logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15420 Items)

As Diabatz

Nightmares In Red

Geschreven door

Het album ‘Nightmares In Red’ zou wel eens de zwanenzang kunnen zijn van de Braziliaanse all-female psychobillyband As Diabatz. Eind vorig jaar werd drumster Clau Sweet Zombie bij een show in Tijuana aangevallen door de zanger van een andere band omdat haar vriend een ‘fout’ T-shirt aanhad. Het was voldoende voor Clau om de hele psychobilly-scene en dus ook haar band op te geven. Waarop de twee resterende bandleden aangeven er ook nog weinig zin in te hebben.
Het zou jammer zijn dat As Diabatz er zou mee ophouden. Als all-female band zijn ze een welkome uitzondering in een toch door mannen gedomineerd genre als de psychobilly. Afgaand op de twee albums die ze uitbrachten bij het Gentse label Drunkabilly Records, behoren ze overigens tot de top in hun genre. ‘Nightmares In Red’ kan zonder blozen zijn plaats opeisen naast dat van pakweg de HorrorPops, Demented Are Go, Mad Sin of Batmobie.
De hoofdrol op dit album is voor zangeres/gitariste Baby Rebbel. Haar stem houdt het midden tussen een Spaanse furie en een onderkoelde grafstem. Vooral die laatste twist van verongelijkte monotonie geeft de lyrics over dood, gevaar, moord en mishandeling nog dat extra zetje om geloofwaardig te zijn. Als ze op het einde van openingstrack “My Nightmares In Red” vraagt om haar uit haar dromen te redden, ben je als luisteraar onmiddellijk bereid om daar op in te gaan.
Hetzelfde verhaal bij “Full-Tilt Boogie” waarin Baby Rebbel in de rol kruipt van een vrouw die haar partner vermoordt. Alleen al de manier waarop ze het zingt, zorgt dat je meer sympathie hebt voor de moordenares dan voor het slachtoffer, nog zonder de argumenten te horen. Benieuwd of we in deze MeToo-tijden net zo veel medeleven zouden hebben met de dader als dat een man zou zijn, maar dat is een ander paar mouwen.
Bassiste Killer Klaw is een zwaard dat aan twee kanten snijdt. Doorgaans legt ze rete-strakke ritmes met haar dubbele bas, maar af en toe verandert ze die naar glooiende, ronde, vrouwelijke baslijnen. Killer Klaw en Clau Sweet Zombie komen, ondanks of net dankzij de gitaarsolo’s van Baby Rebbel, het mooist tot hun recht op het instrumentale “Death Lurks On The Race Track”.
‘Nightmares In Red’ bevat eigenlijk geen enkel dieptepunt of vullertje. Dit trio laat nergens steken vallen. Het niveau van dit album ligt zo hoog dat het ook niet-psychobily-liefhebbers kan bekoren. Fans van punk, garage-rock en metal zullen deze rode nachtmerrie zeker weten te smaken. Wie nog een laatste zetje nodig heeft: As Diabatz sluit dit album af met een vermakelijke cover van Havana Affair van The Ramones.

Drahla

Drahla - Nieuw talent zoekt zijn weg

Geschreven door

Nadat beide bands eerder hun geluk zochten op het showcase festival Eurosonic Noorderslag in Groningen , vonden ze ook nog even de tijd om hun kunsten in Leffinge te demonstreren.

De belangstelling was eerder mager voor dit nieuwe talent. Hoewel je Perro bezwaarlijk een nieuwe band kan noemen. Deze groep uit het Spaanse Murcia is reeds sinds 2011 actief, heeft naast talloze singles ook drie elpees gemaakt en blijkt in Spanje toch een gerenommeerde naam te zijn. Een groep met ambitie ook want voor de mastering van hun laatste plaat, ‘Trópico lumpen’, trokken ze naar Joe Carra in Melbourne, een man die ook al werkte voor King Gizzard, The Drones en Amyl & The Sniffers. Perro bestaat uit twee drummers, waarvan er eentje het zonder basdrum moest stellen, een bassist en een gitarist terwijl die laatste twee ook de (Spaanstalige) zang voor hun rekening namen. Hun, door de immer voortjakkerende drums (met koebel!) en bas, opgejaagde rock had duidelijk inspiratie in de nineties gevonden. De prijs voor originaliteit zullen ze er wel nooit mee winnen maar het klonk toch best aardig. Alleen jammer dat de zang in de mix veel te ver naar achteren zat. Toen het plots wat meer mocht rammelen kwamen ze even in de buurt van Thee Marvin Gays, waar ik zeker niet rouwig om werd. Voor de laatste twee nummers werd de gitaar geruild, eerst voor een keyboard, daarna voor een synthesizer. Eén van die twee songs, met name “Supercampiones”, waarin een op hol geslagen Jean-Michel Jarre Donny Benét ontmoet, bracht me zowaar nog in feeststemming.

Die blijdschap werd daarna evenwel meteen gefnuikt door het niet erg tot feesten uitnodigende Drahla. Twee jongens en een meisje (allen even graatmager, wat wordt dat na de brexit?) brachten donkere postpunk. Maar waar ik de meeste groepen in die niche onverteerbaar vindt, kon ik deze groep uit Leeds wel pruimen. Dat kwam vooral omdat ze zich niet, zoals de meeste bands in die hoek, beperkten tot een desolate, dreinerige sound maar ook elementen uit de noise of artrock (ze halen niet voor niets Wire aan als één van hun grote voorbeelden) in de stoofpot gooiden. Vanaf het tweede nummer kreeg de groep gezelschap van een (wel doorvoede) saxofonist. Een nieuw groepslid of een gastmuzikant, het was me niet geheel duidelijk. Net als zijn inbreng trouwens. Wanneer hij voor wat spookachtige effecten zorgde bleek hij absoluut een meerwaarde maar anderzijds stond hij soms ook gewoon wat jazzy mee te toeteren en daar zag ik dan niet meteen het nut van in. Veel kwaad deed hij niet want de knappe songs (zoals “Twelve divisions of the day”), geconstrueerd rond een erg potente bas en stevige drums lieten zich niet zomaar ontwrichten. En dan was er nog die lijzige, half gesproken zang van gitariste Luciel Brown: verleidelijk en in de stijl van de onvolprezen Tess Parks maar na een tijdje net iets te eentonig.

Toch vond ik Drahla vrij innovatief en voorspel ik ze mits wat schaafwerk een mooie toekomst.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Drahla - Nieuw talent zoekt zijn weg
Drahla + Perro
Café De Zwerver
Leffinge

Yungblud

Yungblud - Een moderne rockstar entertaint zijn fans!

Geschreven door

Yungblud, heeft deze Britse sensatie zelfs nog een introductie nodig? Een halfjaar geleden kwam debuutalbum ‘21st Century Liablity’ op de markt en sindsdien stijgt zijn populariteit even snel als de decibels in de AB. Het succesrecept? Onuitputbaar enthousiasme, geladen songteksten en geen angst om eens tegen de schenen van de maatschappij te stampen. Enkele jaren terug leek Twenty One Pilots de deur open te zetten voor dit genre maar Yungblud oversteeg gisterenavond probleemloos de hype.

Dat voorprogramma Carlie Hanson haar strepen ook al verdiend heeft was te merken aan de, toen al, overvolle zaal. Met “Only One” scoorde ze een serieuze internet-hit en aan het publiek te horen is Hanson zeker geen one-hit wonder gebleven. Nummers als “Toxins” en “Numb” klinken live net iets steviger en dit is wat van deze girl next door zo een leuke opwarmer maakt. Bij het schreeuwende-tiener-publiek is Carlie Hanson (en vooral haar shirtloze drummer) al een absolute heldin maar wij twijfelen er niet aan dat ze binnenkort ook de ultratops van deze wereld omver zal blazen.

Gewapend met oordopjes, dachten we onze trommelvliezen wel genoeg bescherming te bieden. Bij de eerste tonen van “21st Century Liability” werd echter meteen duidelijk dat we het publiek onderschat hadden. Met oorverdovend enthousiasme werd het drietal van Yungblud onthaald en genieten hiervan deden ze duidelijk. Niet enkel het publiek had er zin in maar ook Dominic sprong heen en weer alsof zijn leven ervan af hing.
Wanneer grootste hit “I Love You, Will You Marry Me” vervolgens als tweede nummer in de set gespeeld wordt, weet je dat het energiepeil niet snel zal dalen. Hoewel wij al uitgeput werden als we de band nog maar aan het werk zagen, hielden deze drie jongens de hele set lang het tempo hoog. Dominic coördineerde gigantische moshpits, kuste zijn gitarist en droeg “King Charles” op aan Donald Trump.
Meermaals werd de liefde verklaard aan het publiek en deze was duidelijk wederzijds. Hoewel “Loner” slechts één dag voor dit optreden uitgebracht werd, kon quasi heel de zaal de hit in wording a capella meezingen. Yungblud reageerde oprecht verrast maar kon niet voorspellen dat de, vrij jonge, fanbase nog een verrassing klaar had staan. Voor de show werden papieren hartjes uitgedeeld die plots, ondersteund door honderden lichtjes, bovengetoverd werden tijdens “Kill Somebody”. Dominic kreeg het even moeilijk maar zette dit al snel om in motivatie om nog harder en nog energieker rond te gaan springen.
Al het enthousiasme bracht evenwel met zich mee dat de zang niet altijd even proper klonk maar door de oprechtheid en de wederzijdse liefde tussen band en publiek kunnen we dit enkel maar een reden vinden om de backing track te vergeven. We moeten ook eerlijk toegeven dat foutjes bijna onmogelijk op te merken waren. Of dit kwam doordat er foutloos gespeeld werd of door het continue geschreeuw, laten we graag in het midden.
Afsluiten deden de Britten met een hoog punkgehalte en “Tin Pan Boy” gevolgd door een encore die fungeerde als overwinningsronde. De laatste tonen van “Machine Gun (F**k The NRA)” weerklonken en de drummer kreeg, rockstergewijs, bijna een gitaar tegen zijn hoofd gesmeten.

Een moderne rockster is het minste wat we Yungblud kunnen noemen. De jongeman bewees gisteren dat hij een publiek kan entertainen als niemand anders en daarnaast nog eens een soort poprock maakt van de bovenste plank. Yungblud is een blijvertje en dus kijken we er al enorm naar uit om hem deze zomer aan het werk te zien op Rock Werchter.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Yungblud : http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/219
Carlie Hanson : http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/218

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ism Liveurope)

Mauger

Sunday Competition

Geschreven door

We bespraken in dit magazine al de vooruitgeschoven single “I’m Always Fine” van Mauger. De band die uit wat DNA van Absynthe Minded en Sioen bestaat en daarnaast gewoon stuk voor stuk rasmuzikanten in zijn rangen heeft. Die single kon ons trouwens meer dan matig bekoren en dus keken we uit naar wat hun debuutplaat ons te bieden zou hebben.
‘Sunday Competition’ probeert ons subtiel met negen songs te verleiden. Een opzet waar ze moeiteloos in slagen. Opener “Route Du Soleil” klatert als een beekje voorbij met een akoestische gitaar en spaarzame percussie. De rest doet de stem en de melodie. Hier is ‘less is more’ zeker waar. “Come Back To The City” drijft op een heerlijk basritme en een zang met weerhaakjes. Het doet mij ietwat aan Eels denken. En dat is een toch een geweldig compliment. “Streets Run Dry” begint in de intro als Eisbär van Grauzone om dan meteen over te gaan naar een laidback rockgroove die wat aan Lenny Kravitz doet denken. Maar alles dan gegoten in een indiepopsong. Laten we zeggen een poppy versie van Millionaire.
Negen songs kunnen lang duren, maar is soms ook te kort. Bij Mauger is het dat laatste. Negen songs zonder al te veel franjes maar voorzien van rake arrangementen en melodieën. Songs die beetje bij beetje onder je huid kruipen en je niet meer loslaten. Een authentieke en warme plaat. Waar wacht je nog op? U moest hem al in huis hebben.

Legion Of The Damned

Slaves of The Shadow Realm

Geschreven door

De Nederlandse band Legion Of The Damned draait al mee sedert 1990. Aanvankelijk was het onder de naam Occult waarmee ze vijf albums uitbrachten. Met hun laatste nieuw album zijn ze met Legion of the Damned aan hun zevende album toe en o mijn god wat scheuren ze als jonge honden op ‘Slaves of The Shadow Realm’. Het album is een plezier om naar te luisteren. Dit dankzij de heel fijne productie waardoor de bas heerlijk zingt en de gitaarstukken en de drums mooi hun plaats krijgen. Maar eveneens ook vanwege het goede materiaal en het enthousiasme dat je hoort. Luister maar eens naar de knaller “Charnel Confession” waar we meegezogen worden door de wervelwind van de ritmesectie en de heerlijke gitaarriffs. Toch wordt het melodieuze dat ze op de laatste platen hanteren niet vergeten. Het moet gezegd dat het ene het andere niet in de weg staat. Ook de zang van Maurice Swinkels is ditmaal van hoog niveau. Elke song heeft wel minstens iets dat het aantrekkelijk maakt. Op “Slaves Of The Southern Cross” krijgen we thrashmetal en een refrein dat live uit volle borst meegezongen kan worden. Op “Noctural Commando” staan mooie overgangen. “Black Banners In Flames” heeft dan weer een schitterend stuk ritmesectie waar de track loos op kan gaan en zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Alleen op de openingstrack krijg je het gevoel dat ze moeite hebben met het tempo, waardoor de song wat haastig overkomt. Maar de andere tracks maken dit kleine euvel meer dan goed.
We hebben vijf jaar op nieuw werk moeten wachten maar met een album als dit, was het wel het wachten waard. Een eerste hoogtepunt in het jonge metal jaar. Verplichte voer voor de liefhebbers van het genre.

Dave Keuning

Prismism

Geschreven door

Dave Keuning is de leadgitarist en mede-oprichter van The Killers, met wie hij tot nu toe vijf albums heeft opgenomen. 'Prismism' is zijn debuutalbum als solo-artiest. Toen hij zich opgebrand voelde door het toeren met The Killers begon hij wat muzikale ideeën die hij door de jaren heen had verzameld aan elkaar te koppelen in zijn thuisstudio. De bedoeling was om één song te maken, maar het werd een verzameling van 14 tracks waarbij Keuning alle instrumenten zelf heeft ingespeeld, behalve enkele drumpartijen. Hij is op ‘Prismism’ verantwoordelijk voor alle akoestische en elektrische gitaren en veel keyboards. Hij toont een fascinatie voor elektronische muziek die hij niet helemaal kwijt kan bij The Killers.
Keunings fascinatie voor elektronische muziek kan je in grote lijnen terugvoeren naar de synthpop van de jaren ’80. Niet de vaak gitzwarte undergroundmuziek uit die periode, maar de verhalende, smoothe popmuziek die toen de nationale radio domineerde. Denk aan Scritti Politti, Japan, Godley & Creme, Thomas Dolby, Hall & Oats, Howard Jones, The Psychedelic Furs, Womack & Womack, …
In zijn teksten graaft Keuning iets dieper dan zijn Killers-kompaan Brandon Flowers, maar tegelijk heeft hij het moeilijker om een pakkend refrein te bedenken. Keuning heeft ook niet echt een aaibare stem die je de songs insleurt, maar eerder een zeurderige, dromerige klankkleur. Op titelsong “Prismism” gebruikt hij een stemvervormer, maar dat brengt evenmin zoden aan de dijk.
Keuning kan wel perfect een popsong voor stadions en arena’s in elkaar knutselen. Dat hij dat eerder al deed bij The Killers, blijkt o.m. op “Boat Accident”, “I Ruined You” en “Pretty Faithfull”. Die hebben een duidelijk herkenbare Killers-stempel, al zijn ze net iets minder bombastisch dan volbloed Killers-songs. Het zijn overigens de betere songs van dit album, want als hij de afslag neemt naar de radiovriendelijke retro-synthpop, blijkt dat de kwaliteit eerder middelmatig is.

Katleen Scheir

Border Guards

Geschreven door

Als zangeres van het akoestische folkgezelschap The Golden Glows weet Katleen Scheir sinds 2005 haar stempel te drukken op het folkgebeuren in ons land en ver daarbuiten. De band bracht het in 2018 tot 'residence artist' in onze Ancienne Belgique in Brussel, en dat is toch heel wat. Met 'Border Guards' bracht Katleen Scheir haar debuut op de markt. In de traditie van Joni Mitchell, Alela Diane en Beth Gibbons gooit de jongedame haar grootste wapen in de strijd. Die bijzonder breekbare engelenstem die je ontroert of een glimlach op het gezicht tovert. Spelen met emoties is dan ook de rode draad op het debuut, en daarvoor is bewust gekozen. In de biografie lezen we namelijk: ''Border Guards bevat een selectie van 12 uiterst persoonlijke, emotionele maar vaak ook hoopvolle songs. Katleen Scheir vertelt in de songs haar persoonlijke verhaal: van opgroeien in een ontwricht gezin, volwassen worden met vallen en opstaan en het proces van een slepende ziekte waaraan haar moeder in 2016 overlijdt. "
Vanaf de eerste sprankelende parel “Back To My Isle” legt Katleen de lat enorm hoog om de aanhoorder een krop in de keel te bezorgen. Maar gelukkig bevatten de beste emotioneel mooie songs als “Border Guards”, “Here And Now” en “I Know Your Planet” voldoende zonneschijn om er niet voor te zorgen dat je daardoor depressief dreigt te worden. Eerder zijn die songs gedrenkt in een badje van melancholie tot weemoedigheid. Echter schuilt er telkens hoop achter de donkere wolken. Uit het leven van elke dag gegrepen dus. De jongedame laat zich bovendien omringen door klassemuzikanten die haar songs naar een Hemels hoog niveau tillen. We citeren: ''Katleen deed voor de opnames van ‘Border Guards’ in de Sputnik Studio beroep op haar vaste bandleden: Martine de Kok op piano en accordeon,  Lotte De Blieck op bas en Hans Dockx op drums.Daarnaast hoor je op het album bijdragen van trompettist Jon Birdsong (Black Flower, Beck, Jan Swerts), gitarist Geert Hellings (Guido Belcanto, Jim White), zangeres Nel Ponsaers (The Golden Glows, Stef Kamil Carlens), violist Toon Dockx (And They Spoke in Anthems), celliste Charlotte Vavourakis , trombonist Maarten Scheir (Ambrassband) en de Italiaanse Grammy-genomineerde mondharmonicavirtuoos Fabrizio Poggi (Garth Hudson, Robert Plant, The Blind Boys of Alabama). "
Op dit gevarieerde elan blijft de jongedame, geruggesteund door een sprankelende pianoklank of een viool-inbreng die je naar verre oorden doet zweven, dan ook doorgaan tot het bittere einde. Op songs als “The Green Road”, “Lullaby For Achilles”, “Gypsy” en “Narcissus” brengt Katleen melancholie en weemoedigheid samen tot een sprankelend en goudeerlijk geheel waarbij je dus een traan wegpinkt, maar een glimlach eveneens niet kunt onderdrukken.
'Border Guard' is een best persoonlijke plaat geworden waarbij Katleen Scheir haar ziel volledig bloot legt. De songs vertellen echter niet enkel haar, maar ook mijn en uw verhaal. En dat zorgt ervoor dat dit bijzonder aantrekkelijk fokdebuut een schijf is die aan je ribben zal kleven, van begin tot einde; die je enerzijds zal ontroeren, waarbij je een traan wegpinkt van verdriet en innerlijke gemoedsrust en anderzijds dus ook een glimlach op de lippen zal toveren bij het eerste zonlicht van de dag, want die schijnt na elke donkere wolk, weet je wel. Door middel van haar bijzonder uiteenlopend stembereik hypnotiseert Katleen je letterlijk, en laat ze je met een goed gevoel vanbinnen achter, waarbij tranen van verdriet, maar eveneens van intensieve vreugde tot het oneindige met elkaar worden verbonden.

Tracklist: Back to My Isle (3:50)  Border Guards (2:29) Here And Now (5:13) I Know Your Planet (3:48) Bump On My Road (3:33) The Green Road (4:44) Lullaby For Achilles (3:39) Gypsy (4:45) Narcissus (2:09) Out Of The Comfort Zone (3:33)  That's Where She Belongs (3:32) The Sun (2:45)

Innerwoud

Haven

Geschreven door

Breng twee bijzondere en tot de verbeelding sprekende artiesten in hun genre samen en er ontstaat een magie die we niet anders kunnen omschrijven als onaards. Innerwoud (ofwel Pieter-Jan Van Assche) is een imposant contrabasspeler, die geluiden uit dat instrument tovert waarvan we tot op heden het bestaan nog niet kenden.
Voor zijn nieuwste project 'Haven' werkte hij samen met sopraan Astrid Stockman. Deze artieste speelde theaterrollen als ‘Venus’ (Venus & Adonis, Blow), ‘Belinda’ (Dido &  Aeneas) en ‘Donna Elevira’ (Transparent - Laika). En dat is maar een kleine greep uit het aanbod.
Elke song op ‘Haven’ is opgebouwd rond die contrabas gecombineerd met het Hemels hoog stembereik van Astrid. Waardoor we prompt zijn aanbeland in een theaterzaal waar een sopraan haar publiek op het puntje van de stoel doet zitten. Eens de stem de hoogte ingaat, bezorgt Astrid je dan ook kippenvel en een krop in de keel en gaan de haren op onze armen prompt recht staan van innerlijk genot. Geruggesteund door die al even grensverleggende contrabasgeluiden, die je wegvoeren naar heel, heel verre oorden.  Het meest interessante aan dit meesterwerk echter is dat beide artiesten elkaar blindelings lijken te vinden, en bovendien hun hele gewicht in de weegschaal werpen om de aanhoorder een perfecte trip aan te bieden. De perfectie wordt dan ook over elk van de vier songs op deze schijf gewoon overschreden, zonder de spontaniteit uit het oog te verliezen.
'Haven' van Innerwoud & Astrid Stockman zorgt voor een intensieve, deugddoende donkere trip die je de adem afsnijdt. Beide artiesten zijn in ieder geval virtuozen wat stem en contrabas betreft. Eens die bijzondere stem van Astrid en uitzonderlijke contrabas inbreng van Innerwoud met elkaar in aanraking komen ontstaat echter iets magisch dat je zonder meer kunt bestempelen als onaards. Elke keer opnieuw, ook na meerdere luisterbeurten, drijven we dan ook weg naar die ongekende oorden ver verwijderd van de harde realiteit van het leven. Binnen een donkere omkadering, zonder pijn te doen maar eerder door een zwarte walm over je hart te doen neerdalen die je tot diepe innerlijke gemoedsrust brengt.

Tracklist: Elegy I 05:46; Elegy II 11:55; Elegy III 01:59; Elegy IV 11:01

Haven
Innerwoud en Astrid Stockman
Consouling Sounds

Esplanades

Rebirth Of Bravery

Geschreven door

Esplanades is een Frans duo (uit het naburige Lille) dat probeert flamboyante en energieke pop te maken. Op hun eerste EP, die zeven tracks bevat, slagen ze bijzonder goed in hun opzet. Het doet mij wat aan Mika denken qua energie en rijkdom. In elke song zitten vrij veel ideeën verwerkt. De samenzang en afwisseling van de stemmen werkt goed. Elke song gaat wel meerdere kanten uit. Veelzijdigheid is het woord dat ik erop plak. Het vergroot tevens het luisterplezier. Daarnaast klinken een aantal refreintjes ook wel vrij catchy. Ik denk dan aan hun single “Funny Talking Animals”, “Everywhere Is Safe” of “Kiruna”. Maar dit zonder te hervallen in de gekende clichés. Ze weten dus wel hoe een song te maken en de productie klinkt ook piekfijn. Alain Douches ( o.a. bekend van zijn werk voor Midlake, Mastodon, Sufjan Stevens, …) deed hier de mastering. Ze lieten dus niets aan het toeval over en dat loonde. Afsluiter “Heart-Sized Parade” begint als een popsong en eindigt met een gitaarsolo in de stijl van Muse. Dat is Esplanades, er altijd nog een weerhaakje of een twist aan toevoegen.
Wie op zoek is naar goede pop met diepgang zit hier goed. ‘Rebirth of Bravery’ is een kleine storm in een glas water. Maar wel eentje die mij doet verblijden. Indiepop die ergens te situeren valt tussen Mika, Robbie Williams, Queen en MGMT.

De Delvers

De Delvers

Geschreven door

Aroma Di Amore is verleden tijd. Maar zie De Delvers probeert de leegte die ze achter gelaten hebben in te vullen. Dit vijftal grossiert in een blend van wave en postpunk met Nederlandstalige teksten. Op hun debuut in eigen beheer staan tien tracks die gemiddeld twee minuten lang zijn. En dat is prima, want nergens krijgen we eindeloze herhalingen. Het is net als de muziek en de teksten basic, to-the-point. Geen flauwekul of lange solo’s. En toch zit alles erin wat er moet in zitten.
Daar waar de Engelstalige teksten in veel bands gewoon een klankbord zijn, vinden we hier teksten die persoonlijk maar ook veelzeggend zijn. Ik ben heel blij dat ze hun teksten in het coverboekje hebben gezet. Niet dat ze niet verstaanbaar zijn, want ze zijn in het Algemeen Nederlands gezongen. Geen woord staat er teveel, juist voldoende om je er je eigen betekenis aan te geven. De muziek is, zoals we eerder zeiden, direct en soms best catchy. “Onrust” is bijvoorbeeld een heel sterke song waarin je de onrust ook in het nummer kan voelen. Op “1000 Vragen” doet Laura Haemels (toetsen) de lead vocals. Dat levert dan een andere soort vibe op. Ze doet het niet perfect (er kan nog wel wat geschaafd worden aan haar zangstem), maar wel met de juiste inzet. Heel in de verte hoor je dat ze nu en dan de mosterd halen waar onder andere A Slice Of Life (die nieuwkomer van vorig jaar) ook uit put.
Soms punkrocken ze ook ferm zoals op “Wij Worden Wakker”. Hier doen ze mij een beetje aan de Nederlandse band De Dood denken. Op “Ik Volg De Wind” krijgen we dan weer darkwave van de bovenste plank.
De Delvers bewijzen dat het Nederlands ook best mooi en spannend is om in te zingen. Dit samen met de gebruikte invloeden vullen ze het gat dat bands zoals Noordkaap, Aroma Di Amore en zelfs Arbeid Adelt (alhoewel die nog actief zijn) achterlieten. En we zijn blij met een band zoals De Delvers. Ik miste dat ongecompliceerde en directe dat ze in huis hebben. Een heel fijn debuut! Nu es checken waar ik die in de buurt aan het werk kan zien.

Bram Weijters

Pendulum

Geschreven door

Bram Weijters is een Belgische jazzpianist die vanuit uiteenlopende projecten grenzen heeft verlegd in de jazz en aanverwante gebeuren. De man is een meester in het improviseren tot in het oneindige. Eén van die projecten is een samenwerking de met Amerikaanse trompettist Chad McCullough. De heren vinden elkaar al ruimschoots tien jaar en vullen elkaar ondertussen blindelings aan. Dat is ook te merken aan de nieuwste releases die ze samen op de markt brachten. 'Pendulum' is ondertussen de vijfde schijf waarop beide heren samenwerken.
‘Pendulum’ is een conceptalbum ronde 'de tijd'. De mens blijft doorheen de eeuwen gefascineerd door dat gegeven. En dat vinden we ook terug op deze schijf. Vaak intimistisch of dan eerder door je een krop in de keel te bezorgen of tot tranen toe te bewegen wordt dat fenomeen uit de doeken gedaan. Van de prille ochtend 'A Different Light' - ochtendstond heeft goud in de mond -, over de loop van de dag, met vallen en opstaan, golven van intens geluk en even groot verdriet, gaat de tijd verder naar de middag om te eindigen in de stilte van de avond en de nacht.
Geïnspireerd door het muzikale genie van Bach en zijn ordening van muzikale werken als het Well Tempered Klavier en de Goldberg-variatie zorgt dit duo ervoor dat de aanhoorder zijn of haar stelling van die tijd zelf kan invullen. Er zit voldoende variatie tot improvisatie binnen de schijf, waardoor je als aanhoorder dus je fantasie wat moet laten werken wat die tijd betreft. Zo maken we een vreugdesprong bij het trompetgeschal van Chad op “Escapement” of krijgen we een krop in de keel bij de gevoelige piano-inbreng van Bram op “The Same But Different”. De heren weigeren zich trouwens ook vast te pinnen op één muziekstijl, streepjes klassiek en jazz worden door elkaar geschud alsof dat de normaalste zaak van de wereld is.  Songs na song blijven Bram en Chad ons verrassen en buiten adem achter laten.
Het ongrijpbare tot vaak onbereikbare van het gegeven de tijd wordt op deze schijf voortdurend uit de doeken gedaan. Bram Weijters & Chad McCullough prikkelen vooral de fantasie van de aanhoorder door het brengen van een heel filmische, intimistische kijk op die tijd. Net zoals een componist als Bach zijn tijd ver vooruit was, verlegt dit duo bovendien grenzen in het klassieke en jazzgebeuren waar we dachten dat er geen grenzen meer waren. Net doordat beide heren elkaar blindelings vinden in dit concept ontstaat dan ook iets magisch mooi en toch ook ongrijpbaar, waardoor je als luisteraar letterlijk wegzweeft in de tijd... naar verleden, heden en toekomst.
Als het de bedoeling was om ons met al die aspecten te confronteren in dat circa 59 minuten en 25 knappe parels van songs, of ons een spiegel voor te houden van 'de tijd' waarin we leven, hebben geleefd en zullen leven, dan is het duo met 'Pendulum' volledig in zijn opzet geslaagd.

Tracklist: Opening 03:45; A Different Light 02:32; Raindrop 03:27; The Same Prelude 02:03; The Same Melody 01:35; Still Dark 02:26; Suspended Weight 01:53; Crackle 02:17; Spiral Part One 03:18; Escapement 01:39; The Same But Different 02:52; Ratchet Wheel 02:03; Different Prelude 03:02; The Same Path 01:27; Which Way 02:38; The Same Waltz Part One 02:25; Crystals 01:29; At Ease 02:19; The Same Twelve Notes 02:28; Spiral Part Two 01:44; Different But The Same 02:12; Pondering 02:36; A Different Night 02:52; Closing 00:51.

Blues/Jazz
Pendulum
Bram Weijters & Chad McCullough

BØM

Blue Beard (Or How He Lost His Cock) -single-

Geschreven door

BØM’s eerste single (“Harlot”) verdiende op deze site reeds een dikke pluim. Op hun tweede single, “Blue Beard (Or How He Lost His Cock)”, gaan ze nog een paar stappen verder. Het is opnieuw een komen en gaan van potige blues, progrock en stoner, maar deze keer nemen ze daar ruim negen minuten voor. Dat toont dat ze alvast genoeg ambitie hebben (en compleet niet mikken op airplay).
Ze voegen ook nog iets toe aan het recept van “Harlot”. Ergens rond de zes minuten ver in deze track komt de breed uitwaaierende hardrock van Led Zeppelin even langs, die wordt afgelost door – opnieuw – Jimi Hendrix en Josh Homme.
We zijn streng. De ambitie om de volle negen minuten te kunnen boeien, wordt niet ingelost. Vooral aan de nochtans zorgvuldig (en mooi volgens de regels van de progrock) opgebouwde intro hadden die van BØM nog wel een minuut en iets meer kunnen afpitsen zonder aan de kracht en geest van het nummer te raken.
Ook in de productie scoren ze minder dan op “Harlot”, omdat het drumgeluid hier net iets minder zorg en liefde kreeg. Maar dat zijn schoonheidsfoutjes waar we een jonge band niet willen op afrekenen. Onthoud dus toch vooral dat deze “Blue Beard” nog altijd meer dan zeven minuten luistergenot biedt voor alle fans van stoner en prog.

Althea

The Art Of Trees

Geschreven door

De Italiaanse progressieve metalband Althea ontstond feitelijk al in 1998. Waarom dat aan ons is voorbij gegaan, is tot op heden nog steeds een raadsel. Echter na enige demo's en bezettingsperikelen bleef het redelijk stil rond de band. Pas in 2014 brengt Althea een volwaardige EP uit: 'Eleven'. Gevolgd door een knappe progressieve metal schijf 'Memories Have No Name'. De band ontving hiervoor zeer goede recensies.
Sinds begin januari ligt er nieuw werk in de winkel: 'The Art of Trees'. Een knappe schijf boordevol melancholie en intensiviteit, die doet denken aan een wandeling in de bossen en het daarbij bewonderen van de bomen rondom u. Inderdaad, de kunst van de boom uit de doeken gedaan.
De toon wordt al gezet bij “For Now”. Een heel warme song die wordt opgebouwd naar een zekere climax, zonder echt door de geluidsmuur te gaan. Eerder valt het serene karakter van de songs ons nog het meest op. Daarbij is de warme stem van zanger Allissio Accardo een enorme meerwaarde binnen het geheel. Bij elke songs speelt de man dan ook heel bewust met de emoties van de aanhoorder, en doet hij een zekere gemoedsrust over jou neerdalen. Zonder je in slaap te wiegen, maar eerder door de aanhoorder onder te dompelen in badjes van weemoedigheid raakt Althea telkens een gevoelige snaar.
Zowel vocaal als instrumentaal blijkt Althea bovendien een zekere zin voor improviseren naar voor te brengen en zelfs lichtjes te experimenteren. Het wordt de aanhoorder echter ook niet al te moeilijk gemaakt. De songs moeten namelijk gemakkelijk in het gehoor liggen, maar intensief genoeg zijn om je niet in slaap te wiegen of al te melig te gaan klinken. Een opzet waarin Althea met brio slaagt. De gehele plaat ademt dan ook iets hartverwarmend uit, vergelijkbaar met wat je voelt na die fijne boswandeling. Alsof je al de problemen in het dagelijkse leven even kunt vergeten, door je te storten in walmen van diepe intensiviteit zonder al te grote woorden te gebruiken. Maar eerder door de eenvoud vergelijkbaar met een wandeling in dat bos, en het aanschouwen van de schoonheid van de natuur rondom u.
Althea brengt een bijzonder aantrekkelijke progressieve rockplaat uit, die je enkele luisterbeurten moet gunnen. Want na elke beurt ontdek je weer bijzonderheden die je voorheen niet had opgemerkt.
'The Art of Trees' is een melancholische ontdekkingsreis in het bos van het leven, die je dan ook na elke luisterbeurt opnieuw zal verwonderen en diep raken. Dankzij de bijzonder intensieve manier waarop de songs je hart raken, op een heel bijzondere plaats en op een zeer eenvoudige maar al even intensieve wijze.

Tracklist: For Now; Deformed To Frame; One More Time; Today; Evelyn; Not Me; The Shade; The Art Of Trees; Away From Me; Burnout.

Jan De Wilde

Jan De Wilde - Vlaamse Cultuur verrijking van Top niveau

Geschreven door

Jan De Wilde - Hèhè! Wat een Jan - theatertour 75 jaar Jan De Wilde
Jan De Wilde is naast Willem Vermandere, Zjef Van Uytsel, Wannes Van De Velde, Kris De bruyne en zoveel andere één van de grote iconen binnen de kleinkunst en aanverwant gebeuren. We zetten dat laatste er trouwens heel bewust bij, want de man in dat hokje kleinkunst duwen is hem tekort doen. Jan De Wilde is altijd de bescheidenheid zelf gebleven, zijn eenvoud gecombineerd met uitzonderlijk talent , zorgt er echter voor dat ook na circa 50 jaar op de planken verschillende van zijn theater concerten ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag, compleet zijn uitverkocht. Waaronder deze in Ancienne Belgique op deze zondag namiddag.

Onder de noemer ‘ Jan De Wilde ''Hèhè! Wat een Jan - theatertour 75 jaar Jan De Wilde’ start Jan De Wilde de theater tour dus in een tot de nok gevulde Ancienne Belgique. Opvallend daarbij, het publiek bestaat uit zowel prille zestigers of zeventigers, maar ook uit dertigers, veertigers en vijftigers. Die eerste hadden zelfs hun kinderen meegebracht. Opdat ook zij zouden proeven van wat we niet anders kunnen omschrijven als een avond of late namiddag ‘Vlaamse Cultuur opsnuiven van top niveau’.
Zichtbaar ontroerd door zo een ontvangst in de Ancienne Belgique , betreedt Jan De Wilde op die bescheiden wijze het podium. De man is een klasse verteller, dat zeiden we al, en zet zijn set in met enkele nummers die hij naar eigen zeggen al lang niet meer heeft gespeeld. Uiteraard gaat de meeste aandacht daarbij naar Jan uit. Maar hij laat zich eveneens omringen door top muzikanten, die hij dan ook op een voetstuk zet, al dan niet met een grappige kwinkslag.
Zo waren we weer eens onder de indruk van de aanstekelijke gitaar riffs van Eddy Peremans of bas/contrabas kunsten van Mario Vermandel. Kries Roose deed met zijn piano inbreng de haren op de armen recht komen. En ook Jo Soetaert is een drummer van top niveau. Echter waren we, met alle respect voor deze heren, het meest onder de indruk van het vioolspel van Liesbeth De Lombaert; in een versmelting met Jan De Wilde zijn stem, ontstond een magie waardoor we prompt zweefden naar andere oorden, en met een krop in de keel een traan wegpinkten , steeds met een glimlach op onze lippen.
Want dit moest vooral een feestelijk optreden worden. Geen tranendal. Later in de set werd de instrumentale inbreng aangevuld met het blazers kwartet bestaande uit: Wim De Pauw (trombone), Bart Coppé (bugel), Johan Van Neste (hoorn) en Geert Vanhassel (tuba), die door hun inbreng een grote meerwaarde blijken te zijn binnen het geheel; de songs klonken daardoor zelfs nog voller dan voorheen. Jan laat bovendien niet na om zijn geluidsman Lieven Vanvaerenbergh en de man van het licht Pepijn De Paepe in de bloemen te zetten. Ook dat siert hem.
Jan De Wilde vertelde honderduit over zijn verleden, over hoe sommige songs zijn ontstaan. Over Meneer Pastoor, over zijn ouders. Soms met een traan, maar meestal met toevoeging van een grappige anekdote. Of hij brengt een ode aan Tom Waits wiens song 'Tom Trauber's Blues (Four Sheets to the wind in Copenhagen) in een kleinkunst kleedje wordt gestoken. Daarbij vertelt Jan hoe hij de tekst niet begreep, en het toch moest brengen. De man doet dat op zo een schitterende, pakkende wijze zoals enkel Tom Waits zelf dat zou kunnen doen. Een indrukwekkend moment waarbij je een speld kon horen vallen in de zaal.
Bij de langere songs menen we dan weer Bob Dylan te herkennen, alleen staat Jan minder nukkig op het podium als de grootmeester. Hij straalt eerder van geluk en is vanaf de eerste tot de laatste noot zichtbaar ontroerd door zoveel liefde die hij ontvangt van zijn publiek en band.
Uiteraard mogen gedoodverfde hits als “De eerste sneeuw”, “De fanfare van honger en dorst” of ”Joke” en “Daar is de lente” niet ontbreken in de set. Maar feitelijk schotelt Jan De Wilde twee uur lang een set boordevol variatie tussen harten raken en bulderlach, zoals enkel grote artiesten dat kunnen. Wat de man ook is uiteraard! Laat dat duidelijk zijn.  Dat bewijst hij weer eens meermaals in een volgepakte Ancienne Belgique die hem bij elke song op een daverend applaus onthaalt, en op het einde van de set zelfs een staande ovatie.

Besluit: Het blijft ongelooflijk Jan De Wilde bezig te zien. Twee jaar geleden waren we al onder de indruk toen hij met zijn tournee 'Jan De Wilde & vrienden' vele theaters en zalen plat speelde. Zijn bescheidenheid siert hem ook nu weer, maar ik zie vooral elke keer de combinatie van een Vlaamse Troubadour in de stijl van een Guido Belcanto, een rasverteller in de richting van Willem Vermandere tot een klasse humorist als Urbanus. Bij de iets langere nummers passeert dan weer een Vlaamse Bob Dylan, en de man kan op de koop toe een uniek icoon als Tom Waits tot leven brengen en komt daar zelfs zonder problemen mee weg.
Kortom: Jan De Wilde bewijst op zijn 75ste nog steeds met het grootste gemak een uitverkochte zaal te doen lachen, huilen en diep te ontroeren. Op zijn eigen eenvoudige wijze zet hij daardoor de stelling '’schitteren in eenvoud'’ nog wat meer in de verf. Wat getuigt van pure klasse. We genoten met zoveel anderen dan ook met volle teugen van deze avond Vlaamse Cultuur verrijking van top niveau.

Jan De Wilde bezoekt nog vele theaterzalen in het kader van 'Hèhè! Wat een Jan! • Theatertour 2018-2019 • 75 jaar Jan De Wilde' – zie de site van Jan De Wilde

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/217
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

La Muerte

La Muerte - 35 jaar La Muerte - Love-Sex-Fear-Death

Geschreven door

Op het eind van 2018 werd de nieuwe plaat van La Muerte, die dezelfde titel als de bandnaam meekreeg, op de wereld losgelaten. En dit werd op zaterdag 12 januari kracht bijgezet met een optreden in de Brusselse AB. Tevens ook een soort viering van hun 35-jarig bestaan, en dus ook een poging om hun levendige cultstatus alle eer aan te doen. Maar ze waren niet allen op hun ‘LOVE-SEX-FEAR-DEATH’ optreden, want ze hadden gevist in de poel van de Noorderburen. Vanuit Frankrijk werd  Hangman’s Chair (sludge doom rock band) aan de line-up, en vanuit Nederland Dool toegevoegd.

Ik moest helaas Hangman’s Chair aan mij voorbij laten gaan, maar was toch tijdig om het grotendeel van Dool hun show mee te pikken. Een mix van donkere rock, gotische uitspattingen, aangevuld met psychedelische geluiden is de drijfveer van deze band, en met frontvrouw Ryanne Van Dorst hebben ze een vrouw met ballen in de gelederen. Mijn inziens hoorde ik toch veel elementen van Steak Number Eight terug in hun muziek, maar deze krachtige en explosieve band maakte toch een sterke indruk deze avond, terwijl bij ondergetekende in het begin nog niet alles op zijn plaats viel tijdens het luisteren. Gelukkig  voor mij bewezen ze over sterke songs te beschikken, met als primus de cover van Killing Joke getiteld “Love Like Blood”.

Maar de mensen waren toch vooral afgezakt om de hoofdaffiche te aanschouwen, en mee te vieren op hun jubilee en promotie van hun nieuwste album. La Muerte startte met een videoclip die iedereen verwelkomde in hun wereld, waarna zanger Marc Du Marais (getooid in een muts gemaakt van een soort jutezak) het nummer “Crash Baby Crash” inzette. De vocalen van deze man klinken ietwat gestoord, maar aangezien ikzelf een metalfanaat ben, heb ik al dreigendere stemmen mogen aanhoren die voor mij persoonlijk minder schreeuwerig overkwamen. En meestal werd dit ook doorgetrokken in de lijn van hun nummers deze avond, want ik hoorde toch redelijk wat rommelige stukken in mijn oren suizen en niet elk nummer klonk even strak.
Uiteraard kan het evenwel de bedoeling zijn van La Muerte om zo over te komen, maar als je zoals ikzelf niet zo bekend bent met de band, dan voelt het toch ietwat raar aan. Niettemin klonk deze band toch lekker stevig en waren ook enkele nummers die hoge punten scoorden. In het bijzonder dan twee nummers van hun nieuwe schijf: “Darkened Dreams” en “LSD for the Holy Man”. De sfeer was alvast aanwezig (mede ook door duistere zaal), ondanks dat de zaal niet volgelopen was.

Om te besluiten vond ik beide optredens (sorry Hangman’s Chair) toch wel geslaagd, want ik heb mij alvast geamuseerd, ook al klonk niet alles altijd even zuiver, bedoeld of onbedoeld. Ja, dit bewijst toch maar eens dat het soms de moeite loont om spontaan bands te aanschouwen die niet geheel gekend zijn bij het grote publiek of door jezelf, en dat verrassingen nooit veraf zijn, zelfs niet in Brussel!
Misschien nog een tip voor de lezers: ik heb veel positieve reacties verkregen op hun nieuwste plaat, dus zeker eens de moeite om te checken als je houdt van stevige alternatieve rock!

Neem gerust een kijkje naar de pics
La Muerte http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/214
Dool http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/215
Hangmans chair http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/216

Organisatie Ancienne Belgique, Brussel

Zingem Beeft 2018 – Metalbands slopen De Griffel

Geschreven door

Indoorfestival Zingem Beeft is nog maar aan zijn tweede editie toe, maar verdient onze aandacht voor de aanpak. Een moderne, frisse zaal met een groot podium, een degelijke PA en lichtinstallatie, … en dat in combinatie met een bescheiden inkomprijs voor toch vier metalbands, met veel aandacht voor lokaal talent. Het is een verademing voor zowel bands als bezoekers.

Turpentine Valley mocht met zijn post-metal het festival openen. De lichtman kon nog even uitrusten, want de band uit Zulte zette het optreden in met niet meer dan enkele strategisch geplaatst gloeilampen. Die setting hielp, samen met het weglaten van aankondigingen of bindteksten, mee om de aanwezigen mee te nemen op de postmetaltrip van dit instrumentale trio. De band putte vooral uit hun eerder dit jaar uitgebrachte debuutalbum, dat ze in eigen beheer op cassette uitgebracht hebben.
Turpentine Valley heeft al nieuwe nummers klaar, maar die worden nog even opgespaard. De set was mooi opgebouwd met het nog wat voorzichtige “Abrupt” en “Compromis” als kennismaking en met in de finale een heftige versie van “Trauma”.
Hoewel de hoofdmoot postmetal is, maakt Turpentine Valley ook uitstapjes tot aan de stoner en sludgemetal. Hun set zorgde niet voor meebrullende of moshende fans of hoorns die de lucht in gingen, maar aan de meeknikkende kopjes in het publiek kon je toch opmaken dat hun postmetal best gesmaakt wordt bij de ‘gemiddelde’ metalfan.

Ironborn wist de menigte te verleiden met klassieke heavymetal. Ze openden met hun Motörhead-tributetrack “Rock ’n Roll Is Dead” (geen cover). Hier gingen de vuisten en hoorns wel meteen de lucht in. Ironborn speelde “1568”, over de executie van Egmont (ooit prins van het naburige Gavere) in de strijd van de Nederlanden tegen de Spaanse overheersing. In Zingem speelden ze de elektrische versie van deze single en hadden ze hun gelijknamige bier mee als merchandise. De vertaling van akoestische naar elektrische versie zorgt voor een resultaat dat aanleunt bij de progmetal. Ook in andere nummers kruiden ze hun heavymetal (matig) met death en speed, terwijl ze toch op hun best zijn als ze gewoon heavymetal brengen. Dat bleek naar het einde van de set met prachtige versies van “Drifting Away”, “Your Downfall” en meezinger “Never Again”.

Met Signs Of Algorithm werd een derde subgenre van de metal aangeboord. Deze band brengt metalcore zonder compromissen: snel en hard beukend. Het jonge geweld zorgde voor de eerste moshpits van de avond. De routine van vaak te spelen, ook in het buitenland, zorgt ervoor dat de bandleden elkaar blind vinden, zowel muzikaal als stuiterend over het podium, en dat ze hun publiek ook recht in de ogen kunnen kijken (ipv naar hun snaren te staren) om het zo nog wat meer op te jutten. Het ‘trucje’ met drie extra verhoogjes (bovenop het reeds hoge podium in de Griffel) voor zanger Frederick zorgde voor gemengde gevoelens bij sommige bezoekers. Het kan werken in een zaaltje zonder eigen podium, maar in Zingem voegde het voor sommigen weinig toe aan de beleving. Maar die opmerkingen kwamen dan wel van achter in de zaal. Voor het podium had niemand er problemen mee. Integendeel.

Hexa Mera is één van de Belgische sterkhouders in melodische deathmetal en kan mooie adelbrieven voorleggen van o.m. Graspop en Metaldays. Hoewel ze muzikaal niet zo heel ver uit de buurt liggen van Signs Of Algorithm hield een deel van het publiek het al voor bekeken bij Hexa Mera. Best jammer, want Hexa Mera verkeerde in een bloedvorm. De wurggreep op het publiek begon bij “Siegebreaker” en “Divide Et Impera” en leidde zo naar de eerste, weliswaar bescheiden wall of death van dit indoorfestival. Deze band toonde in alles dat ze het waard zijn om als headliner op de affiche te staan.

Als Agera Events op dit elan kan doorgaan, kijken wij nu al uit naar de derde editie van Zingem Beeft. Of wordt het dan – met de fusie van Zingem en Kruishoutem – de eerste editie van Kruisem Beeft?

Organisatie: Agera Events.

Susanna Wallumrød

Garden Of Earthly Delights

Geschreven door

Vorig jaar heb ik Susanna haar soloalbum ‘Go Dig My Grave’ besproken. Een album waarop ze bekende songs een ‘Susanna-behandeling’ geeft en ze voorziet van haar mooie stem en barokke, verstilde aankleding. Daarnaast bevatten ze ook eigen songs in dezelfde sfeer. Een album waar ik van genoten heb. Op haar nieuwste werk gaat ze verder deze weg op.
Ditmaal liet ze zich inspireren door het werk van Jheronimus Bosch. De titel is een verwijzing naar de ‘Tuin Der Lusten’, een schilderij van de hand van de Middeleeuwse kunstenaar. Door haar songs te baseren op zijn werk krijgen we uiteenlopende songs te horen. Van het verontrustende “Ecstasy X” met de warse synthsounds tot het eerder dromerige titelnummer ‘Garden of Delight’ dat hoofdzakelijk op een pianolijn drijft. Soms doet ze wat aan Tori Amos denken, bijvoorbeeld op ‘Death And The Miser’. Het album heeft een uitgesproken donkere en verontrustende vibe. Op zich toont dit duidelijke gelijkenissen met het werk van Bosch. Op dit album wordt Susanna trouwens begeleid door The Brotherhood Of Our Lady dat vernoemd werd naar het illustere Lieve Vrouwe Broederschap dat Bosch steunde. Op zich vind ik niet dat dit album hierdoor heel veel anders klinkt tegenover haar vorige soloalbum. De synthsounds die aanwezig zijn, geven het een vreemde en soms een bovenaardse twist. Toch krijg je niet het gevoel dat je naar elektronische muziek luistert. Daarvoor zijn de zang en de songs teveel in gothische, klassieke en andere genres gedrenkt.
Net als ‘Go Dig My Grave’ laat dit album bij mij na beluistering een geweldige nadruk na. Het album kruipt na verloop van tijd onder je huid. Het heeft een beetje hetzelfde effect op mij als toen ik Nick Cave’s ‘Skeleton Tree’ had gehoord. Prachtig, eigenzinnig en intrigerend.

Garden Of Earthly Delights
Susanna & The Brotherhood Of Our Lady
SusannaSonata/Konkurrent

Shuulak

Albedo EP

Geschreven door

De Nederlandse metalband Shuulak is een fenomeen dat je ook live moet gezien hebben om het hele plaatje te snappen. Muzikaal zit deze band op het kruispunt van Leave’s Eyes en Kamelot met in de mix vooral snelle heavy metal, en ook wel wat prog en thrash. Op ‘Nigredo’, hun EP van vorig jaar, kregen we reeds knappe composities, een sterke zanger met stevige cleane vocalen en het betere, agressieve gitaarwerk voorgeschoteld. Met ‘Albedo’ hebben ze drie nieuwe tracks klaar die ze als single releasen via Bandcamp.

“Hunter’s Moon”, de eerste track, doet me een beetje denken aan een huwelijk van Queensrÿche  en Iced Earth. Hier opnieuw een heel sterke songopbouw, met het betere riffwerk als extraatje. Het mysterie van de bandnaam en logo houden ze nog wat aan in de lyrics. Op “The Meek” voeren een lekkere groove en flink wat melodie de boventoon, in zodat ze hier uitkomen bij moderne, alternatieve heavy metal. Ergens voorbij halfweg komt er nog wat prog-thrash aansluiten. Slotnummer “Albedo”  is een track met enkel piano en de heerlijke cleane vocalen van Bastiën. Deze track klokt af op nauwelijks een minuut en heeft daardoor veel weg van een interlude of een intro.
Shuulak kwam al een paar keer naar Vlaanderen om live te spelen. Hopelijk brengen ze bij één van hun volgende doortochten snel een volledig album mee.  

Human

Human

Geschreven door

Wie Soror Dolorosa kent, zal Franck Ligabue (drummer) ongetwijfeld kennen. En die Franck komen we ook terug tegen bij dit nieuwe project genaamd Human. Hij is bij Human de drijvende kracht. Hij verzamelde Axel Moreau (drums), Paul Bloyer (gitaar en keyboards), David Garcia (gitaar) en Sylvain Martinie (bas) rond zich. Muzikanten die allemaal hun sporen reeds verdienden in het genre. Via indierock-, cold wave-, death rock- en gothic rock-composities probeert hij muziek te maken over de menselijke natuur in al zijn facetten. Vandaar ook Human.
Op hun debuut presenteren ze ons negen tracks. Opener “Last Exit Before The Crash” is een aardige goth/wavesong, met sfeervol gitaarwerk en een uitnodigend refrein. “Feeding The Ocean” vind ik nog iets sterker en melodieuzer. Vooral de inbreng van het orgel en de baslijn duwen het nummer naar een hoger niveau. “Quai Des Etroits” gaat een beetje op dezelfde weg verder. Het gaat wat richting klassieke gothrock zoals Aeon Sable pleegde te spelen, met een heerlijke baslijn en gitaarwerk. De rest maakt het af. Zo passeren negen tracks die de ene keer wat meer postpunkelementen bevatten en de andere keer dan meer naar wave neigen. Toptracks zijn “Feeding The Ocean”, “Window Pain” en “Quai Des Etroits”.
Wie houdt van dit genre zal hier tevreden mee zijn. Er staan heel degelijke songs op en Franck ontpopt zich tot een degelijke zanger. Een album zonder missers en die bovendien de sfeer van wave en postpunk in- en uitademt.

Esplanades

Rebirth Of Bravery

Geschreven door

Esplanades is een Frans duo (uit het naburige Lille) dat probeert flamboyante en energieke pop te maken. Op hun eerste EP, die zeven tracks bevat, slagen ze bijzonder goed in hun opzet. Het doet mij wat aan Mika denken qua energie en rijkdom. In elke song zitten vrij veel ideeën verwerkt. De samenzang en afwisseling van de stemmen werkt goed. Elke song gaat wel meerdere kanten uit. Veelzijdigheid is het woord dat ik erop plak. Het vergroot tevens het luisterplezier. Daarnaast klinken een aantal refreintjes ook wel vrij catchy. Ik denk dan aan hun single “Funny Talking Animals”, “Everywhere Is Safe” of “Kiruna”. Maar dit zonder te hervallen in de gekende clichés. Ze weten dus wel hoe een song te maken en de productie klinkt ook piekfijn. Alain Douches ( o.a. bekend van zijn werk voor Midlake, Mastodon, Sufjan Stevens, …) deed hier de mastering. Ze lieten dus niets aan het toeval over en dat loonde. Afsluiter “Heart-Sized Parade” begint als een popsong en eindigt met een gitaarsolo in de stijl van Muse. Dat is Esplanades, er altijd nog een weerhaakje of een twist aan toevoegen.
Wie op zoek is naar goede pop met diepgang zit hier goed. ‘Rebirth of Bravery’ is een kleine storm in een glas water. Maar wel eentje die mij doet verblijden. Indiepop die ergens te situeren valt tussen Mika, Robbie Williams, Queen en MGMT.

Dirty Toy Company

Stand And Fight EP

Geschreven door

Dirty Toy Company komt uit Vlaams-Brabant en brengt ons old-school hardrock. Denk aan Guns ’n Roses, Mötley Crüe en Bon Jovi. De band, die pas sinds kort een vijfde bandlid heeft, bracht zopas een EP uit bij Cyran Records.
De EP ‘Stand And Fight’ telt vier songs. Openingsnummer is de potige titeltrack “Stand And Fight”. Dit is meteen het meest rauwe nummer van de vier, met onderhuids een militante punk/hardcore-vibe. Met die pompende, rollende baslijnen zit deze track het dichtste tegen metal aan. Helemaal op het einde komt zelfs een grunt langs. “Over The Horizon” is in de lyrics een opeenstapeling van clichés over onderweg zijn. Maar dat buiten beschouwing gelaten is het een compacte, snedige track.
“Nebula” is een moeilijke. Hier geen clichés, eerder het omgekeerde. Maar of de gemiddelde hardrocker zich iets kan voorstellen bij “I’ll take you to the Nebula”, is nog maar de vraag. Een mooie intro overigens die openlijk hint naar “Paradise City” van Guns ’n Roses, terwijl de rest van de song eerder leunt op Bon Jovi en Aerosmith. Hier valt ook op dat de zanger wat moeite heeft om te overtuigen als het totaalvolume van de band niet op volle kracht staat. 
“I Hear The Wind” is misschien wel het beste nummer van deze EP. In het eerste deel komt er tongbrekend veel tekst langs, maar in de tweede helft kan er – eindelijk – instrumentaal ongeremd en vermoedelijk wijdbeens gesoleerd worden.
Hardrock is wereldwijd en ook in Vlaanderen aan een revival bezig. Deze Dirty Toy Company is één van onze troeven voor de toekomst. Als ze hun tijd nemen om dat eerste volledige album op te nemen, wordt dat vast een knaller.

Pagina 214 van 498