Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

10 Days Off 2012 – Dag 04 – Gaiser (USA – Live), Richie Hawtin (CAN), Paco Osuna (ES)

Geschreven door

10 Days Off 2012 – Dag 04 – Gaiser (USA – Live), Richie Hawtin (CAN), Paco Osuna (ES)
10 Days Off 2012

Het mag dan misschien wel ongewoon zijn, maar deze maandag is de tot nu toe de enige avond dat volledig uitverkocht raakte. Grootheid Richie Hawtin zorgt al op twaalf 10 Days Off-edities voor tot de nok gevulde zalen. Dit jaar bracht de mateloos populaire mister Plastikman nog andere broeders mee van zijn wereldbefaamde label Minus. Muzikaal gezien lijkt deze maandag de meest tot de verbeelding sprekende affiche te zijn. Naar onze mening zouden er op dit tiendaags festival wat meer label nights zoals deze mogen plaatsvinden. De hoge verwachtingen voor deze avond werden ook probleemloos ingelost.

Het feest barst al los van bij de dj-set van de Amerikaanse Ambivalent. Rechttoe rechtaan underground minimal techno met enorm meeslepende en duistere baslijnen. Zijn geweldig opbouwende set verslapt geen enkel moment. Ambivalent weet moeiteloos de volledige concertzaal – dat intussen een broeierige sauna is geworden - op stelten te zetten.

Labelmaat Gaiser gaat in zijn live set nog iets dieper en harder. Hij serveert ons een uur lang enorm energieke, duistere en stomende techno met breekbare melodieën, geweldige drumpatronen en subtiel wisselende atmosferen. Terwijl de man net als zijn muziek één brok energie uitstraalt, raakt het publiek alleen maar in een diepere roes. Een roes waarvan je als buitenstander zou denken dat ze heel grimmig is.

Richie ‘Plastikman’ Hawtin
start stipt om 3u. en nog van voor hij goed op dreef raakt, wordt het publiek uitzinnig. Zijn dj booth wordt voortdurend omsingeld door met smartphones gewapende fans. Vrij enerverend als je het ons vraagt maar dit typeert hoe populair deze genie ook wel is. Technisch gezien speelt hij een perfecte set gaande van vrij minimaal naar stevig ritmische en rechtlijnige techno met heel veel ruimte voor pompende en ruw uiteenspattende climaxen.
Na precies twee uren houdt hij het voor bekeken en maakt hij ruimte voor de Spaanse Paco Osuna. Het is nooit een makkelijke opdracht om na een bons als Richie Hawtin het publiek in hun sfeer te houden. Paco neemt echter met een enorme bravoure over van de grote publiekstrekker. Ook hij gaat door met snoeiharde techno, zij het dan dat hij net iets meer groove in zijn set weet te brengen. Alle aanwezige Minus-dj’s zijn intussen ook op het podium komen staan om Paco te ruggesteunen.

Leuk om te zien dat de zeer geamuseerde Minusfamilie een geweldige avond beleeft. Ambivalent, Richie en Gaiser staan heel gewillig mee te dansen op de iets melodieuzere techno van de Spanjaard.
De zaal bleef tot de laaste noot tot de nok gevuld. En dan nog schreeuwde het publiek naar meer. Dit was ongetwijfeld de topavond voor het Gentse indoor dancefestival. Hopelijk tot volgend jaar Richie.hhhh


Organisatie: 10 Days Off, Gent
  

Leffingeleuren Festival, Leffinge 14-15-16 sept. 2012 – voorlopige affiche

Geschreven door

Leffingeleuren Festival 14-15-16 sept. 2012 – voorlopige affiche

Vrijdag 14 september
The Van Jets
The Subways (uk)
Sleepy Sun (us)
Klaxons DJ-set (uk)
JD Mc Pherson (us)
Telepathe (us)
Tu Fawning (us)
Howlin' Rain (us)
+ more TBC oa. HEADLINER

Zaterdag 15 september
Joss Stone (uk)
Nneka (ger/nig)
The Temper Trap (au)
Black Box Revelation
Japandroids (can)
Wolf People (uk)
Creature With The Atom Brain
Isbells
Speech Debelle (uk)
King Tuff (us)
Compact Disk Dummies
Movoco
+ more TBC

Zondag 16 september
Beirut (us)
Absynthe Minded
Kitty, Daisy and Lewis (uk)
Staff Benda Bilili (con)
Spinvis (nl)
Big Harp (us)
't Schoon Vertier
+ DJ afterparty TBC

www.leffingeleurenfestival.be

Gent Jazz Festival 2012 – Gent Funkt!

 

Gent Jazz Festival 2012 – Gent Funkt!
Gent Jazz Festival 2012

43 jaar na Woodstock komt Larry Graham met zijn Graham Central Station nog eens met de vingers in de neus tonen hoe je het vuur aan de lont moet steken en wat echte ritmische progressieve funk is. In zijn eentje is hij verantwoordelijk  voor de slapping techniek, voor de sound van de legandarische Sly and The Family Stone en voor wat Bootsie Collins en zijn Funkadelic verwezenlijkt hebben. Om nog niet te spreken over wat hij deed met The New Power Generation en als bassist bij Zijne Ongeschiktheid Voor Basket Prince.  Ik heb al veel muziek shows – en ik gebruik hier opzettelijk het woord show - meegemaakt en weet nu al dat ik de meest funky show ooit heb gezien. (Sorry, Prince Roger Nelson).
De tent is half gevuld als LH&GCS om stipt half negen wordt aangekondigd en Larry Graham met zijn band van achter uit die tent als een brassband aan hun tocht naar het podium begint. Het is meteen showtime! En dat wordt niet meer los gelaten. De nodige glitter en vooral rode kleur zorgen voor de rest. Als ook de laatste bezoekers een plaatsje hebben gevonden in de uiteindelijk toch goed gevulde zaal staat het zestal al op het podium en zoeken ze meteen de vijfde versnelling op. Het is onmogelijk om stil te zitten en Larry’s zangeres Biscuit (Ashling)  verwelkomt ons met een eigen lied over ‘Belgium’ en dat we hier altijd vol ‘love’ zijn. Het publiek vindt het prachtig. Biscuit laat meer dan eens horen over een loepzuivere stem met enorme power te beschikken. Ook etaleert Larry Graham meteen een staaltje van zijn kunnen op de bas, slappin’ and pickin', zoals hij het zelf noemt.
Het euh… regent dik anderhalf uur lang ‘do ya feel good?’s, ‘clap your hands’, sing alongs en ‘snap your fingers’. Larry Graham is een showman van het zuiverste water en zet met zijn band een fantastische optreden neer dat nergens inzakt en continu doordendert. Af en toe is het wel heel Amerikaans, maar Graham weet het perfect te doseren. Oude nummers wisselen af met nieuw materiaal. Biscuit plaagt ons nog even met een soulvolle versie van “I can’t stand the rain”.
Ondertussen laat hij ons genieten van zijn kunsten als bassist, waaronder met een solo waar Jimi Hendrix zich niet voor had hoeven schamen,  inclusief het aanranden van een microfoonstandaard en het bespelen van het instrument met de mond. Ook het spelen tussen het publiek terwijl hij zich rond laat rijden op een flight case en dansend met zijn basgitaar met de bezoekers dolt, is iets waar hij zijn hand niet voor omdraait. Uitgerekend dit deed hij op ongeveer anderhalve meter van ondergetekende!  Hoe intiem wil je een concert hebben?  The Lady komt ook op en inviteert enkele tientallen fans op het podium om mee te dansen en mee te zingen…. En dan nog die ronduit fantastische apotheose met de Sly-klassiekers “Dance to the Music, Thank you for letting me be myself” en het onvermijdelijke “(I wanna take you) higher”. Onder een ovationeel applaus verlaat de band de zaal op de manier zoals het binnenkwam. Dit keer alleen met een tamboerijn en het laatste refrein zingend, het publiek in een roes achterlatend. Gent Jazz kan niet meer stuk.
Line up: Larry Graham (bass), Brian Braziel (drums), Ashling Cole (zang), David Council (keyboards), Jimi Mc Kinney Jr. (keyboards), Wilton Rabb (gitaar)

De ondankbare taak voor afsluiter  D’Angelo  was om beter te doen en daarin is hij absoluut niet geslaagd. Een publiek meer dan een half uur laten wachten voor een oppervlakkige show waarin attitude en pose primeerden op de muziek is toch not done voor iemand die blijkbaar terug de muziek als focus point in zijn leven heeft gekozen. Alles klonk wat rommelig - waarom deed er niemand iets aan dat krakend keyboard - en er stond gewoonweg te veel volk op het podium: drie gitaristen en vier achtergrondzangers is bijvoorbeeld misschien toch net iets teveel van het goede.
Als een kruisbestuiving tussen James Brown, Prince en Terence Trent d’Arby laveerde D’Angelo tussen stroperig zoete ballads en rijk georkestreerde funk. Het funkgedeelte was hierbij nog het meest de moeite omdat zijn begeleidingsband hier venijnig swingend uit de hoek wist te komen. De solo-medley aan de piano haalde alle vaart die in het optreden zat eruit en hier en daar zagen we fans ontgoocheld beginnen afdruipen (tja, het was intussen ook weer oude wijven aan het regenen). Eentje merkte me terecht op dat hij meer weg had van een oude vergane glorie en er van power en bezieldheid  geen sprake was. Jammer want er best een groot fanlegioen opgedaagd dat bereid was de man veel krediet te geven en de show mee vooruitstuwde.
We hebben er lang moeten op wachten maar D’Angelo is wel degelijk nog niet  terug. Twaalf jaar snuiven, drinken en roken hebben ‘The R&B Jesus’ duidelijk geen deugd gedaan. Een beetje een afsluiter in mineur voor Gent Jazz 2012.
Line up; D'Angelo (zang, gitaar, keyboards), Jermaine Holmes, Kendra Foster, Rob Lumzy (backing vocals), Isaiah Sharkey (rhythm gitaar), Jesse Johnson (eerste gitaar), Cleo Sample, Raymond Angry (keyboards), Pino Palladino (bas), Chris Dave (drum)
Play List: Welcome, Playa, Playa, Feel Like Makin Love, Aint That Easy, Devil's Pie, Chicken grease, Watching You, Shit Damn, Medley - Brown Sugar, Medley- Spanish Joint, Medley – Untitled, Medley - Send it On, Lady, Sugah Daddy; Brown Sugar.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent  

Gent Jazz Festival 2012- Rodrigo Y Gabriela - Jamaican Legends - Het mooiste moment is het solo-moment

Gent Jazz Festival 2012- Rodrigo Y Gabriela - Jamaican Legends - Het mooiste moment is het solo-moment
Gent Jazz festival 2012

Wijt het maar aan vrijdag de dertiende maar hoe Gabriel Rios het er solo als opening act vanaf bracht zult u van iemand moeten vernemen die reeds op tijd op het festivalterrein raakte.
Want onder de schuchtere blauwe hemel zwerven mensen met dreadlocks nu naar de grote tent. Tijd voor een potje dub, reggae en dancehall. En Gent Jazz zou Gent Jazz niet zijn moest het dan geen reggae-band van Jamaican Legends betreffen, die naast de mellow grooves ook de jazz niet ongenegen zijn. Maar legenden tekenen niet noodzakelijk voor een boeiend concert, dat bleek ook uit het vrij tamme concert dat de Jamaican Legends ten gehore brachten.
Van de tandem Sly & Robbie in de ritme en bassectie zou nochtans wel vuurwerk mogen verwacht worden. De twee heren vormen al jaren een onafscheidelijk invloedrijk duo en hebben een vinger in de pap in ontelbare (pop) nummers. Het waren zij die de Riddim buiten de reggae brachten en injecteerden in talloze genres. Vanavond lijken de heren wel een beetje op automatische piloot te draaien want vonken en exploderen doet het nooit echt.
Neen, geef ons dan maar de krasse oude knar Ernest Ranglin die met zijn gitaar stevig in de afrobeat en afrikaanse blues geworteld staat. Met ontwapenende glimlach en veel spelplezier tilt hij met zijn gitaarspel het optreden een trap hoger. De nummers worden stuk voor stuk lang gerokken wat hem een aantal keren de kans biedt het beste van zichzelf te geven. Zijn de lange nummers een zegen voor de solo’s dan wel ook een vloek voor de spanningsboog van het optreden dat daardoor af en toe teveel inzakt.
Met Tyrone downie als vierde man tenslotte staat een man uit The Wailers van Bob Marley mee op het podium. Altijd goed dus voor een portie originele Marley-tunes waarvan we “Lively Up Yourself”, een klein riedeltje “No Woman, no Cry” en een meegezongen “Redemption Song” kregen.

Rodrigo y Gabriela
, in het tweede luik van Gent Jazz na de geweldige Damien Rice voor de tweede avond op rij een headliner waarin de versmelting van man en gitaar centraal staat. Of beter, man én vrouw, beiden met hun gitaar. Voor hun gig van deze editie brengen ze een extra band mee, C.U.B.A.. Dit naar aanleiding van hun laatste worp ‘Area 52’ waarin ze 9 van hun nummers herwerkten samen met de Cubaanse band. Voor wie Rodrigo Y Gabriela ooit reeds aan het werk zag een welkome afwisseling maar zelfs in deze setting zijn het toch vooral de solo (of duo) momenten die het optreden zijn echte kracht geven.
Want laat ons eerlijk zijn, eigenlijk hebben ze die extra begeleidingsband helemaal niet nodig. Het middenstuk waar ze solo samen het beste van zichzelf geven stijgt met gemak uit boven de rest van de set. Verhalende melodieuze gitaarlijnen en welgekozen akkoordprogressies gegoten in een flamenco-metal pasvorm zijn hun handelsmerk. Rodrigo, de ‘fingerpicking’-virtuoos en Gabriela, de energieke ritmische kant van het duo die het hele optreden door rondspringt. Vooral de camerabeelden waarin ingezoomd wordt op de snelheid waarmee ze spelen blijven indrukwekkend.
Heeft de band C.U.B.A. dan helemaal geen meerwaarde? Toch wel! Enerzijds was het zeer verfrissend een aantal van de echte klassiekers als “Diablo Rojo of Tamacun” een Cubaans feestjasje te zien aangemeten worden. En anderzijds kregen ook verschillende muzikanten van C.U.B.A. hun solo-moment. Alfredo Echevarria die op magistrale wijze met zijn bas meezingt en scat, Edwin Sanz die qua vingervlugheid op percussie niet voor Rodrigo en Gabriela hoeft onder te doen, en Alex Wilson met een pianostuk dat heel sereen begint en uitgroeit tot een echte meeklapper.
In de bissen mag het wat zwaarder en doet Rodrigo een oproep aan de metalheads tussen de jazzfestival-gangers. Toch geweldig dat dit anno 2012 allemaal door elkaar kan en mag stromen. Kortom, het publiek hield van Rodrigo Y Gabriela en het was wederzijds! Als geen ander verstonden ze de kunst het publiek op te zwepen en mee te nemen. Met of zonder C.U.B.A., missie geslaagd!

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent  
 

Gent Jazz Festival 2012 – Tindersticks - Damien Rice - Love is good if your dick is made of wood

Gent Jazz Festival 2012 – Tindersticks - Damien Rice - Love is good if your dick is made of wood
Gent Jazz Festival 2012

De tweede dag van de tweede week had eigenlijk niets met jazz te maken, maar toch hebben we weer fantastische dingen gezien …

Opener Amatorski nam ons op een eerder amateuristische wijze meer naar hun sprookjesland middels begeesterde soundscapes, melancholie en verhalende teksten . Amatorski kon daarmee het eerder lauw reagerende publiek niet echt begeesteren. Er was ook niet veel contact met dat publiek en een aangekondigde signeersessie kon de plooien niet echt glad strijken. De frêle stem van Inne Eysermans komt net dat iets te kort om zich te kunnen meten met pakweg Beth Gibbons.
Line up:  Inne Eysermans (zang, piano, gitaar), Sebastiaan Van den Branden (gitaar, backing vocals), Hilke Ros (contrabas, synths), Christophe Claeys (drums, glockenspiel)
Anthem,soldier,cyrk, 22 februar, peaceful, 8 november, warsawa, tegek, impatient, Never told

De melancholie, de schoonheid, de zo herkenbare bariton van crooner Stuart A. Staples. Tindersticks roept een warme melancholische wereld op vol rijk georkestreerde songs. Deze melancholische koningen van de Britse soul noir openen nochtans poppy met het gekende stop pretending. En van pretending was er gedurende gans het optreden geen sprake. Ze hadden maar te kiezen uit hun rijk gevulde repertoire en brengen dit alles heel gelaagd opgebouwd waarbij muzikaal alles juist zit. Vanavond touren ze vooral met hun laatste worp ‘The Something Rain’ waarop ook elektronica de Tindersticks-sound steeds meer binnensluipt. En die sound ligt hun live wel, een aantal van de met stip genoteerde hoogtepunten komen allen uit die laatste plaat. Zo is er het met de sax langzaam aanzwellende “Show Me Everything” en het door een zenuwachtig hinkelend drummetje voorgestuwde “This Fire Of Autumn”. En ook het afsluitende duo “Frozen” – waarin het wat experimenteler mag - en een lang uitgesponnen “Come Inside” waarin een innemende sax-solo een orgelpunt achter de reguliere set zet. Al was het vast niet iedere bezoeker zijn meug, organisator Flamand heeft met dit optreden al weer een schot in de roos.
Blood, If You’re looking for a way out, Dick’s Slow Song, Show me Everything, This fire of autumn, A night so still, Medicine/torn, I know that loving, Slippin’s shoes, Frozen, Come inside

Wat moeten we in godsnaam schrijven over Damien Rice? De Ierse hippie- miljonair schotelt namelijk weer krek hetzelfde recept voor: gewapend met enkel een gitaar en een piano treedt hij het publiek tegemoet met zijn ruwgerande folkpop, gevoelige zangpartijen en de nodige humor anderzijds. Vanaf de eerste tot de laatste seconde droeg hij het publiek op handen en omgekeerd.
Hij begint er duidelijk ontspannen aan en begint te zingen over iets als een houten penis, brengt vervolgens de tent aan het lachen met enkele opmerkingen over grappige cigaretten, om dan een van de effectjes op zijn verlebberde akoestische gitaar aan te slaan, gaat in een rock overdrive en shockeert even datzelfde publiek. Tussendoor imiteert hij in even een dronken Fransman, speelt een beklijvende versie van zijn “Cold water’, en van – jawel -  ‘Hallelujah’. 
Hij weet dus met zijn leuke verhalen en scherpe tong het publiek perfect te entertainen. Als voorbereiding op “Cheers Darlin’” kapt de man op tien minuten een halve fles rode wijn binnen, waardoor het nog nooit zo echt als een dronkemanslied klonk, over de teleurstelling wanneer de realiteit niet strookt met wat je hoofd je voorspiegelde. Maar bovenal primeert bij Damien Rice de muziek in zijn puurste vorm. Uit zijn gitaar tovert hij rauwe, prachtige versies van “I Remember” en ultieme bisnummer “The Blower’s Daughter”.  Op de piano laat hij “9 Crimes” en “Accidental Babies” zo mooi, naakt en ingetogen tot leven komen.
Omdat hij zichzelf relativeert en zijn eenvoudige songs meteen goede songs zijn, krijgt hij heel wat gedaan bij zijn publiek. Wat te denken van de massaal meerstemmig meezongen versie van “Volcano” – toch een hoogtepunt van dit festival – en “Cannonball” waarvoor hij zelf alle versterking uitschakelde en heel alleen de tent muisstil kreeg. Voor zulk een krachttoeren alleen al verdient deze no nonsense knaap een negen op tien.
Hij liet het publiek verward, ontlast, dolblij en met zin naar meer achter. Een gig om nooit meer te vergeten, temeer omdat de man met een halve fles wijn op bekent dat deze minitour hem weer ongelofelijk zin geeft weer een plaat op te nemen.
The Professor & La Fille Danse, Delicate, I Remember, 9 Crimes, Amie, Volcano, Accidental babies, Woman Like a Man, Cold Water + Hallelujah, The Box, Elephant, Cannonball, Cheers Darlin’, The Blower’s Daughter

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent   

Robert Cray

The Robert Cray Band - The blues as clean as it gets

Geschreven door

 

In de jaren tachtig werd Robert Cray onthaald als de nieuwe wonderboy van de blues, de man die een nieuwe frisse wind blies in het genre en daarmee tot in de mainstream en zelfs tot in Torhout Werchter geraakte. Beetje vreemd, want eigenlijk speelde Robert Cray een vrij conventionele soort blues die clean genoeg was om niemand tegen de borst te stuiten en die niet echt iets wereldschokkend nieuws te bieden had.
Na al die jaren is de aandacht voor de man zijn muziek sterk geluwd en tot normale proporties teruggebracht. Robert Cray heeft zich gewoon verder kunnen perfectioneren in zijn geliefkoosde genre en heeft een hoop meer dan behoorlijke maar weinig opvallende platen gemaakt (zo een 20 albums ongeveer en die zijn min of meer onderling verwisselbaar, u heeft genoeg aan een stuk of drie).


In een uitverkochte Zwerver bleek vanavond dat Cray aan zijn formule trouw is gebleven. Proper gespeelde en cleane blues met een pak soul en enkele funky uitstapjes. Een goedgeluimde Robert Cray toonde zich niet alleen een begenadigde gitarist maar ook een uitmuntende zanger. Die heldere stem van hem barstte van de soul en zijn gitaarsolo’s waren vloeiend en tot in de puntjes verzorgd. Er werd duidelijk binnen de strakke lijntjes gekleurd wat echter niets afdeed aan de intensiteit en de bezieling van Cray en zijn band, waarin vooral de bedrijvige keyboardspeler Jim Pugh een hoofdrol speelde.
Robert Cray sprong spaarzaam om met het oudere materiaal waar het gros van het volk nochtans wel zat op te wachten. Hij speelde daarentegen een hoop nieuwe songs die weliswaar allemaal netjes binnen zijn gekende afgelijnde stijl pasten. Toch waren het oudjes als “Phone boot” en vooral “Smoking gun” die voor gensters zorgden.

Verrassend was het hele gebeuren niet, muzikaal viel het altijd binnen de juiste plooien, en dat was ook de betrachting van de groep.

Wat groep en publiek betrof een geslaagde set dus, wat ons betrof mocht er wat meer modder aan de blues hangen. Robert Cray was wel aardig op dreef, maar het ware een stuk spannender geweest mocht hij wat meer uit de bol zijn gegaan, hoewel we er aan twijfelen of ie dat überhaupt ooit al eens gedaan heeft.

Desalniettemin een genietbaar optreden van een klasbak die de blues (en de soul) in het bloed en de aderen heeft zitten.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/robert-cray-band-11-07-2012/

Organisatie: de Zwerver, Leffinge (Leffingeleuren) 

Oscar & The Wolf

Summer skin EP

Geschreven door

Het kan snel gaan soms … De beloftevolle Brussels/Lommelse groep rond Max Colembie Oscar & The Wolf krijgt nu de verdiende erkenning . Was de vorige EP ‘Imagine Mountains’ nog in eigen beheer , nu konden ze aankloppen bij Pias en stond Robin Proper-Sheppard (Sophia) in voor de productie . Het kwartet dwarrelde bij hun eerste EP binnen de indiefolk, ‘Summer skin’ gaat verder en duidelijk breder . Dromerige , herfstige indiepop , een kleurrijk klankenpalet , prikkelende geluidslagen, synthbeats, en de aparte , unieke ongrijpbare stem van Colembie .
Het kwartet heeft er intussen een reeks supports opzitten , van Ben Howard, Mercury Rev, Julia Stone, Villagers , Warpaint tot recent nog Lou Reed . Dit terzijde hebben ze een beklijvend sfeervol en broeierig materiaal,  en met “Orange sky” een pracht van een nummer . In het oog te houden …
Info http://www.facebook.com/oscarandthewolf of http://www.oscarandthewolf.com

Björk

Biophilia

Geschreven door

Björk mengt sfeervolle, toegankelijke pop met geluidskunst onder haar frêle, ijle en hemelse zang. De aparte dame heeft nieuw werk uit , een goed vier jaar na ‘Volta’. Onmiskenbaar blijft de invloed van elektronicaspecialist Mark Bell (ex LFO), die haar popelektronica tot de verbeelding doet spreken: lyrische elfenpop, sprookjesachtig , soms met een grimmige toets door soundtrackachtige sferen , donkere (neurotische) drum’n’bass en junglebeats , maar die algemeen nergens uit de bocht gaan en uitermate licht, sfeervol en toegankelijk blijven . De 10 songs klinken gevarieerd en laten ruimte voor natuurlijke klanken uit de traditionele instrumenten als gamalan, een hang en een harp. En er is haar bepalende stem, solo of meerstemmig .
‘Biophila’ is een heel project geworden , want bij elk nummer hoort een app voor de iPad .En er is een plan op touw ism kunstenaars tot een tiental objecten bij de songs van de plaat . Een heel verhaal dus bij een  –opnieuw- overtuigende plaat .

White Hills

Frying on this rock

Geschreven door

Vijf nummers maar vind je terug op ‘Frying on this rock’ van het Amerikaanse trio White Hills . Kan ook niet anders gezien deze radicalen er geen probleem mee hebben doodgemoedereerd een bezwerende song een kwartier lang uit te rekken en uit te mergelen. En daar houden we wel van . Eén hypnotiserende, psychedelische, kosmische trip, hallucinant, een LSD overdose zonder zelf aan de stuff te zitten. Fans van Hawkwind, het oude Monster Magnet, Black Mountain, Burning Brides en Warlocks hadden hier een vette kluif. Check er de al of niet instrumentale songs “Robot stomp” , “Pads of light” en “I write a thousand letters” op na. Het voortreffelijke gezelschap trok de aanmodderende spacerock/stonerpsychedelica naar een hoger niveau . Op de pics wordt White Hills aangevoerd door ene Dave W met de lange wapperende haren, strakke broek en een bloemetjeshemd , de bevallige Ego Sensation, een jonge Poison Ivy, een blonde , sensuele dame in rode mini-outfit en opvallende rode, hoge hakken, en drummer Lee Hinshaw , nog de meest gewone van de drie. En in die aanpak zijn ze niet vies een bulldozergeluid te injecteren op z’n Cosmic Psychos of die sober  te verfijnen in repetitieve, slepende ritmes .
White Hills: ‘dopeheads’ al 10 jaar bezig , maar ‘du grande’ stonerpsychedelica …

White Rabbits

Milk famous

Geschreven door

Het NYse ensemble White Rabbits is toe aan hun derde cd en zijn een goed bewaard geheim binnen het indiepoplandschap . De broeierige songs hebben een evenwichtige opbouw en kunnen verrassen door de stuwende ritmes , de onverwachtse wendingen en de tempowisselingen, die zweren aan punkfunk , psychedelica en allerhande experimentjes. Geraffineerd, goed uitgewerkt materiaal en daar tekenen songs als “Heavy metal“, “Temporary”, “Hold it to the fire” en “It’s frightening” voor . Een eenvoudig verrassend popgevoel ontwikkelt zich bij deze band ,die opnieuw sterk voor de dag komt .

Torche

Harmonicraft

Geschreven door

… Een waardige opvolger voor het massieve brokstuk ‘Meanderthal’. Wederom weet Torche de melodie te behouden zonder de heavyness uit het oog te verliezen. Het is zware en compacte metal met poppy hooks en doet ons denken aan de betere Helmet of prille Soundgarden.
Het tempo wordt er in gehouden door de overwegend korte songs zonder veel adempauzes elkaar te laten opvolgen. De gitaren creëren loodzware riffs in “Letting go” en “In pieces” maar gaan geregeld ook voor een portie verfijning in “Snakes are charmed”, “Reverse inverted” en “Roaming”. Moordtempo songs “Walk it off” en “Sky Trials”, elk goed voor een dikke minuut straight in your face rock, dingen met zijn tweetjes naar de titel ‘bruutste oplawaai van het album’ en het instrumentale titelnummer lijkt ons een zeer geschikte soundtrack voor een tsunami. Helemaal op het einde mag het wat trager, maar daarom niet minder heavy, met de zware en logge sleper “Looking On”, het apocalyptisch einde van een bronstig album.
Torche smeden hun metaal op uiterst hoge temperatuur, ‘Harmonicraft’ is een gloeiend hete plaat.

Kasan

Drown

Geschreven door

Kasan bracht eerder dit jaar hun eerste album uit onder de titel ‘Drown’. Ze zijn afkomstig uit Leipzig en mochten in het verleden al het podium delen met Caspian, Year Of No Light, God Is An Astronaut, en andere postrockgoden.
Ze beginnen hun album met “Drown” en eindigen met “Float”, woorden die ze muzikaal perfect weten te vertalen. De nummers tussenin kenmerken zich door een onheilspellende, dreigende toon en creëren een opbouw die tot de verbeelding doet spreken. Je waant je in een stormachtige oceaan, waar woeste golven je naar adem doen snakken en geen sprake is van redding nabij. Ze houden dit dan ook vast voor een gemiddelde duur van acht minuten per nummer.
Kasan brengt meer dan melodisch klinkende nummers. Ze verrassen de luisteraar bij elk nummer door een plotseling losbarsten van een stormvloed aan doom en metaal.  Het is een plezier te luisteren naar nummers met dergelijke variatie in ritme, zonder in een chaos te vervallen.
Op www.kasan.bandcamp.com kan je hun album gratis downloaden.

The Dyeing Merchants

Tempest Roar

Geschreven door

Met ‘Tempest Roar’ zijn The Dyeing Merchants uit Victoria aan hun derde album toe. Ze eren de DIY ethiek en namen hun album op in de Fifty Fifty Arts Collective, een non-profit organisatie die door vrijwilligers gerund wordt en een platform voorziet voor onafhankelijke artiesten.
The Dyeing Merchants brengen aanstekelijke nummers, bruisend van energie, waar je niet op stil kan blijven zitten. Ze vallen moeilijk onder een bepaald genre te classificeren, maar brengen indie rock met experimentele invloeden. Met z’n doorrookte stem brengt Jzero Schuurman bezieling terwijl de gitaar en drum een verfijnde dialoog voeren. Hun muziek past in het intieme kader van een donkere kroeg, waar de lokroep van de nacht (en overmatig ethylalcoholgebruik) menig zielen beroerd. The Dyeing Merchants zijn het levende bewijs dat eenvoud siert. 
Op hun website http://thedyeingmerchants.com/  kan je terecht voor een voorsmaakje. Hun Facebookpagina http://www.facebook.com/pages/The-Dyeing-Merchants/ houdt je op de hoogte van aankomende optredens.

Adrift for days

Come midnight

Geschreven door

Twee jaar na de release van hun debuutalbum ‘The Lunar Maria’ komt Adrift for days, uit Australische bodem, aanzetten met een tweede album ‘Come Midnight…’. Art As Catharis is een Australisch record label die de beste experimentele muziek vanuit de ondergrond tot aan uw voordeur brengt.
Come Midnight’ is een 71 minuten lange reis doorheen doom, drone, sludge, stoner metal, psychedelische rock, postmetal en postrocklandschappen. En ze weten deze stijlen perfect te integreren in nummers die een puurheid bezitten. Als je je afvraagt hoe Neurosis, Pink Floyd, Boris en Earth samen zouden klinken, is Adrift for days het passende antwoord.
Adrift for days is een ware revelatie waar veel bands een voorbeeld aan kunnen nemen!  
Op http://adriftfordays.bandcamp.com/   kan je je oor ten luister leggen.

Gent Jazz Festival 2012 – Antony & The Johnsons and Metropole Orchestra

Gent Jazz Festival 2012 – Antony & The Johnsons and Metropole Orchestra

Een uitverkocht Bijloke vanavond. Het is duidelijk dat de tweede week van het festival veel van de eerste week dient goed te maken, toch qua opkomst. De brede programmatie is daar het bewijs van. Waar voorheen voornamelijk fusion aan de basis lag van de tweede week, zien we nu een allegaartje aan bands die weinig of niets met jazz gemeen hebben. Deze man vind het jammer, maar ondergaat.

LISA VAN DER AA mag aftrappen in een reeds dan bomvolle tent. De stoeltjes moesten voor de helft plaats ruimen voor een staand publiek, al kan dat toch niet de bedoeling zijn om een symfonisch orkest te bekijken. ..? Maar het ging over Lisa Van der Aa.
Hoewel bekoorlijke dame,  goeie songteksten en zin voor avonturisme, kon de set me maar matig boeien. Als de band echter in actie kwam (naar mijn mening veel te laat in de set), was het vuurwerk. Met Pieter-Jan De Smet, Eprahim Cielen en Arne Leurentop, creëerde ze een plots totaal ander geluid en gingen ze er stevig in. Het avant-gardistisch gedoe vooraf stond daar haaks op. Gefriemel met viool en loops, experimentele klanken en oeverloos lawaai. Hoewel fan van dergelijke dingen, komt een band hier beter mee weg dan een dame alleen. Of  ze moet Lou Reed of the Velvet Underground heten. Leuk concert niettemin, toch maar even haar geesteskind ‘Troops’ beluisteren. Kan nie slecht zijn.

Maar de tent was vol voor ANTONY AND THE JOHNSONS AND METROPOLE ORCHESTRA. Nooit in mijn leven zoveel gaypeople bij elkaar gezien, en al zeker niet ertussen gestaan – ik waande me even in één of andere parade…  ‘Oh, my god!’
Antony Hegarty
creëert met zijn karakteristieke stem een heel eigen universum en wist zijn eigen plaats af te dwingen binnen de muziekwereld. De plaat ‘I am a Bird Now’ werd met alle mogelijke prijzen overladen en katapulteerde Antony tot eigenzinnige wereldster. Hij werd de hemel ingeprezen door niemand minder dan Lou Reed (waarmee hij samenwerkte voor ‘The raven’ – het Edgar Allen Poe-gedrocht…) en lanceerde zo zijn carriere in the States. Zijn platen verkopen echter wereldwijd als zoete broodjes, en terecht! Pareltjes als “Hope There is Someone” en “You are My Sister” en later ook nog “The Crying Light” en “Swanlights”, verdienen alle lof die ze kregen toegezwaaid.
De voor de gelegenheid in het zwart geklede transgender, bracht een middelmatig concert. Of iets dat het midden hield tussen een therapeutische sessie en een concert. Om écht goed te zijn, had hij het beter bij de kracht van zijn muziek gehouden, en bij die van zijn fenomenaal stemgeluid, of zijn typische gestes die hij maakt op het podium en daarmee het publiek in begeestering brengt.
Te pas en vooral te onpas legde hij het concert stil om even over een themaatje te orakelen, wat het concert te vaak onderbrak en sfeer wegnam. Ook het publiek werd er horendol van. Tien minuten speechen kan verdomme saai worden. En drie maal tien minuten is al heel lang.

Whatever…
Met “Rapture” opende Hagerty, gevolgd door “Cripple and the starfish” (Antony and the Johnsons (1998) en “For today I’m a boy” (I’m a bird now). Pilaar op ‘I’m a bird now’, en nummer waarmee hij groot werd…
De keuze voor een tournee met het Metropole Orchesta is Antony op et lijf geschreven. Het sluit aan bij zijn theatraliteit en zijn in wezen vrij klassieke composities. Zijn stemgeluid sluit perfect aan bij de klanken van een symfonisch orkest.
“Epilespy is dancing” maakt de overstap naar Beyoncé’s “Crazy in love” – fan-tas-tische versie overigens, al moesten we even zoeken naar de oorspronkelijke composer. In “Cut the world” – op piano – met een plots onzichtbare Antony  en het onwrikbare “Another world”, toont hij zich meester in het songschrijven. De (onbereikbare) liefde is vaak het centrale thema, en het dubbel gevoel geconfronteerd te worden met een vreemde sexuele voorkeur. Aan het publiek te zien en te horen, zal hij wel niet de enige zijn. En dan was het de ene parlando na de ander, waardoor het concert plots aan intimiteit en sfeer moest inboeten.  Schauvlieghe kon alvast niet klagen, want het geluid stond eigenlijk te stil voor een overvolle tent.
“I fell in love with a dead boy”, “Salt, silver and oxygen” en vooral het onnavolgbare “You are my sister” gooiden nog hoge ogen. Daarna hield ik het voor bekeken. Er kwam nog een bis met “Encore” en “Hope there is someone”.

Antony and The Johnsons was een gedenkwaardig concert, maar iets te onregelmatig, waardoor de sleur er wat in zat. Hij blijft echter beroeren met iets ongezien en ongehoord binnen de populaire muziek: een eigenaardig wezen (M/V) met een dito stemgeluid, poëtisch vermogen en muzikale kwaliteiten én een entertainer.

Nog bedankt voor de setlist, Koen!

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent  

Sjockfestival Gierle 2012 – zondag 8 juli 2012 - The Jon Spencer Blues Explosion staat opnieuw op scherp

Geschreven door

Sjockfestival Gierle 2012 – zondag 8 juli 2012 - The Jon Spencer Blues Explosion staat opnieuw op scherp
Sjockfestival 2012

‘Your rock & roll highlight of the year’ stond er op de armbandjes, treffender kan ik het niet zeggen. Als er één festival is dat rock-'n-roll hoog in het vaandel voert dan is het Sjock wel en dat houden ze daar al 37 jaar lang koppig vol. Terwijl op zaterdag The Nomads en Hank 3 aan het feest waren koos ik er voor om op zondag te gaan want de line-up die dag leek ronduit indrukwekkend. Helaas kwam daar een behoorlijke deuk in toen maar liefst twee headliners wegvielen. Zowel The Blasters als The Sonics, die er enkele jaren terug één van de meest memorabele concerten ooit gaven, haakten voortijdig af. Het siert de organisatoren dat ze op een zeer korte tijd nog twee valabele vervangers (The Fuzztones en Ray Collins' Hot Club) vonden, toch bleef het een serieuze aderlating. Gelukkig bleken de weergoden de rock-'n-roll gunstig gezind : terwijl andere delen van het land af te rekenen hadden met hevige buien scheen het zonnetje een groot deel van de dag boven Gierle.

Toen ik arriveerde in de Titty Twister (de tent met het tweede en kleinste podium) werd ik meteen in de juiste stemming gebracht door het Britse trio Knocksville (uit Brighton). Hun stomende mix van blues, punk en rockabilly in een klassieke opstelling : gitaar, drums en staande bas (zonder staande bas geraakte je als groep de Titty Twister trouwens niet binnen) bleek een perfecte aperitief. En ze waren niet te beroerd om er meteen maar een cover van "Tainted love" door te jagen, wat de feeststemming er al vroeg in bracht.

Goed opgewarmd vonden we onze weg naar de Wrecker Stage waar onmiddellijk al één van de onbetwiste hoogtepunten te bewonderen viel. Thee Vicars, een piepjong trio uit het Britse Bury St Edmunds, bracht verrukkelijke garagerock en rhythm 'n blues in zuivere sixtiesstijl. Het was reeds de derde maal dat ik ze aan het werk zag maar dat kon niet beletten dat ze me andermaal overrompelden met hun jeugdig enthousiasme, alsof ze ter plaatse de rock-'n-roll opnieuw aan het uitvinden waren. Stuk voor stuk ook prachtige songs de refereerden naar The Kinks, The Sonics en talloze andere bandjes uit de pioniersdagen. Loepzuiver gezongen door bassist Mike Whittaker terwijl gitarist Chris Langeland de meer schreeuwerige songs voor zijn rekening nam. Naar het einde van de set toe klonk het wat steviger en mocht er al eens op de knieën uitgefreakt worden op gitaar en bas. Nu Billy Childish het vertikt om nog eens over te steken bieden Thee Vicars een (veel meer dan) aardig alternatief.

Bij Thee Spivs (Londen) was het uitkijken naar de vervanger van de boomlange en immer sympathieke bassist Dan May. Daniel Husayn heet de nieuwe man en hij bleek reeds volledig geïntegreerd. Thee Spivs gaven meteen hun "hit", "It's true", prijs in een set waarin ze de seventiespunk nieuw leven wisten in te blazen. Uiteraard klonk alles zeer Brits maar hier en daar vielen toch ook wat Ramones-invloeden te horen, al was het maar in de Bobby Freeman-cover "Do you wanna dance". Aanstekelijke punk onder een stralende zon met een delicieus "Radio" als uitschieter : wat moet een mens meer hebben?

Terug de tent in dan voor Voodoo Swing, een trio uit Phoenix, Arizona die reeds sinds '91 actief is maar nu pas voet aan de grond lijkt te krijgen in Europa. Vorig jaar mochten ze openen in de Titty Twister terwijl ze dit jaar, enkele plaatsen opgeschoven dus, het einde van een 41 dagen durende tour kwamen vieren. Een tour die hen ongetwijfeld langs veel bedompte kroegen heeft geleid, want wat waren die kerels blij dat ze op Sjock mochten spelen! En die dankbaarheid resulteerde in een spetterende show die bruiste van energie. Leeroy Nelson, steeds met een kamerbrede glimlach, roffelend op drums, zanger Shorty Kreutz rammend op zijn zo geliefkoosde Gretch-gitaar en een spectaculaire Tommy Collins op staande bas. Wat die laatste allemaal uitvrat met zijn instrument had meer iets weg van een circusact, maar hey, hier gebeurde tenminste iets op het podium! We kregen veel rockabilly, wat rock-'n-roll, een boogie en een mooi eerbetoon aan hun helden, The Blasters, wat meteen de pijn om hun afwezigheid wat verzachtte.

Na zes jaar stilte een reünie op Sjock, als dat niet mooi is. Bovendien bleek 50 Foot Combo zondag zelfs de enige Belgische groep. Met zijn zessen vlogen ze er als vanouds in met een imponerende dichtgeplamuurde sound terwijl er op een bekende film theme meer of minder niet gekeken werd. De ultieme partyband wellicht, alleen had ik daar 's namiddags op een festivalterrein niet echt behoefte aan. Zo'n instrumentale versie van "Jennifer Jennings" (uiteraard opgespaard voor de bissen in het geboortedorp van Louis Neefs) zal ik ooit de eerste keer wel leuk gevonden hebben maar nu zat ik er echt niet op te wachten. Het blijft natuurlijk een unieke groep en misschien had ik er wat meer van genoten mochten ze wat later op de avond in de tent hebben gespeeld en mijn hoofd wat minder helder was.

De gloriedagen van The Fuzztones lijken reeds een eeuwigheid achter ons te liggen maar hun eerste platen mogen nog steeds gehoord worden. De groep uit New York City begon vrij strak met wervelende garagerock, onveranderlijk voortgestuwd door het Hammond-orgeltje van Lana Loveland, inclusief twee Sonics-covers ( The Witch, Cinderella). Alleen begon dat orgeltje na een tijdje te vervelen, temeer omdat het inspiratieloze gitaarwerk van Rudi Protrudi, die voortdurend op zijn adem leek te trappen, geen tegenwicht bood. Ongeveer halverwege de set lieten ze het strakke tempo wat varen en stak bovendien een oud zeer de kop op. Protrudi begon aan zelfverheerlijking te lijden en maakte zich daardoor (voor mij toch) onuitstaanbaar. Jammer dat uitgerekend de oprichter en tevens enig origineel lid oorzaak was van het gedeeltelijk falen van The Fuzztones.

The Bellfuries uit Austin grossierden in rock-'n-roll en pop uit de fifties. Joey Simeone had een merkwaardige stem en ook de verfijnde gitaar mocht beslist gehoord worden, alleen klonk dit toch iets te braaf om me bij de les te houden of zaten mijn gedachten reeds bij het brute geweld dat nog komen moest.

Men zou het niet meteen zo denken maar ook The Jon Spencer Blues Explosion bestaat ondertussen reeds meer dan twintig jaar. De groep stond wel reeds een tijdje op non-actief maar na een drietal platen met het vrij vervelende Heavy Trash vond Jon Spencer de tijd rijp om het moederschip nog eens te laten opstijgen. Kwam Jon Spencer in tijden van crisis vlug wat poen scheppen? Dat zal ongetwijfeld meegespeeld hebben maar tevens stond hij bijzonder scherp, had hij er duidelijk zin in en ging hij tekeer zoals in de begindagen. De Blues Explosion fileerde de 'blues', draaide ze binnenste buiten en schudde ze vervolgens grondig door elkaar om zo met iets heel opwindends voor de dag te komen. Songs waren er nauwelijks te horen, wel briljante collages van riffs, flarden van nummers en noise-uitbarstingen terwijl de voortdurende tempowisselingen er steeds de spanning in hielden. Judah Bauer, met cowboyhoed en voortdurend soepel dansend op één tegel, toverde het ene schitterende motiefje na het andere uit zijn gitaar en vond daarvoor inspiratie in zowel country, blues als rock-'n-roll. Dat terwijl Spencer op zijn gitaar de lage, meer robuuste regionen opzocht waarbij hij de boel geregeld wat liet ontaarden. Daarbij kreunde en huilde hij als een in het nauw gedreven wolf. Sluitstuk was nog steeds de accurate Russell Simins op sobere drums. Wie deze Jon Spencer Blues Explosion al had afgeschreven kreeg een niets ontziende uppercut als antwoord.

Tot slot speelde de Duitse Ray Collins' Hot Club nog ten dans in de Titty Twister. Big band, early rhythm 'n' blues, hot swing, cool jive,... dat soort dingen. Voor de overlevers.

Organisatie: Sjock, Gierle  

Cactusfestival Brugge 2012 - vrijdag 06 juli 2012

Cactusfestival Brugge 2012 - vrijdag 06 juli 2012
Cactusfestival Brugge 2012

De 31ste editie van het Brugse Cactusfestival had dit jaar met fikse regenbuien af te rekenen, maar de Cactus bezoeker liet zich niet ontmoedigen. Ruim 20000 bezoekers over de drie dagen (een kwart minder dan vorig jaar , maar daar zit het weer voor iets tussen …) konden genieten van het brede muzikale recept dat de organisatie steeds biedt. En dat wordt gewaardeerd . Cactus wentelt zich in zijn relatieve kleinschaligheid.
… ‘Hear, See, Feel the world’ luidt hun credo, wat de versmelting betekent van verschillende culturen en muziek, wat de variëteit onderstreept. De formule bleef ongewijzigd: één podium, diverse stijlen van muziek, heerlijke spijzen, animatie, sfeer, gemoedelijkheid en … kindvriendelijk.
… ‘a likely European small festival’ … het blijft de crew van Cactus een hart onder de riem …
Het muziekminnende publiek liet zich niet kennen; er was veel goede muziek over de drie dagen én artiesten die niet teleurstelden!

Een overzicht
dag 1 – vrijdag 6 juli 2012
Vrijdag 6 juli 2012, 15u - De deuren van een vers geprepareerde Cactuseditie worden opengezet. De crew heeft er zin in en dat is te merken aan hun (nog frisse) uitstraling en grote inzet. Zoals elk jaar is het festivalterrein mooi aangekleed vol leuke elementen. De jonge uilen kijken de kat uit de boom en de flamingo pikt een stukje sfeer mee . De overheerlijke geuren op het terrein doen je al watertanden van bij het binnenkomen en de kinderen gaan weer van start met een race om de meeste bekers ( meeste centjes).
Dat deze editie met wat commotie van start ging kon je hier en daar horen waaien. Base die zijn geldkraan plots toeschroefde, de minder grote ticketverkoop, enkele groepen die er de bons aan gaven en het weer dat niet goed wist wat het wou. Maar dit alles deerde niet aan de eerste gezellige en toch wel geslaagde dag van Cactus 2012.

Om 16.10u gaf presentator Christof Lambrecht het startschot.  “Kom gerust wat dichter” om van de eerste groep van deze dag Vintage trouble te kunnen proeven. De Soulband uit LA , klaar voor een feestje, bracht meteen een lichte schwung in de toen nog kleine menigte. Ty Taylor en zijn band waren allen sjiek uitgedost in pak met das, strik of foulard. Het zorgde voor een mooi ogend geheel en de ‘shakin’moves’ maakten het des te aangenamer.” I wanna hear you! I wanna hear you!”  Let’s dance for the sun, let your bodies groovin’. Waarbij menig inpikten op zijn voorstel. Hij deed een knieval tijdens een nummer dat zijn vader ooit schreef voor zijn moeder.  “ Nancy Lee”.  Iets later tijdens hun set vertelde hij over hoe belangrijk het volgende  nummer voor hen was dat ging over ‘hoe we mensen die het moeilijk hebben kunnen overtuigen dat het ooit beter zal gaan’, “ Nobody told me”. The vintage trouble speelde een goede set waarin de energie van de groep spontaan op het volk werd overgedragen en de sfeer goed zat. Een fijne starter van de dag… Uitnodigend naar wat nog komen moest.

Christof Lambrecht gaf ons ter ore dat hij Cactus een schitterend  festival vindt waarbij er geen gedoe is met verschillende podia en honderden groepen en dat er goed klinkend vrouwenvolk geprogrammeerd stond was zeker. Daar zorgde  o.a. Trixie Whitley met haar onweerstaanbare stem voor.  Het terrein begon dan ook langzamerhand vol te lopen met luttele fans. Velen hadden al over Trixie gehoord, maar wisten niet wat ze mochten verwachten. Een oude zwarte heer? Een funky jonge kerel of toch een jonge dame? De naam deed ons niet direct linken aan een  schone jonge blonde. Ze bespeelde de gitaar afwisselend met piano waarop haar eerste enthousiasme voor een valse noot zorgde en een shit weerklonk door de micro. Eer verdiende ze, ook toen de eerste regendruppels zich boven Brugge verspreidden. Paraplu’s  kwamen boven, maar de meesten bleven verder genieten van een hevige noot met af en toe een krachtige soulvolle stem. In het najaar verschijnt haar nieuwe cd. Ze kon niet langer wachten om dit nieuwtje met ons te delen. Met haar songs waarin ze haar ziel open en bloot legt, heeft ze zeker liefhebbers kunnen overtuigen deze plaat in huis te halen …

Shantel- Bucovina club orkestar  was de entree voor een zigeunerfeestje, weliswaar in de regen. Dit deerde niet één.  Hun hits “Disko Partizani”, “Planet Paprika” en “Disko Boy” bezorgden velen een onvergetelijke regendans. De vrolijke sfeer voor het podium met ‘bigsmilende’ gezichten en de handen in de lucht, werd af en toe stilgelegd door te langgerekte intermezzo’s en rustigere nummers. Shantel, voor velen een ontdekking voor anderen reeds voorspelbaarheid, liet de regen verdwijnen en de zon verschijnen.  Zijn orkestar beleefde evenveel plezier op het podium als wij ervoor. Zijn zangeres/danseres zorgde voor wat Oosterse fijnogende gypsidanspasjes, Stefan imponeerde , vooral vrouwen, en kreeg als  kleinste van de band het publiek in hurkzit. Als afsluiter, haalde hij  enthousiaste en heupzwepende dames  op het podium en creëerde hij een feestje onder een champagne gordijn. Een fijne afsluiter van een concert met ups and downs waarin er nood is aan wat vernieuwing( voor diegenen die hem reeds eerder zagen). Toch was dit exclusief concert de oorzaak van een opgewekt goed gevoel  die hij  ieder in het park had bezorgd.

“Een kwakkelzomer vergezeld van muziek die de temperatuur in ons hart tot 30° doet stijgen. Dit kon alleen die avond in het Minnewaterpark. Na de heupbewegingen op muziek van Shantel was het nu meewiegen op better and hotter van ‘la Emiliana Torrrrrrini’.” De IJslandse Emilana Torrini waarvan iedereen haar grote hit “Jungle Drum” kent heeft meer dan dat alleen in haar mars. Al moeten we spreken van iets meer ingetogen nummers. Songs waarin je wordt gewiegd door sobere muziek aangelengd met haar eervolle stem.  Jammer dat de ondergrond al iets te doorweekt was want dit concert nodigde uit om rustig te gaan zitten of liggen en weg te dromen. Emiliana stond er, volledig in haar eigen wereld, zingend met gesloten ogen, in alle eenvoud en met brede glimlach ...
Zelf genoot ze ten volle en was ze blij hier te mogen zijn, sprak ze in haar Engels met grappig accent. Het publiek werd af en toe wakker geschud door opgewekte vlottere ritmes , een toets van reggae en stemnuances om U tegen te zeggen. De menigte  hield niet altijd de aandacht, misschien klonk het geheeld net iets te rustig en het zelfde klinkend. Maar voor “Jungle Drum” gingen de toeschouwers dan wel weer uit hun dak. Allen meezingend met de woordspelingen die van Torrinis tong rolden als nooit tevoren. Ze sloot af met “Heard it all”  begeleid door het een ritmisch handgeklap uit het publiek. Een mooi concert vol soberheid gekleurd met een pracht van een stem .

The Tings Tings
moesten het ‘gat’  van de avond dichten. Door de annulatie van het concert van Paolo Nutini werden zij op het laatste nippertje gekaapt. Van bij de eerste drumslag tot bij de laatste muzieknoot hadden ze het publiek met zich mee “ What a warm welcome”. Een ideale set om de eerste avond van deze editie om te toveren in een rockparty waarbij de ene na de andere hit werd afgevuurd. Voor velen verrassend hoeveel hits deze Britse 2-koppige band uit Engeland reeds hebben gemaakt. Nog meer spectaculair was hetgeen ze samen uit hun drum, stem  en vele gitaren lieten klinken. De Roadie had zijn werk met het steeds wisselen van gitaar, micro, bastrom,… Het charme-offensief van Katie White, ogend als een echt tiener met pet, te kort broekje en glittervestje, kwam toen ze het publiek aansprak met een voorbereidde speech in het ( gebrekkig) Nederlands.  Onder tromgeroffel van Jules de Martino met opgetrokken witte kousen,  werd het tweede album gepromoot waarop we even hebben moeten wachten. Naast drums en gitaar kwamen ook de koebel, de basgitaar en drumcomputer op de voorgrond.
Dit prettig gestoorde duo toverde met hun hit  “ Hands” het modderpoel wordende terrein  om in een heuse housetempel. Wellicht hebben de ramen in het begijnhofpark dit niet overleefd. Met hun laatste nummer “Thats not my name”  over die ‘invisible feeling’  sloten ze hun set af waarbij Nutini al lang werd vergeten.

Als afsluiter van de dag zou Razorlight de headliner moeten worden. Na The Ting Tings was die klus nog moeilijk te klaren. De mannen van Razorlight kregen al heel wat bekijks achter de schermen door hun opvallende tenue’s. Op het podium zorgde dit voor een mengelmoes van kledingstijlen. De bassist  droeg een dierenvel  en  een hoofdband met hoorns en pluimen. De gitarist leek wel een goochelaar en de saxofonist droeg een paars ( sixties) maatpak waarvan de maten tekort schoten aan de broekspijpen. Centraal stonden vooral de blote basten van de muzikanten. Hoe verder de set hoe meer blote bovenlijven we te zien kregen. Dit uitte zich als een soort nonchalance terwijl het  mooiogend bedoeld was?
De Britse popband  toonde zich eerder arrogant en Johnny Borrell met zijn grote mond, maar net niet groot genoeg als die van Mick Jagger,  liet dit ook horen.  Mr. Björn Agren liet zijn gitaarsjingles vlotjes rollen en nam tussendoor vaak de overhand waardoor de kwaliteit van hun muziek toch wel bevestigd  werd. Naast “In the morning” dat goed onthaald werd en het bekende up tempo nummer “Girl Like you” van E. Collins, bleef de rest van de set bijna enkel toegankelijk voor de luttele fans die zich aanwezig toonden. Pas tijdens de bisnummers “Wire to wire” en “America” werd het publiek gepaaid, alhoewel sommigen Razorlight al de rug hadden toegekeerd.
Een afsluiter van formaat maar niet groot genoeg om  een hoogtepunt van de avond te kunnen zijn.  Laten we het zo stellen dat de eerste dag Cactus geslaagd was. Het terrein stond hoe later hoe beter gevuld, voor ieder een deuntje muziek en meer zon dan regen. Uitkijkend naar wat het vervolg van deze editie zou brengen …

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/cactusfestival-2012/

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2012: zaterdag 7 juli 2012

Geschreven door

 

Cactusfestival Brugge 2012 - zaterdag 7 juli 2012
Cactusfestival Brugge 2012

Singer-songwriters van de oude en de nieuwe garde, vooroorlogse calypsoblues, slowcore, witte afroblues, grungy folkrock, rammelende garagerock tot neo-psychedelische pop: je kon moeilijk ontkennen dat de tweede dag van het 31ste Cactus festival geen klein beetje in het teken stond van koning gitaar. Alleen hadden de weergoden het op bepaalde momenten niet echt begrepen op die eclectische mix aan stijlen, en werden de hemelsluizen een paar keer flink opengedraaid. Hear, Sea, Feel The World! dus, of hoe je als geoefende festivalganger moest laveren tussen frisse mojito’s en hete koffie.

Bij het aantreden van opener KURT VILE & THE VIOLATORS (***) was er alvast nog geen vuiltje aan de lucht. De langharige Amerikaan schuimt nu al ruim anderhalf jaar clubs en festivals af met dat ene wonderlijke album, ‘Smoke Ring For my Halo’, waarop de jonge Springsteen en Young elkaar naar de kroon steken onder het goedkeurend oog van Dinosaur Jr.’s J. Mascis. De combinatie van epische gitaarrock en ingetogen lo-fi werkte weliswaar minder doeltreffend op klaarlichte dag als in een muziekkroeg, maar met “Peeping Tomboy”, “Baby’s Arms” en het manische “Freak Train” scoorden Vile en zijn kompanen al vroeg op de middag een handvol hoogtepunten.

De uit Australië overgevlogen C.W. STONEKING & THE PRIMITIVE HORN ORCHESTRA (**) tekenden voor het laid-back moment van de dag. Stoneking waant zich om de één of andere reden nog steeds in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw waar blues en calypso de muzikale orde van de dag bepaalden. De wat zonderling ogende Aussie klinkt niet alleen alsof hij ruim honderd jaar te laat is geboren, verstopt in een parelwit pakje ziet hij er ook uit alsof hij elke avond de bewakers van een koloniaal strafkamp hoort te entertainen. We hebben best genoten van nummers als “Handyman Blues”, “Jungle Lullaby” of “Going Back To Arkansas”, krakkemikkig opgesmukt door charmante blazers, contrabas en drums van The Primitive Horn Orchestra, maar al vlug werd alles toch wat te stereotiep en ging onze aandacht meer uit naar de cocktailbar. Stoneking en zijn gevolg zijn op zijn minst een genietbare gimmick die zeker een plaats verdienen op de soundtrack van ‘Oh Brother, Where Art Thou’, maar op een festival als dit toch wat te licht uitvielen.

Het was vervolgens bittere ernst geblazen met het Amerikaanse trio LOW (***) dat ietwat tegen wil en dank wordt gebombardeerd als één van de uitvinders van de slowcore. In de praktijk vertaalt het kernduo en echtpaar Alan Sparhawk en Mimi Parker dit genre door elk tempo uit de songs te halen, waardoor hun harmonieuze samenzang plots heel veel ruimte krijgt en enkel het gezelschap moet verdragen van minimale percussie en een gruizige gitaar. Een unieke muzikale formule dus, die met “Especially Me” uit het vorig jaar verschenen album ‘C’mon’ een pastoraal hoogtepunt bereikte. Het Cactus publiek had echter de grootste moeite om de aandacht erbij te houden. Wellicht had Low meer respect kunnen afdwingen na zonsondergang, maar voor het zover was gingen de hemelsluizen een eerste keer open.

Als bij wonder klaarde de hemel helemaal op voor de komst van de achtkoppige ZITA SWOON GROUP (****), en werd het Minnewaterpark omgetoverd tot een gezellig dorpsplein ergens in Burkina Faso waar frontman en creatief mastermind Stef Kamil Carlens in 2010 een sociaal geëngageerd muzikaal avontuur beleefde. Het resultaat is te horen op het dit voorjaar verschenen ‘Wait For Me’, en misschien tot verrassing van de oudere fans plukte de eigenzinnige Carlens zaterdag enkel nummers uit die plaat. Maar wat bleek, de Zita Swoon Group had geen hits nodig om het vuur aan de lont te steken. Voor het eerst op deze festivaldag kregen we een groep met muzikale goesting te zien, en niet in het minst was dit te danken aan de wisselwerking tussen Carlens en zijn twee Afrikaanse vrienden die voor de gelegenheid de Zita Swoon Group kwamen versterken. De authentieke klaagzang van ‘Madame’ Awa Démé en het virtuoze balafon (een Afrikaanse versie van de xylofoon) spel van Mamadou Diabaté Kibié vormden de exotische tegenpool van de withete Captain Beefheart blues van Carlens & co. “Sababu” en “Tasuma/Ji” lokten de eerste voorzichtige danspasjes uit, alleen spijtig dat die door de weergoden werden misbegrepen als het begin van een regendans.

Het Amerikaanse trio GRANT LEE BUFFALO (***) kreeg de twijfelachtige eer om gedurende hun ganse optreden te turen naar een muur van regenjassen en paraplu’s. Net zoals vele van hun generatiegenoten uit de 90ies is ook deze bende rond singer-songwriter Grant Lee Phillips na een lange pauze toe aan een reünie in de originele bezetting. Nieuw materiaal zit er nog niet meteen aan te komen, dus hadden Phillips & co hun set maar wijselijk opgehangen aan hun eerste twee succesplaten ‘Fuzzy’ (’93) en ‘Mighty Joe Moon’ (’94). Ondanks de plensende regen hoorden we dan ook weinigen klagen toen “Jupiter And Teardrop”, “The Hook”, “Stars N’ Stripes”, “Mockingbirds” en “Fuzzy” de revue passeerden. Al haalde Phillips niet steeds de hoge noten bij dit laatste nummer, het blijft voor niet-ingewijden een klein mysterie hoe hij met een reeks effectenpedalen de meest beklijvende solo’s en powerchords uit die acoustische gitaar blijft knijpen. Een welkom weerzien dat we graag nog eens overdoen, maar dan zonder dat half emmertje regenwater in de nek.

De versterkers kregen vervolgens een ferme ruk naar rechts bij het aantreden van BLACK BOX REVELATION (****). De tweede Belgische groep van de dag was duidelijk niet onder de indruk van het aanhoudende regenweer, en gooide zich zoals gewoonlijk vol overgave in een stomende set die intussen een pak radiohits op de teller heeft staan.
“High On A Wire”, “Gravity Blues”, “My Perception”, “Never Alone, Always Together” en “I Think I Like You”, allen knalden ze zonder veel franjes uit de speakers. Daar waar genregenoten Triggerfinger zich wel eens durven verliezen in Het Grote Gebaar willen frontman Jan ‘Ik ben geen veelprater’ Paternoster en drummer Dries ‘Animal’ Van Dijck bij voorkeur zo veel mogelijk nummers in een uur persen. Black Box Revelation bewees met verve dat ze de best geoliede tandem in het Vlaamse rocklandschap zijn, en als het aan de Amerikaanse TV host David Letterman ligt ook ver daarbuiten.

De anders zo serene Ayco Duyster leek toch wel een tikkeltje zenuwachtig tijdens haar aankondiging van JOHN HIATT & THE COMBO (****). Met zijn 60 lentes was Hiatt weliswaar de éminence grise van deze editie van het Cactus festival, maar in plaats van een aftandse songsmid zagen we een van meet af aan goedlachse troubadour die geruggesteund door een stel klassemuzikanten vooral ging grasduinen in zijn back catalogue. Dit resulteerde in een bijna anderhalf uur durende set met niets dan hoogtepunten, en daar hoorden ook een paar nummers uit het nagelnieuwe album ‘Dirty Jeans and Mudslide Hymns’ bij. Een bijzonder vitaal ogende Hiatt speelde weliswaar op veilig door vooral terug te grijpen naar succesplaten ‘Bring The Family’ (‘87) en ‘Slow Turning’ (’88), maar het speelplezier droop er zodanig vanaf dat niemand dat de man kon kwalijk nemen. Toen de regen eindelijk eventjes moest wijken voor de ondergaande zon herleefde het festivalgevoel bij een groot deel van het publiek, zeker toen Hiatt & co een pianoloze versie van “Have A Little Faith In Me” en een lang uitgesponnen “Ridin’ With The King” als uitsmijters serveerden. Alle respect voor Yeasayer in beschouwing genomen had dit de perfecte afsluiter voor de zaterdag kunnen zijn.

Het New Yorkse viertal YEASAYER (***) moest toch wat lijdzaam toezien hoe een groot deel van het publiek er met mondjesmaat de brui aan gaf toen het hemelwater weer rijkelijk over het Minnewater park neerdaalde. Terwijl hun eclectische mix van Aziatische wereldmuziek, neo-psychedelica en 80ies pop tijdens vorige optredens deftig op de dansspieren inwerkten hield de menigte zich eerder apathisch op de vlakte. “Ambling Alp”, “Madder Red” en “O.N.E.” zijn geraffineerde en exotisch aandoende popdeuntjes die nu eenmaal beter smaken met een mojito dan met een doorweekt koffiebekertje in de hand. Het publiek kreeg ook een pak nummers uit het nieuw te verschijnen album ‘Fragrant World’ voorgeschoteld, en zoals de nieuwe single “Henrietta” doet vermoeden lijkt het muzikale spectrum van de groep verder op te schuiven richting electronica. In het najaar krijgen Yeasayer fans een herkansing in de AB om één van de meest boeiende groepen uit de Big Apple met droge voeten te bewonderen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/cactusfestival-2012/ (+ dank aan http://www.festivalnoise.be)

Organisatie: Cactus Club, Brugge


Cactusfestival Brugge 2012 – zondag 8 juli 2012

Geschreven door

 

Cactusfestival Brugge 2012 – zondag 8 juli 2012
Cactusfestival Brugge 2012

Het terrein likte z’n wonden na de immense neerslag gisteren aan het Minnewaterpark. Foei , dit verdient een kleurrijk, pittoresk festival als Cactus niet …De organisatie deed er alles om het terrein toegankelijk te houden voor zijn publiek. Chapeau! In de eerste deel van de middag werden we nog af en toe geconfronteerd met een bui, maar bleef het weer wat hangen en kwam een verlegen zomerzonnetje piepen . Hoedanook , de sfeer op Cactus blijft iets unieks, en de bands zorgden voor een positieve bijdrage om het publiek een warm, aangenaam, deugddoend muzikaal gevoel te geven … en dat muziekminnende publiek is Cactus trouw en liet zich niet kennen …

Over naar de bands

Vroeg op de middag opende het beloftevolle Sx, rond Stefanie Callebaut , met hun betoverende, bezwerende en huiverende wave/electropop , waarbij al heel wat prijs werd gegeven van hun nakende debuut . Er valt naast  “Black Video” en “Graffiti”  veel leuks te horen; uitkijken dus naar een rits Sx shooters …

Dave Eugene Edwards heeft al een rijkelijk gevuld carrière . 16 Horsepower blies de americana nieuw leven in en met de ‘folknoir’ van Woven Hand houdt hij er een nog langere albumreeks aan over. De domineeszoon en religieus predikant Edwards biedt momenteel z’n geesteskind een verfrissende wind; hij beschikt praktisch over een nieuwe begeleidingsband (enkel de drummer is er nog bij) , en de donkere, dreigende, spannende songopbouw krijgt een fikse scheut rock toebedeeld . Weg zijn de barkruk,  de banjo en de bandoneon; elektrische gitaren prediken op bezielde wijze een  nobele zondagsmis in zwaarbewolkt weer. Woven Hand stelde hun Lichtpunt (TV1) op Cactus voor !
De intiem , sobere setting van het onlangs verschenen EPtje ‘Black of  the ink’ werd verpulverd onder de bezwerende en opzwepende ritmes .Het jonge bloed wil rocken , en Woven Hand rockte . Benieuwd hoe de nieuwe cd ‘The laughing stalk’ zal klinken . In de beginfase overdonderden “Beautiful axe” en “Sinking hands”.  “Speaking hands” op z’n beurt durfde ergens middenin te exploderen . “In the temple” was de nieuwkomer . Een rustpunt in hun woeste , onheilspellende prairie kwam met het sfeervolle “Kingdom of ice”. De vocale voordrachten en de onderhuidse spanning in de nummers zijn uniek en waren nu intenser, harder, bezetener en hechter. Wat een muzikaal onweer .

Het doet deugd, veel deugd bij zo’n festivalweer de retrosoulpop van de dertigjarige E. Nathaniel Dawkins aka Aloe Blacc te horen . Gezien hij in 2011 één van de zomersingles “I need a dollar” uitbracht , raakten de zonnestralen het publiek. Een combinatie van smachtende rock, dampende funkbeats en een swingende groove, die inwerkte op de dansspieren.
Aloe Blacc haalt de mosterd bij artiesten als Sam Cooke, Bill Withers, Otis Redding, Marvin Gaye, Stevie Wonder, Isaac Hayes, Prince en Michael Jackson.
Hij speelde in op het wisselende weer, omarmde en knuffelde z’n publiek met songs als “Take me back” , “You made me smile”, “Good things”, “Lovin’ you is killing me” en die hitsingle “I need a dollar”. Een soultrain , vol toeters en bellen, en niets dan lachende gezichten … de smileys overheersten alvast bij Aloe Blacc.

Een apart bandje is Blonde Redhead van Kazu Makino (een Engelse van Aziatische oorsprong) en van de tweelingbroers Amedeo en Simone Pace. Muzikaal is er sprake van dreampop  met weerhaken , ergens tussen Mazzy star , Bjork en Sonic Youth; stemmige en aanstekelijke gitaarpop, ondersteund van ‘70’s psychedelische elektronica (die wat meeheeft van de oude Franse b films) die durft rauw en gedreven te klinken . Bij onze Franstalige vrienden wordt deze band op handen gedragen, bij ons is de respons gematigder.
Hun warme , melancholische sound had te kampen met regenbuien , maar dat deerde het trio niet in de gretige aanpak. Een afwisselende gig waarbij de songs goed uitgebalanceerd zijn en niet vies zijn van de huidige shoegaze. Een aparte klankkleur dus, die elan krijgt door de tweestrijd tussen Kazu en Amedeo , en vocaal bepaald wordt door de frêle, hoge, breekbare stem van Makino en de neuzelende zang van Amedeo.
Ze grossierden in hun oeuvre van “Spring & by summer fall”, “Here sometimes not getting there”, “Spain”, “SW”, “Equally damaged”, “In particular” en “23”. Focus kwam gedurende de set op hun muziek , daarna pas wuifden ze en bedankten hun publiek.

Een handvol cd’s hebben ze al uit, de heren van Absynthe Minded . Ostyn beschikt over virtuoze muzikanten en levert steeds meer fijne, melodieuze popsongs af , die deels nog gebed blijven in gewaagde overtuigende uitstapjes richting jazz, swing, elektronica en Balkan .
En die popsongs ontbreken niet op een setlist tijdens de festival zomer . Het publiek heupwiegt en droomt weg bij songs als “Plane song”, “Envoi”, “My heroics part one” en de nieuwe single “Space”. En van die cd prikkelden de titelsong “As it ever was”, “You’ll be mine” , “Crosses” en “24/7”. Hier was veel volk voor gekomen en ze kregen een zelfverzekerd Absynthe Minded te horen .

Eén van Cactus lievelingen Explosions in the sky moest noodgedwongen hun tournee cancellen . Ze werden alvast waardig vervangen door het garagerockend/abilly duo, Alison ‘VV’ Mosshart en Jamie ‘Hotel’ Hince; The Kills. Live een knaller dus, die er nu terug bij zijn met een nieuwe cd ‘Blood pressures’. Een rauw, zompig, smerig , rammelend maar melodieus geluid heerste over het Minnewaterpark. Gejaagde, onrustige melodieën en ritmes, schurende en scheurende gitaren en een breder concept door live drums werd aangeboden,  die handig de elektronicabeats en de drumcomputer van de laatste cd’s omzeilen. Want vier live drummers mepten hoekig en synchroon op de trommels .
Ze speelden een boeiende, frisse, aanstekelijke, sprankelende set, met een zekere jeugdigheid en flair. Als vanouds  ging Hince de strijd aan met z’n gitaar, een referentie naar Gary Glitter en Link Wray was snel gemaakt. Alison, met haar blonde akajou/rode haren,  kronkelde over het podium, danste, hotste, maakte sensuele, erotiserende passen en stond gejaagd en lieflijk tegenover Hince.
Opwindend en doorleefd . Een “No wow” zinderde , die rauw en bitchy klonk. The Kills hielden het boeiend en spannend met toegankelijke, snedige  en broeierige rockers als “Future starts slow”, “Heart is a beating drum”,” Kissy kissy”, “Baby says” en “DNA”. Het meeslepende “Black balloon”, een sferisch nummer op plaat, kreeg iets bijzonders door de basstunes en drumtics. Een hitsende “Fuck the people” en een gevoelig exploderende “Monkey 23” besloten en gaven aan dat The Kills over de dynamiek , de energie , de attitude, de looks beschikken  om een rock’n’roll feestje compleet te maken . Het publiek reageerde  enthousiast op die rock’n’roll kills, -hooks en -licks van de twee …

De overzichtsplaat ‘Songbook’ van Chris Cornell vatte het vanavond mooi samen, een resem akoestisch ingehouden , uitgeklede songs zullen we te horen krijgen van een man, z’n gitaar en z’n stem . Cornell, die mee aan de wieg stond van de grunge  en er fijne samenwerkingen op nahield met Temple of the dog, Audioslave en Soundgarden, levert al een paar jaar solo materiaal (van erg wisselende kwaliteit) af.
Hij heeft ‘hét’ nog altijd, de krachtige uithalen van z’n helder , indringende, schreeuwende stem en de gevoelige, slepende als opwindende gitaartokkels . Het publiek had maar een paar songs nodig om overtuigd te geraken van mans werk. Misschien dat hij voor de doorsnee popliefhebber weliswaar hoog op de affiche stond,  maar solo bracht hij een boeiende prestatie met prachtversies van “Fell on black days” , “Black hole sun” , de Temple of the dog “Wooden Jesus” en “Hunger strike” of Audioslaves “I am the highway” . Songs met de  perfecte akkoorden .
Een ‘man met visie’, “Wide awake”, over  hoe de aanpak van de orkaan Katerina gebeurde. Een ‘kwetsbaar iemand’ ook  in de  9/11 song “Ground Zero” en “When I’m down “, de enige niet gitaarsong, op piano ingespeeld door een overleden vriendin.
Tussenin hoorden we z’n muzikale ervaringen . Coveraanbod was er voldoende, waarbij John Lennon’s “Imagine” en de Beatles  classic “A day in the life” de moeite waren. En dat z’n akoestische gitaar feller mag klinken , hoorden we in het broeierig opbouwende “Blow the outside world” van Soundgarden , met de  verbeten grunge trekjes van vroeger .

De rootsmusic van de Canadees Daniel Lanois en deels van z’n Black Dub project sloten de 31ste editie van het Cactusfestival af . Een veteranentrio die een link maken met Neil Young & Crazy Horse (niet vreemd eigenlijk!) door het doorleefde materiaal, de opstelling, de microfoons broederlijk dicht bij elkaar en de ruimte voor spannende en vurige improviserende solo’s. Lanois geeft z’n muzikanten de kans te schitteren . Een hecht gezelschap , waarbij de  zang en de gitaarklanken een aparte eigenschap blijven. Eerder stond Trixie Whitley nog op de affiche vrijdag en met haar aanwezigheid in België werden enkele Black Dub songs als het innemende “Surely” en een prachtig uitgewerkte “Ring the alarm” gespeeld: langzaam opgebouwd, knetterende solo’s en een steeds weerkerend refrein.
Prijsbeesten van de plaat ‘Acadie’ waren er ook , “The maker” , “Still water”en “Jolie Louise” in de bis  kwamen  in de spotlights. Een bloedstollende “Fire” gooide het trio er nog bovenop.
Cactus houdt er wel van om in hun 3daagse programma eens af te sluiten voor doorwinterde rockfreaks. Een gemiste kans voor wie dan al het festival had verlaten …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/cactusfestival-2012/ (+ dank aan http://www.festivalnoise.be)

Organisatie: Cactus Club , Brugge

Gent Jazz Festival 2012 - The Bad Plus - zelfrelativerend

Gent Jazz Festival 2012 - The Bad Plus - zelfrelativerend
Gent Jazz Festival 2012
 

Een heuse Cubaanse sfeer gisteren, toen we het festivalterrein opwandelden. Daar zat NINETY MILES voor iets tussen, een bont gezelschap die de fusie tussen Amerikaanse en Cubaanse traditionals ambiëren: Cubaanse kleuren en Amerikaanse swing versmelten moeiteloos in een muzikaal statement, dat alles zegt over de kracht van muziek en dat politiek en diplomatie in de schaduw plaatst.
De 90 mijl die de States van Cuba scheiden, wordt makkelijk overbrugd. Drie Amerikaanse topmuzikanten brachten een bezoek aan Cuba, en maakten er muziek met hun Cubaanse evenknie. Het resultaat mag gezien en gehoord worden. Ze brengen ballads, swing en standards van o.m. David Snchez, Stefon Harris en Christian Scott, maar evenzeer van Cubaanse musici.
Line up: Stefon Harris (vibrafoon, marimba), Nicholas Payton (trompet), David Sanchez (tenor sax), Edward Simon (piano), Ricky Rodriguez (bass), Terreon Gully (drums), Mauricio Hererra (percussie)

De passage van ROBIN VERHEYEN, maakte tevens indruk, al was het dan niet steeds op mij…  Dat hij een topmuzikant is, hoeft geen betoog. De Vlaming liet België al vlug voor wat het was en ging in New York zijn carrière een nieuwe wending geven. 
Met zijn New Yorks kwartet probeert hij een brug te slaan tussen de traditie van blues, bop en swing met improvisatie en nieuwe klanken. Met Ralph Alessi heeft hij een schitterende trompettist als sparringpartner; verder bestaat het kwartet uit bassist Drew Gress en drummer Jeff Davis (Ron Miles, Tony Malaby).

Topmoment en hét concert waar uw man vooral naar uitkeek, was dat van THE BAD PLUS, een piano powertrio dat het levenslicht zag in 2000 en dat tevens Newyorkse roots heeft. Een beetje een controversiële band, waar nogal wat rond te doen is geweest. The New York Times stelde dat deze band het best is in het mengen van de kwaliteiten en kenmerken van de jazz van na de jaren zestig en de indie rock. Toch zijn jazz en geïmproviseerde muziek de basis van wat dit trio doet. Getuige hun debuut ‘The Bad plus’ (2001), maar ok en vooral ‘These are the vistas’ (2003), waar ze zich specialiseerden in het ontbloten van songs uit pop, rock, indie en country. Met hun averechtse versie van Nirvana’s ‘Smells Like Teen Spirit’ maakten ze enige ophef. Ook songs van Aphex Twin, Blondie, Tears for Fears, Radiohead, David Bowie en zelfs Queen en Black Sabbath werden bewerkt.
Maar niets daarvan in de set van Gent Jazz. Daarvoor hebben ze recent werk genoeg uit de nieuwe ‘Never Stop’. Ze zijn op toer met Joshua Redman (zoon van Dewey Redman, legendarisch saxophonist), en zoals bassist Reid Anderson aankondigde, wordt de man drie weken gegijzeld door hen om op Europese tournee te gaan.
Het concert was te kort. Zelfs een staande ovatie was niet genoeg om de jongens terug op het podium te halen, tenzij dan om aan te kondigen dat de organisatie niet wou dat ze overtijd gingen.
Een schitterend kwartet, dat voornamelijk gevoed wordt door de kracht van het trio Bad Plus. Drummer Dave King doet op drums precies het tegenovergestelde van zijn stoere verschijning doet vermoeden: met een verfijnde techniek streelt hij zijn drumstel en zet samen met bassist Anderson de basis van de songs. Pianist Ethan Iverson – kale kop, zwart pak, gouden oorring – zorgt voor de saus op piano.

Al bij het derde nummer worden de bandleden aan ons voorgesteld. Ze doen dit later nog es over, en doen dit op een manier die ik op een jazzconcert nog nooit zag. Nonchalant, grappig, hier is duidelijk ‘een hoek af’. Maar dat maakt The Bad Plus tot wat ze zijn. Ze passen niet in het doorgaans stijve wereldje van ‘den jazz’.
“Love is the answer”, “2 P.M.”, “Who is he” en vooral “199, semi-finalist” maakten stevige indrukken los. Dat laatste komt uit ‘Give’, hun derde langspeler (2004). “People like you (Never stop)”, een fantastische ballad onderstreept nogmaals het eigen geluid van het trio. Joshua Redman zorgt voor de sax en bijhorende klankkleur. Deze man kan een stukje blazen, maar integreert zich volkomen in de sound van het trio.

The Bad Plus is heel zelfrelativerend. Ze staan op een podium met een soort van ‘whatever…’gevoel. Niets virtuositeit, niets ego, …., maar het muzikaal gevoel primeert. Spelvreugde voorop. TOP!

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent 

Gent Jazz Festival 2012 - Wayne Shorter Quartet : ongewoon adembenemend

Gent Jazz Festival 2012 - Wayne Shorter Quartet : ongewoon adembenemend
Gent Jazz Festival 2012

Na al twee dagen doorregend, maar toch verwend te worden met het goede weer van onder andere Paco , Brad Mehldau  en Jim Hall-Scott was het verlangen naar  wat zonder twijfel een zoveelste hoogtepunt is geworden. Schauvlieghe noch de slechtgeluimde weergoden hebben de pret niet kunnen bederven.

We werden al heerlijk opgewarmd met Dave Douglas and Joe Lovano Quintet. Saxofonist Joe en trompettist Dave lijken onvermoeibaar , zijn uniek in hun samenspel en brengen op een big band gestoelde heerlijke energieke mix van hard tot zacht, van mainstream tot experimenteel . Locomotief Joey Baron hield alles strak in de hand en zette meteen het energiepeil op elf.  Ze waren maar al te blij dat ze in het voorprogramma van hun held Wayne Shorter konden spelen.
Line up: Joe Lovano (saxofoons, clarinet, aulochrome), Dave Douglas (trompet), Lawrence Fields (piano), Linda Oh (bas), Joey Baron (drums)
Play List:  
Sound Prints, Sprints, Fiull Moon, Power ranger, Ups and Downs, High Noon, Libra, Newark Flash

Net voor het optreden van Wayne Shorter werden de Sabam Jazz Awards uitgereikt aan Kris Defoort en de jonge Gentenaar Lander Gyselinck. Jacobien Tamsma werd uitgeroepen tot ‘Muze van Sabam’.

We moeten de intussen 79 jaar jonge jazzsaxofonist en –componist Wayne Shorter niet meer voorstellen.  Met zijn in 2001 opgerichte akoestisch kwartet, vooral jongere gedreven en erudiete muzikanten, is Wayne aan zijn tweede jeugd begonnen en laat hij ons genieten van zijn typische en ietwat eigenzinnige composities. We hebben een van de meest extraordinaire concerten in de geschiedenis van het festival gezien, waarbij hij, zoals zijn grote baas Miles Davis, niet teert op zijn verleden maar zichzelf in vraag blijft stellen en met zijn muzikanten op ontdekkingsreis blijft gaan. Zijn thema’s dienen  enkel maar als kapstokjes. Hier en daar verschijnen en verdwijnen familiaire melodieën. Hij bespeelt zijn sopraansax als was het de natuurlijkheid zelve . Het geheel klinkt vaak futuristisch en we zien al ras hier en daar waar ons ander icoon Herbie zijn mosterd haalt. Rossy drumde voor de tweede keer mee, leek  in het begin wat onwennig maar wist met verve Shorters muziek met de nodige power te onderstrepen.
Vier jaar na zijn overigens ook exorbitante passage kreeg hij meer dan terecht  van het dolenthousiaste publiek een staande ovatie.
Line up: Wayne Shorter (saxofoons), Danilo Perez (piano), Jorge Rossy (drums), John Patitucci (bas)

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
 

Pagina 377 van 498