logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15420 Items)

Memoriam

Memoriam – De beuk erin!

Geschreven door

Leeft deathmetal nog? Lokale deathmetalbandjes moeten zich uit de naad werken om aan optredens te geraken. Als ze die al hebben, spelen ze voor hooguit twintig man. Lukt het dan wel als er een bekende buitenlandse band op de affiche staat? Blijkbaar wel. Het Vlaamse Fractured Insanity mocht op mini-tournee met het Britse Memoriam, de nieuwe band van Bolt Thrower-opperhoofd Karl Willets. Vier avonden, verspreid over België, Nederland en Duitsland, maar wel telkens voor een uitverkochte zaal.

Memoriam stond deze zomer reeds op Graspop en is dus best een bekende naam. Toch is de Elpee in Deinze een paar maten kleiner dan zaal Racing in Gavere (op twee boogscheuten van Deinze) waar Bolt Trower in 2006 langskwam om ‘For Those Still Loyal’ voor te stellen, wat hun laatste album zou worden. Redelijk wat fans hadden dat tour-shirt aangetrokken voor het concert in Deinze. Willets liet het in de Elpee niet aan zijn hart komen dat hij voor 150 mensen moest spelen. Reeds vóór het optreden liep hij breeduit lachend tussen het publiek en hij ging gewillig met fans op de selfie.

Maar eerst was er Fractured Insanity. Dit viertal zette in Deinze een heel strakke set neer. Ze brachten vooral materiaal uit hun recentste album ‘Man Made Hell’, uit 2016. Ze openden met “Suicidal Holiness”, daarna volgden nog “Inferno Of A Narcissist”, “Forced To Rome” en “A Blasted Life”. Uit het album ‘Mass Awakeless’ uit 2010 diepten ze titeltrack “Mass Awakeless” en “Insanity’s Haze” op. En uit ‘When Mankind Becomes Dsseased’ uit 2007 was er nog “All Shall Fade”. Afsluiten deden ze met het recente “Man Made Hell”. Het publiek wist de stevige brok brutale deathmetal wel te waarderen. De hoofden gingen op en neer en de vuisten en duivelshoorns kliefden door de lucht. Zanger Stefan riep twee keer dat hij crowdsurfers wou zien, maar daarvoor was het misschien nog wat te vroeg op de avond.

Karl Willets was bijzonder goed bij stem en stond met een brede glimlach op het podium. En dat werkte aanstekelijk. De band opende de set met het nummer “Memoriam”, net als op het album dus. Daarna volgde een sublieme, retestrakke versie van “War Rages On”. Daarna volgde nieuw werk met “Drone Strike” en “Nothing Remains” dat ze op Graspop reeds vrijgegeven hadden. Memoriam is niet louter een vervolg op Bolt Thrower, er spelen ook muzikanten in die een verleden hebben in Benediction en Sacrilege. Daarom speelden ze in Deinze “The Captive” van Sacrilege, wat ook op hun nieuwe EP staat. Het publiek werd enthousiast en er ontstond spontaan een moshpit, hoewel daar in de kleine Elpee nauwelijks plaats voor is bij een uitverkocht concert.
Willets was zo in z’n nopjes dat hij tussen de nummers nogal lang bleef praten met het publiek, maar daar had vooral drummer Andy Whale geen zin in. Als Willets te lang bleef praten, zette hij nog tijdens zijn praatje het volgende nummer in. Dat deed hij niet toen Willets de Memoriam-song “Corrupted System” opdroeg aan de overleden Bolt Thrower-drummer Martin Kearns.
Daarna waren er nog snoeiharde, old-school-death-versies van “Resistance” en “Surrounded By Death”, en twee Bolt Thrower-tracks om de oude fans te plezieren: “Spearhead” en “Powder Burns”. Nog één keer beuken met “Flatline” (uit For The Fallen) en de set zat er op. Een toegift zat er niet in.

Deathmetal leeft nog. En zolang jonge bands als Fractured Insanity het spoor volgen van oudemannenbands als Memoriam, staat de Vlaamse deathmetalfans nog heel wat moois te wachten.



Organisatie: Muziekcafe Elpee ism JBMEvents

Mike And The Mechanics

Mike And The Mechanics - Perfecte nostalgische pop-rock avond

Geschreven door

Mike And The Mechanics - Perfecte nostalgische pop-rock avond
Mike And The Mechanics
Depot
Leuven
2017-09-13
Dominiek Cnudde

Slechts zo’n 500 toegewijde fans en nieuwsgierigen kwamen in Het Depot kijken naar ‘supergroep’ Mike + The Mechanics. Vandaag kun je de uit de hand gelopen hobbyband van rockicoon Mike Rutherford (beter bekend als de lange, smalle gitarist van Genesis) niet echt meer een superband noemen. Toen Paul Carrack na het ‘Rewired’ album van 2004 besloot om zich te concentreren op eigen solo werk, was de groep op sterven na dood. Eerder had de groep ook al zanger Paul Young verloren toen die in 2000 stierf na een hartaanval. Doch in 2011 blies Mike zijn band nieuw leven in en deed dit met twee nieuwe Mechanics. Zangers Andrew Roachford en Tim Howar moesten wijlen Paul Young en Paul Carrack doen vergeten. Het daaropvolgende album: ‘The Road’ (2011) werd echter zeer lauw onthaald. Het recente album: ‘Let Me Fly’ is echter een hele grote stap in de richting van perfecte pop-rock en bevat enkele subliem mooie popsongs.
De reïncarnatie van Mike + The Mechanics en dat live in de intieme setting van Het Depot….beter kon een muziekavond niet echt worden.

Voor Mike + The Mechanics aantraden mocht  Ben McKelvey, een Londense singer-songwriter, gewapend met de akoestische gitaar en wat drumloops het publiek opwarmen. De sympathieke jonge man deed zijn uiterste best maar toch deden zijn potige akoestische popsongs à la Billy Bragg mij niet echt warm lopen, al was het Mike + The Mechanics publiek wel heel erg vriendelijk voor de enthousiasteling.

België telt nog steeds erg veel Genesis fans en daarom was ik wel erg verwonderd dat zelfs een kleine zaal zoals Het Depot de avond niet kon uitverkopen. Eens te meer hadden de afwezigen ongelijk want het werd een perfecte, nostalgische pop-rock avond. De 90 min. durende set (Mike + The Mechanics spelen vrijwel altijd korte sets) telde slechts 14 songs. De toepasselijke opener “Are You Ready” liet meteen een vrijwel perfecte sound door Het Depot klinken.
Maar het was toch wachten op de eerste herkenbare tonen van “Another Cup Of Coffee” dat de vonk oversloeg. Meteen werd het duidelijk dat Andrew Roachford dé geschikte vervanger is voor Paul Carrack want wat een mooie warme soulvolle stem heeft die man. Best indrukwekkend!! Het huppelende “Get Up” uit de nieuwe plaat kreeg jammer genoeg de talrijke oude knarren niet uit hun comfortabele rode zitjes. Gezongen door Canadees Tim Howar dat zijn stem leende aan de meer rockende songs, die Paul Young destijds voor zijn rekening nam. “Silent Running”, altijd al een pareltje geweest maar live door Roachford nog een niveau hoger getild. “The Best Is Yet To Come”, deed me wat denken aan het beste werk van The Killers maar was toch een van de mindere momenten van de avond.
Dat beste was niet “Land Of Confusion”, noch “I Can’t Dance” (jawel twee Genesis covers) maar wel het pakkende “Let Me Fly” en de sublieme afsluiter “All I Need Is A Miracle”. De Genesis covers vonden natuurlijk wel hun gading bij de fans, die de ‘schoolband’ van Mike nog steeds op handen dragen, maar zelf had ik in de plaats liever twee extra Mike + The Mechanics songs gehoord. Trouwens ik hoorde dit jaar live bij het concert van Ray Wilson (Genesis Classic) versies van beide songs die mij toch meer konden overtuigen. Opmerkelijk was ook “Cuddly Toy (Feel For Me)”, ofwel hét Andrew Roachford momentum. Het bescheiden hitje uit 1989 van Roachford werd erg lang uitgesponnen maar was wel het party moment van de avond! Wat een energie, power en spelplezier legde de band hier aan de dag! Indrukwekkend.
Bissen deden we met het vanzelfsprekende maar onverwoestbare “The Living Years”. Tijdloze song die prachtig a-capella werd ingezet door Andrew. “Word Of Mouth” mag dan wel dé perfecte afsluiter zijn, de versie die we woensdagavond kregen was toch wel iets te lang uitgesponnen (met voor een tweede keer een toch wel overbodige bandvoorstelling).

Conclusie van de avond: Mike Rutherford regeerde als meester en dirigent maar bleef op enkele schitterende gitaarsolo’s na wel op de achtergrond. Vooral de warme soulstem van Andrew Roachford maakte op mij een bijzonder diepe indruk. Tim Howar kon Paul Young niet helemaal doen vergeten maar bewees wel een goede, energieke frontman te zijn. Ook het keyboardspel van Luke Juby was bij momenten zeer prominent aanwezig en een streling voor het oor. Anthony Drennan lijkt dan weer de geschikte gitarist om Mike + The Mechanics anno 2017 mede gestalte te geven. Kortom een zeer solide band die ongetwijfeld het verhaal van Mike + The Mechanics nog 25 jaar kan verlengen
😊.

Setlist: *Are You Ready *Another Cup Of Coffee *Get Up *Silent Running *The Best Is Yet To Come *Land Of Confusion  *Let Me Fly *A Beggar On A Beach of Gold *Cuddly Toy (Incl."Gimme Some Lovin' " snippet) *I Can't Dance  *Over My Shoulder *All I Need Is A Miracle
*The Living Years
*Word Of Mouth (Incl. “Firth of Fifth” / “Superstition” / “Purple Haze” snippets)

Organisatie: Depot, Leuven

Hüsker Dü-drummer Grant Hart overleden

Geschreven door

Hüsker Dü-drummer Grant Hart overleden
Grant Hart, drummer van de legendarische punk band Hüsker Dü, is op 56-jarige overleden. Hart verloor de strijd tegen kanker.
Grant stampte in 1979, samen met Bob Mould en Greg Norton, Hüsker Dü uit de grond. De band was aanvankelijk een volbloed punkband maar hun songs  werden geleidelijk melodischer, evenwel zonder daarbij de punk volledig overboord te gooien.
Die bijzondere combinatie zorgde ervoor dat Hüsker Dü als belangrijke inspiratiebron diende voor bands als Nirvana, Pixies, Foo Fighters  en Sonic Youth. De Ierse band Therapy? scoorde een hit met de Hüsker Dü-cover 'Diane'. 
Na het uiteenvallen van Hüsker Dü ging Grant solo de baan op, wat hem met 'All of my senses' een bescheiden radiohit opleverde. Nog later stond hij mee aan de wieg van Nova Mob, een nieuwe band waarin hij gitaar en zang voor zijn rekening nam.  (Bron: De Morgen)

Intergalactic Lovers: intieme prerelease – Lux, Gent op 13 september 2017

Geschreven door

Intergalactic Lovers: intieme prerelease – Lux, Gent op 13 september 2017

Voor 250 die hard fans van de Intergalactic Lovers was het een hoogdag. In een intieme kring werd het nieuwste album ‘Exhale’ voorgesteld en na afloop konden de fans een gelimiteerd exemplaar mee naar huis nemen. Wij waren er gelukkig bij.
Het optreden was een voorstelling van de integrale plaat gemixt met nummers van het oudere repertoire. Het gaf de fans alvast de kans om het album een eerste keer te beluisteren voor het grotere publiek. We kunnen alvast meegeven dat de nummers meer gecompliceerd zijn. De band geeft zelf aan dat ze volwassener geworden zijn in het schrijfproces, wat duidelijk merkbaar was. Er zitten meer ‘lagen’ in de nummers zonder daarmee de ‘Intergalactic Lovers’ touch te verliezen.
Voor wie geen ticket heeft kunnen bemachtigen voor de release show op 2 november kan een tweede keer terecht in de AB, Brussel op Valentijntjesdag ,  14 februari 2018

Valerie June

The order of time

Geschreven door
De Amerikaanse sing/songwritster Valerie June , uit Tennessee afkomstig, is niet aan haar proefstuk toe . Ze heeft al een handvol platen uit . Een push forward was er zelfs van Dan Auerbach van Black Keys . Haar broeierig materiaal is puur , oprecht , sober, rauw en klinkt variërend door de diverse stijlelementen die doorsijpelen in haar rootsamericana . Ook op het nieuwe ‘The order of time’ kloppen folk , soul , desert, blues aan, in afwisseling met georkestreerde pop. De sound vindt zijn weg in haar whisky gedrenkte , neuzelige stem. “Shake down” en “If and” zijn sterkhouders .

‘The order of time’ is een zoveelste mooie plaat. Ze weet ons telkens in te palmen met haar charmerende pop. Duim omhoog voor wat deze dame presteert!

Hydrogen Sea

In dreams

Geschreven door

Hydrogen Sea is het geesteskind van het koppel Birsen Uçar en Pieterjan Seaux. Ze zorgen voor een ‘soort zee van waterstof’ , dreampop , die ergens Beach house, Portishead en Cocteau Twins doet opborrelen . Mysterie , angst en dromen zijn verpakt in donkere melancho liedjes om in te verdwalen . Een nachtelijke trip. In hun Brusselse woonkamer brengt hij de geluiden van keys , drumcomputer , gitaar en piano bij elkaar , en zij zingt met haar zalvende , zachtaardige en indringende vocals er overheen. Pieterjan was al te horen als muzikant bij Selah Sue , Reena riot en Mojastar.
Ze worden bijgestaan door producer Joris Caluwaerts , gekend van bij STUFF. en Magnus. We krijgen wonderlijke , sferische nummers . “Beating heart” en “Worry” zijn hier de meest dansbare ‘moonlight’ nummers .
Dit is hemelse, intimistische , prikkelende, groovy synthpop. Puik werk .

Two Door Cinema Club

Gameshow

Geschreven door

Het Noord-Ierse Two door cinema club is aan de derde cd toe . De band rond Alex Trimble viel een handvol jaar terug op met hun debuut ‘Tourist history’, een debuut,  met een rits aangename , sprankelende , spring-in-t-veld nummers , speelse , leuke , frisse, twinkelende pop. In die tussentijd verscheen ‘Beacon’ , volwassener en breder van aanpak . Minder bubbels, maar onderstreept nog steeds een jeugdige aanpak.
‘Gameshow’ is een veelzijdige , dynamische plaat . Toegegeven, de onschuld van vroeger is verdwenen , maar de lekkere groove in de songstructuur blijft. Funk , dance en psychedelica krijgen ruimte. Prince kijkt om hun  schouder heen op “Bad decisions”, “Surgery” en “Je viens de la” . De titelsong rockt als vanouds. We gaan lekker door de plaat heen .
Ze zijn opnieuw geslaagd in een overtuigend album . Singles als vroeger zijn er niet echt, maar optimisme en levenslust is het voornaamste credo van de band . Mooi toch …

Dreams Are Like Water

A Sea Spell (EP)

Geschreven door

De zee is altijd al een rijke inspiratiebron geweest in de muziek. Blijkbaar ook voor de Nieuw- Zeelandse band Dreams Are Like Water dat de in de openingstrack “A Sea Spell” de zee tot ons laat komen. Het is een erg sfeervolle en etherische song met aangename vocals van Rosebud. Dit trio houdt wel van wat donkere en etherische elementen. Hun bandnaam is dan ook niet toevallige vernoemd naar een song van This Mortal Coil.
Deze EP is hun debuut maar klinkt toch al erg volwassen. “(Thrice) In Blood” is dan een meer gothrock/postpunk song dat, qua stijl, eerder richting The Cranes en Siouxsie uitgaat. De (samen)zang en het pianoriedeltje halfweg liften het nummer omhoog. “Ineffable” is niet geheel feilloos in de zang en de opbouw maar afsluiter “Feathered Infant Bells” maakt dit ruimschoots goed. Een bijna tien minuten durende epische darkwave (The Cure is hier bij momenten niet ver weg) track dat goed uitgebouwd is. Toppie! We krijgen daarna nog een radio-edit van ”A Sea Spell”, “Ineffable” en “Feathered Infant Bells”. Op zich niets mis mee maar weinig verschillend van het originele werk.

Voor liefhebbers van dit genre een aanrader. Hopelijk verblijdden ze ons in de toekomst met meer werk.

Amplifier

Trippin with Dr. Faustus

Geschreven door

Het Britse Amplifier is met ‘Trippin With Dr Faustus’   aan zijn zesde album toe. Ze zijn niet zo gemakkelijk in één hokje te plaatsen daar ze elementen uit de spacerock, stoner, alternatieve rock, grunge etc gebruiken in hun muziek. Het is een album geworden dat alle kanten opgaat maar desondanks toch een eigen geluid en stijl heeft meegekregen. Sommige songs hebben wat onverwachte twist and turns zoals “The Commotion (Big Time Party Maker)” en neigen soms naar wat progrock. De lengte van de songs variëren van vier tot acht minuten. “Freakzone” is één van de sterkere tracks op dit album dat nogal spacy begint om dan over te gaan naar steviger rock momenten. “Anubis” is een akoestische song die eerder doet denken aan seventies band zoals Kansas, Boston of The Band. Het album sluit af met “Old Blue Eyes” en drijft op een dikke, vette bas. De stem doet mij, net als in sommige andere songs, wat aan Steven Wilson denken. Het nummer werkt naar het einde toe naar een noisy climax. Andermaal een fijn nummer.
Het zesde album van Amplifier is een geslaagd en eigenzinnig album. Ze gaan resoluut hun eigen weg en brengen songs die soms heel verschillende kanten opgaan zonder geforceerd te klinken. Wie houdt van muziek, dat een mengeling van eerder genoemde stijlen bevat, moet dit beslist eens checken.

Thee Oh Sees

Orc

Geschreven door

Ha, die John Dwyer, als een gek blijft die plaatjes maken, op zijn minst eentje per jaar. En altijd zijn die ronduit opwindend. Ook nu weer, de nieuwe Oh Sees (‘ Thee’ is er afgevallen) is naar goede gewoonte terug een knaller, een woelig plaatje dat prikkelt, knettert, klotst en af en toe eens flink uit de bocht gaat.
Welkom in de gekke wereld van John Dwyer, met opgejaagde garage-rock, kraut-rock met een hoek af, ontspoorde psychedelica  en zelfs wat geflipte heavy-metal.
(Thee) Oh Sees is een band die live steevast voor een uitbundig feestje zorgt en die live dynamiek ook altijd op hun platen weet neer te zetten, zo hangen er met “The Static God”, “Nite Expo” en “Animated Violence” weer ferme brokken ongeremde energie in de lucht. Hiermee kan menig concertzaaltje terug in vuur en vlam worden gezet.
John Dwyer zou echter John Dwyer niet zijn mocht hij ook niet enkele rariteiten in de aanbieding hebben, zoals dat ook al het geval was op ‘A Weird Exits’ en vooral op ‘An Odd Antrances’.  “Keys To The Castle” zet aan als een razende hyena om dan over te gaan in een bedwelmende kraut-rock meets Velvet Underground roestoestand. “Cadaver Dog” sluipt naar binnen als iets van Pink Floyd in LSD georiënteerde Barrett tijden en “Drowned Beast” zweemt langzaam door de kosmos met een uitgebreide paddenstoelencollectie in de rugzak. Het instrumentale “Raw Optics” tenslotte zit er niet om verlegen om met een heuse drumsolo uit te pakken midden in een krautrock bed.
Kortom, het is weer variatie troef met de nieuwe (Thee) Oh Sees, en dat houdt het altijd boeiend.

Queens of the Stone Age

Villains

Geschreven door

Neen, de nieuwe QOTSA is alweer niet de verhoopte knaller geworden. De heren hebben zich nochtans niet willen bezondigen aan overdaad en hebben hier maar een schamele 9 nieuwe songs op dit album gekwakt. En dan nog zijn er een paar overbodige bij, hoe is het mogelijk. Bloedarmoede ?
Het siert Josh Homme dat hij wil evolueren, maar de nieuwe op glam en dance-rock gericht sound komt niet altijd even sterk uit de verf. ‘Villains’ opent misschien wel nieuwe deuren, maar staat nu echt wel mijlenver van de Kyuss wervelstormen ‘Blues For The Red Sun’ en ‘Welcome To Sky Valley’ of de QOTSA klassiekers ‘Rated R’ en ‘Songs For The Deaf’. Tot nader order mogen we deze vier kanjers beschouwen als het beste wat Josh Homme op de wereld heeft gebracht, en we vrezen dat daar geen verandering meer zal in komen.

Het begint nochtans veelbelovend. “Feet Don’t Fail Me Now” stelt middels een lange intro ons geduld zwaar op de proef, maar wat er na komt is een voltreffer van een song waarin een stel hete riffs, funky synths en een geweldige groove samen tot iets zeer levendigs uitgroeien. Een lekker kontschuddend “The Way You Used To Do” is al even sexy en de funrock van “Domesticated Animals” stuift ook nog lekker door. Met “Fortress”, een lauwe popsong met een zeurend melodietje, gaat QOTSA echter de eerste keer flink de dieperik in. Een haastig, fel en hitsig glampunk nummertje “Head Like A Haunted House” komt dan heel even de meubelen redden, maar helaas, van daar af is het zo goed als gedaan. “Un-Reborn Again” is een leuk ideetje dat veel te lang gerokken wordt , “Hide Away” is slappe eighties pop en afsluiter “Villains Of Circumstances” gaat wel heel ver over de slijmbalgrens. Daartussenin hebben we gelukkig nog de stevige puncher “The Evil Has Landed” gekregen, maar toch blijven we met een hongerig gevoel zitten.
Een 5 op 9 is veel te weinig voor een band van dit kaliber.

Whispering sons

White Noise EP

Geschreven door

Met veel plezier ontvingen we hier de nieuwe single van de moderne wave/postpunkband Whispering Sons. Hierop staan twee songs en, beste vinylliefhebbers, hij is o.a. verkrijgbaar in het helderwit en het rood. Maar het belangrijkste blijft toch de muziek die erop staat.
“White Noise” is een nummer dat ons bij de eerste luisterbeurt al wist te overtuigen. De band gaat verder op de ingeslagen en doet geen toegevingen. Fenne Kuppens zingt beter als nooit voorheen. De gitaren treuren en wenen dat het een lieve lust is. En de song dendert met een mooi tempo vooruit. De b-kant is een remix van “Performance” door B. Dat is het techno project van Bert Libeert van Goose. Deze remix is best interessant. De electro behandeling die deze post-punk track hier krijgt toont aan dat het om een sterke song gaat ongeacht het jasje dat ze hem aantrekken.
Wil je deze single in je bezit? Aarzel niet want ze verkopen snel!

Mogwai

Every Country’s Sun

Geschreven door

Onnoemelijk veel volgelingen en copycats, de ene al beter dan de ander, probeerden de afgelopen decennia in het voetspoor te treden van post-rock pioniers Mogwai. Het genre is inmiddels flink verzadigd geraakt waardoor het alsmaar moeilijker wordt om er als band nog bovenuit te steken, zelfs al heet die band Mogwai. Ook een groep die al 2 decennia lang mee de lijnen van het genre heeft uitgezet moet steeds hard blijven werken om daarin nog up to date te blijven.
U vraagt zich misschien samen met ons af hoe Mogwai na al die jaren nog kan blijven overtuigen. Gaan die kersverse songs even hard aan de ribben blijven kleven als pakweg “Mogwai Fear Satan”, “2 Rights Make 1 Wrong” of “Friend Of The Night” ? Het antwoord is ja.
Mogwai kent geen tekenen van verval of bloedarmoede op ‘Every Country’s Sun’, een album waarin ze al hun kunde en drijfkracht nog maar eens ten top drijven. De vlam blijft guitig branden, de klad zit er hoegenaamd nog niet in. OK, grenzen worden er niet meer verlegd, maar de Schotten weten toch weer uit te pakken met een stel intrigerende songs die als vanouds de luisteraar bij het nekvel grijpen en naar hogere oorden brengen.
Mogwai is tot het besef gekomen dat ze zich niet hoeven te schamen voor een geluid dat ze jaren geleden zelf grotendeels geboetseerd en geperfectioneerd hebben. Ze hoeven niet zo nodig te evolueren naar vernieuwingen die hen eigenlijk toch niet liggen, hoewel een beetje functionele elektronica hier toch wel weer op zijn plaats is. Zolang ze zich maar focussen op nieuwe songs die de naam en de sound van Mogwai in ere weten te houden maar anderzijds toch geen voorspelbare herhalingsoefeningen zijn. Dat is precies de sterkte van ‘Every Country’s Sun’, het geluid is herkenbaar maar de songs zijn dermate boeiend en wonderlijk dat men hier meermaals de kippenvelstatus bereikt. En toch staan hier ook weer dingen op die we niet van hen zouden verwachten. Zo kan er deze keer zelfs worden meegezongen op het New Order achtige “Party In The Dark”, een uitzonderlijke non-instrumental op dit album, dichter bij popmuziek is Mogwai nooit geweest.
Wegdromen mag gerust bij de prachtige opener “Coolverine”, “Aka 47” en het filmische “Brain Sweeties”, een epische track waar bas en keyboards de hoofdtoon bepalen.
De fermste kuitenbijters hebben zich echter in het tweede deel van het album genesteld. In “Don’t Believe The Five” mag u aanvankelijk nog even in een diepe droom wegdeemsteren, maar hou er  wel rekening mee dat een snoeiharde gitaar iets later uw lever zal komen in stukken scheuren. Mogwai bijt vervolgens hard door met een venijnig van distortion doordrongen “Battered At A Scramble” en met een al even fel “Old Posions”. Dit is bloedstollende post-rock die rechtstreeks naar de onderbuik mikt.
De titelsong tenslotte is alweer zo een glorieuze uitwaaier waar Mogwai het patent op heeft, een filmisch pareltje waarin de gitaren steeds intenser komen aanwakkeren. Een prachtig sluitstuk van een album dat alweer een ijzersterke aanvulling is van een ondertussen indrukwekkend oeuvre.

Highrider

Roll For Initiative

Geschreven door

Het Gothenburgse Highrider zit op dit debuut met zijn ene voet in de jaren 70 en met zijn andere in de hedendaagse metal en hardcore. Dat levert acht ferme maar goed doordachte tracks op. Kenmerkend zijn de aanwezigheid van orgels en keys die klinken alsof ze rechtstreeks uit de jaren 70 komen. Denk daarbij aan bands zoals Deep Purple, Rainbow die dit ook in hun muziek gebruikten. Daarnaast is de zang (schreeuwvocals noem ik ze) en o.a. de ritmesectie duidelijk een product van deze tijd. Dat alles levert een interessante mix op. De songs zijn snedig, boeiend en vinnig. De orgels en keys zorgen soms voor een onheilspellende sfeer in de songs. Luister maar eens naar opener bv “Nihilist Lament” en je zal begrijpen wat ik bedoel. Op “A Burual Scene” hebben ze dan wat elementen uit de doom aan hun muziek toegevoegd. “Batteries” doet de hardrock uit de jaren 70 herleven. “Vagina Al Dente” is een bedenkelijke titel voor een song dat veel uit het oeuvre van Black Sabbath heeft gehaald. Op “Emotional Werewolf” schakelen ze een paar versnellingen hoger wat ook een mooi resultaat oplevert.
Highrider levert hier een ferm debuut af en alhoewel ik niet zo van schreeuwvocals hou, vind ik het hier goed gedaan en geslaagd. Een prima combinatie met de muziek. Nice.

Mesmur

S

Geschreven door

Zin in een trip langs de diepe krochten van de onderwereld of in de donkere kronkels van je onderbewustzijn? Dan ben je met dit album aan het goede adres. Mesmur heeft een opvolger voor hun opzienbarend debuut uit 2014. Daarvan schreef ik toen dat dit éen van de betere debuut albums van het genre was. Een album met veel afwisseling, sfeer en een goede productie. Een geslaagde poging om van de platgetreden paden in het genre af te wijken.
Van hun opvolger ‘S’ kunnen we hetzelfde zeggen en dat is goed nieuws. Het bevestigt tevens hun talent. We krijgen vier tracks waarvan er drie telkens ongeveer een kwartier lang zijn zonder te vervelen. En één kortere instrumental om af te sluiten. Er wordt op opener “Singularity” van start gegaan met trage en logge gitaren die je meenemen in een donkere poel van verderf en radeloosheid. Het mooie eraan is dat ze er telkens in slagen om in deze brij toch de nodige melodieuze elementen (via spaarzaam gebruik van piano, synths en melodieuze gitaarlijntjes) aan te brengen. De vocals zijn onheilspellend en de ritmesectie is superbe. Ook de productie is terug van hoog niveau. Een top track! “Exile” weet dit topmoment niet te overtreffen maar staat hier ook op hoog niveau te pronken. “Distension” weet mij echter terug van mijn sokken te blazen. De filmische intro met de terugkerende gitaarlijn is om kippenvel van te krijgen. Zo schoon en onaards. En dan moet de song nog beginnen. De track wordt traag en zorgvuldig opgebouwd en weet je bij je nekvel te grijpen en hun wereld binnen te slepen. “S = k ln Ω” sluit het album af op een ambient/ drone-achtige wijze. De synths in de eerste helft scheppen een sinistere doch ietwat lichtere wereld. De gitaren komen langzaam en voorzichtig opzetten om de track af te ronden. Mooi.

Mesmur heeft terug een grensverleggend album in het genre gemaakt. Moet ik je nog overtuigen dat dit nu reeds voor mij het funeral doom album van 2017 is?

Leffingeleuren 2017 – van 8 t/m 10 september 2017 – Overzicht van het driedaags festival – Voor muzikale avonturiers!

Geschreven door

Leffingeleuren, het gezellige festival rond de kerk met zijn ‘Busker Street’ waar beginnende muzikanten hun ding mogen doen, zijn exotische eetkraampjes, zijn kleurrijke fanfares en andere straatacts werd dit jaar wat geplaagd door het grillige weer. Wat dan toch weer een positief effect had : de groepen binnen (het betalende gedeelte) konden rekenen op een ruimere belangstelling. Het werd een erg eclectisch festival waar de parels zomaar voor het rapen lagen. Hier het relaas van drie dagen speuren...

dag 1 – vrijdag 8 september 2017
Eerste groep in een lange, slopende reeks was Tin Fingers, een gloednieuwe synth/indiepopband uit Antwerpen. Een valse start, wat mij betreft, want wat klonk dit aalglad en werden risico’s angstvallig vermeden. Geeuwend moest ik denken aan wat Kurt Overbergh van de AB zich onlangs liet ontvallen in ‘De Standaard’ : “Pop en rock zijn klef en saai geworden”.

De volgende band in de rij zal de AB gegarandeerd nooit halen maar dit klonk allesbehalve klef en saai. Nieuw kon je Heavy Lids (New Orleans) bezwaarlijk noemen maar hun gerecycleerde garagepunk klonk gemeen en melodieus tegelijkertijd en greep me onverbiddelijk bij de kladden. Moeders mooiste was hij niet, John Henry Kelly, maar hij had wel een heerlijk geteisterde punkstrot die mooi contrasteerde met het wat lieflijkere klinkende orgel van Marie Dufran. Verder bestond deze guerrilla nog uit drummer Benny Divine en de voortdurend met dodelijk priemende ogen nors de zaal in turende bassist, Jayme (Kill-All) Kalal. Het vijfde lid was blijkbaar onderweg gesneuveld. Niet dat we daar wat van merkten want deze korte, explosieve set hield erg lang stand als het beste van Leffingeleuren 2017.

Het nieuwste project van Dieter ‘Von Deurne’ Sermeus, Dieter & The Politics, kan in ieder geval niet klagen over een tekort aan aandacht in de pers. Na Orange Black en The Go Find zou dit het hardste zijn wat hij ooit op de mensheid losliet. Het optreden in de Kapel begon met een scheurende Dinosaur Jr. solo maar daarna was het weer business as usual : doodbrave popsongs die me, op een paar keer na, niet wisten te raken. Minstens één keer kwamen ze in de buurt van The War On Drugs, helaas is dat nu ook niet bepaald mijn favoriete band. Toen de snor en kompanen het plots nodig achtten een dosis zinloos geweld op ons los te laten verliet ik het pand om J. Bernardt (Balthazar) te zien.

J. Bernardt - En dat was even de ogen uitwrijven. Een baardige mens in een lange regenjas dartelde als een geschifte vleermuis over het podium terwijl pompende kermisdreunen voor de soundtrack zorgden. Even leek er een kentering te komen toen de man zijn gitaar ter hand nam. Maar die werd al gauw onverrichter zake terug gezet zodat ik luid kermend de zaal ontvluchtte en me nestelde in mijn meest vertrouwde habitat, het café.

Waar het trouwens goed toeven was met The Murlocs (Melbourne), de band rond Ambrose Kenny-Smith die ook actief is bij het populaire King Gizzard & The Lizard Wizard. Vijf jongens in overalls vergrepen zich aan psychedelische rock zoals die klonk eind jaren ‘60 begin jaren ‘70. ‘Cosmonauts, down to earth’, dacht ik. Veel gitaren, af en toe een orgel of een mondharmonica en verdomd knappe songs. Jammer genoeg zat er nog wat kaf tussen het koren. Was dat eruit geschift, sprak ik hier ongetwijfeld over het absolute hoogtepunt van Leffingeleuren.

dag 2 - zaterdag 9 september 2017
Zaterdag mocht de winnaar van Verse Vis 2017, het Gents SHHT de feestelijkheden openen in de zaal. Ze hadden een frontman bij zoals ik ze graag heb : boordevol energie, onvoorspelbaar en zelfs gevaarlijk. Alle hoeken van het podium verkennend, bengelend aan de hoog opgehangen boxen of een paar schoenen de zaal in kieperend, altijd viel er wat te beleven met die kerel. Over de muziek was ik heel wat minder enthousiast. Twee spuuglelijke synths en een gitaar die hard zijn best deed om even lelijk te klinken. Hoekig en doelloos, Evil Superstars op een verkeerd toerental.

Met band klonk singer-songwriter Christopher Paul Stelling (Brooklyn) een stuk folkier wat me goed uitkwam want ik vind zijn zang net iets te gestileerd.  Maar met viool, staande bas en een vrouwelijke tweede stem kon dit me toch verwarmen. Sympathieke bende ook die op eigen vraag later nog eens speelde op het gratis te bekijken Busker Street podium!

De vorige plaat van Waxahatchee (Philadelphia), ‘Ivy Tripp’, liet ik geregeld onder de naald schuiven maar bij hun laatste worp, ‘Out in the storm’, had ik toch wat twijfels. Het geluid klonk wat voller, een lichte ruk richting commercie? Dat is misschien wat kort door de bocht maar ook live wist Waxahatchee niet volledig te overtuigen. Dat Katie Clutchfield talent en een neus voor fijne songs heeft, laten we daar niet aan twijfelen. Maar wie een groep meebrengt moet er ook voor zorgen dat die de songs naar een hoger niveau tillen. Nochtans zag het er mooi uit, de vrouwelijke muzikanten in een stemmig zwart mannenpak stokstijf en ver uit elkaar staand. Maar wanneer er verder zo goed als niets gebeurt kan vijftig minuten wel heel lang duren.

Ik zag het Gentse Mind Rays reeds verschillende keren aan het werk en telkens ik ze mijn pad opnieuw kruisten , bleken ze een stuk gegroeid te zijn. En het was deze keer in het café niet anders. De ongecontroleerde chaos heeft definitief plaats moeten ruimen voor compacte songs. Het blijven kopstoten vol punk, noise en andere herrie maar de contouren zijn tastbaarder geworden. Ook de zanger heeft de waanzin beter onder controle terwijl de gitaar al eens voor een wat helderder moment mag zorgen. Het uitbrengen van een eerste LP, ‘Nerve endings’, heeft hen duidelijk deugd gedaan.

Togo All Stars moesten ter elfder ure afzeggen en zo werden de B Boys van het café naar de zaal verplaatst en die was misschien wel een maatje te groot voor dit nog prille trio uit Brooklyn. Korte, catchy punksongs, helemaal in de stijl van stadsgenoten Parquet Courts. Zeker knap gedaan met een zich uitslovende zanger, Brendon Avalos (tevens op bas), maar te weinig echt knappe songs in de haard om de grote zaal op te warmen.

Wat ik daarna zag in de kapel was op zijn zachtst gezegd een geval apart. The Babe Rainbow uit het Australische Byron Bay bleken vier gebronsde strandjongens die zich vergrepen aan het meest foute wat de sixties ons hebben opgeleverd. Zij zochten nu eens niet hun inspiratie in correcte verzamelaars als ‘Nuggets’,  maar vonden de mosterd bij lang vergeelde, zeemzoete hitjes uit het gouden decennium. Ze klonken een beetje zoals de Allah-Las maar zo mogelijk nog braver. En toch hoefde ik hier mijn sabel niet voor boven te halen. Integendeel, langzaam maar zeker nestelde deze muziek zich als een virus in mijn borstkas en omstrengelde het mijn hart om nooit meer te lossen. Hun songs waren bijzonder knap in elkaar geknutseld en deden soms denken aan Donovan. Een paar keer mocht het funky klinken terwijl ze ook nog eens Blondie’s “Heart of glass” coverden. Afgesloten werd er met het hemelse “Evolution 1964” waarvan ik durfde te zweren dat het een cover was, toch niet dus. The Babe Rainbow heeft één plaat uit die geproduced werd door King Gizzard opperhoofd, Stu McKenzie en was één van dé revelaties op dit festival.

Het contrast met de volgende groep in de kapel kon niet groter zijn. Idles (uit Bristol) schoot meteen op orkaankracht, alles en iedereen verpletterend uit de startblokken en zwakte op geen enkel moment af. Sleaford Mods achterna gezeten door een schuimbekkend punkkwartet lijkt me de meest adequate omschrijving. Zanger Joe Talbot was een bijzonder nijdig mannetje die in zijn teksten naar goede Britse traditie tegen zoveel mogelijk schenen stampte. Hun plaat heet niet voor niets ‘Brutalism’ dachten de vier achter Talbot om vervolgens als een stampede door de songs te razen. Het werd een heftig feestje met de nodige crowdsurfers terwijl ook de gitarist, vrolijk verder spelend, het plafond van de kapel verkende. Idles waren zonder meer het hoogtepunt van Leffingeleuren 2017.

We waren gewaarschuwd : zo wild als destijds met The Hunches was Hart Gledhill al een tijdje niet meer. De tijden dat hij alle muren van de Pit’s op stuiterde zijn definitief voorbij. Maar hier was meer aan de hand. De heer Gledhill verscheen namelijk stomdronken op het podium en dat waarschijnlijk ook nog in combinatie met andere en beter te vermijden substanties. Hij kon zich nauwelijks staande houden en zijn gewauwel was nauwelijks verstaanbaar. Gelukkig was de rest van zijn band, Sleeping Beauties (uit Portland, Oregon met o.a. leden van The Hospitals en Eat Skull) bloednuchter en speelden ze alsof er niets aan de hand was. Al bij al bleef de schade beperkt en kregen we een set beklijvende powerrock met glam –en punkinvloeden. Er kon zelfs nog een bisnummer af waarbij Gledhill een microfoon aan het publiek gaf. Het werd een chaotische versie van “Wild thing” met plotseling verrassend sterke vocals.

dag 3 - zondag 10 september 2017
Waar het op zaterdag tamelijk lang duurde voor we iets memorabels mochten meemaken, was het op zondag meteen raak. Daar zorgde Aubrie Sellers uit Nashville met haar allereerste optreden in Europa voor. Zij is de dochter van songwriter Jason Sellers en countryster Lee-Ann Womack. Country werd haar met de paplepel ingegoten en ze zong samen met haar moeder zelfs een nummer op de laatste plaat van Ralph Stanley. Zelf noemt ze het garage country wat ze brengt. Country, dat zeker maar garage? In ieder geval had ze een rits sterke nummers meegebracht die ze met veel gevoel zong. Met zijn drieën zorgden ze voor een heerlijk rafelige en forse sound waarbij de gruizige gitaar een even belangrijke rol kreeg als la Sellers zelf. Zo werd mijn kater meteen doorgespoeld.

Daarna volgde wat mij betreft de mooiste verrassing van het hele festival met het Brusselse Phoenician Drive. Fenicië bevond zich waar we nu Libanon en Syrië situeren en dus mag ik veronderstellen dat de muzikale invloeden van Phoenician Drive uit die streken afkomstig zijn hoewel ikzelf eerder aan de Maghreb landen dacht. In ieder geval werden die niet-Westerse elementen perfect geïntegreerd met een stevige, gitaar georiënteerde rocksound. Naast de twee gitaren bestond de bezetting verder uit bas, drums, darbuka (percussie instrument) en de oud van Gaspard Vanardois. De meestal volledig instrumentale composities waren gelaagd en klonken de ene keer ophitsend, een andere keer bezwerend en hypnotiserend. In zekere zin te vergelijken met Godspeed! You Black Emperor. Maar elke vergelijking loopt uiteraard mank bij een dergelijk unieke sound van een unieke groep die ik beslist nog eens terug wil zien.

Dylan LeBlanc (Shreveport, Louisiana) had een uitgebreide groep (piano, gitaar, bas, drums, cello) meegebracht terwijl hij zelf ook nog gitaar speelde. Mooie, zij het iets te gestroomlijnde, americana waarin zijn hoge stem  voor wat meerwaarde zorgde. Soms kwamen ze in de buurt van The Eagles en dat is iets wat ik liever niet zag gebeuren.

Charles Francis Mootheart II is heus wel een begrip in de Bay Area garage noise revival. Actief in groepen als Charlie and The Moonhearts, Fuzz, GOGGS en prominent aanwezig op platen van Ty Segall en Mikal Cronin. Je zou voor minder iets verwachten. De man kwam er zijn nieuwste groep waarvan de naam gemakkelijkheidshalve bestaat uit zijn eigen initialen, CFM, voorstellen. Nu wist ik wel dat ik wat hardrock mocht verwachten – zijn andere groepen kreunen er ook onder – maar in juiste dosis en van de juiste soort kan ik daar best vrede mee nemen. Maar zover geraakte Mootheart nooit. Oorverdovend en bulkend van het gitaargeweld maar verder dan een goeie aanzet of een vette riff (eentje leek zelfs gepikt van Zappa maar dat zal wel puur toeval zijn, zover zie ik het hem niet zoeken) kwam CFM niet. Een zware teleurstelling en ik twijfel eraan of het ooit wel iets wordt met Charles Mootheart II.

Dan maar een brok Courtney Marie Andrews (Phoenix, Arizona) in de zaal mee gepikt. Op plaat laat ze spontaan het glazuur op mijn tanden barsten, te voorspelbaar en te poppy. Ze maakte ooit een EP samen met onze eigenste Milow. Niet dat je het meteen in die richting moet zoeken, maar toch. Op het podium echter, geruggensteund door een competente groep, vielen haar countrygetinte songs veel beter mee. Al zal haar niet onappetijtelijke verschijning daar ook wel voor iets tussen gezeten hebben, volgens een kenner.

Het hoogtepunt van de dag viel evenwel in het café te beleven. Daar zorgde singer-songwriter Joan Shelley (Louisville, Kentucky) voor. Samen met de uitmuntende gitarist Nathan Salsburg bracht ze breekbare songs, stuk voor stuk pareltjes. Naar eigen zeggen beïnvloed door June Tabor en soms hoorde je wel Angelsaksische sporen maar toch klinkt ze vooral als zichzelf. Verfijnd en –Low hoog in het vaandel dragend– zo stil mogelijk, alhoewel ze even werd opgeschrikt toen geweldenaar Robert Jon zijn set begon in de zaal en een kleine aardbeving veroorzaakte.

Cosmonauts uit Los Angeles wordt stilaan een vertrouwde naam op onze podia. Dit was reeds de vierde keer dat ik ze zag. Een jaar geleden vielen ze wat tegen op Rock Zerkegem maar hier was het weer lekker deinen op hun aanstekelijke psychrock. Niets nieuws onder de zon maar soms hoeft dat ook niet.

Toch voortijdig afgehaakt maar dat was enkel om Spirit Family Reunion (Brooklyn) te zien. Dit was de laatste dag van een vier weken durende Europese tour en ze hadden op de middag al een set gespeeld in Eindhoven. Dat had vooral bij zanger-gitarist Nick Panken zijn sporen nagelaten. Toch haalden de vijf nog eens alles uit de kast, vooral washboardspeler Stephen Weinheimer had echt zin in een wild feestje. Vrolijk makende country en Appalachenfolk, niets meer maar zeker ook niets minder.

Hoe kan men een festival beter afsluiten dan met een flinke portie nostalgie? Want dat beloofde het nieuwe project van Arno, Tjens Matic, ons toch met enkel nummers van TC Matic en Tjens Couter. De set werd fors geopend met “Being somebody” waarbij Arno een handmixer hanteerde, de reden waarom is me nog steeds niet duidelijk. De toon was meteen gezet. Met drummer Laurens Smagghe, bassist Mirko Banovic en gitarist Bruno Fevery (bekend van Arsenal, de man ook die de plaats van Josh Homme innam bij Garcia Plays Kyuss) in de rug was het duidelijk de bedoeling om ons weg te blazen. Enorme power! Soms werkte dat, andere keren verminkte het enkel de songs zoals bij “Gimme what I need”, waar alle subtiliteit verloren ging. Mooie songkeuze met onder meer “Que pasa” en “Middle class and blue eyes” hoewel ik er als Tjens Couter fan wat berooid vanaf kwam. Slechts twee nummers : een sterk “The Milkcow” en het eerder vermelde “Gimme what I need”. Eén nieuw nummer ook, het futiele “Middle finger”, waarin Arno zich voor de gelegenheid aan wat stoner waagde of was het een idee van Bruno Fevery? Meer dan genietbaar concertje maar wie TC Matic of (vooral) Tjens Couter wilde horen zoals die vroeger klonken bleef toch wat op zijn honger zitten.

Vooraf had ik wat bedenkingen bij de affiche maar achteraf kan ik enkel tevreden terugblikken. Met revelaties als Heavy Lids, The Murlocs, The Babe Rainbow, Idles, Sleeping Beauties, Aubrie Sellers en Phoenician Drive plus een Joan Shelley die haar waarde kwam bevestigen was dit opnieuw een meer dan geslaagde editie.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge   

Kvelertak

Kvelertak - Er is geen ontkomen aan

Geschreven door

Kvelertak mag op de recente tournee het voorprogramma spelen van Metallica. Het toont hoe hard de band uit Noorwegen gesteund wordt door management en platenfirma. Voor Kvelertak moet het nu dus gaan gebeuren. Ze konden reeds spelen op de grote festivals (Hellfest, Graspop, Roskilde, …) en ze gingen sinds de release van hun derde album ook al mee op tournee met Anthrax en Slayer. Metallica, zowat het summum inzake supports, speelt op deze tournee grofweg slechts om de andere dag. Op de ‘vrije’ dagen doet Kvelertak gewoon nog wat extra shows. En dat nemen ze heel serieus, met een set van anderhalf uur en een eigen voorprogramma dat meereist. In die opstelling deden ze De Kreun in Kortrijk aan en doen ze straks nog o.m. de Aéronef in Lille aan.

Het bevriende en eveneens Noorse Timeworn staat nog helemaal aan het begin van zijn carrière, maar heeft enkele leden die reeds het klappen van de zweep kennen. Hun muziek is vaag verwant aan die van Kvelertak. Ze brengen een mix van black en death, maar dan zonder de blastbeats en met meer een rock ’n roll-drumgeluid en tempo. Dat tempo ligt bij Timeworn toch een stuk lager dan bij Kvelertal en de invloeden komen meer uit de  hardcore dan uit de punkrock. De band deed in De Kreun helaas weinig moeite om het publiek mee te krijgen. De eerste helft van de set stonden de muzikanten naar hun snaren te staren.  Nadien kwamen ze voorzichtig een beetje los en pas bij het aankondigen van het laatste nummer richtte de zanger zich tot het publiek. Het publiek, met opvallend veel Fransen, reageerde beleefd voor de uitstekend gebrachte muziek, maar veel zieltjes zal Timeworn niet gewonnen hebben in Kortrijk.

Het contrast met de veroveringsdrang van Kvelertak kon niet groter zijn. Het enthousiasme en het speelplezier dropen er van af. Zanger Erlend Hjelvik was in het verleden misschien geen grote publieksmenner, maar in Kortrijk liet hij de zaal uit zijn hand eten. Hij verraste met de correcte uitspraak van ‘Kortrijk’ (beter alvast dan het ‘good evening Belgium’ dat de meeste buitenlandse bands hanteren), vertelde dat hij in De Kreun meer plezier beleefde dan bij Metallica, deelde zijn bier met de fans, aaide een paar enthousiaste meisjes over de bol en veegde eigenhandig het zweet van voorhoofden op de eerste rij. De intussen vaste showelementen van Kvelertak ontbraken niet: opkomen met het uilenmasker met lichtgevende oogjes en bij afsluiten zwaaien met de Kvelertak-vlag. Fysiek staat ‘Hjelvik’ scherper dan ooit, merkten enkele dames op.

Ook de rest van de band zocht de hele tijd contact met het publiek, ondanks de heel strakke set. Met drie gitaristen in de band, kan Kvelertak zich weinig fouten of improvisaties veroorloven. Tot de laatste noot van de bisnummers kon je deze Noren op geen enkele valse noot betrappen. De geluidsmix zat eveneens helemaal goed, zodat je elke nuance in de mix van black, death en punk goed kon onderscheiden. Het enthousiasme van de band werkte aanstekelijk, zodat het headbangen al  snel oversloeg in een bescheiden moshpit.
De set was grofweg opgedeeld in een aanloop met ouder werk als “Apenbarung”, “Bruane Brenn” en “Mjod”, dan de hoofdmoot met songs uit het recente Nattesferd (“1985”, “Berserkr”, “Bronsegud,” “Nattesferd” en “Nekrodamus”) en dan een vurige finale met “Svartmesse”, “Offernatt” en het luid meegezongen “Blodtorst”, waarbij Hjelvik het op een crowdsurfen zette.
De bisronde werd ingezet met “Heksebrann”, een langzaam opgebouwd duel tussen de gitaristen Vidar Landa en Maciek Ofstad dat haast onmerkbaar overgenomen werd door de derde gitarist, Bjarte Lund Rolland. Het is op zo’n momenten dat opvalt hoe bepalend bv. Rolland, zoals steeds gitaar spelend zonder plectrum, is voor het groepsgeluid. Daarna volgden nog “Manelyst” en afgesloten werd met “Kvelertak” (de song dan).

Kvelertak is klaar voor de grote zalen en podia. Er is geen ontkomen aan.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

From North

From North

Geschreven door

Het segment van de viking- en folk-metal is nog lang niet leeggebloed. De nieuwe Zweedse band From North bracht zopas zijn debuut uit met een brok potige folkmetal die Amon Amarth kruist met Eluveite. Niet echt vernieuwend, maar wel een deel degelijk album.
Bij Amon Amarth haalt From North de power en de snelheid, bij Eluveite de voorliefde voor middeleeuwse instrumenten. De muzikanten van From North hebben allen hun sporen verdiend in andere bands, van black tot death en hardcore, en die leveren vakwerk. De band heeft een eigen tekstschrijver die niet meespeelt in deze groep, maar die wel in een andere folkmetalband speelt. De Noorse mythologie biedt zoals wel vaker ook hier een onuitputtelijke bron van inspiratie, maar wordt hier nog aangevuld met wat vage viking-elementen. De middeleeuwse instrumenten lijken uit een synthesizer te komen, maar blijven wel mooi het gehele nummer vooraan in de geluidsmix. Ze dienen niet, zoals anders wel vaak gebeurt, enkel om de intro op te fleuren.
De zwakste schakel in de ketting van From North is zanger Håkan Johnsson, niet te verwarren met Håkan Jonsson van Watain. Johnsson’s hese en rauwe stem doet denken aan een verkouden versie van Erlend Hjelvik van Kvelertak. Er zit net iets te veel korrel op zijn schreeuw en grunt om mooi in te blenden bij de voor de rest voortreffelijke folkmetal. Gelukkig zijn er heel wat backings van de andere muzikanten.
Een aantal tracks hebben bovenop de duidelijke folk- en metalelementen nog een snuif hard- en metalcore meegekregen. De composities zijn fris en goed gevonden, toch voor een genre waarin heel wat bands zichzelf en elkaar telkens lijken te kopiëren.
Gezien de achtergrond van de bandleden (heel divers, maar niets met folkmetal) blijf je als luisteraar achter met een dubbel gevoel. Het album overtuigt niet helemaal. Ondanks heel wat sterke punten (vooral muzikaal-technisch) ontbreekt er wat vuur en passie, wat overtuigingskracht, een beetje waarachtigheid. Is dit de lang en in stilzwijgen gekoesterde folkmetal-droom van een paar enthousiaste  Zweden? Of is het eerder een halfwarm project van ‘we zullen dit genre eens proberen en zien of we daar wat geld mee kunnen verdienen’?
In het eerste geval wil je de band nog wat krediet geven omdat ze op dit debuut hun weg nog aan het zoeken zijn. Dan willen we gerust helpen om dit vuurtje nog wat op te stoken. In het tweede geval moet de band hopen dat ze de kans krijgen op tournee te gaan en een tweede album te maken dat dan wel vlot kan overtuigen. Zo niet zal dit vuurtje gauw geblust zijn.
Voorlopig geven we deze Zweden nog het voordeel van de twijfel en scoren ze extra bonuspunten met hun frisse insteek. Laten we hopen dat From North ons niet teleurstelt. 

 

Crites

Crites

Geschreven door

Crites is een Gentse band die reeds twee jaar aan de weg timmert en die zopas zijn debuutalbum uitbracht bij Starman Records. Ze brengen lekker weerbarstige noiserock die soms hint naar postrock. Zet ze dus niet in het rijtje van andere recente noisebands als Brutus en Cocaine Piss.  Wel komt Crites in de buurt van ‘oudere’, meer Amerikaanse noisebands als Jezus Lizard, Shellac, Slint, Cop Shot Cop en Girls vs Boys.
De twaalf tracks op dit titelloze debuut hebben een ingehouden energie die maar weinig bands in de vingers hebben. Het gaspedaal wordt nooit helemaal ingedrukt. Als een fietsband die superhard staat, maar toch niet openknalt.
Mimi Van de Put legt bij momenten flink wat soul in haar bas-spel en biedt de luisteraar een houvast doorheen de songs als de twee gitaristen en soms ook de drummer buiten de lijntjes gaan kleuren. Mick Windey is geen natuurtalent als zanger, wat in dit genre doorgaans als sympathiek wordt ervaren, maar hij slaagt er wel in om je mee te nemen in zijn wereld van kleine en grote problemen en overpeinzingen.
Uitblinkers op dit debuutalbum zijn opener (en single) “Walls”, het van noise en fuzz naar pop uitwijkende “Run” en “Moan”, dat Pixies-ambities heeft. Op het einde van “Unrelenting” lijkt de fietsband het toch te gaan begeven, maar dan komt er weer een smoothe baslijn die meer zalft dan slaat. “Haywire” heeft een paar knappe, bijna psychedelische gitaarrifjes en afsluiter “Gimmick” zoekt nog een laatste keer de grenzen op van de ingehouden energie, om uit te monden in slotakkoord dat het midden houdt tussen Frank Zappa en Sonic Youth.
Een intrigerend debuut van een veelbelovende band.
www.vi.be/crites

Machine Mass

Machine Mass plays Hendrix

Geschreven door

U moet weten dat deze schijf is terechtgekomen bij een doorwinterde Hendrix fan. En Hendrix fans krijgen altijd een beetje argwaan wanneer een resem covers op hen af komt, want nobody plays Hendrix better than Hendrix. Oneindig veel bands hebben de songs van het gitaargenie gecoverd, maar de magie van het origineel werd nooit geëvenaard.
Bij het gezelschap Machine Mass lijkt echter de term ‘interpretaties’ beter gekozen, en dat is meteen het goede nieuws. Dit zijn allemaal volledig instrumentale versies van onsterfelijke songs waarin Hendrix een fusion jazz vestje krijgt aangemeten, en dit van een bende rasmuzikanten die hun virtuositeit per lopende meter tentoon spreiden zonder daarbij de groove uit het oog te verliezen. De gitaar is natuurlijk één van de hoofdrolspelers, het zou er nog aan mankeren. Die klinkt iets minder rauw maar net als bij de meester zijn de snaren constant op zoek naar avontuur. Machine Mass voegt er nog een extra kleurenpalet aan toe, er wordt uitvoerig aandacht besteed aan een omlijsting van glooiende keyboards, heerlijk roffelende drums en sexy basritmes. Dit is immers een fusion-jazzband, de klasse en virtuositeit gaan perfect samen met tonnen speelplezier en spontaniteit.
Het respect voor Zijne Gitaarhoogheid is alom tegenwoordig en er wordt uitvoerig gejamd, geëxperimenteerd en op ontdekkingstocht gegaan in diens avontuurlijke songs. Opener “Third Stone From The Sun” is een heerlijke lange opener waarin Machine Mass met de geest van Hendrix het heelal in trekt. “Little Wing” is voorzien van een zwevende intro die de song de eerste twee minuten quasi onherkenbaar maakt, maar wel uiterst boeiend. Ook “Voodoo Chile” wordt op een interessante manier binnenstebuiten gekeerd, de anders zo herkenbare intro heeft hier een soort beatbox injectie gekregen. Gedurfd, zeer zeker, maar het werkt, en hetgeen er na komt is een heerlijke jam die de spirit van Hendrix alle eer aan doet. Ook “You Got Me Floatin’” begeeft zich richting space langsheen een boeiende jamweg.
Het siert de uitmuntende muzikanten van Machine Mass dat zij niet gepoogd hebben om Hendrix klakkeloos te imiteren. Zij hebben daarentegen een reeks briljante songs van Jimi ter hand genomen en zijn daarmee op een hoogst creatieve manier aan de slag gegaan zonder ook maar één seconde het genie van de grootmeester onrecht aan te doen.

Dead Cross

Dead Cross

Geschreven door

Dead Cross werd uit de grond gestampt door gitarist Mike Crain en bassist Justin Pearson (beiden uit de band Retox) en drummer Dave Lombardo (ex-Slayer). Eerst zou Gabe Serbian zingen, maar na de eerste opnames verliet die echter de band. Dus belde Lombardo zijn Fantômas-maatje Mike Patton (van Faith No More). De nieuwe band is vooral een ode aan de agressieve en meestal ook politiek geladen hardcorepunk van de jaren ’80 en ‘90. Producer Ross Robinson (Sepultura, Slipknot, …) mocht de opnames in goede banen leiden.

Mike Patton mocht alle reeds opgenomen tracks opnieuw inzingen en herschreef ook de teksten. Maar voorts hield hij zich, net als de rest van de band, strak aan het uitgangspunt dat de opnames een ode moesten zijn aan de hardcorepunk van vroeger. Zonder dat concept waren ze vast uitgekomen bij experimentele jazz-noise, zoals bij Fantômas. Het is als vanouds smullen van Patton-songtitels als Grave Slave, Gag Reflex, Obedience School, Church Of The Motherfuckers en Divine Filth. Ook de teksten zijn Patton op z’n best.

Patton’s stem en teksten vormen op dit debuutalbum absoluut een meerwaarde. Samen met Lombardo geeft hij een soms onderhuidse, dan weer klare metal-injectie aan het groepsgeluid. Daardoor klinkt de hardcore-basis van de Retox-tandem Crain-Pearson net iets harder, sneller, brutaler en agressiever. Een beetje Black Flag die thrash-metal omarmt.

De Bauhaus-cover “Bela Lugosi’s Dead” is halfweg het album een welgekomen rustpunt. Een pauze die je als luisteraar nog eens doet beseffen hoe hard en diep deze muziek gaat. De heel directe en brutale muziek is een perfecte afspiegeling van Patton’s teksten, met heel wat onderhuidse en openlijke kritiek op het Amerika van president Trump.

Dat aspect kwam nog eens extra naar voor bij één van de eerste optredens van de band, waar Dead Cross samen met voormalig Dead Kennedy’s-zanger Jello Biafra de klassieker “Nazi Punks Fuck Off” omvormde tot “Nazi Trumps Fuck Off”.

De teksten op dit debuutalbum drijven vooral op woede en ontgoocheling over de politiek in Amerika. Als Trump dit kan oproepen bij getalenteerde artiesten als Lombardo en Patton, moeten we hem toch ergens voor bedanken.  

 

Pagina 251 van 498