Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Finale Oost.Best 2011 – Red Juliette volgt Intergalactic Lovers op!

Finale Oost.Best 2011 – Red Juliette volgt Intergalactic Lovers op!
… Het Oost-Vlaams rockconcours is dood, leve Oost.Best! … Een Oost.Best volgens het gekende stramien via voorrondes in jeugdhuizen. De organisatie distilleerde 8 bands, die in de finale vechten voor eer, financiële mogelijkheden en eeuwige roem om via een professionele begeleiding een stapje vooruit te zetten. Trouwens, twee jaar terug won Intergalactic Lovers, en kijk waar ze nu staan met een uitverkocht AB een paar dagen terug! Een pak toeschouwers noteerden we voor een finale die bol stond van uiteenlopende stijlen …

Rond 16u mocht het electropopcollectief 808 SNKRHDZ het event openen. Niet meteen een ideale startpositie om van leer te trekken met hun  'zwaar' materiaal, maar daar trokken de heren zich niets van aan. Vol overgave pompten ze beats en effecten door de boxen en de energieke frontman Bob porde het publiek aan. De mix van synths en gitaren werkten aanstekelijk en kenden een hoogtepunt bij "Pretty sick girls". Toch konden we ons niet van de indruk ontdoen dat we hen al rauwer en harder gehoord hadden. We werden niet warm van hun Hickey Underworld cover "Future words"; speelden ze hier niet een beetje teveel op safe...?

Toen Hush Hush de instrumenten afstemden, herkenden we ook Sean en Shaun van Nailpin. De band olv Shaun Van Steen viel direct op door z'n Amerikaanse sound en z'n no nonsense aanpak. We hoorden blues, folk zelfs country en het was duidelijk dat Kings Of Leon, Fleet Foxes en Tom Waits een inspiratiebron waren voor het kwartet. De samenzang van de ex- Nailpinners was knap en de nummers kwamen strak en realistisch over. Toch misten we diversiteit en diepgang om van een glansprestatie te spreken.

Deluxe Daddy was een indierockende  band, die er in slaagde om al bij het 3de optreden  meteen in de finale van Oost.Best te zitten. Een knappe prestatie! De 6 koppige band trok stevig van leer en deed ons een beetje denken aan Weezer. Een erg strakke set was het resultaat. Ze waren sterk op elkaar ingespeeld , maar misten nog wat podiumervaring om helemaal te overtuigen.

Red Juliette kreeg al veel lof in de voorrondes en ook hier ramden ze er goed op los. Het trio uit Aalst hadden het charisma, de drive en de riffs om de Vooruit in te pakken , wat ook gebeurde … Gesteund door een ruime fanbase werkten ze hun 20 minuten durende set vol inzet af. Hun visitekaartje leverden ze hier af ! Hun rechttoe-rechtaan rock wist te raken en overtuigde.

De reggae/ska formatie Sic Bo had eveneens een enorme fanshare. Het 8 koppig ensemble met 3 blazers opende aardig maar tuimelde snel in de typische clichés van de ska. Weinig variatie, een beetje chaotisch, maar met een goede attitude, werkten ze zich doorheen de set. De feestmuziek kon bekoren maar speltechnisch voelden we niet dié ‘touch’ en ‘vibe’.

De drie mannen van Cosmic Fools overdonderden met potige retro-rock die aan Queens of the Stone Age en aan Triggerfinger deed denken. Een energieke set en een drummer die sloeg alsof zijn leven er van af hing. Eerder beschamend en een dieptepunt was het stemmen van de gitaar middenin een nummer, wat een pijnlijke, lange stilte opleverde. Het nekte de band in de finale van een provinciaal rockconcours.

De beloftevolle half Filipijnse - half Gentse Joni Sheila bereikte al eens de halve finale. Dit jaar scoorde ze een trapje hoger met een finaleplaats, en we waren benieuwd of ze kon doorstoten naar het podium! De sing/songschrijfster, die vroeger het publiek inpalmde met haar akoestische songs, was nu geflankeerd door een heuse band. Ze begon heel sterk, met “Green eyes” , strak, stevig en met het nodige zelfvertrouwen gespeeld. Ze gaf de indruk met deze puike song en haar prachtige stem resoluut de top van Oost.Best te halen, maar de daaropvolgende songkeuze haalde de intensiteit en de energie uit de set. Jammer, een gemiste kans,  want dit kon wel eens het moment zijn voor Joni Sheila.

Met Envy Adams kregen we een vijftal uit het Gentse die vrolijke melodietjes, vette grooves en splijtende riffs liet knallen. In de 4 nummers was moeilijk een lijn te trekken. De  mengelmoes aan stijlen kwam chaotisch over. Ook de bindteksten van de frontman waren maar flauwtjes. Ze moesten het hebben van hun jeugdig enthousiasme. Band die nog moet groeien om de aandacht te behouden.

Conclusie: Tav twee jaar terug, was er minder potentieel, wel een resem goeie bands maar weinig uitschieters. Moeilijk te voorspellen dus wie de oppergaai zou afschieten. Het werd uiteindelijk Red Juliette die het haalde voor 808 SNKRHDZ en Hush Hush. Benieuwd waar de band zal geraken …

Organisatie: Oost.Best

Great Mountain Fire

Great Mountain Fire – Brussel Feest!

Geschreven door

Great Mountain Fire – Brussel Feest!
Great Mountain Fire en Brns
Botanique (Orangerie)
Brussel
2011-12-02
Johan Meurisse

Brussel Feest! met twee opkomende bands , Brns en Great Mountain Fire

Great Mountain Fire ging vroeger door het leven als Nestor! Aan dynamiek en optimisme heeft het kwintet niks ingeboet . Ze houden van charmante, frisse, aanstekelijke electrorock met een vleugje discokitsch , eenvoudig, treffend en origineel; postpunk, punkfunk en pop versmelten. Referenties: Metronomy, Klaxons, The Rapture, Friendly Fires, Morning Parade, Franz Ferdinand en Phoenix  en een knipoog naar de KLF en het Brusselse Telex . De cd ‘Canopy’ moet de definitieve doorbraak betekenen, en moet een insteek zijn naar Vlaanderen. Tja, ze hopen alvast op een toekomst zoals die voor Intergalactic Lovers in het afgelopen jaar was weggelegd! In de zomer was de band al op Les Ardentes en op Dour en in de Botanique speelden ze een thuismatch, want de zaal zat afgeladen vol om hen en hun muzikale vriendjes Brns aan het werk te zien .

Een ontvlambare show wilden ze presenteren, en dat werd het ook! De groep toonde een sfeervolle, bitterzoete kant en  kon prettig gestoord klinken, met opzwepende ritmes. Er werd lustig heen en weer geswitcht. Onze Franstalige vrienden droeg de leden een warm hart toe, wat hen een tandje deed bijsteken …
De broeierige “Swans” , “Breakfast” en “If a kid” borrelden en de synths vulden mooi het indierockende geluid aan . De single “It’s allright”  en “Jeopardise” ( btw een oud nummer voor hen!) zijn  toegankelijk en klonken sfeervol , zweverig en psychedelisch. Een band met vele gezichten, want na een ingetogen versie van “Late light” trokken ze in het tweede deel van de set de kaart van een poppy punkfunk party . “Rrose sélary”, “Sudden hush” en de bijdrages van enkele guests (o.m. Alke, Les Japonaises, Dan Laxman en JP) op de opzwepende versie van “Late light”, “Devo”(?) en Telex’ “Moskow Diskow” . “The ark” kon dan concurreren met een Goose nummer door de swingende, gestoorde, neurotische synthloops . Een hoop attributen staken gaven nog wat meer show.

De andere single “Cinderela” en een meeslepende “Temporarty secretary”, op z’n beurt lekker uitgesponnen, kleurden de leuke, fijne set. Brussel  en Wallonië zijn alvast gewonnen … Het kriebelt alvast over de taalgrens …

Het Brusselse feestje kwam op gang met Brns , spreek uit Brains , met twee percussionisten. Een harmonieuze samenzang sierde de stevige, dansbare indierock  met tropische beats , catchy hooks, gepresenteerd met een zekere spontaniteit en coolness . Ook zij hebben een handvol optredens klaar in Vlaanderen en verdienen door te breken aan de andere kant van de taalgrens !

Neem gerust een kijkje naar de pics van Great Mountain Fire  (en deze van Brns)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/great-mountain-fire-02-12-2011/

Organisatie: Botanique, Brussel


Beljam Cup Clash 2011 - Een Vlaams-Waalse Clash volgens Jamaicaanse traditie!

Geschreven door

Beljam Cup Clash 2011 - Een Vlaams-Waalse Clash volgens Jamaicaanse traditie!
Op vrijdag 2 december organiseerden Democrazy en reggae.be voor de tweede maal de Beljam Cup Clash in de concertzaal van de Gentse Vooruit. Een reggae – ragga en dancehall soundsystem clash met 1 Waalse en 3 Vlaamse collectieven: Heartbreak Movement (Dilbeek), Jahwed Family (Comines), Daktari Sound (Gent) en Strange Fruit (Bornem). Wie van hen zal volgens het stemmende publiek de opvolger van ‘Mystic Breeze Collective’ worden en neemt de cup mee naar hun hometown?

Irie Nation zorgde voor de warming up vooraleer de battle in verschillende rondes van 10 minuten (dubplates) en een finale (dub-fi-dub) van start ging. Buda MC (Civalizee Foundation) vervult zijn rol als host vlekkeloos gedurende de ganse avond. Hij legt de regels uit, loot de volgorde voor de eerste ronde en leidt de publieke stemming in goede banen. De deelnemers krijgen de kans om zich in tien minuten voor te stellen en voorlopig valt er nog niemand af in de eerste ronde.

Jahwed Family bijt de spits af en zet meteen de zaal in vuur en vlam met een heel gevarieerde en energieke set. Het is nu al duidelijk dat zij een heel belangrijke rol zullen spelen deze clash.  In tegenstelling tot de tweede kandidaat, Strange fruit, ontbreekt het hen zeker niet aan clashervaring. De mannen uit Bornem kennen een moeilijke start doordat de afstemming tussen MC en selector (DJ) af en toe wel duidelijk mank loopt. Ondanks deze valse start brengen ze wel een verrassende goede en variërende set op het podium. Hun meegereisde bus supporters houden de temperatuur de concertzaal van de Vooruit duidelijk op peil. De toon voor het verloop van de verdere avond is heel duidelijk ingezet. De kennismaking met de veterane thuisspelers, Daktari Sound, verloopt ook niet helemaal vlekkeloos door technische problemen. De nogal onverstaanbare MC bleef heel statisch en lukte er niet echt in om het reeds opgewarmde publiek warm te houden.
Last but not least mocht Heartbreak Movement zich voorstellen. In een mum van tijd zette hun professionalisme de zaal weer in lichterlaaie. Het samenspel tussen de selector en de dissende MC van de ‘D-Town crew’ legt een vlekkeloos parcours af. Als afsluiter maken ze meteen duidelijk dat zij samen met de Waalse broeders van Jahwed het verdere verloop van de clash zullen domineren.

De tweede ronde is een eerste eliminatieronde! Door de scherper wordende speeches en de uitstekende selecties van tunes bevestigen de kerels van Jahwed Family en Heartbreak Movement hun kennismakingsronde. Strange Fruit en Daktari Sound tillen hun tweede act niet op een hoger niveau dan hun voorgaande waardoor bij de stemming van het publiek duidelijk zal blijken dat één van hen de clash zal moeten verlaten. De Gentenaren genieten overtuigend het minst de steun van het publiek en moeten net zoals in de vorige editie als eerste de clash verlaten.

De derde ronde beslist over een plaats in de finale (dub-fi-dub). Jahwed Family en Heartbreak Movement, de gedoodverfde favorieten, spelen opnieuw een heel strakke dancehallset, terwijl Strange Fruit wat inspiratieloos voor de dag komt. Bij de stemming wordt er na enige twijfel toch beslist dat zij het in de dub-fi-dub zullen moeten opnemen tegen Jahwed Family. De talrijk meegekomen fans van Strange fruit hebben de stemming voor de finale fel kunnen beïnvloeden, niet altijd tot even grote vreugde van de heel wat andere fans en toeschouwers.

In de finale ronde mag elke
sound om beurt 1 tune spelen en na elke tune volgt er een stemming. De winnaar zou gekend moeten zijn na elk tien tunes gespeeld te hebben, maar de dub-fi-dub zal heel vlug tot een einde komen.
De meest overtuigende Jahwed family winnen met een verpletterende 5-0 tegen de nog te onervaren Strange Fruit uit Bornem. Een finale met Heartbreak Movement zou ongetwijfeld tot meer spanning geleid hebben. Toch slaagde de originele crew uit Comines erin om gedurende de hele avond het stevigst in hun schoenen te blijven staan met heel kwaliteitsvolle dubplates. Voor alle toeschouwers ongetwijfeld de verdiende winnaar die de beker mag meenemen naar Wallonië. Hier geen sprake van een Vlaams-Waalse tegenstelling, maar eerder een sfeer van ‘Beljam Unite’!!


Organisatie: Democrazy, Gent (ism Reggae.be)

Omar Souleyman

Noel Gallagher’s High Flying Birds – ‘Still fooking Mad Fer It’

Geschreven door

Net zoals zijn favoriete voetbalclub Manchester City een aantal jaar geleden is Noel Gallagher nu ook noodgedwongen gedegradeerd tot de ‘tweede klasse stadions’, de grote arena’s zitten er voorlopig nog niet in… Daarom ook speelde hij donderdag 1 december ‘slechts’ in de (weliswaar stampvolle) AB. Aan de ijzersterke songs op z’n nieuwe album ligt het alvast niet, die zijn van Champions Leagueniveau en bewijzen maar al te goed dat hij, net als Manchester City, binnenkort weer moeiteloos tot in de Premier League zal geraken (en dat zonder kapitaalsinjectie van een oliesjeik!).

Of de songs live ook van Champions Leagueniveau zijn? Ja. Een voor de gelegenheid ‘vette ja’. Van de betekenisvolle opener (en Oasisnummer) “It’s Good To Be Free” tot afsluiter (en ja, oasisnummer) “Don’t Look Back In Anger” kregen we champagnevoetbal voorgeschoteld. “Waarom al die voetbalmetaforen?” vraagt u zich nu ongetwijfeld af. Wel, werkelijk alle songs die de revue passeerden die avond hadden de allure van een stadionsong en werden meegebruld door de enthousiaste menigte. Ja, ook de songs van z’n goed twee maand oude soloalbum. “Dream On”, “Everybody’s On The Run”, “If I Had  Gun” en “The Death Of You And Me” werden onthaald alsof ze al jaren (Oasis)classics waren.
Vervolgens kregen we een akoestisch intermezzo. Toegegeven, ik ben “Wonderwall” inmiddels beu gehoord maar The Chief stak het in een nieuw kleedje en de nieuwe versie mocht er ook wel zijn. Toch ben ik van de overtuiging dat in een zaal als de AB het spelen van “Wonderwall” overbodig is. Oasis’ eerste (en beste?) single “Supersonic” werd getransformeerd naar een braaf nummer dat anders gezongen werd dan door Our Kid (kleine broer Liam Gallagher) die het in zijn ‘Mancunian’ accent veel ruwer brengt. Desalniettemin twee bijzonder mooie versies die luidkeels meegezongen werden. Noel, zichtbaar onder de indruk: “You’re quite loud for being Belgian, aren’t you? I swear it man, I’ve been here before and it has never been this loud!”
Een gebrek aan humor kan je The Chief ook al niet verwijten. Toen enkele fans de eerste lijnen van het Oasisnummer “Rocking Chair” zongen antwoordde hij kurkdroog: “Which genius wrote that song?”. Of toen een handvol Columbianen hem vroegen of hij naar hun moederland wou afzakken: “Well, if you come to see me here in fucking Belgium then why would I come to Columbia?”
Weer bijgestaan door zijn ‘High Flying Birds’ bracht Noel “I Wanna Live In A Dream In My Record Machine” en “AKA… What A Life” alsof ze het al jaren spelen, met “Talk Tonight” en “Half The World Away” kregen we weer 2 Oasis b-sides en “Stranded On The Wrong Beach” sloot de reguliere speeltijd af.

Dan kwamen nog de verlengingen. Niet dat hij ze écht nodig had, de overwinning was al lang binnen. Maar toch sloot hij de set af met een hattrick, en wat voor een. We kregen zowaar “Little By Little”, “The Importance Of Being Idle” én “Don’t Look Back In Anger”, waarop het publiek wat uitzinnig werd en ikzelf ook bijzonder schuldig pleit aan het geduw en getrek.
Penalty’s waren niet meer nodig.

(Pics front van Ans Brants)

Organisatie: Live Nation

 

I Muvrini

I Muvrini - Muzikale rijkdom voor wie overdaad aan gepraat doorstaat

Geschreven door

Het bekendste exportproduct van Corsica tracht dezer dagen ons land te veroveren: maar liefst 16 (zestien!) concerten in evenveel Belgische steden op slechts 18 dagen tijd. En denk maar niet dat ze er zich tijdens die optredens vlug vanaf maken: bijna drie uur lang etaleerden de gebroeders Bernardini en hun muzikanten hun kunnen op de première in de Leuvense stadsschouwburg. Corsicaanse melancholie werd hierbij verweven met zowel Arabische, Afrikaanse als zigeunerinvloeden. Om hun eclecticisme in de verf te zetten werd er zelfs een scheut Schots geïnjecteerd, een dolenthousiaste fluitist mocht op een bepaald moment immers een tiental minuten loos gaan op zijn doedelzak. Niet alleen de muziek zelf maar ook het instrumentarium is bij I Muvrini gevarieerd te noemen. In éénzelfde nummer durft men traditionelere instrumenten bijvoorbeeld combineren met een moderne synthesizer, drum, bas en elektrische gitaar. Knap!

Het puur muzikaal genot werd spijtig genoeg al te vaak verbrod door frontman Jean-François die zich in Leuven iets te vaak in één van de voetbalstadia waande die I Muvrini bij onze zuiderburen vol doet lopen. Het was redelijk belachelijk om hem te pas en vooral te onpas zijn hand achter zijn oor te zien plaatsen alsof hij vanop een gigantisch podium met weidse gebaren aan de ver van hem verwijderde menigte wilde duidelijk maken dat hij hen wilde horen schreeuwen….dit terwijl het merendeel van het schouwburgpubliek op nauwelijks enkele meters van hem vandaan zat (de verst verwijderde toeschouwer bevond zich op het bovenste balkon op hooguit 30 meter van het podium).
Ook het feit dat hij het publiek om de haverklap wilde laten meezingen, kwam al te vaak wat geforceerd over. Daar waar in een stadion elk individu op zich collectief kan oplossen in massaal koorgezang, is het niet evident om onderuitgezakt in de schouwburgfauteuil op commando zijn stem te laten weergalmen. Men is er immers omringd door mensen die niet in staat zijn om letterlijk wat afstand te nemen wanneer iemands vocale kunsten wat te wensen overlaten. Ook het feit dat men urenlang verstokt blijft van vloeistof om de keel te smeren en de gêne weg te spoelen, is niet bevorderlijk voor de sfeer tijdens een schouwburgcantus. Terwijl we hem nog willen vergeven dat hij voor de show geboren lijkt, valt het ons veel moeilijker om zijn eindeloze gepalaver door de vingers te zien.
Tijdens het eerste uur laste hij om de drie nummers een preekpauze in, een frequentie die de daaropvolgende uren werd opgedreven zodat op het einde na bijna elk lied de muziek moest wijken voor het woord. Op die manier verloor de show telkens weer zijn flow. Niet dat Jean-François onsympathiek is of verkeerde ideeën heeft…..maar om die zo vaak en zo uitvoerig te moeten aanhoren? Neen, dank u! Temeer daar alles onmiddellijk herhaald werd door de vertaalster die vanuit de coulissen ten behoeve van de Fransonkundigen alles in het Nederlands declameerde. Best wel attent en politiek correct van onze Corsicaanse vrienden, maar als resultaat hiervan werd de schwung nog meer verbroken dan al het geval was door die langdradige intermezzo’s zelf.  Op den duur begonnen we te vrezen dat Music for Life dit jaar een paar weken te laat zijn apotheose zal kennen om de vele I Muvrini-concertgangers voor een gewisse diarreedood te behoeden. Maar bon, genoeg geklaagd.


Er viel tussen al dat gepreek door wel degelijk te genieten van de muzikale parels die gul uitgestrooid werden. We onthouden bijvoorbeeld de verschillende nummers waarin men zoals vanouds de polyfone toer opging, uitstekende versies van “Una terranova”, “Gaïa” en het nieuwe “Qui sin a l’umanita”, alsook het vocale solo-moment van de goedgemutste bassist (één van de weinige keren dat we wel spontaan begonnen mee te zingen, al zou het kunnen dat we hierbij een paar foutjes tegen het Ivoorkust-taaltje maakten). Ook een fel gewaardeerd “Le Port d’Amsterdam” (Jacques Brel) en een indrukwekkende versie van “No Woman, No Cry” (Bob Marley) illustreerden dat er vakmensen op het podium stonden.
Beide covers bevielen ons alleszins stukken beter dan die spiksplinternieuwe strontcover die enkel bestaansrecht heeft omdat de verkoop ervan het teveel aan shit moet tegengaan. Van ironie gesproken! Maar we wijken af….


I Muvrini heeft de voorbije decennia om verschillende redenen meer dan voldoende bewezen dat het een prominente plaats in de muziekgeschiedenis verdient. In Leuven werden we een tweetal uren muzikaal bevredigd.
Jammerlijk genoeg kampten we de rest van de tijd met het gevoel op een langdradige lezing beland te zijn. Terwijl de introverte Alain als absolute tegenpool van zijn broer de schijnwerpers zoveel mogelijk schuwt, zou iemand Jean-François Bernardini duidelijk moeten maken dat hij zijn eloquentie misschien best opspaart voor de presentaties van de regelmatig van zijn hand verschijnende boeken.
De wondermooie muziek van I Muvrini spreekt immers volledig voor zichzelf. Het was dan ook - althans dat mag ik hopen - voor de muziek dat het Leuvense publiek na afloop een langdurige staande ovatie gaf, één waarvan wij profiteerden om vlug de benen te nemen uit schrik opnieuw bestookt te worden met een zoveelste stichtend verhaal. Gaat dat dus zien en horen! Maar weze gewaarschuwd. (Wie geen risico wil nemen, schaft zich eventueel de dubbele ‘I Muvrine Live Olympia’-cd aan. Een cd-speler bevat immers een handige “next”-knop).

Channel Zero

Sto®mend Channel Zero in de Vooruit

Geschreven door

 

Channel Zero is voor velen zowaar de beste bekendste metalband die in België te vinden is.
Toen ze in 1997 een punt achter hun carrière zetten, was dit voor heel Metal-minnend Vlaanderen een bittere pil. Begin 2010 beslisten de mannen om een reünieconcert op poten te zetten in de AB. Channel Zero verraste echter vriend en vijand door in een mum van tijd de AB zes keer uit te verkopen. Deze ijzersterke comeback dikten ze nog verder aan door in het zelfde jaar een plaats te versieren op de mainstage van Rock Werchter en ook werd Graspop aan het lijstje toegevoegd .
In 2011 passeerden ze op Rock Zottegem, Dour en de Lokerse Feesten. Ondanks het vele spelen vonden de mannen toch nog tijd om een gloednieuw album in elkaar te boksen, ‘Feed' Em with a brick” . Wij waren benieuwd naar het nieuwe materiaal live, die op de festivals al met mondjes maat werd voorgesteld, en hoe lang het zou duren vooraleer de Vooruit zou worde ingepalmd.

Eerder kwam nog een gesmaakt optreden van de Brugse trashmetal band After All. In het verleden toerde de band al samen met onder andere Agent Steel, Stone Sour en Anthrax. Het half uurtje werd optimaal benut door de ene snoeiharde song na de andere af te vuren … Ideaal om op stoom te komen voor Channel Zero!

Channel Zero: Omstreeks 22u gingen de lichten uit en hoorden we “She Watch Channel Zero” van Public Enemy door de boxen galmen, de meest toepasselijke intro. Toen de spots op het podium aangingen stormde Franky De Smet Van Damme het podium op om meteen het strakke “Fool’s Parade”  los te laten. Hiermee was de toon gezet en kon het feest echt beginnen. Ondanks het feit dat de Gentse Vooruit niet uitverkocht was, lieten de aanwezige fans flink van zich horen en noteerden we al heel vroeg een moshpit.
Dat Channel Zero er zin in had, was duidelijk te merken aan hun gretigheid; frontman Franky trapte wild om zich heen, kapte flesjes water over zijn hoofd, keilde er een paar het publiek in en schreeuwde zich de ziel uit zijn lijf. Al dat enthousiasme werd warm onthaald door het lustig headbangende publiek. Het duurde dan ook niet lang om het podium op te klimmen en zich te wagen aan een stagedive!
Een uur lang, een stomend concert, de ene song na de andere zonder al te veel blah blah blah. Met “Electric Showdown” sloten ze hun reguliere set af, en in de ‘extra time’ hadden we  de alltime klassiekers “Help” (waarbij ze mensen op het podium riepen om mee te zingen) en “Black Fuel”. Op die twee nummers ging iedereen uit z’n dak!

De passage van Channel Zero in de Gentse Vooruit kunnen we meer dan geslaagd noemen; het lijkt alsof ze aan een tweede leven zijn begonnen zijn en tippen aan de roem van toen ze er in 97’ mee ophielden…

Set list: Intro: She Watch Channel Zero (Public Enemy), 1: Fool's Parade 2: Unsafe 3: Ammunition 4: Freedom 5: Angel's Blood 6: Hammerhead 7: Side Lines, 8: Suck My Energy 9: Dashboard Devils 10: No Light 11: 11. Call on Me 12: Bad To The Bone, 13: Run W.T.T 14: Capital Pigs 15: Hot Summer 16: Ocean 17:  In The City 18: Guns Of Navarone, 19: Electric Showdown
Bis: 1: Help 2: Black Fuel

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/channel-zero-01-12-2011/

Organisatie: Heartbreaktunes

Ben l'Oncle Soul

Ben l’ Oncle Soul – Peace, Love and (Ben l’ Oncle) Soul

Geschreven door

 

Het is het overgrote deel van het (Vlaamse) muziekpubliek ontgaan dat ene Benjamin Luterde, een Fransman van 27, begin december Vorst aandeed. U ook wellicht? Geen probleem, maar als u volgend jaar op een of andere affiche Ben l’ Oncle Soul ziet prijken, check it ! En stap een show binnen die je zo meetroont naar de zalige ‘fifties of soul’.

Het begon al lekker met het voorprogramma ofte ‘la première partie’. Hoe aanstekelijk grappig en opgewekt, die FM Laeti. Een witte man met een gitaar op een barkruk, een zwart vrouwtje achter een microfoon. Met leuke (soul) nummers als “Rise in the sun”, maar even goed covers als “Give me a ticket for an aeroplane” (Jefferson Airplane), gebracht met zwier en stijl en bijwijlen wat Sellah Sue-geluidjes. ‘Je reviendrai, het is hier gewoon zo tof’, kirde het zangeresje. ‘Maar nu maak ik plaats voor Ben l’ Oncle Soul.’

Ben l’ Oncle Soul : Voor ons een (nieuwe) ontdekking op Dranouter vijf maanden eerder, maar voor het overwegend Franstalige publiek in Vorst een gevestigde waarde, een datum die wellicht al lang aangestipt stond. Soul, mijn god! Nu nog? Soul in 2011?

Ja, toch wel, de zwart-Amerikaanse muziekstijl uit de jaren vijftig en zestig, geprocreëerd uit rhythm-and-blues en gospel maar door Ben opengetrokken naar nieuwe(re) muziek. Ja, toch wel, met grote namen als Ray Charles, Sam Cooke, James Brown, Aretha Franklin en Stevie Wonder maar nu ook met The White Stripes en Prince. Ja, toch wel, het groepsgevoel met ondersteuning van achtergrondzang en een band met ritmesectie en koperblazers, een wervelende retroshow als muikaal kapstok in een verzengende 21e eeuw.
En dat alles door een Fransman in een uitgeregend Brussel? Ja, toch wel ! Nonkel Ben kleedde het hele concept aan en bracht een aanstekelijke show, al hadden wij het – als Nederlandstalige Anglofiel – iets moeilijker met de Franse nummers, zoals bijvoorbeeld “Petite Soeur”. Niet dat we meer dan 530 dagen nodig hadden om in te zien dat het best te pruimen was, of lag dat aan het vrolijke vlinderdasje van de Nonkel?
Wervelend en overdonderend, zo was de hele show en een show was het. Het deed ons – en dat verraadt meteen onze leeftijd – denken aan Henk ‘Hallo met Henk’ van Montfoort van de seventies. Een beetje kitscherige bühne met verlichte trapjes en dieprood-bordeaux gedrapeerde hanggordijnen. En met het o zo klassieke rood toneelgordijn dat open en dicht gaat bij de aanvang en het slot van de voorstelling. Show dus in de ruimste betekenis van het woord. Met een overdaad van stapjes en dansjes die erbij horen.
Zo raasden Ben en co over en door Vorst heen. Eén brok energie waar de mannetjes van Nuon een lichtpunt kunnen aan zuigen. Lang geleden dat we zoveel beweging op een podium zagen. Hij stak als opener “Seven Nation Army” (The White Stripes) in een nieuw soulpakje en kleedde het meteen ook helemaal uit.
De Fransman zocht ook direct contact met zijn fans. Nadat hij zichzelf en zijn band (drie blazers, twee backings, één drummer, twee gitaristen en twee toetsenisten allemaal in perfecte outfits) voorstelde en de fans deed meebrullen dat bassist Olive (Olivier Carole, red) funky is, liet hij het publiek elk zijn eigen naam roepen. Voilà, de introductie zat erop, ‘on était amis’.
Ben l’ Oncle Soul is een grappige vent, die naar verluidt vroeger gepest werd om zijn uiterlijk, maar nu in zijn optredens zelfs imitatiefans met pruiken ziet opduiken. Hij heeft een sterke stem, het juiste (energetische) gevoel om een show neer te zetten en naast humor toch wel een heel sterk soulbuikgevoel. Resultaat: hij versierde na het eigen ‘Soul Wash’ (2009) een eerste studioplaat op Motown Records (2010) die simpelweg ‘Ben l’ Oncle Soul’ gedoopt werd.
En muzikaal zit het goed, al is er live tien keer meer te beleven dan op zijn schijf. Naast het visuele aspect wisselt hij bekende met – voor ons - minder bekende nummers af. En hij schrikt er niet voor terug om nieuw stuff in dat retro-soul-rokje te stoppen. Zo ging heel Vorst uit zijn dak toen hij “Crazy” van Gnarls Barkley helemaal uitspon. De blazers zijn nadrukkelijk aanwezig om zijn sterke stem te ondersteunen, maar alles hangt samen, ook de twee superenergetische backingmannen en die kregen op het einde ook hun eigen podium met “My Girl” van The Temptations en “Kiss” van Prince.
Toen zaten we al een stuk in de bisronde die haast even lang duurde als zijn eigenste set. Niet verwonderlijk, want daarin vertelt hij hoe hij ooit met soul in aanraking kwam. Dat zijn moeder een penpal had in de States en dat die toen op bezoek kwam en een hoop geschenken in de vorm van muziekplaten mee had: Marvin Gay, Sam Cooke, Billy Holiday, Ray Charles, The Temptations, Sly and The Family Stone, Aretha Franklin.

Pure Soul dus. Hij is er vol van, zijn publiek (en wij ook wel) evenzeer. We genoten van zijn knallende party waarin hij niet enkel met zijn orkest speelt, maar het orkest ook met hem. En met het publiek. Hij kreeg ‘les mains’ in heel Vorst vaak heen en weer en op en neer. Ook op “Superstition” van Stevie Wonder, ja. Toepasselijk eigenlijk, zo’n blind (bij)geloof in de Nonkel, zeker omdat hij er enkele keren de overdreven wereldboodschap ‘Peace, Love and Soul’ aan toevoegde.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/ben-loncle-soul-01-12-2011/

Organisatie: Greenhouse Talent

Fleet Foxes

Een knetterend haardvuur in Vorst Nationaal is nét iets te groot bevonden voor Fleet Foxes

Geschreven door

We fronsten even de wenkbrauwen toen we kort na de gig van Fleet Foxes op de screens van Rock Werchter zagen dat ze naar Vorst Nationaal zouden komen … Tja, het gaat snel voor het uit Seattle afkomstige sextet van songschrijver Robin Pecknold. Ze zijn nog maar aan de tweede plaat toe, ‘Fleet Foxes’ en ‘Helplessness Blues’. België houdt wel van die combinatie dromerige indiepop, americana, folk, ‘60s pop en psychedelica, onder een meerstemmige zang, die vooral bepaald wordt door de warme, hemelse stem van Pecknold.

Fleet Foxes is momenteel ‘hot’ in het genre en overstijgt hiermee bands als My Morning Jacket en Grizzly Bear qua fanshare . Waren ze in de zomer sterkhouder op RW door hun songs krachtig en stevig te spelen,  in zaal wordt een ‘wintertime’ ingesteld en houdt de band het eerder op de sfeervolle, dromerige aanpak, met een melancholische inslag . De klankkleur kwam meer tot z’n recht, maar de magie ging wat verloren in zo’n grote zaal , ook al was het de Club Vorst Nationaal.
Hier wrong het schoentje … Beter was een 2x AB om de subtiliteit en de finesse van hun sound, een amalgaan van akoestische en elektrische gitaren, toetsen, flutes en bezwerende drums, overstelpt door de stemmenpracht. Vanavond hadden we niet het ‘Waaw’ gevoel van op Rock Werchter; niettemin genoten we van de gezelligheid die ze trachten te creëren met hun vernuftig in elkaar gestoken songs , waarbij sommige mooi in elkaar versmolten en boeiende wendingen hadden . Warme luistersongs met een kampvuurgehalte dus,  en op het podium toonden ze projecties van natuur – sneeuwlandschappen en vielen er zelfs sneeuwvlokken om het anderhalf  lang knus te maken en te houden.
De openers “Mykonos” en “English house” (uit het tussendoortje ‘Sun Giant’ EP) brachten ons meteen in deze sfeer . Een mooie sound, een prachtige stemmenpracht, de heerlijke zangstem van Pecknold en een geroutineerde band die houdt van de uitgebalanceerde melodielijn. Even verderop hadden we een forser klinkende “Battery kinze”, “Your protector”  en de herkenbare “Bedouin dress”,  “White winter hymnal” en “Ragged wood” .  Die gekende (hemelse) popsongs zaten mooi verdeeld in de set en hielden de set broeierig en boeiend .

Toen ze verrassende, lekker ontspannend enkele songs aan elkaar regen als “Lorelei”, “Mr shrine/An argument” en “Blue spotted tail” om dan terug op “Lorelei” uit te komen, knetterde het  haardvuur met een Boursin kaasje, een fles rode wijn en konden we zelfs een wollen trui aantrekken. Aangenaam spannend, sfeervol, ingetogen en intiem. De semi-akoestische gitaren zorgden ervoor dat “Grown oceans” groots en gevoelig was.
De band  genoot van de respons, maar voelde zich net als het publiek wat onwennig door de afstand tussen beiden. Misschien was midden in de zaal spelen een beteer optie achterna gezien. Het solo gespeelde nieuwe “I let you”  kon als beste voorbeeld dienen: Pecknold wist het pakkend en innemend te brengen, maar kon onvoldoende intens raken …
Ze zetten nog een reeks meeslepende songs neer , “In blue ridge mountains” en “Helplessness blues” om de ‘koude’ wintermaand tegemoet te gaan! Cheers.

Ook de dromerige neofolky/americana voor midzomeravonden of koude winteravonden van Vetiver, van de charismatische zanger/gitarist Andy Cabic,  een jonge Tom Waits lookalike met hoed op, stelde de sfeerschepping binnen deze stijl voorop en bracht rustig  voortkabbelend materiaal met een country/blues inslag . Af en toe zat er meer vaart en dynamiek in en durfden ze krachtiger te spelen. Easy listening pop met een rockend hart!
Met een fijn gebaar en een knipoog nam Vetiver afscheid. Een band te koesteren in het clubcircuit!

Organisatie: Live Nation (+ Toutpartout )

Spot on Denmark 2011 – Spot op de Deense Music Scene met o.m. Iceage en F.U.K.T.

Geschreven door

Spot on Denmark 2011 – Spot op de Deense Music Scene met o.m. Iceage en F.U.K.T.
Voor de vijfde editie van Spot on Denmark trok ook dit jaar een Belgische muziek- en mediajury in mei naar het Deense Spotfestival in Aarhus. Ze maakte er een selectie van vier veelbelovende bands met genoeg potentieel om in het buitenland door te breken. De voorbije jaren leverde dit ontdekkingen op zoals Slaraffenland, Efterklang en Fagget Fairys.

Dit jaar had de jury alvast haar best gedaan om vier heel uiteenlopende genres te programmeren. Dat leverde een aantrekkelijke en gevarieerde affiche op en bewijst dat de Deense music scene niet onder één noemer te vatten valt. De editie van 2011 deed de ABBox echter niet vollopen en met name de hoofdact loste niet alle verwachtingen in.

Giana Factory mocht om 19u, voor een nog halflege zaal, de avond op gang trekken met sfeervolle en bijwijlen intimistische pop noir. Frontvrouw Louise Foo (aan de elektronische drums) werd geflankeerd door twee dames die de backings verzorgden en ook de elektrische gitaar en de synthesizer voor hun rekening namen. Dat leverde sfeervolle, meerstemmige zangpartijen op die, ondersteund door projecties van besneeuwde bergtoppen, aanvankelijk nog wat bedeesd overkwamen. Halfweg de act kwamen de jongens van het Belgische School is Cool erbij, wat aanleiding gaf tot een dynamische ondersteuning met slagwerk allerhande op het aanstekelijke “Rainbow Girl”. Dat smaakte naar meer, maar na één nummer verlieten ze al het podium. Met “Dirty Snow” (door hun landgenoot Trentemøller ook al door de remixmolen gehaald) en de laatste twee nummers leek de band opnieuw wat gas terug te nemen. Uitkijken naar hun debuut-album ‘Save the Youth’, dat bij ons in januari in de winkel ligt.

Vinnie Who aka de Deense Prince of Disco aka Niels Bagge had als nummer twee van de avond al een pak volk voor zich. De funky disco van Vinnie Who houdt het midden tussen de Scissor Sisters en Mika en blijkt in Denemarken enorm aan te slaan. De androgyne jongeman met de falsetstem leidt zijn zevenkoppige band als een sprietige marionet in overdrive. De pas 21-jarige zanger zoekt voortdurend interactie met de andere bandleden op en de gitarist dook zelfs even het publiek in. De vrolijke deuntjes zorgden ervoor dat het AB-volkje voor het eerst de benen losgooide.

De vier kerels van F.U.K.T. kwamen in identiek dezelfde grijze kapvest over het hoofd het podium op. Hun gezichten kregen we pas halfweg de act te zien. Met een minimum aan licht was al snel een dreigende sfeer gecreëerd. Ze maakten niet veel woorden vuil aan hun set: de micro stond er alleen om de band voor te stellen en een paar kreten op het publiek los te laten. De stevige riffs op de basgitaar en energieke drumpartijen zijn de basis voor alle nummers, met ondersteuning van keyboards en een laptop. De betere dubstep en drum’n’bass, maar dan met live-instrumenten! En met de ogen dicht best meeslepend, zo bleek ook toen het grootste deel van het publiek in beweging kwam.

Iceage zou dé Deense undergroundrevelatie van het jaar zijn. De lovende kritieken uit onder meer Groot-Brittannië deden de verwachtingen voor de 19-jarige postpunkers hoog oplopen. De band zette van bij de eerste noot de volumeknop helemaal open en blies een lawine aan gebrul en woede de zaal in. Een deel van het publiek zette het alvast op een lopen. De nummers waren amper te onderscheiden van elkaar en de zanger gaf het publiek net geen opgestoken middelvinger. Wel slingerde hij de micro naar een hoofd op de eerste rij. De pletwals van Iceage kwam al na 24 minuten powerplay (tevens de duur van hun debuut-cd ‘New Brigade’) tot stilstand en liet het publiek ietwat verweesd achter.

Organisatie Ancienne Belgique, Brussel (ism Dp Communications)

Los Vigilantes

Los Vigilantes

Geschreven door

Het is jammer dat de zomer niet meteen voor de deur staat want het debuut van Los Vigilantes is namelijk de uitgelezen soundtrack om af te spelen tijdens het consumeren van een lekkere cocktail  bij broeierige temperaturen… Los Vigilantes is een kwintet van Puerto Rico , een eilandje dat op rockgebied tot voor kort enkel bekend was door  de band Davila 666. Met Los Vigilantes komt daar nu eindelijk wat verandering in want het vijftal  brengt een lekker portie garagerock met hier en daar wat moderne punkinvloeden. 
Veertien korte en snedige tracks horen we op dit debuut en het is duidelijk dat het geluid van de band duidelijk z’n wortels heeft in de jaren zestig met een opvallende rol voor de vele zogeheten doowop achtergrondkoortjes. 
Vier van de vijf muzikanten stonden trouwens in voor de vocalen die volledig in het Spaans zijn.  Wie een beetje Spaans kent, kan ongetwijfeld gemakkelijk meeblèren bij de meeste songs. Toptracks zijn  voor ons opener “Ven Vamos” dat een onweerstaanbaar refrein heeft en “Amanda” waar Los Vigilantes wel iets weg heeft van onze  Black Box Revelation. 
Een prima plaatje dus .

Beastie Boys

Hot Sauce Committee part two

Geschreven door

De nieuwe plaat verschijnt zeven jaar na ‘To the 5 Boroughs’ en daarvoor lieten de Beasties ook al zes jaar op zich wachten na ‘Hello nasty’ (’98). De drie zijn al goed de 40 voorbij en behouden de rebelse jeugdigheid , want het puberale raptrio slaagt er nog steeds in amusante hiphopplaten te maken .
Ad –Rock, MCA en Mike D hebben een lang verhaal achter de rug . In 2009 werd keelkanker geconstateerd bij Adam ‘MCA’ Yauch, maar naar verluidt maakt hij het nu goed, en er werd sindsdien een compleet nieuw album opgenomen , zelfs vervangen om dan tot slot aan deze ‘part two’ te komen . Het resultaat is er. De drie gasten zijn goed op dreef met hun ‘real old skool’ hiphop, vermengd met pop, groovende funk, soul en ‘70s retro Hammond ; toetsen/ synths (remember Money Mark) die lofi kunnen klinken.
De prachtige op elkaar aanvullende, snedige vocals zorgen voor rauwheid, opwinding en intensiteit. Spannend , bedreven, noisy, springerig en dansbaar door de gonzende bassen, beats’n bleeps …“Make some noise”, “Nonstop disko powerpack” en “Long burn the fire” geven de toon aan. Guestvocalisten zijn er ook: o.m. Santigold op “Don’t play no game that I can’t win” en Nas op “Too many rappers”. De ‘grandpa’s’ van de hiphop bijten sterk van zich en voegen er nog een flinke scheut hardcore punk aan toe op “Say it”  en “Lee Majors come again” .
Het is een groot genoegen deze drie terug op het voorplan te zien met een erg overtuigende, kleurrijke plaat.

Kurt Vile

Smoke ring for my halo

Geschreven door

Kurt Vile maakte nog deel uit van The War On Drugs, in eerste instantie misschien niet direct veelzeggend , maar de band staat garant voor verfrissende indiefolk, met een flinke scheut psychedelica tunes, countryrock op z’n Green On Reds en ‘80s folkrock op z’n Waterboys .
De 31 jarige sing/songwriter komt met de derde cd ‘Smoke ring for my halo’  in de belangstelling. Hij brengt helden als Dylan en Springsteen naast Bruce Cockburn en Steve Wynn. Onderhuids horen we The Feelies, Dream Syndicate, Gutterball en Neil Young & The Crazy Horse.
We horen op de soloplaten songs  met een broeierige, dromerige sfeer, door het semi-akoestische gitaarspel en – getokkel; en ook dringt de lofi aanpak van een Sebadoh en Guided by Voices door  in sommige sobere, sfeervolle, ingehouden songs als opener “Baby’s arms”, “In my time” en de titelsong.
We zijn onder de indruk van de uitgewerkte en/of uitgesponnen “On tour” , “Society is my friend”, “Runner ups” en “Ghost town” die op hun beurt verslavend inwerken, met een link naar de Velvet Underground . “Puppet to the man” durft dan stevig te rocken .
Live durft hij met z’n Violators breder te gaan, aangevuld met sax .
Gitaarliefhebbers kunnen hun hartje laten smelten bij de sing/songwriterpop. Boeiend warm album alvast!

Wild Beasts

Smother

Geschreven door

Aanstekelijke doordachte popsongs … Intelligente pop  … Inderdaad,  de tandem Hayden Thorpe en Tom Fleming van de Wild Beasts uit Leeds  brengen een sensationele luistertrip van dromerig, broeierig, spannend materiaal . Een perfecte afstemming van het instrumentarium wat een meeslepende emotionaliteit biedt. De falsetzang van Thorpe is een bepalende factor binnen de sfeerschepping. Hij kan soms hoog uithalen en wordt net op tijd wordt opgevangen door de warme stem van bassist Tom Fleming, wat ervoor zorgt dat het net niet verglijdt in een theatraal aandoende sound. Lieflijke arty/ folkrootspop in een treffende formule. ‘Smother’ is een geslaagde plaat , die met “Reach a bit further” een hoogtepunt bereikt .

Machine Head

Machine Head – The Eight Plague Tour

Geschreven door

Op 29 november 2011 zakten de Amerikanen van Machine Head af naar de Belgisch hoofdstad Brussel voor ‘The Eight Plague Tour’. Als special guests waren de jonkies van Bring Me the Horizon meegebracht en Darkest Hour en DevilDriver waren voorzien als support bands.

Er was vooraf een tijdschema meegedeeld, maar om de één of andere reden mochten alle bands vroeger dan voorzien aan de bak, waardoor sommigen rijkelijk laat waren om de openingsband Darkest Hour mee te pikken, waaronder mezelf dus ook…Doordat alles in een stroomversnelling geraakt was, konden we toch nog de helft meepikken van Dez Fefara van Devildriver . Kleine ontgoocheling voor ondergetekende, maar wat ik nog kon meepikken van deze melodische death metalband waar groove het kernwoord is, stemde mij uitermate tevreden. Afsluiter was hun bekendste hit getiteld “Clouds over California” waarop menig fans hun laatste krachten nogmaals bundelden om een machtige moshpit te ontwikkelen. De schwung zat er dus al in, dus het kon alleen nog maar crescendo gaan dacht ik dus.


Special guests waren dus de jeugd van Bring me the Horizon, en helaas moet ik toegeven dat deze band er wat bekaaid vanaf kwam. Voor mij nog steeds een raadsel waarom Machine Head voor hen heeft gekozen om als opwarmer te spelen voor zichzelf, maar de metalcore deed het publiek wat verstijven waardoor het soms akelig rustig werd in de eerste rijen…zeker als je het vergeleek met de waanzinnige pits van DevilDriver. Soit, het was nu eenmaal zo, maar toen ze überhaupt ook nog electro-samples gebruikten om hun songs te overbruggen was voor mij de kous af.

Een klein uur later begon de spanning op te komen, want nu was het eindelijk (!) de beurt aan Machine Head. Enkele jaren geleden zat de band nog in een diep dal, want de labels toonden weinig interesse voor de Amerikanen, hun laatste albums werden maar half ontvangen door de luisteraars en media, waardoor hun lijst van optredens op deze aardbol beperkt bleef. Maar met een album als ‘The Blackening’ begonnen ze zich stilaan opnieuw op te werken, met als gevolg dat Machine Head de draad van weleer opnieuw kon oppikken. Dit jaar kwamen ze met een nieuw album op de proppen getiteld ‘Unto the Locust’, waarvan ikzelf vind dat hij er best mag wezen!

Welnu, met de openingssong “I Am Hell” van deze nieuwe schijf openden ze hun setlist in Vorst deze avond. De intro (een groep geestelijken volgens mij die een gebed inzingen) bouwde de spanning stelselmatig op en toen Dave McClain de eerste tikken uitdeelde op zijn drum barstte de boel open. Direct hierna volgde het 2e nummer ”Be still and know” van ‘Unto the Locust’ met de traag slepende stem van Robb Flynn waarin hij veel emotie stopt, zodat het nummer goed tot zijn recht kwam. “Imperium” volgde hierna, het lekkere openingsnummer van hun album ‘Through the ashes of Empires’, met de korte doch harde drumriffs die het nummer kenmerken. De recentste albums kwamen blijkbaar aan de beurt, want “Beautiful Mourning” van hun voorgaande full-length ‘The Blackening’ was nu aan de beurt, mijn inziens niet zo’n speciaal nummer.

De 1e echt grote hit die iedereen volgens mij zeker al eens gehoord heeft, als metalfan zijnde, was “The Blood, the Sweat, the Tears” van de klassieker ‘The Burning Red’ die luidkeels werd meegebruld en vol overgave werd gespeeld door de band zelf! Uitstekend! Ander krakers die uit de boxen schalden waren het harde “Aesthetics of Hate”, het gekende “Old” en de stamper “Ten Ton Hammer”. Van het nieuwe album hoorden we ook “Locust” en “Who we Are”, maar het nummer “Darkness Within” die akoestisch geopend werd door Flynn en uitbarstte in een muzikaal genot spande toch wel de kroon inzake nieuw live-materiaal.
De bandleden verlieten het podium, maar keerden uiteraard terug voor enkele toegiften. Meer bepaald het langdurige “Halo” van de schijf ‘The Blackening’ en uiteraard het mega populaire nummer “Davidian” die met dank werd aangenomen door de fans! Een beter afsluiter konden de toeschouwers niet wensen. Enige smet tijdens het afsluitingsnummer was het feit dat gitarist Phil Demmel de set verliet omdat één of andere dronkaard met zijn schoenen naar hem aan het gooien was. Voor de rest zat de avond erop, en konden de aanwezigen zich klaarmaken voor een nieuwe werkdag ’s anderdaags…

Een goeie show, een uitstekende setlist waarin diverse albums aan bod kwamen, maar qua drive heb ik de mannen van Machine Head toch al beter weten fungeren in voorgaande shows. Deze tour begon misschien wat zijn tol te eisen van de bandleden, maar tja, het kan niet iedere keer prijs zijn denk ik dan J

Setlist Machine Head: I Am Hell, Be Stil land Know, Imperium, Beautiful Mourning, The Blood, the Sweat, the Tears, Locust, This is the End, Aesthetics of Hate, Old, Darkness Within, Declaration, Bulldozer, Ten Ton Hammer, Who We Are, Halo (bis), Davidian (bis)

Organisatie: Live Nation

Panda Bear

Panda Bear en Gang Gang Dance: iets-niet-van-deze-wereld creaties

Geschreven door

Het eigengereide NYse combo Gang Gang Dance van de zangeres Lizzi Bougatsos, heeft de electro in hun bezwerende en betoverde psychedelische dancepop op het achterplan verdrongen . Op de recentere platen ‘Saint Dymphna’ en ‘Eye contact’ horen we een ontwapende ‘dreamworld’ van langdurende epossen. Invloeden uit alle windstreken en stijlen (psychedelica, pop, wave, progrock, avantgarde , wereldmuziek, dub en Oosterse tribaldance), een elektronisch web van pulserende beats, ambiente soundscapes, trancegerichte, hypnotiserende beats , percussie, trommels en gitaarreverbs vloeien hier moeiteloos in een spacejam samen.

Weirde taferelen zien we op het podium, duivelse connecties worden uit het lichaam gedreven, een ‘love & peace’ mentaliteit op z’n Polyphonic Spree’s, zachte, zalvende kleurendia’s en kleurrijke lightspots op de instrumenten, brachten iedereen in de juiste stemming en vibe.
Ze komen graag naar de Bota en eerder waren de Gang Gang Dance al te zien met Les Nuits Bota. Sounds van Ozric Tentacles, The Orb, Orbital, Transglobal underground, Natacha Atlas, African Headcharge, Zion Train en de ‘transcendental’ van Loop Guru, maken de brug met de huidige tunes van Flaming Lips, Animal Collective, Yeasayer, The Knife , Tune-Yards  en het cabareske van Cocorosie . De etherische zang van Lizzi zweeft door de nummers.
Weg van de dagdagelijkse beslommering en zorgen! We waanden ons even in een Battlestar Galactica sterrenstelsel of een bezinningstrip bij de Hara Krishna beweging door de beeldrijke dia’s en de rustgevende, aanstekelijke  sound , die in de opbouw aanzwol en durfde te exploderen en te knallen als op de dansvloer . Wat wierook was hier te kort om het sfeertje nog aangenamer, leuker en meer ontspannend te maken . Positieve energie rakelde op bij hun muziek.
“Adolth Goth” vormde de aanzet van de ‘Gang Gang Dance’ kosmos en dweepte met heerlijk bedwelmende dansbare versies van “Chinese high”, “Glass jar” en “Mindkilla”, die het aardse bestaan ‘los/vast’ maakte  . ‘A new dimension’ , jawel , Gang Gang Dance opende de ‘gates’ van het universum.

Panda Bear, het alterego van Noah Lennox van Animal Collective, is ook al aan z’n vierde solo plaat, ‘TomBoy’, toe. De geluidskunstenaar brengt een ijl geluid met behoorlijk zweverige synths en psychedelische grooves , sampleloops, elektronische en tribal ritmes, en die niet vies zijn  van ‘60s (Beach Boys) pop en een laagje noise.
Een bevreemdend geheel is het soms allemaal, dat een spannende, donkere dreiging uitstraalt en verlatingsangst ademt . Voeg hierbij nog de reverbs op een echoënde, etherische stem en een bezwerende gitaarloop toe en het klinkt niet-meer-van-deze-wereld .
Een uurtje kregen we een David Lynch neigende soundtrack te horen van de twee …  hemels, ongrijpbaar, onheilspellend en huivering , die de grilligheid van Animal Collective, Aphex Twin en Mouse on Mars tracht te linken aan de zalvende sound van de Boards of Canada en de dooms van Sunn O))).
Door de steeds wederkerende ritmes en lome beats klonk Panda Bear een  beetje teveel van hetzelfde, wat ervoor zorgde dat de aandacht verslapte.  Maar op een song als “Slow motion”, hadden we een vette kluif door helse, exploderende beats … De wondere wereld van Panda Bear is nog niet deze van Animal Collective, die we iets dichter in het hart dragen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/gang-gang-dance-28-11-2011/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/panda-bear-28-11-2011/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/stellar-om-28-11-2011/

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Zola Jesus

De meeslepende en weerbarstige sound van Zola Jesus forceert een doorbraak!

Geschreven door

De jonge Amerikaans-Russische Nika Roza Danilova aka Zola Jesus moeten we in het oog houden . Na ‘Stridulum II’ verschijnt  nogal snel de opvolger ‘Conatus’, die de doorbraak kan betekenen. Vorig jaar was ze nog de nobele onbekende in de Kreun in Kortrijk; vanavond was de Rotonde afgeladen vol om de zangeres aan het werk te zien .
Muzikaal intrigeert haar fusie van gothicpop, industrial  en abstracte elektronica . En tel daar dan maar haar indringende, galmende zang bij, een declamerende voordracht waarbij ze hoog kan uithalen en neigt aan een operastem, die gif kan spuwen.

De weerbarstige, meeslepende spookhuiselektronica met z’n onderhuidse zwaarmoedigheid, grimmigheid en dramatiek van deze ‘princess of darkness’ boeit en werkt aanstekelijk door een dansbare goove. Zola Jesus laveert ergens tussen Lydia Lunch, Kate Bush, Siouxie Sioux, Nina Hagen, Diamanda Galas , Elisabeth Frazer en de huidige rits Fever Ray  en The xx. Als een duivelse nimf beweegt ze over het podium en omarmt ze haar publiek. Het materiaal wordt elegant, gedreven en energiek gebracht.
Een hoop elektronica, toetsen en dubbele percussie siert de bezwerende ‘darkwave’ electro. Openers “Avalache” en “Stridulum”  imponeerden . Een kolossaal geluid hadden we met smeulende songs als “Hikikomori” , “Collapse”,  “Seekir” en “Lick the palm of the burning handshake” van de nieuwe plaat .
Een intens spanningsveld creëerde ze met haar publiek. De single “Vessel” , was adembenemend, huiverde en blies het oude Virgin Prunes ten tijde van ‘If I die , I die’ nieuw leven in. Of  “Run me out” , die door de zwaar logge, traag slepende ritmes en de  repetitief opbouwende percussie aan Swans deed denken .

Sinnersday, Shadowplayfest of de New-Wave classix kunnen vanaf nu de link leggen tussen nostalgie en de actua met de ‘dark queen’ van Zola Jesus . We zijn gewaarschuwd …

Organisatie: Botanique, Brussel

Heather Nova

Heather Nova – Charming Lady in Charming Club

Geschreven door

 

Drie jaar geleden was het dat we nog iets hoorden van Heather (Allison Frith) Nova. En het lanceren van haar jongste ‘300 Days at the sea’ (2011) dobberde ook maar geruisloos voorbij. Maar wat er op staat? maakt geluid. Het geluid van de vroegere Heather Nova. Niet toevallig, want ze greep terug naar haar originele bezetting waarmee ze de hitrecords ‘Oyster’ (1995) en ‘Siren’ (1998) maakte. En we zagen en hoorden dat het goed en warm was, die novemberavond in het kille Tourcoing.

Sara Johnston mocht een halfuurtje publiekswarmer spelen en dat deed ze ingetogen. De Canadese doet ook de backing en keyboards bij de nieuwe Heather Nova, twee knappe vliegen in één klap dus. Ze nam recent ‘Trespassing’ op, een album met full band maar ze stond in Le Grand Mix stevig alleen en kreeg de zaal muisstil. ‘Jullie zijn beleefd en stil, voor mij is dat fantastisch’, bedankte ze.

Het ‘luisterpubliek’ dat Heather Nova aantrekt zat daar natuurlijk voor iets tussen. Opvallend veel (West-)Vlamingen trouwens die maandagavond in het Franse Tourcoing. En dan nog was de zaal niet eens half gevuld. Jammer, want het zou een knappe gig worden.

La Nova opende met zijn drietjes (Heather, Johnston en een cellist) heel intiem en intens met “Everything Changes”, meteen een naar de keel grijpend nummer (Everything changes, changes for the good. Even the pain hurts like it should). De “Beautiful Ride” die ze erna maakte, zoefde al direct stevig door de zaal. Met “Save a Little Piece” had ze in het eerste kwartier al drie nummers van haar nieuwe album (haar achtste studioplaat)  laten beluisteren. Innige, diepgravende nummers die kaderen in haar back to my childhood periode.

Twee vrouwen en twee mannen ondersteunden Nova, het centrum van de avond en ze had(den) er duidelijk zin in. Met duivels fluisteren en engelachtig krijsen gooide ze constant grote blokken het haardvuur in, die vaak knetterden als in haar good old days. Want wie een zeemzoeterig concert verwacht had, zat er naast, al had ze de bloementros aan haar microstaander naar eigen zeggen wel mee als een soort ‘aromatherapie’. Maar, de gitaren loeiden bij momenten hevig, als zaten we nog volop in de seventies. Heather Nova is een rockband !
Ze speelde ook in op het publiek, in voorzichtig Frans, al moest Johnston haar corrigeren toen ze een niezende toeschouwer met ‘salut’ zegende. Toen stond ze  helemaal achteraan op het podium – en had Johnston haar stek achter de frontmicro genomen – om “The Good Ship Moon” half akoestisch te brengen.
De sfeer groeide en kreeg zijn eerste hoogtepunt toen ze met “London Rain” en “Heart and Shoulder” twee hits aan elkaar reeg, met “Make You Mine” als afsluiter van haar officiële set. Ze biste er nog drie, met de melding dat er de dag nadien een bootlegversie van dit eigenste concert op haar site zou staan. Wat ze bij elke gig doet, zo bleek achteraf.
Ze kirde toen ze de Fransen ‘with your charming accent’ ‘Maybe an angel’ liet aankondigen. Frankrijk, de Amerikanen hebben er toch een zwak voor, zelfs al ligt Tourcoing amper vijf kilometer van het land dat nog altijd het wereldrecord ‘zonder regering’ had. Maar ze heeft gelijk ‘Le Grand Mix is a charming club’. Het eilandkind (Bermuda)  paste er perfect !

Setlist
1. Everything Changes 2. Beautiful Ride 3. Throwing Fire 4. Save a Little Piece 5. Like Lovers Do 6. Island 7. All I Need 8. Turn The Compass 9. Winterblue 10. ‘The Good Ship’ Moon 11. I Wanna Be Your Light 12. Do something That Scares You 13. Higher Ground 14. London Rain 15. Heart And Shoulder 16. Make You Mine
Bis 17. Fool For You 18. Walk This World  19. Maybe An Angel

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/heather-nova-28-11-2011/

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

 

Autumn Falls Festival 2011: Pink Mountaintops, Siskiyou, Califone, She Keeps Bees

Geschreven door

Autumn Falls Festival 2011: Pink Mountaintops, Siskiyou, Califone, She Keeps Bees
She Keeps Bees was niet aan haar proefstuk toe in de Botanique. Dat een duo ruimschoots kan volstaan om een hoop herrie te maken bewezen eerder The White Stripes of The Kills al (die dezelfde avond trouwens wat verder optraden in de AB). Verassend genoeg moesten de rauwe, energieke bluesrocksongs “Gimmie” en “Cold Eyes” van Jessica Larrabee, half Patti Smith half Chan Marschall, en drummer Andy LaPlant niet gek veel onderdoen voor boven genoemden. Vreemde eet in de bijt tussen het meer ingetogen werk op de rest van de affiche, dat wel, maar daarom ook des te indringender.

Het Amerikaanse Califone heeft al aardig wat jaren op de toerenteller staan zonder echt aan de muzikale oppervlakte te komen bovendrijven. ‘Cinematografisch’ is het vakje waarin deze Amerikanen weleens gecatalogeerd worden  en dan weet je dat je extra bij de leest moet blijven om niet weg te dromen, zoals ook die avond; af en toe verfijnd gitaar getokkel in combinatie met andere snaarinstrumenten, dat wel, maar het gebrek aan variatie, het nasale geneuzel van zanger Tim Rutili en de niet aflatende folky tristesse (die de naam van de laatste plaat ‘All My Friends Are Funeral Singers’ alle eer aan doet) deden dit optreden de das om. Califone… monotoon.

Siskiyou zanger Colin Huebert bleek er die avond niet bepaald vrolijker op geworden te zijn nadat hij in 2008 Great Lake Swimmers vaarwel wuifde om op een bioboerderij aan de slag te gaan. Werd deze door velen bejammerde beslissing nog gemotiveerd door het verkennen van nieuwe muzikale horizonten, van een echte stijlbreuk was niet echt sprake die avond. “So Cold” en “Everything I Have” ademden dezelfde treurnis en verlies uit van weleer die je associeert met streken waar het in de winter veel te vroeg donker wordt (de nieuwe plaat “Keep Away The Dead” werd opgenomen in een parochiezaal in British Columbia) en ook tijdens “Big Sur” leek een warme Californische zeebries verderaf dan ooit.
Tijdens het originele en geslaagde Simon & Garfunkel covernummer “El Condor Passa” kregen we het dan toch nog warm.

Pink Mountaintops, het Canadese zijproject van Black Mountain genie en Jezus lookalike Stephen McBean, serveerde dé psychedelische kers op de kaart. Iedereen die deze verdwaalde en bebaarde zonderling die avond bezig zag moest toegeven: deze heer kent zijn klassiekers!   Het enkel van akoestische gitaar voorziene “While We Were Dreaming” knipoogde naar het solowerk van John Lennon, “Vampire” of “Leslie” klonken als vintage Neil Young, terwijl het forsere “Single Life” naar The Stooges neigde. Maar tijdens het grootste deel van de set was toch aangenaam duizelen van de langgerekte in reverb gedrenkte spacy jams waar ook Black Mountain of de hippies van Brightblack Morning Light een patent op hebben.  Benieuwd of de binnenkort te verwachten opvolger van het in 2009 verschenen ‘Outside Love’ onze hooggespannen verwachtingen kan inlossen.

Organisatie: Botanique, Brussel (ism Toutpartout)

4x4 Festival 2011 - een meer dan geslaagd bilateraal feestje onder muzikale geestesgenoten

Geschreven door

4x4 Festival 2011 - een meer dan geslaagd bilateraal feestje onder muzikale geestesgenoten
Het 4X4 festival dat vorige zaterdag doorging in de Kreun in Kortrijk was terug een schot in de roos. Niet alleen omdat ze een prachtige line-up konden verzamelen voor dit jaarlijks terugkerend festival, maar ook door de schitterende grensoverschrijdende muzikale samenwerking tussen 4 clubs die hun liefde voor muziek hoog in het vaandel dragen. De bilaterale samenwerking tussen 2 Vlaamse (4AD-Diksmuide & De Kreun-Kortrijk) en 2 Noord-Franse clubs (Les 4 Ecluses-Dunkerque & Le Grand Mix-Tourcoing) is al jaren een succesformule onder de noemer ‘Franco-Belges’ en werd al diverse malen uitgetest in het verleden (Student Welcome Concert, Krakrock, Rif Hifi, hiphopdays…).
Het 4x4 festival is dan ook hét summum van deze samenwerking. We moesten dan ook een mondje Frans spreken, daar een groot gedeelte van het opgekomen publiek enkel de taal van Molière meester was. Maar dit was geen enkel probleem: er werd minzaam verbroederd en er werden straffe verhalen uitgewisseld.


Ed Wood Jr. mocht de avond rond 18h00 openen en wist ons al van bij aanvang te boeien. Het tweetal, afkomstig uit Lille (Fr.), bracht een gesmaakte mix van noise, emocore, mathrock en trippy electronica. Bij wijlen deden ze denken aan het Brusselse duo Casse Brique. Er werd vooral getapt uit hun laatste worp: ‘Silence’ (2011), maar in tegenstelling tot wat de titel van deze recente release laat vermoeden, kregen we een grote portie noise door onze gehoorgangen gestuwd. We hoorden een leuke mix van The Ex, Sonic Youth, Battles en Shellac. Luister hier en geniet van “Walk Woman” uit hun nieuwste album, dat ze recent in Les 4 Ecluses voorstelden: http://4x4music.eu/playlists/watch/ed-wood-jr

Black Cassette is het éénmansproject van Sukilove-gitarist Sjoerd Bruil. Hij laat zich hierbij omringen met een klasse ritmesectie: Pascal Deweze (ex-Metal Molly en Sukilove) op bas en Jeroen Stevens (I Love Sarah, Lais) op drums. “Let Me In” ging er letterlijk vlotjes in. Heupwiegende vuile bluesy vuilbakkenrock met een funky randje. Vergelijkingen met Mauro Pawlowski zijn nooit ver weg. Bruil is dan ook een Mauro look-a-like. Halverwege de set kreeg een van een sexy baslijn en funky gitaar voorziene “7 Measures” (met een knipoog naar Tim Vanhamels Millionaire) het overgrote deel van het publiek in beweging. Als uitsmijters verrastte Black Cassette ons met een gesmaakte rauwe versie van “Funny” (Eagles Of Death Metal meets Queens Of The Stone Age) en “Not Ready Yet”, een stonersleper om U tegen te zeggen. Gezien en goedgekeurd. Check hun debuutplaat ‘Black Cassette’ die in september 2011 werd uitgebracht en overtuig u van deze Belgische hoop in bange dagen.
Setlist Black Cassette: [1] Let Me in [2] Gotta Move [3] Complicated [4] Presence [5] 7 Measures [6] Ask A Question [7] Oh My [8] Funny [9] Not Ready Yet

Het kwartet The Megaphonic Thrift uit het Noorse Bergen houdt van luid, luider en nog het meest van luidst! En dit zouden we geweten hebben. Een prijs voor originaliteit zullen ze wel nooit in ontvangst mogen nemen, daarvoor is hun noisy geluid te opvallend gelinkt aan bands als Dinosaur Jr. en Sonic Youth. Maar waar je wel niet naast kon kijken is de gedrevenheid waarmee ze hun songs in onze oren bliezen. Wat zeker ook een pluspunt was, was de ravissante verschijning van bassiste-zangeres Linn Frøkedal, die menig mannelijk hart in de Kreunzaal op hol deed slaan. We onthouden een explosieve versie van “Talks Like A Weed King” met een ontketende drummer Fredrik Vogsborg,  een bruisend “Acid Blues” met een overload aan feedback en een gierend “Queen Of Noise” waar Frøkedal transformeerde in een gekloonde Kim Gordon. Met deze laatste song zetten The Megasonic Thrift een punt achter hun noisy set. We bleven achter met ringende oren.
Setlist The Megaphonic Thrift: [1] You Saw The Silver Line [2] Talks Like A Weed King [3] Dragon vs. Dust [4] Acid Blues [5] Neues  [6] Tune Your Mind [7] Candy Sin [8] Funny [9] Queen Of Noise

Het Japanse Nisennenmondai uit Tokyo bestaat uit 3 vrouwen die van wanten weten. Ze startten hun set met disco wat het publiek op een verkeerd been zette. Langzamerhand schakelden ze echter over naar hun typische rauwe en repetitieve postpunk met een groove. No Wave is nooit veraf. Hun dynamische live shows zijn aanstekelijk en laten je als toeschouwer dan ook niet onberoerd. Ze kregen dan ook een goede respons vanuit het publiek. Een meer dan leuke ervaring was deze eerste kennismaking met dit Japanse trio vrouwen met ballen. Dit jaar stonden ze al op het prestigieuze Sonar Sound Festival in hun thuisstad en straks kan je ze ook aan het werk zien op het All Tomorrow’s Festival (ATP) in Minehead (Engeland). Curator Battles zorgde hiervoor

Hoofdvogel van de avond was Pinback (Zie foto). Het was een tijdje stil rond deze indie rock band uit San Diego (California) maar na een kleine 5 jaar afwezigheid (laatste album ‘Autumn Of The Seraphs’ dateert van 2007) staat ons begin volgend jaar een nieuwe release (“Information Retrieved”) te wachten.
JP Inc. (het alter ego van John-Peter Hasson) zorgde voor de komische noot van de avond. Hij was de warming-up van dienst en de van pruik en nepbaard voorziene stand-up comedian bracht een reeks nep-theme-songs die onze lachspieren niet stil konden houden.
Het werd een luchtige aanloop naar het meer donkere werk van Pinback. En dat de heren het nog niet verleerd zijn, bewees de gretigheid waarmee ze zowel ouder werk brachten alsook twee songs uit hun nog uit te brengen nieuwste: het mooie, melancholische “Sherman” en de prachtige ballad “Thee Scum Proggitt”.
Bij Pinback kan je enerzijds wegdromen bij hun meeslepende songs (bvb. opener “Tres” of bisnummer “Tripoli”) en anderzijds wakker geschud worden door ritmische roffels en opzwepende gitaren (bvb. bij “A.F.K.” en “Devil You Know” en “Bouquet”).
Een hoofdact zijn naam waardig. We kregen in totaal (inclusief encores) 25 (!) prachtsongs in ons zweverig hoofd geperst en we konden met een brede grijns op ons gezicht terugkijken op een meer dan geslaagd festival.
Volgend jaar opnieuw!
Setlist Pinback: [1] Tres [2] Bloods On Fire [3] Bouquet [4] Torch [5] Non Photo Blue [6] Syracuse [7] Penelope [8] Good To Sea [9] How We Breath [10] Loro [11] Your Sickness [12] Sherman [13] Fortress [14] Boo  [15] Walters [16] B [17] Devil You Know [18] Thee Scum Proggitt [19] F.N.T.N. // Encores = [20] Sender [21] Shag [22] A.F.K. [23] Tripoli  [24] Chaos Engine [25] Manchuria

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Scorpions

The Scorpions: Deutsche Gründligheit laat Vorst nog eens vollopen

Geschreven door

De Scorpions zijn sinds hun oprichting, zo’n 45 jaar geleden, één van de succesvolste Duitse exportproducten. Een kleine 40 jaar geleden brachten ze hun eerste album uit. Vooral hun tijdloze, klassieke ballades kent iedereen en hoewel we dit niet allemaal willen toegeven hebben we er ooit allemaal met ons eerste lief op gedanst. De band is momenteel bezig aan een eeuwigdurende afscheidstournee die hen ook nog ver in 2012 ‘on the road’ zal houden.
De organisatoren van het Power Prog & Metal Festival (Mons) mochten reeds in april 2010 het allerlaatste Belgische concert van de Scorpions aankondigen. Toch stond de band ook deze zomer op de affiche van Graspop. Organisator Aja Concerts liet Vorst Nationaal verrassend helemaal vollopen voor deze nieuwe stop op Belgische bodem.

Over opener Elvis Black Stars kunnen we heel kort zijn. Het piepjonge trio voegde niets toe aan deze hardrockavond. Hun potige gitaarpoprock maakte weinig indruk en toen even later tijdens “Sting In The Tail” het vuurwerk losbarstte waren we deze band al helemaal vergeten.

De Scorpions stonden op een indrukwekkend podium met catwalk, zoals we het zo vaak gezien hadden tijdens de gouden jaren tachtig. Het begin van de show bracht niet enkel bommen en granaten maar ook bijzonder vette versies van “Make It Real”, “Bad Boys Running Wild” en “The Zoo”. Sterkste moment van de avond was ongetwijfeld het daaropvolgende “Coast To Coast”. Een waanzinnige ‘instrumental’ met een zeer krachtige sound en een hypnotiserende, repetitieve riff. “In Trance”, ooit gespeeld volgens zanger Klaus Meine in een Belgische kerk, was dan weer de verrassing van de avond op de setlist. Wat volgde was een akoestisch middenstuk na de wat cynische ballade: “The Best Is Yet To Come”. “Send Me An Angel” en “Holiday” werden luidkeels meegezongen. De band was duidelijk onder de indruk en bedankte hun trouwe Belgische fans net iets te uitvoerig.
Na flauwe rockers zoals: “Raised On Rock”, “Tease Me, Please Me” en het eentonig gebrachte maar epileptische (vanwege de ‘visuals’), “Dynamite”, mochten de Duisters een eerste maal gaan uitrusten in de coulissen. Ruim de tijd voor drummer James Kottak om opnieuw zijn macho drumsolospot op ons los te laten. Gedreven op een hoog testosterongehalte maakte hij er ook deze keer een heuse show van. De begeleidende video’s, waarin alle albumcovers van de band tot leven kwamen, waren subliem! Het was trouwens niet enkel Kottak die voluit mocht soleren. Tijdens de show hadden we ons ook al doorheen enkele totaal overbodige solospots van Rudolf Schenker en Matthias Jabs moeten worstelen. Alsof alle ego’s in de band nogmaals geprezen moesten worden. Ook zanger Klaus Meine, die tegenwoordig toch iets te vlak zingt, kon niet weerstaan aan de clichématige podiumcapriolen en flauwe bindteksten die zo typerend zijn voor deze hardrockband. De 63 jarige zanger en frontman zong de ganse avond iets te gereserveerd maar dit belette niemand om volledig uit de bol te gaan wanneer hij “Big City Nights” uit z’n strot schreeuwde.
De bisronde was er eentje waar de fans op hadden gewacht. Vrij voorspelbaar maar dit belette niet dat er uitzinnig werd meegezongen met de grootste klassiekers zoals: “Still Loving You” en “Wind Of Change”. Als fan kon je echt niet meer verwachten.
En toch kwamen ze nog éénmaal terug. “When The Smoke Is Going Down”, wat mij betreft de allermooiste Scorpions ballade, bracht ultieme rust na meer dan twee uur hardrockgenot.

Een memorabele avond was dit zeker niet! Daarvoor speelde de band iets teveel op automatische piloot en kregen we te weinig echte verrassingen. De fans kregen echter meer dan ze hadden verwacht. Ze bedankten de band de ganse avond door met een wervelende respons. Lang geleden dat ik Vorst nog zo uit z’n dak zag gaan. Ook het feit dat dit niet echt hét afscheid was stemde iedereen gelukkig. De Scorpions willen immers ook nog een keer het Antwerpse Sportpaleis veroveren. Noteer nu al vrijdag 1 juni 2012 in je agenda want dan krijgen we een nieuwe (allerlaatste) kans om afscheid te nemen van deze rockgiganten!

Setlist:  *Sting In The Tail *Make It Real  *Bad Boys Running Wild *The Zoo *Coast To Coast *Loving You Sunday Morning *In Trance *The Best Is Yet To Come *Send Me An Angel *Holiday *Raised On Rock *Tease Me, Please Me *Dynamite *Kottak Attack *Blackout *Six String Sting *Big City Nights
*Still Loving You *Wind Of Change *No One Like You *Rock You Like A Hurricane
*When The Smoke Is Going Down

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-scorpions-26-11-2011/

Organisatie: Aja Concerts


The Kills

Rock’n’roll kills met The Kills

Geschreven door

Het garagerockend-abilly duo, Alison ‘VV’ Mosshart en Jamie ‘Hotel’ Hince; The Kills,  speelden een boeiende, frisse, aanstekelijke, sprankelende set, met een zekere jeugdigheid en flair. Vonken en vuur, show en entertainment op het podium, die ook z’n weg vond bij het publiek, die enthousiast reageerde op de rock’n’roll kills, -hooks en -licks van de twee .
Tja, The Kills vormen het zalvende recept op The White Stripes en bieden nog steeds een gepast antwoord op The Raconteurs, The Dead Weather, The Black Keys  en onze Black Box Revelation.

Na de ‘quality time’ van Jamie met Kate Moss en Alison met The Dead Weather, zijn ze er na drie jaar terug bij met een vierde cd ‘Blood Pressures’. Live hoorden we een ferme doorslag van een rauw, zompig, smerig en rammelend gitaargeluid. Gejaagde, onrustige melodieën, ritmes, schurende en scheurende gitaren en een breder concept door live drums werden aangeboden , die handig de elektronicabeats en de drumcomputer van de laatste cd’s omzeilden. Vier live drummers mepten hoekig en synchroon op de trommels.
Een visite kaartje om U tegen te zeggen door de intense spanning en dynamiek. Ons leren vestje konden we terug aantrekken en de rock’n’roll vrouwen zullen eraan denken om  net als Alison de haren akajou/rood te kleuren. Dit was chemie tussen de twee, en met het publiek! Geniaal.

Een gevarieerde set dus, waarbij de klemtoon kwam op het recente materiaal, die een paar oude ophitsende klassiekers opgroef als “No wow”, die rauw en bitchy de anderhalf uur durende set opende, “Kissy kissy”, en in de bis “Fried my little brains”, “Fuck the people” en “Monkey 23”; hier ging Hince de strijd aan met z’n gitaar en Alison met haar microfoon en –staander. Ze kronkelde over het podium, danste, hotste, maakte sensuele, erotiserende passen en stond gejaagd en lieflijk tegenover Hince. Opwindend en doorleefd .
Ze hielden het boeiend en spannend met toegankelijke en broeierige rockers als “Future starts slow”, “Heart is a beating drum”, “Baby says” en “Satellite”. De meeslepende “Pale blue eyes” van de Velvet Underground, “Black ballon” en “Pats & pans” kregen iets bijzonders door de drumtics of sfeervolle toetsen. Overtuigend besloten ze met “Cheap & cheerfull” en “Tape song” , inderdaad snedige, krachtige rockers.
Het innemende, ingetogen “The last goodbye” liet ons lekker wegdromen door de synths en toonde de lieflijke, kwetsbare kant van de rock’n’rollers. Een harde streep trokken ze dan met de  eerder vernoemde classics; “Love is a deserter” en “The good ones” misten we in het rijtje, maar de sound, de energie, de attitude, de look en het enthousiasme van The Kills maakten het feestje compleet!

Support Weekend zit in hetzelfde rijtje als Ringo deathstarr, die eerder nog de Smashing Pumpkins opwarmde, wat betekende  noiserock, shoegaze, lange hypnotiserende stukken,  ingedrukte pedaaleffects en zweverige, overwaaiende vocals …

Organisatie: Live Nation

Pagina 396 van 498