logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15420 Items)

Good Charlotte

Good Charlotte – Punkrock still lives!

Geschreven door

Good Charlotte zakte gisteren samen met Sleeping With Sirens af naar Brussel. Hmm, dat hebben we precies al eens eerder meegemaakt. Nog geen twee jaar geleden deelden beide bands eveneens de bill in dezelfde zaal. Poppunk is nog steeds in leven, maar nieuwe bands wagen zich zelden aan de oude recepten die door bands als blink-182 en Green Day geschreven werden. In 2017 namen beide bands nog ISSUES mee op sleeptouw, gisteren kreeg het Brusselse publiek, in een andermaal nagenoeg uitverkochte Ancienne Belgique, af te rekenen met The Doze en het Britse Boston Manor.

Eerstgenoemden moesten we helaas aan ons voorbij laten gaan, maar we waren gelukkig net op tijd voor de laatstgenoemden. Veel podiumruimte hadden ze, door de reeds opgestelde instrumenten van de twee hoofdacts niet. Het viertal moest hierdoor manoeuvreren op beperkte ruimte, maar gaf alles wat ze in huis hadden. De korte, maar pittige set begon met een focus op nieuwer werk ging stapsgewijs terug in de tijd. De muziek van Boston Manor zou je kunnen omschrijven als een erg sterk uitgevoerde kruisbestuiving tussen de poppy punk van bands als Simple Plan en de tearjerkende emotracks van bands als American Football. Zanger Henry Cox bewees zich meer dan voortreffelijk als frontman. De zanglijnen waren ‘on point’ en hij gaf zich - voor een op dat moment nog maar voor één derde gevulde AB - al speelde hij voor een uitverkochte zaal. Boston Manor deed wat we niet frequent meer zien bij support acts, een indruk nalaten die overtuigt om hen asap nogmaals aan het werk te willen zien.

Vervolgens werd de eerste lichting doeken van de opgestelde instrumenten gesleurd, en kreeg Sleeping With Sirens het podium. Zanger Kellin Quinn, die in het milieu bekend staat om zijn hoge, fragiele stemgeluid, had het niet onder de markt in het begin van de set. Vocaal moest ie stevig opbotsen tegen de stormachtige gitaren van zijn bandmaats, waardoor hij vaak net aan kracht tekort schoot om goed hoorbaar te zijn. Enkele tracks verder, bij “Better off Dead” en “We Like It Loud” liep alles uiteindelijk weer gesmeerd. Her en der ontstond er een gezellig, woelende moshpit. Geen hardbeukend gedoe, maar daar zal het - gemiddeld genomen – tenger gebouwde publiek eerder blij om geweest zijn. Sleeping With Sirens kreeg de poppen helemaal aan het dansen bij het zeer sterk overkomende “Congratulations”. De lont was nu ontstoken. Perfecte timing, want meteen hierop volgden emoklassiekers als “If I’m James Dean, You’re Adurey Hepburn” en “If You Can’t Hang”. Tracks die op hun eigen manier een tijdloos karakter hebben, en in Ancienne Belgique zonder twijfel degelijk gebracht werden. Finaal kregen we nog een goeie schop onder ons gat met het pittige “Kick Me”.

Headliner van de avond Good Charlotte betrad netjes op tijd het podium. Het broederpaar Benji en Joel Madden mag dan wel truckerlooks hebben. In de AB bleken ze ook over een peperkoeken hartje te beschikken. Op zich verschilde de gespeelde setlist nauwelijks met die van twee jaar geleden, met het verschil dat de minder populaire tracks van toen nu vervangen waren door tracks uit hun nieuwste plaat ‘Generation RX’. De titeltrack was tevens ook de opener van de set. De ondertussen volgestouwde zaal, bleek tijdens één van de awkward bindtekstmomentjes netjes opgedeeld te zijn tussen mensen die Good Charlotte al eerder, of nog nooit aan het werk zagen. Best bijzonder om te merken dat een genre, als poppunk/punkrock, die tegenwoordig erg moeilijk aan airplay raakt in onze contreiren, nog steeds nieuwe fans weet te bereiken en aan te spreken. Hallo, invloed van Spotify/Apple Music?
Lang moesten we trouwens niet wachten op de eerste popkleppers, met “The Anthem” als derde, en “Keep Your Hands Of My Girl” als vijfde gespeelde track. De sound die het vijftal neerzette was ruig, hard, maar werd nergens een chaotisch boeltje, zoals bij Sleeping With Sirens wel wat het geval was. De Madden broertjes behielden alle controle over de groep. Joel kon daarnaast ook – op enkele uitzonderingen na – zijn vocals meer dan goed laten doorklinken doorheen de gitaarwoesternij.
Nadat de keet door een ander ‘oud hitje’ “Girls & Boys” al voor een derde keer in een springfestijn was veranderd, ging het tempo een stuk omlaag. Het nieuwe “Actual Pain” kwam in eerste instantie wat vreemd binnen, maar kon ons toch voldoende overtuigen. Na al die jaren heeft frontman Joel Madden weliswaar nog steeds moeite met zijn bindteksten entertainend te houden. Wat hij zegt mag dan wel grappig, gepassioneerd of lief overkomen. De stiltes tussen zijn mogelijks weldoordachte zinnen, zorgden voor een wat awkward overkomen. Tegenwoordig lijkt het ook obligatoir om als Amerikaanse band je gal te spuwen over het Trump-bewind, zoals ook Good Charlotte deed alvorens “Prayers” in te zetten. We hadden stiekem gehoopt dat we ondertussen dat punt al voorbij zouden zijn, want politiek gezwets tijdens punkshows heeft zelden een maatschappelijke meerwaarde gehad. Gisteren zorgde het vooral voor een tempodrukkend intermezzo.
Ook de emotionele intro voor “Hold On” – weliswaar met een veel zinvollere, maatschappelijke boodschap – zorgde voor een moment van rust.
Tijd voor actie, zo vonden wij, zo vond gelukkig ook de band. “Walfdorf Worldwide” was de ideale track om terug wat peper in de kont te krijgen. De track ademt ‘American highschool vibes’ en doet meteen denken aan matig-komische films als ‘American Pie’. Ook deze track hield vast aan de hoge kwaliteit van uitvoering van het optreden. Ten slotte kregen we nog een nagenoeg identiek slotsalvo te verduren als twee jaar geleden. Maar waarom ook niet? Never change a winning team, weet U wel. “Little Things” en “The River” deden een al wat-kolkendere moshpit ontstaan en geen aanwezige kon blijven stilstaan toen we achtereenvolgens “Dance Floor Anthem”, “I Just Wanna Live” en “Lifestyles of The Rich & Famous” geserveerd kregen.

Good Charlotte bewees eigenhandig, en met de steun van enkele degelijke bands uit hetzelfde milieu, nog steeds een sterke live act te zijn. Muzikaal zat alles goed in elkaar en genoten we van mogelijks een van de betere punkrock concerten sinds lange tijd. De vele interactiemomentjes met het publiek zorgden voor een gemoedelijke sfeer, maar zorgden toch soms voor wat awkwardness. De set week tenslotte niet zoveel af van de set van enkele jaren terug, maar dat zal de aanwezigen worst gewezen hebben.
Good Charlotte bezorgde een nagenoeg volgepakte AB een erg vermakelijke avond en bewees dat punkrock, ondanks de afnemende relevantie, bijlange niet ten dode opgeschreven is.

Neem gerust een kijkje naar de pics
The Dose
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/the-dose-07-02-2019
Boston Manor
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/boston-manor-07-02-2019
Sleeping with Sirens
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/sleeping-with-sirens-07-02-2019
Good Charlotte
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/good-charlotte-07-02-2019

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Wombats

The Wombats – samen met Circa Waves een indie rock hoogdag

Overmorgen is het precies één jaar geleden dat ‘Beautiful People Will Ruin Your Life’ op de wereld werd losgelaten. De vierde plaat van The Wombats gaf hen een plaatsje op Pukkelpop en nu ook een nagenoeg uitverkochte grote zaal van Trix. Dat ze daarbij nog Circa Waves meenamen (die nota bene ook binnenkort met een plaat komen en een Afrekening-hitje scoren momenteel), was een hele mooie toevoeging.
Beide bands deden waarvoor ze gekomen waren: aanstekelijke indie rock serveren dat zowel dansbaar als meezingbaar was.

Circa Waves opende de dans en dat deden ze een halfuurtje lang. Spijtig, want bij ons kon er gerust nog een extra halfuurtje in. Dan maar strak en met een hoog tempo er acht nummers doorjassen. Er valt een duidelijk onderscheid te merken tussen de nummers van de band uit Liverpool. Zo heb je de heel aanstekelijke met een simpele gitaarlijn, en daarnaast heb je de meer bombastische. Het valt op dat het vooral de nieuwe songs zijn die zich meer lagen hebben aangemeten. Beide geven wel de nodige portie energie, en is het dat niet wat iedereen nodig heeft?
“Fossils” was catchy, strak en snel, “Movies” bevatte een sterke opbouw en “Somebody Good” was een atypische stadionanthem die de band makkelijk weet te integreren in hun korte set. Want met slechts een halfuur op de klok, verlangden we nadien gewoon naar meer. Afsluiter “T-Shirt Weather” zorgde voor het eerste gigantische meezingmoment, en we voelden het al aan ons water dat er ook bij The Wombats meerdere zo’n momenten zouden volgen. Circa Waves bleek dus de perfecte opwarmer, al hoeven ze dat tegenwoordig al lang niet meer te zijn.

Anderhalf uur kreeg The Wombats om ons te overtuigen van hun discografie, die ondertussen vier albums rijk is. Het publiek, inmiddels helemaal warm door de fijne warming-up onder leiding van Circa Waves, kreeg meteen nieuw werk voorgeschoteld. De Britten staken van wal met “Cheetah Tongue”, en werden per direct getrakteerd op het gelukzalig enthousiasme dat zich in Trix had opgestapeld. Toch viel op dat het nummer weinig bijdroeg tot die optimale sfeer, maar dat het vooral het publiek was dat er veel goesting in had. Met “Moving To New York” was het hek echter al snel van de dam: de grote zaal van Trix ontwikkelde zich tot een stuiterend en brullend geheel. ‘Christmas came early’, en het eerste hoogtepunt in de set gelukkig ook.
In het tussenstuk viel vooral op dat de nieuwe nummers live wat dash missen om het enthousiasme een hele set op een gelijk niveau te houden. De nonchalance waarmee nummers als “Black Flamingo” of “I Don’t Know Why I Like You But I Do” werden gebracht, gaven de nummers ook te weinig speelsheid mee om live helemaal te overtuigen. “Lemon To A Knife Fight” was dan weer een tegenvoorbeeld, aangezien deze single wel doorgespeeld werd, en naarstig werd meegebruld door de bijna uitverkochte Trix. Ook “Ice Cream” werd met het spreekwoordelijke mes tussen de tanden aan het publiek gepresenteerd, en was veruit het nummer van ‘Beautiful People Will Ruin Your Life’ dat live het meest bleef hangen. Er werd zowaar een ietwat vettige riff op het publiek losgelaten, terwijl “Ice Cream” op plaat eerder een kneusje dan een topnummer is.
Met “Kill The Director” en “Techno Fan” dropte het drietal respectievelijk een tweede en een derde bom, en die waren wat ons betreft perfect getimed. Alweer werd duidelijk dat oudere nummers de sleutel naar het hart van het Trixpubliek waren, want de blijdschap en het geluk viel weer van de mensen hun gezicht en dansbewegingen af te lezen. Die eerste werd als een ware indie anthem meegebruld door al wie voor The Wombats naar Borgerhout was afgereisd, en dat enthousiasme werkte besmettelijk.
Het drietal uit Liverpool was goedgeluimd aan de set begonnen, maar geraakte nummer na nummer meer bevangen door het enthousiasme van het publiek, en ging hier meer en meer in mee. Toen er ook nog een dozijn kleurrijke ballonnen op het publiek werd afgevuurd, konden we ons moeilijk voor de geest halen hoe ‘een mindere dag hebben’ precies voelt…
“Let’s Dance To Joy Division” zette de kroon op het werk, en liet de voltallige Trix kirren van plezier. Voor het eerst in de set werd het moeilijk om door de sing-a-longs de instrumenten en stemmen van het drietal te horen, en als je dat kan waarmaken als band, heb je volgens ons een straf nummer in je repertoire zitten. Tijdens de bisronde werd even gas terug genomen, en kwam Matt Murphy met akoestische gitaar “Lethal Combination” brengen. Daarna vervoegde de rest van de band hem nog voor “Turn” en (definitieve) afsluiter “Greek Tragedy”, en daarbij viel vooral op dat die eerst genoemde zeer vol en overtuigend werd gebracht. Ook een deel van het publiek wist “Turn” grotendeels mee te zingen. Gezien dit geen uptempo nummer is volgens het gekende recept, was dit een positief verrassende vaststelling.
The Wombats maakten het zichzelf vocaal en instrumentaal niet al te moeilijk. Toch wist het drietal een zeer professionele en goed uitgevoerde set aan het publiek te presenteren, waarbij op gepaste wijze gespeeld wordt met ups en downs in energie en enthousiasme. Zowel instrumentaal als vocaal zat de performance van de heren wel snor. Aangevuld met enkele absolute klassiekers, kreeg je zo’n band die live heel moeilijk kan teleurstellen. Trix at uit de hand van de Britten, en deed dat mede door de uitstekende set die Circa Waves er al had opzitten.

Wat een hoogdag voor de indierock liefhebber moest worden, loste ongetwijfeld de hoge verwachtingen in. We kregen twee zeer fijne bands, waarvan beiden eigenlijk een headline tour verdienen.

Setlist Circa Waves: So Long – Fossils – Movies - Somebody Good – Stuck - Stuck In My Teeth - Fire That Burns - T-Shirt Weather
Setlist The Wombats: Cheetah Tongue - Moving To New York - Jump Into The Fog - Give Me A Try - Black Flamingo – Emoticons - Lemon To A Knife Fight - I Don’t Know Why I Like You But I Do - Pink Lemonade - Bee-Sting - Kill The Director - Ice Cream - Techno Fan - Your Body Is A Weapon - Tokyo (Vampires & Wolves) - Let’s Dance To Joy Division - Lethal Combination – Turn - Greek Tragedy

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Trix, Antwerpen

The Wombats – samen met Circa Waves een indie rock hoogdag
Circa Waves + The Wombats

Ghost

Ghost - Te veel van het goede

Geschreven door

Zelden weten nieuwe bands binnen het metalgenre zich op te werken tot zaalvullende acts. Festivals als Graspop of Alcatraz moeten hierdoor sinds jaar-en-dag steeds dezelfde konijnen uit de headliner-hoed trekken. Al lijkt er, bij name van Ghost, Zweedse verandering aan te komen. Het heeft er alles weg van dat ze het zullen klaarspelen om zich te nestelen tussen de Iron Maidens en Metallica’s van de wereld. Een nagenoeg volgepakte Lotto Arena vol zwarte shirts, denimjasjes volgenaaid met bandpatches en sporadische groepjes als nonnen verklede dames achtte zich bereid om hun ziel en oorkanalen ten dienste te stellen van Cardinal Copia en zijn Nameless Ghouls.

Alvorens Ghosts ceremonie ingeluid werd, kreeg een ander Zweedse exportproduct Candlemass drie kwartier de tijd om ons te overtuigen. De band gaat al mee sinds de jaren ’80, wat deels verraden werd door de beerbods van het gezelschap. Al kan er wel niet gesproken worden van een gebrek aan uitstraling. De frontman van dienst leek wat op een bastaardzoon die genen erfde van zowel Alex Agnew (Diablo Blvd) als James Hetfield (Metallica) en paradeerde vol flair over het podium. Desondanks de vele personeelswissels die ze de afgelopen decennia hebben doorgemaakt, klonk Candlemass ook sterk als collectief, waarin vooral de dreunende dubbele bass drum een heerlijke hoofdrol speelde. Hoogvlieger in hun set was het nieuwe “Astorolus – The Great Octopus” waarbij de dreun heerlijk tegen onze ribben ging plakken.

Ghost begint hoe langer, hoe meer ook door te sijpelen bij het Studio Brussel publiek. Dat hebben ze deels te danken aan de Hotshot-status van “Dance Macabre” en het catchy “Rats”, beide afkomstig uit hun meest recente plaat ‘Prequelle’. Maar, laten we eerlijk zijn, mensen die gebaseerd op deze twee nummers afzakten naar Antwerpen, zullen hoogstwaarschijnlijk niet voldaan huiswaarts gekeerd zijn, alsook niet de mensen die houden van pittige, intense sets.

De hitzoekers werden wel snel op hun wenken bediend, want na opener “Ashes”, waar zanger Tobias Forge vooral nog op zoek was naar zijn stemgeluid, gooide de band meteen al “Rats” op het altaar. Hitje of niet, echt veel leven zat er niet in het publiek. In een poging de boel op te stoken, werd “Absolution” nagenoeg volgestouwd door Forge die zijn geografische kennis deelde. ‘Antwerpen! Belgium!’ Na enkele keren was de meerwaarde hiervan echt wel gaan vliegen. Om te kunnen ontkennen dat de kardinaal een meesterlijke entertainer is, zouden we daarentegen gekke argumenten moeten bovenhalen. Ontkennen dat Ghost één van de sterkste conceptuele bands van het moment is, dat is nagenoeg onmogelijk.
Het impressionante podium werd intens gebruikt door zowel Cardinal Copia als zijn gitaarspelende Ghouls. De kitsch droop er weliswaar van af, zelfs Forge wees op subtiele wijze op de plastieken uitstraling van zijn speelveld. Geen mens die zich eraan stoorde, want ook aan special effects geen gebrek bij Ghost. Een erg sterke lichtshow, duivels podiumrook, enkele steekvlammen en vooral de machtige kostuums ontbraken niet in de Lotto Arena.
In het eerste deel van de dienst ging het niveau na het matige “Absolution” weliswaar vlotjes de hoogte in. “Ritual” werd gekenmerkt door een intensere, lagere zanglijnen waarin Forge zijn stem dermate pakkender overkwam, en “Per Aspera ad Inferi” werd door een significant deel van het publiek meegebruld. Het was toch het epische “Cirice” – dat na een best wel lange en overbodige intro werd ingezet – dat ons kippevel bezorgde. Het werd ons persoonlijk hoogtepunt van de set. Weliswaar hadden we dan nog maar één derde van de show achter de rug. Ging Ghost ons nog tot het einde kunnen blijven boeien, verrassen en entertainen?
Het antwoord hierop is niet zo eenduidig. Qua entertainende factoren kwamen we zeker aan onze trekken, flashy kostuumwissels en een sporadische saxsolo door Papa Nihil, Cardinal Copia’s mentor als het ware, boden ons het nodige visuele vermaak. Muzikaal verdween de spanning weliswaar mondjesmaat. Daar kon het akoestisch sterk uitgevoerde “Jigolo Har Megiddo” helaas niet zo veel aan veranderen.
Van begin af aan hadden we de indruk dat Ghost ergens tussen twee werelden zweeft. Aan de ene kant de wereld van stevige gitaren en een ‘metal performance’ neerzetten, aan de andere kant lijkt het gezelschap een doodse variant op de Phantom Of The Opera musical op te voeren. De momenten dat we muzikaal omver werden geblazen werden, waren vooral erg schaars voor een 25-tracks durende ceremonie.
Na een korte break hoopten we dat er terug wat vuur in de set zou gepompt worden en het geen vervolg van de afhaspeling aan nummers zou gaan worden. Vuur kregen we letterlijk, maar ook figuurlijk. “Spirit” werd meesterlijk theatraal ingezet, maar net zoals bij het merendeel van de songs, kwamen de vocale lijnen geluidstechnisch niet zoals het hoorde tot bij het tribunepubliek. Iets wat vooral bij “From The Pinnacle To The Pit” en “Majesty” erg storend werd. De show begon zich eindelijk als een duiveltje in een wijwatervat te gedragen toen er wat ‘woef’ in de set werd gestoken. Met “Faith” en fan-favorites “He Is” en “Mummy Dust”, zat het venijn andermaal in de staart. Vurig, speels en headlinerwaardig materiaal. Al klonk Forges stem in “Mummy Dust” misschien eerder als een slechte, Italiaanse ober, dan als een dreigende frontman.
In plaats van op dit vermakelijke stevige elan verder te gaan en in een rotvaart de set te besluiten, werd er aan de noodrem getrokken. Elke nameless Ghoul, werd tijdens een best-wel-overbodige “If You Have Ghosts”-cover (Roky Erickson) door Cardinal Copia voorgesteld. Iets wat in een mum van tijd geklaard kan zijn, al deed onze kardinaal er op zijn gezegende leeftijd een dikke tien minuten over. Veel te lang, en ronduit overbodig. Na ruim twee uur recht te staan, of oncomfortabel neer te zitten, wil je nog een laatste keer overdonderd worden door een spetterend slotsalvo. Niet een tergend lange lezing uit de bindtekstbijbel ondergaan. Gelukkig werd ons geduld beloond met een indrukwekkend sterke uitvoering van hit “Dance Macabre”, waar het geluid voor het eerst in de volledige zaal nagenoeg perfect klonk. Klap op de vuurpijl werd “Square Hammer”. Intens, gepassioneerd en hard. De ideale afsluiter voor een metalshow, zo vonden wij.
Zo dacht Ghost er helaas niet over. Er volgde vervolgens nog een hoop gelul over vrouwelijke orgasmes en valse showeindes, alvorens de groep “Monstrance Clock” inluidde. Deze track kon bijlange niet de intensiteit van “Square Hammer” evenaren, waardoor we met een erg wrang gevoel de zaal verlieten. Het was toen ruim half twaalf en het leven was zichtbaar uit het grootste deel van het publiek gezogen. We ervaarden weinig adrenaline-rushes bij onszelf als bij de rest van de aanwezige mensen en geesten, ergens moet het dus fout gegaan zijn, lijkt het ons. Na het optreden werd er vooral veel gepraat en geanalyseerd, aan extase was er een gebrek.
Had deze show een compactere uitvoering gekregen, met een grotere focus op muzikale kracht dan op entertainment, we zouden de Zweden hoogstwaarschijnlijk overladen hebben met complimenten. Tracks als “Faith” en “Cirice” hielden de set met verve overeind en nummers als “Rats” en “Dance Macabre” pleaseden de sporadische luisteraar. Wat de meerwaarde van ruim de helft van de rest van de set was, daar stellen we ons vragen bij.

Ghost bewees in de Lotto Arena over de kwaliteiten te beschikken om een volwaardige (metal)headliner te worden. Ze leverden een show met hoog entertainmentwaarde af, maar wisten onze aandacht geen 150 minuten te behouden. Het tempo en het wow-gevoel schoten enkele malen de hoogte in, maar doken ook meermaals de diepte in. Wanneer de show eenmaal echt op gang was getrokken, haalde frontman Tobias Forge het tempo er vervolgens zelf met ellenlange, overbodige bindteksten uit, wat vooral het slot van de show vergalde.

Setlist: Ashes – Rats – Absolution – Ritual - Con Clavi Con Dio - Per Aspera ad Inferi - Devil Church – Cirice – Miasma - Jigolo Har Megidda (acoustic) - Pro Memoria - Witch Image - Life Eternal – Spirit - From The Pinnacle To The Pit – Majesty - Satan Prayer – Faith - Year Zero - He Is - Mummy Dust - If You Have Ghosts - Dance Macabre - Square Hammer - Monstrance Clock

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Live Nation

The Very Very Danger

Witness the Legitness

Geschreven door

Nu Ian Clement zijn band Wallace Vanborn voor onbepaalde duur in de diepvries heeft gestoken, is er wat meer tijd voor iets anders. Terwijl hij solo als singer/songwriter met gevoelige songs door het land trekt, haalt hij elders terug de sloophamerriffs boven. Dit met het nieuwe bandje The Very Very Danger. De sluizen gaan wagenwijd open en er worden schuimbekkende vuile riffs doorgejaagd. Er zit bovendien ook flink wat gekte in het geheel verpakt en dat maakt het er alleen maar interessanter op. Het klinkt bij momenten alsof Triggerfinger koud in de reet wordt gepakt door Raketkanon.
Voor de riff van opener “G.G AFK Noob” is men nog wel even leentje buur gaan spelen bij Rage Against The Machine, maar dat zien we door de vingers. Daarna gaat het met de uit zijn voegen gebarsten riff-punk van “Lite My Litah” echt hard. Ook “Tesla Spoil” lijdt aan hondsdolheid, een ultra smerige klomp van een song die met een kwak tegen de muren uiteenspat. En “Watashi To Kite” komt rechtstreeks uit de Japanse psychiatrie. Prettig gestoord, psychotisch en compleet in de war.
‘Witness The Legitness’ duurt amper een half uurtje. Wel een half uurtje feesten met het schuim op de mond.

Bootblacks

Part Time Punks/Narrowed

Geschreven door

Van ‘Fragments’ uit 2017 was ik ferm onder de indruk. Alles klopte aan dat album en het was verslavend luistervoer. Op deze release brengen ze hun debuut-EP ‘Narrowed’ uit 2013 (die enkel op cassette verkrijgbaar was) samen uit met nummers uit de Part Time Punks Sessions. Zo hoor je hoe de sound van dit New Yorkse trio ontstond en zich heeft ontwikkeld in die zes jaar.
Op ‘Narrowed’ hoor je al dat deze band iets in zijn mars heeft. Alle elementen die je op ‘Fragments’ hoort zijn al aanwezig. Alleen is nadruk van de productie en de mixing een ietsje anders. Maar het blijft nog steeds een aangename EP om naar te luisteren. De songs die uit de ‘Part Time Punks Sessions’ komen zijn grotendeels terug te vinden op ‘Fragments’ en ‘Veins’ maar dan in een minder gepolijste vorm. Hier hoor je duidelijk het verschil met het uiteindelijke resultaat. De vocalen komen hier meer op de voorgrond en je hoort dat er minder mix en productie aan te pas is gekomen. Los daarvan is er weinig verschil in de songs zelf. De structuren en melodieën zijn hetzelfde als op ‘Fragments’.
Voor fans van Boothblack is dit een must have. Vooral omdat ‘Narrowed’ voorheen niet verkrijgbaar was op CD en vinyl. Dankzij die remastering klinkt die EP trouwens super. Daarvoor alleen al zou ik het mij aanschaffen. De songs uit de ‘Part Time Sessions’ zijn interessant, maar ik geef toch lichtjes de voorkeur aan de gedaante waarop ze op hun respectievelijke albums zijn terecht gekomen.

Bonfire Lakes

The Keg -single-

Geschreven door

“The Keg” is de eerste track van de EP ‘The Dead People’ die later dit jaar uitkomt. Net als op eerder werk van deze Limburgse band krijgen we hier opnieuw diep-donkerblauwe melancholie en huilende en treurende gitaren. Het is prachtig hoe Marino Roosen een schijnbaar banale break-up vertaalt naar een doodernstige en diepdroeve ballad: een meisje vertelt haar partner dat voor haar het vat (the keg) af is. Bonfire Lakes maakt er op een vreemde manier toch een oprechte song van. De gitaren worden in het huilen nog naar de kroon gestoken door een paar breekbare pianotoetsen en de zoet-zacht scheurende fluwelen stem van Roosen, tussen praten en zingen in.
Voor fans van Portland, Bony King Of Nowhere, Mooneye, Isbells, And Then came Fall, SJ Hoffman, The War On Drugs en Milo Meskens
Belgium
https://www.bonfirelakes.com/
Facebook : https://www.facebook.com/Bonfirelakes/
Bandcamp : https://bonfirelakes.bandcamp.com/

Vandal X

Blood On The Street

Geschreven door

Dit ongure veteranenduo is eigenlijk nooit echt vanuit de Belgische noise underground scene naar boven geklauterd. De heren ramden nochtans al met zijn tweetjes in de primaire bezetting drums/gitaar lang voordat The White Stripes of The Black Keys dat hip gemaakt hebben.
Sedert einde van de jaren negentig dropt Vandal X om de zoveel jaren een plaat, en dat zijn stuk voor stuk ruwe en venijnige kopstoten. Veel zijn er echter nooit van over de toonbank gegaan wegens te ruig, te wild, te roodgloeiend of weet ik veel wat. Maar dat hebben de heren nooit aan hun hart laten komen, als ze maar op hun geliefkoosde manier flink konden doorrammen. Hun tomeloze energie heeft zich altijd geuit in compromisloze en eigenzinnige noise-rock die niet gemaakt is voor gevoelige oren, laat staan de radio.
Het constante verblijf in de noise-underground heeft hen wel een cultstatus opgeleverd die tot op vandaag standhoudt. In hun lange carrière hebben ze ook al een paar ommetjes langs Pukkelpop gemaakt (in de tijd dat het nog een echt alternatief festival was) en zijn ze onder andere met Mauro Pawlowski en Steve Albini de studio in getrokken.
Wie het duo al ooit eens live aan het werk gezien heeft weet dat het er steevast loeihard, pokkenluid en behoorlijk wild aan toe gaat, en dat er hoegenaamd geen tijd is voor adempauzes. Vandal X op een podium, dat is razernij in het kwadraat.
Wel, we hebben goed nieuws voor u : Vandal X heeft een nieuw album uit, en ze maken nog evenveel pokkeherrie als voorheen. Deze keer hebben ze onderdak gevonden bij Consouling Sounds, het opvangtehuis bij uitstek voor lawaaimakers met destructieve neigingen.
Daar mogen ze zoveel keet schoppen als ze willen, en dat doen ze naar hartenlust. We stellen vast dat dat Vandal X met deze plaat nog verder is opgeschoven richting metal, maar dan vooral metal van het gortige soort, gekruid met een scheut bijtende hardcore.
De titelsong “Blood On The Street” opent veelzeggend met wat geruis en beukt dan genadeloos de deur in met een loodzware riff, het klinkt log en vooral heavy en het flirt met doom-metal. De massieve power van “Be The One” en “I Am A Ghost” hunkert naar het smerigste van Torche en in “Patient Zero” wordt de heavyness zo grof uitgesmeerd dat het lijkt alsof Ufomammut bij het feestmaal is komen aanschuiven.
Een absolute pitbull-motherfucker van een song is “I Do Remember 9-14-17”, een helse bom die alles moordlustig openscheurt. Klinkt als het gemeenste van Fucked up.
En zo gaat het duo naarstig door, het album bevat evenveel rustpunten als er okapi’s in de Schelde zwemmen.
Met ouder worden heeft Vandal X absoluut niet aan explosiviteit of brutaliteit ingeboet. Integendeel, dit is nog steeds van het scherpste wat er qua noise-rockbands in België te vinden is.

Ian Clement

See Me In Synchronicity

Geschreven door

Solo momentje van Ian Clement, het middeltje om zijn persoonlijke frustraties en demonen kwijt te kunnen, ver weg van de gloeiende versterkers van Wallace Vanborn. Naar het schijnt worstelt Clement met nogal wat innerlijke kwelgeesten, maar de plaat is niet zo donker geworden als men op basis daarvan zou durven vermoeden. Dit is niet Mark Lanegan in een diepe grafkelder, maar gewoon een songwriter die een hoop innige en bekoorlijke songs uit zijn gekwelde ziel heeft geperst.
De songs en de vibe doen ons bij wijlen sterk denken aan Flying Horseman. Het zijn fraaie verstilde rocksongs die nergens uitbarsten, maar wel af en toe een uitgelaten gitaar in het universum droppen. Clement’s warme stem neigt al wel eens naar Stuart Staples en Bryan Ferry. En dat komt zijn songs goed uit, want die zijn niet gemaakt om de wilde haren in het rond te laten waaien. Het zijn ingehouden pareltjes, die met finesse en passie zijn ingepakt door een stelletje bekwame muzikanten die perfect weten waar en wanneer ze zich moeten inhouden.
‘See Me In Synchronicty’ is misschien wat te clean, maar het is vooral een mooi plaatje dat gevuld is met vernuftige songs die elk een leventje op zich lijden.

Parkway Drive

Parkway Drive - Melodieuze ruwheid

Geschreven door

Het centrum van de metal(core)scene bevond zich dinsdagavond even in Brussel waar Parkway Drive er naar aanleiding van hun laatste album ‘Reverence’ (2017) het podium van Vorst Nationaal inpalmde. Met Killswitch Engage en Thy Art is Murder in het voorprogramma was dit optreden al voorbestemd om een van de betere metaloptredens van het jaar te worden.

De aftrap van een avondje muzikaal geweld werd gegeven door Thy Art is Murder. De Australische deathcore band uit Sydney, of ‘Shitney’ zoals zanger Chris McMahon het graag noemt, mocht in een  twintigtal minuten bewijzen wat die in zijn mars had.  Wie een rustige set verwachtte om gestaag op te warmen richting headliner was eraan voor de moeite. Met nummers als “Dear Desolation”, “Reign of Darkness” en “Puppet Master” werd Vorst namelijk onmiddellijk hevig door elkaar geschud. Mooi gebrachte brutaliteit die het publiek duidelijk kon smaken.

Daarna was het tijd voor Killswitch Engage, een band die al ruim een decennium helder aan het metalcorefirmament schijnt en voor een deel van het publiek ongetwijfeld de doorslag gaf om op een doordeweekse werkdag richting Brussel te tuffen.  Zoals we brulboei Jesse Leach kennen, schreeuwde hij ook nu weer de longen uit zijn lijf en kon daarbij op heel wat hulp rekenen van de fans. Gitarist Adam Dutkiewicz liep als een hyperkinetisch konijn rond, maar was daarbij opvallend zwijgzaam. Iets wat we niet van hem gewoon zijn. Een strakke set werd geserveerd waarbij vooral de vroegere hits als “My Curse”, “Rose of Sharyn” en “My Last Serenade” op veel bijval konden rekenen. De Amerikanen bewezen nog maar eens dat ze nog lang niet ‘uitgeschakeld’ zijn als vertegenwoordigers van het genre.  Na dit strak afgewerkte optreden is het watertandend uitkijken naar het achtste album dat in de loop van 2019 gelanceerd zal worden.

Dat Parkway Drive veel aandacht besteed aan appearance en performance, werd duidelijk aan de manier waarop de Australiërs aan hun set begonnen. In plaats van het podium gewoon op te komen, verschenen de bandleden achterin de zaal en baanden zich zo een weg door het publiek. Nadat ze zich keurig opgesteld hadden op het verhoogje van het podium werd “Wishing Wells” ingezet, de ideale opener. Na een rustige inleiding van een minuut grunt zanger Winston McCall voor de eerste keer de ziel uit zijn lijf en ‘is de kop eraf’ voor een anderhalf uur durende set. De keuze om “Prey” als nummer twee op de setlist te plaatsen, noemen we nu eens het ijzer smeden terwijl het heet is. Deze meezinger uit het laatste album ‘Reverence’ (2018) is een mooi voorbeeld van de melodieuzere koers die Parkway Drive volgt sinds het album ‘Ire’ (2015). Een keuze die hen geen windeieren gelegd heeft en de fanbase alleen maar vergroot heeft. Een eerder ingetogen hit als “Cemetery Bloom” zou vroeger trouwens nooit de setlist gehaald hebben, en “Writings on the Wall” en “Shadow Boxing” al helemaal niet. Deze laatste twee werden voor de gelegenheid door een waar snaarkwartet vergezeld.
Na het opzwepende “Wild Eyes” en “Chronos” verdween McCall van het podium om iets later op een platform achterin de zaal te verschijnen vergezeld door een celliste. Even wat gas terugnemen was een understatement, want in het licht van een schijnwerper werd het akoestische “The Colour of Leaving” als laatste nummer voor de bisronde gebracht. De kracht van het lied zat hem in de eenvoud waarmee het gebracht werd maar helaas werd de intimiteit hier en daar wat doorbroken door een valse noot van McCall. Brullen is hem duidelijk meer op het lijf geschreven.
Na een korte pauze werd op de boeddhistische begintonen van “Crushed”  een groot logo boven het podium gehesen waarna het lied losbarstte en de weg vrijgemaakt werd voor “Bottom Feeder” dat met vuurwerk en een vuurzee het einde van de avond bezegelde. Na het publiek uitgebreid te danken viel het doek tot slot letterlijk over de show.

Parkway Drive bewees (wederom) dat ze tot het kruim van de metalscene behoren. Door de strategische keuze van nummers op de setlist en een tot in de puntjes georkestreerde show werden de verwachtingen meer dan ingelost. De Australiërs lieten geen spaander heel van Vorst en lieten ons het emotionele ontslag van minister Schauvliege eerder op de avond snel vergeten.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vorst-nationaal-brussel/thy-art-is-murder-05-02-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vorst-nationaal-brussel/killswitch-engage-05-02-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vorst-nationaal-brussel/parkway-drive-05-02-2019

 Organisatie: Live Nation

Blood Blush

Trust (EP)

Geschreven door

 Blood Blush is een trio en is gevestigd in New York. Hun muziek en zang klinkt begeesterend. De muziek klinkt als een alternatieve versie van Interpol of White Lies met de aanstekelijke energie van The Vaselines. Ik zou durven zeggen minstens even interessant als die eerder genoemde bands. Er hangt zo een beetje een mysterie rond de drie leden. Nergens een vermelding van een naam bijvoorbeeld. Maar de zanger heeft een heerlijke stem. Urgent, glashelder en galmend. Dit zou hun debuut moeten zijn want ik vond nergens iets anders van hen terug. 
Vier tracks krijgen we hier op hun EP voorgeschoteld en het mochten er wat mij betreft wel tien meer zijn. God, dit klinkt goed. Helaas na twaalf minuten is het zwarte feestje alweer voorbij. Maar het zit goed in elkaar en het is frisse, originele post-punk dat we hier te horen krijgen. Als ze de energie die we hier ontdekken ook op het podium kunnen overbrengen dan is dit iets dat wel eens zou kunnen doorbreken. In hun genre is dit een topper. Maar het is ook genietbaar voor bijvoorbeeld liefhebbers van The Vaselines etc…
Verkrijgbaar op cassette via Flesh and Bones Records en ook te krijgen als download via Icy Cold Records. Een aanrader waarvan we hopelijk in de toekomst nog meer van gaan horen.

Ben Sluijs Quartet

Particles

Geschreven door

We schrijven oktober 2016. Toen zakten we af naar W.E.R.F. labelnight in Concertgebouw in Brugge. We waren diep onder de indruk van de manier waarop een zekere Ben Sluijs zijn saxofoon bespeelde, alsof hij een onderdeel van dat instrument is geworden. Vanaf die avond waren we hevig fan van deze jazzvirtuoos. Op 9 februari zakte Ben Sluijs af naar de Lokerse JazzKlub en kwam daar zijn album 'Particles' onder de naam Ben Sluijs Quartet voorstellen. Dit leek ons een goede gelegenheid om die schijf, ook al is die al in 2018 op de markt gekomen, nog eens onder de loep te nemen. Met Bram De Looze (piano), Dré Pallemaerts (drum) en Lennart Heyndels (contrabas) weet Sluijs weer muzikanten rond zich te verzamelen die zijn intens mooie muziek tot een hemels hoog niveau doet opstijgen.
In alle bescheidenheid is Ben aan de weg blijven timmeren. In Ben Sluijs huist een uitzonderlijk getalenteerde muzikant die letterlijk zijn instrument tot leven brengt. Waardoor hij eerder thuishoort in de hoge regionen binnen dat jazzgebeuren i.p.v. veilig verborgen voor de buitenwereld. Maar we vermoeden dat de man heel bewust voor deze weg heeft gekozen, en ook dat siert hem. Op de schijf is het dan ook die (alt)fluit en saxofoon die de toon aangeven van de plaat. Echter blijkt dus de inbreng van zijn medemuzikanten een enorme meerwaarde te zijn in het geheel. Getuige daarvan een sprankelend mooie “Air Castles” waar Bram zijn pianoklanken je een ware krop in de keel bezorgen, laat klinken als een warme gloed tegen koude winteravonden. Die lijn wordt eigenlijk doorheen de volledige schijf doorgetrokken.
In de Lokerse Jazzklub waren we danig onder de indruk van Dré zijn uitzonderlijke drumwerk. Dat hoor je ook op deze schijf terug. Luister maar naar songs als “Cell Mates” en “Mali” twee songs die worden gedragen door een uitzonderlijk gevarieerd drumwerk, van uiteenlopende kwaliteit, met zelfs een zekere zin tot experimenteren en vooral heel intensiviteit gebracht. Breekbaar als porselein, maar ook net energiek genoeg om je niet in slaap te wiegen is de rode draad in de songs maar ook op de gehele schijf. De zin tot improviseren tot in het oneindige, iets wat ik zo bijzonder vind aan jazz, keert eveneens terug op deze plaat.
Meermaals tuimel je van de ene adembenemende verrassing in de andere. Ben Sluijs laat niet direct in zijn kaarten kijken, waardoor je deze schijf toch enkele luisterbeurten moet geven, om dan weer andere ontdekkingen te doen. Zwevend, adembenemende songs als “Mali”, waarbij dus dat perfecte drumwerk wordt aangevuld met een fluit/saxfoon-inbreng die je onder hypnose brengt, is daar een mooi voorbeeld van. Het doet wat denken aan rituelen waar een fluitspeler de aanhoorder in een soort diepe trance doet belanden door middel van spelen met emoties van de aanhoorder.
U hebt nog niets gelezen over de inbreng van de contrabas? Nu, als je een kers op de taart zoekt in deze schijf dan is het net dit. De baslijnen van Lennart zorgen er namelijk voor dat een warme gloed neerdaalt over je hart. Telkens opnieuw. Tot je, eens in die trance beland, niet wil ontsnappen. Waardoor zijn inbreng van al even grote meerwaarde kan genoemd worden in het geheel.
Ook al ligt de focus enorm op de saxofoon en (alt)fluit van Ben zelf, je hoort hier een band waarvan elk van de leden hun instrument niet bespelen. Nee, ze brengen dat instrument letterlijk tot leven waardoor een perfecte jazzplaat ontstaat. Fragiel als de glimlach van een kind, en net ruw genoeg om je zodanig te hypnotiseren op een zelfs lichtjes dreigende wijze, dat je murw wordt geslagen. Niet door het optrekken van een geluidsmuur, maar door net op die plaats je hart diep te raken waardoor je wegzakt in een andere, mooiere wereld die dit kwartet je aanbiedt.
Tracklist: Particles, Song For Yusef, Miles Behind, Air Castles, Cell Mates, Mali, Jemima, Ice Chrystal.

Blues/Jazz
Particles
Ben Sluijs Quartet
On Purpose Records

Batmobile

Bail Was Set At $6,000,000 (rerelease)

Geschreven door

Om de dertigste verjaardag van hun album ‘Bail Was Set At $6,000,000’ te vieren, brengt de Nederlandse psychobillyband Batmobile in samenwerking met Butler Records een speciale 30th Anniversary Edition van het album uit. De plaat is compleet geremastered, bevat twee exclusieve bonustracks en krijgt extra artwork. Behalve op CD verschijnt bij Music on Vinyl ook een beperkte oplage op geel vinyl.
Batmobile is opgericht in 1983. Nadat ze enkele maanden oude rockabillysongs gecoverd hadden, besloten zij om hun eigen nummers te gaan schrijven. Dit sloeg direct aan, zowel in binnen- als buitenland. Zo waren ze de eerste niet-Britse band die mocht optreden in de invloedrijke psychobillyclub Klub Foot in Londen. Met ‘Bail Was Set at $6,000,000’ wilde de band in 1989 een sound neerzetten die nog beter bij hun livegeluid zou passen. Door meer de nadruk op de gitaar te leggen heeft de plaat een iets zwaarder geluid dan voorheen. Op de plaat staat een aantal nummers die later zou uitgroeien tot livefavorieten zoals “Kiss Me Now” (een ode aan Jailhouse Rock van Elvis), “Calamity Man” en natuurlijk de heerlijke Motörhead-cover “Ace Of Spades”. Die nummers blijven ook na al die tijd nog overeind. Voor een band met een retrogeluid is het moeilijk om gedateerd te klinken. Maar ook: zelfs na 30 jaar is het nog steeds één van de belangrijkste albums in de geschiedenis van Batmobile.
Van twee nummers (“Kiss Me Now” en “Magic World Called Love”) krijgen we de demoversies te horen uit 1987. Dat is leuk en je verwacht het ook bij een heruitgave, maar het voegt niet zo veel toe aan het verhaal.

Ancient Bards

Origine (The Black Crystal Sword Saga Part 2)

Geschreven door

Het nieuwe album van de Italiaanse metalband Ancient Bards heeft liefst vijf jaar op zich laten wachten, maar het was het wachten waard. ‘Origine (The Black Crystal Sword Saga Part 2)’ bouwt voort op de weg die deze band reeds eerder ingeslagen was: die van de bombastische, symfonische powermetal.  De ondertitel (met … Part 2) verwijst nog naar het eerste volledige album uit 2010 van deze symfonische metalband, ‘The Alliance Of The Kings (The Black Crystal Sword Saga Part 1)’, maar ondertussen staat deze band een heel eind verder.
Muzikaal leunt dit opnieuw aan bij Rhapsody of Fire, Imperial Age en Nightwish, maar dan met nog meer pathetiek en drama. De hoofdrol in deze band is zonder meer weggelegd voor zangeres Sara Squadrini en zij kan dat gewicht aan emotie, power en details, makkelijk dragen. Niet alleen is Squadrini stemtechnisch een toptalent (groot bereik, heel helder, toonvast, …), ze weet ook perfect de juiste emotie te leggen in wat ze zingt. De rest van de band doet heel hard zijn best om niet de hele tijd in haar schaduw te moeten staan, en dat levert muzikaal vuurwerk op.
Op dit nieuwe album verkent Ancient Bards de grenzen van het subgenre dat ze voor zichzelf gecreëerd hebben. Van powermetal gaan ze naar  speedmetal, dan naar progmetal en dan naar breekbare, trage ballads, als tegengewicht voor de heldere stem van Sara en de typisce symfo-metal-koortjes komen er al eens agressieve grunts langs, in de lyrics gaan ze van Scandinavische mythes naar Japanse legendes en science fiction, … Als luisteraar moet je wel het kopje erbij houden om de verhalen te kunnen volgen. Of je kan je ook gewoon laten meedrijven door deze Italianen.  Productioneel hebben ze voor een knappe prestatie gezorgd. Elke track op zich en alle tracks onderling hangen heel organisch aan elkaar.
Enkel de laatste track springt er wat uit. Op “The Great Divine”, een song in drie delen, trekken de Italianen in het tweede deel de kaart van de groove-metal en vallen ze een beetje uit hun rol, want daar verliezen ze in alle power de zorg voor de details. Ze blinken uit in hun vertrouwde setting, maar hun opgefokte groovemetal is een beetje doorsnee. Maar toch extra bonuspunten omdat ze de risico’s niet uit de weg gaan.
Het lange wachten is niet vergeefs geweest. Maar een volgend album moet niet nog eens vijf jaar duren.

Amgala Temple

Invisible Airships

Geschreven door

Amgala Temple is de samenwerking tussen drie klassevolle artiesten uit de streek rond Trondheim. Het gaat hier namelijk om multi-instrumentalist Lars Horntveth, de gitaarcapriolen van Amund Maruud en de drumcapaciteiten van Gary Nilsens. Dit alles werd in slechts enkele dagen opgenomen. Alles kwam er vrij naturel op zonder al te veel poespas en bijsturing.
Het doet wat aan de seventies denken. Opener “Bosphorus” heeft zo wat gitaarstukken die mij aan Santana doen denken. De track is bijna 13 minuten lang, maar wel goed opgebouwd en toch vrij melodisch. “Avenue Amgala” heeft een boeiend en zuiders ritme. De gitaarklanken hebben ver weg iets met die van The War On Drugs. Namelijk diezelfde galm en weidsheid in de sound. Alle vijf de tracks hebben een beetje diezelfde sound, maar de drummer legt er telkens een andere vibe in door telkens een andere ritme aan te geven. De muziek drijft echt op sfeer en is haast filmisch.
‘Invisible Airships’ is goed opgebouwd en is aangenaam luistermateriaal. Heel verhalend ondanks dat het volledig instrumentaal is. Het goede nieuws is dat ze nog enkele releases zullen loslaten op de wereld, vooral wanneer het telkens van dit niveau is. En het is ook toegankelijk voor mensen die niet naar jazz luisteren.

Blues/Jazz
Invisible Airships
Amgala Temple
Pekula Records/PIAS

 

Ian Sweet

Ian Sweet - Bommetjes energie , Latino danspasjes en improviseren tot het oneindige

Geschreven door

Terwijl aan de overkant van de straat, in de grote zaal van Ancienne Belgique, de poorten van de Hel werden open gezet dankzij Behemoth, Wolves in the Throne Room en At the Gates vertoefden wij eerder in de zevende hemel in het gezellige muziek café Bonnefooi voor een Jam sessie met Yoyo Borobia en Ian Sweet. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat deze laatste zou optreden in AB Club. Echter werd besloten uit te wijken naar Bonnefooi en werden de tickets gratis. We kregen een gevarieerde avond voorgeschoteld boordevol bommetjes energie, lekkere latino danspasjes tot streepjes jazz maar vooral enorm veel sausje improviseren tot het oneindige.

Bommetjes energie die in je gezicht tot ontploffing komen
Twee jaar geleden bracht Jilian Medfords een heel persoonlijk debuutalbum op de markt 'Shapeshifter', onder de naam Ian Sweet (****) . Op haar eerste schijf liet ze zich bijstaan door een bassist en drummer. Nu stelt Ian Sweet een nieuwe schijf voor 'Crush Crusher' , compleet solo deze keer. In Bonnefooi stond ze echter niet op haar eentje te soleren, maar liet ze zich bijstaan door een drummer en bassist die haar muziek nog voller maakten.
In de biografie op de website van Ancienne Belgique lezen we: ''Haar compleet geschifte indierock gaat alle kanten uit en komt hard binnen. " Die stelling blijkt dus ook te kloppen. Om maar te zeggen, ook al doet haar artiestennaam anders vermoeden. Ian Sweet brengt geen zeemzoetigheid. Eerder schiet de jongedame, zowel vocaal als instrumentaal, bommetjes boordevol energie op de aanhoorder af. Met de nodige vuurkracht in haar stem verdooft ze u dan ook op een eerder verschroeiende wijze, dan zacht strelend om je in intieme sferen onder te brengen. En daar is totaal niets mis mee, integendeel.
Indierock, met gebalde vuist in de lucht, is dan ook de rode draad in deze set. Ian Sweet beschikt over een uiteenlopend stembereik waardoor je enerzijds kippenvel krijgt bij de sobere momenten om anderzijds, eens de registers worden open getrokken, door elkaar wordt geschud. Tot je totaal van de kaart en verweesd in de hoek van de kamer achterblijft. Ian Sweet houdt u daarbij een soort spiegel voor, en drijft het tempo zo hoog op dat het aanvoelt alsof je tegen een geluidsmuur wordt gedrukt waardoor je met een krop in de keel achterblijft. Door zo op de emoties in te werken van de luisteraar, worden dan ook voortdurend gevoelige snaren geraakt. Echter op een heel gevarieerde, energieke en inderdaad totaal geschifte wijze. Ondanks de energieke set krijgen we bovendien het gevoel dat het einddoel totaal nog niet is bereikt bij Ian Sweet. Wat ons doet uitzien naar een rooskleurige toekomst.
Kortom: Een naam om te onthouden binnen dat typische indierock gebeuren deze Ian Sweet,

Zuiders feestje boordevol Jazz, soul , latino en enorm veel improvisatie
Na deze aan de ribben klevende wervelstorm, besloten we van de gelegenheid gebruik te maken om de Jam Sessie in Bonnefooi als extra kers op de taart te verorberen. YoYo Borobia (*****) is een singer-songwriter van de wereld, lezen we in de biografie op de website. We citeren even: ''Ze werd geboren in Venezuela, de dochter van een Baskische moeder en een Galicische vader, en woonde als tiener in Madrid. Later ging hij naar Parijs en eindigde in 2011 een uitwisseling in Brazilië, waar ze een gunstige plek vond om meer artistieke projecten te ontwikkelen en haar composities te verrijken.''
Kortom is YoYo Borobia van enorm veel markten thuis. Vooral de Latino klanken zo eigen aan landen als bijvoorbeeld Venezuela komen boven drijven in haar muziek. Echter houdt het daar niet mee op. Jazz, pop-rock, soul, gospel, funk, A Capelle, Spaanse muziek, Braziliaans en latijns Amerikaans. Het passeert allemaal de revue.
Hoewel YoYo dankzij haar kristalheldere stem en bijzonder aanstekelijke uitstraling de meeste aandacht naar zich toetrekt is het eerder dankzij de kruisbestuiving en haar op indrukwekkende wijze solerende muzikanten dat het dak er meerdere keren afgaat. Hierop stilstaan is namelijk onmogelijk. Meerdere malen stonden we met verstomming geslagen, te kijken, luisteren en genieten van wat de gitarist uit zijn instrument toverde. Of hoe drum en piano klanken op de heupspieren werken, waardoor je niet anders kunt dan dansen, dansen en vooral dansen.
Besluit: YoYo Borobia bouwt in Bonnefooi een wervelend Latino feestje in verlengde van de muziek zo eigen aan die Latijns-Amerikaanse landen. Het was dan ook bijzonder spijtig dat het café na het optreden van Ian Sweet eigenlijk wat was leeg gelopen. Want zulke wervelende feestjes, binnen een Zuiderse omkadering, putje winter? Dat verwarmt niet alleen je ledematen, maar ook je ziel. En doet je hart sneller kloppen. Zonder meer verlieten we Bonnefooi dan ook met een grote glimlach op de lippen. Na het vertoeven in een Hemels paradijs waar Latijns-Amerikaanse klanken, energieke bommetjes en improviseren tot het oneindige met voorliefde voor muziek in alle kleuren van de regenboog de rode draad vormt op deze gezellige zondagavond.

Organisatie: Bonnefooi + Ancienne Belgique, Brussel

Ian Sweet + Yoyo Borobia
Ancienne Belgique
Brussel

Death Cab For Cutie

Death Cab For Cutie - Intense melancholie

Geschreven door

Thank You For Today, zo heet de nieuwe plaat van Death Cab For Cutie en zo was ook het algemene gevoel toen iedereen De Roma verliet. Death Cab For Cutie bracht namelijk iets minder dan twee uur hun melancholische en dromerige wereld tot leven voor een uitverkochte zaal. Zoals gewoonlijk werd er een perfecte mix gebracht tussen hoop en wanhoop, liefde en verdriet en intensiteit en melancholie. Een gigantisch strakke set waarbij de band er duidelijk zin in had.

Voor we Ben Gibbard en de zijnen konden aanschouwen, kwamen eerst The Beths het podium opgedraven. De groep uit Nieuw-Zeeland konden we al eens zien in een klein café in Brussel, maar nu mochten ze op een groot podium hun kunnen tonen. En dat kunnen werd heel goed bevonden door de reeds goed gevulde zaal. Een bemoedigend applaus volgde na het einde van hun set. Die bracht een leuke afwisseling tussen aanstekelijke indie rock liedjes en zachte dreampop songs. The Beths weten alles wel meteen in je hoofd te laten nestelen, en laat dat net hun sterkte zijn.

Death Cab For Cutie had duidelijk goed geluisterd naar het voorprogramma, en ging op hetzelfde aanstekelijke elan verder. Eerst werden er twee nummers van de recente plaat voorgesteld. Daardoor viel al meteen op dat de band tegenwoordig meer focust op een diversiteit aan sounds. Glijdende gitaren, zachte synths en natuurlijk de uitgesproken stem van Gibbard gaven ons van bij het begin bemoedigende schouderklopjes. Het was alsof we even op een wolk aan het zweven waren en we op ons gemak naar de hemel konden turen.
Lang duurde dit gevoel niet, want Death Cab For Cutie ging er rats op om ook eens hard uit de hoek te komen. “Long Division” ging iets sneller te werk en tijdens het refrein werden de gitaren ook iets strakker bovengehaald. Dit was trouwens niet de enige keer, ook bij “Crooked Teeth” en “Black Sun” toonde de groep dat ze gitaren konden laten gieren. Nergens was het weliswaar te veel, en hierdoor kon DCFC een goed evenwicht vinden tussen hard en zacht. Dat was nodig, want zo dook er nergens verveling op.
De nieuwe nummers lijken ook live heel goed tot zijn recht te komen. De sterke muzikaliteit bij de muzikanten draagt hier natuurlijk aan bij. Een intense drumlijn, strakke gitaarlijnen of speelse synths, alles zorgde voor een boeiend geheel. De band had er duidelijk ook zin in en bewoog gelukkig mee op ieder nummer dat de revue passeerde. Gibbard zelf gooide zo nu en dan eens zijn gitaar in de lucht, en danste heel goed op de melodie die de band serveerde. Ook de andere bandleden konden zich behelpen met af en toe eens een dansje te placeren. Hierdoor werd het publiek nog meer meegezogen in de performance die de band hiermee neerzette.
Death Cab For Cutie is niets zonder zijn uitmuntend pianogeluid en bij “What Sarah Said” kroop Gibbard voor het eerst achter zijn piano. Wat we kregen was een hemelse opbouw naar iets episch. Dit was trouwens niet de enige keer, ook klassieker “I Will Possess Your Heart” wist weer heel wat grootsheid boven te halen. Wat een intro, wat een nummer, wat een muzikaliteit. Er werd lang opgebouwd en de groepsleden durfden het ook aan om er af en toe nog extra dreiging aan toe te voegen, straf.
Het was niet enkel intensiteit dat de klok sloeg, ook aanstekelijke nummers zoals “You Are A Tourist” en “Soul Meets Body” waarbij het publiek de stembanden kon smeren, kregen we op ons bord. Gelukzalige muziek kan dus ook, en dat toont aan dat de band van alle markten thuis is. Zo ook van marketing, want ze gaven aan dat ze het voorprogramma verplicht hadden om hun merch aan te doen om zo viraal te gaan. En zelf deden ze ook hun best, want in de bisronde verscheen iedereen met een t-shirt van The Beths. Bands die elkaar steunen, zo hebben we het graag.

Death Cab For Cutie kwam dus niet enkel muzikaal goed uit de hoek, ze wonnen ook sympathiepunten bij iedereen. Zo kon iedereen met een warm hart naar huis gaan nadat de tonen van “Transatlanticism” nog eens goed De Roma deden daveren. Het epische gitaarwerk is toch iets wat de band goed afgaat. Maar ook het melancholische en het dansbare kan de band verrassend brengen. Muzikaal gaat er nooit iets fout, en ook in de opbouw en nummerkeuze had Death Cab For Cutie alles mooi uitgedacht. Een sterke band die nog maar eens bewijst waarom ze één van de indiegrootheden zijn.

Setlist: I Dreamt We Spoke Again - Summer Years - The Ghosts of Beverly Drive - Long Division - Title And Registration - Gold Rush - Crooked Teeth – Photobooth - No Sunlight - What Sarah Said - 60 & Punk - I Will Possess Your Heart - Autumn Love - Black Love - Expo 86 - Northern Lights - You Are A Tourist – Cath - Soul Meets Body - Marching Bands Of Manhattan - I Will Follow You Into The Dark - When We Drive - Tiny Vessels – Transatlanticism

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/de-roma-antwerpen/death-cab-for-cutie-03-02-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/de-roma-antwerpen/the-beths-03-02-2019

Organisatie: De Roma, Antwerpen

De Staat

De Staat - Een draaideur naar de hel

Geschreven door

Meer dan een decennia lang raast De Staat door het Nederlandse muzieklandschap en ver daarbuiten. Hun succesroute vertaalde zich tot nog toe in zeven albums, waarvan hun laatste worp ‘Bubble Gum’ in januari uitkwam. Die laatste werd een uitstekende plaat waar de band zijn grenzen verder aftast zonder het té ver te zoeken. Met een nieuw album onder arm is het veelvoud aan nummers nog nooit zo groot geweest en dus was het afwachten met welke platen het vijftal ons in de Kreun zou platwalsen. Eén ding is zeker en dat is dat De Staat oerdegelijke liveshows kan neerzetten, dat bewees de band ondermeer op Lowlands en Sziget. Laat maar komen.

Het knotsgekke drietal Kitty, Bunny en Bear of ook wel The Very Very Danger genoemd, kreeg de eer het publiek in Kortrijk op te waren. De band rond Ian Clement beukt er al vanaf minuut één stevig op los en dat kon het publiek wel smaken. De set van een halfuur bevatte dan ook voldoende materiaal om niet alleen ons te overtuigen van hun kwaliteiten. Hun zelfverklaarde mortarpop en garagedoom vertaalt zich nog het best in stonerrock met een flinke dosis humor en absurditeit. Kan je je daar maar weinig bij voorstellen? Dat is volkomen normaal. Het drietal beloofde ons dan ook een eerste EP in maart, die je ongetwijfeld meer duiding zelf geven bij al je vragen.

Na een geslaagde opwarming was het natuurlijk wachten op De Staat zelf. Het vijftal is gefocust en neemt zijn taak als afsluiter van onze zondagavond heel serieus. Zonder veel boe of ba zet De Staat de toon van de avond en dat doen ze met “Me Time”. Een nummer vol psychotische synths die de typische sound bezit van het recentste plaat ‘Bubble Gum’. Om ons nog wat gekker te maken, vonden de heren het nodig om ons aan het einde van “Me Time” te trakteren op een snelle en strakke versie van het nummer. Iedereen wakker zeker? Dat De Staat en zijn muziek gemaakt is voor een live publiek konden we eigenlijk al vermoeden, maar eerst zien en dan geloven is ons uitgangspunt. In De Kreun deed het alvast zijn werk, want lang wachten op het eerste enthousiaste handgeklap was het niet. “Psycho Disco” en “Mona Lisa” met zijn machtige opbouw brachten het publiek na drie nummers al in de zone, meer hadden onze noorderburen kennelijk niet nodig.
Frontman Torre Florim vraagt het publiek toch nog even of ze weten wie ze zijn. Een overbodige vraag, waar het publiek van De Kreun hem een logische repliek bij geeft. Niet veel later doet De Staat onverstoord verder en dat is bij momenten puur genieten. Muzikaal gezien presteert De Staat op een dusdanig hoog niveau dat we er haast duizelig van worden. Op vlak van timing en techniciteit zagen we geen betere band in lange tijd. Uitstekende en complexe nummers als bijvoorbeeld “Peptalk”, “Make The Call” en “All Is Dull” vloeien zo vlotjes uit de heren hun vingers en mond alsof het niets is.
Wie zich niet kan vinden in de stevige rockplaten van De Staat is in de verkeerde zaal terecht gekomen. Met “Phoenix” gooit de band het wel even over een andere boeg, maar dat was het dan ook. De knuffelplaat met zachte stekels, doet De Kreun lichtjes ontdooien om er dan weer stevig op los te gaan. De Staat staat ook garant voor een flinke portie theatraliteit, dat is bijvoorbeeld te merken aan hun muziekvideo’s. Ook live wordt die lijn doorgetrokken. Op een gegeven moment staan zanger Torre Florim en toetsenist Rocco Hueting recht tegenover elkaar, alsof ze een duet bezingen. Niets is minder waar, want hun zachtheid ten opzichte van elkaar verandert al snel in een afstandelijke robotachtige dans, die ons kan laten bewegen op het hyperkinetische “Pikachu”. Eigenwijze kerels die van De Staat, maar het publiek sluit hun absurditeit maar al te graag in de armen.
Sommige nummers doen het beter dan andere nummers en dat is bij De Staat niet anders. Het hoge niveau blijft wel aanhouden, maar bij hun bekendste hit “Witch Doctor” zagen we toch meer smartphones de lucht in gaan dan bij andere nummers. In deze tijden een duidelijk signaal van “er gaat iets speciaal gebeuren”. “Witch Doctor” komt recht uit de hel en klinkt zo opzwepend dat het lijkt alsof De Staat een bezeten sekte is. Tot een moshpit kwam het niet, maar wat een legendarische liveplaat is me dit. De Kreun staat even op zijn kop.

Terwijl de band even het podium verliet om God wie weet welke reden, werden ze terug geroepen door een enthousiast publiek. Het publiek kreeg waar voor zijn geld en zo gaf De Staat ons nog enkele straffe platen zoals “I’m Out Of Your Mind” en het oerdegelijke “KITTY KITTY”. Die laatste moet niet onder doen voor hun grootste hit, integendeel. Het sleept je nog een laatste maal mee in het knotsgekke verhaal van De Staat. Een rockband met een stevige hoek af die je moet gezien hebben.

Setlist: Me Time - Psycho Disco - Mona Lisa - Input Source Select – Peptalk - All Is Dull - Phoenix (Space Intro) – Habibi - Make The Call – Pikachu - Fake It Till You Make It - Get On Screen - Witch Doctor - I Wrote That Code - I’m Out Of Your Mind - KITTY KITTY

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/de-kreun-kortrijk/de-staat-03-02-2018
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/de-kreun-kortrijk/the-very-very-danger-03-02-2019

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk  

De Heideroosjes

De Heideroosjes - De Heideroosjes tijdelijk weer in volle bloei!

Geschreven door

Nee, de lente is nog niet in het land!  Au contraire, in Brussel had het zaterdag zelfs gesneeuwd.  En toch was er  ’s avonds enorm veel volk op de been en liep de Ancienne Belgique moeiteloos  vol voor de bekendste bloemensoort uit Nederland.  Wat? Tulpen? Bijlange niet!  Heiderozen! De Heideroosjes!
Toen de band er 7 jaar geleden mee ophield, speelde het ook al voor een uitverkochte zaal en viel het doek definitief na het nummer “United Scum”.  Precies met dat nummer werd, na intro en kort citaat van Urbanus, het reünieconcert met veel overgave en bakken energie afgetrapt!
Gezien de band dit jaar 30 kaarsjes mocht uitblazen werd het idee gelanceerd om een paar verjaardags/reünieconcerten te geven, in de hoop dat er nog voldoende mensen interesse zouden hebben.  De respons  was verbluffend!  In een paar uur verkocht de AB uit, net als de Melkweg in Amsterdam.  Bijgevolg werd intussen (gelukkig) beslist om deze zomer nog een beperkt aantal zomerfestivals aan te doen in België en Nederland.

Het voorprogramma werd met lef en enthousiasme gebracht door March.  Een Nederlandse punkrockband met vrouwelijke zang en gitaar.  Ze speelden een vinnige set met goed in het gehoor liggende songs en met een frontvrouw die een heerlijke korrel in de stem had.  Ideale opwarmer voor de hoofdact van de avond!

De Heideroosjes - De 4 jeugdvrienden uit Horst hadden er duidelijk zin in en kwamen even enthousiast het podium op als in de vroegere hoogdagen.  Frontman Marco had verrassend een ferm buikje ontwikkeld (+12 kg gaf hij zelf toe) terwijl bassist Fred  net zijn oude speklaagje was kwijt geraakt door te gaan sporten.  Verder weinig nieuws onder de zon, Fred in knotsgek maatpak, drummer Igor na enkele nummers in bloot bovenlijf en gitarist Frank de vestimentaire soberheid zelve.
Opener “United Scum” werd gevolgd door “Scapegoat Revolution” en zoals te verwachten stond de menigte van bij het begin in lichte laaie en werd elk woord meegebruld alsof de band nooit afwezig was geweest uit het rockcircuit der lage landen.
De hele show was niets minder dan een zalige uitgerekte ‘best of’.  Zonder poeha of special effects op het podium maar met een des te fijne interactie tussen fans en bandleden.  En met een zanger die het niet kan laten als een gek over het podium te hossen en zich geregeld tot het publiek wendt.  “Break the Public Peace” en “Lekker Belangrijk” zijn 2 toppers!  Bij het nummer “We’re all fucked up” deelt Marco een sneer uit aan ‘the white monkey’ of The White House en bij heel wat songs moet de frontman vaststellen dat zijn kritische teksten (helaas) bijna allemaal nog actueel zijn.  “Klapvee” krijgt een geüpdatete tekst mee en met “Listen to the Pope” haalde men een heel oud nummer vanonder het stof dat vroeger maar zelden de setlist haalde.  Het trio “Fistfuck Party at 701”, “P.C.P.O.S”  en “Iedereen is gek” wervelde door de zaal en bleek een geslaagde inleiding te zijn voor een reuze circle pit die op vraag van Marco werd ingezet tijdens “Fistfull of Ideals”.
Met “Ik zie je later” nam de band heel even wat gas terug door een meeslepende ode te brengen aan dierbaren die hen zijn ontnomen.  Bij het  donkere “Regular Day in Bosnia” werd meermaals “Syria” gedebiteerd in plaats van “Bosnia”…Andere plaats, zelfde gruwel…
Wanneer de zanger over zijn lievelingslimonade begint te vertellen weten alle fans dat “Punica” aan de beurt is.  Kort maar krachtig!  Net als opvolger “Ik wil niks”, nog zo’n typische Heideroosjes uitbarsting die de band toch wel uniek maakte in zijn soort.
“A Bag full of Stories” gunt het publiek een kort moment van rust.  Het nummer wordt akoestisch gebracht met accordeon en klassieke gitaar en heeft daardoor zelfs een lichte country en levenslied inslag.  De rust is van korte duur want het is tijd voor een “Ode to The Ramones” en voor een onvermijdbare ode aan “Sjonnie & Anita”.
“Time is ticking away” mogen we letterlijk nemen want intussen is de band ongeveer een uur aan het feesten en zaten al  25 songs in de setlist.  Het zal de menigte worst wezen!  Meer van dat aub!  Even wat New Beat uitproberen?  “Ze smelten de paashaas” was ooit als grap bedoeld om de populaire new beat stroming in de zeik te nemen maar groeide uit tot een hilarisch Heideroosjes epos.  “Tering Tyfus Takketrut” met de Urbanus intro “Madammen met een bontjas” en “Since 1989” sluiten het concert met brio af.  Bandleden en fans zweetten zich een pleuris in de ‘warme’ zaal maar hebben alsnog behoefte aan een stevige toegift.
Het bis-gedeelte wordt aandoenlijk ingezet met een onverwachte verschijning op het podium.  Dhr. Roelofs bedisselde namelijk achter de rug van bassist en compaan Fred Houben , dat diens dochter samen met de band en op mondharmonica “A Hippie Sing Along” mag begeleiden.  De gekke bassist was voor één keer sprakeloos en zonder absurde opmerking, maar ook merkbaar trots op zijn dochter.  Hij genoot overduidelijk van dit unieke moment, net als de dochter zelf trouwens.
Tijd voor het absolute slot en tevens zoveelste hoogtepunt van de avond.  De volledige zaal, incluis balkonnen en zitplaatsen gaat een laatste keer helemaal overstag bij “I’m not deaf…” en zelfs nog een graad meer als afsluiter “Damclub Hooligan” uit de boxen knalt.

Marco had het eerder op de avond over het zwarte gat waarin hij viel zo’n 7 jaar geleden.  Het maakt hem de dag van vandaag des te dankbaar voor momenten en optredens als deze en het besef dat dergelijke avonden niet zo vanzelfsprekend zijn als ze lijken, dixit de kale spreekbuis zelf.
Wij zijn alvast even dankbaar als hem voor het fantastische concert en stellen het zwarte gat graag nog even uit tot minstens deze zomer na Paaspop, Gladiolen, Jera on Air en De Lokerse Feesten!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Blood Red Shoes

Blood Red Shoes - De temperatuur tot een kookpunt doen stijgen, op een koude winteravond

Geschreven door

We keren even circa tien jaar terug in de tijd. In de zomer van 2008 zakten we, naar goede gewoonte, af naar Pukkelpop. Op de festivalweide maakten we kennis met veel opkomende talenten zoals Joan As a Police Woman, Holy Fuck , Stereophonics en Motek.  
Er was echter ook een zeer dynamisch duo bestaande uit een vrouwelijke vocalist Laura-Mary Carter die door haar stem, gitaarspel en uitstraling menig hart diep raakte en een charismatische drummer Steven Ansel die zijn vellen bediende alsof zijn leven daar vanaf hing.
Blood Red Shoes deed de tent daadwerkelijk op zijn grondvesten daveren. Ze deden dat kunstje nog eens dubbel en dik over na het uitbrengen van een verschroeiend debuut 'Box of Secrets'. Wij waren meteen verkocht, en zouden de band nog meerdere keren tenten zien afbreken, en daken laten afgaan. Ook al was het toch al weer van circa 2011 geleden, op Dour festival, dat we hen nog eens live hadden gezien. Want na een self-titled album in 2014, dat goed werd ontvangen, bleef het even stil rond de band.
Met een gloednieuwe schijf onder de arm 'Get Tragic' zakte Blood Red Shoes af naar een uitverkochte, overvolle Rotonde in de Botanique, op een koude zaterdagavond. En deed de temperatuur van begin tot einde prompt tot een kookpunt stijgen. Een blij weerzien dus waarbij werd bevestigd waarom we toen vielen voor dit ongelofelijk talentvolle duo, en dat anno 2019 nog steeds doen.

Streepjes Blues overgoten met sausjes psychedelica, in de stijl van Johnny Cash tot Tom Waits
Openingsrace John J. Presley (****) gaf alvast het goede voorbeeld. In menig biografie lezen we 'Zijn zang doet denken aan die van Tom Waits of Johnny Cash, de gitaren aan Jack White of Black Keys.’ Een stelling waarin we ons naderhand goed kunnen vinden. J. Presley bracht eveneens een nieuwe schijf op de markt 'As The Night Draws'. De muziek van de band wordt ook omschreven als Electric Blues. En dat is ook te merken. Want het is net die combinatie van Elektronische inbreng, die aanvoelt als een psychedelisch trip door kleurrijke landschappen, met de warme blues stem en uitstraling van John J. Presley dat ons naar hoge sferen doet zweven. John J. Presley laat zich bovendien omringen door top muzikanten. Zo waren we danig onder de indruk van die zweverige keyboard klanken van de piano virtuoze die daardoor zorgde voor een psychedelische trip naar heel andere oorden, en sprak het aanstekelijke tot verschroeiend drumwerk voortdurend de dansspieren aan.
John J. Presley heeft wellicht een paar songs nodig om het publiek echt mee te krijgen, maar eens de teugels gevierd gaat iedereen prompt overslag voor zoveel virtuositeit.
Kortom: John J. Presley doet Blues herleven zonder die muziekstijl klakkeloos te kopiëren, maar eerder door het genre nieuw leven in te blazen binnen een aanstekelijke en hartverwarmend mooie omkadering en vette knipogen naar psychedelica en elektronisch vernuft.

De koude winteravonden doen vergeten dankzij het doen stijgen van de temperatuur tot het kookpunt? Missie geslaagd!
Als een voorprogramma erin slaagt om de lont aan het vuur te steken, is dat al een half gewonnen thuismatch voor een afsluitende band. Doordat John J. Presley het publiek voldoende had opgewarmd, had iedereen er dan ook duidelijk zin in. Blood Red Shoes (**** 1/2) voelt al heel gauw aan dat ze het publiek met het grootste gemak naar hun hand kunnen zetten, en legt de lat vanaf de eerste klepper heel hoog. Om niet meer los te laten tot het einde. ''Jullie willen dansen? Het is dan ook zaterdagavond'' zei Steven in het begin van de set. En zoals dat op een zaterdagavond inderdaad dient te gaan, bediende Blood Red Shoes - regelmatig met vier i.p.v. twee op het podium -  ons prompt op onze wenken. Ook al had Laura-Mary na de eerste song "Elijah" al af te rekenen met technische problemen, waarbij ze zich excuseerde; dat euvel werd even snel opgelost met een kwinkslag. Maar zou haar toch wel een tijdje parten blijven spelen. Eens alle registers open getrokken was er echter geen doorkomen meer aan.
De band kwam dus een nieuwe plaat voorstellen en daaruit bleek toch dat nieuwe songs als “Howl” of “Elijah” een veel minder impact blijken te hebben op ons - maar ook op het publiek - dan kleppers als “I Wish i was someone better”, waarbij het dak er voor het eerst wel compleet afging. We hebben de nieuwe plaat echter al enkele keren beluisterd en het blijkt dus een zeer gevarieerde schijf te zijn geworden maar ook eerder een groeiplaat, die ons na die eerste luisterbeurt wellicht niet compleet weet te overtuigen,  maar na enkele beurten komt die klik er dan weer wel.
De band speelde dus voortdurend op het scherpst van de snee. Opvallende daarbij is dat Laura-Mary en Steven elkaar blindelings vinden en aanvullen. Al dan niet gerugsteund door mede muzikanten wiens inbreng dan weer kon gezien worden als een extra kers op de taart. Ook wat interactie en bindteksten betreft vult het duo elkaar blind aan.
Na al die jaren zit er dus gelukkig geen sleet op die magische virtuositeit en uitzonderlijke kruisbestuiving tussen beide, waardoor ik circa tien jaar geleden compleet verkocht en totaal van de kaart achterbleef op de weide van Pukkelpop.

Besluit: Blood Red Shoes deed de zaal meerdere keren op zijn grondvesten daveren. Al was dat eerder bij de oudere songs dan bij de nieuwste parels. Gaandeweg echter gingen de vuisten meer en meer de lucht in, stonden de aanwezigen uiteindelijk te dansen van vooraan tot ver naar achter en brulden de songs uit volle borst mee.
Dat kleine mankementje in het begin van de set en de momenten waarop het concert even dreigde stil te vallen, was zeer snel vergeten. Want in een verschroeiende finale werd alles uit de kast gehaald om de fans het dansfeest aan te bieden waar ze waren voor gekomen. Met als ultieme kers op de taart een bisnummer om ervoor te zorgen dat het zweet ons aan de lippen stond, en we eens op temperatuur gekomen de koude winternacht weer wat beter konden verteren.

Setlist: Elijah – Bangsar – Howl - The Perfect Mess - Light It Up - Lost Kids (live geschrapt) - An Animal - Black Distractions – Cold - Don’t Ask - This is Not For You - Red River - Je Me Perds - I Wish I Was Someone Better - Mexican Dress - Eye To Eye - God Complex - Colours Fade

Organisatie: Botanique, Brussel

Kakkmaddafakka

Kakkmaddafakka - Alleen maar intelligente mensen

Geschreven door



Kakkmaddafakka staat voor energie en vrolijkheid. De indie band uit Noorwegen bracht al vier albums uit en komt in maart met een vijfde exemplaar. Het was alweer van 2012 geleden dat de band ons land aandeed, en dat Het Depot goed gevuld was voor de groep, bleek een understatement. We werden warm gemaakt voor de nieuwe plaat, en het werd heel heet, want in Het Depot werden we gebombardeerd met leuke riffs, grappige dansmoves en frappante bindteksten. De olijke jongens hadden er duidelijk zin en zo was ook iedereen van begin tot eind mee in het verhaal.

We begonnen de avond met voorprogramma Statue. Deze zeskoppige Belgische band heeft een opvallende sound. Al hun nummers zijn instrumentaal en zitten vol originele elementen. De muzikanten hebben duidelijk oog voor detail en weten waar ze mee bezig zijn, want de nummers klinken nooit gezocht. Altijd komt er een nieuwe dynamiek binnen in de songs die lang uitgesponnen worden en telkens nieuwe elementen in zich hebben. Statue stond er en speelde een enorm strakke set —strakker dan Kakkmaddafakka. Binnenkort geen voorprogramma meer als je het ons vraagt!

De set van Kakkmaddafakka begon met een epische intro. De ‘Champions League anthem’ werd afgespeeld en de spanning steeg merkbaar. Een show op niveau van Champions League werd het niet, maar plezier dat had iedereen. Na dat hele theatrale gebeuren kwamen de mannen van Kakkmaddafakka heel speels op. Meteen werd duidelijk waar het op staat. Het werd een avond vol dansen zonder jezelf te serieus te nemen, want dat deed de band klaarblijkelijk ook niet. Het waren niet enkel hun grappige dansbewegingen en energieke rondgedartel op het podium die een glimlach op je gezicht toverden, want ook de vrolijke, aanstekelijke riffs van de eerste nummers zorgden meteen voor energie in de zaal. De vele uitgelaten ‘oohhs’ (bijvoorbeeld in “Someone New”) of andere uitroepen (zoals in de strofes van “Hillside”) deden perfect hun werk. Ze fleurden de nummers op en maakten dat je meteen in vorm was om een dansje te placeren.
Ook tussen de nummers door bleef de sfeer optimaal. Bindteksten die eerder bindgedachtenspinsels waren, werkten entertainend. Van de vaststelling dat België toch wel complex is voor hoe klein het landje is naar verhalen over hoe Leuven mooi werd bevonden vanuit de zetel via Google Street View: het passeerde allemaal de revue. Herhaaldelijk werd verwezen naar hoe intelligent we zijn omdat we naar hun concert komen en naar de intelligentie van de band zelf. ‘Thanks for being so intelligent!’, kregen we naar ons toegeroepen, en het was allemaal goed en collectief dansten we verder.
Plezant dus, maar wanneer we verder kijken dan de lol die we allemaal getrapt hebben, moeten wel enkele essentiële opmerkingen gemaakt worden. Meer dan eens was de zang niet sterk en dat viel zeker op in de tragere nummers. Maar op het moment zelf is het moeilijk om daarover te struikelen omdat iedereen opgaat in een luchtige, pretentieloze sfeer. Ook de gitaarsolo’s waren in wezen niet zo wonderbaarlijk als de reactie van de meerderheid van het publiek zou impliceren. In tegendeel, vaak waren ze eigenlijk megasimpel en niet eens een meerwaarde. Gelukkig was een constante doorheen de hele avond dat de bassist en drummer strak speelden. De energie en vaart bleven erin, en dat is het voornaamste voor Kakkmaddafakka.
Kakkmaddafakka bezit ook het talent om met vijf verschillende zangers te werken. Zo kan de één al eens rust krijgen tijdens een bepaald nummer. Hierdoor krijg je een extra dynamiek in de set, want zo lijkt het alsof er verschillende bands op het podium staan. Tijdens “Hillside” neemt de drummer bijvoorbeeld de stem voor zijn rekening, heel fijn zo blijkt achteraf, want het wordt één van de meest dromerige songs uit de set. Als de ‘frontman’ de stem voor zijn rekening neemt, kunnen we soms niet anders dan denken aan Jay Vleugels, zeker als hij op een bepaald moment zijn hemdje losscheurt en verder gaat in bloot bovenlijf. Allemaal heel kitscherig en fout, maar tegelijk past het perfect in het verhaal dat Kakkmaddafakka hier probeert te vertellen.
De hele rit lang zat Kakkmaddafakka in de hoogste versnelling. Dat hoeft niet te verbazen, want de setlist barstte van de uptempo en vrolijke songs. Wanneer meezinger “Is She” aan de beurt was en daar meteen de ultieme meedanser “Heidelberg” op volgde, hadden we het gevoel dat de hele zaal verkocht was. Dat het vooral de bedoeling was om lol te trappen, werd opnieuw in de verf gezet in de encore, want Kakkmaddafakka bracht niets minder dan een cover van “Bailando” van Paradisio. Geen seconde twijfelde iemand eraan of dat wel nodig was. Alles kan, alles mag! Wanneer we eigenlijk dachten dat het erop zat, werd “Forever Alone” ingezet op rustige manier. Natuurlijk ontplooide het tot een laatste feestnummer en ging de zaal een laatste keer uit de bol.
Ondanks dat de uitvoering van Kakkmaddafakka zeker niet perfect was en het voorprogramma Statue op dat vlak veel beter scoorde, wisten beide bands te overtuigen. Lol trappen stond centraal bij Kakkmaddafakka en dat lukte moeiteloos. We zijn er dan ook van overtuigd dat iedereen in de zaal met een gelukzalig gevoel naar huis ging. Dat kan bijna niet anders, want op het einde zat letterlijk iedereen zijn beste dansmoves boven te halen. De band vuurde vrolijkheid en energie op ons af en van begin tot eind werkte dit aanstekelijk, zoveel was duidelijk.

Setlist: Intro – Touching – Galapagos – Neighbourhood - Someone New – Young – Lilae – ÅÅÅ - Young You - The Rest - Is She – Heidelberg - May God – Hillside - Runaway Girl - Your Girl – Restless - Naked Blue
Cover: Bailando - Forever Alone

Met dank aan Dansende Beren http://ww.dansendeberen.be

Organisatie: Depot, Leuven

The Other Intern

The Other Intern - Interview Em Ra van The Other Intern

Geschreven door

Veelal hebben we de kans om bekende bands te interviewen. Heel bekende bands zijn meestal niet zo interessant want die doen dat zoveel dat ze in standaardzinnen antwoorden. Vandaag laat ik eens de frontman van een onbekende eclectische rockband uit West-Vlaanderen aan het woord. Em Ra is de bezieler, songschrijver, gitarist en zanger van de band.

Dag Em Ra,  hoelang ben je al bezig met de band? Had je ervoor nog andere projecten?
Ik speel ondertussen 25 jaar gitaar. Ik kocht mijn eerste gitaar tweedehands van een vriendin en leerde na wat zelfstudie wat blues van een dominee in Gent. Ik schreef toen al wat eigen teksten. Daarna- zoals elke jonge gast die gebeten is door het virus - ben ik in wat groepjes beginnen spelen. Ik herinner me vooral Lianga in Roeselare waar we rock en reggae samensmolten, de band  waar ik basgitaar speelde en ook aan de micro stond. Maar The Other Intern ( afk : TOI) is ,wat betreft eigen projecten, toch wel het eerste. De naam wordt 5 jaar oud dit jaar in april. Het stond toen voor een singer-songwriter die zich uitleefde met studiosoftware en één gitaar. Het moest een platform worden met en voor freelance muzikanten. Ik zag toen elk nummer als een apart project, zonder rode draad. Waarbij ik nu en dan andere muzikanten liet weten dat ze steeds welkom waren op mee te werken. Toen was ik nog niet bezig met de gedachte om Live dingen te gaan brengen, maar de vraag kreeg ik wel. Kortom TOI was een studiogebeuren met releases op de facebookpagina en Soundcloud. Dat veranderde al snel door de kansen om solo mijn muziek te gaan brengen.
Ik herinner mij de opening van de pop-up koffiebar van KoffieQueen in het Kortrijks begijnhof nog levendig. Nog steeds heb ik de neiging om wat strijkers en piano digitaal toe te voegen aan sommige recente opnames, maar dat doe ik dan meestal voor mezelf. Het zou niet weergeven wat we nu live doen, maar het kan nog steeds.

Wat wil je uitdrukken, vertellen met de band?
Als tekstschrijver kies ik niet zo doelgericht een bepaald thema. Ik laat me meestal overvallen door een gedachte of situatie, het hoeft ook niet altijd autobiografisch te zijn. Ik beschrijf graag zonder de oorzaak of het gevoel echt te gaan benoemen. Eigenlijk zijn het tekstuele schetsen die we dan inkleuren. Ik ben niet de man die ellenlange teksten zal afratelen in een nummer, maar wat er uit mijn mond komt moet dingen oproepen en ergens hopelijk de mensen raken. Als ik dus moet antwoorden moet ik het repertoire overlopen en zeggen dat we het hebben over de liefde, verlies, onrecht , oorlog … maar ik schrijf echt vanuit mijn ziel en die is melancholisch, wat donker … ik zoek eigenlijk steeds de essentie , maar ik probeer die letterlijk aan te voelen zoals een blinde braille leest.
Bij ons moet je niet aankloppen voor leuke liedjes over "hoe leuk het leven wel is", maar ik hoop vanuit de herkenbaarheid dat de nummers ergens ook hoop geven. Over de minder leuke dingen spreken lucht op en muziek is altijd helend. Met de overgang naar rock geven we de nodige intensiteit, soms kwaadheid, aan wat we vertellen. Evengoed zullen we intens verdriet bezingen. Ik schreef bijvoorbeeld "2soon" een nummer over wiegendood. Of ook het 3-luik over wereldoorlog 1 , met "Mothers in war" op kop.
Kortom : we brengen alles vanuit gevoeligheid en sfeer. Het is geen Rock met uitgestoken middelvinger, het is geen pop die blinkend vernis aanbied… maar het is sensitive rock. 

Hoe zou je zelf jullie muziek omschrijven?
Bij die vraag is het ook goed om te weten dat ik mijn basstem heb moeten leren gebruiken, waarbij de eerste zangeres me verloste van de hoge noten die ik onnodig probeerde te halen. Ik zeg dit omdat onze muziek op die manier al vlug naar de stijl van Leonard Cohen, Nick Cave of Gainsbourg begon te neigen. In die zin dat TOI dus begon met wat donkere luistermuziek en pas later meer en meer snedige momenten werden ingelast in de muziek. De zangeres verliet de groep tijdens een wissel van drummer. Met slechts 1 zangpartij , een gitaar en de drum kwam een ander soort energie vrij. Toen we dat zelf begonnen te beseffen ben ik ons werk "sensitive rock" gaan noemen. Ik hoor zelf de term Pop-rock niet zo heel graag voor onze muziek. Ik denk dat alternatieve rock nog beter past als beschrijving. Ik componeer in verschillende talen, de keuze daarvan laat ik afhangen van de sfeer die de muziek brengt. Of omgekeerd laat de taal me horen of de muziek al of niet klopt ….Ik hoor nu regelmatig feedback over het Arno-gehalte als ik zing in het frans. Ik tracht gewoon ook veel af te wisselen in wat we brengen. De drummer (Kris Degreef- alias Celcius Degree Farenheit) en ik zijn zeer onder invloed ook van Pink Floyd . Ook om meer diepte en variatie op podium te gaan brengen komt nu een bassist ons vervoegen.

Is het moeilijk om een band op poten te zetten en op de rails te houden?
Op zich is het beginnen met een groep niet zo moeilijk, behalve dan de zoektocht naar de muzikanten en zangeres(-sen). De keuze om niet alleen verder te gaan heeft te maken met een nood aan delen van je muziek en het nog beter te gaan maken. Eenmaal je- als enkeling met wat ervaring- die beslissing van samenwerken neemt wil je vooral letten op het talent en de motivaties dat je binnenhaalt, en bovenal of het ook "klikt" met jezelf en de ander. Ik ben nu omringd met mensen die dezelfde muziek aanvoelen en dat heb je niet zomaar in één keer. Ik ben nu bijna 45jaar oud en dat maakt je keuzes wel belangrijker en soms niet gemakkelijker om te maken. Ik ben veel bewuster bezig met mijn muziek dan vroeger. Ieder muzikant komt zijn of haar kunnen integreren , steekt zijn gevoel in de tekst en dat moet vooral resulteren in muziek dat je op jouw vel voelt. Daar waak ik dan wel over. Verder plan ik ongeveer hoe we de repetities invullen, maak ik nu en dan nieuwe songs, ik stuur de teksten vooraf samen met een muzikaal aanzet naar de bandleden, beheer ik de pagina van de groep, maak ik de video's , ik post ze op de andere media… zoek ik bepaalde wegen en mensen op die ons een podium kunnen aanbieden, ik mix en master ook de opnames in de studio ( goed genoeg om op onze believers los te laten)…
Een gekendere groep kan een CD maken en dan enkele jaren rondtoeren. Wij daarentegen moeten continu nieuwe songs aanbieden en loslaten, als we op podia staan moeten we de perfectie nastreven en haast altijd onze play-list variëren, oudere nummers aanpassen en vooral verbeteren. Voor een minder bekende band is dat een goede stimulatie en gewoon nodig om je bereik te vergroten. Wij moeten verder evolueren en onze volgers blijven verrassen . En inderdaad daar kruipt heel wat werk in, ik denk dan ook alle dagen over concepten, nummers en eventuele samenwerkingen met onze omgeving , verenigingen en zelfstandigen. Ik laat geen enkele inspiratiebron liggen maar niet alles komt daarna op de planken, op onze pagina en zelfs niet in de groep. Ik moet nu en dan op die manier herbronnen om de sterkere dingen in de studio te kunnen gaan maken , dan wel samen. Het is bijna "a way of life" geworden voor me. Een tentakel dat aan mijn lijf vastgroeide.

Jullie hebben in eigen beheer een album uitgebracht. Was dat een beetje naar wens verlopen? Wat waren de obstakels waarmee je werd geconfronteerd? En als je het achteraf bekijkt was het de moeite waard voor de band om dit te doen? Inderdaad, De cd ‘ijs’ is ondertussen een restant van de beginjaren, release 2016. Met de zangeres Inne Wyffels (alias : Double You) en nog de jonge drummer (Mathew Desmet) maakten we 9 nummers op basis van de roman van Koen D'Haene. Obstakels : goede opnames maken , leren mixen , de sound over de gehele cd krijgen,
Technisch heb ik heel veel bijgeleerd in de studio. Maar voor een volgende CD staan we best in een studio met een goede technieker, de combinatie van opnemen , mixen en spelen maakt je minder objectief en vraagt veel energie. Je merkt algauw dat je jezelf kapot wil mixen , het kan nooit goed genoeg zijn. Andere noden zoals " marketing" en "budget"  werden opgelost door samen te werken met SYL Wevelgem, waarbij kunstenaars een werk maakten rond dezelfde roman, een catalogus maakten waarin de CD werd gestoken. De hoes en de bedrukking op de cd is dan ook het werk van Bjorn Vanhamme dat als winnaar werd uitgekozen daarvoor.
De cd is geen referentie voor wat de groep nu is, maar het was een zeer leuke beleving met steun van (de bibliotheek) Wevelgem  en café ‘de barriere’ voor de release. Een immense schat aan ervaring die werd opgedaan en het kweken van de broodnodige discipline. Tenslotte is het altijd door ons gezien geweest als een apart project , dat zeker los stond van ons repertoire.
De naam The Other Intern werd wel massaal rondgestrooid en opgevangen. Ik ben nog steeds fier en dankbaar dat onze CD in de collectie van de bibliotheek werd opgenomen. Het was een zeer aanstekelijk project dat literatuur, beeldende kunst en muziek samen bracht. Op die manier was het dan ook een plaatselijk product maar daarom niet minder krachtig. Ik wil hiermee vooral zeggen dat je best samenwerkt en mensen aantrekt met uitdagingen om tot een goede presentatie te komen. En het verlicht het immens werk dat daarbij komt te kijken. Eén oplage van 100 cd's is een klein project, maar de moeite waard. Een beginnende band moet echt die stap eerst zetten voordat ze worden "overgenomen".

Gebruiken jullie ook de nieuwe media om jullie songs te promoten? Zoals Bandcamp, Spotify …
Georganiseerde promotie kan ik het niet echt noemen. Tot nu toe hecht ik niet echt veel belang aan die sites waar je probeert in de picture te staan. Ik denk dat die gewoon al bomvol staan en dat het daar even moeilijk is om je te laten opmerken als in het echte leven.
Onze Basisplatform is vooral onze FB pagina waar ook regelmatig nieuws over ons wordt gepost, nieuwe nummers die ik vooraf solo breng in overtuiging dat de groep er iets van zal maken, premieres dus, … aankondigingen van optredens, afgewerkte muziekvideo's. Op die pagina staan we het dichtst bij onze volgers en we laten die pagina op een natuurlijke manier groeien.  Er staat ook een link naar YouTube en Soundcloud. Vanuit de gedachte dat mensen je niet opzoeken als ze je niet kennen , ben ik wat pessimistisch over die databanken. Ik ben gewoon niet de man die zo ver in marketing gaat. Maar eigenlijk besef ik wel de noodzaak om onze naam maximaal te verspreiden. 
In een goede bui heb ik ons eens ingeschreven op VI.BE, tot nu toe zag ik nog geen vragen of feedback.  We zijn heel hard op zoek naar podia in onze streek omdat we overtuigd zijn dat we daardoor oprecht en eerlijk onze bekendheid laten groeien.  Ik voel het zo aan dat we nog wat bekender mogen worden  voordat we ons gaan gooien op Vlaanderen of Wallonië. Dus ik sluit die propagandamachines ook niet uit, dat is een werk voor later en misschien voor iemand anders.

Hoe proberen jullie optredens te scoren?
Rondvragen… mensen, gemeentelijke of stedelijke organisaties aanschrijven of aanspreken.
In muziekcafés ons verhaal gaan doen en adreskaartjes achterlaten. Neen, wij hebben geen geoliede machine die voor ons klaarstaat. Ikzelf heb het ook te druk met de inhoud van de groep en om ons via de pagina 'alive' te houden. We spraken er in de groep al eens over en we zouden blij zijn met iemand die ons kan gidsen in de scene en zijn /haar contacten voor ons zou willen aanwenden. Anderzijds houden we er nu van om wat exclusiever te blijven, we werken keer op keer hard aan elk volgend optreden. We evolueren sterk hiermee en vernieuwen onszelf, maar wat meer volk vóór het podium zou ons een geweldig duwtje kunnen geven. Het gaat ons niet om het aantal optredens dat we doen , eerder om  het bereik en de kwaliteit. Daar geloven we sterk in. En ook , we werden al een paar keer teruggevraagd, naast de lovende worden die we krijgen zijn dat de grootste complimenten die we kunnen krijgen en dus ook deel van podia binnenhalen.

Zijn er concrete plannen met de band voor 2019?
Onder de kreet "Here we come" word 2019 het jaar van groei en verbetering. Focus op Live-optredens en verder wat goede video's.
We hebben zonet een bassist in de groep gebracht. De uitdaging ligt dus in het eventueel wat aanpassen van de nummers, onze sfeer en sound bepalen en tegen halfweg dit jaar met een sterk gevoel op podiums te gaan staan. Optredens die ons zullen aangeboden worden zullen we zeker invullen ondertussen. We zullen de evolutie ook laten horen en zien via onze pagina. En hopelijk komen er nog nieuw sterke songs naar boven die we met ons drieën al meteen kunnen meenemen.  Ik denk dat we alle drie uitkijken naar dat moment waar we op een  samen onze eerste gig zullen spelen, en ja … we gaan er voor.
We hebben het gevoel dat een soort van doorbraak niet zo ver af meer ligt, maar we weten dat we nog werk hebben. We gaan de beer niet verkopen voordat het geschoten is.

Je bent ook schilder en je bent bezig met je songs op doek te zetten. Ga je dit ook voor de band gebruiken of is dit een gescheiden ding?
Het is eerder gescheiden van TOI, maar het vult elkaar aan. Ik volgde als kind les op de kunstacademie in Menen , werd bouwkundig tekenaar en later interieurarchitect. Ik werkte 15 jaar in de bouw als schilder waarvan de laatste 4 jaren daarvan in bijberoep als interieuradviseur. Het begon tijd te worden dat ik na die drukte terug begon op panelen te schilderen. Het lag voor de hand dat mijn eerste inspiratie de teksten zijn die ik schrijf voor de groep. Het is in mijn hoofd een aparte reeks " Painting songs of The Other Intern", maar ik kan nog vele thema's of andere reeksen aanvatten. Het schilderen dompelt me nu helemaal onder in de wereld die ik rond TOI heb gecreëerd. We hebben al eens beelden en video's geprojecteerd tijdens onze optredens en daar zou het wel eens kunnen passen. Maar voor mij hoeft het niet perse of onmiddellijk, het is niet het oorspronkelijk doel. Het is gewoon één andere zijde van de singer-songwriter.  Ik ken zelf literaire schrijvers die hun illustraties zelf verzorgen. Ik denk ook aan de beeldhouwer die Willem Vermandere is. Ik wil onze muziek niet opzadelen met deze beelden, maar in deze reeks schilderijen kan ik zeker verwijzen naar de song op de achterkant van het werk, dat lijkt me leuk.

Wat is je droom met de band/muziek?
Ik heb altijd gezegd dat het leuk zou zijn gewoon bekender en gevraagd te worden in onze streek. Zodat we al wat meer kunnen optreden op ons tempo, het mag zeker wat meer zijn.
Dat is een bescheiden uitgangspunt als motivatie ook voor onszelf en misschien te praktisch omkaderd. Dat is al een mooie droom die we zelf moeten waar maken.
Eén echte natte droom is eerder iets dat je overkomt zonder dat je het plande… Plots mogen gaan spelen onder de tenten van de grotere festivals bijvoorbeeld. En als we dan toch zo ver zijn mag het ook op een gigapodium  in open lucht met een goede repertoire en de 3 hits die België wekenlang via de top 30 in de ban heeft gehouden … Ik hoor onze muziek passen op radio 1, … denk ik … hoop ik . In ieder geval moeten we het blijven doen met veel plezier, dan komt er alleen maar meer en meer moois op ons af. En ja, neen…. Op goede muziek staat geen ouderdom.

Pagina 212 van 498