logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Norah Jones

Norah Jones – Lovely head

Geschreven door

Melody Gardot, Diana Krall, Norah Jones, … Voor dit nieuwe seizoen hebben deze bevallige jongedames van de Jazz/Pop afgesproken in Brussel om er het hoofd van de mannen op hol te brengen. De eerste die de planken van een hoofdstedelijke zaal mocht betreden, Norah Jones, liet haar oog vallen op Vorst Nationaal. Een zaal die een beetje te onpersoonlijk is voor dat soort muziek, maar dat heeft de jongedame niet belet om de ruimte in een handomdraai te vullen.

Er wordt niet gespot met de uurregeling in Vorst Nationaal. Klokslag 21 uur komt Norah Jones samen met haar band (“They don’t have a name yet” kondigt ze wat later aan) voor een zittend, talrijk publiek. Omringd door een vrij eenvoudig decor begroet de knappe nakomelinge van Ravi Shankar haar publiek, alvorens van start te gaan met een hit. “Come Away With Me”. Wanneer je maar wil, schoonheid! Het heerlijke timbre van de stem van de jongedame ontsnapt uit de luidsprekers, waardoor een kristalhelder geluid wordt verspreid. Op dat ogenblik begint het ‘GSM-moment’. Uiteraard! Vanaf het tweede lied snijdt Jones het nummer aan met dezelfde naam als haar laatste album, “Little Broken Hearts”, en geeft te kennen dat de avond volstrekt gericht zal zijn op haar nieuwe oeuvre.

Op 10 jaar en 5 LP’s tijd is Norah Jones geleidelijk aan verschoven van een smachtende jazz naar een steeds meer verzachtende pop. En deze metamorfose zal voelbaar zijn gedurende het hele concert, dat sober en aangenaam maar, zo nu en dan, op het randje van saai is. Jones heeft klasse, haar muzikanten zijn voortreffelijk. Maar wanneer je na vijf nummers aan het boodschappenlijstje voor de volgende dag begint te denken, is er toch iets mis. En dat ‘iets’ is de ongelukkige focus op de laatste composities, een verplichte promotour.
Ondanks de helpende hand van grootmeester Danger Mouse bij de productie van ‘Little Broken Hearts’, kunnen we moeilijk zeggen dat het album een ongekend succes heeft, zowel de versie die is opgenomen in de studio als live. Gelukkig zorgen titels als “Sinkin’ Soon”, “Cold Cold Heart” (gecovered van Hank Williams), “After The Fall” of de bejubelde hit “Don”t know why” ervoor dat Jones en haar team de tijd kunnen doorstaan. De troef van de zangeres? Haar piano. In haar wissel van het ene naar het andere instrument, is het wanneer ze achter haar ivoorwerk zetelt dat de magie écht plaatsvindt. En dat de lomperiken gezeteld achter u eindelijk beslissen hun mond te houden. Een verrassend moment.


Het concert zit erop na anderhalf uur en twee bisnummers, waaronder “Sunrise” dat in koor wordt meegezongen door het publiek. Dat lijkt alvast veroverd. Wat ons betreft, kunnen we niet zeggen dat de vonken echt zijn overgesprongen. De schuld ligt bij de vele zweverige momenten. Ach kom, een kleine ‘My Blueberry Nights’ op DVD om ons te troosten.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/norah-jones-12-09-2012/

Redouane Sbai – vertaling Marilien Bultinck

Organisatie: Live Nation

Nils Frahm

Icarus Night XL: Nils Frahm - A Winged Victory For The Sullen

Geschreven door

Icarus Night XL: Nils Frahm - A Winged Victory For The Sullen
Nils Frahm

Het seizoen van de ontelbare overhypete zomerfestivals loopt momenteel op zijn laatste benen. Dit betekent wel meteen dat er een nieuw concertseizoen verleidelijk naar ons lonkt. Veel interessanter, toch? Geef mij maar intiemere zaalconcerten waar het publiek op zijn minst uit interesse komt, en niet omdat het hip is er te zijn. Bovendien kan ik mij al jaren niet meer ontdoen van het gevoel dat je in een zaal als fan meer kwaliteitswaar krijgt voor je geld. Inboeten op zacht zomerweer is de tol. Maar wie kan het druilerig herfstweer iets schelen als je een avond in een verwarmend modern klassiek jasje tegemoet gaat.

“Are you ready for some sad and depressing music?” klonk nochtans de vraag van de in Brussel wonende Adam Wiltzie, fronthelft van A Winged Victory Of The Sullen. En toen werd het muisstil, net zoals het hoort bij een klassiek optreden. Frontmannen Adam Wiltzie en Dustin O'Halloran omringen zich voor dit project met twee fantastische violisten en een celliste. Samen brengen ze instrumentale neo-klassieke composities waarin hier en daar flarden van electronica te bespeuren vallen. De minutieus opgebouwde strijkarrangementen en elektronische soundscapes brengen ons naar een duistere droomwereld waar de tristesse soms wordt verdampt door heldere stralen van hoop. De set wordt zorgvuldig opgebouwd naar een hoogtepunt, met de zalvende harp in de hoofdrol bij “Requiem For The Static King”. Het publiek vroeg dan ook heel terecht naar een bisnummer.

Hierdoor begon de set van hun sympathieke Duitse vriend Nils Frahm ook een half uurtje later. Enkele weken terug brak deze pianovirtuoos zijn duim waardoor hij even werkonbekwaam werd bevonden door zijn arts.
Tijdens zijn revalidatieperiode bleef hij echter niet bij de pakken zitten en schreef hij zelf een compositie dat “Song for 9 fingers” heet. Van de blessure was er eigenlijk niks te merken. De man schudde prachtige verhalende melodieën uit zijn mouwen, alsof hij speelde met twaalf vingers. Dat we hier met een muzikant ‘pur sang’ te maken hebben, lijdt geen enkele twijfel. Zijn set startte hij met geïmproviseerde percussie, drummend op de pianokoorden. Tussendoor bewijst deze klassiek geschoolde pianist ook nog even dat hij zonder enige moeite overweg kan met analoge synths. Om het publiek helemaal voor zich te winnen, ging hij op zoek naar een vrijwilliger om samen met hem een quatre-mains uit te voeren. Terwijl hij de lage noten voor zijn rekening nam, mocht vrijwilligster Jana de zwarte toetsen in de hoge registers bespelen. Een prachtig kwartiertje improvisatie dat hun een oorverdovend applaus opleverde. Nils’ duim omhoog voor Jana’s lef en kunde. Zonder twijfel een onvergetelijke ervaring voor haar.
Het leuke aan Frahm is dat hij speelt met uiteenlopende gevoelens. Zijn minimalistische composities ademen zowel melancholiek als hartstochtelijk verlangen uit, passionele romantiek, gewoonweg ruimtescheppende virtuositeit.
Nils, vanavond heb je heel wat hartjes gewonnen, mensen met verstomming geslagen en mondjes doen openvallen; het perfect componeerde, het abstracte antwoord op de vraag hoe je klassieke muziek sexy kan maken.

Een prachtige avond, de ideale voorloper voor het nakende concertseizoen. Bedankt Democrazy om ons andermaal te trakteren op kwaliteit van de bovenste plank, dit in een fijn industrieel decor. Volgende afspraak gaat door in onze geliefde Gentse Vooruit, met Kid Koala in de hoofdrol.  Tot dan!

Organisatie: Democrazy, Gent (ism Icarus - DOK)  

Yeasayer

Fragrant World

Geschreven door

Dat de hipsters van Yeasayer geen schrik hebben om nieuwe paden te bewandelen, hadden ze al bewezen met ‘Odd Blood’, de opvolger van hun debuut ‘All Hours Cymbals’. Terwijl ze bij hun eerste worp vooral de mosterd gingen halen bij wereldmuziek, sloegen ze met hun tweede een totaal andere weg in. Ze brachten synthpop met een adhd-randje. Balancerend op de rand van kitsch en aanstekelijke chaos, maar gelukkig net overhellend naar dat laatste.
Op hun derde en nieuwste plaat ‘Fragrant World’ gooien ze het weer over een andere boeg. Deze keer drukken ze het gaspedaal minder vaak in, waardoor het tempo een stuk lager ligt. De gitaren zijn bijna volledig naar de achtergrond verwezen en we krijgen R&B en psychedelica-invloeden voorgeschoteld. De songs zitten volgepropt met elektronische achtergrondgeluidjes en zetten de luisteraar vaak op het verkeerd been. Dit alles zorgt ervoor dat ‘Fragrant World’ wellicht de minst toegankelijke plaat van de groep is geworden. Het is even doorbijten bij de eerste luisterbeurten, maar daarna  is het bijna onvermijdelijk om geen lichte verslaving aan deze cd over te houden. 

“Henrietta” behoort bijvoorbeeld zeker tot hun beste songs. Hier wordt het experiment voor de verandering wel eens tot het minimum beperkt, en dat blijkt goed uit te pakken. Het bewijs dat deze jongens ook goede songschrijvers zijn.  De bloedmooie mantra “Oh Henrietta, we can live on forever”, dat de laatste twee minuten constant herhaald wordt, blijft dagenlang in je hoofd rondspoken.  Ook “Reagan’s Skeleton” met zijn botergeile baslijn , aanstekelijke synths en killerrefrein is verdraaid catchy en zal wellicht het grootste hitje op ‘Fragrant World’ worden. De rest van de songs zijn moeilijker te doorgronden, maar door de vele weerhaakjes blijft het boeiend luistervoer.
De eerste minuut van “Folk Hero Shtick” doet denken aan Goose, maar dan zorgt een akoestisch intermezzo ervoor dat de song een heel andere richting uitgaat dan eerst gedacht. De strijkerspartij op het zeer R&B-achtige Longevity en de dwarsfluit in het begin van “Demon Road”, trekken het geluid van de plaat verder open. Enkel  het einde van “Blue Paper” rakelt nog eens herinneringen op aan de beginperiode van Yeasayer. De harmonieuze, meerstemmige zanglijn had zo op ‘All Hour Cymbals’ kunnen staan.

The Smashing Pumpkins

Oceania

Geschreven door

Smashing Pumkins was in de jaren negentig een essentiële gitaargroep die drie fantastische platen maakte met als absolute hoogtepunt het onklopbare ‘Siamese Dream’ uit 1993. De band mocht in die tijd gerust in één adem genoemd worden met invloedrijke groepen als Nirvana en The Pixies. Daarna ging het wel heel snel bergaf, het donkere album ‘Adore’ kon er nog net mee door, maar hetgeen daarna kwam (‘Machina/ The Machines of God’ in 2000 en het niet te pruimen come back vehikel ‘Zeitgeist’ in 2007) was huilen met de pet op. Frontman Billy Corgan had het zot in zijn kop gekregen, hij gooide alle oorspronkelijke leden de deur uit en begon zodanig te zwijmelen over God en Krishna dat wij hem spontaan in een diepe kerker zouden gegooid hebben.
Sedertdien neemt niemand Billy Corgan nog serieus en zijn er ook nog weinigen die zitten te wachten op een nieuwe Pumpkins plaat. Met ‘Oceania’ is dat er nu toch van gekomen, hoewel, naast Corgan zelf zit er geen enkel origineel groepslid meer in de band en toch blijft de koppige zeurpiet hardnekkig vasthouden aan de groepsnaam. Maar goed, hij is de baas. Wat moeten we nu met ‘Oceania’? Toch eerst even grondig beluisteren voor we de hakbijl bovenhalen.
Tot onze verbazing zit het met openingstrack “Quasar” meteen goed, de song drijft op een jachtige groove die we sinds ‘Siamese Dream’ niet meer gehoord hebben, en dat is inmiddels al bijna 20 jaar geleden. Het kan haast niet anders dan dat het daarna terug naar af gaat, songs als “Panopticon” en “Violet Rays” kunnen inderdaad niet tippen aan de kracht van die binnenkomer, maar we gaan nu ook niet meteen onze skip toets indrukken. Vanaf het sullige synthesizer riedeltje van het melige “One diamond, one heart” begint het toch weer aardig naar ongepast melodrama te stinken en met de ballad “Pinwheels” wordt onze argwaan bevestigd. Dan toch die hakbijl ? Ja, dus, want de titelsong is een draak van negen minuten slechte progrock en ook van het stroperige “Pale Horse” gaan onze tenen krullen. En dan plots, als de moed ons al zwaar in de schoenen is gezakt, komt een lekker ouderwetse old school Pumkins song “The Chimera” (zoals ‘Gish’ en ‘Siamese Dream’ er vol van staan) de meubelen redden. Een tijdelijke opklaring, zo blijkt want daarna zakt de pudding terug in.

Niet zo slecht als ‘Zeitgeist’ dus, maar ‘Gish’ en ‘Siamese Dream’ zijn mijlenver uit de buurt.
‘Oceania’ is een plaat als een dementie patiënt, met een paar onverhoopte nuchtere momenten als heuse opflakkering, maar over ‘t algemeen is het brein een hopeloos gestoord zootje die niet meer normaal te krijgen is.  

Vive La Fête

Produit de Belgique

Geschreven door

Ze lieten wat langer op zich wachten dan gewoonlijk als je de productiviteit van de vorige cd’s op nahoudt , maar OK,  een kleine drie jaar later,  is het weer tijd voor de feestelijke, genietbare, dansbare en hitsige electropop van Els Pynoo en Danny Mommens .
Ze deden beroep op de Belgische producer Jo Bogaert. Opnieuw een pak songs , 12 in totaal , die fris en vettig klinken ; en houden van uitstapjes  wave en Balkan,  aanstekelijk, groovy en luchtig. De verleidelijke, kirrende stem van Els is de barometer. Hun ‘Produit de Belgique’ mag er gerust zijn. Goede cd .

Wallace Vanborn

Lions, Liars, Guns & God

Geschreven door

Het Gentse trio Wallace Vanborn mag fier zijn . Hun tweede cd ‘Lions, Liars, Guns & God’
is er eentje om van te snoepen . Ze konden David Bottril (drie Tool albums, eentje van Placebo, Muse, dEUS,...) strikken als producer. En dat zal hen wel deugd gedaan hebben, want we hebben hier een uitermate boeiende en gevarieerde cd binnen het concept van aanstekelijke, opwindende  , toegankelijke, catchy rock , die houdt van een vleugje stoner. Triggerfinger , Black Box Revelation , Channel Zero, Blood Red Shoes, Kyuss en QOSA zullen onherroepelijk verbonden worden met de heren, maar geen nood , het kan het trio maar een hart onder de riem zijn . “Found in LA”, “Marching sideways” en “Cougars” zijn al meteen intens snedige kleppers, maar ook de broeierige, afwisselende aanpak op “The plunge” , “Enemy of serpentine” en “A smack as a potion” moeten niet onderdoen aan kwaliteit. En “Pawns” biedt ademruimte . Toegegeven, Wallace Vanborn biedt niet echt iets vernieuwend , maar ‘goede‘ rock kunnen we maar een warm hart toedragen .

The Hong Kong Dong

Sweet sensations

Geschreven door

De familie Zeebroek van Kamagurka , Boris en Sarah Yu , uit het Gentse hebben met Geoffrey Burton (ex- Arno) een vriend en begenadigd gitarist bij en samen met nog twee andere leden, brengen zij een zomerse cocktail van pop, rock, electro , disco en funk in een glamoureus kitsch pakje . En ze zijn niet vies om wat Oosterse muziek in dit concept.
Een avontuurlijk, aangenaam en gevarieerd debuutalbum die een eerder verschenen EP opvolgt , waarop o.m. het van You tube geweerde oude “Lesbians are a boy’s best friend” staat.
We dachten aan een rockende Scissor Sisters soms , die aanstekelijke muziek en jeugdig enthousiasme versmelten en hiermee sterke live prestaties neerpennen . Opwindende, sfeervolle, leuke muziek, aandacht voor detail, fijne samenzang én een Sarah die als een krolse kat zingend en gillend kan bezig zijn.
Hong Kong Dong gaat niet onopgemerkt voorbij . Op het debuut ‘Sweet sensations’ horen we een band vol optimisme en met een positive vibe!

Gemma Ray

Island Fire

Geschreven door

De sing/songwriting van Gemma Ray baadt in fifties country, sixties ballads, rockabilly, hillbillyblues, surf , folk noir en pop . De Britse zangeres is al aan haar vijfde cd toe en viel in 2010 op met de coverplaat ‘It’s a shame about Gemma Ray’ . 
Ze brengt op haar platen enorme varianten aan , wat het geheel uitermate boeiend en spannend houdt . De afwisseling van fris, trippend , speels en ingetogen, dromerig  materiaal vormt het kader van een Saloon Bar van een Q. Tarentino film of van een sprookje. Een best leuk  muzikaal recept met haar indringende, heldere vocals .
Op die manier houden we van de afwisseling op “Allright! Alive”, “Put your brain in gear”, “Runaway” , “Troup de loup” (knipoog naar Calexico zelfs!) , “Flood & a fire”, “Rescue me” en de opbouwende “Bring ring ring yeah”. De twee extra tracks luisteren naar Tori Amos door het subliem pakkende pianospel .
Gemma Ray , een sing/songschrijfster ‘all styles’ , pur sang , eerlijk, vol passie en emotie.  

Perfume Genius

Perfume Genius – Een te grote zaal voor de perfecte ‘Perfume’?! …

Geschreven door

De Ancienne Belgique haalde met de start van het najaarsconcertseizoen al meteen een grote naam binnen met Perfume Genius, het project van de Amerikaan afkomstig uit Seattle: Mike Hadreas. Slechts enkele maanden nadat hij voor een volle zaal stond tijdens Les Nuits Botanique en logischerwijs werd uitgenodigd in Werchter, kwam de Amerikaan terug naar Brussel. En toch, in tegenstelling tot zijn laatste optreden in de hoofdstad, was de AB – voor de gelegenheid voorzien van zowel zit- als staanplaatsen – net niet volgeboekt.

Perfume Genius - Om 21 uur stipt verschijnt de 27-jarige jongeman (al lijkt hij er hooguit 20) op het podium. Vergezeld door een drummer en tweede muzikant die zich ontfermt over de soundscapes, neemt Mike Hadreas plaats achter zijn synthesizer. Gedurende het hele concert zal de Amerikaan, op één uitzondering na, blijven zitten op zijn kruk, evenals zijn collega’s die ook niet meer zullen bewegen. Vanaf de eerste woorden wordt het publiek meegesleept door de androgyne, perfect gecontroleerde stem, die doet denken aan die van Antony of Boy George.
Het duidelijkste voorbeeld is ongetwijfeld tijdens de vertolking van “No tear”, een gekweld stuk vol sterke emoties. De nummers van zijn laatste album ‘Put Your Back N 2 It’ volgen elkaar op. De pianist wisselt tot rust komende stukken af , met andere, meer meeslepende stukken, met op de achtergrond een kwijnende piano en de somberheid van de teksten. We zullen de sterke momenten van het concert onthouden dankzij “Take me home” en “Hood” of dankzij de bewerking van Neil Young’s “Helpless”, dat Hadreas alleen op piano bracht. Tot zover dus de sterke punten van het concert.

Helaas kunnen we het hier niet bij houden. Eerst en vooral, de afwisseling van meeslepende nummers enerzijds en eerder rustige nummers anderzijds kon op het eerste gezicht relevant lijken, maar uiteindelijk merken we dat deze nummerindeling het publiek tegenhoudt om echt tot de kern van de zaak te komen. Bovendien heeft Mike Hadreas de vervelende gewoonte om zijn stukken abrupt te beëindigen, waardoor de kijkers voortdurend op hun honger blijven zitten.
Als we daaraan toevoegen dat het optreden van de groep slechts een klein uur heeft geduurd, dan laat dat weinig ruimte om de sfeer ten volle in zich op te nemen.
Ten slotte, op theatraal vlak, zijn de leden van Perfume Genius geen podiumbeesten. En aangezien er geen enkele visuele meerwaarde is, menen we dat het zien van het optreden uiteindelijk weinig verschilt van het luisteren naar het album.
Een zaal van kleinere omvang is duidelijk beter geschikt voor hen. Dit zou alvast een verklaring bieden voor de plankenkoorts waar de Amerikaan zichtbaar aan leed.

Ondanks de subtiliteit en doeltreffendheid van de stukken die Perfume Genius bracht, blijven we na het concert onvermijdelijk op onze honger zitten. Gebrek aan ervaring? Gebrek aan zelfverzekerdheid? Perfume Genius kan in elk geval zijn optredens alleen maar verbeteren. Het talent is er, de stukken eveneens. Nu enkel nog die stukken voor een publiek brengen.

Berenger Ameloot - vertaling Marilien Bultinck

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Buildings

Buildings – Kracht en Variatie

Geschreven door

“De trein is altijd een beetje reizen.” Vandaag betekende dat “ beetje” een uur langer dan gepland. Als gevolg van de met zon overgoten hemel en de daarbijkomende talrijke dagjestoeristen zat de trein overvol waardoor we genoodzaakt waren de volgende te nemen.
De reis doorheen het landschap van The K. duurde hierdoor maar zeer kort. Bij het binnenkomen in Magasin 4 hoorde ik “c’est la dernière”. The K. sloot af met een stevig nummer dat echter op zeer weinig respons van het publiek kon rekenen. Een publiek dat ook niet zo talrijk aanwezig was. Een oordeel vellen over het optreden kunnen we dus niet doen. Wel hadden ze ons op Dour dit jaar al overtuigd met hun ruige en vuile sound. Toen was het publiek wel mee en dook de zanger de tent in om enkele fans op wat ‘bisous’ te trakteren.


Na een kwartier wachten was het tijd om aan de main-act te beginnen. Buildings zijn 3 jonge vossen uit Minneapolis, USA, die reeds 5 jaar aan de weg timmeren.  Begin dit jaar brachten ze de plaat MELT CRY SLEEP uit. Wie deze eens wil beluisteren (sterk aan te raden) kan terecht op hun bandcamppagina http://buildingsband.bandcamp.com/ .

Buildings in een vakje steken is geen sinecure. De band grossiert in stempels (math-rock, punk, noise, rock, grunge, punk…) en terecht. Hun sound is niet te bevatten in één genre. Ze nemen je mee op een opwindende en afwisselende rollercoaster, zonder dat je weet waar die naartoe zal leiden.
De afwisseling tussen de nummers en binnen de nummers zelf zorgt ervoor dat de verveling op geen enkel moment toeslaat, of zelf nog maar om de hoek komt piepen. Ondanks die grote diversiteit blijven ze toch een eigen sound houden, dankzij een zeer goeie zanger. Hij probeerde ons nog op het verkeerde been te zetten door te verklaren dat hij al te veel Chimays had gedronken. Maar daar was tijdens het optreden niets van te merken. Drum, bas en gitaar waren perfect op elkaar afgesteld en ze lieten ook ruimte om elk zijn eigen ding te laten doen. De gitaar ging van zeer lyrisch naar vette riffs en terug. Maar dreigen deden ze het gehele optreden lang. Er gaat vuur en agressie uit van deze jongens. Een stormram die op je afkomt en je  gewond achterlaat. Om je dan eventjes te troosten, tot ze je opnieuw met een kopstoot onderuit halen.  De bas en drum droegen het geheel perfect en creëerde de perfecte sfeer om zang en gitaar te laten gedijen. De nummers schoten elkaar in een sneltreinvaart voorbij en lieten na 45 minuten het publiek met een voldaan gevoel achter.

Kracht en variatie: dat zijn de trefwoorden die Buildings het best omschrijven. Voor de snelle beslissers: 16 september spelen ze op Incubate in Tilburg. Wij zullen alvast opnieuw van de partij zijn!

Organisatie: Magasin 4, Brussel

Homer

The Politics Of Make Believe

Geschreven door

Voor wie het Belgische punk- en hardcorewereldje op de voet volgt, is Homer geen onbekende.  Het viertal uit Leuven en Antwerpen speelde sinds haar bestaan meer dan 500 shows en was ondermeer te zien op Groezrock, Rock Herk, Rockfest en (dit jaar nog) op Ieperfest.
‘The Politics Of Make Believe’ is het  vijfde full album en is een uitmuntende mix van  punkrock, melodieuze hardcore,metal en rock-n-roll. We horen elf donkere, rauwe en agressieve tracks van een formatie die het duidelijk heeft gehad met alle crisissen en zaken die fout lopen in onze maatschappij.  De verschillende songs zijn opgebouwd uit diverse stevige, afwisselende riffs en energiek drumwerk.
Ook vocaal is variatie  troef want de screams van de imponerende frontman Johan worden afgewisseld met cleane zangpartijen. Voeg daarbij een aantal fijne breaks en enkele singalongs en het is duidelijk dat Homer een zeer uitgebalanceerd album heeft gemaakt.
‘The Politics Of Make Believe’ is trouwens een groeiplaat die zijn schoonheid na iedere luisterbeurt iets meer prijsgeeft.
Toptracks zijn ‘My Demons Didn’t Make It To The Future”, het meezingbare “This Statue Won’t Fall Down” en het emotionele en verrassende “Inferno”. 

Meer info rond Homer vind je op http://www.myspace.com/homer 666.

Nemea

Life.Death.Between.Beyond

Geschreven door

Nemea is een Oostends kwintet die er stevig invliegt . Ze zijn niet aan hun proefstuk en hadden eerder al een demo EP uit , ‘A lion sleeps in the heart of every brave man’. Metal/hardcore van zwaar geschut , spannend , hard en bedreven, en die een donkere, dreigende ondertoon heeft.
De songs hebben een enorme explosiviteit en intensiteit , waarbij  grauwe vocals de ideale outfit vormen bij het genre .
Ze hebben hun naam niet gestolen , … gehaald van de mythe Nemea van Herakles die hier de zgn. leeuw van Nemea zou gedood hebben, maar ook in historische tijden, Nemeïsche Spelen die hier om de twee jaar plaatsvonden. Het is ook een plaats en gemeente, in de Griekse regio  Peloponnesos.
Een band ‘in process’ , die in deze stijl overtuigen en het boeiend wensen te houden .

http://www.nemea.be

Grown Below

The long now

Geschreven door

Grown Below - Opmerkzaam kwartet dat zich profileert binnen de stijl van Isis , Cult of Luna, Russian Circles, And so I watch you from Afar en Amenra. . Binnen de postrock, - metal en sludge zorgen ze voor een boeiende , frisse mix.  Een concept van 5 uitgesponnen songs en 2 korte instrumentals , repetitief opbouwend , slepend en exploderend ; ingetogen passages en krachtige , stevige geluidsgolven met een donkere , zweverige , etherische, filmische ondertoon . Heerlijk voor wie houdt van deze ritmiek . Een ‘brutal’ gromzang en een symfonische fluisterzang wisselen af .
Net als bij Killing Joke hebben we op ‘The long now’ een verhaal dat draait om de einde der tijden . Maar ondanks dit gegeven zal het kwartet waarschijnlijk nog overweldigend materiaal wensen te maken …

Info http://www.grownbelow.bandcamp.com

Art Bleek

The Time

Geschreven door

‘The Time’ is het tweede album van de Fransman Arthur Pochon aka Art Bleek. Een ‘laid back’ plaat met een warme gloed door de verfijnde progressive (house) en melodieuze techhouse .
Zweven we in het begin nog mee met sfeervolle cinematografische trance , dan komen de meeslepende, swingende  tunes en lekkere uptempo beats iets verderop om de hoek kijken . Om dan tot slot opnieuw in zalvende , ontspannen tracks te eindigen .
Lekker in het gehoor liggende nummers, die refereren aan de ‘90s elektronica

Info http://www.soundcloud.com/art-bleek

Jack White

Jack White - Gruizig, fel en verbeten

Geschreven door

Naast een paar stokoude bluesplaten en de voltallige Led Zeppelin collectie heeft Jack White ongetwijfeld ook een arsenaal van Gun Club, Stooges, Dinosaur Jr.  en Jon Spencer platen in huis, getuige zijn onstuimige gitaarstijl. Om maar te zeggen, Jack White is Mark Knopfler niet. Mensen die vanavond klaagden dat de grootmeester niet echt zuiver en veel te wild speelde, die hebben het volgens ons niet goed begrepen.
Een eigenzinnige Jack White speelde onder zuinig blauw schemerlicht immers furieus, scherp, luid en inderdaad een beetje rommelig, maar zo is nu eenmaal rock’n’roll, zeker in zijn geval. En dat de klank aanvankelijk wat tegenzat, was niet zijn schuld maar dat van de geluidsman, hoewel wij er eigenlijk nauwelijks last van hadden want de rock’n’roll vibreerde al snel doorheen onze ledematen.

Het supertalent heeft dezer dagen de luxe om uit zowel zijn White Stripes, Raconteurs, Dead Weather en solo repertoire te putten, en daar maakte hij gretig gebruik van, ook al koos hij niet voor de meest voor de hand liggende nummers. White en zijn male band (de vrouwtjes mochten deze keer in het hotel blijven) floreerden van heftige blues (“Top yourself”) naar gruizige gitaarrock (“Sixteen saltlines”), roots folk (“Apple blossom”) en ongekuiste soul (“Wheep themselves to sleep”). Absolute toppers waren “Hello Operator” (nog van voor er ook maar iemand van The White Stripes gehoord had), de meedogenloze gortige blues “Ball and bsicuit”, de vlijmscherpe Dead Weather garagerocker “I cut like a Buffalo” en het heerlijk aanzwellende “Carolina Drama”.
Ook de bisronde mocht er zijn met het bijzonder aanstekelijke “Steady as she goes” en het vette “Freedom at 21”. Eindigen met “Seven Nation Army” was dan misschien een beetje te voorspelbaar, de song –noem het gerust een anthem- is een stuk erfgoed geworden en mag gewoon nooit in een Jack White set ontbreken. Bovendien klonk die ook vandaag sterk en verbeten en kon die alweer gelden als het enige juiste sluitstuk voor een uiterst fel Jack White concert.

U vond het te slordig ? Ga de volgende keer naar Coldplay zien. Wij daarentegen verkiezen nog altijd vuile rock’n’roll bovenop gesteriliseerde mainstream pop.

Organisatie: Live Nation

John Paul Keith

John Paul Keith – verborgen parel

Geschreven door

Het zag er lange tijd naar uit dat het nooit iets zou worden met John Paul Keith uit Knoxville, Tennessee. Na zijn geluk vergeefs gezocht te hebben in het ‘saaie’ Nashville, trok hij op aanraden van zijn zuster naar Memphis. Maar ook daar leek het op een sisser uit te draaien tot hij Jack Oblivian ontmoet. Die pikt hem op voor zijn (samen met Harlan T Bobo) Europese tour in 2007. Die tour leidt hem o.a. naar de Pit's en de 4AD waar toen al bleek dat hij een schitterend gitarist is. In 2009 volgt dan zijn eerste plaat, ‘Spills and thrills’, die hij opneemt met zijn eigen band, The One Four Fives. Een jaar later trekt hij opnieuw met Harlan T Bobo en Jack Oblivian naar Europa maar deze keer mag hij de show openen met een eigen korte set. Vorig jaar verscheen dan zijn tweede plaat (een live-cd buiten beschouwing gelaten), ‘The man that time forgot’ en dat bleek een echte parel die bij de kenners wereldwijd zeker niet onopgemerkt bleef.
Zo kon hij uiteindelijk op zijn 37ste op eigen kracht naar Europa komen en dan blijkt verdomme dat er niemand in België bereid is hem te boeken! In deze tijden waarin beats primeren en ouderwets vakmanschap met een scheef oog bekeken wordt, lok je hier uiteraard geen volle zalen mee maar moet dat dan altijd? Gelukkig bestaat er dan nog iets als de Vera in rock-'n-rollcity Groningen waar dergelijke artiesten steeds welkom zijn en er toch nog zo'n 50 man opdaagden voor de aftrap van JP Keith's Europese tour.

John Paul Keith begon zijn set helemaal alleen met de titelsong van zijn laatste plaat maar het optreden ging pas echt van start toen zijn twee bandleden opdaagden. Dat waren niet The One Four Fives die we kennen van op de plaat maar James Godwin (toerde reeds een paar maal aan de zijde van Jack Oblivian in de States) op bas en youngster Graham Winchester (pas zijn tweede optreden met JP Keith) op drums. Rock-'n-roll : daar gaat het om bij John Paul Keith en die bracht hij met een loepzuivere stem en erg vintage klinkende gitaren, steeds gegoten in melodieuze songs. Al vroeg in de set gaf hij het fantastische "Anyone can do it" prijs, een nummer dat zo op een ‘Best of’ van Buddy Holly had kunnen staan. Maar zijn grootste inspiratiebron bleek toch Chuck Berry te zijn en een paar covers van de meester zelf konden dan ook niet uitblijven ("Oh Carol", "Memphis"). Tussendoor smokkelde hij ook veel obscure instrumentals (o.a. van Ike Turner) de set binnen waarin hij telkens excelleerde op een sprankelende gitaar. De ballads klonken misschien net iets te zeemzoeterig maar dat was in de fifties niet anders, dus nam ik die er zonder al te veel morren bij. Naar het einde toe werd het rechte pad der rock-'n-roll steeds meer verlaten en kregen we met "Let's get gone" zelfs een verschroeiende boogie voor de kiezen. Na een concert van zo'n anderhalf uur waarin de drie werkelijk alles hadden gegeven kwamen ze toch nog terug voor een drietal bissen om in pure schoonheid te eindigen met "Come on let's go" van Richie Valens.

Organisatie: Vera, Groningen

Crocodiles

Crocodiles – Honger naar meer …

Geschreven door

Crocodiles zijn hip! Een aantal dagen geleden speelden ze nog samen met Sex Pistols drummer Paul Cook in Londen, zanger Brandon Welchez is naast een Lou Reed lookalike ook nog eens het liefje van Dee Dee Penny van Dum Dum Girls en achter de drums zit dan weer Jay Space, ex drummer van de collega lawaaimakers van A Place To Bury Strangers. Een dikke twee jaar geleden tourden ze nog in het voorprogramma van White Lies maar nu mocht de underground noiseband uit San Diego headlinen in de Witloof Bar van de Botanique,oftewel de kelder, letterlijk ‘underground’ dus.

Een voorprogramma was er niet. Dus omstreeks half negen betraden de jongens (én het keyboardmeisje) het podium. En de krokodillen hadden honger, grote honger, zo bleek. Openers van de avond waren “I Wanna Kill Tonight”, iets wat je zonder nadenken plots staat mee te brullen en het fantastische “Sunday”. Veel noise, veel feedback.
Wat  The Jesus and Mary Chain, flarden van Sonic Youth en een scheut Velvet Underground, you couldn’t wish for more.
Zonder boe of ba gingen ze door op het zelfde elan met ijzersterke songs als “Neon Jesus”, “Summer Of Hate” en de titeltrack uit hun laatste album: “Endless Flowers”.
“No Black Clouds For Dee Dee” (dus niet Dee Dee Ramone, maar Dee Dee Penny) en mokerslag “Stoned To Death” sloten de amper vijfendertig minuten durende set af. Veel mensen bleven op hun honger zitten maar voor mij was het ideaal. Beter kort en stevig dan langdradig!

Klein minpuntje: voor het b-kantje van “Sunday” hadden ze niemand minder dan onze eigen Belgische punkhelden The Kids gecoverd met “Fascist Cops”. Helaas haalde hun dijk van een cover de setlist niet. Een gemiste kans. Desalniettemin een fantastisch optreden van een band die hopelijk niet te lang meer in de underground blijft steken.

Organisatie: Botanique, Brussel

Daan

Daan Simple Quintet – songs in hun meest eerlijke, pure vorm …

Geschreven door

Daan Simple Quintet – songs in hun meest eerlijke, pure vorm …
Daan Simple Quintet en Spencer The Rover

Erg populair is hij intussen wel geworden, onze Daan (Stuyven) . De veertigjarige artiest heeft al een rijkelijk gevulde carrière met cd’s als ‘Victory’, ‘The Player’ en ‘Manhay’, die grootse successen werden, hij schreef filmmuziek en bewerkingen van Bobbejaan Schoepen en Will Tura. Terecht ging hij al met enkele ZAMU en MIA awards aan de haal.
De muzikale duizendpoot is nu al tijdje ‘on tour’ met de plaat ‘Simple’, die voornamelijk herwerkte versies van oudere nummers en twee nieuwe nummers bevat. Wat oorspronkelijk door een trio werd uitgedokterd, Daan (zang, piano, gitaar), Isolde Lasoen (drum, zang) en cellist Jean-François Assy, is met de theatertour uitgegroeid tot een kwintet met Geoffrey Burton op gitaar en een trompettist . Iets groter kon niet uitblijven en Daan Stuyven was zelfs twee keer te zien in de feeërieke omgeving van het Rivierenhof.

We waren ferm onder de indruk hoe de eigen songs op elegante, ingenieuze en inventieve wijze werden aangepakt, sober, spaarzaam of iets breder georkestreerd , aangevuld met enkele ‘nauwelijks herkenbare’ covers , werk van z’n vroegere Dead Man Ray,  een paar nieuwe nummers en fijne huldes aan z’n favorieten . Ingetogen, sfeervol en fris .
Ook Isolde neemt een meer vooraanstaande rol bij het werk van Daan; een multi-instrumentaliste, die naast drums , de xylofoon hanteert, hamertics klopt en zich ontpopt als (backing) vocaliste. Hoogtepunten van Daan-Isolde samen: “Gabriel” en “Swedish designer drugs”, als een Sonny & Cher of een Gainsbourg – Birkin op het podium.
Het electropopmateriaal en de ‘80s kitsch pop  zijn ontdaan van enige franjes en klinken in hun meest pure, eerlijke vorm . Emotie schuilt in zulke nummers .
Knappe versies van hun singles hoorden we, o.m. een semi-akoestische “Housewife”, die z’n gedreven , pompende ritme verliest, en kippenvel bezorgt. Rasmuzikanten zien en horen we hier , waarbij Daan – Isolde moeiteloos van het ene naar het andere instrument stappen.
Verder een “Exes”, met allerhande subtiele geluidjes, de charmerende country tunes van “Icon”, een rockende “Victory”, een aanstekelijke versie van “The Player” en het eerder vernoemde “Swedish designer drugs”  … Sterk! … Respect!
Covers als Neil Young’s “A man need’s maid” en “Daddy’s down the mine” van Timbuk 3 werden ‘anders gezien’ en kregen een eigen identiteit.  Of ‘A single thing’ en ‘Brenner’ van Dead Man Ray , de filmische tracks “Metroploitan”, “15 ans déjà” en “Protocol”. Uitgekiend allemaal, wat de muzikale veelzijdigheid onderstreept van een hecht klinkend collectief . Op “A simple song” kreeg het publiek enige neurie-ruimte . Een gedreven “Landmijn”, de protestsong die Daan schreef met de slepende regeringsformatie aan het adres van Bart DW, besloot een uitermate geslaagd en boeiend concert. En tussenin klonk z’n grauwe , rokerige stem met een vleugje humor en cynisme diep door.

Wat Daan liet horen is een goed uitgebouwd vervolg op ‘Manhay’; de essentie van een popsong wordt beklemtoond en de set schitterde door de variërende  en subtiele aanpak. Onder dit gegeven kreeg het Simple Quintet nog meer elan en kracht .

Eerder hoorden we reeks songs van Spencer The Rover , het muzikale project van multi-instrumentalist Koen Renders. Een ‘songsmid pur sang ‘ die een bloemlezing speelde van z’n ‘The accident’ . De piano en het (tokkelende) gitaarspel waren het houvast; hij werd bijgestaan door een tweede virtuoos. Fijn gearrangeerd materiaal , muzikale motiefjes, een verhaallijn, die een echte eenheid vormen.
Tja die muzikale werelden van Spencer The Rover en Daan hadden veel met elkaar gemeen. Een gepaste support act dus.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/daan-quintet-05-09-2012/

Organisatie
: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)   

Jennie Abrahamson

The Sound Of Your Beating Heart

Geschreven door

‘The Sound Of Your Beating Heart’ is de derde plaat van deze Scandinavische artieste. Het is  een samenwerking met producer Johannes Berglund – bekend van werk met landgenote Lykke Li. Ondanks de zeer lelijke hoes, verbergt deze plaat prachtige popliedjes die perfect geproduceerd zijn. Enig minpuntje is dat ze soms te zeer neigt naar de vroege Madonna of dat ander jaren tachtig icoon Cyndi Lauper.  Hoogtepunten zijn “Wolf Hour”, “Hard to come by” en “Falling”.

Lower Dens

Nootropics

Geschreven door

Ze zat vroeger onder de vleugels van Devandra Banhart . Jana Hunter heeft even haar freefolkende stijl in de koelbox gestopt en komt aandraven met een nieuw project, Lower Dens . Hier gaat ze met haar band ergens tussen The Antlers, Beach House, Slowdive en Stereolab. We horen een bedwelmende , hypnotiserende sound door een minimalistische repeterende onderbouw , donkere, onheilspellende ritmes en haar indringende zang. Dreampop, indie wave en krautrock zijn nauw met elkaar verbonden en zorgen voor dromerig, huiverend, meeslepend intrigerend materiaal, die door de soundscape-opbouw en de effects onrustig kunnen zijn . En ze zijn niet vies om af en toe snedig en met meer beats te klinken . Hoogtepunten: “Brains” , “Lion in winter” en het uitgesponnen , uitgemergelde “In the end is the beginning”.

Santigold

Master of my make-believe

Geschreven door

Santigold , de ‘o’ door een ‘i’ gewijzigd, heeft vier jaar op zich laten wachten , na ‘Santogold’, haar debuut. De inmiddels 35 jarige Santi White heeft niet de beste periode gekend , maar dat is zeker niet te horen op de zomerse, speelse, zwoele en smachtende songs. Een frisse cocktail van hippop, funk , soul en electro , hyperkinetische dancehall - dubby pop en donkere, dromerige liedjes, bepaald door de zingende, rappende, kirrende en hijgende Santi – Gold . The Yeah Yeah Yeahs en leden van TV on the radio zijn uitgenodigd op de een of andere manier  en de invloed van een Missy E. en M.I.A. is onmiskenbaar bij het materiaal. Een boeiende afwisseling van catchy, toegankelijk liedjes , van een hitsende “Go!”, een groovy “Disparate youth” , naar een slepende “Fame” , een dansbare “The keepers” tot een bezwerende “Look at these shoes” . Fijn plaatje dus !

Pagina 373 van 498