logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15420 Items)

Gent Jazz Festival 2017 – Hancock Imposant!

Gent Jazz Festival 2017 – Hancock Imposant!
Gent Jazz Festival 2017
Bijlokesite
Gent
2017-07-07
Karien Deplancke en Lode Vanassche

Na een fantastische eerste dag worden de stoelen netjes in de tent gerijd en ons dansbeentjes even thuis gelaten.

We waren iets te laat voor Christian Scott Aunde Adjuah, maar konden toch nog even met volle teugen genieten van zijn geflirt met free jazz, hiphop, soul en jazzrock. Enkele puristen in de perstent vonden het weer frustrerend dat Scott niet zomaar in een vakje te stoppen viel, laat staan het klassieke jazzvakje. Heren puristen, dat is nu net de vrijheid van Jazz.
Christian Scott aTunde Adjuah (trompet, omgekeerde flugel, sirenette), Lawrence Fields (piano, toetsen), Max Moran (bas), Mike Mitchell (drums), Elena Pinderhughes (fluit), Weedie Braimah (percussie)

French Quarter.
Dit gelegenheidsproject zit tjokvol klassemuzikanten die elders al hun sporen verdiend hebben.   Hugh Coltman (vocals), Airelle Besson (trompet), Baptiste Herbin (sax), Thomas Enhco (piano), Anne Paceo (drums), Sylvain Romano (bas). De liefhebbers van pre jazz, nou ja, komen aan hun trekken. Het speelplezier druipt er zo wat af. Heerlijk pianowerk van Enco met een ongelofelijk gedreven en grappige drumster Paceo, om nog niet over de blazers te spreken. Na het derde nummer worden de artiesten voorgesteld, gevolg door “You’r just a ghost”. Allemaal very smooth . Het zijn bescheiden mensen die hoge toppen scheren en talent komt altijd bovendrijven. Franse jazz, simple comme bonjour. Vocalist  Coltman doet wel net iets te hard zijn best om Bart Peeters gewijs zijn ogen dicht te knijpen als hij zingt.

Herbie Hancock. Herbie Hancock, Vinnie Colauita (drums) Zappadrummer, James Genus (bas), Lionel Loueke (gitaar/vocals), Terrace Martin (keys). Hij die zowat een kloeke platenkast bijeen gecomponeerd heeft,  komt voor de derde keer de heilige Bijlokegrond wijden. Je zou denken dat met al deze topmuzikanten een aantal ego’s zouden botsen, maar niks daarvan. Het was vooral duimen en vingers aflikken en genieten van de virtuositeit en professionaliteit. Soms wel moeilijk te volgen en niet altijd voelen welke richting het uitgaat. Als behoeder van verschillende stijlen, eeuwige vernieuwer en  bezieler heb ik maar één woord voor Hancock: Imposant. Nieuw werk zoals “Come Running To Me” met een Afrikaans tintje past perfect in het rijtje. Geen “Rockit” dus. Niet nodig, want het publiek veerde spontaan recht voor een heuse staande ovatie.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/gent-jazz-festival-2017/
http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
   

Gent Jazz Festival 2017 – Amazing Grace Jones

Gent Jazz Festival 2017 – Amazing Grace Jones
Gent Jazz Festival 2017
Bijlokesite
Gent
2017-07-06
Karien Deplancke en Lode Vanassche

Gent Jazz behoort terecht beste Jazzfestivals op wereldvlak. Dit ligt niet alleen aan de puike organisatie en de voortreffelijke locatie , maar vooral aan de uitgelezen ruime programmatie, wat Gent Jazz zonder twijfel één van de sympathiekste en fijnste festivals die ons land rijk is. Geen straalbezopen tieners die door de modder ploeteren. Eerder overal glimlachende gezichten van 7 tot 77 jaar. Een heerlijke ontvangst, pure verwennerij in de perstent, (h)eerlijke drankjes en catering.

We konden al de eerste avond in de garden stage een van dé ontdekkingen ontmoeten. Compro Oro is een lokale begeesterde groep muzikale omnivoren die met hun debuut ‘Transatlantic’ en hun recente ‘Bombarda’ ruimschoots bewezen hebben wat ze zo al in hun mars hebben. Wim Segers maakt met zijn vibrafoon en marimba aanstekelijke en ophitsende groovy shots die nog het meest doen denken aan  typische jaren zeventig soundtracks van softpornofilms. En dit is een compliment.
Wim Segers (vibrafoon & marimba), Bart Vervaeck (gitaar),
Matthias Debusschere (bas), Robbe Kieckens (percussie), Frederik Van den Berghe (drums).

Kadhia Bonet
viel wat tegen, al was het maar omdat ze klaagde over vermoeidheid en zelfs zei dat ze niet zo veel zin had om te spelen. Ze beheerst nochtans perfect haar standaards, brengt een mooie  smooth mix van tijdloze jazz & soul. Ze zou kunnen voor kippenvel gezorgd hebben mocht ze wat meer contact gelegd hebben met het publiek door bijvoorbeeld de nummers aan te kondigen. Met andere woorden, de mooie en aantrekkelijke Kadhia is de essentie vergeten: het publiek binnenhalen. Zelf met een verdienstelijke versie van “Yesterday”  is ze daar niet in geslaagd. Ze gaf net iets te veel een ‘take the money and run’-indruk. Een gemiste kans.

Miles Mosley
werd door de organisatie aangekondigd als ‘Beste contrabassist ter wereld’, ‘de Jimi Hendrix van de contrabas’ en ‘meestermuzikant’. Er is geen woord van gelogen. Er mag nog één bij: ‘Vernieuwer’. Wat Mosley uit zijn contrabas haalt , tart elke verbeelding. De nodige effecten, zijn ongelofelijk talent en speelplezier geven de indruk dat hij drie instrumenten tegelijk aan het spelen is. Samen met een aantal jazzmuzikanten uit Los Angeles richtte hij de West Coast Get Down band op. Op Gent Jazz Festival brengt hij met Cameron Graves (toetsen), Tony Austin (drums), Howard Wiley (sax) en Chris Gray (trompet) een aantal nummers uit hun repertoire. Zijn ‘Abraham’ zal héél lang blijven hangen. Hoogtepunt twee is al een feit terwijl het festival nog maar is begonnen.

Gogo Pinguin.
Niet alles wat uit Manchester komt hoeft Britpop te zijn. Dit geniale en jonge trio uit de nieuwe jazzschool brengen met een minimalistisch pianospel, een stuwende bas en een bijgestuurde drums met heel verassende ritmestructuren een heel unieke en persoonlijke versie van jazz. De toekomst ziet er goed uit.

Amazing Grace Jones verdeelde het kamp in twee delen. De puristen vonden dit meer show dan muziek en vonden er niets aan. De rest genoot met volle teugen van deze performance. Dat is het hem nu net: Je gaat voor Grace, niet voor de muziek (hoewel ze fantastische muzikanten mee heeft). En of het fantastisch was. Ze opent met een sterke funky versie van Iggy’s “Nightclubbing” en doet me bedenken dat zij een beetje de vrouwelijke Iggy van deze aardkloot is: Gedreven performer, bloot bovenlichaam en leverancier van bakken energie. Meester van het publiek die haar op de handen draagt. Ze kwijlt tussen de nummers door dubbelzinnige wartaal, sommeert een Jamaicaanse paaldanser het podium op, en staat als 69-jarige doos ruim twaalf minuten te hoelahoepen op “Slave To The Rhythm”. Allemaal deel van de show die ze al enkele jaren op dezelfde manier brengt. Wat mij betreft niks mis mee. Crowdpleasen is een vak apart. Weet je, de Stones brengen ook al veertig jaar hetzelfde en iedereen vindt dit fantastisch. Waarom Jones niet fantastisch vinden dan?!

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent 

Teenage Fanclub

Here

Geschreven door

Het Schotse Teenage Fanclub mag dan met drie songsmeden zitten, ze schrijven al lang niet meer met de scherpe  pen waarmee ze een goede 25 jaar terug mee doorbraken o.m. van die gekende indieparels als “The concept” – “Starsign” of “Everything flows” . Ze putten muzikale energie van groepen als Big Star (een great old favorite van Teenage Fanclub!), The Byrds en The Beach Boys. Zelf lagen ze begin jaren ’90 mee aan de basis van de huidige indiescene.
Met regelmaat van de klok komt nieuw materiaal uit . We krijgen fluwelen popsongs door de dromerige melodieën , de zachte zangpartijen en de zalvende , gruizige gitaarpartijen , waar ze af en toe eens wat forser mee uithalen , vooral halverwege de cd . Teenage Fanclub brengt nu overwegend rustig aangenaam voortkabbelende songs, bezwerend en meeslepend, in een weemoedige schoonheid.

Hamilton Leithauser & Rostam

I had a dream that you were mine

Geschreven door

Hamilton Leithauser & Rostam - Interessant duo vond elkaar … Hamilton Leithauser – de flamboyante zanger van The Walkmen & Rostam (Batmanglij) van Vampire Weekend;  beiden bundelen op dit debuut een halve eeuw popmuziek in 60 – 70s pop , rootsamericana, lofi , doowop en jazzy loops .
Het zijn rauw melodieus , subtiele songs , die heerlijk theatraal kunnen klinken , mede door de vocale uithalen . Er schuilt dramatiek en een rokerige kroeg in het materiaal , er kunnen hobbelige ritmes zijn en ze tekenen voor fijn vakmanschap en sing/songwriting . Kortom , de twee vonden elkaar in tien puike, sterke songs !

Goat

Requiem

Geschreven door

Het Zweedse Goat is toe aan de derde cd . Een amalgaan aan stijlen , een geniaal stoofpootje , horen we op hun platen die world , afro , psychedelica, pop en  rock (nog) dichter bij elkaar brengen . De tribale ritmes vloeien uit hun instrumenten alsof het niks is . Nog meer dan op de vorige twee is er ruimte voor de instrumentatie en maakt het geheel beeld- en kleurrijk . Een pan culturele speelstijl , met nog meer intensiteit en beheersing, het rockt , het groovet door die tunes en vibes . De zangeressen drijven in drie talen tegelijk de duivels uit , de verkleedpartijen helpen en de muziek doet de rest .
Een psychedelische kosmische afrotrip, indrukwekkend en overrompelend, gebundeld in dertien songs . Schitterend!

Iced Earth

Incorruptible

Geschreven door

Het nieuwe album van Iced Earth heet ‘Incorruptible’. Dat moet je niet vertalen als niet-omkoopbaar, maar eerder als onbuigbaar of niet willen wijken. Dat het album opgenomen en uitgebracht werd, mag inderdaad een prestatie genoemd worden. De laatste tournee van Iced Earth werd halverwege afgebroken wegens nekklachten bij boegbeeld Jan Schaffer. Voorts had Iced Earth problemen met het management, de gebruikelijke personeelswissels en werd Dystopia, het vorige album, door fans en critici als wisselvallig beoordeeld.
Bovendien sleurt Iced Earth een geschiedenis mee van reeds elf albums en een loopbaan van meer dan 30 jaar. Dat maakt dat een groot deel van hun publiek enkel naar hun shows komt om de klassiekers te horen, terwijl ze geen bal geven om het nieuwere werk. Soms ligt de lat van de geschiedenis zo hoog  dat nieuw materiaal, hoe goed het ook is, er niet over geraakt. Iced Earth doet met ‘Incorruptible’ toch een stevige poging om over die lat te gaan, maar of dit album inderdaad een klassieker wordt, zal afhangen van de fans.
Dat Iced Earth zo’n sterk album aflevert, komt in de eerste plaats door het vormpeil van de band. Opperhoofd Jon Schaffer stond door de eerder aangehaalde problemen op scherp, maar hield tegelijk het hoofd koel. Liever dan alle ellende van zich af te schrijven in een gitzwart album, wachtte hij tot de zon weer door de wolken kwam en pende dan een iets vrolijker album bij elkaar. Ook de rest van de ploeg stond op scherp. Zanger Stu Block en bassist Luke Appleton zijn inmiddels vertrouwde namen in het Iced Earth-kamp, maar de echte uitblinkers op ‘Incorruptible’ zijn de opnieuw aan boord gehesen drummer Brent Smedley en de nieuwe gitarist Jake Dreyer. Die laatste mag naar Iced Earth-normen piepjong genoemd worden. Iced Earth stond al acht jaar op de podia toen Dreyer nog maar geboren werd. Maar het verse bloed mist zijn uitwerking niet. De band klinkt vinniger en agressiever dan ooit.
Op dit twaalfde album voegt Iced Earth op een aantal songs een flinke scheut agressiviteit toe aan hun klassieke recept. Maar evengoed staan er een paar tracks op die perfect inwisselbaar zijn met die van de mindere albums uit hun oeuvre. Dat zijn dan nog steeds perfect gebrachte, mooi opgebouwde powerballads en mid-temponummers waar sommige andere bands een arm en een been voor zouden geven, maar in de geschiedenis van Iced Earth zijn ze toch eerder herhaling dan dat ze nog iets toevoegen. Of je kan ze ook beschouwen als behorend tot het dna van de band. Het is maar hoe je het bekijkt.
Opener “Great Heathen Army” start met dreigende drums en een gitaarsalvo van nieuwkomer Dreyer. Uit deze song blijkt meteen Schaffer’s honger om gehoord te worden. En je weet onmiddellijk: klassieke heavy metal heeft vandaag nog steeds zin. Wie dit genre al meermaals had willen begraven, krijgt hier ongelijk.
“Black Flag” is een piratensong, maar dan zonder Alestorm achterna te hollen. Voorts zijn alle Iced Earth-elementen aanwezig: mooie melodielijnen en meevolgbare cleane vocals. Het aantal hoge uithalen van Stu Block is perfect gedoseerd.
“Raven Wing” start als een slow, kent onderweg een paar agressievere stukken en vervelt dan opnieuw tot iets wat van de Scorpions had kunnen zijn. “The Veil” is dan weer helemaal een mid-temponummer met muzikaal en tekstueel weinig vlees aan het been. De knappe gitaarsolo maakt evenwel veel goed.
Het agressievere en up-tempo “Seven Headed Whore” toont dat Iced Earth in deze opstelling een flink stel ballen heeft. Knap drumwerk, veel power en bijtende zang. Ook “The Relic (Part 1)” bulkt, na de prachtige akoestische intro, van de power. Dit is meer in de richting van prog-metal, maar toch blijft het onbetwistbaar Iced Earth. Met “Ghost Dance (Awaken The Ancestors)” zet de band je een beetje op het verkeerde been. Met de titel en de intro denk je dat Iced Earth de richting van folk- en paganmetal opgaat, maar al snel komen de pompende baslijnen, een paar krijsende gitaren en de strakke drumritmes.
“Brothers” en “Defiance” zijn dan weer heel voorspelbaar en klassiek. Een beetje zoals de eerder aangehaalde songs waar Iced Earth een patent op heeft, maar we niet langer van wakker liggen.
Het afsluitende “Clear The Way” maakt die twee halve missers ruimschoots goed. Deze song lag al een hele tijd op het schap bij Jon Schaffer. Het is goed dat dit materiaal zo lang heeft kunnen rijpen, want het resultaat is een episch verhaal en ruim 9 minuten muziek om duimen en vingers bij af te likken.
‘Incorruptible’ is niet over de hele lijn super, maar minstens de helft van de songs op dit album zijn muzikaal uitschieters. De andere helft is gewoon heel degelijke, klassieke heavy metal. Voor een band op die leeftijd krijgt dit album een uitstekend rapport. Iced Earth heeft er minstens een paar klassiekers bij en is nog niet klaar voor het pensioen.

The Hermetic Electric

Feel Nothing

Geschreven door

We maakten een paar jaar geleden al kennis met deze Namense band middels enkele EP’s. Nu is er een full album met zeven tracks op. Wat kan je verwachten van The Hermetic Electric? Donkere, melancholische en soms koud aandoende nummers. Dat brengt ons natuurlijk bij de gekende voorgangers zoals daar zijn Joy Division en The Cure. Maar ze hebben toch wel een eigen gezicht. In “M.R.I.” bijvoorbeeld krijgen we opvallende synthtoetsen temidden een soundscape van darkwave. Opener “Out of Coma” werkt zich moeizaam een weg doorheen de song. Een nummer dat mij met gemengde gevoelens achterlaat. “Why Tears?” ruikt naar The Cure maar is een mooi uitgewerkte song. De samenhang tussen het gitaarbreiwerk en de synths zijn geslaagd. “Sunrise” is hun eerste single uit ‘Feel Nothing’. Een song met een zekere tristesse en met moderne percussie tegen een geluid van de jaren 80. “Interlude” is nouja een intermezzo. Een kort akoestisch breekpuntje. Op “Not Too Deep” beginnen ze terug met aanstekelijke synth geluiden om de song te openen. Uiteindelijk worden die mooi verweven in de rest van de song. Iets wat ze, wat mij betreft, in de andere song ook nog iets nadrukkelijker mogen doen. Afsluiter “Feel Nothing” is een bijna tien minuten durende track. Terug een sfeervolle intro met glijdende bas en fijne synths die de song op gang trekken. Naarmate de song vordert komt de gitaar meer opzetten. Een song die qua opbouw en sfeer wat aan The Cure ten tijde van “Desintegration” doet denken.
The Hermetic Electric combineert wat moderne toetsen (percussie en synthsounds) met een typische vintage darkwave/postpunk sound. Dat maakt dat wellicht de oudere luisteraars alsook de iets jongere liefhebbers van dit album kunnen genieten.

Heartlay

Close To Collapse

Geschreven door

Dit is het debuut album van Aaron Sadrin, de man achter Heartlay. Hij schrijft, produceert en neemt de songs op. Voor de live optredens heeft hij een vaste band. Na enkele eEP’s die goed onthaald werden , was het tijd voor een volledig album. Het album is een mix van industrial en electro met een laagje metal er overheen. Potige songs met zang dat bij momenten emotioneel klinkt en bij andere dan weer stevig. Als je een mix maakt van elementen uit bands als Fall Out Boy, Die Krupps, Front Line Assembly of een moderne Gary Numan dan weet je ongeveer wat je kan verwachten van Heartlay.

‘Close To Collapse’ bevat elf tracks. De songs zijn vrij klassiek opgebouwd. “In Here” is de eerste song die me bij mijn nekvel vastpakt. Deze ietwat donkere song bevat mooie en emotioneel klinkende vocals. Er is ook wat meer ruimte gelaten in de song dan bij de voorgaande het geval is. “Will It Be Enough” bevat mooie synthsounds en enkele rake riffs. Ook “Death Screens” kan mij bekoren vanwege de iets andere mix. Sadrin weet hoe je een degelijk song ineen steekt. De refreinen mogen soms wat minder voorspelbaar of iets catchier zijn. Dat zou helpen om de songs te laten plakken in het geheugen. Nu klinkt het wat éénvormig. “Faded” heeft een heel mooi begin (met die synthpiano) en een fijne baslijn halfweg. Een van de betere songs op dit album.

‘Close To Collapse’ is een degelijk debuut dat goed uitgewerkte songs bevat. Geef de songs nog wat originelere refreinen of onverwachte wendingen en het is een heel goed debuut. Nu zijn ze (net als de opbouw) soms wat voorspelbaar. De mix en productie is zeker geslaagd. Alles klinkt haarfijn. Industrial liefhebbers gaan hier zeker plezier aan beleven.

 

Heartlay - An Exile Music - Electro Industrial Emo

 

Kurt Vile

Kurt Vile & The Violators – Talent – Songs – Sfeer!

Geschreven door

Kurt Vile & The Violators – Talent – Songs – Sfeer!
Kurt Vil
e & The Violators, Mauro Pawlowski solo , Will Johnson
OLT Rivierenhof
Deurne
2017-07-04
Quinten Jacobs

Als
Kurt Vile met zijn Violators én Mauro Pawlowski in het OLT Rivierenhof spelen, dan moesten we daar gewoon bij zijn! Dus zakten we op een warme dinsdagavond af naar Antwerpen voor een avondje indierock.

Kurt Vile had
Will Johnson meegenomen naar Antwerpen, die de avond af mocht trappen. Hoewel we niet heel zijn set zagen, kon hij ons best bekoren. De Amerikaan begeleidde zichzelf met zijn gitaar en dat beproefde recept werkte. Helaas verzoop het geheel een beetje in het rumoer waarmee een voorprogramma vaak te kampen krijgt en wist Will Johnson niet genoeg te variëren om echt te boeien. Desalniettemin was het geen slechte opener van de avond.

Daarna was het de beurt aan
Mauro Pawlowski, die drumster Karen Willems (Yuko, Zita Swoon) had meegebracht. Helaas maakte Pawlowski een nogal lusteloze, ongeïnspireerde indruk. Zonder veel overtuiging bracht hij zijn set met nummers die in het beste geval wat deden denken aan Black Box Revelation. Met een goeie cover van “Big Love” van Fleetwood Mac kregen we halverwege wat hoop op verbetering, maar helaas, het niveau dook daarna weer naar beneden. Mauro Pawlowski was ogenschijnlijk ook  lang niet nuchter en acteerde karikaturaal en ongeïnteresseerd. Toen hij ook nog eens “Cinnamon Girl” van Neil Young verkrachtte, was de maat vol, dit was gewoon echt een slecht optreden.
Tijdens een rommelige gitaarsolo op het einde deed iemand van de organisatie teken dat Pawlowski beter een einde aan zijn set maakte, waarop de Limburger lusteloos gehoorzaamde. We weten dat Mauro Pawlowski een geniaal muzikant is, maar deze keer kon hij echt niet overtuigen.

Eindelijk was het tijd voor
Kurt Vile & The Violators, waarvoor het openluchttheater helemaal volgelopen was. Onmiddellijk zat de sfeer goed, en als de eerste woorden van de muzikant ‘oh I love you guys’ zijn, weet je dat ook de artiest er zin in heeft. Openen deden de Amerikanen met het opgewekte “Jesus Fever” en de vlam sloeg meteen in de pan.
Ook “I’m an Outlaw” (met Kurt Vile op banjo!) en vooral “Gold Tone” (wat een song!) werden goed onthaald. De ex-gitarist van The War On Drugs is (nog steeds) niet vies van nummers langer dan 5 minuten en bewees dat met “That’s Life, tho”, dat werd opgebouwd uit een soundscape en het publiek betoverde. Als het publiek muisstil is tijdens en dolenthousiast ná een intiem nummer dan w eet je dat het goed zit.
Eerste hoogtepunt was “Wakin on a Pretty Day”, waar bassist en gitarist plots van rol wisselden. Lekker laidback rocken op een warme zomeravond, Kurt Vile kan het als de beste. “Girl Called Alex” werd opgeleukt door spacey synths en barstte met veel distortion open en overtuigde zo veel meer dan op de plaat. Ook solo kan de Amerikaan begeesteren, zo bewees het heerlijk wegdromen van het publiek bij “Runner Ups” en “Freeway”.
Het publiek was dolenthousiast en hit “Pretty Pimpin” zorgde voor een nieuw hoogtepunt én meegebrul. Na ook nog onder andere “KV Crimes” (dat wat inzakte naar het einde toe, maar toch, deze song had ook van Neil Young kunnen zijn) was het natuurlijk tijd voor een uitgebreide bisronde.
Kurt Vile durfde het aan om de avond af te sluiten met intieme nummers als “Wild Imagination” (meezingmoment!), “Baby’s Arms” en “He’s Alright”, en scoorde zo extra punten. Luid applaus was elke keer zijn deel en zowel het publiek als de band genoot zichtbaar.

Kurt Vile & The Violators waren magistraal en stuurden ons met een grote glimlach op het gezicht naar huis. Wat een talent, wat een songs, wat een sfeer, wat een avond. Hadden we al gezegd dat het goed was? Wauw.

Met dank aan Luminousdash.com http://www.luminousdash.com

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne

Rock Werchter 2017 – dag 1 – donderdag 29 juni 2017

Geschreven door

Rock Werchter 2017 – dag 1 – donderdag 29 juni 2017
Rock Werchter 2017
Festivalterrein
Werchter
2017-06-29
Johan Meurisse

We herinneren ons een Rock Werchter dat opnieuw Rockte als vanouds met veel goede, overtuigende concerten … vertrouwd, leuk , gezellig, aangenaam en spannend , met een ferme adrenalineboost ,
Rock Werchter 2017 - aandacht voor gerespecteerde waarden, artiesten , opkomend talent, Eigen Werk en De Nieuwe Lichting, meer dan andere jaren . De dance was beperkter, gecentraliseerd op de bijhorende podia . De closing acts hielden de Rock ingeplugd.
Rock Werchter 2017  uitverkocht, extra comfort, meer kleur, 76 artiesten present, geen incidenten, wat pechbuien op zaterdag , uitbundige zon en jawel Foo Fighters om af te sluiten. Rock Werchter 2017 - goed voor 88000 bezoekers per dag met een pak nationaliteiten … Het blijft Vlaanderens meest prestigieuze en het best georganiseerde festival ter wereld …
Drie stages … Keuzes moeten worden gemaakt …Festival meer dan ooit …meer groepen, meer terrein, meer ruimte voor de bezoekers , meer mooie momenten … De twee grote tenten kregen sinds twee jaar een nieuwe outfit – strak gestyleerd , met een knipoog naar het Sportpaleis.
Rock Werchter - Rust en geniet plek - Meer dan Muziek - Nieuw: een entree in multicolour, The Slope (een multifunctionele helling), Apero (een borrelbar en Karmeliet) en de zonnebloem (een duurzame oplaadplek voor smartphones)..
Rock Werchter is en blijft een festival van alle leeftijden, jong en oud houden er hun eigen bands en stijl op na. Een gevarieerde affiche, een tevreden publiek …

Summer starts here...
Een overzicht van ons parcours – Cheers mate!

dag 1 – donderdag 29 juni 2017

Hoogspanning op de eerste dag van Rock Werchter met een zinderende set van Arcade Fire, die ons zal bijblijven en één van de absolute hoogtepunten van het festival waren. Savages beten van zich af, Lorde en Beth Ditto prikkelden. Prophets Of Rage gaven een kaakslag, de Kings of Leon klonken onderhouden en The Chainsmokers bouwden een feestje . En niet te vergeten konden enkele Belgische bekers gehesen worden, die fier het festival openden …
 
Heel wat Belgische bands sieren Rock Werchter dus … Meteen met de deur in huis opende Het Zesde Metaal rond Wannes Capelle op de Mainstage . Vlaams- Brabant wordt eventjes West-Vlaams … Vriendschap , Liefde en Wereldproblematiek, je hoort het wel ergens in de songs die in de taal worden gezongen . Deftig ingetogen , sfeervol broeierige songs brengen ze ; “Ploegsteert” werd zelfs uitgeroepen door de Radio 1 luisteraars tot best Belgische song. Een eerbetoon aan Luc de Vos hoorden we , “Boze Wolven” deels op de tonen van “Where’s my mind” van The Pixies.
Het Zesde Metaal stond er en Capelle ontpopte zich op dit vroege uur als een rasecht entertainer . “Op dag zonder schoenen” spoorde hij zijn publiek aan om de schoenen in de lucht te steken  . Het Metaal gaf een bloemlezing van hun werk met o.m. “Ier bie oes” , “Gie, den otto en ik” , Liefde”  en de instant klassiekers “Naar de wuppe” en “Ploegsteert” . Duim omhoog en een geslaagde opener! 

Ales een bende ‘jonge wolven’ gaat het  Brits talent  Declan McKenna (Klub C) met z’n band te werk . Nog geen twintig is hij , maar hij heeft met “The kids don’t wanna go home” een sterke single op zak, die iedereen op de been brengt . Met een nummer als “Paracetamol” erbovenop wordt er gretig, beheerst en onbesuisd gespeeld; Pop, rock en psychedelica in een melodieus slordige, rauwe sound . De kunst van het songschrijven heeft hij in zich . Het combo profileert zich , de handvol songs in een goed half uur krijgen heel wat tempowissels en worden op die manier mooi uitgediept . Sterk!

Het derde podium The Barn verkennen we met het Amerikaanse Cigarettes after sex . Ze zijn al een tijdje bezig maar breken hier nu pas door met de titelloze plaat. De rare (?) groepsnaam rond Greg Gonzalez krijgt erkenning in ons landje door de single “Each time you fall in love” . Hun rustige, schuifelende, voortkabbelende muziek - als een klotsend, ruisend  beekje -, is de obligate sigaret na een magistrale vrijpartij en klinkt als een combi van postrock, ambient en slowcore . De zachte zangpartij maakt het nog sensueler en zwoeler . Erg serieus en gemeten allemaal.
Het kwartet herstelde goed toen een krakend geluid de sound verstoorde. Een lichte prevel en een glimlach vingen dit op om in hetzelfde dromerige elan - ingetogen en innemend -, met de ogen toe, verder te gaan . In de muzikale schemering kregen we een avontuurlijke versie van Reo Speedwagon’s “Keep on lovin you” en die andere puike singles “Affection” en “Apocalypse”.

Savages is een podium omhoog geklommen … Vorig jaar nog hadden we een weergaloze,  verpletterende set in de tent , nu staan ze op de Mainstage, een muzikale wervelwind , woest, wild, gedreven . Een enthousiasmerende zangeres Jehnny Beth , die je levend verslindt en oppeuzelt! Het Londens ‘all female’ postpunkkwartet was opnieuw spannend, verbeten, strak en messcherp . Een set buiten categorie . De diepe bastunes , de indringende drumpartijen en de snedige , felle en melancholieke gitaarcapriolen zorgen ervoor dat het gitzwarte geluid onder hoogspanning bleef , schurend , scheurend , knarsend, beukend . De zangeres in haar uitdagende outfit deed ons wegdromen en werd letterlijk door de eerste rijen gedragen. Savages hield ons bij het nekvel met nummers als “Sad person”, “Shut up”, “Husbands”, “The answer” en het obligate “Fuckers” , die op meesterlijke wijze de set besloot . Al meer dan een jaar zijn ze op tour om de twee platen ‘Silence yourself’ en ‘Adore’ te ondersteunen. Zij zijn een ‘must see’! Dit optreden zinderde na!

Evenzeer blijven we onder de indruk van Mark Lanegan (The Barn) , die al een behoorlijke solocarrière achter de rug heeft , en zijn in tristesse doorwrongen songs een schop onder de kont geeft . Samen met z’n Band geeft hij ze een broeierige intensiteit en extravertie. In z’n gekende melancholie kan Lanegan opnieuw stevig rocken en worden alle registers opengetrokken . De duistere, dreigende synths en de diepe basstunes zijn een meerwaarde. Hij blijft vastgenageld aan zijn microstatief en weeft met z’n diepe grafstem bluesy grunge , 80s wave en postpunk aan elkaar . “The gravedigger’s song”, “Hit the city” , “Head” en “Harborview hospital” zijn sterk . Uit ‘Gargoyle’ , de pas verschenen nieuwe plaat, waren we onder de indruk van “Goodbye to beauty” en “Beehive”. Klasse . En tot slot prikkelde en overtuigde hij ons - verrassend – met een spannende cover van Joy Division, “Love will tear us apart” . Lanegan , met de jaren (nog meer) in bloedvorm . Mooi.

De Prophets Of Rage brengt Rage , Public Enemy en Cypress Hill tesamen. Geen Zack de la Rocha van Rage , wel de drie met Morello op het voorplan, Public Enemy met Chuck D en Cypress Hill met B-Real als een Omar Souleyman. ‘Make America Rage Again’ is de ideale vuistslag op de huidige visie van Donald Trump . ‘Fuck Trump’!
Muzikaal kregen we een 90s revival,  nostalgie, met het beste van Rage en enkele Public Enemy - Cypress Hill sterkhouders. Het is een ‘fuckyou’  tegen de regelgeving van a tot z, een doorn in het oog , waarvan we 25 jaar later van overstelpt zijn . Zucht …
“Take the power back”, “Bombtrack”, “Know your enemy”, “Bullet in the head” en ”Killing in the name of” als afsluiter , zijn gegrift in het geheugen; “Testify”, “Guerilla radio” , “Bulls on parade” volgden in hun voetspoor . Het zijn kleppers die ons deden recht veren , springen, hotsen en botsen. Het gitaargepengel, de -effects, de diep dreunende bas , de hitsende drums , ze waren en zijn uniek. “Fight the power” (PE) , “How I could kill a man” (CH) werden in die sound benaderd. Chris Cornell droegen ze in het hart, met een Audioslave cover “Like a stone” . De hiphopmixes hoefden nu persé niet , maar op die manier kon iedereen een graantje meepikken. Maatschappijkritisch en leuk!

Het entertainment staat hoog aan geschreven bij de Amerikaanse Beth Ditto (Klub C) , de ex- zangeres van Gossip , die pas een solo album uitheeft . De vlezige dame, die openlijk lesbisch is, is een aparte verschijning en staat bekend om haar uitspraken over homoseksualiteit en feminisme. Ze heeft een indringende , glasheldere stem . Met haar band waarvan de andere dames zo uit Prince & The Revolution-stal konden worden gehaald , hoorden we een afwisselende set van haar vroegere band en eigen materiaal, die 70s retro , soul , funk , r&b , gospel , disco , psychedelica in elkaar mengt . “Love long distance” , “Heavy cross” pasten perfect  in het plaatje van “I wrote a book” , “Fire” en “Ooh lala”. De nummers kregen een dansbare tune door de grooves en drumritmes , die ze verwerkte met flarden “I wanna be your dog” , “Rappers’s delight” en “Smells like teen spirit” zelfs in het afsluitende “Standing in the way of control”  . Tussenin grapte ze met anekdotes over haar lichaam . De inhoud besparen we je, maar de glaasjes rosé erbij smaakten haar en smeerden de keel . Aangename set die de dansspieren prikkelde .

Uit Nieuw –Zeeland begroeten we de twintigjarige popster Lorde (The Barn) , die al een handvol sterke singles uitheeft en de jonge meisjesharten sneller doet slaan . Het hitwonder heeft twee platen uit en danst gezwind op het podium . Een drum en twee toetsenisten vergezellen haar . De melodieuze electropop doet z’n werk . Vocaal is ze erg sterk. Ze doet denken aan Kate Bush en … hop “Running up that hill” knalt door de boxen . Lorde palmt het publiek in met die frisse , aanstekelijke, zwierige hits als “Tennis court” , “Sober” , “Royals” en  “Magnets” die we kennen van Disclosure .  Hartenbreker is de sfeervolle pianoballad “Liability”. Ze is geëmotioneerd van de respons! Het tempo wordt terug omhoog gebracht en de ambiance is optimaal met de gekende “Team” en de huidige single “Green light”. Lorde is groot geworden en staat terecht in het najaar in de Lotto Arena.

Wat waren we onder de indruk van het Canadese Arcade Fire. Het zag er aan te komen . Hun set , drie jaar terug, was ook van hoogstaand niveau , maar vanavond was het spel en het enthousiasme om in te lijsten . Het introverte , ingetogen , melancholische dat we van de band kennen in vroeger werk, werd subtiel ingebed in een extraverte stemming, levendigheid en loos gaan .
Als losgeslagen buffels speelden Win Butler en C° . Met wel negen op het podium , een assortiment aan instrumenten en in hemdjes, jasjes alsof ze werkten voor één en dezelfde firma . Anderhalf uur lang werden we meegevoerd, - gesleurd in hun trip die een resem stijlen  in hun indierock verwerkt . Disco , kitsch en bombast zijn beheerst te horen.
Live was Arcade Fire een beleven. De nummers werden een niveau hoger getild . De uitgelaten bende op het podium bracht de ganse wei in beweging . De sterke hitsingle “Everything now” , van de binnenkort te verwachten cd, te pas en te onpas gelinkt aan Abba, zette ons meteen op het juiste spoor . “Rebellion lies” rinkelde, twinkelde op hetzelfde ritme, opgehitst door de percussies . De thematiek mag er eentje zijn van maatschappijkritiek , Trump kon hier de boom in.
Hier werd een stevige vertoning opgevoerd , de crew wisselde probleemloos van instrumenten, hotste op en neer en ging ervoor . Wat een ontlading!
Nog maar bekomen van die twee grootse songs of daar was de volgende lading al “Here comes the night time”, broeierig, fel door de drums , “Signs of life”, die ergens de huidige sound van Cassius opwierp, en een snedige “No cars go”, aangewakkerd door de accordeon van Regine Chassagne . “The suburbs” , ingetogen en droevig, werd opgedragen aan Bowie, ‘die we nu moeten missen’.
En die Regine zette de volgende rit in op “Ready to start”. Het werd zelfs helemaal te gek op “Month of May” , hier in een punky jasje gestopt . Het tempo en het niveau bleven hoog met “The neighborhood” en “Reflektor”.
De drums , de gitaren en de subtiele instrumentatie, ze zijn het verhaal van Arcade Fire. Een closing final kregen we o.m. met “Afterlife” en “Wake up” , de ‘oohoohs’ dwarrelden luidkeels over de wei .
Niks dan lovende woorden van wat Arcade Fire presteerde op de Mainstage . Iedereen was het erover eens , dit was één van de hoogtepunten!

Intussen noteren we een volgelopen The Barn voor The Chainsmokers. Vorig jaar stonden ze nog op de Mainstage van Tomorrowland. The Chainsmokers zijn een Amerikaans DJ-duo die sinds een jaar of twee onze hitparade teisteren met toegankelijke elektronische deuntjes. Waar het vroeger allemaal uptempo ging bij dance-nummers , staan The Chainsmokers garant voor beats met een zeemzoete, meezingbare tekst. De jongeren kenden de teksten vanbuiten , en er werd dan ook luidkeels meegezongen op “Closer”,  “Something Just Like This”(samen met Coldplay) en “Paris”.
Het eerste half uur leunde dicht bij de dub step maar die vervaagde al snel in pompende beats, melodieuze teksten, vuurwerk, confetti en de rookmachines. Een feestje om dag één af te sluiten in de tenten … (Met dank aan Michael Bultinck)

Na de zinderende set van Arcade Fire kon er geen overtreffende trap meer zijn. Zeker niet van de Kings Of Leon , een vaste waarde op RW, én al voor de zevende keer gehuisvest hier. Ze hebben een nieuwe plaat uit ‘Walls’, goed, beduidend beter dan de vorige , maar ook niet meer dan dat.
Live altijd wel goed voor een backcatalogue en gedegen rockshow , die af is met een twintigtal songs. Ze zijn nu niet direct de entertainers en animators van dienst , maar de familie  Followil heeft elkaar wat terug gevonden na hun vorige tour. De set blijft altijd iets koels. Een vertrouwd melodieus rock’n’roll geluid en setlist , waarbij het kwartet maar eventjes terugblikt naar hun begindagen, “The bucket”, die hun southern roots niet verloochent.
Eerst krijgen we een rits broeierige songs , die de band op dreef moet brengen en het publiek in de juiste stemming. Gekend singlewerk komt er met “Notion” en “Use somebody” waarvan de refreinen worden meegezongen . Het nieuwe werk horen we  met het ingetogen “Walls” en “Reverend” . De trein is dan goed op gang gekomen , er is nog eventjes de snedige rocker “Crawl” en dan zit het snor met een ‘Best of’ reeks , de bocht richting stadion rock, met “On call”, “Knocked up”, “Pyro” , “Supersoaker”, “Sex on fire” en “Waste a moment”, die de set besluit. Goed klink het en is het. Dankbaar zijn en blijven ze , maar levenslust en enthousiasme ervaren we (al jaren) niet meer. Niet de gedroomde afsluiter . Volgende keer best de switch met die bruisende Canadezen?! …

Neem gerust een kijkje naar de pics van het bijhorende MSF in Arras
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mainsquare-festival-2017/
Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Rock Werchter 2017 – dag 2 – vrijdag 30 juni 2017

Geschreven door

Rock Werchter 2017 – dag 2 – vrijdag 30 juni 2017
Rock Werchter 2017
Festivalterrein
Werchter
2017-06-30
Johan Meurisse

Op deze tweede dag komt Belgisch talent in de spotlights … Van de ontdekkingen Tamino, Coely, Vuurwerk , Warhaus tot het aanstekergehalte van kleppers Bazart en Oscar& The Wolf, die onze tricot kleuren . Royal Blood zorgt voor Vuurwerk op de mainstage , The Pretenders vatten 35 rock’n’roll geschiedenis samen en Radiohead tot slot houdt hun ‘OK Computer’  in balans tussen grilligheid en toegankelijkheid.
 
Ook vandaag kon één van die Eigen Talenten de Mainstage openen , Coely. Ze kon er drie jaar geleden niet bij zijn door gezondheidsproblemen . Ze bracht een gretig , opzwepend hiphop/r&b feestje met een full band en haar maatjes Dvtch Norris en Yann Gaudeuille. Coely is een talent in het genre; de songs speelt ze breder en tonen het beste van Lauryn Hill . Ze kwam in een lange zwarte jas het podium op en deed wat aan Whoopie Goldberg denken met haar ronde brilletje en haartooi. Ze staat dicht bij haar publiek en draagt iedereen in het hart . Ook moeder krijgt de volle support door de kansen die ze kreeg . In het half uurtje zat het allemaal goed in elkaar , zelfverzekerd was ze, vocaal sterk en helder in nummers als “My tomorrow” en “Don’t care”, die de temperatuur op de middag deed stijgen . Een droomstart en Coely een ervaring rijker!

Een ander talent in spé is Tamino . Nog op geen jaar is hij uitgegroeid tot één van de ontdekkingen. ‘De Nieuwe Lichting’ van StuBru levert z’n vruchten af . Tamino mag dan nog maar EP’tje uithebben , “Habibi” en “Cigar” zijn verdomd twee goede singles . De Barn liep dan ook vol voor deze jonge twintiger .  Zijn nummers zijn knap . Hij wordt geruggensteund door een drummer en door Tom Pintens – een dagje eerder te zien met Het Zesde Metaal - op keys.
Wat een opbouw , intensiteit , subtiliteit , finesse horen we in de handvol nummers, sing/songwriting en vocale sterkte , diep , rauw , doorleefd en soms hoog uithalend . Jeff Buckley is een terechte link.
Hij maakt luisterliedjes die puur , oprecht , sober , elegant en een beetje mysterieus klinken. Alleen of met z’n drieën , de respons is enorm. ‘Holy fuck’ stamelde hij . Solo ontrafelt hij Arctic Monkeys’ “I bet you look on the dancefloor” op z’n elektrische gitaar. Subliem.
België zit met talent en dat wordt gerespecteerd! Tamino - Melancholie van een man met een gouden toekomst …

Hun roots liggen in Brussel, maar zijn nu gehuisvest in Londen – Vuurwerk  staat vor de eerste maal op het festival (Klub C). Het gaat hard voor Jergan Callebaut en Thieu Seynaeve. Laat dat nu net een goede eigenschap zijn. Waar bij Oscar and the Wolf de klemtoon  komt op  zweverige teksten, dan draait het bij Vuurwerk  meer om zweverige beats. Een extra vuurpijl in een saxofonist en een gastrapper boden kort na de middag onverwachts een leuk feestje. Benieuwd of ze het in de toekomst even ver zullen schoppen als andere kleppers Bazart en Oscar … (dank aan Michael Bultinck)

Andere koek is het met Slowdive die op de Mainstage Kaleo vervangen . Een oudere generatie is op de afspraak . De jongere generatie laat de indie/shoewave van het Britse combo wat over zich heen waaien. Niet al te veel volk hier. Vorig jaar waren ze nog met een deel van de band te zien op Pukkelpop onder Minor Victories . Slowdive is na twintig jaar samen met leeftijdsgenoten Ride, Lush en Loop aan een reünie toe . Ze hebben een nieuwe plaat uit , die naadloos aansluit bij het oude werk ; het album ‘Souvlaki’ uit 93 sprong het meest in het oog . Neil Halstead en Rachel Goswell zijn de spil , de zangpartijen wisselen af of vullen aan en hangen ergens tussen Cure en Cocteaut Twins in.
In het genre van de shoegaze was Slowdive  bepalend en wordt er naar de instrumenten en de pedaaleffects gekeken . We krijgen langgerekte , in- en uitfadende, zwevende gitaren, voortkabbelende ritmes en feeërieke, dromerige sferen die opbouwen en aanzwellen. Een perfecte geluidsmuur wordt gecreëerd, ze exploderen net niet , ook al gieren de gitaren en worden de effectpedalen ingedrukt. Normaal komt zo’n band het best tot z’n recht in een mistig rookgordijn.
Slowdive wou zich niet al te serieux nemen , de verwondering , de glimlach en de korte interventies van gitariste Rachel braken het ijs . We werden in een muzikale schemerzone gevoerd op een catchy  “The breeze” , “Crazy for you” , “Alison” en “When the sun hits” . Op het eind werd er nog een Syd Barrett nummer “Golden chair” tegenaan gegooid. In het najaar in de Bota te zien , naast Ride btw!

Nog snel trachten we iets mee te pikken van Warhaus in The Barn  , één van de Balthazar adepten die te zien zijn op Werchter . Vorig jaar waren ze voor het eerste zien op Pukkelpop en toen al zagen we wat Maarten Devoldere met vriendin Sylvia Kreusch in staat waren en zich ontpopten als de Gainsbourg – Birkin van de ‘nillies’. Een zwoele , sensueel smachtende, dampende,  prikkelende sound  vol bochtenwerk , die door de erotiserende danspasjes van het duo veel aan de verbeelding overliet . In het avontuurlijk doordachte, broeierige , donkere concept komen Cave – Cohen naar boven .
‘We fucked a flame into being’ is meer dan een terechte titel van hun debuut . Een soort film noir door de gitaarticks , het -getokkel , de indringende , huiverende elektronica, de verdwaalde sax, de hakkende ritmes  en de zangpartijen . De paar technische probleempjes deden het  ‘Moulin Rouge’ sfeertje niet ontrafelen . Beklijvende nummers als “The good lie”, “Beaches”, “Agaisnt the rich”, “Memory”  en “I’m not him” hebben een verslavende werking. “Mad world” , een nieuwe track , doet vermoeden dat dit project nog niet ten einde is .

Keuzes zijn hartverscheurend en op die manier moeten we vroeger dan voorzien Nathaniel Rateliff en zijn Night Sweats (Mainstage) laten voor wat het is voor Future Islands . Maar kijk in die rootsamericana kregen we al meteen een van de hitjes “I need never get old” te horen . Nergens klinkt het te hard of te heftig , het is heerlijk ontspannende muziek met een blazerssectie en gaat erin als zoetenkoek . Iets later werd “S.O.B.”  in de strijd geworpen. Lekker dus!

Future Islands (The Barn) komt aandraven met nieuw werk ‘The far field’ en brak hier een goede twee jaar terug door met “Seasons” uit hun al vierde cd ‘Singles’ . Jawel , dit Amerikaans bandje is al een tijdje bezig en valt op door de excentrieke expressieve moves van zanger  Samuel T. Herring , die zich volledig geeft , smijt op het podium . Vol overgave dus.  Hij pusht de songs, zingt , grungt en bekketrekt. Hij briest de teksten van zich af en baadt in het zweet. De synthwave getinte nummers krijgen kracht, intensiteit, zijn passioneel en hellen net niet over naar bombast en kitsch . De andere groepsleden staan er eerder gelaten bij . Het nieuwe “Ran” opende de plaat en daarmee werd de toon gezet van dromerige , stekelige elektronica, diep , stuwende basses en hitsende  drums. Toegegeven , het klinkt inwisselbaar , maar de entourage van de zanger zorgt dat het interessant blijft . En net als de spanning daalt , komen vroegere kleppers “Lighthouse” , “Seasons (waiting for you)” en “spirit”. De respons is groot. Te zien in november voor twee AB concerten!

Intussen was de Française Jain aan haar set begonnen (Klub C). Bij onze Franstalige vrienden is zij ‘le nouveau star’ . Muzikaal is de jonge , dartelende artieste ergens te situeren tussen landgenoten  Zaz  en Christine & The Queens . Voeg Paul Simon en onze eigen Two Man Sound (Lou Deprijck) uit de 70 jaren aan toe en je hebt electropop met een exotische, groovy tune , waarin disco/funk/afro/world zijn verweven . In haar zwart schortje, bloesje met wit kraagje en witte baskets toont ze de onschuld , jeugdigheid en zonnig karakter van haar nummers aan, fris , aanstekelijk, dansbaar . De animatievideo’s , de danspasjes , de percussies en de handclaps fleuren het geheel op . Pakkend werd het toen de namen van de slachtoffers geprojecteerd werden . Een fijne kennismaking!

The Barn was volgelopen voor Birdy . De breekbare engelenpop wordt de laatste jaren met band ondersteund . Haar platen hangen in de middelmaat en ze moet het hebben van een handvol singles . Ook in deze set bleek dit het geval . Het is een prima muzikante zondermeer, die gewerkt heeft aan haar podiumprésence , een sterke heldere stem heeft en het piano-,  gitaarspel beheerst, maar de nummers raken , beklijven iets te weinig , wat het bij aangename luisterpop houdt . Een onderhouden set , gedragen o.m. door “People have the people” , “Keeping your head up”, “Wings” en het coveraanbod “Running up that hill” en “Skinny love”, waar ze als 15 jarige mee doorbrak .

Heel wat volk op de Mainstage voor het Britse Royal Blood ,van het duo Mike Kerr en Ben Thatcher , die toe zijn aan hun tweede plaat . Het back-to-basic duo , enkel drums – bas (en af en toe een piano/keys riedeltje) , zorgt voor stevige, strakke , schurende rock’n’roll met genietbare riffs en hooks . Meer moet dat niet zijn . Als de twee er dan ook nog in slagen het publiek te entertainen , op te hitsen ,dan is ‘t helemaal compleet , en staat het duo  terecht op het grote podium. De nummers zijn fris, rauw, catchy en opwindend . Een broeierige spanning ervaarden we door hun gretigheid, adrenaline en hun unieke samenspel door de vloeiende overgangen .
Dit is een live band bij uitstek , die al een paar classics uithebben, “Lights out”, “Come on over”, “Little monster”, “Figure it out”, “tTenne tonne skeleton”  … Dan weet je het wel … Nu de Lotto Arena op z’n kop zetten!

Moet er nog zand zijn? Bazart had al een half uur op voorhand The Barn gesloten en ook buiten aan het grote scherm hadden zich heel wat mensen neergevlijd. Bazart is op anderhalf jaar tijd mega populair. Hun radiovriendelijke pop met aanstekelijke indie , electro motiefjes heeft ieders hart veroverd . Een beetje de Nederlandstalige Oscar.
Mathieu Terryn palmde moeiteloos de jonge meisjesharten in . In het wit getooid met gouden strepen op de zomen van zijn hemd , kwam hij in een ganzenpasje het podium op . The Barn bereikte z’n kookpunt . Hij was sterk onder de indruk. De refreinen werden lustig meegezongen op de zalvende en groovende elektronische poptunes. “Tunnels” , “Kloon”, “Chaos”, “Nacht” , som maar op . Vooraan werden ze bedolven onder de confetti . Het hoeft dus niet uptempo te gaan om het publiek aan hun kant te hebben . Hun Nederlandstalige pop is groot geworden .  Doorbraaksingle “Goud” bereikte ongekende hoogtes . Dit is ‘de new favorite’ die alle leeftijden bereikt … Op naar het Sportpaleis.

Nog maar goed bekomen van die ‘Bazart’ mania of we kwamen opnieuw voor een voldongen feit te staan , de Klub C was volgelopen voor The Pretenders . Meer dan vijfendertig jaar rock’n’roll weet Chrissie Hynde met een deels jonge band te spelen . Beetje raar om hen hier te begroeten, naast al die jonge bands . The Pretenders rockten beter in een tent dan op het grote podium van TW Classic , vorige week . Ze vatten hun backcatalogue in een goed uur samen . Hynde is nog steeds een rockchick , die met haar heupen slaat , de gitaar in de juiste riff duwt en in stem nog niks heeft ingeboet . Ze lieten vorig jaar nog een nieuwe plaat ‘Alone’ los , de paar nieuwe songs openden om dan over te gaan  in het gekende werk als “Don’t get me wrong” , “Back on the chain gang” , “Stop your sobbing” , “Brass in  pocket”, “Middle of the road” en zeemzoethouder “I’ll stand by you”. Sterk waren de partijen van haar jonge gitarist . Een frisse, onderhouden set hadden we van een graag geziene band!

De 24-jarige Charlotte de Witte (Klub C) uit de buurt van Gent staat ondanks haar jeugdige leeftijd al aan de top van de Belgische techno-scene. We kennen haar nog van ‘Raving George’, alleen maar om niet vrouwelijk over te komen op de affiche. Bullshit! Sinds ze het laatste duwtje in de rug kreeg van Studio Brussel door het winnen van de Switch contest is The Sky niet langer the limit voor Charlotte. Het aantal keren Pukkelpop is al niet meer bij te houden, Tomorrowland, I Love Techno, … noem maar op. Kon Rock Werchter ontbreken? Ik dacht het niet. Of het wendt om voor zo’n massa te draaien? Daar zal het antwoord wel nee op zijn. Na een schuchtere start gingen alle remmen snel los. De technobeats bonkten hard , erg hard. Ze kwam, ze zag, ze overwon en eindigde met “Universal Nation” van Push. Ze is nog jong er is nog ruimte voor de komende … 30 edities! (met dank aan Michael Bultinck)

Radiohead was terug eens van de partij en bracht grilligheid en toegankelijkheid samen in een twee uur durende set. De band die intense broeierige rock omboog naar een volstrekt unieke popelektronisch geluid van krautrock , pop en een dosis experimenteerdrift . De meer hapklare brokken waren in het tweede uur van de set  met “No surprises”, “My iron lung”, “Karma police” en met de tempowissels van “Paranoid android” , die de wei in beweging bracht; de refreinen werden meegezongen.
We hadden al een hobbelig parcours achter de rug met bezwerende , sfeervolle, onheilspellende, gejaagde  tracks in diepe elektronische lagen en hallucinante effects , onder die breed uitwaaierende vocals van Thom Yorke . Na de zinderende opener “Daydreaming” en het intrieste “Lucky” uit de laatst verschenen ‘A moon shaped pool’ werden we meegesleept  in een duistere , bevreemdende trip , die we moesten door spartelen. De lappen elektronica en de krachtige percussies lieten ons soms afzien. Een Oosters tintje,  geluidskunsten, ruis , bleeps en ga zo maar door  werden toegevoegd.
Schoonheid, puurheid, mysterie , eigenzinnigheid en creativiteit waren in elkaar verweven. “Airbag”, “Pyramid song”, “Everything in its right place” en “Idioteque”  zetten ons terug op de rails.
Radiohead speelde een ingenieuze set , die ons naar een ander universum bracht . Het kijk- en luisterspektakel werd onderstreept door indrukwekkende visuals en songs. Radiohead is een vreemde eend in de bijt en blijft de gedroomde closing act op één van de avonden voor de fans, maar niet voor de doorsnee (jongere) festivalganger.

Neem gerust een kijkje naar de pics van het bijhorende MSF in Arras
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mainsquare-festival-2017/
Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Rock Werchter 2017 – dag 3 – zaterdag 1 juli 2017

Geschreven door

Rock Werchter 2017 – dag 3 – zaterdag 1 juli 2017
Rock Werchter 2017
Festivalterrein
Werchter
2017-07-01
Johan Meurisse

Op deze derde dag spraken de gitaren op de Mainstage , System of a down als absolute top . Intussen kon je bewegen op het jonge geweld van Machine Gun Kelly en Charlie xcx , tekende Sohn voor duistere groovy tunes en onderdrukte opkomend talent Bonobo het gitaargeweld aan de andere kant van de wei.

Frank Carter is een graag gezien gast in ons landje . De rosse getatoeëerde Brit, zo geplukt uit die vroegere ‘Young Ones’ serie, draagt ons met z’n hardcorepunk en middelvinger omhoog een warm hart toe . De man staat geen minuut stil , is bij of staat soms op z’n publiek met een maatschappijkritiek van a tot z . ‘Fuck authority’. Circlepits waren schering en inslag. Hij schreeuwde en gooide het van zich af . Zijn begeleidingsband The Rattlesnakes volgden de rosse Carter op de voet en zorgden voor een ruw , rauw , ongepolijst , stevig, strak geluid.  Met een knipoog naar de oude Rollins en Lightning Bolt. Meteen snor bij het begin van deze derde festivaldag …

Op naar J. Bernardt in de Klub C , die mondjesmaat volliep voor Jinte Deprez, de tweede van Balthazar . Hij benadert eigenlijk met z’n soloplaat een beetje de sound van Balthazar met de kenmerkende hakkende , duistere, dansbare ritmes, die door de loops naar een trippopsound worden omgebogen. Heel wat drumtics en keys onder z’n diep, grauwe stem , waarbij hij soms hoog kon uithalen . Een stevige beat kregen sommige nummers mee , die de dansspieren prikkelden . De singles “Calm down” en “Wicked streets” hadden ons al overtuigd, de andere nummers deden dat even probleemloos…

Nog snel een stukje van het Zweedse Blues Pills meepikken
, die met de jaren meer finesse in hun ruige 70s retro stoner/hardrock/blues/psychedelica brengen  . De afsluiters “Somebody to love” van Jefferson Airplane en “Devil man” trokken alle registers als vanouds nog eens open. De solo’s waren meegenomen en de oogverblindende kortgerockte zangeres Elin Larsson deed het zonnetje piepen tussen de wolken …

Eerlijk gezegd Machine Gun Kelly kennen we niet echt , maar deze blanke ‘bad boy’ rapper uit Ohio , knalde er met z’n band meteen in (Klub C) met stevige beats , striemende gitaren en weergaloze rhymes . Een graad hoger dan Eminem , en een link naar Twenty-One Pilots en RATM. De badass werd op handen gedragen, huppelde heen en weer en de ‘motcha fxx’ vlogen om de oren.

Sohn aka Chris Taylor , de Londenaar die naar Wenen is uitgeweken, zit met zijn muziek op de rails van James Blake en Asgeir . Gelukkig dat het hier in The Barn geen dertig graden was, gezien hij getooid was met zwarte ronde hoed en zware zwarte jas. De liveband begeleidde hem en gaf de songs van de twee cd’s ‘Tremors’ en ‘Rennen’ meer body.  Zijn elektronisch vernuft kreeg door de instrumentatie een  apart karakter en een breder concept; de dansspieren werden geprikkeld. Je kwam soms uit op een formule die eerder genoemde referenties met Moderat en Portishead kruist . de gekende “Conrad” en “Artifice” klonken extravert  en vormden een hoogtepunt in de elektronische draaikolk van techneut Sohn . Hij wist
te ontroeren maar tegelijk verzorgde hij een euforische sfeer.

Over naar Charlie xcx in de Klub C , die het jonge publiekje aansprak en aardig volliep. ‘Welcome in Charlie xcx’ world’ zagen we . De
frisse electropop van de bevallige jonge dame klinkt jeugdig , onschuldig en lekker in het gehoor. Ze huppelde heen en weer en maakte synchrone danspasjes met de twee dames op keys . Ze maakte het erg aangenaam met de bloemetjes op de instrumenten en de opblaasbare plastieken blokken in een danspas geplaatst. Aanstekelijke hitparademuziek van o.m. “ I live it” , “One night”  en “Boom clap” die tekenden voor een zorgeloos bestaan.

Hoe reageren op Kodaline die in een volle The Barn hetzelfde jonge  publiek weet te bereiken met hun emotievolle , aanstekelijke ‘singalong‘ pop . Melodramatiek enerzijds met tranenreeks “All I want”, “High hopes” en anderzijds friste, subtiliteit, gevoeligheid met een “Love like this” en “Way back when”. Bombast is nooit ver weg. In die opbouw, wisseling en aanpak heeft Kodaline een Coldplay gehalte van samenhorigheid, durft vocaal uit de bocht te gaan, maar raakt de jongere zondermeer!

Heel wat volk vooraan om Blink 182 nog eens aan het werk te zien . Hun sound is eenvoudig, gewoon snedige , aangename okselfrisse songs op funny wijze op ons afvuren in een gevoelige tune soms. De sterkste songs zijn nog steeds deze van ruim vijftien jaar terug . Intussen heeft Matt Skiba van Alkaline trio Tom de Longie vervangen, maar vocaal komt hij te kort, dus moeten we het hebben van bassist Mark Hoppus.  Onschuldige grappige poppunk, die een jeugdig gevoel doet opborrelen , kort, krachtig, goed voor wel 22 nummers. De oudjes doen het hier nog steeds als “What’s my age again” , “First date”, “Rock show” , “All the small things” en het kalme “I miss you”. Op het eind komt er nog één van de kids drummen om het spelplezier van het trio compleet te maken.

Eén van de toppers van het weekend waren System of a down , een buitenbeentje in metalkringen met een unieke sound én en met een sterke politieke inslag. ‘Metal with brains’ dus!
Hun bruisende metal cocktail van gejaagde , nerveuze , hyperkinetische ritmes brachten de hele wei in vuur en vlam, geduw , getrek, gestamp , moshpits hier , moshpits daar .
Na meer dan tien jaar stilstand kregen we anderhalf jaar terug één van de handvol optredens te zien in Vorst Nationaal ; diezelfde dynamiek , heftigheid en intensiteit was hier terug ; de songs in snelvaart met ongelofelijke tempowissels,  hard- zacht en refreinen die worden meegezongen ; een publiek in alle staten , euforisch en uit hun dak. De band rond Serj Tankian genoot met volle teugen , ‘what a fucking amazing audience you are’ .
De vier zijn enorm op elkaar ingespeeld . Messcherp! Wel dertig songs kregen we in de anderhalf uur durende gekke set. . Een ‘greatest hits’ set van o.m. “Prison song”, “Violent pornography”, “Aerials”, “Deerdance” , “Radio/video” en verderop “Cop suey”, “Toxicity” , en ergens tussenin een “I feel love” intro van Donna Summer .
‘Gek – gekker – gekst’, dat was System of a down hier bij hun eerste passage op RW . Het publiek was niet in te tomen – een kolkende massa – ‘The best crowd of their tour’ . SOAD zinderde na. Hier had men dus duidelijk op gewacht! 

Intussen was langs de andere kant een topoptreden van Bonobo (The Barn) te zien, de band van Simon Green, die door zijn sterke livereputatie en de bijbehorende mond aan mond reclame doorgegroeid is naar zalen als Vorst Nationaal en de Lotto-Arena. Green had een zwarte zangeres mee, die wat in de mix verdween in de stille passages, maar overtuigde wanneer ze doorzong . Bonobo wisselde jazzy nummers in de stijl van Cinematic Orchestra af met meer elektronische nummers. Projecties van imaginaire landschappen gingen wonderwel samen met donkere beats: Leftfield en Massive Attack waren nooit veraf, en wanneer de beats per minuut omhooggingen kwam de band uit bij de sexy grooves van Laurent Garnier en St Germain. (Met dank aan Nick Nyffels)

De andere Amerikaanse band Linkin Park kon dit niet meer evenaren op de Mainstage . De band heeft ons landje gevonden , want de laatste jaren zijn ze hier regelmatig te zien . Ze mogen nu wel een popplaat uithebben met elektronisch vertier, hun oude nu –metal staat er nog , met screamo’s en felle zangpartijen op “One step closer” , “Numb” , “Breaking the habit”, “Somewhere I belong”, “Papaercut”, “Bleed it out” en “In the end” . Dit zijn stampertjes die het publiek graag hoort, waarop het hotst en springt . De refreinen worden luidkeels meegezongen. De meeste van die songs zaten in het tweede deel van de set. Toen ze putten uit dat ander vaatje , pop – rock –dance en enkele pianoballads, daalde de spanning.
Ze brachten het er beter van af dan bij hun vorige passage , maar de vitaliteit , levendigheid van het vroegere materiaal lijkt in het huidig oeuvre definitief bevroren …

Neem gerust een kijkje naar de pics van het bijhorende MSF in Arras
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mainsquare-festival-2017/
Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Rock Werchter 2017 – dag 4 – zondag 2 juli 2017

Geschreven door

Rock Werchter 2017 – dag 4 – zondag 2 juli 2017
Rock Werchter 2017
Festivalterrein
Werchter
2017-07-02
Johan Meurisse

Op de afsluitende dag van het rockfestival kon je niet omheen Foo Fighters , de headliner bij uitstek , waar iedereen zat op te wachten en sterk naar uitkeek. Een maar liefst twee en een half uur durend ‘rock’n’roll never die’ gevoel.
Cage The Elephant gaf de aanzet , Thurston Moore zette de snaren onder spanning en rammelde , Alt-J ging de Radiohead tour op en uiterst genietbaar klonken de sets van Warpaint en Grote Beer Rag’n’Bone Man . Op naar dag 4 …

Het Amerikaans uitgebreide combo Cage The Elephant kon ons wakker schudden in The Barn. Een energieke zanger en een gretig spelend bandje hadden we die nu in hun materiaal heel wat 70s retro en psychedelica laten horen . Hitsend klinken ze nog steeds met nummers als “Cold cold cold” en “Shake me down”, wat het publiek triggerde om ook heen en weer te hotsen .

Altijd interessant om op ontdekkingstocht te gaan . In de Klub C hadden we de jonge Amerikaanse rapster Fatimah Warner aka Noname uit Chicago . De poëete rapte neuzelig, doorleefd  haar songs  in een sfeervol , aangenaam r&b/hiphopkader. Een loungy sunday afternoon gevoel ervaarden we .

Bij de leest waren we bij Thurston Moore Group in The Barn , waar naast de man zelve Steve Shelley van de partij was van het oude Sonic Youth. De nieuwe plaat ‘Rock’n’Roll Consciousness’ werd voorop geplaatst in de uur durende set met o. m. “Cease fire” en “Turn on”, die lekker lang duurden ; uitgediept werden , scheurden, schuurden  als vanouds . James Sedwards nam de leadgitaar op zich nam en bassiste Deb Googe van My Bloody Valentine zorgde voor diep, donkere basstunes. “Speak to the wild” is er eentje steevast te horen sinds hij solopad is . Het rinkelde , twinkelde , rammelde, gierde , zonder echt uit de bocht te gaan van gitaareffects,  in de unieke wereld die Moore zelf heeft uitgevonden. Kortom de eeuwige jonge-lookalike is aan een zoveelste nieuwe jeugd toe.

Dropkick Murphys komen niet uit Ierland zoals je misschien zou denken, maar wel degelijk uit Boston, Massachusetts. Het 7-tal rond zanger Al Barr brengt al ruim 20 jaar dezelfde mix van folk en punk. Op het eerste zicht een onschuldige cocktail maar eentje met stevige bijwerkingen. Het publiek brulde luidkeels mee en de Schotse rok werd omhoog gehesen om stevig op de grond in te beuken. Ze brengen weinig nieuws onder de zon , maar steeds is hier een feestje , al 5 keer .. (Met dank aan Michael Bultinck)

Met mondjesmaat liep de Klub C vol voor de techneut Fatima Yamaha , het alter-ego van Bas Bron van de Jeugd Van Tegenwoordig . Hij zorgt voor een leuk , ontspannend, dansbaar Ibiza gevoel op z’n booth . We horen funk , disco tunes , elektronicableeps, 90s bigbeats  en wat Underworld dance , die de dansspieren prikkelde; tijdens deze namiddag waanden we ons al in de nacht in een omgetoverde dansclub. Dat ene nummertje “What’s a girl to do”  piepte ergens middenin ; met zijn elektronica kwamen smileys op de gezichten , gingen handjes in de lucht en  de ‘whoo’s en aaahs’ weergalmden.

Rae Sremmurd
werd bekend van hun hitje “Black Beatles”. Een weird groepsnaam , maar lees het even achterstevoren , en je komt uit op ‘Ear Drummers’, het platenlabel van de broers Khalif en Aaquil Brown uit Tupelo, Mississippi. Al vóór het aanvangsuur zweepte de DJ het publiek op met allerlei meeroepkreten en zware beats.
En toen de broers op het podium verschenen kon het feestje beginnen. De voorste rijen werden besproeid met champagne. Door de set heen moest er af en toe een ananas op de grond kapot gegooid worden om daarna het publiek in te lanceren. De broers rapten er op los alsof hun leven ervan af hing. En de driekwart gevulde tent zat vol fans , de teksten werden vlotjes mee gerapt. Geen enkel dood moment. Opzwepend, meeslepend, op onze dansspieren werkend, kortom, een stomend concertje dus . Volksmennerij ervaarden we. “Black Beatles” was de perfecte afsluiter en bracht The Barn in extase. Niks dan tevreden en zwetende lijven na afloop. Ze kregen terecht een plaatsje op de affiche! (met dank aan Danny Feys) 

De rock’n’roll van The Kills , van het duo Jamie Hince en de bevallige Allison Mosshart, mag met de jaren minder rauw, doorleefd zijn, live proberen ze nog steeds van zich af te bijten; de nummers kregen een stevige boost mee , het schuurt en knarst , hebben rock’n’roll in het hart en stralen een heerlijk staaltje sexy garagerock meets sixties uit . Adrenalinestoten ervaarden we door de hakkende , dwarse ritmes . Met vier zijn ze nu om hun songs stevig gehalte te geven . Als vanouds krulde zij rond haar microstatief , speelt hij de ene na de andere vette riff , maar spijtig genoeg komen ze om een of andere reden op een Mainstage niet echt tot hun recht . Beetje teveel hetzelfde van ‘intens doorleefd rauw’?
Sterk geopend waren ze met “Heart of a dog”, “U.R.A. fever” , “Kissy kissy” en het gekende “Black balloon” . Wij waren best tevreden hoor , maar rondom ons zagen we gemoedelijkheid de bovenhand nemen. “Baby says” had z’n charme door die prachtige samenzang en op “Monky” vuurden ze moddervette riffs op ons af . Goed zondermeer , maar in één van de tenten volgende keer aub …

Op naar Rag’n’Bone Man aka Rory Graham die op een goed jaar tijd is uitgegroeid tot één van de ontdekkingen en met een heus collectief op het podium staat . Zijn meezingsingle “Human” en het latere “Skin” , samen met het groot knuffelbeergehalte van de Brit met het gouden hart , zorgden voor de definitieve doorbraak.
Een volle Barn genoot van de sfeervolle broeierige nummers van goed uitwerkte, gevoelige  pop, hiphop, r&b , soul en gospel. Zijn indringende  stem injecteert de emotionaliteit. Hij was hier op z’n plaats om in zijn muzikale wereld neer te vlijen en om het samenhorigheidsgevoel aan te wakkeren . Een fijne , moedige set !

Ondertssen zijn we opnieuw in de Klub C te vinden voor de bevallige dames uit LA Warpaint . Ze brachten vorig jaar hun derde ‘Heads up’ uit , en muzikaal worden we ondergedompeld in een broeierige set
die baadt in zweverigheid, chill, indie en clubbeats.
Het kwartet heeft er zin in , heupwiegt op het podium en schotelt met de ogen toe een droomwereld voor. Heel wat variabelen hoorden we in hun uur durende set van rinkelende gitaarmotiefjes, spannende basstunes, zalvende, opzwepende drums en fluisterende , indringende zangpartijen . Af en toe wat meer groove, dwepende , hitsende ritmes , maar alles bleef beheerst en compact . Nooit slecht , maar toch nog niet de verhoopte doorbraak naar het grote publiek. We blijven verkocht aan hun aangenaam materiaal als “Undertow”, “Love is to die” en “New song” , waarop de dames zich volledig konden uitleven .

Keuzes zijn hartverscheurend … Soulwax en Alt-J zijn net twee must sees . Gezien we Soulwax in Brussel en in Lille konden zien (zie de links http://bit.ly/2sZg1bP en http://bit.ly/2uCNlHO )  … is de knoop gauw doorgehakt Alt-J.

Alt-J - De drie Britten zijn het clubcircuit ontgroeid , spijt wie ‘t benijdt , en staan in grote zalen en festivals . Hun muzikale assemblage van indierock, folktronica, progrock en triphopachtige contouren gaat richting Radiohead , als ook in de lightshow en de projecties . De handvol poppy mainstream nummers die ze maar uithebben in de drie langspelers, is net iets te hoog gegrepen om iedereen bij de leest gehouden . Het zit allemaal vernuftig in elkaar, elk geluidje heeft zijn plaats en er is de muzikale schoonheid en grilligheid door de aanstekelijke, groovende en onverwachts bevreemdende, ingewikkelde ritmes; maar die komt het best tot z’n recht in één van de tenten. De meerstemmige  en aanvullende zangpartijen brengen ons in hogere sferen. Met de gekende “Something good” , “In cold blood” en de afsluitende reeks “Every other freckle”, “Matilda”, “Left hand free” en “Breezeblocks” krijgen ze de handen op elkaar.

Nog snel iets meepikken van het Australische Avalanches ,
Robbie Chater en Tony Di Blasi, die maar liefst zestien jaar op zich lieten wachten op de opvolger ‘Since I left you’ , om de tweede plaat ‘Wildflower’, uit te brengen . Hun knip- en plakwerk en bijeengesampelde songs werden in suppervette dancepop omgezet . Een full band , zangeres en rappers , omringden het duo . Het klonk fris , gedreven , heftig , leuk. De Klub C werd omgetoverd tot een discoklub, waarbij rijkelijk geput werd uit die danstunes van vroegere jaren . . Iedereen gaf zich ten volle en heerlijk klonken de meer eenvormige uitvoeringen van o.m “Because I’m me”, “Frontier psychiatrist” , “The guns of Brixton , die Clash cover, en natuurlijk “Since I left you”, die ons letterlijk naar de Mainstage deden dansen . Toch blij dat we hen niet links lieten .

Natuurlijk was iedereen op post om Foo Fighters te kunnen zien . Twee jaar terug moest Dave Grohl verstek laten , toen hij een paar weken eerder z’n been brak tijdens een van z’n optredens. Hij had nog zijn doktersnote  bij , excuseerde zich langs alle kanten en zou nu twee en een half uur alles geven om de ontgoocheling, frustratie door te spoelen .
De immens populaire band - Grohl als een van de overlevenden uit de grunge -, heeft qua albums altijd de regelmaat behouden én de handvol singles maakten de plaat .
Ook vanavond kon er uit hun twintigjarige carrière gretig geput worden . Een juke box , maar wel een stevige . Grohl  rockte met z’n band als de beesten , hij zong , schreeuwde de longen uit het lijf , dweepte de massa op en tekende voor een rock’n’roll show die een dikke vette streep moest trekken onder deze vierdaagse.
Samen met drummer Taylor Hawkins legde Grohl er de pees op. “All my life” opende de set en het ging in sneltempo met “Times like these” , “Learn to fly”, “Something for nothing” en “The pretender” . Heerlijk onweerstaanbare, bruisende rockende songs , die het enthousiasme aanwakkerden .
Twee en een half uur zo’n tempo is niet vol te houden , is iets teveel van het goede , wat de groepsleden er toe brengt een solootje te spelen van één van hun eigen helden; een  tweetal nummers werden wat te langgerekt , “Monkey wrench”, waar Grohl naar de lichttoren holde, en het intiem gehouden “Wheels” maar OK, er mag wat vertier en animo zijn . De lichtjes van de smartphones vormden het decor en hij had een nieuwe gitaar uit te testen die hij kreeg van StuBru .
We kregen veel goeds verder, “Congregation” , “These days” , ”My hero” , “Run” en een duet met Alison Mosshart (“La dee da”) , de laatste twee van de binnenkort nieuwe cd . Tot slot werd het tempo nog eens opgeschroefd door “This is a call” , “Best of you” en “Everlong” .
In zaal zou de speelruimte beperkter zijn geweest , de set compacter , maar de extra ruimte die ze nu kregen , heelden de wonden van drie jaar terug …
Foo Fighters waren samen met System of a down Power en speelden met Tonnen Energie … De organisatie kon tevreden dat een rock’n’roll band nog zoveel enthousiasme teweeg bracht …
Een beter positief gevoel kon je niet krijgen … Tot volgend jaar !

We herinneren ons een Rock Werchter dat rockte als vanouds met veel goede, overtuigende  concerten …

Neem gerust een kijkje naar de pics van het bijhorende MSF in Arras
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mainsquare-festival-2017/
Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Couleur Café 2017 - Een 2d overzicht van het driedaags event

Geschreven door

Couleur Café 2017 - Een 2d overzicht van het driedaags event
Couleur Café 2017
Ossegempark
Brussel
2017-07-01 t/m 2017-07-02
Sander Blommaert

We deelden ons in twee dit weekend met het scala aan festivals die het begin van juli inpalmden. Zo gingen we ook naar Couleur Café dat na vele jaren van Tour & Taxis naar het Ossegempark aan de voet van het Atomium verhuisde. Je raadt het, nous sommes à Bruxelles! Couleur Café bracht voor zijn 28ste verjaardag een straffe affiche in het straatbeeld met The Roots en Damien (Jr.) Marley. Het Urbanfestival beschikt over een uitstekende multi-culti ‘goed-etenstraat’, de meest kleurrijke harmonie van mensen dat een festival al gezien heeft en een uitstekende aankleding. Nu nog kijken naar wat de artiesten op de Green, Blue of Red-stage kunnen leveren.

dag 2 – zaterdag 1 juli 2017

We startten onze regenachtige dag met de Brusselse rap van Scylla, die comfortabel op de planken staat. Met veel discipline brengt hij Franse verzen over het Brusselse leven. Op de achtergrond de donkerste en strakste hiphopbeat waarvan het publiek zich bijna gezamenlijk een whiplash knikt. Scylla mag rekenen op een mooie fanbase maar wint hier ook spel bij de nieuwkomers.

We mochten niet meer binnen’, hoorden we van een aantal West-Vlamingen na de show van Coely. Ze hebben dan ook wat gemist. De Green-stage site stond van voor tot achter vol voor de act van mevrouw Mbueno. Vanaf de eerste seconden was het publiek mee en Coely speelde moeiteloos hit na hit, want ja, al haar nummers zijn gewoonweg goeie hits. De finesse van de band en de attitude van deze jonge zangeres kwamen nog harder aan het licht toen ook Dvtch Norris de collaboratie “Don’t Care” kwam bijstaan, een nummer dat ze recentelijk uitbrachten. Norris was daarna niet meer van het podium af te slaan en het publiek smulde van begin tot eind van deze popsensatie.

Afrikaanse traditie, hiphop, jazz en electronica volgen elkaar moeiteloos op bij Baloji op de Blue. Hoewel hij een vreemde is voor het publiek, kan het gezelschap ons wel overtuigen van hun muzikaliteit. De nummers schieten alle kanten uit en hebben geen doortastende rode lijn waarop je een flow kan creëren. Dit is absoluut niet erg als muzikaal geheel, maar stelt een deel van de kijkers in twijfel, waardoor Baloji met één concert drie keer voor een ander publiek staat. Jammer, want het is een goede band met stijl.

Couleur Café’s eigen kindje Niveau 4 kreeg dit jaar de samenstelling Zwangere Guy, L’Or Du Commun, TheColorGrey, Le 77, Darrell Cole en ISHA met Junior Goodfellaz en DJ Vega achter de knopjes. Het éénmalige collectief brak het podium af voor het (vooral) jonge publiek en liet een positieve/agressieve (ja, dat kan) vibe na op de groene site. Hoewel ook wij onze gespierde armen lieten mee bouncen op de energie van de mannen, vonden we het gemompel soms een beetje irritant. Van met tien man dezelfde zin een wei in schreeuwen, blijft soms weinig over…

Direct door naar de man die de helft van Niveau 4 wel al een dienstje bewezen heeft. Lefto is al bezig met de fusie van Japanse jazz en Afrikaanse congas als we er aankomen. In de menigte bevinden we ons tussen mensen in afwachting van een beat om op te dansen, maar hij laat ons nog eventjes wachten. Hij is even bezig. Als een bemiddelaar tussen genres bouwt hij een hoogstaand setje op dat het laatste half uur resulteert in de best gemixte trap beat set die men in België al gehoord heeft. Lefto test hier en daar het uithoudingsvermogen, maar geeft gul als je blijft.

Rennen! The Roots gaat beginnen horen we rond ons als Lefto zijn laatste digitale noot gedraaid heeft. De vele fans die speciaal voor The Roots kwamen, snelden zich naar de Red stage. Aah… Daarom natuurlijk die honderden meters lange rij voor de ingang vanmiddag (nee, we overdrijven niet). De klassieke formule was al van ver duidelijk. Een mooie klassieke opzetting zonder al te veel poespas op een stevige zilveren ketting na. Er is niets beter dan klassieke hiphop eensluidend gebracht als door ware koningen. Of niet!? Want… man wat spelen die mannen strak!
Drummer Questlove wringt er met alle vingers in de neus de meest bloeddorstige breakbeats uit – nogmaals, wij overdrijven niet! – en houdt de band met gemak bij elkaar. De gitaarsolo’s van Kirk Douglas gaan van Sade’s “Sweetest Taboo” naar een bluesy sfeertje en Jeremy Ellis mixt er een beetje “Eye Of The Tiger” in en veel Kool and The Gang. De Eastside/Westside kan ons gestolen worden, maar daarnaast zien wij met beide ogen en oren gespreid een legendarisch optreden. Toch weet The Roots niet heel de weide te bekoren. Gedrogeerd door de laatste actuele beats van Niveau 4 en Lefto kan een groot deel van het publiek het niet meer opbrengen om zich volledig te concentreren op deze uitstekende oude rotten. Ga maar, druip maar af, wij komen wel steeds een stapje dichter.

dag 2 – zondag 2 juli 2017

In de schaduw van de wolken en met een bakje vegetarische Pad Thaï als ontbijt wandelden we ons traject naar de Blue stage, waar Soom T haar optreden nog aan het soundchecken was. Die tijd gebruikten we om op ons gemakje ons bakje leeg te eten en alle compartimenten te recyclen op dit heel eco-lovely festival.
Soom T zet een stemband aan die doet denken aan zesjarige Michael Jackson en de band speelt daar heerlijk op in met een soortgelijke funky-urban vibe. Drie nummers gaan voorbij voordat ze haar eerste contact met het publiek maakt: ‘DON’T DRINK COCA COLA, IT’S POISON, THEY WANNA KILL YOU!” Wij en anderen kunnen onze lach bijna niet inhouden, maar ze is bloedserieus. Een tirade van 2 à 3 lange minuten laat ons wensen dat de muziek weer start. Gelukkig doet dit het ook en deze keer met de dub die op haar platen zo aanwezig is. Er ontstaat een chille vibe en het publiek komt voor de opener van zondag in beweging. Om een statement naar Coca Cola te maken (??) schopt ze bij de tweede poging een monitor van het podium (???). Als ze dan na twee nummers de muziek weer stopt voor haar propaganda over hoe ‘Shit’ politiekers wel niet zijn, trappen we het af. Als we propaganda willen, luisteren we wel naar de politiek.

Met een colaatje in de hand staan we te wachten op het voor ons onbekende Jungle By Night. Tot onze verbazing komt er een groepje Amsterdamse snotjongens op die zich elk voorzien hebben van hun wapen (lees: instrument) naar keuze. De jonge trombonist heeft duidelijk de meeste noten op zijn zang en bespeelt het publiek alsof het zijn eigen hond is. Metal-handje in de lucht en gewoon maar wat roepgeluiden maken, is zijn handtekening. Onnozel maar erg grappig.
Orgel, trompet, alt-sax en trombone worden bijgestaan door uitstekende percussie. Deze jongens zweven van afrobeat naar funk, dan weer naar hiphop en soul en laten ons in het zweet werken met metal, techno en acid. Ze verliezen geen enkele keer contact met het publiek en ook niet met hun instrumenten. Grootste ontdekking op Couleur Cafe 2017?

Met een beetje pijn in het hart draven we naar Jupiter & Okwess op de Green Stage. Hier had Mbongwana star gestaan, moesten ze geen problemen hebben gehad met het verkrijgen van een visum. Waar gaat het heen, waar gaat het heen… We zetten ons erover en krijgen een leuke Congotronics band voor ons die ons goede Afrikaanse Rock&Roll toedient. Er waren veel mama’s mee op zondag en die konden op Jupiter & Okwess helemaal hun ei kwijt gezien het aantal 50-plussers dat zich hier had verzameld en al hun dansmoves boven haalden. Een goedgemutste vervanger die ons goedgemutst hield voor wat hier had kunnen staan.

Eventjes is de Blue stage een paleis als Princess Nokia opkomt. ‘With my little titties and my fat belly’. Princess begint met “Tomboy” en laat zien dat zij de touwtjes in handen heeft. Ze krijgt alvast de prijs voor diepste bassen en het publiek het snelst meehebben. De sterallures zijn te groot voor het kleine podium als ze haar assistente waterflesjes voor het publiek laat open draaien, haar gsm afpakt als ze niet goed aan het filmen is en geïrriteerd haar eigen joint moet aansteken. Arme assistente, maar wat is dit een ware pracht van een act. Stoned als een … wordt Nokia verliefd op het publiek en komt haar zachte kantje boven. Ze last een momentje in om met het publiek te knuffelen. De contrasterende agressieve trap is daarna nooit meer dezelfde als ze er elke 2 minuten lieflijk ‘Thank youuuuuu, I loooveee youuu sooo muchhhhh’ tussen zwiert. Yezzzz.

We nemen even onze tijd na op koninklijk bezoek te zijn geweest. Tijdens ons verblijf bij de Blue stage komen we per ongeluk in aanraking met Loyle Carner. We gingen eigenlijk Lil Dicky zien, maar vonden hierin onze betere keuze. We hebben de eerste helft al zittend doorgebracht, maar konden ons naar het einde toe toch echt niet meer houden. Engelse rap op zijn puurst. Goed uitgedachte beats die 5 minuten meekunnen zonder dat ze gaan vervelen en lyrische waarheden zo groot als de voetballer op zijn tenue. Als bis vertelt hij ons dat we sowieso Lianne La Havas moeten gaan checken (gingen we toch al doen) en of we niet met hem gaan luisteren. Als hij uiteindelijk dan toch gevraagd wordt voor een bis-nummer komt hij te laat en wij staan er al.

Oké, gelogen, Lianne La Havas is al duizenden aan het toezingen als wij (ook te laat) aankomen. De weide is stil en Lianne speelt onze mond elk nummer open van verbazing. Loepzuiver. Beeldschoon. Wacht, zijn dat vlinders die we voelen? De zangeres van nummers zoals “What you don’t do” en “Unstoppable” neemt de minimalistische aanpak. Meer dan een gitaar en haar stem heeft ze niet nodig om iedereen aanwezig te overtuigen van haar talent. Het wordt meer een serenade dan een popconcert en dat maakt het intiemste optreden van CC. Waar we daarnet een prinses hebben mogen ontmoeten, ontmoeten we hier een ware koningin. Voor ons de ware afsluiter.

Als we één tip moeten geven, denken we dat een herstructurering van bepaalde podia kan zorgen voor meer plaats (ik kijk naar jou Blue.) Maar kom, dat is muggeziften. Couleur Café 2017 was een zeer sterke editie waarin we maar weinig slechts hebben gezien. Over de locatie was organisatie, artiest en publiek het anoniem meer dan eens; het park is schitterend in een Couleur Café jasje. De vele kraampjes, stages, barretjes, mobiele disco’s en acts laat ons al smeken naar volgend jaar.

Ism Dansende Beren www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/couleur-cafe-2017/

Organisatie: Couleur Café, Brussel

Les Panties

Cold science

Geschreven door


Een verborgen pareltje in ons landje waren Les Panties uit het Brusselse die als tieners elkaar vonden einde de jaren 80 en invloeden van The Cure, Joy Division , Siouxie & Banshees,  Magazine , Cabaret Voltaire met de indie van Velvet Underground combineerden in een rits  meeslepende , broeierige songs met heerlijk uitwaaierende gitaren , aangename keys  en een lichte galm . Hun indiewave had alles om door te breken.  Maar ze modderden aan en geraakten toen niet verder dan wat demo’s en cassettes opnemen . De groep had met actrice/ zangeres Sophie Frison een sterke zangeres achter zich , die onze Humo’s Rock Rally winnaars Whispering sons jaloers zou maken . Les Panties leken een stille dood te sterven zonder optreden.
Hun project gunden ze een tweede kans in 2008 ; tapes werden opgegraven , in goede studio’s gebracht , en werden gespeeld met de oude synths en drumcomputers . De nummers werden opgestoft , nieuw leven ingeblazen en kregen op die manier een warmere , sensuelere inhoud, die huidige bands als Warpaint en Savages oproepen .
Een reeks nummers werden samengebracht ; ondanks de perfecte uitwerking kwam het trio ook hier niet verder , wat uiteindelijk het uiteenvallen van de groep inluidde .
De opnames werden nu terug opgehoest en staan nu als een mooie verzameling op deze plaat ‘Cold science’ . Ontegensprekelijk toont het materiaal aan wat een talentrijke band ze eigenlijk wel waren: een verloren parel uit de jaren 80 die nooit echt van de grond is gekomen, maar verdomd sterk invloeden verwerkte én invloedrijk was met dit luistervoer …

Leonard Cohen

You want it darker

Geschreven door

Leonard Cohen leverde net als Bowie (‘Blackstar’) met ‘You want it darker’ een schitterende zwanenzang af . Hij was een sing/songwritertalent , die kort na de release op 83 jarige leeftijd overleed . Een knap schrijver van in de jaren 60 actief met een eigen scherpe kijk op de maatschappij en de dagdagelijkse zaken . Hij kwam duister , cynisch uit de hoek . Al jaren zingt de Canadees niet meer , nee, hij bromt zijn  teksten met krakerige basstem over de muziek heen . Die bartonzang is prachtig en is ingebed op de subtiel uitgewerkte, sfeervolle , donkere nummers .
“You want it darker” kan niet beter de plaat openen , het heeft een zwaarmoedige inhoud en een sterke klankkleur door een fijn  instrumentarium van keys , percussie , viool, cello  en de vrouwelijke achtergrondkoortjes .
Vijftig jaar lang heeft hij ons geboeid , geïntrigeerd , wat hem een enorme status heeft gegeven . “You want it darker , if you are the dealer , i’m out of the game . I’m ready my lord” . Opvallend genoeg als je dit goorde, om je zorgen te maken … Een levende legende is niet meer …

Canshaker Pi

Canshaker Pi

Geschreven door

Canshaker Pi is een jong beloftevol kwartet uit Amsterdam . Ze hebben een opwindende plaat uit vol spannende rammelrock. Invloed rijk is het sterk onderschatte Only Ones van Peter Perrett uit de jaren 70 , en verder weven ze Pavement , Pixies en Lemonheads in hun materiaal . De twee tussendoortjes niet meegerekend , hebben we van dit jonge gezelschap een boeiende  reeks indie/garagerockende songs, die intrigeren door de broeierige opbouw , de uptempo’s en kunnen ontroeren . Niet voor niks konden ze aankloppen bij Stephen Malkus van Pavement . Puik debuut dus !

Muddy Roots Festival 2017 - Europe VI – Vol muzikale hoogtepunten!

Geschreven door

Muddy Roots Festival 2017 - Europe VI – Vol muzikale hoogtepunten!
Muddy Roots Festival 2017
2017-06-23 t/m 2017-06-25
Festivalterrein
Waardamme
Ollie Nollet

Het Europese luik van het befaamde Muddy Roots Festival in Tennessee was een bijzonder fijn festival die drie dagen lang onze oren weldadig masseerde. Er werd gekozen voor de ouderwetse aanpak, één podium maar zo heb ik het graag. Geen weg en weer gehol of gevloek omdat bands gelijktijdig spelen. Voor de rest een vlekkeloze organisatie met alles erop en eraan. Geen al te hoge opkomst waarvan het overgrote deel buitenlanders die ervoor zorgden dat dit echt wel Muddy Roots Europe was.

dag 1 – vrijdag 23 juni 2017

Daar ik me vrijdagnamiddag niet kon vrijmaken miste ik de eerste vier groepen en begon mijn Muddy Roots met James Hunnicutt, een singer-songwriter uit Washington State die zweert bij de kracht van liefde en muziek. Deze ruwe bolster met wel erg blanke pit liet zijn geweldige stem wentelen in weelderige melodieën die geruggensteund werden door een stevige gitaar aanslag. Maar hij kon het ook wat meer ingetogen zoals in de Beatles-cover, “Blackbird”. Na een tijdje kreeg hij versterking van Philip Bradatsch op gitaar, banjo en tweede stem. Hoogtepunten : opener “99 lives” en het fenomenale “Don’t let teardops fill your eyes” dat door de ganse tent krachtig werd meegezongen.

The Redemption’s Colts uit het diepe zuiden van België brachten met zijn drieën razendsnelle bluegrass en hillbilly. Misschien niet echt opvallend tussen het ruime aanbod hier maar het halsbrekende getokkel op de mandoline van Benoît Hubert wil ik zeker niet onvermeld laten.

The Pine Hill Haints uit Florence, Alabama hadden veruit de origineelste bezetting : accordeon, akoestische gitaar, washtub bass, snare drum (Preston Corn van de Legendary Shack Shakers fungeerde als stand-in), zingende zaag/ washboard/ mandoline (Katie Barrier) en gitaar/ fiddle/ zang (Jamie Barrier). Even leek het mis te gaan toen de retro microfoon dienst weigerde maar met een gewone micro ging het natuurlijk ook. En hoe? Dit was een wervelende set met een Jamie Barrier die alles gaf en regelmatig een Chuck Berry spreidstand uitprobeerde. Zelf pretenderen ze Alabama ghost music te spelen. Een mooie term die moet staan voor country, gospel, rockabilly en blues waar ze telkens weer een eigen draai aan wisten te geven. We hoorden een cover van Hank Williams : “Lonesome whistle blow” terwijl ze zelfs het kapot gespeelde “St.James infirmary” een fris elan wisten te geven. The Pine Hill Haints waren zonder meer dé revelatie van dit festival. En dat terwijl ze reeds zo’n vijftien jaar bezig zijn en een achttal platen op de teller hebben staan.

Th’ Legendary Shack Shakers waren wellicht de grootste naam op deze editie. Dat schept verwachtingen en die werden volledig ingelost. Wie deze groep uit Nashville aanhaalt , denkt vooral aan hun ongewone frontman J.D. Wilkes. Ik had het geluk om zijn metamorfose van dichtbij te mogen meemaken. Tijdens het optreden van The Pine Hill Haints stonden hij en zijn vriendin net naast me : een doodgewone kerel, eerder het type ‘saaie boekhouder’. Eenmaal op het podium had hij niet meer dan twintig seconden nodig om te veranderen in een bronstig rock-‘n-rollbeest die ons geen minuut rust gunde. Hyperactief, seksueel provocatief en de fans vooraan tot bloedens toe knuffelend, dat laatste mag je zelfs letterlijk nemen. Waar ik bij vorige optredens soms het gevoel had dat die act de bovenhand nam, was dat deze keer niet het geval. Dat dankzij de nieuwe, jonge gitarist Rod Hamdallah, een garagerocker pur sang, die toch voor een lichte koerswijziging zorgde. Het begon al straf met “Shake your hips” van Slim Harpo, later hoorden we ook nog “Baby, please don’t go” (Big Joe Williams). Vooral de eerste helft van de set bestond uit compleet verhakkelde blues waarin telkens weer die heerlijke rock’'-‘n-rollgitaar van Hamdallah kwam bovendrijven. Intussen was er een enorme moshpit ontstaan waarin zich de waanzinnigste taferelen afspeelden en waar ook ik enkele blauwe plekken aan overhield. Th’ Legendary Shack Shakers waren beter dan ooit...

dag 2 – zaterdag 24 juni 2017

Er werd ons niet veel rust gegund want meteen een grote naam op het podium : Otis Gibbs. De man moest ‘s avonds nog een optreden afwerken in Haarlem, vandaar. Deze voormalige boomplanter uit Indianapolis is een geboren verhalenverteller. Met zijn roestbruine stem en simpele gitaar wist dit natuurtalent je steeds bij je nekvel te grijpen en bij de verhalen tussen de songs hing iedereen aan zijn lippen.

Na de verstilde pracht van Otis Gibbs volgde wat meer uitbundigheid met het honkytonk rockabilly gezelschap uit Londen, The Doggone Honkabillies. Vier mannen in salopettes zorgden voor een feestje met veel gesmaakte covers : “Get rhythm” (Johnny Cash), “Guitars, Cadillacs” (Dwight Yoakam), “Mind your own business” (Hank Williams), “Lonesome train” (vooral bekend van Johnny Burnette) en “Miller, jack & mad dog” (Wayne Hancock). Maar ook het eigen werk hield vlot stand terwijl de gitarist, die voortdurend switchte tussen gitaar en lap steel, op mijn bewondering kon rekenen.

Dylan Walshe dan, een singer-songwriter met wortels in de folk uit Dublin (maar intussen naar Nashville verkast). Met een krachtige warme stem, een gitaar en herkenbare songs wist hij het publiek moeiteloos voor zich te winnen.

Dat laatste gold zeker ook voor Moonshine Wagon, een trio (gitaar, fiddle, staande bas) uit het Baskische Vitoria-Gasteiz. Dankzij hun passage op de vorige editie waren dit duidelijk de publiekslievelingen die bovendien een gans contingent Spanjaarden naar Waardamme wisten te lokken.  Hun set begon niet onaardig met onder andere een mooie cover van Jimmy Reed’s “Peepin’ and Hidin’” maar na een tijdje werd het kermisgehalte in hun ‘hellgrass” me iets te hoog. Zelfs eeuwenoude trucs als het uitdelen van sterke drank werden niet geschuwd. Helemaal op het einde lieten nummers als “My liver is trying to survive” en Motörhead’s “Ace of spades” me dan toch weer met hen verzoenen.

Met Doghouse Rose (Toronto) stond er eindelijk een frontvrouw  (Sarah Beth) op de planken maar dat bleek geen garantie voor een goed optreden. Daarvoor gleden ze te vaak weg in platte pop. Nochtans bewezen ze een paar keer dat ze tot veel beter in staat waren : de George Jones/Hank Williams cover of de uitgesponnen versie van “Mystery train” waarbij enige acrobatie met de staande bas en wat vuurwerk aan te pas kwamen. Ook opmerkelijk de cover van “Cowboys from hell” van Pantera. Het beste nummer speelden ze evenwel tijdens de soundcheck : “At the hop”van Danny and The Juniors. Hier had duidelijk meer in gezeten.

Pat Reedy & The Longtime Goners (New Orleans) hadden een week geleden al op de pre-party mogen spelen maar hielden daar wel een nare kater aan over. Iemand was toen met hun kassa, waarin alle opbrengsten, gaan lopen. Om hen een hart onder de riem te steken werd hen voor het optreden een kartonnen doos, waarmee wat geld bij elkaar gesprokkeld was, overhandigd. Een duidelijk ontroerde Pat Reedy gaf daarna het beste van zichzelf in een erg gesmaakte set. Met zijn vieren (gitaar, staande bas, drums en fiddle) brachten ze mooie country waarbij Reedy’s stem soms deed denken aan Gordon Lightfoot. Tussen twee songs riep de drummer ons plots “poepeloeredronke” toe... De verbroedering was duidelijk al voor hun optreden begonnen.

Met The Pine Street Ramblers (Auburn, Californië) werd het nog beter. Het eerste half uur klonken ze verrassend stevig en elektrisch en leek het alsof de seventies nooit waren weg geweest. JT Lawrence (met Lech Walesa snor) schitterde op gitaar waarbij hij zich in alle bochten wrong. Mooie covers : “16 tons” (Tennessee Ernie Ford) en een weergaloos “Nowhere to run” (Bob Dylan). Daarna ruilde JT zijn gitaar voor een banjo en later een fiddle en kregen we een gans ander verhaal : akoestische roots en bluegrass waarin dit keer JD Gardemeyer (pedal steel, dobro en mandoline) wat meer op de voorgrond trad. David Cox (staande bas) en Travis Sinel (akoestische gitaar) vervolledigden dit wonderlijke kwartet.

Vervolgens zagen we opnieuw een Baskische groep (uit Gexto) aan het werk, Dead Bronco . Dit keer geen feestband maar een groep die resoluut zijn eigen weg zocht richting punk geïnspireerde rootsrock. Voornaamste troeven waren de machtige stem van de in Florida geboren Matt Horan en de rock-‘n-rollgitaar van Manu Heredia. Tussen de sterke eigen nummers ontwaarde ik ook “Honky tonk blues” van alweer ene Hank Williams.

Deze mooie maar vermoeiende dag (het was dan al kwart voor één) werd afgesloten door Scott H. Biram, one-man-band extraordinair uit Austin, Texas. Rad van tong, niet om een kwinkslag verlegen, met een hoek af maar vooral toch met een stapel fantastische songs onder de arm. Denk maar aan “Victory song” of “Still drunk, still crazy, still blue” die hier in al hun pracht mochten fonkelen. De man moest de volgende dag op een bluegrass festival spelen en vroeg zich af wat hij daar moest gaan doen en probeerde dan maar een Jimmy Martin nummer uit. Een andere cover was dan weer Doc Watson’s “Freight train blues”. En toen hij “Only whiskey” aankondigde werd er hem prompt één aangeboden uit het publiek. Machtig en hartverwarmend optreden!

dag 3 – zondag 25 juni 2017

Eén uur was net iets te vroeg voor mijn stramme knoken waardoor ik Darren Eedens & The Slim Pickins miste. Wel op post voor AJ Gaither OMB en gelukkig maar. Die OMB staat voor one man band en dit was er eentje die zelf zijn instrumenten in elkaar knutselde. Maar liefst vier “gitaren” gemaakt uit sigarenkistjes had hij bij en ook nog een Diddley Bow, een zeer primitief instrument met één snaar. Bovendien maakte hij er uitstekende muziek mee gaande van junkgrass blues tot barroom gospel. Warme set van een dankbare kerel.

Slack Bird uit Finland bleek een gemengd duo. Hij zorgde voor de zang, gitaar en stompbox, zij hanteerde de accordeon. Folksongs zowel in het Engels als in het Fins. De eerste categorie kon me maar matig boeien wegens teveel platgetreden paden. De nummers in hun moedertaal daarentegen waren onbekend terrein en nodigden wel uit om er zich in te verdiepen.

Met The Harmed Brothers (Portland, Oregon) kregen we opnieuw een duo, drie vijfden van de groep was immers thuis gebleven. Ray Vietti op gitaar en Alex Salcido op banjo (beiden zongen) brachten zonovergoten americana waarvan het uitstekend genieten zou zijn op een terrasje met een ferme aperitief voor de neus. Helaas stond ik in een tent met een bekertje koffie in mijn hand. De rest van het volk deelde duidelijk mijn mening niet en trakteerden de twee op een oorverdovend applaus. Opmerkelijk : Salcido was de enige kerel die ik niet zag wroeten om zijn banjo gestemd te krijgen.

(The real) John Lewis uit Penarth, Wales stond er helemaal alleen voor maar dat gevoel kreeg je nooit. De man heeft meer uitstraling dan de meeste groepen van drie of vier man. Een enorme persoonlijkheid, een messcherp gevoel voor humor, een stem als een klok en dan nog eens uitblinken op gitaar! Rockabilly, roots, americana, covers van Woody Guthrie, Merle Haggard (The bottle let me down) en een magistraal “Ramblin’ man” van Hank Williams (misschien wel hét moment van Muddy Roots 2017). Ook zijn eigen songs klonken alsof je ze al heel je leven kende. Op het einde nodigde hij ons uit om in zijn band te spelen en toen er iemand vroeg wat dat betaalde antwoordde hij kurkdroog : “Free sex”. Geweldige kerel!

Daarna werd het stilaan tijd voor een feestje en we werden op onze wenken bediend door Black Irish Texas uit Austin, Texas. Er werd wat melig geopend met één of andere deun van Ennio Morricone maar daarna was het hek van de dam. Met zijn vijven (staande bas, fiddle, drums, gitaar en mandoline ploegden ze zich door een reeks Iers geïnspireerde rockabilly/hillbilly songs. De zang deed me soms denken aan Shane MacGowan terwijl The Goddamn Gallows gecoverd werden, zo weet je meteen in welke richting je moet zoeken. Party music waarbij Dylan Walshe ook nog eens op het podium werd geroepen.

Intussen brak het moment aan om de groep waar ik het meest naar uitkeek op de stage te verwelkomen. The Bonnevilles, twee lads uit Lurgan, Noord-Ierland brachten vorig jaar met “Arrow pierce my heart” een uitstekende plaat uit terwijl ze ook live vele potten braken, zo kon ik constateren in Namur. Ook hier, opnieuw in zwarte broek, wit hemd en zwarte das, waren ze niet te stuiten. Zelfs een voortdurend kapseizende dronkenlap die obscene gebaren maakte net voor het podium kon hen niet uit het lood slaan. Ze konden er om lachen en drummer Chris McMullan ging hem zelfs even knuffelen. Een typisch beeld eigenlijk van de wonderlijke sfeer die hier heerste. Strakke garage punk blues werd ons deel. Het Europese antwoord op Left Lane Cruiser als het ware maar dan net ietsje meer rock-‘n-roll. Live klonk de flegmatieke (gans het optreden met een kauwgum in de mond) zanger Andrew McGibbon een stuk rauwer dan op plaat wat mooi meegenomen was terwijl drummer McMullan er eentje van de explosieve soort was. Songs als splinterbommetjes geplukt uit hun drie platen met als bonus een magnetiserende Bukka White cover. Mooi!

Veel tijd om op adem te komen was er niet want ik wou onder geen beding Bob Wayne (de zingende stoomfluit uit Nashville) missen. Vergeleken bij zijn optreden vorig jaar in Leffinge bleek zijn begeleidingsband, The Outlaw Carnies, volledig uit nieuwe gezichten te bestaan. Geen Braziliaanse banjospeler meer, dit keer was de blikvanger ongetwijfeld de gitarist die tevens de lap steel voor zijn rekening nam. Bob Wayne bleek nog steeds een vat vol grappen en grollen maar vond toch het perfecte evenwicht tussen kolder en muziek. Zijn fucked up country klonk verrassend strak. Naast de gekende meezingers zoals “Spread my ashes on the highway” en “Till the wheels fall off” (dat laatste zelfs met een heuse polonaise in de tent waarin ook Andrew van The Bonnevilles meeliep) hoorden we ook een drietal nummers uit een gloednieuwe plaat. Die klonken wat ingetogener maar moesten absoluut niet onderdoen voor het oudere werk.

Wie dacht dat we het met Bob Wayne nu wel alle geschifte frontmannen gehad hadden was eraan voor de moeite. Met Nic Roulette, zanger van Hillbilly Casino (Nashville) bleek het nog gekker te kunnen. Dit leek wel Fonzy onder de amfetamines zoals hij om de twintig seconden zijn vetkuif kamde, vervaarlijk met zijn microfoon stond te zwaaien of op een stoel balanceerde. Ook hun muziek klonk aanvankelijk halsbrekend : rockabilly of psychobilly gebracht met de intensiteit van een hardcoreband waarbij gitarist Ronnie Crutchero het vuur telkens nog wat oppookte. Dat hij daarbij soms de grens met metal overschreed zagen we graag door de vingers. Na een groot half uur ging de orkaan wat liggen en werd de violist van Black Irish Texas op het podium uitgenodigd om er samen met  Crutcero, nu op banjo, een lange instrumental uit te knijpen. Het werd een waar kippenvelmoment. Vervolgens mocht ook James Hunnicutt opdraven maar dat leverde niets op en vanaf dat moment zakte het peil van de set naar ongekende diepten. “Scumbag pompadour” was misschien nog een opflakkering maar de groep die nochtans zo strak en snedig begon klonk nu lamlendig en oeverloos. Bovendien bleef Roulette maar dooremmeren over “real american music”...
Na anderhalf uur hield ik het voor bekeken en achteraf hoorde ik dat ze het nog een half uur langer hadden volgehouden. Jammer. In de beperking kan soms grote kunst schuilen.

Maar laten we niet janken, Muddy Roots Europe 2017 was een bijzonder fijn festival vol muzikale hoogtepunten!

Info http://www.muddyrootsrecords.com
Organisatie: Muddy Roots Festival 2017

 

Thurston Moore

Thurston Moore Group - Scheuren als vanouds

Geschreven door

Thurston Moore Group - Scheuren als vanouds
Thurston Moore
Aéronef
Lille
2017-06-26
Sam De Rijcke

Thurston Moore
is zowat een levende legende in de wereld van de alternatieve gitaarmuziek, met Sonic Youth heeft hij een geheel eigen genre uit de grond gestampt met een sound waarin de gitaren  scheuren, knarsen, briesen, bijten en constant over de rooie gaan.
Aan de sound is hij trouw gebleven, en dat kan alleen maar goed nieuws zijn. De Sonic Youth songs daarentegen, die zijn wel definitief verleden tijd, sedert de split heeft Thurston Moore er niet eentje aangeraakt. Geen nood, hij heeft inmiddels al een sterk aangedikte eigen songbook. Met de nieuwe plaat ‘Rock n Roll Consciousness’, op vandaag nog altijd onze nummer 1 van het jaar, werden daar nog een stel kanjers aan toegevoegd.
Het is ons een raadsel waarom zo een indrukwekkend en bepalend figuur een zaal als l’Aéronef niet eens kan doen vollopen. En dat terwijl bijvoorbeeld generatiegenoot Dave Grohl, een artiest van heel wat minder allooi, overal voor overvolle weiden en uitverkochte stadions staat te spelen. Nu goed, wij gaan nog altijd liever in een klein zaaltje naar the real thing kijken.

Thurston Moore Group begon al direct op geniale wijze met een furieus “Cease Fire”, een uitmuntende song die om onbegrijpelijke redenen het nieuwe album niet gehaald heeft. Uit Moore’s vorige al even schitterende plaat ‘The Best Day’ werd enkel een gedreven “Speak To The Wild” overgehouden. Voor de rest stond ‘Rock n Roll Consciousness’ centraal, het volledige album (5 excellente songs, een uur genialiteit) ging er door vanavond. Het was subliem, om duimen, vingers en gitaren bij af te likken. De songs duurden lekker lang en werden, naast het gebruikelijke herkenbare scheurgeluid, soms zelfs voorzien van een heuse cleane gitaarsolo. Die fijne leadgitaar was van de hand van James Sedwards, die hier naast Moore een tweede hoofdrol opeiste. Met name in het sublieme “Exalted” en “Smoke Of Dreams” kwam de gitarist heel verfijnd uit de hoek, maar elders kon hij dan ook weer de meest ziedende noise uit zijn instrument laten denderen, zijn leermeester achterna. Zo barstte “Ono Soul”, een track uit Thurston Moore’s eerste solo plaat ‘Psychic Hearts’, uit in een apocalyptische noise muur zoals alleen maar de beste Sonic Youth dit kon brengen in hun hoogdagen.
En Thurston Moore Group klonk vanavond net als die beste Sonic Youth, geen seconde hadden wij vanavond de indruk dat het vroeger allemaal beter was. Met Steve Shelley achter de vellen stond (of zat liever) hier trouwens nog een Sonic Youth lid op het podium. Als je bovendien ook weet dat bassiste Deb Googe werd geleend van My Bloody Valentine, dan mocht het geen verrassing zijn dat hier een collectief op het podium stond die qua decibels en ontspoorde noise-rock wel wat gewend is.

Wat Thurston Moore vanavond deed was op een geweldige manier voortborduren op een uniek geluid die hij zelf heeft uitgevonden. Na de split van Sonic Youth lijkt Thurston Moore trouwens de enige die er zonder kleerscheuren is doorgekomen. Integendeel, de man herbeleeft duidelijk een tweede jeugd.

Organisatie: Aéronef, Lille

Down The Rabbit Hole 2017 – Overzicht van het driedaags festival


Down The Rabbit Hole 2017 – Overzicht van het driedaags festival
Down The Rabbit Hole 2017
Groene Heuvels
Beuningen
2017-06-23 t/m 2017-06-25
Laurens Dekock en Masja De Rijcke

De 4de editie van Down The Rabbit Hole zat weer vol verassingen dit jaar. Vakantiepark De Groene Heuvels in Beuningen werd nog maar eens omgetoverd in een muziekaal paradijs. We betraden deze Nederlandse grond al voor de 3de keer maar werden ook dit jaar steeds opnieuw verbaasd door de mooie inkleding en de losse gezellige sfeer die tijdens het  festival aanwezig is. Dit is ongetwijfeld één van de mooist ingeklede festivals waar we ooit deel van mochten uitmaken en net zoals bij de collega’s van Best kept Secret wordt ook hier heel veel aandacht besteed aan lekker eten en worden de ordinaire vettige eetkraampjes achterwege gelaten. Zelf een pakje friet is hier van culinair hoogstaand niveau!

dag 1 vrijdag 23 juni 2017

De eerste stop van de dag vond plaats in de HOTOT, wist je trouwens dat elke tent op het festival genoemd is naar een konijnensoort?, voor het amerikaanse Cage The Elephant. Zij brachten hun plaat ‘Tell Me I’m Pretty’ uit in 2015 en releasten hun single “Trouble” in april vorig jaar. Geen nieuw werk dus maar wel opnieuw een energieke Matt Shultz die een uur heen en weer op het podium huppelt. Van deze alternatieve rockband hebben wij al eerder een graantje kunnen meepikken op Pukkelpop festival maar we moeten eerlijk toegeven dat er deze keer iets meer peper in hun gat aanwezig was. Vooral ‘Take me down’ en ‘Cold Cold Cold’ deden hun publiek enthousiast heen en weer springen waar wij uiteraard deel van uitmaakten.
Geslaagde opwarmer Down The Rabbit Hole 2017! (Masja De Rijcke)

Pond heeft een goeie frontman. Nick Allbrook staat er en beheerst de kunst van het publiek-entertainen. Het is niet alleen zijn bezeten mimiek, maar vooral zijn stem die het publiek in de Teddy Widder tent houdt. Ondanks dat het ook voor Pond hun laatste optreden van de tour was, zat de energie er nog in.
Voor Pond maakt het niet uit of het een rustig of een iets harder nummer is. De sound zat er telkens knal op. Hetgeen dat bij Tame Impala (het muzikanten-uitwisselingsproject van Pond) vaak te plat of te cheesy klinkt, deed Pond met meer overtuiging: synths en gitaren. Van minuut 0 tot 40 knikten we met een brede glimlach op de maat mee.
Vanaf minuut 40 zakte het boeltje echter een beetje in elkaar. De nummers werden iets te lang uitgerokken met iets te oninteressante soundscapes. (Laurens Dekock)

Wand, opgericht door onder andere Cory Hansen, bekend als toetsenist bij The Muggers (Ty Segall), brengt 22 september hun vierde plaat uit. Met drie full albums, waarvan ‘1000 Days’ (hun debuut) en ‘Ganglion Reef’ enkel beschikbaar zijn via hun interessant grafische ontworpen website, touren ze in 2017 in Europa en Amerika. Down The Rabbit Hole, het pseudo-psy-festival van het moment, was hun laatste stop.
Openen deden ze met hun nieuwe single, “Plum”. Dit was misschien niet hun  beste keuze. Het trage, ietwat tegendraadse nummer, had live geen meerwaarde. “Is dit het nou?”, merkte een fan, inclusief Wand T-shirt op. Floating Head” trok de hele boel terug op gang. De vier stille akkoorden die het nummer inzetten waren een voorbode voor onze irritante pratende Nederlanders. Het vijfde akkoord deed iedereen zwijgen en luisteren naar wat een stevig met fuzz gekruid garagenummer werd. Het is vooral de synergie tussen gitaristen Robert Cody en Cory Hanson dat ronduit impressionant was. Deze lijn werd verder doorgetrokken naar het volgende nummer, “Fire in the Mountain”. De rest van de set verzwakte echter. Net als de batterij van hun fuzz-pedaal, was het op. Er volgden nog enkele psychedelische uitgerekte trips, die ons een beetje deden denken aan The Grateful Dead, maar dan iets minder Grateful. Afsluiten probeerden ze nog in stijl te doen, maar het was al te laat. Ook al zou de band meer nummers van hun iets hardere plaat Golem hebben gespeeld, lag de zwakte niet in hun songkeuze. Het zijn tevens goede songs. Het was de laatste show van de tour en de fut was eruit. (Laurens Dekock)

Terug in de Hotot stond Bonobo en z’n liveband klaar om de de boel plat te spelen. En dat deden ze! De muzikale prachtstukken van deze band deden de haren op onze armen meteen rechtstaan en prachtige visuals die tijdens de show geprojecteerd werden maakten het hele werk compleet. De sound van Bonobo varieert tussen licht dansbare electronica en met heel soms een lichte klassieke sound en zweverige vocals. Het is een bijeenkost van geluiden die samen een prachtig geheel vormen. Geslaagd! (Masja De Rijcke)

Na Bonobo en rond 21u begaven we ons naar de ander kant van het festival voor Weval die net als collega Nathan Fake in de Fuzzy Lop speelde! Een Nederlandse electronische band die eerder al met hun EP’tje ‘Half age’ ons hart heeft gestolen met de nummers “The Most”, “Something” en “Half Age”. Onze verwachtigen lagen dan ook erg hoog voor deze band! Gelukkig hadden ook zij een volledige live band en een spetterende lichtshow van doen. Weval heeft het hele zootje volledig plat gespeeld. Ze lieten onze harten sneller slaan en ons meters hoog boven de lucht zweven. We kunnen met heel veel eerlijkheid zeggen dat dit de beste elektronische show was die we op deze drie dagen hebben gezien. Om hun set af te sluiten joegen ze “The Most” nog eens door de boxen om in stijl afscheid te nemen van hun publiek! Proficiat Weval! Dit vergeten we niet snel! (Masja De Rijcke)

Tijd voor wat badass gitaar geweld met Slaves!  Ik denk dat dit zowat de 4de keer is dat we dit Brits duo aan het werk zien en nog zijn we opnieuw enorm exited om dit nog eens mee te maken. Deze old – skool punkers weten normaal gezien telkens terug opnieuw de vetste en meest energieke show neer te zetten waar ze hun frustraties aan 160km per uur door hun microfoon schreeuwen. Enkel deze keer waren we iets minder onder de indruk van hun nederzetting. De badass punk attitude was wel weer ruimschoots aanwezig maar we moeten toch wel toegeven dat we vettige schijven van hun 1ste  plaat ‘Are You Satisfied?’ wat misten. “Cheer Up London” en “Sockets” waren wel terug aanwezig maar de grote kleppers als “The Hunter”, “Live Like an Animal” en “Sugar Coted Bitter Truth” werden achterwege gelaten. Ook de 5min durende pauze’s tussendoor elk nummer vormden bij ons vooral een bron van ergernis. Volgende keer beter guys! We weten dat jullie het kunnen! (Masja De Rijcke)

De Britse producer sloot de livemuziek vrijdag af met een liveset. Nathan brengt al tien jaar zware IDM. Zwaar niet op de gabbermanier, maar op de moeilijk begrijpbare en vaak zeer emotionele manier. Sommigen van zijn  nummers zijn  gewoon één grote opbouw naar niets met een heel subtiele beat onder, zie ‘The Sky was Pink’.
Live leek Nathan Fake niet zomaar de beats en de synths niet te matchen zoals op de plaat. Hij scheen zijn hele set puur te improviseren. Hij paste steeds hetzelfde stramien toe. Emotionele melodieën verschuild achter overstuurde arpeggio’s en plots en beat. ¾ of 4/4. Het maakte voor de volle Fuzzy Lop Niets uit. Niemand wist precies hoe hij of zij nu moest dansen, toch bleef iedereen doen alsof dat hij de groove gevonden had.
Dat is nu net de kracht van deze liveset. De minimalistische elektronica zuigt je volledige aandacht op in de muziek. Opbouwend als de muziek, geraak je verslaafd aan het feit dat er na de opbouw niets komt. Maar dat is ok, want het is de opbouw die je wil. (Laurens Dekock)

De laatste stop van onze eerste Down The Rabbit Hole- dag was Trentemøller. Deze man heeft al enkele albums op z’n naam staan en kwam het podium van de Teddy Widder alsook betreden met een volledige uitgeruste live band. Veel instrumenten op podium bij een elektronische act maakt ons altijd gelukkig! En gelukkig bleven we ook want Trentemøller wist z’n publiek hevig aan het dansen te houden doorheen z’n wervelend setje! Als kers op de taart had deze elektronische muzikant voor een mooie verassing gezorgd en Jehnny Beth ,de zangeres van Savages die af en toe te horen is op verschillende nummers van zijn platen, meegebracht. (Masja De Rijcke)

dag 2 – zaterdag 24 juni 2017

Dag 2 wordt door ons ingezet in de Hotot met Bazart. De vijfkoppige Belgische band die momenteel duizenden harten aan het veroveren is. Het niet kennen van deze band is dezer dagen onmogelijk want “Goud” en “Nacht” worden door radiozenders als Studio Brussel en MNM 25 keer op een dag uw strot ingeduwd of je dat nu leuk vindt of niet. Wij vinden het alleszins niet erg want we hebben de teksten van hun debuutplaat ‘ Echo’ met veel plezier vanbuiten geleerd. Ook live weet Bazart ons en de rest van het publiek volledig te overrompelen en Mathieu en co vliegen telkens met veel overtuiging en enthousiasme hun set door met “Lux”, “Echo”, “Nacht’”, en nog veel meer parels die ook te beluisterhen zijn op hun ‘Echo’! Ook één van hun nieuwe nummers kwam even piepen en eindigden deden ze uiteraard met “Goud” en met een overvolle tent die elke zin van het nummer rats vanbuiten kent. Heerlijk! (Masja De Rijcke)

Na Bazart zat er in de Fuzzy Lop ander Belgisch talent op ons te wachten. Warhaus! Het nevenproject van Maarten Devoldere van Balthazar die in 2016 met hun debuut ‘We fucked a Flame in to Being’ op de proppen kwam. We hebben al eerder een goeie ervaring gehad bij het bezichtiging van deze band maar deze keer waren de mannen in het gezelschap van Sylvie Kreush, die ook het boegbeeld was van het fantastische Soldier's Heart, wat deze vrij intieme show nog een stuk spectaculairder maakte. We hoorden bijna hun volledig album de revue passeren met daaraan toegevoegd hun nieuwe single die eind mei uitkwam “Love’s a Stranger”.(Masja De Rijcke)

De laatste van Fleet Foxes, ‘Crack Up’, is een moeilijke. Het was dan ook niet makkelijk voor te stellen wat het live zou brengen. Het optreden begon net zo: donker en moeilijk. Met het enige verschil dat je op plaat meerdere luisterbeurten kan permitteren. Met veel te lange pauzes tussen de nummers, was er wat onwennigheid.
Met “White Winter Hymnal” als vijfde song kreeg de set wat adem. Er was nog plaats voor de gezellige kampvuur-samenzang dat we gewoon zijn van hen. Het publiek had terug een houvast en zong in volle borst mee.
De verdere set kwam tot leven en gaf het gehele publiek het vreedzame gevoel van een Deadhead. De mensen lachten, dansten en zongen mee zonder de tekst te kennen. Toch waren het vooral de songs van hun eerste twee platen die pas echt overtuigden. (Laurens Dekock)

Tijd voor een feestje! Eén van Belgie’s meest legendarische bands zet voet aan wal in Nederland. Jaja we hebben het over Soulwax! In hun talrijke projecten hebben zij eindelijk onder Soulwax een nieuw album op de wereld gezet en touren ze rond met een volledig vernieuwde über spectaculaire show. ‘From Deewee’ werd in z’n mooiste vorm aan ons voorgesteld en liet de Hotot meerdere malen exploderen. Vooral de aanwezigheid van drie fantastisch drummers zorgenden voor een onophoudelijke climax. Meer van dat aub! We zijn al klaar voor de volgende show! (Masja De Rijcke)

Nicolas Jaar opent kort met een beleefde hallo en laat de muziek het verdere woord voeren. Hij begint met het experimentelere van zijn laatste werk. Na vijf minuten betekent dit dat alle technoboys de tent verlaten zodat de mensen die in het eindeloze gepreutel en synthverkrachting iets geniaal zien.
Na tien minuten gooit hij de eerste kick in. Het is vanaf hier dat hij zich bewijst. Die ene kick lijdt tot glasscherven. Geen idee wat er zo interessant aan is, maar niemand bezwijkt eraan en iedereen danst erop.
Ergens in het midden grijpt hij naar zijn basklarinet. Met allerlei effectpedalen laat hij een gillende solo denderen over de weide, want overal hebben ze het gehoord.
Het feest barst pas echt los met zijn minder experimentele dansbare hitjes, die hij telkens weer opnieuw verkracht met ferm overstuurde elektronica.
Dat is misschien wel het meest opvallende aan zijn set. Het lijkt alsof hij de hedendaagse techno/house of EDM cultuur vervloekt en met zijn eigen verkrachte dancehitjes een grote fuck you naar de technoboys toestuurt. (Laurens Dekock)

dag 3 – zondag 25 juni 2017

Onze Belgische hiphopster werd in maart de toegang naar SXSW geweigerd. Op Down The Rabbit Hole stond ze op tijd op het podium, gelukkig maar. Coely haar set voelde van begin tot einde bijna af (bindteksten mochten wel in het Nederlands). Onze Belgische Lauren Hill wist elke aanwezige bij het nekvel te grijpen en als een poppenmeester op en neer te laten springen.
De kracht zat hem voornamelijk ook in de liveband. De drummer ging los, de gitarist zich gaan met zijn ‘80s cheesy solo’s. Het zwakke moment in de set kwam dus wanneer enkel de DJ overbleef. Het is misschien maar een gedacht en volgende opmerking past niet meteen in het hiphop-gebeuren, maar de gehele set had door het veelvuldig gebruik van beats een minder speels gevoel. Een toetsenist zou al heel wat doen.
Toch moeten we het Coely nageven dat zelfs zonder band, ze er in slaagt een hele tent op een zondagochtend (12u30 is ochtend) mee te krijgen. (Laurens Dekock)

The Avalanches, het legendarische copy-paste duo bracht na 16 jaar een nieuwe plaat uit. Deze was goed, hetzij minder overtuigend en inventiever knip-en plakwerk dan hun debuut ‘Since I Left You’. Ze kwamen op vol overtuiging en lichte arrogantie. Het begon, maar ze maakten de arrogantie niet waar. Met volledige live band, brachten ze hun samplemuziek alsof ze iets te bewijzen hadden.
Dat is net het ding. Het duo klinkt ongelofelijk op plaat. Je rijdt als het ware doorheen de pop- en rockgeschiedenis om uiteindelijk te eindigen op een groovy funky nummer. Live vertaalde dit zich echter in een warboel van platte breakbeats zwak gitaarspel. De toetsensectie was dan wel gesampled.
Vreemd, want in het midden van de set valt op dat met enkel samples het hoogtepunt van de show bereikt wordt. Misschien moeten ze dit dan maar de hele show lang doen. (Laurens Dekock)

Op dag 3 was het nog eens tijd om de hardere punkgerelateerde gitaren het hart onder de riem te steken dus brachten we een bezoekje aan Cabbage. Een Band uit Manchester die nog maar al te goed weet hoe heel het punk gebeuren in elkaar zit! Met frontman Lee Broadbent die in z’n portierskostuum een uur lang volledig van jetje gaf! Stevig, hard en continue rechtdoor. Zo kunnen we deze mannen hun gitaargeweld omschrijven. Ondanks de magere opkomst waren wij toch wel zwaar onder de indruk dus jammer voor al degenen die tijdens deze show hoogstwaarschijnlijk een iet wat zwakke vertoning van Temples moest gaan bezichtigen. Als die hun optreden even teleurstellend was als hun nieuwe plaat ‘Volcano’ dan zijn wij oprecht blij dat we daar niet aanwezig waren. (Masja De Rijcke)

Temples’ debuutplaat bracht de Britse psychedelica van The Beatles en The Byrds terug tot leven. De opvolger ‘Volcano’ bracht synths zoals Tame Impala dat ook al deed.
Live was de set heel verdeeld. De nieuwe nummers willen episch zijn, maar een lak aan dynamiek zorgt er gewoon voor dat ze plat en poppy aanvoelen. Iets wat bands als Yes oplosten met een wall of sound bij de epische hoogtepunten.
De oude nummers brengen ze echter met volle overtuiging. Marc Bolan, euhm James Begshaw zijn stem zet aan om te zingen, zijn solo’s om vieze rock ’n roll smoelen te trekken.
Afsluiten doen ze met “Shelter Song”, wat een perfecte soundtrack voor ‘The Boat That Rocked’ had kunnen zijn. Het is duidelijk, ze wouden een nieuwe weg inslaan. Het lijkt enkel of ze live de keuze tussen links of rechts nog niet hebben gemaakt. (Laurens Dekock)

Even een kijkje nemen bij The Lemon Twigs! Rod Stewart stapt het podium op en leidt de gehele band hun eerste nummer te beginnen. We schieten spontaan in de lach.
Het duo achter deze band zet een ironische stap doorheen de rockgeschiedenis. Van een Roy Orbison-shuffle tot een ‘Bohemian Rhapsody’ finale. Dat laatste betekend vier keer episch het thema herhalen op de meest cheesy seventies wijze.
Genoeg over het eerste nummer, want ja dit was nog maar het eerste nummer. De rest van de set is echter niet veel verschillend. Punk en surf, progrock en blueslicks. Alles lijkt te kunnen voor deze jongens.
Ook al is de band ironisch bedoeld. Dit is echter niet het ironische. De ironie ligt hem in het feit dat het hele boeltje een gefaalde mop is. Het is een ongezouten afkooksel van wat een grootheid als Frank Zappa uitgevonden heeft. En dit is niet enkel door de stem die meermaals van ’t padje is gegaan. (Laurens Dekock)

Vier mooie dames op een podium! Kan niet slecht zijn toch? Was het ook helemaal niet want Warpaint heeft hier, net zoals ze vorig jaar op Pukkelpop deden, weer een portie girlpower verspreid. Warpaint zorgde voor een verassend dansbare show en liet heel wat positieve vibes door te tent vliegen. De vrouwelijke indie rock van deze dames was ook voorzien van enkele nieuwe nummers die ons reeds onbekend in de oren klonken maar verassend fris overkwamen. We zijn benieuwd naar nieuw werk en hopen op veel nieuwe shows in het najaar! (Masja De Rijcke)


Dan is het nu tijd voor het echte werk! Ho99o9 in de Fuzzy Lop. Alle remmen los en de ellebogen hoog op het zwaar geweld van deze ontspoorde figuren! De onophoudelijke  moshpits en de gigantische circle pit mocht uiteraard niet op dit hevig showtje ontbreken. Voor de geïnteresseerden, we hebben die met glans overleefd! Toen dit jaar hun album ‘United States of Horror’ uitkwam waren we vast overtuigd dat geen enkele band ons nog geesteszieker en nog gestoorder kan maken als deze. Zowel hardcore punk als hiphop neemt hier de leiding en onze gedachte werd nogmaals versterkt tijdens deze compleet krankzinnige show die zowat het beste optreden was dat we deze drie dagen hebben kunnen meemaken. Compleet bezweet en uitgeput zijn we na het optreden de tent proberen uitkruipen op zoek naar een pintje. Kwestie van ons lichaam opnieuw te voorzien van het verloren gegane vocht tijdens onze geweldaddige praktijken doorheen Ho99o9’s setlist. Jump till you die!
(Masja De Rijcke)

Om het deze drie festival dagen mooi af te sluiten hebben we onze beentjes nog eens de lucht ingegooid op de beats van Daphi & Hunee en vier uur later hebben we pas ons tent terug opgezocht.

Een geslaagd festival weekend waar we uiteraard volgend jaar terug aanwezig zullen zijn! See you soon, Down The Rabbit Hole! En bedankt voor deze mooie dagen!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/down-the-rabbit-hole-2017/


Organisatie: Down the rabbit hole (Mojo) , Beuningen   

TW Classic 2017 – Werchter Classic van de Zware Gitaren

Geschreven door

TW Classic 2017 – Werchter Classic van de Zware Gitaren
TW Classic 2017
Ferstivalterrein
Werchter
2017-06-24
Sam De Rijcke

Driewerf hoera, eindelijk hebben Slash En Axl Rose de eeuwenlange vete bijgelegd en is daar een Guns’n’Roses mega tournee van gekomen die ook België aandoet. Alleen jammer dat Izzy Stradlin bij de reünie straal werd genegeerd door de twee egotrippers. Maar goed, zijn vervanger deed het meer dan uitstekend.

Dhr Schueremans heeft de Guns’n’Roses reünie handig aangewend om er de stempel Werchter Classics op te kleven. Een aangepast voorprogramma zoeken was een koud kunstje. Eerst gauw even in de nabije omtrek kijken en dan kwam men algauw uit bij België’s metaltrots Channel Zero (bij gebrek aan iets anders in dit metaalarm landje) en Vlaanderen’s eigen metal-pastiche Fleddie Melculy. Om er nog een internationaal karakter aan te geven werden ook Wolfmother en The Pretenders er bijgehaald. Zo was er een affiche samengesteld die mocht doorgaan voor de Werchter Classic van de zware gitaren (The Pretenders dan even buiten beschouwing gelaten).

We zijn er nog altijd niet uit of Fleddie Melculy nu een eerbetoon is aan de metal of al dan niet een poging om het genre in het belachelijke te trekken. In ieder geval is dit een gezelschap met een wel heel hoog Spinal Tap gehalte. Ze doen ons trouwens denken aan Clawfinger, een band die ooit eens twee dagen hip is geweest, tot de grap er af was.

Channel Z
ero was al aardig vertrouwd met de weide van Werchter, het moet zowat de zesde keer zijn dat ze hier hun metalen tentje kwamen opslaan. Het klonk helaas ook (te) vertrouwd in de oren, de band pakte uit wet weinig of geen verrassingen en wij kregen dan ook zo een beetje het gevoel van “dit hebben we toch al een keertje te veel gezien”. Natuurlijk zijn onsterfelijke songs als “Black Fuel”, “Hail” en “Suck My Energy” Belgisch metal-erfgoed waar we best trots mogen op zijn, maar het wordt toch stilaan tijd dat daar eens iemand anders op die troon komt zitten.

De eerste act die er vandaag echt toe deed was Wolfmother, het Australische powertrio van gitaarwonder Andrew Stockdale die in 2005 een geweldige motherfucker van een debuutplaat afleverde om die later nooit meer te kunnen evenaren, laat staan overtreffen. Anno 2017 bleek dit geweldige album nog steeds de rode draad te zijn in de set met heerlijk snerende versies van “Woman”, “White Unicorn”, “Dimension” en helemaal op het eind de uitzinnige kraker “The Joker And The Thief”. Het was een verademing om te mogen vaststellen dat er nog  van die goeie ouwe hardrock met wilde haren bestaat. Stockdale haalde een salvo venijnige riffs en solo’s boven, maar het was vooral zijn bassist die de show stal. De kerel ging bij wijlen als een gek tekeer, trok meermaals een sprintje over gans het podium en bespeelde met brio zijn basgitaar en de keyboards tegelijkertijd.
Wolfmother was ouderwetse rock’n’roll zoals we die dezer dagen nog maar zelden te horen of te zien krijgen. De gedroomde opwarmer voor Guns ‘n’ Roses.

Wat te denken van The Pretenders ? Ideale band voor Werchter Classic eigenlijk, maar dan helaas niet voor deze editie. Akkoord, wij vonden Chrissie Hynde ook altijd een toffe madam, een doorleefde rock’n’roll bitch die al de zwaarste watertjes doorzwommen heeft en daarmee veel respect heeft afgedwongen. Maar haar levensstijl is altijd een stuk ruiger geweest dan haar muziek. En net die muziek mocht, zeker vandaag, toch iets meer power hebben vertoond. Een mens zou gedacht hebben dat The Pretenders voor de gelegenheid hier voor een accurate rock’n’roll benadering zouden kiezen, maar dat was een beetje te veel wishful thinking. De band hield het bij een risicoloze ‘best of’ set met voorzichtig paar nieuwe dingetjes er tussenin gesmeten. Allemaal best onderhoudend, dat wel, maar Guns’n’Roses fans hadden hier weinig boodschap aan en trokken dan ook massaal richting eetkraampjes. Hoezeer The Pretenders ook hun best deden, meer dan wat beleefd herkenningsapplaus voor hun gekende hitjes konden ze hier niet uit de brand te slepen. Volgende week mogen ze nog eens terugkomen naar de weide van Werchter, waar ze zich kunnen meten met popgroepjes in plaats van rockbands, daar komen ze gegarandeerd beter uit de verf.

Natuurlijk was Guns’n’Roses vanavond de band die alles wat er aan voorafging tot schroot herleidde. Onze grootste vrees, een arrogante vertoning van een bende omhooggevallen rocksterren, werd onmiddellijk weggeveegd. De band begon stipt op tijd, de heren hadden er bijzonder veel zin, ze grepen elkaar nooit naar de keel en vertoonden de ganse avond geen greintje arrogantie.
Akkoord, Axl Rose had bij de eerste drie songs nog niet genoeg smeerolie op zijn stembanden gegoten, maar eens dit euvel verholpen was kon de sneltrein niet meer worden gestopt. “Welcome To The Jungle” rockte als in zijn beste dagen, “Rocket Queen“ en “You Could Be Mine” sneerden en sisten als de gevaarlijkste ratelslangen. Rose zijn strot had nu wel het juiste timbre te vangen en Slash toverde het ene na het ander hoogstandje uit zijn gitaar. “You Could Be Mine”, “Civil War” en “Sweet Child Of Mine” waren briljante stukjes classic hardrock en de Misfits cover “Attitude” bracht zowaar de punkband in G’n’R naar boven, met bassist Duff McKagan op vocals die er voor de gelegenheid een flard “You Can’t Put Your Arms Around A Memory” van punkicoon Johnny Thunders in vermengde.
Ook de verdere coverkeuze mocht er best wezen. Naast de onvermijdelijke krakers “Live And Let Die” (Mc Cartney) en “Knockin’ On Heaven’s Door” (Dylan) was het best genieten van een Slash-gitaarintermezzo waarin de ultieme guitarhero Pink Floyd’s “Wish You Were Here” naadloos deed overvloeien in Clapton’s “Layla”. De heren zorgden verder nog voor een prachtig eerbetoon aan Chris Cornell met de meer dan respectvolle Soundgarden cover “Blackhole Sun”, en in de bisronde werd ook nog eens The Who geëerd met een potent “The Seeker”.
Werkelijk alles zat goed vanavond. Zelfs “November Rain”, wat wij normaal een ondraaglijke draak van een song vinden, kon ons deze keer dankzij wederom een geniale Slash overtuigen.
De ultieme uitsmijter was natuurlijk een fenomenaal “Paradise City”, een uitbundig slotfeestje bedolven onder vuurwerk en de geniale gitaarsalvo’s van Slash.

Drie uur wist Guns’n’Roses ons te entertainen, en dat was geen seconde te lang.

Organisatie: Lve Nation – Rock Werchter

Pagina 255 van 498