AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15420 Items)

Diss Guy

Self

Geschreven door

Tot in den treuren toe gaan we het blijven herhalen: punk is niet dood, het is geëvolueerd. Dat bewezen al meerdere punkbands in het verleden en dat zullen er in de toekomst ook doen. Neem daarvoor vooral eens een kijkje in wat leeft in het undergroundgebeuren, zowel in het buitenland als in eigen land. Neem nu Diss Guy. Deze band ontstond in 2015 en heeft ons live al kunnen overtuigen van zijn kunnen. Op de CD-voorstelling van CLCKWS, een andere veelbelovende punkband die ons land rijk is, zagen we Diss Guy ook aan het werk en schreven daarover: ''Prompt gaan al die heilige huisjes naar beneden en ontstaat ook in ons hoofd een razende wervelstorm die we al lang niet meer hadden gevoeld. Het buitengewone aan deze band, deze muzikanten spelen eveneens op technisch hoog niveau. Alsof ze al meer dan twintig jaar samen spelen.''
Diss Guy bracht een album uit, 'Self'. Dat staat boordevol snelle punksongs die door je strot worden geramd tot je compleet murw geslagen in de hoek van de kamer achterblijft. Het album lijkt op een speedboot die in een razend tempo over het wilde water vliegt. Dat daardoor alles dezelfde lijn uitgaat, stoort totaal niet. Hoewel de band niet is te vergelijken met Ramones - het gaat meer de weg van bands als Black Flag en dergelijke uit - voelt deze schijf net door dat tempo aan als vele bollen energie die in je gezicht als vuurwerk uiteen spatten. Mokerslag na uppercut krijg je te verwerken. Tot geen spaander geheel blijft van je hersenpan. Het soort punk waardoor ook wij ooit fan zijn geworden van het genre trouwens, schotelt de band ons hier voor. Na “Intro” en “Can't Feel My Face” is er dan ook geen houden meer aan. Diss Guy zet alle registers open en stopt pas als alles plat is gewalst.
Niet teveel woorden aan vuil maken en de volgende mokerslag uitdelen in de vorm van “Fuck No”, “Burning Kross”, “Self”, “Final Seconds” en “Timtation”. Dat verschroeiende tempo blijft Diss guy aanhouden tot het einde met “F.U.K.”, een song van twee minuten en een kwart kort. Kort en bonding zijn de heren dus zeker. Met een duurtijd van gemiddeld één tot twee minuten vliegen de songs in een razend snel tempo over ons hoofd heen. Voor je het weet is alles voorbij, maar voel je de neiging die trip nog eens mee te maken. En nog eens. Tot in het oneindige.
Niets wordt aan het toeval overgelaten. Diss Guy bewandelt typische punkwegen zoals dat moet zijn in deze muziekstijl. De aanhoorder bij het nekvel grijpen, stevig door elkaar schudden en als een losgeslagen bulldozer over de hoofden heen denderen. Geen fratsen en/of teveel overdreven show verkopen. Gewoon in een verschroeiend snel tempo alles plat walsen, tot geen spaander van de woonkamer geheel blijft. Tot je letterlijk zelf de aandrang voelt opkomen die heilige huisjes één voor één omver te gaan stampen. Waardoor de band compleet in zijn missie is geslaagd: hun opgekropte frustratie en woede overbrengen naar de luisteraar.

Tracklist: Intro; Can’t Feel My Face; Cut Loose, Fuck No; Burning Kross; Self; Not Desired; Not My Problem; Final Seconds; Timtation; New Beginning; F.U.K.

The Picturebooks

Howling Wolf -single-

Geschreven door

The Picturebooks zijn een Duits rockduo met een grote liefde voor de USA. Dat kan je al horen op hun vorige albums. Hun liveshows zijn doorgaans minder gepolijst en het is pas live dat je ziet en voelt waar dat oer-drum-geluid vandaan komt. Philipp Mirtschink geselt zijn drumstel niet enkel met drumstokken maar ook met kettingen of met zijn blote handen.
In maart brengt het Duitse duo het album ‘The Hands Of Time’ uit bij het relatief grote label Century Media en het lijkt erop dat ze “Howling Wolf” als vooruitgestuurde single gekozen hebben omdat het een vlot toegankelijk nummer is. Heel wat toegankelijker alvast dan hun oudere werk.
“Howling Wolf” lijkt niet meteen een ode aan de bijna gelijknamige blueslegende, maar er zit wel een scheut blues en americana in, net als een knap refrein dat lang blijft hangen. De heel primaire drums van Mirtschink zijn uit de duizend herkenbaar. Bij deze single hoort een video met bikers die op Harley’s door een verlaten woestijnlandschap rijden. Cliché, maar we houden er rekening mee dat het Duitse duo zelf ook choppers in elkaar knutselt als de band niet op tournee is. Dan mag het.

Tristan

Weslanda -single-

Geschreven door

“Weslanda” is de nieuwe single van Tristan, het alter-ego van zangeres, songwriter en producer Isolde Van den Bulcke. Het is de voorbode van de EP ‘Delidoumia’ die in maart 2019 uitkomt.
Met “Weslanda” zet Tristan zichzelf in het rijtje van SX, Oscar & The Wolf, Uncle Wellington, Uma Chine en Wwwater. Het rijtje van donkere en tegelijk arty new urban elektropop, maar hier dan nog net iets minder dansbaar en minder vlot toegankelijk voor het brede publiek.
Tristan heeft een eigen Spotify-lijst met inspiratiesongs en die bevestigt onze vermoedens na het horen van de single: jazz in een hoofdrol, maar minder dan op de vorige EP van Tristan, en daarnaast eigenzinnige artpop zoals FKA Twigs en Dijf Sanders. Eigenlijk kan je nog verder terug in de vaderlandse muziekgeschiedenis een goed referentiepunt vinden: “Zanna” van Luc Van Acker en Anna Domino. Denk ook, voor wie oud genoeg is, aan Luna Twist, 2 Belgen en Lavvi Ebbel.

Orion Dust

Legacy

Geschreven door

De muziek van het Franse Orion Dust omschrijven is niet zo moeilijk maar je hebt een heleboel dingen die in hun muziek verweven zit die je kan opsommen. Hun muziek heeft een progressief kantje, vooral in de opbouw van de nummers. Daarnaast heeft die ook een folk en jaren ‘70 sfeertje. Ze klinken dus niet zoals de meeste hedendaagse progressieve rock- en metalacts. We waren al onder de indruk van hun debuut ‘Duality’ en hun opvolger gaat verder waar de eerste plaat eindigde. Maar voor ‘Legacy’ hebben ze wel gekozen om die in een organischer en warmer klinkend jasje te steken. Dit past uitstekend bij de teksten van zangeres Cecile Kaszowski. De teksten staan vol met verhalen over mythes en andere geheimzinnig zaken. De muziek ondersteunt dit ook mooi via de akoestische gitaren, orgels etc...
Verder moeten we terug zeggen dat Cecile hier indrukwekkende vocals tentoonspreidt. Wat een stem heeft ze toch. “Norroway Song” begint met een soort sjamaan die je in trance moet laten komen. Hetgeen Cecile daarna laat horen, met de nodige ritmeversnellingen, is heel verslavend. Op “Unrising Sun” beginnen ze terug met een uitgestrekte intro. Ditmaal is het een synth die samen met de percussie voor de inkleuring zorgen. Het gitaartje dat langskomt, maakt het geheel af. De spoken words geven het tevens een mysterieus tintje. Ook “The Awakening” is ongeveer op dezelfde manier opgebouwd. Op “Mireio” verlaten ze een beetje het gevolgde pad en hier doet de ritmesectie heel mooie dingen. Dit klinkt heel hedendaags. Er staan zeven songs op en een korte prelude. Samen is dit goed voor meer dan 50 minuten luisterplezier.
‘Legacy’ is het tweede album van Orion Dust en is terug een schot in de roos. Deze band verdient het om ook hier bekendheid te genieten. Fantastisch album!

Mono

Nowhere, Now Here

Geschreven door

Mono is afkomstig uit Japan en bestaat al bijna 20 jaar. Ze zijn alom gekend in het postrockgenre en worden als één van de leidinggevende bands omschreven. Live worden ze als één van de beste livebands  beschouwd. Met ‘Nowhere, Now Here’ zijn ze aan hun tiende album toe. En ook nu leveren ze geen half werk af. Ik had ook niets anders verwacht, maar toch…
Opener “God Bless” is een soort prelude voor de volgende track, “After You Comes The Flood”. Die laatste is meteen al een hoogtepunt. De track wordt opgebouwd rond een zich steeds herhalende en korte gitaarlijn. Zo wordt er via alle andere instrumenten naar een climax toegewerkt. Chic gedaan. “Breathe” opent met zweverige keys. Spaarzame en langzaam gezongen vocals door Tamaka voegen zich samen aan de keys. Sfeerrijk gitaarwerk, wat percussie en strijkers breken de song voorzichtig open. Subliem gedaan alweer. Het titelnummer is meteen het langste van de hoop met zijn ruime tien minuten. Terug een langzame opbouw met percussie en zich herhalend gitaarwerk. Er bovenop een verhalende gitaar en keys. Na enkele minuten wordt de boel opengetrokken en krijgen we een song met een ander karakter. Zo gaat dit gedurende alle tien de songs. Volop variatie en met verschillende opbouw van de songs.
Op ‘Nowhere, Now Here’ toont Mono dat ze nog niet uitgeblust zijn na twintig jaar. De composities zijn weer van hoog niveau en alles klinkt haarfijn.  Geen wonder dat velen in het genre hen als referentie aanduiden.

Dirt-A-Gogo

Dirt-A-Gogo neemt afscheid in stijl

Geschreven door

Dirt-A-Gogo, de hardrockabillyband uit Amersfoort, speelde zopas zijn afscheidsshow in de Elpee in Deinze. De aankondiging van het opdoeken van de band kwam er enkele dagen voor de benefietshow voor de vrienden van Whiskeydick. Hopelijk gaat de band enkel even de koelkast in en pluggen ze binnen een jaar, of twee, opnieuw de gitaren in de versterkers.

Toen Dirt-A-Gogo zeven jaar geleden begon met hun bandje, kozen ze voor hardrockabilly: rockabilly met flink wat hardrock in de mix. Ongebruikelijk, maar het slaat aan bij een publiek van metalheads en rockabilly-fans. De voorbije zeven jaar veroverde deze Nederlandse band met veel zweten en zwoegen en enkele fraaie albums binnen- en buitenland. Vorige zomer stonden ze op Wacken Open Air. Een fraaie prestatie, maar ook één die de bandleden tot terugkijken, vooruitkijken en bezinning bracht. En daarom gaat de stekker er (even) uit.

Eén van de bevriende bands van Dirt-A-Gogo is het Amerikaanse Whiskeydick. Dat Texaanse duo speelt een akoestische mix van heavymetal en honky tonk-blues. Als Whiskeydick in Europa komt spelen, zijn die van Dirt-A-Gogo altijd wel in de buurt. Elpee is/was een vaste halte voor beide bands. Eén van de leden van Whiskeydick was onlangs wat op de sukkel en daarom zetten ze in de Elpee een Warmste Week/Maand op. Een benefietshow van Dirt-A-Gogo kan dan niet ontbreken en daarom stonden ze op zaterdag 29 december op het podium van de Elpee.

Dirt-A-Gogo zette een moddervette show neer in Deinze. Vooral zanger Youri en gitarist Marco hebben er een memorabele avond van gemaakt en gingen zelfs in op stripteaseverzoekjes van enkele vrouwelijke fans. Bassist John Watermeloen, doorgaans één van de smaakmakers in de shows, stond bij aanvang wat met een lang gezicht op het podium, of was hij helemaal gefocust op zijn staande bas? Naarmate de avond vordert, krijgt hij er alsnog schik in. Hij sleurt dan naar goede gewoonte zijn immense bas alle kanten op en zwaaide die  zelfs even boven z’n hoofd.
“Take You For A Ride” mocht de set in Deinze openen. En of ze het publiek getrakteerd hebben! Het publiek was meteen helemaal mee. Dirt-A-Gogo toonde nog één keer, vol passie en overgave, waar ze zo goed in zijn: stevige, snedige rockabilly, met behalve wat hardrock ook nog wat glampunk erbij. Na “Take You For A Ride” volgden nog  klassiekers als “Goddamned”, “Sick In The Head”, “Gasoline” en “Psycho Fuck”. Het publiek wachtte in de reguliere set tevergeefs op een Whiskeydick-nummer. De band had wel het plan om er een paar op verzoek te brengen, maar in het heetst van de strijd en met het afscheid van de band in zicht verschoof dat plan naar de achtergrond.  Wel kregen we nog vurige versies van “Drinker” en “You Gave Me Nothin”. De klassieke afsluiter, “Kickstart My Heart” van Mötley Crüe, werd gevolgd door nog één toegift: “Go Down”.

Als Dirt-A-Gogo opnieuw bij elkaar komt, zal een afspraak in de Elpee zeker en vast op het programma staan.

Organisatie: Elpee, Deinze

Thorium

Thorium

Review Filip - Thorium is de nieuwe band van drie mannen die een tijdlang bij Ostrogoth gespeeld hebben. Op hun debuutalbum schemeren hun roots nog een sterk door, maar hoor je ook een heel degelijke heavymetalband. Vlaanderen kent een opstoot van degelijke bands in dit genre met voorts o.m. Ironborn, Eternal Breath, Hell City en het herrezen Scavenger.
Thorium is schatplichtig aan Iron Maiden, Manowar, Vicious Rumors en Helloween, maar dat geldt eigenlijk voor elke band die zich aan dit genre waagt en die flink wat power in het geluid heeft. Een paar keer gaan ze de moderne toer op en komen ze uit bij Sabaton, zoals op “Powder And Arms”. Nou ja, modern is dat intussen eigenlijk ook niet meer. Je merkt op dit album wel een zekere liefde voor de klassieke heavymetal van de jaren ’80, met wat we dan maar ‘old school’-powermetal en lichte dosissen progelementen zullen noemen. Vernieuwend is het niet, maar je voelt wel de passie van deze muzikanten. En ze kunnen terugvallen op aardig wat jaren ervaring.
“Icons Fall” behoort samen met “Powder And Arms” en “Court Of Blood” tot het beste van dit album. “Icons Fall” ontbeert enkel nog een vlot meezingbaar refrein om een klassieker te kunnen worden. Het vierluik “Four By Number, Four By Fate” omvat vier sterke nummers met op het eerste gehoor weinig muzikale of inhoudelijke samenhang. Afzonderlijk hadden de vier misschien nog meer indruk gemaakt. Door ze te bundelen heb je nu één nummer van een kwartier.
Thorium hinkt op dit album op twee benen. Enerzijds lijkt het alsof de band er nog niet helemaal uit is waar hun sterkste punten liggen. Anderzijds kunnen de sterke composities en de speeltechniek niet verhullen dat dit een band met gerijpt talent is. Een prima debuut.

Review Wim - Drie leden (Dario Frodo, Stripe en Tom Tee) van de legendarische band Ostrogoth waren vol inspiratie en ideeën. Maar niet alles leek in het Ostrogoth plaatje te passen. Na de breuk met Ostrogoth wilden ze alles toch releasen en werd Thorium opgericht. Ze voegden nog drummer Louis Van Der Linden (o.a. 23 acez, Vermillion…) en vocalist David Marcelis (o.a. Lord Volture, Black Knight…) toe aan hun line-up. Daarna werd hun debuut afgewerkt.
Op deze plaat worden elementen uit de klassieke metal, de NWOHBM, speed en trash metal gebruikt in hun muziek. Ook de zang kan je eerder als klassieke metal vocals bestempelen.
Het klinkt stevig, melodieus en goed. Het gitaarwerk doet bij momenten aan Iron Maiden, Iced Earth of Judas Priest denken. De zang is goed. Melodieus en met hoge uithalen. Fans van metal uit de vorige eeuw zullen hier zeker en vast van houden.
Er wordt met een korte, sfeerrijke instrumental “March of the Eastern Tribe” geopend; die dan overvloeit in de tweede song “Ostrogoth”. Het tempo gaat de lucht in en is een echt strijdlied. Met een lijn als “We Are The Ostrogoth” vermoed ik hier toch een kleine sneer naar de oude band waar ze deel van uitmaakten. “Court of Blood” ligt niet zo ver van Saxon. Ook hier duiken ze in de middeleeuwen en de tijd van de ridders en koningen. “Godspeed” opent met een heerlijk  catchy gitaarlijn. Ook de ritmesectie is weer strak. Een mooie song. Dat kunnen we ook van “Godspeed” zeggen. “Powder and Arms” gaat meer richting trash metal. Op “All Manner of Light” beginnen ze de song als een ballad om dan over te gaan naar een Iron Maiden geïnspireerde track. Daarna schakelen ze terug een versnelling hoger met “Return to the Clouds”. Afsluiten doen ze met een stukje progressieve metal (een beetje in de stijl van Dyscordia) van 15 minuten. De intro is een klassiek akoestisch stukje gitaar dat overgaat in klassieke heavy metal. Na een vijftal minuten gaat men terug over naar de akoestische gitaar om daarna een tweede en derde deel aan de song te breien. In deze epische song heeft men alle kenmerken en stijlen van de band gestoken. Een heel fijne song.
Dit debuut van Thorium is ronduit fantastisch. Vernieuwen doen ze niet maar ze waaien een frisse bries doorheen gekende stijlen en genres. Alles samen krijgen we toch een herkenbaar geluid met de nodige eigenheid. Een meer dan geslaagde plaat.

Meadows End

Sojourn

Geschreven door

De Zweedse symfonische deathmetalband Meadows End ontstond in 1998. De heren zetten - vooral underground dan - hun stempel op dat deathmetalgebeuren. Ze brachten met de regelmaat van de klok demo's uit.  Pas in 2010 kwam een debuut op de markt: 'Ode To Quietus', gevolgd door een knappe plaat 'The Sufferwell' (2014) en 'Sojourn' (2016), een verzameling tracks van eerdere EP's en demo's. Eerder dit jaar werd deze schijf terug op de markt gebracht via Black Lion Records om de band bij dat label te lanceren.
De band bewijst uit het goede hout gesneden te zijn. Knappe songs als “Amidst The Villains”, “Remnants” en “Nightmare's Reef (Area Of Thieves)” combineren het rauwe van death metal met eerder intieme maar daarom niet minder dreigende momenten. En dat laatste is in grote mate de verdienste van het toetsenbord en viool. Die bezorgen je koude rillingen, maar zorgen er ook voor dat niet alles op diezelfde lijn ligt. Variatie in het brengen van duisternis is niet alleen het grote pluspunt, het is de rode draad van deze klasseschijf.
De fans die deze schijf al in huis hebben, zullen wellicht niets nieuw ontdekken. Maar voor wie deze band nog niet kent, is dit alvast een heel mooi visitekaartje. Songs als “Deadlands', “End Of Fallens” tot “Angel Dreams (Eleven Dreams)” laat een band horen die je nachtmerries zal bezorgen. Er is geen zonlicht te bespeuren op deze schijf. Enerzijds gaat het tempo de hoogte in, anderzijds wordt je bij de keel gegrepen door ijzingwekkende klauwen die langzaam je het bloed vanonder de nagels halen. Dat is de verdienste van uiteenlopende instrumentale huzarenstukken, maar dus ook instrumenten die je niet elke dag hoort in deathmetal. De al even uiteenlopende vocale aankleding, die gaat van rauwe naar eerder cleane vocalen bezorgt je zodanig veel kippenvelmomenten, dat je je eigen demonen in de ogen kijkt. Sidder en beef.

Tracklist: Amidst The Villains; Remnants; Nightmare's Reef (Area Of Thieves); Heathens' Embrace; Soulslain; Deadlands; End of Fallens; All Of Them; Angel Dreams (Elven Dreams); Clench The Feet Of Fools; Forever Haven; My Leading Command; Everlasting

7 Days In Alaska

Dancing With Ghosts

Geschreven door

Of dit trio uit Bergen werkelijk ooit in Alaska is geweest weet ik niet maar na twee jaar werken is hun debuutplaat uit. Zelf zeggen ze geïnspireerd te zijn door bands als U2, Rasmus, 30 Seconds To Mars en Muse. Dat zijn mooie namen om rond te strooien natuurlijk. Ik hoor niet meteen veel gelijkenissen, maar ik kan zeggen dat ze energieke songs maken die heel modern klinken en die de nodige catchy elementen bevatten. De ene keer klinken ze een beetje als Rasmus ( bv “Make You Stay”) en de andere keer klinken ze eerder als Justin Bieber (zoals op “Hey Girl”). Dat laatste is geen verwijt want Bieber zijn laatste singles zijn zeker niet mis.
Feit is wel dat ze met hun muziek wel eerder een jong publiek zullen aanspreken. Aangezien ik de houdbaarheidsdatum om tot de categorie tieners te behoren, al lang overschreden heb, vind ik de muziek wat te licht en te oppervlakkig naar mijn goesting. Maar ik hoor wel dat alles goed in elkaar zit en vakkundig klinkt. Ik zie ze wel in staat om met hun muziek in één of andere Marquee Doom (bv Werchter) de boel in vuur en vlam te steken. Ik denk dan aan bands zoals Twenty One Pilots en dergelijke die dit ook al gedaan hebben.
‘Dancing With Ghosts’ is een heel degelijk debuutalbum waar veel tienermeisjes weg van zullen zijn. Muziek die in het rijtje van Imagine Dragons, Twenty One Pilots en Nothing But Thieves past.

At The Front

Faith EP

Geschreven door

At The Front  is afkomstig uit het zuiden van West-Vlaanderen (Wevelgem). Met ‘Faith’ zijn ze toe aan hun tweede EP, die werd opgenomen en gemixt in de Shellshock-studio. Hun roots liggen in de 90’s thrash en bands zoals Machinehead, Sepultura zijn ook voorbeelden voor hen.
We krijgen zes tracks te horen. Opener “Love” begint met kerkklokken en een priester die in het latijn sommeert. Daarna krijgen we potige thrash te horen. De Sepultura-invloeden komen hier in het refrein lichtjes terug via de vocals. Tijdens de bridge en de solo trekt het tempo op. “Never Again” begint met een sfeervolle en warme intro. Het doet denken aan Alice in Chains of Chris Cornell. Tijdens het refrein wordt het wat zwaarder maar het nummer gaat toch naar een ballad toe. Naar het einde toe komen de thrash-elementen terug naar voor. Heel leuke song.
“Faith” drijft op een lekkere riff. Op “The Pain” gaat het tempo terug omhoog en krijgen we een korte metalsong. “Bring Back The Bullet” begint met een leuke wisselwerking tussen bass en drum. “Betrayed” gaat over verraad. Je hoort aan het begin iemand zeggen ‘Die Motherfucker’ en dan zijn revolver trekken.
Op ‘Faith’ staan heel degelijke songs die duidelijk in de jaren ‘90 thrash hebben gelegen. De zang geeft een iets modernere toets aan het geheel. Genoeg materiaal om op te headbangen. Benieuwd hoe dit allemaal live klinkt. Voor liefhebbers van Kreator, Machinehead, Soulfly, Exodus en Death Angel.

Beth Hart

Live at the Royal Albert Hall

Geschreven door

Je hebt zo van die vrouwenstemmen die krachtig en indringend klinken. Ik denk dan aan Bonnie Raitt, Janis Joplin, Tina Turner… Beth Hart hoort daar zeker ook bij. Ik was toch verrast dat haar carrière inmiddels 25 jaar oud is. De tijd vliegt. In die periode heeft ze veel mooie optredens (o.a. Pinkpop, Blues Peer…) gegeven en talloze albums gemaakt. Onder andere met de gitaargrootheid Joe Bonamassa. Ze tourde altijd meer in Europa dan in de Verenigde Staten, wat vooral met haar platenlabel te maken heeft. Echte hits heeft ze niet, maar ze verkoopt wel massa’s albums. Dit jaar verscheen nog ‘Black Coffee’ dat terug een samenwerking met Bonamassa was. Nu is er een live-album van de tour die daarop volgde.
Ze begint al geweldig door solo te starten met “As Long As I Got A Good Song” om dan samen met de band over te gaan naar “For My Friends”. Alle te verwachten songs komen aan bod: “Bang Bang Boom Boom”, “As Good As It Gets” en natuurlijk “Leave The Light On”. Heel intens gezongen is “Sister Heroïne” en smachtend zweeft “Your Heart Is Black As The Night” rond mij heen. Ook “Caught In The Rain” blijft onder je huid plakken. 23 songs lang weet ze mij en het publiek in te pakken. De band speelt fantastisch. Perfect gewoon. De interactie met het publiek wordt hier goed weergegeven, wat je een echt live gevoel geeft. En die stem… daar kunnen veel pseudo-live/playbackende artiesten nog een puntje aan zuigen.
Wil je beter kennismaken met het repertoire van deze ras artieste dan is dit een ideaal instapalbum. Meteen zal je ook uitkijken om haar live aan het werk te zien want dat dit haar ding is straalt gewoon van het album af. Ook de dvd is de moeite waard om te zien. Fans kunnen dit staaltje vakmanschap blindelings aankopen.

The Smashing Pumpkins

Shiny And Oh So Bright Vol 1 /LP: No Past. No future. No sun

Geschreven door

Billy Corgan… een genie volgens sommigen en overroepen volgens anderen. Feit is dat hij in de jaren ’90 enkele klassiekers heeft voortgebracht met o.a. ‘Gish’, ‘Siamese Dream’ en het nog steeds fabelachtige opus ‘Mellon Collie And The Infinite Sadness’. Hij slaagde er telkens in om met niet voor de hand liggende songs te scoren en commercieel met niet-commercieel te combineren. Live liep het niet altijd vlotjes. Corgan is geen publieksmenner en iets te eigenzinnig in zijn songkeuzes. Er werd voor deze release en tour geschermd met het feit dat het terug met de originele bezetting zou zijn. Dat is op de bassiste na ook zo geworden. Verder zit Rick Rubin (de wonderproducer) achter de knoppen. Het moet dan ook de zoveelste wederopstanding voor Corgan en co worden. Dat is toch wat ze ons willen doen geloven, maar is dat ook zo? Laten we het album eens nader bekijken en afwegen tegenover hun topmateriaal van vroeger.
De single “Silvery Sometimes (Ghosts)” is wat schatplichtig aan “1979”, en een aardige track. Geproduceerd door wonderproducer Rick Rubin. Opener “Knights of Malta” en “Travels” vallen helaas tegen. De song zitten goed in elkaar, maar zijn boring. Geen enkel weerhaakje of verrassing. Op “Solara” vinden we het vuur van vroeger terug en dit is een heel degelijke rocker. In de zang hoor je wat venijn in Corgan’s stem. “Alienation” begint interessant en de overgangen met gitaar en strijkers zijn goed gelukt. Het refrein overtuigt mij helaas niet. Een gemiste kans. “Marching On” is een goede, maar netjes binnen de lijnen gehouden rocker. Dat geldt overigens ook voor “Seek And You Shall Destroy”. Na acht liedjes en 35 minuten is het al over. Maar eigenlijk ben ik blij dat het geen album van een uur is. Daarvoor is het te slap.
Spijts alle grote namen en manoeuvres zal dit album geen grote potten breken. Te braaf en te middelmatig. Jammer want er zijn waarschijnlijk nog een heleboel muziekliefhebbers die maar al te graag een nieuwe knaller van The Smashing Pumpkins zouden horen. Helaas, dat zit er ook ditmaal niet in. En live? Hum, vroeger konden ze mij live al niet overtuigen dus waarom zouden ze dit nu wel doen…

Unearth

Extincions

Geschreven door

Twintig jaar gaan deze metalcore-pioniers intussen mee en er lijkt vooralsnog geen sleet op de band te komen. We konden al kennis maken met de uitstekende singles “Incinerate”, “Survivalist” en “One With The Sun”. Die eerste opent het album voortreffelijk. De ritmesectie is snedig en heel strak. Het gitaarspel is om duimen en vingers af te likken. Mooie melodieuze lijnen en breakdowns wisselen elkaar af. Doe daarbij dan ook nog de heerlijke zang en grunts van Trevor Phipps en je hebt meteen een toptrack.
Het goede dat ik hier heb opgenoemd blijven ze gedurende het hele album aanhouden. Er zijn geen zwakke tracks of opvullertjes op te merken. De breaks en tempowissels zijn overvloedig aanwezig waardoor je van de ene naar de andere intensieve passage vliegt. Daarnaast zorgt het ook voor de nodige variatie in de songs. Ook de teksten zijn van een hoog niveau en snijden thema’s aan zoals het vechten tegen een terminale ziekte (“Survivalist”), het gevecht tegen onzekere tijden in de maatschappij (“Incinerate”) en de onvermijdelijkheid van de dood, verlies en tragedie komen meermaals terug in het album. Afsluiter “One With The Sun” is een knaller van formaat. Een heerlijke track gewoon.
Unearth bewijst met ‘Extincions’ dat ze nog verre van versleten zijn. Meer nog, dit album is een stuk beter dan wat populaire hedendaagse bands zoals Parkway Drive en (het naar mijn bescheiden mening zwaar overroepen) Architects klaarmaken. Een album waarmee ze ongetwijfeld de komende zomer menige festivalweide in vuur en vlam zullen zetten.

Tusmorke

Osloborgerlig Tusmorke: Vardoger Og Utburder Vol.1

Geschreven door

Met dit album, dat ik voor het gemak ‘Vadoger’ zal noemen, zit de  Zweedse band (uit Oslo) aan release nummer 3 dit jaar. In dit trio van releases exploreren ze de lokale historie en mythes van Oslo. Het is terug een conceptalbum geworden. Het is tegelijk een verzameling van curiosa. Daarmee bedoelen ze dat het een verzameling van demo’ s en outtakes is geworden.
Het fijne aan de release is dat ze in het tekstboekje telkens kort toelichten vanwaar de song komt of  wat hij betekent. Zo’n duiding vind je niet veel terug heden ten dage. Telkens staat er ook een vertaling naar het Engels van de lyrics. De zang is wel in hun eigen taal. De openingstrack is een soort van oud-folk of volksmuziek. Zelf vind ik het wat oubollig klinken. Vooral de zang. “Gamle Oslo” is beter en klinkt een stuk donkerder ook. Ook “Kjentmannen” is heel genietbaar en catchy. Het neigt naar folkrock. De afsluiter “Gamle aker Kjerke” is een folknummer dat een progressieve songstructuur heeft. Fluiten, pipes, violen en clavinet worden veelvuldig gebruikt. Daarnaast komen de klassieke instrumenten zoals de gitaar, bas en drum ook aan bod.
Ik word niet meteen wild van dit plaatje. Maar liefhebbers van oude en heemachtig  klinkende folk gaan dit zeker waarderen. Het zit goed ineen en bezit een eigen stijl. Wie zich wil verdiepen in de mythen en sages van Oslo zal hier zijn gading vinden.

White Lies

Five

Geschreven door

Als je de perstekst leest dan lijkt dit album een beetje alles of niets te zijn voor White Lies. Er wordt in elk geval veel verwacht van dit album en de band. Flood doet de productie en Alan Moulder (die de eerste albums produceerde) doet hier de mixing. Dat moet nogal een druk geven voor dit trio waarvan hun debuut uit 2009 een beetje insloeg als een bom. Iedereen zal zich de hits “To Lose My Life” en “Farewell To The Fairground” wel nog herinneren. “Bigger Than Us” uit hun tweede plaat ‘Ritual’ deed het ook nog goed, maar uit de twee volgende albums kan ik mij geen single meer herinneren. Enfin, ze hebben hernieuwde energie gevonden en hun vijfde langspeler heet dan ook toepasselijk ‘Five’.
Met dit album willen ze hun sound openbreken en artistiek groeien. De vooruitgeschoven single “Time To Give” is hiervan alvast een voorbeeld. Een niet voor de hand liggende single die meer dan zeven minuten duurt. Hij begint vrij introvert om dan open te bloeien. Met een mooi synth-intermezzo dat de song naar de outro toe leidt. Voor mij persoonlijk een geslaagde song die alvast veel goeds belooft voor de rest. “Finish Line” is de volgende single, die in het begin vooral drijft op keys en een akoestische gitaar.
Daarna krijgen we een meer traditioneel White Liesgeluid te horen. “Kick Me” is eveneens gedragen door een akoestische gitaar en synths. Het heeft een heel meezingbaar refrein. De elektrische gitaarlijnen geven aan de song een psychedelisch cachet. Zaten ze vroeger eerder bij Interpol, dan lijken ze dezer dagen eerder te neigen naar The Killers tijdens hun ‘Hot Fuzz’-periode.
Nu en dan spelen ze op veilig en keren ze terug naar hun oorspronkelijke sound en songstructuren zoals op “Never Alone”. Dat klinkt catchy en zou zoals een song als “To Lose My Life” bestempeld kunnen worden. Ook “Tokyo” en “Jo” vallen daar onder. Op “Denial” krijgen we terug het beklemmende dat White Lies in zijn beginjaren tentoon spreidde. “Believe It” is een opvullertje en doet wat aan Franz Ferdinand denken. Afsluiter “Fire And Wings” kleurt wat donker en gaat richting de hedendaagse Gary Numan. Een heel geslaagde song.
White Lies is aan het zoeken. Die zoektocht levert ons enkele fijne tracks op waar ze hun sound wat opentrekken. Met een prominentere aanwezigheid van de synths en ietwat andere songstructuren. Daarnaast spelen ze op enkele songs ook op veilig waardoor er ook wel voor elk wat wils is. In elk geval zetten ze ten opzichte van hun vorig album een stap vooruit. Die langere songs laten zien dat ze ook buiten hun hokje aangename tracks kunnen schrijven terwijl hun totaalsound herkenbaar aanwezig blijft.

The Third Kind

Magnetic Feels EP

Geschreven door

In de jaren ‘80 had je ook lo-fi en home recordings. Maar die waren meestal hoorbaar van mindere kwaliteit en stonden zo het luisterplezier in de weg. Heden ten dage kan je vrij makkelijk en goedkoop thuis opnemen en toch een vrij goed geluid verkrijgen. The Third Kind heeft zo gewerkt voor deze opnames van ‘Magnetic Feels’.
Daarvoor moeten we naar Turnhout verkassen. Deze twee Limburgers (Pi Vleugels bandlid van Buffoon en producer Le Chef Tournel) hebben in de periode tussen 2012 en 2016 nu en dan hun ideeën samen gesmeten. Met lange tussenpauzes is er nu ineens een lijvige EP. Muzikaal klinkt het wat 90’s (vroege Beck) en soms wat psychedelisch. Maar het zijn allen songs die een beetje in het indie-straatje passen. Met oog voor refrein en opbouw. Het klinkt alsof alles vlug of nonchalant in elkaar geflanst is, doch schijn bedriegt. Ik denk dat er goed nagedacht is over de sound en de gebruikte instrumenten. Op “Sunset Town” komt Pieter de Meester met zijn saxofoon langs. Het meest catchy nummer van het zestal lijkt “Golden Tube”, dat zo ergens tussen Beck en Millionaire in zweeft.
‘Magnetic Feels’ is een leuke EP. Hij heeft een eigen soundkleur en zes degelijke songs. Tijd om je cassettespeler af te stoffen. Ook op mp3 te verkrijgen.

Old Man Lizard

True Misery

Geschreven door

In de stonerrock van het uit Suffolk afkomstige trio Old Man Lizard zitten ook wat psychedelische elementen verweven. Dat is bijvoorbeeld het geval in “Shark Attack”. Op “Tree Of Tenere” begint de song met een stukje doommetal om dan eerder heavy blues geïnspireerd verder te gaan. Tussen deze twee ankerpunten situeren zich hun songs op dit album. Het geheel klinkt soms als sludgy en psychedelische stonerrock, maar de gitaartonen klinken samen met de lage bas heel weemoedig waardoor die mij telkens bij de keel weten te grijpen.
Eén van de hoogtepunten is “Cursed Ocean, Rentless Sea”, dat overigens als single fungeert. Niet voor de hand liggend, want de song duurt meer dan 8 minuten. De song doet mij een beetje denken aan ons eigenste Steak Number Eight denken. De band heeft een eigen geluid waarmee ze bij elke song toch vanuit een andere invalshoek lijken te vertrekken. Dat maakt het aangenaam om te luisteren.
Sinds 2011 zijn ze bezig en dit is, na wat EP’s, hun derde langspeler. Met elk album lijken ze te groeien en dat is met deze derde ook zo. Ze klinkt organischer en voller dan de vorige. De song lijken zich natuurlijker te ontwikkelen.
 ‘True Misery’ is een heel genietbaar stoneralbum geworden.

Neeka

Kersen -single-

Geschreven door

Neeka heeft al een mooi parkoers afgelegd waarbij ze onder andere de steun kreeg van Tom Robinson en Stef Camil Carlens. Na vijf albums verlaat Neeka (echte naam Ilse Govaerts) de Engelse taal op haar songs en zingt ze in het Nederlands.
Het is even wennen om haar zo te horen zingen, maar toch past het haar. “Kersen” is de voorloper voor het album dat in het voorjaar van 2019 zal verschijnen. Het is een catchy nummer, met een fijn ritme, mooi gezongen en ingekleurd met warme stukjes slidegitaar. Een heel leuk singeltje dat het beste doet verhopen voor het album.

Cult Of Scarecrow

Cult Of Scarecrow

Geschreven door

Dit is een nieuwe doommetalband uit eigen land met leden die in verschillende bands hun sporen hebben verdiend. Zanger Filip Dewilde komt uit Innerface, gitaristen Johan Van Der Poorten en Ivan De strooper zijn ex-leden van Explorer, Dead Serious en Die Sinner Die. Bassist Gunther Poppe zat ook in een aantal van die bands. Keyboardspeler Eddy Scheire zat in o.a. Battering Ram en drummer Jeannot Schram is intussen vervangen door Nico Regelbrugge (ex-Shogun en Tears of Colossus). Tot zover de statistieken en feiten. Nu over naar de muziek.
Vier stevig uit de kluiten gewassen songs staan er hier op deze EP. Gemiddelde duur van elke song is zo’n 8 minuten. Er is veel aandacht gegaan naar de sfeerschepping. We krijgen uitgebreide intro’s te horen zoals op het titelnummer dat begint met kraaien, wind en synths om dan met bas en gitaar langzaam binnen te komen. Het orgeltje zorgt ervoor dat je beelden van desolate landschappen ziet opdoemen. Ook opener “The Hour of Bloodrun” heeft een lange en sfeervolle intro. Meteen krijgen we een beklemmende sfeer. De zang is clean en past goed bij de muziek. Het maakt de hel en verdoemenis vlotter verteerbaar. De songs zitten goed in elkaar en bieden veel variatie. Die variatie komt de ene keer van de keys en de andere keer van de gitaren of de ritmesectie. “Last Words From Black Birds” trekt het tempo iets omhoog en doet je meer headbangen dan de vorige twee epische tracks. Afsluiter “Adrift And Astray” schets een doembeeld van een vernietigde wereld en hoe het daarna verder moet. De song bevat een heerlijke gitaarsolo die snijdt waar hij moet snijden.
Cult Of Scarecrow geeft hier een serieus en lichtjes fantastisch visitekaartje af. Deze EP zal hier nog een tijdje in mijn afspeellijst staan.

Shame

Shame - Pletwalsende postpunk

Geschreven door

A hard, soft or no Brexit: de nabije toekomst zal het uitwijzen, maar wat de Zuid-Londense kerels van het fel gehypte Shame betreft verkeert hun land nu al in een verregaande staat van sociale ontbinding. Onder het motto ‘never waste a good crisis’ vonden ze er een gedroomde voedingsbodem om hun existentiële levensvragen in een trits melodieuze postpunk songs te persen. De samenbundeling daarvan, ‘Songs of Praise’, legde bij de release afgelopen januari de lat al meteen erg hoog in de categorie ‘Debuutalbum van het jaar’.

Afgelopen donderdagavond incluis heeft Shame dit jaar niet minder dan 162 live gigs op de teller staan. Geen wonder dus dat we in een uitverkochte ABBox een goed gerodeerde bende jonge honden aantroffen, perfect gegangmaakt door hun charismatische brulboei Charlie Steen. We zijn amper halfweg het met prikkeldraad gitaren doorweven openingsnummer “Dust on Trial”, en Steen rolt al als de nieuwe Messias van een verloren generatie over de moshende massa. Er volgen nog verschillende andere van dit soort intense kennismakingen met het publiek, dus de hippe bretellen die de frontman draagt blijken eerder pure noodzaak dan een weloverdachte modegril.
In minder dan een uur tijd raast Shame als een pletwals doorheen alle nummers uit ‘Songs of Praise’. In de huiskamer klinken die nog behoorlijk melodieus, maar onder de spotlights van een bezweet podium worden het manisch in het rond vliegende splinterbommetjes die genadeloos op hun doel afgaan. Muzikaal zet het Engelse vijftal daarbij geen nieuwe bakens uit: de rauwe punk uit de begindagen van The Clash en de überstrakke maatpakken rock van The Godfathers zijn daarvoor te prominent aanwezige referentiepunten.
En toch is Shame ontegensprekelijk een groep van nu die met tonnen branie op het podium staat en hun dagdagelijkse observaties in post-Brexit land in weinig cryptische teksten weet te vertalen. Het (overwegend) jonge publiek lustte er in Brussel wel pap van. Wanneer Steen in “Tasteless” een stevige uppercut uitdeelt aan de onverschillige politieke elite scandeert iedereen alert mee: “I like you better when you’re not around”.
Tijdens interviews zit Shame een beetje verveeld met hun imago van political band, want hun inspiratie reikt nu eenmaal veel verder dan dat. In hun meest radiovriendelijke single “One Rizla” worden sociale media en het bijhorende fake image building door de bril van een adolescent op de korrel genomen. Tijdens het zeldzame rustpuntje “Angie” suggereert Steen een relatie met een meisje dat later zelfmoord pleegt; dichter bij een Oasis anthem kwamen ze nooit eerder.
Ook de drie nieuwe nummers die in de AB het daglicht zagen verraden een zekere verbreding van het toekomstige Shame geluid. “Human, For A Minute” klonk vooralsnog wat te braafjes, maar “Cowboy Supreme” en vooral het lang uitgesponnen “Exhaler” lieten uitschijnen dat het tweede Shame album het muzikale avontuur niet zal schuwen.
Met de ultrakorte Stooges rip-off “Donk”, door Steen ingeleid als ‘the last song we’ll play this year’, haalde Shame afgepeigerd maar voldaan de finish van hun dolle rit op Belgische bodem. De pletwals mag even naar de garage voor een welverdiend groot onderhoud, maar de tabloids in hun thuisland weten het nu al: the unstoppable force named Shame will be back!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Shame

Shame - Een uurtje zinderende Britse postpunk

Geschreven door

Shame - Een uurtje zinderende Britse postpunk
Shame
Botanique (Rotonde)
Brussel
2018-05-22
Sam De Rijcke

Begin dit jaar kwam het debuut ‘Songs Of Praise’ uit de UK overgewaaid en dat is tot op heden het meest opwindende Britse exportproduct van het jaar.

Dat Shame dit pittige debuut ook op een podium kan doen spetteren, is een feit. In de eerste plaats is dat al voor een groot stuk te danken aan het charisma van zanger Charlie Steen, een kerel die zichzelf in een mum van tijd ontpopt als publiekslieveling en zijn publiek perfect weet op te naaien richting onvergetelijk concertje. Het lijkt alsof Steen met zijn energie geen blijf weet, hij zeult constant met de monitors op het podium, stort zichzelf om de haverklap het publiek in en moffelt zijn microfoon geregeld in het gezicht van de fans, die het uiteraard allemaal geweldig vinden. Daarachter staat een uiterst daadkrachtige band te spelen, met vooral een overijverige bassist die verwoede pogingen onderneemt om het wereldrecord ‘allermeeste kilometers afzeulen op een compact podium’ op zijn naam te zetten. Geen idee waar die gasten op trippen, maar het zijn alleszins geen downers.
Shame blijkt vooral een furieuze bende lefgozers te zijn die alle lof die ze vooraf kregen toebedeeld wel degelijk verdienen. Dat hebben ze te danken aan zichzelf, hun acte de présence, hun goesting en natuurlijk hun ijzersterke songs. Quasi dat ganse debuutalbum wordt er met ongebreideld enthousiasme doorgejaagd. Als knetterende postpunk-bommetjes zetten weergaloze dingen als “Dust On Trial”, “One Rizla”, “Lampoon” en “Gold Hole” het kot in lichtelaaie.

Shame steekt op een klein uurtje de Rotonde in hun binnenzak, en dat is volgens ons nog maar het begin van de storm. Eind dit jaar wacht al de AB. Het gaat vooruit.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 215 van 498