logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Blaudzun

Heavy Flowers

Geschreven door

De Nederlander Blaudzun aka Johannes Sigmond spitst zich naar ons landje toe en heeft een nieuwe plaat ‘Heavy Flowers’ uit . Een groots artiest in wording, eerder verscheen al (semi-akoestisch) werk, maar kreeg hier praktisch geen airplay. ‘Heavy Flowers’ van de sing/songwriter, documentairemaker en wielerfanaat is een overtuigende plaat . We waren  onder de indruk, gezien hij hier 16 Horsepower, Grant Lee Buffalo en Clannad op één lijn brengt door z’n innemende, opbouwende, broeierige songs, een  emotievolle zang en z’n songteksten.
Ofwel brengt hij materiaal op sobere , ingehouden wijze als “Monday” en “Another ghost rocket”. Ofwel kreeg hij de hulp van een heuse band , die afgewogen  rijkelijker gearrangeerde songs spelen met folky poptunes , waarbij ze naar een climax gaan door het bredere instrumentarium, alsof een Arcade Fire naast jou stond , met een ‘alles en nog wat ‘ instrumentenkeuze: banjo, mandoline, lapsteel, toetsen , ukelele, viool , accordeon en blazers . De single “Flame on my head” is er eentje die in het geheugen gegrift staat . “Le chant des cigales” en “Sunday punch” zijn de twee opzwepende tracks; we noteren een zwierige “Elephants”  en de titelsong leunt het nauwst aan het mysterieuze en mystieke van Woven Hand door de onheilspellende tokkels , de dwarrelende synths en de accordeon.
Blaudzun loodst ons moeiteloos door heen die bloedstollende pop van ‘Heavy Flowers’, die uitermate gevarieerd klinkt binnen het genre.

Rebounce

Nighttronic

Geschreven door

Uit Beringen is het duo Rebounce , Steven Ribus/ Nico Camps , afkomstig en ze hebben met de ‘Nighttronic’ EP  vier floorkillers klaar voor een groovy danceparty. Het electroproject brengen beats’n’bleeps met de nodige dosis neurotische clicks en synths. Pumpin’ floortracks – live electro - dubstep en steamy beats , beter kunnen we het zelf niet omschrijven … Moeiteloos slagen ze erin de kleine ‘ILoveTechno’ danceclubs naar hun hand te zetten en kunnen ze de menigte opzwepen.

Info http://www.rebounce.be  

Druzhnik

Life’s a lady EP

Geschreven door

Vijf jonge gasten uit Kortrijk brengen straf spul op hun 5 nummers tellende EP. Broeierige , meeslepende en springerige gitaarrock, niet vies van wat electro. Op die manier drijft hier een band als Linkin Park naar boven , maar ze verraden ook het donkere , bezwerende als de ingehouden vocals van Steak Number 8. Puik EP’tje bijgevolg! van dit kwartet.
Info http://www.facebook.com/druzhnik

Lightning Vishwa Experience

EP

Geschreven door

Het gezelschap omschrijft zelf hun muziek als zweverig en bevreemdend, warm en somber. Een soort van ‘onderwaterwereld’, en dat horen we, maar zien we ook duidelijk op de hoes; muziek ver weg van alle lawaai …
De EP bevat dromerige, zweverige gitaarpop; de songs zijn mooi uitgewerkt en vallen op door de licht twinkelende gitaarlijnen, keys en melodica . Intens broeierige, warme songs met een psychedelische tune en een repetitieve ondertoon. In de bio wordt elke song tekstueel onderbouwd  en het lijkt alvast de moeite de info eens op te scharrelen via hun site .
Fijn uitgekiende, wegdromende, zweverige pop dus … 

Info http://www.facebook.com/lightningvishwa

Other Lives

Other Lives & Mooi afscheid van Club Terminus

Geschreven door

 

Als u de eindejaarslijstjes van 2011 er nog eens terug wil bijnemen, dan zal u merken dat ‘Tamer Animals’ van Other Lives overal hoog scoorde. Terecht, ook wij vonden dat het één van de meest veelbelovende debuutplaten van het jaar was.

Het is altijd afwachten hoe zulke bandjes dit live weten te vertalen. Other Lives slaagde er in ieder geval aardig in om die filmische sound met folky en psychedelische invloeden in een overtuigende live act te gieten. Een projectie van stokoude zwart-wit beelden op de achtergrond werkte perfect bij de melancholische en sferische muziek die de band live neerpootte.
Tegenwoordig is het ‘bon ton’ om een (doorbraak)album van voor naar achter integraal te spelen, bij groepjes als Other Lives die nog maar één plaatje hebben is dat pure noodzaak. Geen probleem echter, want ‘Tamer Animals’ is gevarieerd en avontuurlijk genoeg om een vol uur te kunnen blijven boeien, en dat zeker met zo een breed instrumentarium. Een uitgebreid arsenaal aan instrumenten is waarschijnlijk nefast voor de vliegtuigfactuur, maar bij Other Lives zorgde het wel  voor een unieke sound.
Naast de klassieke bas/drum/gitaar merkten we ondermeer piano, synths, violen, trompet, contrabas, klavecimbel en allerlei soorten cymbalen. Voeg daarbij een handvol hemelse en melancholische songs als “Tamer Animals”, “As I lay my head down”, “Old Statues” en “Desert” en je krijgt een bijzonder mooie sfeer. Naast een winderige woestijn en Morricone spaghetti western taferelen, haalden wij ons achtereenvolgens vroege Pink Floyd (Barrett periode), Calexico, Radiohead, Dylan en Mumford & Sons voor de geest. Wie dergelijke gedachten kan oproepen, is goed bezig.

Other Lives had vanavond de trieste eer om het allerlaatste optreden in de Oostendse Club Terminus te verzorgen en bedankte hiervoor met een schitterend concertje. Het sympathieke zaaltje waar de tijd heeft stilgestaan moet nu plaats ruimen voor het grote kapitaal. Vanaf morgen gaan de bulldozers erover en wordt er een groots appartementencomplex opgetrokken, it’s money that matters.
De stempel die Other Lives op het zaaltje heeft gezet zullen wij in ere houden.
…En wij kunnen zeggen dat wij de allerlaatste Terminus pint ooit gedronken hebben (zeker weten, want het vat was af) ! Zowaar een onvergetelijk moment.

Other Lives, een groepje met potentieel, veel potentieel. In tegenstelling tot het arme zaaltje, …snik

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/other-lives-04-06-2012/

Organisatie: de Zwerver, Leffinge (Leffingeleuren)

Bob Mould

Bob Mould - Tomeloze energie van een dolle vijftiger

Geschreven door

 

“Three is the magic number” was het vaste devies van de Amerikaanse underground held Bob Mould telkens hij op het punt stond om in de loop van de muziekgeschiedenis een band uit de grond te stampen. Als zanger/gitarist van Hüsker Dü, een trio dat hij in de prille jaren ’80 vormde met Grant Hart en Greg Norton vanuit thuisbasis Minneapolis, lag hij mee aan de basis van wat een decennium later grunge of indie zou gaan heten. Na het imploderen van het commercieel weinig potten brekende Hüsker Dü haalde Mould een paar jaar later alsnog zijn gram, dit keer als onbetwiste frontman van het powertrio Sugar dat in ’92 de klassieker ‘Copper Blue’ hoog in de eindejaarslijstjes deed belanden. Ter gelegenheid van de 20ste verjaardag van deze mijlpaal uit de catalogus van het ooit toonaangevende gitaarlabel Creation gaat Mould dit jaar alweer de boer op als trio.

De Bob Mould performs ‘Copper Blue’ tour hield afgelopen zondag halt in de Brusselse AB. Aanvankelijk zou Mould in de grote zaal met de 100 dB geluidslimiet flirten, maar vanwege een tegenvallende voorverkoop werd het uiteindelijk slechts de AB Box die trouwens ook nog flink wat benenruimte op overschot had. Conform de traditie van de rewind formule passeerde ‘Copper Blue’ integraal en volgens de oorspronkelijke tracklist de revue, te beginnen met de uit staal en beton intro van het gruizige “The Act We Act”. Hoe hard zijn jongere kompanen Jason Narducy (bas) en Jon Wurster (drums) ook hun best deden, toch torende de gebiedende stem van een duidelijk goedgemutste Mould al meteen netjes boven hun ‘wall of sound’ uit. Ook met zijn gitaarspel leek alles van meet af aan snor te zitten: hoekig, energiek, beukend, strak maar altijd melodieus zoals in ‘s mans hoogdagen. De set kwam al heel vroeg in een stroomversnelling terecht met “A Good Idea”, ingeleid door een baslijntje dat Kim Deal niet verkocht kreeg bij de Pixies, en het majestueuze “Changes” dat ook zonder de urgente intro het beste nummer uit ‘Copper Blue’ en bij uitbreiding de volledige Sugar catalogus is en blijft.
Sommige nummers op ‘Copper Blue’ kan je bijna bestempelen als pure poprock, maar daar lijken Mould & co twee decennia later maar weinig boodschap aan te hebben.
Zo werd de synth intro van “Hooverdam” al vlug opgeslorpt door een orkaan van snarengeweld, maar door de puike samenzang van Mould en Narducy bleven de decibels toch verteerbaar. Mould wisselde een eerste keer van gitaar bij het relatieve rustpunt “The Slim”. De frontman bewees tijdens dit nummer dat hij na bijna 51 lentes nog steeds tot vocaal hartverscheurende dingen in staat is, en ja, heel even moesten we zelfs aan Hüsker Dü’s “Diane” terugdenken.
Hoe “If I Can’t Change Your Mind” ooit op ‘Copper Blue’ is terecht gekomen is ons nog altijd een raadsel. Een luchtig folkrock riedeltje waar The Byrds in hun tijd nog konden mee wegkomen, dat wel, en niet toevallig heeft deze vreemde eend in de bijt het tot Sugar’s bekendste radiohit geschopt. In de AB kreeg het nummer de Hüsker Dü injectie waar het al die jaren al recht op had, dus ons hoor je niet klagen. Het strakke “Fortune Teller”, nog zo’n uppercut die op een album van Mould’s eerste groep had kunnen staan, en de broeierige bombast van “Slick” en “Man On The Moon” besloten de herontdekking van ‘Copper Blue’.

In tegenstelling tot veel van zijn generatiegenoten teert Mould niet enkel op oude successen, maar levert hij met de regelmaat van de klok nog nieuwe albums af. Het publiek kreeg in de AB een voorproefje van Mould’s volgende solo schijf die komende herfst zal verschijnen. “Star Machine”, “Dissent” en “Round the City Square” klonken vintage Hüsker Dü en Sugar, en werden met de nodige gretigheid de zaal in geslingerd alsof ze al jaren op de setlist van de groep pronken.
Voor de oudere fans die trouwens in behoorlijke getale de weg naar de AB hadden gevonden was het echte orgelpunt van de avond aangebroken toen Mould tot vier keer toe in de catalogus van Hüsker Dü ging grasduinen. We waanden ons heel even terug in de onrustige tienerjaren anno 1985 toen “I Apologize” en “Celebrated Summer” uit het legendarische ‘New Day Rising’ album werden opgediept. Mould & co lieten nagenoeg alle remmen los tijdens de manische brok emocore geschiedenis “Chartered Trips” uit het één jaar eerder verschenen ‘Zen Arcade’. Met de finale encore “Makes No Sense At All” serveerde Mould zijn come-back match uit met een ace.

Elke set die gedurende een klein anderhalf uur geen enkel dieptepunt kent, bulkt van de energie en zijn afspraak met de muziekgeschiedenis niet heeft gemist krijgt van ons steevast het etiket ‘memorabel’ opgespeld. Wie deze afspraak om welke drogreden dan ook toch heeft gemist krijgt straks van Chokri een herkansing. De Amerikaanse indie held gaf te kennen om er dan opnieuw met volle goesting in te vliegen, we hopen van U hetzelfde.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/bob-mould-03-06-2012/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The K.

My flesh reveals millions of souls

Geschreven door

Over de taalgrens zijn we behoorlijk onder de indruk van het Waalse The K. Het trio komt af met stevig snedige bonkende en pompende rock. De groep graait in de ’90s van Hundred Reasons en Quiksand en is niet vies van een Rollins’ schreeuwzang , afgewisseld met een meer catchy zang . Het gaspedaal blijft ferm ingedrukt en de plaat klinkt venijnig hard en boeit door de tempowisselingen. Dit is rock met ballen . Overtuigend!
http://www.theknoise.com

Scorpions

Scorpions - Final Sting Tour

Geschreven door

 

'Scorpions'. Als deze naam je niks zegt, dan moet je haast 40 jaar op een andere planeet geleefd hebben. Deze Duitse jongens hebben er een indrukwekkende carrière opzitten en hebben beslist dat het mooi geweest is. In november spelen ze in een reeds ruime tijd uitverkocht Vorst Nationaal één van hun laatste concerten, maar vooraleer we zo ver zijn kwamen ze nog even het Antwerps Sportpaleis de hand schudden.

Na de support act laten de heren Scorpions echter wat op zich wachten en een ongeduldig ritmisch handgeklap stijgt op uit het publiek. Om 11 minuten na negen is het dan zover. Ze duiken kop voor het optreden in met “Sting in the Tail”, de titelsong uit hun jongste plaat. De sfeer zit meteen goed. Maar waar het eerste nummer een voltreffer is, is het tweede een stuk minder. Zanger Klaus Meine blijft heel “Make It Real” zoeken naar de juiste toon maar echt goed komt het toch niet. Het blijft echter bij één nummer en vanaf “Is There Anybody There” weet Meine weer exact waar de klepel hangt. Tijd voor wat actie! Nummers zoals “Coast to Coast” en “Loving You Sunday Morning” (waar het publiek duidelijk op zat te wachten) vliegen ons om de oren, en zelfs een drumsolo is niet te veel gevraagd.
Dat de Scorpions ook teder kunnen zijn bewijzen ze met “The Best Is Yet To Come” en het onsterfelijke “Send Me an Angel”, waarbij het luidkeels meebrullende publiek moeiteloos het compleet in het rood gehulde Sportpaleis vult.
Met “Holiday” wordt het intermezzo afgesloten en gaan we naadloos terug naar het rockende gedeelte van de avond. “Raised on Rock” lijkt in het geval van de Scorpions wel autobiografisch. Het publiek eet uit hun handen en iedereen is uitzinnig. Met “Tease Me, Please Me” en “Hit Between the Eyes” doen ze er nog een schepje bovenop. Het dak moet er af, hier in het Sportpaleis. We krijgen nog “Kottak Attack”, “Blackout”, “Six String Sting” en “Big City Nights” naar ons hoofd geslingerd en wanneer het publiek unaniem vindt dat dat nog niet genoeg is keren ze terug voor nog drie van hun meest onvergetelijke wapenfeiten: “Still Loving You”, “Wind of Change” (het moest er van komen), en ze gaan zoals ze gekomen zijn; Keihard, met “Rock You Like a Hurricane”.

Een lichtshow om U tegen te zeggen, een torenhoog drumpodium en gitaren waar er rook uit komt… Klaus Meine en zijn kornuiten mogen dan misschien geen drie maal zeven meer zijn, ze staan op het podium als een bende jonge veulens. Het podium is voor hen een speeltuin geworden, en ze bouwen een feestje in één van de grootste zalen van het land alsof het niks is. Petje af!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/scorpions-01-06-2012/

Organisatie: AJA concerts

Rival Sons

Rival Sons - Te weinig killer riffs

Geschreven door

 

‘Bluesrock’ is in de loop der jaren uitgegroeid tot een vies woord. Nochtans was het ooit anders maar de tijd dat de radio niets dan bands als The Animals, Rolling Stones, Cream of Fleetwood Mac liet horen ligt al een eeuwigheid achter ons. Enige argwaan was dan ook op zijn plaats toen ik op de site van de Zwerver las dat Rival Sons bluesrock ging brengen. Niet dat het enig verschil uitmaakt maar zelf omschrijven ze hun muziek als door blues geïnspireerde hardrock.

Aanvankelijk omzeilden Rival Sons handig de valkuilen eigen aan het genre (eindeloos uitgesponnen nummers, egotripperij of doodsaaie solo's). Nee, ze begonnen vrij strak en hielden de nummers opmerkelijk kort gebonden. Deze groep uit Long Beach, Californië is al ontelbare keren vergeleken met Led Zeppelin maar daar viel in Leffinge alleszins weinig van te merken. Enige gelijkenissen met de vroege Black Crowes waren er wel te bespeuren. Met hen deelden ze alvast hun liefde voor oude soul. Dit soort luide en harde rock staat of valt met de aanwezigheid van killer riffs. En die schudde Scott Holiday net iets te weinig uit zijn mouw. Nochtans vond ik hem een schitterend muzikant, vooral toen hij al eens het rechte pad der hardrock verliet om verrassend spacey uit te halen op zijn gitaar. Ook zijn solo's waren steeds inventief en beknopt.
Met zanger Jay Buchanan had ik wat meer problemen. Fantastische stem en een briljante zanger, daar niet van, maar de man had een soort koele berekendheid over zich, die me wat irriteerde. Zelfs een halve glimlach kon er niet vanaf en zijn jeansjasje bleef merkwaardig de hele tijd met enkel de twee bovenste knoopjes dicht. Pas in de finale werd duidelijk waarom. Daaronder verschool zich een t-shirtje dat vakkundig van de hals tot het middenrif was opengeknipt en duidelijk niet eerder gezien mocht worden.

En tijdens die finale liep het na een meer dan aanvaardbare set nog grondig mis. Tijdens het eindeloos uitgerokken eindoffensief hoorden we warempel nog een paar covers : het totaal overbodige want veel te flets gebrachte “Baby, please don’t go” en een iets beter maar toch niet echt overtuigend “It's a man's man’s world”. Alsof dat nog niet genoeg was kregen we er nog een drumsolo bovenop (mocht niet ontbreken!). Toen de laatste noten uitstierven was het anders wel enthousiaste publiek behoorlijk murw en drong het niet echt aan op bisnummers, die gelukkig in de kast bleven.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/rival-sons-31-05-2012/

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Tennis

Peaking Lights & Tennis: het wordt een lange, hete zomer

Geschreven door

Een klein jaar geleden gooide DOK zijn deuren open voor het grote publiek. De site, gelegen in de oude Gentse havenbuurt, staat synoniem voor een ongedwongen sfeer. Op donderdag 31 mei mochten Tennis en Peaking Lights aantreden in de DOKarena, een tijdelijke ruimte die ondergebracht wordt in een grote open loods.

Verblijvend in de ijdele hoop dat het prachtige weer van de voorbije dagen zou blijven duren, werd ondergetekende verrast door een korte maar hevige regenbui. Tennis zorgde er echter voor dat het zomergevoel even terugkwam tijdens hun set.
Patrick Riley en Alaina Moore, respectievelijk man en vrouw, startten als muzikaal duo na een maandenlange zeilreis. Waar Moore synthlijnen en een heel idyllische, fris klinkende stem voor haar rekening neemt, maakt Riley het af met een retro-klinkend gitaarspel (de typische Telecaster-twang!).
Voor de Europese tour werd het koppel bijgestaan door een tweede synth/gitaar en drums.
Deze overigens zeer jonge band brengt pop-rock met een knipoog naar vervlogen tijden, maar deed ook denken aan het Belgische Intergalactic Lovers. Waar wij onder de indruk van waren: “Origins” en “Petition”.

Na een korte verpozing in de gezellige DOKkantine werden we door de tonen van Peaking Lights opnieuw naar buiten gelokt. Wederom man en vrouw, brengt deze groep psychedelische elektropop (denk aan lang uitgesponnen nummers, monotone synthlijnen,…) maar het duo is ook niet vies van dub en minimal house.
Hoewel Peaking Lights veel duisterder klinkt dan het voorprogramma Tennis, is hier ook een grote feelgood-factor te herkennen. Het eerste full-album ‘936’ werd heel goed onthaald.  Op het podium enkel het duo: via samples, loops en vocals met heel veel delay/reverb werd getracht de dromerige sfeer over te brengen. (“Hey Sparrow” bijvoorbeeld, is een nummer dat perfect aanleunt bij the XX, zonder klakkeloos te kopiëren.)
Het publiek bedwelmen lukte bij aanvang redelijk goed (nu werd echt duidelijk hoeveel DOK waard is, prachtige setting!) maar gaandeweg begon de aandacht te verslappen, mede doordat wederhelft Indra Dunis zelf nogal in een muzikale trance verkeerde.
Na wat nieuw materiaal te proberen, verbeterde de sfeer doordat Peaking Lights zwaardere baslijnen gebruikte, die tegen dub aanleunen.
Hoe dan ook is de live-performance niet echt denderend, de muziek op zich is wel OK.

Als het van ons afhangt, mag het druilerige weer zijn valiezen pakken en naar andere oorden vertrekken. Met bands als deze zijn we werkelijk klaar voor een maandenlange hittegolf: Tennis als achtergrondplaat bij de barbecue, en wanneer de avond valt kunnen we heerlijk wegdromen met Peaking Lights.

Organisatie: Democrazy, Gent ( i.s.m. DOK)

Elvis Costello

Koninklijk Circus omarmt King Costello

Geschreven door

 

Voor de tweede avond op rij werden de fans van Elvis Costello op hun wenken bediend. Het tweede solo-concert in het Koninklijk Circus was initieel voorzien voor eind oktober 2011, maar toen diende de zanger verstek te laten gaan wegens familiale omstandigheden. ’s Mans vader, Ross McManus, stierf enkele weken later. Ook voor een man met 35 jaar live-ervaring betrof dit dus geen alledaags optreden.

Tijdens het eerste half uur (“(The angels wanna wear my) Red Shoes”, “When I paint my masterpiece”, “Veronica”, “Bullets for the new born king” en “Briljant mistake”) vreesden we dat hij nog niet hersteld was van de indrukwekkende prestatie die hij de avond voordien in de Ancienne Belgique geleverd had. Door zich deze keer solo en dus ietwat naakt op het podium te wagen, viel enorm op hoe hees en breekbaar Costello klonk. Iedereen weet dat hij het er vocaal-technisch gezien nooit smetteloos vanaf brengt, niemand stoort zich daar echter aan want de kracht van Costello ligt nu net in het feit dat hij van dit nadeel een voordeel weet te maken: de man zingt steeds met zodanig veel ‘grinta’ dat het moeilijk is om onbewogen te blijven bij zijn muziek. Na verloop van tijd verminderde het aantal schoonheidsfoutjes trouwens geleidelijk. Misschien was het dus gewoon een kwestie van opwarming. Vanaf “New Amsterdam” (dat “You’ve got to hide your love away” van The Beatles omzwachtelde) vielen ons in ieder geval geen overdreven stemproblemen meer op.
Hoewel hij naar eigen zeggen een hekel heeft aan succes (waarbij het maar de vraag is of dit effectief ironisch bedoeld is), bleek hij bereid om “Everyday I wrote the book” ten berde te brengen. Het daaropvolgende “Bedlam” kreeg een vrij funky versie mee. Een volgende hoogtepunt betrof het zittend gebrachte “All or nothing at all” dat zo’n zeventig jaar geleden de geschiedenis ingezongen werd door Frank Sinatra. Het van Charles Aznavour geleende “She” kon minder imponeren. Tijdens “Watching the detectives” ging Costello een eerste keer volledig loos op zijn Gibson Super 400, iets waarbij hij uiteindelijk iets te veel ‘loops’ gebruikte om te blijven boeien. Chuck Berry werd geëerd middels “No particular place to go” waarna het mooie “Our little angel” een terechte plaats op de setlist kreeg.
De tijd was vervolgens gekomen om middels “Church Underground” expliciet eer te betuigen aan zijn vader. Na “Suit of lighs” maakten “A slow drag with Josephine” en “Jimmie standing in the rain” nogmaals duidelijk dat Costello trots is op het eind 2010 uitgebrachte “National Ransom”-album. Hoe zou je zelf zijn?!
Met “Poison Moon” werd na al die jaren nog eens een parel uit ‘My aim is true’ heropgevist. Vervolgens kreeg de maatschappijcriticus in Costello de bovenhand. Zowel “Tramp the dirt down”, het nog niet uitgebrachte “For more tears” als “Shipbuilding” betreffen anti-oorlogsliederen die mede opgedragen werden aan zijn grootvaders (Patrick & Jimmy) die een kleine 100 jaar geleden strijd leverden in Flanders’ Fields.
Plots weerklonk dan door de boxen een instrumentale versie van “National Ransom” dat door Costello ter plekke op fenomenale wijze gelardeerd werd met gitaar en zang. Alsof het publiek nog niet genoeg verwend was, stormde daarna Steve Nieve het podium op: “My all time doll”, “My three sons” en “Accidents will happen” bewezen opnieuw dat Elvis Costello & Steve Nieve een onverwoestbare tandem vormen. Een duidelijk geëmotioneerde zanger dankte het publiek vervolgens voor de steun gedurende de – gezien de in de inleiding geschetste omstandigheden - toch wel moeilijke avond.
Na “All these strangers” kreeg Brussel vervolgens voor de tweede avond op rij een onvergetelijke versie van “I want you”: duivels gitaarspel en getormenteerd getokkel overtuigden zelfs de laatste twijfelaar om de onverslijtbare Elvis Costello een staande ovatie te gunnen. En nog was het niet genoeg want “(What’s so funny ‘bout) Peace, Love and Understanding” maakte duidelijk dat niemand ooit zijn versie van deze Nick Lowe-song zal overtreffen. Een magistraal slot van een puik optreden dat er mede door de speciale context toe leidt dat we het woord ‘legendarisch’ niet moeten schuwen.

In het Koninklijk Circus werd het entertainmentgehalte van de voorgaande avond ferm teruggeschroefd. In de plaats kregen we een gedurfde selectie uit een rijkgevulde carrière aangevuld met enkele knappe covers. Niet iedereen zal dit concert evenzeer gesmaakt hebben. Wie kwam voor ‘the fun and the hits’, was eraan voor de moeite. Wie zich openstelde voor een tocht door de minder gekende (maar daarom niet minder boeiende!) kanten van het spectrum dat Elvis Costello al zovele jaren beslaat, kreeg gedurende 160 minuten waar voor zijn geld.
Op twee dagen tijd kreeg Brussel meer dan vijf uur muzikale klasse geserveerd. Wie rouwt er nog om een eerste Elvis als de tweede hem overtreft? Eens te meer is de volgende leuze dus van toepassing: ‘the king is dead, long live the king!’ Ross McManus mag beretrots zijn op zijn zoon. We vrezen dat het eerbetoon aan onze eigen vader heel wat minder indruk zal maken dan dit dat we 10 dagen eerder mochten meemaken in het Koninklijk Circus…. Sorry, pa….maar ja, dat komt ervan als je ons op muzikaal vlak zo ongetalenteerd geboren laat worden….

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/elvis-costello-solo-31-05-2012/

Organisatie: Greenhouse Talent

 

The Big Pink

Future this

Geschreven door

Als we even terugblikken naar hun debuut van drie jaar terug omschreven we het Londense duo Robbie Furze en Milo Cordell als een ‘real big pink’ , een band met groeipotentieel met aanstekelijke singles “Dominos”, “Too young to love” en “Velvet”. ‘A brief history of love’ was inderdaad een debuutplaat om U tegen te zeggen …broeierig, intens meeslepende shoegazepop,  goed in elkaar gestoken beheerste popsongs, met gedoseerde industriële beats en gevatte galmende wave; de eighties wave, de indiewave van de jaren ‘90 en de psychedelische retrotrips vlogen om de oren; en dat betekent dat namen als Jesus & Mary Chain, My Bloody Valentine, Ride, Spacemen 3, Curve, BRMC en de huidige rits Horrors meets Black Angels de referenties vormen.
Die volgende cd is minder spraakmakend , vooral de tweede helft van de cd valt in elkaar en de spannende bedrevenheid en intensiteit is beduidend minder . Gladgestreken zweverige, melige nummers met zwaar aangezette partijen en bombast, die echter minder prikkelen en dus blijven dobberen.
Hun bombastische wavepop met elektronische ritmes weet te raken in het eerst deel van de cd met “Stay gold”, “Hit the ground (Superman)” , “The palace”, “1313” , “Rubbernecking” en het afsluitend sfeervolle “77” . Graag hadden we alvast meer van dit gekregen.
The Big Pink heeft zich niet echt kunnen onderscheiden & is dus niet ‘the next real (big) thing’ zoals we dachten …

Deer Tick

Divine Providence

Geschreven door

Deer Tick is  de band van multi-instrumentalist en songschrijver John McCauley . Hij heeft met Deer Tick al een paar platen uit en steeds opnieuw zijn we geboeid door de afwisselende aanpak . Zijn  materiaal situeert ergens tussen americana, southern rock en rauwe lofi klinkende rock met een punky attitude. Wilco , Two Gallants, The Replacements en Jonathan Richman horen we terug in de muziek .
Hij kan met z’n band stevig rocken , “Let’s all go to the bar”, “Something to brag about, maar intrigeert ook met een handvol broeierige , meeslepende songs als “The bump”, “Funny world” en “Main street”. En er is ruimte voor een ballad tussenin als “Clowinaround” en “Electric”, op het eind.
Het tweede deel van de cd is eenvormiger en nestelt zich volledig in de americana sound. Bijzonder knap dus wat hij allemaal uitvoert  . Fijn plaatje opnieuw !

Jesca Hoop

The house that Jack built

Geschreven door

Jesca Hoop is een Amerikaanse singer/songwriter die nu in Engeland woont. ‘The House that Jack built’ is haar derde album. Fans van haar werk zijn Tom Waits, Peter Gabriël en Eels. Ze schrijft zinnige teksten en onderbouwt dit met enerzijds spannende uptempo nummers met bevreemdende effecten en anderzijds zeer melodieus uitgebouwde songs. Eigenlijk is het popmuziek met macabere elementen.
Beste songs zijn ”Born To”,  “The house that Jack built”,  “Deeper devastation” en “Ode to Banksy”, een verwijzing naar de bekende straatkunstenaar uit Engeland.  

Marriages

Kitsune

Geschreven door

Marriages is de nieuwe band van Emma Ruth Rundle, Greg Burns en David Clifford, drie leden van het postmetalgezelschap Red Sparrowes.  Blijkbaar konden ze al hun muzikale energie en ideeën niet kwijt in deze band en moesten ze daarom met een nieuw project op de proppen komen... We zijn er niet rouwig om want met ‘Kistune’ leveren ze een heerlijk plaatje met zes ingetogen, hypnotiserende songs af. ‘Kitsune’ lijkt wel het eigen muzikale universum van deze drie artiesten want de psychedelische, experimentele nummers klinken ongelooflijk organisch en uitgebalanceerd en de ene track loopt naadloos over in de volgende ... Dit album moet je ook echt als één geheel beluisteren wat ons lekker ouderwets maar toch verfrissend overkomt in de huidige Itunes en mp3-tijden...
Wie zich afvraagt of er uberhaupt één verschil is met Red Sparrowes, dan zijn dat de vocalen... De bezwerende gezangen van Emma Ruth Rundle doen bij momenten je haren rechtstaan en voegen net dat extraatje toe aan dit fantastisch debuut!
Voor meer info:
 http://marriagesband.com/

The Mars Volta

Noctourniquet

Geschreven door

Je houdt van een band als The Mars Volta of je vindt er totaal niks aan…. Een middenweg lijkt er niet te bestaan voor de geschifte muzikanten uit El Paso. Ons kun je alvast tot de eerste categorie rekenen want nog steeds draaien wij met graagte hun debuutplaat uit 2003 “De-Loused in the Comatorium”. Dit album, een waanzinnige mix van de meest uiteenlopende muziekstijlen was een kopstoot van jewelste en toonde de klasse van de band van Omar Rodriguez-Lopez en Cedrix Bixler-Zavala, gewezen frontmannen van At The Drive In.
De daaropvolgende albums bleven uitblinken in complexiteit en waren zo voer voor geoefende oren maar bleken desondanks meer dan te pruimen...
“Noctourniquet” is de nieuwe worp en klinkt in vergelijking met de vijf vorige platen een stuk  radiovriendelijker. We hoorden The Mars Volta nooit zo toegankelijk als  op songs als “Aegis”, “Empty Vessels make the loudest sound”, The Malkin Jewel” en “Lapochka”. Het lijkt wel alsof de band de brug wil maken naar een groter publiek.
Was het op vorige albums nog zoeken naar de song achter de complexe geluiden, dan is dat op het eerste deel van deze nieuweling een stuk eenvoudiger. Ook in de lengte van de songs is er op ‘Noctourniquet’ flink gesnoeid want slechts 2 tracks halen de zes minuten.
... Het tweede deel van de plaat blijft rustig, iets té wat ons betreft want de Texanen weten ons slechts bij mondjesmaat te boeien. Wat meer opwinding en felheid die TMV normaal zo kenmerkt, had zeker niet misstaan...
We hinken zo een beetje op twee gedachten over de nieuwe richting die The Mars Volta uitgaat en vragen ons af of er meer nieuwe zieltjes zullen bijkomen dan dat er oude fans zullen afhaken ...

Aeges

The Bridge

Geschreven door

Toen we ‘The Bridge’ van Aeges in onze cd-lader stopten en op de play-knop duwden, dachten we na 2 nummers al dat we per abuis een van onze oude Cave In-platen hadden opgelegd... Aeges staat immers voor een zelfde portie van posthardcore die Cave In zo populair maakt(e): laaggestemde , melodieuze gitaren, een zware ritme sectie , cleane, poppy vocalen en dat alles verpakt in een uiterst catchy mix van hardcore, rock en metal. 
Wie kijkt naar de muzikale bezetting van Aeges zal wat verwonderd zijn, want de vier muzikanten hebben een verleden met verschillende, veelal minder toegankelijke bands als Pelican, Tusk, Undertow, The Rise, Juliette and The Licks, Shift en 16.   
Met ‘The Bridge’ hebben de vier heren  in ieder geval alles om een veel groter publiek aan te spreken. Zoals reeds gezegd zullen posthardcore-adepten hier zeker van smullen maar ook voor  liefhebbers van een populaire rockband als Foo Fighters zal dit debuut in de smaak vallen. 
De toptracks op dit vrij consistente album zijn opener “Wrong”, “My Medicine” en “The Bridge”.

Yukon Blonde

Tiger Talk

Geschreven door

Yukon Blonde is een Canadese indie rock band afkomstig van Vancouver. Dit is hun tweede album en dit na hun uitstekende EP ‘Fire/Water’. Ze brengen stomenderock met afgelijnde hooks, mooie arrangementen en toch melodieus. De sound roept herinneringen op aan de psychedelische rock van de jaren 60, ergens ook New York Dolls en aan de Fleet Foxes, doorspekt met heldere gitaarlijnen. 
Beste Songs : het mooie melodieuze "My girl", de catchy single “Starway”, met zomerse invloeden en “Radio” .
Kortom, een leuke en afwisselende plaat. En  ‘t schijnt dat ze live zeer goed zijn. Checken dus!  

I Hate Our Freedom

This Year’s Best Disaster

Geschreven door

Fans van Thursday die niet veel aan het laatste album ‘No Devolucion’ van deze populaire hardcoreband hadden, hoeven niet te treuren... Zij komen namelijk een stuk meer aan hun trekken komen bij de tweede plaat van de New Yorkers van I Hate Our Freedom. Pikant detail: drummer van deze formatie is ene Rule Tucker van Thursday! .  Andere bandleden van I Hate Our Freedom  verdienen hun boterham bij ondermeer Texas Is The Reason, Garrison en Milhouse.  Voeg daarbij de productie van Kurt Ballou (gitarist van Converge en als producer oa actief bij onze Vlaamse trots Rise And Fall) en je hebt een combinatie die eigenlijk niet kan mislukken....  ‘This Year’s Best Disaster’ levert dan ook een heerlijke mix van posthardcore, alternatieve rock, emo, punk- en indierock en doet denken aan bands als Thursday, Sparta, Polar Bear Club, I Am The Avalanche, Foo Fighters en zelfs Placebo.  Het jonge volkje  zal ongetwijfeld smullen van de single “Sans Sympathie” of het snelle “Second Telling of A First Degree”.  Kortom, I Hate Our Freedom is verplicht luistervoer voor iedere rechtgeaarde liefhebber van posthardcore!

Authority Zero

Stories Of Survival (Bonus Edition)

Geschreven door

Het is jammer genoeg een feit dat er in de punkrockwereld de voorbije jaren zeer veel matige releases werden uitgebracht en dat eenheidsworst al te vaak de norm is.  Gelukkig zijn er uitzonderingen zoals de Amerikanen van Authority Zero.  Het viertal uit Arizona bestaat al sinds 1994 en bracht in die periode vier albums uit. ‘Stories Of Survival’ is hun vierde plaat die eigenlijk  al in 2010 het levenslicht zag  en nu door Concrete Jungle Records opnieuw wordt gereleased in Europa.  Als mooi extraatje worden er 7 nummers van het live album ‘ Less Rythm More Booze” toegevoegd aan deze speciale editie. 
Wie ‘Stories Of Survival’ nog niet in bezit heeft of de band niet kent, kunnen we sterk aanraden om daar verandering in te brengen.  Authority Zero barst van het talent en creativiteit en is een groep die zeer graag de muzikale grenzen verkent.  Zo heeft de band zich een speciale stijl eigen gemaakt en mengen ze snelle skatepunk met een flinke scheut reggae en ska. 
Op ‘Stories Of Survival’ staan tal van catchy meezingers als “Get It Right”, “Big Bad World”, “Break The Mold” en “The Remedy”.
Voeg daarbij nog de uitmuntende strot van Jason Devore en  Authority Zero is zo een formatie die meer dan haar voet mag zetten naast grote broers als Bad Religion, Pennywise, The Offspring en Rancid.

You Slut!

Medium Bastard

Geschreven door

Het aantal verschillende soorten subgenres binnen de alternatieve muziekwereld schieten als paddenstoelen uit de grond.  1 van die stromingen is de zogeheten mathrock en het is binnen dit genre dat  we de Britten van You Slut! kunnen situeren.  Dit viertal uit Nottingham staat voor een instrumentale vorm van post- en mathrock in het verlengde van  de populaire  Ieren van And So I Watch You From A Afar. 
‘Medium Bastard’ is al het tweede album van You Slut! en naast het knappe artwork weet de band ook muzikaal positief op te vallen.  Zoals typisch voor mathrockbands worden de harde riffs gretig op de luisteraar afgevuurd en is het zoeken naar een duidelijke structuur (vergeet het patroon van strofe refein strofe) in de diverse songs. 
Heel bijzonder is dat de band stevige noise afwisselt met dromerige, gelaagde en zeer rustige rockmuziek en zo de luistereaar even de tijd laat om stoom af te blazen.   Alle stukken en deeltjes vallen wat ons betreft mooi in elkaar en het is genieten van de tien afwisselende en relatief korte nummers (de grens van de drie minuten wordt nergens overschreden).
Zeker es surfen naar http://www.myspace.com/youslut1 .

Pagina 380 van 498