Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Retribution Gospel Choir

3

Geschreven door

De derde plaat reeds van het hobbyclubje van Alan Sparhawk, frontman van Low. De man houdt er van om eens uit een gans ander vaatje te tappen, dat houdt hem kwik. Een beetje tegengif voor de depri sound van Low is immers altijd welkom. Te veel kommer en kwel is niet goed voor een mens.
Zo stampte Sparhawk enkele jaren geleden ook al The Black Eyed Snakes uit de grond, een in vettige motorolie gedrenkt hobbyclubje die bedreven was in het spelen van de meest gortige blues en een vunzige sound creëerde die mijlenver lag van de gekwelde slowcore van Low.
Ook nu blijft Alan Sparhawk ver buiten het vaarwater van Low. Met Retribution Gospel Choir begeeft hij zich in het woelige water waar ook Neil Young met Crazy Horse in vertoeft. De gitaren zijn de baas en ze scheuren, gieren en zweven dat het een lust is. Sparhawk en zijn kompanen laten zich gaan in twee lange brokken van boven de twintig minuten en het zijn er twee om in te kaderen. Vooral “Seven” is een parel, een ongeslepen diamant van 22 minuten, met als extra guest de al even wonderlijke als bescheiden Wilco gitarist Nels Cline die de song met zijn hemels klinkende en uitwaaierende solo’s naar eenzame hoogtes stuwt.
Straffe plaat, een zijstapje die ons beter ligt dan de soms te donkere onweerswolken van Low.
Binnenkort weten we trouwens wat Sparhawk onlangs ook met deze band heeft zitten uitvreten, want er zit een nieuwe Low plaat ‘The Invisible Way’ aan te komen, de release is voorzien in maart.
De kans dat hij met RGC op zwier gaat is dus klein. Jammer.

Iceage

You’re Nothing

Geschreven door

Kopenhagen wordt vaak genoemd als de groenste stad ter wereld, vegetariër zijn en je verplaatsen per (bak)fiets is er de norm. Kortom, nu ook weer niet echt het soort stad om een punkband te gaan vormen. Niets is minder waar: ‘You’re Nothing’, de nieuwste worp van Iceage, is een aanslag op de ziel en zal naar alle waarschijnlijkheid wel eens hoog op ons eindejaarslijstje kunnen belanden.
Iceage maakt geen typische protestsongs, niet verwonderlijk als je uit het groene Kopenhagen komt, en al helemaal geen nummers over chicks, dicks and LSD trips, zoals hedendaagse hardcore/punkbands à la FIDLAR en Cerebral Ballzy (geen slecht woord over hen, uiteraard) dat wel doen. Nee, zanger Elias Bender Rønnenfelt kiest ervoor zijn ziel bloot te leggen. Iets wat slechts weinig punkers in het verleden tot een goed einde wisten te brengen,in de meeste gevallen het werd algauw te cheesy en herkende je nauwelijks nog het verschil tussen hun teksten en die van pakweg Taylor Swift. Wanneer Rønnenfelt “Something denies coalition with you” schreeuwt in “Coalition” (nu al het nummer van het jaar) leven wij oprecht mee met de mans weltschmerz.
Muzikaal gezien is het een smeltkroes van hardcore, punk, en vooral veel postpunk. De hoogtepunten zijn: opener “Ecstasy”, het eerder vermelde “Coalition”, “Morals”, titeltrack “You’re Nothing” en het in het Deens gezongen “Rodfæstet”, dat zo goed klinkt dat we alleen maar kunnen hopen dat ze ooit beslissen een plaat in het Deens op te nemen. In afwachting daarvan draaien wij alvast deze grijs.

Bloc Party

Bloc Party - Back on track

Geschreven door




Met The Joy Fomidable als support act hadden wij voor één keer een goede reden om op tijd te komen, ook al wisten we dat ze in een grote zaal als de Lotto Arena, onder het rumoer van ongeïnteresseerde Bloc Party fans, nooit die glansprestatie van een tweetal weken geleden in de Botanique zouden evenaren (check even de review http://www.musiczine.net/nl/review-concerts/the-joy-formidable/the-joy-formidable-meteen-raak/ ). De band liet het publiek met een zevental rake songs kennismaken met hun driftige gitaarrock en eindigde als gewoonlijk met de spetterende gitaareruptie in “Whirring”, tot op vandaag nog steeds hun beste song en steevast de afsluitende climax op hun concerten. Laat ons hopen dat ze vanavond een hoop nieuwe fans hebben gewonnen, wij waren al eerder overtuigd.

Even zag het er naar uit dat het met Bloc Party gedaan zou zijn, maar de band drukte alle geruchten omtrent een nakende split de kop in door na een stilte van vier jaar op de proppen te komen met een sterke vierde plaat, simpelweg ‘Four’ genoemd. Een nieuwe tournee moest alle twijfels weg nemen en meteen konden we dan ook Kele Okereke zijn half mislukte solo uitstapje vergeven.

En kijk, hier stond terug een hechte groep op het podium. De Bloc Party trein bleek terug op de rails gezet, al durfde de motor af en toe nog wel eens tegenpruttelen. Bloc Party was bij momenten bijzonder sterk op dreef maar wisselde de gedreven momenten af met een paar minder geïnspireerde passages, wat ervoor zorgde dat de ze de spanning en intensiteit niet het ganse optreden konden aanhouden.
Het kwam een beetje moeilijk op gang met “So he begins to lie” en “Hunting for Witches”, op zich wel aardige songs, maar nu bleken ze niet echt het beoogde effect te creëren. “Like Eating Glass” leek het vuur aan de lont te steken maar dan kwam het zwakke broertje “Real Talk” terug roet in het eten gooien. Pas daarna kwam de band, en ook de zaal, echt op temperatuur met “Waiting for the 7.18” en een uiterst energiek “Song for Clay”, één van onze favorieten van de avond. Dan ging het crescendo met het splijtende “Banquet” waarbij de Lotto Arena voor een eerste keer ontplofte. Bloc Party wist hierna de hitte aan te houden met het potige en bijtende “Coliseum”, één van de strafste tracks uit de nieuwe plaat. “One More Chance”, een Bloc Party klassieker met ware dance allures, miste zijn effect niet en mocht vanavond gelden als een absolute voltreffer, de band plakte er een wervelend “Octopus” achteraan en met een puntig en sprankelend “Team A” verdween het viertal een eerste keer van het podium.
Bloc Party bedankte het publiek met twee bisrondes, maar daar sloegen ze de bal een beetje mis. “Ares” en “This Modern Love” waren nog wel knap en vooral het opzwepende “Flux” was een splinterbom die de Lotto Arena nog eens binnenste buiten keerde, maar in afwachting van de onvermijdelijke klepper “Helicopter” haalden de flauwe songs “Montreal” en “Truth” het vuur weg die toen in de lucht hing, en in het heetst van de finale was dit toch een domper, alsof Cavendish in volle spurt naast zijn pedalen schiet.

Maar laat ons de goede momenten onthouden, want die waren uiteindelijk veel talrijker dan de (halve) missers. Bloc Party staat er terug, en dat is het voornaamste.

Organisatie: Live Nation

Lianne La Havas

Lianne La Havas – sfeervolle , hartverwarmende set

De 23 jarige Britse Lianne La Havas trok al onze aandacht op les Nuits Bota 2012 en in 'de club' op Pukkelpop. Met o.m. supports van Bon Iver en Alicia Keys gooide ze het juk van ‘grote belofte’ van zich af, plus met haar straffe live performances was het ons duidelijk dat hier een opkomend talent bezig was , met lieflijke , sfeervolle bitterzoete rootspop , die jazz , soul en folk herbergt.

In een ongedwongen,  gemoedelijke,  warme sfeer hoorden we
van de beloftevolle charismatische sing/songwritster , breed glimlachend,  autobiografisch materiaal over het hobbelige parcours van haar liefdesleven; ze maakte het gezellig in de GrandMix en speelde een uitermate ‘naturel’ set , spontaan , ontspannen, gedragen door haar zachte, zalvende , helder indringende soulstem .
Muzikaal hebben we het natuurlijk over haar debuut  'Is your love big enough' van
toegankelijke , gevoelige nummers, die beheerst en fijn uitgewerkt waren , en spaarzaam , breder en strakker konden zijn door haar goed op elkaar ingespeelde band; je kwam uit op een overtuigende “Au cinema”, “Everything everything” en de single “Lost & Found” ; andere pakte ze solo aan en kwam je dan uit op een breekbare “No room for doubt”, “Tease me” en “Gone” , enkel begeleid van elektrische gitaar, een pianotune en haar stem. In “Weird fishes” en het funky “Forget”  toonde ze door de catchy ritmes en de vocale steun van het publiek dat ze kan rocken. . Een brede waaier binnen het genre dus.
Op die manier dartelde ze door de hartverwarmende set heen . De titelsong “Is your love big enough” sloot af en werd sympathiek onthaald.

De enthousiast jonge dame kan haar stempel drukken. Ze dringt zich een plaatsje op naast grootheden Erykah Badu , Norah Jones, Macy Gray en Corinne Bailey-Rae. Checken dus deze dame!

En sing/songwriting zit in de lift . Als support van haar huidige tour was Nick Mulvey mee. We kennen intussen het princiep : rustige , ingetogen dromerige songs , een akoestische gitaar en warme vocals. Af en toe hoorden we flarden flamenco die wat afwisseling bood.

Organisatie: Grand Mix , Tourcoing 

John Cale

John Cale - Er bestaan geen dieptepunten

Geschreven door

Onze excentrieke Welshman John Cale heeft met een dijk van een concert bewezen dat op veelzijdigheid, klasse en genialiteit geen leeftijd staat. Zijn passage op het Brussels Summer Festival tijdens de laatste zomer staat al voor eeuwig in mijn geheugen gegrift en het zou een klein mirakel zijn mocht hij nu in zijn vertrouwde Vooruit (de zevende passage alweer) nog beter doen, als dat zou kunnen. Wel het wonder is geschied:  Onze creatieve duizendpoot komt zijn nieuwe ‘Shifty Adventures in Nookie Wood’ presenteren en heeft een voortreffelijke band mee. In de zaal komt dit dus nog beter tot zijn recht dan op een festival.

Het concert wordt aangekondigd met enkele minuten vioolgekrijs. Onze knoppenanalfabeet en voormalige knorpot komt met zichtbaar plezier het podium opgewandeld en slaat met een ietwat onhandige indruk de toetsen aan. Zijn topmuzikanten doen de rest en zorgen voor een instrumentale intro die meteen de toon zette voor heel het concert: alleen maar hoogtepunten en verschroeiende versies van gekend en minder gekend werk. Heerlijk hoe Hij Waarop Leeftijd Maar Geen Vat Krijgt dat ‘Redefinitions’ noemt.  Cale had er overduidelijk zin in, de musici stonden retestrak en het samenspel mag je gerust perfect noemen. Zoals de ook aanwezige Paul Decoutere ( De C van TC Matic) me toevertrouwde: Als zijn muzikanten ook maar tien procent van Cale’s talent bezitten, mag je een perfect concert verwachten. En Paul heeft niet overdreven.  Het speelplezier droop er gewoon af.  Subliem heeft een naam.
Dustin Boyer (wat een gitarist) zorgde voor die fantastische dissonanten bij opener “Hedda Gabler” uit ‘Animal Justice’ EP, gevolgd door het al even bij de strot grijpende “Captain Hook” uit ‘Sabotage’. Het kan verdomme nu al niet meer stuk. “Perfection”: de titel zegt alles. “The hanging”. Toverde Boyer nu trompetgeschal uit zijn zessnaar?  Met “Cry” leren we al snel van bassist Joey Maramba en drummer Alex Thomas wat een ritmesectie moet zijn, met een heerlijk funksausje.
Even de experimentele toer op met “December Rain”, “Face To The Sky” en “I wanna talk 2U”, met de verplichte viola. Cale en co komen op orkaankracht met zijn ‘redifinition’ van “Leaving It Up To You”, gevolgd door “You Know More Than I Know” en “Guts”. Alles snijdt door merg en been. Onze zeventigjarige kwajongen roept ons tijdens “Picasso” met duidelijke pretoogjes dat hij ons moeder heeft geneukt, geeft zijn strijkstok aan basist Joey en bewijst dat hij met “Nookie Wood”  nog altijd een begenadigd songschrijver is.We zijn bijna knock out..

Hoe kan je beter eindigen met een  stomende “Venus in Furs”. Zo weten de jongeren in het publiek dat Cale de medeoprichter is van de belangrijkste rockband , V.U., ooit. Sorry, lieve Lou Reed, je staat mijlenver achter bij uw voormalige kompaan.

Paylist: Hedda Gabler/Captain Hook/Cry/December Rain/Perfection/Living With You/Leaving It Up To You/I Wanna Talk 2U/Guts/You Know More Than I know/Helen of Troy/Pablo Picasso /Face To The Sky/The Hanging// Nookie Wood/Venus in Furs

Organisatie: Democrazy, Gent

Biffy Clyro

Biffy Clyro – ‘Mon the Biff’

Het Schotse Biffy Clyro heeft een 6e album uit , 'Opposites’, en is daarmee aan het touren! Wij waren bevoorrechte getuigen in de AB Box. Een relatief kleine zaal, zeker als je weet dat dit alternatieve rocktrio makkelijk 5 à 6 keer zulke zalen vult. Maar een bewuste keuze zo blijkt, want zo krijgen de al zware, bombastische songs een epische allure. Frontman Simon Neel en de broertjes James & Ben Johnston staan garant voor een melodische mix van snoeiharde gitaarrifs, bagpipes, strijkers en keyboard, en stevige drums. Vandaag werden ze bijgestaan door keyboardplayer Richard Ingram & gitarist Mike Vennart, samen vormen ze ‘British Theatre’. Biffy Clyro kwam keetschoppen … Dat beloofden ze … Ze hielden woord!

De Schotse rakkers werden vooraf gegaan door een bende Noorse herrieschoppers: Blood Command. Een 5-tal dat een soort punkrock/deathpop speelt. Alles zit goed in elkaar, maar het is vooral frontzangeres Silje Tombre die me bijblijft. Als de juffrouw haar keelgat opentrekt, kruipt m’n gehoorbescherming nog net iets dieper, en gaan de haartjes van  m’n trommelvlies op voorhand platliggen, om niet afgeknakt te worden door die windhoos van decibels. De normen van Minister Schauvliege zijn net niet met de voeten getreden.

Dit is het 1e optreden van Biffy Clyro’s Europese tour. Een echte promotour. Dat zie je aan het uitgekiende decor. Een metershoge cover van hun nieuwe cd. Simpel, effectief, …promo.
En het belooft een mooie tour te worden, met een dijk van een setlist. Maar liefst 23 songs passeren de revue! Een mooie mix van oud en nieuw werk. Na de lokroep van de fans : “Mon the Biff” kunnen ze er aan beginnen.
“Different people” is een ideale opener. Terwijl frontman Simon de mooie intro soleert, installeren de anderen zich om dan samen meteen de toon te zetten. De sfeer zit er direct in, want bij “That golden rule” ontstaat een 1e , kleine, moshpit. Met nummers als “Sounds like balloons”, “Black chandelier” & “Modern magic formula” toont de band waar het voor staat: goed gezongen, stevige rock. “God & Satan” is , mede door de strijkers, een heerlijk rustpunt. De PA gaat een klein beetje de mist in bij “The joke’s on us” & “Victory over the sun”, want Simon’s stem wordt overpowered. Een heel attente fan heeft bij “Bubbles” zelfs een bellenblazer mee, wat Simon wel weet te appreciëren.
In de AB Box ,door de volle en fijnere akoestiek, in het Engels spreekt men van “swings and roundabouts”, stijgen bepaalde nummers boven zichzelf uit. “Biblical” is er zo één. Mede door de sterke gitaarrifs, imposant keyboardwerk en het meezingende publiek krijgt dit lied iets sacraals.  Het live debut van “Spanish radio” is een heel welkome verassing! Net of een Mariachi-band zich heeft toegevoegd bij het 5-tal. Heel luchtig , uptempo nummer.
Biffy Clyro wordt wel eens de Schotse equivalent van de Foo Fighters genoemd. Met songs  als “ Living is a problem because everything dies” & “ There’s no such thing as a snaggy snake” benaderen ze het steviger werk  van deze band. Zelfs schreeuwen doet Simon in stijl!
“Pocket” daartussen plaatsen op de setlist was goed als rustbrenger.
Het steviger rockwerk wordt verdergezet met “Machines”, Opposite” & “Who’s got a match” tot de menigte opgewarmd is voor de volgende ‘moshpit’ op de tonen van “Booooom, blast and ruin”. Hits als “Many of honor” & “The captain” vormen een mooie afsluiter.
De geheime wapens werden als laatste ingezet. Het live debuut van “Skylight” was verbluffend. Simon soleerde, gevangen in een witte lichtbundel, een akoestische versie van deze prachtige ballade. Maar wat gezegd van “Stingin’ belle” !? Ik kan dit nummer niet anders omschrijven als een ‘tsunami van rockvibes veroorzaakt door een vloedgolf van gitaarrifs’. De power welke deze song uitstraalt is een sensatie! De begeleidende bagpipes accentueren daarbij nog eens hun roots. “Mountains “ belichaamt een beetje alles waar Biffy voor staat; elk element ( krachtige stem, gitaarrifs, sterke drum ) welke een rocksong moet hebben wordt hierin samengevat. Een waardig slot.

Biffy Clyro is nog voor velen onontgonnen terrein, maar heeft vanavond aan klantenbinding gedaan. O.a. Adèle, Black Eyed Peas, The White Stripes & Jessie Ware konden rijpen in deze zaal, en kwamen er uit als fenomeen. Geen twijfel mogelijk dat Biffy Clyro dezelfde weg opgaat! Als deze zomer Simon vraagt op Rock Werchter :  “Who was with us @ the AB Box in february?”, zullen de fans van deze avond fier van zich kunnen laten horen. Een grote toekomst wacht … “Mon the Biff” !! …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/blood-command-17-02-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/biffy-clyro-17-02-2013/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pias Nites 2013 – Nite two - Interessante nieuwe bandjes en geslaagde concerten van Balthazar en Alt-J

Geschreven door

Dag twee van de PIAS Nites begon vroeg, het was nog klaar toen we de terreinen van Tour & Taxis opdraaiden. Vanavond zouden we een mooie mix van nieuwe talenten en vaste waarden van het PIAS-label voorgeschoteld krijgen.

We begonnen er aan met Lord Huron, een Amerikaans vijftal, die 30 minuutjes kregen om hun debuut ‘Lonesome dreams’ voor te stellen. We kregen dus maar een vijf à zes nummers, maar dat was genoeg om ons te overtuigen. Ieder nummer kreeg ondersteuning van soundscapes die meeliepen op een laptop, wat in een nummer technische problemen veroorzaakte bij het aftellen, maar voor de rest was dit heel avontuurlijke Americana, met harmoniezang die wel iets van Fleet Foxes had. Ieder nummer was weer anders, het eerste nummer met zijn polyritmes kon van Foals of Local Natives zijn, in een andere nummer zaten er Afrikaanse gitaarklanken à la Vampire Weekend, de gamelans in een ander nummer konden dan weer de voorloper zijn van een nieuw indie-rock genre zijn, dat we dus maar Bami-rock zullen noemen. Afsluiten deed Lord Huron met stadion-folk, van het soort waar Mumford & Sons een patent op hebben. De ideale opener van deze tweede PIAS nite, als je hun debuut te pakken kunt krijgen, check it out.

Andy Burrows was vroeger de drummer van Razorlight, nam een kerstplaat op met Tom Smith van Editors, en had vanavond zijn band meegebracht om zijn twee album ‘Company” voor te stellen. Burrows speelde zowel gitaar als piano, en had een aantal knappe nummers in huis zoals “ Company”,”Because i know that i can’  en “Hometown”. Toch kon hij mij maar matig boeien, het was allemaal goed gespeeld, maar de emotie in zijn stem was er niet echt. Andy Burrows is een artiest waar ik nooit platen van zou kopen, maar waarvoor ik de radio niet uitzet als een van zijn nummers opstaat.

Champs, een Engels drietal van het Isle of Wight, had de grote hal geopend, maar mocht nog een tweede keer terug komen in de kleine, knusse Pure FM zaal. Champs speelde heel rustiek klinkende folk, een beetje zoals Jake Bugg, maar dan in close harmony. Een album is er nog niet, wellicht dat daar in de komende maanden verandering in komt.

Vorige zomer speelde Grandaddy een van de topconcerten op Pukkelpop. Jason Lytle, de zanger van deze bebaarde jongbejaarde skaters uit Modesto, Californië, kwam vanavond zijn nieuwe solo-plaat, ‘Dept. Of disappearance’, voorstellen.  Lytle heeft nog altijd zijn kenmerkende podium-act, de man zat aan zijn keyboard, met zijn gitaar op zijn schoot, in houthakkershemd en met een Noorse muts op, en had een tweede man meegebracht die hem op gitaar mocht begeleiden. Lytle deed koppig zijn eigen ding, wars van alle mode-trends: in mekaar geknutselde, trage nummertjes, die niet echt goed tot zijn recht kwamen in deze grote zaal. Tussendoor zaten er klassieke piano-composities, we kregen een Pixies-cover (“Wave of mutilation”), een nummer kreeg onbedoeld een James Blake-bewerking, door sub-bassen die plots door de zaal daverden, tot ongenoegen van Lytle. Een paar nummers verder kreeg Lytle het zo danig op zijn heupen van de geluidsmix, dat hij even stopte, en met gekruiste armen ging zitten mokken, maar toch ging hij daarna verder, wat tot een buitensporig applaus van het publiek leidde. Een middelmatig optreden, waarbij we vooral de zinsnede “ I may be limping, but i am coming home” onthielden, die dit optreden eigenlijk perfect samenvatte. Grandaddy was grand-cru, dit was een wijntje met kurk.

De Belgische kleuren werden vanavond verdedigd door Balthazar. Dit Kortrijkse vijftal is met zijn tweede plaat ‘Rats’ overal aan het doorbreken in Europa. Live zijn ze ondertussen een geoliede machine, als ze in een hogere versnelling schakelen steken ze Deus of Arcade Fire naar de kroon. De zang van zowel Jinte Deprez als Maarten Devoldere, deed mij heel erg aan Artic Monkeys denken, en zeker als ze met vier de refreinen inzetten, zoals bv in “The boatman” of in “Fifteen floors”, was het heel erg indrukwekkend. ‘The oldest of sisters” was voor mij het hoogtepunt, en de publieksrespons was enorm. Balthazar stond terecht zo hoog op de affiche vanavond.

Vóór Alt-J PIAS Nites mocht afsluiten, gingen we nog even snel naar de kleinere Pure FM zaal, voor Valerie June. Eerder op de avond hadden we deze Afro-Amerikaanse dame gewoon in de zaal tussen het publiek zien staan, en daar viel ze al op door haar opvallende verschijning, een enorme kop rasta-haar, een Japans aandoend kleedje en een presence die heel erg op die van Erykah Badu leek. In tegenstelling tot Badu speelt June geen neo-soul of hip-hop, maar onvervalste deltablues en folk. Het is dan ook niet te verwonderen dat ze het voorprogramma van Jake Bugg mocht doen, en dat haar nog te verschijnen nieuwe album, “Pushin against a stone”, door Dan Auerbach van The Black Keys geproduceerd is. June speelde gitaar en banjo als een oude bluesrat, en we vonden het goed, zo goed zelfs dat het eerste nummer van Alt-j misten. Op 30 april in de Bota ook nog apart te zien!

Van Alt-J hadden we op Pukkelpop in de sauna van de nieuwe Castello tent een halfuurtje meegepikt, want in de grote alternatieve supermarkt die PP is, moet je altijd kiezen. Vanavond kregen we dus de kans om eens ‘An awesome wave’, het zo geprezen debuut van deze Engelse ex-studenten, in zijn geheel te horen.
Dat  album mixt alternatieve rock, met dubstep, en is daardoor uiterst origineel, ook door de aparte manier om drums te gebruiken. Soms is het geluid van Alt-J wel wat gezocht en niet alle nummers zijn evenwichtig, dikwijls lijkt het alsof twee aparte nummers op een willekeurige manier aan mekaar geknipt en geplakt worden. We zullen het er op houden dat deze band nog wat aan het experimenteren is, en dat mag. Het publiek vond alles schitterend,  de a-capella in “The Ripe and Ruin”, het stuiterend ritme in “Something good”, de Afrikaanse gitaar die de dubstephymne “Tesselate” opvrolijkte, het orgeltje in “Dissolve me” en zong zelfs uit volle borst mee op de slow van de avond, “Matilda”.
Zanger/gitarist Joe Newman heeft een heel uniek stemgeluid, live is de band gegroeid, ze hebben frisse ideeën, het zal nu zaak zijn om zich verder te ontwikkelen, en als ze dat doen, dan verdienen ze zeker een plaatsje tussen bands als Yeasayer en Hot Chip. Met maar een album op hun conto, is de topplaats op de affiche vanavond, en bij uitbreiding de Mercury Prize die ze vorig jaar gewonnen hebben, misschien wat te veel eer voor dit viertal, maar we moeten het dan maar zien als een erkenning van het potentieel van deze band.

De PIAS Nites willen de nieuwe bands uit de stal voorstellen, en dat was goed gelukt vanavond.  We ontdekten interessante nieuwe groepjes, zoals Lord Huron, en Valerie June, en de twee hoofdacts van de avond, Balthazar en Alt-J stonden er als een huis, zeker qua publieksrespons.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/pias-nites-dag-2-16-02-2013/

Organisatie: Pias

Sons of Noel and Adrian

Sons of Noel and Adrian – avontuurlijke indiefolk

Geschreven door

Binnen de indiefolkscene zijn er ook aparte band te noteren, die allesbehalve hitgevoelig zijn en klinken . Vanavond hadden we het gelegenheidsproject Sons of Noel and Adrian uit Brighton , gecentraliseerd rond Jacob Richardson , maar verder steeds uit een regelmatig terugkerende samenstelling bestaat . De leden zijn afkomstig van het Willkommen Collective, een verbond van muzikanten, promotors en beeldende kunstenaars.

Een groots gezelschap van acht leden , dat wel met koperblazers, klarinet, flutes , troms , naast de traditionele instrumenten  ,waarbij we ook wat afwisseling noteerden van soms wel vier gitaren , mandolines en banjos.
Lang uitgesponnen atmosferische, filmische, cinematografische orkestrale composities die een unieke sfeer ademen. De variërende instrumentatie, de opbouwende , hardere klanken, de hypnotiserende , psychedelische en ontspoorde  ritmes,  de duistere , onheilspellende tunes , de wisselende zangpartijen en de onverwachtse wendingen lieten een avontuurlijk aanpak horen. Een vreemd aanvoelen . Hier komen Robin Proper-Sheppard van Sophia en Wovenhand om de hoek kijken.
Natuurlijk lag de klemtoon op de recente plaat ‘Knots’ en waren we uitermate tevreden met werkstukken als “Jellyfissh bloom”, “Catchy come home” , “Come run fun stella baby mother of the world” en “Big bad bold”, die door de  rijkelijke instrumentatie en de verrassende wending boeiend waren

… Als een Lorelei die je op de klippen jaagt … De synchrone danspasjes van de dames , de folky landelijkheid en de ontspannen sfeer van de band deed spanning en dreiging afknappen. Een golvend manische sound , die net geen fatale afloop kent!

Ook de support Eyes & No Eyes moest niet onderdoen , want ook hier hadden we een filmisch bezwerende sound , donkere tunes met een licht apocalyptische inslag . Een bijzondere klankenwereld hoorden we door de gitaarriedels , een knetterend,  ontstemde bas, tromgeroffel, cello en een dromerig,  neuzelende zang op z’n Alt-J.
 
Vanavond kon je zeggen dat die indiefolkscene ook avontuurlijke tentakels had . Mooi geprogrammeerd alvast!

Organisatie: Botanique , Brussel

Ducktails

Gezellig onderonsje met Ducktails

Geschreven door

Ducktails is het project van gitaarwizzard Matthew Mondanile van het Amerikanse Real Estate , uit New Jersey . De hyperkinetische zanger/gitarist heeft al een paar platen uit onder Ducktails; nu dat Real Estate eventjes is opgeborgen; hij trekt rond om de nieuwe cd ‘The flower lane ‘ wat support te geven.

Net als Real Estate zit Ducktails in het straatje van de 90s indie van Galaxie 500, Teenage Fanclub, Pale Saints , Slowdive en voelen we een zee- strandgevoel door de zalvende melodieën, maar durft hij dieper te graven in die neopsychedelische indie, die de brug maken met het onvolprezen Avi Buffalo en Tame Impala. De songs worden opgefleurd door een aanstekelijke groove en vibe, synths, piano, galmende gitaren en pedaaleffects, zonder de popmelodie uit het oog te verliezen .
Zoals we het al een beetje gewoon zijn in het genre behoudt het materiaal een dromerige ondertoon , ervaren we hitgevoeligheid , kan het wat directer, strakker klinken en explodeert het als de instrumentatie meer ruimte inneemt.

We horen een evenwichtige beheerste sound met wat meer weerhaken en een boeiend, kleurrijk geheel. En Mondanile zorgt voor een gezellig onderonsje in de kleine Witloof Bar . Tja, niet voor niks is er de referentie met de Amerikaanse animatie serie Ducktales , de serie gebaseerd op de Donald Duck-stripverhalen …

Organisatie: Botanique, Brussel

Gary Clark Jr.

Gary Clark Jr - Hendrix was in the house

Geschreven door

Doorgaans kunnen beginnende artiesten die nog maar één album uit hebben amper een concertje van een uurtje volspelen. Bij deze Gary Clark Jr - een natuurtalent, zoveel is nu wel duidelijk - was dit wel even anders. Hij overrompelde ons met twee uren van de beste soul- en bluesrock om duimen en vingers bij af te likken. Wij smulden ervan, en nog geen klein beetje.

Op zijn, overigens veelbelovende, debuutplaat ‘Blak and Blu’ laveert Gary Clark Jr nog een beetje te veel tussen ronkende bluesrock en een meer opgekuiste r&b sound. Live had hij echter resoluut de kaart van de elektrische gitaar getrokken, en dat konden wij allen maar toejuichen. Hier werd zonder schroom en met veel gitaargeweld omgesprongen met de betere invloeden als Lenny Kravitz, Led Zeppelin, Buddy Guy en de onvermijdelijke Jimi Hendrix, wiens geest zowat de ganse avond inde AB Club rond dwarrelde. Huidskleur, het briljante gitaarspel en een paar treffende gelijkenissen zorgden er voor dat de vergelijkingen met de grootmeester nog wat meer in de verf werden gezet.
Op het podium waren er hoegenaamd geen blazers, geen keyboards en geen uitstapjes richting r& b of soulpop te bekennen, wel een all time rock’n’roll opstelling met zelfs nog een extra gitarist in de rangen, alsof het gitaarbranie van Clark nog niet genoeg was. Als we Gary Clark Jr voorzichtig een reïncarnatie van Jimi Hendrix durfden noemen, dan konden we bij de tweede gitarist gewagen van een Stevie Ray Vaughan volgeling. Misschien een beetje te overdreven referenties, maar het kon tellen om aan te tonen uit welk vaatje hier werd getapt.
Gary Clark Jr profileerde zich als een werkelijk fenomenale gitarist die zowel gevoel als finesse in zijn instrument legde en daarbovenop nog eens gezegend was met een krachtige soulstem, some guys have all the luck.
De klasse en de power gutsten er uit via stevige bluesmonsters met krachtige riffs en schitterend soleerwerk als “When my train pulls in”, “Bright Lights”, “Numb” en een werkelijk fenomenaal “Third stone from the sun/If you love me like you say” waarin Hendrix meer dan ooit aanwezig was.
Clark zijn soulbloed kwam prachtig naar boven in het pareltje “Please come home” waarin hij ware Prince allures naar boven haalde (dat hoge stemmetje haalde hij probleemloos) en als het even sneller moest gaan dan kwamen stevige rock’n’roll songs als “Travis County” en  “Don’t owe you a thang” de boel Chuck Berry-gewijs wat ophitsen.
In de bisronde schitterde Gary Clark Junior helemaal in zijn eentje met de bloedmooie naakte bluessongs “In the evening” en “Next door Neigbour Blues”, twee momentjes waarbij ons ganse lijf door kippenvel overmand werd.

We hebben vanavond in de AB een zeg maar legendarisch concert meegemaakt en een wonderlijk natuurtalent ontdekt.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pias Nites 2013 - Nite one - Booka Shade en The Magician steken er met kop en schouder uit op de PIAS Nite 1

Geschreven door

PIAS, het Belgische indielabel, wordt dit jaar dertig, dus een feestje is dus wel op zijn plaats. Op vrijdag waren er twee zalen geopend in Tour & Taxis, waar tegelijkertijd zowel internationale als Belgische Dj’s hun beste mp3-tracks ten berde mochten brengen. (geen enkele Dj gebruikt nog vinyl tegenwoordig). I Love Techno in het klein dus, dat was een beetje het gevoel dat we aan deze avond overhielden: als de ene Dj niet kon boeien, dan ging je gewoon naar de andere hal op zoek naar een straffere beat.

Agoria, een Fransoos, met een veel uitgebreidere staat van dienst was de eerste DJ die we in zaal 2 aan het werk zagen: deze Lyonees heeft al vier albums uit, waarop onder meer Carl Craig, Neneh Cherry en Peter Murphy (van Bauhaus) gastbijdrages gepleegd hebben.Sebastien Devaud, want zo heet deze man in het gewone leven, had een uitgebreide videoshow meegebracht, die ons bij het binnenkomen van de zaal danig desorienteerde, de strobes schoten alle kanten op, en het was net alsof er iemand een volledige tube purperen pillen in onze beker gemikt had, zo fysiek was de impact van de projecties. Agoria nam de tijd om zijn nummers op te bouwen, en die zaten knap in mekaar, intelligente geconstrueerde techno, een beetje in de stijl van Paul Kalkbrenner of Laurent Garnier, in ieder geval had je het gevoel dat de man wist hoe hij een set moest opbouwen en hoe hij het publiek op zijn trip kon meenemen. Het publiek begon er dan ook in mee te gaan, op het einde van de set kreeg Agoria dan ook de handjes op mekaar.

Stephen Fasano, is de bebaarde Magician, en treedt dan ook op in smoking en met toverstok. De man heeft een aantal gigantische remix-hits op zijn conto (“I Follow rivers” van Lykki Li en “Happiness” van Sam Sparro, die het beter deden dan de originele nummers, en stond terecht als headliner op deze PIAS Nites. The Magician mikt op de meisjes, met zijn heel erg op house-geinspireerde set vanavond. Enkel aan de duur van zijn nummers merk je dat hij een kind van zijn tijd is: geen geduld om via uitgesponnen grooves de massa aan het dansen te zetten, na twee minuten is het tijd om een andere track in te mixen, de aandachtsboog van de smartphone-generatie zeker?

Onze aandachtsboog kon ook niet bij The Magician blijven, want tegelijkertijd begon Booka Shade aan de enige liveshow van de avond. Dit Duitse tweetal heeft zijn magnus opus ‘Movements’ uit 2006 nooit meer weten te overtreffen, maar is live nog altijd top, en ook vanavond wisten ze moeiteloos de volledige zaal tot aan de bar in lichterlaaie te zetten. Vooral de singles uit ‘Movements’ kregen een uitzinnig herkenningsapplaus: “Night Falls”, “Darko”, “In white rooms” en “Mandarine Girl” werden luidkeels meegezongen, Booka Shade slaagt er nog altijd in Minimal sensueel te laten klinken, wat vooral de vrouwelijke helft van het publiek kon smaken. De meisjes hadden gelijk vanavond.

Na de uitbundige set van Booka Shade gingen we even de sfeer opsnuiven bij Fake Blood, de Engelse Dj die mega-hits scoorde met “Mars” en “I think i like it”. Zijn debuut-album, “Cells”, kwam eind vorig jaar uit op Different, het dance-label van PIAS. We hoorden veel droge beats, en waren blij nog eens iets van Green Velvet te horen, maar toch kon de set ons maar matig bekoren, het contrast met de sensuele beats van Booka Shade was wellicht te groot, en de publieksrespons was ook veel minder.

Als afsluiter pikten we nog Dr. Lektroluv mee. Deze Vlaamse Electro-hulk, die een abonnement heeft op Rock Werchter, brengt natuurlijk niets vernieuwend, maar kent verduivels goed zijn electro-klassiekers,en mixte die tot een lekker potje electro-trash. Als genre is electro natuurlijk passé, maar soms is een goed feestje alles wat we vragen.

De eerste Nite van 30 jaar PIAS was ietwat wisselvallig, met een paar uitschieters naar boven, maar toch iets te weinig Djs die er in slaagden de vlam in de pan te krijgen …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/pias-nites-dag-1-15-02-2013/

Organisatie: Pias

 

On an On

On An On - Nieuwe indie parel in de maak

Geschreven door

Dat On An On nog niet meteen een belletje doet rinkelen is niet verbazend. Het in Chicago en Minneapolis residerende trio Nate Eiesland, Alissa Ricci en Ryne Estwing speelden vroeger al samen in nogal obscure groepjes als Scattered Trees. Het verlies van enkele bandleden enkele maanden geleden grepen zij aan als creatieve opportuniteit om een meer energieke en experimentele weg in te slaan met een nieuwe band. Dat bleek ook uit hun verbazende set in de Witloof Bar waar ze het gloednieuwe debuutalbum ‘Give In’  met overtuiging voorstelden. Het indiepop landschap herdefiniëren doet On An On niet echt, maar een prominente plaats is na dit optreden wel gerechtvaardigd.

De met gespierde drums ingezette opener “The Hunter” zette meteen de juiste toon met een  instant mee fluitbaar synth refrein waarmee The Killers of The Horrors maar al te graag hun eigen set zouden opvrolijken. Diezelfde weidse, rijke sound kregen we ook te horen tijdens “American Dream” en “Cops”. Wervelende gitaren, elektronische drums, vintage synthesizers en een trippy vibe opgebouwd rond een stevige melodieuze fundering… ingrediënten waarmee ook bands als New Order, Depeche Mode, Broken Social Scene of The Big Pink eerder al veel lof oogstten.
De aanstekelijke Hot Chip cover “Boy From School” moest niet onderdoen voor de originele uitvoering en illustreerde dat On An On met veel zelfvertrouwen ook over muzikale muurtjes durft loeren. Uiteindelijk was de in een etherische climax uitmondende single “Ghost” het hoogtepunt van de te korte set. Veel meeslepender dingen hebben wij alleszins nog niet gehoord in het nieuwe jaar.

Frontman Nate Eiesland sprak zijn oprechte verbazing uit over het feit dat er in België al een publiek kwam opdagen voor On An On. Dat zou in de toekomst wel eens fors kunnen aangroeien.

Organisatie: Botanique, Brussel

Hans-Joachim Roedelius

Icarus Night - Hans-Joachim Roedelius - Krautrockicoon in Gent

Geschreven door

Icarus Night - Hans-Joachim Roedelius – Krautrockicoon in Gent
Hans-Joachim Roedelius
KASK cinema
Gent

De Democrazy staat nog altijd het minder voor de hand liggende muzikale universum voor en in dat kader mocht vrije radio Icarus een krautrockicoon naar Gent halen. Met een verleden bij Cluster en Harmonia heet Hans-Joachim Roedelius één van de grondleggers van de ambient te zijn. Zijn samenwerking met Brian Eno eind jaren 1970 introduceerde hem indertijd bij een nieuw maar waarschijnlijk nog altijd niet doorsnee publiek, maar je moet toegeven dat hij nadien toch weer eerder in de underground verdwenen is.

Tegenwoordig krijgen platen als ‘Musik von Harmonia’ en ‘Harmonia de Luxe’ weer een bescheiden plaats in het verhaal van de krautrock en is er de laatste tijd ook een groep hedendaagse artiesten ontstaan die de mosterd duidelijk uit Duitsland halen. Met een output van onderhand rond de 80 platen zullen waarschijnlijk ook enkel de aficionado’s hem overal volgen, en dat gebeurde dus blijkbaar ook tot in Gent, waar Roedelius een aantal trouwe Teutoonse fans mocht verwelkomen.

Onderhand is de man 78 en tourt hij met zijn vrouw voor de Duitstalige landen rond. Er zijn minder aangename manieren om je oude dag te slijten. Gent ligt dan niet zo ver uit de buurt en als ontmoetingsplek was de KASK-filmzaal intiem om ’s mans ambientklanken tot zijn recht te laten komen. Een unieke kans om een pijler van de krautrock nog aan het werk te zien.
Songs of zelfs songstructuren zijn tijdens zo een optreden niet echt aan de orde, tenzij in een verre echo, maar Roedelius weeft subtiele klanktapijten die ons heden ten dage bekend voorkomen. Er is geen tekst, of er is geen structuur die je houvast geven, dus is het zaak om je over te geven. Roedelius geeft ons luistermuziek die je moet ondergaan wat in de zachte stoeltjes wel lukte, terwijl beelden van vooral Braziliaanse zonsondergangen geprojecteerd werden. Muziek om je in onder te laten dompelen. Geen grote dynamiek, of al te grote klankexperimenten, maar muziek die je haast vanzelf in een meditatieve stemming brengt. Kabbelend als water en in deze context was dat een kwaliteit. Deze - en hopelijk ook andere - niche van minder voor de hand liggende muziek heeft nog altijd een plek en dat valt alleen maar aan te moedigen. Nu nog zaak om me verder te verdiepen in een oeuvre dat onderhand 6 decennia beslaat.

Achteraf mochten de mannen de Icarus nog hoogst interessante, redelijk kosmische plaatjes draaien in het café van het Kask, onder het nuttigen van enzovoort. U vertrouwt erop dat het goed was.

Organisatie: Democrazy, Gent (+ KASK-cinema)

Esben & The Witch

Esben & The Witch – Betoverend!

Geschreven door

Thought Forms situeert zich ergens tussen postrock en postpunk en wordt gevormd door Charlie Romijn, Deej Dhariwal en Guy Metcalfe. In 2009 kwam hun self titled album uit, gevolgd door enkele cassette releases en dit jaar brachten ze Ghost Mountain uit onder Invada Records. Ze brengen atmosferische, cinematografische muziek afgewisseld met vocals die sterk op de achtergrond blijven. Doorheen de show blijven ze dan ook aan de oppervlakte en blijf je als luisteraar wachten op een muzikale doorbraak. Die komt er dan ook tijdens hun laatste nummer. Niet slecht geprobeerd, maar een onderdompeling in Sleepmakeswaves of TV Buddhas zou hun niet misstaan, hiermee bedoel ik dat een keuze dient gemaakt te worden in stijl om echt met je sound door te breken. Nu bleef het nog te vaak aan de oppervlakte. Het inzetten van meer vocals of muzikanten, een visuele ondersteuning, een aangepaste lichtshow had Thought Forms dat ietsje meer kunnen geven.

Esben & The Witch werd in 2008 gevormd in Brighton, UK. De naam van de band is afkomstig van een Deens sprookje. In 2010 kregen ze een contract bij Matador Records en in 2011 kwam hun eerste album ‘Violet Cries’ uit. ‘Wash The Sins not only the face’, hun tweede album, kwam uit in 2013 en naar aanleiding van deze release startte hun tour deze avond in de Botanique samen met Thought Forms.

Esben & The Witch bestaat uit een gemengd trio waar Rachel het meest opvalt door haar eenvoudige, tengere verschijning in een zwarte polo gedragen door combats. ‘Wash the sins not only the face’ heeft een meer elektronische dimensie dan ‘Violet Cries’ die eerder neigde naar een post industriële sound. Waar Rachel vroeger de meesteres der pauken was is ze nu overgeschakeld op gitaar en bas. Dit creëert een minder intieme atmosfeer en geeft de nummers een minder vol geluid. Niettemin betovert Esben & The Witch als een sprookje met hun dreunende, invasieve goth sound. Ze wisselen vocale stukken af met instrumentale staaltjes om U tegen te zeggen. Ze proberen zo goed als mogelijk op elkaar in te spelen, dat merk je als publiek duidelijk aan hun constante uitwisseling van blikken naar elkaar. Heel even verliest Rachel het ritme, de groeipijnen van het bespelen van een nieuw instrument of het nog niet goed ingespeeld zijn van de nieuwe nummers? Niettemin herpakt ze zich met klasse en werkt alle nummers af met een grandesse. Ze brengen zowel nummers uit ‘Violet Cries’ als hun laatste parel ‘Wash your sins not only the face’.

Esben & The Witch had een stralende lichtshow, van felrood tot helderblauw, van sacraal wit die door zeven spotlights ronddartelden als een betoverend licht . Het publiek was duidelijk laaiend enthousiast en ze werden beloond met twee bisnummers waarvan hun laatste toonde wat ze in hun mars hebben. Uit ervaring kan ik zeggen dat Esben & The Witch niet het beste van zichzelf gaf, maar het was een mooie start van hun ‘Wash your sins not only the face’ tour. Komende shows vinden plaats in Duitsland, Nederland, Frankrijk, USA, Zwitserland, Portugal en eindigen in hun thuisbasis.

Organisatie; Botanique, Brussel

Ebo Taylor

Ebo Taylor – Geen hemel voor de legende

Geschreven door

Kortrijk leek aanvankelijk niet warm te lopen voor Ebo Taylor, een Afrikaanse legende van maar liefst 76 lentes. Uiteindelijk daagden toch genoeg warmbloedige adepten/nieuwsgierigen op om de winterse kou te verdrijven. En Ebo had er zin en zon in.

Bijna twee uur zou de Ghanees, oude muzikale vriend van de Nigeriaanse topmuzikant Fela Kuti, De Kreun laten wiebelen en dansen. Hij had er zonder meer veel goesting in, was meer dan wakker, wat van de klankman niet kon gezegd worden, want de volumeknop van de micro van de legende stond bij het eerste nummer nog dichtgedraaid.
Taylor – met hoedje en traditionele outfit - liet het na een korte misprijzing met hoofd en armen niet aan zijn enthousiasme komen en zette met zijn zevenkoppige band de set in. De oude knar staat bekend om zijn ‘Highlife’, een dansmuziek die zwemen van Afrikaanse ritmes met de brassbands van het Britse leger en Amerikaanse jazz combineert. In De Kreun gooide hij nog wat andere genres in zijn smeltkroes en gaf hij zijn muzikanten soms vrije baan.
De drummer had al snel door dat het Kortrijks publiek nog moest opwarmen. ‘You are a bit cold and quiet’, al had Taylor zelf al bij zijn tweede nummer een meezingmoment ingelast, wat hem door de lauwere reactie een ondeugend lachje ontfutselde. Trouwens, die blinkoogjes bleven het hele concert door glinsteren.
Af en toe laste hij een filosofische quote in (‘The river was there before the path’) maar centraal bleven zijn meeslepende tunes, waarin hij zich zo erg onderdompelde, dat hij zelfs net voor hij een rondedansje om zijn staander maakte, die micro omver liep.
Supersaxofonist Ben Wolff (één van de twee blanken in de band) haalde van meet af aan al verschroeiend uit, maar ook de percussionist en de drummer bepaalden het ritme en de grooves. Halverwege het concert stapte iedereen - alsof voor een plaspauze -  van het podium, behalve de man achter de drums die de stijl van concert plots een andere richting insloeg en met de toetsenist-zanger-danser wat gratis Afrikaanse danslessen ten berde gaf. ’The ladies in front’, was het stigma.
Toen ‘good old’ Ebo weer op het podium kwam, zette hij zich voor het drumstel, staarde genietend de zaal in en begon te flirten met het vrouwelijke schoon, met het blonde jonge ding in het bijzonder. Hij genoot, zag dat het goed was en was zo onder de indruk dat hij even op zoek moest naar zijn gitaar.
Na het voorlaatste nummer (“Appia Kwa Bridge”, de titelsong van zijn laatste cd) was het 22 uur geworden. ‘White man invented the watch. And he added: 10 o’clock is the end’, verontschuldigde de black man zich voor het nakende einde.
Maar het was duidelijk, den Ebo had er plezier in, noemde zichzelf generous en bleef alleen op de bühne, wat later geassisteerd door de percussionist voor een mooie ballade. En erna riep hij letterlijk om zijn guys waarop de drummer eraan toevoegde dat Ebo de ‘hardest working man in show business’ was. Overuren dus, maar geen seconde had je dat gevoel. Taylor sprong (jawel) tijdens het allerlaatste nummer van het podium en ging iedere toeschouwer persoonlijk begroeten: een handdruk, een klopje, een dansje (met die blonde ook natuurlijk).

‘Heaven’, zo fantastisch voelde het nu wel niet, maar het was close. En dat was meteen het laatste nummer en de laatste kwinkslag: ‘Wil je naar de hemel? Wel, sterf dan !’ Ons gedacht? De man verkiest (voorlopig nog) de hel want we zien hem nog niet meteen zijn Afrikaanse pijp aan Maarten geven.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/ebo-taylor-13-02-2013/

Organisatie: Kreun , Kortrijk

 

Brad

Brad - Afwisselend stevig en ingetogen

Geschreven door

Brad is geboren in volle grunge periode, maar liet de wildere en onstuimige geruite hemden- rock over aan de collega’s van Soundgarden, Nirvana en Mudhoney. De band koos bewust voor een sound die weliswaar een grunge randje had, maar die vooral trachtte de gevoelige snaar te raken.
In 20 jaar tijd heeft Brad nog maar 4 albums in mekaar geknutseld. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de andere bezigheden van de groepsleden. Zo heeft Stone Gossard een kleine bijverdienste als vaste gitarist in het bescheiden rockgroepje Pearl Jam en is Shawn Smith al actief geweest in Pigeonhed, Satchell en vooral als solo artiest. Tevens is de imposante en baardige verschijning in België ook gekend als gastzanger bij Arsenal.
Niet zo simpel dus om deze indrukwekkende gelegenheidsgroep nog eens samen te krijgen voor een tournee, vandaar dat we deze eenmalige passage op een Belgisch podium ter promotie van hun nieuwste plaat ‘United We Stand’ niet mochten missen. We zullen het ons niet beklagen.

Brad was sterk op dreef en bracht een knappe set van ruim anderhalf uur met de nodige afwisseling, met uiteraard een pak songs uit hun nieuwste plaat (niet hun beste maar toch nog altijd zeer de moeite) en een opvallend flinke greep (maar liefst 7 songs) uit hun 20 jaar oude en nog steeds razend knappe debuut ‘Shame’.
Heerlijk verstilde songs (“The Only Way”, “Screen”) wisselden af met stevige brokken rock (“Secret girl”, “Waters Deep”, “My Fingers”, “Miles Of Rope”) en tussendoor ook nog een prachtvertolking van hun eerste hitje met die fenomenale baslijn “20 th Century”, nog steeds een wereldsong. Het was al vrij snel duidelijk, hier stond geen verzameling van ego’s op het podium, maar wel een hechte groep die straalde van het speelplezier. Stone Gossard mag dan al een aardig CV hebben, de man bleek een gewone sterveling te zijn ontdaan van elke vorm van sterallures, voorzover hij die ooit al gehad zou hebben. Hij liet vooral zijn instrument spreken zonder daarbij in de rol van guitar hero te vervallen, en dat sierde hem. Zijn gitaar stond steeds in dienst van de songs en schitterde ondermeer in pareltjes als “Every Whisper” en “Last Bastion”. Gossard mocht heel even tijdens “Desenfado” achter de microfoon plaatsnemen, en meteen wisten wij waarom dit tot één song beperkt bleef, laten we het beleefdheidshalve houden op een ‘beperkt vocaal bereik’.
Het gezicht (en ook het lijf in zijn geval) van Brad is echter Shawn Smith, een hartige dikkerd met hoog knuffelbeergehalte. Dankzij diens fluwelen stem was Brad vanavond bij momenten briljant, vooral wanneer de harige teddybeer tijdens de uitgebreide bisronde helemaal in zijn eentje achter de piano plaatsnam voor een paar kippenvelmomenten van het zuiverste water. Wij gingen compleet overstag voor de innemende schoonheid van het intieme Satchel diamantje “Suffering”. Al even ontroerend was “Wrapped in my memory”, het eerbetoon aan een oude vriend, de overleden grunge pionier Andrew Wood die met zijn dood het legendarische Mother Love Bone mee het graf in nam (wat meteen ook de geboorte betekende van Pearl Jam). De song vloeide over in een bloedmooie ingetogen versie van de Mother Love Bone klassieker “Chrown Of Thorns”, adembenemend. Als climax volgde dat andere hitje, het wonderlijke “The Day Brings”, waarna het vuur nog eens aan de lont werd gestoken met het potige “Lift” en een ronkende versie van de Stones klassieker “Jumping Jack Flash”.

Een laatste rustig momentje, het uiterst knappe “Buttercup”, was het fijne sluitstuk van een uitmuntend optreden.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/brad-13-02-2013/

Organisatie: Trix, Antwerpen

The Fellows

Decay

Geschreven door

Opnieuw kwaliteitsvolle punk van eigen bodem, zo kunnen we in enkele woorden de tweede plaat van het Belgische The Fellows omschrijven.  ‘Decay’ is na ‘Passion, Pleasure & Pain’ uit 2009 de tweede worp en bevat negen korte en snelle punksongs.  Het is duidelijk dat de vijf heren hun inspiratie haalden bij Amerikaanse punkgrootheden als Bad Religion, No Fun At All, Pennywise en The Descendents.  Dit stoort ons echter voor geen seconde want The Fellows brengen hun muziek op een uiterst vermakelijke en catchy wijze.  De verschillende nummers zijn goed opgebouwd en knallen lekker uit de speakers.  The Fellows weten duidelijk hoe je een prima punksong in mekaar knutselt!  Onze uitschieters zijn opener “Decay”, “Never Again”, het uiterst meezingbare “Low Rain” en afsluiter “Late At Night. Wedden dat je na een handvol luisterbeurten lekker meebrult met The Fellows?

I The Explorer

Separate Ways

Geschreven door

Ook het West-Vlaamse Roeselare telt vanaf heden een opmerkelijke rockgroep.  I The Explorer is al sinds 2007 actief maar komt nu pas na heel wat experimenteren en enkele personeelswissels met een eerste tastbaar gegeven op de proppen.  ‘Separate Ways’ is de naam van de zeer gevarieerde debuutep waarbij opvalt dat  I The Explorer niet zomaar in een  bepaald hokje te stoppen is.  Zelf zijn we opgegroeid in de nineties en daardoor horen we wel dat het vooral bands uit deze periode zijn die belangrijk waren voor de sound van dit vijftal.  Zo zou de opmerkelijke openingstrack “... Words From The Mountaintop”  perfect passen als opener bij  een show van Dog  Eat Dog of Mucky Pup.   Ook duidelijk zijn de invloeden van grungegrootheden als  Alice In Chains en Soundgarden.  Zo zijn er de opmerkelijke vocalen van Titus Monteyne die refereren naar wijlen Layne Staley en de verschillende stevige, donkere riffs waar de band een patent op heeft (luister maar naar de fantastische openingsakkoorden van ‘Separate Ways’).
Daarnaast is ook een hardere gitaarband als Queens Of The Stone Age (check de gitaren op “Hundred Songs”) nooit ver weg, de mannen houden er duidelijk van om regelmatig stevig van jetje te geven.  
Een puike debuutplaat dus en een mooi visikaartje voor deze Roeselarenaren. We eindigen met het uitreiken van een bonuspunt voor het zeer verzorgde artwork. Surf snel naar www.itheexploder.be .

Kotipelto & Liimatainen

Blackoustic

Geschreven door

Akoestisch blijkt de laatste tijd nogal in te zijn... Waarschijnlijk zal dat niet de beweegreden zijn van de heren Kotipelto & Liimatainen om met een volledig akoestische plaat te komen gezien het duo al een heel tijdje dergelijke shows speelt.  Voor wie de twee mannen niet kent: Timo Kotipelto is de frontman van de metalband Stratovarius en van Kotipelto, Jani Liimatainen speelde voorheen bij Sonata Arctica.  Omdat nogal wat fans hun optredens met een smartphone registreerden, vonden ze het opportuun om zelf een plaat met de nodige geluidskwaliteit te maken. 
Op ‘Blakoustic’ staan de meeste nummers die ze ook live brengen.    Daaronder uiteraard de bekende Stratovarius-covers zoals “Black Diamond” en “Hunting High And Low” maar ook tracks zoals “Serenity” en “Sleep Well” uit de solo-albums van Kotipelto.    Daarnaast vinden we covers van bekende tracks zoals Pete Townshends “Micky Blue Eyes” en Deep Purples “Perfect Strangers”.   Er is ook ruimte voor een nieuwe compositie, nl de ballad “Where My Rainbow Ends”.  We kunnen stellen dat de Finnen geslaagd zijn in hun opzet en een mooi klinkende plaat met prim gitaarpartijen en dito vocalen hebben geproduceerd.  We plaatsen er wel de kanttekening bij dat ze duidelijk op safe speelden en dat ‘Blackoustic’ zelden spettert of spannend wordt...

Fidlar

Fidlar

Geschreven door

Blik op oneindig, verstand op nul, gaspedaal volledig ingedrukt en vooruit met de geit. Dat is zowat de ingesteldheid bij de in your face punkrock van Fidlar. Het refrein van de openingssong spreekt boekdelen : ‘I drink cheap beer, so what, fuck you !’
FIDLAR staat trouwens voor “Fuck it, dog, life’s a risk”. U hoeft dus geen uitzonderlijk intellect te hebben om te kunnen volgen. Maar dat moest ook niet bij The Ramones, en hoe geniaal waren die niet ? Waarmee we al onmiddellijk een eerste referentie hebben, denk verder nog aan Circle Jerks, The Germs, Howler en vroege Replacements, en u weet zo een beetje hoe Fidlar klinkt.
Niet echt origineel, zegt u ? Ok, so be it, maar wel duizend keer efficiënter dan de banale prefab punk van groepjes als Blink 182 en Sum 41. Fidlar is stukken opwindender en vooral vuiler, zoals in de vettige garagerockers “Stoke and broke” en “Wait for the man” die ons doen denken aan The Nomads in hun smerigste dagen. “Max Can’t surf” en “Blackout Stout” halen op hun beurt de frisheid van pakweg The Vaccines naar boven en de rotvaart die Fidlar bereikt in kopstoten “White on White”, “Wake Bake Skate” en “5 to 9” nodigt uit tot wilde pogo feestjes en circle pits.
Het is simpele garagepunk, niet meer of niet minder, maar het werkt bijzonder aanstekelijk en dat is wat telt.
Voor zij die een heus punkfeestje willen bouwen en eens goed tegen elkaar willen aanbotsen, Fidlar komt naar de Antwerpse Trix op maandag 4 maart.

Unknown Mortal Orchestra

II

Geschreven door

Jonge groepjes die zich laten bedwelmen door de psychedelica en de acid gekte van de sixties zijn weer alomtegenwoordig, denk aan Tame Impala, Thee Oh Sees, Foxygen, Allah-Las, Ariel Pink’s Haunted Graffiti, Jacco Gardner en ook deze Unknown Mortal Orchestra. De band begeeft zich op het open minded pas tussen The Mothers Of Invention, Syd Barrett, Love, The Byrds, The Beatles, Jimi Hendrix, 13 th Floor Elevators en Funkadelic.
Op hun tweede plaat staan sprankelende songs die lijken te zijn gemaakt in de meest geestesverruimende periode van de sixties. Veelzijdigheid, gekte en geschift vernuft liggen aan de grond van verfrissende groovy songs met heerlijke tempowisselingen en muzikale verassingen. Zappateske gitaartjes mengen zich met spacy Flaming Lips geluidjes en ondergedompelde T-Rex riffs. Dit is zonder meer een plaatje die het moet hebben van zijn zweverige sound, maar die ook pareltjes van songs herbergt. Zo kan het prachtige “Monki” doorgaan als iets van Sparklehorse, maar dan met een ietwat minder gekwelde geest aan het roer. Waarmee we willen zeggen, mocht de betreurde Mark Linkous het leven iets rooskleuriger hebben ingezien, dan had hij die song ook wel uit zijn mouw kunnen schudden.
Verder staat hier geen enkele stinker op, integendeel, de songs ademen allemaal een andere fleurige bloemengeur uit zonder daarom dat fletse flower power gevoel van de hippies op te roepen.

Pagina 359 van 498