Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15420 Items)

Zerodent

Zerodent - Postpunk met een sprankelende gitaar

Geschreven door

Eerste band was Schleu (mof in het Nederlands), een viertal uit Lyon waarvan Lars Ulrich beweerd zou hebben dat het de beste groep aller tijden is. Dat moet dan wel in een erg nare droom gebeurd zijn. Toen ze eraan begonnen stonden er nauwelijks zeven mensen te kijken en hun hysterische noiserock was niet van die aard om veel meer volk naar binnen te lokken. Beefheart’s ‘Trout mask replica’ achterstevoren op 78 toeren afgespeeld zal wellicht nog toegankelijker klinken dan hetgeen we hier hoorden. Heel even liet de zangeres ons hopen dat we het Franse antwoord op Melt Banana zouden krijgen , maar de lawine aan dissonante noten bleek toch nog een stuk moeilijker te verteren. The Flying Luttenbachers leek me een beter referentiepunt. Ons tolerantievermogen werd danig op de proef gesteld maar af en toe viel er ook echt wel wat te genieten. De gitarist , wiens gitaar soms klonk als een ontregelde sirene, wist met een minimum aan effectpedalen steeds verrassend uit de hoek te komen. Ook de andere instrumenten (bas en drums) konden individueel ontzag afdwingen. Alleen vroeg ik me soms af of ze wel wisten dat ze met zijn vieren waren. Op de momenten waarin ik dan toch enige vormen van structuur meende te ontwaren, lieten ze me zowaar mijmeren over Trumans Water, een band die me nog steeds nauw aan het hart ligt. Ik ging ervan uit dat Schleu een relikwie uit een ver verleden was maar bij nader toezien bleek dit om een geheel nieuw project, weliswaar met een stel veteranen in de rangen, te gaan. Na deze set hadden ze er alvast twee fans bij: de zanger en de drummer van Zerodent die er tot de laatste noot bij bleven headbangen.

Zerodent is een viertal uit het Australische Perth met twee platen op Alien Snatch! Records en een doortocht op het befaamde Gonerfest op het palmares. Het intussen wat talrijker geworden publiek zag een sympathiek en gretig bandje waarvan drummer Dylan Prossor blijkbaar dezelfde kapper als Amyl and The Sniffers frequenteert. Als dat maar geen trend wordt!
Postpunk met de nadruk, gelukkig maar, op punk waarbij ik dan niet denk aan groepen als Protomartyr of Preoccupations maar eerder Wire in gedachten heb.

Korte, aanstekelijke songs die behoorlijk sprankelden en dat kwam eerder door de instrumenten dan door de half gezongen half gesproken woordenstroom van Lee Jenkins. Het grootste aandeel daarin had gitarist Predag Delibasich. Hij leek wel het buitenbeentje in de groep, volledig in het zwart terwijl de andere drie voor wit opteerden terwijl hij ook een stuk ouder leek. Maar vergis je niet: hij is samen met Jenkins (tevens de twee enige originele leden) duidelijk de spil van de groep en bepaalt hij met klaar klinkende en rinkelende gitaarakkoorden de richting die Zerodent uit wil. En dat was een koers die zich niet halsstarrig aan postpunk vastklampte maar waarin ook andere invloeden zoals de slacker rock van Pavement getolereerd werden. Dat deed hij sober, onopvallend bijna en zonder de alom tegenwoordige batterij pedalen aan de voeten maar o zo doeltreffend.

Delibasich, van Servische afkomst, was trouwens bijzonder gelukkig dat hij in de Pit’s mocht spelen, niet in het minst omdat hij uitgerekend hier zijn broer terugzag. Niet alle nummers waren even geslaagd maar enkele briljante parels lieten me dat snel vergeten.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Ornamentos Del Miedo

Este No Es Tu Hogar

Geschreven door

Ornamentos del Miedo uit Spanje is een one-man band die atmospheric funeral doommetal brengt. Angel Chicote heeft eerder het mooie weer gemaakt bij bands zoals Graveyard Of Souls, Mass Burial, Ad Nebula Nigra, Ultimo Gobierno, Sinergia, enz. ‘Ornamentos del Miedo werd medio 2017 geboren als de noodzaak om de realiteit te ontdoen van alle ornamenten en luchtspiegelingen die we hebben gebouwd. Lezen we in een biografie. En ook: ''om ons aan te passen, aan een ellendig bestaan over een diep en donker geluid." Met 'Este No Es Tu Hogar' levert Ornamentos del Miedro zijn eerste album af. Hij neemt ons letterlijk mee op reis naar de diepten van ons onderbewustzijn. Waar leven en sterven elkaar de hand reiken. Binnen een intens mooie omkadering. Zoals dat hoort bij funeral doommetal.
Op mijn 54ste ben ik daar uiteraard nog niet mee bezig, maar op de vraag welke muziek ik zou willen dat er op mijn begrafenis wordt gedraaid, is het antwoord doorgaans enkele van mijn grote idolen. Echter puur muzikaal past funeral doommetal perfect in hoe ik heb geleefd. Een vat boordevol emoties en overgevoeligheid, met toch wel een donker randje. Ornamentos Del Miedo doet op deze schijf niets nieuws met die muziekstijl, maar brengt die wel op een zodanige intensieve wijze dat hij u, eens onder hypnose gebracht, tot tranen toe weet te dwingen.
Dat merken we al bij die eerste, circa elf minuten lange track “Este No Es Tu Hogar”. Meteen is deze song een schoolvoorbeeld van hoe de complete schijf in elkaar steekt. Daaropvolgende lange songs van circa tien twaalf minuten, gaan namelijk diezelfde intensieve weg op. “Ornamentos Del Miedo” voelt aan alsof je geladen je lot tegemoet ziet, zelfs met een glimlach op de lippen. Want hier worden geen geluidsmuren op een oorverdovende wijze afgebroken, noch komt een dreigende ondertoon naar boven, waardoor het angstzweet je op de lippen zou staan. Eerder brengt Ornamentos De Miedo de aanhoorder tot een zekere gemoedsrust, uiteraard binnen die donkere omkadering. Alsof de dood het rustig laat worden in je hoofd, zo voelen die intensieve donkere funeral doomsongs als “Carne”, “Caminos Perdidos”, “Raices Podridas” allemaal aan. De eindspurt wordt ingezet met het veelzeggende “Frágil”. Een songtitel die eigenlijk perfect omschrijft hoe deze volledige schijf echt in elkaar steekt. Breekbaar, zeer breekbaar.
Ornamentos Del Miedo brengt een typische funeral doommetalschijf uit. Breekbaar als porselein, zoals ook het leven breekbaar kan zijn. Zodanig intensief dat er een donkere gemoedsrust over jou neerdaalt die je tot tranen brengt, waarna je je lot zelfs met een gelukzalig gevoel vanbinnen in handen neemt. 'Este No Es Tu Hogar' is dan ook gewoon een schoolvoorbeeld van hoe een funeral doommetal schijf echt moet aanvoelen. De ziel verwarmen binnen een duistere omkadering, waardoor sterven niet aanvoelt als iets pijnlijk maar eerder als een zacht deken dat je tot eeuwige rust brengt. En daarin slaagt Ornamentos Del Miedo dus op zijn eerste schijf met brio.

Tracklist: Este No Es Tu Hogar, Ornamentos Del Miedo, Carne, Caminos Peridos, Raices Podrida, Fragil

Pebble

False Step (EP)

Geschreven door

Pebble is een jonge hardcoreband uit Lokeren. De band bracht een eerste EP op de markt, 'False Step', die ze begin mei kwamen voorstellen in de eigen gemeente, een thuismatch die je niet mocht missen. Op het affiche stonden namelijk ook: Mindwar, CLCKWS en In Haste. Dit geheel terzijde, namen we deze EP onder de loep en stellen vast dat we het, zoals gewoonlijk, soms te ver van huis gaan zoeken terwijl er ook in eigen geboortedorp talentvolle muzikanten rondlopen. We leren het nooit!
Pebble legt namelijk de lat al direct bij de eerste song, “Gravel” zeer hoog. Puur technisch bekeken valt er dan ook geen speld tussen te krijgen, maar vooral brengt Pebble een soort zeer melodieuze hardcore die je aanzet tot het omver duwen van heilige huisjes. Dat is het soort hardcore waarvoor een ouwe rot als ik, die ooit viel voor die oldschool hardcore uit de gouden tijden, het liefst uit zijn luie zetel komt. Want inderdaad Pebble doet een kortsluiting in je hoofd ontstaan, waardoor je prompt alle remmen loslaat en als een vuurpijl aan het moshen slaat.
Dat is dus de verdienste van muzikanten en zanger die verdomd goed weten waar ze me bezig zijn. “Nurture The Snakes”, met een lekker schreeuwerige stem boordevol frustratie, waardoor je prompt een spiegel wordt voorgehouden, zet ingenomen stellingen alleen maar meer in de verf. Ook instrumentaal valt er eveneens geen speld tussen te krijgen, luister maar naar de kristalhelder klinkende drum- en gitaar/bas-partijen op “Discredit” of “Verdict Of Lies”. Songs die net door die kruisbestuiving van sublieme instrumentale inbreng met verdomd sterk klinkende vocale aankleding dan ook aan de ribben blijven kleven. Verschroeiend hard, maar dus ook die verdomde spiegel voorhoudende blijft Pebble mokerslagen uitdelen tot het bittere einde met “Take Offense”. Boodschap begrepen!
Het is als band of artiest in deze dagen onmogelijk om nog echt origineel voor de dag te komen. Zeker binnen dat hardcore/punkgebeuren kom je vaak bands tegen die muzikaal diezelfde lijn uitgaan. Op zich is daar niets verkeerd mee, als er kwaliteit wordt afgeleverd waardoor je als aanhoorder murw geslagen wordt en er bovendien een subtiele boodschap door de strot wordt geramd, die je doet nadenken over de dingen des levens. Dan is zo een band in mijn ogen compleet in zijn opzet geslaagd. Bij de meeste bands duurt dat toch enkele jaren eer ze echt begrepen hebben waar het om draait. M
aar je hebt altijd uitzonderingen, die je vanaf die eerste schijf of dat eerste concert direct murw slaan. In dat rijtje hoort bijvoorbeeld een band als CLCKWS thuis. Nu wint ook Pebble, op plaat alvast, een eerste thuismatch. Door een perfect visitekaartje af te leveren dat mijn hardcorehart sneller doet slaan, net doordat er een eerlijke soort hardcore vanuit het hart van die muziekstijl wordt gebracht. De heren vertellen geen fabeltjes, maar steken enorm veel emoties, woede en frustratie in hun muziek. Waardoor we prompt onze stoute schoenen aantrekken, om samen met deze klasse muzikanten ook al die heilige huisjes omver te gaan duwen. Meer nog, we zijn er op basis van deze knallende EP ook zeker van dat live de daken er compleet zullen afvliegen.
Tracklist: Gravel; Nurture The Snakes; Discredit; Verdict Of Lies; Take Offense

Where We Sleep

Experiments In The Dark

Geschreven door

Where we sleep is een vrij nieuw project rond Beth Retting van Blindness, die haar zeer mysterieuze stem in de strijd gooit om de aanhoorder meerdere keren een krop in de keel te bezorgen. Voor dit project laat Beth zich omringen door topmuzikanten, met leden van bands als The Fall, Echobell, Curve en United Ghosts. Dit resulteert in de EP 'Experiments In The Dark', een titel die de lading dekt. Want hier wordt inderdaad voortdurend geëxperimenteerd in het donker.
Vanaf “What I Deserve” biedt Where We Sleep je een atmosferische, emotionele trip aan waarbij we zelfs even stopten met typen om die muziek echt op ons te laten inwerken. Want deze sfeer is zo intensief dat je de muziek best beluistert terwijl je je volledig afsluit van de buitenwereld. Dat is uiteraard de verdienste van Beth die met haar bijzonder tot de verbeelding sprekende stem je als het ware hypnotiseert. Ze laat zich gelukkig omringen door muzikanten die perfect die donkere, lichtjes dreigende atmosfeer eveneens instrumentaal naar voor kunnen brengen. Dat blijkt eveneens de rode draad te zijn doorheen de daarop volgende songs als “The desert”, “Control” en “Into The Light”. Een bevreemdend aanvoelend geluid kruipt traag maar zeker naar je hersenpan tot de licht dreigende ondertoon je ziel heeft bereikt en je in een trance doet terechtkomen. Omgeven door pure duisternis, die niet verstikt maar je toch een zekere angst inboezemt voel je je wegglijden over donkere paden, tot je zen bent geworden binnen diezelfde duistere en intensieve omgeving rondom je. Dat laatste wordt duidelijk nog eens in de verf gezet met de afsluiter “Experiments In The Dark”.
Where We Sleep experimenteert dus letterlijk met duisternis en brengt alle aspecten daarvan naar boven binnen een intensief en emotioneel mooi kader, waardoor je als aanhoorder, eens onder hypnose gebracht door die wonderbaarlijke stem van Beth en de instrumentale virtuositeit die snaren raakt, compleet één bent geworden met diezelfde duisternis, die aanvoelt als een deken tegen koude nachten die je door de lichtjes dreigende ondertoon toch ook wat angst inboezemt. Maar dankzij die hypnotiserende vocale aankleding, ga je die trip gewillig aan.

Tracklist: 1. What I Deserve, 2. The Desert, 3. Control, 4.  Into The Light, 5. Experiments In The Dark

Lizzy

We Can Make This Beautiful -single-

Geschreven door

We waren bijzonder gecharmeerd door het Nederlandstalige FELIZ, maar plots is daar FELIZ-zangeres Lizzy met de lekker vlotte urban-electronic single “We Can Make This Beautiful”. Die doet op het eerste gehoor wat denken aan Neiked en vooral Bille Eilish. Het zit ergens tussen Eilish’s “Bad Guy” en “Bury A Friend” in.
Lizzy’s single is net iets vrolijker en dansbaarder dan die referenties. Zoals moderne popmuziek hoort te klinken. Het spelen met grooves, ritmes en backings bovenop een vlot te begrijpen en snel mee te zingen tekst, deze single heeft alles in huis om het te maken, zowel op de radio als op Spotify.  Nog de juiste video erbij en dan is de trein helemaal vetrokken voor Lizzy.

Usi Es

Mutiny EP

Geschreven door

Usi Es is het project rond singer-songwriter talent Esther Weemans. Volgens de biografie op haar facebook pagina is Esther opgegroeid met de muziek van o.a. PJ Harvey en ze verbindt dat met donkere elektropop in het verlengde van CocoRosie en Fever Ray. Ze bracht in eigen beheer haar eerste EP uit 'Mutiny', waarop donkere walmen geen pijn doen aan je oren en ziel, maar je hart verwarmen binnen een duistere en weemoedige omkadering.
Er zit eveneens een zekere verhalenlijn in de songs van Usi Es. Zo laat ze zich bij “Billy Weaver” inspireren door de verhalen van de schrijver Roald Dahl en creëert ze een mysterieus klankentapijt dat je op het puntje van je stoel doet genieten en luisteren, maar dan vooral met het hart. Want Usi Es bewerkt niet je oorschelpen alleen, ze raakt die gevoelige snaar op dezelfde soort wijze als enkel en alleen een artieste als PJ Harvey dat ook kan. Dat is ook te merken bij “The Bubble”, een song waar je je inderdaad voelt wegdrijven over weidse landschappen, gevangen in een bubbel. Dromerige landschappen komen me voor de geest als ik mijn ogen sluit, ontroerd door die bijzonder veelzijdige stem van Esther, die zalft en beklijft. Ik beland in een trance waaruit ik niet meer wil ontsnappen. “Christian” is weer zo een sprookjesachtige song die de fantasie prikkelt. Verhalen van elfen, nimfen en woudgeesten komen me hierbij voor de geest. Maar zeer opvallend, voel ik me in dat donker bos totaal niet onveilig of angstig. Esther haar warme en heldere stem zorgen eerder voor een gemoedsrust, en zorgt voor dat lichtpunt in het donker waardoor je de gevaren dus niet meer ziet.
Dansbare muziek brengen op een zodanige wijze dat je er een ander mens van wordt. Het is de rode draad op deze schijf. En dat zet Usi Es nog maar eens in de verf met een prachtige cover van PJ Harvey's “Is This Desire”. Iets soberder gebracht dan het origineel, maar daarom niet minder beklijvend of hartverwarmend.
Usi Es ofwel Esther Weemans beschikt over een zeer veelzijdig en bijzonder breekbaar stembereik. Haar vocale capaciteiten gooit ze doorheen deze EP dan ook in de strijd om de aanhoorder, binnen een sprookjesachtige omkadering, te doen vertoeven in verre oorden waar mystieke wezens huizen die het ondanks de donkere omkadering, wel goed met de luisteraar voorhebben. Het is een spookachtige wereld waar het dan ook fijn vertoeven is. Waar melancholie, weemoedigheid en duisternis elkaar vinden op een zodanige manier dat er een gemoedsrust over jou neerdaalt die je eveneens doet dansen doorheen datzelfde spookachtig en sprookjesachtig bos. Daar vind je ook Usi Es.

Tracklist: Billy Weaver, The Bubble, Christian, Is This Desire

Lloyd Cole

Guesswork

Geschreven door

Lloyd Cole was met Lloyd Cole & The Commotions één van de warmst klinkende Britse postpunkbands van de jaren ’80, met een soort flegmatieke melancholie die je toen ook vond bij The Smiths en Talk Talk. Wie oud genoeg is, kent nog “Perfect Skin”, “Rattlesnakes” en “Brand New Friend”. Daarna ging hij solo op zoek naar hetzelfde succes, zonder dat te vinden overigens. Bij het huidige label van de in de VS wonende Brit moeten ze een vreugdesprongetje gemaakt hebben toen ze hoorden dat Cole een nieuw solo-album heeft met twee van zijn drie Commotions.
Het bandgeluid op ‘Guesswork’ staat mijlenver af van wat Lloyd Cole in de jaren ’80 bracht. Tot zover het belangrijkste en misschien droevigste nieuws. Moeten muziekliefhebbers dit album dan maar meteen overslaan? Dat zou zonde zijn, want afgezet tegenover wat andere 80’s-Iconen vandaag aan nieuw werk uitbrengen, denk bv. aan Morrissey en Fisher-Z, is ‘Guesswork’ bovengemiddeld goed.
Openingstrack “The Over Under” is wel een taaie noot om te kraken. Een piano/synth-draak die dan ook nog zeven lange minuten in beslag neemt.  Daarna betert het gelukkig. “Night Sweats”, “Violins”, “Moments & Whatnot” en ‘I Came Down From The Mountain” roepen vaag herinneringen op aan OMD, Tears For Fears, Howard Jones en Pet Shop Boys. Bij “Violins” moeten we wel wachten tot de outro om een prachtig stukje gitaar te horen, maar het is het waard. Nergens op dit album ligt Lloyd Cole & The Commotions-gehalte zo hoog.
“Remains” is in hetzelfde bedje ziek als “The Over Under”, maar is beter te verteren.  Op “The Afterlife” lukt het plots beter voor Cole om een piano-synthballad te brengen. Hier komt hij in de buurt van wat Bill Pritchard, een ander ‘gevallen’ 80’s-icoon, eerder dit jaar deed op zijn ‘Midland Lullabies’.
Het album wordt afgesloten met “The Loudness Wars”. Hoewel de gitaar hier eindelijk een hoofdrol krijgt, is deze song net iets te loom om te overtuigen.  ‘Guesswork’ is nog geen terugkeer door de grote poort, maar kan wel voldoende boeien om nog uit te kijken naar een volgend album.

Pinkpop 2019 van 8 t-m 10 juni 2019 - Pics

Geschreven door

Pinkpop 2019 van 8 t-m 10 juni 2019 - Pics
50 JAAR PINKPOP - De 50ste editie van Pinkpop vindt plaats op zaterdag 8, zondag 9 en maandag 10 juni 2019 op het festivalterrein van Megaland in Landgraaf. Sinds 1990 staat Pinkpop in het Groot Guinness Book Of Records als het oudste onafgebroken georganiseerde popfestival. De eerste editie vond plaats op 18 mei 1970 in Geleen, waar Pinkpop zeventien keer plaats vond. In 1987 werd eenmalig uitgeweken naar Baarlo. Vanaf 1988 wordt Pinkpop gehouden op evenemententerrein Megaland in de gemeente Landgraaf en vond daar dit jaar voor de 32e keer plaats.

Programma
ZATERDAG 8 JUNI
MUMFORD & SONS - JAMIROQUAI - ANOUK - GEORGE EZRA - BAZART
ELBOW - JACOB BANKS - CAGE THE ELEPHANT - GOLDEN EARRING - SYML
SAN HOLO - HALESTORM - DAVINA MICHELLE - YUNGBLUD - MT. ATLAS
LEAFS - JACIN TRILL - HIPPO CAMPUS - BADFLOWER - GRACE CARTER
SOHAM DE

ZONDAG 9 JUNI
THE CURE - LENNY KRAVITZ - ARMIN VAN BUUREN - KREZIP
THE KOOKS - KRAANTJE PAPPIE
DIE ANTWOORD - J BALVIN - ROWWEN HÈZE - WHITE LIES
MARK RONSON - MILES KANE - JACK SAVORETTI - BLOOD RED SHOES
IZZY BIZU - BARNS COURTNEY - CONFIDENCE MAN - AU/RA
NANA ADJOA

MAANDAG 10 JUNI
FLEETWOOD MAC - BASTILLE - SLASH ft. MYLES KENNEDY & THE CONSPIRATORS
THE 1975 - JETT REBEL
MAJOR LAZER - DROPKICK MURPHYS - TENACIOUS D
BRING ME THE HORIZON -THE BOSSHOSS
MICHAEL KIWANUKA - FIRST AID KIT - THE PRETENDERS
SAM FENDER - INDIAN ASKIN
THE MARCUS KING BAND - PALAYE ROYALE - COELY - COLDRAIN
DAVID KEENAN

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/pinkpop-2019
Organisatie: Pinkpop

The Smashing Pumpkins

The Smashing Pumpkins - Bij wijlen de magie van weleer

Geschreven door

Na ‘Mellon Collie and The Infinite Sadness’, het laatste album dat er echt toe deed, ging het steeds verder bergafwaarts met The Smashing Pumpkins. Tot het opgezwollen ego van Billy Corgan er na enkele jaren de stekker helemaal uit trok. Corgan probeerde nadien nog van de grond te komen met enkele halfslachtige solo-pogingen of met Zwan, een nieuwe band die al was opgedoekt nog voor die echt was gelanceerd. De platen die hij nadien onder de naam Smashing Pumpkins uitbracht , waren eigenlijk ook solo-vehikels, want de originele bandleden werden gemeden als waren het besmettelijke ziektes. Die platen toonden hier en daar wat opflakkeringen maar geen van hen reikte ook maar tot aan de enkels van ‘Gish’, ‘Siamese Dream’ of ‘Mellon Collie’.

In 2018 kwam er dan toch die langverwachte reünie van de originele bandleden, met uitzondering van bassiste D’Arcy. De reünie op zich was het beste nieuws, want het nieuwe album ‘Shiny And Oh So Bright’ kon de magie van weleer geenszins terug brengen en is op een tweetal songs na totaal verwaarloosbaar.
Met enige argwaan trokken wij dus naar de Lotto Arena, maar omdat ‘Siamese Dream’ nog altijd één van onze favoriete albums aller tijden is, vonden wij dat wij hier absoluut moesten bij zijn. We hebben het ons niet beklaagd.
Ons wantrouwen werd al gauw de kiem in gesmoord, want bij momenten evenaarden The Smashing Pumpkins de magie van hun gloriejaren. Enkele zwakke momenten zorgden er voor dat dit net geen vijfsterrenset was, maar in globo mochten wij over vanavond zeer content zijn.
Dat Billy Corgan nog steeds een beetje wacko is was te merken aan zijn outfit. Gehuld in een zwart paterskleed en opgetut met een lading zwarte mascara moest hij er zogenaamd een beetje schrikwekkend uit zien. Of dat echt zo was laten we in het midden. Wij dachten eerder van : zet er nog een mijter op en je kan hem zo bij het bedenkelijke metal-groepje Ghost inlijven. Maar goed, voor de rest had hij zijn ego vanavond thuisgelaten en gaf hij een vrij losse en sympathieke indruk. Bovendien was hij prima bij stem en toverde hij een stel striemende solo’s uit zijn gitaar.
Het stemde ons al meteen tevreden dat de Pumpkins met drie gitaren in de aanslag hun set inzetten met bijzonder scherpe versies van “Siva” en “Rhinoceros” uit hun allereerste album ‘Gish’. Dit was die typische gedreven Pumpkins-sound die wij wilden horen. Toen ze daarachter “Zero” ook nog eens deden ontploffen leek het dat de Pumpkins de drive van weleer volledig hadden teruggevonden. Zouden ze dit wel volhouden ? Laat ons zeggen : bijna. Een stel  inferieure songs (“Knights Of Malta”, “G.L.O.W.”, “Tiberius”) haalden soms de vaart uit het optreden, en als absolute dieptepunt kregen we een soort Japanse karaoke versie (sorry, James Iha) van het Cure vehikel “Friday I’m In Love”. Wat daar de bedoeling van was bleef ons een volkomen raadsel, dit was ronduit beschamend. De Pink Floyd cover “Wish You Were Here” klonk dan misschien wat minder genant, maar was eigenlijk even overbodig.
Maar de zwakke passages werden telkenmale triomfantelijk hersteld met splijtende klassiekers als “Bullet With Butterfly Wings”, “Cherub Rock”, “Disarm” en “Tonight, Tonight”. Niet alle klassiekers klonken echter even geïnspireerd, “1979” bijvoorbeeld werd een beetje op automatische piloot afgehaspeld en kreeg niet de behandeling die het verdiende.
The Smashing Pumkins verrasten ons dan weer aangenaam met enkele schitterende song die destijds nooit een regulier album hebben gehaald. Met name een stevig en geweldig “Superchrist” (pure stoner!) en een wederom fantastisch “The Aeroplane Flies High”. Dit zijn afleggertjes die beter zijn dan eender wat dat na de eerste drie albums is verschenen.
De band ging er uit in stijl met een drieluik om van te snoepen, een wondermooi “Today”, een fantastisch “Muzzle” en als fenomenale afsluiter het geweldige “Hummer”.

In de Lotto Arena bleek dat die legendarische nineties band terug volop in leven was, en dat was wat telde. De schoonheidsfoutjes van dit twee en een half uur durende concert namen we er dan maar graag bij.

Oh, ja, nog dit. Een kort woordje over de support act Fangclub. Dit was van “We willen Nirvana zijn, maar we kunnen het niet”. Kijk, wij wilden destijds ook Nirvana zijn, en we speelden met behulp van onze oude tennisraket Kurtje Cobain in onze slaapkamer. Hadden die gasten van Fangclub het daar ook niet beter bij gehouden ? Idiote groepsnaam trouwens.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/lotto-arena-antwerpen/smashing-pumpkins-10-06-2019
Organisatie: Live Nation

Thronefest 2019, Kuurne op 8 en 9 juni 2019 - Pics

Geschreven door

Thronefest 2019, Kuurne op 8 en 9 juni 2019 - Pics
De aanstaande editie van Throne Fest vond plaats in Kuurne op zaterdag 8 en zondag 9 juni 2019.
Met o.m. op 8 juni
Watain, Impaled Nazarene, Svartidaudi, Seth, Almyrkvi, Deiphago, Coldborn
Met o.m. op 9 juni
Satyricon, Taake, Varathron, Uada, Panzerfaust, Krater
Locatie (zaal): Kubox, Kuurne

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/throne-fest-2019

http://www.thronefest.be/

Organisatie: Thronefest

Werchter Boutique 2019 - Snow Patrol en Triggerfinger blikvangers

Geschreven door

Werchter is al een tijd niet meer enkel en alleen de plek die men in één adem met ‘rock’ benoemt. Met Werchter Boutique, TW Classic en occasionele one-of Live Nation producties staat de omliggende weide namelijk geregeld vol diverse benenparen. Zo ook afgelopen zaterdag, met bovenaan de affiche de legendarische naam Fleetwood Mac. 45000 tickets gingen de deur uit. Voor de gelegenheid kreeg de hoofdact, oudersdomdeken Fleetwood Mac,  het gezelschap van onder andere Snow Patrol en Triggerfinger.

Na de afstand van de bushalte tot de weide, zoals ieder jaar, iets te hebben onderschat, hoorden we dat Novastar een hernieuwde adem gevonden heeft. Hun magnus opus ‘Almost Bangor’  is haar eerste decenium reeds voorbij en diens opvolger ‘Inside Outside’ werd destijds maar lauwtjes ontvangen. Gelukkig was daar recent dan ‘In The Cold Light of Monday’, waarmee Zweegers terug de volle, herkenbare sound vond. Dit laatste album, blijkt live ook geschikt voor grotere podia. Ieder nummer had een mooie functie, waardoor het geen ‘wachten-op-de-hits’-optreden werd. Zweegers heeft toegewijde passie door de aderen vloeien, en tijdens afsluiter “The Best Is Yet To Come”, werd dat andermaal duidelijk. Niet de meest zuivere uitvoering van deze Belpopparel, maar overall een erg degelijke performance.

De 10(!)-mansbezetting van Arsenal hadden de weergoden in het begin niet aan hun kant. Stevige plensbuien wisselden elkaar af, dat terwijl de band zelf garant staat voor zonnige optredens. Hendrik Willemyns en de zijnen hadden het deels door deze weersfactoren niet meteen onder de markt. Een andere bemoeilijkende factor, was de gekozen setlist. Het vele, nieuwe werk kwam niet echt tot haar recht op het uit de kluiten gewassen podium. We hoorden diezelfde avond weliswaar waaien dat ze op het volksere Gladiolen wel iedereen naar huis speelden, en dat verrast ons hoegenaamd ook niet.  Boven Werchter brak de zon nét op tijd door, om met kleppers als “Melvin” en “Estupendo” danskriebels uit te strooien over het publiek. We stellen ons wel vragen bij de omvang van hun bezetting, die gebaseerd op het sterkste werk van de band, niet geheel noodzakelijk bleek. Wat ons betreft toch niet op een festivaldag waar men hoofdzakelijk voor één welbepaalde naam aanwezig is. Iets over sop en de kolen waard zijn.

Tijd om wat ‘ouderdomsdekens’ erbij te halen, The Pretenders, aangevoerd door Chrissie Hynde, bleken hun beste tijd achter de rug te hebben. Al probeerden zij wel er nog het beste van te maken. Muzikaal klonk het platter dan de aardbolvisie van flat earth-believers, maar originals Hynde en drummer Chambers stralen nog steeds pure rock uit. Dit in tegenstelling tot de jongere bandleden, die zich nogal glammy gedroegen. De band maakte gretig gebruik van het aanwezige LED-scherm, en dat wist ons toch min-of-meer gans de set geëntertaind te houden. Een verstandige zet om van de aanwezige middelen gebruik te maken. Wie de setlist opmaakte, is voor ons grote vraag. Want ook Hynde poneerde geregeld dat ze ‘na de volgende ballade, zouden gaan rocken’. De ballades bleven echter komen en wij, maar mogelijks ook Hynde, hadden liefst van al zo min mogelijk van deze ballades moeten overbruggen. Hun grootste hit, “Don’t Get Me Wrong”, werd ook in de set gewrongen, maar meer dan de kitschy-catchy herkenbaarheidsfactor had dit lied niet (meer) om het lijf.

“Misschien moeten we hier een vijver aanleggen en bootjes op laten varen”, niemand verpakte zijn mening mooier dan Ruben Block van Triggerfinger bij aanvang van hun optreden. Voor de gelegenheid had Triggerfinger een aantal gasten met zich meegenomen, leuk idee, maar de uitwerking ervan bleek niet echt festivalweide-proof. Zo speelde de band wel hun voornaamste hits, waar vooral “Colossus” sterk uit kwam, maar trokken de collabs het tempo wel meermaals uit de set. Het iets oudere festivalpubliek, was nu eenmaal ook niet het makkelijkste publiek. Dit werd vooral duidelijk toen Fenne Kuppens haar ding kwam doen. De frontvrouw van Whispering Sons smeet zich nog harder dan anders, maar rondom ons gingen -onterecht- vooral de wenkbrauwen aan het bewegen. Naast Kuppens, kreeg ook een stralende Selah ‘Mercy’ Sue haar moment de gloire. Ironisch - maar demografisch gezien niet verrassend - genoeg, bleek de hoem-pa-Pa pop van Henny “Eén Nacht Alleen” Vrienten datgene wat het publiek het meest wist te pleasen.
Triggerfinger vuurde een slotsalvo op ons af, maar schoot net niet hard genoeg. Vermoedelijk doordat het volume niet helemaal opengedraaid stond (?) aan het knoppenpaneel. Jammer, want hoe kan rock echt scheuren zonder luid te mogen gaan?
Allesbehalve een slechte prestatie van de meest sexy rockband van de Benelux, maar conceptueel hadden we meer verwacht van ‘& Guests’.

Snow Patrol is zo’n band die de betere knuffelrock van de laatste decennia maakte. Dat zorgde in het verleden al voor melige optredens waar zanger Gary Lightbody eerder een kleffe knuffelbeer, dan een charismatische frontman, was. We waren al uit het oog verloren dat de band al meer dan 25 jaar op de teller heeft staan, wat op zich ook al mooi is.
Gary Lightbody trekt er anno 2019 op uit met een onfrisse stoppelbaard. Hij boet wat in aan sex-appeal, maar muzikaal was Snow Patrol mogelijks de hoogvlieger van de dag. De hoofdbrok van de gespeelde tracks, dateren al van meer dan 10 jaar geleden, maar blijken nu eenmaal onoverkomelijk. Lightbody wakkerde het publiek meermaals aan, waardoor bij “Chasing Cars” en “Just Say Yes” dan ook menig liefje op de schouders werd getild. Vocaal was alles zeer naar behoren, en we zagen - net zoals bij Triggerfinger - een collectief aan het werk. Niemand speelde op zijn eigen eiland. En zelfs al was er iets aan de hand met gitarist Nathan Connolly, op een aantal pijnlijke grimassen na, viel er niets op zijn spel aan te merken.

Doorheen de dag werd het meermaals duidelijk dat het merendeel van het publiek maar voor één band was afgezakt naar Werchter. Fleetwood Mac heeft ondertussen een mythische status bereikt en blijven qua opgenomen muziek nog zeker relevant. Met maar liefst 4 nummers van de band in de top 100 van de Tijdloze, doen ze hiermee even goed als Metallica.
Nogal onopgemerkt en druppelgewijs, kwamen de bandleden het podium op geschoven en de tand des tijds werd zonder nog maar één noot te horen al pijnlijk zichtbaar, al wachtten we met ons oordeel te vellen totdat we muziek te horen gekregen.
Ergens hadden we na “Dreams“ bijgevolg al huiswaarts kunnen keren. Want bij dit vierde nummer hadden we ook al “The Chain” en “Little Lies” achter de kiezen. Hitjes, allemaal goed en wel, maar tijdens én na de hitjes geloofden we onze oren nauwelijks.
Ja, de band wisselde over de jaren heen - door interne strubbelingen en wrange machtsverhoudingen - geregeld van personeel, maar dat net de meest respectabele leden durfden teleurstellen, hadden we ons niet op voorbereid.
McVie en Nicks zouden tegenwoordig zelfs niet meer gecast worden voor FM-tributebands. Vocaal hadden ze namelijk het merendeel van de tijd moeite om lucht langsheen hun stembanden te duwen, en wat er bij hen uit kwam, deed hen allesbehalve als vooraanstaande vocalisten klinken.
Een andere, pijnlijke vaststelling is dat de lichtpunten van het optreden gevormd werden door alles wat niet echt, of niet langer meer deel uitmaakt van Fleetwood Mac. Zo bliezen Neil Finn en Mike Campbell een frisse wind doorheen het muffe kabinet. Vooral Finn, die in de hiërarchie duidelijk onder Nicks staat, was in staat om het publiek gefocust te houden met zijn frisse, heldere stem. De solo’s van Campbell leken daarentegen niet altijd even soepel te gaan, maar wel was hij een aanwezig, vief figuur op podium.
Eerlijkheidshalve, het is ook niet de makkelijkste opdracht om in Lindsay Buckinghams voetsporen te treden. Van de oorspronkelijke leden, vertolkte enkel Mick Fleetwood zijn rol zoals het hoorde, maar is er aan hem zeker ook geen bindtekstenkoning verloren gegaan.
Muzikaal waren “Oh Well”, ironisch genoeg van de hand van ex-lid Peter Green, en “Don’t Dream It’s Over”, een cover van Finn’s primaire band Crowded House, de lichtpunten in de set. Niet de grootste Fleetwood Mac hits dus, die ofwel overladen werden met irriterend rammelaargeluid of die te hard steunden op de erg zwakke vocals.
Geen man of vrouw over boord zou je dan denken, want de band bracht vermoedelijk ook een hoop showelementen mee, toch? ‘Less is more’, zal de band gedacht hebben, maar hier had het mogelijks wel de meubelen kunnen redden. Op het LED-scherm kregen we enkel gedateerde videobeelden te zien. Op het te lang uitgesponnen drumtafereel in “World Turning” na, was er ook op podium niet echt veel te beleven.
Nummers als “Go Your Own Way”  laten ons op plaat keer om keer genieten, meezingen en zelfs dansen. Live kregen we medelijden met de bandleden, dat we ons niet kostelijk konden of durfden te amuseren. Meezingen werd uiteraard wel gedaan, dat zou er nog aan mankeren met zulke hits, maar een volksfeest werd het op Werchter Boutique niet.

Al is alles relatief, en geen enkel publiek is dezelfde. Zo hoorden we rond ons fans die voldaan huiswaarts zouden keren, mensen die zich -ondanks ze fysiek geen krimp gaven- het een dik feest vonden, tot anderen die het niet aan hun hart lieten komen en het hielden op een goed gekoelde pint.
Met Free Fallin'”  brachten ze een emotionele ode aan Tom Petty . Dat “Don’t Stop” de afzwaaier werd, kreeg bijgevolg een wrang bijsmaakje. Dit was geen vuurwerk . Fleetwood Mac was vanavond niet de perfecte afsluiter . Daarvoor waren Triggerfinger en Snow Patrol hen te snel af en de echte blikvangers.
Teleurstellend of niet, iedereen maakte van dit moment gretig gebruik om de eigen nabeschouwing luidkeels bekend te maken. En hieruit kon worden afgeleid dat elk zo zijn eigen hoogtepunt had. Gebalder kunnen we het niet stellen.

Neem gerust een kijkje naar de pics (ism daMusic)
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/werchter-boutique
Organisatie: Live Nation - Werchter Boutique - Rock Werchter

Miracle Metal Meeting 2019 - Het moet niet altijd uit het buitenland komen om goed te zijn

Geschreven door

Miracle Metal Meeting 2019 - Het moet niet altijd uit het buitenland komen om goed te zijn
Miracle Metal Meeting 2019
Brielpoort
Deinze

Begin jaren ’80 van vorige eeuw was de Brielpoort in Deinze één van de belangrijkste zalen voor de toen echt grote shows. Het lijstje met bands die er gespeeld hebben, is minstens zo lang als indrukwekkend: Dire Straits, U2, Depeche Mode, The Cure, Simple Mindes, Eurythmics, AC/DC, the Ramones, de Scorpions, …
Inmiddels laten de klassieke concertorganisatoren de Brielpoort een beetje links liggen, maar vzw Miracle is vastberaden om daar verandering in te brengen. Ze haalden reeds o.m. The Scabs en Scala naar Deinze. Voor hun Miracle Metal Meeting haalden ze vast de mosterd bij het Alcatraz Hardrock & Metal Fest. Dat wordt reeds enige tijd in Kortrijk in openlucht georganiseerd, maar het begon ooit in de Brielpoort en er was toen, misschien in verhouding meer dan nu, veel plaats op de affiche voor bands van eigen bodem. Metal leeft nog steeds sterk in Deinze en omgeving, wat te merken is aan kleinschalige initiatieven als o.m. Zingem Beeft, Stormram in Zulte, de Elpee uiteraard en zelfs mogelijk een nieuw metalfestival in Gent.

De Brielpoort vullen met enkel Belgische bands leek op papier een beetje een gok. Er zijn in Vlaanderen indoorfestivals die met grotere buitenlandse namen slechts kleinere zalen kunnen vullen. Toch was er vorige zaterdag de hele avond een gezellige drukte in de Brielpoort. Het was er niet zo druk als vorig jaar toen Alice Cooper langskwam, maar het voordeel was wel dat je snel even naar de toog, naar buiten,  naar het toilet, enz … kon. Eigenlijk net de atmosfeer van een openluchtfestival, maar dan met een binnenpodium.
Met een festivalaffiche kan je nooit iedereen tevreden stellen. Hier en daar werden wat wenkbrauwen gefronst toen bleek dat er zou geopend worden met vooral Antwerpse bands. Dat terwijl er in Oost- en West-Vlaanderen zoveel talent rondloopt. Misschien krijgen we die zo al vaak genoeg te zien, al zijn ook de de bands van ’t Stad zeker geen onbekende in de regio.

Bark mocht de spits afbijten. Vorig jaar stonden ze nog op Stormram en eind dit jaar staan ze alweer op Zingem Beeft. De regionale discussie terzijde gelaten is Bark een prima festivalband. Ze zetten telkens een heel gedegen set neer. Alles wordt technisch nagenoeg perfect en met veel overgave gebracht. Ze openden met “Voice Of Dog”, maar het is vooral de titel van de tweede song die je letterlijk mag nemen: “All Hell Breaks Loose”. Op het podium is het zanger Ron die alle aandacht naar zich toe zuigt terwijl de rest van de band hem probeert bij te benen. Elke song gaat hard bij Bark. In hun lyrics verwijzen ze gretig naar alles wat met honden te maken heeft en dat is ook het beeld dat ze live uitstralen: dat van een roedel wilde honden die blaffen én bijten. Het geluid was niet ideaal, maar dat bedekt het Brielpoortpubliek graag met de mantel der liefde. Het hoort bij de charme en bij de herinnering aan toen deze zaal nog maar pas opende. Ook toen was een goed zaalgeluid een ‘uitdaging’.

Ook Off The Cross komt uit Antwerpen. Ze stonden al eerder op grote festivalpodia, maar dit jaar lijkt voor hen de grote doorbraak te wenken. Na de Miracle Metal Meeting mogen ze nog aantreden op Graspop en Alcatraz. Eind vorig jaar brachten ze een EP uit waarop ze samenwerken met een hele reeks gastzangers en een 35-koppig koor. In de Brielpoort haalden ze dan weer nog een andere gastzanger mee het podium op: Sven De Caluwé van Aborted. Die zouden als band zeker ook niet misstaan hebben op de affiche van de Miracle Metal Meeting. Net als bij Bark was het publiek enthousiast voor Off The Cross, terwijl minstens evenveel mensen vanop een veilige afstand stonden te genieten.

De timing werd strikt gevolgd, wat toch wel een welkome uitzondering is in het festivallandschap, en ook King Hiss was stipt om de eerste tonen van “Homeland” door de Brielpoort te jagen. King Hiss werkt naar verluidt aan een nieuw album en er stonden twee songs op de setlist die we nog niet op eerder uitgebracht werk terugvinden: “Revolt” en “Monolith”. Beide zijn pareltjes van waar King Hiss goed in is: heavy metal, maar dan zeker niet oldschool. Wel zit er wat stoner, wat sludge en wat Tool en Baroness in hun recept.
Voorts was de set in Deinze een dwarsdoorsnede uit hun discografie, met “Homeland”, “Mastosaurus” en Killer Hand” uit hun jongste album ‘Mastosaurus’, “La Haine”, “Serpentagram” en “King Hiss” uit ‘Sadlands’ en “Snakeskin” uit de EP ‘Snakeskin’.
Zanger Jan en vooral ook gitarist Joost werkten zich in de Brielpoort in het zweet voor de aandacht van het publiek en hadden eigenlijk weinig problemen om de zaal met verstomming te slaan. Dit is niet het soort metal dat begeleid wordt door wilde moshpits en walls of death en toch was dit een heel geslaagd concert.

Wild moshen deed het publiek dan weer wel op de tonen van Fleddy Melculy. Deze Nederlandstalige metalcoreband veroverde StuBru met “T-shirt van Metallica” en ook al volgende singles deden het goed op de radio. Daarmee zijn de Fleddy’s één van de weinige metalbands van eigen bodem die daar nog in slagen. Het viel ons op dat bijna het voltallige publiek tot aan de PA de teksten van Fleddy kent en meebrult, ook al is live alles net iets minder verstaanbaar dan op de albums.
Het was dan ook een feest van de herkenning op de Miracle Metal Meeting, met o.m. “Feestje In Uw Huisje”, “Ik Ben Kwaad”, “Moeidunidotcom”, “T-shirt van Metallica” en “668”. Voor die laatste track mochten, net als voor de albumversie, Jan en Joost van King Hiss mee het podium op. Handig geprogrammeerd uiteraard van de organisatie. In de set van King Hiss was Jeroen Camerlynck eerder ingegaan op de uitnodiging om mee te zingen. Franky De Smet-Van Damme van Channel Zero, die meespeelt in de clip van “668”, kwam ook al het podium op om wat te dollen met Jeroen van de Fleddy’s. En de laatste gastzanger was dan Danny van het voormalige Deviate die mocht meedoen op “Voor Altijd Jong”, met Jeroen in het Nederlands en Danny in het Engels. Ondanks al dat gedoe met gasten haalde Fleddy Melculy op geen enkel moment de voet van het gaspedaal.
De moshpit werd een circlepit en de eerste crowdsurfers lieten zich opmerken. De band staat deze zomer slechts op een handvol festivals - omdat ze aan een nieuw album werken - maar deze jongens hebben geen moeite om te scoren vanuit rust. Een eerste nieuw nummer van dat volgende album zou de kers op de taart geweest zijn, maar ook zonder die kers was het al smullen van de Melculy-taart. De opvolging aan de top van de Belgische metalscene is verzekerd. Jeroen merkte op dat er wat hem betreft meer dergelijke festivals mogen zijn . “Het moet niet altijd uit het buitenland komen om goed te zijn”, was zijn boodschap daarover.

Aan die top staat Channel Zero al een hele tijd te blinken. In hun eerste leven was België te klein voor hun talent en veroveringsdrang, vandaag is hun vijver beperkt tot het vaderland en de dichtste buurlanden. Goed gezien om hen de grote Brielpoort te laten vullen bij de aanvang van hun zomertournee, als de honger bij het publiek nog groot is. Vooraf hoorde je vooraf wel eens dat Fleddy Melculy Channel Zero van de troon heeft gestoten, maar afgaand op het aantal bandshirts in de zaal en de reactie van het publiek op de twee shows zal die troonwissel nog even moeten wachten. Franky kon het niet laten om bij het inzetten van “Hot Summer” toch wat te dissen: Fleddy Melculy heeft zijn eigen hot sauce, maar wij zullen eens laten zien wat ‘hot’ is.
Channel Zero bracht een ‘greatest hits’ op deze Miracle Metal Meeting. Klassiekers als “Suck My Energy”, “Fool’s Parade” en “Bad To The Bone” werden afgewisseld met obscuurder oud werk als “Repetition” uit het album ‘Stigmatized For Life’ uit 1993 en “No More” uit ‘Unsafe’ uit 1994.
De albums die sinds de reünie werden uitgebracht, werden wat stiefmoederlijk behandeld: niets uit het jongste album ‘Exit Humanity’, enkel “Dark Passenger” uit ‘Kill All Kings’ en uit ‘Feed ‘Em With A Brick’ niet meer dan “Hot Summer” en “Ammunition”. Maar geen “Black Flowers”, “Run With The Torch” en ook geen “Help”. Er waren dan ook geen bisnummers voorzien in het tijdsschema van de organisatie. Ook zonder bisnummers maakte Channel Zero met veel grinta duidelijk dat zij nog wel even de beste Belgische metalband zijn en willen blijven. Franky was prima bij stem, maar we hadden ook niets anders verwacht bij het eerste concert van hun zomertournee.
De rest van de band had er duidelijk veel zin in en speelde foutloos. Christophe Depree van After All werd als vijfde bandlid ingelijfd voor de clubtournee van eind 2017 en dat verse bloed doet de band veel deugd.
Ook Channel Zero ontsnapte in de Brielpoort niet aan het gegeven van gastzangers en dus kreeg Danny van Deviate een microfoon om één nummer mee te doen. Voor Camerlynck was hij misschien eerder een jeugdidool, voor Franky en Tino is hij een medestrijder van het eerste uur. Hij deed al eens een guest vocal op ‘Unsafe’.

Deze eerste editie van de Miracle Metal Meeting mag in programmatie en opkomst een geslaagde start genoemd worden. Kristof Baertsoen van vzw Miracle gaf zaterdag al aan dat die volgende editie er komt. Om volgend jaar nog eens de Brielpoort te vullen met enkel Belgische metal, zal een uitdaging zijn, maar zelfs als je aanvult met buitenlandse bands kan je nog heel wat bands van eigen bodem een mooi podium aanbieden.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/miracle-metal-meeting-2019

Organisatie: Vzw Miracle

Cedric Burnside

Cedric Burnside - Heerlijke rootsmuziek in Leffinge

Cedric Burnside - Heerlijke rootsmuziek in Leffinge
The Legendary Shack Shakers + Cedric Burnside - Mooie double bill
De Zwerver
Leffinge
2019-06-07
Ollie Nollet en Sam De Rijcke

The Legendary Shack Shakers zijn in de eerste plaats de band van halve gek annex smoelentrekker J.D. Wilkes. Met wisselende personeelsbezittingen grossiert de band al jaren in een opwindende mix van blues, country, hillbilly, rock’n’roll en rockabilly. Het combo deed dit vanavond via een steeds feller aanwakkerende set die uitgroeide tot een explosief rock’n’roll feestje. Het eerste deel lag de nadruk op het roots-gebeuren, via traditionele instrumenten als banjo, akoestische gitaar, staande drums en contrabas, maar dan wel met flink wat peper in het gat.
Toen J.D. Wilkes zijn banjo omruilde voor een harmonica en de briljante gitarist zijn elektrische gitaar inplugde, gingen volume, power en intensiteit met rasse schreden omhoog. Hier stond nu een geweldige, springerige en uiterst energieke rock’n’roll band van jetje te geven. Naar een climax toe groeien heet dat dan. De zaal smulde er van. 
The Legendary Shack Shakers - Een band met hoog fun- en rock’n’roll gehalte, maar vooral geniale muzikanten.

Als kleinzoon van RL Burnside heeft Cedric Burnside de blues met de paplepel meegekregen. Toen hij amper 13 was hij trok hij al mee als drummer in opa’s band. Later drumde hij nog in diverse andere bands, waaronder ook North Mississippi Allstars. Burnside leerde ondertussen ook een aardig potje gitaar spelen.
Op vandaag doet Cedric zijn eigen ding en trekt hij op tournee met een valies aan eigen songs. In Leffinge liet hij zich enkel begeleiden door gitarist Brian Jay, ook bandlid van het funkgezelschap The Pimps Of Joytime.
Op de laatste plaat ‘Benton County Relic’ horen we een rauwe elektrische bluessound die uiteraard schatplichtig is aan RL Burnside.

Aanvankelijk hield Cedric Burnside dit rauwe bluespotje nog eventjes gedekt en deed hij het in zijn dooie eentje op akoestische gitaar met een stel eerlijke traditionele bluessongs, waarin hij vooral toonde dat hij ook gezegend was met een wonderlijke stem. Die akoestische opening klonk ons wel bekoorlijk in de oren, maar stiekem hoopten we dat er iemand algauw de stekker zou komen in steken. Toen Brian Jay voor “Hard To Stay Cool” er bij kwam met een heerlijk slide gitaartje, hing er al meer atmosfeer in de lucht. Wij waren al helemaal opgelucht toen Cedric Burnside zijn elektrische gitaar om de schouders trok en zich stortte op die rauwe sound die zijn laatste plaat zo goed maakt. Ondertussen was metgezel Brian Jay gaan postvatten achter de drums en spatten er al heel wat meer vonken uit hun strakke blues.
De boel kwam pas helemaal onder stoom toen het duo van plaats verwisselde. Cedric ging achter de vellen zitten en bleek een fenomenale drummer te zijn, ondertussen bleef hij ook nog eens geweldig zingen. Bovendien werden we meer dan aangenaam verrast door het al even fantastische gitaarspel van Brian Jay. De sound sloeg over in een heerlijke pot bluesrock die ons deed denken aan het heetste van North Mississippi Allstars.
Een alsmaar enthousiaster wordend publiek raakte nu ook helemaal in de ban van dit gedreven duo. De heren hadden immers hun set langzaam opgedreven naar iets wat we niet anders dan als vuurwerk kunnen bestempelen. Net als bij de Legendary Shack Shakers stevenden we hier dus op een heuse climax af. 

Laat ons hopen dat Cedric Burnside en Brian Jay blijven verder samenwerken, er hangt magie tussen die twee. We hebben Brian Jay’s voormalige bandje eens gechekt, en dat leek ons toch maar platte funk te zijn waarin zijn fantastische gitaarspel nergens te bespeuren is.
(review Sam)

Cedric Burnside + Legendary Shack Shakers
Deze double bill zorgde voor een mooie avond in Leffinge. Toch bleef ik wat op mijn honger zitten omdat beide bands niet brachten waar ik, tegen beter weten in, op gehoopt had.

Bij de Legendary Shack Shakers hoopte ik dat het wonder van Muddy Roots 2017 zich zou herhalen. Daar beukten ze, toen met de jonge gitarist Rod Hamdallah, me murw met een set uitzinnige rock-‘n-roll die The Cramps liet verbleken. Helaas hield die Hamdallah het niet lang vol bij de Shakers en toen ik ze vorig jaar terug zag op Roots & Roses was zijn plaats ingenomen door Gary Siperko, een man die we ook al twee keer in de 4AD aan het werk zagen (Pere Ubu, Rocket From the Tombs). De bezetting bleek dit keer niet veranderd. Opnieuw met Siperko dus, absoluut een schitterende gitarist maar het betekende wel dat we een bedaardere versie van de Shakers te zien kregen.
Het eerste deel van hun set was akoestisch met zanger J.D. Wilkes (enig origineel lid) op banjo. ‘Hillbilly from hell’ dat begon met een covertje van Washboard Sam maar toch iets te veel bleef kabbelen en laat dat nu net het laatste zijn wat ik van deze band verwacht. Halverwege greep Siperko naar zijn elektrische gitaar en ruilde Wilkes zijn banjo voor een mondharmonica wat het rock-‘n-roll gehalte zeker ten goede kwam. Samen met Preston Corn (staande drums) en Fuller Condon (staande bas) lieten ze het vuur nu wel in de pan slaan om uiteindelijk feestelijk te landen met een wel erg vrije interpretatie van Slim Harpo’s “Shake your hips”.
Mooi maar ik miste de ‘waanzinnige’ J.D. Wilkes van weleer toch een beetje.

Op basis van zijn laatste plaat, ‘Benton County Relic’, waren de verwachtingen voor Cedric Burnside niet al te hooggespannen. Maar hey, Cedric is wel de kleinzoon van R.L. en hij was bovendien drummer bij de drie groten uit de Fat Possum stal: R.L., T-Model Ford en Junior Kimbrough. Enige verwachtingen (op een set moddervette blues) waren dus zeker niet misplaatst.
Tijdens het eerste deel van het optreden zagen we Cedric alleen op akoestische gitaar. Niet meteen wat ik verwacht had maar een erg aimabele Cedric wist me dankzij zijn aanstekelijk gitaarwerk en intense vertolkingen moeiteloos te overtuigen. Dit was authentieke hill country blues zoals ik ze al lang niet meer gehoord had. Tussendoor vertelde hij al eens een grap van zijn grootvader terwijl ook het legendarische ‘well,well,well’ niet kon uitblijven.
Voor het tweede deel greep hij naar een elektrische gitaar terwijl Brian Jay achter het drumstel plaatsnam. Verre van slecht maar de magie die bij het akoestisch gedeelte in de lucht hing was toch verdwenen. Zijn beperkingen als gitarist speelden hem soms parten en zijn stem leende zich niet echt voor ruige blues.
Toen de twee na een tijdje wisselden van plaats voelde Cedric zich zichtbaar meer op zijn gemak en werd ook duidelijk wat voor een fenomenaal drummer hij is. Het verschil met Brian Jay was immens. Jay ontpopte zich nu als een goede gitarist maar ook niet meer dan dat terwijl zijn stem, hij zong ook af en toe een nummer, eerder aan de vlakke kant was.
Toch wisten ze zich, vooral dankzij het explosieve drumwerk, overeind te houden. Plots leek het toch nog heel mooi te worden toen ze “All night long” van Junior Kimbrough inzetten. Machtige song en ik was al klaar om volledig uit mijn dak te gaan maar het bleef bij een gesmoord gvd. Het hypnotiserende van Kimbrough bleef volledig uit terwijl de galm op Cedric’s stem alle verdere kansen verkwanselde. Kimbrough’s unieke stijl is natuurlijk geen hapklare brok maar ik hoorde eerder wel al geslaagde vertolkingen van onder meer Gravelroad en Black Diamond Heavies. Wat het orgelpunt had moeten worden bleek nu een wat ontgoochelende finale.
Gelukkig besloten de twee om nog een bis te spelen en dat werd dan een geslaagd “Shake ‘em on down”, een oud Bukka White nummer dat onsterfelijk werd gemaakt door grootvader R.L. samen met The Jon Spencer Blues Explosion.

Twee mooie optredens die me toch wat teleurstelden. Maar dat had veel te maken met de verwachtingen. Waren dit twee mij onbekende groepen geweest kwam ik misschien superlatieven tekort. (review Ollie)

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

Danny Vera

Danny Vera - Een rock-‘n-rollercoaster

De Zeeuwse singer-songwriter Danny Vera stak vrijdagavond de grens over naar het Gentse. We verwachtten ons aan een avond vol Americana nummers in de stijl van enkele grote voorbeelden als Roy Orbison en Elvis Presley. Danny is op tour voor zijn nieuwe album ‘Pressure Makes Diamonds’, maar blijft daarnaast vooral bekend als zanger van de vaste huisband van het populaire Nederlandse praatprogramma ‘Voetbal Inside’. Gekleed in een rock-’n-roll kostuum met bretellen en gelakte schoenen, stapte hij stijlvol het podium op.

“Runnin’ With My Boots On” en “I’ve Been Around”  toonden meteen aan dat de band goed op elkaar is ingespeeld. Met respect voor de gitaar zette Danny enkele dansbare riffs in. Entertainen kan hij als de beste. “Jesus And The Outlaw” volgde, een super uptempo country nummer waarin zijn rauwe stem mooi tot uiting kwam. Danny ziet er glad uit, maar heeft toch ergens een griezelige stem. De avond ging op hetzelfde elan verder met “Worn Out Man”.
Na een lange intro vol geouwehoer over inbreken werd het tempo wat opgedreven met korte en hoge gitaarklankjes uit “The Devil’s Son”. Bij “Road Rhythm Blues” ging de band weer een versnelling hoger and waanden we ons in Zuidelijk Amerika. Een mooi moment voor een degelijke keyboardsolo. Zelfs bij een gevoeliger nummer als “Maybe Tonight, Maybe Tomorrow” blijft de band zijn rock-’n-rollgehalte hoog. Voor het eerst hoorden we een beetje tristesse, maar met een stevige outro zonder rommelig te zijn. Danny Vera weet onze aandacht scherp te houden.
Zoals Danny zelf aangaf  maakt hij ‘ouwemannenmuziek’ maar heeft hij dit jaar de eerste plaats weten te bemachtigen in de top 40. “Roller coaster”, een hit die hij dus absoluut moet spelen, vergezeld door witte lichtjes in de zaal. “How the Dice Will Roll” zou wel een nummer kunnen zijn uit de film ‘Kill Bill’. Een stevige song. Danny doet er zijn vestje voor uit en wij snappen waarom. De band ging direct door met “If You Want Me Too” en “All Night Long” en stak hiermee wat vaart achter de muzikale avond. Lekker luid, lekker uptempo. Het etaleerde zijn geweldige stem.
“We gingen zo hard, ik dacht ik bouw nog even een rustmomentje in”. We kregen met “Bye Bye Eddy” een triestige meezinger voorgeschoteld, een ode aan een vriend die overleed toen hij twaalf jaar was. “Honey South” begon met een funky gitaarrif en deed ons even heel erg denken aan een snelle versie van Canned Heat met “Going Up The Country”. Ook tijdens “Utopia Won’t Wait” bleek dat de band goed weg kan met het vingervlugge werk. Vera zong over de bal van liefde met “L. O. V. E.”. Hij bracht het en wij moesten het meebrengen. Danny opperde dat we met een ‘V’ naar hem zwaaiden en zo deden we ijverig mee.

Als afsluiter, beleef Danny gewoon staan. Even de band voorstellen, een heerlijke keyboardsolo en dan nog even gaan met een geslaagde cover van zijn inspiratiebron Johnny Cash “Folsom Prison Blues”. Hiervoor trekken wij graag zelf nog eens de grens over. Liefhebbers kunnen Danny Vera ook bewonderen op Kneistival deze zomer.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/charlatan-gent/danny-vera-07-06-2019 
Organisatie: Democrazy, Gent

Thurston Moore

Thurston Moore Group - de nieuwe plaat in avant-premiere.

Geschreven door

Thurston Moore woont tegenwoordig in Engeland, en is de man die na de split van Sonic Youth, de klank van Sonic Youth het meest getrouw blijft. Dat doet hij nu al een aantal jaren met een vaste band, met naast Sonic Youth-drummer Steve Shelley, Deb Googe op bas (My Bloody Valentine) en James Sedwards op gitaar. Die band is nu uitgebreid met Jon Leidecker op keyboards, die als electronica artiest opereert als Wobbly. De Thurston Moore Group heeft  momenteel een nieuwe plaat opgenomen in Brussel, en nu speelden ze twee dagen na mekaar in Les Ateliers Claus, dat ze als hun tweede thuis beschouwen.

We kunnen verkeerd zijn, maar we hoorden enkel nieuw werk vanavond. Hoe die klonken? Veel minder lyrisch en melodieus dan wat we op ‘Rock ’n roll consciousness’ en ‘The best day’ voorgeschoteld kregen. Alle nummers waren instrumentaal, en er komt geen zang op de nummers , kunnen we zeggen …
Het openingsnummer was dromerig, maar spaars, aangeslagen akkoorden zonder melodie die herhaald werden. De afwisseling kwam van Steve Shelley die zijn drums met paukenstokken bespeelde, dit was wat  zen-rock, de culminatie van jaren ervaring. Vanaf het tweede nummer ging het tempo omhoog en zaten we in meer vertrouwde Sonic Youth wateren, waarbij  toch opviel hoe Sedwards en Moore gelijkaardige akkoorden aanhielden, gitaarmantra’s, en er dus van gitaarsolo’s of melodielijnen geen sprake was. Ik hoorde veel raakpunten met Mogwai, fellere en rustigere passages wisselden elkaar af, alsof je van een dennenbos in het open veld kwam of omgekeerd. Voor die overgangen telde Thurston Moore dikwijls af. Beide gitaristen bewerkten hun snaren met een staafje en duwden hun gitaren tegen de versterkers aan.
Op zijn zestigste blijft Thurston Moore dus doen wat hij zijn hele artistieke leven al gedaan heeft, en durft hij ook terugblikken: in twee nummers eerde hij zijn inspiratiebronnen uit de avant-garde, Alice Coltrane en Glenn Branca. Branca overleed vorig jaar en lag direct aan de basis van het geluid dat Sonic Youth, Swans en zovele anderen naar een groter publiek brachten.

Op basis van wat we vandaag hoorden, is de nieuwe plaat van de Thurston Moore Group er opnieuw eentje voor de eindejaarslijstjes.

Organisatie: les Ateliers Claus

Grenouer

Ambition 999

Geschreven door


De Russische band Grenouer timmert sinds 1992 aan de weg. Tot 2014 onder die naam. Om in 2014-2015 over te stappen naar de naam GreNOwar, dit als protest tegen de situatie in Oekraïne. En nu dus weer onder Grenouer. De band heeft verschillende paden bewandeld. Van thrash-deathmetal over industrial metal naar pure rock-'n-roll. Grenouer heeft de ambitie om ook in Europa door te breken en bracht zijn negende album uit via het Griekse label Sleaszy Rider Records. De aanstekelijke, poppy en heavy rock van de eenvoudige maar aanstekelijke soort, is de rode draad doorheen deze schijf. Waardoor de band wel eens in zijn opzet zou kunnen slagen.
'Ambition 999' is een titel die eigenlijk al aanduidt wat de bedoeling van deze band is: na al die jaren een ruim publiek van rock/metalliefhebbers proberen aanspreken. Daardoor wordt niet altijd buiten de lijntjes gekleurd en gaat het er vrij braaf aan toe. Daar is op zich niets mis mee, als er kwalitatief hoogstaande producten worden afgeleverd. En dat laatste is zeker het geval. anaf “Burnt To The Ground” over “Nevermind Tomorrow” tot “Infinity Grace” schotelt Grenouer ons riffs voor die blijven kleven aan de ribben en je aanzetten tot, bij voorkeur met de haren in de wind en de vuist in de lucht, over te gaan tot een stevig potje luchtgitaar spelen.
Echter, vooral hoor je een band die weet waar ze mee bezig zijn. Zowel instrumentaal als vocaal valt nergens een speld tussen te krijgen. Meermaals zijn we dan ook onder de indruk van die verschroeiende riffs, al even verdovende drumsalvo's en een heel hoog stembereik waardoor menig haren op onze armen recht komen.
Nee, de band doet niet aan extremiteiten, maar schittert vooral in eenvoud. Ga het bij het beluisteren van deze plaat dus niet te ver gaan zoeken. Avontuurlijke uitstappen en experimentele uitspattingen zijn er dus niet bij. Luister maar naar die track “Back On Track” en je hoort dat deze band vooral wil zorgen voor een aanstekelijk rockfeestje in je hoofd en als het moet zijn op menig festivalweide de daken er laten afgaan. Want inderdaad, dit is zo van die aanstekelijke pure heavy poprockmetal, die je waarschijnlijk wel meerdere keren tegen komt, maar die nooit verveelt. Grenouer sluit af met een zeer mooie ballad “Alone In The Dark” die niet moet onderdoen voor gekende ballads. Want deze bezorgt je het ultieme kippenvelmoment, als kers op het taartje.
Als het de bedoeling is om met 'Ambition 999' voet aan de bodem te krijgen in Europa, dan zou Grenouer zeker in zijn opzet kunnen slagen. Net omdat de band een modern potje rockmuziek brengt, waarin een ruim aanbod aan metal- en rockliefhebbers hun gading zouden moeten vinden. Ook al houden we meer van bands die grenzen aftasten en opteren voor een meer avontuurlijke aanpak, de eenvoudige wijzen waarop de band kwaliteit van torenhoog niveau verbindt met een aanstekelijkheid die aan je ribben kleeft trekt ons meermaals over de streep.

Tracklist: Burnt To The Ground, Nevermind Tomorrow, One Day, Infinite Grace, Medicine Treats No Lies, Cure For The Lonely, Uncommon Faith, Back On Track, Universe Of My Heaven, Crilson Lines, Chase The Sun, Ingenious Care, Dangerous Girls, Paranormal Star, Alone In The Dark

Alchemy

Infinite Forms Of Torture EP

Geschreven door


Een jonge brutal deathmetalband uit Australië, zitten we daar in België op te wachten? Wel als ze het aanpakken zoals Alchemy.  Deze band voegt aan zijn brutale, agressieve deathmetal met diepe grunts uit de onderbuik nog flink wat andere elementen toe. Daarvoor duiken ze in de metalbibliotheek waar ook black, folk, power en thrash staat, zodat het alleen al door de afwisseling niet snel gaat vervelen.
Titeltrack “Infinite Forms Of Torture” twijfelt lang tussen death en black enheeft net voor het eindoffensief een flord folkmetal. In “Hadethma” komt zelfs kort even een heavymetal-gitaarsolo langs. “Nocturnal Forest” heeft hints van een 80’s-powerballad en die doorgetrokken wordt in een blackmetal-riff en die dan nog met veel gevoel voor drama wordt afgerond met een pianoriedel. Het is veel bij elkaar, maar Alchemy wordt beloond voor zoveel durf.
Deze EP telt wel slechts drie tracks. Het zou me verbazen dat ze met dit recept een volledig album kunnen boeien. Ze moeten voor zichzelf gaan uitmaken welke richting ze hiermee uitwillen, maar als debuut is dit alvast veelbelovend.

Bekijk zeker ook eens hun knappe video op https://www.youtube.com/watch?v=lgNIZjUCoH4

Charlie Cunningham

Permanent Way

Geschreven door

In tijden waar streaming soms ter discussie staat, zijn er artiesten die net bekendheid vergaren door bijvoorbeeld Spotify. Neem nu Charlie Cunningham, deze singer-songwriter kwam medio 2015 in de belangstelling dankzij 'Lights off' en gooide ook heel hoge ogen met zijn debuut EP 'Outside Things' en met zijn sprankelende debuut 'Lines' in 2017. Na 5 miljoen streams te hebben geklokt in de afgelopen twee maanden voor zowel de titeltrack als opvolger single “Sink In”, kondigt Charlie Cunningham zijn tweede album 'Permanent Way' aan, uitgebracht op Infectious/BMG. Cunningham verbleef gedurende twee jaar in Sevilla, en dat heeft - volgens we vernemen - invloed gehad op deze schijf.
Hoe de man het er met die zogenaamde moeilijke tweede vanaf brengt, vroegen we ons luidop af. Cunningham moet het hebben van zijn zeer broze en breekbare stem, in combinatie met akoestische gitaarlijnen die gevoelige snaren raken, op een eenvoudige maar doordachte wijze. "Cunningham maakt muziek die je kunt zetten naast José Gonzales en Damien Rice'', lezen we in een biografie. En dat merk je al bij die eerste song, “Permanent Way”. Eigenlijk liet Cunningham al dankzij die breekbare en verdovende single “Sink In” in zijn kaarten kijken. Het blijkt ook de rode draad op de volledige plaat te zijn. Ook “Headlights”, “Different Spaces” en het wondermooie “Bite” zijn omgeven door walmen van melancholie, gedrenkt in een sausje weemoedigheid en afgewerkt met zachtmoedigheid die je hart verwarmt. Cunningham blijft doorheen de gehele schijf met zijn aanstekelijke gitaargetokkel en zachte stem uit datzelfde vaatje tappen. Maar net doordat die gevoelige snaar wordt geraakt, op een eenvoudige wijze die beklijft, stoort dit allerminst. De synthesizer en drum doen het geluid wat voller klinken, maar het is toch die combinatie gitaar en stem van Charlie Cunningham dat ons het meest over de streep trekt. Song na song doet hij je wegdromen, en brengt je onder hypnose waardoor een gemoedsrust over jou neerdaalt.
Charlie Cunningham is het schoolvoorbeeld van een singer-songwriter die in drukke tijden een mens tot 'zen' kan brengen door eenvoudig gebruik te maken van een akoestische gitaar en een stem die zalvend je hart raakt. De man doet niet aan het optrekken van geluidsmuren, noch wordt intensief tewerk gegaan. Eerder schittert hij in eenvoud door deze aanpak, waarbij harten diep worden geraakt. Om die eerder gestelde vraag te beantwoorden. De moeilijke tweede is een pareltje geworden, waarmee Cunningham definitief zijn stempel drukt op dat typische singer-songwritergebeuren. We zijn er zeker van dat  de man menig festivalweide, of concertzaal zal ontroeren en in vervoering brengen door deze bijzonder emotionele aanpak.
Charlie Cunningham staat op 13 oktober in Ancienne Belgique. Als de nachten kouder worden zal hij zorgen voor een warme gloed door zijn stem en uitstraling. Op basis van deze schijf zijn we daar heel zeker van.

Tracklist: Permanent Way 04:12, Don't Go Far 03:39, Sink In 03:21, Headlights 03:32, Different Spaces 03:40, Monster 04:09, Interlude (Tango) 01:11, Bite 03:33, Hundred Times 03:09, Maybe We Won't 03:11, Force Of Habit 05:11, Stuck 03:46

Cellista

Transfigurations

Geschreven door

Cellista , ofwel Freya Seeburger, is een Amerikaanse celliste die bekend staat om haar werk met artiesten uit verschillende media. Live-optredens van Freya zijn onconventionele performances waar klassieke muziek, theater, improvisatie en visuele kunst worden verbonden met muziekstijlen als pop, hiphop, klassieke muziek en zoveel meer. Daarvoor wordt veel gebruik gemaakt van de cello en vocale inbreng die dicht aanleunt bij opera. Cellista's debuutalbum 'Finding San Jose' werd uitgebracht in de herfst van 2016 en bleek een meesterwerk waarop grenzen werden verlegd, waar geen grenzen zijn. Ook met haar nieuwste plaat 'Transfiguration' verlegt Cellista wederom meerdere grenzen wat 'muziek tot kunst verheffen' betreft.
Politiek beladen teksten worden op een poëtische wijze naar voor gebracht door enkele streepjes 'spoken art' in de vorm van “Rupture”, gevolgd door muzikale en vocale parels waarbij de aanhoorder telkens een spiegel wordt voorgehouden. Cellista heeft het in haar geval vooral over de Amerikaanse politiek. We gaan daar niet verder over uitwijden. Om te weten wat haar standpunt is, raden we aan deze schijf intensief te beluisteren. We willen het in deze recensie vooral hebben over het gevoel achter al die politieke en andere boodschappen. En Cellista slaagt er als één van de weinige in sprankelende celloklanken en operastemmen te verbinden met poëzie die me doet denken aan één artieste: Patti Smith. Hoewel Cellista niet direct een punkschijf uitbrengt, de 'punk'-ingesteldheid waardoor een poëte als Patti Smith ons ook diezelfde spiegel voorhoudt, vinden we dus ook terug op 'Transfiguration'.
Het vermengen van uiteenlopende muziekstijlen is de rode draad op deze schijf. Zo wordt bij "Look Homeward, Angel" rap en cello vermengd met de sprankelende stem van Melissa Wimbish die u in opperste ontroering totaal verweesd achterlaat. "When The War Began'' is een meesterlijke manier om de aanhoorder te confronteren met oorlog, dood en verderf. Een song die je tot tranen toe zal bedwingen. Ook nu weer valt daarbij de cello het meest op gecombineerd met een vocale aankleding die je een krop in de keel bezorgt. Maar eigenlijk gaat het op deze schijf dus vooral over hoe je door voortdurend te improviseren elke muziekstijl tot kunst kan verheffen. Een gemakkelijk brokje vlees levert Cellista bewust niet af, de aanhoorder wordt meegezogen in haar zeer visuele wereld waar donkere gedachten overheersen, maar waar ook de mens opstaat om de strijd daartegen aan te gaan.  Daarom is het ook belangrijk om deze schijf in zijn geheel te bekijken en te beluisteren. Elke song sluit perfect aan op de volgende, zoals je een bladzijde omdraait in een spannend boek om uiteindelijk bij de ontknoping totaal van de kaart achter te blijven bij een verdovende song als “Tzeva Adom”, waarna de rust in je hart wederkeert.
Rap, klassieke muziek, opera tot avant-garde, het zijn muziekstijlen die ogenschijnlijk niet of nauwelijks bij elkaar passen. Cellista slaagt er echter wel in om al deze stijlen te verbinden tot een logisch geheel. De poëtische aanpak, gecombineerd met een zeer theatrale en visuele inbreng - gekruid met de nodige zin voor improviseren - zorgen er dan ook voor dat 'Transfiguration' een kunstwerk geworden is, dat nog het best tot zijn recht komt op een podium waar de artieste haar performance ook visueel kan uitbeelden door middel van dans en beelden op het scherm.
Maar als u een beetje uw fantasie laat werken en die beelden voor de ogen houdt bij het beluisteren van deze indrukwekkende parel, zult u zich prompt verenigd voelen met een kleurrijke wereld die Cellista aanbiedt. Onderga deze schijf vooral met een open geest. En laat de fantasie in je hoofd het werk doen.

Tracklist: Rupture I 00:56, Confession 02:27, Rupture II 00:56, Look Homeward, Angel 06:28, Rapture III 02:52, You Can't Go Home Again 06:44, Rupture IV 01:50, Repetitions 03:03, Rupture V 01:44, When The War Began 07:21, Tzeva Adom 05:22, Look Homeward Angel (Radio Edit) 04:13

Carneia

Voices Of The Void

Geschreven door

Coudron (zang), Combes (gitaar, bas), Vandromme (gitaar) en Vandewalle (drums) vormen samen Carneia. De muziek van deze heren ligt ergens tussen Tool en postmetal over bands als Soen en Wheels. Maar vooral heeft deze klasseband ons al meerdere malen bewezen over een eigen smoel te beschikken. Dat de band graag voortdurend buiten de lijntjes kleurt, bewezen ze eerder met de EP 'Symmetry Of Mind', maar ook op menig podia wist Carneia ons met verstomming te slaan.
Nu is er dus een nieuwe plaat, 'Voices of the void', waarop de band bewijst niet te houden van gemakkelijke brokjes vlees. Eerder bieden ze u een stevig menu aan, met allerlei spijzen en dranken die eerder op de maag blijven liggen. Waardoor je de dag daarna de adrenaline nog voelt kloppen in je hoofd.
Het gaspedaal wordt direct stevig ingedrukt bij “The Making Of The Universe” en dan zijn we vertrokken voor een verschroeiend hete en rauwe trip over hobbelige wegen. Instrumentaal kun je stellen dat de ene mokerslag volgt op de ander donderslag bij heldere hemel. Vocaal? Nu ja, Jan Courdon is op het podium een beest - dat is als compliment bedoeld. Hij steekt enorm veel uiteenlopende emoties in zijn vaak schreeuwerige stem. We vroegen ons meermaals af hoe hij het volhoudt. Hij slaat, voortgestuwd door zijn kompanen, eveneens op deze pracht schijf wild om zich heen. Al waanzinnig geworden gaat de band op eerder vernoemd elan door op “Blood And Candy”, ”Black Coffee” - ja wij drinken onze koffie ook liefst pikzwart-, “The Hangman” en “Shadow Man”. Er lijkt maar geen einde te komen aan die aardverschuivingen die de band doet ontstaan in ons hoofd. De band schippert bovendien, heel bewust wederom, tussen toegankelijk en rauw. En zet je daardoor voortdurend op het verkeerde been. Waardoor dat stuk vlees niet zo gemakkelijk verteerbaar is, maar eens verorberd smaakt het wel degelijk naar meer. En plots is daar een zeer intieme song als “Anthem For The Wasted”. Nog steeds heel dreigend grijpt de band je hier bij het nekvel en bezorgt je een waar kippenvelmoment waardoor je even op adem kunt komen, maar nog steeds de hete adem van waanzin in je nek voelt blazen. Afsluiter “Epilogue” is dan weer een experimenteel meesterwerk, waarbij registers worden opengegooid, binnen een chaotische omkadering. Waardoor je totaal van de kaart, in de hoek van de kamer achterblijft.
In navolging van eerder vernoemde EP en eerste langspeler 'All Tongues Of Babel', dat in 2013 op de markt werd gebracht, is 'Voices Of The Void' een nieuwe mijlpaal van een band die in het verleden grenzen verlegde waar geen grenzen waren, en er dus toch in slaagt dat opnieuw te doen. Zonder rekening te houden met de regels van het spel, doet de band  daarbij voortdurend aan stijlbreuken. Ze gaan op avontuur doorheen dat oorverdovende landschap van eerder vernoemde waanzin die je kunt lezen in de ogen van Jan Coudron op dat podium. Tot ook u, de luisteraar, eveneens tot diezelfde waanzin bent gedreven.

Beyond Our Sight

The Void Within EP

Geschreven door

De Gentse band Beyond Our Sight mag dan een vrij nieuwe naam zijn in het metalwereldje - de band ontstond pas in 2018 - de leden van deze band hebben al wat watertjes doorzwommen. Die ervaring in het vak resulteerde eerder in de stevige, aanstekelijke singlec “Strenuous”. Die deed ons het beste vermoeden voor wat later nog moest komen. De band bracht eindelijk zijn debuut-EP op de markt. 'The Void Within' laat een band horen die nog veel kanten kan uitgaan en die we vooral het label ‘veelbelovend’ zouden willen opkleven.
In de promotie staat dan wel 'modern metal', maar feitelijk hoor je een mix van uiteenlopende stijlen. Gaande van deathmetal over metalcore naar groovemetal tot enkele sausjes thrash. Je vindt het allemaal terug op songs als “Mindless Impulses”, “Wasteland” en “The Void Within”. Muzikaal bekeken krijg je dus oorverdovende riffs en snelle uithalen die zorgen voor aardverschuivingen. Vocaal worden grunts, growls en screams afgewisseld met cleane vocalen. Met twee vocalisten (Lendert Francois en Micheal Van Wemmel) die elkaar perfect aanvullen, is daarmee ook de kers op de taart afgeleverd om de perfectie te benaderen. Wij waren nog het meest onder de indruk van songs als “Icarus”, waarbij de cleane vocals nog perfecter samenvloeien met emotionele grunts, zodat de haren op je armen rechtkomen. Geruggesteund door instrumentale toevoegingen die daar perfect op inspelen, bezorgt deze song ons een adrenalinestoot waar we eigenlijk al heel de tijd aan het wachten waren. Welke song er het best uitkomt? Het zal voor iedereen wel verschillend zijn, want deze band tapt dus bewust uit verschillende vaatjes en zal zo een ruim publiek aan thrash, death tot pure heavy metal kunnen aanspreken. Binnen dat ruime aanbod zit echter vooral nog ruimte om te evolueren. En dat is meteen het min en het pluspunt aan de schijf.
Een EP is altijd een soort visitekaartje waarmee een band wil tonen wat hij in zijn mars heeft. Dat de heren muzikanten zijn die weten waarmee ze bezig zijn en dus als virtuozen hun instrumenten bespelen? Dat is niet verwonderlijk, door hun staat van dienst. Het meest indrukwekkende is echter de samensmelting van uiteenlopende vocalen die de haren steeds doen recht komen op onze armen. Dat de band nog zoekende is, zorgt er echter voor dat de registers niet bij elke song worden opengetrokken, Althans die indruk krijgen we toch. Vaak lijkt men op de rem te staan, waardoor niet alles op deze schijf ons kan bekoren.
Maar Beyond Our Sight levert wel degelijk een knaller van een EP af waarmee ze nog alle kanten uitkunnen, en waardoor we mits links en rechts bijschaven zeker nog veel moois mogen verwachten binnen het extreme en andere metalgebeuren.
Er is dus prompt een nieuwe parel opgestaan in Gent, die vrij vlug zijn plaats zal opnemen op diezelfde metalkaart. Zeker weten.
Geef ze gewoon nog wat tijd en beluister deze plaat niet één maar meerdere keren. Maar vooral: hou deze band in het oog.

Tracklist: Mindless Impulses, Your Mind Makes It Real, Wasteland, The Void Within, Whitenoise, Icarus, Strenuous

Pagina 201 van 498