Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Future Of The Left

The plot against common sense

Geschreven door

Wie zou durven denken dat de ongebreidelde explosiviteit van Mclusky, de vorige band van frontman Andres Falkous en drummer Jack Egglestone, zou zijn afgenomen op de nieuwe Future Of The Left, die is er glad naast. Wij hadden de heren al verwoestend aan het werk gezien op de laatste editie van Leffingeleuren en ze creëerden daar een ongekende energie.
Dat is op ‘The plot against common sense’ niet anders, het is alweer een bloedhete schijf die ontploft in uw gezicht, met hondsdolle songs die razen, blaffen en bijten.
Tussen de razernij weet Future Of The Left  toch altijd de melodie te behouden, ook al wordt die geserveerd op een bedje van roestige en knetterende klinknagels. Future Of The Left fluctueert van indie naar bloedende punk, met steeds een brute kracht en rauwe energie verpakt in gevaarlijke beestjes van songs. Op de vlammende punkers “Goals in slow motion” en “I am the least of your problems” klinkt de band als een jonge en woeste Husker Du en in “Polymers are forever” zou je gaan denken dat een geschifte Mike Patton weer in één van zijn furies is geschoten.
Nog wat van onze favorieten : de dreigende basgitaar die wordt ingezet op “Beneath the waves an ocean” maakt de song bijna ondraaglijk fantastisch en “Sorry dad, I was late for the riots” (heerlijke titel) klinkt als Captain Beefheart die door de Sex Pistols is ingehuurd.
Ook als de heren zich inhouden klinken ze dreigend, de snijdende synths op “Guide to men” geven constant de indruk dat de song gaat ontploffen, wat ie uiteindelijk niet doet.
De spanning houdt aan tot de laatste snik, afsluiter “Notes on achieving orbit” is een geweldig anthem van quasi 6 minuten om er in volle furie een knoert van een punt achter te zetten. Moordplaat.  

Alt-J

An awesome wave

Geschreven door

Nieuwe hype ? Kust ons ballen … Het alom bejubelde Alt-J heeft een onbenullig plaatje gemaakt. In bepaalde kunstzinnige kringen noemt men dit minimalistisch, wij houden het op mager en inspiratieloos. Ofwel hebben we het weer niet begrepen. Wel, eerlijk gezegd, dat willen we dan ook niet. Dit is The XX zonder branie, Django Django zonder ritme of Wu-Lyf zonder ideëen. Compleet over het paard getild door alweer de Britse pers en erekandidaat voor de titel meest overschatte hype van het jaar.
Welgeteld twee songs hebben we ontdekt die een beetje de moeite waard zijn, “Something good” en “Fitzpleasure”. Twee.

Patti Smith

Banga

Geschreven door

De 65 jarige rockdichteres , godmother of punk , blijft maar verbazen de laatste jaren . Ze telt al een veertigjarige carrière ,  is het toonbeeld van vrede, vrijheid, gelijkheid en solidariteit en ze oppert voor een betere wereld en communicatie (no suffer, no war).
Refererend aan de hippie ‘70’s blijven deze thema’s nog steeds actueel! In haar carrière heeft ze na de plaat ‘Waves’ (’79) gedurende een tien jaar over haar gezin (ze was getrouwd met Fred ‘Sonic’ Smith van MC 5 in’80 die in ’94 overleed) ontfermd, en kwam in ’88 terug met ‘People have the power’.  En het was een fijne comeback ; een ontmoeting opnieuw, om feller als voorheen het lot van de wereld aan te kaarten, Aarde en Moeder Natuur in de spotlights te plaatsen en de mensheid behouden en zegenen.
De nieuwe ‘Banga’ plaat verwijst naar het hondje van Pontius Pilatus die zijn baasje trouw bleef . ‘Banga’ is ook de lijfspreuk van Patti die trouw blijft aan haar poëtische bezweringen, met een rits psychedelische jams; de plaat is een eerbetoon aan dode zielen ( o.m. de Russische auteurs Michall Boelgakov en Nikolai Gogol , Amerigo Vespacci , Seneca , Amy Winehouse, Maria Schneider of een opbeurend woord aan de slachtoffers van de Japanse aardbeving).
We houden nog steeds van die spannende, broeierige, emotievolle songs , onder haar declamerende voordracht, en bepaald door een heerlijk intrigerend samenspel van gitaar, bas, piano/organ en drums.  Een overdadig werkstuk waarbij alles mooi in evenwicht valt.
Uitermate interessante songs en een pakkende cover , “After the gold rush” van Neil Young horen we; een plaat  die naar climax gaat met het ruim 10 min durende “Constantine’s dream”. Pure klasse!

Brad

United we stand

Geschreven door

Voor een nieuwe Brad willen wij altijd wel met plezier even gaan zitten, omdat de gouden stem van Shawn Smith ons nog steeds kan betoveren. U moet weten dat het juweeltje ‘Family’ van zijn andere band Satchell één van onze favoriete platen aller tijden is.
Het niveau van dat Satchell pareltje wordt hier echter nergens gehaald wordt, ook al staan er een pak aangename songs geparkeerd op deze schijf. De knappe vocale prestaties van Smith ten spijt, worden we niet meer in onze onderbuik geraakt, en dat omdat Smith zijn songs net niet meer zo beklijvend zijn, een zeldzaam pareltje als “Trough the day” buiten beschouwing gelaten.
Niet vergeten dat dit eigenlijk de band is van Pearl Jam gitarist Stone Gossard, dus mag er al eens deftig doorgerockt worden, op het gedreven “Tea Pack” bijvoorbeeld en op afsluiter “Waters deep”, twee songs met een gemeen grunge randje.
Niet hun beste plaat, maar toch zeker de moeite om even een kijkje te gaan nemen in de Trix op 13 februari.

The Killers

Battle born

Geschreven door

Dat The Killers het grote gebaar in hun muziek niet schuwen is geen geheim. De heren zijn niet vies van galmende stadionrock en konden hier op hun drie vorige platen bijzonder goed mee overweg zonder overdreven opgeblazen te klinken. Hun nieuwste worp is dan ook geen verrassing, er wordt op dezelfde weg doorgegaan, maar nu zijn ze soms wel een beetje te ver gegaan. De dollars lonken ietwat te veel om de hoek en The Killers flirten hier gestaag met de slijmbalgrens. Daar waar men ze vroeger noch verweet te veel als Springsteen te klinken, lijken ze nu bij momenten wel Elton John, en dat is wat ons betreft niet bepaald goed nieuws. Met de meligheid van “Here with me” en “The way it was” weten wij dan ook niet echt wat aan te vangen en ook met het eighties plastiek dat aan “Deadlines and commitments” kleeft hebben wij wat moeite.
Daarnaast hebben ze weer een handvol pakkende en catchy anthems bij mekaar geschreven als “Flesh and bone”, de single “Runaways”, “A matter of time”, “Rising tide”, “Battle born” en de plakker “Be still”, stuk voor stuk songs die gemaakt zijn voor de stadions en die daar gegarandeerd de massa in vervoering zullen brengen.
Dit is The Killers hun kandidatuur voor de grote festivals van volgend jaar, wees er maar zeker dat ze er zullen staan.

Portico Quartet

Portico Quartet

Geschreven door

Neen, we zijn geen jazzpuristen en de wereld van de jazz zal altijd grotendeels onontgonnen gebied blijven voor ons, maar bandjes die vertrekken vanuit de jazz en er een hedendaags kleurenpallet aan toevoegen van zwevende beats, glooiende soundscapes en duistere elektronica kunnen we best smaken. The Cinematic Orchestra bijvoorbeeld, maar ook zeker deze jonge Engelse band Portico Quartet.
Hun derde titelloze langspeler is immers een pareltje van het zuiverste water. Een pareltje dat zich echter niet onmiddellijk blootgeeft, een mens moet een beetje moeite doen om doorheen de dwarsliggende bomen het bos te zien, maar dat is nu net wat de avontuurlijke muziek van Portico Quartet zo interessant maakt. De songs zijn soms lange sfeervolle tracks die traag ontluiken en dan steevast uitgroeien tot iets heel moois. Hoe meer u er naar luistert, hoe meer wonderlijke geheimpjes ze prijsgeven. Zo zijn de ruwe diamanten “Ruins”, “Spinner” en “Laker Boo” onze favorieten, maar wij vragen u met aandrang om de plaat in haar geheel te beluisteren, alsof het hier een film noir betreft waarin u zich moet laten meeslepen..
Portico Quartet wordt wel eens de Radiohead van de jazz genoemd en daar is wel iets van aan, al was het maar om hun experimenteerdrift en hun eigenzinnigheid aan te duiden, twee eigenschappen die altijd een pluspunt zijn voor boeiende niet alledaagse bandjes als deze.
Dit is een plaat waar het heerlijk wegdromen in is. U gaat best eens kijken en vooral luisteren in de AB Box op 05/12 en u zal begrijpen wat we bedoelen.

Bob Mould

Silver Age

Geschreven door

Sorry voor Mijnheer Dave Grohl, maar wij hebben op de afgelopen Pukkelpop meer genoten van de legendarische Bob Mould die het twintig jaar oude ‘Copper Blue’ van Sugar integraal kwam voorstellen. Het vonkte op het podium nog even gretig als destijds, alleen zag Mould er een dagje ouder uit (deze grondlegger van de Amerikaanse hardcore punk heeft dezer dagen meer de look van een gezette advocaat dan van het punkicoon die hij wel degelijk is). Na zijn uiterst potige vertolking van die klassieker kwam hij in Pukkelpop met een tweetal nieuwe songs op de proppen die even snedig klonken als ‘Copper Blue’ en die onze verwachtingen naar diens nieuwe plaat meteen de hoogte in stuwden.
Voila, hier is die plaat nu en het is een schot in de roos. De spirit die Mould wist neer te zetten op het podium van Pukkelpop heeft hij nu ook te pakken op deze krachtige ‘Silver Age’, meteen de beste plaat uit zijn reeds goed gevulde solocarrière. Het kan geen toeval zijn dat midden in de periode waarin Mould met het almachtige ‘Copper Blue’ rond de wereld toert, hij op hetzelfde moment een al even energiek nagelnieuw album uit zijn hoed tovert.  
Opener “Star Machine” is het ijzersterke begin en toont meteen waarvoor Mould nog steeds staat, een vurige ‘wall of sound’ met een stevige melodie erachter en een laag snijdende vocals er bovenop. Zonder tussenpauze beukt daarna de titelsong op hetzelfde tempo door. Pas vanaf track 5, de sleper “Steam of Hercules” mag de voet lichtjes van het gaspedaal, maar de decibelmeter blijft wel op koers.
‘Silver age’ stoomt zo lekker 10 songs lang door, het typische harmonieuze lawaai van Bob Mould heeft duidelijk niet aan kracht ingeboet. Als de man snedige punkrockers als “Keep believing” blijft maken, mag hij van ons nog enkele jaren doorgaan.
Copper Blue heeft na 20 jaar zijn waardige opvolger.

Dan Deacon

Dan Deacon – te zien, maar vooral te beleven…

Geschreven door

We wachtten ongeduldig op de terugkeer van Dan Deacon naar België, deze prettig gestoorde die op 7 juni de Botanique letterlijk op zijn kop had gezet. Maandag 24 september trad hij hier opnieuw op, maar dit keer in de Rotonde. Door de gebruikelijke theatrale codes aan zijn laars te lappen, slaagde de Amerikaan erin een gevoel van perfecte eensgezindheid met het publiek te creëren. Niet verwonderlijk dan ook dat de zaal vol zat om een lekker ‘Deaconiaanse’ performance te zien, of - beter gezegd - te beleven. Niet in het minst ook omdat zijn nieuwe album ‘America’, sinds slechts enkele weken in de platenwinkel, ideaal is voor de transpositie naar een live optreden.

Alvorens écht van start te gaan, de beurt aan Deep Time. Het duo beklimt het podium om 20 uur stipt. Vroeger luisterde het koppel naar de naam Yellow Fever. Jennifer Moore (zang, gitaar, synthesizer) en Adam Jones (drums) hebben recentelijk een gelijknamige plaat uitgebracht, die vrij aangename, minimalistische pop biedt. Ondanks deze capaciteiten zal de zangeres er niet één keer in slagen om zich, gedurende de 30 minuten, ten volle te geven. Bovendien zal ze enkele fouten begaan ; onhandigheden die haar partner een slecht humeur bezorgen. Jammer, want op zich houden de nummers best stand, maar aangezien de omstandigheden , om het even welke interactie in de weg staan … Zonde!

21 uur nadert. De spanning is te snijden in de barstensvolle Rotonde. Het publiek is duidelijk al veroverd door de artiest, nog voor hij zijn intrede doet. Op het podium staan twee drumstellen tegenover elkaar en pal in het midden staat een schedel. Kleurrijke spots hangen boven een tafel waarop een uitrusting ligt, een vreemd gevoel voor mij. Uiteindelijk wordt de schedel verlicht. Naar goede gewoonte neemt Dan Deacon plaats tussen het publiek, voor de tafel. Vanaf dat moment treedt de inboorling van Austin (NVDR: vandaag woont hij in Baltimore) in symbiose met zijn publiek. Een publiek waarvan de meerderheid in een soort van trance zal gaan, en dit gedurende de komende 90 minuten.
Deze goeroe met een teddybeeruitstraling heeft de aangeboren gave om de toeschouwers te betrekken in zijn show.
Hij begint met een hommage aan Lenny Kravitz. Het publiek wijst naar de discobol die aan het plafond hangt. Zoals de ceremoniemeester aangeeft, bukt iedereen zich en komt op het einde van de telling weer recht. Op dat moment weergalmen de eerste elektronische loops, ondersteund van de twee alerte drummers. Een toestand die een hartstocht aanwakkert waardoor de twee muzikanten, logischerwijs, op het randje van de uitputting zullen zijn tegen het einde van de show. Opgewonden springen de jongeren of stampen ze op de grond. De Rotonde beeft.
Het repertoire van Deacon verenigt titels uit zijn nieuwe en uit zijn vorige werk, ‘Bromst’. Maar dat zal de menigte worst wezen: het is de sfeer die primeert. Nog nooit heb ik zoveel waanzin in een concertzaal gezien. Het hoogtepunt van het spektakel? Een reuze ‘farandole’ geleid door Dan. Er zal zelfs een enorme menselijke tunnel gevormd worden tot buiten de zaal.
Iedereen goedgeluimd. Andere sterke momenten: de slam dansen. Zowel de jongens als de meisjes doen eraan mee. Ze zwieren van links naar rechts en van boven tot onder het podium! Om 22 uur 30 is de show afgelopen. Unaniem gejuich voor Dan Deacon. De toeschouwers die hem omringen, omarmen hem en vragen hem T-shirts, vlaggen, etc… te signeren.  

D
e planken van de Rotonde zullen zich nog lang de komst van deze goeroe herinneren. Dan Deacon heeft er een concert vereeuwigd dat niet alleen om te zien, maar vooral om te beleven was. En de toeschouwers van vanavond zullen deze geprivilegieerde momenten niet snel vergeten...

Berenger Ameloot – vertaling Marilien Bultinck

Organisatie: Botanique, Brussel  

Electric Guest

Electric Guest – voorlopig nog niet verrassend genoeg …

Geschreven door

 

Een paar kleppers van nummers , een goede set , maar niet verrassend, opvallend genoeg. Afwachten what’s up next …

Electric Guest , opkomend bandje uit de Verenigde Staten, L.A., die na Les Nuits Bota hier nu terug aankloppen en op hun debuut ‘Mondo’ aantonen meer dan zomaar een synthpopbandje te zijn .

Ze gaan duidelijk breder en houden het op een frisse, aanstekelijke mix van pop , electro, funk en psychedelica . ‘Mondo’ klinkt hitgevoelig , dansbaar, lichtvoetig en smaakvol. Ze hebben alvast met “This head I hold”, pas op het eind van de set afgevuurd, een eerste hit op zak; ze hebben meer in hun mars, zagen we, en songs als “Waves”, “Under the gun”, “Awake” , “Amber” en “Troubleman” onderscheiden zich door de huppelende, twinkelende, dromerige ritmes en de subtiele, fijnzinnige en bruisende  elektronicatunes, – bleeps en pianoloops. De zang wisselde , een moeiteloze overstap van indringende, emotievolle vocals naar een hoge(re) falset. En de zanger Asa Taccone laveerde van de ene naar de andere kant op het podium en was niet vies van enkele sensuele danspasjes. Samen met z’n kompaan Matthew Compton en de broers Todd en Tory Dahlhoff zagen ze er als ‘real american school teenagers’ uit en refereerden muzikaal aan Foster The People, Phoenix, Two door cinema club, Hot Chip, MGMT en Empire of the sun. Trouwens de productie van hun debuut was in handen van Danger Mouse , die al z’n strepen verdiende met James Mercer van The Shins , Gnarls Barkley, The Black Keys , The Rapture en Gorillaz.
Een goed gevulde Orangerie genoot van het korte pittig , gedreven setje van het kwartet, een 45 tal minuten en tien songs lang . Op die manier was hun debuut er in een mum van tijd doorgeraasd.

Kort zagen we nog de support Last dinosaurs, die de gitaren krachtiger boven haalden, en het even aanstekelijk, fris en catchy wilden houden als Electric Guest.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/electric-guest-24-09-2012/

Organisatie: Botanique, Brussel 

Elements Festival 2012 – in volle groei - één van de grootste dans events in Brugge …

Geschreven door

Elementsfestival 2012 – in volle groei  - één van de grootste dans events in Brugge …

Elements was ook dit jaar gericht op Dance in al zijn vormen, en dan vooral de op vandaag hete subgenres als dubstep, electro, hardstep, drum & bass en een scheut (Vlaamse) hip hop. Dankzij het stijgende succes van de afgelopen jaren waren capaciteit van het terrein en het aantal toeschouwers nog maar eens uitgebreid. Het festival, dat zich voornamelijk op hard feestende jongeren richt, is dus nog in volle groei.

Na onze fantastische ervaring van vorig jaar mochten we deze 3de editie van Elements Festival absoluut niet missen.  Wat hadden we weer eens zin om te feesten, en we waren zeker en vast de enigen niet!

Toen we de vrijdagavond nog maar net op de camping waren, hoorden we onze klassieker “Hoereeeee” al over heel de camping weerkaatsen. Het was toen al feesten geblazen, zeg maar! Met de i pod radio’s dwaalden onze hardcore liefhebbers over heel het campingterrein met hun muziek vollen bak en een hele kudde feestgangers achter zich.
Veel werd er die nacht niet geslapen alleszins. Maar dat belette ons niet om de volgende dag tegen 11.00 hr al paraat te staan om de beentjes al eens goed los te gooien.

De DJ die ons dit jaar als eerste verwelkomde was onze jonge vriend Eptic die thuis is in het Dubstep genre en zijn publiek al van zo vroeg in de ochtend wist op te hitsen. Met zijn dreunende bass, vette beats en typische geluiden maakte hij zijn publiek warm voor een vet feestje. Wij waren al helemaal verkocht en hebben dat dan ook duidelijk laten merken door ons volledig te laten gaan. Daarna bleven we staan voor de wreed goeie set van Point.Blank. Deze mannen brengen een iets zwaardere versie van dubstep. Point.Blank is iets minder bekend dan zijn voorganger maar zeker niet minder goed, integendeel ! Een nog diepere bass en nog vettere beats. Deze twee eerste  DJ’s wisten ons zeker al klaar te stomen voor het iets hardere werk. We zakten meteen  af naar de MuSick stage voor onze hardcore vrienden Limewax b2b The Panacea die we eerder dit jaar op Dour Festival konden bijwonen. Wat even hard, even zot en even hyperkinetisch was als toen.

Op de Cliché stage hoorden we in het passeren Roksonix en Ulterior Motive. Dat was niet veel soeps, het volk zat nu niet bepaald te wachten op een paar MTV hiphop platen. Veel succes hadden die dan ook niet. “Wat deden die mannen daar toch? “ vroegen wij en de meeste festivalgangers zich af.

We waren de MuSick stage nog niet beu, en gingen daar nog eens een bezoekje brengen aan Counterstrike (Ook eerder gezien op Dour Festival). Valt niet veel over te zeggen, behalve dat feesten nog maar eens de boodschap was. En we raakten maar niet uitgefeest, we sprongen een uur op de harde beats van Counterstrike voor dat we naar mijn persoonlijke jonge helden de Compact Disk Dummies gingen. Ons kon je helemaal vooraan vinden in de Red Bull Elektropedia, wat had je anders gedacht.  Het publiek was echter minder enthousiast als de vorige keer dat we hen zagen, maar hier op Elements is men dan ook geen gitaren gewoon. Maar hun optreden was zeker even goed. Die mannen zijn gewoon fantastisch! Ze eindigden met hun fantastische cover van ‘Toxic’ waarbij Britney Spears in het groot afgebeeld werd op de schermen. Dit was het enige optreden op het festival waar er een gitaar aan te pas kwam en dat was dan meteen ook het beste!

Na een rustpauze van ongeveer een uur of twee begaven we ons  naar  t’Hof van commerce. Tot onze grote verbazing stond de wei toch wel bijna helemaal vol. De gouden klassiekers van onze West-Vlamingen wisten ons en de rest van het publiek dan ook helemaal mee te krijgen. Toch hadden de mannen een beetje last om over de harde beats die uit de andere tenten weerklonken te rappen. Maar dat trokken ze  zich dan uiteindelijk niet echt meer aan, ze deden gewoon verder hun ding en kregen alsnog het publiek aan het dansen.

Ook dit jaar is ons hoofddoel meer dan zeker bereikt. Helemaal uitgeteld zijn we de volgende ochtend naar huis vertrokken.  Dit was absoluut de beste afsluiter van de festivals en volgend jaar zijn we vast en zeker terug van de partij.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/elementsfestival-2012/

Organisatie: Suburb Soundz – Elementsfestival, Brugge

We Have Band

We Have Band moet het vooral hebben van vroeger werk …

Geschreven door

Het gelijknamig debuut van het Manchester afkomstige We Have Band had een paar interessante singles als “Divisive”, “Oh” , “Love what you living”, “You came out” en “Centerfolds & empty screens”; songs die zich optimaal manifesteren binnen de electropop en punkfunkstyle . Op hun optredens zijn het opvallendz kleppers, die de rest van de gig wat doen vergeten . Toegegeven, de nieuwe plaat ‘Ternion’ is wat aan ons voorbijgegaan, intrigeert minder en heeft met “Tired of running” en “Where are you people” slechts twee songs die in de buurt komen van die handvol prachtige nummers van hun debuut .

Ze moesten wat op dreef komen en de juiste stemming zoeken, ondanks het spelplezier, enthousiasme en dynamiek van het kwartet . Reden: rond dwarrelende nummers die niet meteen raken. We Have Band moet het hebben van die pittige gedrevenheid , de hoekige grooves , de exploderende ritmes , de opzwepende percussie en de dansbare electrotunes van de eerder vernoemde songs.
Ze gingen dan ook naar een climax in de set , waarbij ze het publiek volledig aan hun kant kregen en telkens warm onthaald werden.

Goede set , niet meer dan dat … We Have Band zal met een derde cd wat anders uit hun kas moeten halen om zich te kunnen onderscheiden  van de grote meute bands met een mix van  indie en elektronische popmuziek.

Organisatie: Botanique, Brussel

Best Coast

Best Coast – aanstekelijke set en naam niet stolen

Geschreven door

Heerlijk bollend setje hoorden we van Best Coast,  indie/surf zomerpop , draaiend rond het Amerikaanse duo Bobb Bruno en Bethany Cosentino. Lekker rocken, genieten, wegdromen en zich soms een wereld wanen van de old fifties – sixties van de Shangri-La’s en de Pipettes. Ze maken de brug naar ‘the coast’ van de Beach Boys , de rammelpop van Pavement en de rock’n’roll van The Ramones .
Best Coast , live met vier, rolde en holde langs de kustlijn van de Bota . ‘On the road songs’ maar toch deels op een hobbelig parcours. Bijna twintig in totaal zelfs, in hun uur durende set. De broeierige , zweverige song kregen  een ‘garage’ rockend vestje aangemeten,  huppelden soms of hadden een meer directe , krachtige aanpak, zeker in het begin, om de aandacht te trekken,  met “When the sun don’t shine” , “Crazy for you” en “Goodbye” . Zeemzoeterigheid werd niet uitgesloten zoals op  “No one like you” en “How they want me to be” . Moeiteloos balanceerden ze tussen de twee, wat de variëteit onderstreepte , maar niet deze formule klikte niet steeds en klonk af en toe minder spannend. Duidelijk was wel dat de heldere , indringende , soms verbeten prachtzang van Bethani een vooraanstaande rol speelt in de sound!
Ze wilden het leuk houden , met een leuke conversatie-tje of grapje tussenin, en ze hadden dancehits van hier op de radio gehoord, als Duck Sauce met “Big bad wolf”. Het was de tweede keer dat ze hier in België waren, na Gent vorig jaar. “When I cry” , “Do you love me like you used”, “Up all night” en “Boy friend” voelden aan als een windbries tijdens een zomerwandeling aan het strand.
We kregen nog een verrassend toemaatje, “About a girl” van Nirvana, tussen droom en dynamiek .

Aanstekelijk , fris , ontspannend allemaal, Best Coast heeft duidelijk z’n naam niet gestolen …

Organisatie: Botanique, Brussel

Indie’d Festival 2012 – Ontdekkingstocht – Verborgen bandjes …

Geschreven door

Het laatste festival van de zomer ligt nog maar net achter ons of het eerste festival van de herfst dient zich aan. Voor de vierde maal organiseert Frontal Noize, label & booking, in Roeselare een festival. Indie’d … Zoals de naam al doet vermoeden ligt de focus op ‘indie’, met andere woorden: groepen die bij de grote massa nog niet bekend zijn.

De eerste groep van de dag is Mr. Greedy. De lokale band werd opgemerkt tijdens een optreden in een café om de hoek en mocht terecht op het podium aantreden. Ze brengen populaire rock, die makkelijk in het oor kruipt. Het stemgeluid van de zanger geeft de muziek een eigen kleur. Zijn diepe stem (denk aan Editors) was niet altijd even zuiver, zeker in het begin van de set, maar storen deed het niet. Hoewel de band vrij jong is, zijn de leden geen jonge veulens meer. Dit zorgt voor een mature sound. Een ideaal begin van het festival!

Een band waar ik zeer hard naar had uitgekeken is Nightmare Air. Bekend zijn ze nog niet en op een full cd is het nog even wachten. Toch kunnen ze al heel wat adelbrieven voorleggen: ze speelden reeds in het voorprogramma van Sonic Youth en stonden ook al op SXSW. Dat eerste is zeker geen toeval. Hun muziek neigt zeer sterk naar de beginperiode van Sonic Youth, echter wel overgoten met een sausje van pop à la Californië. Een echte kopie zijn ze niet, daarvoor hebben ze te veel een eigen smoel. Drie mannen en een vrouw, meer is er soms niet nodig. De twee verschillende stemmen (gitarist en bassiste) worden perfect ingepast in de nummers: de vrouw neemt de zachtere stukken voor haar rekening, terwijl de gitarist het steviger werk aanpakt.
Het grootste minpunt aan de set was de korte duur, wat natuurlijk te verstaan is voor een band zonder cd onder de arm. Van mij mocht deze groep gerust nog een uur langer spelen. Ik denk (en hoop) dat ze nog zeer vaak naar België terugkomen. De sound, de nummers, de attitude zijn er. Nu enkel nog een groter publiek. Aanrader!

Audiocaeneat is een band uit de stal van Frontal Noize. Ze brengen postrock van de zuiverste soort. De beperkte gezongen stukken zorgen voor een aangenaam breekpunt in de set en deden mij soms een beetje denken aan The Sedan Vault. Ze zijn ook niet te beroerd om er enkele zwaardere stukken in te steken. Toch zijn er enkele kanttekeningen te maken. De soms lange pauzes tussen de nummers zorgt ervoor dat de vaart wat uit de set wordt gehaald. Hun muziek is ook geen hapklare brok. De vele tempowisselingen zijn vaak heel goed gevonden, maar met momenten is de samenhang binnen de nummers zoek.

“België’s best bewaarde geheim”, zo werd Motek (zie pics) aangekondigd. En ongelijk konden we de presentatoren niet geven. De Brugse band wou van bij de start van het optreden duidelijk maken dat die woorden volledig terecht waren. Voor Jan Modaal is deze band inderdaad niet bekend, maar binnen de muziekwereld zijn ze toch een klinkende naam. Motek brengt post-rock, maar niet zomaar. De nummers worden perfect opgebouwd. Er wordt niet in de val getrapt waaraan zoveel bands in dit genre zich laten vangen: te complex en te moeilijk wordt het nooit. Dit wil niet zeggen dat hun muziek voorgekauwd radiovoer is. Er is aan gewerkt, over nagedacht.
Een uur lang weten ze het publiek te boeien, te verrassen, te begeesteren. Er valt geen enkel doods moment en de set wordt met een drive gebracht waar veel bands nog iets van kunnen leren. Uitstekend optreden van een band die al jaren uitstekend bezig is.

Het sluitstuk van het festival (op enkel DJ-sets na) wordt verzorgt door AKS. Laat mij toe om u mee te delen dat ik geen grote fan ben. Maar het merendeel van de zaal was het blijkbaar oneens met mij. Bijna iedereen was voor hen gekomen. Waar bij de eerste bands de publieke belangstelling zeer klein was (behalve voor Motek), stroomde het volk nu toe. Een publiek dat voornamelijk bestond uit tieners leek er helemaal klaar voor.
En op hun honger hebben ze zeker niet gezeten. Ze werden getrakteerd op een vrolijke en dansbare mix van hip-hop, drum’n’bass, R’n’B en soms zelf een beetje jazz.
Ideale partymuziek dus waarop er duchtig gedanst werd. Het is voor mij een verademing dat in dit genre er nog plaats is voor live-instrumenten. De zangeressen worden ondersteund door een saxofoon, gitaar, keyboard, DJ’s en elektronische drum. Dit zorgt voor een zeer vol geluid, maar ook soms voor een rommelige sound. De zangeressen verrassen. Vooral Billie straalt veel charisma uit en heeft een stem als een klok.
Het publiek ging uit zijn dak. Jammer genoeg zat een bisnummer er niet in en hoorden we toch wat teleurstelling in de zaal.

Indie’d was voor mij een schitterend festival, waar er nog heel wat verborgen groepen te ontdekken zijn. Ik ben nu al benieuwd naar welke bands ze volgend jaar zullen voorschotelen.

Organisatie: Indie’d – Frontal Noize, Roeselare

Up In Smoke IV Roadfestival 2012: als de rook om je headbangend stonerhoofd is verdwenen…

Geschreven door

Up In Smoke IV Roadfestival 2012: als de rook om je headbangend stonerhoofd is verdwenen…
Up In Smoke IV Roadfestival 2012 -
Grandloom (Ger) – Glowsun (Fr) – Monkey 3(Ch)
Magasin 4
Brussel

Vorige zaterdag streek de ‘Up in Smoke’- karavaan neer in Magasin 4 aan de Havenlaan in Brussel. Het mini-festival, georganiseerd door Sound Of Liberation (SOL), is ondertussen al aan zijn vierde editie toe en brengt telkens een affiche om als psychedelische stonerfan duimen en vingers bij af te likken. Deze keer is het de beurt aan het Duitse Grandloom, het Franse Glowsun en het Zwitserse Monkey 3 die gedurende de 2de helft van september de Europese concertzalen onveilig zullen maken.

Grandloom, de psychedelische stonerrock band uit Cottbus (Duitsland), had de eer het stonerbal te openen. Hun sound kan je best omschrijven als een mix van psychedelische, space, stoner, blues en seventies hard rock! Een combinatie van kopstoten van riffs en geestombuigende psychedelische solo’s werden gedurende een groot uur om onze oren geslagen. Vooral hun bassist Hans liep in de kijker met zijn fenomenale loops en killer sound (denk aan de bass-sound van Tool)! We kregen gedurende één uur een magistrale metal jam met een mix van de spaciness van Earthless, de doomriffs van Sons Of Otis, de drive van Karma To Burn en de rook van Colour Haze voorgeschoteld. En daarmee is in een notendop dit optreden samengevat. Klasse!
Setlist Grandloom:
[1] All In / Larry Fairy [2] M. Lunch [3] Paula’s Voodoo Groove [4] Orbit Wobbler [5] Apollo Moon

De zuiderburen van Glowsun uit Lille zagen we begin augustus al schitteren op het Yellowstock-festival in Geel en ook nu was het terug raak. Ze brachten in eigen beheer ‘Love Lost’ (2006) uit om dan via het Belgische Buzzville Records in 2009 ‘The Sundering’ en het split-album ‘Sun and Moon’ (split met Electric Moon – 2011), deze maand hun nieuwe ‘Eternal Season’ (Napalm Records) op ons los te laten. Dat zanger Johan Jaccob – naast zijn schitterende artwork (check zijn site op smoelenboek https://www.facebook.com/johanjaccobartwork) – ook nog een potje gitaar kan spelen is een publiek geheim. En met een ritmesectie (een schitterende Ronan Chiron op bas en rots in de branding Fabrice Cornille op drums) die gerust een skyscraper kan onderstutten,  ben je natuurlijk de koning te rijk. Eén uur wegdromen in een universum van psychedelische doom en stonerrock zorgde voor een gelukzalige blik bij het overgrote deel van het aanwezige publiek. Gezien, gehoord en goedgekeurd!
Setlist Glowsun:
[1] Death’s Face [2] Virus [3] The End [4] Dragon Witch [5] The Thing [6] Lost Soul [7] Sleepwalker [8] Monkey Time

De kers op de psychedelische verjaardagstaart kregen we bij het Zwitserse Monkey 3 (zie pics) dat we ook op Hellfest en Yellowstock tijdens de zomermaanden zagen heersen. We hadden het geluk om naast de baas van Buzzville records (Patrick Meuris) te mogen staan en een geanimeerd gesprek met hem te kunnen voeren. Meuris bracht via zijn platenlabel in 2003 hun debuutplaat ‘Monkey 3’ uit en was op vraag van de band – na lange tijd elkaar niet meer gezien te hebben – uitgenodigd naar zaal Magasin 4. En ook hij zag dat het goed was. Het Zwitserse 4-tal bracht ons al van bij het begin van hun set in een ‘Turn On. Tune in. Drop Out.’-modus ( © Timothy Leary).
We konden niet anders dan hun schitterende muzikale trip onder hypnose ondergaan. Maar dit deden we dan ook met alle plezier. Dat hun invloeden duidelijk op seventies bands geënt zijn, konden we al op hun tribute album ‘Undercover’ smaken: Pink Floyd, Led Zeppelin, Kiss en Deep Purple zijn nooit veraf! Het werd een groot uur ‘space-jammen’ op een verslavend psychedelische stonerrock-vibe! Toen ze dan nog in extremis bij de encores een fenomenale versie van Ennio Morricone’s “Once Upon A Time In The West” op het publiek loslieten, kon onze avond niet meer stuk! Monkey 3 zijn heersers! Op naar ‘Up In Smoke V’!
Set list Monkey 3: [1] Camhell [2] Motorcycle Broer [3] Jack [4] True The Desert [5] Last Gamuzao / Encores: [6] Once Upon A Time In The West (Ennio Morricone cover) [7] One Of These Days (Pink Floyd cover)

Organisatie: Magasin 4 (i.s.m. Sound Of Liberation & HeartBreakTunes), Brussel  

Le N.A.M.E.- Festival 2012 – elektronisch muziekfestival het ontdekken waard!

Geschreven door

N.A.M.E.- Festival 2012 – elektronisch muziekfestival het ontdekken waard!
N.A.M.E.- Festival 2012

Als er één elektronisch muziekfestival was waar ik dit jaar naar uitkeek, was het ongetwijfeld dit jonge festival in Frans Vlaanderen. Een geweldige line-up op het hoofdpodium met twee toplive-acts op vrijdag. Wat een mooie avond beloofde te worden draait toch enigszins helemaal anders uit. Gelukkig is er een wonderboy als Nicolas Jaar om de avond te redden. Die avond was er jammer genoeg geen enkel ander lichtpunt te bespeuren.

Ik denk dat wij in ons Belgenlandje heel hard verwend zijn als het aankomt op muziekbeleving. Niet alleen weten Belgische festivalorganisatoren uitmuntende artiesten te strikken, ook op vlak van organisatie kunnen onze buren uit Frankrijk gerust eens in de leer komen. Daar knelde net het schoentje op het NAME-Festival. Georganiseerd parkingbeleid? Nog nooit van gehoord. Tijdstabellen respecteren. Wanneer? Vrouwentoiletten met wc-papier? Waar is dit voor nodig? Ik kan nog wel even doorgaan en vermelden dat 3 bars voor een massa-event als dit toch ronduit te weinig is. Bovendien moest je om de veel te dure dranktickets te bemachtigen de indoor concerthallen volledig doorkruisen. Om nog maar te zwijgen dat één van de ingangen van de hallen links naast het podium van zaal twee gepositioneerd was. Een getrek en geduw van jewelste. Ok, we leggen alle negativiteit naast en ons neer en komen best eens even terzake!

Eén van meest vernieuwende en spraakmakende artiesten van de laatste jaren bewees andermaal dat supertalent aan weinigen gegeven is. Nicolas Jaar klinkt live nóg spannender dan op plaat. In Tourcoing werd hij geflankeerd door saxofonist Will Epstein en gitarist Dave Harrington. Jaar zelf zorgt voor de vocals, beats en bleeps. Een langgerekte spacenoisy intro kondigt een uur concert aan waar eenieder gaat van duizelen. In zijn livesets brengt Jaar zijn nummers telkens in een totaal ander jasje dan dat we kennen van op plaat. De versies van ‘El Bandido’, ‘Too Many Kids Finding Rain In The Dust’ en ‘Time For Us’ waren ongetwijfeld de hoogtepunten van de avond.
De diepe en loepzuivere bassen, de huilende gitaar en smekende saxofoon geven de performance een heel Lynchesque tintje mee. Ook nu katapulteert Nicolas Jaar zich in mijn persoonlijke top 5 van beste concerten van het jaar. Perfect op temperatuur gekomen voor de volgende live set.


John Talabot zagen we eerder deze zomer aan het werk op 10DaysOff met een slo-mo-house-set. Vandaag werd hij jammer genoeg geteisterd door technische problemen waardoor zijn act simpelweg werd geannuleerd. Dan maar naar Mr. Oizo’s vriendje Kavinsky die we vooral kennen van zijn bijdrage, “Nightcall”, voor de soundtrack van de film ‘Drive’. Het lijkt er heel sterk op dat deze uiterst populaire man niet helemaal weet waar hij naartoe wil met zijn set. Van disco over dirty, smaakloze electro naar techno. Even was er een lichtpuntje wanneer hij een aantal vintage acid-tracks afvuurt op het publiek. Helemaal niet overtuigend genoeg als je het ons vraagt.

Hoe hard we ook nog ons best deden, de Canadezen van Art Department konden onze mood ondanks hun voortreffelijke set niet meer keren. Naar goede gewoonte komen Kenny Glasgow en Johnny White aandraven met een heel aparte mix van de allernieuwste house- en technopromo’s en lang vergeten house classics. Hun set viel wat in het water door een bedroevende sfeer. Maceo Plex zien we nog starten maar het werd tijd om het festival te verlaten.

Als je de line-up van vanavond bekijkt, verwacht je een knaller van een feest tegemoet te gaan. Hoe komt het toch dat dit met uitzondering van Nicolas Jaar nooit het geval is geweest? Aan de N.A.M.E. om hier lessen uit te trekken. Feesten is véél meer dan een goede line-up. Of zijn wij intussen te verwaand op dit vlak? In ieder geval niet tot volgend jaar.

Organisatie: N.A.M.E. Festival

Torche

Volledig meegezogen in de aparte wereld van Torche -

Geschreven door

Deze avond opnieuw een bezoekje aan Magasin 4 in Brussel. Het kan niet genoeg herhaald worden wat een fantastische zaal en schitterende alternatieve programmatie ze aanbieden!

Vanavond was de productie ism Heartbreaktunes. Deze organisatie lijkt wel omnipresent in het Vlaamse muzieklandschap. Ze kunnen vergeleken worden met de Live Nation van de hardere muziek (zonder verkeerde bijbedoelingen). Ook voor hen neem ik mijn hoed af.

Vanavond presenteren er zich 3 groepen. Hangman’s Chair dient zich als eerste aan. Deze vierkoppige Franse band schotelt zompige stonerrock voor, die echter vrij mainstream klinkt. Met momenten lijken ze het (volgens sommigen zeer terecht) ter ziele gegane genre van de nu-metal te raken. Vooral de cleane stem van de zanger doet mij aan veel bands tegelijk denken. Er kwam zelfs heel even een Soundgarden gevoel over mij. Ook een vleugje sludge mag ontbrak niet. Hoewel dit alles klinkt als een veelbelovende combinatie valt het optreden toch wat tegen. Muzikaal is er niets op te merken aan hun sound en spel. Maar het geheel klinkt te routineus, te banaal, te zoutloos. Iets meer uit de band springen en wat meer experimenteren zou zeker mogen. Na een korte set blijven we op onze honger zitten.

Castles is een Belgische groep met een Britse zanger, die zich overigens in perfect Frans weet te bedienen wanneer hij de PA nog wat moet bijstellen. Hij wordt bijgestaan door een bassist en een drummer. De eerste nummers die we te horen krijgen klinken veelbelovend. Een mix van metal en punk (vooral door de stem van de zanger), met ongelofelijk veel variatie, die geen platgetreden paden wil bewandelen. Het enthousiasme straalt van hen af, op het publiek dat enthousiast reageert. De zanger blaast, schuimbekt, fluimt,… als een ketter en lijkt de zaal volledig plat te spelen. Maar de eerste nummers blijken hun beste nummers te zijn. Nadien gaat het bergaf en klinkt alles wat cliché. De band laat dat echter niet aan hun hart komen en blijven met een benijdenswaardige gedrevenheid alles geven. Chapeau hiervoor. De band heeft potentieel genoeg. Indien de lijn van de eerste nummers kan worden doorgetrokken worden naar een volledige set, wil ik zeker nog eens gaan kijken.

De headliner deze avond heet Torche. Hierop heeft duidelijk heel de zaal gewacht, want al voor het optreden is de spanning te snijden. Volledig terecht zou blijken. Want Torche speelde een fenomenale set. Voor mij was deze groep een groot vraagteken vóór dit optreden. Een zanger die het live beter doet dan op cd, zo hebben we er nog niet veel tegen gekomen. Torche brengt een mengelmoes van verschillende genres waaronder metal, rock, stoner, sludge en heel in de verte zelfs soms een beetje folk. Dit alles zonder hun sound te verliezen of als een onsamenhangend zootje over te komen. Respect! Waar in het begin van de set de oren nog even gespaard werden, werd op het einde van de set de zware hamer boven gehaald om iedereen headbangend de nacht in te sturen. Alle toeschouwers eten uit hun hand en heel de zaal wordt meegezogen in wereld van Torche.
Wanneer de set eindigt lijkt het wel alsof ze net begonnen zijn en dat is altijd een goed teken. Aan bisnummers doen ze blijkbaar niet, ondanks dat de volledige zaal maar wat graag nog wat verder had genoten.

En zo komt de ‘zware’ avond tot een eind. Torche regeerde met vlag en wimpel in Magasin 4 en mogen voor mijn part ieder jaar naar Brussel komen.

Organisatie: Magasin 4 (ism Heartbreaktunes), Brussel

Hangman’s Chair, Castles en Torche

Graham Coxon

Graham Coxon: Graham de artiest , de muziekliefhebber en de grapjas

Geschreven door

Een dikke maand geleden sloot Graham Coxon nog met zijn band Blur de slotceremonie van de Olympische Spelen af in Hyde Park voor zo’n vijftigduizend man. Vandaag moest hij het zonder z’n maats doen en voor zo’n 1/100 van het publiek in Hyde Park.

Maar laten we beginnen bij het begin en dat was het voorprogramma: Organic. Het begon allemaal wat stuntelig: ze kwamen op en de micro bleek niet te werken en ze, sorry jongens, zagen er ook niet al te rock ’n roll uit. Maar toch leverden ze bijzonder aardig werk. Bas, drum, zang, een hoop samples en zwart-wit projecties: meer hadden ze niet nodig. Vooral de projecties waren een goede zet, ze zorgden ervoor dat de aandacht van het publiek niet verslapte. Het klonk een beetje als Fehlfarben en andere Duitse (post) new wave en electronica bands. Maar bovenal klonken ze als geen enkele andere hedendaagse band. Sterk.

Graham Coxon. In de jaren ’90 nam zowat elke verlegen jongen met bril een gitaar vast in ’s man ’s kielzog. Tegenwoordig doet ie ’t zonder bril maar de verlegenheid is er nog steeds. “Spreek ik te stil? Gebeurt altijd. Daarom maak ik zo’n onnozel luide muziek!”. Verlegenheid om een pak lawaai te maken is er dus allesbehalve.

Coxon had een vijfkoppige (!) begeleidingsband met zich mee en ze openden (heerlijk) rommelig met “Advice”, wat de toon zette voor de rest van het optreden. “Spectacular”, “I Can’t Look At Your Skin” en vooral “City Hall” deden denken aan “Bugman” van Blur op de plaat ‘13’, niet toevallig het album waar Coxon groen licht kreeg van de rest van de band om zijn gitaarkunsten te etaleren. Vooral dankzij de noise intermezzo’s  tijdens de nummers uit zijn laatste plaat ‘A+E’ kreeg het allemaal iets mee van een jamsessie (we telden op een bepaald moment maar liefst 4 gitaren!). Maar toch slaagden ze erin het publiek aan het dansen te brengen met fantastische songs als “What’ll It Take” en “Running For Your Life”.
Verrassend nieuws! Ondanks dat hij dit jaar dus nog maar net een nieuw album heeft uitgebracht zat er toch al nieuw werk in de set en sprak hij zelfs van een nieuwe plaat die naar eigen zeggen zal uitkomen na een break. “En hopelijk zijn jullie dan al volwassen genoeg om de song te snappen!” Graham, de grapjas. Het nummer zelf, “Billy Says”, klonk minder krautrock en noisy dan zijn laatste wapenfeit maar belooft toch wel weer veel. Vervolgens kregen we met “When You Find Out” een cover van de voor het merendeel van het publiek volslagen onbekende powerpopbandje uit de jaren ’70: The Nerves. Graham, de muziekliefhebber.
“Bottom Bunk”, “You&I” en “Ooh Yeh Yeh” sloten de set af maar Coxon had nog geen zin in ophouden en wou er duidelijk een marathonset van maken. In de 7 nummers lange bisronde kregen we onder andere “Seven Naked Valleys” en “All Over Me”, waarin de 2 achtergrondzangeressen (en soms gitaristen, keyboardspeelsters of tamboerijnspeelsters) het best tot hun recht kwamen. Na de knaller genaamd “Freaking Out” was het time to say bye bye met een elektrische versie van het bloedmooie “Sorrow’s Army”. Graham, de artiest.

Organisatie: Botanique, Brussel

Gabriel Rios

Sherman + Gabriel Rios – Sant in eigen (buiten)land

Geschreven door

 

Sherman + Gabriel Rios – Sant in eigen (buiten)land
Sherman + Gabriel Rios

Een jonge hengst en een oude rat, maar twee soloperformers met een missie. De Kortrijkse Schouwburg sloot twee ‘verloren zonen’ Sherman en Gabriel Rios met warmte in zijn armen.

Gabriel Rios was in het verleden al in Kortrijk, zowel solo als met samenwerkingsprojecten met bijvoorbeeld Jef Neve. Dit keer stond hij er met Sherman, maar die stonden los van elkaar. Al hadden ze wel dezelfde line-up.
Het was voor allebei een beetje thuiskomen. Rios woont en werkt momenteel in New York en kwam even wat nieuw werk try-outen terwijl Sherman (pseudoniem van Steven Bossuyt) een echte Kortrijkzaan is die een tijdje naar Londen trok om daar aan de muzikale opstart van zijn carrière te bouwen.

Sherman opende wat nerveus, maar toch meteen heel breekbaar, zijn solo-performance in de Schouwburg die vooraf met de nodige rookslierten intiem versluierd werd. Zijn akoestische set van een tiental nummers werd gesmaakt. Aanvankelijk op gitaar, nadien op twee nummers piano (‘Ik ben geen begenadigd pianist’) en erna (‘Dit heb ik toch weer overleefd’) afsluitend op zijn gitaar. Hij genoot ervan (‘Fantastisch om in zo’n zaal te mogen spelen’) en sloot af met “On your side”, de hit waarmee hij via de Afrekening van Studio Brussel bekend werd.

Na de pauze kreeg het heel gemengde publiek met Gabriel Rios een ervaren en geüpdatete versie van het voorprogramma. Door de wol geverfd is hij intussen, de natte droom van veel tiener (en oudere?) meisjes, waar de tijd ook al wat impact op kreeg: hij klinkt als een volwassen man van de wereld, in Kortrijk heel expressief dicht bij de rijpe Bart Peeters.

Het lichtspel werd nadrukkelijker en subtieler, de beleving ook. Met “Voodoo Chile” zette hij meteen een sterke opener neer. Heel luid snuivend in zijn nummers, als gebruikte hij zijn diepste adem als een extra instrument in zijn solo-optreden. “Straight song” en “City song” volgden en toen adresseerde hij voor het eerst zijn publiek.
Dat hij veel nieuwe teksten geschreven had en dat hij ze die avond voor het eerst voor een publiek wou uitproberen. En dat hij intussen Belg geworden was en de nationale identiteitskaart op zak had. ‘Na 17 jaar is dat wel cool’, grapte hij. ‘Niet dat nationaliteit op zich belangrijk is, maar in de States lopen miljoenen Puerto Ricanen rond en als ik dan in New York zeg dat ik Belg ben, dan klinkt dat exotisch.’
Waarna hij een ‘Belgian song’ aankondigde: “Broad Day Light”, waar de zaal – vooral op het einde – graag in participeerde. Hij smeerde nog twee Spaanstalige nummers tussen zijn verder Engelstalige set: “El Carretero” (“Opnieuw ontdekt hier in België en een favoriet van mijn opa”) en “Tu no me quieres”.
Maar het ging hem vooral voor de try-out van nummers als “City Song”, “Burning Son”, “Days without love”, “Work song” en “Police sounds”. Stuk voor stuk Rios-ballades waar hij fier mag op zijn. En wellicht ook  is. En omdat hij nog een pak nieuwe creaties liggen heeft, was het dan ook merkwaardig dat hij afsloot met een cover van “Crazy” van Gnarls Barkley. Die hij à la Rios weer krachtig zacht bracht.
“Toch fantastisch dat ik naar hier mag komen en in uitverkochte zalen kan komen spelen. Dan is het in New York iets anders met al dat talent dat daar zijn kans komt wagen”, voegde hij er aan toe, trouwens de hele avond op enkele korte zinsnedes na, volledig in het Engels.

Het was inderdaad thuiskomen voor Rios. Solo en toch niet alleen, want uiteindelijk is de nieuwe Belg nog mateloos populair. En ook een beetje exotisch. Sant in sinds kort zijn eigen (buiten)land dus.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/sherman-21-09-2012/

http://www.musiczine.net/nl/fotos/gabriel-rios-21-09-2012/

Organisatie: Kortrijkse Schouwburg, Kortrijk

Heirs

Heirs – Eenvoud siert, intrigeert …

Geschreven door

Heirs – Eenvoud siert, intrigeert …
Dead forest Index – Soror Dolorosa – Heirs


Vanavond houdt Magasin 4 een soort van label night. Of is het puur toeval dat twee van de drie geprogrammeerde bands hun platen uitbrengen bij het roemrijke Denovali Records? Een label dat een brede waaier aan muziek uitbrengt, wat deze avond snel duidelijk zal worden. Ze organiseren begin oktober Denovali Swingfest dat doorgaat in Essen, Duitsland.

Drie groepen en een avondklok die op 22 uur ligt. Benieuwd hoe ze dit strakke schema tot een goed einde zullen brengen.

A Dead Forest Index gaat stipt om 19u35 van start. A Dead Forest Index is een Australische band en speelt sinds jaar en dag met een zeer beperkte bezetting; één zanger-gitarist en één drummer. Het is nog steeds wachten op hun eerste full album. Door het vrij vroege aanvangsuur is er nog maar een beperkt publiek aanwezig in de zaal, dat dan ook nog blijkbaar nood heeft aan een glas en een babbel om de drukke werkdag door te spoelen. De zanger laat het echter niet aan zijn hart komen en ontsteekt nog enkele theelichtjes om sfeer te scheppen (of om zijn setlist beter te zien, voor mij was het niet duidelijk) .
ADFI is een band die het moet hebben van sfeer en emotie. Met hun beperkte bezetting proberen ze het publiek bij de keel te grijpen en mee te voeren doorheen hun markant universum. De voortreffelijke stem van de zanger is het beste wat de band te bieden heeft. Zijn ijl stemgeluid heeft de kracht om te beroeren. Na enkele nummers komt echter de klad er al een beetje in en gaat het geheel wat vervelen. Het monotone ritme en een gebrek aan gevarieerde nummers zorgt ervoor dat ondanks de korte set (ongeveer 30 minuten) de aandacht makkelijk verslapt. Bij het afsluitend nummer proberen ze nog eens alles uit de kast te halen, maar voor mij was de kast al een tijdje gesloten. Het was een verdienstelijke poging, maar niet volledig geslaagd.

Na een korte en snelle wissel stond de volgende band al in vol ornaat voor ons te blinken. Soror Dolorosa is een Franse band die het licht zag in 2001. Bij de eerste nummers gingen ze wat aarzelend van start. De zanger had wat moeite om de juiste noten te halen en de band sleepte er zich wat gezapig doorheen. Het feit dat de zang dan ook nog eens zeer luid doorkomt in de mix is natuurlijk ook niet bevorderlijk. Maar stilaan komt de band onder stoom: de gitaar en het tempo worden twee versnellingen hoger geschakeld, de muziek verschuift van no-wave naar new-wave en ook de zanger lijkt eindelijk zijn draai te vinden en gooit alle overbodige kledingstukken van zich af.
Eindelijk wanen we ons in de jaren ‘80, in één of ander obscuur new-wavehol waar mascara eerder regel dan uitzondering is. Het publiek lijkt ook in de stemming te komen en er worden hier en daar zelfs wat beentjes losgegooid. De band werkt naar een apotheose en bij het laatste nummer knettert er vuurwerk (figuurlijk) om de oren.
Een perfect opgebouwde set dus, met een rustig en kabbelend no-wave begin en een klinkend new-wave einde. Zo hebben wij het graag. Is het origineel? Nee. Is het vernieuwend? Nee. Maar soms is dat helemaal niet nodig.

En dan moet de klap op de vuurpijl nog komen, want het is eindelijk tijd voor Heirs. Heirs had net als A Dead Forest Index de weg gevonden uit het verre Australië. Ook de mannen van Soror Dolorosa blijken fans te zijn want voor het optreden vervoegen ze mij op de eerste rij en wijken heel het optreden niet meer van mijn zijde.
Heirs bestaat uit vier bandleden. Een grote videoprojectie zorgt voor de gepaste sfeer en de lichten op het podium kleuren enkel nog rood, roder en roodst. Ze brengen post-rock van de bovenste plank en af en toe piepen ze even om de hoek bij de post-metal. Een stoïcijnse bas en drum zorgen voor de perfecte fundering om een wall of gitaarsound op te bouwen.
Dit is geen kleffe post-rock met zagerige stukken en moeilijkdoenerij. Geen “kijk hoe goed ik wel kan spelen” gevoel. Maar wel: overstuurde gitaren die bulken van distortion, rudimentaire drum, noise en een sound die naar de oren en de keel grijpen. Geen ingewikkelde composities, geen ondoorgrondelijke tempowisselingen. Maar strakke, repetitieve drum en basspartijen. De wall of sound zorgt voor een vuile, dreigende bombast die je verheft naar de donkerste regionen.
Een wervelend uur aan puur muzikaal genot. Gelukkig werd de avondklok ruimschoots met de voeten getreden en mocht Heirs nog tot 22u30 het kot ondersteboven spelen. Niemand hierover horen klagen.

En zo zat de avond er weeral op en mocht ik met een goed gevoel, een cd en een plaat rijker terug naar huis rijden.

Organisatie: Magasin 4, Brussel

Calexico

Calexico – Goud in de vingers, koperblazers in de oren

Geschreven door

Nadat ik in 2000 het fantastische optreden van Calexico, in het gezelschap van het Mexicaanse Mariachi-orkest Luz de Luna, op Pukkelpop had gezien en ik er vervolgens in 2009 bij was tijdens hun – even opmerkelijke – optreden op het Cactusfestival in Brugge, kon ik nu onmogelijk hun optreden in de AB, gepland op 19 september 2012, missen. Zeker nu de groep een paar dagen geleden nog een nieuw album heeft uitgebracht: getiteld ‘Algiers’ en opgenomen in New Orleans. Dat belooft alvast een originele mix van stijlen te zijn.

Vanavond is de Ancienne Belgique stampvol. Laura Gibson mocht alweer de avond openen. Afkomstig uit Portland, heeft deze artieste zelden veel inspiratie om zichzelf op te doffen. Niet zo verwend door moeder natuur, eerder verlegen van aard en met een juffenbrilletje op de neus, is deze jonge dame (NVDR: de titel van haar laatste album is ‘La Grande’: de naam van een dorpje gelegen in de staat Oregon) toch gezegend met een prachtige stem. Hemels en verkwikkend. Getalenteerd begeleidt ze zichzelf op gitaar (vaak ook op keyboard) en geniet van het gezelschap van een pianist/trompettist, een drummer (die uiterst rechts op het podium staat), een gitarist (vaak aangesteld om de steelgitaar te bespelen) en een contrabassist. En de muziek weekt in een soort buitengewoon elegante folk/jazz. Een half uur performance dat nog wat verlenging zou verdienen …

Om 21 uur komt de band van John Convertino en Joey Burns het podium op . Joey neemt de (meestal akoestische) gitaar en zang voor zijn rekening. John het drumstel. Paul Niehaus - pralend met prachtige bakkebaarden – de gitaarsolo en de steelgitaar. Jacob Valenzuela de trompet, de vibrafoon en het keyboard. Martin Wenk, de andere trompet. Volker Zander de bas en contrabas. En Sergio Mendoza de accordeon, de synthesizer en vooral de piano. Zijn Caraïbische interventies op piano zijn overigens ronduit wonderbaarlijk. Ik verwachtte me dus aan een concert dat minstens even geschift zou zijn als de andere die ik had gezien.
Maar bij de aanvang van het optreden neemt de muziek een meer conventionele vorm aan, op het randje van pop, maar wel in een melancholische en luchtige stijl. Niet zozeer een opwindend begin. Vooral omdat hun oudere stukken allemaal even rustig zijn. Gelukkig neemt de intensiteit toe naarmate het optreden vordert. Vanaf de ‘Sergioleoneske’ “Roka”, gezongen in een afwisseling van Spaans en Engels, brengen de maraca’s en vibrafoon meer leven in de brouwerij. “Para” gebruikt meer koperblazers en evolueert in crescendo. Ten slotte bundelt « Dead Moon » drie gitaren – waarvan één in vibrato – terwijl het een ritme van wals aanhoudt. Zo baadt de muziek uiteindelijk in een Latinosfeer, tot grote vreugde van de fans. Koperblazers in Tijuanastijl zorgen voor meer en meer kleur in de muzikale expressie, zonder die ooit te overstemmen. Jacob Venezuela zingt en betovert met zijn extatische trompet de paso doble “No te vayas”, een stuk uit hun nieuwe LP. Om de cover van “Alone again or” van Love te beginnen heeft Chris besloten om zijn contrabas definitief in te ruilen voor een bas. Voor dit stuk zijn er niet minder dan 4 muzikanten die meedoen met de zang. Het is ongeveer vanaf dit moment dat het publiek steeds actiever opgaat in de show, meer bepaald door in de handen te klappen. Eerder tex mex van aard krijgt “Corona” er ook een accordeon en countrygitaar bij. Het epische “Puerto” roept Mexico helemaal tot leven. Dat is het slotnummer van de show.
Gedurende het optreden zullen we ook recht hebben op een andere instrumental (“Close behind”), waarbij de slide een beeld oproept van een spoorlijn die vliegensvlug het Westen induikt. Tijdens het zachte “Hush” tokkelt John Convertino op een twaalfsnarige gitaar, terwijl Joey Burns zachtjes de zijne streelt. Een lied waarbij de vijf andere muzikanten strijden om de beste verbeeldingskracht tijdens hun creatie van de verschillende geluidseffecten. Het publiek is opgetogen. De groep ook. En een bisnummer is onvermijdelijk. Drie titels worden voorgesteld, waarvan twee eerder rustig van aard ; en tot slot het pittige “Guëro Canelo”, die het enthousiasme van het publiek opwerpt. Gejuich verzekerd!


Kortom, een zeer goed concert, maar niet zo voortreffelijk als de andere twee die ik heb kunnen zien. Net als de oude goudzoekers zou Calexico er misschien baat bij hebben nieuwe inspiratiebronnen te zoeken. Een goede goudmijn die ze kunnen verkennen, kwestie van een doortocht door de woestijn te vermijden…

Setlist
Epic, Across The Wire, Splitter, Roka, Para, Fortune Teller, Dead Moon, El Picador, Sinner In The Sea , No To Vayas, Maybe On Monday, Alone Again Or, Corona, Hush, Close Behind, Puerto
Bisnummers The Vanishing Mind, Two Silver Trees, Güero Canelo

Bernard Dagnies – vertaling Marilien Bultinck

Organisatie: Ancienne Belgique

Body/Head

Body/Head - IJskoningin terug naar roots

Geschreven door

Body/Head - IJskoningin terug naar roots
Body/Head – Kim Gordon + Bill Nace),

Voorprogramma Ping Pong Tactics moet op een wat eigenaardige manier op de affiche gekomen zijn, want eerlijk gezegd ontgaat enig verband met wat la Gordon ten beste brengt me volledig. Niks tegen op wat ze brengen, een vast wel eerlijke soort punkrock, maar ik kon niet meteen een nummer ontdekken dat echt memorabel was. Het was allemaal ok binnen het enigszins beperkte sjabloon van wat een punkrocksong hoort te zijn, maar laten we zeggen dat ze naar ik hoop nog een evolutie door te maken hebben. Hun allerbelabberdste Frans zorgde wel voor enige leuke momenten. Benieuwd of ze toch nog ergens hebben kunnen crashen die nacht. De culturele kloof met Frankrijk is blijkbaar echt wat te groot geworden.

Dit gezegd zijnde kwam veronderstel iedereen voor Kim Gordon, zonder meer legendarisch lid van Sonic Youth, die zich na de scheiding met Thurston Moore opnieuw uit moest vinden en dan wist ik eerlijk gezegd ook niet wat ik moest verwachten. Gordon was altijd al het muzikaal minst onderlegde groepslid, zeker als je het vergelijkt met de achtergrond van iemand als Lee Renaldo, maar de filosofie van Sonic Youth en heel New York in de vroege jaren tachtig was toch dat dat allerminst een beletsel mag zijn om dingen te proberen en zonder meer experimenteel te zijn en dat was dus blijkbaar wat we kregen.
Gordon speelde ongeveer een uur, bijgestaan door Bill Nace , Body/Head, en het was behoorlijk experimenteel. Songstructuren werden achterwege gelaten om plaats te maken voor heel wat experimentele noise waar Sonic Youth groot mee geworden is, maar dan ontbrak misschien toch de gitaarvirtuositeit van Renaldo, of als je het vergelijkt met een concert van Thurston Moore die het afgelopen jaar Europa ook regelmatig aandoet iets als een song met weerhaken, met zelfs een bepaalde melancholie, een menselijke stem misschien. Niet dat dat op zich hoeft, maar het deed er dan toch aan denken dat Sonic Youth meer dan de som van de delen was, en dat Gordon zich nu toch beperkte. Het deed me heel erg denken aan de exploten van de no-wave scene uit de vroege jaren tachtig, die het experiment tot zowat een geloofsartikel verhief, en er is niks op tegen om het experiment weer als the way forward voor een stagnerende gitaarscene te zien, maar het knappe van Sonic Youth was altijd dat ze nog ergens vervormde songs uit hun noise wisten te puren en dat kregen we vanavond niet.
Kim Gordon is altijd wel de Queen of Cool geweest, en dat trok ze nu wel even al te hard door. Geen enkele keer contact met het publiek, zelfs haar gezicht bleef verborgen achter een hoop haar en een gebogen hoofd. Iemand met haar staat van dienst had zoiets vond ik niet nodig, maar dan is het weer zo dat de muziek misschien inderdaad voor zich moet spreken.

Hoogst interessant concert van een hoogst interessante vrouw, en ik wil gerust respect opbrengen voor een compromisloze aanpak.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/body-head-19-09-2012/

Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

Pagina 372 van 498