er al vuurwerk te noteren viel, dan was dit opnieuw afkomstig van Springsteen en zijn E Street Band (die trouwens door toevoeging van een blazerssectie, een tweede percussionist en zangeres de grootste samenstelling ooit kende). 

Dat we dit concert geen vijf sterren toebedelen, heeft niet zozeer te maken met de muziek die we hoorden. Door de festivalformule moest een strak tijdschema aangehouden worden opdat  iedereen die gebruik wenste te maken van extra bussen en nachttreinen (perfect georganiseerd trouwens) ook thuis geraakte. Dit impliceerde dat het vertrouwde ‘meer dan drie uren concerteren’ hier niet aan de orde was en er dus nauwelijks ruimte overbleef voor extraatjes in de zin van b-kantjes of vergeten albumtracks. Maar ach, het publiek werd ruimschoots verwend en kon ‘the spirit’ voelen. En daar was het allemaal om te doen.
Slotsom, wie van rockmuziek houdt en durft te stellen dat een concert van Springsteen hem of haar totaal onberoerd laat, kent en voelt niks van muziek. Dit is een straffe uitspraak maar geheel op zijn plaats want het was dan ook een straffe krachttoer die The Boss liet zien.   
Setlist:
Spirit In The Night / Badlands / Death To My Hometown / We Take Care Of Our Own / Jailhouse Rock / Man’s Job / Atlantic City (Ben Harper als gastmuzikant) / Wrecking Ball / Hungry Heart / The River / Youngstown / Murder Incorporated / Darlington County / Bobby Jean / Shackled And Drawn / Waitin’ On A Sunny Day / The Rising / Land Of Hope And Dreams / Follow That Dream / Born In The U.S.A. / Born To Run / Dancing In The Dark / Tenth Avenue Freeze-Out / Twist And Shout / Shout / Thunder Road (solo)

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Cactusfestival 2013 – vrijdag 12 juli 2013 – Waar Pop – Rock - Chanson en Noise elkaar kruisen

Geschreven door

Cactusfestival 2013 – vrijdag 12 juli 2013 – Waar Pop – Rock - Chanson en Noise elkaar kruisen
Cactusfestival 2013
Minnewaterpark
Brugge

De weergoden waren de 32ste editie van het Brugse Cactusfestival gunstig gestemd . Het regendébâcle van vorig jaar kon helemaal doorgespoeld worden . Niet anders dan lachende gezichten tijdens deze succesvolle zonnige editie. En op zondag was het festival zelfs uitverkocht …Een zonnig Cactus dus, een Cactus ‘Grand Cru’ omschrijven ze het graag zelf … ‘Hear, See, Feel the world’ luidt hun credo, wat de versmelting betekent van verschillende culturen en muziek. De formule bleef ongewijzigd: één podium, diverse stijlen van muziek, heerlijke spijzen, animatie, sfeer, gemoedelijkheid en … kindvriendelijk.

Cactus serveerde muzikaal alvast een mooi gevarieerde affiche op deze eerste dag. Genot , amicaliteit en gemoedelijkheid , pijlers van het festival … Het festival ging op vrijdag, tijdens de enige bewolkte avond, eerder kalm van start.

Een overzicht – dag 1 – vrijdag 12 juli 2013
Blaudzun van de Nederlander Johannes Sigmond opende het festival en zorgde ervoor dat de Nederlandse pop hier terug wat meer airplay verkrijgt . Opbouwend , broeierig, enietbaar, gevoelig materiaal, dat live breder klinkt,  een boost krijgt en stevig uit de hoek kan komen , zonder verlies aan emotie. “Solar”, “Elephants” en de doorbraak “Flame on my head” , het zijn er maar een paar van die schitterende plaat ‘Heavy flowers’ , maar je kan ze alvast inlijsten van dit bescheiden groots muzikaal talent uit Nederland , een jonge Nand Baert lookalike (remember van Pool tot Evenaar). Overtuigende start van het festival …

Het Amerikaanse Pinback heeft een speciale band met Cactus . Ze graag geziene gasten tijdens de clubtoer. Ze lijken goed geluisterd te hebben naar Blaudzun , want ook zij gaven hun (lofi ademende) songs extravertie . Tav een paar jaar terug liet het trio zich niet verleiden door een ‘lazy afternoon gevoel’ , maar triggerden ze hun publiek met aanstekelijke gitaarriedels (van Crow), een repeterend indringende ronkende basstune (van Smith), alsof hij gitaar speelde en bezwerende drums, gedragen door fijne harmonieuze, dromerige zangpartijen.
Vóór de herkenbare tunes van “Penelope” en “Loro” kregen we al die snedige aanpak te horen. Enkele sfeerhouders tussenin o.m. op piano onderhielden die melodieuze sterkte van Pinback. Maar Pinback trok de kaart van een festival , door meer uptempo en levendigheid . Crow is met de jaren een podiumbeest en entertainer geworden . Z’n muzikale gretigheid wordt letterlijk doorgespoeld met een fles Jameson, en midden de set was hij bij zijn publiek op het terrein te vinden . Enthousiast! Én een band in vorm!

Daan herdefinieert het Franse lied tijdens de nieuwe tour van ‘Le Franc Belge’ , dat kon m’n Franstalige collega maar toejuichen. En hij sprak meteen van Alain Bashung , wat ons over de taalgrens even de wenkbrauwen doet fronsen, wij die dachten aan Gainsbourg, Brel en Arno . We hielden van de afwisseling van de Franse en de Engelse songs , die perfect gespeeld werden (sterke begeleidingsband btw!) , en het midden houden van pop, country noir en de rokerige, bruine kroeg , of een ‘jeu de boule’ van Z-Frankrijk ademen . Je komt o.m. op “Parfait mensonges” , “The gates” en “Melodies paroles”; de vroegere electropop en ‘80s kitsch wordt dus op die manier op het achterplan geduwd, maar moeiteloos namen enkele oude classics als “Exes”, “Icon” en “The player” hun plaatsje in, naast het nieuwere ‘nachtraaf’ werk en die vinnige single “Everglades”.  Het kenmerkende Daan feestje hield hij op het eind met die elektrotunes van “Swedish designer drugs” en “Housewife”.

Eén van de meest gewaagde Cactusprogrammaties was Thurston’s Moore nieuwe band Chelsea Light Moving , die ons meteen terug dropte in de begindagen van Sonic Youth, zoals we hen zagen op Futurama in de Brielpoort toen . Spontaan, speels en onbezonnen gaan ze als een beginnend groepje te werk met songs die scheuren , knorren en piepen , met distortion en feedback … De hemel voor Sonic Youth fans van het eerste uur! Een knallende liveset , waar punk , grunge en noise elkaar tegenkwamen. Moore sprak van ‘lovesongs’, dan zijn er dit van een denderend gruizige sound . Geen directe generatiewissel , maar venijnig en jeugdig , een volgende zet van Thurston. Sterk!,  voor de liefhebbers van het genre weliswaar … Sonic Youth herrezen?!

Tot slot Hooverphonic (with Orchestra) … Wat anders dan het rebelse gitaargeweld van Thurston en de zijnen. Ze hadden er ooit van gedroomd hun trippy orkestrale songs met een heus symfonisch orkest te spelen; die droom is werkelijkheid geworden . Geen synths die dit geluid produceren , maar een 21 koppige band achter de Hooverphonic driehoek Callier – Geerts en
Noémie Wolfs. De hits als “Jackie cane”, “Mad about you” , “2 wicky”, “Eden” , “World is mine”, “Sometimes”, “Vinegar & salt” , en recentere “Happiness” en “The night before” ontbraken niet; wie Massive Attack’s “Unfinished sympathy” eens geslaagd uit de verf wou zien komen met orkest, kon het nu gerust ervaren.
Hooverphonic (with Orchestra) was meer dan zomaar een ballroomorkest! Goed uitgewerkte , uitgekristalliseerde, prettig in het gehoor liggende muziek .
Fijne afsluiter van de eerste dag …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/cactusfestival-2013/

Organisatie: Cactus Club, Brugge (Cactusfestival, Brugge)

Cactusfestival 2013 – zaterdag 13 juli 2013 – Top exclusieve concerten Michael Kiwanuka, Bonnie Raitt en Calexico!

Geschreven door

Cactusfestival 2013 – zaterdag 13 juli 2013 – Top exclusieve concerten Michael Kiwanuka, Bonnie Raitt en Calexico!
Cactusfestival 2013
Minnewaterpark
Brugge

Na een welverdiende nachtrust, waarbij herinneringen van de eerste dag van het festival de hoofdrol speelden in mijn dromen, keek ik gemotiveerd uit naar dag twee van het Cactusfestival. Een prachtige zonnige dag met veel exclusieve concerten, dit kon wel eens top worden!

Isbells hadden de eer het festival te openen. De Belgische band heeft ondertussen al een ijzersterke live reputatie. De stem van Gaëtan Vandewoude aangevuld met het prachtige gitaarspel van Gianni Marzo zorgen voor een ultieme combinatie. Toch was ik wat angstvallig naar het concert of zij live op een openluchtfestival echt kunnen boeien. De groep had ik immers al eens live gezien in de MaZ, waar hun zachte fluisterpop in de club echt tot z’n  recht kwam. Mijn vrees was blijkbaar ongegrond.
Isbells openden met “Stoalin’”, titelsong van hun nieuwste plaat. Het nummer nam je direct mee, de zeemzoete klanken zorgden voor een ongelofelijke climax. De samenzang kwam vanop het podium als een stormram op je af. Het publiek werd overdonderd en weinigen durfden iets te zeggen. De volgende nummers lagen in dezelfde lijn, en de zachtere kant van Isbells werd even achterwege gelaten.
Heart Attacks” bracht hier wat verandering in; het melodische nummer was fijn uitgewerkt en toont net die ingenomenheid. Niet veel later hoorden we “As long as it takes”, het nummer waarmee het allemaal begon. Heel ingetogen speelden ze het , en het publiek kon het toch niet laten om mee te zingen.
Algemeen was het een zeer geslaagd optreden; het zijn meesters in de opbouw en de finesse van hun materiaal. De manier waarop de nummers in elkaar overvloeien, zorgden voor een krachtige boost in de set , wat door iedereen zowel vóór het podium als ver er vandaan kon gesmaakt worden.

De medewerkers van Cactus slagen er altijd in om een mooie variatie te bieden tussen bekend en onbekend aan het publiek. Cactusfestival staat dan ook gekend als het moment om nieuwe ontdekkingen te doen. Ghostpoet is er zo’n voorbeeld van. Deze Londense rapper was mij totaal onbekend. Hoewel het niet meteen mijn smaak van muziek is, was ik wel benieuwd. Wat mij direct opviel na “Garden Path”, was de sterke lyrische rap aangevuld met zachte beats. Na twee nummers heeft hij het publiek mee en wordt in het park hier en daar sporadisch plaats gemaakt voor een danspasje. Deze goed opgebouwde set vormde een mooie afwisseling tussen droevige en opgewekte nummers. De rustige kant van de muziek paste ideaal bij deze zaterdagmiddag.

Voor The Ravonettes ging ik graag naar voor, een beetje de overjaarse groupie uithangen zoals sommigen het kunnen zeggen. Het Deense trio brengt ons terug naar de garagerock met een terechte vermelding naar de sixties rock , bubblegumpop en The Velvet Underground.
De verwachtingen waren hoog,  jammer genoeg werd het eerste deel van de set gekenmerkt door een behoorlijke nonchalance. Het energieke “Attack of the Ghost Riders” en “My Tornado” kwamen niet over, en klonken eerder futloos. Ze gaven de indruk tegen hun goesting wat te spelen. Ze bleven wat plakken aan hun microfoons en bewogen weinig tot niet, wat op z’n beurt ook z’n weerslag had op het publiek.
Velen dropen na een paar nummers af. Gelukkig kwam er een keerpunt; met  Curse The Night”, “Break up Girls” en “Sleepwalking” kregen we plots een andere band te zien. De vette bas van Sharin Foo lag hier zeker aan de basis. Het tweede deel van de set maakte overduidelijk meer goed, maar spijtig genoeg verliet de band 10 minuten te vroeg het podium waardoor het publiek wat verdweesd achterbleef. Ondanks de sterk gebrachte nummers bleef ik wat op mijn honger zitten, de magere performance en de ongeïnteresseerde houding van de band lag hier aan de basis.

Het optreden van Michael Kiwanuka trok opmerkelijk meer volk ; ook ik was curieus. Kunnen we hier spreken van meer dan ‘een one hit wonder’? Heeft hij meer in zijn mars? Vanaf het moment dat Kiwanuka het podium betrad tot hij er weer afging,  was er een ‘big smile’ te zien. Hij en zijn band hadden er duidelijk zin in. “If you’d dare” is een stevig blues nummer , dat gelijkenis met Jimi Hendrickx opriep. “Tell me a tale”  is een perfecte mix van rustige jazzklanken gemixt met Afrikaanse invloeden. De cover van Jimi Hendrickx’s “May this be love” werd uitstekend gebracht en hij had niet te hard geprobeerd om er een kopie van te maken.
Naar het einde van de set toe werd het publiek getrakteerd op Kiwanuka’s doorbreek hit, “Home Again”. Hier en daar werd er al mompelend meegezongen , maar velen hielden de lippen stijf op elkaar en kozen voor de stem van Kiwanuka. Het energieke concert van Kiwanuka was tot nu toe het hoogtepunt van de dag .

Tien jaar geleden stond Bonnie Raitt hier ook al eens op het podium; toen sloot ze het festival af. Vandaag moest ze deze eer overlaten aan Ozark Henry. Maar dit kon haar niet echt deren, de 63-jarige zangeres was duidelijk de ster van de dag. De manier waarop ze het publiek bespeelde en het podium beheerste , kan door niemand nagedaan worden. Haar rauwe stem timbre en het blues gitaarspel dat  haar zo kenmerkt, was nog altijd even sterk als vroeger.
Raitt bracht weinig eigen songs maar bood ons een afwisselende set van covers aan. Zo leende ze klassiekers van Gerry Rafferty (“Right Down the Line”), John Hiatt (“Thing called love”), Bob Dylan (“Million Miles”) ; zo wel het nummer van Bob Dylan als haar eigenste “If I can’t make you love me”  reken ik tot de hoogtepunten.
Enkele festivalgangers noemden haar de Amerikaanse Axelle Red, dit door de kracht en de uitstraling van haar show en de manier waarop ze de nummers bracht.
Geen fouten, strakke timing en een beetje rock en roll theater. Bonnie Raitt zien we graag binnen 5 jaar nog eens terug!

Calexico heeft dit jaar al een paar keer in ons land vertoefd en nu stonden ze in Brugge. Klaar om het Minnewaterpark om te toveren tot een grote feestende massa. “Epic” is de opener van de avond en tevens ook de opener van hun nieuwste cd ‘Algiers’. Het blijkt een succesformule te zijn dit eerste nummer, steeds meer publiek wordt naar voor gelokt door de weemoedige gitaarklanken die steeds meer afgewisseld worden door Spaanse klanken.
Dezelfde lijn werd ook doorgetrokken in “Splitter”, ook een nummer van hun nieuwste plaat. De set was goed opgebouwd maar bleef nog eerder rustig; dan kwam “Roka”, het keerpunt van de set. Vanaf nu was het echt tijd om te feesten, incluis een overweldigende lichtshow. Nummers zoals “Para”, “Inspiracion” brengen de zwoele Zuiderse sfeer over in het Minnewaterpark.
Na deze strakke set was het jammer dat een cover van Joy Division’s “Love will tear us apart” werd gespeeld. Dit hadden ze gerust achterwege mogen laten. Gelukkig kon de afsluiter “Corona”  deze fout nog min of meer recht zetten.

Als laatste kwam Ozark Henry aandraven, de muzikale trots van West-Vlaanderen , al zeg ik het zelf. Een titel die hij zeker verdiend heeft , te zien aan het palmares van geniale songs. Voor zijn jongste cd werkt hij niet langer alleen maar bracht hij vrouwelijke gezelschap mee, Amarylis Uitterlinden.
Net als op de cd was op het podium een sterke wisselwerking tussen Goddaer en Uitterlinden. Het duo onder begeleiding van hun band stonden in maagdelijk wit op het podium. Ze hadden zich bewezen op ‘Stay Gold’, nu moesten ze zich nog bewijzen voor het overwegende Brugse publiek. “Give Yourself a Chance” was de opener. Het werd tijdens dit nummer al snel duidelijk dat de dynamiek bij Ozark Henry veranderd was. De nummers van de avond zouden hoofdzakelijk gekenmerkt worden door een duet tussen Goddaer en Amaryllis. Spijtig genoeg zorgde dit voor een omgekeerd effect. Voor vele fans was de samenwerking niet altijd noodzakelijk.
Oude nummers zoals “Rescue Me”, “Vespertine”, “At sea” mochten gerust solo gebracht worden. Amaryllis zocht vaak de hoge noten op, wat niet altijd even toonvast bleek te zijn en soms zelf voor wat irritatie zorgde bij omstaanders.
De nummers van Ozark Henry zijn juist sterk door hun minimalisme, nu was dit jammer genoeg niet echt het geval.
Het concert was zeker niet slecht, maar als afsluiter vond ik het niet waardig. Desondanks was de zaterdag van Cactus weer een feestje waarbij het kenmerkende familiefestival op meer festivalgangers kon rekenen dan de dag ervoor.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/cactusfestival-2013/


Organisatie: Cactus Club, Brugge (Cactusfestival, Brugge)

Cactusfestival 2013 - zondag 14 juli 2013 – Topdag voor Belgisch Erfgoed!

Geschreven door

Cactusfestival 2013 - zondag 14 juli 2013 – Topdag voor Belgisch Erfgoed!
Cactusfestival 2013
Minnewaterpark
Brugge

Of het aan het schitterende weer, of aan de Belgische top line-up, met SX, Balthazar en dEUS, lag, weten we niet, maar in ieder geval kon Cactus op dag drie het bordje Uitverkocht ophangen, met lange rijen aan de ingang tot gevolg, en een Minnewaterpark waar het toch wel even zoeken was naar een plaatsje om je neer te vlijen. De organisatie zal bijzonder blij geweest zijn na de uitgeregende weekend van vorige editie, waar afsluiter  Yeasayer enkel de die-hards waaronder Bibi kon verblijden met hun derde, maar onderschatte album ‘Fragant World’, terwijl het typische zonzoekende en kroostrijke Cactus-publiek al lang droge kleren was gaan opzoeken.

Prachtig weer dus, ideaal voor een ijsje of een mojito, en terwijl iedereen van de zon aan het genieten was, mocht Portico Quartet, een Engels, jawel viertal, de soundtrack verzorgen. Op het wereldwijde web wordt dit instrumentale gezelschap veelal in de jazz-hoek gecatalogeerd, wat ook wel logisch is als je Quartet in je groepsnaam opneemt, maar het is niet omdat je toevallig sopraan en tenorsaxofoons aanwendt, dat je daarom het jazz-etiketje moet opgeplakt krijgen.
Wij hoorden eerder live gespeelde, instrumentale elektronica: het begon traag, met soundscapes en ruis à la Trentemöller, luistermuziek die wat aan het zonnende Cactuspubliek voorbij ging, maar dan vielen er sub-bassen in à la James Blake, zonder dat het ooit zo ontoegankelijk en experimenteel werd als bij deze boomlange Brit . (Sorry Een journaal, maar als je Blake op Werchter verstilde schoonheid toedicht, dan heb je duidelijk maar een nummertje meegepikt, zonder oordoppen was die niet te doen).
De klankkastarme contrabas werd zowel als rollende bas en als strijker aangewend en het hoge geluid van de sopraansax deed mij bij momenten terugdenken aan Tanita Tikaram (hoewel die een hobo gebruikte op haar succesnummers). Na een halfuur probeerde Portico Quartet een clubsfeertje op te bouwen, de beats per minute schoten de hoogte in, en we kregen elektronica zoals Thom Yorke die samen met Modeselektor maakt, maar het publiek reageerde amper. In een donkere clubtent zou dit een stuk beter gewerkt hebben, misschien was het ook omdat er op het podium weinig gebeurde, een aantal gastzangers of danseressen zou misschien geholpen hebben om een festivalpubliek beter te bespelen. 
Wij vonden het heel goed, zeker naar het einde toe, toen ze ook een gitaar in de strijd gooiden, en ze naar een mantrale climax toewerkten.

Kortrijk outrockt Gent geweldig tegenwoordig, en SX kreeg vandaag een mooie plaats op de affiche na hun Cactusdebuut vorig jaar. Toen moesten ze nog naar Amerika vertrekken om hun debuut ‘Arche’ op te nemen, nu was het drummen op de planché vóór het Cactuspodium. Zangeres Stefanie Callebaut stond centraal achter de keyboards onder de gouden ‘Arche’-bol, drummer Jeroen Termote links (opvallend veel acts hadden hun drums daar gezet vandaag) en Benjamin Desmet op gitaar en keyboards stond rechts.
Sx begon goed, met de single “Gold”, maar al gauw verknoeiden de te luide bassen  het optreden: de op de jaren tachtig geënte synthpop verloor zijn pracht door bassen die zelfs op 25 meter van het podium nog windverplaatsing in je oren veroorzaakten. Callebaut headbangde er stevig op los, maar de publieksreactie volgde niet, behalve dan in de singles “Black video” en “Graffiti”.  De groepssound van Sx is normaal subtiel, maar ook wat afstandelijk, misschien dat dit ook wat speelde. Wellicht was Sx ook niet volledig tevreden over het geluid, in ieder geval kwamen ze niet terug voor een bisnummer, hoewel daar nog ruim de tijd voor was.

De Zweedse Bob Dylan met punk-attitude, ofte The Tallest Man On Earth, mocht daarna het Cactuspubliek overtuigen, gewapend met zijn stem en een batterij gitaren. Als je als solo-artiest een volledig festivalwei kan entertainen, dan heb je veel charisma en goeie songs, anders red je het niet. Kristian Mattson heeft beide, met een sardonische grijns opende hij zijn set met “King of Spain”, gevolgd door “Love is all”. Net als Jake Bugg brengt hij een actuele update van de jonge Bob Dylan, met heel sterke nummers uit zijn albums ‘The wild hunt’ en ‘There’s no leaving now’. Het hoge tempo van de eerste twee nummers wist hij niet aan te houden, maar pareltjes genoeg zoals “1904”, “Revelation Blues” en “The Wild hunt”, en als afsluiter  “Graceland” van Paul Simon er boven op.

Het was weer dringen voor de volgende Belgische band , het Kortrijkse Balthazar. Zelf ben ik niet altijd gepakt door de zangstem van Maarten Devoldere, die het grootste deel van de zang voor zich neemt, maar Balthazar heeft minimaal acht à negen sterke nummers, en er zijn maar weinig bands die dat presteren met nog maar twee albums op hun conto.
Live zijn ze ijzersterk, heel strak, dikwijls groots, enfin, perfect voor de festivals.  Balthazar begon met de grootse samenzang van “Lion’s mouth”,  a la Arcade Fire, en dan volgden “The boatman”, “The oldest of sisters” dat van Alex Turner van Arctic Monkeys had kunnen zijn, “Blood like wine”, waarin de muziek stopte, alle bandleden “Raise your glass” bleven zingen en hun instrumenten de lucht in staken. Kippenvelmomentje, net als in “Shinking ship”  met zijn mooi contrast tussen de vermoeide zang en de opgewekte melodie die er op volgde. Afsluiten deed Balthazar met “Do not claim them anymore”, met die fantastische riff die het nummer op gang trekt. Balthazar heeft op alle Werchter formules gestaan dit jaar, en ook op Cactus bewezen ze een van de beste Belgische livebands te zijn.

Na het Belgische geweld was er verrassend veel volk voor Beach House, die het genre van de droompop heruitgevonden hebben en ondertussen veel navolging gekregen hebben.  Droompop was er altijd al, denk maar aan Cocteau Twins of Mazzy Star, maar als genre met een list aan groepen die hun muziek onder deze noemer presenteren , is het toch iets van de laatste drie jaar. Visueel was er niet zoveel te beleven op het podium, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de muziek, die hoofzakelijk uit de twee laatste albums kwam, ‘Bloom’ (2012) en ‘Teen Dream’ (2010).
Live hebben Alex Scally en Victoria Legrand ook een drummer mee, die ook weer links op het podium stond, en dikwijls de paukenstokken bediende,  zo de subtiliteit van de nummers versterkend.  
Beach House begon er aan met “Wild”, met zijn Ennio Morricone sixtiesgitaarmotief. Beach House gaf ons de Duyster classic “Silver Soul”, het voor het Minnewaterpark toepasselijke “Walk in the park”, en het in al zijn eenvoud prachtige “Zebra”. 
De finale kwam er met “10 mile stereo” en het uitdeinende, aan Sigur Ros en My Bloody Valentine refererende “Irene”.  Het is altijd afwachten hoe de droompop van een band als Beach House op een festival zal onthaald worden, maar dit werkte heel goed op een zwoele valavond.

Iedereen was natuurlijk gekomen voor dEUS, die daarvoor nog nooit op Cactus gespeeld hadden: van de lange als de korte bar was er geen doorkomen meer aan. dEUS 3.0 (met Gevaert, Pawlovski en Misseghers) is een geoliede rockmachine, die er live altijd staan, in tegenstelling tot de vorige incarnaties, waar het dikwijls er op of eronder was, en dikwijls eronder.
 Alleen op de grote podia zoals die van Werchter lukt het niet altijd om de dEUS groove over te brengen, vandaar wellicht ook dat Barman verklaarde dat de kleine festivals, zoals Cactus, de toekomst zijn. dEUS laatste plaat, ‘Following sea’, was al meer dan een jaar uit, dus we verwachtten geen nieuwe nummers en het was dus de vraag of de show vanavond geen doorslagje zou zijn van de shows die we een jaar geleden gezien hadden. Het antwoord kwam al snel, met een vertimmerde en heftige opener  “The architect”, dat altijd wel een opener is op de dEUS shows, maar hier toch een andere gedaante kreeg dan vroeger. Dit zou de constante zijn van de avond, alle bekende nummers kregen een iets andere uitvoering, wat het spannend maakte.
Wat ook opviel vanavond was hoe dEUS  3.0 geen Barman soloshow is, maar een hechte band waarin iedereen zijn nummers heeft om op de voorgrond te treden: zo mocht Alain Gevaert de zang voor zich nemen in “Constant now”, terwijl in andere nummers Klaas Janzoons de zang deed. “Instant street” werd door Barman volledig op elektrische gitaar gespeeld, waar hij vroeger begon op akoestische gitaar en midden in het nummer een gitaarwissel inlaste. Dit nummer was het teken voor een kleine groep licht aangeschoten mannen naast mij om een kleinschalige pogo in te zetten,
”no feet were hurt in the process”. De gitaaruitbarsting op het podium kwam echter niet bij “Instant street”, maar wel bij het daar op volgende “Fell of the floor man”. Daarna kreeg “Little Arithmetics” een elektrische bewerking, met licht andere keyboard en gitaarlijnen.
We zaten ondertussen een dik halfuur in de set, tijd dus om wat gas terug te nemen met het gerapte “Girls keep drinking” en het Franstalige “Quatre mains”. Dan was het tijd voor mijn persoonlijke dEUS 3.0 favoriet, “Sun Ra”  waarin Mauro met zijn van de pot gerukte souldiva geschreeuw de nachttrein op gang trok. Daarop kreeg een andere jazzgrootheid, Charles Mingus, een ode door middel van “Theme from Turnpike”, waarop een gebald “Nothing really ends” het rustpunt was voor een verschroeiende finale: “Bad timing” was het sein voor mijn buren om weer een zatte pogo in te zetten, en toen de eerste noten van “Roses” weerklonken , was het kot (Park) te klein tot ver voorbij de lange bar. “Suds & soda” deed Cactus finaal ontploffen, zelfs de takken van de bomen begonnen heftig over en weer te zwaaien, de groendienst van de stad Brugge zal zich de passage van dEUS nog lang herinneren.

Dag 3 van Cactus was een absolute topdag, met de Belgische bands (Balthazar en dEUS) die heel sterk uit de hoek kwamen, het Rode Duivelsgevoel achterna.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/cactusfestival-2013/

Organisatie: Cactus Club, Brugge (Cactusfestival, Brugge)

Gent Jazz Festival 2013 – Bobby Womack – Bryan Ferry feat. The Bryan Ferry Orchestra

Geschreven door

Gent Jazz Festival 2013 – Bobby Womack – Bryan Ferry feat. The Bryan Ferry Orchestra
Gent Jazz Festival 2013
Bijlokesite
Gent

De festivaltent is aardig volgelopen voor oude soulveteraan Bobby Womack. Vorig jaar moest hij nog verstek laten gaan wegens ziekte. Nu staat hij toch op Gent Jazz, en we krijgen van Womack wat we verwachtten. Een gezonde dosis soul en motown.
Zijn recentste album ‘The Bravest Man in the Universe’  (2012) haalde de man wat uit het slop. Zijn carrière was wat we kunnen noemen – komen verzand te geraken na een hele periode vol tragiek.

Het is niet ongebruikelijk bij dergelijke artiesten dat het soms lang wachten geblazen is op de man zelf. Niet bij Womack. Na een korte introductie door de band ( wat een hoop muzikanten zeg), komt BM onmiddellijk on stage en verlaat het ook niet meer. Tenzij dan na het concert J. Hij wordt omringd door iets wat vervaarlijk veel op ‘the stag’ gelijkt, en die het podium mee opvrolijkt.
Womack scoorde wereldhits met onder meer “Welcome to 110th Street”. Hij wacht dan ook niet lang om met deze voltreffer uit te pakken. De tent herkent en wordt enthousisast, al zal het concert nooit helemaal ontploffen, spijts alle inspanningen van Womack en zijn gevolg. Het stemgeluid van Womack heeft nog niets aan kwaliteit ingeboet en zijn songschrijverstalenten bewijzen dat hij een plaatsje in de rock’ n roll Hall Of Fame heeft verdiend. Zijn samenwerking doorheen de jaren met ronkende namen als Wilson Pickett, Ray Charles en Aretha Franklin, maken uiteraard dat Womack een show neerplant om u tegen te zeggen. Omringd door een aantal zwarte vocals  die,  als ze hun keel openzetten , ik u niet kan garanderen dat ze ik altijd in mijn huis zou willen. U weet wel.wat ik bedoel.

Bobby Womack (zang), Hense Powell (musical director), Lisa Kai Coulter (zang), Alltrinna Grayson (zang), Ginare Womack (zang), James Thompson (saxofoon), Michael Davis (trompet), Brian Mantz (trompet), Ermuelito Navarro (trombone), Nathaniel La Pointe (gitaar), Alexander H. Marlowe (keyboard), Elbert Rusee Allen Jr (bass), William Bryant Jr. (drums), Gus Flores (drums)

BRYAN FERRY FEAT. THE BRYAN FERRY ORCHESTRA
Hij die zijn liefjes Amanda Lear en Jerry Hall destijds moest afstaan aan andere grootheden Bowie en Jagger liet even op zich wachten zodat zijn orkest ons een drietal nummers meenam naar de roaring twenties. Een heus orkest met alles erop en eraan. Heren strak in het pak en dames in glitterpakjes. Mooi verlichte pepiters. Pas na het derde nummer schuifelde ons eeuwig stijlicoon het podium op en zette in met een eerder lauwe versie van “Love is the drug”. Swing ontbreekt. Maar His British Politeness With Stiff Upperlip kan blijkbaar niks verkeerd doen en wordt alras door het dolenthousiaste publiek op handen gedragen. Het concept om jazzklassiekers , nummers uit de Roxyperiode en uit zijn solocarriere in een honderd jaar oud maatpak te proppen slaat duidelijk aan. Ik miste wel de bezieldheid van een Virginia Plane. Heel leuk, warm en oke, maar anderhalf uur is meer dan ruim voldoende.

Bryan Ferry (zang), Colin Good (piano), Enrico Tomasso (trompet), Richard White (alt & bas saxofoon, clarinet en bas clarinet), Robert Fowler (tenor saxofoon, Malcolm Earle-Smith (trombone), Martin Wheatley (gitaar, banjo), Alan Barnes (bariton saxofoon, klarinet), John Sutton (drum), Oliver Thompson (gitaar), Tom Wheatley (bas), Iain Dixon (keyboard, saxofoon), Cherisse Ofuso-Osei (drum), Bobbie Gordon (zang), Jodie Scantlebury (zang).

De eerste week van dit mooie festival krijgt een grote onderscheiding …

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent   

Heineken Open’er Festival 2013 – van 3 tem 6 juli 2013 – Gdynia, Polen – Live reviews (fr)

Geschreven door

Heineken Open’er Festival 2013 – van 3 tem 6 juli 2013 – Gdynia, Polen – Live reviews (fr)

Heineken Open’er Festival is een muziekfestival die plaatsvindt in Gdynia, Polen. De eerste editie van het festival ging door in Warsaw onder de naam Open Air Festival. Sinds 2006 gaat het festival door op de luchthaven van Kosakowo (Gdynia, op een 10tal km van Gdansk!) . Alter Art, een concert agency, is de hoofdorganisator maar Heineken International is hun hoofdsponsor. Open’er Festival kreeg de Best Major Festival prijs op de Europese Festival Awards in 2009 en 2010.

Heineken Open’er wordt ingedeeld in vier podia. Een main stage, een tent stage, een world stage en een alter space. Met elk een divers muzikaal aanbod van headliners tot folkmuziek, van experimentele sound tot alternatieve klasse.

Op hun affiche prijkten de namen van Blur, QOTSA, Kings of Leon, Editors, Nick Cave & The bad Seeds, Maria Peszek, Arctic Monkeys, Modest Mouse, Animal Collective, Skunk anasie, Tame Impala, Editors, Disclosure en Alt-J. Een extra show was er met Rihanna een dag later op 7 juli 2013!

Heineken Open’er - : http://www.opener.pl/en

Neem gerust een kijkje naar de live reviews van
http://www.musiczine.net/fr/festivals/festival/open-er-2013-samedi-6-juillet/

http://www.musiczine.net/fr/festivals/festival/open-er-2013-vendredi-5-juillet/
http://www.musiczine.net/fr/festivals/festival/open-er-2013-jeudi-4-juillet/ 

Rock Zottegem 2013 – vrijdag 12 juli 2013 - Zot Rockegem op Rock Zottegem!

Geschreven door

Rock Zottegem 2013 – vrijdag 12 juli 2013 - Zot Rockegem op Rock Zottegem!
Rock Zottegem 2013
Bevegemse Vijvers
Zottegem

Voor het eerst in de 20-jarige geschiedenis was Rock Zottegem vooraf helemaal uitverkocht voor de beide festivaldagen!  Een mooie opsteker voor deze jubileumeditie!

Toen we vrijdagavond de terreinen van de Bevegemse Vijvers betraden waren The Opposites al bezig het publiek te vermaken met hun aanstekelijke mix van rap, hip hop, hardcore en gabber! Rappers Willy en Big2 bespeelden het jeugdig publiek op meesterlijke wijze en kregen zelfs een heuse ‘circle pit’ op gang.  Vroeg in de set zat de recente hitsingle “Slapeloze Nachten” en vlak daarna waren de vroegere succesnummers “Licht uit” en “Broodje Bakpao” aan de beurt, inclusief een hele resem samples, gabber beats, ‘handjes in de lucht moment’ en korte verwijzing naar de band Scooter.
Zottegem brulde, danste en fuifde luid en wild mee, tot groot plezier van The Opposites zelf die duidelijk in hun nopjes waren met deze interactie.  Afgesloten werd met de nieuwe single “Thunder ft. Yellow Claw” waarop het jonge volk voor een laatste keer helemaal loos ging.  Enthousiaste Willy deed nog een heuse stagedive in het publiek en er werd nogmaals op vraag van Big2 een reuze circle pit ingezet.  Je zou haast denken dat Suicidal Tendencies een dag eerder waren gekomen…

Ook de volgende band op het podium bestond uit allemaal Noorderburen, zij het van enkele generaties ouder en met iets meer rockgeluid uit de speaker : Golden Earring!
Leuk detail was trouwens dat zelfs een Nederlander fungeerde als presentator op het festival : Marco Roelofs van de vorig jaar ter ziele gegane Heideroosjes (die in 2012 trouwens nog op de affiche van RZ stonden).
Golden Earring dus!  Het jonge volk had intussen plaats gemaakt voor de ‘iets oudere jeugd’ die ongetwijfeld de hits van hun vroegere helden nog eens live wilden meemaken.  En die hits zorgden inderdaad voor het nodige vuurwerk in de energieke maar vrij korte set van zo’n 11 nummers. “Identical” en “Timebomb” waren slechts 2 opwarmnummers voor het meer gekende werk maar toen kon je al merken dat Barry Hay (65 jaar!) vrij goed bij stem was!    Het waren ook de 2 enige nummers uit de laatste CD van GE : ‘Tits’N Ass’ uit 2012.  “Another 45 miles” werd zoals gebruikelijk gezongen door gitarist George Kooymans (zelfde leeftijd!) en was de ideale voorbode van het fantastische “Twilight Zone” dat door gans de tent galmde!  De generatie rockers van de jaren 70 en 80 herbeleefden met plezier hun uitgangsjaren! “Cadillac”, met live sax on stage, was slechts een tussendoortje voor de volgende batterij wereldnummers van die tijd “When a lady smiles”, “The devil made me do it” en “Going to the run”.  Stuk voor stuk met veel verve gespeeld en op enorm enthousiasme onthaald door het publiek.  Het deed de heren op het podium duidelijk deugd.
Op het einde van de set werd een rustpunt ingebouwd en mochten bassist Rinus zijn kunnen nog eens demonsteren met een lang uitgesponnen solomoment.
Tot slot werd natuurlijk het obligate “Radar Love” ingezet!  Het hoogtepunt van elk Golden Earring concert en een nummer dat sinds 1973 een echte klassieker is!  Ook nu klonk het nummer alweer fantastisch en bleek nog maar eens hoe tijdloos goed het is.  Op Rock Zottegem werd een vrij lange versie gespeeld waarbij drummer Cesar even letterlijk in de spotlight kwam te staan met een uitgebreide solo en rechtstaande bediening van zijn Pearl materiaal.
Als toegift haalde de band nog “Holy holy life” vanonder het stof (1971) en het meer gekende “Long blond animal”.  Na een uur zat het erop en gingen de heren op leeftijd ( de band bestaat sinds 1961!) zichtbaar goedgezind van het podium.  Het publiek had gekregen waarvoor het was gekomen en trol al even goedgezind naar een biertent.

Bush was aan de beurt om 22u30.  Eigenlijk kan je beter spreken van Gavin Rossdale en band want sinds de oprichting in 1992 tot op vandaag draait bij Bush alles rond de mediagenieke leadzanger. Benieuwd hoe die gasten het er zouden vanaf brengen en hoe het publiek zou reageren gezien de band toch een aanzienlijke periode (2002 tot 2010) ophield te bestaan.
Vanaf de eerste stappen op het podium was meteen duidelijk dat Gavin Rossdale nog niet veel aan sexappeal en charisma had ingeboet!  De dames op de eerste rij lieten het zich welgevallen.  Muzikaal was er een groot verschil tussen de recente nummers die geplukt werden van de laatste CD ‘The Sea of Memories’ en de hitsingles uit de jaren 90 van de succesvolle CD’s ‘Sixteen Stone’ en ‘Razorblade Suitcase’.  De eerste nummers waren veel minder gekend en konden maar op een lauwe reactie rekenen, nochtans is “The Sound of Winter” een sterke song.  Maar bij het aanzetten van oa. “Everything Zen”, “Swallowed” en “Glycerine” speelde het publiek er op in , wat luid werd meegekeeld!
Bush speelde strak en stevig en had qua intensiteit nog niets ingeboet tegenover hun succesperiode midden jaren ’90.  Het timbre van Rossdale’s stem was verbluffend intact en zuiver. De cover “Come Together” van The Beatles kon op veel bijval rekenen.  En intussen had mister Rossdale zich onsterfelijk sympathiek gemaakt door zich al zingend tussen het volk te begeven, iedereen te groeten en ook de rolstoelgebruikers een gemeend bezoekje te brengen …
De set werd afgesloten met het nummer “Come Down” en de heren hielden het onmiddellijk voor bekeken zonder toegift.  Al bij al een geslaagd optreden van een band die allicht nooit meer het niveau en de populariteit haalt van hun beginjaren maar toch nog een deftige plaats verdient op menig festival!  Rock Zottegem had dit goed ingeschat!

De heren van dEUS voorstellen hoeft niet meer.  Iedereen weet dat ze momenteel zowat het beste zijn wat België te bieden heeft aan rockbands en ook internationaal het meest kunnen betekenen.
Tom Barman en zijn bende mochten anderhalf uur lang de eerste dag van Rock Zottegem afsluiten (op Dr Lektroluv na) en ze deden dat met verve!  De set was opgebouwd uit opeenvolgende golven van recent werk en singles uit het verleden.  Opener “Architect” zette meteen de toon, gevolgd door “Constant now”.  Barman vertelde dat hij zin had om te dansen maar bleef wijselijk zichzelf en liet het dansen over aan het publiek. “
Instant Street”, “Little Arithmetics” en “Fell of the Floor man” passeerden vlot de revue.  Halfweg het optreden was het tijd voor oa. “Quatre Mains” en de Fleetwood Mac cover “Oh well”.  Uit de CD ‘Keep you close’ werd vervolgens het titelnummer gespeeld en het mooie “Ghost”.  Allemaal heel professioneel gebracht zonder veel show en overbodige  franjes.
Bij dEUS komt de muziek duidelijk op de eerste plaats en dat mag ook wel eens tussen de vele acts die soms hoofdzakelijk op het visuele spelen!  Het geslaagde optreden werd afgesloten met een sfeervolle versie van het nummer “Roses” en als klap op de vuurpijl het gekende dEUS anthem “Suds & Soda”.
Zottegem ging nog een laatste keer uit de bol en kon tegen 1u30 terugblikken op een heel fijne eerste festivaldag met lekker weer, veel volk en ambiance en sterke mix van bands op het podium!
Het wordt allicht een hele uitdaging om volgend jaar beter te doen maar we zijn al lang tevreden met een status quo!  Dikke pluim alvast voor de organisatie!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/rock-zottegem-2013/
Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem 

Pagina 345 van 498