AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Orchestre International du Vetex

Orchestre International Du Vetex – Smaakvolle voorstelling van 'Total Tajine'

Geschreven door

Het was exact twee jaar en een week geleden dat we Orchestre International du Vetex nog aan het werk zagen, toen met hun innige ‘Balkan Banquets’. Anno 2011 hebben ze met ‘Total Tajine’ een nieuw album klaar. Dat ze een drievoudige cd-voorstelling planden was niet alleen commercieel sterk gezien, maar ze zijn het hun geschiedenis zowat verplicht. De ‘Vetex’ is immers een band met muzikanten uit de driehoek Kortrijk-Doornik-Rijsel (Lille).

Een geschiedenis die evolueert, zowel in toekomst als verleden, maar ook geografisch. Geboren als straatfanfare waren ze de jongste jaren al muzikaal dieper geworden met invullingen richting Balkansound, maar zoals ‘Total Tajine’ laat vermoeden sleuren ze nu het Noord-Afrikaanse continent er nog bij. En het stoofpotje blijft smaken.
Met smaak letten ze ook op de entourage rond hun muziek. De veertien bandleden stapten in keurig wit ‘pak’ het podium in De Kreun op, al onthulden die pakken al snel hun eigenste en verschillende persoonlijkheden wanneer ze als duidelijk statement aan de kant werden gegooid.
Ze openden heel traag en intiem met “Total Tajine” en “Satanathanika” en twee leukerds uit het internationale gezelschap stapten naar voor om in het Frans, het Nederlands en het ‘Schti’ de nieuwste cd en het concert in te leiden. ‘On va parler een beetje Schti pour vous. Maar er zit ook een beetje Sicilië in.’
Smaak, het zit hem voor de Vetex ook in details. Het podium was gezellig ingekleed: papieren lampions hingen boven de hoofden, de beatbox rustte centraal in een kinderwagen met projecties van oude Italiaanse (?) foto’s, een kamerplant stond voor de voeten van accordeonist Jean-Baptiste ‘Allé Jean’ Lison. Het plaatje klopte, het stoofpotje geurde en werd – naar goeie Vetex-gewoonte – feestelijk opgediend.
Want dat is het handelsmerk van alle muzikanten van het ‘buurtproject’: ze hebben er allemaal altijd uitzonderlijk veel goesting in en zorgen immer voor een performance pur sang. Het eigen mix-geluid doet de rest.
Total Tajine’ is na ‘Le Beau Bazar’ (2005) en ‘Flamouk Fantasy’ (2007) hun derde studio-album, terwijl ze intussen met ‘Mix Grill’ (2009) al één live-werk in de winkels hebben liggen. Die ‘mix’ is iets wat constant terug komt bij de Vetex, want naast het feit dat de band verschillende nationaliteit herbergt, werd Total Tajine grotendeels geschreven door de Frans-Pools-Italiaanse trompettist Thomas Morzewski en werd de cd vastgelegd in Servië om dan gemixt te worden door percussionist Roel Poriau, ook gekend van het al even kleurrijke Think of One.
Het Balkangeweld blijft domineren, maar het nieuwe aan ‘Total Tajine’ zijn de sobere en rustigere stukjes op piano, wat mooi adem geeft aan de andere bombastische songs van de nieuwste dubbel cd (28 nummers).
Met zijn veertienen stonden ze op het podium in De Kreun. Soms innig, veelal uitbundig en grensoverschrijdend met leuke duelletjes, uitgevochten door trompet en klarinet en/of saxofoon. Met naar het einde toe ook de Bosnische Jelena Milusic, een dame met présence en een stem die blijft kleven, ook de enige nummers waarbij gezongen werd/wordt. Naar onze smaak mochten er dat wat meer (geweest) zijn.
‘It’s good to be back in Kortrijk, you guys know how to party’, liet ze zich ontvallen. Wat ook gebeurde, zeker toen een drietal muzikanten het podium voor de zaal ruilden en met het publiek aan het walsen sloeg. Het werkte aanstekelijk. Bij de bisnummers had Jean-Baptiste immers naast zijn Volkswagen accordeon meteen een grotere kamerplant meegebracht en kreeg hij de zaal met ‘Verdomme Veerboot’, een zachte (a)musette heel stil en aan het wiegen om dan met een boemexplosie weer het beest in het feest te jagen.

Een smaakvol concert, toepasselijker kan je de ‘Total Tajine’ van Orchestre International du Vetex niet noemen. Als dessert katapulteerden ze nog een gratis album de zaal in. ‘De rest moet er maar één kopen’, klonk het. Wat we meteen ook deden.

Setlist
01. Total Tajine; 02. Satanathanika; 03. Kravatov Cocek; 04. Bazalt Oro; 05. Alkalin Cocek; 06.
Etna – part II – Lights of Catania; 07. Desarga Municipal; 08. Stockholm; 09. Sremski Cocek; 10. Kookaburra; 11. Tarentelle n° 3 – La Capricciosa; 12. Vetex’ Roots; 13. Banski 2011; 14. Djelem Djelem; 15. Moj Dilbere; 16. Kortrijkso Kolo; 17. Verdomme Veerboot; 18. Stare Mesto; 19. Cajorije Sukarije

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/orchestre-international-du-vetex-12-11-2011/

Organisatie: Kreun, Kortrijk

 

My Morning Jacket

My Morning Jacket - Fenomenale marathonset

Geschreven door

Een mens zou gedacht hebben dat optredens van twee en een half uur niet meer van deze tijd zijn, maar dat is buiten My Morning Jacket gerekend. De band heeft met ’Circuital’ alweer een dijk van een plaat afgeleverd die ze uitgebreid kwamen voorstellen in de Trix.

Het was een geweldige belevenis, My Morning Jacket wisselde pure schoonheid (met een hoofdrol voor Jim James’ stem) af met elektrisch geweld waarin de band ongeremd loos kon gaan.
Het eerste half uur was wild en gretig, na de twee knappe openers van de nieuwe plaat (“Victory dance” en “Circuital”) was de band al volledig op kruissnelheid en overdonderden ze de Trix met hevig gitaargeweld in wel zeer potige versie van onder andere “Off the record”, “I’m amazed” en “At dawn”. Pas daarna ging de storm wat luwen en kwam Jim James voor eerste keer zijn hemelse stem showen in het wondermooie nieuwe “Wonderful the way I feel”, ook het oudje “Heartbreakin Man” zorgde voor kippenvel en het nagelnieuwe “Slow slow tune” was een vocaal pareltje. In dergelijke songs hoorde je duidelijk waar de neo folkies van Fleet Foxes de mosterd vandaan hebben, maar eenmaal bij Morning Jacket het gaspedaal terug werd ingedrukt, namen ze meteen kilometers voorsprong daar waar die van Fleet Foxes steeds verder zouden blijven neuzelen.
Een lang uitgesponnen “Steam Engine” bracht ons helemaal terug naar de seventies, de song moet zo een kwartier geduurd hebben zonder ook maar een seconde te vervelen. Zo te horen hebben de heren van My Morning Jacket flink wat platen van Neil Young & Crazy Horse, Lynyrd Skynyrd en The Allman Brothers in huis. Maar overschakelen van pure seventies naar onvervalste hedendaagse rock met een portie elektronica was geen probleem, getuige de daaropvolgende uitmuntende vertolking van die verduiveld sterke single “Holdin’ on to black metal”, zonder meer één van de hoogtepunten van de avond.
Het dromerige en ronduit schitterende “Movin’ away” en de wonderlijke epische rocker “Magheetah” vormden het gedroomde slot, maar de band had er zoveel zin in dat ze er nog een wervelende en goed gevulde bisronde aan breidden met ondermeer kleppers als “Wordless Chorus” en als grote finale een openbarstend “One big holiday”. Fenomenaal.

Voor wie net als ons het live album ‘Okonokos’ uit 2006 een fantastische beleving vindt, was het een avond om echt van te smullen, My Morning Jacket presteerde het om diezelfde sfeer, pracht en intensiteit aan de dag te leggen. Zowaar een glansprestatie.
Vijfsterrenoptreden !

Organisatie: Trix, Antwerpen

The Moon Invaders

The Moon Invaders – ‘Bomma’ Shaffer iets te oud voor Moon Invaders Party

Geschreven door

Halverwege hun veertiendaagse Europese tour met de legendarische Doreen Shaffer, de voice of The Skatalites, hielden The Moon Invaders halt in Brussel. Le Magasin 4 was aardig volgestouwd en deinde en danste op de ska en reggae Jamaican (old) style. De avond kreeg de naam ‘The fine line’ (hun jongste cd) en dat was het ook, al had een gewone (kortere) guest performance van La Shaffer voor ons volstaan.

Mr T-bone & the Caroloregians openden – vroeger dan aangekondigd – met een leuke set reggae-rocksteady en de niet-kenners zullen verrast geweest zijn te zien dat de onderbouw al stevig Moon Invaders-getint was. En later – na hun eigen ding - zouden ze nog eens terugkeren als band van Doreen Shaffer.

Om half negen was het de beurt aan de full set van The Moon Invaders zelf, die daarmee terug keerden naar de zaal waar ze hun eerste echte concerten speelden. Want ondanks de very Jamaican sound & style zit er niet één zwarte medemens in de band en zijn ze in de diepe buik heel (Franstalig) Belgisch.

De t
wee broers Hardison - Matthew (zang) en Thomas (harmonica) – zagen het eerste zonlicht in ons eigen landje, verhuisden naar New Orleans, de stad van hun vader, maar na de scheiding keerden ze terug naar … de Ardennen om daarna naar Brussel uit te wijken, waar ze nu exact tien jaar geleden de The Moon Invaders bijeen scharrelden. Drummer Nicolas Léonard is de derde pijler van de groep die in zijn huidige (internationale) bezetting negen man telt: naast de Hardisons en Leonard zijn er nog ‘sexy’ (sic) David Loos (sax), Manghi Murinni (trombone), Rolf Langsjoen (trompet), Sergio Raimundo (synthesizer), Michael Bridoux (gitaar) en Arnaud Pemmers (bass). Een zootje ongeregeld dat zich vooral rot amuseert op een podium en van elke gig een feestje maakt.
Dat was ook zo in Le Magasin 4, vooral in hun eigenste set ter gelegenheid van hun tiende verjaardag. Hun fans gingen los uit de bol van bij “I believe”, het eerste nummer van de set. Van hun recentste cd The Fine Line – vol met liefdesliedjes - speelden ze “Baby, I know”, “Just A Po’ Boy”, ‘Why?’, “Pick up the Pieces”, “Different strokes for different folks”, “It’s Alright” en “Got A Love”. Iets minder skinheadreggae dan ze zelf willen laten uitschijnen, wel ska – zwaar bestuifd door soul en r&b - dus en dat gaat over eenvoudige, dagdagelijkse dingen zoals liefde en geldzaken/problemen. Geen religieus gepreek, wat je meer in de pure reggae vindt,  maar leuke, ongecompliceerde feel good music met dito teksten.
Maar ze grasduinden ook ruim uit hun andere vier albums (onder het Duitse skalabel Groover Records, één live-plaat namen ze op in de AB) en stuurden in blokjes van drie-vier songs zonder onderbreking aanstekelijke nummers de zaal in, met onder andere nog het universele “Dream Dream Dream’, “Rocking chair”, “Guardian Angel”, “Big Bamboo”, “Congo Square”, “Can’t keep good man”, “Keep my love”  en het heel erg funky “Rebel with a wallet”.

Geen ‘encore’ na dat uurtje ska-feest, maar dat was niet nodig, want binnen het kwartier stonden ze er terug. Met Doreen Shaffer, de
koningin van de ska want de vrouwelijke stem van de Jamaicaanse legende The Skatalites, al begon die als een jongensgroepje in 1964. Op papier leek La Shaffer een absolute meerwaarde voor Hardison en co, maar een groot deel van het publiek en wijzelf vonden het feestje wat naar af schuiven met ‘de bomma’ erbij.
In 2008 al namen The Moon Invaders Shaffer én The Skatalites op tournee met hun album 'Moovin' & Groovin'. Daarop doopte Shaffer haar soloplaat 'Groovin' with The Moon Invaders'.
Shaffer is/was een gezette dame geworden die het in Magasin 4 moeilijk had om haar stem over te brengen. Ze houdt niet (meer) alle tonen gepast aan, heeft precies adem te kort om de teksten puur te brengen, al moet gezegd dat ook de geluidsman op dat gebied misschien niet zijn beste dag had. Als backup was ze nog aangenaam (en ontegensprekelijk enthousiast) maar zelf een heel lied dragen leek een te zware opgave.
The Moon Invaders brachten enkele van haar klassiekers, met nog wat traditionele Jamaicaanse hits. “My By Lolipop”, “Welcome me back home” en “Why did you leave me to cry”. Bij momenten nog leuk, maar eigenlijk niet als top of the bill. Wellicht is de veertiendaagse tour (elke dag ergens anders optreden) te zwaar geworden voor La Shaffer.  Of ze is gewoon te oud geworden voor een feestje, waarvoor The Moon Invaders altijd garant staan. Al is hun (en ons) respect voor wat Shaffer ooit was onaangetast. Dat illustreerde een dreadlock girl die midden het optreden het podium beklonk en Shaffer al kussend adoreerde.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Magasin 4, Brussel

Karma To Burn

Karma To Burn - Burning down the 4AD!

Geschreven door

We trokken de avond vóór Wapenstilstand al naar Diksmuide om er het wapenfeit van Karma To Burn te checken. Begeleid door een schitterende volle maan kwamen we onder de IJzertoren aan. Een tot de nok gevulde 4AD stond ons op te wachten, niet in het minst vanwege het voorprogramma.

Lokale helden MIAVA (Maria isn’t a virgin anymore) uit Lichtervelde toonden hoe gepassioneerd je kunt zijn voor muziek, ook al ben je nog maar een jonge twintiger. Ze brachten een gebalde set, bol van de adrenaline, met de kracht van invloeden van Tool en Kyuss afgewisseld met de donkere claustrofobische passages van And So I Watched You From Afar en Isis. De jonge snaken geven hieraan een persoonlijke twist en dit spreekt alleen maar in hun voordeel. Zeer gesmaakt door het publiek en check zeker eens hun recent uitgebrachte full album ‘The Fall of Public Man’!

Karma To Burn (ook gekend als K2B) uit Morgantown, West Virginia (U.S.A.) mag je gerust - naast Kyuss -onder de term ‘godfathers van de stonerrock’ catalogeren. Het in 1997 opgerichte power trio is gekend voor zijn stevige live-sets en bracht naast hun debuutalbum ‘Karma To Burn’ (1997), ook de parel ‘Wild Wonderful Purgatory’ (1999) en mijlpaal ‘Almost Heathen’ (2001) uit.
In 2002 hielden bassist Rich Mullins, gitarist William Mecum en drummer Rob Oswald het voor bekeken. Na meningsverschillen tussen de bassist en gitarist ging iedereen voor een langere periode zijn eigen weg. Drummer Oswald vervoegde Nebula, Mullins trad toe tot Year Long Disaster en Mecum speelde gitaar bij o.a. Treasure Cat. Maar sinds februari 2009 zijn de heren bezig aan een tweede leven met het schitterende comeback-album ‘Appalachian Incantation’ (2010) en hun recentste: ‘V’ (2011), beiden stevige bevestigingen dat ze het nog niet verleerd zijn.
En dat ze graag toeren, is een understatement: ze zijn meer buiten Amerika dan in hun thuisland te vinden. Ze hebben dit jaar al een 5-tal keer ons Belgenlandje platgespeeld, waarvan hun doortochten op Yellowstock, Geel en in de Charlatan, Gent nog vers in ons geheugen gegrift staan.

Ook zaterdag bouwden de stonerrockers een feestje om nooit meer te vergeten. Hun instrumentale set is uniek in het genre. En ondanks hun uitstapjes met zangers op hun debuutalbum en op hun comebackalbum blijft hun instrumentale benadering van stonerrock de beste beslissing die dit drietal ooit nam.
Bij instrumentale songs denkt men meestal aan uitgesponnen, saai en vervelend. Maar bij K2B is het tegendeel waar. Gebalde songs, die in al hun eenvoud toch je nieuwsgierigheid opwekken en je gepassioneerd meenemen op een stoner-trip, waar je onmogelijk stil bij kan blijven staan. Ze rockten, groove-den, boogie-woogie-den en schuurden erop los. In het publiek werd goedkeurend headbangend jageknikt.
Na elke song volgde een explosie aan applaus en gejuich van de overvolle, enthousiaste zaal en dit zorgde er alleen maar voor dat het trio nog een versnelling hoger schakelde naar mate de set vorderde. Niets dan lachende gezichten rondom ons: zowel in het publiek als op het podium. En zo zou het altijd moeten zijn: een wisselwerking tussen band en publiek waar alleen maar positieve energie heen en weer wordt gestuurd waardoor alles naar een climax komt.

Een ontvlambare 4AD kreeg een legendarische avond geserveerd door een power trio dat als een vlammenwerper niet alleen onze oren verschroeide, maar ook ons muzikale hart verwarmde en onze ziel verlichtte.
Music for the soul!

De winnende cijfers (setlist Karma To burn): 47 – 8 – 39 – 41 – 14 – 42 – 30 – 5 – 1 – 19 – 32 – 28 – 20

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Eilen Jewell

Eilen Jewell - Pure magie in een bruine kroeg

Geschreven door

Vreemd misschien dat een artieste van dit kaliber nog optreedt in dit soort kleine kroegen. Maar vanaf opener "Warning signs" was het duidelijk dat Eilen Jewell perfect paste in het Manuscript, waar de muren zwanger zijn van memorabilia uit de rijke Amerikaanse muziekgeschiedenis (iets wat haar duidelijk niet ontgaan was want even later verwees ze naar een foto van Fats Domino) en verkeerden de net geen 100 gelukkigen in hogere sferen.

Moeiteloos wist de frêle Jewell (geboren en getogen in Boise, Idaho maar tegenwoordig vanuit Boston opererend) ons de ganse avond aan haar lippen te kluisteren. Haar slome, lijzige en tevens krachtige zang, waarin ik echo's meende te ontwaren van Billie Holiday, kon niemand onberoerd laten.
Naast die fenomenale stem was de gitaar van ouderdomsdeken Jerry Miller minstens even bepalend voor het groepsgeluid. Het was een lust voor het oog om zijn fluwelen vingers te zien glijden over de snaren van zijn Gretsch. Zijn ongelooflijk beheerste stijl waarin geen noot teveel werd gespeeld leek niet van deze wereld. Jason Beek (drums, tweede stem) en Johnny Sciascia (staande bas) vormden het solide sluitstuk van deze schitterende band. "Ik heb altijd met deze groep gespeeld en dat zal ik ook altijd blijven doen" zei Eilen Jewell en dat was er aan te horen …
Of het nu country, honky-tonk, gospel, folk of blues was, telkens wisten ze het perfect in hun eigen, unieke sound te integreren. Naast de vele, sterke eigen nummers was er ook ruim plaats voor niet meteen de meest evidente covers van onder andere Arthur Alexander, Hank Williams, George Jones, Eric Anderson en Loretta Lynn. Vertederend om te zien trouwens hoe die laatste, voor wie Jewell een volledige tribute-plaat (‘Butcher holler’) opnam, haar gitaar met een beverig "Love you Loretta Lynn" had gesigneerd. Na al dat moois werd het publiek verzocht om enkele verzoekjes te doen waarna er ietwat voorspelbaar om "Codeine arms" en het van Them bekende "I'm gonna dress in black" werd geroepen. Om zo de finale te bereiken met "Shakin' all over" van Johnny Kidd and the Pirates, nog steeds een machtig nummer en hier in een versie die alle andere covers ervan meteen overbodig maakte. Deze song is ook steevast een prima excuus voor Jerry Miller om zich eens te laten gaan en zo vond zijn gitaar dit keer de weg naar "Pipeline" (The Chantays) en de Stones.

Net als de twee vorige keren dat ik Eilen Jewell aan het werk zag, kan ik enkel concluderen dat ze één van de best bewaarde geheimen van de americana is en blijft het maar de vraag of we de volgende keer nog de kans zullen krijgen om deze eclatante groep in de intimiteit van een bruine kroeg te kunnen bewonderen.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Me First & The Gimme Gimmes

Sing In Japanese

Geschreven door

Begonnen als een uit de hand gelopen grap mag het parcours van Me First And The Gimme Gimmes al meer dan gezien zijn.  Deze supergroep bestaat uit leden van NOFX, Lagwagon, Swingin‘ Utters en Foo Fighters en specialiseert zich sinds de oprichting in 1995 in het coveren van songs uit de meest diverse genres.  Uiteraard steken de gekende leden Fat Mike, Joey Cape, Dave Raun, Chris Shiflett en Spike Splawson de gecoverde liedjes  in een lekker punkrockjasje. The Gimme Gimmes hebben zo al ontelbare albums, ep’s en singles op hun conto staan en ‘Sing In Japanese’ is bijvoorbeeld al de tweede EP in 2011.
Zoals de albumtitel aangeeft, zijn alle zes de songs in het Japanees ingezongen.  De  nummers zijn oorspronkelijk van illustere bands als Kai Band, Tulip, Yoshida Takuro, Tigers, Kaze en Blue Hearts.  Enkel het laatste nummer “Linda Linda” was mij bekend en is met zijn gemakkelijk meezingbaar refrein misschien wel het topmoment van dit plaatje. Ook de andere vijf tracks zijn dik de moeite waard en tonen dat The Gimme Gimmes absolute top zijn in wat ze doen, nl energieke en uptempo punkrockcovers maken van nummers waarvan je nooit zou vermoeden dat ze tot een punkrockcover zouden verworden.  Dit vrolijke plaatje zal alleszins nog een heel eind in mijn cd-lader blijven steken.

Swingin Utters

Here, Under Protest

Geschreven door

Slechts weinig bands (pioniers zoals Bad Religion, NOFX, Bouncing Souls en Screeching Weasel niet te na gesproken) die al zo lang bestaan en nog steeds zo relevant zijn in de hedendaagse punkrockscène als deze Swingin’ Utters. 
Constante in het bestaan van deze formatie is dat binnen het voortdurend veranderende wereldje de band nooit compromissen sloot om er toch maar bij te horen en dat er steeds kwalitatief hoogstaand materiaal werd uitgebracht. 
Swingin’ Utters staat voor gemakkelijk verteerbare en op folk geïnspireerde punkrock met daarbij een hoofdrol voor fijne en catchy gitaren en ietwat rauwe vocalen.  ‘Here, Under Protest’ is het eerste full album in acht jaar en zal zeker de oude fans maar ook het nieuwe publiek weten te boeien.
Nummes als “Brand New Lungs” en het enorm catchy “Time On My Own” hebben verdomd stevige riffs terwijl tracks als “Kick It Over” en “Sketch Squandered Teen” de meer poppy kant van de Utters illustreren.  Een nummer als “(You’ve Got To) Give it All To The Man” klinkt op zijn beurt dan weer lekker old school, razendsnel en to the point en komt als het ware recht uit de jaren negentig. Het folky “Scary Brittle Frame” tenslotte is een buitenbeentje op deze plaat maar konden we desondanks best smaken.   
Voor de jonge fans die willen weten waar veel van hun favoriete acts de mosterd halen; is  ‘Here, Under Protest’ absoluut verplicht luisterwerk.
Wat ons betreft, is dit alleszins een van onze top 10 favoriete punkalbums van 2011!

Loaded

Bloodshot Forget-Me-Nots

Geschreven door

Loaded lijkt ons een band die uit het goeie hout gesneden is. Deze punkrockende Duitsers bestaan al sinds 1994 en hebben al van bij deze start slechts één ding voor ogen: zo veel mogelijk goeie  shows spelen.  De heren traden ondertussen meer dan 500 keer op in 13 verschillende landen en door de prima reputatie die ze met de jaren verwierven,  konden ze het podium delen met grootheden als Beatsteaks, Dropkick Murphy’s, Cocksparrer en Mad Sin. 
Hoewel de mannen al vier platen op hun conto hebben, is ‘Bloodshot Forget-Me-Nots’ het eerste album dat wij van hen horen.  De opmerkelijke mix van klassieke punkrock, oi, ska, reggae en door bier doordrongen rock-‘n-roll  weet ons flink te bekoren en het is duidelijk dat  Loaded een vrij apart geluid heeft.
De muziek klinkt enorm fris; is zeer catchy en telt ontelbare koortjes waar je lekker mee kan brullen. Naast de ijzersterke gitaren vallen ook de vocalen in postieve zin op , iets wat voor een Duitse band wel dikwijls anders is.
Een laatste (en misschien wel belangrijkst)e pluspunt van ‘Bloodshot Forget Me Nots’ is dat we eigenlijk geen enkel slecht nummer hoorden (en ook dat hebben we bij veel andere punkrockbands al  anders geweten). 
We kunnen diverse  tracks naar voor schuiven die Loaded als single zo naar voren kan schuiven.  Wie ons een aantal topsongs vraagt, kunnen we de stevige, okselfrisse opener “Bring Out Your Dead”, het Mexicaans klinkende “Tell Ramirez, Ramirez is Dead” en het aan Dick Dale schatplichtige “The Lesser Saints” (met de bijdrage van een opmerkelijke gastvocaliste) aanraden.  Met deze schijf heeft Loaded alle troeven in handen om veel verder te mikken dan de louter Duitse landgrenzen!

Dirty Beaches

Badlands

Geschreven door

Dirty Beaches is het alter ego van Alex Zhang Hungtai, een Taiwanese Canadees die houdt van ‘on the road’ soundtracks. Beelden van eeuwig op drift zijn en talloze nachtelijke autoritten verschijnen op de donkere,  broeierige sound; een in elkaar geknutseld geluid van ‘80s elektronica, punk, rockabilly en garagerock  Suicide, David Lynch en The Cramps zijn invloedrijk bij deze do-it-all.
In een lofi attitude horen we acht songs die door knip- en plakwerk, onrustige, paranoïde synths,  holle experimentele gitaarklanken, cassettegeruis , sobere pianoriedels aan elkaar verweven zijn en gedragen worden door een declamerende , verhalende zegzang op z’n Alan Vega’s (Suicide!) en Dave Eugene Edwards (Woven Hand) .
De songs hebben een mysterieus, begeesterend triphoptintje door de klanken en de repetitief spannende opbouw.
‘Badlands’ is een overtuigende doorbraak. Het mengen van titels ‘Dirty’ en ‘Bad’ in de groeps- en titelcd en songtrips als “Speedway king”, “A hundred highways”, “Horses” en “Hotel” wakkeren dit aanvoelen enkel maar aan .

Dum Dum Girls

Only in dreams

Geschreven door

De Dum Dum Girls , onder ‘Dee Dee’ Kristen Gundred, zijn afkomstig uit California. De indiegirlgroup debuteerde met aanstekelijke rammelpop en rock’n’roll/shoegaze in een ophitsend tempo en in een catchy verpakking. Ze houdt op die manier het midden tussen Blondie, The GoGo’s, L7, Vivian Girls, Jesus & Mary Chain en The Raveonettes; met een knipoog naar de Yeah Yeah Yeahs (Karen O) en Chrissie Hynde (Pretenders) .
Op de tweede cd ‘Only in dreams’, die ‘I will be’ opvolgt, zitten er heel wat verlieservaringen, wat resulteert in ideale treursongs, “Coming down” en “Hold your hand” , die het nauwst leunen aan The Mazzy Star van Hope Sandoval .
En ze balanceren tussen catchy en rauwe rock’n’roll . Algemeen horen we  dromerige kauwgomballen rock; een vettige gitaarlick en een verloren gelopen gitaarfuzz klinkt door op “Always looking”, “Just a creep” en “Teardrop on my pillow”. Songs met een charmante ruis! “Bedroom eyes”, “In my head”  en “Heartbeat” zijn verradelijk zeemzoetig, lichtvoetig , meezingbaar en laten soms bittere tranen na. Tja, Dum Dum Girls houdt het bij de leest van meidengroepen als de Supremes, The Shangri-La’s en The Ronettes.
‘Only in dreams’ is al bij al een goede plaat, lekkere popdeuntjes, gimmicks , maar voorspelbaar en niet verrassend …

Male Bonding

Endless now

Geschreven door

Het Londense trio Male Bonding zijn toe aan de tweede plaat, gekenmerkt van korte, kernachtige rocksongs, die niet vies zijn van een stevige brok shoegaze. Het sierde alvast het debuut ‘Nothing hurts’. Ze slagen erin frisse, aanstekelijke, toegankelijke melodieën te schrijven .
De opvolger ‘Endless now’, in een productie van John Agnello, verschijnt nogal redelijk snel na het debuut . Gruizige; rafelige en melodieuze poppunk, uptempo, energiek, opzwepend en broeierig waarbij ze over je heen razen.
De zang van John Arthur Webb is nu niet meteen ‘angry’, maar eerder dromerig en lijzig , wat de songs wat meer doet opentrekken . Het trio brengt een knap staaltje rock, prachtige songs met een basisinstrumentarium van gitaar-bas-drums en vocals, die door de fraaie samenzang nog een opvallende meerwaarde toebedeeld krijgt.
Heerlijk genieten is het op songs als “Carrying”, “Seems to notice now” , “Bones” en iets verderop “What’s the scene”, “Mysteries complete” en “Channeling your fears”. Af en  toe noteren we een tierlantijntje als aanvulling, maar dit stoort het strakke tempo en ritme niet ... Op “The saddle” nemen ze zelfs even gas terug om de eenvormigheid wat te doorbreken .
‘Endless now’ is een fantastisch tweede plaat , eentje die bands in het genre als de Thermals (in hun begindagen) doet verbleken!

Wild Beasts

Wild Beasts - Sensueler dan naam laat vermoeden

Geschreven door

In tegenstelling tot wat de naam van de band zou kunnen laten vermoeden temt Wild Beasts al 3 albums lang hun muzikale driften tot sensuele, intrigerende popsongs. De jongste worp ‘Smother’ van dit gedistingeerd viertal uit het Engelse Lake District werd opnieuw overladen met superlatieven in de Britse pers en hun optreden die avond in een aangenaam gevulde Orangerie was niet minder memorabel.

Invloeden uit de jaren ’80 (Roxy Music, Talk Talk), ’90 (Cocteau Twins) en “00 (The XX, Junior Boys) werden tijdens “Albatross”, “Loop The Loop” of “We Still Got The Taste Dancin’ On Our Tongues”) omgesmeed tot een fel gesmaakt, tijdloos resultaat. En terwijl veel groepen verlegen zitten om een echt goede zanger heeft Wild Beasts er met crooner- bassist Tom Fleming en zanger Hayden Thorpe zelfs twee in de rangen lopen, al zal de baroque falsetto van laatstgenoemde op een  nummer als “Lion’s Share” niet iedereen direct weten te bekoren.
Op de nieuwe plaat worden de gitaren iets vaker ingeruild voor minimalistische synths, wat tijdens “Bed Of Nails” en “Invisible” zorgde voor een behaaglijke, organische sfeer waarin het publiek zich graag liet onderdompelen.  Al waren het vooral de fonkelende singles ““All The King’s Men” en  “Hooting & Howling” uit voorganger ‘Two Dancers’ naar het eind van de set toe die voor de grootste respons zorgden.  Op het suggestieve “End Come Too Soon” permitteerde Wild Beasts zich zelfs om afsluitend nog een innovatief post rock registertje open te trekken.  

Bands die dezer dagen dreigen in herhaling te vallen en op zoek zijn naar muzikale herbronning zonder zichzelf te verloochenen, laat staan zich belachelijk te maken, moeten hun oor zeker eens te luister leggen bij Wild Beasts. Een tip voor de heren van U2 en Coldplay misschien?

Organisatie: Botanique, Brussel

The Smashing Pumpkins

The Smashing Pumpkins - The Other Side of The Kaleidyscope Tour – hard & zacht …

Geschreven door

The Smashing Pumpkins, het alter ego van Billy Corgan, speelde zoals in 2008, hard en zacht voor hun fans!, waarbij ruimte, heel veel ruimte was voor soli; liefst twee en een half uur, Astemblieft!, serveerden zij nieuw werk uit de volgend jaar te verwachten cd ‘Oceana’, aangevuld met enkele rarities en een druppelswijze terugblik naar ‘Gish’ en ‘Siamese dream’. Bekende songs van de Topplaat ‘Mellon Collie & The Infinite Sadness’ hoorden we in de bis met de obligate “Zero” en “Bullet with butterfly wings” . De donkere platen ‘Machina / The machines of God’ en ‘Zeitgeist’ waren veilig opgeborgen in de koelkast. Van Godverhevenheid was na een paar nummers geen sprake meer . Een reikende hand, een glimlach, spelplezier én als de set ten einde was een oprechte buiging en dankende Corgan . De afstand tussen het publiek en hem werd per nummer ‘closer’. Een ‘Human –Under-The Humans’! Ook in 2008 sijpelde al de warme interactie door … Een dosis correcte zelfrelativering en leerschool, die zegt dat er met het publiek moet rekening gehouden worden.
Geen opgepompt ego van een zelfverzekerd, niet-tot-deze-wereld-behorende,  norse Corgan; ook de flamboyante kledij was mooi in de kast opgeborgen … gewoon in een t-shirt werd hij geflankeerd door Jeff Schroeder (tweede gitarist sinds de vorige plaat, die James Iha overtuigend vervangt) , de bevallige bassiste Nicole Fiorentino , die d’Arcy en andere bassistes doet vergeten en een enthousiaste Byrne (? ), die Chamberlain, de vroegere rechterhand van Corgan, wegdrumde. Duidelijk was dat het kwartet sterk op elkaar was ingespeeld in de soms lang uitgerekte songs; de flashy lights en het  decor van  molenwieken deden de rest om er een uiterst genietbaar gitaaravondje van te maken ...

… Hard en zacht … Inderdaad … Meteen werden we in a ‘wallofsound’ ondergedompeld , stevig, krachtig gitaren  met felle uitbarstingen, heel veel tempowisselingen, en bezwerende, opzwepende drums, op de nieuwe “Quasar”, “Panopticon”, “Starla” en het oude “Geek USA”. Hier werd nogal geschakeld hoor, de gitaarsnaren gespannen en een gitaararm, die ze in allerlei standen plaatsten. En er werd al eens geput uit hun ‘Mellon Collie …’ en hun grootse debuut ‘Gish’ met prachtversies van “Muzzle” en “Windowpaine”, die lekker lang tot op het bot werden gespeeld . Ook “Soma”  van ‘Siamese dream’ had hetzelfde recept . Heerlijk zoiets.
Wat gas namen ze terug in enkele sfeervolle nummers, in de opbouw ontroerend als verbeten, waaronder de titelsong van de nieuwe ‘Oceana’ en het oude “Siva” , terug uit, jawel, ‘Gish’ . Schitterend! Een ware jamsessie, balancerend tussen subtiliteit , virtuositeit en een geluidsbrij, hielden ze er op na met “Trail & Bedazzled”, “Silverfuck” en “Thru the eyes of Ruby” … soli, noise, distortion, feedbackgeraas en opzwepende drums. De songs werden in allerlei bochten gewrongen en zagen alle uithoeken in hun broeierige intensiteit.
Een verademing tussenin hadden de ingetogen, gevoelige “Pinwheels” en “Pale horse”. Om dan met “Cherub rock” het pad van de herkenbaarheid te bewandelen. “For Martha”, uit ‘Adore’, besloot de set,  werd uitgediept en kreeg krachtige lappen muziek . “We play music” gaf Corgan ons mee! . 

Het kwartet liet een erg goede indruk na met pittig gekruide songs; een uiterst afwisselende, gevarieerde set, niet steeds even boeiend, maar relaxt, fris en ongedwongen, wat resulteerde in een fijn gearrangeerde muzikale trip, uitermate geapprecieerd . Toegegeven, we misten in het SP concept wat meer herkenbaarheid , want graag hadden we er een “Today”, “Mayonaise”, “1979” of “Rhinocerose” erbij; “Zero”en “Bullet with butterfly wings” in de bis, hadden een meezinggehalte en zorgden nog voor een smaakvol toetje.
De pompoenen daverden in de Club van Vorst Nat, die qua populariteit hebben ingeboet. Ze zijn een gewone band geworden, geen ‘blahblahblah’, kitsch & glitter; maar een deugddoend ‘Back to Earth’-gevoel.

Support was Ringo Deathstarr, shoegaze met noisegolven , ingedrukte pedaaleffects en overwaaiende vocals … het klonk naar meer, maar niet  in zo’n grote zaal. Ze hadden beter tot hun recht gekomen in de Bota. Voor wie houdt van een mengeling My Bloody Valentine, het oude Jesus & Mary Chain en het hitsige karakter van ‘Gish’ …

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-smashing-pumpkins-07-11-2011/

Organisatie: Live Nation

Dum Dum Girls

Dum Dum Girls - Sixties girlgroup klasse anno 2011

Geschreven door

Behalve een paar schuchtere “merci’s” van zangeres/gitariste Dee Dee (eerbetoon aan The Ramones) was de interactie met het publiek een klein uur lang zo goed als onbestaande, des te meer aangezien ook de whisky slurpende roodharige bassiste Bambi die avond vooral in haar eigen universum leek rond te zweven. Maar de donkere sensuele uitstraling (perfect gestyleerde froufrou’s, lome danspasjes met bekoorlijke in netkousen gehulde kortgerokte benen) van de Californische Dum Dum Girls compenseerde veel, zoniet alles.

En muzikaal hadden de Dum Dum Girls heel wat meer om het lijf.  Bijzonder origineel klonken ze nochtans niet tijdens de voorstelling van hun nieuwe op het Subpop label verschenen plaat ‘Only In Dreams’. Bands als The Jesus and Mary Chain en The Raveonettes (frontman Sune Rose Wagner nam duidelijk hoorbaar de productie van hun nieuwe album voor zijn rekening) waren eerder in het recycleren van Phil Spector sixties pop met donker Velvet Underground jasje. Maar qua melodieuze overrompeling en catchy vernuft moeten deze dames niet veel onderdoen, getuige songs als “Bedroom Eyes” en “In my Head” die een welgekomen afwisseling zijn voor de overvloed aan melige folkdeuntjes die dezer dagen de hitparades bestormen. Ook thematisch borduurde dit vrouwelijk viertal vrolijk (?) verder op de onderwerpen die meidengroepen vijftig jaar geleden al met veel overgave en succes bezongen: onvervuld verlangen en onbereikbare liefde en allerlei emoties die hiermee gepaard gaan, getuige het enge refreintje “I Rather Waste Away Then See You Only In Dreams” op “Wasted Away”, “He Gets me High” of het erg treurige maar mooie, naar Mazzy Star neigende “Coming Down”.
“Jail La La” en “It Only Takes One Night”uit voorganger ‘I Will Be’ waren al een tijdje de revue gepasseerd op het moment dat de dames mentaal afscheid begonnen te nemen met het refreintje “Taking Away” tijdens het laatste nummer “Heartbeat”. Om gelukkig daarna nog één keer terug te keren in de bisronde met de gedurfde én geslaagde Smiths cover “There Is A Light That Never Goes out”. 

Moeilijk te voorspellen op basis van dit optreden of deze hedendaagse ‘girlgroup’ nog een lang leven beschoren is. Wellicht sluiten ze zichzelf daarom iets te nadrukkelijk op in een nostalgisch gimmick vakje. Maar laat dat vooral geen beletsel zijn om de donkere popdeuntjes van deze coole dames volop te consumeren, of beter nog, ga hun eens live bewonderen.  
Dat de Dum Dum Girls achteraf na het optreden niet zelf opdaagden achter de verkoopstand naast de Rotonde om hun platen te signeren was eigenlijk onze enige teleurstelling van de avond.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Kaiser Chiefs

Kaiser Chiefs blijven fascineren!

Het is onder het pseudoniem ‘Kaiser Chiefs’ (naam die ze ontleenden aan een bekende Zuid-Afrikaanse voetbalploeg!) dat de muziekgroep in 2003 in het leven werd geroepen. De vijf jongens uit Leeds, onder leiding van de charismatische leadzanger Ricky Wilson, zullen zich snel uitbouwen tot een spil binnen de ‘Britpop’cultuur. Inderdaad, minder dan twee jaar zou voldoende zijn om door te breken en vervolgens met hun eerste studioalbum ‘Employment’ de bovenste plekjes op de statistieken in te palmen.
Drie albums later zet de Engelse groep opnieuw voet op de planken van de Ancienne Belgique om er zijn titel als ‘superster van de Engelse pop’ te verdedigen en zijn vierde album, een beetje verdrongen door de pers, voor te stellen: ‘The Futur Is Medieval’.

Het podium, de ideale debatplaats om alle controversen het zwijgen op te leggen … Een speelplaats waar de vijf muzikanten bijzonder uitblinken. Wetende dat het vijftal uit Leeds vaak de grootste internationale podia in vuur en vlam zet, leek het vanzelfsprekend dat het alle troeven op zak had om, tijdens de twee volgeboekte avonden in Brussel, zonder probleem een feestelijk en meesterlijk uitgevoerd concert te brengen. Laten we ook even benadrukken dat de Kaiser Chiefs twee maal de eerder bescheiden Ancienne Belgique aandoen en op die manier vriendelijk passen voor de grote zalen van ons land (Vorst nationaal bijvoorbeeld!), waar de financiële interesses al te vaak de artistieke kwaliteiten overschaduwen.

Geen album à la carte deze keer, maar eerder een subtiele setlist, die de kijker geen adempauze gunt. Meteen al is de klank perfect en de groep helemaal top. Een korte intro boordevol elektronische klanken om de amplitudetonen van ‘The Futur Is Medieval’ aan te kondigen, alvorens ons “Everyday I Love You Less And Less” als voorspel voor te schotelen. Je kan zeggen en schrijven wat je wil over Kaiser Chiefs, op het vlak van efficiëntie, is dat vrij onvermijdbaar. Een echt juke-box concert dat de ene hit na de andere speelt.

Een opstelling die op intelligente  wijze de voorrang verleent aan zijn scherpste, meest directe en meest popachtige nummers. Met liedjes op maat gemaakt voor de grote stadia (“Ruby”, “Na na na naa” of “I predict a riot”) houdt de groep zijn publiek vanaf het begin tot het einde in de greep en brengt ons een concert dat bruist van energie. Een verschrikkelijke elite-aanvalsmacht.
Het is gewoonweg onmogelijk om niet te bezwijken voor de vernietigende stormaanvallen van de vijf ‘déglingos’ vanavond in de AB. Een zaal die reageert bij de minste aanmaning van de charismatisch frontman, Ricky Wilson. De raadselachtige zanger, een echte djinn op batterijen, steelt de show en zal zijn publiek blijven fascineren door zijn gebruikelijke fratsen. De microfoon blijft onvermoeibaar gericht op een publiek dat in koor de voor de live concerten geschreven hymnen meezingt.
Een combinatie van dynamisme en stoutmoedigheid, waarbij de stukken uit elkaar voortvloeien en breken, om vervolgens, met een duizelingwekkende snelheid, te kunnen hervatten.

Natuurlijk zijn allerlei invloeden duidelijk merkbaar aan het begin van een riff, van een refrein, van een akkoord van het klavier of van een volledig stuk (“Dead Or In Serious Trouble”), maar het zijn net die invloeden (Blur, Stranglers, Magazine,…) die de Kaiser Chiefs maken tot wat ze vandaag zijn: een stevige podiumgroep. Een groep die desalniettemin, bij het componeren van nieuwe muziekstukken, langzamerhand afstand neemt van zijn collega-groepen. Momenten waar de klavieren en ander gedreun de kop opsteken en, vaak aarzelend, de new wave liefkozen op “Out of focus”. Of nog, wanneer “When All Is Quiet” (titel met 60’s refrein) en een ultra efficiënt klavier elkaar omarmen en “Kinda Girl You Are” een ‘power pop’ uitblaast, op dewelke The Vaccines niet zouden spuwen.

Kortom, een ‘The Futur Is Medieval’ die kleur aanneemt op het podium en voor eventjes de donderslagen van de media, die op het studioalbum gevallen zijn,  onhoorbaar maakt.  

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/kaiser-chiefs-07-11-2011/

(vertaling Marilien Bultinck)

Organisatie: Live Nation

Against Me !

Generation 84 – Crazy arm – Against me! => een verrassing om van achterover te vallen

Geschreven door

Deze avond stonden 3 groepen geprogrameerd in JC De Klinker te Aarschot. Het Belgische Generation 84 stak van wal, gevolgd door het britse Crazy arm. De Amerikaanse band Against me! zou de avond afsluiten. Het beloofde een goede avond te worden.

Generation 84 uit Heist-op-den-Berg vloog er als eerste groep stevig in. Van deze groep had ik eerlijk gezegd geen voorkennis. De groepsnaam was me niet vreemd maar wat ik van muziek mocht verwachten was me een raadsel. Terwijl ik hun muziek over me heen liet komen, realiseerde ik me dat ik de zanger al eens eerder aan het werk gezien had. Namelijk in het voorprogramma van Make do and mend en Hot Water Music. Maar die keer was het met zijn andere groep (Break of day genoemd).
Net zoals Break of day brengen ook Generation 84 een mengeling van rock, punkrock en melodische hardcore in de lijn van Rise against en Comeback kid. Deze jonge bende slaagt erin om energie uit te stralen zonder dat dit afdoet aan de techniciteit van de nummers, waarbij vooral de zanger toont wat hij in zijn mars heeft door vlot te wisselen tussen screams en cleane zangstukken. Iemand die een liefhebber is van dit genre moet zeker dit Belgisch equivalent van Rise against leren kennen.

Crazy arm was als 2e aan de beurt. Eerlijk gezegd was ik al even geïnteresseerd in deze groep als in de hoofdgroep. Dit 4-tal uit Plymouth, England brengt een nauwkeurig uitgebalanceerd evenwicht tussen rock, punk, country, Britse folk en soms hier en daar wat gospel-achtige gezangen. Het is iets speciaals dat je moet horen om te weten wat het is en meerdere malen aandachtig moet beluisteren om het ook echt te apprecieren. Van deze groep had ik een uitgebreide voorkennis. Het feit was eigenlijk dat ik wel eens nieuwsgierig was of zij ook live konden brengen wat op cd te horen was … En of die meerdere vocalen ook daadwerkelijk konden samengebracht worden.
Wel van dit optreden kan ik maar 1 ding zeggen: WAAUW! Ik werd letterlijk omver geblazen. De samenzang zat nagenoeg perfect. Beide gitaristen speelden met een precizie en tecniciteit die ik zelden gezien heb bij een groep binnen het ‘punk’ genre.
Er was ook nog een 5e muziekant mee die hier en daar meezong wat alleen maar bijdroeg aan het geheel. Dit was nog niet alles, er waren ook nog stukken waarbij een orgel voor opvulling zorgde en zelfs een viool werd in het werk geroepen om de vrouwelijke vocalen te vervangen die op cd soms te horen zijn.
Ze brachten een goede afwisseling van nummers van op de eerste cd ‘Born to ruin” en van op de onlangs verschenen ’Union city breath”. Het openingsnummer was “Ambertown”. Dit is echt een groep die zeker de moeite is om te leren kennen.

Against me! was echter de groep waarvoor de meeste liefhebbers waren komen opdagen. En dat was dan ook te merken aan de sfeer. Er werd gretig ‘gedanst’ en gecrowdsurft. Against me! is een band waarbij het echt moeilijk is om alle materiaal te kennen. Het is namelijk zo dat ze een aantal full albums uigebracht hebben maar daarnaast doet deze band nog talloze nevenprojectjes zoals split-plaatjes, singles en noem maar op. Op de koop toe spelen ze ook hun oude nummers nu op een andere manier, gezien deze groep oorspronkelijk enkel drum, gitaar en zang bevatte.
Maar dit deed niets aan de beleving van deze band live aan het werk te zien. Wat een band! Ik had hiervan reeds de live dvd gezien die destijds te verkrijgen was bij de cd ‘New wave’ en daarop was duidelijk te zien dat dit kwartet uit Gainesville, Florida cd kwaliteit weet af te leveren op het podium.
Normaal gezien nemen deze gasten altijd in een opstelling aan waarbij beide zanger-gitaristen aan de buitenkanten van het podium staan en de bassist in het midden, maar van deze regel werd om welke reden dan ook afgeweken en dus nam frontman Tom Gabel de centrale positie in.
De groep speelde haast anderhalf uur zonder ook maar 1 woord te zeggen tussen de nummers door. Alle nummers liepen vlot in elkaar over waarbij de meeste aandacht uitging naar het werk van de latere albums zoals ‘New wave’ en ‘White crosses” zonder het oudere werk uit het oog te verliezen. Against me! speelde zelfs nog 3 bis-nummers wat ze zelden of nooit doen.

Dit was echt een avond om niet snel meer te vergeten. Mijn advies zou zijn: als je de kans krijgt om zowel Crazy arm als Against me! nog eens live aan het werk te zien moet je dit gewoon meepikken want het zijn 2 bands die live beter zijn dan op cd.

Organisatie: Heartbreaktunes

Elbow

Elbow: terecht debutant in de hoogste rockdivisie!

Geschreven door

 

Dit eerste weekend van november was voor Elbow een van de allerbelangrijkste momenten uit hun carrière. De Lage Landen zijn immers steeds belangrijk geweest voor bands die nadien wereldwijd doorbraken. In het verleden triomfeerden ze reeds in een uitverkochte Ancienne Belgique en ook op de 2011 editie van Rock Werchter veroverden ze menig onbekend muziekhart. Qua opwarming kon de korte Amerikaanse/Canadese tour van eind september – begin oktober wel tellen. Niets dan lovende kritieken komen van over de plas gewaaid. Wij zakten af naar Brussel met slechts één vraag: “Is deze band klaar om een klasse hoger te spelen en in staat om ook een grotere zaal in te nemen”? De fans twijfelden er in elk geval geen seconde aan en waren maar al te blij dat ze een kaartje konden bemachtigen voor één van de twee Belgische concerten. Op zoek naar die bevestiging waren we de eerste avond te gast in een uitverkocht Vorst Nationaal.£

Om de boel wat op te warmen hadden de sympathieke Britten de Australische Indie band Howling Bells meegenomen. De band rond frontlady Juanita Stein was niet meteen een sfeerzetter voor wat nadien moest gaan komen. De wat ongeïnspireerde, ruwe Indie rock deed ons meermaals denken aan een flauw afkooksel van PJ Harvey. Uitzondering tijdens de korte set was het rustig voortkabbelende, maar supermooie: “A Ballad For The Bleeding Hearts” uit hun debuutalbum van 2006. Howling Bells mag dan wel uit het mythische Sydney komen, we holden in elk geval niet meteen na hun setje naar de merchandiserstand om hun nieuwe plaat ‘The Loudest Engine’ aan te schaffen.

Vlug over naar Elbow dat even na negenen onder immens applaus het podium betrad. De vijfkoppige band werd live bijgestaan door een strijkersensemble. Strijkers en cello zorgden voor een indrukwekkende opener. Het eigenzinnige “The Birds” dat heel subtiel en vol eenvoud begon, ontplofte naar het einde toe in een vulkaan van bombast. Elbow greep ons meteen naar de keel om ons pas twee uur later los te laten.
De setlist was indrukwekkend. Er werd afwisselend geplukt uit de twee recentste albums. Waarbij songs uit ‘The Seldom Seen Kid’ mooi aansloten naast songs uit de nieuwe plaat ‘Build A Rocket Boys!’. Slechts één maal, laat in de bisronde, kwam ook het derde studioalbum ‘Leaders Of The Free World’ aan bod. De ene keer klonk de band erg stevig en bombastisch, een andere keer dan weer uiterst fragiel en puur. Bewonderenswaardig dat ook de uiterst kleine, subtiele liedjes in deze arena omgeving voluit tot z’n recht kwamen. De band heeft natuurlijk met zanger Guy Garvey een echte klasbak in z’n midden. Met het grootste gemak tovert hij uit zijn krachtige warme stem de hoogste noten. Bovendien is hij een echte volksmenner die, met wat overdadige handbewegingen, het publiek perfect weet te bespelen. Hoogtepunten waren er volop! “Mirrorball” was sfeervol en dromerig. “Grounds For Divorce”, meegebruld door duizenden kelen, werd het rockmoment van de avond….met als extraatje Guy Garvey op de percussie. Tijdens “The Night Will Always Win” nam de ganse band plaats rond enkele keyboards en synthesizers. Zo kreeg dit melancholische hoogtepunt ook een humoristische toets.
De finale was er eentje om handen en vingers bij af te likken. “Lippy Kids”, opgebouwd rond een eenvoudige pianolijn, was duidelijk een van de publiekslievelingen. Voorafgaand aan “Weather To Fly” werd de band getrakteerd door het publiek met een verjaardaglied voor twintig jaar Elbow. De song begon als een gezellig akoestisch onderonsje maar groeide ook steevast uit tot een rijkelijk gearrangeerde popsong. “Open Arms”, dat opnieuw een erg stevige symfonische ondersteuning meekreeg van de strijkers, sloot met een hoogtepunt de reguliere set af. Onder luid trompetgeschal (“Starlings”) trapte de band de bisronde af om na een kleine twee uur definitief afscheid te nemen met hun allergrootste hit “One Day Like This”. Voorspelbaar maar daarom niet minder mooi!

Elbow speelde een vlekkeloze show. De band straalde en beleefde heel wat plezier op het podium. Songs werden mooi omarmd door sfeervol licht en projecties waarbij het visuele ditmaal duidelijk ondergeschikt was aan het bijzondere, rijke klankenpallet. Terecht promoveerden deze sympathieke Britten recent tot de hoogste rockdivisie. Hun wat eigenzinnige, soms progressieve popsongs, zijn nu bereikbaar en geliefd door het grote publiek. Respect!.....want dit was een van de allerbeste optredens van het voorbije jaar!

Setlist:  *The Birds  *The Bones Of You  *Mirrorball  *Neat Little Rows  *Grounds For Divorce (SK) *The Loneliness Of A Tower Crane Driver  *The Night Will Always Win  *The River  *Some Riot  *Dear Friends  *Lippy Kids  *Weather To Fly *Open Arms
*Starlings *Station Approach  *One Day Like This

Video Youtube (3 video’s / duur 19’:30’’) http://www.youtube.com/playlist?list=PLE2639B8BEC57515B

Neem gerust een kijkje naar de pics van onze vrienden van Indiestyle
http://www.musiczine.net/nl/fotos/elbow-05-11-2011/
( http://www.indiestyle.be  )

Organisatie: Live Nation

Festival Les Inrocks 2011 – ‘Découvertes’: Friendky Fires – Miles Kane – Foster The People

Festival Les Inrocks 2011 – ‘Découvertes’: Friendly Fires – Miles Kane – Foster The People
Heel wat meer volk op de tweede dag van Les Inrocks, veel jonge meisjes ook, en die waren vooral voor Foster the people gekomen. Deze Californische indie-pop band  rond zanger  Mark Foster had een zomerhit te pakken met “Pumped up kicks” en werd vanavond op  een staande ovatie getrakteerd nog voor ze aan hun eerste nummer begonnen waren.
FTP begon hun korte set in een overvloed van strobe-licht met een strakke beat en veel bliep-electronica, met “Houdini”, dat door de hoge falsetstem van Foster wel iets van Mika had. Het publiek reageerde extatisch, het leek wel een Westlife concert, en dat is dan ook een puntje van kritiek: een nummer als “Life on the nickel” begint heel inventief met verdraaide beats, maar zodra Foster zijn falset openzet, wordt het wel heel zoet en lijkt Foster the people op een boysband-versie van MGMT.
In “Call it what you want” zat een heel leuk piano-riedeltje, op piano-house geinspireerd, dat heel mooi contrasteerde met de springerige beat in dit nummer. “Helena Beat” begon dat weer met het soort flat beat dat we van Mr. Oizo kennen, maar kon ik minder smaken door opnieuw de ridicuul hoge stem van Mark Foster, waardoor het wel leek of Get Ready een reünie-concert in Lille kwam spelen: enkel de  danspasjes ontbraken, Foster the People klonk hier wel heel erg gay. FTP kreeg maar veertig minuten toebedeeld vanavond, dus na zes nummers was het tijd voor “Pumped up kicks”, het prijsbeest met zijn kenmerkend basloopje dat hier een elektronische, vervormde bewerking kreeg, en luidkeels door het publiek meegezongen werd in de met gitaarsolo’s gevulde outro.

Flashback naar 18 augustus, De Club, Pukkelpop. Miles Kane beklimt het podium in ware Miles-stijl, 2 handen in de lucht en zijn typische blik (als een aap voor sommigen, als een onvervalste ladykiller voor anderen). De hele club wordt als het ware weggeblazen, zonder één noot muziek. Niet echt goed beseffende wat er achter mijn rug gaande was, was ik vooral bijzonder teleurgesteld dat zijn optreden afgelast werd, achterna  gezien … natuurlijk verkeerd.
De Last Shadow Puppet bracht het festivalgevoel terug hier op het indoor festival. Ietwat minder opgefokt maar nog steeds bijzonder energiek kregen we “Better Left Invisible”, “Counting Down The Days” (knipoog naar The Beatles) en de naar eigen zeggen great rock ‘n’ roll song “Rearrange” op ons bord en het werd gesmaakt! Liters zweet werden geproduceerd in de voorste contreien, waar een heuse moshpit te vinden was. Bij mijn stelling dat er doorgaans meer sfeer is op Franse optredens dan Belgische werd er op die manier nog maar eens kracht bijgezet, waarvoor een dikke pluim voor het publiek uit Lille.
Miles zette zijn 60’s invloed extra in de verf met een opzwepende cover van Fransman Jacques Dutronc’s cult classic “Le Responsable” (‘verBritst’ naar ‘The Responsible’). De ‘papapa’-s van “Quicksand” werden luidkeels meegezongen en ook de titelsong “Colour Of The Trap” kreeg heel wat respons.
Maar het publiek ging pas écht uit zijn dak (en laat dat nog een, vergeef ons de woordkeuze, understatement zijn) tijdens afsluiters “Come Closer” en “Inhaler”. ‘ah, ah, ah, ah, oh, oh, oh,oh’-s, ‘yeah, yeah, yeah’-s,  een moshpit, al was je beland in één of ander (hardcore)punkoptreden en zowaar gecrowdsurf! Beide handen in de lucht, Miles Kane was de winnaar van de avond. Gepeperde Last Shadow Puppet surfcountry en Babyshamblerock…

Friendly Fires was vanavond de hoofdact op Les Inrocks. ‘Pala’, de plaat met de veelkleurige papegaai op de hoes, is hun tweede album. Net als Hot Chip, staan Friendly Fires met een voet in de dance en met hun andere voet in de rock. Zo laten ze hun nieuwe single remixen door Tiga, en spelen ze ook diwijls DJ-sets. Live zijn Friendly Fires sterk uitgebreid: een tweede drummer en twee trompettisten vullen de band aan. V
anaf het eerste nummer werd er flink op de gas getrapt: zanger Ed Macfarlane zong zich letterlijk in het zweet en de twee drummers zorgden voor een poly-ritmische drive die het volgende anderhalve uur niet zou ophouden. Oudjes “Jump in the pool” en “Skeleton Boy” zaten vrij vooraan in de set, maar ook de nieuwe nummers deden niet onder. “True Love” had wel iets van The Rapture of LCD Soundsystem, met zijn funkgitaarlicks en pompende bas. Macfarlane kronkelde als een bezetene, opgezweepd door het ritme van de rest van de band en dook even later het publiek in: de security kwam draad te kort en de cameras en smartphones flitsten er op los toen het publiek doorhad dat Ed plots vlakbij was.
Friendly Fires zorgde voor een opzwepende finale van Les Inrocks, met achtereenvolgend “Paris” (wat het Franse publiek bijzonder kon smaken), de single “Hawaiian Air” en “Kiss of life”. Friendly Fires won door zijn tomeloze energie (en liters zweet) vanavond een hoop nieuwe zieltjes bij, zowel bij de fans van  Foster the people als bij die van Miles Kane.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Les Inrocks ism Aéronef, Lille  

The Aggrolites

The Aggrolites - Dirty reggae party in Brugge

Geschreven door

Op de tonen van een reggaeversie van “We shall overcome” stapten The Aggrolites op vrijdag 4 november het podium van de gezellig gevulde Magdalenazaal in Brugge op. Time to dance, zo zou blijken, op een aanstekelijke mix van upbeat reggae, ska en rocksteady. Feel good music vooral, een beetje old school, maar zo geüpdatet dat het blijft aanslaan.

De bovenvermelde mix vatten The Aggrolites zelf graag samen in ‘dirty reggae’, ook de titel van één van hun nummers. Al bijna een decennium zijn de Los Angeles ‘bad boys’ bezig en ze verzamelden al vijf albums (Dirty Reggae (2003), The Aggrolites (2006) and Reggae Hit L.A. (2007), IV (2009), en Rugged Road (2011), met een nieuw - wat tegenvallende - live album er boven op. Tegenvallend omdat het nooit de sfeer weergeeft die we in Brugge wel aan den lijve voelden. Stilstaan was geen optie.
Met zijn vijven zijn ze: Jesse Wagner (vocals, lead guitar), Roger Rivas (synthesizer), Jeff Roffredo (bass) and Alex Mckenzie(drums). All ‘men in black’ in Brugge en met vooral twee eyecatchers: de energieke, entertainende zanger die het gesprek, de discussie en alle andere mogelijke interactie met het publiek aangaat en de keyboardsman die met een bandana op zijn kletskop bij momenten hevig op zijn ‘organ’ inramt. Die synthesizer is overigens in zowat alle nummers overduidelijk de leidraad.
Wie denkt dat ‘aggro’ verwijst naar enige vorm van boerderijpraktijken zit verkeerd. ‘Nomen est omen’, ook hier, want het vijftal grabbelde de naam weg uit de sixties toen in het Britse slang ‘aggro’ taai-sterk-ruw’ betekende, wat sloeg op de ruwe reggae in die tijd. Ook wel skinhead-reggae genoemd, vandaar ook hun links naar het punkerige, wat ze zelf dirty reggae zijn gaan noemen.
En ondanks wat zachtere nummers past ‘tough’ past nog altijd wel bij hun sound. Wat Prince Buster, de Jamaicaanse zanger, producer en één van de sleutelfiguren van de ska, liet ontvallen: ‘Niet te geloven dat deze band uit Amerika ‘mijn muziek’ speelt zoals ik het in die tijd maakte. ‘
Met een Caribische onderbuik speelden ze ook ten dans in Brugge. En met een Jupiler in de hand (‘The best beer in the world’, sic) – en midden de set zelfs een aangeboden pintje van een vrouwelijke fan - vroeg de leadzanger constant om ‘more noise’. Pauzes waren er niet, het was rechttoe rechtaan.

De benen shaketen en de kelen gingen luid open voor de vele meezingmomenten als “Banana” (ooit opgenomen voor een tv-show voor kids), “Countryman fiddle” en “Dirty Reggae”. En niet in het minst op hun “Don’t let me down”, een sublieme reggaeversie van de old time classic van The Beatles. De afsluiter van een te kort feestje.
‘Dankuwel’ zei Wagner. Van ’t zelfde, wilden we antwoorden.


Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Cactus Club, Brugge

The Black Box Revelation

Black Box Revelation – veelzijdige, grillige set

Geschreven door

De Black Box Revelation is ‘back in town’  met nieuw werk en dat hebben we geweten. Twee uitverkochte AB's waren het resultaat. Na de uiteenlopende recensies over de nieuwe CD waren we alvast bijzonder nieuwsgierig wat de liveshow te bieden zou hebben ...

Support Ganashake , een Vlaams trio, bracht veel power en energie en deed een niet onaardige poging om met hun 'rammelrock' het publiek in de juiste vibe en sfeer te brengen voor het koningskoppel Paternoster-Van Dijck.

Iets vóór 21u maakte het Brusselse rock 'n’ roll duo z'n opwachting en begonnen ze met het bluesy “Mad house”. Niet de meest voor de hand liggende track, gezien het midtempo nummer niet bepaald de allure heeft om het 'ijs' te breken. “Rattle my heart” volgde, en de Brusselaars probeerden de ban te breken, maar dit viel dik tegen. De lauwe respons liet denken aan een valse start en een 'verkeerde' songkeuze. Het publiek werd zelfs wat ongeduldig na “Bitter”, de derde nieuwe track uit ‘My perception’, die ook gekenmerkt is van een gezapig tempo.
Maar kijk, na 20 minuten wordt de eerste echte kopstoot uitgedeeld, de vette akkoorden van “High on a wire” worden ingezet en de zaal begon te kolken, gevolgd door  “I think I like you”, wat vonken gaf . Iets verderop bij “Never alone, always together” en “White unicorns” kregen we een nieuw rustpunt maar het triumviraat “Gravity blues”, “Shadowman” en “Skin” tekenden voor begeestering en  passie… rechttoe rechtaan vettige bluesrock.
Bij het lang uitgesponnen “Shadowman” zorgden een 7 tal 'ninja's' voor een extra lichtpigment; met een soort volgspot in de hand wisten ze op het podium een leuk effect neer te zetten. Ze zwermden tussen Jan en Dries en wrongen zich met hun individuele spot in alle bochten en hoeken zodat de soort 'chaosbelichting' opeens een geniale vondst werd.
Het swingende “Skin”, van de nieuwe plaat, werd  het best onthaald; door het rauwe, zompige karakter is het een 'heupwieger' van jewelste. Met “My perception” en het spacy “Sealed with thorns” – met een jammende Paternoster - sloten ze het eerste deel van hun set af.
In de 'bis rolden “Do i know you” en “My girl” de rode loper uit voor krakers “Love licks” en “Set you' head on fire”. Het zwoele “Love licks” ademt sex uit en wordt kracht bijgezet wanneer enkele jonge deernes uit het publiek rond Jan komen hangen tijdens het nummer. ”Set your head on fire” is dan weer zo verwoestend hard, catchy en meedogenloos dat we even naar adem moesten happen na zoveel intensiteit, diepgang en emotie.

BBR anno (eind) 2011, veel meer veelzijdigheid en diversiteit maar ook wisselvalliger en grilliger in hun livespel. Niettemin hadden we een aangenaam concert van 100 minuten spelplezier van een nog steeds geoliede tandem Paternoster-Van Dijck.

Setlist BBR
1, Mad house, 2, Rattle my heart, 3, Bitter, 4, I don'want it, 5, High on a wire, 6, I think i like you, 7, 2 young boys, 8, Never alone, always together, 9, White unicorns, 10, Gravity blues, 11, Shadowman, 12, Skin, 13, My perception, 14, Shiver of joy, 15, Sealed with thorns
Bis 16, Do i know you, 17, My girl, 18, Love licks, 19, Set your head on fire

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation +  Ancienne Belgique, Brussel

Festival Les Inrocks 2011 – ‘Découvertes’: James Blake – Laura Marling - Cults

Geschreven door

Festival Les Inrocks 2011 – ‘Découvertes’: James Blake – Laura Marling - Cults
Festival Les Inrocks 2011 - Schitterend concert van Laura Marling

Les Inrocks is een showcase festival dat op twee avonden een achttal
nieuwe beloften voorstelt in de Aéronef. We hebben er ondertussen een traditie van gemaakt om de eerste week van november naar Lille af te zakken en we kunnen meegeven dat er dit jaar opnieuw heel sterke concerten gespeeld werden op het festival van het Franse rocktijdschrift Les Inrockuptibles

Maar aftrappen deed het festival niet zo sterk: La femme is een Frans groepje waarvan de leden allen naar dezelfde coiffeur gaan. Ze brengen een vreemde mengeling tussen surfrock en electronica, maar meer hoef je niet over deze band te weten.


Cults was al veel interessanter: dit New-Yorkse tweetal, Brian Oblivion en Madeline Follin, is live uitgebreid tot een vijftal.Cults is moeilijk vast te pinnen: in “Go outside”, met zijn kenmerkend xylofoonmotiefje klonken ze heel groots, een beetje zoals Architecture in Helsinki, of zelfs Arcade Fire. Ook “Abducted” had iets groots en hartverscheurends, maar paarde dat aan de cool van The Raveonettes.
“You know what I mean” en “Never Saw the point” waren dan weer pure Supremes, inclusief de rijke orkestratie.  Nu is Cults zeker geen retro-groep, de songs van Oblivion en Follin zijn gebouwd op electronica. Een charmante ontdekking, deze Cults.

Laura Marling is nog maar eenentwintig, maar heeft met ‘A creature I dont know’ reeds haar derde album uit. Vanavond stond ze met een uitgebreide band op het podium van de Aéronef: cello, contrabas en banjo mochten de gitaar van deze Engelse folkdame bijstaan. “Rambling man” zette meteen de toon: dit zou een schitterend concert worden: Marling’s stem kraakte, wat je niet van een twintiger verwacht, maar dit meisje is dan ook een kettingrookster, maar wat een nummer: het leek wel of er een dame van vijftig op het podium stond, die door het leven getekend was, maar nee, Laura is eenentwintig. Sommige artiesten hebben geen leeftijd, en Laura Marling is een van hen.
“Ghosts” refereerde heel erg naar Nick Drake, maar dan vonden we helemaal niet erg. “ I speak because I can” werd heel mooi ondersteund door een cello, terwijl “Alpha Shallows” vreemd genoeg iets mee had van Led Zeppelin’s “Battle of evermore”, omdat Marling’s gitaar als een mandoline gestemd was.”Sophia”, één van de nieuwe nummers, was het hoogtepunt van de set, door de vermoeide, in sepia gedrenkte stem van Marling, die zich rond de muziek kronkelde en nog een extra boost kreeg door de harmonieën van de andere muzikanten.
Kortom, fantastisch concert van deze Engelse folk-babe en veruit het beste wat ik op de editie 2011 van Les Inrocks zag.

James Blake kon daarna enkel maar minder zijn, maar dat lag niet enkel aan de decompressie na het concert van Marling. In het voorjaar vonden we Blake goed in de Botanique. Ok, het concert toen was een van de hypes van het voorjaar en had een groot m’as-tu-vu gehalte, maar het concert toen deed ons ook veel beter de plaat en de muzikale aanpak van Blake begrijpen: hoe hij toen in “Unluck” zijn zang door zijn synthesizer loopte, was iets totaal nieuws en spannends. Vanavond was het gewoon minder, het experiment werd achterwege gelaten, we kregen meer dubstep: de bassen bliezen het publiek omver (en dat bij 82 Db, nog een geluk dat Blake hier niet alle knoppen op tien gezet had), maar het geluid klonk even kil als op de plaat en kon ons daarom minder bekoren. Natuurlijk bleef “Limit to your love” een ijzersterke cover, maar de andere nummers waren gewoon minder goed dan een half jaar terug in Brussel. De gitarist en drummer bepaalden het totaalgeluid vanavond ook veel minder dan toen. Dit concert maakte duidelijk dat Blake voor zijn volgende plaat toch iets anders zal moeten gaan doen.

Op dag Een was Laura Marling met overschot de dame van de avond, terwijl Cults een leuke ontdekking was.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Les Inrocks ism Aéronef, Lille

Pagina 398 van 498