Cactusfestival 2025 – van 11 juli t-m 13 juli 2025 - Sfeer, gezelligheid, zonovergoten weer … én goede muziek, aangename sets!
Cactusfestival 2025
Minnewaterpark
Brugge
2025-07-11 t-m 2025-07-13
Tailtha Delaere, Kristof Acke en Stan Vanhecke
Net geen 30.000 bezoekers zakten dit weekend af naar het Brugse Cactusfestival. Met in de line up 2manydjs, The Black Keys, Eefje De Visser, Daan en Johnny Marr is het geen verrassing dat bijna alle dagen uitverkocht waren. Voor de fans van headliner dEUS was zondag een ware hoogdag, de band bracht hun eerste album ‘Worst Case Scenario', uitgebracht in 1994, volledig en integraal op het Brugse podium. Een show die meteen opgenomen werd in de Cactus-geschiedenisboeken.
Kleppers op het podium en de zon van de partij, een gouden combinatie voor de 42e editie van het festival. Wie al meteen een kaartje voor de volgende editie wil bemachtigen, kan terecht op de website, zet 10-11 en 12 juli 2026 alvast in de agenda.
dag 1 - vrijdag 11 juli 2025
Warmduscher kreeg de eer om het Brugse festival te openen en dat deden ze, hard! Van rustig beginnen was geen sprake. “Normaal staan we rond dit uur pas op,” grapte frontman Craig Higgins. Visueel was de show al meteen een trip: de bandleden zagen eruit alsof ze elk uit een ander genre geplukt waren, wat goed bleek te passen bij hun setlist. We kregen rock, punk, indie en een vleugje jazz. Hoe meer de show vorderde, hoe toegankelijker hun set werd en hoe meer bijtrekpasjes Higgins liet zien. Hoewel de man aardig kan schreeuwen in zijn microfoon, heeft hij toch ook een heel hoog aaibaarheidsgehalte, iets wat het publiek kon smaken. De eerste festivalbandjes zaten nog maar net rond de polsen of ze vlogen al aardig in de lucht op “Midnight Dipper”, gekend van de Soulwax-remix.
Een chaotische set die de wei meteen enkele graden warmer maakte. Lag het aan de temperatuur, aan Warmduscher, of aan de combinatie? Wie zal het zeggen, de toon was alvast gezet.
Merol stond in 2023 al op het podium in Brugge en speelde toen een fijne, dansbare set. We keken dus vol verwachting uit naar haar passage dit jaar en aan de dichtbepakte wei te zien, waren we duidelijk niet alleen. Strak in het clownachtig lycra-pak, met twee lange rosse vlechten, zat haar présence alvast goed. Openen deed ze met “Ik wil een kind van jou” en “Superlatieven”. De sfeer zat meteen goed en het duurde niet lang voor het publiek aan haar lippen hing. Grappig herkenbare, soms ietwat vulgaire teksten onder een dansbaar deuntje, meer had Brugge niet nodig om de werkweek van zich af te dansen.
Na haar bezoekje aan de “Supermarché” zocht de Nederlandse vlot dertig knappe mannen om onder te dompelen in haar “Chocoladefontein”. “Slettenperi” werd heel goed meegezongen door de vele kinderen in het publiek die het beste podiumzicht hadden op de schouders van de licht aangeschoten vaders. We proberen er ons niet te veel pedagogische vragen bij te stellen. Wanneer Merol voor “Hou je bek en bef me” op een roterende dolfijn kruipt, schieten onze ogen toch weer even naar de kinderen in het publiek. Gelukkig zijn die zich van geen kwaad bewust, al vragen we ons toch af welke uitleg ouders geven aan dit soort teksten. Bij de intro voor “Mannen met gevoel”, worden de woorden abortus, Gaza en LGBTQ+ onder luid applaus onthaald. Afsluiten doet ze 'Lekker met de meiden'.
Na Merol was het tijd voor talent van eigen bodem. Bolis Pupul moest het deze keer zonder zijn compagnon Charlotte Adigéry doen, met wie hij in 2023 nog het podium deelde. Met de dansbewegingen uit een eenmansboysband en een rookmachine die zo uit de Zillion leek te komen, opende hij zijn setup.
Eerlijk is eerlijk, de set begon niet zo sterk als we hadden gehoopt, het duurde nog geen tien minuten of we misten Charlotte al. Bolis kon zich gelukkig op tijd herpakken en het publiek was vergevingsgezind, wanneer hij zelf de microfoon ter hand neemt en de bassen iets zwaarder zette kwam het feestje op gang.
Veel werk van zijn nieuwe plaat 'Letter to Yu' zat in de tracklist, een knipoog naar zijn Aziatische roots die zorgde voor een vernieuwende sound, aangevuld met herkenbare techno. De set had een knappe opbouw met een vervroegde climax op “Completely Half”, we kunnen niet anders dan vermelden dat Bolis een harde werker is op het podium. Dat was ook merkbaar bij de imposante visuals die tijdens de show werden geprojecteerd. Tussendoor een kleine knipoog naar muzieklabel DEEWEE, muzikale kind van de broertjes Dewaele die later op de avond passeren.
Een mooie passage dus van de Gentenaar, die volgens ons de beste skincare-routine heeft van de ganse muziekscene.
Strak in een roze trainingspak, bewegend als een robot en op de tonen van 'Bugatti', zo opende Glints zijn show in het Brugse Minnewaterpark. Vorig weekend stond hij nog met compagnon Faisal op de mainstage van Rock Werchter, maar dit weekend mocht Jan Maarschalk Lemmens in zijn eentje het publiek doen dansen. En dansen deden we, zowel eigen nummers als 'Glintsal' kon het publiek pruimen. “Get what you want”, “Lemonade money” en “Acid” veroorzaakten de eerste lichte aardbeving bij het ondergaande zonnetje in Brugge. Bij “Gold Veins” sprak de Antwerpenaar zijn publiek toe in het beste West-Vlaams: “Ik wil een autostrade in het midden Bruhhe”, een verdienstelijke poging.
Het geïmproviseerde dak ging er helemaal af bij “(not a) housewife”, afsluiten deden we met een krachtige “Roma” en een nog krachtigere “Free Palestine”.
Johnny Marr schreef in de jaren 80 samen met The Smiths een belangrijk hoofdstuk uit de alternatieve rockgeschiedenis. En dat was eraan te merken, het was drummen voor het podium. Oude Smiths-klassiekers werden moeiteloos afgewisseld met solowerk, maar het was toch vooral de nostalgie die het publiek kon smaken. “This Charming Man” en “Bigmouth Strikes Again” werden lustig meegezongen door een compleet ander publiek dan we eerder al voor het podium zagen.
Dat Marr een steengoede zanger en gitarist is, twijfelt niemand aan. Met een nette, strakke performance zagen we een ware meester aan het werk, professioneel en met een tikkeltje arrogantie. Bissen deed hij met een mooie cover van “The Passenger” van Iggy Pop, die vorige week nog op de wei van Werchter stond.
En afsluiten deden we met het nummer waar iedereen reikhalzend naar uitkeek: “There’s A Light That Never Goes Out”. Opgedragen aan de hoop, want laten we eerlijk zijn, ’t zijn gekke tijden.
De eer om de eerste festivaldag af te sluiten ging naar de broertjes Dewaele van 2manydjs. Strak in het pak, goeie beats en nette visuals, we hadden niets anders verwacht van onze Belgische trots. Al meer dan twintig jaar draaien David en Stephen alles aan elkaar wat los en vast zit, en ook in Brugge bewezen ze opnieuw dat ze nog steeds tot de absolute top van de electrowereld behoren. Dat de broers een aangepaste set brachten was duidelijk, “Les Cactus” van Jacques Dutronc moesten we toch even mee gniffelen. En ook passeerde “Tropical Dancer” van Charlotte Adigéry en Bolis Pupul, de knipoog terug naar de DEEWEE kroost.
Hun liveset bracht het publiek moeiteloos aan het dansen, het is duidelijk dat de mannen nog altijd weten hoe ze een feestje moeten bouwen. Een mooie eerste dag van de 42e editie van het Brugse Cactusfestival, de planché is alvast opgewarmd voor morgen.
dag 2 - zaterdag 12 juli 2025
Na de bruisende vrijdagavond voelde het goed om de zaterdag zachtjes te beginnen. Ik stond op de eerste rij, en het leek alsof Sophye Soliveau speciaal voor mij speelde. De Frans-Britse artieste is harpiste, zangeres en componiste, en combineert jazzy, spirituele soul met diepe maatschappelijke thema’s. Met haar harp, warme stem en sobere begeleiding (vijfsnarige bas en drums) bracht ze een intiem ontwaken in het Minnewaterpark. Haar uitgesponnen nummers leken boven het park te zweven. Voor sommigen misschien net iets te experimenteel, maar voor mij was het een mooi rustpunt. Ook haar oproep tegen onderdrukking – in Palestina, Congo en Soedan – gaf haar optreden extra gewicht. Het slotnummer “Leave”, met de woorden ‘Why is it so hard’ en een ontroerende samenzang met het publiek, raakte een gevoelige snaar. Het was zo’n zeldzaam moment waarop een hele menigte even haar zorgen losliet.
De broeierige hitte van de namiddag maakte plaats voor bakken energie met Big Special, een Brits postpunkduo uit Brimingham, gevormd door zanger Joe Hicklin en drummer Callum Moloney. Hun stijl is rauw, furieus en theatraal – een perfecte storm op het heetst van de dag. Hoewel sommige instrumenten vooraf waren opgenomen en vanop een bandje kwamen, voelde het optreden toch oprecht en krachtig. ‘England is a mess, but where isn’t a mess?’, sneerde Hicklin, waarna “Shithouse” losbarstte. Tussen nummers als “God save the pony” en “Yesboss” kwam Joe met een cimbaal het publiek in en liet een kind meeklappen.
Hoogtepunt was de verrassende gastbijdrage van Rachel Goswell van Slowdive, die meezong op het nummer “Thun horses” – een samenwerking van hun laatste plaat ‘National average’.
Na het concert galmde luid ‘That’s Life’ van Sinatra door de boxen: pure punkironie. Hun belofte om op 8 oktober terug te keren naar Brugge? Noteer het alvast.
The Bony King of Nowhere, het alter ego van Bram Vanparys, bracht vervolgens rust. De Belgische singer-songwriter, met al meerdere gelauwerde albums op zijn naam, bracht een set vol emotie, gedragen door een uitgelezen band met onder meer Gertjan Van Hellemont (Douglas Firs) op gitaar, Thijs Troch (Nordmann) op keys, Jasper Hautekiet op bas en Simon Segers (Sylvie Kreusch) op drums. Zijn melancholische stem kwam extra krachtig naar voren in “Everybody Knows”, geschreven naar aanleiding van de Russische inval in Oekraïne. De tekst (‘The world is listening, a gathering storm’) weerklonk treffend in het stil luisterende publiek – een sterk emotioneel moment, al vroeg in de set. Daarna werd het tempo opgedreven; de hele band smeet zich en stond al snel in het zweet. De temperatuur in het park steeg mee. Met “Like Lovers Do” sloot hij krachtig af. Ondanks het kwaliteitsvolle spel en de sterke teksten was het vooraan nog niet drummen.
En toen… feest met de Minyo Crusaders! Waar vroeger wereldmuziek apart de zondag geprogrammeerd werd op Cactus, staat die nu verspreid over het hele weekend. Deze negenkoppige band uit Japan mixt traditionele min’yō-volksmuziek met dansbare beats. Ze werden opgericht om het Japanse muzikale erfgoed nieuw leven in te blazen. Met blazers, percussie, bas, keys en een hyperactieve gitarist die het publiek opzweept, werd hun optreden een kleurrijke, dansbare orkaan. De gitarist had zijn bindteksten fonetisch opgeschreven en gaf het publiek les in traditionele danspasjes – én probeerde vervolgens hun merch aan de man te brengen: cd’s, lp’s, keukendoeken en zelfs kimono’s. Voor mij worden zij misschien wel de nieuwe Buena Vista Social Club. Dit was wereldmuziek op z’n best: vrolijk, eigenzinnig en verbindend.
In de broeierig hete zon stapte Kae Tempest het podium op. De Britse woordkunstenaar en spoken word-artiest is bekend om hun (Kae is non-binair) rauwe, gevoelige teksten over identiteit, eenzaamheid, hoop en het dagelijkse overleven in een moeilijke wereld. Alleen op het podium, met één persoon op toetsen en af en toe geprojecteerde woorden op de achterwand, vulde Kae het lege podium met een krachtige aanwezigheid. Rond mij werden tranen de vrije loop gelaten. De zwaarte van het bestaan werd voelbaar in elke zin. Dat ook artiesten als Daan en Frank Vander linden (De Mens) kwamen kijken, zegt veel over hun impact. Een optreden dat nazindert.
De avond kreeg daarna een theatrale wending met Sylvie Kreusch. De Antwerpse zangeres, bekend van Warhaus en haar solowerk, bracht opnieuw een hoogst eigenzinnige show. Een zee van zilveren ballonnen op het podium, een parasol in watermeloenmotief als subtiel politiek statement, en vooral: een uitgekiende set waarbij ze blij was dat er geen storende dj-tent in de buurt van haar podium stond, waardoor er ruimte was voor ballads in de setlist. Haar combinatie van dreigende sensualiteit en melodieuze pop blijft onweerstaanbaar. Ook hier stond weer een fantastische backing band op de planken. Simon Segers, die daarnet nog bij The Bony King Of Nowhere achter de drums zat, mocht zich nu alweer in het zweet werken. Uitschieters waren onder andere “Shangri-La”, “Wild Love”, “Walk Walk”, “Please To Devon” en als afsluiter “Comic Trip”, wat allemaal heerlijk werd meegezongen door het talrijk aanwezige publiek.
Slowdive, de Britse shoegazeband rond Neil Halstead en Rachel Goswell, bracht zoals verwacht dromerige lagen van geluid. Sinds hun succesvolle comeback in 2017 en het album ‘Everything Is Alive’ (2023) zijn ze weer helemaal terug. Het was alweer van 2018 geleden dat ze ook dit festival aandeden. Een eerdere passage in De Roma begin dit jaar werd met veel lof onthaald, en een druk toerschema door de VS, het VK en Europa bracht hen opnieuw naar Brugge.
Ondanks enkele foutjes op het podium – Halstead zette tweemaal (bijna) het verkeerde nummer in – was hun optreden sfeervol, meeslepend en perfect getimed bij het vallen van de nacht. Heel wat blije gezichten voor het podium.
De setlist was een mooie weerspiegeling van hun carrière, met een handvol nummers uit het legendarische ‘Souvlaki’ en drie nummers uit elk van de laatste twee albums. “When The Sun Hits”, “Slomo” en “40 Days” sloten de set in schoonheid af.
De afsluiter van de avond: The Black Keys. Dan Auerbach en Patrick Carney hadden eerder hun grote Amerikaanse stadiontour afgeblazen, wat leidde tot speculaties over tegenvallende ticketverkoop. Maar in Brugge was daar niets van te merken. Het Minnewaterpark stond stampvol. Ze brachten een strakke, professionele set, met klassiekers als “Gold on the Ceiling” en “Fever” die al vroeg in de set passeerden en het publiek meteen enthousiast maakten.
De backingband (met onder anderen Chris St. Hilaire, Zach en Andy Gabbard) hield zich op de achtergrond. Na de voorstelling van de band mocht de gitaar tech zelfs mee het podium op om mee te spelen.
De eerste dertig minuten bleef het duo stil – geen bindteksten, geen interactie. Pas tegen het einde kwam er iets meer verbinding met het publiek, al bleef het vooral een technisch feilloze rockshow. Geen politieke statements, wel vuile riffs, warme grooves en een nostalgische terugkeer naar hun bluesrockroots. Op de echo van “Lonely Boy” kon iedereen het Minnewaterpark verlaten en uitkijken naar nog één festivaldag.
dag 3 - zondag 13 juli 2025
Zondag was het de beurt aan Porcelain Id om het festival terug op gang te trappen. Hubert Tuyishime is de frontman en brengt betekenisvolle indie popsongs. De band lost lieflijk af met scherpe tonen in stem en klank tussen gegoten. Tuyishime gooide zich helemaal tijdens de nummers, en legde geduldig uit wat ze betekenen vooraf. Zo gaat “You Are the Heaven” over ‘een echte sukkelaar’. En even heftig is de betekenis van “Adam Coming Home”. Toch beginnen Hubert en co meestal met een kabbelend melodietje. Maar de dramatiek en melancholische uitschieters laten nooit lang op zich wachten. “Habibi” begint wel onheilspellend. Tuyishime zingt er ook zwaarder in en het tempo wordt opgedreven. Het heeft allemaal iets filmisch, alsof dit zomaar een stukje van de score van Pulp Fiction zou kunnen zijn.
“Cellophane” entertaint en hangt los aan elkaar met een fikse pauze tussendoor. Met “Man Down!” gaat Porcelain Id de meer bombastische toer op, dankzij een zwaar aangezette drumbegeleiding. Toch kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat het deze keer een klein beetje uit de haak is. Als slot krijgen we “Lights!”, waarbij de zanger enkel zijn stem op ons afvuurt, om daarna de rest van de band erbij te kletsen.
Mystery lights is wat er gebeurt als stevige punkrock verstand heeft gekregen, of rock’n’roll uit de sixties een stamp onder zijn gat. De Amerikanen zorgden daardoor voor liefde op het eerste gezicht in Brugge, al is dat gezicht dan misschien wel lijkbleek (zie fotoreportage en Mike Brandon). Dat de man een zonnebril bezat deed dan wel verbazen, maar de echte verrassing bleek de topset van deze relatief onbekende band.
De combinatie van riffs zonder complexen en de sferische synthsaus bovenop werkte aanstekelijk. Vrolijke hevigheid was duidelijk het devies. Brandon sprong met zijn groene overall en benen gespreid het podium over. “Purgatory” was toch ook vooral hevig en strak aan de lijn, net als “Trouble”. “Sorry I Forgot Your Name” kwam met de intro van een gameboyspel, en was een song in Brits verhalende stijl. Meer vuiltjes hoorden we in “Can’t Sleep Through The Silence”, met veel tempowissels en ruimte voor de gitaren om even te ronken. Een zwaai met het haar en we gaan alweer door in een razende set. Al krijgen we wel medelijden. Want ochottenere toch, onze beste Mike schreeuwt het uit van misfortuin: hij heeft ‘too many girls living in my home’. Misschien een minder catchy en plakkerige baslijn proberen volgende keer?
Een synth voor de sfeer, simpel gespeeld maar exact getimede invallen van de muzikanten. Zo zullen we ons Mystery Lights herinneren. Dat we nog de cover van Los Saicos’ “Demolicion” kregen was een flinke kers op de taart.
King Hannah - Cool en ongeïnteresseerd lijken. Vaak gaat het hand in hand. Dat bewees Hannah Merrick van het duo King Hannah. Bijna de volledige set voor zich uit starend met weinig of geen beweging leek ze wel de antipool van Sylvie Kreusch. De songs volgden een herkenbaar patroon. Een vertellement van Hannah over het één of ander, begeleid met sferische klanken. Traag, opbouwend en lang uitgesponnen baanden de nummers zich een weg naar een stevige outro. Tijdens “Milk Boy (I Love You)” merk je wel dat de zangeres een sterke stem heeft. Het duo streeft naar een soort kunstvorm - ze omschrijven zichzelf als een muzikaal project - in het genre van de alternatieve rock. De kwaliteit is er meestal, de sérieux altijd.
Na negen songs die het uur volmaakten hield King Hannah het voor bekeken, eindigend met “Big Swimmer” van de langspeler met dezelfde naam. Check het zeker eens als je interesse hebt voor een mengeling spoken word en indie gitaar rock/pop, voor de rest is er nog een leercurve om deze ontoegankelijke sound te smaken.
Het contrast was schril toen de vrolijke rakkers van Nubiyan Twist ten podium kwamen. Met een geluid waar zowat alles in zit dat dansbaar is, maakten ze het Cactuspubliek wakker. De groep heeft alles om een festivalpubliek in te pakken en presenteerde zich vrolijk en in het oranje. Al vanaf het begin bewees Aziza Jaye een enorm bereik te halen met haar stem. Rappen schuwt ze niet zoals in “You Don’t Know Me” en “If I Know”. Ondertussen doorspekten de muzikanten het geheel met invloeden jazz, afrobeat, soul en zelfs wat dance. Zo heeft het de typische vibes die wereldmuziek vaak heeft, maar dan strak. De sax en trompet kregen een hoofdrol in “Carry Me”. Het publiek mocht een stukje meezingen en koebellen kregen het hard te verduren. Telkens wist de zangeres met iets te komen dat het optreden meer en meer een feestje maakte.
Eindigen deed de big band-achtige groep met “Pray For Me - Pt.1” en “Pray For Me - Pt. 2”. Die eerste omdat het niet zo mooi is in de wereld, de tweede omdat kinderen het - laat ons hopen - beter maken. Het verklaarde dat die laatste een stuk vrolijker was dan de eerste, waardoor iedereen happy naar de rest van de dag kon uitkijken.
Beginnen met vooral nummers van de nieuwe plaat is een uitdaging. Zeker als je het geheel wat schwung zou kunnen geven met een hitje of twee, wetende dat Daan er veel uit de mouw kan schudden. Toch bleven “Shadow” met ferme strijkers en “Luck” overeind. Pianist Jeroen Swinnen zorgde voor subtiliteit en frisheid in de donkere zwaarte van de stem. Dat Daan de teksten leek af te lezen van een scherm, steken we maar op zijn val ergens bij het volgen van de Tour de France, waardoor de arm in een brace moest. Warrig verhaal wel, en het ding moest ook gewoon uit. Daan leek erna wel bevrijd, en het deed de set nog meer deugd. De Dead Man Ray-cover van “Chemicals” was niet helemaal geslaagd. Nochtans is georganiseerde chaos een Daan-ding, maar dit was een beetje uit de haak.
Het einde van de show zat daardoor alsnog boordevol hits. Mooie meezingmomenten en fluiten tijden “Icon”, onmiddellijk gevolgd door “Exes” was een schot in de Brugse roos. Het duet met Isolde Lasoen tijdens een heftig “Swedish Designer Drugs” zorgde voor een apotheose. Dat het dansje bij “Victory”een beetje knullig overkwam, deerde niemand.
Richard Hawley is een oude rot in het vak. Voor het Cactusfestival was de ex-gitarist van Pulp een baken waar de meer ervaren festivalganger zich door kon laten (ver)leiden. Zachtheid zoals in “Prism In Jeans” werd afgewisseld door hardere rock zoals bij “Galley Girl” en “Standing At the Sky’s Edge”. Steeds steengoed en met klasse speelde de band zich doorheen de set met evenveel gitaren als er songs waren. Na het ronken was er plaats voor echte tearjerkers. “Open Up Your Door” is voorzien van voldoende weemoedigheid, en doet in de verte zelfs een beetje denken aan Johnny Logan, maar dan muzikaal zoveel sterker. Ook “Coles Corne” is zo’n nummer dat doet wegdromen.
Hawley kreeg het publiek muisstil met zijn romantische werk. Deze band bewees dat puur en zonder franjes nog altijd het beste werkt. ‘Should we rock some more?’, klonk het toen de band dreigde over tijd te gaan. Gelukkig wel, want “Heart Of Oak” is precies wat een klassieke rocksong moet zijn. Een goede baslijn, lekkere riffs en die loepzuivere stem van Hawley. Hoogtepunt van deze derde dag Cactus!
Eefje de Visser is niet meer weg te denken uit de Nederlandstalige muziekscene. Ondertussen zijn er al vijf langspelers en is er nog één in de maak. Als opener mochten we met “Onomkeerbaar” al eens proeven van wat het tweede deel van ‘Heimwee’ zou moeten worden. De Visser beloofde nog dansbaarder en meer elektronische invloeden dan daarvoor. Belofte maakt duidelijk schuld, want al vanaf het begin kreeg ze iedereen in beweging. Een echt volledige act ook, want de Visser is niet alleen bezig met prachtige songs maken, de show is esthetisch veruit de mooiste die we hebben gezien. De kledij, de drums in de hoogte, hoe de lichten de sfeer mee bepalen (zoals bij “Storm”). Alles klopt en vormt één geheel, waardoor je het gevoel krijgt dat geen pink verkeerd beweegt. Geen noot uit de haak gezongen. De synths mogen wel snijden, maar ook dat klinkt exact juist. Het herhalende dreunen in “Vlug” is een coole vondst. Naast het meer poppy en elektronische werk hoorden we ook het akoestische “Scheef”. Toch zitten daar goed geplaatste riedels om te verrassen. Als slot speelde de band het dreigende “Lange Vinnen”. Met kippenvel op de armen mochten we uitkijken naar dEUS.
31 jaar na het debuutalbum van dEUS mochten we vandaag genieten van een trip down memory lane. Voor wie nog jonger dan 30 is en nog niet in zijn bedje moest, zorgden zij voor een waardige afsluiter van het festival. Met Stef Kamil Carlens en Tom Barman samengebracht, spatte de deugnieterij uit de boxen, terwijl ze ‘Worst Case Scenario’ opnieuw speelden. En dan vraag je je af: ‘Zou W.C.S. (First Draft), Shake Your Hip of Divebomb Djingle vandaag zelfs een plaat van dEUS halen?’ Waarschijnlijk niet, maar net dat gedurfd dissonante, vat vol rare ideeën is wat deze set zo fantastisch maakte. Drummer Stéphane Misseghers was in topvorm, en tijdens “Hotellounge (Be the Death of Me)” tokkelde Klaas Janzoons heerlijk op zijn viool. Dat Carlens erbij was, is een zaligheid. Schwung, sprongkracht en natuurlijk heel wat fridays tijdens “Suds & Soda”.
Gelukkig was er nog een klein beetje tijd over op het eind. Tijdens deze hete avond deed de band het kwik nog een paar graadjes stijgen met “Roses” en “Instant Street” Zo voelden we ons extra verwend. Zelden werden Antwerpenaren zo op handen gedragen in Brugge. We gingen voldaan de nacht in.
Neem gerust een kijkje naar de pics @Astrid De Maertelaere
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8088-cactusfestival-2025?Itemid=0
Organisatie: Cactus Club, Brugge (Cactusfestival)