logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Morning Parade

Morning Parade

Geschreven door

Het Britse Morning Parade uit Harlow, Essex debuteert met een reeks radiovriendelijke songs. Popsongs , die de Britpop niet verloochenen . Niet voor niks klopte het kwintet aan bij de Blur – Damon Albarn studio’s .
Een mengeling van melancholische en aanstekelijke melodieuze poprock, waarbij men houdt van meezingbare refreinen en ballads tussenin . Pré-stadionrock met brave en vette synthlagen, die een beatje kunnen verdragen . Ze halen grote bands als Coldplay, Snow Patrol en Oasis voor ogen . Qua creatief statement niet echt betekenisvol, maar eentje die met de vorig jaar verschenen EP ‘Under the stars’ met songs “A&E”, “Monday Morning” en de titelsong “Under the stars”  onze nieuwsgierigheid opwekte.
Vaardige en broeierige songs horen we hier als “Blue winter” en “Headlights” die de cd openen , meeslepende “Us & Ourselves”, “Close to your hearts”  en “Born alone” volgen. Ze worden afgewisseld met de (intieme) pianoballad “Running down the aisle”, “Half litre bottles” en “Monday morning” van de EP. De single “Under the stars” ontbreekt hier niet en is nog steeds die ‘finest worksong’ van de plaat …

Mirel Wagner

Mirel Wagner

Geschreven door

Een fijne debuutplaat alvast van een 23 jarige  sing/songschrijfster hebben we hier … Ze is geboren in Ethiopië en groeide op in Espoo (Finland). Ze ontroert door haar summier integer, ingetogen, tintelend, emotievol gitaargetokkel en haar warme , zachtmoedige zuivere stem. Innemend , gevoelig als aanstekelijk materiaal met een zekere melancholie en doorleefde muzikaliteit . 9 songs grijpen terug naar de kleine gebeurtenissen in haar leven. Hier horen  we invloed van Joan Armatrading, Marianne Faithfull, Robin Proper-Sheppard en Leonard Cohen. Haar kaalgeplukt materiaal intrigeert . Hou er “No hands”, “The well”, “No death”, “Despair”, “Joe” en “To the bone” maar eens op na …

Leonard Cohen

Old Ideas

Geschreven door

Eén van de levende legendes , intussen de 77 voorbij, is dichter Cohen . Sinds dat hij in 2005 ontdekte dat hij werd bedrogen door zijn manager en zijn geld kwijt was , keerde hij terug op de podia. Een wereldtournee van wel 250 shows in 31 landen , werd een groot succes en zorgde ervoor dat de kas gespijzigd werd. De sing/songwriter van een ‘See a darkness’ heeft een nieuwe plaat uit , ‘Old ideas’. Tien doorleefde , warme , sfeervolle songs met een donker kantje over dood , religie , liefde , lust en de donkere kanten van relaties , zoals we dat goed kennen van Cohen . Klankkleur krijgt het materiaal door een toegevoegd instrumentarium en harmonieën van vrouwenkoortjes van o.m. Jennifer Warnes , Sharon Robinson, The Webb Sisters en zijn partner Anjani Thomas.
Een meeslepend album met o.m. een intrigerende versie van “Amen” … zover is hij bijlange nog niet .
Binnenkort terug in het land voor een reeks concerten van een neverending worldtour …

Hellfest 2012 – 7de editie in een nieuw jasje

Geschreven door

 

Hellfest 2012 – 7de editie in een nieuw jasje
Hellfest 2012

We hadden vorige week met onze ‘GMC Explorer Van’ er met plezier terug een kleine 800 km voor over om naar het Zuidwesten van Frankrijk te cruisen voor wat alternatief muzikaal genot. Dat het driedaagse Hellfest jaar na jaar aan internationale interesse wint bij het alternatieve publiek is een understatement. Het Franse ‘Feestje in de Hel’, dat jaarlijks plaats vindt in het pittoreske dorpje Clisson nabij Nantes, werd dit jaar georganiseerd op een nieuwe site. Met een gemiddeld aantal van 35000 bezoekers per dag (wat 10 tot 15000 meer is dan bij de vorige editie) kon men niet anders dan een forse investering doen van maar liefst €800000, waarvan €200000 alleen al naar de opbouw en afwerking van het nieuwe terrein ging. Een terrein dat 14 hectare omvat, wat het dubbele is van vorig jaar. Het uit zijn voegen barstende festival had dit jaar dan ook plaats achter gesloten deuren, m.a.w. geen dagtickets meer te verkrijgen en dus volledig uitverkocht voor drie dagen hels lawaai.

Het was dan ook een beetje wennen aan het vernieuwde festivalterrein op vrijdag. Meerdere podia stonden ergens anders opgesteld en er waren er twee (The Altar en The Temple) bijgekomen wat het totaal dit jaar op 6 bracht. Ook de backstage/VIP ruimte was dubbel zo groot als vorig jaar. Na eerst wat te ‘socializen’ met wat internationale vrienden en een uit Antwerpen afkomstige stagemanager van o.a. Vomitory vertrokken we uit de backstageruimte om wat bands te gaan meepikken op het festivalterrein.

In The Valley, wat ons vast podium zou worden, zagen we halverwege de middag onze eerste verrassing van de dag. The Atomic Bitchwax uit New Jersey gaven een gevarieerde maar gebalde set van een groot half uur. Wat wil je, met ex-leden van groepen als Raging Slab, Core en Black Nasa in de rangen.
Het trio Chris Kosnik (bass/vocals), Bob Pantella (drums) en Finn Ryan (guitar/vocals) stonden op scherp. Hun psychedelische stonerrock verspreidde zich als een aanstekelijk vuurtje door de Valleytent. Als we dan toch een hoogtepunt moeten kiezen: geef ons dan maar het hevig voortstuwende “Forty-Five” uit hun ‘II’-album. Een explosie zowel op het podium als ervoor met een uitzinnig publiek op de eerste rijen.

Wie nog meer op een uit de bol gaand publiek kon rekenen was het Engelse Orange Goblin. Een overvolle Valley-tent en overweldigende zanger Ben Ward, die zichtbaar intens genoot van zoveel positieve respons vanuit het publiek. Het viertal bracht dan ook drie kwartier stoner/doommetal van de bovenste plank. Vooral de songs “Acid Trial” en “The Fog” uit hun recente album “A Eulogy For The Damned” kon op veel bijval rekenen. Maar ook het oudere werk “They Come Back (Harvest Of Skulls)” uit het ‘Healing Through Fire’-album en “Blue Snow” uit het ‘Time Travelling Blues’-album werd meer dan gesmaakt door een dolenthousiast publiek. Ondergetekende genoot ook met volle teugen.

Dan was het tijd voor een uurtje excellente street punk van het Engelse, uit Birmingham afkomstige, (Charged) G.B.H. (Grievous Bodely Harm) in de Warzone. En er werd heftig tegen schenen geschopt, niet alleen qua lyrics, maar ook letterlijk in een verhitte moshpit juist voor het podium. We onthouden dat de oude punkratten het niet echt hebben voor de flikken. ‘ACAB (All Cops Are Bastards)’ was een hun leitmotiv. Ook alcohol was een terugkerend onderwerp. Je kon natuurlijk niets anders verwachten van deze oldskool punks. Van alcohol gesproken: op deze Hellfesteditie werden maar liefst 140000 liter bier voorzien, wat maar liefst 40000 liter meer is dan wat op de vorige editie achterover werd gegoten. Hoogtepunt was zonder twijfel “City Baby Attacked By Rats” uit hun gelijknamige debuutalbum van 1982. Streetpunk op zijn best en een puik optreden.

Op de Mainstage 02 bracht Turbonegro hun Noorse ‘deathpunk’ met verve. Totaal anders dan de streetpunk van G.B.H. maar desondanks even aanstekelijk. Het feit dat boegbeeld Hank Von Helvete in 2010 opstapte om bij Doctor Midnight & The Mercy Cult een wending in zijn carrière te maken, deed niets af van dit optreden met nieuwe zanger Tony Sylvester aka The Duke Of Nothing. Grappige songteksten (“All My Friends Are Dead”, “I Got Erection”, …) in combinatie met de typische ‘party-music’ maakten van hun doortocht op Hellfest terug een feestje dat je niet wil missen. Ook hun nieuwste single “You Give Me Worms” werd luidkeels meegezongen door hun Turbojugend-aanhang. Gezien en goed bevonden.

Ook het eerste halfuur Lynyrd Skynyrd (ouwe rakkers uit de 60ies) kon ons bekoren. Hun Amerikaanse seventies rock bracht ook een grote menigte voor Mainstage 01 in vervoering. Iedereen kent wel hun klassieker “Sweet Home Alabama”. Die werd dan ook luidkeels meegezongen …

… Maar we konden niet het volledige concert meepikken, daar we koste wat kost het concert van Hank 3 volledig wilden meemaken. Shelton Hank Williams III is de kleinzoon van countrylegende Hank Williams en een multi-instrumentalist, die zonder verpinken overschakelt van country, via punk naar metal. Hij speelt bas in Phil Anselmo’s legendarische metalband Superjoint Ritual, drumt bij de punkband Arson Anthem (ook met Phil Anselmo van Pantera en Mike Williams van EyeHateGod) en heeft zijn eigen punkmetalband Assjack. Met andere woorden een bezige bij die een overvolle Valley maar liefst 2 uur kon bekoren. Het eerste uur vulde Hank 3 de tent met countrysongs waar een serieuze hoek van af was. Als je dan voor je nog een zootje ongeregeld uit Holland hebt staan, kan de pret niet op. Een uurtje feesten, dansen en gek doen op een mix van punk en country. We konden onze lach niet onderdrukken. Maar na een uur was de pret op, want Hank 3 besloot het roer volledig om te draaien en het laatste uur die typische Assjack punkmetal door de Valleytent te blazen.
We stonden versteend te kijken naar een overvloed aan decibels die op het podium werd geproduceerd. Heavyness in het kwadraat met een volledig ontketende Williams op het podium. Van een omschakeling gesproken. Zelden een dergelijk bizar concert meegemaakt waarop het publiek het ene moment dolenthousiast staat te dansen om daarna verbijsterd te staan kijken.
Toch niets dan positieve reacties vanuit het publiek en van ondergetekende bij afloop.

We hadden geen tijd om deftig te bekomen van Hank 3 want we wilden als afsluiter nog Megadeth meepikken op Mainstage 01. De band rond Dave Mustaine (ex-Metallica) was al een goed kwartier bezig toen we eindelijk een plekje voor het hoofdpodium konden veroveren. We zagen een band die goed op dreef was en onthouden snedige versies van “Sweating Bullets”, “Public Enemy N°1” en het massaal meegezongen “Symphony of  Destruction”. Enkel jammer dat Mustaine iets te dronken op het podium stond. Dit deed geen goed aan zijn bijdrage.

Dag 1 zat er op. We vertrokken richting backstage om nog wat na te kaarten en daarna richting camping om wat te proberen te slapen en fris te zijn voor dag 2 …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/hellfest-2012/

Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Hellfest 2012 – Belgen bevestigen op dag 2

Geschreven door

 

Hellfest 2012 – Belgen bevestigen op dag 2
Hellfest 2012

Op dag 2 van Hellfest zorgden we ervoor dat we tegen de middag aanwezig waren op het festivalterrein. Temeer daar een klein uurtje later 2 Belgische groepen tezelfdertijd hun set moesten afwerken. Channel Zero op Mainstage 02 en Amenra in The Valley. Het spreekwoord zegt: ‘Kiezen of delen’ en we kozen voor het tweede. We pikten de eerste 2 songs van Channel Zero mee en zagen dat alles goed ging komen. Het publiek ging uit zijn dak. Maar we waren meer geïnteresseerd in wat streekgenoten Amenra zouden presenteren in The Valley. Ze namen onlangs een nieuw album (‘Mass V’) op met niemand minder dan producer Billy Anderson. Hij noemt zichzelf graag ‘producer-engine Ear’, is al sinds 1988 aan de slag en werkte in de loop der jaren samen met meer dan honderd bands. De meest gekende namen van bands waar hij mee samen werkte zijn: Sleep, Swans, EyeHateGod, Melvins, Mr. Bungle en Fantômas. Geen kattenpis dus. Bij aankomst moesten we ons naar voor wringen, zo volgepakt zat deze festivaltent. Blijkbaar slagen de mannen van Amenra er telkens in om nog meer publiek aan te trekken en hun cultstatus hoog in het vaandel te dragen.
Songs ontsponnen zich vanuit een kalme aanzet over dreigende passages tot exploderende erupties van heavy riffs en donkere soundscapes. Het recept waardoor Amenra groot is geworden. Voeg daar nog het jammerende gekrijs van zanger Colin H. van Eeckhout aan toe en je krijgt een uniek spektakel met op regelmatige basis zwaar uitgedeelde precisiekopstoten. Amenra stelde nooit teleur en kreeg dan ook een verdiend hartelijke respons van het talrijk opgekomen publiek, waaronder ook een nest Westvlamingen. Klasse optreden. Setlist Amenra: “Silver Needle. Golden Nail.” // “De Dodenakker” // “Aorte. Nous Sommes Du Même sang” // Terziele.

Een klein uurtje na onze streekgenoten was het de beurt aan Big Business.
Het trio uit Seattle bracht hun stoner/sludge metal met de kracht van een voorhamer. Bassist Jared Warren (ex-Karp, Melvins) trok zijn bassnaren bijna in de vernieling terwijl hij zijn stembanden aan diggelen schreeuwde. Coady Willis (ex-Murder City Angels, Melvins) ondersteunde zijn bandmate door zijn drumset alle kanten van het podium te tonen. Wat een talentvolle drummer zagen we hier aan het werk. Met open mond stonden we te kijken hoe hij zijn drumstel binnenste buiten keerde. Scott Martin liet zijn gitaarsnaren als scheermesjes de meest bizarre riffs over het publiek uitstrooien. We genoten vooral van de songs uit hun meesterwerk ‘Here Come The Waterworks’ (2007) Onze favoriet “Hands Up” met een ‘stampede’ schreeuwende Warren, bulldozersong “Grounds For Divorce” en het opzwepende “Start Your Digging” zorgden achteraf voor hevige nekpijn door het constante geheadbang. Maar daar maalden we niet om: we zagen een subliem Big Business optreden en kunnen niet wachten tot ze binnen enkele weken in de Vooruit in Gent dit nog eens herhalen.

Sacred Reich is een trashmetal band die we sinds 1985 nauw aan het hart dragen. En dat de trashers het na al die jaren nog niet verleerd zijn, bewezen ze op Mainstage 02. Het publiek stond geen seconde stil en er werd gemosht, getrasht en geheadbanged alsof elk moment de wereld kon vergaan. Een héél gemengd publiek trouwens: van jonge tieners tot oudere veertigers en vijftigers. Ook de meisjes/vrouwen lieten van zich horen en zien, wat mooi meegenomen was. Zanger/bassist Phil Rind zag dit alles met een brede glimlach voor zijn voeten afspelen. Hij zag dat het zijn publiek met volle teugen genoot en hield eraan om hier en daar goedkeurend en knikkend individuele fans aan te wijzen met zijn typische wijsvingertje. Jammer dat ze slechts vijftig minuten toebedeeld kregen. Te weinig naar onze smaak. Toch kregen we de klassiekers “Ignorance”, “Rest In Peace”, “Love… Hate”, “Crimes Against Humanity” en “Independent” voorgeschoteld. En als kers op de taart gesmaakte versies van de Black Sabbath cover “Warpigs” (opgedragen aan de zieke Tommy Iommi) en uitsmijter “Surf Nicaragua”. Een optreden vol nostalgie en een blij weerzien met deze krasse knarren. Goedgekeurd door ondergetekende.

Een uurtje later duwde pletwals Unsane de Valleytent bijna in de vernieling tijdens een stomend concert. Ze brachten onlangs het loodzware album ‘Wreck’ uit op Alternative Records. Zaterdag moesten ze noodgedwongen gebruik maken van Coady Willis (Big Business), daar drummer Vinnie Signorelli werd opgenomen in het ziekenhuis. Dit deed echter niets af van hun typische loeiharde sound en bevestigde nog maar eens dat Willis een veelzijdige superdrummer is. Zanger Chris Spencer spuwde letterlijk zijn lyrics in de microfoon en met een verbeten grimas trok hij zijn snaren bijna van de frets van zijn gitaar. Elke serial killer of crimineel zou zich gedeisd houden, moest hij Spencer in deze staat kruisen in een steeg in zijn thuisbasis New York. Wat zag die kerel er ‘pissed off’  uit zeg. Bassist Dave Curran zorgde samen met Willis voor een perfecte backup voor het geweld van Spencer. Naast het oudere werk: “Against The Grain”, “Sick” en “Committed” liet Unsane nu en dan een nieuwe song op het publiek los. Hoogtepunt was ongetwijfeld de Flipper cover “Ha Ha Ha” uit hun laatste album en tevens de laatste song van hun set. Een hevig einde van een moordend optreden. Grote klasse. We zien ze binnen enkele weken – samen met Big Business – in de Gentse Vooruit.

En als je dan dacht dat je die dag al alles meegemaakt en gezien had, kwam Yob een uur later er nog een schepje bovenop doen. We hebben ze al uitgebreid besproken tijdens hun optreden op Roadburn en ook deze keer werden we meegezogen in het Yob-universum. Een in bloedvorm zijnde Mike Scheidt breide de machtige riffs aan elkaar terwijl zijn ritmesessie (Aaron Reiseberg op bas en Travis Foster op drums) hem hierin met verve ondersteunde. Yob stond niet als een huis maar eerder als een Egyptische piramide te heersen in The Valley. Scheidt & co zagen dat het goed was en na een goed uur durende heavy doomtrip werden we abrupt uit onze hypnose gehaald. Dit mocht gerust nog een uur geduurd hebben. Yob blijft een fenomeen dat je zeker eens in je leven live moet meegemaakt hebben. Verslavend, verfrissend
en kolossaal! Het hoogtepunt van de dag.

We waren dan ook niet ongelukkig dat we hierdoor landgenoten Aborted misten in de Altar tent. We hoorden achteraf dat ook zij ons landje met trots op de kaart zetten bij onze zuiderburen. En dan was het uitkijken naar legende Saint Vitus. Een band met een cultstatus van hier tot in Tokyo en die op menige jeansvest in patchvorm prijkte. De Valley was dan ook te klein en vol met festivalgangers die een glimp van deze cultband wilden opvangen. Gelukkig hadden we tijdig een plaatsje veroverd en konden we genieten van een uur doommetal om je vingers bij af te likken. Zanger Wino (Scott Weinrich) keek nog bozer en intenser dan gewoonlijk en gitarist Dave Chandler kon zijn kunstjes terug niet laten. Gitaar achter de rug, tanden in de gitaarsnaren pluggen: het hoort allemaal bij de act van Chandler en we zijn er weg van. Ze brachten onlangs het nieuwe ‘Lillie: F-65’ uit en het was een lange bevalling, want hun laatste wapenfeit dateert al van 1995 (‘Die Healing’).
“Let Them Fall” uit deze laatste schijf kon ons zeer bekoren. Hoogtepunten van de set waren: “Saint Vitus”, “Clear Windowpane”, “Dying Inside” en het lijflied “Born Too Late”. Saint Vitus bewees nog maar eens dat ze dé doomcultband bij uitstek zijn. Een optreden om in te kaderen.
Set list Saint Vitus: “Vertigo” // “Blessed Night” // “I Bleed Black” // “Clear Windowpane” // “Let Them Fall” // “The Bleeding Ground” // “Mystic Lady” // “The Waste of Time” // “Look Behind You” // Encores: “Dying Inside” & “Born Too Late”.

 
Daarna trokken we richting backstage om via grootscherm nog wat Machine Head en Guns n’ Roses mee te pikken tussen de gesprekken door. Het zag er allemaal goed uit van op afstand en later werd dit ook nog eens bevestigd door de later binnenstromende persvrienden in de VIP-ruimte. Het was goed geweest voor dag 2 en na een slaapmutsje (Belgische Grimbergen) vertrokken we voor een welverdiende nachtrust na een dag vol schitterende optredens.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/hellfest-2012/

Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Hellfest 2012 – Sunn O))) trekt de Valley-tent bijna vacuüm

Geschreven door

 

Hellfest 2012 – Sunn O))) trekt de Valley-tent bijna vacuüm
Hellfest 2012
Op de laatste festivaldag was D-A-D (het vroegere Disneyland After Dark) de eerste band die we aan het werk zagen op Mainstage 01. De Denen brachten hun ‘good clean family entertainement’ met een knipoog. Zoals gewoonlijk dus: met ‘tongue in cheeck’. We zagen ze al meermaals aan het werk (bvb. in de jaren tachtig op het legendarische Futurama-festival in Deinze) en ze ontgoochelden nog nooit. Hun zogenaamde cowpunk werkte aanstekelijk en nummers als “Riding with Sue”, “Bad Crazyness” en “Sleeping my day away” lieten een nostalgische glimlach op menige D-A-D-fanmond verschijnen. Leuke start van dag 3.

We bleven niet tot het einde van de set daar we het Zwitserse Monkey 3, een jam-band met een voorliefde voor psychedelische stonerrock, van bij de start van hun gig in The Valley wilden meemaken. Hun voorliefde voor Pink Floyd, Black Sabbath en Led Zeppelin steken de heren niet onder stoelen of banken daar hun sound sterk geïnspireerd is door deze megabands. Hun debuutplaat ‘Monkey 3’ werd trouwens uitgebracht op het Belgische Buzzville Records label en zette hen direct internationaal op de stonerrockmap. We kregen een gebalde set, doorspekt van deze opzwepende stonerrock met een Zwitserse touch en vonden het jammer dat ze er na 50 minuten noodgedwongen moesten mee ophouden. Zeer sterk concert en check ‘em out op het Belgische Yellowstockfestival in Geel deze zomer. Dan kan je zelf aan de lijve ondervinden hoe sterk dit Zwitsers 4-tal live voor de dag kan komen.

In dezelfde Valley-tent stond een uurtje later Acid King geprogrammeerd. Deze band wilden we voor geen geld ter de wereld missen. De tent stond terug barstensvol en het Californische 3-tal liet er geen gras over groeien en spitste ons direct een loeiharde versie van “2 wheel nation” (uit het Acid King III album) in de maag. Zangeres Lori S. typische lijzige stem zat goed in de mix en ritmesectie Joey Osbourne (drums) en Mark Lamb (bas) zorgden voor de perfecte zware ondersteuning. Heavy riffs werden met orkaankracht de Valley-tent ingeblazen en na een groot half uur kregen we nog een kolossale versie van “Sunshine and Sorrow” over ons heen gewalst. Want zo kan je Acid King het best omschrijven: een pletwals van heavy stonermetal. Van het begin tot het einde een schitterend opgebouwde set. Chapeau.

Na Acid King pikten we nog een kleine portie Hatebreed  mee alvorens de backstage in te stappen. De Amerikanen uit Connecticut hadden al van bij de start een moshpit in de frontlinies voor elkaar gekregen. Hun metalcore zette het publiek voor de Mainstage 01 in vuur en vlam. Opener “Never let it die”, gevolgd door “Before Dishonour”, “Betrayed by Life” en een loeihard “As Diehard As they come” ging er bij het overenthousiaste publiek in als zoete koek. Daarna trokken we naar de VIP-ruimte waar we op groot scherm nog – tussen enkele Grimbergen biertjes door – nog gretige versies van “Perseverance”, “Defeatist” en “Last Breath” zagen. Hatebreed deed wat van ze verwacht werd: het publiek geen seconde stil laten en ze overspoelen met hun typische metalcore.

Devildriver (de band rond Dez Fafara van het legendarische Coal Chamber) gaf er van bij de start ook een lap op enkele minuten na Hatebreed op Mainstage 02. Daar we nog backstage zaten, zagen we ze enkel via groot scherm maar aan de beelden te zien, ging het er heftig aan toe in de eerste rijen voor het hoofdpodium. Fafara liet geen moment onbenut om het publiek nog meer op te jutten. “Death To Rights” uit hun laatste ‘Beast’-album en uitsmijter “I Could Care Less” waren voor ons het hoogtepunt van hun energieke set.
Op weg naar het concert van Pentagram in de Valley tent kregen we toevallig nog de klassieker “(Don’t Fear) The Reaper” van Blue Öyster Cult  te horen. De band stond hun set af te werken op Mainstage 01. Maar veel tijd hadden we niet, daar we zeker in het voorste gedeelte van de Valley tent wilden staan.

Pentagram zagen we twee jaar terug op Roadburn, waar ze zwaar ontgoochelden doordat zanger Bobby Liebling allesbehalve in vorm was. Op Hellfest zagen we echter een herboren Liebling. Goed bij stem, beweeglijker en levendiger dan enkele jaren geleden. En dat bracht alleen maar een positieve noot aan de 50 minuten durende superset van de uit Alexandria (Virginia) afkomstige pioneers van de doom. Pentagram is een mijlpaal in het genre maar kreeg nooit dezelfde erkenning als tijdsgenoten Black Sabbath. Maar wat kon ons het wat schelen. Met Bobby Liebling in topform en gitarist Victor Griffin in een gretige bui is Pentagram een doomband om U tegen te zeggen. En dat konden we een klein uur lang ondervinden in de overvolle Valley tent met een overenthousiast publiek. Pentagram kwam, zag en overwon deze keer. En daar waren we blij om, want hun doom is mega als ze op scherp staan.
Hier de setlist vanop Hellfest: “Death Row”, “All Your Sins”, “Into The Ground”, “When The Screams Come”, “Forever My Queen”, “Sign Of The Wolf”, “Relentless”, “Dying World” en “Wartime”.

In de verte zagen we Mötley Crüe een karikatuur van zichzelf weggeven op Mainstage 01. Spinal Tap was nooit veraf en alle clichés uit het genre waren aanwezig. Niet echt onze ‘cup of tea’ ...

 The Obsessed, de band van Saint Vitus-boegbeeld Scott ‘Wino’ Weinrich was onze volgende gig die we koste wat kost wilden zien. Het was blijkbaar de verjaardag van Wino op zondag en als je dacht dat hij deze met een overload aan drank zou gevierd hebben, dan was je eraan voor de moeite. Wino stond scherper dan ooit en zag er allesbehalve dronken uit. Eerder omgekeerd: supergeconcentreerd en gretig als een jonge wolf om het publiek nogmaals te tonen dat The Obsessed meesters en pioneers zijn en blijven in het doommetal genre. De frontman vierde zijn verjaardag door het publiek het mooiste verjaardagsgeschenk terug te schenken: één uur doommetal van de bovenste plank. We konden niets beters wensen. Gezien en goedgekeurd.

En dan was het wachten op het finale concert in The Valley: Sunn O))) stond geprogrammeerd als hoofdact.
We hadden ze twee jaar terug al de 013 zaal in Tilburg zien slopen en waren gespannen wat de band dit keer aan decibels had meegebracht. Toen de bandleden rond 23h30 in paterspij het door rook omgeven hoofdpodium betraden en met een oorverscheurend lawaai hun set startten, scheurden blijkbaar buiten ook de hemelsluizen uit hun voegen en barstte een stortvloed aan regen over het festivalterrein. Toeval? Wij denken van niet. Sunn O))) blies van bij de start alle zuurstof uit de Valleytent en trok ze bijna vacuüm. Wat een intense ervaring voor het talrijk opgekomen publiek. Sunn O))) slaagt er telkens in om door hun imposante geluid je ook fysiek hevig te treffen. We zagen trouwens dat enkele festivalgangers noodgedwongen de tent moesten verlaten, daar ze onpasselijk werden door zoveel lijfelijk geweld. We kregen een uur drones, noise en downtuned gitaargeweld van core bandleden Greg Anderson en Stephen O’ Malley, terwijl zanger Attilla zijn keelgat zo wijd openzette, dat je verwonderd was dat zijn luchtpijp het niet liet afweten. Geen drums, enkel nu en dan een akkoordverlaging of verhoging en wat zware keyboardsoundscapes. Zwaarder en luider kon volgens ons niet, tenzij je rekening houdt met Swans in hun hoogdagen.
Toch geraak je bij Sunn O))) concerten telkens in een vreemd soort trance. Je wordt gehypnotiseerd terwijl je lijf en oren je zeggen dat je beter het concert zou verlaten.
Moest Sunn O))) hun gig brengen voor doven en slechthorenden: ze konden de muziek aan den lijve ondervinden en ook meegenieten. Hoewel genieten niet het juiste woord is in deze context. Grappig moment was het op regelmatige basis opsteken van een opgezette reiger door iemand in het publiek. We konden ondanks de ernst van dit concert onze lach niet onderdrukken. Anderson en O’ Malley kunnen het ook nooit laten om tijdens hun gigs een fles rode wijn soldaat te maken. Ook het typische in de lucht steken van hun gitaren in de finale van hun set geeft je rillingen over je volledige ruggengraat.
En wat voor een finale: luid, luider, luidst! En dan plots niets meer … en een applaus dat verstomde daar je het bijna niet meer kon horen door een uur van een overload aan decibels. Indrukwekkend en achteraf louterend. Sunn O))) deed het terug.


Daarna wilden we nog iets van Ozzy Osbourne & Friends meepikken, maar door het barslechte weer buiten kortte Ozzy zijn set met een half uur in en was Mainstage 01 donker en verlaten toen we terug richting backstage liepen. Een backstage die zo vol was, dat we enkele minuten moesten wachten om er terug in te geraken en zo alsnog zwaar natgeregend werden.

We vonden het genoeg geweest en gingen richting camping om er ons wat af te drogen en met tinnitus in de oren probeerden we de slaap te vatten om de dag erop de lange terugweg aan te kunnen vatten. Hellfest 2012 was nog maar eens van start tot finish een schot in de roos en we kijken nu al reikhalzend uit naar de editie van 2013. Hopelijk zien we jullie daar ook!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/hellfest-2012/

Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Van Dyke Parks

Van Dyke Parks palmt de 4AD in

Geschreven door

Van Dyke Parks mag gerust als een levende legende beschouwd worden, maar dan eentje van het soort waarvan iedereen zijn naam wel ergens van kent maar wiens muziek een goed bewaard geheim is gebleven. De meesten kennen hem wellicht van zijn samenwerking met The Beach Boys. Zo herschreef hij de teksten van ‘Smile’ toen Brian Wilson het noorden aan het kwijtraken was. Maar ook zijn samenwerking met Joanna Newson, voor wie hij de arrangementen schreef van het controversiële album ‘Ys’, sprak tot de verbeelding. Het aantal namen met wie hij collaboreerde is schier eindeloos : Ry Cooder, Tim Buckley, Harry Nilson, Keith Moon, The Byrds, Peter Case, ... Hij verscheen zelfs een korte periode samen met Frank Zappa's Mothers Of Invention op het podium. Alsof dat niet genoeg is schreef hij ook nog enkele boeken, acteerde in films en had zelfs een rolletje in een aflevering van 'Twin Peaks'. Zijn eigen werk beperkt zich dan weer tot slechts een zestal platen waarvan de eerste drie, ‘Song cycle’ uit '68, ‘Discover America’ uit '72 en ‘Clang of the yankee reaper’ uit '75, nu opnieuw zijn uitgebracht. Wat een mooie aanleiding was voor een korte Europese tour, waarbij België zich gelukkig mocht prijzen dat de 4AD bereid gevonden was om hiervoor haar nek uit te steken.

Van Dyke Parks bleek een zeer aimabel man, die voor hij begon de 4AD (die hij ‘perfect in every detail’ vond) uitvoerig bedankte. 69 is hij intussen en hij ziet er klein en gedrongen uit maar toen hij plaats nam aan de piano en opende met een instrumental, werd meteen duidelijk dat zijn virtuoze vingers nog geen last hadden van slijtage. Mr. Parks had ervoor gekozen om zich te laten begeleiden door de Nederlander Reyer Zwart op staande bas en de Zuid-Afrikaan Don Heffington op drums. Maar of hij ze echt nodig had blijft de vraag, vooral de drums bleken wat aan de matte kant.
Van Dyke Parks zoekt zijn inspiratie voor zijn songs in stokoude en soms haast verloren gewaande genres als ragtime, calypso of New Orleans Jazz, maar weet toch op ieder nummer zijn eigen stempel te drukken via zijn unieke, wat barokke pianospel.
Wat de songkeuze betreft beperkte hij zich niet tot die drie eerste platen, zoals ik verwacht had, maar plukte hij nummers uit zijn volledige cataloog. Daarnaast vertolkte hij ook enkele bijzonder obscure covers, waarvan de oudste dateerde van halverwege de jaren 1800.
Wie om één of andere reden niet volledig overtuigd geweest zou zijn van zijn muzikale kunnen had zich nog altijd kunnen laven aan de vele verhalen die hij tussen de nummers door vertelde. De man bleek een entertainer van de zuiverste soort die het ondermeer had over de wrede Mississippi die Jeff Buckley, met wiens vader hij nog samenwerkte, uit ons midden rukte. Ook politiek schuwde hij zijn mening niet : "er is wel degelijk een verschil tussen de harde kneukels van Bush en de uitgestoken hand van Obama, geloof me". Om wat later sarcastisch uit de hoek te komen. "Ik heb het altijd moeilijk om te weten wanneer ik moet lachen of huilen. Soms lach ik op begrafenissen en soms ween ik op bruiloften, die soms al veel eerder hadden moeten plaatsvinden”.

Na zowat vijftig minuten hield hij het voor bekeken om uiteraard nog eens terug te komen voor een paar bissen waaronder een magistrale versie van "Sailin' shoes" (Little Feat). Het was mooi geweest maar of we nu het genie, waar hij doorgaans voor versleten wordt, nu aan het werk hadden gezien valt toch te betwijfelen. Hoewel velen daar waarschijnlijk anders over dachten, gezien de stormloop op de merchandisingstand.

Vooraf zagen we nog het Brusselse V.O. normaal een sextet dat voor deze gelegenheid herleid was tot een trio: Boris Gronenberger (zang, gitaren), Aurélie Muller (klarinet, vibrafoon) en trompettist Ludovic Bouteligier. De groep nam haar jongste plaat op met hulp van John McEntire (Tortoise). Er mocht dus toch wat verwacht worden maar ik bleef grotendeels op mijn honger zitten. Hun dromerige jazzpop deed in de beste momenten wat denken aan Robert Wyatt terwijl de gemanieerde vocalen best wel iets hadden, maar vraag me niet wat. Ondanks de variatie aan instrumenten sloeg de eenvormigheid uiteindelijk toe, iets wat misschien met een volledige bezetting te vermijden was.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Lou Reed

Lou Reed – From VU to LULU – ‘REED’ - strak

Geschreven door

Wat moest je nu weer verwachten van Hij Die Zijn Mond Scheurt Als Hij Moet Lachen. Verschillende mensen gaven ons verschillende signalen, van oersaai tot geniaal, van eigenzinnige songkeuze tot gedurfde playlist tot niet eens de moeite om te gaan. Verslagen zijn oftewel lovend, oftewel net het omgekeerde …

In ieder geval was den AB voor de tweede dag op rij volgelopen met bekende en minder bekende fans van alle leeftijden die onze knorpot heel enthousiast onthaalde. Ome Lou is duidelijk verouderd en, waar hij tijdens de vorige passagen in Brussel met zijn uitvoering van Berlin er nog retepatent uit zag, schuifelde hij nu zowat op het podium.
Meestal verandert Zijne Gegroefdheid niet van setlist, maar voor zaterdag had hij er wel aan gesleuteld. “White light/white heat” is wijselijk geschrapt van de set (remember ‘Later with Jools...’), en onder andere werd “Beginning to see the light” toegevoegd.
Lou kan nog altijd niet zingen, fraseren en gitaar spelen, maar toch gaf hij een meer dan puik concert weg. Zijne Monotoonheid kondigde zelfs met een licht sarcasme de ‘Lulu’-nummers aan, slaagt er nog iets te vaak zijn eigen songs naar de kloten te zingen – nou ja – door te laat in te vallen, verkeerd in te vallen of er gewoonweg enkele kilometers naast te zitten, maar de jonge schare muzikanten hebben met verve alles rechtgehouden. Die Lauwe Reet komt toch overal mee weg, hé.

De set is een perfecte mix van 4 Lulu nrs (die volgens mijn bescheiden mening live beter klinken dan op plaat) , een 6tal VU en solo hits en 4 minder bekende maar uitstekende songs.
Het begin verliep een beetje beverig – growing old in public - met een nogal hilarische versie van “Waiting for the Man” (Lou die telkens enorm lang wachtte om in te vallen met zang), en dit dan weer na een magistrale versie van “Heroin”. Het hoogtepunt start ergens halfwege met een magistrale versie van “Street Hassle”, vervolgens een boeiende versie met viool van “Cremation” (uit ‘Magic&Loss’), de uitstekende obscure song “Think it Over”, de hit “Walk on the Wild Side” (sax solo!) en dan een pakkende versie van “Sad Song” (met Joan as Policewoman in een glansrol).
In de bisronde zagen we Lou enorm genieten van de VU songs “Beginning to see the light” en “Sweet Jane”. Lou bedankte tot twee maal toe zijn muzikanten, en durfde zelfs het publiek aanspreken en bedanken! Zag ik daar niet iets wat op een kleine aanzet tot glimlach leek?

Besluit. Hoogtepunten werden net iets teveel afgevlakt door wat mindere momenten

Het voorprogramma is Joan as Policewoman die ook bij Lou op het podium staat als backing; de groep van dienst is uitstekend met als enige oudgediende den Tony op drums.

Setlist:
Brandenburg gate  + outro: ***, Heroin: *****, I’m waiting for the man: ****, Senselessly cruel: ***, The view: **, Lulu, een of ander 1akkoordlied: *, Street Hassle: *****, Cremation: ****, Think it’ over: *****, Walk On the Wild Side: ***** (heerlijke sax), Sad Song: ***** ( dankzij Joan), Junior Dad: ***, Beginning to see the Light : ****,
Sweet Jane: *** (waarom geen heerlijke solo ?)

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/joan-as-police-women-16-06-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/lou-reed-16-06-2012/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Paul Weller

Paul Weller op topniveau

Geschreven door

Een Weller marathon van maar liefst 31 songs, de fans werden duidelijk verwend vanavond. Geen support act, daar was geen tijd voor, een zeer vitale en alweer stijlvol uitgedoste Paul Weller zou de avond zo ook wel vol spelen. Hij had daar een goede reden voor, het publiek moest en zou kennismaken met de nieuwe plaat.

Hoewel ‘Sonik Kicks’ verre van Weller’s beste album is, zit er toch genoeg variatie in om met de integrale uivoering ervan niet door het podium te zakken.
In speedtempo en met scherpte werd de ganse plaat er doorgesast. “Green”, “Kling Klang” en “Around the lake” waren omwille van hun vinnigheid de uitschieters en met de dub-reggae van “Study in Blue” overtuigde Weller met verve in een genre dat hij nog nooit eerder had aangepakt, het enige wat we bij deze song misten was een joekel van een joint.
De voortreffelijke uitvoering van ‘Sonik Kicks’ bleek uiteindelijk nog maar een bescheiden voorsmaakje te zijn van wat komen zou.
Na een korte pauze gingen Weller en zijn wederom strak spelende band even zitten voor een akoestisch intermezzo van een viertal songs, waarvan wij vooral het bijzonder knappe “All on a misty morning” onthouden.
Daarna gingen de poppen pas echt aan het dansen, eenmaal de stekker terug in het stopcontact zat was Weller niet meer te houden. Het gretige “Moonshine” was de aanzet voor een hitsige elektrische ronde waarin een ontketende Weller op zijn allerbeste niveau presteerde met loeiende knallers als “From the floorboards up”, “22 dreams”, “Wake up the nation”, “Fast car slow traffic” en alweer een lange en fantastische versie van “Foot of the mountain”, onze favoriete Weller song. De Paul was volledig onder stoom gekomen en klonk krachtiger als ooit tevoren. Ook toen hij even achter de piano ging zitten voor het prachtige “Stanley road” bleef de elektriciteit volop in de lucht hangen.
In de bisronde werd na een overheerlijk “Broken stones” nog een tandje hoger geschakeld met enkele onsterfelijke Jam klassiekers. Weller’s punkbloed kwam volop terug naar boven in het snerende “Art School” en met “In the city” en “Start” (allebei Brits nationaal erfgoed als je ’t ons vraagt) ging het dak er helemaal af.

Omdat we ons rond deze tijd al eens in voetbaltermen mogen uitdrukken, hebben we het over een meer dan behoorlijke eerste helft gevolgd door een fenomenale tweede helft met enkele beauty’s van goals. Mochten de Engelse voetballers even goed presteren als deze rasartiest, dan worden ze gegarandeerd Europees kampioen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/paul-weller-14-06-2012/

Organisatie Live Nation + Ancienne Belgqiue , Brussel

Sharon Van Etten

Tramp

Geschreven door

Ze heeft al een paar platen uit , de uit NY, Brooklyn afkomstige sing/songwriter; ze komt nu in de spotlight met de nieuwe derde cd . Sharon Van Etten kreeg de hulp van Aaron Dessner, (The National ) die instond voor de productie . Een dosis melancholie horen we  in de korte, kernachtige, best spannende songs … Broeierig, dromerig  songmateriaal; met een lichte dreiging, met een welgemeende link naar de V.U.. De twaalf gevarieerde songs binnen het genre intrigeren en worden gedragen door haar indringende stem.
‘Tramp’ is een fijn indieplaatje , met een donkere folky tune.

Blood Red Shoes

In time to voices

Geschreven door

Het sympathie duo Blood Red Shoes, Laura-May Carter (zang/gitaar) en Steve Ansell (drum/gitaar), dragen we in het hart .Ze zijn toe aan de derde cd die ‘Fire like this’ en ‘Box of secrets’ opvolgt ; twee cd’s speelse,  uiterst genietbare, onstuimige, opwindende en gecontroleerd, harmonieus beklijvende gitaarsongs. Het duo slaagt erin op ongedwongen wijze  hun nummers de energie, de hooks en power te geven en de ritmes huppelen en dartelen om je heen; de songs bouwen goed op en durven  te exploderen, onstuimig, beheerst en doordacht.
Ook op de derde cd vinden we enkele stevig, snedige nummers terug , als de woeste “Je me perds” en de broeierige opbouwende “Lost kids” en “Cold” . De songs zijn spannend en winnen aan intensiteit en diepgang . Wat meer rock-ballad gehalte dus met de sfeervolle benadering van “Two dead minutes” , “Night light” en “Slip into blue”. Wat langzamer allemaal, maar het blijft prima klinken . Blood Red Shoes zorgen nog steeds voor een gezellig rock’n’roll onderonsje .

The Men

Open your heart

Geschreven door

Frisse gitaarrockband uit de States, beetje Husker Du, beetje Fucked Up, een onvermijdelijke streep Velvet Underground en in de weide nog een kudde op hol geslagen Feelies.
Ze vallen met de deur in huis met het driftige punknummer “Turn it around” en harken meteen op dat elan door met het smerige “Animal”. Het 7 minuten lang scheurende en aanzwellende “Oscillation” ontpopt zich tot één van onze favorieten, samen met het al even uitgebreide “Presence” dat al eens durft aanleunen tegen “Heroin” van de Velvets.
De gitaren gedragen zich als kwajongens die gemeen stuiteren, razen en rammelen op nijdige beestjes als “Cube” en het naar Sonic Youth neigende “Ex-dreams”.
Eén van de beste gitaarrockplaatjes die we het jongste jaar gehoord hebben, en een ferme stamp in de kloten van al die verwaande folk-rock groepjes waarmee we dezer dagen ongewild overspoeld worden.

Sigur Rós

Valtari

Geschreven door

Als IJslanders over heel de wereld populair worden met weinig voor de hand liggende muziek gezongen in de eigen moedertaal, je moet het maar doen. Met de groeiende internationale interesse werd geleidelijk aan ook de muziek van Sigur Ros wat toegankelijker, zonder dat daarbij al te veel toegevingen werden gedaan. ‘Valtari’ volgt die trend echter niet, integendeel, de plaat graaft dieper terug naar de roots en heeft meer ruisende en geheimzinnige klanktapijten dan melodieën in huis. Het is alleszins geen sollicitatie naar een plaatsje op de rockfestivalpodia. Het meest toegankelijke aan deze plaat is de titel, die deze keer wel in één adem uit te spreken is.
Het zal u misschien wat tijd kosten om het te ontdekken, maar ‘Valtari’ is van een ongekende ingetogen pracht. Hoewel ze in IJsland wel wat kunnen verdragen, zijn er op deze plaat geen vulkaanuitbarstingen te beleven. Het ontploft nooit maar blijft de ganse plaat op een hemelse manier verder sluimeren. ‘Valtari’ is een ongelooflijk mooi album gevuld met adembenemende soundscapes die maar mondjesmaat hun geheimen en vooral hun schoonheid prijsgeven. Eentje om stil van te worden.
Nu de wereld al aan hun voeten lag na de poppy uitstapjes op de voorganger ‘Med Sud I Eyrum Vid Spilum Endalaust’, is dit een even verrassende als moedige stap terug. Dit is pas Sigur Ros op zijn best.

Duncan Idaho

The Event Horizon

Geschreven door

Twee jaar na hun debuut ‘Echolocation’ presenteert Duncan Idaho het prachtig uitgegeven album ‘The Event Horizon’ en dit onder het label Moon Records.  De eerste single van het album, getiteld “Io” is uit en wordt in Nederland goed ontvangen. Kenmerkend zijn het goeie gitaarspel, het huppelende orgeltje en een aantal strakke ritmes, met roots in de sixties en seventies. Beste nummer is ”Vulture of July”, prachtige samenzang tussen Ivo Alblas en toetseniste Hanna Tollenaar. Een aangename aanrader …

The Dandy Warhols

This Machine

Geschreven door

De Brits klinkende Amerikanen van de Dandy Warhols hebben al een pak platen uit van psychedelische rocksongs . De band van Zia Mccabe en Courtney Taylor-Taylor mogen dan nog druggy sounds en dito levensstijl op nahouden , steeds is er op hun platen wel een leuk nummer terug te vinden, ondanks de matige indruk die de platen in hun totaliteit hebben; “Every day should be a holiday”, “Not if you were the last junkie on earth”,  “Bohemian like you”  en “We used to be friends” zijn classics  geworden .
De nieuwe is er eentje die evenveel afwisselend als inwisselend materiaal kent . Een middelmatig album die het handelsmerk van psychedelische pop koestert , en aangevuld wordt met gewone rocksongs en donkerromantische ballads . Openers “Sad vacation” en “The autumn carnival” trekken meteen de aandacht en overtuigen door de broeierige , repetitieve ritmes; “Rest your head “ , “I am free” en verderop “Slide” en het instrumentaaltje “Alternative power to the people”, eentje vol bleeps  zijn ook nog de moeite waard . “Don’t shoot she cried” op z’n beurt  zit onder de dope; maar de “16 tons” cover en andere nummers als “Enjoy yourself” en “Seti vs …” hebben weinig om handen . Tja , dat is nu 1x het oeuvre van de Dandy Warhols dopestory ...

Motorpsycho

The Death Defying Unicorn

Geschreven door

The Death Defying Unicorn  - Motorpsycho (& Stale Storlokken)
De nieuwe Motorpsycho is weer een fameuze brok geworden, een dubbelaar nota bene. Als u die in één ruk wil beluisteren dan moet u er haast een dagje verlof voor veil hebben, tenzij u hiervoor betaald wordt natuurlijk. Troost u, wij ook niet, of wat had u gedacht ?

Het is een heuse rockopera geworden met medewerking van de Noorse jazztoetsenist Stale Storlokken en het Trondheim Jazz Orchestra. Een hoop blazers, strijkers en piano’s dus, maar toch geen reden om hiervan weg te lopen, als u tenminste al een beetje vertrouwd was met het werk van deze eigenzinnige Noren. Dit is nog steeds een rockplaat en achter de lagen bombast zit nog genoeg vintage Motorpsycho verscholen, verpakt in een robuust progrock jasje weliswaar. We moeten zowaar regelmatig aan Yes denken, maar dan met zwaardere en loggere gitaren.
Dit is met name een vrij groots project, u wordt meegezogen in songs die al eens schaamteloos de 15 minuten overschrijden, doch de heren komen er weer eens goed mee weg omdat zij dat kunnen als geen ander. Dit hebben we ook in levende lijve mogen meemaken met de integrale uitvoering van dit album in de Kreun te Kortrijk (check even onze concertreviews). Een live plaat van die tournee zou ook niet mis zijn, vermits Motorpsycho de strijkers en blazers had thuisgelaten en de gitaren dan maar wat vetter en luider had gezet.

Op de plaat leggen ze dus duidelijk wat meer subtiliteit aan de dag. Ga hier gerust even voor zitten, ’t is de moeite.

O Emperor

Hither Thither

Geschreven door

Van al de talentvolle Ierse bands, is O Emperor één van de enige die een deal met een belangrijk platenlabel wisten te versieren. Vanuit hun Ierse roots hebben ze een divers klankenpalet ontwikkeld, dit met invloeden van Crosby, Stills & Nash, The Beach Boys en zelfs Mumford & Sons.
Dit album is nogal wisselvallig. Een aantal nummers klinken nogal oubollig. Toch wordt dit album boven de middelmaat verheven, en dit door prachtnummers zoals  “Heisenberg” en “Sedalia”
. … Luister maar eens naar de  bonus  uitvoering “Sedalia” ...

Chromatics

Kill For Love

Geschreven door

Dit album opent met de beste cover die wij dit jaar al gehoord hebben. Hoe Chromatics Neil Youngs “Hey hey my my”, hier eigenlijk “Into the black” getiteld, naar zich toetrekken is van een zeldzame schoonheid, ijle echo gitaartjes en een gekoelde engelenstem dompelen de song in een vat grand cru wijn.
Een plaat op die manier openen en dan achteraf niet in mekaar zakken is een heuse opdracht, maar Chromatics slagen met glans, en dit 77 minuten lang.
De combinatie van glooiende synths en zweverige gitaren schittert de hele plaat door. Dit brengt het beste van The Cure, The XX, Lamb, New Order, Air en The Raveonettes bij elkaar.
Iedere song krijgt ruim de tijd om zich te ontplooien en wordt niet onnodig dicht geplamuurd, een parel van meer dan acht minuten als “These streets will never look the same” ontpopt zich zo als een verslavend hoogtepunt. Ook “Lady” is zo een heerlijke heupwieger die we keer op keer opnieuw zouden opzetten. De dromerige galmstem van Ruth Radelet zit de nummers als gegoten, stel u gerust maar Dido voor, maar dan met betere songs zoals “Candy”, “Birds of paradise” en “The river”, heerlijke wiegeliedjes om bij weg te dromen.
Onderweg zitten er ook nog een paar sfeerscheppende instrumentals (“Broken mirrors”, “The eleventh hour”, “Dust to dust”, “There’s a light out on the horizon”) die als vloeiend bindmiddel dienst doen, u dient de plaat dan ook best in één ruk van begin tot eind te beluisteren, en blijf van die skip toets af.
Prachtplaat.

The Twilight Sad

No one can ever know

Geschreven door

Het uit Glasgow afkomstige The Twilight Sad draait rond Andy MacFarlane, muzikaal architect van de band en zanger James Graham, die met z’n Schots accent de songs een extra dimensie geeft. Een link naar Arab Strab is dan ook terecht.
We horen broeierige, intens meeslepende, dromerige songs, die een donker kantje hebben. Minder shoegaze, ontregelde sounds en dramatiek , maar iets meer pop en finesse, waarbij een paar tracks verwijzen naar de begindagen van Editors. 9 boeiende songs vinden we alvast terug op de derde cd van deze Schotten.

Lou Reed

Lou Reed - From VU to Lulu

Geschreven door

Er scheelt iets met Lou. De man zijn reputatie van norse brompot in acht nemende gaan we altijd met enige vorm van argwaan naar zijn concerten, maar vanavond veranderde die argwaan nogal snel in een vorm van medeleven. We stelden vast dat Reed nauwelijks nog kon stappen, hij constant moest geholpen worden om zijn gitaar om te gorden en hij zelfs wat licht spastische mondbewegingen maakte. Bovendien bleef zijn gitaarspel beperkt tot het af en toe aanslaan van een paar akkoorden en diende hij zijn teksten af te lezen van een autocue die voor zijn neus was opgesteld. Wij zijn geen dokter en we hopen ten zeerste voor de 70 jaar oude Reed dat het niet zo is, maar wij vermoeden ergens een sluimerende ziekte in de aard van Parkinson. We vrezen een beetje dat dit wel eens de laatste keer zal geweest zijn dat we Lou Reed live aan het werk zagen.

Ondanks zijn duidelijk merkbare lichamelijke beperkingen schitterde Lou Reed bij momenten, en dit vooral omwille van een intact gebleven stem, een fantastische begeleidingsband en een arsenaal onsterfelijke songs. De benaming van de tournee ‘from VU to Lulu’ was trouwens helemaal terecht, want hier werden een vijftal VU klassiekers geserveerd tussen vier tracks uit ‘Lulu’, de laatste en door velen verguisde (maar niet door ons) plaat die hij met Metallica inblikte. Voeg daarbij nog een vijftal songs uit diens omvangrijke solo carrière en je hebt een gevarieerd Lou Reed programma.

In de stevige opener “Brandenburg Gate” wist Lou’s band perfect om te springen met de robuuste Metallica aanpak en het gegrom van de meester daarbovenop contrasteerde fijn met de bronstige gitaren. De VU klassiekers “Heroin” en “I’m waiting for the man” overtuigden met lange en potige versies die het typische repetitieve karakter van de VU in ere herstelden, we kregen de songs zoals we ze wilden horen.
De keuze voor “Senselessly Cruel” uit ‘Rock’n’roll heart’, een van zijn mindere solo platen, was een beetje verrassend, maar de song werd door Lou en zijn uiterste potente band naar een hoger niveau getild. Een machtig ‘The View’ liet nog maar eens blijken dat ‘Lulu’ een veel betere plaat is dan iedereen op voorhand beweerde (later zal ‘Lulu’ misschien nog als een all time klassieker aanzien worden, vergeet niet dat ook ‘Berlin’ destijds genadeloos werd afgekraakt). Met “Mistress Dread” (nog eentje uit ‘Lulu’) hadden we wat meer problemen, het denderde wel een eind door en vooral de zeer bedrijvige drummer etaleerde hier zijn kunsten, maar de song had te weinig om het lijf om te blijven boeien en voor één keer ervoeren wij Lou’s vocale prestatie wel als een stoorzender. Zand erover, want de uitvoering van “Street Hassle” was hemels mooi mede dankzij een uitmuntende violist en prachtige achtergrondzang van de feeërieke Joan As Police Woman, die eerder op de avond al voor het intieme voorprogramma had gezorgd. “Street Hassle” was vanavond een parel van het zuiverste soort, een adembenemend moment, een 18 karaats diamant. Lou sneed daarna nog wat dieper in ons vel met een pakkend “Cremation” uit ‘Magic and loss’, die pikzwarte plaat uit 1992 waarin de dood de enige hoofdrolspeler is. Was een duidelijk lichamelijk aangetaste Lou hier zijn eigen afscheid aan het bezingen ? even leek het erop, de song ging zo diep dat een mens er akelig stil van werd.
Het obligate “Walk on the wild side” werd aanvankelijk naar onze mening een beetje te veel als verplicht nummertje afgehaspeld tot een verbluffende sax solo ons van het tegendeel kwam overtuigen. De groep musiceerde fantastisch op een wonderlijk “Sad song”, zonder meer één van de hoogtepunten van de avond met alweer prachtige achtergrondzang van Joan As Police Woman. Lou kondigde het rustige en mooie “Junior Dad” aan met de woorden “This is the last song, so you better pay attention”, wat we al de ganse tijd deden, want we waren duidelijk bij de les vandaag. De song duurt op ‘Lulu’ echter zo een slordige 19 minuten (waarvan er minstens 10 overbodig zijn) maar werd nu fijntjes op het juiste moment afgebroken.

De bisronde was terug een Velvet aangelegenheid met een driftig “Beginning to see the light” en een aangrijpend akoestisch kippenvelmoment “Pale Blue Eyes”, één van de mooiste songs die Lou ooit neergepend heeft en die ons vanavond tot in ons diepste binnenste beroerde.
Geen idee of ze de Lou even aan de baxter hebben moeten leggen, maar toen iedereen al aanstalten maakte om zijn biezen te pakken, strompelde hij terug het podium op om er nog eens het onsterfelijke “Sweet Jane” uit te puren. Omdat hij blijkbaar, ondanks zijn onfitte toestand, zoveel goesting had bracht hij als toetje nog een vloeiend “Think it over” wat eigenlijk niet in de setlist was opgenomen. De niet echt onvergetelijke song uit het ook al weinig schitterende ‘Growing up in public’ werd toch een aardig slot van een voortreffelijk concert.

Wij merkten vandaag een met de gezondheid sukkelende Lou Reed die elke vorm van arrogantie van zich heeft afgelegd, die duidelijk geëmotioneerd was en een gemeende ‘thank you’ naar zijn fans uitte. En zij hadden dat verdiend, want ze hadden maar liefst een dikke 80 eurotoeters voor hun ticket betaald, een beetje dankbaarheid was hier dus wel op zijn plaats. Wederzijds respect dus.
Maar liefst bijna twee en een half uur hadden Lou en zijn geweldige band ons vermaakt, en geloof ons vrij, zowel publiek als Lou hebben er van genoten. De Lou mocht waarschijnlijk met de nodige assistentie uitgeput in zijn nest duiken, wij gingen er ondanks het late uur nog eentje drinken (was ook nodig, drank was vanavond verboden in de concertzaal, de ouwe had dus toch bepaalde eisen gesteld).

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/lou-reed-12-06-2012/

Organisatie: Aéronef, Lille (ism Vérone Productions)

Austra

Austra: zinderende sprookjes-electro

Geschreven door

30 november 1995, zo lang was het geleden dat ik nog in de Vaartkapoen geweest was. Toen waren we naar Molenbeek afgezakt voor de roze boa van Shirley Manson, die toen met Garbage net haar debuut uit had. Zeventien jaar later was het opnieuw een vrouw die ons naar de Vk* bracht, de Canadese Katie Stelmanis en haar band Austra. Voor ons was het voorprogramma vanavond Spanje-Italie, en dus waren we net op tijd in de volgepakte Vk* voor zestig minuten Austra.

Live is de band van Stelmanis een zestal, met een heel eigen podiumpresence: Stelmanis en de ravissante tweelingzusjes Sari en Romy Lightman vooraan, verkleed als middeleeuwse elfjes, de rest van de band achteraan in electro-hipsters outfits, met de hotpants van keyboardspeler Ryan Wonsiak als ultiem fashion statement. Visueel veel raakpunten dus met een band als Coco Rosie.
Austra heeft een heel eigen geluid dat op hun debuut ‘Feel it break’ over de hele lijn doorgetrokken wordt, waardoor op plaat de nummers soms weinig van mekaar lijken te verschillen. Live tilt Austra dit geluid echter naar een hoger niveau, en klinkt alles veel levendiger en creeert die eenheid in de songs een totaalervaring, bijna alsof je ondergedompeld wordt in een DJ-set. Stelmanis zong ooit opera, en kan dus aardig met haar stem uitpakken, maar doseert perfect, terwijl de zusjes Lightman vocaal invallen en ondersteuning geven, zoals bijvoorbeeld in het passioneel gezongen “Lose it”. Stel je Florence Welch voor die bij The Knife speelt, en je komt aardig in de buurt. Veel dynamiek op het podium ook, de drie meisjes hadden een hele choreografie in mekaar gestoken, het deed denken aan een Bollywood-musical, vooral door de Oosters geïnspireerde kleedjes, de handbewegingen en de tollende derwisj-draaien. De rest van de band speelt electronica zoals enkel Amerikaanse bands dat doen, onbevangen, veel speelplezier,  met gebruik van naieve beats waardoor het net spannend wordt, en bas en drum-effecten die voor variatie zorgen.
Een maand geleden zagen we Yacht (op de DFA-label night tijdens Les Nuits), op min of meer dezelfde manier electronica aanpakken. Naast die Hot Chip electronica,klinkt Austra ook heel jaren tachtig, gothic en new wave zijn grote inspiratie-bronnen. Hoogtepunt van de set was het electriserende “Beat and the pulse’, met zijn kletterende Laurent Garnier-beats, dat vast en zekere door 2 Many Djs in hun sets zou opgenomen worden. Het publiek ging dan ook compleet loos op dit prijsbeest. Een enthousiast publiek kon Austra dan ook gemakkelijk terugroepen om nog 2 maal te bissen, onder meer met een nieuw nummer.

Austra gaf je vanavond het gevoel dat je deel uitmaakte van iets speciaals, je werd meeegezogen en ondergedompeld in het vreemde, maar  zinderende universum van deze Canadezen,  een live-concert dat aanvoelde als een DJ-set door de band die Austra met het publiek wist te leggen.

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Pagina 379 van 498